|
ISSN 1977-0995 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 484 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Mededelingen en bekendmakingen |
65e jaargang |
|
Inhoud |
Bladzijde |
|
|
|
I Resoluties, aanbevelingen en adviezen |
|
|
|
AANBEVELINGEN |
|
|
|
Raad |
|
|
2022/C 484/01 |
||
|
|
Europese Centrale Bank |
|
|
2022/C 484/02 |
|
|
II Mededelingen |
|
|
|
MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE |
|
|
|
Europese Commissie |
|
|
2022/C 484/03 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak M.10913 — SADCO / HACP / JV) ( 1 ) |
|
|
V Bekendmakingen |
|
|
|
BESTUURLIJKE PROCEDURES |
|
|
|
Europese Commissie |
|
|
2022/C 484/28 |
||
|
|
PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID |
|
|
|
Europese Commissie |
|
|
2022/C 484/29 |
Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak M.10560 - SIKA / MBCC GROUP) ( 1 ) |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst. |
|
NL |
|
I Resoluties, aanbevelingen en adviezen
AANBEVELINGEN
Raad
|
20.12.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 484/1 |
AANBEVELING VAN DE RAAD
van 8 december 2022
over voor- en vroegschoolse educatie en opvang: de doelstellingen van Barcelona voor 2030
(2022/C 484/01)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 292, in samenhang met artikel 153, lid 1, punt i),
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Om remmingen voor de deelname van vrouwen aan de arbeidsmarkt weg te nemen, heeft de Europese Raad van Barcelona in 2002 de doelstellingen voor kinderopvang vastgesteld die uiterlijk in 2010 moeten worden gehaald: namelijk voor- en vroegschoolse educatie en opvang (“ECEC”) bieden aan ten minste 33 % van de kinderen jonger dan drie jaar en aan ten minste 90 % voor kinderen tussen drie jaar en de leerplichtige leeftijd (1). Hoewel die doelstellingen als gemiddelde in de Europese Unie zijn bereikt, blijven er aanzienlijke verschillen bestaan tussen en binnen de lidstaten, met name voor kinderen uit huishoudens met een lager inkomen en voor de jongste groep kinderen. |
|
(2) |
Deze aanbeveling heeft als doel de lidstaten aan te moedigen de deelname aan toegankelijke, betaalbare en hoogwaardige ECEC te vergroten, rekening houdend met de vraag naar voor- en vroegschoolse educatie en opvang en in overeenstemming met nationale patronen inzake het aanbod, om de arbeidsmarktdeelname van vrouwen te vergemakkelijken en de sociale en cognitieve ontwikkeling van alle kinderen te bevorderen, met name van kinderen in kwetsbare situaties of uit kansarme milieus. |
|
(3) |
Zorgtaken voor kinderen, met name voor zeer jonge kinderen, vormen een aanzienlijke belemmering voor de arbeidsmarktdeelname van vrouwen. In 2021 gaf 27,9 % van de vrouwen die niet actief waren op de arbeidsmarkt in de arbeidskrachtenenquête aan dat de zorg voor kinderen of zorgbehoevende volwassenen hun belangrijkste reden was om geen werk te zoeken, tegenover slechts 8,0 % van de mannen. In 2019, voor de pandemie, bedroegen deze cijfers respectievelijk 32,6 % en 7,6 % (2). Tegelijkertijd bedroeg de arbeidsdeelname van personen met kinderen jonger dan zes jaar 90,1 % voor mannen, tegenover 67,2 % voor vrouwen. In Europa nemen ongeveer 7,7 miljoen vrouwen niet deel aan de arbeidsmarkt omdat ze onbetaalde zorgtaken uitvoeren, tegenover slechts 450 000 mannen. Het onevenredig deel van zorgtaken dat vrouwen voor hun rekening nemen is ook een van de belangrijkste oorzaken van de loonkloof tussen mannen en vrouwen (3). |
|
(4) |
Vrouwen zijn ook vaker geneigd hun werkpatronen aan te passen aan zorgtaken. Dit heeft een blijvend effect op hun loopbaan en draagt bij tot de loonkloof en de pensioenkloof tussen mannen en vrouwen. Werkende vrouwen besteden dagelijks gemiddeld 90 minuten meer aan huishoudelijk werk en directe zorg dan werkende mannen. De aanpak van genderkloven op het gebied van werkgelegenheid is vanuit economisch perspectief belangrijk, aangezien dit bijdraagt tot groei en wellicht positieve gevolgen heeft voor de productiviteit. Daarnaast heeft de aanpak van genderkloven een duidelijke positieve impact op armoedebestrijding en sociale inclusie en is dit een manier om het probleem van een krimpende beroepsbevolking op te lossen. |
|
(5) |
De beschikbaarheid van betaalbare en hoogwaardige zorgdiensten heeft een aanzienlijk positieve impact op de werkgelegenheidssituatie van zorgverleners, met name vrouwen. Terwijl de verstrekking van ECEC in de hele Unie toenam, verkleinde de arbeidsdeelnamekloof tussen mannen en vrouwen van 17,7 procentpunten in 2002 tot 10,8 procentpunten in 2021. De afgelopen jaren is echter geen vooruitgang meer geboekt. |
|
(6) |
In de Europese pijler van sociale rechten (de pijler) wordt gewezen op het belang van gendergelijkheid, het evenwicht tussen werk en privéleven en ECEC als hoofddoelstellingen van de Unie. De pijler stelt dat gelijke behandeling van en gelijke kansen voor vrouwen en mannen moeten worden gewaarborgd en bevorderd op alle vlakken, waaronder arbeidsmarktdeelname, arbeidsvoorwaarden en loopbaanontwikkeling. De pijler erkent ook het recht van kinderen op betaalbare en hoogwaardige ECEC, het recht van kinderen op bescherming tegen armoede, en het recht van kinderen uit kansarme milieus op specifieke maatregelen die gelijke kansen versterken. |
|
(7) |
In het actieplan voor de pijler wordt voorgesteld dat ten minste 78 % van de bevolking in de leeftijdsgroep 20-64 jaar uiterlijk in 2030 aan het werk moet zijn. Om dat te verwezenlijken, heeft het actieplan tot doel de arbeidsdeelnamekloof tussen mannen en vrouwen ten opzichte van 2019 ten minste te halveren, onder meer door een groter aanbod van formele ECEC. In het actieplan wordt erkend dat een uitbreiding van het aanbod van formele ECEC een sterkere arbeidsmarktdeelname van vrouwen en een betere combinatie van werk, gezin en privéleven zou ondersteunen. |
|
(8) |
Er bestaan aanzienlijke verschillen tussen de lidstaten wat betreft de manier waarop zij ouders ondersteunen. In sommige lidstaten wordt meer nadruk gelegd op het aanbieden van een toereikende regeling betaald of vergoed ouderschapsverlof in ten minste de eerste 12 maanden na de geboorte van het kind, wat leidt tot zeer hoge opnameratio’s van ouderschapsverlof. Andere lidstaten richten zich meer op het verlenen van ECEC-diensten aan kinderen vanaf zeer jonge leeftijd. In deze laatste groep lidstaten nemen kinderen doorgaans al in hun eerste levensjaar deel aan ECEC en bedraagt betaald of vergoed ouderschapsverlof niet meer dan het door het Unierecht vereiste minimum. De nieuwe doelstelling voor kinderen jonger dan drie jaar in deze aanbeveling is erop gericht tussen deze uiteenlopende benaderingen een evenwicht te vinden. In het licht van die overwegingen dienen alle lidstaten voor de groep kinderen jonger dan drie jaar te streven naar een deelnamepercentage van 45 %. |
|
(9) |
Van de lidstaten die onder het vorige streefcijfer van 33 % liggen, wordt echter niet noodzakelijkerwijs verwacht dat zij het vorige of nieuwe streefcijfer tegen 2030 zullen halen. In plaats daarvan wordt aanbevolen dat ze hun deelnamepercentage verhogen met ten minste een specifiek percentage dat de uitgangssituatie van elke betrokken lidstaat en zijn opnamepatroon van het ouderschapsverlof weerspiegelt. Dit zou die lidstaten op realistische wijze in staat moeten stellen dichter bij het streefcijfer van 45 % te komen. Van de lidstaten die verder van de doelstelling zijn verwijderd, wordt verwacht dat zij zich meer inspannen om hun achterstand in te halen. |
|
(10) |
Gezien de aanzienlijke jaarlijkse schommelingen van de deelname aan ECEC en het feit dat de gegevens over 2021 in sommige lidstaten nog steeds de gevolgen van de COVID-19-pandemie weerspiegelen, is het gemiddelde ECEC-deelnamepercentage in de vijf jaar voorafgaand aan de vaststelling van deze aanbeveling (volgens de EU-SILC-gegevens) gekozen als uitgangspunt voor de vaststelling van de minimale toename van de deelname aan ECEC voor lidstaten die het vorige streefcijfer nog niet hebben bereikt. |
|
(11) |
Op het niveau van de Unie worden in verschillende aanbevelingen en richtlijnen op het gebied van gendergelijkheid en arbeidsvoorwaarden bepaalde kwesties aangepakt die relevant zijn voor de Barcelona-doelstellingen. Richtlijn (EU) 2019/1158 van het Europees Parlement en de Raad (4), bijvoorbeeld, schept een kader voor een evenwichtige benutting van ouderschapsverlof, flexibele werkregelingen en zorgverlof door vrouwen en mannen. |
|
(12) |
Verschillende initiatieven van de Unie hebben het belang van ECEC voor kinderen benadrukt. Deze aanbeveling bouwt voort op die beleidsinitiatieven, namelijk: Resolutie van de Raad betreffende een strategisch kader voor Europese samenwerking op het gebied van onderwijs en opleiding met het oog op de Europese Onderwijsruimte en verder (2021-2030) (5), dat een doelstelling op Unieniveau bevat dat ten minste 96 % van de kinderen tussen drie jaar en de beginleeftijd voor het verplicht basisonderwijs moet deelnemen aan ECEC; de aanbeveling van de Raad van 22 mei 2019 betreffende stelsels voor kwaliteitsvolle voor- en vroegschoolse educatie en kinderopvang (6), die de lidstaten helpt de voorzieningen voor ECEC te verbeteren en onderstreept dat deze inclusief, toegankelijk, betaalbaar en van hoge kwaliteit moeten zijn; de mededeling van de Commissie over de EU-strategie voor de rechten van het kind (7), die een reeks essentiële maatregelen bevat die de Commissie moet nemen om de rechten van kinderen verder te bevorderen en te beschermen, en erkent dat ECEC een gunstige rol speelt voor de cognitieve en sociale ontwikkeling van kinderen; en de Aanbeveling van de Raad van 14 juni 2021 tot instelling van een Europese kindergarantie (8), die ervoor moet zorgen dat kinderen die met armoede of sociale uitsluiting worden bedreigd, gratis en doeltreffende toegang hebben tot essentiële diensten, waaronder ECEC, in alle regio’s, met inbegrip van afgelegen en plattelandsgebieden. |
|
(13) |
Bij investeringen in voorzieningen voor ECEC moeten de lidstaten rekening houden met een aantal aspecten die verder gaan dan de loutere beschikbaarheid van plaatsen, zoals de tijd die kinderen doorbrengen in ECEC, het aandeel kinderen in ECEC dat met armoede of sociale uitsluiting wordt bedreigd en de toegankelijkheid, betaalbaarheid en kwaliteit van de verleende diensten. Deze aanbeveling bevat daarom maatregelen om die aspecten aan te pakken. |
|
(14) |
Om de arbeidsmarktparticipatie van hoofdverzorgers – voornamelijk vrouwen – te vergemakkelijken, moet het aantal uren dat kinderen deelnemen aan ECEC voldoende zijn om ouders in staat te stellen op zinvolle wijze betaald werk te verrichten. Deelname moet worden aangemoedigd, rekening houdend met het belang van het kind, terwijl ook wordt ingezet op gendergelijkheid bij keuzes van ouders wat betreft het evenwicht tussen werk en privéleven en het gebruik van ECEC-voorzieningen. Wanneer kinderen nog niet voltijds naar ECEC gaan, moeten beide ouders gebruikmaken van de rechten op ouderschapverlof en van flexibele werkregelingen waarin Richtlijn (EU) 2019/1158 voorziet, zoals deeltijdwerk, flexibele werktijden en telewerken, zodat de zorgtaken gelijk worden verdeeld, en moet deelname aan ECEC geleidelijk toenemen met de leeftijd van het kind. Gezien het belang van dat aspect is het belangrijk de tijd die kinderen in ECEC doorbrengen samen met de algemene deelname aan ECEC te monitoren. |
|
(15) |
Bovendien stuiten laagopgeleide vrouwen, vrouwen met een migratieachtergrond, vrouwen uit huishoudens met kinderen en een laag inkomen, en alleenstaande vrouwen met kinderen op meer obstakels bij hun opleiding en bij het vinden van een baan, en op meer belemmeringen om (opnieuw) aan het werk te gaan omdat financiële en andere beperkingen de deelname van hun kinderen aan ECEC in de weg staan. Aanmoedigen dat meer kinderen in kwetsbare situaties en uit kansarme milieus aan inclusieve ECEC deelnemen, zou een gunstig effect hebben op de kansen van hun moeders om opnieuw aan de slag te gaan. Het zou vrouwen ook helpen om werk, gezin en privéleven beter met elkaar te combineren. |
|
(16) |
Ouders met een handicap en ouders van kinderen met een handicap worden geconfronteerd met bijzondere belemmeringen en uitdagingen wat betreft de toegang tot de arbeidsmarkt. Het vergemakkelijken van de deelname, waar passend, van kinderen met een handicap aan reguliere ECEC – rekening houdend met de soort en mate van handicap, beoordeling door deskundigen en het belang van het kind – kan hun ouders helpen om werk, gezin en privéleven beter te combineren. |
|
(17) |
Deelname aan ECEC heeft meerdere voordelen voor kinderen. Uit gegevens blijkt dat de verstrekking van hoogwaardige ECEC een cruciale rol speelt bij het verbeteren van de cognitieve, sociale en educatieve ontwikkeling van kinderen vanaf jonge leeftijd. Volgens de aanbeveling van de Raad betreffende stelsels voor kwaliteitsvolle voor- en vroegschoolse educatie en kinderopvang kan deelname aan ECEC een doeltreffend instrument zijn om kansengelijkheid in het onderwijs te bereiken voor kinderen in kwetsbare situaties, onder wie kinderen met een handicap of speciale onderwijsbehoeften, kinderen uit gezinnen die met armoede of sociale uitsluiting worden bedreigd, waaronder eenoudergezinnen, kinderen met een migratieachtergrond, vluchtelingenkinderen, Romakinderen en kinderen uit andere minderheidsgroepen, kinderen in plattelandsgebieden en afgelegen gebieden met onaangepaste opvangvoorzieningen en kinderen in alternatieve zorgstelsels. |
|
(18) |
In de aanbeveling van de Raad tot instelling van een Europese kindergarantie en de aanbeveling van de Raad inzake gelijkheid, inclusie en participatie van de Roma (9) wordt benadrukt dat gelijke toegang tot hoogwaardige en inclusieve ECEC van cruciaal belang is om de overdracht van sociale uitsluiting te doorbreken en gelijke kansen voor kinderen in kwetsbare situaties te waarborgen. De Europese kindergarantie beveelt de lidstaten aan om uiterlijk negen maanden na de vaststelling van de aanbeveling nationale plannen voor de uitvoering ervan in te dienen. Het deelnamepercentage van kinderen in kwetsbare situaties blijft echter aanzienlijk lager, met name onder de jongste kinderen, wat later kan leiden tot slechtere onderwijsresultaten en een hoog percentage voortijdige schoolverlaters, met name van Romakinderen of kinderen met een migrantenachtergrond en kinderen die van ouderlijke zorg verstoken zijn. Het is daarom belangrijk de kloof in ECEC-deelname tussen deze kinderen en de totale kinderpopulatie te dichten. Er moet ook aandacht worden besteed aan het verkleinen van de deelnamekloof tussen de hoogste en de laagste inkomenskwintielen. Deelname aan ECEC is ook relevant voor kinderen die de oorlog in Oekraïne ontvluchten, evenals voor andere kinderen die bescherming zoeken of genieten in de Unie. Gelijke toegang tot algemene, inclusieve en niet-gesegregeerde ECEC-diensten moet worden gewaarborgd voor al die potentieel kwetsbare kinderen. |
|
(19) |
Evenzo hebben kinderen met een handicap het recht om op voet van gelijkheid deel te nemen aan reguliere ECEC. De helft van de kinderen met een handicap wordt alleen door hun ouders verzorgd. Daarom is het belangrijk ervoor te zorgen dat ECEC toegankelijk en inclusief is en wordt gecombineerd met gerichte maatregelen die helpen tegemoet te komen aan specifieke behoeften, onder meer door middel van maatregelen om belemmeringen en segregatie aan te pakken, personeel met de nodige vaardigheden uit te rusten of specifiek personeel in dienst te nemen om in individuele behoeften te voorzien en waar nodig in geïndividualiseerde curricula. |
|
(20) |
Bijzondere aandacht moet worden besteed aan het dichten van de deelnamekloof van kinderen die met armoede of sociale uitsluiting worden bedreigd, evenals van kinderen met een handicap of met speciale onderwijsbehoeften in ECEC-systemen, waarbij de nationale overheden voor sociale zaken, gezondheid en onderwijs afzonderlijk verantwoordelijk zijn voor verschillende onderdelen van ECEC. |
|
(21) |
Een hoge kwaliteit van ECEC is essentieel om ervoor te zorgen dat kinderen kunnen profiteren van deelname aan ECEC. Hoewel er verschillende definities zijn van het begrip kwaliteit in ECEC en verschillende meetmethoden om deze kwaliteit te bepalen, ligt de essentie ervan in de kwaliteit van de interactie tussen volwassenen en kinderen, ongeacht het bestaande ECEC-systeem. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat er ECEC van hoge kwaliteit wordt aangeboden, rekening houdend met de verschillende dimensies die zijn uiteengezet in de aanbeveling betreffende stelsels voor kwaliteitsvolle voor- en vroegschoolse educatie en kinderopvang, met inbegrip van toegang tot voorzieningen voor ECEC, de kwalificaties en arbeidsvoorwaarden van het personeel, het pedagogisch curriculum, toezicht en evaluatie, en beheer en financiering van ECEC-voorzieningen. Van bijzonder belang zijn elementen als de verhouding van het aantal kinderen ten opzichte van het aantal personeelsleden, kwalificaties van het personeel en permanente bijscholing. |
|
(22) |
De kwaliteit van de ECEC-voorzieningen is ook een belangrijke factor bij het opbouwen van vertrouwen tussen de ouders en de instellingen die onderwijs en zorg verstrekken, en is derhalve een belangrijke factor voor het bevorderen van een grotere deelname aan ECEC. |
|
(23) |
Toegankelijkheid is een andere belangrijke dimensie van ECEC-verstrekking. Dit betekent adequate infrastructuur en passende opvangcapaciteit en openingstijden, evenals aanpassing aan de bijzondere behoeften van ouders, en assistentie bij het doorlopen van complexe administratieve procedures. Ondersteuning bij het doorlopen van administratieve procedures moet in verschillende vormen worden geboden, waaronder taalkundige en digitale ondersteuning, met name voor groepen in kwetsbare situaties of uit kansarme milieus die bijvoorbeeld geen gebruik kunnen maken van of geen toegang hebben tot digitale instrumenten. Het gaat ook om toegankelijkheid voor personen met een handicap, met inbegrip van kinderen, ouders en beroepsbeoefenaars, overeenkomstig het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap en de toegankelijkheidseisen van Richtlijn (EU) 2019/882 van het Europees Parlement en de Raad (10). |
|
(24) |
Voorts omvat toegankelijkheid de vereenvoudiging van de procedures en de professionalisering van personeel en specialisten om kinderen met een handicap of speciale onderwijsbehoeften en andere kwetsbare groepen adequaat te ondersteunen in reguliere, niet-gesegregeerde voorzieningen. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat belemmeringen voor het gebruik van ECEC-voorzieningen worden weggenomen en voorkomen, ook voor personen met een handicap, en dat ECEC-voorzieningen werkelijk inclusief zijn. |
|
(25) |
Bij de aanpak van de dimensie toegankelijkheid moet rekening worden gehouden met territoriale onevenwichtigheden. Lange woon-werkreistijden als gevolg van afstand, gebrek aan of beperkte vervoersverbindingen en verkeerscongestie kunnen een belemmering vormen voor deelname, met name voor kinderen met een handicap of speciale onderwijsbehoeften. Afgelegen en plattelandsgebieden worden bijzonder benadeeld door het gebrek aan voldoende lokale ECEC-voorzieningen. Dergelijke territoriale onevenwichtigheden kunnen het probleem van de betaalbaarheid nog verergeren. Het is daarom belangrijk om in mobiliteitsplannen rekening te houden met de verschillende profielen van gebruikers van ECEC-voorzieningen, en om territoriale dekking op te nemen in de gegevensverzameling voor evaluatie- en monitoringdoeleinden. |
|
(26) |
In veel lidstaten vormen de hoge kosten van ECEC nog steeds een sterke belemmering voor deelname. Uit gegevens van Eurostat blijkt dat in veel landen de kostenfactor een belangrijke rol speelt bij de beslissing om geen gebruik te maken van formele kinderopvang, met name voor huishoudens die met armoede worden bedreigd. Volgens de statistieken van de Unie over inkomens en levensomstandigheden voor 2016 maakt 13 % van de ouders geen gebruik van kinderopvang vanwege de kosten ervan en kan 11 % zich deze moeilijk of zeer moeilijk veroorloven. Deze percentages bedragen meer dan het dubbele, respectievelijk 28 % en 27 %, voor huishoudens die met armoede worden bedreigd. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat hoogwaardige ECEC aanzienlijke economische, sociale, educatieve en ontwikkelingsvoordelen oplevert. Het waarborgen van betaalbare ECEC is nuttig om tegemoet te komen aan de bij- en omscholingsbehoeften van vrouwen en om hun arbeidsmarktdeelname te faciliteren; dit heeft ook een positief langetermijneffect op onderwijs vanaf jonge leeftijd, waardoor de weg wordt vrijgemaakt voor een levenslange positieve houding ten aanzien van leren, die verder reikt dan de betrokken kinderen en zich uitstrekt tot de samenleving in het algemeen. Daarom moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de kosten van ECEC in verhouding staan tot het gezinsinkomen en geen belemmering vormen voor deelname aan ECEC. Bovendien moeten de lidstaten ook rekening houden met andere kosten in verband met deelname aan ECEC, zoals vervoer, kledij en uitrusting die nodig zijn in zorgsituaties. |
|
(27) |
Een manier om te zorgen voor een adequaat aanbod van toegankelijke en betaalbare ECEC van hoge kwaliteit is de invoering van een wettelijk recht op ECEC, waarmee overheidsinstanties een plaats garanderen voor alle kinderen wier ouders erom vragen, ongeacht hun beroeps-, sociaal-economische of gezinssituatie. In de meeste lidstaten bestaat een dergelijk wettelijk recht al, maar de aanvangsleeftijd daarvoor loopt sterk uiteen. Er zou idealiter geen kloof mogen zijn tussen het einde van naar behoren betaald of vergoed moederschaps-, vaderschaps- en ouderschapsverlof en het wettelijk recht op een plaats in ECEC. |
|
(28) |
Een betere beschikbaarheid van hoogwaardige, toegankelijke en betaalbare ECEC voor gezinnen en betere arbeidsvoorwaarden en lonen in de ECEC-sector leveren naar verwachting economische voordelen op. Tegelijkertijd kan de budgettaire duurzaamheid van investeringen in ECEC worden geoptimaliseerd door het effect op de overheidsfinanciën te evalueren en door de kosteneffectiviteit regelmatig te monitoren en voortdurend te verbeteren, voortbouwend op beste praktijken, met inbegrip van een efficiënt ontwerp van financieringsmechanismen die in overeenstemming zijn met de algemene duurzaamheid van de overheidsfinanciën. |
|
(29) |
Gemakkelijke en gelijke toegang tot adequate online- en offline-informatie over ECEC zonder discriminatie is van cruciaal belang voor alle ouders, ongeacht de gezinssamenstelling en -status, met inbegrip van geregistreerde partnerschappen, zoals erkend in het nationale recht. Hierbij gaat het om informatie over het recht op en de beschikbaarheid van passende diensten, toegangsmodaliteiten en, in voorkomend geval, de voorwaarden om in aanmerking te komen voor financiële steun. |
|
(30) |
Het gebrek aan bewustzijn betreffende de rechten van ouders en kinderen met betrekking tot ECEC en de relevantie ervan voor toekomstige schoolprestaties is een extra belemmering voor de toegang tot diensten die van invloed zijn op de arbeidsmarktdeelname van vrouwen. Een correcte en grondige voorlichting van ouders moet leiden tot weloverwogen, geïnformeerde beslissingen over zorgopties. |
|
(31) |
De ECEC-sector heeft in veel landen te kampen met personeelstekorten. Dit kan worden aangepakt door middel van meerdere strategieën, zoals het verbeteren van de arbeidsvoorwaarden, loopbaanvooruitzichten en beloning, het verstrekken van regelmatige bij- en omscholingsmogelijkheden, het ontwikkelen van creatieve wervingsstrategieën en het oproepen van verschillende ondervertegenwoordigde groepen om in de ECEC te werken, zoals mannen en personen met verschillende culturele achtergronden, bijvoorbeeld migranten en vluchtelingen. Een eenvoudig en snel mechanisme voor de erkenning van kwalificaties kan helpen bij de aanpak van tekorten. Aanbeveling (EU) 2022/554 van de Commissie (11) heeft bijvoorbeeld betrekking op de toegang tot gereglementeerde beroepen van personen die op de vlucht zijn voor de oorlog in Oekraïne. |
|
(32) |
De bevordering van rechtvaardige arbeidsvoorwaarden voor het personeel in ECEC moet bijdragen tot het aantrekken van nieuwe werknemers en er tegelijkertijd voor zorgen dat degenen die in die sector werkzaam zijn, bereid en in staat zijn om er tot aan hun pensioen te blijven werken. Dit kan ook bijdragen tot het aanpakken van gendersegregatie in de ECEC-sector. In dit verband bieden de richtsnoeren van de Internationale Arbeidsorganisatie inzake de bevordering van fatsoenlijk werk voor personeel in de voor- en vroegschoolse educatie (12) een leidraad voor de mogelijke uitvoering van aanbevelingen inzake beroeps- en loopbaanontwikkeling, passende beloning, met inbegrip van gelijke beloning, en duurzame werkgelegenheid en arbeidsvoorwaarden, evenals de bevordering van de sociale dialoog in deze sector. |
|
(33) |
De zorg voor kinderen stopt niet wanneer zij naar de lagere school gaan. De zorgbehoeften voor kinderen vanaf de leeftijd van het basisonderwijs kunnen ook de arbeidsmarktdeelname en de arbeidstijd van moeders beperken als er in het kader van de nationale schoolstelsels geen adequate, hoogwaardige en betaalbare oplossingen voor naschoolse opvang en opvang tijdens vakanties bestaan. Als er geen zorgmogelijkheden voor oudere kinderen beschikbaar zijn, zal de beschikbaarheid van ECEC voor jongere broers en zussen de arbeidsmarktdeelname van de ouders belemmeren, wat op zijn beurt gevolgen kan hebben voor de deelname aan ECEC van jongere broers en zussen. De lidstaten moeten daarom zorgen voor adequate, hoogwaardige en betaalbare buitenschoolse opvang. Aanbevolen wordt dat de door de lidstaten genomen maatregelen in voorkomend geval een aanbod omvatten voor het toezicht op en de ondersteuning van huiswerk voor alle kinderen, met inbegrip van kinderen uit kansarme milieus. |
|
(34) |
Het evenwicht tussen werk en privéleven blijft een grote uitdaging voor veel ouders en vooral voor vrouwen. De moeilijkheid om werk en zorgtaken met elkaar in evenwicht te brengen is een belangrijk obstakel dat bijdraagt tot de ondervertegenwoordiging van vrouwen op de arbeidsmarkt. In dit verband zijn genderstereotypen vaak van invloed op de rol van vrouwen en mannen op het gebied van zorg. Het gebrek aan evenwicht tussen zorgverlening door vrouwen in vergelijking met mannen versterkt op zijn beurt genderstereotypen over de beroepen en rollen van zowel mannen als vrouwen. |
|
(35) |
Deze aanhoudende zorgkloof tussen mannen en vrouwen moet worden aangepakt, met name door vaders aan te moedigen gebruik te maken van vaderschapsverlof, ouderschapsverlof en flexibele werktijdregelingen, waar nodig, in combinatie met een gelijkere verdeling van zorgtaken binnen stellen wat betaald en onbetaald werk betreft (13). De uitvoering van Richtlijn (EU) 2019/1158 moet de rechten van werknemers met zorgtaken versterken om vaderschaps- en ouderschapsverlof op te nemen en om flexibele werktijdregelingen aan te vragen. Verdere maatregelen moeten gericht zijn op de bewustmaking van deze nieuwe rechten en op het toezicht op de vraag of werknemers die rechten ten volle kunnen uitoefenen zonder dat zij ongunstig worden behandeld op het werk. |
|
(36) |
Naast andere maatregelen om werk, gezin en privéleven te combineren, moeten waar nodig flexibele oplossingen voor het gebruik van ECEC worden bevorderd. Werknemers met zorgtaken, bijvoorbeeld, zouden baat hebben bij toegang tot aanvullende kinderopvangvoorzieningen, zoals vroege opening, het verstrekken van maaltijden en late sluiting. |
|
(37) |
Om een beter inzicht te krijgen in de zorgbehoeften en -beperkingen, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat adequate gegevens beschikbaar zijn die voldoende fijnmazig, betrouwbaar en vergelijkbaar zijn. Aangezien Richtlijn (EU) 2019/1158 geen specifieke bepalingen inzake gegevensverzameling bevat, moeten die gegevens ook betrekking hebben op het opnemen van vaderschaps- en ouderschapsverlof, rekening houdend met de methodologische handleiding voor het kader voor indicatoren met betrekking tot het evenwicht tussen werk en privéleven, die door het Comité voor de werkgelegenheid (EMCO) en het Comité voor sociale bescherming (SPC) is ontwikkeld om de correcte monitoring en evaluatie van de richtlijn te ondersteunen. |
|
(38) |
De voortgang bij de uitvoering van deze aanbeveling moet regelmatig worden gemonitord in het kader van het Europees Semester, het jaarverslag over gendergelijkheid in de Unie en het portaal voor de monitoring van de strategie voor gendergelijkheid. Daartoe moeten de lidstaten de Commissie met name ondersteunen bij de mogelijke ontwikkeling en berekening van een indicator voor het meten van de genderzorgkloof, d.w.z. het verschil in tijd dat vrouwen en mannen aan zorg besteden, de loonkloof tussen mannen en vrouwen en de besteding van tijd voor betaald en onbetaald werk, om beter inzicht te krijgen in de onderlinge afhankelijkheden tussen die elementen, teneinde de ontwikkeling van empirisch onderbouwd beleid voor gendergelijkheid en sociaal beleid te ondersteunen. De lidstaten moeten zich ook blijven inspannen om hervormingen in de ECEC-sector te ontwerpen en uit te voeren, en daarbij optimaal gebruikmaken van de steun van de Commissie, onder meer via het instrument voor technische ondersteuning, door de uitwisseling van goede praktijken, het gebruik van geschikte processen en methoden, en door middel van gegevensverzameling, betrokkenheid van belanghebbenden en een effectievere en efficiëntere interinstitutionele coördinatie en personeelsplanning, toewijzing van middelen en beroepsontwikkeling in de ECEC-sector. |
|
(39) |
Onder “voor- en vroegschoolse educatie en opvang” moet overeenkomstig de aanbeveling van de Raad betreffende kwaliteitsvolle ECEC worden verstaan: elke regeling voor onderwijs en opvang voor kinderen vanaf de geboorte tot de leerplichtige leeftijd – ongeacht het bestel, de financiering, het werk- of lesrooster of de programma-inhoud – met inbegrip van dagopvang in kinderdagverblijven en gezinnen, met private en publieke middelen gefinancierde voorzieningen, evenals voorschoolse voorzieningen en voorzieningen voor kleuteronderwijs. |
|
(40) |
Om het effect van deze aanbeveling te beoordelen, moet de Commissie, in samenwerking met de lidstaten, toezien op de voortgang van de uitvoering ervan en daarover regelmatig verslag uitbrengen aan de Raad, |
HEEFT DE VOLGENDE AANBEVELING VASTGESTELD:
DOEL EN TOEPASSINGSGEBIED
|
1. |
Het doel van deze aanbeveling is de lidstaten aan te moedigen om, rekening houdend met hun nationale context, de deelname aan toegankelijke, betaalbare en hoogwaardige voor- en vroegschoolse educatie en opvang (early childhood education and care – ECEC) te vergroten teneinde de arbeidsmarktparticipatie van vrouwen te vergemakkelijken en te stimuleren en de sociale en cognitieve ontwikkeling en de slaagkansen in het onderwijs van kinderen, met name kinderen in kwetsbare situaties of kinderen uit kansarme milieus, te bevorderen. |
|
2. |
Deze aanbeveling heeft betrekking op ECEC voor alle kinderen. |
DOELSTELLINGEN INZAKE ECEC
|
3. |
|
INDICATOR VOOR INTENSITEIT VAN PARTICIPATIE
|
4. |
De lidstaten wordt aanbevolen een niveau van beschikbaarheid van ECEC-voorzieningen te ondersteunen dat verenigbaar is met het welzijn en de ontwikkeling van het kind en dat een zinvolle arbeidsmarktparticipatie van ouders, met name moeders, mogelijk maakt, terwijl ook wordt ingezet op gendergelijkheid bij ouders die voor het gebruik van ECEC-voorzieningen kiezen. |
|
5. |
De lidstaten wordt aanbevolen maatregelen te nemen om ECEC-voorzieningen op zodanige wijze beschikbaar te stellen dat kinderen ten minste 25 uur per week kunnen deelnemen. |
|
6. |
De lidstaten wordt aanbevolen de beschikbaarheid van ECEC-voorzieningen of, zo nodig, van aanvullende diensten voor en na de reguliere werktijden van ECEC-voorzieningen te bevorderen, teneinde verplaatsingstijd in te ruimen en kinderopvang ten volle in overeenstemming te brengen met het welzijn van het kind en de werktijden van de ouders en met het feit dat zij werk, gezin en privéleven moeten kunnen combineren. |
INCLUSIE VAN KINDEREN UIT KANSARME MILIEUS EN KINDEREN MET EEN HANDICAP, MET SPECIFIEKE BEHOEFTEN OF MET SPECIALE ONDERWIJSBEHOEFTEN
|
7. |
De lidstaten wordt aanbevolen:
|
KWALITEIT
|
8. |
De lidstaten wordt aanbevolen ervoor te zorgen dat:
|
TERRITORIALE SPREIDING
|
9. |
De lidstaten wordt aanbevolen de problemen die kinderen en hun gezinnen ondervinden om toegang te krijgen tot een geschikte onderwijs- en zorginstelling aan te pakken door te voorzien in voldoende territoriale dekking van ECEC-voorzieningen. Daartoe wordt aanbevolen dat de lidstaten, met name:
|
BETAALBAARHEID
|
10. |
Voor kinderen die niet onder de aanbeveling van de Raad tot instelling van een Europese kindergarantie vallen – een groep die volgens die aanbeveling aanspraak moet kunnen maken op gratis onderwijs en betaalbare en daadwerkelijke toegang tot hoogwaardige ECEC-voorzieningen – wordt de lidstaten aanbevolen ervoor te zorgen dat de nettokosten van ECEC in redelijke verhouding staan tot de andere uitgaven en tot het beschikbare inkomen van de huishoudens, met bijzondere aandacht voor huishoudens, inclusief alleenstaande ouders met een laag inkomen. Met name worden de lidstaten ertoe aangemoedigd:
|
TOEGANKELIJKHEID
|
11. |
De lidstaten wordt aanbevolen de belemmeringen voor gelijke toegang tot ECEC voor alle kinderen continu en op niet-discriminerende wijze weg te nemen. In dit verband moet bijzondere aandacht worden besteed aan:
|
|
12. |
De lidstaten wordt aanbevolen de invoering van een wettelijk recht op ECEC te overwegen. Bij het bepalen van de aanvangsleeftijd voor dat recht is het aanbevolen dat de lidstaten rekening houden met de beschikbaarheid en de duur van naar behoren betaald of gecompenseerd moederschaps-, vaderschaps- en ouderschapsverlof, en dat zij hiaten tussen het einde van dit verlof en het begin van de ECEC voorkomen. |
AANVULLENDE DIENSTEN EN BUITENSCHOOLSE OPVANG
|
13. |
De lidstaten wordt aanbevolen om naast het verstrekken van ECEC-voorzieningen ook te zorgen voor een alomvattende aanpak van de opvang van kinderen, waarbij rekening wordt gehouden met de zorgbehoeften van kinderen van verschillende leeftijd, met inbegrip van de basisschoolleeftijd, door betaalbare, toegankelijke en hoogwaardige buitenschoolse opvang te vergemakkelijken voor kinderen in het basisonderwijs (naschoolse opvang en opvang tijdens vakanties), met inbegrip van kinderen met een handicap of met specifieke onderwijsbehoeften, rekening houdend met de nationale organisatie van scholen en vakanties. De lidstaten wordt aanbevolen om in deze voorzieningen, indien van toepassing, huiswerkbegeleiding op te nemen voor alle kinderen, met name ook voor kinderen uit kansarme milieus of in kwetsbare situaties. |
BEWUSTMAKING VAN RECHTEN
|
14. |
De lidstaten wordt aanbevolen ervoor te zorgen dat ouders op de hoogte zijn van hun rechten, met inbegrip van, in voorkomend geval, het recht op een plaats in ECEC, rekening houdend met het feit dat verschillende tradities en achtergronden van invloed kunnen zijn op de kennis en de perceptie van en het vertrouwen in het ECEC-systeem. |
|
15. |
De lidstaten worden aangemoedigd om ouders proactief te informeren over de mogelijkheden, voordelen en kosten van het gebruik van ECEC, en, in voorkomend geval, over de beschikbare financiële ondersteuning. Daarbij moet worden rekening gehouden met:
|
|
16. |
De lidstaten wordt aanbevolen effectieve, onpartijdige en toegankelijke klachtenprocedures in te voeren om problemen of incidenten aan de bevoegde autoriteiten te melden. |
ARBEIDSVOORWAARDEN EN VAARDIGHEDEN VAN HET PERSONEEL
|
17. |
De lidstaten wordt aanbevolen hoogwaardige werkgelegenheid en eerlijke arbeidsvoorwaarden voor ECEC-personeel te ondersteunen, met name door de sociale dialoog en collectieve onderhandelingen te bevorderen en door de ontwikkeling van aantrekkelijke lonen, adequate werkregelingen, hoge normen op het gebied van gezondheid en veiligheid op het werk, en gelijkheid en non-discriminatie in de sector te ondersteunen, met inachtneming van de autonomie van de sociale partners. |
|
18. |
De lidstaten wordt aanbevolen de behoeften aan vaardigheden en het tekort aan werknemers in ECEC aan te pakken, met name door:
|
DE ZORGKLOOF TUSSEN MANNEN EN VROUWEN AANPAKKEN
|
19. |
De lidstaten wordt aanbevolen een gelijke verdeling van de zorg voor kinderen tussen ouders aan te moedigen door:
|
GOVERNANCE EN GEGEVENSVERZAMELING
|
20. |
De lidstaten wordt aanbevolen te zorgen voor een degelijke en effectieve governance van het beleid op het gebied van ECEC, met name door:
|
|
21. |
De lidstaten wordt aanbevolen om, waar nodig, de verzameling te ontwikkelen of te verbeteren van gegevens over:
|
|
22. |
De lidstaten wordt aanbevolen meer te doen om ervoor te zorgen dat gegevens op Unieniveau vergelijkbaar zijn en voldoende fijnmazig zijn. |
UITVOERING, MONITORING EN EVALUATIE
|
23. |
De lidstaten wordt aanbevolen om de Commissie binnen 18 maanden na de aanneming van deze aanbeveling in kennis stellen van de reeks maatregelen die zij hebben genomen of gepland om deze aanbeveling uit te voeren, in voorkomend geval voortbouwend op bestaande nationale strategieën of plannen. In voorkomend geval kan worden verwezen naar verslagen die zijn ingediend in het kader van bestaande verslagleggingsmechanismen, zoals de open coördinatiemethode, het Europees Semester en andere relevante programmerings- en verslagleggingsmechanismen van de Unie. |
IS INGENOMEN MET HET VOORNEMEN VAN DE COMMISSIE OM:
|
24. |
|
|
25. |
binnen vijf jaar aan de Raad verslag uit te brengen over de vooruitgang die met betrekking tot deze aanbeveling is geboekt. |
Gedaan te Brussel, 8 december 2022.
Voor de Raad
De voorzitter
M. JUREČKA
(1) Europese Raad van Barcelona, 15-16 maart 2002 (SN 100/1/02 REV 1).
(2) Eurostat-databank, tabel LFSA_IGAR, “Care of adults with disabilities or children and other family or personal reasons”, percentage van de bevolking dat niet actief is op de arbeidsmarkt en wil werken, leeftijdsgroep 15-64 jaar.
(3) Verslag van het Europees Instituut voor gendergelijkheid (EIGE): “Genderongelijkheid in de zorg en gevolgen voor de arbeidsmarkt” (doc. 12953/20 ADD 1).
(4) Richtlijn (EU) 2019/1158 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende het evenwicht tussen werk en privéleven voor ouders en mantelzorgers en tot intrekking van Richtlijn 2010/18/EU van de Raad (PB L 188 van 12.7.2019, blz. 79).
(5) PB C 66 van 26.2.2021, blz. 1.
(6) Aanbeveling van de Raad van 22 mei 2019 betreffende stelsels voor kwaliteitsvolle voor- en vroegschoolse educatie en kinderopvang (PB C 189 van 5.6.2019, blz. 4).
(7) Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's over de EU-strategie voor de rechten van het kind (COM(2021) 142 final van 24 maart 2021, blz. 1).
(8) Aanbeveling (EU) 2021/1004 van de Raad van 14 juni 2021 tot instelling van een Europese kindergarantie (PB L 223 van 22.6.2021, blz. 14).
(9) Aanbeveling van de Raad van 12 maart 2021 inzake gelijkheid, inclusie en participatie van de Roma (PB C 93 van 19.3.2021, blz. 1).
(10) Richtlijn (EU) 2019/882 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 betreffende de toegankelijkheidsvoorschriften voor producten en diensten (PB L 151 van 7.6.2019, blz. 70).
(11) Aanbeveling (EU) 2022/554 van de Commissie van 5 april 2022 betreffende de erkenning van kwalificaties van mensen die op de vlucht zijn door de Russische invasie van Oekraïne (PB L 107 van 6.4.2022, blz. 1).
(12) Internationale Arbeidsorganisatie, “Meeting of Experts on Policy Guidelines on the promotion of decent work for early childhood education personnel” (beschikbaar op: https://www.ilo.org/sector/Resources/codes-of-practice-and-guidelines/WCMS_236528/lang--en/index.htm).
(13) Conclusies van de Raad over het dichten van de loonkloof tussen mannen en vrouwen: waardering en verdeling van betaalde en onbetaalde zorg (doc. 13584/20).
Europese Centrale Bank
|
20.12.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 484/13 |
AANBEVELING VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK
van 13 december 2022
aan de Raad van de Europese Unie met betrekking tot de externe accountants van de Oesterreichische Nationalbank
(ECB/2022/44)
(2022/C 484/02)
DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, en met name artikel 27.1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De rekeningen van de Europese Centrale Bank (ECB) en van nationale centrale banken van de lidstaten die de euro als munt hebben worden gecontroleerd door onafhankelijke externe accountants die door de Raad van bestuur van de ECB worden aanbevolen en door de Raad van de Europese Unie worden aanvaard. |
|
(2) |
Artikel 37, lid 1, van de Oostenrijkse Federale Wet op de Oesterreichische Nationalbank bepaalt dat de Algemene vergadering van de Oesterreichische Nationalbank een externe accountant en een plaatsvervangende externe accountant benoemt voor een meerjarige periode van ten hoogste vijf jaar. De plaatsvervangende externe accountant zal zijn mandaat alleen uitoefenen als de externe accountant in de onmogelijkheid verkeert de audit uit te voeren. |
|
(3) |
Zowel het mandaat van Ernst & Young Wirtschaftsprüfungsgesellschaft m.b.H., de huidige externe accountant van de Oesterreichische Nationalbank, als het mandaat van Deloitte Audit Wirtschaftsprüfungs GmbH, de huidige plaatsvervangende externe accountant, eindigt na de audit van het boekjaar 2022. Het is derhalve noodzakelijk om met ingang van het boekjaar 2023 externe accountants te benoemen. |
|
(4) |
De Oesterreichische Nationalbank heeft BDO Austria GmbH Wirtschaftsprüfungs- und Steuerberatungsgesellschaft geselecteerd als haar externe accountant voor de boekjaren 2023 tot en met 2027. De Oesterreichische Nationalbank zal op een later tijdstip haar plaatsvervangende externe accountant selecteren; |
HEEFT DE VOLGENDE AANBEVELING VASTGESTELD:
Het verdient aanbeveling dat BDO Austria GmbH Wirtschaftsprüfungs- und Steuerberatungsgesellschaft. wordt benoemd tot de externe accountant van de Oesterreichische Nationalbank voor de boekjaren 2023 tot en met 2027.
Gedaan te Frankfurt am Main, 13 december 2022.
De president van de ECB
Christine LAGARDE
II Mededelingen
MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE
Europese Commissie
|
20.12.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 484/14 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie
(Zaak M.10913 — SADCO / HACP / JV)
(Voor de EER relevante tekst)
(2022/C 484/03)
Op 9 december 2022 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de interne markt te verklaren. Dit besluit is gebaseerd op artikel 6, lid 1, punt b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1). De volledige tekst van het besluit is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:
|
— |
op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling Fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebesluiten op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector; |
|
— |
in elektronische vorm op de EUR-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/homepage.html?locale=nl) onder document nr. 32022M10913. EUR-Lex biedt onlinetoegang tot de communautaire wetgeving. |
IV Informatie
INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE
Raad
|
20.12.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 484/15 |
Conclusies van de Raad over Speciaal verslag nr. 19/2022 van de Europese Rekenkamer: De aankoop door de EU van COVID-19-vaccins - Voldoende doses veiliggesteld na aanvankelijke uitdagingen, maar prestaties van het proces niet voldoende beoordeeld
(2022/C 484/04)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
(1)
IS INGENOMEN MET Speciaal verslag nr. 19/2022 van de Europese Rekenkamer (hierna “de Rekenkamer”) en met de antwoorden van de Commissie op dat verslag;
(2)
NEEMT ER NOTA VAN dat de Rekenkamer in dit verslag heeft onderzocht of de Commissie en de lidstaten de COVID-19-vaccins tot eind 2021 op doeltreffende wijze hebben aangekocht. Daarbij ging de Rekenkamer na of:|
— |
de voorbereidingen van de EU voor de aankoop van COVID-19-vaccins doeltreffend waren; |
|
— |
de onderhandelaars van de EU in staat waren de aanbestedingsdoelstellingen van de EU te waarborgen in de contracten die zij met vaccinproducenten sloot; |
|
— |
de Commissie alle problemen heeft aangepakt die van invloed waren op de levering van vaccins. |
(3)
HERINNERT ERAAN dat de doelstellingen van de door de Commissie gepubliceerde EU-strategie voor COVID-19-vaccins erin bestaan de kwaliteit, veiligheid en werkzaamheid van vaccins te waarborgen, te zorgen voor tijdige toegang tot vaccins voor de lidstaten en hun bevolking, en tegelijkertijd de wereldwijde solidariteitsinspanningen te leiden en zo spoedig mogelijk voor iedereen in de EU billijke toegang tot een betaalbaar vaccin te waarborgen;
(4)
ERKENT dat de EU-strategie voor COVID-19-vaccins een belangrijke prestatie is en benadrukt de toegevoegde waarde van EU-samenwerking, die ervoor heeft gezorgd dat 80 % van de volwassen bevolking in de EU eind 2021 volledig gevaccineerd was;
(5)
HERINNERT ERAAN dat de lidstaten en de Commissie de Overeenkomst hebben goedgekeurd waarbij de Commissie werd gemachtigd overeenkomsten te sluiten met vaccinproducenten om namens de lidstaten COVID-19-vaccins aan te kopen (1);
(6)
NEEMT ER NOTA VAN dat volgens het speciaal verslag twee organen centraal stonden in de EU-strategie voor COVID-19-vaccins: de stuurgroep die toezicht hield op de onderhandelingen en die de contracten vóór de ondertekening valideerde, en het gezamenlijk onderhandelingsteam, dat belast was met de onderhandelingen over de contracten;
(7)
NEEMT ER NOTA VAN dat volgens het speciaal verslag de voorzitter van de Commissie in maart 2021 voorbereidende onderhandelingen heeft gevoerd over een contract met Pfizer/BioNTech, het enige contract waarvoor het gezamenlijk onderhandelingsteam niet betrokken was bij deze fase van de onderhandelingen, ondanks het besluit van de Commissie inzake de aankoop van COVID-19-vaccins. Op 9 april 2021 heeft de Commissie de tussen de voorzitter van de Commissie en Pfizer/BioNTech overeengekomen voorwaarden aan de stuurgroep voorgelegd en heeft de stuurgroep ermee ingestemd een aanbesteding uit te schrijven. Het is het grootste contract voor COVID-19-vaccins en zal tot eind 2023 de vaccinportefeuille van de EU domineren;
(8)
VERZOEKT de Commissie de samenwerking met de lidstaten voort te zetten teneinde de doelstellingen van de EU-vaccinstrategie te verwezenlijken en tegelijkertijd de tekortkomingen aan te pakken, met name op het gebied van transparantie, governance en behoeften van de lidstaten;
(9)
NEEMT KENNIS VAN de bevindingen van het verslag, met name van hetgeen volgt:|
— |
De Commissie stelde haar strategie inzake vaccins op in het beginstadium van de pandemie, toen er nog geen COVID-19-vaccins op de markt waren; |
|
— |
De EU is erin geslaagd COVID-19-vaccins aan te kopen door te zorgen voor een gediversifieerde portefeuille om het risico van falende vaccinontwikkeling te spreiden door contracten te sluiten met een aantal verschillende producenten; |
|
— |
De voorbereidingen van de EU voor de aankoop van COVID-19-vaccins waren grotendeels doeltreffend, maar de EU startte de aanbestedingsprocedure later dan het VK en de VS; |
|
— |
De voorwaarden van de contracten maakten in de loop van de tijd een ontwikkeling door en de EU-onderhandelaars waren beter in staat om de aanbestedingsdoelstellingen van de EU te waarborgen in de latere contracten die zij met vaccinproducenten sloot; |
|
— |
De Commissie en 10 van de 14 lidstaten die op de enquête van de Rekenkamer hebben gereageerd, willen een meer uniforme aansprakelijkheidsregeling wanneer de standaardhandelsvergunning wordt verleend; |
|
— |
De Commissie heeft voorgesteld het aanbestedingssysteem voor toekomstige gezondheidscrises te gebruiken zonder eerst de prestaties ervan te evalueren of vooraf het aanbestedingssysteem van derde landen te onderzoeken; |
|
— |
De Commissie had ook de uitdagingen in verband met de productie en levering van vaccins pas na de ondertekening van het grootste deel van de contracten volledig geanalyseerd. De Commissie heeft pas in februari 2021 een taskforce ter ondersteuning van de productie- en toeleveringsketens opgericht, die weliswaar knelpunten heeft helpen oplossen, maar waarvan het effect op het opvoeren van de vaccinproductie onduidelijk was. |
(10)
ONDERSCHRIJFT de opmerkingen van de Rekenkamer in het verslag, met name de volgende punten:|
— |
De Commissie heeft een gediversifieerde vaccinportefeuille tot stand gebracht, maar de EU is voor 2022-2023 hoofdzakelijk afhankelijk van één leverancier; |
|
— |
De Commissie heeft, in nauwe samenwerking met de lidstaten, de uitvoering van contracten ondersteund, maar deze inspanningen leverden beperkte mogelijkheden op om bevoorradingsproblemen op te lossen; |
|
— |
De nieuwe voorschriften en activiteiten van de EU ter zake werden niet vastgesteld op basis van een effectbeoordeling vooraf van de Commissie. |
(11)
IS INGENOMEN met het antwoord van de Commissie op de bevindingen van de Rekenkamer en met de initiatieven die reeds zijn genomen om die aanbevelingen uit te voeren, waaronder het voorstel voor een verordening van de Raad betreffende een kader van maatregelen ter waarborging van de levering van in een crisissituatie relevante medische tegenmaatregelen in geval van een noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid op EU-niveau (2);
(12)
NEEMT NOTA van de aanbevelingen van de Rekenkamer en VERZOEKT de Commissie derhalve het volgende:|
— |
Stel binnen een jaar na de vaststelling van de noodkaderverordening (3) en het herziene Financieel Reglement (4) richtsnoeren voor aanbestedingen in het kader van een pandemie op die stoelen op geleerde lessen en waarbij, indien mogelijk, rekening wordt gehouden met bestaande gegevens om goede praktijken voor toekomstige onderhandelingsteams uit te werken; |
|
— |
Voer een risicobeoordeling van de EU-aanpak van aanbestedingen uit teneinde passende maatregelen voor te stellen; |
|
— |
Voer een onafhankelijke evaluatie uit van de toereikendheid van de procedures om de doeltreffendheid, de prijzen, het betalingsmodel, de hoeveelheden van de door de EU aangekochte COVID-19-vaccins uit het oogpunt van de volksgezondheid te beoordelen, alsook de elementen van de contractclausules en de selectiecriteria van het onderhandelingsteam, dit als input voor de ontwikkelde richtsnoeren; |
|
— |
Houd in nauwe samenwerking met de lidstaten oefeningen om alle onderdelen van het geactualiseerde kader voor aanbestedingen in het kader van een pandemie te testen teneinde eventuele tekortkomingen en verbeterpunten te vinden. |
(13)
ONDERSTREEPT hoe belangrijk het is lering te trekken uit de aankoop van COVID-19-vaccins. Rekening houdend met de context van de wereldwijde pandemie tijdens welke de onderhandelingen over de contracten zijn gevoerd en zonder afbreuk te doen aan de context, benadrukken de lidstaten dat zij bij toekomstige contracten meer flexibiliteit nodig hebben, met name als het gaat om aangekochte hoeveelheden, leveringsschema’s, betaling bij aankomst afhankelijk van de geleverde vaccins, en dat er een preciezere definitie van aanvaardbare vervaltermijnen nodig is. ROEPT, zich bewust van de rol van de EU bij het actief bijdragen aan een wereldwijde respons door middel van vaccindonatie, OP de donatievoorwaarden te versoepelen, zodat snel rechtstreeks aan derde landen kan worden geleverd of aan een land geleverde doses snel kunnen worden gedoneerd;
(14)
BETREURT het uitblijven van een antwoord van de Commissie op de verzoeken om informatie van de Rekenkamer over de voorbereidende onderhandelingen over het contract dat op 19 mei 2021 met Pfizer/BioNTech is ondertekend, en VERZOEKT de Commissie de informatie te verstrekken die nodig is om de instellingen en organen van de Unie in staat te stellen hun taken uit hoofde van de Verdragen uit te voeren.
(1) Bijlage bij Besluit C(2020) 4192 final van de Commissie van 18 juni 2020
(2) COM/2021/577 final
(3) 2021/0294 (NLE)
(4) 2022/0162 (COD)
|
20.12.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 484/18 |
Conclusies over vaccinatie als een van de meest doeltreffende instrumenten om ziekten te voorkomen en de volksgezondheid te verbeteren
(2022/C 484/05)
Inleiding
Vaccinatie wordt beschouwd als een van de meest doeltreffende instrumenten op het gebied van volksgezondheid om infectieziekten te voorkomen en de schadelijkste gevolgen ervan te beperken. Vaccinatie is niet alleen voor kinderen, maar ook vanuit een levensloopperspectief belangrijk. De ontwikkeling van vaccins is een grote verandering in de medische geschiedenis geweest en heeft een aanzienlijke invloed gehad op de volksgezondheid. Tal van ziekten zijn voorkomen door vaccinatie, waardoor de druk op de gezondheidsstelsels wordt vermindert en jaarlijks naar schatting 3,5 tot 5 miljoen sterfgevallen worden voorkomen (1). De ziekte van de pokken is dankzij vaccinatie zelfs helemaal uitgeroeid.
Tegenwoordig is vaccinatie echter het slachtoffer van haar eigen succes. Sommige mensen zien de gevolgen van infectieziekten niet langer in omdat die dankzij vaccinatieprogramma's niet meer voorkomen. Een aanzienlijk aantal mensen plaatst daarom misschien zelfs vraagtekens bij het belang van vaccinatie. In veel regio's in de EU daalt de vaccinatiegraad zelfs ver onder de aanbevolen niveaus. Onder dergelijke omstandigheden kunnen infectieziekten gemakkelijk een terugkeer maken. Een voorbeeld hiervan is de mazelenepidemie die de afgelopen jaren in een aantal Europese landen is uitgebroken.
De afgelopen decennia is de bereidheid van mensen om veilige, doeltreffende, aanbevolen en beschikbare vaccins te ontvangen, op de proef gesteld. Vaccinatievrees wordt door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) tot de tien grootste bedreigingen voor de wereldgezondheid gerekend. Het is ook een probleem dat varieert naargelang de context, het land en het type vaccin, en vormt daarom een bijzonder lastig probleem. Er is geen standaardoplossing en er is een duurzame inspanning nodig om de dialoog met de burgers te verbeteren, hun zorgen te begrijpen en op maat gesneden vaccinatiestrategieën uit te werken, in combinatie met gerichte communicatiecampagnes.
De COVID-19-pandemie heeft de omvang en de reikwijdte van dit probleem verder benadrukt. De vrees ten aanzien van COVID-19-vaccins werd sterk beïnvloed door diverse factoren, zoals de bezorgdheid over de vermeende veiligheid en werkzaamheid van het vaccin. Hoewel de COVID-19-vaccinatiecampagnes in sommige EU-lidstaten niet tot een zeer hoge vaccinatiegraad hebben geleid, waren de resultaten in sommige delen van de Europese Unie wel indrukwekkend.
Positief is dat de pandemie ook heeft geleid tot de ontwikkeling van een aantal belangrijke oplossingen en instrumenten waar we nu al gebruik van kunnen maken. Zo hebben er zich belangrijke ontwikkelingen voorgedaan op het gebied van digitalisering, met de verzameling en uitwisseling van gegevens op EU-niveau en de invoering van het digitale EU-covidcertificaat, een belangrijke mijlpaal waarbij een mondiale norm werd vastgesteld als onderdeel van de volksgezondheidsmaatregelen om de verspreiding van de pandemie in te dammen. De EU-strategie voor COVID-19-vaccins (2), gevolgd door de oprichting van de Autoriteit voor paraatheid en respons inzake noodsituaties op gezondheidsgebied (HERA), is ook een belangrijke stap voorwaarts in de ontwikkeling, aanbesteding, aankoop en distributie van medische tegenmaatregelen op EU-niveau, zoals van vaccins en geneesmiddelen. Een andere, even belangrijke verwezenlijking is de totstandbrenging van de Europese gezondheidsunie, die tot doel heeft de crisisparaatheid en -respons van belangrijke agentschappen te versterken.
We moeten leren van de COVID-19-pandemie om ervoor te zorgen dat we bij toekomstige volksgezondheidscrises voldoende paraat zijn. In dit verband kan de toestroom van ontheemden naar de EU een uitdaging voor de volksgezondheid vormen, in de eerste plaats voor de ontheemden zelf en ook voor de lidstaten, die al deze personen overeenkomstig de nationale wetgeving in hun vaccinatiestrategieën moeten opnemen. Daarnaast moeten we ons richten op de mogelijk verreikende gevolgen van de klimaatverandering voor de volksgezondheid, met mogelijke verschuivingen in het overdrachtsbereik van infectieziekten, met name vectorziekten zoals het hantavirus, het tekenencephalitisvirus, de ziekte van Lyme en malaria.
In dit verband moeten de lidstaten hun gezamenlijke inspanningen opdrijven, voortbouwend op de aanbeveling van de Raad over betere samenwerking bij de bestrijding van ziekten die door vaccinatie kunnen worden voorkomen van 2018 (3) en de lessen die zijn getrokken uit de afgelopen jaren van de COVID-19-pandemie.
Vaccinatiediensten, -programma's en -beleid vallen onder de verantwoordelijkheid van de lidstaten, maar gezien de grensoverschrijdende aard van infectieziekten en de gemeenschappelijke uitdagingen waarmee nationale immunisatieprogramma's worden geconfronteerd, met name in het licht van de COVID-19-pandemie, migratie of de uitbraak van de apenpokken, zouden de lidstaten mogelijk baat hebben bij een nog meer gecoördineerde EU-aanpak om de verspreiding van epidemieën en door vaccinatie te voorkomen ziekten te voorkomen en te beperken.
Vaccinatievrees tegengaan: het risico van onjuiste informatie en desinformatie en de noodzaak om het vertrouwen van de burgers in vaccinatie te versterken
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
|
1. |
HERINNERT ERAAN dat krachtens artikel 168 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), het optreden van de Unie een aanvulling dient te vormen op het nationale beleid en gericht moet zijn op verbetering van de volksgezondheid, preventie van ziekten en aandoeningen bij de mens en het voorkomen van bronnen van gevaar voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid. |
|
2. |
ERKENT dat vaccinatieprogramma’s weliswaar onder de verantwoordelijkheid van de lidstaten vallen, maar dat een beter gecoördineerde EU-aanpak over het algemeen een toegevoegde waarde kan hebben, gezien het grensoverschrijdende karakter van ziekten die door vaccinatie kunnen worden voorkomen. |
|
3. |
MERKT OP dat vaccinatievrees verschillende onderliggende oorzaken heeft. Verschillende situaties, zoals routinematige vaccinatie met bekende vaccins of vaccinatie tijdens gezondheidscrises, zoals de COVID-19-pandemie, waarbij nieuw ontwikkelde vaccins worden ingezet, vereisen verschillende oplossingen. |
|
4. |
ERKENT dat de COVID-19-pandemie de bedreigingen en uitdagingen van onjuiste informatie en desinformatie voor onze samenlevingen duidelijk heeft aangetoond. De “infodemie” – te veel informatie, waaronder onjuiste of misleidende informatie, in digitale en fysieke omgevingen tijdens een uitbraak van een ziekte (4) – was een van de cruciale factoren die de risico’s voor de menselijke gezondheid, de gezondheidsstelsels en een doeltreffende crisisbeheersing hebben vergroot. |
|
5. |
HERINNERT AAN de op 5 december 2018 aangenomen gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger ter lancering van het actieplan tegen desinformatie (5), de op 26 april 2018 aangenomen mededeling van de Commissie over de “bestrijding van online-desinformatie” (6), de op 26 mei 2021 aangenomen mededeling van de Commissie met richtsnoeren ter versterking van de praktijkcode betreffende desinformatie (7), de op 26 april 2018 aangenomen mededeling van de Commissie over “betere samenwerking bij de bestrijding van ziekten die door vaccinatie kunnen worden voorkomen” (8) en de op 10 juni 2020 aangenomen gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger over “desinformatie in verband met COVID-19 aanpakken: feiten onderscheiden van fictie” (9). |
|
6. |
HERINNERT AAN de conclusies van de Raad over het versterken van de weerbaarheid en het bestrijden van hybride dreigingen, waaronder desinformatie in de context van de COVID-19-pandemie (10), de aanbeveling van de Raad over betere samenwerking bij de bestrijding van ziekten die door vaccinatie kunnen worden voorkomen (11), waarin bijzondere aandacht wordt geschonken aan vaccinatievrees en desinformatie die de publieke aandacht hebben verlegd van de voordelen van vaccinatie naar een wantrouwen tegenover de wetenschap en vrees voor mogelijke bijwerkingen, en NEEMT NOTA van de routekaart (12) van de Europese Commissie voor de uitvoering van acties als gevraagd in de aanbeveling samen met de activiteiten van de gezamenlijke actie rond vaccinatie (13), met aanbevelingen en concrete hulpmiddelen voor sterkere reacties op vaccinatie-uitdagingen, waaronder de bevordering van de aanvaarding van vaccins. |
|
7. |
HERINNERT AAN het op 11 december 2020 bekendgemaakte verslag aan de Commissie over de stand van het vertrouwen in vaccinatie in de EU+VK (14). |
|
8. |
HERINNERT AAN het verslag over het bestrijden van onjuiste online-informatie over vaccins in de EU, dat het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding op 29 juni 2021 heeft gepubliceerd (15) en waarin de empirische basis voor de bestrijding van onjuiste online-informatie over vaccins in de EU wordt onderzocht en WIJST OP het door het ECDC aangeboden Europees vaccinatie-informatieportaal (16), dat nauwkeurig en actueel bewijsmateriaal over vaccinatie bevat, samen met een overzicht van de EU-mechanismen om de veiligheid en doeltreffendheid van vaccins te waarborgen. |
|
9. |
HERINNERT AAN de verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 851/2004 tot oprichting van een Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (17) en IS tevens INGENOMEN met de algemene rol en bijdrage van het ECDC, onder meer bij het faciliteren van de bestrijding van onjuiste informatie en desinformatie met betrekking tot vaccinatie en het vergroten van het vertrouwen in vaccins, zoals e-learningcursussen over hoe onjuiste informatie over online-vaccinatie kan worden aangepakt (18). |
|
10. |
IS INGENOMEN MET het EU4Health-programma, dat ambitieuze stimulansen biedt voor Uniebrede en sectoroverschrijdende crisispreventie, met bijzondere nadruk op het verbeteren van de vaccinatiegraad in de lidstaten, met name door financiering beschikbaar te stellen voor bewustmakingscampagnes en communicatieactiviteiten gericht op zowel het grote publiek als specifieke groepen, met als doel vaccinatievrees, onjuiste informatie en desinformatie te voorkomen en aan te pakken. |
|
11. |
IS INGENOMEN MET de HORIZON 2020-acties om onjuiste informatie over vaccins tegen te gaan en de ontwikkeling van hulpmiddelen om de vaccinatiegraad te verbeteren, en met de acties in het kader van HORIZON Europa die erop gericht zijn bewijs te leveren om onjuiste informatie en desinformatie beter te kunnen weerleggen. |
|
12. |
IS INGENOMEN MET de op 1 april 2020 door de WHO gepubliceerde immunisatieagenda 2030 (19), die erop gericht is de vaccinatievrees aan te pakken door deugdelijke, innovatieve strategieën te ontwikkelen om onjuiste informatie over vaccins te verminderen en de verspreiding en negatieve gevolgen ervan te beperken. |
|
13. |
BENADRUKT dat de individuele risico’s en voordelen van vaccinaties in verschillende risicogroepen en onder degenen met onvoldoende informatiebronnen, bijvoorbeeld als gevolg van sociale, culturele of taalkundige problemen, voortdurend moeten worden geanalyseerd en aan het publiek moeten worden medegedeeld. |
|
14. |
VERZOEKT DE LIDSTATEN:
|
|
15. |
VERZOEKT DE COMMISSIE:
|
|
16. |
VERZOEKT DE LIDSTATEN EN DE COMMISSIE:
|
Versterking van de EU-samenwerking ter voorbereiding van toekomstige uitdagingen: voortbouwen op beste praktijken en geleerde lessen
|
17. |
MERKT OP dat de COVID-19-pandemie het vaccinatiebeleid op Europees en nationaal niveau op aanzienlijke en ongekende wijze heeft beïnvloed. De aanvaarding van COVID-19-vaccins was in sommige lidstaten weliswaar hoog, maar is in veel lidstaten onvoldoende geweest. De pandemie heeft voor een versnelling gezorgd in de ontwikkeling van nieuwe instrumenten en oplossingen waarop de EU kan voortbouwen om samenwerking op het gebied van vaccinatiestrategieën en immunisatieprogramma’s aan te moedigen. |
|
18. |
ONDERSTREEPT de voordelen van nauwere samenwerking binnen de EU om wantrouwen bij vaccins tegen te gaan en vaccinatie aan te moedigen en is zich ervan bewust dat zeer verschillende benaderingen, die wel op dezelfde wetenschappelijke gegevens zijn gebaseerd, in sommige gevallen toch het vertrouwen van het publiek in vaccinatie negatief kunnen beïnvloeden. |
|
19. |
HERINNERT AAN Verordening (EU) 2021/953 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2021 betreffende een kader voor de afgifte, verificatie en aanvaarding van interoperabele COVID-19-vaccinatie-, test- en herstelcertificaten (digitaal EU-covidcertificaat), die voor de EU een groot succes is geweest. |
|
20. |
HERINNERT AAN de EU-strategie voor vaccins om de ontwikkeling, productie en inzet van vaccins tegen COVID-19 te versnellen, die de Commissie op 17 juni 2020 heeft gepresenteerd en die de lidstaten in staat heeft gesteld gezamenlijk COVID-19-vaccins aan te kopen en de tijdige toegang ertoe te waarborgen. |
|
21. |
IS INGENOMEN MET de oprichting van de Autoriteit voor paraatheid en respons inzake noodsituaties op gezondheidsgebied (HERA), die de paraatheid voor en de respons op ernstige grensoverschrijdende bedreigingen op het gebied van medische tegenmaatregelen moet verbeteren en daarbij nauw met de lidstaten moet samenwerken. Er moet aandacht worden besteed aan het aanpakken van de uitdagingen in verband met de levering van medische tegenmaatregelen. |
|
22. |
MERKT OP dat de internationale mobiliteit en migratie zijn versneld en dat daarom de samenwerking op het gebied van vaccinatie altijd een mondiale dimensie moet hebben. |
|
23. |
HERINNERT AAN de op 23 maart 2022 aangenomen mededeling van de Commissie, getiteld “De vluchtelingen voor de oorlog in Oekraïne verwelkomen. Europa klaarstomen om aan de behoeften te voldoen”, waarin wordt benadrukt dat de vaccinatiegraad onder ontheemde Oekraïners moet worden verhoogd, met bijzondere nadruk op vaccinatieprogramma’s voor kinderen. |
|
24. |
HERINNERT AAN de op 8 maart 2022 bekendgemaakte richtsnoeren van het ECDC inzake operationele volksgezondheidsoverwegingen voor de preventie en bestrijding van infectieziekten in de context van de Russische agressie tegen Oekraïne. |
|
25. |
WIJST EROP dat ook andere mondiale problemen en crises naar verwachting gevolgen zullen hebben voor het voorkomen van infectieziekten in de EU, met name de klimaatverandering, die er waarschijnlijk toe zal leiden dat tekenencefalitis en andere vectorziekten, zoals westnijlkoorts of dengue, meer zullen worden overgedragen. |
|
26. |
ERKENT de werkzaamheden van het Europees regelgevingsnetwerk voor geneesmiddelen met betrekking tot vaccins om de kwaliteit, werkzaamheid en veiligheid van geneesmiddelen in de Europese Unie te waarborgen. De werkzaamheden van het regelgevingsnetwerk omvatten het vormen wetenschappelijke netwerken, benchmarking en nauwe samenwerking tussen de nationale bevoegde autoriteiten, wat bijdraagt tot diepgaande wetenschappelijke kennis over vaccins en het vertrouwen bij de Europese bevolking vergroot. |
|
27. |
VERZOEKT DE LIDSTATEN:
|
|
28. |
VERZOEKT DE COMMISSIE:
|
|
29. |
VERZOEKT DE LIDSTATEN EN DE COMMISSIE:
|
(1) https://www.who.int/health-topics/vaccines-and-immunization#tab=tab_
(2) COM/2020/245 final.
(3) COM/2018/244 final.
(4) https://www.who.int/health-topics/infodemic#tab=tab_1
(5) JOIN/2018/36 final.
(6) COM/2018/236 final.
(7) COM/2021/262 final.
(8) COM/2018/245 final.
(9) JOIN/2020/8 final.
(10) Doc. ST 14064/20.
(11) COM/2018/244 final.
(12) https://health.ec.europa.eu/system/files/2022-07/2019-2022_roadmap_en.pdf
(13) https://eu-jav.com/
(14) https://health.ec.europa.eu/system/files/2022-11/2020_confidence_rep_en.pdf
(15) https://www.ecdc.europa.eu/en/news-events/ecdc-launches-report-countering-online-vaccine-misinformation-eueea
(16) https://vaccination-info.eu/nl
(17) 2020/0320 (COD).
(18) https://www.ecdc.europa.eu/en/news-events/e-learning-how-address-online-vaccination-misinformation
(19) https://www.who.int/publications/m/item/immunization-agenda-2030-a-global-strategy-to-leave-no-one-behind
Europese Commissie
|
20.12.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 484/24 |
Wisselkoersen van de euro (1)
19 december 2022
(2022/C 484/06)
1 euro =
|
|
Munteenheid |
Koers |
|
USD |
US-dollar |
1,0598 |
|
JPY |
Japanse yen |
144,65 |
|
DKK |
Deense kroon |
7,4382 |
|
GBP |
Pond sterling |
0,87118 |
|
SEK |
Zweedse kroon |
11,0063 |
|
CHF |
Zwitserse frank |
0,9884 |
|
ISK |
IJslandse kroon |
151,90 |
|
NOK |
Noorse kroon |
10,5025 |
|
BGN |
Bulgaarse lev |
1,9558 |
|
CZK |
Tsjechische koruna |
24,233 |
|
HUF |
Hongaarse forint |
403,18 |
|
PLN |
Poolse zloty |
4,6853 |
|
RON |
Roemeense leu |
4,9107 |
|
TRY |
Turkse lira |
19,7676 |
|
AUD |
Australische dollar |
1,5794 |
|
CAD |
Canadese dollar |
1,4472 |
|
HKD |
Hongkongse dollar |
8,2428 |
|
NZD |
Nieuw-Zeelandse dollar |
1,6632 |
|
SGD |
Singaporese dollar |
1,4378 |
|
KRW |
Zuid-Koreaanse won |
1 377,17 |
|
ZAR |
Zuid-Afrikaanse rand |
18,3074 |
|
CNY |
Chinese yuan renminbi |
7,3901 |
|
HRK |
Kroatische kuna |
7,5395 |
|
IDR |
Indonesische roepia |
16 506,72 |
|
MYR |
Maleisische ringgit |
4,6912 |
|
PHP |
Filipijnse peso |
58,649 |
|
RUB |
Russische roebel |
|
|
THB |
Thaise baht |
36,923 |
|
BRL |
Braziliaanse real |
5,6327 |
|
MXN |
Mexicaanse peso |
20,9743 |
|
INR |
Indiase roepie |
87,5321 |
(1) Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.
|
20.12.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 484/25 |
Nieuwe nationale zijde van voor circulatie bestemde euromuntstukken
(2022/C 484/07)
Nationale zijde van de nieuwe, voor circulatie bestemde herdenkingsmunt van twee euro die door België wordt uitgegeven
Voor circulatie bestemde euromunten hebben in de gehele eurozone de status van wettig betaalmiddel. Om zowel degenen die beroepsmatig met euromunten omgaan als het grote publiek op de hoogte te houden, publiceert de Commissie alle nieuwe ontwerpen van euromunten (1). Volgens de conclusies van de Raad van 10 februari 2009 (2) is het de lidstaten van de eurozone en de landen die met de Europese Unie een monetaire overeenkomst hebben gesloten volgens welke zij euromuntstukken mogen uitgeven, toegestaan voor circulatie bestemde euroherdenkingsmunten uit te geven, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, met name dat alleen het muntstuk van twee euro wordt gebruikt. Deze munten hebben dezelfde technische kenmerken als gewone voor circulatie bestemde munten van twee euro, maar hebben aan de nationale zijde een speciale herdenkingsafbeelding met een grote nationale of Europese symboolwaarde.
Land van uitgifte: België
Onderwerp van de herdenkingsmunt: de zorgsector, ter erkenning van de uitzonderlijke toewijding tijdens de COVID-19-pandemie
Beschrijving van het ontwerp: Op het binnenste gedeelte van de munt is het zorgpersoneel afgebeeld. Links daarvan staat de inscriptie “Danke – Merci – Dank u”, met ernaast diverse pictogrammen die verwijzen naar de zorgsector. Van boven naar beneden is er een kruis, een stethoscoop, een hart, een injectiespuit, een rolstoel en een chemisch mengsel afgebeeld. Helemaal rechts staan de initialen van de ontwerper Luc Luycx. Aangezien de Koninklijke Nederlandse Munt de munt zal slaan, bevindt zich onderaan het muntteken van Utrecht, een mercuriusstaf, samen met het Belgische muntmeesterteken, het wapen van de gemeente Herzele, alsook de landcode BE en het jaartal 2022.
Langs de buitenrand van de munt zijn de twaalf sterren van de Europese vlag afgebeeld.
Oplage:2 000 000
Datum van uitgifte: voorjaar 2022
(1) Voor een overzicht van alle nationale zijden die in 2002 zijn uitgegeven, zie PB C 373 van 28.12.2001, blz. 1.
(2) Zie de conclusies van de Raad Economische en Financiële Zaken van 10 februari 2009 en de Aanbeveling van de Commissie van 19 december 2008 betreffende gemeenschappelijke richtsnoeren voor de nationale zijde en de uitgifte van voor circulatie bestemde euromuntstukken (PB L 9 van 14.1.2009, blz. 52).
|
20.12.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 484/26 |
Nieuwe nationale zijde van voor circulatie bestemde euromuntstukken
(2022/C 484/08)
Nationale zijde van de nieuwe, voor circulatie bestemde herdenkingsmunt van twee euro die door Griekenland wordt uitgegeven
Voor circulatie bestemde euromunten hebben in de gehele eurozone de status van wettig betaalmiddel. Om zowel degenen die beroepsmatig met euromunten omgaan als het grote publiek op de hoogte te houden, publiceert de Commissie alle nieuwe ontwerpen van euromunten (1). Volgens de conclusies van de Raad van 10 februari 2009 (2) is het de lidstaten van de eurozone en de landen die met de Europese Unie een monetaire overeenkomst hebben gesloten volgens welke zij euromuntstukken mogen uitgeven, toegestaan voor circulatie bestemde euroherdenkingsmunten uit te geven, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, met name dat alleen het muntstuk van twee euro wordt gebruikt. Deze munten hebben dezelfde technische kenmerken als gewone voor circulatie bestemde munten van twee euro, maar hebben aan de nationale zijde een speciale herdenkingsafbeelding met een grote nationale of Europese symboolwaarde.
Land van uitgifte: Griekenland
Onderwerp van de herdenkingsmunt: 200-jarig bestaan van de Griekse grondwet
Beschrijving van het ontwerp: Op het ontwerp staat de tempel van Asclepius in Epidaurus, met het standbeeld van de god in het midden. Het thema komt overeen met de achterkant van een herdenkingsmedaille van de eerste Nationale Vergadering van de opstandige Grieken te Epidaurus, die tijdens het bewind van koning Otho aan de parlementsleden werd uitgereikt. Langs de binnenrand staan de woorden “HELLEENSE REPUBLIEK” en “DE EERSTE GRIEKSE GRONDWET”, alsook de jaartallen “1822” en “2022”, een palmet (het muntteken van de Griekse munt) en het monogram van de ontwerper (George Stamatopoulos).
Langs de buitenrand van de munt zijn de twaalf sterren van de Europese vlag afgebeeld.
Oplage:750 000
Datum van uitgifte: juli 2022
(1) Voor een overzicht van alle nationale zijden die in 2002 zijn uitgegeven, zie PB C 373 van 28.12.2001, blz. 1.
(2) Zie de conclusies van de Raad Economische en Financiële Zaken van 10 februari 2009 en de Aanbeveling van de Commissie van 19 december 2008 betreffende gemeenschappelijke richtsnoeren voor de nationale zijde en de uitgifte van voor circulatie bestemde euromuntstukken (PB L 9 van 14.1.2009, blz. 52).
|
20.12.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 484/27 |
Nieuwe nationale zijde van voor circulatie bestemde euromuntstukken
(2022/C 484/09)
Nationale zijde van de nieuwe, voor circulatie bestemde herdenkingsmunt van twee euro die door Spanje wordt uitgegeven
Voor circulatie bestemde euromunten hebben in de gehele eurozone de status van wettig betaalmiddel. Om zowel degenen die beroepsmatig met euromunten omgaan als het grote publiek op de hoogte te houden, publiceert de Commissie alle nieuwe ontwerpen van euromunten (1). Volgens de conclusies van de Raad van 10 februari 2009 (2) is het de lidstaten van de eurozone en de landen die met de Europese Unie een monetaire overeenkomst hebben gesloten volgens welke zij euromuntstukken mogen uitgeven, toegestaan voor circulatie bestemde euroherdenkingsmunten uit te geven, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, met name dat alleen het muntstuk van twee euro wordt gebruikt. Deze munten hebben dezelfde technische kenmerken als gewone voor circulatie bestemde munten van twee euro, maar hebben aan de nationale zijde een speciale herdenkingsafbeelding met een grote nationale of Europese symboolwaarde.
Land van uitgifte: Spanje
Onderwerp van de herdenkingsmunt: 500e verjaardag van de eerste zeereis rond de wereld
Beschrijving van het ontwerp: De expeditie begon in 1519 in Sevilla en eindigde in 1522 na de voltooiing van de eerste zeereis rond de wereld. Het ontwerp bestaat uit twee afbeeldingen, namelijk de wereldbol op de achtergrond en een portret van Juan Sebastián Elcano. Onder het portret staan in hoofdletters de bijschriften “JUAN SEBASTIÁN ELCANO” en “PRIMUS CIRCUMDEDISTI ME” (eerste die om mij heen is gevaren), en op de schouder van het portret zijn de jaartallen van het begin en einde van de reis weergegeven (1519-1522). Aan de rechterzijde staat in hoofdletters het land van uitgifte “ESPAÑA”, met daarnaast het jaar van uitgifte “2022”. Aan de linkerzijde staat het muntteken.
Langs de buitenrand van de munt zijn de twaalf sterren van de Europese vlag afgebeeld.
Oplage:1 000 000
Datum van uitgifte: eerste kwartaal van 2022
(1) Voor een overzicht van alle nationale zijden die in 2002 zijn uitgegeven, zie PB C 373 van 28.12.2001, blz. 1.
(2) Zie de conclusies van de Raad Economische en Financiële Zaken van 10 februari 2009 en de Aanbeveling van de Commissie van 19 december 2008 betreffende gemeenschappelijke richtsnoeren voor de nationale zijde en de uitgifte van voor circulatie bestemde euromuntstukken (PB L 9 van 14.1.2009, blz. 52).
|
20.12.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 484/28 |
Nieuwe nationale zijde van voor circulatie bestemde euromuntstukken
(2022/C 484/10)
Nationale zijde van de nieuwe, voor circulatie bestemde herdenkingsmunt van twee euro die door Spanje wordt uitgegeven
Voor circulatie bestemde euromunten hebben in de gehele eurozone de status van wettig betaalmiddel. Om zowel degenen die beroepsmatig met euromunten omgaan als het grote publiek op de hoogte te houden, publiceert de Commissie alle nieuwe ontwerpen van euromunten (1). Volgens de conclusies van de Raad van 10 februari 2009 (2) is het de lidstaten van de eurozone en de landen die met de Europese Unie een monetaire overeenkomst hebben gesloten volgens welke zij euromuntstukken mogen uitgeven, toegestaan voor circulatie bestemde euroherdenkingsmunten uit te geven, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, met name dat alleen het muntstuk van twee euro wordt gebruikt. Deze munten hebben dezelfde technische kenmerken als gewone voor circulatie bestemde munten van twee euro, maar hebben aan de nationale zijde een speciale herdenkingsafbeelding met een grote nationale of Europese symboolwaarde.
Land van uitgifte: Spanje
Onderwerp van de herdenkingsmunt: Unesco: nationaal park Garajonay
Beschrijving van het ontwerp: het nationaal park Garajonay ligt in het midden van het eiland La Gomera, in de archipel van de Canarische Eilanden, en staat op de lijst van werelderfgoed omdat het een uitstekend voorbeeld is van goed in stand gehouden laurisilva (laurierbos), een uniek ecosysteem van de levende overblijfselen van de oude regenwouden en warme gematigde bossen die tijdens het tertiair een groot deel van Europa en Noord-Afrika besloegen.
Op de beeldenaar zijn de “Roque de Agando” en een detail van het “Laurisilva-bos” te zien. Rechtsboven staat in hoofdletters het land van uitgifte “ESPAÑA”, met daaronder het jaar van uitgifte “2022” en het muntteken.
Langs de buitenrand van de munt zijn de twaalf sterren van de Europese vlag afgebeeld.
Oplage:1 000 000
Datum van uitgifte: eerste kwartaal van 2022
(1) Voor een overzicht van alle nationale zijden die in 2002 zijn uitgegeven, zie PB C 373 van 28.12.2001, blz. 1.
(2) Zie de conclusies van de Raad Economische en Financiële Zaken van 10 februari 2009 en de Aanbeveling van de Commissie van 19 december 2008 betreffende gemeenschappelijke richtsnoeren voor de nationale zijde en de uitgifte van voor circulatie bestemde euromuntstukken (PB L 9 van 14.1.2009, blz. 52).
|
20.12.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 484/29 |
Nieuwe nationale zijde van voor circulatie bestemde euromuntstukken
(2022/C 484/11)
Nationale zijde van de nieuwe, voor circulatie bestemde herdenkingsmunt van twee euro die door Estland wordt uitgegeven
Voor circulatie bestemde euromunten hebben in de gehele eurozone de status van wettig betaalmiddel. Om zowel degenen die beroepsmatig met euromunten omgaan als het grote publiek op de hoogte te houden, publiceert de Commissie alle nieuwe ontwerpen van euromunten (1). Volgens de conclusies van de Raad van 10 februari 2009 (2) is het de lidstaten van de eurozone en de landen die met de Europese Unie een monetaire overeenkomst hebben gesloten volgens welke zij euromuntstukken mogen uitgeven, toegestaan voor circulatie bestemde euroherdenkingsmunten uit te geven, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, met name dat alleen het muntstuk van twee euro wordt gebruikt. Deze munten hebben dezelfde technische kenmerken als gewone voor circulatie bestemde munten van twee euro, maar hebben aan de nationale zijde een speciale herdenkingsafbeelding met een grote nationale of Europese symboolwaarde.
Land van uitgifte: Estland
Onderwerp van de herdenkingsmunt: 150-jarig bestaan van de Vereniging van Estse Literati
Beschrijving van het ontwerp: Het ontwerp toont de bladzijden van een boek en de punt van een ganzenveer. Bovenaan staat in een halve cirkel de inscriptie “EESTI KIRJAMEESTE SELTS”, met daarnaast het jaar van uitgifte “2022”. De woorden op de bladzijden van het boek luiden als volgt: “KUI ME EI SAA SUUREKS RAHVAARVULT, PEAME SAAMA SUUREKS VAIMULT”, oftewel “Als we geen groot land kunnen zijn wat inwonertal betreft, moeten we groot van geest zijn”.
Langs de buitenrand van de munt zijn de twaalf sterren van de Europese vlag afgebeeld.
Oplage:1 000 000
Datum van uitgifte: eerste kwartaal van 2022
(1) Voor een overzicht van alle nationale zijden die in 2002 zijn uitgegeven, zie PB C 373 van 28.12.2001, blz. 1.
(2) Zie de conclusies van de Raad Economische en Financiële Zaken van 10 februari 2009 en de Aanbeveling van de Commissie van 19 december 2008 betreffende gemeenschappelijke richtsnoeren voor de nationale zijde en de uitgifte van voor circulatie bestemde euromuntstukken (PB L 9 van 14.1.2009, blz. 52).
|
20.12.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 484/30 |
Nieuwe nationale zijde van voor circulatie bestemde euromuntstukken
(2022/C 484/12)
Nationale zijde van de nieuwe, voor circulatie bestemde herdenkingsmunt van twee euro die door Portugal wordt uitgegeven
Voor circulatie bestemde euromunten hebben in de gehele eurozone de status van wettig betaalmiddel. Om zowel degenen die beroepsmatig met euromunten omgaan als het grote publiek op de hoogte te houden, publiceert de Commissie alle nieuwe ontwerpen van euromunten (1). Volgens de conclusies van de Raad van 10 februari 2009 (2) is het de lidstaten van de eurozone en de landen die met de Europese Unie een monetaire overeenkomst hebben gesloten volgens welke zij euromuntstukken mogen uitgeven, toegestaan voor circulatie bestemde euroherdenkingsmunten uit te geven, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, met name dat alleen het muntstuk van twee euro wordt gebruikt. Deze munten hebben dezelfde technische kenmerken als gewone voor circulatie bestemde munten van twee euro, maar hebben aan de nationale zijde een speciale herdenkingsafbeelding met een grote nationale of Europese symboolwaarde.
Land van uitgifte: Portugal
Onderwerp van de herdenkingsmunt: 100e verjaardag van de eerste oversteek per vliegtuig van de Zuidelijke Atlantische Oceaan, die in 1922 werd volbracht door Gago Coutinho en Sacadura Cabral
Beschrijving van het ontwerp: Deze oversteek werd volbracht met uitsluitend interne navigatiemiddelen: een aangepaste sextant en een koerscorrector. Het ontwerp toont een van de drie Fairey III-tweedekkers waarmee de vlucht tussen Lissabon en Rio de Janeiro werd uitgevoerd. Langs de rand staat de inscriptie “TRAVESSIA DO ATLÂNTICO SUL” (oversteek van de Zuidelijke Atlantische Oceaan). Onder het vliegtuig staat te lezen “PORTUGAL 1922-2022”. Het muntteken is “CASA DA MOEDA”, de Portugese naam van de munt.
Langs de buitenrand van de munt zijn de twaalf sterren van de Europese vlag afgebeeld.
Oplage:1 000 000
Datum van uitgifte: maart 2022
(1) Voor een overzicht van alle nationale zijden die in 2002 zijn uitgegeven, zie PB C 373 van 28.12.2001, blz. 1.
(2) Zie de conclusies van de Raad Economische en Financiële Zaken van 10 februari 2009 en de Aanbeveling van de Commissie van 19 december 2008 betreffende gemeenschappelijke richtsnoeren voor de nationale zijde en de uitgifte van voor circulatie bestemde euromuntstukken (PB L 9 van 14.1.2009, blz. 52).
|
20.12.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 484/31 |
Nieuwe nationale zijde van voor circulatie bestemde euromuntstukken
(2022/C 484/13)
Nationale zijde van de nieuwe, voor circulatie bestemde herdenkingsmunt van twee euro die door Slowakije wordt uitgegeven
Voor circulatie bestemde euromunten hebben in de gehele eurozone de status van wettig betaalmiddel. Om zowel degenen die beroepsmatig met euromunten omgaan als het grote publiek op de hoogte te houden, publiceert de Commissie alle nieuwe ontwerpen van euromunten (1). Volgens de conclusies van de Raad van 10 februari 2009 (2) is het de lidstaten van de eurozone en de landen die met de Europese Unie een monetaire overeenkomst hebben gesloten volgens welke zij euromuntstukken mogen uitgeven, toegestaan voor circulatie bestemde euroherdenkingsmunten uit te geven, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, met name dat alleen het muntstuk van twee euro wordt gebruikt. Deze munten hebben dezelfde technische kenmerken als gewone voor circulatie bestemde munten van twee euro, maar hebben aan de nationale zijde een speciale herdenkingsafbeelding met een grote nationale of Europese symboolwaarde.
Land van uitgifte: Slowakije
Onderwerp van de herdenkingsmunt: 300e verjaardag van de bouw van de eerste atmosferische stoommachine voor het oppompen van water uit mijnen op het Europese vasteland
Beschrijving van het ontwerp: Het ontwerp toont een atmosferische stoommachine voor het oppompen van water uit mijnen, die in 1722 in de mijnstad Nová Baňa werd gebouwd als eerste in haar soort op het Europese vasteland. De machine werd ontworpen en gebouwd door de Engelse ingenieur Isaac Potter, wiens facsimilehandtekening zijdelings, op twee regels, linksonder op de beeldenaar staat. Rechts van de machine staan, wederom zijdelings, de naam van het land van uitgifte “SLOVENSKO” en rechts daarvan de jaartallen “1722” en “2022”, gescheiden door een punt in het midden. Aan de linkerkant van het binnenste gedeelte van de munt bevindt zich het muntteken van de munt van Kremnica (Mincovňa Kremnica), bestaande uit de letters “MK” tussen twee muntstempels, met daaronder de gestileerde initialen van de ontwerper van de nationale zijde, Peter Valach.
Langs de buitenrand van de munt zijn de twaalf sterren van de Europese vlag afgebeeld.
Oplage:1 000 000
Datum van uitgifte: oktober 2022
(1) Voor een overzicht van alle nationale zijden die in 2002 zijn uitgegeven, zie PB C 373 van 28.12.2001, blz. 1.
(2) Zie de conclusies van de Raad Economische en Financiële Zaken van 10 februari 2009 en de Aanbeveling van de Commissie van 19 december 2008 betreffende gemeenschappelijke richtsnoeren voor de nationale zijde en de uitgifte van voor circulatie bestemde euromuntstukken (PB L 9 van 14.1.2009, blz. 52).
|
20.12.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 484/32 |
Nieuwe nationale zijde van voor circulatie bestemde euromuntstukken
(2022/C 484/14)
Nationale zijde van de nieuwe, voor circulatie bestemde herdenkingsmunt van twee euro die door Andorra wordt uitgegeven
Voor circulatie bestemde euromunten hebben in de gehele eurozone de status van wettig betaalmiddel. Om zowel degenen die beroepsmatig met euromunten omgaan als het grote publiek op de hoogte te houden, publiceert de Commissie alle nieuwe ontwerpen van euromunten (1). Volgens de conclusies van de Raad van 10 februari 2009 (2) is het de lidstaten van de eurozone en de landen die met de Europese Unie een monetaire overeenkomst hebben gesloten volgens welke zij euromuntstukken mogen uitgeven, toegestaan voor circulatie bestemde euroherdenkingsmunten uit te geven, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, met name dat alleen het muntstuk van twee euro wordt gebruikt. Deze munten hebben dezelfde technische kenmerken als gewone voor circulatie bestemde munten van twee euro, maar hebben aan de nationale zijde een speciale herdenkingsafbeelding met een grote nationale of Europese symboolwaarde.
Land van uitgifte: Andorra
Onderwerp van de herdenkingsmunt: de legende van Karel de Grote
Beschrijving van het ontwerp: Volgens de legende stichtte keizer Karel de Grote Andorra in het jaar 805 en gaf hij de Andorranen hun eigen wettelijke status. De beeldenaar geeft deze legende weer, die diep in de geschiedenis en cultuur van Andorra is geworteld, en toont op de achtergrond een berg- en rivierlandschap dat symbool staat voor het natuurschoon van het land, met daarboven de naam van het land van uitgifte “ANDORRA”. Op de voorgrond staat een gedeeltelijke reproductie van het bekende portret van Karel de Grote van de hand van kunstenaar Albrecht Dürer, met daarnaast het jaar van uitgifte “2022”.
Op de buitenste ring van de munt zijn de twaalf sterren van de Europese vlag afgebeeld.
Oplage:70 000
Datum van uitgifte: laatste kwartaal van 2022
(1) Voor een overzicht van alle nationale zijden die in 2002 zijn uitgegeven, zie PB C 373 van 28.12.2001, blz. 1.
(2) Zie de conclusies van de Raad Economische en Financiële Zaken van 10 februari 2009 en de Aanbeveling van de Commissie van 19 december 2008 betreffende gemeenschappelijke richtsnoeren voor de nationale zijde en de uitgifte van voor circulatie bestemde euromuntstukken (PB L 9 van 14.1.2009, blz. 52).
|
20.12.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 484/33 |
Nieuwe nationale zijde van voor circulatie bestemde euromuntstukken
(2022/C 484/15)
Nationale zijde van de nieuwe, voor circulatie bestemde herdenkingsmunt van twee euro die door Andorra wordt uitgegeven
Voor circulatie bestemde euromunten hebben in de gehele eurozone de status van wettig betaalmiddel. Om zowel degenen die beroepsmatig met euromunten omgaan als het grote publiek op de hoogte te houden, publiceert de Commissie alle nieuwe ontwerpen van euromunten (1). Volgens de conclusies van de Raad van 10 februari 2009 (2) is het de lidstaten van de eurozone en de landen die met de Europese Unie een monetaire overeenkomst hebben gesloten volgens welke zij euromuntstukken mogen uitgeven, toegestaan voor circulatie bestemde euroherdenkingsmunten uit te geven, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, met name dat alleen het muntstuk van twee euro wordt gebruikt. Deze munten hebben dezelfde technische kenmerken als gewone voor circulatie bestemde munten van twee euro, maar hebben aan de nationale zijde een speciale herdenkingsafbeelding met een grote nationale of Europese symboolwaarde.
Land van uitgifte: Andorra
Onderwerp van de herdenkingsmunt: 10-jarig bestaan van de monetaire overeenkomst tussen Andorra en de Europese Unie
Beschrijving van het ontwerp: De verschillende vormen en groottes van de puzzelstukjes op het onderste deel van het ontwerp symboliseren het Vorstendom Andorra en de landen die tot de Europese Unie behoren. Op het bovenste deel van het ontwerp beelden de sterren die het symbool van de gemeenschappelijke Europese munt omringen uit dat zij allemaal deel uitmaken van het euro-universum. Rechts van de sterren staan de naam van het land van uitgifte “ANDORRA” en de jaren van de herdenking “2012” en “2022”.
Langs de buitenrand van de munt zijn de twaalf sterren van de Europese vlag afgebeeld.
Oplage:70 000
Datum van uitgifte: laatste kwartaal van 2022
(1) Voor een overzicht van alle nationale zijden die in 2002 zijn uitgegeven, zie PB C 373 van 28.12.2001, blz. 1.
(2) Zie de conclusies van de Raad Economische en Financiële Zaken van 10 februari 2009 en de Aanbeveling van de Commissie van 19 december 2008 betreffende gemeenschappelijke richtsnoeren voor de nationale zijde en de uitgifte van voor circulatie bestemde euromuntstukken (PB L 9 van 14.1.2009, blz. 52).
|
20.12.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 484/34 |
Nieuwe nationale zijde van voor circulatie bestemde euromuntstukken
(2022/C 484/16)
Nationale zijde van de nieuwe, voor circulatie bestemde herdenkingsmunt van twee euro die door Vaticaanstad wordt uitgegeven
Voor circulatie bestemde euromunten hebben in de gehele eurozone de status van wettig betaalmiddel. Om zowel degenen die beroepsmatig met euromunten omgaan als het grote publiek op de hoogte te houden, publiceert de Commissie alle nieuwe ontwerpen van euromunten (1). Volgens de conclusies van de Raad van 10 februari 2009 (2) is het de lidstaten van de eurozone en de landen die met de Europese Unie een monetaire overeenkomst hebben gesloten volgens welke zij euromuntstukken mogen uitgeven, toegestaan voor circulatie bestemde euroherdenkingsmunten uit te geven, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, met name dat alleen het muntstuk van twee euro wordt gebruikt. Deze munten hebben dezelfde technische kenmerken als gewone voor circulatie bestemde munten van twee euro, maar hebben aan de nationale zijde een speciale herdenkingsafbeelding met een grote nationale of Europese symboolwaarde.
Land van uitgifte: Vaticaanstad
Onderwerp van de herdenkingsmunt: 125e geboortedag van paus Paulus VI
Beschrijving van het ontwerp: Het ontwerp bevat een beeltenis van de paus. Links bovenaan staat in een halve cirkel de inscriptie “CITTÀ DEL VATICANO” en rechts bovenaan staat de inscriptie “PAPA PAOLO VI”. Links van de beeltenis staan de jaartallen “1897” en “2022” en daaronder bevindt zich het muntteken “R”. Linksonder staat de naam van de ontwerper “D. LONGO”.
Langs de buitenrand van de munt zijn de twaalf sterren van de Europese vlag afgebeeld.
Oplage:84 000
Datum van uitgifte: maart 2022
(1) Voor een overzicht van alle nationale zijden die in 2002 zijn uitgegeven, zie PB C 373 van 28.12.2001, blz. 1.
(2) Zie de conclusies van de Raad Economische en Financiële Zaken van 10 februari 2009 en de Aanbeveling van de Commissie van 19 december 2008 betreffende gemeenschappelijke richtsnoeren voor de nationale zijde en de uitgifte van voor circulatie bestemde euromuntstukken (PB L 9 van 14.1.2009, blz. 52).
|
20.12.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 484/35 |
Nieuwe nationale zijde van voor circulatie bestemde euromuntstukken
(2022/C 484/17)
Nationale zijde van de nieuwe, voor circulatie bestemde herdenkingsmunt van twee euro die door Vaticaanstad wordt uitgegeven
Voor circulatie bestemde euromunten hebben in de gehele eurozone de status van wettig betaalmiddel. Om zowel degenen die beroepsmatig met euromunten omgaan als het grote publiek op de hoogte te houden, publiceert de Commissie alle nieuwe ontwerpen van euromunten (1). Volgens de conclusies van de Raad van 10 februari 2009 (2) is het de lidstaten van de eurozone en de landen die met de Europese Unie een monetaire overeenkomst hebben gesloten volgens welke zij euromuntstukken mogen uitgeven, toegestaan voor circulatie bestemde euroherdenkingsmunten uit te geven, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, met name dat alleen het muntstuk van twee euro wordt gebruikt. Deze munten hebben dezelfde technische kenmerken als gewone voor circulatie bestemde munten van twee euro, maar hebben aan de nationale zijde een speciale herdenkingsafbeelding met een grote nationale of Europese symboolwaarde.
Land van uitgifte: Vaticaanstad
Onderwerp van de herdenkingsmunt: 25e sterfdag van Moeder Teresa van Calcutta
Beschrijving van het ontwerp: Het ontwerp bevat een beeltenis van Moeder Teresa met een kind. Bovenaan staat in een halve cirkel de inscriptie “MADRE TERESA DI CALCUTTA” en onderaan staat de naam van het land van uitgifte “CITTÀ DEL VATICANO”. Rechts van de beeltenis bevindt zicht het muntteken “R” en daaronder staan de jaartallen “1997” en “2022”.
Langs de buitenrand van de munt zijn de twaalf sterren van de Europese vlag afgebeeld.
Oplage:84 000
Datum van uitgifte: september 2022
(1) Voor een overzicht van alle nationale zijden die in 2002 zijn uitgegeven, zie PB C 373 van 28.12.2001, blz. 1.
(2) Zie de conclusies van de Raad Economische en Financiële Zaken van 10 februari 2009 en de Aanbeveling van de Commissie van 19 december 2008 betreffende gemeenschappelijke richtsnoeren voor de nationale zijde en de uitgifte van voor circulatie bestemde euromuntstukken (PB L 9 van 14.1.2009, blz. 52).
|
20.12.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 484/36 |
Nieuwe nationale zijde van voor circulatie bestemde euromuntstukken
(2022/C 484/18)
Nationale zijde van de nieuwe, voor circulatie bestemde herdenkingsmunt van twee euro die door Estland wordt uitgegeven
Voor circulatie bestemde euromunten hebben in de gehele eurozone de status van wettig betaalmiddel. Om zowel degenen die beroepsmatig met euromunten omgaan als het grote publiek op de hoogte te houden, publiceert de Commissie alle nieuwe ontwerpen van euromunten (1). Volgens de conclusies van de Raad van 10 februari 2009 (2) is het de lidstaten van de eurozone en de landen die met de Europese Unie een monetaire overeenkomst hebben gesloten volgens welke zij euromuntstukken mogen uitgeven, toegestaan voor circulatie bestemde euroherdenkingsmunten uit te geven, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, met name dat alleen het muntstuk van twee euro wordt gebruikt. Deze munten hebben dezelfde technische kenmerken als gewone voor circulatie bestemde munten van twee euro, maar hebben aan de nationale zijde een speciale herdenkingsafbeelding met een grote nationale of Europese symboolwaarde.
Land van uitgifte: Estland
Onderwerp van de herdenkingsmunt: Oekraïne en vrijheid
Beschrijving van het ontwerp: Het ontwerp toont het silhouet van een vrouw die een vogel in haar hand houdt, met een korenaar. Links bovenaan staat de tekst “SLAVA UKRAINI” en links onderaan staan de naam van het land van uitgifte “EESTI” en het jaar van uitgifte “2022”.
Langs de buitenrand van de munt zijn de twaalf sterren van de Europese vlag afgebeeld.
Oplage:2 000 000
Datum van uitgifte: vierde kwartaal 2022
(1) Voor een overzicht van alle nationale zijden die in 2002 zijn uitgegeven, zie PB C 373 van 28.12.2001, blz. 1.
(2) Zie de conclusies van de Raad Economische en Financiële Zaken van 10 februari 2009 en de Aanbeveling van de Commissie van 19 december 2008 betreffende gemeenschappelijke richtsnoeren voor de nationale zijde en de uitgifte van voor circulatie bestemde euromuntstukken (PB L 9 van 14.1.2009, blz. 52).
|
20.12.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 484/37 |
Nieuwe nationale zijde van voor circulatie bestemde euromuntstukken
(2022/C 484/19)
Nationale zijde van de nieuwe, voor circulatie bestemde herdenkingsmunt van twee euro die door Finland wordt uitgegeven
Voor circulatie bestemde euromunten hebben in de gehele eurozone de status van wettig betaalmiddel. Om zowel degenen die beroepsmatig met euromunten omgaan als het grote publiek op de hoogte te houden, publiceert de Commissie alle nieuwe ontwerpen van euromunten (1). Volgens de conclusies van de Raad van 10 februari 2009 (2) is het de lidstaten van de eurozone en de landen die met de Europese Unie een monetaire overeenkomst hebben gesloten volgens welke zij euromuntstukken mogen uitgeven, toegestaan voor circulatie bestemde euroherdenkingsmunten uit te geven, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, met name dat alleen het muntstuk van twee euro wordt gebruikt. Deze munten hebben dezelfde technische kenmerken als gewone voor circulatie bestemde munten van twee euro, maar hebben aan de nationale zijde een speciale herdenkingsafbeelding met een grote nationale of Europese symboolwaarde.
Land van uitgifte: Finland
Onderwerp van de herdenkingsmunt: klimaatonderzoek in Finland
Beschrijving van het ontwerp: Het thema van de munt is gestileerd baardmos, dat met zijn wortelachtige structuur staat afgedrukt op het middengedeelte van de munt. Langs de buitenzijde van het middengedeelte staat tweemaal het randschrift “KLIMAATONDERZOEK”, links in het Fins en rechts in het Zweeds. Onderaan het middengedeelte is het bijschrift “2022 FI” aangebracht. Bovenaan het middengedeelte staat het muntteken van de munt van Finland.
Langs de buitenrand van de munt zijn de twaalf sterren van de Europese vlag afgebeeld.
Oplage:400 000
Datum van uitgifte: najaar 2022
(1) Voor een overzicht van alle nationale zijden die in 2002 zijn uitgegeven, zie PB C 373 van 28.12.2001, blz. 1.
(2) Zie de conclusies van de Raad Economische en Financiële Zaken van 10 februari 2009 en de Aanbeveling van de Commissie van 19 december 2008 betreffende gemeenschappelijke richtsnoeren voor de nationale zijde en de uitgifte van voor circulatie bestemde euromuntstukken (PB L 9 van 14.1.2009, blz. 52).
|
20.12.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 484/38 |
Nieuwe nationale zijde van voor circulatie bestemde euromuntstukken
(2022/C 484/20)
Nationale zijde van de nieuwe, voor circulatie bestemde herdenkingsmunt van twee euro die door Finland wordt uitgegeven
Voor circulatie bestemde euromunten hebben in de gehele eurozone de status van wettig betaalmiddel. Om zowel degenen die beroepsmatig met euromunten omgaan als het grote publiek op de hoogte te houden, publiceert de Commissie alle nieuwe ontwerpen van euromunten (1). Volgens de conclusies van de Raad van 10 februari 2009 (2) is het de lidstaten van de eurozone en de landen die met de Europese Unie een monetaire overeenkomst hebben gesloten volgens welke zij euromuntstukken mogen uitgeven, toegestaan voor circulatie bestemde euroherdenkingsmunten uit te geven, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, met name dat alleen het muntstuk van twee euro wordt gebruikt. Deze munten hebben dezelfde technische kenmerken als gewone voor circulatie bestemde munten van twee euro, maar hebben aan de nationale zijde een speciale herdenkingsafbeelding met een grote nationale of Europese symboolwaarde.
Land van uitgifte: Finland
Onderwerp van de herdenkingsmunt: 100-jarig jubileum van het Fins nationaal ballet
Beschrijving van het ontwerp: Het ontwerp verbeeldt de krachtige en vrije bewegingen van een danser gehuld in een licht, golvend gewaad dat de schoonheid en souplesse van de pose accentueert. Het bevat ook het jaar van uitgifte “2022” en, bovenaan, de aanduiding van het land van uitgifte “FI” en het muntteken.
Langs de buitenrand van de munt zijn de twaalf sterren van de Europese vlag afgebeeld.
Oplage:400 000
Datum van uitgifte: voorjaar 2022
(1) Voor een overzicht van alle nationale zijden die in 2002 zijn uitgegeven, zie PB C 373 van 28.12.2001, blz. 1.
(2) Zie de conclusies van de Raad Economische en Financiële Zaken van 10 februari 2009 en de Aanbeveling van de Commissie van 19 december 2008 betreffende gemeenschappelijke richtsnoeren voor de nationale zijde en de uitgifte van voor circulatie bestemde euromuntstukken (PB L 9 van 14.1.2009, blz. 52).
|
20.12.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 484/39 |
Nieuwe nationale zijde van voor circulatie bestemde euromuntstukken
(2022/C 484/21)
Nationale zijde van de nieuwe, voor circulatie bestemde herdenkingsmunt van twee euro die door Luxemburg wordt uitgegeven
Voor circulatie bestemde euromunten hebben in de gehele eurozone de status van wettig betaalmiddel. Om zowel degenen die beroepsmatig met euromunten omgaan als het grote publiek op de hoogte te houden, publiceert de Commissie alle nieuwe ontwerpen van euromunten (1). Volgens de conclusies van de Raad van 10 februari 2009 (2) is het de lidstaten van de eurozone en de landen die met de Europese Unie een monetaire overeenkomst hebben gesloten volgens welke zij euromuntstukken mogen uitgeven, toegestaan voor circulatie bestemde euroherdenkingsmunten uit te geven, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, met name dat alleen het muntstuk van twee euro wordt gebruikt. Deze munten hebben dezelfde technische kenmerken als gewone voor circulatie bestemde munten van twee euro, maar hebben aan de nationale zijde een speciale herdenkingsafbeelding met een grote nationale of Europese symboolwaarde.
Land van uitgifte: Luxemburg
Onderwerp van de herdenkingsmunt: 10e trouwdag van erfgroothertog Guillaume en erfgroothertogin Stéphanie
Beschrijving van het ontwerp: Het ontwerp toont de beeltenissen van erfgroothertog Guillaume en erfgroothertogin Stéphanie. Daarboven staan hun namen in een halve cirkel. Links van het jaar 2022 zijn twee trouwringen afgebeeld. Onderaan het ontwerp staat het woord “LËTZEBUERG”, waarmee het land van uitgifte wordt aangeduid, alsook de huwelijksdatum “20.Oktober 2012”. Het monogram (de letter “H” met een kroon) staat voor groothertog Henri.
Langs de buitenrand van de munt zijn de twaalf sterren van de Europese vlag afgebeeld.
Oplage:500 000
Datum van uitgifte: april 2022
(1) Voor een overzicht van alle nationale zijden die in 2002 zijn uitgegeven, zie PB C 373 van 28.12.2001, blz. 1.
(2) Zie de conclusies van de Raad Economische en Financiële Zaken van 10 februari 2009 en de Aanbeveling van de Commissie van 19 december 2008 betreffende gemeenschappelijke richtsnoeren voor de nationale zijde en de uitgifte van voor circulatie bestemde euromuntstukken (PB L 9 van 14.1.2009, blz. 52).
|
20.12.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 484/40 |
Nieuwe nationale zijde van voor circulatie bestemde euromuntstukken
(2022/C 484/22)
Nationale zijde van de nieuwe, voor circulatie bestemde herdenkingsmunt van twee euro die door Malta wordt uitgegeven
Voor circulatie bestemde euromunten hebben in de gehele eurozone de status van wettig betaalmiddel. Om zowel degenen die beroepsmatig met euromunten omgaan als het grote publiek op de hoogte te houden, publiceert de Commissie alle nieuwe ontwerpen van euromunten (1). Volgens de conclusies van de Raad van 10 februari 2009 (2) is het de lidstaten van de eurozone en de landen die met de Europese Unie een monetaire overeenkomst hebben gesloten volgens welke zij euromuntstukken mogen uitgeven, toegestaan voor circulatie bestemde euroherdenkingsmunten uit te geven, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, met name dat alleen het muntstuk van twee euro wordt gebruikt. Deze munten hebben dezelfde technische kenmerken als gewone voor circulatie bestemde munten van twee euro, maar hebben aan de nationale zijde een speciale herdenkingsafbeelding met een grote nationale of Europese symboolwaarde.
Land van uitgifte: Malta
Onderwerp van de herdenkingsmunt: Unesco: Ħal Saflieni Hypogeum
Beschrijving van het ontwerp: Op het ontwerp wordt een detail van de prehistorische site weergegeven. Links bovenaan staat de naam van het land van uitgifte “MALTA”, met daaronder het jaar van uitgifte “2022”. Onderaan staat de inscriptie “ĦAL-SAFLIENI HYPOGEUM”, met daaronder “4 000-2 500 BC”. Rechts onderaan staan de initialen “NGB” van de ontwerper, Noel Galea Bason.
Langs de buitenrand van de munt zijn de twaalf sterren van de Europese vlag afgebeeld.
Oplage:192 000
Datum van uitgifte: mei 2022
(1) Voor een overzicht van alle nationale zijden die in 2002 zijn uitgegeven, zie PB C 373 van 28.12.2001, blz. 1.
(2) Zie de conclusies van de Raad Economische en Financiële Zaken van 10 februari 2009 en de Aanbeveling van de Commissie van 19 december 2008 betreffende gemeenschappelijke richtsnoeren voor de nationale zijde en de uitgifte van voor circulatie bestemde euromuntstukken (PB L 9 van 14.1.2009, blz. 52).
|
20.12.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 484/41 |
Nieuwe nationale zijde van voor circulatie bestemde euromuntstukken
(2022/C 484/23)
Nationale zijde van de nieuwe, voor circulatie bestemde herdenkingsmunt van twee euro die door Malta wordt uitgegeven
Voor circulatie bestemde euromunten hebben in de gehele eurozone de status van wettig betaalmiddel. Om zowel degenen die beroepsmatig met euromunten omgaan als het grote publiek op de hoogte te houden, publiceert de Commissie alle nieuwe ontwerpen van euromunten (1). Volgens de conclusies van de Raad van 10 februari 2009 (2) is het de lidstaten van de eurozone en de landen die met de Europese Unie een monetaire overeenkomst hebben gesloten volgens welke zij euromuntstukken mogen uitgeven, toegestaan voor circulatie bestemde euroherdenkingsmunten uit te geven, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, met name dat alleen het muntstuk van twee euro wordt gebruikt. Deze munten hebben dezelfde technische kenmerken als gewone voor circulatie bestemde munten van twee euro, maar hebben aan de nationale zijde een speciale herdenkingsafbeelding met een grote nationale of Europese symboolwaarde.
Land van uitgifte: Malta
Onderwerp van de herdenkingsmunt: 22-jarig bestaan van Resolutie 1325 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties over vrouwen, vrede en veiligheid
Beschrijving van het ontwerp: Het ontwerp toont drie vrouwelijke gezichten. Vanaf linksboven met de klok mee staan de inscripties “WOMEN”, “PEACE”, “SECURITY”, het jaar van uitgifte “2022” en de naam van het land van uitgifte “MALTA”. In het midden onder de gezichten zijn de bijschriften “UNSCR” en “1325” aangebracht.
Langs de buitenrand van de munt zijn de twaalf sterren van de Europese vlag afgebeeld.
Oplage:65 500
Datum van uitgifte: oktober 2022
(1) Voor een overzicht van alle nationale zijden die in 2002 zijn uitgegeven, zie PB C 373 van 28.12.2001, blz. 1.
(2) Zie de conclusies van de Raad Economische en Financiële Zaken van 10 februari 2009 en de Aanbeveling van de Commissie van 19 december 2008 betreffende gemeenschappelijke richtsnoeren voor de nationale zijde en de uitgifte van voor circulatie bestemde euromuntstukken (PB L 9 van 14.1.2009, blz. 52).
|
20.12.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 484/42 |
Nieuwe nationale zijde van voor circulatie bestemde euromuntstukken
(2022/C 484/24)
Nationale zijde van de nieuwe, voor circulatie bestemde herdenkingsmunt van twee euro die door Litouwen wordt uitgegeven
Voor circulatie bestemde euromunten hebben in de gehele eurozone de status van wettig betaalmiddel. Om zowel degenen die beroepsmatig met euromunten omgaan als het grote publiek op de hoogte te houden, publiceert de Commissie alle nieuwe ontwerpen van euromunten (1). Volgens de conclusies van de Raad van 10 februari 2009 (2) is het de lidstaten van de eurozone en de landen die met de Europese Unie een monetaire overeenkomst hebben gesloten volgens welke zij euromuntstukken mogen uitgeven, toegestaan voor circulatie bestemde euroherdenkingsmunten uit te geven, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, met name dat alleen het muntstuk van twee euro wordt gebruikt. Deze munten hebben dezelfde technische kenmerken als gewone voor circulatie bestemde munten van twee euro, maar hebben aan de nationale zijde een speciale herdenkingsafbeelding met een grote nationale of Europese symboolwaarde.
Land van uitgifte: Litouwen
Onderwerp van de herdenkingsmunt: 100 jaar basketbal in Litouwen
Beschrijving van het ontwerp: In het midden van het ontwerp is de kaart van Litouwen weergegeven als basketbalveld, waarmee wordt aangegeven dat in Litouwen al 100 jaar basketbal wordt gespeeld. Rondom het midden van de munt staan de inscripties “LIETUVA” (Litouwen), “1922-2022” en het logo van de Litouwse munt die de munt heeft geslagen.
Langs de buitenrand van de munt zijn de twaalf sterren van de Europese vlag afgebeeld.
Oplage:750 000
Datum van uitgifte: tweede kwartaal 2022
(1) Voor een overzicht van alle nationale zijden die in 2002 zijn uitgegeven, zie PB C 373 van 28.12.2001, blz. 1.
(2) Zie de conclusies van de Raad Economische en Financiële Zaken van 10 februari 2009 en de Aanbeveling van de Commissie van 19 december 2008 betreffende gemeenschappelijke richtsnoeren voor de nationale zijde en de uitgifte van voor circulatie bestemde euromuntstukken (PB L 9 van 14.1.2009, blz. 52).
|
20.12.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 484/43 |
Nieuwe nationale zijde van voor circulatie bestemde euromuntstukken
(2022/C 484/25)
Nationale zijde van de nieuwe, voor circulatie bestemde herdenkingsmunt van twee euro die door Litouwen wordt uitgegeven
Voor circulatie bestemde euromunten hebben in de gehele eurozone de status van wettig betaalmiddel. Om zowel degenen die beroepsmatig met euromunten omgaan als het grote publiek op de hoogte te houden, publiceert de Commissie alle nieuwe ontwerpen van euromunten (1). Volgens de conclusies van de Raad van 10 februari 2009 (2) is het de lidstaten van de eurozone en de landen die met de Europese Unie een monetaire overeenkomst hebben gesloten volgens welke zij euromuntstukken mogen uitgeven, toegestaan voor circulatie bestemde euroherdenkingsmunten uit te geven, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, met name dat alleen het muntstuk van twee euro wordt gebruikt. Deze munten hebben dezelfde technische kenmerken als gewone voor circulatie bestemde munten van twee euro, maar hebben aan de nationale zijde een speciale herdenkingsafbeelding met een grote nationale of Europese symboolwaarde.
Land van uitgifte: Litouwen
Onderwerp van de herdenkingsmunt: Litouwse etnografische regio’s – Suvalkija
Beschrijving van het ontwerp: Het ontwerp toont een stier op een wapenschild dat aan weerskanten is versierd met zilveren eikentakken met eikels. De takken zijn onderaan met elkaar verbonden door een zilveren lint met het opschrift “VIENYBĖ TEŽYDI” (laat eenheid bloeien). Eikentakken symboliseren de rijke geschiedenis van de regio die teruggaat tot de heidense periode van de Litouwse staat. Vroeger was de stier het meest voorkomende dier in deze regio. Het ontwerp is omgeven door de inscriptie “LIETUVA” (Litouwen) en het jaar van uitgifte “2022” bovenaan, en de inscriptie “SUVALKIJA” en het muntteken van de Litouwse munt onderaan.
Langs de buitenrand van de munt zijn de twaalf sterren van de Europese vlag afgebeeld.
Oplage:500 000
Datum van uitgifte: vierde kwartaal 2022
(1) Voor een overzicht van alle nationale zijden die in 2002 zijn uitgegeven, zie PB C 373 van 28.12.2001, blz. 1.
(2) Zie de conclusies van de Raad Economische en Financiële Zaken van 10 februari 2009 en de Aanbeveling van de Commissie van 19 december 2008 betreffende gemeenschappelijke richtsnoeren voor de nationale zijde en de uitgifte van voor circulatie bestemde euromuntstukken (PB L 9 van 14.1.2009, blz. 52).
|
20.12.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 484/44 |
Nieuwe nationale zijde van voor circulatie bestemde euromuntstukken
(2022/C 484/26)
Nationale zijde van de nieuwe, voor circulatie bestemde herdenkingsmunt van twee euro die door Letland wordt uitgegeven
Voor circulatie bestemde euromunten hebben in de gehele eurozone de status van wettig betaalmiddel. Om zowel degenen die beroepsmatig met euromunten omgaan als het grote publiek op de hoogte te houden, publiceert de Commissie alle nieuwe ontwerpen van euromunten (1). Volgens de conclusies van de Raad van 10 februari 2009 (2) is het de lidstaten van de eurozone en de landen die met de Europese Unie een monetaire overeenkomst hebben gesloten volgens welke zij euromuntstukken mogen uitgeven, toegestaan voor circulatie bestemde euroherdenkingsmunten uit te geven, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, met name dat alleen het muntstuk van twee euro wordt gebruikt. Deze munten hebben dezelfde technische kenmerken als gewone voor circulatie bestemde munten van twee euro, maar hebben aan de nationale zijde een speciale herdenkingsafbeelding met een grote nationale of Europese symboolwaarde.
Land van uitgifte: Letland
Onderwerp van de herdenkingsmunt: 100-jarig bestaan van Latvijas Banka – financiële geletterdheid
Beschrijving van het ontwerp: Financiële geletterdheid is het belangrijke vermogen om diverse financiële vaardigheden te begrijpen en doeltreffend aan te wenden, waaronder persoonlijk financieel beheer, begroten en investeren. Financiële geletterdheid vormt de basis van onze relatie met geld en is een levenslang leerproces. Het ontwerp toont een boom die symbool staat voor het belang van financiële geletterdheid en de kennis daarover. Onderaan staat het jaar van uitgifte “2022”, met daaronder de naam van het land van uitgifte “LATVIJA”.
Langs de buitenrand van de munt zijn de twaalf sterren van de Europese vlag afgebeeld.
Oplage:415 000
Datum van uitgifte: april-mei 2022
(1) Voor een overzicht van alle nationale zijden die in 2002 zijn uitgegeven, zie PB C 373 van 28.12.2001, blz. 1.
(2) Zie de conclusies van de Raad Economische en Financiële Zaken van 10 februari 2009 en de Aanbeveling van de Commissie van 19 december 2008 betreffende gemeenschappelijke richtsnoeren voor de nationale zijde en de uitgifte van voor circulatie bestemde euromuntstukken (PB L 9 van 14.1.2009, blz. 52).
INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE LIDSTATEN
|
20.12.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 484/45 |
Door de lidstaten meegedeelde informatie betreffende sluiting van de visserij
(2022/C 484/27)
Krachtens artikel 35, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een controleregeling van de Unie die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (1), is besloten de visserij te sluiten overeenkomstig de bepalingen in de onderstaande tabel:
|
Datum en tijdstip van sluiting |
1.10.2022 |
|
Duur |
1.10.2022 – 31.12.2022 |
|
Lidstaat |
Italië |
|
Code visserijinspanningsgroep |
EFF2/MED2_TR3 |
|
Bestandsgroep |
Rode diepzeegarnaal in de geografische deelgebieden 8, 9, 10 en 11 |
|
Vissersvaartuigtype(s) |
Vaartuigen met een lengte over alles van ≥ 18 m en < 24 m |
|
Referentienummer |
13/TQ110 |
V Bekendmakingen
BESTUURLIJKE PROCEDURES
Europese Commissie
|
20.12.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 484/46 |
KENNISGEVING OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 29, LID 2, VAN HET STATUUT
Bekendmaking van een vacature voor de functie van adjunct-directeur-generaal in het Directoraat-generaal Informatica (rang AD 15), Brussel
COM/2022/10422
(2022/C 484/28)
De Europese Commissie heeft een vacature (referentie COM/2022/10422) gepubliceerd voor de functie van adjunct-directeur-generaal bij het directoraat-generaal Informatica (rang AD 15).
U kunt de vacature in 24 talen raadplegen en uw sollicitatie indienen op de volgende website van de Europese Commissie: https://europa.eu/!Rqbd8Y
PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID
Europese Commissie
|
20.12.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 484/47 |
Voorafgaande aanmelding van een concentratie
(Zaak M.10560 - SIKA / MBCC GROUP)
(Voor de EER relevante tekst)
(2022/C 484/29)
1.
Op 12 december 2022 heeft de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1) ontvangen.Deze aanmelding betreft de volgende ondernemingen:
|
— |
Sika International AG (“Sika”, Zwitserland), een volle dochteronderneming van SIKA AG (“Sika AG”, Zwitserland), |
|
— |
LSF11 Skyscraper Holdco S.à.r.l. (“MBCC”, Luxemburg), de uiteindelijke moederonderneming van MBCC Group. |
Sika zal zeggenschap in de zin van artikel 3, lid 1, punt b), van de concentratieverordening verkrijgen over het geheel van MBCC.
De concentratie komt tot stand door de verwerving van aandelen.
Dezelfde concentratie werd reeds op 7 juni 2022 (2) bij de Commissie aangemeld, maar de aanmelding werd vervolgens op 4 juli 2022 (3) ingetrokken.
2.
De activiteiten van de betrokken ondernemingen zijn:|
— |
Sika is een groep die wereldwijd actief is op het gebied van de ontwikkeling, productie en levering van chemische mengsels, species, afdichtingsmiddelen en kleefstoffen, dempings- en versterkingsmaterialen, structurele versterkingssystemen, industriële vloerbedekking en dak- en waterbestendige systemen die in de bouwsector en de be- en verwerkende industrie worden gebruikt; |
|
— |
MBCC is een groep bestaande uit twee bedrijfseenheden die wereldwijd actief zijn, namelijk de eenheid “chemische mengsels”, die oplossingen biedt aan klanten in de sectoren betonproductie, cement en ondergrondse bouw, en ii) de eenheid “bouwsystemen”, die oplossingen biedt voor de bescherming en reparatie van gebouwen en structuren. |
3.
Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde transactie binnen het toepassingsgebied van de concentratieverordening kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden.
4.
De Commissie verzoekt belanghebbenden haar hun eventuele opmerkingen over de voorgenomen concentratie kenbaar te maken.Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk tien dagen na de datum van deze bekendmaking hebben bereikt. De volgende referentie moet steeds worden vermeld:
M.10560 - SIKA / MBCC GROUP
Opmerkingen kunnen per e-mail, per fax of per post aan de Commissie worden toegezonden. Gelieve de onderstaande contactgegevens te gebruiken:
E-mail: COMP-MERGER-REGISTRY@ec.europa.eu
Fax +322 2964301
Postadres:
|
Europese Commissie |
|
Directoraat-generaal Concurrentie |
|
Griffie voor concentraties |
|
1049 Brussel |
|
BELGIË |
(1) PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1 (“de concentratieverordening”).