|
Publicatieblad |
NL Serie C |
|
C/2023/160 |
4.10.2023 |
Bericht van inleiding van een antisubsidieprocedure betreffende de invoer van nieuwe batterijvoertuigen, ontworpen voor het vervoer van personen, van oorsprong uit de Volksrepubliek China
(C/2023/160)
De Europese Commissie (“de Commissie”) gaat op eigen initiatief over tot de inleiding van een antisubsidieprocedure overeenkomstig artikel 10, lid 8, van Verordening (EU) 2016/1037 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (1) (“de basisverordening”) op grond dat de invoer van nieuwe batterijvoertuigen voor het vervoer van personen, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, wordt gesubsidieerd en daardoor schade (2) wordt berokkend aan de bedrijfstak van de Unie.
1. Marktinformatie
Na een grondige analyse van de recente marktontwikkelingen en gezien de gevoeligheid van de sector elektrische voertuigen en het strategische belang daarvan voor de economie van de EU wat innovatie, toegevoegde waarde en werkgelegenheid betreft, heeft de Commissie uit verschillende onafhankelijke bronnen marktinformatie verzameld. Die informatie lijkt te wijzen op het bestaan van subsidiëring door de Volksrepubliek China die de situatie van de bedrijfstak van de Unie negatief beïnvloedt.
Openbaar beschikbare informatie levert voldoende bewijs op dat de invoer van het onderzochte product van oorsprong uit de Volksrepubliek China profiteert van tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidies van de overheid van de Volksrepubliek China. Door die subsidies kon het marktaandeel van de invoer met subsidiëring in de EU snel toenemen ten nadele van de bedrijfstak van de Unie. Punt 3 van dit bericht bevat meer informatie dienaangaande.
Uit het beschikbare bewijsmateriaal, zoals samengevat in punt 4 van dit bericht, blijkt dat het waarschijnlijk is dat de laaggeprijsde invoer met subsidiëring aanzienlijk zal toenemen, hetgeen voor een reeds kwetsbare bedrijfstak van de EU een onmiddellijke dreiging van schade zou vormen. Een dergelijke toename van de laaggeprijsde invoer, die een aanzienlijk marktaandeel verwerft op een snel groeiende markt waarop, nu de markt van de Unie overgaat op volledige elektrificatie, een hoog en duurzaam investeringsniveau nodig is, zou de bedrijfstak van de Unie zware verliezen doen lijden die snel onhoudbaar kunnen blijken te zijn.
Aangezien de Commissie beschikt over voldoende bewijsmateriaal dat wijst op het bestaan van subsidiëring, de dreiging van schade en een oorzakelijk verband zoals dat voor de opening van een antisubsidieonderzoek vereist is, heeft zij in deze bijzondere omstandigheden overeenkomstig artikel 10, lid 8, van de basisverordening besloten tot een dergelijke opening over te gaan zonder dat zij een schriftelijke klacht van of namens de bedrijfstak van de Unie heeft ontvangen.
Overeenkomstig artikel 11, lid 11, van de basisverordening wordt de producenten van het soortgelijke product in de Unie verzocht met de Commissie mee te werken bij onderzoeken die krachtens artikel 10, lid 8, zijn geopend.
Voor dit op eigen initiatief geopende onderzoek kunnen belanghebbenden om anonimiteit verzoeken, zoals beschreven in punt 5.8 van dit bericht.
Punt 5.6 van dit bericht bevat informatie over toegang tot het dossier voor belanghebbenden.
2. Onderzocht product
Dit onderzoek heeft betrekking op nieuwe batterijvoertuigen, hoofdzakelijk ontworpen voor het vervoer van negen personen of minder, de bestuurder daaronder begrepen, die uitsluitend door een of meer elektromotoren worden aangedreven (3). Motorfietsen zijn van dit onderzoek uitgesloten.
Belanghebbenden die informatie willen verstrekken over de productomschrijving, moeten dit uiterlijk tien dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht doen (4).
3. Bewijs van subsidiëring
Het product dat met subsidiëring zou worden ingevoerd, is het onderzochte product, van oorsprong uit de Volksrepubliek China (“het betrokken land”), momenteel vooral ingedeeld onder de GN-code 8703 80 10. De GN-code wordt slechts ter informatie en onder voorbehoud van een latere wijziging van de tariefindeling vermeld. De reikwijdte van dit onderzoek hangt af van de definitie van het onderzochte product in punt 2.
De Commissie heeft voldoende bewijs verzameld dat erop wijst dat de producenten van het onderzochte product in de Volksrepubliek China verschillende subsidies hebben ontvangen van de overheid van de Volksrepubliek China.
De subsidiepraktijken bestaan onder meer uit 1) de rechtstreekse overdracht van middelen en de mogelijk rechtstreekse overdracht van middelen of passiva, 2) inkomsten waarvan de overheid afstand doet of die de overheid niet int, en 3) de verstrekking van goederen of diensten door de overheid tegen een ontoereikende prijs.
De Commissie heeft met name bewijs gevonden van diverse schenkingen, leningen, exportkredieten en kredietlijnen door staatsbanken of obligaties waarop staatsbanken en andere financiële instellingen tegen preferentiële voorwaarden hebben ingetekend, en het verstrekken van preferentiële exportverzekeringen; verlagingen en vrijstellingen van vennootschapsbelasting, vrijstelling van dividendbelasting, kortingen op invoer- en uitvoerbelastingen; btw-vrijstellingen en -kortingen; en levering door de overheid van goederen (zoals grondstoffen, inputmaterialen en componenten) en diensten tegen een ontoereikende prijs.
De bovengenoemde regelingen lijken subsidies te zijn, aangezien zij een financiële bijdrage inhouden van de overheid van de Volksrepubliek China of van regionale overheden (met inbegrip van overheidsinstanties), of van particuliere organen die onder zeggenschap staan van de overheid van de Volksrepubliek China of waaraan door haar functies zijn toevertrouwd, waardoor de ontvangers een voordeel verkrijgen. Zij lijken specifiek te zijn en derhalve aanleiding te geven tot compenserende maatregelen, onder meer omdat zij beperkt zijn tot bepaalde sectoren, producten en/of regio’s.
Gezien artikel 10, leden 2 en 3, van de basisverordening heeft de Commissie een memorandum opgesteld over de toereikendheid van het bewijsmateriaal, dat haar beoordeling bevat van alle bewijzen aangaande het betrokken land waarover zij beschikt en op basis waarvan zij het onderzoek opent. De belanghebbenden vinden dat memorandum in het dossier voor inzage door belanghebbenden.
De Commissie behoudt zich het recht voor een onderzoek in te stellen naar andere relevante subsidies die uit het onderzoek zouden blijken.
4. Bewijs van dreiging van schade en oorzakelijk verband
De uiteenlopende aard van de subsidies in kwestie toont aan dat zij gunstig zijn voor verschillende aspecten van de productie en de verkoop van het betrokken product, hetgeen blijvende steun voor deze sector inhoudt. Er kan dan ook worden verwacht dat de invoer met subsidiëring van het betrokken product negatieve gevolgen kan blijven hebben voor de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie.
De Commissie beschikt over voldoende bewijsmateriaal waaruit blijkt dat de invoer met subsidiëring van het onderzochte product uit het betrokken land zowel in absolute cijfers als qua marktaandeel aanzienlijk is toegenomen. Die stijging, in combinatie met andere elementen, zoals de vrij beschikbare capaciteit en de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie wat prijzen betreft, wijst erop dat de invoer in de nabije toekomst waarschijnlijk aanzienlijk zal toenemen.
Voorts heeft de Commissie bewijsmateriaal verzameld waaruit blijkt dat de Volksrepubliek China beschikt over voldoende vrije capaciteit en dat deze in de nabije toekomst aanmerkelijk zal toenemen en niet door andere markten lijkt te kunnen worden geabsorbeerd, waardoor de invoer met subsidiëring, en de daaruit volgende schade, waarschijnlijk nog aanzienlijk in omvang zal toenemen.
Uit het bewijsmateriaal waarover de Commissie beschikt, blijkt ook dat de prijzen van de invoer met subsidiëring aanzienlijk lager zijn dan de prijzen van de bedrijfstak van de Unie, waardoor de prijzen worden gedrukt of prijsstijgingen die anders zouden hebben plaatsgevonden, worden verhinderd, waardoor de verkoop, het marktaandeel en de winstmarges in de Unie onder aanzienlijke druk komen te staan. Dit is met name van belang in een context waarin de bedrijfstak van de Unie grotere verkoopvolumes op de batterijvoertuigenmarkt zal moeten realiseren om de zware investeringen te absorberen die nodig zijn om tijdens de transitie naar volledige elektrificatie concurrerend te blijven. De toename van de laaggeprijsde invoer van batterijvoertuigen van oorsprong uit de Volksrepubliek China, die een aanzienlijk marktaandeel verwerft op een groeiende markt, zou de bedrijfstak van de Unie zware verliezen doen lijden die snel onhoudbaar kunnen blijken te zijn.
De voorraden van het onderzochte product kunnen relevant zijn, hoewel de auto-industrie over het algemeen op bestelling werkt.
5. Procedure
In deze bijzondere omstandigheden opent de Commissie, na kennisgeving aan de lidstaten, op eigen initiatief een onderzoek op grond van artikel 10, lid 8, van de basisverordening, aangezien er voldoende bewijsmateriaal inzake subsidiëring, dreigende schade en een oorzakelijk verband beschikbaar is dat nodig is voor de inleiding van een antisubsidieprocedure.
Bij het onderzoek zal worden vastgesteld of het onderzochte product van oorsprong uit het betrokken land met subsidiëring wordt ingevoerd en of hierdoor schade voor de bedrijfstak van de Unie ontstaat.
Als de conclusies bevestigend zijn, zal in het onderzoek worden nagegaan of de instelling van maatregelen niet in strijd zou zijn met het belang van de Unie.
De regering van de Volksrepubliek China is uitgenodigd voor overleg.
5.1. Onderzoektijdvak en beoordelingsperiode
Het onderzoek naar subsidiëring en schade heeft betrekking op de periode van 1 oktober 2022 tot en met 30 september 2023 (“het onderzoektijdvak”). Het onderzoek naar ontwikkelingen die relevant zijn voor de schadebeoordeling heeft betrekking op de periode van 1 januari 2020 tot het einde van het onderzoektijdvak (“de beoordelingsperiode”).
5.2. Opmerkingen over het dossier en de opening van het onderzoek
Belanghebbenden die opmerkingen wensen te maken over het dossier (onder meer in verband met schade en oorzakelijk verband) of over aspecten in verband met de opening van het onderzoek, moeten dit uiterlijk 37 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht doen.
Verzoeken om te worden gehoord met betrekking tot de opening van het onderzoek moeten uiterlijk 15 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht worden ingediend.
5.3. Procedure voor het vaststellen van subsidiëring
Producenten-exporteurs (5) van het onderzochte product uit het betrokken land en de autoriteiten van het betrokken land worden uitgenodigd aan het onderzoek van de Commissie mee te werken.
5.3.1. Onderzoek van producenten-exporteurs
Procedure voor de selectie van te onderzoeken producenten-exporteurs in het betrokken land
a) Steekproef
Gezien het mogelijk grote aantal bij deze procedure betrokken producenten-exporteurs in het betrokken land kan de Commissie, om het onderzoek binnen de wettelijke termijn te kunnen afronden, haar onderzoek tot een redelijk aantal producenten-exporteurs beperken door een steekproef samen te stellen. De steekproef zal overeenkomstig artikel 27 van de basisverordening worden samengesteld.
Om de Commissie in staat te stellen te beslissen of een steekproef noodzakelijk is en, zo ja, deze samen te stellen, wordt alle producenten-exporteurs of hun vertegenwoordigers verzocht de Commissie uiterlijk zeven dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht informatie over hun onderneming of ondernemingen te verstrekken. Deze informatie moet worden verstrekt via het platform TRON.tdi (https://tron.trade.ec.europa.eu/tron/tdi/form/AS689_SAMPLING_FORM_FOR_EXPORTING_PRODUCER). In punt 5.7 vindt u informatie over de toegang tot het platform TRON.tdi.
Om de informatie te verkrijgen die zij voor het samenstellen van de steekproef van producenten-exporteurs nodig acht, heeft de Commissie bovendien contact opgenomen met de autoriteiten van het betrokken land en neemt zij eventueel ook contact op met de haar bekende verenigingen van producenten-exporteurs.
Indien een steekproef noodzakelijk is, kunnen de producenten-exporteurs worden geselecteerd op basis van het grootste representatieve volume van de uitvoer naar de Unie dat binnen de beschikbare tijd redelijkerwijs kan worden onderzocht. De Commissie zal alle haar bekende producenten-exporteurs, de autoriteiten van het betrokken land en de verenigingen van producenten-exporteurs, indien nodig via de autoriteiten van het betrokken land, meedelen welke ondernemingen voor de steekproef zijn geselecteerd.
Zodra de Commissie de noodzakelijke informatie heeft ontvangen om een steekproef van producenten-exporteurs samen te stellen, deelt zij de betrokken partijen mee of zij in de steekproef zijn opgenomen. De in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs moeten, tenzij anders aangegeven, uiterlijk 30 dagen na de datum van kennisgeving van het besluit over hun opname in de steekproef een ingevulde vragenlijst indienen.
Een exemplaar van de vragenlijst voor producenten-exporteurs is beschikbaar in het dossier voor inzage door belanghebbenden en op de website van DG Handel (https://tron.trade.ec.europa.eu/investigations/case-view?caseId=2684).
De Commissie zal een mededeling inzake de samenstelling van de steekproef toevoegen aan het dossier voor inzage door belanghebbenden. Opmerkingen over de samenstelling van de steekproef moeten uiterlijk drie dagen na de datum van kennisgeving van het besluit over de steekproef worden ingediend.
De vragenlijst zal ook beschikbaar worden gesteld aan alle bekende verenigingen van producenten-exporteurs en aan de autoriteiten van de Volksrepubliek China.
Ondernemingen die hebben ingestemd met opname in de steekproef maar uiteindelijk niet worden geselecteerd, worden onverminderd de toepassing van artikel 28 van de basisverordening geacht mee te werken (“niet in de steekproef opgenomen medewerkende producenten-exporteurs”). Onverminderd punt b) zal het compenserend recht dat wordt toegepast op de invoer van de niet in de steekproef opgenomen medewerkende producenten-exporteurs niet hoger zijn dan de gewogen gemiddelde subsidie die is vastgesteld voor de producenten-exporteurs in de steekproef (6).
b) Individuele vaststelling van de hoogte van de tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidies voor niet in de steekproef opgenomen ondernemingen
Overeenkomstig artikel 27, lid 3, van de basisverordening kunnen niet in de steekproef opgenomen medewerkende producenten-exporteurs de Commissie verzoeken voor hen de hoogte van de subsidies individueel vast te stellen. Producenten-exporteurs die in aanmerking willen komen voor een individueel bedrag van tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidies, moeten de vragenlijst invullen en deze, tenzij anders aangegeven, uiterlijk dertig dagen na de datum van kennisgeving van de samenstelling van de steekproef naar behoren ingevuld terugzenden. Een exemplaar van de vragenlijst voor producenten-exporteurs is beschikbaar in het dossier voor inzage door belanghebbenden en op de website van DG Handel (https://tron.trade.ec.europa.eu/investigations/case-view?caseId=2684).
De Commissie zal onderzoeken of aan niet in de steekproef opgenomen medewerkende producenten-exporteurs een individuele vaststelling van de hoogte van de subsidies overeenkomstig artikel 27, lid 3, van de basisverordening kan worden toegekend.
Niet in de steekproef opgenomen medewerkende producenten-exporteurs die een individueel bedrag van tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidies aanvragen, moeten zich er echter van bewust zijn dat de Commissie kan besluiten geen individueel bedrag vast te stellen, bijvoorbeeld als het aantal niet in de steekproef opgenomen medewerkende producenten-exporteurs zo groot is dat individuele onderzoeken te belastend zijn en een tijdige afsluiting van het onderzoek in de weg staan.
5.3.2. Onderzoek van niet-verbonden importeurs (7) (8)
Niet-verbonden importeurs die het onderzochte product uit het betrokken land in de Unie invoeren, wordt verzocht aan dit onderzoek mee te werken.
Gezien het mogelijk grote aantal bij deze procedure betrokken niet-verbonden importeurs kan de Commissie, om het onderzoek binnen de wettelijke termijn te kunnen afronden, haar onderzoek tot een redelijk aantal niet-verbonden importeurs beperken door een steekproef samen te stellen. De steekproef zal overeenkomstig artikel 27 van de basisverordening worden samengesteld.
Om de Commissie in staat te stellen te beslissen of een steekproef noodzakelijk is en, zo ja, deze samen te stellen, wordt alle niet-verbonden importeurs of hun vertegenwoordigers verzocht de Commissie uiterlijk zeven dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht de in de bijlage bij dit bericht verlangde informatie over hun onderneming of ondernemingen te verstrekken.
Om de informatie te verkrijgen die zij voor het samenstellen van de steekproef van niet-verbonden importeurs nodig acht, kan de Commissie ook contact opnemen met de haar bekende verenigingen van importeurs.
Indien een steekproef noodzakelijk is, kunnen de importeurs worden geselecteerd op basis van het grootste representatieve volume van hun verkoop van het onderzochte product in de Unie dat binnen de beschikbare tijd redelijkerwijs kan worden onderzocht. De Commissie zal alle haar bekende niet-verbonden importeurs en verenigingen van importeurs meedelen welke ondernemingen voor de steekproef zijn geselecteerd.
Zodra de Commissie de noodzakelijke informatie heeft ontvangen om een steekproef samen te stellen, stelt zij de betrokken partijen in kennis van haar besluit met betrekking tot de steekproef van importeurs. De Commissie zal tevens een mededeling inzake de samenstelling van de steekproef toevoegen aan het dossier voor inzage door belanghebbenden. Opmerkingen over de samenstelling van de steekproef moeten uiterlijk drie dagen na de datum van kennisgeving van het besluit over de steekproef worden ingediend.
Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek nodig acht, zal de Commissie een vragenlijst ter beschikking stellen van de in de steekproef opgenomen niet-verbonden importeurs. Die partijen moeten de ingevulde vragenlijst, tenzij anders aangegeven, uiterlijk 30 dagen na de datum van kennisgeving van het besluit over de steekproef indienen.
Een exemplaar van de vragenlijst voor importeurs is beschikbaar in het dossier voor inzage door belanghebbenden en op de website van DG Handel (https://tron.trade.ec.europa.eu/investigations/case-view?caseId=2684).
5.4. Procedure voor het vaststellen van schade en voor het onderzoek van producenten in de Unie
De vaststelling van de schade is gebaseerd op positief bewijsmateriaal en houdt een objectief onderzoek in van de omvang van de invoer met subsidiëring, de gevolgen daarvan voor de prijzen in de Unie en de gevolgen van deze invoer voor de bedrijfstak van de Unie. Teneinde vast te stellen of de bedrijfstak van de Unie schade heeft geleden, wordt de producenten van het onderzochte product in de Unie verzocht aan het onderzoek van de Commissie mee te werken, met name gelet op artikel 11, lid 11, van de basisverordening.
Gezien het mogelijk grote aantal betrokken producenten in de Unie kan de Commissie, om het onderzoek binnen de wettelijke termijn te kunnen afronden, haar onderzoek tot een redelijk aantal producenten in de Unie beperken door een steekproef samen te stellen. De steekproef wordt overeenkomstig artikel 27 van de basisverordening samengesteld.
Om de Commissie in staat te stellen te beslissen of een steekproef noodzakelijk is en, zo ja, deze samen te stellen, wordt alle producenten in de Unie of hun vertegenwoordigers verzocht de Commissie uiterlijk zeven dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht informatie over hun onderneming of ondernemingen te verstrekken. Deze informatie moet worden verstrekt via het platform TRON.tdi (https://tron.trade.ec.europa.eu/tron/tdi/form/AS689_SAMPLING_FORM_FOR_EU_PRODUCER). In punt 5.7 vindt u informatie over de toegang tot het platform TRON.tdi.
De Commissie zal een mededeling inzake de samenstelling van de steekproef toevoegen aan het dossier voor inzage door belanghebbenden. De belanghebbenden zullen worden verzocht om opmerkingen over de voorlopige steekproef. Daarnaast moeten andere producenten in de Unie, of hun vertegenwoordigers, die vinden dat er redenen zijn waarom zij in de steekproef zouden moeten worden opgenomen, uiterlijk 7 dagen na de datum van kennisgeving van de voorlopige steekproef contact met de Commissie opnemen. Alle opmerkingen over de voorlopige steekproef moeten, tenzij anders aangegeven, uiterlijk drie dagen na de datum van kennisgeving van de voorlopige steekproef worden ingediend.
De Commissie zal alle haar bekende producenten in de Unie en/of verenigingen van producenten in de Unie meedelen welke ondernemingen uiteindelijk voor de steekproef zijn geselecteerd.
De in de steekproef opgenomen producenten in de Unie moeten, tenzij anders aangegeven, uiterlijk 30 dagen na de datum van kennisgeving van het besluit over hun opname in de steekproef een ingevulde vragenlijst indienen.
Een exemplaar van de vragenlijst voor producenten in de Unie is beschikbaar in het dossier voor inzage door belanghebbenden en op de website van DG Handel (https://tron.trade.ec.europa.eu/investigations/case-view?caseId=2684).
5.5. Procedure voor het beoordelen van het belang van de Unie
Indien wordt vastgesteld dat er inderdaad subsidiëring plaatsvindt en dat daardoor schade wordt veroorzaakt, zal uit hoofde van artikel 31 van de basisverordening een beslissing worden genomen over de vraag of de vaststelling van compenserende maatregelen niet in strijd is met het belang van de Unie. Producenten in de Unie, importeurs, leveranciers en hun representatieve verenigingen, gebruikers en hun representatieve verenigingen, vakbonden en representatieve consumentenorganisaties wordt verzocht de Commissie informatie te verstrekken over het belang van de Unie.
Informatie over de beoordeling van het belang van de Unie moet, tenzij anders aangegeven, uiterlijk 37 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht worden ingediend. Deze informatie kan vormvrij worden opgesteld of er kan een vragenlijst van de Commissie worden ingevuld. Een exemplaar van de vragenlijsten, waaronder de vragenlijst voor gebruikers van het onderzochte product, is beschikbaar in het dossier voor inzage door belanghebbenden en op de website van DG Handel (https://tron.trade.ec.europa.eu/investigations/case-view?caseId=2684). Met informatie die op grond van artikel 31 is verstrekt, wordt alleen rekening gehouden als daarbij tegelijkertijd het nodige bewijsmateriaal is gevoegd.
5.6. Belanghebbenden
Om aan het onderzoek mee te werken, moeten belanghebbenden zoals producenten-exporteurs, producenten in de Unie, importeurs, leveranciers en hun representatieve verenigingen, gebruikers en hun representatieve verenigingen, vakbonden en representatieve consumentenorganisaties eerst aantonen dat er een objectieve band is tussen hun activiteiten en het onderzochte product.
Producenten-exporteurs, producenten in de Unie alsmede importeurs en representatieve verenigingen die informatie hebben verstrekt in overeenstemming met de procedures als beschreven in de punten 5.3.1, 5.3.2, 5.4 en 5.5, worden als belanghebbenden beschouwd indien er een objectieve band is tussen hun activiteiten en het onderzochte product.
Andere partijen kunnen alleen als belanghebbende meewerken aan het onderzoek vanaf het moment waarop zij contact opnemen met de Commissie, en op voorwaarde dat er een objectieve band is tussen hun activiteiten en het onderzochte product. Beschouwd worden als een belanghebbende laat de toepassing van artikel 28 van de basisverordening onverlet.
Het dossier voor inzage door belanghebbenden is toegankelijk via het platform TRON.tdi (https://webgate.ec.europa.eu/tron/TDI). Volg de instructies op die pagina om toegang te krijgen (9).
5.7. Mogelijkheid om door de onderzoeksdiensten van de Commissie te worden gehoord
Alle belanghebbenden kunnen een verzoek indienen om door de onderzoeksdiensten van de Commissie te worden gehoord.
Het verzoek om te worden gehoord, moet schriftelijk worden ingediend en met redenen worden omkleed, alsook een samenvatting bevatten van wat de belanghebbende tijdens de hoorzitting wenst te bespreken. De hoorzitting zal worden beperkt tot de punten die vooraf schriftelijk door de belanghebbenden zijn aangedragen.
Het tijdschema voor de hoorzittingen is als volgt:
|
— |
voor hoorzittingen die moeten plaatsvinden vóór de instelling van voorlopige maatregelen moet het verzoek uiterlijk 15 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht worden ingediend, en de hoorzitting zal normaliter uiterlijk 60 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht plaatsvinden; |
|
— |
na het voorlopige stadium moet het verzoek uiterlijk 5 dagen na de datum van de mededeling van de voorlopige bevindingen of van het informatiedocument worden ingediend, en de hoorzitting zal normaliter uiterlijk 15 dagen na de datum van kennisgeving van de mededeling van de voorlopige bevindingen of de datum van het informatiedocument plaatsvinden; |
|
— |
in het definitieve stadium moet het verzoek uiterlijk 3 dagen na de datum van de mededeling van de definitieve bevindingen worden ingediend, en de hoorzitting zal normaliter plaatsvinden binnen de termijn die is toegekend voor het indienen van opmerkingen over de mededeling van de definitieve bevindingen. In geval van een aanvullende mededeling van de definitieve bevindingen moet het verzoek onmiddellijk na ontvangst hiervan worden ingediend, en de hoorzitting zal normaliter plaatsvinden binnen de termijn voor het indienen van opmerkingen over deze mededeling. |
Bovenbedoeld tijdschema geldt onverminderd het recht van de diensten van de Commissie om in naar behoren gemotiveerde gevallen akkoord te gaan met hoorzittingen buiten dit tijdschema alsmede het recht van de Commissie om in naar behoren gemotiveerde gevallen hoorzittingen te weigeren. Wanneer de diensten van de Commissie een verzoek om te worden gehoord afwijzen, zal de betrokken partij in kennis worden gesteld van de redenen daarvoor.
In beginsel worden hoorzittingen niet gebruikt om feitelijke informatie te presenteren die nog niet in het dossier is opgenomen. Desalniettemin kan de belanghebbenden, uit het oogpunt van behoorlijk bestuur en om de diensten van de Commissie in staat te stellen vooruitgang in het onderzoek te boeken, na een hoorzitting worden opgedragen nieuwe feitelijke informatie te verstrekken.
5.8. Instructies voor het indienen van schriftelijke opmerkingen en de verzending van ingevulde vragenlijsten en correspondentie
Informatie die aan de Commissie wordt verstrekt in het kader van handelsbeschermingsonderzoeken moet vrij zijn van auteursrechten. Alvorens aan de Commissie informatie en/of gegevens te verstrekken die onderworpen zijn aan het auteursrecht van derden, moeten belanghebbenden de houder van het auteursrecht specifiek verzoeken de Commissie uitdrukkelijk toestemming te verlenen om a) voor deze handelsbeschermingsprocedure gebruik te maken van de informatie en de gegevens, en b) de informatie en/of de gegevens aan belanghebbenden in dit onderzoek te verstrekken in een vorm die hun de mogelijkheid biedt hun recht van verweer uit te oefenen.
Belanghebbenden kunnen erom vragen dat hun identiteit niet wordt bekendgemaakt. Anonimiteit wordt toegekend als daarvoor in het verzoek valide redenen worden aangevoerd.
Alle schriftelijke opmerkingen (met inbegrip van de in dit bericht gevraagde informatie), ingevulde vragenlijsten en correspondentie die door de belanghebbenden worden verstrekt en waarvoor om een vertrouwelijke behandeling wordt verzocht, moeten zijn voorzien van de vermelding “Sensitive” (10). Belanghebbenden die in de loop van dit onderzoek informatie indienen, wordt verzocht hun verzoek om vertrouwelijke behandeling met redenen te omkleden.
Belanghebbenden die informatie met de vermelding “Sensitive” verstrekken, moeten hiervan krachtens artikel 29, lid 2, van de basisverordening een niet-vertrouwelijke samenvatting indienen, voorzien van de vermelding “For inspection by interested parties”. Deze samenvatting moet gedetailleerd genoeg zijn om een redelijk inzicht te verschaffen in de wezenlijke inhoud van de als vertrouwelijk verstrekte inlichtingen.
Als een belanghebbende die vertrouwelijke informatie verstrekt, geen geldige redenen voor het verzoek om een vertrouwelijke behandeling aanvoert of geen niet-vertrouwelijke samenvatting daarvan indient met de vereiste vorm en inhoud, kan de Commissie deze informatie buiten beschouwing laten, tenzij aan de hand van geëigende bronnen aannemelijk wordt gemaakt dat de informatie juist is.
Belanghebbenden wordt verzocht alle opmerkingen en verzoeken, met inbegrip van gescande volmachten en certificaten, in te dienen via het platform TRON.tdi (https://tron.trade.ec.europa.eu/tron/TDI). Door het platform TRON.tdi of e-mail te gebruiken, stemmen belanghebbenden in met de geldende voorschriften inzake elektronisch ingediende opmerkingen, die zijn vervat in het document “Correspondentie met de Europese Commissie in handelsbeschermingszaken” op de website van het directoraat-generaal Handel (https://europa.eu/!7tHpY3). Belanghebbenden moeten hun naam, adres, telefoonnummer en een geldig e-mailadres vermelden en ervoor zorgen dat het verstrekte e-mailadres een actief, officieel en zakelijk e-mailadres is dat elke dag wordt gecontroleerd. Zodra contactgegevens zijn verstrekt, verloopt de communicatie van de Commissie met belanghebbenden uitsluitend via het platform TRON.tdi of per e-mail, tenzij zij uitdrukkelijk verzoeken alle documenten van de Commissie via een ander communicatiemiddel te ontvangen of het document wegens de aard ervan per aangetekend schrijven moet worden verzonden. Voor nadere voorschriften en informatie over de correspondentie met de Commissie, met inbegrip van de beginselen die van toepassing zijn op via het platform TRON.tdi of per e-mail verzonden opmerkingen, moeten belanghebbenden de hierboven genoemde instructies voor de communicatie met belanghebbenden raadplegen.
|
Correspondentieadres van de Commissie: |
|
Europese Commissie |
|
Directoraat-generaal Handel |
|
Directoraat G |
|
Kamer CHAR 04/039 |
|
1049 Brussel |
|
BELGIË |
E-mail:
Subsidie: mailto:TRADE_AS689_BEV_SUBSIDY@ec.europa.eu
Schade: mailto:TRADE_AS689_BEV_INJURY@ec.europa.eu
6. Tijdschema voor het onderzoek
Het onderzoek wordt normaal gesproken binnen 12 maanden, maar uiterlijk binnen 13 maanden na de datum van bekendmaking van dit bericht afgesloten. Overeenkomstig artikel 12, lid 1, van de basisverordening kunnen tot uiterlijk 9 maanden na de datum van bekendmaking van dit bericht voorlopige maatregelen worden ingesteld.
Overeenkomstig artikel 29 bis van de basisverordening zal de Commissie informatie over de beoogde instelling van voorlopige rechten vier weken vóór de instelling daarvan ter beschikking stellen. Belanghebbenden hebben dan drie werkdagen de tijd om hun schriftelijke opmerkingen over de juistheid van de berekeningen kenbaar te maken.
Wanneer de Commissie besluit het onderzoek voort te zetten zonder voorlopige rechten in te stellen, worden de belanghebbenden er vier weken vóór het verstrijken van de in artikel 12, lid 1, van de basisverordening genoemde termijn schriftelijk van in kennis gesteld dat geen voorlopige rechten worden ingesteld.
Zij hebben dan, tenzij anders aangegeven, in beginsel 15 dagen de tijd om schriftelijke opmerkingen over de voorlopige bevindingen of het informatiedocument kenbaar te maken, en 10 dagen de tijd om schriftelijke opmerkingen over de definitieve bevindingen kenbaar te maken. In voorkomend geval zal in aanvullende mededelingen van de definitieve bevindingen worden gespecificeerd binnen welke termijn de belanghebbenden schriftelijke opmerkingen kunnen indienen.
7. Indiening van informatie
In de regel kunnen belanghebbenden alleen binnen de in de punten 5 en 6 van dit bericht vermelde termijnen informatie indienen. Voor de indiening van alle overige informatie die niet onder die punten valt, geldt het volgende tijdschema:
|
— |
tenzij anders aangegeven, moet alle informatie met betrekking tot het stadium van de voorlopige bevindingen uiterlijk 70 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht worden ingediend; |
|
— |
tenzij anders aangegeven, mogen belanghebbenden geen nieuwe feitelijke informatie indienen na het verstrijken van de termijn voor het kenbaar maken van opmerkingen over de mededeling van de voorlopige bevindingen of het informatiedocument in het voorlopige stadium van het onderzoek. Na afloop van deze termijn kunnen zij uitsluitend nieuwe feitelijke informatie indienen op voorwaarde dat zij kunnen aantonen dat deze nieuwe feitelijke informatie noodzakelijk is ter weerlegging van de door andere belanghebbenden gestelde feiten en dat deze nieuwe feitelijke informatie kan worden geverifieerd binnen de tijd die beschikbaar is om het onderzoek tijdig af te ronden; |
|
— |
teneinde het onderzoek binnen de voorgeschreven termijnen af te ronden, zal de Commissie geen opmerkingen van belanghebbenden meer aanvaarden na het verstrijken van de termijn voor het indienen van opmerkingen over de mededeling van de definitieve bevindingen of, in voorkomend geval, na het verstrijken van de termijn voor het indienen van opmerkingen over de aanvullende mededeling van de definitieve bevindingen. |
8. Mogelijkheid om opmerkingen te maken over door andere belanghebbenden ingediende informatie
Om het recht van verweer te waarborgen, moeten belanghebbenden de mogelijkheid hebben om opmerkingen te maken over informatie die door andere belanghebbenden is ingediend. Daarbij mogen zij alleen ingaan op kwesties die in de door andere belanghebbenden ingediende informatie worden vermeld en mogen zij geen nieuwe kwesties aan de orde stellen.
Deze opmerkingen moeten volgens het volgende tijdschema worden ingediend:
|
— |
alle opmerkingen over de informatie die door andere belanghebbenden is ingediend vóór de instelling van voorlopige maatregelen moeten, tenzij anders aangegeven, uiterlijk binnen 75 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht worden ingediend; |
|
— |
opmerkingen over de informatie die door andere belanghebbenden is verstrekt naar aanleiding van de mededeling van de voorlopige bevindingen of het informatiedocument moeten, tenzij anders aangegeven, uiterlijk zeven dagen na het verstrijken van de termijn voor het maken van opmerkingen over de voorlopige bevindingen of het informatiedocument worden ingediend; |
|
— |
opmerkingen over de informatie die door andere belanghebbenden is verstrekt naar aanleiding van de mededeling van de definitieve bevindingen moeten, tenzij anders aangegeven, uiterlijk drie dagen na het verstrijken van de termijn voor het maken van opmerkingen over de definitieve bevindingen worden ingediend. In geval van een aanvullende mededeling van de definitieve bevindingen moeten opmerkingen over de informatie die door andere belanghebbenden is verstrekt naar aanleiding van deze aanvullende mededeling, tenzij anders aangegeven, uiterlijk één dag na het verstrijken van de termijn voor het maken van opmerkingen over deze aanvullende mededeling worden ingediend. |
Bovenbedoeld tijdschema geldt onverminderd het recht van de Commissie om de belanghebbenden in naar behoren gemotiveerde gevallen om aanvullende informatie te verzoeken.
9. Verlenging van de in dit bericht vermelde termijnen
Een verlenging van de in dit bericht vermelde termijnen mag alleen in uitzonderlijke omstandigheden worden aangevraagd en wordt alleen verleend indien zij naar behoren gerechtvaardigd is.
In elk geval is de eventuele verlenging van de termijn om de vragenlijsten te beantwoorden normaliter beperkt tot drie dagen, en mag deze in de regel niet meer dan zeven dagen bedragen.
Wat de termijnen voor de indiening van andere in het bericht van inleiding genoemde informatie betreft, zijn verlengingen beperkt tot drie dagen, tenzij wordt aangetoond dat er sprake is van uitzonderlijke omstandigheden.
10. Niet-medewerking
Wanneer belanghebbenden geen toegang tot de vereiste gegevens verlenen, deze niet binnen de gestelde termijn verstrekken of het onderzoek aanmerkelijk belemmeren, kunnen overeenkomstig artikel 28 van de basisverordening voorlopige of definitieve conclusies worden getrokken aan de hand van de beschikbare gegevens, zowel in positieve als in negatieve zin.
Wanneer blijkt dat een belanghebbende onjuiste of misleidende inlichtingen heeft verstrekt, kunnen deze buiten beschouwing worden gelaten en kan van de beschikbare gegevens gebruik worden gemaakt.
Als een belanghebbende geen of slechts gedeeltelijk medewerking verleent en de conclusies daarom overeenkomstig artikel 28 van de basisverordening op de beschikbare gegevens worden gebaseerd, kan het resultaat voor deze belanghebbende minder gunstig zijn dan wanneer hij wel medewerking had verleend.
Indien de belanghebbende zijn antwoord niet door middel van systemen voor automatische gegevensverwerking verstrekt, wordt dit niet als niet-medewerking beschouwd, mits deze belanghebbende aantoont dat verstrekking van het antwoord in de gevraagde vorm voor hem een onredelijke extra belasting zou betekenen of onredelijke extra kosten zou meebrengen. De belanghebbende moet onmiddellijk contact opnemen met de Commissie.
11. Raadadviseur-auditeur
Belanghebbenden kunnen erom vragen dat de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures wordt ingeschakeld. Deze behandelt verzoeken om toegang tot het dossier, geschillen over de vertrouwelijkheid van documenten, verzoeken om termijnverlenging en alle andere verzoeken betreffende het recht van verweer van belanghebbenden en van derden die tijdens de procedure kunnen worden ingediend.
De raadadviseur-auditeur kan een hoorzitting beleggen en bemiddelen tussen de belanghebbende(n) en de diensten van de Commissie om te garanderen dat de belanghebbenden hun recht van verweer ten volle kunnen uitoefenen. Een verzoek om door de raadadviseur-auditeur te worden gehoord, moet schriftelijk worden ingediend en met redenen worden omkleed. De raadadviseur-auditeur onderzoekt de redenen voor de verzoeken. Deze hoorzittingen mogen enkel plaatsvinden indien de kwesties niet tijdig zijn opgelost met de diensten van de Commissie.
Elk verzoek moet tijdig en snel worden ingediend, zodat het ordelijk verloop van de procedure niet in gevaar wordt gebracht. Daartoe moet een verzoek om inschakeling van de raadadviseur-auditeur zo spoedig mogelijk na de gebeurtenis die een dergelijke inschakeling rechtvaardigt door de belanghebbenden worden ingediend. Wanneer een verzoek om een hoorzitting niet binnen de daarvoor geldende termijn wordt ingediend, onderzoekt de raadadviseur-auditeur ook de redenen voor het laattijdige verzoek, de aard van de aan de orde gestelde kwesties en de gevolgen van die kwesties voor het recht van verweer, rekening houdend met het belang van behoorlijk bestuur en de tijdige voltooiing van het onderzoek.
Belanghebbenden die contact willen opnemen, vinden de nodige gegevens en nadere informatie op de pagina’s van de raadadviseur-auditeur op de website van DG Handel (https://policy.trade.ec.europa.eu/contacts/hearing-officer_en).
12. Verwerking van persoonsgegevens
Persoonsgegevens die in het kader van dit onderzoek worden verzameld, zullen worden behandeld in overeenstemming met Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad (11).
Een privacyverklaring die alle particulieren op de hoogte brengt van de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de handelsbeschermingsactiviteiten van de Commissie is beschikbaar op de website van DG Handel (https://europa.eu/!vr4g9W).
(1) PB L 176 van 30.6.2016, blz. 55.
(2) Overeenkomstig artikel 2, punt d), van de basisverordening wordt onder de algemene term “schade” verstaan aanmerkelijke schade voor een bedrijfstak van de Unie, dreiging van aanmerkelijke schade voor een bedrijfstak van de Unie of aanmerkelijke vertraging bij de vestiging van een dergelijke bedrijfstak.
(3) Ongeacht het aantal in beweging gebrachte wielen.
(4) Verwijzingen naar de bekendmaking van dit bericht zijn verwijzingen naar de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
(5) Onder producent-exporteur wordt verstaan: een onderneming uit het betrokken land die het onderzochte product produceert en naar de markt van de Unie uitvoert, hetzij rechtstreeks of via derden, met inbegrip van verbonden ondernemingen die betrokken zijn bij de productie, binnenlandse verkoop of uitvoer van het onderzochte product.
(6) Overeenkomstig artikel 15, lid 3, van de basisverordening wordt geen rekening gehouden met nihil- noch met minimale bedragen van subsidies waartegen compenserende maatregelen kunnen worden ingesteld noch met de bedragen van dergelijke subsidies die onder de in artikel 28 van de basisverordening bedoelde omstandigheden werden vastgesteld.
(7) Uitsluitend importeurs die niet verbonden zijn met producenten-exporteurs mogen in de steekproef worden opgenomen. Importeurs die verbonden zijn met producenten-exporteurs, moeten bijlage I bij de vragenlijst voor die producenten-exporteurs invullen. Overeenkomstig artikel 127 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie, worden twee personen geacht verbonden te zijn indien: a) zij functionaris of directeur zijn in de onderneming van de andere persoon; b) zij door de wettelijke bepalingen worden erkend als in zaken verbonden; c) zij werkgever en werknemer zijn; d) een derde partij 5 % of meer van het stemgerechtigde uitstaande kapitaal of de aandelen van beiden direct of indirect bezit, houdt of daarover zeggenschap heeft; e) één van hen direct of indirect zeggenschap over de ander heeft; f) een derde persoon direct of indirect zeggenschap over beiden heeft; g) beiden direct of indirect zeggenschap over een derde persoon hebben; of h) zij tot dezelfde familie behoren (PB L 343 van 29.12.2015, blz. 558). Personen worden slechts geacht tot dezelfde familie te behoren indien zij op een van de volgende wijzen met elkaar bloed- of aanverwant zijn: i) echtgenoot en echtgenote, ii) ouder en kind, iii) broers en zusters (of halfbroers en halfzusters), iv) grootouder en kleinkind, v) oom of tante en neef of nicht (oomzeggers), vi) schoonouder en schoondochter of schoonzoon, vii) zwagers en schoonzusters. Overeenkomstig artikel 5, punt 4, van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie wordt onder “persoon” verstaan een natuurlijk persoon, een rechtspersoon of een vereniging van personen die geen rechtspersoonlijkheid bezit, maar krachtens het Unierecht of het nationale recht wel als handelingsbekwaam is erkend (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1).
(8) Gegevens die door niet-verbonden importeurs zijn verstrekt, mogen ook worden gebruikt voor andere aspecten van dit onderzoek dan het vaststellen van subsidiëring.
(9) Bij technische problemen kunt u contact opnemen met de handelshelpdesk per e-mail (mailto:trade-service-desk@ec.europa.eu) of per telefoon +32 22979797.
(10) Een “Sensitive” document wordt beschouwd als vertrouwelijk in de zin van artikel 29 van de basisverordening en artikel 12.4 van de WTO-overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen. Het is ook een beschermd document krachtens artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43).
(11) Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).
BIJLAGE
|
☐ |
“Sensitive”-versie |
|
☐ |
Versie “For inspection by interested parties” |
|
(vakje aankruisen dat van toepassing is) |
|
ANTISUBSIDIEPROCEDURE BETREFFENDE DE INVOER VAN NIEUWE BATTERIJVOERTUIGEN, ONTWORPEN VOOR HET VERVOER VAN PERSONEN, VAN OORSPRONG UIT DE VOLKSREPUBLIEK CHINA
INFORMATIE VOOR DE SAMENSTELLING VAN DE STEEKPROEF VAN NIET-VERBONDEN IMPORTEURS
Dit formulier is bedoeld om niet-verbonden importeurs te helpen bij het verstrekken van de informatie voor de samenstelling van de steekproef, als bedoeld in punt 5.3.2 van het bericht van inleiding.
De “ Sensitive ”-versie en de versie “ For inspection by interested parties ” moeten beide aan de Commissie worden teruggezonden, zoals aangegeven in het bericht van inleiding.
1. NAAM EN CONTACTGEGEVENS
Verstrek de volgende gegevens over uw onderneming:
|
Naam van de onderneming |
|
|
Adres |
|
|
Contactpersoon |
|
|
E-mailadres |
|
|
Telefoonnummer |
|
2. OMZET EN VERKOOPVOLUME
Vermeld voor het onderzoektijdvak in euro’s (EUR) de totale omzet van de onderneming en de waarde in euro’s (EUR) en het volume in stuks van de invoer en de wederverkoop op de markt van de Unie na invoer uit de Volksrepubliek China van het onderzochte product, zoals omschreven in het bericht van inleiding.
|
|
Stuks |
Waarde in EUR |
|
Totale omzet van uw onderneming in EUR |
|
|
|
Invoer van het onderzochte product van oorsprong uit de Volksrepubliek China |
|
|
|
Invoer van het onderzochte product (ongeacht de oorsprong) |
|
|
|
Wederverkoop van het onderzochte product op de markt van de Unie na invoer uit de Volksrepubliek China |
|
|
3. ACTIVITEITEN VAN UW ONDERNEMING EN VAN VERBONDEN ONDERNEMINGEN (1)
Verstrek nadere bijzonderheden over de precieze activiteiten van de onderneming en alle verbonden ondernemingen (vermeld die ondernemingen en geef de relatie met uw onderneming aan) die betrokken zijn bij de productie en/of verkoop (uitvoer en/of binnenlandse verkoop) van het onderzochte product. Dergelijke activiteiten kunnen de aankoop van het onderzochte product of de productie ervan in het kader van uitbestedingsregelingen omvatten, alsook de verwerking ervan of de handel erin, maar zijn daartoe niet beperkt.
|
Naam en locatie van de onderneming |
Activiteiten |
Relatie |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
4. OVERIGE INFORMATIE
Verstrek alle andere relevante informatie die de onderneming nuttig acht om de Commissie bij de samenstelling van de steekproef te helpen.
5. CERTIFICERING
Door bovengenoemde informatie te verstrekken, stemt de onderneming ermee in eventueel in de steekproef te worden opgenomen. Selectie voor de steekproef houdt in dat een vragenlijst moet worden ingevuld en dat aanvaard wordt dat de antwoorden bij een bezoek ter plaatse worden gecontroleerd. Ondernemingen die verklaren niet in de steekproef te willen worden opgenomen, worden geacht niet aan het onderzoek te hebben meegewerkt. De bevindingen van de Commissie met betrekking tot niet-medewerkende importeurs worden gebaseerd op de beschikbare gegevens en het resultaat kan voor de desbetreffende onderneming minder gunstig zijn dan wanneer zij wel had meegewerkt.
Handtekening van de gemachtigde:
Naam en titel van de gemachtigde:
Datum:
(1) Overeenkomstig artikel 127 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie, worden twee personen geacht verbonden te zijn indien: a) zij functionaris of directeur zijn in de onderneming van de andere persoon; b) zij door de wettelijke bepalingen worden erkend als in zaken verbonden; c) zij werkgever en werknemer zijn; d) een derde partij 5 % of meer van het stemgerechtigde uitstaande kapitaal of de aandelen van beiden direct of indirect bezit, houdt of daarover zeggenschap heeft; e) één van hen direct of indirect zeggenschap over de ander heeft; f) een derde persoon direct of indirect zeggenschap over beiden heeft; g) beiden direct of indirect zeggenschap over een derde persoon hebben; of h) zij tot dezelfde familie behoren (PB L 343 van 29.12.2015, blz. 558). Personen worden slechts geacht tot dezelfde familie te behoren indien zij op een van de volgende wijzen met elkaar bloed- of aanverwant zijn: i) echtgenoot en echtgenote, ii) ouder en kind, iii) broers en zusters (of halfbroers en halfzusters), iv) grootouder en kleinkind, v) oom of tante en neef of nicht (oomzeggers), vi) schoonouder en schoondochter of schoonzoon, vii) zwagers en schoonzusters. Overeenkomstig artikel 5, punt 4, van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie wordt onder “persoon” verstaan een natuurlijk persoon, een rechtspersoon of een vereniging van personen die geen rechtspersoonlijkheid bezit, maar krachtens het Unierecht of het nationale recht wel als handelingsbekwaam is erkend (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1).
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2023/160/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)