|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2024/3808 |
27.6.2024 |
Conclusies van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, over inclusieve samenlevingen voor jongeren
(C/2024/3808)
DE RAAD EN DE VERTEGENWOORDIGERS VAN DE REGERINGEN DER LIDSTATEN, IN HET KADER VAN DE RAAD BIJEEN,
HERINNEREND AAN HET VOLGENDE:
|
1. |
De waarden waarop de Europese Unie berust, zijn eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot een minderheid behoren. Deze waarden hebben de lidstaten gemeen in een samenleving die gekenmerkt wordt door pluralisme, non-discriminatie, verdraagzaamheid, rechtvaardigheid, solidariteit en gelijkheid van vrouwen en mannen. De Unie heeft ook als doel de vrede en het welzijn van haar volkeren te bevorderen, sociale uitsluiting en discriminatie te bestrijden, sociale rechtvaardigheid en bescherming te bevorderen, haar rijke verscheidenheid van cultuur en taal te eerbiedigen, rekening te houden met het belang van het kind en de rechten van het kind en van jongeren te beschermen (1). |
|
2. |
Het optreden van de Unie is erop gericht de ontwikkeling van uitwisselingsprogramma’s voor jongeren en jeugdwerkers te bevorderen, en de deelneming van jongeren aan het democratisch leven van Europa aan te moedigen, alsmede de toegang tot beroepsopleidingen te vergemakkelijken en de mobiliteit van opleiders en leerlingen, met name jongeren, te bevorderen (2). |
|
3. |
De Europese pijler van sociale rechten omvat het recht op “onderwijs, opleiding en een leven lang leren” (beginsel 1), “gelijke kansen” (beginsel 3), “kinderopvang en hulp aan kinderen” (beginsel 11) en “inclusie van personen met een handicap” (beginsel 17). Om deze rechten en beginselen ten uitvoer te leggen, zijn EU-kerndoelen inzake werkgelegenheid, vaardigheden en armoedebestrijding vastgesteld die uiterlijk in 2030 moeten zijn verwezenlijkt. |
HERINNEREND AAN DE POLITIEKE ACHTERGROND DIE IN DE BIJLAGE BIJ DE BIJLAGE STAAT, EN MET NAME AAN HET VOLGENDE:
|
4. |
De EU-strategie voor jongeren 2019-2027 heeft tot doel ertoe bij te dragen dat armoede onder jongeren en discriminatie, in welke vorm dan ook, verdwijnt, de sociale inclusie van jongeren te stimuleren en beleidsbeslissingen te verbeteren wat betreft de impact ervan op jongeren in alle maatschappelijke sectoren, met name sociale inclusie. |
|
5. |
De 11 Europese jongerendoelstellingen weerspiegelen de standpunten van de Europese jongeren, met name Europese jongerendoelstelling nr. 3, het mogelijk maken en garanderen van de inclusie van alle jongeren in de samenleving, Europese jongerendoelstelling nr. 5, het verbeteren van het mentaal welzijn en een einde maken aan de stigmatisering van geestelijke gezondheidsproblemen, ter bevordering van de sociale inclusie van alle jongeren, en Europese jongerendoelstelling nr. 9, het versterken van de democratische participatie en autonomie van jongeren en zorgen voor speciale ruimten voor jongeren in alle geledingen van de maatschappij. |
|
6. |
De bestrijding van sociale uitsluiting is een van de bijzondere engagementen van de Europese Unie en haar lidstaten (3). Sociale uitsluiting schaadt het welzijn van burgers en beperkt hun vermogen om zich uit te drukken en aan het maatschappelijk leven deel te nemen. |
INGENOMEN MET:
|
7. |
Het feit dat de gecoördineerde inspanningen van de EU om cohesie, veerkracht en waarden te promoten door middel van programma’s en initiatieven zoals Erasmus+ (onder meer via de EU-jongerendialoog), het Europees Solidariteitskorps, het uitvoeringsbesluit van de Commissie betreffende het kader van inclusiemaatregelen van de programma’s Erasmus+ en Europees Solidariteitskorps 2021-2027, het Europees Sociaal Fonds Plus, waaronder, in voorkomend geval, het “Aim, Learn, Master, Achieve”-initiatief (ALMA), het programma “Burgers, gelijkheid, rechten en waarden”, het Nieuw Europees Bauhaus-initiatief, de Conferentie over de toekomst van Europa (2021-2022), het Europees Jaar van de Jeugd (2022) en de effecten ervan (4), en het Europees Jaar van de Vaardigheden (2023), tot doel hebben bij te dragen aan sociale cohesie, sociale inclusie en de betrokkenheid en participatie van jongeren op lokaal, regionaal, nationaal en Europees niveau. |
|
8. |
De 10e cyclus van de EU-jongerendialoog onder leiding van het voorzitterschapstrio Spanje, België en Hongarije, met als hoofdthema Europese jongerendoelstelling nr. 3 inzake inclusieve samenlevingen onder het motto “WE NEED YOUTH”, alsook de resultaten van de EU-Jeugdconferentie die van 2 tot en met 5 maart 2024 in Gent plaatsvond. |
|
9. |
Het feit dat de verdere ontwikkeling van inclusieve ruimten voor jongeren bijdraagt tot inclusieve samenlevingen, en zo de verwezenlijking van aangenomen Raadsconclusies (5) vooruithelpt. |
HET VOLGENDE IN AANMERKING NEMEND:
|
10. |
Samenleven in vreedzame en inclusieve samenlevingen is een van de prioriteiten van de strategie voor de jeugdsector 2030 van de Raad van Europa. |
|
11. |
In de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de VN wordt de belofte herhaald dat niemand wordt achtergelaten. |
ZICH BEWUST VAN:
|
12. |
Het toepasselijke EU-beleid en de daaruit volgende strategieën en aanbevelingen: de Europese strategie voor een beter internet voor kinderen (BIK+) (2022), de EU-strategie ter bestrijding van antisemitisme en ter bevordering van het Joodse leven (2021-2030), het EU-actieplan tegen racisme (2020-2025), de strategie voor gelijkheid van lhbtiq’ers (2020-2025), de strategie voor gendergelijkheid (2020-2025), het strategisch EU-kader voor gelijkheid, integratie en participatie van de Roma (2020-2030), de strategie ter versterking van de toepassing van het Handvest van de Grondrechten in de EU (2020), de EU-strategie voor de rechten van het kind (2021-2024), de strategie inzake de rechten van personen met een handicap (2021-2030), de aanbevelingen van de Raad tot instelling van een Europese kindergarantie (2021) en een versterkte jongerengarantie (2020) en de alomvattende aanpak van geestelijke gezondheid (2023). |
ZICH VOORTS BEWUST VAN HET VOLGENDE:
|
13. |
Jongeren vormen geen homogene groep en hebben dus een veelheid aan identiteiten, uiteenlopende behoeften, middelen, achtergronden, levenssituaties en belangen, en worden geconfronteerd met uiteenlopende uitdagingen en kansen. Vanuit dat oogpunt moeten het jeugdbeleid en op jongeren gerichte maatregelen verder worden ontwikkeld voor alle jongeren door middel van een inclusieve en intersectionele aanpak met aandacht voor diversiteit (6). |
|
14. |
Jongeren zijn een van de krachten van onze samenleving, individuele houders van rechten en aanjagers van verandering. Veel jongeren zijn zeer veerkrachtig en blijven zich mobiliseren voor de thema’s die hen aan het hart gaan. Zo dragen ze bij aan positieve verandering in de samenleving. Jongeren moeten handvatten aangereikt krijgen, ondersteund worden en de ruimte krijgen om op te komen voor wat zij belangrijk vinden. |
|
15. |
Jongeren spelen een belangrijke rol bij het tot stand brengen van beter geïnformeerde besluitvormingsprocessen en het versterken van de democratie. Als hun potentieel wordt erkend en bevorderd en zij op alle niveaus en in alle stadia van de beleidsvorming die op hen betrekking heeft, volwaardig deel mogen nemen, kunnen zij deze rol beter vervullen. Ook moet de ondersteunende rol van jeugdwerkers en jeugdorganisaties bij deze inspanning, zoals blijkt uit de EU-jongerendialoog, worden erkend, en deze actoren moeten kunnen rekenen op passende ondersteunende maatregelen in dit verband. |
|
16. |
De wereldwijde klimaatcrisis, biodiversiteitsverlies (7), de COVID-19-pandemie en Ruslands aanvalsoorlog tegen Oekraïne, het conflict in het Midden-Oosten en conflicten in andere delen van de wereld, de daaruit voortvloeiende energie- en inflatiecrises, alsook de economische en sociale crises van de afgelopen jaren en de keerzijden van de versnelling van de digitale revolutie zijn voorbeelden van zaken die de geestelijke gezondheid en het welzijn van kinderen en jongeren beïnvloeden. Deze omstandigheden en fenomenen, waaronder migratiefenomenen, hebben de Europese samenlevingen aan het begin van dit decennium diep getekend en hebben een groeiende ongelijkheid en polarisering in onze samenlevingen aan het licht gebracht. |
|
17. |
Deze maatschappelijke ontwikkelingen en meerdere crises hebben groepen jongeren op verschillende manieren geraakt en sommige groepen jongeren zelfs onevenredig zwaar getroffen. Daardoor staan de sociale, burger- en mensenrechten van jongeren onder druk, met name die in verband met gendergelijkheid, de bescherming van minderheden en de toegang tot diensten en middelen die nodig zijn voor levensonderhoud, ontwikkeling en emancipatie (8). Voorts hebben sommige groepen ongelijke toegang tot deze rechten en middelen. Daarnaast is de toenemende maatschappelijke druk, zoals prestatiedruk, van steeds grotere invloed op de geestelijke gezondheid en het welzijn van jongeren (9). |
|
18. |
Jongeren in een “maatschappelijk kwetsbare positie” worden onevenredig zwaar getroffen door maatschappelijke ontwikkelingen en crises, wat kan leiden tot intersectionele discriminatie, uitsluiting en ongelijke behandeling (10). Bovendien dreigt een toenemend aantal jongeren in een “maatschappelijk kwetsbare positie” terecht te komen (11). Aangezien sociaal-economische, democratische en digitale uitsluiting vaak hand in hand gaan, kan deze situatie gevolgen hebben voor het actieve burgerschap en het vertrouwen in instellingen. |
|
19. |
Jongeren die met sociale uitsluiting worden bedreigd of zich in kwetsbare situaties bevinden, krijgen vaker te maken met problemen en uitdagingen op het vlak van geestelijke gezondheid. Blootstelling aan discriminatie en ongelijkheid is schadelijk voor hun geestelijke gezondheid, met name wanneer jongeren te maken hebben met meervoudige discriminatie of achterstanden. Het bevorderen van gelijkheid, tolerantie, solidariteit en dialoog in onze samenlevingen is een cruciale preventieve maatregel om deze problemen en uitdagingen op het vlak van geestelijke gezondheid aan te pakken (12). |
|
20. |
De ruimten voor jongeren in de samenleving staan onder druk. De krimpende ruimte voor jongeren belemmert hun ontwikkeling als persoon en als burger, alsook hun vermogen om hun plaats in de samenleving te definiëren. Structurele belemmeringen op verschillende niveaus verhinderen hun toegang tot verschillende ruimten, rechten en diensten en hun gelijke deelname aan de samenleving. Er is een pluralistische samenleving nodig die wordt gekenmerkt door billijkheid, solidariteit en waardering, respect voor en erkenning van diversiteit van allerlei aard, om jongeren, met name jongeren in een “maatschappelijk kwetsbare positie”, te ondersteunen, handvatten aan te reiken en te empoweren, en om een rechtvaardige en billijke samenleving voor iedereen tot stand te brengen. |
|
21. |
Gouvernementele en niet-gouvernementele verbanden, waaronder lokale gemeenschappen, jeugdwerk (13) en vrijwilligerswerk, kunnen een belangrijke rol spelen bij het bevorderen van billijkheid, tolerantie, solidariteit en dialoog en het faciliteren van de actieve participatie en inclusie van jongeren in hun gemeenschappen en in besluitvorming. Jeugdwerk biedt jongeren handvatten, ondersteunt hen en empowert hen om kritisch over de samenleving na te denken en een aanjager van verandering te worden. De doeltreffende uitvoering en de concrete resultaten van jeugdwerk bevorderen sociale inclusie. Zulke inspanningen omvatten vaak proactieve maatregelen, experimentele benaderingen en de verspreiding van beste praktijken (14). |
STREVEN ER IN DIT VERBAND NAAR:
|
22. |
Gerichte maatregelen te nemen om billijkheid, inclusie en steun voor jongeren bij het definiëren en innemen van hun plaats in de samenleving te bevorderen, met name via jeugdwerk en door een transversaal, inclusief jeugdperspectief in alle relevante beleidsgebieden te ontwikkelen, wat daartoe kan bijdragen. Voorts kunnen mechanismen worden ontwikkeld voor een zinvolle en inclusieve participatie van jongeren met uiteenlopende achtergronden aan besluitvorming, bijvoorbeeld via jeugdraden en jeugdorganisaties, waarbij ook de participatie van jongeren buiten deze organisaties wordt bevorderd. |
|
23. |
Een actieve, zinvolle, billijke en gelijke participatie van jongeren te waarborgen en hun een vormgevende rol te geven in ruimten die hen aangaan, en, wanneer relevant, emancipatoire ruimten voor jongeren en hun noden en behoeften te creëren, verder te ontwikkelen, aan te passen en te beschermen, teneinde ze te stimuleren in hun ontwikkeling ongeacht hun achtergrond, en hun stem en input te erkennen, te onderkennen en er gevolg aan te geven. |
|
24. |
Jongeren verder met elkaar in verbinding te brengen, hun ervaringen en interacties met diversiteit van allerlei aard te waarborgen en te faciliteren, bijvoorbeeld door middel van leermobiliteit of grensoverschrijdende solidariteitsacties. |
|
25. |
De ondersteuningsmechanismen voor jeugdwerk en andere relevante structuren en diensten te versterken ten behoeve van de ontwikkeling, de geestelijke gezondheid en het mentaal welzijn, het leren en experimenteren van jongeren, teneinde belemmeringen weg te nemen waarmee jongeren op verschillende niveaus worden geconfronteerd, met name jongeren die met uitsluiting worden bedreigd. |
WIJZEN OP:
|
26. |
De ideeën en meningen die jongeren tijdens de Belgische EU-Jeugdconferentie in maart 2024 te berde hebben gebracht over manieren om inclusieve samenlevingen voor jongeren tot stand te brengen, alsook hun aanbevelingen aan de Europese Unie en haar lidstaten om deze ideeën uit te voeren, zoals beschreven in bijlage III bij deze conclusies:
|
VERZOEKEN DE LIDSTATEN OM OP DE PASSENDE NIVEAUS:
|
27. |
Gebruik te maken van de intersectionele aanpak (15) als methode om de belemmeringen en uitdagingen voor jongeren, met name jongeren in een “maatschappelijk kwetsbare positie”, in kaart te brengen en te begrijpen, en actie te ondernemen om deze te erkennen, aan te pakken en weg te werken. Beleidsmaatregelen en -acties moeten inspelen op de diverse identiteiten van de betrokken jongeren, teneinde de belemmeringen en uitdagingen waarmee zij worden geconfronteerd, beter aan te pakken, met name bij de toegang tot, de uitoefening en eerbiediging van hun rechten en hun toegang tot en gebruik van diensten. |
|
28. |
De levensomstandigheden en het mentaal welzijn van alle jongeren, met inbegrip van jongeren in een “maatschappelijk kwetsbare positie”, te verbeteren door overheidsinstanties bewust te maken van de specifieke noden en behoeften van jongeren in een “maatschappelijk kwetsbare positie”. |
|
29. |
Na te denken over middelen om de toegang tot rechten en tot de betrokken openbare, sociale, politieke en culturele diensten te garanderen en te beschermen, en in het bijzonder prioriteit te geven aan diensten die relevant zijn voor de bestrijding van jeugdarmoede en -dakloosheid, en diensten die toegang bieden tot waardige levensomstandigheden en betaalbare huisvesting, onderwijs, vrijetijdsbesteding en gezondheidszorg voor alle jongeren. |
|
30. |
Toegankelijke informatiediensten aan te bieden, met inbegrip van hulpverlening en advisering, en jeugdvriendelijke informatie en communicatie om ervoor te zorgen dat alle jongeren zich bewust zijn van en gebruikmaken van hun rechten en mogelijkheden, kansen kunnen verkennen en kunnen nadenken over mogelijke levenspaden. Jongeren in een “maatschappelijk kwetsbare positie” moeten voldoende ondersteuning krijgen zodat zij in staat zijn toegang te hebben tot hun rechten en deze doeltreffend uit te oefenen. |
|
31. |
De toegang van alle jongeren tot digitale ruimten en diensten te vergemakkelijken, zowel wat betreft materiële toegang — waaronder een internetverbinding en wanneer relevant apparaten — als wat betreft de verwerving van digitale competenties en digitale geletterdheid en mediawijsheid om de uitdagingen en kansen die online ruimten met zich meebrengen, het hoofd te bieden. |
|
32. |
Bij het mainstreamen van jeugdkwesties, sectoroverschrijdende partnerschappen en initiatieven te bevorderen en te ondersteunen, met name tussen aanbieders van jeugdwerk, onderwijs- en opleidingsinstellingen, indien van toepassing, sociale diensten en diensten voor arbeidsvoorziening, socialebeschermings- en socialezekerheidsstelsels, en sociale partners die alle jongeren helpen bij hun ontwikkeling, met name door een gemeenschappelijk discours te bevorderen dat bijdraagt tot het inbedden van een “inclusief jeugdperspectief” in de werkzaamheden van de verschillende belanghebbenden. |
|
33. |
De duurzame mobiliteit van jongeren, met inbegrip van jongeren die in plattelands-, afgelegen, perifere en minder ontwikkelde gebieden en in de ultraperifere gebieden wonen, te faciliteren door mobiliteitsbelemmeringen, zoals problemen met openbaar vervoer, aan te pakken. |
|
34. |
Het vermogen van jongeren om kritisch na te denken te erkennen en te stimuleren en de verschillende vormen van inzet door jongeren als drijvende kracht van verandering te erkennen, teneinde hechtere samenlevingen tot stand te brengen, met name door jongeren te helpen, te ondersteunen en te empoweren om positieve rolmodellen te worden op het vlak van maatschappelijke participatie en betrokkenheid bij besluitvormingsprocessen, bijvoorbeeld via jeugdraden, jeugdorganisaties, jeugdinitiatieven, participatieprojecten of solidariteitsprojecten. |
|
35. |
Nieuwe veilige, gastvrije en toegankelijke emancipatoire fysieke en virtuele ruimten en diensten te creëren en zulke bestaande ruimten en diensten te waarborgen, die vrij zijn van maatschappelijke en prestatiedruk en waardeoordelen, waar alle jongeren elkaar kunnen ontmoeten en met elkaar kunnen verbinden. |
|
36. |
De rol van jongeren, en met name van jongeren in een “maatschappelijk kwetsbare positie”, te versterken, bij het creëren, ontwikkelen, ontwerpen, bouwen, vormgeven en aanpassen van de ruimten die hen aangaan, met inbegrip van de openbare ruimte. |
|
37. |
De resterende belemmeringen weg te nemen, met name voor jongeren in een “maatschappelijk kwetsbare positie”, zodat zij aan jeugdwerk kunnen deelnemen, door actief contact te zoeken, aanvullende ondersteuning te bieden, activiteiten aan te passen aan hun verschillende noden en behoeften en te streven naar samenwerking met relevante belanghebbenden die op andere gebieden werken met jongeren in een “maatschappelijk kwetsbare positie”, en de organisaties die hen vertegenwoordigen. |
|
38. |
Initiatieven aan te moedigen en te ondersteunen die de toegang van jongeren tot jeugdwerk faciliteren, met name jongeren in een “maatschappelijk kwetsbare positie”, en hen hierin een actieve rol te geven. |
|
39. |
Verschillende vormen van duurzame steun voor jeugdwerk ten behoeve van jongeren in een “maatschappelijk kwetsbare positie” te bevorderen, bijvoorbeeld door middel van toereikende kortetermijn- en langetermijnfinanciering, middelen en infrastructuur, teneinde gunstige omstandigheden te creëren voor inclusief en bloeiend hoogwaardig jeugdwerk. |
VERZOEKEN DE LIDSTATEN EN DE EUROPESE COMMISSIE OM, MET INACHTNEMING VAN HET SUBSIDIARITEITSBEGINSEL, OP HUN RESPECTIEVE BEVOEGDHEIDSGEBIEDEN EN OP DE PASSENDE NIVEAUS:
|
40. |
Een inclusief jeugdperspectief in relevant beleid verder te bevorderen, bijvoorbeeld door mechanismen voor de beoordeling van het effect van regelgeving op jongeren op te zetten, te integreren of voort te zetten die erop gericht zijn de belemmeringen en problemen waarmee jongeren worden geconfronteerd, beter te begrijpen en, in voorkomend geval, weg te nemen. Dit kan bijdragen tot een betere integratie van het jeugdperspectief in alle beleidsterreinen en kan de mogelijke toepassing van een EU-jongerentoets of EU-jongerentest omvatten. |
|
41. |
Beleidsmakers op alle niveaus en in alle sectoren te ondersteunen door relevante informatie en kennis te verstrekken over goede praktijken op het gebied van inclusieve samenlevingen, inclusief en diversiteitsgevoelig jeugdwerk, inclusieve en emancipatoire ruimten voor jongeren, en cocreatie om, wanneer relevant, een transversaal, inclusief jeugdperspectief ingang te doen vinden in alle relevante beleidsterreinen. |
|
42. |
De dialoog en synergieën tussen jeugdorganisaties, jeugdwerk, jeugdbeleid en jeugdonderzoek te versterken en de coördinatie tussen het lokaal, regionaal, nationaal en Europees niveau te bevorderen, teneinde samenwerking, capaciteitsopbouw, peer learning, netwerken en uitwisseling te faciliteren met betrekking tot:
|
|
43. |
Geestelijke gezondheidsproblemen en -determinanten aan te pakken door omgevingen te creëren die het sociaal-economische, fysieke en psychologische welzijn van elke jongere ondersteunen, multisectorale maatregelen te nemen die de geestelijke gezondheid van jongeren bevorderen en de verbetering van gelijke en betaalbare toegang tot geestelijke gezondheidszorg aanmoedigen, met name door uitvoering te geven aan de conclusies van de Raad over een alomvattende aanpak van de geestelijke gezondheid van jongeren in de Europese Unie (16). |
|
44. |
Na te gaan welke competenties jongeren, betaalde en vrijwillige jeugdwerkers en andere onderwijsactoren nodig hebben om zich bewust te zijn van diversiteit, intersectionele discriminatie, uitsluitingsfactoren, stereotypen, vooroordelen, discriminatie en privileges in de samenleving, onder meer in het onderwijs en op de arbeidsmarkt, en leermogelijkheden en -modules te ontwikkelen om te evolueren naar jeugdwerk met aandacht voor diversiteit en discriminatie en dat sociaal inclusief is, teneinde ervaringen en interacties met allerlei soorten diversiteit te vergemakkelijken en veilige, emancipatoire en inclusieve fysieke en virtuele ruimten te creëren. |
|
45. |
De schijnwerper te zetten op jeugdwerk als aanjager van inclusie op basis waarvan de banden tussen diverse groepen jongeren en in verschillende sectoren worden aangehaald, door het stimuleren, ondersteunen, opbouwen en waarborgen van kennis over en het tonen van de diversiteit van jeugdwerk en de deelnemers eraan, rekening houdend met het feit dat jongeren geen homogene groep zijn en bijgevolg een veelheid aan identiteiten, uiteenlopende noden en behoeften, middelen, achtergronden, levenssituaties en belangen hebben. |
|
46. |
Onderzoek naar en de analyse, monitoring en verzameling van gedesaggregeerde gegevens over sociale uitsluiting verder te ondersteunen; de impact van uitsluiting op jongeren en mogelijke inclusiemaatregelen voor jeugdwerk te belichten; de totstandbrenging van inclusieve samenlevingen en ruimten te ondersteunen en ervoor te zorgen dat de resultaten gemakkelijk leesbaar en toegankelijk zijn. Daarbij optimaal gebruik te maken van bestaande programma’s en onderzoeksinitiatieven, zoals Horizon Europa en het RAY-netwerk. |
|
47. |
Te zorgen voor een echte dialoog tussen jongeren en beleidsmakers in Europa om het engagement van de Europese Unie ten aanzien van de jongeren in Europa te bestendigen, door manieren in te voeren om de follow-up van de EU-jongerendialoog te monitoren en de resultaten ervan te evalueren en jongeren feedback te geven over deze follow-up. |
VERZOEKEN DE EUROPESE COMMISSIE OM IN OVEREENSTEMMING MET HET SUBSIDIARITEITSBEGINSEL:
|
48. |
EU-programma’s op het gebied van cohesie, veerkracht en waarden te blijven aanwenden om sociale inclusie en sociale cohesie te versterken door te zorgen voor een transversale dimensie van de inclusie van jongeren in alle EU-programma’s, en te blijven benadrukken dat jongeren positieve aanjagers van verandering zijn op het gebied van inclusie, diversiteit en hechte samenlevingen, door deze EU-programma’s te richten op de ondersteuning van inclusieve, door jongeren gestuurde acties en initiatieven. |
|
49. |
De ontwikkeling te ondersteunen van inclusie- en inclusieve projecten waarbij jongeren in een “maatschappelijk kwetsbare positie” actief worden betrokken, en hun mobiliteit te versterken door middel van verschillende EU-programma’s, -initiatieven en, waar mogelijk, duurzame middelen, met inbegrip van de belangrijkste jeugdprogramma’s, zoals Erasmus+ en het Europees Solidariteitskorps en de voortzetting daarvan. |
|
50. |
De inspanningen voort te zetten om de EU-jeugdprogramma’s inclusiever en diverser te maken, met name door gebruik te maken van acties op maat van de noden en behoeften van jongeren in een “maatschappelijk kwetsbare positie” en de organisaties die hen vertegenwoordigen of met hen werken, in het bijzonder op het gebied van sociaal-economische toegankelijkheid, de periode van de activiteit, persoonlijke en aangepaste ondersteuning en administratieve en rapporteringsvereisten. |
|
51. |
De toegang tot de EU-jeugdprogramma’s, zoals Erasmus+ en het Europees Solidariteitskorps, voor alle jongeren verder te verbeteren door:
|
|
52. |
Een inclusief jeugdperspectief in EU-programma’s en -initiatieven die gericht zijn op cohesie, veerkracht en waarden, waaronder het Nieuw Europees Bauhaus-initiatief en de voortzetting daarvan, te ondersteunen en te mainstreamen, en synergieën tussen deze programma’s en initiatieven te bevorderen ter stimulering van inspanningen om te experimenteren met initiatieven die gericht zijn op de ontwikkeling van inclusieve, veilige en emancipatoire ruimten voor jongeren die bijdragen tot de totstandbrenging van hechte samenlevingen, en deze initiatieven vervolgens te realiseren en te ondersteunen. |
|
53. |
Verdere stimulansen te bieden om via de EU-jongerendialoog meer ruimten voor zinvolle participatie te creëren. Dit kan worden bereikt door nationale werkgroepen te ondersteunen bij de uitwisseling van beste praktijken op het gebied van outreach en samenwerking met jongeren in een “maatschappelijk kwetsbare positie”, en door het bewustzijn over de EU-jongerendialoog in alle sectoren en in het EU-beleid en de EU-programma’s te vergroten. Dit kan met name worden bereikt door middel van specifieke acties op het gebied van de inclusie en participatie van jongeren in relevante door de EU gestuurde initiatieven en programma’s, waardoor de tweeledige aanpak van de EU-strategie voor jongeren en de ambitie om jeugdkwesties in het beleid te integreren verder worden ondersteund. |
|
54. |
Nauwere samenwerking tussen de EU-jongerencoördinator en de coördinator van de Europese Commissie voor de rechten van het kind aan te moedigen, alsook met andere relevante coördinatoren van de Europese Commissie die betrokken zijn bij de ondersteuning van inclusie en de bestrijding van discriminatie, bijvoorbeeld door uitwisseling, frequente communicatie en samenwerking te stimuleren. |
|
55. |
Synergieën tussen de EU-jongerendialoog, de Europese Jongerensite en het EU-platform voor de participatie van kinderen te stimuleren. |
|
56. |
De uitvoering van deze verzoeken in de bovengenoemde EU-strategieën aan te moedigen door middel van de tweeledige aanpak van de EU-strategie voor jongeren (18). |
SPOREN HET IN JEUGDZAKEN ACTIEVE MAATSCHAPPELIJK MIDDENVELD AAN OM:
|
57. |
Door te gaan met het wegnemen van structurele belemmeringen en de uitdagingen aan te pakken waarmee jongeren, en met name jongeren in een “maatschappelijk kwetsbare positie”, worden geconfronteerd. Daarbij aansluitend, op te komen voor de rechten van jongeren, deel te nemen aan relevante besluitvormingsprocessen en bruggen te slaan tussen beleidsmakers en jongeren in al hun diversiteit. |
|
58. |
Door te gaan met het creëren, bevorderen en vergroten van de zichtbaarheid van ondersteunde veilige en emancipatoire fysieke en virtuele ruimten om jongeren te helpen ervaring op te doen en te leren omgaan met allerlei soorten diversiteit, en jeugdwerkers, onderwijsactoren en andere mensen, bijvoorbeeld mensen in sociale diensten en diensten voor arbeidsvoorziening, of mensen die met jongeren werken, met name jongeren in een “maatschappelijk kwetsbare positie”, de nodige kennis en competenties daartoe bij te brengen. |
|
59. |
Jeugdwerk zichtbaarder te maken en meer erkenning te geven door van zich te laten horen en deel te nemen aan de cocreatie van een positief discours voor jongeren, met name jongeren in een “maatschappelijk kwetsbare positie”. |
|
60. |
Mobiel jeugdwerk te faciliteren, te bevorderen en te ondersteunen om meer jongeren te bereiken die niet door andere vormen van jeugdwerk worden bereikt. |
|
61. |
Informatie en goede praktijken uit te wisselen, samen te werken en te netwerken op lokaal, regionaal, nationaal en Europees niveau om inclusieve samenlevingen voor en met jongeren te bevorderen. |
(1) De waarden van de Europese Unie verankerd in artikel 2 en artikel 3, leden 1 en 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), de artikelen 8, 9 en 10, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en artikel 21 en artikel 24, lid 2, van het Handvest van de grondrechten.
(2) Artikel 165, lid 2, en artikel 166, lid 2, VWEU.
(3) Zoals wordt benadrukt in artikel 3, leden 1 en 3, VEU en in de artikelen 8, 9 en 10, VWEU; “Vandaag worden jongeren in heel Europa geconfronteerd met uiteenlopende uitdagingen, zoals moeilijkheden om hun sociale rechten uit te oefenen, sociale uitsluiting en discriminatie, alsmede met bedreigingen die uitgaan van nepnieuws en propaganda.” Resolutie over een kader voor Europese samenwerking in jeugdzaken: De EU-strategie voor jongeren 2019-2027 (2018/C 456/1).
(4) Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s betreffende het Europees Jaar van de Jeugd 2022 (COM/2024/1 final).
(5) Onder meer: conclusies van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, over het behoud van bestaande en het creëren van nieuwe publieke ruimtes voor jongeren die hun zinvolle participatie in de maatschappij mogelijk maken (2021/C 501 I/04); conclusies van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, over de sociale dimensie van een duurzaam Europa voor jongeren (2023/C 185/06); conclusies van de Raad over de bijdrage van kwalitatief goed jongerenwerk tot de ontwikkeling, het welzijn en de sociale insluiting van jongeren (2013/C 168/03); conclusies van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, over het versterken van meerlagig bestuur bij het bevorderen van de participatie van jongeren aan besluitvormingsprocessen (2021/C 241/03); conclusies van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, over digitaal jeugdwerk (2019/C 414/02); conclusies van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten over een alomvattende aanpak van de geestelijke gezondheid van jongeren in de Europese Unie (C/2023/1337); conclusies van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, over het stimuleren van de intergenerationele dimensie in jeugdzaken om de dialoog en de sociale samenhang te bevorderen (2022/C 495/03).
(6) In de resolutie van de Raad over een kader voor Europese samenwerking in jeugdzaken: de EU-strategie voor jongeren 2019-2027 (2018/C 456/01) wordt een beschrijving gegeven van inclusie als leidend beginsel en wordt gesteld dat “erkend [moet] worden dat jongeren geen homogene groep vormen en dus uiteenlopende behoeften, achtergronden, levenssituaties en belangen hebben en op basis van dit inzicht beleid en activiteiten gestimuleerd [moeten] worden die inclusief zijn voor alle jongeren, in het bijzonder kansarme jongeren en/of jongeren wier stem gemakkelijk niet gehoord wordt”; punt 6 van de conclusies van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, over de sociale dimensie van een duurzaam Europa voor jongeren (2023/C 185/06).
(7) Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s: EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030 — De natuur terug in ons leven brengen.
(8) Diensten en middelen in verband met basiszorg, gezondheid, onderwijs, rust en vrijetijdsbesteding en toegang tot informatie.
(9) Europese jongerendoelstelling nr. 5: “Een significant en toenemend aantal jongeren in heel Europa uit zijn bezorgdheid over de prevalentie van geestelijkegezondheidsproblemen zoals hoge stress, angst, depressie of andere psychische aandoeningen onder hun leeftijdsgenoten. Jongeren halen de immense maatschappelijke druk aan waarmee zij vandaag worden geconfronteerd, en zeggen dat zij betere geestelijke gezondheidsvoorzieningen voor jongeren nodig hebben”. Conclusies van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten over een alomvattende aanpak van de geestelijke gezondheid van jongeren in de Europese Unie (C/2023/1337).
(10) Eurostat, Young people in Europe: a statistical summary, 2022. Uit gegevens van Eurostat blijkt dat in 2021 één op vier jongeren in de EU (25,3 %) met armoede of sociale uitsluiting werd bedreigd. Voor mensen van alle leeftijden lag dit percentage lager, namelijk iets meer dan één op vijf (21,7 %).
(11) Europese Commissie, Employment and Social Developments in Europe — Young Europeans: employment and social challenges ahead, 2022.
(12) Punten 10 en 18 van de conclusies van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten over een alomvattende aanpak van de geestelijke gezondheid van jongeren in de Europese Unie (C/2023/1337).
(13) Jeugdwerk zoals beschreven in Aanbeveling CM/Rec (2017)4 van de Raad van Europa en in de resolutie van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, over het kader voor het instellen van een Europese jeugdwerkagenda (2020/C 415/01), PB C 415 van 1.12.2020, blz. 1.
(14) Punten 3 en 4 van de conclusies van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, over het stimuleren van de intergenerationele dimensie in jeugdzaken om de dialoog en de sociale samenhang te bevorderen (2022/C 495/03); punt 10 van de conclusies van de Raad over de bijdrage van kwalitatief goed jongerenwerk tot de ontwikkeling, het welzijn en de sociale insluiting van jongeren (2013/C 168/03).
(15) “Intersectionaliteit” kan worden omschreven als een analytisch instrument voor het bestuderen, begrijpen en reageren op de manieren waarop persoonlijke kenmerken en identiteiten met elkaar verweven zijn en hoe deze verwevenheid kan leiden tot unieke discriminatie-ervaringen. Zie ook voetnoot 16 van het “strategisch EU-kader voor gelijkheid, integratie en participatie van de Roma voor 2020-2030”.
(16) Conclusies van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten over een alomvattende aanpak van de geestelijke gezondheid van jongeren in de Europese Unie (C/2023/1337).
(17) Artikel 29, lid 5, van Verordening (EU) 2021/888 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2021 tot vaststelling van het programma “Europees Solidariteitskorps” en tot intrekking van Verordeningen (EU) 2018/1475 en (EU) nr. 375/2014 (PB L 202 van 8.6.2021, blz. 32).
(18) “Tweeledige aanpak: beleidsmaatregelen ter verbetering van het leven van jongeren mogen nooit beperkt blijven tot het terrein van jeugdzaken zelf. Daarom is de tweeledige aanpak die in het eerdere samenwerkingskader 2010-2018 werd afgesproken, nog steeds onmisbaar aangezien deze erop is gericht jeugdzaken aan te pakken, enerzijds door initiatieven in verschillende beleidsterreinen te integreren en anderzijds door specifieke initiatieven in de jeugdsector.” Resolutie over een kader voor Europese samenwerking in jeugdzaken: De EU-strategie voor jongeren 2019-2027 (2018/C 456/01, blz. 3).
BIJLAGE I
Politieke achtergrond
Bij het aannemen van deze conclusies hebben de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, nota genomen van de volgende documenten:
|
— |
Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s over het Europees Jaar van de Jeugd 2022 (COM/2024/1 final); |
|
— |
Conclusies van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten over een alomvattende aanpak van de geestelijke gezondheid van jongeren in de Europese Unie (C/2023/1337); |
|
— |
Conclusies van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, over het bevorderen van de mainstreaming van jeugdbelangen in de beleidsbesluitvormingsprocessen van de Europese Unie (C/2023/1342); |
|
— |
Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s betreffende een alomvattende aanpak van geestelijke gezondheid (COM/2023/298 final); |
|
— |
Conclusies van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, over de sociale dimensie van een duurzaam Europa voor jongeren (2023/C 185/06); |
|
— |
Besluit (EU) 2023/936 van het Europees Parlement en de Raad van 10 mei 2023 over een Europees Jaar van de Vaardigheden (voor de EER relevante tekst) (PE/12/2023/REV/1); |
|
— |
Conclusies van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, over het stimuleren van de intergenerationele dimensie in jeugdzaken om de dialoog en de sociale samenhang te bevorderen (2022/C 495/03); |
|
— |
Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s — Een digitaal decennium voor kinderen en jongeren: de nieuwe Europese strategie voor een beter internet voor kinderen (BIK+) (COM/2022/212 final); |
|
— |
Conclusies van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, over het bevorderen van het engagement van jongeren als drijvende kracht van verandering ter bescherming van het milieu (2022/C 159/07); |
|
— |
Besluit (EU) 2021/2316 van het Europees Parlement en de Raad van 22 december 2021 over een Europees Jaar van de Jeugd (2022) (voor de EER relevante tekst) (PE/81/2021/REV/1); |
|
— |
Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s — EU-strategie ter bestrijding van antisemitisme en ter bevordering van het Joodse leven (2021-2030) (COM/2021/615 final); |
|
— |
Conclusies van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, over het behoud van bestaande en het creëren van nieuwe publieke ruimtes voor jongeren die hun zinvolle participatie in de maatschappij mogelijk maken (2021/C 501 I/04); |
|
— |
Aanbeveling (EU) 2021/1004 van de Raad van 14 juni 2021 tot instelling van een Europese kindergarantie (ST/9106/2021/INIT); |
|
— |
Conclusies van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, over het versterken van meerlagig bestuur bij het bevorderen van de participatie van jongeren aan besluitvormingsprocessen (2021/C 241/03); |
|
— |
Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's — EU-strategie voor de rechten van het kind (COM/2021/142 final); |
|
— |
Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Het actieplan voor de Europese pijler van sociale rechten” (COM/2021/102 final); |
|
— |
Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's — Een Unie van gelijkheid: strategie inzake de rechten van personen met een handicap 2021-2030 (COM/2021/101 final); |
|
— |
Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad van 17 december 2020 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027; |
|
— |
Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s — Strategie ter versterking van de toepassing van het Handvest van de grondrechten in de EU (COM/2020/711 final); |
|
— |
Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s — Een Unie van gelijkheid: strategie voor gelijkheid van lhbtiq’ers 2020-2025 (COM/2020/698 final); |
|
— |
Aanbeveling van de Raad van 30 oktober 2020 inzake “Een brug naar banen — Versterking van de jongerengarantie” en tot vervanging van de Aanbeveling van de Raad van 22 april 2013 tot invoering van een jongerengarantie (2020/C 372/01); |
|
— |
Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad — Een Unie van gelijkheid: strategisch EU-kader voor gelijkheid, integratie en participatie van de Roma (COM/2020/711 final); |
|
— |
Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's — Een Unie van gelijkheid: EU-actieplan tegen racisme 2020-2025 (COM/2020/565 final); |
|
— |
EU-actieplan inzake mensenrechten en democratie 2020-2024 (JOIN(2020) 5 final); |
|
— |
Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s — Een Unie van gelijkheid: strategie voor gendergelijkheid 2020-2025 (COM/2020/152 final); |
|
— |
Conclusies van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, over digitaal jeugdwerk (2019/C 414/02); |
|
— |
Resolutie van de Raad van de Europese Unie en van de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, over een kader voor Europese samenwerking in jeugdzaken: De EU-strategie voor jongeren 2019-2027 (2018/C 456/1); |
|
— |
Interinstitutionele proclamatie betreffende de Europese pijler van sociale rechten (2017/C 428/09); |
|
— |
Resolutie van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, van 20 mei 2014, over het overzicht van het proces van gestructureerde dialoog over onder meer de sociale insluiting van jongeren (2014/C 183/01); |
|
— |
Conclusies van de Raad van 20 mei 2014 over het stimuleren van ondernemerschap bij jongeren om de sociale inclusie van jongeren te bevorderen (2014/C 183/04); |
|
— |
Conclusies van de Raad over het verbeteren van de sociale insluiting van jongeren die niet werken en geen onderwijs of opleiding volgen (2014/C 30/03); |
|
— |
Conclusies van de Raad over de bijdrage van kwalitatief goed jongerenwerk tot de ontwikkeling, het welzijn en de sociale insluiting van jongeren (2013/C 168/03); |
|
— |
Conclusies van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, van 27 november 2012 over de participatie en sociale insluiting van jongeren, met nadruk op die met een migrantenachtergrond (2012/C 393/05); |
|
— |
Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (2012/C 326/02); |
|
— |
Resolutie van de Raad van 27 november 2009 over een nieuw kader voor Europese samenwerking in jeugdzaken (2010-2018) (2009/C 311/01). |
BIJLAGE II
In de bijgaande conclusies van de Raad gelden de volgende definities:
|
— |
“Diversiteitsgevoelige aanpak”: het herkennen en respecteren van individuele verschillen tussen jongeren en het tegelijkertijd nadenken over vooroordelen, discriminatie en uitsluitingsfactoren, zodat het hoofd kan worden geboden aan attitudes en praktijken die jongeren beletten zich welkom te voelen en deel te nemen aan op hen gerichte maatregelen en activiteiten. Het gaat hier om het nadenken over en ontwikkelen van structuren, attitudes en praktijken die oog hebben voor deze factoren, die diversiteit een plaats geven en die dus van meet af aan inclusief zijn (1). |
|
— |
“Emancipatoire ruimten”: ruimten waarin jongeren zichzelf kunnen zijn, kunnen experimenteren, nieuwe dingen kunnen proberen en waar falen is toegestaan, en wordt beschouwd als onderdeel van het leerproces en sociale integratie (2). Ruimten dus die bijdragen tot de autonomie, de geestelijke gezondheid en het welzijn van jongeren. Jongeren hebben ruimten nodig waar zij zichzelf kunnen zijn en kunnen floreren. Specifieke groepen hebben wanneer relevant hun eigen, veilige en faciliterende ruimten nodig die hen een duwtje in de rug geven om actief deel te nemen aan een samenleving waar jongeren met verschillende achtergronden elkaar ontmoeten, met elkaar activiteiten ontplooien en zich met elkaar verbinden. |
|
— |
“Intersectionele aanpak”: aanpak waarbij oog is voor de manier waarop persoonlijke kenmerken en identiteiten met elkaar verweven zijn en deze verwevenheid kan leiden tot unieke discriminatie-ervaringen. Hierbij wordt er rekening mee gehouden dat elke persoon tot verschillende en elkaar overlappende sociale groepen behoort en daardoor te maken kan krijgen met verschillende en elkaar vaak overlappende vormen van discriminatie, uitsluiting of, in het omgekeerde geval, voorrechten. |
|
— |
“Jongeren in een “maatschappelijk kwetsbare positie” ” (kansarme jongeren): jongeren die om economische, sociale, culturele, geografische of gezondheidsredenen, wegens een migratieachtergrond, een handicap of onderwijsproblemen, of om enige andere reden, met inbegrip van een reden die aanleiding kan geven tot discriminatie in de zin van artikel 21 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, kampen met belemmeringen die hen beletten of dreigen te beletten gelijke toegang te krijgen tot kansen, deel te nemen aan de samenleving of hun burgerschap uit te oefenen (3). |
|
— |
“Jeugdraden”: door jongeren geleide organen die actief zijn op nationaal of regionaal niveau, of op lokaal of gemeentelijk niveau (ook wel lokale jeugdraden genoemd). Deze raden opereren onafhankelijk van de overheid en worden opgericht als ngo of bij wetgevingshandeling. Zij komen onder meer op voor jongerenbelangen, doen aanbevelingen of geven adviezen aan besluitvormers, leveren expertise voor de ontwikkeling van (jeugd)beleid, bevorderen en bewaken de democratische waarden en stimuleren de democratische participatie van jongeren (4). |
(1) SALTO-YOUTH-kenniscentrum voor inclusie en diversiteit: Embracing Diversity. Een gids voor diversiteitsmanagement voor organisaties die actief zijn in intercultureel jeugdwerk, 2021.
(2) Conclusies van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, over het stimuleren van nieuwe benaderingen in jeugdwerk om het potentieel van jongeren aan het licht te brengen en te ontwikkelen (2016/C 467/03).
(3) Definitie van jongeren in een “maatschappelijk kwetsbare positie” (kansarme jongeren) in overeenstemming met de definitie in artikel 2, lid 4, van Verordening (EG) nr. 2021/888.
(4) Raad van Europa, Aanbeveling Rec(2006)1 van het Comité van Ministers aan de lidstaten over de rol van nationale jeugdraden in de ontwikkeling van jeugdbeleid.
BIJLAGE III
RESULTATEN VAN DE EU-JEUGDCONFERENTIE IN GENT (MAART 2024)
In de 10e cyclus van de EU-jongerendialoog, onder leiding van het voorzitterschapstrio van Spanje, België en Hongarije, ligt de thematische nadruk op Europese jongerendoelstelling nr. 3 — Inclusieve samenlevingen, die gericht is op het mogelijk maken en garanderen van de inclusie van alle jongeren in de samenleving, onder het motto “WE NEED YOUTH”.
In het kader hiervan organiseerde het Belgische voorzitterschap van 2 tot en met 5 maart 2024 in Gent de EU-Jeugdconferentie. Tijdens de conferentie hebben tien werkgroepen zich gebogen over zes thema’s met betrekking tot inclusieve samenlevingen: 1) structurele belemmeringen, 2) de rol van informatie, 3) gezondheid en mentaal welzijn, 4) formele inclusieve leeromgevingen, 5) niet-formele en informele inclusieve leeromgevingen en 6) aandekaakstelling van discriminerende attitudes en culturen.
Doel van de conferentie was om een solide basis te leggen voor politieke actie en om de resultaten van deze besprekingen te gebruiken om de beleidsontwikkeling verder te sturen. De conferentie heeft zes aanbevelingen en vierendertig uitvoeringsmaatregelen opgeleverd.
Aanbevelingen: de besprekingen in de werkgroepen van de conferentie resulteerden in zes aanbevelingen die betrekking hebben op de zes thema’s betreffende inclusieve samenlevingen. Deze aanbevelingen zijn met deskundige ondersteuning van ministeriële vertegenwoordigers tot stand gekomen op basis van input en feedback van de deelnemers aan de conferentie, en opgesteld en verfijnd door een speciaal redactieteam bestaande uit een jongerenvertegenwoordiger van de Belgische nationale jeugdraden, een vertegenwoordiger van het Europees Jeugdforum, bij de analyse van de resultaten van het raadplegingsproces betrokken onderzoekers, een deskundige van het SALTO-kenniscentrum voor inclusie en diversiteit en een vertegenwoordiger van het voorzitterschap. De aanbevelingen zijn ondergebracht in punt 26 van deze conclusies van de Raad.
Mogelijke uitvoeringsmaatregelen: tijdens de conferentie hebben de werkgroepen, eveneens met deskundige ondersteuning van ministeriële vertegenwoordigers, vierendertig mogelijke uitvoeringsmaatregelen uitgedacht. Met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel, de respectieve bevoegdheidsgebieden, de passende niveaus en betrokken actoren, worden met deze maatregelen de in de zes aanbevelingen neergelegde ideeën van de jongeren omgezet in concrete acties. Bij elke voorgestelde maatregel is aangegeven op welk beleidsniveau deze kan worden uitgevoerd.
Europese jongerendoelstelling nr. 3 inzake inclusieve samenlevingen — Mogelijke uitvoeringsmaatregelen
1. HET SYSTEEM WIJZIGEN: STRUCTURELE BELEMMERINGEN VOOR SOCIALE INCLUSIE
|
1.1 Onderzoeken hoe de mobiliteit van jongeren in grensregio’s kan worden gestimuleerd De Europese Commissie zou het grensoverschrijdend vervoer in plattelandsgebieden moeten onderzoeken en bekijken met welke maatregelen de samenwerking tussen regionale vervoersmaatschappijen kan worden vergemakkelijkt. Daarbij moet bijzondere aandacht uitgaan naar het effect van grotere samenhang tussen prijsstellingssystemen aan weerszijden van de grens voor met name jongeren in een “maatschappelijk kwetsbare positie”. Er moet een toolbox van passende maatregelen worden gecreëerd. Dit moet leiden tot lagere prijzen en een betaalbaarder ticketsysteem voor consumenten. |
NIVEAU: regionaal, EU |
|
1.2 Onafhankelijkheid van jongeren: subsidies voor jongerenhuisvesting Met deze maatregel zouden allerhande categorieën jongeren tussen de 16 en 30 jaar, waaronder studenten, werkende jongeren, jongeren die geen werk hebben en geen onderwijs of opleiding volgen enz., huisvestingssubsidie moeten kunnen krijgen op basis van hun sociale economische achtergrond en status. Uitvoering van deze maatregel zorgt voor billijke en eerlijke subsidies. Deze maatregel is gericht op de onafhankelijkheid en het welzijn van jongeren in alle aspecten van sociale participatie. |
NIVEAU: EU |
|
1.3 Digitale empowerment van Europese jongeren in landelijke en ultraperifere gebieden De Europese Commissie moet de lidstaten aanmoedigen ervoor te zorgen dat jongeren in heel Europa gelijke digitale toegang hebben. Daartoe is het zaak dat in plattelandsgebieden op grote schaal wifi wordt aangelegd en dat onderbediende gemeenschappen toegang krijgen tot laptops. Door voorrang te geven aan digitale inclusie zetten we jongeren in hun kracht en geven we ze de middelen voor werken op afstand, voor de ontwikkeling van hun vaardigheden en voor toegang tot digitale diensten. Deze maatregel moet zorgen voor een grotere inzetbaarheid op de arbeidsmarkt en voor betere toegang tot informatie. |
NIVEAU: EU |
|
1.4 Gratis openbaar vervoer voor alle jongeren Gratis openbaar vervoer voor alle jongeren waardoor de toegang tot scholen, banen en sociale kansen wordt verbeterd en achtergstelde gebieden kunnen groeien rond grote openbaarvervoersknooppunten. Dit initiatief weerspiegelt de erkenning van de EU dat jongeren met moeilijkheden kampen en heeft tot doel die moeilijkheden voortvarend aan te pakken. Deze maatregel moet leiden tot een duurzame, brede afname van de ongelijkheid. |
NIVEAU: nationaal |
|
1.5 Leegstandsbelasting als financiële prikkel voor sociale jongerenhuisvesting Woningen die meer dan twee jaar leeg staan (minder dan een maand per jaar bewoond worden) komen in aanmerking voor de leegstandsbelasting. De via deze belasting geïnde middelen worden gebruikt om verhuurders ertoe te bewegen hun panden aan te bieden op de sociale woningmarkt, en dan met name voor jongeren in een “maatschappelijk kwetsbare positie”. Deze maatregel moet ervoor zorgen dat verhuurders betrokken worden bij huisvestingsprogramma’s voor jongeren en moet de kansen voor jongeren verbreden. |
NIVEAU: nationaal |
|
1.6 Hoogstaande normen voor de financiële geletterdheid van alle jongeren in de EU Een goed inzicht in geldzaken (financiële geletterdheid) geeft jongeren meer mogelijkheden en het vertrouwen om de uitdagingen van het leven het hoofd te bieden en aan hun langetermijndoelstellingen te werken. Voor de uitvoering van een breed programma voor financiële geletterdheid is een geïntegreerde aanpak nodig en ook de betrokkenheid van een breed scala aan belanghebbenden, zoals scholen, bedrijven, banken en non-profitorganisaties. Deze maatregel moet leiden tot empowerment van jongeren en tot een verbetering van de financiële geletterdheid en de levenslange projectplanning van jongeren. |
NIVEAU: nationaal |
2. GEZONDHEID EN MENTAAL WELZIJN
|
2.1 Op elke school toegang tot een psycholoog De lidstaten en de kandidaat-lidstaten moeten ervoor zorgen dat er in alle fasen van het formeel onderwijs psychologen beschikbaar zijn. Met psychologen als onlosmakelijk deel van het schoolwezen kan de toegang tot de geestelijke gezondheidszorg worden verbeterd en kan in een vroeg stadium worden geholpen stigmatisering te voorkomen. Actieve betrokkenheid van de hele onderwijsgemeenschap bij preventie is essentieel. Deze onafhankelijk van het onderwijzend personeel opererende psychologen moeten bevoegd zijn om studenten zonder toestemming van de ouders door te verwijzen naar verdere professionele ondersteuning. Deze maatregel moet de toegang tot psychologische hulpverlening vergemakkelijken en geestelijke gezondheidsproblemen helpen voorkomen. |
NIVEAU: nationaal |
|
2.2 Diversiteit als financieringsvoorwaarde voor gezondheidsonderzoek De Europese Commissie moet diversiteit invoeren als criterium voor de toekenning van financiering voor medisch onderzoek. Uit het onderzoek van McKinsey&Company getiteld “Closing the data gaps in women’s health”, blijkt dat er in het medisch onderzoeksveld gendervooroordelen heersen. Dit heeft tot gevolg dat de meerderheid van de bevolking is uitgesloten van goed functionerende gezondheidszorg. Dit treft vooral jonge vrouwen, doordat hun kans om te worden gediagnosticeerd kleiner is. Deze maatregel moet leiden tot een lager sterftecijfer en gelijkwaardige gezondheidszorgstelsels voor jongeren. |
NIVEAU: EU |
|
2.3 Ondersteuning van het onderwijs en van initiatieven voor het mentaal welzijn van jongeren De Europese Commissie en de lidstaten moeten, voortbouwend op de strategie voor geestelijke gezondheid van 2023, programma’s ondersteunen die jongeren door middel van niet-formeel leren, uitwisseling van goede praktijken en op onderzoek gebaseerde informatie bewuster maken van welzijn en geestelijke gezondheid. Het delen, promoten en populariseren van de bestaande methoden en programma’s moet plaatsvinden via uiteenlopende platforms in de lidstaten. De kandidaat-lidstaten van de EU worden aangemoedigd om deze maatregel eveneens ten uitvoer te leggen. De maatregel moet de capaciteiten van belanghebbenden helpen vergroten en de mentale veerkracht van jongeren versterken. |
NIVEAU: EU |
|
2.4 Opname van gezondheid als discriminatiegrond in de wet De lidstaten moeten gezondheid toevoegen aan de lijst van discriminatiegronden. Gezondheid betreft de geestelijke gezondheid en lichamelijke aandoeningen. Doel is personen te beschermen tegen discriminatie, bijvoorbeeld op de werkplek en in het onderwijs. Dit rechtskader moet alle burgers beschermen, met inbegrip van studenten en werknemers met gezondheidsproblemen. Ook moet het hun de nodige middelen verschaffen om op voet van gelijkheid te gedijen in hun omgeving. De bedoeling is dat iedereen gelijke toegang tot onderwijs en werk heeft. |
NIVEAU: EU |
|
2.5 Scholing op het gebied van mentaal welzijn voor opleiders en jeugdwerkers Opleiders en jeugdwerkers moeten verplicht initiële en permanente scholing in empathie en levensvaardigheden krijgen zodat zij doeltreffend kunnen communiceren, ondersteuning kunnen bieden op het gebied van mentaal welzijn en jongeren kunnen stimuleren tot bewustwording, aangepast aan hun noden en behoeften. Daarnaast moeten de betrokken autoriteiten te allen tijde actueel lesmateriaal ter beschikking hebben, gebruikmakend van bestaande EU-instrumenten en -programma’s. De bevoegde autoriteiten moeten hiervoor gepaste middelen ter beschikking stellen. De kandidaat-lidstaten van de EU worden aangemoedigd om zich hierbij aan te sluiten. Doel van de maatregel is jongeren toegang te geven tot stafmedewerkers die getraind zijn in geestelijke gezondheidsondersteuning. |
NIVEAU: EU |
3. INCLUSIEVE LEEROMGEVINGEN — FORMEEL ONDERWIJS EN SCHOLEN
|
3.1 Integratie van niet-formeel leren door ngo’s in formele burgerschapsvorming Scholen zouden moeten worden gestimuleerd om door jongeren geleide ngo’s, in samenwerking met jeugdwerkers, te betrekken bij de uitvoering van het curriculum voor burgerschapsvorming met behulp van niet-formele methoden. Het initiatief moet worden ondersteund door de EU-instellingen. De cursus kan worden gebaseerd op het nationale curriculum en samen met jeugdwerkers en leerkrachten worden voorbereid. In de lessen van een door jongeren geleide ngo leren jongeren over het maatschappelijk middenveld en zijn er meer mogelijkheden voor participatie en sociale inclusie doordat jongeren er rechtstreeks van leeftijdsgenoten leren. Deze maatregel moet mogelijkheden bieden om via burgerschapsvorming praktische vaardigheden aan te leren. |
NIVEAU: lokaal, nationaal, EU |
||||||
|
3.2 Rechtskaders vaststellen voor landelijke en inclusieve regionale studentenvertegenwoordigingen De lidstaten moeten deze rechtskaders in het leven roepen ter definiëring van studenten-zelfbestuur, ter bevordering van maatschappelijke betrokkenheid en ter verlening van een zekere mate van bestuurlijke medebeslissingsbevoegdheid, zodat studenten belangrijke stakeholders kunnen worden in de besluitvorming op alle niveaus. Deze structuren moeten bij hun activiteiten en in hun hele structuur bij voorrang intersectioneel te werk gaan met onder meer inclusiviteits- en diversiteitsfunctionarissen. Het rechtskader moet studenten alle vrijheid garanderen om hun bezorgdheden te uiten en feedback te geven. Deze maatregel moet leiden tot sterkere studentenvertegenwoordiging, -zelfbestuur en -participatie, en tot democratisch vertrouwen. |
NIVEAU: lokaal, regionaal, nationaal |
||||||
|
3.3 Antidiscriminatiepraktijken in beroepsonderwijs en -opleiding verbeteren Er moeten systemen worden opgezet voor studenten die op zoek zijn naar een stageplaats en daarnaast moet de werving voor stages worden vereenvoudigd door:
Algeheel doel van deze maatregel is de kans op discriminatie bij aanwerving en gedurende stages voor leerlingen in het beroepsonderwijs te verminderen. |
NIVEAU: regionaal, nationaal, EU |
||||||
|
3.4 Gezamenlijke onderwijsinitiatieven met scholieren met verschillende achtergronden Jongeren met verschillende achtergronden, jongeren in een “maatschappelijk kwetsbare positie” inbegrepen, moeten in een niet-formele omgeving dingen met elkaar kunnen ondernemen (bijvoorbeeld samenwerking tussen scholen voor speciaal/buitengewoon onderwijs en andere scholen). Scholen moeten gezamenlijke activiteiten organiseren zodat jongeren van elkaar kunnen leren. Door dit soort activiteiten worden belemmeringen weggenomen en kunnen jongeren met elkaar in contact komen en elkaar verrijken. Financiering is cruciaal om alle jongeren een eerlijke kans te geven mee te doen. Deze maatregel leidt tot gedeelde ervaringen en zorgt voor een betere kennis van en begrip tussen verschillende groepen jongeren. |
NIVEAU: lokaal, nationaal |
||||||
|
3.5 Gestroomlijnde financiering voor jongeren die minder kansen hebben op het vak van onderwijs Er is doelgerichte financiering nodig voor het opzetten van ondersteuningsprogramma’s in onderwijsinstellingen voor lerenden die in alle stadia van het onderwijs te kampen hebben met verschillende vormen van achterstand. Deze ondersteuningsprogramma’s moeten diensten op maat bieden, waaronder ondersteunende technologieën en nieuwe infrastructuur voor de uiteenlopende toegangsnoden van deze lerenden. Deze maatregel moet gemarginaliseerde lerenden een betere toegang tot onderwijs bieden en een grotere kans van slagen in het onderwijs. |
NIVEAU: lokaal, nationaal, EU |
||||||
|
3.6 Een leven lang leren over inclusie voor opleiders Er zijn speciale Erasmus+-projecten nodig gericht op het trainen van opleiders in inclusie en diversiteit waarna deze opleiders de opgedane kennis en vaardigheden kunnen doorgeven aan hun collega’s. Het is belangrijk nationale/regionale programma’s voor scholen te ontwikkelen voor de uitwisseling en evaluatie van inclusie- en diversiteitspraktijken. Dit moet scholen in staat stellen hun aanpak van inclusiviteit en diversiteit te verbeteren en het voor hen gemakkelijker maken permanent te reflecteren op hun eigen werkwijzen. Deze maatregel heeft tot doel leerkrachten een beter inzicht te geven in inclusie en ze uit te rusten met dienaangaande vaardigheden. |
NIVEAU: regionaal, nationaal, EU |
4. INCLUSIEVE LEEROMGEVINGEN: NIET-FORMEEL EN INFORMEEL LEREN EN JEUGDWERK
|
4.1 Bevordering van geprofessionaliseerd jeugdwerk in heel Europa door middel van structurele investeringen en vorming De plaats van informeel leren en jeugdwerk bij het creëren van inclusieve ruimten moet worden erkend. De impact van jeugdwerk moet worden ondersteund door empirisch onderbouwd academisch onderzoek aan te moedigen. Financiering moet duurzaam en structureel van aard zijn, ten behoeve van betere jeugddiensten en inclusieopleidingen. De erkenning van de deskundigheid van jeugdwerkers moet worden versterkt met behulp van gemeenschappelijke normen. Doel van deze maatregel is de rechten van jongeren uit achtergestelde milieus te beschermen. |
NIVEAU: nationaal, EU |
|
4.2 Zorgen voor capaciteitsopbouw en voortdurende dialoog tussen jeugdwerkers en belanghebbenden Deze maatregel omvat drie fasen: 1) de consultatiefase, waarin jeugdwerkers, niet-formele en informele opleiders in dialoog met beleidsmakers hun noden en behoeften in kaart brengen; 2) de actieplanfase, waarin besluitvormers een reeks acties afspreken voor de in de vorige fase gedefinieerde doelgerichte onderwerpen; 3) uitvoerings- en evaluatiefase, waarin de maatregelen worden uitgevoerd en de effecten ervan geëvalueerd. Met deze maatregel moet worden gegarandeerd dat voorzien wordt in de noden en behoeften van jeugdwerkers en dat er een permanente dialoog wordt gevoerd. |
NIVEAU: nationaal |
|
4.3 Betere toegang tot financieringsmogelijkheden op lokaal niveau Invoering van een lokaal en vereenvoudigd financieringskader voor niet-formeel onderwijs en de empowerment van jongeren. Dit moet worden gefinancierd met speciaal geoormerkte budgetten die afkomstig zijn van bestaande Europese en nationale programma’s. Hiermee kunnen door de gemeenschap aangestuurde initiatieven voor jongeren in een “maatschappelijk kwetsbare positie” worden uitgevoerd. Informatie over het financieringskader moet eenvoudig toegankelijk zijn via verschillende relevante communicatiekanalen en -structuren. Financiering moet op eenvoudige wijze kunnen worden aangevraagd via gebruikersvriendelijke platforms. Bedoeling van deze maatregel is dat jongeren in een “maatschappelijk kwetsbare positie” toegang hebben tot en profiteren van goed gefinancierd niet-formeel onderwijs. |
NIVEAU: lokaal |
|
4.4 Participatieve budgettering waarin jongeren centraal staan Via niet-formele methoden, datagestuurde resultaten en participatieve structuren wordt de lokale jeugd aangemoedigd samen met uiteenlopende belanghebbenden middelen te begroten (participatieve budgettering). Dit bevordert de sociale inclusie, breekt barrières af en bevordert de geletterdheid van jongeren. Ook wordt zo de kennis op het gebied van niet-formeel onderwijs gestimuleerd. Deze maatregel moet leiden tot grotere participatie van jongeren, hechtere gemeenschappen en betere economische kansen. |
NIVEAU: lokaal, regionaal |
|
4.5 Mobiel jeugdwerk Om jongeren in een “maatschappelijk kwetsbare positie” te kunnen bereiken, is het nodig dat de lidstaten middelen ter beschikking stellen voor mobiel jeugdwerk. Dit mobiele jeugdwerk zal samen met lokale belanghebbenden steun, informatie en programma’s bieden aan jongeren die te kampen hebben met sociale uitsluiting. Het zal de samenwerking tussen jeugdwerkers en lokale belanghebbenden versterken en is erop gericht jongeren die met sociale uitsluiting kampen gelijke toegang te bieden tot kansen om niet-formeel onderwijs te volgen. Deze maatregel is gericht op gelijke toegang tot niet-formeel onderwijs. |
NIVEAU: lokaal, nationaal |
|
4.6 Formele erkenning van vrijwillig jeugdwerk Mensen die vrijwillig jeugdwerk verrichten, moeten gratis scholing kunnen krijgen, opdat zij doorlopend het bewustzijn en de competenties kunnen verwerven of verbeteren die nodig zijn om in samenwerking met jeugdorganisaties inclusieve en veilige ruimten voor jongeren te scheppen. Aan het einde van de scholing krijgen vrijwilligers dan een certificaat waaraan bepaalde voordelen zijn gekoppeld zoals universitaire studiepunten, vervoer, culturele kortingen enz. Deze scholing moet vrijwilligers de nodige kennis en bewustzijn verschaffen over discriminatie, (sociale) uitsluiting en geestelijke gezondheid. Doel van deze maatregel is het aantal mensen dat vrijwillig jeugdwerk verricht te vergroten, en hun kennis op een hoger peil te brengen. |
NIVEAU: nationaal |
5. DE ROL VAN INFORMATIE EN SOCIALE INCLUSIE
|
5.1 Introductie van workshops over jeugdinformatie en kritisch denken op scholen Jeugdorganisaties moeten in samenwerking met jongeren niet-formele workshops organiseren op scholen, gericht op met name leerlingen in een “maatschappelijk kwetsbare positie”, teneinde desinformatie aan te pakken. De lidstaten worden aangemoedigd deze interactieve workshops in te bedden in het formele onderwijs. De jongerenorganisaties moeten voor de uitvoering van deze workshops financiering krijgen uit initiatieven van de Europese Commissie. Deze maatregel heeft tot doel het kritisch langetermijndenken van jongeren te ontwikkelen en hen mediageletterd te maken. |
NIVEAU: lokaal, EU |
|
5.2 Verkenning van betrouwbaar nieuws, bronnen en verifieerbare informatie. Er moet een onafhankelijk inclusieplatform worden opgezet waar feiten kunnen worden gecheckt. Dit platform biedt inclusieve instrumenten om mediageletterdheid te onderwijzen en te verbeteren. In de wetenschap dat in sommige lidstaten ’zo een platform deels al bestaat, moedigen wij peer learning aan om goede praktijken uit te wisselen, met bijzondere aandacht voor jongeren in een “maatschappelijk kwetsbare positie”. Om te zorgen voor de juiste inclusieve uitvoering moedigen wij jongeren met uiteenlopende achtergronden aan om het platform te helpen opzetten. Deze maatregel moet vooroordelen helpen voorkomen en de positie van jongeren in een “maatschappelijk kwetsbare positie” versterken. |
NIVEAU: EU |
|
5.3 Campagne voor hoogwaardige informatie en mediageletterdheid om jongeren te empoweren. De EU-instellingen moeten in samenwerking met de lidstaten een campagne met langdurige effecten opzetten door middelen te verstrekken voor maatschappelijke, educatieve en informatieve initiatieven en programma’s voor jongeren. Zo een campagne vergroot het bewustzijn over de kwaliteit van de informatie- en mediaconsumptie van jongeren als krachtige factor voor sociale inclusie. Ook zorgt een dergelijke campagne voor een sterkere media-aandacht in Europa, mogelijk te centreren rond de wereldwijde week van de VN voor media- en informatievaardigheden. Doel is dat jongeren dankzij deze maatregel hoogwaardige informatie kunnen herkennen en desinformatie kunnen bestrijden. |
NIVEAU: nationaal, EU |
|
5.4 Inrichting van inclusieve jeugdruimten die werken als informatiehubs. De lidstaten moeten gemeenten helpen lokale jongerenruimten in te richten die aantrekkelijk zijn voor jongeren, die hun experimentele leerruimten bieden en die goed zijn uitgerust voor zowel jongeren als jeugdwerkers. Deze ruimten moeten zowel financieel als qua personele middelen goed worden toegerust. Jeugdwerkers moeten goed geïnformeerd en goed opgeleid zijn, moeten jongeren naar betrouwbare informatiebronnen kunnen leiden en hoogwaardige programma’s kunnen opzetten. Deze maatregel moet zorgen voor goed geïnformeerde, empowerde en actieve jongeren. |
NIVEAU: lokaal, regionaal |
|
5.5 Een eenvoudige EU: systematisch inclusieve informatie voor iedereen. De EU-instellingen moeten systematisch alle voor jongeren relevante EU-informatie, zoals websites, beleidsmaatregelen en programma’s, in gemakkelijk leesbare en toegankelijke taal beschikbaar stellen in audiovisuele formaten, gebarentaal en alle Europese talen. Er zijn criteria en richtsnoeren nodig voor de verwoording van deze informatie en focusgroepen zouden die informatie voorafgaand aan publicatie kunnen controleren op toegankelijkheid. Deze maatregel moet zorgen voor empowerment, de mogelijkheid kansen te grijpen en voor groter vertrouwen in de EU. |
NIVEAU: EU |
6. AANDEKAAKSTELLING VAN DISCRIMINERENDE ATTITUDES EN CULTUREN
|
6.1. Gebruik van inclusieve taal in EU-beleidsdocumenten De EU moet in gebruik zijnde beleidsdocumenten screenen op discriminerende zinnen/termen/woorden en deze waar nodig vervangen door inclusieve alternatieven. Al het nieuwe beleid moet worden opgesteld in inclusieve taal en worden getoetst op inclusiviteit, zodat het alle mensen vertegenwoordigt, ongeacht leeftijd, ras, geslacht, godsdienst, etniciteit, afkomst en handicap. Deze richtsnoeren moeten eveneens gevolgd worden als beleid vertaald wordt in de overige officiële talen, zodat het inclusieve aspect intact blijft. Deze maatregel heeft tot doel ervoor te zorgen dat alle personen waarop een beleidsdocument betrekking heeft, zich vertegenwoordigd en betrokken voelen. |
NIVEAU: nationaal, EU |
||||||
|
6.2. Permanente educatie gericht op acceptatie en bewustzijn van diversiteit Voor de aanpak van discriminerende attitudes en culturen is het belangrijk dat burgers worden gestimuleerd zich in alle stadia van hun leven te blijven vormen, met een accent op acceptatie en bewustmaking van diversiteit. In het leermateriaal moet de nadruk liggen op culturele uitwisseling, inclusiviteit, intersectionaliteit en menging van maatschappelijke groepen. Het materiaal moet toegankelijk zijn (online/offline) en gemakkelijk overdraagbaar naar uiteenlopende onderdelen van de samenleving, waaronder het verplichte onderwijs aan kinderen en de werkomgeving. Deze maatregel moet leiden tot bewustwording over diversiteit, hetgeen de algemene acceptatie van mensen zal bepalen. |
NIVEAU: nationaal, EU |
||||||
|
6.3 Een intersectionele en representatieve aanpak hanteren van alle strategieën De lidstaten moeten bij de uitvoering van mechanismen en strategieën (bijv. het inclusiever maken van de EUJD, het opstellen of naar behoren uitvoeren van nationale plannen) op elk beleidsterrein een intersectionele aanpak hanteren om discriminerende attitudes en culturen tegen te gaan. Dit moet worden bereikt door ervaringsdeskundigen en vertegenwoordigende structuren te betrekken bij een duurzaam participatieproces, met zorg voor de getroffenen en in overeenstemming met het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind en andere mensenrechtenverdragen. Deze maatregel is gericht op verwezenlijking van een samenleving waarin individuele noden en behoeften volledig geëerbiedigd worden. |
NIVEAU: nationaal |
||||||
|
6.4. Gelijke rechten waarborgen: goede jongerentoetsing op alle niveaus. In de beleidsvorming worden niet alle noden en behoeften van jongeren meegenomen. Het is voor hen daardoor moeilijk hun economische, sociale en culturele rechten ten volle uit te oefenen. Een goede jongerentoets, eigenlijk een soort effectbeoordeling, moet uit twee fasen bestaan: een pre-evaluatiefase waarin de mogelijke impact van voorgestelde wetgeving op jongeren wordt beoordeeld, en een post-evaluatiefase na aanneming van de wetgeving, waarin de daadwerkelijke effecten op korte en lange termijn worden gemonitord. Doel van deze maatregel is dat rekening wordt gehouden met de noden en behoeften en moeilijkheden van jongeren. |
NIVEAU: lokaal, regionaal, nationaal, EU |
||||||
|
6.5. EU-financiering voor intergenerationele ruimten binnen Europese gemeenten Georganiseerde en niet-georganiseerde groepen en/of individuen alsmede lokale overheden moeten financiering kunnen aanvragen voor veilige en vrije ruimten om mensen/groepen met elkaar in contact te brengen. Gemeenschappen moeten de mogelijkheid hebben om samen te komen en elkaar te leren waarderen. De ruimten moeten gratis, toegankelijk en veilig zijn en de betrokkenheid van een diversiteit aan groepen garanderen. De eindgebruikers moeten deelnemen aan/betrokken zijn bij het (her)ontwerpen van ongebruikte ruimten, van inrichting tot beheer en exploitatie. Deze maatregel moet ervoor zorgen dat 1 500 ruimten binnen de EU worden (her)ontworpen. |
NIVEAU: lokaal, nationaal, EU |
||||||
|
6.6. Vooroordelen voorkomen door de aanvaarding van minderheidsgroepen en voorlichting over zelfreflectie
Deze maatregel moet het wederzijds begrip bevorderen, vooroordelen bestrijden en opleiders in hun kracht zetten. |
NIVEAU: lokaal, regionaal, nationaal, EU |
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/3808/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)