European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

Serie C


C/2023/860

8.12.2023

Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over de digitale euro en de draagwijdte en gevolgen van de hoedanigheid van wettig betaalmiddel van eurobankbiljetten en -munten

(verkennend advies op verzoek van het Spaanse voorzitterschap)

(C/2023/860)

Rapporteur:

Antonio GARCÍA DEL RIEGO

Corapporteur:

Stefano PALMIERI

Raadpleging

Brief d.d. 8.12.2022 van Raúl FUENTES MILANI, plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger van Spanje bij de Europese Unie

Rechtsgrond

Artikel 304 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Bevoegde afdeling

Economische en Monetaire Unie, Economische en Sociale Samenhang

Goedkeuring door de afdeling

8.9.2023

Goedkeuring door de voltallige vergadering

21.9.2023

Zitting nr.

581

Stemuitslag

(voor/tegen/onthoudingen)

170/2/6

1.   Conclusies en aanbevelingen

1.1.

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) onderschrijft de doelstellingen van de digitale euro: ervoor zorgen dat de euro als monetair anker blijft fungeren, de toegang tot publiek geld waarborgen en de strategische autonomie van de EU op het gebied van betalingen vergroten in een economie waar de digitalisering aan een snelle opmars bezig is.

1.2.

Het succes van de digitale euro hangt volgens het EESC grotendeels af van de concrete meerwaarde ervan, wat betekent dat de digitale euro veilig moet zijn, vertrouwen moet genieten, op grote schaal aanvaard moet worden en gemakkelijk en kosteloos te gebruiken is door burgers en economische subjecten. De uitrol van de digitale euro als kosteloos Europees “openbaar goed” is een belangrijke doelstelling. Uiteraard zal de digitale euro — net als contant geld — systeemkosten met zich meebrengen, maar deze moeten worden gedragen door de samenleving als geheel en niet via vergoedingen voor kerndiensten worden doorberekend aan de gebruikers.

1.3.

De digitale euro zal de hoedanigheid van wettig betaalmiddel hebben, die universele invoering en brede acceptatie garandeert. Het is daarom belangrijk dat er een duidelijk Europees rechtskader komt waarbinnen de uitzonderlijke tijdelijke vrijstellingen voor bepaalde (soorten) begunstigden vastgelegd kunnen worden en dat de verschillende praktijken en normen van de lidstaten geharmoniseerd worden.

1.4.

Om ervoor te zorgen dat de digitale euro door burgers en economische subjecten volledig wordt aanvaard, moeten de Europese instellingen duidelijk omschrijven in welke gevallen een potentiële digitale versie van centralebankgeld (central bank digital currency — CBDC) gebruikt gaat worden. Ook moeten zij met betrekking tot essentiële kwesties (privacy en rechtshandhaving, onderliggende technologie, rol van de particuliere sector versus centrale bank) passende ontwerpopties bepalen. Nader onderzoek en een gedetailleerde economische analyse van de implicaties voor het bankwezen, het betalingsverkeer, burgers en bedrijven zijn noodzakelijk om een goed inzicht in de gevolgen te krijgen en de mogelijke invoering van deze nieuwe vorm van geld zorgvuldig te kunnen vormgeven, waarbij de operationele en infrastructuurkosten en de potentiële gevolgen voor de financiële inclusie, voor de beschikbaarheid van contant geld voor de burgers en voor de open strategische economie van de EU moeten worden afgezet tegen de baten van het project.

1.5.

Het EESC pleit voor een breed publiek debat over de redenen voor de mogelijke uitgifte van een digitale euro en de plus- en minpunten ervan, opdat er weloverwogen beslissingen worden genomen en mensen begrijpen wat het project inhoudt.

1.6.

Het EESC is ervan overtuigd dat een digitale euro het wereldwijde concurrentievermogen van de Europese economie zou moeten vergroten en de innovatie alsook de strategische autonomie van de EU ten goede zou moeten komen. De digitale euro zou daarnaast de beschikbaarheid en snelheid van grensoverschrijdende betalingen kunnen verbeteren, de kosten daarvan kunnen verlagen en vlottere uitwisselingen met andere valutagebieden mogelijk kunnen maken.

1.7.

Betalingsdienstaanbieders met een vergunning voor de eurozone die als intermediair de distributie van de digitale euro op zich nemen, zullen bepaalde kosten hebben in verband met het opzetten van de infrastructuur en front-enddiensten, maar zullen na verloop van tijd ook profiteren van de verschuiving van retailbetalingen naar digitale kanalen, wat nieuwe kansen zal creëren voor de verkoop van aanvullende diensten met toegevoegde waarde. De ECB moet voortdurend beoordelen en monitoren hoe en in welke mate betalingsdienstaanbieders dergelijke investeringen kunnen terugverdienen. Essentieel is ook om te waarborgen dat de digitale euro geen negatieve gevolgen heeft voor de financiële stabiliteit of het kredietverleningspotentieel; de financieringsbasis van kredietinstellingen mag niet buitensporig aangetast worden. Daarom dringt het EESC erop aan dat de invoering van de digitale euro wordt beschouwd als onmisbare bouwsteen voor de voltooiing van de Europese bankenunie.

1.8.

De hoedanigheid van wettig betaalmiddel van de euro, zowel contante als digitale euro, is een principe dat geëerbiedigd moet worden. Dit principe en geharmoniseerde regels voor die hoedanigheid zijn belangrijke aspecten om de bruikbaarheid van beide vormen van de euro te waarborgen.

1.9.

Het EESC dringt erop aan dat het voorstel aan een concurrentievermogentest wordt onderworpen om te verifiëren dat het bijdraagt aan de verwezenlijking van de aangegeven doelstellingen en aan de ondersteuning van burgers, bedrijven, het scheppen van banen, en passende arbeidsomstandigheden.

2.   Achtergrond

2.1.

In oktober 2021 gaf de Raad van bestuur van de ECB het startsein voor een onderzoek naar de eventuele invoering van een digitale euro. Deze fase zal naar verwachting ongeveer twee jaar duren; in het najaar van 2023 zal de Raad van bestuur besluiten om al dan niet om over te gaan tot de volgende fase. Vervolgens, en pas nadat de wetgevingshandeling is goedgekeurd, zou de Raad van bestuur van de ECB een besluit over de mogelijke uitgifte van een digitale euro nemen. Als doelstellingen geeft het Eurosysteem, bestaande uit de ECB en de nationale centrale banken, het waarborgen van de monetaire soevereiniteit en het bieden van een monetair anker voor de euro aan. Op haar beurt wijst de Europese Commissie op de volgende “oorzaken van problemen”: 1) in een steeds digitalere economie is centralebankgeld in de huidige vorm (contant geld) niet beschikbaar voor betalingen in grote delen van de economie, 2) er is een gebrek aan concurrentie op de pan-Europese betaalmarkt, en 3) digitaal centralebankgeld van derde landen of stablecoins die niet in euro luiden, zouden geleidelijk marktaandeel kunnen winnen en afbreuk doen aan de rol van de euro (1). De digitale euro zou met name gebruikt moeten worden bij betalingen tussen personen, in de e-handel, in fysieke verkooppunten en bij betalingen van de overheid. Het Eurosysteem werkt momenteel aan diverse ontwerpaspecten en een gedetailleerde regeling voor betalingen in digitale euro.

2.2.

Aan geld worden doorgaans drie hoofdfuncties toegekend: i) het is een rekeneenheid; ii) het is een ruilmiddel (je kunt ermee betalen), en iii) het is een waardeopslagmiddel. Er zijn twee soorten geld: centralebankgeld en privaat geld.

2.2.1.

Het enige geld van de centrale bank dat momenteel rechtstreeks voor publiek gebruik beschikbaar is, is fysiek contant geld. Het meeste geld dat door burgers aangehouden en gebruikt wordt, is “privaat” geld dat door commerciële banken wordt uitgegeven (2). Dit private geld wordt niet rechtstreeks door de staat gedekt. Maar aangezien banken onder regulering en toezicht vallen en er depositogarantiestelsels zijn opgezet, worden retaildeposito’s tot 100 000 EUR als veilig en gelijkwaardig aan publiek geld beschouwd.

2.2.2.

In veel landen wordt contant geld als meest efficiënte betaalmiddel inmiddels ingehaald door elektronische betalingen. Momenteel is al het digitale geld waarover particulieren kunnen beschikken per definitie privaat geld (zoals retailbankdeposito’s), aangezien particulieren geen rechtstreekse toegang hebben tot digitaal centralebankgeld.

2.2.3.

Van oudsher is de staat de uiteindelijke primaire geldverschaffer. Publiek geld is van cruciaal belang voor het functioneren van het tweelagige monetaire stelsel. Doordat publiek geld een vordering op de centrale bank inhoudt, wordt het beschouwd als een veilige vorm van geld en fungeert het dus als anker voor het monetaire stelsel. Volgens sommige centrale banken zou de rol van centralebankgeld als monetair anker echter risico’s lopen door tendensen als de verschuiving richting digitale betalingen, de afname van het gebruik van contant geld en de mogelijkheden voor nieuwe betalingsoplossingen op basis van privaat geld (bijvoorbeeld big-techbedrijven die hun activiteiten uitbreiden tot betalingsverkeer, en de opkomst van cryptovaluta) (3).

2.2.4.

Naar aanleiding van deze ontwikkelingen overwegen centrale banken over de hele wereld om een digitale versie van centralebankgeld (central bank digital currency — CBDC) in te voeren (4). Alle grote centrale banken doen momenteel ten minste onderzoek naar het potentieel van CBDC’s. Naast de ECB bekijken de Bank of England en de Federal Reserve in de VS of de invoering van een CBDC wenselijk zou zijn. De People’s Bank of China heeft een proefversie van een digitale yuan gelanceerd; de cumulatieve waarde van de transacties bedroeg medio 2022 al meer dan 100 miljard yuan. Een kleine groep landen is al begonnen met de uitgifte van hun eigen CBDC, die op grote schaal beschikbaar is voor het publiek (op het moment van schrijven gaat het om de eNaira van Nigeria, de Sand Dollar van de Bahama’s en de JAM-DEX van Jamaica) (5).

2.2.5.

CBDC’s kunnen en mogen nooit vergeleken worden met zogenaamde cryptovaluta, en met name met een type cryptoactief dat bekend staat als stablecoins (die nominaal gekoppeld zijn aan de waarde van een traditionele reservevaluta of mand van activa). Deze vergelijking gaat absoluut niet op. Sommige belangrijke cryptoactiva vertonen namelijk zulke grote prijsschommelingen dat ze niet op grote schaal gebruikt worden voor betalingen. Zelfs stablecoins kunnen onderhevig zijn aan plotselinge prijsveranderingen, zoals de instorting van de Terra in 2022 heeft laten zien. Tot nu toe lijken deze cryptoactiva in de meeste gevallen de drie hierboven beschreven functies van geld niet naar behoren te vervullen. De waarde van CBDC’s zou daarentegen per definitie één op één aan die van hun fysieke tegenhangers gekoppeld zijn. Ze zouden een rechtstreekse vordering op de centrale bank inhouden, uitgedrukt in de nationale rekeneenheid. Daarmee zouden ze meer mogelijkheden kunnen bieden en in meer gevallen gebruikt kunnen worden dan fysiek geld.

2.2.6.

Bepaalde segmenten van de markt voor betaaldiensten zijn sterk geconcentreerd, met name het segment kaartbetalingen. In dat segment moesten de Europese mededingingsautoriteiten en wetgevers meermaals corrigerende maatregelen nemen om concurrentieverstorende praktijken aan te pakken. In lijn hiermee doet de Europese Commissie momenteel onderzoek naar de markt voor mobiele betalingen, waar twee dominante exploitanten van digitale platforms de vereiste besturingssystemen voor mobiele telefoons bezitten en daarover feitelijk de controle hebben. Dankzij de digitale euro, die wordt beschermd door adequate maatregelen op het gebied van privacy en gegevensbescherming, kunnen de Europese burgers minder afhankelijk worden van een klein aantal dominante betaalbedrijven en digitale-platformexploitanten en kan verdere concentratie op de desbetreffende markten worden voorkomen.

2.3.

Op 28 juni 2023 heeft de Europese Commissie een wetgevingsvoorstel betreffende de vaststelling van de digitale euro aangenomen, waarbij de ECB het exclusieve recht krijgt om toestemming te verlenen voor de uitgifte van de digitale euro, de digitale euro de hoedanigheid van wettig betaalmiddel krijgt (verplichte aanvaarding, enkele uitzonderingen daargelaten), kredietinstellingen de digitale euro op verzoek van hun cliënten moeten distribueren (niet-bancaire betalingsdienstaanbieders mogen de digitale euro distribueren maar zijn daartoe niet wettelijk verplicht); de ECB grenzen mag stellen aan het gebruik van de digitale euro als waardeopslagmiddel en ook de bij de verordening vastgestelde maxima aan vergoedingen tussen betalingsdienstaanbieders en aan handelarenvergoedingen bepaalt en publiceert; oplossingen voor de digitale euro dusdanig ontworpen moeten zijn dat een hoge mate van toegankelijkheid gewaarborgd is; en de vereisten op het gebied van privacy en de bestrijding van witwassen bij betalingen in digitale euro, zowel online als offline, worden vastgesteld.

2.4.

De Commissie heeft ook een wetgevingsvoorstel ingediend over de reikwijdte en de gevolgen van de hoedanigheid van wettig betaalmiddel van eurobankbiljetten en -munten. Volgens dit voorstel houdt de hoedanigheid van wettig betaalmiddel in dat contant geld verplicht aanvaard moeten worden, tegen de volledige nominale waarde, met de mogelijkheid tot kwijting van betalingsverplichtingen. Een begunstigde mag contante euro die als betaling worden aangeboden, niet weigeren, tenzij de partijen een ander betaalmiddel zijn overeengekomen of een uitzondering van toepassing is. Ook worden de voorwaarden bepaald waaronder een weigering om contante euro te aanvaarden wettelijk is toegestaan. Voorts worden de lidstaten ertoe verplicht voldoende en effectieve toegang tot contant geld te verzekeren op hun grondgebied, in al hun regio’s, met inbegrip van zowel stedelijke als niet-stedelijke gebieden.

2.5.

Het Spaanse ministerie van Economische Zaken heeft het EESC verzocht een advies uit te brengen over het voorstel om een digitale euro in te voeren. Daarin zou het aandacht moeten besteden aan de wenselijkheid om de hoedanigheid van eurobankbiljetten en -munten als wettig betaalmiddel op EU-niveau te reguleren, aan de gevolgen van beide maatregelen voor financiële inclusie en voor het betalingsecosysteem en aan eventuele wetgevingsoverwegingen die in aanmerking moeten worden genomen.

2.6.

Het EESC stelt het verzoek van Spanje zeer op prijs; het biedt het Comité de gelegenheid om, voortbouwend op zijn eerdere adviezen over dit onderwerp (6), zijn standpunt over de toekomst van de digitale euro verder uit te werken.

3.   Algemene opmerkingen

3.1.

In lijn met zijn eerdere advies over de digitale euro is het EESC ingenomen met het feit dat de ECB en de Europese Commissie blijven werken aan de invoering van de digitale munt. De digitale euro kan alleen een succes worden als hij veilig is en het vertrouwen van de gebruikers geniet, op grote schaal geaccepteerd wordt en gemakkelijk en kosteloos te gebruiken is door burgers en economische subjecten. Onderwerpen als financiële en digitale inclusiviteit, het waarborgen van financiële stabiliteit en het efficiënter en concurrerender maken van het betalingssysteem zijn bij dit project van cruciaal belang.

3.2.

Het EESC merkt op dat het onderzoek van het Eurosysteem naar een digitale euro reeds in een ver gevorderd stadium verkeert en benadrukt dat het van groot belang is dat er een diepgaande en transparante publieke discussie over het project wordt gehouden. De digitale euro kan verstrekkende gevolgen hebben voor de Europese samenleving en economie en moet daarom worden geschraagd door een democratisch debat om het vertrouwen van het publiek te wekken.

3.3.

Belangrijk is dat de digitale euro van een solide en adequate rechtsgrondslag wordt voorzien. Het EESC is dan ook ingenomen met het wetgevingsvoorstel van de Commissie over de digitale euro. De uitgifte en het ontwerp van de digitale euro moeten worden onderworpen aan een democratisch proces en een uitgebreid openbaar debat. Publieke acceptatie — door Europese burgers en bedrijven — van de digitale euro zal van doorslaggevend belang zijn voor de invoering en uiteindelijk ook het welslagen van de digitale euro. Daarom moeten burgers en maatschappelijke organisaties bij de discussie worden betrokken, opdat men goed begrijpt waarom de digitale euro wordt uitgegeven en wat de verschillende kenmerken ervan zijn. Bij de implementatie van het project komt het EESC, als spreekbuis van het maatschappelijk middenveld, van meet af aan een cruciale rol toe om kritieke kwesties in kaart te brengen en te helpen oplossen en zo het vertrouwen van gebruikers te behouden.

3.4.

Aangezien de digitale euro net als contant geld de hoedanigheid van wettig betaalmiddel krijgt, is het zaak dat er ook een duidelijk rechtskader komt. De verschillende normen en praktijken van de lidstaten moeten gelijkgetrokken worden. Het huidige rechtskader voorziet in wezenlijke beginselen met betrekking tot de gevolgen van de hoedanigheid van wettig betaalmiddel en in vrijstellingen van het beginsel van verplichte aanvaarding van betalingen in contant geld. Aangezien de praktijken en regels per lidstaat verschillen, is het EESC ingenomen met de plannen van de medewetgevers om een meer geharmoniseerde benadering van de regels in de hele Unie in te voeren. Het stelt voor om krachtige juridische richtsnoeren op te stellen om te bepalen wat als toelaatbare vrijstellingen moeten worden beschouwd.

3.5.

De digitale euro zou nieuwe betalingsmogelijkheden moeten bieden die minder leunen op niet-Europese betalingsoplossingen, en daarmee het concurrentievermogen van de EU ten goede moeten komen. Om deze redenering te onderbouwen zou het voorstel aan een concurrentievermogentest onderworpen moeten worden.

4.   Specifieke opmerkingen

4.1.

Het EESC kan zich vinden in het voorgestelde tweelagige distributiemodel waarbij de digitale euro wordt uitgegeven door het Eurosysteem en wordt gedistribueerd door erkende intermediairs, d.w.z. betalingsdienstaanbieders met een vergunning, alsook door bepaalde bevoegde overheidsinstanties met het oog op een snelle en universele invoering en brede publieke acceptatie. Voor de geloofwaardigheid van de digitale euro als publiek geld is de beschikbaarheid ervan via overheidsinstanties cruciaal. Publieke distributiekanalen moeten daarom betrouwbaar en doeltreffend zijn.

4.2.

Het EESC is van mening dat financiële en digitale inclusie essentiële aspecten zijn waarmee naar behoren rekening moet worden gehouden bij de digitale euro, vooral omdat de Raad van bestuur van de ECB in de nabije toekomst kan besluiten over te gaan tot een volgende fase, waarin onder meer de voor het verschaffen en distribueren van de digitale euro noodzakelijke technische oplossingen ontwikkeld en getest zullen worden. Als vordering op de centrale bank moet de digitale euro algemeen beschikbaar zijn voor Europese burgers en bedrijven, zonder beperkingen en uitzonderingen. Het Eurosysteem zou zich gericht moeten blijven toeleggen op inclusie, samen met alle relevante belanghebbenden (met inbegrip van consumenten en de financiële sector) en met een rondetafelconferentie die aan financiële inclusie en de digitale euro is gewijd (7). Consumenten krijgen er met de digitale euro een extra digitaal betaalmiddel bij, dat zij in de hele eurozone kunnen gebruiken. Het is belangrijk dat de bescherming van consumenten en hun belangen te allen tijde gewaarborgd is. Digitale inclusie, zoals toegang tot digitale apparaten en kennis over het gebruik daarvan, is een thema dat daarbij ook aandacht moet krijgen, aangezien het nu eenmaal om een digitaal betaalmiddel gaat. Ook moeten alle kosten rond financiële en digitale inclusie in kaart worden gebracht en moet worden voorgesteld hoe die kosten gedekt kunnen worden.

4.3.

Gezien de snelle veranderingen in de sector retailbetalingen is het noodzakelijk dat het Eurosysteem innovatie bevordert, waarbij de nodige aandacht uitgaat naar de daaraan verbonden risicoprofielen en beperking van de risico’s. De digitale euro moet meer innovatie bij eindgebruikerstoepassingen en een betere betalingservaring mogelijk maken. Door bijvoorbeeld de programmeerbaarheid te ondersteunen kunnen toetredingsdrempels worden verlaagd, kan de concurrentie worden bevorderd en kan de ontwikkeling van nieuwe soorten producten en diensten mogelijk worden gemaakt.

4.4.

Een cruciaal punt is dat met de hoedanigheid van wettelijk betaalmiddel van de digitale euro wordt voorkomen dat handelaren te hoge vergoedingen aan intermediairs moeten betalen. Het EESC meent weliswaar dat de invoering van de digitale euro ruimte zou bieden voor concurrerendere vergoedingen, maar dat beginsel zou er in ieder geval voor zorgen dat de vergoedingen die handelaren moeten betalen niet hoger mogen zijn dan de huidige vergoedingen voor vergelijkbare betaalmiddelen (8).

4.5.

De digitale euro zou een impact op het huidige Europese betalingsecosysteem kunnen hebben die nog niet nauwkeurig is ingeschat. De bedoeling is dat de digitale euro gebruikt gaat worden bij veel dagelijkse betalingen die nu al digitaal verricht kunnen worden. Wil de digitale euro algemeen gebruikt gaan worden, dan moet het voor de gebruikers duidelijk zijn wat de digitale euro anders of beter maakt dan de huidige betaalmiddelen. Er zou zorgvuldig moeten worden gekeken naar de noodzaak van een tijdelijke compensatieregeling voor intermediairs die de digitale euro distribueren.

4.6.

Net als de digitale euro staat ook de ontwikkeling van instantbetalingen hoog op de agenda van de autoriteiten. Zo heeft de Commissie in oktober 2022 een voorstel voor een verordening betreffende instantovermakingen ingediend. In veel gevallen zouden instantbetalingen ook met de digitale euro afgehandeld kunnen worden. Het EESC vindt dat overlappingen en dubbele investeringen dienen te worden vermeden en dat het verband tussen deze twee belangrijke initiatieven door de autoriteiten volstrekt duidelijk moet worden gemaakt, zeker omdat het internationale monetaire/financiële stelsel door de invoering van digitaal geld radicale wijzigingen zou kunnen ondergaan, met alle aanzienlijke gevolgen voor de Europese economie en de wereldeconomie van dien.

4.7.

Het EESC is van mening dat ook terdege rekening moet worden gehouden met de rol van big-techbedrijven op de Europese betaalmarkt en dat een gelijk speelveld moet worden gewaarborgd voor de verschillende marktdeelnemers op het gebied van de digitale euro. In het licht van de doelstelling om de strategische autonomie van de EU te vergroten en de privacy van burgers beter te beschermen moet worden gekeken naar het risico dat big-techbedrijven meer macht en een groter marktaandeel in het Europese betalingsverkeer krijgen bij de invoering van de digitale euro.

4.8.

Het EESC is verheugd dat de digitale euro in het wetgevingsvoorstel van de Commissie de hoedanigheid van wettig betaalmiddel krijgt en dat er geharmoniseerde regels komen voor die gevallen waarin handelaren verplicht zijn de digitale euro te aanvaarden. Bij die aanvaardingsplicht zou de mogelijkheid kunnen worden geboden om bepaalde (soorten) begunstigden daarvan bij wijze van uitzondering tijdelijk vrij te stellen in specifieke, zorgvuldig overwogen gevallen. Het EESC pleit voor een geleidelijke uitrol van de digitale euro op basis van een ambitieus vooraf vastgesteld tijdschema om het handelaren gemakkelijker te maken de digitale munt te gaan gebruiken. Het uiteindelijke doel is algemene verplichte acceptatie.

4.9.

De hoedanigheid van wettig betaalmiddel is van cruciaal belang om de doelstellingen van de digitale euro te realiseren. Voor het EESC is het bij de invoering van de digitale euro in elk geval zaak dat deze door de gebruikers (consumenten en bedrijven) wordt geaccepteerd. De digitale euro kan alleen een succes worden als hij veilig is, vertrouwen geniet, op grote schaal wordt aanvaard, en gemakkelijk en kosteloos te gebruiken is door burgers en economische subjecten. De echte uitdaging bij de digitale euro is van culturele aard, niet alleen van technologische of juridische. Het is dan ook belangrijk dat burgers en economische subjecten (zoals kleine en middelgrote bedrijven) in alle EMU-landen voldoende informatie en voorlichting krijgen om hen het nut van de digitale euro te laten inzien.

4.10.

De uitrol van de digitale euro als kosteloos Europees “openbaar goed” is een belangrijke doelstelling. Uiteraard zal de digitale euro — net als contant geld — systeemkosten met zich meebrengen, maar deze moeten worden gedragen door de samenleving als geheel en niet via vergoedingen voor kerndiensten worden doorberekend aan de gebruikers.

4.11.

Dat de digitale euro de hoedanigheid van wettig betaalmiddel heeft, betekent niet er geen beperkingen kunnen worden opgelegd aan het aanhouden en het gebruiken van de munt. Dat is nu immers ook het geval bij contant geld — eveneens een wettig betaalmiddel; in sommige lidstaten kan boven een bepaald maximum niet met contanten worden betaald. Het EESC vindt het belangrijk dat de digitale munt in alle landen op dezelfde standaardwijze werkt en dat deze maxima gelijk worden getrokken. Beperkingen op het gebruik van contant geld vormen geen belemmering voor de hoedanigheid van wettig betaalmiddel, die een algemene aanvaardingsverplichting inhoudt. Het EESC vindt dat dit beginsel ook moet gelden als het gaat om de hoedanigheid van wettig betaalmiddel van de digitale euro.

4.12.

Het is cruciaal dat de financiële stabiliteit en de financiering van de economie gewaarborgd worden. Er dient dan ook op te worden toegezien dat het kredietverleningspotentieel van kredietinstellingen, en dus hun financieringsbasis, niet buitensporig aangetast wordt. Daartoe moet de ECB in eerste instantie een limiet voor aangehouden digitale euro vaststellen. Dankzij het overloopmechanisme en omgekeerde overloopmechanisme zou de bruikbaarheid van de digitale euro als betaalmiddel hierdoor niet worden aangetast. Essentieel is dat er wordt begonnen met een geleidelijke uitrol van de digitale euro en er een tijdschema wordt vastgesteld om op termijn tot een volledige invoering te komen.

4.13.

In het onlinemodel berust de afwikkeling van transacties op permanente connectiviteit met het grootboek, dat fungeert als een unieke bron van accurate informatie. Die connectiviteit met het grootboek ontbreekt bij offlinetransacties, die ter plekke tussen betaler en begunstigde worden afgewikkeld. Dit offlinemodel, dat door de gebruiker kan worden gedeactiveerd, komt voor de gebruiker het dichtst in de buurt van fysiek contant geld en maakt een ruimere beschikbaarheid van diensten mogelijk. Aangezien het offlinemodel risico’s met zich mee kan brengen, voornamelijk risico’s op dubbele uitgaven of vervalsing, moeten waarborgen worden ingebouwd opdat concrete technische oplossingen voor de invoering van de digitale euro worden ontwikkeld. Op die manier zal de digitale euro burgers in de EU een meerwaarde bieden ten opzichte van bestaande digitale online- en offlinebetalingsdiensten. Om te voorkomen dat de digitale euro wordt gebruikt voor illegale activiteiten moeten de regels ter bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering bij zowel online- als offlinetransacties naar behoren worden toegepast en moet belastingontduiking even hard worden aangepakt als bij de huidige digitale betaalmiddelen. De vermeende grotere privacy die offlinetransacties bieden, mag geen illegale activiteiten in de hand werken.

Brussel, 21 september 2023.

De voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité

Oliver RÖPKE


(1)  Momenteel kijken 130 landen, die 98 % van de wereldeconomie uitmaken, naar de eventuele invoering van een CBDC. Zie Central Bank Digital Currency Tracker.

(2)  Girale bankdeposito’s beslaan momenteel meer dan 85 % van de totale geldhoeveelheid. Zie Ahnert, A., Assenmacher, K., Hoffmann, P., Leonello, A., Monnet, C. and Porcellacchia, D. (2022), “The economics of central bank digital currency”, European Central Bank working paper series, No 2713, August.

(3)  European Central Bank (2021), “Central bank digital currencies: a monetary anchor for digital innovation”, toespraak van Fabio Panetta, lid van de directie van de ECB.

(4)  In dit advies richten we ons op “retail”-CBDC’s, die voor het grote publiek beschikbaar zouden zijn, en niet op “wholesale”-versies, die uitsluitend door financiële instellingen gebruikt zouden worden.

(5)  CBDC Tracker (2023), “Today’s Central Bank Digital Currencies Status”, geraadpleegd op 28 juni 2023. Zie ook “Nigeria’s eNaira, One Year After”, Internationaal Monetair Fonds (2023).

(6)  Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over een digitale euro (initiatiefadvies) (PB C 75 van 28.2.2023, blz. 22).

(7)   Digital financial inclusion, ECB.

(8)  Panetta F., 2023, A digital euro: widely available and easy to use.


ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2023/860/oj

ISSN 1977-0995 (electronic edition)