|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2024/3898 |
1.7.2024 |
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Juzgado de Primera Instancia no 8 de La Coruña (Spanje) op 26 maart 2024 – Abanca Corporación Bancaria, SA / VX
(Zaak C-231/24, Abanca Corporación Bancaria)
(C/2024/3898)
Procestaal: Spaans
Verwijzende rechter
Juzgado de Primera Instancia no 8 de La Coruña
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Abanca Corporación Bancaria, SA
Verwerende partij: VX
Prejudiciële vragen
|
1) |
Is een beding inzake vervroegde opeisbaarheid dat voorziet in de mogelijkheid om die vervroegde opeisbaarheid binnen een bepaalde termijn buiten werking te stellen of te voorkomen, verenigbaar met artikel 3, lid 1, en artikel 7 van richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (1), of moet die mogelijkheid worden toegekend in een specifieke nationale regel? |
|
2) |
Indien de voorgaande vraag bevestigend wordt beantwoord, wat zou dan een redelijke termijn zijn? |
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/3898/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)