ISSN 1977-0995

Publicatieblad

van de Europese Unie

C 404A

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Mededelingen en bekendmakingen

65e jaargang
20 oktober 2022


Inhoud

Bladzijde

 

V   Bekendmakingen

 

BESTUURLIJKE PROCEDURES

 

Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO)

2022/C 404 A/01

Aankondiging van vergelijkend onderzoek — EPSO/AD/401/22 — Administrateurs (AD 6) op het gebied van energie, klimaat en milieu

1


NL

 


V Bekendmakingen

BESTUURLIJKE PROCEDURES

Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO)

20.10.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

CA 404/1


AANKONDIGING VAN VERGELIJKEND ONDERZOEK

EPSO/AD/401/22 — ADMINISTRATEURS (AD 6) OP HET GEBIED VAN ENERGIE, KLIMAAT EN MILIEU

(2022/C 404 A/01)

Uiterste termijn voor het indienen van sollicitaties: 22 november 2022 om 12 uur (‘s middags), Belgische tijd

INHOUD

1.

INLEIDING 2

2.

WAT HOUDT DE FUNCTIE IN? 2

3.

AAN WELKE VOORWAARDEN MOET IK VOLDOEN? 2

3.1.

Algemene voorwaarden 2

3.2.

Specifieke voorwaarden — talen 2

3.3.

Specifieke voorwaarden — kwalificaties en werkervaring 2

4.

HOE VERLOOPT DE SELECTIEPROCEDURE? 4

4.1.

Overzicht van de fasen van het vergelijkend onderzoek 4

4.2.

In het kader van dit vergelijkend onderzoek gebruikte talen 5

4.3.

Fasen van het vergelijkend onderzoek 6

5.

GELIJKE KANSEN EN REDELIJKE VOORZIENINGEN 8

BIJLAGE I

— Functieomschrijving 9

BIJLAGE II

— Algemene bepalingen betreffende vergelijkende onderzoeken 12

BIJLAGE III

— Voorbeelden van minimumkwalificaties 19

BIJLAGE IV

— Talent Screener: selectiecriteria en procedure 28

1.   INLEIDING

Het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO) organiseert een vergelijkend onderzoek op basis van kwalificaties en toetsen om lijsten op te stellen waaruit voornamelijk de Europese Commissie (met name het directoraat-generaal Energie (DG ENER), het directoraat-generaal Klimaat (DG CLIMA) en het directoraat-generaal Milieu (DG ENV)) kan putten voor de aanwerving van nieuwe ambtenaren als administrateurs (graad AD 6).

Deze aankondiging en de bijlagen erbij vormen het juridisch bindende kader voor dit vergelijkend onderzoek.

Aantal geslaagde kandidaten dat op de reservelijst kan worden geplaatst:

Vakgebied 1

Energie

54

Vakgebied 2

Klimaat

49

Vakgebied 3

Milieu

52

Deze aankondiging van vergelijkend onderzoek heeft betrekking op drie vakgebieden. U kunt slechts voor één vakgebied solliciteren. Bij de sollicitatie moet u uw keuze maken. Na validering van uw sollicitatieformulier kunt u geen wijzigingen meer aanbrengen.

2.   WAT HOUDT DE FUNCTIE IN?

In bijlage I vindt u informatie over de taken.

Geselecteerde kandidaten moeten bereid zijn een veiligheidsscreening te ondergaan zoals vermeld in punt 5 van de algemene bepalingen betreffende vergelijkende onderzoeken (bijlage II bij deze aankondiging).

3.   AAN WELKE VOORWAARDEN MOET IK VOLDOEN?

Op de uiterste datum voor de inschrijving moet u voldoen aan alle algemene en specifieke voorwaarden.

3.1.   Algemene voorwaarden

U moet:

a)

uw rechten als staatsburger bezitten als onderdaan van een van de lidstaten van de EU;

b)

voldaan hebben aan de verplichtingen inzake militaire dienst van uw lidstaat;

c)

in zedelijk opzicht de waarborgen bieden die voor de beoogde functie vereist zijn.

3.2.   Specifieke voorwaarden — talen

U moet een goede kennis hebben van ten minste twee van de 24 officiële EU-talen, zoals bepaald in punt 4.2.1.

3.3.   Specifieke voorwaarden — kwalificaties en werkervaring

In bijlage III vindt u voorbeelden van minimumkwalificaties.

3.3.1.    Vakgebied 1 — Energie

a)

Voor het vakgebied 1 moet u beschikken over hetzij:

i)

een diploma van een voltooide universitaire opleiding van ten minste vier jaar, of van een opleiding waarvan het niveau daarmee overeenstemt, op een van de volgende gebieden: chemische wetenschappen, economie en financiën, ingenieurswetenschappen, rechten, biowetenschappen en aardwetenschappen, wiskunde, fysica, sociale wetenschappen of menswetenschappen, gevolgd door ten minste drie jaar relevante werkervaring;

of

ii)

een diploma van een voltooide universitaire opleiding van ten minste drie jaar, of van een opleiding waarvan het niveau daarmee overeenstemt, op een of meer van de in punt 3.3.1, a), i), genoemde gebieden, gevolgd door ten minste vier jaar relevante werkervaring.

b)

De in punt 3.3.1, a), i) en ii), bedoelde ervaring wordt als relevant beschouwd als deze rechtstreeks verband houdt met de aard van de taken op vakgebied 1, zoals vermeld in bijlage I bij deze aankondiging, en is opgedaan op een of meer van de volgende gebieden:

i)

energietransitie en integratie van energiesystemen waarbij de verschillende energieverbruikende sectoren (vervoer, industrie, gebouwen) en energiedragers (elektriciteit, warmte, gas, brandstoffen) worden samengebracht, onder meer via elektrificatie, de productie van hernieuwbare brandstoffen en de verbetering van de energie-efficiëntie;

ii)

energievoorziening, -productie en -opwekking (hernieuwbare energiebronnen, met inbegrip van bio-energie), elektriciteit, waterstof, gas, olie en energienetwerken (aardgas, vloeibaar aardgas, waterstof en koolstofarme gassen, elektriciteit, olie, stadsverwarmingsnetwerken, kernenergie);

iii)

energievraag, met inbegrip van gebouwen en apparaten (elektriciteit, warmte, geïntegreerde elektriciteitsopwekking in gebouwen), energievraag in de industriële sector (elektriciteit, warmte, koolstofafvang en -opslag), energievraag in de vervoerssector (elektriciteit, brandstoffen, waterstof) en energiediensten.

3.3.2.    Vakgebied 2 — Klimaat

a)

Voor het vakgebied 2 moet u beschikken over hetzij:

i)

een diploma van een voltooide universitaire opleiding van ten minste vier jaar, of van een opleiding waarvan het niveau daarmee overeenstemt, op een van de volgende gebieden: biowetenschappen (biologie, botanica, ecologie, zoölogie, natuurbeheer enz.), aardwetenschappen (geologie, meteorologie, oceanografie, astronomie, studie van de klimaatverandering enz.), milieuwetenschappen, ingenieurswetenschappen (op het gebied van materialen, mechanica, elektriciteit, chemie enz.), economie, wiskunde, chemische wetenschappen, fysica, en/of gedrags- en sociale wetenschappen (antropologie, politieke wetenschappen, sociologie, sociale psychologie enz.), gevolgd door ten minste drie jaar relevante werkervaring,

of

ii)

een diploma van een voltooide universitaire opleiding van ten minste vier jaar, of van een opleiding waarvan het niveau daarmee overeenstemt, op een ander gebied dan de in punt 3.3.2, a), i), genoemde gebieden, gevolgd door ten minste vijf jaar relevante werkervaring,

of

iii)

een diploma van een voltooide universitaire opleiding van ten minste drie jaar, of van een opleiding waarvan het niveau daarmee overeenstemt, op een van de volgende gebieden: biowetenschappen (biologie, botanica, ecologie, zoölogie, natuurbeheer enz.), aardwetenschappen (geologie, meteorologie, oceanografie, astronomie, studie van de klimaatverandering enz.), milieuwetenschappen, ingenieurswetenschappen (op het gebied van materialen, mechanica, elektriciteit, chemie enz.), economie, wiskunde, chemische wetenschappen, fysica, en/of gedrags- en sociale wetenschappen (antropologie, politieke wetenschappen, sociologie, sociale psychologie enz.), gevolgd door ten minste vier jaar relevante werkervaring,

of

iv)

een diploma van een voltooide universitaire opleiding van ten minste drie jaar, of van een opleiding waarvan het niveau daarmee overeenstemt, op een ander gebied dan de in punt 3.3.2, a), iii), genoemde gebieden, gevolgd door ten minste zes jaar relevante werkervaring.

b)

De in punt 3.3.2, a), i) tot en met iv), bedoelde werkervaring wordt als relevant beschouwd als deze rechtstreeks verband houdt met de aard van de taken op vakgebied 2, zoals vermeld in bijlage I bij deze aankondiging, en is opgedaan op een of meer van de volgende gebieden:

i)

ontwikkeling en toepassing van modelleringsinstrumenten of andere kwantitatieve instrumenten voor de beperking van de broeikasgasemissies in de hele economie of op sectoraal niveau, of instrumenten die betrekking hebben op de effecten van de klimaatverandering en de aanpassing daaraan;

ii)

meting en verificatie van en/of rapportage over broeikasgasemissies;

iii)

koolstofmarkten en regelingen voor het emissiehandelssysteem;

iv)

de beperking van of de aanpassing aan de klimaatverandering in de volgende sectoren of op de volgende beleidsterreinen: landgebruik en landbouw, voertuigen en brandstoffen, ozonafbrekende stoffen en de vervanging daarvan, aanpassing aan de klimaatverandering en financiering van klimaatmaatregelen;

v)

koolstofarme technologie en technologie voor de aanpassing aan de klimaatverandering. Dit omvat koolstofarme technologieën op het gebied van energieopwekking, -gebruik en -infrastructuur, koolstofafvang, -gebruik en -opslag, gebouwen, vervoer, diverse industriële sectoren, landbouw en landgebruik, afval.

3.3.3.    Vakgebied 3 — Milieu

a)

Voor het vakgebied 3 moet u beschikken over hetzij:

i)

een diploma van een voltooide universitaire opleiding van ten minste vier jaar, of van een opleiding waarvan het niveau daarmee overeenstemt, op een relevant gebied, gevolgd door ten minste drie jaar werkervaring die rechtstreeks verband houdt met de taken op vakgebied 3 (zie bijlage I bij deze aankondiging),

of

ii)

een diploma van een voltooide universitaire opleiding van ten minste drie jaar, of van een opleiding waarvan het niveau daarmee overeenstemt, op een relevant gebied, gevolgd door ten minste vier jaar werkervaring die rechtstreeks verband houdt met de taken op vakgebied 3 (zie bijlage I bij deze aankondiging).

b)

Het in punt 3.3.3, a), i) en ii), bedoelde diploma wordt als relevant beschouwd als het is behaald op een of meer van de volgende gebieden:

i)

milieuwetenschappen,

ii)

biowetenschappen (biologie, botanica, ecologie, zoölogie enz.),

iii)

aardwetenschappen (hydrologie, oceanografie, geologie enz.),

iv)

chemische wetenschappen,

v)

milieutechniek,

vi)

rechten,

vii)

economie.

4.   HOE VERLOOPT DE SELECTIEPROCEDURE?

4.1.   Overzicht van de fasen van het vergelijkend onderzoek

Dit vergelijkend onderzoek omvat de volgende fasen:

inschrijving (zie punt 4.3.1);

controle van de toelatingsvoorwaarden (zie punt 4.3.2);

talent Screener (zie punt 4.3.3);

assessment (zie punt 4.3.4):

i)

toetsen inzake het redeneervermogen;

ii)

twee tests ter beoordeling van de algemene competenties (een casestudy en een situationeel competentiegericht interview), en

iii)

één test ter beoordeling van de vakgerelateerde competenties (een vakgerelateerd interview);

controle van bewijsstukken en opstellen van reservelijsten (zie punt 4.3.5).

In de uitnodigingen voor de tests vindt u informatie over de wijze waarop de tests worden afgelegd (op afstand/met fysieke aanwezigheid) en andere nadere instructies.

Als de tests in een testcentrum plaatsvinden, ziet EPSO erop toe dat daarbij de aanbevelingen van de bevoegde volksgezondheidsinstanties (Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding en andere internationale, Europese en nationale autoriteiten) in acht worden genomen.

Voor de toetsen inzake het redeneervermogen en voor de casestudy moet u een afspraak boeken volgens de instructies van EPSO. EPSO biedt u normaal gezien de keuze uit verschillende data voor de toetsen inzake het redeneervermogen; voor de casestudy wordt de datum door EPSO bepaald. De periode voor het boeken en het afleggen van de toetsen is beperkt.

4.2.   In het kader van dit vergelijkend onderzoek gebruikte talen

4.2.1.    Taalvereisten

U moet een grondige kennis hebben (ten minste niveau C1) van een van de 24 officiële EU-talen, en voldoende kennis (ten minste niveau B2) van een andere officiële EU-taal. Een van deze talen moet Engels zijn.

Deze minimumniveaus gelden voor alle in het sollicitatieformulier vermelde taalvaardigheden (spreken, schrijven, lezen en luisteren), en komen overeen met de niveaus van het gemeenschappelijk Europees referentiekader voor talen.

Bij de taalvereisten voor dit vergelijkend onderzoek wordt rekening gehouden met de specifieke aard van de werkzaamheden van het personeel van DG ENER, DG CLIMA en DG ENV van de Europese Commissie. Voor alle vakgebieden in deze aankondiging van vergelijkend onderzoek gelden dezelfde taalvereisten.

Het personeel van DG ENER, DG CLIMA en DG ENV gebruikt Engels voor analytische werkzaamheden, de interne communicatie en vergaderingen, de communicatie met externe belanghebbenden, het opstellen van verslagen, briefings, toespraken en wetgeving, het voorbereiden van publicaties, en het uitvoeren van andere in bijlage I bij deze aankondiging vermelde taken. Tevens worden de gespecialiseerde opleidingen in het Engels gegeven en verlopen ook het overleg en de communicatie tussen de diensten van de Commissie en de auditprocedures in het Engels. Een goede beheersing van het Engels is dan ook onontbeerlijk opdat kandidaten onmiddellijk operationeel zouden zijn na hun indiensttreding.

Dit geldt ook voor de taal waarin de kandidaten de Talent Screener moeten invullen en de talen waarin de tests worden afgenomen (zie punt 4.2.2).

4.2.2.    Voor de sollicitatie en tests gebruikte talen

In de verschillende fasen van het vergelijkend onderzoek worden de talen als volgt gebruikt:

Selectiefase

Tests

Taal

Inschrijving

In een van de 24 officiële EU-talen, behalve de Talent Screener, die moet worden ingevuld in het Engels

Assessment

Toetsen inzake het redeneervermogen

Een officiële EU-taal, andere dan het Engels

Casestudy

Engels

Situationeel gedragsgericht interview

Engels

Vakgerelateerd interview

Engels

Geslaagde kandidaten moeten al hun vaardigheden en competenties — zowel de algemene als de vakgerelateerde — in het Engels kunnen aantonen. Daarom moeten de belangrijkste (zowel op de tests als op de kwalificaties gebaseerde) onderdelen van de selectie in deze taal worden gehouden.

Dit geldt voor de Talent Screener, de tests ter beoordeling van de algemene competenties (casestudy en situationeel gedragsgericht interview) en de test ter beoordeling van de vakgerelateerde competenties.

Het gebruik van één taal vergroot ook de homogeniteit, waardoor de verdiensten van de kandidaten beter kunnen worden vergeleken. Dit maakt het in het bijzonder mogelijk dat de jury de kandidaten onafhankelijk van hun talenkennis en zonder gebruik te maken van vertalingen, kan aanwijzen.

4.2.3.    Voor de communicatie gebruikte talen

Voor de communicatie tussen de kandidaten en EPSO geldt het volgende:

a)

de communicatie (via het EPSO-account of via e-mail) tussen EPSO en de kandidaten die een geldige sollicitatie hebben ingediend, verloopt in een van de talen waarvan de kandidaat in de rubriek “leesvaardigheid” van het sollicitatieformulier heeft verklaard dat hij deze beheerst op niveau B2 of hoger;

b)

in geval van verzoeken en klachten als bedoeld in de punten 4.2.1 en 4.2.2 van de algemene bepalingen betreffende algemene vergelijkende onderzoeken (zie bijlage II bij deze aankondiging), wordt u verzocht uw verzoeken of klachten in het Engels in te dienen. EPSO antwoordt overeenkomstig punt a);

c)

alle andere vragen aan EPSO via het onlinecontactformulier kunnen worden gesteld in een van de 24 officiële EU-talen. EPSO zal antwoorden in een van de talen die de betrokken kandidaat heeft opgegeven voor het ontvangen van een antwoord.

4.3.   Fasen van het vergelijkend onderzoek

4.3.1.    Inschrijving

Om u in te schrijven, moet u een EPSO-account hebben. Als u nog geen EPSO-account heeft, moet u er een aanmaken. U mag slechts één account aanmaken voor al uw EPSO-sollicitaties.

U kunt zich online inschrijven op de website van EPSO ( https://epso.europa.eu/job-opportunities ), ten laatste op

22 november 2022 om 12 uur (‘s middags), Belgische tijd.

U kunt het onlinesollicitatieformulier in één van de 24 officiële EU-talen invullen, behalve de Talent Screener, die moet worden ingevuld in het Engels.

Door uw sollicitatieformulier te valideren, verklaart u te voldoen aan alle voorwaarden die zijn vermeld in het onderdeel “Aan welke voorwaarden moet ik voldoen?”. Wanneer u uw sollicitatieformulier eenmaal hebt gevalideerd, kunt u geen wijzigingen meer aanbrengen. Het is aan u om ervoor te zorgen dat u uw sollicitatieformulier binnen de gestelde termijn indient en valideert.

Tenzij anders vermeld, moet u de gescande bewijsstukken ter staving van de verklaringen in uw sollicitatieformulier, met inbegrip van de Talent Screener, uploaden naar uw EPSO-account. Nadere instructies krijgt u van EPSO.

4.3.2.    Controle van de toelatingsvoorwaarden

Er wordt nagegaan of de kandidaten voldoen aan de toelatingsvoorwaarden als vermeld in punt 3 — “Aan welke voorwaarden moet ik voldoen?”. Dit gebeurt op basis van de verklaringen in hun sollicitatieformulier, waarna tevens de bewijsstukken worden gecontroleerd. De documenten ter staving van de verklaringen van de kandidaten inzake de toelatingsvoorwaarden worden in een latere fase van het vergelijkend onderzoek door de jury gecontroleerd (zie punt 4.3.5).

4.3.3.    Talent Screener

De jury voert een selectie uit op basis van kwalificaties voor de kandidaten die volgens hun verklaringen aan de toelatingsvoorwaarden voldoen. Daarbij worden de verdiensten van al deze kandidaten objectief met elkaar vergeleken als vermeld in bijlage IV bij deze aankondiging.

Vervolgens stelt de jury een lijst van kandidaten op, in volgorde van hun totaalscore. De kandidaten met de hoogste scores worden uitgenodigd voor het assessment.

De voor de Talent Screener-fase toegekende score telt niet mee voor de eindscore (zie punt 4.3.5).

De documenten ter staving van de antwoorden van de kandidaten op de vragen in de Talent Screener worden in een latere fase van het vergelijkend onderzoek door de jury gecontroleerd (zie punt 4.3.5).

4.3.4.    Assessment

Per vakgebied worden maximaal driemaal zoveel kandidaten toegelaten tot het assessment als het aantal kandidaten dat op de reservelijst kan worden geplaatst (wanneer de laatste plaats door verschillende kandidaten met dezelfde score wordt gedeeld, worden deze ook toegelaten).

Bij het assessment worden het redeneervermogen, de algemene competenties en de vakgerelateerde competenties beoordeeld.

a)   Toetsen inzake het redeneervermogen

Een reeks toetsen inzake het redeneervermogen wordt als volgt georganiseerd:

Toetsen

Taal

Aantal vragen

Duur

Score

Vereiste minimumscore

Verbaal redeneervermogen

Een officiële EU-taal, andere dan het Engels

20

35 minuten

0-20

20/40

Numeriek redeneervermogen

10

20 minuten

0-10

Abstract redeneervermogen

10

10 minuten

0-10

Er is geen minimumscore per toets vereist, maar u moet wel een minimumscore van 20/40 in totaal behalen voor alle toetsen samen. De voor deze toetsen behaalde score telt niet mee voor de eindscore (zie punt 4.3.5).

b)   Tests ter beoordeling van de algemene competenties

De algemene competenties worden getoetst tijdens twee onderdelen, in het Engels, volgens onderstaand schema:

Competentie

Onderdeel

Score

Vereiste minimumscore

1.

Problemen analyseren en oplossen

Casestudy

0-10

40/80

2.

Communiceren

Casestudy

0-10

3.

Kwaliteits- en resultaatgericht werken

Casestudy

0-10

4.

Leren en zich blijven ontwikkelen

Situationeel gedragsgericht interview

0-10

5.

Prioriteiten stellen en organiseren

Casestudy

0-10

6.

Stressbestendigheid

Situationeel gedragsgericht interview

0-10

7.

Samenwerken

Situationeel gedragsgericht interview

0-10

8.

Leiding geven

Situationeel gedragsgericht interview

0-10

Er is geen minimumscore per competentie vereist, maar u moet wel een minimumscore van 40/80 in totaal behalen voor alle competenties samen. De behaalde score telt mee voor de eindscore (zie punt 4.3.5).

c)   Vakgerelateerd interview

De vakgerelateerde competenties worden getoetst aan de hand van een vakgerelateerd interview in het Engels, als volgt:

Onderdeel

Score

Vereiste minimumscore

Vakgerelateerd interview

0-100

50/100

De behaalde score telt mee voor de eindscore (zie punt 4.3.5).

d)   Organisatie van het assessment

Zodra dit onderdeel van het assessment is afgerond en de resultaten zijn verwerkt, wordt u in kennis gesteld van uw resultaten voor de toetsen inzake het redeneervermogen. Als u niet de vereiste minimumscore heeft behaald voor de toetsen inzake het redeneervermogen, wordt uw uitnodiging/boeking voor de andere assessmentonderdelen automatisch geannuleerd en neemt u niet deel aan deze assessmentonderdelen. Als een kandidaat een van de andere assessmentonderdelen inmiddels al heeft afgelegd, worden de resultaten van deze onderdelen niet verwerkt en wordt de betrokken kandidaat niet van die resultaten in kennis gesteld.

De bewijsstukken worden gecontroleerd van de kandidaten die na afloop van het assessment alle vereiste minimumscores hebben behaald en behoren tot de kandidaten die de hoogste totaalscores hebben behaald voor de tests ter beoordeling van de algemene en vakgerelateerde competenties, zoals aangegeven in punt 4.3.5.

4.3.5.    Controle van bewijsstukken en opstelling van reservelijsten

Na afloop van het assessment controleert de jury de bewijsstukken van de kandidaten, alvorens de reservelijsten op te stellen. Zij zal een definitief standpunt innemen over de geschiktheid van de kandidaten na vergelijking van i) hun verklaringen in het sollicitatieformulier (met inbegrip van de rubrieken “Onderwijs en opleiding”, “Werkervaring” en “Talent Screener”) met ii) de documenten die de kandidaten naar hun EPSO-account hebben geüpload ter staving van die verklaringen.

Voor het opstellen van de reservelijsten controleert de jury de dossiers van de kandidaten met de hoogste totaalscores, in dalende volgorde van de scores, totdat het aantal geslaagde kandidaten voor elk vakgebied is bereikt. De dossiers van de andere kandidaten worden niet gecontroleerd.

Alleen de kandidaten die alle vereiste minimumscores voor alle tests hebben behaald en behoren tot de kandidaten met de hoogste totaalscores op 180 punten voor de tests ter beoordeling van de algemene en vakgerelateerde competenties, worden dus op de reservelijst geplaatst (één reservelijst per vakgebied). “180” is de som van de hoogst mogelijke scores voor de tests ter beoordeling van de algemene competenties (80) en voor het vakgerelateerde interview (100).

De reservelijsten worden in alfabetische volgorde opgesteld. De reservelijsten worden beschikbaar gesteld aan de aanwervende diensten.

Alle kandidaten die de tests ter beoordeling van de algemene en vakgerelateerde competenties hebben afgelegd en wier resultaten zijn verwerkt overeenkomstig punt 4.3.4, d), ontvangen een competentiepaspoort met kwalitatieve feedback van de jury. Het competentiepaspoort van de geslaagde kandidaten wordt ook beschikbaar gesteld aan de aanwervende diensten.

Opname op een reservelijst geeft geen recht of garantie op aanwerving.

5.   GELIJKE KANSEN EN REDELIJKE VOORZIENINGEN

EPSO voert een beleid van gelijke kansen voor alle kandidaten.

Als u een handicap of medische aandoening hebt die uw deelname aan de tests bemoeilijkt, vermeld dit dan in uw sollicitatieformulier en laat ons weten welke redelijke voorzieningen u nodig hebt (zie bijlage II met de algemene bepalingen betreffende vergelijkende onderzoeken, punt 1.3). EPSO zal uw verzoek en de bewijsstukken onderzoeken en, indien nodig, redelijke voorzieningen toestaan.

Meer informatie over ons beleid van gelijke kansen en de procedure om te verzoeken om redelijke voorzieningen is te vinden op de website van EPSO.


BIJLAGE I

FUNCTIEOMSCHRIJVING

Vakgebied 1 — Energie

Op dit gebied zult u bijdragen aan de ontwikkeling van een innovatief, veerkrachtig en geïntegreerd energiesysteem dat burgers en bedrijven permanent betaalbare, veilige, betrouwbare en schone energie levert en de voorwaarden schept voor de energieonafhankelijkheid van de EU.

De taken omvatten onder meer:

1.

bijdragen aan de ontwikkeling van EU-beleid en -wetgeving op het gebied van energie en faciliteren van het besluitvormingsproces door schriftelijke of mondelinge input te leveren, voorbereidende analyses uit te voeren en belanghebbenden te raadplegen;

2.

verrichten van sociaal-economische, juridische en/of wetenschappelijke analyses om de besluit- en beleidsvorming op het gebied van energie te vergemakkelijken. Contacten onderhouden met technische deskundigen, spelers op de energiemarkt, adviesgroepen voor de industrie, wetenschappelijke organen, wetenschappelijke comités en wetenschappelijke instellingen op het gebied van energie en/of klimaat, en wetenschappelijke, technische en sociaal-economische analyses vertalen naar passende beleids- en/of wetgevingsmaatregelen;

3.

samenwerken met technische deskundigen en met belanghebbenden om technische regelgeving, netcodes of richtsnoeren op het gebied van energie op te stellen en/of te wijzigen;

4.

samenwerken met de betrokken diensten van de Europese Commissie, de lidstaten, derde landen, financiële en andere relevante instellingen en belanghebbenden in verband met de implementatie van de interne energiemarkt van de EU en het EU-beleid inzake energietransitie, onder meer op gebieden als vervoer, regionale ontwikkeling, belastingen of onderzoek en innovatie;

5.

instaan voor de correcte uitvoering, monitoring en evaluatie van de bestaande wetgeving op het gebied van energie: onderhouden van contacten met nationale overheden en regelgevende instanties; beantwoorden van vragen van burgers, bedrijven, non-profitorganisaties en overheidsinstanties, beheren van parlementaire vragen en verzoeken om toegang tot documenten; behandeling van klachten en van de fase voorafgaand aan inbreuken op het EU-recht; assisteren bij de behandeling van rechtszaken voor het Hof van Justitie van de EU;

6.

deelnemen aan internationale en interinstitutionele onderhandelingen over de vaststelling van EU-wetgeving op het gebied van energie en bijwonen van vergaderingen met de Raad van de EU, het Europees Parlement, de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank en de Europese Dienst voor extern optreden;

7.

communiceren met en belangen behartigen van interne en externe belanghebbenden: deelnemen aan workshops en houden van lezingen op seminars en conferenties over het energiebeleid en de wetgeving van de EU, voorbereiden van briefings en persberichten, alsook de dienst vertegenwoordigen in vergaderingen met lidstaten en belanghebbenden.

Vakgebied 2 — Klimaat

Op dit gebied zult u bijdragen aan de inspanningen om de klimaatverandering internationaal en binnen de EU te beperken.

De taken omvatten onder meer:

1.

bijdragen aan de ontwikkeling van EU-beleid en -wetgeving op klimaatgebied, met inbegrip van:

a)

beleid met betrekking tot het EU-emissiehandelssysteem (EU-ETS);

b)

de nationale streefdoelen voor de beperking van broeikasgasemissies;

c)

de verordening betreffende emissies en absorpties in de sector landgebruik;

d)

de meting, rapportage en verificatie van emissies;

e)

de CO2-prestatienormen voor auto’s, bestelwagens en zware bedrijfsvoertuigen;

f)

de EU-strategie voor aanpassing aan de klimaatverandering;

g)

financieringsbeleid en -instrumenten voor koolstofarme technologie (Innovatiefonds);

h)

beleid ter bevordering van de financiering van klimaatmaatregelen;

i)

beleid ter bevordering van een rechtvaardige transitie, en

j)

integreren van klimaatuitgaven in de EU-begroting;

2.

herziening en evaluatie van de bestaande klimaatwetgeving;

3.

verrichten van sociaal-economische, juridische en/of wetenschappelijke analyses om de besluit- en beleidsvorming op klimaatgebied te vergemakkelijken. Contacten onderhouden met technische deskundigen, spelers op de energiemarkt, adviesgroepen voor de industrie, wetenschappelijke organen, wetenschappelijke comités en wetenschappelijke instellingen op het gebied van klimaat, energie, vervoer, landbouw enz., en wetenschappelijke, technische en sociaal-economische analyses vertalen naar passende beleids- en/of wetgevingsmaatregelen;

4.

samenwerken met technische deskundigen en met belanghebbenden om technische wetgeving op het gebied van klimaatverandering en -aanpassing op te stellen en/of te wijzigen;

5.

samenwerken met de betrokken diensten van de Europese Commissie, de lidstaten, derde landen, financiële en andere relevante instellingen en belanghebbenden in verband met de implementatie van het EU-klimaatbeleid, met name op gebieden als energie, vervoer, landbouw, afval, duurzame financiering, regionale ontwikkeling, belastingen of onderzoek en innovatie;

6.

zorgen voor de correcte uitvoering, monitoring en evaluatie van de bestaande wetgeving op klimaatgebied: onderhouden van contacten met nationale overheden en regelgevende instanties; beantwoorden van vragen van burgers, bedrijven, non-profitorganisaties en overheidsinstanties, beheren van parlementaire vragen en verzoeken om toegang tot documenten; behandeling van klachten en van de fase voorafgaand aan inbreuken op het EU-recht; assisteren bij de behandeling van rechtszaken voor het Hof van Justitie van de EU;

7.

deelnemen aan interinstitutionele onderhandelingen over de vaststelling van EU-wetgeving op het gebied van klimaat en bijwonen van vergaderingen met de Raad van de EU, het Europees Parlement, het Europees Investeringsfonds en de Europese Dienst voor extern optreden. Voorbereiden, samen met de EU-lidstaten, en deelnemen aan internationale onderhandelingen over klimaatverandering in het kader van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering. Organiseren van contacten met derde landen op het gebied van klimaat om wereldwijde klimaatactie te stimuleren;

8.

communiceren met en belangen behartigen van interne en externe belanghebbenden: deelnemen aan workshops en voordrachten houden op seminars en conferenties over het klimaatbeleid en de wetgeving van de EU, voorbereiden van briefings en persberichten, vertegenwoordigen van de Commissie op bijeenkomsten met lidstaten en belanghebbenden.

Vakgebied 3 — Milieu

Op dit gebied zult u bijdragen aan de inspanningen om een duurzame en circulaire economie mogelijk te maken, waarin biodiversiteit en ecosystemen worden beschermd en hersteld, milieugerelateerde gezondheidsrisico’s tot een minimum worden beperkt en groei wordt losgekoppeld van het gebruik van hulpbronnen.

De taken omvatten onder meer:

1.

bijdragen tot de uitvoering van en het toezicht op het bestaande acquis op milieugebied, onder meer door:

a)

het aanpassen van de bestaande wetgeving aan de technische vooruitgang of het uitoefenen van uitvoeringsbevoegdheden en gedelegeerde bevoegdheden;

b)

het onderhouden van contacten met technische deskundigen, wetenschappelijke organen, comités en instellingen op milieugebied en bijdragen tot de follow-up van beleids- en/of wetgevingsmaatregelen;

c)

het behandelen van klachten en ondernemen van de nodige stappen in inbreukprocedures, assisteren bij de behandeling van rechtszaken voor het Hof van Justitie van de EU;

d)

onderhouden van contacten met nationale overheidsdiensten, beantwoorden van vragen van burgers, bedrijven, non-profitorganisaties en overheidsinstanties, beheren van parlementaire vragen en verzoeken om toegang tot documenten;

2.

meewerken aan de verdere ontwikkeling van EU-beleid en -wetgeving op milieugebied en faciliteren van het besluitvormingsproces door schriftelijke of mondelinge input te leveren, voorbereidende analyses uit te voeren en belanghebbenden te raadplegen, onder meer door het:

a)

verrichten van sociaal-economische, juridische en/of wetenschappelijke analyses om de besluit- en beleidsvorming op milieugebied te vergemakkelijken;

b)

contacten onderhouden met technische deskundigen, wetenschappelijke organen, comités en instellingen op milieugebied en bijdragen aan beleids- en/of wetgevingsmaatregelen;

c)

Deelnemen aan interinstitutionele onderhandelingen over de vaststelling van EU-wetgeving op milieugebied en bijwonen van vergaderingen met de Raad en het Europees Parlement, de Europese Commissie en andere relevante instellingen;

3.

deelnemen aan internationale onderhandelingen op milieugebied en bijwonen van vergaderingen met andere relevante instellingen of internationale organen;

4.

communiceren met en belangen behartigen van interne en externe belanghebbenden op milieugebied: deelnemen aan workshops en voordrachten houden op seminars en conferenties over het klimaatbeleid en de wetgeving van de EU, voorbereiden van briefings en persberichten, vertegenwoordigen van de Commissie op bijeenkomsten met lidstaten en belanghebbenden.

Einde van BIJLAGE I, klik hier om terug te gaan naar de hoofdtekst.


BIJLAGE II

ALGEMENE BEPALINGEN BETREFFENDE VERGELIJKENDE ONDERZOEKEN

ALGEMENE INFORMATIE

In het kader van de door EPSO georganiseerde selectieprocedures slaat elke verwijzing naar een persoon van een bepaald geslacht tevens op personen van het andere geslacht.

Wanneer in enige fase van het vergelijkend onderzoek de laatste plaats door verschillende kandidaten met dezelfde score wordt gedeeld, worden al deze kandidaten toegelaten tot de volgende fase van het vergelijkend onderzoek. Ook kandidaten die met succes beroep hebben aangetekend, worden toegelaten tot de volgende fase.

Wanneer de laatste plaats op de reservelijst door verschillende kandidaten met dezelfde score wordt gedeeld, worden al deze kandidaten op de reservelijst geplaatst. Ook kandidaten die na een beroep opnieuw tot deze fase van de procedure zijn toegelaten, worden op de reservelijst geplaatst.

1.   TOELATINGSVOORWAARDEN

1.1.   Algemene en specifieke voorwaarden

De algemene en specifieke voorwaarden (waaronder talenkennis) worden voor elk vakgebied of profiel vermeld in het punt “Aan welke voorwaarden moet ik voldoen?”.

De specifieke voorwaarden betreffende kwalificaties, werkervaring en talenkennis variëren naargelang van het gezochte profiel. Vermeld in uw sollicitatieformulier zo veel mogelijk informatie over uw kwalificaties en werkervaring — indien verplicht — (zie het punt “Aan welke voorwaarden moet ik voldoen?”) die verband houdt met de aard van de functie .

a)

Diploma’s en/of certificaten: Diploma’s die zijn afgegeven in een EU-land of niet-EU-land, moeten worden erkend door een officiële instantie van een EU-lidstaat, bijvoorbeeld het Ministerie van Onderwijs. De jury houdt rekening met de verschillende onderwijsstructuren in de lidstaten.

Vermeld voor postsecundair onderwijs en voor technische, specialistische of beroepsopleidingen de vakken, de duur en vermeld tevens of het voltijds, deeltijds of avondonderwijs betrof.

b)

Werkervaring (indien verplicht) wordt alleen meegeteld voor zover deze verband houdt met de aard van de functie en als er sprake is van:

een reële en daadwerkelijke arbeidsprestatie;

bezoldiging;

hiërarchische ondergeschiktheid of de verlening van een dienst;

en onder de volgende voorwaarden:

vrijwilligerswerk: indien met betaling van een vergoeding en vergelijkbaar met gewoon werk wat betreft aantal uren en duur;

stages: indien met betaling van een vergoeding;

militaire dienstplicht: vervuld voor of na het vereiste diploma, voor ten hoogste de duur van de wettelijke dienstplicht in uw lidstaat;

ouderschapsverlof/adoptieverlof: als het verlof is opgenomen tijdens een arbeidscontract;

promotie/doctoraat: wordt meegeteld als werkervaring van ten hoogste drie jaar, op voorwaarde dat de doctorsgraad daadwerkelijk is verworven, ongeacht of er sprake was van bezoldiging, en

deeltijdwerk: wordt meegeteld naar rato van de daadwerkelijk gewerkte tijd, dus als u bijvoorbeeld zes maanden halftijds hebt gewerkt, wordt dit meegeteld als drie maanden werkervaring.

1.2.   Bewijsstukken

In de verschillende fasen van de selectieprocedure moet u een officieel document kunnen overleggen waaruit uw staatsburgerschap blijkt, bijvoorbeeld een paspoort of identiteitskaart, dat geldig moet zijn op de uiterste termijn voor indiening van uw sollicitatie (uiterste datum voor indiening van het eerste deel van uw sollicitatieformulier als de sollicitatieprocedure in twee fasen verloopt).

Voor alle beroepsactiviteiten moeten originelen of gewaarmerkte kopieën kunnen worden overgelegd van:

documenten van voormalige en huidige werkgever(s), waarop wordt vermeld: aard, niveau, begin- en einddatum van de verrichte werkzaamheden, officieel briefhoofd en stempel van de onderneming, en naam en handtekening van de bevoegde persoon, of

de arbeidsovereenkomst(en) en het eerste en het laatste loonstrookje. Voeg hierbij een gedetailleerde beschrijving van de verrichte werkzaamheden;

(voor niet in loondienst verrichte beroepswerkzaamheden, als zelfstandige, in vrije beroepen enz.) facturen of bestelbonnen met specificatie van de verrichte werkzaamheden, of enig ander officieel bewijsstuk;

(voor conferentietolken indien werkervaring vereist is) bewijsstukken waarop het aantal gewerkte dagen wordt vermeld, evenals de talen waarnaar of waaruit is getolkt, en waaruit blijkt dat het specifiek om conferentievertolking gaat.

In de regel zijn geen bewijsstukken vereist om uw talenkennis aan te tonen, behalve voor bepaalde vergelijkende onderzoeken voor linguïsten of specialisten.

Op enig moment in de procedure kunt u worden verzocht om aanvullende informatie of documenten te verstrekken. EPSO zal u laten weten welke bewijsstukken u moet indienen en wanneer.

1.3.   Gelijke kansen en redelijke voorzieningen

Als u een handicap of medische aandoening hebt die uw deelname aan de toetsen belemmert, vermeld dit dan in uw sollicitatieformulier en laat ons weten welke redelijke voorzieningen u nodig hebt. Als de handicap of medische aandoening ontstaat nadat u uw sollicitatieformulier hebt gevalideerd, moet u dit zo snel mogelijk aan EPSO melden, op de hieronder vermelde wijze.

U dient een certificaat van een nationale instantie of een medische verklaring naar EPSO te sturen voordat uw verzoek in aanmerking kan worden genomen. De bewijsstukken worden bestudeerd, waarna in gerechtvaardigde gevallen redelijke voorzieningen worden getroffen.

Als u met een toegankelijkheidsprobleem wordt geconfronteerd, of meer informatie wenst, neem dan contact op met het “accessibility team” van EPSO:

via e-mail (EPSO-accessibility@ec.europa.eu), of

per post:

Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO)

EPSO ACCESSIBILITY

L107 02/DCS

1049 Brussel

BELGIË

2.   WIE VOERT DE SELECTIE UIT?

Een jury wordt aangesteld om de kandidaten te vergelijken en de beste kandidaten te selecteren op basis van hun competenties, vaardigheden en kwalificaties ten opzichte van de eisen die worden beschreven in de aankondiging van vergelijkend onderzoek. De juryleden bepalen ook de moeilijkheidsgraad van de toetsen en keuren de inhoud goed op basis van de voorstellen van EPSO.

Om de onafhankelijkheid van de jury te waarborgen, mogen kandidaten of personen die niet tot de jury behoren, geen contact hebben met de juryleden, behalve in het kader van toetsen die directe interactie tussen de kandidaten en de jury vereisen.

Kandidaten die hun standpunt kenbaar willen maken of hun rechten willen uitoefenen, moeten dit schriftelijk doen. De aan de jury gerichte correspondentie moet worden toegestuurd aan EPSO, dat de correspondentie vervolgens doorstuurt naar de jury. Het is ten strengste verboden om buiten deze procedures enig contact, direct dan wel indirect, met de leden van de jury te hebben. Overtreding van deze regel kan leiden tot diskwalificatie.

Met name een familie- of hiërarchische relatie tussen een kandidaat en een jurylid geeft aanleiding tot een belangenconflict. Juryleden worden verzocht om dit soort situaties aan EPSO te melden zodra zij hiervan op de hoogte zijn. EPSO zal elk geval afzonderlijk beoordelen en passende maatregelen nemen. Niet-naleving van deze regels kan leiden tot disciplinaire maatregelen jegens juryleden en tot diskwalificatie van de kandidaten van het vergelijkend onderzoek (zie punt 4.4).

De namen van de juryleden worden vóór het assessment bekendgemaakt op de website van EPSO (https://epso.europa.eu/nl).

3.   COMMUNICATIE

3.1.   Communicatie met EPSO

Aangeraden wordt ten minste tweemaal per week uw EPSO-account te raadplegen om het verloop van uw sollicitatie te volgen. Als u uw account niet kunt raadplegen door een technisch probleem bij EPSO, moet u dit onmiddellijk melden, uitsluitend via de website van EPSO (https://epso.europa.eu/nl/epso-faqs-by-category).

EPSO behoudt zich het recht voor geen antwoord te geven als het informatie betreft die al duidelijk wordt vermeld in deze aankondiging van vergelijkend onderzoek of de bijlagen erbij, of op de EPSO-website, inclusief de rubriek “Veelgestelde vragen”.

Vermeld in alle correspondentie uw naam (zoals vermeld op uw EPSO-account), uw inschrijvingsnummer en het referentienummer van de selectieprocedure.

EPSO behoudt zich het recht voor ongepaste correspondentie te staken, bijvoorbeeld omdat deze steeds hetzelfde onderwerp betreft, of beledigend en/of irrelevant is.

3.2.   Toegang tot informatie

Kandidaten hebben toegang tot bepaalde individuele persoonsgegevens. Deze specifieke toegangsrechten worden verleend op grond van de verplichting tot motivering, zodat de betrokkene eventueel beroep kan instellen tegen een besluit tot afwijzing.

Deze motiveringsplicht moet echter worden afgewogen tegen het feit dat de werkzaamheden van de jury vertrouwelijk zijn, om de onafhankelijkheid van de jury en de objectiviteit van de selectieprocedure te waarborgen. Om vertrouwelijkheidsredenen mogen de opvattingen van de juryleden over de individuele beoordeling van kandidaten en de beoordeling in vergelijking met andere kandidaten niet worden bekendgemaakt.

Deze toegangsrechten gelden specifiek voor kandidaten die deelnemen aan een vergelijkend onderzoek. U kunt niet méér rechten aan de wetgeving inzake de toegang van het publiek tot documenten ontlenen dan de in dit punt beschreven rechten.

3.2.1.   Automatisch beschikbare informatie

Na elke selectiefase van het vergelijkend onderzoek ontvangt u automatisch de volgende informatie via uw EPSO-account:

meerkeuzetoetsen: een overzicht van uw antwoorden en de juiste antwoorden, met de verwijzingsnummers of -letters. De tekst van de vragen en antwoorden wordt nooit meegedeeld;

toelatingsvoorwaarden: of u bent toegelaten. Als u niet bent toegelaten, wordt aangegeven aan welke voorwaarden u niet voldoet;

Talent Screener: uw resultaten, een overzicht met het gewicht van elke vraag, de aan elk antwoord toegekende punten en uw totaalscore;

voorafgaande toetsen: uw resultaten;

tussentijdse toetsen: uw resultaten, als u niet bent toegelaten tot de volgende fase;

assessment: uw competentiepaspoort met uw totaalscores per competentie en de opmerkingen van de jury met kwantitatieve en kwalitatieve feedback over uw prestaties bij het assessment, als u niet bent gediskwalificeerd.

EPSO deelt geen teksten of toetsopdrachten mee aan de kandidaten, aangezien deze mogelijk opnieuw worden gebruikt in toekomstige vergelijkende onderzoeken. In sommige uitzonderlijke gevallen kan EPSO de bronteksten of opdrachten op de website publiceren als

de toetsen zijn afgerond;

de resultaten zijn berekend en meegedeeld aan de kandidaten, en

de bronteksten/opdrachten niet opnieuw worden gebruikt in toekomstige vergelijkende onderzoeken.

3.2.2.   Informatie op verzoek

U kunt om een ongecorrigeerde kopie van uw antwoorden op een schriftelijke toets verzoeken, als de inhoud van de toets niet bedoeld is om opnieuw te worden gebruikt in toekomstige vergelijkende onderzoeken. Dit geldt uitdrukkelijk niet voor antwoorden op elektronische postbakopdrachten en casestudy’s.

De gecorrigeerde antwoorden en de details van de scoreberekening vallen onder de vertrouwelijkheid van de werkzaamheden van de jury en worden niet bekendgemaakt.

EPSO streeft ernaar zo veel mogelijk informatie te verstrekken aan de kandidaten, rekening houdend met zijn motiveringsplicht, de vertrouwelijke aard van de werkzaamheden van de jury en de regels voor de bescherming van persoonsgegevens. Alle verzoeken om informatie worden beoordeeld in het licht van deze verplichtingen.

Een verzoek om informatie moet binnen tien kalenderdagen nadat uw resultaten via uw EPSO-account zijn bekendgemaakt, worden ingediend via de website van EPSO (https://epso.europa.eu/nl/epso-faqs-by-category).

4.   KLACHTEN EN PROBLEMEN

4.1.   Technische en organisatorische problemen

Als u tijdens de selectieprocedure met een ernstig technisch of organisatorisch probleem wordt geconfronteerd, neem dan contact op met EPSO, uitsluitend via de website van EPSO (https://epso.europa.eu/nl/epso-faqs-by-category), zodat wij het probleem kunnen onderzoeken en een oplossing kunnen zoeken.

Vermeld in alle correspondentie uw naam (zoals vermeld op uw EPSO-account), uw inschrijvingsnummer en het referentienummer van de selectieprocedure.

Als het probleem zich in het testcentrum of tijdens de tests op afstand voordoet:

meld het probleem onmiddellijk bij de surveillanten zodat naar een oplossing kan worden gezocht. Vraag hun in ieder geval uw klacht schriftelijk vast te leggen, en

neem binnen drie kalenderdagen na uw test contact op met EPSO via de website (https://epso.europa.eu/nl/epso-faqs-by-category), en geef een korte omschrijving van het probleem.

Als het probleem zich buiten het testcentrum voordoet (bijvoorbeeld problemen in verband met de reservering of technische problemen bij tests op afstand voordat u verbinding heeft met een surveillant), volg dan de in uw EPSO-account en op de EPSO-website vermelde instructies of neem onmiddellijk contact op met EPSO via de website (https://epso.europa.eu/nl/epso-faqs-by-category).

Als u een probleem hebt in verband met uw inschrijving moet u onmiddellijk, en in elk geval vóór de uiterste inschrijvingsdatum, contact opnemen met EPSO via de website (https://epso.europa.eu/nl/epso-faqs-by-category). Berichten die minder dan vijf werkdagen vóór de uiterste inschrijvingsdatum zijn verstuurd, kunnen mogelijk niet vóór die datum worden beantwoord.

4.2.   Interne heronderzoeksprocedures

4.2.1.   Inhoudelijke fouten in de meerkeuzetoetsen per computer

De databank met de meerkeuzevragen wordt voortdurend en grondig door EPSO en de jury’s gecontroleerd.

Als u van mening bent dat een fout in een van de meerkeuzevragen een negatieve invloed heeft gehad op uw vermogen om het juiste antwoord te geven, kunt u de jury verzoeken de vraag/vragen opnieuw te bekijken (een zogeheten “neutralisatieprocedure”).

Bij deze procedure kan de jury besluiten de vraag te annuleren en de oorspronkelijk aan die vraag toegekende punten te verdelen over de rest van de vragen. De herberekening vindt alleen plaats voor de kandidaten die de foutieve vraag hebben gekregen. De scoreberekening zoals beschreven in de desbetreffende onderdelen van deze aankondiging van vergelijkend onderzoek, verandert verder niet.

Voor klachten over de meerkeuzetoetsen geldt de volgende regeling:

procedure: neem contact op met EPSO, uitsluitend via de website van EPSO (https://epso.europa.eu/nl/epso-faqs-by-category);

termijn: binnen drie kalenderdagen na de datum van de toetsen per computer;

aanvullende informatie: geef een beschrijving van de inhoud van de vraag, zodat de vraag in kwestie kan worden geïdentificeerd, en licht de vermeende fout zo duidelijk mogelijk toe.

Klachten die te laat worden ingediend, of waarin de betwiste vraag of de vermeende fout niet wordt toegelicht, worden niet in behandeling genomen.

Met name worden verzoeken waarin enkel wordt gewezen op vermeende vertaalproblemen, zonder dat het probleem duidelijk wordt omschreven, niet aanvaard.

Dezelfde procedure geldt voor fouten in de elektronische postbakopdracht.

4.2.2.   Verzoek om een heronderzoek

U kunt verzoeken om een heronderzoek van elk besluit van de jury of van EPSO waarbij uw resultaten worden vastgesteld of waarbij wordt bepaald of u naar de volgende fase van het vergelijkend onderzoek mag doorgaan of van verdere deelname wordt uitgesloten.

Verzoeken om een heronderzoek kunnen worden ingediend om een van de volgende redenen:

een materiële onregelmatigheid in de procedure van het vergelijkend onderzoek, en/of

niet-naleving, door de jury of door EPSO, van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie (1), de aankondiging van het vergelijkend onderzoek of de bijlagen erbij en/of de jurisprudentie.

U kunt de geldigheid van de beoordeling door de jury van uw toetsprestatie of van de relevantie van uw kwalificaties en werkervaring niet betwisten. Met deze beoordeling spreekt de jury een waardeoordeel uit. Dat u het niet eens bent met het oordeel van de jury over uw toetsen, kwalificaties en/of werkervaring, bewijst niet dat de jury een fout heeft gemaakt. Een verzoek om heronderzoek dat op deze basis wordt ingediend, wordt niet gehonoreerd.

Voor verzoeken om een heronderzoek geldt de volgende regeling:

procedure: neem contact op met EPSO, uitsluitend via de website van EPSO (https://epso.europa.eu/nl/epso-faqs-by-category);

termijn: binnen tien kalenderdagen nadat het betwiste besluit via uw EPSO-account is bekendgemaakt;

aanvullende informatie: geef duidelijk aan welk besluit u wilt betwisten en op welke gronden.

Verzoeken die te laat worden ingediend, worden niet in behandeling genomen.

Binnen 15 werkdagen krijgt u een ontvangstbevestiging. De instantie die het betwiste besluit heeft genomen (de jury of EPSO), analyseert uw verzoek en neemt een besluit, waarna u zo spoedig mogelijk een gemotiveerd antwoord krijgt.

Als het resultaat positief is, wordt u opnieuw toegelaten tot het vergelijkend onderzoek, in de fase waarvan u eerder werd uitgesloten, ongeacht de fase waarin het vergelijkend onderzoek zich intussen bevindt.

4.3.   Andere wijzen van betwisting

4.3.1.   Administratieve klachten

Als deelnemer aan een vergelijkend onderzoek hebt u het recht om bij de directeur van EPSO in zijn hoedanigheid van tot aanstelling bevoegd gezag een administratieve klacht in te dienen.

U kunt een klacht indienen tegen een genomen of niet genomen besluit dat rechtstreeks en onmiddellijk van invloed is op uw rechtspositie als kandidaat, mits er sprake is van een duidelijke schending van de voor de selectieprocedure geldende voorschriften. De directeur van EPSO kan een waardeoordeel van de jury niet terugdraaien (zie punt 4.2.2).

Voor administratieve klachten geldt de volgende regeling:

procedure: neem contact op met EPSO, uitsluitend via de website van EPSO (https://epso.europa.eu/nl/epso-faqs-by-category);

termijn: binnen drie maanden na de bekendmaking van het betwiste besluit of na de datum waarop het besluit had moeten worden genomen;

aanvullende informatie: geef duidelijk aan welk besluit u wilt betwisten en op welke gronden.

Klachten die te laat worden ingediend, worden niet in behandeling genomen.

4.3.2.   Gerechtelijk beroep

Als u deelneemt aan een vergelijkend onderzoek, hebt u het recht een gerechtelijk beroep in te stellen bij het Gerecht op grond van artikel 270 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en artikel 91 van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie.

Er kan bij het Gerecht geen beroep tegen een besluit van EPSO (in tegenstelling tot een besluit van de jury) worden ingesteld als niet eerst een administratieve klacht op grond van artikel 90, lid 2, van het Statuut is ingediend (zie punt 4.3.1). Met name geldt dit voor besluiten betreffende de algemene toelatingscriteria, die door EPSO worden genomen en niet door de jury.

Voor gerechtelijke beroepen geldt de volgende regeling:

procedure: zie de website van het Gerecht (https://curia.europa.eu/jcms/).

4.3.3.   Europese Ombudsman

Alle burgers en inwoners van de EU kunnen een klacht indienen bij de Europese Ombudsman.

Alvorens een klacht bij de Europese Ombudsman in te dienen, moet u eerst de passende administratieve stappen bij de betrokken instellingen of organen ondernemen (zie de punten 4.1-4.3).

Het indienen van een klacht bij de Europese Ombudsman betekent niet dat de termijn voor het indienen van een administratieve klacht of het instellen van een gerechtelijk beroep wordt verlengd.

Voor klachten bij de Europese Ombudsman geldt de volgende regeling:

procedure: zie de website van de Europese Ombudsman (https://www.ombudsman.europa.eu/nl/home).

4.4.   Diskwalificatie van de selectieprocedure

Op enig moment in een selectieprocedure kunt u worden gediskwalificeerd als EPSO constateert dat u:

meer dan één EPSO-account hebt aangemaakt;

zich hebt ingeschreven voor een niet-verenigbaar vakgebied of profiel;

niet aan alle toelatingsvoorwaarden voldoet;

valse of niet door de nodige documenten gestaafde verklaringen hebt afgelegd;

geen van de vragen van de Talent Screener heeft beantwoord;

niet hebt voldaan aan de regels voor de toetsen die op afstand plaatsvinden;

een of meer toetsen niet hebt geboekt of afgelegd;

bij de toetsen hebt gefraudeerd;

in uw sollicitatieformulier de voor dit vergelijkend onderzoek vereiste talen niet hebt opgegeven of niet de vereiste minimumniveaus voor deze talen hebt opgegeven;

hebt getracht om op ongeoorloofde wijze contact op te nemen met een lid van de jury;

EPSO niet hebt geïnformeerd over een potentieel belangenconflict met een jurylid;

het sollicitatieformulier hebt ingevuld in een andere taal dan de taal/talen die in deze aankondiging van vergelijkend onderzoek is/zijn vermeld (voor eigennamen, officiële titels en functiebenamingen, zoals aangegeven in de bewijsstukken of benamingen/titels van diploma’s kan een uitzondering worden gemaakt), en/of

een schriftelijke of praktische toets hebt ondertekend of hierop een onderscheidend merk hebt aangebracht.

Als u de voorafgaande test ter controle van de internetverbinding niet heeft uitgevoerd, maar vervolgens tijdens de tests op afstand verbindingsproblemen ondervond, behoudt EPSO zich het recht voor om uw toets niet te verplaatsen.

De EU-instellingen werven alleen personen aan die blijk geven van de hoogste mate van integriteit. Fraude of poging tot fraude kan worden bestraft met sancties en kan uw deelname aan toekomstige vergelijkende onderzoeken in gevaar brengen.

5.   VEILIGHEIDSMACHTIGING

Personeelsleden die werken met gevoelige en gerubriceerde informatie die een hoge mate van vertrouwelijkheid vereist (“gerubriceerde EU-informatie”), moeten over een passende veiligheidsmachtiging beschikken.

Daarom kan van geslaagde kandidaten worden verlangd dat zij voor bepaalde functies in het bezit zijn van een certificaat van veiligheidsmachtiging of dat zij dit certificaat tijdig kunnen verkrijgen.

Bijgevolg kunnen geslaagde kandidaten, als voorwaarde voor aanwerving in bepaalde functies, worden verzocht het veiligheidsonderzoek te ondergaan dat wordt uitgevoerd door de nationale bevoegde autoriteit van de lidstaat waarvan zij onderdaan zijn.

Wij raden u aan u te informeren over de procedure alvorens deel te nemen aan deze selectieprocedure.

Deze voorwaarden worden in voorkomend geval steeds duidelijk vermeld in het vacaturebericht.

6.   GEGEVENSBESCHERMING

Uw persoonsgegevens worden verwerkt overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad (2).

Zie ook de specifieke verklaring over de bescherming van persoonsgegevens in het kader van een vergelijkend onderzoek (3).

Einde van BIJLAGE II, klik hier om terug te gaan naar de hoofdtekst.


(1)  Verordening nr. 31 (E.E.G.), 11 (E.G.A.), tot vaststelling van het Statuut van de ambtenaren en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (PB P 045 van 14.6.1962, blz. 1385/62). Geconsolideerde versie: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX%3A01962R0031-20220101

(2)  Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).

(3)  https://epso.europa.eu/nl/protection-your-personal-data


BIJLAGE III

VOORBEELDEN VAN MINIMUMKWALIFICATIES VOOR ELKE LIDSTAAT EN HET VERENIGD KONINKRIJK EN PER RANG DIE IN BEGINSEL OVEREENKOMEN MET DE VOLGENS DE AANKONDIGINGEN VAN VERGELIJKEND ONDERZOEKEN VEREISTE KWALIFICATIES

Klik hier voor een gemakkelijk leesbare versie van deze voorbeelden.

LAND

AST-SC 1 tot en met AST-SC 6

AST 1 tot en met AST 7

AST 3 tot en met AST 11

AD 5 tot en met AD 16

Secundair onderwijs (dat toegang geeft tot hoger onderwijs)

Hoger onderwijs (niet-universitair postsecundair onderwijs of korte universitaire opleiding van ten minste twee jaar)

Universitair onderwijs (of daarmee overeenkomend niveau) (van ten minste drie jaar)

Universitair onderwijs (of daarmee overeenkomend niveau) (van vier jaar of meer)

Belgique — België — Belgien

Certificat de l’enseignement secondaire supérieur (CESS)/Diploma secundair onderwijs

Diplôme d’aptitude à accéder à l’enseignement supérieur (DAES)/Getuigschrift van hoger secundair onderwijs

Diplôme d’enseignement professionnel/Getuigschrift van het beroepssecundair onderwijs

Candidature/Kandidaat

Graduat/Gegradueerde

Bachelor/Professioneel gerichte Bachelor

Bachelor académique (180 crédits)

Academisch gerichte Bachelor (180 ECTS)

Licence/Licentiaat

Master

Diplôme d’études approfondies (DEA)

Diplôme d’études spécialisées (DES)

Diplôme d’études supérieures spécialisées (DESS)

Gediplomeerde in de Voortgezette Studies (GVS)

Gediplomeerde in de Gespecialiseerde Studies (GGS)

Gediplomeerde in de Aanvullende Studies (GAS)

Agrégation/Aggregaat

Ingénieur industriel/Industrieel ingenieur

Doctorat/Doctoraal diploma

България

Диплома за завършено средно образование

Специалист по …

 

Диплома за висше образование

Бакалавър

Магистър

Česko

Vysvědčení o maturitní zkoušce

Vysvědčení o absolutoriu (Absolutorium) + diplomovaný specialista (DiS.)

Diplom o ukončení bakalářského studia (Bakalář)

Diplom o ukončení vysokoškolského studia

Magistr

Doktor

Danmark

Bevis for:

Studentereksamen

Højere Forberedelseseksamen (HF)

Højere Handelseksamen (HHX)

Højere Afgangseksamen (HA)

Bac pro: Bevis for Højere Teknisk Eksamen (HTX)

Videregående uddannelser

= Bevis for = Eksamensbevis som (erhvervsakademiuddannelse AK)

Bachelorgrad (BA eller BS)

Professionsbachelorgrad

Diplomingeniør

Kandidatgrad/Candidatus

Master/Magistergrad (mag.art)

Licenciatgrad

ph.d.-grad

Deutschland

Abitur/Zeugnis der allgemeinen Hochschulreife

Fachabitur/Zeugnis der Fachhochschulreife

 

Fachhochschulabschluss

Bachelor

Hochschulabschluss/Fachhochschulabschluss/Master

Magister Artium/Magistra Artium

Staatsexamen/Diplom

Erstes Juristisches Staatsexamen

Doktorgrad

Eesti

Gümnaasiumi lõputunnistus + riigieksamitunnistus

Lõputunnistus kutsekeskhariduse omandamise kohta

Tunnistus keskhariduse baasil kutsekeskhariduse omandamise kohta

Bakalaureusekraad (min 120 ainepunkti)

Bakalaureusekraad (< 160 ainepunkti)

Rakenduskõrghariduse diplom

Bakalaureusekraad (160 ainepunkti)

Magistrikraad

Arstikraad

Hambaarstikraad

Loomaarstikraad

Filosoofiadoktor

Doktorikraad (120–160 ainepunkti)

Éire/Ireland

Ardteistiméireacht, Grád D3, I 5 ábhar/Leaving Certificate Grade D3 in 5 subjects

Gairmchlár na hArdteistiméireachta (GCAT)/Leaving Certificate Vocational Programme (LCVP)

Teastas Náisiúnta/National Certificate

Gnáthchéim bhaitsiléara/Ordinary bachelor degree

Dioplóma náisiúnta (ND, Dip.)/National diploma (ND, Dip.)

Ardteastas (120 ECTS)/Higher Certificate (120 ECTS)

Céim onóracha bhaitsiléara (3 bliana/180 ECTS) (BA, B.Sc, B.Eng)/Honours bachelor degree (3 years/180 ECTS) (BA, B.Sc, B.Eng)

Céim onóracha bhaitsiléara (4 bliana/240 ECTS)/Honours bachelor degree (4 years/240 ECTS)

Céim ollscoile/University degree

Céim mháistir (60-120 ECTS)/Master’s degree (60-120 ECTS)

Dochtúireacht/Doctorate

Ελλάδα

Απολυτήριο Γενικού Λυκείου Απολυτήριο Κλασικού Λυκείου

Απολυτήριο Τεχνικού Επαγγελματικού Λυκείου

Απολυτήριο Ενιαίου Πολυκλαδικού Λυκείου

Απολυτήριο Ενιαίου Λυκείου

Απολυτήριο Τεχνολογικού Επαγγελματικού Εκπαιδευτηρίου

Δίπλωμα επαγγελματικής κατάρτισης (ΙΕΚ)

 

Πτυχίο ΑΕΙ (πανεπιστημίου, πολυτεχνείου, ΤΕΙ)

Μεταπτυχιακό Δίπλωμα Ειδίκευσης (2ος κύκλος)

Διδακτορικό Δίπλωμα (3ος κύκλος)

España

Bachillerato + Curso de Orientación Universitaria (COU)

Bachillerato

BUP

Diploma de Técnico especialista

FP grado superior (Técnico superior)

Diplomado/Ingeniero técnico

Licenciatura

Máster

Ingeniero

Título de Doctor

France

Baccalauréat

Diplôme d’accès aux études universitaires (DAEU)

Brevet de technicien

Diplôme d’études universitaires générales (DEUG)

Brevet de technicien supérieur (BTS)

Diplôme universitaire de technologie (DUT)

Diplôme d’études universitaires scientifiques et techniques (DEUST)

Licence

Maîtrise

Maîtrise des sciences et techniques (MST), maîtrise des sciences de gestion (MSG), diplôme d’études supérieures techniques (DEST), diplôme de recherche technologique (DRT), diplôme d’études supérieures spécialisées (DESS), diplôme d’études approfondies (DEA), master 1, master 2 professionnel, master 2 recherche

Diplôme des grandes écoles

Diplôme d’ingénieur

Doctorat

Hrvatska

Svjedodžba o državnoj maturi

Svjedodžba o završnom ispitu

Stručni pristupnik/pristupnica

Baccalaureus/Baccalaurea (sveučilišni prvostupnik/prvostupnica)

Baccalaureus/Baccalaurea (sveučilišni prvostupnik/prvostupnica)

Stručni specijalist

Magistar struke

Magistar inženjer/magistrica inženjerka (mag. ing)

Doktor struke

Doktor umjetnosti

Italia

Diploma di maturità (vecchio ordinamento)

Perito ragioniere

Diploma di superamento dell’esame di Stato conclusivo dei corsi di studio di istruzione secondaria superiore

Diploma universitario (DU)

Certificato di specializzazione tecnica superiore

Attestato di competenza (4 semestri)

Diploma di laurea — L (breve)

Diploma di laurea (DL)

Laurea specialistica (LS)

Master di I livello

Dottorato di ricerca (DR)

Κύπρος

Απολυτήριο

Δίπλωμα = Programmes offered by Public/Private Schools of Higher Education (for the latter accreditation is compulsory)

Higher Diploma

 

Πανεπιστημιακό Πτυχίο/Bachelor

Master

Doctorat

Latvija

Atestāts par vispārējo vidējo izglītību

Diploms par profesionālo vidējo izglītību

Diploms par pirmā līmeņa profesionālo augstāko izglītību

Bakalaura diploms (min. 120 kredītpunktu)

Bakalaura diploms (160 kredītpunktu)

Profesionālā bakalaura diploms

Maģistra diploms

Profesionālā maģistra diploms

Doktora grāds

Lietuva

Brandos atestatas

Aukštojo mokslo diplomas

Aukštesniojo mokslo diplomas

Profesinio bakalauro diplomas

Aukštojo mokslo diplomas

Aukštojo mokslo diplomas

Bakalauro diplomas

Magistro diplomas

Daktaro diplomas

Meno licenciato diplomas

Luxembourg

Diplôme de fin d’études secondaires et techniques

BTS

Brevet de maîtrise

Brevet de technicien supérieur

Diplôme de premier cycle universitaire (DPCU)

Diplôme universitaire de technologie (DUT)

Bachelor

Diplôme d’ingénieur technicien

Master

Diplôme d’ingénieur industriel

DESS en droit européen

Magyarország

Gimnáziumi érettségi bizonyítvány

Szakközépiskolai érettségi-képesítő bizonyítvány

Felsőfokú szakképesítést igazoló bizonyítvány (Higher Vocational Programme)

Főiskolai oklevél

Alapfokozat (Bachelor degree 180 credits)

Egyetemi oklevél

Alapfokozat (Bachelor degree 240 credits)

Mesterfokozat (Master degree) (Osztatlan mesterképzés)

Doktori fokozat

Malta

Advanced Matriculation or GCE Advanced level in 3 subjects (2 of them grade C or higher)

Matriculation certificate (2 subjects at Advanced level and 4 at Intermediate level including Systems of Knowledge with overall grade A-C) + Passes in the Secondary Education Certificate examination at Grade 5

2 À Levels (passes A-C) + a number of subjects at Ordinary level, or equivalent

MCAST diplomas/certificates

Higher National Diploma

Bachelor’s degree

Bachelor’s degree

Master of Arts

Doctorate

Nederland

Diploma VWO

Diploma staatsexamen (2 diploma’s)

Diploma staatsexamen voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (Diploma staatsexamen VWO)

Diploma staatsexamen hoger algemeen voortgezet onderwijs (Diploma staatsexamen HAVO)

Kandidaatsexamen

Associate degree (AD)

Bachelor (WO)

HBO bachelor degree

Baccalaureus of «Ingenieur»

HBO/WO Master’s degree

Doctoraal examen/Doctoraat

Österreich

Matura/Reifeprüfung

Reife- und Diplomprüfung

Berufsreifeprüfung

Kollegdiplom/Akademiediplom

Fachhochschuldiplom/Bakkalaureus/Bakkalaurea

Universitätsdiplom

Fachhochschuldiplom

Magister/Magistra

Master

Diplomprüfung, Diplom-Ingenieur

Magisterprüfungszeugnis Rigorosenzeugnis

Doktortitel

Polska

Świadectwo dojrzałości

Świadectwo ukończenia liceum ogólnokształcącego

Dyplom ukończenia kolegium nauczycielskiego

Świadectwo ukończenia szkoły policealnej

Licencjat/Inżynier

Magister/Magister inżynier

Dyplom doktora

Portugal

Diploma de Ensino Secundário

Certificado de Habilitações do Ensino Secundário

 

Bacharel Licenciado

Licenciado

Mestre

Doutorado

România

Diplomă de bacalaureat

Diplomă de absolvire (colegiu universitar)

Învățământ preuniversitar

Diplomă de licenţă

Diplomă de licenţă

Diplomă de inginer

Diplomă de urbanist

Diplomă de master

Certificat de atestare (studii academice postuniversitare)

Diplomă de doctor

Slovenija

Maturitetno spričevalo (spričevalo o poklicni maturi) (spričevalo o zaključnem izpitu)

Diploma višje strokovne šole

Diploma o pridobljeni visoki strokovni izobrazbi

Univerzitetna diploma

Magisterij

Specializacija

Doktorat

Slovensko

Vysvedčenie o maturitnej skúške

Absolventský diplom

Diplom o ukončení bakalárskeho štúdia (Bakalár)

Diplom o ukončení vysokoškolského štúdia

Bakalár (Bc.)

Magister

Magister/Inžinier

ArtD.

Suomi/Finland

Ylioppilastutkinto tai peruskoulu + kolmen vuoden ammatillinen koulutus – Studentexamen eller grundskola + treårig yrkesinriktad utbildning

Todistus yhdistelmäopinnoista (Betyg över kombinationsstudier)

Ammatillinen opistoasteen tutkinto – Yrkesexamen på institutnivå

Kandidaatin tutkinto – Kandidatexamen/Ammattikorkeakoulututkinto – Yrkeshögskoleexamen (min. 120 opintoviikkoa – studieveckor)

Maisterin tutkinto – Magisterexamen/Ammattikorkeakoulututkinto – Yrkeshögskoleexamen (min. 160 opintoviikkoa – studieveckor)

Tohtorin tutkinto (Doktorsexamen) joko 4 vuotta tai 2 vuotta lisensiaatin tutkinnon jälkeen – antingen 4 år eller 2 år efter licentiatexamen

Lisensiaatti/Licentiat

Sverige

Slutbetyg från gymnasieskolan (3-årig gymnasial utbildning)

Högskoleexamen (80 poäng)

Högskoleexamen, 2 år, 120 högskolepoäng

Yrkeshögskoleexamen/Kvalificerad yrkeshögskoleexamen, 1–3 år

Kandidatexamen (akademisk examen omfattande minst 120 poäng, varav 60 poäng fördjupade studier i ett ämne + uppsats motsvarande 10 poäng)

Meriter på grundnivå: Kandidatexamen, 3 år, 180 högskolepoäng (Bachelor)

Magisterexamen (akademisk examen omfattande minst 160 poäng, varav 80 poäng fördjupade studier i ett ämne + uppsats motsvarande 20 poäng eller två uppsatser motsvarande 10 poäng vardera)

Licentiatexamen

Doktorsexamen

Meriter på avancerad nivå:

Magisterexamen, 1 år, 60 högskolepoäng

Masterexamen, 2 år, 120 högskolepoäng

Meriter på forskarnivå:

Licentiatexamen, 2 år, 120 högskolepoäng

Doktorsexamen, 4 år, 240 högskolepoäng

United Kingdom

General Certificate of Education Advanced level — 2 passes or equivalent (grades A to E)

BTEC National Diploma

General National Vocational Qualification (GNVQ), advanced level

Advanced Vocational Certificate of Education, À level (VCE À level)

Higher National Diploma/Certificate (BTEC)/SCOTVEC

Diploma of Higher Education (DipHE)

National Vocational Qualifications (NVQ)

Scottish Vocational Qualifications (SVQ) level 4

(Honours) Bachelor degree

NB: Master’s degree in Scotland

Honours Bachelor degree

Master’s degree (MA, MB, MEng, MPhil, MSc)

Doctorate

NOTE:

UK diplomas awarded in 2020 (until 31 December 2020) are accepted without an equivalence. UK diplomas awarded as from 1 January 2021 must be accompanied by an equivalence issued by a competent authority of an EU Member State.

Einde van BIJLAGE III, klik hier om terug te gaan naar de hoofdtekst.


BIJLAGE IV

TALENT SCREENER: SELECTIECRITERIA EN PROCEDURE

A.   Selectiecriteria voor de Talent Screener

In de Talent Screener-fase van het vergelijkend onderzoek zal de jury rekening houden met de volgende selectiecriteria:

A.1.    Vakgebied 1 — Energie

1.

Ten minste één jaar werkervaring op het gebied van marktanalyse en/of de ontwikkeling en het onderhoud van modelleringsinstrumenten die van belang zijn voor de beleidsontwikkeling op het gebied van energie. Dit omvat modelleringsinstrumenten zoals partiële evenwichtsenergiemodellen, modellering op het gebied van de elektriciteitssector, geïntegreerde beoordelingsmodellen, algemene evenwichtsmodellen, micro- en macromodellering.

2.

Ten minste één jaar werkervaring op het gebied van financieringsinstrumenten, projectfinanciering, investeringsprojecten in de gehele energiewaardeketen, van mondiale vraag en aanbod-kwesties en marktmechanismen tot infrastructuur en voorzieningszekerheid, op een of meer van de in punt 3.3.1, b), genoemde gebieden.

3.

Ten minste één jaar werkervaring op het gebied van de ontwikkeling, monitoring, uitvoering en/of handhaving van de energiewetgeving in de overheids- of particuliere sector.

4.

Ten minste één jaar werkervaring met het ontwerpen van, onderhandelen over, monitoren van of implementeren van beleid/strategieën/regelgeving op een of meer van de hierboven in punt 3.3.1, b), genoemde gebieden.

5.

Ten minste één jaar werkervaring met het ontwikkelen, implementeren of toepassen van digitale technologieën, inclusief cyberbeveiliging, op een of meer van de hierboven in punt 3.3.1, b), genoemde gebieden.

6.

Werkervaring op het gebied van consumentendiensten, burgerbetrokkenheid, aankoop of verkoop op een of meer van de hierboven in punt 3.3.1, b), genoemde gebieden.

7.

Werkervaring met de ontwikkeling of uitrol van innovatieve technologieën voor energie, onder meer op het gebied van fossiele brandstoffen, kernenergie, hernieuwbare energie, energie-efficiëntie, koolstofarme energietechnologieën, technologieën voor koolstofafvang en -opslag, industriële technologieën en waterstof, op een of meer van de hierboven in punt 3.3.1, b), genoemde gebieden.

8.

Universitair of postuniversitair diploma in de ingenieurswetenschappen of op energiegebied, of een academische specialisatie (met inbegrip van een proefschrift) op het gebied van energie die is behaald tijdens een academische of postuniversitaire opleiding, of een specialistische opleiding op het gebied van energie.

A.2.    Vakgebied 2 — Klimaat

1.

Ten minste één jaar werkervaring op het gebied van de ontwikkeling en het onderhoud van modelleringsinstrumenten die van belang zijn voor het klimaatbeleid, waaronder instrumenten met betrekking tot energie, vervoer, industrie, afval, landbouw, landgebruik en instrumenten met betrekking tot klimaateffecten. Dit omvat modelleringsinstrumenten zoals partiële evenwichtsmodellen, geïntegreerde beoordelingsmodellen, modellen op het gebied van verontreiniging, algemene evenwichtsmodellen, modellen op het gebied van de gevolgen van en de aanpassing aan de klimaatverandering, modellen voor landgebruik enz.

2.

Ten minste één jaar werkervaring op het gebied van onderzoek, ontwikkeling of de uitrol van innovatieve technologieën voor koolstofvermindering en voor de aanpassing aan de klimaatverandering. Dit omvat technologieën op het gebied van energieopwekking, -gebruik en -infrastructuur, technologieën voor koolstofafvang en -opslag, technologieën voor vervoer over de weg, over zee en in de luchtvaart, industriële technologieën, technologieën voor landbouw en landgebruik, afval- en recyclingtechnologieën, vervangingstechnologieën voor ozonafbrekende stoffen, en technologieën die aanpassing aan de klimaatverandering mogelijk maken en de gevolgen ervan aanpakken.

3.

Ten minste één jaar werkervaring op het gebied van koolstof- of energiemarkten (met name de markt voor emissierechten van het EU-emissiehandelssysteem), met inbegrip van werkervaring als marktanalist, handelaar of regelgever.

4.

Ten minste één jaar werkervaring op het gebied van de monitoring, rapportage of verificatie van milieuverontreinigende stoffen, met inbegrip van broeikasgasemissies, bijvoorbeeld bij een particulier bedrijf of een non-profitorganisatie, of op sectoraal of overheidsniveau.

5.

Ten minste één jaar werkervaring op het gebied van risico’s van de klimaatverandering of de gevolgen ervan en daarmee samenhangende kwetsbaarheden en aanpassingsmogelijkheden, of taken op het gebied van de ontwikkeling van relevante klimaatdiensten die een betere aanpassing aan de klimaatverandering mogelijk maken.

6.

Ten minste één jaar werkervaring i) op het gebied van producten voor klimaatfinanciering, met inbegrip van de ontwikkeling van dergelijke diensten, of ii) als marktanalist van dergelijke diensten.

7.

Ten minste één jaar werkervaring met de ontwikkeling en implementatie van klimaatrelevant beleid op het gebied van landgebruik en landbouw, voertuigen en brandstoffen, en ozonafbrekende stoffen en de vervanging daarvan.

A.3.    Vakgebied 3 — Milieu

1.

Ten minste één jaar werkervaring met het verrichten van sociaal-economische, juridische, beleids- en/of wetenschappelijke analyses in een of meer van de volgende sectoren: circulaire economie (met inbegrip van duurzaam-productbeleid, duurzame chemische stoffen en duurzaam afval), duurzame financiering, biodiversiteit, bos- en bodembescherming/-behoud/-herstel, beheer van zoet water en zeewater, bestrijding van bodem-, water- of luchtverontreiniging, of milieubeheer.

2.

Ten minste één jaar werkervaring met het ontwerpen van, onderhandelen over, monitoren van of implementeren van beleid/strategieën/regelgeving in een of meer van de volgende sectoren: circulaire economie, duurzame financiering, biodiversiteit, bos- en bodembescherming/-behoud/-herstel, waterbeheer, bestrijding van bodem-, water- of luchtverontreiniging.

3.

Ten minste één jaar werkervaring met de ontwikkeling en/of uitrol van innovatieve milieutechnologieën, onder meer op het gebied van de circulaire economie, biodiversiteit, bos- en bodembescherming/-behoud/-herstel, waterbeheer, de bestrijding van bodem-, water- of luchtverontreiniging.

4.

Ten minste één jaar werkervaring bij een particulier bedrijf, een non-profitorganisatie, of een regionale, nationale of internationale overheidsinstantie, op het gebied van de monitoring, rapportage of verificatie van voor het milieu relevante indicatoren (bv. met betrekking tot verontreiniging, waterbeheer of het verlies van biodiversiteit).

5.

Ten minste één jaar werkervaring bij een particuliere onderneming, een non-profitorganisatie, of een regionale, nationale of internationale overheidsinstantie, met het waarborgen van de correcte uitvoering, monitoring en evaluatie van het bestaande acquis op milieugebied.

6.

Ten minste één jaar werkervaring met het ontwikkelen, analyseren en/of toepassen van duurzame financiële producten op milieugebied of met het verrichten van marktanalyses voor dergelijke producten/diensten.

B.   Procedure

B.1.    Vaststelling van de volgorde waarin de sollicitaties zullen worden beoordeeld

1.

In het onderdeel “Werkervaring” van het sollicitatieformulier moet u voor elke gewerkte periode aangeven hoeveel tijd u procentueel heeft besteed aan een of meer “taken” die vermeld zijn op een lijst. Deze lijst is gebaseerd op de in punt A vermelde selectiecriteria. Vervolgens wordt de totale duur van de ervaring op het gebied van een bepaalde taak berekend (uitgedrukt in dagen).

2.

De jury kent aan elke taak en aan elke Talent Screener-vraag (zie punt B.2, eerste alinea) een gewicht toe naargelang van het belang dat de jury eraan hecht (1, 2 of 3).

3.

Het totale aantal dagen dat aan een bepaalde taak werd besteed (zie punt 1 hierboven) wordt vervolgens vermenigvuldigd met het aan die taak toegekende gewicht. Dit levert voor elke kandidaat een score per taak en een totaalscore voor alle taken op.

4.

Er wordt een ranglijst opgesteld in afnemende volgorde van de totaalscores van de kandidaten.

5.

Bij de beslissing om kandidaten toe te laten tot de volgende fase van het vergelijkend onderzoek wordt geen rekening gehouden met deze scores of de ranglijst. De jury neemt deze beslissing uitsluitend op basis van de overeenkomstig punt B.2 toegekende gewogen scores.

B.2.    Selectie van kandidaten via de Talent Screener

1.

Alle kandidaten krijgen dezelfde reeks vragen in de Talent Screener van het sollicitatieformulier. Deze vragen zijn gebaseerd op de in punt A vermelde selectiecriteria. De selectie op basis van kwalificaties wordt uitsluitend uitgevoerd op basis van de informatie die is verstrekt in de Talent Screener. U moet daarom in de Talent Screener alle relevante informatie opnemen, ook als u die reeds op andere plaatsen in het sollicitatieformulier hebt ingevuld. Verwijzingen naar documenten die in het EPSO-account van de kandidaat worden geüpload of andere referenties (zoals links naar websites) worden niet in aanmerking genomen. Alleen de tekst die u in de juiste rubrieken invult in antwoord op de vragen in de Talent Screener, wordt in aanmerking genomen.

2.

De jury beoordeelt de Talent Screener-antwoorden in dalende volgorde van de overeenkomstig punt B.1 vastgestelde ranglijst.

3.

De jury kent aan elk antwoord een score tussen 0 en 4 punten toe. Deze punten worden vervolgens vermenigvuldigd met de weging die de jury voor elke vraag van de Talent Screener heeft vastgesteld (zie punt B.1, 2). Tot slot worden de gewogen scores voor elke Talent Screener-vraag opgeteld om zo tot een totaalscore te komen.

4.

De jury stelt per vakgebied een lijst van kandidaten op in de volgorde van de overeenkomstig punt 3 toegekende totaalscore.

5.

De kandidaten met de hoogste scores worden uitgenodigd voor de volgende fase van het vergelijkend onderzoek.

Einde van BIJLAGE IV, klik hier om terug te gaan naar de hoofdtekst.