|
ISSN 1977-0995 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 169 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Mededelingen en bekendmakingen |
62e jaargang |
|
Inhoud |
Bladzijde |
|
|
|
II Mededelingen |
|
|
|
MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE |
|
|
|
Europese Commissie |
|
|
2019/C 169/01 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak M.9304 — Tenaris/Severstal/JV) ( 1 ) |
|
|
V Bekendmakingen |
|
|
|
PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE HANDELSPOLITIEK |
|
|
|
Europese Commissie |
|
|
2019/C 169/08 |
||
|
|
ANDERE HANDELINGEN |
|
|
|
Europese Commissie |
|
|
2019/C 169/09 |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst. |
|
NL |
|
II Mededelingen
MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE
Europese Commissie
|
17.5.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 169/1 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie
(Zaak M.9304 — Tenaris/Severstal/JV)
(Voor de EER relevante tekst)
(2019/C 169/01)
Op 10 mei 2019 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de interne markt te verklaren. Dit besluit is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1). De volledige tekst van het besluit is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:
|
— |
op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling Fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebesluiten op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector; |
|
— |
in elektronische vorm op de EUR-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/homepage.html?locale=nl) onder document nr. 32019M9304. EUR-Lex biedt onlinetoegang tot de communautaire wetgeving. |
IV Informatie
INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE
Raad
|
17.5.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 169/2 |
BESLUIT VAN DE RAAD
van 14 mei 2019
houdende benoeming van gewone en plaatsvervangende leden van het Raadgevend Comité voor het vrije verkeer van werknemers voor Hongarije
(2019/C 169/02)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 492/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2011 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Unie (1), en met name de artikelen 23 en 24,
Gezien de lijsten van kandidaten die de regeringen van de lidstaten bij de Raad hebben ingediend,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij zijn Besluiten van 28 september 2018 (2), 15 oktober 2018 (3), 19 november 2018 (4) en 18 februari 2019 (5) heeft de Raad de gewone en de plaatsvervangende leden van het Raadgevend Comité voor het vrije verkeer van werknemers benoemd voor het tijdvak van 25 september 2018 tot en met 24 september 2020. |
|
(2) |
De regering van Hongarije heeft voordrachten voor een aantal vacante zetels ingediend, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Tot gewone en plaatsvervangende leden van het Raadgevend Comité voor het vrije verkeer van werknemers worden benoemd voor het tijdvak dat loopt tot en met 24 september 2020:
II. VERTEGENWOORDIGERS VAN DE WERKNEMERSORGANISATIES
|
Land |
Leden |
Plaatsvervangende leden |
|
Hongarije |
Mevrouw Judit CZUGLERNÉ IVÁNY De heer László KOZÁK |
Mevrouw Annamária KUNERT |
Artikel 2
De Raad zal de nog niet voorgedragen leden en plaatsvervangers later benoemen.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 14 mei 2019.
Voor de Raad
De voorzitter
P. DAEA
(1) PB L 141 van 27.5.2011, blz. 1.
(2) Besluit van de Raad van 28 september 2018 houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Raadgevend Comité voor het vrije verkeer van werknemers (PB C 366 van 10.10.2018, blz. 3).
(3) Besluit van de Raad van 15 oktober 2018 houdende benoeming van gewone leden en plaatsvervangers voor Portugal van het Raadgevend Comité voor het vrije verkeer van werknemers (PB C 376 van 18.10.2018, blz. 9).
(4) Besluit van de Raad van 19 november 2018 houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers voor Italië van het Raadgevend Comité voor het vrije verkeer van werknemers (PB C 421 van 21.11.2018, blz. 7).
(5) Besluit van de Raad van 18 februari 2019 houdende benoeming van gewone en plaatsvervangende leden voor Griekenland van het Raadgevend Comité voor het vrije verkeer van werknemers (PB C 67 van 20.2.2019, blz. 2).
Europese Commissie
|
17.5.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 169/4 |
Wisselkoersen van de euro (1)
16 mei 2019
(2019/C 169/03)
1 euro =
|
|
Munteenheid |
Koers |
|
USD |
US-dollar |
1,1203 |
|
JPY |
Japanse yen |
122,81 |
|
DKK |
Deense kroon |
7,4678 |
|
GBP |
Pond sterling |
0,87463 |
|
SEK |
Zweedse kroon |
10,7590 |
|
CHF |
Zwitserse frank |
1,1306 |
|
ISK |
IJslandse kroon |
137,00 |
|
NOK |
Noorse kroon |
9,7513 |
|
BGN |
Bulgaarse lev |
1,9558 |
|
CZK |
Tsjechische koruna |
25,696 |
|
HUF |
Hongaarse forint |
324,28 |
|
PLN |
Poolse zloty |
4,2962 |
|
RON |
Roemeense leu |
4,7620 |
|
TRY |
Turkse lira |
6,7483 |
|
AUD |
Australische dollar |
1,6213 |
|
CAD |
Canadese dollar |
1,5039 |
|
HKD |
Hongkongse dollar |
8,7934 |
|
NZD |
Nieuw-Zeelandse dollar |
1,7063 |
|
SGD |
Singaporese dollar |
1,5340 |
|
KRW |
Zuid-Koreaanse won |
1 332,17 |
|
ZAR |
Zuid-Afrikaanse rand |
15,8555 |
|
CNY |
Chinese yuan renminbi |
7,7067 |
|
HRK |
Kroatische kuna |
7,4245 |
|
IDR |
Indonesische roepia |
16 188,34 |
|
MYR |
Maleisische ringgit |
4,6655 |
|
PHP |
Filipijnse peso |
58,797 |
|
RUB |
Russische roebel |
72,2886 |
|
THB |
Thaise baht |
35,396 |
|
BRL |
Braziliaanse real |
4,4784 |
|
MXN |
Mexicaanse peso |
21,3161 |
|
INR |
Indiase roepie |
78,4690 |
(1) Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.
INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE LIDSTATEN
|
17.5.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 169/5 |
Mededeling van de Commissie overeenkomstig de procedure van artikel 17, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1008/2008 van het Europees Parlement en de Raad inzake gemeenschappelijke regels voor de exploitatie van luchtdiensten in de Gemeenschap
Aanbesteding met betrekking tot de exploitatie van geregelde luchtdiensten overeenkomstig openbaredienstverplichtingen
(Voor de EER relevante tekst)
(2019/C 169/04)
|
Lidstaat |
Frankrijk |
||||||||||
|
Betrokken route |
Rodez-Parijs (Orly) |
||||||||||
|
Looptijd van het contract |
20 januari 2020-19 januari 2024 |
||||||||||
|
Uiterste datum voor de indiening van de inschrijvingen en de offertes |
24 juli 2019 (voor 12.00 uur plaatselijke tijd) |
||||||||||
|
Adres waar de tekst van de aanbesteding en alle relevante informatie en/of documentatie met betrekking tot de openbare aanbesteding en de openbaredienstverplichting kunnen worden verkregen |
|
|
17.5.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 169/6 |
Mededeling van de Commissie overeenkomstig de procedure van artikel 16, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1008/2008 van het Europees Parlement en de Raad inzake gemeenschappelijke regels voor de exploitatie van luchtdiensten in de Gemeenschap
Wijziging van openbaredienstverplichtingen met betrekking tot geregelde luchtdiensten
(Voor de EER relevante tekst)
(2019/C 169/05)
|
Lidstaat |
Finland |
|||||||
|
Betrokken route |
Mariehamn (MHQ)-Stockholm Arlanda (ARN) |
|||||||
|
Oorspronkelijke datum waarop de openbaredienstverplichtingen van kracht zijn geworden |
1 maart 2016 |
|||||||
|
Datum van inwerkingtreding van de wijzigingen |
1 maart 2020 |
|||||||
|
Adres waar de tekst en alle relevante informatie en/of documentatie met betrekking tot de gewijzigde openbaredienstverplichting kosteloos kunnen worden verkregen |
Meer informatie: Ålands Landskapsregering Adres:
|
|
17.5.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 169/7 |
Mededeling van de Commissie overeenkomstig de procedure van artikel 16, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1008/2008 van het Europees Parlement en de Raad inzake gemeenschappelijke regels voor de exploitatie van luchtdiensten in de Gemeenschap
Vaststelling van openbaredienstverplichtingen met betrekking tot geregelde luchtdiensten
(Voor de EER relevante tekst)
(2019/C 169/06)
|
Lidstaat |
Verenigd Koninkrijk |
||||
|
Betrokken routes |
Dundee Airport-Heathrow Airport Dundee Airport-Gatwick Airport Dundee Airport-Stansted Airport Dundee Airport-Luton Airport Dundee Airport-London City Airport Dundee Airport-Southend Airport |
||||
|
Datum waarop de openbaredienstverplichtingen van kracht worden |
30 oktober 2019 |
||||
|
Adres waar de tekst van en alle relevante informatie en/of documentatie over de openbaredienstverplichtingen kunnen worden verkregen |
Ter attentie van:
|
|
17.5.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 169/8 |
Mededeling van de Commissie overeenkomstig de procedure van artikel 17, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1008/2008 van het Europees Parlement en de Raad inzake gemeenschappelijke regels voor de exploitatie van luchtdiensten in de Gemeenschap
Aanbesteding met betrekking tot de exploitatie van geregelde luchtdiensten overeenkomstig openbaredienstverplichtingen
(Voor de EER relevante tekst)
(2019/C 169/07)
|
Lidstaat |
Verenigd Koninkrijk |
||||
|
Betrokken routes |
Dundee Airport-Heathrow Airport Dundee Airport-Gatwick Airport Dundee Airport-Stansted Airport Dundee Airport-Luton Airport Dundee Airport-London City Airport Dundee Airport-Southend Airport |
||||
|
Looptijd van het contract |
Twee jaar met de mogelijkheid tot verlenging met nog eens twee jaar. Oktober 2019 tot oktober 2023 |
||||
|
Uiterste datum voor de indiening van de inschrijvingen en de offertes |
61 dagen na de publicatie in het Publicatieblad van de EU |
||||
|
Adres waar de tekst van de aanbesteding en alle relevante informatie en/of documentatie met betrekking tot de openbare aanbesteding en de openbaredienstverplichting kunnen worden verkregen |
|
V Bekendmakingen
PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE HANDELSPOLITIEK
Europese Commissie
|
17.5.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 169/9 |
Bericht van opening betreffende het nieuwe onderzoek van de vrijwaringsmaatregelen die van toepassing zijn op de invoer van bepaalde staalproducten
(2019/C 169/08)
Op 31 januari 2019 heeft de Europese Commissie („de Commissie”) definitieve vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van bepaalde staalproducten ingesteld en haar voornemen aangekondigd om uiterlijk op 1 juli 2019 ambtshalve een eerste nieuw onderzoek te openen (1).
1. Bestaande maatregelen
De thans geldende maatregelen bestaan uit een tariefcontingent ten aanzien van de invoer in de Unie van 26 categorieën staalproducten. Deze maatregelen blijven van kracht tot en met 30 juni 2021.
Voor elk van deze productcategorieën, met uitzondering van productcategorie 1 (Bladen en strippen van niet-gelegeerd of ander gelegeerd staal, warm gewalst) is een deel van elk tariefcontingent aan specifieke landen toegewezen (landenspecifieke contingenten) en vrij beschikbaar tot het einde van elk van de drie jaarperioden waarin de maatregelen gelden. Voor productcategorie 1 en het resterende deel van elk tariefcontingent (zogenoemde residuele tariefcontingenten) is het desbetreffende jaarlijkse contingent in kwartalen verdeeld en in elk van deze kwartalen toegewezen op basis van het beginsel „wie het eerst komt, het eerst maalt”. Aan het einde van elk kwartaal worden de ongebruikte delen van het residuele contingent automatisch overgedragen naar het volgende kwartaal. Aan het einde van het laatste kwartaal van een jaarperiode wordt een eventueel niet-gebruikt saldo niet overgedragen naar de volgende periode. Indien het landenspecifieke contingent voor een bepaalde productcategorie is uitgeput, kan de invoer uit dat land onder het resterende deel van het residuele tariefcontingent voor dezelfde productcategorie worden voortgezet, zij het slechts in het laatste kwartaal van elke jaarperiode waarin de maatregelen van toepassing zijn.
Indien het desbetreffende tariefcontingent is uitgeput of indien de invoer van de onder de maatregelen vallende productcategorieën niet in aanmerking komt voor het desbetreffende tariefcontingent, wordt een bijkomend recht van 25 % toegepast op de nettoprijs, franco grens Unie, vóór inklaring, van het ingevoerde product.
2. Onderzocht product
Het onderzochte product omvat bepaalde staalproducten die in bijlage I bij dit bericht zijn opgenomen.
3. Gronden voor en reikwijdte van het nieuwe onderzoek
In overweging 161 van de uitvoeringsverordening van de Commissie tot instelling van definitieve vrijwaringsmaatregelen is bepaald dat de Commissie op grond van het belang van de Unie mogelijk het niveau of de toewijzing van de tariefcontingenten moet bijstellen in geval van veranderende omstandigheden tijdens de periode van instelling van de maatregelen.
Er werd van uitgegaan dat deze veranderde omstandigheden zich bijvoorbeeld kunnen manifesteren in het geval van een algemene stijging of daling van de vraag in de Unie voor sommige productcategorieën waardoor een herbeoordeling van het niveau van de tariefcontingenten nodig wordt, alsook de instelling van antidumping- of antisubsidiemaatregelen die aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor de toekomstige ontwikkeling van de invoer, of zelfs een ontwikkeling met betrekking tot de maatregelen van de VS op grond van afdeling 232 die een rechtstreekse impact kan hebben op de conclusies van dit onderzoek, met name op het vlak van handelsverlegging.
De Commissie kan ook onderzoeken of de bestaande werking van de maatregelen schadelijke effecten zou kunnen hebben ten aanzien van het behalen van de integratiedoelstellingen die met preferentiële handelspartners worden nagestreefd, bijvoorbeeld door een aanzienlijk risico te vormen voor hun stabilisering of economische ontwikkeling. Ten slotte heeft de Commissie zich er tevens toe verbonden de noodzaak van een actualisering van de lijst van ontwikkelingslanden die van het toepassingsgebied van de definitieve maatregelen zijn uitgesloten, opnieuw te onderzoeken op basis van hun meest recente invoerniveau.
Op basis hiervan en gezien de ontwikkeling van de invoer van aan vrijwaringsmaatregelen onderworpen staalproducten en hun overeenkomstige contingentgebruik sinds de instelling van de maatregelen is de Commissie voornemens de volgende kwesties specifiek te onderzoeken teneinde vast te stellen of er sprake is van veranderde omstandigheden waardoor een aanpassing van het niveau of de toewijzing van de bestaande tariefcontingenten gerechtvaardigd is:
|
A. |
De Commissie monitort dagelijks het gebruik van de tariefcontingenten. Op basis van het gebruik tot en met 4 april 2019 heeft de Commissie geconstateerd dat sommige landenspecifieke tariefcontingenten voor bepaalde productcategorieën evenals de overeenkomstige residuele tariefcontingenten voor het laatste kwartaal in vergelijking met de typische invoerniveaus ongebruikelijk snel zijn uitgeput (voordat twee maanden van de periode van vijf maanden zijn verstreken). Wat de landenspecifieke contingenten betreft, heeft Turkije zijn contingenten voor de categorieën 5, 13, 16, 17 en 25 uitgeput, Rusland zijn contingenten voor de categorieën 13 en 16, en China zijn contingenten voor de categorieën 4B en 15. Wat de residuele tariefcontingenten betreft, waren sommige tariefcontingenten reeds spoedig na de opening van de residuele contingenten op 1 april 2019 uitgeput of bijna uitgeput (2). De Commissie zal derhalve de redenen voor deze ontwikkelingen onderzoeken en vaststellen of zij het gevolg zijn van veranderde omstandigheden, zoals een aanzienlijk grotere vraag in de EU naar deze producten of enige andere materiële reden waaruit blijkt dat de huidige contingenten ontoereikend zijn, dan wel dat zij voortvloeien uit hamsterpraktijken of handelsverlegging ten gevolge van beperkende maatregelen die in het buitenland zijn genomen. |
|
B. |
Voor bepaalde productcategorieën is het residuele tariefcontingent snel uitgeput door de invoer uit een of meer landen die soms profiteren van landenspecifieke tariefcontingenten, waardoor traditionele invoerstromen uit andere landen worden verdrongen en de keuze van de consument derhalve wordt beperkt. Dit is bijvoorbeeld het geval geweest voor de productcategorieën 4B, 13 en 16. De Commissie zal daarom onderzoeken of dit feit het belang van de Unie heeft geschaad, met name wat betreft de noodzaak om traditionele handelsstromen te handhaven, en waar nodig mogelijke oplossingen voor deze situatie vaststellen. |
|
C. |
De Commissie zal onderzoeken of de werking van de bestaande vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van staal enig materieel risico heeft veroorzaakt voor de stabilisatie of de economische ontwikkeling van bepaalde preferentiële handelspartners in een mate die schadelijk is voor de integratiedoelstellingen van hun overeenkomsten met de EU. |
|
D. |
Krachtens Verordening (EU) 2015/478 (3) kunnen vrijwaringsmaatregelen niet worden toegepast ten aanzien van invoer van oorsprong uit een ontwikkelingsland dat lid is van de WTO zolang het aandeel van dat land in de totale invoer van het aan maatregelen onderworpen product niet meer dan 3 % bedraagt. In overweging 192 van de uitvoeringsverordening van de Commissie tot instelling van definitieve vrijwaringsmaatregelen is bepaald dat de Commissie de situatie regelmatig zal beoordelen en ten minste op het einde van elk jaar van toepassing van de maatregelen een nieuw onderzoek zal overwegen. De Commissie is daarom voornemens de lijst van ontwikkelingslanden die lid zijn van de WTO en die moeten worden uitgesloten van het toepassingsgebied van de maatregelen te actualiseren. |
|
E. |
Belanghebbenden wordt verzocht andere kwesties aan de orde te stellen — in verband met andere productcategorieën dan de hierboven reeds vermelde categorieën en voor zover het blijvende veranderende omstandigheden betreft in vergelijking met de situatie tijdens het oorspronkelijke onderzoek — waarvan de gevolgen mogelijk opnieuw moeten worden onderzocht en waardoor een aanpassing van het niveau of de toewijzing van de tariefcontingenten voor specifieke productcategorieën gerechtvaardigd kan zijn. Belanghebbenden die bijkomende kwesties aan de orde wensen te stellen, wordt verzocht voldoende inhoudelijke bewijsstukken ter ondersteuning van hun beweringen te verstrekken. |
4. Procedure
Nu de Commissie heeft vastgesteld dat er voldoende bewijsmateriaal is voor een nieuw onderzoek van bepaalde aspecten van de bestaande vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van staal, opent zij hierbij een nieuw onderzoek van de bestaande maatregelen dat beperkt is tot de hierboven gespecificeerde kwesties.
4.1. Schriftelijke opmerkingen
Teneinde alle relevante, voor het onderzoek noodzakelijk geachte informatie te verkrijgen, wordt de belanghebbenden hierbij verzocht hun standpunten kenbaar te maken, informatie in te dienen en de Commissie ondersteunend bewijsmateriaal te verstrekken. Deze informatie en het bewijsmateriaal ter onderbouwing daarvan moeten uiterlijk 15 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie in het bezit van de Commissie zijn. Belanghebbenden die opmerkingen indienen wordt verzocht in hun correspondentie duidelijk aan te geven op welke van de hierboven vermelde kwesties die opmerkingen betrekking hebben.
4.2. Mogelijkheid om opmerkingen te maken over door andere belanghebbenden ingediende informatie
Om het recht van verweer te waarborgen, moeten belanghebbenden de mogelijkheid hebben om opmerkingen te maken over de door andere belanghebbenden ingediende informatie. Daarbij mogen zij alleen ingaan op de kwesties die in de door de andere belanghebbenden ingediende informatie worden vermeld en mogen zij geen nieuwe kwesties aan de orde stellen.
Dergelijke opmerkingen moeten de Commissie bereiken binnen een termijn van zeven dagen vanaf het ogenblik waarop de onder punt 4.1 vermelde opmerkingen ter inzage beschikbaar zijn gemaakt voor belanghebbenden.
Het dossier voor inzage door belanghebbenden is toegankelijk via het platform TRON.tdi (https://tron.trade.ec.europa.eu/tron/TDI). Volg de instructies op die pagina om toegang te krijgen.
Bovenbedoeld tijdschema geldt onverminderd het recht van de Commissie de belanghebbenden in naar behoren gemotiveerde gevallen om aanvullende informatie te verzoeken.
Gezien de noodzaak om het nieuwe onderzoek binnen een kort tijdsbestek af te ronden — zie punt 6 — en het feit dat belanghebbenden de mogelijkheid krijgen opmerkingen te maken over de opmerkingen van andere belanghebbenden, waardoor zij voldoende kansen krijgen om hun belangen te verdedigen, zal de Commissie in het kader van dit onderzoek geen hoorzittingen organiseren.
4.3. Indiening van informatie en verlenging van in dit bericht gespecificeerde termijnen
In de regel kunnen belanghebbenden alleen binnen de in dit bericht gespecificeerde termijnen informatie indienen. Een eventuele verlenging van de in dit bericht vermelde termijnen kan slechts in uitzonderlijke omstandigheden worden aangevraagd en wordt alleen verleend indien dit naar behoren gerechtvaardigd is. Naar behoren gerechtvaardigde uitzonderlijke verlengingen van de termijn voor het indienen van opmerkingen worden normaliter beperkt tot drie extra dagen.
4.4. Instructies voor schriftelijke opmerkingen en de verzending van ingevulde vragenlijsten en correspondentie
Informatie die aan de Commissie wordt verstrekt in het kader van een handelsbeschermingsprocedure, moet vrij zijn van auteursrechten. Alvorens aan de Commissie informatie en/of gegevens te verstrekken die onderworpen zijn aan het auteursrecht van derden, moeten belanghebbenden de houder van het auteursrecht specifiek verzoeken de Commissie uitdrukkelijk toestemming te verlenen om a) voor deze handelsbeschermingsprocedure gebruik te maken van de informatie en gegevens, en b) de informatie en/of gegevens te verstrekken aan belanghebbenden in dit onderzoek, in een vorm die hun de mogelijkheid biedt hun recht van verweer uit te oefenen.
Alle schriftelijke opmerkingen die door de belanghebbenden worden verstrekt en waarvoor om een vertrouwelijke behandeling wordt verzocht, moeten voorzien zijn van de vermelding „Limited” (4). Belanghebbenden die in de loop van dit onderzoek informatie indienen, wordt verzocht hun verzoek om vertrouwelijke behandeling met redenen te omkleden.
Belanghebbenden die informatie met de vermelding „Limited” verstrekken, moeten hiervan krachtens artikel 8, van Verordening (EU) 2015/478 (5) en artikel 5 van Verordening (EU) 2015/755 (6) een niet-vertrouwelijke samenvatting indienen, voorzien van de vermelding „For inspection by interested parties”. Deze samenvatting moet gedetailleerd genoeg zijn om een redelijk inzicht te verschaffen in de wezenlijke inhoud van de als vertrouwelijk verstrekte informatie en moet de Commissie tegelijkertijd met de „Limited”-versie bereiken.
Als een belanghebbende die vertrouwelijke informatie verstrekt, geen geldige redenen voor het verzoek om een vertrouwelijke behandeling aanvoert of geen niet-vertrouwelijke samenvatting daarvan indient met de vereiste vorm en inhoud, kan de Commissie deze informatie buiten beschouwing laten, tenzij aan de hand van geëigende bronnen aannemelijk wordt gemaakt dat de informatie juist is.
Belanghebbenden wordt verzocht alle opmerkingen en verzoeken, met inbegrip van gescande volmachten en certificaten, in te dienen via TRON.tdi (https://webgate.ec.europa.eu/tron/TDI). Door TRON.tdi of e-mail te gebruiken, stemmen belanghebbenden in met de geldende voorschriften inzake elektronisch ingediende opmerkingen, die zijn vervat in het document „CORRESPONDENTIE MET DE EUROPESE COMMISSIE IN HANDELSBESCHERMINGSZAKEN” op de website van het directoraat-generaal Handel (http://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2014/june/tradoc_152578.pdf).
Belanghebbenden moeten hun naam, adres, telefoonnummer en een geldig e-mailadres vermelden en ervoor zorgen dat het verstrekte e-mailadres een actief, officieel en zakelijk e-mailadres is dat iedere dag wordt gecontroleerd. Zodra contactgegevens zijn verstrekt, verloopt de communicatie van de Commissie met belanghebbenden uitsluitend via TRON.tdi of per e-mail, behalve indien zij er uitdrukkelijk om verzoeken alle documenten van de Commissie via een ander communicatiemiddel te ontvangen, of het document wegens de aard ervan per aangetekend schrijven moet worden verzonden. Voor nadere voorschriften en informatie over de correspondentie met de Commissie, met inbegrip van de beginselen die van toepassing zijn op via TRON.tdi verzonden opmerkingen, moeten belanghebbenden de hierboven genoemde instructies voor de communicatie met belanghebbenden raadplegen.
Correspondentieadres van de Commissie:
|
Europese Commissie |
|
Directoraat-generaal Handel |
|
Directoraat H, eenheid H5 |
|
Kamer CHAR 03/66 |
|
1049 Brussel |
|
BELGIË |
|
TRON.tdi: https://webgate.ec.europa.eu/tron/tdi |
|
E-mail: TRADE-SAFE009-REVIEW@ec.europa.eu |
5. Tijdschema voor het nieuwe onderzoek
Teneinde onzekerheid en onnodige verstoring van het huidige stelsel van vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van staal te vermijden, wordt het huidige nieuwe onderzoek zo spoedig mogelijk en indien mogelijk vóór 30 september 2019 afgerond.
6. Niet-medewerking
Wanneer belanghebbenden de vereiste informatie niet binnen de gestelde termijn verstrekken of het onderzoek aanmerkelijk belemmeren, kunnen overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EU) 2015/478 en artikel 3 van Verordening (EU) 2015/755 conclusies worden getrokken op basis van de beschikbare gegevens. Wanneer blijkt dat een belanghebbende onjuiste of misleidende inlichtingen heeft verstrekt, kunnen deze buiten beschouwing worden gelaten en kan van de beschikbare gegevens gebruik worden gemaakt.
7. Raadadviseur-auditeur
De raadadviseur-auditeur fungeert als tussenpersoon tussen de belanghebbenden en de onderzoeksdiensten van de Commissie. Hij behandelt verzoeken om toegang tot het dossier, geschillen over de vertrouwelijkheid van documenten, verzoeken om termijnverlenging en alle andere verzoeken betreffende het recht van verweer van belanghebbenden en van derden die tijdens de procedure kunnen worden ingediend.
Belanghebbenden kunnen erom vragen dat de raadadviseur-auditeur intervenieert. In beginsel zijn deze interventies beperkt tot de kwesties die tijdens het onderhavige nieuwe onderzoek aan het licht zijn gekomen.
Een verzoek om interventie door de raadadviseur-auditeur moet schriftelijk worden ingediend en met redenen worden omkleed. In beginsel gelden de in punt 5.1 tot en met punt 5.3 vastgestelde termijnen voor de indiening van opmerkingen bij de Commissie mutatis mutandis voor verzoeken om interventie door de raadadviseur-auditeur. Wanneer dergelijke verzoeken buiten de desbetreffende termijnen worden ingediend, kan de raadadviseur-auditeur ook de redenen voor deze late verzoeken onderzoeken, met inachtneming van de belangen van goed bestuur en de tijdige voltooiing van het onderzoek.
Belanghebbenden die contact willen opnemen, vinden de nodige gegevens en nadere informatie op de pagina’s van de raadadviseur-auditeur op de website van DG Handel (http://ec.europa.eu/trade/trade-policy-and-you/contacts/hearing-officer).
8. Verwerking van persoonsgegevens
Persoonsgegevens die in het kader van dit onderzoek worden verzameld, zullen worden behandeld in overeenstemming met Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad (7).
Een privacyverklaring die alle particulieren op de hoogte brengt van de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de handelsbeschermingsactiviteiten van de Commissie is beschikbaar op de website van DG Handel (http://trade.ec.europa.eu/doclib/html/157639.htm).
(1) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/159 van de Commissie van 31 januari 2019 tot instelling van definitieve vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van de invoer van bepaalde staalproducten (PB L 31 van 1.2.2019, blz. 27).
(2) In tegenstelling tot de categorieën 4B en 16, die in de periode februari-maart 2019 volledig zijn uitgeput, was er in die periode nog een relevant volume ongebruikt residueel tariefcontingent voor categorie 13. Het contingentgebruik begin april 2019 weerspiegelde dus niet volledig het werkelijke beschikbare tariefcontingent. Zoals bepaald in artikel 1, lid 4, van Verordening (EU) 2019/159 worden de ongebruikte delen in een kwartaal automatisch met een vertraging van 20 werkdagen overgedragen naar het volgende kwartaal (begin mei 2019). Dit betekent dat er begin mei 2019 opnieuw tariefcontingenten voor deze productcategorie beschikbaar zullen zijn.
(3) PB L 83 van 27.3.2015, blz. 16.
(4) Een „Limited”-document wordt beschouwd als vertrouwelijk in de zin van artikel 8 van Verordening (EU) 2015/478, artikel 5 van Verordening (EU) 2015/755 en artikel 3.2 van de WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen. Het is ook een beschermd document krachtens artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43).
(5) PB L 83 van 27.3.2015, blz. 16.
(6) PB L 123 van 19.5.2015, blz. 33.
(7) Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).
BIJLAGE
Lijst van productcategorieën waarop definitieve vrijwaringsmaatregelen van toepassing zijn
|
Productnummer |
Productcategorie |
|
1 |
Bladen en strippen van niet-gelegeerd of ander gelegeerd staal, warm gewalst |
|
2 |
Niet-gelegeerde en ander gelegeerde koudgewalste platen |
|
3.A |
Elektroplaten (andere dan met gerichte korrels) |
|
3.B |
|
|
4.A |
Metallisch beklede bladen |
|
4.B |
|
|
5 |
Organisch beklede platen |
|
6 |
Blik |
|
7 |
Kwartoplaten van niet-gelegeerd of ander gelegeerd staal |
|
8 |
Roestvrije warmgewalste platen en banden |
|
9 |
Roestvrije koudgewalste platen en banden |
|
10 |
Roestvrije warmgewalste kwartoplaten |
|
12 |
Niet-gelegeerd en ander gelegeerd staafstaal, waaronder lichte profielen |
|
13 |
Betonstaal |
|
14 |
Staven en lichte profielen van roestvrij staal |
|
15 |
Walsdraad van roestvrij staal |
|
16 |
Niet-gelegeerde en ander gelegeerde walsdraad |
|
17 |
Walsdraad, staven en profielen, van ijzer of van niet-gelegeerd staal |
|
18 |
Damwand profielen |
|
19 |
Spoorwegmateriaal |
|
20 |
Gasbuizen |
|
21 |
Holle profielen |
|
22 |
Naadloze buizen en pijpen van roestvrij staal |
|
24 |
Andere naadloze buizen |
|
25 |
Grote belaste buizen |
|
27 |
Staven van niet-gelegeerd of ander gelegeerd staal, door koud nabewerken verkregen |
|
28 |
Draad van niet-gelegeerd staal |
ANDERE HANDELINGEN
Europese Commissie
|
17.5.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 169/16 |
Kennisgeving aan ISLAMITISCHE STAAT IN IRAK EN DE LEVANT — KHORASAN (ISIS-K), toegevoegd aan de lijst bedoeld in de artikelen 2, 3 en 7 van Verordening (EG) nr. 881/2002 van de Raad van 27 mei 2002 tot vaststelling van bepaalde specifieke beperkende maatregelen tegen sommige personen en entiteiten die banden hebben met de organisaties ISIS (Da’esh) en Al Qaida, overeenkomstig Verordening (EU) 2019/791 van de Commissie
(2019/C 169/09)
1.
Besluit (GBVB) 2016/1693 van de Raad (1) roept de Unie op de tegoeden en economische middelen te bevriezen van de leden van de organisaties ISIS (Da’esh) en Al Qaida en andere daarmee verbonden personen, groepen, ondernemingen en entiteiten, als bedoeld in de lijst die is opgesteld op grond van Resolutie 1267(1999) en Resolutie 1333(2000) van de VN-Veiligheidsraad, die regelmatig wordt bijgewerkt door het VN-comité dat is ingesteld bij Resolutie 1267(1999) van de VN-Veiligheidsraad.De door dit VN-comité opgestelde lijst omvat:
|
— |
ISIS (Da’esh) en Al Qaida; |
|
— |
natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten, lichamen en groepen die banden hebben met ISIS (Da’esh) en Al Qaida, alsmede |
|
— |
rechtspersonen, entiteiten en lichamen die in handen zijn van of gecontroleerd worden door, of op enige andere wijze ondersteuning bieden aan deze personen, entiteiten, lichamen en groepen. |
Handelingen of activiteiten die erop wijzen dat een persoon, groep, onderneming of entiteit „verbonden is met” ISIS (Da’esh) en Al Qaida, zijn:
|
a) |
deelnemen aan het financieren, plannen, faciliteren, voorbereiden of uitvoeren van handelingen of activiteiten van, in samenhang met, uit naam van, ten behoeve van of ter ondersteuning van ISIS (Da’esh) en Al Qaida, of een cel, afdeling, splintergroepering of afsplitsing daarvan; |
|
b) |
leveren, verkopen of overdragen van wapens of daarmee verband houdend materieel aan bedoelde personen of organisaties; |
|
c) |
aanwerven van personeel voor bedoelde personen of organisaties, of |
|
d) |
op andere wijze ondersteunen van handelingen of activiteiten van bedoelde personen of organisaties. |
2.
Op 14 mei 2019 heeft de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties besloten ISLAMITISCHE STAAT IN IRAK EN DE LEVANT — KHORASAN (ISIS-K) toe te voegen aan de ISIS (Da’esh)- en Al Qaida-lijst van het Sanctiecomité.ISLAMITISCHE STAAT IN IRAK EN DE LEVANT – KHORASAN (ISIS-K) kan te allen tijde een verzoek richten aan de ombudsman van de Verenigde Naties, met ondersteunende documentatie, tot heroverweging van de gronden waarop hij op de bovengenoemde VN-lijst is geplaatst. Dit verzoek dient aan het volgende adres te worden gericht:
|
United Nations — Office of the Ombudsperson |
|
Room TB-08041D |
|
New York, NY 10017 |
|
VERENIGDE STATEN VAN AMERIKA |
|
Tel. +1 2129632671 |
|
Fax: +1 2129631300/3778 |
|
E-mail: ombudsperson@un.org |
Zie voor meer informatie: https://www.un.org/sc/suborg/en/sanctions/1267/aq_sanctions_list/procedures-for-delisting
3.
Naar aanleiding van het in punt 2 genoemde besluit van de VN heeft de Commissie Uitvoeringsverordening (EU) 2019/791 (2) vastgesteld tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 881/2002 van de Raad van 27 mei 2002 tot vaststelling van bepaalde specifieke beperkende maatregelen tegen sommige personen en entiteiten die banden hebben met de organisaties ISIS (Da’esh) en Al Qaida (3). Bij die wijziging, die overeenkomstig artikel 7, lid 1, onder a), en artikel 7 bis, lid 1, van Verordening (EG) nr. 881/2002 is verricht, wordt ISLAMITISCHE STAAT IN IRAK EN DE LEVANT — KHORASAN (ISIS-K) toegevoegd aan de lijst in bijlage I bij die verordening (hierna „bijlage I” genoemd).De onderstaande maatregelen van Verordening (EG) nr. 881/2002 zijn van toepassing op de in bijlage I vermelde personen en entiteiten:
|
1) |
de bevriezing van alle tegoeden en economische middelen die toebehoren aan, eigendom zijn of in het bezit zijn van deze personen en entiteiten, alsmede het voor iedereen geldende verbod op de terbeschikkingstelling, direct of indirect, van tegoeden en economische middelen aan of ten behoeve van deze personen en entiteiten (artikelen 2 en 2 bis), alsmede |
|
2) |
het verbod op de directe of indirecte verstrekking, verkoop, levering of overdracht aan deze personen en entiteiten van technisch advies, bijstand of opleiding in verband met militaire activiteiten (artikel 3). |
4.
Artikel 7 bis van Verordening (EG) nr. 881/2002 voorziet in een toetsing wanneer opmerkingen zijn ingediend over de gronden voor opname op de lijst door wie op de lijst is geplaatst. De personen en entiteiten die bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/791 aan bijlage I zijn toegevoegd, kunnen de Commissie verzoeken om een toelichting over de redenen waarom zij op de lijst zijn opgenomen. Dit verzoek dient aan het volgende adres te worden gericht:|
Europese Commissie |
|
„Beperkende maatregelen” |
|
Wetstraat 200 |
|
1049 Brussel |
|
BELGIË |
5.
De betrokken personen en entiteiten kunnen tegen Uitvoeringsverordening (EU) 2019/791 beroep instellen bij het Gerecht van de Europese Unie, overeenkomstig artikel 263, vierde en zesde alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
6.
Voor de goede orde worden de in bijlage I vermelde personen en entiteiten erop geattendeerd dat zij een verzoek kunnen richten tot de bevoegde autoriteiten van de lidstaat of lidstaten, als vermeld in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 881/2002, om een machtiging te verkrijgen om bevroren tegoeden en economische middelen te gebruiken voor essentiële behoeften of specifieke betalingen, in overeenstemming met artikel 2 bis van die verordening.
(1) PB L 255 van 21.9.2016, blz. 25.