European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

Serie C


C/2024/1565

5.3.2024

Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over de klimaatcrisis en de gevolgen daarvan voor kwetsbare groepen

(initiatiefadvies)

(C/2024/1565)

Rapporteur:

Ioannis VARDAKASTANIS

Besluit van de voltallige vergadering

23.2.2023

Rechtsgrond

Artikel 52, lid 2, van het reglement van orde

 

Initiatiefadvies

Bevoegde afdeling

Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Burgerschap (SOC)

Goedkeuring door de afdeling

21.11.2023

Goedkeuring door de voltallige vergadering

13.12.2023

Zitting nr.

583

Stemuitslag

(voor/tegen/onthoudingen)

152/00/04

1.   Conclusies en aanbevelingen

1.1.

Mede door de klimaatcrisis is er al een toename van extreme weerverschijnselen, zoals zware stormen, bosbranden en overstromingen, waar kwetsbare gemeenschappen over de hele wereld ernstig onder te lijden hebben. Er is dan ook dringend behoefte aan aanpassingsmaatregelen en maatregelen om gemeenschappen weerbaarder te maken. Deze rampzalige trend dringt nu ook door tot regio’s die nooit eerder te maken hebben gehad met zulke snel om zich heen grijpende fenomenen. Een collectieve totaalaanpak is noodzakelijk en alle belanghebbenden moeten hun verantwoordelijkheid nemen. Het politieke en juridische arsenaal moet worden versterkt en de uitvoering moet kracht worden bijgezet.

1.2.

Hoewel de klimaatcrisis naar verwachting ingrijpende negatieve gevolgen zal hebben voor alle landen en sociale klassen, zullen kwetsbare groepen een onevenredig hoge tol betalen. Vrouwen, kinderen, arme mensen, werklozen, minderheden, immigranten en mensen met een handicap krijgen het als gevolg van tekortschietend beleid op nationaal, Europees en mondiaal niveau naar verhouding erg zwaar te verduren door de klimaatcrisis.

1.3.

Kwetsbare groepen zijn minder goed opgewassen tegen de impact die de klimaatcrisis de komende jaren op hun levensstandaard zal hebben en beschikken ook over minder middelen om zich aan te passen aan de klimaatverandering en de gevolgen hiervan te beperken. Daarmee komt de uitoefening van hun grondrechten danig in het gedrang.

1.4.

De sociale aspecten van de rechtvaardige transitie moeten in nauwe samenwerking met de sociale partners en maatschappelijke organisaties worden benadrukt, met extra aandacht voor vitale sectoren zoals toerisme en landbouw.

1.5.

Rechtvaardigheid, billijkheid en inclusie zijn van het allergrootste belang, omdat inkomensverschillen en sociale ongelijkheden zouden kunnen toenemen bij de overgang naar het tijdperk van groene energie. Initiatieven zoals het sociaal klimaatfonds van de EU en het klimaataanpassingsfonds van de EU (1) zijn welkom en cruciaal, maar er zijn aanvullende instrumenten nodig om doeltreffend te kunnen reageren op alle uitdagingen en eisen van de transitie. Het is van essentieel belang dat speciale aandacht uitgaat naar kinderen en intergenerationele rechtvaardigheid.

1.6.

Kwetsbare groepen kansen bieden om vaardigheden te verwerven die waardevol zijn in de groene economie is een enorme opgave en een essentiële stap om energiearmoede te voorkomen.

1.7.

Er zijn aanvullende instrumenten nodig om te kunnen reageren op de uitdagingen en eisen van de energietransitie. Het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en de herstel- en veerkrachtfaciliteit kunnen ook helpen bij het bovengenoemde streven om energiearmoede aan te pakken, maar de EU moet daarnaast zo snel mogelijk een alomvattende politieke en sociale strategie ontwikkelen. Gezien de toename van door de klimaatverandering veroorzaakte rampen is het des te belangrijker dat de EU beter wordt uitgerust om proactief in plaats van reactief op al deze noodsituaties te reageren. Het klimaataanpassingsfonds kan in dit verband een uiterst belangrijk instrument blijken te zijn.

1.8.

Het is van groot belang om na te gaan welke impact de klimaatverandering zal hebben op kwetsbare groepen en sociale ongelijkheden en hoe klimaatverandering en de transitie naar groene energie tot nog ernstigere sociale en ecologische misstanden zouden kunnen leiden, vooral ook gezien het gevaar dat gemarginaliseerde gemeenschappen het door de klimaatcrisis onevenredig zwaar te verduren zullen krijgen. Zo zou onderzoek kunnen worden gedaan naar de buitensporige mate waarin gemarginaliseerde gemeenschappen worden blootgesteld aan luchtverontreiniging door industriële faciliteiten in hun woonomgeving en naar de weerslag daarvan op hun lichamelijke en geestelijke gezondheid. De maatregelen ter ondersteuning van kwetsbare groepen en de getroffen huishoudens, waaronder sociale beleidsinstrumenten, moeten gebaseerd zijn op een holistische visie (2).

2.   Algemene opmerkingen

2.1.

Falend beleid op nationaal, Europees en mondiaal niveau bij de aanpak van de klimaatcrisis heeft vooral zijn weerslag op kwetsbare groepen, terwijl die juist zeer grote moeite hebben om zich aan te passen aan de klimaatverandering en de gevolgen hiervan te beperken. Kwetsbare groepen blijven kampen met een beperkte toegang tot de middelen die beschikbaar zijn voor mitigatie van en aanpassing aan de klimaatverandering. Het is bijvoorbeeld de moeite waard om te analyseren hoe extreme weersomstandigheden — zoals overstromingen in wijken met lage inkomens die leiden tot het verlies van huis en haard en van bestaansmiddelen — gemarginaliseerde gemeenschappen onevenredig hard treffen.

2.2.

Na het uitbreken van de crisis op de energiemarkt als gevolg van de Russische invasie van Oekraïne heeft energiearmoede zich al aangediend als een groot maatschappelijk probleem. Er zijn dringend maatregelen nodig om de sociale problemen als gevolg van de crisis op de energiemarkt, die op hun beurt veroorzaakt zijn door kritieke gebeurtenissen, aan te pakken en sociale gelijkheid te waarborgen. Door de klimaatcrisis en de transitie naar groene energie zijn de kosten voor levensonderhoud namelijk gestegen. Als deze maatregelen uitblijven, dreigt de sociale gelijkheid in Europa in gevaar te komen.

2.3.

Met name op het zuidelijk halfrond zullen vrouwen het erg zwaar krijgen door de klimaatcrisis. In regio’s waar water-, sanitaire en hygiënevoorzieningen tekortschieten en vrouwen nog steeds verantwoordelijk zijn voor de watervoorziening van hun huishouden, zal de watercrisis een extra zware last met zich meebrengen. Door de economische ontwrichting die de klimaatcrisis naar alle waarschijnlijkheid zal veroorzaken zullen werk, inkomensstabiliteit, een goede levensstandaard en werkzekerheid bovendien nog moeilijker haalbaar worden voor vrouwen.

2.4.

Landbouwers zullen waarschijnlijk voor ongekende uitdagingen komen te staan, aangezien in het Middellandse Zeegebied en andere belangrijke landbouwregio’s van Europa, zoals Midden- en Oost-Europa, het gevaar van woestijnvorming en andere gevallen van waterstress loert. De landbouw zou weleens onhoudbaar kunnen worden in grote delen van Zuid-Europa, waar afnemende neerslag en niet-duurzaam waterbeheer tot kritieke watertekorten leiden. Er is nog altijd te weinig bekend over de sociaal-economische gevolgen van veranderende neerslagpatronen en warmtestress voor gewasopbrengsten en bestaansmiddelen.

2.5.

Arme bevolkingsgroepen in steden zullen naar verwachting ook enorm veel moeite hebben om zich aan te passen aan omstandigheden die het gevolg zijn van de klimaatcrisis. Zij leven in de minst duurzame en milieuvriendelijke wijken van grote steden en zullen te maken krijgen met een drastisch lagere levensstandaard, zonder dat zij over de vaardigheden en middelen beschikken om deze uitdagingen het hoofd te bieden. Bovendien is er vergeleken met andere bevolkingsgroepen een ongeveer 15 % grotere kans dat de personen in deze sociaal kwetsbare groepen momenteel wonen in gebieden waar de grootste stijging van astmadiagnoses bij kinderen wordt verwacht als gevolg van de door het klimaat veroorzaakte toename van deeltjesvormige luchtverontreiniging, en in gebieden waar naar verwachting het hoogste percentage land zal worden overspoeld als gevolg van de zeespiegelstijging (3).

2.6.

Eiland- en kustgemeenschappen krijgen het extra zwaar te verduren, omdat bodemerosie en de stijgende zeespiegel een gevaar voor hun levensonderhoud zullen betekenen en de houdbaarheid van traditionele economische activiteiten zullen ondermijnen. Dit geldt onder meer voor gemeenschappen op atollen en in de buurt van koraalriffen in de Atlantische Oceaan, de Stille Oceaan en de Indische Oceaan.

2.7.

De middelen van bestaan van inheemse gemeenschappen, van het Noordpoolgebied tot het Amazonegebied en van Indonesië tot Congo, zullen door de impact van de klimaatcrisis op het ecosysteem en hun economische activiteiten onder enorme druk komen te staan. Nader onderzoek is nodig naar de specifieke gevolgen van klimaatverandering voor inheemse gemeenschappen en naar hun specifieke kwetsbaarheden, en eveneens naar traditionele kennis en praktijken die hun weerbaarder maken tegen klimaatverandering.

2.8.

Personen met een handicap en ouderen krijgen door de klimaatcrisis waarschijnlijk met enorme problemen te maken, omdat door hittegolven het aantal sterfgevallen onder kwetsbare groepen toeneemt. Bovendien zullen zij bij extreme weersomstandigheden en bij noodsituaties als gevolg van de klimaatcrisis nog maar moeizaam toegang hebben tot openbare ruimten.

2.9.

De klimaatcrisis zal waarschijnlijk onevenredig grote gevolgen hebben voor bepaalde regio’s van de wereld die economisch zwaar leunen op de landbouw, zoals het Midden-Oosten, Noord-Afrika en Afrika bezuiden de Sahara (4). Hierdoor is de kans groot dat de landbouweconomieën van uitgestrekte regio’s verstoord raken, er politieke destabilisatie optreedt en de migratie naar het noorden van de wereld sterk toeneemt.

2.10.

In veel landen waar minderheidsgroepen kampen met politieke en sociale ongelijkheid, zal de klimaatcrisis de verdeeldheid en ongelijkheid waarschijnlijk alleen maar verergeren, omdat dominante groepen beter de weg zullen vinden naar de krimpende gemeenschappelijke hulpbronnen. Als waterconflicten op scherp komen te staan, kan dat leiden tot een verdere destabilisatie van regio’s die toch al te lijden hebben onder langdurige conflicten, zoals Israël-Palestina, Syrië en Libië.

2.11.

Doordat ouderen minder mobiel en steeds honkvaster worden, is de kans groot dat zij het erg zwaar krijgen door de klimaatcrisis. Bij hittegolven neemt namelijk het aantal sterfgevallen toe, en de plaatsen waar zij al tientallen jaren wonen veranderen in hotspots van de klimaatcrisis. In Nederland wonen sommige ouderen bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden, die bijzonder kwetsbaar zijn voor de stijgende zeespiegel en waar de kans op overstromingen door de klimaatcrisis is toegenomen.

2.12.

Kinderen zijn het minst verantwoordelijk voor klimaatverandering, maar de gevolgen ervan zullen wel neerkomen op de schouders van jongeren en toekomstige generaties. Intergenerationele rechtvaardigheid is altijd een essentieel aspect van beleidsmaatregelen om de gevolgen van de klimaatcrisis aan te pakken.

2.13.

Immigranten en vluchtelingen blijven behoren tot de groepen die zich het minst kunnen weren tegen de klimaatcrisis, aangezien zij nog steeds te weinig beschermd worden door de welvaartsstaat van hun respectieve gastlanden en zij meestal verblijven in buurten en provincies die het meest kwetsbaar zijn voor klimaatverandering. Bovendien kunnen immigranten en vluchtelingen het minst goed profiteren van de kansen die de groene energietransitie biedt.

2.14.

De problemen waarmee kwetsbare groepen als gevolg van de klimaatverandering in stedelijke gebieden te maken hebben verdienen ook de nodige aandacht. Het is van essentieel belang om het effect van hittegolven, stedelijke warmte-eilanden en overstromingen op gemarginaliseerde gemeenschappen in steden te onderzoeken en na te gaan welke strategieën de stedelijke veerkracht kunnen vergroten en voor billijke aanpassingsmaatregelen kunnen zorgen. Zo zou onderzoek kunnen worden gedaan naar de gevolgen van de stijging van de zeespiegel voor kuststeden en naar de kans dat gemeenschappen met lage inkomens in gebieden met een overstromingsrisico ergens anders moeten gaan wonen.

2.15.

Naast kwetsbare groepen staan ook kwetsbare ecosystemen voor enorme uitdagingen door de klimaatcrisis, en zij verdienen de aandacht van de internationale gemeenschap. Vaak zijn kwetsbare groepen en gemeenschappen afhankelijk van kwetsbare ecosystemen. Bij zowel natuurlijke als door het klimaat veroorzaakte gevaren lopen zij daardoor een verhoogd risico. Bij aanpassingsstrategieën in dit verband zullen ook zeker belangrijke afwegingen en beleidskeuzes nodig zijn (5).

2.16.

Tal van sociaal kwetsbare groepen wonen in industriële of stedelijke gebieden met veel luchtverontreiniging. In de Europese Unie wonen Romagemeenschappen meer dan andere groepen in gebieden waar de kans groot is dat door het klimaat veroorzaakte veranderingen slecht voor de gezondheid zijn. Sommige mensen zijn door chronische medische aandoeningen ook gevoeliger voor het effect die luchtverontreiniging heeft op hun lichamelijke en geestelijke gezondheid. Zo komen hartziekten, astma en COPD vaker voor bij bepaalde etnische gemeenschappen, lage-inkomensgroepen, inheemse bevolkingsgroepen en immigrantengroepen (6).

3.   Klimaatverandering, kwetsbare groepen en energietransitie

3.1.

De verwachting is dat kwetsbare groepen grote moeilijkheden zullen ervaren bij de transitie naar eerlijke en schone energie. De stijging van de werkloosheid in bepaalde sectoren als gevolg van deze transitie vormt een bedreiging voor groepen die toch al gevoelig zijn voor werkloosheidsrisico’s en die werkzaam zijn in sectoren als landbouw, vervoer, bouw en huisvesting. De werkloosheid als gevolg van deze transitie zal gevolgen hebben voor mensen met weinig kans op ander werk, bijvoorbeeld omdat zij relatief oud zijn of onvoldoende professionele vaardigheden hebben om in een nieuwe sector aan de slag te gaan.

3.2.

Er is een belangrijke verschuiving opgetreden in de onderzoeksprioriteiten. Lag de nadruk eerst op klimatologische of extreme weersomstandigheden, nu wordt onderzocht hoe mensen en systemen de gevolgen hiervan ondervinden en door welke systemische sociale en economische ongelijkheden zij er sterker aan worden blootgesteld en er kwetsbaarder voor zijn. Inzicht in de verschillende effecten die de transitie naar een groene economie heeft op bevolkingsgroepen, gemeenschappen en systemen is van cruciaal belang voor de ontwikkeling van een op maat gesneden respons en van aanpassingsmaatregelen waarbij een breed scala aan belanghebbenden betrokken is en de transitiekosten op een eerlijke en billijke manier worden verdeeld (7).

3.3.

De hogere kosten van levensonderhoud als gevolg van de transitie naar groene energie zijn een grote uitdaging en moeten zo snel mogelijk worden aangepakt om te voorkomen dat populisten en opportunisten de energietransitie in een kwaad daglicht stellen.

3.4.

Europese huishoudens en gezinnen hebben waarschijnlijk moeite om hun energiekosten te betalen in een snel veranderende energiemarkt, die bovendien te maken heeft met grote strategische schokken. Er wordt nog altijd te weinig gebruikgemaakt van de mogelijkheid voor Europese huishoudens en gezinnen om zelfvoorzienend te worden door met hernieuwbare middelen hun eigen energie te produceren en hun woning energie-efficiënter te maken.

3.5.

De gevolgen van de klimaatcrisis voor het mentale welzijn moeten zorgvuldig worden onderzocht: de klimaatcrisis heeft direct en indirect invloed op het mentale welzijn van mensen. Natuurrampen zijn wat dit betreft het meest opvallende voorbeeld. In de VS is een nieuwe medische discipline — ecopsychologie — in het leven geroepen om dit verschijnsel te bestuderen.

3.6.

Alleen door het publieke belang te dienen kan de energietransitie succesvol zijn: mensen moeten centraal staan en er baat bij hebben. Dit betekent dat financiële herverdelingsmaatregelen weliswaar noodzakelijk zijn, maar niet volstaan om de crisis aan te pakken. Preventieve en gestructureerde initiatieven op alle bestuursniveaus zijn essentiële aanvullingen op financiële herverdelingsinstrumenten die de risico’s van energiearmoede niet alleen kunnen beperken, maar dat tij ook kunnen keren (8).

3.7.

De transitie naar nieuwe energie kan schokken teweegbrengen op de arbeidsmarkt en in sectoren met lage inkomens, zoals vervoer, de bouw en huisvesting. Het werkloosheidsrisico voor gemarginaliseerde groepen die in kwetsbare sectoren werkzaam zijn, blijft hoog, terwijl er voor immigranten en vluchtelingen in de groene energietransitie weinig kansen zijn weggelegd. Het is van groot belang om ervoor te zorgen dat deze transitie rechtvaardig verloopt en dat vaardigheden voor de groene economie worden ontwikkeld, bijvoorbeeld door na te gaan op welke problemen werknemers in de bouwsector stuiten bij de omschakeling op duurzame bouwpraktijken en welke omscholingsprogramma’s nodig zijn.

3.8.

Onderwijs en capaciteitsopbouw zijn cruciaal om kwetsbare groepen in staat te stellen op de klimaatverandering te reageren. Het is van groot belang dat voor gemarginaliseerde gemeenschappen innovatieve benaderingen voor onderwijs en bewustmaking op het gebied van klimaatverandering worden verkend en dat wordt nagegaan welke mogelijkheden er zijn voor programma’s voor de ontwikkeling van vaardigheden die het aanpassingsvermogen van kwetsbare groepen kunnen vergroten. Dat zou met name moeten gebeuren door te kijken naar onderwijsprogramma’s over klimaatverandering die vanuit de gemeenschap zijn opgezet in achterstandswijken en het positieve effect daarvan op de veerkracht en het aanpassingsvermogen van die groepen.

4.   Specifieke opmerkingen

4.1.

In Midden- en Oost-Europa, waaronder Oekraïne en Moldavië, hebben landen te maken met steeds grotere seizoenschommelingen, wat een bedreiging vormt voor hun grotendeels agrarische economieën en de bestaansmiddelen van kleinschalige landbouwers (9). In landen als Polen en Hongarije hebben lage-inkomensgemeenschappen in stedelijke gebieden vaak te maken met een hogere mate van luchtvervuiling, helemaal door de gevolgen van de klimaatverandering, zoals hittegolven en veranderingen in neerslagpatronen. Als gevolg van de veranderende klimaatomstandigheden is het aantal bosbranden in Belarus en Oekraïne scherp gestegen, met alle gevolgen van dien voor plattelandsgemeenschappen en habitats van wilde dieren en planten (10).

4.2.

In de regio’s in het uiterste noorden van Europa, met name Groenland, zien inheemse gemeenschappen hun traditionele, op jacht en visserij gebaseerde levensstijl in het gedrang komen door de snel smeltende permafrost, wat een gevaar vormt voor zowel het ecosysteem als de lokale economie en kwetsbare groepen (11). In Noord-Scandinavië, in de noordpoolcirkel, staan de op traditionele rendierhouderij en visserij gebaseerde middelen van bestaan van inheemse Samigemeenschappen op de tocht door temperatuuropwarming en veranderende ecosystemen (12).

4.3.

Het valt te verwachten dat de afnemende luchtkwaliteit als gevolg van de klimaatcrisis gevolgen zal hebben voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid van kwetsbare groepen in megasteden in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Steden als Caïro, Teheran of Istanbul zullen binnen afzienbare tijd waarschijnlijk met enorme problemen te maken krijgen.

4.4.

In Zuidoost-Europa kampen met name Bulgarije en Roemenië met ongekende overstromingen en aardverschuivingen. Deze hebben ernstige gevolgen voor gemeenschappen met een laag inkomen, die niet over de middelen beschikken om rampen te bestrijden (13). Landen in Zuidoost-Europa, waaronder Albanië en Noord-Macedonië, blijken bijzonder gevoelig te zijn voor hittegolven, droogte en bosbranden als gevolg van de klimaatverandering, waar vooral mensen op het platteland en ouderen onder lijden (14).

4.5.

Mediterrane landen, zoals Cyprus, Griekenland, Italië, Malta, Portugal en Spanje, lopen een verhoogd risico op minder neerslag, hittegolven die leiden tot woestijnvorming en waterschaarste. Plattelands-, kust- en eilandgemeenschappen gaan hier in buitensporige mate onder gebukt, vooral als zij afhankelijk zijn van de landbouw (15).

4.6.

Bosbranden van ongekende omvang vormen een enorme uitdaging voor de veiligheid en het welzijn van kwetsbare groepen in het hele Middellandse Zeegebied (16). De economische activiteiten op het gebied van landbouw en bosbouw kwamen in de zomer van 2022 in het noordelijke deel van het Griekse eiland Euboea en in de zomer van 2023 in het Griekse district Evros nagenoeg stil te liggen door de rampzalige bosbranden, waarmee weer eens pijnlijk duidelijk werd dat kwetsbare groepen in de mediterrane lidstaten aan steeds grotere risico’s blootstaan.

4.7.

Eiland- en kustgemeenschappen in het Middellandse Zeegebied lopen grote risico’s door overstromingen en erosie, die ook een enorme bedreiging vormen voor het mediterrane natuurlijke en culturele erfgoed (17).

4.8.

In megasteden als Milaan en Parijs zijn warmte-eilanden van invloed op de levensomstandigheden en de gezondheid van de burgers, waarbij vooral economisch achtergestelde personen en mensen met gezondheidsproblemen het kind van de rekening zijn. Dit probleem wordt nog verergerd door een gebrek aan groene ruimten en problemen met de kwaliteit van de huisvesting (18).

Brussel, 13 december 2023.

De voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité

Oliver RÖPKE


(1)  Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over het door het Cohesiefonds en NGEU gefinancierd klimaataanpassingsfonds (PB C 486 van 21.12.2022, blz. 23).

(2)  https://www.eesc.europa.eu/en/our-work/publications-other-work/publications/cost-climate-change-households-and-families-eu

(3)  United States Environmental Protection Agency (EPA), Climate Change and Social Vulnerability in the United States: A Focus on Six Impacts, Washington DC: United States Environmental Protection Agency (EPA), 2021.

(4)  UCESA, Climate change and its consequences: The voice of the African citizens, Glasgow, 10 november 2021.

(5)  Least Developed Countries Expert Group, Considerations Regarding Vulnerable Groups, Communities and Ecosystems in the Context of the National Adaptation Plans, Bonn: United Nations Climate Change Secretariat, 2018, blz. 34, United States Environmental Protection Agency (EPA), Climate Change Impacts on Air Quality.

(6)  United States Environmental Protection Agency (EPA), Climate Change Impacts on Air Quality, Washington DC: United States Environmental Protection Agency (EPA), 2021.

(7)  Least Developed Countries Expert Group, Considerations Regarding Vulnerable Groups, Communities and Ecosystems in the Context of the National Adaptation Plans, Appendix B.

(8)  Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité “De energiearmoede aanpakken en de veerkracht van de EU: uitdagingen vanuit economisch en sociaal oogpunt” (PB C 486 van 21.12.2022, blz. 88).

(9)  Climate change and agriculture in Eastern Europe, 2022.

(10)  Forest Fires and Climate Change in Eastern Europe, 2023.

(11)  Indigenous Adaptation in the Arctic, 2023.

(12)  Forbes et al., 2022.

(13)  Rasul & Balica, 2023.

(14)  Europees Milieuagentschap, 2023.

(15)  Climate change and desertification in Southern Europe, 2023.

(16)  Angela Symons, The Era of “Mega Forest Fires” Has Begun in Spain. Is Climate Change to Blame?, Euronews, 27.3.2023.

(17)  Lena Reimann et al., Mediterranean Unesco World Heritage at Risk from Coastal Flooding and Erosion Due to Sea-Level Rise, Nature Communications, Vol. 9, nr. 1 (2018).

(18)  Nidhi Singh, Saumya Singh and RK Mall, Urban Ecology and Human Health: Implications of Urban Heat Island, Air Pollution and Climate Change Nexus, Urban Ecology: Elsevier, 2020.


ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/1565/oj

ISSN 1977-0995 (electronic edition)