|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2024/3418 |
10.6.2024 |
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 18 april 2024 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Městský soud v Praze - Republiek Tsjechië) – Heureka Group a.s. / Google LLC
[Zaak C-605/21 (1) , Heureka Group (Online prijsvergelijkers)]
(Prejudiciële verwijzing - Artikel 102 VWEU - Doeltreffendheidsbeginsel - Schadevorderingen volgens nationaal recht wegens inbreuken op de bepalingen van het mededingingsrecht - Richtlijn 2014/104/EU - Te late omzetting van de richtlijn - Toepassing in de tijd - Artikel 10 - Verjaringstermijn - Nadere regels van de dies a quo - Beëindiging van de inbreuk - Kennis van de informatie die noodzakelijk is om een schadevordering te kunnen instellen - Bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie van de samenvatting van het besluit van de Europese Commissie waarbij een inbreuk op de mededingingsregels wordt vastgesteld - Bindende kracht van een besluit van de Commissie dat nog niet definitief is - Schorsing of stuiting van de verjaringstermijn tijdens het onderzoek van de Commissie of tot op de datum waarop haar besluit definitief wordt)
(C/2024/3418)
Procestaal: Tsjechisch
Verwijzende rechter
Městský soud v Praze
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Heureka Group a.s.
Verwerende partij: Google LLC
Dictum
Artikel 10 van richtlijn 2014/104/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 november 2014 betreffende bepaalde regels voor schadevorderingen volgens nationaal recht wegens inbreuken op de bepalingen van het mededingingsrecht van de lidstaten en van de Europese Unie, artikel 102 VWEU en het doeltreffendheidsbeginsel
moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen een nationale regeling, zoals uitgelegd door de bevoegde nationale rechterlijke instanties, die voor schadevorderingen wegens voortdurende inbreuken op de mededingingsregels van de Unie voorziet in een verjaringstermijn van drie jaar die:
|
— |
autonoom en afzonderlijk voor elke gedeeltelijke schade die het gevolg is van een dergelijke inbreuk begint te lopen vanaf het tijdstip waarop de benadeelde kennis heeft gekregen of redelijkerwijs kan worden geacht kennis te hebben gekregen van het feit dat hij die gedeeltelijke schade heeft geleden en van de identiteit van de persoon die deze schade moet vergoeden, zonder dat de benadeelde kennis heeft gekregen van het feit dat de betrokken gedraging een inbreuk op de mededingingsregels vormt en zonder dat deze inbreuk is beëindigd, en |
|
— |
tijdens het onderzoek van de Europese Commissie naar die inbreuk niet kan worden geschorst of gestuit. |
Bovendien verzet artikel 10 van richtlijn 2014/104 zich ook tegen een dergelijke regeling voor zover deze niet voorschrijft dat de verjaringstermijn op zijn minst wordt geschorst tot één jaar na de datum waarop het besluit waarbij de inbreuk wordt vastgesteld, definitief is geworden.
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/3418/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)