|
ISSN 1977-0995 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 281 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Mededelingen en bekendmakingen |
59e jaargang |
|
Nummer |
Inhoud |
Bladzijde |
|
|
II Mededelingen |
|
|
|
MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE |
|
|
|
Europese Commissie |
|
|
2016/C 281/01 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak M.8116 — Macquarie/SLFL GIO II/SGI Italia) ( 1 ) |
|
|
2016/C 281/02 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak M.7972 — ITW/EF&C) ( 1 ) |
|
|
2016/C 281/03 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak M.7883 — NPM Capital/Thijs Hendrix Beheer/Hendrix Genetics) ( 1 ) |
|
|
2016/C 281/04 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak M.8115 — Partners Group/Foncia Holding and its subsidiaries) ( 1 ) |
|
|
2016/C 281/05 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak M.8032 — RAM/Termica Milazzo) ( 1 ) |
|
|
IV Informatie |
|
|
|
INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE |
|
|
|
Europese Commissie |
|
|
2016/C 281/06 |
||
|
2016/C 281/07 |
||
|
2016/C 281/08 |
Eindverslag van de raadadviseur-auditeur — Siemens/Dresser-Rand (M.7429) |
|
|
2016/C 281/09 |
Samenvatting van het besluit van de Commissie van 29 juni 2015 waarbij een concentratie verenigbaar wordt verklaard met de interne markt en de werking van de EER-overeenkomst (Zaak M.7429 — Siemens/Dresser-Rand) (Kennisgeving geschied onder nummer C(2015) 4355) ( 1 ) |
|
|
2016/C 281/10 |
Nieuwe nationale zijde van voor circulatie bestemde euromuntstukken |
|
|
V Bekendmakingen |
|
|
|
PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE HANDELSPOLITIEK |
|
|
|
Europese Commissie |
|
|
2016/C 281/11 |
||
|
|
PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID |
|
|
|
Europese Commissie |
|
|
2016/C 281/12 |
Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak M.8122 — SEGRO/PSPIB/SELP/Pusignan-DC1) — Voor de vereenvoudigde procedure in aanmerking komende zaak ( 1 ) |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst |
|
NL |
|
II Mededelingen
MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE
Europese Commissie
|
3.8.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 281/1 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie
(Zaak M.8116 — Macquarie/SLFL GIO II/SGI Italia)
(Voor de EER relevante tekst)
(2016/C 281/01)
Op 26 juli 2016 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de interne markt te verklaren. Dit besluit is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1). De volledige tekst van het besluit is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:
|
— |
op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling Fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebesluiten op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector; |
|
— |
in elektronische vorm op de EUR-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/homepage.html?locale=nl) onder document nr. 32016M8116. EUR-Lex biedt onlinetoegang tot de communautaire wetgeving. |
(1) PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.
|
3.8.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 281/1 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie
(Zaak M.7972 — ITW/EF&C)
(Voor de EER relevante tekst)
(2016/C 281/02)
Op 14 juni 2016 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de interne markt te verklaren. Dit besluit is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1). De volledige tekst van het besluit is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:
|
— |
op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling Fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebesluiten op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector, |
|
— |
in elektronische vorm op de EUR-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/homepage.html?locale=nl) onder document nr. 32016M7972. EUR-Lex biedt onlinetoegang tot de communautaire wetgeving. |
(1) PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.
|
3.8.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 281/2 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie
(Zaak M.7883 — NPM Capital/Thijs Hendrix Beheer/Hendrix Genetics)
(Voor de EER relevante tekst)
(2016/C 281/03)
Op 15 juli 2016 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de interne markt te verklaren. Dit besluit is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1). De volledige tekst van het besluit is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:
|
— |
op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling Fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebesluiten op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector, |
|
— |
in elektronische vorm op de EUR-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/homepage.html?locale=nl) onder document nr. 32016M7883. EUR-Lex biedt onlinetoegang tot de communautaire wetgeving. |
(1) PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.
|
3.8.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 281/2 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie
(Zaak M.8115 — Partners Group/Foncia Holding and its subsidiaries)
(Voor de EER relevante tekst)
(2016/C 281/04)
Op 28 juli 2016 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de interne markt te verklaren. Dit besluit is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1). De volledige tekst van het besluit is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:
|
— |
op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling Fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebesluiten op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector; |
|
— |
in elektronische vorm op de EUR-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/homepage.html?locale=nl) onder document nr. 32016M8115. EUR-Lex biedt onlinetoegang tot de communautaire wetgeving. |
(1) PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.
|
3.8.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 281/3 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie
(Zaak M.8032 — RAM/Termica Milazzo)
(Voor de EER relevante tekst)
(2016/C 281/05)
Op 26 juli 2016 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de interne markt te verklaren. Dit besluit is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1). De volledige tekst van het besluit is slechts beschikbaar in het Italiaans en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:
|
— |
op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling Fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebesluiten op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector, |
|
— |
in elektronische vorm op de EUR-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/homepage.html?locale=nl) onder document nr. 32016M8032. EUR-Lex biedt onlinetoegang tot de communautaire wetgeving. |
(1) PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.
IV Informatie
INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE
Europese Commissie
|
3.8.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 281/4 |
Door de Europese Centrale Bank toegepaste rentevoet voor de basisherfinancieringstransacties (1):
0,00 % per 1 augustus 2016
Wisselkoersen van de euro (2)
2 augustus 2016
(2016/C 281/06)
1 euro =
|
|
Munteenheid |
Koers |
|
USD |
US-dollar |
1,1193 |
|
JPY |
Japanse yen |
113,72 |
|
DKK |
Deense kroon |
7,4390 |
|
GBP |
Pond sterling |
0,84310 |
|
SEK |
Zweedse kroon |
9,5537 |
|
CHF |
Zwitserse frank |
1,0810 |
|
ISK |
IJslandse kroon |
|
|
NOK |
Noorse kroon |
9,4363 |
|
BGN |
Bulgaarse lev |
1,9558 |
|
CZK |
Tsjechische koruna |
27,032 |
|
HUF |
Hongaarse forint |
311,10 |
|
PLN |
Poolse zloty |
4,3241 |
|
RON |
Roemeense leu |
4,4542 |
|
TRY |
Turkse lira |
3,3512 |
|
AUD |
Australische dollar |
1,4717 |
|
CAD |
Canadese dollar |
1,4608 |
|
HKD |
Hongkongse dollar |
8,6863 |
|
NZD |
Nieuw-Zeelandse dollar |
1,5497 |
|
SGD |
Singaporese dollar |
1,4986 |
|
KRW |
Zuid-Koreaanse won |
1 239,02 |
|
ZAR |
Zuid-Afrikaanse rand |
15,6368 |
|
CNY |
Chinese yuan renminbi |
7,4233 |
|
HRK |
Kroatische kuna |
7,4927 |
|
IDR |
Indonesische roepia |
14 627,57 |
|
MYR |
Maleisische ringgit |
4,5187 |
|
PHP |
Filipijnse peso |
52,626 |
|
RUB |
Russische roebel |
74,5098 |
|
THB |
Thaise baht |
38,907 |
|
BRL |
Braziliaanse real |
3,6549 |
|
MXN |
Mexicaanse peso |
21,1050 |
|
INR |
Indiase roepie |
74,6730 |
(1) Rentevoet die is toegepast op de laatst uitgevoerde transactie voor de opgegeven dag. In geval van een tender met variabele rente, verwijst deze rentevoet naar de marginale interestvoet.
(2) Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.
|
3.8.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 281/5 |
Advies van het Adviescomité voor concentraties uitgebracht op zijn bijeenkomst van 25 juni 2015 betreffende een ontwerpbesluit in zaak M.7429 — Siemens/Dresser-Rand
Rapporteur: Luxemburg
(2016/C 281/07)
|
1. |
Het Adviescomité is het met de Commissie eens dat de aangemelde transactie een concentratie vormt in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), van de concentratieverordening. |
|
2. |
Het Adviescomité is het met de Commissie eens dat de aangemelde transactie een EU-dimensie heeft in de zin van artikel 1, lid 2, van de concentratieverordening. |
|
3. |
Het Adviescomité is het met de Commissie eens wat betreft de omschrijving van de relevante productmarkten in het ontwerpbesluit. |
|
4. |
Het Adviescomité is het eens met de relevante geografische markten zoals de Commissie die in haar ontwerpbesluit heeft afgebakend. |
|
5. |
Het Adviescomité is het eens met de beoordeling van de Commissie dat de aangemelde concentratie geen aanleiding zal geven tot niet-gecoördineerde horizontale effecten die de daadwerkelijke mededinging op significante wijze zouden belemmeren op de mondiale markt voor in olie- en gastoepassingen gebruikte turbocompressortreinen die worden aangedreven door aeroderivatieve gasturbines en lichte industriële gasturbines, en met name in de segmenten 1) van meer dan 23 MW en 2) van minder dan 23 MW. |
|
6. |
Het Adviescomité is het eens met de beoordeling van de Commissie dat de aangemelde concentratie geen aanleiding zal geven tot niet-gecoördineerde horizontale effecten die de daadwerkelijke mededinging op significante wijze zouden belemmeren op de mondiale markt voor door aeroderivatieve gasturbines en industriële gasturbines aangedreven generatoraggregaten, en met name in de segmenten 1) van meer dan 23 MW en 2) van minder dan 23 MW. |
|
7. |
Het Adviescomité is het eens met de beoordeling van de Commissie dat de aangemelde concentratie geen aanleiding zal geven tot niet-gecoördineerde horizontale effecten die de daadwerkelijke mededinging op significante wijze zouden belemmeren op de mondiale/EER-markt(en) voor stoomturbines met mechanische aandrijving, ongeacht het precieze vermogensbereik. |
|
8. |
Het Adviescomité is het eens met de beoordeling van de Commissie dat de aangemelde concentratie geen aanleiding zal geven tot niet-gecoördineerde horizontale effecten die de daadwerkelijke mededinging op significante wijze zouden belemmeren op de mondiale/EER-markt(en) voor stoomturbines met mechanische aandrijving die zijn verbonden met generatoren, ongeacht het precieze vermogensbereik. |
|
9. |
Het Adviescomité is het eens met de beoordeling van de Commissie dat de aangemelde concentratie geen aanleiding zal geven tot niet-horizontale effecten die de daadwerkelijke mededinging op significante wijze zouden belemmeren op:
|
|
10. |
Het Adviescomité is het met de Commissie eens dat de aangemelde transactie bijgevolg overeenkomstig artikel 2, lid 2, en artikel 8, lid 1, van de concentratieverordening en artikel 57 van de EER-overeenkomst verenigbaar met de interne markt en de werking van de EER-overeenkomst moet worden verklaard. |
|
3.8.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 281/6 |
Eindverslag van de raadadviseur-auditeur (1)
Siemens/Dresser-Rand
(M.7429)
(2016/C 281/08)
I. ACHTERGROND
|
1. |
Op 9 januari 2015 heeft de Europese Commissie (hierna de „Commissie” genoemd) een aanmelding ontvangen van een voorgenomen concentratie overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (2) (de concentratieverordening) waarbij Siemens AG (hierna „Siemens” of de „aanmeldende partij” genoemd) de uitsluitende zeggenschap zal verwerven over Dresser-Rand Group, Inc. (hierna „DR” genoemd). De transactie betreft de verwerving van alle aandelen van DR door Siemens (hierna de „transactie” genoemd) en is een concentratie in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), van de concentratieverordening. Siemens en DR worden hierna gezamenlijk de „partijen” genoemd. |
II. DE PROCEDURE
Besluit overeenkomstig artikel 6, lid 1, onder c), en toegang tot belangrijke documenten
|
2. |
Op 13 februari 2015 heeft de Commissie een besluit vastgesteld tot inleiding van de procedure overeenkomstig artikel 6, lid 1, onder c), van de concentratieverordening, omdat zij van mening was dat de transactie ernstige twijfels deed rijzen ten aanzien van de verenigbaarheid ervan met de interne markt en de werking van de EER-overeenkomst. |
|
3. |
Op 20 februari 2015 en naar aanleiding van een verzoek van de aanmeldende partij heeft de Commissie toegang verleend tot niet-vertrouwelijke versies van bepaalde belangrijke documenten die tijdens het fase I-onderzoek waren verzameld. Op 24 februari 2015 en naar aanleiding van een bijkomend verzoek van de aanmeldende partij heeft de Commissie toegang tot bijkomende documenten en een uitgebreidere toegang tot de reeds ontvangen documenten verleend. |
|
4. |
Op 27 februari 2015 heeft de aanmeldende partij overeenkomstig artikel 6, lid 1, onder c), schriftelijke opmerkingen over het besluit ingediend. |
Verlenging en opschorting van de termijn
|
5. |
Op 5 maart 2015 is de aanmeldende partij met de Commissie overeengekomen de termijn voor het onderzoek van de transactie te verlengen met tien werkdagen, overeenkomstig artikel 10, lid 3, tweede alinea, derde zin, van de concentratieverordening. |
|
6. |
Op 23 maart 2015 heeft de Commissie twee besluiten vastgesteld op grond van artikel 11, lid 3, van de concentratieverordening, waarbij zij Siemens en DR verzoekt de informatie te verstrekken die zij had gevraagd bij eenvoudige verzoeken om inlichtingen op grond van artikel 11, lid 2, van de concentratieverordening. De in de eenvoudige verzoeken om inlichtingen vastgestelde termijn is verstreken op 18 maart 2015. De Commissie heeft de bij de besluiten gevraagde volledige en juiste inlichtingen ontvangen op 27 maart 2015. Bijgevolg is op grond van artikel 10, lid 4, van de concentratieverordening en artikel 9 van de Verordening (EG) nr. 802/2004 van de Commissie (3) (de uitvoeringsverordening bij de concentratieverordening) de in artikel 10 van de concentratieverordening bedoelde termijn voor het onderzoek van de transactie opgeschort van 19 maart 2015 tot en met 27 maart 2015. |
III. ONTWERPBESLUIT
|
7. |
Het ontwerpbesluit voorziet in een onvoorwaardelijke goedkeuring van de voorgenomen transactie. Overeenkomstig artikel 16, lid 1, van Besluit 2011/695/EU heb ik onderzocht of het ontwerpbesluit uitsluitend de bezwaren betreft ten aanzien waarvan de partijen in de gelegenheid zijn gesteld hun standpunt kenbaar te maken, en ik ben tot de conclusie gekomen dat dit inderdaad het geval was. |
|
8. |
Ik heb geen procedurele verzoeken of klachten van een partij ontvangen. Ik concludeer dat de bij de procedure betrokken partijen hun procedurele rechten in deze zaak daadwerkelijk hebben kunnen uitoefenen. |
Gedaan te Brussel, 25 juni 2015.
Joos STRAGIER
(1) Opgesteld overeenkomstig de artikelen 16 en 17 van Besluit 2011/695/EU van de voorzitter van de Europese Commissie van 13 oktober 2011 betreffende de functie en het mandaat van de raadadviseur-auditeur in bepaalde mededingingsprocedures (PB L 275 van 20.10.2011, blz. 29).
(2) Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1).
(3) Verordening (EG) nr. 802/2004 van de Commissie van 21 april 2004 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (PB L 133 van 30.4.2004, blz. 1).
|
3.8.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 281/7 |
Samenvatting van het besluit van de Commissie
van 29 juni 2015
waarbij een concentratie verenigbaar wordt verklaard met de interne markt en de werking van de EER-overeenkomst
(Zaak M.7429 — Siemens/Dresser-Rand)
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2015) 4355)
(Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek)
(Voor de EER relevante tekst)
(2016/C 281/09)
Op 29 juni 2015 heeft de Commissie een besluit vastgesteld met betrekking tot een concentratiezaak op grond van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (1) (hierna de „concentratieverordening” genoemd), en met name artikel 8, lid 1, van die verordening. Een niet-vertrouwelijke versie van de volledige tekst van het besluit is in de authentieke taal van de zaak te vinden op de website van directoraat-generaal Concurrentie op het volgende adres: http://ec.europa.eu/comm/competition/index_en.html
I. DE PARTIJEN
|
(1) |
Siemens is een Duitse naamloze vennootschap met hoofdkantoor in München, Duitsland. Siemens is aanbieder van een breed gamma producten en diensten voor klanten, waaronder energiebeheer, energie en gas, energieopwekking, verwerkende industrie en aandrijftechnologie, windenergie en hernieuwbare energie. |
|
(2) |
DR is een Amerikaans bedrijf met hoofdzetel in Houston, Texas. DR biedt diensten aan in de olie- en gassector met producten (meestal compressoren, gasturbines en stoomturbines) voor toepassingen in de gehele olie- en gaswaardeketen: upstreamactiviteiten op het gebied van exploratie en productie, midstreamactiviteiten op het gebied van vervoer, vloeibaar aardgas (lng) en opslag en downstreamactiviteiten op het gebied van de verwerking en de distributie van olie en gas en aanverwante bijproducten. |
|
(3) |
Siemens zal alle uitstaande aandelen van DR kopen en de uitsluitende zeggenschap over DR verwerven. De transactie is derhalve een concentratie in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), van de concentratieverordening. |
II. DE TRANSACTIE
|
(4) |
Op 9 januari 2015 heeft de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van de concentratieverordening ontvangen waarbij Siemens AG (hierna „Siemens” of de „aanmeldende partij” genoemd) de uitsluitende zeggenschap zal verwerven over Dresser Rand Group, Inc. (hierna „DR” genoemd). De voorgenomen transactie houdt de verwerving in van alle aandelen van DR door Siemens (hierna de „transactie” genoemd). Siemens zal derhalve de uitsluitende zeggenschap over DR verwerven. |
III. DE PROCEDURE
|
(5) |
De transactie is op 9 januari 2015 aangemeld. Op 13 februari 2015 heeft de Commissie ernstige twijfels geuit ten aanzien van de verenigbaarheid van de transactie met de interne markt en heeft zij overeenkomstig artikel 6, lid 1, onder c), van de concentratieverordening besloten de procedure in te leiden. Op 27 februari 2015 heeft de aanmeldende partij overeenkomstig artikel 6, lid 1, onder c), schriftelijke opmerkingen over het besluit ingediend. |
|
(6) |
Op 23 maart 2015 heeft de Commissie twee besluiten vastgesteld op grond van artikel 11, lid 3, van Verordening (EG) nr. 139/2004, waarbij zij Siemens en Dresser-Rand verzoekt de reeds eerder gevraagde informatie uiterlijk op 18 maart 2015 te verstrekken. De Commissie heeft de volledige en juiste informatie zoals gevraagd in de besluiten ontvangen op 27 maart 2015. Bijgevolg zijn op grond van artikel 10, lid 4, van Verordening (EG) nr. 139/2004 en artikel 9 van Verordening (EG) nr. 802/2004 van de Commissie (2) (hierna „Uitvoeringsverordening (EG) nr. 802/2004” genoemd) de in artikel 10 van Verordening (EG) nr. 139/2004 bedoelde termijnen geschorst van 19 maart 2015 tot en met 27 maart 2015. |
IV. TOELICHTING
A. DE RELEVANTE PRODUCTMARKTEN
|
(7) |
De activiteiten van de partijen leiden tot de volgende horizontale overlappingen:
|
|
(8) |
De activiteiten van de partijen zullen tot verticale overlappingen leiden op de volgende downstreammarkten voor de levering van 1) turbocompressortreinen en 2) treinen voor gefluïdiseerd katalytisch kraken (FCC — Fluid Catalytic Cracking). |
I. Markt voor turbocompressortreinen die worden aangedreven door aeroderivatieve gasturbines en lichte industriële gasturbines met een vereist vermogen van meer dan 23 MW
i) Inleiding
|
(9) |
Klanten in de olie- en gasindustrie kopen doorgaans een zogenoemde turbocompressortrein aan voor de door hun productieprocessen vereiste compressietaken. |
|
(10) |
Een compressortrein bestaat uit een compressor, namelijk het deel dat de specifieke compressietaak daadwerkelijk verricht, en een motor, namelijk het deel dat energie levert aan de compressor. Deze twee onderdelen zijn met elkaar verbonden door hulpapparatuur zoals versnellingsbakken, leidingen en instrumenten en controleapparatuur. De compressor, de motor en alle hulpapparatuur zijn geïnstalleerd op een basisframe. |
|
(11) |
Er zijn verschillende soorten compressoren. In eerdere zaken heeft de Commissie een onderscheid gemaakt tussen lucht- en gascompressoren. Gascompressoren werden onderverdeeld in standaard- en procescompressoren, en die laatste dan weer in positieve verdringercompressoren en dynamische/turbocompressoren (3). De precieze afbakening van de markt werd uiteindelijk opengelaten. |
|
(12) |
Theoretisch kunnen compressoren worden aangedreven door eender welke motor: gasturbines, elektrische motoren of stoomturbines. Wat gasturbines betreft, kunnen drie verschillende technologieën worden onderscheiden: zware industriële gasturbines, dit zijn de traditionele gasturbines; aeroderivatieve gasturbines, dit zijn gasturbines die zijn afgeleid van op commerciële en passagiersvliegtuigen geplaatste motoren, en lichte industriële gasturbines, een hybride vorm tussen de twee andere. |
|
(13) |
Bij de aanschaf van een turbocompressortrein moet een eindgebruiker rekening houden met een aantal elementen om de precieze technische specificaties van de aan te schaffen motor en de turbocompressor vast te stellen. Een doorslaggevend element is de precieze aard van de compressietaak, die bepalend zal zijn voor de keuze van de compressor. Dit zal op zijn beurt het voor de taak vereiste vermogen bepalen. Er zijn evenwel ook andere factoren die een rol spelen, zoals de geografische locatie van het project, de plaatselijke omgevingsfactoren en de beschikbaarheid van brandstof. Al die elementen zijn van invloed op de technische specificaties waaraan de turbocompressortrein moet voldoen, en zullen bepalen welke compressor en welke motor voor een bepaald project kunnen worden ingezet. |
ii) Afbakening van de markt
|
(14) |
Aangezien de activiteiten van de partijen elkaar overlappen op het gebied van door aeroderivatieve gasturbines aangedreven turbocompressortreinen in de olie- en gasindustrie, heeft de Commissie onderzocht of:
|
|
(15) |
Uit die analyse blijkt dat:
|
|
(16) |
Met betrekking tot specifieke olie- en gastoepassingen ten slotte is uit deze analyse, en ook uit de analyse van de door de partijen en derden gebundelde biedinggegevens, gebleken dat er geen substitueerbaarheid is voor de in verschillende toepassingen gebruikte turbocompressortreinen. Aan de hand van de analyse van de aanbestedingsgegevens betreffende turbocompressortreinen kan de Commissie voorzien in homogene aanbestedingen die de verschillende olie- en gastoepassingen bestrijken. De activiteiten van de partijen overlappen elkaar in upstream offshoretoepassingen en midstream pijpleidingtoepassingen. |
|
(17) |
Met betrekking tot compressoren heeft de Commissie vastgesteld dat er verschillende soorten turbocompressoren bestaan. Slechts een beperkt deel daarvan kan worden gebruikt in upstream offshoretoepassingen en midstream pijpleidingtoepassingen. In de eerste plaats kunnen turbocompressoren worden onderverdeeld in integraal aangedreven turbocompressoren en turbocompressoren met één as. De Commissie is van mening dat alleen die laatste geschikt zijn voor de genoemde toepassingen. In de tweede plaats kunnen turbocompressoren met één as worden onderverdeeld in compressoren met een horizontaal gedeeld huis en compressoren met een verticaal gedeeld huis (het zogenoemde „barreltype”). Om technische redenen kunnen alleen die laatste in de betrokken toepassingen worden gebruikt. Binnen de barrelcompressoren bieden fabrikanten verschillende „basisontwerpen” aan, die bedoeld zijn voor specifieke toepassingen. Aan de vraagzijde is er geen substitueerbaarheid voor basisontwerpen van compressoren in de verschillende toepassingen. Ook aan de aanbodzijde bleek de substitueerbaarheid zeer beperkt te zijn. |
|
(18) |
Met betrekking tot de motor van turbocompressortreinen stelde de Commissie vast dat aeroderivatieve gasturbines en lichte industriële gasturbines substitueerbaar zijn, terwijl dit niet het geval is voor elektrische motoren en zware industriële gasturbines. Voorts heeft de Commissie vastgesteld dat aeroderivatieve gasturbines die worden gebruikt bij de productie van elektriciteit, niet kunnen worden gebruikt als motoren voor compressoren. Tot slot heeft de Commissie vastgesteld dat de mededingingssituatie voor de levering van aeroderivatieve gasturbines en lichte industriële gasturbines verschilt naar gelang ze een vermogen van meer of van minder dan 23 MW hebben. De Commissie is derhalve van mening dat de markt op basis van dit vermogensniveau kan worden gesegmenteerd. |
|
(19) |
Tot slot stelde de Commissie mede op basis van de vastgestelde beperkte substitueerbaarheid tussen basisontwerpen van compressoren vast dat in verschillende toepassingen gebruikte turbocompressortreinen afzonderlijke productmarkten kunnen vormen. |
|
(20) |
De Commissie concludeerde derhalve dat door aeroderivatieve gasturbines en lichte industriële gasturbines aangedreven turbocompressortreinen met een vermogen van meer dan 23 MW voor upstream offshoretoepassingen en midstream pijpleidingtoepassingen een afzonderlijke productmarkt kunnen vormen. De precieze marktafbakening kan evenwel worden opengelaten, aangezien de transactie bij geen van de mogelijke productmarktdefinities zou leiden tot een significante belemmering van de daadwerkelijke mededinging op de interne markt. |
|
(21) |
De aanmeldende partij is van mening dat er geen markt is van door aeroderivatieve gasturbines aangedreven compressortreinen. Volgens de aanmeldende partij wordt gewoon een aantal individuele aanbestedingsmogelijkheden in verschillende toepassingen samengevoegd, waarbij klanten uiteindelijk kiezen voor een technische oplossing waarbij een aeroderivatieve gasturbine voor de aandrijving van de compressor de voorkeur krijgt boven industriële gasturbines of andere motoren. De aanmeldende partij betoogt voorts dat, wanneer het vereiste vermogen hoog is, soms de voorkeur wordt gegeven aan aeroderivatieve gasturbines omdat zij vaak efficiënter, kleiner en lichter zijn dan vergelijkbare industriële gasturbines. Industriële gasturbines concurreren echter steeds meer met aeroderivatieve gasturbines, aangezien de nieuwe modellen van industriële gasturbines lichter, compacter en efficiënter zijn. De aanmeldende partij betoogt dan ook dat de relevante productmarkt de markt voor turbocompressortreinen is. |
II. Markt voor door aeroderivatieve gasturbines en lichte industriële gasturbines aangedreven generatoraggregaten
|
(22) |
De aanmeldende partij is van oordeel dat door aeroderivatieve gasturbines aangedreven generatoraggregaten geen afzonderlijke productmarkt vormen. De aanmeldende partij voert aan dat aeroderivatieve gasturbines voor toepassingen met mechanische aandrijving niet verschillen van aeroderivatieve gasturbines voor toepassingen met generatoraandrijving, en dat dezelfde modellen voor beide toepassingen door elkaar kunnen worden gebruikt. |
|
(23) |
De Commissie is van mening dat generatoraggregaten tot een andere productmarkt behoren dan compressortreinen. De Commissie heeft voorts geconcludeerd dat door aeroderivatieve gasturbines en lichte industriële gasturbines aangedreven generatoraggregaten waarschijnlijk substitueerbaar zijn, maar dat door aeroderivatieve gasturbines en lichte industriële gasturbines aangedreven generatoraggregaten tot een andere productmarkt behoren dan door zware industriële gasturbines aangedreven generatoraggregaten. Ten slotte concludeerde de Commissie dat het aangewezen kan zijn een onderscheid te maken tussen door aeroderivatieve gasturbines en lichte industriële gasturbines aangedreven generatoraggregaten van meer en van minder dan 23 MW. |
|
(24) |
De precieze marktafbakening kan evenwel worden opengelaten, aangezien de transactie bij geen van de mogelijke marktdefinities zou leiden tot een significante belemmering van de daadwerkelijke mededinging. |
III. Differentiatie tussen stoomturbines met mechanische aandrijving en stoomturbines met generatoraandrijving
|
(25) |
De aanmeldende partij betoogt dat stoomturbines, met name die met een hoger outputniveau, kunnen worden opgedeeld in stoomturbines met mechanische aandrijving en stoomturbines met generatoraandrijving. |
|
(26) |
In haar eerdere besluiten heeft de Commissie geen afzonderlijke markt vastgesteld voor stoomturbines met mechanische aandrijving. |
|
(27) |
Het marktonderzoek leverde de volgende resultaten op:
|
|
(28) |
Aangezien de transactie de daadwerkelijke mededinging ongeacht de mogelijke markt niet significant zal belemmeren, heeft de Commissie de vraag van de precieze productmarkt voor de betrokken markten voor stoomturbines met mechanische aandrijving opengelaten. |
IV. Markt voor stoomturbines met mechanische aandrijving
|
(29) |
De aanmeldende partij betoogt dat er een afzonderlijke markt is voor stoomturbines met mechanische aandrijving. Met betrekking tot de vermogensoutput voert de aanmeldende partij aan dat het geen zin heeft afzonderlijke markten vast te stellen op basis van dat element. |
|
(30) |
De Commissie heeft onderzocht of de markt voor stoomturbines met mechanische aandrijving verder kan worden onderverdeeld in verschillende markten naar gelang van hun vermogensoutput en eindtoepassingen. |
|
(31) |
Met betrekking tot een mogelijke segmentering op basis van de vermogensoutput gaf het marktonderzoek geen uitsluitsel over het passende verdeelpunt. Een aantal concurrenten gaf aan dat een onderscheid moet worden gemaakt tussen stoomturbines met mechanische aandrijving met een vermogensoutput tussen 0 MW en 10 MW, terwijl andere respondenten erop wezen dat leveranciers doorgaans stoomturbines met mechanische aandrijving met een vermogensoutput tot 20 MW fabriceren, en dat een segmentering onder die drempel niet wenselijk is. |
|
(32) |
Met betrekking tot een mogelijke segmentering op basis van de eindtoepassing wezen de respondenten van het marktonderzoek op een mogelijk onderscheid tussen enerzijds stoomturbines met mechanische aandrijving die worden gebruikt in de olie- en gasindustrie (voornamelijk petrochemische en chemische producten) en anderzijds stoomturbines met mechanische aandrijving die worden gebruikt in andere industrietakken, zoals de metaalindustrie, de pulp- en papierindustrie, de staalindustrie, de voedingsmiddelenindustrie en andere. |
|
(33) |
Aangezien de transactie de daadwerkelijke mededinging ongeacht de mogelijke segmentering niet significant zal belemmeren, is de Commissie van oordeel dat de vraag van de precieze productmarkt voor de betrokken markten voor stoomturbines met mechanische aandrijving kan worden opengelaten. |
V. Markt voor stoomturbines voor toepassingen met generatoraandrijving
|
(34) |
De aanmeldende partij betoogt dat er een afzonderlijke markt is voor stoomturbines met generatoraandrijving die een pakket vormen met generatoren. Met het oog op de beoordeling vanuit het oogpunt van de mededinging van deze transactie heeft de Commissie een afzonderlijke markt in aanmerking genomen voor stoomturbines met generatoraandrijving die een pakket vormen met generatoren, aangezien klanten een gecombineerd eindproduct kopen. |
|
(35) |
Aangezien de transactie de daadwerkelijke mededinging bij geen van de mogelijke productmarktdefinities significant zal belemmeren, kan de precieze afbakening van de productmarkt worden opengelaten. |
VI. Markt voor treinen voor gefluïdiseerd katalytisch kraken (FCC — Fluid Catalytic Cracking)
|
(36) |
Gefluïdiseerd katalytisch kraken is een veelgebruikt raffinageproces voor de omzetting van koolwaterstoffracties van ruwe aardolie in geraffineerde benzine, olefinische gassen en andere producten. Tijdens het proces vangt een expander energie op uit het hete rookgas (dat anders verloren gaat). Die energie wordt vervolgens gebruikt om een generator of de hoofdluchtcompressor aan te drijven. Hierdoor kunnen de energiekosten bij de raffinage worden beperkt en kan de algemene energie-index worden verbeterd. De uitrusting voor deze activiteit kan worden aangebracht in één trein (een FCC-oplossing met één trein) of in twee afzonderlijke treinen (een FCC-oplossing met twee treinen). |
|
(37) |
Een FCC-oplossing met één trein bestaat uit een expander, een luchtcompressor (de hoofdblazer), een stoomturbine en een generator. Alle onderdelen zijn aangebracht in één trein. |
|
(38) |
Een FCC-oplossing met twee treinen bestaat uit twee afzonderlijke treinen. In dat geval bestaat één trein uit een door een stoomturbine aangedreven luchtcompressor („FCC-compressortrein”) en omvat de andere trein een expander en een generator („FCC-expandertrein). |
|
(39) |
Klanten die FCC-treinen aanschaffen, zijn raffinaderijen. Zij kopen de FCC-trein doorgaans in zijn geheel, veeleer dan de onderdelen afzonderlijk te kopen. De klanten worden ook bijgestaan door het EPC-bedrijven. |
|
(40) |
De aanmeldende partij is van mening dat de relevante productmarkt de markt voor FCC-treinen is, die zowel FCC-oplossingen met één trein als FCC-oplossingen met twee treinen omvat (8). De Commissie heeft tot dusver nog geen productmarkt voor FCC-treinen vastgesteld. |
|
(41) |
In het onderhavige geval is de Commissie van oordeel dat de vraag of FCC-oplossingen met één trein en FCC-oplossingen met twee treinen al dan niet afzonderlijke productmarkten zijn, kan worden opengelaten, aangezien de transactie, ongeacht de precieze afbakening van de relevante productmarkt(en), de daadwerkelijke mededinging op het gebied van FCC-treinen niet significant zal belemmeren. De Commissie heeft ook de mogelijke aanwezigheid van markten onderzocht die upstream liggen ten opzichte van i) de markt voor FCC-oplossingen met één trein en ii) de markt voor FCC-oplossingen met twee treinen om mogelijke verticale effecten te beoordelen. |
iii) Omschrijving van de geografische markt
|
(42) |
De geografische markt voor alle bovengenoemde markten bestrijkt ten minste de EER en waarschijnlijk de hele wereld. |
B. BEOORDELING VANUIT HET OOGPUNT VAN DE MEDEDINGING
I. Door aeroderivatieve gasturbines en lichte industriële gasturbines aangedreven turbocompressortreinen met een vermogensoutput van meer dan 23 MW voor upstream offshoretoepassingen en midstream pijpleidingtoepassingen — Horizontale beoordeling
i) Analysekader
|
(43) |
Hoewel de concurrentievoorwaarden vóór de fusie doorgaans een betrouwbare indicator zijn voor de voorwaarden die zonder de fusie zouden hebben bestaan, zijn de concurrentievoorwaarden op het ogenblik van de fusie in dit geval niet noodzakelijkerwijs het meest relevante vergelijkingspunt. Dit heeft te maken met het feit dat de gegevens die worden gebruikt voor de beoordeling van de transactie betrekking hebben op de periode vóór de afsluiting van een eerdere transactie — de transactie Siemens/RR (9), die in december 2014 plaatsvond — waarbij Siemens de aeroderivatieve gasturbines van Rolls Royce (hierna „RR” genoemd) verwierf. Die gegevens uit het verleden geven bijgevolg niet noodzakelijk een volledig beeld van de toekomstige concurrentiepositie van de gecombineerde entiteit Siemens/RR zonder de aangemelde fusie. |
|
(44) |
De integratie van de activiteiten van RR op het gebied van aeroderivatieve gasturbines kan de marktpositie van Siemens en de druk op haar concurrenten in zekere mate hebben veranderd. Voorts is Siemens voornemens de nieuw verworven productlijn van RR te […]. Zonder de transactie zou de concurrentiedruk die DR en Siemens/RR op elkaar zouden uitoefenen, zich ergens bevinden tussen de huidige situatie en de situatie waarin Siemens erin slaagt de RR producten te […]. |
|
(45) |
De Commissie is van mening dat uiteindelijk in het midden kan worden gelaten welk van beide alternatieve analysescenario’s het waarschijnlijkste is, aangezien de transactie in geen van beide scenario’s zal leiden tot een significante belemmering van de daadwerkelijke mededinging. |
|
(46) |
Aangezien het overgrote deel van de verkoop na een aanbestedingsprocedure plaatsvindt en turbocompressortreinen sterk gedifferentieerde en technisch vervaardigde producten zijn, moet de beoordeling van mogelijke niet-gecoördineerde effecten van de transactie bovendien worden uitgevoerd in het kader van een „aanbestedingsmarkt” met gedifferentieerde producten. Gezien het gebrek aan transparantie in de meeste aanbestedingsprocedures was de beoordeling van de Commissie echter niet alleen gericht op projecten in het kader van een aanbesteding waarbij de partijen als winnaar of tweede eindigden, maar op alle projecten waarbij de partijen met elkaar concurreerden. |
ii) Beoordeling
|
(47) |
De Commissie concludeerde dat de transactie er niet toe leidt dat de concurrentie op de markt significant wordt belemmerd, en geeft hiervoor de volgende redenen:
|
|
(48) |
De Commissie is voorts tot de bevinding gekomen dat de transactie geen belangrijke concurrent zal uitschakelen op de markt voor door aeroderivatieve gasturbines of lichte industriële gasturbines aangedreven turbocompressortreinen met een vermogensoutput van minder dan 23 MW. De reden hiervoor is dat de gecombineerde marktaandelen van de partijen bescheiden zijn en de uit de transactie voortvloeiende toename in termen van marktaandeel in eender welk analysekader beperkt is. |
II. Door aeroderivatieve gasturbines of lichte industriële gasturbines aangedreven turbocompressortreinen — Niet-horizontale beoordeling
|
(49) |
De Commissie heeft de mogelijke niet-horizontale effecten van de transactie geanalyseerd. Volgens dit analysekader zouden de hypothetische markt voor de markt voor aeroderivatieve gasturbines en de markt voor turbocompressoren upstream liggen ten opzichte van de markt voor turbocompressortreinen die worden gebruikt voor olie- en gastoepassingen. In feite zijn zowel aeroderivatieve gasturbines als turbocompressoren essentiële inputs voor de productie van compressortreinen, waarvoor beide elementen noodzakelijk zijn. |
|
(50) |
Aangezien Siemens/RR en GE de enige leveranciers van aeroderivatieve gasturbines aan derden zijn, terwijl er meerdere fabrikanten van compressoren zijn, kunnen de mogelijkheid en de prikkel voor Siemens/RR om de toegang te beperken tot haar producten, slechts betrekking hebben op aeroderivatieve gasturbines, en niet op haar compressoren. Daarom heeft de Commissie alleen onderzocht of de fusieonderneming de mogelijkheid en de prikkel zou hebben om de toegang van derden tot haar aeroderivatieve gasturbines te beperken, en welke gevolgen die strategie zou hebben voor de concurrentie. |
|
(51) |
De Commissie is van oordeel dat, hoewel de fusieonderneming de mogelijkheid heeft om de toegang tot aeroderivatieve gasturbines te belemmeren, zij niet de prikkel zal hebben om dit te doen. Het zou namelijk niet rendabel zijn voor Siemens/Rolls-Royce om de levering van aeroderivatieve gasturbines tegen te houden, omdat zij meer zou verliezen bij een weigering om aeroderivatieve gasturbines te verkopen dan zij zou winnen bij de verkoop van extra compressoren als onderdeel van compressortreinen van Siemens. Bovendien genereert de verkoop van aeroderivatieve gasturbines een inkomstenstroom op lange termijn die voortvloeit uit het onderhoud ervan. |
|
(52) |
Hoe dan ook zou een eventuele afschermingsstrategie geen significante gevolgen hebben voor de daadwerkelijke mededinging, aangezien niet-verticaal geïntegreerde fabrikanten zeer zelden deelnemen aan aanbestedingen, en nog minder erin slagen te winnen. |
III. Door aeroderivatieve gasturbines en lichte industriële gasturbines aangedreven generatoraggregaten — Horizontale beoordeling
|
(53) |
Ondanks het aanzienlijke gecombineerde marktaandeel van de partijen op de markt voor door aeroderivatieve gasturbines en lichte industriële gasturbines aangedreven generatoraggregaten van meer dan 23 MW voor olie- en gastoepassingen was de Commissie van oordeel dat de transactie de daadwerkelijke mededinging niet significant zal belemmeren, aangezien zij geen belangrijke concurrent zal uitschakelen op deze markt. |
|
(54) |
De Commissie geeft hiervoor de volgende redenen:
|
IV. Markt voor stoomturbines met mechanische aandrijving
|
(55) |
De Commissie concludeert dat het weinig waarschijnlijk is dat de transactie de daadwerkelijke mededinging op het gebied van stoomturbines met mechanische aandrijving met een vermogen tot 45 MW of in het segment met een vermogensbereik tot 5 MW op significante wijze zal belemmeren. |
|
(56) |
Op de markt voor stoomturbines met mechanische aandrijving met een vermogensoutput tussen 5 MW en 45 MW zou het gecombineerde marktaandeel (10) van de partijen niet meer bedragen dan (0-5 %), zowel op het niveau van de EER als op wereldniveau. Dat is ook wat uit het marktonderzoek naar voren kwam: de meerderheid van de klanten gaf aan dat de transactie geen gevolgen zal hebben voor de mededinging in dit marktsegment (11). |
|
(57) |
Wat stoomturbines met mechanische aandrijving met een vermogen tot 5 MW betreft, bedraagt het gezamenlijke marktaandeel van de partijen op wereldniveau (20-30 %), waarbij de toename van Siemens slechts (0-5 %) bedraagt. Andere grote actieve spelers zijn Elliott Ebara (VS), Shin Nippon (Japan), TGM Kanis/Turbinas (Brazilië), NG Metallurgica (Brazilië) en andere (12). |
|
(58) |
Op het niveau van de EER zal het gezamenlijke marktaandeel van de partijen (40-50 %) bedragen. Elliott zal de tweede leverancier van stoomturbines met mechanische aandrijving en de grootste concurrent blijven. Andere kleinere concurrenten zouden marktaandelen van minder dan 5 % hebben. Ondanks de sterke positie van de partijen en Elliott, zal er in de EER ook een aantal kleinere concurrenten zijn, zoals MAN Diesel en Turbo (Duitsland), Fincantieri (Italië), M+M (Duitsland), alsook spelers van buiten de EER, namelijk TGM Kanis/Turbinas, NG Metallurgica en Shin Nippon. |
|
(59) |
Ondanks de gecombineerde marktaandelen van de partijen en het geconcentreerde karakter van de markt is de Commissie van oordeel dat het weinig waarschijnlijk is dat de transactie de daadwerkelijke mededinging op significante wijze zal belemmeren wat betreft stoomturbines met mechanische aandrijving tot 5 MW, aangezien 1) Siemens en DR geen naaste concurrenten zijn en 2) de barrières voor markttoegang en expansie laag zijn. |
|
(60) |
Wat de intensiteit van de concurrentie betreft, zijn de activiteiten van Siemens vooral op stroomopwekking gericht. De activiteiten van Dresser-Rand daarentegen zijn vooral op stoomturbines met mechanische aandrijving voor olie- en gastoepassingen gericht. Dit is bevestigd door de verkoopgegevens van de partijen voor de periode 2009-2014. Meer dan (80-90 %) van de verkoop van DR in dat marktsegment heeft betrekking op olie- en gastoepassingen, terwijl de verkoop door Siemens aan de olie- en gasindustrie slechts goed is voor ongeveer (20-30 %) van de totale verkoop door Siemens van stoomturbines met mechanische aandrijving van minder dan 5 MW. |
|
(61) |
Met betrekking tot belemmeringen bij de markttoegang is uit het marktonderzoek gebleken dat 1) sommige concurrenten die reeds actief zijn op de markt voor stoomturbines met mechanische aandrijving van minder dan 5 MW hun productie gemakkelijk zouden kunnen uitbreiden als reactie op een toenemende vraag, en 2) ondernemingen die momenteel actief zijn op de markt voor stoomturbines met generatoraandrijving gemakkelijk zouden kunnen beginnen met de levering van stoomturbines met mechanische aandrijving zolang zij kunnen voldoen aan de aanvullende door de industrie gestelde normen, die volgens hen haalbaar zijn. |
V. Markt voor stoomturbines voor generatoraandrijvingstoepassingen
|
(62) |
De Commissie is van oordeel dat het weinig waarschijnlijk is dat de transactie de daadwerkelijke mededinging voor gen-sets van minder dan 45 MW op significante wijze zal belemmeren, ongeacht of de Commissie een EER-markt of een mondiale markt in aanmerking neemt. De Commissie geeft hiervoor de volgende redenen:
|
VI. Markt voor FCC-treinen
|
(63) |
Om de hieronder uiteengezette redenen is de Commissie van mening dat de transactie de daadwerkelijke mededinging op het gebied van FCC-treinen niet significant zal belemmeren, ongeacht de precieze afbakening van de relevante productmarkt(en). Met name heeft de Commissie haar beoordeling uit mededingingsoogpunt van zowel horizontale als verticale effecten uitgevoerd voor drie mogelijke downstreammarkten: 1) FCC-oplossing met één trein; 2) FCC-oplossing met twee treinen: FCC-expandertreinen en FCC-compressortreinen en 3) FCC-oplossingen met zowel één als twee treinen, en kwam zij tot de conclusie dat de transactie de daadwerkelijke mededinging op één van die mogelijke markten niet significant zal belemmeren. |
1. FCC-oplossing met één trein
i) Geen horizontale effecten
|
(64) |
Geen van de partijen is actief op de markt voor FCC-oplossingen met één trein, zodat horizontale effecten kunnen worden uitgesloten. |
|
(65) |
Op deze markt heeft MAN (met een expander van DR) mondiaal een marktaandeel van (60-70 %) en Elliott Ebara van (30-40 %) (14). Op EER-niveau heeft geen van de ondernemingen FCC-oplossingen met één trein verkocht. |
ii) Geen verticale effecten
|
(66) |
Leveranciers van FCC-treinen maken gebruik van hetzij expanders die zij zelf hebben geproduceerd, hetzij expanders van derde leveranciers, die dan een pakket vormen met de andere componenten. MAN, een fabrikant van compressoren en stoomturbines, won […] projecten als hoofdcontractant voor FCC-treinen, en betrok de expanders bij DR. Elliott daarentegen won één project en maakte daarbij gebruik van haar eigen expander- en compressorlijn. Er is dus mogelijk een upstreammarkt voor de verkoop van expanders voor FCC-treinen. |
|
(67) |
Op die upstreammarkt voor expanders heeft DR een mondiaal marktaandeel van (40-50 %), Elliott Ebara (30-40 %) en GE (20-30 %). Op EER-niveau is slechts één trein door Elliott Ebara verkocht (15). |
|
(68) |
In het segment voor FCC-oplossingen met één trein, heeft DR slechts zeer weinig door MAN aangeboden expanders als onderdeel van FCC-treinen verkocht ([…] projecten), en Elliott slechts één als onderdeel van een door Elliott zelf aangeboden FCC-trein. |
|
(69) |
De Commissie is van oordeel dat de transactie waarschijnlijk niet zal leiden tot een concurrentiebeperkende afscherming van input. Overeenkomstig de richtsnoeren over niet-horizontale concentraties (16) is de Commissie met name tot de volgende analyse en conclusie gekomen: 1) de gecombineerde entiteit hebben niet de mogelijkheid om input af te schermen, aangezien leveranciers die aangewezen zijn op input van DR, kunnen overschakelen op GE of Elliott; 2) de vraag of de gecombineerde entiteit een prikkel heeft om input af te schermen, kan worden opengelaten en, tot slot concludeerde de Commissie dat 3) zelfs indien de fusieonderneming de mogelijkheid en de prikkel had om toegang tot expanders aanzienlijk af te schermen, dit geen significant nadelig effect op de mededinging op het gebied van FCC-oplossingen met één trein zou hebben. De reden hiervoor is dat momenteel alleen Elliott en MAN (met een expander van DR) met elkaar concurreren op dit niveau. Indien de partijen de levering van expanders van DR aan MAN zouden stopzetten, en de expanders in plaats daarvan uitsluitend zouden combineren met compressoren van Siemens, zouden er na de transactie dus nog steeds twee actieve leveranciers zijn, met als enige verschil dat de DR-MAN-oplossing zou worden vervangen door een DR-Siemens-oplossing. |
2. FCC-oplossing met twee treinen
|
(70) |
FCC-oplossingen met twee treinen bestaan uit twee afzonderlijke treinen: 1) FCC-expandertreinen en 2) FCC-compressortreinen. Klanten organiseren doorgaans afzonderlijke aanbestedingen per trein. De leverancier van de expander is dus niet noodzakelijk ook de leverancier van de compressortrein. In feite heeft DR […] expandertreinen geleverd in het kader van FCC-oplossingen met twee treinen sinds 2004, terwijl zij […] compressortreinen heeft als onderdeel van dit soort FCC-treinen (17). De Commissie heeft de beoordeling uit mededingingsoogpunt voor de FCC-expandertrein en de FCC-compressortrein los van elkaar uitgevoerd en is tot de conclusie gekomen dat het weinig waarschijnlijk is dat de transactie de daadwerkelijke mededinging zal verhinderen op een van die markten. |
2.1.
|
(71) |
Op de downstreammarkt van de mondiale markt voor FCC-expandertreinen heeft DR een marktaandeel van (30-40 %); Elliott Ebara heeft een marktaandeel van (30-40 %); en GE van (20-30 %). Op EER-niveau heeft alleen Elliott Ebara FCC-expandertreinen verkocht. Siemens is niet actief op deze markt zodat horizontale effecten kunnen worden uitgesloten. |
|
(72) |
Op deze markt handelt de fabrikant van expanders doorgaans als hoofdcontractant, en betrekt hij de generator meestal bij derden. Op een dergelijke potentiële hypothetische upstreammarkt voor generatoren bedraagt het aandeel van Siemens in de EER en wereldwijd minder dan [10-20] %. DR vervaardigt slechts een nicheproduct (NovaGen 400) en heeft zowel op EER-niveau als op mondiaal niveau een minimaal marktaandeel. Dat nicheproduct wordt niet gebruikt in combinatie met FCC-expanders. |
|
(73) |
Met betrekking tot de afscherming van input is de Commissie van oordeel dat de fusieonderneming noch de mogelijkheid, noch de prikkel zal hebben om de toegang voor derde oorspronkelijke fabrikanten van expanders tot generatoren af te schermen. De reden hiervoor is dat Siemens op die hypothetische markt een marktaandeel van minder dan (10-20 %) heeft, en het marktaandeel van DR op die hypothetische markt minimaal is, en dat generatoren van DR hoe dan ook niet worden gebruikt in combinatie met FCC-expanders. De leveranciers van FCC-expandertreinen zullen na de fusie dus nog steeds toegang hebben tot generatoren van de concurrenten van Siemens, waarvan vele niet geïntegreerd zijn (18). |
|
(74) |
Met betrekking tot de mogelijke afscherming van klanten zouden de partijen niet de mogelijkheid hebben om de toegang van concurrenten van Siemens tot een toereikend klantenbestand op de markt voor generatoren te belemmeren, aangezien generatoren in vele andere toepassingen worden gebruikt (cf. in olie- en gastoepassingen gebruikte generatoraggregaten). Zelfs indien de partijen alleen generatoren zouden betrekken bij Siemens om ze te combineren met expanders van DR voor FCC-expandertreinen, zouden de concurrenten van Siemens op de markt voor generatoren dus nog steeds toegang hebben tot een toereikend klantenbestand in andere toepassingen. |
2.2.
|
(75) |
Noch DR, noch Siemens levert FCC-compressortreinen. Op de upstreammarkt voor stoomturbines bedraagt het gecombineerde marktaandeel van de partijen (0-5 %) (19). De Commissie is derhalve van oordeel dat de transactie met betrekking tot FCC-compressortreinen geen horizontale of verticale bezwaren doet rijzen. |
3. FCC-oplossingen met zowel één als twee treinen
|
(76) |
In de twee voorgaande punten concludeerde de Commissie dat het weinig waarschijnlijk is dat de transactie de daadwerkelijke mededinging op de hypothetische markt voor FCC-oplossingen met één trein en op de hypothetische markt voor FCC-oplossingen met twee treinen zal verhinderen. Indien beide producten tot dezelfde relevante markt zouden behoren, dan zou dit de conclusie van de Commissie alleen maar kracht bijzetten, aangezien klanten en/of leveranciers bij een hypothetische prijsverhoging in één van beide segmenten de ene oplossing kunnen vervangen door de andere. |
V. CONCLUSIE
|
(77) |
Om de bovengenoemde redenen is de conclusie van het besluit dat de voorgenomen concentratie de daadwerkelijke mededinging op de interne markt of een wezenlijk deel daarvan niet significant zal belemmeren, en dat de verwerving van Dresser Rand door Siemens bijgevolg verenigbaar is met de interne markt en de werking van de EER-overeenkomst. |
(1) PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.
(2) Verordening (EG) nr. 802/2004 van de Commissie van 21 april 2004 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (PB L 133 van 30.4.2004, blz. 1).
(3) Zaak M.6222 GE Energy/Converteam (2011), zaak M.2834 Alchemy/Compare (2002), zaak M.1775 Ingersoll Rand/Dresser Rand/Ingersoll Dresser Pump (1999), zaak M.479 Ingersoll Rand/MAN (1994).
(4) Zie ID — 2295 Notulen van de conferencecall met een concurrent en ID 161 — Ql Vragenlijst aan concurrenten, antwoorden op vraag 37.
(5) ID 161 — Ql Vragenlijst aan concurrenten, antwoorden op vraag 37.
(6) ID 265 — Notulen van de conferencecall met een concurrent, 8.12.2015.
(7) ID 2295 — Notulen van de conferencecall met een concurrent van 6.3.2015 en ID 177 — Notulen van de conferencecall met een concurrent van 10.12.2014.
(8) ID 2746 — Antwoord van de aanmeldende partij op het verzoek om informatie van de Commissie van 7 mei 2015, punt 8.
(9) Zaak M.7284 — Siemens/John Wood/Rolls-Royce Combined ADGT Business/RWG, 4.8.2014.
(10) ID 113 — Formulier CO, punt 527.
(11) ID 195- Q2 — Vragenlijst aan klanten, antwoorden op vraag 80.16.
(12) ID 113 — Formulier CO, punt 530.
(13) ID 177 — Notulen van de conferencall met een klant, 10.12.2014. ID 2295 — Notulen van de conferencecall met een concurrent, 6.3.2015.
(14) De marktaandelen zijn berekend voor de periode 2004-2015.
(15) Het marktaandeel is berekend over de periode 2004-2015.
(16) Richtsnoeren voor de beoordeling van niet-horizontale fusies op grond van de Verordening van de Raad inzake de controle op concentraties van ondernemingen (PB C 265 van 18.10.2008, blz. 7).
(17) ID 2745 — Bijlage bij het antwoord van de aanmeldende partij op het verzoek om informatie van de Commissie van 7 mei 2015.
(18) ID 2746 — Antwoord van de aanmeldende partij op het verzoek om informatie van de Commissie van 7 mei 2015, punten 43-44.
(19) ID 2746 — Antwoord van de aanmeldende partij op het verzoek om informatie van de Commissie van 7 mei 2015, punt 13.
|
3.8.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 281/17 |
Nieuwe nationale zijde van voor circulatie bestemde euromuntstukken
(2016/C 281/10)
Voor circulatie bestemde euromunten hebben in de gehele eurozone de status van wettig betaalmiddel. Om zowel degenen die beroepsmatig met euromunten omgaan als het grote publiek op de hoogte te houden, publiceert de Commissie alle nieuwe ontwerpen van euromunten (1). Volgens de conclusies van de Raad van 10 februari 2009 (2) is het de lidstaten van de eurozone en de landen die met de Europese Unie een monetaire overeenkomst hebben gesloten volgens welke zij euromuntstukken mogen uitgeven, toegestaan een bepaalde hoeveelheid voor circulatie bestemde euroherdenkingsmunten uit te geven, en dat onder bepaalde voorwaarden, met name dat alleen het muntstuk van twee euro wordt gebruikt. Deze munten hebben dezelfde technische kenmerken als gewone voor circulatie bestemde munten van twee euro, maar hebben aan de nationale zijde een speciale herdenkingsafbeelding met een grote nationale of Europese symboolwaarde.
Uitgevende staat : Malta
Onderwerp van de herdenkingsmunt : tempels van Ġgantija
Beschrijving van het ontwerp : op de munt zijn de tempels van Ġgantija op het eiland Gozo afgebeeld. Ġgantija is een megalithisch tempelcomplex uit het neolithicum. Het is een van ’s werelds oudste vrijstaande bouwwerken, alsook één van de oudste religieuze bouwwerken. Ġgantija is gebouwd rond de 36e eeuw vóór Christus en dateert dus van vóór Stonehenge en de Egyptische piramiden. Bovenaan rechts staat de inscriptie „ĠGANTIJA TEMPLES” met daaronder de jaartallen „3800-3200 BC”. Onderaan links staan de naam van de uitgevende staat „MALTA” met daaronder het jaar van uitgifte „2016”, geflankeerd door het muntmeesterteken en het muntteken.
Op de buitenrand van de munt zijn de 12 sterren van de Europese vlag afgebeeld.
Oplage :
Datum van uitgifte : juli-augustus 2016
(1) Zie PB C 373 van 28.12.2001, blz. 1, voor een overzicht van alle nationale zijden die in 2002 zijn uitgegeven.
(2) Zie de conclusies van de Raad Economische en Financiële Zaken van 10 februari 2009 en de aanbeveling van de Commissie van 19 december 2008 betreffende gemeenschappelijke richtsnoeren voor de nationale zijde en de uitgifte van voor circulatie bestemde euromuntstukken (PB L 9 van 14.1.2009, blz. 52).
V Bekendmakingen
PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE HANDELSPOLITIEK
Europese Commissie
|
3.8.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 281/18 |
Bericht van inleiding van een antidumpingprocedure betreffende de invoer van gezuiverd tereftaalzuur en de zouten ervan, van oorsprong uit de Republiek Korea
(2016/C 281/11)
De Europese Commissie („de Commissie”) heeft een klacht ontvangen op grond van artikel 5 van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (1) („de basisverordening”), volgens welke de bedrijfstak van de Unie aanmerkelijke schade lijdt door de invoer met dumping van gezuiverd tereftaalzuur en de zouten ervan, van oorsprong uit de Republiek Korea.
1. Klacht
De klacht is op 20 juni 2016 ingediend door BP Aromatics Limited NV, Artland PTA SA en Indorama Ventures Quimica S.L.U. („de klagers”), die meer dan 25 % van de totale productie van gezuiverd tereftaalzuur en de zouten ervan in de Unie voor hun rekening nemen.
2. Onderzocht product
Dit onderzoek heeft betrekking op tereftaalzuur met een zuiverheid van ten minste 99,5 gewichtsprocent en de zouten ervan („het onderzochte product”).
3. Bewering dat er sprake is van dumping
Bij het product dat volgens de klacht met dumping zou worden ingevoerd, gaat het om het onderzochte product, momenteel ingedeeld onder de GN-code ex 2917 36 00 (Taric-code 2917360010), van oorsprong uit de Republiek Korea („het betrokken land”). De GN- en Taric-codes worden slechts ter informatie vermeld.
Bij gebrek aan betrouwbare gegevens over binnenlandse prijzen voor de Republiek Korea is de bewering dat het betrokken product met dumping wordt ingevoerd gebaseerd op een vergelijking van de door berekening vastgestelde normale waarde (productiekosten, verkoopkosten, algemene kosten, administratiekosten (VAA-kosten) en winst) met de prijs (af fabriek) van het onderzochte product bij uitvoer naar de Unie.
De aldus berekende dumpingmarges blijken voor het betrokken land aanzienlijk te zijn.
4. Bewering dat er sprake is van schade en oorzakelijk verband
De klagers hebben bewijsmateriaal verstrekt waaruit blijkt dat de invoer van het onderzochte product uit het betrokken land zowel absoluut als qua marktaandeel is gestegen.
Uit het voorlopige bewijsmateriaal dat de klagers hebben verstrekt, blijkt dat de hoeveelheden waarin en de prijzen waartegen het onderzochte product wordt ingevoerd onder meer een ongunstige invloed hebben gehad op de verkochte hoeveelheden, de in rekening gebrachte prijzen en het ingenomen marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie, waardoor de financiële situatie en de algemene prestaties van de bedrijfstak van de Unie aanzienlijk zijn verslechterd.
5. Procedure
Daar de Commissie na kennisgeving aan de lidstaten heeft vastgesteld dat de klacht is ingediend door of namens de bedrijfstak van de Unie en dat er voldoende bewijsmateriaal is om een procedure in te leiden, opent zij hierbij een onderzoek op grond van artikel 5 van de basisverordening.
Bij het onderzoek zal worden vastgesteld of het onderzochte product van oorsprong uit het betrokken land met dumping wordt ingevoerd en of hierdoor schade voor de bedrijfstak van de Unie is ontstaan. Als de conclusies bevestigend zijn, zal in het onderzoek worden nagegaan of het niet tegen het belang van de Unie is maatregelen in te stellen.
5.1. Onderzoektijdvak en beoordelingsperiode
Het onderzoek naar dumping en schade heeft betrekking op de periode van 1 juli 2015 tot en met 30 juni 2016 („het onderzoektijdvak”). Het onderzoek naar ontwikkelingen die relevant zijn voor de schadebeoordeling heeft betrekking op de periode van 1 januari 2013 tot het einde van het onderzoektijdvak („de beoordelingsperiode”).
5.2. Procedure voor het vaststellen van dumping
Producenten-exporteurs (2) van het onderzochte product uit het betrokken land worden uitgenodigd aan het onderzoek van de Commissie mee te werken.
5.2.1. Onderzoek van de producenten-exporteurs
5.2.1.1.
a) Steekproeven
Gezien het mogelijk grote aantal bij deze procedure betrokken producenten-exporteurs in de Republiek Korea kan de Commissie, om het onderzoek binnen de wettelijke termijn te kunnen afronden, haar onderzoek tot een redelijk aantal producenten-exporteurs beperken door een steekproef samen te stellen. De steekproef zal overeenkomstig artikel 17 van de basisverordening worden uitgevoerd.
Om de Commissie in staat te stellen te beslissen of een steekproef noodzakelijk is en, zo ja, deze samen te stellen, wordt alle producenten-exporteurs, of hun vertegenwoordigers, verzocht contact met de Commissie op te nemen. Zij moeten dat, tenzij anders aangegeven, uiterlijk 15 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie doen en de Commissie de in bijlage I bij dit bericht verlangde informatie over hun ondernemingen verstrekken.
Om de informatie te verkrijgen die zij voor het samenstellen van de steekproef van producenten-exporteurs nodig acht, zal de Commissie bovendien contact opnemen met de autoriteiten van de Republiek Korea en mogelijk ook met haar bekende verenigingen van producenten-exporteurs.
Belanghebbenden die behalve de hierboven vermelde informatie nog andere informatie willen verstrekken die voor de samenstelling van de steekproef van nut kan zijn, moeten dit, tenzij anders aangegeven, uiterlijk 21 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie doen.
Indien een steekproef noodzakelijk is, kunnen de producenten-exporteurs worden geselecteerd op basis van het grootste representatieve volume van de uitvoer naar de Unie dat binnen de beschikbare tijd redelijkerwijs kan worden onderzocht. De Commissie zal alle haar bekende producenten-exporteurs, de autoriteiten van de Republiek Korea en de verenigingen van producenten-exporteurs, indien nodig via de autoriteiten van de Republiek Korea, mededelen welke ondernemingen voor de steekproef zijn geselecteerd.
Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek met betrekking tot producenten-exporteurs nodig acht, zal de Commissie een vragenlijst toezenden aan de voor de steekproef geselecteerde producenten-exporteurs, aan de haar bekende verenigingen van producenten-exporteurs en aan de autoriteiten van de Republiek Korea.
Alle voor de steekproef geselecteerde producenten-exporteurs moeten, tenzij anders aangegeven, uiterlijk 37 dagen na de datum van kennisgeving van de samenstelling van de steekproef een ingevulde vragenlijst indienen.
Ondernemingen die hebben ingestemd met opname in de steekproef maar uiteindelijk niet worden geselecteerd, worden onverminderd de mogelijke toepassing van artikel 18 van de basisverordening geacht mee te werken („niet in de steekproef opgenomen medewerkende producenten-exporteurs”). Onverminderd punt b) zal het antidumpingrecht dat wordt toegepast op de invoer van de niet in de steekproef opgenomen medewerkende producenten-exporteurs niet hoger zijn dan de gewogen gemiddelde dumpingmarge die is vastgesteld voor de producenten-exporteurs in de steekproef (3).
b) Individuele dumpingmarge voor ondernemingen die niet in de steekproef zijn opgenomen
Niet in de steekproef opgenomen medewerkende producenten-exporteurs kunnen de Commissie uit hoofde van artikel 17, lid 3, van de basisverordening verzoeken om voor hen een individuele dumpingmarge vast te stellen. De producenten-exporteurs die in aanmerking willen komen voor een individuele dumpingmarge, moeten een vragenlijst aanvragen en deze, tenzij anders aangegeven, uiterlijk 37 dagen na de datum van kennisgeving van de samenstelling van de steekproef naar behoren ingevuld terugzenden. De Commissie zal onderzoeken of hun een individueel recht overeenkomstig artikel 9, lid 5, van de basisverordening kan worden toegekend.
Producenten-exporteurs die een individuele dumpingmarge aanvragen, moeten zich er echter van bewust zijn dat de Commissie kan besluiten geen individuele dumpingmarge vast te stellen, bijvoorbeeld als het aantal producenten-exporteurs zo groot is dat individuele onderzoeken te belastend zijn en aan een tijdige afsluiting van het onderzoek in de weg staan.
5.2.2. Onderzoek van niet-verbonden importeurs (4) (5)
Niet-verbonden importeurs die het onderzochte product uit de Republiek Korea in de Unie invoeren, worden uitgenodigd aan dit onderzoek mee te werken.
Gezien het mogelijk grote aantal bij deze procedure betrokken niet-verbonden importeurs kan de Commissie, om het onderzoek binnen de wettelijke termijn te kunnen afronden, haar onderzoek tot een redelijk aantal niet-verbonden importeurs beperken door een steekproef samen te stellen. De steekproef zal overeenkomstig artikel 17 van de basisverordening worden uitgevoerd.
Om de Commissie in staat te stellen te beslissen of een steekproef noodzakelijk is en, zo ja, deze samen te stellen, wordt alle niet-verbonden importeurs, of hun vertegenwoordigers, verzocht contact met de Commissie op te nemen. Zij moeten dat, tenzij anders aangegeven, uiterlijk 15 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie doen en de Commissie de in bijlage II bij dit bericht verlangde informatie over hun ondernemingen verstrekken.
Om de informatie te verkrijgen die zij voor het samenstellen van de steekproef van niet-verbonden importeurs nodig acht, kan de Commissie ook contact opnemen met haar bekende verenigingen van importeurs.
Belanghebbenden die behalve de hierboven vermelde informatie nog andere informatie willen verstrekken die voor de samenstelling van de steekproef van nut kan zijn, moeten dit, tenzij anders aangegeven, uiterlijk 21 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie doen.
Indien een steekproef noodzakelijk is, kunnen de importeurs worden geselecteerd op basis van het grootste representatieve volume van hun verkoop van het onderzochte product in de Unie dat binnen de beschikbare tijd redelijkerwijs kan worden onderzocht. De Commissie zal alle haar bekende niet-verbonden importeurs en verenigingen van importeurs mededelen welke ondernemingen voor de steekproef zijn geselecteerd.
Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek nodig acht, zal de Commissie een vragenlijst toezenden aan de in de steekproef opgenomen niet-verbonden importeurs en aan alle haar bekende verenigingen van importeurs. Deze partijen moeten de ingevulde vragenlijst, tenzij anders aangegeven, uiterlijk 37 dagen na de datum van kennisgeving van de samenstelling van de steekproef indienen.
5.3. Procedure voor het vaststellen van schade en onderzoek van producenten in de Unie
De vaststelling van de schade is gebaseerd op positief bewijsmateriaal en houdt een objectief onderzoek in van de omvang van de invoer met dumping, de gevolgen daarvan voor de prijzen in de Unie en de gevolgen van deze invoer voor de bedrijfstak van de Unie. Teneinde vast te stellen of de bedrijfstak van de Unie schade heeft geleden, worden de producenten van het onderzochte product in de Unie uitgenodigd aan het onderzoek van de Commissie mee te werken.
Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek met betrekking tot producenten in de Unie nodig acht, zal de Commissie een vragenlijst toezenden aan de haar bekende producenten in de Unie of representatieve producenten in de Unie en aan alle haar bekende verenigingen van producenten in de Unie, en met name aan: BP Aromatics Limited NV, Artland PTA SA, Indorama Ventures Quimica S.L.U., PKN Orlen SA, Ottana Polimeri s.r.l. en Indorama Ventures Europe bv
Deze producenten in de Unie en de verenigingen van producenten in de Unie moeten de ingevulde vragenlijst, tenzij anders aangegeven, uiterlijk 37 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie indienen.
Alle niet hierboven genoemde producenten in de Unie en verenigingen van producenten in de Unie wordt verzocht onmiddellijk, maar in elk geval binnen 15 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie, tenzij anders aangegeven, bij voorkeur per e-mail contact op te nemen met de Commissie en een vragenlijst aan te vragen.
5.4. Procedure voor het beoordelen van het belang van de Unie
Indien wordt vastgesteld dat er inderdaad invoer met dumping plaatsvindt en dat daardoor schade wordt veroorzaakt, zal uit hoofde van artikel 21 van de basisverordening een beslissing worden genomen over de vraag of de instelling van antidumpingmaatregelen niet in strijd zou zijn met het belang van de Unie. Producenten in de Unie, importeurs en hun representatieve verenigingen, gebruikers en hun representatieve verenigingen, en representatieve consumentenorganisaties wordt verzocht om, tenzij anders aangegeven, uiterlijk 15 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie contact op te nemen. Om aan het onderzoek deel te nemen, moeten de representatieve consumentenorganisaties binnen dezelfde termijn aantonen dat er een objectieve band is tussen hun activiteiten en het onderzochte product.
Partijen die binnen de genoemde termijn contact opnemen, kunnen de Commissie, tenzij anders aangegeven, uiterlijk 37 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie informatie verstrekken over het belang van de Unie. Zij kunnen deze informatie vormvrij opstellen of een vragenlijst van de Commissie invullen. Met informatie die op grond van artikel 21 wordt verstrekt, wordt alleen rekening gehouden indien daarbij tegelijkertijd het nodige bewijsmateriaal is gevoegd.
5.5. Andere schriftelijke opmerkingen
Alle belanghebbenden wordt hierbij verzocht om onder de voorwaarden van dit bericht hun standpunt kenbaar te maken en informatie en bewijsmateriaal in te dienen. Tenzij anders aangegeven, moeten deze informatie en het bewijsmateriaal uiterlijk 37 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie in het bezit van de Commissie zijn.
5.6. Mogelijkheid om door de onderzoeksdiensten van de Commissie te worden gehoord
Alle belanghebbenden kunnen een verzoek indienen om door de onderzoeksdiensten van de Commissie te worden gehoord. Dit verzoek moet schriftelijk worden ingediend en met redenen worden omkleed. Een verzoek om te worden gehoord over zaken die betrekking hebben op het beginstadium van het onderzoek, moet uiterlijk 15 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie worden ingediend. Daarna moet een verzoek om te worden gehoord, worden ingediend binnen de specifieke termijnen die de Commissie in haar correspondentie met de partijen vermeldt.
5.7. Instructies voor schriftelijke opmerkingen en de verzending van ingevulde vragenlijsten en correspondentie
Informatie die aan de Commissie wordt verstrekt in het kader van handelsbeschermingsonderzoeken is vrij van auteursrechten. Alvorens aan de Commissie informatie en/of gegevens te verstrekken die onderworpen zijn aan het auteursrecht van derden, moeten belanghebbenden de houder van het auteursrecht specifiek verzoeken de Commissie uitdrukkelijk toestemming te verlenen om a) voor deze handelsbeschermingsprocedure gebruik te maken van de informatie en gegevens en b) de informatie en/of gegevens te verstrekken aan belanghebbenden in dit onderzoek, in een vorm die hun de mogelijkheid biedt hun recht van verweer uit te oefenen.
Alle schriftelijke opmerkingen, met inbegrip van de in dit bericht gevraagde informatie, ingevulde vragenlijsten en correspondentie die door de belanghebbenden worden verstrekt en waarvoor om een vertrouwelijke behandeling wordt verzocht, moeten zijn voorzien van de vermelding „Limited” (6).
Belanghebbenden die informatie met de vermelding „Limited” verstrekken, moeten hiervan krachtens artikel 19, lid 2, van de basisverordening een niet-vertrouwelijke samenvatting indienen, voorzien van de vermelding „For inspection by interested parties”. Deze samenvatting moet gedetailleerd genoeg zijn om een redelijk inzicht te verschaffen in de wezenlijke inhoud van de als vertrouwelijk verstrekte inlichtingen. Als een belanghebbende die vertrouwelijke inlichtingen verstrekt, geen niet-vertrouwelijke samenvatting daarvan indient met de vereiste vorm en inhoud, kan deze informatie buiten beschouwing worden gelaten.
Belanghebbenden wordt verzocht alle opmerkingen en verzoeken met inbegrip van gescande volmachten en certificaten per e-mail in te dienen, met uitzondering van uitgebreide antwoorden, die persoonlijk of per aangetekend schrijven worden ingediend op een cd-rom of dvd. Door e-mail te gebruiken, stemmen belanghebbenden in met de geldende voorschriften inzake elektronisch ingediende opmerkingen, zoals bepaald in het document „CORRESPONDENCE WITH THE EUROPEAN COMMISSION IN TRADE DEFENCE CASES” (Correspondentie met de Europese Commissie in handelsbeschermingszaken) op de website van het directoraat-generaal Handel http://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2014/june/tradoc_152578.pdf. Belanghebbenden moeten hun naam, adres, telefoon en een geldig e-mailadres vermelden en ervoor zorgen dat het verstrekte e-mailadres een actief, officieel en zakelijk e-mailadres is dat iedere dag wordt gecontroleerd. Zodra contactgegevens zijn verstrekt, verloopt de communicatie van de Commissie met belanghebbenden uitsluitend per e-mail, behalve indien zij er uitdrukkelijk om verzoeken alle documenten van de Commissie via een ander communicatiemiddel te ontvangen, of het document wegens de aard ervan per aangetekend schrijven moet worden verzonden. Voor nadere voorschriften en informatie over de correspondentie met de Commissie, met inbegrip van de beginselen die van toepassing zijn op per e-mail verzonden opmerkingen, moeten belanghebbenden de genoemde instructies over communicatie met belanghebbenden raadplegen.
Correspondentieadres van de Commissie:
|
Europese Commissie |
|||
|
Directoraat-generaal Handel |
|||
|
Directoraat H |
|||
|
Kamer CHAR 04/039 |
|||
|
1049 Brussel |
|||
|
BELGIË |
|||
|
6. Niet-medewerking
Wanneer belanghebbenden geen toegang tot de nodige gegevens verlenen, deze niet binnen de gestelde termijn verstrekken of het onderzoek aanmerkelijk belemmeren, kunnen overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening voorlopige of definitieve conclusies worden getrokken aan de hand van de beschikbare gegevens, zowel in positieve als in negatieve zin.
Wanneer blijkt dat een belanghebbende onjuiste of misleidende inlichtingen heeft verstrekt, kunnen deze buiten beschouwing worden gelaten en kan van de beschikbare gegevens gebruik worden gemaakt.
Indien een belanghebbende geen of slechts gedeeltelijk medewerking verleent en de bevindingen daarom overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening op de beschikbare gegevens worden gebaseerd, kan het resultaat voor deze belanghebbende minder gunstig zijn dan indien hij wel medewerking had verleend.
Indien de belanghebbende zijn antwoord niet door middel van systemen voor automatische gegevensverwerking verstrekt, wordt dit niet als niet-medewerking beschouwd, mits deze belanghebbende aantoont dat verstrekking van het antwoord in de gevraagde vorm voor hem een onredelijke extra belasting zou betekenen of onredelijke extra kosten met zich zou meebrengen. De belanghebbende moet onmiddellijk contact opnemen met de Commissie.
7. Raadadviseur-auditeur
Belanghebbenden kunnen erom vragen dat de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures wordt ingeschakeld. De raadadviseur-auditeur fungeert als tussenpersoon tussen de belanghebbenden en de onderzoeksdiensten van de Commissie. Hij behandelt verzoeken om toegang tot het dossier, geschillen over de vertrouwelijkheid van documenten, verzoeken om termijnverlenging en verzoeken van derden om te worden gehoord. De raadadviseur-auditeur kan een hoorzitting met een individuele belanghebbende beleggen en als bemiddelaar optreden om te garanderen dat de belanghebbenden hun recht van verweer ten volle kunnen uitoefenen.
Een verzoek om door de raadadviseur-auditeur te worden gehoord, moet schriftelijk worden ingediend en met redenen worden omkleed. Een verzoek om te worden gehoord over zaken die betrekking hebben op het beginstadium van het onderzoek, moet uiterlijk 15 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie worden ingediend. Daarna moet een verzoek om te worden gehoord, worden ingediend binnen de specifieke termijnen die de Commissie in haar correspondentie met de partijen vermeldt.
De raadadviseur-auditeur kan ook een hoorzitting voor belanghebbenden beleggen waar uiteenlopende standpunten en tegenargumenten naar voren kunnen worden gebracht met betrekking tot kwesties in verband met onder andere dumping, schade, oorzakelijk verband en belang van de Unie. Een dergelijke hoorzitting vindt normaliter uiterlijk aan het einde van de vierde week na de mededeling van de voorlopige bevindingen plaats.
Belanghebbenden die contact willen opnemen, vinden de nodige gegevens en nadere informatie op de pagina’s van de raadadviseur-auditeur op de website van DG Handel: http://ec.europa.eu/trade/trade-policy-and-you/contacts/hearing-officer/
8. Tijdschema voor het onderzoek
Het onderzoek wordt overeenkomstig artikel 6, lid 9, van de basisverordening uiterlijk 15 maanden na de datum van bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie afgesloten. Overeenkomstig artikel 7, lid 1, van de basisverordening kunnen tot uiterlijk negen maanden na de datum van bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie voorlopige maatregelen worden ingesteld.
9. Verwerking van persoonsgegevens
Persoonsgegevens die in het kader van dit onderzoek worden verzameld, zullen worden behandeld in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (7).
(1) PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21.
(2) Onder producent-exporteur wordt verstaan: een onderneming uit het betrokken land die het onderzochte product produceert en naar de markt van de Unie uitvoert, hetzij rechtstreeks of via derden, met inbegrip van verbonden ondernemingen die betrokken zijn bij de productie, binnenlandse verkoop of uitvoer van het onderzochte product.
(3) Ingevolge artikel 9, lid 6, van de basisverordening wordt geen rekening gehouden met nihilmarges, minimale marges of marges die onder de in artikel 18 van de basisverordening bedoelde omstandigheden zijn vastgesteld.
(4) Uitsluitend importeurs die niet verbonden zijn met de producenten-exporteurs mogen in de steekproef worden opgenomen. Importeurs die met producenten-exporteurs verbonden zijn, moeten bijlage I bij de vragenlijst voor deze producenten-exporteurs invullen. Overeenkomstig artikel 127 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie, worden twee personen geacht te zijn verbonden indien aan een van de volgende voorwaarden is voldaan: a) zij zijn functionaris of directeur in de onderneming van de andere persoon; b) zij worden door de wettelijke bepalingen erkend als in zaken verbonden; c) zij zijn werkgever en werknemer; d) een derde partij bezit, heeft zeggenschap over, of houdt direct of indirect 5 % of meer van het stemgerechtigde uitstaande kapitaal of de aandelen van beiden; e) één van hen heeft direct of indirect zeggenschap over de ander; f) een derde persoon heeft direct of indirect zeggenschap over beiden; g) beiden hebben direct of indirect zeggenschap over een derde persoon; of h) zij behoren tot dezelfde familie (PB L 343 van 29.12.2015, blz. 558). Personen worden slechts geacht leden te zijn van dezelfde familie indien zij op een van de volgende wijzen met elkaar bloed- of aanverwant zijn: i) echtgenoot en echtgenote, ii) ouder en kind, iii) broers en zusters (of halfbroers en halfzusters), iv) grootouder en kleinkind, v) oom of tante en neef of nicht (oomzeggers), vi) schoonouder en schoondochter of schoonzoon, vii) zwagers en schoonzusters. Overeenkomstig artikel 5, punt 4, van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie wordt onder „persoon” verstaan een natuurlijk persoon, een rechtspersoon of een vereniging van personen die geen rechtspersoonlijkheid bezit maar krachtens het Unierecht of het nationale recht wel als handelingsbekwaam is erkend (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1).
(5) Gegevens die door niet-verbonden importeurs zijn verstrekt, mogen ook worden gebruikt voor andere aspecten van dit onderzoek dan het vaststellen van dumping.
(6) Een „Limited”-document wordt als vertrouwelijk in de zin van artikel 19 van de basisverordening en artikel 6 van de WTO-overeenkomst betreffende de toepassing van artikel VI van de GATT 1994 (antidumpingovereenkomst) beschouwd. Het is ook een beschermd document krachtens artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43).
(7) PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1.
PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID
Europese Commissie
|
3.8.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 281/28 |
Voorafgaande aanmelding van een concentratie
(Zaak M.8122 — SEGRO/PSPIB/SELP/Pusignan-DC1)
Voor de vereenvoudigde procedure in aanmerking komende zaak
(Voor de EER relevante tekst)
(2016/C 281/12)
|
1. |
Op 25 juli 2016 heeft de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1) ontvangen. Hierin is meegedeeld dat de onderneming SEGRO plc („SEGRO”, Verenigd Koninkrijk) en Public Sector Pension Investment Board („PSPIB”, Canada), indirect via SEGRO European Logistics Partnership SARL („SELP”, Luxemburg), in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), van de concentratieverordening de gezamenlijke zeggenschap verkrijgen over een inkomstengenererende logistieke entiteit Pusignan DC1 (Frankrijk) door de verwerving van aandelen. |
|
2. |
De activiteiten van de betrokken ondernemingen zijn: — SEGRO: bezit, beheer en ontwikkeling van moderne gebouwen voor opslag, lichte industrie en datacentra, gelegen rond grote stedelijke gebieden en aan belangrijke vervoersknooppunten verspreid over een aantal EU-landen; — PSPIB: belegging van de pensioenregelingen van de Canadian Federal Public Service, de Canadian Forces, de Royal Canadian Mounted Police en de Reserve Force. Het fonds beheert een gediversifieerde, wereldwijd gespreide portefeuille bestaande uit aandelen, obligaties en andere vastrentende effecten, alsook uit beleggingen in private equity, vastgoed, infrastructuur en natuurlijke hulpbronnen; — Pusignan DC1: een logistieke entiteit die in Lyon in Frankrijk gevestigd is. |
|
3. |
Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde transactie binnen het toepassingsgebied van de concentratieverordening kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden. Er zij op gewezen dat deze zaak in aanmerking kan komen voor de vereenvoudigde procedure zoals uiteengezet in de mededeling van de Commissie betreffende een vereenvoudigde procedure voor de behandeling van bepaalde concentraties krachtens Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (2). |
|
4. |
De Commissie verzoekt belanghebbenden haar hun eventuele opmerkingen over de voorgenomen concentratie kenbaar te maken. Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk tien dagen na dagtekening van deze bekendmaking hebben bereikt. Zij kunnen per fax (+32 22964301), via e-mail naar COMP-MERGER-REGISTRY@ec.europa.eu of per post, onder vermelding van zaaknummer M.8122 — SEGRO/PSPIB/SELP/Pusignan-DC1, aan onderstaand adres worden toegezonden:
|
(1) PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1 („de concentratieverordening”).
(2) PB C 366 van 14.12.2013, blz. 5.