|
ISSN 1977-0995 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 191 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Mededelingen en bekendmakingen |
62e jaargang |
|
Inhoud |
Bladzijde |
|
|
|
IV Informatie |
|
|
|
INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE |
|
|
|
Europese Commissie |
|
|
2019/C 191/01 |
||
|
2019/C 191/02 |
||
|
|
INFORMATIE OVER DE EUROPESE ECONOMISCHE RUIMTE |
|
|
|
Toezichthoudende Autoriteit van de EVA |
|
|
2019/C 191/03 |
Geen staatssteun in de zin van artikel 61, lid 1, van de EER-overeenkomst |
|
|
V Bekendmakingen |
|
|
|
BESTUURLIJKE PROCEDURES |
|
|
|
Europese Commissie |
|
|
2019/C 191/04 |
||
|
|
Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO) |
|
|
2019/C 191/05 |
|
NL |
|
IV Informatie
INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE
Europese Commissie
|
6.6.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 191/1 |
Wisselkoersen van de euro (1)
5 juni 2019
(2019/C 191/01)
1 euro =
|
|
Munteenheid |
Koers |
|
USD |
US-dollar |
1,1257 |
|
JPY |
Japanse yen |
121,96 |
|
DKK |
Deense kroon |
7,4682 |
|
GBP |
Pond sterling |
0,88631 |
|
SEK |
Zweedse kroon |
10,6255 |
|
CHF |
Zwitserse frank |
1,1163 |
|
ISK |
IJslandse kroon |
139,50 |
|
NOK |
Noorse kroon |
9,7738 |
|
BGN |
Bulgaarse lev |
1,9558 |
|
CZK |
Tsjechische koruna |
25,657 |
|
HUF |
Hongaarse forint |
321,51 |
|
PLN |
Poolse zloty |
4,2778 |
|
RON |
Roemeense leu |
4,7243 |
|
TRY |
Turkse lira |
6,4344 |
|
AUD |
Australische dollar |
1,6114 |
|
CAD |
Canadese dollar |
1,5070 |
|
HKD |
Hongkongse dollar |
8,8257 |
|
NZD |
Nieuw-Zeelandse dollar |
1,6943 |
|
SGD |
Singaporese dollar |
1,5364 |
|
KRW |
Zuid-Koreaanse won |
1 324,33 |
|
ZAR |
Zuid-Afrikaanse rand |
16,5890 |
|
CNY |
Chinese yuan renminbi |
7,7754 |
|
HRK |
Kroatische kuna |
7,4155 |
|
IDR |
Indonesische roepia |
15 990,01 |
|
MYR |
Maleisische ringgit |
4,6711 |
|
PHP |
Filipijnse peso |
58,280 |
|
RUB |
Russische roebel |
73,3295 |
|
THB |
Thaise baht |
35,302 |
|
BRL |
Braziliaanse real |
4,3427 |
|
MXN |
Mexicaanse peso |
22,0886 |
|
INR |
Indiase roepie |
78,0475 |
(1) Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.
|
6.6.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 191/2 |
BESLUIT VAN DE COMMISSIE
van 17 april 2019
tot vaststelling van een nieuw mandaat in verband met de methode voor pijlerbeoordeling die op grond van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad moet worden gebruikt
(2019/C 191/02)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 (1), en met name artikel 154, leden 3 en 4,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In artikel 154, lid 3, van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 (“het Financieel Reglement”) is bepaald dat de Commissie een beoordeling moet verrichten van de systemen, regels en procedures van de personen of entiteiten die de middelen van de Unie in indirect beheer uitvoeren indien zij voornemens is op deze systemen, regels en procedures een beroep te doen voor de uitvoering van de actie. De beoordeling heeft tot doel een niveau van bescherming van de financiële belangen van de Unie te waarborgen dat gelijkwaardig is aan het niveau dat wordt geboden wanneer de Commissie de begroting in direct beheer uitvoert. |
|
(2) |
Daarnaast moet de Commissie op grond van artikel 154, lid 4, van het Financieel Reglement beoordelen of de personen of entiteiten die middelen van de Unie in indirect beheer besteden, beschikken over een aantal specifieke systemen, regels en procedures met betrekking tot bijvoorbeeld interne controles, boekhouding en gegevensbeheer. De Commissie kan ook andere regels en procedures van de betrokken persoon of entiteit beoordelen, mits zij daarmee instemmen. |
|
(3) |
De uit hoofde van artikel 154, leden 3 en 4, van het Financieel Reglement te verrichten beoordelingen worden gewoonlijk verricht door externe controleurs, op basis van een door de Commissie vastgesteld mandaat. |
|
(4) |
Gezien de aanvullende vereisten die voortvloeien uit het Financieel Reglement, waaronder de regels inzake begrotingsgaranties, en gezien het recente beleid van de Unie op het gebied van belastingontwijking, witwassen van geld en terrorismefinanciering, moeten het bestaande mandaat en de bij beoordelingen te gebruiken methoden worden herzien. |
|
(5) |
Gelet op artikel 154, lid 4, van het Financieel Reglement moet het mandaat betrekking hebben op negen verschillende gebieden (of pijlers), waarvan sommige verplicht zijn voor alle personen en entiteiten (namelijk interne controle, boekhouding en externe audit) en sommige worden bepaald aan de hand van de activiteiten die de persoon of entiteit zal ondernemen (namelijk subsidies, aanbestedingen en financieringsinstrumenten en, in het kader daarvan, uitsluiting van toegang tot financiering, bekendmaking van informatie over ontvangers en bescherming van persoonsgegevens). Voor alle toepasselijke pijlers moet het mandaat waarborgen dat de Commissie bewijs verkrijgt dat het niveau van bescherming van de financiële belangen van de Unie gelijkwaardig is aan het niveau dat wordt geboden wanneer de Commissie de middelen in direct beheer uitvoert, rekening houdend met mogelijke toezichtmaatregelen die de Commissie overeenkomstig artikel 154, lid 5, van het Financieel Reglement heeft genomen. Bovendien is in artikel 154, lid 6, onder c), van het Financieel Reglement bepaald dat de Commissie kan besluiten geen beoordeling vooraf als bedoeld in de leden 3 en 4 te verlangen voor die procedures die specifiek door de Commissie worden verlangd, met inbegrip van haar eigen procedures en de procedures die nader worden bepaald in basishandelingen. |
|
(6) |
Rekening houdend met het evenredigheidsbeginsel mag het mandaat geen specifieke organisatiestructuur opleggen of een bepaald aantal gespecialiseerde personeelsleden vereisen, aangezien dit voor kleine entiteiten onevenredig zou zijn. Het is echter niet passend dat bij de toepassing van de beginselen die in het mandaat zijn uiteengezet, uitzonderingen worden gemaakt voor nieuwe en/of kleine entiteiten, aangezien het belangrijk is te waarborgen dat het beheer van hoge kwaliteit is. |
|
(7) |
In artikel 279, lid 3, van het Financieel Reglement is bepaald dat de bestaande pijlerbeoordelingen uit hoofde van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad (2) van toepassing blijven en indien nodig moeten worden herzien. In zoverre het bij dit besluit vastgestelde mandaat vereisten bevat die niet in het vorige mandaat waren opgenomen, moeten personen en entiteiten die op grond van het vorige mandaat zijn beoordeeld, een aanvullende beoordeling met betrekking tot die vereisten ondergaan, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Enig artikel
Het mandaat dat bij het verrichten van de in artikel 154, leden 3 en 4, van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 bedoelde beoordelingen in acht moet worden genomen, is opgenomen in de bijlage bij dit besluit.
Gedaan te Brussel, 17 april 2019.
Voor de Commissie
Günther OETTINGER
Lid van de Commissie
(1) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.
(2) Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1).
BIJLAGE
<BRIEFHOOFD VAN DE AANBESTEDENDE DIENST>
MANDAAT VOOR EEN PIJLERBEOORDELING VAN EEN ENTITEIT DIE EROM VERZOEKT TE WORDEN BELAST MET UITVOERING VAN DE EU-BEGROTING IN INDIRECT BEHEER
[NAAM VAN DE ENTITEIT]
|
Entiteit die om de beoordeling verzoekt: |
[Naam van de entiteit en volledig adres] |
|
Land: |
[Land waar de entiteit gevestigd is] |
|
Referentie/datum van verzoek om dienstverlening: |
[Referentie/datum van het verzoek om dienstverlening of een ander gelijkwaardig document dat door de entiteit is afgegeven] |
|
Aan beoordeling onderworpen periode: |
[Het jaar (periode van twaalf maanden) dat eindigt op de dag waarop het veldwerk (procedures op locatie) voor de beoordeling begint] |
|
Begindatum van de beoordeling: |
[Indicatieve begindatum. De verwachte contractuele datum van de beoordeling (datum van de bestelbon)] |
|
Einddatum van de beoordeling: |
[Indicatieve einddatum. De verwachte datum van ontvangst van het definitieve verslag] |
INHOUDSOPGAVE
|
1. |
Inleiding | 4 |
|
2. |
Doelstellingen | 6 |
|
3. |
Normen en richtsnoeren | 7 |
|
4. |
Vereisten voor de auditor | 7 |
|
5. |
Reikwijdte | 9 |
|
6. |
Beoordelingsprocedures | 11 |
|
7. |
Overige kwesties | 13 |
| Bijlagen | 14 |
|
INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK VAN DIT MANDAAT Alle grijsgekleurde tekst in <cursief> bevat richtsnoeren en moet worden weggehaald. Tekst in [gewoon lettertype] moet door de entiteit worden ingevuld. De voorgeschreven tekst en formulering van dit mandaat moeten te allen tijde in acht worden genomen en mogen niet worden gewijzigd. Deze instructie moet uit het mandaat worden weggehaald. |
1. INLEIDING
Achtergrond
In artikel 154 van het Financieel Reglement (1), dat van toepassing is op de algemene begroting van de Europese Unie (EU), zijn de wijzen van uitvoering van de begroting, waaronder het “indirect beheer”, uiteengezet. In indirect beheer kan de Commissie de uitvoering van middelen van de Unie of begrotingsgaranties toevertrouwen aan de in artikel 62 van het Financieel Reglement bedoelde landen, organisaties en organen (hierna “entiteiten” genoemd). Het kan gaan om de volgende entiteiten:
|
— |
derde landen of de door hen aangewezen organen, bv. het ministerie van Binnenlandse Zaken, het Koninkrijk Cambodja; |
|
— |
internationale organisaties en hun agentschappen, bv. het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP); |
|
— |
publiekrechtelijke organen, bv. Kreditanstalt für Wiederaufbau (KfW); |
|
— |
privaatrechtelijke organen met een openbare dienstverleningstaak, voor zover zij van voldoende financiële garanties zijn voorzien, bv. Cassa Depositi e Prestiti (CDP). |
Wanneer zulke entiteiten EU-middelen beheren, moeten zij een niveau van bescherming van de financiële belangen van de EU waarborgen dat gelijkwaardig is aan het niveau dat door het Financieel Reglement wordt vereist. Meer specifiek moeten zij voldoen aan vereisten met betrekking tot negen “pijlers”. Deze pijlers hebben betrekking op:
|
1. |
het internecontrolesysteem; |
|
2. |
het boekhoudsysteem; |
|
3. |
onafhankelijke externe audit, |
alsmede regels en procedures voor:
|
4. |
het verstrekken van financiering uit EU-middelen via subsidies; |
|
5. |
aanbestedingen; |
|
6. |
financieringsinstrumenten (2), |
en ook:
|
7. |
uitsluiting van toegang tot financiering; |
|
8. |
bekendmaking van informatie over ontvangers; |
|
9. |
bescherming van persoonsgegevens. |
Entiteiten die in indirect beheer met EU-middelen willen werken, moeten daarom een allesomvattende pijlerbeoordeling ondergaan. Op basis van de resultaten van de pijlerbeoordeling besluit de Commissie of zij: i) aan de entiteit begrotingsuitvoeringstaken kan toevertrouwen, en ii) met de entiteit specifieke overeenkomsten kan sluiten (d.w.z. bijdrageovereenkomsten voor indirect beheer). Indien de rechtsgrondslag dit vereist, kunnen deze voorwaarden echter in de overeenkomst met de Commissie worden gespecificeerd, of onder verwijzing naar richtsnoeren (bv. de gids voor nationale agentschappen in het geval van Erasmus), om een geharmoniseerde uitvoering en gelijke behandeling van begunstigden van een EU-programma in alle deelnemende landen te waarborgen.
Hieronder volgt het mandaat dat [volledige naam en adres van de aanbestedende dienst] aan de auditor geeft voor de opdracht van het uitvoeren van een pijlerbeoordeling van [naam van de entiteit] en het opstellen van een verslag daarover. Dit mandaat is gevoegd bij het [verzoek om dienstverlening of of gelijkwaardig document] van de entiteit.
In dit mandaat en in de bijlagen 1 tot en met 4 daarbij, die een integrerend onderdeel van dit mandaat vormen, wordt verstaan onder:
|
— |
“ pijlerbeoordeling ”, “ beoordeling ” of “ opdracht ” verwijst naar deze opdracht tot verschaffing van zekerheid. In dit verband zijn de pijlers de brede gebieden waarop deze beoordeling betrekking heeft; het gaat onder meer om interne controle, boekhouding, onafhankelijke externe audit, uitsluiting van toegang tot financiering, bekendmaking van informatie over ontvangers en bescherming van persoonsgegevens. De entiteit zal altijd moeten worden beoordeeld om te controleren of zij aan de vereisten op deze gebieden kan voldoen. Naast de bovengenoemde zes verplichte pijlers zijn er drie facultatieve pijlers, waaronder procedures en regels voor subsidies, aanbestedingen en financieringsinstrumenten; |
|
— |
“auditor” verwijst naar het auditkantoor dat is aangesteld om deze opdracht uit te voeren en daarover bij de Commissie een verslag in te dienen. “Auditor” kan verwijzen naar de persoon of personen die de beoordeling uitvoer(t)(en), gewoonlijk de opdrachtpartner of andere leden van het opdrachtteam. De opdrachtpartner is de partner of andere persoon in het kantoor die i) verantwoordelijk is voor de opdracht en de uitvoering ervan, en voor het namens het kantoor opgestelde verslag, en ii) de passende bevoegdheid heeft verkregen van een beroepsvereniging of wettelijke of regulerende instantie; |
|
— |
“entiteit” verwijst naar de entiteit die aan de pijlerbeoordeling wordt onderworpen. De entiteit is doorgaans (3) de aanbestedende dienst voor deze beoordeling; |
|
— |
“Commissie” verwijst naar de Europese Commissie, die in voorkomend geval door de bevoegde dienst of eenheid van het betrokken directoraat-generaal van de Commissie of een EU-delegatie kan worden vertegenwoordigd. |
2. DOELSTELLINGEN
De auditor heeft als opdracht de beoordeling van de door de entiteit opgezette systemen en de door haar voor elke pijler toegepaste controles, regels en procedures aan de hand van de door de Commissie voor elke pijler vastgestelde criteria. De doelstelling van deze pijlerbeoordeling is de auditor in staat te stellen: i) verslag uit te brengen over de vraag of de entiteit voor elke relevante pijler voldoet aan de vereisten van artikel 154, lid 4, onder a) tot en met f), van het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Unie en van artikel 29, lid 1, van het Financieel Reglement van toepassing op het Europees Ontwikkelingsfonds, en ii) een conclusie te formuleren ten aanzien van de vraag of de entiteit:
|
— |
in alle materiële opzichten een effectief, efficiënt en zuinig internecontrolesysteem heeft opgezet en de werking daarvan garandeert, op basis van internationale beste praktijken en in overeenstemming met de door de Europese Commissie vastgestelde criteria; |
|
— |
een boekhoudsysteem gebruikt dat in alle materiële opzichten tijdig nauwkeurige, volledige en betrouwbare informatie verstrekt, op basis van internationale standaarden voor jaarrekeningen en in overeenstemming met de door de Europese Commissie vastgestelde criteria; |
|
— |
onderworpen is aan een onafhankelijke externe audit, die in alle materiële opzichten volgens internationale aanvaarde auditnormen en in overeenstemming met de door de Europese Commissie vastgestelde criteria moet worden uitgevoerd door een auditinstantie die functioneel onafhankelijk is van de betrokken entiteit; |
|
— |
voor het verstrekken van financiering uit EU-middelen via subsidies in alle materiële opzichten passende regels en procedures toepast in overeenstemming met de door de Europese Commissie vastgestelde criteria; <weghalen indien deze pijler niet van toepassing is>; |
|
— |
voor het verstrekken van financiering uit EU-middelen via aanbestedingen in alle materiële opzichten passende regels en procedures toepast in overeenstemming met de door de Europese Commissie vastgestelde criteria; <weghalen indien deze pijler niet van toepassing is>; |
|
— |
voor het verstrekken van EU-middelen/begrotingsgaranties via financieringsinstrumenten/begrotingsgaranties in alle materiële opzichten passende regels en procedures toepast in overeenstemming met de door de Europese Commissie vastgestelde criteria; <weghalen indien deze pijler niet van toepassing is>; |
|
— |
passende regels en procedures toepast om derden uit te sluiten van toegang tot financiering via aanbestedingen, subsidies en/of financieringsinstrumenten; |
|
— |
tijdig en op passende wijze informatie over de ontvangers van middelen bekendmaakt; |
|
— |
voorziet in een bescherming van persoonsgegevens die gelijkwaardig is aan de in artikel 5 van het Financieel Reglement bedoelde bescherming. |
Daarnaast kan de auditor, indien de betrokken entiteit daarmee instemt, en zonder afbreuk te doen aan de eindscore, beoordelen of de entiteit voldoet aan normen die gelijkwaardig zijn aan de toepasselijke EU-wetgeving en overeengekomen internationale en EU-normen met betrekking tot controles in verband met belastingontwijking en niet-coöperatieve rechtsgebieden, witwassen en terrorismefinanciering. Als de entiteit ermee instemt te worden beoordeeld op deze specifieke reeks kwesties, krijgt de auditor de opdracht hierover verslag uit te brengen in het kader van pijler 6. Om Uniemiddelen uit te voeren via financieringsinstrumenten, al dan niet gedekt door een begrotingsgarantie, zal de entiteit de desbetreffende vereisten van het Financieel Reglement die in de aanvullende punten 6B en 6C aan bod komen, via passende contractuele regelingen moeten naleven, zelfs als zij ervoor kiest om zich niet te onderwerpen aan de pijlerbeoordeling van deze punten.
3. NORMEN EN RICHTSNOEREN
De auditor die deze pijlerbeoordeling uitvoert, moet zich houden aan:
|
— |
het International Framework for Assurance Engagements en de International Standard on Assurance Engagements (“ISAE”) 3000 for Assurance Engagements other than Audits or Reviews of Historical Financial Information van de IFAC, in zoverre deze kunnen worden toegepast in de specifieke context van deze pijlerbeoordeling; |
|
— |
de Code of Ethics for Professional Accountants van de IFAC, opgesteld door de International Ethics Standards Board for Accountants (IESBA) van de IFAC, waarin de fundamentele ethische beginselen voor auditors worden vastgelegd met betrekking tot integriteit, objectiviteit, onafhankelijkheid, vakbekwaamheid en passende zorgvuldigheid, vertrouwelijkheid, professioneel gedrag en technische normen; |
|
— |
de International Standards on Quality Control (ISQC) van de IFAC, waarin normen zijn vastgesteld en richtsnoeren worden verstrekt voor het systeem van kwaliteitscontrole van de auditor. |
4. VEREISTEN VOOR DE AUDITOR
4.1. Algemene beginselen
De auditor moet een onafhankelijke externe auditor zijn, die een geregistreerd lid is van een nationale accounting- of auditinstantie of -instelling, die op haar beurt lid is van de International Federation of Accountants (IFAC) en die gecertificeerd is of vergunning heeft om audits uit te voeren.
De auditor moet functioneel onafhankelijk zijn van de betrokken entiteit. Daarom komt de interne auditor van een entiteit die aan beoordeling wordt onderworpen, niet in aanmerking voor het uitvoeren van een pijlerbeoordeling.
Door met dit mandaat in te stemmen, bevestigt de auditor dat hij aan ten minste één van de volgende voorwaarden voldoet:
|
— |
de auditor en/of het kantoor is lid van een nationale accounting- of auditinstantie of -instelling, die op haar beurt lid is van de International Federation of Accountants (IFAC); |
|
— |
de auditor en/of het kantoor is lid van een nationale accounting- of auditinstantie of -instelling. Hoewel deze organisatie geen lid is van de IFAC, verbindt de auditor zich ertoe de opdracht aan te nemen in overeenstemming met de in dit mandaat aangewezen normen en ethische beginselen van de IFAC; |
|
— |
de auditor en/of het kantoor is geregistreerd als wettelijke auditor in het openbare register van een publieke toezichthoudende instantie in een EU-lidstaat overeenkomstig de beginselen van publiek toezicht van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad (4). Dit geldt voor auditors en auditkantoren die in een EU-lidstaat zijn gevestigd; |
|
— |
de auditor en/of het kantoor is geregistreerd als wettelijke auditor in het openbare register van een publieke toezichthoudende instantie in een derde land en dit register is onderworpen aan de beginselen van publiek toezicht die in de wetgeving van het betrokken land zijn vastgesteld (dit geldt voor auditors en auditkantoren die in een derde land zijn gevestigd). Indien dit is toegestaan op grond van de onderliggende rechtsgrondslag (bv. Erasmus), kan de auditor het onafhankelijke auditorgaan zijn dat is aangewezen overeenkomstig artikel 155, lid 1, van het Financieel Reglement. |
4.2. Kwalificaties, ervaring en samenstelling van het team (5)
Kwalificaties en ervaring
De auditor moet voldoende personeel in dienst hebben met: i) passende beroepskwalificaties en geschikte ervaring met de IFAC-normen, met name de ISAE 3000 for Assurance Engagements other than Audits or Reviews of Historical Financial Information, en ii) ervaring met het uitvoeren van institutionele of nalevingsbeoordelingen en/of systeemaudits of gelijkwaardige opdrachten van entiteiten die qua omvang en complexiteit vergelijkbaar zijn met de betrokken entiteit.
Daarnaast moet het opdrachtteam als geheel:
|
— |
ervaring hebben met institutionele of nalevingsbeoordelingen en/of systeemaudits of gelijkwaardige opdrachten van door de EU gefinancierde programma’s en projecten die door nationale en/of internationale donoren en instellingen worden gefinancierd. Het is wenselijk dat de leider van het team dat het veldwerk verricht, d.w.z. hetzij de manager (categorie 2), hetzij de senior auditor (categorie 3), ervaring heeft met systeemaudits van door de EU gefinancierde projecten voor externe steun en/of andere door de EU gefinancierde projecten, en/of institutionele of nalevingsbeoordelingen van organisaties in de sector ontwikkelingshulp en/of de economische sector; |
|
— |
[facultatief: vloeiend zijn in [ta(a)l(en) vermelden]] |
Samenstelling van het team
Het voor deze pijlerbeoordeling vereiste team van auditors bestaat uit een auditor van categorie 1 die de eindverantwoordelijkheid voor de beoordeling draagt, en een opdrachtteam dat bestaat uit een passende mix van auditors van categorieën 2-4. Het is de verantwoordelijkheid van de auditor om voor deze opdracht een opdrachtteam voor te stellen en te gebruiken dat bestaat uit een passende mix van auditors.
De Commissie onderscheidt vier categorieën van auditors.
Categorie 1 — Auditpartner
Een auditpartner is een hooggekwalificeerde deskundige met een relevante beroepskwalificatie, die senior en managementverantwoordelijkheden op het gebied van audit van overheidsfinanciën draagt of heeft gedragen.
Die persoon moet lid zijn van een nationale accounting- of auditinstantie of -instelling en ten minste twaalf jaar beroepservaring hebben als professionele auditor of accountant op het gebied van audit van overheidsfinanciën. Er wordt ook rekening gehouden met de ervaring die is opgedaan met het werken met landen die externe hulp van de EU ontvangen.
Een auditpartner, of een andere persoon in een functie die vergelijkbaar is met die van een partner, is de persoon in het auditkantoor die verantwoordelijk is voor de audit en de uitvoering daarvan, en voor het verslag dat namens het kantoor wordt opgesteld. De auditpartner heeft de passende bevoegdheid verkregen van een beroepsvereniging of wettelijke of regulerende instantie en is gemachtigd om rekeningen te certificeren volgens de wetgeving van het land waar het auditkantoor is geregistreerd.
Categorie 2 — Auditmanager
Auditmanagers moeten gekwalificeerde deskundigen zijn met een relevante universitaire of beroepskwalificatie. Zij moeten ten minste zes jaar ervaring hebben als professionele auditor of accountant op het gebied van audit van overheidsfinanciën, met inbegrip van relevante managementervaring met het leiden van auditteams.
Categorie 3 — Senior auditor
Senior auditors moeten gekwalificeerde deskundigen zijn met een relevante universitaire of beroepskwalificatie en ten minste drie jaar beroepservaring hebben op het gebied van audit van overheidsfinanciën.
Categorie 4 — Assistent-auditor
Assistent-auditors moeten een relevante universitaire kwalificatie hebben en ten minste zes maanden beroepservaring op het gebied van audit van overheidsfinanciën.
Curricula vitae (cv’s)
De auditor verstrekt de aanbestedende dienst de cv’s van de partner of andere persoon in het auditkantoor die verantwoordelijk is voor de pijlerbeoordeling en voor de ondertekening van het verslag, alsook de cv’s van de managers, senior auditors en assistent-auditors die als lid van het opdrachtteam worden voorgesteld. De cv’s bevatten passende gegevens over het soort opdrachten dat het personeel heeft uitgevoerd, met vermelding van het vermogen en de capaciteit om de beoordeling uit te voeren, alsook nadere bijzonderheden over relevante specifieke ervaring. De aanbestedende dienst onderzoekt de cv’s voordat hij een bestelbon of een ander toepasselijk contractueel document voor deze opdracht ondertekent, en behoudt zich het recht voor de betrokken personeelsleden af te wijzen als zij niet geschikt worden geacht voor de vereisten van de opdracht.
5. REIKWIJDTE
5.1. Locatie en periode waarop de beoordeling betrekking heeft
Deze pijlerbeoordeling wordt uitgevoerd te [ locatie(s) ]. <Het is van wezenlijk belang de juiste locatie(s) te vermelden waar de beoordeling moet worden uitgevoerd>. De auditor moet de locatie(s) van de beoordeling aan de aanbestedende dienst bevestigen vóór het begin van het veldwerk en ervoor zorgen dat relevante bewijsstukken en de personeelsleden op sleutelposities tijdens de beoordeling beschikbaar zijn. De auditor moet er rekening mee houden dat de entiteit gewoonlijk wenst dat er vergaderingen worden gehouden om de beoordeling voor te bereiden en het ontwerpverslag te bespreken, en dat dit extra reizen kan meebrengen (zie punt 7).
De periode waarop de beoordeling betrekking moet hebben, moet normaliter het jaar (d.w.z. een periode van twaalf maanden) zijn dat eindigt op de dag waarop het veldwerk van de beoordeling begint, d.w.z. de dag waarop de auditor daadwerkelijk op locatie (d.w.z. op de locatie waar de entiteit is gevestigd) de beoordelingsprocedures en -toetsen aanvat.
5.2. Context van de opdracht
Gebruik van bijlage 1 “Context van de opdracht — Belangrijke informatie voor een pijlerbeoordeling”
De auditor krijgt een eerste beeld van de context van de opdracht op basis van bijlage 1“Context van de opdracht — Belangrijke informatie voor een pijlerbeoordeling”. Dat beeld moet voor de auditor volstaan om bij de aanbestedende dienst een zinvolle offerte te kunnen indienen.
Gebruik van bijlage 2a “Beoordelingsvragenlijst”
De entiteit verstrekt de ingevulde bijlage 2a zo snel mogelijk aan de auditor nadat deze door de aanbestedende dienst is aangesteld, maar vóór het begin van de beoordelingsprocedures van de auditor.
In een tweede fase wordt bijlage 2a een hulpmiddel voor de auditor om de beoordelingsprocedures te ontwerpen, te plannen en uit te voeren en rekening te houden met de door de Europese Commissie essentieel of belangrijk geachte criteria waaraan de te beoordelen entiteit moet voldoen.
De ingevulde vragenlijst van bijlage 2a is een essentiële bron van beoordelingsinformatie en bewijsmateriaal voor de auditor. Zij is echter geenszins de enige bron die de auditor kan gebruiken om beoordelingsprocedures te plannen en uit te voeren en conclusies te trekken. Alle door de entiteit ingevulde en verstrekte informatie is voorlopig en wordt onderworpen aan de beoordelingsprocedures die de auditor nodig acht. De auditor mag niet op informatie vertrouwen totdat hij aan de hand van beoordelingsprocedures zeker weet dat die informatie nauwkeurig en volledig genoeg is om de beoordeling te kunnen verrichten en over belangrijke vragen tot onderbouwde conclusies te komen.
De auditor kan in de kolom met zijn bevindingen dan ook naar goeddunken informatie wijzigen, vervolledigen en toevoegen. De auditor kan ook aanvullende vragen stellen als hij dit nodig acht om over kernvragen tot een onderbouwde conclusie te komen.
De auditor moet rekening houden met de specifieke omstandigheden van de opdracht en zich tijdens het gehele beoordelingsproces laten leiden door zijn professionele oordeel. De auditor blijft te allen tijde volledig verantwoordelijk voor het ontwerpen, plannen en uitvoeren van de beoordelingsprocedures die hij nodig acht in aanvulling op de vragen en procedures in de vragenlijst van bijlage 2a .
De auditor gebruikt de informatie in de vragenlijst van bijlage 2a en de resultaten van de beoordelingsprocedures om bijlage 2 Beoordelingsvragenlijst en -criteria (zie punt 5.4 hieronder) in te vullen en een conclusie te trekken voor elke beoordeelde pijler.
5.3. Aard, omvang en tijdschema van de procedures en toetsen voor elke pijler
Voor elke pijler moet de auditor het ontwerp van relevante systemen, controles, regels en procedures beoordelen. Hiervoor moet de auditor procedures en toetsen uitvoeren op basis waarvan hij tot een conclusie moet komen over de vraag of de systemen, controles, regels en procedures aanwezig zijn, d.w.z. bestaan.
Bovendien moet de auditor de operationele doeltreffendheid beoordelen van systemen, controles, regels en procedures voor alle relevante pijlers (zie punt 2 — Doelstellingen hierboven), met uitzondering van de pijler “onafhankelijke externe audit”, waarvoor de auditor alleen het ontwerp van de procedures voor externe audit beoordeelt.
Het ontwerp en de operationele doeltreffendheid van de relevante systemen, regels en procedures moeten worden getoetst aan de door de Commissie voor elke pijler vastgestelde criteria (zie punt 5.4 hieronder). De auditor moet daarvoor de door de Commissie verstrekte vragenlijsten gebruiken.
De auditor bepaalt de aard, de omvang en het tijdschema van alle procedures en toetsen die hij nodig acht om tot een conclusie te komen met betrekking tot het ontwerp en de operationele doeltreffendheid van systemen, controles, regels en procedures.
5.4. Criteria en materialiteit
Voor elke pijler zijn er drie niveaus van criteria die door de Europese Commissie zijn vastgesteld via de formulering van (belangrijke) vragen in bijlage 2“Beoordelingsvragenlijst en –criteria” en in bijlage 2a“Beoordelingsvragenlijst”.
Om te bepalen wat een materieel zwak punt of een materiële tekortkoming in systemen, controles, regels en procedures is, moet de auditor rekening houden met de door de Commissie vastgestelde criteria en waarderingen (d.w.z. scoredrempels), aangezien deze factoren van invloed kunnen zijn op het besluit van de Commissie om begrotingsuitvoeringstaken aan de entiteit toe te vertrouwen in indirect beheer.
Niveau 1 (Financieel Reglement)
Voor elke pijler is er één overkoepelende vraag op niveau 1 (in bijlage 2“Beoordelingsvragenlijst en –criteria”) die op basis van het Financieel Reglement is vastgesteld. Deze vraag is fundamenteel. Slechts twee soorten conclusies zijn mogelijk:
|
— |
het antwoord op de vraag op niveau 1 is “ja”. Dit betekent dat de entiteit voldoet aan de vereisten voor de betrokken pijler. De conclusie van de auditor moet positief worden geformuleerd, wat gelijkstaat met een “goedkeurend oordeel”; |
|
— |
het antwoord op de vraag op niveau 1 is “neen”. Dit betekent dat de entiteit niet voldoet aan de vereisten voor de betrokken pijler. In dit geval moet de conclusie afkeurend worden geformuleerd, wat gelijkstaat met wat volgens internationale normen een “afkeurend oordeel” wordt genoemd. |
Niveau 2 (kernonderdelen van de pijler)
Belangrijke vragen op niveau 2 hebben betrekking op criteria die de Commissie essentieel acht. Daarvoor worden belangrijke vragen en criteria vastgesteld voor de kernonderdelen van elke pijler. Onderdelen zijn in wezen “subpijlers”, die op hun beurt zijn samengesteld uit blokken van vragen in bijlage 2a“Beoordelingsvragenlijst”.
De auditor moet zich een professioneel oordeel vormen en een score toekennen van 0 tot 10 aan elk onderdeel op niveau 2 in bijlage 2“Beoordelingsvragenlijst en –criteria” op basis van de informatie en het bewijsmateriaal die aan de hand van bijlage 2a zijn verkregen.
Niveau 3 (beoordelingsvragenlijst met blokken van vragen)
Bijlage 2a“Beoordelingsvragenlijst” omvat blokken van vragen die betrekking hebben op de kernonderdelen van de pijler op niveau 2. Deze blokken van gedetailleerde vragen zijn niet-uitputtend. Dit betekent dat de auditor ten minste deze (blokken van) vragen moet gebruiken om een score te bepalen voor elk onderdeel op niveau 2.
De auditor kan aanvullende vragen stellen en aanvullende toetsen en procedures uitvoeren die hij nodig of passend acht. De auditor vormt zich ten volle een professioneel oordeel voor alle vragen in bijlage 2a om scores toe te kennen aan de kernonderdelen van de pijler op niveau 2.
5.5. Beperkingen van de reikwijdte
De auditor stelt de aanbestedende dienst in kennis van beperkingen van de reikwijdte van de werkzaamheden die vóór of tijdens de beoordeling worden vastgesteld, en bespreekt met de aanbestedende dienst welke maatregelen moeten worden genomen, en of en op welke manier de beoordeling kan worden voortgezet.
6. BEOORDELINGSPROCEDURES
De auditor moet de beoordeling uitvoeren overeenkomstig bijlage 3“Beoordelingsprocedures”, die betrekking heeft op documentatie en bewijsmateriaal, planning, veldwerk en rapportage. In bijlage 3 zijn beoordelingsprocedures beschreven die de auditor moet volgen, en procedures die facultatief zijn. De aandacht van de auditor wordt gevestigd op de specifieke aspecten die in de punten 6.1 tot en met 6.3 hieronder aan bod komen. De auditor moet de nodige professionele zorgvuldigheid betrachten en zich een professioneel oordeel vormen over de aard, het tijdschema en de omvang van de beoordelingsprocedures opdat die op de doelstellingen, reikwijdte en context van de beoordeling zijn afgestemd.
6.1. Documentatie en bewijsmateriaal
De auditor moet in overeenstemming met ISAE 3000 documentatie opstellen en voldoende passend bewijsmateriaal verkrijgen om de bevindingen van de beoordeling te onderbouwen en redelijke conclusies te trekken waarop de conclusie van de beoordeling voor elke pijler kan worden gebaseerd. De auditor vormt zich een professioneel oordeel over de vraag of bewijsmateriaal voldoende en passend is (zie bijlage 3.1).
6.2. Planning en veldwerk
Begin van de beoordeling
De officiële begindatum van de beoordeling is de datum waarop de aanbestedende dienst de bestelbon of een ander toepasselijk contractueel document voor de beoordeling ondertekent. De auditor moet vervolgens zo spoedig mogelijk met de entiteit een datum afspreken om het veldwerk te beginnen.
Voorbereidende vergadering met de entiteit
De entiteit plant een voorbereidende vergadering met de auditor (zie bijlage 3.2.1), die plaatsvindt bij [naam en adres van de entiteit]. De entiteit stelt de Commissie in kennis van deze vergadering, die kan worden bijgewoond door vertegenwoordigers van de Commissie.
Procedures voor planning van de beoordeling en veldwerk
De procedures van de auditor moeten erop gericht zijn een beeld te krijgen van de context van de opdracht dat volstaat om de verdere beoordelingsprocedures te ontwerpen en uit te voeren. Dit omvat onder meer:
|
— |
het verkrijgen van bewijsmateriaal met betrekking tot het ontwerp van systemen, controles, regels en procedures (bijlage 3.3.1); |
|
— |
het uitvoeren van toetsen van de operationele doeltreffendheid van systemen, controles, regels en procedures (bijlage 3.3.2); |
|
— |
het samenstellen van steekproeven en zo nodig het toepassen van andere manieren om posten voor toetsing te selecteren (bijlage 3.3.3); |
|
— |
het gebruiken van het werk van interne auditors in voorkomend geval (bijlage 3.3.4). |
6.3. Rapportage
Gebruik van het modelverslag voor pijlerbeoordeling in bijlage 4
Het gebruik van het modelverslag voor pijlerbeoordeling in bijlage 4 is verplicht.
Taal
Het verslag moet worden ingediend in het [taal]. [Samen met het beoordelingsverslag moet een samenvatting daarvan in het [Engels/Frans] worden verstrekt] (zie bijlage 3.3.1). <weghalen indien niet van toepassing>.
Bevindingen
Er zijn twee soorten bevindingen:
|
— |
Voornaamste bevindingen zijn bevindingen die betrekking hebben op materiële zwakke punten of tekortkomingen in systemen, controles, regels en procedures. “Materieel” betekent dat de auditor van oordeel is dat deze factoren zo belangrijk zijn voor de Commissie dat ze van invloed kunnen zijn op haar besluit om begrotingsuitvoeringstaken aan de entiteit toe te vertrouwen in indirect beheer. Wanneer er voor een pijler materiële bevindingen worden gevonden, moet de auditor voor die pijler een afkeurende conclusie formuleren. Voornaamste bevindingen omvatten ook de gevallen waarin verscheidene bevindingen die afzonderlijk genomen geen betrekking hebben op een materieel zwak punt of een materiële tekortkoming, bij elkaar genomen een bevinding van een materieel zwak punt of een materiële tekortkoming vormen. Het gecombineerde effect van dergelijke bevindingen is zo significant (d.w.z. materieel) dat het de auditor tot de conclusie moet brengen dat de entiteit niet aan de vereisten voor de betrokken pijler voldoet (d.w.z. de conclusie is “neen”). |
|
— |
Andere bevindingen zijn alle niet-materiële bevindingen, die volgens de auditor onder de aandacht van de entiteit moeten worden gebracht. Deze bevindingen hebben betrekking op zwakke punten en tekortkomingen in systemen, controles, regels of procedures die, afzonderlijk of gezamenlijk, een minder onmiddellijk risico inhouden dat de doelstellingen voor de betrokken pijler niet worden verwezenlijkt. |
Bevindingen moeten worden gerapporteerd in de formats (tabel) die in het modelverslag voor een pijlerbeoordeling in bijlage 4 gespecificeerd zijn. Voornaamste bevindingen en andere bevindingen door de auditor kunnen de basis vormen voor toezichtmaatregelen die door de Commissie overeenkomstig artikel 154, lid 5, van het Financieel Reglement worden genomen.
Aanbevelingen
Er zijn twee soorten aanbevelingen:
|
— |
Cruciale aanbevelingen hebben betrekking op materiële zwakke punten en tekortkomingen in systemen, controles, regels of procedures en op gevallen waarin (op regelmatige basis) voor pijlers niet wordt voldaan aan de criteria van de Commissie en/of internationaal aanvaarde normen. |
|
— |
Andere aanbevelingen hebben betrekking op alle andere bevindingen die niet materieel van aard zijn. In deze gevallen hebben de zwakke punten en tekortkomingen in systemen, controles, regels of procedures geen groot en onmiddellijk effect op de doelstellingen van deze systemen, controles, regels of procedures. Niettemin is het voor de entiteit van belang om de voorgestelde maatregelen uit te voeren, aangezien dit de gelegenheid biedt om haar systemen, controles, regels of procedures te verbeteren en een grotere doeltreffendheid en/of efficiëntie te bereiken. |
Aanbevelingen moeten worden gerapporteerd in de formats (tabel) die in het modelverslag voor een pijlerbeoordeling in bijlage 4 gespecificeerd zijn.
Conclusies
Het beoordelingsverslag moet voor elke pijler een conclusie bevatten. Er zijn twee soorten conclusies. Conclusies moeten ofwel positief worden geformuleerd (bv. “heeft opgezet”, “gebruikt”, “is onderworpen aan” of “past toe”) ofwel afkeurend (bv. “heeft niet opgezet”, “gebruikt niet”, “is niet onderworpen aan” of “past niet toe”).
Het gebruik van een conclusie van het gekwalificeerde type (bv. de formulering “met uitzondering van”) is niet mogelijk in een pijlerbeoordeling.
Datum van het beoordelingsverslag
De datum van het ontwerpverslag en van het voorlaatste verslag moet de datum zijn waarop deze verslagen ter raadpleging worden toegezonden. De datum van het definitieve beoordelingsverslag moet de datum zijn waarop het definitieve verslag van de onafhankelijke auditor ondertekend wordt (bijlage 3.4.2).
Procedures en tijdschema voor de indiening van het ontwerpverslag en het definitieve beoordelingsverslag
De auditor moet de procedures en het tijdschema voor de raadpleging en de indiening van het ontwerpverslag en het definitieve beoordelingsverslag, zoals vastgesteld in de bijlagen 3.4.3 en 3.4.4, in acht nemen.
De aandacht van de auditor wordt met name gevestigd op het volgende:
|
— |
De auditor moet binnen [21; te bepalen door de aanbestedende dienst] kalenderdagen na de dag van de slotvergadering (d.w.z. het einde van het veldwerk) bij de entiteit een ontwerpverslag indienen. |
|
— |
De periode tussen de slotvergadering van de beoordeling en de indiening van het definitieve beoordelingsverslag bij de entiteit mag niet langer duren dan [105; te bepalen door de aanbestedende dienst] kalenderdagen of [15] weken. De auditor moet in de werkdocumenten eventuele vertragingen in de rapportage toelichten en deze documenteren. |
7. OVERIGE KWESTIES
7.1. Informatie over de methoden voor de berekening en rapportage van kosten
Alle door een entiteit met het oog op deze beoordeling verstrekte informatie over de methode voor de berekening en rapportage van kosten wordt niet geacht door de Commissie te zijn goedgekeurd met betrekking tot de begroting van specifieke acties. Die goedkeuring is alleen mogelijk wanneer de specifieke procedures die in het besluit van de Commissie betreffende de voorafgaande beoordeling van eenheidskosten en vaste percentages (die ook als “vereenvoudigde kostenopties” bekendstaan) zijn vastgesteld, gevolgd zijn. Bij het ontbreken van een beoordeling vooraf van vereenvoudigde kostenopties wordt de subsidiabiliteit van kosten voor specifieke acties uitsluitend bepaald aan de hand van de bepalingen van de desbetreffende overeenkomst(en) met de entiteit.
7.2. Follow-up
De aanbestedende dienst kan de auditor verzoeken verdere bijstand te verlenen in het kader van de follow-up van het definitieve beoordelingsverslag. De aanbestedende dienst kan de auditor ook verzoeken één of meer pijlers opnieuw te beoordelen — indien de conclusie van het definitieve beoordelingsverslag luidde dat de entiteit niet aan de vereisten voor de betrokken pijler(s) voldeed.
Dit mandaat heeft geen betrekking op verdere bijstand die de auditor verleent in het kader van de follow-up die door de aanbestedende dienst aan het definitieve beoordelingsverslag wordt gegeven; indien de aanbestedende dienst om dergelijke bijstand verzoekt, moet zij voor die opdracht bij de bestelbon of het andere toepasselijke contractuele document een addendum voegen.
7.3. Diverse kwesties
Bijlagen
|
Bijlage 1 |
Context van de opdracht — Belangrijke informatie voor een pijlerbeoordeling |
|
Bijlage 2 |
Beoordelingsvragenlijst en -criteria |
|
Bijlage 2a |
Beoordelingsvragenlijst |
|
Bijlage 3 |
Beoordelingsprocedures |
|
Bijlage 4 |
Verslag van een pijlerbeoordeling |
BELANGRIJK: De bijlagen 1 tot en met 4 vormen een integrerend onderdeel van dit mandaat.
(1) Verordening (EU, Euratom) 2018/1046.
(2) Een verwijzing naar “financieringsinstrumenten” wordt geacht ook begrotingsgaranties te omvatten.
(3) In naar behoren gemotiveerde gevallen kan de Commissie de aanbestedende dienst zijn.
(4) Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad (PB L 157 van 9.6.2006, blz. 87), zoals gewijzigd bij Richtlijn 2014/56/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 (PB L 158 van 27.5.2014, blz. 196).
(5) Indien het auditorgaan niet uit de particuliere sector komt, moeten gelijkwaardige niveaus van anciënniteit, kwalificaties en ervaring worden toegepast.
Bijlage 1
Context van de opdracht — Belangrijke informatie voor een pijlerbeoordeling
|
AAN BEOORDELING ONDERWORPEN ENTITEIT |
<de volledige naam van de beoordeelde entiteit vermelden> |
||
|
PIJLER |
AAN BEOORDELING ONDERWORPEN PIJLER (1) |
||
|
JA |
||
|
JA |
||
|
JA |
||
|
JA/NEEN <doorhalen wat niet van toepassing is> |
||
|
JA/NEEN <doorhalen wat niet van toepassing is> |
||
|
JA/NEEN <doorhalen wat niet van toepassing is> |
||
|
JA |
||
|
JA |
||
|
JA |
||
|
De pijlers 1, 2, 3, 7, 8 en 9 worden altijd aan beoordeling onderworpen (3). De pijlers 4 tot en met 6 kunnen aan beoordeling worden onderworpen, afhankelijk van de aard van de opgedragen begrotingsuitvoeringstaken. |
|||
|
CONTACTGEGEVENS |
|||
|
Entiteit: [volledige naam van de aan beoordeling onderworpen entiteit] |
|||
|
Adres |
|
Land |
|
|
Telefoon |
|
Fax |
|
|
Website |
|
||
|
Belangrijkste contactpersoon |
|||
|
Naam |
|
Functie |
<de uitvoerende functie aangeven, bv. directeur, algemeen directeur, hoofd financiën en boekhouding> |
|
|
|
Telefoon/Fax |
|
|
Delegatie van de Europese Unie in [land] <deze tabel weghalen indien niet van toepassing> |
|||
|
Adres |
|
Land |
|
|
Telefoon |
|
Fax |
|
|
Belangrijkste contactpersoon |
|||
|
Naam |
|
Functie |
|
|
|
|
Telefoon/Fax |
|
|
Dienst van de Europese Commissie die verantwoordelijk is voor het desbetreffende EU-financieringsprogramma <weghalen indien niet van toepassing> |
|||
|
Belangrijkste contactpersoon |
|||
|
Naam |
|
Functie/eenheid |
|
|
|
|
Telefoon/Fax |
|
PIJLER 1 — INTERNE CONTROLE
Beschrijf (maximaal vijf bladzijden) het internecontrolesysteem, met toelichting van de volgende aspecten:
|
— |
Controleomgeving
|
|
— |
Risicobeoordeling |
|
— |
Controleactiviteiten, waaronder:
|
|
— |
Informatie en communicatie
|
|
— |
Toezicht
|
PIJLER 2 — BOEKHOUDING
Beschrijf (maximaal vijf bladzijden) het boekhoudsysteem:
|
— |
Boekhoudsysteem en grondslagen voor financiële verslaggeving |
|
— |
Budgettering |
|
— |
Boekhouding en budgettering voor projecten, activiteiten, (trust)fondsen en financieringsinstrumenten |
PIJLER 3 — ONAFHANKELIJKE EXTERNE AUDIT
Beschrijf (maximaal vijf bladzijden) de externeauditfunctie, met toelichting van de volgende aspecten:
|
— |
Regelgevingskader voor externe audit |
|
— |
Externe auditor van de entiteit en auditnormen |
PIJLER 4 — SUBSIDIES
Beschrijf (maximaal vijf bladzijden) het subsidiesysteem van de entiteit, met toelichting van de volgende aspecten:
|
— |
Wet- en regelgevingskader |
|
— |
Subsidiëringsbeginselen, met name de maatregelen ter voorkoming van belangenconflicten tijdens de gehele procedure voor toekenning van subsidies |
|
— |
Soorten gebruikte subsidies |
|
— |
Organisatie (taken en verantwoordelijkheden) |
|
— |
Documentering en archivering van het subsidieproces |
|
— |
Subsidieprocedures, met inbegrip van:
|
PIJLER 5 — AANBESTEDINGEN
Beschrijf (maximaal vijf bladzijden) het aanbestedingssysteem van de entiteit, met toelichting van de volgende aspecten:
|
— |
Wet- en regelgevingskader |
|
— |
Aanbestedingsbeginselen, met name:
|
|
— |
Soorten aanbestedingen (werken, diensten, leveringen) |
|
— |
Soorten gebruikte aanbestedingsprocedures op concurrentiebasis |
|
— |
Organisatie (taken en verantwoordelijkheden) |
|
— |
Documentering en archivering van het aanbestedingsproces |
|
— |
Aanbestedingsprocedures:
|
PIJLER 6 — FINANCIERINGSINSTRUMENTEN (4)
Beschrijf (maximaal vijf bladzijden) de financieringsinstrumenten, met toelichting van de volgende aspecten:
|
— |
Wet- en regelgevingskader Te behandelen aspecten:
|
|
— |
Basisbeginselen: financieringsinstrumenten worden aangewend met inachtneming van de beginselen goed financieel beheer, transparantie, evenredigheid, non-discriminatie, gelijke behandeling en subsidiariteit, en met inachtneming van de doelstellingen ervan |
|
— |
Richtsnoeren en werkingsregels voor het gebruik van financieringsinstrumenten |
|
— |
Organisatie (taken en verantwoordelijkheden) |
|
— |
Systeem voor kredietrisicobeheer en systeem voor interne risicorating — indien van toepassing (alleen voor entiteiten die de EU om een begrotingsgarantie willen verzoeken) |
|
— |
Regels en procedures voor controles in verband met belastingontwijking en niet-coöperatieve rechtsgebieden |
|
— |
Regels en procedures voor controles in verband met witwassen of terrorismefinanciering |
PIJLER 7 — UITSLUITING VAN TOEGANG TOT FINANCIERING
Beschrijf (maximaal vijf bladzijden) het uitsluitingssysteem van de entiteit, met toelichting van de volgende aspecten:
|
— |
Wet- en regelgevingskader |
|
— |
Uitsluitingscriteria |
|
— |
Procedures. Met name toelichten of de bovengenoemde aspecten in de procedures aan bod komen, en hoe de procedures worden toegepast |
PIJLER 8 — BEKENDMAKING VAN INFORMATIE OVER ONTVANGERS
Beschrijf (maximaal vijf bladzijden) het systeem van de entiteit voor de bekendmaking van informatie over ontvangers, met toelichting van de volgende aspecten:
|
— |
Wet- en regelgevingskader |
|
— |
Vereisten voor bekendmaking. Met name toelichten of de volgende aspecten in de procedures aan bod komen, en hoe de procedures worden toegepast:
|
PIJLER 9 — BESCHERMING VAN PERSOONSGEGEVENS
Beschrijf (maximaal vijf bladzijden) het systeem van de entiteit voor de bescherming van persoonsgegevens, met toelichting van de volgende aspecten:
|
— |
Wet- en regelgevingskader |
|
— |
Vereisten inzake de bescherming van persoonsgegevens. Met name toelichten of deze vereisten in de procedures aan bod komen, en hoe de procedures worden toegepast |
(1) De entiteit moet hier JA of NEEN invullen om aan te geven of de pijler aan beoordeling wordt onderworpen.
(2) De verwijzing naar “financieringsinstrumenten” wordt geacht ook begrotingsgaranties te omvatten.
(3) In het uitzonderlijke geval dat noch de regels en procedures voor subsidies, noch die voor aanbestedingen, noch die voor financieringsinstrumenten worden beoordeeld (d.w.z. geen van de pijlers 4 tot en met 6), hoeven de regels en procedures voor uitsluiting en bekendmaking (d.w.z. de pijlers 7 en 8) niet te worden beoordeeld.
(4) “Financieringsinstrumenten” omvatten ook begrotingsgaranties.
Bijlage 2
BEOORDELINGSVRAGENLIJST EN –CRITERIA
|
PIJLER 1 — INTERNE CONTROLE |
|||
|
Niveau 1 (Financieel Reglement). Heeft de entiteit in alle materiële opzichten een effectief, efficiënt en zuinig internecontrolesysteem opgezet en de goede werking daarvan gegarandeerd, op basis van internationale beste praktijken en in overeenstemming met de door de Europese Commissie vastgestelde criteria? |
JA/NEEN |
||
|
Criteria/vragen op niveau 2 (5 onderdelen voor interne controle) |
SCORE (0-10) |
||
|
../10 |
||
|
../10 |
||
|
../10 |
||
|
../10 |
||
|
../10 |
||
|
Totale score |
../50 |
||
|
SCORE Het antwoord op de vraag op niveau 1 is JA als voor alle 5 onderdelen een totale score van ten minste 70 % wordt behaald en voor elk afzonderlijk onderdeel een score van ten minste 2/10 of 20 %. Het antwoord op de vraag op niveau 1 is NEEN als een totale score van minder dan 70 % wordt behaald of voor één afzonderlijk onderdeel een score van minder dan 2/10 of 20 %. |
|||
|
PIJLER 2 — BOEKHOUDING |
|||
|
Niveau 1 (Financieel Reglement). Gebruikt de entiteit een boekhoudsysteem dat in alle materiële opzichten tijdig nauwkeurige, volledige en betrouwbare informatie verstrekt, op basis van internationale standaarden voor jaarrekeningen en in overeenstemming met de door de Europese Commissie vastgestelde criteria? |
JA/NEEN |
||
|
Criteria/vragen op niveau 2 (3 onderdelen voor boekhouding) |
SCORE (0-10) |
||
|
../10 |
||
|
../10 |
||
|
../10 |
||
|
Totale score |
../30 |
||
|
SCORE Het antwoord op de vraag op niveau 1 is JA als voor alle 3 onderdelen een totale score van ten minste 70 % wordt behaald en voor elk afzonderlijk onderdeel een score van ten minste 2/10 of 20 %. Het antwoord op de vraag op niveau 1 is NEEN als een totale score van minder dan 70 % wordt behaald of voor één afzonderlijk onderdeel een score van minder dan 2/10 of 20 %. |
|||
|
PIJLER 3 — ONAFHANKELIJKE EXTERNE AUDIT |
|||||||||||||||
|
Niveau 1 (Financieel Reglement). Is de entiteit onderworpen aan een onafhankelijke externe audit, die in alle materiële opzichten volgens internationaal aanvaarde auditnormen en in overeenstemming met de door de Europese Commissie vastgestelde criteria moet worden uitgevoerd door een auditinstantie die functioneel onafhankelijk is van de entiteit? |
JA/NEEN |
||||||||||||||
|
Criteria/vragen op niveau 2 (3 onderdelen voor onafhankelijke externe audit) |
SCORE (0-10) |
||||||||||||||
|
../10 |
||||||||||||||
|
../10 |
||||||||||||||
|
../10 |
||||||||||||||
|
Totale score |
../30 |
||||||||||||||
|
SCORE Het antwoord op de vraag op niveau 1 is JA als voor alle 3 onderdelen een totale score van ten minste 70 % wordt behaald en voor elk afzonderlijk onderdeel een score van ten minste 2/10 of 20 %. Het antwoord op de vraag op niveau 1 is NEEN als een totale score van minder dan 70 % wordt behaald of voor één afzonderlijk onderdeel een score van minder dan 2/10 of 20 %. |
|||||||||||||||
|
PIJLER 4 — SUBSIDIES |
|||
|
Niveau 1 (Financieel Reglement). Past de entiteit voor het verstrekken van financiering uit EU-middelen via subsidies passende regels en procedures toe in overeenstemming met de door de Europese Commissie vastgestelde criteria? |
JA/NEEN |
||
|
Criteria/vragen op niveau 2 (3 onderdelen voor subsidies) |
SCORE (0-10) |
||
|
../10 |
||
|
../10 |
||
|
../10 |
||
|
Totale score |
../30 |
||
|
SCORE Het antwoord op de vraag op niveau 1 is JA als voor alle 3 onderdelen een totale score van ten minste 70 % wordt behaald en voor elk afzonderlijk onderdeel een score van ten minste 2/10 of 20 %. Het antwoord op de vraag op niveau 1 is NEEN als een totale score van minder dan 70 % wordt behaald of voor één afzonderlijk onderdeel een score van minder dan 2/10 of 20 %. |
|||
|
PIJLER 5 — AANBESTEDINGEN |
|||
|
Niveau 1 (Financieel Reglement). Past de entiteit voor het verstrekken van financiering uit EU-middelen via aanbestedingen in alle materiële opzichten passende regels en procedures toe in overeenstemming met de door de Europese Commissie vastgestelde criteria? |
JA/NEEN |
||
|
Criteria/vragen op niveau 2 (3 onderdelen voor aanbestedingen) |
SCORE (0-10) |
||
|
../10 |
||
|
../10 |
||
|
../10 |
||
|
Totale score |
../30 |
||
|
SCORE Het antwoord op de vraag op niveau 1 is JA als voor alle 3 onderdelen een totale score van ten minste 70 % wordt behaald en voor elk afzonderlijk onderdeel een score van ten minste 2/10 of 20 %. Het antwoord op de vraag op niveau 1 is NEEN als een totale score van minder dan 70 % wordt behaald of voor één afzonderlijk onderdeel een score van minder dan 2/10 of 20 %. |
|||
|
PIJLER 6 — FINANCIERINGSINSTRUMENTEN (3) |
|||
|
Niveau 1 (Financieel Reglement). Past de entiteit voor het verstrekken van financiering uit EU-middelen/begrotingsgaranties via financieringsinstrumenten/begrotingsgaranties in alle materiële opzichten passende regels en procedures toe in overeenstemming met de door de Europese Commissie vastgestelde criteria? |
JA/NEEN |
||
|
Criteria/vragen op niveau 2 (3 onderdelen voor financieringsinstrumenten) |
SCORE (0-10) |
||
|
../10 |
||
|
../10 |
||
|
../10 |
||
|
Totale score |
../30 |
||
|
SCORE Het antwoord op de vraag op niveau 1 is JA als voor alle 3 onderdelen een totale score van ten minste 70 % wordt behaald en voor elk afzonderlijk onderdeel een score van ten minste 2/10 of 20 %. Het antwoord op de vraag op niveau 1 is NEEN als een totale score van minder dan 70 % wordt behaald of voor één afzonderlijk onderdeel een score van minder dan 2/10 of 20 %. |
|||
|
PIJLER 6 — FINANCIERINGSINSTRUMENTEN — aanvullend punt 6A (aanvullende vragen voor begrotingsgaranties (4) ) |
|||
|
Criteria/vragen op niveau 2 (4 aanvullende onderdelen voor begrotingsgaranties) Heeft de entiteit een systeem voor kredietrisicobeheer en gebruikt zij een systeem voor interne risicorating dat passend is gelet op de aard, de omvang en de complexiteit van haar activiteiten? |
JA/NEEN |
||
|
../10 |
||
|
../10 |
||
|
../10 |
||
|
../10 |
||
|
Totale score |
../40 |
||
|
SCORE Het antwoord op de vraag op niveau 2 is JA als voor alle 4 onderdelen een totale score van ten minste 70 % wordt behaald en voor elk afzonderlijk onderdeel een score van ten minste 2/10 of 20 %. Het antwoord op de vraag op niveau 2 is NEEN als een totale score van minder dan 70 % wordt behaald of voor één afzonderlijk onderdeel een score van minder dan 2/10 of 20 %. |
|||
|
PIJLER 6 — FINANCIERINGSINSTRUMENTEN — aanvullende punten 6B en 6C (facultatief) (5) |
|||||
|
Niveau 1. Past de entiteit bij de selectie/uitvoering van met middelen van de Unie ondersteunde financieringsinstrumenten/begrotingsgaranties normen toe die gelijkwaardig zijn aan de toepasselijke Uniewetgeving en overeengekomen internationale en Unienormen, waardoor zij: a) geen acties ondersteunt die bijdragen aan belastingontwijking, en b) geen verrichtingen aangaat met entiteiten die voor belastingdoeleinden in niet-coöperatieve rechtsgebieden zijn opgericht of gevestigd? |
JA/NEEN |
||||
|
Criteria/vragen op niveau 2 (2 onderdelen voor controles in verband met belastingontwijking en niet-coöperatieve rechtsgebieden) |
SCORE (0-10) |
||||
|
Controles in verband met belastingontwijking en niet-coöperatieve rechtsgebieden Past de entiteit bij de selectie/uitvoering van met middelen van de Unie ondersteunde financieringsinstrumenten/begrotingsgaranties normen toe die gelijkwaardig zijn aan de toepasselijke Uniewetgeving en overeengekomen internationale en Unienormen (6), waardoor zij:
|
../10 |
||||
|
Niveau 1. Past de entiteit bij de selectie/uitvoering van financieringsinstrumenten/begrotingsgaranties normen toe die gelijkwaardig zijn aan de toepasselijke Uniewetgeving en overeengekomen internationale en Unienormen, waardoor zij: c) geen acties ondersteunt die bijdragen tot witwassen en terrorismefinanciering, en d) geen nieuwe verrichtingen aangaat of verrichtingen verlengt met entiteiten die zijn opgericht of gevestigd in rechtsgebieden die als derde landen met een hoog risico zijn aangemerkt? |
JA/NEEN |
||||
|
Criteria/vragen op niveau 2 (2 onderdelen voor controles in verband met witwassen en terrorismefinanciering) |
SCORE (0-10) |
||||
|
Bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering Past de entiteit bij de selectie/uitvoering van financieringsinstrumenten/begrotingsgaranties normen toe die gelijkwaardig zijn aan de toepasselijke Uniewetgeving en overeengekomen internationale en Unienormen die voorzien in redelijk effectieve waarborgen, waardoor zij:
|
../10 |
||||
|
Het antwoord op de vraag op niveau 1 is JA als voor het desbetreffende punt een totale score van ten minste 70 % wordt behaald. Het antwoord op de vraag op niveau 1 is NEEN als voor het desbetreffende punt een totale score van minder dan 70 % wordt behaald. |
|||||
|
PIJLER 7 — UITSLUITING VAN TOEGANG TOT FINANCIERING |
|||
|
Niveau 1 (Financieel Reglement). Past de entiteit passende regels en procedures toe om derden uit te sluiten van toegang tot financiering via aanbestedingen, subsidies en/of financieringsinstrumenten (8) ? |
JA/NEEN |
||
|
Criteria/vragen op niveau 2 (3 onderdelen voor uitsluiting van toegang tot financiering) |
SCORE (0-10) |
||
|
../10 |
||
|
../10 |
||
|
../10 |
||
|
Totale score |
../30 |
||
|
SCORE Het antwoord op de vraag op niveau 1 is JA als voor alle 3 onderdelen een totale score van ten minste 70 % wordt behaald en voor het afzonderlijke onderdeel 1 of 3 een score van ten minste 2/10 of 20 % of voor het afzonderlijke onderdeel 2 een score van ten minste 5/10 of 50 %. Het antwoord op de vraag op niveau 1 is NEEN als voor alle 3 onderdelen een totale score van minder dan 70 % wordt behaald of voor het afzonderlijke onderdeel 1 of 3 een score van minder dan 2/10 of 20 % of voor het afzonderlijke onderdeel 2 een score van minder dan 5/10 of 50 %. |
|||
|
PIJLER 8 — BEKENDMAKING VAN INFORMATIE OVER ONTVANGERS EN ANDERE INFORMATIE |
|||
|
Niveau 1 (Financieel Reglement). Maakt de entiteit tijdig en op passende wijze informatie over de ontvangers van middelen bekend (9) ? |
JA/NEEN |
||
|
Criteria/vragen op niveau 2 (3 onderdelen voor bekendmaking van ontvangers) |
SCORE (0-10) |
||
|
../10 |
||
|
../10 |
||
|
../10 |
||
|
Totale score |
../30 |
||
|
SCORE Het antwoord op de vraag op niveau 1 is JA als voor alle 3 onderdelen een totale score van ten minste 70 % wordt behaald en voor elk afzonderlijk onderdeel een score van ten minste 2/10 of 20 %. Het antwoord op de vraag op niveau 1 is NEEN als een totale score van minder dan 70 % wordt behaald of voor één afzonderlijk onderdeel een score van minder dan 2/10 of 20 %. |
|||
|
PIJLER 9 — BESCHERMING VAN PERSOONSGEGEVENS |
|||
|
Niveau 1 (Financieel Reglement). Voorziet de entiteit in een bescherming van persoonsgegevens die gelijkwaardig is aan de in artikel 5 van het Financieel Reglement bedoelde bescherming (10) ? |
JA/NEEN |
||
|
Criteria/vragen op niveau 2 (3 onderdelen voor bescherming van persoonsgegevens) |
SCORE (0-10) |
||
|
../10 |
||
|
../10 |
||
|
../10 |
||
|
Totale score |
../30 |
||
|
SCORE Het antwoord op de vraag op niveau 1 is JA als voor alle 3 onderdelen een totale score van ten minste 70 % wordt behaald en voor elk afzonderlijk onderdeel een score van ten minste 2/10 of 20 %. Het antwoord op de vraag op niveau 1 is NEEN als een totale score van minder dan 70 % wordt behaald of voor één afzonderlijk onderdeel een score van minder dan 2/10 of 20 %. |
|||
(1) De verwijzing naar “financieringsinstrumenten” wordt geacht ook begrotingsgaranties te omvatten.
(2) Zie artikel 209, lid 4, van het Financieel Reglement van 2018.
(3) Een verwijzing naar “financieringsinstrumenten” en “EU-middelen” wordt geacht ook begrotingsgaranties te omvatten.
(4) Alleen van toepassing als de entiteit de EU om een begrotingsgarantie wil verzoeken.
(5) Om Uniemiddelen uit te voeren via financieringsinstrumenten, moet de entiteit de desbetreffende vereisten van het Financieel Reglement die in de aanvullende punten 6B en 6C aan bod komen, via passende contractuele regelingen naleven, zelfs als zij ervoor kiest om zich niet te onderwerpen aan de pijlerbeoordeling van deze punten.
(6) Het beleid en het regelgevingskader van de EU op het gebied van belastingen omvatten met name (onder voorbehoud van verdere ontwikkelingen): Gedragscode inzake de belastingregeling voor ondernemingen van 1 december 1997 (PB C 2 van 6.1.1998); Richtlijn 2011/96/EU van de Raad van 30 november 2011 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen uit verschillende lidstaten (PB L 345 van 29.12.2011, blz. 8); Richtlijn 2003/49/EG van de Raad van 3 juni 2003 betreffende een gemeenschappelijke belastingregeling inzake uitkeringen van interest en royalty’s tussen verbonden ondernemingen van verschillende lidstaten (PB L 157 van 26.6.2003, blz. 49); Aanbeveling 2012/772/EU van de Commissie van 6 december 2012 over agressieve fiscale planning (PB L 338 van 12.12.2012, blz. 41); Richtlijn 2011/16/EU van de Raad van 15 februari 2011 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen, en tot intrekking van Richtlijn 77/799/EEG (PB L 64 van 11.3.2011, blz. 1); pakket antiontgaansmaatregelen van de Commissie: volgende stappen naar effectieve belastingheffing en grotere fiscale transparantie in de EU (COM/2016/23), Aanbeveling (EU) 2016/136 van de Commissie van 28 januari 2016 over de implementatie van maatregelen om misbruik van belastingverdragen tegen te gaan (PB L 25 van 2.2.2016, blz. 67); Richtlijn (EU) 2016/1164 van de Raad van 12 juli 2016 tot vaststelling van regels ter bestrijding van belastingontwijkingspraktijken welke rechtstreeks van invloed zijn op de werking van de interne markt (PB L 193 van 19.7.2016, blz. 1); conclusies van de Raad Ecofin van 12 februari, 8 maart, 25 mei, 17 juni, 8 november en 5 december 2016, 5 december 2017, 23 januari en 13 maart 2018.
(7) Rekening houdend met Richtlijn (EU) 2015/849.
(8) De uitsluiting van derden moet worden beoordeeld voor subsidies, aanbestedingen en/of financieringsinstrumenten wanneer de respectieve pijler (subsidies, aanbestedingen en financieringsinstrumenten) wordt beoordeeld. Een verwijzing naar „financieringsinstrumenten” en „EU-middelen” wordt geacht ook begrotingsgaranties te omvatten.
(9) De bekendmaking van informatie over ontvangers moet worden beoordeeld voor subsidies, aanbestedingen en/of financieringsinstrumenten zodra de respectieve pijler (subsidies, aanbestedingen en financieringsinstrumenten) wordt beoordeeld.
(10) Overeenkomstig Verordeningen (EU) 2018/1725 en (EU) 2016/679.
Bijlage 2A
BEOORDELINGSVRAGENLIJST
|
PIJLER |
AAN BEOORDELING ONDERWORPEN PIJLER (1) |
||
|
JA |
||
|
JA |
||
|
JA |
||
|
JA/NEEN <doorhalen wat niet van toepassing is> |
||
|
JA/NEEN <doorhalen wat niet van toepassing is> |
||
|
JA/NEEN <doorhalen wat niet van toepassing is> |
||
|
JA |
||
|
JA |
||
|
JA |
||
|
De pijlers 1, 2, 3, 7, 8 en 9 worden altijd aan beoordeling onderworpen. De pijlers 4 tot en met 6 kunnen aan beoordeling worden onderworpen, afhankelijk van de aard van de opgedragen uitvoeringstaken. |
|||
DOEL EN GEBRUIK VAN DIT DOCUMENT
|
1. |
In een eerste fase zal de entiteit worden verzocht de toepasselijke vragen in bijlage 2a te beantwoorden en de ingevulde bijlage 2a in te dienen bij de aanbestedende dienst (indien verschillend van de entiteit zelf) en de auditor.
Let op: De entiteit wordt verzocht de vragen te beantwoorden waarbij “door de entiteit in te vullen” is vermeld in de kolom “Opmerkingen entiteit”. Belangrijke vragen mogen alleen worden ingevuld door de auditor op basis van zijn professionele oordeel en de uitgevoerde beoordelingsprocedures en tests. De aanbestedende dienst verstrekt de ingevulde vragenlijst van bijlage 2a zo snel mogelijk aan de auditor nadat deze is aangesteld, maar vóór het begin van beoordelingsprocedures van de auditor. |
|
2. |
In een tweede fase zal bijlage 2a een hulpmiddel voor de auditor worden om de beoordelingsprocedures te ontwerpen, te plannen en uit te voeren en rekening te houden met de volgens de Europese Commissie essentiële of belangrijke criteria waaraan de te beoordelen entiteit moet voldoen.
De ingevulde vragenlijst is een essentiële bron van beoordelingsinformatie en bewijsmateriaal voor de auditor. Zij is echter geenszins de enige bron die de auditor kan gebruiken om beoordelingsprocedures te plannen en uit te voeren en conclusies te trekken. Alle door de entiteit ingevulde en verstrekte informatie is onderworpen aan de beoordelingsprocedures die de auditor nodig acht. De auditor mag niet op informatie vertrouwen totdat hij zich er door middel van beoordelingsprocedures van heeft vergewist dat die informatie nauwkeurig en volledig genoeg is met het oog op de beoordeling en om over belangrijke vragen tot onderbouwde conclusies te komen. De auditor kan in de kolom “Opmerkingen auditor” dan ook naar goeddunken informatie wijzigen, aanvullen en toevoegen. De auditor kan ook aanvullende vragen stellen als hij van mening is dat dit noodzakelijk is om over belangrijke vragen tot een onderbouwde conclusie te komen. Gebruik van de kolom “Opmerkingen auditor” — Het wordt sterk aanbevolen dat de auditor hier opmerkingen en beschrijvingen zo veel mogelijk in beknopte vorm invult. De auditor mag de breedte en/of lengte van deze kolom aanpassen om informatie en opmerkingen op te nemen. Als alternatief hiervoor mag de auditor ook bijlagen gebruiken (bijv. van de entiteit verkregen lange beschrijvingen en/of documenten) en hiernaar verwijzen. De auditor blijft te allen tijde volledig verantwoordelijk voor het ontwerpen, plannen en uitvoeren van de beoordelingsprocedures die hij nodig acht om voor elke door de beoordeling bestreken pijler tot een conclusie te komen. De auditor moet rekening houden met de specifieke omstandigheden van de opdracht en zich gedurende het gehele beoordelingsproces laten leiden door zijn professionele oordeel. |
|
PIJLER 1 — INTERNE CONTROLE |
|
|
BELANGRIJKE VRAAG (niveau 1) |
Opmerkingen auditor |
|
Heeft de entiteit overeenkomstig de door de Europese Commissie vastgestelde criteria een effectief, efficiënt en zuinig internecontrolesysteem opgezet en gezorgd voor de goede werking daarvan in alle materiële opzichten? |
|
|
Richtsnoeren Artikel 154 van het Financieel Reglement De Commissie mag erkennen dat de boekhoudsystemen en internecontrolesystemen die worden gebruikt door entiteiten en personen waaraan de uitvoering van de middelen van de Unie of begrotingsgaranties wordt toevertrouwd, gelijkwaardige niveaus van bescherming van de financiële belangen van de Unie en redelijke zekerheid over het bereiken van de beheersdoelstellingen bieden. |
|
|
PIJLER 1 — INTERNE CONTROLE |
|||||
|
Opmerkingen entiteit |
Opmerkingen auditor |
|||
|
Belangrijke vraag (niveau 2): Vormt de controleomgeving van de entiteit een passende basis voor het uitvoeren van interne controle in de hele organisatie? Opmerking: Tot de controleomgeving behoren ook de bestuurs- en beheerfuncties en de verwachtingen, de kennis en de acties van de met bestuur en beheer belaste personen met betrekking tot de interne controle van de entiteit en het belang ervan in de entiteit. |
|
||||
|
|
||||
|
1.1.1 |
Is er een schriftelijke gedragscode die aan alle personeelsleden wordt verstrekt of een personeelshandleiding met bepalingen ter bevordering van ethisch gedrag en ethische waarden? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
1.1.2 |
Benadrukt het management het belang van integriteit en ethische waarden en laat het dit aan het personeel weten (“toon van de top”)? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
1.1.3 |
Zijn er procedures (bijv. tuchtmaatregelen, financiële en persoonlijke aansprakelijkheid) voor personeelsleden die zich niet houden aan integriteitsregels en ethische waarden? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
1.1.4 |
Zijn er procedures voor het omgaan met mogelijke belangenconflicten op het niveau van het management? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
|
||||
|
1.2.1 |
Heeft de entiteit een duidelijke organisatiestructuur (d.w.z. het kader waarbinnen de activiteiten van een entiteit om haar doelstellingen te verwezenlijken worden gepland, uitgevoerd, gecontroleerd en geëvalueerd) die goed beheer en bestuur ondersteunt? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
1.2.2 |
Wat is de besluitvormingsstructuur en wie is het hoogste beslissingsgezag? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
1.2.3 |
Zijn de rapportagelijnen en verantwoordelijkheden duidelijk omschreven? Bijvoorbeeld: zijn de verantwoordelijkheden, bevoegdheden en rapportagelijnen duidelijk vastgelegd in arbeidsovereenkomsten en/of handleidingen? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
1.2.4 |
Zijn er taakomschrijvingen beschikbaar? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
1.2.5 |
Hoe worden de bevoegdheid en verantwoordelijkheid voor operationele activiteiten toegewezen, en hoe worden de rapportageverhoudingen en goedkeuringshiërarchieën vastgesteld? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
1.2.6 |
Wat is het beleid en zijn de praktijken ten aanzien van, bijvoorbeeld, aanwerving, oriëntatie, opleiding, beoordeling, begeleiding, promotie, vergoedingen en corrigerende maatregelen? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
|
||||
|
1.3.1 |
Is er een orgaan voor toezicht op het bestuur (bijv. toezichthoudende autoriteiten, auditcomité, toezichthouders, raad van bestuur, uitvoerend orgaan) dat onafhankelijk is van het management van de entiteit? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
1.3.2 |
Zijn er regels voor de benoeming, de bezoldiging en het ontslag van leden van het orgaan voor toezicht op het bestuur? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
1.3.3 |
Heeft het management van de entiteit, indien er geen orgaan is voor toezicht op het bestuur, maatregelen genomen om haar verantwoordelijkheden op het gebied van toezicht op het bestuur uit te oefenen? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
1.3.4 |
Heeft de entiteit een interneauditfunctie? Zo ja, zie punt 5.2. |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
1.3.5 |
Zo nee, hoe (d.w.z. met welke andere middelen) houdt het management toezicht op de ontwikkeling en de prestaties van de interne controle? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
|
||||
|
1.4.1 |
Heeft de entiteit formele, schriftelijk vastgelegde personeelsstrategieën en -praktijken? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
1.4.2 |
Heeft de entiteit een aanwervings- en bezoldigingsbeleid? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
1.4.3 |
Heeft de entiteit een systeem voor personeelsontwikkeling (voor ontwikkelings- en opleidingsbehoeften) en -beoordeling? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
PIJLER 1 — INTERNE CONTROLE |
|||||||||||
|
Opmerkingen entiteit |
Opmerkingen auditor |
|||||||||
|
Belangrijke vraag (niveau 2): Identificeert de entiteit risico’s voor de verwezenlijking van haar doelstellingen in de gehele entiteit, en worden de risico’s geanalyseerd om te kunnen bepalen hoe zij moeten worden beheerd? |
|
||||||||||
|
2.1 |
Heeft de entiteit haar doelstellingen duidelijk genoeg omschreven om de identificatie en beoordeling van risico’s voor die doelstellingen mogelijk te maken? |
|
|
||||||||
|
2.2 |
Heeft de entiteit risicobeoordelingsprocedures waarmee het management bestaande of potentiële problemen die de verwezenlijking van de doelstellingen van de entiteit in de weg kunnen staan, kan identificeren, beoordelen en aanpakken? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||
|
2.3 |
Worden de risico’s op projectbasis of in de gehele entiteit beoordeeld? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||
|
2.4 |
Worden de risicobeoordelingsprocedures gedocumenteerd? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||
|
2.5 |
Heeft de entiteit een risicoregister? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||
|
2.6 |
Heeft de entiteit risicobeoordelingsprocedures waarmee:
|
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||
|
PIJLER 1 — INTERNE CONTROLE |
|||||||||||||||||
|
Opmerkingen entiteit |
Opmerkingen auditor |
|||||||||||||||
|
Belangrijke vraag (niveau 2): Voert de entiteit effectieve en efficiënte controleactiviteiten uit? |
|
||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||
|
3.1.1 |
Voert de entiteit controleactiviteiten uit
|
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||
|
3.1.2 |
Komen de volgende belangrijke aspecten aan de orde bij de door de entiteit uitgevoerde controleactiviteiten?
|
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||
|
3.2.1 |
Is de scheiding van functies formeel vastgelegd, bijvoorbeeld in een procedurehandleiding? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||
|
3.3.1 |
Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de archiveringssystemen van de entiteit (elektronisch, papier, handleiding, gebruik van databanken en elektronische archiveringssystemen)? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||
|
3.3.2 |
Identificeer en documenteer de belangrijkste kenmerken van het archiveringssysteem/de archiveringsprocedures. |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||
|
3.3.3 |
Heeft de entiteit een specifiek beleid of procedures voor documentatie en archivering met betrekking tot de procedures voor subsidies, aanbestedingen en financieringsinstrumenten? Opmerking: Er kunnen specifieke voorschriften gelden, bijvoorbeeld inzake transparantie en vertrouwelijkheid. |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||
|
3.4.1 |
Heeft de entiteit formele, schriftelijk vastgelegde procedures en controles met betrekking tot haar IT-systemen? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||
|
3.4.2 |
Heeft de entiteit adequate en effectieve procedures voor de initiatie, goedkeuring, registratie, verwerking en rapportage van transacties? |
|
|
||||||||||||||
|
3.4.3 |
Past de entiteit een passende mix van handmatige en geautomatiseerde elementen toe bij de interne controle, rekening houdend met de aard en de complexiteit van het gebruik van IT en geautomatiseerde informatiesystemen door de entiteit? |
|
|
||||||||||||||
|
3.4.4 |
Omvatten de controles van de IT-systemen van de entiteit doeltreffende algemene IT-controles en applicatiecontroles? |
|
|
||||||||||||||
|
Richtsnoeren met betrekking tot geautomatiseerde informatiesystemen |
|||||||||||||||||
|
De bedrijfs-/activiteitenprocessen van de entiteit resulteren in transacties die worden geïnitieerd, geregistreerd, verwerkt en gerapporteerd door het informatiesysteem, dat handmatig of computergestuurd, dan wel een mix van handmatige en computergestuurde procedures is. Is er een passende scheiding van taken voor essentiële boekhoudfuncties, d.w.z. de initiatie, goedkeuring, registratie, verwerking (d.w.z. opneming in het grootboek) en rapportage in de financiële staten? Het gebruik van IT is van invloed op de manier waarop controleactiviteiten worden uitgevoerd. Controles van IT-systemen zijn doeltreffend wanneer zij de integriteit van de informatie en de beveiliging van de door dergelijke systemen verwerkte gegevens waarborgen en doeltreffende algemene IT-controles en applicatiecontroles omvatten. Algemene IT-controles zijn strategieën en procedures die betrekking hebben op vele applicaties en de doeltreffende werking van applicatiecontroles ondersteunen. Zij hebben betrekking op mainframe-, miniframe- en eindgebruikersomgevingen. Algemene IT-controles die de integriteit van de informatie en de beveiliging van de gegevens waarborgen, omvatten doorgaans controles met betrekking tot:
Applicatiecontroles zijn handmatige of geautomatiseerde procedures die doorgaans op bedrijfsprocesniveau werken en betrekking hebben op de verwerking van transacties door individuele applicaties. Applicatiecontroles kunnen van preventieve of detectieve aard zijn en bedoeld zijn om de integriteit van de boekhoudbescheiden te waarborgen. Applicatiecontroles hebben dus betrekking op de procedures voor het initiëren, registreren, verwerken en rapporteren van transacties of andere financiële gegevens. Deze controles gaan na of transacties hebben plaatsgevonden, zijn goedgekeurd en volledig en nauwkeurig zijn geregistreerd en verwerkt. Voorbeelden zijn edit checks van inputgegevens en nummervolgordecontroles met handmatige follow-up van uitzonderingenrapporten of correcties op het punt van gegevensinvoer. Het gebruik van manuele of geautomatiseerde elementen bij interne controle heeft ook gevolgen voor de manier waarop transacties worden geïnitieerd, geregistreerd, verwerkt en gerapporteerd:
De mix van handmatige en geautomatiseerde elementen bij de interne controle van de entiteit varieert naargelang van de aard en de complexiteit van het gebruik van IT door de entiteit. |
|||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||
|
3.5.1 |
Houdt de entiteit rekening met de mogelijkheid van fouten, fraude en onregelmatigheden bij de beoordeling van de risico’s voor de verwezenlijking van de doelstellingen? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||
|
3.5.2 |
Identificeert de entiteit (gevoelige) posten met het risico van collusie (bijv. bank- en kasbeheer, aanbestedingen en aankoopfuncties) en zijn er toezichtmaatregelen (bijv. rouleren van functies, aanvullende controles)? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||
|
3.5.3 |
Zijn er procedures voor de rapportage en follow-up van fouten, fraude en onregelmatigheden? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||
|
3.6.1 |
Heeft de entiteit een beschrijving van de procedures of een procedurehandleiding voor haar systeem voor het beheer van activa? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||
|
3.6.2 |
Verschaf u voldoende inzicht in het systeem voor het beheer van activa van de entiteit, d.w.z. praktijken en procedures voor de verwerving en het beheer van grond en gebouwen, machines, voertuigen, uitrusting en immateriële activa (bijv. intellectuele-eigendomsrechten, licenties). Opmerking: Er moet speciale aandacht worden besteed aan de aanbestedingsregels die van toepassing zijn op de verwerving van vaste en immateriële activa (zie pijler 5 — aanbesteding). |
|
|
||||||||||||||
|
Richtsnoeren Documenteer de hierboven beschreven procedure met beschrijvingen en verwijzingen naar relevant bronmateriaal (bijv. systemen, stroomschema’s, handleidingen enz.) en identificeer eventuele tekortkomingen in het systeem van de entiteit voor het beheer van activa. Relevante kwesties zijn onder meer: taken en verantwoordelijkheden (scheiding van functies) voor het beheer van de procedures voor verwerving en aankoop van activa, registratie van activa (gebruik van activaregisters, voertuiglogboeken), toegangscontroles en -procedures, controle- en toezichtprocedures, beschermings- en toegangsprocedures, vervreemding van activa en overdracht van activa. |
|||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||
|
3.7.1 |
Heeft de entiteit een beschrijving van de procedures of een procedurehandleiding voor haar inventarisbeheersysteem? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||
|
3.7.2 |
Verschaf u voldoende inzicht in het inventarisbeheersysteem van de entiteit (praktijken en procedures voor de verwerving, de aankoop en het beheer van benodigdheden zoals materialen, instrumenten, reserveonderdelen en kantoorbenodigdheden). Opmerking: Er moet speciale aandacht worden besteed aan de aanbestedingsregels die van toepassing zijn op de verwerving van benodigdheden, goederen en materialen (zie pijler 5 — aanbesteding). |
|
|
||||||||||||||
|
Richtsnoeren Documenteer de hierboven beschreven procedure met beschrijvingen en verwijzingen naar relevant bronmateriaal (bijv. systemen, stroomschema’s, handleidingen enz.) en identificeer eventuele tekortkomingen in het inventarisbeheersysteem van de entiteit. Relevante kwesties zijn onder meer: i) taken en verantwoordelijkheden voor inventarisbeheer, verwervings- en aankoopprocedures en inventarislijsten; ii) beveiliging, toegang en gebruik; iii) controle- en toezichtprocedures, inventarisatie en reconciliatie, en iv) gebruik en vervreemding van voorraden |
|||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||
|
3.8.1 |
Heeft de entiteit een beschrijving van de procedures of een procedurehandleiding voor haar bankbeheersysteem? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||
|
3.8.2 |
Verricht de entiteit regelmatig (ten minste maandelijks) reconciliaties van de in de rekeningen van de entiteit (grootboek, kasboek) opgenomen boekhoudgegevens met bankrekeninggegevens, op een zodanige wijze dat er geen materiële verschillen onverklaard blijven? |
|
|
||||||||||||||
|
3.8.3 |
Verschaf u voldoende inzicht in het bankbeheersysteem van de entiteit (praktijken en procedures voor het beheer van bankrekeningen). |
|
|
||||||||||||||
|
Richtsnoeren Documenteer de hierboven beschreven procedure met beschrijvingen en verwijzingen naar relevant bronmateriaal (bijv. systemen, stroomschema’s, handleidingen enz.) en identificeer eventuele tekortkomingen in het bankbeheersysteem van de entiteit. Relevante kwesties zijn onder meer: taken en verantwoordelijkheden (scheiding van functies, toegangsrechten, gebruik van een afzonderlijke kasfunctie) voor het beheer van bankrekeningen, soort rekeningen (bijv. rentedragend, gebruikte valuta’s), gebruik van tweehandtekeningenprocedures, regelmatige bankreconciliaties, toezicht en controle, gebruik van specifieke bankrekeningen voor projecten; beleid inzake kasmiddelen. |
|||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||
|
3.9.1 |
Heeft de entiteit een beschrijving van de procedures of een procedurehandleiding voor haar kasbeheersysteem? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||
|
3.9.2 |
Verricht de entiteit regelmatig (ten minste maandelijks) reconciliaties van de in haar rekeningen (grootboek, kasboek) opgenomen boekhoudgegevens met bankrekeninggegevens, op een zodanige wijze dat er geen materiële verschillen onverklaard blijven? |
|
|
||||||||||||||
|
3.9.3 |
Zijn er passende procedures voor het aanhouden van kasmiddelen en kascontroles? |
|
|
||||||||||||||
|
3.9.5 |
Vereffent en reconcilieert de entiteit tussenrekeningen en voorschotten, d.w.z. gedane contante betalingen waaruit nog geen uitgaven zijn geregistreerd, ten minste maandelijks binnen 30 dagen na het einde van elke maand? Bij dergelijke voorschotten kan het onder meer gaan om reisvoorschotten en operationele voorschotrekeningen (3). Voorts kan het hierbij gaan om overschrijvingen naar andere entiteiten die als uitgaven worden aangemerkt wanneer zij plaatsvinden, zelfs wanneer de rapportage over een gereserveerd deel van de overschrijvingen periodiek wordt verwacht. |
|
|
||||||||||||||
|
3.9.6 |
Verschaf u voldoende inzicht in het kasbeheersysteem van de entiteit (praktijken en procedures voor het kasbeheer). |
|
|
||||||||||||||
|
Richtsnoeren Documenteer de hierboven beschreven procedure met beschrijvingen en verwijzingen naar relevant bronmateriaal (bijv. systemen, stroomschema’s, handleidingen enz.) en identificeer eventuele tekortkomingen in het kasbeheersysteem van de entiteit. Relevante kwesties zijn onder meer: taken en verantwoordelijkheden (scheiding van functies, toegangsrechten, gebruik van een afzonderlijke kasfunctie) voor kasbeheer; procedures voor geldverwerking en limieten voor aan te houden kasmiddelen; regelmatige controles en reconciliaties van de kleine kas; beheer van kasvoorschotten (gebruik, goedkeuring, limieten, monitoring en vereffening). |
|||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||
|
3.10.1 |
Heeft de entiteit een beschrijving van de procedures of een procedurehandleiding voor haar aanwervingssysteem? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||
|
3.10.2 |
Verschaf u voldoende inzicht in het aanwervingssysteem van de entiteit (praktijken en procedures voor het beheer van buitenlands, plaatselijk en ander personeel). |
|
|
||||||||||||||
|
3.10.3 |
Licht het aanwervingsproces door vanaf de goedkeuring van de selectieprocedure tot de ondertekening van de arbeidsovereenkomst. |
|
|
||||||||||||||
|
Richtsnoeren Documenteer de hierboven beschreven procedure met beschrijvingen en verwijzingen naar relevant bronmateriaal (bijv. systemen, stroomschema’s, handleidingen enz.) en identificeer eventuele tekortkomingen in de aanwervingsprocedures van de entiteit. Relevante kwesties zijn onder meer: taken en verantwoordelijkheden voor het personeelsbeheer; selectie- en goedkeuringsprocedures; vaststelling en goedkeuring van salarissen, toelagen en andere arbeidsvoorwaarden; gebruik van arbeidsovereenkomsten; taakomschrijvingen. |
|||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||
|
3.11.1 |
Heeft de entiteit een beschrijving van de procedures of een procedurehandleiding voor haar systeem voor loonadministratie en tijdbeheer? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||
|
3.11.2 |
Verschaf u voldoende inzicht in het systeem van de entiteit voor loonadministratie en tijdbeheer, d.w.z. praktijken en procedures voor loonadministratie en tijdbeheer). |
|
|
||||||||||||||
|
3.11.3 |
Zijn de personeelsdatabank (4) en de loonadministratie rechtstreeks gekoppeld om de consistentie van de gegevens te waarborgen? Worden regelmatig (in principe maandelijks) reconciliaties verricht? |
|
|
||||||||||||||
|
3.11.4 |
Zijn de systemen voor loonadministratie en tijdbeheer gekoppeld om, in voorkomend geval, een correcte berekening van salarissen en lonen te garanderen? |
|
|
||||||||||||||
|
3.11.5 |
Is de bevoegdheid om gegevens en loonlijst te veranderen beperkt en zijn er auditsporen beschikbaar? |
|
|
||||||||||||||
|
3.11.6 |
Zijn er passende (goedkeurings-) procedures voor wijzigingen in de personeelsgegevens? |
|
|
||||||||||||||
|
3.11.7 |
Zijn er procedures om controlegebreken en/of spookwerknemers op te sporen? Bijvoorbeeld: worden (jaarlijkse) audits van de loonadministratie uitgevoerd door een interneauditfunctie? |
|
|
||||||||||||||
|
3.11.8 |
Heeft de entiteit een systeem voor de toewijzing van personeel, salarissen en gerelateerde kosten aan projecten? |
|
|
||||||||||||||
|
3.11.9 |
Welke beginselen (d.w.z. aannemelijkheid van uitgangspunten en verdeelsleutels) gebruikt de entiteit om salarissen en salarisgerelateerde kosten aan projecten toe te wijzen? Hoe wordt de door het personeel aan specifieke projecten bestede tijd goedgekeurd en geregistreerd? |
|
|
||||||||||||||
|
Richtsnoeren Documenteer de hierboven beschreven procedure met beschrijvingen en verwijzingen naar relevant bronmateriaal (bijv. systemen, stroomschema’s, handleidingen enz.) en identificeer eventuele tekortkomingen in de systemen van de entiteit voor loonadministratie en tijdbeheer. Relevante kwesties zijn onder meer: taken en verantwoordelijkheden voor loonadministratie en tijdbeheer; registratie, berekening en goedkeuring van salarissen en salariscomponenten (vast/variabel; overuren; sociale zekerheid). Speciale aandacht moet worden besteed aan het tijdbeheersysteem van de entiteit: tijdregistratieprocedures en -gegevens (gebruik van tijdstaten), toezicht-, contole- en goedkeuringsprocedures. |
|||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||
|
Belangrijke vraag (niveau 3): |
|
||||||||||||||||
|
3.12.1 |
Heeft de entiteit een beschrijving van de procedures of een procedurehandleiding voor haar controles van andere salarisgerelateerde uitgaven en toelagen? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||
|
3.12.2 |
Welke procedures en controles zijn er voor het vaststellen en betalen van reis- en verblijftoelagen (d.w.z. dagvergoedingen)? |
|
|
||||||||||||||
|
3.12.3 |
Welke procedures en controles zijn er voor het vaststellen en betalen van uitgaven voor opleiding en personeelsontwikkeling? |
|
|
||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||
|
3.13.1 |
Welke procedures heeft de entiteit voor het sluiten van dienstenovereenkomsten met externe dienstverleners (bijv. studies en onderzoek; reclame, promotie, publicatie en zichtbaarheidsacties; evaluaties; audit, boekhouding en juridische diensten; technische bijstand; vertaling en vertolking; organisatie van conferenties en seminars; zichtbaarheidsacties)? Opmerking: Er moet speciale aandacht worden besteed aan de aanbestedingsregels die van toepassing zijn op de verwerving van diensten (zie pijler 5 — aanbesteding). |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||
|
3.14.1 |
Heeft de entiteit een beschrijving van de procedures of een procedurehandleiding voor haar controles van andere (niet-salarisgerelateerde) uitgaven? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||
|
3.14.2 |
Verschaf u voldoende inzicht in het systeem van de entiteit voor uitgavencontrole (praktijken en procedures voor uitgavencontrole). |
|
|
||||||||||||||
|
Richtsnoeren Documenteer de hierboven beschreven procedures met beschrijvingen en verwijzingen naar relevant bronmateriaal (bijv. systemen, stroomschema’s, handleidingen enz.) en identificeer eventuele tekortkomingen in de procedures van de entiteit voor uitgavencontrole. Relevante kwesties zijn onder meer: taken en verantwoordelijkheden voor uitgavencontrole; beheerprocedures die ervoor zorgen dat de uitgavencontrole in overeenstemming is met de procedures van de entiteit; machtiging en goedkeuring van uitgaven; regelmatige vergelijkingen tussen begrote en daadwerkelijke uitgaven. |
|||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||
|
3.15.1 |
Heeft de entiteit een beschrijving van of handleiding voor haar procedures voor monitoring van de operationele prestaties? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||
|
3.15.2 |
Welke maatregelen heeft de entiteit genomen om de operationele prestaties te beoordelen, d.w.z. de vooruitgang die is geboekt bij de uitvoering van activiteiten en projecten? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||
|
3.15.3 |
Heeft de entiteit kwaliteitsnormen ingevoerd (bijv. ISO)? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||
|
3.15.4 |
Indien geen externe normen worden gehanteerd, zijn er wel interne normen? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||
|
3.15.5 |
Heeft de entiteit procedures voor de evaluatie van de operationele prestaties (vóór, tijdens en na de uitvoering) |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||
|
3.15.6 |
Door wie (intern of extern) worden deze evaluaties uitgevoerd en hoe worden de resultaten gerapporteerd en met welke follow-up? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||
|
3.16.1 |
Heeft de entiteit een beschrijving van of handleiding voor haar procedures voor het toezicht op de naleving van de voorschriften en regels voor het gebruik van middelen? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||
|
3.16.2 |
Heeft de entiteit procedures die ervoor zorgen dat de daadwerkelijke uitgaven en ontvangsten voor activiteiten en projecten in overeenstemming zijn met de toepasselijke regels, d.w.z. de in contracten en overeenkomsten opgenomen voorwaarden? |
|
|
||||||||||||||
|
3.16.3 |
Heeft de entiteit procedures die ervoor zorgen dat specifieke regels en voorwaarden bekend zijn en worden nageleefd? Dergelijke regels en voorwaarden kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben op: de subsidiabiliteit van uitgaven, aanbestedingsregels (zie pijler 5), regels voor de zichtbaarheid van door de EU gefinancierde acties en regels voor de overdracht van activa aan het einde van een project. |
|
|
||||||||||||||
|
PIJLER 1 — INTERNE CONTROLE |
||||
|
||||
|
Richtsnoeren Informatie is voor de entiteit noodzakelijk om interne controletaken te kunnen verrichten ter ondersteuning van de verwezenlijking van haar doelstellingen. Het management van de entiteit verkrijgt of genereert en gebruikt relevante en hoogwaardige informatie uit interne en externe bronnen om de werking van andere onderdelen van interne controle te ondersteunen. Interne rapportage (interne informatie en communicatie) Hierbij gaat het om financiële rapportage en rapportage aan het management van de entiteit over de kwalitatieve aspecten van de uitvoering van activiteiten en projecten binnen de entiteit. Externe rapportage (externe informatie en communicatie) Er kunnen twee stromen van externe informatie en communicatie worden onderscheiden:
Hierbij gaat het om de rapportagestromen van subsidieontvangers aan de entiteit en hun verantwoordingsplicht jegens de entiteit. De rapportage is gebaseerd op specifieke regels en voorwaarden die door de entiteit worden vastgesteld om te voldoen aan de vereisten (inclusief de rapportagevereisten) voor financiering die door de EU en andere donoren wordt verstrekt. Deze rapportagestromen vormen een essentieel onderdeel van de interne controle. De twee bovengenoemde soorten externe rapportage worden behandeld in pijler 2 — boekhouding. |
|
PIJLER 1 — INTERNE CONTROLE |
|||||||||||||||||
|
Opmerkingen entiteit |
Opmerkingen auditor |
|||||||||||||||
|
Belangrijke vraag (niveau 2): Heeft de entiteit controles en procedures die zorgen voor betrouwbare rapportage — zowel intern als extern (inwaarts en uitwaarts) — in overeenstemming met de toepasselijke vereisten en normen? |
|
||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||
|
4.1.1 |
Verkrijgt of genereert en gebruikt de entiteit relevante, hoogwaardige informatie (interne en/of externe bronnen) om beheersverslagen op te stellen? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||
|
4.1.2 |
Ontvangt het management van de entiteit regelmatig (maandelijks, per kwartaal) verslagen over de geboekte vooruitgang inzake doelstellingen, activiteiten, projecten? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||
|
4.1.3 |
Heeft de informatie betrekking op kwalitatieve aspecten van de uitvoering, zoals het gebruik van prestatie-indicatoren, uitvoeringsstatus en vertragingen, belangrijke problemen en vraagstukken? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||
|
4.1.4 |
Heeft de informatie betrekking op financiële aspecten, zoals vergelijkingen tussen begrote en daadwerkelijke uitgaven en analyses van uitgaven per activiteit/project? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||
|
4.1.5 |
Verspreidt de entiteit intern informatie — ook over doelstellingen en verantwoordelijkheden voor interne controle — die nodig is om de werking van de interne controle te ondersteunen? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||
|
4.2.1 |
Presenteert de entiteit jaarrekeningen die betrouwbaar zijn? “Betrouwbaar” betekent dat de jaarrekening:
|
|
|
||||||||||||||
|
Richtsnoeren Jaarrekeningen zijn een cruciale voorwaarde voor transparantie. Het vermogen om tijdig jaarrekeningen op te stellen is een belangrijke indicator van de werking van het boekhoudsysteem en de kwaliteit van de bijgehouden gegevens. Om nuttig te zijn en bij te dragen tot transparantie, moeten jaarrekeningen voor de lezer begrijpelijk zijn en op transparante en consistente wijze transacties, activa en passiva behandelen. Dit is het doel van de standaarden voor internationale rapportage. Sommige landen hebben hun eigen standaarden voor financiële rapportage in de publieke sector die door de overheid of een ander bevoegd orgaan zijn vastgesteld. Om algemeen te worden aanvaard, worden dergelijke nationale standaarden doorgaans afgestemd op internationale standaarden zoals de internationale standaarden voor overheidsboekhouding (International Public Sector Accounting Standards — IPSAS), waarvan sommige relevant zijn voor landen met een boekhouding op transactiebasis, terwijl andere relevant zijn voor systemen op kasbasis. |
|||||||||||||||||
|
4.2.2 |
Heeft de in de jaarrekening gepresenteerde financiële informatie de volgende eigenschappen, zodat zij nuttig is voor de gebruikers?
|
|
|
||||||||||||||
|
4.2.3 |
Presenteert de entiteit jaarrekeningen die in overeenstemming zijn met de toepasselijke internationale standaarden? Wat is het toepasselijke kader voor financiële rapportage? Aan welke basisvoorschriften en -regels moet de entiteit voldoen wanneer zij haar jaarrekening opstelt en presenteert? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||
|
4.2.4 |
Andere goede praktijken inzake openbaarmakingen Vermeldt de jaarrekening van de entiteit:
|
|
|
||||||||||||||
|
4.2.5 |
Voldoet de entiteit aan de nationale boekhoudnormen (inclusief financiële rapportage) die van toepassing zijn in het land waar zij is gevestigd? Bijvoorbeeld: de Wereldbank, d.w.z. de Internationale Bank voor Herstel en Ontwikkeling (International Bank for Reconstruction and Development — IBRD) en de Internationale Ontwikkelingsassociatie (International Development Association — IDA), voldoet aan de algemeen aanvaarde boekhoudbeginselen van de VS (US Generally Accepted Accounting Principles — US GAAP). |
|
|
||||||||||||||
|
4.2.6 |
Voldoet de entiteit aan de internationale boekhoudnormen (inclusief financiële rapportage) of aan grondslagen en regels voor financiële verslaggeving en die voortvloeien uit specifieke voorschriften of overeenkomsten?
|
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||
|
4.2.7 |
De boekhoudmethode waarmee de jaarrekening van de entiteit wordt opgesteld en gepresenteerd, is op:
Voetnoot: “Transactiebasis” is een boekhoudmethode waarbij transacties en andere gebeurtenissen worden geboekt wanneer zij zich voordoen (en niet alleen wanneer contanten of het equivalent daarvan worden ontvangen of betaald). De transacties en gebeurtenissen worden dus in de boekhouding geregistreerd en opgenomen in de financiële overzichten van de periode waarop zij betrekking hebben. De onderdelen van de transactieboekhouding zijn de activa en passiva, de netto-activa of het eigen vermogen, en de ontvangsten en uitgaven. |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||
|
4.2.8 |
Welke periode gebruikt de entiteit als boekjaar? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||
|
4.2.9 |
Bevat de jaarrekening van de entiteit de volgende onderdelen?
|
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||
|
4.2.10 |
Wordt de jaarrekening van de entiteit binnen zes maanden na het einde van het boekjaar aan een externe audit onderworpen? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||
|
4.3.1 |
Heeft de entiteit specifieke rapportageprocedures voor door de EU of andere donoren gefinancierde activiteiten, projecten of (trust)fondsen en financieringsinstrumenten? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||
|
4.4.1 |
Heeft de entiteit specifieke rapportageprocedures voor door de EU of andere donoren gefinancierde activiteiten, projecten, (trust)fondsen en financieringsinstrumenten? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||
|
4.4.2 |
Verstrekt de entiteit voorwaarden voor de rapportage door subsidieontvangers over de financiële en kwalitatieve aspecten van de uitvoering van activiteiten, projecten, (trust)fondsen en financieringsinstrumenten? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||
|
4.4.3 |
Worden de voorwaarden voor rapportage duidelijk en correct meegedeeld (bijv. gebruik van een mandaat, gebruik van (webgebaseerde) richtsnoeren, instructies, brochures)?
|
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||
|
4.4.4 |
Monitort/verifieert de entiteit of de rapportagevoorwaarden worden nageleefd? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||
|
4.4.5 |
Ontvangt en evalueert de entiteit regelmatig door subsidieontvangers opgestelde voortgangsverslagen? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||
|
4.4.6 |
Reageert de entiteit doeltreffend en tijdig op kwesties die voortvloeien uit de evaluatie van deze verslagen? Dergelijke kwesties zijn bijvoorbeeld: significante verschillen tussen begrote en daadwerkelijk gedane uitgaven, ongewone uitgavenposten, (mogelijke) niet-subsidiabele uitgaven, vertragingen bij de projectuitvoering, projectactiviteiten die niet volgens plan zijn uitgevoerd. |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||
|
PIJLER 1 — INTERNE CONTROLE |
|||||
|
Opmerkingen entiteit |
Opmerkingen auditor |
|||
|
Belangrijke vraag (niveau 2): Monitort de entiteit (de onderdelen van) haar internecontrolesysteem regelmatig en effectief? |
|
|
|||
|
|
||||
|
5.1.1 |
Wat zijn de belangrijkste activiteiten van de entiteit om (de onderdelen van) haar internecontrolesysteem te monitoren? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
5.1.2 |
Hoe neemt de entiteit maatregelen om tekortkomingen in (de onderdelen van) haar internecontrolesysteem te corrigeren? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
|
||||
|
5.2.1 |
Normen en interneaudithandvest Voldoet de interneauditfunctie aan de internationale beroepsnormen en de gedragscode van het Institute of Internal Auditors (www.theiia.org)? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
Richtsnoeren Regelmatige en adequate feedback aan het management over de prestaties van de internecontrolesystemen is vereist, door middel van een interneauditfunctie of een gelijkwaardige systeemmonitoringfunctie. In sommige landen zijn interneauditfuncties alleen betrokken bij de preaudit van transacties, die dan als onderdeel van de internecontroleacitviteiten wordt beschouwd. |
|||||
|
5.2.2 |
Normen en interneaudithandvest (vervolg) Heeft de interneauditfunctie een interneaudithandvest goedgekeurd dat strookt met de definitie van interne audit, de gedragscode en de normen van het Institute of Internal Auditors? Voetnoot: Een interneaudithandvest is een formeel document waarin het doel, de bevoegdheid en de verantwoordelijkheid van de interneauditactiviteiten zijn beschreven. Het interneaudithandvest: i) stelt de positie van de interneauditactiviteit binnen de organisatie vast, inclusief de aard van de rapportagerelatie van de directeur audit met de raad van bestuur; ii) regelt de toegang tot gegevens, personeel en fysieke eigendommen in verband met de uitvoering van opdrachten, en iii) stelt de reikwijdte van de interneauditactiviteiten vast. De definitieve goedkeuring van het interneaudithandvest berust bij de directie van de entiteit of, in voorkomend geval, een toezichtsorgaan (auditcomité). |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
5.2.3 |
Onafhankelijkheid Hoe past de interneauditfunctie in de organisatiestructuur van de entiteit? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
5.2.4 |
Onafhankelijkheid Is de interneauditfunctie onafhankelijk, d.w.z. is zij vrij van omstandigheden die afbreuk doen aan haar vermogen om op onpartijdige wijze interneaudittaken uit te voeren? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
5.2.5 |
Onafhankelijkheid (vervolg) Heeft de directeur audit/het hoofd van de interneauditfunctie directe en onbeperkte toegang tot het hogere management en, in voorkomend geval, het toezichtsorgaan? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
5.2.6 |
Doelstellingen en reikwijdte van de werkzaamheden Wat is de aard van de verantwoordelijkheden van de interneauditfunctie? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
5.2.7 |
Doelstellingen en reikwijdte van de werkzaamheden (vervolg) Welke activiteiten worden door de interneauditfunctie verricht? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
5.2.8 |
Doelstellingen en reikwijdte van de werkzaamheden Definieert het interneaudithandvest de aard van de (zekerheid verschaffende) diensten aan de entiteit? Opmerking: “Zekerheid verschaffende diensten” omvatten de objectieve beoordeling van bewijsmateriaal door de interne auditor om een onafhankelijk oordeel of conclusies te geven met betrekking tot een entiteit, operatie, functie, proces, systeem of ander onderwerp. De aard en de reikwijdte van de zekerheid verschaffende opdracht worden bepaald door de internationale normen voor professionele interne audit (International Standards for the Professional Practice of Internal Auditing). |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
5.2.9 |
Doelstellingen en reikwijdte van de werkzaamheden Stelt de interneauditfunctie een risicobeoordeling op van de activiteiten en/of organisatorische functies (bijv. afdelingen, eenheden)? Opmerking: Een effectieve interneauditfunctie (of systeemmonitoringfunctie) moet ook gericht zijn op gebieden met een hoog risico. |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
5.2.10 |
Doelstellingen en reikwijdte van de werkzaamheden Stelt de interneauditfunctie een meerjarig auditplan (doorgaans voor drie jaar) en jaarlijkse operationele plannen op? Hoe en door wie worden de auditonderwerpen geselecteerd en goedgekeurd? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
5.2.11 |
Doelstellingen en reikwijdte van de werkzaamheden (vervolg) Omvatten deze plannen een passend scala aan auditsoorten, zoals nalevingsaudits, financiële audits, loonlijstaudits, systeemaudits met inbegrip van informatietechnologie, forensische audits en doelmatigheidsaudits? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
5.2.12 |
Doelstellingen en reikwijdte van de werkzaamheden Is de interne audit operationeel voor alle door de entiteit beheerde activiteiten? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
5.2.13 |
Rapportage Worden interneauditverslagen volgens een vast tijdschema opgesteld en uitgebracht, en worden zij verspreid onder het hoger management en, in voorkomend geval, een toezichtsorgaan of auditcomité? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
5.2.14 |
Rapportage (vervolg) Dient de interneauditfunctie regelmatig (d.w.z. maandelijks, driemaandelijks) voortgangsverslagen in bij het management van de entiteit en, in voorkomend geval, een toezichtsorgaan/auditcomité? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
5.2.15 |
Follow-up van de bevindingen en aanbevelingen van de interne audit Worden naar aanleiding van de interne audit bevindingen en aanbevelingen gericht tot het hogere management van de entiteit en, in voorkomend geval, een toezichtsorgaan/auditcomité, en worden oplossingen gevonden? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
5.2.16 |
Follow-up van de bevindingen en aanbevelingen van de interne audit Reageert het management van de entiteit onmiddellijk op de bevindingen van de interne audit? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
5.2.17 |
Follow-up van de bevindingen en aanbevelingen van de interne audit Worden de naar aanleiding van de interne audit gedane aanbevelingen volledig en tijdig uitgevoerd? Opmerking: Een effectieve interneauditfunctie (of systeemmonitoringfunctie) betekent ook dat het management naar aanleiding van de bevindingen van de interne audit actie moet ondernemen. Dit is van cruciaal belang omdat het uitblijven van actie naar aanleiding van de bevindingen de bestaansreden van de interneauditfunctie volledig ondermijnt. |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
|
||||
|
5.3.1 |
Neemt het management een verslag over de doeltreffendheid van het internecontrolesysteem (d.w.z. een internecontroleverslag) op in de jaarrekening/het jaarverslag van de entiteit? Zo ja, beoordeel de internecontroleverslagen van de entiteit van de afgelopen drie jaar en het verslag van de onafhankelijke auditor over de verklaring van het management met betrekking tot de doeltreffendheid van het internecontrolesysteem. Zo ja, welk oordeel (zonder beperking, met beperking) hebben de externe auditors geveld over de verklaring van het management met betrekking tot de doeltreffendheid van het internecontrolesysteem? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
PIJLER 2 — BOEKHOUDING |
|||||||||||
|
BELANGRIJKE VRAAG (niveau 1) |
Opmerkingen auditor |
||||||||||
|
Gebruikt de entiteit een boekhoudsysteem dat in alle materiële opzichten nauwkeurige, volledige en betrouwbare informatie verstrekt op basis van nationale en/of internationale boekhoudnormen en in overeenstemming met de door de Europese Commissie vastgestelde criteria? |
|
||||||||||
|
Richtsnoeren De grondslagen voor financiële verslaggeving zijn de specifieke principes, grondslagen, conventies, regels en praktijken die door de entiteit worden toegepast bij de opstelling en presentatie van de jaarrekening. Een betrouwbare basis betekent dat de entiteit grondslagen voor financiële verslaggeving toepast die relevant zijn voor de besluitvorming van de gebruikers, en die betrouwbaar zijn in die zin dat de jaarrekening:
Artikel 154 van het Financieel Reglement De Commissie mag erkennen dat de boekhoudsystemen en internecontrolesystemen die worden gebruikt door entiteiten en personen waaraan namens de Commissie begrotingsuitvoeringstaken worden toevertrouwd, gelijkwaardige niveaus van bescherming van de financiële belangen van de Unie en redelijke zekerheid over het bereiken van de beheersdoelstellingen bieden. |
|||||||||||
|
PIJLER 2 — BOEKHOUDING |
|||||||
|
Opmerkingen entiteit |
Opmerkingen auditor |
|||||
|
|
|
|||||
|
Belangrijke vraag (niveau 2): Gebruikt de entiteit een adequaat boekhoudsysteem en beschikt zij over duidelijke en schriftelijke grondslagen voor financiële verslaggeving? |
|
||||||
|
1.1 |
Past de entiteit grondslagen voor financiële verslaggeving toe die:
|
|
|
||||
|
1.2 |
Heeft de entiteit een handleiding van de grondslagen en procedures voor financiële verslaggeving, inclusief gedetailleerde beschrijvingen van de boekhoudkundige procedures voor de verschillende soorten financiële en boekhoudkundige transacties? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||
|
1.3 |
Gebruikt de entiteit een dubbel boekhoudsysteem? Opmerking: Een dubbel boekhoudsysteem is een geheel van regels voor de registratie van financiële informatie in een financieel boekhoudsysteem waarin elke transactie of gebeurtenis ten minste twee verschillende nominale kasboekrekeningen verandert. |
door de entiteit in te vullen |
|
||||
|
1.4 |
Heeft de entiteit een rekeningstelsel dat haar verrichtingen en activiteiten naar behoren weerspiegelt? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||
|
1.5 |
Voert de entiteit regelmatige bankreconciliaties en kasboekreconciliaties uit (indien van toepassing)? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||
|
1.6 |
Reconcilieert en vereffent de entiteit tussenrekeningen en voorschotten regelmatig? Worden afzonderlijke (grootboek-)rekeningen bijgehouden voor het boeken van voorschotten en eindbetalingen voor verschillende projecten? Opmerking: Betrouwbare rapportage van financiële informatie vereist constante controle en verificatie van de registratiepraktijken. Dit is een belangrijk onderdeel van de interne controle en een basis voor informatie van goede kwaliteit voor het beheer en voor externe verslagen. Tijdige en frequente reconciliatie van gegevens uit verschillende bronnen is van fundamenteel belang voor de betrouwbaarheid van de gegevens. |
door de entiteit in te vullen |
|
||||
|
1.7 |
Staat het boekhoudsysteem de verwerking en rapportage van boekhoudkundige en financiële informatie over specifieke projecten, activiteiten, (trust)fondsen en financieringsinstrumenten toe, ongeacht of deze worden gefinancierd door de entiteit zelf en/of door externe bronnen (zoals de Europese Commissie)? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||
|
1.8 |
Kan de entiteit een boekhoudspoor garanderen voor transacties (inkomsten en uitgaven) met betrekking tot specifieke projecten, activiteiten, (trust)fondsen en financieringsinstrumenten toe, ongeacht of deze worden gefinancierd door de entiteit zelf en/of door externe bronnen (zoals de Europese Commissie)? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||
|
1.9 |
Hoe worden door externe organisaties (bijv. de Europese Commissie) aan de entiteit verstrekte voorschotten voor de financiering van specifieke projecten, activiteiten, (trust)fondsen en financieringsinstrumenten in de boekhouding van de entiteit geregistreerd? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||
|
1.10 |
Heeft de entiteit procedures voor de vereffening van voorschotten die door haar aan subsidieontvangers worden betaald (worden voorschotten bijvoorbeeld vereffend op basis van door subsidieontvangers ingediende auditverslagen over het gebruik van middelen)? |
|
|
||||
|
PIJLER 2 — BOEKHOUDING |
|||||
|
Opmerkingen entiteit |
Opmerkingen auditor |
|||
|
|
|
|||
|
Belangrijke vraag (niveau 2): Heeft de entiteit een begrotingssysteem en begrotingsprocedures die resulteren in transparante en betrouwbare begrotingen voor haar verrichtingen en activiteiten? |
|
||||
|
2.1 |
Zijn de begrotingsprocedures geformaliseerd (bijv. in de vorm van een begrotingshandleiding of circulaires)? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
2.2 |
Om de hoeveel tijd worden begrotingen opgesteld (jaarlijks, halfjaarlijks, driemaandelijks)? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
2.3 |
Wat zijn de belangrijkste actoren die bij het begrotingsproces betrokken zijn? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
2.4 |
Welke boekhoudkundige en andere gegevensbronnen worden gebruikt? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
2.5 |
Heeft de entiteit een passend indelingssysteem voor de begroting (de indelingscriteria kunnen bijvoorbeeld zijn: operationele en kapitaaluitgaven, activiteitsgestuurde begroting of functionele, analytische indeling, indeling per project/deelproject)? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
2.6 |
Geven de begrotingen een samenhangend en duidelijk beeld van de geraamde kosten dat strookt met de activiteiten, verrichtingen en projecten van de entiteit? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
2.7 |
Zijn de begrotingen transparant en alomvattend, en weerspiegelen ze naar behoren de verrichtingen van de entiteit? |
|
|
||
|
2.8 |
Zijn de voor de opstelling van de begroting en de berekening van de geraamde uitgaven gebruikte aannamen geloofwaardig? Zijn de kostenverdeelsleutels die worden gebruikt om de begrotingskosten te berekenen, gebaseerd op logische, consistente en plausibele aannamen en beginselen? |
|
|
||
|
2.9 |
Zijn de begrotingsgegevens relevant en betrouwbaar, zodat zij daadwerkelijk kunnen worden gebruikt door het management en/of andere gebruikers? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
2.10 |
Hoe en door wie worden begrotingen goedgekeurd? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
2.11 |
Kan het boekhoudsysteem uitgebreide verslagen produceren voor daadwerkelijk gedane uitgaven in vergelijking met de oorspronkelijke begroting? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
2.12 |
Worden regelmatig (driemaandelijks, halfjaarlijks) verslagen opgesteld waarin de werkelijke totale uitgaven worden afgezet tegen de oorspronkelijk begrote totale uitgaven, en verschijnen zij binnen een redelijke termijn (één maand) na het einde van de periode? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
2.13 |
Worden verschillen tussen de werkelijke uitgaven en de oorspronkelijk begrote uitgaven onderzocht en naar behoren verklaard? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
2.14 |
Wanneer de samenstelling van de uitgaven aanzienlijk verschilt van de oorspronkelijke begroting, worden dergelijke verschillen dan naar behoren goedgekeurd? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
2.15 |
Wordt in verslagen over de uitvoering van de begroting ook rekening gehouden met uitgaven die zijn gedaan uit overschrijvingen naar onderdelen van de entiteit (bijv. kantoren op andere locaties) die op autonome/onafhankelijke wijze van het hoofdkantoor van de entiteit opereren? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
PIJLER 2 — BOEKHOUDING |
|||||
|
Opmerkingen entiteit |
Opmerkingen auditor |
|||
|
Het doel van de vragen in dit punt is om na te gaan of het boekhoudsysteem van de entiteit betrouwbare en tijdige verslagen kan produceren over het gebruik door de entiteit — en/of door subsidieontvangers — van middelen voor specifieke activiteiten, projecten, (trust)fondsen en financieringsinstrumenten (5). De gebruikers van deze verslagen zijn het management van de entiteit en/of externe partijen die financiering hebben verstrekt (zoals de Europese Commissie). |
|||||
|
|
|
|||
|
Belangrijke vraag (niveau 2): Heeft de entiteit boekhoudings- en begrotingsprocedures die adequate en tijdige rapportage aan de donoren/verstrekkers van middelen (inclusief de Europese Commissie) over het gebruik van de door hen verstrekte middelen voor projecten, activiteiten, (trust)fondsen en financieringsinstrumenten mogelijk maken, alsook de capaciteit en procedures om jaarrekeningen te produceren (6)? |
|
||||
|
3.1 |
Heeft de entiteit een boekhoudsysteem en boekhoudprocedures waarmee relevante en betrouwbare informatie voor het opstellen van verslagen (met financiële en kwalitatieve informatie) en jaarrekeningen voor door de EU of andere donoren gefinancierde activiteiten, projecten, (trust)fondsen en financieringsinstrumenten kan worden gegenereerd? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
3.2 |
Staat het boekhoudsysteem van de entiteit toe dat financiële verslagen worden gegenereerd voor specifieke activiteiten, projecten, (trust)fondsen en financieringsinstrumenten of dat geaggregeerde boekhoudgegevens worden gegenereerd die rechtstreeks kunnen worden gebruikt voor de opstelling van financiële verslagen en jaarrekeningen? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
Richtsnoeren Een informatiesysteem van een entiteit omvat doorgaans het gebruik van normale journaalboekingen die telkens nodig zijn om transacties te registreren. Een voorbeeld zijn journaalboekingen om salariskosten in het grootboek te registreren. Het financiëlerapportageproces van een entiteit omvat ook ongebruikelijke journaalboekingen om niet-terugkerende, ongebruikelijke transacties of aanpassingen te registreren. Die kunnen nodig zijn om rekening te houden met kostenposten (inclusief toewijzing van kosten) in verband met een specifiek project die niet onder de normale boekhoudingsprocedures en journaalboekingen vallen. In handmatige grootboeksystemen kunnen ongebruikelijke journaalboekingen worden geïdentificeerd door middel van inspectie van de boeken, journaals en bewijsstukken. |
|||||
|
3.3 |
In welke mate moet de entiteit extra journaalposten opnemen, posten aanpassen en/of andere handmatige verwerking van financiële en kostengegevens uitvoeren om volledige en betrouwbare verslagen op te stellen? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
3.4 |
In welke mate gebruikt de entiteit tussentijdse en/of (kosten)toewijzingstabellen om de financiële informatie te traceren die wordt gepresenteerd in projectspecifieke informatie ten behoeve van de grootboekrekeningen van de entiteit en/of de kostencalculatierekeningen? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
3.5 |
In welke mate gebruikt de entiteit naast haar reguliere boekhoudsoftware aanvullende software (bijv. spreadsheettoepassingen zoals MS Excel) om financiële verslagen op te stellen? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
3.6 |
Verschaf u voldoende inzicht in de wijze waarop de financiële informatie (d.w.z. uitgaven) voor projecten in het boekhoudsysteem van de entiteit wordt opgenomen (d.w.z. belangrijkste aannamen, toewijzingsbeginselen) en de wijze waarop deze informatie is verkregen en in de financiële verslagen is opgenomen (automatisch/handmatige aanpassingen). |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
3.7 |
Heeft de entiteit een begrotingssysteem en begrotingsprocedures waarmee relevante en betrouwbare informatie voor het opstellen van begrotingen voor activiteiten, projecten, (trust)fondsen en financieringsinstrumenten kan worden gegenereerd? Opmerking: In principe zijn dezelfde vragen van toepassing als voor de algemene begrotingsprocedure van de entiteit. |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
PIJLER 3 — ONAFHANKELIJKE EXTERNE AUDIT |
|
|
BELANGRIJKE VRAAG (niveau 1) |
Opmerkingen auditor |
|
Is de entiteit onderworpen aan een onafhankelijke externe audit, die in alle materiële opzichten volgens internationaal aanvaarde auditnormen en volgens de door de Europese Commissie vastgestelde criteria wordt uitgevoerd door een auditinstantie die functioneel onafhankelijk is van de entiteit? |
|
|
Richtsnoeren Een hoogwaardige externe audit is een essentiële vereiste voor het creëren van transparantie inzake het gebruik van de middelen door de entiteit, inclusief door donoren verstrekte middelen. Belangrijke elementen van de kwaliteit van de externe audit zijn: de doelstellingen en reikwijdte van de audit, en de naleving van passende auditnormen, waaronder de onafhankelijkheid van de externe auditor of de auditinstantie. |
|
|
PIJLER 3 — ONAFHANKELIJKE EXTERNE AUDIT |
|||||
|
Opmerkingen entiteit |
Opmerkingen auditor |
|||
|
Belangrijke vraag (niveau 2): Heeft de entiteit een duidelijk regelgevingskader voor externe audit? |
|
||||
|
1.1 |
Is de entiteit onderworpen aan een externe audit die door een onafhankelijke, professionele externe auditonderneming (particuliere sector) wordt uitgevoerd volgens normen die gelijkwaardig zijn aan internationale auditnormen? Zo ja, vul dan de vragen onder 2.1 (beginselen) en 3 (externeauditprocedures) in. |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
1.2 |
Is de entiteit onderworpen aan een externe audit die door een nationale auditinstantie (publieke sector) wordt uitgevoerd volgens normen die gelijkwaardig zijn aan internationale auditnormen? Zo ja, vul dan de vragen in punt 3 hieronder in. Zo ja, vul dan de vragen onder 2.2 (beginselen) en 3 (externeauditprocedures) in. |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
1.3 |
Is de entiteit onderworpen aan een externe audit die wordt uitgevoerd door een extern audit- of toezichtsorgaan dat binnen een specifiek regelgevingskader of geïnstitutionaliseerd kader (bijv. externe auditor van de VN) actief is, volgens normen die gelijkwaardig zijn aan internationale auditnormen? Zo ja, vul dan de vragen in punt 4 hieronder in. Zo ja, vul dan de vragen onder 2.3 (beginselen) en 3 (externeauditprocedures) in. |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
PIJLER 3 — ONAFHANKELIJKE EXTERNE AUDIT |
|||||||||
|
Opmerkingen entiteit |
Opmerkingen auditor |
|||||||
|
|||||||||
|
2.1.1 |
Wordt de audit uitgevoerd door een professionele externe auditonderneming die lid is van een gevestigde nationale boekhoud- of auditinstantie? Is de nationale boekhoud- of auditinstantie lid van van de IFAC? |
|
|
||||||
|
2.1.2 |
Wordt de audit uitgevoerd volgens de toepasselijke nationale auditnormen, en voldoen die normen aan de internationale auditnormen (ISA’s) van de International Auditing and Assurance Standards Board (IAASB)? |
|
|
||||||
|
2.1.3 |
Is de auditor die de audit uitvoert, gebonden aan een gedragscode waarin de ethische grondbeginselen voor auditors inzake integriteit, objectiviteit, onafhankelijkheid, vakbekwaamheid en zorgvuldigheid, vertrouwelijkheid, professioneel gedrag en technische normen zijn vastgesteld? Voldoet deze gedragscode aan de IFAC Code of Ethics for Professional Accountants die is opgesteld door de International Ethics Standards Board for Accountants van de IFAC (IESBA)? |
|
|
||||||
|
2.1.4 |
Wordt het grondbeginsel van onafhankelijkheid ten volle geëerbiedigd? |
|
|
||||||
|
|||||||||
|
2.2.1 |
Wordt de audit uitgevoerd door een nationale auditinstantie die lid is van INTOSAI? |
|
|
||||||
|
2.2.2 |
Wordt de audit uitgevoerd volgens de toepasselijke nationale auditnormen, en voldoen die normen aan de INTOSAI-normen? |
|
|
||||||
|
2.2.3 |
Is de auditor die de audit uitvoert, gebonden aan een gedragscode waarin de ethische grondbeginselen voor auditors inzake integriteit, objectiviteit, onafhankelijkheid, vakbekwaamheid en zorgvuldigheid, vertrouwelijkheid, professioneel gedrag en technische normen zijn vastgesteld? Voldoet die gedragscode aan de gedragscode van INTOSAI (ISSAI 30) of een gelijkwaardige gedragscode? |
|
|
||||||
|
2.2.4 |
Wordt het grondbeginsel van onafhankelijkheid ten volle geëerbiedigd? |
|
|
||||||
|
|||||||||
|
2.3.1 |
Wordt de audit uitgevoerd door een extern audit- of toezichtorgaan dat binnen een specifiek regelgevingskader of geïnstitutionaliseerd kader actief is? Verschaf u een korte beschrijving van dat kader. |
|
|
||||||
|
2.3.2 |
Wordt de audit uitgevoerd volgens normen die gelijkwaardig zijn aan internationale auditnormen (ISA’s) of INTOSAI-normen? |
|
|
||||||
|
2.3.3 |
Is de auditor die de audit uitvoert, gebonden aan een gedragscode waarin de ethische grondbeginselen voor auditors inzake integriteit, objectiviteit, onafhankelijkheid, vakbekwaamheid en zorgvuldigheid, vertrouwelijkheid, professioneel gedrag en technische normen zijn vastgesteld? Voldoet deze gedragscode aan de IFAC Code of Ethics for Professional Accountants die is opgesteld door de International Ethics Standards Board for Accountants van de IFAC (IESBA), de gedragscode van de INTOSAI (ISSAI 30) of een gelijkwaardige gedragscode? |
|
|
||||||
|
2.3.4 |
Wordt het grondbeginsel van onafhankelijkheid ten volle geëerbiedigd? |
|
|
||||||
|
PIJLER 3 — ONAFHANKELIJKE EXTERNE AUDIT |
|||||
|
Opmerkingen entiteit |
Opmerkingen auditor |
|||
|
Belangrijke vraag (niveau 2): Is de entiteit onderworpen aan passende externeauditprocedures? |
|
||||
|
2.1 |
Welke soort(en) externe audit is/zijn van toepassing op de entiteit (bijv. jaarlijkse audits van de jaarrekeningen van de entiteit, nalevingsaudits en andere audits)? Wat zijn de doelstellingen en reikwijdte van deze audits? Hebben de audits ook betrekking op aspecten van de wettigheid en regelmatigheid in verband met financiering door de Europese Commissie en/of andere verstrekkers van middelen? Hoe vaak worden de audits uitgevoerd? Bij wie dient de auditor zijn verslag in? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
2.2 |
Door welke auditor(s) worden deze audits uitgevoerd (zie 1 — Regelgevingskader)? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
2.3 |
Binnen hoeveel maanden na het einde van het boekjaar van de entiteit wordt een auditverslag over haar jaarrekening afgegeven? Welke soort auditverklaring werd de laatste drie jaar over de jaarrekening afgegeven? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
2.4 |
Worden naar aanleiding van de externe audit bevindingen en aanbevelingen gericht tot het hogere management van de entiteit en, in voorkomend geval, een toezichtsorgaan/auditcomité, en worden oplossingen gevonden? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
2.5 |
Reageert het management van de entiteit onmiddellijk op de bevindingen van de externe audit? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
2.6 |
Worden de naar aanleiding van de externe audit gedane aanbevelingen volledig en tijdig uitgevoerd? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
PIJLER 4 — SUBSIDIES |
|||||||
|
BELANGRIJKE VRAAG (niveau 1) |
Opmerkingen auditor |
||||||
|
Past de entiteit voor het verstrekken van financiering uit EU-middelen via subsidies passende regels en procedures toe in overeenstemming met de door de Europese Commissie vastgestelde criteria? |
|
||||||
|
Richtsnoeren De entiteit mag subsidieovereenkomsten rechtstreeks met subsidieontvangers (7) afsluiten. Een subsidie is een financiële bijdrage in de vorm van een schenking aan een specifieke begunstigde om door de begunstigde uitgevoerde activiteiten of de bedrijfsactiviteit (d.w.z. de operationele kosten) van de begunstigde te financieren. De entiteit moet procedures hebben om er in de mate van het redelijke voor te zorgen dat subsidieontvangers voldoen aan de vereisten inzake interne controle, boekhouding en externe audit. De beginselen van een subsidiestelsel moeten worden vastgelegd in een goed afgebakend en transparant wet- en regelgevingskader waarin de desbetreffende beleidslijnen, procedures, verantwoordingsplicht en controles duidelijk worden beschreven. Hoewel het subsidiestelsel binnen zijn eigen kader functioneert, profiteert het van de algemene controleomgeving, inclusief openbare toegang tot informatie, door de entiteit verrichte interne controles, het boekhoudsysteem van de entiteit en externe audit. De Commissie kan de regels en procedures inzake subsidies als passend beschouwen indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
|
|||||||
|
PIJLER 4 — SUBSIDIES |
|||||||||||
|
Opmerkingen entiteit |
Opmerkingen auditor |
|||||||||
|
Belangrijke vraag (niveau 2): Heeft de entiteit een duidelijk wet- en regelgevingskader voor subsidieverlening? |
|
||||||||||
|
1.1 |
Welke soorten subsidies verstrekt de entiteit? Worden de term “subsidies” en de vormen van subsidies (bijv. maximumbedrag, percentage van de totale (subsidiabele) kosten van de actie, gebruik van financiering door vaste bedragen enz.) in het wet- en regelgevingskader naar behoren gedefinieerd? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||
|
1.2 |
Zijn er richtsnoeren voor de aanvragers van subsidies die worden toegekend na een oproep tot het indienen van voorstellen, en worden in die richtsnoeren de procedures en regels vanaf de aanvraag tot en met de toekenning van subsidies duidelijk beschreven?
|
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||
|
1.3 |
Gebruikt de entiteit standaardmodellen voor subsidieovereenkomsten? Kunnen de acties/activiteiten in de modelovereenkomsten duidelijk worden omschreven? Worden in de overeenkomsten alle begunstigden genoemd? Specificeren de overeenkomsten ten minste het voorwerp, de begunstigde(n), de duur, het maximumbedrag van de financiering, een begroting voor de actie of het werkprogramma en de verantwoordelijkheden van de begunstigde(n)? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||
|
1.4 |
Omschrijven de overeenkomsten duidelijk de voorwaarden, regels en criteria waaraan moet worden voldaan? Indien een subsidie aan meerdere entiteiten wordt toegekend, omschrijven de subsidieovereenkomsten dan duidelijk de verplichtingen en verantwoordelijkheden van de coördinator, indien voorhanden, en van de andere begunstigden, alsook de voorwaarden voor het toevoegen of verwijderen van een begunstigde? Bij wijzigingen van subsidieovereenkomsten mag het niet gaan om wijzigingen die van invloed zouden zijn op het besluit tot toekenning van de subsidie of, in voorkomend geval, de gelijke behandeling van aanvragers Wordt aan deze criteria voldaan? Zijn er basisregels voor subsidiabele kosten (bijv. daadwerkelijke door de subsidieontvanger gemaakte kosten)? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||
|
PIJLER 4 — SUBSIDIES |
|||||
|
Opmerkingen entiteit |
Opmerkingen auditor |
|||
|
Belangrijke vraag (niveau 2): Zijn de volgende beginselen opgenomen in de procedures, regels en criteria van het subsidietoekenningssysteem van de entiteit: transparantie, gelijke behandeling, subsidiabiliteitscriteria en vermijden van belangenconflicten? Deze beginselen moeten in de procedures, regels en criteria van het subsidietoekenningssysteem van de entiteit worden opgenomen overeenkomstig het overkoepelende beginsel van evenredigheid. De beginselen zijn niet absoluut en een beperkt aantal uitzonderingen is mogelijk, mits die uitzonderingen duidelijk omschreven, redelijk en gerechtvaardigd zijn. |
|
||||
|
2.1 |
Transparantie: Worden oproepen tot het indienen van voorstellen op ruime schaal en op gemakkelijk toegankelijke wijze bekendgemaakt? Hebben aanvragers genoeg tijd om voorstellen in te dienen? |
|
|
||
|
2.2 |
Gelijke behandeling: Worden de oproepen tot het indienen van voorstellen geëvalueerd door een evaluatiecomité dat onpartijdig is en duidelijke en gepubliceerde criteria hanteert? Geschieden selectie en toekenning uitsluitend op basis van de aanvraag? Is in die fasen communicatie met de subsidieaanvragers toegestaan? |
|
|
||
|
2.3.1 |
Subsidiabiliteitscriteria: Omvat het subsidietoekenningssysteem subsidiabiliteitscriteria die transparant en niet-discriminerend zijn? Worden de subsidiabiliteitscriteria gepubliceerd en zijn ze gemakkelijk toegankelijk? |
|
|
||
|
2.3.2 |
Subsidiabiliteitscriteria: Zijn er criteria waaraan subsidieaanvragers moeten voldoen om in aanmerking te komen (bijv. juridische en administratieve status en regels inzake nationaliteit)? |
|
|
||
|
2.3.3 |
Subsidiabiliteitscriteria: Zijn er subsidiabiliteitscriteria voor de door de subsidies te financieren acties (bijv. soorten activiteiten, sectoren of thema’s en geografische gebieden die voor de subsidie in aanmerking komen)? |
|
|
||
|
2.5 |
Voorkoming van dubbele financiering: Omvat het subsidietoekenningssysteem basisregels die duidelijk maken dat dezelfde kosten niet tweemaal kunnen worden gefinancierd voor dezelfde actie? |
|
|
||
|
2.6 |
Voorkoming van belangenconflicten: Omvat het subsidietoekenningssysteem procedures en regels om gedurende de hele subsidieprocedure belangenconflicten te voorkomen? |
|
|||
|
PIJLER 4 — SUBSIDIES |
|||||||||||||||
|
Opmerkingen entiteit |
Opmerkingen auditor |
|||||||||||||
|
Belangrijke vraag (niveau 2): Past de entiteit passende regels en procedures voor het verstrekken van subsidies toe? |
|
|
|||||||||||||
|
|
||||||||||||||
|
3.1.1 |
Worden de oproepen tot het indienen van voorstellen gepubliceerd in de nationale/internationale media (bijv. pers, internet)? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||
|
3.1.2 |
Zijn de relevante documenten beschikbaar en gemakkelijk toegankelijk (bijv. op websites) voor subsidieaanvragers? Relevante documenten zijn bijvoorbeeld: richtsnoeren voor aanvragers, inclusief belangrijke criteria zoals subsidiabiliteitsregels voor aanvragers, acties en uitgaven, subsidieaanvraagformulieren, subsidieovereenkomst of modelcontracten en bijlagen. |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||
|
3.1.3 |
Biedt het subsidietoekenningssysteem de mogelijkheid om subsidies toe te kennen zonder oproep tot het indienen van voorstellen (d.w.z. rechtstreekse toekenning)? Zijn de voorwaarden voor rechtstreekse toekenning strikt omschreven en beperkt tot uitzonderlijke en naar behoren gemotiveerde situaties, bijvoorbeeld subsidies aan begunstigde landen, crisissituaties, monopoliesituaties of soortgelijke gevallen? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||
|
3.1.4 |
Biedt het subsidietoekenningssysteem een ondersteunings- en informatiefunctie (bijv. worden er informatiebijeenkomsten met potentiële aanvragers georganiseerd, is er een contactpunt/helpdesk, is er een FAQ-mechanisme, zijn er handleidingen)?
|
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||
|
|
||||||||||||||
|
3.2.1 |
Heeft de entiteit procedures voor de ontvangst, registratie en bewaring van voorstellen van subsidieaanvragers? Gebruikt de entiteit elektronische/IT-systemen voor de registratie en verwerking van subsidieaanvragen? Zijn er maatregelen en controles om de integriteit, de beschikbaarheid en, in voorkomend geval, de betrouwbaarheid van documenten en de bescherming van persoonsgegevens te waarborgen? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||
|
3.2.2 |
Worden de uiterste data voor de indiening van voorstellen aan subsidieaanvragers meegedeeld? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||
|
|
||||||||||||||
|
3.3.1 |
Omvat het subsidietoekenningssysteem regels die de beveiliging en vertrouwelijkheid van de ingediende voorstellen waarborgen, met name door:
|
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||
|
|
||||||||||||||
|
3.4.1 |
Omvat het subsidietoekenningssysteem procedures voor de opening van de voorstellen, met name:
|
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||
|
|
||||||||||||||
|
3.5.1 |
|
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||
|
3.5.2 |
Worden de voorstellen onderworpen aan administratieve en formele controles door het evaluatiecomité of door andere personeelsleden, in welk geval de resultaten van hun werk door het comité moeten worden getoetst? Zijn deze controles gericht op de volledige en correcte invulling van het subsidieaanvraagformulier en de indiening van alle vereiste bewijsstukken? Kunnen deze controles ertoe leiden dat de aanvraag wordt afgewezen, zodat het voorstel niet in aanmerking wordt genomen voor verdere evaluatie? Hebben aanvragers de mogelijkheid om binnen een bepaalde termijn ontbrekende informatie of bewijsstukken te verstrekken of een toelichting te geven? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||
|
3.5.3 |
Worden de voorstellen onderworpen aan subsidiabiliteitscontroles door het evaluatiecomité of door andere personeelsleden, in welk geval de resultaten van hun werk door het comité moeten worden getoetst? Worden deze controles uitgevoerd op basis van een checklist met subsidiabiliteitscriteria? Opmerking: Deze criteria kunnen subsidiabiliteitscriteria omvatten voor subsidieaanvragers (bijv. juridische en en administratieve status, regels inzake nationaliteit en uitsluitingsgronden) en subsidiabiliteitscriteria voor de door de subsidies te financieren acties (bijv. soorten activiteiten, sectoren of thema’s en geografische gebieden die voor de subsidie in aanmerking komen). Hebben deze controles ook betrekking op de vereiste bewijsstukken? Kunnen deze controles ertoe leiden dat de aanvraag wordt afgewezen, zodat het voorstel niet in aanmerking wordt genomen voor verdere evaluatie? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||
|
3.5.4 |
Worden de voorstellen onderworpen aan controles van de financiële draagkracht en operationele capaciteit door het evaluatiecomité of door andere personeelsleden, in welk geval de resultaten van hun werk door het comité moeten worden getoetst? Worden deze controles uitgevoerd op basis van een checklist met criteria? Voorziet het subsidietoekenningssysteem in duidelijke, objectieve en niet-discriminerende criteria voor de beoordeling of de aanvragers voldoende financiële draagkracht en operationele capaciteit hebben? Zijn deze criteria in de oproep tot het indienen van voorstellen gespecificeerd en vermeld? Opmerking: “Financiële draagkracht” verwijst naar de beschikbaarheid van stabiele en toereikende financieringsbronnen om de operationele activiteiten gedurende de hele duur van de actie te te kunnen uitvoeren. “Operationele capaciteit” verwijst naar de beschikbare vakbekwaamheid, vaardigheden, kwalificaties en ervaring om de voorgestelde actie te voltooien. Beoordelingen kunnen worden verricht op basis van de bewijsstukken bij het voorstel, zoals jaarrekeningen en auditverslagen, en bewijzen van door de aanvrager uitgevoerde acties. Kunnen deze controles ertoe leiden dat de aanvraag wordt afgewezen, zodat het voorstel niet in aanmerking wordt genomen voor verdere evaluatie? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||
|
3.5.5 |
Voorziet het subsidietoekenningssysteem in duidelijke procedures, regels en criteria voor de toetsing van voorstellen aan de doelstellingen? Belangrijke kwesties zijn bijvoorbeeld: ontwerp van de actie, prioriteiten, soort activiteiten, kwaliteitsaspecten, verwachte impact, duurzaamheid, doelmatigheid en doeltreffendheid, zichtbaarheid. Wordt er gebruikgemaakt van een evaluatieschema waarin alle relevante beoordelingscriteria zijn opgenomen? Wordt in de evaluatieschema’s een score gegeven voor de belangrijkste aspecten van de evaluatie? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||
|
3.5.6 |
Wordt door het evaluatiecomité een evaluatieverslag opgesteld en ondertekend van alle voorstellen gerangschikt op score? Worden de ingevulde evaluatieschema’s bij dit verslag gevoegd? Worden in deze verslagen duidelijke conclusies getrokken over succesvolle en niet-succesvolle aanvragers? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||
|
|
||||||||||||||
|
3.6.1 |
Wordt het besluit om een subsidie toe te kennen op een passend niveau genomen (bijv. het formele besluit wordt genomen door het hogere management van de entiteit op voorstel van het evaluatiecomité)? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||
|
3.6.2 |
Hebben subsidiebesluiten een passende vorm (zijn er modelbesluiten beschikbaar)? Specificeren de subsidiebesluiten: het totale bedrag van de financiering; de details van de subsidieontvanger; de titel/beschrijving van de actie/activiteit; in voorkomend geval de redenen voor de toekenning, met name wanneer deze niet stroken met het advies van het evaluatiecomité; de namen van de afgewezen aanvragers en de redenen voor de afwijzing. |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||
|
3.6.3 |
Worden specifieke besluiten genomen met betrekking tot niet-succesvolle aanvragen? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||
|
|
||||||||||||||
|
3.7.1 |
Worden succesvolle aanvragers schriftelijk in kennis gesteld van de toekenning van de subsidie en de relevante details (bijv. ten minste het bedrag van de financiering) kort nadat het toekenningsbesluit is genomen? Worden niet-succesvolle aanvragers schriftelijk in kennis gesteld van de toekenning van de subsidie kort nadat het toekenningsbesluit is genomen, en worden de redenen gegeven waarom hun aanvraag is afgewezen? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||
|
|
||||||||||||||
|
3.8.1 |
Sluit de entiteit kort nadat het toekenningsbesluit is genomen, subsidieovereenkomsten met de aanvragers/begunstigden? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||
|
3.8.2 |
Omvatten de subsidieovereenkomsten voorwaarden en regels voor de betaling van subsidies zoals bewijsstukken, opschorting/beëindiging/vermindering van subsidies bij slechte/gedeeltelijke/te late uitvoering? Hebben de begunstigden de mogelijkheid om hierover opmerkingen te maken? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||
|
3.8.3 |
Heeft de entiteit procedures om te verifiëren of de door de begunstigden in hun betalingsverzoeken gedeclareerde kosten (bijv. een declaratie in de vorm van een financieel verslag) reëel, accuraat, naar behoren geregistreerd en subsidiabel zijn overeenkomstig de voorwaarden van de subsidieovereenkomst? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||
|
3.8.4 |
Heeft de entiteit:
|
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||
|
3.8.5 |
Bevatten de subsidieovereenkomsten vereisten voor interne controle, boekhouding (inclusief financiële rapportage) en externe audit? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||
|
3.8.6 |
Heeft de entiteit procedures om er in de mate van het redelijke voor te zorgen dat subsidieontvangers voldoen aan de (contractuele) vereisten inzake interne controle, boekhouding en externe audit? |
|
|
||||||||||||
|
PIJLER 5 — AANBESTEDINGEN |
|||||||||||
|
BELANGRIJKE VRAAG (niveau 1) |
Opmerkingen auditor |
||||||||||
|
Past de entiteit voor het verstrekken van financiering uit EU-middelen via aanbestedingen in alle materiële opzichten passende regels en procedures toe in overeenstemming met de door de Europese Commissie vastgestelde criteria? |
|
||||||||||
|
Richtsnoeren De beginselen van een aanbestedingssysteem moeten worden vastgelegd in een goed afgebakend en transparant wet- en regelgevingskader waarin de desbetreffende beleidslijnen, procedures, verantwoordingsplicht en controles duidelijk worden beschreven. Een van de belangrijkste beginselen van dit rechtskader is het gebruik van transparantie en concurrentie als middel om te komen tot billijke en redelijke prijzen en algemene kosteneffectiviteit. Hoewel het aanbestedingssysteem binnen zijn eigen kader functioneert, profiteert het van de algemene controleomgeving, inclusief openbare toegang tot informatie, door de entiteit verrichte interne controles, het boekhoudsysteem van de entiteit en externe audit. Beginselen in artikel 154 van het Financieel Reglement De Commissie kan de regels en procedures inzake aanbestedingen als passend beschouwen indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
Maatregelen van de lidstaten of derde landen waarbij Richtlijn 2014/24/EU (tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG) is omgezet in nationaal recht, moeten als gelijkwaardig worden beschouwd met de regels die door de instellingen uit hoofde van het Financieel Reglement worden toegepast. |
|||||||||||
|
PIJLER 5 — AANBESTEDINGEN |
|||||
|
Opmerkingen entiteit |
Opmerkingen auditor |
|||
|
Belangrijke vraag (niveau 2): Heeft de entiteit een duidelijk wet- en regelgevingskader voor aanbestedingen? |
|
||||
|
1.1 |
Is het wet- en regelgevingskader hiërarchisch georganiseerd en is de rangorde duidelijk vastgesteld? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
1.2 |
Is het langs passende kanalen vrij en gemakkelijk toegankelijk voor het publiek? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
1.3 |
Is het van toepassing op alle aanbestedingen? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
1.4 |
Welke soorten aanbestedingen (bijv. werken, diensten en leveringen) worden in dit kader geregeld? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
PIJLER 5 — AANBESTEDINGEN |
|||||||||
|
Opmerkingen entiteit |
Opmerkingen auditor |
|||||||
|
Belangrijke vraag (niveau 2): Zijn de volgende beginselen opgenomen in de procedures, regels en criteria van het aanbestedingssysteem van de entiteit: transparantie, gelijke behandeling, toegang van het publiek tot aanbestedingsinformatie, voorkoming van belangenconflicten en gebruik van aanbestedingsprocedures op concurrentiebasis en beste prijs-kwaliteitverhouding? Deze beginselen moeten in de procedures, regels en criteria van het aanbestedingssysteem van de entiteit worden opgenomen overeenkomstig het overkoepelende beginsel van evenredigheid. De beginselen zijn niet absoluut en er kan een beperkt aantal uitzonderingen worden gemaakt, mits zij duidelijk omschreven, redelijk en gerechtvaardigd zijn. |
|
||||||||
|
2.1 |
Transparantie: Biedt het aanbestedingssysteem een passende mate van transparantie in de gehele aanbestedingscyclus (d.w.z. uitnodiging tot inschrijving, evaluatie, gunning en geschillenbeslechting) om een eerlijke en billijke behandeling van inschrijvers, d.w.z. potentiële leveranciers en contractanten, te bevorderen? |
|
|
||||||
|
2.2.1 |
Gelijke behandeling: Voorziet het aanbestedingssysteem in procedures die ervoor zorgen dat alle in aanmerking komende inschrijvers gelijke kansen hebben om te concurreren en die non-discriminatie waarborgen? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||
|
2.2.2 |
Gelijke behandeling: Omvat het aanbestedingssysteem bepalingen inzake gelijke toegang voor alle potentiële gegadigden? Voorbeelden hiervan zijn: geen beperking tot bepaalde gegadigden, publicatie- en reclamemaatregelen die zorgen voor de grootst mogelijke deelname, bepalingen die ervoor zorgen dat de bestekken geen ongerechtvaardigde toegangsbelemmeringen voor gegadigden bevatten (technisch, administratief (bijv. selectie-, uitsluitings- en gunningscriteria) en met betrekking tot tijdschema en termijnen). |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||
|
2.2.3 |
Gelijke behandeling: Voorziet het aanbestedingssysteem in onnodige beperkingen inzake de omvang, samenstelling of aard van de inschrijvers? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||
|
2.2.4 |
Gelijke behandeling: Bevat het regels om de inschrijvingskosten laag te houden (bijvoorbeeld door: de inschrijvingsformulieren niet onnodig te veranderen, geen informatie te vragen die van weinig nut is, genoeg tijd te geven voor de voorbereiding van offertes en zo mogelijk elektronische inschrijvingssystemen te gebruiken)? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||
|
2.2.5 |
Gelijke behandeling: Zijn er maatregelen om inschrijvingen op zodanige wijze gestalte te geven dat offertevervalsing wordt voorkomen? Bijvoorbeeld: geheimhouding van de identiteit van inschrijvers door in plaats van namen nummers te gebruiken om ze te identificeren, en aanmoediging van deelname door vele inschrijvers. Richtsnoeren: Offertevervalsing vindt plaats wanneer de inschrijvers onderling afspraken maken om de concurrentie in de aanbestedingsprocedure uit te schakelen, waardoor het publiek een eerlijke prijs wordt ontzegd. |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||
|
2.3 |
Publicatie van informatie over aanbestedingen: Voorziet het aanbestedingssysteem in toegang van het publiek tot alle relevante informatie, bijv. aanbestedingsplannen, inschrijvingsmogelijkheden, gunning van opdrachten en informatie over de beslechting van aanbestedingsgeschillen? Richtsnoeren De openbare verspreiding van informatie langs passende kanalen (bijv. websites van overheden of agentschappen, aanbestedingstijdschriften, nationale of regionale kranten of op verzoek van aanbestedingsinstanties) over aanbestedingsprocedures en de resultaten daarvan is een essentieel onderdeel van transparantie. Om tijdige en betrouwbare gegevens te genereren, moet een goed informatiesysteem gegevens verzamelen over aanbestedingstransacties en beveiligd zijn. |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||
|
2.4 |
Belangenconflicten vermijden: Omvat het aanbestedingssysteem procedures en regels om belangenconflicten tijdens de gehele aanbestedingsprocedure te voorkomen? |
|
|||||||
|
2.5.1 |
Gebruik van aanbestedingsprocedures op concurrentiebasis en beste prijs-kwaliteitsverhouding. Voorziet het aanbestedingssysteem in aanbestedingprocedures op concurrentiebasis waarmee de gewenste kwaliteit van diensten, leveringen of werken tegen de best mogelijke prijs kan worden verkregen? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||
|
2.5.2 |
Gebruik van aanbestedingsprocedures op concurrentiebasis en beste prijs-kwaliteitsverhouding: Is in het aanbestedingssysteem duidelijk vastgelegd welke aanbestedingsprocedures kunnen worden gebruikt en hoe dit moet worden gemotiveerd? Elementen waarmee rekening moet worden gehouden:
|
|
|
||||||
|
2.5.3 |
Gebruik van aanbestedingsprocedures op concurrentiebasis en beste prijs-kwaliteitsverhouding: Welke van de volgende soorten aanbestedingsprocedures kunnen volgens het aanbestedingssysteem worden gebruikt: openbaar (internationaal of lokaal), niet-openbare procedure, raamovereenkomsten, dynamisch aankoopsysteem, concurrentiegerichte dialoog, onderhandelingsprocedure (het gebruik van de onderhandelingsprocedure moet beperkt zijn tot redelijke bedragen of naar behoren worden gemotiveerd) en procedure met één inschrijving enz.? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||
|
2.5.4 |
Gebruik van aanbestedingsprocedures op concurrentiebasis en beste prijs-kwaliteitsverhouding: Zijn deze procedures zo opgezet dat eerlijke en transparante concurrentie mogelijk is? |
|
|
||||||
|
PIJLER 5 — AANBESTEDINGEN |
|
Richtsnoeren voor de soorten aanbestedingsprocedures |
|
Openbare procedure Bij openbare aanbestedingen (internationaal of lokaal) mogen alle bedrijven en andere marktdeelnemers een inschrijving indienen. Aan de opdracht wordt maximale bekendheid gegeven door een bericht te publiceren in nationale of internationale kranten en in andere passende media. Elke natuurlijke of rechtspersoon die een inschrijving wil indienen, kan op verzoek het aanbestedingsdossier verkrijgen (eventueel tegen betaling) volgens de in het aanbestedingsbericht vermelde procedures. De inschrijvingen worden onderzocht. Om tot een selectie te komen, wordt onderzocht of de inschrijvers in aanmerking komen en voldoende financiële, economische, technische en professionele capaciteit hebben. De inschrijvingen worden met elkaar vergeleken en de opdracht wordt gegund. Onderhandeling is niet toegestaan. Niet-openbare procedure Bij niet-openbare aanbestedingen kunnen alle bedrijven en andere marktdeelnemers verzoeken een inschrijving te mogen indienen, maar alleen degenen die aan de selectiecriteria voldoen, mogen hiertoe worden uitgenodigd. De selectiecriteria en de te verrichten taken worden in de aankondiging van de opdracht beschreven. Een longlist van alle gegadigden die op de aankondiging hebben gereageerd, wordt op basis van hun antwoorden ingekort tot een shortlist van de beste gegadigden. Aan de opdracht wordt maximale bekendheid gegeven door een aankondiging te publiceren in nationale of internationale kranten en in andere passende media. De aanbestedingsdossiers worden toegezonden aan de gegadigden op de shortlist. Zodra de inschrijvingen zijn geanalyseerd, worden ze vergeleken en wordt de succesvolle inschrijver geselecteerd. Onderhandeling is niet toegestaan. Raamovereenkomsten Een raamovereenkomst is een overeenkomst tussen een of meer aanbestedende diensten en een of meer marktdeelnemers. Het doel ervan is de voorwaarden vast te leggen van de specifieke overeenkomsten die gedurende een bepaalde periode kunnen worden gegund, met name de duur, het voorwerp, de prijs, de maximumwaarde, de uitvoeringsregels en de beoogde hoeveelheden. Raamovereenkomsten met meerdere ondernemers worden “meervoudige raamovereenkomsten” genoemd. Deze kunnen de vorm aannemen van afzonderlijke overeenkomsten, maar zij worden in identieke bewoordingen gesloten. In de bestekken moeten het minimumaantal en het maximumaantal ondernemers worden vermeld waarmee de aanbestedende dienst voornemens is overeenkomsten te sluiten. De duur van dergelijke overeenkomsten mag niet langer zijn dan een bepaald aantal jaren (bijv. vier), behalve in uitzonderingsgevallen die met name op grond van het voorwerp van de raamovereenkomst gerechtvaardigd zijn. De aanbestedende diensten mogen de raamovereenkomsten niet misbruiken of zodanig gebruiken dat de mededinging wordt verhinderd, beperkt of vervalst. Specifieke overeenkomsten op basis van raamovereenkomsten worden gegund overeenkomstig de bepalingen van de raamovereenkomst en moeten voldoen aan de beginselen van transparantie, evenredigheid, gelijke behandeling, niet-discriminatie en eerlijke concurrentie. Dynamisch aankoopsysteem Een dynamisch aankoopsysteem is een geheel elektronisch proces voor courante aankopen voor een beperkte periode. Het staat open voor elk bedrijf of elke andere marktdeelnemer die aan de selectiecriteria voldoet en die een technisch aanvaardbare indicatieve inschrijving heeft ingediend. Er is geen specifieke drempel van toepassing. Voor elke afzonderlijke overeenkomst publiceert de aanbestedende dienst een aankondiging en nodigt hij alle tot het systeem toegelaten contractanten uit een offerte in te dienen. De opdracht wordt gegund aan de economisch voordeligste inschrijving (d.w.z. de prijs-kwaliteitverhouding is het enige gunningscriterium). Concurrentiegerichte dialoog Voor bijzonder complexe opdrachten kan de aanbestedende dienst, wanneer hij van oordeel is dat rechtstreekse toepassing van de openbare procedure of van de voorwaarden voor niet-openbare procedures niet zal leiden tot de beste prijs-kwaliteitverhouding, gebruikmaken van de concurrentiegerichte dialoog. Een opdracht kan als “bijzonder complex” worden aangemerkt wanneer de aanbestedende dienst objectief gezien niet in staat is de technische middelen te bepalen waarmee aan zijn behoeften of doel kan worden tegemoetgekomen, of niet in staat is de juridische of financiële voorwaarden van het project te specificeren. Er is geen specifieke drempel van toepassing. De aanbestedende diensten moeten een aanbestedingsbericht publiceren dat hun behoeften en eisen uiteenzet of bijvoegt. Zij moeten in dialoog treden met de gegadigden die aan de selectiecriteria in het aanbestedingsbericht voldoen. De dialoog kan betrekking hebben op alle aspecten van de inschrijving. De dialoog wordt echter met elke gegadigde apart gevoerd op basis van de door hem voorgestelde oplossingen en ideeën. De aanbestedende dienst moet zorgen voor gelijke behandeling van de inschrijvers en de inschrijvingen vertrouwelijk behandelen. Het is dus niet toegestaan de beste oplossingen van verschillende inschrijvers te kiezen. Het minimumaantal gegadigden dat tot inschrijving wordt uitgenodigd is drie. Indien minder dan drie gegadigden aan de selectiecriteria voldoen, mag de aanbestedende dienst de procedure voortzetten met de ene of de twee die aan de criteria voldoen. De aanbestedende dienst mag de resterende gegadigde of gegadigden niet aanvullen met andere marktdeelnemers die niet hebben deelgenomen aan de procedure of gegadigden die niet aan de selectiecriteria voldoen. Tijdens de dialoog moeten de aanbestedende diensten alle inschrijvers gelijk behandelen en ervoor zorgen dat de voorgestelde oplossingen of andere ontvangen inlichtingen vertrouwelijk worden behandeld, tenzij de gegadigde met openbaarmaking instemt. De aanbestedende dienst moet een verslag opstellen waarin de wijze waarop de dialoog is gevoerd, wordt gemotiveerd. De aanbestedende diensten moeten de deelnemers, na hun de beëindiging van de dialoog te hebben meegedeeld, verzoeken hun definitieve inschrijvingen in te dienen op basis van de tijdens de dialoog voorgestelde en gespecificeerde oplossingen. De inschrijvingen moeten alle vereiste en noodzakelijke informatie voor de uitvoering van het project bevatten. Op verzoek van de aanbestedende dienst kunnen deze inschrijvingen worden toegelicht, gepreciseerd en vervolmaakt, mits de basiselementen van de inschrijving of aanbesteding niet wezenlijk worden gewijzigd, aangezien zulks de mededinging kan vervalsen of een discriminerend effect kan hebben. Op verzoek van de aanbestedende dienst kan de economisch voordeligste inschrijver worden verzocht bepaalde aspecten van zijn inschrijving te verduidelijken of de in de inschrijving vervatte verbintenissen te bevestigen, op voorwaarde dat dit de inhoudelijke aspecten van de inschrijving of van de oproep tot mededinging ongewijzigd laat en niet leidt tot vervalsing van de mededinging of tot discriminatie. De aanbestedende diensten kunnen voorzien in prijzen of betalingen aan de deelnemers aan de dialoog. De opdracht wordt gegund aan de technisch aanvaardbare inschrijving die economisch het voordeligst is (d.w.z. de prijs-kwaliteitverhouding is het enige criterium). De standaardmodellen moeten zo nodig worden aangepast. Onderhandelingsprocedure/procedure met één inschrijving Een overeenkomst kan onder bepaalde omstandigheden (bijv. wanneer de te sluiten overeenkomst een bepaalde waarde niet overschrijdt of wanneer uitzonderlijke omstandigheden een onderhandse gunning rechtvaardigen) onderhands worden gegund (via de “procedure met één inschrijving” of de “onderhandelingsprocedure”). In het geval van een onderhandelingsprocedure moet een evaluatiecomité worden aangesteld om de onderhandelingen te voeren. In alle gevallen moet de aanbestedende dienst een verslag opstellen waarin wordt uitgelegd hoe de deelnemer(s) aan de onderhandelingen is (zijn) geselecteerd en de prijs is vastgesteld, en wat de redenen voor het gunningsbesluit zijn. De aanbestedende dienst moet ervoor zorgen dat de basisbeginselen inzake aanbestedingsprocedures, zoals de controle of de inschrijving in aanmerking komt (nationaliteitsregels), de selectie- en uitsluitingscriteria naar behoren worden toegepast. Opmerking: Overeenkomstig bijlage I, afdeling 2, punten 11 en 12, bij het Financieel Reglement moet het gebruik van de onderhandelingsprocedure beperkt zijn tot redelijke bedragen of naar behoren worden gemotiveerd. |
|
PIJLER 5 — AANBESTEDINGEN |
|||||||||||||||
|
Opmerkingen entiteit |
Opmerkingen auditor |
|||||||||||||
|
Belangrijke vraag (niveau 2): Past de entiteit passende regels en procedures voor aanbestedingen toe? |
|
|
|||||||||||||
|
|
||||||||||||||
|
3.1.1 |
Zorgt het aanbestedingssysteem voor voldoende transparantie over de aanbestedingsmogelijkheden?
|
|
|
||||||||||||
|
3.1.2 |
Omvat het aanbestedingssysteem regels voor de publicatie van een aankondiging van een opdracht ten aanzien van de volgende elementen:
|
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||
|
3.1.3 |
Voorziet het aanbestedingssysteem in regels om binnen dezelfde termijn en op dezelfde wijze met potentiële leveranciers te communiceren, met name door:
|
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||
|
|
||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||
|
3.2.1.1 |
Omvat het aanbestedingssysteem regels die de beveiliging en vertrouwelijkheid van de ingediende informatie waarborgen, met name door:
|
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||
|
3.2.2.1 |
Omvat het aanbestedingssysteem een duidelijke procedure voor de opening van de inschrijving, met name:
|
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||
|
|
||||||||||||||
|
3.2.3.1 |
Voorziet het aanbestedingssysteem in duidelijke, objectieve en niet-discriminerende criteria voor:
|
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||
|
3.2.3.2 |
Zijn deze selectiecriteria in de aankondiging gespecificeerd en vermeld? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||
|
3.2.3.3 |
Voorziet het aanbestedingssysteem in duidelijke en objectieve criteria voor de beoordeling van de economische en financiële draagkracht van de inschrijvers? Voorbeelden van criteria: balansgegevens van de afgelopen drie jaar, gegevens over omzet/inkomsten/bedrijfsopbrengsten van de afgelopen drie jaar, personeelsbestand van de afgelopen drie jaar. |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||
|
3.2.3.4 |
Voorziet het aanbestedingssysteem in duidelijke en objectieve criteria voor de beoordeling van de technische en beroepsmatige geschiktheid van de inschrijvers? Voorbeelden van criteria: verleende diensten, geleverde goederen en verrichte werkzaamheden in de afgelopen drie jaar, monsters, beschrijvingen, foto’s, specificaties van geleverde producten en/of uitrusting. |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||
|
|
||||||||||||||
|
3.2.4.1 |
Voorziet het aanbestedingssysteem in duidelijke, objectieve en niet-discriminerende criteria voor een gedetailleerde evaluatie van de technische en financiële aspecten van de inschrijvingen? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||
|
3.2.4.2 |
Zijn er duidelijke en objectieve criteria en regels voor het bepalen van de resultaten van de evaluatie (bijv. vermelding van de belangrijkste criteria voor elke gegadigde of inschrijver)? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||
|
3.2.4.3 |
Worden opdrachten gegund op basis van duidelijke en bekendgemaakte gunningscriteria? Worden opdrachten gegund aan de inschrijver met de laagste prijs of de beste prijs-kwaliteitsverhouding (d.w.z. de economisch voordeligste inschrijving)? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||
|
|
||||||||||||||
|
3.2.5.1 |
Worden de evaluaties uitgevoerd door meer dan één evaluatiefunctionaris, of bij voorkeur door een comité? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||
|
3.2.5.2 |
Zijn er criteria gespecificeerd voor de benoeming van het evaluatiecomité? Afhankelijk van de waarde van de aanbesteding en het risiconiveau, kan het comité niet alleen bestaan uit functionarissen van verschillende afdelingen, maar mogelijk ook externe deskundigen. |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||
|
3.2.5.3 |
Zijn de rol, de functie, de samenstelling en de werkwijze van de evaluatiecomités beschreven? Zijn de verantwoordelijkheden van de voorzitter zonder stemrecht en de stemgerechtigde leden van het comité duidelijk beschreven? Heeft het comité een secretaris die verantwoordelijk is voor de uitvoering van alle administratieve taken in verband met de evaluatieprocedure? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||
|
3.2.5.4 |
Zijn er passende procedures voor het bewaren van en de toegang tot (vertrouwelijke) documenten van de inschrijvingen en voorstellen? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||
|
3.2.5.5 |
Verkeren de met de evaluatie belaste functionarissen niet in een belangenconflictsituatie (bijv. door verplichte openbaarmaking) en zijn zij gebonden aan vertrouwelijkheidsvoorschriften? In het geval van een evaluatiecomité moet bij de selectie van de leden rekening worden gehouden met integriteit en professionele overwegingen, en zo mogelijk moet hierbij een lid worden betrokken dat geen deel uitmaakt van het aanbestedingsteam. |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||
|
3.2.5.6 |
Zijn alle relevante aspecten van de evaluatie opgenomen in een door de evaluatiefunctionarissen/het evaluatiecomité ondertekend schriftelijk verslag? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||
|
PIJLER 5 — AANBESTEDINGEN |
|
Richtsnoeren met betrekking tot evaluatiecomités |
|
Aanstelling en samenstelling De inschrijvingen moeten worden geopend en geëvalueerd door evaluatiefunctionarissen of een evaluatiecomité dat formeel wordt aangesteld door de aanbestedende dienst en bestaat uit een voorzitter zonder stemrecht, een secretaris zonder stemrecht en een oneven aantal stemgerechtigde leden. De evaluatoren moeten gedetailleerde informatie krijgen over het geplande tijdschema en de werklast voor een evaluator. De evaluatoren moeten tijdens de geplande evaluatieperiode beschikbaar zijn. In gevallen van niet-beschikbaarheid moeten voor elke procedure vervangende evaluatoren worden aangesteld om vertragingen te voorkomen. Stemgerechtigde leden moeten een redelijke beheersing hebben van de taal waarin de inschrijvingen worden ingediend. Stemgerechtigde leden moeten over de technische en administratieve deskundigheid beschikken die nodig is om de offertes met kennis van zaken te beoordelen. De identiteit van de beoordelaars moet vertrouwelijk blijven. Onpartijdigheid en vertrouwelijkheid De leden van het evaluatiecomité moeten een onpartijdigheids- en vertrouwelijkheidsverklaring ondertekenen. Een lid dat een belangenconflict met een inschrijver of aanvrager heeft of kan hebben, moet dit melden en zich onmiddellijk uit het evaluatiecomité terugtrekken. Gedurende de aanbestedingsprocedure mogen de contacten tussen de aanbestedende dienst en de gegadigden, aanvragers of inschrijvers slechts plaatshebben onder voorwaarden die transparantie en een gelijke behandeling garanderen. Vóór de goedkeuring van het evaluatieverslag door de aanbestedende dienst mag geen informatie worden bekendgemaakt over het onderzoek, de verduidelijking of de evaluatie van inschrijvingen, of voorstellen, of besluiten over de gunning van een opdracht. Elke poging van een inschrijver, gegadigde of aanvrager om het proces op enigerlei wijze te beïnvloeden (door contact op te nemen met de leden van het evaluatiecomité of anderszins), kan tot onmiddellijke uitsluiting van zijn inschrijving of voorstel leiden. Behalve de bijeenkomst waarop de inschrijvingen worden geopend, zijn de procedures van het evaluatiecomité vertrouwelijk. Om de procedure vertrouwelijk te houden is het bijwonen van de vergaderingen van het evaluatiecomité strikt beperkt tot de leden van het comité. Behalve de aan de evaluatoren verstrekte kopieën mogen de inschrijvingen of voorstellen het vertrek/gebouw waarin de vergaderingen van het comité plaatsvinden niet verlaten voordat de werkzaamheden van het evaluatiecomité zijn afgerond. Zij moeten op een veilige plaats worden bewaard wanneer zij niet worden gebruikt. Verantwoordelijkheden van de leden van evaluatiecomités De voorzitter is verantwoordelijk voor de coördinatie van het evaluatieproces en de waarborging van de onpartijdigheid en transparantie ervan. De stemgerechtigde leden van het evaluatiecomité zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de door het comité genomen besluiten. De secretaris van het comité is verantwoordelijk voor de uitvoering van alle administratieve taken in verband met de evaluatieprocedure. Hiertoe behoren onder meer het bijhouden van de notulen van de vergaderingen van het comité, het bewaren van relevante gegevens en documenten en het opstellen van evaluatieverslagen. Een verzoek om verduidelijking dat communicatie met de inschrijvers of aanvragers tijdens het evaluatieproces vereist, moet schriftelijk gebeuren. Tijdschema Het evaluatiecomité moet tijdig worden ingesteld, zodat de leden beschikbaar zijn om het evaluatieproces voor te bereiden en uit te voeren. De inschrijvingen moeten tijdig worden geëvalueerd zodat de procedure binnen de geldigheidsduur van de inschrijvingen kan worden afgerond. Het is van groot belang dat alle inschrijvers, ongeacht of zij succesvol zijn of niet, informatie onverwijld ontvangen. Zodra de evaluatie is afgerond, moet de aanbestedende dienst onmiddellijk het gunningsbesluit nemen door de evaluatieverslagen goed te keuren. Geldigheidsduur De inschrijvers dienen hun offerte gestand te doen gedurende de in de uitnodiging tot inschrijving vermelde periode. Deze periode moet lang genoeg zijn om de aanbestedende dienst in staat te stellen de inschrijvingen te onderzoeken, het voorstel tot gunning van de overeenkomst goed te keuren, de succesvolle en niet-succesvolle inschrijvers in kennis te stellen en de overeenkomst te sluiten. De geldigheidsduur van de offertes moet worden vastgesteld op een passend aantal kalenderdagen (bijv. 90 dagen) vanaf de uiterste datum voor de indiening van de offertes. |
|
PIJLER 5 — AANBESTEDINGEN |
|||||||||||||||||
|
Opmerkingen entiteit |
Opmerkingen auditor |
|||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||
|
3.2.6.1 |
Voorziet het aanbestedingssysteem in regels om de inschrijvers en het grote publiek te informeren over de uitkomst van de aanbestedingsprocedure door:
|
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||
|
3.2.6.2 |
Voorziet het aanbestedingssysteem in regels die de mogelijkheid bieden de leveranciers op verzoek te debriefen door:
|
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||
|
|||||||||||||||||
|
3.3.1 |
Verstrekt het aanbestedingssysteem informatie over de wijze waarop een klacht over het aanbestedingsproces kan worden ingediend? Worden klachten beoordeeld door een functie of instantie die:
|
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||
|
PIJLER 6 — FINANCIERINGSINSTRUMENTEN (8) |
||||||||||||||||||
|
BELANGRIJKE VRAAG (niveau 1) |
Opmerkingen entiteit |
Opmerkingen auditor |
||||||||||||||||
|
Past de entiteit in alle materiële opzichten passende regels en procedures toe om financiering te verstrekken uit EU-middelen/begrotingsgaranties door middel van financieringsinstrumenten en in overeenstemming met de door de Europese Unie vastgestelde criteria? |
|
|
||||||||||||||||
|
Richtsnoeren Een financieringsinstrument kan de vorm aannemen van investeringen in eigen vermogen of quasi-eigen vermogen, leningen, garanties of andere risicodelingsinstrumenten en mag worden gecombineerd met andere vormen van financiële steun. Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Unie De Commissie mag financieringsinstrumenten in indirect beheer uitvoeren door taken aan entiteiten en hun financiële intermediairs toe te vertrouwen. Titel X van het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Unie legt de volgende beginselen en voorwaarden voor de uitvoering van financieringsinstrumenten vast:
Internationale standaarden voor jaarrekeningen voor entiteiten uit de particuliere sector Volgens IAS (International Accounting Standard) 32 en 39 is een financieringsinstrument elk contract waarbij voor de ene entiteit een financieel actief ontstaat en voor de andere entiteit een financiële verplichting of eigenvermogensinstrument. IAS 32 (Financieringsinstrumenten) beschrijft de boekhoudkundige vereisten voor de presentatie van financieringsinstrumenten, met name wat betreft de classificatie van dergelijke instrumenten als financiële activa, financiële verplichtingen en eigenvermogensinstrumenten. De standaard biedt ook een richtsnoer voor de classificatie van daarmee verband houdende rente, dividenden en winsten/verliezen en geeft aan wanneer financiële activa en financiële verplichtingen kunnen worden verrekend. IAS 39 werd in december 2003 opnieuw uitgevaardigd, is van toepassing op jaarperioden die op of na 1 januari 2005 beginnen en is vervangen door IFRS 9 Financieringsinstrumenten voor jaarperioden die op of na 1 januari 2015 beginnen. IFRS 9 Financieringsinstrumenten beschrijft de opname- en waarderingsvereisten voor financieringsinstrumenten en sommige contracten tot aankoop of verkoop van niet-financiële goederen. De International Accounting Standards Board (IASB) breidt de standaard uit naarmate hij de verschillende fasen van zijn uitgebreide project inzake financieringsinstrumenten voltooit, zodat deze uiteindelijk IAS 39 Financieringsinstrumenten: opname en waardering in zijn geheel zal vervangen. Internationale standaarden voor jaarrekeningen voor entiteiten uit de publieke sector Voor entiteiten uit de publieke sector gelden de internationale standaarden voor overheidsboekhouding (IPSAS — International Public Sector Accounting Standards) 28-30. De definities van een financieel instrument en financiële activa, financiële passiva en eigenvermogensinstrumenten zijn in essentie dezelfde als in IAS 32. IFRS 9 heeft geen equivalent in de IPSAS en is in deze sector dus niet van toepassing. Financieringsinstrumenten kunnen op basis van hun waarderingsmethode worden gecategoriseerd:
|
||||||||||||||||||
|
PIJLER 6 — FINANCIERINGSINSTRUMENTEN |
|||||||||||||||
|
Opmerkingen entiteit |
Opmerkingen auditor |
|||||||||||||
|
Belangrijke vraag (niveau 2): Heeft de entiteit een duidelijk wet- en regelgevingskader voor het gebruik en de uitvoering van financieringsinstrumenten? De beginselen voor het gebruik van financieringsinstrumenten moeten worden vastgelegd in een goed afgebakend en transparant wet- en regelgevingskader waarin de desbetreffende beleidslijnen, procedures, verantwoordingsplicht en controles duidelijk worden beschreven. Hoewel financieringsinstrumenten binnen hun eigen kader functioneren, profiteren zij van de algemene controleomgeving, door de entiteit verrichte interne controles, het boekhoudsysteem van de entiteit en externe audit. |
|
|
|||||||||||||
|
1.1 |
Heeft de entiteit een duidelijk wet- en regelgevingskader voor financieringsinstrumenten met:
|
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||
|
1.2 |
Welke soorten financieringsinstrumenten gebruikt de entiteit of is de entiteit voornemens te gebruiken? Verschaf u een gedetailleerde beschrijving van:
|
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||
|
1.3 |
Hoe worden financieringsinstrumenten verstrekt aan begunstigden (kredietnemers)? Hoe worden zij gedekt en met welke soort verplichtingen en/of garanties? Gelieve te beantwoorden voor:
|
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||
|
1.4 |
Heeft de entiteit richtsnoeren of operationele regels en handleidingen voor de gebruikte financieringsinstrumenten? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||
|
1.5 |
Gebruikt de entiteit standaardmodellen voor de verstrekking van financieringsinstrumenten, zoals modelcontracten? Gelieve te beantwoorden voor:
|
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||
|
1.6 |
Omschrijven deze contracten duidelijk de relevante voorwaarden? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||
|
PIJLER 6 — FINANCIERINGSINSTRUMENTEN |
|||||||||||||
|
Opmerkingen entiteit |
Opmerkingen auditor |
|||||||||||
|
Belangrijke vraag (niveau 2): zijn de volgende beginselen en voorwaarden geïntegreerd in de procedures, regels en criteria van de financieringsinstrumenten van de entiteit? Basisbeginselen (artikel 209, lid 1, van het Financieel Reglement) Financieringsinstrumenten worden aangewend met inachtneming van de beginselen van goed financieel beheer, transparantie, evenredigheid, non-discriminatie, gelijke behandeling en subsidiariteit, en met inachtneming van de doelstellingen ervan en, indien van toepassing, voor de duur die in de op die financieringsinstrumenten toepasselijke basishandeling is vastgesteld. Selectie van financiële intermediairs (artikel 208 van het Financieel Reglement) Financiële intermediairs worden geselecteerd volgens openbare, transparante, evenredige en niet-discriminerende procedures, waarbij belangenconflicten worden vermeden. De financiële intermediairs of de eindontvangers van financieringsinstrumenten worden geselecteerd op basis van de aard van het uit te voeren financieringsinstrument, de ervaring en de operationele en financiële capaciteit van de betrokken entiteiten en/of de economische levensvatbaarheid van de projecten van de eindontvangers. De selectie geschiedt op een transparante, objectief onderbouwde manier en zonder dat een belangenconflict kan rijzen. Voorwaarden voor financieringsinstrumenten en begrotingsgaranties (artikel 209 van het Financieel Reglement) Financieringsinstrumenten en begrotingsgaranties moeten aan de volgende basisvoorwaarden voldoen: tekortkomingen van de markt of suboptimale investeringssituaties aanpakken, additionaliteit bewerkstelligen, de mededinging op de interne markt niet verstoren en stroken met de staatssteunregels, hefboomeffecten en afstemming van belangen bewerkstelligen, en voorzien in een vergoeding die is afgestemd op het delen van het risico. Richtsnoeren De bovengenoemde beginselen moeten in de procedures, regels en criteria van de financieringsinstrumenten van de entiteit worden opgenomen overeenkomstig het overkoepelende beginsel van evenredigheid. De beginselen zijn niet absoluut en een beperkt aantal uitzonderingen is mogelijk, mits die uitzonderingen duidelijk omschreven, redelijk en gerechtvaardigd zijn. |
|
|
|||||||||||
|
2.1.1 |
Basisbeginselen. Zijn de volgende basisbeginselen geïntegreerd in de procedures, regels en criteria voor het gebruik en de uitvoering van de financieringsinstrumenten/begrotingsgaranties van de entiteit?
|
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||
|
2.2.1 |
Selectie van financiële intermediairs. Welke procedure gebruikt de entiteit voor de selectie van financiële intermediairs (10)? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||
|
2.2.2 |
Selectie van financiële intermediairs. Worden financiële intermediairs geselecteerd volgens openbare, transparante, evenredige en niet-discriminerende procedures, waarbij belangenconflicten worden vermeden? |
|
|
||||||||||
|
2.2.3 |
Selectie van financiële intermediairs. Worden de financiële intermediairs of de eindontvangers van financieringsinstrumenten geselecteerd op basis van de aard van het uit te voeren financieringsinstrument, de ervaring en de operationele en financiële capaciteit van de betrokken entiteiten en/of de economische levensvatbaarheid van de projecten van de eindontvangers? Geschiedt de selectie op een transparante, objectief onderbouwde manier en zonder dat een belangenconflict kan rijzen? |
|
|
||||||||||
|
2.3.1 |
Voorwaarden voor financieringsinstrumenten. Maken de systemen, regels en procedures van de entiteit het mogelijk dat de entiteit financieringsinstrumenten uitvoert die tekortkomingen van de markt of suboptimale investeringssituaties aanpakken en volgens internationaal aanvaarde normen economisch levensvatbaar worden geacht, maar onvoldoende door de markt worden gefinancierd? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||
|
2.3.2 |
Voorwaarden voor financieringsinstrumenten. Maken de systemen, regels en procedures van de entiteit het mogelijk financieringsinstrumenten uit te voeren die voldoen aan het additionaliteitsbeginsel (financieringsinstrumenten dienen niet om die van een lidstaat, particuliere financiering of andere financiële steun van de EU te vervangen)? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||
|
2.3.3 |
Voorwaarden voor financieringsinstrumenten. Maken de systemen, regels en procedures binnen de entiteit het mogelijk te voldoen aan de voorwaarde van afstemming van de belangen door middel van bepalingen zoals mede-investeringen, risicodeling of financiële prikkels, en tegelijkertijd belangenconflicten met andere activiteiten van de uitvoerende entiteit te voorkomen? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||
|
2.3.4 |
Voorwaarden voor financieringsinstrumenten. Maken de systemen, regels en procedures van de entiteit het mogelijk een hefboom- en een vermenigvuldigingseffect te bewerkstelligen inclusief, in voorkomend geval, de maximalisering van particuliere investeringen? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||
|
PIJLER 6 — FINANCIERINGSINSTRUMENTEN |
|||||||
|
Opmerkingen entiteit |
Opmerkingen auditor |
|||||
|
Belangrijke vraag (niveau 2): Past de entiteit de regels en procedures voor het gebruik en de uitvoering van haar financieringsinstrumenten doeltreffend toe? |
|||||||
|
|||||||
|
3.1.1 |
Heeft de entiteit procedures voor het toezicht op het gebruik van financieringsinstrumenten die voortbouwen op de door financiële intermediairs verstrekte verslagen en rekeningen en op de beschikbare audits en controles die door de financiële intermediair zijn verricht? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||
|
3.1.2 |
Heeft de entiteit voor gevallen waarin er geen financiële intermediair is, procedures om rechtstreeks toezicht te houden op het gebruik van financieringsinstrumenten op basis van de door de eindontvangers verstrekte verslagen en rekeningen? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||
|
Richtsnoeren: Monitoring van financieringsinstrumenten
|
|||||||
|
|||||||
|
3.2.1 |
Wat zijn de registratie- en rapportageprocedures voor leningen? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||
|
3.2.2 |
Zijn deze systemen en procedures adequaat? |
|
|
||||
|
3.2.3 |
Worden leningsovereenkomsten goedgekeurd volgens adequate en transparante criteria? |
|
|
||||
|
3.2.4 |
Wordt de grootboekrekening van de overeenkomst regelmatig (ten minste maandelijks) gereconcilieerd met het contractregistratiesysteem? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||
|
|||||||
|
3.3.1 |
Wat zijn de registratie- en rapportageprocedures voor garanties? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||
|
3.3.2 |
Zijn deze systemen en procedures adequaat? |
|
|
||||
|
3.3.3 |
Worden garanties goedgekeurd volgens adequate en transparante criteria? |
|
|
||||
|
3.3.4 |
Wordt de grootboekrekening van de overeenkomst regelmatig (ten minste maandelijks) gereconcilieerd met het contractregistratiesysteem? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||
|
3.3.5 |
Is de entiteit in staat adequaat te rapporteren over de uitvoering van begrotingsgaranties, onder meer — wanneer met de bijdrage uitgaven worden vergoed — over rekeningen betreffende de gedane uitgaven en een beheersverklaring die bevestigt dat: i) de informatie op juiste, volledige en accurate wijze is gepresenteerd; ii) de bijdrage is gebruikt voor het beoogde doel; iii) de ingevoerde controlesystemen de nodige garanties bieden voor de wettigheid en de regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen, en iv) een samenvatting is opgesteld van de definitieve auditverslagen en van de verrichte controles, met een analyse van de aard en de omvang van de vastgestelde fouten en tekortkomingen in de systemen en een overzicht van de reeds genomen of geplande corrigerende maatregelen? |
|
|
||||
|
|||||||
|
3.4.1 |
Wat zijn de registratie- en rapportageprocedures voor rentesubsidies? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||
|
3.4.2 |
Zijn deze systemen en procedures adequaat? |
|
|
||||
|
3.4.3 |
Worden rentesubsidies volgens adequate en transparante criteria? |
|
|
||||
|
|||||||
|
3.5.1 |
Heeft de entiteit een eigenvermogenstrategie of richtsnoeren voor investeringen in eigen vermogen en een zorgvuldigheidsproces die zijn goedgekeurd door de raad van bestuur of een ander bestuursorgaan? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||
|
3.5.2 |
Past de entiteit systematisch een waardering van haar eigenvermogensverrichtingen toe, bij de goedkeuring ervan en periodiek gedurende de looptijd van de belegging? Beschrijf de voor de waardering gebruikte informatie en methode(n). |
|
|
||||
|
3.5.3 |
Heeft de entiteit een procedure vastgesteld om de beëindiging van haar eigenvermogensbeleggingen te beheren? Omvat de eigenvermogenstrategie vereisten voor een plan inzake tijdige beëindiging? |
|
|
||||
|
3.5.4 |
Beheert de entiteit haar aandelenportefeuille actief? Heeft zij bestuursleden afgevaardigd in de vennootschappen waarin zij heeft geïnvesteerd (voor directe aandelenbeleggingen), of soortgelijke manieren om de prestaties van deze vennootschappen nauwlettend te volgen? Heeft de entiteit, bij beleggingen in fondsen, leden die zijn benoemd in de organen die de beleggers in de fondsen vertegenwoordigen? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||
|
PIJLER 6 — FINANCIERINGSINSTRUMENTEN — AANVULLENDE VRAGEN VOOR BEGROTINGSGGARANTIES (optioneel) (11) |
|||||||||||||||||||
|
Opmerkingen entiteit |
Opmerkingen auditor |
|||||||||||||||||
|
Belangrijke vraag (niveau 2): Heeft de entiteit een systeem voor kredietrisicobeheer en gebruikt zij een systeem voor interne risicorating dat passend is gelet op de aard, de omvang en de complexiteit van haar activiteiten? Richtsnoeren De meeste entiteiten die begrotingsgaranties uitvoeren zijn kredietinstellingen of beleggingsondernemingen die onderworpen zijn aan regelgeving en toezicht, onder meer met betrekking tot kredietrisico, risicorating en de IT-systemen en -procedures om deze risico’s te beheren. Dit punt heeft als doel de betrouwbaarheid van de risicobeheerfunctie van de entiteit te beoordelen, inclusief haar governance en systeem voor interne risicorating, die belangrijk is voor een toekomstige beoordeling van de risicodelingsregelingen tussen de EU en de entiteit, alsmede voor de vergoeding die voortvloeit uit het door de EU genomen risico (artikel 209, lid 2, onder f), van het Financieel Reglement). De blootstelling van de EU aan tegenpartijen in het kader van begrotingsgaranties omvat een voorwaardelijke verplichting, die de financiële verplichting van de EU vertegenwoordigt die niet volledig wordt gedekt door voorzieningen (artikel 211 van het Financieel Reglement). Om het risico te beoordelen van tegenpartijen die aanspraak maken op EU-betalingen ter dekking van beroepen op garanties boven de beschikbare voorzieningen, moet de Commissie ten minste eenmaal per jaar de blootstelling van de EU als gevolg van elke begrotingsgarantie toetsen. Daartoe verstrekken de tegenpartijen de Commissie jaarlijks informatie over de uitstaande financiële verplichtingen voor de EU als gevolg van de begrotingsgaranties, waaronder een risicobeoordeling en -rating betreffende de verrichtingen die door de begrotingsgarantie worden gedekt, alsmede de verwachte wanbetalingen (artikel 219, lid 6, van het Financieel Reglement). De Commissie baseert zich op deze informatie bij de beoordeling van de houdbaarheid van de voorwaardelijke verplichtingen (artikel 210, lid 3, van het Financieel Reglement) en bij de regelmatige herziening van het voorzieningspercentage van elke begrotingsgarantie (artikel 211, lid 1, van het Financieel Reglement). De normen inzake regelgeving, toezicht en risicobeheer in de banksector zijn opgenomen in:
|
|
|
|||||||||||||||||
|
6a.1 |
Risicobeleid/strategisch kader. Heeft de entiteit een solide beleid en strategie om risico’s (met een focus op kredietrisico) vast te stellen, te beheren, te meten en te beheersen? |
|
|
||||||||||||||||
|
6a.1.1 |
Heeft de entiteit een risicobeleid dat:
|
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||||
|
6a.1.2 |
Heeft de entiteit een door het hogere management goedgekeurde risicostrategie of -richtsnoeren die regelmatig:
|
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||||
|
6a.2 |
Risicobeheer. Heeft de entiteit een passend organisatorisch kader dat een doeltreffend beheer, meting en beheersing van kredietrisico mogelijk maakt, met voldoende kwalitatieve en kwantitatieve personele en technische middelen om de vereiste taken uit te voeren? |
|
|
||||||||||||||||
|
6a.2.1 |
Is de toewijzing van verantwoordelijkheden binnen de entiteit duidelijk vastgelegd, zodat:
|
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||||
|
6a.2.2 |
Is gezorgd voor de scheiding van functies, zodat:
|
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||||
|
6a.2.3 |
Is de reikwijdte van de activiteiten van de risicobeheerfunctie breed genoeg, zodat zo veel mogelijk van de volgende aspecten eronder vallen:
|
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||||
|
6a.2.4 |
Zijn in de beleidslijnen van de entiteit duidelijk de niveaus van delegatie van goedkeuringen aan het management (13) omschreven en wordt de goedkeuring door het passende managementsniveau verleend in overeenstemming met de schriftelijke beleidslijnen en richtsnoeren? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||||
|
6a.3 |
Heeft de entiteit een goed functionerend systeem voor vaststelling, analyse en monitoring van het kredietrisico? |
|
|
||||||||||||||||
|
6a.3.1 |
Omvat het risico-identificatiesysteem van de entiteit het volgende:
|
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||||
|
6a.3.2 |
Verricht de risicobeheerfunctie een onpartijdige beoordeling van de kwaliteit van individuele kredieten/beleggingen en de totale portefeuille, inclusief de juistheid van de kredietrisicorating en de raming van verliezen? Wordt deze tweede mening gegeven tijdens de goedkeuringsfase en vervolgens regelmatig geëvalueerd tijdens de looptijd van de verrichtingen? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||||
|
6a.3.3 |
Wordt bij de meting van het kredietrisico zo veel mogelijk rekening met de volgende aspecten:
|
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||||
|
6a.3.4 |
Heeft het (kredietrisico-) beheersinformatiesysteem van de entiteit de volgende kenmerken:
|
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||||
|
6a.4 |
Gebruikt de entiteit een systeem voor interne risicorating dat passend is gelet op de aard, de omvang en de complexiteit van haar activiteiten? |
|
|
||||||||||||||||
|
6a.4.1 |
Kan de entiteit haar keuze van de ratingcriteria documenteren en gegevens en analyses verstrekken die aantonen dat de ratingcriteria en -procedures waarschijnlijk leiden tot ratings die een zinvolle differentiatie van het risico inhouden? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||||
|
6a.4.2 |
Omvat het risicoratingsysteem van de entiteit zo veel mogelijk de volgende kenmerken:
|
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||||
|
6a.4.3 |
Bewaart de entiteit gegevens over de gerealiseerde wanbetalingsgraden die met ratingklassen en ratingmigraties samenhangen? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||||
|
6a.4.4 |
Heeft de entiteit uitvoerige beleidslijnen en procedures voor een doeltreffende validatie van het ratingsysteem (14) en een regelmatige onafhankelijke beoordeling van de toereikendheid van het systeem voor interne risicorating? |
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||||||
|
PIJLER 6 — FINANCIERINGSINSTRUMENTEN — AANVULLENDE VRAGEN (optioneel) (15) |
|||||||||||||||
|
Opmerkingen entiteit |
Opmerkingen auditor |
|||||||||||||
|
Belangrijke vraag (niveau 2): Past de entiteit bij de selectie/uitvoering van met middelen van de EU ondersteunde financieringsinstrumenten/begrotingsgaranties normen toe die gelijkwaardig zijn aan de toepasselijke EU-wetgeving en overeengekomen internationale en EU-normen, waardoor zij: a) geen acties ondersteunt die bijdragen aan belastingontwijking, en b) geen verrichtingen aangaat met entiteiten die in niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden zijn opgericht of gevestigd? Richtsnoeren Normen inzake belastingontwijking hebben in grote lijnen tot doel ervoor te zorgen dat er doeltreffende belastingregels zijn die niet worden omzeild:
Voortbouwend op deze belastingontwijkingsnormen dienen door de EU gefinancierde projecten niet betrokken te zijn bij agressieve fiscale planning, deugdelijke (niet-fiscale) bedrijfsmatige redenen voor een bepaalde structuur te hebben, niet te profiteren van de technische details van een belastingstelsel of van incongruenties tussen twee of meer belastingstelsels met als doel de verschuldigde belastingen te verminderen. De lijst van “wezenskenmerken” in Richtlijn (EU) 2018/822 van 25 mei 2018 vergemakkelijkt de identificatie van transacties die kenmerken van belastingontwijking of -misbruik hebben en kan door de beoordelaars als referentie worden gebruikt. Bij de beoordeling of de voorafgaande zorgvuldigheidsprocedures en -regels van de entiteit uitgebreid genoeg zijn om aan de vereisten van deze pijler te voldoen, moet ook rekening worden gehouden met de volgende elementen:
Bij hun beoordeling moeten de beoordelaars rekening houden met de desbetreffende door de Commissie gepubliceerde richtsnoeren, zoals de mededeling van de Commissie over nieuwe voorschriften tegen belastingontwijking in EU-wetgeving met betrekking tot met name financierings- en investeringsverrichtingen (C(2018) 1756 final) en latere wijzigingen daarvan. |
|||||||||||||||
|
6b.1 |
Bevatten de regels van de organisatie via welke met EU-middelen gesteunde financiële instrumenten worden geselecteerd/uitgevoerd, een expliciete verwijzing naar de beoordeling van belastingontwijkingsrisico’s en naar verbodsbepalingen met betrekking tot niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden, waarin de volgende normen zijn vervat:
|
|
door de entiteit in te vullen |
||||||||||||
|
6b.2 |
Welke regels met betrekking tot controles in verband met belastingontwijking heeft de entiteit om ervoor te zorgen dat met EU-middelen gesteunde financieringsinstrumenten geen acties steunen die bijdragen tot belastingontwijking? |
|
door de entiteit in te vullen |
||||||||||||
|
6b.2.1 |
Zijn de voorafgaande zorgvuldigheidsprocedures en -regels van de entiteit uitgebreid genoeg om de bij de financiële stromen van het project betrokken entiteiten te omvatten? |
|
|
||||||||||||
|
6b.2.2 |
Maakt het voorafgaande fiscale zorgvuldigheidsonderzoek van de entiteit het mogelijk om zo nodig tot aan de uiteindelijke begunstigde na te gaan of:
|
|
|
||||||||||||
|
6b.2.3 |
Wordt bij het voorafgaande fiscale zorgvuldigheidsonderzoek van de entiteit rekening gehouden met de aanwezigheid van rechtsgebieden die hebben toegezegd tekortkomingen te verhelpen die door de EU bij de betrokken entiteiten (22) zijn geconstateerd als mogelijk belastingsontwijkingsrisico, bijvoorbeeld met betrekking tot i) transparantie; ii) eerlijke belastingheffing, en iii) grondslaguitholling en winstverschuiving, rekening houdend met de conclusies van de Raad tot vaststelling van de criteria voor de EU-lijst van niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden? Zo ja, worden bij het fiscale zorgvuldigheidsonderzoek van de entiteit dan mogelijke toezichtmaatregelen genoemd om dergelijke tekortkomingen aan te pakken? |
|
|
||||||||||||
|
6b.3 |
Zorgen de regels en procedures van de entiteit er met betrekking tot niet-coöperatieve rechtsgebieden voor dat de entiteit bij de uitvoering van met EU-middelen gesteunde financieringsinstrumenten:
|
door de entiteit in te vullen |
|
||||||||||||
|
PIJLER 6 — FINANCIERINGSINSTRUMENTEN — AANVULLENDE VRAGEN (optioneel) (23) |
|||||||||||||||||||
|
Opmerkingen entiteit |
Opmerkingen auditor |
|||||||||||||||||
|
Belangrijke vraag (niveau 2): Past de entiteit bij de selectie/uitvoering van financieringsinstrumenten/begrotingsgaranties normen toe die gelijkwaardig zijn aan de toepasselijke EU-wetgeving en overeengekomen internationale en EU-normen? Wordt er aldus voor gezorgd dat zij: a) geen acties ondersteunt die bijdragen tot witwassen en terrorismefinanciering, en b) geen nieuwe verrichtingen aangaat of verrichtingen verlengt met entiteiten die zijn opgericht of gevestigd in rechtsgebieden die door de EU als derde landen met een hoog risico zijn aangemerkt? Richtsnoeren inzake de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering Normen inzake de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering hebben in grote lijnen tot doel misbruik van het financiële stelsel voor witwassen en terrorismefinanciering te voorkomen door middel van preventieve maatregelen.
Een onderzoek naar de regels en procedures van de entiteit moet nagaan of:
|
|||||||||||||||||||
|
6c.1 |
Heeft de entiteit passende beleidslijnen, controles en procedures inzake de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering om ervoor te zorgen dat door de EU gefinancierde acties niet bijdragen tot witwassen of terrorismefinanciering? |
|
|
||||||||||||||||
|
6c.1.1 |
Heeft de entiteit passende beleidslijnen, controles en procedures om hun witwasrisico en risico van terrorismefinanciering te identificeren en te beoordelen, rekening houdend met risicofactoren zoals die welke verband houden met hun cliënten, landen of geografische gebieden, producten, diensten, transacties en leveringskanalen. |
|
|
||||||||||||||||
|
6c.1.2 |
Past de entiteit, wanneer zij EU-middelen aan derden verstrekt, cliëntenonderzoeksmaatregelen toe die de volgende onderdelen omvatten:
Past de entiteit bij dat cliëntenonderzoek verscherpte cliëntenonderzoeksvoorschriften toe, met name ten aanzien van:
|
|
|
||||||||||||||||
|
6c.2 |
Wat betreft rechtsgebieden die zijn aangemerkt als derde landen met een hoog risico in de zin van Richtlijn (EU) 2015/849, zorgt de entiteit er bij de uitvoering van een door de EU gefinancierd project voor dat zij:
|
|
|
||||||||||||||||
|
PIJLER 7 — UITSLUITING VAN TOEGANG TOT FINANCIERING |
|
|
BELANGRIJKE VRAAG (niveau 1) |
Opmerkingen auditor |
|
Past de entiteit passende regels en procedures toe om derden uit te sluiten van toegang tot financiering door middel van aanbestedingen, subsidies en/of financieringsinstrumenten (27)? |
|
|
PIJLER 7 — UITSLUITING VAN TOEGANG TOT FINANCIERING |
||||
|
Opmerkingen entiteit |
Opmerkingen auditor |
||
|
Belangrijke vraag (niveau 2): Heeft de entiteit een duidelijk wet- en regelgevingskader voor uitsluiting van financiering? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
PIJLER 7 — UITSLUITING VAN TOEGANG TOT FINANCIERING |
|||||||||||||||||||||||||||||
|
Opmerkingen entiteit |
Opmerkingen auditor |
|||||||||||||||||||||||||||
|
Belangrijke vraag (niveau 2): Zijn de volgende uitsluitingscriteria opgenomen in de procedures en regels voor aanbestedingen, subsidies en/of financieringsinstrumenten (28)? |
door de entiteit in te vullen |
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
2.1 |
Worden derden uitgesloten van financiering indien tegen hen of een persoon die bij hen vertegenwoordigings-, beslissings- of controlebevoegdheid heeft of lid is van hun bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan, een definitieve rechterlijke beslissing of een definitief administratief besluit is genomen om een van de volgende redenen (29):
Zijn er uitzonderingen op het bovenstaande om gerechtvaardigde redenen, zoals:
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||
|
2.2 |
Wordt bij de beslissing over de uitsluiting van financiering rekening gehouden met evenredigheid? |
|
|
||||||||||||||||||||||||||
|
2.3 |
Wordt bij de beslissing over de uitsluiting van financiering rekening gehouden met het recht op verweer? |
|
|
||||||||||||||||||||||||||
|
2.4 |
Wordt bij de beslissing over de uitsluiting van financiering rekening gehouden met de beoordeling van de corrigerende maatregelen die de entiteit heeft genomen om haar betrouwbaarheid aan te tonen? |
|
|
||||||||||||||||||||||||||
|
PIJLER 7 — UITSLUITING VAN TOEGANG TOT FINANCIERING |
|||||
|
Opmerkingen entiteit |
Opmerkingen auditor |
|||
|
Belangrijke vraag (niveau 2): Past de entiteit de regels en procedures voor uitsluiting doeltreffend toe (bij de verstrekking van subsidies/aanbestedingen/financieringsinstrumenten, naargelang het geval) op basis van de onder 2 vermelde vereisten? |
door de entiteit in te vullen |
|
|||
|
3.1 |
Past de entiteit de regels en procedures voor uitsluiting doeltreffend toe bij de verlening van subsidies? |
|
|
||
|
3.2 |
Past de entiteit de regels en procedures voor uitsluiting doeltreffend toe bij het aanbestedingsproces? |
|
|
||
|
3.3 |
Past de entiteit de regels en procedures voor uitsluiting doeltreffend toe bij financieringsinstrumenten? |
|
|
||
|
PIJLER 8 — BEKENDMAKING VAN INFORMATIE OVER ONTVANGERS VAN MIDDELEN EN ANDERE INFORMATIE |
|
|
BELANGRIJKE VRAAG (niveau 1) |
Opmerkingen auditor |
|
Maakt de entiteit de informatie over ontvangers van middelen tijdig en op passende wijze bekend? |
|
|
PIJLER 8 — BEKENDMAKING VAN INFORMATIE OVER ONTVANGERS VAN MIDDELEN EN ANDERE INFORMATIE |
||||
|
Opmerkingen entiteit |
Opmerkingen auditor |
||
|
Belangrijke vraag (niveau 2): Heeft de entiteit een duidelijk wet- en regelgevingskader voor de bekendmaking van ontvangers met betrekking tot: i) adequate bekendmakingsgegevens van de begunstigden; ii) een verwijzing naar een gemeenschappelijke internationale norm voor de bescherming van grondrechten en van commerciële belangen, en iii) regelmatige bekendmaking van updates? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
PIJLER 8 — BEKENDMAKING VAN INFORMATIE OVER ONTVANGERS VAN MIDDELEN EN ANDERE INFORMATIE |
|||||||
|
Opmerkingen entiteit |
Opmerkingen auditor |
|||||
|
Belangrijke vraag (niveau 2) Zijn de volgende vereisten opgenomen in de procedures en regels voor bekendmaking? |
door de entiteit in te vullen |
|
|||||
|
2.1 |
Publiceert de entiteit als algemene regel informatie over de ontvangers van middelen die ten minste de volgende elementen bevat: naam, plaats, aard en doel, bedrag? Zijn er, onverminderd de in het kader van de gegevensbeschermingspijler behandelde regels en procedures inzake gegevensbescherming, uitzonderingen om gerechtvaardigde redenen, zoals:
|
|
|
||||
|
2.2 |
Publiceert de entiteit de informatie regelmatig (bijvoorbeeld: ten minste een keer per jaar)? |
|
|
||||
|
2.3 |
Publiceert de entiteit de informatie op passende wijze op basis van gemeenschappelijke internationale normen? Welke (bijvoorbeeld: IATI, OESO)? |
|
|
||||
|
PIJLER 8 — BEKENDMAKING VAN INFORMATIE OVER ONTVANGERS VAN MIDDELEN EN ANDERE INFORMATIE |
|||||
|
Opmerkingen entiteit |
Opmerkingen auditor |
|||
|
Belangrijke vraag (niveau 2): Past de entiteit de regels en procedures voor bekendmaking doeltreffend toe (bij de verstrekking van subsidies/aanbestedingen/financieringsinstrumenten, naargelang het geval) op basis van de onder 2 vermelde vereisten? |
door de entiteit in te vullen |
|
|||
|
3.1 |
Past de entiteit de regels en procedures voor bekendmaking doeltreffend toe bij de verlening van subsidies? |
|
|
||
|
3.2 |
Past de entiteit de regels en procedures voor bekendmaking doeltreffend toe bij het aanbestedingsproces? |
|
|
||
|
3.3 |
Past de entiteit de regels en procedures voor bekendmaking doeltreffend toe bij financieringsinstrumenten? |
|
|
||
|
PIJLER 9 — BESCHERMING VAN PERSOONSGEGEVENS |
|
|
BELANGRIJKE VRAAG (niveau 1) |
Opmerkingen auditor |
|
Garandeert de entiteit een bescherming van persoonsgegevens die gelijkwaardig is aan de in artikel 5 van het Financieel Reglement bedoelde bescherming (31)? |
|
|
PIJLER 9 — BESCHERMING VAN PERSOONSGEGEVENS |
||||
|
Opmerkingen entiteit |
Opmerkingen auditor |
||
|
Belangrijke vraag (niveau 2): Heeft de entiteit een duidelijk wet- en regelgevingskader voor de bescherming van persoonsgegevens? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
PIJLER 9 — BESCHERMING VAN PERSOONSGEGEVENS |
|||||||||||||||
|
Opmerkingen entiteit |
Opmerkingen auditor |
|||||||||||||
|
Belangrijke vraag (niveau 2): Zijn in de procedures en regels voor de bescherming van persoonsgegevens de volgende vereisten geïntegreerd? |
|
|
|||||||||||||
|
2.1 |
Worden/zijn persoonsgegevens, als algemene regel:
|
|
|
||||||||||||
|
2.2 |
Omvatten de procedures en regels de volgende beginselen:
|
|
|
||||||||||||
|
PIJLER 9 — BESCHERMING VAN PERSOONSGEGEVENS |
|||||
|
Opmerkingen entiteit |
Opmerkingen auditor |
|||
|
Belangrijke vraag (niveau 2): Past de entiteit de regels en procedures doeltreffend toe (bv. passende technische en organisatorische maatregelen) voor de bescherming van persoonsgegevens (bij de verstrekking van subsidies/aanbestedingen/financieringsinstrumenten, naargelang het geval) op basis van de onder 2 vermelde vereisten? |
|
|
|||
|
3.1 |
Past de entiteit de regels en procedures voor de bescherming van persoonsgegevens doeltreffend toe bij de verlening van subsidies? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
3.2 |
Past de entiteit de regels en procedures voor de bescherming van persoonsgegevens doeltreffend toe bij het aanbestedingsproces? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
|
3.3 |
Past de entiteit de regels en procedures voor de bescherming van persoonsgegevens doeltreffend toe bij financieringsinstrumenten? |
door de entiteit in te vullen |
|
||
(1) De entiteit/auditor moet hier JA of NEEN invullen om aan te geven of de pijler aan beoordeling wordt onderworpen.
(2) De verwijzing naar “financieringsinstrumenten” wordt geacht ook begrotingsgaranties te omvatten.
(3) Het voorschotsysteem is een vorm van financieel boekhoudsysteem. Het meest gebruikelijke voorschotsysteem is het systeem van de kleine kas. Het basiskenmerk van een voorschotsysteem is dat er een vast bedrag wordt uitgetrokken dat na een bepaalde periode wordt aangevuld, of wanneer dat nodig is omdat het geld is uitgegeven. De aanvulling is afkomstig uit een andere bron, zo kan de kleine kas bijvoorbeeld worden aangevuld door een cheque van een bankrekening te innen.
(4) Een effectieve loonadministratie wordt ondersteund door een personeelsdatabank (soms “namenlijst” genoemd, hoeft niet gecomputeriseerd te zijn) die een lijst omvat van alle personeelsleden die elke maand moeten worden betaald en die kan worden geverifieerd aan de hand van een goedgekeurde personeelslijst en de individuele personeelsgegevens (of personeelsdossiers). De koppeling tussen de personeelsdatabank en de loonlijst is een essentieel onderdeel van de controle. Alle nodige wijzigingen in de personeelsdatabank moeten tijdig worden verwerkt door middel van een wijzigingsrapport en moeten resulteren in een auditspoor. Er moeten regelmatig audits van de loonadministratie worden uitgevoerd om spookwerknemers op te sporen, ontbrekende gegevens aan te vullen en controlegebreken te identificeren.
(5) Een verwijzing naar “financieringsinstrumenten” wordt geacht ook begrotingsgaranties te omvatten.
(6) Overeenkomstig artikel 209, lid 4, van het Financieel Reglement.
(7) Het begrip “subsidieontvangers” moet ruim worden opgevat, d.w.z. er kunnen ook partnerlanden/begunstigde landen en de uitvoerende partners van de entiteit onder worden verstaan.
(8) Een verwijzing naar “financieringsinstrumenten” en “EU-middelen” wordt geacht ook begrotingsgaranties te omvatten.
(9) Voor organisaties die de IPSAS nog niet toepassen, is overeengekomen dat de financiële rapportage overeenkomstig de IFRS kan geschieden.
(10) Soms werken IFI’s ook via organen uit het partnerland (nationale fondsen), die met financiële intermediairs worden gelijkgesteld.
(11) Alleen van toepassing als de entiteit bij de Europese Unie een begrotingsgarantie wil aanvragen.
(12) De compliancefunctie wordt ook tot de tweede verdedigingslinie gerekend.
(13) d.w.z. wanneer moet worden gebruikgemaakt van afzonderlijke tekeningsbevoegdheid, dubbele of gezamenlijke tekeningsbevoegdheid of een krediet-/beleggingscomité, afhankelijk van de omvang en de aard van de transactie.
(14) Bijv. beoordeling van het bewijsmateriaal ter ondersteuning van het modelontwerp, back-testing, benchmarking, beoordeling van het onderscheidende vermogen van de ratings.
(15) De entiteit kan toch aan deze pijler voldoen, ook al ligt de score voor dit onderdeel onder de drempelwaarde, afhankelijk van de toezichtmaatregelen die, in voorkomend geval, op contractueel niveau zullen worden toegepast.
(16) Het fiscaal beleid en het regelgevingskader van de EU omvatten met name (onder voorbehoud van verdere ontwikkelingen): Gedragscode inzake de belastingregeling voor ondernemingen van 1 december 1997 (PB C 2 van 6.1.1998, blz. 2); Richtlijn 2011/96/EU van de Raad van 30 november 2011 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen uit verschillende lidstaten (PB L 345 van 29.12.2011, blz. 8); Richtlijn 2003/49/EG van de Raad van 3 juni 2003 betreffende een gemeenschappelijke belastingregeling inzake uitkeringen van interest en royalty’s tussen verbonden ondernemingen van verschillende lidstaten (PB L 157 van 26.6.2003, blz. 49); Aanbeveling 2012/772/EU van de Commissie van 6 december 2012 over agressieve fiscale planning (PB L 338 van 12.12.2012, blz. 41); Richtlijn 2011/16/EU van de Raad van 15 februari 2011 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot intrekking van Richtlijn 77/799/EEG (PB L 64 van 11.3.2011, blz. 1); pakket anti-ontgaansmaatregelen van de Commissie: volgende stappen naar effectieve belastingheffing en grotere fiscale transparantie in de EU (COM/2016/23); Aanbeveling (EU) 2016/136 van de Commissie van 28 januari 2016 over de implementatie van maatregelen om misbruik van belastingverdragen tegen te gaan (PB L 25 van 2.2.2016, blz. 67); Richtlijn (EU) 2016/1164 van de Raad van 12 juli 2016 tot vaststelling van regels ter bestrijding van belastingontwijkingspraktijken welke rechtstreeks van invloed zijn op de werking van de interne markt (PB L 193 van 19.7.2016, blz. 1); conclusies van de Raad Ecofin van 12 februari, 8 maart, 25 mei, 17 juni, 8 november en 5 december 2016, 5 december 2017, 23 januari en 13 maart 2018.
Deze informatie kan worden geraadpleegd op: EU-beleid inzake niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (https://ec.europa.eu/taxation_customs/tax-common-eu-list_en); het pakket anti-ontgaansmaatreglen (website van de Commissie: https://ec.europa.eu/taxation_customs/business/company-tax/anti-tax-avoidance-package_en; website van de Raad: https://www.consilium.europa.eu/nl/policies/anti-tax-avoidance-package/); het EU-beleid tegen schadelijke belastingconcurrentie (https://ec.europa.eu/taxation_customs/business/company-tax/harmful-tax-competition_en) inclusief de werkzaamheden van de Groep gedragscode inzake de belastingregeling voor ondernemingen (website van de Raad: http://www.consilium.europa.eu/nl/council-eu/preparatory-bodies/code-conduct-group/); de werkzaamheden van de EU op het gebied van de administratieve samenwerking inzake rechtstreekse belastingen (https://ec.europa.eu/taxation_customs/business/tax-cooperation-control/administrative-cooperation/enhanced-administrative-cooperation-field-direct-taxation_en); inzake transparantie voor intermediairs (https://ec.europa.eu/taxation_customs/business/company-tax/transparency-intermediaries_en), en het regelgevingskader van de EU inzake belastingen (http://eur-lex.europa.eu/browse/directories/consleg.html?root_default=CC_1_CODED%3D09&displayProfile=lastConsDocProfile&classification=in-force#arrow_09).
(17) Zie met name Section IV (1) 1.2 van de mededeling van de Commissie C(2018) 1756 van 21.3.2018.
(18) Dit betekent dat bijvoorbeeld moet worden nagegaan of de gerealiseerde winsten volgens de toepasselijke standaardregels worden belast (zo nee, ga naar het volgende entiteitsniveau), en of de doorgesluisde winsten volgens de toepasselijke standaardregels worden belast (zo nee, ga naar het volgende entiteitsniveau, zo nodig tot aan de uiteindelijke begunstigden). Zodra voor een bepaalde financiële stroom een effectieve belastingheffing is vastgesteld, is voor deze stroom geen verder bewijs inzake belastingheffing nodig.
(19) Hierbij kan bijvoorbeeld worden gekeken naar bewijs voor de economische beweegredenen van een structuur, het wezen van de verschillende entiteiten (zie bijvoorbeeld blz. 125 e.v. http://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-10421-2018-INIT/en/pdf, en http://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-5814-2018-REV-3/en/pdf) en de fiscale impact van de structurering.
(20) De aanwezigheid van in bijlage II bij de conclusies van de Raad van de EU opgenomen rechtsgebieden in de structuur van een verrichting moet leiden tot een onderzoek per geval, en hierbij moet er specifiek op worden gelet dat de bezwaren die deze rechtsgebieden hebben beloofd aan te pakken om aan de criteria inzake goed fiscaal bestuur te voldoen, niet worden misbruikt bij projecten die met EU-middelen worden gefinancierd. Deze bezwaren kunnen verband houden met elk van de in de conclusies van de Raad van 5 december 2017 genoemde criteria, en wel: i) transparantie en uitwisseling van informatie; ii) eerlijke belastingheffing (inclusief criterium 2.2), en iii) normen inzake grondslaguitholling en winstverschuiving. Financiële stromen van met EU-middelen gefinancierde projecten mogen bijvoorbeeld niet profiteren van schadelijke belastingregelingen die een rechtsgebied heeft toegezegd te zullen afschaffen. Evenzo moet, wanneer een rechtsgebied nog niet voldoet aan de transparantiecriteria wegens onvoldoende mechanismen voor informatie-uitwisseling met EU-lidstaten, worden nagegaan of de niet-meldingsplichtige belastinginformatie in de financiële stromen van het project ertoe kan leiden dat deze financiële stroom niet wordt belast.
(21) De enige uitzondering die krachtens het Financieel Reglement is toegestaan, is de uitzondering voor fysieke uitvoering ter plaatse. Wanneer zij deze uitzondering toepast, moet de entiteit de fysieke locatie van het project beoordelen (bijv. via een passende test van de economische substantie) en nagaan of er aanwijzingen zijn dat het desbetreffende project bijdraagt aan belastingontwijking.
(22) d.w.z. in bijlage II bij de conclusies van de Raad opgenomen rechtsgebieden.
(23) De entiteit kan toch aan deze pijler voldoen, ook al ligt de score voor dit onderdeel onder de drempelwaarde, afhankelijk van de toezichtmaatregelen die, in voorkomend geval, op contractueel niveau zullen worden toegepast.
(24) Overeenkomstig Verordening (EU) 2015/847 en Richtlijn (EU) 2015/849.
(25) Rekening houdend met Richtlijn (EU) 2015/849.
(26) Rekening houdend met Richtlijn (EU) 2015/849.
(27) Een verwijzing naar “financieringsinstrumenten” en “EU-middelen” wordt geacht begrotingsgaranties te omvatten.
(28) Indien de entiteit Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG (artikel 57) of nationale wetgeving tot omzetting van deze richtlijn toepast, wordt de bescherming van de financiële belangen van de EU geacht te stroken met de regels, beleidslijnen en procedures van de Unie.
(29) Richtlijn 2014/24/EU (tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG) wordt als gelijkwaardig aan het Financieel Reglement van de EU beschouwd. Dit punt mag derhalve worden getoetst aan systemen, regels en procedures die de bovengenoemde richtlijn of nationale wetgeving tot omzetting van deze richtlijn toepassen.
(30) Niet van toepassing op financieringsinstrumenten.
(31) Onverminderd Verordeningen (EU) 2018/1725 en (EU) 2016/679.
Bijlage 3
BEOORDELINGSPROCEDURES
3.1. Documentatie van de beoordeling en bewijsmateriaal
1) Documentatie van de beoordeling (werkdocumenten)
De auditor moet in overeenstemming met ISAE 3000 documentatie opstellen, die:
|
— |
een toereikende en passende registratie vormt van de basis voor zijn verslag, en |
|
— |
bewijst dat de beoordeling is gepland en uitgevoerd in overeenstemming met ISAE 3000 en de toepasselijke wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften. |
“Documentatie” of “werkdocumenten” zijn registraties van de uitgevoerde beoordelingsprocedures, het relevante verkregen bewijsmateriaal en de conclusies die de auditor heeft getrokken. “Beoordelingsdossier” verwijst naar een of meer mappen of andere opslagmedia, in fysieke of elektronische vorm, met de registraties die de documentatie van de beoordeling of werkdocumenten voor een specifieke opdracht vormen.
2) Bewijsmateriaal
De auditor moet in overeenstemming met ISAE 3000 garanderen dat bewijsmateriaal wordt verzameld om zijn conclusie te onderbouwen, alsook bewijsmateriaal dat de beoordeling is uitgevoerd in overeenstemming met het International Framework for Assurance Engagements en de International Standard on Assurance Engagements (“ISAE”) 3000 for Assurance Engagements other than Audits or Reviews of Historical Financial Information van de IFAC.
De auditor moet voldoende passend bewijsmateriaal verkrijgen om de bevindingen van de beoordeling te onderbouwen en redelijke conclusies te trekken waarop de conclusies van de beoordeling worden gebaseerd. De auditor gebruikt zijn professionele oordeel om te bepalen of bewijsmateriaal toereikend en passend is.
3) Bewaring van de documentatie van de beoordeling (werkdocumenten) <De aanbestedende dienst kan dit deel naar goeddunken weghalen of aanpassen>
De auditor moet de documentatie van de opdracht (inclusief bewijsmateriaal in verband met honoraria en kosten, zoals facturen voor hotelaccommodatie, instapkaarten, ticketstrookjes, timesheets enz.) bewaren voor inspectie door de aanbestedende dienst gedurende een periode van 5 jaar vanaf de datum waarop de aanbestedende dienst de eindfactuur van de auditor voor deze opdracht heeft betaald. De aanbestedende dienst moet in deze periode van 5 jaar, op verzoek en in overeenstemming met de wetgeving van het land waar het voor de beoordeling verantwoordelijke kantoor is gevestigd, toegang hebben tot de documentatie van de beoordeling.
4) Toegang tot de registers en documenten van de entiteit
De auditor moet te allen tijde volledige en onbeperkte toegang hebben tot alle registers en documenten (met inbegrip van de boekhouding, contracten, notulen van vergaderingen, bankafschriften, facturen enz.) en tot de werknemers en de vestigingen van de entiteit, in zoverre dit mogelijk is en relevant is voor de beoordeling. De auditor kan de entiteit verzoeken om toegang tot haar banken (bv. om een bevestiging van de bank te vragen), consultants en anderen, of tot ondernemingen die de entiteit heeft ingeschakeld.
3.2. Planning
1) Voorbereidende vergadering met de entiteit
De entiteit plant gewoonlijk een voorbereidende vergadering met de auditor. Deze vergadering vindt plaats in het hoofdkantoor van de entiteit of op een andere locatie, afhankelijk van wat voor beide partijen het beste uitkomt. Het doel van deze vergadering is het bespreken van de planning van de beoordeling, het veldwerk en de rapportage en het verduidelijken van openstaande kwesties. De entiteit en de auditor kunnen alternatieve methoden overeenkomen om de beoordeling voor te bereiden (bv. videovergaderingen). Tijdens de voorbereidende vergadering kan de auditor verzoeken om aanvullende informatie en documenten die hij nodig of nuttig acht voor de planning van de beoordeling en het veldwerk.
De entiteit moet de Commissie in kennis stellen van deze vergadering, die kan worden bijgewoond door vertegenwoordigers van de Commissie.
2) Planningsactiviteiten, beoordelingsplan en beoordelingswerkprogramma’s
De auditor moet de beoordeling zodanig plannen dat deze effectief en efficiënt wordt uitgevoerd. Adequate planning houdt in dat de nodige aandacht wordt besteed aan belangrijke beoordelingsgebieden, dat potentiële problemen snel worden vastgesteld en opgelost en dat de beoordeling goed wordt georganiseerd en beheerd, zodat zij effectief en efficiënt is.
De auditor moet een beoordelingsplan (of een soortgelijk planningsdocument, zoals een beoordelingswerkplan of een planningsmemorandum) hebben, waarin de aanpak van de beoordeling en de belangrijke beginselen van de planning, het veldwerk en de rapportage worden uiteengezet. De auditor moet beoordelingswerkprogramma’s hebben, waarin de beoordelingstoetsen en -procedures worden toegelicht en gedocumenteerd.
3.3. Veldwerk
1) Verkrijgen van bewijsmateriaal in verband met het ontwerp van systemen, controles, procedures en regels
De werkzaamheden moeten een beoordeling omvatten van het ontwerp van de systemen, controles, procedures en regels die relevant zijn voor de betrokken pijler.
Procedures om bewijsmateriaal te verkrijgen in verband met het ontwerp van systemen, controles, procedures en regels, kunnen bestaan uit:
|
— |
gesprekken met personeelsleden van de entiteit die over relevante informatie beschikken; |
|
— |
evaluaties waarin wordt nagegaan of beschrijvingen, indien ze voorhanden zijn, een correcte weergave zijn van de systemen, controles, procedures en regels die door de entiteit zijn ontworpen en worden uitgevoerd; |
|
— |
inspecties van wet- en regelgevingsdocumenten (bv. wetten, regelgeving, contracten en overeenkomsten), interne instructies en richtsnoeren (bv. werkingsregels, handleidingen voor interne controle enz.) en alle andere documenten die de auditor relevant acht; |
|
— |
waarnemingen van verrichtingen en inspecties van documenten, verslagen, gedrukte en elektronische registraties van transactieverwerking, boekhoudprocedures (bv. reconciliatie tussen banken) en andere belangrijke procedures voor goedkeuring en interne controle (bv. periodieke uitgavenverslagen, vergelijkingen van begroting en werkelijkheid, controle en goedkeuring van timesheets enz.), documenten die bijvoorbeeld betrekking hebben op: i) het regelgevingskader van de entiteit voor externe audit; ii) subsidie- en aanbestedingsprocedures, en iii) financieringsinstrumenten en transacties met financieringsinstrumenten, en |
|
— |
herhaling van controles en procedures. |
De auditor mag stroomschema’s of vragenlijsten gebruiken als hulpmiddel voor de beoordeling van het ontwerp van controles, procedures en regels.
2) Toetsen van systemen, controles en procedures
De werkzaamheden moeten een beoordeling omvatten van de vraag of de relevante systemen, controles, procedures en regels effectief werken.
Een systeem, controle, procedure of regel werkt effectief indien daarmee, afzonderlijk of in combinatie met andere systemen, controles, procedures of regels, redelijke zekerheid wordt verschaft dat:
|
— |
de doelstellingen van de entiteit (bv. doelstellingen van het interne controlesysteem of van een subsidie- of aanbestedingsprocedure) worden verwezenlijkt en met name dat de risico’s voor de verwezenlijking van de doelstellingen naar behoren worden beheerd en beheerst; |
|
— |
de risico’s op fouten, onregelmatigheden en fraude worden voorkomen, worden opgespoord en naar behoren en snel worden gecorrigeerd. |
Bij het ontwerpen en uitvoeren van toetsen van de controles moet de auditor:
|
— |
andere procedures uitvoeren naast onderzoeken om bewijsmateriaal te verkrijgen over:
|
|
— |
manieren bepalen om met het oog op toetsing posten te selecteren die effectief zijn in de verwezenlijking van de doelstellingen van de procedure. |
Bij het bepalen van de omvang van toetsen van de controles, procedures of regels moet de auditor rekening houden met factoren zoals de kenmerken van de te toetsen populatie, de aard van de controles, procedures en regels, de frequentie van de toepassing ervan (bijvoorbeeld maandelijks, dagelijks, een aantal keren per dag) en de verwachte mate van afwijking.
Toetsen van controles, procedures en regels kunnen onder meer bestaan uit inspecties (van registers, documenten en activa), waarneming, bevraging van het management en anderen binnen de entiteit, bevestiging, herberekening en herhaling van bepaalde procedures.
3) Steekproeven en andere manieren om posten voor toetsing te selecteren
Bij het ontwerpen en uitvoeren van toetsen van systemen, controles, procedures en regels kan de auditor gebruikmaken van steekproeven of andere manieren om posten voor toetsing te selecteren. Bij steekproeven worden de procedures toegepast op minder dan 100 % van de voor de beoordeling relevante posten (bv. een selectie van transacties of rekeningsaldi), op zodanige wijze dat alle steekproefeenheden kans maken om te worden geselecteerd. Dit biedt de auditor een redelijke basis om conclusies te trekken over de gehele populatie.
Bij steekproeven kan een statistische of niet-statistische benadering worden gevolgd. De auditor kan een weloverwogen selectie van specifieke posten uit een populatie maken (bv. posten met een hoge waarde of belangrijke posten, alle posten boven een bepaald bedrag, posten om informatie te verkrijgen of posten om controleactiviteiten, procedures of regels te toetsen). Selectief onderzoek is geen steekproef.
Selectief onderzoek van specifieke posten is weliswaar vaak een efficiënte manier om bewijsmateriaal te verkrijgen, maar vormt geen steekproef. De resultaten van procedures die zijn toegepast op posten die op die wijze zijn geselecteerd, kunnen niet worden geprojecteerd of geëxtrapoleerd naar de gehele populatie. Selectief onderzoek van specifieke posten levert dan ook geen bewijs op over de rest van de populatie. Bij het samenstellen van steekproeven is het doel conclusies te kunnen trekken over een gehele populatie op basis van toetsen van een daaruit getrokken steekproef.
4) Gebruik van het werk van interne auditors
Wanneer de auditor vaststelt dat een interneauditfunctie wellicht relevant is voor de beoordeling, bepaalt hij: a) of en in hoeverre specifiek werk van de interne auditors kan worden gebruikt, en b) indien het specifieke werk van de interne auditors wordt gebruikt, of dat werk geschikt is voor de doeleinden van de audit. De auditor moet ISA 610 Using the Work of Internal Auditors in acht nemen, in zoverre die ISA relevant is voor de beoordeling.
5) Schriftelijke bevestigingen (letter of representation)
In andere opdrachten tot verschaffing van zekerheid dan audits of controles van historische financiële informatie (ISAE 3000) moet de auditor bevestigingen van het management verkrijgen. Een schriftelijke bevestiging is een verklaring van het management aan de auditor om bepaalde aangelegenheden te bevestigen of ander beoordelingsbewijs te onderbouwen.
De auditor kan een letter of representation verlangen die ondertekend is door het lid/de leden van het management van de entiteit dat/die de hoofdverantwoordelijkheid voor de systemen, controles, procedures en regels van de entiteit draagt/dragen.
6) Debriefingnota (aide mémoire)
De auditor stelt een debriefingnota op ter bespreking tijdens de slotvergadering. In de nota moet een overzicht worden gegeven van de belangrijkste bevindingen van de beoordeling die het resultaat zijn van het veldwerk, en van de aanbevelingen. Een kopie van de nota moet worden toegezonden aan de taakbeheerder van de audit bij de aanbestedende dienst.
7) Slotvergadering
De auditor moet een slotvergadering met de entiteit organiseren. De entiteit moet de Commissie in kennis stellen van deze vergadering, die kan worden bijgewoond door vertegenwoordigers van de Commissie.
Het doel van deze vergadering is het bespreken van de debriefingnota en het verkrijgen van de bevestiging van de entiteit en haar eerste opmerkingen over de bevindingen en aanbevelingen van de auditor. De auditor en de entiteit kunnen overeenkomen welke informatie nog door de entiteit moet worden verstrekt en, in voorkomend geval, een uiterste termijn voor indiening daarvan. De auditor kan de entiteit informeren over de rapportageprocedures. De auditor moet alle (schriftelijke en mondelinge) opmerkingen die door de entiteit en de vertegenwoordigers van de Commissie worden gemaakt, documenteren en daarmee rekening houden voor het beoordelingsverslag.
3.4. Rapportage
1) Basisvereisten voor rapportage en taal
De auditor moet de resultaten van de beoordeling rapporteren in overeenstemming met het International Framework for Assurance Engagements en ISAE 3000 van de IFAC, de praktijken van zijn auditkantoor en de vereisten van dit mandaat.
Het verslag moet objectief, duidelijk, beknopt, tijdig en constructief zijn.
Het verslag moet worden ingediend in de taal die in punt 6.4 van het mandaat is vermeld. Indien het verslag in een andere taal dan het Engels of het Frans wordt opgesteld, moet de auditor ook een samenvatting van het verslag in het Engels of het Frans verstrekken.
2) Datum van het beoordelingsverslag
De datum van het ontwerpverslag en het voorlaatste verslag moet de datum zijn waarop deze verslagen ter raadpleging worden toegezonden. De datum op de omslag van het definitieve beoordelingsverslag moet de datum zijn waarop het definitieve beoordelingsverslag wordt ondertekend.
Feiten en gebeurtenissen die vóór de ondertekening van het definitieve beoordelingsverslag onder de aandacht van de auditor zijn gekomen en die van invloed zijn op de bevindingen in dat verslag, moeten in aanmerking worden genomen. De auditor is echter niet verplicht om na de slotvergadering en vóór de ondertekening van het definitieve verslag het management van de entiteit daarover te ondervragen en/of verdere procedures uit te voeren.
3) Procedure voor de raadpleging en indiening van het ontwerpverslag <De aanbestedende dienst mag dit deel naar goeddunken aanpassen omdat de voorgestelde tekst gebaseerd is op de procedures van de Commissie. Let op: delen waar de Commissie geraadpleegd/geïnformeerd wordt, moeten worden gehandhaafd>
De auditor moet bij de aanbestedende dienst een ontwerpverslag indienen binnen <21> kalenderdagen na de dag van de slotvergadering (d.w.z. het einde van het veldwerk). Het ontwerpverslag moet de opmerkingen van de entiteit bevatten in zoverre die reeds zijn verkregen tijdens het veldwerk voor de beoordeling en de slotvergadering.
Er moeten een papieren en een elektronische versie van het ontwerpverslag en een begeleidende brief worden ingediend. Het woord “ontwerp” moet duidelijk op alle versies worden vermeld.
De entiteit mag een kopie van het ontwerp-pijlerbeoordelingsverslag aan de Europese Commissie toezenden om haar standpunt te kennen over specifieke elementen van het ontwerpverslag (1).
De aanbestedende dienst moet de auditor opmerkingen doen toekomen binnen 21 kalenderdagen na ontvangst van het ontwerpverslag.
De auditor moet bij de aanbestedende dienst een herzien ontwerpverslag indienen, waarin rekening wordt gehouden met alle opmerkingen die binnen <7> kalenderdagen na ontvangst van de opmerkingen zijn ontvangen.
De aanbestedende dienst moet bij de auditor opmerkingen indienen binnen <21> kalenderdagen na ontvangst van het ontwerpverslag.
4) Procedure voor de raadpleging en indiening van het definitieve verslag <De aanbestedende dienst mag dit deel naar goeddunken aanpassen omdat de voorgestelde tekst gebaseerd is op de procedures van de Commissie. Let op: delen waar de Commissie geraadpleegd/geïnformeerd wordt, moeten worden gehandhaafd>
Indien geen aanvullend veldwerk nodig is, moet de auditor bij de aanbestedende dienst een voorlaatste verslag indienen binnen <7> kalenderdagen na ontvangst van de opmerkingen over het ontwerpverslag. Het woord “voorlaatste” moet op de omslag van het voorlaatste verslag worden vermeld. De aanbestedende dienst moet de auditor binnen <14> kalenderdagen na ontvangst van het voorlaatste verslag schriftelijk meedelen of hij het voorlaatste verslag aanvaardt.
De auditor moet binnen <7> kalenderdagen na ontvangst van de opmerkingen over het voorlaatste verslag een definitief verslag indienen.
De auditor moet vervolgens een originele papieren versie en één elektronische versie van het definitieve verslag indienen, samen met een begeleidende nota aan de entiteit.
De verslagen moeten worden ingediend met het briefhoofd van de auditor. Het woord “definitief” moet duidelijk op alle versies worden vermeld. De auditor moet aan de entiteit ook een elektronische versie van het definitieve verslag (d.w.z. een gescande kopie (in PDF-formaat) van het ondertekende en gedateerde definitieve verslag met het briefhoofd van de auditor) toezenden.
De periode tussen de slotvergadering en de indiening bij de aanbestedende dienst van het definitieve verslag mag niet langer duren dan <105> kalenderdagen of <15> weken.
De auditor moet aan de Europese Commissie een elektronische en een papieren versie van het definitieve pijlerbeoordelingsverslag toezenden:
|
Europese Commissie |
|
Directoraat-generaal […] |
|
Eenheid Audit en Controle |
|
1040 Brussel |
|
BELGIË |
(1) Onverminderd de toezichtmaatregelen die de Commissie neemt overeenkomstig artikel 154, lid 5, van het Financieel Reglement.
Bijlage 4
PIJLERBEOORDELINGSVERSLAG
<BRIEFHOOFD VAN DE AUDITOR>
[ONTWERP, VOORLAATSTE OF DEFINITIEF] VERSLAG
[datum]
<voor het definitieve verslag is dit de datum waarop het definitieve verslag van de onafhankelijke auditor wordt ondertekend; voor een ontwerpverslag of voorlaatste verslag is dit de datum waarop die verslagen voor raadpleging worden toegezonden>
PIJLERBEOORDELING
VAN [NAAM VAN DE ENTITEIT]
|
Entiteit die aan beoordeling is onderworpen: |
[Naam entiteit] |
|
Land: |
[Land waar de entiteit is gevestigd] |
|
Auditor: |
[Auditkantoor en afdeling die verantwoordelijk is voor de beoordeling] |
|
Periode die aan beoordeling is onderworpen: |
[datum] tot [datum] [dit is normaliter het jaar (periode van twaalf maanden) dat eindigt op de dag van het begin van het veldwerk (procedures op locatie) van de beoordeling] |
|
Data van het veldwerk van de beoordeling: |
[datum] tot [datum] |
INHOUDSOPGAVE
| Onafhankelijk verslag tot verschaffing van zekerheid | 112 |
|
1. |
Samenvatting | 117 |
|
2. |
Context van de opdracht | 126 |
|
3. |
Internecontrolesysteem | 127 |
|
4. |
Boekhoudsysteem | 129 |
|
5. |
Onafhankelijke externe audit | 129 |
|
6. |
Subsidies | 129 |
|
7. |
Aanbestedingen | 130 |
|
8. |
Financieringsinstrumenten | 130 |
|
9. |
Uitsluiting van toegang tot financiering | 131 |
|
10. |
Bekendmaking van informatie over ontvangers | 131 |
|
11. |
Bescherming van persoonsgegevens | 131 |
| Bijlagen | 133 |
|
INSTRUCTIES VOOR HET GEBRUIK VAN DIT MODELVERSLAG Dit modelverslag voor een pijlerbeoordeling voorziet in een rapportageformat en -structuur voor de auditor en bevat richtsnoeren voor de inhoud van de delen van het verslag.
De voorgeschreven tekst en de formulering van het verslag tot verschaffing van zekerheid van de onafhankelijke auditor moeten te allen tijde worden geëerbiedigd en mogen niet worden gewijzigd. Deze bladzijde met instructies moet uit het verslag worden weggehaald. |
ONAFHANKELIJK VERSLAG TOT VERSCHAFFING VAN ZEKERHEID
Pijlerbeoordeling
[volledige naam en adres van de entiteit]
Wij hebben een pijlerbeoordeling (“beoordeling”) uitgevoerd van [naam]; de “entiteit”. De beoordeling heeft tot doel de Europese Commissie redelijke zekerheid te verschaffen over de vraag of de entiteit voldoet aan de vereisten van artikel 154, lid 4, onder a) tot en met f), van het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Unie en artikel 29, lid 1, van het Financieel Reglement van toepassing op het Europees Ontwikkelingsfonds met betrekking tot de volgende pijlers:
|
1. |
Internecontrolesysteem |
|
2. |
Boekhoudsysteem |
|
3. |
Onafhankelijke externe audit |
|
4. |
Subsidies <weghalen indien niet van toepassing> |
|
5. |
Aanbestedingen <weghalen indien niet van toepassing> |
|
6. |
Financieringsinstrumenten (1)<weghalen indien niet van toepassing> |
|
7. |
Uitsluiting van toegang tot financiering |
|
8. |
Bekendmaking van informatie over ontvangers |
|
9. |
Bescherming van persoonsgegevens |
Hieronder worden de reikwijdte van onze werkzaamheden en onze conclusies voor elk van de respectieve pijlers uiteengezet.
Respectieve verantwoordelijkheden van het management van de entiteit en de auditor
Het management van de entiteit is verantwoordelijk voor het waarborgen dat de systemen, controles, regels en procedures in verband met de pijlers in overeenstemming zijn met internationaal aanvaarde normen en met de criteria die de Europese Commissie voor elke pijler heeft vastgesteld. Het management van de entiteit is ook verantwoordelijk voor het verstrekken van informatie, documenten en toegang tot systemen en personeel van de entiteit aan de auditor, in zoverre dit nodig en relevant is met het oog op deze beoordeling.
Onze verantwoordelijkheid bestaat erin de systemen die de entiteit voor elke pijler heeft ingevoerd en de door haar voor elke pijler toegepaste controles, regels en procedures te toetsen aan de criteria voor elke pijler, en onze bevindingen te rapporteren in overeenstemming met het mandaat voor deze beoordeling.
In dit mandaat is gespecificeerd dat wij onze werkzaamheden moeten uitvoeren in overeenstemming met de International Standard on Assurance Engagements (“ISAE”) 3000 for Assurance Engagements other than Audits or Reviews of Historical Financial Information (opgesteld door de International Federation of Accountants), in zoverre deze norm kan worden toegepast in de specifieke context van deze pijlerbeoordeling. Deze norm vereist dat wij bij de uitvoering van onze werkzaamheden toepasselijke ethische normen in acht nemen.
Reikwijdte van de werkzaamheden voor alle pijlers
Onze opdracht omvat een beoordeling van elke pijler en van de door de entiteit ingevoerde systemen en toegepaste controles, regels en procedures.
Afhankelijk van de vereisten voor de betrokken pijler heeft onze beoordeling betrekking gehad op het ontwerp of het ontwerp en de operationele doeltreffendheid van de relevante systemen, controles, procedures en regels.
Bij onze beoordeling werden feitelijke informatie en gegevens met betrekking tot systemen, controles, regels en procedures vergeleken met de criteria van de Commissie. Deze criteria en de waarderingen (materialiteit) zijn uiteengezet in hoofdstuk 2.3 van ons gedetailleerde verslag.
Om te bepalen wat een materieel zwak punt of een materiële tekortkoming in systemen, controles, regels en procedures is, hebben wij rekening gehouden met de door de Commissie vastgestelde criteria en waarderingen, aangezien deze factoren van invloed kunnen zijn op het besluit van de Commissie om begrotingsuitvoeringstaken aan de entiteit toe te vertrouwen in indirect beheer.
Deze beoordeling heeft in de eerste plaats betrekking op de systemen, controles, regels en procedures die zijn ingevoerd voor de gewone verrichtingen van de entiteit. De conclusies van deze beoordeling hebben geen betrekking op specifieke acties, projecten, contracten of overeenkomsten, noch huidige, noch toekomstige.
Vanwege inherente beperkingen kunnen interne controle en andere systemen, regels en procedures niet noodzakelijk fouten voorkomen of opsporen. Ook zijn projecties van deze historische beoordeling van het ontwerp en de doeltreffendheid van systemen, controles, regels en procedures naar toekomstige perioden onderhevig aan het risico dat deze systemen, controles, regels en procedures inadequaat worden ten gevolge van veranderingen in omstandigheden, of dat de mate waarin de regels en procedures worden nageleefd, verslechtert.
Wij hebben rekening gehouden met alle beschikbare bewijsmateriaal dat ons is voorgelegd tijdens ons veldwerk dat wij op [datum van de slotvergadering] hebben afgerond, met inbegrip van de latere opmerkingen en informatie van de entiteit en van de Europese Commissie tot aan de datum van dit verslag.
Wij achten het door ons verkregen bewijsmateriaal toereikend en passend als basis voor onze conclusies.
PIJLER 1 — INTERNECONTROLESYSTEEM
Onze opdracht omvat een beoordeling van de vraag of de entiteit een effectief, efficiënt en zuinig internecontrolesysteem heeft opgezet en de werking daarvan heeft gegarandeerd. Bijgevolg hadden de door ons uitgevoerde procedures betrekking op het ontwerp en de operationele doeltreffendheid van het internecontrolesysteem.
Onze werkzaamheden waren gericht op de onderdelen van interne controle en controles die de Commissie belangrijk acht en die in de beoordelingsvragenlijsten zijn uiteengezet.
Conclusie
<formulering die voor een positieve conclusie moet worden gebruikt; dit deel weghalen indien het niet van toepassing is>
Over het geheel genomen zijn wij, op basis van de door ons verrichte werkzaamheden, van oordeel dat de entiteit in overeenstemming met de door de Europese Commissie vastgestelde criteria in alle materiële opzichten een effectief, efficiënt en zuinig internecontrolesysteem heeft opgezet en de goede werking daarvan heeft gegarandeerd.
<formulering die voor een afkeurende conclusie moet worden gebruikt; dit deel weghalen indien het niet van toepassing is>
Wij verwijzen naar onze bevindingen in punt 1.3 (Samenvatting van de bevindingen) van ons gedetailleerd verslag, waarin de materiële zwakke punten en tekortkomingen in het internecontrolesysteem worden uiteengezet.
Over het geheel genomen zijn wij, vanwege de materiële aard van de kwesties waarnaar in de vorige alinea wordt verwezen en op basis van de door ons verrichte werkzaamheden, van oordeel dat de entiteit niet in overeenstemming met de door de Europese Commissie vastgestelde criteria in alle materiële opzichten een effectief, efficiënt en zuinig internecontrolesysteem heeft opgezet en de goede werking daarvan heeft gegarandeerd.
PIJLER 2 — BOEKHOUDSYSTEEM
Onze opdracht omvat een beoordeling van de vraag of de entiteit een boekhoudsysteem gebruikt dat tijdig nauwkeurige, volledige en betrouwbare informatie verstrekt. De door ons uitgevoerde procedures hadden betrekking op het ontwerp en de operationele doeltreffendheid van het boekhoudsysteem.
Onze werkzaamheden waren gericht op die aspecten en onderdelen van het boekhoudsysteem die de Commissie belangrijk acht en die in de beoordelingsvragenlijsten zijn uiteengezet.
Conclusie
<formulering die voor een positieve conclusie moet worden gebruikt; dit deel weghalen indien het niet van toepassing is>
Over het geheel genomen zijn wij, op basis van de door ons verrichte werkzaamheden, van oordeel dat de entiteit een boekhoudsysteem gebruikt dat in alle materiële opzichten tijdig nauwkeurige, volledige en betrouwbare informatie verstrekt in overeenstemming met de door de Europese Commissie vastgestelde criteria.
<formulering die voor een afkeurende conclusie moet worden gebruikt; dit deel weghalen indien het niet van toepassing is>
Wij verwijzen naar onze bevindingen in punt 1.3 (Samenvatting van de bevindingen) van ons gedetailleerd verslag, waarin de materiële zwakke punten en tekortkomingen in het boekhoudsysteem worden uiteengezet.
Over het geheel genomen zijn wij, vanwege de materiële aard van de kwesties waarnaar in de vorige alinea wordt verwezen en op basis van de door ons verrichte werkzaamheden, van oordeel dat de entiteit geen boekhoudsysteem gebruikt dat in alle materiële opzichten tijdig nauwkeurige, volledige en betrouwbare informatie verstrekt in overeenstemming met de door de Europese Commissie vastgestelde criteria.
PIJLER 3 — ONAFHANKELIJKE EXTERNE AUDIT
Onze opdracht omvat een beoordeling van de vraag of de entiteit onderworpen is aan een onafhankelijke externe audit, uitgevoerd volgens internationaal aanvaarde auditnormen door een auditinstantie die functioneel onafhankelijk is van de betrokken entiteit. Bijgevolg hadden de door ons uitgevoerde procedures betrekking op het ontwerp van het kader van externe audit waaraan de entiteit onderworpen is.
Onze werkzaamheden waren gericht op die aspecten en onderdelen van het kader voor onafhankelijke externe audit die de Commissie belangrijk acht en die in de beoordelingsvragenlijsten zijn uiteengezet.
Conclusie
<formulering die voor een positieve conclusie moet worden gebruikt; dit deel weghalen indien het niet van toepassing is>
Over het geheel genomen zijn wij, op basis van de door ons verrichte werkzaamheden, van oordeel dat de entiteit onderworpen is aan een onafhankelijke externe audit, die in alle materiële opzichten volgens internationaal aanvaarde auditnormen en in overeenstemming de door de Europese Commissie vastgestelde criteria moet worden uitgevoerd door een auditinstantie die functioneel onafhankelijk is van de entiteit.
<formulering die voor een afkeurende conclusie moet worden gebruikt; dit deel weghalen indien het niet van toepassing is>
Wij verwijzen naar onze bevindingen in punt 1.3 (Samenvatting van de bevindingen) van ons gedetailleerd verslag, waarin de materiële zwakke punten en tekortkomingen in het kader voor onafhankelijke externe audit worden uiteengezet.
Over het geheel genomen zijn wij, vanwege de materiële aard van de kwesties waarnaar in de vorige alinea wordt verwezen en op basis van de door ons verrichte werkzaamheden, van oordeel dat de entiteit niet onderworpen is aan een onafhankelijke externe audit, die in alle materiële opzichten volgens internationaal aanvaarde auditnormen en in overeenstemming met de door de Europese Commissie vastgestelde criteria moet worden uitgevoerd door een auditinstantie die functioneel onafhankelijk is van de entiteit.
PIJLER 4 — SUBSIDIES
Onze opdracht omvat een beoordeling van de vraag of de entiteit voor het verstrekken van financiering uit EU-middelen via subsidies passende regels en procedures toepast. Bijgevolg hadden de door ons uitgevoerde procedures betrekking op het ontwerp en de operationele doeltreffendheid van het subsidiesysteem.
Onze werkzaamheden waren gericht op die aspecten en onderdelen van het subsidiesysteem die de Commissie belangrijk acht en die in de beoordelingsvragenlijsten zijn uiteengezet.
Conclusie
<formulering die voor een positieve conclusie moet worden gebruikt; dit deel weghalen indien het niet van toepassing is>
Over het geheel genomen zijn wij, op basis van de door ons verrichte werkzaamheden, van oordeel dat de entiteit voor het verstrekken van financiering uit EU-middelen via subsidies in alle materiële opzichten passende regels en procedures toepast in overeenstemming met de door de Europese Commissie vastgestelde criteria.
<formulering die voor een afkeurende conclusie moet worden gebruikt; dit deel weghalen indien het niet van toepassing is>
Wij verwijzen naar onze bevindingen in punt 1.3 (Samenvatting van de bevindingen) van ons gedetailleerd verslag, waarin de materiële zwakke punten en tekortkomingen in het subsidiesysteem worden uiteengezet.
Over het geheel genomen zijn wij, vanwege de materiële aard van de kwesties waarnaar in de vorige alinea wordt verwezen en op basis van de door ons verrichte werkzaamheden, van oordeel dat de entiteit niet voor het verstrekken van financiering uit EU-middelen via subsidies in alle materiële opzichten passende regels en procedures toepast in overeenstemming met de door de Europese Commissie vastgestelde criteria.
PIJLER 5 — AANBESTEDINGEN
Onze opdracht omvat een beoordeling van de vraag of de entiteit voor het verstrekken van financiering uit EU-middelen via aanbestedingen passende regels en procedures toepast. Bijgevolg hadden de door ons uitgevoerde procedures betrekking op het ontwerp en de operationele doeltreffendheid van het aanbestedingssysteem.
Onze werkzaamheden waren gericht op die aspecten en onderdelen van het aanbestedingssysteem die de Commissie belangrijk acht en die in de beoordelingsvragenlijsten zijn uiteengezet.
Conclusie
<formulering die voor een positieve conclusie moet worden gebruikt; dit deel weghalen indien het niet van toepassing is>
Over het geheel genomen zijn wij, op basis van de door ons verrichte werkzaamheden, van oordeel dat de entiteit voor het verstrekken van financiering uit EU-middelen via aanbestedingen in alle materiële opzichten passende regels en procedures toepast in overeenstemming met de door de Europese Commissie vastgestelde criteria.
<formulering die voor een afkeurende conclusie moet worden gebruikt; dit deel weghalen indien het niet van toepassing is>
Wij verwijzen naar onze bevindingen in punt 1.3 (Samenvatting van de bevindingen) van ons gedetailleerd verslag, waarin de materiële zwakke punten en tekortkomingen in het aanbestedingssysteem worden uiteengezet.
Over het geheel genomen zijn wij, vanwege de materiële aard van de kwesties waarnaar in de vorige alinea wordt verwezen en op basis van de door ons verrichte werkzaamheden, van oordeel dat de entiteit niet voor het verstrekken van financiering uit EU-middelen via aanbestedingen in alle materiële opzichten passende regels en procedures toepast in overeenstemming met de door de Europese Commissie vastgestelde criteria.
PIJLER 6 — FINANCIERINGSINSTRUMENTEN (2)
Onze opdracht omvat een beoordeling van de vraag of de entiteit voor het verstrekken van financiering uit EU-middelen via financieringsinstrumenten passende regels en procedures toepast. Bijgevolg hadden de door ons uitgevoerde procedures betrekking op het ontwerp en de operationele doeltreffendheid van de door de entiteit gebruikte financieringsinstrumenten.
Onze werkzaamheden waren gericht op die aspecten en onderdelen van de door de entiteit gebruikte financieringsinstrumenten die de Commissie belangrijk acht en die in de beoordelingsvragenlijsten zijn uiteengezet.
Conclusie
<formulering die voor een positieve conclusie moet worden gebruikt; dit deel weghalen indien het niet van toepassing is>
Over het geheel genomen zijn wij, op basis van de door ons verrichte werkzaamheden, van oordeel dat de entiteit voor het verstrekken van financiering uit EU-middelen via financieringsinstrumenten in alle materiële opzichten passende regels en procedures toepast in overeenstemming met de door de Europese Commissie vastgestelde criteria.
<formulering die voor een afkeurende conclusie moet worden gebruikt; dit deel weghalen indien het niet van toepassing is>
Wij verwijzen naar onze bevindingen in punt 1.3 (Samenvatting van de bevindingen) van ons gedetailleerd verslag, waarin de materiële zwakke punten en tekortkomingen in de door de entiteit gebruikte financieringsinstrumenten worden uiteengezet.
Over het geheel genomen zijn wij, vanwege de materiële aard van de kwesties waarnaar in de vorige alinea wordt verwezen en op basis van de door ons verrichte werkzaamheden, van oordeel dat de entiteit niet voor het verstrekken van financiering uit EU-middelen via financieringsinstrumenten in alle materiële opzichten passende regels en procedures toepast in overeenstemming met de door de Europese Commissie vastgestelde criteria.
PIJLER 7 — UITSLUITING VAN TOEGANG TOT FINANCIERING
Onze opdracht omvat een beoordeling van de vraag of de entiteit voor de uitsluiting van derden van toegang tot financiering passende regels en procedures toepast.
Bijgevolg hadden de door ons uitgevoerde procedures betrekking op het ontwerp en de operationele doeltreffendheid van de maatregelen die de entiteit met het oog daarop heeft genomen.
Onze werkzaamheden waren gericht op die uitsluitingsgronden en door de entiteit genomen maatregelen die de Commissie belangrijk acht en die in de beoordelingsvragenlijsten zijn uiteengezet.
Conclusie
<formulering die voor een positieve conclusie moet worden gebruikt; dit deel weghalen indien het niet van toepassing is>
Over het geheel genomen zijn wij, op basis van de door ons verrichte werkzaamheden, van oordeel dat de entiteit voor de uitsluiting van derden van toegang tot financiering passende regels en procedures toepast in overeenstemming met de door de Europese Commissie vastgestelde criteria.
<formulering die voor een afkeurende conclusie moet worden gebruikt; dit deel weghalen indien het niet van toepassing is>
Wij verwijzen naar onze bevindingen in punt 1.3 (Samenvatting van de bevindingen) van ons gedetailleerd verslag, waarin de materiële zwakke punten en tekortkomingen in het uitsluitingssysteem van de entiteit worden uiteengezet.
Over het geheel genomen zijn wij, vanwege de materiële aard van de kwesties waarnaar in de vorige alinea wordt verwezen en op basis van de door ons verrichte werkzaamheden, van oordeel dat de entiteit voor de uitsluiting van derden van toegang tot financiering geen passende regels en procedures toepast in overeenstemming met de door de Europese Commissie vastgestelde criteria.
PIJLER 8 — BEKENDMAKING VAN INFORMATIE OVER ONTVANGERS
Onze opdracht omvat een beoordeling van de vraag of de entiteit tijdig en op passende wijze informatie over de ontvangers van middelen bekendmaakt.
Bijgevolg hadden de door ons uitgevoerde procedures betrekking op het ontwerp en de operationele doeltreffendheid van de maatregelen die de entiteit met het oog daarop heeft genomen.
Onze werkzaamheden waren gericht op die vereisten die de Commissie belangrijk acht en die in de beoordelingsvragenlijsten zijn uiteengezet.
Conclusie
<formulering die voor een positieve conclusie moet worden gebruikt; dit deel weghalen indien het niet van toepassing is>
Over het geheel genomen zijn wij, op basis van de door ons verrichte werkzaamheden, van oordeel dat de entiteit passende regels en procedures toepast om tijdig en op passende wijze informatie over de ontvangers van middelen bekend te maken in overeenstemming met de door de Europese Commissie vastgestelde criteria.
<formulering die voor een afkeurende conclusie moet worden gebruikt; dit deel weghalen indien het niet van toepassing is>
Wij verwijzen naar onze bevindingen in punt 1.3 (Samenvatting van de bevindingen) van ons gedetailleerd verslag, waarin de materiële zwakke punten en tekortkomingen in het systeem van de entiteit voor de bekendmaking van informatie over ontvangers worden uiteengezet.
Over het geheel genomen zijn wij, vanwege de materiële aard van de kwesties waarnaar in de vorige alinea wordt verwezen en op basis van de door ons verrichte werkzaamheden, van oordeel dat de entiteit geen passende regels en procedures toepast om tijdig en op passende wijze informatie over ontvangers van middelen bekend te maken in overeenstemming met de door de Europese Commissie vastgestelde criteria.
PIJLER 9 — BESCHERMING VAN PERSOONSGEGEVENS
Onze opdracht omvat een beoordeling van de vraag of de entiteit voorziet in een bescherming van persoonsgegevens die gelijkwaardig is aan de in artikel 5 van het Financieel Reglement bedoelde bescherming
Bijgevolg hadden de door ons uitgevoerde procedures betrekking op het ontwerp en de operationele doeltreffendheid van de maatregelen die de entiteit met het oog daarop heeft genomen.
Onze werkzaamheden waren gericht op die vereisten en door de entiteit genomen maatregelen die de Commissie belangrijk acht en die in de beoordelingsvragenlijsten zijn uiteengezet.
Conclusie
<formulering die voor een positieve conclusie moet worden gebruikt; dit deel weghalen indien het niet van toepassing is>
Over het geheel genomen zijn wij, op basis van de door ons verrichte werkzaamheden, van oordeel dat de entiteit voor de bescherming van persoonsgegevens passende regels en procedures toepast in overeenstemming met de door de Europese Commissie vastgestelde criteria.
<formulering die voor een afkeurende conclusie moet worden gebruikt; dit deel weghalen indien het niet van toepassing is>
Wij verwijzen naar onze bevindingen in punt 1.3 (Samenvatting van de bevindingen) van ons gedetailleerd verslag, waarin de materiële zwakke punten en tekortkomingen in het uitsluitingssysteem van de entiteit worden uiteengezet.
Over het geheel genomen zijn wij, vanwege de materiële aard van de kwesties waarnaar in de vorige alinea wordt verwezen en op basis van de door ons verrichte werkzaamheden, van oordeel dat de entiteit voor de bescherming van persoonsgegevens geen passende regels en procedures toepast in overeenstemming met de door de Europese Commissie vastgestelde criteria.
Distributie en gebruik
De entiteit heeft om dit verslag verzocht en het is uitsluitend bedoeld voor informatie van en gebruik door de entiteit en de Europese Commissie.
Handtekening van de auditors <persoon of kantoor of beide, naargelang het geval>.
Naam van de auditor die ondertekent <persoon of kantoor of beide, naargelang het geval>.
Adres van de auditor <kantoor dat verantwoordelijk is voor de audit>.
Datum van ondertekening <niet gebruiken voor ontwerpverslagen. De datum waarop het definitieve verslag is ondertekend.>
1. SAMENVATTING
1.1. Conclusies
Hieronder volgt een samenvatting van onze conclusies voor elke pijler.
|
PIJLER |
CONCLUSIE |
||
|
JA/NEEN |
||
|
Heeft de entiteit in overeenstemming met de door de Europese Commissie vastgestelde criteria in alle materiële opzichten een effectief, efficiënt en zuinig internecontrolesysteem opgezet en de goede werking daarvan gegarandeerd? |
|
||
|
JA/NEEN |
||
|
Gebruikt de entiteit een boekhoudsysteem dat in alle materiële opzichten tijdig nauwkeurige, volledige en betrouwbare informatie verstrekt in overeenstemming met de door de Europese Commissie vastgestelde criteria? |
|
||
|
JA/NEEN |
||
|
Is de entiteit onderworpen aan een onafhankelijke externe audit, die in alle materiële opzichten volgens internationaal aanvaarde auditnormen en in overeenstemming met de door de Europese Commissie vastgestelde criteria moet worden uitgevoerd door een auditinstantie die functioneel onafhankelijk is van de entiteit? |
|
||
|
JA/NEEN/NIET VAN TOEPASSING |
||
|
Past de entiteit voor het verstrekken van financiering uit EU-middelen via subsidies passende regels en procedures toe in overeenstemming met de door de Europese Commissie vastgestelde criteria? |
|
||
|
JA/NEEN/NIET VAN TOEPASSING |
||
|
Past de entiteit voor het verstrekken van financiering uit EU-middelen via aanbestedingen in alle materiële opzichten passende regels en procedures toe in overeenstemming met de door de Europese Commissie vastgestelde criteria? |
|
||
|
JA/NEEN/NIET VAN TOEPASSING |
||
|
Past de entiteit voor het verstrekken van financiering uit EU-middelen via financieringsinstrumenten in alle materiële opzichten passende regels en procedures toe in overeenstemming met de door de Europese Commissie vastgestelde criteria? Past de entiteit passende regels en procedures toe voor met name: |
|
||
|
Het systeem voor kredietrisicobeheer en het gebruik van een systeem voor interne risicorating? |
JA/NEEN/NIET VAN TOEPASSING |
||
|
Belastingontwijking en niet-coöperatieve rechtsgebieden? |
JA/NEEN/NIET VAN TOEPASSING |
||
|
Bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering? |
JA/NEEN/NIET VAN TOEPASSING |
||
|
JA/NEEN/NIET VAN TOEPASSING |
||
|
Past de entiteit voor de uitsluiting van derden van toegang tot financiering via aanbestedingen, subsidies en/of financieringsinstrumenten passende regels en procedures toe? |
JA/NEEN/NIET VAN TOEPASSING |
||
|
JA/NEEN/NIET VAN TOEPASSING |
||
|
Maakt de entiteit binnen een redelijke termijn en op passende wijze informatie over de ontvangers van middelen bekend? |
JA/NEEN/NIET VAN TOEPASSING |
||
|
JA/NEEN/NIET VAN TOEPASSING |
||
|
Voorziet de entiteit in een bescherming van persoonsgegevens die gelijkwaardig is aan de in artikel 5 van het Financieel Reglement bedoelde bescherming (3)? |
JA/NEEN/NIET VAN TOEPASSING |
1.2. Stappenplan
<Voorgestelde lengte van het stappenplan: maximaal 2 bladzijden>
Wij hebben geconcludeerd dat de entiteit niet volledig voldoet aan de vereisten van de pijler(s) [pijler(s) specificeren].
Wij hebben significante tekortkomingen en zwakke punten vastgesteld in … <kort de voornaamste zwakke punten en tekortkomingen beschrijven voor de betrokken pijler(s) in overeenstemming met de bevindingen in punt 1.3>.
Wij hebben een aantal cruciale aanbevelingen gedaan om deze belangrijke zwakke punten aan te pakken <kort de cruciale aanbevelingen beschrijven voor de betrokken pijler(s) in overeenstemming met de aanbevelingen in punt 1.3>.
Wij stellen voor dat de entiteit deze aanbevelingen uitvoert zodat zij ervoor in aanmerking komt om door de Europese Commissie met begrotingsuitvoeringstaken te worden belast in indirect beheer.
Daartoe stellen wij een actieplan voor, d.w.z. een stappenplan met een tijdschema om de tekortkomingen en zwakke punten aan te pakken en te verhelpen. Dit stappenplan en bijbehorend tijdschema voor de uitvoering van de door ons voorgestelde maatregelen is besproken en overeengekomen met de entiteit <Het stappenplan moet in de mate van het mogelijke met de entiteit zijn overeengekomen voordat het definitieve verslag van de auditor wordt opgesteld. Als dit niet mogelijk is, moeten de redenen daarvoor duidelijk worden uitgelegd>.
Stappenplan
<Hier het stappenplan beschrijven door de volgende belangrijke aspecten voor elke betrokken pijler te bespreken:
|
— |
een korte beschrijving van de voornaamste bevindingen, d.w.z. de materiële zwakke punten of tekortkomingen in systemen, controles, procedures en regels; |
|
— |
een korte beschrijving van het voorgestelde actieplan om deze zwakke punten of tekortkomingen te verhelpen. In het actieplan moet duidelijk worden uiteengezet welke voorgestelde maatregelen (d.w.z. cruciale aanbevelingen) zullen worden uitgevoerd en hoe deze zullen worden uitgevoerd, en een duidelijk en realistisch tijdschema worden vastgesteld.> |
1.3. Samenvatting van de bevindingen en aanbevelingen
Zie hieronder een samenvatting van onze bevindingen en aanbevelingen voor elke pijler.
Bevindingen
De voornaamste bevindingen zijn bevindingen die betrekking hebben op materiële zwakke punten of tekortkomingen in systemen, controles, regels en procedures. “Materieel” betekent dat wij van oordeel zijn dat deze factoren zo belangrijk zijn voor de Commissie dat ze van invloed kunnen zijn op haar besluit om begrotingsuitvoeringstaken aan de entiteit toe te vertrouwen in indirect beheer. Indien wij voor een pijler materiële bevindingen hebben gedaan, leidt dat ertoe dat wij daarvoor een negatieve conclusie formuleren.
De voornaamste bevindingen omvatten ook gevallen waarin verscheidene bevindingen afzonderlijk bekeken geen betrekking hebben op een materieel zwak punt of een materiële tekortkoming, maar bij elkaar genomen een bevinding van een materieel zwak punt of een materiële tekortkoming vormen. Het gecombineerde effect van dergelijke bevindingen wordt zo belangrijk geacht (d.w.z. materieel) dat dit ertoe leidt dat wij concluderen dat de entiteit niet aan de vereisten voor de betrokken pijler voldoet (d.w.z. de conclusie is “neen”).
De andere bevindingen zijn alle niet-materiële bevindingen, die volgens ons onder de aandacht van de entiteit moeten worden gebracht. Deze bevindingen hebben betrekking op zwakke punten en tekortkomingen in systemen, controles, regels of procedures die, afzonderlijk of gezamenlijk, een minder onmiddellijk risico inhouden dat de doelstellingen voor de betrokken pijler niet worden verwezenlijkt.
Aanbevelingen
De cruciale aanbevelingen hebben betrekking op materiële zwakke punten en tekortkomingen in systemen, controles, regels of procedures en op gevallen waarin (op regelmatige basis) niet wordt voldaan aan de criteria van de Europese Commissie en/of internationaal aanvaarde normen voor pijlers.
Onze andere aanbevelingen hebben betrekking op alle andere bevindingen die niet materieel van aard zijn. In deze gevallen hebben de zwakke punten en tekortkomingen in systemen, controles, regels of procedures geen groot en onmiddellijk effect op de doelstellingen van deze systemen, controles, regels of procedures. Niettemin zijn wij van mening dat het voor de entiteit van belang is om de voorgestelde maatregelen uit te voeren, aangezien dit haar de gelegenheid biedt om haar systemen, controles, regels of procedures te verbeteren en een grotere doeltreffendheid en/of efficiëntie te bereiken.
Elk van onze aanbevelingen is uiteengezet in de hoofdstukken 3 tot en met 8.
Wij stellen voor dat de entiteit onze cruciale aanbevelingen, die in het stappenplan in punt 1.2 van dit verslag zijn uiteengezet, uitvoert.
|
PIJLER 1 — INTERNECONTROLESYSTEEM |
|
|
Voornaamste bevindingen/cruciale aanbevelingen |
|
|
Nummer |
Beschrijving van de bevinding/aanbeveling |
|
1 |
Bevinding: <korte beschrijving van de bevinding, maximaal 2 lijnen> |
|
Aanbeveling: <korte beschrijving van de aanbeveling, maximaal 2 lijnen> |
|
|
2 |
|
|
|
|
|
3 |
|
|
|
|
|
Enz. |
|
|
|
|
|
Andere bevindingen/andere aanbevelingen |
|
|
Nummer |
Beschrijving van de bevinding/aanbeveling |
|
1 |
Bevinding: <korte beschrijving van de bevinding, maximaal 2 lijnen> |
|
Aanbeveling: <korte beschrijving van de aanbeveling, maximaal 2 lijnen> |
|
|
2 |
|
|
|
|
|
3 |
|
|
|
|
|
Enz. |
|
|
|
|
|
Opmerking: Het nummer en de beschrijving van de bevinding/aanbeveling moeten overeenstemmen met de gedetailleerde bevinding/aanbeveling in punt 3.3.1 respectievelijk punt 3.3.2. |
|
|
PIJLER 2 — BOEKHOUDSYSTEEM |
|
|
Voornaamste bevindingen/cruciale aanbevelingen |
|
|
Nummer |
Beschrijving van de bevinding/aanbeveling |
|
1 |
Bevinding: <korte beschrijving van de bevinding, maximaal 2 lijnen> |
|
Aanbeveling: <korte beschrijving van de aanbeveling, maximaal 2 lijnen> |
|
|
2 |
|
|
|
|
|
3 |
|
|
|
|
|
Enz. |
|
|
|
|
|
Andere bevindingen/andere aanbevelingen |
|
|
Nummer |
Beschrijving van de bevinding/aanbeveling |
|
1 |
Bevinding: <korte beschrijving van de bevinding, maximaal 2 lijnen> |
|
Aanbeveling: <korte beschrijving van de aanbeveling, maximaal 2 lijnen> |
|
|
2 |
|
|
|
|
|
3 |
|
|
|
|
|
Enz. |
|
|
|
|
|
Opmerking: Het nummer en de beschrijving van de bevinding/aanbeveling moeten overeenstemmen met de gedetailleerde bevinding/aanbeveling in punt 4.3.1 respectievelijk punt 4.3.2. |
|
|
PIJLER 3 — ONAFHANKELIJKE EXTERNE AUDIT |
|
|
Voornaamste bevindingen/cruciale aanbevelingen |
|
|
Nummer |
Beschrijving van de bevinding/aanbeveling |
|
1 |
Bevinding: <korte beschrijving van de bevinding, maximaal 2 lijnen> |
|
Aanbeveling: <korte beschrijving van de aanbeveling, maximaal 2 lijnen> |
|
|
2 |
|
|
|
|
|
3 |
|
|
|
|
|
Enz. |
|
|
|
|
|
Andere bevindingen/andere aanbevelingen |
|
|
Nummer |
Beschrijving van de bevinding/aanbeveling |
|
1 |
Bevinding: <korte beschrijving van de bevinding, maximaal 2 lijnen> |
|
Aanbeveling: <korte beschrijving van de aanbeveling, maximaal 2 lijnen> |
|
|
2 |
|
|
|
|
|
3 |
|
|
|
|
|
Enz. |
|
|
|
|
|
Opmerking: Het nummer en de beschrijving van de bevinding/aanbeveling moeten overeenstemmen met de gedetailleerde bevinding/aanbeveling in punt 5.3.1 respectievelijk punt 5.3.2. |
|
|
PIJLER 4 — SUBSIDIES |
|
|
Voornaamste bevindingen/cruciale aanbevelingen |
|
|
Nummer |
Beschrijving van de bevinding/aanbeveling |
|
1 |
Bevinding: <korte beschrijving van de bevinding, maximaal 2 lijnen> |
|
Aanbeveling: <korte beschrijving van de aanbeveling, maximaal 2 lijnen> |
|
|
2 |
|
|
|
|
|
3 |
|
|
|
|
|
Enz. |
|
|
|
|
|
Andere bevindingen/andere aanbevelingen |
|
|
Nummer |
Beschrijving van de bevinding/aanbeveling |
|
1 |
Bevinding: <korte beschrijving van de bevinding, maximaal 2 lijnen> |
|
Aanbeveling: <korte beschrijving van de aanbeveling, maximaal 2 lijnen> |
|
|
2 |
|
|
|
|
|
3 |
|
|
|
|
|
Enz. |
|
|
|
|
|
Opmerking: Het nummer en de beschrijving van de bevinding/aanbeveling moeten overeenstemmen met de gedetailleerde bevinding/aanbeveling in punt 6.3.1 respectievelijk punt 6.4.2. |
|
|
PIJLER 5 — AANBESTEDINGEN |
|
|
Voornaamste bevindingen/cruciale aanbevelingen |
|
|
Nummer |
Beschrijving van de bevinding/aanbeveling |
|
1 |
Bevinding: <korte beschrijving van de bevinding, maximaal 2 lijnen> |
|
Aanbeveling: <korte beschrijving van de aanbeveling, maximaal 2 lijnen> |
|
|
2 |
|
|
|
|
|
3 |
|
|
|
|
|
Enz. |
|
|
|
|
|
Andere bevindingen/andere aanbevelingen |
|
|
Nummer |
Beschrijving van de bevinding/aanbeveling |
|
1 |
Bevinding: <korte beschrijving van de bevinding, maximaal 2 lijnen> |
|
Aanbeveling: <korte beschrijving van de aanbeveling, maximaal 2 lijnen> |
|
|
2 |
|
|
|
|
|
3 |
|
|
|
|
|
Enz. |
|
|
|
|
|
Opmerking: Het nummer en de beschrijving van de bevinding/aanbeveling moeten overeenstemmen met de gedetailleerde bevinding/aanbeveling in punt 7.3.1 respectievelijk punt 7.3.2. |
|
|
PIJLER 6 — FINANCIERINGSINSTRUMENTEN |
|
|
Voornaamste bevindingen/cruciale aanbevelingen |
|
|
Nummer |
Beschrijving van de bevinding/aanbeveling |
|
1 |
Bevinding: <korte beschrijving van de bevinding, maximaal 2 lijnen> |
|
Aanbeveling: <korte beschrijving van de aanbeveling, maximaal 2 lijnen> |
|
|
2 |
|
|
|
|
|
3 |
|
|
|
|
|
Enz. |
|
|
|
|
|
Andere bevindingen/andere aanbevelingen |
|
|
Nummer |
Beschrijving van de bevinding/aanbeveling |
|
1 |
Bevinding: <korte beschrijving van de bevinding, maximaal 2 lijnen> |
|
Aanbeveling: <korte beschrijving van de aanbeveling, maximaal 2 lijnen> |
|
|
2 |
|
|
|
|
|
3 |
|
|
|
|
|
Enz. |
|
|
|
|
|
Opmerking: Het nummer en de beschrijving van de bevinding/aanbeveling moeten overeenstemmen met de gedetailleerde bevinding/aanbeveling in punt 8.3.1 respectievelijk punt 8.3.2. |
|
|
PIJLER 7 — UITSLUITING VAN TOEGANG TOT FINANCIERING |
|
|
Voornaamste bevindingen/cruciale aanbevelingen |
|
|
Nummer |
Beschrijving van de bevinding/aanbeveling |
|
1 |
Bevinding: <korte beschrijving van de bevinding, maximaal 2 lijnen> |
|
Aanbeveling: <korte beschrijving van de aanbeveling, maximaal 2 lijnen> |
|
|
2 |
|
|
|
|
|
3 |
|
|
|
|
|
Enz. |
|
|
|
|
|
Andere bevindingen/andere aanbevelingen |
|
|
Nummer |
Beschrijving van de bevinding/aanbeveling |
|
1 |
Bevinding: <korte beschrijving van de bevinding, maximaal 2 lijnen> |
|
Aanbeveling: <korte beschrijving van de aanbeveling, maximaal 2 lijnen> |
|
|
2 |
|
|
|
|
|
3 |
|
|
|
|
|
Enz. |
|
|
|
|
|
Opmerking: Het nummer en de beschrijving van de bevinding/aanbeveling moeten overeenstemmen met de gedetailleerde bevinding/aanbeveling in punt 9.3.1 respectievelijk punt 9.3.2. |
|
|
PIJLER 8 — BEKENDMAKING VAN INFORMATIE OVER ONTVANGERS |
|
|
Voornaamste bevindingen/cruciale aanbevelingen |
|
|
Nummer |
Beschrijving van de bevinding/aanbeveling |
|
1 |
Bevinding: <korte beschrijving van de bevinding, maximaal 2 lijnen> |
|
Aanbeveling: <korte beschrijving van de aanbeveling, maximaal 2 lijnen> |
|
|
2 |
|
|
|
|
|
3 |
|
|
|
|
|
Enz. |
|
|
|
|
|
Andere bevindingen/andere aanbevelingen |
|
|
Nummer |
Beschrijving van de bevinding/aanbeveling |
|
1 |
Bevinding: <korte beschrijving van de bevinding, maximaal 2 lijnen> |
|
Aanbeveling: <korte beschrijving van de aanbeveling, maximaal 2 lijnen> |
|
|
2 |
|
|
|
|
|
3 |
|
|
|
|
|
Enz. |
|
|
|
|
|
Opmerking: Het nummer en de beschrijving van de bevinding/aanbeveling moeten overeenstemmen met de gedetailleerde bevinding/aanbeveling in punt 10.3.1 respectievelijk punt 10.3.2. |
|
|
PIJLER 9 — BESCHERMING VAN PERSOONSGEGEVENS |
|
|
Voornaamste bevindingen/cruciale aanbevelingen |
|
|
Nummer |
Beschrijving van de bevinding/aanbeveling |
|
1 |
Bevinding: <korte beschrijving van de bevinding, maximaal 2 lijnen> |
|
Aanbeveling: <korte beschrijving van de aanbeveling, maximaal 2 lijnen> |
|
|
2 |
|
|
|
|
|
3 |
|
|
|
|
|
Enz. |
|
|
|
|
|
Andere bevindingen/andere aanbevelingen |
|
|
Nummer |
Beschrijving van de bevinding/aanbeveling |
|
1 |
Bevinding: <korte beschrijving van de bevinding, maximaal 2 lijnen> |
|
Aanbeveling: <korte beschrijving van de aanbeveling, maximaal 2 lijnen> |
|
|
2 |
|
|
|
|
|
3 |
|
|
|
|
|
Enz. |
|
|
|
|
|
Opmerking: Het nummer en de beschrijving van de bevinding/aanbeveling moeten overeenstemmen met de gedetailleerde bevinding/aanbeveling in punt 11.3.1 respectievelijk punt 11.3.2. |
|
2. CONTEXT VAN DE OPDRACHT
2.1. Context
In artikel 154 van het Financieel Reglement (4), dat van toepassing is op de algemene begroting van de Europese Unie (EU), zijn de wijzen van uitvoering van de begroting, waaronder het “indirect beheer”, uiteengezet. In indirect beheer kan de Commissie begrotingsuitvoeringstaken toevertrouwen aan de in artikel 62 van het Financieel Reglement bedoelde landen, organisaties en organen (hierna “entiteiten” genoemd). Het kan gaan om de volgende entiteiten:
|
— |
derde landen of de door hen aangewezen organen, bv. het ministerie van Binnenlandse Zaken, het Koninkrijk Cambodja; |
|
— |
internationale organisaties en hun agentschappen, bv. het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP); |
|
— |
publiekrechtelijke organen, bv. Kreditanstalt für Wiederaufbau (KfW); |
|
— |
privaatrechtelijke organen met een openbare dienstverleningstaak, voor zover zij van voldoende financiële garanties zijn voorzien, bv. Cassa Depositi e Prestiti (CDP). |
Wanneer zulke entiteiten EU-middelen beheren, moeten zij voorzien in een niveau van bescherming van de financiële belangen van de EU dat gelijkwaardig is aan het niveau dat door het Financieel Reglement wordt vereist. Meer specifiek moeten zij voldoen aan vereisten met betrekking tot negen “pijlers”. Deze pijlers hebben betrekking op:
|
1) |
het internecontrolesysteem; |
|
2) |
het boekhoudsysteem; |
|
3) |
onafhankelijke externe audit; |
alsmede regels en procedures voor:
|
4) |
het verstrekken van financiering uit EU-middelen via subsidies; |
|
5) |
aanbestedingen; |
|
6) |
financieringsinstrumenten (5); |
en ook:
|
7) |
uitsluiting van toegang tot financiering; |
|
8) |
bekendmaking van informatie over ontvangers; |
|
9) |
bescherming van persoonsgegevens. |
Entiteiten die in indirect beheer met EU-middelen willen werken, moeten daarom een allesomvattende pijlerbeoordeling ondergaan. Op basis van de resultaten van de pijlerbeoordeling besluit de Commissie of zij: i) aan de entiteit begrotingsuitvoeringstaken kan toevertrouwen, en ii) met de entiteit specifieke overeenkomsten kan sluiten (d.w.z. delegatieovereenkomsten voor indirect beheer).
2.2. Beschrijving van de aan beoordeling onderworpen entiteit
<Een beschrijving geven van de entiteit. Voorgesteld maximum: 2 bladzijden.
Belangrijkste kenmerken van de entiteit, organisatiestructuur, aard van de activiteiten en verrichtingen enz.>
2.3. Voor de beoordeling gebruikte criteria en materialiteit
Voor elke pijler zijn er drie niveaus van criteria die door de Europese Commissie zijn vastgesteld via de formulering van (belangrijke) vragen in de bijlagen 2 en 2a bij het mandaat (Beoordelingsvragenlijst en -criteria en Beoordelingsvragenlijst). Om te bepalen wat een materieel zwak punt of een materiële tekortkoming in systemen, controles, regels en procedures is, hebben wij rekening gehouden met de door de Commissie vastgestelde criteria en waarderingen (d.w.z. scoredrempels), aangezien deze factoren van invloed kunnen zijn op het besluit van de Commissie om begrotingsuitvoeringstaken aan de entiteit toe te vertrouwen in indirect beheer.
Niveau 1 (Financieel Reglement)
Voor elke pijler is er één overkoepelende vraag op niveau 1 (in bijlage 2 Beoordelingsvragenlijst en -criteria) die op basis van het Financieel Reglement is vastgesteld. Er zijn slechts twee antwoorden mogelijk:
|
— |
Het antwoord op de vraag op niveau 1 is “ja”. Dit betekent dat de entiteit voldoet aan de vereisten voor de betrokken pijler. Onze conclusie is positief, wat gelijkstaat met een “goedkeurend oordeel”. |
|
— |
Het antwoord op de vraag op niveau 1 is “neen”. Dit betekent dat de entiteit niet voldoet aan de vereisten voor de betrokken pijler. In dit geval is onze conclusie negatief, wat volgens internationale normen gelijkstaat met een “afkeurend oordeel”. |
Niveau 2 (kernonderdelen van de pijler)
Belangrijke vragen op niveau 2 hebben betrekking op criteria die de Commissie essentieel acht. Daartoe worden belangrijke vragen en criteria vastgesteld voor de kernonderdelen van elke pijler. Onderdelen zijn in wezen “subpijlers”, die op hun beurt zijn samengesteld uit blokken van vragen in bijlage 2a Beoordelingsvragenlijst.
Wij hebben ons een professioneel oordeel gevormd om een score toe te kennen van 0 tot 10 aan elk onderdeel op niveau 2 in bijlage 2 Beoordelingsvragenlijst en -criteria op basis van de informatie en het bewijsmateriaal die wij aan de hand van bijlage 2a hebben verkregen.
Niveau 3 (beoordelingsvragenlijst met blokken van vragen)
Bijlage 2a Beoordelingsvragenlijst omvat blokken van vragen die betrekking hebben op de kernonderdelen van de pijlers op niveau 2. Deze blokken van gedetailleerde vragen hebben ons geleid en zijn in wezen niet-exhaustieve voorbeelden. Dit betekent dat wij (al) deze (blokken van) vragen kunnen gebruiken — zonder dat wij dat hoeven te doen — om een score te bepalen voor elk onderdeel op niveau 2.
Wij hebben aanvullende vragen gesteld en aanvullende toetsen en procedures uitgevoerd die wij nodig of passend achtten. Wij hebben ons ten volle een professioneel oordeel gevormd voor alle vragen in bijlage 2a om scores toe te kennen aan de kernonderdelen van de pijlers op niveau 2.
3. INTERNECONTROLESYSTEEM
3.1. Beschrijving van het internecontrolesysteem
<De belangrijkste kenmerken van het internecontrolesysteem van de entiteit beschrijven. Voorgesteld maximum: 2 bladzijden>
3.2. Samenvatting van de voor de beoordeling uitgevoerde werkzaamheden en gebruikte criteria
<Een beknopte beschrijving geven van de werkzaamheden, d.w.z. de procedures en toetsen die voor de beoordeling van de pijler internecontrolesysteem zijn uitgevoerd. De voor de beoordeling van deze pijler gebruikte criteria kort beschrijven. De auditor mag verwijzen naar hoofdstuk 2.3 en naar de ingevulde beoordelingsvragenlijst en -criteria in de bijlagen 2 en 3.>
3.3. Bevindingen en aanbevelingen
Onze gedetailleerde bevindingen en aanbevelingen zijn hieronder uiteengezet.
<Het gebruik van onderstaande tabel is verplicht en het format moet te allen tijde worden gevolgd>
3.3.1. Voornaamste bevindingen en cruciale aanbevelingen
|
Bevinding/aanbeveling nr.: [nummer] |
Titel: [korte beschrijving van de bevinding en aanbeveling] |
|
Beschrijving van de bevinding: [de bevinding in detail beschrijven, met vermelding van feiten, criteria, oorzaak en effect] |
|
|
Beschrijving van de aanbeveling: [de aanbeveling in detail beschrijven] |
|
|
Opmerkingen van de entiteit: [vermelden of de entiteit het eens/niet eens is met de bevinding/aanbeveling en de opmerkingen van de entiteit beschrijven] |
|
|
Opmerkingen van de Commissie: [de opmerkingen van de Commissie beschrijven] |
|
|
Verdere opmerkingen van de auditor: [alleen invullen als de entiteit het niet eens is met de bevinding/aanbeveling van de auditor hoewel de auditor nog altijd van mening is dat de bevinding/aanbeveling geldig is. In dat geval moet de auditor de opmerkingen van de entiteit hier weerleggen en motiveren waarom de bevinding wordt gehandhaafd] |
|
3.3.2. Andere bevindingen en aanbevelingen
|
Bevinding/aanbeveling nr.: [nummer] |
Titel: [korte beschrijving van de bevinding en aanbeveling] |
|
Beschrijving van de bevinding: [de bevinding in detail beschrijven, met vermelding van feiten, criteria, oorzaak en effect] |
|
|
Beschrijving van de aanbeveling: [de aanbeveling in detail beschrijven] |
|
|
Opmerkingen van de entiteit: [vermelden of de entiteit het eens/niet eens is met de bevinding/aanbeveling en de opmerkingen van de entiteit beschrijven] |
|
|
Opmerkingen van de Commissie: [de opmerkingen van de Commissie beschrijven] |
|
|
Verdere opmerkingen van de auditor: [alleen invullen als de entiteit het niet eens is met de bevinding/aanbeveling van de auditor hoewel de auditor nog altijd van mening is dat de bevinding/aanbeveling geldig is. In dat geval moet de auditor de opmerkingen van de entiteit hier weerleggen en motiveren waarom de bevinding wordt gehandhaafd] |
|
4. BOEKHOUDSYSTEEM
<Zie hoofdstuk 3: internecontrolesysteem. Dezelfde structuur en inhoud moeten worden gebruikt.>
4.1. Beschrijving van het boekhoudsysteem
[…]
4.2. Samenvatting van de voor de beoordeling uitgevoerde werkzaamheden en gebruikte criteria
<Een beknopte beschrijving geven van de werkzaamheden, d.w.z. de procedures en toetsen die voor de beoordeling van de pijler boekhoudsysteem zijn uitgevoerd. De voor de beoordeling van deze pijler gebruikte criteria kort beschrijven. De auditor mag verwijzen naar hoofdstuk 2.3 en naar de ingevulde beoordelingsvragenlijst en -criteria in de bijlagen 2 en 3.>
4.3. Bevindingen en aanbevelingen
Onze gedetailleerde bevindingen en aanbevelingen zijn hieronder uiteengezet.
|
i. |
Voornaamste bevindingen en cruciale aanbevelingen […] |
|
ii. |
Andere bevindingen en aanbevelingen […] |
5. ONAFHANKELIJKE EXTERNE AUDIT
<Zie hoofdstuk 3: internecontrolesysteem. Dezelfde structuur en inhoud moeten worden gebruikt.>
|
a) |
Beschrijving van het kader voor onafhankelijke externe audit […] |
|
b) |
Samenvatting van de voor de beoordeling uitgevoerde werkzaamheden en gebruikte criteria <Een beknopte beschrijving geven van de werkzaamheden, d.w.z. de procedures en toetsen die voor de beoordeling van de pijler onafhankelijke externe audit zijn uitgevoerd. De voor de beoordeling van deze pijler gebruikte criteria kort beschrijven. De auditor mag verwijzen naar hoofdstuk 2.3 en naar de ingevulde beoordelingsvragenlijst en -criteria in de bijlagen 2 en 3.> |
|
c) |
Bevindingen en aanbevelingen Onze gedetailleerde bevindingen en aanbevelingen zijn hieronder uiteengezet.
|
6. SUBSIDIES
<Zie hoofdstuk 3: internecontrolesysteem. Dezelfde structuur en inhoud moeten worden gebruikt.>
|
a) |
Beschrijving van het subsidiesysteem […] |
|
b) |
Samenvatting van de voor de beoordeling uitgevoerde werkzaamheden en gebruikte criteria <Een beknopte beschrijving geven van de werkzaamheden, d.w.z. de procedures en toetsen die voor de beoordeling van de pijler subsidies zijn uitgevoerd. De voor de beoordeling van deze pijler gebruikte criteria kort beschrijven. De auditor mag verwijzen naar hoofdstuk 2.3 en naar de ingevulde beoordelingsvragenlijst en -criteria in de bijlagen 2 en 3.> |
|
c) |
Bevindingen en aanbevelingen Onze gedetailleerde bevindingen en aanbevelingen zijn hieronder uiteengezet.
|
7. AANBESTEDINGEN
<Zie hoofdstuk 3: internecontrolesysteem. Dezelfde structuur en inhoud moeten worden gebruikt.>
|
a) |
Beschrijving van het aanbestedingssysteem […] |
|
b) |
Samenvatting van de voor de beoordeling uitgevoerde werkzaamheden en gebruikte criteria <Een beknopte beschrijving geven van de werkzaamheden, d.w.z. de procedures en toetsen die voor de beoordeling van de pijler aanbestedingen zijn uitgevoerd. De voor de beoordeling van deze pijler gebruikte criteria kort beschrijven. De auditor mag verwijzen naar hoofdstuk 2.3 en naar de ingevulde beoordelingsvragenlijst en -criteria in de bijlagen 2 en 3.> |
|
c) |
Bevindingen en aanbevelingen Onze gedetailleerde bevindingen en aanbevelingen zijn hieronder uiteengezet.
|
8. FINANCIERINGSINSTRUMENTEN (6)
<Zie hoofdstuk 3: internecontrolesysteem. Dezelfde structuur en inhoud moeten worden gebruikt.>
|
a) |
Beschrijving van de financieringsinstrumenten […] |
|
b) |
Samenvatting van de voor de beoordeling uitgevoerde werkzaamheden en gebruikte criteria <Een beknopte beschrijving geven van de werkzaamheden, d.w.z. de procedures en toetsen die voor de beoordeling van de pijler financieringsinstrumenten zijn uitgevoerd. De voor de beoordeling van deze pijler gebruikte criteria kort beschrijven. De auditor mag verwijzen naar hoofdstuk 2.3 en naar de ingevulde beoordelingsvragenlijst en -criteria in de bijlagen 2 en 3.> |
|
c) |
Bevindingen en aanbevelingen Onze gedetailleerde bevindingen en aanbevelingen zijn hieronder uiteengezet.
|
9. UITSLUITING VAN TOEGANG TOT FINANCIERING
<Zie hoofdstuk 3: internecontrolesysteem. Dezelfde structuur en inhoud moeten worden gebruikt.>
|
a) |
Beschrijving van het systeem dat wordt gebruikt om ontvangers van toegang tot financiering uit te sluiten […] |
|
b) |
Samenvatting van de voor de beoordeling uitgevoerde werkzaamheden en gebruikte criteria <Een beknopte beschrijving geven van de werkzaamheden, d.w.z. de procedures en toetsen die voor de beoordeling van de pijler uitsluiting van toegang tot financiering zijn uitgevoerd. De voor de beoordeling van deze pijler gebruikte criteria kort beschrijven. De auditor mag verwijzen naar hoofdstuk 2.3 en naar de ingevulde beoordelingsvragenlijst en -criteria in de bijlagen 2 en 3.> |
|
c) |
Bevindingen en aanbevelingen Onze gedetailleerde bevindingen en aanbevelingen zijn hieronder uiteengezet.
|
10. BEKENDMAKING VAN INFORMATIE OVER ONTVANGERS
<Zie hoofdstuk 3: internecontrolesysteem. Dezelfde structuur en inhoud moeten worden gebruikt.>
|
a) |
Beschrijving van het systeem dat wordt gebruikt om informatie over ontvangers bekend te maken […] |
|
b) |
Samenvatting van de voor de beoordeling uitgevoerde werkzaamheden en gebruikte criteria <Een beknopte beschrijving geven van de werkzaamheden, d.w.z. de procedures en toetsen die voor de beoordeling van de pijler bekendmaking van informatie over ontvangers zijn uitgevoerd. De voor de beoordeling van deze pijler gebruikte criteria kort beschrijven. De auditor mag verwijzen naar hoofdstuk 2.3 en naar de ingevulde beoordelingsvragenlijst en -criteria in de bijlagen 2 en 3.> |
|
c) |
Bevindingen en aanbevelingen Onze gedetailleerde bevindingen en aanbevelingen zijn hieronder uiteengezet.
|
11. BESCHERMING VAN PERSOONSGEGEVENS
<Zie hoofdstuk 3: internecontrolesysteem. Dezelfde structuur en inhoud moeten worden gebruikt.>
|
a) |
Beschrijving van het systeem dat wordt gebruikt om te voorzien in bescherming van persoonsgegevens […] |
|
b) |
Samenvatting van de voor de beoordeling uitgevoerde werkzaamheden en gebruikte criteria <Een beknopte beschrijving geven van de werkzaamheden, d.w.z. de procedures en toetsen die voor de beoordeling van de pijler bescherming van persoonsgegevens zijn uitgevoerd. De voor de beoordeling van deze pijler gebruikte criteria kort beschrijven. De auditor mag verwijzen naar hoofdstuk 2.3 en naar de ingevulde beoordelingsvragenlijst en -criteria in de bijlagen 2 en 3.> |
|
c) |
Bevindingen en aanbevelingen Onze gedetailleerde bevindingen en aanbevelingen zijn hieronder uiteengezet.
|
(1) Een verwijzing naar “financieringsinstrumenten” wordt geacht ook begrotingsgaranties te omvatten.
(2) Dit omvat de vereisten voor begrotingsgaranties, belastingen en bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering. Geef conclusies voor elke onderafdeling (6a, 6b, 6c), naast algemene conclusies voor de globale pijler.
(3) Onverminderd Verordeningen (EU) 2018/1725 en (EU) 2016/679.
(4) Verordening (EU, Euratom) 2018/1046.
(5) Een verwijzing naar “financieringsinstrumenten” wordt geacht ook begrotingsgaranties te omvatten.
(6) Met inbegrip van begrotingsgaranties.
Bijlage 1
Personen waarmee voor de beoordeling contact is opgenomen of die erbij betrokken waren
|
De auditor — [naam van het auditkantoor] |
|
|
[Naam 1] |
[de functie/titel vermelden van de persoon in het auditkantoor die de eindverantwoordelijkheid draagt voor de opdracht en de uitvoering daarvan, en voor het verslag dat namens het kantoor wordt opgesteld, bv. vennoot, directeur of gelijkwaardig] |
|
[Naam 2; facultatief] |
[facultatief (indien dit niet in strijd is met de praktijken en het personeelsbeleid van het auditkantoor). De functie/titel vermelden van de persoon in het auditkantoor die de audit heeft beheerd, bv. senior manager] |
|
De aan de beoordeling onderworpen entiteit — [naam van de entiteit] |
|
|
[Naam 1] |
[de functie/titel in de entiteit vermelden, bv. directeur, financieel manager, accountant, programmabeheerder] |
|
[Naam 2] |
[zoals 1] |
|
[Naam 3 enz.] |
[zoals 1] |
<De volgende tabellen hoeven alleen te worden ingevuld als en wanneer de Commissie bij de beoordeling was betrokken en/of is geraadpleegd over een ontwerpversie van het beoordelingsverslag. Indien niet mogen deze tabellen worden weggehaald>
|
Directoraat-generaal voor Internationale Samenwerking en Ontwikkeling/Ander directoraat-generaal |
|
|
[Naam 1] |
[de functie/titel en eenheid in de Commissie vermelden, bv. hoofd van financiën, contracten en audit] |
|
[Naam 2] |
[zoals 1] |
|
[Naam 3 enz.] |
[zoals 1] |
|
Delegatie van de Europese Unie in [land] |
|
|
[Naam 1] |
[de functie in de delegatie van de Europese Unie vermelden, bv. hoofd van financiën en contracten, programmabeheerder, contractenbeheerder, beheerder van financiën enz.] |
|
[Naam 2] |
[zoals 1] |
|
[Naam 3 enz.] |
[zoals 1] |
[De naam vermelden van andere externe organisaties of personen waarmee voor de beoordeling contact is opgenomen of die erbij betrokken waren, zoals de wettelijke auditors of technische assistenten. Deze tabel weghalen indien niet van toepassing]
|
[Naam 1] |
[de functie/titel in de organisatie vermelden] |
|
[Naam 2 enz.] |
[zoals 1] |
Bijlage 2
Beoordelingsvragenlijst en -criteria
<Deze bijlage moet een kopie bevatten van bijlage 2 bij het mandaat, d.w.z. de beoordelingsvragenlijst en -criteria ingevuld door de auditor>.
Bijlage 3
Beoordelingsvragenlijst
<Deze bijlage moet een volledige kopie bevatten van bijlage 2a bij het mandaat, d.w.z. de beoordelingsvragenlijst ingevuld door de auditor>. De auditor mag dit document verstrekken als een afzonderlijk bijvoegsel bij dit verslag.>
INFORMATIE OVER DE EUROPESE ECONOMISCHE RUIMTE
Toezichthoudende Autoriteit van de EVA
|
6.6.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 191/137 |
Geen staatssteun in de zin van artikel 61, lid 1, van de EER-overeenkomst
(2019/C 191/03)
De Toezichthoudende Autoriteit van de EVA is van mening dat de volgende steunmaatregel geen staatssteun vormt in de zin van artikel 61, lid 1, van de EER-overeenkomst:
|
Datum waarop het besluit is genomen |
: |
20 maart 2019 |
|
Zaaknummer |
: |
81036 |
|
Nummer van het besluit |
: |
018/19/COL |
|
EVA-staat |
: |
Noorwegen |
|
Benaming (en/of naam van de begunstigde) |
: |
Terugbetaling in contanten van de fiscale waarde van de kosten voor de exploratie van aardolie |
|
Rechtsgrondslag |
: |
Wet op de aardoliebelasting |
|
Type steunmaatregel |
: |
|
|
Doelstelling |
: |
|
|
Aard van de steun |
: |
Geen steun |
|
Begrotingsmiddelen |
: |
|
|
Intensiteit |
: |
|
|
Looptijd |
: |
|
|
Economische sectoren |
: |
Winning van ruwe aardolie en aardgas |
|
Naam en adres van de steunverlenende autoriteit |
: |
|
|
Andere informatie |
: |
De tekst van het besluit in de authentieke ta(a)l(en), waaruit de vertrouwelijke gegevens zijn geschrapt, kan worden geraadpleegd op de website van de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA: http://www.eftasurv.int/state-aid/state-aid-register/decisions/
V Bekendmakingen
BESTUURLIJKE PROCEDURES
Europese Commissie
|
6.6.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 191/138 |
OPROEP TOT HET INDIENEN VAN VOORSTELLEN — EACEA/12/2019
Erasmus+-programma, Kernactie 3 — Steun voor beleidshervorming
Europese jongeren samen
(2019/C 191/04)
1. INLEIDING — ACHTERGROND (1)
Veel jongeren houden zich actief bezig met EU-gerelateerde activiteiten: ze sluiten zich aan bij pan-Europese organisaties of nemen deel aan minder gestructureerde, informele uitwisselingen met jongeren uit andere Europese landen. Ze staan positief tegenover het Europese integratieproces en steunen dit proces (2). Als zodanig kunnen jongeren krachtige ambassadeurs zijn voor het Europese project. Ze zijn in staat bruggen te bouwen over heel het continent, van oost naar west, maar ook van noord naar zuid. De manier waarop zij Europa en de Europese identiteit ervaren, kan inspirerend zijn voor anderen.
Erasmus+ Jeugd bevordert de uitwisseling van jongeren en de mobiliteit van jongerenwerkers, en ondersteunt jongerenorganisaties. Uit ervaring is gebleken dat er vruchtbaar en actief wordt samengewerkt tussen organisaties en jongeren over landsgrenzen heen. Het Erasmus+-programma slaagt erin om jongeren aan te trekken en te activeren. Er is zo veel interesse in deelname dat momenteel slechts een op de drie mobiliteitsprojecten (jongerenuitwisselingen, mobiliteit van jongerenwerkers) en een op de vijf partnerschappen (transnationale jongereninitiatieven) kan worden ondersteund.
Zoals voorzitter Juncker in 2017 aangaf (3): „[…] Europa moet een Unie van gelijkheid en een Unie van gelijken zijn. Gelijkheid tussen de leden, groot en klein, oost en west, noord en zuid”. Om dat te bereiken zijn jongeren essentieel. Zij zijn misschien minder dan oudere mensen betrokken bij traditionele vormen van participatie, zoals stemmen of lidmaatschap van een politieke partij, maar een meerderheid van de jongeren geeft aan wel degelijk interesse te hebben in de politiek en heeft een sterker EU-burgerschapsgevoel dan oudere leeftijdsgroepen.
Een aantal voorbereidende activiteiten en jongerenraadplegingen, waaronder een Eurobarometer-enquête, zijn uitgevoerd voordat de Commissie een voorstel voor een nieuwe EU-strategie voor jongeren indiende, dat in november 2018 is goedgekeurd (4) en dat het kader zal vormen voor de EU-activiteiten voor het EU-jeugdbeleid in de komende jaren en zal voortbouwen op de Europese jongerendoelstellingen die door de jongeren zijn voorgesteld.
Deze raadplegingen bevestigden dat de meerderheid van de ondervraagde jongeren de EU vraagt prioriteit te geven aan onderwerpen als onderwijs en vaardigheden en de bescherming van het milieu.
2. DOELSTELLINGEN
Het doel van de acties in het kader van „Europese jongeren samen” is voort te bouwen op de ervaring die is opgedaan met het project „Een nieuw verhaal voor Europa” (5), de Europese jeugddoelstellingen (6) en de resultaten van de Eurobarometer over de prioriteiten van jongeren (7) en andere initiatieven op het gebied van jeugdbeleid en -programma’s, met inbegrip van de projecten die in 2018 in het kader van deze actie zijn geselecteerd en die gericht zijn op de bevordering van de participatie van jongeren in het Europese maatschappelijke leven en grensoverschrijdende uitwisselingen en mobiliteitsactiviteiten.
2.1. Algemene doelstellingen
Projecten in het kader van „Europese jongeren samen” zijn bedoeld om netwerken op te zetten die regionale partnerschappen stimuleren en die worden beheerd in nauwe samenwerking met jongeren uit heel Europa (de landen van het Erasmus+-programma). Binnen die netwerken zouden dan uitwisselingen worden georganiseerd, opleidingen worden bevorderd (bijvoorbeeld voor jeugdleiders) en jongeren zelf in staat worden gesteld om gezamenlijke projecten op te zetten.
In het kader van „Europese jongeren samen” wordt ernaar gestreefd initiatieven te ondersteunen van minimaal vijf jongerenorganisaties uit vijf verschillende in aanmerking komende landen van het Erasmus+-programma voor de uitwisseling van ideeën over de EU. Daarnaast zal worden ingezet op een grotere burgerparticipatie en op bevordering van een gevoel van Europees burgerschap. Met dit initiatief wordt beoogd Europese jongeren uit alle delen van Europa, oost, west, noord en zuid, samen te brengen.
De thematische prioriteiten zijn actief burgerschap, het opbouwen van netwerken, Europese waarden en Europees burgerschap, democratische participatie, democratische weerbaarheid en sociale insluiting met betrekking tot jongeren.
2.2. Specifieke doelstellingen
Het initiatief beoogt specifieke ondersteuning te verlenen voor:
|
— |
het bevorderen en ontwikkelen van meer gestructureerde samenwerking tussen verschillende jongerenorganisaties om partnerschappen op te bouwen of te versterken; |
|
— |
jongerenorganisaties die betrokken zijn bij initiatieven om jongeren te stimuleren deel te nemen aan het democratisch proces en de samenleving, door het opzetten van trainingen, door onder de aandacht te brengen wat Europeanen bindt en door een discussie te stimuleren over hoe zij zich verhouden tot de EU en tot de waarden en democratische grondslagen van de Unie; |
|
— |
het bevorderen van de deelname van ondervertegenwoordigde groepen jongeren in de politiek, jongerenorganisaties en andere maatschappelijke organisaties door kwetsbare en sociaal-economisch achtergestelde jeugd te activeren. |
Het initiatief is gericht op jongeren-ngo’s, overheidsorganen en informele groepen jongeren, vooral degenen die actief zijn aan de basis, die projecten voorstellen waarbij minimaal vijf partners betrokken zijn die jongeren kunnen mobiliseren ten behoeve van partnerschappen die verschillende landen en regio’s binnen de landen van het Erasmus+-programma bestrijken.
Grootschalige mobiliteitsactiviteiten voor jongeren moeten een belangrijk onderdeel vormen van de Europese jongeren samen-projecten. Deze mobiliteit moet grensoverschrijdende uitwisselingen en niet-formele of informele opleidingsmogelijkheden bieden voor jongeren uit heel Europa (oost, west, noord en zuid) ter ondersteuning van de doelstellingen van deze oproep. Deze mobiliteitsactiviteiten moeten zeer duidelijk gemotiveerd zijn in het licht van de doelstellingen van de oproep.
Alle bovengenoemde activiteiten moeten ertoe bijdragen dat de handreiking naar jongeren wordt verbreed, zodat een diversiteit aan stemmen wordt gewaarborgd en jongeren binnen en buiten de jongerenorganisaties en kansarme jongeren worden bereikt, met gebruikmaking van verschillende kanalen.
3. CRITERIA OM IN AANMERKING TE KOMEN
Aanvragen die aan de volgende criteria voldoen, worden aan een grondige beoordeling onderworpen.
Uitsluitend aanvragen van rechtspersonen die zijn gevestigd in de landen van het Erasmus+-programma, komen in aanmerking (8).
3.1. Welke aanvragers komen in aanmerking?
Volgende organisaties kunnen deelnemen:
|
— |
organisaties zonder winstoogmerk, verenigingen en ngo’s, met inbegrip van Europese jongeren-ngo’s; |
|
— |
maatschappelijke ondernemingen; |
|
— |
overheidsorganen op lokaal, regionaal of nationaal niveau; |
|
— |
verenigingen van regio’s; |
|
— |
Europese groeperingen voor territoriale samenwerking; |
|
— |
organen met winstoogmerk die actief zijn op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen, |
mits ze in een van de landen van het Erasmus+-programma zijn gevestigd.
Voor deze oproep moet een partnerschap bestaan uit minimaal vijf partners uit vijf verschillende landen die in aanmerking komen voor deelname aan het Erasmus+-programma. Aanvragende organisaties dienen aan te tonen dat ze in staat zijn een goede geografische balans te garanderen met betrekking tot partners uit landen van het Erasmus+-programma. Dit betekent een verdeling van de partners tussen de landen die in aanmerking komen, met partners uit verschillende regio’s (oost, west, noord en zuid).
3.2. In aanmerking komende landen
|
— |
EU-lidstaten: België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Kroatië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk en Zweden; |
|
— |
de landen van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) die lid zijn van de Europese Economische Ruimte (EER): IJsland, Liechtenstein, Noorwegen; |
|
— |
de kandidaat-lidstaten waarvoor een pretoetredingsstrategie bestaat overeenkomstig de algemene beginselen en voorwaarden zoals bepaald in de kaderovereenkomsten die met deze landen zijn gesloten voor hun deelname aan EU-programma’s: Noord-Macedonië, Servië (9) en Turkije. |
3.3. In aanmerking komende activiteiten
EU-financiering in het kader van deze oproep vindt plaats in de vorm van een actiesubsidie ter dekking van een deel van de door de geselecteerde organen gemaakte kosten bij het uitvoeren van een reeks activiteiten. Deze activiteiten moeten rechtstreeks verband houden met de algemene en specifieke doelstellingen uit deze oproep en moeten uitgewerkt worden in een projectbeschrijving die de volledige periode beslaat waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
De volgende soorten activiteiten komen in aanmerking:
|
— |
mobiliteitsactiviteiten, waaronder grootschalige uitwisselingen tussen jongeren, met inbegrip van (maar niet beperkt tot) networking en niet-formele of informele opleidingsmogelijkheden en de ontwikkeling van projecten door jongeren; |
|
— |
activiteiten die de toegang tot en de deelname van jongeren aan voor jongeren relevante EU-beleidsactiviteiten vergemakkelijken; |
|
— |
uitwisseling van ervaring en goede praktijken; networking en partnerschappen met andere jongerenorganisaties; deelname aan bijeenkomsten of seminars met andere belanghebbenden en/of beleidsmakers, ook met het oog op het vergroten van de invloed van beleid op doelgroepen, sectoren en/of systemen; |
|
— |
initiatieven en evenementen voor de ontwikkeling van netwerken van Europese ngo’s/maatschappelijke organisaties of EU-brede netwerken; |
|
— |
bewustmakings-, voorlichtings-, verspreidings- en promotieactiviteiten (seminars, workshops, campagnes, bijeenkomsten, publieke debatten, raadplegingen enz.) over beleidsprioriteiten van de EU op het gebied van jongeren. |
Activiteiten moeten grensoverschrijdend zijn en uitgevoerd kunnen worden op Europees, nationaal, regionaal of lokaal niveau.
Als transversaal beginsel zouden de deelnemende organisaties strategieën moeten volgen om aansluiting te vinden bij jongeren aan de basis met uiteenlopende achtergronden, zodat meer jongeren aan de basis kunnen worden bereikt.
De duur van het project moet tussen de 9 en 24 maanden liggen. De duur kan niet worden verlengd.
4. RESULTATEN EN DUUR VAN PROJECTEN
De gesubsidieerde projecten moeten hun verwachte bijdrage aan het jongerenbeleid van de EU aantonen door:
|
— |
voort te bouwen op de doelstellingen van de EU-strategie voor jongeren 2019-2027 en meer in het bijzonder door te laten zien hoe zij bijdragen aan de prioriteiten van de strategie „Jongeren betrekken, verbinden en versterken”; |
|
— |
voort te bouwen op de resultaten van projecten zoals „Een nieuw verhaal voor Europa”, de Europese jongerendoelstellingen en andere discussieprojecten en opiniepeilingen over de toekomst van Europa, en deze te koppelen aan beleidsontwikkeling op lokaal, regionaal, nationaal en Europees niveau; |
|
— |
de betrokkenheid van jongeren bij het democratisch bestel te verbeteren in termen van actief burgerschap en contact met besluitvormers (empowerment, nieuwe vaardigheden, betrokkenheid van jongeren bij het opzetten van projecten enz.); |
|
— |
bij te dragen aan het verbeteren van het vermogen van de jeugdsector die actief is aan de basis om transnationaal te werken, en door transnationaal leren en samenwerking tussen jongeren en besluitvormers te stimuleren; |
|
— |
de bestaande beste praktijken en reikwijdte op te schalen buiten de gebruikelijke netwerken; |
|
— |
hun resultaten op effectieve en aantrekkelijke wijze te verspreiden onder jongeren die betrokken zijn bij jongerenorganisaties, om zo de weg vrij te maken voor meer systematische partnerschappen, alsmede onder jongeren die niet betrokken zijn bij jongerenstructuren of die uit kansarme milieus afkomstig zijn. |
De duur van het project moet tussen de 9 en 24 maanden liggen. De duur kan niet worden verlengd.
5. TOEKENNINGSCRITERIA
In aanmerking komende aanvragen zullen worden beoordeeld op basis van uitsluitings-, selectie- en toekenningscriteria. De uitsluitings- en selectiecriteria zijn te vinden in de richtsnoeren voor aanvragers op: https://eacea.ec.europa.eu/erasmus-plus/funding_en
De toekenningscriteria voor de financiering van een voorstel zijn:
|
— |
relevantie van het project (30 %); |
|
— |
kwaliteit van het ontwerp en de uitvoering van het project (20 %); |
|
— |
kwaliteit van het partnerschap en de samenwerkingsregelingen (30 %). Hieronder valt ook de manier waarop jongeren betrokken worden bij alle fasen van de uitvoering van het project en de manier waarop rekening wordt gehouden met de oost-west- en noord-zuidas; |
|
— |
impact, verspreiding en duurzaamheid (20 %). |
Alleen voorstellen die:
|
— |
een minimumdrempel van 60 % van de totaalscore (d.w.z. de samengevoegde score voor de vier toekenningscriteria), en |
|
— |
een minimumdrempel van 50 % voor elk criterium hebben behaald, |
worden in aanmerking genomen voor EU-financiering.
6. BEGROTING
De totale begroting die beschikbaar is voor de medefinanciering van projecten in het kader van deze oproep, bedraagt 5 000 000 EUR.
De financiële bijdrage van de EU bedraagt minimaal 100 000 EUR en maximaal 500 000 EUR. De bijdrage is beperkt tot een medefinancieringspercentage van maximaal 80 % van de totale subsidiabele kosten van het project.
Het Agentschap behoudt zich het recht voor niet alle beschikbare middelen uit te keren.
7. INDIENINGSPROCEDURE EN UITERSTE INDIENINGSDATUM
De aanvraag moet online worden ingediend met gebruikmaking van het juiste elektronische formulier, dat volledig moet zijn ingevuld en alle relevante en van toepassing zijnde bijlagen en ondersteunende documenten moet bevatten.
Dit formulier is beschikbaar in het Engels, het Frans en het Duits op het volgende internetadres:
http://eacea.ec.europa.eu/erasmus-plus/funding_en
en moet naar behoren worden ingevuld in een van de officiële talen van de EU.
Het volledig ingevulde elektronische formulier moet uiterlijk op 18 juli 2019 — 12.00 uur ’s middags (Belgische tijd) online zijn ingediend, samen met de relevante bijlagen (10):
Aanvullende verplichte administratieve bijlagen moeten uiterlijk op dezelfde datum per e-mail naar het Agentschap worden gestuurd.
Aanvragers wordt verzocht alle informatie over de oproep tot het indienen van voorstellen EACEA/12/2019 en de indieningsprocedure zorgvuldig te lezen en de documenten te gebruiken die deel uitmaken van het aanvraagpakket. Dit is te vinden op:
https://eacea.ec.europa.eu/erasmus-plus/funding_en
8. ALLE INFORMATIE BETREFFENDE DE OPROEP
Alle informatie betreffende oproep EACEA/12/2019, waaronder de richtsnoeren voor aanvragers, is beschikbaar op de volgende website:
https://eacea.ec.europa.eu/erasmus-plus/funding_en
E-mail:
EACEA-YOUTH@ec.europa.eu
(1) Zie C(2018)774 van 15.2.2018 (WPI 3.18): https://ec.europa.eu/programmes/erasmus-plus/sites/erasmusplus2/files/c-2018-774-en.pdf
(2) Zie „Europese Jongeren”, Eurobarometer 455 (september 2017), gepubliceerd in januari 2018: http://ec.europa.eu/commfrontoffice/publicopinion/index.cfm/survey/getsurveydetail/instruments/flash/surveyky/2163
(3) http://europa.eu/rapid/press-release_SPEECH-17-3165_nl.htm
(4) Resolutie 2018/C 4556/014 van de Raad, gepubliceerd in december 2018: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:42018Y1218(01)&from=NL
(5) Zie https://europa.eu/youth/have-your-say/new-narrative-for-europe_nl
(6) https://ec.europa.eu/youth/policy/youth-strategy_en
(7) Flash Eurobarometer 478, http://ec.europa.eu/commfrontoffice/publicopinion/index.cfm/survey/getsurveydetail/instruments/special/surveyky/2224
(8) http://ec.europa.eu/programmes/erasmus-plus/sites/erasmusplus2/files/files/resources/erasmus-plus-programme-guide_nl.pdf
(9) De begrotingsaanpassingen doordat Servië een programmaland wordt van het Erasmus+-programma, gelden met ingang van 1 januari 2019, afhankelijk van de vaststelling van het besluit van de Commissie tot goedkeuring van de (wijzigingen van de) overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Servië betreffende deelname van de Republiek Servië aan „Erasmus+” (het programma van de Unie voor onderwijs, opleiding, jeugd en sport) met ingang van 1 januari 2019.
(10) Alle andere administratieve documenten die overeenkomstig de richtsnoeren voor aanvragers vereist zijn, moeten uiterlijk op 18 juli 2019, 12.00 uur ’s middags (Belgische tijd), per e-mail bij het Uitvoerend Agentschap Onderwijs, Audiovisuele Media en Cultuur zijn ingediend via het volgende e-mailadres: EACEA-YOUTH@ec.europa.eu.
Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO)
|
6.6.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 191/143 |
AANKONDIGING VAN EEN ALGEMEEN VERGELIJKEND ONDERZOEK
(2019/C 191/05)
Het Europees Bureau voor Personeelsselectie (EPSO) organiseert het volgende vergelijkend onderzoek:
|
|
EPSO/AD/374/19 — ADMINISTRATEURS (AD 7) OP DE VOLGENDE GEBIEDEN
|
De aankondiging wordt in 24 talen bekendgemaakt in Publicatieblad van de Europese Unie C 191 A van 6 juni 2019.
Zie voor meer informatie de website van EPSO: https://epso.europa.eu/