ISSN 1977-0995

Publicatieblad

van de Europese Unie

C 364

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Mededelingen en bekendmakingen

59e jaargang
3 oktober 2016


Inhoud

Bladzijde

 

IV   Informatie

 

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

 

Hof van Justitie van de Europese Unie

2016/C 364/01

Laatste publicaties van het Hof van Justitie van de Europese Unie in het Publicatieblad van de Europese Unie

1

 

Gerecht

2016/C 364/02

Zaken die op 1 september 2016 aan het Gerecht zijn overgedragen

2


 

V   Bekendmakingen

 

GERECHTELIJKE PROCEDURES

 

Hof van Justitie

2016/C 364/03

Zaak C-514/15 P: Beschikking van het Hof van 7 juli 2016 — HIT Groep BV/Europese Commissie [Hogere voorziening — Artikel 181 van het Reglement voor de procesvoering — Mededinging — Mededingingsregelingen — Europese markt van spanstaal — Verordening (EG) nr. 1/2003 — Artikel 23, lid 2 — Berekening van het bedrag van de geldboete — Plafond van de geldboete — Totale omzet die is gerealiseerd tijdens het voorgaande boekjaar — Verwijzing naar een ander boekjaar dan het boekjaar voorafgaand aan de vaststelling van het litigieuze besluit — Evenredigheidsbeginsel]

9

2016/C 364/04

Zaak C-404/16: Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Szegedi Közigazgatási és Munkaügyi Bíróság (Hongarije) op 19 juli 2016 — Lombard Ingatlan Lízing Zrt./Nemzeti Adó- és Vámhivatal Fellebbviteli Igazgatóság

9

2016/C 364/05

Zaak C-411/16 P: Hogere voorziening ingesteld op 22 juli 2016 door Holistic Innovation Institute, SLU tegen het arrest van het Gerecht (Zesde kamer) van 12 mei 2016 in zaak T-468/14, Holistic Innovation Institute/Commissie

10

2016/C 364/06

Zaak C-434/16: Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Supreme Court (Ierland) op 4 augustus 2016 — Peter Nowak/Data Protection Commissioner

11

2016/C 364/07

Zaak C-439/16: Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Spetsializiran nakazatelen sad (Bulgarije) op 5 augustus 2016 — Strafzaak tegen Emil Milev

12

2016/C 364/08

Zaak C-287/15: Beschikking van de president van de Vierde kamer van het Hof van 12 juli 2016 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Consiglio di Stato — Italië) — Società LIS Srl, Società Cerutti Lorenzo Srl/Abbanoa SpA, in aanwezigheid van Consorzio Stabile CSI — Consorzio Servizi Integrati Soc. cons. arl, Procelli Costruzioni Srl, Bondini Srl, Assisi Strade Srl

12

 

Gerecht

2016/C 364/09

Zaak T-297/16 P: Hogere voorziening ingesteld op 9 juni 2016 door Valéria Anna Gyarmathy tegen het arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken van 18 mei 2015 in zaak F-79/13, Gyarmathy/EWDD

13

2016/C 364/10

Zaak T-381/16: Beroep ingesteld op 13 juli 2016 — Düll/EUIPO — Cognitect (DaToMo)

14

2016/C 364/11

Zaak T-390/16: Beroep ingesteld op 22 juli 2016 — Grupo Osborne/EUIPO — Ostermann (DONTORO dog friendship)

15

2016/C 364/12

Zaak T-393/16: Beroep ingesteld op 25 juli 2016 — Omnicom International Holdings/EUIPO — eBay (dA/tA/bA/y)

16

2016/C 364/13

Zaak T-394/16: Beroep ingesteld op 25 juli 2016 — Omnicom International Holdings/EUIPO — eBay (DATABAY)

16

2016/C 364/14

Zaak T-406/16: Beroep ingesteld op 22 juli 2016 — Dogg Label/EUIPO — Chemoul (JAPRAG)

17

2016/C 364/15

Zaak T-411/16: Beroep ingesteld op 31 juli 2016 — Syriatel Mobile Telecom/Raad

18

2016/C 364/16

Zaak T-412/16: Beroep ingesteld op 31 juli 2016 — Bena Properties/Raad

19

2016/C 364/17

Zaak T-413/16: Beroep ingesteld op 31 juli 2016 — Cham/Raad

19

2016/C 364/18

Zaak T-414/16: Beroep ingesteld op 31 juli 2016 — Drex Technologies/Raad

20

2016/C 364/19

Zaak T-415/16: Beroep ingesteld op 31 juli 2016 — Almashreq Investment Fund/Raad

20

2016/C 364/20

Zaak T-416/16: Beroep ingesteld op 31 juli 2016 — Othman/Raad

21

2016/C 364/21

Zaak T-426/16: Beroep ingesteld op 2 augustus 2016 — Perfumes y Aromas Artesanales/EUIPO — Aromas Selective (Aa AROMAS artesanales)

21

2016/C 364/22

Zaak T-432/16: Beroep ingesteld op 26 juli 2016 — Lackmann Fleisch- und Feinkostfabrik/EUIPO (медведь)

22

2016/C 364/23

Zaak T-440/16: Beroep ingesteld op 5 augustus 2016 — Souruh/Raad

23

2016/C 364/24

Zaak T-441/16: Beroep ingesteld op 5 augustus 2016 — Tetra Pharm (1997)/EUIPO — Sebapharma (SeboCalm)

23

2016/C 364/25

Zaak T-445/16: Beroep ingesteld op 5 augustus 2016 — Schniga/CPVO (Gala Schnico)

24

2016/C 364/26

Zaak T-449/16: Beroep ingesteld op 10 augustus 2016 — sheepworld/EUIPO (Bester Opa)

25

2016/C 364/27

Zaak T-450/16: Beroep ingesteld op 10 augustus 2016 — sheepworld/EUIPO (Beste Freunde)

25

2016/C 364/28

Zaak T-451/16: Beroep ingesteld op 10 augustus 2016 — sheepworld/EUIPO (Bester Papa)

26

2016/C 364/29

Zaak T-452/16: Beroep ingesteld op 10 augustus 2016 — sheepworld/EUIPO (Beste Freundin)

26

2016/C 364/30

Zaak T-454/16: Beroep ingesteld op 5 augustus 2016 — Arrigoni/EUIPO — Arrigoni Formaggi (Arrigoni Valtaleggio)

27

2016/C 364/31

Zaak T-457/16: Beroep ingesteld op 16 augustus 2016 — Aldi Einkauf/EUIPO — Schwamm & Cie. (Le Coq de France)

28

 

Gerecht voor ambtenarenzaken

2016/C 364/32

Zaak F-9/12 RENV: Arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Enkelvoudige kamer) van 21 juli 2016 — CC/Parlement (Openbare dienst — Terugverwijzing naar het Gerecht na vernietiging — Beroep tot schadevergoeding — Niet-contractuele aansprakelijkheid — Fouten bij het beheer van de lijst van geschikte kandidaten — Algemeen vergelijkend onderzoek — Aankondiging van vergelijkend onderzoek EUR/A/151/98 — Gelijke behandeling — Maatregelen ter uitvoering van het arrest [vertrouwelijk] — Onderzoek van de Europese Ombudsman) ( 1 )

29

2016/C 364/33

Zaak F-130/14: Arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Derde kamer) van 19 juli 2016 — Earlie/Parlement (Openbare dienst — Ambtenaar — Voormalig ambtenaar — Inhoudingen op het ouderdomspensioen — Alimentatie ten behoeve van de ex-echtgenote van de voormalig ambtenaar — Beschikking tot beslaglegging van een nationale rechterlijke instantie — Opheffing van de beslaglegging — Nieuwe beschikking waarbij de voormalig ambtenaar wordt verplicht om het Parlement de instructie te geven, de alimentatie aan zijn ex-echtgenote te betalen — Overeenkomstige instructies van de voormalig ambtenaar — Latere instructies van de voormalig ambtenaar om de betalingen aan zijn ex-echtgenote te beëindigen — Weigering van het Parlement om die instructies op te volgen — Familierecht — Uitsluitende bevoegdheid van de nationale rechter — Verplichting tot loyale samenwerking)

29

2016/C 364/34

Zaak F-48/15: Arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Enkelvoudige kamer) van 18 juli 2016 — SD (*1) /EUIPO (Openbare dienst — Ambtenaren — Beoordeling — Beoordeling 2013 — Beoordelingsrapport — Kennelijke beoordelingsfout — Inhaalplan — Bezwarend besluit — Ontvankelijkheid)

30

2016/C 364/35

Zaak F-67/15: Arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Tweede kamer) van 19 juli 2016 — Opreana/Commissie (Openbare dienst — Tijdelijk functionaris — Tijdelijk functionaris die een permanent ambt vervult — Niet-verlenging van een overeenkomst voor bepaalde tijd — Zwangerschap — Bezwarend besluit — Onbevoegdheid van degene die het bezwarend besluit heeft genomen — Recht om te worden gehoord — Zorgplicht)

31

2016/C 364/36

Zaak F-82/15: Arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Tweede kamer) van 21 juli 2016 — De Nicola/EIB (Openbare dienst — Personeel van de EIB — Ziektekostenverzekering — Weigering van terugbetaling van ziektekosten — Lasertherapie — Ontbreken van wetenschappelijke waarde van de behandeling — Modaliteiten voor de aanwijzing van een onafhankelijk arts — Volgorde van bevoegde artsen — Advies van de onafhankelijke arts — Omvang van het rechterlijk toezicht — Redenen voor de geweigerde terugbetaling — Interne bepalingen op het gebied van de ziektekostenverzekering — Doel van de lasertherapie — Verzachtende werking op de pijn — Voorafgaande toestemming van de raadgevend arts — Materiële schade — Voortijdige conclusies — Immateriële schade — Niet-gepreciseerd bedrag — Niet-ontvankelijkheid)

31

2016/C 364/37

Zaak F-91/15: Arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Tweede kamer) van 21 juli 2016 — AV/Commissie (Openbare dienst — Tijdelijk functionaris — Aanstelling — Medisch onderzoek vóór aanstelling — Onvolledige verklaringen bij het medisch onderzoek — Medisch voorbehoud — Toepassing met terugwerkende kracht van het medisch voorbehoud — Geen aanspraak op de invaliditeitsuitkering — Nietigverklaring — Uitvoering van een arrest van het Gerecht)

32

2016/C 364/38

Zaak F-100/15: Arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Tweede kamer) van 21 juli 2016 — De Nicola/EIB (Openbare dienst — Personeel van de EIB — Beoordeling — Beoordelingsrapport 2013 — Besluit van het beroepscomité)

33

2016/C 364/39

Zaak F-104/15: Arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Derde kamer) van 20 juli 2016 — U (*1) /Commissie (Openbare dienst — Overlevingspensioen — Artikelen 18 en 20 van bijlage VIII bij het Statuut — Overlevende echtgenoot van een voormalig ambtenaar — Voorwaarden om in aanmerking te komen — Tweede huwelijk — Gelijke behandeling van ambtenaren)

33

2016/C 364/40

Zaak F-112/15: Arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Enkelvoudige kamer) van 20 juli 2016 — HL/Commissie (Openbare dienst — Ambtenaren — Artikel 45 van het Statuut — Bevorderingsronde 2014 — Algemene uitvoeringsbepalingen van artikel 45 van het Statuut — Lijst van ambtenaren die door de directeuren-generaal en de diensthoofden zijn voorgedragen voor bevordering — Ontbreken van verzoekers naam — Mogelijkheid om de lijst van voor bevordering voorgedragen ambtenaren te betwisten voor het paritair bevorderingscomité — Vergelijking van de verdiensten van de voor bevordering in aanmerking komende ambtenaren — Advies van een paritair orgaan — Motiveringsplicht)

34

2016/C 364/41

Zaak F-113/15: Arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Enkelvoudige kamer) van 20 juli 2016 — Adriaen e.a./Commissie (Openbare dienst — Ambtenaren — Artikel 45 van het Statuut — Bevorderingsronde 2014 — Algemene uitvoeringsbepalingen van artikel 45 van het Statuut — Lijst van ambtenaren die door de directeuren-generaal en de diensthoofden zijn voorgedragen voor bevordering — Ontbreken van verzoekers’ namen — Mogelijkheid om de lijsten van voor bevordering voorgedragen ambtenaren te betwisten voor het paritair bevorderingscomité — Vergelijking van de verdiensten van de voor bevordering in aanmerking komende ambtenaren — Adviezen van een paritair orgaan — Motiveringsplicht)

35

2016/C 364/42

Zaak F-123/15: Arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Derde kamer) van 20 juli 2016 — GY/Commissie (Openbare dienst — Algemeen vergelijkend onderzoek — Aankondiging van vergelijkend onderzoek EPSO/AD/293/14 — Onvoldoende punten voor de toets talentscreener — Niet-toelating tot het assessment — Afwijzing van het verzoek om herziening)

35

2016/C 364/43

Zaak F-125/15: Arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Tweede kamer) van 21 juli 2016 — HB/Commissie (Openbare dienst — Ambtenaren — Bevorderingsronde 2014 — Artikel 45, lid 1, van het Statuut — Vergelijking van de verdiensten — Beoordelingsrapporten 2011 en 2012 — Ontbreken van een aantal maanden wegens moederschapsverlof in 2013 — Beoordelingsrapport dat geen wezenlijke beoordeling over het betrokken jaar bevat — Besluit om verzoekster in 2014 niet te bevorderen — Motiveringsplicht — Vergelijkend onderzoek van de verdiensten — Geen aanbeveling van het paritair bevorderingscomité — Toegang tot verzoeksters op de computer opgeslagen persoonsdossier — Samenstelling van het paritair bevorderingscomité — Discriminatie op grond van geslacht — Immateriële schade)

36

2016/C 364/44

Zaak F-126/15: Arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Derde kamer) van 20 juli 2016 — Barroso Truta e.a./Hof van Justitie (Openbare dienst — Arbeidscontractanten — Pensioenen — Artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut — Overdracht aan de pensioenregeling van de Unie van pensioenrechten die eerder krachtens nationale regelingen zijn verworven — Voorstellen voor extra pensioenjaren van het TAOBG — Verzoek om contact op te nemen met de administratie teneinde uitleg te krijgen en de opportuniteit van de overdrachten te bespreken — Aanvaarding door de functionarissen van de overdracht van hun nationale pensioenrechten zonder voorafgaand overleg met het TAOBG — Definitieve karakter van de overdrachten — Latere ontdekking van de regel van het bestaansminimum — Artikel 77, vierde alinea, van het Statuut — Zorgvuldigheidsplicht — Vermeende ontoereikendheid van de informatie die het TAOBG bij de toezending van de voorstellen voor extra pensioenjaren heeft verstrekt — Beroep tot schadevergoeding — Niet-eerbiediging van de vereisten van de precontentieuze fase — Niet-ontvankelijkheid)

37

2016/C 364/45

Zaak F-127/15: Arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Eerste kamer) van 21 juli 2016 — Pinto Ferreira/Commissie (Openbare dienst — Ambtenaren — Tuchtmaatregel — Artikel 9, lid 2, van bijlage IX bij het Statuut — Inhouding op het pensioenbedrag — Niet-toegestane nevenactiviteit — Ontbreken van een verzoek om voorafgaande toestemming)

37

2016/C 364/46

Zaak F-131/15: Arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Tweede kamer) van 19 juli 2016 — Stips/Commissie [Openbare dienst — Tijdelijk functionaris wiens bezoldiging ten laste van de onderzoeks- en investeringskredieten komt — Artikel 2, onder d), RAP — Overeenkomst voor onbepaalde tijd — Herindeling in de hogere rang — Herindeling 2013 — Afsluiting van de herindeling na 1 januari 2014 — Inwerkingtreding van verordening nr. 1023/2013 — Modaliteiten voor toegang tot de rang AD 13 — Overeenkomstige toepassing van artikel 45, lid 1, en van bijlage I, onderdeel A, punt 1, van het Statuut — Weigering om een tijdelijk functionaris te herindelen in de rang AD 12 — Recht op herindeling — Beginselen van rechtszekerheid en non-retroactiviteit — Recht op behoorlijk bestuur]

38

2016/C 364/47

Zaak F-132/15: Arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Derde kamer) van 20 juli 2016 — HC/Commissie (Openbare dienst — Tijdelijk functionarissen — Opeenvolgende aanstellingen in verschillende hoedanigheden bij meerdere instellingen van de Unie — Onderbreking door een periode van werkloosheid — Voortgezette aansluiting bij de gemeenschappelijke regeling van ziektekostenverzekering van de Unie — Nieuwe aanstelling — Artikel 13 RAP — Medisch onderzoek vóór aanstelling — Artikel 32 RAP — Geen vermelding door de betrokkene van een ziekte waaraan hij reeds leed — Latere ontdekking door het TAOBG — Toepassing met terugwerkende kracht van een medisch voorbehoud van vijf jaar — Betwisting — Inschakeling van de invaliditeitscommissie — Loyaliteitsplicht — Besluit van het TAOBG om de functionaris voor een periode van zes jaar uit te sluiten van aanwerving door de instelling)

39

2016/C 364/48

Zaak F-136/15: Arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Eerste kamer) van 21 juli 2016 — HD/Parlement (Openbare dienst — Ambtenaren — Bezoldiging — Gezinstoelagen — Schooltoelage — Toekenningsvoorwaarden — Artikel 67, lid 2, van het Statuut — Aftrek van een soortgelijke toelage uit andere bron — Artikel 85 van het Statuut — Terugvordering van het onverschuldigd betaalde)

40

2016/C 364/49

Zaak F-147/15: Arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Derde kamer) van 19 juli 2016 — Meyrl/Parlement (Openbare dienst — Tijdelijk functionaris — Ontslag — Recht om te worden gehoord)

40

2016/C 364/50

Zaak F-149/15: Arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Tweede kamer) van 19 juli 2016 — HG/Commissie [Openbare dienst — Ambtenaren — In een derde land tewerkgestelde ambtenaren — Woning die door de administratie ter beschikking is gesteld — Verplichting om daar te wonen — Tuchtprocedure — Tuchtmaatregel — Artikel 9, lid 1, onder c), van bijlage IX bij het Statuut — Opschorting van de plaatsing in een hogere salaristrap — Schadevergoeding — Artikel 22 van het Statuut]

41

2016/C 364/51

Zaak F-1/16: Arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Eerste kamer) van 21 juli 2016 — WQ (*1) /Parlement (Openbare dienst — Ambtenaren — Certificeringsprocedure — Ronde 2014 — Niet-plaatsing van verzoeker op de lijst van ambtenaren die zijn uitgekozen voor deelname aan het opleidingprogramma — Artikel 45 bis van het Statuut)

41

2016/C 364/52

Zaak F-134/11: Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Eerste kamer) van 2 augustus 2016 — Cocchi en Falcione/Commissie (Openbare dienst — Bijstandsplicht — Artikel 24 van het Statuut — Afwijzing van het verzoek om bijstand — Pensioenen — Artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut — Verzoek om overdracht van pensioenrechten — Afstand van het verzoek om overdracht van pensioenrechten in de loop van het geding — Afdoening zonder beslissing over de afwijzing van het verzoek om bijstand)

42

2016/C 364/53

Zaak F-112/12: Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Eerste kamer) van 1 augustus 2016 — Bouvret e.a./Commissie (Openbare dienst — Ambtenaren — Pensioenen — Artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut — Overdracht aan de pensioenregeling van de Unie van krachtens nationale pensioenregelingen verworven pensioenrechten — Besluit tot toekenning van extra pensioenjaren, waarbij toepassing wordt gegeven aan de nieuwe AUB van de artikelen 11 en 12 van bijlage VIII bij het Statuut — Artikel 81 van het Reglement voor de procesvoering — Beroep kennelijk ongegrond)

43

2016/C 364/54

Zaak F-146/12: Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Eerste kamer) van 2 augustus 2016 — Mommer/Commissie (Openbare dienst — Ambtenaren — Pensioenen — Overdracht aan de pensioenregeling van de Unie van krachtens andere pensioenregelingen verworven pensioenrechten — Voorstel voor extra pensioenjaren — Geen bezwarend besluit — Kennelijke niet-ontvankelijkheid van het beroep)

43

2016/C 364/55

Zaak F-23/13: Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Eerste kamer) van 1 augustus 2016 — Mario Animali e.a./Europese Commissie (Openbare dienst — Ambtenaren — Pensioenen — Artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut — Overdracht aan de pensioenregeling van de Unie van krachtens andere regelingen verworven pensioenrechten — Besluit tot toekenning van extra pensioenjaren waarbij toepassing wordt gegeven aan de nieuwe AUB van de artikelen 11 en 12 van bijlage VIII bij het Statuut — Artikel 81 van het Reglement voor de procesvoering — Beroep kennelijk ongegrond)

44

2016/C 364/56

Zaak F-39/13: Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Eerste kamer) van 1 augustus 2016 — Sajewicz- Świackiewcz/Commissie (Openbare dienst — Ambtenaren — Pensioenen — Artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut — Overdracht aan de pensioenregeling van de Unie van krachtens andere regelingen verkregen pensioenrechten — Besluit tot toekenning van extra pensioenjaren waarbij toepassing wordt gegeven aan de nieuwe AUB van de artikelen 11 en 12 van bijlage VIII bij het Statuut — Artikel 81 van het Reglement voor de procesvoering — Beroep kennelijk ongegrond)

45

2016/C 364/57

Zaak F-74/13: Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Eerste kamer) van 2 augustus 2016 — Mommer/Commissie (Openbare dienst — Ambtenaren — Pensioenen — Artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut betreffende de overdracht van pensioenrechten — Overdracht aan de pensioenregeling van de Unie van krachtens andere regelingen verworven pensioenrechten — Besluit tot erkenning van extra pensioenjaren waarbij toepassing wordt gegeven aan de nieuwe AUB van de artikelen 11 en 12 van bijlage VIII bij het Statuut — Artikel 81 van het Reglement voor de procesvoering — Beroep deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond)

45

2016/C 364/58

Zaak F-94/13: Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Derde kamer) van 20 juli 2016 — Piessevaux/Raad (Openbare dienst — Ambtenaren — Pensioenen — Artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut — Pensioenrechten die vóór de indiensttreding bij de Unie zijn verworven krachtens een nationale pensioenregeling — Overdracht aan de pensioenregeling van de Unie — Voorstel voor extra pensioenjaren — Exceptie van niet-ontvankelijkheid — Begrip bezwarend besluit — Artikel 83 van het Reglement voor de procesvoering)

46

2016/C 364/59

Zaak F-102/13: Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Eerste kamer) van 2 augustus 2016 — Urena de Poznanski/Commissie (Openbare dienst — Ambtenaren — Pensioenen — Artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut — Overdracht aan de pensioenregeling van de Unie van krachtens andere pensioenregelingen verworven pensioenrechten — Besluit tot erkenning van extra pensioenjaren waarbij toepassing wordt gegeven aan de nieuwe AUB van de artikelen 11 en 12 van bijlage VIII bij het Statuut — Artikel 81 van het Reglement voor de procesvoering — Beroep deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond)

47

2016/C 364/60

Zaak F-119/13: Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Derde kamer) van 20 juli 2016 — Martens en Olsson/Commissie (Openbare dienst — Ambtenaren — Pensioenen — Artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut — Pensioenrechten die vóór de indiensttreding bij de Unie krachtens een nationale pensioenregeling zijn verworven — Overdracht aan de pensioenregeling van de Unie — Voorstel voor extra pensioenjaren — Exceptie van niet-ontvankelijkheid — Begrip bezwarend besluit — Artikel 83 van het Reglement voor de procesvoering)

47

2016/C 364/61

Zaak F-121/13: Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Eerste kamer) van 1 augustus 2016 — Poniskaitis/Commissie (Openbare dienst — Ambtenaren — Pensioenen — Artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut — Overdracht aan de pensioenregeling van de Unie van krachtens andere regelingen verkregen pensioenrechten — Besluit tot toekenning van extra pensioenjaren waarbij toepassing wordt gegeven aan de nieuwe AUB van de artikelen 11 en 12 van bijlage VIII bij het Statuut — Artikel 81 van het Reglement voor de procesvoering — Beroep kennelijk ongegrond)

48

2016/C 364/62

Zaak F-43/14: Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Tweede kamer) van 20 juli 2016 — Gaj/Commissie (Openbare dienst — Ambtenaren — Pensioenen — Overdracht van nationale pensioenrechten — Voorstel voor extra pensioenjaren — Geen bezwarend besluit — Verzoek om uitspraak te doen zonder daarbij op de zaak ten gronde in te gaan — Artikel 83 van het Reglement voor de procesvoering — Beroep deels niet-ontvankelijk en deels kennelijk rechtens ongegrond — Artikel 81 van het Reglement voor de procesvoering)

49

2016/C 364/63

Zaak F-45/14: Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Derde kamer) van 20 juli 2016 — Esen/Commissie (Openbare dienst — Ambtenaren — Pensioenen — Artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut — Pensioenrechten die vóór de indiensttreding bij de Unie zijn verworven krachtens een nationale pensioenregeling — Overdracht aan de pensioenregeling van de Unie — Voorstel voor extra pensioenjaren — Exceptie van niet-ontvankelijkheid — Begrip bezwarend besluit — Artikel 83 van het Reglement voor de procesvoering)

49

2016/C 364/64

Zaak F-46/14: Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Derde kamer) van 20 juli 2016 — Hoeve/Commissie (Openbare dienst — Ambtenaren — Pensioenen — Artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut — Pensioenrechten die vóór de indiensttreding bij de Unie krachtens een nationale pensioenregeling zijn verworven — Overdracht aan de pensioenregeling van de Unie — Voorstel voor extra pensioenjaren — Exceptie van niet-ontvankelijkheid — Begrip bezwarend besluit — Artikel 83 van het Reglement voor de procesvoering)

50

2016/C 364/65

Zaak F-70/14 DISS: Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Derde kamer) van 21 juli 2016 — Simon/Commissie (Openbare dienst — Ambtenaren — Pensioenen — Artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut — Pensioenrechten die vóór de indiensttreding bij de Unie krachtens een nationale pensioenregeling zijn verworven — Overdracht aan de pensioenregeling van de Unie — Voorstel voor extra pensioenjaren — Begrip bezwarend besluit — Kennelijke niet-ontvankelijkheid — Artikel 81 van het Reglement voor de procesvoering)

51

2016/C 364/66

Zaak F-108/14: Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Tweede kamer) van 20 juli 2016 — Belis/Commissie (Openbare dienst — Ambtenaren — Pensioenen — Overdracht van nationale pensioenrechten — Voorstel voor extra pensioenjaren — Geen bezwarend besluit — Niet-ontvankelijkheid van het beroep — Verzoek om uitspraak te doen zonder daarbij op de zaak ten gronde in te gaan — Artikel 83 van het Reglement voor de procesvoering)

51

2016/C 364/67

Zaak F-117/14: Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Eerste kamer) van 1 augustus 2016 — Cat/Commissie (Openbare dienst — Arbeidscontractanten — Pensioenen — Artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut — Overdracht aan de pensioenregeling van de Unie van krachtens andere regelingen verworven pensioenrechten — Besluit tot toekenning van extra pensioenjaren waarbij toepassing wordt gegeven aan de nieuwe AUB van de artikelen 11 en 12 van bijlage VIII bij het Statuut — Artikel 81 van het Reglement voor de procesvoering — Beroep kennelijk ongegrond)

52

2016/C 364/68

Zaak F-133/14: Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Eerste kamer) van 1 augustus 2016 — Poniskaitis/Commissie (Openbare dienst — Ambtenaren — Pensioenen — Artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut — Overdracht aan de pensioenregeling van de Unie van krachtens andere regelingen verworven pensioenrechten — Besluit tot toekenning van extra pensioenjaren, waarbij toepassing wordt gegeven aan de nieuwe AUB van de artikelen 11 en 12 van bijlage VIII bij het Statuut — Artikel 81 van het Reglement voor de procesvoering — Beroep kennelijk ongegrond)

53

2016/C 364/69

Zaak F-138/14: Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Tweede kamer) van 20 juli 2016 — Polizzi/Commissie (Openbare dienst — Ambtenaren — Pensioenen — Overdracht van nationale pensioenrechten — Voorstel voor extra pensioenjaren — Geen bezwarend besluit — Niet-ontvankelijkheid van het beroep — Verzoek om uitspraak te doen zonder daarbij op de zaak ten gronde in te gaan — Artikel 83 van het Reglement voor de procesvoering)

53

2016/C 364/70

Zaak F-28/15: Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Eerste kamer) van 1 augustus 2016 — Simon/Commissie (Openbare dienst — Ambtenaren — Pensioenen — Artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut — Overdracht aan de pensioenregeling van de Unie van krachtens andere regelingen verworven pensioenrechten — Besluit tot toekenning van extra pensioenjaren waarbij toepassing wordt gegeven aan de nieuwe AUB van de artikelen 11 en 12 van bijlage VIII bij het Statuut — Artikel 81 van het Reglement voor de procesvoering — Beroep kennelijk ongegrond)

54

2016/C 364/71

Zaak F-68/15: Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Eerste kamer) van 18 juli 2016 — Possanzini/Frontex (Openbare dienst — Personeel van Frontex — Tijdelijk functionaris — Niet-verlenging van de overeenkomst gebaseerd op verzoekers beoordelingsrapport over 2009 — Bewijs van kennisgeving van het rapport — Geen bewijs — Nietigverklaring door het Gerecht — Uitvoering van het arrest — Kennisgeving van het beoordelingsrapport — Te late opstelling en toezending van het rapport)

55

2016/C 364/72

Zaak F-70/15: Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Eerste kamer) van 2 augustus 2016 — Polizzi/Commissie (Openbare dienst — Arbeidscontractanten — Pensioenen — Artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut — Overdracht aan de pensioenregeling van de Unie van krachtens andere regelingen verworven pensioenrechten — Besluit tot toekenning van extra pensioenjaren waarbij toepassing wordt gegeven aan de nieuwe AUB van de artikelen 11 en 12 van bijlage VIII bij het Statuut — Artikel 81 van het Reglement voor de procesvoering — Beroep deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond)

55

2016/C 364/73

Zaak F-103/15: Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Tweede kamer) van 21 juli 2016 — Trampuz/Commissie (Openbare dienst — Sociale zekerheid — Regeling van ziektekostenverzekering — Terugvordering van een restant van een voorschot op de ziektekosten — Uitvoering van een arrest houdende nietigverklaring van het Gerecht — Exceptie van niet-ontvankelijkheid — Niet-eerbiediging van de vereisten van de precontentieuze procedure — Bezwarend besluit — Pensioenafrekening — Vereiste van een klacht — Tardiviteit — Artikel 83 van het Reglement voor de procesvoering)

56

2016/C 364/74

Zaak F-143/15: Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Eerste kamer) van 18 juli 2016 — Dietrich/Parlement (Openbare dienst — Arbeidscontractant — Voortijdige beëindiging van de overeenkomst — Datum van afloop van de opzegtermijn — Opschorting van de opzegtermijn — Nieuwe datum van afloop van de opzegtermijn — Geen bezwarend besluit — Te laat ingediende klacht — Exceptie van niet-ontvankelijkheid — Kennelijke niet-ontvankelijkheid — Artikel 83 van het Reglement voor de procesvoering)

57

2016/C 364/75

Zaak F-5/16: Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Derde kamer) van 21 juli 2016 — Stanley/Commissie (Openbare dienst — Arbeidscontractant — Verzoek in de zin van artikel 90, lid 1, van het Statuut — Verzoek om herkwalificatie van de overeenkomst — Redelijke termijn — Geen redelijke termijn — Kennelijke niet-ontvankelijkheid)

57

2016/C 364/76

Zaak F-38/16: Beroep ingesteld op 28 juli 2016 — ZZ/Parlement

58

2016/C 364/77

Zaak F-93/15: Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken van 18 juli 2016 — HE/Commissie

58


 


 

(1)   Vertrouwelijke gegevens weggelaten.

NL

 

Op grond van de bescherming van persoonsgegevens en/of vertrouwelijkheid kan bepaalde in deze uitgave verschenen informatie niet langer openbaar worden gemaakt. Derhalve is een nieuwe authentieke versie gepubliceerd.


IV Informatie

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

Hof van Justitie van de Europese Unie

3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/1


Laatste publicaties van het Hof van Justitie van de Europese Unie in het Publicatieblad van de Europese Unie

(2016/C 364/01)

Laatste publicatie

PB C 350 van 26.9.2016

Historisch overzicht van de vroegere publicaties

PB C 343 van 19.9.2016

PB C 335 van 12.9.2016

PB C 326 van 5.9.2016

PB C 314 van 29.8.2016

PB C 305 van 22.8.2016

PB C 296 van 16.8.2016

Deze teksten zijn beschikbaar in

EUR-Lex: http://eur-lex.europa.eu


Gerecht

3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/2


Zaken die op 1 september 2016 aan het Gerecht zijn overgedragen

(2016/C 364/02)

Overeenkomstig artikel 3 van verordening (EU, Euratom) 2016/1192 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 betreffende de overdracht aan het Gerecht van de bevoegdheid om in eerste aanleg uitspraak te doen in geschillen tussen de Europese Unie en haar personeelsleden (1), zijn de zaken in de linker kolom van onderstaande tabel, die op 31 augustus 2016 bij het Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie aanhangig waren, op 1 september 2016 aan het Gerecht overgedragen.

Deze zaken zijn in het register van het Gerecht ingeschreven onder de hieronder aangegeven nummers.

Zaaknummer voor het Gerecht voor ambtenarenzaken

Bekendmaking van de inschrijving van de zaak in het Publicatieblad

Zaaknummer voor het Gerecht

Naam van de partijen

PB

van

F-96/09 RENV

C 148

5.6.2010

T-481/16 RENV

Cuallado Martorell/Commissie

F-34/10 RENV-RX

C 234

28.8.2010

T-482/16 RENV

Arango Jaramillo e.a./EIB

F-43/10 RENV

C 209

31.7.2010

T-483/16 RENV

Cerafogli/ECB

F-3/11 DEP

T-484/16 DEP

Marcuccio/Commissie

F-40/11 DEP

T-485/16 DEP

Marcuccio/Commissie

F-44/11 DEP

T-486/16 DEP

Marcuccio/Commissie

F-58/11

C 211

16.7.2011

T-487/16

Arango Jaramillo e.a./EIB

F-99/11 DEP

T-488/16 DEP

Marcuccio/Commissie

F-100/11 DEP

T-489/16 DEP

Marcuccio/Commissie

F-102/11 DEP

T-490/16 DEP

Marcuccio/Commissie

F-113/11 DEP

T-491/16 DEP

Marcuccio/Commissie

F-119/11 DEP

T-492/16 DEP

Marcuccio/Commissie

F-132/11 DEP

T-493/16 DEP

Marcuccio/Commissie

F-141/11 DEP

T-494/16 DEP

Marcuccio/Commissie

F-2/12 RENV 1

C 184

23.6.2012

T-495/16 RENV I

Hristov/Commissie en EMA

F-2/12 RENV 2

C 184

23.6.2012

T-495/16 RENV II

Hristov/Commissie en EMA

F-3/12 DEP

T-496/16 DEP

Marcuccio/Commissie

F-17/12 DEP

T-497/16 DEP

Marcuccio/Commissie

F-28/12 DEP

T-498/16 DEP

Marcuccio/Commissie

F-58/12 DEP

T-499/16 DEP

Marcuccio/Commissie

F-71/12

C 319

20.10.2012

T-500/16

BZ/ECB

F-93/12 RENV

C 343

10.11.2012

T-501/16 RENV

D’Agostino/Commissie

F-132/12

C 26

26.1.2013

T-502/16

Missir Mamachi di Lusignano e.a./Commissie

F-15/13

C 129

4.5.2013

T-503/16

Dulière/Commissie

F-41/13

C 207

20.7.2013

T-504/16

Bodson e.a./EIB

F-43/13

C 207

20.7.2013

T-505/16

Badiola e.a./EIB

F-45/13

C 207

20.7.2013

T-506/16

Bodson e.a./EIB

F-51/13

C 226

3.8.2013

T-507/16

Baradel e.a./EIF

F-61/13

C 274

21.9.2013

T-508/16

Bodson e.a./EIB

F-72/13

C 274

21.9.2013

T-509/16

Baradel e.a./EIF

F-8/14

C 85

22.3.2014

T-510/16

Dessi/EIB

F-23/14

C 184

16.6.2014

T-511/16

Bermejo Garde/EESC

F-35/14

C 184

16.6.2014

T-512/16

ED/EUIPO

F-59/14 DEP

T-513/16 DEP

Brune/Commissie

F-74/14

C 388

3.11.2014

T-514/16

Tsilikas/Commissie

F-77/14

C 395

10.11.2014

T-515/16

Kanellou/Raad

F-85/14

C 421

24.11.2014

T-516/16

Alvarez y Bejarano e.a./Commissie

F-86/14

C 388

3.11.2014

T-517/16

Janoha e.a./Commissie

F-88/14

C 7

12.1.2015

T-518/16

Carreras Sequeros e.a./Commissie

F-91/14 DISS

C 421

24.11.2014

T-519/16

Piessevaux/Raad

F-93/14

C 7

12.1.2015

T-520/16

ED/EUIPO

F-98/14

C 431

1.12.2014

T-521/16

Bergallou/Raad

F-99/14

C 448

15.12.2014

T-522/16

Nguyen/Raad

F-100/14

C 448

15.12.2014

T-523/16

Ardalic e.a./Raad

F-106/14

C 26

26.1.2015

T-524/16

Aresu/Commissie

F-111/14

C 7

12.1.2015

T-525/16

GQ e.a./Commissie

F-113/14

C 7

12.1.2015

T-526/16

FZ e.a./Commissie

F-121/14

C 7

12.1.2015

T-527/16

Tàpias/Raad

F-122/14

C 7

12.1.2015

T-528/16

OS/Commissie

F-123/14

C 7

12.1.2015

T-529/16

Feral/Comité van de Regio’s

F-4/15

C 96

23.3.2015

T-530/16

Schubert e.a./Commissie

F-7/15

C 89

16.3.2015

T-531/16

Dumitrescu e.a./Commissie

F-8/15

C 89

16.3.2015

T-532/16

Perez Asinari en Cumbo Nacheli Vallecillo/Commissie

F-10/15

C 89

16.3.2015

T-533/16

Fillon e.a./Commissie

F-11/15

C 89

16.3.2015

T-534/16

Tsilikas/Commissie

F-12/15

C 89

16.3.2015

T-535/16

McGillivray/Commissie

F-13/15

C 89

16.3.2015

T-536/16

Alvarez y Bejarano e.a./Commissie

F-14/15

C 89

16.3.2015

T-537/16

Aycinena e.a./Commissie

F-15/15

C 127

20.4.2015

T-538/16

Schaffrin/Commissie

F-16/15

C 96

23.3.2015

T-539/16

GM e.a./Commissie

F-18/15

C 96

23.3.2015

T-540/16

FZ e.a./Commissie

F-22/15

C 127

20.4.2015

T-541/16

Guillen Lazo/Parlement

F-27/15

C 127

20.4.2015

T-542/16

Ardalic e.a./Raad

F-31/15

C 146

4.5.2015

T-543/16

Carpenito/Raad

F-32/15

C 146

4.5.2015

T-544/16

Dumont du Voitel e.a./Raad

F-36/15

C 146

4.5.2015

T-545/16

Torrens en Maraite/Hof van Justitie van de Europese Unie

F-42/15

C 178

1.6.2015

T-546/16

Tataram/Commissie

F-53/15

C 190

8.6.2015

T-547/16

Miranda Garcia/Hof van Justitie van de Europese Unie

F-63/15

C 221

6.7.2015

T-548/16

Clarke/EUIPO

F-64/15

C 221

6.7.2015

T-549/16

Papathanasiou/EUIPO

F-65/15

C 221

6.7.2015

T-550/16

Dickmanns/EUIPO

F-74/15

C 279

24.8.2015

T-551/16

Lucaccioni/Commissie

F-75/15

Nog niet gepubliceerd

T-552.16

OT/Commissie

F-78/15

C 279

24.8.2015

T-553/16

von Blumenthal e.a./EIB

F-79/15

C 279

24.8.2015

T-554/16

BZ/ECB

F-86/15

C 279

24.8.2015

T-555/16

Teeäär/ECB

F-89/15

C 279

24.8.2015

T-556/16

GX/Commissie

F-97/15

C 294

7.9.2015

T-557/16

Belis/Commissie

F-99/15

C 414

14.12.2015

T-558/16

von Blumenthal e.a./EIB

F-101/15

C 302

14.9.2015

T-559/16

Durazzo/EDEO

F-116/15

C 328

5.10.2015

T-560/16

Schneider/EUIPO

F-117/15

C 328

5.10.2015

T-561/16

Galocha/Gemeenschappelijke onderneming Fusion for Energy

F-119/15

C 354

26.10.2015

T-562/16

Hanschmann/Europol

F-120/15

C 354

26.10.2015

T-563/16

Knöll/Europol

F-130/15

C 16

18.1.2016

T-564/16

Bowles/ECB

F-137/15

C 27

25.1.2016

T-565/16

Maubert/Raad

F-138/15

C 27

25.1.2016

T-566/16

Josefsson/Parlement

F-139/15

C 7

11.1.2016

T-567/16

McCoy/Comité van de Regio’s

F-140/15

C 111

29.3.2016

T-568/16

Spagnolli e.a./Commissie

F-141/15

C 211

13.6.2016

T-569/16

OU/Commissie

F-142/15

C 27

25.1.2016

T-570/16

HF/Parlement

F-145/15

C 111

29.3.2016

T-571/16

Pohl/EIB

F-148/15

C 59

15.2.2016

T-572/16

Brouillard/Commissie

F-150/15

Nog niet gepubliceerd

T-573.16

Pohl/EIB

F-151/15

C 59

15.2.2016

T-574/16

HK/Commissie

F-153/15

C 111

29.3.2016

T-575/16

Martinez De Prins e.a./EDEO

F-4/16

Nog niet gepubliceerd

T-576.16

OT/Commissie

F-6/16

C 145

25.4.2016

T-577/16

Campo e.a./EDEO

F-7/16

C 145

25.4.2016

T-578/16

Gillet/Commissie

F-8/16

C 145

25.4.2016

T-579/16

HJ/EMA

F-9/16

C 145

25.4.2016

T-580/16

Azoulay e.a./Parlement

F-10/16

C 191

30.5.2016

T-581/16

Popotas/Ombudsman

F-11/16

C 145

25.4.2016

T-582/16

Vankerckhoven-Kahmann/Commissie

F-12/16

C 165

10.5.2016

T-583/16

PG/Frontex

F-14/16

C 165

10.5.2016

T-584/16

HF/Parlement

F-15/16

C 191

30.5.2016

T-585/16

Skareby/EDEO

F-16/16

C 191

30.5.2016

T-586/16

Vincenti/EUIPO

F-17/16

C 191

30.5.2016

T-587/16

HM/Commissie

F-18/16

C 251

11.7.2016

T-588/16

HN/Commissie

F-19/16

C 243

4.7.2016

T-589/16

HS/EIB

F-20/16

Nog niet gepubliceerd

T-590.16

OV/Commissie

F-21/16

C 251

11.7.2016

T-591/16

Wahlström/Frontex

F-22/16

C 251

11.7.2016

T-592/16

HQ/CBP

F-23/16

C 251

11.7.2016

T-593/16

Stips/Commissie

F-24/16

C 251

11.7.2016

T-594/16

Walton/Commissie

F-25/16

C 251

11.7.2016

T-595/16

HO/EDEO

F-26/16

C 296

16.8.2016

T-596/16

HP/Commissie en eu-LISA

F-27/16

C 296

16.8.2016

T-597/16

OW/EASA

F-28/16

C 296

16.8.2016

T-598/16

Pipiliagkas/Commissie

F-29/16

C 335

12.9.2016

T-599/16

Spagnolli e.a./Commissie

F-30/16

C 296

16.8.2016

T-600/16

Bandilla e.a./EIB

F-31/16

C 296

16.8.2016

T-601/16

Paraskevaidis/Cedefop

F-32/16

C 296

16.8.2016

T-602/16

CJ/ECDC

F-33/16

C 296

16.8.2016

T-603/16

Brahma/Hof van Justitie van de Europese Unie

F-34/16

C 326

5.9.2016

T-604/16

HD/Parlement

F-35/16

C 326

5.9.2016

T-605/16

OY/Commissie

F-36/16

C 335

12.9.2016

T-606/16

Pereira/Commissie

F-37/16

C 335

12.9.2016

T-607/16

OZ/EIB

F-38/16

Nog niet gepubliceerd

T-608/16

PA/Parlement

F-39/16

Nog niet gepubliceerd

T-609/16

PB/Commissie

F-40/16 AJ

T-610/16 AJ

PC/EASO

F-41/16

Nog niet gepubliceerd

T-611/16

Trautmann/EDEO

F-42/16

Nog niet gepubliceerd

T-612/16

Van Houtte/EIB

F-43/16

Nog niet gepubliceerd

T-613/16

PH/Commissie

F-44/16

Nog niet gepubliceerd

T-614/16

Colin/Commissie

F-45/16

Nog niet gepubliceerd

T-615/16

PD/EIB

F-46/16

Nog niet gepubliceerd

T-616/16

FE/Commissie

F-47/16

Nog niet gepubliceerd

T-617/16

PF/Commissie

F-48/16

Nog niet gepubliceerd

T-618/16

Dreimane/Commissie


(1)  PB L 200 van 26.7.2016, blz. 137.


V Bekendmakingen

GERECHTELIJKE PROCEDURES

Hof van Justitie

3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/9


Beschikking van het Hof van 7 juli 2016 — HIT Groep BV/Europese Commissie

(Zaak C-514/15 P) (1)

([Hogere voorziening - Artikel 181 van het Reglement voor de procesvoering - Mededinging - Mededingingsregelingen - Europese markt van spanstaal - Verordening (EG) nr. 1/2003 - Artikel 23, lid 2 - Berekening van het bedrag van de geldboete - Plafond van de geldboete - Totale omzet die is gerealiseerd tijdens „het voorgaande boekjaar” - Verwijzing naar een ander boekjaar dan het boekjaar voorafgaand aan de vaststelling van het litigieuze besluit - Evenredigheidsbeginsel])

(2016/C 364/03)

Procestaal: Nederlands

Partijen

Rekwirante: HIT Groep BV (vertegenwoordigers: G. van der Wal en L. Parret, advocaten)

Andere partij in de procedure: Europese Commissie (vertegenwoordigers: P. Van Nuffel, S. Noë en V. Bottka, gemachtigden)

Dictum

1)

De hogere voorziening wordt afgewezen.

2)

Hit Groep BV wordt verwezen in de kosten.


(1)  PB C 398 van 30.11.2015.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/9


Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Szegedi Közigazgatási és Munkaügyi Bíróság (Hongarije) op 19 juli 2016 — Lombard Ingatlan Lízing Zrt./Nemzeti Adó- és Vámhivatal Fellebbviteli Igazgatóság

(Zaak C-404/16)

(2016/C 364/04)

Procestaal: Hongaars

Verwijzende rechter

Szegedi Közigazgatási és Munkaügyi Bíróság

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Lombard Ingatlan Lízing Zrt.

Verwerende partij: Nemzeti Adó- és Vámhivatal Fellebbviteli Igazgatóság

Prejudiciële vragen

1)

Moet het begrip ontbinding in artikel 90, lid 1, van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (hierna: „btw-richtlijn”) (1) aldus worden uitgelegd dat daaronder ook het geval valt waarin de leasinggever, in het kader van een overeenkomst tot financiële leasing, niet langer de betaling van de leasevergoeding door de leasingnemer kan eisen omdat de leasinggever die overeenkomst heeft ontbonden wegens contractbreuk door de leasingnemer?

2)

Zo ja, heeft de [leasinggever] op grond van artikel 90, lid 1, van de btw-richtlijn ook het recht om de maatstaf van heffing te verlagen wanneer de nationale wetgever gebruik heeft gemaakt van de in artikel 90, lid 2, van de btw-richtlijn bedoelde mogelijkheid en de verlaging van de maatstaf van heffing in geval van gehele of gedeeltelijke niet-betaling niet mogelijk heeft gemaakt?


(1)  PB 2006, L 347, blz. 1.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/10


Hogere voorziening ingesteld op 22 juli 2016 door Holistic Innovation Institute, SLU tegen het arrest van het Gerecht (Zesde kamer) van 12 mei 2016 in zaak T-468/14, Holistic Innovation Institute/Commissie

(Zaak C-411/16 P)

(2016/C 364/05)

Procestaal: Spaans

Partijen

Rekwirante: Holistic Innovation Institute, SLU (vertegenwoordiger: J.J. Marín López, abogado)

Andere partij in de procedure: Europese Commissie

Conclusies

vernietiging door het Hof van Justitie van het arrest van het Gerecht (Zesde kamer) van 12 mei 2016 in zaak T-468/14, Holistic Innovation Institute, SLU/Commissie, voor zover daarbij is geoordeeld dat het beroep tot nietigverklaring van besluit ARES (2014) 710158 van 13 maart 2014, waarbij de Commissie rekwirantes deelname aan het project eDIGIREGION heeft geweigerd, te laat bij het Gerecht is ingesteld;

terugverwijzing van de zaak naar het Gerecht voor een uitspraak ten gronde op het door Holistic Innovation Institute, SLU ingestelde beroep tot nietigverklaring van besluit ARES (2014) 710158 van 13 maart 2014, waarbij de Commissie rekwirantes deelname aan het project eDIGIREGION heeft geweigerd;

vernietiging door het Hof van Justitie van het arrest van het Gerecht (Zesde kamer) van 12 mei 2016 in zaak T-468/14, Holistic Innovation Institute, SLU/Commissie, voor zover daarbij het beroep tot schadevergoeding wordt verworpen, en vaststelling dat de Commissie rekwirante moet vergoeden overeenkomstig de in het verzoekschrift geformuleerde vordering, of, indien de twee hierboven geformuleerde vorderingen worden toegewezen, terugverwijzing van de zaak naar het Gerecht voor een nieuwe uitspraak op rekwirantes beroep tot schadevergoeding.

Middelen en voornaamste argumenten

1.

Onjuiste rechtsopvatting voor zover bij het bestreden arrest niet wordt erkend dat het origineel van het verzoekschrift strekkende tot nietigverklaring van het litigieuze besluit, ingekomen ter griffie van het Gerecht op 6 juni 2014 (punt 29 van het bestreden arrest), op 2 juni 2014 bij aangetekend schrijven met ontvangstbevestiging is verzonden vanuit Pozuelo de Alarcón (Madrid), waar rekwirantes statutaire zetel is gelegen.

2.

Onjuiste rechtsopvatting voor zover het bestreden arrest ontoereikend is gemotiveerd doordat enerzijds wordt vastgesteld dat het origineel van het verzoekschrift niet met de hand was ondertekend door de advocaat maar een kopie van zijn handtekening bevatte (punt 30), en anderzijds de rechtsgeldigheid van het origineel van het verzoekschrift dat door de advocaat was ondertekend door middel van een elektronisch certificaat, niet wordt erkend (punt 35).

3.

Onjuiste rechtsopvatting voor zover het oordeel in het bestreden arrest dat rekwirantes verzoek tot nietigverklaring te laat was ingediend (punten 29, 34 en 35), in strijd is met het grondrecht op een doeltreffende voorziening in rechte zoals neergelegd in artikel 47, eerste alinea, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, gelezen in het licht van artikel 6, lid 1, van het op 4 november 1950 te Rome ondertekende Europees Verdrag voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en de uitlegging van deze bepaling door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

4.

In het bestreden arrest wordt blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting voor zover in de punten 55, 59, 63 en 64 (betreffende de economische schade) en de punten 77 en 84 (betreffende de immateriële schade) rekwirantes beroep tot schadevergoeding wordt verworpen.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/11


Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Supreme Court (Ierland) op 4 augustus 2016 — Peter Nowak/Data Protection Commissioner

(Zaak C-434/16)

(2016/C 364/06)

Procestaal: Engels

Verwijzende rechter

Supreme Court

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Peter Nowak

Verwerende partij: Data Protection Commissioner

Prejudiciële vragen

1)

Kunnen gegevens die in of als antwoorden door een kandidaat tijdens een beroepsexamen worden opgeschreven, persoonsgegevens zijn in de zin van richtlijn 95/46/EG (1)?

2)

Indien het antwoord op vraag 1 luidt dat alle of sommige van dergelijke gegevens persoonsgegevens kunnen zijn in de zin van de richtlijn, welke factoren zijn dan relevant voor de vaststelling of het in een bepaald geval bij dergelijk schriftelijk examenwerk om persoonsgegevens gaat, en hoe zwaar dienen dergelijke factoren te wegen?


(1)  Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 281, blz. 31).


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/12


Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Spetsializiran nakazatelen sad (Bulgarije) op 5 augustus 2016 — Strafzaak tegen Emil Milev

(Zaak C-439/16)

(2016/C 364/07)

Procestaal: Bulgaars

Verwijzende rechter

Spetsializiran nakazatelen sad

Partij in de strafzaak

Emil Milev

Prejudiciële vraag

Is nationale rechtspraak — met name een bindend advies van de Varhoven Sad [hoogste rechter in burgerlijke en strafzaken] (gewezen nadat richtlijn 2016/343 (1) van 9 maart 2016 is vastgesteld, maar voordat de termijn voor omzetting ervan is verstreken) volgens welke de Varhoven Sad, na een tegenstrijdigheid te hebben vastgesteld tussen artikel 5, lid 4, gelezen in samenhang met lid 1, onder c), van datzelfde artikel, van het Europees Verdrag voor de bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, en de nationale wetgeving (artikel 270, lid 2, NPK), met betrekking tot het al dan niet in aanmerking nemen van een redelijk vermoeden dat iemand een strafbaar feit heeft begaan (in het kader van de procedure ter toetsing van de verlenging van een dwangmaatregel van „voorlopige hechtenis” nadat vervolging is ingesteld), waarbij de bodemrechters de vrijheid is gegeven te beslissen of het Europees Verdrag voor de bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden moet worden geëerbiedigd — in overeenstemming met de artikelen 3 en 6 van richtlijn 2016/343 van 9 maart 2016 (betreffende het vermoeden van onschuld en de bewijslast in strafprocedures)?


(1)  Richtlijn (EU) 2016/343 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende de versterking van bepaalde aspecten van het vermoeden van onschuld en van het recht om in strafprocedures bij de terechtzitting aanwezig te zijn (PB 2016, L 65, blz. 1).


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/12


Beschikking van de president van de Vierde kamer van het Hof van 12 juli 2016 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Consiglio di Stato — Italië) — Società LIS Srl, Società Cerutti Lorenzo Srl/Abbanoa SpA, in aanwezigheid van Consorzio Stabile CSI — Consorzio Servizi Integrati Soc. cons. arl, Procelli Costruzioni Srl, Bondini Srl, Assisi Strade Srl

(Zaak C-287/15) (1)

(2016/C 364/08)

Procestaal: Italiaans

De president van de Vierde kamer heeft de doorhaling van de zaak gelast.


(1)  PB C 302 van 14.9.2015.


Gerecht

3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/13


Hogere voorziening ingesteld op 9 juni 2016 door Valéria Anna Gyarmathy tegen het arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken van 18 mei 2015 in zaak F-79/13, Gyarmathy/EWDD

(Zaak T-297/16 P)

(2016/C 364/09)

Procestaal: Engels

Partijen

Rekwirerende partij: Valéria Anna Gyarmathy (Györ, Hongarije) (vertegenwoordiger: A. Véghely, advocaat)

Andere partij in de procedure: Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving

Conclusies

De rekwirerende partij verzoekt het Gerecht:

het bestreden arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken van 18 mei 2015 in zaak F-79/13, Gyarmathy/EWDD, te vernietigen;

het besluit van de (voormalig) directeur van EWDD van 11 september 2012 tot afwijzing van haar verzoek om bijstand nietig te verklaren;

het besluit van de (voormalig) directeur van EWDD van 14 september 2012 houdende weigering om haar arbeidsovereenkomst te verlengen nietig te verklaren;

het besluit van de (voormalig) voorzitter van de Raad van bestuur van EWDD van 13 mei 2013 respectievelijk het besluit van de (voormalig) directeur van EWDD van 25 juni 2013 nietig te verklaren.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van de hogere voorziening voert de rekwirerende partij twee middelen aan.

1.

Eerste middel: de vordering tot nietigverklaring van het besluit van de directeur van EWDD van 11 september 2012 tot afwijzing van rekwirantes verzoek om bijstand:

Rekwirante stelt dat het Gerecht voor ambtenarenzaken in zijn arrest van 18 mei 2015 in zaak F-79/13 de feiten en het in het dossier van de zaak uitvoerig aanwezige bewijsmateriaal verkeerd heeft opgevat, door te oordelen dat EWDD haar klachten op de juiste wijze had behandeld. De (voormalig) directeur van EWDD wees haar verzoek om bijstand af alsmede haar verzoek om overplaatsing teneinde te worden bevrijd van de langdurige en buitensporige intimidatie door haar rechtstreekse meerdere. Hij heeft zich schuldig gemaakt aan niet-nakoming van de bijstands- en de zorgplicht en hij heeft het beginsel van behoorlijk bestuur geschonden (arresten van 27 november 2008, Klug/EMEA, F-35/07, EU:F:2008:150, punt 74; 12 juli 2011, Commissie/Q, T-80/09 P, EU:T:2011:347, punt84). Uitgaand van de feiten en het in het dossier aanwezige bewijsmateriaal, van artikel 24 van het Statuut en van de relevante vaste rechtspraak, heeft de (voormalig) directeur van EWDD, handelend in zijn hoedanigheid van tot aanstelling bevoegd gezag, rekwirante niet de vereiste bijstand verleend en niet de juiste maatregelen genomen om de rust van de dienst in het algemeen te waarborgen, en rekwirante in het bijzonder te beschermen tegen de intimidatie waarvan zij slachtoffer was. Wat het eerste middel betreft, is het arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken dus onjuist en tevens in strijd met het EU-recht en de vaste rechtspraak. Het moet derhalve worden vernietigd en het betwiste besluit moet nietig worden verklaard.

2.

Tweede middel: de vordering tot nietigverklaring van het besluit van 14 september 2012 houdende weigering om rekwirantes arbeidsovereenkomst te verlengen:

Het bestreden arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken is gebaseerd op de redenering dat het besluit van de (voormalig) voorzitter van EWDD van 19 december 2012 gericht is op rekwirantes formele klacht van 10 december 2012, waarin onder meer, maar niet uitsluitend werd opgekomen tegen het besluit van de (voormalig) directeur van 14 september 2012 om rekwirantes arbeidsovereenkomst niet te verlengen. Uit de bewoordingen van de betrokken brief blijkt echter duidelijk dat het onmogelijk is om deze als zodanig uit te leggen. Het is daarentegen een besluit betreffende de instelling van een administratief onderzoek op basis van rekwirantes klacht. In diezelfde brief ontkent de (voormalig) directeur bovendien dat hij überhaupt een besluit over rekwirantes arbeidsovereenkomst heeft genomen. Zelfs al wordt de kennelijk onjuiste uitlegging van het betwiste besluit gehandhaafd, dan nog is het besluit onwettig en onrechtmatig, aangezien rekwirante vooraf niet is gehoord (arrest van 12 december 2013, CH/Parlement, F-129/12, EU:F:2013:203) en het slechts een voorbereidende handeling was (arrest van 16 maart 2009, R/Commissie, T-156/08 P, EU:T:2009:69), waartegen als zodanig niet zelfstandig kon worden opgekomen (arrest van 10 november 2009, N/Parlement, F-71/08, EU:F:2009:150; en beschikking van 23 oktober 2012, Possanzini/Frontex, F-61/11, EU:F:2012:146). Het betwiste besluit berustte eveneens op misbruik van bevoegdheid (arresten van 19 oktober 1995, Obst/Commissie, T-562/93, EU:T:1995:181; 12 december 2000, Dejaiffe/BHIM, T-223/99, EU:T:2000:292; en arrest van 25 september 2012, Bermejo Garde/EESC, F-41/10, EU:F:2012:135), gebaseerd op het in het dossier aanwezige bewijsmateriaal. Het is zelfs twijfelachtig of de (voormalig) directeur van EWDD destijds bevoegd was om het betwiste besluit vast te stellen (beschikking van 25 oktober 1996, Lopes/Hof van Justitie, T-26/96, EU:T:1996:157). In herinnering moet worden gebracht dat de verwerende partij geen verweer heeft gevoerd, hetgeen heeft geleid tot een verstekvonnis. Volgens het betoog van het bestreden arrest in eerste aanleg baseerde het Gerecht zich op een argument dat de verdediging van de verwerende partij in een andere zaak had aangevoerd (F-22/14, Gyarmathy/EWDD), zodat de grenzen van de procedure zijn overschreden. Het arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken is met betrekking tot het tweede middel eveneens in strijd met de feiten en het bewijsmateriaal, dat beschikbaar is in het dossier. Het heeft kennelijk de proceduregrenzen niet in acht genomen en moet als zodanig worden vernietigd, waarbij het betwiste besluit nietig moet worden verklaard.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/14


Beroep ingesteld op 13 juli 2016 — Düll/EUIPO — Cognitect (DaToMo)

(Zaak T-381/16)

(2016/C 364/10)

Taal van het verzoekschrift: Duits

Partijen

Verzoekende partij: Klaus Düll (Südergellersen, Duitsland) (vertegenwoordiger: S. Wolff-Marting, advocaat)

Verwerende partij: Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO)

Andere partij in de procedure voor de kamer van beroep: Cognitect, Inc. (Durham, North Carolina, Verenigde Staten)

Gegevens betreffende de procedure voor het EUIPO

Houder van het betrokken merk: verzoekende partij

Betrokken merk: Uniewoordmerk „DaToMo” — Uniemerk nr. 6 715 627

Procedure voor het EUIPO: procedure inzake vervallenverklaring

Bestreden beslissing: beslissing van de tweede kamer van beroep van het EUIPO van 19 april 2016 in de gevoegde zaken R 1383/2015-2 en R 1481/2015-2

Conclusies

de bestreden beslissing in dier voege wijzigen dat in de lijst van opgegeven waren en diensten van merk nr. 6 715 627 DaToMo, wat de diensten betreft die vermeld zijn in de lijst van klasse 42 en ingevolge voormelde beslissing zijn overbleven, niet de beperking „all the aforementioned for the enterprise mobility management (EMM)” wordt toegevoegd;

het EUIPO verwijzen in zijn eigen kosten en in die van de verzoekende partij.

Aangevoerd middel

schending van artikel 50 van verordening nr. 40/94.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/15


Beroep ingesteld op 22 juli 2016 — Grupo Osborne/EUIPO — Ostermann (DONTORO dog friendship)

(Zaak T-390/16)

(2016/C 364/11)

Taal van het verzoekschrift: Engels

Partijen

Verzoekende partij: Grupo Osborne, SA (El Puerto de Santa María, Spanje) (vertegenwoordiger: J. Iglesias Monravá, advocaat)

Verwerende partij: Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO)

Andere partij in de procedure voor de kamer van beroep: Daniel Ostermann (Leipzig, Duitsland)

Gegevens betreffende de procedure voor het EUIPO

Aanvrager van het betrokken merk: andere partij in de procedure voor de kamer van beroep

Betrokken merk: beeldmerk met de woordelementen „DONTORO dog friendship” — aanvraag voor Uniemerk nr. 11 112 381

Procedure voor het EUIPO: oppositieprocedure

Bestreden beslissing: beslissing van de eerste kamer van beroep van het EUIPO van 28 april 2016 in zaak R 2002/2015-1

Conclusies

de bestreden beslissing, waarbij het Uniemerk nr. 11 112 381„DONTORO dog friendship” (afbeelding) is verleend voor de klassen 18, 20 en 35, vernietigen;

de inschrijving weigeren van het Uniemerk nr. 11 112 381„DONTORO dog friendship” (afbeelding) in klasse 35 voor „groothandel- en detailhandelverkoop, ook via internet, kledingstukken, schoenen en textielproducten” en bijgevolg de inschrijving ervan weigeren in de klassen 25 en 35 voor die diensten;

eenieder die zich verzet tegen dit beroep verwijzen in de kosten.

Aangevoerd middel

schending van artikel 8, lid 1, onder b), van verordening nr. 207/2009.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/16


Beroep ingesteld op 25 juli 2016 — Omnicom International Holdings/EUIPO — eBay (dA/tA/bA/y)

(Zaak T-393/16)

(2016/C 364/12)

Taal van het verzoekschrift: Engels

Partijen

Verzoekende partij: Omnicom International Holdings, Inc. (New York, New York, Verenigde Staten) (vertegenwoordiger: D. Farnsworth, solicitor)

Verwerende partij: Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO)

Andere partij in de procedure voor de kamer van beroep: eBay, Inc. (San Jose, Californië, Verenigde Staten)

Gegevens betreffende de procedure voor het EUIPO

Aanvrager van het betrokken merk: verzoekende partij

Betrokken merk: Uniebeeldmerk met de woordelementen „(dA/tA/bA/y)” — Merkaanvraag nr. 12 354 015

Procedure voor het EUIPO: oppositieprocedure

Bestreden beslissing: beslissing van de eerste kamer van beroep van het EUIPO van 17 mei 2016 in zaak R 872/2015-1

Conclusies

vernietiging van de bestreden beslissing;

verwijzing van het EUIPO in zijn eigen kosten en in die van verzoekster.

Aangevoerd middel

schending van artikel 8, lid 5, van verordening nr. 207/2009.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/16


Beroep ingesteld op 25 juli 2016 — Omnicom International Holdings/EUIPO — eBay (DATABAY)

(Zaak T-394/16)

(2016/C 364/13)

Taal van het verzoekschrift: Engels

Partijen

Verzoekende partij: Omnicom International Holdings, Inc. (New York, New York, Verenigde Staten) (vertegenwoordiger: D. Farnsworth, solicitor)

Verwerende partij: Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO)

Andere partij in de procedure voor de kamer van beroep: eBay, Inc. (San Jose, Californië, Verenigde Staten)

Gegevens betreffende de procedure voor het EUIPO

Aanvrager van het betrokken merk: verzoekende partij

Betrokken merk: Uniewoordmerk „DATABAY” — Merkaanvraag nr. 12 353 975

Procedure voor het EUIPO: oppositieprocedure

Bestreden beslissing: beslissing van de eerste kamer van beroep van het EUIPO van 12 mei 2016 in zaak R 925/2015-1

Conclusies

vernietiging van de bestreden beslissing;

verwijzing van het EUIPO in zijn eigen kosten en in die van verzoekster.

Aangevoerd middel

schending van artikel 8, lid 5, van verordening nr. 207/2009.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/17


Beroep ingesteld op 22 juli 2016 — Dogg Label/EUIPO — Chemoul (JAPRAG)

(Zaak T-406/16)

(2016/C 364/14)

Taal van het verzoekschrift: Frans

Partijen

Verzoekende partij: Dogg Label (Marseille, Frankrijk) (vertegenwoordiger: M. Angelier, advocaat)

Verwerende partij: Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO)

Andere partij in de procedure voor de kamer van beroep: Patrick Chemoul (Parijs, Frankrijk)

Gegevens betreffende de procedure voor het EUIPO

Houder van het betrokken merk: andere partij in de procedure voor de kamer van beroep

Betrokken merk: Uniewoordmerk „JAPRAG” — Uniemerk nr. 8 820 301

Procedure voor het EUIPO: nietigheidsprocedure

Bestreden beslissing: beslissing van de tweede kamer van beroep van het EUIPO van 13 mei 2016 in zaak R 2336/2015-2

Conclusies

de bestreden beslissing vernietigen;

het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie gelasten om de vordering tot nietigverklaring van DOGG LABBEL toe te wijzen;

gemeenschapsmerk nr. 8 820 301„JAPRAG” nietig verklaren voor alle waren van de klassen 18 en 25, op grond van artikel 53, lid 1, onder a), van de verordening inzake het Uniemerk juncto artikel 8, lid 1, onder b), van deze verordening.

Aangevoerde middelen

schending van artikel 53, lid 1, onder a), van verordening nr. 207/2009;

schending van artikel 8, lid 1, onder b), van verordening nr. 207/2009.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/18


Beroep ingesteld op 31 juli 2016 — Syriatel Mobile Telecom/Raad

(Zaak T-411/16)

(2016/C 364/15)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: Syriatel Mobile Telecom (Joint Stock Company) (Damascus, Syrië) (vertegenwoordiger: E. Ruchat, advocaat)

Verwerende partij: Raad van de Europese Unie

Conclusies

De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:

het beroep van verzoekster ontvankelijk en gegrond te verklaren;

dientengevolge besluit (GBVB) 2016/850 van 27 mei 2016 en de uitvoeringshandelingen daarvan nietig te verklaren, voor zover zij verzoekster betreffen;

de Raad van de Europese Unie te verwijzen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij vijf middelen aan.

1.

Eerste middel: schending van de rechten van verdediging en van het recht op doeltreffende rechterlijke bescherming, dat is vervat in de artikelen 6 en 13 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (hierna: „EVRM”), artikel 215 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna: „VWEU”) en de artikelen 41 en 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

2.

Tweede middel: schending van de motiveringsplicht, voor zover de door de Raad verstrekte motivering niet voldoet aan de verplichting die krachtens artikel 6 EVRM, artikel 296 VWEU en artikel 41 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie op de instellingen van de Europese Unie rust.

3.

Derde middel: de Raad heeft een kennelijke beoordelingsfout gemaakt wat betreft de betrokkenheid van verzoekster bij de financiering van het Syrische regime.

4.

Vierde middel: de bestreden maatregelen beperken op ongerechtvaardigde en onevenredige wijze verzoeksters grondrechten en meer bepaald haar in artikel 1 van het eerste aanvullend protocol bij het EVRM en in artikel 17 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie vervatte recht op eigendom, en haar in de artikelen 8 en 10, lid 2, EVRM neergelegde recht op eerbiediging van haar eer en goede naam.

5.

Vijfde middel: schending van de richtsnoeren van de Raad van 2 december 2005 inzake de implementatie en evaluatie van restrictieve maatregelen (sancties) in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU (document 15114/05 van de Raad van 2 december 2005).


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/19


Beroep ingesteld op 31 juli 2016 — Bena Properties/Raad

(Zaak T-412/16)

(2016/C 364/16)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: Bena Properties Co. SA (Damascus, Syrië) (vertegenwoordiger: E. Ruchat, advocaat)

Verwerende partij: Raad van de Europese Unie

Conclusies

De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:

het beroep van verzoekster ontvankelijk en gegrond te verklaren;

dientengevolge besluit (GBVB) 2016/850 van 27 mei 2016 en de uitvoeringshandelingen daarvan nietig te verklaren, voor zover zij verzoekster betreffen;

de Raad van de Europese Unie te verwijzen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij vijf middelen aan die in wezen gelijk zijn aan of vergelijkbaar zijn met die welke in zaak T-411/16, Syriatel Mobile Telecom/Raad zijn aangevoerd.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/19


Beroep ingesteld op 31 juli 2016 — Cham/Raad

(Zaak T-413/16)

(2016/C 364/17)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: Cham Holding (Damascus, Syrië) (vertegenwoordiger: E. Ruchat, advocaat)

Verwerende partij: Raad van de Europese Unie

Conclusies

De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:

het beroep van verzoekster ontvankelijk en gegrond te verklaren;

dientengevolge besluit (GBVB) 2016/850 van 27 mei 2016 en de uitvoeringshandelingen daarvan nietig te verklaren, voor zover zij verzoekster betreffen;

de Raad van de Europese Unie te verwijzen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij vijf middelen aan die in wezen gelijk zijn aan of vergelijkbaar zijn met die welke in zaak T-410/16, Makhlouf/Raad zijn aangevoerd.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/20


Beroep ingesteld op 31 juli 2016 — Drex Technologies/Raad

(Zaak T-414/16)

(2016/C 364/18)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: Drex Technologies SA (Tortola, Britse Maagdeneilanden) (vertegenwoordiger: E. Ruchat, advocaat)

Verwerende partij: Raad van de Europese Unie

Conclusies

De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:

het beroep van verzoekster ontvankelijk en gegrond te verklaren;

dientengevolge besluit (GBVB) 2016/850 van 27 mei 2016 en de uitvoeringshandelingen daarvan nietig te verklaren, voor zover zij verzoekster betreffen;

de Raad van de Europese Unie te verwijzen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij vijf middelen aan die in wezen gelijk zijn aan of vergelijkbaar zijn met die welke in zaak T-411/16, Syriatel Mobile Telecom/Raad zijn aangevoerd.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/20


Beroep ingesteld op 31 juli 2016 — Almashreq Investment Fund/Raad

(Zaak T-415/16)

(2016/C 364/19)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: Almashreq Investment Fund (Damascus, Syrië) (vertegenwoordiger: E. Ruchat, advocaat)

Verwerende partij: Raad van de Europese Unie

Conclusies

De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:

het beroep van verzoekster ontvankelijk en gegrond te verklaren;

dientengevolge besluit (GBVB) 2016/850 van 27 mei 2016 en de uitvoeringshandelingen daarvan nietig te verklaren, voor zover zij verzoekster betreffen;

de Raad van de Europese Unie te verwijzen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij vijf middelen aan die in wezen gelijk zijn aan of vergelijkbaar zijn met die welke in zaak T-411/16, Syriatel Mobile Telecom/Raad zijn aangevoerd.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/21


Beroep ingesteld op 31 juli 2016 — Othman/Raad

(Zaak T-416/16)

(2016/C 364/20)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: Razan Othman (Damascus, Syrië) (vertegenwoordiger: E. Ruchat, advocaat)

Verwerende partij: Raad van de Europese Unie

Conclusies

De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:

het beroep van verzoekster ontvankelijk en gegrond te verklaren;

dientengevolge besluit (GBVB) 2016/850 van 27 mei 2016 en de uitvoeringshandelingen daarvan nietig te verklaren, voor zover zij verzoekster betreffen;

de Raad van de Europese Unie te verwijzen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij vijf middelen aan die in wezen gelijk zijn aan of vergelijkbaar zijn met die welke in zaak T-410/16, Makhlouf/Raad zijn aangevoerd.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/21


Beroep ingesteld op 2 augustus 2016 — Perfumes y Aromas Artesanales/EUIPO — Aromas Selective (Aa AROMAS artesanales)

(Zaak T-426/16)

(2016/C 364/21)

Taal van het verzoekschrift: Spaans

Partijen

Verzoekende partij: Perfumes y Aromas Artesanales, SL (Arganda del Rey, Spanje) (vertegenwoordiger: J. Botella Reyna, advocaat)

Verwerende partij: Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO)

Andere partij in de procedure voor de kamer van beroep: Aromas Selective, SL (Dos Hermanas, Spanje)

Gegevens betreffende de procedure voor het EUIPO

Aanvrager: verzoekende partij

Betrokken merk: Uniebeeldmerk met de woordelementen „Aa AROMAS artesanales” — inschrijvingsaanvraag nr. 12 215 018

Procedure voor het EUIPO: oppositieprocedure

Bestreden beslissing: beslissing van de vijfde kamer van beroep van het EUIPO van 20 mei 2016 in zaak R 766/2015-5

Conclusies

vernietiging van de bestreden beslissing;

verwijzing van het EUIPO in de kosten.

Aangevoerde middelen

Bestaan van prioritaire rechten en vreedzame co-existentie van de vermeend conflicterende merken op de markt en in het register.

Zwak onderscheidend vermogen van de term AROMAS.

Schending van artikel 8, lid 1, onder b), van verordening nr. 207/2009.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/22


Beroep ingesteld op 26 juli 2016 — Lackmann Fleisch- und Feinkostfabrik/EUIPO (медведь)

(Zaak T-432/16)

(2016/C 364/22)

Procestaal: Duits

Partijen

Verzoekende partij: Lackmann Fleisch- und Feinkostfabrik GmbH (Bühl, Duitsland) (vertegenwoordiger: A. Lingenfelser, advocaat)

Verwerende partij: Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO)

Gegevens betreffende de procedure voor het EUIPO

Betrokken merk: Uniebeeldmerk met het woordelement „медведь” — inschrijvingsaanvraag nr. 14 397 921

Bestreden beslissing: beslissing van de eerste kamer van beroep van het EUIPO van 17 mei 2016 in zaak R 240/2016-1

Conclusies

de bestreden beslissing vernietigen en het verzoek van verzoekende partij om inschrijving van het betrokken merk toewijzen

Aangevoerd middel

Het betrokken merk is niet beschrijvend en heeft onderscheidend vermogen.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/23


Beroep ingesteld op 5 augustus 2016 — Souruh/Raad

(Zaak T-440/16)

(2016/C 364/23)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: Souruh SA (Damascus, Syrië) (vertegenwoordiger: E. Ruchat, advocaat)

Verwerende partij: Raad van de Europese Unie

Conclusies

De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:

het beroep van verzoekster ontvankelijk en gegrond te verklaren;

dientengevolge besluit (GBVB) 2016/850 van 27 mei 2016 en de uitvoeringshandelingen daarvan nietig te verklaren, voor zover zij verzoekster betreffen;

de Raad van de Europese Unie te verwijzen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij vijf middelen aan die in wezen gelijk zijn aan of vergelijkbaar zijn met die welke in zaak T-411/16, Syriatel Mobile Telecom/Raad zijn aangevoerd.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/23


Beroep ingesteld op 5 augustus 2016 — Tetra Pharm (1997)/EUIPO — Sebapharma (SeboCalm)

(Zaak T-441/16)

(2016/C 364/24)

Taal van het verzoekschrift: Engels

Partijen

Verzoekende partij: Tetra Pharm (1997) Ltd (Tel Aviv, Israël) (vertegenwoordiger: A. Gorzkiewicz, advocaat)

Verwerende partij: Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO)

Andere partij in de procedure voor de kamer van beroep: Sebapharma GmbH & Co. KG (Boppard, Duitsland)

Gegevens betreffende de procedure voor het EUIPO

Aanvrager van het betrokken merk: verzoekende partij

Betrokken merk: Uniewoordmerk „SeboCalm” — inschrijvingsaanvraag nr. 12 014 461

Procedure voor het EUIPO: oppositieprocedure

Bestreden beslissing: beslissing van de eerste kamer van beroep van het EUIPO van 19 mei 2016 in zaak R 852/2015-1

Conclusies

vernietiging van de bestreden beslissing;

verwijzing van het EUIPO en andere partij in de procedure voor het EUIPO in de kosten.

Aangevoerd middel

schending van artikel 8, lid 1, onder b), junctis artikelen 7, lid 2, 75 en 76, lid 1, van verordening nr. 207/2009.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/24


Beroep ingesteld op 5 augustus 2016 — Schniga/CPVO (Gala Schnico)

(Zaak T-445/16)

(2016/C 364/25)

Procestaal: Duits

Partijen

Verzoekende partij: Schniga GmbH (Bolzano, Italië) (vertegenwoordigers: G. Würtenberger en R. Kunze)

Verwerende partij: Communautair Bureau voor plantenrassen (CPVO)

Gegevens betreffende de procedure voor het CPVO

Betrokken communautair kwekersrecht: Gala Schnico — aanvraag voor kwekersrecht nr. 2009/1807

Bestreden beslissing: beslissing van de kamer van beroep van het CPVO van 22 april 2016 in zaak A005/2014

Conclusies

vernietiging van de bestreden beslissing;

verwijzing van het CVPO in de kosten.

Aangevoerd middel

schending van de artikelen 76, 8, 57, lid 3, en 75 van verordening nr. 2100/94.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/25


Beroep ingesteld op 10 augustus 2016 — sheepworld/EUIPO (Bester Opa)

(Zaak T-449/16)

(2016/C 364/26)

Procestaal: Duits

Partijen

Verzoekende partij: sheepworld AG (Ursensollen, Duitsland) (vertegenwoordiger: S. von Rüden, advocaat)

Verwerende partij: Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO)

Gegevens betreffende de procedure voor het EUIPO

Betrokken merk: Uniewoordmerk „Bester Opa” — inschrijvingsaanvraag nr. 14 169 528

Bestreden beslissing: beslissing van de vierde kamer van beroep van het EUIPO van 26 mei 2016 in zaak R 92/2016-4

Conclusies

vernietiging van de bestreden beslissing;

verwijzing van het EUIPO in de kosten van de procedure, daaronder begrepen de kosten van de beroepsprocedure.

Aangevoerd middel

schending van artikel 7, lid 1, onder b), van verordening nr. 207/2009.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/25


Beroep ingesteld op 10 augustus 2016 — sheepworld/EUIPO (Beste Freunde)

(Zaak T-450/16)

(2016/C 364/27)

Procestaal: Duits

Partijen

Verzoekende partij: sheepworld AG (Ursensollen, Duitsland) (vertegenwoordiger: S. von Rüden, advocaat)

Verwerende partij: Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO)

Gegevens betreffende de procedure voor het EUIPO

Betrokken merk: Uniewoordmerk „Beste Freunde” — inschrijvingsaanvraag nr. 14 170 013

Bestreden beslissing: beslissing van de vierde kamer van beroep van het EUIPO van 26 mei 2016 in zaak R 93/2016-4

Conclusies

vernietiging van de bestreden beslissing;

verwijzing van het EUIPO in de kosten van de procedure, daaronder begrepen de kosten van de beroepsprocedure.

Aangevoerd middel

schending van artikel 7, lid 1, onder b), van verordening nr. 207/2009.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/26


Beroep ingesteld op 10 augustus 2016 — sheepworld/EUIPO (Bester Papa)

(Zaak T-451/16)

(2016/C 364/28)

Procestaal: Duits

Partijen

Verzoekende partij: sheepworld AG (Ursensollen, Duitsland) (vertegenwoordiger: S. von Rüden, advocaat)

Verwerende partij: Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO)

Gegevens betreffende de procedure voor het EUIPO

Betrokken merk: Uniewoordmerk „Bester Papa” — inschrijvingsaanvraag nr. 14 169 213

Bestreden beslissing: beslissing van de vierde kamer van beroep van het EUIPO van 26 mei 2016 in zaak R 94/2016-4

Conclusies

vernietiging van de bestreden beslissing;

verwijzing van het EUIPO in de kosten van de procedure, daaronder begrepen de kosten van de beroepsprocedure.

Aangevoerd middel

schending van artikel 7, lid 1, onder b), van verordening nr. 207/2009.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/26


Beroep ingesteld op 10 augustus 2016 — sheepworld/EUIPO (Beste Freundin)

(Zaak T-452/16)

(2016/C 364/29)

Procestaal: Duits

Partijen

Verzoekende partij: sheepworld AG (Ursensollen, Duitsland) (vertegenwoordiger: S. von Rüden, advocaat)

Verwerende partij: Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO)

Gegevens betreffende de procedure voor het EUIPO

Betrokken merk: Uniewoordmerk „Beste Freundin” — inschrijvingsaanvraag nr. 14 169 916

Bestreden beslissing: beslissing van de vierde kamer van beroep van het EUIPO van 26 mei 2016 in zaak R 96/2016-4

Conclusies

vernietiging van de bestreden beslissing;

verwijzing van het EUIPO in de kosten van de procedure, daaronder begrepen de kosten van de beroepsprocedure.

Aangevoerd middel

schending van artikel 7, lid 1, onder b), van verordening nr. 207/2009.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/27


Beroep ingesteld op 5 augustus 2016 — Arrigoni/EUIPO — Arrigoni Formaggi (Arrigoni Valtaleggio)

(Zaak T-454/16)

(2016/C 364/30)

Taal van het verzoekschrift: Italiaans

Partijen

Verzoekende partij: Arrigoni SpA (Rome, Italië) (vertegenwoordiger: P. Di Gravio, advocaat)

Verwerende partij: Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO)

Andere partij in de procedure voor de kamer van beroep: Arrigoni Formaggi SpA (Bergamo, Italië)

Gegevens betreffende de procedure voor het EUIPO

Aanvrager van het betrokken merk: andere partij in de procedure voor de kamer van beroep

Betrokken merk: internationale inschrijving waarin de Europese Unie wordt aangewezen met betrekking tot het beeldmerk met de woordelementen „Arrigoni Valtaleggio” — internationale inschrijving nr. 1 028 737 waarin de Europese Unie wordt aangewezen

Procedure voor het EUIPO: nietigheidsprocedure

Bestreden beslissing: beslissing van de eerste kamer van beroep van het EUIPO van 19 mei 2016 in zaak R 2922/2014-1

Conclusies

toewijzing van het beroep en dientengevolge vernietiging en/of niet-existentverklaring van de bestreden beslissing op de onderstaande gronden en, in voorkomend geval, terugverwijzing van de zaak naar de eerste rechter of geldig- en onherroepelijkverklaring van de eerste beslissing nr. C 406 A van 17 april 2013;

hoe dan ook, algehele nietigverklaring van aanvraag nr. 1 028 737 van Arrigoni Battista SpA op grond van de volgende schendingen van het recht.

Aangevoerde middelen

schending van artikel 8, lid 2, onder a), van verordening nr. 207/2009;

schending van artikel 8, lid 1, onder b), van verordening nr. 207/2009;

schending van verordening (EG) nr. 40/94 van de Raad van 20 december 1993 inzake het gemeenschapsmerk;

schending van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie;

schending van titel II, artikel 77 Recht op eigendom;

schending van de artikelen 76 en 87 van de grondwet;

schending van wet nr. 273 van 12 december 2002;

schending van decreto legislativo nr. 30 van 10 februari 2005 (Codice della proprietà industriale, het Italiaanse wetboek van intellectuele-eigendomsrecht) en latere wijzigingen: artikelen 7 en 12, punten B, C, G, artikel 13, lid 1, artikel 16, punt 1, en de artikelen 20 en 22, leden 1 en 2;

verwijzing van de verwerende partij in de kosten.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/28


Beroep ingesteld op 16 augustus 2016 — Aldi Einkauf/EUIPO — Schwamm & Cie. (Le Coq de France)

(Zaak T-457/16)

(2016/C 364/31)

Taal van het verzoekschrift: Duits

Partijen

Verzoekende partij: Aldi Einkauf GmbH & Co. OHG (Essen, Duitsland) (vertegenwoordigers: N. Lützenrath, U. Rademacher, C. Fürsen en N. Bertram, advocaten)

Verwerende partij: Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO)

Andere partij in de procedure voor de kamer van beroep: Schwamm & Cie. (Saarbrücken, Duitsland)

Gegevens betreffende de procedure voor het EUIPO

Aanvrager van het betrokken merk: verzoekende partij

Betrokken merk: Uniewoordmerk „Le Coq de France” — inschrijvingsaanvraag nr. 10 882 331

Procedure voor het EUIPO: oppositieprocedure

Bestreden beslissing: beslissing van de vierde kamer van beroep van het EUIPO van 15 juni 2016 in zaak R 1786/2015-4

Conclusies

vernietiging van de bestreden beslissing

verwijzing van het EUIPO in de kosten

Aangevoerd middel

schending van artikel 8, lid 1, onder b), van verordening nr. 207/2009.


Gerecht voor ambtenarenzaken

3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/29


Arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Enkelvoudige kamer) van 21 juli 2016 — CC/Parlement

(Zaak F-9/12 RENV)

((Openbare dienst - Terugverwijzing naar het Gerecht na vernietiging - Beroep tot schadevergoeding - Niet-contractuele aansprakelijkheid - Fouten bij het beheer van de lijst van geschikte kandidaten - Algemeen vergelijkend onderzoek - Aankondiging van vergelijkend onderzoek EUR/A/151/98 - Gelijke behandeling - Maatregelen ter uitvoering van het arrest [vertrouwelijk] (1) - Onderzoek van de Europese Ombudsman))

(2016/C 364/32)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: CC (vertegenwoordiger: G. Maximini, advocaat)

Verwerende partij: Europees Parlement (vertegenwoordigers: M. Ecker en E. Despotopoulou, gemachtigden)

Voorwerp

Verzoek om het Europees Parlement te veroordelen tot betaling van een vergoeding voor de materiële en de immateriële schade die verzoekster heeft geleden als gevolg van fouten bij het beheer van de reservelijst

Dictum

1)

Het Europees Parlement wordt veroordeeld tot betaling van het bedrag van 12 000 EUR aan CC.

2)

Het beroep wordt verworpen voor het overige.

3)

Het Europees Parlement draagt zijn eigen kosten en wordt verwezen in de kosten die CC in de zaken F-9/12, T-457/13 P en F-9/12 RENV heeft gemaakt.


(1)  Vertrouwelijke gegevens weggelaten.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/29


Arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Derde kamer) van 19 juli 2016 — Earlie/Parlement

(Zaak F-130/14) (1)

((Openbare dienst - Ambtenaar - Voormalig ambtenaar - Inhoudingen op het ouderdomspensioen - Alimentatie ten behoeve van de ex-echtgenote van de voormalig ambtenaar - Beschikking tot beslaglegging van een nationale rechterlijke instantie - Opheffing van de beslaglegging - Nieuwe beschikking waarbij de voormalig ambtenaar wordt verplicht om het Parlement de instructie te geven, de alimentatie aan zijn ex-echtgenote te betalen - Overeenkomstige instructies van de voormalig ambtenaar - Latere instructies van de voormalig ambtenaar om de betalingen aan zijn ex-echtgenote te beëindigen - Weigering van het Parlement om die instructies op te volgen - Familierecht - Uitsluitende bevoegdheid van de nationale rechter - Verplichting tot loyale samenwerking))

(2016/C 364/33)

Procestaal: Engels

Partijen

Verzoekende partij: Thomas Earlie (Sevilla, Spanje) (vertegenwoordiger: D. Bergin, advocaat)

Verwerende partij: Europees Parlement (vertegenwoordigers: M. Dean en M. Ecker, gemachtigden)

Interveniënte aan de zijde van de verwerende partij: Mary Earlie Gibbons (Dublin, Ierland) (vertegenwoordiger: H. Millar, advocaat)

Voorwerp

Verzoek om nietigverklaring van het besluit om het bedrag van het alimentatiepensioen dat verzoeker aan zijn ex-echtgenote moet betalen in mindering te brengen op zijn pensioen, daar dat besluit volgens verzoeker in strijd is met het vonnis dat een nationale rechter in het kader van zijn echtscheidingsprocedure heeft gewezen en verzoek om vergoeding van de materiële en immateriële schade die hij zou hebben geleden

Dictum

1)

Het beroep wordt verworpen.

2)

Earlie draagt zijn eigen kosten en wordt verwezen in de kosten van het Europees Parlement.

3)

Earlie Gibbons draagt haar eigen kosten.


(1)  PB C 34 van 2.2.2015, blz. 52.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/30


Arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Enkelvoudige kamer) van 18 juli 2016 —  SD (*1)/EUIPO

(Zaak F-48/15) (1)

((Openbare dienst - Ambtenaren - Beoordeling - Beoordeling 2013 - Beoordelingsrapport - Kennelijke beoordelingsfout - Inhaalplan - Bezwarend besluit - Ontvankelijkheid))

(2016/C 364/34)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: SD (*1) (vertegenwoordigers: T. Bontinck en A. Guillerme, advocaten)

Verwerende partij: Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO) (vertegenwoordiger: A. Lukošiūtė, gemachtigde)

Voorwerp

Verzoek om nietigverklaring van verzoeksters beoordelingsrapport over 2013 alsmede van het op basis van dat rapport vastgestelde inhaalplan en verzoek om vergoeding van de immateriële schade die zij zou hebben geleden

Dictum

1)

Het beroep wordt verworpen.

2)

 SD (*1) draagt haar eigen kosten en wordt verwezen in de kosten van het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie.


(*1)  Informatie gewist of vervangen in het kader van de bescherming van persoonsgegevens en/of vertrouwelijkheid.

(1)  PB C 190 van 8.6.2015, blz. 36.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/31


Arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Tweede kamer) van 19 juli 2016 — Opreana/Commissie

(Zaak F-67/15) (1)

((Openbare dienst - Tijdelijk functionaris - Tijdelijk functionaris die een permanent ambt vervult - Niet-verlenging van een overeenkomst voor bepaalde tijd - Zwangerschap - Bezwarend besluit - Onbevoegdheid van degene die het bezwarend besluit heeft genomen - Recht om te worden gehoord - Zorgplicht))

(2016/C 364/35)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: Luisa Opreana (Aarlen, België) (vertegenwoordigers: aanvankelijk A. Salerno, advocaat, vervolgens A. Salerno en P. Singer, advocaten)

Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: G. Berscheid en F. Simonetti, gemachtigden)

Voorwerp

Verzoek om nietigverklaring van het besluit om verzoeksters overeenkomst na afloop ervan niet te verlengen, ofschoon zij bijna aan het einde van haar zwangerschap was

Dictum

1)

Het besluit van de Europese Commissie om de overeenkomst van tijdelijk functionaris van Opreana, die op 31 augustus 2014 afliep, niet te verlengen wordt nietig verklaard.

2)

De Europese Commissie draagt haar eigen kosten en wordt verwezen in de kosten van Opreana.


(1)  PB C 213 van 29.6.2015, blz. 50.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/31


Arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Tweede kamer) van 21 juli 2016 — De Nicola/EIB

(Zaak F-82/15) (1)

((Openbare dienst - Personeel van de EIB - Ziektekostenverzekering - Weigering van terugbetaling van ziektekosten - Lasertherapie - Ontbreken van wetenschappelijke waarde van de behandeling - Modaliteiten voor de aanwijzing van een onafhankelijk arts - Volgorde van bevoegde artsen - Advies van de onafhankelijke arts - Omvang van het rechterlijk toezicht - Redenen voor de geweigerde terugbetaling - Interne bepalingen op het gebied van de ziektekostenverzekering - Doel van de lasertherapie - Verzachtende werking op de pijn - Voorafgaande toestemming van de raadgevend arts - Materiële schade - Voortijdige conclusies - Immateriële schade - Niet-gepreciseerd bedrag - Niet-ontvankelijkheid))

(2016/C 364/36)

Procestaal: Italiaans

Partijen

Verzoekende partij: Carlo De Nicola (Strassen, Luxemburg) (vertegenwoordigers: aanvankelijk L. Isola en G. Isola, advocaten, vervolgens G. Ferabecoli, advocaat)

Verwerende partij: Europese Investeringsbank (vertegenwoordigers: aanvankelijk G. Nuvoli en J.-P. Minnaert, gemachtigden, A. Dal Ferro, advocaat, vervolgens G. Faedo en G. Nuvoli, gemachtigden, A. Dal Ferro, advocaat)

Voorwerp

Verzoek om nietigverklaring van, ten eerste, het besluit om verzoeker niet de kosten te vergoeden van een lasertherapie die hij in 2007 heeft gevolgd en, ten tweede, van de daarop volgende en daarmee verband houdende besluiten die de Bank in 2014 heeft genomen

Dictum

1)

Het besluit van de Europese Investeringsbank van 4 december 2014 waarbij zij heeft geweigerd om De Nicola de kosten van de lasertherapie FP3 te vergoeden wordt nietig verklaard.

2)

Het beroep wordt verworpen voor het overige.

3)

De Europese Investeringsbank draagt haar eigen kosten en wordt verwezen in de kosten van De Nicola.


(1)  PB C 279 van 24.8.2015, blz. 59.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/32


Arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Tweede kamer) van 21 juli 2016 — AV/Commissie

(Zaak F-91/15) (1)

((Openbare dienst - Tijdelijk functionaris - Aanstelling - Medisch onderzoek vóór aanstelling - Onvolledige verklaringen bij het medisch onderzoek - Medisch voorbehoud - Toepassing met terugwerkende kracht van het medisch voorbehoud - Geen aanspraak op de invaliditeitsuitkering - Nietigverklaring - Uitvoering van een arrest van het Gerecht))

(2016/C 364/37)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: AV (vertegenwoordigers: J.-N. Louis en N. de Montigny, advocaten)

Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: C. Berardis-Kayser, T. S. Bohr en C. Ehrbar, gemachtigden)

Voorwerp

Verzoek om nietigverklaring van het besluit van de Commissie om jegens verzoeker toepassing te geven aan de in artikel 32 RAP voorziene clausule van het medisch voorbehoud, voor zover deze hem geen aanspraak geeft op een invaliditeitsuitkering, en verzoek om vergoeding van de immateriële schade die hij zou hebben geleden

Dictum

1)

Het besluit van 16 september 2014 waarbij de Europese Commissie het medisch voorbehoud op AV heeft toegepast zoals voorzien in artikel 32 van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie wordt nietig verklaard.

2)

De Europese Commissie wordt veroordeeld tot betaling van het bedrag van 2 000 EUR aan AV ter vergoeding van de door hem geleden immateriële schade.

3)

Het beroep wordt verworpen voor het overige.

4)

De Europese Commissie draagt haar eigen kosten en wordt verwezen in de kosten van AV.


(1)  PB C 406 van 7.12.2015, blz. 46.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/33


Arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Tweede kamer) van 21 juli 2016 — De Nicola/EIB

(Zaak F-100/15) (1)

((Openbare dienst - Personeel van de EIB - Beoordeling - Beoordelingsrapport 2013 - Besluit van het beroepscomité))

(2016/C 364/38)

Procestaal: Italiaans

Partijen

Verzoekende partij: Carlo De Nicola (Strassen, Luxemburg) (vertegenwoordigers: aanvankelijk L. Isola en G. Isola, advocaten, vervolgens G. Ferabecoli, advocaat)

Verwerende partij: Europese Investeringsbank (vertegenwoordigers: aanvankelijk G. Nuvoli en J.-P. Minnaert, gemachtigden, en A. Dal Ferro, advocaat, vervolgens G. Nuvoli en G. Faedo, gemachtigden, en A. Dal Ferro, advocaat)

Voorwerp

Verzoek om nietigverklaring van, ten eerste, verzoekers beoordelingsrapport over 2013 en, ten tweede, de daarop volgende en daarmee verband houdende besluiten van de EIB, zoals het besluit om hem niet naar de rang D te bevorderen, alsmede verzoek om vergoeding van de materiële en immateriële schade die hij zou hebben geleden

Dictum

1)

Het beroep wordt verworpen.

2)

De Nicola draagt zijn eigen kosten en wordt verwezen in de kosten van de Europese Investeringsbank.


(1)  PB C 414 van 14.12.2015, blz. 41.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/33


Arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Derde kamer) van 20 juli 2016 —  U (*1)/Commissie

(Zaak F-104/15) (1)

((Openbare dienst - Overlevingspensioen - Artikelen 18 en 20 van bijlage VIII bij het Statuut - Overlevende echtgenoot van een voormalig ambtenaar - Voorwaarden om in aanmerking te komen - Tweede huwelijk - Gelijke behandeling van ambtenaren))

(2016/C 364/39)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: U (*1) (vertegenwoordiger: F. Moyse, advocaat)

Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: G. Gattinara, A.-C. Simon en F. Simonetti, gemachtigden)

Interveniënt aan de zijde van de verwerende partij: Europees Parlement (vertegenwoordigers: M. Ecker en E. Tavena, gemachtigden)

Voorwerp

Verzoek om nietigverklaring van het besluit om de verzoekende partij geen overlevingspensioen toe te kennen

Dictum

1)

Het besluit van 24 september 2014, waarbij de Europese Commissie heeft geweigerd om inwilliging te geven aan het verzoek van  U (*1) om toekenning van een overlevingspensioen uit hoofde van haar overleden echtgenoot, een voormalig ambtenaar die recht had op een ouderdomspensioen, wordt nietig verklaard.

2)

De Europese Commissie draagt haar eigen kosten en wordt verwezen in de kosten van  U (*1).

3)

Het Europees Parlement draagt zijn eigen kosten.


(*1)  Informatie gewist of vervangen in het kader van de bescherming van persoonsgegevens en/of vertrouwelijkheid.

(1)  PB C 302 van 14.9.2015, blz. 71.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/34


Arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Enkelvoudige kamer) van 20 juli 2016 — HL/Commissie

(Zaak F-112/15) (1)

((Openbare dienst - Ambtenaren - Artikel 45 van het Statuut - Bevorderingsronde 2014 - Algemene uitvoeringsbepalingen van artikel 45 van het Statuut - Lijst van ambtenaren die door de directeuren-generaal en de diensthoofden zijn voorgedragen voor bevordering - Ontbreken van verzoekers naam - Mogelijkheid om de lijst van voor bevordering voorgedragen ambtenaren te betwisten voor het paritair bevorderingscomité - Vergelijking van de verdiensten van de voor bevordering in aanmerking komende ambtenaren - Advies van een paritair orgaan - Motiveringsplicht))

(2016/C 364/40)

Procestaal: Engels

Partijen

Verzoekende partij: HL (vertegenwoordiger: R. Rata, advocaat)

Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: C. Berardis-Kayser, G. Berscheid en A.-A. Gilly, gemachtigden)

Voorwerp

Verzoek om nietigverklaring van het besluit van het TABG om verzoeker niet te plaatsen op de lijst van ambtenaren die in het kader van de bevorderingsronde 2014 zijn bevorderd

Dictum

1)

Het beroep wordt verworpen.

2)

HL draagt zijn eigen kosten en wordt verwezen in de kosten van de Europese Commissie.


(1)  PB C 320 van 28.9.2015, blz. 55.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/35


Arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Enkelvoudige kamer) van 20 juli 2016 — Adriaen e.a./Commissie

(Zaak F-113/15) (1)

((Openbare dienst - Ambtenaren - Artikel 45 van het Statuut - Bevorderingsronde 2014 - Algemene uitvoeringsbepalingen van artikel 45 van het Statuut - Lijst van ambtenaren die door de directeuren-generaal en de diensthoofden zijn voorgedragen voor bevordering - Ontbreken van verzoekers’ namen - Mogelijkheid om de lijsten van voor bevordering voorgedragen ambtenaren te betwisten voor het paritair bevorderingscomité - Vergelijking van de verdiensten van de voor bevordering in aanmerking komende ambtenaren - Adviezen van een paritair orgaan - Motiveringsplicht))

(2016/C 364/41)

Procestaal: Engels

Partijen

Verzoekende partijen: Charlotte Adriaen (Brussel, België) e.a. (vertegenwoordiger: R. Rata, advocaat)

Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: C. Berardis-Kayser, G. Berscheid en A.-A. Gilly, gemachtigden)

Voorwerp

Verzoek om nietigverklaring van de besluiten van het TABG om verzoekers niet op te nemen op de lijst van ambtenaren die in het kader van de bevorderingsronde 2014 zijn bevorderd

Dictum

1)

Het beroep wordt verworpen.

2)

Adriaen en de twaalf andere verzoekers wier namen zijn opgenomen in de bijlage dragen hun eigen kosten en worden verwezen in de kosten van de Europese Commissie.


(1)  PB C 320 van 28.9.2015, blz. 55.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/35


Arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Derde kamer) van 20 juli 2016 — GY/Commissie

(Zaak F-123/15) (1)

((Openbare dienst - Algemeen vergelijkend onderzoek - Aankondiging van vergelijkend onderzoek EPSO/AD/293/14 - Onvoldoende punten voor de toets „talentscreener” - Niet-toelating tot het assessment - Afwijzing van het verzoek om herziening))

(2016/C 364/42)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: GY (vertegenwoordigers: S. Orlandi en T. Martin, advocaten)

Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: G. Gattinara en F. Simonetti, gemachtigden)

Voorwerp

Verzoek om nietigverklaring van het besluit van de jury van vergelijkend onderzoek EPSO/AD/293/14 om verzoeker onvoldoende punten te geven om te worden toegelaten het assessment

Dictum

1)

Het besluit van 11 juni 2015 waarbij de jury van algemeen vergelijkend onderzoek EPSO/AD/293/14 heeft geweigerd om GY toe te laten tot het assessment wordt nietig verklaard.

2)

De Europese Commissie draagt haar eigen kosten en wordt verwezen in de kosten van GY.


(1)  PB C 398 van 30.11.2015, blz. 79.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/36


Arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Tweede kamer) van 21 juli 2016 — HB/Commissie

(Zaak F-125/15) (1)

((Openbare dienst - Ambtenaren - Bevorderingsronde 2014 - Artikel 45, lid 1, van het Statuut - Vergelijking van de verdiensten - Beoordelingsrapporten 2011 en 2012 - Ontbreken van een aantal maanden wegens moederschapsverlof in 2013 - Beoordelingsrapport dat geen wezenlijke beoordeling over het betrokken jaar bevat - Besluit om verzoekster in 2014 niet te bevorderen - Motiveringsplicht - Vergelijkend onderzoek van de verdiensten - Geen aanbeveling van het paritair bevorderingscomité - Toegang tot verzoeksters op de computer opgeslagen persoonsdossier - Samenstelling van het paritair bevorderingscomité - Discriminatie op grond van geslacht - Immateriële schade))

(2016/C 364/43)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: HB (vertegenwoordigers: S. Orlandi en T. Martin, advocaten)

Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: C. Berardis-Kayser en G. Berscheid, gemachtigden)

Voorwerp

Verzoek om nietigverklaring van het besluit van de Commissie om verzoekster in het kader van de bevorderingsronde 2014 niet naar de volgende rang (AD 8) te bevorderen en vergoeding van de immateriële schade die zij zou hebben geleden

Dictum

1)

Het beroep wordt verworpen.

2)

HB draagt de helft van haar eigen kosten.

3)

De Europese Commissie draagt haar eigen kosten en wordt verwezen in de helft van de kosten van HB.


(1)  PB C 398 van 30.11.2015, blz. 80.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/37


Arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Derde kamer) van 20 juli 2016 — Barroso Truta e.a./Hof van Justitie

(Zaak F-126/15) (1)

((Openbare dienst - Arbeidscontractanten - Pensioenen - Artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut - Overdracht aan de pensioenregeling van de Unie van pensioenrechten die eerder krachtens nationale regelingen zijn verworven - Voorstellen voor extra pensioenjaren van het TAOBG - Verzoek om contact op te nemen met de administratie teneinde uitleg te krijgen en de opportuniteit van de overdrachten te bespreken - Aanvaarding door de functionarissen van de overdracht van hun nationale pensioenrechten zonder voorafgaand overleg met het TAOBG - Definitieve karakter van de overdrachten - Latere ontdekking van de regel van het „bestaansminimum” - Artikel 77, vierde alinea, van het Statuut - Zorgvuldigheidsplicht - Vermeende ontoereikendheid van de informatie die het TAOBG bij de toezending van de voorstellen voor extra pensioenjaren heeft verstrekt - Beroep tot schadevergoeding - Niet-eerbiediging van de vereisten van de precontentieuze fase - Niet-ontvankelijkheid))

(2016/C 364/44)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partijen: Barroso Truta (Bofferdange, Luxemburg) e.a. (vertegenwoordigers: S. Orlandi en T. Martin, advocaten)

Verwerende partij: Hof van Justitie van de Europese Unie (vertegenwoordiger: J. Inghelram, gemachtigde)

Voorwerp

Verzoek om toekenning van een vergoeding aan verzoekers voor de materiële schade die zij hebben geleden als gevolg van het verlies van de pensioenrechten die zij in hun nationale regeling hadden verworven, na de overdracht daarvan aan de pensioenregeling van de Europese Unie

Dictum

1)

Het beroep wordt verworpen.

2)

Het Hof van Justitie van de Europese Unie draagt zijn eigen kosten en wordt verwezen in de kosten van Barroso Truta, Forli, Galante en Gradel.


(1)  PB C 414 van 14.12.2015, blz. 42.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/37


Arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Eerste kamer) van 21 juli 2016 — Pinto Ferreira/Commissie

(Zaak F-127/15) (1)

((Openbare dienst - Ambtenaren - Tuchtmaatregel - Artikel 9, lid 2, van bijlage IX bij het Statuut - Inhouding op het pensioenbedrag - Niet-toegestane nevenactiviteit - Ontbreken van een verzoek om voorafgaande toestemming))

(2016/C 364/45)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: António Gaspar Pinto Ferreira (Brussel, België) (vertegenwoordigers: C. W. Godfrey, C. Antoine en M. Gomes Lopes, advocaten)

Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: C. Ehrbar en F. Simonetti, gemachtigden)

Voorwerp

Nietigverklaring van het besluit van de Commissie om de tuchtrechtelijke sanctie op te leggen van inhouding van 185 EUR op verzoekers pensioen voor de duur van twaalf maanden en met ingang van de datum van zijn pensionering, wegens de uitoefening van een niet-toegestane nevenactiviteit

Dictum

1)

Het besluit van 16 december 2014 waarbij het tot aanstelling bevoegd gezag van de Europese Commissie Pinto Ferreira de sanctie heeft opgelegd die is voorzien in artikel 9, lid 2, van bijlage IX bij het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie wordt nietig verklaard.

2)

De Europese Commissie draagt haar eigen kosten en wordt verwezen in de kosten van Pinto Ferreira.


(1)  PB C 414 van 14.12.2015, blz. 43.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/38


Arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Tweede kamer) van 19 juli 2016 — Stips/Commissie

(Zaak F-131/15) (1)

([Openbare dienst - Tijdelijk functionaris wiens bezoldiging ten laste van de onderzoeks- en investeringskredieten komt - Artikel 2, onder d), RAP - Overeenkomst voor onbepaalde tijd - Herindeling in de hogere rang - Herindeling 2013 - Afsluiting van de herindeling na 1 januari 2014 - Inwerkingtreding van verordening nr. 1023/2013 - Modaliteiten voor toegang tot de rang AD 13 - Overeenkomstige toepassing van artikel 45, lid 1, en van bijlage I, onderdeel A, punt 1, van het Statuut - Weigering om een tijdelijk functionaris te herindelen in de rang AD 12 - Recht op herindeling - Beginselen van rechtszekerheid en non-retroactiviteit - Recht op behoorlijk bestuur])

(2016/C 364/46)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: Adolf Stips (Besozzo, Italië) (vertegenwoordigers: S. Orlandi en T. Martin, advocaten)

Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: G. Berscheid en C. Berardis-Kayser, gemachtigden)

Voorwerp

Verzoek om nietigverklaring van het besluit van de Commissie om verzoeker in het kader van de herindeling 2013 niet te herindelen in de rang AD 13

Dictum

1)

Het besluit van 21 januari 2015 waarbij de Europese Commissie Stips in het kader van de herindeling 2013 niet heeft heringedeeld in de rang AD 13 wordt nietig verklaard.

2)

De Europese Commissie draagt haar eigen kosten en wordt verwezen in de kosten van Stips.


(1)  PB C 414 van 14.12.2015, blz. 45.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/39


Arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Derde kamer) van 20 juli 2016 — HC/Commissie

(Zaak F-132/15) (1)

((Openbare dienst - Tijdelijk functionarissen - Opeenvolgende aanstellingen in verschillende hoedanigheden bij meerdere instellingen van de Unie - Onderbreking door een periode van werkloosheid - Voortgezette aansluiting bij de gemeenschappelijke regeling van ziektekostenverzekering van de Unie - Nieuwe aanstelling - Artikel 13 RAP - Medisch onderzoek vóór aanstelling - Artikel 32 RAP - Geen vermelding door de betrokkene van een ziekte waaraan hij reeds leed - Latere ontdekking door het TAOBG - Toepassing met terugwerkende kracht van een medisch voorbehoud van vijf jaar - Betwisting - Inschakeling van de invaliditeitscommissie - Loyaliteitsplicht - Besluit van het TAOBG om de functionaris voor een periode van zes jaar uit te sluiten van aanwerving door de instelling))

(2016/C 364/47)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: HC (vertegenwoordigers: J.-N. Louis en N. de Montigny, advocaten)

Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: C. Berardis-Kayser, T. S. Bohr en C. Ehrbar, gemachtigden)

Voorwerp

Verzoek om nietigverklaring van het besluit van de Commissie om met terugwerkende kracht vanaf de datum van verzoeksters indiensttreding bij de Commissie de in artikel 32 RAP voorziene clausule van het medisch voorbehoud toe te passen en de waarborgen op het gebied van invaliditeit of overlijden op te schorten alsmede van het besluit om haar voor een duur van zes jaar vanaf de datum van beëindiging van haar laatste overeenkomst uit te sluiten van aanwerving

Dictum

1)

Het besluit van 29 januari 2015 waarbij het tot het aangaan van aanstellingsovereenkomsten bevoegd gezag van de Europese Commissie HC voor een periode van zes jaar heeft uitgesloten van aanwerving door de instelling wordt nietig verklaard.

2)

Het beroep wordt verworpen voor het overige.

3)

De Europese Commissie draagt haar eigen kosten en wordt verwezen in de helft van de kosten van HC.

4)

HC draagt de helft van haar eigen kosten.


(1)  PB C 406 van 7.12.2015, blz. 46.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/40


Arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Eerste kamer) van 21 juli 2016 — HD/Parlement

(Zaak F-136/15) (1)

((Openbare dienst - Ambtenaren - Bezoldiging - Gezinstoelagen - Schooltoelage - Toekenningsvoorwaarden - Artikel 67, lid 2, van het Statuut - Aftrek van een soortgelijke toelage uit andere bron - Artikel 85 van het Statuut - Terugvordering van het onverschuldigd betaalde))

(2016/C 364/48)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: HD (vertegenwoordiger: C. Bernard-Glanz, advocaat)

Verwerende partij: Europees Parlement (vertegenwoordigers: M. Ecker en L. Deneys, gemachtigden)

Voorwerp

Verzoek om nietigverklaring van, ten eerste, het besluit van het Parlement om verzoeksters situatie met betrekking tot de schooltoelage te regulariseren en, ten tweede, het besluit om de bedragen terug te vorderen die verzoekster uit dien hoofde ten onrechte zou hebben ontvangen

Dictum

1)

Het beroep wordt verworpen.

2)

Elke partij draagt haar eigen kosten.


(1)  PB C 7 van 11.1.2016, blz. 38.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/40


Arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Derde kamer) van 19 juli 2016 — Meyrl/Parlement

(Zaak F-147/15) (1)

((Openbare dienst - Tijdelijk functionaris - Ontslag - Recht om te worden gehoord))

(2016/C 364/49)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: Sonja Meyrl (Brussel, België) (vertegenwoordiger: M. Casado García-Hirschfeld, advocaat)

Verwerende partij: Europees Parlement (vertegenwoordigers: V. Montebello-Demogeot en M. Dean, gemachtigden)

Voorwerp

Verzoek om nietigverklaring van het besluit tot beëindiging van verzoeksters overeenkomst

Dictum

1)

Het besluit van 24 februari 2015 tot beëindiging van de aanstellingsovereenkomst van Meyrl, genomen door de medevoorzitter van de politieke fractie „De Groenen/Vrije Europese Alliantie”, in zijn hoedanigheid van tot het aangaan van aanstellingsovereenkomsten bevoegd gezag van het Europees Parlement, wordt nietig verklaard.

2)

Het Europees Parlement draagt zijn eigen kosten en wordt verwezen in de kosten van Meyrl.


(1)  PB C 68 van 22.2.2016, blz. 46.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/41


Arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Tweede kamer) van 19 juli 2016 — HG/Commissie

(Zaak F-149/15) (1)

([Openbare dienst - Ambtenaren - In een derde land tewerkgestelde ambtenaren - Woning die door de administratie ter beschikking is gesteld - Verplichting om daar te wonen - Tuchtprocedure - Tuchtmaatregel - Artikel 9, lid 1, onder c), van bijlage IX bij het Statuut - Opschorting van de plaatsing in een hogere salaristrap - Schadevergoeding - Artikel 22 van het Statuut])

(2016/C 364/50)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: HG (vertegenwoordiger: L. Levi, advocaat)

Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: C. Berardis-Kayser en G. Berscheid, gemachtigden, A. Dal Ferro, advocaat)

Voorwerp

Verzoek om nietigverklaring van het besluit om verzoeker de sanctie op te leggen van opschorting van de plaatsing in een hogere salaristrap en hem te verplichten de schade te vergoeden die de Europese Unie zou hebben geleden alsmede verzoek om vergoeding van de immateriële schade en de reputatieschade die verzoeker zou hebben geleden

Dictum

1)

Het beroep wordt verworpen.

2)

HG draagt zijn eigen kosten en wordt verwezen in de kosten van de Europese Commissie.


(1)  PB C 68 van 22.2.2016, blz. 46.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/41


Arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Eerste kamer) van 21 juli 2016 —  WQ (*1)/Parlement

(Zaak F-1/16) (1)

((Openbare dienst - Ambtenaren - Certificeringsprocedure - Ronde 2014 - Niet-plaatsing van verzoeker op de lijst van ambtenaren die zijn uitgekozen voor deelname aan het opleidingprogramma - Artikel 45 bis van het Statuut))

(2016/C 364/51)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: WQ (*1) (vertegenwoordigers: S. Orlandi en T. Martin, advocaten)

Verwerende partij: Europees Parlement (vertegenwoordigers: D. Nessaf en M. Ecker, gemachtigden)

Voorwerp

Verzoek om nietigverklaring van het besluit van het Europees Parlement om verzoekers naam niet op te nemen op de lijst van ambtenaren die zijn uitgekozen voor deelname aan het opleidingsprogramma van de certificeringsronde 2014

Dictum

1)

Het beroep wordt verworpen.

2)

 WQ (*1) draagt zijn eigen kosten en wordt verwezen in de kosten van het Europees Parlement.


(*1)  Informatie gewist of vervangen in het kader van de bescherming van persoonsgegevens en/of vertrouwelijkheid.

(1)  PB C 111 van 29.3.2016, blz. 45.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/42


Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Eerste kamer) van 2 augustus 2016 — Cocchi en Falcione/Commissie

(Zaak F-134/11) (1)

((Openbare dienst - Bijstandsplicht - Artikel 24 van het Statuut - Afwijzing van het verzoek om bijstand - Pensioenen - Artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut - Verzoek om overdracht van pensioenrechten - Afstand van het verzoek om overdracht van pensioenrechten in de loop van het geding - Afdoening zonder beslissing over de afwijzing van het verzoek om bijstand))

(2016/C 364/52)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partijen: Giorgio Cocchi (Wezembeek-Oppem, België) en Nicola Falcione (Brussel, België) (vertegenwoordigers: aanvankelijk S. Orlandi, J.-N. Nouis en D. de Abreu Caldas, advocaten, vervolgens S. Orlandi, advocaat)

Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: aanvankelijk D. Martin en J. Baquero Cruz, gemachtigden, vervolgens J. Currall en G. Gattinara, gemachtigden, daarna G. Gattinara, gemachtigde, en ten slotte G. Gattinara en F. Simonetti, gemachtigden)

Voorwerp

Verzoek om nietigverklaring van het besluit tot afwijzing van verzoekers’ verzoek om bijstand uit hoofde van artikel 24 van het Statuut na de intrekking van een door hen aangenomen voorstel voor overdracht en na het verstrijken van een redelijke termijn om gebruik te maken van de mogelijkheid om hun pensioenrechten over te dragen

Dictum

1)

Er behoeft geen uitspraak te worden gedaan in zaak F-134/11, Cocchi en Falcione/Commissie.

2)

Cocchi, Falcione en de Europese Commissie dragen elk hun eigen kosten.


(1)  PB C 65 van 3.3.2012, blz. 23.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/43


Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Eerste kamer) van 1 augustus 2016 — Bouvret e.a./Commissie

(Zaak F-112/12) (1)

((Openbare dienst - Ambtenaren - Pensioenen - Artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut - Overdracht aan de pensioenregeling van de Unie van krachtens nationale pensioenregelingen verworven pensioenrechten - Besluit tot toekenning van extra pensioenjaren, waarbij toepassing wordt gegeven aan de nieuwe AUB van de artikelen 11 en 12 van bijlage VIII bij het Statuut - Artikel 81 van het Reglement voor de procesvoering - Beroep kennelijk ongegrond))

(2016/C 364/53)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partijen: Florence Bouvret (Brussel, België), Beata Stepien (Brussel, België) en Daniel Wille (Moeskroen, België) (vertegenwoordigers: aanvankelijk D. de Abreu Caldas, A. Coolen, J.-N. Louis, E. Marchal en S. Orlandi, advocaten, vervolgens D. de Abreu Caldas, J.-N. Louis en S. Orlandi, advocaten, daarna J.-N. Louis en S. Orlandi, advocaten, en ten slotte J.-N. Louis, advocaat)

Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: aanvankelijk D. Martin en G. Gattinara, gemachtigden, vervolgens J. Currall en G. Gattinara, gemachtigden, en ten slotte G. Gattinara, gemachtigde)

Voorwerp

Nietigverklaring van de besluiten betreffende de overdracht van verzoekers’ pensioenrechten aan de pensioenregeling van de Unie, welke toepassing geven aan de nieuwe algemene uitvoeringsbepalingen van de artikelen 11 en 12 van bijlage VIII bij het Ambtenarenstatuut

Dictum

1)

Het beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard.

2)

Elke partij draagt haar eigen kosten.


(1)  PB C 379 van 8.12.2012, blz. 35.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/43


Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Eerste kamer) van 2 augustus 2016 — Mommer/Commissie

(Zaak F-146/12) (1)

((Openbare dienst - Ambtenaren - Pensioenen - Overdracht aan de pensioenregeling van de Unie van krachtens andere pensioenregelingen verworven pensioenrechten - Voorstel voor extra pensioenjaren - Geen bezwarend besluit - Kennelijke niet-ontvankelijkheid van het beroep))

(2016/C 364/54)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: Anne Mommer (Brussel, België) (vertegenwoordigers: aanvankelijk S. Orlandi, A. Coolen, J.-N. Louis, É. Marchal en D. de Abreu Caldas, advocaten, vervolgens S. Orlandi, J.-N. Louis en D. de Abreu Caldas, advocaten, en ten slotte S. Orlandi, advocaat)

Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: aanvankelijk D. Martin en G. Gattinara, gemachtigden, vervolgens J. Currall en G. Gattinara, gemachtigden, en ten slotte G. Gattinara, gemachtigde)

Voorwerp

Verzoek om nietigverklaring van het besluit tot overdracht van verzoeksters pensioenrechten aan de pensioenregeling van de Unie, waarbij toepassing wordt gegeven aan de nieuwe algemene uitvoeringsbepalingen van de artikelen 11 en 12 van bijlage VIII bij het Ambtenarenstatuut

Dictum

1)

Het beroep wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

2)

Elke partij draagt haar eigen kosten.


(1)  PB C 26 van 26.1.2013, blz. 78.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/44


Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Eerste kamer) van 1 augustus 2016 — Mario Animali e.a./Europese Commissie

(Zaak F-23/13) (1)

((Openbare dienst - Ambtenaren - Pensioenen - Artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut - Overdracht aan de pensioenregeling van de Unie van krachtens andere regelingen verworven pensioenrechten - Besluit tot toekenning van extra pensioenjaren waarbij toepassing wordt gegeven aan de nieuwe AUB van de artikelen 11 en 12 van bijlage VIII bij het Statuut - Artikel 81 van het Reglement voor de procesvoering - Beroep kennelijk ongegrond))

(2016/C 364/55)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partijen: Mario Animali e.a. (Brussel, België) (vertegenwoordigers: aanvankelijk D. de Abreu Caldas, A. Coolen, J.-N. Louis en É. Marchal, advocaten, vervolgens D. de Abreu Caldas en J.-N. Louis, advocaten, en ten slotte J.-N. Louis, advocaat)

Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: aanvankelijk C. Ehrbar en G. Gattinara, gemachtigden, vervolgens J. Currall en G. Gattinara, gemachtigden, en ten slotte G. Gattinara, gemachtigde)

Voorwerp

Verzoek om nietigverklaring van het besluit waarbij de definitieve berekening van de pensioenjaren wordt doorgegeven met het oog op de overdracht van verzoekers’ pensioenrechten aan de pensioenregeling van de Unie, volgens de nieuwe AUB van de artikelen 11 en 12 van bijlage VIII bij het Ambtenarenstatuut

Dictum

1)

Het beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard.

2)

Elke partij draagt haar eigen kosten.


(1)  PB C 156 van 1.6.2013, blz. 55.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/45


Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Eerste kamer) van 1 augustus 2016 — Sajewicz- Świackiewcz/Commissie

(Zaak F-39/13) (1)

((Openbare dienst - Ambtenaren - Pensioenen - Artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut - Overdracht aan de pensioenregeling van de Unie van krachtens andere regelingen verkregen pensioenrechten - Besluit tot toekenning van extra pensioenjaren waarbij toepassing wordt gegeven aan de nieuwe AUB van de artikelen 11 en 12 van bijlage VIII bij het Statuut - Artikel 81 van het Reglement voor de procesvoering - Beroep kennelijk ongegrond))

(2016/C 364/56)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: Jolanta Sajewicz-Świackiewcz (Brussel, België) (vertegenwoordigers: aanvankelijk D. de Abreu Caldas, A. Coolen, J.-N. Louis, É. Marchal en S. Orlandi, advocaten, vervolgens D. de Abreu Caldas, J.-N. Louis en S. Orlandi, advocaten, daarna J.-N. Louis en S. Orlandi, advocaten, en ten slotte J.-N. Louis, advocaat)

Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: aanvankelijk C. Ehrbar en G. Gattinara, gemachtigden, vervolgens J. Currall en G. Gattinara, gemachtigden, daarna G. Gattinara, gemachtigde, en ten slotte G. Gattinara en F. Simonetti, gemachtigden)

Voorwerp

Verzoek om nietigverklaring van het besluit waarbij de extra, vóór indiensttreding bij de Commissie verworven pensioenrechten zijn vastgesteld krachtens de nieuwe AUB en van het besluit tot afwijzing van de klacht

Dictum

1)

Het beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard.

2)

Elke partij draagt haar eigen kosten.


(1)  PB C 207 van 20.7.2013, blz. 60.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/45


Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Eerste kamer) van 2 augustus 2016 — Mommer/Commissie

(Zaak F-74/13) (1)

((Openbare dienst - Ambtenaren - Pensioenen - Artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut betreffende de overdracht van pensioenrechten - Overdracht aan de pensioenregeling van de Unie van krachtens andere regelingen verworven pensioenrechten - Besluit tot erkenning van extra pensioenjaren waarbij toepassing wordt gegeven aan de nieuwe AUB van de artikelen 11 en 12 van bijlage VIII bij het Statuut - Artikel 81 van het Reglement voor de procesvoering - Beroep deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond))

(2016/C 364/57)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: Anne Mommer (Brussel, België) (vertegenwoordigers: aanvankelijk S. Orlandi, J.-N. Louis en D. de Abreu Caldas, advocaten, vervolgens S. Orlandi, advocaat)

Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: aanvankelijk C. Ehrbar en G. Gattinara, gemachtigden, vervolgens J. Currall en G. Gattinara, gemachtigden, en ten slotte G. Gattinara, gemachtigde)

Voorwerp

Verzoek om nietigverklaring van het besluit betreffende de overdracht van verzoeksters pensioenrechten aan de pensioenregeling van de Unie, waarbij toepassing wordt gegeven aan de nieuwe AUB van de artikelen 11 en 12 van bijlage VIII bij het Ambtenarenstatuut

Dictum

1)

Het beroep wordt deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond verklaard.

2)

Elke partij draagt haar eigen kosten.


(1)  PB C 274 van 21.9.2013, blz. 33.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/46


Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Derde kamer) van 20 juli 2016 — Piessevaux/Raad

(Zaak F-94/13) (1)

((Openbare dienst - Ambtenaren - Pensioenen - Artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut - Pensioenrechten die vóór de indiensttreding bij de Unie zijn verworven krachtens een nationale pensioenregeling - Overdracht aan de pensioenregeling van de Unie - Voorstel voor extra pensioenjaren - Exceptie van niet-ontvankelijkheid - Begrip bezwarend besluit - Artikel 83 van het Reglement voor de procesvoering))

(2016/C 364/58)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: Vincent Piessevaux (Brussel, België) (vertegenwoordigers: aanvankelijk D. de Abreu Caldas, A. Coolen, J.-N. Louis en É. Marchal, advocaten, vervolgens D. de Abreu Caldas en J.-N. Louis, advocaten, daarna J.-N. Louis, advocaat, ten slotte L. Ponteville, advocaat)

Verwerende partij: Raad van de Europese Unie (vertegenwoordigers: M. Bauer en J. Herrmann, gemachtigden)

Voorwerp

Verzoek om nietigverklaring van het besluit om de extra vóór indiensttreding verworven pensioenrechten te berekenen op basis van de nieuwe AUB van de artikelen 11 en 12 van bijlage VIII bij het Ambtenarenstatuut

Dictum

1)

Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard.

2)

Piessevaux draagt zijn eigen kosten en wordt verwezen in de kosten van de Raad van de Europese Unie.


(1)  PB C 336 van 16.11.2013, blz. 32.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/47


Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Eerste kamer) van 2 augustus 2016 — Urena de Poznanski/Commissie

(Zaak F-102/13) (1)

((Openbare dienst - Ambtenaren - Pensioenen - Artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut - Overdracht aan de pensioenregeling van de Unie van krachtens andere pensioenregelingen verworven pensioenrechten - Besluit tot erkenning van extra pensioenjaren waarbij toepassing wordt gegeven aan de nieuwe AUB van de artikelen 11 en 12 van bijlage VIII bij het Statuut - Artikel 81 van het Reglement voor de procesvoering - Beroep deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond))

(2016/C 364/59)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: Soldimar Urena de Poznanski (Brussel, België) (vertegenwoordiger: S. Orlandi, advocaat)

Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: aanvankelijk C. Ehrbar en G. Gattinara, gemachtigden, vervolgens J. Currall en G. Gattinara, gemachtigden, en ten slotte G. Gattinara, gemachtigde)

Voorwerp

Verzoek om nietigverklaring van het besluit om de extra vóór indiensttreding verworven pensioenrechten te berekenen op basis van de nieuwe AUB, welk besluit betrekking heeft op de overdracht van verzoeksters pensioenrechten aan de pensioenregeling van de Unie en waarbij toepassing wordt gegeven aan de nieuwe AUB van de artikelen 11 en 12 van bijlage VIII bij het Ambtenarenstatuut

Dictum

1)

Het beroep wordt deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond verklaard.

2)

Elke partij draagt haar eigen kosten.


(1)  PB C 24 van 25.1.2014, blz. 40.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/47


Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Derde kamer) van 20 juli 2016 — Martens en Olsson/Commissie

(Zaak F-119/13) (1)

((Openbare dienst - Ambtenaren - Pensioenen - Artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut - Pensioenrechten die vóór de indiensttreding bij de Unie krachtens een nationale pensioenregeling zijn verworven - Overdracht aan de pensioenregeling van de Unie - Voorstel voor extra pensioenjaren - Exceptie van niet-ontvankelijkheid - Begrip bezwarend besluit - Artikel 83 van het Reglement voor de procesvoering))

(2016/C 364/60)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partijen: Lieve Martens (Kessel-Lo, België) en Björn Mikael Olsson (Brussel, België) (vertegenwoordigers: aanvankelijk D. de Abreu Caldas en J.-N. Louis, advocaten, vervolgens J.-N. Louis, advocaat)

Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: aanvankelijk J. Currall en G. Gattinara, gemachtigden, vervolgens G. Gattinara, gemachtigde, ten slotte G. Gattinara en F. Simonetti, gemachtigden)

Voorwerp

Verzoek om nietigverklaring van de besluiten betreffende de overdracht van verzoekers’ pensioenrechten aan de pensioenregeling van de Unie, waarbij toepassing wordt gegeven aan de nieuwe AUB van de artikelen 11 en 12 van bijlage VIII bij het Ambtenarenstatuut

Dictum

1)

Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard.

2)

Martens en Olsson dragen hun eigen kosten en worden verwezen in de kosten van de Europese Commissie.


(1)  PB C 129 van 28.4.2014, blz. 37.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/48


Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Eerste kamer) van 1 augustus 2016 — Poniskaitis/Commissie

(Zaak F-121/13) (1)

((Openbare dienst - Ambtenaren - Pensioenen - Artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut - Overdracht aan de pensioenregeling van de Unie van krachtens andere regelingen verkregen pensioenrechten - Besluit tot toekenning van extra pensioenjaren waarbij toepassing wordt gegeven aan de nieuwe AUB van de artikelen 11 en 12 van bijlage VIII bij het Statuut - Artikel 81 van het Reglement voor de procesvoering - Beroep kennelijk ongegrond))

(2016/C 364/61)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: Jonas Poniskaitis (Brussel, België) (vertegenwoordigers: aanvankelijk D. de Abreu Caldas en J.-N. Louis, advocaten, vervolgens J.-N. Louis, advocaat)

Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: aanvankelijk J. Currall en G. Gattinara, gemachtigden, vervolgens G. Gattinara, gemachtigde)

Voorwerp

Verzoek om nietigverklaring van de besluiten betreffende de overdracht van verzoekers pensioenrechten aan de pensioenregeling van de Unie, waarbij toepassing wordt gegeven aan de nieuwe AUB van de artikelen 11 en 12 van bijlage VIII bij het Ambtenarenstatuut

Dictum

1)

Het beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard.

2)

Elke partij draagt haar eigen kosten.


(1)  PB C 52 van 22.2.2014, blz. 53.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/49


Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Tweede kamer) van 20 juli 2016 — Gaj/Commissie

(Zaak F-43/14) (1)

((Openbare dienst - Ambtenaren - Pensioenen - Overdracht van nationale pensioenrechten - Voorstel voor extra pensioenjaren - Geen bezwarend besluit - Verzoek om uitspraak te doen zonder daarbij op de zaak ten gronde in te gaan - Artikel 83 van het Reglement voor de procesvoering - Beroep deels niet-ontvankelijk en deels kennelijk rechtens ongegrond - Artikel 81 van het Reglement voor de procesvoering))

(2016/C 364/62)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: Wanda Gaj (Brussel, België) (vertegenwoordiger: S. Orlandi, advocaat)

Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: aanvankelijk J. Currall en G. Gattinara, gemachtigden, vervolgens G. Gattinara en F. Simonetti, gemachtigden)

Voorwerp

Verzoek om nietigverklaring van het besluit tot berekening van verzoeksters extra pensioenrechten in de pensioenregeling van de Unie krachtens de nieuwe AUB van de artikelen 11 en 12 van bijlage VIII bij het Ambtenarenstatuut alsmede van het besluit van 19 augustus 2013 tot sluiting van het dossier betreffende de overdracht van de pensioenrechten die verzoekster heeft verworven bij de caisse nationale d’assurance vieillesse des travailleurs salariés (CNAVTS)

Dictum

1)

Het beroep wordt deels niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond verklaard.

2)

Gaj draagt haar eigen kosten en wordt verwezen in de kosten van de Europese Commissie.


(1)  PB C 292 van 1.9.2014, blz. 61.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/49


Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Derde kamer) van 20 juli 2016 — Esen/Commissie

(Zaak F-45/14) (1)

((Openbare dienst - Ambtenaren - Pensioenen - Artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut - Pensioenrechten die vóór de indiensttreding bij de Unie zijn verworven krachtens een nationale pensioenregeling - Overdracht aan de pensioenregeling van de Unie - Voorstel voor extra pensioenjaren - Exceptie van niet-ontvankelijkheid - Begrip bezwarend besluit - Artikel 83 van het Reglement voor de procesvoering))

(2016/C 364/63)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: Kerim Esen (Maputo, Mozambique) (vertegenwoordigers: aanvankelijk D. de Abreu Caldas, M. de Abreu Caldas en J.-N. Louis, advocaten, vervolgens J.-N. Louis, advocaat)

Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: aanvankelijk J. Currall en G. Gattinara, gemachtigden, vervolgens G. Gattinara, gemachtigde, ten slotte G. Gattinara en F. Simonetti, gemachtigden)

Voorwerp

Verzoek om nietigverklaring van het besluit betreffende de overdracht van verzoekers pensioenrechten aan de pensioenregeling van de Unie, waarbij toepassing wordt gegeven aan de nieuwe AUB van de artikelen 11 en 12 van bijlage VIII bij het Ambtenarenstatuut

Dictum

1)

Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard.

2)

Esen draagt zijn eigen kosten en wordt verwezen in de kosten van de Europese Commissie.


(1)  PB C 212 van 7.7.2014, blz. 46.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/50


Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Derde kamer) van 20 juli 2016 — Hoeve/Commissie

(Zaak F-46/14) (1)

((Openbare dienst - Ambtenaren - Pensioenen - Artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut - Pensioenrechten die vóór de indiensttreding bij de Unie krachtens een nationale pensioenregeling zijn verworven - Overdracht aan de pensioenregeling van de Unie - Voorstel voor extra pensioenjaren - Exceptie van niet-ontvankelijkheid - Begrip bezwarend besluit - Artikel 83 van het Reglement voor de procesvoering))

(2016/C 364/64)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: Roelof-Jan Wino Hoeve (Brussel, België) (vertegenwoordigers: aanvankelijk D. de Abreu Caldas, M. de Abreu Caldas en J.-N. Louis, advocaten, vervolgens J.-N. Louis, advocaat)

Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: aanvankelijk J. Currall en G. Gattinara, gemachtigden, vervolgens G Gattinara, gemachtigde, ten slotte G Gattinara en F. Simonetti, gemachtigden)

Voorwerp

Verzoek om nietigverklaring van het besluit betreffende de overdracht van verzoekers pensioenrechten aan de pensioenregeling van de Unie, waarbij toepassing wordt gegeven aan de nieuwe AUB van de artikelen 11 en 12 van bijlage VIII bij het Ambtenarenstatuut

Dictum

1)

Het beroep wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

2)

Hoeve draagt zijn eigen kosten en wordt verwezen in de kosten van de Europese Commissie.


(1)  PB C 212 van 7.7.2014, blz. 47.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/51


Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Derde kamer) van 21 juli 2016 — Simon/Commissie

(Zaak F-70/14 DISS) (1)

((Openbare dienst - Ambtenaren - Pensioenen - Artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut - Pensioenrechten die vóór de indiensttreding bij de Unie krachtens een nationale pensioenregeling zijn verworven - Overdracht aan de pensioenregeling van de Unie - Voorstel voor extra pensioenjaren - Begrip bezwarend besluit - Kennelijke niet-ontvankelijkheid - Artikel 81 van het Reglement voor de procesvoering))

(2016/C 364/65)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: Anne-Claire Simon (Brussel, België) (vertegenwoordigers: aanvankelijk D. de Abreu Caldas, M. de Abreu Caldas en J.-N. Louis, advocaten, vervolgens J.-N. Louis, advocaat)

Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: aanvankelijk J. Currall en G. Gattinara, gemachtigden, vervolgens G. Gattinara, gemachtigde, ten slotte G. Gattinara en F. Simonetti, gemachtigden)

Voorwerp

Verzoek om nietigverklaring van het besluit betreffende de overdracht van verzoeksters pensioenrechten aan de pensioenregeling van de Unie, waarbij toepassing wordt gegeven aan de nieuwe algemene uitvoeringsbepalingen (AUB) van artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut van 3 maart 2011 en, subsidiair, verzoek om veroordeling van de Commissie tot betaling van een vergoeding aan verzoekster voor de schade die zij heeft geleden als gevolg van de buitensporige duur van de behandeling van haar verzoek om overdracht

Dictum

1)

Het beroep wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

2)

Simon draagt haar eigen kosten en wordt verwezen in de kosten van de Europese Commissie.


(1)  PB C 388 van 3.11.2014, blz. 28.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/51


Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Tweede kamer) van 20 juli 2016 — Belis/Commissie

(Zaak F-108/14) (1)

((Openbare dienst - Ambtenaren - Pensioenen - Overdracht van nationale pensioenrechten - Voorstel voor extra pensioenjaren - Geen bezwarend besluit - Niet-ontvankelijkheid van het beroep - Verzoek om uitspraak te doen zonder daarbij op de zaak ten gronde in te gaan - Artikel 83 van het Reglement voor de procesvoering))

(2016/C 364/66)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: Claudio Belis (Ispra, Italië) (vertegenwoordiger: S. Orlandi)

Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: aanvankelijk J. Currall en G. Gattinara, vervolgens G. Gattinara en F. Simonetti, gemachtigden)

Voorwerp

Verzoek om nietigverklaring van het besluit inzake verzoekers extra pensioenrechten in verband met de overdracht daarvan aan de pensioenregeling van de Unie, waarbij toepassing wordt gegeven aan de nieuwe AUB van de artikelen 11 en 12 van bijlage VIII bij het Ambtenarenstatuut

Dictum

1)

Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard.

2)

Belis draagt zijn eigen kosten en wordt verwezen in de kosten van de Europese Commissie.


(1)  PB C 26 van 26.1.2015, blz. 46.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/52


Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Eerste kamer) van 1 augustus 2016 — Cat/Commissie

(Zaak F-117/14) (1)

((Openbare dienst - Arbeidscontractanten - Pensioenen - Artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut - Overdracht aan de pensioenregeling van de Unie van krachtens andere regelingen verworven pensioenrechten - Besluit tot toekenning van extra pensioenjaren waarbij toepassing wordt gegeven aan de nieuwe AUB van de artikelen 11 en 12 van bijlage VIII bij het Statuut - Artikel 81 van het Reglement voor de procesvoering - Beroep kennelijk ongegrond))

(2016/C 364/67)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: Michel Cat (Cotonou, Benin) (vertegenwoordigers: J.-N. Louis, R. Metz en D. Verbeke, advocaten)

Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: aanvankelijk J. Currall en G. Gattinara, gemachtigden, vervolgens G. Gattinara, gemachtigde)

Voorwerp

Verzoek om nietigverklaring van de besluiten om de extra pensioenrechten die verzoeker heeft verworven in de pensioenregeling van de Unie te berekenen krachtens de nieuwe AUB van de artikelen 11 en 12 van bijlage VIII bij het Ambtenarenstatuut

Dictum

1)

Het beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard.

2)

Elke partij draagt haar eigen kosten.


(1)  PB C 7 van 12.1.2015, blz. 56.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/53


Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Eerste kamer) van 1 augustus 2016 — Poniskaitis/Commissie

(Zaak F-133/14) (1)

((Openbare dienst - Ambtenaren - Pensioenen - Artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut - Overdracht aan de pensioenregeling van de Unie van krachtens andere regelingen verworven pensioenrechten - Besluit tot toekenning van extra pensioenjaren, waarbij toepassing wordt gegeven aan de nieuwe AUB van de artikelen 11 en 12 van bijlage VIII bij het Statuut - Artikel 81 van het Reglement voor de procesvoering - Beroep kennelijk ongegrond))

(2016/C 364/68)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: Jonas Poniskaitis (Brussel, België) (vertegenwoordigers: J.-N. Louis, R. Metz en D. Verbeke, advocaten)

Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: aanvankelijk J. Currall en G. Gattinara, gemachtigden, vervolgens G. Gattinara, gemachtigde)

Voorwerp

Verzoek om nietigverklaring van het besluit betreffende de overdracht van verzoekers pensioenrechten aan de pensioenregeling van de Unie, waarbij toepassing wordt gegeven aan de nieuwe AUB van de artikelen 11 en 12 van bijlage VIII bij het Ambtenarenstatuut

Dictum

1)

Het beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard.

2)

Elke partij draagt haar eigen kosten.


(1)  PB C 16 van 19.1.2015, blz. 50.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/53


Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Tweede kamer) van 20 juli 2016 — Polizzi/Commissie

(Zaak F-138/14) (1)

((Openbare dienst - Ambtenaren - Pensioenen - Overdracht van nationale pensioenrechten - Voorstel voor extra pensioenjaren - Geen bezwarend besluit - Niet-ontvankelijkheid van het beroep - Verzoek om uitspraak te doen zonder daarbij op de zaak ten gronde in te gaan - Artikel 83 van het Reglement voor de procesvoering))

(2016/C 364/69)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: Rosalba Polizzi (Brussel, België) (vertegenwoordigers: S. Orlandi en T. Martin, advocaten)

Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: aanvankelijk J. Currall en G. Gattinara, gemachtigden, vervolgens G. Gattinara en F. Simonetti, gemachtigden)

Voorwerp

Verzoek om nietigverklaring van het besluit betreffende de overdracht van verzoeksters pensioenrechten aan de pensioenregeling van de Unie, waarbij toepassing wordt gegeven aan de nieuwe AUB van de artikelen 11 en 12 van bijlage VIII bij het Ambtenarenstatuut

Dictum

1)

Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard.

2)

Polizzi draagt haar eigen kosten en wordt verwezen in de kosten van de Europese Commissie.


(1)  PB C 34 van 2.2.2015, blz. 55.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/54


Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Eerste kamer) van 1 augustus 2016 — Simon/Commissie

(Zaak F-28/15) (1)

((Openbare dienst - Ambtenaren - Pensioenen - Artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut - Overdracht aan de pensioenregeling van de Unie van krachtens andere regelingen verworven pensioenrechten - Besluit tot toekenning van extra pensioenjaren waarbij toepassing wordt gegeven aan de nieuwe AUB van de artikelen 11 en 12 van bijlage VIII bij het Statuut - Artikel 81 van het Reglement voor de procesvoering - Beroep kennelijk ongegrond))

(2016/C 364/70)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: Anne-Claire Simon (Brussel, België) (vertegenwoordigers: J.-N. Louis en N. de Montigny, advocaten)

Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: aanvankelijk J. Currall en G. Gattinara, gemachtigden, vervolgens G. Gattinara, gemachtigde)

Voorwerp

Verzoek om nietigverklaring van het eindbesluit betreffende de overdracht van verzoeksters pensioenrechten aan de pensioenregeling van de Unie, waarbij toepassing wordt gegeven aan de nieuwe algemene uitvoeringsbepalingen (AUB) van artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut van 3 maart 2011

Dictum

1)

Het beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard.

2)

Elke partij draagt haar eigen kosten.


(1)  PB C 146 van 4.5.2015, blz. 49.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/55


Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Eerste kamer) van 18 juli 2016 — Possanzini/Frontex

(Zaak F-68/15) (1)

((Openbare dienst - Personeel van Frontex - Tijdelijk functionaris - Niet-verlenging van de overeenkomst gebaseerd op verzoekers beoordelingsrapport over 2009 - Bewijs van kennisgeving van het rapport - Geen bewijs - Nietigverklaring door het Gerecht - Uitvoering van het arrest - Kennisgeving van het beoordelingsrapport - Te late opstelling en toezending van het rapport))

(2016/C 364/71)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: Daniele Possanzini (Pisa, Italië) (vertegenwoordiger: S. Pappas, advocaat)

Verwerende partij: Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie (vertegenwoordigers: H. Caniard en V. Peres de Almeida, gemachtigden, D. Waelbroeck en A. Duron, advocaten)

Voorwerp

Verzoek om nietigverklaring van verzoekers beoordelingsrapport over 2009 en verzoek om vergoeding van de immateriële schade die hij zou hebben geleden

Dictum

1)

Het beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard.

2)

Possanzini draagt zijn eigen kosten en wordt verwezen in de kosten van het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie.


(1)  PB C 245 van 27.7.2015, blz. 49.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/55


Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Eerste kamer) van 2 augustus 2016 — Polizzi/Commissie

(Zaak F-70/15) (1)

((Openbare dienst - Arbeidscontractanten - Pensioenen - Artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut - Overdracht aan de pensioenregeling van de Unie van krachtens andere regelingen verworven pensioenrechten - Besluit tot toekenning van extra pensioenjaren waarbij toepassing wordt gegeven aan de nieuwe AUB van de artikelen 11 en 12 van bijlage VIII bij het Statuut - Artikel 81 van het Reglement voor de procesvoering - Beroep deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond))

(2016/C 364/72)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: Rosalba Polizzi (Brussel, België) (vertegenwoordigers: S. Orlandi en T. Martin, advocaten)

Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: aanvankelijk J. Currall en G. Gattinara, gemachtigden, vervolgens G. Gattinara, gemachtigde)

Voorwerp

Verzoek om nietigverklaring van het eindbesluit tot overdracht van verzoeksters pensioenrechten aan de pensioenregeling van de Unie, waarbij toepassing wordt gegeven aan de nieuwe algemene uitvoeringsbepalingen (AUB) van artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut van 3 maart 2011

Dictum

1)

Het beroep wordt deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond verklaard.

2)

Elke partij draagt haar eigen kosten.


(1)  PB C 245 van 27.7.2015, blz. 49.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/56


Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Tweede kamer) van 21 juli 2016 — Trampuz/Commissie

(Zaak F-103/15) (1)

((Openbare dienst - Sociale zekerheid - Regeling van ziektekostenverzekering - Terugvordering van een restant van een voorschot op de ziektekosten - Uitvoering van een arrest houdende nietigverklaring van het Gerecht - Exceptie van niet-ontvankelijkheid - Niet-eerbiediging van de vereisten van de precontentieuze procedure - Bezwarend besluit - Pensioenafrekening - Vereiste van een klacht - Tardiviteit - Artikel 83 van het Reglement voor de procesvoering))

(2016/C 364/73)

Procestaal: Italiaans

Partijen

Verzoekende partij: Serena Trampuz (Triëst, Italië) (vertegenwoordiger: C. Falagiani, advocaat)

Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: T. S. Bohr en G. Gattinara, gemachtigden, A. Dal Ferro, advocaat)

Voorwerp

Verzoek om nietigverklaring van het besluit van de Commissie om het bedrag van 14 207,60 EUR in te houden op verzoekers pensioen als terugbetaling van de voorschotten die zijn betaald in het kader van de overname van kosten voor een ziekenhuisopname van verzoekers echtgenote, na de nietigverklaring door het Gerecht voor ambtenarenzaken van het besluit van het afwikkelingsbureau Ispra, waarbij alle als buitensporig aangemerkte kosten ten laste waren gelegd

Dictum

1)

Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard.

2)

Trampuz draagt haar eigen kosten en wordt verwezen in de kosten van de Europese Commissie.


(1)  PB C 354 van 26.10.2015, blz. 55.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/57


Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Eerste kamer) van 18 juli 2016 — Dietrich/Parlement

(Zaak F-143/15) (1)

((Openbare dienst - Arbeidscontractant - Voortijdige beëindiging van de overeenkomst - Datum van afloop van de opzegtermijn - Opschorting van de opzegtermijn - Nieuwe datum van afloop van de opzegtermijn - Geen bezwarend besluit - Te laat ingediende klacht - Exceptie van niet-ontvankelijkheid - Kennelijke niet-ontvankelijkheid - Artikel 83 van het Reglement voor de procesvoering))

(2016/C 364/74)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: Constant Dietrich (Pfulgriesheim, Frankrijk) (vertegenwoordiger: A. Fombaron, advocaat)

Verwerende partij: Europees Parlement (vertegenwoordigers: L. Deneys en E. Taneva, gemachtigden)

Voorwerp

Verzoek om nietigverklaring van het besluit tot afwijzing van verzoekers klacht strekkende tot nietigverklaring van het besluit tot voortijdige beëindiging van zijn aanstelling bij het Europees Parlement

Dictum

1)

Het beroep wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

2)

Dietrich draagt zijn eigen kosten en wordt verwezen in de kosten van het Europees Parlement.


(1)  PB C 68 van 22.2.2016, blz. 45.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/57


Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Derde kamer) van 21 juli 2016 — Stanley/Commissie

(Zaak F-5/16) (1)

((Openbare dienst - Arbeidscontractant - Verzoek in de zin van artikel 90, lid 1, van het Statuut - Verzoek om herkwalificatie van de overeenkomst - Redelijke termijn - Geen redelijke termijn - Kennelijke niet-ontvankelijkheid))

(2016/C 364/75)

Procestaal: Engels

Partijen

Verzoekende partij: John Stanley (Apia, Samoa) (vertegenwoordiger: O. Mader, advocaat)

Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: G. Berscheid en C. Berardis-Kayser, gemachtigden, B. Wägenbaur, advocaat)

Voorwerp

Verzoek om nietigverklaring van het besluit van de Commissie om verzoekers overeenkomst niet te herkwalificeren als overeenkomst van tijdelijk functionaris en, subsidiair, verzoek om vergoeding van de geleden materiële schade

Dictum

1)

Het beroep wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

2)

Stanley draagt zijn eigen kosten en wordt verwezen in de kosten van de Europese Commissie.


(1)  PB C 145 van 25.4.2016, blz. 37.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/58


Beroep ingesteld op 28 juli 2016 — ZZ/Parlement

(Zaak F-38/16)

(2016/C 364/76)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: ZZ (vertegenwoordiger: C. Bernard-Glanz, advocaat)

Verwerende partij: Europees Parlement

Voorwerp en beschrijving van het geding

Nietigverklaring van het beoordelingsrapport over 2014, zoals afgerond bij het besluit van 20 oktober 2015, en van het besluit tot toekenning van meritepunten voor 2014 alsmede van het besluit houdende weigering van bevordering in het kader van het jaar 2015

Conclusies van de verzoekende partij

nietigverklaring van de bestreden besluiten en, voor zover nodig, van het besluit tot afwijzing van de klacht;

verwijzing van het Parlement in de kosten.


3.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/58


Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken van 18 juli 2016 — HE/Commissie

(Zaak F-93/15)

(2016/C 364/77)

Procestaal: Frans

De alleensprekende rechter heeft de doorhaling van de zaak gelast.