|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2024/2489 |
23.4.2024 |
Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité inzake de gezamenlijke mededeling aan het Europees Parlement, de Europese Raad en de Raad betreffende een “Strategie voor economische veiligheid van de EU”
(JOIN(2023) 20 final)
(C/2024/2489)
|
Rapporteur: |
Milena ANGELOVA |
|
Raadpleging |
Europese Commissie, 20.9.2023 |
|
Rechtsgrond |
Artikel 304 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie |
|
Besluit van de voltallige vergadering |
11.7.2023 |
|
Rechtsgrond |
Artikel 52, lid 2, van het reglement van orde |
|
|
Initiatiefadvies |
|
Bevoegde afdeling |
Externe Betrekkingen |
|
Goedkeuring door de afdeling |
21.12.2023 |
|
Goedkeuring door de voltallige vergadering |
14.2.2024 |
|
Zitting nr. |
585 |
|
Stemuitslag (voor/tegen/onthoudingen) |
143/2/9 |
1. Conclusies en aanbevelingen
|
1.1. |
Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) is ingenomen met de in de mededeling gekozen benadering om maatregelen op het gebied van economische veiligheid vanuit verschillende invalshoeken te bekijken. Het EESC staat achter de aanpak die uitgaat van de beoordeling van bedreigingen, risico’s en kwetsbaarheden, maar vindt ook dat de kansen die de mondiale uitdagingen bieden, moeten worden geanalyseerd en benut, op basis van een grondige evaluatie van de sterke punten van de EU. |
|
1.2. |
Voor het EESC is het bevorderen van het concurrentievermogen van de EU een cruciale prioriteit. Investeren in innovatie, vaardighedenontwikkeling en industriële capaciteiten en daarnaast het waarborgen van de goede werking van de interne markt zijn onmisbare middelen om de productiviteit en het concurrentievermogen te verhogen en tegelijk kritieke afhankelijkheden te verminderen, zonder afbreuk te doen aan de sociale markteconomie van de EU. |
|
1.3. |
Het EESC benadrukt dat de continuïteit van de energie- en grondstoffenvoorziening essentieel is voor alle sectoren van de economie en dus voor de algehele economische veiligheid van de EU. Ook veilige digitale systemen en een krachtige digitale capaciteit spelen een steeds belangrijkere rol, aangezien de digitalisering een impact heeft op de hele economie en samenleving. |
|
1.4. |
Voor een stabiele toegang tot financiering zonder al te zeer afhankelijk te zijn van derde landen, moeten de kapitaalmarktenunie en de bankenunie dringend worden voltooid. Het EESC benadrukt dat de EU op dit gebied nog steeds achterloopt op haar belangrijkste concurrenten, dat zij bestaande obstakels uit de weg moet ruimen en geen nieuwe maatregelen mag invoeren die de toegang tot particuliere financiering belemmeren. De EU moet ook zorgen voor voldoende overheidsfinanciering, waarbij investeringen in infrastructuur, onderzoek en innovatie, onderwijs en opleiding prioriteit moeten krijgen. |
|
1.5. |
Om de mogelijkheden voor de diversifiëring van toeleveringsketens en de uitbreiding van productmarkten te verbeteren, zou het EESC graag zien dat handels- en investeringsovereenkomsten ten volle worden benut, dat lopende handelsbesprekingen snel worden afgerond en dat er nieuwe onderhandelingen met potentiële nieuwe partners worden opgestart. Het EESC vindt dat de nieuwe aanpak op het gebied van handel en duurzame ontwikkeling een essentieel onderdeel vormt van dit streven (1) en ook moet worden toegepast op partnerschappen voor kritieke grondstoffen. Het stimuleren van op regels gebaseerde multilaterale handelsstelsels, mondiale overeenkomsten, bilaterale en plurilaterale thematische partnerschappen en partnerschappen met ontwikkelingslanden moeten ook prioriteiten zijn voor de EU. Het EESC is van mening dat de EU dankzij internationale samenwerking niet alleen conflicten kan vermijden en haar eigen kritieke afhankelijkheid kan verkleinen, maar dat dit ook wederzijdse voordelen oplevert en andere economieën in de wereld ertoe kan aanzetten een partnerschap met de EU aan te gaan. |
|
1.6. |
Proactief partnerschap moet worden gezien als de belangrijkste manier om de economische veiligheid van de EU in de internationale betrekkingen te vergroten, maar er moet ook resoluut worden opgetreden tegen derde landen die de economische veiligheid van de EU bedreigen. Dit kan door het nemen van beschermende maatregelen op het gebied van handel, investeringen of technologische samenwerking. |
|
1.7. |
Het EESC roept de EU-beleidsmakers op om via Europees beleid en actieve diplomatie gunstiger voorwaarden te scheppen die Europese bedrijven, met inbegrip van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen, in staat stellen, aanmoedigen en ondersteunen om de geo-economische risico’s aan te pakken waarmee ze in hun activiteiten te maken krijgen. De desbetreffende beleidsmaatregelen mogen voor hen geen onevenredige kosten of belemmeringen met zich meebrengen. Het EESC acht het dan ook van essentieel belang dat Europese bedrijven nauw worden betrokken bij het in kaart brengen en beoordelen van risico’s, kansen en maatregelen op het gebied van economische veiligheid. |
|
1.8. |
Het EESC pleit er ook voor om andere relevante actoren uit het maatschappelijk middenveld bij de verdere uitwerking en uitvoering van de strategie voor economische veiligheid te betrekken. Bovendien wijst het EESC erop dat de synergieën tussen de lidstaten moeten worden versterkt zodat overal in de EU de vruchten van de strategie kunnen worden geplukt, om zo bij te dragen tot de eenheid, de mondiale kracht en de algemene economische veiligheid van de EU. |
2. Algemene opmerkingen
|
2.1. |
Het EESC is ingenomen met de gezamenlijke mededeling van de Europese Commissie en de hoge vertegenwoordiger betreffende een “strategie voor economische veiligheid van de EU” (2). Dit initiatief komt op het goede moment en speelt in op de nieuwe en voortdurend veranderende geopolitieke en geo-economische omstandigheden. In dit advies wordt ingegaan op de algemene aanpak en inhoud van de voorgestelde strategie, terwijl in een aanvullend advies (3) aandacht wordt besteed aan de rol van strategische technologieën en sectoren. |
2.2. Prioriteiten en beginselen
|
2.2.1. |
Het EESC is ingenomen met de in de mededeling gekozen benadering om economische veiligheid vanuit verschillende invalshoeken te bekijken. Het stemt in met de in de strategie genoemde prioriteiten: het concurrentievermogen van de EU bevorderen, de EU beschermen tegen risico’s op het gebied van economische veiligheid, en partnerschappen aangaan met betrouwbare landen die de bezorgdheden van de EU delen en gemeenschappelijke belangen hebben. Deze prioriteiten zijn nauw met elkaar verbonden. Een krachtiger concurrentievermogen helpt bijvoorbeeld afhankelijkheden en de behoefte aan bescherming te verminderen en maakt de EU aantrekkelijker als partner voor handel en economische samenwerking. Voordelige samenwerking draagt dan weer bij tot een verhoogd concurrentievermogen en helpt schadelijke afhankelijkheden te verminderen. |
|
2.2.2. |
De onderlinge verbondenheid van de prioriteiten vraagt om een beleidsoverschrijdende aanpak van de externe betrekkingen en van het interne beleid van de EU. Een sterk gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en een toekomstgericht handels-, investerings-, technologie- en industriebeleid spelen daarbij een centrale rol. De uiteenlopende beleidsmaatregelen zullen echter op verschillende momenten effect sorteren. Hiermee moet rekening worden gehouden bij de planning van de uitvoeringsstappen. |
|
2.2.3. |
Het EESC wijst ook op het verband tussen economische, sociale en geopolitieke veiligheid. Economische veiligheid is weliswaar een noodzakelijke voorwaarde voor het Europese sociale model, maar de grondrechten en de rechtsstaat van hun kant zijn het fundament waarop deze veiligheid rust. Op mondiaal niveau moet de EU via haar sterke economische positie en haar capaciteiten op het vlak van diplomatie en defensie zich doen gelden als een machtige speler en bijdragen tot de oplossing van geopolitieke conflicten en tot de bevordering van vrede, democratie, mensenrechten en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen in het kader van de multilaterale samenwerking binnen het VN-systeem. In dit verband is de hervorming van de Verenigde Naties van cruciaal belang. |
|
2.2.4. |
Het EESC is het ermee eens dat de beginselen van evenredigheid en nauwkeurigheid moeten worden toegepast op alle maatregelen om de economische veiligheid te waarborgen. Het stelt voor om bij de uitvoering van die maatregelen ook de beginselen van proactiviteit, uitvoerbaarheid en participatie in acht te nemen. |
|
2.2.5. |
Het beginsel van proactiviteit houdt in dat de EU maatregelen neemt en ontwikkelingen stuurt uitgaande van haar eigen troeven en mogelijkheden, in plaats van in het defensief te blijven en alleen te reageren op de maatregelen van andere mondiale spelers. Volgens het beginsel van uitvoerbaarheid moet de EU ervoor zorgen dat de genomen maatregelen in de praktijk haalbaar zijn en beantwoorden aan de realiteit van het bedrijfsleven en van andere actoren. Het beginsel van participatie verwijst naar de noodzaak om met alle relevante belanghebbenden samen te werken en hen bij de uitwerking en uitvoering van de strategie te betrekken. |
2.3. Beoordeling van risico’s en kansen, sterke en zwakke punten
|
2.3.1. |
Het EESC onderschrijft de soorten risico’s die in de strategie worden genoemd, namelijk risico’s die verband houden met: de weerbaarheid van toeleveringsketens, de fysieke veiligheid en cyberbeveiliging van kritieke infrastructuur, de veiligheid van technologie en het uitlekken van technologie, en de inzet van economische afhankelijkheid als wapen of economische dwang. De belangrijkste factoren die van invloed zijn op de economische afhankelijkheid moeten worden beoordeeld en verdienen de nodige aandacht: het aandeel ingevoerde kritieke of strategische grondstoffen, producten en technologieën, de concentratie van invoer uit en uitvoer naar specifieke landen en de betrouwbaarheid van deze landen, de mogelijkheid om kritieke invoer te vervangen door eigen producten of innovaties en de mogelijkheid om toeleveringsketens en productmarkten te diversifiëren (4). |
|
2.3.2. |
Het EESC vestigt ook de aandacht op de economische risico’s van het gebruik van natuurlijke hulpbronnen en het milieu als wapen. In dit verband kan worden gedacht aan de toenemende spanningen als gevolg van waterschaarste en de vele gevolgen van klimaatverandering, die in ieder geval indirect van invloed kunnen zijn op de economische veiligheid van de EU. In het kader van haar strategie voor economische veiligheid moet de EU terdege voorbereid zijn op milieugerelateerde risico’s en conflicten, maar ook op andere conflicten en oorlogen. |
|
2.3.3. |
Het EESC wijst erop dat er naast externe risico’s en bedreigingen ook gevaren zijn die voortvloeien uit de interne ontwikkelingen in de EU zelf. Aangezien de eengemaakte markt de basis vormt voor externe samenwerking, zijn verstoringen ervan ook funest voor de rol van de EU in de wereld. Verder brengt intern beleid dat de investeringsvoorwaarden verzwakt risico’s voor de economische veiligheid van de EU met zich mee. Dit toont aan dat tijdens de beleidsvorming in de EU een grondige concurrentievermogenstoets moet worden uitgevoerd. |
|
2.3.4. |
Het EESC kan zich vinden in het voorstel om risico’s en de ontwikkeling ervan regelmatig te beoordelen. Aangezien veel risico’s door de particuliere sector worden gedragen en aangepakt, acht het EESC het van essentieel belang de Europese bedrijven nauw te betrekken bij het in kaart brengen en beoordelen van risico’s. Ook moet terdege rekening worden gehouden met de standpunten en bijdragen van andere relevante belanghebbenden, waaronder de sociale partners, de onderzoeks- en onderwijsgemeenschap, consumenten en andere actoren uit het maatschappelijk middenveld. |
|
2.3.5. |
Naast het vaststellen en beoordelen van de vele risico’s moeten ook de kansen worden geanalyseerd die de geo-economische, technologische en ecologische ontwikkelingen de EU bieden. Die kansen houden vooral verband met het vinden van oplossingen voor mondiale uitdagingen op het vlak van schoon water en sanitaire voorzieningen, voedsel en energie, digitalisering en vervoer, gezondheidszorg en onderwijs, maar ook voor problemen als de klimaatverandering en de aantasting van het milieu. Om migratie als gevolg van de klimaatverandering en conflicten in goede banen te kunnen leiden, zijn een proactieve strategie en proactieve instrumenten nodig om grensoverschrijdende oplossingen te vinden en de economische veiligheid van de EU te verhogen. |
|
2.3.6. |
Of de EU erin slaagt om haar economische veiligheid te waarborgen, hangt af van haar sterke en zwakke punten. Die moeten voortdurend worden vergeleken met de huidige risico’s en kansen en die welke nog worden verwacht. Om haar economische veiligheid te vergroten, moet de EU zich daarom zowel richten op het verder ontwikkelen van haar sterke punten als op het wegwerken van haar zwakke punten. |
|
2.3.7. |
Wat de kansen betreft, moet de EU specifieke aspecten in kaart brengen die de Europese spelers een concurrentievoordeel kunnen opleveren. Het EESC dringt er daarom bij de Commissie op aan om in nauwe samenwerking met het Europese bedrijfsleven en andere relevante actoren maatregelen uit te werken die helpen om zulke kansen te grijpen, zodat kan worden ingespeeld op mondiale behoeften en tegelijkertijd de economische veiligheid van de EU kan worden vergroot. |
2.4. Concurrentievermogen en capaciteit bevorderen
|
2.4.1. |
Er zijn een heleboel redenen waarom de EU aan concurrentievermogen heeft ingeboet, zoals te weinig publieke en private investeringen, het feit dat productiviteitsfactoren zoals onderzoek, ontwikkeling en innovatie (O & O&I) en opleiding niet genoeg zijn bevorderd, evenals de vele crises van de voorbije jaren en de daarmee samenhangende stijgende kosten. Voor het EESC is het bevorderen van het concurrentievermogen van de EU daarom een cruciale prioriteit. Het EESC steunt de strategie om de interne markt en haar innovatie-, technologische en industriële capaciteiten te versterken zonder afbreuk te doen aan de sociale markteconomie van de EU. Het stimuleren van de productie binnen de EU, het diversifiëren van de toeleveringsketens en het waarborgen van de goede werking van de interne markt zijn ook onmisbare middelen die kritieke afhankelijkheden kunnen verminderen. |
|
2.4.2. |
Het EESC roept de Europese Commissie en de lidstaten op om eerlijke concurrentie en een gelijk speelveld op de interne markt te bevorderen en de naleving van de bestaande regels doeltreffend af te dwingen. Er moet voor worden gezorgd dat alle marktdeelnemers, ook buitenlandse, zich houden aan de EU-regels en -normen op de interne markt van de EU. |
|
2.4.3. |
Veilige en betaalbare toegang tot energie en grondstoffen is van cruciaal belang voor alle industrieën. Het mag dan ook duidelijk zijn dat een adequate aanvoer binnen de EU, een goed functionerende interne markt en betrouwbare bevoorradingsketens van buiten de EU belangrijk zijn. Ook veilige digitale systemen en een krachtige digitale capaciteit zijn steeds belangrijker voor de economische veiligheid van de EU, aangezien de digitalisering een impact heeft op de hele economie en samenleving en data onlosmakelijk verbonden zijn met de eengemaakte markt voor goederen, diensten, kapitaal en mensen. Er moet vooral worden gewaarborgd dat de EU over capaciteit en invloed beschikt op het gebied van de ontwikkeling en het gebruik van AI en andere geavanceerde technologieën. |
|
2.4.4. |
De voltooiing van de financiële unie, d.w.z. de kapitaalmarktenunie en de bankenunie, is eveneens van essentieel belang. Voor een stabiele toegang tot financiering zonder al te zeer afhankelijk te zijn van derde landen heeft de EU een goed functionerende en stabiele kapitaalmarkt en een onafhankelijke bankensector nodig. Het EESC dringt er bij de nationale overheden en de bevoegde instellingen in de EU op aan om zich meer in te spannen om zowel de kapitaalmarktenunie als de bankenunie te voltooien. Voorts moet de EU bestaande obstakels uit de weg ruimen en mag zij geen nieuwe maatregelen invoeren die de toegang tot financiering belemmeren, in het bijzonder voor kleine en middelgrote ondernemingen. |
|
2.4.5. |
Om de doelstellingen van economische veiligheid te verwezenlijken, zijn niet alleen goed functionerende kapitaalmarkten nodig, maar ook toereikende en efficiënt toegewezen overheidsmiddelen. Het EESC benadrukt dat prioriteit moet worden gegeven aan adequate investeringen in veilige, met name kritieke infrastructuur, in onderzoek en innovatie, en in onderwijs en opleiding. In dit verband betreurt het EESC dat de Europese Commissie in haar laatste herziening van het meerjarig financieel kader geen Europees soevereiniteitsfonds heeft voorgesteld (5). |
|
2.4.6. |
Het EESC benadrukt ook dat economische veiligheid alle aspecten van de economie moet bestrijken, dus ook de macro-economische duurzaamheid, de macrofinanciële stabiliteit, en de duurzaamheid, inclusiviteit en veerkracht van de reële economie. Om dit te verwezenlijken is het van cruciaal belang dat gunstiger voorwaarden voor economisch, sociaal en ecologisch duurzame investeringen worden geschapen. |
|
2.4.7. |
In plaats van een subsidiewedloop aan te gaan om haar industrieën te promoten, moet de EU streven naar en vertrouwen op uitmuntendheid in innovatie, ondernemerschap, vaardigheden en competenties. Om de innovatiecapaciteit te vergroten, moet worden geïnvesteerd in O & O&I-infrastructuur, in buitengewoon talent en in diverse innovatie-ecosystemen. Onderwijs en opleiding moeten inspelen op de huidige en toekomstige behoeften aan beroepsvaardigheden en het hele spectrum daarvan bestrijken, van de hoogste tot de meest elementaire vaardigheden. Daarnaast moeten ook grondige omscholingsmogelijkheden en hoogwaardige leerlingplaatsen worden aangeboden. Om de talenten van jongeren te ontsluiten en te ontwikkelen, moeten we hen een bemoedigend toekomstperspectief bieden door hen meer kansen en meer competenties aan te reiken om hun eigen toekomst vorm te geven. |
|
2.4.8. |
Naast het ontwikkelen van vaardigheden zijn het bevorderen van gunstige voorwaarden voor het scheppen van banen en het vergemakkelijken van het vrij verkeer van werknemers op de arbeidsmarkt noodzakelijke maatregelen om meer werkgelegenheid te creëren in een context van meerdere gelijktijdige transities. |
|
2.4.9. |
Aangezien de demografische veranderingen leiden tot een tekort aan arbeidskrachten in alle sectoren en voor verschillende beroepen en functies, moet de EU ook de grensoverschrijdende mobiliteit van geschoolde mensen aanmoedigen en vergemakkelijken, binnen de EU en vooral in samenwerking met derde landen. Er moeten specifieke en gerichte inspanningen worden geleverd om het talent dat nodig is voor strategische technologieën en activiteiten aan te trekken en te behouden (6). Het EESC benadrukt dat een alomvattende aanpak nodig is om de industriële capaciteit te stimuleren. In plaats van alleen maar winnaars uit te kiezen, wat het risico inhoudt dat bedrijven strategisch verkeerd investeren en minder risico’s nemen, zou de EU gunstige voorwaarden moeten scheppen voor voortdurende vooruitgang en grootschalige ontwikkeling van nieuwe oplossingen. Het is bijvoorbeeld geen optimale strategie om de groene transitie te stimuleren door alleen bepaalde sectoren of technologieën te promoten die het label “groen” of “schoon” hebben, aangezien alle soorten bedrijven bij de groene transitie betrokken zijn. Veel “traditionele” bedrijven leveren de nodige grondstoffen en componenten of zetten een innovatieplatform op voor nieuwe producten en oplossingen. |
|
2.4.10. |
Evenzo moet bij het definiëren en bevorderen van “strategische” of “kritieke” technologieën naar alle relevante technologieën en sectoren worden gekeken. Zoals in het aanvullende advies wordt benadrukt, dringt het EESC aan op een consistente, rechtvaardige en transparante definitie van “strategische” en “kritieke” technologieën en sectoren, zodat de nodige juridische en operationele zekerheid kan worden geboden. Omdat de aard en het gebruik van technologieën heel divers zijn, wijst het EESC met name op de rol van de technologieën die nodig zijn voor de kritieke functies in de samenleving. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om energie-, digitale en vervoerstechnologieën, water- en gezondheidstechnologieën en veiligheidstechnologieën. |
|
2.4.11. |
De essentiële rol van beleidsmakers is niet om te beslissen over productiestructuren, productassortimenten of toeleveringsketens van bedrijven, maar om gunstige randvoorwaarden te scheppen en bedrijven aan te moedigen en te ondersteunen om de nieuwe geo-economische risico’s, zoals de wereldwijde versnippering, aan te pakken waarmee ze in hun activiteiten te maken krijgen en om dit op een economisch, sociaal en ecologisch duurzame manier te doen. Dit houdt bijvoorbeeld in dat bedrijven gemakkelijker toegang krijgen tot kritieke grondstoffen of dat ze worden geholpen met het oplossen van knelpunten. Een krachtig buitenlands en veiligheidsbeleid, in combinatie met onder meer handels-, industrie- en energiebeleid, is van essentieel belang voor dit gemeenschappelijke streven. |
|
2.4.12. |
Aangezien economische veiligheidsrisico’s van invloed zijn op een breed scala aan bedrijfsactiviteiten, zoals het beheer van de toeleveringsketens, import, export, investeringen en technologische samenwerking, is het volgens het EESC belangrijk dat de beleidsmaatregelen om de risico’s aan te pakken geen onevenredige kosten of belemmeringen met zich meebrengen voor Europese bedrijven. In overeenstemming met het beginsel van uitvoerbaarheid roept het EESC de Commissie en de lidstaten op om bij te dragen tot bewustmaking en tot de kennis en capaciteit om economische veiligheidsrisico’s het hoofd te bieden, met name bij micro-, kleine en middelgrote ondernemingen die tegelijkertijd worstelen met de groene en de digitale transitie. |
|
2.4.13. |
Het EESC wijst er ook op dat de EU gebruik moet maken van de synergieën tussen de lidstaten en deze moet versterken. Het streefdoel moet zijn dat de hele EU hiervan profiteert en dat zo wordt bijgedragen tot de eenheid, de mondiale kracht en de algemene economische veiligheid van de EU. |
2.5. Van schadelijke naar voordelige samenwerking
|
2.5.1. |
Het EESC is het er volledig mee eens dat de EU dringend de economische afhankelijkheden moet verminderen die een risico vormen voor de economische veiligheid en veerkracht van de EU en haar lidstaten. Tegelijkertijd gaat het EESC akkoord met de stelling dat de EU economische veiligheid niet in haar eentje kan bereiken. Daarom steunt het de samenwerking met een zo breed mogelijke groep partners, op voorwaarde dat deze samenwerking op economisch, sociaal en ecologisch vlak duurzaam en redelijk is. Het EESC is voorstander van “risicovermindering” als algemene benadering van de economische veiligheid in de EU, terwijl “ontkoppeling” moet worden toegepast op uiterst ernstige situaties, zoals in het geval van de Russische agressie. |
|
2.5.2. |
Het EESC is van mening dat de EU niet alleen haar eigen kritieke afhankelijkheid moet verminderen, maar nog ambitieuzer moet zijn en moet streven naar het creëren van banden en partnerschappen die uitgaan van de sterke punten van de EU, tot wederzijds voordeel strekken en aanzetten tot samenwerking. Dit veronderstelt echter dat de EU erin slaagt een sterke economische positie op het wereldtoneel in te nemen. Naast de bescherming tegen oneerlijke import moet de EU de exportmogelijkheden en de internationalisering van Europese bedrijven resoluut bevorderen. Dit zou ook andere Europese belangen dienen, zoals het halen van milieu- en sociale doelstellingen. |
|
2.5.3. |
Het uitbreiden en diversifiëren van partners werkt diversere toeleveringsketens in de hand en helpt om toegang te krijgen tot zowel kritieke als gewone productiemiddelen. Het leidt ook tot bredere exportmarkten, waardoor de afhankelijkheid van een beperkt aantal afnemers wordt verminderd. Daartoe is het belangrijk om ten volle gebruik te maken van bestaande handels- en investeringsovereenkomsten, om lopende handelsbesprekingen snel af te ronden en nieuwe onderhandelingen op te starten met potentiële nieuwe partners. Om een holistische aanpak en de noodzakelijke publieke legitimiteit te waarborgen, is het belangrijk dat de partnerschappen voor kritieke grondstoffen aan dezelfde duurzaamheidseisen worden onderworpen als handelsovereenkomsten. Dit betekent dat er sterke hoofdstukken moeten komen over duurzame ontwikkeling alsmede gerichte monitoring en uitvoering, toezicht door het maatschappelijk middenveld en als laatste redmiddel sancties (7). |
|
2.5.4. |
Het EESC acht het nuttig dat de EU meer thematische partnerschappen aangaat op gebieden als digitalisering, grondstoffen en energie. Het EESC wijst ook op het toenemende belang van blauwe diplomatie en van samenwerking op het gebied van water, met inbegrip van een duurzaam beheer van de watervoorraden en de verbetering van blauwe technologieën. |
|
2.5.5. |
Onderzoek en innovatie vormen een essentieel thematisch samenwerkingsgebied. Hoewel de EU zich bij technologiepartnerschappen moet beschermen tegen misbruik, bieden zij de EU meer mogelijkheden om betrokken te zijn bij de ontwikkeling van strategische en kritieke technologieën. Gezamenlijke onderzoeksprojecten van hoog niveau, in samenwerking met het bedrijfsleven, helpen ook om toptalent te ontwikkelen, aan te trekken en te behouden. |
|
2.5.6. |
Door een actieve rol te spelen bij de ontwikkeling en handhaving van internationale regels en normen krijgt de EU de kans om wereldwijd normbepalend te zijn. Samenwerking met gelijkgestemde landen is niet alleen goed voor de economische belangen van de EU, maar stelt de EU ook in staat om wereldwijd duurzame en betrouwbare technologieën en producten te promoten. |
|
2.5.7. |
In overeenstemming met de voorgestelde strategie is het EESC van mening dat het in het belang van de EU is om de multilaterale, en in voorkomend geval plurilaterale, samenwerking via internationale fora en organisaties te versterken. Er moeten meer aandacht en meer inspanningen worden gericht op de samenwerking binnen de WTO en op de hervorming van deze organisatie. Dit zou een tegenwicht vormen voor de huidige tendens van versnippering van de wereldeconomie en -markten. Ondersteuning van internationale samenwerking is essentieel, aangezien de versnippering alsmede conflicten gevolgen hebben voor de Europese economie, voornamelijk voor handel, technologie en investeringen, maar ook voor het betalingssysteem van de EU en de stabiliteit van de euro. Multilaterale samenwerking is bijvoorbeeld ook onontbeerlijk bij de aanpak van gemeenschappelijke milieu- en gezondheidsproblemen. |
|
2.5.8. |
Het EESC is het ermee eens dat partnerschappen met ontwikkelingslanden bijdragen tot de economische veiligheid van de EU omdat deze een betere toegang tot hulpbronnen mogelijk maken en nieuwe markten openen. Naast marktgerichte economische samenwerking zou de EU het voor Europese bedrijven en andere actoren uit het maatschappelijk middenveld, waaronder ngo’s en ondernemingen uit de sociale economie, gemakkelijker moeten maken om deel te nemen aan projecten voor ontwikkelingssamenwerking. Capaciteitsopbouw, onder meer via onderwijs en de ontwikkeling van vaardigheden, moet een essentieel onderdeel van voornoemde partnerschappen vormen. |
|
2.5.9. |
De samenwerking in het kader van de Global Gateway is een voorbeeld van een financieel en technisch partnerschap dat de partners wederzijdse voordelen moet opleveren. Bovendien biedt dit type partnerschap tal van voordelen op het gebied van duurzame ontwikkeling, doordat tegelijkertijd aan economische, sociale en milieubehoeften en -doelstellingen wordt beantwoord. Om meer toegevoegde waarde te creëren, moet dit soort samenwerking worden aangevuld met partnerschappen voor infrastructuurecosystemen. |
2.6. Bescherming tegen bedreigingen en risico’s
|
2.6.1. |
Hoewel proactieve partnerschappen de belangrijkste manier moeten zijn om de economische veiligheid van de EU via de internationale betrekkingen te versterken, zijn er doortastende tegenmaatregelen nodig ingeval derde landen de economische veiligheid van de EU in gevaar brengen door oneerlijke of illegale handelsvoorwaarden en -praktijken, door misbruik van inkomende of uitgaande investeringen of door technologischesamenwerkingsrisico’s. Het EESC steunt het voorstel om de grote verscheidenheid aan bestaande en mogelijke nieuwe instrumenten te beoordelen en er gebruik van te maken om handels- en investeringsgerelateerde risico’s en verstoringen te voorkomen en tegen te gaan. |
|
2.6.2. |
Tegelijkertijd is het belangrijk om niet aan te zetten tot meer protectionisme en om partnerschappen als eerste keuze te behouden. Het EESC wijst ook op het belang van coördinatie en eensgezindheid tussen de EU-lidstaten en van samenwerking met partnerlanden bij het gebruik van voornoemde instrumenten. Bovendien zijn degelijke kosten-batenanalyses nodig bij de planning en besluitvorming over het gebruik van deze instrumenten. |
|
2.6.3. |
Het EESC steunt de ontwikkeling en uitvoering van doeltreffende maatregelen om de risico’s die verbonden zijn met technologieën voor tweeërlei gebruik aan te pakken. Bovendien acht het EESC de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten en het voorkomen van technologische spionage en lekkage van cruciaal belang, zoals in de strategie wordt benadrukt. |
|
2.6.4. |
Gezien de groeiende data-economie verdienen cyberveiligheid en de beveiliging van digitale infrastructuur meer aandacht en moet er meer in worden geïnvesteerd. Het EESC benadrukt ook de noodzaak om andere soorten kritieke infrastructuur te beveiligen, zoals de infrastructuur voor energie, vervoer, water en gezondheidszorg. Omdat mogelijke aanvallen en incidenten van velerlei aard kunnen zijn, moeten zowel de fysieke veiligheid als de cyberveiligheid worden verhoogd. |
|
2.6.5. |
Om de paraatheid van de EU bij crises en noodsituaties te verbeteren, mogen de verschillende soorten risico’s niet los van elkaar worden gezien en is een alomvattende benadering van risicobeheer nodig. Ook is het belangrijk intensiever samen te werken op het gebied van prognoses en noodplanning en daarbij ten volle gebruik te maken van publiek-private partnerschappen, waarbij het door de overheid geboden kader wordt gecombineerd met de praktische ervaringen en maatregelen van bedrijven, werknemers en burgers in het algemeen. |
3. Specifieke opmerkingen
|
3.1. |
Op basis van bovenstaande algemene opmerkingen en argumenten en aangezien de versterking van het concurrentievermogen en de bevordering van voordelige partnerschappen van cruciaal belang zijn om de economische veiligheid van de EU te verbeteren, stelt het EESC de Europese Commissie voor om de volgende aspecten en maatregelen toe te voegen aan de lijst van volgende stappen. |
|
3.2. |
De strategieën en maatregelen van derde landen op het gebied van economische veiligheid voortdurend in het oog houden. |
|
3.3. |
De sterke punten van de EU ten opzichte van de geopolitieke en geo-economische ontwikkelingen en maatregelen van andere wereldspelers beoordelen. |
|
3.4. |
Samen met het bedrijfsleven en andere relevante belanghebbenden bepalen welke beleidsmaatregelen nodig zijn om te kunnen profiteren van de handels- en partnerschapsmogelijkheden die de mondiale ontwikkelingen bieden. |
|
3.5. |
“Strategische” en “kritieke” technologieën en sectoren op consistente en transparante wijze definiëren, zodat de nodige juridische en operationele zekerheid kan worden geboden. |
|
3.6. |
Een grondige concurrentievermogenstoets van zowel de economische als de sociale impact van EU-beleidsinitiatieven uitvoeren en zo bijdragen tot de economische veiligheid van de EU. |
|
3.7. |
De economische informatievergaring en prognosecapaciteiten van de Europese Commissie versterken. |
|
3.8. |
De samenwerking op het gebied van onderzoek, innovatie en de ontwikkeling van vaardigheden met gelijkgestemde partners bevorderen voor thema’s die steeds kritieker worden, zoals waterbeheer en “blauwe” technologieën. |
|
3.9. |
Beter voorbereid zijn op migratiestromen als gevolg van klimaat- en milieuverschijnselen, die bovenop de migratiestromen door conflicten of oorlogen komen. |
|
3.10. |
De publiek-private samenwerking versterken om beter voorbereid te zijn op noodsituaties op het vlak van de economische veiligheid. |
|
3.11. |
Alle relevante actoren uit het maatschappelijk middenveld bij de verdere uitwerking en uitvoering van de strategie voor economische veiligheid betrekken. |
Brussel, 14 februari 2024.
De voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité
Oliver RÖPKE
(1) EESC-advies over “De kracht van handelspartnerschappen: samen voor groene en rechtvaardige groei” (PB C 140 van 21.4.2023, blz. 69).
(2) JOIN(2023) 20 final, Brussel, 20.6.2023.
(3) https://www.eesc.europa.eu/en/our-work/opinions-information-reports/opinions/strategic-technologies-driver-european-sovereignty-and-resilience-supplementary-opinion-rex579-european-economic
(4) Samen met de VS speelt China een belangrijke rol op het geopolitieke en geo-economische toneel en bekleedt het een cruciale positie in de mondiale handel, de toeleveringsketens en investeringspartnerschappen. De EU is ook sterk afhankelijk van China, met name wat betreft bepaalde kritieke grondstoffen en technologieën die van essentieel belang zijn voor de groene en digitale transitie.
(5) EESC-advies over “Aanvullende overwegingen met betrekking tot de jaarlijkse duurzamegroeianalyse 2023” (PB C, C/2024/871, 6.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/871/oj).
(6) Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen (herschikking) (COM(2022) 650 final), over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende één enkele aanvraagprocedure voor een gecombineerde vergunning voor onderdanen van derde landen om te verblijven en te werken op het grondgebied van een lidstaat, alsmede inzake een gemeenschappelijk pakket rechten voor werknemers uit derde landen die legaal in een lidstaat verblijven (herschikking) (COM(2022) 655 final), en over de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s over het aantrekken van vaardigheden en talent naar de EU (COM(2022) 657 final) (PB C 75 van 28.2.2023, blz. 136).
(7) EESC-advies over “De kracht van handelspartnerschappen: samen voor groene en rechtvaardige groei” (PB C 140 van 21.4.2023, blz. 69).
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/2489/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)