|
ISSN 1977-0995 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 140 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Mededelingen en bekendmakingen |
59e jaargang |
|
Nummer |
Inhoud |
Bladzijde |
|
|
I Resoluties, aanbevelingen en adviezen |
|
|
|
AANBEVELINGEN |
|
|
|
Europees Comité voor systeemrisico's |
|
|
2016/C 140/01 |
|
|
IV Informatie |
|
|
|
INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE |
|
|
|
Europese Commissie |
|
|
2016/C 140/02 |
||
|
|
Rekenkamer |
|
|
2016/C 140/03 |
|
|
V Bekendmakingen |
|
|
|
BESTUURLIJKE PROCEDURES |
|
|
|
Europese Commissie |
|
|
2016/C 140/04 |
||
|
|
PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID |
|
|
|
Europese Commissie |
|
|
2016/C 140/05 |
Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak M.8009 — CPPIB/GIP/Pacific National Business of Asciano) — Voor de vereenvoudigde procedure in aanmerking komende zaak ( 1 ) |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst |
|
NL |
|
I Resoluties, aanbevelingen en adviezen
AANBEVELINGEN
Europees Comité voor systeemrisico's
|
21.4.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 140/1 |
AANBEVELING VAN HET EUROPEES COMITÉ VOOR SYSTEEMRISICO’S
van 21 maart 2016
tot wijziging van Aanbeveling ESRB/2012/2 over de financiering van kredietinstellingen
(ESRB/2016/2)
(2016/C 140/01)
DE ALGEMENE RAAD VAN HET EUROPEES COMITÉ VOOR SYSTEEMRISICO’S,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1092/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 betreffende macroprudentieel toezicht van de Europese Unie op het financiële stelsel en tot oprichting van een Europees Comité voor systeemrisico’s (1), met name artikel 3, lid 2, onder b), d) en f), en artikelen 16 tot en met 18,
Gezien Besluit ESRB/2011/1 van het Europees Comité voor systeemrisico’s van 20 januari 2011 houdende goedkeuring van het reglement van orde van het Europees Comité voor systeemrisico’s (2), met name artikel 15, lid 3, onder e), en artikelen 18 tot en met 20,
Overwegende:
|
(1) |
Op 20 december 2012 heeft de Algemene Raad van het Europees Comité voor systeemrisico’s (ESRB) Aanbeveling ESRB/2012/2 (3) vastgesteld. De aanbeveling beoogt duurzame financieringsstructuren voor kredietinstellingen te stimuleren. |
|
(2) |
Opdat de doelstellingen van Aanbeveling ESRB/2012/2 verwezenlijkt worden, wordt nationale toezichthouders, nationale macroprudentiële autoriteiten en de Europese Bankautoriteit (EBA) verzocht om binnen de grenzen van afdeling 2, punt 3, van Aanbeveling ESRB/2012/2 bepaalde handelingen uit te voeren. |
|
(3) |
Op 16 september 2014 besloot de Algemene Raad om bepaalde termijnen met zes tot twaalf maanden te verlengen. Volgens het herziene tijdschema moet de EBA uiterlijk op 31 maart 2016 bij het ESRB een tussentijds verslag indienen met een eerste beoordeling van de implementatieresultaten van aanbeveling A (5), van Aanbeveling ESRB/2012/2 en uiterlijk op 30 juni 2016 een eindverslag bij het ESRB en de Raad van de Europese Unie. Deze verslagen moeten gebaseerd zijn op de gegevens van financieringsplannen die de toezichthouders bij de EBA hebben ingediend. De EBA heeft evenwel verklaard dat zij vanwege de vertraagde gegevensindiening niet volledig kan voldoen aan de vastgelegde termijnen. |
|
(4) |
De overkoepelende ESRB-doelstelling is systeemrisico’s tijdig en doeltreffend te voorkomen of af te zwakken. De Algemene Raad is van mening dat de samensmelting van de tussentijdse en eindverslagen inzake Aanbeveling A (5), in één door de EBA op te stellen verslag en de tijdlimietverlenging voor de indiening van het verslag bij het ESRB en de Raad met nog eens twaalf maanden de goede werking van de financiële markten niet zou verstoren noch zou impliceren dat aanbeveling A (5) niet geïmplementeerd zou worden. |
|
(5) |
De Algemene Raad moet derhalve de betrokken tijdlimiet verlengen om de EBA voldoende tijd te gunnen om de voor de implementatie van aanbeveling A, punt 5, nodige stappen uit te kunnen voeren. |
|
(6) |
Aanbeveling ESRB/2012/2 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT DE VOLGENDE AANBEVELING VASTGESTELD:
Aanbeveling ESRB/2012/2 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Afdeling 2, titel 3, punt 1, wordt als volgt vervangen:
|
|
2) |
In de bijlage wordt punt V.1.3.1 als volgt vervangen: „V.1.3.1. Tijdschema De voor bankentoezicht verantwoordelijke nationale toezichthouders, nationale toezichthouders en andere autoriteiten met een macroprudentieel mandaat en de EBA wordt verzocht aan het ESRB en de Raad te rapporteren over hetgeen ingevolge deze aanbeveling ondernomen werd, dan wel nagelaten actie genoegzaam te rechtvaardigen, zulks overeenkomstig het volgende tijdschema:
|
Gedaan te Frankfurt am Main, 21 maart 2016.
De voorzitter van het ESRB
Mario DRAGHI
(1) PB L 331 van 15.12.2010, blz. 1.
(2) PB C 58 van 24.2.2011, blz. 4.
(3) Aanbeveling ESRB/2012/2 van het Europees Comité voor systeemrisico’s van 20 december 2012 inzake de financiering van kredietinstellingen (PB C 119 van 25.4.2013, blz. 1).
IV Informatie
INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE
Europese Commissie
|
21.4.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 140/3 |
Wisselkoersen van de euro (1)
20 april 2016
(2016/C 140/02)
1 euro =
|
|
Munteenheid |
Koers |
|
USD |
US-dollar |
1,1379 |
|
JPY |
Japanse yen |
124,20 |
|
DKK |
Deense kroon |
7,4430 |
|
GBP |
Pond sterling |
0,79100 |
|
SEK |
Zweedse kroon |
9,1643 |
|
CHF |
Zwitserse frank |
1,0939 |
|
ISK |
IJslandse kroon |
|
|
NOK |
Noorse kroon |
9,2336 |
|
BGN |
Bulgaarse lev |
1,9558 |
|
CZK |
Tsjechische koruna |
27,021 |
|
HUF |
Hongaarse forint |
309,05 |
|
PLN |
Poolse zloty |
4,2875 |
|
RON |
Roemeense leu |
4,4827 |
|
TRY |
Turkse lira |
3,2011 |
|
AUD |
Australische dollar |
1,4556 |
|
CAD |
Canadese dollar |
1,4421 |
|
HKD |
Hongkongse dollar |
8,8272 |
|
NZD |
Nieuw-Zeelandse dollar |
1,6231 |
|
SGD |
Singaporese dollar |
1,5246 |
|
KRW |
Zuid-Koreaanse won |
1 285,04 |
|
ZAR |
Zuid-Afrikaanse rand |
16,1623 |
|
CNY |
Chinese yuan renminbi |
7,3578 |
|
HRK |
Kroatische kuna |
7,5023 |
|
IDR |
Indonesische roepia |
14 973,62 |
|
MYR |
Maleisische ringgit |
4,3950 |
|
PHP |
Filipijnse peso |
52,626 |
|
RUB |
Russische roebel |
74,6465 |
|
THB |
Thaise baht |
39,656 |
|
BRL |
Braziliaanse real |
4,0362 |
|
MXN |
Mexicaanse peso |
19,7060 |
|
INR |
Indiase roepie |
75,3270 |
(1) Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.
Rekenkamer
|
21.4.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 140/4 |
Speciaal verslag nr. 10/2016
„Verdere verbeteringen noodzakelijk ter waarborging van een doeltreffende tenuitvoerlegging van de buitensporigtekortprocedure”
(2016/C 140/03)
De Europese Rekenkamer deelt u mede dat Speciaal verslag nr. 10/2016 „Verdere verbeteringen noodzakelijk ter waarborging van een doeltreffende tenuitvoerlegging van de buitensporigtekortprocedure” zojuist gepubliceerd is.
Het verslag kan worden ingezien op of gedownload van de website van de Europese Rekenkamer: http://eca.europa.eu of van EU Bookshop: https://bookshop.europa.eu
V Bekendmakingen
BESTUURLIJKE PROCEDURES
Europese Commissie
|
21.4.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 140/5 |
Uitnodiging tot het indienen van blijken van belangstelling voor de selectie van de leden van het Europees Begrotingscomité
(2016/C 140/04)
1. ACHTERGROND
Overeenkomstig de aanbevelingen in het „Verslag van de vijf voorzitters — De voltooiing van Europa’s economische en monetaire unie” heeft de Commissie op 21 oktober 2015 besloten een onafhankelijk Europees Begrotingscomité (hierna „het Comité” genoemd) op te richten (1).
Dit comité heeft tot taak in een adviserende hoedanigheid bij te dragen aan de uitoefening van de taken van de Commissie in het multilaterale toezicht in de eurozone, zoals die zijn uiteengezet in de artikelen 121, 126 en 136 VWEU.
Het Comité heeft de volgende taken:
|
a) |
Het Comité voorziet de Commissie van een evaluatie van de uitvoering van het begrotingskader van de Unie, welke met name betrekking heeft op de horizontale consistentie van de besluiten en de uitvoering van het begrotingstoezicht, op gevallen van bijzonder ernstige niet-naleving van de regels en op de adequatie van de feitelijke begrotingskoers op eurozoneniveau en op nationaal niveau. Het Comité kan bij deze evaluatie ook suggesties doen voor de toekomstige ontwikkeling van het begrotingskader van de Unie. |
|
b) |
Op basis van economische oordeelsvorming adviseert het Comité de Commissie over de prospectieve begrotingskoers die voor de eurozone als geheel passend is. Het Comité kan de Commissie, binnen de regels van het stabiliteits- en groeipact, adviseren over de passende nationale begrotingskoersen die met zijn advies over de gezamenlijke begrotingskoers van de eurozone stroken. Wanneer het Comité risico’s constateert die de goede werking van de economische en monetaire unie in gevaar brengen, voegt het Comité aan zijn advies een specifieke afweging van de beleidsopties toe die in het kader van het stabiliteits- en groeipact beschikbaar zijn. |
|
c) |
Het Comité werkt samen met de nationale begrotingsraden als bedoeld in artikel 6, lid 1, onder b), van Richtlijn 2011/85/EU van de Raad (2). De samenwerking tussen het Comité en de nationale begrotingsraden is met name gericht op de uitwisseling van informatie over beste praktijken en op de bevordering van overeenstemming over aangelegenheden die verband houden met het begrotingskader van de Unie. |
|
d) |
Het Comité verleent, op verzoek van de voorzitter, ook ad-hocadviezen. |
2. SAMENSTELLING VAN HET COMITE
Het Comité bestaat uit een voorzitter en vier leden (hierna „de voorzitter” en „de leden” genoemd).
De voorzitter ziet toe op de uitvoering van de taken waarmee het Comité is belast, en zorgt voor een correcte werking ervan. De voorzitter belegt bijeenkomsten van het Comité en zit deze voor. Met name is de voorzitter belast met:
|
— |
het zorgen voor de succesvolle uitvoering van de opdracht waarmee het Comité is belast, waarbij de hoogste kwalitatieve en ethische normen in acht worden genomen; |
|
— |
het met de steun van het secretariaat beleggen en voorzitten van de bijeenkomsten van het Comité en het verzekeren dat het reglement van orde van het Comité wordt nageleefd; |
|
— |
het beheer van het Comité en de algemene verantwoordelijkheid voor de activiteiten ervan, en de uitvoering van het jaarlijks werkprogramma; |
|
— |
het vertegenwoordigen van het Comité in contacten met de Commissie en andere EU-, nationale en internationale instanties en organisaties; |
|
— |
het presenteren van het jaarverslag van het Comité. |
De leden dragen actief bij aan de werkzaamheden van het Comité en nemen deel aan de bestuursvergaderingen van het Comité. Ieder lid brengt verslag uit aan de voorzitter over haar/zijn individuele bijdrage. Met name zal een lid:
|
— |
zorgen voor het bereiken van doelstellingen en het vervullen van taken ten behoeve van de succesvolle uitvoering van de opdracht waarmee het Comité is belast, waarbij de hoogste kwalitatieve en ethische normen in acht worden genomen; |
|
— |
bijdragen aan het vaststellen van de prioriteiten voor de strategische planning van het Comité; |
|
— |
bijdragen aan de ontwikkeling en het verbeteren van analytische instrumenten die nodig zijn om de opdracht van het Comité te kunnen uitvoeren. |
De voorzitter en de leden van het Comité worden benoemd voor een periode van drie jaar, die eenmaal kan worden verlengd. Zij worden benoemd als speciaal adviseur (3) en ontvangen een dagvergoeding op basis van een AD 15-basissalaris voor de voorzitter en een AD 14-basissalaris voor de leden. De verwachting is dat de voorzitter rond twintig volledige dagen per jaar en dat de leden rond tien volledige dagen per jaar zullen besteden aan hun respectieve opdrachten.
Voor de reis- en verblijfkosten ontvangen de voorzitter en de leden een vergoeding op declaratie overeenkomstig de binnen de Commissie geldende voorschriften. Daarnaast wordt een dagvergoeding toegekend voor het dekken van andere onkosten zoals maaltijden.
Die kosten worden vergoed binnen de grenzen van de beschikbare kredieten die volgens de jaarlijkse procedure voor de toewijzing van middelen worden toegekend.
Het Comité beschikt over een eigen secretariaat dat analytische, statistische, administratieve en logistieke ondersteuning verleent. De Commissie benoemt het hoofd van het secretariaat, na raadpleging van de voorzitter, voor een periode van drie jaar, die eenmaal kan worden verlengd. Het hoofd van het secretariaat levert bijstand bij het opzetten van het Comité. De overige leden van het secretariaat worden geselecteerd op basis van een hoog kwalificatieniveau en ruime ervaring op gebieden die voor de werkzaamheden van het Comité van belang zijn, en worden intern of extern toegewezen (mis à disposition). Het secretariaat ressorteert administratief onder het secretariaat-generaal van de Commissie.
3. ONAFHANKELIJKHEID
De leden van het Comité oefenen hun taken in volle onafhankelijkheid uit en vragen noch aanvaarden instructies van de Unie-instellingen of -organen, van een regering van een lidstaat of van een ander publiek of particulier orgaan. De secretariaatsleden aanvaarden alleen instructies van het Comité.
De leden van het Comité brengen een belangenconflict dat zich met betrekking tot een bepaalde beoordeling of een bepaald advies kan voordoen, ter kennis van de voorzitter, die passende maatregelen moet nemen en kan bepalen dat het betrokken lid niet mag meewerken aan de voorbereiding en vaststelling van die beoordeling of dat advies. Ten aanzien van de voorzitter zelf worden dergelijke problemen geregeld bij besluit van het Comité.
4. GESCHIKTHEIDSCRITERIA
Op de uiterste datum voor het indienen van sollicitaties moet zijn voldaan aan de volgende formele criteria:
|
— |
Werkervaring (4): ten minste 15 jaar postuniversitaire ervaring na het behalen van de verder genoemde kwalificaties. |
|
— |
Relevante werkervaring: van deze 15 jaar werkervaring moet ten minste 10 jaar ervaring zijn opgedaan in domeinen die relevant zijn voor het macro-economisch beleid, met name op het gebied van begrotingsbeleid en -beheer. |
|
— |
Universitaire graad of diploma:
|
|
— |
Talen: grondige kennis van een van de officiële talen van de Europese Unie en behoorlijke kennis van ten minste één andere officiële taal (5). |
|
— |
Nationaliteit: burger zijn van een lidstaat van de Europese Unie. |
5. SOLLICITATIEPROCEDURE
De sollicitaties moeten met duidelijke vermelding van de nationaliteit van de sollicitant worden gedaan in een van de officiële talen van de Europese Unie en moeten vergezeld gaan van de nodige documenten.
Kandidaten moeten hun sollicitatie in elektronische vorm indienen bij de Europese Commissie, op het volgende adres: EFB-Secretariat@ec.europa.eu
Een sollicitatie wordt alleen als ontvankelijk beschouwd indien deze binnen de termijn wordt ingediend en vergezeld gaat van de onderstaande documenten. In een later stadium kan om bewijsstukken worden gevraagd.
Uiterste datum voor het indienen van sollicitaties
Uiterste termijn voor het indienen van sollicitaties: dertig werkdagen vanaf de datum van publicatie van de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling in het Publicatieblad van de Europese Unie.
De Commissie behoudt zich het recht voor om de termijn voor deze oproep te verlengen, uitsluitend via bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Bewijsstukken
Sollicitaties moeten vergezeld gaan van de volgende bewijsstukken:
|
— |
een motivatiebrief waarin u uitlegt waarom u ingaat op deze oproep; |
|
— |
uw curriculum vitae; |
|
— |
een verklaring waarin u melding maakt van mogelijke belangenconflicten als gevolg van lidmaatschap van het Comité ten opzichte van uw andere functies. |
6. SELECTIEPROCEDURE
De selectieprocedure omvat een beoordeling van de sollicitaties aan de hand van de onderstaande criteria, waarna een lijst wordt vastgesteld van de meest geschikte kandidaten. Kandidaten die als meest geschikt worden bevonden, kunnen worden uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek voordat een benoemingsbesluit wordt genomen.
De voorzitter en één lid worden door de Commissie op voorstel van de voorzitter van de Commissie benoemd, na raadpleging van de vicevoorzitter voor de Euro en Sociale Dialoog en de commissaris voor Economische en Financiële Zaken, Belastingen en Douane.
De drie overige leden worden door de Commissie op voorstel van de voorzitter van de Commissie benoemd, na raadpleging van de nationale begrotingsraden, de Europese Centrale Bank en de Eurogroepwerkgroep.
Voor alle leden van het Comité, met inbegrip van de voorzitter, geldt een beleid van gelijke kansen.
Selectiecriteria
De voorzitter beoordeelt de sollicitaties aan de hand van de volgende criteria:
|
— |
bewezen en relevante competentie en ervaring van de kandidaten waaruit blijkt dat zij internationaal erkende deskundigen zijn wat betreft macro-economie, overheidsfinanciën, begrotingsbeleid en -beheer; |
|
— |
grondige kennis van het EU-begrotingsraamwerk en de rol daarvan voor het functioneren van de EU en de EMU; |
|
— |
bewezen en relevante competentie en ervaring op het gebied van economische beleidsvorming, bij voorkeur opgedaan tijdens werkzaamheden in instellingen voor beleidsvorming of beleidsadvies of in de academische wereld; |
|
— |
kennis van de EU-instellingen en de EU-beleidsvormingsprocessen en de rol van de Europese Commissie; |
|
— |
ervaring bij het uitvoeren van economische analyses uit horizontaal, transnationaal oogpunt is een pluspunt; |
|
— |
vermogen om een strategische visie te ontwikkelen en uit te voeren; |
|
— |
uitgesproken verantwoordelijkheidsgevoel, vastberadenheid, zin voor initiatief, integriteit en |
|
— |
uitstekende schriftelijke en mondelinge communicatievaardigheden om efficiënt en vlot met interne en externe stakeholders te kunnen communiceren, samen te werken en contacten te onderhouden. Goede kennis van het Engels is van essentieel belang; |
|
— |
de voorzitter van het comité moet managementvaardigheden en het vermogen om een professionele vertrouwensband op te bouwen, kunnen aantonen. Werkervaring met het leiden van een organisatie in een leidinggevende functie op hoog niveau in de betrokken sector zou een pluspunt zijn. |
Bij de selectieprocedure zal de Commissie ook een evenwicht proberen na te streven wat betreft de representativiteit van de kandidaten, geslacht en geografische herkomst, rekening houdende met de specifieke taken van het Europees Begrotingscomité en het soort deskundigheid dat wordt verlangd.
7. VOORLOPIG TIJDSCHEMA
Het is de bedoeling om in juni selectiegesprekken te voeren, zodat het Europees Begrotingscomité tegen september 2016 is opgericht en operationeel is.
Voor meer informatie, kunt u een e-mail zenden aan EFB-Secretariat@ec.europa.eu of het secretariaat bellen op het volgende nummer: +32 22920875.
(1) PB L 282 van 28.10.2015, blz. 37 en PB L 40 van 17.2.2016, blz. 15.
(2) Richtlijn 2011/85/EU van de Raad van 8 november 2011 tot vaststelling van voorschriften voor de begrotingskaders van de lidstaten (PB L 306 van 23.11.2011, blz. 41).
(3) In artikel 3, lid 5, van Besluit C(2015) 8000 van de Commissie is bepaald: „De voorzitter en de leden van het comité worden benoemd als speciale adviseurs wier status en beloning worden vastgelegd overeenkomstig artikel 5, artikel 123 en artikel 124 van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie.”
(4) De werkervaring wordt in aanmerking genomen vanaf de datum waarop de minimumkwalificaties zijn behaald die toegang geven tot het betrokken profiel.
(5) Verordening (EG) nr. 920/2005 van de Raad van 13 juni 2005 tot wijziging van Verordening nr. 1 van 15 april 1958 tot regeling van het taalgebruik in de Europese Economische Gemeenschap en Verordening nr. 1 van 15 april 1958 tot regeling van het taalgebruik in de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, alsmede tot invoering van tijdelijke afwijkingsmaatregelen met betrekking tot deze verordeningen (PB L 156 van 18.6.2005, blz. 3).
PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID
Europese Commissie
|
21.4.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 140/9 |
Voorafgaande aanmelding van een concentratie
(Zaak M.8009 — CPPIB/GIP/Pacific National Business of Asciano)
Voor de vereenvoudigde procedure in aanmerking komende zaak
(Voor de EER relevante tekst)
(2016/C 140/05)
|
1. |
Op 14 april 2016 heeft de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1) ontvangen. Hierin is meegedeeld dat Canada Pension Plan Investment Board („CPPIB”, Canada) en Global Infrastructure Management, LLC („GIP”, Verenigde Staten) in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), van de concentratieverordening de gezamenlijke zeggenschap verkrijgen over Asciano’s Pacific National Business („Pacific National”, Australië) door de verwerving van aandelen. |
|
2. |
De activiteiten van de betrokken ondernemingen zijn: — CPPIB: belegt in aandelenkapitaal van beursgenoteerde en niet-beursgenoteerde ondernemingen, vastgoed, infrastructuur en vastrentende instrumenten; — GIP: belegt in afzonderlijke activa en activaportefeuilles en ondernemingen die zich bezighouden met infrastructuur en aanverwante activa in de sectoren vervoer, energie, water en afval; — Pacific National: nationaal intermodaal goederen- en bulkvervoer per spoor in Australië. |
|
3. |
Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde transactie binnen het toepassingsgebied van de concentratieverordening kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden. Er zij op gewezen dat deze zaak in aanmerking kan komen voor de vereenvoudigde procedure zoals uiteengezet in de mededeling van de Commissie betreffende een vereenvoudigde procedure voor de behandeling van bepaalde concentraties krachtens Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (2). |
|
4. |
De Commissie verzoekt belanghebbenden haar hun eventuele opmerkingen over de voorgenomen concentratie kenbaar te maken. Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk tien dagen na dagtekening van deze bekendmaking hebben bereikt. Zij kunnen per fax (+32 22964301), via e-mail naar COMP-MERGER-REGISTRY@ec.europa.eu of per post, onder vermelding van zaaknummer M.8009 — CPPIB/GIP/Pacific National Business of Asciano, aan onderstaand adres worden toegezonden:
|
(1) PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1 („de concentratieverordening”).
(2) PB C 366 van 14.12.2013, blz. 5.