|
ISSN 1977-0995 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 459 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Mededelingen en bekendmakingen |
59e jaargang |
|
Nummer |
Inhoud |
Bladzijde |
|
|
II Mededelingen |
|
|
|
MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE |
|
|
|
Europese Commissie |
|
|
2016/C 459/01 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak M.8046 — TUI/Transat France) ( 1 ) |
|
|
2016/C 459/02 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak M.8136 — BASF/Chemetall) ( 1 ) |
|
|
2016/C 459/03 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak M.8281 — Mitsubishi Corporation/Mitsubishi Motors Corporation/KTB-Trading) ( 1 ) |
|
|
2016/C 459/04 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak M.8289 — Engie/Omnes Capital/Predica/MAIA) ( 1 ) |
|
|
III Voorbereidende handelingen |
|
|
|
Europese Centrale Bank |
|
|
2016/C 459/05 CON/2016/49 |
|
|
IV Informatie |
|
|
|
INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE |
|
|
|
Raad |
|
|
2016/C 459/06 |
||
|
|
Europese Commissie |
|
|
2016/C 459/07 |
||
|
2016/C 459/08 |
Mededeling van de Commissie in het kader van de uitvoering van Verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad (Bekendmaking van referentienummers van Europese beoordelingsdocumenten overeenkomstig artikel 22 van Verordening (EU) nr. 305/2011) ( 1 ) |
|
|
|
Rekenkamer |
|
|
2016/C 459/09 |
||
|
|
INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE LIDSTATEN |
|
|
2016/C 459/10 |
Door de lidstaten meegedeelde informatie betreffende sluiting van de visserij |
|
|
V Bekendmakingen |
|
|
|
PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE HANDELSPOLITIEK |
|
|
|
Europese Commissie |
|
|
2016/C 459/11 |
||
|
|
ANDERE HANDELINGEN |
|
|
|
Europese Commissie |
|
|
2016/C 459/12 |
|
|
Rectificaties |
|
|
2016/C 459/13 |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst |
|
NL |
|
II Mededelingen
MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE
Europese Commissie
|
9.12.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 459/1 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie
(Zaak M.8046 — TUI/Transat France)
(Voor de EER relevante tekst)
(2016/C 459/01)
Op 20 oktober 2016 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de interne markt te verklaren. Dit besluit is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1). De volledige tekst van het besluit is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:
|
— |
op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling Fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebesluiten op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector, |
|
— |
in elektronische vorm op de EUR-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/homepage.html?locale=nl) onder document nr. 32016M8046. EUR-Lex biedt onlinetoegang tot de communautaire wetgeving. |
(1) PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.
|
9.12.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 459/1 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie
(Zaak M.8136 — BASF/Chemetall)
(Voor de EER relevante tekst)
(2016/C 459/02)
Op 28 oktober 2016 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de interne markt te verklaren. Dit besluit is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1). De volledige tekst van het besluit is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:
|
— |
op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling Fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebesluiten op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector, |
|
— |
in elektronische vorm op de EUR-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/homepage.html?locale=nl) onder document nr. 32016M8136. EUR-Lex biedt onlinetoegang tot de communautaire wetgeving. |
(1) PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.
|
9.12.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 459/2 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie
(Zaak M.8281 — Mitsubishi Corporation/Mitsubishi Motors Corporation/KTB-Trading)
(Voor de EER relevante tekst)
(2016/C 459/03)
Op 2 december 2016 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de interne markt te verklaren. Dit besluit is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1). De volledige tekst van het besluit is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:
|
— |
op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling Fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebesluiten op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector, |
|
— |
in elektronische vorm op de EUR-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/homepage.html?locale=nl) onder document nr. 32016M8281. EUR-Lex biedt onlinetoegang tot de communautaire wetgeving. |
(1) PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.
|
9.12.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 459/2 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie
(Zaak M.8289 — Engie/Omnes Capital/Predica/MAIA)
(Voor de EER relevante tekst)
(2016/C 459/04)
Op 5 december 2016 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de interne markt te verklaren. Dit besluit is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1). De volledige tekst van het besluit is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:
|
— |
op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling Fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebesluiten op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector, |
|
— |
in elektronische vorm op de EUR-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/homepage.html?locale=nl) onder document nr. 32016M8289. EUR-Lex biedt onlinetoegang tot de communautaire wetgeving. |
(1) PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.
III Voorbereidende handelingen
Europese Centrale Bank
|
9.12.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 459/3 |
ADVIES VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK
van 12 oktober 2016
inzake een voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering en tot wijziging van Richtlijn 2009/101/EG
(CON/2016/49)
(2016/C 459/05)
Inleiding en rechtsgrondslag
Op 19 augustus 2016 en 23 september 2016 ontving de Europese Centrale Bank (ECB) van de Raad van de Europese Unie en het Europees Parlement respectievelijk een verzoek om een advies inzake een voorstel voor een richtlijn tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering en tot wijziging van Richtlijn 2009/101/EG (1) (hierna het „voorstel” genoemd).
De adviesbevoegdheid van de ECB is gebaseerd op artikel 127, lid 4, en artikel 282, lid 5, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, aangezien het voorstel bepalingen bevat die onder de bevoegdheid van de ECB vallen. Met name is de ECB-adviesbevoegdheid gebaseerd op artikel 127, leden 2 en 5, en artikel 128, lid 1, van het Verdrag, aangezien het voorstel bepalingen bevat die implicaties hebben voor bepaalde taken van het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB), waaronder het bevorderen van een goede werking van het betalingsverkeer, bij te dragen aan een goede beleidsvoering van de bevoegde autoriteiten ten aanzien van de stabiliteit van het financiële stelsel en machtiging te geven tot de uitgifte van eurobankbiljetten binnen de Unie. Overeenkomstig de eerste zin van artikel 17.5 van het reglement van orde van de Europese Centrale Bank heeft de Raad van bestuur dit advies goedgekeurd.
1. Opmerkingen
1.1. Regulering van platforms voor het wisselen van virtuele valuta en aanbieders van bewaarportemonnees
|
1.1.1. |
Het voorstel breidt de lijst van meldingsplichtige entiteiten uit waarop Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad (2) van toepassing is, zodat de lijst aanbieders omvat die zich in de eerste plaats en professioneel bezighouden met diensten voor het wisselen van „virtuele valuta” en „fiduciaire valuta” (die in het voorstel worden opgevat als munten die als wettig betaalmiddel zijn erkend (3)), en portemonneeaanbieders die diensten verlenen voor de bewaring van de credentialen die nodig zijn om toegang te krijgen tot virtuele valuta („aanbieders van bewaarportemonnees”) (4). Het voorstel vereist tevens dat lidstaten verzekeren dat aanbieders van diensten voor het wisselen van virtuele valuta en fiduciaire valuta’s en aanbieders van bewaarportemonnees over een vergunning beschikken of geregistreerd zijn (5). De ECB is een sterk voorstander van deze bepalingen die stroken met de aanbevelingen van de Financial Action Task Force (FATF) (6), gezien het feit dat terroristen en andere criminele groepen thans geld kunnen doorsluizen binnen virtuelevalutanetwerken door de overmakingen te verbergen of door de zekere mate van anonimiteit die zij op dergelijke wisselplatforms genieten. Het gebruik van virtuele valuta’s brengt ook grotere risico’s met zich mee dan traditionele betaalmiddelen in die zin dat de overdraagbaarheid van virtuele valuta steunt op het internet en slechts beperkt wordt door de capaciteit van het onderliggende netwerk van computers en IT-infrastructuur van de specifieke virtuele valuta. Binnen dit kader wijst de ECB er tevens op dat digitale valuta niet noodzakelijkerwijze in wettelijk vastgestelde valuta’s omgewisseld hoeven te worden. Zij kunnen ook worden gebruikt voor de aankoop van goederen en diensten zonder dat zij in een wettelijk vastgestelde valuta omgewisseld moeten worden of zonder het gebruik van aanbieders van bewaarportemonnees. Dergelijke transacties worden niet bestreken door enige van de in het voorstel opgenomen controlemaatregelen en zouden een middel kunnen zijn om illegale activiteiten te financieren. |
|
1.1.2. |
De ECB erkent dat de technologische vooruitgang aangaande gedistribueerde grootboeken („distributed ledger technology”) die ten grondslag ligt aan alternatieve betaalmiddelen, zoals virtuele valuta’s, de efficiëntie, het bereik en de keuze van betaal- en overboekingsmethoden kan vergroten. De wetgevende lichamen van de Unie moeten evenwel de schijn vermijden dat zij particulier ingevoerde digitale valuta’s promoten; als dusdanig zijn alternatieve betaalmiddelen noch wettelijk vastgestelde valuta’s, noch zijn zij een wettig betaalmiddel dat werd uitgegeven door centrale banken of andere overheidslichamen (7). De ECB heeft meerdere punten van zorg inzake de bestaande verschillen tussen wat het voorstel aanduidt als „fiduciaire valuta” en „virtuele valuta’s”, waaronder de met virtuele valuta’s verbonden volatiliteit die doorgaans hoger is dan bij door centrale banken uitgegeven valuta’s, of waarvoor centrale banken anderszins machtiging tot uitgifte hebben gegeven, aangezien deze volatiliteit niet altijd lijkt samen te hangen met economische of financiële factoren. Andere punten van zorg zijn: a) in tegenstelling tot houders van wettelijk vastgestelde valuta’s hebben de houders van virtuelevalutaeenheden geen garantie dat zij hun eenheden voor goederen en diensten of wettelijk vastgestelde valuta zullen kunnen ruilen, en b) de afhankelijkheid van economische subjecten van virtuelevalutaeenheden, indien die in de toekomst sterk in aantal verhoogd zouden worden, zou in beginsel de controle door de centrale bank van de geldhoeveelheid kunnen aantasten met mogelijke risico’s voor prijsstabiliteit, ook al is het risico onder de huidige omstandigheden beperkt. Derhalve is het enerzijds in overeenstemming met de FATF-aanbevelingen aangewezen dat de wetgevende organen van de Unie vanuit het antiwitwas- en antiterrorismefinancieringsperspectief virtuele valuta’s reguleren en zij anderzijds in deze specifieke context niet moeten trachten een breder gebruik van virtuele valuta’s te promoten. |
|
1.1.3. |
Het voorstel definieert de term „virtuele valuta” als „een digitale weergave van waarde die noch door een centrale bank, noch door een overheid wordt uitgegeven en evenmin aan een fiduciaire valuta is gekoppeld, maar die door natuurlijke of rechtspersonen als een betaalmiddel wordt aanvaard en kan worden overgedragen, opgeslagen of elektronisch verhandeld” (8). De ECB heeft een aantal specifieke opmerkingen aangaande deze definitie. Ten eerste, „virtuele valuta’s” kunnen vanuit het perspectief vna de Unie niet als valuta aangemerkt worden (9). Overeenkomstig de Verdragen en de bepalingen van Verordening (EG) nr. 974/98 van de Raad is de euro de gemeenschappelijke munt van de Economische en Monetaire Unie van de Unie, d.w.z. van de eurogebiedlidstaten (10). Overeenkomstig de benadering die reeds is vastgesteld, of thans wordt overwogen, door andere jurisdicties die wisselplatforms voor virtuele valuta’s reguleren, waaronder Canada, Japan en de Verenigde Staten, beveelt de ECB aan virtuele valuta’s nader te definiëren en wel zodanig dat geëxpliciteerd wordt dat virtuele valuta’s geen wettelijk vastgestelde valuta of geld zijn (11). Ten tweede, aangezien virtuele valuta’s in feite geen valuta’s zijn, zou het juister zijn ze te beschouwen als een ruilmiddel en niet als een betaalmiddel. Bovendien houdt de definitie van „virtuele valuta’s” als betaalmiddel in het voorstel er geen rekening mee dat onder sommige omstandigheden virtuele valuta’s voor andere doeleinden dan betaalmiddel gebruikt kunnen worden (12). Zoals opgemerkt door de Bank voor Internationale Betalingen (BIS), kan de aan menig digitalevalutaregeling ten grondslag liggende technologie van gedistribueerde grootboeken een veel breder toepassingsgebied hebben dan alleen betalingen (13). Dienaangaande heeft het FATF opgemerkt dat het niet-betalingsgebruik van virtuele valuta’s waardeopslagproducten kan omvatten voor spaar- of beleggingsdoeleinden, zoals derivaten, grondstoffen en effectenproducten (14). Recentere op meer geavanceerde technologie van gedistribueerde grootboeken- en blokketentechnologie gebaseerde digitale valuta’s hebben een breed scala van gebruiksdoeleinden die verder gaan dan betalingsdoeleinden (15), waaronder bijvoorbeeld onlinecasino’s. Gezien het bovenstaande stelt de ECB voor dat het voorstel in de voorgestelde definitie van virtuele valuta’s ook andere mogelijke gebruiksdoeleinden van die term noemt. De ECB stelt voor de definitie van virtuele valuta’s in het voorstel aan te passen zodat met dit punt rekening wordt gehouden. |
1.2. Centrale registers van bank- en betaalrekeningen
|
1.2.1. |
Luidens het voorstel moeten lidstaten gecentraliseerde geautomatiseerde mechanismen of elektronische systemen voor gegevensontsluiting instellen die tijdig de identificatie van natuurlijke personen of rechtspersonen mogelijk maken die betaal- en bankrekeningen aanhouden of controleren die een kredietinstelling binnen hun grondgebied aanhoudt (16). De toelichting bij het voorstel licht dienaangaande toe dat het de lidstaten vrijstaat hetzij een centraalbankregister op te zetten, hetzij een ander systeem voor gegevensontsluiting, wat het beste bij hun bestaande kader past (17). Lidstaten staat het derhalve vrij hun nationale centrale bank (NCB) aan te wijzen als de administrator van het centrale register voor bank- (en betaal-)rekeningen. Bovendien zou een dergelijk centraal register uit hoofde van het voorstel openstaan voor toegang door financiële-inlichtingeneenheden en andere bevoegde autoriteiten. |
|
1.2.2. |
De ECB heeft eerder gesteld dat voor de vaststelling of het verdragsverbod op monetaire financiering is geschonden, de aan een NCB binnen het kader van het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB) opgedragen taken die verband houden met de inrichting van een centraal bankrekeningenregister, niet als centralebanktaken beschouwd moeten worden, noch faciliteren zij de uitvoering van die taken (18). De ECB vindt de taak van het inrichten van een centraal register krachtens artikel 30 van Richtlijn (EU) 2015/849 duidelijk een overheidstaak, aangezien zijn doel is witwassen en terrorismefinanciering te bestrijden. Om de financiële onafhankelijkheid van de ESCB-leden te vrijwaren en de met de uitvoering van een overheidstaak gepaard gaande financiële punten van zorg weg te nemen, benadrukt de ECB dat bij het op zich nemen van het beheer van een centraal rekeningenregister de nationale wetgeving ter implementatie van het voorstel een kostendekkingsregeling moet omvatten met expliciete procedures voor de monitoring, het toerekenen en het in rekening brengen van alle door de NCB gemaakte kosten die samenhangen met het beheer en de toegangverlening tot het centrale register. |
2. Technische kanttekeningen en wijzigingsvoorstellen
Door de ECB aanbevolen wijzigingen van het richtlijnvoorstel zijn middels specifieke formuleringsvoorstellen opgenomen in een apart technisch werkdocument met een toelichting. Het technische werkdocument is in de Engelse taal beschikbaar op de ECB-website.
Gedaan te Frankfurt am Main, 12 oktober 2016.
De president van de ECB
Mario DRAGHI
(1) COM(2016) 450 final.
(2) Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (PB L 141 van 5.6.2015, blz. 73).
(3) Zie overweging 6 van het voorstel.
(4) Zie overweging 6 en artikel 1, punt 1, van het voorstel.
(5) Zie artikel 1, punt 16, van het richtlijnvoorstel.
(6) Zie de „internationale standaards voor de bestrijding van witwassen en van het financieren van terrorisme en proliferatie” van het FATF: De FATF-Aanbevelingen (februari 2012). Zie tevens het „FATF Report Virtual Currencies Key Definitions and Potential AML/CFT Risks” (juni 2014) en het FATF’s „Guidance for a risk-based approach — Virtual Currencies” (juni 2015). Alle documenten zijn beschikbaar op de website van het FATF onder www.fatf-gafi.org
(7) Zie bladzijde 13 van de toelichting bij het voorstel en de overwegingen 6 en 7 van het voorstel. Zie tevens het ontwerpverslag over virtuele valuta’s (2016/2007 (INI)) van 23 februari 2016 van de Commissie economische en monetaire zaken van het Europees Parlement.
(8) Artikel 1, punt 2, onder c), van het voorstel. De definitie lijkt te zijn gebaseerd op de definitie in paragraaf 19 van het advies inzake digitale valuta’s van de Europese Bankautoriteit (EBA) van 4 juli 2014 (EBA/Op/2014/08), beschikbaar op de EBA-website www.eba.europa.eu
(9) Zie de definitie van „valuta” in artikel 2, onder a), van Richtlijn 2014/62/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de strafrechtelijke bescherming van de euro en andere munten tegen valsemunterij en ter vervanging van Kaderbesluit 2000/383/JBZ van de Raad (PB L 151 van 21.5.2014, blz. 1).
Zie tevens bladzijde 16 van de discussienota van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) inzake „Virtual Currencies and Beyond: Initial Considerations” (januari 2016), beschikbaar op de IMF-website www.imf.org
(10) Zie de preambule en artikel 3, lid 4, van het Verdrag betreffende de Europese Unie; artikel 119, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en artikel 2 van Verordening (EG) nr. 974/98 van de Raad van 3 mei 1998 over de invoering van de euro (PB L 139 van 11.5.1998, blz. 1).
(11) Zie bijvoorbeeld artikelen 2 tot en met 5 van de Japanese Payment Services Act, waarin de definitie van cybervaluta de yen en vreemde valuta uitsluit, en afdeling 103(8) van de United States' National Conference of Commissioners on Uniform State Laws Draft Regulation of Virtual Currency Businesses Act van 2 februari 2016 waarin de definitie van virtuele valuta geld uitsluit. Voor een brede analyse van de regelgevende benadering van bitcoin in 41 jurisdicties, zie The Law Library of Congress' verslag „Regulation of Bitcoin in Selected Jurisdictions” (januari 2014); zie tevens de notulen van het Canadian Parliament’s Standing Senate Committee on Banking, Trade and Commerce van 26 maart 2014, waarin het Canadian Department of Finance stelde dat „virtual currency is not […] the official currency of the country; it is not the Canadian dollar”.
(12) Zie bladzijde 24 van het ECB-verslag „Virtual Currency Schemes — A further analysis” (februari 2015), beschikbaar op de ECB-website www.ecb.europa.eu
(13) Zie bladzijde 15 van het verslag van het BIS-Committee on Payments and Market Infrastructures inzake „Digital currencies” (november 2015), beschikbaar op www.bis.org
(14) Bijvoorbeeld cryptovaluta’s zoals „ethers”, de valutaeenheid van de „ethereumblokketen”, worden verhandeld op beurzen voor investerings- of speculatiedoeleinden, maar dienen niet altijd als betaalmiddel. Zie tevens bladzijde 4 van de FATF „Guidance for a risk based approach — Virtual Currencies” (juni 2015), beschikbaar op de FATF-website www.fatf-gafi.org
(15) Zie bladzijde 7 van de IMF-discussienota inzake „Virtual Currencies and Beyond: Initial Considerations” (januari 2016), beschikbaar op de IMF-website www.imf.org
(16) Zie artikel 1, punt 12, van het voorstel.
(17) Zie bladzijde 7 van de toelichting bij het voorstel.
(18) Zie bijvoorbeeld paragraaf 2.1 van Advies CON/2011/30; paragraaf 2 van Advies CON/2011/98; paragrafen 3.1 en 3.2 van Advies CON/2015/46, en paragrafen 3.1 tot en met 3.8 van Advies CON/2016/35. Alle ECB-adviezen zijn beschikbaar op de ECB-website www.ecb.europa.eu
IV Informatie
INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE
Raad
|
9.12.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 459/7 |
Kennisgeving aan de personen en entiteiten op wie/waarop de beperkende maatregelen van Besluit (GBVB) 2016/849 van de Raad betreffende beperkende maatregelen tegen de Democratische Volksrepubliek Korea, gewijzigd bij Besluit (GBVB) 2016/2217 van de Raad, van toepassing zijn
(2016/C 459/06)
De volgende informatie wordt ter kennis gebracht van de personen en entiteiten die voorkomen in bijlage I en bijlage II bij Besluit (GBVB) 2016/849 van de Raad (1) betreffende beperkende maatregelen tegen de Democratische Volksrepubliek Korea, gewijzigd bij Besluit (GBVB) 2016/2217 van de Raad (2).
De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft bepaald dat u/uw onderneming moet worden opgenomen in de lijst van personen en entiteiten op wie/waarop de maatregelen van Resolutie 2321 (2016) van de VN-Veiligheidsraad van toepassing zijn.
De betrokkenen kunnen te allen tijde, onder overlegging van bewijsstukken, het bij Resolutie 1718 (2006) ingestelde comité van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties verzoeken het besluit om hen op de VN-lijst te plaatsen, te heroverwegen. Dit verzoek dient aan het volgende adres te worden gericht:
|
United Nations — Focal point for delisting |
|
Security Council Subsidiary Organs Branch |
|
Room S-3055 E |
|
New York, NY 10017 |
|
VERENIGDE STATEN VAN AMERIKA |
Zie voor meer informatie: http://www.un.org/sc/committees/751/comguide.shtml
De Raad van de Europese Unie heeft naar aanleiding van het VN-besluit besloten dat de personen en entiteiten die in de bovengenoemde bijlagen voorkomen, moeten worden opgenomen in de lijst van personen en entiteiten die onderworpen zijn aan de beperkende maatregelen van Besluit (GBVB) 2016/849 betreffende beperkende maatregelen tegen de Democratische Volksrepubliek Korea. De redenen voor de aanwijzing van de betrokken personen en entiteiten staan in de desbetreffende vermeldingen in die bijlagen.
De betrokken personen en entiteiten worden erop geattendeerd dat zij een verzoek kunnen richten tot de bevoegde instanties van de betrokken lidstaat of lidstaten, als vermeld op de websites in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 329/2007 van de Raad (3), om toestemming te verkrijgen voor het gebruik van bevroren tegoeden voor basisbehoeften of specifieke betalingen (zie artikel 7 van de verordening).
De betrokken personen en entiteiten kunnen, onder overlegging van bewijsstukken, op onderstaand adres een verzoek bij de Raad indienen tot heroverweging van het besluit hen op bovengenoemde lijst te plaatsen:
|
Raad van de Europese Unie |
|
Secretariaat-generaal |
|
DG C 1C — Horizontale Vraagstukken |
|
Wetstraat 175 |
|
1048 Brussel |
|
BELGIË |
|
E-mail: sanctions@consilium.europa.eu |
Tevens worden de betrokken personen en entiteiten erop geattendeerd dat zij tegen het besluit van de Raad beroep kunnen instellen bij het Gerecht van de Europese Unie, overeenkomstig de voorwaarden van artikel 275, tweede alinea, en artikel 263, vierde en zesde alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
(1) PB L 141 van 28.5.2016, blz. 79.
(2) PB L 334 van 9.12.2016, blz. 35.
(3) PB L 88 van 29.3.2007, blz. 1.
Europese Commissie
|
9.12.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 459/9 |
Wisselkoersen van de euro (1)
8 december 2016
(2016/C 459/07)
1 euro =
|
|
Munteenheid |
Koers |
|
USD |
US-dollar |
1,0762 |
|
JPY |
Japanse yen |
122,61 |
|
DKK |
Deense kroon |
7,4390 |
|
GBP |
Pond sterling |
0,84995 |
|
SEK |
Zweedse kroon |
9,7228 |
|
CHF |
Zwitserse frank |
1,0853 |
|
ISK |
IJslandse kroon |
|
|
NOK |
Noorse kroon |
9,0145 |
|
BGN |
Bulgaarse lev |
1,9558 |
|
CZK |
Tsjechische koruna |
27,038 |
|
HUF |
Hongaarse forint |
314,29 |
|
PLN |
Poolse zloty |
4,4540 |
|
RON |
Roemeense leu |
4,5020 |
|
TRY |
Turkse lira |
3,6676 |
|
AUD |
Australische dollar |
1,4406 |
|
CAD |
Canadese dollar |
1,4222 |
|
HKD |
Hongkongse dollar |
8,3475 |
|
NZD |
Nieuw-Zeelandse dollar |
1,4973 |
|
SGD |
Singaporese dollar |
1,5272 |
|
KRW |
Zuid-Koreaanse won |
1 250,03 |
|
ZAR |
Zuid-Afrikaanse rand |
14,7162 |
|
CNY |
Chinese yuan renminbi |
7,4041 |
|
HRK |
Kroatische kuna |
7,5355 |
|
IDR |
Indonesische roepia |
14 298,93 |
|
MYR |
Maleisische ringgit |
4,7590 |
|
PHP |
Filipijnse peso |
53,465 |
|
RUB |
Russische roebel |
68,1900 |
|
THB |
Thaise baht |
38,334 |
|
BRL |
Braziliaanse real |
3,6599 |
|
MXN |
Mexicaanse peso |
21,8915 |
|
INR |
Indiase roepie |
72,5055 |
(1) Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.
|
9.12.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 459/10 |
Mededeling van de Commissie in het kader van de uitvoering van Verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad
(Bekendmaking van referentienummers van Europese beoordelingsdocumenten overeenkomstig artikel 22 van Verordening (EU) nr. 305/2011)
(Voor de EER relevante tekst)
(2016/C 459/08)
De bepalingen van Verordening (EU) nr. 305/2011 hebben voorrang op daarmee strijdige bepalingen in de Europese beoordelingsdocumenten.
|
Referentienummer en titel van het Europees beoordelingsdocument |
Referentienummer en titel van het vervangen Europees beoordelingsdocument |
Opmerkingen |
|
|
010001-00-0301 |
Geprefabriceerde samengestelde betonnen muur met puntvormige verbindingen |
|
|
|
020001-00-0405 |
Meerassige verborgen scharniersamenstellen |
|
|
|
020002-00-0404 |
Beglazingssystemen voor balkon (en terras) zonder verticale frames |
|
|
|
020011-00-0405 |
Dak-, vloer-, wand- en plafondluiken voor het verschaffen van toegang of voor gebruik als nooddeur/met of zonder brandwerendheid |
|
|
|
040005-00-1201 |
Fabrieksmatig vervaardigde thermische en/of akoestische isolatieproducten, gemaakt van plantaardige of dierlijke vezels |
|
|
|
040016-00-0404 |
Glasvezelnet voor het versterken van cementgebonden pleisterwerk |
|
|
|
040048-00-0502 |
Rubbervezelmat voor contactgeluidsisolatie |
|
|
|
040065-00-1201 |
Warmte- en geluidsisolatieplaten op basis van geëxpandeerd polystyreen en cement |
|
|
|
040090-00-1201 |
Voorgevormde platen en producten van geëxpandeerd polymelkzuur (E-PLA) voor warmte- en geluidsisolatie |
|
|
|
040138-00-1201 |
Losse, ter plekke gevormde thermische en/of akoestische isolatieproducten van plantaardige vezels |
|
|
|
040288-00-1201 |
Fabrieksmatig geproduceerde warmte- en geluidsisolatie van polyestervezels |
|
|
|
060001-00-0802 |
Kit voor schoorstenen met binnenbuizen in baksteen/keramiek met classificatie T400 (minimum) N1 W3 Gxx |
|
|
|
060003-00-0802 |
Kit voor schoorstenen met binnenbuizen in baksteen/keramiek en speciale buitenwand met classificatie T400 (minimum) N1 W3 Gxx |
|
|
|
060008-00-0802 |
Kit voor schoorstenen met binnenbuizen in baksteen/keramiek met classificatie T400 (minimum) N1/P1 W3 Gxx met verschillende buitenwanden en de mogelijkheid om de buitenwand te vervangen |
|
|
|
070001-01-0504 |
Gipsplaten voor dragende toepassingen |
070001-00-0504 |
|
|
080002-00-0102 |
Niet-versterkend hexagonaal geogrid voor de stabilisatie van niet-gebonden granulaire lagen door middel van binding met het aggregaat |
|
|
|
090001-00-0404 |
Geprefabriceerde gecomprimeerde mineralewolplaten met organische of anorganische afwerking en met gespecificeerd bevestigingssysteem |
|
|
|
090017-00-0404 |
Puntgedragen verticale beglazing |
|
|
|
090058-00-0404 |
Kit voor geventileerde gevelbekleding bestaande uit een metalen honingraatpaneel en bijbehorende bevestigingsmiddelen |
|
|
|
120001-01-0106 |
Microprismatische retroreflecterende bekleding |
120001-00-0106 |
|
|
120003-00-0106 |
Monolithische of gelamineerde houten paal- en balkelementen |
|
|
|
130002-00-0304 |
Massief houten plaatelement — element bestaande uit met pennen verbonden houten platen, bestemd voor gebruik als structureel element in gebouwen |
|
|
|
130005-00-0304 |
Massief houten panelen voor constructief gebruik in gebouwen |
|
|
|
130010-00-0304 |
Gelijmd gelamineerd loofhout — Gelamineerd fineerhout uit beuk voor dragende toepassingen |
|
|
|
130011-00-0304 |
Geprefabriceerde houten constructie-elementen, gemaakt van mechanisch verbonden planken, voor dragende constructies in gebouwen |
|
|
|
130012-00-0304 |
Op sterkte gesorteerd timmerhout — Gekantrecht kastanjehout met wan |
|
|
|
130013-00-0304 |
Massief houten plaat — bouwelement voor gebouwen, bestaande uit houten platen die met elkaar verbonden zijn middels zwaluwstaartverbindingen |
|
|
|
130022-00-0304 |
Monolithische of gelamineerde houten paal- en balkelementen |
|
|
|
130033-00-0603 |
Spijkers en schroeven voor gebruik in kramplaten in houten constructies |
|
|
|
130167-00-0304 |
Op sterkte gesorteerd timmerhout — Gekantrecht hout met wan — Zachthout |
|
|
|
150003-00-0301 |
Cement met hoge sterkte |
|
|
|
180008-00-0704 |
Afvoerputje — met verwisselbare mechanische sluiter |
|
|
|
190002-00-0502 |
Kit voor zwevende vloeren bestaande uit in elkaar grijpende geprefabriceerde elementen vervaardigd uit keramische tegels en rubberen matten |
|
|
|
200002-00-0602 |
Draadstangsysteem |
|
|
|
200005-00-0103 |
Structurele stalen kokerprofielen met stijve lassen |
|
|
|
200014-00-0103 |
Paalkoppelingen en rotsschoenen voor betonpalen |
|
|
|
200017-00-0302 |
Warm gewalste producten en structurele componenten vervaardigd uit staalsoorten Q235B, Q235D, Q345B en Q345D |
|
|
|
200019-00-0102 |
Hexagonaal geweven draadnetschanskorven en -matrassen |
|
|
|
200022-00-0302 |
Thermomechanisch gewalste lange stalen producten gemaakt uit lasbaar staal met fijne structuur van speciale staalkwaliteiten |
|
|
|
200026-00-0102 |
Staalgaas voor staalnetwerksystemen voor gewapende vullingversteviging |
|
|
|
200033-00-0602 |
Gespijkerde deuvelverbinding |
|
|
|
200039-00-0102 |
Schanskorven en -matrassen met zeshoekig gaas en zinkcoating |
|
|
|
200043-00-0103 |
Buispalen van nodulair gietijzer |
|
|
|
220007-00-0402 |
Volledig ondersteunde messing plaat en strips voor dakbedekking, gevelbekleding en interne wandafwerking |
|
|
|
220008-00-0402 |
Dakrandprofielen voor terrassen en balkons |
|
|
|
220013-00-0401 |
Zelfdragende zadeldaklichtstraten |
|
|
|
220021-00-0402 |
Kits voor lichttunnels |
|
|
|
220025-00-0401 |
Vrijdragende horizontale beglazingsconstructie (overkapping/dak) |
|
|
|
230004-00-0106 |
Gaaspanelen van metalen ringen |
|
|
|
230005-00-0106 |
Metalen gaaspanelen |
|
|
|
230008-00-0106 |
Dubbel gedraaid staalgaas, al dan niet versterkt met touw |
|
|
|
230012-00-0105 |
Additieven voor de productie van asfalt — bitumengranulaat van gerecyclede bitumineuze dakbedekking |
|
|
|
230025-00-0106 |
Flexibele systemen voor de stabilisatie van hellingen en bescherming tegen stenen |
|
|
|
260006-00-0301 |
Polymeer betonadditief |
|
|
|
280001-00-0704 |
Voorgemonteerde bekledingseenheid voor afvoer of infiltratie |
|
|
|
290001-00-0701 |
Leidingsysteem voor het transport van koud en warm water in gebouwen |
|
|
|
320002-02-0605 |
Gecoate metalen kimplaten voor ruwbouw en verdeelvoegen in waterdicht beton |
320002-00-0605 320002-01-0605 |
|
|
330008-02-0601 |
Ankerrails |
330008-00-0601 330008-01-0601 |
|
|
330011-00-0601 |
Verstelbare betonschroeven |
|
|
|
330012-00-0601 |
Ingebetonneerd anker met interne schroefdraad |
|
|
|
330075-00-0601 |
Hefinrichting voor liften |
|
|
|
330079-00-0602 |
Geheel van bevestigingen voor gebruik in traanplaat en roosters |
|
|
|
330080-00-0602 |
Bevestigingsklemmen met hoge slipweerstand |
|
|
|
330083-00-0601 |
Bevestiger met explosieve lading voor meervoudig gebruik in beton voor niet-structurele toepassingen |
|
|
|
330084-00-0601 |
Staalplaat met ingegoten ankers |
|
|
|
330153-00-0602 |
Zetbouten voor het verbinden van dunwandige bouwonderdelen en platen van staal |
|
|
|
330155-00-0602 |
Zelfinstellende klem |
|
|
|
330196-00-0604 |
Plastic ankers voor de bevestiging van composietsystemen voor externe warmte-isolatie met een pleisterlaag |
ETAG 014 |
|
|
330232-00-0601 |
Mechanische sluitingen voor gebruik in beton |
ETAG 001-1 ETAG 001-2 ETAG 001-3 ETAG 001-4 |
|
|
340002-00-0204 |
Staaldraadpanelen met geïntegreerde thermische isolatie voor gehele structuren |
|
|
|
340006-00-0506 |
Bouwpakketten voor geprefabriceerde trappen |
ETAG 008 |
|
|
340020-00-0106 |
Flexibele bouwsets voor het stoppen van modderstromen en aardverschuivingen/ondiepe aardverschuivingen |
|
|
|
340025-00-0403 |
Onderbouwset voor verwarmde gebouwen |
|
|
|
340037-00-0204 |
Lichtgewicht dragende stalen/houten dakelementen |
|
|
|
350003-00-1109 |
Kit voor brandbestendige technische kokers bestaande uit geprefabriceerde verbindingsstukken (bestaande uit mechanisch vooraf gecoate stalen bladen) en bijhorende accessoires |
|
|
|
350005-00-1104 |
Opschuimende brandbeschermende en brandwerende producten |
|
|
|
350134-00-1104 |
Brandwerend waterslot met opschuimende afdichting (in combinatie met een roestvrijstalen vloerafvoer) |
|
|
|
360005-00-0604 |
Spouwgoot |
|
|
Noot:
Europese beoordelingsdocumenten (EAD) worden door de Europese Organisatie voor technische beoordeling (EOTA) in het Engels vastgesteld. De Europese Commissie is niet verantwoordelijkheid voor de juistheid van de titels die door de EOTA voor bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn verstrekt.
De bekendmaking van de referentienummers van Europese beoordelingsdocumenten in het Publicatieblad van de Europese Unie betekent niet dat de Europese beoordelingsdocumenten in alle officiële talen van de Europese Unie beschikbaar zijn.
De Europese Organisatie voor technische beoordeling (http://www.eota.eu) houdt het Europees beoordelingsdocument elektronisch beschikbaar overeenkomstig de bepalingen van punt 8 van bijlage II bij Verordening (EU) nr. 305/2011.
Deze lijst vervangt alle vorige lijsten die in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn gepubliceerd. De Commissie zal er zorg voor dragen dat de huidige lijst regelmatig wordt bijgewerkt.
Rekenkamer
|
9.12.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 459/15 |
Speciaal verslag nr. 28/2016
„De aanpak van ernstige grensoverschrijdende bedreigingen van de gezondheid in de EU: belangrijke stappen gezet, maar er moet meer worden ondernomen”
(2016/C 459/09)
De Europese Rekenkamer deelt u mede dat Speciaal verslag nr. 28/2016 „De aanpak van ernstige grensoverschrijdende bedreigingen van de gezondheid in de EU: belangrijke stappen gezet, maar er moet meer worden ondernomen” zojuist gepubliceerd is.
Het verslag kan worden ingezien op of gedownload van de website van de Europese Rekenkamer: http://eca.europa.eu of van EU Bookshop: https://bookshop.europa.eu
INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE LIDSTATEN
|
9.12.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 459/16 |
Door de lidstaten meegedeelde informatie betreffende sluiting van de visserij
(2016/C 459/10)
Overeenkomstig artikel 35, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (1), is besloten de visserij te sluiten overeenkomstig de bepalingen in de onderstaande tabel:
|
Datum en tijdstip van sluiting |
14.11.2016 |
|
Duur |
14.11.2016-31.12.2016 |
|
Lidstaat |
Frankrijk |
|
Bestand of groep bestanden |
SBR/678- |
|
Soort |
Zeebrasem (Pagellus bogaraveo) |
|
Gebied |
Uniewateren en internationale wateren van VI, VII en VIII |
|
Vissersvaartuigtype(s) |
— |
|
Referentienummer |
38/DSS |
(1) PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1.
V Bekendmakingen
PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE HANDELSPOLITIEK
Europese Commissie
|
9.12.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 459/17 |
Bericht van inleiding van een antidumpingprocedure betreffende de invoer van bepaald corrosiebestendig staal van oorsprong uit de Volksrepubliek China
(2016/C 459/11)
De Europese Commissie („de Commissie”) heeft een klacht ontvangen op grond van artikel 5 van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (1) („de basisverordening”), volgens welke de bedrijfstak van de Unie aanmerkelijke schade lijdt door de invoer met dumping van bepaald corrosiebestendig staal van oorsprong uit de Volksrepubliek China.
1. Klacht
De klacht is op 25 oktober 2016 ingediend door de European Steel Association (Eurofer) namens acht producenten van bepaald corrosiebestendig staal in de Unie („de klagers”) die samen meer dan 53 % van de totale productie van bepaald corrosiebestendig staal in de Unie voor hun rekening nemen.
2. Onderzocht product
Dit onderzoek heeft betrekking op bepaald corrosiebestendig staal van oorsprong uit de Volksrepubliek China. Het gaat om gewalste platte producten van ijzer of gelegeerd staal of niet-gelegeerd staal; al-rustig; thermisch geplateerd of bekleed met zink en/of aluminium, en geen ander metaal; chemisch gepassiveerd; bevattende 0,015 of meer doch niet meer dan 0,170 gewichtspercent koolstof, 0,015 of meer doch niet meer dan 0,100 gewichtspercent aluminium, niet meer dan 0,045 gewichtspercent niobium, niet meer dan 0,010 gewichtspercent titaan en niet meer dan 0,010 gewichtspercent vanadium; opgerold, als op maat gesneden platen en als bandstaal aangeboden.
De volgende producten blijven buiten beschouwing:
|
— |
van roestvrij staal, van siliciumstaal en van sneldraaistaal; |
|
— |
enkel warm of koud gewalst. |
3. Bewering dat er sprake is van dumping
Het product dat volgens de klacht met dumping zou worden ingevoerd, is het onderzochte product, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 7210 41 00, ex 7210 49 00, ex 7210 61 00, ex 7210 69 00, ex 7212 30 00, ex 7212 50 61, ex 7212 50 69, ex 7225 92 00, ex 7225 99 00, ex 7226 99 30 en ex 7226 99 70 (Taric-codes 7210410020, 7210490020, 7210610020, 7210690020, 7212300020, 7212506120, 7212506920, 7225920020, 7225990022, 7225990035, 7225990092, 7226993010, 7226997094), van oorsprong uit de Volksrepubliek China („het betrokken land”). De GN-codes worden slechts ter informatie vermeld.
Aangezien de Volksrepubliek China ingevolge de bepalingen van artikel 2, lid 7, van de basisverordening als land zonder markteconomie wordt beschouwd, hebben de klagers de normale waarde voor de invoer uit de Volksrepubliek China vastgesteld op basis van de prijs in een derde land met een markteconomie, namelijk Canada. De bewering dat het betrokken product met dumping wordt ingevoerd, is gebaseerd op een vergelijking van de aldus vastgestelde normale waarde met de prijs (af fabriek) van het onderzochte product bij uitvoer naar de Unie.
De aldus berekende dumpingmarges blijken voor het betrokken land aanzienlijk te zijn.
4. Bewering dat er sprake is van schade en oorzakelijk verband
De klagers hebben bewijsmateriaal verstrekt waaruit blijkt dat de invoer van het onderzochte product uit het betrokken land zowel absoluut als qua marktaandeel is gestegen.
Uit het voorlopige bewijsmateriaal dat de klagers hebben verstrekt, blijkt dat de hoeveelheden waarin en de prijzen waartegen het onderzochte product wordt ingevoerd onder meer een ongunstige invloed hebben gehad op de in rekening gebrachte prijzen en het ingenomen marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie, waardoor de algemene prestaties en/of de financiële situatie van de bedrijfstak van de Unie aanzienlijk zijn verslechterd.
5. Procedure
Daar de Commissie na kennisgeving aan de lidstaten heeft vastgesteld dat de klacht is ingediend door of namens de bedrijfstak van de Unie en dat er voldoende bewijsmateriaal is om een procedure in te leiden, opent zij hierbij een onderzoek op grond van artikel 5 van de basisverordening.
Bij het onderzoek zal worden vastgesteld of het onderzochte product van oorsprong uit het betrokken land met dumping wordt ingevoerd en of hierdoor schade voor de bedrijfstak van de Unie is ontstaan. Als de conclusies bevestigend zijn, zal in het onderzoek worden nagegaan of het niet tegen het belang van de Unie is maatregelen in te stellen.
5.1. Onderzoektijdvak en beoordelingsperiode
Het onderzoek naar dumping en schade heeft betrekking op de periode van 1 oktober 2015 tot en met 30 september 2016 („het onderzoektijdvak”). Het onderzoek naar ontwikkelingen die relevant zijn voor de schadebeoordeling heeft betrekking op de periode van 1 januari 2013 tot het einde van het onderzoektijdvak („de beoordelingsperiode”).
5.2. Procedure voor het vaststellen van dumping
Producenten-exporteurs (2) van het onderzochte product uit het betrokken land worden uitgenodigd aan het onderzoek van de Commissie mee te werken.
5.2.1. Onderzoek van de producenten-exporteurs
5.2.1.1.
a) Steekproeven
Gezien het mogelijk grote aantal bij deze procedure betrokken producenten-exporteurs in de Volksrepubliek China kan de Commissie, om het onderzoek binnen de wettelijke termijnen te kunnen afronden, haar onderzoek tot een redelijk aantal producenten-exporteurs beperken door een steekproef samen te stellen. De steekproef zal overeenkomstig artikel 17 van de basisverordening worden samengesteld.
Om de Commissie in staat te stellen te beslissen of een steekproef noodzakelijk is en, zo ja, deze samen te stellen, wordt alle producenten-exporteurs, of hun vertegenwoordigers, verzocht contact met de Commissie op te nemen. Zij moeten dat, tenzij anders aangegeven, uiterlijk 15 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie doen en de Commissie de in bijlage I bij dit bericht verlangde informatie over hun ondernemingen verstrekken.
Om de informatie te verkrijgen die zij voor het samenstellen van de steekproef van producenten-exporteurs nodig acht, zal de Commissie bovendien contact opnemen met de autoriteiten van de Volksrepubliek China en mogelijk ook met haar bekende verenigingen van producenten-exporteurs.
Belanghebbenden die behalve de hierboven vermelde informatie nog andere informatie willen verstrekken die voor de samenstelling van de steekproef van nut kan zijn, moeten dit, tenzij anders aangegeven, uiterlijk 21 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie doen.
Indien een steekproef noodzakelijk is, kunnen de producenten-exporteurs worden geselecteerd op basis van het grootste representatieve volume van de uitvoer naar de Unie dat binnen de beschikbare tijd redelijkerwijs kan worden onderzocht. De Commissie zal alle haar bekende producenten-exporteurs, de autoriteiten van de Volksrepubliek China en de verenigingen van producenten-exporteurs, indien nodig via de autoriteiten van de Volksrepubliek China, mededelen welke ondernemingen voor de steekproef zijn geselecteerd.
Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek met betrekking tot producenten-exporteurs nodig acht, zal de Commissie een vragenlijst toezenden aan de voor de steekproef geselecteerde producenten-exporteurs, aan de haar bekende verenigingen van producenten-exporteurs en aan de autoriteiten van de Volksrepubliek China.
Alle voor de steekproef geselecteerde producenten-exporteurs moeten, tenzij anders aangegeven, uiterlijk 37 dagen na de datum van kennisgeving van de samenstelling van de steekproef een ingevulde vragenlijst indienen.
Ondernemingen die hebben ingestemd met opname in de steekproef maar uiteindelijk niet worden geselecteerd, worden onverminderd de mogelijke toepassing van artikel 18 van de basisverordening geacht mee te werken („niet in de steekproef opgenomen medewerkende producenten-exporteurs”). Onverminderd punt b) zal het antidumpingrecht dat wordt toegepast op de invoer van de niet in de steekproef opgenomen medewerkende producenten-exporteurs niet hoger zijn dan de gewogen gemiddelde dumpingmarge die is vastgesteld voor de producenten-exporteurs in de steekproef (3).
b) Individuele dumpingmarge voor ondernemingen die niet in de steekproef zijn opgenomen
Niet in de steekproef opgenomen medewerkende producenten-exporteurs kunnen de Commissie uit hoofde van artikel 17, lid 3, van de basisverordening verzoeken om voor hen een individuele dumpingmarge vast te stellen. De producenten-exporteurs die in aanmerking willen komen voor een individuele dumpingmarge, moeten een vragenlijst aanvragen en deze, tenzij anders aangegeven, uiterlijk 37 dagen na de datum van kennisgeving van de samenstelling van de steekproef naar behoren ingevuld terugzenden. De Commissie zal onderzoeken of hun een individueel recht overeenkomstig artikel 9, lid 5, van de basisverordening kan worden toegekend. De producenten-exporteurs in het land zonder markteconomie die van mening zijn dat zij het onderzochte product onder marktvoorwaarden vervaardigen en verkopen, kunnen in dit verband een naar behoren onderbouwd verzoek om behandeling als marktgerichte onderneming indienen („BMO-aanvraag”), en dit naar behoren ingevuld terugsturen binnen de in punt 5.2.2.2 vermelde termijnen.
Producenten-exporteurs die een individuele dumpingmarge aanvragen, moeten zich er echter van bewust zijn dat de Commissie kan besluiten geen individuele dumpingmarge vast te stellen, bijvoorbeeld als het aantal producenten-exporteurs zo groot is dat individuele onderzoeken te belastend zijn en aan een tijdige afsluiting van het onderzoek in de weg staan.
5.2.2. Aanvullende procedure met betrekking tot producenten-exporteurs in het betrokken land zonder markteconomie
5.2.2.1.
De normale waarde van de invoer uit de Volksrepubliek China zal, met inachtneming van punt 5.2.2.2, overeenkomstig artikel 2, lid 7, onder a), van de basisverordening worden vastgesteld op basis van de prijs of de berekende waarde in een derde land met een markteconomie. De Commissie zal daartoe een geschikt derde land met een markteconomie selecteren. De voorlopige keuze van de Commissie is gevallen op Canada. Volgens de informatie waarover de Commissie beschikt, zijn andere producerende landen met een markteconomie onder andere Taiwan, Turkije, Australië, de Republiek Korea en India (4). Om uiteindelijk het derde land met een markteconomie te selecteren, zal de Commissie onderzoeken of het onderzochte product wordt geproduceerd en verkocht in die derde landen met een markteconomie waarvoor aanwijzingen bestaan dat het onderzochte product er wordt geproduceerd. Belanghebbenden wordt verzocht hun opmerkingen over de geschiktheid van de keuze van het referentieland uiterlijk tien dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie in te dienen.
5.2.2.2.
Overeenkomstig artikel 2, lid 7, onder b), van de basisverordening kunnen individuele producenten-exporteurs in de betrokken landen die van mening zijn dat zij het onderzochte product onder marktvoorwaarden vervaardigen en verkopen, een naar behoren onderbouwd verzoek om behandeling als marktgerichte onderneming indienen („BMO-aanvraag”). Een BMO wordt toegekend als uit de beoordeling van de BMO-aanvraag blijkt dat aan de criteria van artikel 2, lid 7, onder c), van de basisverordening (5) is voldaan. Overeenkomstig artikel 2, lid 7, onder b), van de basisverordening wordt de dumpingmarge van de producenten-exporteurs aan wie een BMO is toegekend, voor zover mogelijk en onverminderd het gebruik van beschikbare gegevens uit hoofde van artikel 18 van de basisverordening, berekend op basis van hun eigen normale waarde en uitvoerprijzen.
De Commissie zal BMO-aanvraagformulieren toezenden aan alle producenten-exporteurs in de Volksrepubliek China die voor de steekproef zijn geselecteerd, evenals aan alle niet in de steekproef opgenomen medewerkende producenten-exporteurs die een individuele dumpingmarge willen aanvragen, aan de haar bekende verenigingen van producenten-exporteurs en aan de autoriteiten van de Volksrepubliek China. De Commissie zal enkel de BMO-aanvraagformulieren beoordelen die zijn ingediend door voor de steekproef geselecteerde producenten-exporteurs in de Volksrepubliek China en door niet voor de steekproef geselecteerde medewerkende producenten-exporteurs waarvan het verzoek om berekening van een individuele dumpingmarge is aanvaard.
Alle producenten-exporteurs die een BMO willen aanvragen, moeten, tenzij anders aangegeven, uiterlijk 21 dagen na de datum van kennisgeving van de samenstelling van de steekproef dan wel van de beslissing geen steekproef samen te stellen een ingevuld BMO-aanvraagformulier indienen.
5.2.3. Onderzoek van niet-verbonden importeurs (6) (7)
Niet-verbonden importeurs die het onderzochte product uit de betrokken landen in de Unie invoeren, worden uitgenodigd aan dit onderzoek mee te werken.
Gezien het mogelijk grote aantal bij deze procedure betrokken niet-verbonden importeurs kan de Commissie, om het onderzoek binnen de wettelijke termijn te kunnen afronden, haar onderzoek tot een redelijk aantal niet-verbonden importeurs beperken door een steekproef samen te stellen. De steekproef zal overeenkomstig artikel 17 van de basisverordening worden samengesteld.
Om de Commissie in staat te stellen te beslissen of een steekproef noodzakelijk is en, zo ja, deze samen te stellen, wordt alle niet-verbonden importeurs, of hun vertegenwoordigers, verzocht contact met de Commissie op te nemen. Zij moeten dat, tenzij anders aangegeven, uiterlijk 15 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie doen en de Commissie de in bijlage II bij dit bericht verlangde informatie over hun ondernemingen verstrekken.
Om de informatie te verkrijgen die zij voor het samenstellen van de steekproef van niet-verbonden importeurs nodig acht, kan de Commissie ook contact opnemen met haar bekende verenigingen van importeurs.
Belanghebbenden die behalve de hierboven vermelde informatie nog andere informatie willen verstrekken die voor de samenstelling van de steekproef van nut kan zijn, moeten dit, tenzij anders aangegeven, uiterlijk 21 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie doen.
Indien een steekproef noodzakelijk is, kunnen de importeurs worden geselecteerd op basis van het grootste representatieve volume van hun verkoop van het onderzochte product in de Unie dat binnen de beschikbare tijd redelijkerwijs kan worden onderzocht. De Commissie zal alle haar bekende niet-verbonden importeurs en verenigingen van importeurs mededelen welke ondernemingen voor de steekproef zijn geselecteerd.
Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek nodig acht, zal de Commissie een vragenlijst toezenden aan de in de steekproef opgenomen niet-verbonden importeurs en aan de haar bekende verenigingen van importeurs. Deze partijen moeten de ingevulde vragenlijst, tenzij anders aangegeven, uiterlijk 37 dagen na de datum van kennisgeving van de samenstelling van de steekproef indienen.
5.3. Procedure voor het vaststellen van schade en onderzoek van producenten in de Unie
De vaststelling van de schade is gebaseerd op positief bewijsmateriaal en houdt een objectief onderzoek in van de omvang van de invoer met dumping, de gevolgen daarvan voor de prijzen in de Unie en de gevolgen van deze invoer voor de bedrijfstak van de Unie. Teneinde vast te stellen of de bedrijfstak van de Unie schade heeft geleden, worden de producenten van het onderzochte product in de Unie uitgenodigd aan het onderzoek van de Commissie mee te werken.
Gezien het grote aantal bij deze procedure betrokken producenten in de Unie heeft de Commissie, om het onderzoek binnen de wettelijke termijn te kunnen afronden, besloten haar onderzoek tot een redelijk aantal producenten in de Unie te beperken door een steekproef samen te stellen. De steekproef wordt overeenkomstig artikel 17 van de basisverordening samengesteld.
De Commissie heeft een voorlopige steekproef van producenten in de Unie samengesteld. Belanghebbenden vinden nadere details in het dossier. Belanghebbenden wordt verzocht het dossier te raadplegen (de contactgegevens van de Commissie zijn opgenomen in punt 5.7). Andere producenten in de Unie of hun vertegenwoordigers, die vinden dat er redenen zijn waarom zij in de steekproef zouden moeten worden opgenomen, moeten uiterlijk 15 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie contact met de Commissie opnemen.
Belanghebbenden die andere informatie willen verstrekken die voor de samenstelling van de steekproef van nut kan zijn, moeten dit, tenzij anders aangegeven, uiterlijk 21 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie doen.
De Commissie zal alle haar bekende producenten in de Unie en/of verenigingen van producenten in de Unie mededelen welke ondernemingen uiteindelijk voor de steekproef zijn geselecteerd.
Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek nodig acht, zal de Commissie een vragenlijst toezenden aan de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie en aan de haar bekende verenigingen van producenten in de Unie. Deze partijen moeten de ingevulde vragenlijst, tenzij anders aangegeven, uiterlijk 37 dagen na de datum van kennisgeving van de samenstelling van de steekproef indienen.
5.4. Procedure voor het beoordelen van het belang van de Unie
Indien wordt vastgesteld dat er inderdaad invoer met dumping plaatsvindt en dat daardoor schade wordt veroorzaakt, zal uit hoofde van artikel 21 van de basisverordening een beslissing worden genomen over de vraag of de instelling van antidumpingmaatregelen niet in strijd zou zijn met het belang van de Unie. Producenten in de Unie, importeurs en hun representatieve verenigingen, gebruikers en hun representatieve verenigingen, en representatieve consumentenorganisaties wordt verzocht om, tenzij anders aangegeven, uiterlijk 15 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie contact op te nemen. Om aan het onderzoek deel te nemen, moeten de representatieve consumentenorganisaties binnen dezelfde termijn aantonen dat er een objectieve band is tussen hun activiteiten en het onderzochte product.
Partijen die binnen de genoemde termijn contact opnemen, kunnen de Commissie, tenzij anders aangegeven, uiterlijk 37 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie informatie verstrekken over het belang van de Unie. Zij kunnen deze informatie vormvrij opstellen of een vragenlijst van de Commissie invullen. Met informatie die op grond van artikel 21 wordt verstrekt, wordt alleen rekening gehouden als daarbij tegelijkertijd het nodige bewijsmateriaal is gevoegd.
5.5. Andere schriftelijke opmerkingen
Alle belanghebbenden wordt hierbij verzocht om onder de voorwaarden van dit bericht hun standpunt kenbaar te maken en informatie en bewijsmateriaal in te dienen. Tenzij anders aangegeven, moeten deze informatie en het bewijsmateriaal uiterlijk 37 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie in het bezit van de Commissie zijn.
5.6. Mogelijkheid om door de onderzoeksdiensten van de Commissie te worden gehoord
Alle belanghebbenden kunnen een verzoek indienen om door de onderzoeksdiensten van de Commissie te worden gehoord. Dit verzoek moet schriftelijk worden ingediend en met redenen worden omkleed. Een verzoek om te worden gehoord over zaken die betrekking hebben op het beginstadium van het onderzoek moet uiterlijk 15 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie worden ingediend. Daarna moet een verzoek om te worden gehoord, worden ingediend binnen de specifieke termijnen die de Commissie in haar correspondentie met de partijen vermeldt.
5.7. Instructies voor schriftelijke opmerkingen en de verzending van ingevulde vragenlijsten en correspondentie
Informatie die aan de Commissie wordt verstrekt in het kader van handelsbeschermingsonderzoeken is vrij van auteursrechten. Alvorens aan de Commissie informatie en/of gegevens te verstrekken die onderworpen zijn aan het auteursrecht van derden, moeten belanghebbenden de houder van het auteursrecht specifiek verzoeken de Commissie uitdrukkelijk toestemming te verlenen om a) voor deze handelsbeschermingsprocedure gebruik te maken van de informatie en gegevens, en b) de informatie en/of gegevens te verstrekken aan belanghebbenden in dit onderzoek, in een vorm die hun de mogelijkheid biedt hun recht van verweer uit te oefenen.
Alle schriftelijke opmerkingen, met inbegrip van de in dit bericht gevraagde informatie, ingevulde vragenlijsten en correspondentie die door de belanghebbenden worden verstrekt en waarvoor om een vertrouwelijke behandeling wordt verzocht, moeten zijn voorzien van de vermelding „Limited” (8).
Belanghebbenden die informatie met de vermelding „Limited” verstrekken, moeten hiervan krachtens artikel 19, lid 2, van de basisverordening een niet-vertrouwelijke samenvatting indienen, voorzien van de vermelding „For inspection by interested parties”. Deze samenvatting moet gedetailleerd genoeg zijn om een redelijk inzicht te verschaffen in de wezenlijke inhoud van de als vertrouwelijk verstrekte inlichtingen. Als een belanghebbende die vertrouwelijke inlichtingen indient, geen niet-vertrouwelijke samenvatting daarvan indient met de vereiste vorm en inhoud, kan deze informatie buiten beschouwing worden gelaten.
Belanghebbenden wordt verzocht alle opmerkingen en verzoeken, met inbegrip van gescande volmachten en certificaten, per e-mail in te dienen, met uitzondering van uitgebreide antwoorden, die persoonlijk of per aangetekend schrijven worden ingediend op een cd-rom of dvd. Door e-mail te gebruiken, stemmen belanghebbenden in met de geldende voorschriften inzake elektronisch ingediende opmerkingen, die zijn vervat in het document „CORRESPONDENCE WITH THE EUROPEAN COMMISSION IN TRADE DEFENCE CASES” (Correspondentie met de Europese Commissie in handelsbeschermingszaken) op de website van het directoraat-generaal Handel (http://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2014/june/tradoc_152578.pdf). Belanghebbenden moeten hun naam, adres, telefoonnummer en een geldig e-mailadres vermelden en ervoor zorgen dat het verstrekte e-mailadres een actief, officieel en zakelijk e-mailadres is dat iedere dag wordt gecontroleerd. Zodra contactgegevens zijn verstrekt, verloopt de communicatie van de Commissie met belanghebbenden uitsluitend per e-mail, tenzij zij uitdrukkelijk verzoeken alle documenten van de Commissie via een ander communicatiemiddel te ontvangen, of het document wegens de aard ervan per aangetekend schrijven moet worden verzonden. Voor nadere voorschriften en informatie over de correspondentie met de Commissie, met inbegrip van de beginselen die van toepassing zijn op per e-mail verzonden opmerkingen, moeten belanghebbenden de hierboven genoemde instructies voor de communicatie met belanghebbenden raadplegen.
Correspondentieadres van de Commissie:
|
Europese Commissie |
||||
|
Directoraat-generaal Handel |
||||
|
Directoraat H |
||||
|
Kamer CHAR 04/039 |
||||
|
1049 Brussel |
||||
|
BELGIË |
||||
|
E-mail: |
||||
|
6. Niet-medewerking
Wanneer belanghebbenden geen toegang tot de vereiste gegevens verlenen, deze niet binnen de gestelde termijn verstrekken of het onderzoek aanmerkelijk belemmeren, kunnen overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening voorlopige of definitieve conclusies worden getrokken op basis van de beschikbare gegevens, zowel in positieve als in negatieve zin.
Wanneer blijkt dat een belanghebbende onjuiste of misleidende inlichtingen heeft verstrekt, kunnen deze buiten beschouwing worden gelaten en kan van de beschikbare gegevens gebruik worden gemaakt.
Als een belanghebbende geen of slechts gedeeltelijk medewerking verleent en de bevindingen daarom overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening op de beschikbare gegevens worden gebaseerd, kan het resultaat voor deze belanghebbende minder gunstig zijn dan indien hij wel medewerking had verleend.
Als de belanghebbende zijn antwoord niet door middel van systemen voor automatische gegevensverwerking verstrekt, wordt dit als niet-medewerking beschouwd, tenzij deze belanghebbende aantoont dat verstrekking van het antwoord in de gevraagde vorm voor hem een onredelijke extra belasting zou betekenen of onredelijke extra kosten met zich zou meebrengen. De belanghebbende moet onmiddellijk contact opnemen met de Commissie.
7. Raadadviseur-auditeur
Belanghebbenden kunnen erom vragen dat de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures wordt ingeschakeld. De raadadviseur-auditeur fungeert als tussenpersoon tussen de belanghebbenden en de onderzoeksdiensten van de Commissie. Hij behandelt verzoeken om toegang tot het dossier, geschillen over de vertrouwelijkheid van documenten, verzoeken om termijnverlenging en verzoeken van derden om te worden gehoord. De raadadviseur-auditeur kan een hoorzitting met een individuele belanghebbende beleggen en als bemiddelaar optreden om te garanderen dat de belanghebbenden hun recht van verweer ten volle kunnen uitoefenen.
Een verzoek om door de raadadviseur-auditeur te worden gehoord, moet schriftelijk worden ingediend en met redenen worden omkleed. Een verzoek om te worden gehoord over zaken die betrekking hebben op het beginstadium van het onderzoek moet uiterlijk 15 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie worden ingediend. Daarna moet een verzoek om te worden gehoord, worden ingediend binnen de specifieke termijnen die de Commissie in haar correspondentie met de partijen vermeldt.
De raadadviseur-auditeur kan ook een hoorzitting voor belanghebbenden beleggen waar uiteenlopende standpunten en tegenargumenten naar voren kunnen worden gebracht met betrekking tot kwesties in verband met onder andere dumping, schade, oorzakelijk verband en belang van de Unie. Een dergelijke hoorzitting vindt normaliter uiterlijk aan het einde van de vierde week na de mededeling van de voorlopige bevindingen plaats.
Belanghebbenden die contact willen opnemen, vinden de nodige gegevens en nadere informatie op de pagina’s van de raadadviseur-auditeur op de website van DG Handel: http://ec.europa.eu/trade/trade-policy-and-you/contacts/hearing-officer/
8. Tijdschema voor het onderzoek
Het onderzoek wordt overeenkomstig artikel 6, lid 9, van de basisverordening uiterlijk 15 maanden na de datum van bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie afgesloten. Overeenkomstig artikel 7, lid 1, van de basisverordening kunnen tot uiterlijk negen maanden na de datum van bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie voorlopige maatregelen worden ingesteld.
9. Verwerking van persoonsgegevens
Persoonsgegevens die in het kader van dit onderzoek worden verzameld, zullen worden behandeld in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (9).
(1) PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21.
(2) Onder producent-exporteur wordt verstaan: een onderneming uit het betrokken land die het onderzochte product produceert en naar de markt van de Unie uitvoert, hetzij rechtstreeks of via derden, met inbegrip van verbonden ondernemingen die betrokken zijn bij de productie, binnenlandse verkoop of uitvoer van het onderzochte product.
(3) Ingevolge artikel 9, lid 6, van de basisverordening wordt geen rekening gehouden met nihilmarges, minimale marges of marges die onder de in artikel 18 van de basisverordening bedoelde omstandigheden zijn vastgesteld.
(4) Uit het voorlopige bewijsmateriaal blijkt dat India niet als een geschikt referentieland kan worden beschouwd vanwege marktverstoringen zoals de eerder dit jaar ingestelde minimumprijzen voor de invoer (Minimum Import Prices Regulation) en de subsidies, met name de instelling van een uitvoerrecht op ijzererts en de regeling inzake een tweeledig vrachttarief voor het vervoer van ijzererts per spoor, die de kosten van de belangrijkste grondstof voor producenten van het onderzochte product verlagen. De Republiek Korea is een economie met grote conglomeraten waarin de leverancier-afnemer-relatie dikwijls onduidelijk is.
(5) De producenten-exporteurs moeten met name aantonen dat: i) besluiten van bedrijven en de door hen gemaakte kosten een reactie zijn op marktsignalen, zonder staatsinmenging van betekenis; ii) bedrijven beschikken over een duidelijke basisboekhouding die onder controle staat van een onafhankelijke instantie in overeenstemming met de internationale standaarden voor jaarrekeningen en die alle terreinen bestrijkt; iii) er geen verstoringen van betekenis zijn die nog voortvloeien uit het vroegere systeem zonder markteconomie; iv) de faillissements- en eigendomswetten rechtszekerheid en stabiliteit bieden; v) omrekening van munteenheden tegen de marktkoers geschiedt.
(6) Uitsluitend importeurs die niet verbonden zijn met de producenten-exporteurs mogen in de steekproef worden opgenomen. Importeurs die met producenten-exporteurs verbonden zijn, moeten bijlage I bij de vragenlijst voor deze producenten-exporteurs invullen. Overeenkomstig artikel 127 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie, worden twee personen geacht te zijn verbonden indien: a) zij functionaris of directeur zijn in de onderneming van de andere persoon; b) zij door de wettelijke bepalingen worden erkend als in zaken verbonden; c) zij werkgever en werknemer zijn; d) een derde partij 5 % of meer van het stemgerechtigde uitstaande kapitaal of de aandelen van beiden direct of indirect bezit, houdt of daarover zeggenschap heeft; e) één van hen direct of indirect zeggenschap heeft over de ander; f) een derde persoon direct of indirect zeggenschap heeft over beiden; g) beiden direct of indirect zeggenschap hebben over een derde persoon; of h) zij behoren tot dezelfde familie (PB L 343 van 29.12.2015, blz. 558). Personen worden slechts geacht leden te zijn van dezelfde familie indien zij op een van de volgende wijzen met elkaar bloed- of aanverwant zijn: i) echtgenoot en echtgenote, ii) ouder en kind, iii) broers en zusters (of halfbroers en halfzusters), iv) grootouder en kleinkind, v) oom of tante en neef of nicht (oomzeggers), vi) schoonouder en schoondochter of schoonzoon, vii) zwagers en schoonzusters. Overeenkomstig artikel 5, punt 4, van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie wordt verstaan onder „persoon”: een natuurlijk persoon, een rechtspersoon of een vereniging van personen die geen rechtspersoonlijkheid bezit maar krachtens het Unierecht of het nationale recht wel als handelingsbekwaam is erkend (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1).
(7) Gegevens die door niet-verbonden importeurs zijn verstrekt, mogen ook worden gebruikt voor andere aspecten van dit onderzoek dan het vaststellen van dumping.
(8) Een „Limited”-document wordt als vertrouwelijk in de zin van artikel 19 van de basisverordening en artikel 6 van de WTO-overeenkomst betreffende de toepassing van artikel VI van de GATT 1994 (antidumpingovereenkomst) beschouwd. Het is ook een beschermd document krachtens artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43).
(9) PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1.
ANDERE HANDELINGEN
Europese Commissie
|
9.12.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 459/28 |
Bekendmaking van een aanvraag overeenkomstig artikel 50, lid 2, onder a), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen
(2016/C 459/12)
Deze bekendmaking verleent het recht om op grond van artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad bezwaar aan te tekenen tegen de wijzigingsaanvraag (1).
ENIG DOCUMENT
„NOVAC AFUMAT DIN ŢARA BÂRSEI”
EU-nummer: RO-PDO-0005-01183 — 20.11.2013
BOB ( ) BGA ( X )
1. Naam
„Novac afumat din Ţara Bârsei”
2. Lidstaat of derde land
Roemenië
3. Beschrijving van het landbouwproduct of levensmiddel
3.1. Productcategorie [zie bijlage XI]
Categorie 1.7. Verse vis en schaal-, schelp- en weekdieren en producten op basis van verse vis en schaal-, schelp- en weekdieren
3.2. Beschrijving van het product waarvoor de in punt 1 vermelde naam van toepassing is
De „Novac afumat din Țara Bârsei” is een gerookte visfilet, afkomstig van de grootkopkarper (Aristichthys nobilis). Hij wordt gerookt verkocht.
Organoleptische kenmerken
Uiterlijk:
|
— |
gerookte visfilet met een gewicht tussen 100 en 400 g, |
|
— |
gerookte visfilet met een glad oppervlak en een huid zonder vlekken of scheuren. |
Kleur:
|
— |
goudkleurig op de huid, |
|
— |
okerrood op het spierweefsel. |
Geur en smaak:
|
— |
geen geur of smaak van leem, slib of gras, |
|
— |
specifiek aroma van warm gerookte vis. |
Fysisch-chemische kenmerken:
Natriumchloride: maximaal 5 %.
Vochtgehalte: 65 %-75 %.
Eiwitten: minimaal 11 %.
Vet: maximaal 4 %.
3.3. Diervoeders (alleen voor producten van dierlijke oorsprong) en grondstoffen (alleen voor verwerkte producten)
De grootkopkarper voedt zich hoofdzakelijk met zoöplankton, en verder met kleine hoeveelheden planktonalgen, insecten of larven van insecten.
De grootkopkarper vormt de grondstof voor de productie van de „Novac afumat din Țara Bârsei”, het eindproduct dat na een groeicyclus van drie jaar op bedrijven in het afgebakende geografische gebied wordt verkregen. De vis wordt geselecteerd uit exemplaren die tussen 1 200 en 2 000 g wegen.
3.4. Specifieke onderdelen van het productieproces die in het afgebakende geografische gebied moeten plaatsvinden
Alle onderdelen van de productie van de „Novac afumat din Țara Bârsei” vinden plaats in het afgebakende geografische gebied. De productie van de „Novac afumat din Țara Bârsei” bestaat uit de volgende onderdelen: het kweken van de grootkopkarper, de ontvangst (conditioneren en opslag), de primaire verwerking (de vis van schubben, kop en ingewanden ontdoen en wassen), het fileren, zouten, roken en rijpen van de vis.
3.5. Specifieke voorschriften betreffende het in plakken snijden, het raspen, het verpakken, enz. van het product waarnaar de geregistreerde naam verwijst
—
3.6. Specifieke voorschriften betreffende de etikettering van het product waarnaar de geregistreerde naam verwijst
—
4. Beknopte omschrijving van de afbakening van het geografische gebied
Het geografische gebied bestaat uit het grondgebied van de volgende gemeenten: Dumbrăvița, Feldioara, Hălchiu, Bod en Hărman. Deze plaatsen liggen in de Olt-vlakte en grenzen in het noorden aan de bestuurlijke grens van de gemeente Măierus, in het oosten aan de rivier de Olt, in het zuidoosten aan het bestuurlijke gebied van de gemeente Prejmer, in het zuiden aan het bestuurlijke gebied van de steden Brașov en Sânpetru, in het zuidwesten aan het bestuurlijke gebied van de stad Codlea, in het westen aan het Perșani-gebergte en in het noordwesten aan het bestuurlijke gebied van de gemeente Crizbav.
5. Verband met het geografische gebied
Natuurlijke factoren
Grondwater
In het gebied bevinden zich watervoerende lagen in het aanwezige kalksteen en de conglomeraten aan de rand van de Bârsei-depressie. Het netwerk van waterlopen wordt gevoed door water dat afkomstig is van neerslag (regen en sneeuw) en dat door spleten en breuken loopt alvorens in de vorm van talrijke bronnen van de hellingen te storten. De beekjes die deze harde, uit kiezelhoudende gesteenten bestaande bodems doorkruisen, voeren helder, pH-neutraal water mee, waarin de grootkopkarper goed gedijt.
Bodems
Het afgebakende geografische gebied ligt in de bergen, maar heeft de kenmerken van een vlakte. De bedrijven in het afgebakende geografische gebied zijn gevestigd op leemgronden (gleysols, zwarte bodems) en clinohydromorfe gronden (grasland), die bevorderlijk zijn voor de ontwikkeling van organismen waarmee deze vissoort zich voedt.
Beschermde plattelandsgebieden
De productie van de „Novac afumat din Țara Bârsei” is nauw verbonden met zijn plaats van herkomst, het afgebakende gebied dat over waterbronnen beschikt die van wezenlijk belang zijn voor de visteelt. Dit gebied ligt namelijk dichtbij de uiterwaarden van de rivier de Olt en de zijrivieren daarvan.
De productie van de grootkopkarper en de kwaliteit van deze vis worden gunstig beïnvloed doordat de viskwekerijen zich op geschikte bodems bevinden, en door de diversiteit en kwaliteit van de natuurlijke voedselbronnen.
Menselijke factoren
De grootkopkarper leent zich door zijn hoge opbrengst (300 kg/ha) voor verwerking en conservering. Een van de verwerkingsmethoden is warm roken, een techniek die reeds zeer lang wordt toegepast.
De werkzaamheden in verband met de productie van de „Novac afumat din Țara Bârsei” worden grotendeels met de hand verricht, wat betekent dat de ervaring en de kennis van de lokale werknemers een belangrijke rol spelen.
Het zouten en roken vindt plaats met behulp van oude, lokale technieken, die bepalend zijn voor de kenmerken van het product.
Specificiteit van het product
De „Novac afumat din Țara Bârsei” heeft de volgende kenmerken:
|
— |
een laag vetgehalte (ten hoogste 4 %), dat te danken is aan de lage groeisnelheid van de grootkopkarper die in dit gebied wordt geproduceerd (deze ligt lager dan in andere gebieden waar vissen worden gekweekt), en de lage watertemperatuur (maximaal 24 °C in de zomer); |
|
— |
de compacte structuur van de filets, die te danken is aan de voeding (de kwaliteit van het plankton wordt bepaald door specifieke natuurlijke factoren in het betrokken gebied, namelijk de zuiverheid van het water en de hydromorfe bodems, die bevorderlijk zijn voor de ontwikkeling van de organismen waarmee deze vissoort zich voedt); |
|
— |
een aangename smaak, die te danken is aan de methode van het warm roken met behulp van uit het afgebakende geografische gebied afkomstige beukenhoutspaanders; |
|
— |
in het algemeen zijn de visfilets van grootkopkarpers die buiten het geografische gebied zijn geproduceerd, afkomstig van vissen die gedurende twee jaar zijn vetgemest en meer dan 4 000 g wegen. |
De natuurlijke factoren van het afgebakende geografische gebied beïnvloeden de eigenschappen van het product, maar de specifieke kenmerken van het product worden uitsluitend bepaald door een combinatie van de natuurlijke factoren en de technische deskundigheid met betrekking tot het kweken van de vissen en het roken van de filets.
Sinds mensenheugenis houdt de lokale bevolking in de regio zich bezig met visserij, inclusief procedés voor het conserveren van de vis en warm roken met behulp van beukenhoutspaanders. Het conserveringsproces vindt plaats via het traditionele warm roken. De vissen worden in een rookkast gerookt en gekookt bij een temperatuur tussen 75 en 80 °C. In het midden van het product bereikt de temperatuur daarbij gedurende ten minste vijf minuten een waarde van 70 °C bij een luchtvochtigheid van 25 %.
Op handelsbeurzen worden de kenmerken van de warm gerookte grootkopkarperfilets door de consument gewaardeerd.
Verwijzing naar de bekendmaking in het productdossier
(Artikel 6, lid 1, tweede alinea, van de onderhavige verordening)
www.madr.ro
http://www.madr.ro/docs/ind-alimentara/produse-traditionale/caiet-sarcini-novac-afumat-din-tara-barsei-igp-.pdf
(1) PB L 343 van 14.12.2012, blz. 1.
Rectificaties
|
9.12.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 459/31 |
Rectificatie van de oproep tot het indienen van voorstellen — „Steun voor voorlichtingsacties op het gebied van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB)” voor 2017
( Publicatieblad van de Europese Unie C 401 van 29 oktober 2016 )
(2016/C 459/13)
Bladzijde 18, afdeling 9, eerste alinea:
in plaats van:
„De verschillende communicatie-instrumenten en -activiteiten die deel uitmaken van de voorlichtingsmaatregel, moeten onderling samenhangend zijn, en bovendien duidelijk zijn qua conceptuele aanpak en beoogde resultaten. Zij moeten tevens een significante impact hebben die meetbaar is aan de hand van de betrokken indicatoren in punt 11.4.”,
lezen:
„De verschillende communicatie-instrumenten en -activiteiten die deel uitmaken van de voorlichtingsmaatregel, moeten onderling samenhangend zijn, en bovendien duidelijk zijn qua conceptuele aanpak en beoogde resultaten.”.
Bladzijde 20, punt 11.1, onder e), vierde alinea:
in plaats van:
„Wanneer de waarde van de opdracht meer dan 70 000 EUR bedraagt, …”,
lezen:
„Wanneer de waarde van de opdracht meer dan 60 000 EUR bedraagt, …”.