European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

Serie C


C/2024/876

6.2.2024

Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over “EU en Agenda 2030: een krachtigere uitvoering van de SDG’s”

(verkennend advies op verzoek van het Spaanse voorzitterschap)

(C/2024/876)

Rapporteur:

Maria NIKOLOPOULOU

Corapporteur:

Antje GERSTEIN

Raadpleging

Spaans voorzitterschap van de Raad, 14.4.2023

Rechtsgrond

Artikel 304 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Bevoegde afdeling

Afdeling Landbouw, Plattelandsontwikkeling en Milieu

Goedkeuring door de afdeling

2.10.2023

Goedkeuring door de voltallige vergadering

25.10.2023

Zitting nr.

582

Stemuitslag

(voor/tegen/onthoudingen)

172/2/2

1.   Conclusies en aanbevelingen

1.1.

Uit de speciale editie van het VN-verslag over de vooruitgang bij de verwezenlijking van de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling (SDG’s) blijkt op alarmerende wijze dat veel van de SDG’s wereldwijd en halverwege de termijn voor de verwezenlijking ervan niet op koers liggen (1). Volgens dit verslag blijkt uit een voorlopige beoordeling van de ongeveer 140 doelen waarvoor gegevens beschikbaar zijn dat slechts ongeveer 12 % op koers ligt. Hoewel er vooruitgang is geboekt, ligt bijna de helft tamelijk of ernstig achter op schema, en met ongeveer 30 % is helemaal geen vooruitgang geboekt of is er zelfs een achteruitgang ten opzichte van het referentiejaar 2015.

1.2.

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) herinnert eraan dat, hoewel de Commissie de SDG’s beschouwt als een essentieel onderdeel van haar politieke richtsnoeren, de EU behoefte heeft aan een geïntegreerde en alomvattende strategie met ambitieuze langetermijndoelstellingen en -plannen om vaart te zetten achter de verwezenlijking van de SDG’s op Europees en mondiaal niveau. In plaats van de doelstellingen afzonderlijk te behandelen, zou de EU voor een holistische benadering moeten kiezen en haar beleid en instrumenten voor duurzame ontwikkeling minder complex moeten maken.

1.3.

Het EESC benadrukt dat de Commissie een politieke langetermijnverbintenis moet aangaan, die verder reikt dan de huidige mandaatsperiode. Zij moet zich ertoe verbinden belanghebbenden in een vroeg stadium te betrekken bij het opstellen en vaststellen van de agenda, ervoor te zorgen dat de andere instellingen vertegenwoordigd zijn, en passende middelen ter beschikking te stellen voor een zinvolle en inclusieve inbreng van maatschappelijke organisaties. De SDG’s moeten een langetermijnverbintenis zijn, waarbij ook verder wordt gekeken dan 2030.

1.4.

Het EESC benadrukt dat het maatschappelijk middenveld, de publieke en de particuliere sector, de academische wereld en jongeren- en vrouwenorganisaties moeten worden betrokken bij de uitvoering van de SDG’s. Gezien de recente positieve resultaten die het EESC onlangs heeft geboekt als pleitbezorger voor het in aanmerking nemen van de standpunten van het maatschappelijk middenveld bij de vrijwillige evaluatie van de SDG’s door de EU (“EU Voluntary Review”), nodigt het de Commissie uit om gezamenlijk een passende ruimte te creëren voor een regelmatige en gestructureerde dialoog met het maatschappelijk middenveld, waarbij bedrijven, vakbonden en maatschappelijke organisaties die in het veld actief zijn, worden betrokken.

1.5.

Andere sleutelfactoren voor het versnellen van de verwezenlijking van de SDG’s zijn volgens het EESC maatschappelijke acceptatie door een evenredige verdeling van de kosten en baten van de transitie, een proactieve communicatiestrategie om tegengewicht te bieden aan de anti-2030-agenda, verdere investeringen, afstemming van de SDG’s op het Europees Semester, multilateralisme en de totstandbrenging van een sterke SDG-/Green Deal-diplomatie. De kosten van de transitie mogen niet onhaalbaar zijn voor bedrijven, werknemers of de rest van de samenleving.

2.   Stand van zaken volgens de Europese Commissie

2.1.

Volgens de Europese Commissie vormen de SDG’s een essentieel onderdeel van de politieke richtsnoeren van voorzitter Von der Leyen en de jaarlijkse werkprogramma’s van de Europese Commissie (2). De Commissie volgt bij de uitvoering van de SDG’s een overheidsbrede (“Whole-of-Government”) aanpak en geeft prioriteit aan de SDG’s in wetgeving, beleid en financiering van de EU (3) (4).

2.2.

In juli 2023 heeft de Europese Commissie haar eerste EU Voluntary Review gepresenteerd, waarin de inzet van de EU voor de 2030-agenda wordt bevestigd en de bijdrage van het maatschappelijk middenveld naar voren komt. In die evaluatie wordt de balans opgemaakt van de vooruitgang van de EU bij de uitvoering van de SDG’s, zowel intern als extern (5).

2.3.

In de meest recente editie (2023) van het Eurostat-verslag “Sustainable development in the European Union — monitoring report on progress towards the SDGs in an EU context” wordt de vooruitgang belicht die de EU sinds 2015 heeft geboekt. Hoewel de vooruitgang op de meeste gebieden matig was, is er aanzienlijke vooruitgang geboekt met betrekking tot drie specifieke doelstellingen (6). Toch is het tempo van de vooruitgang op bepaalde gebieden sinds 2020 vertraagd of zelfs afgenomen als gevolg van talrijke crises, waaronder de COVID-19-pandemie, de klimaatnoodtoestand en de oorlog in Oekraïne. De gevolgen van de COVID-19-crisis komen al in de gegevens tot uiting, maar wat de oorlog in Oekraïne betreft kunnen alleen de kortetermijneffecten worden bekeken. Over het algemeen is aanzienlijke vooruitgang geboekt bij de verwezenlijking van enkele sociaal-economische doelstellingen en zijn meer inspanningen geboden om de bescherming van het milieu en een duurzaam gebruik van hulpbronnen te waarborgen.

Meer vooruitgang nodig met betrekking tot SDG 13, SDG 15 en SDG 17

2.4.

Op het vlak van klimaatmaatregelen (SDG 13) is de netto-uitstoot van broeikasgassen al met naar schatting 30 % teruggedrongen, maar er zijn meer inspanningen nodig dan in de voorbije jaren om de ambitieuze doelstelling van –55 % in 2030 te halen (7).

2.5.

Wat het leven op het land betreft (SDG 15) zijn er lichte verbeteringen waar te nemen; er zijn verdere inspanningen nodig om de aantasting van land en biodiversiteit om te buigen. Productieprocessen in de EU moeten consistenter worden herzien, verbeterd en vernieuwd, en consumptiepatronen moeten worden gericht op echte duurzame oplossingen op alle niveaus van de Europese en mondiale toeleveringsketens.

2.6.

Op het gebied van partnerschappen voor het bereiken van de doelstellingen (SDG 17) is niet veel resultaat behaald; alleen de invoer uit ontwikkelingslanden en het percentage huishoudens met snelle internettoegang zijn verbeterd (8). Volgens de OESO (9) trekken de meeste EU-landen onvoldoende middelen uit voor officiële ontwikkelingshulp (ODA) en hebben zij geen vooruitgang geboekt met de doelstelling om in 2030 0,7 % van het bni aan officiële ontwikkelingshulp te besteden (10).

2.7.

Volgens het speciaal verslag van de Europese Rekenkamer over de klimaat- en energiedoelstellingen van de EU (11) zijn er weinig aanwijzingen dat de ambitieuze EU-doelstellingen in het kader van de Europese Green Deal, het “Fit for 55”-pakket en REPowerEU zich zullen vertalen in voldoende maatregelen om de 2030-doelstellingen te halen.

Vooruitgang met de rest van de SDG’s

2.8.

Er is in de EU aanzienlijke vooruitgang geboekt op het gebied van fatsoenlijk werk en economische groei (SDG 8) (12). De arbeidsparticipatie in de EU bereikte in 2022 een recordhoogte van 74,6 %, waarmee zij op koers ligt om de doelstelling voor 2030 te halen. Het percentage jongeren dat noch aan het werk is, noch onderwijs of een opleiding volgt, daalde in 2022 tot het laagste percentage ooit en het streefcijfer van 9 % in 2030 ligt binnen bereik. De investeringen bleven in 2022 flink groeien en bereikten een piek van 23,2 % van het bbp (13).

2.9.

Op het gebied van armoedebestrijding (SDG 1) is er in de EU in de periode tot 2019 vooruitgang geboekt met de verschillende dimensies van armoede, waardoor steeds meer mensen in hun basisbehoeften kunnen voorzien. Sinds 2020 is het armoedereductiepercentage over het algemeen te laag. Ook verschillen de armoedepercentages aanzienlijk tussen de EU-lidstaten, waarbij kinderen en jongeren bijzonder zwaar worden getroffen door armoede en sociale uitsluiting (14).

2.10.

Ook op het gebied van gendergelijkheid (SDG 5) zijn relatief grote stappen gezet (15). De loonkloof tussen mannen en vrouwen is kleiner geworden en vrouwen bekleden in toenemende mate leidinggevende functies. Hoewel de arbeidsparticipatiekloof tussen mannen en vrouwen kleiner is geworden, moet er nog meer vooruitgang worden geboekt om de doelstelling voor 2030 te halen. Anderzijds blijven mannen achter bij vrouwen wat betreft het behalen van een diploma tertiair onderwijs.

2.11.

De EU heeft mooie vorderingen gemaakt met het verminderen van ongelijkheid (SDG 10), het verstrekken van hoogwaardig onderwijs (SDG 4), het tot stand brengen van vrede, gerechtigheid en sterke instellingen (SDG 16), het bevorderen van een goede gezondheid en welzijn (SDG 3) en het bevorderen van industrie, innovatie en infrastructuur (SDG 9) (16). De vooruitgang bij de verwezenlijking van verantwoorde consumptie en productie (SDG 12), duurzame steden en gemeenschappen (SDG 11), leven in het water (SDG 14), het uitbannen van honger (SDG 2) en schoon water en sanitaire voorzieningen (SDG 6) (17) is echter bescheiden. Hoewel er matige vooruitgang is geboekt op het gebied van betaalbare en schone energie (SDG 7), wordt in recente gegevens geen rekening gehouden met de energiegerelateerde gevolgen van de oorlog in Oekraïne, zoals omschreven in de mededeling over het voorjaarspakket van het Europees Semester 2023 (18).

Impact van internationale overloopeffecten

2.12.

De EU heeft ook vooruitgang geboekt bij het genereren van positieve overloopeffecten in termen van bruto toegevoegde waarde, terwijl zij tegelijkertijd haar netto-invoer van grondstoffen heeft verminderd (19).

2.13.

Wat het toekomstige beleid betreft, moet de EU erop toezien dat haar beleidsaanpak niet leidt tot nieuwe negatieve internationale overloopeffecten die verband houden met haar verbruik (energie, emissies, grondstoffen, levensmiddelen, consumptiegoederen enz.).

3.   Stand van zaken volgens maatschappelijke organisaties

3.1.

Het is niet verrassend dat maatschappelijke organisaties een kritischer beeld schetsen. Dit heeft er goeddeels mee te maken dat zij in hun verslagen ook niet-officiële gegevens van betrouwbare bronnen als Transparency International opnemen, een breder scala aan indicatoren hanteren en rekening houden met de impact van de EU op andere landen.

3.2.

In dit verband merkt het EESC op dat volgens maatschappelijke organisaties de verwezenlijking van de SDG’s ernstig op de helling staat na drie jaar van opeenvolgende crises. In het meest recente verslag over duurzame ontwikkeling (20) en het verslag van de secretaris-generaal van de VN worden de negatieve gevolgen van deze crises voor de SDG’s en de menselijke ontwikkeling wereldwijd benadrukt. Tegen een achtergrond van toenemende geopolitieke spanningen en een verzwakt multilateraal kader is het echter van cruciaal belang dat erkenning wordt gegeven aan de enorme waarde van de SDG’s en de Agenda 2030 als de meest uitgebreide, ambitieuze en universele routekaart voor duurzame sociaal-economische welvaart binnen de draagkracht van de planeet. Als de beginselen van de SDG’s niet ten uitvoer worden gelegd, kan dat tot nieuwe crises leiden. Daarom is het des te belangrijker dat de Europese Unie haar inspanningen opvoert en de SDG’s gebruikt als een kompas om intern de ambities aan te scherpen en extern de dialoog en de samenwerking te intensiveren.

3.3.

In diverse recente rapporten wordt erop gewezen dat er wereldwijd en in Europa onvoldoende vooruitgang wordt geboekt op het gebied van duurzame ontwikkeling. Uit de speciale editie van het VN-verslag over de vooruitgang bij de verwezenlijking van de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling (SDG’s) blijkt op alarmerende wijze dat veel van de SDG’s wereldwijd en halverwege de termijn voor de verwezenlijking ervan niet op koers liggen (21). Volgens dit verslag blijkt uit een voorlopige beoordeling van de ongeveer 140 doelen waarvoor gegevens beschikbaar zijn dat slechts ongeveer 12 % op koers ligt. Hoewel er vooruitgang is geboekt, ligt bijna de helft tamelijk of ernstig achter op schema, en met ongeveer 30 % is helemaal geen vooruitgang geboekt of is er zelfs een achteruitgang ten opzichte van het referentiejaar 2015.

3.4.

Uit verslagen van maatschappelijke organisaties op basis van beschikbare trendgegevens blijkt dat de EU ook vóór de pandemie niet op koers lag om alle SDG’s te verwezenlijken. Sinds 2020 is de vooruitgang, die eerder al traag verliep, tot stilstand gekomen (22). Op dit moment ligt de EU op koers om ongeveer 66 % van de SDG-doelen uit het verslag voor 2022 over duurzame ontwikkeling in Europa (23) te halen; bij 20 % van de indicatoren is de vooruitgang echter beperkt en bij 13 % is er sprake van achteruitgang. De EU staat voor aanzienlijke uitdagingen op gebieden als verantwoorde consumptie en productie, duurzame voedselsystemen, klimaatactie en de gezondheid van zowel terrestrische als mariene ecosystemen (SDG 2 en SDG’s 12-15). Bovendien zijn er duidelijke verschillen tussen de landen wat betreft de verwezenlijking van SDG 9 (industrie, innovatie en infrastructuur).

3.5.

De afgelopen twee jaar is ook de ongelijkheid in verschillende lidstaten toegenomen, zoals blijkt uit het gebrek aan voortgang op veel gebieden van de “niemand aan zijn lot overlaten” (“Leave No One Behind”)-index op EU-niveau (24). Doelstelling 17 (partnerschappen om de doelstellingen te bereiken) blijkt in Europa moeilijk te verwezenlijken, deels omdat slechts vier EU-lidstaten voldoen aan de doelstelling om 0,7 % van hun bni te besteden aan officiële ontwikkelingshulp.

3.6.

Maatschappelijke organisaties hebben ook vastgesteld dat bepaalde beleidsmaatregelen en instrumenten van de EU, zoals het EU-actieplan voor de Europese sociale pijler (25) en de Europese Green Deal (26), niet voldoende zijn afgestemd op de SDG’s (27). Zij wijzen er ook op dat actoren uit het maatschappelijk middenveld onvoldoende betrokken zijn bij het toezicht op en de tenuitvoerlegging van de SDG’s in de EU.

4.   Toekomstig beleid: sleutelfactoren voor de verwezenlijking van de SDG’s

4.1.

Het baart het EESC zorgen dat de EU-wetgeving ter verwezenlijking van de SDG’s versnipperd is, terwijl de EU en de lidstaten juist behoefte hebben aan een geïntegreerde en alomvattende strategie om ervoor te zorgen dat de SDG’s op Europees en mondiaal niveau worden verwezenlijkt. Om het Europese beleid voor duurzame ontwikkeling te vereenvoudigen en een doeltreffende dialoog met burgers en wetenschappers aan te gaan, zou er volgens het EESC een overkoepelende strategie (28) met een holistische aanpak moeten komen, veeleer dan dat de doelstellingen worden opgesplitst en één voor één worden aangepakt.

4.2.

Er zijn streefcijfers, tijdschema’s en routekaarten nodig waarin duidelijk wordt aangegeven hoe de EU de 17 SDG’s wil bereiken. De EU zou kunnen voortbouwen op een meer operationele aanpak, zoals de “Six Transformations” (29), waarbij alle SDG’s in zes ingrijpende transformatiegebieden worden ondergebracht. De zes transformatiegebieden zijn afgestemd op hoe overheden zijn georganiseerd en beschrijven een grote verandering in de sociale, economische, politieke en technologische structuur, ondersteund door de principes van circulariteit en “niemand aan zijn lot overlaten”. Dit kader is aangepast aan de Europese context (30) om een doeltreffend en gemakkelijk over te brengen narratief te ontwikkelen, om te helpen voortbouwen op synergieën en om mogelijke afwegingen tussen doelstellingen aan te pakken. Het EESC beschouwt dit als een interessante aanpak, die nader moet worden bestudeerd en als ijkpunt kan dienen voor de wijze waarop de SDG’s in praktijk kunnen worden gebracht. Het is ook cruciaal om de aanpak regelmatig bij te werken en de doelstellingen ook in de periode na 2030 te handhaven.

4.3.

Ook andere beleidsmaatregelen die op het eerste gezicht niet rechtstreeks verband houden met de SDG’s, kunnen bijdragen tot een duurzamere en tegelijkertijd kwalitatief betere levensstijl voor de burgers, wat de SDG’s weer ten goede komt. Tijdsmaatregelen met betrekking tot dienstregelingen, werktijd, vrije tijd en andere tijdsaspecten in het dagelijks leven, evenals bijvoorbeeld stedelijke planning, kunnen leiden tot betere school- en beroepsprestaties, een betere combinatie van werk en gezin, meer slimme steden met adequate openbaarvervoerssystemen enz. Hoewel dit soort maatregelen op regionaal en nationaal niveau moeten worden vormgegeven en uitgevoerd, moeten ze ook beantwoorden aan de beleidsdoelstellingen van de EU. Bijzondere aandacht moet worden besteed aan de vermindering van de territoriale onevenwichtigheden tussen steden en het platteland om de ontvolking en leegloop van plattelandsgebieden te voorkomen.

4.4.

Daarnaast moet ook gebruik worden gemaakt van praktijken en procedures van openbaar bestuur, met name openbare aanbestedingen, en van regelgevingseffectbeoordelingen, om onbedoelde gevolgen van nationaal beleid te voorkomen. Doelstellingen met betrekking tot consumptie, alsmede voedingsmaatregelen, energie-efficiëntiemaatregelen en innovatie kunnen helpen om overloopeffecten op de toeleveringsketens voor onder meer voedsel en mineralen te beperken. Een dergelijk pakket maatregelen moet worden ondersteund door een duidelijke communicatiestrategie, handhavingsmechanismen waar nodig en uitgebreide datasystemen op EU-, nationaal, sector- en bedrijfsniveau.

4.5.

Om ze te implementeren moeten de SDG’s lokaal worden verankerd. Lokale en regionale actoren die zich inzetten om hun beleid aan de SDG’s te koppelen, zullen hierin een sleutelrol spelen. Lokale verankering moet worden ondersteund door doeltreffende bestuursregelingen op meerdere niveaus. Naast het opnemen van de SDG’s in lokale ontwikkelingsplannen, moeten er stimulansen komen om publieke en private belanghebbenden aan te moedigen om samen te werken, te innoveren en gezamenlijk oplossingen te ontwerpen door middel van een sectoroverschrijdende aanpak.

Systematische monitoring van de dialoog en oprichting van een vaste databank

4.6.

Sterke partnerschappen met meerdere belanghebbenden en empirisch onderbouwde trajecten zouden centraal moeten staan in de Europese beleidsvorming. Door te luisteren naar en rekening te houden met de ideeën en zorgen van bedrijven, vakbonden en maatschappelijke organisaties die in het veld actief zijn en een duidelijk beeld van de economie en de sociale behoeften hebben, zal het proces worden versneld en kunnen negatieve gevolgen bij de uitvoering van nieuwe maatregelen worden voorkomen.

4.7.

Bij het opstellen van de EU Voluntary Review heeft het EESC een belangrijke rol gespeeld door het verzamelen van de standpunten van maatschappelijke organisaties, die vervolgens in het definitieve document zijn opgenomen. In het licht van deze vruchtbare samenwerking dringt het EESC er bij de Commissie op aan om samen met het Comité een passende ruimte te creëren voor structurele betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld bij de tenuitvoerlegging van de SDG’s. Daarom is het belangrijk dat de Commissie zich er voor de lange termijn (ook voorbij de huidige mandaatsperiode) toe verbindt om belanghebbenden in een vroeg stadium te betrekken bij het opstellen en vaststellen van de agenda, ervoor te zorgen dat andere instellingen vertegenwoordigd zijn, en erop toe te zien dat er voldoende middelen ter beschikking worden gesteld voor een zinvolle en inclusieve inbreng van maatschappelijke organisaties. Het zou ook nuttig zijn om samenwerking tot stand te brengen met belangrijke groepen en andere belanghebbenden en hun regionale coördinatoren, zodat hun standpunten kunnen worden gepresenteerd aan EU- en VN-organen en de eisen van de verschillende groepen en belanghebbenden meer zichtbaarheid krijgen (31).

4.8.

Onder verwijzing naar voorstel 39 van het eindverslag van de Conferentie over de toekomst van Europa stelt het EESC voor om zijn unieke rol binnen de institutionele architectuur van de Unie te gebruiken om burgerpanels voor een betere verwezenlijking van de SDG’s te faciliteren en te modereren. Het EESC is ervan overtuigd dat democratische overlegprocessen het beleid kunnen verbeteren en de economische en sociale cohesie kunnen versterken, met name in veeleisende overgangstijden als de huidige. Jongeren en onderwijs zijn van cruciaal belang voor de verwezenlijking van de SDG’s, aangezien jongeren de impact van de besluiten die vandaag worden genomen het sterkst zullen voelen en zich in toenemende mate zorgen maken over de toekomst.

4.9.

Jongeren- en vrouwenorganisaties spelen een cruciale rol bij de bevordering van duurzame ontwikkeling en moeten in staat worden gesteld om de SDG’s om te zetten in nationale, regionale en lokale maatregelen. De EU moet de invloed van Europese jongeren en vrouwen op het beleid en de besluitvorming inzake de SDG’s op alle niveaus vergroten. Het EESC heeft in dit verband het goede voorbeeld gegeven met de deelname van een jongerenafgevaardigde aan de EESC-delegatie naar de COP en de rondetafelbijeenkomsten voor jongeren inzake klimaat en duurzaamheid.

4.10.

Goede beleidsvorming is gestoeld op solide gegevens: voor Europa is het van cruciaal belang om de vooruitgang bij de tenuitvoerlegging van de SDG’s te monitoren en te beoordelen, ook wat de betrekkingen met partnerlanden buiten de EU betreft. Het EESC roept Eurostat op om prestatiegegevens van het Europees Semester systematisch op te nemen in zijn SDG-databank, zodat SDG-prestaties in de Europese Unie beter kunnen worden beoordeeld. Eurostat moet de officiële gegevensbron blijven, maar moet ook verbeteringen aanbrengen en een innovatievere benadering van indicatoren overwegen. Daarnaast beschikken sommige maatschappelijke organisaties over zeer specifieke en waardevolle gegevens, waarmee beleidsmakers geval per geval rekening zouden moeten houden.

4.11.

Het EESC verbaast zich erover dat de analyse van de Commissie gebaseerd is op gegevens tot 2019, met name wat betreft SDG 1 inzake het uitbannen van armoede. Als gevolg van de vele crises die zich sindsdien hebben voorgedaan, namelijk COVID-19, de stijgende rentetarieven, de hoge inflatie en hoge energieprijzen, en andere gevolgen in verband met de Russische invasie van Oekraïne, is de situatie voor veel gezinnen verslechterd. Enkele cijfers over kinder- en jeugdarmoede: in 2021 liep ongeveer 24,4 % van de kinderen (jonger dan 18 jaar) in de EU het risico op armoede of sociale uitsluiting, tegenover 21,1 % van de volwassenen (18 jaar en ouder) (32). Volgens recente cijfers dreigde in 2021 20 % van de jongeren tussen 15 en 29 jaar in armoede te vervallen, terwijl het armoederisico voor de EU-bevolking als geheel 17 % bedroeg (33). Bovendien leden volgens de FAO in 2022 wereldwijd 122 miljoen méér mensen honger dan in 2019, en nam de voedselonzekerheid in Europa toe (34).

Meer investeren in mensen en infrastructuur

4.12.

De SDG’s zijn vooral een agenda voor investeringen in menselijk kapitaal (gezondheid, onderwijs, sociale bescherming) en fysieke infrastructuur (elektrificatie, schone energie, digitale infrastructuur). De EU heeft daarom een brede aanpak nodig voor het kanaliseren van publieke en private investeringen naar het behalen van de SDG’s. Dit vereist coherente en verbeterde nationale planning, regelgeving, verslaglegging en monitoring. In dit verband zou ook het afstemmen van het Europees Semester op de SDG’s een doeltreffende manier kunnen zijn om een nieuw economisch model te bevorderen dat duurzaam en inclusief is (35).

4.13.

Het maatschappelijk draagvlak voor de SDG’s kan ook worden vergroot door de nadruk te leggen op het rechtstreekse verband tussen duurzameontwikkelingsbeleid en welvaart, gezonde economieën, de rechtsstaat, de grondrechten, d.w.z. de pijlers van het welzijn van een samenleving op de lange termijn. Het is belangrijk om duidelijk te communiceren op welke manieren de verwezenlijking van de SDG’s een positief effect zal hebben op verschillende groepen in de samenleving. Het is met name van essentieel belang om te laten zien hoe de SDG’s waarde creëren voor bedrijven, bijvoorbeeld door inkomsten te genereren via marktdifferentiatie, de belangstelling van investeerders te wekken en de veerkracht van de toeleveringsketen te vergroten (36).

4.14.

Door het belang van de SDG’s op een begrijpelijke manier over te brengen en de positieve effecten ervan te benadrukken, kan het maatschappelijk draagvlak ervoor worden vergroot. Inzicht in het belang van de SDG’s begint met formeel of informeel onderwijs (37). Op nepnieuws over negatieve gevolgen van de Agenda 2030 moet op passende wijze gereageerd worden. Sommige populistische bewegingen die samenzweringstheorieën propageren, en vooral extreemrechtse politieke partijen, maken gebruik van een misleidend narratief over de negatieve gevolgen van duurzame ontwikkeling. Daarom is het met het oog op de komende Europese verkiezingen van cruciaal belang om een proactieve en op feiten gebaseerde communicatiestrategie te hanteren.

4.15.

Een ander element dat zal helpen om het maatschappelijk draagvlak voor de SDG’s te vergroten, is ervoor te zorgen dat de burgers zien dat niet alleen de kosten, maar ook de voordelen van de transitie naar een groenere, eerlijkere en welvarende wereld op evenredige wijze worden verdeeld. Willen zij hierin vertrouwen hebben, dan moeten de lidstaten en de EU ook aantonen dat zij in staat zijn om daadwerkelijk voor een dergelijke verdeling te zorgen. De kosten van de transitie mogen niet onhaalbaar zijn voor bedrijven, werknemers of de rest van de samenleving.

Het externe perspectief: multilateralisme en groene diplomatie

4.16.

De EU heeft een belangrijke rol gespeeld in de aanloop naar de vaststelling van de SDG’s en moet nu het voortouw nemen bij het bevorderen van sterkere mondiale verbintenissen ten gunste van de verwezenlijking ervan. De EU moet het voortouw nemen bij de diplomatie voor de SDG’s/de Green Deal tijdens de SDG-top van 2023, COP28 en de “Summit of the Future” (top over de toekomst) in 2024.

4.17.

Aangezien lage- en middeninkomenslanden met grote problemen kampen op het gebied van budgettaire ruimte en geen toegang hebben tot internationaal kapitaal om in de Agenda 2030 te investeren, moet de EU de toezeggingen die zij tijdens COP27 en de G20-top op Bali heeft gedaan, gestand doen en kracht bijzetten, ter ondersteuning van de oproep van de secretaris-generaal van de VN voor een wereldwijde stimulans voor de verwezenlijking van de SDG’s waarbij de lasten van de financiering van de aanpassing aan de klimaatverandering en de kosten van verlies en schade worden verdeeld over de landen die de grootste verantwoordelijkheid dragen. Naast een grootscheepse opschaling van de SDG-financiering via een grotere kredietverleningscapaciteit van multilaterale ontwikkelingsbanken, moet de EU aandringen op een ingrijpende hervorming van de mondiale financiële architectuur en internationale instellingen, waaronder de Verenigde Naties, de Wereldbank en het IMF. Door doortastende maatregelen te nemen om de internationale SDG-financiering en de VN-stelsels te versterken, kan de EU andere landen mobiliseren rond haar waarden van menselijke waardigheid, vrijheid, democratie en de rechtsstaat.

4.18.

Verder dringt het EESC erop aan dat er meer inspanningen worden geleverd om ervoor te zorgen dat zo spoedig mogelijk, en uiterlijk in 2030, 0,7 % van het bnp aan officiële ontwikkelingshulp wordt besteed teneinde duurzame economische ontwikkeling en het welzijn van ontwikkelingslanden te bevorderen. Dit betreft zowel EU-middelen als middelen van de lidstaten.

Negatieve internationale overloopeffecten tot een minimum beperken

4.19.

De consumptie in de EU gaat gepaard met aanzienlijke negatieve ecologische en sociale overloopeffecten in de rest van de wereld. De EU heeft onlangs haar inspanningen opgevoerd om de negatieve internationale overloopeffecten van niet-duurzame toeleveringsketens te controleren en te beperken, met name door met partnerlanden samen te werken aan overgangstrajecten. Robuuste bilaterale handelsovereenkomsten die in het belang zijn van zowel de EU als van derde landen, zijn belangrijk, en moeten spiegelclausules met betrekking tot de SDG’s bevatten, niet alleen om overloopeffecten te voorkomen en andere landen te helpen hun normen te verhogen, maar ook om gelijke voorwaarden te garanderen voor Europese bedrijven en sectoren (met name de primaire sector) die zich inspannen en financiële investeringen doen om de SDG’s te realiseren.

4.20.

Bepaalde EU-wetgevingshandelingen die thans worden besproken, moeten worden beschouwd als doeltreffende manieren om de verwezenlijking van de doelstellingen van de Agenda 2030 te bespoedigen. Het voorstel voor een richtlijn inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid (CSDDD (38)), het voorstel voor een verbod op met dwangarbeid vervaardigde producten (39) en de uitvoering van de aanbevelingen in de mededeling over fatsoenlijk werk wereldwijd (40) kunnen bijdragen tot de realisatie van respectievelijk de SDG’s 12 en 8. Daarnaast zullen de verordening betreffende verpakking en verpakkingsafval en de energie-efficiëntierichtlijn gunstige gevolgen hebben voor de verwezenlijking van de SDG’s en voor negatieve overloopeffecten. Tot slot is het EESC van mening dat de EU samen met haar mondiale partners een leidende rol moet spelen bij de verwezenlijking van de SDG’s van de Agenda 2030. Zij moet haar inspanningen op mondiaal niveau voortzetten en streven naar voortdurende verbetering van ondersteunende overeenkomsten zoals de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten.

Brussel, 25 oktober 2023.

De voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité

Oliver RÖPKE


(1)  Verenigde Naties, Economische en Sociale Raad (mei 2023), Special edition: Progress towards the Sustainable Development Goals: Report of the Secretary-General, New York, VS.

(2)  Europese Commissie, 2023, Holistische EU-aanpak van duurzame ontwikkeling.

(3)  Europese Commissie, 2023, Vrijwillige EU-evaluatie van de uitvoering van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling.

(4)  SWD(2020) 400 final: Delivering on the UN’s Sustainable Development Goals — A comprehensive approach.

(5)  Europese Commissie, 2023, Vrijwillige evaluatie door de EU van de uitvoering van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling.

(6)  Eurostat, 2023. Sustainable development in the European Union — Monitoring report on progress towards the SDGs in an EU context, editie 2023.

(7)  Eurostat, 2023. Sustainable development in the European Union — Monitoring report on progress towards the SDGs in an EU context, editie 2023.

(8)  Eurostat, 2023. Sustainable development in the European Union — Monitoring report on progress towards the SDGs in an EU context, editie 2023.

(9)  https://data.oecd.org/oda/net-oda.htm

(10)  Eurostat, 2023. Sustainable development in the European Union — Monitoring report on progress towards the SDGs in an EU context, editie 2023.

(11)  Speciaal verslag 18/2023 — De klimaat- en energiedoelstellingen van de EU — De streefcijfers voor 2020 zijn verwezenlijkt, maar weinig wijst erop dat de maatregelen voor het bereiken van de streefcijfers voor 2030 volstaan.

(12)  Eurostat, 2023. Sustainable development in the European Union — Monitoring report on progress towards the SDGs in an EU context, editie 2023.

(13)  Eurostat, 2023. Sustainable development in the European Union — Monitoring report on progress towards the SDGs in an EU context, editie 2023.

(14)  Eurostat, 2023. Sustainable development in the European Union — Monitoring report on progress towards the SDGs in an EU context, editie 2023.

(15)  Eurostat, 2023. Sustainable development in the European Union — Monitoring report on progress towards the SDGs in an EU context, editie 2023.

(16)  Eurostat, 2023. Sustainable development in the European Union — Monitoring report on progress towards the SDGs in an EU context, editie 2023.

(17)  Eurostat, 2023. Sustainable development in the European Union — Monitoring report on progress towards the SDGs in an EU context, editie 2023.

(18)  Europese Commissie, 2023, 2023 European Semester: Spring Package.

(19)  Eurostat, 2023. Sustainable development in the European Union — Monitoring report on progress towards the SDGs in an EU context, editie 2023.

(20)  Sachs, J., Lafortune, G., Kroll, C., Fuller, G., Woelm, F., Sustainable Development Report 2022: From Crises to Sustainable Development: The SDGs as Roadmap to 2030 and Beyond, Cambridge University Press: Cambridge, VK, 2022.

(21)  Verenigde Naties, Economische en Sociale Raad (mei 2023), Special edition: Progress towards the Sustainable Development Goals: Report of the Secretary-General, New York, VS.

(22)  Lafortune, G., Fuller, G., Bermont Diaz, L., Kloke-Lesch, A., Koundouri, P., Riccaboni, A. (2022), Achieving the SDGs: Europe’s Compass in a Multipolar World. Europe Sustainable Development Report 2022, SDSN en SDSN Europe, Parijs, Frankrijk.

(23)  Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over geschiktere indicatoren voor de evaluatie van de SDG’s — Bijdrage van het maatschappelijk middenveld (initiatiefadvies) (PB C 440 van 6.12.2018, blz. 14).

(24)  Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over geschiktere indicatoren voor de evaluatie van de SDG’s — Bijdrage van het maatschappelijk middenveld (initiatiefadvies) (PB C 440 van 6.12.2018, blz. 14).

(25)  Internationaal Verbond van Vrije Vakverenigingen (IVVV), 2023, Halfway to 2030: A Trade Union Take on the EU and the SDGs, https://www.ituc-csi.org/halfway-to-2030-a-trade-union-take-on-the-eu-and-the-sdgs?lang=en

(26)  Koundouri, P., et al (2022), Financing the Joint Implementation of the SDGs and the European Green Deal. 2nd report of the SDSN Senior Working Group on the European Green Deal, SDSN Europe.

(27)  SDG Watch Europe (2023), How far is Europe in achieving the SDGs? Civil Society Spotlight Report, https://sdgwatcheurope.org/imagining-europe-beyond-growth/

(28)  Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over geschiktere indicatoren voor de evaluatie van de SDG’s — Bijdrage van het maatschappelijk middenveld (initiatiefadvies) (PB C 440 van 6.12.2018, blz. 14).

(29)  https://resources.unsdsn.org/six-transformations-to-achieve-the-sustainable-development-goals-sdgs

(30)  Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over geschiktere indicatoren voor de evaluatie van de SDG’s — Bijdrage van het maatschappelijk middenveld (initiatiefadvies) (PB C 440 van 6.12.2018, blz. 14).

(31)  Zie ook Versterking van het multilateralisme en de internationale kernbeginselen voor een op regels gebaseerde orde in een snel veranderende wereld — Het belang van de bijdrage van het maatschappelijk middenveld aan het VN-systeem.

(32)  https://ec.europa.eu/eurostat/web/products-eurostat-news/-/ddn-20221027-2

(33)  https://ec.europa.eu/eurostat/databrowser/view/ILC_LI02__custom_5706066/default/table?lang=en

(34)  https://www.fao.org/3/cc3017en/online/state-food-security-and-nutrition-2023/food-security-nutrition-indicators.html

(35)  Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité inzake de aanbevelingen van het EESC voor een stevige hervorming van het Europees Semester (initiatiefadvies) (PB C 228 van 29.6.2023, blz. 1).

(36)  UNPD, SDG Accelerator, Business and the SDGs, https://www.undp.org/sdg-accelerator/business-and-sdgs

(37)  Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over empowerment van jongeren om via onderwijs duurzame ontwikkeling te verwezenlijken (initiatiefadvies) (PB C 100 van 16.3.2023, blz. 38).

(38)  Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over zorgvuldigheidseisen (verkennend advies) (PB C 429, 11.12.2020, blz. 136); advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2019/1937 (COM(2022) 71 final) (PB C 443, 22.11.2022, blz. 81).

(39)  Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over het verbod op met dwangarbeid vervaardigde producten op de markt van de Unie (COM(2022) 453 final) (PB C 140 van 21.4.2023, blz. 75).

(40)  Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over waardig werk wereldwijd (COM(2022) 66 final) (PB C 486 van 21.12.2022, blz. 149).


ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/876/oj

ISSN 1977-0995 (electronic edition)