|
Publicatieblad |
NL Serie C |
|
C/2023/1326 |
22.12.2023 |
Advies van het Europees Comité van de Regio’s — Europees grensoverschrijdend mechanisme 2.0
(C/2023/1326)
|
BELEIDSAANBEVELINGEN
HET EUROPEES COMITÉ VAN DE REGIO’S (CvdR)
Belemmeringen aan de grens hebben nadelige gevolgen voor de ontwikkeling van grensregio’s en het welzijn van hun inwoners
|
1. |
herinnert eraan dat uit eerdere studies van de Europese Commissie is gebleken dat in de grensregio’s van de EU veel potentiële groei verloren gaat als rechtstreeks gevolg van juridische en administratieve belemmeringen. Deze gaan namelijk gepaard met enorme administratieve lasten die de grensoverschrijdende activiteiten van burgers, gemeenschappen en bedrijven in de weg staan. Dit is met name van belang omdat een aanzienlijk deel van de bevolking van de EU in grensregio’s woont — volgens sommige schattingen gaat het om 30 % van de EU-bevolking (1). |
|
2. |
Bovendien is het vanwege deze obstakels voor lokale en regionale overheden en grensoverschrijdende entiteiten onmogelijk om gemeenschappelijke projecten zoals grensoverschrijdende overheidsdiensten op te zetten (2). In het verleden is al gebleken dat complexere grensoverschrijdende projecten, met name op het gebied van infrastructuur, veel meer geld en tijd vergen dan soortgelijke projecten binnen één lidstaat. |
|
3. |
Het Europees Comité van de Regio’s (CvdR) beklemtoont dat deze grensbelemmeringen indruisen tegen het idee van Europese eenheid. Na 70 jaar integratie zou er geen sprake meer mogen zijn van dergelijke belemmeringen en zouden er in ieder geval geen nieuwe obstakels mogen worden opgeworpen, wat helaas nog steeds gebeurt. Artikel 174 VWEU betreffende economische, sociale en territoriale samenhang bepaalt dat bijzondere aandacht moet worden besteed aan grensregio’s. De Europese Unie en haar lidstaten moeten maatregelen nemen om voornoemde belemmeringen weg te nemen of ten minste af te zwakken, teneinde ook in de grensregio’s de Europese interne markt te voltooien, banen en groei te creëren en de levenskwaliteit van de burgers te verbeteren. Grensregio’s staan bovenaan de Europese prioriteitenlijst inzake integratie en territoriale cohesie. |
|
4. |
Burgers en bedrijven in grensregio’s krijgen dagelijks te maken met tal van problemen die in andere delen van Europa ondenkbaar zijn en in de hoofdsteden van de lidstaten vaak op onbegrip stuiten, wat maakt dat zij in vergelijking met andere EU-burgers worden benadeeld. Mensen in grensregio’s moeten in gelijke mate kunnen profiteren van banen, goederen, diensten en contacten aan de andere kant van de grens; net als de inwoners van andere regio’s zouden ook zij zich in alle windrichtingen moeten kunnen ontplooien. |
|
5. |
Met de COVID-19-pandemie is deze problematiek nog duidelijker naar voren gekomen. De abrupte sluiting van de grenzen was met name in grensregio’s, waar mensen dagelijks de grens oversteken om te werken, inkopen te doen, gebruik te maken van bepaalde diensten of familie te bezoeken, bijzonder hinderlijk en problematisch. Sommige grensregio’s werden geconfronteerd met een bijna volledige ineenstorting van hun gezondheidsstelsels, maar konden geen beroep doen op grensoverschrijdende bijstand: bij gebrek aan grensoverschrijdende of Europese coördinatie konden patiënten, medisch personeel of hulpdiensten op grond van de nationale wetgeving niet de grens over. |
|
6. |
Het CvdR wijst op de vele voorbeelden van analyses van grensbelemmeringen die de Europese Commissie en de Werkgemeenschap van Europese grensgebieden sinds de evaluatie van de grensoverschrijdende samenwerking van 2015 hebben uitgevoerd in het kader van het programma “b-solutions”. Hierin is niet alleen herhaaldelijk gewezen op concrete belemmeringen aan de grens, maar ook op het feit dat er oplossingen bestaan; afhankelijk van het geval gaat het dan om de invoering van ad-hocbepalingen of van wijzigingen van wet- of regelgeving. Ook is uit deze analyses gebleken dat er behoefte is aan fora die de lokale en regionale overheden in staat stellen om grensbelemmeringen uit de weg te ruimen met hulp van de lidstaten. Dergelijke instrumenten voor grensoverschrijdend bestuur bestaan al of moeten nog operationeel worden (Noordse Raad; comités voor grensoverschrijdende samenwerking FR/DE (Verdrag van Aken), FR/IT (Quirinale-verdrag) en FR/ES (Verdrag van Barcelona)). |
|
7. |
Het is onaanvaardbaar dat in de Europese Unie vandaag de dag niet alle grensregio’s over doeltreffende instrumenten voor grensoverschrijdend bestuur beschikken om de regeringen van hun lidstaten of de EU-instellingen te melden met welke juridische en administratieve belemmeringen zij te maken hebben. Gevolg daarvan is dat deze regio’s zich in een impasse bevinden die hun duurzame economische, sociale en territoriale ontwikkeling — de basis voor de welvaart en het welzijn van de bevolking — in de weg staat. Elk grensgebied zou over instrumenten voor grensoverschrijdend bestuur moeten beschikken. |
|
8. |
De invoering van een wetgevingsinstrument op EU-niveau om grensoverschrijdende belemmeringen aan te pakken, in combinatie met bestaande instrumenten, zou de voltooiing van de interne markt weer een stap dichterbij brengen en aanzienlijke economische voordelen opleveren. Ook zou dit een positief effect hebben op het vlak van sociale rechten, gelijke kansen en milieubescherming, en de toegang tot hoogwaardige openbare diensten voor de inwoners van grensregio’s verbeteren. |
|
9. |
Het is aan de Europese Commissie om de coördinatie van de instrumenten voor grensoverschrijdend bestuur op zich te nemen, zodat goede praktijken kunnen worden uitgewisseld en eventueel in kaart kan worden gebracht op welke gebieden er behoeft is aan Europese wetgeving. Als Europese burgers verwachten mensen in grensregio’s dat de EU bijdraagt aan de oplossing van problemen die niet enkel op regionaal niveau kunnen worden aangepakt. Als mensen het gevoel hebben dat zij niet worden gesteund en er geen aandacht is voor hun problemen, dan zal dat de onvrede met de Europese Unie aanwakkeren. Een Europees wetgevingsinstrument is dan ook noodzakelijk en zou het imago van de EU ten goede komen. |
|
10. |
Om de verschillende sociale, demografische, economische, ecologische en klimatologische uitdagingen het hoofd te kunnen bieden, moet de EU meer doen om de samenwerking tussen de autoriteiten van de grensregio’s doeltreffender te maken, zodat de resterende grensoverschrijdende juridische en administratieve belemmeringen uit de weg kunnen worden geruimd. |
Een herziening van de ontwerpverordening betreffende het Europees grensoverschrijdend mechanisme (ECBM) zou het mogelijk maken grensbelemmeringen uit de weg te ruimen
|
11. |
Het CvdR spreekt dan ook nogmaals zijn steun uit voor het Commissievoorstel uit 2018 voor een verordening betreffende een mechanisme om juridische en administratieve belemmeringen in een grensoverschrijdende context uit de weg te ruimen. Een dergelijk mechanisme zou namelijk afwijkingen en eventueel ook wijzigingen van wetgeving mogelijk maken, zodat sneller oplossingen kunnen worden gevonden voor de problemen van overheden, gemeenschappen, burgers en bedrijven in grensregio’s. |
|
12. |
Het CvdR herinnert aan zijn in 2018 goedgekeurde advies over het ECBM, waarin het beklemtoont dat het hier om een zeer effectief instrument gaat dat de grensoverschrijdende samenwerking en het leven in grensregio’s aanzienlijk zou kunnen verbeteren. Ook merkt het op dat de realiteit in grensregio’s vaak een blinde vlek is. Het CvdR erkent het potentieel van een dergelijk instrument en betreurt dat de lidstaten hebben besloten de besprekingen over de voorgestelde verordening op te schorten. |
|
13. |
Om uit deze impasse te raken is een nieuwe invalshoek nodig, waarbij zou moeten worden uitgegaan van de relevante opmerkingen van een aantal lidstaten. Het CvdR denkt dat een diepgravende discussie en een gewijzigd voorstel de lidstaten ertoe zouden kunnen brengen hun bezwaren te laten varen. De lidstaten, de Europese Commissie, het Europees Parlement en het CvdR zouden in een geest van openheid en dialoog werkvergaderingen moeten houden om een uitweg te vinden uit de impasse en tot een werkbaar gewijzigd voorstel te komen dat voor alle partijen aanvaardbaar is. Het CvdR is als neutrale speler bij uitstek geschikt om dergelijke vergaderingen te organiseren. |
|
14. |
Het CvdR is ingenomen met het verslag met aanbevelingen aan de Europese Commissie voor de wijziging van de ECBM-ontwerpverordening (3), dat op 14 september 2023 door het Europees Parlement is aangenomen. |
|
15. |
Het zou graag zien dat de Europese Commissie de zorgen van de lidstaten ter harte neemt door de verordening te vereenvoudigen en duidelijk te maken dat de voorgestelde oplossingen vrijwillig van aard zijn. Tegelijk mag niet worden geraakt aan de belangrijkste aspecten van de verordening, zoals de grensoverschrijdende coördinatiepunten in de verschillende lidstaten of regio’s met wetgevende bevoegdheden, en de bepaling dat de lidstaten die ervoor kiezen het in de verordening voorgestelde mechanisme niet toe te passen, over een ander doeltreffend mechanisme voor het uit de weg ruimen van belemmeringen moeten beschikken. |
|
16. |
Het CvdR beklemtoont dat de regionale en lokale overheden op een zinvolle en inclusieve manier moeten worden betrokken bij de uitwerking en uitvoering van maatregelen om grensoverschrijdende obstakels uit de weg te ruimen, en dat ondernemingsgroepen, lokale maatschappelijke organisaties en gemeenschapsgroepen moeten worden geraadpleegd en naar behoren op de hoogte moeten worden gehouden van dit proces. |
|
17. |
Om misverstanden bij de uitvoering van de verordening te voorkomen, zou de Europese Commissie de daarin beschreven procedures moeten verduidelijken en vereenvoudigen; tegelijk dient elke lidstaat over voldoende speelruimte te beschikken. |
|
18. |
De verordening heeft geen gevolgen voor de begroting; de extra administratieve lasten zouden binnen de perken blijven en onbeduidend zijn in vergelijking met de lasten die voortvloeien uit de belemmeringen in grensregio’s. Grensbelemmeringen hinderen de integratie van de EU en verkleinen de kans op succes van op Europees en nationaal niveau gefinancierde projecten, bijvoorbeeld op het vlak van grensoverschrijdende infrastructuur of openbare diensten. De verordening is voorgesteld om de samenhang van de Europese Unie te versterken op de gebieden waar dat het meest nodig en het meest zichtbaar is. Bedoeling is dit doel te bereiken met andere dan financiële middelen, wat de reële kosten sterk zou doen dalen en de algemene grensoverschrijdende samenwerking aanzienlijk zou bevorderen. |
|
19. |
Het is van cruciaal belang om grensoverschrijdende coördinatiepunten op te richten in alle lidstaten of, in voorkomend geval, in hun regio’s met wetgevende bevoegdheden, ook als lidstaten of regio’s er uiteindelijk voor kiezen om niet het in de verordening voorgestelde maar een eigen mechanisme toe te passen. Deze coördinatiepunten, die moeten worden ondergebracht bij de desbetreffende ministeries van de lidstaten of de regio’s met wetgevende bevoegdheden of bij bestaande organisaties zoals de Noordse Raad, óf moeten worden opgezet als autonome organisaties, moeten de nodige zichtbaarheid krijgen en de bevoegde autoriteiten in staat stellen meldingen van hun grensregio’s, burgers en bedrijven te ontvangen en te verwerken en oplossingen voor te stellen. |
|
20. |
Bij het uit de weg ruimen van grensbelemmeringen moeten de grensoverschrijdende coördinatiepunten van de betrokken lidstaten en grensregio’s optreden als netwerk en zo nodig overleg plegen met hun tegenhangers in naburige lidstaten en op Europees niveau, zodat zij hun ervaringen kunnen delen en samen aan gemeenschappelijke oplossingen kunnen werken; tegelijk moeten de coördinatiepunten erop kunnen rekenen dat de Europese Commissie hun activiteiten ondersteunt, met name via het binnen DG Regio opgerichte Europees grensoverschrijdend coördinatiepunt. Het wegnemen van een grensbelemmering, in eerste instantie een probleem van een grensregio, kan ook buiten de grenzen van die regio en zelfs op Europees niveau positieve gevolgen hebben. |
|
21. |
De grensoverschrijdende coördinatiepunten zouden ook de rol van waakhond op zich kunnen nemen om te voorkomen dat er nieuwe juridische en administratieve belemmeringen ontstaan als gevolg van nieuwe nationale wetgeving of de ongecoördineerde omzetting van EU-richtlijnen in nationaal recht; daarnaast zouden zij de wetgevers kunnen wijzen op de grensoverschrijdende gevolgen van hun beslissingen. |
|
22. |
Het CvdR dringt er met klem op aan dat de lidstaten de kans krijgen per geval te kiezen of zij het ECBM of een nationaal mechanisme willen inzetten; dat verdient de voorkeur boven het voorstel uit de oorspronkelijk ontwerpverordening om per grens voor één bepaald mechanisme te kiezen. |
|
23. |
De grensoverschrijdende coördinatiepunten zouden nauw met Espon moeten samenwerken om statistische en geospatiale gegevens over grensoverschrijdend verkeer te verzamelen. Ook zouden ze zich moeten inspannen voor de harmonisatie en standaardisering van de statistieken van de lidstaten om het nemen van besluiten te vergemakkelijken en grensoverschrijdende belemmeringen weg te nemen. |
|
24. |
In de gewijzigde verordening moet worden aangegeven welke andere mechanismen kunnen worden gebruikt en hoe de minimumvereisten luiden voor een nationaal of multinationaal mechanisme (Benelux, Noordse Raad, Visegrad 4, bilaterale en multilaterale verdragen enz.), zodat de lidstaten kunnen worden vrijgesteld van het gebruik van het mechanisme uit de ECBM-verordening. |
|
25. |
In aansluiting op zijn vorige advies verzoekt het CvdR de Europese Commissie om nader in te gaan op het thematische toepassingsgebied en de situaties (gezamenlijke projecten, diensten van algemeen belang of andere) waarin het ECBM zou kunnen worden ingezet. Het CvdR stelt voor dat de Europese Commissie duidelijk omschrijft welke soorten obstakels met het mechanisme zouden kunnen worden aangepakt. Daarmee zou ongetwijfeld al een deel van de bezwaren worden weggenomen. |
|
26. |
Voorts zou ook het geografische toepassingsgebied van de verordening duidelijker moeten worden aangegeven. Het is de bedoeling grensbelemmeringen in grensgebieden weg te nemen. Per geval moet een oplossing worden gekozen voor het gebied waarop de belemmering in kwestie invloed heeft. De initiatiefnemer die om een oplossing verzoekt, kan gevestigd zijn in een gebied dat groter is dan het grensgebied, afhankelijk van de verdeling van de bevoegdheden in verband met de grensbelemmering in de lidstaat in kwestie. |
|
27. |
Het mechanisme is met name nuttig waar het gaat om landgrenzen in de Unie, maar het CvdR zou graag zien dat de verordening ook voorziet in de mogelijkheid om het mechanisme toe te passen op zeegrenzen. |
|
28. |
De uitwisseling van ervaringen tussen grensregio’s moet worden bevorderd en de opgedane ervaring moet na vijf jaar tegen het licht worden gehouden met het oog op een eventuele herziening van de verordening. |
Brussel, 10 oktober 2023.
De voorzitter van het Europees Comité van de Regio's
Vasco ALVES CORDEIRO
(1) Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement “Groei en cohesie stimuleren in grensregio’s van de EU”, (COM(2017) 534 final.)
(2) Advies van het Europees Comité van de Regio’s — Grensoverschrijdende overheidsdiensten in Europa (PB C 106 van 26.3.2021, blz. 12).
(3) Resolutie van het Europees Parlement van 14 september 2023 met aanbevelingen aan de Commissie over de wijziging van het voorgestelde mechanisme om voor het wegnemen van juridische en administratieve belemmeringen in een grensoverschrijdende context uit de weg te ruimen [2022/2194(INL)].
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2023/1326/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)