|
Publicatieblad |
NL Serie C |
|
C/2023/934 |
27.11.2023 |
Arrest van het Hof (Zesde kamer) van 12 oktober 2023 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Nejvyšší soud — Tsjechische Republiek) — YQ/Ředitelství silnic a dálnic ČR
(Zaak C-57/22 (1), Ředitelství silnic a dálnic)
(Prejudiciële verwijzing - Sociale politiek - Bescherming van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers - Organisatie van de arbeidstijd - Richtlijn 2003/88/EG - Artikel 7, lid 1 - Recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon - Werknemer die onrechtmatig is ontslagen en wiens wederindienstneming door de rechter is bevolen - Uitsluiting van het recht op de niet-opgenomen jaarlijkse vakantie met behoud van loon voor de periode tussen het ontslag en de wederindienstneming - Periode tussen het ontslag en de wederindienstneming)
(C/2023/934)
Procestaal: Tsjechisch
Verwijzende rechter
Nejvyšší soud
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: YQ
Verwerende partij: Ředitelství silnic a dálnic ČR
Dictum
Artikel 7, lid 1, van richtlijn 2003/88/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd moet aldus worden uitgelegd dat het in de weg staat aan nationale rechtspraak volgens welke een werknemer die onrechtmatig is ontslagen en later, na de gerechtelijke nietigverklaring van zijn ontslag en overeenkomstig het nationale recht, zijn werkzaamheden in dienstverband heeft hervat, geen recht heeft op jaarlijkse vakantie met behoud van loon voor de periode tussen het ontslag en zijn wederindienstneming op grond dat die werknemer tijdens deze periode geen daadwerkelijke arbeid in dienst van de werkgever heeft verricht aangezien de werkgever hem geen werkzaamheden heeft opgedragen en de werknemer gedurende die periode op grond van het nationaal recht reeds salariscompensatie heeft ontvangen.
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2023/934/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)