ISSN 1977-0995

Publicatieblad

van de Europese Unie

C 438

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Mededelingen en bekendmakingen

61e jaargang
5 december 2018


Inhoud

Bladzijde

 

IV   Informatie

 

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

 

Europese Commissie

2018/C 438/01

Wisselkoersen van de euro

1

2018/C 438/02

Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 28 november 2018 tot bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie van het in artikel 94, lid 1, onder d), van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde enig document en van de verwijzing naar de bekendmaking van het productdossier voor een naam in de wijnsector (Cebreros (BOB))

2


 

V   Bekendmakingen

 

PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID

 

Europese Commissie

2018/C 438/03

Bekendmaking van de Commissie overeenkomstig artikel 27, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad in zaak AT.39398 — Visa MIF

8

2018/C 438/04

Bekendmaking van de Commissie overeenkomstig artikel 27, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad in zaak AT.40049 — MASTERCARD II

11


NL

 


IV Informatie

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

Europese Commissie

5.12.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 438/1


Wisselkoersen van de euro (1)

4 december 2018

(2018/C 438/01)

1 euro =


 

Munteenheid

Koers

USD

US-dollar

1,1409

JPY

Japanse yen

128,68

DKK

Deense kroon

7,4626

GBP

Pond sterling

0,89058

SEK

Zweedse kroon

10,2293

CHF

Zwitserse frank

1,1348

ISK

IJslandse kroon

139,60

NOK

Noorse kroon

9,6473

BGN

Bulgaarse lev

1,9558

CZK

Tsjechische koruna

25,901

HUF

Hongaarse forint

323,20

PLN

Poolse zloty

4,2823

RON

Roemeense leu

4,6514

TRY

Turkse lira

6,1035

AUD

Australische dollar

1,5451

CAD

Canadese dollar

1,5031

HKD

Hongkongse dollar

8,9071

NZD

Nieuw-Zeelandse dollar

1,6406

SGD

Singaporese dollar

1,5550

KRW

Zuid-Koreaanse won

1 261,04

ZAR

Zuid-Afrikaanse rand

15,5292

CNY

Chinese yuan renminbi

7,7986

HRK

Kroatische kuna

7,4015

IDR

Indonesische roepia

16 303,46

MYR

Maleisische ringgit

4,7319

PHP

Filipijnse peso

60,035

RUB

Russische roebel

75,7901

THB

Thaise baht

37,273

BRL

Braziliaanse real

4,3642

MXN

Mexicaanse peso

23,2057

INR

Indiase roepie

80,4720


(1)  Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.


5.12.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 438/2


UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 28 november 2018

tot bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie van het in artikel 94, lid 1, onder d), van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde enig document en van de verwijzing naar de bekendmaking van het productdossier voor een naam in de wijnsector

(Cebreros (BOB))

(2018/C 438/02)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1), en met name artikel 97, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Spanje heeft een aanvraag tot bescherming van de naam „Cebreros” ingediend overeenkomstig deel II, titel II, hoofdstuk I, afdeling 2, van Verordening (EU) nr. 1308/2013.

(2)

De Commissie heeft die aanvraag overeenkomstig artikel 97, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 onderzocht en heeft geconcludeerd dat is voldaan aan de voorwaarden van de artikelen 93 tot en met 96, artikel 97, lid 1, en de artikelen 100, 101 en 102 van die verordening.

(3)

Om de indiening van bezwaarschriften overeenkomstig artikel 98 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 mogelijk te maken, moeten het in artikel 94, lid 1, onder d), van die verordening bedoelde enig document en de verwijzing naar de bekendmaking van het productdossier die tijdens de inleidende nationale procedure voor het onderzoek van de aanvraag tot bescherming van de naam „Cebreros” heeft plaatsgevonden, worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Enig artikel

Het overeenkomstig artikel 94, lid 1, onder d), van Verordening (EU) nr. 1308/2013 opgestelde enig document en de verwijzing naar de bekendmaking van het productdossier voor de naam „Cebreros” (BOB) zijn opgenomen in de bijlage bij dit besluit.

Overeenkomstig artikel 98 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 geeft de bekendmaking van dit besluit het recht om gedurende uiterlijk twee maanden na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie bezwaar te maken tegen de bescherming van de in de eerste alinea van dit artikel genoemde naam.

Gedaan te Brussel, 28 november 2018.

Voor de Commissie

Phil HOGAN

Lid van de Commissie


(1)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.


BIJLAGE

ENIG DOCUMENT

„Cebreros”

PDO-ES-02348

Datum indiening: 20.2.2017

1.   Te registreren naam/namen

„Cebreros”

2.   Type geografische aanduiding

BOB — beschermde oorsprongsbenaming

3.   Categorieën van wijnbouwproducten

1.

Wijn

4.   Beschrijving van de wijn(en)

Witte wijnen

De witte wijnen variëren qua tint van strogeel tot goudgeel. Zij zijn helder en glinsterend, met een fruitig parfum, vol aroma, gebalanceerd, en vettig in de mond. Als de wijnen in vaten zijn gerijpt, kunnen zij goudkleurig aan de randen zijn, is het fruitige aroma ervan rijper en zijn zij voller van smaak.

Maximumgehalte aan vluchtige zuren voor wijnen die meer dan één jaar oud zijn: 16,67 meq/l tot 10 % vol, en telkens 1 meq/l meer per procent alcohol boven 10 %.

De wijnen mogen de in bijlage I C, punt 1, van Verordening (EG) nr. 606/2009 van de Commissie vastgelegde maxima overschrijden op voorwaarde dat zij voldoen aan de voorwaarden in punt 3 van die bijlage.

De analytische parameters die niet in dit document zijn vastgelegd, moeten voldoen aan de geldende regels.

Algemene analytische kenmerken

Maximaal totaal alcoholgehalte (in volumeprocent):

 

Minimaal effectief alcoholgehalte (in volumeprocent):

12

Minimale totale zuurgraad:

4 g/l, uitgedrukt in wijnsteenzuur

Maximaal gehalte aan vluchtige zuren (in milli-equivalent per liter):

13,33

Maximaal totaalgehalte aan zwaveldioxide (in milligram per liter):

160

Roséwijnen

De roséwijnen zijn helder en glinsterend, en de kleur ervan varieert van lichtroze tot aardbeien- of frambozenrood. Zij hebben doorgaans toetsen van rode en/of zwarte vruchten, met een gemiddelde structuur in de mond. Als zij in vaten zijn gerijpt, kunnen de tinten eerder naar oranje neigen, is de zweem van vruchten minder intens en vormt zich iets houtachtigs op de achtergrond.

Maximumgehalte aan vluchtige zuren voor wijnen die meer dan één jaar oud zijn: 16,67 meq/l tot 10 % vol, en telkens 1 meq/l meer per procent alcohol boven 10 %.

De wijnen mogen de in bijlage I C, punt 1, van Verordening (EG) nr. 606/2009 van de Commissie vastgelegde maxima overschrijden op voorwaarde dat zij voldoen aan de voorwaarden in punt 3 van die bijlage.

De analytische parameters die niet in dit document zijn vastgelegd, moeten voldoen aan de geldende regels.

Algemene analytische kenmerken

Maximaal totaal alcoholgehalte (in volumeprocent):

 

Minimaal effectief alcoholgehalte (in volumeprocent):

12

Minimale totale zuurgraad:

4,5 g/l, uitgedrukt in wijnsteenzuur

Maximaal gehalte aan vluchtige zuren (in milli-equivalent per liter):

13,33

Maximaal totaalgehalte aan zwaveldioxide (in milligram per liter):

160

Rode wijnen

De rode wijnen hebben een helder uiterlijk, met kersenrode tinten en violette toetsen. Zij hebben doorgaans toetsen van rode en/of zwarte vruchten en worden gekenmerkt door hun zuurgraad en evenwichtige structuur, wat de wijnen finesse en elegantie geeft. Als zij in vaten zijn gerijpt, behouden zij het fruitige spectrum, samen met de houtsmaak, en worden zij zachter en ontwikkelen zij een langduriger aroma, met steenrode tinten.

Maximumgehalte aan vluchtige zuren voor wijnen die meer dan één jaar oud zijn: 16,67 meq/l tot 10 % vol, en telkens 1 meq/l meer per procent alcohol boven 10 %.

De wijnen mogen de in bijlage I C, punt 1, van Verordening (EG) nr. 606/2009 van de Commissie vastgelegde maxima overschrijden op voorwaarde dat zij voldoen aan de voorwaarden in punt 3 van die bijlage.

De analytische parameters die niet in dit document zijn vastgelegd, moeten voldoen aan de geldende regels.

Algemene analytische kenmerken

Maximaal totaal alcoholgehalte (in volumeprocent):

 

Minimaal effectief alcoholgehalte (in volumeprocent):

13

Minimale totale zuurgraad:

4,5 g/l, uitgedrukt in wijnsteenzuur

Maximaal gehalte aan vluchtige zuren (in milli-equivalent per liter):

13,33

Maximaal totaalgehalte aan zwaveldioxide (in milligram per liter):

150

5.   Wijnbereidingsprocedés

a.   Essentiële oenologische procedés

Teeltwijze

Aanplant, herplant, enten ter plaatse en dubbele entingen mogen alleen met toegestane rassen.

Voor nieuwe aanplant mogen alleen de belangrijkste rassen worden gebruikt: rode garnacha en albillo real.

De wijnranken kunnen als volgt worden geleid:

door toepassing van de traditionele bekervormige methode en varianten daarop;

door toepassing van het spaliersysteem: geleiding en ondersteuning.

Specifiek oenologisch procedé

Minimaal potentieel alcoholgehalte van de druiven: 12 % vol. (rode rassen) en 11 % vol. (witte rassen).

Er worden alleen tanks en recipiënten gebruikt die de wijn niet verontreinigen en die op grond van de huidige wetgeving zijn toegestaan.

Maximale extractieopbrengst: 70 l per 100 kg druiven.

Rijpingsomstandigheden

Voor wijn waarvoor de term „GEGIST IN VATEN” („FERMENTADO EN BARRICA”) wordt gebruikt, worden eiken vaten gebruikt, zowel voor de gisting als voor de rijping op de moer.

De verdere rijping vindt in eiken vaten plaats.

De berekening van de rijpingsperiode begint op 1 november van het jaar van de oogst.

Beperking met betrekking tot de vinificatie

De witte wijnen worden uitsluitend van het albillo real-ras gemaakt.

De rosé en de rode varianten worden voor minstens 95 % gemaakt van het rode garnacha-ras.

Het gebruik van zeer snelle centrifugale machines en continupersen voor de extractie van de most is verboden.

b.   Maximumopbrengsten

6 000 kilogram druiven per hectare

42 hectoliter per hectare

6.   Afgebakend gebied

De gemeenten worden hieronder genoemd en liggen allemaal in de provincie Avila:

La Adrada, El Barraco, Burgohondo, Casavieja, Casillas, Cebreros, Cuevas del Valle, Fresnedilla, Gavilanes, Herradón de Pinares, Higuera de las Dueñas, El Hoyo de Pinares, Lanzahíta, Mijares, Mombeltrán, Navahondilla, Navalmoral, Navaluenga, Navarredondilla, Navarrevisca, Navatalgordo, Pedro Bernardo, Piedralaves, San Bartolomé de Pinares, San Esteban del Valle, San Juan de la Nava, San Juan del Molinillo, Santa Cruz de Pinares, Santa Cruz del Valle, Santa María del Tiétar, Serranillos, Sotillo de la Adrada, El Tiemblo, Villanueva de Ávila en Villarejo del Valle.

7.   Voornaamste wijndruiven

 

ALBILLO REAL

 

RODE GARNACHA — GIRONET

8.   Beschrijving van het (de) verband(en)

Natuurlijke en menselijke factoren

Natuurlijke factoren

Het te beschermen gebied ligt in het Castiliaans Scheidingsgebergte, tussen de stroomgebieden van de Alberche en de Tiétar, die zijrivieren zijn van de Taag. Het oostelijke massief van de Sierra de Gredos scheidt de twee stroomgebieden en bevat overwegend materiaal van granietachtige oorsprong.

De streek in het stroomgebied van de Alberche is ruig, maar zonder scherpe kenmerken. Her en der liggen behoorlijk hoge heuvels met steile hellingen. De wijngaard ligt voornamelijk op de zuidelijk gelegen hellingen van de linkeroever van de vallei. De hoogte varieert van 800 m tot 1 000 m, hoewel sommige percelen boven 1 000 m kunnen liggen. Het stroomgebied van de Tiétar is vlakker, maar ook hier is er een groot hoogteverschil naar de rivierbedding toe.

De bodem is leemachtig, zanderig en enigszins zuur, met een gesteente van graniet en weinig organisch materiaal. Er is ook een schistzone met een leem-, klei- en zandbodem, maar dit gebied is veel kleiner. Volgens de FAO-classificatie bestaat de bodem in het gebied meestal uit Cambisols (bruinaarde). De bodem in de wijngaarden bestaat voor het grootste deel uit dystrische en humusachtige Cambisols.

Het klimaat is mediterraan, met een continentale invloed. De winters zijn relatief kort en niet erg koud. De zomers zijn lang, heet en droog. De gemiddelde jaartemperatuur in het gebied waar de wijngaard zich bevindt (de Sierra de Gredos heeft een bergklimaat) ligt tussen de 12 en 15 °C en de neerslag varieert tussen de 400 en 800 mm per jaar. Er zijn 215 vorstvrije dagen per jaar. In het algemeen kan worden gesteld dat het klimaat warmer en regenachtiger is dan in de andere gebieden in de regio, waar de BOB's van de rivier de Duero zijn gelegen.

Menselijke factoren

Mensen hebben eeuwenlang de beste grond geselecteerd om wijn te telen. Zij kozen daarbij de meest geschikte gronden die zuidzuidoostelijk georiënteerd zijn. Opmerkelijk is de hoge ligging van bepaalde percelen, met een hoogte van meer dan 1 000 meter.

De rode garnacha en albillo real zijn de belangrijkste rassen die voor de wijnbereiding worden gebruikt. Van oudsher wordt er al op gewezen hoe goed deze rassen aan het gebied zijn aangepast. Hoewel deze rassen ook in andere gebieden groeien, zorgen de bodem en het klimaat ervoor dat de te beschermen wijnen zeer typische eigenschappen hebben.

De wijngaarden in het afgebakende gebied zijn zeer oud: 94 % van de wijnstokken is meer dan 50 jaar oud en 37 % meer dan 80 jaar. Dit impliceert dat de productie beperkt is, maar van hoge kwaliteit.

In het gebied wordt een ruime plantafstand toegepast, die doorgaans meer dan 2,5 bij 2,5 meter bedraagt. De plantdichtheid komt daarmee op 1 600 wijnstokken per hectare en is aangepast aan de geringe en onregelmatige neerslag en aan de bodem die arm is aan organisch materiaal.

Kenmerken van het product

In het afgebakende gebied kunnen de volgende wijnen worden onderscheiden: witte wijnen, roséwijnen en rode wijnen, zowel jong als gerijpt. Zij hebben de volgende kenmerken van het terroir gemeen:

een hoog alcoholgehalte;

een hoog en evenwichtig gehalte aan wijnsteenzuur;

goede houdbaarheid. Met name de rode wijnen kunnen zeer goed worden bewaard;

zij zijn evenwichtig, verfijnd en elegant in de mond, en erg levendig.

Causaal verband

De onderscheidende kenmerken van de wijnen uit het afgebakende gebied zijn hoofdzakelijk toe te schrijven aan de geografische omgeving. Zoals hierboven is vermeld, wordt het gebied gekenmerkt door twee bergketens en twee rivieren, die beide behoren tot het stroomgebied van de rivier de Taag. De wijngaard ligt voornamelijk op de zuidelijk gelegen hellingen van de linkeroever van de twee valleien. Als gevolg hiervan zorgen de kenmerkende eigenschappen van de bodem, de geologie en het klimaat van het gebied ervoor dat dit unieke gebied bij uitstek geschikt is voor de wijnteelt. Daarnaast maakt de menselijke knowhow bij het selecteren van de meest geschikte rassen en de meest geschikte teeltwijze het mogelijk om een specifiek en uniek product te produceren. De belangrijkste factoren die dit verband aantonen, worden hieronder samengevat:

De zandleemtextuur van de bodems met een gesteente van graniet geeft de wijnen finesse en maakt ze verfijnd van smaak.

Het microklimaat van het te beschermen gebied is (in tegenstelling tot de omliggende gebieden) gevarieerder dan de rest van Castilla y León, en koeler dan de gebieden ten zuiden en ten oosten, en heeft zijn eigen specifieke kenmerken. Voorts zorgt de afwezigheid van neerslag in de zomer en het vroege najaar ervoor dat de druivenoogst gezond en van hoge kwaliteit is.

De wijngaarden liggen op grote hoogte: sommige liggen meer dan duizend meter boven zeeniveau. Daarom hebben de druiven een zeer goede zuurgraad, wat de wijn fris en levendig maakt.

Het onderscheidende karakter van de wijn blijkt ook uit de kaart met druivenrassen. De wijnbouwers kiezen al eeuwenlang de rassen die het best bij het gebied passen: de rode garnacha en albillo real vormen de basis van de wijnen en zorgen voor het onderscheidende karakter ervan. De rode garnacha genereert wijnen met een hoog alcoholgehalte, hoewel deze door de hoogte en het klimaat fris aanvoelen. De albillo real is kenmerkend voor het gebied en onderscheidt zich van de albillo mayor, die kenmerkend is voor andere gebieden in Castilla y León; de albillo real zorgt voor complexe, smakelijke en levendige wijnen, die uiterst geschikt zijn om in het vat te rijpen.

De plantafstand die traditioneel wordt toegepast, zorgt samen met de geringe neerslag en het gebrek aan organisch materiaal in de bodem voor een zeer beperkte druivenopbrengst. Dit is een van de redenen dat de kwaliteit van de druiven zo hoog is, zowel wat de productie als het polyfenolgehalte betreft. De druiven hebben evenwichtige analytische parameters en rijpen erg goed.

De wijngaard is erg oud (94 % van de wijnstokken is meer dan 50 jaar oud, en 37 % meer dan 80 jaar). Samen met de eerdergenoemde kenmerken betekent dit dat de wijnen bijzonder goed bewaard kunnen worden.

Alles bij elkaar zorgen de hierboven beschreven omstandigheden voor druiven die erg goed rijpen, waardoor wijnen met een hoog alcoholgehalte (niet minder dan 12° in de witte en roséwijnen en 13° in de rode wijnen) kunnen worden geproduceerd. Tegelijkertijd is de zuurgraad behoorlijk (met een totale zuurgraad van niet minder dan 4,5 g/l, uitgedrukt in wijnsteenzuur). Deze dubbele eigenschap, een hoog alcoholgehalte en een hoge zuurgraad, zorgt voor het kenmerkende evenwicht van de Cebreros-wijnen.

De wijnen uit het beschermde gebied verschillen van de wijnen uit de omliggende gebieden en met name van de wijnen uit de Duero-vallei, omdat zij een kenmerkend evenwicht tussen alcohol en zuurgraad vertonen, en een kenmerkende, maar niet buitensporige structuur bevatten, wat resulteert in wijnen met een zeer elegant karakter.

9.   Andere essentiële voorwaarden

Rechtskader:

nationale wetgeving

Type aanvullende voorwaarde:

verpakking in het afgebakende geografische gebied

Beschrijving van de voorwaarde:

Tot het wijnbereidingsproces behoren het bottelen en daaropvolgend het rijpen op de fles, en de in het productdossier beschreven organoleptische kenmerken kunnen daarom alleen gewaarborgd worden als alle behandelingen van de wijn in het afgebakende gebied plaatsvinden. De wijnen worden afgerond in de fles, waar het productieproces ten einde komt en de wijnen de kenmerken (en in het bijzonder de organoleptische kenmerken) krijgen die in punt 2 van het productdossier zijn omschreven. Vervoer van wijn in bulk (ongebotteld) zou betekenen dat het product zonder deze laatste behandeling zou worden verplaatst, wat tot een verlies aan kwaliteit zou leiden (onder meer oxidatie en andere tekenen van verandering).

Het bottelen van wijnen is daarom een belangrijk criterium voor het waarborgen van de kenmerken die zijn verkregen tijdens het productieproces en (in voorkomend geval) het rijpingsproces. Om die reden moet het bottelen worden verricht in de bottelarijen van wijnmakerijen die in het productiegebied zijn gelegen.

Rechtskader:

nationale wetgeving

Type aanvullende voorwaarde:

aanvullende bepalingen betreffende etikettering

Beschrijving van de voorwaarde:

Op het etiket mag de term „KWALITEITSWIJN VAN CEBREROS” („VINO DE CALIDAD DE CEBREROS”) worden gebruikt in plaats van „BESCHERMDE OORSPRONGSBENAMING „CEBREROS””.

Het is verplicht om het teeltjaar, het jaartal, het oogstjaar of gelijkwaardige formuleringen te vermelden, ook als de wijnen niet zijn gerijpt.

De term „GEGIST IN VATEN” of „EIK” („ROBLE”) mag worden gebruikt, op voorwaarde dat de wijnen aan de voorwaarden in de huidige wetgeving voldoen.

Als is bewezen dat alle van de voor de wijn gebruikte druiven uit één gemeente komen, mag op het etiket worden vermeld dat de wijn uit druiven van die gemeente is gemaakt.

Link naar het productdossier

http://www.itacyl.es/opencms_wf/opencms/informacion_al_ciudadano/calidad_alimentaria/7_vinicos/index.html


V Bekendmakingen

PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID

Europese Commissie

5.12.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 438/8


Bekendmaking van de Commissie overeenkomstig artikel 27, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad in zaak AT.39398 — Visa MIF

(2018/C 438/03)

1.   Inleiding

(1)

Overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (1) kan de Commissie in gevallen waarin zij voornemens is een besluit tot beëindiging van een inbreuk vast te stellen en de betrokken partijen toezeggingen doen om tegemoet te komen aan de bezwaren die de Commissie hun in haar voorlopige beoordeling te kennen heeft gegeven, beslissen om die toezeggingen bij besluit een verbindend karakter te verlenen. Dat besluit kan voor een bepaalde periode worden vastgesteld en bevat de conclusie dat er niet langer gronden voor een optreden van de Commissie bestaan. Volgens artikel 27, lid 4, van dezelfde verordening maakt de Commissie een beknopte samenvatting van de zaak en de hoofdlijnen van de toezeggingen bekend. Belanghebbenden kunnen hun opmerkingen meedelen binnen de door de Commissie vastgestelde termijn.

2.   Samenvatting van de zaak

(2)

Op 3 augustus 2017 nam de Commissie een aanvullende mededeling van punten van bezwaar aan tegen Visa Inc. en Visa International Services Association. Deze mededeling diende als aanvulling bij de aanvullende mededeling van punten van bezwaar van 23 april 2013 en de mededeling van punten van bezwaar van 3 april 2009 aan Visa Inc., Visa International Service Association en Visa Europe Limited (2) (hierna gezamenlijk „Visa” genoemd).

(3)

In de aanvullende mededeling van punten van bezwaar maakte de Commissie haar voorlopig standpunt bekend dat Visa Inc. en Visa International Services Association inbreuk hadden gemaakt op artikel 101 van het VWEU en artikel 53 van de EER-overeenkomst door regels inzake multilaterale interbancaire vergoedingen („multilateral interchange fees”, hierna „MIF’s” genoemd) vast te stellen die van toepassing zijn op interregionale transacties met debet- en kredietkaarten voor consumenten afgegeven door een buiten de EER gevestigde afgevende instelling (bank van de kaarthouder) in een in de EER gelegen verkooppunt. Hieronder vallen „card present”-transacties (wanneer de kaarthouder aanwezig is, bijvoorbeeld in een winkel) en „card not present”-transacties (wanneer de kaarthouder niet aanwezig is, bijvoorbeeld wanneer het kaartnummer en de verificatiegegevens via internet, post of telefoon worden doorgegeven).

(4)

De aanvullende mededeling van punten van bezwaar stelt dat volgens de regels van Visa de verkrijgende instelling (de bank van de handelaar) verplicht is interregionale MIF’s aan de afgevende instelling (bank van de kaarthouder) te betalen voor elke interregionale transactie in een verkooppunt in de EER en tevens dat de interregionale MIF’s van Visa besluiten vormen van een ondernemersvereniging in de zin van artikel 101, lid 1, VWEU/artikel 53, lid 1, EER.

(5)

Zoals gesteld in de aanvullende punten van bezwaar, wanneer een kaarthouder een betaalkaart gebruikt om goederen of diensten van een handelaar te kopen, betaalt de handelaar een handelarenvergoeding aan zijn verkrijgende instelling. De verkrijgende instelling behoudt een gedeelte van deze vergoeding (de marge van de verkrijgende instelling), een gedeelte wordt doorgestort aan de afgevende instelling (de MIF) en een gedeelte wordt doorgestort aan de exploitant van het systeem (in dit geval Visa). De aanvullende punten van bezwaar stelt dat in de praktijk de MIF een belangrijk deel vormt van de handelarenvergoeding. De Commissie heeft in zaken uit het verleden echter MIF’s aanvaard die voldoen aan de zogenoemde „merchant indifference test” (hierna „MIT” genoemd) (3). Volgens de test mag de interbancaire vergoeding gemiddeld niet hoger liggen dan het transactievoordeel dat handelaars behalen uit het accepteren van betaalkaarten. Een dergelijke MIF zorgt ervoor dat handelaren in doorsneegevallen onverschillig staan ten aanzien van het accepteren van betalingen met betaalkaart of met andere betaalmiddelen, waardoor gelijke concurrentievoorwaarden ontstaan tussen alternatieve betaalinstrumenten.

3.   Hoofdlijnen van de gedane toezeggingen

(6)

Visa Inc. en Visa International Services Association, de partijen die aan de procedure zijn onderworpen, zijn het niet eens met de voorlopige beoordeling van de Commissie. Niettemin hebben zij toezeggingen gedaan in de zin van artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1/2003 om aan de mededingingsbezwaren van de Commissie tegemoet te komen. De toezeggingen worden hierna kort samengevat. De volledige versie is in het Engels gepubliceerd op de website van het directoraat-generaal Concurrentie onder:

http://ec.europa.eu/competition/index_en.html

(7)

Visa zegt toe om zes maanden na de datum waarop Visa de formele kennisgeving ontvangt van de beschikking van de Commissie in de zin van artikel 9 van Verordening (EG) 1/2003, een bovengrens vast te stellen:

a)

voor haar interregionale debet-MIF voor interregionale Card Present-transacties (CP), op 0,2 %, en

b)

voor haar interregionale credit-MIF voor interregionale Card Present-transacties (CP), op 0,3 %, en

c)

voor haar interregionale debet-MIF voor interregionale Card Non Present-transacties (CNP), op 1,15 %, en

d)

voor haar interregionale credit-MIF voor interregionale Card Non Present-transacties (CNP), op 1,5 %.

(8)

Deze toezeggingen zullen van kracht blijven voor een periode van vijf jaar en zes maanden na de kennisgeving van het besluit inzake de toezeggingen aan Visa.

(9)

Uiterlijk twaalf werkdagen na de kennisgeving van het besluit inzake de toezeggingen zal Visa aan elke verkrijgende instelling van interregionale transacties van Visa meedelen en elke verkrijgende instelling verzoeken op haar beurt aan haar respectieve handelaren-cliënten onmiddellijk mee te delen dat: i) de toezeggingen zijn aangenomen, en dat ii) met betrekking tot de interregionale MIF’s voor alle toekomstige interregionale transacties met debet- en kredietkaarten van consumenten bovengrenzen zullen worden vastgesteld voor de duur van de toezeggingen. Tevens zal Visa uiterlijk twaalf werkdagen na de kennisgeving van het besluit inzake de toezeggingen op een duidelijk zichtbare en eenvoudig toegankelijke wijze alle debet- en krediet-MIF’s die van toepassing zijn op interregionale CP- en CNP-transacties publiceren op Visa’s Europese website.

(10)

Visa mag deze toezeggingen direct noch indirect door enig handelen of nalaten ontwijken of trachten te ontwijken. Vanaf de kennisgeving van het besluit inzake de toezeggingen zal Visa zich met name onthouden van alle praktijken die een vergelijkbaar doel of gevolg hebben als dat van interregionale MIF’s. Hiertoe behoren in het bijzonder maar niet uitsluitend uitvoeringsprogramma’s of nieuwe regels waarbij Visa systeem- of andere vergoedingen die zij aan verkrijgende instellingen binnen de EER aanrekent, overdraagt aan niet-EER-emittenten.

(11)

Op voorwaarde dat geen toezeggingen worden ontweken, kan Visa passende maatregelen ter bescherming van consumenten aannemen om ervoor te zorgen dat consumenten geen nadeel ondervinden door de gevolgen van veranderingen in haar interregionale MIF’s, met name inzake fraude, valutaomrekening, terugbetalingen en terugboekingen.

(12)

Visa zal een monitoring trustee aanstellen om erop toe te zien dat Visa zich aan de toezeggingen houdt. De Commissie heeft het recht de voorgestelde trustee te aanvaarden of af te wijzen alvorens die wordt aangesteld.

(13)

Het huidige antitrustonderzoek (zie punt 2) tegen Visa zal open blijven in afwachting van verdere beoordeling door de Commissie, waarbij opmerkingen die in antwoord op deze bekendmaking zijn gemaakt, eventueel opgenomen zullen worden.

4.   Uitnodiging opmerkingen te maken

(14)

De Commissie is voornemens om, na een markttest, een besluit krachtens artikel 9, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1/2003 vast te stellen, waarmee de hierboven samengevatte toezeggingen die op de website van directoraat-generaal Concurrentie werden gepubliceerd, verbindend worden verklaard.

(15)

Overeenkomstig artikel 27, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1/2003 nodigt de Commissie belanghebbende derden uit hun opmerkingen over de voorgestelde toezeggingen te maken. Deze opmerkingen dienen de Commissie te bereiken binnen één maand vanaf de datum van deze bekendmaking. Belanghebbende derden wordt ook verzocht een niet-vertrouwelijke versie van hun opmerkingen in te dienen waarin gegevens die zij als bedrijfsgevoelige en anderszins vertrouwelijke informatie beschouwen, dienen te zijn geschrapt en vervangen door een niet-vertrouwelijke samenvatting dan wel door de vermelding „bedrijfsgeheim” of „vertrouwelijk”.

(16)

U wordt verzocht uw antwoorden en opmerkingen te onderbouwen en de relevante feiten te vermelden. Mochten bepaalde aspecten van de voorgestelde toezeggingen volgens u problemen opleveren, dan verzoekt de Commissie u ook een mogelijke oplossing voor te stellen.

(17)

Uw opmerkingen kunt u de Commissie, onder vermelding van het referentienummer AT.39398 — Visa MIF, per e-mail (COMP-GREFFE-ANTITRUST@ec.europa.eu), per fax (+32 22950128) of per post naar het volgende adres toezenden:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Concurrentie

Griffie Antitrust

1049 Brussel

BELGIË


(1)  PB L 1 van 4.1.2003, blz. 1. Sinds 1 december 2009 zijn de artikelen 81 en 82 van het EG-Verdrag respectievelijk de artikelen 101 en 102 van het VWEU. De bepalingen in beide verdragen zijn inhoudelijk identiek. In het kader van dit besluit moeten verwijzingen naar de artikelen 101 en 102 van het VWEU waar nodig worden begrepen als verwijzingen naar, respectievelijk, de artikelen 81 en 82 van het EG-Verdrag.

(2)  Op 3 juni 2016 werd de fusie tussen Visa Inc. en Visa Europe voltooid en werd Visa Europe overgenomen door Visa Inc. Ten gevolge hiervan bestond Visa Europe niet langer als afzonderlijke onderneming. Elke verwijzing naar Visa Europe in de tekst dient daarom begrepen te worden als verwijzing naar de periode vóór 3 juni 2016.

(3)  Voor informatie betreffende de „merchant indifference test” zie de samenvatting van het onderzoek van de Commissie van 2015 betreffende de verwerkingskosten van contante en kaartbetalingen, blz. 3, te vinden op http://ec.europa.eu/competition/sectors/financial_services/dgcomp_final_report_en.pdf


5.12.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 438/11


Bekendmaking van de Commissie overeenkomstig artikel 27, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad in zaak AT.40049 — MASTERCARD II

(2018/C 438/04)

1.   Inleiding

(1)

Overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (1) kan de Commissie in gevallen waarin zij voornemens is een besluit tot beëindiging van een inbreuk vast te stellen en de betrokken partijen toezeggingen doen om tegemoet te komen aan de bezwaren die de Commissie hun in haar voorlopige beoordeling te kennen heeft gegeven, beslissen om die toezeggingen bij besluit een verbindend karakter te verlenen. Dat besluit kan voor een bepaalde periode worden vastgesteld en bevat de conclusie dat er niet langer gronden voor een optreden van de Commissie bestaan. Volgens artikel 27, lid 4, van dezelfde verordening maakt de Commissie een beknopte samenvatting van de zaak en de hoofdlijnen van de toezeggingen bekend. Belanghebbenden kunnen hun opmerkingen meedelen binnen de door de Commissie vastgestelde termijn.

2.   Samenvatting van de zaak

(2)

Op 9 juli 2015 heeft de Commissie een mededeling van punten van bezwaar vastgesteld tegen MasterCard Europe SA, MasterCard Incorporated en MasterCard International Incorporated ((hierna gezamenlijk „Mastercard” genoemd).

(3)

In de mededeling van punten van bezwaar maakte de Commissie haar voorlopig standpunt bekend dat Mastercard’s regels inzake multilaterale interbancaire vergoedingen („multilateral interchange fees”, hierna „MIF’s” (2) genoemd) die van toepassing zijn op interregionale transacties met debet- en kredietkaarten voor consumenten afgegeven door een buiten de EER gevestigde uitgevende instelling (bank van de kaarthouder) in een in de EER gelegen verkooppunt, inbreuk maken op artikel 101 van het VWEU en artikel 53 van de EER -overeenkomst. Hieronder vallen „card present”-transacties (wanneer de kaarthouder aanwezig is, bijvoorbeeld in een winkel) en „card not present”-transacties (wanneer de kaarthouder niet aanwezig is, bijvoorbeeld wanneer het kaartnummer en de verificatiegegevens via internet, post of telefoon worden doorgegeven).

(4)

De mededeling van de punten van bezwaar stelt dat volgens de regels van Mastercard de verkrijgende instelling (de bank van de handelaar) verplicht is interregionale MIF’s aan de afgevende instelling (bank van de kaarthouder) te betalen voor elke interregionale transactie in een verkooppunt in de EER, en tevens dat de interregionale MIF’s van Mastercard besluiten vormen van een ondernemersvereniging in de zin van artikel 101, lid 1, VWEU/artikel 53, lid 1, EER.

(5)

Zoals uiteengezet in de mededeling van de punten van bezwaar, wanneer een kaarthouder een betaalkaart gebruikt om goederen of diensten van een handelaar te kopen, betaalt de handelaar een handelarenvergoeding aan zijn verkrijgende instelling. De verkrijgende instelling behoudt een gedeelte van deze vergoeding (de marge van de verkrijgende instelling), een gedeelte wordt doorgestort aan de afgevende instelling (de MIF) en een klein gedeelte wordt doorgestort aan de exploitant van het systeem (in dit geval Mastercard). De mededeling van de punten van bezwaar stelt voorts dat in de praktijk de handelarenvergoeding voor een groot deel wordt bepaald door de MIF. De Commissie heeft in zaken uit het verleden echter MIF’s aanvaard die voldoen aan de zogenoemde „merchant indifference test” (hierna „MIT” genoemd) (3). Volgens de test mag de interbancaire vergoeding gemiddeld niet hoger liggen dan het transactievoordeel dat handelaren behalen uit het accepteren van betaalkaarten. Een dergelijke MIF moet ervoor zorgen dat handelaren in doorsneegevallen onverschillig staan ten aanzien van het accepteren van betalingen met betaalkaart of van andere betaalmiddelen, waardoor gelijke concurrentievoorwaarden ontstaan tussen alternatieve betaalinstrumenten.

3.   Hoofdlijnen van de gedane toezeggingen

(6)

De aan de procedure onderworpen partijen, MasterCard Europe SA, MasterCard Incorporated en MasterCard International Incorporated, zijn het niet eens met de voorlopige beoordeling van de Commissie. Niettemin hebben zij toezeggingen gedaan in de zin van artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1/2003 om aan de mededingingsbezwaren van de Commissie tegemoet te komen. De toezeggingen worden hierna kort samengevat. De volledige versie is in het Engels gepubliceerd op de website van het directoraat-generaal Concurrentie onder:

http://ec.europa.eu/competition/index_nl.html

(7)

Mastercard zegt toe om zes maanden na de datum waarop Mastercard de formele kennisgeving ontvangt van de beschikking van de Commissie in de zin van artikel 9 van Verordening (EG) 1/2003, een bovengrens vast te stellen:

a)

voor haar debet-IIF voor interregionale Card Present-transacties (CP), op 0,2 %, en

b)

voor haar credit-IIF voor interregionale Card Present-transacties (CP), op 0,3 %, en

c)

voor haar debet-IIF voor interregionale Card Non Present-transacties (CNP), op 1,15 %, en

d)

voor haar credit-IIF voor interregionale Card Non Present-transacties (CNP), op 1,5 %.

(8)

Deze toezeggingen zullen van kracht blijven voor een periode van vijf jaar en zes maanden na de kennisgeving van het besluit inzake de toezeggingen aan Mastercard.

(9)

Uiterlijk twaalf werkdagen na de kennisgeving van het besluit inzake de toezeggingen zal Mastercard aan elke verkrijgende instelling van interregionale transacties van Mastercard meedelen en elke verkrijgende instelling verzoeken op haar beurt aan haar respectieve handelaren-cliënten onmiddellijk mee te delen dat: i) de toezeggingen zijn aangenomen, en dat ii) met betrekking tot de IIF’s voor alle toekomstige Interregionale Transacties met debet- en kredietkaarten van consumenten bovengrenzen zullen worden vastgesteld voor de duur van de toezeggingen. Tevens zal Mastercard uiterlijk twaalf werkdagen na de kennisgeving van het besluit inzake de toezeggingen op een duidelijk zichtbare en eenvoudig toegankelijke wijze alle debet- en krediet-IIF’s die van toepassing zijn op interregionale CP- en CNP-transacties, publiceren op Mastercard’s Europese website.

(10)

Mastercard mag deze toezeggingen direct noch indirect door enig handelen of nalaten ontwijken of trachten te ontwijken. Vanaf de kennisgeving van het besluit inzake de toezeggingen zal Mastercard zich met name onthouden van alle praktijken die een vergelijkbaar doel of gevolg als dat van IIF’s hebben. Hierbij behoren in het bijzonder maar niet uitsluitend uitvoeringsprogramma’s of nieuwe regels waarbij Mastercard systeem- of andere vergoedingen die zij aan verkrijgende instellingen binnen de EER aanrekent, overdraagt aan niet-EER-emittenten.

(11)

Op voorwaarde dat geen toezeggingen worden ontweken, kan Mastercard passende maatregelen ter bescherming van consumenten aannemen om ervoor te zorgen dat consumenten geen nadeel ondervinden door de gevolgen van veranderingen in haar IIF’s, met name inzake fraude, valutaomrekening, terugbetalingen en terugboekingen.

(12)

Mastercard zal een monitoring trustee aanstellen om erop toe te zien dat Mastercard zich aan de toezeggingen houdt. De Commissie heeft het recht de voorgestelde trustee te aanvaarden of af te wijzen alvorens die wordt aangesteld.

(13)

Het huidige antitrustonderzoek (zie punt 2) tegen Mastercard zal open blijven in afwachting van verdere beoordeling door de Commissie, waarbij opmerkingen die in antwoord op deze bekendmaking zijn gemaakt, eventueel opgenomen zullen worden.

4.   Uitnodiging opmerkingen te maken

(14)

De Commissie is voornemens om, na een markttest, een besluit krachtens artikel 9, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1/2003 vast te stellen, waarmee de hierboven samengevatte toezeggingen die op de website van directoraat-generaal Concurrentie werden gepubliceerd, verbindend worden verklaard.

(15)

Overeenkomstig artikel 27, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1/2003 nodigt de Commissie belanghebbende derden uit hun opmerkingen over de voorgestelde toezeggingen te maken. Deze opmerkingen dienen de Commissie te bereiken binnen één maand vanaf de datum van deze bekendmaking. Belanghebbende derden wordt ook verzocht een niet-vertrouwelijke versie van hun opmerkingen in te dienen waarin gegevens die zij als bedrijfsgevoelige en anderszins vertrouwelijke informatie beschouwen, dienen te zijn geschrapt en vervangen door een niet-vertrouwelijke samenvatting dan wel door de vermelding „bedrijfsgeheim” of „vertrouwelijk”.

(16)

U wordt verzocht uw antwoorden en opmerkingen te onderbouwen en de relevante feiten te vermelden. Mochten bepaalde aspecten van de voorgestelde toezeggingen volgens u problemen opleveren, dan verzoekt de Commissie u ook een mogelijke oplossing voor te stellen.

(17)

Uw opmerkingen kunt u de Commissie, onder vermelding van het referentienummer AT.40049 — MASTERCARD II, per e-mail (COMP-GREFFE-ANTITRUST@ec.europa.eu), per fax (+32 22950128) of per post naar het volgende adres toezenden:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Concurrentie

Griffie Antitrust

1049 Brussel

BELGIË


(1)  PB L 1 van 4.1.2003, blz. 1. Sinds 1 december 2009 zijn de artikelen 81 en 82 van het EG-Verdrag respectievelijk de artikelen 101 en 102 van het VWEU. De bepalingen in beide verdragen zijn inhoudelijk identiek. In het kader van dit besluit moeten verwijzingen naar de artikelen 101 en 102 van het VWEU waar nodig worden begrepen als verwijzingen naar, respectievelijk, de artikelen 81 en 82 van het EG-Verdrag.

(2)  Mastercard definieert interregionale MIF’s als interbancaire vergoedingen vastgesteld door Mastercard die standaard van toepassing zijn op interregionale transacties betreffende debet-en kredietkaarten voor consumenten(„IIFs”).

(3)  Voor informatie betreffende de „merchant indifference test” zie de samenvatting van het onderzoek van de Commissie van 2015 betreffende de verwerkingskosten van contante en kaartbetalingen, blz. 3, te vinden op http://ec.europa.eu/competition/sectors/financial_services/dgcomp_final_report_en.pdf