|
ISSN 1977-0995 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 9 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Mededelingen en bekendmakingen |
62e jaargang |
|
Inhoud |
Bladzijde |
|
|
|
II Mededelingen |
|
|
|
MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE |
|
|
|
Europese Commissie |
|
|
2019/C 9/01 |
Intrekking van een aanmelding van een concentratie (Zaak M.8907 — Aperam/VDM) ( 1 ) |
|
|
2019/C 9/02 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak M.9087 — Mondi Štětí/Holzindustrie Maresch/Eco-Investment/Labe Wood) ( 1 ) |
|
|
IV Informatie |
|
|
|
INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE |
|
|
|
Raad |
|
|
2019/C 9/03 |
||
|
2019/C 9/04 |
||
|
|
Europese Commissie |
|
|
2019/C 9/05 |
||
|
|
INFORMATIE OVER DE EUROPESE ECONOMISCHE RUIMTE |
|
|
|
Toezichthoudende Autoriteit van de EVA |
|
|
2019/C 9/06 |
|
|
V Bekendmakingen |
|
|
|
GERECHTELIJKE PROCEDURES |
|
|
|
EVA-Hof |
|
|
2019/C 9/07 |
||
|
2019/C 9/08 |
||
|
2019/C 9/09 |
||
|
2019/C 9/10 |
||
|
|
PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID |
|
|
|
Europese Commissie |
|
|
2019/C 9/11 |
Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak M.9221 — CMA CGM/CEVA) ( 1 ) |
|
|
2019/C 9/12 |
Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak M.9232 — Ivanhoe Cambridge/Macquarie/RHP Manager/RHP Platform) — Voor de vereenvoudigde procedure in aanmerking komende zaak ( 1 ) |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst. |
|
NL |
|
II Mededelingen
MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE
Europese Commissie
|
10.1.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 9/1 |
Intrekking van een aanmelding van een concentratie
(Zaak M.8907 — Aperam/VDM)
(Voor de EER relevante tekst)
(2019/C 9/01)
(Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad)
Op 23 oktober 2018 heeft de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1) ontvangen.
Deze aanmelding betreft de volgende ondernemingen:
|
— |
Aperam SA („Aperam”, Luxemburg), en |
|
— |
VDM Metals Holding GmbH („VDM”, Duitsland). |
Aperam verkrijgt zeggenschap in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), van de concentratieverordening over het geheel van VDM.
De concentratie komt tot stand door de verwerving van aandelen.
Op 29 november 2018 heeft de Europese Commissie besloten de procedure van artikel 6, lid 1, onder c), van de EG-concentratieverordening in te leiden. Op 21 december 2018 heeft/hebben de aanmeldende partij/partijen de Europese Commissie ervan in kennis gesteld dat zij deze aanmelding introk/introkken en aangetoond dat zij afziet/afzien van de concentratie.
(1) PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1 (de „concentratieverordening”).
|
10.1.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 9/1 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie
(Zaak M.9087 — Mondi Štětí/Holzindustrie Maresch/Eco-Investment/Labe Wood)
(Voor de EER relevante tekst)
(2019/C 9/02)
Op 29 november 2018 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de interne markt te verklaren. Dit besluit is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1). De volledige tekst van het besluit is slechts beschikbaar in het Duits en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:
|
— |
op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling Fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebesluiten op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector; |
|
— |
in elektronische vorm op de EUR-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/homepage.html?locale=nl) onder document nr. 32018M9087. EUR-Lex biedt onlinetoegang tot de communautaire wetgeving. |
IV Informatie
INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE
Raad
|
10.1.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 9/2 |
Kennisgeving aan de personen die onderworpen zijn aan de beperkende maatregelen van Besluit (GBVB) 2017/1775 van de Raad betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Mali
(2019/C 9/03)
De volgende informatie wordt ter kennis gebracht van de personen die op de lijst staan in de bijlage bij Besluit (GBVB) 2017/1775 van de Raad (1), zoals uitgevoerd bij Uitvoeringsbesluit (GBVB) 2019/29 van de Raad (2), betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Mali.
Op 20 december 2018 heeft het bij punt 9 van VNVR-resolutie 2374 (2017) ingestelde Comité van de Verenigde Naties drie personen toegevoegd aan de lijst van personen die zijn onderworpen aan een reisverbod als bedoeld in de punten 1 tot en met 3 van Resolutie 2374 (2017).
De betrokken personen kunnen te allen tijde, onder overlegging van bewijsstukken, het VN-comité dat is opgericht op grond van punt 9 van Resolutie 2374 (2017) van de VN-Veiligheidsraad, verzoeken om heroverweging van het besluit deze personen op de VN-lijst te plaatsen. Dit verzoek dient aan het volgende adres te worden gericht:
|
United Nations — Focal point for delisting |
|
Security Council Subsidiary Organs Branch |
|
Room S-3055 E |
|
New York, NY 10017 |
|
VERENIGDE STATEN VAN AMERIKA |
Zie voor meer informatie: https://www.un.org/sc/suborg/sites/www.un.org.sc.suborg/files/2374_mali_committee_guidelines_en.pdf
Aansluitend op het VN-besluit heeft de Raad van de Europese Unie bepaald dat de reisbeperkingen bedoeld in artikel 1 van Besluit (GBVB) 2017/1775 van toepassing moeten zijn op die personen.
De betrokken personen kunnen, onder overlegging van bewijsstukken, op onderstaand adres een verzoek bij de Raad indienen tot heroverweging van het besluit hen op bovengenoemde lijst te plaatsen:
|
Raad van de Europese Unie |
|
Secretariaat-generaal |
|
RELEX.1.C |
|
Wetstraat 175 |
|
1048 Brussel |
|
BELGIË |
|
E-mail: sanctions@consilium.europa.eu |
Tot slot wordt u er tevens op geattendeerd dat u tegen het besluit van de Raad beroep kunt instellen bij het Gerecht van de Europese Unie, volgens de voorwaarden van artikel 275, tweede alinea, en artikel 263, vierde en zesde alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
|
10.1.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 9/3 |
Kennisgeving aan de betrokkenen op wie de beperkende maatregelen van Besluit (GBVB) 2017/1775 van de Raad betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Mali van toepassing zijn
(2019/C 9/04)
De aandacht van de betrokkenen wordt gevestigd op onderstaande informatie, overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad (1).
De rechtsgrondslag voor deze verwerking wordt gevormd door Besluit (GBVB) 2017/1775 van de Raad (2), zoals uitgevoerd bij Uitvoeringsbesluit (GBVB) 2019/29 van de Raad (3).
De verantwoordelijke voor de verwerking is de Raad van de Europese Unie, die wordt vertegenwoordigd door de directeur-generaal van RELEX (Buitenlandse Zaken, Uitbreiding, Civiele Bescherming) van het secretariaat-generaal van de Raad. RELEX.1.C, de met de verwerking belaste dienst, is bereikbaar op het volgende adres:
|
Raad van de Europese Unie |
|
Secretariaat-generaal |
|
RELEX.1.C |
|
Wetstraat 175 |
|
1048 Brussel |
|
BELGIË |
|
E-mail: sanctions@consilium.europa.eu |
Het doel van de verwerking is het opstellen en actualiseren van de lijst van personen die aan beperkende maatregelen onderworpen zijn in overeenstemming met Besluit (GBVB) 2017/1775, zoals uitgevoerd bij Uitvoeringsbesluit (GBVB) 2019/29.
De betrokkenen zijn de natuurlijke personen die voldoen aan de criteria voor plaatsing op de lijst als vastgesteld in Besluit (GBVB) 2017/1775.
De verzamelde persoonsgegevens omvatten gegevens die nodig zijn voor de correcte identificatie van de betrokken persoon, de motivering en eventuele andere daarmee verband houdende gegevens.
De verzamelde persoonsgegevens kunnen zo nodig worden gedeeld met de Europese Dienst voor extern optreden en de Commissie.
Onverminderd de beperkingen uit hoofde van artikel 25 van Verordening (EU) 2018/1725 worden de rechten van de betrokkenen, waaronder het recht van toegang, het recht op rectificatie en het recht van bezwaar, uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1725.
De persoonsgegevens worden bewaard gedurende vijf jaar vanaf het moment waarop de betrokkene is geschrapt van de lijst van personen waarop de beperkende maatregelen van toepassing zijn of totdat de geldigheidsduur van de maatregel is verstreken, of voor de duur van eventueel begonnen gerechtelijke procedures.
Onverminderd een eventueel gerechtelijk of administratief beroep of een buitengerechtelijke voorziening, kunnen betrokkenen bij de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming een klacht indienen overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1725.
(1) PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39.
Europese Commissie
|
10.1.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 9/4 |
Wisselkoersen van de euro (1)
9 januari 2019
(2019/C 9/05)
1 euro =
|
|
Munteenheid |
Koers |
|
USD |
US-dollar |
1,1455 |
|
JPY |
Japanse yen |
124,70 |
|
DKK |
Deense kroon |
7,4661 |
|
GBP |
Pond sterling |
0,89913 |
|
SEK |
Zweedse kroon |
10,2268 |
|
CHF |
Zwitserse frank |
1,1230 |
|
ISK |
IJslandse kroon |
136,90 |
|
NOK |
Noorse kroon |
9,7668 |
|
BGN |
Bulgaarse lev |
1,9558 |
|
CZK |
Tsjechische koruna |
25,629 |
|
HUF |
Hongaarse forint |
321,85 |
|
PLN |
Poolse zloty |
4,2968 |
|
RON |
Roemeense leu |
4,6737 |
|
TRY |
Turkse lira |
6,3399 |
|
AUD |
Australische dollar |
1,5982 |
|
CAD |
Canadese dollar |
1,5172 |
|
HKD |
Hongkongse dollar |
8,9789 |
|
NZD |
Nieuw-Zeelandse dollar |
1,6908 |
|
SGD |
Singaporese dollar |
1,5533 |
|
KRW |
Zuid-Koreaanse won |
1 284,16 |
|
ZAR |
Zuid-Afrikaanse rand |
16,0136 |
|
CNY |
Chinese yuan renminbi |
7,8226 |
|
HRK |
Kroatische kuna |
7,4281 |
|
IDR |
Indonesische roepia |
16 180,19 |
|
MYR |
Maleisische ringgit |
4,7132 |
|
PHP |
Filipijnse peso |
59,887 |
|
RUB |
Russische roebel |
76,8925 |
|
THB |
Thaise baht |
36,662 |
|
BRL |
Braziliaanse real |
4,2245 |
|
MXN |
Mexicaanse peso |
22,1006 |
|
INR |
Indiase roepie |
80,6365 |
(1) Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.
INFORMATIE OVER DE EUROPESE ECONOMISCHE RUIMTE
Toezichthoudende Autoriteit van de EVA
|
10.1.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 9/5 |
Bekendmaking van de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA betreffende de bij terugvordering van staatssteun toe te passen rentepercentages en referentie- en disconteringspercentages voor de EVA-staten, zoals die met ingang van 1 januari 2019 gelden
(Bekendgemaakt overeenkomstig de voorschriften betreffende de referentie- en disconteringspercentages in deel VII van de richtsnoeren staatssteun van de Autoriteit en artikel 10 van Besluit nr. 195/04/COL van de Autoriteit van 14 juli 2004 (1) )
(2019/C 9/06)
De basispercentages worden berekend overeenkomstig het hoofdstuk over de methode waarmee de referentie- en disconteringspercentages worden vastgesteld in de richtsnoeren staatssteun van de Autoriteit, gewijzigd bij Besluit nr. 788/08/COL van de Autoriteit van 17 december 2008. Om de toepasselijke referentiepercentages te verkrijgen, worden overeenkomstig de richtsnoeren staatssteun passende marges toegevoegd aan het basispercentage.
De basispercentages zijn als volgt vastgesteld:
|
|
IJsland |
Liechtenstein |
Noorwegen |
|
1.1.2019- |
4,93 |
- 0,53 |
1,25 |
(1) PB L 139 van 25.5.2006, blz. 37, en EER-supplement nr. 26 van 25.5.2006, blz. 1.
V Bekendmakingen
GERECHTELIJKE PROCEDURES
EVA-Hof
|
10.1.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 9/6 |
Beroep tegen IJsland, ingesteld door de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA op 9 november 2018
(Zaak E-3/18)
(2019/C 9/07)
Op 9 november 2018 is bij het EVA-Hof beroep ingesteld tegen IJsland door de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA, vertegenwoordigd door Carsten Zatschler, Catherine Howdle en Ingibjörg Ólöf Vilhjálmsdóttir, optredend als gemachtigden van de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA, Belliardstraat 35, 1040 Brussel, BELGIË.
De Toezichthoudende Autoriteit van de EVA vraagt het EVA-Hof:
|
1. |
te verklaren dat IJsland niet de maatregelen heeft vastgesteld die nodig zijn om de in punt 7ja van Bijlage XIX bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte genoemde handeling (Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1051 van de Commissie van 1 juli 2015 betreffende de modaliteiten voor de uitvoering van de taken van het platform voor onlinebeslechting van geschillen, de modaliteiten voor het elektronische klachtenformulier en de modaliteiten voor de samenwerking binnen het netwerk van contactpunten zoals bedoeld in Verordening (EU) nr. 524/2013 van het Europees Parlement en de Raad betreffende onlinebeslechting van consumentengeschillen), zoals aangepast bij Protocol 1 bij de EER-Overeenkomst, in zijn interne rechtsorde op te nemen zoals vereist door artikel 7 van de EER-Overeenkomst; |
|
2. |
IJsland te verwijzen in de kosten van de procedure. |
Feiten en argumenten:
|
— |
Het verzoek betreft het feit dat IJsland op 23 april 2018 nog geen gevolg had gegeven aan een met redenen omkleed advies dat de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA op 21 februari 2018 had uitgebracht met betrekking tot het door deze Staat niet-implementeren in zijn nationale rechtsorde van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1051 van de Commissie van 1 juli 2015 betreffende de modaliteiten voor de uitvoering van de taken van het platform voor onlinebeslechting van geschillen, de modaliteiten voor het elektronische klachtenformulier en de modaliteiten voor de samenwerking binnen het netwerk van contactpunten zoals bedoeld in Verordening (EU) nr. 524/2013 van het Europees Parlement en de Raad betreffende onlinebeslechting van consumentengeschillen, als genoemd in punt 7ja van Bijlage XIX bij de Overeenkomst betreffende Europese Economische Ruimte, zoals aangepast aan die Overeenkomst bij Protocol 1 daarbij (hierna „de handeling” genoemd). |
|
— |
De Toezichthoudende Autoriteit van de EVA betoogt dat IJsland zijn verplichtingen uit hoofde van artikel 7 van de EER-Overeenkomst niet is nagekomen door niet binnen de gestelde termijn de nodige maatregelen vast te stellen om de handeling om te zetten. |
|
10.1.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 9/7 |
Beroep tegen IJsland, ingesteld door de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA op 9 november 2018
(Zaak E-4/18)
(2019/C 9/08)
Op 9 november 2018 is bij het EVA-Hof beroep ingesteld tegen IJsland door de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA, vertegenwoordigd door Carsten Zatschler, Catherine Howdle en Ingibjörg Ólöf Vilhjálmsdóttir, optredend als gemachtigden van de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA, Belliardstraat 35, 1040 Brussel.
De Toezichthoudende Autoriteit van de EVA vraagt het EVA-Hof:
|
1. |
te verklaren dat IJsland niet de maatregelen heeft vastgesteld die nodig zijn om de in de punten 7d, 7f en 7j van bijlage XIX bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte genoemde handeling (Verordening (EU) nr. 524/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende onlinebeslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG (verordening ODR consumenten)), zoals aangepast bij Protocol 1 bij de EER-overeenkomst, in zijn interne rechtsorde op te nemen zoals vereist door artikel 7 van de EER-overeenkomst; |
|
2. |
IJsland te verwijzen in de kosten van de procedure. |
Feiten en argumenten:
|
— |
Het verzoek betreft het feit dat IJsland op 23 april 2018 nog geen gevolg had gegeven aan een met redenen omkleed advies dat de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA op 21 februari 2018 had uitgebracht met betrekking tot het door deze staat niet-implementeren in zijn nationale rechtsorde van Verordening (EU) nr. 524/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende onlinebeslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG (verordening ODR consumenten), als genoemd in de punten 7d, 7f en 7j van bijlage XIX bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, zoals aangepast aan die overeenkomst bij Protocol 1 daarbij (hierna „de handeling” genoemd). |
|
— |
De Toezichthoudende Autoriteit van de EVA betoogt dat IJsland zijn verplichtingen uit hoofde van artikel 7 van de EER-overeenkomst niet is nagekomen door niet binnen de gestelde termijn de nodige maatregelen vast te stellen om de handeling om te zetten. |
|
10.1.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 9/8 |
Beroep tegen IJsland, ingesteld door de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA op 9 november 2018
(Zaak E-5/18)
(2019/C 9/09)
Op 9 november 2018 is bij het EVA-Hof beroep ingesteld tegen IJsland door de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA, vertegenwoordigd door Carsten Zatschler, Catherine Howdle en Ingibjörg Ólöf Vilhjálmsdóttir, optredend als gemachtigden van de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA, Belliardstraat 35, 1040 Brussel.
De Toezichthoudende Autoriteit van de EVA vraagt het EVA-Hof:
|
1. |
te verklaren dat IJsland zijn verplichtingen uit hoofde van de in de punten 7d, 7f en 7k van bijlage XIX bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte genoemde handeling (Richtlijn 2013/11/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende alternatieve beslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG (richtlijn ADR consumenten)), zoals aangepast aan de EER-overeenkomst bij Protocol 1 bij de EER-overeenkomst en op grond van artikel 7 van de EER-overeenkomst, niet is nagekomen door de voor de omzetting van de handeling vereiste maatregelen niet binnen de gestelde termijn vast te stellen of althans niet ter kennis van de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA te brengen; |
|
2. |
IJsland te verwijzen in de kosten van de procedure. |
Feiten en argumenten:
|
— |
Het verzoek betreft het feit dat IJsland op 23 april 2018 nog geen gevolg had gegeven aan een met redenen omkleed advies dat de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA op 21 februari 2018 had uitgebracht met betrekking tot het door deze staat niet-implementeren in zijn nationale rechtsorde van Richtlijn 2013/11/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende alternatieve beslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG (richtlijn ADR consumenten), als genoemd in de punten 7d, 7f en 7k van bijlage XIX bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, zoals aangepast aan die overeenkomst bij Protocol 1 daarbij (hierna „de handeling” genoemd). |
|
— |
De Toezichthoudende Autoriteit van de EVA betoogt dat IJsland zijn verplichtingen uit hoofde van de handeling en van artikel 7 van de EER-overeenkomst niet is nagekomen door niet binnen de gestelde termijn de nodige maatregelen vast te stellen om de handeling om te zetten. |
|
10.1.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 9/9 |
Beroep tegen IJsland, ingesteld door de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA op 9 november 2018
(Zaak E-6/18)
(2019/C 9/10)
Op 9 november 2018 is bij het EVA-Hof beroep ingesteld tegen IJsland door de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA, vertegenwoordigd door Carsten Zatschler, Catherine Howdle en Ingibjörg Ólöf Vilhjálmsdóttir, optredend als gemachtigden van de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA, Belliardstraat 35, 1040 Brussel.
De Toezichthoudende Autoriteit van de EVA vraagt het EVA-Hof:
|
1. |
te verklaren dat IJsland zijn verplichtingen uit hoofde van de in punt 1a van bijlage XX bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte genoemde handeling (Richtlijn 2014/52/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot wijziging van Richtlijn 2011/92/EU betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten), zoals aangepast bij Protocol 1 bij en op grond van artikel 7 van de EER-overeenkomst, niet is nagekomen door de voor de omzetting van de handeling vereiste maatregelen niet binnen de gestelde termijn vast te stellen of althans niet ter kennis van de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA te brengen; |
|
2. |
IJsland te verwijzen in de kosten van de procedure. |
Feiten en argumenten:
|
— |
Het verzoek betreft het feit dat IJsland op 3 april 2018 nog geen gevolg had gegeven aan een met redenen omkleed advies dat de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA op 31 januari 2018 had uitgebracht met betrekking tot het door deze staat niet-implementeren in zijn nationale rechtsorde van Richtlijn 2014/52/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot wijziging van Richtlijn 2011/92/EU betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten, als genoemd in punt 1a bijlage XX bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, zoals aangepast aan die overeenkomst bij Protocol 1 daarbij (hierna „de handeling” genoemd). |
|
— |
De Toezichthoudende Autoriteit van de EVA betoogt dat IJsland zijn verplichtingen uit hoofde van de handeling en van artikel 7 van de EER-overeenkomst niet is nagekomen door niet binnen de gestelde termijn de nodige maatregelen vast te stellen om de handeling om te zetten. |
PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID
Europese Commissie
|
10.1.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 9/10 |
Voorafgaande aanmelding van een concentratie
(Zaak M.9221 — CMA CGM/CEVA)
(Voor de EER relevante tekst)
(2019/C 9/11)
1.
Op 21 december 2018 heeft de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1) ontvangen.Deze aanmelding betreft de volgende ondernemingen:
|
— |
CMA CGM SA („CMA CGM”, Frankrijk); |
|
— |
CEVA Logistics AG („CEVA”, Zwitserland). |
CMA CGM verkrijgt uitsluitende zeggenschap in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), van de concentratieverordening over het geheel van CEVA.
De concentratie komt tot stand door een openbaar bod dat op 26 november 2018 is bekendgemaakt.
2.
De activiteiten van de betrokken ondernemingen zijn:— CMA CGM: zeevervoer, waaronder containerlijnvaart, haventerminaldiensten en, in mindere mate, vrachtvervoerdiensten;
— CEVA: i) vrachtvervoerdiensten, waaronder vrachtvervoer over zee en in de lucht, vervoer over land, douanebemiddeling en andere toegevoegde diensten, en ii) contractlogistiek, waaronder opslagdiensten, vervoer, logistiek voor inkomende goederen en fabricageondersteuning.
3.
Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde transactie binnen het toepassingsgebied van de concentratieverordening kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden.
4.
De Commissie verzoekt belanghebbenden haar hun eventuele opmerkingen over de voorgenomen concentratie kenbaar te maken.Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk tien dagen na de datum van deze bekendmaking hebben bereikt. De volgende referentie moet altijd worden vermeld:
M.9221 — CMA CGM/CEVA
Opmerkingen kunnen aan de Commissie worden toegezonden per e-mail, per fax of per post. Gelieve de onderstaande contactgegevens te gebruiken:
|
E-mail: COMP-MERGER-REGISTRY@ec.europa.eu |
|
Fax +32 22964301 |
|
Postadres: |
|
Europese Commissie |
|
Directoraat-generaal Concurrentie |
|
Griffie voor concentraties |
|
1049 Brussel |
|
BELGIË |
(1) PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1 („de concentratieverordening”).
|
10.1.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 9/11 |
Voorafgaande aanmelding van een concentratie
(Zaak M.9232 — Ivanhoe Cambridge/Macquarie/RHP Manager/RHP Platform)
Voor de vereenvoudigde procedure in aanmerking komende zaak
(Voor de EER relevante tekst)
(2019/C 9/12)
1.
Op 21 december 2018 heeft de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1) ontvangen.Deze aanmelding betreft de volgende ondernemingen:
|
— |
Ivanhoe Cambridge Inc. („Ivanhoe”, Canada); |
|
— |
Macquarie Group Limited („Macquarie”, Australië); |
|
— |
RHP Partners-Manager, LLC („RHP Manager”, Verenigde Staten); |
|
— |
RHP Partners, LLC en RHP AM, LLC (tezamen „RHP Platform”, Verenigde Staten), die momenteel onder zeggenschap staan van Macquarie en RHP Manager. |
Ivanhoe, Macquarie en RHP Manager verkrijgen gezamenlijke zeggenschap in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), en artikel 3, lid 4, van de concentratieverordening over RHP Platform.
De concentratie komt tot stand door de verwerving van aandelen.
2.
De activiteiten van de betrokken ondernemingen zijn:— Ivanhoe: wereldwijde vastgoedinvesteerder en dochteronderneming van de Canadese pensioenbeheerder Caisse de dépôt et placement du Québec;
— Macquarie: wereldwijde aanbieder van bank- en financiële diensten, adviesverlening, beleggings- en fondsenbeheer, die actief is namens institutionele, zakelijke en particuliere cliënten en tegenpartijen;
— RHP Manager: bezit, beheert en exploiteert een portefeuille van geprefabriceerde woonhuizen in de Verenigde Staten;
— RHP Platform: bezit en beheert momenteel een portefeuille van negen vastgoedactiva verspreid over de Verenigde Staten.
3.
Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde transactie binnen het toepassingsgebied van de concentratieverordening kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden.Er zij op gewezen dat deze zaak in aanmerking komt voor de vereenvoudigde procedure zoals uiteengezet in de mededeling van de Commissie betreffende een vereenvoudigde procedure voor de behandeling van bepaalde concentraties krachtens Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (2).
4.
De Commissie verzoekt belanghebbenden haar hun eventuele opmerkingen over de voorgenomen concentratie kenbaar te maken.Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk tien dagen na de datum van deze bekendmaking hebben bereikt. De volgende referentie moet altijd worden vermeld:
M.9232 — Ivanhoe Cambridge/Macquarie/RHP Manager/RHP Platform
Opmerkingen kunnen aan de Commissie worden toegezonden per e-mail, per fax of per post. Gelieve de onderstaande contactgegevens te gebruiken:
|
E-mail: COMP-MERGER-REGISTRY@ec.europa.eu |
|
Fax +32 22964301 |
|
Postadres: |
|
Europese Commissie |
|
Directoraat-generaal Concurrentie |
|
Griffie voor concentraties |
|
1049 Brussel |
|
BELGIË |
(1) PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1 („de concentratieverordening”).