|
ISSN 1977-0995 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 227 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Mededelingen en bekendmakingen |
63e jaargang |
|
Inhoud |
Bladzijde |
|
|
|
II Mededelingen |
|
|
|
MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE |
|
|
|
Europese Commissie |
|
|
2020/C 227/01 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak M.9801 — Allianz/OMERS Infrastructure/T&R JV) ( 1 ) |
|
|
2020/C 227/02 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak M.9840 — Macquarie/Fresco International) ( 1 ) |
|
|
2020/C 227/03 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak M.9804 — Saudi Aramco Development/Baker Hughes/JV) ( 1 ) |
|
|
2020/C 227/04 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak M.9783 — EQT/OMERS/DGF/INEXIO) ( 1 ) |
|
|
IV Informatie |
|
|
|
INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE |
|
|
|
Europese Commissie |
|
|
2020/C 227/05 |
||
|
2020/C 227/06 |
||
|
|
Rekenkamer |
|
|
2020/C 227/07 |
|
|
V Bekendmakingen |
|
|
|
BESTUURLIJKE PROCEDURES |
|
|
|
Europese Commissie |
|
|
2020/C 227/08 |
||
|
|
Europese Investeringsbank |
|
|
2020/C 227/09 |
||
|
|
PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID |
|
|
|
Europese Commissie |
|
|
2020/C 227/10 |
Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak M.9897 — Actineo/SHAM/Antevis JV) Voor de vereenvoudigde procedure in aanmerking komende zaak ( 1 ) |
|
|
2020/C 227/11 |
Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak M.9893 — C&G/Fischer/Craftnote) Voor de vereenvoudigde procedure in aanmerking komende zaak ( 1 ) |
|
|
|
ANDERE HANDELINGEN |
|
|
|
Europese Commissie |
|
|
2020/C 227/12 |
||
|
2020/C 227/13 |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst. |
|
NL |
|
II Mededelingen
MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE
Europese Commissie
|
10.7.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 227/1 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie
(Zaak M.9801 — Allianz/OMERS Infrastructure/T&R JV)
(Voor de EER relevante tekst)
(2020/C 227/01)
Op 29 mei 2020 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de interne markt te verklaren. Dit besluit is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1). De volledige tekst van het besluit is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:
|
— |
op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling Fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebesluiten op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector; |
|
— |
in elektronische vorm op de EUR-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/homepage.html?locale=nl) onder document nr. 32020M9801. EUR-Lex biedt onlinetoegang tot de communautaire wetgeving. |
|
10.7.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 227/2 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie
(Zaak M.9840 — Macquarie/Fresco International)
(Voor de EER relevante tekst)
(2020/C 227/02)
Op 11 mei 2020 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de interne markt te verklaren. Dit besluit is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1). De volledige tekst van het besluit is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:
|
— |
op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling Fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebesluiten op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector; |
|
— |
in elektronische vorm op de EUR-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/homepage.html?locale=nl) onder document nr. 32020M9840. EUR-Lex biedt onlinetoegang tot de communautaire wetgeving. |
|
10.7.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 227/3 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie
(Zaak M.9804 — Saudi Aramco Development/Baker Hughes/JV)
(Voor de EER relevante tekst)
(2020/C 227/03)
Op 30 april 2020 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de interne markt te verklaren. Dit besluit is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1). De volledige tekst van het besluit is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:
|
— |
op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling Fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebesluiten op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector; |
|
— |
in elektronische vorm op de EUR-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/homepage.html?locale=nl) onder document nr. 32020M9804. EUR-Lex biedt onlinetoegang tot de communautaire wetgeving. |
|
10.7.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 227/4 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie
(Zaak M.9783 — EQT/OMERS/DGF/INEXIO)
(Voor de EER relevante tekst)
(2020/C 227/04)
Op 29 april 2020 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de interne markt te verklaren. Dit besluit is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1). De volledige tekst van het besluit is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:
|
— |
op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling Fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebesluiten op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector; |
|
— |
in elektronische vorm op de EUR-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/homepage.html?locale=nl) onder document nr. 32020M9783. EUR-Lex biedt onlinetoegang tot de communautaire wetgeving. |
IV Informatie
INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE
Europese Commissie
|
10.7.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 227/5 |
Wisselkoersen van de euro (1)
9 juli 2020
(2020/C 227/05)
1 euro =
|
|
Munteenheid |
Koers |
|
USD |
US-dollar |
1,1342 |
|
JPY |
Japanse yen |
121,67 |
|
DKK |
Deense kroon |
7,4503 |
|
GBP |
Pond sterling |
0,89655 |
|
SEK |
Zweedse kroon |
10,3970 |
|
CHF |
Zwitserse frank |
1,0634 |
|
ISK |
IJslandse kroon |
158,70 |
|
NOK |
Noorse kroon |
10,6173 |
|
BGN |
Bulgaarse lev |
1,9558 |
|
CZK |
Tsjechische koruna |
26,622 |
|
HUF |
Hongaarse forint |
354,25 |
|
PLN |
Poolse zloty |
4,4655 |
|
RON |
Roemeense leu |
4,8408 |
|
TRY |
Turkse lira |
7,7845 |
|
AUD |
Australische dollar |
1,6239 |
|
CAD |
Canadese dollar |
1,5314 |
|
HKD |
Hongkongse dollar |
8,7901 |
|
NZD |
Nieuw-Zeelandse dollar |
1,7223 |
|
SGD |
Singaporese dollar |
1,5774 |
|
KRW |
Zuid-Koreaanse won |
1 354,35 |
|
ZAR |
Zuid-Afrikaanse rand |
19,0691 |
|
CNY |
Chinese yuan renminbi |
7,9230 |
|
HRK |
Kroatische kuna |
7,5365 |
|
IDR |
Indonesische roepia |
16 326,81 |
|
MYR |
Maleisische ringgit |
4,8345 |
|
PHP |
Filipijnse peso |
56,062 |
|
RUB |
Russische roebel |
80,0425 |
|
THB |
Thaise baht |
35,381 |
|
BRL |
Braziliaanse real |
6,0520 |
|
MXN |
Mexicaanse peso |
25,6985 |
|
INR |
Indiase roepie |
85,0455 |
(1) Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.
|
10.7.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 227/6 |
ADMINISTRATIEVE COMMISSIE VOOR DE COÖRDINATIE VAN DE SOCIALEZEKERHEIDSSTELSELS
GEMIDDELDE KOSTEN VAN VERSTREKKINGEN
(2020/C 227/06)
GEMIDDELDE KOSTEN VAN VERSTREKKINGEN — 2017
Toepassing van artikel 64 van Verordening (EG) nr. 987/2009 (1)
I.
De te vergoeden bedragen voor verstrekkingen in 2017 aan gezinsleden die niet in dezelfde lidstaat als de verzekerde wonen, als bedoeld in artikel 17 van Verordening (EG) nr. 883/2004 (2), zullen worden vastgesteld op grond van de volgende gemiddelde kosten:|
|
Leeftijdsgroep |
Jaarlijks |
Netto per maand x = 0,20 |
|
Ierland |
jonger dan 20 jaar |
1 699,83 EUR |
113,32 EUR |
|
20-64 jaar |
2 633,94 EUR |
175,60 EUR |
|
|
65 jaar en ouder |
9 141,62 EUR |
609,44 EUR |
|
|
Portugal |
jonger dan 20 jaar |
868,83 EUR |
57,92 EUR |
|
20-64 jaar |
753,12 EUR |
50,21 EUR |
|
|
65 jaar en ouder |
1 691,19 EUR |
112,75 EUR |
|
|
Finland |
jonger dan 20 jaar |
1 175,67 EUR |
78,38 EUR |
|
20-64 jaar |
1 960,93 EUR |
130,73 EUR |
|
|
65 jaar en ouder |
5 872,79 EUR |
391,52 EUR |
|
|
Zweden |
jonger dan 20 jaar |
14 581,95 SEK |
972,13 SEK |
|
20-64 jaar |
21 136,00 SEK |
1 409,07 SEK |
|
|
65 jaar en ouder |
63 426,26 SEK |
4 228,42 SEK |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
jonger dan 20 jaar |
836,64 GBP |
55,78 GBP |
|
20-64 jaar |
1 870,87 GBP |
124,72 GBP |
|
|
65 jaar en ouder |
5 359,37 GBP |
357,29 GBP |
II.
De te vergoeden bedragen voor verstrekkingen in 2017 aan pensioengerechtigden en hun gezinsleden, als bedoeld in artikel 24, lid 1, en de artikelen 25 en 26 van Verordening (EG) nr. 883/2004, zullen worden vastgesteld op grond van de volgende gemiddelde kosten:|
|
Leeftijdsgroep |
Jaarlijks |
Netto per maand x = 0,20 |
Netto per maand x = 0,15 (3) |
|
Ierland |
jonger dan 20 jaar |
1 699,83 EUR |
113,32 EUR |
120,40 EUR |
|
20-64 jaar |
2 633,94 EUR |
175,60 EUR |
186,57 EUR |
|
|
65 jaar en ouder |
9 141,62 EUR |
609,44 EUR |
647,53 EUR |
|
|
Portugal |
jonger dan 20 jaar |
868,83 EUR |
57,92 EUR |
61,54 EUR |
|
20-64 jaar |
753,12 EUR |
50,21 EUR |
53,35 EUR |
|
|
65 jaar en ouder |
1 691,19 EUR |
112,75 EUR |
119,79 EUR |
|
|
Finland |
jonger dan 20 jaar |
1 175,67 EUR |
78,38 EUR |
83,28 EUR |
|
20-64 jaar |
1 960,93 EUR |
130,73 EUR |
138,90 EUR |
|
|
65 jaar en ouder |
5 872,79 EUR |
391,52 EUR |
415,99 EUR |
|
|
Zweden |
jonger dan 20 jaar |
14 581,95 SEK |
972,13 SEK |
1 032,89 SEK |
|
20-64 jaar |
21 136,00 SEK |
1 409,07 SEK |
1 497,13 SEK |
|
|
65 jaar en ouder |
63 426,26 SEK |
4 228,42 SEK |
4 492,69 SEK |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
jonger dan 20 jaar |
836,64 GBP |
55,78 GBP |
59,26 GBP |
|
20-64 jaar |
1 870,87 GBP |
124,72 GBP |
132,52 GBP |
|
|
65 jaar en ouder |
5 359,37 GBP |
357,29 GBP |
379,62 GBP |
(1) PB L 284 van 30.10.2009, blz. 1.
(2) PB L 166 van 30.4.2004, blz. 1.
(3) De aftrek die op het vaste maandelijkse bedrag wordt toegepast, is gelijk aan 15 % (x = 0,15) voor gepensioneerden en hun gezinsleden wanneer de bevoegde lidstaat niet in bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 883/2004 is opgenomen (overeenkomstig artikel 64, lid 3, van Verordening (EG) nr. 987/2009).
Rekenkamer
|
10.7.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 227/8 |
Speciaal verslag nr. 15/2020
“Bescherming van wilde bestuivers in de EU — De initiatieven van de Commissie hebben geen vruchten afgeworpen”
(2020/C 227/07)
De Europese Rekenkamer deelt u mee dat Speciaal verslag nr. 15/2020 “Bescherming van wilde bestuivers in de EU — De initiatieven van de Commissie hebben geen vruchten afgeworpen” zojuist is gepubliceerd.
Het verslag kan worden ingezien op of gedownload van de website van de Europese Rekenkamer: http://eca.europa.eu
V Bekendmakingen
BESTUURLIJKE PROCEDURES
Europese Commissie
|
10.7.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 227/9 |
OPROEP TOT HET INDIENEN VAN VOORSTELLEN 2020 EAC/A03/2020
Accreditatie voor Erasmus op het gebied van jongeren
(2020/C 227/08)
VOORBEHOUDSCLAUSULE
Het door de Europese Commissie op 30 mei 2018 voorgestelde EU-programma voor onderwijs, opleiding, jeugd en sport voor de periode 2021-2027 (hierna “het programma”) is nog niet door de Europese wetgevers goedgekeurd. Deze oproep tot accreditatie wordt echter bekendgemaakt om potentiële begunstigden in staat te stellen zich in te schrijven om voor een subsidie van de Unie in aanmerking te komen, zodra de rechtsgrondslag door de Europese wetgevers is vastgesteld.
Deze oproep tot accreditatie heeft geen bindende werking voor de Europese Commissie. Indien de rechtsgrondslag in belangrijke mate door de Europese wetgevers wordt gewijzigd, kan deze oproep worden gewijzigd of geannuleerd en kunnen andere oproepen tot accreditatie met een andere inhoud en bijpassende inschrijvingstermijnen worden gestart.
Meer algemeen gelden voor alle handelingen die uit deze oproep voor accreditatie voortkomen, de volgende voorwaarden, waarop de Commissie geen invloed kan uitoefenen:
|
— |
goedkeuring door het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van de definitieve tekst van de rechtsgrondslag voor het programma; |
|
— |
goedkeuring van het werkprogramma van 2021 en de daaropvolgende jaarlijkse werkprogramma’s, en van de algemene uitvoeringsrichtsnoeren, de selectiecriteria en -procedures, na raadpleging van het programmacomité, en |
|
— |
goedkeuring van de begroting 2021 en de daaropvolgende begrotingen van de Europese Unie door de begrotingsautoriteit. |
Het voorgestelde EU-programma voor onderwijs, opleiding, jeugd en sport voor de periode 2021-2027 is gebaseerd op de artikelen 165 en 166 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en op het subsidiariteitsbeginsel.
1. Inleiding
De accreditaties voor Erasmus zijn een instrument voor organisaties die zich willen openstellen voor grensoverschrijdende uitwisseling en samenwerking.
Voor Erasmus geaccrediteerde organisaties krijgen vereenvoudigde toegang tot financieringsmogelijkheden in het kader van kernactie 1 van het toekomstige programma (2021-2027). De voorwaarden voor de toegang van geaccrediteerde organisaties tot financiering zullen worden vastgesteld in jaarlijkse oproepen tot het indienen van voorstellen die door de Europese Commissie worden gepubliceerd.
De toekenning van de Erasmus-accreditatie voor jongeren bevestigt dat de aanvrager beschikt over passende en doeltreffende processen en maatregelen om hoogwaardige leermobiliteitsactiviteiten uit te voeren zoals gepland en deze te gebruiken ten behoeve van de jongeren.
2. Doelstellingen
Deze maatregel heeft de volgende doelstellingen:
|
— |
persoonlijke en professionele ontwikkeling van jongeren ondersteunen via niet-formele en informele leermobiliteitsactiviteiten; |
|
— |
de positie van jongeren, hun actief burgerschap en hun deelname aan het democratische leven versterken; |
|
— |
de kwaliteitsverbetering van jeugdwerk op lokaal, regionaal, nationaal, Europees en internationaal niveau bevorderen door capaciteitsopbouw van organisaties die actief zijn op het gebied van jongerenzaken en de professionele ontwikkeling van jeugdwerkers ondersteunen; |
|
— |
inclusie en diversiteit, interculturele dialoog en de waarden solidariteit, gelijke kansen en mensenrechten onder jongeren in Europa bevorderen. |
3. Toelatingscriteria
Alleen aanvragers die voldoen aan de eisen van artikel 23, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1288/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van “Erasmus+”: het programma van de Unie voor onderwijs, opleiding, jeugd en sport en tot intrekking van Besluiten nr. 1719/2006/EG, nr. 1720/2006/EG en nr. 1298/2008/EG (1) kunnen een aanvraag indienen.
De accreditatie van Erasmus voor jongeren staat open voor deelname van publieke of private organen die gevestigd zijn in:
|
— |
de lidstaten van de Europese Unie, |
|
— |
met het programma geassocieerde derde landen, op de in de rechtsgrondslag vastgestelde voorwaarden (2). |
4. Uiterste datum voor indiening
De beoordeling van de aanvragen en de toekenning van de accreditaties is een doorlopend proces.
Om in een bepaald jaar vereenvoudigde toegang tot financieringsmogelijkheden te krijgen, is een voorafgaande accreditatie nodig. Om in het kader van deze oproep accreditatie te krijgen, moeten de aanvragen uiterlijk op 31 december 2021 zijn ingediend.
5. Selectieprocedure
De voorstellen worden beoordeeld aan de hand van de reeks gunningscriteria en de uitsluitings- en selectiecriteria die in de aanvraagregels zijn vastgesteld.
Het nationaal agentschap dat belast is met de selectie benoemt een evaluatiecomité om toezicht te houden op het beheer van het gehele selectieproces. Op basis van de evaluatie door deskundigen stelt het evaluatiecomité een lijst op met aanvragen die voor selectie worden voorgedragen.
6. Volledige informatie
Het voorstel van de Commissie voor een verordening tot vaststelling van het programma van de Unie voor onderwijs, opleiding, jeugd en sport voor de periode 2021-2027 is te vinden op de volgende website:
https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?qid=1585129325950&uri=CELEX:52018PC0367
Gedetailleerde voorwaarden, regels en procedures voor deze oproep tot accreditatie zijn te vinden in de aanvraagregels op het volgende internetadres:
https://ec.europa.eu/programmes/erasmus-plus/calls/2020-erasmus-accreditation-youth
De aanvraagregels vormen een integrerend deel van deze oproep tot accreditatie en de daarin vermelde deelnemingsvoorwaarden zijn volledig van toepassing op deze oproep.
(1) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 50.
(2) In afwachting van de vaststelling van de rechtsgrondslag. In het Erasmus+-programma 2014-2020 bestaat deze lijst uit: IJsland, Noorwegen, Liechtenstein, Turkije, Noord-Macedonië en Servië.
Europese Investeringsbank
|
10.7.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 227/11 |
Oproep tot het indienen van voorstellen
Het Europese Investeringsbank-Instituut stelt een nieuw EIBURS-sponsorschap voor in het kader van zijn kennisprogramma
(2020/C 227/09)
Het kennisprogramma van het Europese Investeringsbank-Instituut verstrekt zijn onderzoeksbeurzen via verschillende programma’s en één daarvan is:
|
— |
EIBURS, het programma EIB University Research Sponsorship. |
EIBURS verstrekt beurzen aan universitaire faculteiten of onderzoekscentra die gelieerd zijn aan universiteiten in de EU of in (potentiële) kandidaat-lidstaten, en zich bezighouden met onderzoek op gebieden die voor de EIB van grote betekenis zijn. In het kader van EIBURS verstrekt de EIB driejarige beurzen van maximaal 100 000 EUR per jaar. Deze beurzen worden via een competitief proces toegekend aan belangstellende universitaire faculteiten of onderzoekscentra die beschikken over erkende expertise op het geselecteerde gebied. Winnende voorstellen moeten diverse resultaten opleveren en deze worden vooraf vastgelegd in contractuele afspraken met de Europese Investeringsbank.
Voor het academisch jaar 2020/2021 is het EIBURS-programma op zoek naar voorstellen over een nieuw onderzoeksthema:
“De impact van gendermainstreaming bij infrastructuurprojecten”
1. Focus van het project
In januari 2017 werd de genderstrategie van de EIB-Groep, Strategy on Gender and Women’s Economic Empowerment, ingevoerd. Het doel van deze strategie is gendergelijkheid en de economische zelfbeschikking van vrouwen te verankeren in de activiteiten van de EIB-Groep, zowel binnen als buiten de EU. De strategie krijgt gestalte door genderactieplannen waarin een routekaart is opgenomen en een beschrijving van de activiteiten die de EIB-Groep uit moet voeren om te waarborgen dat de toezeggingen die in het kader van de strategie (2017-2022) zijn gedaan ook daadwerkelijk worden nagekomen.
Het genderactieplan omvat vier thema’s, waaronder het vergroten van de mate waarin EIB-activiteiten invloed hebben op gendergelijkheid. Om te waarborgen dat er bij EIB-activiteiten structureel de nodige aandacht wordt besteed aan genderaspecten, introduceert het EIBG een genderlabel — een soort classificatiesysteem — in de beoordelingsfase van het investeringsproces. Het doel van het label is om snel, ex ante, aan te geven welke activiteiten waarschijnlijk een impact op gendergelijkheid zullen hebben. Dergelijke ex ante beoordelingen zijn met name belangrijk voor investeringen die niet expliciet op gendergelijkheid zijn gericht maar die, met de juiste opzet of in de juiste geografische gebieden/sectoren, een grote invloed kunnen hebben op gendergelijkheid. Een voorbeeld: uit ervaring blijkt dat infrastructuurprojecten waarbij genderaspecten zowel in het ontwerp als bij de uitvoering zijn opgenomen, de projectvoordelen waarschijnlijk toegankelijker en inclusiever zijn en de ontwikkelingsimpact groter is (ADB 2019) (1). Evenzo is het de verwachting dat infrastructurele investeringen waarbij genderaspecten in het ontwerp zijn meegenomen, kunnen leiden tot meer economische weerbaarheid en welzijn voor vrouwen, bijvoorbeeld door tijdwinst, een groter gevoel van veiligheid en zekerheid, toegenomen mobiliteit, een betere onderhandelingspositie of door het overwinnen van belemmerende sociale normen (bijv. met digitale investeringen kunnen normen die de mobiliteit van vrouwen beperken, en daarmee ook hun toegang tot bankieren of informatie, worden overwonnen) enz. (2). In deze pilotfase moet echter voortgang worden geboekt bij het ontwikkelen van nauwgezette, ex ante inschattingen die bij het inrichten van projecten en meetmethodes als leidraad kunnen worden gebruikt om de impact van de door de EIB gesteunde infrastructurele activiteiten op gendergelijkheid vast te stellen.
Op dit moment overweegt de EIB om het tijdsgebruik van vrouwen als indirecte (proxy) indicator te gebruiken om vast te stellen welke impact infrastructurele investeringen kunnen hebben op het vrijmaken van tijd voor vrouwen, zodat ze zich kunnen bezighouden met productieve activiteiten, en op die manier de op gender gebaseerde loon- en pensioenkloof kunnen verkleinen. De geschiktheid en doeltreffendheid van het gebruik van deze indicator is echter nog niet getest. De EIB heeft daarom een pilotfase goedgekeurd waarin een dergelijke indicator, alsmede het gebruik en de geldigheid ervan worden onderzocht, samen met de praktische toepassing ervan op infrastructurele investeringen van de EIB.
Gezien het bovenstaande stellen wij voor het onderzoek te richten op de volgende kernvragen:
Op welk manieren kunnen infrastructurele investeringen (bijv. openbaar vervoer of betaalbare huisvesting) ervoor zorgen dat vrouwen meer toegang krijgen tot productiefactoren (zoals financiële middelen, land en andere natuurlijke hulpbronnen) en economische kansen (behoorlijke banen), waardoor hun economische weerbaarheid en welzijn vergroten?
Op basis van welke transversale indicatoren kan de EIB de mogelijke differentiële effecten van infrastructurele investeringen op vrouwen en mannen het meest adequaat inschatten en ervoor zorgen dat met de projectuitkomsten bestaande genderkloven worden aangepakt? Een belangrijke vraag is hierbij of het aspect “tijdarmoede” (3) een geschikte indicator kan zijn.
Om deze onderzoeksvragen te beantwoorden, moeten onderzoekers een conceptueel kader opstellen, een onderzoekshypothese ontwikkelen en empirisch onderzoek verrichten. Dit empirisch onderzoek richt zich op één bepaald infrastructuurproject (4) en dient ter voorbereiding voor een nauwgezette effectbeoordeling van de sociaaleconomische impact op en verbetering van de economische weerbaarheid en het welzijn van vrouwen. Bij het onderzoekswerk horen ook geschikte mechanismen voor gegevensverzameling (kwalitatief en kwantitatief), het opzetten van een relevante database en het vaststellen van het optimale ontwerp voor een nulscenario. Daarnaast dient een nauwgezette statistische analyse van de basisgegevens te worden uitgevoerd.
2. Uitdagingen
Het onderzoeksteam staat voor drie belangrijke uitdagingen. Ten eerste: het vaststellen van een optimale methodologie voor het ex ante inschatten van de impact die infrastructurele investeringen hebben op maatschappelijke genderongelijkheid in brede zin, en het selecteren van de indicatoren die het meest geschikt zijn om in uiteenlopende sectoren en regio’s toe te passen. Aangezien deze methodologische uitdaging bij het beoordelen van EIB-steun steeds terugkeert, moet het onderzoeksteam een nauwgezette methodologie ontwikkelen, onderbouwd met academisch onderzoek, die op eenvoudige wijze kan worden gebruikt bij genderlabeling en projectselectie/-ontwerp (waar relevant).
Ten tweede: gezien het langetermijnkarakter van infrastructuurprojecten lijkt de periode van drie jaar voor het empirische werk misschien krap. Het onderzoekswerk dient echter gegevens te verzamelen bij de start van het project, wanneer het project nog niet van invloed is geweest op de relevante uitkomstvariabelen (d.w.z. de economische weerbaarheid en het welzijn van vrouwen). Dit, in combinatie met de vaststelling van een geldige controlegroep, maakt het mogelijk basisgegevens te vergelijken met dezelfde indicatoren die ex post worden verzameld. Van het onderzoeksteam wordt verwacht dat het gesprekken voert met de desbetreffende EIB-diensten en projectopdrachtgevers om de aanpak en de implicaties ervan toe te lichten.
Ten slotte: infrastructurele investeringen kunnen ook indirecte en afgeleide effecten hebben op de vooruitzichten van vrouwen en deze zijn lastiger meetbaar. Toch is het belangrijk om bij het ontwerpen van projecten ook met de eventuele risico’s en kansen rekening te houden.
3. Te leveren resultaten
Gezien de periode van drie jaar moet het onderzoekswerk zowel tussentijdse als eindresultaten opleveren.
Jaar 1:
|
— |
een beoordeling van de academische literatuur over dit onderwerp (5); |
|
— |
een korte nota waarin de onderzoekshypothese wordt geformuleerd op basis van een conceptueel kader dat onderzoekt hoe de toegang van vrouwen tot productiefactoren en economische kansen hun economische weerbaarheid en welzijn vergroot, en de relevantie van tijdwinst in dit verband; |
|
— |
empirische analyse:
|
Jaar 2:
|
— |
het verzamelen van basisgegevens (planning moet worden afgestemd op de projectplanning); |
|
— |
samenstellen van de indicatoren, opschonen van gegevens en opzetten van de voor het project relevante databases (bijv. in stata, R of Excel). |
Jaar 3:
|
— |
een verslag met nauwgezette statistische analyse van de verzamelde basisgegevens en met een driehoeksmeting van de verschillende gegevensbronnen (kwalitatief en kwantitatief); |
|
— |
een methodologische nota over de implicaties voor de EIB bij het beoordelen van infrastructuurprojecten, op basis van de onderzoeksresultaten. Deze nota moet ook adviseren over de indicator die de EIB het best kan gebruiken als proxy-indicator om vast te stellen welke impact infrastructurele investeringen hebben op gendergelijkheid, waarbij met name tijdarmoede moet worden overwogen als indicator die voor de EIB van bijzonder belang is. De nota moet aanbevelingen geven over de wijze waarop een dergelijke indicator kan worden gevolgd (inclusief gegevensbronnen voor driehoeksmeting enz.); |
|
— |
verspreiding van onderzoeksresultaten binnen de EIB (zoals seminars/conferenties). |
De voorstellen moeten worden ingediend in het Engels, uiterlijk op 30 september 2020 om 24.00 uur (MET). Voorstellen die na deze datum worden ingediend, zullen niet in behandeling worden genomen. De voorstellen dienen per e-mail te worden gezonden aan:
Events.EIBInstitute@eib.org
Voor uitgebreide informatie over de EIBURS -selectieprocedure en over het EIB-Instituut verwijzen wij u naar: http://institute.eib.org/
(1) ADB (2019), “Gender in Infrastructure: Lessons from Central and West Asia”.
(2) Jacobson, J., Mohun, R., en Sajjad, F. (2016). “Infrastructure: A game changer for women’s economic Empowerment”. UKaid en ICED.
(3) Meer tijd besteed aan onbetaalde, werkgerelateerde activiteiten betekent minder vrije tijd en minder tijd voor productieve activiteiten, en dus meer “tijdarmoede” — en vaak ook meer echte armoede. Tijdarmoede van vrouwen kan het gevolg zijn van gender-/sociale normen die betekenen dat vrouwen onevenredig belast zijn met bepaalde onbetaalde zorgtaken of tijdrovende activiteiten ten koste van meer productieve activiteiten. Dit kan te maken hebben met het ontbreken van toegang tot extern zorgaanbod, slechte toegang tot veilig openbaar vervoer en, met name buiten de EU, het halen van brandhout en water.
(4) Dit wordt bepaald in samenwerking met EIB op basis van een voorselectie van projecten.
(5) En daarnaast ook een beoordeling van benaderingen van ex ante sociale/gender-effectbeoordelingen en bijbehorende proxy-indicatoren die worden gebruikt door andere financiële instellingen, zoals: internationale financiële instellingen (IFI’s), multilaterale ontwikkelingsbanken (MDB’s), ontwikkelingsfinancieringsinstellingen (DFI’s) alsook door universiteiten, onderzoeksinstellingen en denktanks, zoals het Europees Instituut voor gendergelijkheid (EIGE) en het Canadese GROW.
PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID
Europese Commissie
|
10.7.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 227/14 |
Voorafgaande aanmelding van een concentratie
(Zaak M.9897 — Actineo/SHAM/Antevis JV)
Voor de vereenvoudigde procedure in aanmerking komende zaak
(Voor de EER relevante tekst)
(2020/C 227/10)
1.
Op 3 juli 2020 heeft de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1) ontvangen.
Deze aanmelding betreft de volgende ondernemingen:
|
— |
Société Hospitalière d'Assurances Mutuelles (“SHAM”, Frankrijk); |
|
— |
ACTINEO GmbH (“Actineo”, Duitsland); |
|
— |
ANTEVIS SAS (“Antevis”, Frankrijk). |
SHAM en Actineo verkrijgen gezamenlijke zeggenschap in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), en artikel 3, lid 4, van de concentratieverordening over het geheel van Antevis.
De concentratie komt tot stand door de verwerving van aandelen.
2.
De activiteiten van de betrokken ondernemingen zijn:|
— |
SHAM: schadeverzekeringen, meer bepaald verzekeringen tegen medische fouten; |
|
— |
Actineo: holistische beheersdiensten op het gebied van verzekeringen tegen lichamelijk letsel; |
|
— |
Antevis: diensten op het gebied van schadebeheer voor verzekeraars gespecialiseerd in medische fouten (door opvraging en verwerking van medische gegevens), diensten inzake medische beoordeling en ontwikkeling van risicoanalyses en scoringmodellen voor claims wegens medische fouten met lichamelijk letsel als gevolg. |
3.
Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde transactie binnen het toepassingsgebied van de concentratieverordening kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden.
Er zij op gewezen dat deze zaak in aanmerking komt voor de vereenvoudigde procedure zoals uiteengezet in de mededeling van de Commissie betreffende een vereenvoudigde procedure voor de behandeling van bepaalde concentraties krachtens Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (2).
4.
De Commissie verzoekt belanghebbenden haar hun eventuele opmerkingen over de voorgenomen concentratie kenbaar te maken.
Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk tien dagen na de datum van deze bekendmaking hebben bereikt. De volgende referentie moet altijd worden vermeld:
M.9897 — Actineo/SHAM/Antevis JV
Opmerkingen kunnen per e-mail, per fax of per post aan de Commissie worden toegezonden. Gelieve de onderstaande contactgegevens te gebruiken:
E-mail: COMP-MERGER-REGISTRY@ec.europa.eu
Fax +32 22964301
Postadres:
|
Europese Commissie |
|
Directoraat-generaal Concurrentie |
|
Griffie voor concentraties |
|
1049 Brussel |
|
BELGIË |
(1) PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1 (“de concentratieverordening”).
|
10.7.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 227/16 |
Voorafgaande aanmelding van een concentratie
(Zaak M.9893 — C&G/Fischer/Craftnote)
Voor de vereenvoudigde procedure in aanmerking komende zaak
(Voor de EER relevante tekst)
(2020/C 227/11)
1.
Op 3 juli 2020 heeft de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1) ontvangen.Deze aanmelding betreft de volgende ondernemingen:
|
— |
Cordes & Graefe KG (“Cordes & Graefe”, Duitsland); |
|
— |
fischerwerke GmbH & Co. KG (“Fischer”, Duitsland); |
|
— |
myCraftnote Digital GmbH (“Craftnote”, Duitsland), die onder uitsluitende zeggenschap staat van Fischer. |
C&G en Fischer verkrijgen gezamenlijke zeggenschap in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), en artikel 3, lid 4, van de concentratieverordening over het geheel van Craftnote.
De concentratie komt tot stand door de verwerving van aandelen.
2.
De activiteiten van de betrokken ondernemingen zijn:|
— |
Cordes & Graefe: groothandelaar in producten voor sanitair, verwarming en airconditioning, dakbedekkingstechnologie, elektrische producten, civieltechnische producten en industriële technologie in verschillende lidstaten; |
|
— |
Fischer: productie van bevestigingstechnologie, auto-interieurs, alsook adviesverlening (bedrijfsconsulting) en productie van constructiespeelgoed over de hele wereld, en |
|
— |
Craftnote: ontwikkeling en distributie van hard- en software voor dienstverleners en ambachtelijke bedrijven, met inbegrip van aanverwante diensten. |
3.
Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde transactie binnen het toepassingsgebied van de concentratieverordening kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden.Er zij op gewezen dat deze zaak in aanmerking komt voor de vereenvoudigde procedure zoals uiteengezet in de mededeling van de Commissie betreffende een vereenvoudigde procedure voor de behandeling van bepaalde concentraties krachtens Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (2).
4.
De Commissie verzoekt belanghebbenden haar hun eventuele opmerkingen over de voorgenomen concentratie kenbaar te maken.Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk tien dagen na de datum van deze bekendmaking hebben bereikt. De volgende referentie moet altijd worden vermeld:
M.9893 — C&G/Fischer/Craftnote
Opmerkingen kunnen per e-mail, per fax of per post aan de Commissie worden toegezonden. Gelieve de onderstaande contactgegevens te gebruiken:
E-mail: COMP-MERGER-REGISTRY@ec.europa.eu
Fax +32 22964301
Postadres:
|
Europese Commissie |
|
Directoraat-generaal Concurrentie |
|
Griffie voor concentraties |
|
1049 Brussel |
|
BELGIË |
(1) PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1 (“de concentratieverordening”).
ANDERE HANDELINGEN
Europese Commissie
|
10.7.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 227/18 |
Bekendmaking van een mededeling van de goedkeuring van een standaardwijziging van een productdossier voor een naam in de wijnsector als bedoeld in artikel 17, leden 2 en 3, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/33 van de Commissie
(2020/C 227/12)
Deze mededeling wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 17, lid 5, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/33 van de Commissie (1).
MEDEDELING VAN DE GOEDKEURING VAN EEN STANDAARDWIJZIGING
“VINO NOBILE DI MONTEPULCIANO”
Referentienummer: PDO-IT-A1308-AM02
Datum van mededeling: 21.4.2020
BESCHRIJVING VAN EN REDENEN VOOR DE GOEDGEKEURDE WIJZIGING
1. “Vino Nobile di Montepulciano” — Etikettering
Er is een vereiste toegevoegd dat inhoudt dat de ruimere geografische term “Toscana” (Toscane) naast de beschermde oorsprongsbenaming “Vino Nobile di Montepulciano” op het etiket moet worden vermeld.
De wijziging maakt het mogelijk nauwkeurige informatie te verstrekken over de geografische oorsprong van de wijnen.
De wijziging heeft betrekking op punt 9 van het enig document en op artikel 7 van het productdossier.
ENIG DOCUMENT
1. Naam van het product
Vino Nobile di Montepulciano
2. Type geografische aanduiding
BOB — beschermde oorsprongsbenaming
3. Categorieën wijnbouwproducten
|
1. |
Wijn |
4. Beschrijving van de wijn(en)
“Vino Nobile di Montepulciano” met inbegrip van Riserva
Kleur: robijnrood, bij rijping neigend naar granaatrood;
Geur: intens, etherisch, karakteristiek;
Smaak: droog, uitgebalanceerd, met mogelijke hints van hout;
Minimaal totaal alcoholvolumegehalte: 12,50 %; 13,00 % in het type Riserva;
Minimaal suikervrij extract (g/l): 23,0.
Analytische parameters die niet zijn opgenomen in de onderstaande tabel, voldoen aan de grenswaarden die zijn vastgelegd in nationale en EU-wetgeving.
|
Algemene analytische kenmerken |
|
|
Maximaal totaal alcoholgehalte (in volumeprocent) |
|
|
Minimaal effectief alcoholgehalte (in volumeprocent) |
|
|
Minimale totale zuurgraad |
4,5 gram per liter, uitgedrukt in wijnsteenzuur |
|
Maximaal gehalte aan vluchtige zuren (in milli-equivalent per liter) |
20 |
|
Maximaal totaalgehalte aan zwaveldioxide (in milligram per liter) |
|
5. Wijnbereidingsprocedés
a. Specifieke oenologische procedés
“Vino Nobile di Montepulciano”
Specifiek oenologisch procedé
Wijn met de gecontroleerde en gegarandeerde oorsprongsbenaming (DOCG) “Vino Nobile di Montepulciano” moet gedurende ten minste twee jaar worden gerijpt, waarvan ten minste één jaar in houten vaten.
“Vino Nobile di Montepulciano”
Specifiek oenologisch procedé
Wijn met de DOCG “Vino Nobile di Montepulciano” uit druiven met een minimaal natuurlijk alcoholvolumegehalte van 12,50 % die een rijping van ten minste drie jaar heeft ondergaan, met inbegrip van zes maanden op fles, mag op het etiket als “Riserva” worden aangeduid.
b. Maximumopbrengsten
“Vino Nobile di Montepulciano”
8 000 kg druiven per hectare
“Vino Nobile di Montepulciano”
56 hectoliter per hectare
6. Afgebakend geografisch gebied
Het productiegebied van de druiven valt binnen het administratieve grondgebied van de gemeente Montepulciano in de provincie Siena van de regio Toscane. Het omvat niet de Valdichiana-vlakte.
7. Voornaamste wijndruivenras(sen)
Sangiovese N. — Sangioveto
8. Beschrijving van het (de) verband(en)
“Vino Nobile di Montepulciano”
De eeuwenlange geschiedenis van wijn in Montepulciano, van het Etruskische tijdperk tot heden, is te danken aan de menselijke factor, waarbij de ervaring en knowhow zich in de loop der tijd hebben ontwikkeld door de interactie met het milieu en de selectie van de meest geschikte praktijken voor de productie van kwaliteitswijn. Pausen en prominente figuren uit het verleden, onder wie Thomas Jefferson, Voltaire en Alexandre Dumas, waren bekend met de wijn. De eerste historische documenten waaruit de wijdverbreide consumptie van “Vino Nobile di Montepulciano” blijkt, dateren van 1787. De rijke kennis wordt gestaafd door studies over het gebied die hebben aangetoond hoe de bodems van Montepulciano aan Vino Nobile karakteristieke en herkenbare toetsen verlenen.
9. Andere essentiële voorwaarden (verpakking, etikettering, andere vereisten)
“Vino Nobile di Montepulciano” — Vinificatie en veroudering
Rechtskader:
Nationale wetgeving
Type aanvullende voorwaarde:
Botteling in het afgebakende geografische gebied
Beschrijving van de voorwaarde:
De vinificatie en de verplichte veroudering moeten plaatsvinden in de gemeente Montepulciano.
“Vino Nobile di Montepulciano” — Botteling binnen het afgebakende gebied
Rechtskader:
Nationale wetgeving
Type aanvullende voorwaarde:
Botteling in het afgebakende geografische gebied
Beschrijving van de voorwaarde:
De botteling moet plaatsvinden in het productiegebied van de druiven, zodat de specifieke kenmerken van de wijn kunnen worden bewaard en de oorsprong gewaarborgd kan blijven worden.
“Vino Nobile di Montepulciano” — Etikettering
Rechtskader:
EU-wetgeving
Type aanvullende voorwaarde:
Aanvullende bepalingen betreffende etikettering
Beschrijving van de voorwaarde:
Er is een vereiste toegevoegd die inhoudt dat de ruimere geografische term “Toscana” (Toscane) naast de beschermde oorsprongsbenaming “Vino Nobile de Montepulciano” op het etiket moet worden vermeld, om de consumenten te informeren over de precieze geografische oorsprong van de wijnen.
Link naar het productdossier
https://www.politicheagricole.it/flex/cm/pages/ServeBLOB.php/L/IT/IDPagina/15313
|
10.7.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 227/21 |
Bekendmaking van een mededeling van de goedkeuring van een standaardwijziging van een productdossier voor een naam in de wijnsector als bedoeld in artikel 17, leden 2 en 3, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/33 van de Commissie
(2020/C 227/13)
Deze mededeling wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 17, lid 5, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/33 van de Commissie (1).
MEDEDELING VAN EEN STANDAARDWIJZIGING WAARBIJ HET ENIG DOCUMENT WORDT GEWIJZIGD
“CAMPO DE BORJA”
PDO-ES-A0180-AM02
Datum van mededeling: 22.4.2020
BESCHRIJVING VAN EN REDENEN VOOR DE GOEDGEKEURDE WIJZIGING
De hieronder beschreven en gemotiveerde wijzigingen worden beschouwd als standaardwijzigingen omdat zij niet van invloed zijn op de naam van de beschermde oorsprongsbenaming, noch een wijziging of verwijdering van of een toevoeging aan een categorie wijnbouwproducten inhouden. Bovendien doen de wijzigingen geen afbreuk aan het verband en hebben zij geen handelsbeperkingen ten aanzien van het product tot gevolg.
1. Opheffing van beperkingen van oenologische procedés
Deze wijziging heeft betrekking op punt 3 van het productdossier betreffende specifieke wijnbouwmethoden en -beperkingen, en punt 4, lid a, van het enig document, Wijnbereidingsprocedés: Essentiële oenologische procedés.
De beperking ten aanzien van specifieke oenologische procedés betreffende het verbod op technieken waarbij voorverwarming van de druiven of verwarming van de most of wijn in aanwezigheid van de moer plaatsvindt met de bedoeling om de extractie van de kleurstoffen te forceren, is verwijderd.
De extractie van kleurstoffen uit most of wijn is een techniek die momenteel erg in de belangstelling staat bij de productie van rode wijn. Met deze techniek wordt de fruitigheid van de wijn aanzienlijk verbeterd, en dit verhoogt de reuk- en smaakpercepties in de beschrijvingselementen betreffende de fruitintensiteit van de wijnen.
Momenteel wordt bij deze techniek de integriteit van het product zonder meer gerespecteerd. Alle fenolverbindingen worden bij deze techniek snel en selectief geëxtraheerd en de hoeveelheden pyrazine (groenheid) en geosmine (onzuiverheden) worden aanzienlijk gereduceerd, en dit komt ten goede aan de kwaliteit. Bovendien worden schadelijke enzymen (laccase, polyfenoloxidase enz.) verwijderd. Dit resulteert in wijnen die gezonder, langer houdbaar en beter gestructureerd zijn, en die een rondere en meer aromatische afdronk hebben.
Economisch gezien, leidt deze techniek tot een aanzienlijke verlaging van de arbeidskosten tijdens de wijnproductie en worden de wijntanks optimaal gebruikt, waardoor er aanzienlijk op energie wordt bespaard.
Bijgevolg wordt aan de hand van oogst- of mostverwarmingstechnieken waarbij gebruik wordt gemaakt van relevante technologische innovaties, een uiterst betrouwbaar resultaat behaald, waarmee de kwaliteit van het eindproduct aanzienlijk wordt verbeterd.
2. Aanpassing van de tekst van de rubriek over de afbakening van het geografische gebied
Deze wijziging heeft betrekking op punt 4 van het productdossier, Afbakening van het geografische gebied, en punt 5 van het enig document, Afgebakend gebied.
Deze rubriek wordt gecompleteerd met de naam van de provincie en autonome gemeenschap waarin het geografisch gebied van de beschermde oorsprongsbenaming zich bevindt. Daarnaast is het woord “geschikt” als verwijzing naar de bodem verwijderd, omdat er voor het geografisch gebied geen rubricering van de geschiktheid van de bodem voor wijnbouw bestaat.
3. Wijziging van maximumopbrengst
Deze wijziging heeft betrekking op punt 5 van het productdossier, Maximumopbrengsten, en punt 4, lid b, van het enig document, Wijnbereidingsprocedés: Maximumopbrengsten.
De toegestane maximumproductie van druiven per hectare is verhoogd naar 8 000 kg voor de rode druivenrassen, en 10 000 kg voor de witte druivenrassen.
Daarnaast is de maximumopbrengst aan wijn per hectare vastgesteld op 56 hectoliter voor wijnen van rode druivenrassen en 70 hectoliter voor wijnen van witte druivenrassen, rekening houdend met de maximumopbrengst die wordt genoemd in het productdossier van de beschermde oorsprongsbenaming.
Deze wijziging wordt ondersteund door het rapport over de wijziging van het productdossier van de beschermde oorsprongsbenaming “Campo de Borja”, dat is geschreven door de Escuela Politécnica Superior de Huesca (Polytechnische School van Huesca) van de Universiteit van Zaragoza (juli 2018).
Ondanks het bestaande verband met het geografische gebied, zowel wat betreft menselijke als natuurlijke factoren, zoals beschreven in het productdossier, hebben veranderingen van het klimaat en de productietechnieken geresulteerd in een reeks belangrijke wijzigingen die een verhoging van de opbrengst per productie-eenheid rechtvaardigen zonder dat dit de fundamentele kenmerken van het beschermde product beïnvloedt of wijzigt, met inbegrip van:
|
1. |
Vergroting van de bevloeide oppervlakte van de wijngaard en uitvoering van verschillende herstructureringsplannen Tussen 2000 en 2016 zijn de bevloeide wijngaardgebieden toegenomen van nauwelijks 34,3 % naar 45,7 %. Daarnaast hebben de in het gebied van de beschermde oorsprongsbenaming uitgevoerde herstructureringsplannen voor de wijngaarden een verandering van het wijnstokformatiesysteem tot gevolg gehad, namelijk van het gobeletsysteem naar het latwerksysteem, meestal volgens de dubbele cordon-methode. Dit maakt een aanzienlijke verbetering van de mechanisatie van de wijnbouw mogelijk, waardoor snoeien en fytosanitaire behandelingen eenvoudiger worden. Beide factoren hebben tot gevolg gehad dat in de wijngaard is overgeschakeld van één bevloeiing per jaar, gewoonlijk gedurende de rustperiode in de winter, naar gelokaliseerde druppelirrigatie. Dit resulteert in een efficiënter watergebruik naar behoefte, praktisch tot aan het begin van het rijpingsproces, op een manier waarbij de druiven zonder stress tot rijping komen. Al deze factoren zijn van invloed op de hoeveelheid druiven die wordt geproduceerd. Verhoging van de plantdichtheid, betere beluchting van de trossen en betere toegankelijkheid van het oppervlak van de blaadjes zijn factoren die bijdragen tot een goede rijping. Dit betekent dat een hogere opbrengst door toepassing van de juiste technologie en een hoge kwaliteit van de druiven goed samengaan. |
|
2. |
Betere plantgezondheid, plantenvoeding en bestrijding van plantenziekten Momenteel worden vrijwel alle geografische gebieden van de beschermde oorsprongsbenaming tegen de Europese druivenmot (lobesia botrana) beschermd met behulp van de biologische techniek die “confusion sexuelle” (seksuele verwarring) wordt genoemd. Dit heeft bijgedragen aan zowel hogere opbrengsten als een hogere kwaliteit dankzij beperking van de problemen die door verrotting bij late oogsten worden veroorzaakt. Daarnaast heeft het hoge opleidingsniveau van bodem- en wijndeskundigen geresulteerd in een betere toepassing van voedingsstoffen en een aanpassing van de bemestingsplannen voor de druivenrassen op basis van technieken voor bodem- of bladstengelanalyses, alsook het gebruik van efficiëntere en geschiktere technieken voor de bestrijding van plagen en plantenziekten. |
|
3. |
Gebruik van onderstammen of klonen van geselecteerde druivenrassen De voorheen gebruikte klonen zijn in de nieuwe wijngaarden gaandeweg vervangen door klonen die als kenmerk hebben dat zij productiever zijn en minder bloesems verliezen, hetgeen bijdraagt aan de stabiliteit van de productie. Dit geldt met name voor grenache, het belangrijkste druivenras van de beschermde oorsprongsbenaming “Campo de Borja”. |
|
4. |
Afbakening van de oppervlakten van de percelen Momenteel zijn de oppervlakten van de percelen die zijn geregistreerd in het wijnbouwkadaster gebaseerd op een meetsysteem waarbij gebruik wordt gemaakt van referentiepercelen volgens het landbouwpercelenidentificatiesysteem (LPIS). Dit betekent dat de oppervlakten van de wijngaarden zijn afgebakend conform het gebied waar de wijn wordt verbouwd, zonder rekening te houden met de begrenzingen en lanen die dienen voor toegang en het verplaatsen van machines, die voorheen waren inbegrepen bij het wijnbouwgebied. Het gebruik van dit systeem heeft geleid tot een sterke daling van de wijngaardoppervlakte van de beschermde oorsprongsbenaming. De oppervlakte is met ongeveer 1 500 hectare gedaald in de periode 2009-2016, en dit impliceert een rechtstreekse toename van de opbrengst per oppervlakte-eenheid (omdat de oppervlakte iets kleiner is geworden). |
4. Toevoeging van nieuwe rassen
Deze wijziging heeft betrekking op punt 6 van het productdossier, Druivenras(sen) waaruit de wijn wordt geproduceerd. De wijziging heeft geen gevolgen voor het enig document omdat nieuwe druivenrassen als secundair worden geclassificeerd.
Er zijn drie druivenrassen toegevoegd voor de productie van wijnen die worden beschermd door de beschermde oorsprongsbenaming “Campo de Borja”: caladoc en marselan, beide rode druivenrassen, en viognier, een wit druivenras.
Deze wijziging wordt ondersteund door het rapport over de toevoeging van het witte druivenras viognier en de rode druivenrassen caladoc en marselan aan het productdossier van de beschermde oorsprongsbenaming “Campo de Borja”, dat is geschreven door de afdeling Oenologie van het departement Plattelandsontwikkeling en Duurzaamheid van de regionale regering van Aragon (juni 2018). De conclusies van het rapport, die zijn gebaseerd op onderzoeken en tests die zijn uitgevoerd met betrekking tot ieder druivenras in het geografische gebied, tonen aan dat de druivenrassen geschikt zijn, zowel wat betreft de agronomische als de analytische en sensorische aspecten van de wijnen.
In het bijzonder is geconstateerd dat de productie van het rode druivenras caladoc geschikt is wat opbrengst betreft. In vergelijking met het controleras (rode grenache) zijn er geen problemen bij de wijnbouw en geen verhoogde gevoeligheid voor schimmelziekten waargenomen. Het ras heeft ook een grotere resistentie tegen meeldauw, en kan tien dagen eerder worden geoogst dan rode grenache.
Wijnen die met dit druivenras worden geproduceerd, hebben analytische en aromatische kwaliteiten die vergelijkbaar zijn met die van wijnen die met grenache zijn geproduceerd. Ze hebben een uitgesproken fenolisch potentieel dat zich vertaalt in meer kleurschakeringen en polyfenolen, en dat vooral het rijpingsproces in vaten verbetert. Daarom kan dit ras worden gekwalificeerd als een aanvullend druivenras voor grenache.
Marselan is een rood druivenras dat zich perfect heeft aangepast aan de bodem en klimaatomstandigheden van de beschermde oorsprongsbenaming “Campo de Borja”, zo blijkt uit de uitgevoerde tests. De rijpheid en oogst van dit druivenras is gelijk aan die van rode grenache en dit ras wordt beschouwd als aanvullend op laatstgenoemd druivenras vanwege haar uitstekende fenolische capaciteiten, die zelfs het druivenras caladoc overtreft. Het ras heeft een zintuiglijk profiel tussen cabernet sauvignon-wijnen en rode grenache-wijnen.
Wat betreft het witte druivenras viognier blijkt uit de tests dat het geen teeltproblemen oplevert in het geografische gebied van de beschermde oorsprongsbenaming. De wijnen hebben analytische kenmerken die vergelijkbaar zijn met de wijnen die zijn geproduceerd uit de druivenrassen verdejo en sauvignon blanc, die beide zijn opgenomen in het productdossier van de beschermde oorsprongsbenaming. Wat de geur- en smaakprofielen betreft, hebben de wijnen een rijk boeket van bloemen- en fruitaroma’s, met een sterkere smaakintensiteit.
5. Extra informatie over het causaal verband tussen het geografische gebied en de kenmerken van het product
Deze wijziging heeft betrekking op punt 7 van het productdossier, Verband met het geografische gebied, en punt 7 van het enig document, Beschrijving van de verbanden.
Sommige natuurlijke en menselijke factoren die bepalend zijn voor het verband van het product met het geografische gebied zijn gespecificeerd, namelijk de uitleg dat er geen twijfel over bestaat dat er altijd een historische traditie heeft bestaan, niet alleen wat betreft de productie van rode wijn maar ook wat betreft de productie van likeurwijnen en mousserende kwaliteitswijnen. Daarnaast zijn er enkele bijzonderheden over de wijnbouw in het gebied toegevoegd.
Bovendien is de tekst over het causaal verband tussen het geografische gebied en de kenmerken van het product uitgebreid met een beschrijving van de verschillende wijnproductcategorieën die onder de BOB “Campo de Borja” vallen (wijn, likeurwijn en mousserende kwaliteitswijn).
6. Wijziging van de etiketteringsvoorschriften
Deze wijziging heeft betrekking op punt 8, lid b, onder v), van het productdossier, Toepasselijke voorschriften: Aanvullende voorschriften: Etikettering
In overeenstemming met de wetgeving en jurisprudentie betreffende industriële eigendomsrechten en handelsmerken, en rekening houdend met de beginselen van eenheid van de markt, is het enige aanvullende voorschrift met betrekking tot de wijnhuizen die zijn geregistreerd voor de beschermde oorsprongsbenaming, de verplichting om informatie te verstrekken op de commerciële etiketten die worden gebruikt ter identificatie van de wijnen die zij op de markt brengen, zodat de toezichtsraad deze in het etikettenregister kan opnemen, en deze niet door de toezichtsraad hoeven te worden goedgekeurd.
7. Actualiseren van de verwijzingen naar wetgeving
De verwijzingen naar EU-regelgeving, de internationale norm UNE-EN ISO/IEC 17065:2012 en de Verordening betreffende de beschermde oorsprongsbenaming “Campo de Borja” in de autonome gemeenschap Aragón die worden genoemd in het productdossier, zijn geactualiseerd.
ENIG DOCUMENT
1. Naam van het product
Campo de Borja
2. Type geografische aanduiding
BOB — beschermde oorsprongsbenaming
3. Categorieën wijnbouwproducten
|
1. |
Wijn |
|
3. |
Likeurwijn |
|
5. |
Mousserende kwaliteitswijn |
4. Beschrijving van de wijn(en)
Witte en roséwijnen
Witte wijn:
|
|
Uiterlijk: helder, kristallijn, groengeel. |
|
|
Aroma: bloemig, fruitig, krachtig. |
|
|
Smaak: fris, zurig. |
Roséwijn:
|
|
Uiterlijk: helder, kristallijn, (diep)roze. |
|
|
Aroma: fruitig, bloemig. |
|
|
Smaak: fris, zurig, fruitig. |
* Maximaal gehalte aan zwaveldioxide: 250 mg/l indien het suikergehalte 5 g/l of meer bedraagt
|
Algemene analytische kenmerken |
|
|
Maximaal totaal alcoholgehalte (in volumeprocent) |
|
|
Minimaal effectief alcoholgehalte (in volumeprocent) |
10 |
|
Minimale totale zuurgraad |
4,5 g/l, uitgedrukt in wijnsteenzuur |
|
Maximaal gehalte aan vluchtige zuren (in milli-equivalent per liter) |
13,33 |
|
Maximaal totaalgehalte aan zwaveldioxide (in milligram per liter) |
200 |
Rode wijnen
Uiterlijk: helder, kristallijn, (kersen)rood.
Aroma: fruitig, gerijpt, bloemig.
Smaak: langdurige afdronk, smakelijk, goed gestructureerd, vlezig, volumineus.
* Maximaal gehalte aan zwaveldioxide: 200 mg/l indien het suikergehalte 5 g/l of meer bedraagt
|
Algemene analytische kenmerken |
|
|
Maximaal totaal alcoholgehalte (in volumeprocent) |
|
|
Minimaal effectief alcoholgehalte (in volumeprocent) |
11 |
|
Minimale totale zuurgraad |
4,5 g/l, uitgedrukt in wijnsteenzuur |
|
Maximaal gehalte aan vluchtige zuren (in milli-equivalent per liter) |
13,3 |
|
Maximaal totaalgehalte aan zwaveldioxide (in milligram per liter) |
150 |
Mousserende kwaliteitswijn
Uiterlijk: helder, kristallijn, geel.
Aroma: fruitig, bloemig.
Smaak: zurig, uitgebalanceerd, fris.
|
Algemene analytische kenmerken |
|
|
Maximaal totaal alcoholgehalte (in volumeprocent) |
|
|
Minimaal effectief alcoholgehalte (in volumeprocent) |
10 |
|
Minimale totale zuurgraad |
4,5 in milli-equivalent per liter |
|
Maximaal gehalte aan vluchtige zuren (in milli-equivalent per liter) |
10,83 |
|
Maximaal totaalgehalte aan zwaveldioxide (in milligram per liter) |
160 |
Van nature zoete wijnen
Uiterlijk: afhankelijk van zijn cuvée wordt de wijn gekenmerkt door groene, paarsblauwe en rode kleurschakeringen (zowel witte wijnen als roséwijnen en rode wijnen).
Aroma: zonder afwijking van het aroma van zijn cuvée, met zuivere aroma’s, meer intens.
Smaak: intens, soepele afdronk, met een zekere zoetheid die kenmerkend is voor het suikergehalte van de wijn, met een toets van gekonfijte en gedroogde vruchten.
* Maximaal gehalte aan zwaveldioxide: 200 mg/l in witte wijn en 150 mg/l in rode wijn indien het suikergehalte minder dan 5 g/l bedraagt.
* Maximaal gehalte aan zwaveldioxide: 250 mg/l in witte wijn en 200 mg/l in rode wijn indien het suikergehalte meer dan 5 g/l bedraagt.
|
Algemene analytische kenmerken |
|
|
Maximaal totaal alcoholgehalte (in volumeprocent) |
|
|
Minimaal effectief alcoholgehalte (in volumeprocent) |
13 |
|
Minimale totale zuurgraad |
4,5 in milli-equivalent per liter |
|
Maximaal gehalte aan vluchtige zuren (in milli-equivalent per liter) |
20 |
|
Maximaal totaalgehalte aan zwaveldioxide (in milligram per liter) |
|
Wijn van laat geoogste druiven
Uiterlijk: afhankelijk van zijn cuvée wordt de wijn gekenmerkt door groene, paarsblauwe en rode kleurschakeringen (zowel witte wijnen als roséwijnen en rode wijnen).
Aroma: zonder afwijking van het aroma van zijn cuvée, met zuivere aroma’s, meer intens.
Smaak: intens, soepele afdronk, met een zekere zoetheid die kenmerkend is voor het suikergehalte van de wijn, met een toets van gekonfijte en gedroogde vruchten.
* Maximaal gehalte aan zwaveldioxide: 200 mg/l in witte wijn en 150 mg/l in rode wijn indien het suikergehalte minder dan 5 g/l bedraagt.
* Maximaal gehalte aan zwaveldioxide: 250 mg/l in witte wijn en 200 mg/l in rode wijn indien het suikergehalte meer dan 5 g/l bedraagt.
|
Algemene analytische kenmerken |
|
|
Maximaal totaal alcoholgehalte (in volumeprocent) |
|
|
Minimaal effectief alcoholgehalte (in volumeprocent) |
13 |
|
Minimale totale zuurgraad |
4,5 in milli-equivalent per liter |
|
Maximaal gehalte aan vluchtige zuren (in milli-equivalent per liter) |
15 |
|
Maximaal totaalgehalte aan zwaveldioxide (in milligram per liter) |
|
Likeurwijn
Uiterlijk: afhankelijk van zijn cuvée wordt de wijn gekenmerkt door groene, paarsblauwe en rode kleurschakeringen (zowel witte wijnen als roséwijnen en rode wijnen).
Aroma: zonder afwijking van het aroma van zijn cuvée, met zuivere aroma’s, meer intens.
Smaak: intens, soepele afdronk, met een zekere zoetheid die kenmerkend is voor het suikergehalte van de wijn, met een toets van gekonfijte en gedroogde vruchten.
* 200 mg/l indien het suikergehalte 5 g/l of meer bedraagt
|
Algemene analytische kenmerken |
|
|
Maximaal totaal alcoholgehalte (in volumeprocent) |
|
|
Minimaal effectief alcoholgehalte (in volumeprocent) |
15 |
|
Minimale totale zuurgraad |
4,5 g/l, uitgedrukt in wijnsteenzuur |
|
Maximaal gehalte aan vluchtige zuren (in milli-equivalent per liter) |
15 |
|
Maximaal totaalgehalte aan zwaveldioxide (in milligram per liter) |
150 |
5. Wijnbereidingsprocedés
a. Specifieke oenologische procedés
Teeltmethode
De beplantingsdichtheid is minimaal 1 500 planten per hectare en maximaal 4 000 planten per hectare, gelijkmatig verdeeld over het hele gebied waar de wijnstokken zijn aangeplant.
Specifiek oenologisch procedé
Bij het oogsten worden gezonde druiven die voldoende gerijpt zijn en waarvan de most een suikergehalte van 170 g/l of meer heeft, exclusief geselecteerd voor de productie van de beschermde wijnen. Druiven die zich niet in perfecte staat bevinden, worden verwijderd.
Bij de extractie van de most of wijn en het afscheiden van de druivendraf moet passende druk worden uitgeoefend zodat maximaal 70 liter wijn per 100 kg geoogste druiven wordt verkregen.
b. Maximumopbrengsten
Rode druivenrassen:
8 000 kg druiven per hectare
Rode druivenrassen:
56 hectoliter per hectare
Witte druivenrassen:
10 000 kg druiven per hectare
Witte druivenrassen:
70 hectoliter per hectare
6. Afgebakend geografisch gebied
Het geografische gebied van de beschermde oorsprongsbenaming “Campo de Borja” bestaat uit grond die zich bevindt in de volgende gemeenten van de provincie Zaragoza in de autonome gemeenschap Aragón: Agón, Ainzón, Alberite, Albeta, Ambel, Bisimbre, Borja, Bulbuente, Bureta, El Buste, Fuendejalón, Magallón, Maleján, Pozuelo de Aragón, Tabuenca en Vera de Moncayo, alsook de kadastrale polygonen 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 en 11 van de gemeente Mallén, en de kadastrale polygonen 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14 en 19 van de gemeente Fréscano.
7. Voornaamste wijndruivenras(sen)
CHARDONNAY
GARNACHA BLANCA
GARNACHA TINTA
GARNACHA TINTORERA
MACABEO — VIURA
MAZUELA
MOSCATEL DE ALEJANDRÍA
MOSCATEL DE GRANO MENUDO — MOSCATEL MORISCO
SYRAH
TEMPRANILLO
VERDEJO
8. Beschrijving van het (de) verband(en)
WIJN
Het verband met het geografische gebied is gebaseerd op een historische traditie die teruggaat tot voor 1203. Het klooster van Veruela heeft een grote rol gespeeld bij de ontwikkeling van de wijnstokken. Het klooster heeft de wijnbouw die tot op de dag van vandaag bestaat in stand gehouden, verder ontwikkeld en versterkt. De geringe neerslag, de Cierzo-wind en de plotselinge temperatuurschommelingen zijn van invloed op de organoleptische kenmerken van de wijnen. De Cierzo-wind veroorzaakt een intensieve verdamping, die tot gevolg heeft dat er weinig vocht in de bodem zit. Hierdoor ontstaat er een permanente waterstress die de wijnstokken verzwakt. Daardoor verloopt de fenolische rijping zeer langzaam, en dit stimuleert de aroma’s en intense kleurschakeringen in de wijnen.
LIKEURWIJN
De traditionele likeurwijnen van de beschermde oorsprongsbenaming “Campo de Borja” bestaan al eeuwen. De geografische en klimatologische omstandigheden van het gebied zorgen voor een hoge rijpingsgraad, en tezamen met de lage productie en late oogst van de wijngaarden levert dit een wijn met een geheel eigen karakter op, met uitgesproken aroma’s van heel rijp of zelfs overrijp fruit, uiterst passende kenmerken voor likeurwijnen.
MOUSSERENDE KWALITEITSWIJN
De mousserende kwaliteitswijnen ondervinden invloeden van de natuurlijke bodemkwaliteit, het klimaat en de wijnbouwmethoden uit het gebied. Deze invloeden geven de wijnen hun karakteristieke visuele kenmerken en geur- en smaakpercepties. Omdat zij op traditionele wijze worden geproduceerd, hebben deze mousserende wijnen een zachte en romige smaak, met een mix van de aroma’s en smaken van de wijnen die in het geografische gebied worden geproduceerd. Hergisting in de fles en rijping op de moer geeft de wijn kleine, langdurige luchtbelletjes en een fruitig en elegant aroma.
9. Andere essentiële voorwaarden (verpakking, etikettering, andere vereisten)
Rechtskader:
Nationale wetgeving
Type aanvullende voorwaarde:
Aanvullende bepalingen betreffende etikettering
Beschrijving van de voorwaarde:
De commerciële etiketten van elke geregistreerde onderneming moeten worden overgelegd aan de toezichtsraad voor opname in het etikettenregister na controle op naleving van de vereisten van dit productdossier.
Op het etiket moet de volgende tekst zijn aangebracht: Denominación de Origen “Campo de Borja” [Oorsprongsbenaming “Campo de Borja”]. Voor consumptie bestemde producten moeten voorzien zijn van genummerde garantiezegels die door de toezichtsraad zijn afgegeven en die in de geregistreerde wijnmakerij zelf worden aangebracht, opdat zij niet kunnen worden hergebruikt.
De traditionele aanduidingen voor wijnen die mogen worden gebruikt voor de beschermde oorsprongsbenaming “Campo de Borja” zijn:
|
— |
De in artikel 112, lid a, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde traditionele aanduidingen: Denominación de Origen [“Oorsprongsbenaming”] of “DO”. |
|
— |
De in artikel 112, lid b, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde traditionele aanduidingen: “Crianza”, “Reserva”, “Gran Reserva”, “Añejo”, “Noble”, “Clásico”, “Rancio”, “Superior” en “Viejo”. |
De aanvullende tekst die afhankelijk van de productiemethode op het etiket mag worden aangebracht, luidt als volgt: “Van nature zoete wijn”, “wijn van late oogst”, “Maceratie met kooldioxide”, “Eiken”, en “Gisting op vat”.
Deze tekst wordt gebruikt op wijnen die voldoen aan de in punt 2 en 3 gestelde eisen.
Rechtskader:
Nationale wetgeving
Type aanvullende voorwaarde:
Verpakking in het afgebakende geografische gebied
Beschrijving van de voorwaarde:
De verpakking moet plaatsvinden in het afgebakende geografische gebied dat is beschreven in punt 4 van het productdossier om de oorsprong van het product te garanderen.
Vervoer en botteling buiten het productiegebied van de wijn vormen een gevaar voor de kwaliteit van de wijn, omdat de wijn dan kan worden blootgesteld aan oxidatiereductie, temperatuurschommelingen en andere invloeden. Hoe groter de afstand waarover de wijn wordt vervoerd, hoe groter het risico. Botteling binnen het oorsprongsgebied zorgt ervoor dat de kenmerken en kwaliteit van de wijn behouden blijven.
Botteling is een belangrijk procedé dat, indien dit niet in overeenstemming met strenge vereisten wordt uitgevoerd, de kwaliteit van het product ernstig kan ondermijnen en de kenmerken van de wijn kan veranderen.
Dit, in combinatie met de ervaring en de grondige kennis van de specifieke kwaliteiten van de wijnen die de wijnmakerijen van de beschermde oorsprongsbenaming “Campo de Borja” in de loop der jaren hebben opgebouwd, maakt het noodzakelijk dat de wijn in het oorsprongsgebied wordt gebotteld. Op deze manier blijven alle fysieke, chemische en organoleptische kenmerken van deze wijnen behouden.
Link naar het productdossier
https://www.aragon.es/documents/20127/20408990/Pliego+de+condiciones+modificado+de+la+DOP+Campo+de+Borja-consolidado.pdf/2c6b3f59-ec26-25ef-d091-298a4b158ce9?t=1572445693220