European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

Serie C


C/2023/871

8.12.2023

Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van instandhoudings-, beheers- en controlemaatregelen voor het gebied dat onder het Verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan valt, tot wijziging van Verordening (EU) 2019/1241 van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 1899/85 van de Raad en van Verordening (EU) nr. 1236/2010

(COM(2023) 362 final — 2023/0206 (COD))

(C/2023/871)

Rapporteur:

Francisco Javier GARAT PÉREZ

Raadpleging

Europees Parlement, 11.9.2023

Raad, 15.9.2023

Rechtsgrond

Artikel 43, lid 2, en artikel 304 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Bevoegde afdeling

Afdeling Landbouw, Plattelandsontwikkeling en Milieu

Goedkeuring door de afdeling

7.9.2023

Goedkeuring door de voltallige vergadering

20.9.2023

Zitting nr.

581

Stemuitslag

(voor/tegen/onthoudingen)

204/01/05

1.   Conclusies en aanbevelingen

1.1.

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) is van mening dat de instandhoudings- en handhavingsmaatregelen van de Visserijcommissie voor het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan (NEAFC) in EU-recht moeten worden omgezet om ervoor te zorgen dat deze maatregelen binnen de Unie op uniforme en doeltreffende wijze worden toegepast. Daarom steunt het EESC het voorstel van de Europese Commissie.

1.2.

Het EESC is echter van mening, zoals het in eerdere adviezen heeft opgemerkt (1), dat deze omzettingsprocedure nog steeds niet op een doeltreffend mechanisme berust, aangezien deze maatregelen elk jaar worden gewijzigd en de administratieve procedures van de EU veel tijd in beslag nemen, wat zorgt voor een voortdurende discrepantie tussen de door de NEAFC vastgestelde normen en de EU-wetgeving.

1.3.

Het EESC benadrukt hoe dan ook de belangrijke rol van regionale organisaties voor visserijbeheer (ROVB’s) bij de vaststelling van instandhoudings-, beheers- en controlemaatregelen voor visbestanden op volle zee en verzoekt de Europese Commissie en de lidstaten om, samen met de andere verdragsluitende partijen, deze organisaties zo veel mogelijk te versterken en hun de benodigde economische, personele en wetenschappelijke middelen te verschaffen zodat zij hun doelstellingen naar behoren kunnen verwezenlijken.

2.   Samenvatting van het wetgevingsvoorstel

2.1.

De Visserijcommissie voor het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan (NEAFC) is de regionale organisatie voor visserijbeheer (ROVB) die verantwoordelijk is voor het beheer van visbestanden die onder het Verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan (het NEAFC-Verdrag) vallen.

2.2.

De NEAFC-commissie neemt instandhoudings-, beheers- en controlemaatregelen aan om de instandhouding op lange termijn en het optimale gebruik van de onder haar bevoegdheid vallende visbestanden te waarborgen. Deze maatregelen worden aangenomen als aanbevelingen die voor de verdragsluitende partijen onmiddellijk na de inwerkingtreding ervan bindend zijn, tenzij bezwaar wordt gemaakt op grond van artikel 12, lid 2, van het NEAFC-Verdrag.

2.3.

Alle verdragsluitende partijen bij de NEAFC zijn leden van de NEAFC-commissie, die overeenkomstig het NEAFC-Verdrag maatregelen aanneemt op basis van consensus of bij stemming met gekwalificeerde meerderheid. Voorafgaand aan elke vergadering van de NEAFC-commissie stelt de Commissie namens de Unie onderhandelingsrichtsnoeren op die op een bij een besluit van de Raad aangenomen meerjarenstandpunt voor vijf jaar en op wetenschappelijk advies van de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (ICES) berusten en in overeenstemming zijn met het gemeenschappelijk visserijbeleid. Deze onderhandelingsrichtsnoeren worden in een werkgroep van de Raad gepresenteerd, besproken en bekrachtigd en worden op basis van realtime-ontwikkelingen verder aangepast in coördinatievergaderingen die met de lidstaten worden gehouden tijdens de jaarvergaderingen van de NEAFC.

2.4.

Op haar jaarvergaderingen neemt de NEAFC-commissie nieuwe maatregelen aan die door het NEAFC-secretariaat na de vergadering aan de verdragsluitende partijen worden gemeld, als besluiten van de NEAFC-commissie. Na ontvangst van een kennisgeving brengt de Commissie de Raad op de hoogte van de aanneming van nieuwe maatregelen, samen met de geplande datum voor de inwerkingtreding ervan. Het is de taak van de Unie te waarborgen dat deze maatregelen, die internationale verplichtingen zijn, worden nageleefd zodra ze in werking treden.

2.5.

In 2022 had de Unie 301 vissersvaartuigen die gemachtigd waren om in het gereglementeerde gebied van de NEAFC te opereren. Instandhoudings-, beheers- en controlemaatregelen van de NEAFC-commissie werden voor het laatst geïmplementeerd bij Verordening (EU) nr. 1236/2010 van het Europees Parlement en de Raad (2), waarna nog enkele aanpassingen volgden. Sindsdien heeft de NEAFC-commissie een aantal al in werking getreden maatregelen gewijzigd en nieuwe maatregelen aangenomen die nog niet in het Unierecht zijn geïmplementeerd. Daarbij gaat het om maatregelen in het kader van de controle- en handhavingsregeling van de NEAFC en om maatregelen van de NEAFC-commissie in het kader van:

Aanbeveling 19:2014 betreffende gebiedsbeheersmaatregelen ter bescherming van kwetsbare mariene ecosystemen in het gereglementeerde gebied van de NEAFC, zoals gewijzigd bij Aanbeveling 06:2023;

de Aanbevelingen 08:2023 en 09:2023 tot wijziging van de lijst van door de NEAFC gereguleerde bestanden die onder de controle- en handhavingsregeling van de NEAFC vallen;

Aanbeveling 10:2023 met een verbod op teruggooi in het gereglementeerde gebied van de NEAFC;

Aanbeveling 11:2023 betreffende de controle op overladingen op zee;

Aanbeveling 12:2023 betreffende controlemaatregelen voor commerciële onderzoeksvaartuigen.

2.6.

Het voorstel van de Europese Commissie is dus met name bedoeld om de door de NEAFC-commissie aangenomen instandhoudings-, beheers- en controlemaatregelen in het Unierecht te implementeren. Tegelijk brengt het voorstel alle maatregelen van de NEAFC in één verordening samen. Op dit moment zijn controlemaatregelen van de NEAFC geïmplementeerd bij Verordening (EU) nr. 1236/2010 en ten dele bij Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad (3). Aangezien instandhoudings- en beheersmaatregelen van de NEAFC die voor het gereglementeerde gebied van de NEAFC gelden, zijn geïmplementeerd bij Verordening (EEG) nr. 1899/85 van de Raad (4) en Verordening (EU) 2019/1241 van het Europees Parlement en de Raad (5), is het passend om de desbetreffende bepalingen uit die verordeningen te vervangen door één wetgevingshandeling.

2.7.

Het voorstel strekt ook tot implementatie van bepaalde maatregelen die voortvloeien uit internationale verbintenissen van de Unie die betrekking hebben op de controle van vier pelagische visserijen in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan: makreel, horsmakreel, blauwe wijting en haring.

3.   Algemene opmerkingen

3.1.

Het EESC is van mening dat de instandhoudings- en handhavingsmaatregelen van de Visserijcommissie voor het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan (NEAFC) in EU-recht moeten worden omgezet om ervoor te zorgen dat deze maatregelen binnen de Unie op uniforme en doeltreffende wijze worden toegepast. Daarom steunt het EESC het voorstel van de Europese Commissie.

3.2.

Het EESC is echter van mening dat deze omzettingsprocedure nog steeds niet op een doeltreffend mechanisme berust, aangezien deze maatregelen elk jaar worden gewijzigd en de administratieve procedures van de EU veel tijd in beslag nemen, wat zorgt voor een voortdurende discrepantie tussen de door de NEAFC vastgestelde normen en de EU-wetgeving.

3.3.

Het EESC benadrukt hoe dan ook de belangrijke rol van ROVB’s bij de vaststelling van instandhoudings-, beheers- en controlemaatregelen voor visbestanden op volle zee en verzoekt de Europese Commissie en de lidstaten om, samen met de andere verdragsluitende partijen, deze organisaties zo veel mogelijk te versterken en hun de benodigde economische, personele en wetenschappelijke middelen te verschaffen zodat zij hun doelstellingen naar behoren kunnen verwezenlijken.

4.   Specifieke opmerkingen

4.1.

Wat de in hoofdstuk III van titel III vastgestelde maatregelen betreft, is het Comité van mening dat deze maatregelen niet mogen gelden voor kustvloten die actief zijn binnen de exclusieve economische zones van de lidstaten van de EU (200 zeemijl uit de kust), en dat de controle over de activiteiten in die zones de verantwoordelijkheid van de lidstaten moet blijven.

Brussel, 20 september 2023.

De voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité

Oliver RÖPKE


(1)  Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van instandhoudings- en controlemaatregelen die van toepassing zijn in het gereglementeerde gebied van de Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2115/2005 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1386/2007 van de Raad (COM(2018) 577 final — 2018/0304 (COD)) (PB C 159 van 10.5.2019, blz. 60); Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) 2019/833 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot vaststelling van instandhoudings- en handhavingsmaatregelen die van toepassing zijn in het gereglementeerde gebied van de Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan (COM(2020) 215 final — 2020/95(COD)) (PB C 429 van 11.12.2020, blz. 279); Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) 2019/833 tot vaststelling van instandhoudings- en handhavingsmaatregelen die van toepassing zijn in het gereglementeerde gebied van de Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan (COM(2022) 51 final — 2022/0035 (COD)) (PB C 290 van 29.7.2022, blz. 149); Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) 2019/833 tot vaststelling van instandhoudings- en handhavingsmaatregelen die van toepassing zijn in het gereglementeerde gebied van de Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan (COM(2023) 108 final — 2023/0056 (COD)) (PB C 293 van 18.8.2023, blz. 144).

(2)  Verordening (EU) nr. 1236/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2010 tot vaststelling van een controle- en handhavingsregeling voor het gebied dat onder het Verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan valt en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2791/1999 van de Raad (PB L 348 van 31.12.2010, blz. 17).

(3)  Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een controleregeling van de Unie die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1).

(4)  Verordening (EEG) nr. 1899/85 van de Raad van 8 juli 1985 houdende vaststelling van een minimummaaswijdte voor het vissen op lodde in het gedeelte van het onder de toepassing van het Verdrag inzake de toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan vallende gebied dat buiten de onder de visserijjurisdictie van de verdragsluitende partijen begrepen maritieme wateren is gelegen (PB L 179 van 11.7.1985, blz. 2).

(5)  Verordening (EU) 2019/1241 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende de instandhouding van visbestanden en de bescherming van mariene ecosystemen door middel van technische maatregelen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1967/2006 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en de Verordeningen (EU) nr. 1380/2013, (EU) 2016/1139, (EU) 2018/973, (EU) 2019/472 en (EU) 2019/1022 van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 894/97, (EG) nr. 850/98, (EG) nr. 2549/2000, (EG) nr. 254/2002, (EG) nr. 812/2004 en (EG) nr. 2187/2005 van de Raad (PB L 198 van 25.7.2019, blz. 105).


ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2023/871/oj

ISSN 1977-0995 (electronic edition)