|
ISSN 1977-0995 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 153 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Mededelingen en bekendmakingen |
61e jaargang |
|
Nummer |
Inhoud |
Bladzijde |
|
|
I Resoluties, aanbevelingen en adviezen |
|
|
|
AANBEVELINGEN |
|
|
|
Raad |
|
|
2018/C 153/01 |
|
|
IV Informatie |
|
|
|
INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE |
|
|
|
Europese Commissie |
|
|
2018/C 153/02 |
||
|
|
INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE LIDSTATEN |
|
|
2018/C 153/03 |
|
|
V Bekendmakingen |
|
|
|
PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID |
|
|
|
Europese Commissie |
|
|
2018/C 153/04 |
Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak M.8899 — OTPP/Carlyle/European Camping Group) — Voor de vereenvoudigde procedure in aanmerking komende zaak ( 1 ) |
|
|
|
ANDERE HANDELINGEN |
|
|
|
Europese Commissie |
|
|
2018/C 153/05 |
||
|
2018/C 153/06 |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst. |
|
NL |
|
I Resoluties, aanbevelingen en adviezen
AANBEVELINGEN
Raad
|
2.5.2018 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 153/1 |
AANBEVELING VAN DE RAAD
van 15 maart 2018
voor een Europees kader voor hoogwaardige en doeltreffende leerlingplaatsen
(2018/C 153/01)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 166, lid 4, en artikel 292, in samenhang met artikel 153, lid 2, en artikel 153, lid 1, onder b),
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Hoogwaardige en doeltreffende leerlingplaatsen die uitmonden in het verwerven van een combinatie van arbeidsgerelateerde vaardigheden, op werk gebaseerde ervaring en leerresultaten en sleutelcompetenties bevorderen de toegang van jongeren tot de arbeidsmarkt, en helpen volwassenen met hun loopbaanontwikkeling en de overgang naar de arbeidsmarkt. Zij zijn onderdeel van de formele regelingen voor beroepsonderwijs en -opleiding en bestaan naast andere trajecten voor werkplekleren en/of beroepsopleiding. |
|
(2) |
Goed ontworpen leerlingstelsels komen zowel werkgevers als lerenden ten goede en versterken de band tussen de beroepswereld en de onderwijs- en opleidingswereld. Met hoogwaardige normen wordt vermeden dat leerlingplaatsen worden toegespitst op laaggekwalificeerde banen en gebrekkige opleidingen die nefast zijn voor de reputatie ervan. Hoogwaardige leerlingplaatsen leiden naar uitmuntendheid en kunnen daarenboven bijdragen aan het stimuleren van actief burgerschap en sociale inclusie door mensen met allerlei sociale en persoonlijke achtergronden in de arbeidsmarkt te integreren. |
|
(3) |
Hoogwaardige en doeltreffende leerlingplaatsen komen tot stand door middel van gestructureerde partnerschappen waarbij alle relevante belanghebbenden worden betrokken, met name de sociale partners, het bedrijfsleven, intermediaire instanties zoals kamers van industrie, koophandel en ambachten, beroeps- en sectorale organisaties, instellingen voor beroepsonderwijs en -opleiding, jongeren- en ouderverenigingen alsook lokale, regionale en nationale overheden. Sinds 2013 bevordert de Commissie in samenwerking met de lidstaten en relevante belanghebbenden het aanbod, de kwaliteit en het imago van leerlingplaatsen via de Europese Alliantie voor leerlingplaatsen, die tot nu toe meer dan 700 000 aanbiedingen voor leerlingplaatsen, stages of een eerste baan beschikbaar heeft gemaakt. Initiatieven die door het bedrijfsleven worden geleid, zoals het Europees pact voor de jeugd, hebben meer aanbiedingen beschikbaar gemaakt en partnerschappen tussen bedrijfsleven en onderwijs in de hele Unie helpen bevorderen. |
|
(4) |
De Europese bedrijfstakoverkoepelende sociale partners hebben feitenmateriaal verzameld inzake kwaliteit en kosteneffectiviteit van leerlingplaatsen via gelijktijdige werkzaamheden en hun gezamenlijke verklaring „Towards a Shared Vision of Apprenticeships” van juni 2016. Die vormde de basis voor het advies „A Shared Vision for Quality and Effective Apprenticeships and Work-based Learning”, dat op 2 december 2016 door het Raadgevend Comité voor de beroepsopleiding is aangenomen. |
|
(4) |
Om te zorgen voor diepere en bredere betrokkenheid van belanghebbenden, heeft de Commissie op 30 maart en 7 juni 2017 hoorzittingen georganiseerd met de Europese bedrijfstakoverkoepelende en sectorale sociale partners en de kamers van koophandel, industrie en ambachten. |
|
(6) |
Het Europees kwalificatiekader (EKK), dat voor het eerst werd vastgesteld in 2008 en werd herzien in 2017 (1), verbetert de transparantie, vergelijkbaarheid en overdraagbaarheid van de kwalificaties van burgers, met inbegrip van leerlingen. |
|
(7) |
De aanbeveling van de Raad van 18 juni 2009 inzake een Europees referentiekader voor kwaliteitsborging in beroepsonderwijs en -opleiding (Eqavet) (2) heeft een referentie-instrument vastgesteld dat de lidstaten moet helpen bij de permanente verbetering van hun beroepsonderwijs- en -opleidingsstelsels en bij de bewaking van dit proces. |
|
(8) |
Via het Europees kwaliteitshandvest voor leerlingplaatsen en stages uit 2012 heeft het Europees Jeugdforum er bij de Europese landen, de Europese instellingen en de sociale partners op aangedrongen wettelijke kwaliteitskaders voor leerlingplaatsen tot stand te brengen of te versterken. |
|
(9) |
In de aanbeveling van de Raad van 22 april 2013 tot invoering van een jongerengarantie (3) wordt aanbevolen dat de lidstaten ervoor zorgen dat alle jongeren onder 25 jaar binnen vier maanden nadat zij werkloos zijn geworden of het formele onderwijs hebben verlaten, een deugdelijk aanbod krijgen voor een baan, voortgezette scholing, een plaats in het leerlingstelsel of een stage. |
|
(10) |
De Europese sociale partners, de Europese Commissie en het Litouwse voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie hebben zich er in de gezamenlijke verklaring tot oprichting van de Europese Alliantie voor leerlingplaatsen van 2 juli 2013 toe verbonden bij te dragen aan het aanbod, de kwaliteit en de aantrekkelijkheid van leerlingplaatsen. |
|
(11) |
In de verklaring van de Raad over de Europese Alliantie voor leerlingplaatsen van 15 oktober 2013 werd gesteld dat de doeltreffendheid en aantrekkelijkheid van de leerlingstelsels moeten worden bevorderd door daarbij verscheidene gemeenschappelijke leidende beginselen te volgen. |
|
(12) |
De op 10 maart 2014 vastgestelde aanbeveling van de Raad inzake een kwaliteitskader voor stages (4) bevat een aantal beginselen ter verbetering van de kwaliteit van stages buiten formeel onderwijs en formele opleiding. |
|
(13) |
In het kader van het proces van Kopenhagen voor Europese samenwerking inzake beroepsonderwijs en -opleiding zijn in de conclusies van Riga van 22 juni 2015, die zijn bekrachtigd door de ministers bevoegd voor beroepsonderwijs en -opleiding, met name leerlingplaatsen en de ontwikkeling van mechanismen voor kwaliteitsborging (als onderdelen van werkplekleren in al zijn vormen) tot twee van de vijf Europese prioriteiten voor de periode 2015-2020 gemaakt. |
|
(14) |
Tijdens zijn mandaat voor 2014-2015 heeft de werkgroep beroepsonderwijs en -opleiding in het kader van onderwijs en opleiding 2020 leidende beginselen ontwikkeld inzake hoogwaardige leerlingplaatsen en werkplekleren. |
|
(15) |
In zijn verslag over Erasmus+ en andere instrumenten om de mobiliteit bij beroepsopleiding en scholing te stimuleren — een concept van levenslang leren van 4 maart 2016, heeft het Europees Parlement aangedrongen op maatregelen om te zorgen voor kwaliteitsnormen voor leerlingplaatsen. |
|
(16) |
In Verordening (EU) 2016/589 van het Europees Parlement en de Raad (5) is bepaald dat leerlingplaatsen waarbij een arbeidsverhouding wordt aangegaan vanaf mei 2018 op het Europees portaal voor beroepsmobiliteit Eures kunnen worden bekendgemaakt. |
|
(17) |
In haar mededeling van 10 juni 2016„Een nieuwe vaardighedenagenda voor Europa” heeft de Commissie haar steun benadrukt aan de sociale partners om lessen te trekken uit hun gezamenlijke projecten, bv. door de vaststelling van een kwaliteitskader voor leerlingplaatsen. |
|
(18) |
In de mededeling „Investeren in de jongeren van Europa” van 7 december 2016 (6) drong de Commissie aan op nieuwe inspanningen om jongeren te ondersteunen zodat zij de best mogelijke start in het leven krijgen door in hun kennis, vaardigheden en ervaring te investeren en door hen te helpen met het vinden van een eerste baan of de opleiding daarvoor. De oproep had als doel jongeren te helpen kansen te benutten, goed in de maatschappij te integreren, actieve burgers te worden en een geslaagde carrière op te bouwen, onder meer door middel van een kwaliteitskader met basisbeginselen voor leerlingplaatsen. |
|
(19) |
In de verklaring van Rome van 25 maart 2017 wordt beloofd dat zal worden toegewerkt naar een Unie waar jongeren het best mogelijke onderwijs en de best mogelijke opleiding genieten en op het hele continent kunnen studeren en een baan kunnen vinden. |
|
(20) |
De pijler van sociale rechten die op 17 november 2017 is geproclameerd bevat een aantal beginselen ter ondersteuning van goed werkende en billijke arbeidsmarkten en socialezekerheidsstelsels, waaronder het recht op hoogwaardige en inclusieve voorzieningen voor onderwijs en opleiding, voor het verwerven van vaardigheden die relevant zijn voor de arbeidsmarkt en voor participatie in de samenleving. |
|
(21) |
Het voorstel van de Commissie voor een aanbeveling van de Raad inzake het volgen van afgestudeerden dat op 30 mei 2017 is goedgekeurd, heeft tot doel de beschikbaarheid te verbeteren van kwalitatieve en kwantitatieve informatie over wat afgestudeerden, met inbegrip van leerlingen, doen nadat zij hun onderwijs en opleiding hebben afgerond. |
|
(22) |
Via de Europese structuur- en investeringsfondsen (2014-2020), met name het Europees Sociaal Fonds (ESF) en het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) alsook Erasmus+, het programma van de Unie voor het concurrentievermogen van ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen (Cosme), het programma van de Europese Unie voor werkgelegenheid en sociale innovatie (EaSI) en het jongerenwerkgelegenheidsinitiatief, wordt steun verleend voor leerlingplaatsen. |
|
(23) |
Recentelijk hebben het Europees Parlement en belanghebbenden de Commissie opgeroepen de mobiliteit op lange termijn in de EU te stimuleren door jongeren de mogelijkheid te bieden zowel beroepsspecifieke als sleutelcompetenties te verwerven. De Commissie heeft geantwoord door in het Erasmus+-programma een nieuwe activiteit op te nemen, genaamd Erasmus Pro, waarmee specifiek stages van langere duur in het buitenland worden ondersteund. |
|
(24) |
In haar verslagen over de jongerengarantie uit 2015 en 2017 beveelt de Europese Rekenkamer aan dat de Commissie kwaliteitscriteria ontwikkelt voor leerlingplaatsen en voor andere aanbiedingen die in het kader van dat initiatief worden ondersteund. |
|
(25) |
Een gemeenschappelijk begrip tussen de lidstaten van wat hoogwaardige en doeltreffende leerlingplaatsen inhouden, ondersteunt hen in hun inspanningen om de leerlingstelsels te hervormen en te moderniseren zodat zij een uitstekend leer- en loopbaantraject bieden. Ook draagt een gemeenschappelijk begrip bij tot meer wederzijds vertrouwen en zo vergemakkelijkt het de grensoverschrijdende mobiliteit van leerlingen. |
|
(26) |
De algemene doelstelling van deze aanbeveling is de inzetbaarheid en persoonlijke ontwikkeling van leerlingen te verbeteren en bij te dragen tot de ontwikkeling van hooggekwalificeerde arbeidskrachten van wie de vaardigheden en kwalificaties aansluiten bij de behoeften van de arbeidsmarkt. |
|
(27) |
De specifieke doelstelling is een coherent kader voor leerlingplaatsen te bieden dat is gebaseerd op een consensus over wat precies bepalend is voor kwaliteit en doeltreffendheid, rekening houdend met de diversiteit en tradities van de regelingen voor beroepsonderwijs en -opleiding en de beleidsprioriteiten in de diverse lidstaten. |
|
(28) |
Deze aanbeveling is geen aantasting van de bevoegdheden van de lidstaten om voor leerlingplaatsen gunstigere bepalingen te handhaven of vast te stellen dan die welke worden aanbevolen, om andere vormen van leerlingplaatsen en/of beroepsonderwijs en -opleiding te handhaven of te ontwikkelen buiten het toepassingsgebied van de aanbeveling en de hieronder uiteengezette criteria daar geheel of gedeeltelijk op toe te passen, |
HEEFT DE VOLGENDE AANBEVELING VASTGESTELD:
In overeenstemming met de nationale wetgeving en in nauwe samenwerking met de belanghebbenden zouden de lidstaten ervoor moeten zorgen dat leerlingstelsels aansluiten bij de behoeften van de arbeidsmarkt en zowel voor lerenden als voor werkgevers voordelig zijn door voort te bouwen op de hieronder vermelde criteria voor hoogwaardige en doeltreffende leerlingplaatsen.
Voor de toepassing van deze aanbeveling en zonder dat wordt geraakt aan nationale terminologie worden onder leerlingplaatsen verstaan formele beroepsonderwijs- en -opleidingsstelsels
|
a) |
waarin leren in onderwijs- en opleidingsinstellingen wordt gecombineerd met substantieel werkplekleren in bedrijven en op andere werkplekken, |
|
b) |
die leiden tot nationaal erkende kwalificaties, |
|
c) |
die gebaseerd zijn op een overeenkomst waarin de rechten en plichten van de leerling, de werkgever en, in voorkomend geval, de onderwijs- en opleidingsinstelling worden omschreven, en |
|
d) |
waarin de leerling wordt betaald of anderszins een vergoeding krijgt voor de component werk. |
Criteria voor leer- en arbeidsvoorwaarden
Schriftelijke overeenkomst
|
1. |
Voor de leerling in de leerlingplaats aan het werk gaat moet er een schriftelijke overeenkomst worden gesloten waarin de rechten en plichten staan van de leerling, de werkgever en, waar passend, het instituut voor beroepsonderwijs en -opleiding in verband met de leer- en werkomstandigheden. |
Leerresultaten
|
2. |
Werkgevers en instellingen voor beroepsonderwijs en -opleiding en, waar passend, vakbonden zouden een reeks brede, aan nationale wetgeving beantwoordende leerresultaten moeten overeenkomen. Dat moet zorgen voor een evenwicht tussen specifieke beroepsvaardigheden, kennis en sleutelcompetenties voor een leven lang leren ter ondersteuning van zowel de persoonlijke ontwikkeling als levenslange loopbaankansen voor de leerlingen zodat zij zich kunnen aanpassen aan veranderende loopbaantrajecten. |
Pedagogische ondersteuning
|
3. |
In bedrijven zouden interne opleiders moeten worden aangeduid die de taak krijgen nauw samen te werken met instellingen voor en leerkrachten in het beroepsonderwijs en -opleiding om leerlingen te begeleiden en te zorgen voor wederzijdse en regelmatige feedback. Leerkrachten, opleiders en mentors, met name in micro-, kleine en middelgrote ondernemingen zouden ondersteund moeten worden om hun vaardigheden, kennis en competenties bij te werken zodat zij leerlingen opleiden overeenkomstig de laatste onderwijs- en opleidingsmethoden en de behoeften van de arbeidsmarkt. |
Werkplekcomponent
|
4. |
Een aanzienlijk deel van de tijd op de leerlingplaats, d.w.z. ten minste de helft ervan, zou moeten worden ingevuld op een werkplek waar, zo mogelijk, de gelegenheid wordt geboden om een deel van de werkervaring in het buitenland op te doen. Gelet op de diversiteit van de nationale regelingen wordt ernaar gestreefd geleidelijk te bereiken dat dat deel van de leerlingplaats gaat bestaan uit leren op de werkplek. |
Beloning en/of vergoeding
|
5. |
Leerlingen zouden moeten worden betaald of anderszins een vergoeding moeten krijgen overeenkomstig bestaande nationale of sectorale vereisten of collectieve arbeidsovereenkomsten waarbij tevens rekening wordt gehouden met regelingen voor het delen van de kosten tussen werkgevers en overheden. |
Sociale bescherming
|
6. |
Leerlingen zouden recht moeten hebben op sociale bescherming, met inbegrip van de noodzakelijke verzekering in overeenstemming met de nationale wetgeving. |
Arbeidsvoorwaarden en gezondheid en veiligheid op het werk
|
7. |
De werkplek voor de leerlingplaats zou moeten voldoen aan de desbetreffende regels en voorschriften inzake arbeidsomstandigheden, in het bijzonder de wetgeving inzake gezondheid en veiligheid. |
Criteria voor randvoorwaarden
Regelgevingskader
|
8. |
Er zou een duidelijk en coherent regelgevingskader voorhanden moeten zijn op basis van een billijke partnerschapsbenadering, met inbegrip van een gestructureerde en transparante dialoog tussen alle relevante belanghebbenden. Dit kan accrediteringsprocedures omvatten voor bedrijven en werkplekken die leerlingplaatsen aanbieden en/of andere maatregelen die de kwaliteit garanderen. |
Betrokkenheid van de sociale partners
|
9. |
De sociale partners, ook op sectoraal niveau, waar relevant, en/of intermediaire instanties, zouden betrokken moeten worden bij de opzet, governance en uitvoering van leerlingstelsels overeenkomstig de nationale stelsels van arbeidsverhoudingen en onderwijs- en opleidingspraktijken. |
Ondersteuning voor bedrijven
|
10. |
Er zou financiële en/of niet-financiële ondersteuning moeten worden overwogen, in het bijzonder voor kleine, middelgrote en micro-ondernemingen, zodat kostenefficiënte leerlingplaatsen voor ondernemingen haalbaar worden, rekening houdend, waar passend, met regelingen voor het delen van de kosten tussen werkgevers en overheden. |
Flexibele trajecten en mobiliteit
|
11. |
Ter vergemakkelijking van de toegang zou er in de toegangseisen voor leerlingplaatsen rekening moeten worden gehouden met relevante vormen van informeel en niet-formeel leren en/of, indien relevant, de voltooiing van de voorbereidende programma’s. In leerlingplaatsen verworven kwalificaties zouden moeten worden opgenomen in nationaal erkende kwalificatiekaders verbonden aan het Europees kwalificatiekader (7). Leerlingplaatsen moeten toegang verschaffen tot andere leermogelijkheden, ook tot het niveau van hoger onderwijs en hogere opleidingen, loopbaantrajecten en/of, indien relevant, tot accumulatie van eenheden van leerresultaten. Transnationale mobiliteit van leerlingen, op de arbeidsplaats of in onderwijs- en opleidingsinstellingen, moet geleidelijk worden gepromoot als onderdeel van de kwalificatie na een leerlingplaats. |
Loopbaanbegeleiding en voorlichting
|
12. |
Voorafgaand aan en tijdens de duur van de leerlingplaats zouden loopbaanbegeleiding, mentorschap en ondersteuning van lerenden moeten worden verstrekt om te zorgen voor succesvolle resultaten en om schooluitval te voorkomen en terug te dringen, en om die schooluitvallers ertoe aan te sporen relevante onderwijs- en opleidingstrajecten weer op te pakken. Leerlingplaatsen zouden via voorlichtingsactiviteiten voor een brede doelgroep gepromoot moeten worden als een aantrekkelijk leertraject. |
Transparantie
|
13. |
De transparantie van en toegang tot aanbiedingen voor leerlingplaatsen binnen en tussen lidstaten zouden moeten worden gegarandeerd, ook met steun van openbare en particuliere arbeidsbureaus en andere instanties op dat gebied en, indien passend, met gebruikmaking van Unie-instrumenten zoals die worden geboden in de Eures-verordening. |
Kwaliteitsborging en het volgen van leerlingen
|
14. |
Er moeten benaderingen van kwaliteitsborging voorhanden zijn die aansluiten op het Europees referentiekader voor kwaliteitsborging in beroepsonderwijs en -opleiding (Eqavet) (8), met inbegrip van een proces dat een geldige en betrouwbare beoordeling van de leerresultaten oplevert. Er zou moeten worden gezorgd voor het volgen van de arbeids- en loopbaanontwikkeling van de leerlingen, in overeenstemming met nationale en Europese wetgeving inzake gegevensbescherming. |
Uitvoering op nationaal niveau
De lidstaten moeten voor de tenuitvoerlegging van deze aanbeveling, binnen het toepassingsgebied ervan:
|
15. |
de actieve betrokkenheid van de sociale partners bij de opzet, governance en uitvoering van leerlingstelsels bevorderen overeenkomstig de nationale stelsels van arbeidsverhoudingen en onderwijs- en opleidingspraktijken; |
|
16. |
zorgen voor gelijke toegang, het genderevenwicht stimuleren en discriminatie in regelingen voor leerlingplaatsen bestrijden; |
|
17. |
de relevante maatregelen opnemen in hun nationale hervormingsprogramma’s in het kader van het Europees Semester; |
|
18. |
dit kader in aanmerking nemen wanneer zij gebruikmaken van de financiering en instrumenten van de Europese Unie ter ondersteuning van leerlingplaatsen. |
De Commissie zou de nodige steun moeten bieden, onder meer via de volgende acties:
Ondersteunende diensten
|
19. |
ontwikkeling van een reeks ondersteunende diensten voor kennisdeling, netwerkvorming en wederzijds leren om de lidstaten en relevante belanghebbenden te helpen leerlingstelsels ten uitvoer te leggen in overeenstemming met dit kader. Deze ontwikkeling moet ook gaan over verdere behoeften aan opleiding van leerkrachten en opleiders in beroepsopleidingen met betrekking tot digitale innovaties in leerlingplaatsen; |
Voorlichting
|
20. |
bevordering van de excellentie en aantrekkelijkheid van leerlingplaatsen, alsmede van een positief imago bij jongeren, hun familie en werkgevers, door middel van voorlichtingscampagnes zoals de Europese Week van beroepsvaardigheden; |
Financiering
|
21. |
ondersteuning van de uitvoering van deze aanbeveling via relevante EU-financiering overeenkomstig het relevante wettelijk kader; |
Follow-up
|
22. |
toezicht op de uitvoering van deze aanbeveling met steun van het tripartiete raadgevend comité voor de beroepsopleiding, voortbouwend op de bestaande bewakingsinstrumenten die worden gebruikt in het kader van het Europees semester; |
|
23. |
rapportage aan de Raad over de uitvoering van het kader binnen drie jaar vanaf de datum waarop het wordt vastgesteld. |
(1) PB C 189 van 15.6.2017, blz. 15.
(2) PB C 155 van 8.7.2009, blz. 1.
(3) PB C 120 van 26.4.2013, blz. 1.
(4) PB C 88 van 27.3.2014, blz. 1.
(5) PB L 107 van 22.4.2016, blz. 1.
(6) COM(2016) 940 final.
(7) PB C 189 van 15.6.2017, blz. 15.
(8) PB C 155 van 8.7.2009, blz. 1.
IV Informatie
INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE
Europese Commissie
|
2.5.2018 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 153/7 |
Wisselkoersen van de euro (1)
30 april 2018
(2018/C 153/02)
1 euro =
|
|
Munteenheid |
Koers |
|
USD |
US-dollar |
1,2079 |
|
JPY |
Japanse yen |
132,12 |
|
DKK |
Deense kroon |
7,4501 |
|
GBP |
Pond sterling |
0,87960 |
|
SEK |
Zweedse kroon |
10,4993 |
|
CHF |
Zwitserse frank |
1,1968 |
|
ISK |
IJslandse kroon |
122,20 |
|
NOK |
Noorse kroon |
9,6620 |
|
BGN |
Bulgaarse lev |
1,9558 |
|
CZK |
Tsjechische koruna |
25,542 |
|
HUF |
Hongaarse forint |
313,55 |
|
PLN |
Poolse zloty |
4,2264 |
|
RON |
Roemeense leu |
4,6614 |
|
TRY |
Turkse lira |
4,8896 |
|
AUD |
Australische dollar |
1,6013 |
|
CAD |
Canadese dollar |
1,5542 |
|
HKD |
Hongkongse dollar |
9,4801 |
|
NZD |
Nieuw-Zeelandse dollar |
1,7145 |
|
SGD |
Singaporese dollar |
1,6016 |
|
KRW |
Zuid-Koreaanse won |
1 292,04 |
|
ZAR |
Zuid-Afrikaanse rand |
15,0121 |
|
CNY |
Chinese yuan renminbi |
7,6574 |
|
HRK |
Kroatische kuna |
7,4100 |
|
IDR |
Indonesische roepia |
16 796,15 |
|
MYR |
Maleisische ringgit |
4,7409 |
|
PHP |
Filipijnse peso |
62,452 |
|
RUB |
Russische roebel |
75,9587 |
|
THB |
Thaise baht |
38,145 |
|
BRL |
Braziliaanse real |
4,1932 |
|
MXN |
Mexicaanse peso |
22,5977 |
|
INR |
Indiase roepie |
80,1685 |
(1) Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.
INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE LIDSTATEN
|
2.5.2018 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 153/8 |
Bijwerking van de lijst van de richtbedragen voor het overschrijden van de buitengrenzen bedoeld in artikel 6, punt 4, van Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad betreffende een Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode)
(2018/C 153/03)
De bekendmaking van de richtbedragen voor het overschrijden van de buitengrenzen bedoeld in artikel 6, punt 4, van Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende een Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) (1) is gebaseerd op de informatie die door de lidstaten aan de Commissie wordt verstrekt overeenkomstig artikel 39 van de Schengengrenscode.
Naast de bekendmaking in het Publicatieblad wordt de lijst regelmatig bijgewerkt op de website van het directoraat-generaal Binnenlandse Zaken.
ESTLAND
Vervanging van de informatie die is bekendgemaakt in PB C 146 van 26.4.2016.
In de Estse wetgeving is bepaald dat een vreemdeling die zonder uitnodiging Estland binnenkomt, bij binnenkomst op het grondgebied op verzoek van een functionaris van de grenswacht het bewijs moet leveren over voldoende geldmiddelen te beschikken om te voorzien in de kosten van zijn verblijf in en vertrek uit Estland. Onder voldoende geldmiddelen voor elke toegestane verblijfsdag wordt verstaan, 0,2 keer het minimummaandsalaris zoals dat is vastgesteld door de regering van de Republiek, namelijk 100 EUR.
Anders draagt degene die de vreemdeling uitnodigt, de kosten van het verblijf van de vreemdeling in en het vertrek van de vreemdeling uit Estland.
Lijst van eerdere publicaties
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
(1) Zie de lijst van eerdere publicaties aan het eind van deze bijwerking.
V Bekendmakingen
PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID
Europese Commissie
|
2.5.2018 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 153/9 |
Voorafgaande aanmelding van een concentratie
(Zaak M.8899 — OTPP/Carlyle/European Camping Group)
Voor de vereenvoudigde procedure in aanmerking komende zaak
(Voor de EER relevante tekst)
(2018/C 153/04)
|
1. |
Op 24 april 2018 heeft de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1) ontvangen. Deze aanmelding betreft de volgende ondernemingen:
OTPP verkrijgt gezamenlijke zeggenschap in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), en artikel 3, lid 4, van de concentratieverordening over ECG, tezamen met Carlyle, die reeds uitsluitende zeggenschap over ECG had. Bijgevolg gaat het bij de concentratie om wijziging van zeggenschap over ECG — van uitsluitende zeggenschap door Carlyle naar gezamenlijke zeggenschap door Carlyle en OTPP. De concentratie komt tot stand door de verwerving van aandelen. |
|
2. |
De activiteiten van de betrokken ondernemingen zijn: — OTPP: vennootschap zonder aandelenkapitaal die is opgericht onder de Teacher’s Pension Act (Ontario), met hoofdkantoor en kantooradres in Toronto (Ontario, Canada). OTPP houdt zich bezig met het beheer van pensioenuitkeringen en de belegging van activa van pensioenplannen namens 318 000 beroepsactieve en gepensioneerde leraren in de Canadese provincie Ontario; — Carlyle: internationale alternatieve vermogensbeheerder die fondsen beheert die wereldwijd beleggen in vier beleggingscategorieën; i) Corporate Private Equity; ii) Real Assets; iii) Global Market Strategies, en iv) Solutions; — ECG (voorheen Homair Investissement SAS): een Franse onderneming uit de sector accommodatie voor kampeervakanties. ECG biedt vakanties in stacaravans aan onder vijf merknamen (Homair, Eurocamp, Al Fresco, Roan en Go4Camp). ECG exploiteert ongeveer 20 000 vakantie-units, waarvan meer dan 90 % stacaravans. Deze zijn te vinden op 300 campings, in eigendom van ECG of partners, hoofdzakelijk in Frankrijk, Italië, Spanje en Kroatië. |
|
3. |
Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde transactie binnen het toepassingsgebied van de concentratieverordening kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden. Er zij op gewezen dat deze zaak in aanmerking komt voor de vereenvoudigde procedure zoals uiteengezet in de mededeling van de Commissie betreffende een vereenvoudigde procedure voor de behandeling van bepaalde concentraties krachtens Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (2). |
|
4. |
De Commissie verzoekt belanghebbenden haar hun eventuele opmerkingen over de voorgenomen concentratie kenbaar te maken. Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk tien dagen na de datum van deze bekendmaking hebben bereikt. De volgende referentie moet altijd worden vermeld: M.8899 — OTPP/Carlyle/European Camping Group Opmerkingen kunnen aan de Commissie worden toegezonden per e-mail, per fax of per post. Gelieve de onderstaande contactgegevens te gebruiken:
|
(1) PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1 („de concentratieverordening”).
(2) PB C 366 van 14.12.2013, blz. 5.
ANDERE HANDELINGEN
Europese Commissie
|
2.5.2018 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 153/11 |
Bekendmaking van een aanvraag overeenkomstig artikel 50, lid 2, onder a), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen
(2018/C 153/05)
Deze bekendmaking verleent het recht om op grond van artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad (1) bezwaar aan te tekenen tegen de aanvraag.
ENIG DOCUMENT
„LIČKA JANJETINA”
EU-nr.: PGI-HR-02179 — 13.9.2016
BOB ( ) BGA ( X )
1. Naam/namen
„Lička janjetina”
2. Lidstaat of derde land
Kroatië
3. Beschrijving van het landbouwproduct of levensmiddel
3.1. Productcategorie
Categorie 1.1 Vers vlees (en vers slachtafval)
3.2. Beschrijving van het product waarvoor de in punt 1 vermelde naam van toepassing is
„Lička janjetina” is vlees van mannelijke en vrouwelijke lammeren van een inheems schapenras, „lička pramenka” genaamd.
De lammeren van dit ras die voor de productie van „Lička janjetina” worden gebruikt, worden geslacht wanneer ze tussen 90 en 160 dagen oud zijn en een gewicht van 22 kg tot 36 kg hebben. Een schoongemaakt karkas dat voor de productie van „Lička janjetina” wordt gebruikt, weegt tussen 12 kg en 18 kg en is maximaal 80 cm lang. Het vers vlees van „Lička janjetina” varieert van lichtrood tot een meer intense rode kleur en vertoont een verfijnde spierstructuur, met stevige onderhuidse en viscerale vetlagen die wit van kleur zijn met een geelachtige tint, alsook een intense, maar niet al te sterke schapengeur.
„Lička janjetina” wordt alleen gekookt gegeten. Bij het koken van „Lička janjetina” smelt het vet geleidelijk, waardoor het vlees sappig en mals wordt en een intense, maar niet al te sterke smaak en geur van schapen ontwikkelt; het aromatische profiel van „Lička janjetina” omvat vluchtige stoffen (aldehyden, alcoholen, ketonen) die afkomstig zijn van de voeding van de lammeren die bestaat uit plantensoorten die groeien in de weilanden en graslanden in het geografische gebied waar het ras wordt geteeld.
3.3. Diervoeders (alleen voor producten van dierlijke oorsprong) en grondstoffen (alleen voor verwerkte producten)
Voorafgaand aan de slacht worden de lammeren die voor de productie van „Lička janjetina” bestemd zijn, 's winters gevoed met schapenmelk (via het zogen), hooi van de graslanden en een mengeling van granen (haver, triticale, gerst, rogge, tarwe en maïs), waarna ze 's zomers in de weilanden kunnen grazen. De lammeren brengen minimaal dertig dagen in het weiland door.
3.4. Specifieke onderdelen van het productieproces die in het afgebakende geografische gebied moeten plaatsvinden
Het fokken, paren en lammeren van de schapen alsook het houden en de slacht van de lammeren van dit ras moeten allemaal plaatsvinden binnen het in punt 4 omschreven geografische gebied.
3.5. Specifieke voorschriften betreffende het in plakken snijden, het raspen, het verpakken enz. van het product waarnaar de geregistreerde naam verwijst
„Lička janjetina” wordt alleen op de markt gebracht als een vers volledig of half karkas, zonder de onderste delen van de poten of de organen in de borst-, buik- en bekkenholte. De kop, de nieren en het niervet maken integraal deel uit van het karkas.
3.6. Specifieke voorschriften betreffende de etikettering van het product waarnaar de geregistreerde naam verwijst
„Lička janjetina” wordt in het slachthuis geëtiketteerd door op de billen, schouders of ribben van het gekoelde karkas een onuitwisbaar merkteken aan te brengen. Dit onuitwisbare merkteken is ovaal van vorm en omvat bovenaan het woord „lička”, in het midden de aanduiding „žig klaonice” („slachthuismarkering”) en daaronder het woord „janjetina”.
4. Beknopte beschrijving van het afgebakende geografische gebied
Het geografische gebied Lika bevindt zich in twee bestuurlijke regio's: het grootste deel ervan ligt in de regio Lika-Senj, een kleiner deel ligt in de regio Zadar. Het gebied waarin het ras opgroeit en „Lička janjetina” wordt geproduceerd, omvat de stad Gospić en de gemeenten Donji Lapac, Karlobag, Lovinac, Perušić, Plitvička jezera, Udbina, Vrhovine, Senj, Brinje en Otočac in de regio Lika-Senj, en Gračac in de regio Zadar.
5. Verband met het geografische gebied
Er wordt om bescherming van de naam van het product „Lička janjetina” gevraagd vanwege de faam van het product die te danken is aan de kwaliteit van het vlees en een lange traditie waarbij de schapen op een specifieke manier opgroeien.
Beschrijving van het geografische gebied
Lika is een regio op het vasteland die omsloten wordt door bergketens (de Velebit-bergketen in het zuiden, de Velika Kapela-bergketen in het westen, de berg Plješivica in het oosten en de berg Mala Kapela in het noorden). In deze regio liggen talrijke karstvlakten (of „polje”) (Gacko polje, Ličko polje, Krbavsko polje, Ličko Pounje enz.). In dit gebied wordt vooral aan landbouw gedaan: hier worden granen (met uitzondering van maïs) geteeld die voornamelijk als voer voor de schapen worden gebruikt. Karstvlakten zijn een tektonische landschapsvorm die door ophoping ontstaat. De vorm van hun oppervlak heeft een gunstige invloed op de structuur van de bodem. Men vindt er vooral kleiig-zandige en zandbodems. In de streek van Lika heerst een ruw bergklimaat met een relatief korte vegetatieperiode. De gemiddelde temperatuur op de plateaus en vlakten ligt rond – 2 °C in januari, en de minimumtemperatuur in de eerste zes maanden van het jaar ligt onder 0 °C. De krachtige noordwestelijke wind in Lika, gecombineerd met de lange winters, beïnvloedt zowel het plantendek als de samenstelling van de vegetatie, alsook de verdeling van de plantengemeenschappen.
Specifieke wijze waarop de schapen opgroeien
De inwoners van het gebied Lika hebben de schapen van het ras altijd volgens de oude traditionele methode gehouden, namelijk in open weilanden. Het bewijs hiervan vinden we terug in diverse historische publicaties (Kosović, B. (1935), Postanak naziva Lika i Ličani (herkomst van de namen „Lika” en „Ličani”), Lički kalendar, blz. 62-63, 75-79), en de schapen worden tot op de dag van vandaag op deze wijze gehouden. De manier waarop de schapen in Lika opgroeiden, verschilt sterk van de methoden die in andere gelijkaardige gebieden werden gebruikt; ze bleven de hele tijd in hetzelfde gebied, omdat ze vanwege het bergachtige karakter van de streek en het feit dat ze 's zomers volop konden grazen op de vele graslanden en de voeding 's winters eerder karig was, de hele tijd in hetzelfde gebied doorbrachten. In Dalmatië daarentegen, waar in de zomermaanden maar weinig gras beschikbaar was, werden de schapen van het lokale (Dalmatische) ras vaak naar hoger gelegen weilanden gebracht, waarna ze in de late herfst naar de lager gelegen gebieden terugkeerden. De traditionele wijze waarop de schapen in Lika worden gehouden, heeft ook de kenmerken van het schaap beïnvloed: doordat deze schapen fysiek zeer actief zijn, zijn ze zeer gehard, resistent tegen ziekten en hebben ze qua huisvesting en voeding niet veel nodig.
Verband tussen de wijze waarop de schapen worden gehouden, en het vlees van de schapen
Dankzij de specifieke wijze waarop de schapen worden gehouden — dit inheemse schapenras kan vrij rondlopen in de bergachtige gebieden van Lika — heeft het vlees van „Lička janjetina” ook een karakteristieke smaak, kleur en geur in vergelijking met het lamsvlees van andere gebieden. Dit is bevestigd in verschillende wetenschappelijke studies. Doordat de lammeren die op de weilanden van Lika worden gehouden, fysiek veel actiever zijn, is de rode kleur van hun vlees intenser dan bij lammeren die op de boerderij worden gehouden. Daarnaast houdt de kleurverandering van het vlees ook rechtstreeks verband met het gewicht van het lam vlak voordat het geslacht wordt (tussen 22 kg en 36 kg). Naarmate de lammeren ouder worden en meer gaan wegen, nemen ook de oxidatieve activiteit van en de hoeveelheid myoglobine toe, waardoor het vlees van deze dieren een rodere kleur heeft (Kaić, A. (2013), Fizikalno-kemijska svojstva mesa i sastav trupa janjadi ličke pramenke (Fysisch-chemische kenmerken van het vlees en samenstelling van de karkassen van lammeren uit Lika), proefschrift).
De kenmerken van het gekookte vlees van „Lička janjetina”, dat een intense, maar niet al te sterke smaak en geur van schapen heeft, worden beïnvloed door het geografische gebied waarin de schapen worden gehouden, het feit dat ze zich kunnen voeden met de vele en overvloedige vegetatie die op de bergweilanden groeit, alsook door hun leeftijd (90-160 dagen) en gewicht (22-36 kg) wanneer ze geslacht worden. Dankzij deze betere voedingssituatie (melk, grasland en hooi) kunnen deze lammeren later geslacht worden dan lammeren uit andere gebieden in Kroatië (Cres-lammeren worden geslacht wanneer ze 80 dagen oud zijn, Pag-lammeren wanneer ze 33 dagen oud zijn). Hierdoor zijn de karkassen van de Lika-lammeren ook langer (tot 80 cm) en beter ontwikkeld dan de karkassen van de Cres- of Pag-lammeren (Kasap et al. (2010), Neke odlike trupova janjadi ličke pramenke (Bepaalde kenmerken van de karkassen van Lika-lammeren), wetenschappelijke studie, blz. 858-861).
Het aromatische profiel van het gekookte vlees van „Lička janjetina” is kenmerkend door de botanische samenstelling van de weilanden en graslanden waar de lammeren opgroeien. Het aroma van een lam uit Dalmatië verschilt omdat de botanische samenstelling van de weilanden en graslanden in die streek ook anders is.
De vluchtige stoffen in het totale aromatische profiel van het gekookte vlees van „Lička janjetina” bestaan voor meer dan 85 % uit aldehyden, alcoholen en ketonen. De drie meest voorkomende vluchtige stoffen in het vlees van „Lička janjetina” zijn hexaanaldehyde, de alcohol ethanol en het keton 2,3-octaandion. De vluchtige stof die het meest representatief is voor de invloed van het feit dat de dieren op grasland worden gehouden, is 2,3-octaandion.
De vegetatie die voorkomt op de graslanden van Lika kan deels worden geclassificeerd als grasland in continentaal laagland (natuurlijke en ingezaaide weilanden) en deels als steenachtige weilanden (natuurlijke graslanden); de floristische samenstelling telt 96 soorten. De aromatische kruiden maken daarvan een aanzienlijk deel uit, met als overheersende soorten het beschermde gewone heidekruid (Calluna vulgaris) en de adelaarsvaren (Pteridium aquilinum). Ook akkerleeuweklauw (van het geslacht Aphanes), mannetjesereprijs (Veronica officinalis) en een aantal korstmossen komen overal voor.
Uit onderzoek is gebleken dat de voeding, de plantengemeenschappen op de gras- en weilanden van Lika alsook de samenstelling van de voederrantsoenen van essentieel belang zijn voor de bepaling van het aromatische profiel van „Lička janjetina”.
Naast de melk van de ooi bestaat het voederrantsoen, m.a.w. de voedingsopname van lammeren die op de weilanden en graslanden van Lika grazen, uit de volgende plantensoorten: Bromus erectus (bergdravik), Scorzonera villosa, Chrysopogon gryllus, Festuca pseudovina (hardzwenkgras), Dichantium ischaemum, Satureo edraianthetum, Filipendula hexapetala (knolspirea), Lotus corniculatus (gewone rolklaver), Leontodon hispidus (ruige leeuwentand), Sanguisorba muricata (kleine pimpernel), Eryngium amethystinum (kruisdistel), Sesleria tenuifolia, Trinia carniolica, Gentiana symphyandra (grote gele gentiaan) en Genista holopetala (brem).
Hieruit kunnen we opmaken dat de belangrijkste factor voor het onderscheiden van de vluchtige aromatische stoffen van „Lička janjetina” ten opzichte van die van andere vergelijkbare lammeren het geografische gebied is waar de lammeren opgroeien (de zogenaamde „territoriale werking”) (Krvavica et al. (2015), Isparljivi spojevi arome ličke janjetine (Vluchtige aromatische stoffen van „Lička janjetina”), wetenschappelijke studie, blz. 238-246).
Faam
Met name sinds 1998 wordt de faam van „Lička janjetina” in de streek van Lika nadrukkelijk onder de aandacht gebracht. In dat jaar werd voor het eerst een evenement georganiseerd, genaamd Herfst in Lika („Jesen u Lici”). Bezoekers van dit evenement krijgen meer uitleg over het eigen karakter van Lika als gebied, alsook over de lokale producten die in Lika worden gemaakt. Met dit jaarlijkse gastronomische evenement op de culturele toeristische kalender wil men de bezoekers laten kennismaken met de authentieke volksliederen en volksdansen uit de streek van Lika, alsook met de lokale traditionele producten van de streek, zoals „Lička janjetina” aan het spit en de typische stoofschotel van lamsvlees uit Lika.
Het verband tussen de faam van het product „Lička janjetina” en het gebied Lika wordt ook aangetoond in het culinaire werk Vodič Hrvatske gastro ikone (Gids van de Kroatische culinaire iconen), waarin „Lička janjetina” (Andrić, V. et al. (2007), Vodič kroz hrvatske gastro ikone, Gastronomad, Zagreb, blz. 210-211) als een van de „culinaire iconen” van Lika wordt vermeld. Ook in Hrvatska eno-gastronomija (Oenologie-gastronomie van Kroatië) wordt „Lička janjetina” vermeld als een van de bekendste specialiteiten die Lika als regio op de gastronomische kaart zetten. „Lička janjetina” wordt ofwel met gesloten deksel gebakken, ofwel aan het spit gegrild.
De faam die „Lička janjetina” tot op de dag van vandaag geniet, en de kwaliteit ervan blijken uit het feit dat de naam alsook de bereidingswijze van het product in diverse gespecialiseerde publicaties en vakbladen over vlees worden vermeld (Cvrtila et al. (2007), Kakvoća janjećeg mesa (Kwaliteit van lamsvlees), Meso 9/2:114-120, blz. 115).
Ook recepten voor de bereiding van „Lička janjetina” worden in diverse culinaire publicaties vermeld, bijvoorbeeld in de reeks „Hrvatska tradicionalna jela i pila” (Traditionele gerechten en dranken uit Kroatië).
Verwijzing naar de bekendmaking van het productdossier
(Artikel 6, lid 1, tweede alinea, van de onderhavige verordening)
http://www.mps.hr/datastore/filestore/110/IZMJENJENA_SPECIFIKACIJA_LICKA_JANJETINA_18072017.pdf
(1) PB L 343 van 14.12.2012, blz. 1.
|
2.5.2018 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 153/15 |
Bekendmaking van een aanvraag overeenkomstig artikel 50, lid 2, onder a), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen
(2018/C 153/06)
Deze bekendmaking verleent het recht om op grond van artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad (1) bezwaar aan te tekenen tegen de aanvraag.
ENIG DOCUMENT
„LUCANICA DI PICERNO”
EU-nr.: PGI-IT-02313 — 5.6.2017
BOB ( ) BGA ( X )
1. Naam/namen
„Lucanica di Picerno”
2. Lidstaat of derde land
Italië
3. Beschrijving van het landbouwproduct of levensmiddel
3.1. Productcategorie
Categorie 1.2. Vleesproducten (verhit, gepekeld, gerookt enz.)
3.2. Beschrijving van het product waarvoor de in punt 1 vermelde naam van toepassing is
De beschermde geografische aanduiding „Lucanica di Picerno” mag enkel worden gebruikt voor het bereide vleesproduct met de volgende kenmerken:
„Lucanica di Picerno” heeft een typische gebogen u-vorm. Het gewicht van het product bedraagt tussen 250 g en 350 g. Het heeft een diameter van 3,0 cm tot 3,6 cm en een lengte van 20 cm tot 35 cm.
„Lucanica di Picerno” die in plakken wordt geconsumeerd, weegt tot 1,2 kg en heeft een diameter van 3,0 cm tot 3,6 cm en een lengte van 40 cm tot 70 cm.
Kleur: wanneer het product wordt doorgesneden, zijn de plakken stevig en robijnrood met zichtbare stukjes dierlijk vet.
Geur en smaak: het product onderscheidt zich door zijn kenmerkend aroma van wilde venkel (Foeniculum vulgare), dat wordt gedefinieerd als de geur en nasmaak van venkelzaad; aangevuld met een „kruidig” aroma, dat wordt gedefinieerd als de geur en nasmaak van peper (Piper nigrum) en het aroma van paprika (Capsicum annuum), dat wordt gedefinieerd als de geur en nasmaak van paprikavlokken of -zaad. In de beschrijving van het sensorisch onderzoek zijn het kruidige aroma en het aroma van paprika minder sterk dan dat van wilde venkel.
Een sterker gekruide versie van het product is toegelaten. In dat geval wordt het aroma van paprika intenser, maar het aroma van wilde venkel moet nog steeds de boventoon voeren.
vetgehalte tussen 18 % en 35 %;
vochtgehalte tussen 35 % en 50 %;
wateractiviteit (aw) max. 0,88;
pH tussen 5,4 en 5,8.
3.3. Diervoeders (alleen voor producten van dierlijke oorsprong) en grondstoffen (alleen voor verwerkte producten)
De grondstof die wordt gebruikt om de BGA „Lucanica di Picerno” te produceren, is vers vlees van karkassen van zware varkens, zoals geclassificeerd in de respectieve gewichtsklasse in Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad (2). De karkassen die aan de verwerkingsbedrijven worden geleverd, moeten tot de klassen E, U, R of O behoren overeenkomstig de geldende EU-wetgeving. Zware varkens worden ten minste negen maanden zo opgefokt dat ze een hoog gewicht hebben en hun vlees geschikt is voor de productie van „Lucanica di Picerno”.
Vlees van de volgende dieren is niet toegestaan:
|
1) |
varkens met antithetische eigenschappen — waarmee met name wordt gedoeld op het gen dat verantwoordelijk is voor stressgevoeligheid (PSS); |
|
2) |
genotypen en dieren die om andere redenen als niet-conform in de zin van dit productdossier worden beschouwd; |
|
3) |
zuivere rasdieren van de rassen Belgische Landrace, Hampshire, Piétrain, Duroc en Spotted Poland. |
Varkens in goede gezondheid worden geslacht wanneer ze negen maanden oud zijn. Beren en zeugen worden niet geslacht. Bovendien is het verboden karkassen te gebruiken die onvoldoende zijn leeggebloed of die waarneembare symptomen van spierziekten (PSE en DFD) of waarneembare tekenen van ontsteking of trauma vertonen.
„Lucanica di Picerno” mag enkel met vlees van de schouder (ontbeend en ontzenuwd), de nek, het gedeelte onder de schouder, de buik, het uiteinde van de varkenshaas en gehakt van ham worden geproduceerd.
De volgende ingrediënten zijn toegelaten bij de bereiding van het vleesmengsel (uitgedrukt in percentage van het totaalgewicht):
|
— |
zout: 2,0 % tot 2,5 %; |
|
— |
milde of hete paprika (Capsicum annuum): 0,1 % tot 0,15 %; |
|
— |
zaadjes van wilde venkel (Foeniculum vulgare): 0,13 % tot 0,18 %; |
|
— |
zwarte peper (Piper nigrum): 0,05 % tot 0,1 %; |
|
— |
dextrose en sucrose: max. 0,5 %. |
De volgende hulpstoffen, additieven en conserveermiddelen zijn ook toegestaan bij de bereiding van het vleesmengsel:
|
— |
natriumnitriet (E250); |
|
— |
kaliumnitraat (E252): tot 0,10 g/kg; |
|
— |
ascorbinezuur (E300): tot 0,1 %, of natriumascorbaat (E301): tot 0,1 %. |
Preparaten van microbiële culturen om gisting te stimuleren (microbiële starters) mogen ook aan de bereiding worden toegevoegd.
Ingrediënten zoals melk, zuivelproducten en ggo’s zijn niet toegestaan.
3.4. Specifieke onderdelen van het productieproces die in het afgebakende geografische gebied moeten plaatsvinden
Alle productiefasen van „Lucanica di Picerno”, van het verwijderen van het vet van de delen varkensvlees tot het laten rijpen van het product, vinden plaats in het afgebakende geografische gebied.
3.5. Specifieke voorschriften betreffende het in plakken snijden, het raspen, het verpakken enz. van het product waarnaar de geregistreerde naam verwijst
„Lucanica di Picerno” mag onverpakt of verpakt (vacuüm of onder beschermende atmosfeer) in de handel worden gebracht: in zijn geheel, in delen of in plakjes.
3.6. Specifieke voorschriften betreffende de etikettering van het product waarnaar de geregistreerde naam verwijst
Etiketten moeten het logo van de BGA „Lucanica di Picerno” en het Europese symbool dragen.
Labels, zegels en ander informatiemateriaal mogen worden gebruikt, mits ze niet lovend van aard zijn en de consument niet misleiden.
Op de etiketten mag gebruik worden gemaakt van namen, handelsnamen, bedrijfsnamen of particuliere handelsmerken, op voorwaarde dat zij niet lovend van aard zijn en de consument niet misleiden.
Het logo van de geregistreerde naam is:
4. Beknopte beschrijving van het afgebakende geografische gebied
Het productiegebied van „Lucanica di Picerno” strekt zich uit over het grondgebied van Picerno, Tito, Satriano di Lucania, Savoia di Lucania, Vietri di Potenza, Sant’Angelo Le Fratte, Brienza, Balvano, Ruoti, Baragiano, Bella, Muro Lucano, Castelgrande en Sasso di Castalda.
5. Verband met het geografische gebied
De aanvraag om de BGA „Lucanica di Picerno” te registreren, is gebaseerd op het kenmerkende gebruik van wilde venkel in het vleesmengsel, waarvan het aroma de boventoon voert in het eindproduct, zoals uit het sensorisch onderzoek blijkt. De aanvraag is ook gebaseerd op het feit dat het product lokaal wordt verwerkt.
De BGA „Lucanica di Picerno” wordt namelijk geproduceerd via traditionele historische methoden en dankt zijn kenmerken aan tal van banden met de omgeving. Dat wordt breed opgevat en omvat het menselijke aspect, de eeuwenoude productiemethode en de wisselwerking daartussen.
De verwerkingsmethode is in voornoemd gebied van generatie op generatie doorgegeven en er heeft zich een specifieke deskundigheid ontwikkeld dankzij de lokale producenten die in de loop van de tijd hun technische vaardigheden in de verschillende productiefasen hebben verfijnd, met name:
|
— |
bijsnijden: de delen wegsnijden die niet mogen worden gebruikt, zoals zenuwen, bindweefsel en zacht vet; |
|
— |
in kleine delen snijden en de deeltjes fijnhakken; |
|
— |
het vleesmengsel op smaak brengen; |
|
— |
het mengsel tussen 4 en 24 uur laten rusten zodat de ingrediënten zich op een evenwichtige manier tot een mengsel kunnen ontwikkelen; |
|
— |
het mengsel in een natuurlijke darm persen, wat de worst zijn klassieke u-vorm geeft. |
„Lucanica di Picerno” heeft een robijnrode kleur en de plakken, die zacht en stevig zijn, hebben een intense smaak van venkelzaad als boventoon, gecombineerd met een kruidig aroma van zwarte peper, wat samen vorm geeft aan het onderscheidend sensorisch profiel.
Dit sensorisch profiel wordt gedocumenteerd door analyses die zijn uitgevoerd met de „Flavour Profile”-methode, waaruit blijkt dat op een lineaire niet-gestructureerde beoordelingsschaal tot 100 de waargenomen intensiteit van het aroma van wilde venkel sterker is dan het kruidige aroma en het aroma van paprika.
De selectie van de ingrediënten, en zeker de wilde venkel, in combinatie met het onmiskenbare talent voor de productie van vleeswaren in het gebied, dragen bij aan de ontwikkeling van een product dat organoleptisch gemakkelijk kan worden onderscheiden van andere soortgelijke lokale producten.
Het klimaat in het gebied is typisch voor de Lucanische Apennijnen met hete droge zomers gevolgd door perioden met veel neerslag en winters waarin het regelmatig sneeuwt. Deze temperatuur en vochtigheid zijn belangrijk voor de welige groei van venkel, een ingrediënt dat traditioneel wordt gebruikt voor de productie van „Lucanica di Picerno”. Het recept van Picerno, dat zijn oorsprong kent in de traditionele thuisbereiding op boerderijen, vermeldde dat het vleesmengsel met een verhouding van honderd zaadjes per kilo vlees moest worden gekruid, wat het onderscheidende kenmerk van dit product illustreert. Het is ook interessant om aan te geven dat Picerno een echte markt voor wilde venkel had. De zaden van deze oude, overblijvende, aromatische plant konden overal worden gevonden en werden verzameld en verkocht door ouderen. Tegenwoordig komt de wilde venkel meestal, maar niet noodzakelijk, uit het afgebakende geografische gebied.
Door de manier waarop de „Lucanica di Picerno”-worsten traditioneel aan speciale rekken worden gehangen om te rijpen, krijgen ze bovendien hun kenmerkende u-vorm die ook vandaag nog een onderscheidende eigenschap is.
De productie van „Lucanica di Picerno” is dus sterk verankerd in het gebied, wat ook blijkt uit het grote aantal exploitanten die in navolging van de ambachtelijke methoden van hun voorouders met bijzondere zorg het vlees uitkiezen en verwerken en de worsten laten rijpen, om zo een onderscheidend product te maken en het verband tussen de traditionele productie en de huidige productie van „Lucanica di Picerno” duidelijk te maken.
Verwijzing naar de bekendmaking van het productdossier
(Artikel 6, lid 1, tweede alinea, van de onderhavige verordening)
Dit ministerie heeft de nationale procedure voor de indiening van bezwaarschriften ingeleid met de bekendmaking van de aanvraag tot registratie van de BGA „Lucanica di Picerno” in het staatsblad van de Italiaanse Republiek nr. 91 van 19 april 2017.
De geconsolideerde tekst van het productdossier kan op de volgende website worden geraadpleegd:
http://www.politicheagricole.it/flex/cm/pages/ServeBLOB.php/L/IT/IDPagina/3335
of
door de website van het ministerie van Landbouw-, Levensmiddelen- en Bosbouwbeleid (www.politicheagricole.it) te openen en te klikken op „Qualità” (rechtsboven op het scherm), vervolgens op „Prodotti DOP IGP e STG” (links op het scherm) en ten slotte op „Disciplinari di Produzione all’esame dell’UE”.
(1) PB L 343 van 14.12.2012, blz. 1.
(2) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.