|
ISSN 1977-0995 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 359 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Mededelingen en bekendmakingen |
61e jaargang |
|
Inhoud |
Bladzijde |
|
|
|
II Mededelingen |
|
|
|
MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE |
|
|
|
Europese Commissie |
|
|
2018/C 359/01 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak M.8889 — Teva/PGT OTC Assets) ( 1 ) |
|
|
2018/C 359/02 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak M.9090 — PSPIB/BCI/Island Timberlands) ( 1 ) |
|
|
2018/C 359/03 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak M.8236 — Vossloh Rail Services/Rhomberg Sersa Rail Holding/Rhomberg Sersa Vossloh (JV)) ( 1 ) |
|
|
IV Informatie |
|
|
|
INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE |
|
|
|
Raad |
|
|
2018/C 359/04 |
||
|
|
Europese Commissie |
|
|
2018/C 359/05 |
|
|
V Bekendmakingen |
|
|
|
PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID |
|
|
|
Europese Commissie |
|
|
2018/C 359/06 |
Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak M.9099 — Jin Jiang/Radisson) ( 1 ) |
|
|
|
ANDERE HANDELINGEN |
|
|
|
Europese Commissie |
|
|
2018/C 359/07 |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst. |
|
NL |
|
II Mededelingen
MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE
Europese Commissie
|
5.10.2018 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 359/1 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie
(Zaak M.8889 — Teva/PGT OTC Assets)
(Voor de EER relevante tekst)
(2018/C 359/01)
Op 29 juni 2018 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de interne markt te verklaren. Dit besluit is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1). De volledige tekst van het besluit is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:
|
— |
op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling Fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebesluiten op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector; |
|
— |
in elektronische vorm op de EUR-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/homepage.html?locale=nl) onder document nr. 32018M8889. EUR-Lex biedt onlinetoegang tot de communautaire wetgeving. |
|
5.10.2018 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 359/1 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie
(Zaak M.9090 — PSPIB/BCI/Island Timberlands)
(Voor de EER relevante tekst)
(2018/C 359/02)
Op 18 september 2018 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de interne markt te verklaren. Dit besluit is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1). De volledige tekst van het besluit is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:
|
— |
op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling Fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebesluiten op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector; |
|
— |
in elektronische vorm op de EUR-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/homepage.html?locale=nl) onder document nr. 32018M9090. EUR-Lex biedt onlinetoegang tot de communautaire wetgeving. |
|
5.10.2018 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 359/2 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie
(Zaak M.8236 — Vossloh Rail Services/Rhomberg Sersa Rail Holding/Rhomberg Sersa Vossloh (JV))
(Voor de EER relevante tekst)
(2018/C 359/03)
Op 21 september 2018 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de interne markt te verklaren. Dit besluit is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1). De volledige tekst van het besluit is slechts beschikbaar in het Duits en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:
|
— |
op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling Fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebesluiten op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector; |
|
— |
in elektronische vorm op de EUR-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/homepage.html?locale=nl) onder document nr. 32018M8236. EUR-Lex biedt onlinetoegang tot de communautaire wetgeving. |
IV Informatie
INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE
Raad
|
5.10.2018 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 359/3 |
De EU-lijst van niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden — Verslag van de Groep gedragscode (belastingregeling ondernemingen) met het voorstel om de bijlagen bij de conclusies van de Raad van 5 december 2017 te wijzigen, met inbegrip van het verwijderen van de lijst van één rechtsgebied
(2018/C 359/04)
Met ingang van de dag van bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie worden de bijlagen I en II bij de conclusies van de Raad van 5 december 2017 over de EU-lijst van niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (1), als gewijzigd in januari (2) en in maart (3) 2018, vervangen door de volgende nieuwe bijlagen I en II:
BIJLAGE I
De EU-lijst van niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden
1. Amerikaans-Samoa
Amerikaans-Samoa wisselt niet automatisch financiële inlichtingen uit, heeft het gewijzigde Verdrag inzake wederzijdse administratieve bijstand in belastingzaken van de OESO niet ondertekend en geratificeerd, ook niet via het rechtsgebied waarvan het afhankelijk is, past de BEPS-minimumnormen niet toe en heeft niet toegezegd deze kwesties uiterlijk 31 december 2018 te zullen aanpakken.
2. Guam
Guam wisselt niet automatisch financiële inlichtingen uit, heeft het gewijzigde Verdrag inzake wederzijdse administratieve bijstand in belastingzaken van de OESO niet ondertekend en geratificeerd, ook niet via het rechtsgebied waarvan het afhankelijk is, past de BEPS-minimumnormen niet toe en heeft niet toegezegd deze kwesties uiterlijk 31 december 2018 te zullen aanpakken.
3. Namibië
Namibië is geen lid van het Mondiaal Forum inzake transparantie en uitwisseling van inlichtingen voor belastingdoeleinden, heeft het gewijzigde Verdrag inzake wederzijdse administratieve bijstand in belastingzaken van de OESO niet ondertekend en geratificeerd, past de BEPS-minimumnormen niet toe en heeft niet toegezegd deze kwesties uiterlijk 31 december 2019 te zullen aanpakken. Voorts heeft Namibië schadelijke preferentiële belastingregelingen en heeft het niet toegezegd deze uiterlijk 31 december 2018 te zullen wijzigen of af te schaffen.
4. Samoa
Samoa heeft een schadelijke preferentiële belastingregeling en heeft niet toegezegd deze kwestie uiterlijk 31 december 2018 te zullen aanpakken.
De toezegging van Samoa om te voldoen aan criterium 3.1 zal worden gecontroleerd.
5. Trinidad en Tobago
Trinidad en Tobago heeft het gewijzigde Verdrag inzake wederzijdse administratieve bijstand in belastingzaken van de OESO niet ondertekend en geratificeerd, heeft een schadelijke preferentiële belastingregeling en heeft niet toegezegd deze kwesties uiterlijk 31 december 2018 te zullen aanpakken.
De toezegging van Trinidad en Tobago om te voldoen aan de criteria 1.1 en 1.2 zal worden gecontroleerd.
6. Amerikaanse Maagdeneilanden
De Amerikaanse Maagdeneilanden wisselen niet automatisch financiële inlichtingen uit, hebben het gewijzigde Verdrag inzake wederzijdse administratieve bijstand in belastingzaken van de OESO niet ondertekend en geratificeerd, ook niet via het rechtsgebied waarvan zij afhankelijk zijn, hebben schadelijke preferentiële belastingregelingen en hebben niet duidelijk toegezegd deze te wijzigen of af te schaffen, passen de BEPS-minimumnormen niet toe en hebben niet toegezegd deze kwesties uiterlijk op 31 december 2018 te zullen aanpakken.
BIJLAGE II
Stand van zaken van de samenwerking met de EU in verband met de gedane toezeggingen inzake de toepassing van de beginselen inzake goed fiscaal bestuur
1. Transparantie
1.1. Toezegging om de automatische uitwisseling van inlichtingen in te voeren door de ondertekening van de Multilaterale overeenkomst tussen bevoegde autoriteiten, of via bilaterale overeenkomsten
De volgende rechtsgebieden hebben toegezegd de automatische uitwisseling van inlichtingen voor het einde van 2018 in te voeren:
Antigua en Barbuda, Curaçao, Dominica, Grenada, SAR Macau, Marshalleilanden, Nieuw-Caledonië, Oman, Palau, Qatar en Taiwan
De volgende rechtsgebieden hebben toegezegd de automatische uitwisseling van inlichtingen voor het einde van 2019 in te voeren:
Turkije
1.2. Lidmaatschap van het Mondiaal Forum inzake transparantie en uitwisseling van inlichtingen voor belastingdoeleinden en een bevredigende rating
De volgende rechtsgebieden hebben toegezegd om voor het einde van 2018 lid te worden van het Mondiaal Forum en/of een bevredigende rating te hebben:
Anguilla, Curaçao, Marshalleilanden, Nieuw-Caledonië, Oman en Palau
De volgende rechtsgebieden hebben toegezegd om voor het einde van 2019 lid te worden van het Mondiaal Forum en/of een bevredigende rating te hebben:
Fiji, Jordanië, Turkije en Vietnam
1.3. Het Verdrag inzake wederzijdse administratieve bijstand in belastingzaken van de OESO („het WABB-verdrag”) ondertekenen en ratificeren, of een netwerk van regelingen hebben dat alle EU-lidstaten omvat
De volgende rechtsgebieden hebben toegezegd om voor het einde van 2018 het WABB-verdrag te ondertekenen en te ratificeren, of over een netwerk van regelingen te beschikken dat alle EU-lidstaten omvat:
Antigua en Barbuda, Dominica, Nieuw-Caledonië, Oman, Palau, Qatar en Taiwan
De volgende rechtsgebieden hebben toegezegd om voor het einde van 2019 het WABB-verdrag te ondertekenen en te ratificeren, of over een netwerk van regelingen te beschikken dat alle EU-lidstaten omvat:
Armenië, Bosnië en Herzegovina, Botswana, Kaapverdië, Eswatini, Fiji, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Jamaica, Jordanië, Maldiven, Mongolië, Montenegro, Marokko, Servië, Thailand en Vietnam
2. Billijke belastingheffing
2.1. Schadelijke belastingregelingen
De volgende rechtsgebieden hebben toegezegd de gesignaleerde regelingen voor het einde van 2018 aan te passen of af te schaffen:
Andorra, Antigua en Barbuda, Aruba, Barbados, Belize, Botswana, Kaapverdië, Cookeilanden, Curaçao, Dominica, Fiji, Grenada, SAR Hongkong, Jordanië, Republiek Korea, het eiland Labuan, SAR Macau, Maleisië, Maldiven, Mauritius, Marokko, Panama, Saint Kitts en Nevis, Saint Lucia, Saint Vincent en de Grenadines, San Marino, Seychellen, Zwitserland, Taiwan, Thailand, Tunesië, Turkije en Uruguay
2.2. Belastingregelingen die offshoreconstructies faciliteren waarmee winsten worden aangetrokken zonder dat er sprake is van enige daadwerkelijke economische activiteit
De volgende rechtsgebieden hebben toegezegd de problemen met betrekking tot de economische substantie voor het einde van 2018 te zullen aanpakken:
Anguilla, Bahama’s, Bahrein, Bermuda, Britse Maagdeneilanden, Kaaimaneilanden, Guernsey, Man, Jersey, Marshalleilanden, Turks- en Caicoseilanden, Verenigde Arabische Emiraten en Vanuatu
3. BEPS-bestrijdingsmaatregelen
3.1. Lidmaatschap van het Inclusief Kader inzake de bestrijding van BEPS of invoering van minimumnormen inzake BEPS-bestrijding
De volgende rechtsgebieden hebben toegezegd voor het einde van 2018 lid te worden van het Inclusief Kader, of minimumnormen inzake BEPS-bestrijding in te voeren:
Aruba, Antigua en Barbuda, Cookeilanden, Dominica, Faeröer, Groenland, Grenada, Marshalleilanden, Nieuw-Caledonië, Palau, Saint Vincent en de Grenadines, Taiwan en Vanuatu
De volgende rechtsgebieden hebben toegezegd voor het einde van 2019 lid te worden van het Inclusief Kader, of minimumnormen inzake BEPS-bestrijding in te voeren:
Albanië, Armenië, Bosnië en Herzegovina, Kaapverdië, Eswatini, Fiji, Jordanië, Montenegro en Marokko
De volgende rechtsgebieden hebben toegezegd lid te worden van het Inclusief Kader, of minimumnormen inzake BEPS-bestrijding in te voeren indien en wanneer dit relevant wordt:
Nauru en Niue
(1) PB C 438 van 19.12.2017, blz. 5.
Europese Commissie
|
5.10.2018 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 359/6 |
Wisselkoersen van de euro (1)
4 oktober 2018
(2018/C 359/05)
1 euro =
|
|
Munteenheid |
Koers |
|
USD |
US-dollar |
1,1502 |
|
JPY |
Japanse yen |
131,31 |
|
DKK |
Deense kroon |
7,4567 |
|
GBP |
Pond sterling |
0,88580 |
|
SEK |
Zweedse kroon |
10,4015 |
|
CHF |
Zwitserse frank |
1,1409 |
|
ISK |
IJslandse kroon |
130,90 |
|
NOK |
Noorse kroon |
9,4643 |
|
BGN |
Bulgaarse lev |
1,9558 |
|
CZK |
Tsjechische koruna |
25,780 |
|
HUF |
Hongaarse forint |
324,43 |
|
PLN |
Poolse zloty |
4,3071 |
|
RON |
Roemeense leu |
4,6723 |
|
TRY |
Turkse lira |
7,0525 |
|
AUD |
Australische dollar |
1,6234 |
|
CAD |
Canadese dollar |
1,4800 |
|
HKD |
Hongkongse dollar |
9,0114 |
|
NZD |
Nieuw-Zeelandse dollar |
1,7706 |
|
SGD |
Singaporese dollar |
1,5870 |
|
KRW |
Zuid-Koreaanse won |
1 298,27 |
|
ZAR |
Zuid-Afrikaanse rand |
16,8813 |
|
CNY |
Chinese yuan renminbi |
7,9006 |
|
HRK |
Kroatische kuna |
7,4240 |
|
IDR |
Indonesische roepia |
17 448,53 |
|
MYR |
Maleisische ringgit |
4,7699 |
|
PHP |
Filipijnse peso |
62,482 |
|
RUB |
Russische roebel |
76,6491 |
|
THB |
Thaise baht |
37,537 |
|
BRL |
Braziliaanse real |
4,5116 |
|
MXN |
Mexicaanse peso |
21,9097 |
|
INR |
Indiase roepie |
84,6280 |
(1) Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.
V Bekendmakingen
PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID
Europese Commissie
|
5.10.2018 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 359/7 |
Voorafgaande aanmelding van een concentratie
(Zaak M.9099 — Jin Jiang/Radisson)
(Voor de EER relevante tekst)
(2018/C 359/06)
1.
Op 28 september 2018 heeft de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1) ontvangen.Deze aanmelding betreft de volgende ondernemingen:
|
— |
Jin Jiang International Holdings Co., Ltd („Jin Jiang”, China), een overheidsonderneming; |
|
— |
Radisson Holdings, Inc. (Verenigde Staten) en Radisson Hospitality AB (Zweden) (tezamen „Radisson”). |
Jin Jiang verkrijgt uitsluitende zeggenschap in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), van de concentratieverordening over Radisson.
De concentratie komt tot stand door de verwerving van aandelen.
2.
De activiteiten van de betrokken ondernemingen zijn:— Jin Jiang: hotel- en reisconcern dat hotels ontwikkelt en beheert in China en de rest van de wereld. Jin Jiang exploiteert verschillende hotels onder de merken J.Hotel, Jin Jiang, Metropolo, Jin Jiang Inn, alsook hotelmerken die tot de Groupe du Louvre, de Plateno Group en Vienna Hotel behoren;
— Radisson: exploitant van een reeks hotelmerken die zich toelegt op het luxesegment, met name het hogere topsegment, het topsegment en het hogere middensegment. In de EER betreft het de merken Radisson Collection, Radisson Blu, Radisson, Radisson Red, Park Plaza, Park Inn by Radisson.
3.
Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde transactie binnen het toepassingsgebied van de concentratieverordening kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden.
4.
De Commissie verzoekt belanghebbenden haar hun eventuele opmerkingen over de voorgenomen concentratie kenbaar te maken.Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk tien dagen na de datum van deze bekendmaking hebben bereikt. De volgende referentie moet altijd worden vermeld:
M.9099 — Jin Jiang/Radisson
Opmerkingen kunnen per e-mail, per fax of per post aan de Commissie worden toegezonden. Gelieve de onderstaande contactgegevens te gebruiken:
|
E-mail: COMP-MERGER-REGISTRY@ec.europa.eu |
|
Fax +32 22964301 |
|
Postadres: |
|
Europese Commissie |
|
Directoraat-generaal Concurrentie |
|
Griffie voor concentraties |
|
1049 Brussel |
|
BELGIË |
(1) PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1 („de concentratieverordening”).
ANDERE HANDELINGEN
Europese Commissie
|
5.10.2018 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 359/9 |
Aankondiging betreffende een verzoek uit hoofde van artikel 35 van Richtlijn 2014/25/EU
Verzoek van een aanbestedende instantie — Einde van de opschorting van de termijn
(2018/C 359/07)
Op 1 maart 2018 heeft de Commissie een verzoek ontvangen uit hoofde van artikel 35 van Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad (1). De eerste werkdag volgende op de ontvangst van het verzoek is 2 maart 2018.
Dit verzoek is ingediend door Finavia Oyj en betreft activiteiten met betrekking tot het ter beschikking stellen van bedrijfsruimte aan commerciële actoren die in de terminals van de luchthaven van Helsinki in Finland commerciële diensten (rechtenvrije handel, detailhandel, voedingsmiddelen en dranken en andere diensten voor passagiers) aan vliegtuigpassagiers aanbieden. De desbetreffende aankondiging is bekendgemaakt in PB C 114 van 28 maart 2018, blz. 21. De oorspronkelijke termijn loopt af op 3 oktober 2018.
Overeenkomstig bijlage IV, punt 2, van Richtlijn 2014/25/EU kan de Commissie de lidstaat of de betrokken aanbestedende instantie of de bevoegde onafhankelijke nationale instantie of elke andere bevoegde nationale instantie verzoeken alle nodige informatie te verstrekken of binnen een passende termijn de verstrekte informatie aan te vullen of te verduidelijken. Op 23 april 2018 heeft de Commissie de Finse instanties verzocht uiterlijk op 7 mei 2018 aanvullende informatie te verstrekken. Het antwoord van de Finse overheid werd ontvangen op 18 mei 2018.
In geval van late of onvolledige antwoorden wordt de oorspronkelijke termijn gedurende zes werkdagen opgeschort (de periode tussen het verstrijken van de in het verzoek om informatie gestelde termijn en de ontvangst van de volledige en juiste informatie).
Op 29 juni 2018 heeft de Commissie de verzoeker verzocht uiterlijk op 3 juli 2018 aanvullende informatie te verstrekken. De verzoeker heeft meer tijd gevraagd voor het antwoord, dat vervolgens op 31 augustus 2018 is ontvangen. De termijn waarover de Commissie beschikt om een besluit vast te stellen is met 42 bijkomende werkdagen verlengd (de periode tussen het verstrijken van de in het verzoek om informatie gestelde termijn en de ontvangst van de volledige en juiste informatie).
De definitieve termijn loopt dus af op 12 december 2018.
(1) Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van Richtlijn 2004/17/EG (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 243).