ISSN 1977-0995

Publicatieblad

van de Europese Unie

C 335

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Mededelingen en bekendmakingen

61e jaargang
20 september 2018


Inhoud

Bladzijde

 

IV   Informatie

 

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

 

Raad

2018/C 335/01

Besluit van de Raad van 18 september 2018 tot vaststelling van het standpunt van de Raad ten aanzien van ontwerp van gewijzigde begroting nr. 5 van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2018

1

 

Europese Commissie

2018/C 335/02

Wisselkoersen van de euro

2

2018/C 335/03

Advies van het Adviescomité voor mededingingsregelingen en machtsposities uitgebracht op zijn vergadering van 10 juli 2018 over een ontwerpbesluit in zaak AT.40469 — Denon & Marantz — Rapporteur: Zweden

3

2018/C 335/04

Eindverslag van de raadadviseur-auditeur — Zaak AT.40469 — Denon & Marantz

4

2018/C 335/05

Samenvatting van het besluit van de Commissie van 24 juli 2018 inzake een procedure op grond van artikel 101 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (Zaak AT.40469 — Denon & Marantz (verticale afspraken)) (Kennisgeving geschied onder nummer C(2018) 4774 final)

5

2018/C 335/06

Advies van het Adviescomité voor concentraties, uitgebracht op zijn bijeenkomst van 19 februari 2018, betreffende een ontwerpbesluit in zaak M.8394 — Essilor/Luxottica — Rapporteur: Verenigd Koninkrijk

7

2018/C 335/07

Eindverslag van de raadadviseur-auditeur — Zaak M.8394 — Essilor/Luxottica

9

2018/C 335/08

Samenvatting van het besluit van de Commissie van 1 maart 2018 waarbij een concentratie verenigbaar wordt verklaard met de interne markt en de werking van de EER-overeenkomst (Zaak M.8394 — Essilor/Luxottica) (Kennisgeving geschied onder nummer C(2018) 1198 final)  ( 1 )

10

 

Rekenkamer

2018/C 335/09

Speciaal verslag nr. 20/2018 — De Afrikaanse vredes- en veiligheidsarchitectuur: het accent van de EU-steun moet worden verlegd

17

 

INFORMATIE OVER DE EUROPESE ECONOMISCHE RUIMTE

 

Toezichthoudende Autoriteit van de EVA

2018/C 335/10

Staatssteun — Besluit om geen bezwaar te maken

18


 

V   Bekendmakingen

 

GERECHTELIJKE PROCEDURES

 

EVA-Hof

2018/C 335/11

Arrest van het Hof van 30 mei 2018 in zaak E-6/17 — Fjarskipti hf. tegen Síminn hf. (Artikel 54 van de EER-overeenkomst — Misbruik van machtspositie — Margin-squeeze — Recht op schadevordering — Toepasselijkheid bepalingen EER-overeenkomst in nationale procedures — Belang van een eindbesluit van een mededingingsautoriteit)

19

2018/C 335/12

Arrest van het Hof van 30 mei 2018 in zaak E-9/17 — Edmund Falkenhahn AG tegen Finanzmarktaufsicht (Richtlijn 2009/110/EG — Instellingen voor elektronisch geld — Terugbetaling tegen nominale waarde — Beschermingsvereisten)

20

 

PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID

 

Europese Commissie

2018/C 335/13

Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak M.9054 — Broadcom/CA) — Voor de vereenvoudigde procedure in aanmerking komende zaak ( 1 )

21

2018/C 335/14

Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak M.9059 — CVC/Messer Group/Divestment Business) ( 1 )

23


 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst.

NL

 


IV Informatie

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

Raad

20.9.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 335/1


BESLUIT VAN DE RAAD

van 18 september 2018

tot vaststelling van het standpunt van de Raad ten aanzien van ontwerp van gewijzigde begroting nr. 5 van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2018

(2018/C 335/01)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 314, in samenhang met het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name artikel 106 bis,

Gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 (1), en met name artikel 44,

Overwegende hetgeen volgt:

De begroting van de Unie voor het begrotingsjaar 2018 is definitief vastgesteld op 30 november 2017 (2).

De Commissie heeft op 10 juli 2018 een voorstel ingediend met het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 5 bij de algemene begroting voor het begrotingsjaar 2018,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Enig artikel

Het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 5 van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2018 is vastgesteld op 18 september 2018.

De volledige tekst kan worden geraadpleegd op of gedownload van de website van de Raad: http://www.consilium.europa.eu/

Gedaan te Brussel, 18 september 2018.

Voor de Raad

De voorzitter

G. BLÜMEL


(1)  PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.

(2)  PB L 57 van 28.2.2018, blz. 1.


Europese Commissie

20.9.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 335/2


Wisselkoersen van de euro (1)

19 september 2018

(2018/C 335/02)

1 euro =


 

Munteenheid

Koers

USD

US-dollar

1,1667

JPY

Japanse yen

130,94

DKK

Deense kroon

7,4597

GBP

Pond sterling

0,88813

SEK

Zweedse kroon

10,3878

CHF

Zwitserse frank

1,1304

ISK

IJslandse kroon

128,40

NOK

Noorse kroon

9,5470

BGN

Bulgaarse lev

1,9558

CZK

Tsjechische koruna

25,434

HUF

Hongaarse forint

323,39

PLN

Poolse zloty

4,2951

RON

Roemeense leu

4,6523

TRY

Turkse lira

7,3236

AUD

Australische dollar

1,6109

CAD

Canadese dollar

1,5136

HKD

Hongkongse dollar

9,1515

NZD

Nieuw-Zeelandse dollar

1,7684

SGD

Singaporese dollar

1,5993

KRW

Zuid-Koreaanse won

1 308,76

ZAR

Zuid-Afrikaanse rand

17,1004

CNY

Chinese yuan renminbi

7,9983

HRK

Kroatische kuna

7,4285

IDR

Indonesische roepia

17 355,00

MYR

Maleisische ringgit

4,8336

PHP

Filipijnse peso

63,023

RUB

Russische roebel

78,0688

THB

Thaise baht

37,871

BRL

Braziliaanse real

4,8582

MXN

Mexicaanse peso

21,8681

INR

Indiase roepie

84,4515


(1)  Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.


20.9.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 335/3


Advies van het Adviescomité voor mededingingsregelingen en machtsposities uitgebracht op zijn vergadering van 10 juli 2018 over een ontwerpbesluit in zaak AT.40469 — Denon & Marantz

Rapporteur: Zweden

(2018/C 335/03)

1.   

De leden van het Adviescomité zijn het eens met de beoordeling van de Commissie dat de gedraging waarop het ontwerpbesluit betrekking heeft, twee afzonderlijke en voortdurende inbreuken op artikel 101 VWEU vormt.

2.   

De leden van het Adviescomité zijn het met de Commissie eens over de definitieve geldboete, met inbegrip van de verlaging ervan overeenkomstig punt 37 van de richtsnoeren van 2006 voor de berekening van geldboeten die uit hoofde van artikel 23, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad (1) worden opgelegd.

3.   

Het Adviescomité beveelt aan dat zijn advies in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt bekendgemaakt.


(1)  PB L 1 van 4.1.2003, blz. 1.


20.9.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 335/4


Eindverslag van de raadadviseur-auditeur (1)

Zaak AT.40469 — Denon & Marantz

(2018/C 335/04)

(1)   

In het tot D&M Germany GmbH („D&M Germany”), D&M Europe BV („D&M Netherlands”) en D&M Holdings Inc. (samen „D&M”) gerichte ontwerpbesluit wordt vastgesteld dat D&M inbreuk heeft gemaakt op artikel 101 VWEU via praktijken die erop gericht waren het vermogen van detailhandelaren in Duitsland en Nederland om hun wederverkoopprijzen onafhankelijk vast te stellen, te beperken.

(2)   

Het onderzoek is begonnen met onaangekondigde inspecties bij een detailhandelaar in Duitsland.

(3)   

Op 2 februari 2017 heeft de Commissie een procedure in de zin van artikel 2, lid 1, van Verordening (EG) nr. 773/2004 (2) ingeleid tegen D&M. Op 21 april 2017 heeft de Commissie een verzoek om inlichtingen aan D&M Netherlands gestuurd, waarop D&M op 9 mei 2017 heeft geantwoord.

(4)   

Kort nadat de procedure was ingeleid, heeft D&M te kennen gegeven met de Commissie te willen meewerken. Op […] heeft D&M verder bewijsmateriaal met betrekking tot de betrokken gedraging verstrekt.

(5)   

Op […] heeft D&M een formeel aanbod tot medewerking („verklaring met het oog op een schikking”) gedaan. De verklaring met het oog op een schikking omvat:

een erkenning van de aansprakelijkheid van D&M voor twee afzonderlijke en voortdurende inbreuken, die beknopt worden beschreven wat betreft het doel ervan, de belangrijkste feiten, de juridische kwalificatie ervan, inclusief de rol en de duur van de deelname van D&M Germany, D&M Netherlands en D&M Holdings Inc. aan de twee inbreuken;

een indicatie van het maximumbedrag van de geldboete die D&M verwacht door de Commissie opgelegd te krijgen en die D&M in het kader van een samenwerkingsprocedure zou aanvaarden;

de bevestiging dat D&M afdoende is geïnformeerd over de bezwaren die de Commissie voornemens is tegen haar aan te voeren en dat D&M voldoende gelegenheid heeft gekregen haar standpunt aan de Commissie kenbaar te maken;

de bevestiging dat D&M niet overweegt een nieuw verzoek om toegang tot het dossier in te dienen, noch een verzoek om opnieuw te worden gehoord in een hoorzitting, tenzij de Commissie haar met het oog op een schikking gedane verklaring niet in de mededeling van punten van bezwaar en het besluit weergeeft;

het akkoord om de mededeling van punten van bezwaar en het eindbesluit in het Engels te ontvangen.

(6)   

Op 13 juni 2018 heeft de Commissie de mededeling van punten van bezwaar vastgesteld, waarop D&M in haar antwoord heeft bevestigd dat de mededeling van punten van bezwaar de inhoud van haar verklaring met het oog op een schikking weergaf.

(7)   

De in het ontwerpbesluit geconstateerde inbreuken en opgelegde geldboeten stemmen overeen met die welke in de verklaring met het oog op een schikking werden erkend en aanvaard. Het bedrag van de geldboeten wordt met 40 % verminderd op grond van het feit dat D&M met de Commissie heeft meegewerkt zonder daartoe wettelijk verplicht te zijn door: i) aanvullend bewijs te leveren met een significante toegevoegde waarde ten opzichte van het bewijs waarover de Commissie reeds beschikte, aangezien de Commissie de inbreuken daardoor veel beter kon bewijzen; ii) de inbreuken op artikel 101 VWEU in verband met de gedraging te erkennen; en iii) afstand te doen van bepaalde procedurele rechten, hetgeen tot administratieve efficiëntieverbeteringen heeft geleid.

(8)   

Overeenkomstig artikel 16 van Besluit 2011/695/EU heb ik onderzocht of in het ontwerpbesluit alleen de punten van bezwaar worden behandeld ten aanzien waarvan D&M in de gelegenheid is gesteld haar standpunt kenbaar te maken. Ik ben tot de conclusie gekomen dat dit inderdaad het geval is.

(9)   

Alles in aanmerking genomen, ben ik van oordeel dat de procedurele rechten in deze zaak daadwerkelijk konden worden uitgeoefend.

Brussel, 12 juli 2018.

Wouter WILS


(1)  Opgesteld overeenkomstig de artikelen 16 en 17 van Besluit 2011/695/EU van de voorzitter van de Europese Commissie van 13 oktober 2011 betreffende de functie en het mandaat van de raadadviseur-auditeur in bepaalde mededingingsprocedures (PB L 275 van 20.10.2011, blz. 29).

(2)  Verordening (EG) nr. 773/2004 van de Commissie van 7 april 2004 betreffende procedures van de Commissie op grond van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PB L 123 van 27.4.2004, blz. 18).


20.9.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 335/5


Samenvatting van het besluit van de Commissie

van 24 juli 2018

inzake een procedure op grond van artikel 101 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

(Zaak AT.40469 — Denon & Marantz (verticale afspraken))

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2018) 4774 final)

(Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek)

(2018/C 335/05)

Op 24 juli 2018 heeft de Commissie een besluit vastgesteld in een procedure op grond van artikel 101 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Overeenkomstig artikel 30 van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad (1) publiceert de Commissie hierbij de namen van de partijen en de belangrijkste punten van het besluit, waaronder de opgelegde sancties, rekening houdende met het rechtmatige belang van de ondernemingen inzake de bescherming van hun bedrijfsgeheimen.

1.   INLEIDING

(1)

Het besluit is gericht tot D&M Holdings Inc., D&M Germany GmbH en D&M Europe BV (samen „D&M”). D&M is een fabrikant in de audio/video-consumentenelektronica en de sector van het thuisamusement. D&M Germany GmbH en D&M Europe BV zijn volle dochterondernemingen van D&M Holdings Inc. (Japan).

(2)

Het besluit heeft betrekking op twee afzonderlijke en continue inbreuken op artikel 101 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie („VWEU”). In strijd met artikel 101 VWEU hebben D&M Germany GmbH en D&M Europe BV respectievelijk in Duitsland en Nederland praktijken geïmplementeerd die gericht zijn op het beperken van het vermogen van detailhandelaren om hun wederverkoopprijzen onafhankelijk vast te stellen.

2.   BESCHRIJVING VAN DE ZAAK

2.1.   Procedure

(3)

De zaak tegen D&M vind haar oorsprong in onaangekondigde inspecties op 10 maart 2015 bij een onlinedetailhandelaar in Duitsland die onder meer producten van D&M verkoopt.

(4)

Op 2 februari 2017 heeft de Commissie de procedure ingeleid om een besluit te nemen op grond van hoofdstuk III van Verordening (EG) nr. 1/2003.

(5)

Kort na de inleiding van de procedure heeft D&M te kennen gegeven met de Commissie te willen meewerken en heeft zij verder bewijs betreffende de relevante gedraging ingediend.

(6)

Vervolgens heeft D&M een formeel aanbod tot medewerking ingediend met het oog op het vaststellen van een besluit ingevolge artikel 7 en artikel 23 van Verordening (EG) nr. 1/2003.

(7)

Op 13 juni 2018 heeft de Commissie een mededeling van punten van bezwaar vastgesteld ten aanzien van D&M. Op 25 juni 2018 heeft D&M haar antwoord op de mededeling van punten van bezwaar ingediend.

(8)

Het Adviescomité voor mededingingsregelingen en economische machtsposities heeft op 10 juli 2018 een positief advies uitgebracht.

(9)

Op 24 juli 2018 heeft de Commissie het besluit vastgesteld.

2.2.   Adressaten en duur

(10)

De volgende ondernemingen hebben inbreuk gemaakt op artikel 101 VWEU door, gedurende de hieronder aangegeven perioden, direct deel te nemen aan concurrentieverstorende praktijken:

Onderneming

Duur

Inbreuk in Duitsland: D&M Germany GmbH

19 april 2011-19 januari 2015

Inbreuk in Nederland: D&M Europe BV

30 mei 2011-6 februari 2014

2.3.   Samenvatting van de inbreuken

(11)

Tijdens de inbreukperioden heeft D&M de wederverkoopprijzen van detailhandelaren gemonitord en heeft zij van deze detailhandelaren de instemming gevraagd en verkregen om de wederverkoopprijzen te verhogen tot het gewenste niveau. Dit werd vaak bereikt door commerciële druk uit de oefenen op detailhandelaren die lage prijzen hanteerden, en in sommige gevallen door vergeldingsmaatregelen te nemen tegen niet conform handelende retailers, in het bijzonder door het tijdelijk blokkeren van rekeningen en het stopzetten van leveringen voor de desbetreffende producten.

(12)

D&M in Duitsland en D&M Nederland beoogden een strategie die gericht was op het bereiken en het handhaven van een stabiel prijsniveau voor wederverkoop. Werknemers van D&M, onder meer op directieniveau, volgden in elk van de twee lidstaten wederverkoopprijzen en traden regelmatig in contact met detailhandelaren met het verzoek om hun wederverkoopprijzen te verhogen. Deze handelwijze was ook ingegeven door klachten van bepaalde detailhandelaren over druk op de wederverkoopprijzen ten gevolge van een agressief prijsbeleid van andere detailhandelaren die hen niet toestonden D&M-producten tegen de gewenste hogere prijzen te verkopen en daarbij de winstmarges te verkrijgen die zij hadden verwacht. Detailhandelaren gingen regelmatig in op de verzoeken van D&M en pasten hun wederverkoopprijzen aan.

(13)

D&M in Duitsland en Nederland oefenden druk uit in de vorm van bedreigingen en namen vergeldingsmaatregelen ten aanzien van retailers die onder de gewenste prijsniveaus verkochten.

2.4.   Rechtsmiddelen

(14)

In het besluit worden de richtsnoeren van 2006 voor de berekening van geldboeten (2) toegepast.

2.4.1.   Basisbedrag van de geldboete

(15)

Bij de vaststelling van de geldboeten heeft de Commissie rekening gehouden met de waarde van de verkoop in 2014 voor Duitsland en in 2013 voor Nederland, die de laatste volledige boekjaren zijn waarin D&M aan de inbreuken deelnam.

(16)

De Commissie heeft rekening gehouden met het feit dat verticale prijsbinding naar haar aard de mededinging beperkt in de zin van artikel 101, lid 1, VWEU en dat verticale afspraken en onderling afgestemde feitelijke gedragingen zoals verticale prijsbinding naar hun aard vaak minder schadelijk voor de mededinging zijn dan horizontale afspraken. Rekening houdend met deze factoren en in het licht van de specifieke omstandigheden van de zaak werd het aandeel van de waarde van de verkoop vastgesteld op 7 %.

(17)

De Commissie heeft rekening gehouden met de duur van de twee afzonderlijke en continue inbreuken, zoals hierboven vermeld.

2.4.2.   Aanpassingen van het basisbedrag

(18)

In deze zaak is er geen sprake van verzwarende of verzachtende omstandigheden.

2.4.3.   Toepassing van het 10 %-omzetplafond

(19)

Geen van de berekende geldboeten bedraagt meer dan 10 % van de wereldwijde omzet van D&M.

2.4.4.   Verlaging van de geldboete in het licht van de medewerking

(20)

De Commissie concludeert dat, om tot uitdrukking te brengen dat D&M effectief met de Commissie heeft meegewerkt zonder daartoe wettelijk verplicht te zijn, de geldboete die anders zou zijn opgelegd, ingevolge punt 37 van de richtsnoeren voor de berekening van geldboeten moet worden verlaagd met 40 %.

3.   CONCLUSIE

(21)

Gelet op het voorgaande bedraagt de definitieve geldboete die ingevolge artikel 23, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 1/2003 aan D&M is opgelegd, 6 327 000 EUR voor de afzonderlijke en continue inbreuk in Duitsland en 1 392 000 EUR voor de afzonderlijke en continue inbreuk in Nederland.

(1)  PB L 1 van 4.1.2003, blz. 1.

(2)  PB C 210 van 1.9.2006, blz. 2.


20.9.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 335/7


Advies van het Adviescomité voor concentraties, uitgebracht op zijn bijeenkomst van 19 februari 2018, betreffende een ontwerpbesluit in zaak M.8394 — Essilor/Luxottica

Rapporteur: Verenigd Koninkrijk

(2018/C 335/06)

Transactie

1.

Het Adviescomité (tien lidstaten) is het met de Commissie eens dat de transactie een concentratie vormt in de zin van artikel 3, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (de „EG-concentratieverordening”) (1).

Uniedimensie

2.

Het Adviescomité (tien lidstaten) is het met de Commissie eens dat de aangemelde transactie een Uniedimensie heeft in de zin van artikel 1, lid 2, van de concentratieverordening.

Productmarkt

3.

Het Adviescomité (tien lidstaten) is het eens met de relevante productmarkten zoals de Commissie die in haar ontwerpbesluit heeft afgebakend voor de beoordeling van deze transactie, met name:

a.

de wholesalelevering van optisch substraat;

b.

de wholesalelevering van afgewerkte brillenglazen, met de mogelijkheid van een verdere segmentering naar materiaal, type voorschrift of distributiekanaal;

c.

de wholesalelevering van monturen, met de mogelijkheid van een verdere segmentering naar prijs, branding of distributiekanaal;

d.

de wholesalelevering van zonnebrillen, met de mogelijkheid van een verdere segmentering naar prijs, branding of distributiekanaal;

e.

de levering van optische toestellen, met de mogelijkheid van een verdere segmentering naar toestellen voor oppervlaktebehandeling en voor coating en industriële en commerciële slijpmachines (tafelslijptoestellen of „table-top edgers”);

f.

de levering van verbruiksmaterialen, waarbij de nauwkeurige definitie wordt opengelaten;

g.

de optische retailmarkt, met de mogelijkheid van een verdere segmentering naar fysieke detailhandel en onlineverkoop, en

h.

de levering van contactlenzen, met de mogelijkheid van een verdere segmentering naar zachte en harde lenzen.

Geografische markt

4.

Het Adviescomité (tien lidstaten) is het eens met de relevante geografische markten zoals de Commissie die in haar ontwerpbesluit heeft afgebakend, met name:

a.

de relevante markt voor optisch substraat omvat ten minste de hele EER;

b.

de relevante markten voor optische lenzen en optische retail zijn nationaal van omvang;

c.

de geografische markten voor de levering van monturen, zonnebrillen en contactlenzen zouden nationaal van omvang kunnen zijn of de hele EER kunnen omvatten, maar de precieze afbakening kan worden opengelaten, en

d.

de geografische markten voor optische toestellen en verbruiksmaterialen zouden ten minste de hele EER kunnen omvatten, maar de precieze afbakening kan worden opengelaten.

Beoordeling uit mededingingsoogpunt

Horizontale niet-gecoördineerde effecten

5.

Het Adviescomité (tien lidstaten) is het eens met de beoordeling van de Commissie betreffende de niet-gecoördineerde effecten, namelijk dat de transactie niet zal leiden tot een significante belemmering van de daadwerkelijke mededinging op de markten voor:

a.

de markt voor optische lenzen in eender welk EER-land, met inbegrip van het VK en Italië;

b.

de markten voor monturen en zonnebrillen in de hele EER, of in eender welk EER-land;

c.

de markt voor optische lenzen in eender welk EER-land, met inbegrip van het VK en Italië, en

d.

de toekenning van merklicenties voor monturen en zonnebrillen, op EER-niveau of wereldwijd.

Verticale niet-gecoördineerde effecten

6.

Het Adviescomité (tien lidstaten) is het eens met de beoordeling van de Commissie dat de transactie niet zal leiden tot een significante belemmering van de daadwerkelijke mededinging op verticaal getroffen markten als gevolg van verticale niet-gecoördineerde effecten, onder meer:

a.

tussen de levering van optisch substraat door Essilor en de productie van optische lenzen door Luxottica;

b.

tussen de levering van optische toestellen en verbruiksmaterialen door Essilor en de productie van optische lenzen door Luxottica;

c.

tussen de levering van gekleurde planolenzen (inclusief NXT-lenzen) door Essilor en de productie van zonnebrillen door Luxottica;

d.

tussen de levering van optische lenzen door Essilor en de activiteiten op het gebied van optische retail van Luxottica;

e.

tussen de levering van optische toestellen en verbruiksmaterialen door Essilor en de activiteiten op het gebied van optische retail van Luxottica, op EER-niveau of op nationaal niveau, en

f.

tussen de levering van monturen en zonnebrillen aan optische retailers door Luxottica en de activiteiten op het gebied van optische retail van Essilor, op EER-niveau of op nationaal niveau.

Niet-gecoördineerde conglomeraatseffecten

7.

Het Adviescomité (tien lidstaten) is het eens met de beoordeling van de Commissie betreffende de niet-gecoördineerde conglomeraatseffecten, namelijk dat de transactie niet zal leiden tot een significante belemmering van de daadwerkelijke mededinging op de betrokken markten doordat:

a.

Luxottica profiteert van zijn positie op de markt voor monturen en zonnebrillen om concurrenten af te schermen van de markt voor lenzen, zowel op EER-niveau als op nationaal niveau;

b.

Essilor profiteert van zijn positie op de markt voor optische lenzen om concurrenten af te schermen van de markt voor monturen of zonnebrillen;

c.

Essilor profiteert van zijn positie op de markt voor optische toestellen om concurrenten af te schermen de markt voor monturen of zonnebrillen op EER-niveau, of

d.

Essilor en Luxottica profiteren van hun positie op de markt voor optische lenzen en monturen en zonnebrillen om concurrenten af te schermen van de markt voor contactlenzen of aan oogzorgprofessionals verkochte optische toestellen op EER-niveau.

Verenigbaarheid met de interne markt

8.

Het Adviescomité (tien lidstaten) is het eens met het standpunt van de Commissie dat de aangemeld concentratie overeenkomstig artikel 2, lid 2, en artikel 8, lid 1, van de concentratieverordening en artikel 57 van de EER-overeenkomst verenigbaar met de interne markt en de werking van de EER-overeenkomst moet worden verklaard.

(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.


20.9.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 335/9


Eindverslag van de raadadviseur-auditeur (1)

Zaak M.8394 — Essilor/Luxottica

(2018/C 335/07)

1.   

Op 22 augustus 2017 heeft de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (2) (hierna „de concentratieverordening” ontvangen. Hierin is meegedeeld dat de ondernemingen Essilor International (Compagnie Générale d’Optique) SA („Essilor”) en Luxottica Group S.p.A. („Luxottica”) in de zin van artikel 3, lid 1, onder a), van de concentratieverordening een volledige fusie aangaan (hierna „de voorgestelde transactie” genoemd). Essilor en Luxottica worden hierna „de partijen” genoemd.

2.   

Op 26 september 2017 heeft de Commissie een besluit tot inleiding van de procedure van artikel 6, lid 1, onder c), van de concentratieverordening vastgesteld. Op 7 oktober 2017 hebben de partijen hun antwoord ingediend.

3.   

Op 17 oktober 2017 hebben de partijen verzocht om een verlenging van de in artikel 10, lid 3, van de concentratieverordening bedoelde wettelijke termijn met tien werkdagen. Op 31 oktober 2017 heeft de Commissie een besluit op grond van artikel 11, lid 3, van de concentratieverordening vastgesteld, waarbij Luxottica wordt verplicht bepaalde inlichtingen te verstrekken waarom de Commissie op 9 oktober 2017 op grond van artikel 11, lid 2, van de concentratieverordening had verzocht en die Luxottica niet binnen de door de Commissie vastgestelde termijn had ingediend. Overeenkomstig artikel 10, lid 4, van de concentratieverordening wordt bij dit besluit ook de in artikel 10, lid 3, van de concentratieverordening bedoelde termijn geschorst tot de Commissie de gevraagde informatie ontvangt. De schorsing van de termijn is opgeheven op 7 november 2017, nadat Luxottica de verlangde informatie bij de Commissie had ingediend.

4.   

Op 19 december 2017 heeft Essilor een aantal documenten aan de Commissie overgelegd die zij onbedoeld niet bij haar antwoord op het verzoek om informatie van 3 oktober 2017 had gevoegd. Op 21 december 2017 heeft de Commissie, met instemming van de partijen, de termijn voor de inleiding van de procedure met tien werkdagen verlengd overeenkomstig artikel 10, lid 3, van de concentratieverordening om te kunnen beoordelen of Essilor volledig en op bevredigende wijze heeft geantwoord op het verzoek om informatie.

5.   

Twee concurrenten van de fuserende entiteiten, Hoya Corporation en Rodenstock GmbH, die hebben aangetoond „voldoende belang” te hebben in de zin van artikel 18, lid 4, van de concentratieverordening, zijn toegelaten als belanghebbende derden. Deze belanghebbende derden hebben bevestigd dat zij voldoende informatie van de Commissie hebben ontvangen over de aard en het onderwerp van de procedure om hun standpunten kenbaar te maken.

6.   

De Commissie heeft geen mededeling van punten van bezwaar overeenkomstig artikel 13, lid 2, van Verordening (EG) nr. 802/2004 van de Commissie (3) vastgesteld. Er is geen formele hoorzitting overeenkomstig artikel 14 van die verordening gehouden.

7.   

Op basis van haar onderzoek heeft de Commissie geconcludeerd dat de voorgestelde transactie niet zou leiden tot een significante belemmering van de daadwerkelijke mededinging op de interne markt of een wezenlijk deel daarvan. In het besluit wordt de voorgestelde transactie derhalve verenigbaar verklaard met de interne markt en de EER-overeenkomst.

8.   

Ik heb geen klachten ontvangen van de partijen of van belanghebbende derden over de uitoefening van hun recht om te worden gehoord. Alles bijeengenomen ben ik van oordeel dat de effectieve uitoefening van de procedurele rechten bij de onderhavige procedure is gerespecteerd.

Brussel, 21 februari 2018.

Joos STRAGIER


(1)  Opgesteld overeenkomstig de artikelen 16 en 17 van Besluit 2011/695/EU van de voorzitter van de Europese Commissie van 13 oktober 2011 betreffende de functie en het mandaat van de raadadviseur-auditeur in bepaalde mededingingsprocedures (PB L 275 van 20.10.2011, blz. 29).

(2)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.

(3)  Verordening (EG) nr. 802/2004 van de Commissie van 7 april 2004 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (PB L 133 van 30.4.2004, blz. 1; rectificatie in PB L 172 van 6.5.2004, blz. 9).


20.9.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 335/10


Samenvatting van het besluit van de Commissie

van 1 maart 2018

waarbij een concentratie verenigbaar wordt verklaard met de interne markt en de werking van de EER-overeenkomst

(Zaak M.8394 — Essilor/Luxottica)

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2018) 1198 final)

(Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek)

(Voor de EER relevante tekst)

(2018/C 335/08)

Op 1 maart 2018 heeft de Commissie in een concentratiezaak een besluit vastgesteld op grond van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (de „EG-concentratieverordening”) (1) , en met name artikel 8, lid 1, van die verordening. Een niet-vertrouwelijke versie van de volledige tekst van het besluit, in voorkomend geval in de vorm van een voorlopige versie, is in de authentieke taal van de zaak te vinden op de website van het directoraat-generaal Concurrentie op het volgende adres: http://ec.europa.eu/competition/index_en.html

(1)   

De fusie tussen Essilor International (Compagnie Générale d’Optique) SA („Essilor”, Frankrijk) en Luxottica Group S.p.A. („Luxottica”, Italië) wordt op grond van het bijgevoegde besluit verenigbaar verklaard met de interne markt en de EER-overeenkomst, in overeenstemming met artikel 2, lid 2, en artikel 8, lid 1, van de concentratieverordening en artikel 57 van de EER-overeenkomst.

(2)   

Op 22 augustus 2017 heeft de Europese Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (hierna „concentratieverordening” genoemd) ontvangen, op grond waarvan Essilor en Luxottica een volledige fusie aangaan in de zin van artikel 3, lid 1, onder a), van de concentratieverordening (hierna „de transactie” genoemd). Essilor en Luxottica worden hierna gezamenlijk „de partijen” genoemd, terwijl de uit de fusie ontstane vennootschap hierna „de fusieonderneming” wordt genoemd.

I.   DE PARTIJEN EN DE TRANSACTIE

(3)

De transactie betreft de volledige fusie tussen Essilor en Luxottica. Op 15 januari 2017 hebben Delfin (de controlerende aandeelhouder van Luxottica) en Essilor een combinatieovereenkomst gesloten. Als gevolg van de totstandbrenging van de transactie wordt Essilor, onder de nieuwe naam „EssilorLuxottica” (HoldCo), een zuivere houdstermaatschappij die zeggenschap heeft over twee dochterondernemingen: i) Luxottica en ii) New Essilor als gevolg van een verzelfstandiging van de bedrijfsactiviteiten van Essilor.

(4)

Essilor is een onderneming met hoofdzetel in Frankrijk die voornamelijk actief is in de productie en groothandelsdistributie van optische lenzen (hierna „brillenglazen” genoemd). De onderneming produceert ook optische instrumenten, machines en verbruiksmaterialen voor professionals in de oogzorg en producenten van brillenglazen. Essilor is ook in mindere mate actief in de productie en verkoop van brillen en in de onlinedetailverkoop. Essilor heeft in 2016 een omzet behaald van ongeveer 7 miljard EUR.

(5)

Luxottica is een onderneming met hoofdzetel in Italië en ontwerpt, vervaardigt en distribueert brilmonturen op voorschrift en zonnebrillen die onder een portefeuille van zowel eigen merken als gelicentieerde merken worden verhandeld. Sinds de recente opening van een laboratorium in Italië is de onderneming ook actief in de detailhandel in optische artikelen, maar slechts in beperkte mate in Europa, en in de groothandel in brillenglazen. Luxottica heeft in 2016 een omzet behaald van ongeveer 9 miljard EUR.

II.   EUROPESE DIMENSIE

(6)

De betrokken ondernemingen behalen tezamen een totale wereldwijde omzet van meer dan 5 miljard EUR (2). Elke onderneming afzonderlijk heeft een Europese omzet van meer dan 250 miljoen EUR en behaalt niet meer dan twee derde van haar totale Europese omzet in een en dezelfde lidstaat.

III.   DE PROCEDURE

(7)

Op basis van haar marktonderzoek heeft de Commissie ernstige twijfels geformuleerd omtrent de verenigbaarheid van de transactie met de interne markt en heeft zij op 26 september 2017 een besluit vastgesteld tot inleiding van de procedure overeenkomstig artikel 6, lid 1, onder c), van de concentratieverordening.

(8)

Op 17 oktober 2017 hebben de partijen overeenkomstig artikel 10, lid 3, tweede alinea, eerste zin, van de concentratieverordening om een verlenging van de wettelijke termijn met tien werkdagen verzocht.

(9)

Op 19 oktober 2017 heeft de Commissie overeenkomstig artikel 11, lid 3, bij beschikking van Essilor verlangd dat zij gegevens verstrekt als antwoord op een verzoek om inlichtingen van de Commissie.

(10)

Op 31 oktober 2017 heeft de Commissie overeenkomstig artikel 10, lid 4, en artikel 11, lid 3, van de concentratieverordening bij beschikking van Luxottica verlangd dat zij documenten verstrekt als antwoord op een verzoek om inlichtingen van de Commissie. De termijn voor het concentratieonderzoek werd opgeschort van 25 oktober 2017 tot en met 7 november 2017.

(11)

Op 21 december 2017 heeft de Commissie, met instemming van de partijen, de termijn van de procedure overeenkomstig artikel 10, lid 3, van de concentratieverordening met tien werkdagen verlengd tot 22 maart 2018, zodat zij een beoordeling kon maken van de te laat voorgelegde documenten die de partijen eerder niet hadden ingediend.

IV.   BEOORDELING

(12)

De transactie heeft betrekking op de waardeketen van optische artikelen in de EER. De relevante productmarkt en de relevante geografische markt worden als volgt gedefinieerd:

1.   Definities van de relevante markt

1.1.   Optisch substraat

(13)

De Commissie is van oordeel dat de markt voor optisch substraat, een grondstof voor de productie van brillenglazen op bestelling, gescheiden is van de markt voor brillenglazen omdat er aan de vraag- noch aan de aanbodzijde sprake is van substitueerbaarheid is tussen brillenglazen en substraat. In overeenstemming met de in het verleden gevolgde praktijk is de Commissie van oordeel dat de markt voor optisch substraat ten minste de EER omvat.

1.2.   Groothandel in brillenglazen

(14)

De Commissie is van oordeel dat de relevante markt de markt is voor de groothandel in afgewerkte brillenglazen, met inbegrip van zowel heldere brillenglazen als zonnebrilglazen. Het onderzoek heeft de relevantie van een potentiële segmentering naar materiaal, type voorschrift en verkoopkanaal bevestigd. Een dergelijke segmentering zou echter geen gevolgen hebben voor de beoordeling uit mededingingsoogpunt en kan derhalve worden opengelaten. Het onderzoek heeft verder bevestigd dat de geografische markt voor de groothandel in brillenglazen nationaal is.

1.3.   Groothandel in monturen

(15)

De Commissie is van oordeel dat de markt voor de groothandel in monturen gescheiden is van de markt voor de groothandel in zonnebrillen, omdat er aan de vraagzijde geen sprake is van substitueerbaarheid tussen de producten. Hoewel er aan de aanbodzijde sprake kan zijn van enige substitueerbaarheid, hebben leveranciers over het algemeen verschillende sterke punten met betrekking tot monturen of zonnebrillen.

(16)

De Commissie is van oordeel dat de relevante markt de markt voor de groothandel in monturen is. Een verdere onderverdeling naar prijspunt, merknaam of verkoopkanaal zou geen gevolgen hebben voor de beoordeling uit mededingingsoogpunt en kan derhalve worden opengelaten. De definitie van de geografische markt voor de groothandel in monturen kan nationaal zijn of de EER omvatten en kan uiteindelijk worden opengelaten.

1.4.   Groothandel in zonnebrillen

(17)

De Commissie is van oordeel dat de relevante markt de markt voor de groothandel in zonnebrillen is. Een verdere onderverdeling naar prijspunt, merknaam of verkoopkanaal zou geen gevolgen hebben voor de beoordeling uit mededingingsoogpunt en kan derhalve worden opengelaten. De definitie van de geografische markt voor de groothandel in zonnebrillen kan nationaal zijn of de EER omvatten en kan uiteindelijk worden opengelaten.

1.5.   Optische machines en verbruiksmaterialen

(18)

De Commissie laat in het midden of de markt voor optische machines verder moet worden ingedeeld in machines voor oppervlaktebehandeling, coatingmachines, industriële slijpmachines en commerciële slijpmachines (tafelslijpautomaten of „table-top edgers”), aangezien de transactie op geen van deze markten aanleiding geeft tot mededingingsbezwaren. De Commissie is van oordeel dat de markt voor optische machines en in het bijzonder commerciële slijpmachines (tafelslijpautomaten) ten minste de EER omvat en laat de precieze marktafbakening open, aangezien deze geen invloed zou hebben op de beoordeling uit mededingingsoogpunt.

(19)

De Commissie laat de definitie van de relevante productmarkt voor verbruiksmaterialen open, aangezien de transactie nauwelijks gevolgen heeft voor deze markt. De geografische markt omvat ten minste de EER.

1.6.   Detailhandel in optische artikelen

(20)

De Commissie laat in het midden of de markt voor detailhandel in optische artikelen verder moet worden ingedeeld in fysieke verkoop en onlineverkoop, aangezien een dergelijke indeling geen gevolgen zou hebben voor de beoordeling uit mededingingsoogpunt. De Commissie is van oordeel dat de markten voor de detailhandel in optische artikelen nationaal zijn, gelet op de in het verleden gevolgde praktijk en de resultaten van het marktonderzoek.

1.7.   Contactlenzen

(21)

De Commissie is van oordeel dat het mogelijke onderscheid tussen zachte en harde lenzen in dit geval open kan worden gelaten, aangezien dit geen invloed zou hebben op de uitkomst van de beoordeling. De Commissie is van oordeel dat de markten voor contactlenzen nationaal zijn of de EER omvatten, maar dat de definitie van de geografische markt open kan worden gelaten omdat deze geen invloed heeft op de beoordeling uit mededingingsoogpunt.

2.   Beoordeling uit mededingingsoogpunt

2.1.   Beoordeling van horizontale niet-gecoördineerde effecten

2.1.1.   Groothandel in brillenglazen

(22)

De Commissie heeft vastgesteld dat Luxottica in 2016 de Europese markt voor brillenglazen heeft betreden door een laboratorium in Italië (Sedico) te openen.

(23)

Uit het marktonderzoek is gebleken dat een grote meerderheid van de respondenten Luxottica in de komende jaren geen grote speler ziet worden op het gebied van brillenglazen.

(24)

Bovendien lijken de concurrenten Hoya, Zeiss en Rodenstock beter gepositioneerd dan Luxottica zou zijn geweest om concurrentiedruk uit te oefenen op Essilor. Dit wordt aangevuld door lokale concurrenten in een aantal EER-landen en door concurrentie van Aziatische leveranciers van goedkopere producten.

(25)

De Commissie is derhalve van oordeel dat de transactie, ondanks de recente toetreding van Luxottica tot de markten voor brillenglazen in Europa, de daadwerkelijke mededinging op de markten voor brillenglazen in eender welk EER-land, en met name in het Verenigd Koninkrijk en Italië, niet significant zal belemmeren als gevolg van horizontale niet-gecoördineerde effecten.

2.1.2.   Groothandel in brilmonturen op voorschrift en zonnebrillen

(26)

Essilor heeft de afgelopen jaren haar bedrijfsactiviteiten op het gebied van monturen en zonnebrillen in de EER uitgebouwd. De Commissie was echter van oordeel dat de merken van Luxottica en Essilor verre concurrenten van elkaar zijn wat brilmonturen op voorschrift betreft, aangezien de merken van Essilor op lagere prijspunten zijn gepositioneerd, met Bolon en Costa als enige uitzonderingen. Essilor verwierf in 2014 het Amerikaanse Costa en in 2013 het Chinese Bolon, […]. Beide merken zijn in 2016 op de Europese markt gebracht en worden momenteel in diverse EU-landen uitgerold.

(27)

Als de onderneming in 2020 haar verkoopdoelstellingen voor haar topbrillenmerken zou bereiken, zouden Costa en Bolon […] slechts ongeveer 2 % van de EER-markt voor merkbrillen vertegenwoordigen.

(28)

Uit het marktonderzoek is gebleken dat een grote meerderheid van de respondenten Essilor in de komende jaren geen grote speler ziet worden op het gebied van monturen of zonnebrillen.

(29)

Bovendien zal de fusieonderneming concurrentie blijven ondervinden van andere leveranciers van monturen en zonnebrillen, zoals Safilo en De Rigo, die een grote verscheidenheid aan merken aanbieden.

(30)

De Commissie is derhalve van oordeel dat de transactie, ondanks de recente lancering door Essilor van nieuwe brillenmerken zoals Bolon en Costa in de EER, de daadwerkelijke mededinging niet significant zal belemmeren als gevolg van horizontale niet-gecoördineerde effecten op de markten voor monturen op voorschrift of op de markten voor zonnebrillen in de EER als geheel of in een EER-land.

2.1.3.   Detailhandel in optische artikelen

(31)

De Commissie heeft vastgesteld dat er in de EER geen markten voor de detailhandel in optische artikelen zijn getroffen. Voorts zorgt Essilor voor een kleine toename van het marktaandeel op de detailhandelsmarkt, waar Luxottica een beperkt marktaandeel heeft, onder andere in het Verenigd Koninkrijk en Italië. Bovendien zijn Luxottica en Essilor verre concurrenten van elkaar wat de detailhandel in optische artikelen betreft, omdat Essilor zich richt op de onlineverkoop van contactlenzen, terwijl Luxottica zich specialiseert in de fysieke detailverkoop van brillen en de onlineverkoop van zonnebrillen.

(32)

De Commissie concludeert dat de transactie de daadwerkelijke mededinging op de markten voor detailhandel in optische artikelen in eender welk EER-land, en met name in het Verenigd Koninkrijk en Italië, niet significant zal belemmeren als gevolg van horizontale niet-gecoördineerde effecten.

2.1.4.   Merklicenties

(33)

Zowel Essilor als Luxottica is actief op het gebied van merklicenties als feitelijke of potentiële kopers van licenties. De Commissie heeft echter vastgesteld dat Essilor en Luxottica verschillende profielen hebben, omdat Luxottica’s portefeuille van gelicentieerde merken prestigieuze mode- en luxemerken omvat, terwijl Essilors portefeuille weinig merken omvat, die bovendien slechts een geringe aantrekkingskracht hebben, en lage marktaandelen behaalt.

2.2.   Beoordeling van verticale niet-gecoördineerde effecten

(34)

De Commissie concludeert dat de transactie de daadwerkelijke mededinging niet significant zal belemmeren als gevolg van verticale niet-gecoördineerde effecten op de volgende verticaal getroffen markten.

a)

Met betrekking tot de levering door Essilor van optisch substraat als grondstof en de productie door Luxottica van brillenglazen, komt de Commissie tot deze conclusie op grond van de aanwezigheid van voldoende alternatieve leveranciers van optisch substraat en de zeer kleine marktpositie van Luxottica op de stroomafwaartse markt voor brillenglazen in de EER.

b)

Met betrekking tot de levering door Essilor van verbruiksmaterialen en van oppervlaktebehandelings-, coating- en slijpmachines en de productie door Luxottica van brillenglazen, komt de Commissie tot haar conclusie op grond van de aanwezigheid van voldoende alternatieve leveranciers van optische machines en verbruiksmaterialen en de zeer kleine marktpositie van Luxottica op de stroomafwaartse markt voor brillenglazen in de EER.

c)

Met betrekking tot de levering door Essilor van zonnebrilglazen en de productie door Luxottica van zonnebrillen, komt de Commissie tot haar conclusie op grond van de zeer geringe verkoop van Essilor en de aanwezigheid van voldoende alternatieve leveranciers (3).

d)

Met betrekking tot de levering door Essilor van brillenglazen en de detailhandelsactiviteiten van Luxottica komt de Commissie tot haar conclusie op grond van de aanwezigheid van voldoende alternatieve aanbieders van brillenglazen en de beperkte omvang van de detailhandelsactiviteiten van de fusieonderneming in de EER.

e)

Met betrekking tot de levering door Essilor van commerciële slijpmachines en de detailhandelsactiviteiten van Luxottica komt de Commissie tot haar conclusie op grond van de aanwezigheid van voldoende alternatieve leveranciers van optische machines en de beperkte omvang van de detailhandelsactiviteiten van de fusieonderneming in de EER.

f)

Met betrekking tot de levering door Luxottica van monturen en zonnebrillen en de detailhandelsactiviteiten van Essilor, komt de Commissie tot haar conclusie op grond van de zeer beperkte aanwezigheid van Essilor in de detailhandel in optische artikelen.

2.3.   Beoordeling van niet-gecoördineerde conglomeraateffecten

(35)

De transactie leidt tot conglomeraatbanden tussen de groothandel in de partijen in brillen, brillenglazen, tafelslijpautomaten en contactlenzen, aangezien de partijen deze producten aan hetzelfde klantenbestand in de EER verkopen, namelijk aan detailhandelaars in optische artikelen.

(36)

De beoordeling van de Commissie van niet-gecoördineerde conglomeraateffecten is gericht op i) de potentiële benutting van Luxottica’s positie op de brillenmarkt om concurrenten op de brillenglazenmarkt uit te sluiten; ii) de potentiële benutting van Essilors positie op de brillenglazenmarkt om concurrenten op de brillenmarkt uit te sluiten; iii) de potentiële benutting van Essilors positie op de markt voor optische machines (tafelslijpautomaten) om concurrenten op de brillenmarkt uit te sluiten, en iv) de benutting van Luxottica’s positie op de brillenmarkt om concurrenten op de markt voor contactlenzen of optische toestellen uit te sluiten.

2.3.1.   Benutting van Luxottica’s positie op de brillenmarkt om concurrenten op de brillenglazenmarkt uit te sluiten

Vermogen om de markt af te schermen

(37)

De Commissie is van oordeel dat Luxottica in de EER een zekere marktmacht heeft in de groothandel in zonnebrillen en een beperkte marktmacht heeft in de groothandel in monturen, maar niet voldoende om concurrenten van de fusieonderneming op de brillenglazenmarkt uit te sluiten.

(38)

Hoewel Luxottica op EER-niveau een marktaandeel van [40-50] % heeft voor zonnebrillen, concludeert de Commissie dat de marktmacht van Luxottica onvoldoende is om Luxottica in staat te stellen concurrenten van de fusieonderneming op de brillenglazenmarkt uit te sluiten. Deze conclusie is voornamelijk gebaseerd op het feit dat een groot deel van de optiekwinkels geen zonnebrillen van Luxottica verkoopt, op de feedback van een groot aantal opticiens over het belang van de zonnebrilmerken van Luxottica, op het feit dat de verkoop van zonnebrillen een klein deel van de omzet van opticiens vertegenwoordigt en op de relatieve marges van leveranciers van zonnebrillen.

(39)

De fusieonderneming heeft een klein marktaandeel op het gebied van monturen, namelijk [10-20] % in de EER, en het door de Commissie verzamelde bewijsmateriaal ondersteunt niet de beweringen dat Luxottica montuurmerken heeft die opticiens absoluut in hun assortiment willen. Een groot deel van de optiekwinkels verkoopt geen monturen van Luxottica en uit de feedback van een groot aantal opticiens blijkt niet dat de marktmacht van Luxottica groter is dan wat het marktaandeel van Luxottica suggereert.

Stimulansen om uit te sluiten

(40)

De Commissie is van oordeel dat er een onderscheid moet worden gemaakt tussen de stimulansen van de fusieonderneming om tot koppelverkoop over te gaan (waarbij de fusieonderneming haar verkoop van zonnebrillen of monturen van Luxottica, of beide, ervan afhankelijk stelt dat de klant ook brillenglazen van Essilor koopt), die beperkt lijken te zijn, en de stimulansen om tot gemengde bundeling over te gaan (waarbij de fusieonderneming een bundel bestaande uit zonnebrillen of monturen van Luxottica, of beide, enerzijds, en brillenglazen van Essilor, anderzijds, aanbiedt tegen een goedkopere prijs dan wanneer de producten afzonderlijk worden gekocht), die waarschijnlijker zijn.

Stimulansen om de markt af te schermen

(41)

De Commissie is van oordeel dat de fusieonderneming geen stimulansen zal hebben om tot koppelverkoop over te gaan door haar positie op de markt voor monturen en/of zonnebrillen te benutten om opticiens ertoe aan te zetten meer brillenglazen van Essilor te kopen. Luxottica heeft in het verleden slechts in zeer beperkte mate gebruikgemaakt van koppelverkoop voor verschillende producten en in de interne documenten van de partijen wijst niets erop dat zij voornemens zijn de verkoop van brillen en brillenglazen na de transactie aan elkaar te koppelen. Bovendien heeft een aanzienlijk aantal klanten die op het marktonderzoek hebben gereageerd, aangegeven dat zij elke koppelverkoop in de regel zouden afwijzen en dat dit hen ertoe zou aanzetten om op zoek te gaan naar andere leveranciers. Bovendien zijn de variabele kostenmarges van Luxottica voor een zonnebril en monturen hoger dan de marges van Essilor voor brillenglazen, hetgeen — samen met de andere resultaten van het onderzoek van de Commissie — erop wijst dat de fusieonderneming waarschijnlijk aanzienlijke verliezen zal lijden indien zij overgaat tot koppelverkoop.

Stimulansen om tot gemengde bundeling over te gaan

(42)

De Commissie is van oordeel dat de fusieonderneming stimulansen zal hebben om tot gemengde bundeling over te gaan door brillen en bijpassende brillenglazen samen als „volledig pakket” aan te bieden tegen een goedkopere prijs dan wanneer deze afzonderlijk zouden worden gekocht. Dit is gebaseerd op aanbiedingen uit het verleden en toekomstige plannen van zowel Essilor als Luxottica.

Effecten van uitsluiting

(43)

Zelfs in het onwaarschijnlijke geval van een poging tot uitsluiting waren er in de resultaten van het marktonderzoek geen aanwijzingen dat het vermogen van concurrenten op de brillenglazenmarkt om concurrentiedruk op Essilor uit te oefenen zou worden belemmerd indien zij marktaandeel zouden verliezen. De beschikbare gegevens over efficiëntievoordelen wijzen er niet op dat leveranciers met kleinere marktaandelen te lijden zouden hebben onder een gebrek aan schaalvoordelen. Bovendien zou volgens de kwantitatieve analyse van de Commissie een hypothetisch verlies aan marktaandeel door concurrenten op de brillenglazenmarkt hoe dan ook relatief bescheiden zijn.

(44)

De Commissie is derhalve van oordeel dat de transactie de daadwerkelijke mededinging op de markten voor brillenglazen noch op EER-niveau, noch op nationaal niveau significant zal belemmeren als gevolg van niet-gecoördineerde conglomeraateffecten door de benutting van Luxottica’s positie op de brillenmarkt.

2.3.2.   Benutting van de positie van Essilor op de markt voor brillenglazen om concurrenten op de brillenmarkt uit te sluiten

(45)

Aangezien klanten beperkte voorkeuren voor specifieke brillenglazenmerken en sterkere voorkeuren voor specifieke brillenmerken hebben, is het onrealistisch om te veronderstellen dat de partijen hun positie op de brillenglazenmarkt zouden kunnen benutten om de verkoop van brillen aan klanten op te leggen. Uit het onderzoek van de Commissie is gebleken dat klanten zich tegen een dergelijke poging zouden verzetten, omdat zij bereid en in staat zijn om over te stappen naar een concurrerende leverancier van brillenglazen om te voorkomen dat zij worden gedwongen om tegen hun zin monturen van Luxottica te kopen.

(46)

Terwijl het marktaandeel van de brillenglazen van Essilor veel hoger is dan dat van de brillen van Luxottica, zijn brillenglazen veel meer een basisproduct geworden waarbij klanten slechts in beperkte mate een voorkeur voor specifieke merken hebben. Dit wordt ook weerspiegeld in de winstmarges die bedrijven op beide markten behalen; de marges zijn aanzienlijk kleiner voor brillenglazen dan voor brillen (wat duidt op een aanzienlijk groter prijszettingsvermogen voor brillen). De Commissie is van oordeel dat het in dit geval onwaarschijnlijk is dat een concurrentienadeel zou ontstaan als de positie op de brillenglazenmarkt wordt benut op de brillenmarkt.

(47)

De Commissie komt tot de conclusie dat de fusieonderneming niet in staat zal zijn en geen stimulansen zal hebben om haar positie op de brillenglazenmarkt in de EER te benutten door haar verkoop dermate te koppelen aan die van monturen of zonnebrillen dat concurrerende leveranciers van monturen en zonnebrillen worden uitgesloten doordat hun vermogen of hun stimulansen om te concurreren worden beperkt.

(48)

De Commissie is derhalve van oordeel dat de transactie de daadwerkelijke mededinging op de markten voor monturen of zonnebrillen noch op EER-niveau, noch op nationaal niveau significant zal belemmeren als gevolg van niet-gecoördineerde conglomeraateffecten door de benutting van de positie van Essilor op de brillenglazenmarkt.

2.3.3.   Benutting van de positie van Essilor op de markt voor optische machines om concurrenten op de brillenmarkt uit te sluiten

(49)

Essilor verkoopt slechts één type optische machines aan professionals in de oogzorg, namelijk tafelslijpautomaten. Deze machines behalen in de EER een marktaandeel van 40-45 %. De vraag naar deze producten is grotendeels afkomstig van klanten met kopersmacht, zoals grote ketens of inkooporganisaties. De concurrentie van ingevoerde machines neemt toe: zo voldoen ingevoerde machines van buiten de EER reeds voor ongeveer 35 % aan de vraag in de EER.

(50)

De Commissie heeft in het verleden gevallen gevonden waarbij Essilor de verkoop van brillenglazen en de verkoop van optische machines bundelde, maar geen gevallen waarbij Essilor beide productgroepen aan elkaar koppelde. Het bundelen van machines van Essilor met monturen of zonnebrillen zou resulteren in een hoog opzeggingscijfer, aangezien opticiens geen sterke merkvoorkeuren hebben voor optische machines. Bovendien zouden concurrenten op de brillenmarkt niet worden uitgesloten, aangezien de meesten onder hen een mondiale of internationale aanwezigheid hebben.

(51)

De Commissie is derhalve van oordeel dat de transactie de daadwerkelijke mededinging op de markten voor monturen of zonnebrillen op de nationale markten in de EER niet significant zal belemmeren als gevolg van niet-gecoördineerde conglomeraateffecten door de benutting van de positie van Essilor op de markt voor optische machines die op EER-niveau aan professionals in de oogzorg worden verkocht.

2.3.4.   Benutting van Luxottica’s positie op de brillenmarkt om concurrenten af te schermen van de markt voor contactlenzen en optische machines

(52)

De Commissie heeft geen bewijzen gevonden ter staving van de bewering dat de fusieonderneming haar macht op de brillenmarkt zou kunnen benutten om concurrenten uit te sluiten die andere producten aan professionals in de oogzorg verkopen, in het bijzonder contactlenzen en optische machines (tafelslijpautomaten).

(53)

Essilor is momenteel nauwelijks actief in de levering van contactlenzen. Zij produceert geen contactlenzen, maar verkoopt deze producten uitsluitend door aan bepaalde detailhandelaars. Geen enkele opticien heeft tijdens het marktonderzoek naar voren gebracht dat hij Essilor zou beschouwen als een leverancier van contactlenzen.

(54)

Om dezelfde redenen als die welke in de punten 38 en 39 zijn uiteengezet, heeft Luxottica niet voldoende marktmacht op de markten voor monturen en zonnebrillen om leveranciers van tafelslijpautomaten uit te sluiten. Bovendien kunnen opticiens gemakkelijk overstappen naar een andere leverancier van tafelslijpautomaten, mocht Essilor overgaan tot koppelverkoop of bundeling.

(55)

De Commissie is derhalve van oordeel dat de transactie de daadwerkelijke mededinging op de markten voor contactlenzen of tafelslijpautomaten in de EER niet significant zal belemmeren als gevolg van niet-gecoördineerde conglomeraateffecten door de benutting van de positie van Luxottica op de brillenmarkt.

V.   CONCLUSIE EN VOORSTEL

(56)

In het bijgevoegde besluit krachtens artikel 8, lid 1, van de concentratieverordening wordt geconcludeerd dat de transactie de daadwerkelijke mededinging op de interne markt of een wezenlijk deel daarvan niet significant zou belemmeren. De concentratie wordt bijgevolg op grond van het bijgevoegde besluit verenigbaar verklaard met de interne markt en de EER-overeenkomst, in overeenstemming met artikel 2, lid 2, en artikel 8, lid 1, van de concentratieverordening en artikel 57 van de EER-overeenkomst.

(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.

(2)  Omzet berekend overeenkomstig artikel 5 van de concentratieverordening en de geconsolideerde mededeling van de Commissie over bevoegdheidskwesties (PB C 95 van 16.4.2008, blz. 1).

(3)  De Commissie heeft ook beweringen onderzocht in verband met de mogelijke uitsluiting van toegang tot acetaatblokken, een bestanddeel dat wordt gebruikt voor de productie van monturen en zonnebrillen. Aangezien Luxottica momenteel in een middelgroot deel van de capaciteit van beide leveranciers voorziet en Essilor zeer weinig toevoegt aan de groothandelsactiviteiten van Luxottica op het gebied van brillen in de EER, concludeert de Commissie dat er geen risico bestaat dat concurrenten op de brillenmarkt worden uitgesloten van toegang tot acetaatblokken.


Rekenkamer

20.9.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 335/17


Speciaal verslag nr. 20/2018

„De Afrikaanse vredes- en veiligheidsarchitectuur: het accent van de EU-steun moet worden verlegd”

(2018/C 335/09)

De Europese Rekenkamer deelt u mede dat Speciaal verslag nr. 20/2018 „De Afrikaanse vredes- en veiligheidsarchitectuur: het accent van de EU-steun moet worden verlegd” zojuist gepubliceerd is.

Het verslag kan worden ingezien op of gedownload van de website van de Europese Rekenkamer: http://eca.europa.eu


INFORMATIE OVER DE EUROPESE ECONOMISCHE RUIMTE

Toezichthoudende Autoriteit van de EVA

20.9.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 335/18


Staatssteun — Besluit om geen bezwaar te maken

(2018/C 335/10)

De Toezichthoudende Autoriteit van de EVA maakt geen bezwaar tegen de volgende steunmaatregel:

Datum waarop het besluit is genomen

:

14 juni 2018

Zaaknummer

:

82119

Nummer van het besluit

:

061/18/COL

EVA-staat

:

Noorwegen

Regio

:

Benaming (en/of naam van de begunstigde)

:

Steunregeling voor innovatie en ontwikkeling van nieuws- en actualiteitenmedia

Rechtsgrondslag

:

Forskrift om innovasjons- og utviklingstilskudd til nyhets- og aktualitetsmedier

Type maatregel

:

Steunregeling

Doelstelling

:

Pluralisme van de media

Vorm van de steun

:

Subsidie

Begrotingsmiddelen

:

30 miljoen NOK

Intensiteit

:

40 % (50 % voor kleine ondernemingen)

Looptijd

:

2018-2022

Economische sectoren

:

C.58.1 Uitgeverijen van boeken en tijdschriften; overige uitgeverijen, C.60.1 Uitzenden van radioprogramma’s, C.60.2 Uitzenden van televisieprogramma’s, abonneetelevisie, en C.63.9 Overige dienstverlenende activiteiten op het gebied van informatie

Naam en adres van de steunverlenende autoriteit

:

Norwegian Media Authority

Nygata 4

NO-1607 Fredrikstad

NOORWEGEN

Andere informatie

:

De tekst van het besluit in de authentieke ta(a)l(en), waaruit de vertrouwelijke gegevens zijn geschrapt, kan worden geraadpleegd op de website van de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA:

http://www.eftasurv.int/state-aid/state-aid-register/


V Bekendmakingen

GERECHTELIJKE PROCEDURES

EVA-Hof

20.9.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 335/19


ARREST VAN HET HOF

van 30 mei 2018

in zaak E-6/17

Fjarskipti hf. tegen Síminn hf.

(Artikel 54 van de EER-overeenkomst — Misbruik van machtspositie — Margin-squeeze — Recht op schadevordering — Toepasselijkheid bepalingen EER-overeenkomst in nationale procedures — Belang van een eindbesluit van een mededingingsautoriteit)

(2018/C 335/11)

In zaak E-6/17, Fjarskipti hf. tegen Síminn hf. — VERZOEK aan het Hof, overeenkomstig artikel 34 van de Overeenkomst tussen de EVA-staten betreffende de oprichting van een Toezichthoudende Autoriteit en een Hof van Justitie, door Héraðsdómur Reykjavíkur (rechtbank Reykjavik) betreffende de uitlegging van artikel 54 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, heeft het Hof, samengesteld uit Páll Hreinsson, voorzitter, Per Christiansen (rechter-rapporteur), en Martin Ospelt (ad hoc), rechters, op 30 mei 2018 een arrest gewezen, waarvan het dictum als volgt luidt:

1.

Een natuurlijke persoon of een rechtspersoon moet zich op artikel 54 van de EER-overeenkomst kunnen beroepen, omdat dit onderdeel is, of is geworden, van het nationale recht, zodat hij voor een nationale rechter schadevergoeding kan vorderen voor een schending van de in die bepaling vastgestelde verbodsbepalingen.

2.

Om een schadevordering voor schending van mededingingsregels te laten beoordelen door een rechterlijke instantie, is niet vereist dat een nationale mededingingsautoriteit eerst een eindbesluit vaststelt waarin tot schending van artikel 54 van de EER-overeenkomst wordt geconcludeerd. Wanneer een nationale mededingingsautoriteit dit soort besluit heeft vastgesteld, eist het EER-recht niet dat het besluit bindend is voor de nationale rechterlijke instanties in een vervolgvordering. Bij gebreke van EER-recht dat de procedures en de sancties voor schendingen van het mededingingsrecht beregelt, valt het binnen de procedurele autonomie van elke EER-Staat om nadere regels vast te stellen over de mate waarin belang moet worden gehecht aan een eindbesluit, met inachtneming van het gelijkwaardigheidsbeginsel en het doeltreffendheidsbeginsel.

3.

De omstandigheid dat een onderneming met een machtspositie verplicht is om afgiftediensten in te kopen tegen een hoger tarief dan dat waartegen zij haar eigen afgiftediensten verkoopt, staat niet in de weg aan de conclusie dat de eigen tariefpraktijk van de onderneming met een machtspositie in de vorm van marge-squeeze misbruik van een machtspositie vormt in de zin van artikel 54 van de EER-overeenkomst.

4.

Om tot op artikel 54 van de EER-overeenkomst inbreukmakende margin-squeeze te concluderen, is het voldoende dat de betrokken onderneming een machtspositie op de relevante wholesalemarkt heeft. Het is niet vereist dat de onderneming ook op de relevante retailmarkt een machtspositie heeft.


20.9.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 335/20


ARREST VAN HET HOF

van 30 mei 2018

in zaak E-9/17

Edmund Falkenhahn AG tegen Finanzmarktaufsicht

(Richtlijn 2009/110/EG — Instellingen voor elektronisch geld — Terugbetaling tegen nominale waarde — Beschermingsvereisten)

(2018/C 335/12)

In zaak E-9/17, Edmund Falkenhahn AG tegen Finanzmarktaufsicht — VERZOEK aan het Hof, overeenkomstig artikel 34 van de Overeenkomst tussen de EVA-staten betreffende de oprichting van een Toezichthoudende Autoriteit en een Hof van Justitie, door de Beschwerdekommission der Finanzmarktaufsicht (commissie van bezwaar van de Autoriteit toezicht financiële markten) betreffende de uitlegging van Richtlijn 2009/110/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de toegang tot, de uitoefening van en het prudentieel toezicht op de werkzaamheden van instellingen voor elektronisch geld, tot wijziging van de Richtlijnen 2005/60/EG en 2006/48/EG en tot intrekking van Richtlijn 2000/46/EG, heeft het Hof, samengesteld uit Páll Hreinsson, president, Per Christiansen (rechter-rapporteur), en Martin Ospelt (ad hoc), rechters, op 30 mei 2018 een arrest gewezen, waarvan het dictum als volgt luidt:

1.

Het is onbestaanbaar met artikel 11, leden 1 en 2, van Richtlijn 2009/110/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de toegang tot, de uitoefening van en het prudentieel toezicht op de werkzaamheden van instellingen voor elektronisch geld, tot wijziging van de Richtlijnen 2005/60/EG en 2006/48/EG en tot intrekking van Richtlijn 2000/46/EG wanneer elektronisch geld bij het ontvangen van gelden op enig tijdstip een waarde heeft die van de nominale waarde verschilt, ook tijdens de periode tussen uitgifte en terugbetaling.

2.

In artikel 7, lid 2, eerste en tweede alinea, van Richtlijn 2009/110/EG, gelezen in samenhang met tabel 1 van punt 14 van bijlage I bij Richtlijn 2006/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 inzake de kapitaaltoereikendheid van beleggingsondernemingen en kredietinstellingen, wordt uitputtend omschreven welke activa veilige activa met een lage risicograad in de zin van artikel 7, lid 1, van Richtlijn 2009/110/EG zijn.


PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID

Europese Commissie

20.9.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 335/21


Voorafgaande aanmelding van een concentratie

(Zaak M.9054 — Broadcom/CA)

Voor de vereenvoudigde procedure in aanmerking komende zaak

(Voor de EER relevante tekst)

(2018/C 335/13)

1.   

Op 12 september 2018 heeft de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1) ontvangen.

Deze aanmelding betreft de volgende ondernemingen:

Broadcom Inc. (Verenigde Staten);

CA, Inc. (Verenigde Staten).

Broadcom Inc. verkrijgt uitsluitende zeggenschap in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), van de concentratieverordening over het geheel van CA, Inc.

De concentratie komt tot stand door een fusie.

2.   

De activiteiten van de betrokken ondernemingen zijn:

—   Broadcom Inc.: vervaardiging van semiconductoren en hardware voor communicatie, opslag en industriële toepassingen;

—   CA, Inc.: ontwikkeling van software die klanten helpt in de ontwikkeling, de exploitatie, het testen, de uitrol en de beveiliging van hun zakelijke toepassingen en databases.

3.   

Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde transactie binnen het toepassingsgebied van de concentratieverordening kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden.

Er zij op gewezen dat deze zaak in aanmerking komt voor de vereenvoudigde procedure zoals uiteengezet in de mededeling van de Commissie betreffende een vereenvoudigde procedure voor de behandeling van bepaalde concentraties krachtens Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (2).

4.   

De Commissie verzoekt belanghebbenden haar hun eventuele opmerkingen over de voorgenomen concentratie kenbaar te maken.

Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk tien dagen na de datum van deze bekendmaking hebben bereikt. De volgende referentie moet altijd worden vermeld:

M.9054 — Broadcom/CA

Opmerkingen kunnen aan de Commissie worden toegezonden per e-mail, per fax of per post. Gelieve de onderstaande contactgegevens te gebruiken:

E-mail: COMP-MERGER-REGISTRY@ec.europa.eu

Fax +32 22964301

Postadres:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Concurrentie

Griffie voor concentraties

1049 Brussel

BELGIË


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1 („de concentratieverordening”).

(2)  PB C 366 van 14.12.2013, blz. 5.


20.9.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 335/23


Voorafgaande aanmelding van een concentratie

(Zaak M.9059 — CVC/Messer Group/Divestment Business)

(Voor de EER relevante tekst)

(2018/C 335/14)

1.   

Op 14 september 2018 heeft de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1) ontvangen.

Deze aanmelding betreft de volgende ondernemingen:

CVC Capital Partners SICAV-FIS SA („CVC”) (Luxemburg);

Messer Group GmbH („Messer”) (Duitsland), en

Divestment Business: activa en divisies in Noord- en Zuid-Amerika, alsook wereldwijde helium sourcing-contracten en activa die worden afgestoten in het kader van de voorgestelde fusie tussen Praxair, Inc. en Linde AG.

CVC en Messer verkrijgen via een nieuw opgerichte gemeenschappelijke onderneming gezamenlijke zeggenschap in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), van de concentratieverordening over Divestment Business.

De concentratie komt tot stand door de verwerving van aandelen.

2.   

De activiteiten van de betrokken ondernemingen zijn:

—   Messer: industriële gassen en aanverwante activiteiten, alsook diensten in samenhang met deze producten;

—   CVC: adviesverlening aan en beheer van beleggingsfondsen en -platforms;

—   Divestment Business: industriële gassen en aanverwante activiteiten in Noord- en Zuid-Amerika, alsook helium sourcing-activiteiten over de hele wereld.

3.   

Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde transactie binnen het toepassingsgebied van de concentratieverordening kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden.

4.   

De Commissie verzoekt belanghebbenden haar hun eventuele opmerkingen over de voorgenomen concentratie kenbaar te maken.

Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk tien dagen na de datum van deze bekendmaking hebben bereikt. De volgende referentie moet altijd worden vermeld:

M.9059 — CVC/Messer Group/Divestment Business

Opmerkingen kunnen aan de Commissie worden toegezonden per e-mail, per fax of per post. Gelieve de onderstaande contactgegevens te gebruiken:

E-mail: COMP-MERGER-REGISTRY@ec.europa.eu

Fax +32 22964301

Postadres:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Concurrentie

Griffie voor concentraties

1049 Brussel

BELGIË


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1 („de concentratieverordening”).