European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

C-serie


C/2024/3554

7.6.2024

Samenvatting van het besluit van de Commissie

van 4 maart 2024

inzake een procedure op grond van artikel 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en artikel 54 van de EER-overeenkomst

(Zaak AT.40437 – APPLE – APP STORE-PRAKTIJKEN (STREAMEN VAN MUZIEK))

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2024)1307 final)

(Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek)

(Voor de EER relevante tekst)

(C/2024/3554)

Op 4 maart 2024 heeft de Commissie een besluit vastgesteld inzake een procedure op grond van artikel 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en artikel 54 van de EER-overeenkomst. Overeenkomstig artikel 30 van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad  (1) maakt de Commissie hierbij de namen van de partijen en de belangrijkste punten van het besluit bekend, met inbegrip van de opgelegde sancties, rekening houdend met het rechtmatige belang van ondernemingen inzake de bescherming van hun bedrijfsgeheimen.

1.   INLEIDING

(1)

Het besluit betreft misbruik van een machtspositie op de markt voor het aanbieden aan ontwikkelaars van platforms voor de distributie van muzieksoftwareapps (“apps”) aan iPhone- en iPad-gebruikers (hierna “iOS-gebruikers” genoemd). Het besluit is gericht tot Apple Inc. en Apple Distribution International Limited (hierna samen “Apple” genoemd).

(2)

Het besluit betreft één enkele en voortdurende inbreuk op artikel 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en artikel 54 van de EER-overeenkomst, bestaande uit bepaalde voorwaarden (de zogenaamde “anti-steering”-regels) voor het gebruik van de App Store van Apple (“App Store”) door ontwikkelaars van apps voor muziekstreamingdiensten op de slimme mobiele apparaten van Apple die gebruikmaken van de besturingssystemen iOS en iPadOS (te weten de iPhones en iPads van Apple) in de Europese Economische Ruimte (“EER”).

2.   BESCHRIJVING VAN DE ZAAK

2.1.   Procedure

(3)

Op 16 juni 2020 heeft de Commissie een procedure in de zin van artikel 2, lid 1, van Verordening (EG) nr. 773/2004 (2) ingeleid tegen Apple.

(4)

Op 30 april 2021 heeft de Commissie een mededeling van punten van bezwaar tegen Apple vastgesteld waarin zij haar voorlopige mededingingsbezwaren heeft uiteengezet met betrekking tot bepaalde voorwaarden voor het gebruik van de App Store door ontwikkelaars van muziekstreamingapps op de slimme mobiele apparaten van Apple.

(5)

Op 28 februari 2023 heeft de Commissie de mededeling van punten van bezwaar van 30 april 2021 vervangen door een herziene mededeling van punten van bezwaar, waarin de omvang van de in deze zaak tegen Apple geformuleerde bezwaren werd beperkt tot de “anti-steering”-regels.

(6)

De hoorzitting heeft plaatsgevonden op 30 juni 2023.

(7)

Op 6 december 2023 heeft de Commissie Apple een letter of facts doen toekomen waarin de aandacht van Apple werd gevestigd op aanvullend bewijsmateriaal dat na de vaststelling van de mededeling van punten van bezwaar van 28 februari 2023 aan het dossier was toegevoegd.

(8)

Op 25 januari 2024 heeft Apple wijzigingen aangekondigd van onder meer iOS en de App Store-regels in de Europese Unie. Deze wijzigingen waren niet van kracht op de datum van vaststelling van het besluit en werden derhalve niet beoordeeld.

(9)

Het Adviescomité voor mededingingsregelingen en economische machtsposities heeft op 1 maart 2024 een gunstig advies uitgebracht.

2.2.   Samenvatting van de inbreuk

(10)

In het besluit wordt vastgesteld dat de regels van Apple die zijn vastgelegd in de verschillende versies van de App Store Review Guidelines die van toepassing waren tijdens de inbreukperiode (hierna “de richtsnoeren” genoemd) en in de voorwaarden van de Developer Program License Agreement (hierna de “licentieovereenkomst” genoemd), die aanbieders van muziekstreamingdiensten beletten iOS-gebruikers te informeren over alternatieve (en vaak goedkopere) abonnementsmogelijkheden buiten iOS-apps en iOS-gebruikers beletten een effectieve keuze te maken tussen alternatieve abonnementsmogelijkheden (te weten de “anti-steering”-regels), één enkele en voortdurende inbreuk vormen op artikel 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en artikel 54 van de EER-overeenkomst.

(11)

In het besluit wordt Apple gelast de enkele en voortdurende inbreuk onverwijld te beëindigen. Daartoe gelast de Commissie Apple de “anti-steering”-regels te schrappen uit de desbetreffende voorwaarden voor het gebruik van de App Store van Apple door aanbieders van muziekstreamingdiensten, zoals die zijn vastgelegd in de richtsnoeren en de licentieovereenkomst.

2.3.   Adressaten en duur van de inbreuk

(12)

In het besluit wordt vastgesteld dat Apple Inc. en Apple Distribution International Limited inbreuk hebben gemaakt op artikel 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en artikel 54 van de EER-overeenkomst.

(13)

De inbreuk is ten laatste op 30 juni 2015 begonnen, toen Apple definitief een machtspositie had verworven op de markt voor het aanbieden aan ontwikkelaars van platforms voor de distributie van muziekstreamingapps aan iOS-gebruikers in de EER.

(14)

De inbreuk duurde nog steeds voort op de datum van vaststelling van het besluit, aangezien Apple op die datum de “anti-steering”-regels in de EER nog niet had opgeheven.

(15)

Voor de toepassing van het besluit omvat de EER het Verenigd Koninkrijk voor de periode tot en met 31 december 2020 overeenkomstig artikel 92 van het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie.

2.4.   Geldboete

(16)

In het besluit wordt de algemene methode van de richtsnoeren voor de berekening van geldboeten (3) van 2006 toegepast, alsook punt 37 daarvan, op grond waarvan een extra vast bedrag kan worden opgelegd.

2.4.1.   Bedrag van de geldboete volgens de algemene methode

a.   Basisbedrag van de boete

(17)

Bij de vaststelling van de geldboete overeenkomstig de algemene methode van de richtsnoeren voor de berekening van geldboeten van 2006 heeft de Commissie rekening gehouden met de inkomsten die Apple in de EER heeft gegenereerd uit de commissies die in de App Store door Apple zijn aangerekend aan de belangrijkste aanbieders van muziekstreamingdiensten in boekjaar 2023 van Apple, dat liep van 25 september 2022 tot en met 30 september 2023 en het laatste volledige boekjaar van Apple is waarin Apple met betrekking tot de EER aan de inbreuk heeft deelgenomen.

(18)

Daarnaast heeft de Commissie rekening gehouden met de inkomsten die Apple in het Verenigd Koninkrijk heeft gegenereerd uit de commissies die in de App Store door Apple zijn aangerekend aan de belangrijkste aanbieders van muziekstreamingdiensten in boekjaar 2020 van Apple, dat liep van 29 september 2019 tot en met 26 september 2020.

(19)

De Commissie heeft rekening gehouden met de geografische omvang van de desbetreffende markt waarop de inbreuk betrekking heeft, met het feit dat Apple een monopolie heeft op de markt voor het aanbieden aan ontwikkelaars van platforms voor de distributie van muziekstreamingapps aan iOS-gebruikers met een marktaandeel van 100 %, met het aantal iOS-gebruikers met een Premium-abonnement (d.w.z. een betalend abonnement) bij de belangrijkste aanbieders van muziekstreamingdiensten aan wie hoge maandelijkse abonnementsprijzen zijn aangerekend, en met de andere schade die de “anti-steering”-regels van Apple voor consumenten hebben veroorzaakt in de zin van stopzettingen van abonnementen wegens de hoge prijzen, verminderde klantervaring, moeilijkheden bij het overstappen en frustratie omdat zij hun favoriete aanbieder van muziekstreamingdiensten niet konden vinden. Rekening houdend met deze factoren en in het licht van de specifieke omstandigheden van deze zaak, werd het aandeel van de waarde van de verkopen dat in dit geval moest worden gebruikt om het basisbedrag van de geldboete vast te stellen, vastgesteld op 11 %.

(20)

De Commissie heeft rekening gehouden met de duur van de enkele en voortdurende inbreuk, zoals hierboven vermeld.

b.   Aanpassingen van het basisbedrag

(21)

De Commissie heeft vastgesteld dat er in deze zaak sprake is van verzwarende omstandigheden, in die zin dat Apple in het kader van de administratieve procedure onjuiste informatie heeft verstrekt, wat heeft geleid tot een verhoging van het basisbedrag van de geldboete met 20 %.

(22)

In deze zaak is er geen sprake van verzachtende omstandigheden.

2.4.2.   Afschrikking

(23)

De Commissie was van mening dat zowel de bijzondere kenmerken van de zaak als de noodzaak om een bepaald afschrikkend niveau te bereiken, een afwijking van de algemene methode voor de vaststelling van het bedrag van de geldboete overeenkomstig punt 37 van de richtsnoeren van 2006 rechtvaardigden.

(24)

Overeenkomstig de in het besluit uiteengezette beginselen heeft de Commissie besloten de geldboete die volgens de algemene methode aan Apple moet worden opgelegd, te verhogen met een extra vast bedrag.

3.   CONCLUSIE

(25)

In het licht van het voorafgaande bedraagt het eindbedrag van de geldboete die ingevolge artikel 23, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1/2003 aan Apple wordt opgelegd voor de enkele en voortdurende inbreuk:

Standaard geldboete

40 984 000  EUR

Vast bedrag

1 800 000 000  EUR

Totale boete

1 840 984 000  EUR

(26)

De berekende geldboeten bedragen niet meer dan 10 % van de wereldwijde omzet van Apple.

(1)   PB L 1 van 4.1.2003, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 411/2004 (PB L 68 van 6.3.2004, blz. 1).

(2)  Verordening (EG) nr. 773/2004 van de Commissie van 7 april 2004 betreffende procedures van de Commissie op grond van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PB L 123 van 27.4.2004, blz. 18).

(3)  Richtsnoeren voor de berekening van geldboeten die uit hoofde van artikel 23, lid 2, punt a), van Verordening nr. 1/2003 worden opgelegd (PB C 210 van 1.9.2006, blz. 2).


ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/3554/oj

ISSN 1977-0995 (electronic edition)