|
Publicatieblad |
NL Serie C |
|
C/2023/1340 |
7.12.2023 |
Gezamenlijk Standpunt van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over Verordening (EU) 2023/2675 betreffende de bescherming van de Unie en haar lidstaten tegen economische dwang door derde landen
(C/2023/1340)
Economische dwang kan gevolgen hebben voor elk deel van de activiteiten van de Unie of van een lidstaat en kan complexe politieke, economische en juridische gevolgen hebben. Deze verordening is een noodzakelijk en doeltreffend antwoord op economische dwang en werkt door middel van afschrikking, maar kan leiden tot de vaststelling van tegenmaatregelen, waar nodig in laatste instantie. Deze verordening is zonder precedent, is zorgvuldig opgezet en houdt terdege rekening met de aanzienlijke gevolgen van gevallen van economische dwang. Hieruit volgt dat deze verordening en de daarin vervatte benaderingen, met name de toekenning van uitvoeringsbevoegdheden aan de Raad uit hoofde van artikel 4, strikt thematisch zijn en geen precedent vormen voor andere wetgevingsdossiers op basis van artikel 207 VWEU of voor het voorstellen van dergelijke handelingen. Evenzo lopen de regels voor het gebruik van de onderzoeksprocedure met betrekking tot in dit instrument overeengekomen responsmaatregelen van de Unie niet vooruit op het resultaat van andere lopende of toekomstige wetgevingsonderhandelingen en mogen zij niet als precedent voor andere wetgevingsdossiers worden beschouwd. Deze verordening mag derhalve niet worden beschouwd als een precedent voor andere handelingen.
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2023/1340/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)