|
Publicatieblad |
NL Serie C |
|
C/2023/1341 |
7.12.2023 |
Verklaring van de Commissie over het gebruik van de onderzoeksprocedure voor responsmaatregelen van de Unie uit hoofde van Verordening (EU) 2023/2675 betreffende de bescherming van de Unie en haar lidstaten tegen economische dwang door derde landen
(C/2023/1341)
De Commissie is vastbesloten om bij de toepassing van het EU-antidwanginstrument in alle stadia nauw samen te werken met het Europees Parlement, de Raad en de lidstaten en daarbij de toepasselijke regels en beste praktijken te volgen. De Commissie merkt op dat een eensgezinde respons van de EU de belangrijkste kenmerken van het instrument, namelijk afschrikking en doeltreffendheid, zal ondersteunen en het meest geschikt zal zijn in het licht van de gevoelige aard van het instrument.
De Commissie benadrukt dat het in het kader van deze verordening haalbaar is oplossingen te vinden die de grootst mogelijke steun genieten, gezien de aard en de effecten van het optreden van de Unie uit hoofde van de verordening. De toepassing van deze verordening vergt een afweging van complexe economische, beleidsmatige en juridische kwesties, die een aanzienlijke marge biedt voor het selecteren van oplossingen, met name die welke de grootst mogelijke steun van de lidstaten hebben.
In dit verband zal de Commissie er bij de uitoefening van haar uitvoeringsbevoegdheden uit hoofde van de verordening en overeenkomstig de voorschriften en algemene beginselen die door het Europees Parlement en de Raad zijn vastgesteld en in Verordening (EU) nr. 182/2011 zijn vastgelegd, bijzondere aandacht aan besteden dat het comité van de lidstaten elk ontwerp van uitvoeringshandeling in een vroeg stadium daadwerkelijk kan onderzoeken en standpunten kenbaar kan maken alvorens te stemmen, en zal zij te allen tijde streven naar die oplossingen die in het comité de grootst mogelijke steun van de lidstaten genieten. Met inachtneming van de bescherming van vertrouwelijke informatie zal de Commissie de analyse van de in artikel 13, lid 4, bedoelde beoogde maatregelen onverwijld ter beschikking stellen van het Europees Parlement en de Raad wanneer deze aan de lidstaten worden voorgelegd. De Commissie zal het Europees Parlement en de Raad erop wijzen wanneer de beoogde responsmaatregelen van de Unie verband houden met de in artikel 8, lid 4, beschreven maatregelen.
Indien een comité geen advies uitbrengt over een ontwerp van uitvoeringshandeling, zal de Commissie bovendien zoveel mogelijk rekening houden met de standpunten die in het comité naar voren zijn gebracht en zal zij het comité bij voorrang een gewijzigde ontwerphandeling voorleggen, teneinde te zorgen voor een zo ruim mogelijke steun voor een positief advies, bij consensus of gekwalificeerde meerderheid van stemmen, over een gewijzigde ontwerphandeling. Indien een beroep moet worden gedaan op het comité van beroep, zal de Commissie zoveel mogelijk rekening houden met de standpunten die in het comité van beroep naar voren zijn gebracht en zal zij streven naar de vaststelling van maatregelen die gebaseerd zijn op een positief advies met zo ruim mogelijke steun, bij consensus of gekwalificeerde meerderheid. Indien het comité van beroep geen advies uitbrengt over een ontwerp van uitvoeringshandeling, zal de Commissie op zodanige wijze handelen dat zij niet ingaat tegen een eventueel meerderheidsstandpunt binnen het comité van beroep als dit standpunt behelst dat het ontwerp van uitvoeringshandeling niet passend is.
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2023/1341/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)