ISSN 1977-0995

Publicatieblad

van de Europese Unie

C 272

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Mededelingen en bekendmakingen

58e jaargang
18 augustus 2015


Nummer

Inhoud

Bladzijde

 

I   Resoluties, aanbevelingen en adviezen

 

AANBEVELINGEN

 

Raad

2015/C 272/01

Aanbeveling van de Raad van 14 juli 2015 over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Roemenië en met een advies van de Raad over het convergentieprogramma 2015 van Roemenië

1

2015/C 272/02

Aanbeveling van de Raad van 14 juli 2015 over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Slovenië en met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2015 van Slovenië

6

2015/C 272/03

Aanbeveling van de Raad van 14 juli 2015 over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Slowakije en met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2015 van Slowakije

10

2015/C 272/04

Aanbeveling van de Raad van 14 juli 2015 over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Finland, met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2015 van Finland

14

2015/C 272/05

Aanbeveling van de Raad van 14 juli 2015 over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Zweden, met een advies van de Raad over het convergentieprogramma 2015 van Zweden

18

2015/C 272/06

Aanbeveling van de Raad van 14 juli 2015 over het nationale hervormingsprogramma 2015 van het Verenigd Koninkrijk en met een advies van de Raad over het convergentieprogramma 2015 van het Verenigd Koninkrijk

21

2015/C 272/07

Aanbeveling van de Raad van 14 juli 2015 over het nationale hervormingsprogramma 2015 van België en met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2015 van België

24

2015/C 272/08

Aanbeveling van de Raad van 14 juli 2015 over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Bulgarije en met een advies van de Raad over het convergentieprogramma 2015 van Bulgarije

28

2015/C 272/09

Aanbeveling van de Raad van 14 juli 2015 over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Tsjechië en met een advies van de Raad over het convergentieprogramma 2015 van Tsjechië

32

2015/C 272/10

Aanbeveling van de Raad van 14 juli 2015 over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Denemarken en met een advies van de Raad over het convergentieprogramma 2015 van Denemarken

36

2015/C 272/11

Aanbeveling van de Raad van 14 juli 2015 over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Estland en met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2015 van Estland

39

2015/C 272/12

Aanbeveling van de Raad van 14 juli 2015 over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Ierland met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2015 van Ierland

42

2015/C 272/13

Aanbeveling van de Raad van 14 juli 2015 over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Spanje, met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2015 van Spanje

46

2015/C 272/14

Aanbeveling van de Raad van 14 juli 2015 over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Frankrijk en met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2015 van Frankrijk

51

2015/C 272/15

Aanbeveling van de Raad van 14 juli 2015 over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Kroatië met een advies van de Raad over het convergentieprogramma 2015 van Kroatië

56

2015/C 272/16

Aanbeveling van de Raad van 14 juli 2015 over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Italië en met een advies van de Raad over het convergentieprogramma 2015 van Italië

61

2015/C 272/17

Aanbeveling van de Raad van 14 juli 2015 over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Letland en met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2015 van Letland

66

2015/C 272/18

Aanbeveling van de Raad van 14 juli 2015 over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Litouwen, met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2015 van Litouwen

70

2015/C 272/19

Aanbeveling van de Raad van 14 juli 2015 over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Luxemburg, met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2015 van Luxemburg

73

2015/C 272/20

Aanbeveling van de Raad van 14 juli 2015 over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Hongarije, met een advies van de Raad over het convergentieprogramma 2015 van Hongarije

76

2015/C 272/21

Aanbeveling van de Raad van 14 juli 2015 over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Malta, met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2015 van Malta

80

2015/C 272/22

Aanbeveling van de Raad van 14 juli 2015 over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Nederland en met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2015 van Nederland

83

2015/C 272/23

Aanbeveling van de Raad van 14 juli 2015 over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Oostenrijk, met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2015 van Oostenrijk

87

2015/C 272/24

Aanbeveling van de Raad van 14 juli 2015 over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Polen, met een advies van de Raad over het convergentieprogramma 2015 van Polen

91

2015/C 272/25

Aanbeveling van de Raad van 14 juli 2015 over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Portugal en met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2015 van Portugal

94

2015/C 272/26

Aanbeveling van de Raad van 14 juli 2015 inzake de uitvoering van de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten die de euro als munt hebben

98


NL

 


I Resoluties, aanbevelingen en adviezen

AANBEVELINGEN

Raad

18.8.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 272/1


AANBEVELING VAN DE RAAD

van 14 juli 2015

over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Roemenië en met een advies van de Raad over het convergentieprogramma 2015 van Roemenië

(2015/C 272/01)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121, lid 2, en artikel 148, lid 4,

Gezien Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid (1), en met name artikel 9, lid 2,

Gezien Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden (2), en met name artikel 6, lid 1,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Gezien de resoluties van het Europees Parlement,

Gezien de conclusies van de Europese Raad,

Gezien het advies van het Comité voor de werkgelegenheid,

Gezien het advies van het Economisch en Financieel Comité,

Gezien het advies van het Comité voor sociale bescherming,

Gezien het advies van het Comité voor de economische politiek,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 26 maart 2010 heeft de Europese Raad zijn goedkeuring gehecht aan het voorstel van de Commissie voor een nieuwe groei- en werkgelegenheidsstrategie; deze Europa 2020-strategie berust op een versterkte coördinatie van het economische beleid. De strategie spitst zich toe op de sleutelgebieden waarop Europa's potentieel voor duurzame groei en concurrentievermogen een krachtige impuls nodig heeft.

(2)

Op voorstel van de Commissie heeft de Raad op 14 juli 2015 een aanbeveling inzake de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en de Unie vastgesteld, en op 21 oktober 2010 heeft hij een besluit betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten vastgesteld, die samen de „geïntegreerde richtsnoeren” vormen (3). De lidstaten werd verzocht in hun nationaal economisch en werkgelegenheidsbeleid met de geïntegreerde richtsnoeren rekening te houden.

(3)

Op 8 juli 2014 heeft de Raad een aanbeveling (4) over het nationale hervormingsprogramma voor 2014 van Roemenië vastgesteld en een advies over het geactualiseerde convergentieprogramma voor 2014 van Roemenië uitgebracht.

(4)

Op 28 november 2014 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan de jaarlijkse groeianalyse en daarmee de aanzet gegeven tot het Europees semester 2015 voor coördinatie van het economisch beleid. Tevens heeft de Commissie op die datum op grond van Verordening (EU) nr. 1176/2011 het waarschuwingsmechanismeverslag aangenomen, waarin Roemenië werd genoemd als een van de lidstaten die aan een diepgaande evaluatie zouden worden onderworpen.

(5)

Op 18 december 2014 heeft de Europese Raad de volgende prioriteiten goedgekeurd: stimuleren van investeringen, intensiveren van structurele hervormingen en nastreven van een verantwoorde, groeivriendelijke begrotingsconsolidatie.

(6)

Op 26 februari 2015 heeft de Commissie haar landenverslag 2015 voor Roemenië gepubliceerd. In het landenverslag worden de vorderingen beoordeeld die Roemenië bij de tenuitvoerlegging van de op 8 juli 2014 vastgestelde landenspecifieke aanbevelingen heeft gemaakt. Het landenverslag bevat ook de resultaten van de diepgaande evaluatie die op grond van artikel 5 van Verordening (EU) nr. 1176/2011 is uitgevoerd. Op basis van haar analyse concludeert de Commissie dat Roemenië wordt geconfronteerd met macro-economische onevenwichtigheden die om monitoring en beleidsmaatregelen vragen. In de drie opeenvolgende EU-IMF-programma's zijn de externe en interne onevenwichtigheden significant verminderd. De risico's die voortvloeien uit de betrekkelijk grote negatieve netto internationale investeringspositie van Roemenië en een zwakke exportcapaciteit op middellange termijn verdienen echter aandacht. In de banksector blijven externe en interne zwakke punten bestaan.

(7)

Op 30 april 2015 heeft Roemenië zijn nationale hervormingsprogramma 2015 en zijn convergentieprogramma 2015 ingediend. Om met de onderlinge verbanden tussen beide programma's rekening te houden, zijn deze tegelijkertijd geëvalueerd.

(8)

Op 22 oktober 2013 heeft de Raad Besluit 2013/531/EU (5) vastgesteld tot verlening van financiële bijstand op middellange termijn aan Roemenië tot een bedrag van 2 miljard EUR tot september 2015. Die bijstand hangt af van de tenuitvoerlegging van een breed economisch beleid. Hoewel Roemenië onder de heersende marktomstandigheden niet voornemens is om uitkering van een tranche van de anticiperende bijstand te verzoeken, zal die niettemin naar verwachting helpen bij de consolidering van de macro-economische, budgettaire en financiële stabiliteit en, via de tenuitvoerlegging van de structurele hervormingen, de veerkracht en het groeipotentieel van de Roemeense economie vergroten. Zodra Roemenië uit het programma is getreden, zal het land opnieuw volledig in het kader van het Europees semester worden opgenomen.

(9)

Roemenië valt momenteel onder het preventieve deel van het stabiliteits- en groeipact. In zijn convergentieprogramma heeft Roemenië verzocht om een tijdelijke afwijking van 0,5 % van het bbp van het voorgeschreven aanpassingstraject naar de middellangetermijndoelstelling vanwege geplande structurele hervormingen. Omdat het programma niet voldoende gedetailleerde informatie over de geplande structurele hervormingen bevatte, kan de Raad de geloofwaardigheid daarvan niet beoordelen. Roemenië heeft ook verzocht om toepassing van de clausule inzake pensioenhervorming. Eurostat moet bevestigen dat de hervorming daarvoor in aanmerking komt. Op basis van de voorjaarsprognoses 2015 van de Commissie zou het verwachte structurele tekort van 3,4 % van het bbp in 2016 geen passende veiligheidsmarge garanderen met betrekking tot de in het Verdrag vastgestelde referentiewaarde van 3 % van het bbp. De Raad is derhalve van mening dat Roemenië niet voldoet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de gevraagde tijdelijke afwijking in 2016.

(10)

Volgens het convergentieprogramma 2015 beoogt de regering het nominale tekort in 2015 te handhaven op 1,5 % van het bbp en het te verminderen tot 0,8 % in 2018. De regering denkt de middellangetermijndoelstelling — een structureel tekort van 1,0 % van het bbp — vanaf 2016 te bereiken. Volgens het convergentieprogramma zal de overheidsschuldquote naar verwachting in 2015 een piek bereiken van 40,1 % en daarna geleidelijk dalen tot 37 % van het bbp in 2018. Het macro-economische scenario dat aan deze begrotingsprognoses ten grondslag ligt, is plausibel. Belangrijke tekortverhogende maatregelen die door de regering op 25 april en door de senaat op 27 april (6) zijn goedgekeurd en waarmee in de voorjaarsprognoses 2015 van de Commissie rekening is gehouden, zijn niet in het convergentieprogramma opgenomen, terwijl dit door de gedragscode wel wordt voorgeschreven. De maatregelen die nodig zijn om vanaf 2016 aan de geplande tekortdoelstellingen bij te dragen, zijn niet voldoende gespecificeerd. Op basis van de voorjaarsprognoses 2015 van de Commissie wordt verwacht dat het structurele saldo in 2015 met 0,3 % van het bbp van de middellangetermijndoelstelling zal afwijken. Dit is iets hoger dan de afwijking van 0,25 % van het bbp die onder het betalingsbalansprogramma werd toegestaan, onder de voorwaarde dat de medefinanciering van door de EU gefinancierde projecten in overeenstemming is met wat in de begroting opgenomen is. In 2016 zal de afwijking significant worden met 2,4 % van het bbp, terwijl een aanpassing van 0 % van het bbp vereist is. Daarom zullen in 2015 en 2016 verdere maatregelen moeten worden genomen. Op basis van zijn beoordeling van het convergentieprogramma en rekening houdend met de voorjaarsprognoses 2015 van de Commissie is de Raad van mening dat er kans bestaat dat Roemenië niet aan de bepalingen van het stabiliteits- en groeipact zal voldoen.

(11)

Het begrotingskader van Roemenië is in grote lijnen solide maar wordt niet doeltreffend toegepast. De demografische tendensen op middellange en lange termijn en de weinig ontwikkelde arbeidsmarkt kunnen de houdbaarheid van het pensioenstelsel op lange termijn in gevaar brengen. Met de pensioenhervorming die in 2010 is ingezet, zijn al enkele verbeteringen gerealiseerd, maar de wet waarbij de pensioenleeftijd voor mannen en vrouwen vanaf 2035 gelijk wordt getrokken, die in december 2013 door de regering is voorgesteld, is nog niet door het Lagerhuis van het parlement aangenomen.

(12)

De recente verlaging van de socialezekerheidsbijdragen voor werkgevers heeft de belastingwig voor arbeid verminderd, maar niet op een gerichte manier. De belastingwig voor lagere inkomens blijft hoog (40 %) in verhouding tot andere Europese landen. Belastingfraude en belastingontwijking blijven een groot probleem waardoor het land veel belastinginkomsten misloopt. De eerste stappen naar een verdere reorganisatie van de Roemeense belastingadministratie zijn gezet. In 2014 is in twee regio's een proefproject op het gebied van naleving gehouden om zwartwerk, te lage aangifte en belastingontduiking aan te pakken, dat in 2015 ook in andere regio's zal worden gehouden. De milieubelastingen werden in 2014 verhoogd, waardoor ze het EU-gemiddelde benaderen.

(13)

Hoewel er in 2014 verbeteringen konden worden vastgesteld, blijven de arbeidsparticipatie en de activiteitsgraad bijzonder laag bij vrouwen, jongeren, oudere werknemers en Roma. Het actieve arbeidsmarktbeleid is herzien, maar de globale participatie in en de financiering voor actief arbeidsmarktbeleid blijven laag, met name voor beroepsopleiding, regelingen om eerdere studies te erkennen, stimulansen voor mobiliteit en maatregelen voor langdurig werklozen. Roemenië heeft maatregelen genomen om de jeugdwerkloosheid aan te pakken, onder meer via de Jeugdgarantie, maar de tenuitvoerlegging heeft vertraging opgelopen. Er is geen vooruitgang geboekt met het ontwikkelen van transparante richtsnoeren om het minimumloon vast te stellen. Om meer gepersonaliseerde diensten te kunnen verlenen en meer samenhangende resultaten bij doelgroepen te bereiken, zou de openbare dienst voor arbeidsvoorziening meer capaciteit moeten hebben, met name qua personeel, en een geïntegreerd kader om met de door de Europese structuur- en investeringsfondsen medegefinancierde maatregelen resultaten te bereiken.

(14)

Roemenië kampt met verschillende problemen op het gebied van onderwijs: het percentage vroegtijdige schoolverlaters blijft duidelijk boven het EU-gemiddelde, de beschikbaarheid van en de toegang tot onderwijs en zorg voor jonge kinderen is beperkt, vooral in plattelandsgebieden en voor de Roma-gemeenschap, de participatie aan een leven lang leren blijft ver onder het EU-gemiddelde, de kwaliteit en de arbeidsmarktrelevantie van het hoger onderwijs zijn onvoldoende, en het percentage afgestudeerden in het tertiair onderwijs blijft het tweede laagste in de EU. Roemenië is begonnen met het zoeken naar oplossingen voor die problemen en heeft op de verschillende gebieden in uiteenlopende mate vooruitgang geboekt, maar tot dusver is er weinig zichtbaar eindresultaat. Roemenië heeft in juni 2015 twee nationale strategieën vastgesteld, de nationale strategie voor een leven lang leren en de nationale strategie voor het terugdringen van voortijdig schoolverlaten. Belangrijk is nu dat er maatregelen worden getroffen voor een snelle uitvoering daarvan. Er is voor de periode 2014-2019 een nationaal programma voor onderwijs en zorg voor jonge kinderen opgesteld, dat in het nieuwe schooljaar 2015-2016 in werking zal treden. Er is een strategie voor het tertiair onderwijs opgesteld, met als doel het hoger onderwijs relevanter te maken door het beter op de behoeften van de arbeidsmarkt af te stemmen, en het toegankelijker te maken voor achterstandsgroepen. Er zijn maatregelen genomen om het beroepsonderwijs, de beroepsopleiding en de stageregelingen te verbeteren.

(15)

Het Roemeense gezondheidszorgstelsel wordt gekenmerkt door povere behandelingsresultaten, slechte financiële en geografische toegankelijkheid, beperkte financiering en inefficiënt gebruik van de middelen. Het aandeel van intramurale zorg is groot en het stelsel lijdt onder het feit dat het ziekenhuisnetwerk uitgebreid maar inefficiënt is, de netwerken voor doorverwijzing zwak en versnipperd zijn en slechts een klein deel van de middelen aan primaire gezondheidszorg wordt besteed. Daarnaast worden de toegankelijkheid, de efficiëntie en de kwaliteit van de openbare gezondheidszorg verder verminderd door het wijdverbreide fenomeen van informele betalingen. Door verschillende ingevoerde maatregelen en hervormingen van de gezondheidszorg is de financieringskloof verkleind en zijn de diensten kwalitatief verbeterd en efficiënter gemaakt. De nationale gezondheidsstrategie 2014-2020, waarin de hoofdlijnen van de hervormingen van de gezondheidssector zijn uitgezet, werd in december 2014 goedgekeurd en zal nu ten uitvoer worden gelegd. Het Ministerie van Volksgezondheid en het Nationaal Ziekteverzekeringsfonds overwegen verschillende maatregelen om het systeem voor de financiering van de gezondheidszorg te verbeteren.

(16)

De bestrijding van armoede en sociale uitsluiting blijft een grote uitdaging voor Roemenië. Hoewel het percentage mensen dat met het risico van armoede of sociale uitsluiting wordt bedreigd, gedaald is, blijft het hoog met 40 % in 2013, ver boven het EU-gemiddelde. De sociale transfers (met uitsluiting van de pensioenen) lijken er nauwelijks in te slagen de armoede terug te dringen, vooral in het geval van kinderen. De sociale transfers gaan te weinig gepaard met activeringsmaatregelen. De tenuitvoerlegging van de hervorming van de sociale bijstand van 2011 is nog altijd achter op schema. De strategie voor sociale insluiting en armoedebestrijding en van de bijbehorende actieplannen werd goedgekeurd op 27 mei 2015. Er werd weinig vooruitgang geboekt met het invoeren van het minimumintegratie-inkomen, waardoor de sociale bijstand eenvoudiger zou worden doordat drie bestaande sociale transfers worden samengevoegd, en ook de band met activeringsmaatregelen zou worden verstevigd. In 2013 werd door de regering een wet tot regulering van de sociale economie en ter verbetering van de arbeidsparticipatie van kwetsbare bevolkingsgroepen goedgekeurd, maar die wet is nog altijd in behandeling bij het parlement. Er zijn weinig doeltreffende maatregelen genomen om de Roma-bevolking te integreren. In januari 2015 werd echter met enige vertraging een herziene strategie voor de integratie van de Roma goedgekeurd, maar de tenuitvoerlegging is achter op schema.

(17)

De administratieve capaciteit van Roemenië is gering en versnipperd. De administratie wordt gekenmerkt door een onduidelijke delegatie van verantwoordelijkheden, en dit tast het concurrentievermogen van de economie aan. De achterliggende oorzaken van de structurele zwaktes zijn bekend, en in oktober 2014 werd een strategie goedgekeurd om de problemen in de administratie en in de beleidsprioritering en -coördinatie aan te pakken, samen met een actieplan om die strategie in de periode 2014-2020 ten uitvoer te leggen. Er is echter veel vertraging bij de uitvoering. Onregelmatigheden bij procedures voor overheidsopdrachten hebben de uitvoering van programma's van EU-fondsen sterk vertraagd. Dit heeft negatieve effecten op het ondernemingsklimaat en zet een rem op de hoognodige investeringen in infrastructuur.

(18)

Er is enige vooruitgang geboekt met het verbeteren van de onafhankelijkheid, de kwaliteit en de efficiëntie van het gerechtelijk systeem en het bestrijden van corruptie op alle niveaus. Ook wordt er meer voor gezorgd dat rechterlijke beslissingen daadwerkelijk ten uitvoer worden gelegd. De tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen blijft echter zwak in heel wat zaken en er is minder vooruitgang geboekt met het voorkomen en het bestrijden van corruptie op laag niveau. Die belangrijke beleidsgebieden zullen aan bod komen in het samenwerkings- en toetsingsmechanisme.

(19)

De staatsbedrijven hebben een te lage productiviteit, dragen bij tot de illiquiditeit in de economie, drukken op de overheidsbegroting (als voorwaardelijke verplichtingen) en zijn goed voor 50 % van de achterstallige belastingen van alle ondernemingen samen. Corporate governance is van vitaal belang om staatsbedrijven goed te laten presteren. Met de bestaande governancestructuur van de staatsbedrijven valt politieke inmenging in hun dagelijkse beheer niet te voorkomen, en kan evenmin worden gegarandeerd dat de functie van eigenaar van de autoriteiten gescheiden is van hun functie als beleidsmaker. Er werden niet stelselmatig specifieke regels voor de staatsbedrijven ingevoerd, totdat de spoedverordening van de regering 109/2011 werd aangenomen. Allerlei gebieden vallen daar niet onder en in de praktijk worden de regels niet altijd nageleefd. Er is geen vooruitgang geboekt met het hervormen van de corporate governance van de staatsbedrijven in de sectoren energie en vervoer.

(20)

In de context van het Europees semester heeft de Commissie een brede analyse van het economische beleid van Roemenië verricht. Deze analyse is gepubliceerd in het landenverslag 2015. Voorts heeft de Commissie zowel het nationale hervormingsprogramma als het convergentieprogramma doorgelicht en onderzocht welk gevolg is gegeven aan de aanbevelingen die in eerdere jaren tot Roemenië zijn gericht. Daarbij heeft zij niet alleen gekeken naar de relevantie ervan voor een houdbaar budgettair en sociaaleconomisch beleid in Roemenië, maar is zij ook nagegaan of de EU-regels en -richtsnoeren in acht zijn genomen, gezien de noodzaak de algehele economische governance van de Unie te versterken door middel van een inbreng op EU-niveau in toekomstige nationale besluiten. De aanbevelingen in het kader van het Europees semester worden in de onderstaande aanbevelingen 1 tot en met 4 weergegeven.

(21)

In het licht van deze beoordeling heeft de Raad het convergentieprogramma onderzocht en zijn advies (7) daarover is met name in onderstaande aanbeveling 1 weergegeven.

(22)

In het licht van de diepgaande evaluatie van de Commissie en deze beoordeling heeft de Raad het nationale hervormingsprogramma en het convergentieprogramma onderzocht. Zijn aanbevelingen op grond van artikel 6 van Verordening (EU) nr. 1176/2011 zijn in de onderstaande aanbevelingen 1 tot en met 4 weergegeven,

BEVEELT AAN dat Roemenië in 2015 en 2016 de volgende actie onderneemt:

1.

Alle nodige maatregelen nemen om het programma voor financiële bijstand te voltooien.

2.

De afwijking van de middellangetermijndoelstelling voor de begroting in 2015 beperken tot ten hoogste 0,25 % van het bbp, zoals gespecificeerd in het betalingsbalansprogramma 2013-2015, en in 2016 terugkeren tot de middellangetermijndoelstelling. De brede strategie voor naleving van de belastingwetgeving volledig ten uitvoer leggen, de controlesystemen versterken om zwartwerk te bestrijden, en voortmaken met het gelijktrekken van de pensioenleeftijd voor mannen en vrouwen.

3.

Het aanbod van arbeidsmarktmaatregelen versterken, vooral voor niet-geregistreerde jongeren en langdurig werklozen. Ervoor zorgen dat het Nationale Arbeidsbureau voldoende personeel heeft. In overleg met de sociale partners en volgens de nationale praktijken duidelijke richtsnoeren ontwikkelen om het minimumloon op transparante wijze vast te stellen. Het minimumintegratie-inkomen invoeren. Het aanbod en de kwaliteit van onderwijs en zorg voor jonge kinderen verbeteren, in het bijzonder voor Roma. Maatregelen nemen om de nationale strategie om schooluitval te beperken, uit te voeren. De nationale gezondheidsstrategie 2014-2020 voortzetten om problemen als de slechte toegankelijkheid, de geringe financiering en de inefficiënte aanwending van de middelen te verhelpen.

4.

De wet tot hervorming van de corporate governance van staatsbedrijven goedkeuren.

Gedaan te Brussel, 14 juli 2015.

Voor de Raad

De voorzitter

P. GRAMEGNA


(1)  PB L 209 van 2.8.1997, blz. 1.

(2)  PB L 306 van 23.11.2011, blz. 25.

(3)  Gehandhaafd bij Besluit 2014/322/EU van de Raad van 6 mei 2014 betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten voor 2014 (PB L 165 van 4.6.2014, blz. 49).

(4)  Aanbeveling van de Raad van 8 juli 2014 over het nationale hervormingsprogramma 2014 van Roemenië, met een advies van de Raad over het convergentieprogramma 2014 van Roemenië (PB C 247 van 29.7.2014, blz. 109).

(5)  Besluit 2013/531/EU van de Raad van 22 oktober 2013 tot verlening van anticiperende financiële bijstand van de Unie op middellange termijn aan Roemenië (PB L 286 van 29.10.2013, blz. 1).

(6)  Belastingverlagingen die in het nieuwe ontwerpbelastingwetboek zijn opgenomen.

(7)  Uit hoofde van artikel 9, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1466/97.


18.8.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 272/6


AANBEVELING VAN DE RAAD

van 14 juli 2015

over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Slovenië en met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2015 van Slovenië

(2015/C 272/02)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121, lid 2, en artikel 148, lid 4,

Gezien Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid (1), en met name artikel 5, lid 2,

Gezien Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden (2), en met name artikel 6, lid 1,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Gezien de resoluties van het Europees Parlement,

Gezien de conclusies van de Europese Raad,

Gezien het advies van het Comité voor de werkgelegenheid,

Gezien het advies van het Economisch en Financieel Comité,

Gezien het advies van het Comité voor sociale bescherming,

Gezien het advies van het Comité voor de economische politiek,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 26 maart 2010 heeft de Europese Raad zijn goedkeuring gehecht aan het voorstel van de Commissie voor een nieuwe groei- en werkgelegenheidsstrategie, Europa 2020, die voor betere coördinatie van het economisch beleid moet zorgen. De strategie spitst zich toe op de sleutelgebieden waarop Europa's potentieel voor duurzame groei en concurrentievermogen een krachtige impuls nodig heeft.

(2)

Op voorstel van de Commissie heeft de Raad op 14 juli 2015 een aanbeveling inzake de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en de Unie vastgesteld, en op 21 oktober 2010 heeft hij een besluit betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten vastgesteld (3). Deze vormen samen de „geïntegreerde richtsnoeren” en de lidstaten werd verzocht in hun nationaal economisch en werkgelegenheidsbeleid rekening daarmee te houden.

(3)

Op 8 juli 2014 heeft de Raad een aanbeveling (4) over het nationale hervormingsprogramma voor 2014 van Slovenië aangenomen en een advies over het geactualiseerde stabiliteitsprogramma voor 2014 van Slovenië uitgebracht. In overeenstemming met Verordening (EU) nr. 473/2013 van het Europees Parlement en de Raad (5) heeft de Commissie op 28 november 2014 haar advies over het ontwerpbegrotingsplan voor 2015 van Slovenië gepresenteerd.

(4)

Op 28 november 2014 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan de jaarlijkse groeianalyse en daarmee de aanzet gegeven tot het Europees semester 2015 voor coördinatie van het economisch beleid. Tevens heeft de Commissie op die datum op grond van Verordening (EU) nr. 1176/2011 het waarschuwingsmechanismeverslag aangenomen, waarin Slovenië werd genoemd als een van de lidstaten die aan een diepgaande evaluatie zouden worden onderworpen.

(5)

Op 18 december 2014 heeft de Europese Raad de volgende prioriteiten goedgekeurd: stimuleren van investeringen, intensiveren van structurele hervormingen en nastreven van een verantwoorde, groeivriendelijke begrotingsconsolidatie.

(6)

Op 26 februari 2015 heeft de Commissie haar landenverslag 2015 voor Slovenië gepubliceerd. In het landenverslag worden de vorderingen beoordeeld die bij de tenuitvoerlegging van de op 8 juli 2014 vastgestelde landenspecifieke aanbevelingen zijn gemaakt. Het landenverslag bevat voor Slovenië ook de resultaten van de diepgaande evaluatie die op grond van artikel 5 van Verordening (EU) nr. 1176/2011 is uitgevoerd. Op basis van haar analyse concludeert de Commissie dat Slovenië wordt geconfronteerd met macro-economische onevenwichtigheden die krachtige beleidsmaatregelen en specifieke monitoring vereisen. Met name het herstel van het evenwicht is volop aan de gang en als gevolg van krachtig beleid en hogere export en groei zijn de risico's verminderd in vergelijking met vorig jaar, met name die welke met de externe houdbaarheid verband houden. De zwakke corporate governance, de omvangrijke staatseigendom, de hoge bedrijfsschulden en de oplopende overheidsschuld houden echter risico's in voor de financiële stabiliteit en de groei en verdienen bijzondere aandacht. De onevenwichtigheden worden derhalve niet langer als buitensporig beschouwd, maar verdienen nog altijd bijzondere aandacht.

(7)

Op 30 april 2015 heeft Slovenië zijn nationale hervormingsprogramma 2015 en zijn stabiliteitsprogramma 2015 ingediend. Om de onderlinge verbanden in aanmerking te kunnen nemen, zijn beide programma's terzelfder tijd geëvalueerd.

(8)

Slovenië valt momenteel onder het corrigerende deel van het stabiliteits- en groeipact. Volgens haar stabiliteitsprogramma 2015 is de regering van plan om het buitensporig tekort uiterlijk in 2015 te corrigeren, in overeenstemming met de door de Raad vastgestelde uiterste termijn, en om uiterlijk in 2020 de middellangetermijndoelstelling — een structurele evenwichtige begrotingssituatie — te bereiken, dat wil zeggen één jaar na de programmaperiode. De regering is van plan om het nominale tekort geleidelijk te reduceren tot 2,9 % van het bbp in 2015 en 0,9 % van het bbp in 2019. Volgens het stabiliteitsprogramma zal de overheidsschuldquote waarschijnlijk in 2015 met 81,6 % een hoogtepunt bereiken om vervolgens te gaan dalen. Het macro-economische scenario dat aan deze begrotingsprognoses ten grondslag ligt is plausibel. Op basis van de voorjaarsprognoses 2015 van de Commissie wordt verwacht dat het buitensporig tekort tegen 2015 tijdig en duurzaam zal zijn gecorrigeerd. Tegelijkertijd blijft de begrotingsinspanning achter bij hetgeen door de Raad is aanbevolen, uitgaande van het structurele saldo en de genomen discretionaire maatregelen. Indien er een tijdige correctie plaatsvindt van het buitensporig tekort zoals gepland, zal Slovenië vanaf 2016 aan het preventieve deel van het pact zijn onderworpen. De maatregelen om vanaf 2016 de geplande tekortdoelstellingen te ondersteunen, zijn nog niet voldoende gespecificeerd. Daarom lijkt er in het licht van de voorjaarsprognoses 2015 van de Commissie een gevaar te bestaan dat in 2016 aanzienlijk zal worden afgeweken van de voorgeschreven aanpassing in de richting van de middellangetermijndoelstelling en zullen extra maatregelen nodig zijn. Op basis van zijn beoordeling van het stabiliteitsprogramma en rekening houdend met de voorjaarsprognoses 2015 van de Commissie bestaat volgens de Raad de kans dat Slovenië niet aan de bepalingen van het stabiliteits- en groeipact zal voldoen. Met betrekking tot de begrotingsregels keurde het parlement in 2013 een grondwettelijke basis goed voor de vaststelling van een regel inzake het structurele begrotingssaldo/-overschot van de overheid. De noodzakelijke uitvoeringswetgeving moet echter nog worden goedgekeurd. Herzieningen van de wet inzake de overheidsfinanciën zullen waarschijnlijk de noodzakelijke wettelijke basis verschaffen voor de procedurele kwesties die aan wet inzake de budgettaire regels ten grondslag liggen.

(9)

Slovenië heeft maatregelen genomen om de druk op de betaalbaarheid van het pensioenstelsel op middellange termijn te verminderen, maar belangrijke parameters moeten nog worden aangepast om het stelsel ook na 2020 betaalbaar te houden. De hervorming van het pensioenstelsel van 2013 heeft een positief effect gehad en het juridisch instrument waarbij een demografisch fonds wordt opgericht, zal naar verwacht uiterlijk eind 2015 worden goedgekeurd. Om ervoor te zorgen dat de pensioenen op de lange termijn betaalbaar blijven, zijn echter verdere hervormingen nodig. Met de hervorming van de langdurige zorg is geen vooruitgang geboekt. Eind 2013 werd door de regering een blauwdruk voor een hervorming van de langdurige zorg goedgekeurd, maar de goedkeuring van de wetgeving ter uitvoering van de hervorming is uitgesteld tot eind 2015 zodat eerst besluiten kunnen worden genomen over de hervorming van de ziektekostenverzekering, met inbegrip van besluiten over de bronnen waaruit de algemene gezondheidszorg en de langdurige zorg moeten worden gefinancierd. Leeftijdsgerelateerde uitgaven voor langdurige zorg kunnen worden beteugeld door de zorg vooral te richten op de meest zorgbehoevenden en het accent bij zorgverlening te verplaatsen van institutionele zorg naar thuiszorg.

(10)

In januari 2015 werd een Sociaal Akkoord gesloten waarbij werd bepaald dat de lonen in de publieke sector minder zullen stijgen dan die in de particuliere sector. De samenstelling en indexering van de minimumlonen vielen buiten dit akkoord. Ofschoon het minimumloon nog steeds betrekkelijk hoog is in vergelijking met het gemiddelde loon, is het de laatste tijd maar in beperkte mate gestegen. Uit een evaluatie van de arbeidsmarkthervorming van 2013 blijkt dat de arbeidsmarkt versoepeld is, maar de langdurige werkloosheid en de geringe arbeidsparticipatie van laaggeschoolde en oudere werknemers nog altijd een structureel karakter hebben. Slovenië heeft een aantal maatregelen genomen om de mismatch van gevraagde en aangeboden vaardigheden aan te pakken en voor de periode tot 2020 staan talrijke andere maatregelen op het programma.

(11)

De banksector is verder gestabiliseerd door de herkapitalisering van Abank en Banka Celje in 2014. Er is een uitgebreid actieplan voor banken voltooid, dat in januari 2015 is ingediend bij het kabinet van de eerste minister. De Banka Slovenije heeft ervoor gezorgd dat er maatregelen werden genomen naar aanleiding van de tekortkomingen die bij de kwaliteitsbeoordeling van de activa in 2013 aan het licht kwamen en zal in het eerste kwartaal van 2015 de inspecties ter plaatse hervatten om te controleren of de aanbevelingen door de banken zijn uitgevoerd. De belangrijkste banken zijn gereorganiseerd en hebben hun sanerings- en herstructureringseenheden versterkt. Om de banksector gezonder te maken, is het echter nodig dat in de bedrijfssector de winstgevendheid op lange termijn wordt bevorderd en het aantal oninbare leningen wordt verminderd. Het masterplan voor bedrijfsherstructurering is vastgesteld en er is een centrale taskforce voor bedrijfsherstructurering opgericht. Door verdere schuldafbouw binnen de bedrijfssector, onder meer via de Bank Asset Management Company en door volledige toepassing van de nieuwe insolventiewetgeving, zouden de voorwaarden opnieuw aanwezig zijn om meer particuliere investeringen te trekken. De bancaire kredietverlening blijft dalen, wat voornamelijk gevolgen voor het mkb heeft. De resultaten van de recente herkapitalisatie van de banksector zullen waarschijnlijk pas in 2016 volledig zichtbaar zijn. De terughoudendheid van banken bij kredietverlening en de hoge rentepercentages drukken op de financieringscapaciteit van het mkb. Het percentage afgewezen kredietaanvragen is de afgelopen zes jaar afgenomen, maar het aantal mkb-bedrijven dat meldt dat banken minder geneigd zijn om leningen te verstrekken, is fors toegenomen en behoort tot de hoogste in de Unie.

(12)

Het privatiseringsprogramma wordt — vertraagd — verder uitgevoerd. De herstructurering van de vijf grootste overheidsbanken en de liquidatie van twee kleinere nationale banken liggen op schema. De Sloveense overheidsholding, die verantwoordelijk is voor het beheer en het afstoten van staatseigendom, is nu volledig operationeel. Een ontwerpstrategie voor het beheer van activa wacht nog op goedkeuring van het parlement en deze goedkeuring zal waarschijnlijk worden gevolgd door de bekendmaking van het plan voor afstoting van een aantal goed gekozen staatseigendommen. De Sloveense overheidsholding heeft in december 2014 een nieuwe corporate governance code vastgesteld en in januari 2015 werd een compliance officer benoemd.

(13)

De efficiëntie van de gerechten nam in 2014 verder toe, zij het minder snel. Hoewel er enige vooruitgang is geboekt met het verkorten van de duur van gerechtelijke procedures in eerste aanleg in civiele en handelsgeschillen, met inbegrip van insolventiezaken, duren de procedures nog altijd erg lang en zijn er nog altijd veel onafgedane zaken.

(14)

Het moeilijke bedrijfsklimaat in Slovenië is een belangrijke oorzaak van het lage investeringsniveau in Sloveense ondernemingen en door het grote aantal wetten en de vele wijzigingen in de wetgeving is het moeilijk een bedrijf te exploiteren met naleving van lokale regelgeving. Het aantal gereglementeerde beroepen is afgenomen van 323 naar 242, maar nog steeds hoog. Ongeveer 25 % van de maatregelen uit het Enig Document ter vermindering van de administratieve regeldruk werd uitgevoerd. Er is gezorgd voor voldoende begrotingsautonomie voor het agentschap voor bescherming van de mededinging en voor institutionele onafhankelijkheid.

(15)

De nieuwe regering heeft herhaald dat zij corruptie zal bestrijden en in januari 2015 een nieuw tweejarenprogramma goedgekeurd met 11 langdurige maatregelen. Op het gebied van transparantie en verantwoordingsplicht is enige vooruitgang geboekt. Er wordt een omvangrijke hervorming van de overheidssector voorbereid. Met betrekking tot verslagen inzake de procedures voor de evaluatie van prestaties en kwaliteitscontrole is geen vooruitgang gerealiseerd.

(16)

In de context van het Europees semester heeft de Commissie een uitgebreide analyse van het economische beleid van Slovenië verricht. Deze analyse is gepubliceerd in het landenverslag 2015. Voorts heeft de Commissie zowel het stabiliteitsprogramma als het nationale hervormingsprogramma doorgelicht en onderzocht welk gevolg is gegeven aan de aanbevelingen die in eerdere jaren tot Slovenië zijn gericht. Daarbij heeft zij niet alleen gekeken naar de relevantie ervan voor een houdbaar budgettair en sociaaleconomisch beleid in Slovenië, maar is zij ook nagegaan of de EU-regels en richtsnoeren in acht zijn genomen, gezien de noodzaak de algehele economische governance van de Unie te versterken door middel van een EU-inbreng in toekomstige nationale besluiten. De aanbevelingen in het kader van het Europees semester worden in de onderstaande aanbevelingen 1 tot en met 4 weergegeven.

(17)

In het licht van de diepgaande evaluatie van de Commissie en deze beoordeling heeft de Raad het nationale hervormingsprogramma en het stabiliteitsprogramma onderzocht. De aanbevelingen op grond van artikel 6 van Verordening (EU) nr. 1176/2011 zijn in de onderstaande aanbevelingen 1 tot en met 4 weergegeven.

(18)

In de context van het Europees semester heeft de Commissie tevens een analyse van het economische beleid van de eurozone als geheel verricht. Op basis van deze analyse heeft de Raad specifieke aanbevelingen gericht tot de lidstaten die de euro als munt hebben (6). Als land dat de euro als munt heeft, dient Slovenië er ook voor te zorgen dat die aanbevelingen volledig en tijdig worden opgevolgd,

BEVEELT AAN dat Slovenië in de periode 2015-2016 de volgende actie onderneemt:

1.

In 2015 voor een duurzame correctie van het buitensporig tekort zorgen en in 2016 een budgettaire aanpassing van 0,6 % van het bbp in de richting van de begrotingsdoelstelling voor de middellange termijn bereiken. De wet inzake de begrotingsregels goedkeuren en de wet inzake de overheidsfinanciën herzien. De hervorming op de lange termijn van het pensioenstelsel bevorderen. Uiterlijk eind 2015 een hervorming van de gezondheidszorg en van de langdurige zorg goedkeuren.

2.

In overleg met de sociale partners en overeenkomstig de nationale praktijken, het mechanisme voor het vaststellen van het minimumloon en met name de rol van uitkeringen, herzien op basis van het effect op de armoede onder werkenden, de werkgelegenheid en de concurrentievermogen. De inzetbaarheid van laaggeschoolde en oudere werknemers verbeteren. Maatregelen nemen om de langdurige werkloosheid aan te pakken en adequate prikkels te bieden om langer aan het werk te blijven.

3.

Het aantal oninbare leningen bij banken verlagen door specifieke doelstellingen in te voeren. De capaciteit voor het monitoren van kredietrisico bij banken verbeteren. De herstructurering van bedrijven voortzetten en een strenge corporate governance binnen de Bank Asset Management Company handhaven. Maatregelen nemen om de toegang tot financiering te verbeteren voor het mkb- en micro-ondernemingen. Een strategie vaststellen voor de Sloveense staatsholding, met een duidelijke classificatie van activa, een jaarlijks plan voor vermogensbeheer uitvoeren en prestatiecriteria toepassen.

4.

Ervoor zorgen dat de hervormingen die zijn goedgekeurd ter verbetering van de efficiëntie van de civiele rechtspraak bijdragen tot kortere procedures.

Gedaan te Brussel, 14 juli 2015.

Voor de Raad

De voorzitter

P. GRAMEGNA


(1)  PB L 209 van 2.8.1997, blz. 1.

(2)  PB L 306 van 23.11.2011, blz. 25.

(3)  Gehandhaafd bij Besluit 2014/322/EU van de Raad van 6 mei 2014 betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten voor 2014 (PB L 165 van 4.6.2014, blz. 49).

(4)  Aanbeveling van de Raad van 8 juli 2014 over het nationale hervormingsprogramma 2014 van Slovenië en met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma van Slovenië voor 2014 (PB C 247 van 29.7.2014, blz. 115).

(5)  Verordening (EU) nr. 473/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende gemeenschappelijke voorschriften voor het monitoren en beoordelen van ontwerpbegrotingsplannen en voor het garanderen van de correctie van buitensporige tekorten van de lidstaten van de eurozone (PB L 140 van 27.5.2013, blz. 11).

(6)  PB C 272 van 18.8.2015, blz. 98


18.8.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 272/10


AANBEVELING VAN DE RAAD

van 14 juli 2015

over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Slowakije en met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2015 van Slowakije

(2015/C 272/03)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121, lid 2, en artikel 148, lid 4,

Gezien Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid (1), en met name artikel 5, lid 2,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Gezien de resoluties van het Europees Parlement,

Gezien de conclusies van de Europese Raad,

Gezien het advies van het Comité voor de werkgelegenheid,

Gezien het advies van het Economisch en Financieel Comité,

Gezien het advies van het Comité voor sociale bescherming,

Gezien het advies van het Comité voor de economische politiek,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 26 maart 2010 heeft de Europese Raad zijn goedkeuring gehecht aan het voorstel van de Commissie voor een nieuwe groei- en werkgelegenheidsstrategie; deze Europa 2020-strategie berust op een versterkte coördinatie van het economische beleid. De strategie spitst zich toe op de sleutelgebieden waarop Europa's potentieel voor duurzame groei en concurrentievermogen een krachtige impuls nodig heeft.

(2)

Op voorstel van de Commissie heeft de Raad op 14 juli 2015 een aanbeveling inzake de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en de Unie vastgesteld, en op 21 oktober 2010 heeft hij een besluit betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten vastgesteld (2). Deze vormen samen de „geïntegreerde richtsnoeren” en de lidstaten werd verzocht in hun nationaal economisch en werkgelegenheidsbeleid rekening daarmee te houden.

(3)

Op 8 juli 2014 heeft de Raad een aanbeveling (3) over het nationale hervormingsprogramma voor 2014 van Slowakije aangenomen en een advies over het geactualiseerde stabiliteitsprogramma voor 2014 van Slowakije uitgebracht. In overeenstemming met Verordening (EU) nr. 473/2013 van het Europees Parlement en de Raad (4) heeft de Commissie op 28 november 2014 haar advies over het ontwerpbegrotingsplan voor 2015 van Slowakije gepresenteerd.

(4)

Op 28 november 2014 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan de jaarlijkse groeianalyse en daarmee de aanzet gegeven tot het Europees semester 2015 voor coördinatie van het economisch beleid. Tevens heeft de Commissie op die datum op grond van Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad (5) het waarschuwingsmechanismeverslag aangenomen, waarin Slowakije niet werd genoemd als een van de lidstaten die aan een diepgaande evaluatie zouden worden onderworpen.

(5)

Op 18 december 2014 heeft de Europese Raad de volgende prioriteiten goedgekeurd: stimuleren van investeringen, intensiveren van structurele hervormingen en nastreven van een verantwoorde, groeivriendelijke begrotingsconsolidatie.

(6)

Op 26 februari 2015 heeft de Commissie haar landenverslag 2015 voor Slowakije gepubliceerd. Daarin werden de vorderingen beoordeeld die Slowakije bij de tenuitvoerlegging van de op 8 juli 2014 vastgestelde landenspecifieke aanbevelingen heeft gemaakt.

(7)

Op 29 april 2015 heeft Slowakije zijn nationale hervormingsprogramma 2015 en zijn stabiliteitsprogramma 2015 ingediend. Om hun onderlinge verbanden in aanmerking te kunnen nemen, zijn beide programma's tegelijkertijd geëvalueerd.

(8)

Slowakije valt momenteel onder het preventieve deel van het stabiliteits- en groeipact. Volgens haar stabiliteitsprogramma 2015 is de regering van plan het nominale tekort geleidelijk terug te dringen naar 2,5 % van het bbp in 2015 en dan verder naar 0,5 % van het bbp in 2018. Volgens het stabiliteitsprogramma wordt de middellangetermijndoelstelling — een structureel tekort van 0,5 % van het bbp — vanaf 2017 bereikt. De overheidsschuldquote zal naar verwachting in 2015 licht afnemen tot 53,4 % van het bbp en blijven dalen tot 50,3 % van het bbp in 2018. Het macro-economische scenario dat aan deze begrotingsprognoses ten grondslag ligt is plausibel. De maatregelen om vanaf 2016 de geplande tekortdoelstellingen te ondersteunen zijn echter nog niet voldoende gespecificeerd. Op basis van de voorjaarsprognoses 2015 van de Commissie ligt de groei van de netto-uitgaven zowel in 2015 als 2016 onder de benchmark, zodat wordt voldaan aan de vereisten van het stabiliteits- en groeipact. Op basis van zijn beoordeling van het stabiliteitsprogramma en rekening houdend met de voorjaarsprognoses 2015 van de Commissie is de Raad van mening dat Slowakije waarschijnlijk aan de bepalingen van het stabiliteits- en groeipact zal voldoen.

(9)

De arbeidsmarkt liet in 2014 tekenen van herstel zien, maar de werkloosheid blijft hoog. De negatieve prikkels in het sociale-zekerheidstelsel zijn verminderd en er is enige vooruitgang geboekt bij het terugdringen van de jeugdwerkloosheid, maar de langdurige werkloosheid blijft een groot probleem en de werkgelegenheid onder Roma en laaggeschoolden is gering. Hoewel er een aantal eerste stappen zijn genomen om de openbare diensten voor arbeidsvoorziening te verbeteren, hebben deze maar een beperkte capaciteit om gepersonaliseerde diensten te leveren, met name voor diegenen die het verst van de arbeidsmarkt af staan. De arbeidsparticipatie van vrouwen blijft ruim onder het EU-gemiddelde, wat met het onvoldoende aanbod van hoogwaardige en betaalbare kinderopvang en de relatief lange duur van het ouderschapsverlof te maken heeft.

(10)

Slowakije heeft enige vooruitgang geboekt op het gebied van werkplekleren: in 2015 zal een nieuwe wet inzake beroepsonderwijs en -opleiding in werking treden. Er is echter slechts weinig progressie geboekt op het gebied van de onderwijsomstandigheden, met de bevordering van de invoering van meer loopbaangerichte bachelor-programma's en met het vergroten van het percentage jonge Roma-kinderen dat onderwijs en opvang geniet. Er zijn geen maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat Roma op grotere schaal beroepsopleiding en hoger onderwijs volgen. Er is slechts geringe vooruitgang geboekt met het vullen van de lacunes in het Slowaakse onderzoeks- en innovatiesysteem. Hierbij moeten vooral de kwaliteit en de relevantie van de wetenschappelijke basis worden verbeterd en de samenwerking tussen de wetenschappelijke wereld, de onderzoekswereld en het bedrijfsleven bevorderd.

(11)

De slechte kwaliteit van het ondernemingsklimaat in Slowakije maakt het land minder aantrekkelijk voor zowel buitenlandse als binnenlandse investeringen. Vooral de te lage efficiëntie en kwaliteit van de overheid en het justitieapparaat zijn nadelig voor het ondernemingsklimaat. Het ambtelijk apparaat gaat gebukt onder een sterk personeelsverloop en een ondoeltreffend beheer van personele middelen. Tot op heden zijn de inspanningen om corruptie aan te pakken beperkt gebleven. Meer in het bijzonder is de noodzakelijke vergroting van de onderzoeks- en de controlecapaciteit van de belastingdienst niet uitgevoerd. Bij overheidsopdrachten is sprake van ingesleten tekortkomingen, die de toewijzing van openbare middelen nadelig beïnvloeden.

(12)

Ofschoon de overheidsfinanciën mede door de recente wijzigingen in het fiscale stelsel zijn verbeterd, zullen de kosten van de vergrijzing in de toekomst een negatief effect hebben op de betrekkelijk gezonde schuldpositie van Slowakije. De houdbaarheid op lange termijn van de overheidsfinanciën hangt af van de vraag of de regering erin slaagt de gezondheidssector kosteneffectiever te maken. Het Slowaakse gezondheidsstelsel is over het algemeen weinig efficiënt en presteert slecht in vergelijking met de rest van de EU. De regering stelde een nieuwe gezondheidsstrategie vast voor de periode 2014-2020, in een poging de tekortkomingen van de nationale gezondheidszorg aan te pakken. De strategie wordt uitgevoerd, maar de meeste maatregelen zijn nog niet van kracht. Er blijft ook sprake van inefficiënties bij de belastinginning en -administratie.

(13)

Het zwakke rendement van investeringen in de laatste jaren kan de groeivooruitzichten op lange termijn van Slowakije schaden. Tussen 2008 en 2013 liepen de particuliere investeringen bijzonder sterk terug. Daarbij was 90 % van de daling van de totale investeringen ten gevolge van de afname van buitenlandse directe investeringen (BDI) aan niet-financiële vennootschappen toe te schrijven. In 2013 lagen de reële investeringen in kapitaalgoederen nog steeds ongeveer 13 % lager dan in 2008. Hoewel de overheidsinvesteringen veel minder krompen, heeft de daling toch nog aanzienlijke gevolgen, gelet op de grootschalige vervoersinfrastructuurprojecten die van wezenlijk belang zijn om het groeipotentieel van de centrale en oostelijke regio's van Slowakije te kunnen benutten. Zowel de belemmeringen van administratieve en regelgevende aard in verband met de planning van investeringen als het gebrek aan transparantie en de lange procedures voor het verkrijgen van bouwvergunningen en vergunningen voor grondgebruik, houden overheidsinvesteringen tegen. In vergelijking met naburige lidstaten bestaat in Slowakije een zeer hoog percentage van de totale overheidsinvesteringen uit EU-middelen. De absorptie van EU-middelen wordt voorts belemmerd door een zwak beheer van planningsprocedures en een slechte opzet en selectie van projecten en door het feit dat niet wordt voldaan aan de vereisten in verband met de milieueffectbeoordeling. Het gebruik van op maat gesneden specificaties bij openbare aanbestedingen beperkt de mededinging en heeft hoge eindprijzen tot gevolg. Een beter toezicht en grotere expertise binnen de overheidsdiensten die bij aanbestedingen zijn betrokken, kunnen deze problemen helpen oplossen. Vooral de te lage efficiëntie en kwaliteit van het openbaar bestuur en het justitieapparaat zijn nadelig voor het ondernemingsklimaat, en er is bijvoorbeeld nog niets gedaan aan de hervorming van het burgerlijk procesrecht en de ongelijke verdeling van de werklast bij rechtbanken.

(14)

In de context van het Europees semester heeft de Commissie een uitgebreide analyse van het economische beleid van Slowakije verricht. Deze analyse is gepubliceerd in het landenverslag 2015. Ook heeft de Commissie het stabiliteitsprogramma en het nationale hervormingsprogramma doorgelicht en onderzocht welk gevolg is gegeven aan de aanbevelingen die in eerdere jaren tot Slowakije zijn gericht. Daarbij heeft zij niet alleen gekeken naar de relevantie ervan voor een houdbaar budgettair en sociaaleconomisch beleid in Slowakije, maar is zij ook nagegaan of de EU-regels en -richtsnoeren in acht zijn genomen, gezien de noodzaak de algehele economische governance van de Unie te versterken door middel van een inbreng op EU-niveau in toekomstige nationale besluiten. Haar aanbevelingen in het kader van het Europees semester worden in de onderstaande aanbevelingen 1 tot en met 4 weergegeven.

(15)

In het licht van deze beoordeling heeft de Raad het stabiliteitsprogramma onderzocht en is hij van mening (6) dat Slowakije aan het stabiliteits- en groeipact voldoet.

(16)

In de context van het Europees semester heeft de Commissie tevens een analyse van het economische beleid van de eurozone als geheel verricht. Op basis van deze analyse heeft de Raad specifieke aanbevelingen gericht tot de lidstaten die de euro als munt hebben (7). Als land dat de euro als munt heeft, dient Slowakije er ook voor te zorgen dat aan die aanbevelingen volledig en tijdig uitvoering wordt gegeven,

BEVEELT AAN dat Slowakije in 2015 en 2016:

1.

de gezondheidssector kosteneffectiever maakt, onder meer door een beter beheer van de ziekenhuiszorg en het versterken van de primaire gezondheidszorg. maatregelen neemt om meer belasting te innen.

2.

extra maatregelen neemt om de werkloosheid op lange termijn aan te pakken door het verbeteren van activeringsmaatregelen en tweedekansonderwijs en het invoeren van hoogwaardige, op individuele behoeften afgestemde opleidingen. betere prikkels geeft om vrouwen aan het werk te houden of opnieuw aan het werk te krijgen, door het aanbod van kinderopvangfaciliteiten te verbeteren.

3.

de opleiding van leerkrachten verbetert en het beroep aantrekkelijker maakt om de dalende leerresultaten tegen te gaan. de deelname van Roma-kinderen aan het regulier onderwijs en het hoogwaardig onderwijs voor jonge kinderen vergroot.

4.

de administratieve procedures voor het verkrijgen van vergunningen voor grondgebruik en bouwvergunningen verbetert en stroomlijnt om de investeringen in infrastructuur te bevorderen. de concurrentie bij openbare aanbestedingen vergroot en de toezichtmechanismen bij openbare aanbestedingen verbetert.

Gedaan te Brussel, 14 juli 2015.

Voor de Raad

De voorzitter

P. GRAMEGNA


(1)  PB L 209 van 2.8.1997, blz. 1.

(2)  Gehandhaafd bij Besluit 2014/322/EU van de Raad van 6 mei 2014 betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten voor 2014 (PB L 165 van 4.6.2014, blz. 49).

(3)  Aanbeveling van de Raad van 8 juli 2014 over het nationale hervormingsprogramma 2014 van Slowakije en met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma van Slowakije voor 2014 (PB C 247 van 29.7.2014, blz. 122).

(4)  Verordening (EU) nr. 473/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende gemeenschappelijke voorschriften voor het monitoren en beoordelen van ontwerpbegrotingsplannen en voor het garanderen van de correctie van buitensporige tekorten van de lidstaten van de eurozone (PB L 140 van 27.5.2013, blz. 11).

(5)  Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden (PB L 306 van 23.11.2011, blz. 25).

(6)  Op grond van artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1466/97.

(7)  PB C 272 van 18.8.2015, blz. 98.


18.8.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 272/14


AANBEVELING VAN DE RAAD

van 14 juli 2015

over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Finland, met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2015 van Finland

(2015/C 272/04)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121, lid 2, en artikel 148, lid 4,

Gezien Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid (1), en met name artikel 5, lid 2,

Gezien Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden (2), en met name artikel 6, lid 1,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Gezien de resoluties van het Europees Parlement,

Gezien de conclusies van de Europese Raad,

Gezien het advies van het Comité voor de werkgelegenheid,

Gezien het advies van het Economisch en Financieel Comité,

Gezien het advies van het Comité voor sociale bescherming,

Gezien het advies van het Comité voor de economische politiek,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 26 maart 2010 heeft de Europese Raad zijn goedkeuring gehecht aan het voorstel van de Commissie voor een nieuwe groei- en werkgelegenheidsstrategie; deze Europa 2020-strategie berust op een versterkte coördinatie van het economische beleid. De strategie spitst zich toe op de sleutelgebieden waarop Europa's potentieel voor duurzame groei en concurrentievermogen een krachtige impuls nodig heeft.

(2)

Op voorstel van de Commissie heeft de Raad op 14 juli 2015 een aanbeveling inzake de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en de Unie vastgesteld, en op 21 oktober 2010 heeft hij een besluit betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten vastgesteld (3). Deze vormen samen de „geïntegreerde richtsnoeren” en de lidstaten werd verzocht in hun nationaal economisch en werkgelegenheidsbeleid rekening daarmee te houden.

(3)

Op 8 juli 2014 heeft de Raad een aanbeveling (4) over het nationale hervormingsprogramma voor 2014 van Finland vastgesteld en zijn advies over het geactualiseerde stabiliteitsprogramma voor 2014 van Finland uitgebracht. In overeenstemming met Verordening (EU) nr. 473/2013 van het Europees Parlement en de Raad (5) heeft de Commissie op 28 november 2014 haar advies over het ontwerpbegrotingsplan voor 2015 van Finland gepresenteerd.

(4)

Op 28 november 2014 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan de jaarlijkse groeianalyse en daarmee de aanzet gegeven tot het Europees semester 2015 voor coördinatie van het economisch beleid. Tevens heeft de Commissie op die datum op grond van Verordening (EU) nr. 1176/2011 het waarschuwingsmechanismeverslag aangenomen, waarin Finland werd genoemd als een van de lidstaten die aan een diepgaande evaluatie zouden worden onderworpen.

(5)

Op 18 december 2014 heeft de Europese Raad de volgende prioriteiten goedgekeurd: stimuleren van investeringen, intensiveren van structurele hervormingen en nastreven van een verantwoorde, groeivriendelijke begrotingsconsolidatie.

(6)

Op 26 februari 2015 heeft de Commissie haar landenverslag 2015 voor Finland gepubliceerd. In het landenverslag worden de vorderingen beoordeeld die Finland bij de tenuitvoerlegging van de op 8 juli 2014 vastgestelde landenspecifieke aanbevelingen heeft gemaakt. Het landenverslag bevat ook de resultaten van de diepgaande evaluatie die op grond van artikel 5 van Verordening (EU) nr. 1176/2011 is uitgevoerd. Op basis van haar analyse concludeert de Commissie dat Finland wordt geconfronteerd met macro-economische onevenwichtigheden die beleidsmaatregelen en monitoring vereisen. Met name de risico's die verband houden met de zwakke exportresultaten door herstructureringen in de industrie vragen om aandacht. Hoewel vrijwel een einde is gekomen aan de daling van het exportmarktaandeel en de achteruitgang van de elektronica-industrie, blijven de investeringen laag en is de potentiële groei afgenomen. De schuld van de particuliere sector is gestabiliseerd en lijkt niet onmiddellijk zorgen te baren, maar wegens het vrij hoge peil ervan is een nauwlettende monitoring vereist.

(7)

Op 2 april 2015 heeft Finland zijn nationale hervormingsprogramma 2015 en zijn stabiliteitsprogramma 2015 ingediend. Om met de onderlinge verbanden tussen beide programma's rekening te houden, zijn deze tegelijkertijd geëvalueerd.

(8)

Finland valt momenteel onder het preventieve deel van het stabiliteits- en groeipact. Volgens het door de scheidende regering ingediende stabiliteitsprogramma 2015, waarin van een ongewijzigd beleid wordt uitgegaan en dat betrekking heeft op de periode 2014-2019, zal het nominale tekort — dat in 2014 tot 3,2 % van het bbp is gestegen en dus de referentiewaarde van 3 % van het bbp heeft overschreden — in 2015 verder verslechteren tot 3,4 % van het bbp, voordat het geleidelijk zal afnemen tot 3,1 % in 2017 en verder tot 2,5 % van het bbp in 2019. Volgens het stabiliteitsprogramma 2015 zal de overheidsschuldquote tijdens de prognoseperiode van het programma naar verwachting stijgen tot 67,8 % in 2019. De middellangetermijndoelstelling — een structureel tekort van 0,5 % van het bbp — zal tegen het einde van de programmaperiode niet worden gehaald. Het macro-economische scenario dat aan deze begrotingsprognoses ten grondslag ligt, is plausibel. Volgens de voorjaarsprognoses 2015 van de Commissie zal het algemene begrotingstekort van Finland in 2015 3,3 % van het bbp en in 2016 3,2 % van het bbp bedragen, en zal de schuldquote in 2016 stijgen tot 64,4 % van het bbp. Overeenkomstig artikel 126, lid 3, van het Verdrag heeft de Commissie op 13 mei 2015 een verslag gepubliceerd waarin zij concludeert dat de tekort- en schuldcriteria niet worden geacht te zijn nageleefd. Op 27 mei heeft de aantredende regering echter haar strategische programma, inclusief de geplande consolidatiemaatregelen, bekendgemaakt. Volgens een beoordeling door de Commissie, zullen deze maatregelen, als zij onverkort worden uitgevoerd, naar verwacht het nominale tekort terugdringen tot minder dan 3 % van het bbp in 2016. Na een verslechtering in 2014, is er opnieuw een afwijking van de vereiste structurele inspanning in het kader van het preventieve deel in 2015. De uitgavenbenchmark zal in 2015 naar verwacht ruimschoots worden gehaald. Er is dus wellicht een risico van een significante afwijking van de vereiste aanpassing in de richting van de MTD voor de periode 2014-2015, die achteraf opnieuw moeten worden beoordeeld. In 2016 bestaat er, gezien de maatregelen die door de aantredende regering zijn aangekondigd, het risico op een lichte afwijking. Er zijn dan ook verdere maatregelen nodig om de vereiste structurele aanpassingen te realiseren. Op basis van zijn beoordeling van het stabiliteitsprogramma en rekening houdend met de voorjaarsprognoses 2015 van de Commissie en met een op 27 mei voorgestelde beoordeling van de consolidatiemaatregelen van de aantredende regering, is de Raad van mening dat er een kans bestaat dat Finland niet aan de bepalingen van het stabiliteits- en groeipact zal voldoen. Hoewel Finland enige vooruitgang heeft geboekt met de tenuitvoerlegging van administratieve hervormingen, kan de efficiëntie van de Finse overheidssector verder worden verbeterd, in het bijzonder op gebieden die door de vergrijzing met hoge toekomstige kosten worden geconfronteerd.

In het najaar van 2014 hebben de sociale partners overeenstemming bereikt over de inhoud van de pensioenhervorming, maar die moet nog worden goedgekeurd. In het licht van de budgettaire houdbaarheidskloof en de geplande verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd is het van cruciaal belang om de arbeidsparticipatie van oudere werknemers te verhogen. Vervroegde uittreding uit de arbeidsmarkt is hoofdzakelijk toe te schrijven aan invaliditeit of een verlenging van de duur van de werkloosheidsuitkeringen voor oudere werknemers. Het wetsvoorstel van de regering inzake de hervorming van de sociale dienstverlening en de gezondheidszorg werd in december 2014 bij het parlement ingediend, maar voor de parlementsverkiezingen in april 2015 werd geen oplossing gevonden voor het te realiseren evenwicht tussen het bestuursmodel van grote gemeentelijke coalities en de door de grondwet gegarandeerde autonomie van afzonderlijke gemeenten, waardoor het wetsontwerp kwam te vervallen. De Finse gemeenten zijn relatief klein maar voeren een vrij omvangrijk takenpakket uit in vergelijking met gemeenten in andere Europese landen. De hervorming van de gemeentelijke structuren verloopt met enige vertraging en de gemeenten verrichten momenteel studies naar de voordelen van fusies. Volgens het nationale hervormingsprogramma 2015 kan eind 2016 een nieuw wetsvoorstel bij het parlement worden ingediend.

(9)

In het licht van de vergrijzing en de afname van de beroepsbevolking is het van belang dat de arbeidsmarkt het volledige arbeidspotentieel kan benutten. Finland heeft hiermee enige vooruitgang geboekt en meerdere maatregelen genomen, waaronder een betere organisatie van de loonsubsidies (vooral gericht op ouderen) en van de openbare dienst voor arbeidsvoorziening. De werkloosheid bedroeg in 2014 8,7 % en neemt toe, vooral bij jongeren en oudere werknemers. De overeenkomst inzake loonmatiging van 2013 draagt bij aan het herstel van het concurrentievermogen op het gebied van kosten en export door een geringere stijging van de loonkosten per eenheid product.

(10)

Finland heeft enige vooruitgang geboekt met de versterking van zijn innovatieve vermogen. De overheid is bezig met een brede hervorming van de onderzoeksinstituten en de financiering van onderzoek. De beleidsprogramma's voor schone technologie, biotechnologie en digitalisering zijn veelbelovend, maar relatief kleinschalig. Hoewel de O&O-investeringen tot de grootste in de Unie behoren, blijft het een uitdaging voor Finland om deze in succesvolle exportproducten en -diensten om te zetten. De overheid heeft getracht de bedrijfsondersteunende systemen eenvoudiger en doeltreffender te maken, het aanloopkapitaal voor starters te verhogen en de internationalisering van hun activiteiten te bevorderen. Desondanks is het investeringsniveau in Finland laag gebleven, zijn de exportmoeilijkheden blijven bestaan en is de werkgelegenheid gedaald. Er zijn ook inspanningen nodig om de concurrentie aan te wakkeren op de product- en dienstenmarkten, in het bijzonder in de detailhandel, die uiterst geconcentreerd blijft.

(11)

In de context van het Europees semester heeft de Commissie een brede analyse van het economische beleid van Finland verricht. Deze analyse is gepubliceerd in het landenverslag 2015. Voorts heeft de Commissie zowel het stabiliteitsprogramma als het nationale hervormingsprogramma doorgelicht en onderzocht welk gevolg is gegeven aan de aanbevelingen die in eerdere jaren tot Finland zijn gericht. Daarbij heeft zij niet alleen gekeken naar de relevantie ervan voor een houdbaar budgettair en sociaaleconomisch beleid in Finland, maar is zij ook nagegaan of de EU-regels en -richtsnoeren in acht zijn genomen, gezien de noodzaak de algehele economische governance van de Unie te versterken door middel van een inbreng op EU-niveau in toekomstige nationale besluiten. De aanbevelingen in het kader van het Europees semester worden in de onderstaande aanbevelingen 1 tot en met 4 weergegeven.

(12)

In het licht van deze beoordeling heeft de Raad het stabiliteitsprogramma onderzocht en zijn advies (6) daarover is met name in de onderstaande aanbeveling 1 weergegeven.

(13)

In het licht van de diepgaande evaluatie van de Commissie en deze beoordeling heeft de Raad het nationale hervormingsprogramma en het stabiliteitsprogramma onderzocht. Zijn aanbevelingen op grond van artikel 6 van Verordening (EU) nr. 1176/2011 zijn in de onderstaande aanbevelingen 2 en 3 weergegeven.

(14)

In de context van het Europees semester heeft de Commissie tevens een analyse van het economische beleid van de eurozone als geheel verricht. Op basis hiervan heeft de Raad specifieke aanbevelingen gericht tot de lidstaten die de euro als munt hebben (7). Als land dat de euro als munt heeft, dient Finland er ook voor te zorgen dat aan deze aanbevelingen volledig en tijdig uitvoering wordt gegeven,

BEVEELT AAN dat Finland in 2015 en 2016 de volgende actie onderneemt:

1.

In 2015 en in 2016 een begrotingsaanpassing van ten minste 0,1 % respectievelijk 0,5 % van het bbp realiseren in de richting van de begrotingsdoelstelling op middellange termijn. De inspanningen voortzetten om de budgettaire houdbaarheidskloof te verkleinen en de groeivoorwaarden versterken.

2.

De overeengekomen pensioenhervorming goedkeuren en de mogelijkheden om vroegtijdig uit het arbeidsproces te treden geleidelijk afschaffen. Een doeltreffende vormgeving en tenuitvoerlegging van de administratieve hervormingen op het gebied van de gemeentelijke structuur en de sociale dienstverlening en de gezondheidszorg waarborgen om de openbare dienstverlening productiever en kosteneffectiever te maken en tegelijkertijd de kwaliteit ervan te garanderen.

3.

De inspanningen voortzetten om de inzetbaarheid van jongeren, oudere werknemers en langdurig werklozen te verbeteren, met bijzondere aandacht voor baangerichte vaardigheden. Bevorderen dat de loonontwikkelingen gelijke tred houden met de productiviteit, met volledige inachtneming van de rol van de sociale partners en in overeenstemming met de nationale praktijken.

4.

Maatregelen nemen om de detailhandel voor daadwerkelijke concurrentie open te stellen.

Gedaan te Brussel, 14 juli 2015.

Voor de Raad

De voorzitter

P. GRAMEGNA


(1)  PB L 209 van 2.8.1997, blz. 1.

(2)  PB L 306 van 23.11.2011, blz. 25.

(3)  Gehandhaafd bij Besluit 2014/322/EU van de Raad van 6 mei 2014 betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten voor 2014 (PB L 165 van 4.6.2014, blz. 49).

(4)  Aanbeveling van de Raad van 8 juli 2014 over het nationale hervormingsprogramma 2014 van Finland, met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2014 van Finland (PB C 247 van 29.7.2014, blz. 127).

(5)  Verordening (EU) nr. 473/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende gemeenschappelijke voorschriften voor het monitoren en beoordelen van ontwerpbegrotingsplannen en voor het garanderen van de correctie van buitensporige tekorten van de lidstaten van de eurozone (PB L 140 van 27.5.2013, blz. 11).

(6)  Uit hoofde van artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1466/97.

(7)  PB C 272 van 18.8.2015, blz. 98.


18.8.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 272/18


AANBEVELING VAN DE RAAD

van 14 juli 2015

over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Zweden, met een advies van de Raad over het convergentieprogramma 2015 van Zweden

(2015/C 272/05)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121, lid 2, en artikel 148, lid 4,

Gezien Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid (1), en met name artikel 9, lid 2,

Gezien Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden (2), en met name artikel 6, lid 1,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Gezien de resoluties van het Europees Parlement,

Gezien de conclusies van de Europese Raad,

Gezien het advies van het Comité voor de werkgelegenheid,

Gezien het advies van het Economisch en Financieel Comité,

Gezien het advies van het Comité voor sociale bescherming,

Gezien het advies van het Comité voor de economische politiek,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 26 maart 2010 heeft de Europese Raad zijn goedkeuring gehecht aan het voorstel van de Commissie voor een nieuwe groei- en werkgelegenheidsstrategie; deze Europa 2020-strategie berust op een versterkte coördinatie van het economische beleid en spitst zich toe op de sleutelgebieden waarop Europa's potentieel voor duurzame groei en concurrentievermogen een krachtige impuls nodig heeft.

(2)

Op voorstel van de Commissie heeft de Raad op 14 juli 2015 een aanbeveling inzake de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en de Unie vastgesteld, en op 21 oktober 2010 heeft hij een besluit betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten vastgesteld, die samen de „geïntegreerde richtsnoeren” vormen (3). De lidstaten werd verzocht in hun nationaal economisch en werkgelegenheidsbeleid met de geïntegreerde richtsnoeren rekening te houden.

(3)

Op 8 juli 2014 heeft de Raad een aanbeveling (4) over het nationale hervormingsprogramma voor 2014 van Zweden vastgesteld en een advies over het geactualiseerde convergentieprogramma voor 2014 van Zweden uitgebracht.

(4)

Op 28 november 2014 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan de jaarlijkse groeianalyse en daarmee de aanzet gegeven tot het Europees semester 2015 voor coördinatie van het economisch beleid. Tevens heeft de Commissie op die datum op grond van Verordening (EU) nr. 1176/2011 het waarschuwingsmechanismeverslag aangenomen, waarin Zweden werd genoemd als een van de lidstaten die aan een diepgaande evaluatie zouden worden onderworpen.

(5)

Op 18 december 2014 heeft de Europese Raad de volgende prioriteiten goedgekeurd: stimuleren van investeringen, intensiveren van structurele hervormingen en nastreven van een verantwoorde, groeivriendelijke begrotingsconsolidatie.

(6)

Op 26 februari 2015 heeft de Commissie haar landenverslag 2015 voor Zweden gepubliceerd. In het landenverslag worden de vorderingen beoordeeld die bij de tenuitvoerlegging van de op 8 juli 2014 vastgestelde landenspecifieke aanbevelingen zijn gemaakt. Voor Zweden bevat het landenverslag ook de resultaten van de diepgaande evaluatie die op grond van artikel 5 van Verordening (EU) nr. 1176/2011 is uitgevoerd. Op basis van haar analyse concludeert de Commissie dat Zweden wordt geconfronteerd met macro-economische onevenwichtigheden die beleidsactie en monitoring vereisen. Vooral de schuld van de huishoudens blijft zeer hoog en neemt nog steeds toe als gevolg van stijgende woningprijzen, laag blijvende rentetarieven, sterke fiscale stimuli en een krap woningaanbod. De met de particuliere schuld verband houdende macro-economische ontwikkelingen blijven aandacht verdienen.

(7)

Op 23 april 2015 heeft Zweden zijn nationale hervormingsprogramma 2015 ingediend en op 24 april 2015 zijn convergentieprogramma 2015. Om met de onderlinge verbanden tussen beide programma's rekening te houden, zijn deze tegelijkertijd geëvalueerd.

(8)

Zweden valt momenteel onder het preventieve deel van het stabiliteits- en groeipact. In haar convergentieprogramma 2015 plant de regering dat het nominale tekort geleidelijk zal verbeten tot 1,4 % van het bbp in 2015 en een evenwicht zal bereiken in 2018, en dat de middellangetermijndoelstelling — een structureel tekort van 1 % van het bbp — gedurende de gehele programmaperiode zal worden gehaald. De overheidsschuldquote zal naar verwachting in 2015 pieken op 44,2 % en geleidelijk afnemen tot 40,0 % in 2018. Het macro-economische scenario dat aan deze begrotingsprognoses ten grondslag ligt, is plausibel. Er zullen evenwel maatregelen moeten worden gepreciseerd om de geplande tekortdoelstellingen vanaf 2016 te ondersteunen. Op basis van de voorjaarsprognoses 2015 van de Commissie wordt voorspeld dat het structurele saldo zich in 2015 op het niveau van de middellangetermijndoelstelling van – 1 % zal bevinden en in 2016 zal verbeteren tot – 0,9 % van het bbp. Op basis van zijn beoordeling van het convergentieprogramma en rekening houdend met de voorjaarsprognoses 2015 van de Commissie is de Raad van mening dat Zweden naar verwachting aan de bepalingen van het stabiliteits- en groeipact zal voldoen.

(9)

Anders dan in vele andere lidstaten hebben de woningprijzen in Zweden geen grote correctie ondergaan en zijn ze sinds medio 2013 weer sterk aan het stijgen. De diepgaande evaluatie die de Commissie heeft verricht, suggereert dat de woningprijzen in Zweden hoger zijn dan de fundamentele waarde van de woningen. Dit komt deels door gunstige basisvoorwaarden zoals een hoger beschikbaar inkomen, lage rentevoeten en een sterke demografische ontwikkeling. In het landenverslag zijn echter zowel aan de vraag- als aan de aanbodzijde aanjagers van de woningprijzen aangewezen. Aan de vraagzijde zijn vooral de kredietstimuli erg bevorderlijk. Daarnaast oefent het Zweedse belastingstelsel, dat een van de sterkste fiscale stimuli voor eigenwoningbezit in de Unie biedt, een opwaartse druk op de woningprijzen uit. Dit heeft dan weer de stijging van de schuldenlast van de Zweedse huishoudens in de hand gewerkt, die hoog is en sneller toeneemt dan in de rest van de Unie. Hoewel de totale activa van de huishoudens hoog zijn en de beschikbare inkomens de afgelopen jaren zijn gestegen, is de sector huishoudens kwetsbaarder dan voorheen en vormt de hoge schuldenlast van de huishoudens een risico voor de macro-economische stabiliteit. De effecten van de bevoordeling van schulden in de belasting op het inkomen van natuurlijke personen zouden moeten worden aangepakt door de fiscale aftrekbaarheid van rente op hypotheken geleidelijk te beperken of de terugkerende belastingen op onroerend goed te verhogen. Bovendien zijn er inspanningen nodig om het trage tempo van hypotheekaflossing op te voeren teneinde de stijging van de schuldenlast van de huishoudens te beperken.

(10)

Aan de aanbodzijde dragen structurele inefficiënties bij tot een woningtekort en een stijging van de woningprijzen. Deze restricties beperken de arbeidsmobiliteit en doen maatschappelijke problemen voor kwetsbare groepen rijzen. Het aanbod wordt belemmerd door een ondoeltreffend gebruik van de bestaande woningvoorraad alsook een structureel gebrek aan investeringen in nieuwbouw. Met name de prikkels voor gemeenten om investeringen in bouwwerkzaamheden actief te bevorderen en in de huisvestingsbehoeften van kwetsbare groepen te voorzien, zouden moeten worden versterkt. De concurrentie in de bouwsector moet worden aangemoedigd en daartoe zouden volledig transparante procedures voor overheidsopdrachten moeten worden gewaarborgd. De bouwvergunnings- en beroepsprocedures duren lang, zijn complex en zouden moeten worden gestroomlijnd. De starheid van de huurmarkt, die haar rol in het verlichten van de druk op de woningprijzen of het tegemoetkomen aan de mobiliteitsbehoeften niet lijkt te spelen, wordt vooral geweten aan de hoge mate van huurprijsbescherming. Deze starheid zou moeten worden aangepakt door een geleidelijke hervorming van het stelsel voor de vaststelling van de huur. Dit zou grotere divergentie in de huurprijzen mogelijk maken — wat tot een doeltreffender gebruik van de bestaande woningvoorraad zou kunnen leiden — en een grotere contractvrijheid tussen individuele huurders en verhuurders.

(11)

De regering onderneemt stappen om de schoolresultaten te verbeteren, na een duidelijke achteruitgang in het laatste decennium, die bijdraagt tot de relatief hoge jeugdwerkloosheid. De regering neemt ook maatregelen om de overgang van het onderwijs naar de arbeidsmarkt te faciliteren en de arbeidsmarktintegratie van laagopgeleide jongeren en mensen met een migratieachtergrond te verbeteren. De vorderingen op dit gebied zullen moeten worden gemonitord.

(12)

In de context van het Europees semester heeft de Commissie een brede analyse van het economische beleid van Zweden verricht. Deze analyse is gepubliceerd in het landenverslag 2015. Voorts heeft de Commissie zowel het convergentieprogramma als het nationale hervormingsprogramma doorgelicht en onderzocht welk gevolg is gegeven aan de aanbevelingen die in eerdere jaren tot Zweden zijn gericht. Daarbij heeft zij niet alleen gekeken naar de relevantie ervan voor een houdbaar budgettair en sociaaleconomisch beleid in Zweden, maar is zij ook nagegaan of de EU-regels en -richtsnoeren in acht zijn genomen, gezien de noodzaak de algehele economische governance van de Unie te versterken door middel van een inbreng op EU-niveau in toekomstige nationale besluiten. Haar aanbevelingen in het kader van het Europees semester worden in de onderstaande aanbeveling 1 weergegeven.

(13)

In het licht van deze beoordeling heeft de Raad het convergentieprogramma onderzocht en is van mening (5) dat Zweden aan het stabiliteits- en groeipact voldoet.

(14)

In het licht van de diepgaande evaluatie van de Commissie en deze beoordeling heeft de Raad het nationale hervormingsprogramma en het convergentieprogramma onderzocht. Zijn aanbevelingen op grond van artikel 6 van Verordening (EU) nr. 1176/2011 zijn in de onderstaande aanbeveling 1 weergegeven.

BEVEELT AAN dat Zweden in de periode 2015-2016 de volgende actie onderneemt:

1.

De stijging van de schuldenlast van de huishoudens aanpakken door de fiscale stimuli aan te passen, met name door de fiscale aftrekbaarheid van rente op hypotheken geleidelijk te beperken of de terugkerende belastingen op onroerend goed te verhogen, en het tempo van de aflossing van hypotheken op te voeren. Het structurele onderaanbod aan woningen verlichten, de concurrentie in de bouwsector bevorderen, de vergunnings- en beroepsprocedures voor bouwwerkzaamheden stroomlijnen en het stelsel voor de vaststelling van de huur herzien om marktgerichtere huurprijzen mogelijk te maken.

Gedaan te Brussel, 14 juli 2015.

Voor de Raad

De voorzitter

P. GRAMEGNA


(1)  PB L 209 van 2.8.1997, blz. 1.

(2)  PB L 306 van 23.11.2011, blz. 25.

(3)  Gehandhaafd bij Besluit 2014/322/EU van de Raad van 6 mei 2014 betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten voor 2014 (PB L 165 van 4.6.2014, blz. 49).

(4)  Aanbeveling van de Raad van 8 juli 2014 over het nationale hervormingsprogramma 2014 van Zweden, met een advies van de Raad over het convergentieprogramma 2014 van Zweden (PB C 247 van 29.7.2014, blz. 132).

(5)  Op grond van artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1466/97.


18.8.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 272/21


AANBEVELING VAN DE RAAD

van 14 juli 2015

over het nationale hervormingsprogramma 2015 van het Verenigd Koninkrijk en met een advies van de Raad over het convergentieprogramma 2015 van het Verenigd Koninkrijk

(2015/C 272/06)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121, lid 2, en artikel 148, lid 4,

Gezien Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid (1), en met name artikel 9, lid 2,

Gezien Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden (2), en met name artikel 6, lid 1,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Gezien de resoluties van het Europees Parlement,

Gezien de conclusies van de Europese Raad,

Gezien het advies van het Comité voor de werkgelegenheid,

Gezien het advies van het Economisch en Financieel Comité,

Gezien het advies van het Comité voor sociale bescherming,

Gezien het advies van het Comité voor de economische politiek,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 26 maart 2010 heeft de Europese Raad zijn goedkeuring gehecht aan het voorstel van de Commissie voor een nieuwe groei- en werkgelegenheidsstrategie; deze Europa 2020-strategie berust op een versterkte coördinatie van het economische beleid en spitst zich toe op de sleutelgebieden waarop Europa's potentieel voor duurzame groei en concurrentievermogen een krachtige impuls nodig heeft.

(2)

Op voorstel van de Commissie heeft de Raad op 14 juli 2015 een aanbeveling inzake de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en de Unie vastgesteld, en op 21 oktober 2010 heeft hij een besluit betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten vastgesteld, die samen de „geïntegreerde richtsnoeren” vormen (3). De lidstaten werd verzocht in hun nationaal economisch en werkgelegenheidsbeleid met de geïntegreerde richtsnoeren rekening te houden.

(3)

Op 8 juli 2014 heeft de Raad een aanbeveling (4) over het nationale hervormingsprogramma 2014 van het Verenigd Koninkrijk vastgesteld en een advies over het geactualiseerde convergentieprogramma voor 2014 van het Verenigd Koninkrijk uitgebracht.

(4)

Op 28 november 2014 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan de jaarlijkse groeianalyse en daarmee de aanzet gegeven tot het Europees semester 2015 voor coördinatie van het economisch beleid. Tevens heeft de Commissie op die datum op grond van Verordening (EU) nr. 1176/2011 het waarschuwingsmechanismeverslag aangenomen, waarin het Verenigd Koninkrijk werd genoemd als een van de lidstaten die aan een diepgaande evaluatie zouden worden onderworpen.

(5)

Op 18 december 2014 heeft de Europese Raad de volgende prioriteiten goedgekeurd: stimuleren van investeringen, intensiveren van structurele hervormingen en nastreven van een verantwoorde, groeivriendelijke begrotingsconsolidatie.

(6)

Op 26 februari 2015 heeft de Commissie haar landenverslag 2015 voor het Verenigd Koninkrijk gepubliceerd. In het landenverslag worden de vorderingen beoordeeld die het Verenigd Koninkrijk bij de tenuitvoerlegging van de op 8 juli 2014 vastgestelde landenspecifieke aanbevelingen heeft gemaakt. Het landenverslag bevat ook de resultaten van de diepgaande evaluatie die op grond van artikel 5 van Verordening (EU) nr. 1176/2011 is uitgevoerd. Op basis van haar analyse concludeert de Commissie dat het Verenigd Koninkrijk wordt geconfronteerd met macro-economische onevenwichtigheden die om beleidsmaatregelen en monitoring vragen. Met name de risico's die aan de hoge schuldenlast van de huishoudens verbonden zijn en die ook met de structurele kenmerken van de woningmarkt verband houden, blijven aandacht vereisen. De weerbaarheid van de economie en van de financiële sector is toegenomen. Het woningentekort zal echter aanhouden en op middellange termijn wellicht mede voor hoge huizenprijzen zorgen; het zal er tevens toe leiden dat de sector minder goed bestand is tegen risico's.

(7)

Op 26 maart 2015 heeft het Verenigd Koninkrijk zijn nationale hervormingsprogramma 2015 en zijn convergentieprogramma 2015 ingediend. Om met de onderlinge verbanden tussen beide programma's rekening te houden, zijn deze tegelijkertijd geëvalueerd.

(8)

Het Verenigd Koninkrijk valt momenteel onder het preventieve deel van het stabiliteits- en groeipact. Volgens haar convergentieprogramma 2014-2015 is de regering van plan het nominale tekort terug te dringen van 4,3 % van het bbp in 2015-2016 naar 2,2 % van het bbp in 2016-2017, zodat in 2019-2020 een overschot van 0,1 % van het bbp wordt gehaald. In het convergentieprogramma is geen middellangetermijndoelstelling opgenomen. De overheidsschuldquote zal naar verwachting in 2015-2016 een piek bereiken van 88,8 % en daarna geleidelijk dalen tot 81,4 % in 2019-2020. Uitgaande van de voorjaarsprognoses 2015 van de Commissie zal het Verenigd Koninkrijk er naar verwachting niet in slagen zijn buitensporige tekort binnen de door de Raad vastgestelde termijn van 2014-2015 te corrigeren. Bovendien was de begrotingsinspanning lager dan door de Raad aanbevolen. Op 19 juni heeft de Raad daarom in overeenstemming met artikel 126, lid 8, VWEU besloten dat het Verenigd Koninkrijk geen effectief gevolg had gegeven aan de aanbeveling betreffende het buitensporige tekort van de Raad van 2 december 2009 en een nieuwe aanbeveling gedaan waarin het Verenigd Koninkrijk wordt verzocht het buitensporige tekort in 2016-2017 te corrigeren. Het convergentieprogramma strookt met de nieuwe termijn van 2016-2017 die in het kader van de buitensporigtekortprocedure is vastgelegd. Het macro-economische scenario dat aan deze begrotingsprognoses ten grondslag ligt, is aannemelijk. Uitgaande van de voorjaarsprognoses 2015 zal het Verenigd Koninkrijk er naar verwachting in slagen zijn buitensporige tekort binnen de termijn van 2016-2017 te corrigeren en de aanbevolen begrotingsinspanning te halen. Er zijn al maatregelen gespecificeerd ter onderbouwing van de geplande tekortcijfers vanaf 2015-2016, maar de uitgavenplafonds per departement zouden gedetailleerder moeten worden aangegeven. Op basis van zijn beoordeling van het convergentieprogramma en rekening houdend met de voorjaarsprognoses 2015 van de Commissie is de Raad van mening dat het Verenigd Koninkrijk naar verwachting aan de bepalingen van het stabiliteits- en groeipact zal voldoen.

(9)

De hoge en mogelijk buitensporige schuldenlast van de huishoudens kan eventueel een macro-economische onevenwichtigheid vormen die risico's voor de economie van het Verenigd Koninkrijk inhoudt. Hoewel de schuldenlast van de huishoudens enigszins daalt, blijft deze toch hoog, waardoor het Verenigd Koninkrijk kwetsbaar blijft voor risico's die een nadelige invloed op de economische groei en de financiële stabiliteit kunnen hebben. Medio 2014 heeft het Comité financieel beleid van de Bank of England twee maatregelen aangekondigd die erop zijn gericht de risico's in verband met een hoge schuldenlast van de huishoudens in te perken. Een van de aanbevelingen van dit comité houdt in dat hypotheekverstrekkers een „rentestresstest” toepassen om te beoordelen of kredietnemers de hypotheekaflossingen nog kunnen betalen als de rente stijgt. Verder wordt aanbevolen dat hypotheekverstrekkers het aandeel van hypotheken met een loan-to-income-verhoudingscijfer van 4,5 en hoger voor nieuwe hypotheken beperken tot 15 %. Het effect van deze maatregelen zou nauwlettend moeten worden gevolgd.

Er heeft een aantal hervormingen van het nationale kader inzake het ruimtelijk beleid plaatsgevonden, maar naar verwachting zullen deze op de korte termijn geen effect sorteren. De reactie van de lokale autoriteiten op de hervorming wat betreft het verhogen van het woningaanbod moet nauwlettend worden gevolgd.

(10)

De arbeidsmarkt in het Verenigd Koninkrijk heeft zich de laatste jaren goed ontwikkeld en de vooruitzichten zijn goed. In 2014 bedroeg de arbeidsparticipatie 76,5 % en is het werkloosheidspercentage gedaald tot 6 %; naar verwachting houdt deze daling in 2015 aan. Hoewel de arbeidsmarktcijfers positieve trends vertonen, is er nog steeds sprake van maatschappelijke problemen. Het percentage mensen dat deel uitmaakt van huishoudens met zeer lage arbeidsintensiteit is licht gestegen, van 13 % in 2012 tot 13,2 % in 2013 (het EU-gemiddelde bedraagt 10,7 %). Het verschil tussen het percentage deeltijds werkende vrouwen (42,6 % in 2013) en mannen (13,2 % in 2013) behoort tot de grootste in de EU. Het percentage vrouwen dat om persoonlijke of familiale redenen inactief is of deeltijds werkt, bedroeg in 2013 12,5 % en was bijna twee keer zo hoog als het EU-gemiddelde (6,3 %). Tot de problemen behoren verder de jeugdwerkloosheid en de te geringe betrokkenheid van de werkgevers met betrekking tot stageplaatsen. Een ander onderwerp dat verband houdt met de jeugdwerkloosheid en aandacht vereist, is onderwijs en vaardigheden. Een groot deel van de jongeren beschikt over betrekkelijk beperkte basisvaardigheden. Maatregelen betreffende de hervorming van de sociale voorzieningen en de kinderopvang zijn slechts in beperkte mate uitgevoerd. Wat het percentage kinderen betreft dat deel uitmaakt van een huishouden waarin niemand werk heeft, behoort het Verenigd Koninkrijk nog steeds tot de koplopers in de Unie. Bovendien blijft de beschikbaarheid van betaalbare en hoogwaardige voltijdse kinderopvang een belangrijke kwestie, hoewel het aanbod binnen het stelsel van kinderopvang de laatste tijd is toegenomen.

(11)

De productiviteit en het concurrentievermogen, die tot de belangrijkste uitdagingen voor het Verenigd Koninkrijk behoren, zouden baat hebben bij de stimulering van de publieke en particuliere investeringen. De noodzaak van investeringen in hoogwaardige infrastructuur vindt zijn weerslag in het nationale infrastructuurplan van december 2014, dat is geactualiseerd en een ruimere werkingssfeer heeft gekregen. De particuliere sector zou een belangrijk deel van het plan moeten financieren, maar er zijn nog geen concrete bedragen toegezegd. Hierdoor loopt het welslagen van het plan gevaar, hoewel er substantiële vorderingen zijn gemaakt wat betreft het verstrekken van tijdige informatie over de uitvoering van het plan. Het Verenigd Koninkrijk zou ervoor moeten zorgen dat de belastingstelsels voor bedrijven bevorderlijk voor investeringen zijn, met name door middel van de herziening van de bedrijfsbelastingen die op stapel staat.

(12)

In de context van het Europees semester heeft de Commissie een brede analyse van het economische beleid van het Verenigd Koninkrijk verricht. Deze analyse is gepubliceerd in het landenverslag 2015. Voorts heeft de Commissie zowel het convergentieprogramma als het nationale hervormingsprogramma doorgelicht en onderzocht welk gevolg is gegeven aan de aanbevelingen die in eerdere jaren tot het Verenigd Koninkrijk zijn gericht. Daarbij heeft zij niet alleen gekeken naar de relevantie ervan voor een houdbaar budgettair en sociaaleconomisch beleid in het Verenigd Koninkrijk, maar is zij ook nagegaan of de EU-regels en -richtsnoeren in acht zijn genomen, gezien de noodzaak de algemene economische governance van de Unie te versterken door middel van een EU-inbreng in toekomstige nationale besluiten. De aanbevelingen in het kader van het Europees semester worden in de onderstaande aanbevelingen 1 tot en met 3 weergegeven.

(13)

In het licht van deze beoordeling heeft de Raad het convergentieprogramma onderzocht en zijn advies (5) daarover is met name in onderstaande aanbeveling 1 weergegeven.

(14)

In het licht van de diepgaande evaluatie van de Commissie en deze beoordeling heeft de Raad het nationale hervormingsprogramma en het convergentieprogramma onderzocht. Zijn aanbevelingen op grond van artikel 6 van Verordening (EU) nr. 1176/2011 zijn in de onderstaande aanbevelingen 2 en 3 weergegeven,

BEVEELT AAN dat het Verenigd Koninkrijk in de periode 2015-2016 de volgende actie onderneemt:

1.

Effectieve maatregelen nemen in het kader van de buitensporigtekortprocedure en ernaar streven het buitensporige tekort in 2016-2017 op houdbare wijze te corrigeren, met name door prioriteit te geven aan kapitaaluitgaven.

2.

Verdere maatregelen treffen om het aanbod in de woningsector te stimuleren, onder meer door de hervormingen van het nationale kader inzake het ruimtelijk beleid uit te voeren.

3.

De discrepantie tussen de gevraagde en de aangeboden vaardigheden aanpakken door de betrokkenheid van de werkgevers bij het beschikbaar stellen van stageplaatsen te vergroten. Maatregelen nemen om het aantal jongeren met beperkte basisvaardigheden terug te dringen. De beschikbaarheid van betaalbare en hoogwaardige voltijdse kinderopvang verder verbeteren.

Gedaan te Brussel, 14 juli 2015.

Voor de Raad

De voorzitter

P. GRAMEGNA


(1)  PB L 209 van 2.8.1997, blz. 1.

(2)  PB L 306 van 23.11.2011, blz. 25.

(3)  Gehandhaafd bij Besluit 2014/322/EU van de Raad van 6 mei 2014 betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten voor 2014 (PB L 165 van 4.6.2014, blz. 49).

(4)  Aanbeveling van de Raad van 8 juli 2014 over het nationale hervormingsprogramma 2014 van het Verenigd Koninkrijk en met een advies van de Raad over het convergentieprogramma van het Verenigd Koninkrijk voor de periode 2014 (PB C 247 van 29.7.2014, blz. 136).

(5)  Op grond van artikel 9, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1466/97.


18.8.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 272/24


AANBEVELING VAN DE RAAD

van 14 juli 2015

over het nationale hervormingsprogramma 2015 van België en met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2015 van België

(2015/C 272/07)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121, lid 2, en artikel 148, lid 4,

Gezien Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid (1), en met name artikel 5, lid 2,

Gezien Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden (2), en met name artikel 6, lid 1,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Gezien de resoluties van het Europees Parlement,

Gezien de conclusies van de Europese Raad,

Gezien het advies van het Comité voor de werkgelegenheid,

Gezien het advies van het Economisch en Financieel Comité,

Gezien het advies van het Comité voor sociale bescherming,

Gezien het advies van het Comité voor de economische politiek,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 26 maart 2010 heeft de Europese Raad zijn goedkeuring gehecht aan het voorstel van de Commissie voor een nieuwe groei- en werkgelegenheidsstrategie; deze Europa 2020-strategie berust op een versterkte coördinatie van het economische beleid en spitst zich toe op de sleutelgebieden waarop Europa's potentieel voor duurzame groei en concurrentievermogen een krachtige impuls nodig heeft.

(2)

Op voorstel van de Commissie heeft de Raad op 14 juli 2015 een aanbeveling inzake de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en de Unie vastgesteld, en op 21 oktober 2010 heeft hij een besluit betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten vastgesteld (3), die samen de „geïntegreerde richtsnoeren” vormen. De lidstaten werd verzocht in hun nationaal economisch en werkgelegenheidsbeleid met de geïntegreerde richtsnoeren rekening te houden.

(3)

Op 8 juli 2014 heeft de Raad een aanbeveling (4) over het nationale hervormingsprogramma voor 2014 van België vastgesteld en een advies over het geactualiseerde stabiliteitsprogramma voor 2014 van België uitgebracht. In overeenstemming met Verordening (EU) nr. 473/2013 van het Europees Parlement en de Raad (5) heeft de Commissie op 28 november 2014 haar advies over het ontwerpbegrotingsplan voor 2015 van België gepresenteerd.

(4)

Op 28 november 2014 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan de jaarlijkse groeianalyse en daarmee de aanzet gegeven tot het Europees semester 2015 voor coördinatie van het economisch beleid. Tevens heeft de Commissie op die datum op grond van Verordening (EU) nr. 1176/2011 het waarschuwingsmechanismeverslag aangenomen, waarin België werd genoemd als een van de lidstaten die aan een diepgaande evaluatie zouden worden onderworpen.

(5)

Op 18 december 2014 heeft de Europese Raad de volgende prioriteiten goedgekeurd: stimuleren van investeringen, vaart zetten achter structurele hervormingen en nastreven van een verantwoorde, groeivriendelijke begrotingsconsolidatie.

(6)

Op 26 februari 2015 heeft de Commissie haar landenverslag 2015 voor België gepubliceerd. In het landenverslag wordt de vooruitgang beoordeeld die België bij de tenuitvoerlegging van de op 8 juli 2014 vastgestelde landenspecifieke aanbevelingen heeft gemaakt. Het landenverslag bevat ook de resultaten van de diepgaande evaluatie die op grond van artikel 5 van Verordening (EU) nr. 1176/2011 is uitgevoerd. Op basis van haar analyse concludeert de Commissie dat België wordt geconfronteerd met macro-economische onevenwichtigheden die beleidsmaatregelen en monitoring vereisen. In het bijzonder de ontwikkelingen op het gebied van het externe concurrentievermogen van goederen blijven risico's inhouden en verdienen aandacht omdat een verdere verslechtering de macro-economische stabiliteit zou bedreigen. Verdere maatregelen om de convergentie van de kostenparameters te verzekeren, zouden de daling van de werkgelegenheid in de verhandelbare sectoren afremmen, terwijl tastbare vorderingen bij het verkleinen van de historische loonkostenkloof kracht kunnen worden bijgezet door een verschuiving van de belastingdruk naar andere belastinggrondslagen dan arbeid. De overheidsschuld blijft hoog, maar de daarmee gepaard gaande macro-economische risico's worden door diverse factoren getemperd.

(7)

Op 30 april 2015 heeft België zijn nationale hervormingsprogramma 2015 en zijn stabiliteitsprogramma 2015 ingediend. Om met de onderlinge verbanden tussen beide programma's rekening te houden, zijn deze tegelijkertijd geëvalueerd.

(8)

België valt momenteel onder het preventieve deel van het stabiliteits- en groeipact en is in de periode 2014-2016 onderworpen aan de overgangsregel voor de schuld. Op 27 februari 2015 is de Commissie overgegaan tot de publicatie van een verslag in overeenstemming met artikel 126, lid 3, VWEU, omdat niet werd verwacht dat België in 2014-2015 voldoende vooruitgang zou boeken in de richting van de naleving van de schuldregel en omdat de voor het tekort geldende referentiewaarde van 3 % van het bbp in 2014 werd overschreden. De conclusie van de analyse luidde dat het schuldcriterium op dat moment als voldaan diende te worden beschouwd en dat de overschrijding van de referentiewaarde door het tekort beperkt, tijdelijk en uitzonderlijk was (toe te schrijven aan methodologische statistische wijzigingen). Deze analyse blijft grotendeels geldig. In haar stabiliteitsprogramma 2015 plant de regering een geleidelijke verbetering van het structurele saldo met de bedoeling tegen 2018 een structureel begrotingsevenwicht te realiseren. Afgaande op het herberekende structurele saldo (6) zou er in 2018 echter sprake zijn van een structureel tekort van 0,3 % van het bbp. De overheid is niet voornemens om binnen de programmaperiode de middellangetermijndoelstelling — een structureel overschot van 0,75 % van het bbp — te verwezenlijken. Verwacht wordt dat de schuldquote van de overheid in 2015 een piekwaarde van 106,9 % zal bereiken en vervolgens geleidelijk zal teruglopen tot 102 % in 2018. Het macro-economische scenario dat aan deze budgettaire projecties ten grondslag ligt, is aannemelijk. De maatregelen die moeten worden genomen om de vanaf 2016 geplande tekortdoelstellingen te halen, zijn echter onvoldoende gespecificeerd. Afgaande op de voorjaarsprognoses 2015 van de Commissie zal de netto uitgavengroei in 2015 naar verwachting in overeenstemming zijn met de uitgavenbenchmark. Het risico bestaat evenwel dat er in 2014-2015 enigszins van de benchmark zal worden afgeweken, vooral als gevolg van de ontsporing in 2014. Bij ongewijzigd beleid is er ook een risico dat in 2015-2016 aanzienlijk van het vereiste aanpassingstraject in de richting van de middellangetermijndoelstelling zal worden afgeweken. In beide jaren zullen er bijgevolg aanvullende maatregelen zijn vereist. Op basis van zijn beoordeling van het stabiliteitsprogramma en rekening houdend met de voorjaarsprognoses 2015 van de Commissie is de Raad van oordeel dat er een risico bestaat dat België zich niet aan de bepalingen van het stabiliteits- en groeipact zal houden.

(9)

De federale regering heeft overeenstemming bereikt over een ingrijpende pensioenhervorming waarmee wordt beoogd de kloof tussen de werkelijke en de wettelijke pensioenleeftijd te verkleinen en deze laatste op te trekken. Het is de bedoeling de leeftijd voor vervroegde uittreding na 2016 verder te verhogen tot 63 jaar in 2018, gekoppeld aan een vereiste loopbaanduur van ten minste 42 jaar vanaf 2019. Op langere termijn heeft de federale regering besloten om de wettelijke pensioenleeftijd op te trekken van 65 jaar tot 66 jaar in 2025 en 67 jaar in 2030. Voorts is de geleidelijke invoering gepland van een pensioenstelsel op basis van credits met aanpassingsmechanismen die inspelen op demografische of economische ontwikkelingen, zoals een verhoging van de levensverwachting of veranderingen in de economische afhankelijkheidsratio. Het welslagen van een consolidatiestrategie waarbij het budgettaire effect van een vergrijzende bevolking wordt geneutraliseerd en de langetermijnhoudbaarheid van de overheidsfinanciën wordt veiliggesteld, is afhankelijk van de snelle uitvoering van deze pensioenhervorming. Gezien het feit dat de stimulansen om de werkgelegenheidskansen van oudere werknemers te ondersteunen nog steeds bescheiden blijven, zouden deze pensioenhervormingen vergezeld moeten gaan van werkgelegenheidsbevorderende maatregelen en arbeidsmarkthervormingen die actief ouder worden in de hand werken.

(10)

Het Belgische belastingstelsel wordt gekenmerkt door een hoge algemene fiscale druk, vrij hoge tarieven en smalle belastinggrondslagen. De fiscale lasten wegen bijzonder zwaar op arbeid. Dit resulteert in hoge arbeidskosten, die werkgelegenheidsschepping ontmoedigen, alsook in grote belastingwiggen, die werkloosheidsvallen in de hand werken. Ten dele om de druk van de hoge belastingtarieven te verlichten, worden de belastinggrondslagen daarnaast meestal uitgehold door tal van specifieke vrijstellingen, verminderingen, verlaagde tarieven en aftrekregelingen, die leiden tot efficiëntieverliezen en die tevens verstoringen en mogelijke achterpoortjes doen ontstaan. Sommige kenmerken van het belastingstelsel hebben schadelijke ecologische gevolgen. Gezien deze zwakke punten is België herhaaldelijk geadviseerd zijn belastingstelsel te vereenvoudigen en te hertekenen om de belastingdruk weer in evenwicht te brengen, fiscale achterpoortjes te sluiten en de soms schadelijke, door belastingniches gecreëerde differentiatie te beperken. Tot dusver zijn er beperkte vorderingen gemaakt bij het doorvoeren van een ingrijpende belastinghervorming die met name in een verschuiving van belastingen op arbeid naar minder groeiverstorende belastinggrondslagen moet resulteren. Tot de belastinggrondslagen die voor verbreding in aanmerking komen, behoren onder meer milieu- en verbruiksbelastingen, alsook belastingen op bepaalde soorten financiële inkomsten. Een fiscale verschuiving ten gunste van arbeid, in combinatie met een verbreding van de belastinggrondslag (door een herziening van de huidige fiscale bepalingen, subsidies, vrijstellingen en verminderingen), kan het belastingsysteem in zijn geheel evenwichtiger en billijker maken, de werkgelegenheid, het concurrentievermogen en de sociale en ecologische doelstellingen ondersteunen, en tevens belastingontwijking en agressieve fiscale planning tegengaan.

(11)

De structurele problemen waardoor de Belgische arbeidsmarkt wordt gekenmerkt, blijven resulteren in een chronische onderbenutting van het arbeidspotentieel en lage totale werkgelegenheids- en participatiegraden. De tekortkomingen hebben vooral te maken met de zwakke band tussen lonen en productiviteit en met negatieve financiële prikkels om te werken. België wordt ook geconfronteerd met tekorten aan hoogopgeleide werknemers en met een discrepantie tussen gevraagde en aangeboden vaardigheden. In hun akkoorden en hervormingsprogramma's pleiten de verschillende regeringen voor nauwere banden tussen actoren op het gebied van onderwijs, opleiding en arbeidsbemiddeling om tot een beter talenonderricht, een betere beroepsopleiding en een beter beroepsonderwijs te komen en om alternatieve opleidingen voor leerlingen en werklozen te ontwikkelen. Er wordt echter slechts langzaam vooruitgang geboekt. Het effect van deze structurele factoren op bepaalde groepen op de arbeidsmarkt, zoals jonge en oudere werklozen en die met een migrantenachtergrond, is bijzonder uitgesproken.

(12)

Het verzwakte externe concurrentievermogen van België blijft macro-economische risico's voor zijn economie met zich brengen. De economie worstelt met een probleem van hoge arbeidskosten, die gemiddeld sterker zijn gestegen dan die in de buurlanden. Het is noodzakelijk loonstijgingen en productiviteit beter op elkaar te doen aansluiten en de loonvorming flexibeler te maken teneinde het aanpassingspotentieel van de economie te vergroten. Er zijn gerichte maatregelen genomen om de arbeidskosten voor specifieke groepen te verlagen en de kloof tussen bruto- en nettolonen onderaan het loonspectrum te verkleinen. Om de kloof volledig te dichten, zal echter verdere actie moeten worden ondernomen, waarbij een belangrijke rol is weggelegd voor hervormingen van het loonvormingsmechanisme. De opbouw van een kostennadeel doet arbeidsplaatsen verloren gaan en zal uiteindelijk tot een correctie leiden als er niets aan wordt gedaan. Andere belangrijke kostenfactoren voor het bedrijfsleven zijn energiekosten en kosten van intermediaire zakelijke dienstverlening, die sterk gereglementeerd is en van concurrentie is afgeschermd. Er is ook nog zeer veel ruimte om de niet-kostendimensie van het externe concurrentievermogen te verbeteren. Om het huidige welvaartsniveau te vrijwaren en te verbeteren, zal meer nadruk moeten worden gelegd op productiviteitswinsten. Hiertoe moet blijvend worden ingezet op producten en bijbehorende diensten met een hogere toegevoegde waarde, hetgeen betere prestaties op het gebied van innovatie en valorisatie van O&O veronderstelt. De administratieve belemmeringen zouden moeten worden gereduceerd en er zouden maatregelen moeten worden genomen om ondernemerschap te bevorderen en de bedrijfsdynamiek te stimuleren. Het zeer lage starterspercentage wijst op een ondernemingsklimaat dat ongunstig is voor nieuwe activiteiten en expansie. Ook het versterken van de concurrentie in de detailhandel en bij de vrije beroepen vormt een uitdaging. De algehele productiviteit van België zou tevens gebaat zijn bij het wegwerken van knelpunten in de openbare infrastructuur en bij het verbeteren van de kwaliteit en de geschiktheid van de kapitaalgoederen door extra investeringen te verrichten, met name in weg- en spoorweginfrastructuur.

(13)

In de context van het Europees semester heeft de Commissie een brede analyse van het economische beleid van België verricht. Deze analyse is gepubliceerd in het landenverslag 2015. Voorts heeft de Commissie zowel het stabiliteitsprogramma als het nationale hervormingsprogramma doorgelicht en onderzocht welk gevolg is gegeven aan de aanbevelingen die in eerdere jaren tot België zijn gericht. Daarbij heeft zij niet alleen gekeken naar de relevantie ervan voor een houdbaar budgettair en sociaaleconomisch beleid in België, maar is zij ook nagegaan of de EU-regels en richtsnoeren in acht zijn genomen, gezien de noodzaak de algehele economische governance van de Unie te versterken door middel van een inbreng op EU-niveau in toekomstige nationale besluiten. De aanbevelingen in het kader van het Europees semester worden in de onderstaande aanbevelingen 1 tot en met 4 weergegeven.

(14)

In het licht van deze beoordeling heeft de Raad het stabiliteitsprogramma onderzocht en zijn advies (7) daarover is met name in de onderstaande aanbeveling 1 weergegeven.

(15)

In het licht van de diepgaande evaluatie van de Commissie en deze beoordeling heeft de Raad het nationale hervormingsprogramma en het stabiliteitsprogramma onderzocht. Zijn aanbevelingen op grond van artikel 6 van Verordening (EU) nr. 1176/2011 zijn in de onderstaande aanbevelingen 1 tot en met 4 weergegeven.

(16)

In de context van het Europees semester heeft de Commissie tevens een analyse van het economische beleid van de eurozone als geheel verricht. Op basis hiervan heeft de Raad specifieke aanbevelingen gericht tot de lidstaten die de euro als munt hebben. (8) Als land dat de euro als munt heeft, dient België er ook voor te zorgen dat aan deze aanbevelingen volledig en tijdig uitvoering wordt gegeven,

BEVEELT AAN dat België in 2015 en 2016 de volgende actie onderneemt:

1.

In 2015 en in 2016 een budgettaire aanpassing van ten minste 0,6 % van het bbp realiseren in de richting van de begrotingsdoelstelling op middellange termijn. Meevallers aanwenden teneinde de schuldquote van de overheid op een passend neerwaarts pad te brengen. De pensioenhervorming aanvullen met het koppelen van de wettelijke pensioenleeftijd aan de levensverwachting. Overeenstemming bereiken over een afdwingbare verdeling van begrotingsdoelstellingen over alle overheidsniveaus.

2.

Een grootschalige belastinghervorming aannemen en doorvoeren om de belastinggrondslag te verbreden, de belastingdruk op arbeid te verlichten en inefficiënte aftrekregelingen af te schaffen.

3.

Een betere werking van de arbeidsmarkt bewerkstelligen door de negatieve financiële prikkels om te werken te reduceren, door de arbeidsmarkt toegankelijker te maken voor specifieke doelgroepen, alsook door tekorten aan vaardigheden en discrepanties tussen aangeboden en gevraagde vaardigheden aan te pakken.

4.

In overleg met de sociale partners en conform de nationale praktijken het concurrentievermogen herstellen door ervoor te zorgen dat de lonen gelijke tred houden met de productiviteit.

Gedaan te Brussel, 14 juli 2015.

Voor de Raad

De voorzitter

P. GRAMEGNA


(1)  PB L 209 van 2.8.1997, blz. 1.

(2)  PB L 306 van 23.11.2011, blz. 25.

(3)  Gehandhaafd bij Besluit 2014/322/EU van de Raad van 6 mei 2014 betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten voor 2014 (PB L 165 van 4.6.2014, blz. 49).

(4)  Aanbeveling van de Raad van 8 juli 2014 over het nationale hervormingsprogramma 2014 van België en met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2014 van België (PB C 247 van 29.7.2014, blz. 1).

(5)  Verordening (EU) nr. 473/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende gemeenschappelijke voorschriften voor het monitoren en beoordelen van ontwerpbegrotingsplannen en voor het garanderen van de correctie van buitensporige tekorten van de lidstaten van de eurozone (PB L 140 van 27.5.2013, blz. 11).

(6)  Het structurele saldo zoals herberekend door de Commissie volgens de algemeen aanvaarde methode op basis van de informatie in het stabiliteitsprogramma.

(7)  Op grond van artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1466/97.

(8)  PB C 272 van 18.8.2015, blz. 98


18.8.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 272/28


AANBEVELING VAN DE RAAD

van 14 juli 2015

over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Bulgarije en met een advies van de Raad over het convergentieprogramma 2015 van Bulgarije

(2015/C 272/08)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121, lid 2, en artikel 148, lid 4,

Gezien Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid (1), en met name artikel 9, lid 2,

Gezien Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden (2), en met name artikel 6, lid 1,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Gezien de resoluties van het Europees Parlement,

Gezien de conclusies van de Europese Raad,

Gezien het advies van het Comité voor de werkgelegenheid,

Gezien het advies van het Economisch en Financieel Comité,

Gezien het advies van het Comité voor sociale bescherming,

Gezien het advies van het Comité voor de economische politiek,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 26 maart 2010 heeft de Europese Raad zijn goedkeuring gehecht aan het voorstel van de Commissie voor een nieuwe groei- en werkgelegenheidsstrategie. Deze Europa 2020-strategie berust op een versterkte coördinatie van het economische beleid en spitst zich toe op de sleutelgebieden waarop Europa's potentieel voor duurzame groei en concurrentievermogen een krachtige impuls nodig heeft.

(2)

Op voorstel van de Commissie heeft de Raad op 14 juli 2015 een aanbeveling inzake de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en de Unie vastgesteld, en op 21 oktober 2010 heeft hij een besluit betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten (3) vastgesteld, die samen de „geïntegreerde richtsnoeren” vormen. De lidstaten werd verzocht in hun nationaal economisch en werkgelegenheidsbeleid met de geïntegreerde richtsnoeren rekening te houden.

(3)

Op 8 juli 2014 heeft de Raad een aanbeveling (4) over het nationale hervormingsprogramma voor 2014 van Bulgarije vastgesteld en een advies over het geactualiseerde convergentieprogramma voor 2014 van Bulgarije uitgebracht.

(4)

Op 28 november 2014 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan de jaarlijkse groeianalyse en daarmee de aanzet gegeven tot het Europees semester 2015 voor coördinatie van het economisch beleid. Tevens heeft de Commissie op die datum op grond van Verordening (EU) nr. 1176/2011 het waarschuwingsmechanismeverslag aangenomen, waarin Bulgarije werd genoemd als een van de lidstaten die aan een diepgaande evaluatie zouden worden onderworpen.

(5)

Op 18 december 2014 heeft de Europese Raad de volgende prioriteiten goedgekeurd: stimuleren van investeringen, intensiveren van structurele hervormingen en nastreven van een verantwoorde, groeivriendelijke begrotingsconsolidatie.

(6)

Op 26 februari 2015 heeft de Commissie haar landenverslag 2015 voor Bulgarije gepubliceerd. In het landenverslag worden de vorderingen beoordeeld die Bulgarije bij de tenuitvoerlegging van de op 8 juli 2014 vastgestelde landenspecifieke aanbevelingen heeft gemaakt. Het landenverslag bevat ook de resultaten van de diepgaande evaluatie die op grond van artikel 5 van Verordening (EU) nr. 1176/2011 is uitgevoerd. Op basis van haar analyse concludeert de Commissie dat Bulgarije wordt geconfronteerd met macro-economische onevenwichtigheden. Met name de in 2014 waargenomen turbulentie in de financiële sector heeft vragen doen rijzen rond de bestaande bankpraktijken in het deel van de sector dat in binnenlandse handen is, met mogelijk significante gevolgen voor de stabiliteit van de financiële sector en de macro-economische stabiliteit in het algemeen. Daarnaast blijven de nog steeds negatieve maar verbeterende externe positie, de overmatige schuldenlast van het bedrijfsleven en de zwakke arbeidsmarktaanpassing macro-economische risico's inhouden en bijzondere aandacht verdienen.

(7)

Op 30 april 2015 heeft Bulgarije zijn nationale hervormingsprogramma 2015 en zijn convergentieprogramma 2015 ingediend. Om met de onderlinge verbanden tussen beide programma's rekening te houden, zijn deze tegelijkertijd geëvalueerd.

(8)

Bulgarije valt momenteel onder het preventieve deel van het stabiliteits- en groeipact. Met het convergentieprogramma 2015 beoogt de regering het nominale tekort in 2015 te handhaven op 2,8 % van het bbp. Voor de daaropvolgende jaren geeft de regering te kennen dat zij voornemens is het tekort geleidelijk terug te dringen tot 1,3 % van het bbp in 2018. Volgens het convergentieprogramma is de regering van plan om de middellangetermijndoelstelling — een structureel tekort van 1 % van het bbp — in 2018 te bereiken. In de loop van de programmaperiode zal de overheidsschuldquote naar verwachting toenemen tot bijna 31 % van het bbp in 2018. Het macro-economische scenario dat aan deze begrotingsprognoses ten grondslag ligt, is plausibel. De maatregelen ter onderbouwing van de vanaf 2016 geplande tekortdoelstellingen, zijn evenwel onvoldoende gespecificeerd. Op basis van de voorjaarsprognose 2015 van de Commissie zal de groei van de netto-uitgaven in 2015 naar verwachting in overeenstemming zijn met de benchmark. Gezien de verslechtering van het structurele saldo (1,7 % van het bbp in 2014) bestaat evenwel het gevaar dat enigszins wordt afgeweken van hetgeen is vereist voor de periode 2014-2015. In 2016 bestaat er een risico op een significante afwijking, aangezien de groei van de netto-uitgaven 0,9 % van het bbp hoger ligt dan de benchmark. Daarom zullen in beide jaren verdere maatregelen moeten worden genomen. Op basis van zijn beoordeling van het convergentieprogramma en rekening houdend met de voorjaarsprognose 2015 van de Commissie is de Raad van mening dat de kans bestaat dat Bulgarije niet aan de bepalingen van het stabiliteits- en groeipact zal voldoen.

(9)

De naleving van de belastingwetgeving blijft een groot probleem in Bulgarije. Er moet een brede strategie voor naleving van de belastingwetgeving tot stand komen die is gebaseerd op een diepgaande risicobeoordeling, een systematische effectbeoordeling van reeds genomen maatregelen en een nauwe samenwerking met de verschillende agentschappen voor belastinginning.

(10)

Het Bulgaarse gezondheidszorgstelsel staat voor verscheidene grote problemen, onder meer slechte gezondheidsresultaten, geringe financiering en ernstige tekortkomingen bij de inzet van middelen. De levensverwachting is aanzienlijk lager dan het EU-gemiddelde en de levensverwachting bij de geboorte behoort tot de laagste in de Unie. Het stelsel blijft gebaseerd op een te omvangrijke ziekenhuissector. Hoewel voor eerstelijnszorg en extramurale zorg de laatste jaren iets meer middelen zijn uitgetrokken, is de financiering nog steeds vrij beperkt. Het zorgfonds is contractueel verplicht ziekenhuizen te vergoeden voor behandelingen tegen vooraf vastgestelde prijzen, hetgeen ziekenhuizen ertoe aanzet medische zorg te verstrekken die onvoldoende doelgericht is. In 2014 is een nationale gezondheidsstrategie goedgekeurd, maar de strategie ontbeert evenwel een duidelijk uitvoeringsplan.

(11)

De onrust in de banksector in de zomer 2014 heeft institutionele zwakke punten en tekortkomingen in het toezicht aan het licht gebracht. Het feit dat het toezichthoudend orgaan niet in staat bleek significante problemen bij de Corporate Commercial Bank (KTB), de op drie na grootste bank in Bulgarije, te detecteren, wijst op tekortkomingen bij zowel de toezichtspraktijken in de financiële sector als het toezicht op concentratierisico's. Hierdoor is de geloofwaardigheid van het banktoezicht ondermijnd, hetgeen dan weer vragen heeft opgeroepen over de gezondheid van andere onderdelen van de financiële sector. De liquiditeitscrisis in juni 2014 vormde de aanleiding voor een diepgaande audit van de KTB, hetgeen leidde tot intrekking van haar vergunning. De gegarandeerde deposito's, ten belope van ongeveer 4,4 % van het bbp, werden pas met aanzienlijke vertraging uitbetaald.

(12)

Zowel op het vlak van reikwijdte als doelgerichtheid is het actieve arbeidsmarktbeleid onvoldoende ontwikkeld. De versnippering van de agentschappen vormt een groot probleem bij het verstrekken van uitkeringen en diensten aan de werklozen en inactieven. De coördinatie tussen arbeidsbureaus en het directoraat sociale bijstand is niet afgestemd op een efficiënte en geïntegreerde uitvoering van maatregelen om de meest kwetsbare groepen te helpen. Bulgarije heeft te kampen met een groot percentage jongeren die geen werk hebben en ook geen onderwijs of opleiding volgen en die geen contact hebben met de diensten voor arbeidsvoorziening en dus buiten de werkingssfeer van de arbeidsmarktactiveringsmaatregelen vallen. De meeste werklozen in Bulgarije zijn langdurig werklozen, hetgeen erop wijst dat de werkloosheid meer structureel dan conjunctureel is. Hoewel het Bulgaarse minimumloon in nominale termen het laagste in de Unie is, is het sinds 2011 aanzienlijk gestegen. De regering is ook voornemens het minimumloon in de komende jaren verder aanzienlijk te laten stijgen. Zulke sterke verschuivingen in het loonbeleid die door de regering naar eigen inzicht worden besloten, zouden de arbeidsmarkt kunnen verstoren. Voorts zijn er geen duidelijke richtsnoeren voor het vaststellen van het minimumloon. Deze benadering brengt dus onzekerheid met zich over de vraag of het juiste evenwicht zal worden gevonden tussen bevordering van de werkgelegenheid en de concurrentiekracht enerzijds en het vrijwaren van het arbeidsinkomen anderzijds. Armoede en sociale uitsluiting blijven punten van zorg, aangezien Bulgarije een van de hoogste percentages van materiële deprivatie in de Unie heeft. De Romabevolking wordt geconfronteerd met een bijzonder hoge graad van armoede en sociale uitsluiting. De meeste Romajongeren hebben geen werk en volgen evenmin onderwijs of een opleiding. De inschrijvingsgraad van Romakinderen in de kinderopvang en het kleuteronderwijs is laag en bijna een kwart van de Romajongeren tussen 7 en 15 jaar volgt geen onderwijs.

(13)

De lage kwaliteit van de onderwijs- en opleidingsstelsels, die slechts in beperkte mate aansluiten op de behoeften van de arbeidsmarkt, vormt een belemmering van het aanbod van passend geschoold personeel. De deelname van volwassenen aan een leven lang leren behoort tot de laagste in de Unie. Na jaren vertraging heeft Bulgarije de hervorming van de wetgeving inzake schoolonderricht nog steeds niet goedgekeurd en bevindt de uitvoering van de strategie voor de preventie van vroegtijdig schoolverlaten zich nog in een vroeg stadium. De nationale strategie voor beroepsonderwijs en beroepsopleidingen (2014-2020) en een nieuwe strategie voor het hoger onderwijs zijn in 2015 aangenomen. De uitvoering van deze strategieën zou moeten bijdragen tot een verbetering van het onderwijs, zou het onderwijs beter moeten doen aansluiten op de behoeften van de economie en zou de innovatie en werkgelegenheid moeten bevorderen.

(14)

In het voorjaar van 2015 heeft de regering een voorstel ingediend voor de hervorming van het pensioenstelsel. De toereikendheid en houdbaarheid van het pensioenstelsel hangen af van hervormingen die langere loopbanen met minder onderbrekingen bevorderen en ondersteunen. In 2013 bleken 1,2 miljoen gepensioneerden een pensioen te ontvangen dat onder de nationale armoedegrens lag. De belangrijkste oorzaken van de kleine pensioenen zijn vervroegde pensionering en korte bijdragenperioden. Door de snelle vergrijzing van de Bulgaarse maatschappij zal de situatie in de toekomst vermoedelijk nog erger worden. Het is daarom aangewezen dat Bulgarije de toename van leeftijdsgerelateerde uitgaven verder binnen de perken weet te houden om aldus bij te dragen tot de houdbaarheid van de overheidsfinanciën op lange termijn, onder meer door de uitvoering van solide pensioenhervormingen.

(15)

Een essentiële bouwsteen voor een investeringsvriendelijk ondernemingsklimaat is een onafhankelijk, hoogwaardig en efficiënt justitieel stelsel en doeltreffende mechanismen om corruptie te bestrijden. De belangrijkste vraagstukken op dit vlak zijn onder meer een ontoereikende algemene coördinatie, institutionele tekortkomingen en ondermaatse resultaten bij het verkrijgen van definitieve veroordelingen in rechtszaken. Die belangrijke beleidsgebieden zullen aan bod komen in het samenwerkings- en toetsingsmechanisme.

(16)

Het insolventiekader in Bulgarije is ondoeltreffend, hetgeen leidt tot meer onzekerheid bij de marktdeelnemers en een geringere aantrekkelijkheid van Bulgarije voor investeerders. De afwikkeling van insolventies duurt langer dan in vergelijkbare landen en het percentage ingevorderde schuldvorderingen is laag. De noodzaak van een efficiënt kader voor de afwikkeling van insolventies moet ook worden gezien in het licht van de zware schuldenlast van niet-financiële vennootschappen in Bulgarije en het belang van een dergelijk kader bij het bevorderen van de schuldafbouw.

(17)

In 2014 werden strategieën goedgekeurd voor de hervorming van de overheidsdiensten en de invoering van e-overheidsdiensten. Voor de uitvoering van deze strategieën zal een sterke aansturing en coördinatie van het beleid noodzakelijk zijn. Ondanks de inspanningen die in het verleden zijn geleverd, blijft de kwaliteit van de openbare diensten laag. De inspanningen om de transparantie te verhogen en de administratieve lasten te verminderen worden tenietgedaan door de ontoereikende ontwikkeling van de e-overheid. Een specifiek probleem vormen de procedures voor overheidsopdrachten, die hinder ondervinden van het vaak veranderende rechtskader en de ontoereikende bestuurlijke capaciteit. De voorafgaande toetsing van aanbestedingsprocedures is vaak formalistisch van aard. Tegelijkertijd zijn aanbestedingsprocedures onderworpen aan elkaar overlappende verificaties achteraf, hetgeen soms resulteert in uiteenlopende bevindingen. Het gebrek aan transparantie bij inschrijvingen is ook het gevolg van het feit dat de installatie van het hele scala aan platforms voor elektronische aanbestedingen onvoltooid is gebleven. Onregelmatigheden bij procedures voor overheidsopdrachten hebben in het verleden geleid tot aanzienlijke vertragingen bij de tenuitvoerlegging van programma's van EU-fondsen, hebben negatieve effecten op het ondernemingsklimaat en zetten een rem op de hoognodige investeringen in infrastructuur. In een in juli 2014 goedgekeurde meerjarenstrategie om de grootste tekortkomingen op het gebied van overheidsopdrachten weg te werken, is een duidelijk tijdschema opgenomen van de concrete maatregelen die in 2015 en 2016 moeten worden genomen. Deze strategie moet worden uitgevoerd.

(18)

In de context van het Europees semester heeft de Commissie een brede analyse van het economische beleid van Bulgarije verricht. Deze analyse is gepubliceerd in het landenverslag 2015. Voorts heeft de Commissie zowel het nationale hervormingsprogramma als het convergentieprogramma doorgelicht en onderzocht welk gevolg is gegeven aan de aanbevelingen die in eerdere jaren tot Bulgarije zijn gericht. Daarbij heeft zij niet alleen gekeken naar de relevantie ervan voor een houdbaar budgettair en sociaaleconomisch beleid in Bulgarije, maar is zij ook nagegaan of de EU-regels en -richtsnoeren in acht zijn genomen, gezien de noodzaak de algehele economische governance van de Unie te versterken door middel van een inbreng op EU-niveau in toekomstige nationale besluiten. De aanbevelingen in het kader van het Europees semester worden in de onderstaande aanbevelingen 1 tot en met 5 weergegeven.

(19)

In het licht van deze beoordeling heeft de Raad het convergentieprogramma onderzocht en zijn advies (5) daarover is met name in onderstaande aanbeveling 1 weergegeven.

(20)

In het licht van de diepgaande evaluatie van de Commissie en deze beoordeling heeft de Raad het nationale hervormingsprogramma en het convergentieprogramma onderzocht. Zijn aanbevelingen op grond van artikel 6 van Verordening (EU) nr. 1176/2011 zijn in de onderstaande aanbevelingen 1, 2, 3 en 5 weergegeven,

BEVEELT AAN dat Bulgarije in 2015 en 2016 de volgende actie onderneemt:

1.

In 2015 een structurele verslechtering van de overheidsfinanciën voorkomen en in 2016 een aanpassing van 0,5 % van het bbp tot stand brengen. Krachtige maatregelen nemen om de belastinginning te verbeteren en de schaduweconomie aan te pakken, op basis van een omstandige risicobeoordeling en een evaluatie van in het verleden genomen maatregelen. De kosteneffectiviteit van de gezondheidszorg verbeteren, in het bijzonder door de prijsvorming in de gezondheidszorg te herzien en extramurale zorg en eerstelijnszorg te versterken.

2.

Tegen december 2015 in nauwe samenwerking met de Europese organen een systeembrede onafhankelijke doorlichting van de kwaliteit van de activa en een bottom-upstresstest van de banksector voltooien. Een portfoliocontrole uitvoeren die is afgestemd op de pensioenfondsen en de verzekeringsmaatschappijen. Het toezicht op de bancaire en de niet-bancaire financiële sector evalueren en versterken, onder meer door een aanscherping van de kaderregeling voor de afwikkeling van banken en het depositogarantiestelsel. Het ondernemingsbestuur bij financiële intermediairs verbeteren, onder meer door concentratierisico's en blootstellingen aan verbonden partijen aan te pakken.

3.

Een geïntegreerde aanpak voor groepen aan de rand van de arbeidsmarkt ontwikkelen, met name voor oudere werknemers en jongeren die geen werk hebben en geen onderwijs of opleiding volgen. In overleg met de sociale partners en overeenkomstig de nationale praktijken een transparant mechanisme invoeren voor het vaststellen van het minimumloon en minimale socialezekerheidsbijdragen in het licht van het effect daarvan op armoede onder werkenden, werkgelegenheid en concurrentievermogen.

4.

De hervorming van de wetgeving inzake schoolonderricht goedkeuren en de onderwijsdeelname bevorderen van kansarme kinderen, in het bijzonder Romakinderen, door de toegang tot hoogwaardig onderwijs in een vroeg stadium te bevorderen.

5.

Met het oog op een beter investeringsklimaat een integrale hervorming van het insolventiekader voorbereiden, op basis van de internationale beste praktijken en expertise, met name om mechanismen voor herstructurering voordat insolventie optreedt en buitengerechtelijke herstructurering te verbeteren.

Gedaan te Brussel, 14 juli 2015.

Voor de Raad

De voorzitter

P. GRAMEGNA


(1)  PB L 209 van 2.8.1997, blz. 1.

(2)  PB L 306 van 23.11.2011, blz. 25.

(3)  Gehandhaafd bij Besluit 2014/322/EU van de Raad van 6 mei 2014 betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten voor 2014 (PB L 165 van 4.6.2014, blz. 49).

(4)  Aanbeveling van de Raad van 8 juli 2014 over het nationale hervormingsprogramma 2014 van Bulgarije en met een advies van de Raad over het convergentieprogramma 2014 van Bulgarije (PB C 247 van 29.7.2014, blz. 7).

(5)  Uit hoofde van artikel 9, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1466/97.


18.8.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 272/32


AANBEVELING VAN DE RAAD

van 14 juli 2015

over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Tsjechië en met een advies van de Raad over het convergentieprogramma 2015 van Tsjechië

(2015/C 272/09)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121, lid 2, en artikel 148, lid 4,

Gezien Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid (1), en met name artikel 9, lid 2,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Gezien de resoluties van het Europees Parlement,

Gezien de conclusies van de Europese Raad,

Gezien het advies van het Comité voor de werkgelegenheid,

Gezien het advies van het Economisch en Financieel Comité,

Gezien het advies van het Comité voor sociale bescherming,

Gezien het advies van het Comité voor de economische politiek,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 26 maart 2010 heeft de Europese Raad zijn goedkeuring gehecht aan het voorstel van de Commissie voor een nieuwe groei- en werkgelegenheidsstrategie. Deze Europa 2020-strategie berust op een versterkte coördinatie van het economische beleid en spitst zich toe op de sleutelgebieden waarop Europa's potentieel voor duurzame groei en concurrentievermogen een krachtige impuls nodig heeft.

(2)

Op voorstel van de Commissie heeft de Raad op 14 juli 2015 een aanbeveling inzake de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en de Unie vastgesteld, en op 21 oktober 2010 heeft hij een besluit betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten vastgesteld (2), die samen de „geïntegreerde richtsnoeren” vormen. De lidstaten werd verzocht in hun nationaal economisch en werkgelegenheidsbeleid met de geïntegreerde richtsnoeren rekening te houden.

(3)

Op 8 juli 2014 heeft de Raad een aanbeveling (3) over het nationale hervormingsprogramma 2014 van Tsjechië vastgesteld en een advies over het geactualiseerde convergentieprogramma voor 2014 van Tsjechië uitgebracht.

(4)

Op 28 november 2014 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan de jaarlijkse groeianalyse en daarmee de aanzet gegeven tot het Europees semester 2015 voor coördinatie van het economisch beleid. Tevens heeft de Commissie op die datum op grond van Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad (4) het waarschuwingsmechanismeverslag aangenomen, waarin Tsjechië niet werd genoemd als een van de lidstaten die aan een diepgaande evaluatie zouden worden onderworpen.

(5)

Op 18 december 2014 heeft de Europese Raad de volgende prioriteiten goedgekeurd: stimuleren van investeringen, intensiveren van structurele hervormingen en nastreven van een verantwoorde, groeivriendelijke begrotingsconsolidatie.

(6)

Op 26 februari 2015 heeft de Commissie haar landenverslag 2015 voor Tsjechië gepubliceerd. In het landenverslag worden de vorderingen beoordeeld die Tsjechië bij de tenuitvoerlegging van de op 8 juli 2014 vastgestelde landenspecifieke aanbevelingen heeft gemaakt.

(7)

Op 30 april 2015 heeft Tsjechië zijn nationale hervormingsprogramma 2015 en zijn convergentieprogramma 2015 ingediend. Om met de onderlinge verbanden tussen beide programma's rekening te houden, zijn deze tegelijkertijd geëvalueerd.

(8)

Tsjechië valt momenteel onder het preventieve deel van het stabiliteits- en groeipact. De regering is, blijkens haar convergentieprogramma 2015, van plan het nominale tekort geleidelijk terug te dringen tot 1,9 % van het bbp in 2015 en vervolgens tot 0,6 % van het bbp in 2018. De regering geeft te kennen voornemens te zijn de middellangetermijndoelstelling — een structureel tekort van 1 % van het bbp — in 2018 te halen, maar op basis van het herberekende structurele saldo (5) zal deze doelstelling naar verwachting reeds in 2016 worden gehaald. Volgens het convergentieprogramma zal de overheidsschuldquote naar verwachting bijna 41 % bedragen in 2015 en daarna geleidelijk dalen tot 40,2 % in 2018. Het macro-economische scenario dat aan deze begrotingsprognoses ten grondslag ligt, is plausibel en de maatregelen om vanaf 2016 de geplande tekortdoelstellingen te ondersteunen zijn voldoende gespecificeerd. Er bestaat evenwel een risico dat de geplande maatregelen aan de ontvangstenzijde minder impact zullen hebben dan geraamd. Op basis van de voorjaarsprognose 2015 van de Commissie wordt ervan uitgegaan dat in 2015 aan de uitgavenbenchmark wordt voldaan. In 2016 wordt een lichte afwijking verwacht, aangezien de groei van de netto-uitgaven 0,3 % van het bbp hoger ligt dan de benchmark. Daarom zullen in 2016 verdere maatregelen nodig zijn.

Op basis van zijn beoordeling van het convergentieprogramma en rekening houdend met de voorjaarsprognose 2015 van de Commissie is de Raad van mening dat Tsjechië naar verwachting grotendeels aan de bepalingen van het stabiliteits- en groeipact zal voldoen. De voornaamste elementen van het huidige begrotingskader zijn reeds voorhanden. De begrotingsplanning op middellange termijn en de cijfermatige begrotingsregel hebben evenwel een beperkt toepassingsgebied en de handhaving is zwak. Een ontwerp voor een hervormingspakket is herhaaldelijk gewijzigd en uitgesteld en de goedkeuring ervan is momenteel gepland in de loop van 2015. Tsjechië wordt nog steeds geconfronteerd met problemen op het vlak van de langetermijnhoudbaarheid van de begroting, voornamelijk wegens de verwachte stijgingen van de uitgaven voor pensioenen en gezondheidszorg. Door gunstiger demografische projecties is er enige verbetering wat betreft de vooruitzichten voor het pensioenstelsel. De wettelijke pensioenleeftijd zal bij wet geleidelijk worden verhoogd, maar de voor de middellange termijn geprogrammeerde aanpassing verloopt te traag. Momenteel zijn er besprekingen aan de gang over wijzigingen in het huidige systeem van pensioenindexering, maar er zijn nog geen maatregelen vastgesteld. Hoewel enkele maatregelen zijn genomen om de kostenefficiëntie en het beheer van de gezondheidszorgsector te verbeteren, is op dit gebied weinig vooruitgang geboekt. Uit indicatoren voor het meten van de prestaties van de ziekenhuissector blijkt dat medische behandelingen niet altijd op een kostenefficiënte manier worden verstrekt, terwijl de toewijzing van de middelen wordt gehinderd door aanhoudende problemen bij de invoering van een systeem voor de vergoeding van de door de ziekenhuizen gemaakte kosten. Bovendien zijn er aanwijzingen dat huisartsen hun rol als poortwachter niet op adequate wijze vervullen. Bij overheidsopdrachten in de gezondheidszorgsector doen zich zeer veel onregelmatigheden voor, wat wijst op onvoldoende begeleiding en toezicht.

(9)

De belangrijkste uitdagingen op belastinggebied zijn de belastingontduiking te verminderen en de belastinginning minder duur en minder tijdrovend te maken, zowel voor de belastingplichtigen als voor de overheid. Tsjechië heeft de naleving van de belastingwetgeving en de bestrijding van belastingontduiking als prioriteiten aangemerkt en neemt op deze gebieden een aantal stappen. In 2015 zijn verschillende maatregelen genomen betreffende zowel directe als indirecte belastingen en voor 2016 zijn verdere maatregelen gepland. Toch zijn de nalevingskosten nog steeds te hoog. Standaardisering van de belastinggrondslagen voor de personenbelasting, de sociale bijdragen en de gezondheidszorgbijdragen zou helpen om het belastingstelsel te vereenvoudigen, maar deze wijziging is niet ingevoerd en er zijn momenteel geen plannen om deze kwestie aan te pakken. De werkzaamheden om de belastingaangiften te vereenvoudigen en het gebruik van vooraf ingevulde formulieren te doen toenemen, worden niet systematisch uitgevoerd. In plaats van het btw-stelsel te vereenvoudigen, heeft Tsjechië in 2014 een derde btw-tarief ingevoerd. Bij het wegwerken van de verschillen in de fiscale behandeling van werknemers en zelfstandigen is beperkte vooruitgang geboekt. De fiscale ontvangsten in Tsjechië zijn nog sterk afhankelijk van de belasting op arbeid, en bij de werknemers met een laag inkomen, met name die zonder kinderen, is de belastingdruk op arbeid vrij hoog. De maatregelen die in 2015 van kracht worden, verminderen enigszins de belasting op arbeid voor specifieke groepen, maar zullen in het algemeen een beperkte impact hebben. De vastgoed- en milieubelastingen (behalve voor brandstoffen) blijven laag, wat aangeeft dat er ruimte is om belastingen weg te halen van arbeid.

(10)

In 2014 is beperkte vooruitgang geboekt bij het versnellen van de hervorming van de gereglementeerde beroepen, maar het in april 2015 aangenomen tussentijds nationaal actieplan bevat een aantal concrete maatregelen en acties om het regelgevend kader te verbeteren en om ongerechtvaardigde en onevenredige voorschriften te schrappen.

(11)

De inspanningen van de afgelopen jaren om het probleem van de corruptie aan te pakken, hebben ernstige vertragingen opgelopen. Het meest recente actieplan voor corruptiebestrijding heeft betrekking op een aantal prioritaire gebieden. Daarbij gaat het om rechtsbesluiten inzake financiële controle, het openbaar ministerie, de financiering van politieke partijen, de bescherming van klokkenluiders, een nieuw beleid voor het beheer van overheidsbedrijven en een wijziging van de wet inzake vrije toegang tot informatie. Maar blijkbaar wordt weinig gedaan om ervoor te zorgen dat die rechtsbesluiten worden aangenomen. Met de aanneming en uitvoering van de ambtenarenwet en daarmee samenhangende maatregelen is Tsjechië begonnen om de problemen op het gebied van de efficiëntie en de stabiliteit van zijn openbaar bestuur aan te pakken. Zowel de administratieve en regelgevende belemmeringen op het gebied van de investeringsplanning als het gebrek aan transparantie en de lange duur van de procedures voor het verkrijgen van bouw- en grondgebruikvergunningen vormen een rem voor overheidsinvesteringen. De afgelopen jaren lag de focus van een aantal initiatieven op de overheidsopdrachten, maar transparantie is nog steeds een punt van zorg. Met name worden overheidsopdrachten nog steeds niet in een centraal register bekendgemaakt. De doeltreffendheid van de procedures voor overheidsopdrachten wordt afgeremd door de ontoereikende begeleiding en opleiding van de aanbestedende diensten. Het toezicht op het systeem blijft zwak.

(12)

De totale werkgelegenheid is momenteel hoog, maar sommige kansarme bevolkingsgroepen blijven ondervertegenwoordigd op de arbeidsmarkt. Hierbij gaat het onder meer om ouders met jonge kinderen, laaggeschoolde werknemers, personen met een handicap en Roma. Er zijn stappen gezet om de efficiëntie en de doeltreffendheid van de openbare diensten voor arbeidsvoorziening te versterken. De werkgelegenheid onder jongeren neemt toe en de openbare diensten voor arbeidsvoorziening proberen hun diensten vooral op de jongeren af te stemmen. Het gebrek aan betaalbare en hoogwaardige kinderopvang en de beperkte toepassing van flexibele werktijdregelingen maken het voor vrouwen met kinderen moeilijk om aan de arbeidsmarkt deel te nemen. Er zijn stappen gezet om voor meer kinderopvang te zorgen, maar het beleid ter ondersteuning van de opvang voor de jongste kinderen is nog steeds ontoereikend.

(13)

De onderwijsresultaten in Tsjechië zijn de afgelopen jaren verbeterd, maar er zijn nog steeds structurele problemen. De deelname aan het tertiair onderwijs is snel toegenomen, maar er is bezorgdheid ontstaan rond het verlies aan vaardigheden van jonge afgestudeerden uit het tertiair onderwijs. Gehoopt wordt dat de langverwachte hervorming van het hoger onderwijs, die normaal gezien in 2015 wordt goedgekeurd, tot de invoering van institutionele accreditering, een sterkere interne kwaliteitsborging en een groter gebruik van profilering van studenten zal leiden en de financiering zal verbeteren. In het verplichte onderwijs moeten meer leerkrachten in dienst worden genomen, maar de lage lonen en een negatieve perceptie van het beroep maken het moeilijk getalenteerde kandidaten aan te trekken. Een nieuwe loopbaanstructuur die zowel de indienstneming van leerkrachten als hun professionele ontwikkeling moet verbeteren, moet in het eerste halfjaar van 2015 worden afgerond en in september 2016 worden ingevoerd. Het totale effect ervan zal evenwel grotendeels afhangen van de beschikbare financiering. Een alomvattende benadering om slecht presterende scholen en leerlingen te evalueren en te ondersteunen is er intussen nog steeds niet. De invoering van een dergelijke aanpak zou de efficiëntie en de gelijke kansen in het onderwijs kunnen verbeteren. Hoewel de regering een alomvattende strategie voor het onderwijs heeft goedgekeurd, is de vooruitgang bij het inclusiever maken van het onderwijs gering. Jonge mensen uit lage sociaaleconomische milieus, zoals de Roma, blijken minder succesvol te zijn in het onderwijs en op de arbeidsmarkt.

(14)

In de context van het Europees semester heeft de Commissie een brede analyse van het economische beleid van Tsjechië verricht. Deze analyse is gepubliceerd in het landenverslag 2015. Voorts heeft de Commissie zowel het convergentieprogramma als het nationale hervormingsprogramma doorgelicht en onderzocht welk gevolg is gegeven aan de aanbevelingen die in eerdere jaren tot Tsjechië zijn gericht. Daarbij heeft zij niet alleen gekeken naar de relevantie ervan voor een houdbaar budgettair en sociaaleconomisch beleid in Tsjechië, maar is zij ook nagegaan of de EU-regels en -richtsnoeren in acht zijn genomen, gezien de noodzaak de algemene economische governance van de Unie te versterken door middel van een EU-inbreng in toekomstige nationale besluiten. De aanbevelingen in het kader van het Europees semester worden in de onderstaande aanbevelingen 1 tot en met 4 weergegeven.

(15)

In het licht van deze beoordeling heeft de Raad het convergentieprogramma onderzocht en zijn advies (6) daarover is met name in onderstaande aanbeveling 1 weergegeven,

BEVEELT AAN dat Tsjechië in de periode 2015-2016 de volgende actie onderneemt:

1.

In 2016 een budgettaire aanpassing van 0,5 % van het bbp halen. De kostenefficiëntie en het beheer van de gezondheidszorgsector verder verbeteren.

2.

Belastingontduiking bestrijden, het belastingstelsel vereenvoudigen en het corruptiebestrijdingsplan uitvoeren. Maatregelen nemen om de transparantie en de efficiëntie van openbare aanbestedingen te verhogen, met name door de opstelling van een centraal register voor overheidsopdrachten en het opvoeren van begeleiding en toezicht.

3.

De hoge belastingdruk op mensen met een laag inkomen verlagen door de belastingheffing te verleggen naar andere gebieden. De beschikbaarheid van betaalbare kinderopvang verder verbeteren.

4.

De hervorming van het hoger onderwijs goedkeuren. Zorgen voor een adequate opleiding van de leerkrachten, slecht presterende scholen ondersteunen en maatregelen nemen om de participatie van kansarme kinderen, onder wie Roma, te verhogen.

Gedaan te Brussel, 14 juli 2015.

Voor de Raad

De voorzitter

P. GRAMEGNA


(1)  PB L 209 van 2.8.1997, blz. 1.

(2)  Gehandhaafd bij Besluit 2014/322/EU van de Raad van 6 mei 2014 betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten voor 2014 (PB L 165 van 4.6.2014, blz. 49).

(3)  Aanbeveling van de Raad van 8 juli 2014 over het nationale hervormingsprogramma 2014 van Tsjechië en met een advies van de Raad over het convergentieprogramma van Tsjechië voor de periode 2014 (PB C 247 van 29.7.2014, blz. 12).

(4)  Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden (PB L 306 van 23.11.2011, blz. 25).

(5)  Het structurele saldo zoals de Commissie dat op basis van de informatie in het convergentieprogramma heeft herberekend volgens de algemeen aanvaarde methode.

(6)  Uit hoofde van artikel 9, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1466/97.


18.8.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 272/36


AANBEVELING VAN DE RAAD

van 14 juli 2015

over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Denemarken en met een advies van de Raad over het convergentieprogramma 2015 van Denemarken

(2015/C 272/10)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121, lid 2, en artikel 148, lid 4,

Gezien Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid (1), en met name artikel 9, lid 2,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Gezien de resoluties van het Europees Parlement,

Gezien de conclusies van de Europese Raad,

Gezien het advies van het Comité voor de werkgelegenheid,

Gezien het advies van het Economisch en Financieel Comité,

Gezien het advies van het Comité voor sociale bescherming,

Gezien het advies van het Comité voor de economische politiek,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 26 maart 2010 heeft de Europese Raad zijn goedkeuring gehecht aan het voorstel van de Commissie voor een nieuwe groei- en werkgelegenheidsstrategie. Deze Europa 2020-strategie berust op een versterkte coördinatie van het economische beleid en spitst zich toe op de sleutelgebieden waarop Europa's potentieel voor duurzame groei en concurrentievermogen een krachtige impuls nodig heeft.

(2)

Op voorstel van de Commissie heeft de Raad op 14 juli 2015 een aanbeveling inzake de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en de Unie vastgesteld, en op 21 oktober 2010 heeft hij een besluit betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten vastgesteld (2), die samen de „geïntegreerde richtsnoeren” vormen. De lidstaten werd verzocht in hun nationaal economisch en werkgelegenheidsbeleid met de geïntegreerde richtsnoeren rekening te houden.

(3)

Op 8 juli 2014 heeft de Raad een aanbeveling (3) over het nationale hervormingsprogramma voor 2014 van Denemarken vastgesteld en een advies over het geactualiseerde convergentieprogramma voor 2014 van Denemarken uitgebracht.

(4)

Op 28 november 2014 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan de jaarlijkse groeianalyse en daarmee de aanzet gegeven tot het Europees semester 2015 voor coördinatie van het economisch beleid. Tevens heeft de Commissie op die datum op grond van Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad (4) het waarschuwingsmechanismeverslag aangenomen, waarin Denemarken niet werd genoemd als een van de lidstaten die aan een diepgaande evaluatie zouden worden onderworpen.

(5)

Op 18 december 2014 heeft de Europese Raad de volgende prioriteiten goedgekeurd: investeringen stimuleren, structurele hervormingen intensiveren en een verantwoorde, groeivriendelijke begrotingsconsolidatie nastreven.

(6)

Op 26 februari 2015 heeft de Commissie haar landenverslag 2015 voor Denemarken gepubliceerd. Daarin worden de vorderingen beoordeeld die Denemarken bij de tenuitvoerlegging van de op 8 juli 2014 vastgestelde landenspecifieke aanbevelingen heeft gemaakt.

(7)

Op 27 maart 2015 heeft Denemarken zijn nationale hervormingsprogramma 2015 en zijn convergentieprogramma 2015 ingediend. Om met de onderlinge verbanden tussen beide programma's rekening te houden, zijn deze tegelijkertijd geëvalueerd.

(8)

Denemarken valt momenteel onder het preventieve deel van het stabiliteits- en groeipact. De regering is, blijkens haar convergentieprogramma 2015, van plan het nominale tekort te laten oplopen van 1,6 % van het bbp in 2015 — toen op aanzienlijke meevallers kon worden gerekend — tot 2,6 % van het bbp in 2016. Daarna is de regering tevens voornemens het tekort zodanig te verminderen dat in 2020 een begrotingsevenwicht wordt bereikt. Volgens het convergentieprogramma is de regering van plan om de middellangetermijndoelstelling — een structureel tekort van 0,5 % van het bbp — vanaf 2016 te bereiken. In het convergentieprogramma wordt ervan uitgegaan dat de overheidsschuldquote geleidelijk zal dalen van 39,8 % in 2015 naar 36,7 % in 2020. Het macro-economische scenario dat aan deze begrotingsprognoses ten grondslag ligt, is plausibel. Op basis van de voorjaarsprognose 2015 van de Commissie wordt verwacht dat het structurele saldo in 2015 aan de middellangetermijndoelstelling zal voldoen. Volgens deze prognose bestaat evenwel het risico dat in 2016 licht van de middellangetermijndoelstelling wordt afgeweken, waarbij de groei van de netto-uitgaven 0,3 % van het bbp hoger zou liggen dan de benchmark. Hoewel ervan wordt uitgegaan dat deze afwijking tijdelijk zal zijn, aangezien de toename van de netto-uitgaven in 2016 wordt beïnvloed door de uitfasering van eenmalige maatregelen op het gebied van belastingheffing op pensioenspaargeld, is het mogelijk dat verdere maatregelen voor 2016 moeten worden genomen. Op basis van zijn beoordeling van het convergentieprogramma en rekening houdend met de voorjaarsprognose 2015 van de Commissie is de Raad van mening dat Denemarken naar verwachting grotendeels aan de bepalingen van het stabiliteits- en groeipact zal voldoen.

(9)

Een langetermijnaanbod aan naar behoren geschoolde arbeidskrachten is een noodzakelijke voorwaarde voor duurzame groei in Denemarken. Met de hervorming van het actieve arbeidsmarktbeleid van 2014 heeft Denemarken vorderingen gemaakt bij het vergroten van de inzetbaarheid van degenen die aan de rand van de arbeidsmarkt staan. De hervorming bevindt zich in een beginfase van de uitvoering en de resultaten ervan moeten worden gevolgd. In lijn met de aanbevelingen van de deskundigengroep Carsten-Koch II zijn nog steeds extra maatregelen nodig voor degenen die het verst van de arbeidsmarkt af staan. In dit verband blijken een laag onderwijsniveau, een beperkte arbeidsmarktervaring, een jeugdige leeftijd en een migrantenachtergrond factoren van doorslaggevend belang te zijn. Over het algemeen blijft het arbeidsmarktpotentieel van mensen met een migrantenachtergrond onderbenut. Ondanks de hoge uitgaven voor onderwijs in Denemarken zijn de onderwijsresultaten slechts middelmatig, vooral voor leerlingen met een migrantenachtergrond. De hervorming van het basisonderwijs, het lager middelbaar onderwijs, het beroepsonderwijs en de beroepsopleiding heeft tot doel dit probleem aan te pakken. Om de onderwijsresultaten te verbeteren moeten deze hervormingen volledig ten uitvoer worden gelegd.

(10)

Een verbeterd concurrentievermogen is essentieel om het economisch herstel in Denemarken te versterken. De groei van de productiviteit, die in dit verband cruciaal is, was de voorbije twee decennia over het algemeen zwak en ondervond de invloed van toetredingsbarrières en regelgevingsverplichtingen in op de binnenlandse markt gerichte dienstensectoren. De productiviteitscommissie heeft de bouw en de kleinhandel aangemerkt als sectoren waarvan de productiviteit kan worden verhoogd. De regelgeving voor kleinhandelszaken is zeer strikt en er is niets ondernomen om die te versoepelen. De bouwsector wordt gekenmerkt door veeleisende bouwvoorschriften en een groot aantal certificeringsregelingen. De regering heeft in november 2014 een strategie voor de bouwsector voorgelegd. Die bevat goede voornemens, zoals de vereenvoudiging van de regels, de stroomlijning van de technische elementen van een bouwaanvraag, de invoering van internationale normen, de harmonisatie van nationale normen en de vermindering van de tijd die nodig is voor de afgifte van bouwvergunningen. De strategie moet evenwel nog volledig in concrete maatregelen worden omgezet. Er zijn nog altijd overlappende vergunnings- en certificeringsregelingen, die in sommige gevallen ook gelden voor tijdelijke grensoverschrijdende dienstverrichtingen. Bovendien wordt, als dienstverleners hun onderneming in Denemarken willen vestigen, niet altijd rekening gehouden met in andere lidstaten afgegeven vergunningen en certificeringen.

(11)

In de context van het Europees semester heeft de Commissie een brede analyse van het economische beleid van Denemarken verricht. Deze analyse is gepubliceerd in het landenverslag 2015. Voorts heeft de Commissie zowel het convergentieprogramma als het nationale hervormingsprogramma doorgelicht en onderzocht welk gevolg is gegeven aan de aanbevelingen die in eerdere jaren tot Denemarken zijn gericht. Daarbij heeft zij niet alleen gekeken naar de relevantie ervan voor een houdbaar budgettair en sociaaleconomisch beleid in Denemarken, maar is zij ook nagegaan of de EU-regels en -richtsnoeren in acht zijn genomen, gezien de noodzaak de algehele economische governance van de Unie te versterken door middel van een inbreng op EU-niveau in toekomstige nationale besluiten. De aanbevelingen in het kader van het Europees semester worden in de onderstaande aanbevelingen 1 en 2 weergegeven.

(12)

In het licht van deze beoordeling heeft de Raad het convergentieprogramma onderzocht en zijn advies (5) daarover is met name in onderstaande aanbeveling 1 weergegeven,

BEVEELT AAN dat Denemarken in de periode 2015-2016 de volgende actie onderneemt:

1.

Vermijden dat in 2016 van de begrotingsdoelstelling op middellange termijn wordt afgeweken.

2.

De productiviteit verhogen, met name in de op de binnenlandse markt gerichte dienstensectoren, waaronder de kleinhandel en de bouw. De beperkingen voor kleinhandelszaken versoepelen en verdere maatregelen nemen om de resterende belemmeringen als gevolg van de vergunningen- en certificeringsregelingen in de bouwsector op te heffen.

Gedaan te Brussel, 14 juli 2015.

Voor de Raad

De voorzitter

P. GRAMEGNA


(1)  PB L 209 van 2.8.1997, blz. 1.

(2)  Gehandhaafd bij Besluit 2014/322/EU van de Raad van 6 mei 2014 betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten voor 2014 (PB L 165 van 4.6.2014, blz. 49).

(3)  Aanbeveling van de Raad van 8 juli 2014 over het nationale hervormingsprogramma 2014 van Denemarken en met een advies van de Raad over het convergentieprogramma 2014 van Denemarken (PB C 247 van 29.7.2014, blz. 17).

(4)  Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden (PB L 306 van 23.11.2011, blz. 25).

(5)  Uit hoofde van artikel 9, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1466/97.


18.8.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 272/39


AANBEVELING VAN DE RAAD

van 14 juli 2015

over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Estland en met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2015 van Estland

(2015/C 272/11)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121, lid 2, en artikel 148, lid 4,

Gezien Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid (1), en met name artikel 5, lid 2,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Gezien de resoluties van het Europees Parlement,

Gezien de conclusies van de Europese Raad,

Gezien het advies van het Comité voor de werkgelegenheid,

Gezien het advies van het Economisch en Financieel Comité,

Gezien het advies van het Comité voor sociale bescherming,

Gezien het advies van het Comité voor de economische politiek,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 26 maart 2010 heeft de Europese Raad zijn goedkeuring gehecht aan het voorstel van de Commissie voor een nieuwe groei- en werkgelegenheidsstrategie. Deze Europa 2020-strategie berust op een versterkte coördinatie van het economische beleid en spitst zich toe op de sleutelgebieden waarop Europa's potentieel voor duurzame groei en concurrentievermogen een krachtige impuls nodig heeft.

(2)

Op voorstel van de Commissie heeft de Raad op 14 juli 2015 een aanbeveling inzake de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en de Unie vastgesteld, en op 21 oktober 2010 heeft hij een besluit betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten (2) vastgesteld, die samen de „geïntegreerde richtsnoeren” vormen. De lidstaten werd verzocht in hun nationaal economisch en werkgelegenheidsbeleid met de geïntegreerde richtsnoeren rekening te houden.

(3)

Op 8 juli 2014 heeft de Raad een aanbeveling (3) over het nationale hervormingsprogramma voor 2014 van Estland vastgesteld en een advies over het geactualiseerde stabiliteitsprogramma van Estland voor 2014 uitgebracht. In overeenstemming met Verordening (EU) nr. 473/2013 van het Europees Parlement en de Raad (4) heeft de Commissie op 28 november 2014 haar advies over het ontwerpbegrotingsplan van Estland voor 2015 gepresenteerd.

(4)

Op 28 november 2014 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan de jaarlijkse groeianalyse en daarmee de aanzet gegeven tot het Europees semester 2015 voor coördinatie van het economisch beleid. Tevens heeft de Commissie op die datum op grond van Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad (5) het waarschuwingsmechanismeverslag aangenomen, waarin Estland niet werd genoemd als een van de lidstaten die aan een diepgaande evaluatie zouden worden onderworpen.

(5)

Op 18 december 2014 heeft de Europese Raad de volgende prioriteiten goedgekeurd: investeringen stimuleren, structurele hervormingen intensiveren en een verantwoorde, groeivriendelijke begrotingsconsolidatie nastreven.

(6)

Op 26 februari 2015 heeft de Commissie haar landenverslag 2015 voor Estland gepubliceerd. Daarin worden de vorderingen beoordeeld die Estland bij de tenuitvoerlegging van de op 8 juli 2014 vastgestelde landspecifieke aanbevelingen heeft gemaakt.

(7)

Estland heeft niet binnen de termijn een nationaal hervormingsprogramma ingediend.

(8)

Estland valt momenteel onder het preventieve deel van het stabiliteits- en groeipact. De nieuwe Estse regering heeft niet binnen de termijn een stabiliteitsprogramma ingediend. Op basis van de voorjaarsprognoses 2015 van de Commissie wordt verwacht dat het in 2014 geboekte nominale overschot zal omslaan in een tekort van 0,2 % van het bbp in 2015 en 0,1 % van het bbp in 2016. De overheidsschuldquote zal naar verwachting geleidelijk afnemen van ongeveer 10,6 % van het bbp in 2014 tot minder dan 10 % van het bbp in 2016. Volgens de voorjaarsprognoses 2015 van de Commissie bestaat er een risico dat er zich in 2015 een zekere afwijking van de middellangetermijndoelstelling zal voordoen, aangezien het structurele saldo naar verwachting met 0,4 % van het bbp van de middellangetermijndoelstelling zal afwijken. In 2016 zal de afwijking significant worden, aangezien dan een verbetering van 0,4 % van het bbp vereist is, terwijl de verwachting is dat het structurele saldo tot 0,3 % van het bbp zal afnemen. Daarom zullen in 2015 en 2016 verdere maatregelen moeten worden genomen. Op basis van zijn beoordeling en rekening houdend met de voorjaarsprognose 2015 van de Commissie is de Raad van mening dat er een kans bestaat dat Estland niet aan de bepalingen van het stabiliteits- en groeipact zal voldoen.

(9)

De arbeidsparticipatie bedroeg in het derde kwartaal van 2014 in Estland 74,5 % van de beroepsbevolking en de werkloosheid daalde tot 7,6 %, het laagste percentage sinds 2009. Het percentage langdurig werklozen ligt ruim onder het EU-gemiddelde. De krimpende beroepsbevolking wordt in combinatie met de lage arbeidsproductiviteit op de middellange tot lange termijn een probleem. Met de tenuitvoerlegging van de ambitieuze hervorming van de arbeidscapaciteit is pas kort geleden een begin gemaakt. Om de arbeidsparticipatie te vergroten is weliswaar een aantal fiscale maatregelen ingevoerd, maar deze zijn niet specifiek gericht op mensen met een laag inkomen. Het verschil in beloning tussen mannen en vrouwen behoort tot de grootste in de Unie. Door de ontoereikende kinderopvangfaciliteiten is het voor jonge ouders, met name jonge moeders, moeilijk om terug te keren op de arbeidsmarkt. Slechts weinig studenten vinden een stageplaats. Er is een tekort aan afgestudeerden op het gebied van wetenschap en technologie. De kwaliteit van door plaatselijke overheden geboden sociale dienstverlening loopt sterk uiteen.

(10)

De regering heeft begin 2014 een strategie voor een leven lang leren goedgekeurd en in maart 2015 programma's ter uitvoering daarvan gepresenteerd. De leerprogramma's in beroepsonderwijs en beroepsopleiding worden momenteel hervormd en de participatiegraad op het gebied van een leven lang leren neemt toe. Het parlement heeft begin 2015 een wet inzake volwassenenonderwijs en een wet inzake beroepen vastgesteld. Het blijft een uitdaging om het beroepsonderwijs, de beroepsopleiding en het leerlingwezen voldoende aantrekkelijk te maken. Verbetering is geconstateerd wat betreft de stelsels voor onderzoek en innovatie en de samenwerking tussen het bedrijfsleven, het hoger onderwijs en de onderzoeksinstellingen. De ondersteuning door de overheid van onderzoek en innovatie, in het kader van de strategie voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (RDI) en de groeistrategie voor ondernemerschap, lijkt echter slecht gecoördineerd en moet worden toegespitst op een beperkt aantal slimmespecialisatiegebieden. Het hogeronderwijsstelsel moet, met name wat wetenschap en technologie betreft, beter worden afgestemd op de behoeften van het bedrijfsleven en de onderzoeksinstellingen. Er wordt weinig geïnvesteerd in intellectuele eigendom en de samenwerking tussen bedrijven en onderzoeksinstellingen is onvoldoende.

(11)

In de context van het Europees semester heeft de Commissie een brede analyse van het economische beleid van Estland verricht. Deze analyse is gepubliceerd in het landenverslag 2015. Voorts heeft de Commissie onderzocht welk gevolg is gegeven aan de aanbevelingen die in eerdere jaren tot Estland zijn gericht. Daarbij heeft zij niet alleen gekeken naar de relevantie ervan voor een houdbaar budgettair en sociaaleconomisch beleid in Estland, maar is zij ook nagegaan of de EU-regels en -richtsnoeren in acht zijn genomen, gezien de noodzaak de algehele economische governance van de Unie te versterken door middel van een inbreng op EU-niveau in toekomstige nationale besluiten. De aanbevelingen in het kader van het Europees semester worden in de onderstaande aanbevelingen 1 tot en met 3 weergegeven.

(12)

In het licht van deze beoordeling heeft de Raad het stabiliteitsprogramma onderzocht en zijn advies (6) daarover is met name in de onderstaande aanbeveling 1 weergegeven.

(13)

In de context van het Europees semester heeft de Commissie tevens een analyse van het economisch beleid van de eurozone als geheel verricht. Op basis hiervan heeft de Raad specifieke aanbevelingen gericht tot de lidstaten die de euro als munt hebben (7). Als land dat de euro als munt heeft, dient Estland er ook voor te zorgen dat aan die aanbevelingen volledig en tijdig uitvoering wordt gegeven,

BEVEELT AAN dat Estland in 2015 en 2016 de volgende actie onderneemt:

1.

Vermijden dat in 2015 en 2016 van de begrotingsdoelstelling op middellange termijn wordt afgeweken.

2.

De arbeidsparticipatie vergroten door middel van onder meer de hervorming van de arbeidscapaciteit. Meer arbeidsprikkels geven door middel van maatregelen die op mensen met een lager inkomen zijn gericht. Maatregelen nemen om het verschil in beloning tussen mannen en vrouwen te verkleinen. Op plaatselijk niveau zorgen voor hoogwaardige sociale dienstverlening en beschikbaarheid van kinderopvangfaciliteiten.

3.

De participatie in beroepsonderwijs en beroepsopleiding bevorderen en de relevantie daarvan voor de arbeidsmarkt versterken, in het bijzonder door de beschikbaarheid van leerlingplaatsen te verbeteren. De overheidssteun voor onderzoek en innovatie concentreren op de gecoördineerde uitvoering van het beperkt aantal slimmespecialisatiegebieden.

Gedaan te Brussel, 14 juli 2015.

Voor de Raad

De voorzitter

P. GRAMEGNA


(1)  PB L 209 van 2.8.1997, blz. 1.

(2)  Gehandhaafd bij Besluit 2014/322/EU van de Raad van 6 mei 2014 betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten voor 2014 (PB L 165 van 4.6.2014, blz. 49).

(3)  Aanbeveling van de Raad van 8 juli 2014 over het nationale hervormingsprogramma 2014 van Estland en met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma van Estland (PB C 247 van 29.7.2014, blz. 25).

(4)  Verordening (EU) nr. 473/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende gemeenschappelijke voorschriften voor het monitoren en beoordelen van ontwerpbegrotingsplannen en voor het garanderen van de correctie van buitensporige tekorten van de lidstaten van de eurozone (PB L 140 van 27.5.2013, blz. 11).

(5)  Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden (PB L 306 van 23.11.2011, blz. 25).

(6)  Uit hoofde van artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1466/97.

(7)  PB C 272 van 18.8.2015, blz. 98


18.8.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 272/42


AANBEVELING VAN DE RAAD

van 14 juli 2015

over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Ierland met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2015 van Ierland

(2015/C 272/12)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121, lid 2, en artikel 148, lid 4,

Gezien Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid (1), en met name artikel 5, lid 2,

Gezien Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden (2), en met name artikel 6, lid 1,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Gezien de resoluties van het Europees Parlement,

Gezien de conclusies van de Europese Raad,

Gezien het advies van het Comité voor de werkgelegenheid,

Gezien het advies van het Economisch en Financieel Comité,

Gezien het advies van het Comité voor sociale bescherming,

Gezien het advies van het Comité voor de economische politiek,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 26 maart 2010 heeft de Europese Raad zijn goedkeuring gehecht aan het voorstel van de Commissie voor een nieuwe groei- en werkgelegenheidsstrategie. Deze Europa 2020-strategie berust op een versterkte coördinatie van het economische beleid en spitst zich toe op de sleutelgebieden waarop Europa's potentieel voor duurzame groei en concurrentievermogen een krachtige impuls nodig heeft.

(2)

Op voorstel van de Commissie heeft de Raad op 14 juli 2015 een aanbeveling inzake de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en de Unie vastgesteld, en op 21 oktober 2010 heeft hij een besluit betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten (3) vastgesteld, die samen de „geïntegreerde richtsnoeren” vormen. De lidstaten werd verzocht in hun nationaal economisch en werkgelegenheidsbeleid met de geïntegreerde richtsnoeren rekening te houden.

(3)

Op 8 juli 2014 heeft de Raad een aanbeveling (4) over het nationale hervormingsprogramma voor 2014 van Ierland vastgesteld en een advies over het geactualiseerde stabiliteitsprogramma van Ierland voor 2014 uitgebracht. In overeenstemming met Verordening (EU) nr. 473/2013 van het Europees Parlement en de Raad (5) heeft de Commissie op 28 november 2014 haar advies over het ontwerpbegrotingsplan voor 2015 van Ierland gepresenteerd.

(4)

Op 28 november 2014 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan de jaarlijkse groeianalyse en daarmee de aanzet gegeven tot het Europees semester 2015 voor coördinatie van het economisch beleid. Tevens heeft de Commissie op die datum op grond van Verordening (EU) nr. 1176/2011 het waarschuwingsmechanismeverslag aangenomen, waarin Ierland werd genoemd als een van de lidstaten die aan een diepgaande evaluatie zouden worden onderworpen.

(5)

Op 18 december 2014 heeft de Europese Raad de volgende prioriteiten goedgekeurd: stimuleren van investeringen, intensiveren van structurele hervormingen en nastreven van een verantwoorde, groeivriendelijke begrotingsconsolidatie.

(6)

Op 26 februari 2015 heeft de Commissie haar landenverslag 2015 voor Ierland gepubliceerd. In het landenverslag worden de vorderingen beoordeeld die Ierland bij de tenuitvoerlegging van de op 8 juli 2014 vastgestelde landenspecifieke aanbevelingen heeft gemaakt. Het landenverslag bevat ook de resultaten van de diepgaande evaluatie die op grond van artikel 5 van Verordening (EU) nr. 1176/2011 is uitgevoerd. Op basis van haar analyse concludeert de Commissie dat Ierland wordt geconfronteerd met macro-economische onevenwichtigheden die krachtige beleidsmaatregelen en specifieke monitoring vereisen. Ierland heeft het EU-IMF-programma voor financiële bijstand in 2013 voltooid en is thans onderworpen aan postprogrammatoezicht en aan toezicht in het kader van het Europees semester. Ondanks een opmerkelijke verbetering van de economische vooruitzichten, blijven sommige risico's bijzondere aandacht verdienen: de hoge schuldenlast van de particuliere en de openbare sector, de overblijvende problemen in de financiële sector, met name in verband met de winstgevendheid van de banken, en de arbeidsmarktaanpassing die door een hoge structurele werkloosheid wordt gekenmerkt.

(7)

Op 29 april 2015 heeft Ierland zijn nationale hervormingsprogramma 2015 ingediend en op 30 april 2015 zijn stabiliteitsprogramma 2015. Om met de onderlinge verbanden tussen beide programma's rekening te houden, zijn deze tegelijkertijd geëvalueerd.

(8)

Ierland valt momenteel onder het corrigerende deel van het stabiliteits- en groeipact. Volgens haar stabiliteitsprogramma 2015 is de regering van plan om het buitensporig tekort uiterlijk in 2015 te corrigeren, in overeenstemming met de door de Raad vastgestelde termijn. Daarna denkt zij de middellangetermijndoelstelling — een begroting die structureel in evenwicht is — in 2019 te behalen. De regering heeft zich voorgenomen om het nominale tekort te reduceren tot 2,3 % van het bbp in 2015 en het tekort in 2019 om te zetten in een overschot van 0,7 % van het bbp. Volgens het stabiliteitsprogramma zal de overheidsschuldquote van 109,7 % van het bbp in 2014 worden teruggedrongen tot 105,0 % van het bbp in 2015, en daarna geleidelijk worden verminderd tot 89,4 % van het bbp in 2019. Het macro-economische scenario dat aan deze begrotingsprognoses ten grondslag ligt, is voor 2015 optimistisch en voor 2016 plausibel. Op basis van de voorjaarsprognoses 2015 van de Commissie wordt verwacht dat het buitensporig tekort tegen 2015 tijdig en duurzaam zal zijn gecorrigeerd. Naar verwachting zal de begrotingsinspanning voor de periode 2011-2015 achterblijven bij de aanbevolen inspanning, maar het aantal discretionaire maatregelen die tijdens het programma en daarna zijn genomen, is in overeenstemming met hetgeen vereist was. Uitgaande van een tijdige en duurzame correctie van het buitensporig tekort zoals gepland, zal Ierland vanaf 2016 aan het preventieve deel van het pact worden onderworpen. De maatregelen om vanaf 2016 de geplande tekortdoelstellingen en de vooruitgang in de richting van de middellangetermijndoelstelling te ondersteunen, zijn niet voldoende gespecificeerd. Er lijkt daarom in het licht van de voorjaarsprognoses 2015 van de Commissie een gevaar te bestaan dat in 2016 aanzienlijk zal worden afgeweken van de voorgeschreven aanpassing in de richting van de middellangetermijndoelstelling en er zullen dat jaar extra structurele maatregelen nodig zijn. Op basis van zijn beoordeling van het stabiliteitsprogramma en rekening houdend met de voorjaarsprognoses 2015 van de Commissie is de Raad van mening dat er kans bestaat dat Ierland niet aan de bepalingen van het stabiliteits- en groeipact zal voldoen.

(9)

Belastinghervormingen hebben bijgedragen tot budgettaire aanpassingen, maar er is meer ruimte om verstoringen te beperken, de efficiëntie van het belastingstelsel te verhogen en het groeibevorderende en milieuvriendelijke karakter ervan te verbeteren. De belasting op vastgoed is vervangen door een periodieke belasting, maar de grondslag is nog steeds betrekkelijk smal omdat bepaald zakelijk vastgoed buiten de belastingregeling valt. De belasting op arbeid is ingewikkeld vanwege de complexe sociale bijdragen. De belastinggrondslagen voor verbruiks- en milieubelastingen worden beperkt door verlaagde tarieven en vrijstellingen. Het btw-stelsel is door de toepassing van het nultarief en verlaagde tarieven minder efficiënt dan het EU-gemiddelde en deze belastingfaciliteiten lijken niet systematisch te worden geëvalueerd. Er is ruimte om de doelmatigheid van milieubelastinginstrumenten te verbeteren en milieuschadelijke subsidies af te schaffen. De recente wijzigingen van de regels inzake de belastingresidentie zijn een goede zaak, ook al zal het tijd vergen voor het effect ervan kan worden beoordeeld. De voorbije jaren zijn belangrijke hervormingen van het begrotingskader doorgevoerd. Nieuwe regels en procedures, in het bijzonder het uitgavenkader voor de middellange termijn, moeten voorkomen dat een procyclisch begrotingsbeleid wordt gevoerd en zijn van cruciaal belang voor de houdbaarheid van de begroting. Volgens de huidige regels heeft de regering echter een ruime discretionaire bevoegdheid om de uitgavenplafonds te wijzigen die niet beperkt is tot de vooraf vastgelegde onvoorziene uitgaven, wat de begrotingsplannen op middellange termijn verzwakt.

(10)

De overheidsuitgaven voor de gezondheidszorg zijn relatief hoog, hoewel de indicatoren voor de gezondheidstoestand van de bevolking over het algemeen niet gunstiger zijn dan in de rest van de EU. De laatste jaren zijn efficiëntiewinsten geboekt, maar er zijn diepgaandere structurele hervormingen van het gezondheidsstelsel nodig om, in het licht van de vergrijzing, de verwachte stijging van de kosten te beteugelen en de goede gezondheidsresultaten te behouden. Ierland is van plan om op middellange termijn een enkelvoudige universele ziektekostenverzekering in te voeren en is bezig met hervormingen in het kader van de Future Health-strategie. Momenteel worden tussentijdse stappen genomen met het oog op de introductie van een universele ziektekostenverzekering om een aantal dringende problemen aan te pakken en de kosteneffectiviteit te verbeteren. Het daadwerkelijk introduceren van e-gezondheidsinstrumenten, op activiteiten gebaseerde financiering en betere voorschrijfpraktijken bieden belangrijke mogelijkheden om de kosteneffectiviteit te verbeteren. Daarnaast blijft er ruimte om de overheidsuitgaven voor geneesmiddelen (met name geoctrooieerde geneesmiddelen), die ruim boven het EU-gemiddelde liggen, te verminderen.

(11)

Het percentage mensen die in huishoudens met een lage arbeidsintensiteit leven, behoort tot de hoogste in de Unie. Dit brengt ernstige maatschappelijke problemen teweeg en vergroot het risico op kinderarmoede. Omdat de lage arbeidsintensiteit vooral eenoudergezinnen treft, is het aandeel van kinderen in een huishouden met een lage arbeidsintensiteit bijna drie keer zo hoog als het EU-gemiddelde. Er is enige vooruitgang geboekt bij het wegwerken van werkloosheidsvallen door de uitvoering van bepaalde sociale uitkeringen te wijzigen. Desondanks blijft de toegang tot voltijdse kinderopvang beperkt en duur, wat voor vrouwen en alleenstaande ouders een belemmering vormt om aan de arbeidsmarkt deel te nemen.

(12)

Door het gunstigere macro-economische klimaat is de algemene situatie van kmo's verbeterd, maar hun financiële positie loopt zeer sterk uiteen. Een relatief klein aantal ervan kampt nog met problemen uit het verleden en de noodzakelijke verdere schuldafbouw in de sector geldt vooral voor deze bedrijven. De kredietvraag vertoont ook tekenen van herstel. Kmo's blijven voor hun investeringen sterk afhankelijk van bankfinanciering, en niet-bancaire financieringsbronnen zijn betrekkelijk onderontwikkeld. Nu het herstel aan kracht wint en de binnenlandse vraag aantrekt, bestaat er een risico dat de aanbodbeperkingen weer toenemen, tenzij de kredietkanalen op een behoorlijke wijze worden hersteld en de financieringsbronnen worden gediversifieerd, hetgeen cruciaal is voor de investeringen en de groeivooruitzichten. Er zijn belangrijke beleidsinitiatieven genomen om de toegang tot financiering voor kmo's te stimuleren en om nieuwe producten met een langere looptijd aan te bieden. Het gaat onder meer om de oprichting van de Strategic Banking Corporation of Ireland (SBCI), het Ireland Strategic Investment Fund (ISIF) en andere regelingen. Van sommige van deze regelingen, die zich nog in het beginstadium bevinden, is tot op heden echter niet vaak gebruikgemaakt en de doeltreffendheid en het effect van de SBCI en het ISIF zullen pas op basis van opgedane ervaringen kunnen worden beoordeeld.

(13)

Ierland heeft goede vorderingen gemaakt met de herstructurering, inkrimping en herkapitalisatie van zijn nationale banken. De financieringsprofielen van de banken zijn weer genormaliseerd en hun winstgevendheid blijft toenemen. De problemen uit het verleden blijven echter een struikelblok vormen. Het grote aantal oninbare leningen neemt maar langzaam af en trekt nog steeds een wissel op het vermogen van de banken om het economisch herstel te ondersteunen. Deze kredieten maakten in het vierde kwartaal van 2014 23,2 % van de totale kredieten bij de drie grootste nationale banken uit, wat een van hoogste percentages in de Unie is. Hoewel de banken nog steeds voldoen aan hun doelstellingen inzake achterstallige hypotheken, blijft het aantal leningen met de grootste betalingsachterstand (meer dan 720 dagen) toenemen en zijn deze in het vierde kwartaal van 2014 tot 9,8 % van het totale aantal leningen gestegen. Er wordt vooruitgang geboekt bij het uitvoeren van duurzame herstructureringsoplossingen: in april heeft de Ierse centrale bank de banken verplicht om vóór eind 2015 voor de overgrote meerderheid van de kredietnemers oplossingen te vinden. De banken hebben echter in veel gevallen de gebruikelijke terughoudende aanpak gevolgd, waarbij aflossingen van de hoofdsom en rentebetalingen veeleer worden herschikt dan verlaagd. Daarnaast blijven de banken ook sterk leunen op juridische procedures om cliënten met een betalingsachterstand ertoe aan te zetten hun verplichtingen na te komen. De geplande invoering van een centraal kredietregister vordert maar traag, hoewel dit essentieel is om het toezicht, de kredietaanvaarding en het risicobeheer te verbeteren.

(14)

De situatie op de arbeidsmarkt is sinds 2013 verbeterd — er worden weer banen gecreëerd in de particuliere sector en de werkloosheid daalt gestaag. Het werkloosheidspeil is desondanks nog altijd hoog en de langdurige werkloosheid blijft een groot probleem. Het risico bestaat dat een deel van de cyclische werkloosheid structureel wordt, aangezien er bij het herstel van het evenwicht in de economie een discrepantie tussen de gevraagde en de aangeboden vaardigheden is gebleken. De jeugdwerkloosheid is nog steeds veel hoger dan in de periode vóór de crisis. De voorbije jaren zijn aanzienlijke vorderingen gemaakt met hervormingen van het activeringsbeleid, maar er blijft nog enige onzekerheid bestaan over de doeltreffendheid van het huidige activeringsbeleid en de huidige opleidingsprogramma's en over het vermogen van de diensten voor arbeidsvoorziening om op de vereiste schaal te presteren. Het onlangs gelanceerde Job Path-initiatief is een positieve ontwikkeling, maar de doeltreffendheid ervan zal moeten worden getest. In het verleden kon het stelsel voor voortgezet onderwijs en beroepsopleidingen niet de vaardigheden aanbieden waar in de weer in evenwicht gebrachte economie vraag naar is en er is pas onlangs gestart met de hervorming van het stelsel.

(15)

De kosten voor juridische diensten blijven hoog en moeten nog steeds worden aangepast aan die van andere professionele diensten. Deze aanpassing is belangrijk omdat in alle economische sectoren een beroep wordt gedaan op juridische diensten en de kosten ervan invloed hebben op het concurrentievermogen van Ierland. De hervorming van het regelgevingskader voor de juridische beroepen met het oog op een grotere concurrentie en lagere kosten is een langdurig project waartoe de autoriteiten zich hebben verbonden. De in 2011 gepubliceerde wet tot regeling van juridische diensten (Legal Services Regulation Bill), is echter nog niet aangenomen. Bovendien kunnen de kosten enkel daadwerkelijk worden verlaagd als de concurrentiebevorderende en kostenverlagende bepalingen van het geplande regelgevingskader worden behouden en worden opgenomen in de regelgeving die de binnenkort op te richten regelgevende autoriteit voor juridische dienstverlening (Legal Services Regulatory Authority) zal opstellen. Daarom zal de Commissie in het kader van het Europees semester de voortgang op dit gebied blijven volgen.

(16)

In de context van het Europees semester heeft de Commissie een brede analyse van het economische beleid van Ierland verricht. Deze analyse is gepubliceerd in het landenverslag 2015. Voorts heeft de Commissie zowel het stabiliteitsprogramma als het nationale hervormingsprogramma doorgelicht en onderzocht welk gevolg is gegeven aan de aanbevelingen die in eerdere jaren tot Ierland zijn gericht. Daarbij heeft zij niet alleen gekeken naar de relevantie ervan voor een houdbaar budgettair en sociaaleconomisch beleid in Ierland, maar is zij ook nagegaan of de EU-regels en -richtsnoeren in acht zijn genomen, gezien de noodzaak de algehele economische governance van de Unie te versterken door middel van een inbreng op EU-niveau in toekomstige nationale besluiten. De aanbevelingen in het kader van het Europees semester worden in de onderstaande aanbevelingen 1 tot en met 4 weergegeven.

(17)

In het licht van deze beoordeling heeft de Raad het stabiliteitsprogramma onderzocht en zijn advies (6) daarover is met name in de onderstaande aanbevelingen 1 en 2 weergegeven.

(18)

In het licht van de diepgaande evaluatie van de Commissie en deze beoordeling heeft de Raad het nationale hervormingsprogramma en het stabiliteitsprogramma onderzocht. Zijn aanbevelingen op grond van artikel 6 van Verordening (EU) nr. 1176/2011 zijn in de onderstaande aanbevelingen 1 en 4 weergegeven.

(19)

In de context van het Europees semester heeft de Commissie tevens een analyse van het economische beleid van de eurozone als geheel verricht. Op basis hiervan heeft de Raad specifieke aanbevelingen gericht tot de lidstaten die de euro als munt hebben (7). Als land dat de euro als munt heeft, dient Ierland er ook voor te zorgen dat aan deze aanbevelingen volledig en tijdig uitvoering wordt gegeven,

BEVEELT AAN dat Ierland in 2015 en 2016 de volgende actie onderneemt:

1.

In 2015 voor een duurzame correctie van het buitensporig tekort zorgen. In 2016 een budgettaire herziening van 0,6 % van het bbp in de richting van de begrotingsdoelstelling op middellange termijn bereiken. Meevallers als gevolg van de beter dan verwachte economische en financiële situatie gebruiken om het tekort en de schuld sneller te reduceren. De bestaande discretionaire bevoegdheid om de uitgavenplafonds te wijzigen, die niet beperkt blijft tot de specifieke en vooraf vastgelegde onvoorziene uitgaven, reduceren. De belastinggrondslag verbreden en de belastingfaciliteiten, onder meer op de belasting over de toegevoegde waarde, herzien.

2.

Maatregelen nemen om de kosteneffectiviteit van de gezondheidszorg te verhogen, onder meer door de uitgaven voor geoctrooieerde geneesmiddelen te verlagen en geleidelijk betere voorschrijfpraktijken toe te passen. In het hele stelsel van openbare ziekenhuizen op activiteiten gebaseerde financiering introduceren.

3.

Stappen ondernemen om de arbeidsintensiteit van huishoudens te verhogen en het armoederisico voor kinderen te bestrijden door de geleidelijke opheffing van uitkeringen en toeslagen in geval van herintreding op de arbeidsmarkt en door een betere toegang tot betaalbare voltijdse kinderopvang.

4.

Tegen eind 2015 duurzame oplossingen tot stand brengen voor de herstructurering van het grootste deel van de achterstanden bij de aflossing van hypotheekleningen en de toezichtprocedures van de Ierse centrale bank verscherpen. Ervoor zorgen dat de herstructureringsoplossingen voor leningen aan noodlijdende kmo's en resterende leningen voor commercieel vastgoed houdbaar zijn door de prestaties van de banken verder op basis van de eigen doelstellingen te beoordelen. De nodige maatregelen nemen om te waarborgen dat tegen 2016 een centraal kredietregister operationeel is.

Gedaan te Brussel, 14 juli 2015.

Voor de Raad

De voorzitter

P. GRAMEGNA


(1)  PB L 209 van 2.8.1997, blz. 1.

(2)  PB L 306 van 23.11.2011, blz. 25.

(3)  Gehandhaafd bij Besluit 2014/322/EU van de Raad van 6 mei 2014 betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten voor 2014 (PB L 165 van 4.6.2014, blz. 49).

(4)  Aanbeveling van de Raad van 8 juli 2014 over het nationale hervormingsprogramma 2014 van Ierland met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2014 van Ierland (PB C 247 van 29.7.2014, blz. 29).

(5)  Verordening (EU) nr. 473/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende gemeenschappelijke voorschriften voor het monitoren en beoordelen van ontwerpbegrotingsplannen en voor het garanderen van de correctie van buitensporige tekorten van de lidstaten van de eurozone (PB L 140 van 27.5.2013, blz. 11).

(6)  Uit hoofde van artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1466/97.

(7)  PB C 272 van 18.8.2015, blz. 98


18.8.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 272/46


AANBEVELING VAN DE RAAD

van 14 juli 2015

over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Spanje, met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2015 van Spanje

(2015/C 272/13)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121, lid 2, en artikel 148, lid 4,

Gezien Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid (1), en met name artikel 5, lid 2,

Gezien Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden (2), en met name artikel 6, lid 1,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Gezien de resoluties van het Europees Parlement,

Gezien de conclusies van de Europese Raad,

Gezien het advies van het Comité voor de werkgelegenheid,

Gezien het advies van het Economisch en Financieel Comité,

Gezien het advies van het Comité voor sociale bescherming,

Gezien het advies van het Comité voor de economische politiek,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 26 maart 2010 heeft de Europese Raad zijn goedkeuring gehecht aan het voorstel van de Commissie voor een nieuwe groei- en werkgelegenheidsstrategie. Deze Europa 2020-strategie berust op een versterkte coördinatie van het economische beleid en spitst zich toe op de sleutelgebieden waarop Europa's potentieel voor duurzame groei en concurrentievermogen een krachtige impuls nodig heeft.

(2)

Op voorstel van de Commissie heeft de Raad op 14 juli 2015 een aanbeveling inzake de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en de Unie vastgesteld, en op 21 oktober 2010 heeft hij een besluit betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten (3) vastgesteld, die samen de „geïntegreerde richtsnoeren” vormen. De lidstaten werd verzocht in hun nationaal economisch en werkgelegenheidsbeleid met de geïntegreerde richtsnoeren rekening te houden.

(3)

Op 8 juli 2014 heeft de Raad een aanbeveling (4) over het nationale hervormingsprogramma 2014 van Spanje vastgesteld en een advies over het geactualiseerde stabiliteitsprogramma 2014 van Spanje uitgebracht. In overeenstemming met Verordening (EU) nr. 473/2013 van het Europees Parlement en de Raad (5) heeft de Commissie op 28 november 2014 haar advies over het ontwerpbegrotingsplan voor 2015 van Spanje gepresenteerd.

(4)

Op 28 november 2014 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan de jaarlijkse groeianalyse en daarmee de aanzet gegeven tot het Europees semester 2015 voor coördinatie van het economisch beleid. Tevens heeft de Commissie op die datum op grond van Verordening (EU) nr. 1176/2011 het waarschuwingsmechanismeverslag aangenomen, waarin Spanje werd genoemd als een van de lidstaten die aan een diepgaande evaluatie zouden worden onderworpen.

(5)

Op 18 december 2014 heeft de Europese Raad de volgende prioriteiten goedgekeurd: stimuleren van investeringen, intensiveren van structurele hervormingen en nastreven van een verantwoorde, groeivriendelijke begrotingsconsolidatie.

(6)

Op 26 februari 2015 heeft de Commissie haar landenverslag 2015 voor Spanje gepubliceerd. In dit landenverslag worden de vorderingen beoordeeld die Spanje bij de tenuitvoerlegging van de op 8 juli 2014 vastgestelde landenspecifieke aanbevelingen heeft gemaakt. Het landenverslag bevat ook de resultaten van de diepgaande evaluatie die op grond van artikel 5 van Verordening (EU) nr. 1176/2011 is uitgevoerd. Op basis van haar analyse concludeert de Commissie dat Spanje wordt geconfronteerd met macro-economische onevenwichtigheden die krachtige beleidsmaatregelen en specifieke monitoring vereisen. Hoewel er enige verbetering merkbaar is wat de herbalancering van de lopende rekening betreft en er in de afgelopen jaren belangrijke inspanningen zijn geleverd om de schuld af te bouwen, blijven met name de risico's verbonden aan de hoge schuldenlast van de particuliere en de openbare sector, alsook aan de grote negatieve internationale netto-investeringspositie bijzondere aandacht verdienen tegen de achtergrond van een zeer hoge werkloosheid. Het is vooral belangrijk dat actie wordt ondernomen om het risico van negatieve effecten op de Spaanse economie en, gezien de omvang ervan, van negatieve overloopeffecten op de economische en monetaire unie te beperken.

(7)

Op 30 april 2015 heeft Spanje zijn nationale hervormingsprogramma 2015 en zijn stabiliteitsprogramma 2015 ingediend. Om met de onderlinge verbanden tussen beide programma's rekening te houden, zijn deze tegelijkertijd geëvalueerd.

(8)

Spanje valt momenteel onder het corrigerende deel van het stabiliteits- en groeipact. In haar stabiliteitsprogramma 2015 is de regering van plan de BTP-streefcijfers voor het nominale tekort van 4,2 % van het bbp te halen in 2015 en dat van 2,8 % van het bbp in 2016. Zij denkt de middellangetermijndoelstelling van een begrotingssituatie die structureel in evenwicht is in 2019 te bereiken. Volgens het stabiliteitsprogramma zal de overheidsschuldquote in 2015 naar verwachting een piek bereiken van 98,9 % om geleidelijk te dalen tot 93,2 % in 2018. Het macro-economische scenario dat aan deze begrotingsprognoses ten grondslag ligt is voor 2015 plausibel en voor de jaren daarna optimistisch. Op basis van de voorjaarsprognoses 2015 van de Commissie wordt voor 2015 en 2016 een tekort verwacht van respectievelijk 4,5 % en 3,5 %. Er bestaat derhalve een risico dat de doelstellingen voor het nominale tekort voor 2015 en 2016 niet worden gehaald. Bovendien wordt verwacht dat de voorgenomen begrotingsinspanning van Spanje in de periode 2013-2016 achterblijft bij het aanbevolen niveau, en dat in 2015 en 2016 verdere structurele maatregelen nodig zullen zijn. Op basis van zijn beoordeling van het stabiliteitsprogramma en rekening houdend met de voorjaarsprognoses 2015 van de Commissie is de Raad van mening dat er kans bestaat dat Spanje niet aan de bepalingen van het stabiliteits- en groeipact zal voldoen. Spanje heeft enige vooruitgang geboekt met het wegwerken van de betalingsachterstanden van de overheid bij de particuliere sector. In 2014 zijn er ook enige vorderingen gemaakt met het uitwerken van voorstellen om de uitgaven voor gezondheidszorg en onderwijs en de sociale uitgaven op regionaal niveau te rationaliseren, hoewel deze voorstellen niet definitief zijn goedgekeurd. Wel is op 28 mei 2015 wetgeving aangenomen ter invoering van een uitgavenregel voor de uitgaven van de regio's op het gebied van geneesmiddelen en gezondheidszorg.

(9)

De implementatie van de in de organieke wet inzake begrotingsstabiliteit en financiële stabiliteit vastgelegde preventieve, corrigerende en handhavingsmaatregelen vordert traag. De kosteneffectiviteit van de gezondheidszorg is verbeterd, maar het blijft van het grootste belang dat de stijging van de uitgaven voor geneesmiddelen in toom wordt gehouden en met name dat toezicht wordt gehouden op de geneesmiddelenuitgaven in ziekenhuizen. Het tekort in het elektriciteitssysteem is vanaf 2014 weggewerkt en het probleem van de insolvente tolwegen is aangepakt, waardoor de kosten voor de overheid zijn afgenomen. Spanje heeft echter geen mechanisme in het leven geroepen waarmee toekomstige grote infrastructuurprojecten onafhankelijk kunnen worden beoordeeld. Tot slot is er, hoewel de beschikbaarheid van gegevens over de uitvoering van de begroting aanzienlijk is toegenomen, ruimte voor verbetering op regionaal niveau door ervoor te zorgen dat het in de wet inzake begrotingsstabiliteit vastgelegde beginsel betreffende transparantie en meerjarigheid in acht wordt genomen, regels in de overheidsboekhouding op elkaar worden afgestemd en extrabudgettaire rekeningen op de juiste manier worden gebruikt.

(10)

Op belastinggebied werd enige vooruitgang geboekt; er werd een uitvoerige belastinghervorming doorgevoerd om het belastingstelsel te vereenvoudigen en sterker te richten op groei en de schepping van banen. Op 20 november 2014 werd een hervorming van zowel de inkomstenbelasting als de vennootschapsbelasting goedgekeurd, die in januari 2015 van kracht zou worden. Verder werden enige vorderingen gemaakt met de strijd tegen de belastingvlucht, maar op het gebied van de milieubelastingen viel slechts beperkte vooruitgang te bespeuren. De herstructurering van de Spaanse banksector, en met name van banken die staatssteun hebben ontvangen, verloopt vlot. Tegelijkertijd hebben recente maatregelen om de toegang tot niet-bancaire financiering te bevorderen, althans tot op zekere hoogte verbetering gebracht in de toegang van bedrijven tot financiering, met name gezien de grote afhankelijkheid van Spaanse ondernemingen van bankkrediet. De volledige implementatie van deze hervormingen is van cruciaal belang om de reallocatie van middelen te vergemakkelijken en het aan de gang zijnde aanpassingsproces te ondersteunen. Er werd enige vooruitgang geboekt met het opheffen van de resterende knelpunten in het systeem voor de behandeling van insolvente ondernemingen, en op 27 februari 2015 werd een Koninklijk Besluit aangenomen inzake de insolventie van natuurlijke personen. Een verdere verbetering van de bestuurlijke en juridische capaciteit voor de behandeling van insolventiezaken blijft echter noodzakelijk.

(11)

De hoge langdurige werkloosheid en de arbeidsmarktsegmentatie blijven de productiviteitsgroei afremmen en hebben een negatief effect op de arbeidssituatie in Spanje. In verband hiermee, en in het licht van de zeer hoge werkloosheid, zal de ontwikkeling van de lonen in sommige sectoren en ondernemingen op korte termijn wellicht moeten achterblijven bij de toename van de productiviteit met het oog op de schepping van banen en een verdere versterking van het concurrentievermogen. De sociale partners hebben een omvattend centraal voorakkoord voor de periode 2015-2017 bereikt. In dit voorakkoord wordt het belang onderstreept van de vastlegging, via sectorale en bedrijfsonderhandelingen, van het beginsel dat loonbewegingen gelijke tred zouden moeten houden met productiviteitsverschillen tussen ondernemingen. Ondanks hervormingen van de regelgeving blijft het aandeel van de beroepsbevolking met een tijdelijke baan hoog. Hierdoor worden vooral jongeren en laaggeschoolden getroffen. Bovendien lijken de nieuwe soorten arbeidsovereenkomsten die voor werknemers van kmo's zijn ingevoerd en de maatregelen waarmee werkgevers worden aangemoedigd personeel voor onbepaalde duur in dienst te nemen, nog niet ten volle te worden benut. De Spaanse autoriteiten hebben aangekondigd dat in mei 2016 een evaluatie zal worden verricht van de aan werkgevers toegekende subsidies voor het aanwerven van nieuw personeel.

De prestaties van de openbare dienst voor arbeidsvoorziening en van de organisaties waaraan deze diensten zijn uitbesteed, zijn van cruciaal belang voor de efficiëntie en de doelgerichtheid van actief arbeidsmarktbeleid en activeringsmaatregelen, met inbegrip van doeltreffende herscholingsmaatregelen om mensen in staat te stellen naar sectoren over te stappen waar meer banen worden gecreëerd. Spanje heeft beperkte vooruitgang geboekt met de versnelde modernisering van de openbare diensten voor arbeidsvoorziening en het aanpakken van regionale verschillen.

(12)

De jeugdwerkloosheid in Spanje is nog altijd zeer hoog (meer dan 50 %), en het schooluitvalpercentage behoort tot de hoogste in de Unie. Spanje legt momenteel de nieuwe onderwijsprogramma's ten uitvoer die bij Wet nr. 8/2013 inzake de kwaliteit van het onderwijs zijn ingevoerd, en die bedoeld zijn om de kwaliteit van het lager en voortgezet onderwijs te verbeteren. Er werd beperkte vooruitgang geboekt met het verhogen van de arbeidsmarktrelevantie van het beroepsonderwijs en de beroepsopleidingen, en de inspanningen om de samenwerking tussen instellingen voor hoger onderwijs en werkgevers te verbeteren, liggen achter op schema. Er bestaan plannen om het duale beroepsopleidingsprogramma in 2015 uit te breiden, maar de implementatie ervan in de verschillende regio's is nog erg ongelijk. Er is een speciaal comité opgericht dat zal onderzoeken in hoeverre de onderwijs- en opleidingscurricula aansluiten op de behoeften van de arbeidsmarkt.

(13)

Spanje heeft beperkte vooruitgang geboekt met het verbeteren van de doeltreffendheid van zijn stelsel van sociale bescherming. Het heeft een nieuw activeringsprogramma voor langdurig werklozen opgezet waarbij inkomensondersteuning wordt gecombineerd met hulp bij het zoeken naar werk. De geringe coördinatie tussen de diensten voor arbeidsvoorziening en de sociale diensten, en de onderlinge onverenigbaarheid van de verschillende minimuminkomensregelingen hebben evenwel een negatieve invloed gehad op de effectiviteit van de socialebijstandsprogramma's. Geconfronteerd met hoge armoedeniveaus, met name onder huishoudens met kinderen en een laag inkomen, heeft Spanje beperkte vooruitgang geboekt met het verbeteren van de doelgerichtheid van gezinsondersteunende regelingen en zorgverlenende diensten.

(14)

In het kader van de structurele hervormingen moeten de belemmeringen worden opgeheven die bedrijven beletten te groeien en kmo's worden geholpen hun markten uit te breiden en innovatie te bevorderen, moet de exportcapaciteit worden vergroot en de schepping van banen worden gestimuleerd, moeten ondernemingen worden geholpen efficiënter te concurreren — ook op interne markten — en moet de algehele productiviteit worden verhoogd. Spanje is een onderzoek gestart naar de redenen voor het grote percentage kleine en micro-ondernemingen in zijn economie. Door na te gaan waarom bedrijven klein zijn gebleven, zal de overheid de regelgevingsbelemmeringen uit te weg kunnen ruimen die ondernemingen beletten te groeien. Hoewel enige vooruitgang werd geboekt met de tenuitvoerlegging van Wet nr. 20/2013 betreffende markteenheid, zijn er nog achterstanden op het niveau van de regionale overheden. De wet inzake de reglementering van milieuvergunningen is nog niet door alle regio's ten uitvoer gelegd. Er zijn geen vorderingen gemaakt met de goedkeuring van de hervorming van professionele diensten en beroepsorganisaties. Het groeipotentieel van Spanje wordt nog steeds beperkt door structurele zwakheden in zijn onderzoek- en innovatiesysteem. Het blijft daarom van het grootste belang om nieuwe financieringsbronnen te vinden, een effectief en efficiënt gebruik van middelen te waarborgen, een nieuw onderzoeksagentschap op te zetten en maatregelen te bevorderen om de innovatiegerichtheid van het bedrijfsleven te vergroten.

(15)

Er werd enige vooruitgang geboekt in de spoorwegsector, met maatregelen die een daadwerkelijke mededinging op het gebied van vracht- en personenvervoer per spoor moeten waarborgen. Op 4 juli 2014 nam de ministerraad Koninklijk Besluit 8/2014 aan, waarbij een fonds werd opgericht om de bereikbaarheid van zeehavens over land te verbeteren.

(16)

Spanje heeft op alle overheidsniveaus vorderingen gemaakt met de implementatie van de aanbevelingen van de commissie voor de hervorming van de overheidsadministratie. Er werden belangrijke stappen gezet om de transparantie van administratieve besluiten te verbeteren, maar er werd geen vooruitgang geboekt met de aanscherping van de toezichtmechanismen, met name met betrekking tot de aanbestedingen van regionale en lokale overheden. Er zijn geen maatregelen genomen om de toezichtbevoegdheden op het gebied van overheidsopdrachten en stadsplanning te versterken. Er werd beperkte vooruitgang geboekt met de goedkeuring van justitiële hervormingen met het oog op de verbetering van het rechtsstelsel: op 27 februari 2015 werden wetsvoorstellen betreffende de rechterlijke macht en de burgerlijke rechtsvordering, die enkele hervormingen bevatten, bij het parlement ingediend; wetsvoorstellen inzake rechtsbijstand en vrijwillige rechtspraak zijn bij het parlement in behandeling. Er werd enige vooruitgang geboekt met het uitvoeren van goedgekeurde hervormingen, waaronder inzake het Oficina Judicial, de hervorming waarbij de rechtspraak wordt gedigitaliseerd en de interoperabiliteit van de elektronische casemanagementsystemen van de regio's wordt verbeterd. De inspanningen op dit gebied moeten worden voortgezet.

(17)

In de context van het Europees semester heeft de Commissie een brede analyse van het economische beleid van Spanje verricht. Deze analyse is gepubliceerd in het landenverslag 2015. Voorts heeft de Commissie zowel het nationale hervormingsprogramma als het stabiliteitsprogramma doorgelicht en onderzocht welk gevolg is gegeven aan de aanbevelingen die in eerdere jaren tot Spanje zijn gericht. Daarbij heeft zij niet alleen gekeken naar de relevantie ervan voor een houdbaar budgettair en sociaaleconomisch beleid in Spanje, maar is zij ook nagegaan of de EU-regels en -richtsnoeren in acht zijn genomen, gezien de noodzaak de algehele economische governance van de Unie te versterken door middel van een inbreng op EU-niveau in toekomstige nationale besluiten. De aanbevelingen in het kader van het Europees semester worden in de onderstaande aanbevelingen 1 tot en met 4 weergegeven.

(18)

In het licht van deze beoordeling heeft de Raad het stabiliteitsprogramma onderzocht en zijn advies (6) daarover is met name in de onderstaande aanbeveling 1 weergegeven.

(19)

In het licht van de diepgaande evaluatie van de Commissie en deze beoordeling heeft de Raad het nationale hervormingsprogramma en het stabiliteitsprogramma onderzocht. De aanbevelingen op grond van artikel 6 van Verordening (EU) nr. 1176/2011 zijn in de onderstaande aanbevelingen 1 tot en met 4 weergegeven.

(20)

In de context van het Europees semester heeft de Commissie tevens een analyse van het economische beleid van de eurozone als geheel verricht. Op basis hiervan heeft de Raad specifieke aanbevelingen gericht tot de lidstaten die de euro als munt hebben (7). Als land dat de euro als munt heeft, dient Spanje er ook voor te zorgen dat aan deze aanbevelingen volledig en tijdig uitvoering wordt gegeven,

BEVEELT AAN dat Spanje in 2015 en 2016 de volgende actie onderneemt:

1.

Zorgen voor een duurzame correctie van het buitensporig tekort in 2016 door in 2015 en 2016 de noodzakelijke structurele maatregelen te nemen en meevallers te gebruiken om de tekort- en de schuldreductie te bespoedigen. De transparantie en controleerbaarheid van de regionale overheidsfinanciën vergroten. De kosteneffectiviteit van de gezondheidszorg verbeteren en de geneesmiddelenuitgaven van ziekenhuizen rationaliseren.

2.

De hervorming van de spaarbanksector voltooien, onder meer door middel van wetgevingsmaatregelen, en de herstructurering en privatisering van spaarbanken in staatseigendom afronden.

3.

Bevorderen dat de lonen gelijke tred houden met de ontwikkeling van de productiviteit, in overleg met de sociale partners en overeenkomstig de nationale praktijken, rekening houdend met verschillen in vaardigheden en plaatselijke arbeidsmarktomstandigheden evenals met divergenties in economische prestaties tussen regio's, sectoren en ondernemingen. Maatregelen nemen om de kwaliteit en doeltreffendheid van de bijstand en begeleiding bij het zoeken naar werk te verbeteren, ook in het kader van het aanpakken van de jeugdwerkloosheid. De minimuminkomens- en gezinsondersteunende regelingen stroomlijnen en de regionale mobiliteit bevorderen.

4.

Belemmeringen wegnemen die ondernemingen beletten te groeien, waaronder belemmeringen als gevolg van regelgeving op basis van bedrijfsgrootte; de geplande hervorming van professionele diensten goedkeuren; de wet inzake markteenheid versneld uitvoeren.

Gedaan te Brussel, 14 juli 2015.

Voor de Raad

De voorzitter

P. GRAMEGNA


(1)  PB L 209 van 2.8.1997, blz. 1.

(2)  PB L 306 van 23.11.2011, blz. 25.

(3)  Gehandhaafd bij Besluit 2014/322/EU van de Raad van 6 mei 2014 betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten voor 2014 (PB L 165 van 4.6.2014, blz. 49).

(4)  Aanbeveling van de Raad van 8 juli 2014 over het nationale hervormingsprogramma 2014 van Spanje en met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2014 van Spanje (PB C 247 van 29.7.2014, blz. 35).

(5)  Verordening (EU) nr. 473/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende gemeenschappelijke voorschriften voor het monitoren en beoordelen van ontwerpbegrotingsplannen en voor het garanderen van de correctie van buitensporige tekorten van de lidstaten van de eurozone (PB L 140 van 27.5.2013, blz. 11).

(6)  Uit hoofde van artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1466/97.

(7)  PB C 272 van 18.8.2015, blz. 98


18.8.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 272/51


AANBEVELING VAN DE RAAD

van 14 juli 2015

over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Frankrijk en met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2015 van Frankrijk

(2015/C 272/14)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121, lid 2, en artikel 148, lid 4,

Gezien Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid (1), en met name artikel 5, lid 2,

Gezien Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden (2), en met name artikel 6, lid 1,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Gezien de resoluties van het Europees Parlement,

Gezien de conclusies van de Europese Raad,

Gezien het advies van het Comité voor de werkgelegenheid,

Gezien het advies van het Economisch en Financieel Comité,

Gezien het advies van het Comité voor sociale bescherming,

Gezien het advies van het Comité voor de economische politiek,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 26 maart 2010 heeft de Europese Raad zijn goedkeuring gehecht aan het voorstel van de Commissie voor een nieuwe, op versterkte coördinatie berustende, groei- en werkgelegenheidsstrategie, te weten de Europa 2020-strategie. Deze strategie spitst zich toe op de belangrijkste gebieden waarop het potentieel van Europa voor duurzame groei en concurrentievermogen een krachtige impuls nodig heeft.

(2)

Op voorstel van de Commissie heeft de Raad op 14 juli 2015 een aanbeveling inzake de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en de Unie, en op 21 oktober 2010 een besluit betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten (3) vastgesteld. Samen vormen zij de „geïntegreerde richtsnoeren”, en de lidstaten werd verzocht rekening te houden met deze richtsnoeren in hun nationaal economisch en werkgelegenheidsbeleid.

(3)

Op 8 juli 2014 heeft de Raad een aanbeveling (4) over het nationale hervormingsprogramma voor 2014 van Frankrijk vastgesteld en een advies over het geactualiseerde stabiliteitsprogramma voor 2014 van Frankrijk uitgebracht. In overeenstemming met Verordening (EU) nr. 473/2013 van het Europees Parlement en de Raad (5) heeft de Commissie op 28 november 2014 haar advies over het ontwerpbegrotingsplan van Frankrijk voor 2015 gepresenteerd.

(4)

Op 28 november 2014 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan de jaarlijkse groeianalyse en daarmee de aanzet gegeven tot het Europees semester 2015 voor coördinatie van het economisch beleid. Tevens heeft de Commissie op die datum op grond van Verordening (EU) nr. 1176/2011 het waarschuwingsmechanismeverslag aangenomen, waarin Frankrijk werd genoemd als een van de lidstaten die aan een diepgaande evaluatie zouden worden onderworpen.

(5)

Op 18 december 2014 heeft de Europese Raad de volgende prioriteiten goedgekeurd: stimuleren van investeringen, intensiveren van structurele hervormingen en nastreven van een verantwoorde, groeivriendelijke begrotingsconsolidatie.

(6)

Op 26 februari 2015 heeft de Commissie haar landenverslag 2015 voor Frankrijk gepubliceerd. In het landenverslag worden de vorderingen beoordeeld die bij de tenuitvoerlegging van de op 8 juli 2014 vastgestelde landspecifieke aanbevelingen zijn gemaakt. Het landenverslag bevat ook de resultaten van de diepgaande evaluatie die op grond van artikel 5 van Verordening (EU) nr. 1176/2011 is uitgevoerd. Op basis van haar analyse concludeert de Commissie dat Frankrijk buitensporige macro-economische onevenwichtigheden ondervindt die afdoende beleidsactie en specifieke monitoring vereisen. Met name in een context van lage groei en lage inflatie, in combinatie met een zwakke winstgevendheid van de ondernemingen, en gezien de tot dusver ontoereikende beleidsreactie, zijn de risico's die uit zowel het kosten- als het niet-kostenconcurrentievermogen en uit de hoge en verder oplopende schuldenlast, met name de overheidsschuld, voortvloeien, significant toegenomen. De noodzaak van actie om het risico van negatieve effecten op de Franse economie en, gezien de omvang ervan, op de economische en monetaire unie in het algemeen te verminderen, is bijzonder groot.

(7)

Op 30 april 2015 heeft Frankrijk zijn nationale hervormingsprogramma 2015 en zijn stabiliteitsprogramma 2015 ingediend. Om met de onderlinge verbanden tussen beide programma's rekening te houden, zijn deze tegelijkertijd geëvalueerd.

(8)

Frankrijk valt momenteel onder het corrigerende deel van het stabiliteits- en groeipact. In haar stabiliteitsprogramma 2015 plant de regering het buitensporig tekort tegen 2017 te corrigeren, in lijn met de aanbeveling van de Raad van 10 maart 2015, en de middellangetermijndoelstelling — een structureel tekort van 0,4 % van het bbp — tegen 2018 te bereiken (6). Hoewel de regering van plan is de door de Raad vastgestelde doelstellingen voor het nominale tekort te respecteren, ligt de geplande budgettaire inspanning (7) over de periode 2015-2017 onder het aanbevolen niveau. In haar stabiliteitsprogramma 2015 verwacht de regering dat de overheidsschuldquote in 2016 op 97 % zal pieken alvorens in 2018 tot 95,5 % van het bbp terug te lopen. Het macro-economische scenario dat aan deze begrotingsprognoses ten grondslag ligt, is plausibel. Frankrijk heeft op 10 juni 2015 een verslag ingediend over de genomen maatregelen om meer informatie te verstrekken over de geplande inspanningen voor de periode 2015-2017. Na beoordeling van het verslag heeft de Commissie op 1 juli 2015 een mededeling uitgebracht, waarin zij aangaf dat de procedure bij buitensporige tekorten dient te worden opgeschort. In de voorjaarsprognoses 2015 van de Commissie die na het door Frankrijk ingediende verslag over genomen maatregelen zijn geactualiseerd, wordt het nominale tekort voor 2015 geraamd op 3,8 % van het bbp, hetgeen voldoet aan de doelstelling van 4 % van het bbp die de Raad in het kader van de buitensporigtekortprocedure hanteert. De voor dat jaar verwachte begrotingsinspanning zal echter lager zijn dan die welke door de Raad is aanbevolen. Rekening houdend met de aanvullende informatie in het verslag over genomen maatregelen van Frankrijk, voorziet de Commissie in haar geactualiseerde prognose dat het nominale tekort in 2016 zal uitkomen op 3,4 % van het bbp, hetgeen voldoet aan de aanbevolen doelstelling. Daarentegen is de verwachting dat de door de Raad aanbevolen begrotingsinspanning niet wordt geleverd. In de aanbeveling van de Raad van 10 maart 2015 werd gepleit voor een evaluatie van de belangrijkste geplande maatregelen voor 2016 en 2017, hetgeen ontbrak in het verslag over genomen maatregelen.

Ten slotte is, ondanks de aanbeveling van de Raad, de „Loi de programmation des finances publiques” niet geactualiseerd. De door Frankrijk gevolgde consolidatiestrategie berust voornamelijk op verbetering van de conjuncturele omstandigheden en een aanhoudende lage rentevoet, en is derhalve aan risico's onderhevig. Op basis van zijn beoordeling van het stabiliteitsprogramma, en rekening houdend met de voorjaarsprognoses 2015 en de mededeling van de Commissie van 1 juli 2015, is de Raad van oordeel dat Frankrijk in grote lijnen aan het stabiliteits- en groeipact voldoet. Om echter binnen de vastgestelde termijn voor een houdbare correctie van het buitensporige tekort te zorgen, dient de begrotingsstrategie te worden versterkt en door uitgebreide en ambitieuze structurele hervormingen te worden ondersteund.

(9)

Het zal van cruciaal belang zijn de bestedingstoetsingen te intensiveren en grote gebieden voor uitgavenbesnoeiingen vast te stellen zodat de verwachte resultaten kunnen worden behaald. Frankrijk zou ervoor moeten zorgen dat er bij de doelstellingen inzake bestedingsmatiging rekening mee wordt gehouden dat de inflatie bijna nul bedraagt. Tegelijkertijd zouden de besparingen als gevolg van de dankzij de lagere rente lager uitvallende kosten van de overheidsschuld naar het verminderen van het tekort moeten worden gekanaliseerd. Bovendien kunnen geen omvangrijke kortetermijnbesparingen worden gerealiseerd zonder significante beteugeling van de stijging van de socialezekerheidsuitgaven, die in 2014 26 % van het bbp bedroegen en bijna de helft van alle uitgaven van de publieke sector uitmaakten. Voor 2015-2017 zijn besparingen op de uitgaven voor gezondheidszorg van 11 miljard EUR gepland, maar er zijn meer inspanningen nodig om uitgavenstijgingen op dit gebied te begrenzen. Er is met name ruimte om verder kostenbeheersingsbeleid op het gebied van geneesmiddelenprijzen en ziekenhuisuitgaven te implementeren. Het pensioenstelsel zal tot 2020 met tekorten worden geconfronteerd, en eerdere pensioenhervormingen zullen niet volstaan om de tekorten weg te werken. Met name de regelingen voor ambtenaren en werknemers van overheidsbedrijven blijven een invloed hebben op het totale pensioentekort. Bovendien heeft de macro-economische situatie een grote impact op de houdbaarheid van het pensioenstelsel, met name de toestand van de aanvullendpensioenregelingen. Er is afdoende actie nodig om de financiële gezondheid van het aanvullendpensioenstelsel te herstellen.

(10)

Frankrijk heeft een hervorming van de lokale besturen ondernomen om de efficiëntie van het stelsel te verhogen. Het zou de geplande vermindering van de subsidies van de centrale overheid moeten blijven implementeren en de controle van de uitgaven van de lokale overheden moeten blijven versterken door, rekening houdend met de bestaande maxima voor een aantal lokale belastingen, de jaarlijkse stijging van de belastingopbrengsten van de lokale overheden te plafonneren. Er is eveneens actie nodig om de stijging van de administratieve kosten van de lokale overheden te beheersen.

(11)

Er zijn beleidsmaatregelen genomen om via het belastingkrediet voor concurrentievermogen en werkgelegenheid van 20 miljard EUR en de ingevolge het verantwoordelijkheids- en solidariteitspact geplande verminderingen van de socialezekerheidsbijdragen van de werknemers van 10 miljard EUR, de arbeidskosten te verminderen en de winstmarges van de ondernemingen te verbeteren. Deze twee maatregelen maken 1,5 % van het bbp uit en zouden tot het verkleinen van de kloof tussen Frankrijk en het eurozonegemiddelde op het gebied van de loonwig moeten bijdragen. Deze maatregelen zouden in 2016 verder moeten worden geïmplementeerd, maar gezien de hoge kosten ervan voor de nationale begroting is het belangrijk na te gaan hoe effectief deze op ondernemingsniveau zijn. Hierbij zou vooral rekening moeten worden gehouden met de starheden die van invloed zijn op de arbeids- en productmarkten, in het bijzonder die welke op de lonen van invloed zijn. De arbeidskosten voor het minimumloon blijven in vergelijking met andere lidstaten hoog. Het minimumloon zou zich moeten ontwikkelen op een wijze die gunstiger is voor concurrentievermogen en banencreatie. Bovendien kan, in een context van lage inflatie, de automatische indexering ervan tot hogere loonstijgingen leiden dan noodzakelijk is voor koopkrachthandhaving.

(12)

Frankrijk zou afdoende actie moeten ondernemen om de regelgevingsdrempels in het arbeidsrecht en de boekhoudkundige voorschriften op te heffen die de groei van Franse ondernemingen, met name kleine en middelgrote ondernemingen, begrenzen. In het algemeen is er ruimte voor meer concurrentie in de dienstensector, met name in de vrije beroepen, de kleinhandel en de netwerkindustrieën. Een aantal voorschriften en tarieven voor gereglementeerde beroepen perken de economische activiteit in. Via de recente wet inzake groei, economische activiteit en gelijke kansen zijn nieuwe maatregelen voor het verbeteren van de concurrentie in de juridische beroepen getroffen waarvan de implementatie cruciaal zal zijn om ervoor te zorgen dat de barrières in het veld worden opgeheven. Frankrijk zou ook actie moeten ondernemen om in andere sectoren, met name de gezondheidssector, barrières op te heffen. De numerus clausus voor de toegang tot de beroepen in de gezondheidszorg belemmert nog steeds de toegang tot de diensten en zou kunnen worden herzien zonder de kwaliteit en de veiligheid in gevaar te brengen.

(13)

In 2014 was de belastingquote met 45,8 % een van de hoogste in de Unie. De vennootschapsbelastingtarieven zijn hoog en hebben een negatieve invloed op de Franse ondernemingsinvesteringen. De door een onderneming gemiddeld betaalde effectieve vennootschapsbelasting bedraagt 38,3 %, een van de hoogste tarieven in de Unie. Naast de geleidelijke afschaffing van de solidariteitsheffing voor ondernemingen die aan de gang is, en de verlaging van het wettelijk tarief tot 28 % in 2020, zou Frankrijk op korte termijn zijn inspanningen moeten opvoeren om ervoor te zorgen dat de vennootschapsbelasting bevorderlijk is voor groei en investeringen. Er zijn inspanningen nodig om het belastingstelsel te vereenvoudigen door het opheffen van inefficiënte belastingen. Meer dan 100 belastingen blijken weinig of geen opbrengsten te genereren en door de opheffing ervan zouden de procedures voor bedrijven en huishoudens kunnen vereenvoudigen.

(14)

De zwakke economische groei uitte zich in het feit dat de Franse werkloosheid in 2014 hoog bleef en de langdurige werkloosheid verslechterde. De algemene werkloosheid bedroeg 10,2 %, tegenover 10,3 % in 2013 en 7,5 % in 2008, en trof met name jongeren, oudere werknemers en laaggeschoolden. Frankrijk lijdt onder arbeidsmarktsegmentatie, waarbij contracten voor bepaalde tijd een steeds groter deel van de aanwervingen uitmaken. Deze trend kon niet worden ingetoomd met doelgerichte inspanningen om, met name via hogere sociale bijdragen voor de zeer korte contracten, het segmentatieniveau te verminderen. De herziening van het wettelijk kader voor arbeidscontracten zou ertoe kunnen bijdragen de segmentatie te verminderen. De recente hervormingen hebben slechts beperkte ruimte gecreëerd waarbinnen werkgevers van sectorakkoorden kunnen afwijken door middel van akkoorden op bedrijfsniveau. Daardoor kunnen de ondernemingen hun personeelsbestand slechts in beperkte mate aan hun behoeften aanpassen. Sectoren en ondernemingen wordt de vrijheid gegeven per geval en na onderhandelingen met de sociale partners te bepalen op welke voorwaarden van de 35-urenweek wordt afgeweken, maar dat zou aanzienlijke kosten met zich brengen. De wet tot instelling van de „accords de maintien de l'emploi” (akkoorden tot handhaving van banen) heeft niet de verwachte resultaten gebracht. Zeer weinig bedrijven hebben van de nieuwe regelingen voor akkoorden op bedrijfsniveau gebruikgemaakt om de arbeidsomstandigheden flexibeler te maken. Deze regeling zou moeten worden herzien om de ondernemingen meer armslag te geven om lonen en werktijden aan hun economische situatie aan te passen.

(15)

De langdurige verslechtering op de arbeidsmarkt is van invloed geweest op het stelsel van werkloosheidsuitkeringen en zet de houdbaarheid van het model op losse schroeven. De nieuwe op 1 juli 2014 ingevoerde overeenkomst met betrekking tot het stelsel van werkloosheidsuitkeringen volstaat niet om het tekort te verminderen. De verschillende ingevoerde maatregelen zullen naar verwachting 0,3 miljard EUR aan besparingen opleveren in 2014 en nog eens 0,8 miljard EUR in 2015. Niettemin zal het tekort van het stelsel naar verwachting nog toenemen van 3,9 miljard EUR in 2014 naar 4,4 miljard EUR in 2015, waardoor de schuld van het stelsel nog verder zou oplopen tot 25,9 miljard EUR. Er zijn structurele maatregelen nodig om het stelsel levensvatbaar te houden. Met name zouden de toelatingseisen, de degressiviteit van de uitkeringen en de vervangingsgraden voor werknemers met de hoogste lonen moeten worden herzien op basis van overleg tussen de sociale partners die met het beheer van het stelsel belast zijn.

(16)

In de context van het Europees semester heeft de Commissie een brede analyse van het economische beleid van Frankrijk verricht. Deze analyse is gepubliceerd in het landenverslag 2015. Voorts heeft de Commissie zowel het nationale hervormingsprogramma als het stabiliteitsprogramma doorgelicht en onderzocht welk gevolg is gegeven aan de aanbevelingen die in eerdere jaren tot Frankrijk zijn gericht. Daarbij heeft zij niet alleen gekeken naar de relevantie ervan voor een houdbaar budgettair en sociaaleconomisch beleid in Frankrijk, maar is zij ook nagegaan of de EU-regels en -richtsnoeren in acht zijn genomen, gezien de noodzaak de algehele economische governance van de Unie te versterken door middel van een inbreng op EU-niveau in toekomstige nationale besluiten. De aanbevelingen in het kader van het Europees semester worden in de onderstaande aanbevelingen 1 tot en met 6 weergegeven.

(17)

In het licht van deze beoordeling heeft de Raad het stabiliteitsprogramma onderzocht en zijn advies (8) daarover is met name in de onderstaande aanbeveling 1 weergegeven.

(18)

In het licht van de diepgaande evaluatie van de Commissie en deze beoordeling heeft de Raad het nationale hervormingsprogramma en het stabiliteitsprogramma onderzocht. Haar aanbevelingen op grond van artikel 6 van Verordening (EU) nr. 1176/2011 zijn in de onderstaande aanbevelingen 1 tot en met 6 weergegeven.

(19)

In de context van het Europees semester heeft de Commissie tevens een analyse van het economisch beleid van de eurozone als geheel verricht. Op basis hiervan heeft de Raad specifieke aanbevelingen gericht tot de lidstaten die de euro als munt hebben (9). Als land dat de euro als munt heeft, dient Frankrijk er ook op toe te zien dat aan die aanbevelingen volledig en tijdig uitvoering wordt gegeven,

BEVEELT AAN dat Frankrijk in 2015 en 2016 de volgende actie onderneemt:

1.

Zorgen voor effectieve maatregelen binnen de buitensporigtekortprocedure en tegen 2017 voor een duurzame correctie van het buitensporig tekort, door het versterken van de begrotingsstrategie, door alle jaren de noodzakelijke maatregelen te nemen en door alle meevallers te gebruiken om het tekort en de schuldenlast te verminderen. Aangeven welke uitgavenbesnoeiingen voor die jaren gepland zijn en een onafhankelijke beoordeling van de impact van de belangrijkste maatregelen verschaffen.

2.

De inspanningen opvoeren om de uitgaventoetsing effectief te maken, de evaluaties van het overheidsbeleid voort te zetten en in alle subsectoren van de overheid, waaronder de sociale zekerheid en de lokale overheid, besparingsmogelijkheden te identificeren. Stappen doen om de stijging van de administratieve uitgaven van de lokale besturen aan banden te leggen. Aanvullende maatregelen nemen om het pensioenstelsel in evenwicht te brengen, met name er vóór maart 2016 voor zorgen dat de financiële situatie van de aanvullendpensioenstelsels op lange termijn houdbaar is.

3.

Ervoor zorgen dat de arbeidskostenverminderingen uit hoofde van het belastingkrediet voor concurrentievermogen en uit hoofde van het verantwoordelijkheids- en solidariteitspact worden volgehouden, met name door deze zoals gepland in 2016 te implementeren. De effectiviteit van deze regelingen beoordelen in het licht van de starheden op de arbeids- en productmarkten. In overleg met de sociale partners en in overeenstemming met de nationale praktijken het loonvormingsproces- hervormen om ervoor te zorgen dat de loonontwikkeling gelijke tred houdt met de productiviteit. Ervoor zorgen dat de ontwikkelingen van het minimumloon in overeenstemming zijn met de doelstellingen van bevordering van de werkgelegenheid en het concurrentievermogen.

4.

Tegen eind 2015 de regelgevingsbelemmeringen voor de groei van ondernemingen verminderen, met name door de groottecriteria in de voorschriften te herzien om op die manier drempeleffecten te vermijden. De beperkingen op de toegang tot en de uitoefening van gereglementeerde beroepen, met uitzondering van de juridische beroepen, vanaf 2015 opheffen — met name voor de beroepen in de gezondheidszorg.

5.

Het belastingstelsel vereenvoudigen en de efficiëntie ervan verbeteren, met name door inefficiënte belastinguitgaven af te schaffen. De investeringen bevorderen, actie ondernemen om de productiebelastingen en het wettelijke tarief van de vennootschapsbelasting te verminderen en daarbij de belastinggrondslag voor consumptie verbreden. Vanaf 2015 maatregelen nemen om inefficiënte belastingen die weinig of geen opbrengsten opleveren af te schaffen.

6.

Het arbeidsrecht hervormen om de werkgevers meer prikkels te verschaffen om op basis van contracten voor onbepaalde duur aan te werven. Het gemakkelijker maken dat op ondernemings- en sectorniveau van de algemene wettelijke bepalingen, met name wat de werktijdenregelingen betreft, wordt afgeweken. Tegen eind 2015 de wet tot instelling van de „accords de maintien de l'emploi” herzien om de toepassing ervan door de ondernemingen uit te breiden. In overleg met de sociale partners en in overeenstemming met de nationale praktijken actie ondernemen om het stelsel van werkloosheidsuitkeringen te hervormen teneinde het stelsel weer budgettair houdbaar te maken en de prikkels op te voeren om weer aan het werk te gaan.

Gedaan te Brussel, 14 juli 2015.

Voor de Raad

De voorzitter

P. GRAMEGNA


(1)  PB L 209 van 2.8.1997, blz. 1.

(2)  PB L 306 van 23.11.2011, blz. 25.

(3)  Gehandhaafd bij Besluit 2014/322/EU van de Raad van 6 mei 2014 betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten voor 2014 (PB L 165 van 4.6.2014, blz. 49).

(4)  Aanbeveling van de Raad van 8 juli 2014 over het nationale hervormingsprogramma 2014 van Frankrijk en met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2014 van Frankrijk (PB C 247 van 29.7.2014, blz. 42).

(5)  Verordening (EU) nr. 473/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende gemeenschappelijke voorschriften voor het monitoren en beoordelen van ontwerpbegrotingsplannen en voor het garanderen van de correctie van buitensporige tekorten van de lidstaten van de eurozone (PB L 140 van 27.5.2013, blz. 11).

(6)  Vergeleken met het vorige stabiliteitsprogramma heeft de regering haar middellangetermijndoelstelling van een structureel tekort van 0,25 % van het bbp verhoogd tot 0,4 %. De middellangetermijndoelstelling zal één jaar later worden bereikt dan voorzien in het stabiliteitsprogramma van vorig jaar.

(7)  Het structurele saldo zoals herberekend door de Commissie op basis van de gegevens uit het stabiliteitsprogramma, volgens een algemeen aanvaarde methode.

(8)  Uit hoofde van artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1466/97.

(9)  PB C 272 van 18.8.2015, blz. 98


18.8.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 272/56


AANBEVELING VAN DE RAAD

van 14 juli 2015

over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Kroatië met een advies van de Raad over het convergentieprogramma 2015 van Kroatië

(2015/C 272/15)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121, lid 2, en artikel 148, lid 4,

Gezien Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid (1), en met name artikel 9, lid 2,

Gezien Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden (2), en met name artikel 6, lid 1,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Gezien de resoluties van het Europees Parlement,

Gezien de conclusies van de Europese Raad,

Gezien het advies van het Comité voor de werkgelegenheid,

Gezien het advies van het Economisch en Financieel Comité,

Gezien het advies van het Comité voor sociale bescherming,

Gezien het advies van het Comité voor de economische politiek,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 26 maart 2010 heeft de Europese Raad zijn goedkeuring gehecht aan het voorstel van de Commissie voor een nieuwe groei- en werkgelegenheidsstrategie. Deze Europa 2020-strategie berust op een versterkte coördinatie van het economische beleid en spitst zich toe op de sleutelgebieden waarop Europa's potentieel voor duurzame groei en concurrentievermogen een krachtige impuls nodig heeft.

(2)

Op voorstel van de Commissie heeft de Raad op 14 juli 2015 een aanbeveling inzake de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en de Unie vastgesteld, en op 21 oktober 2010 heeft hij een besluit betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten (3) vastgesteld, die samen de „geïntegreerde richtsnoeren” vormen. De lidstaten werd verzocht in hun nationaal economisch en werkgelegenheidsbeleid met de geïntegreerde richtsnoeren rekening te houden.

(3)

Op 8 juli 2014 heeft de Raad een aanbeveling (4) over het nationale hervormingsprogramma voor 2014 van Kroatië vastgesteld en een advies over het geactualiseerde convergentieprogramma voor 2014 van Kroatië uitgebracht.

(4)

Op 28 november 2014 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan de jaarlijkse groeianalyse en daarmee de aanzet gegeven tot het Europees semester 2015 voor coördinatie van het economisch beleid. Tevens heeft de Commissie op die datum op grond van Verordening (EU) nr. 1176/2011 het waarschuwingsmechanismeverslag aangenomen, waarin Kroatië werd genoemd als een van de lidstaten die aan een diepgaande evaluatie zouden worden onderworpen.

(5)

Op 18 december 2014 heeft de Europese Raad de volgende prioriteiten goedgekeurd: stimuleren van investeringen, intensiveren van structurele hervormingen en nastreven van een verantwoorde, groeivriendelijke begrotingsconsolidatie.

(6)

Op 26 februari 2015 heeft de Commissie haar landenverslag 2015 voor Kroatië gepubliceerd. In het landenverslag worden de vorderingen beoordeeld die Kroatië bij de tenuitvoerlegging van de op 8 juli 2014 vastgestelde landenspecifieke aanbevelingen heeft gemaakt. Het landenverslag bevat ook de resultaten van de diepgaande evaluatie die op grond van artikel 5 van Verordening (EU) nr. 1176/2011 is uitgevoerd. Op basis van haar analyse concludeert de Commissie dat Kroatië wordt geconfronteerd met buitensporige macro-economische onevenwichtigheden die krachtige beleidsmaatregelen en specifieke monitoring vereisen. Tegen de achtergrond van een flauwe groei, vertragingen bij bedrijfsherstructureringen en zwakke werkgelegenheidsprestaties zijn met name de risico's verbonden aan een gering concurrentievermogen, aanzienlijke externe verplichtingen en een oplopende overheidsschuld in combinatie met een zwakke governance in de overheidssector, sterk toegenomen.

(7)

In maart 2015 zijn de Kroatische autoriteiten naar aanleiding van de publicatie van het landenverslag gesprekken met de diensten van de Commissie begonnen over de hervormingen die het meest noodzakelijk zijn om de buitensporige macro-economische onevenwichtigheden aan te pakken. De autoriteiten hebben deze gesprekken op constructieve wijze gevoerd en zij hebben een aantal relevante maatregelen aangekondigd, waaronder een verlaging van de parafiscale lasten in 2016 en 2017, rationalisering van het stelsel van instellingen en regionale eenheden van de centrale overheid, stimulering van de vrijwillige samenvoeging van lokale eenheden voor zelfbestuur, vermindering van de rechtsonzekerheid en versterking van de nationale rekenkamer. Hervormingsplannen op een aantal andere gebieden, waaronder de verlaging van de administratieve lasten voor bedrijven en de verbetering van de governance van staatsbedrijven, werden nauwkeuriger omschreven. De ambities blijven op een aantal gebieden niettemin achter bij de verwachtingen, met name wat betreft de aanscherping van de regels voor vervroegde pensionering alsmede de publicatie en uitvoering van de resultaten van de uitgaventoetsing, hoewel er enige aanvullende maatregelen werden gepresenteerd om de tekortkomingen ten dele te compenseren.

(8)

Kroatië valt momenteel onder het corrigerende deel van het stabiliteits- en groeipact. In haar convergentieprogramma 2015 heeft de regering het plan opgenomen om het buitensporig tekort in 2017 te corrigeren, hetgeen niet in overeenstemming is met de door de Raad aanbevolen termijn van 2016. De regering is voornemens om het nominale tekort geleidelijk terug te dringen tot 5,0 % van het bbp in 2015, 3,9 % van het bbp in 2016 en 2,7 % van het bbp in 2017. Volgens het convergentieprogramma zal de overheidsschuldquote naar verwachting in 2017 een piek bereiken van 92,5 % en daarna in 2018 in grote lijnen stabiel blijven op 92,4 % van het bbp. Het macro-economische scenario dat aan deze begrotingsprognoses ten grondslag ligt, lijkt enigszins optimistisch, aangezien de groei vergelijkbaar is, maar de onderliggende consolidatie-inspanning groter is in het convergentieprogramma dan in de prognoses van de Commissie. De maatregelen om vanaf 2015 de geplande tekortdoelstellingen te onderbouwen, zijn slechts gedeeltelijk gespecificeerd. Uitgaande van de voorjaarsprognoses 2015 van de Commissie wordt niet verwacht dat het buitensporige tekort in 2016 tijdig en duurzaam zal zijn gecorrigeerd. Uitgaande van de omvang van de getroffen discretionaire maatregelen, was de begrotingsinspanning in 2014 in overeenstemming met de aanbeveling van de Raad. Hetzelfde geldt voor de cumulatieve omvang ervan in de periode 2014-2015, ondanks het verwachte tekort in 2015. De (aangepaste) verandering van het structurele saldo in de periode 2014-2015 blijft evenwel achter bij de aanbevolen waarde. In 2016 is de begrotingsinspanning lager dan die waarin de aanbeveling van de Raad voorziet. Daarom zullen er meer structurele maatregelen nodig zijn. Op basis van zijn beoordeling van het convergentieprogramma en rekening houdend met de voorjaarsprognose 2015 van de Commissie is de Raad van mening dat de kans bestaat dat Kroatië niet aan de bepalingen van het stabiliteits- en groeipact zal voldoen.

(9)

Op 23 april 2015 heeft Kroatië zijn nationale hervormingsprogramma 2015 ingediend en op 30 april 2015 zijn convergentieprogramma 2015. Om met de onderlinge verbanden tussen beide programma's rekening te houden, zijn deze tegelijkertijd geëvalueerd.

(10)

Kroatië voert momenteel een uitgaventoetsing uit die erop is gericht de efficiëntie te verhogen, met name wat betreft uitgaven op het gebied van salarissen, sociale zekerheid en subsidies, en voldoende budgettaire ruimte vrij te maken voor dringende groeistimulerende uitgaven en investeringen. Wat de inkomsten uit periodieke vastgoedbelastingen als percentage van het bbp betreft, behoort Kroatië tot de landen met het laagste percentage in de Unie. Afgelopen jaar zijn er maatregelen getroffen om de naleving van de belastingwetgeving te verbeteren, waaronder maatregelen om de btw-fraude aan te pakken, en er moet nu actie worden ondernomen. Dankzij recente hervormingen is het begrotingskader van Kroatië versterkt, maar er is nog steeds sprake van aanzienlijke problemen. Er bestaan zwakke punten op het gebied van de doeltreffende beheersing van de uitgaven en de consistente toepassing van budgettaire beperkingen, hetgeen nadelige gevolgen voor het begrotingsbeleid en de controlebevindingen heeft. De snel oplopende overheidsschuld vergt een actievere aanpak van het beheer van die schuld.

(11)

Het pensioenstelsel gaat gebukt onder een groot aantal vervroegd gepensioneerden, een buitengewoon genereuze regeling inzake vervroegd pensioen voor bepaalde beroepen en talrijke andere speciale pensioenregelingen. Vervroegde uittreding wordt vergemakkelijkt doordat de reductie van pensioenrechten relatief gering is en voor bepaalde werknemers geheel ontbreekt. Ook het verschil tussen de minimale leeftijd voor vervroegd pensioen en de wettelijk voorgeschreven pensioengerechtigde leeftijd is groot, in vergelijking met het EU-gemiddelde dat minder dan drie jaar bedraagt. Bovendien is het stelsel erg versnipperd, waardoor de uitgaven voor normale pensioenen onder druk staan. Als gevolg daarvan is het uitbetalingspercentage van het pensioenstelsel lager dan in de meeste lidstaten, hoewel de uitgaven vergelijkbaar zijn. In de gezondheidszorg blijven zich terugkerende achterstanden voordoen, hetgeen tot risico's voor de begroting leidt. Er is een begin gemaakt met maatregelen om de financiering van de ziekenhuizen te rationaliseren, maar er zijn uitvoeringsrisico's. Het budget is met 10 % verhoogd, maar de behoefte aan financiering wordt hierdoor slechts gedeeltelijk gedekt; er is meer efficiencywinst nodig om ervoor te zorgen dat de achterstanden in 2017 volledig zijn weggewerkt.

(12)

Doordat in de periode na de crisis slechts beperkte loonaanpassingen hebben plaatsgevonden, is de werkgelegenheidssituatie verder verslechterd. Uit de alomvattende analyse van het loonvormingssysteem, die in 2014 is voltooid, is gebleken dat het systeem niet flexibel genoeg is om te reageren op veranderingen in het macro-economische klimaat. Zwakke punten zijn met name de grote verschillen tussen de particuliere en de overheidssector, waaronder staatsbedrijven, het feit dat ook niet-betrokken partijen onder collectieve overeenkomsten vallen en moeilijkheden met betrekking tot het beëindigen van achterhaalde overeenkomsten. Naar aanleiding van de analyse moeten er concrete beleidsmaatregelen worden getroffen. Daarnaast is het van belang dat de gevolgen van de arbeidsmarkthervorming van 2013-2014 in het oog worden gehouden.

(13)

De beroepsbevolking wordt in negatieve zin beïnvloed door de snelle vergrijzing en een lage participatiegraad, met name van jongeren en werknemers boven de 50. Hoewel de werkingssfeer van en de uitgaven voor het actieve arbeidsmarktbeleid zijn uitgebreid, blijft het bereik ervan onvoldoende ten aanzien van langdurig werklozen, oudere werknemers en jongeren die geen opleiding of onderwijs volgen en geen werk hebben. Het aandeel hoger opgeleiden behoort tot de laagste in de Unie. De discrepantie tussen de gevraagde en de aangeboden vaardigheden alsmede manco's in het onderwijs- en opleidingsstelsel weerhouden mensen ervan hoger onderwijs te volgen. De omvang van de informele economie is nog steeds een probleem en gaat gepaard met veel zwart werk. De maatregelen die de commissie ter bestrijding van zwart werk eind 2014 heeft uitgestippeld, moeten nu worden uitgevoerd. Er bestaan momenteel meer dan 80 verschillende sociale uitkeringen en programma's. Er is een begin gemaakt met de consolidering van de uitkeringen, maar er zijn in 2015 verdere hervormingsinspanningen nodig om de dekking en de adequaatheid van de uitkeringen te verbeteren.

(14)

De verdeling van bevoegdheden tussen het nationale en het lokale niveau is complex en versnipperd, met nadelige gevolgen voor het beheer van de overheidsfinanciën en efficiënte overheidsuitgaven. De huidige toewijzing van beleidsfuncties en administratieve problemen bij de lokale overheden hebben rechtstreekse gevolgen op een aantal gebieden, waaronder de belastinginning, de verstrekking van sociale uitkeringen, het beheer van de Europese structuur- en investeringsfondsen, openbare aanbestedingen en de openbare dienstverlening. De autoriteiten zijn van plan op korte termijn maatregelen te treffen en mechanismen in te voeren waarmee de vrijwillige samenvoeging of coördinatie van eenheden voor zelfbestuur wordt aangemoedigd. Binnen de centrale overheid is de hervorming en rationalisering van het stelsel van overheidsinstellingen op basis van de in 2014 voltooide analyse op gang gebracht.

(15)

Het bedrijfsleven in Kroatië gaat gebukt onder ernstige institutionele tekortkomingen, waaronder instabiele regelgeving, een gebrekkige controle van de kwaliteit van de wetgeving, hoge nalevingskosten, discriminerende praktijken en buitensporige barrières voor dienstverleners, hoge administratieve lasten, een overvloed aan parafiscale lasten, geringe transparantie en voorspelbaarheid wat betreft het functioneren van administratieve organen, met name op lokaal niveau, ongelijk ontwikkelde elektronische-communicatiekanalen en lange gerechtelijke procedures, met name in handelsrechtbanken, die modernisering van het beheer van zaken vergen. De nieuwe strategie voor corruptiebestrijding is te weinig doelgericht en gedetailleerd; dit moet worden aangepakt door middel van een actieplan voor de uitvoering van de strategie.

(16)

Het toezicht op staatsbedrijven schiet tekort wat betreft bedrijven die op lokaal niveau actief zijn en dochterondernemingen van grote staatsbedrijven. De autoriteiten zijn van plan het aantal „strategische” bedrijven te verkleinen en de privatiseringsagenda versneld uit te voeren. Er moeten nog vorderingen worden gemaakt wat betreft de kwaliteit van governance, onder meer met betrekking tot het versterken en harmoniseren van het toezicht op de verschillende staatsbedrijven. De benoeming van bestuursleden vindt niet transparant genoeg plaats en de bekwaamheidseisen zijn relatief gering, hetgeen een belemmering vormt voor het goede beheer van staatseigendom.

(17)

Het invoeren van een efficiënt en transparant kader betreffende vroegtijdige ingrepen en insolventie is onontbeerlijk om de druk tot schuldafbouw te verlichten waaronder Kroatische bedrijven gebukt gaan en om een cultuur te stimuleren die vroege herstructurering mogelijk maakt en „tweede kansen” biedt. Uit een beoordeling van de pre-insolventiewetgeving blijkt dat de ex-ante efficiëntie van het huidige regelgevingskader tot de laagste in de Unie behoort. Er is een begin gemaakt met een hervorming van het insolventiekader en de goedkeuring door het parlement is gepland voor de eerste helft van 2015. De Kroatische bank voor wederopbouw en ontwikkeling kan bij het herstel van Kroatië een cruciale rol spelen. De bank staat rechtstreeks bloot aan kredietrisico's, hetgeen nadelige gevolgen voor de overheidsfinanciën kan hebben. Het is belangrijk dat de bank onder prudentieel toezicht wordt gesteld en dat een strenge corporate governance wordt gehanteerd. Ook de structuur en transparantie van de regelingen voor de verantwoordingsplicht met betrekking tot het beheer zijn voor verbetering vatbaar. Naar aanleiding van valutagerelateerde en door valuta veroorzaakte kredietrisico's is een oplossing voor de lange termijn noodzakelijk; deze oplossing dient evenredig en billijk te zijn, een stabiele rechtsgrondslag te hebben en gericht te zijn op het bieden van hulp aan de kredietnemers die het ergst zijn getroffen.

(18)

In de context van het Europees semester heeft de Commissie een brede analyse van het economische beleid van Kroatië verricht. Deze analyse is gepubliceerd in het landenverslag 2015. Voorts heeft de Commissie zowel het nationale hervormingsprogramma als het convergentieprogramma doorgelicht en onderzocht welk gevolg is gegeven aan de aanbevelingen die in eerdere jaren tot Kroatië zijn gericht. Daarbij heeft zij niet alleen gekeken naar de relevantie ervan voor een houdbaar budgettair en sociaaleconomisch beleid in Kroatië, maar is zij ook nagegaan of de EU-regels en -richtsnoeren in acht zijn genomen, gezien de noodzaak de algehele economische governance van de Unie te versterken door middel van een inbreng op EU-niveau in toekomstige nationale besluiten. De aanbevelingen in het kader van het Europees semester worden in de onderstaande aanbevelingen 1 tot en met 6 weergegeven.

(19)

In het licht van deze beoordeling heeft de Raad het convergentieprogramma onderzocht en zijn advies (5) daarover is met name in onderstaande aanbeveling 1 weergegeven.

(20)

In het licht van de diepgaande evaluatie van de Commissie en deze beoordeling heeft de Raad het nationale hervormingsprogramma en het convergentieprogramma onderzocht. Zijn aanbevelingen op grond van artikel 6 van Verordening (EU) nr. 1176/2011 zijn in de onderstaande aanbevelingen 1 tot en met 6 weergegeven,

BEVEELT AAN dat Kroatië in 2015 en 2016 de volgende actie onderneemt:

1.

Zorgen voor een duurzame correctie van het buitensporig tekort in 2016 door in 2015 de noodzakelijke maatregelen te treffen en de begrotingsstrategie voor 2016 te versterken. De bevindingen van de uitgaventoetsing publiceren en uitvoeren. De beheersing van de uitgaven op centraal en lokaal niveau verbeteren, met name door een sanctieregeling in te voeren voor entiteiten die budgettaire grenzen overschrijden. De Wet Begrotingsverantwoordelijkheid aannemen, alsmede de capaciteit en de rol van de nationale rekenkamer versterken. Een periodieke belasting op onroerend goed invoeren en de btw-naleving verbeteren. Het beheer van de overheidsschuld versterken, met name door jaarlijks een strategie voor het beheer van de schuld te publiceren en voor toereikende middelen te zorgen.

2.

Vervroegde pensionering ontmoedigen door de pensioenrechten bij vervroegde uittreding sterker te reduceren. De adequaatheid en efficiëntie van de uitgaven voor pensioenen verbeteren door een strengere definitie van zware en gevaarlijke beroepen te hanteren. De begrotingsrisico's in de gezondheidszorg aanpakken.

3.

In overleg met de sociale partners en in overeenstemming met de nationale praktijken de zwakke punten van het loonvormingskader aanpakken om ervoor te zorgen dat de salarissen gelijke tred houden met de productiviteit en het macro-economische klimaat. Ervoor zorgen dat werklozen en inactieven meer stimulansen krijgen om betaald werk te zoeken. Uitgaande van de toetsing van 2014 de hervorming van het socialebeschermingsstelsel uitvoeren en de sociale uitkeringen verder consolideren door de doelgerichtheid ervan te verbeteren en overlappingen weg te werken.

4.

De mate van versnippering van en overlapping tussen de verschillende niveaus van de centrale en lokale overheid terugdringen door een nieuw model te ontwikkelen voor de functionele verdeling van bevoegdheden en door rationalisering van het stelsel van overheidsinstellingen. Verbeteren van de transparantie en verantwoordingsplicht in de sector staatsbedrijven, met name wat betreft de benoeming van leidinggevenden en de bekwaamheidseisen. Bevorderen van de beursnotering van minderheidsbelangen in staatsbedrijven en van privatiseringen.

5.

De parafiscale heffingen aanzienlijk verlagen en buitensporige barrières voor dienstverleners wegnemen. Maatregelen ontwikkelen en uitvoeren om de efficiëntie en de kwaliteit van het justitieapparaat, en met name van de handelsrechtbanken, te verbeteren.

6.

Het pre-insolventie- en insolventiekader voor bedrijven versterken om schuldherstructurering te vergemakkelijken en een persoonlijke insolventieprocedure invoeren. De capaciteit van de financiële sector versterken om het herstel te ondersteunen en de problemen aan te pakken die voortvloeien uit hoge niet-renderende bedrijfsleningen en hypotheekleningen in vreemde valuta, alsmede uit zwakke governancepraktijken bij sommige instellingen.

Gedaan te Brussel, 14 juli 2015.

Voor de Raad

De voorzitter

P. GRAMEGNA


(1)  PB L 209 van 2.8.1997, blz. 1.

(2)  PB L 306 van 23.11.2011, blz. 25.

(3)  Gehandhaafd bij Besluit 2014/322/EU van de Raad van 6 mei 2014 betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten voor 2014 (PB L 165 van 4.6.2014, blz. 49).

(4)  Aanbeveling van de Raad van 8 juli 2014 over het nationale hervormingsprogramma 2014 van Kroatië met een advies van de Raad over het convergentieprogramma 2014 van Kroatië (PB C 247 van 29.7.2014, blz. 50).

(5)  Uit hoofde van artikel 9, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1466/97.


18.8.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 272/61


AANBEVELING VAN DE RAAD

van 14 juli 2015

over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Italië en met een advies van de Raad over het convergentieprogramma 2015 van Italië

(2015/C 272/16)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121, lid 2, en artikel 148, lid 4,

Gezien Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid (1), en met name artikel 5, lid 2,

Gezien Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden (2), en met name artikel 6, lid 1,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Gezien de resoluties van het Europees Parlement,

Gezien de conclusies van de Europese Raad,

Gezien het advies van het Comité voor de werkgelegenheid,

Gezien het advies van het Economisch en Financieel Comité,

Gezien het advies van het Comité voor sociale bescherming,

Gezien het advies van het Comité voor de economische politiek,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 26 maart 2010 heeft de Europese Raad zijn goedkeuring gehecht aan het voorstel van de Commissie voor een nieuwe groei- en werkgelegenheidsstrategie. Deze Europa 2020-strategie berust op een versterkte coördinatie van het economische beleid en spitst zich toe op de sleutelgebieden waarop Europa's potentieel voor duurzame groei en concurrentievermogen een krachtige impuls nodig heeft.

(2)

Op voorstel van de Commissie heeft de Raad op 14 juli 2015 een aanbeveling inzake de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en de Unie vastgesteld, en op 21 oktober 2010 heeft hij een besluit betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten vastgesteld (3), die samen de „geïntegreerde richtsnoeren” vormen. De lidstaten werd verzocht in hun nationaal economisch en werkgelegenheidsbeleid met de geïntegreerde richtsnoeren rekening te houden.

(3)

Op 8 juli 2014 heeft de Raad een aanbeveling (4) over het nationale hervormingsprogramma voor 2014 van Italië vastgesteld en een advies over het geactualiseerde stabiliteitsprogramma voor 2014 van Italië uitgebracht. In overeenstemming met Verordening (EU) nr. 473/2013 van het Europees Parlement en de Raad (5) heeft de Commissie op 28 november 2014 haar advies over het ontwerpbegrotingsplan van Italië voor 2015 gepresenteerd.

(4)

Op 28 november 2014 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan de jaarlijkse groeianalyse en daarmee de aanzet gegeven tot het Europees semester 2015 voor coördinatie van het economisch beleid. Tevens heeft de Commissie op die datum op grond van Verordening (EU) nr. 1176/2011 het waarschuwingsmechanismeverslag aangenomen, waarin Italië werd genoemd als een van de lidstaten die aan een diepgaande evaluatie zouden worden onderworpen.

(5)

Op 18 december 2014 heeft de Europese Raad de volgende prioriteiten goedgekeurd: investeringen stimuleren, structurele hervormingen intensiveren en een verantwoorde, groeivriendelijke begrotingsconsolidatie nastreven.

(6)

Op 26 februari 2015 heeft de Commissie haar landenverslag 2015 voor Italië gepubliceerd. In het landenverslag worden de vorderingen beoordeeld die Italië bij de tenuitvoerlegging van de op 8 juli 2014 vastgestelde landenspecifieke aanbevelingen heeft gemaakt. Dit landenverslag bevat ook de resultaten van de diepgaande evaluatie die op grond van artikel 5 van Verordening (EU) nr. 1176/2011 is uitgevoerd. Op basis van haar analyse concludeert de Commissie dat Italië wordt geconfronteerd met buitensporige macro-economische onevenwichtigheden, die een vastbesloten beleidsoptreden en specifieke monitoring vereisen. Met name is het van cruciaal belang dat de aanhoudend lage arbeidsproductiviteit en het aanhoudend zwakke concurrentievermogen bij de wortel worden aangepakt en dat de nationale schuld op een neerwaarts pad wordt gebracht. De behoefte aan maatregelen om het risico terug te brengen van ongunstige effecten op de Italiaanse economie en, gezien de omvang van de Italiaanse economie, op de economische en monetaire unie meer in het algemeen, is bijzonder groot.

(7)

Op 28 april 2015 heeft Italië zijn nationale hervormingsprogramma 2015 en zijn stabiliteitsprogramma 2015 ingediend. Om met de onderlinge verbanden tussen beide programma's rekening te houden zijn deze tegelijkertijd geëvalueerd.

(8)

Italië is momenteel aan het preventieve deel van het stabiliteits- en groeipact en voor de periode 2013-2015 aan de overgangsregel voor de schuld onderworpen. Op 27 februari 2015 heeft de Commissie een verslag opgesteld op grond van artikel 126, lid 3, VWEU, omdat de verwachting was dat Italië in 2014-2015 onvoldoende vooruitgang zou boeken in de richting van de naleving van de schuldregel. De conclusie van die analyse was dat het schuldcriterium op dat tijdstip diende te worden beschouwd als zijnde in acht genomen.

(9)

Op 30 april 2015, na de afsluitdatum voor de voorjaarsprognoses, heeft het Italiaanse Grondwettelijk Hof een tijdelijke niet-indexering van hogere pensioenen in 2012-2013 ongrondwettig verklaard. Op 18 mei 2015 heeft de regering een decreetwet aangenomen om deze uitspraak te ondervangen en heeft zij de begrotingsdoelstellingen van het Stabiliteitsprogramma bevestigd. In het licht van deze informatie kunnen de conclusies van het februariverslag uit hoofde van artikel 126, lid 3, VWEU in dit stadium nog steeds als grotendeels geldig worden beschouwd. Het precieze effect van dit arrest op de begroting zal afhangen van de daaraan door de Italiaanse regering gegeven uitvoering, waarover nog meer duidelijkheid moet komen. In het licht van deze nieuwe informatie dient misschien in een later stadium een verslag op grond van artikel 126, lid 3, VWEU te worden opgesteld. Zonder dit nieuwe element en in afwachting dat daarover meer duidelijkheid komt, kunnen de conclusies van het verslag van februari in dit stadium nog steeds als grotendeels geldig worden beschouwd.

(10)

In zijn stabiliteitsprogramma 2015 heeft Italië verzocht om in 2016 tijdelijk met 0,4 procentpunt van het bbp te mogen afwijken van het vereiste aanpassingstraject richting de middellangetermijndoelstelling, gelet op de belangrijke structurele hervormingen met een positief effect op de langetermijnhoudbaarheid van de overheidsfinanciën. De precieze gegevens waarop deze hervormingen berusten, zijn nader uitgewerkt in het nationale hervormingsprogramma van Italië voor 2015. De sectoren waar hervormingen volgens het programma een effect zullen hebben op de houdbaarheid van de overheidsfinanciën, zijn onder meer: i) overheidsdiensten en vereenvoudiging; ii) product- en dienstenmarkten; iii) arbeidsmarkt, iv) civiele rechtspraak; v) onderwijs; vi) een taxshift; en vii) spending review als financieringsmaatregel. De effecten van de hervormingen op het reële bbp worden door de autoriteiten geraamd op 1,8 procentpunten tegen 2020, hetgeen plausibel lijkt. Indien deze hervormingen volledig, voortvarend en op tijd worden geïmplementeerd, zullen zij een positief effect hebben op de houdbaarheid van de overheidsfinanciën. Op voorwaarde dat de regering in 2015 de nodige maatregelen neemt om het blijvende effect van het bovengenoemde arrest van het Grondwettelijk Hof passend te compenseren, zodat ervoor gezorgd wordt dat: i) Italië aan het preventieve deel van het stabiliteits- en groeipact onderworpen blijft; ii) een passende veiligheidsmarge voor de inachtneming van de in het Verdrag vastgestelde referentiewaarde wordt gewaarborgd; en iii) de middellangetermijndoelstelling binnen de vierjaarstermijn van het stabiliteitsprogramma wordt bereikt, kan Italië momenteel beschouwd worden als in aanmerking komend voor de gevraagde tijdelijke afwijking in 2016, mits het de overeengekomen hervormingen adequaat implementeert, hetgeen zal worden gemonitord in het kader van het Europees semester.

(11)

Volgens het stabiliteitsprogramma 2015 moet het nominale tekort geleidelijk worden teruggedrongen naar 2,6 % van het bbp in 2015, en verder tot 1,8 % van het bbp in 2016. In haar stabiliteitsprogramma 2015 wil de regering de middellangetermijndoelstelling — een begrotingssituatie die structureel in evenwicht is — bereiken tegen 2017. Het herberekende structurele saldo (6) bereikt evenwel pas in 2018 de middellangetermijndoelstelling. Het behalen van de middellangetermijndoelstelling tegen 2017 lijkt passend, rekening houdende met de toepassing van de clausule inzake structurele hervormingen en met de toezeggingen die zijn vastgelegd in het stabiliteitsprogramma 2015.

(12)

De overheidsschuldquote zal in 2015 naar verwachting een piek bereiken van 132,5 %, om nadien geleidelijk te dalen tot rond 120,0 % in 2019. Het macro-economische scenario dat aan de begrotingsprognoses ten grondslag ligt, is plausibel. De regering moet nog precies aangeven met welke aanvullende bezuinigingen zij kan vermijden dat in 2016 de wettelijk vastgelegde btw-verhoging wordt geïmplementeerd.

(13)

Italië dient zijn structurele saldo in 2015 met 0,25 % van het bbp te verbeteren. Volgens de voorjaarsprognoses 2015 van de Commissie is de verwachte structurele aanpassing in de richting van de middellangetermijndoelstelling van 0,3 % van het bbp in 2015 in lijn met de verplichtingen van Italië in het kader van het preventieve deel van het stabiliteits- en groeipact. In 2016 dient Italië zijn structurele saldo met ten minste 0,1 % van het bbp te verbeteren, rekening houdende met de toegelaten afwijking op grond van de clausule inzake structurele hervormingen. Niettemin geven de prognoses van de Commissie, bij ongewijzigd beleid, een verslechtering met 0,2 % van het bbp te zien, waardoor een risico op een lichte afwijking ontstaat. Daarom zullen verdere maatregelen nodig zijn. In het licht van zijn evaluatie van het stabiliteitsprogramma en rekening houdende met de voorjaarsprognoses 2015 van de Commissie, is de Raad van oordeel dat er een risico bestaat dat Italië de bepalingen van het stabiliteits- en groeipact niet in acht zal nemen.

(14)

De implementatie van het door de Italiaanse autoriteiten ingediende ambitieuze privatiseringsprogramma heeft, ondanks de daarvan verwachte bijdrage aan de inspanningen inzake schuldafbouw (een van de cruciale uitdagingen voor Italië), enige vertraging opgelopen in 2014; daardoor bedroegen in 2014 de privatiseringsopbrengsten 0,2 % van het bbp, en blijven zij dus onder de doelstelling van 0,7 % per jaar.

(15)

Het afgelopen jaar heeft Italië aanzienlijke stappen gezet voor het verlichten van de belastingdruk op arbeid, die niettemin hoog blijft. Het aantal en het toepassingsgebied van belastinguitgaven, met name verlaagde btw-tarieven, blijft nog steeds buitensporig hoog. Wat onroerendzaakbelasting betreft, is slechts traag vooruitgang geboekt bij de hervorming van het kadaster, die met name noodzakelijk is om de achterhaalde woz-waarden/kadastrale waarden te actualiseren. Voorts is nog geen aanvang gemaakt met de herziening van milieubelastingen en het schrappen van milieuschadelijke subsidies. Italië heeft een commissie voor milieubelastingen opgericht. Deze verschillende aspecten komen aan bod in de machtigingswet (legge delega) voor de fiscale hervorming, waarvan de implementatie echter vertraging heeft opgelopen door het uitblijven van wetgevingsdecreten. Hoewel op dit punt een aantal maatregelen is genomen, wordt de doelmatigheid van het belastingstelsel in Italië ook ondermijnd door aanhoudend lage en dure niveaus van naleving van de fiscale regels en hoge belastingontduiking (volgens ramingen van de overheid goed voor 91 miljard EUR per jaar of 5,6 % van het bbp). De overheid is met maatregelen gekomen die voor correcte belastingaangiften moeten zorgen, maatregelen die nu volledig operationeel moeten worden gemaakt.

(16)

Op de weg naar een blijvende verbetering van de doelmatigheid en de kwaliteit van overheidsuitgaven op alle bestuurslagen werd slechts beperkte vooruitgang geboekt. De bezuinigingen zoals die — ook op het regionale en lokale niveau — in wet- en regelgeving werden uitgewerkt, blijven achter bij hetgeen in het nationale hervormingsprogramma voor 2014 was vooropgesteld. Het feit dat de spending review nog niet in de begrotingsprocedure is geïntegreerd, weegt op de algemene langetermijndoelmatigheid van de exercitie. Het beheer van Uniemiddelen blijft kampen met ernstige tekortkomingen, met name in de zuidelijke regio's. Een nationaal strategisch plan voor havens en logistiek is in voorbereiding, maar tot dusver zijn slechts gedeeltelijke stappen gezet om het beheer van havens en hun verbindingen met het hinterland te moderniseren.

(17)

De Italiaanse overheidsdiensten worden nog steeds gekenmerkt door aanzienlijke ondoelmatigheid die blijft drukken op het ondernemingsklimaat en op de mogelijkheden van het land om hervormingen daadwerkelijk te implementeren. Inspanningen met het oog op de verbetering van het institutionele kader en de algemene kwaliteit van de overheidsdiensten zijn en worden geleverd. Een ambitieuze hervorming van de Grondwet, die met name een duidelijkere bevoegdheidsverdeling tussen de verschillende bestuurslagen moet opleveren, wordt vóór eind 2015 verwacht. Een ingrijpende hervorming van de overheidsdiensten waarin onder meer werk wordt gemaakt van het personeelsverloop, de mobiliteit en compensatie, is nakend. Weliswaar is een aantal stappen gezet om transparantie te bevorderen en om de nationale dienst voor corruptiebestrijding voldoende bevoegdheden te geven, maar een herziening van de verjaringstermijnen — die ook door andere internationale organisaties als een speerpunt in de strijd tegen de corruptie in Italië wordt beschouwd — heeft nog niet plaatsgevonden. De afgelopen jaren zijn belangrijke stappen gezet om zowel de rechtsbedeling te verbeteren (door de geografische herindeling van rechtsgebieden en de oprichting van gespecialiseerde rechtbanken) als de behoefte aan rechtszaken te beperken (door het bevorderen van buitengerechtelijke geschillenbeslechting). De lange looptijd van procedures blijft een groot probleem en de hervormingen die werden doorgevoerd, moeten nog resultaten opleveren.

(18)

Sinds eind 2008 is het percentage oninbare leningen in de Italiaanse banksector fors toegenomen, vooral als gevolg van de blootstellingen aan risico met betrekking tot ondernemingen. Tot dusver is de saneringscapaciteit voor probleemactiva veel te laag en is de afstoting van dit soort activa beperkt gebleven. Dit valt ten dele te wijten aan het feit dat de Italiaanse markt voor particuliere probleemschuld onderontwikkeld is. Er is recentelijk wetgeving aangenomen om de zwakke punten in de corporate governance van de grootste coöperatieve banken (banche popolari) aan te pakken, en voorts is in april 2015 tussen de stichtingen en de Italiaanse autoriteiten een akkoord bereikt dat onder meer tot doel heeft de invloed van stichtingen in de governance van banken te beperken. Momenteel wordt door kleine coöperatieve banken (banche di credito cooperative) een niet-bindende governancehervorming voorbereid, die vervolgens bij wet zal worden uitgevoerd. Een verdere herstructurering en consolidatie van de Italiaanse banksector is nodig om financiële intermediatie beter haar rol te laten spelen en het economische herstel te ondersteunen.

(19)

Een brede machtigingswet voor de hervorming van de arbeidsmarkt (de Jobs Act — banenwet) werd in december 2014 goedgekeurd en houdt de koers van de vorige hervormingen aan. Deze wet bevat met name aanpassingen in de wetgeving inzake arbeidsbescherming, het werkloosheidsstelsel, de sturing en het functioneren van het actieve en passieve arbeidsmarktbeleid, en het evenwicht tussen werk en privéleven. De daadwerkelijke implementatie van deze wet zal in beslissende mate afhangen van de nodige uitvoeringsdecreten waarvan het goedkeuringsproces door de wetgever nu loopt. Deze betreffen het gebruik van loonsuppletieregelingen, de herziening van contractuele afspraken, het evenwicht tussen werk en privéleven, en de versterking van een actief arbeidsmarktbeleid. Nog steeds worden slechts voor een minderheid van de ondernemingen aanvullende regio- of ondernemingscao's afgesloten (contrattazione di secondo livello), die de afstemming van lonen op de productiviteit zouden kunnen verbeteren en die de invoering van innovatieve oplossingen binnen ondernemingen zouden kunnen stimuleren. Het akkoord van januari 2014 over de procedures voor het meten van de representativiteit van vakorganisaties in de be- en verwerkende industrie zou het gebruik van dit soort cao's kunnen helpen te bevorderen, maar is nog niet operationeel. De arbeidsmarktparticipatie van vrouwen neemt weliswaar toe, maar blijft nog steeds de laagste in de Unie. Voorts liep de jeugdwerkloosheid in het derde kwartaal van 2014 op tot bijna 43 % en is het percentage jongeren tussen 15 en 24 jaar dat geen baan heeft of geen opleiding of onderwijs volgt, het hoogste van de Unie. De oorzaken daarvan zijn deels terug te voeren op het onderwijssysteem, dat nog steeds wordt gekenmerkt door schoolresultaten die onder het Uniegemiddelde blijven, en door betrekkelijk hoge schooluitval. Van de jongeren tussen 15 en 34 jaar met een diploma uit het eerste en tweede niveau van het hoger onderwijs, vond de voorbije drie jaar slechts 54,6 % een baan, tegenover een gemiddelde van 78,6 % voor de Europese Unie. Italië kreeg te maken met een van de grootste stijgingen van de percentages inzake armoede en sociale uitsluiting in de Unie, waardoor vooral kinderen hard worden getroffen. Socialebijstandsregelingen blijven versnipperd en blijken niet in staat om deze uitdaging aan te pakken, hetgeen tot aanzienlijke kosteninefficiënties leidt.

(20)

Een reeks beperkingen van de mededinging belemmert nog steeds het goede functioneren van product- en dienstenmarkten. Een wet die bepaalde barrières moet slechten in een aantal sectoren is wordt momenteel in het Parlement besproken. Er blijven nog steeds hoge barrières bestaan voor een aantal onder de wet vallende sectoren (juridische dienstverlening en apotheken), alsook in andere sectoren, zoals onder meer lokale openbare diensten, luchthavens en havens, de banksector en de gezondheidszorg. Aanzienlijke zwakke punten blijven bestaan op het gebied van overheidsopdrachten, ondanks een ruimer gebruik van gecentraliseerde inkoop. Lokale openbare diensten, die duidelijke tekenen van ondoelmatigheid vertonen, blijven tegen concurrentie beschermd, hetgeen ook ongunstige effecten op de overheidsfinanciën heeft. Open tendering wordt gebruikt voor een klein deel van de te gunnen opdrachten, terwijl het overgrote deel van de opdrachten wordt gegund via inbesteding of vergelijkbare procedures.

(21)

In de context van het Europees semester heeft de Commissie een brede analyse van het economische beleid van Italië verricht. Deze analyse is gepubliceerd in het landenverslag 2015. Voorts heeft de Commissie zowel het nationale hervormingsprogramma als het stabiliteitsprogramma doorgelicht en onderzocht welk gevolg is gegeven aan de aanbevelingen die in eerdere jaren tot Italië zijn gericht. Daarbij heeft zij niet alleen gekeken naar de relevantie ervan voor een houdbaar budgettair en sociaaleconomisch beleid in Italië, maar is zij ook nagegaan of de EU-regels en -richtsnoeren in acht zijn genomen, gezien de noodzaak de algehele economische governance van de Unie te versterken door middel van een inbreng op EU-niveau in toekomstige nationale besluiten. De aanbevelingen in het kader van het Europees semester worden in de onderstaande aanbevelingen 1 tot en met 6 weergegeven.

(22)

In het licht van deze beoordeling heeft de Raad het stabiliteitsprogramma onderzocht en zijn advies (7) daarover is met name in de onderstaande aanbeveling 1 weergegeven.

(23)

In het licht van de diepgaande evaluatie van de Commissie en deze beoordeling heeft de Raad het nationale hervormingsprogramma en het stabiliteitsprogramma onderzocht. Zijn aanbevelingen op grond van artikel 6 van Verordening (EU) nr. 1176/2011 zijn in de onderstaande aanbevelingen 1 tot en met 6 weergegeven.

(24)

In de context van het Europees semester heeft de Commissie tevens een analyse van het economische beleid van de eurozone als geheel verricht. Op basis hiervan heeft de Raad specifieke aanbevelingen gericht tot de lidstaten die de euro als munt hebben (8). Als land datde euro als munt heeft, dient Italië er ook voor te zorgen dat aan deze aanbevelingen volledig en tijdig uitvoering wordt gegeven,

BEVEELT AAN dat Italië in de periode 2015-2016 de volgende actie onderneemt:

1.

Een budgettaire aanpassing bereiken van ten minste 0,25 % van het bbp in de richting van de begrotingsdoelstelling op middellange termijn in 2015 en van 0,1 % van het bbp in 2016 door zowel in 2015 als in 2016 de nodige structurele maatregelen te nemen, rekening houdende met de afwijking die is toegestaan voor de uitvoering van grote structurele hervormingen. Ervoor zorgen dat de spending review integraal deel uitmaakt van de begrotingsprocedure. Het privatiseringsprogramma snel en grondig implementeren en meevallers gebruiken om verdere vooruitgang te boeken bij het op een duurzaam neerwaarts pad brengen van de overheidsschuldquote. De machtigingswet voor de fiscale hervorming tegen september 2015 implementeren, met name de herziening van belastinguitgaven en woz-waarden/kadastrale waarden en de maatregelen om inachtneming van de belastingregels te versterken.

2.

Het voorgenomen nationale strategisch plan voor havens en logistiek vaststellen, met name om multimodaal transport te helpen bevorderen via betere verbindingen. Zorgen dat de Agenzia per la coesione territoriale (Agentschap voor territoriale cohesie) volledig operationeel wordt, zodat het beheer van middelen van de Europese Unie uitgesproken verbeteringen te zien geeft.

3.

Vaststellen en implementeren van de in behandeling zijnde wetten ter verbetering van het institutionele kader en de modernisering van de overheidsdiensten. De verjaringstermijnen tegen medio 2015 herzien. Zorgen dat de hervormingen die werden goedgekeurd om de civiele rechtspraak doelmatiger te maken, de looptijd van de procedures helpen te verminderen.

4.

Tegen eind 2015 bindende maatregelen introduceren om de resterende zwakke punten in de corporate governance van banken aan te pakken, de overeengekomen hervorming van de stichtingen uitvoeren en maatregelen nemen om sneller tot de ruimere afbouw van oninbare leningen te komen.

5.

De wetgevingsdecreten vaststellen over het ontwerp en het gebruik van loonsuppletieregelingen, de herziening van contractuele afspraken, het evenwicht tussen werk en privéleven, en de versterking van een actief arbeidsmarktbeleid. In overleg met de sociale partners en overeenkomstig nationale praktijken een effectief kader bevorderen voor onderhandelingen over aanvullende regio- of ondernemings-cao's. In het kader van de inspanningen voor de strijd tegen de jeugdwerkloosheid de geplande onderwijshervorming goedkeuren en implementeren en het beroepsgerichte tertiaire onderwijs uitbreiden.

6.

De vereenvoudigingsagenda voor 2015-2017 implementeren om de regeldruk te verlichten. Concurrentiebevorderende maatregelen vaststellen in alle sectoren die onder de mededingingswetgeving vallen, en beslissende stappen zetten om resterende barrières op te ruimen. Zorgen dat overheidsopdrachten voor lokale diensten die niet aan de regels voor inbesteding voldoen, tegen uiterlijk eind 2015 zijn gerectificeerd.

Gedaan te Brussel, 14 juli 2015.

Voor de Raad

De voorzitter

P. GRAMEGNA


(1)  PB L 209 van 2.8.1997, blz. 1.

(2)  PB L 306 van 23.11.2011, blz. 25.

(3)  Gehandhaafd bij Besluit 2014/322/EU van de Raad van 6 mei 2014 betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten voor 2014 (PB L 165 van 4.6.2014, blz. 49).

(4)  Aanbeveling van de Raad van 8 juli 2014 over het nationale hervormingsprogramma 2014 van Italië en met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2014 van Italië (PB C 247 van 29.7.2014, blz. 57).

(5)  Verordening (EU) nr. 473/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende gemeenschappelijke voorschriften voor het monitoren en beoordelen van ontwerpbegrotingsplannen en voor het garanderen van de correctie van buitensporige tekorten van de lidstaten van de eurozone (PB L 140 van 27.5.2013, blz. 11).

(6)  Het structurele saldo zoals herberekend door de Commissie op basis van de gegevens uit het stabiliteitsprogramma, volgens een algemeen aanvaarde methode.

(7)  Uit hoofde van artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1466/97.

(8)  PB C 272 van 18.8.2015, blz. 98


18.8.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 272/66


AANBEVELING VAN DE RAAD

van 14 juli 2015

over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Letland en met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2015 van Letland

(2015/C 272/17)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121, lid 2, en artikel 148, lid 4,

Gezien Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid (1), en met name artikel 5, lid 2,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Gezien de resoluties van het Europees Parlement,

Gezien de conclusies van de Europese Raad,

Gezien het advies van het Comité voor de werkgelegenheid,

Gezien het advies van het Economisch en Financieel Comité,

Gezien het advies van het Comité voor sociale bescherming,

Gezien het advies van het Comité voor de economische politiek,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 26 maart 2010 heeft de Europese Raad zijn goedkeuring gehecht aan het voorstel van de Commissie voor een nieuwe groei- en werkgelegenheidsstrategie, Europa 2020, die berust op een versterkte coördinatie van het economische beleid. De strategie berust spitst zich toe op de sleutelgebieden waarop Europa's potentieel voor duurzame groei en concurrentievermogen een krachtige impuls nodig heeft.

(2)

Op voorstellen van de Commissie heeft de Raad op 14 juli 2015 een aanbeveling inzake de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en de Unie vastgesteld, en op 21 oktober 2010 heeft hij een besluit betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten vastgesteld, die samen de „geïntegreerde richtsnoeren” vormen (2). De lidstaten werd verzocht in hun nationaal economisch en werkgelegenheidsbeleid met de geïntegreerde richtsnoeren rekening te houden.

(3)

Op 8 juli 2014 heeft de Raad een aanbeveling (3) over het nationale hervormingsprogramma voor 2014 van Letland aangenomen en een advies over het geactualiseerde stabiliteitsprogramma voor 2014 van Letland uitgebracht.

(4)

Op 28 november 2014 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan de jaarlijkse groeianalyse en daarmee de aanzet gegeven tot het Europees semester 2015 voor coördinatie van het economisch beleid. Tevens heeft de Commissie op die datum op grond van Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad (4) het waarschuwingsmechanismeverslag aangenomen, waarin Letland niet werd genoemd als een van de lidstaten die aan een diepgaande evaluatie zouden worden onderworpen.

(5)

Op 18 december 2014 heeft de Europese Raad de volgende prioriteiten goedgekeurd: stimuleren van investeringen, intensiveren van structurele hervormingen en nastreven van een verantwoorde, groeivriendelijke begrotingsconsolidatie.

(6)

Op 26 februari 2015 heeft de Commissie haar landenverslag 2015 voor Letland gepubliceerd. In het landenverslag worden de Letse vorderingen beoordeeld die bij de tenuitvoerlegging van de op 8 juli 2014 vastgestelde landenspecifieke aanbevelingen zijn gemaakt.

(7)

Op 15 april 2015 heeft Letland zijn nationale hervormingsprogramma 2015 en zijn stabiliteitsprogramma 2015 ingediend. Om met de onderlinge verbanden tussen beide programma's rekening te houden, zijn deze tegelijkertijd geëvalueerd.

(8)

Letland valt momenteel onder het preventieve deel van het stabiliteits- en groeipact en komt in aanmerking voor de clausule inzake hervorming van het pensioenstelsel, zoals door Eurostat is bevestigd. Letland heeft in zijn stabiliteitsprogramma 2015 verzocht om een tijdelijke afwijking van het voorgeschreven aanpassingstraject naar de middellangetermijndoelstelling, omdat het land nog werkt aan de tenuitvoerlegging van een ingrijpende structurele hervorming van de zorgsector. De begrotingskosten van de hervorming van de zorgsector bedragen in 2016 0,2 % van het bbp. De hervorming leidt naar schatting tot een verhoging van de werkgelegenheid met 0,6 % en een verhoging van het bbp met 2,2 % tegen 2023. Het positieve effect op de groei en de houdbaarheid van de overheidsfinanciën op de lange termijn wordt als plausibel beoordeeld. Volgens de voorjaarsprognose 2015 van de Commissie overschrijdt het voorspelde structurele tekort van 2,2 % van het bbp in 2016 echter de passende veiligheidsmarge met betrekking tot de Verdragsreferentiewaarde van 3 % van het bbp, die in acht moet worden genomen om voor de clausule inzake structurele hervormingen in aanmerking te komen. De Raad is derhalve, hoewel hij erkent dat de lopende hervorming van de zorgsector gerechtvaardigd is, van mening dat Letland niet voldoet aan de voorwaarden om het voordeel van de gevraagde tijdelijke afwijking in 2016 te krijgen.

(9)

Met het stabiliteitsprogramma 2015 beoogt de regering het nominale tekort in grote lijnen stabiel te houden op 1,4 % van het bbp in 2016 en 1,3 % in 2017, waarna het stijgt tot 1,7 % in 2018. Om dit te bereiken, streeft de regering naar een structureel tekort van 1,8 % van het bbp in 2016 en 1,4 % van het bbp vanaf 2017. Het in het stabiliteitsprogramma vermelde aanpassingstraject omvat een afwijking op basis van de clausule inzake structurele hervormingen, waarvoor Letland niet in aanmerking lijkt te komen, terwijl de geplande aanvullende defensie-uitgaven voor de periode 2016-2019 als eenmalig worden aangemerkt. Volgens het stabiliteitsprogramma zal de overheidsschuldquote naar verwachting dalen van 37 % van het bbp in 2015 naar 34 % van het bbp in 2018, met in de tussenliggende jaren enige jaarlijkse fluctuaties als gevolg van de verhoging van de liquide activa met het oog op schuldbeheer. Het macro-economische scenario dat aan deze begrotingsprognoses ten grondslag ligt, is plausibel. De maatregelen voor 2015 zijn grotendeels uitgevoerd volgens de begroting. De maatregelen om vanaf 2016 de geplande tekortdoelstellingen te ondersteunen, zijn echter nog niet voldoende gespecificeerd. Op basis van de voorjaarsprognose 2015 van de Commissie voldoet Letland in 2015 aan de vereisten, als rekening wordt gehouden met de toepassing van de clausule inzake hervorming van het pensioenstelsel. Voor 2016 is er gevaar voor een significante afwijking. Het structurele saldo moet met 0,3 % van het bbp verbeteren, als rekening wordt gehouden met de pensioenhervorming. Volgens de prognose van de Commissie zal het saldo met 0,3 % van het bbp verslechteren, mede in verband met het feit dat de defensie-uitgaven niet als eenmalig kunnen worden aangemerkt. Op basis van zijn beoordeling van het stabiliteitsprogramma en rekening houdend met de voorjaarsprognoses 2015 van de Commissie is de Raad van oordeel dat er kans bestaat dat Letland niet aan de bepalingen van het stabiliteits- en groeipact zal voldoen.

(10)

Voor het hoger onderwijs in Letland wordt een onafhankelijk nationaal accreditatiebureau opgericht en een nieuw, op kwaliteit gericht financieringsmodel ontwikkeld. Hoewel bij de hervorming van het stelsel voor onderzoek en innovatie overeenkomstig het kader voor slimme specialisatie enige vooruitgang is geboekt, heeft de ontoereikende financiering van dit versnipperde stelsel voor onderzoek en innovatie door de overheid povere wetenschappelijke resultaten tot gevolg. Letland heeft in 2013 slechts 0,6 % van zijn bbp in onderzoek en ontwikkeling geïnvesteerd — op twee na het laagste peil in de Unie. De publieke O&O-intensiteit bedroeg in 2013 niet meer dan 0,43 % van het bbp. Het gebrek aan innovatie en particuliere investeringen in kennisintensieve sectoren met een hogere toegevoegde waarde vermindert het concurrentievermogen.

(11)

Hoewel vooruitgang is geboekt bij de bestrijding van werkloosheid, zijn gezien de krimpende beroepsbevolking verdere maatregelen noodzakelijk om jeugdwerkloosheid en de negatieve gevolgen daarvan op de lange termijn te voorkomen. Letland heeft enige vooruitgang geboekt bij de hervorming van beroepsonderwijs en beroepsopleiding en de stagecomponent, maar de geringe aantrekkingskracht ervan blijft echter een probleem, gezien de beperkte medewerking van het midden- en kleinbedrijf.

(12)

Ook al is er een aanzienlijke hoeveelheid analyse- en planningwerkzaamheden uitgevoerd, de hervormingen van de sociale bijstand zijn niet gevorderd en worden niet gedekt door toereikende begrotingsplannen. Door de lage dekking en de ontoereikendheid van de werkloosheids- en socialebijstandsuitkeringen kan niet daadkrachtig worden opgetreden tegen armoede, sociale uitsluiting en de hoge mate van ongelijkheid. Gezien deze omstandigheden hebben de sociale uitgaven weinig effect op de bestrijding van armoede. In 2014 werd 32,7 % van de Letse bevolking bedreigd door armoede of sociale uitsluiting, en de inkomensongelijkheid behoort nog steeds tot de hoogste in de Unie. De financiering en de dekking van het actieve arbeidsmarktbeleid zijn nog steeds gering, vergeleken met andere lidstaten. De hoge belastingwig voor laagbetaalden heeft een ontmoedigend effect op het verkrijgen van formele arbeid en vermindert de vraag naar laaggeschoolden, terwijl milieubelasting en vermogensbelasting een aanzienlijk onbenut potentieel hebben. De lage overheidsfinanciering en de hoge eigen bijdragen in de gezondheidszorg, de onvoldoende nadruk op stimulering van prestaties en efficiëntie en de gebrekkige coördinatie van de zorg leiden voor een groot deel van de bevolking tot een verminderde toegankelijkheid van het zorgstelsel. Er moet verdere actie worden ondernomen om de toegankelijkheid, de kosteneffectiviteit en de kwaliteit van het zorgstelsel te verbeteren en de financiering van ziekenhuizen te koppelen aan hun prestaties.

(13)

Letland heeft aanzienlijke vooruitgang geboekt met de hervorming van het justitiële stelsel. Het percentage afgehandelde civiele en handelszaken is echter nog steeds laag, wat voor het bedrijfsleven extra lasten tot gevolg heeft. De rol van de Hoge Raad en de rechtbankpresidenten bij de tenuitvoerlegging van de justitiële hervormingen moet worden versterkt. Belastingontduiking wordt onvoldoende bestreden, de belastinginning laat te wensen over en de mate van belastingontwijking is nog hoog. De insolventiewet is goedgekeurd, maar er blijven nog problemen door de ontoereikendheid van het insolventiebeleid en het ontbreken van een doeltreffend systeem voor toezicht op curatoren. Het ondernemingsklimaat en de kwaliteit van de overheidsdiensten zouden gebaat zijn bij drastischer maatregelen tegen belangenconflicten en corruptie, met name in kwetsbare sectoren als de overheidsopdrachten, de bouw en de gezondheidszorg. Er is geen vooruitgang geboekt ten aanzien van de voorstellen die de Mededingingsraad heeft gedaan voor wijzigingen van de mededingingswet die de Mededingingsraad institutioneel en financieel onafhankelijker moeten maken, zodat hij doeltreffend kan optreden tegen overheidsinstanties.De wet inzake de openbare diensten is niet door het parlement goedgekeurd. Het is van belang dat de wet ook op de plaatselijke overheden van toepassing is.

(14)

In de context van het Europees semester heeft de Commissie een brede analyse van het economische beleid van Letland verricht. Deze analyse is gepubliceerd in het landenverslag 2015. Voorts heeft de Commissie zowel het nationale hervormingsprogramma als het stabiliteitsprogramma doorgelicht en onderzocht welk gevolg is gegeven aan de aanbevelingen die in eerdere jaren tot Letland zijn gericht. Daarbij heeft zij niet alleen gekeken naar de relevantie ervan voor een houdbaar budgettair en sociaaleconomisch beleid in Letland, maar is zij ook nagegaan of de EU-regels en -richtsnoeren in acht zijn genomen, gezien de noodzaak de algehele economische governance van de Unie te versterken door middel van een inbreng op EU-niveau in toekomstige nationale besluiten. Haar aanbevelingen in het kader van het Europees semester worden in de onderstaande aanbevelingen 1 tot en met 4 weergegeven.

(15)

In het licht van deze beoordeling heeft de Raad het stabiliteitsprogramma onderzocht en zijn advies (5) daarover is met name in de onderstaande aanbeveling 1 weergegeven.

(16)

In de context van het Europees semester heeft de Commissie tevens een analyse van het economische beleid van de eurozone als geheel verricht. Op basis hiervan heeft de Raad specifieke aanbevelingen gericht tot de lidstaten die de euro als munt hebben (6). Als land dat de euro als munt heeft, dient Letland er ook voor te zorgen dat aan deze aanbevelingen volledig en tijdig uitvoering wordt gegeven,

BEVEELT Letland AAN in 2015 en 2016 de volgende actie te ondernemen:

1.

Erop toezien dat de afwijking van de middellangetermijndoelstelling voor 2015 en 2016 beperkt blijft tot het in verband met de hervorming van het pensioenstelsel toegestane bedrag.

2.

Het beroepsonderwijs en de beroepsopleiding verbeteren, de hervorming van het leerprogramma versnellen en het aanbod voor werkplekleren vergroten. Erop toezien dat het nieuwe financieringsmodel van het hoger onderwijs kwaliteit beloont. De financiering van onderzoek beter afstemmen en particuliere investeringen in innovatie stimuleren op basis van het kader voor slimme specialisatie.

3.

Concrete stappen zetten om de sociale bijstand te hervormen, toezien op de gepastheid van de uitkeringen en maatregelen nemen om de inzetbaarheid te vergroten. De grote belastingwig voor mensen met een laag inkomen verminderen door de belastingdruk te verschuiven naar gebieden die een minder negatieve invloed hebben op de groei. Actie ondernemen om de toegankelijkheid, de kosteneffectiviteit en de kwaliteit van het zorgstelsel te verbeteren en de financiering van ziekenhuizen koppelen aan hun prestaties.

4.

De doelmatigheid van het justitiële stelsel verbeteren door de verantwoordingsplicht voor alle betrokkenen (met inbegrip van curatoren) te versterken, in passende middelen voor de bestrijding van belastingontduiking te voorzien en de rol van de Hoge Raad te versterken. Verbeteringen aanbrengen in de wetgeving inzake de openbare diensten door de regeling voor belangenconflicten te versterken en de bezoldiging te koppelen aan de verantwoordelijkheden van de betrokkene.

Gedaan te Brussel, 14 juli 2015.

Voor de Raad

De voorzitter

P. GRAMEGNA


(1)  PB L 209 van 2.8.1997, blz. 1.

(2)  Gehandhaafd bij Besluit 2014/322/EU van de Raad van 6 mei 2014 betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten voor 2014 (PB L 165 van 4.6.2014, blz. 49).

(3)  Aanbeveling van de Raad van 8 juli 2014 over het nationale hervormingsprogramma 2014 van Letland met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2014 van Letland (PB C 247 van 29.7.2014, blz. 63).

(4)  Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden (PB L 306 van 23.11.2011, blz. 25).

(5)  Uit hoofde van artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1466/97.

(6)  PB C 272 van 18.8.2015, blz. 98


18.8.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 272/70


AANBEVELING VAN DE RAAD

van 14 juli 2015

over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Litouwen, met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2015 van Litouwen

(2015/C 272/18)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121, lid 2, en artikel 148, lid 4,

Gezien Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid (1), en met name artikel 5, lid 2,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Gezien de resoluties van het Europees Parlement,

Gezien de conclusies van de Europese Raad,

Gezien het advies van het Comité voor de werkgelegenheid,

Gezien het advies van het Economisch en Financieel Comité,

Gezien het advies van het Comité voor sociale bescherming,

Gezien het advies van het Comité voor de economische politiek,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 26 maart 2010 heeft de Europese Raad zijn goedkeuring gehecht aan het voorstel van de Commissie voor een nieuwe groei- en werkgelegenheidsstrategie; deze Europa 2020-strategie berust op een versterkte coördinatie van het economische beleid en spitst zich toe op de sleutelgebieden waarop Europa's potentieel voor duurzame groei en concurrentievermogen een krachtige impuls nodig heeft.

(2)

Op voorstel van de Commissie heeft de Raad op 14 juli 2015 een aanbeveling inzake de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en de Unie vastgesteld, en op 21 oktober 2010 heeft hij een besluit betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten vastgesteld (2). De lidstaten werd verzocht in hun nationaal economisch en werkgelegenheidsbeleid met de geïntegreerde richtsnoeren rekening te houden.

(3)

Op 8 juli 2014 heeft de Raad een aanbeveling (3) over het nationale hervormingsprogramma voor 2014 van Litouwen vastgesteld en een advies over het geactualiseerde convergentieprogramma voor 2014 van Litouwen uitgebracht.

(4)

Op 28 november 2014 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan de jaarlijkse groeianalyse en daarmee de aanzet gegeven tot het Europees semester 2015 voor coördinatie van het economisch beleid. Tevens heeft de Commissie op die datum op grond van Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad (4) het waarschuwingsmechanismeverslag aangenomen, waarin Litouwen niet werd genoemd als een van de lidstaten die aan een diepgaande evaluatie zouden worden onderworpen.

(5)

Op 18 december 2014 heeft de Europese Raad de volgende prioriteiten goedgekeurd: stimuleren van investeringen, intensiveren van structurele hervormingen en nastreven van een verantwoorde, groeivriendelijke begrotingsconsolidatie.

(6)

Op 26 februari 2015 heeft de Commissie haar landenverslag 2015 voor Litouwen gepubliceerd. In het landenverslag worden de vorderingen beoordeeld die Litouwen bij de tenuitvoerlegging van de op 8 juli 2014 vastgestelde landenspecifieke aanbevelingen heeft gemaakt.

(7)

Op 13 april 2015 heeft Litouwen zijn nationale hervormingsprogramma 2015 ingediend en op 30 april 2015 zijn stabiliteitsprogramma 2015. Om met de onderlinge verbanden tussen beide programma's rekening te houden, zijn deze tegelijkertijd geëvalueerd.

(8)

Litouwen is momenteel onderworpen aan het preventieve deel van het stabiliteits- en groeipact. In zijn stabiliteitsprogramma 2015 heeft Litouwen verzocht om toepassing van de clausule voor de hervorming van het pensioenstelsel. Litouwen raamt de kostprijs van de pensioenhervorming voor de begroting op 0,1 % van het bbp in 2016. In afwachting dat Eurostat bevestigt dat de pensioenhervorming aan de noodzakelijke voorwaarden voldoet, en rekening houdende met het feit dat een passende veiligheidsmarge voor de inachtneming van de tekortreferentiewaarde wordt gewaarborgd, is de Raad van oordeel dat Litouwen in 2016 een tijdelijke afwijking kan krijgen van het vereiste aanpassingstraject richting de middellangetermijndoelstelling. In haar stabiliteitsprogramma verwacht de regering een nominaal tekort van 1,2 % van het bbp te bereiken, dat tegen 2018 kan worden omgezet in een overschot van 0,7 % van het bbp. De regering wil gedurende de hele programmaperiode de middellangetermijndoelstelling — een structureel tekort van 1 % van het bbp — aanhouden. Volgens het stabiliteitsprogramma zal de overheidsschuldquote in 2015 naar verwachting een piek bereiken van 42,2 %, om nadien te dalen tot rond 32,9 % in 2018. Het macro-economische scenario dat aan deze begrotingsprognoses ten grondslag ligt, is plausibel. De maatregelen om de geplande tekortdoelstellingen voor de periode vanaf 2016 te behalen, zijn echter onvoldoende uitgewerkt. Volgens de voorjaarsprognoses 2015 van de Commissie bestaat er voor 2015 een risico op een lichte afwijking van het vereiste aanpassingstraject richting de middellangetermijndoelstelling doordat de nettogroei van de uitgaven 0,3 % van het bbp hoger uitkomt dan de benchmark. Voor de periode 2015-2016 wijkt zowel het structurele saldo als de groei van de uitgaven aanzienlijk af van het vereiste aanpassingstraject, hetgeen een aanwijzing is voor een risico op een aanzienlijke afwijking in 2016. Daarom zullen in beide jaren verdere maatregelen nodig zijn. In het licht van zijn evaluatie van het stabiliteitsprogramma en rekening houdende met de voorjaarsprognoses 2015 van de Commissie, is de Raad van oordeel dat er een risico bestaat dat Litouwen de bepalingen van het stabiliteits- en groeipact niet in acht zal nemen. Daarbij komt dat, ondanks de recentelijk geboekte vooruitgang, het bestaande begrotingskader verder dient te worden verbeterd door het bindende karakter ervan te versterken en door ervoor te zorgen dat het volledig spoort met de Uniebegrotingsregels. De belastinginkomsten van Litouwen zijn grotendeels afhankelijk van indirecte belastingen en belasting op arbeid, terwijl de inkomsten uit milieu- en vermogensbelastingen erg laag blijven. Litouwen blijft voor uitdagingen staan op het gebied van naleving van de belastingregels, met name wat btw betreft.

(9)

Litouwen kampt met een forse daling van de bevolking in werkende leeftijd, veroorzaakt door demografische factoren, migratie en een zwak presterend zorgstelsel. De aanhoudend lage participatiegraad in regelingen voor een leven lang leren draagt niet bij tot het versterken van het menselijke kapitaal, het verbeteren van de inzetbaarheid of het verhogen van de productiviteit. Scholen hebben een bovengemiddeld percentage leerlingen dat voor basisvaardigheden slecht presteert, hetgeen wijst op de noodzaak om de lerarenopleiding te moderniseren en doorlopende beroepsontwikkeling te bevorderen. Het onderwijs- en opleidingsaanbod is niet steeds relevant voor de arbeidsmarkt. In het voortgezet onderwijs is het aandeel studenten dat beroepsonderwijs en beroepsopleidingsprogramma's volgt, gering. Litouwen neemt maatregelen om het leerlingwezen en de leerwerkplaatsen te verbeteren en uit te breiden, maar het aantal en de kwaliteit van dit soort programma's is nog steeds ontoereikend. Het aantal ziekenhuisbedden per hoofd van de bevolking blijft hoog vergeleken met de rest van de Unie, hetgeen kan wijzen op eventuele onevenwichtigheden in het zorgaanbod. Tegelijk blijven de totale overheidsinvesteringen in de zorg laag. De berichten over het hoge aantal informele betalingen voor zorgdiensten, gecombineerd met de vrees voor corruptie bij het plaatsen van overheidsopdrachten voor medische goederen, maken duidelijk dat de governance van de zorg moet worden verbeterd.

(10)

De maatregelen voor de pensioenhervorming die zijn goedgekeurd, bieden geen afdoende oplossing voor de kwestie van de houdbaarheid van het pensioenstelsel op middellange termijn. De pensioenleeftijd wordt in de periode tot 2026 geleidelijk opgetrokken, maar het pensioenstelsel houdt geen rekening met indicatoren voor de levensverwachting. Bovendien zijn de regels voor de indexering van pensioenen onduidelijk. De lage participatie in vrijwillige pensioenregelingen en het ontbreken van bedrijfspensioenregelingen doen risico's ontstaan voor de toereikendheid van pensioenen in de toekomst. De regering wil een ingrijpende hervorming van het pensioenstelsel implementeren als onderdeel van een breder „nieuw sociaal model”. Deze strategie is echter nog niet volledig uitgewerkt en goedgekeurd; vooraf moet ook het overleg met de sociale partners worden afgerond. Litouwen heeft maatregelen voor financiële bijstand aan ouderen ingevoerd en financiële prikkels voor de tewerkstelling van oudere werknemers. Een omvattende strategie voor actief ouder worden ontbreekt echter nog.

(11)

Meer dan 30 % van de Litouwse bevolking loopt een risico op armoede of sociale uitsluiting. De hervorming van bijstandsuitkeringen en toeslagen, in combinatie met de effecten van een betere economische situatie, resulteerde in een aanzienlijke daling van de bijstandsuitgaven en het aantal uitkeringsgerechtigden. Toch blijven maatregelen voor een actief arbeidsmarktbeleid en andere diensten om mensen in de bijstand te ondersteunen, nog beperkt.

(12)

Litouwen heeft aanzienlijke vooruitgang geboekt bij de hervorming van staatsbedrijven en heeft wetgeving aangenomen die ervoor moet zorgen dat de hervormingen effect blijven sorteren. De regering voltooide de opsplitsing in commerciële en niet-commerciële activiteiten, die nu ook afzonderlijk zijn opgenomen in de jaarverslagen. De resterende staatsbedrijven moeten tegen eind september 2015 onafhankelijke leden van de raad van bestuur aanstellen.

(13)

In de context van het Europees semester heeft de Commissie een brede analyse van het economische beleid van Litouwen verricht. Deze analyse is gepubliceerd in het landenverslag 2015. Voorts heeft de Commissie zowel het nationale hervormingsprogramma als het stabiliteitsprogramma doorgelicht en onderzocht welk gevolg is gegeven aan de aanbevelingen die in eerdere jaren tot Litouwen zijn gericht. Daarbij heeft zij niet alleen gekeken naar de relevantie ervan voor een houdbaar budgettair en sociaaleconomisch beleid in Litouwen, maar is zij ook nagegaan of de Unieregels en -richtsnoeren in acht zijn genomen, gezien de noodzaak de algehele economische governance van de Unie te versterken door middel van een inbreng op Unieniveau in toekomstige nationale besluiten. De aanbevelingen in het kader van het Europees semester worden in de onderstaande aanbevelingen 1 tot en met 3 weergegeven.

(14)

In het licht van deze beoordeling heeft de Raad het stabiliteitsprogramma onderzocht en zijn advies (5) daarover is met name in de onderstaande aanbeveling 1 weergegeven.

(15)

In de context van het Europees semester heeft de Commissie tevens een analyse van het economische beleid van de eurozone als geheel verricht. Op basis hiervan heeft de Raad specifieke aanbevelingen gericht tot de lidstaten die de euro als munt hebben (6). Als land dat de euro als munt heeft, dient Litouwen er ook voor te zorgen dat aan deze aanbevelingen volledig en tijdig uitvoering wordt gegeven,

BEVEELT AAN dat Litouwen in de periode 2015-2016 de volgende actie onderneemt:

1.

Voorkomen dat in 2015 wordt afgeweken van de begrotingsdoelstelling voor de middellange termijn en ervoor zorgen dat de afwijking in 2016 beperkt blijft tot de marge die is toegestaan in verband met de systemische pensioenhervorming. De belastinggrondslag verbreden en de inachtneming van de belastingregels verbeteren.

2.

De uitdaging aanpakken van een krimpende bevolking in werkende leeftijd door het onderwijs relevanter te maken voor de arbeidsmarkt, het verwerven van basisvaardigheden te verruimen, en de prestaties van het zorgstelsel te verbeteren; de brede belastingwig voor mensen op een laag inkomen versmallen door de belastingdruk te verschuiven naar andere inkomstenbronnen die minder schadelijk zijn voor groei.

3.

Een ingrijpende hervorming van het pensioenstelsel goedkeuren die ook een antwoord biedt op de uitdaging om de toereikendheid van pensioenen te verwezenlijken. De dekking en de toereikendheid van werkloosheidsuitkeringen, bijstandsuitkeringen en toeslagen verbeteren en de inzetbaarheid van werkzoekenden vergroten.

Gedaan te Brussel, 14 juli 2015.

Voor de Raad

De voorzitter

P. GRAMEGNA


(1)  PB L 209 van 2.8.1997, blz. 1.

(2)  Gehandhaafd bij Besluit 2014/322/EU van de Raad van 6 mei 2014 betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten voor 2014 (PB L 165 van 4.6.2014, blz. 49).

(3)  Aanbeveling van de Raad van 8 juli 2014 over het nationale hervormingsprogramma 2014 van Litouwen met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2014 van Litouwen (PB C 247 van 29.7.2014, blz. 67).

(4)  Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden (PB L 306 van 23.11.2011, blz. 25).

(5)  Uit hoofde van artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1466/97.

(6)  PB C 272 van 18.8.2015, blz. 98


18.8.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 272/73


AANBEVELING VAN DE RAAD

van 14 juli 2015

over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Luxemburg, met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2015 van Luxemburg

(2015/C 272/19)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121, lid 2, en artikel 148, lid 4,

Gezien Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid (1), en met name artikel 5, lid 2,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Gezien de resoluties van het Europees Parlement,

Gezien de conclusies van de Europese Raad,

Gezien het advies van het Comité voor de werkgelegenheid,

Gezien het advies van het Economisch en Financieel Comité,

Gezien het advies van het Comité voor sociale bescherming,

Gezien het advies van het Comité voor de economische politiek,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 26 maart 2010 heeft de Europese Raad zijn goedkeuring gehecht aan het voorstel van de Commissie voor een nieuwe groei- en werkgelegenheidsstrategie; deze Europa 2020-strategie berust op een versterkte coördinatie van het economische beleid en spitst zich toe op de sleutelgebieden waarop Europa's potentieel voor duurzame groei en concurrentievermogen een krachtige impuls nodig heeft.

(2)

Op voorstel van de Commissie heeft de Raad op 14 juli 2015 een aanbeveling inzake de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en de Unie vastgesteld, en op 21 oktober 2010 heeft hij een besluit betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten (2) vastgesteld, die samen de „geïntegreerde richtsnoeren” vormen. De lidstaten werd verzocht in hun nationaal economisch en werkgelegenheidsbeleid met de geïntegreerde richtsnoeren rekening te houden.

(3)

Op 8 juli 2014 heeft de Raad een aanbeveling (3) over het nationale hervormingsprogramma voor 2014 van Luxemburg vastgesteld en een advies over het geactualiseerde stabiliteitsprogramma van Luxemburg voor 2014 uitgebracht. In overeenstemming met Verordening (EU) nr. 473/2013 van het Europees Parlement en de Raad (4) heeft de Commissie op 28 november 2014 haar advies over het ontwerpbegrotingsplan voor 2015 van Luxemburg gepresenteerd.

(4)

Op 28 november 2014 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan de jaarlijkse groeianalyse en daarmee de aanzet gegeven tot het Europees semester 2015 voor coördinatie van het economisch beleid. Tevens heeft de Commissie op die datum op grond van Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad (5) het waarschuwingsmechanismeverslag aangenomen, waarin Luxemburg niet werd genoemd als een van de lidstaten die aan een diepgaande evaluatie zouden worden onderworpen.

(5)

Op 18 december 2014 heeft de Europese Raad de volgende prioriteiten goedgekeurd: stimuleren van investeringen, intensiveren van structurele hervormingen en nastreven van een verantwoorde, groeivriendelijke begrotingsconsolidatie.

(6)

Op 26 februari 2015 heeft de Commissie haar landenverslag 2015 voor Luxemburg gepubliceerd. In het landenverslag worden de vorderingen beoordeeld die Luxemburg bij de tenuitvoerlegging van de op 8 juli 2014 vastgestelde landenspecifieke aanbevelingen heeft gemaakt.

(7)

Op 30 april 2015 heeft Luxemburg zijn nationale hervormingsprogramma 2015 en zijn stabiliteitsprogramma 2015 ingediend. Om met de onderlinge verbanden tussen beide programma's rekening te houden, zijn deze tegelijkertijd geëvalueerd.

(8)

Luxemburg valt momenteel onder het preventieve deel van het stabiliteits- en groeipact. In haar stabiliteitsprogramma 2015 is de regering van plan het nominale overschot geleidelijk te verlagen van 0,6 % van het bbp in 2014 tot 0,1 % van het bbp in 2015. Zij is van plan het nominale overschot daarna weer te verhogen tot 0,9 % van het bbp in 2018. De regering is van plan om de middellangetermijndoelstelling — een structureel overschot van 0,5 % van het bbp — gedurende de hele programmeringsperiode te handhaven. Volgens het stabiliteitsprogramma is de regering van plan de overheidsschuldquote ruim onder de in het Verdrag vastgestelde referentiewaarde van 60 % te houden. De schuldquote zal naar verwachting gedurende de hele programmeringsperiode rond de 24 % bedragen; zij zal in 2016 iets boven de 24 % liggen en tegen 2019 tot onder de 24 % van het bbp dalen. Het macro-economische scenario dat aan deze begrotingsprognoses ten grondslag ligt is voor 2015 optimistisch en voor de periode daarna plausibel. Vanaf 2016 kunnen zich echter risico's met betrekking tot de uitvoering van de begrotingsmaatregelen voordoen. In de voorjaarsprognose van de Commissie is er sprake van dat het structurele saldo in 2015 en 2016 rond de middellangetermijndoelstelling blijft. Op basis van zijn beoordeling van het stabiliteitsprogramma en rekening houdend met de voorjaarsprognoses 2015 van de Commissie is de Raad van mening dat Luxemburg naar verwachting aan de bepalingen van het stabiliteits- en groeipact zal voldoen. Het begrotingskader van Luxemburg is aanzienlijk versterkt met de goedkeuring van het begrotingskader voor de middellange termijn en het opzetten van de begrotingsraad. Niettemin is sprake van zwakke punten die moeten worden aangepakt door regelmatig begrotingsstatistieken bekend te maken, hetgeen essentieel is voor het realtimetoezicht op de begrotingsontwikkelingen.

(9)

De verwachte daling aan inkomsten uit verbruiksbelasting als gevolg van de gewijzigde regelgeving in verband met e-handel benadrukt de kwetsbaarheid van ten minste één deel van de belastinginkomsten. Om de voorspelbaarheid van die inkomsten beter te verzekeren, zou de belastinggrondslag verder kunnen worden verbreed en de belasting geharmoniseerd, met name door de momenteel lage belasting op woningbezit te herzien, en door beter gebruik te maken van alternatieve bronnen, waaronder milieubelasting. De voorbereidende werkzaamheden voor een alomvattende belastinghervorming (die in 2017 in werking moet treden) zijn van start gegaan.

(10)

De duurzaamheid op langere termijn van de openbare financiën wordt bedreigd door de groei van de pensioenuitgaven, ondanks de recente hervorming van het pensioenstelsel, en door de sterke toename van de uitgaven voor de zorg op de lange termijn. Naar verwachting zal de verzekering voor langdurige zorg in 2015 (6) een tekort te zien geven en zullen de reserves geleidelijk teruglopen, zodat zij reeds in 2017 onder het wettelijke minimum van 10 % van de uitgaven terecht zullen komen. Sommige maatregelen die een besparend effect hebben, zijn in de begroting voor 2015 opgenomen (7). De geplande hervorming van de verzekering voor langdurige zorg, die erop gericht is om mensen die langdurige zorg nodig hebben, te voorzien van een juist dienstverleningsniveau en de daartoe benodigde financiering te verzekeren, is nog niet in wetgeving omgezet. De hervorming van het pensioenstelsel van 2012 was niet ambitieus genoeg, aangezien de grote kloof tussen de wettelijke en de daadwerkelijke pensioenleeftijd hierdoor slechts gedeeltelijk werd aangepakt. Er bestaan nog steeds verschillende manieren om vervroegd met pensioen te gaan. De deelname van oudere werknemers aan de arbeidsmarkt blijft zeer gering, vergeleken met andere lidstaten. Er is ontwerpwetgeving opgesteld in verband met de pensioenhervorming en tot wijziging van de Werkcode (Leeftijdspact). Daarin is een pakket maatregelen opgenomen dat erop gericht is oudere werknemers aan het werk te houden.

(11)

De Luxemburgse economie wordt gekenmerkt door een per economische sector sterk uiteenlopende arbeidsproductiviteit, waarbij de arbeidsproductiviteit in de financiële sector tweemaal zo groot is als die in de niet-financiële sectoren. Dit betekent dat grotere variatie in de reële lonen per sector, in overeenstemming met de arbeidsproductiviteit per sector, de herverdeling van arbeid in de richting van opkomende concurrerende sectoren of sectoren die te lijden hebben onder verliezen aan kostenconcurrentievermogen, zou kunnen ondersteunen. Er blijven barrières bestaan voor de nodige sectorale loonaanpassingen op de lange termijn.

(12)

Ondanks de over het algemeen goed werkende arbeidsmarkten en het hoge percentage afgestudeerden van het hoger onderwijs, is de arbeidsparticipatie van oudere werknemers, vrouwen en laaggeschoolde jongeren relatief gering. Institutionele hindernissen blijven een doeltreffend activeringsbeleid belemmeren. Binnen de openbare diensten voor arbeidsvoorziening voltrekt zich een belangrijke hervorming waardoor werkzoekenden individueel worden begeleid; de regering is voornemens die hervorming voor eind 2015 te voltooien. De ontwerphervorming van het beroepsonderwijs, de beroepsopleidingen en van het middelbaar onderwijs, bedoeld om de onderwijsresultaten te verbeteren, met name voor diegenen met een kansarme sociaaleconomische achtergrond, zijn nog niet goedgekeurd. De aangekondigde maatregelen inzake moederschapsuitkeringen en schooltoelagen, alsmede de geplande hervorming van het ouderschapsverlof, zullen naar verwachting bijdragen tot een verhoogde arbeidsmarktparticipatie van vrouwen. Negatieve arbeidsprikkels voor tweede verdieners zijn het gevolg van het „stelsel van gezamenlijke belastingheffing” en van de inrichting van het stelsel van sociale zekerheid. Ondanks het hoge percentage afgestudeerden van het hoger onderwijs blijven de onderwijsresultaten onbevredigend en blijft verbetering van de situatie van mensen met een migratieachtergrond en van laaggeschoolde jongeren moeilijk. Het geringe arbeidsmarktaanbod als gevolg van institutionele factoren en de inrichting van het stelsel van sociale zekerheid duurt voort en is de oorzaak van problemen op de arbeidsmarkt.

(13)

In de context van het Europees semester heeft de Commissie een brede analyse van het economische beleid van Luxemburg verricht. Deze analyse is gepubliceerd in het landenverslag 2015. Voorts heeft de Commissie zowel het nationale hervormingsprogramma als het stabiliteitsprogramma doorgelicht en onderzocht welk gevolg is gegeven aan de aanbevelingen die in eerdere jaren tot Luxemburg zijn gericht. Daarbij heeft zij niet alleen gekeken naar de relevantie ervan voor een houdbaar budgettair en sociaaleconomisch beleid in Luxemburg, maar is zij ook nagegaan of de EU-regels en -richtsnoeren in acht zijn genomen, gezien de noodzaak de algehele economische governance van de Unie te versterken door middel van een inbreng op EU-niveau in toekomstige nationale besluiten. De aanbevelingen in het kader van het Europees semester worden in de onderstaande aanbevelingen 1 tot en met 3 weergegeven.

(14)

In het licht van deze beoordeling heeft de Raad het stabiliteitsprogramma onderzocht en is van mening (8) dat Luxemburg aan het stabiliteits- en groeipact voldoet.

(15)

In de context van het Europees semester heeft de Commissie tevens een analyse van het economische beleid van de eurozone als geheel verricht. Op basis hiervan heeft de Raad specifieke aanbevelingen gericht tot de lidstaten die de euro als munt hebben (9). Als land dat de euro als munt heeft, dient Luxemburg er ook voor te zorgen dat aan deze aanbevelingen volledig en tijdig uitvoering wordt gegeven,

BEVEELT AAN dat Luxemburg in de periode 2015 en 2016 de volgende actie onderneemt:

1.

De belastinggrondslag verbreden, met name van de belasting op verbruik, van de periodieke vastgoedbelasting en van de milieubelasting.

2.

De kloof tussen de wettelijke en de daadwerkelijke pensioenleeftijd overbruggen door vervroegde pensionering te beperken en door de wettelijke pensioenleeftijd te koppelen aan de levensverwachting.

3.

In overleg met de sociale partners en in overeenstemming met de nationale praktijken het loonvormingssysteem hervormen om ervoor te zorgen dat de loonontwikkeling gelijke tred houdt met de productiviteit.

Gedaan te Brussel, 14 juli 2015.

Voor de Raad

De voorzitter

P. GRAMEGNA


(1)  PB L 209 van 2.8.1997, blz. 1.

(2)  Gehandhaafd bij Besluit 2014/322/EU van de Raad van 6 mei 2014 betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten voor 2014 (PB L 165 van 4.6.2014, blz. 49).

(3)  Aanbeveling van de Raad van 8 juli 2014 over het nationale hervormingsprogramma 2014 van Luxemburg, met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2014 van Luxemburg (PB C 247 van 29.7.2014, blz. 72).

(4)  Verordening (EU) nr. 473/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende gemeenschappelijke voorschriften voor het monitoren en beoordelen van ontwerpbegrotingsplannen en voor het garanderen van de correctie van buitensporige tekorten van de lidstaten van de eurozone (PB L 140 van 27.5.2013, blz. 11).

(5)  Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden (PB L 306 van 23.11.2011, blz. 25).

(6)  CNS, Budget de l'Assurance Dépendance, begrotingsjaar 2015, verkrijgbaar op http://cns.lu/files/publications/Budget_AD_2015.pdf

(7)  Maatregelen 255 en 256 van de Begroting 2015, verkrijgbaar op http://www.budget.public.lu/.

(8)  Uit hoofde van artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1466/97.

(9)  PB C 272 van 18.8.2015, blz. 98


18.8.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 272/76


AANBEVELING VAN DE RAAD

van 14 juli 2015

over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Hongarije, met een advies van de Raad over het convergentieprogramma 2015 van Hongarije

(2015/C 272/20)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121, lid 2, en artikel 148, lid 4,

Gezien Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid (1), en met name artikel 9, lid 2,

Gezien Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden (2), en met name artikel 6, lid 1,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Gezien de resoluties van het Europees Parlement,

Gezien de conclusies van de Europese Raad,

Gezien het advies van het Comité voor de werkgelegenheid,

Gezien het advies van het Economisch en Financieel Comité,

Gezien het advies van het Comité voor sociale bescherming,

Gezien het advies van het Comité voor de economische politiek,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 26 maart 2010 heeft de Europese Raad zijn goedkeuring gehecht aan het voorstel van de Commissie voor een nieuwe groei- en werkgelegenheidsstrategie; deze Europa 2020-strategie berust op een versterkte coördinatie van het economische beleid en spitst zich toe op de sleutelgebieden waarop Europa's potentieel voor duurzame groei en concurrentievermogen een krachtige impuls nodig heeft.

(2)

Op voorstel van de Commissie heeft de Raad op 14 juli 2015 een aanbeveling inzake de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en de Unie vastgesteld, en op 21 oktober 2010 heeft hij een besluit betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten (3) vastgesteld, die samen de „geïntegreerde richtsnoeren” vormen. De lidstaten werd verzocht in hun nationaal economisch en werkgelegenheidsbeleid met de geïntegreerde richtsnoeren rekening te houden.

(3)

Op 8 juli 2014 heeft de Raad een aanbeveling (4) over het nationale hervormingsprogramma voor 2014 van Hongarije vastgesteld en een advies over het geactualiseerde convergentieprogramma voor 2014 van Hongarije uitgebracht.

(4)

Op 28 november 2014 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan de jaarlijkse groeianalyse en daarmee de aanzet gegeven tot het Europees semester 2015 voor coördinatie van het economisch beleid. Tevens heeft de Commissie op die datum op grond van Verordening (EU) nr. 1176/2011 het waarschuwingsmechanismeverslag aangenomen, waarin Hongarije werd genoemd als een van de lidstaten die aan een diepgaande evaluatie zouden worden onderworpen.

(5)

Op 18 december 2014 heeft de Europese Raad de volgende prioriteiten goedgekeurd: stimuleren van investeringen, intensiveren van structurele hervormingen en nastreven van een verantwoorde, groeivriendelijke begrotingsconsolidatie.

(6)

Op 26 februari 2015 heeft de Commissie haar landenverslag 2015 voor Hongarije gepubliceerd. In het landenverslag worden de vorderingen beoordeeld die Hongarije bij de tenuitvoerlegging van de op 8 juli 2014 vastgestelde landenspecifieke aanbevelingen heeft gemaakt. Het landenverslag bevat ook de resultaten van de diepgaande evaluatie die op grond van artikel 5 van Verordening (EU) nr. 1176/2011 is uitgevoerd. Op basis van haar analyse concludeert de Commissie dat Hongarije wordt geconfronteerd met macro-economische onevenwichtigheden die krachtige beleidsmaatregelen en monitoring vereisen. Met name moet aandacht worden geschonken aan de risico's die voorvloeien uit de netto internationale positie (die ondanks enige vooruitgang bij de herbalancering van de externe rekeningen nog steeds sterk negatief is) de hoge overheidsschuld, de aanzienlijke regeldruk op de financiële sector en het hoge niveau aan oninbare leningen, dat de schuldafbouw bemoeilijkt.

(7)

Op 30 april 2015 heeft Hongarije zijn nationale hervormingsprogramma 2015 en zijn convergentieprogramma 2015 ingediend. Om met de onderlinge verbanden tussen beide programma's rekening te houden, zijn deze tegelijkertijd geëvalueerd.

(8)

Hongarije is momenteel aan het preventieve deel van het stabiliteits- en groeipact en aan de overgangsregelingen met betrekking tot de schuldregel voor de periode 2013-2015 onderworpen. Volgens haar convergentieprogramma 2015 is de regering van plan het nominale tekort geleidelijk terug te dringen naar 2,4 % van het bbp in 2015 en 1,6 % van het bbp in 2018, en op basis van het herberekende structurele saldo wordt de middellangetermijndoelstelling (5) — een structureel tekort van 1,7 % van het bbp — in 2017 gehaald. Volgens haar convergentieprogramma is de regering van plan de overheidsschuldquote geleidelijk terug te dringen naar 74,9 % van het bbp in 2015 en 68,9 % van het bbp in 2018. Het macro-economische scenario dat aan deze begrotingsprognoses ten grondslag ligt is tot en met 2016 grotendeels plausibel en wordt daarna optimistisch. De maatregelen om vanaf 2016 de geplande tekortdoelstellingen te ondersteunen zijn nog niet voldoende gespecificeerd, met name voor de periode na 2016. Op basis van de voorjaarsprognose van 2015 wijzen zowel het structurele saldo als de groei van de netto-uitgaven erop dat er een risico bestaat dat aanzienlijk wordt afgeweken van de voorgeschreven aanpassing in de richting van de middellangetermijndoelstelling voor 2015 en 2016. Daarom zullen in 2015 en 2016 verdere maatregelen moeten worden genomen. Tegelijkertijd zal Hongarije volgens de prognose in 2015 aan de overgangsregelingen met betrekking tot de schuldregel voldoen en, na afloop van de overgangsperiode, in 2016 aan de schuldreductiebenchmark. Op basis van zijn beoordeling van het convergentieprogramma en rekening houdend met de voorjaarsprognose 2015 van de Commissie is de Raad van mening dat er een kans bestaat dat Hongarije niet aan de bepalingen van het stabiliteits- en groeipact zal voldoen. Het begrotingsbeheerssysteem van Hongarije zou gebaat zijn bij de rigoureuze toepassing van het reeds in de wetgeving vastgelegde begrotingskader voor de middellange termijn en van de toekenning van een prominentere analytische rol aan de begrotingsraad.

(9)

De bankensector bleef de afgelopen twaalf maanden geconfronteerd met de belangrijkste problemen, met name het herstel van het verstrekken van marktconforme leningen via betere kapitaalsaccumulatiemogelijkheden en een efficiëntere opschoning van de portefeuilles. Sinds medio 2013 zijn bankleningen vooral afhankelijk van gesubsidieerde regelingen, waaronder ongeveer 40 % van de leningen aan het mkb. De combinatie van aanzienlijke belasting- en regeldruk en een grote hoeveelheid problematische leningen zorgt ervoor dat de banken niet de nodige stimulansen krijgen om hun normale, ongesubsidieerde kredietverstrekking uit te breiden. Hongarijes externe blootstelling, en in het verlengde daarvan, de risico's in verband met de financiële stabiliteit, zijn aanzienlijk afgenomen als gevolg van de recente omzetting van in buitenlandse valuta luidende hypothecaire leningen in plaatselijke valuta. Tegelijkertijd blijft de historische schuldenlast van huishoudens in buitenlandse valuta nog steeds de belangrijkste reden voor het hoge aandeel oninbare kredieten. Het grootste deel van de tot hiertoe getroffen ondersteuningsregelingen voor leningen in buitenlandse valuta waren niet op noodlijdende kredietnemers gericht, behalve die van het nationaal agentschap voor het beheer van activa van huishoudens, en het is onwaarschijnlijk dat dat het probleem van de oninbare kredieten zal oplossen. De efficiënte opschoning van de portefeuilles wordt onder meer gehinderd door het gebrek aan beslagleggingen en de inefficiëntie van zowel de normale rechtsgang als de buitengerechtelijke schikkingen. Een onlangs met de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling gesloten overeenkomst omvat een aantal toezeggingen die de overheid heeft gedaan om de problemen in de financiële sector aan te pakken, onder meer door de bankenheffing geleidelijk te verlagen en het beginsel van raadpleging vooraf na te leven. Het rigoureus uitvoeren van deze maatregelen zou kunnen bijdragen tot een terugkeer naar een gezond en voorspelbaar financieel beleidskader. Afgelopen jaar heeft Hongarije herhaaldelijk zijn directe belangen in de bankensector uitgebreid. Staatsinterventie in de bankensector door middel van meer directe belangen houdt aanzienlijke financiële risico's in, ook als die interventie slechts tijdelijk is.

(10)

Recente veranderingen op het gebied van de belastingen (invoering van nieuwe belastingen en verhoging van de bestaande) betekenen een terugkeer naar de vroegere tendens om de sectorspecifieke vennootschapsbelastingen zwaarder te maken. Zowel de onvoorspelbaarheid als de selectiviteit van deze wijzigingen zorgden voor verstoring van de investeringen in verschillende sectoren. Hoewel een aantal nieuwe maatregelen is geïntroduceerd, is de belastingdruk op sommige groepen mensen met een laag inkomen nog steeds een van de hoogste in de Unie, waardoor met name alleenstaanden worden getroffen. Er lijkt ruimte te bestaan voor het verder verleggen van de belastingdruk naar meer groeivriendelijke bronnen van inkomsten. Verschillende in het afgelopen jaar geïntroduceerde maatregelen helpen de systemen ter bestrijding van belastingontduiking strenger te maken. Na de succesvolle afronding van het programma waarbij de kassa's van kleinhandelszaken worden verbonden met een onlinesysteem, is nu gepland dit programma in 2015 uit te breiden tot een aantal marktdiensten. De drempel waarboven een gespecificeerde btw-aangifte moet worden ingediend, is verlaagd. In 2015 is een systeem voor elektronische inspectie van het goederenvervoer over de weg geïntroduceerd, met als voornaamste doel de btw-carrouselfraude te verminderen. Er is echter nog aanzienlijke ruimte voor verbetering van de administratieve efficiëntie van de belastinginning en voor verlaging van de nalevingskosten van de belasting, met name voor kleine en middelgrote ondernemingen.

(11)

Over het algemeen is de arbeidsmarkt in Hongarije in 2014 verbeterd, waarbij de werkgelegenheid in de particuliere sector zich herstelt omdat de economie aantrekt. Wat de sinds 2011 aanzienlijk uitgebreide publieke regeling arbeidsvoorziening betreft, blijven er nog aanzienlijke uitdagingen bestaan. De regeling blijkt ondoelmatig en ondoeltreffend arbeidsmarktbeleid te behelzen, waardoor de goede werking van de arbeidsmarkt dreigt te worden verstoord. Dezelfde middelen zouden, als zij op een andere wijze werden uitgegeven, veel heilzamer kunnen zijn voor de Hongaarse economie. De begrotingskosten van de regeling zijn in vier jaar tijd verviervoudigd tot 0,8 % van het bbp, en zullen naar verwachting tussen 2015 en 2018 nogmaals verdubbelen, waardoor geen middelen meer kunnen worden ingezet om de opleidingen en de diensten die nodig zijn om de deelneming aan de vrije arbeidsmarkt te vergemakkelijken, ingrijpend te verbeteren. Publieke arbeidsregelingen van een dergelijke omvang bergen het risico in zich aanzienlijke „lock-ineffecten” te veroorzaken en het systeem van sociale zekerheid voor laaggeschoolden permanent te vervangen. De regeling is niet adequaat gecoördineerd met andere actieve arbeidsmarktbeleidsmaatregelen en bevordert de re-integratie van de deelnemers in de vrije arbeidsmarkt niet in voldoende mate. Het percentage succesvolle uitstroom uit de publieke arbeidsregeling bedroeg slechts 13,8 % in de eerste helft van 2014, wat erop duidt dat publieke arbeidsregelingen de re-integratie van deelnemers in de arbeidsmarkt niet in voldoende mate ondersteunen. Hoewel de regeling gericht is op langdurig werklozen en laaggeschoolden (en op werklozen die in achterstandsgebieden wonen), had in 2013 47 % van de deelnemers middelbaar of hoger onderwijs gevolgd. De periode waarin men voor een werkeloosheidsuitkering in aanmerking komt (drie maanden) is niet verhoogd en komt niet overeen met de gemiddelde periode (meer dan een jaar) die werkzoekenden nodig hebben om werk te vinden. Er is een aantal programma's uitgevoerd om de integratie van Roma op de arbeidsmarkt te verbeteren en er is een toezichtsysteem ingevoerd. Gestroomlijnde, gecoördineerde beleidsmaatregelen, waarmee de armoede in belangrijke mate kan worden verminderd, moeten worden ontwikkeld. Hoewel de armoede-indicatoren een gematigde verbetering laten zien, blijkt daaruit toch dat er nog steeds sprake is van onrustbarend grote armoede, met name onder Roma en onder kinderen. Er blijven kloven bestaan, zowel in de doeltreffendheid als in de reikwijdte van de sociale bijstand.

(12)

De obstakels die de laatste jaren zijn opgeworpen om in de dienstensector de markt te betreden, zijn niet verwijderd; er zijn in 2014 zelfs nog nieuwe obstakels opgeworpen, waardoor de efficiënte toewijzing van economische middelen wordt gehinderd, de onzekerheid voor investeerders groter wordt en de concurrentie wordt beperkt. De nieuwe obstakels omvatten bijvoorbeeld een centrale vergunningsplicht voor alle grote of middelgrote detailhandelszaken. De corruptie en het gebrek aan transparantie die de overheidsinstanties, de besluitvorming en de overheidsopdrachten treffen, blijven een reden tot zorg. De geringe concurrentie bij overheidsopdrachten en het op uitgebreide schaal rechtstreeks toewijzen van opdrachten duurden in 2014 voort. In 2014 is het beheer van de overheidsopdrachten gereorganiseerd; de resultaten daarvan moeten nauwgezet worden gevolgd. In november 2014 heeft Hongarije een actieplan ingediend voor de omzetting van nieuwe richtlijnen inzake overheidsopdrachten en de bevordering van concurrentie en transparantie. Er moeten verscheidene maatregelen worden aangekondigd om het anticorruptiekader te verbeteren.

(13)

Hoewel sommige maatregelen ter ondersteuning van het onderwijs aan Roma-kinderen zijn uitgevoerd, moet nog steeds een systematische aanpak worden ontwikkeld om regulier onderwijs voor iedereen te bevorderen. Het aandeel Roma-kinderen dat op scholen of in klassen zit waar de meerderheid van de leerlingen Roma zijn, blijft hoog, en het onderwijsniveau van Roma-leerlingen is lager dan het nationale gemiddelde. Leraren zijn niet opgeleid om voldoende steun te verlenen aan achtergestelde groepen. Er moet meer worden gedaan om de overgang tussen de verschillende vormen en etappes van het onderwijs te verbeteren, alsmede die tussen onderwijs en arbeidsmarkt. De geplande veranderingen van de toewijzing van de door de staat gefinancierde plaatsen in het middelbaar onderwijs en de steeds hogere toelatingseisen voor het hoger onderwijs zouden de kansen voor de overgang tussen verschillende vormen van onderwijs verder kunnen beperken, met name voor achtergestelde groepen. Hongarije heeft een zeer hoog percentage uitvallers in het hoger onderwijs. De regering heeft in december 2014 de goedkeuring van een nationale hogeronderwijsstrategie aangekondigd. Die strategie hield onder meer in dat de nationale doelstelling voor het behalen van hoger onderwijs naar 34 % werd opgetrokken. Over het algemeen is door de recent genomen maatregelen de participatiegraad van achtergestelde groepen in het hoger onderwijs niet verbeterd en is het vroegtijdig schoolverlaten niet aangepakt. Het bestaande financieringsstelsel ondersteunt onvoldoende de gelijke toegang.

(14)

In de context van het Europees semester heeft de Commissie een brede analyse van het economische beleid van Hongarije verricht. Deze analyse is gepubliceerd in het landenverslag 2015. Voorts heeft de Commissie zowel het nationale hervormingsprogramma als het convergentieprogramma doorgelicht en onderzocht welk gevolg is gegeven aan de aanbevelingen die in eerdere jaren tot Hongarije zijn gericht. Daarbij heeft zij niet alleen gekeken naar de relevantie ervan voor een houdbaar budgettair en sociaaleconomisch beleid in Hongarije, maar is zij ook nagegaan of de EU-regels en -richtsnoeren in acht zijn genomen, gezien de noodzaak de algehele economische governance van de Unie te versterken door middel van een inbreng op EU-niveau in toekomstige nationale besluiten. De aanbevelingen in het kader van het Europees semester worden in de onderstaande aanbevelingen 1 tot en met 5 weergegeven.

(15)

In het licht van deze beoordeling heeft de Raad het convergentieprogramma onderzocht en zijn advies (6) daarover is met name in onderstaande aanbeveling 1 weergegeven.

(16)

In het licht van de diepgaande evaluatie van de Commissie en deze beoordeling heeft de Raad het nationale hervormingsprogramma en het convergentieprogramma onderzocht. Zijn aanbevelingen op grond van artikel 6 van Verordening (EU) nr. 1176/2011 zijn in de onderstaande aanbevelingen 1 tot en met 3 weergegeven,

BEVEELT AAN dat Hongarije in de periode 2015 en 2016 de volgende actie onderneemt:

1.

In 2015 een budgettaire aanpassing van 0,5 % en in 2016 van 0,6 % van het bbp in de richting van de begrotingsdoelstelling voor de middellange termijn tot stand brengen.

2.

Maatregelen nemen om de normale kredietverlening aan de reële economie te herstellen en obstakels wegnemen voor het marktconform opschonen van de kredietportefeuille; de risico's i.v.m. voorwaardelijke verplichtingen die verband houden met het toegenomen overheidsbelang in de bankensector aanzienlijk terugbrengen.

3.

Verstorende sectorspecifieke vennootschapsbelastingen terugdringen, ongerechtvaardigde toegangsbelemmeringen in de dienstensector wegnemen, onder meer in de detailhandel; de belastingwig voor mensen met een laag inkomen verminderen, onder meer door de belastingheffing te verschuiven naar gebieden die de groei minder verstoren; de bestrijding van belastingontduiking voortzetten, de nalevingskosten verminderen en de efficiëntie van de belastinginning verbeteren. De structuren op het gebied van overheidsopdrachten versterken die de concurrentie en de transparantie bevorderen en die het anticorruptiekader verder verbeteren.

4.

De begrotingsmiddelen die bestemd zijn voor de publieke arbeidsregeling heroriënteren in de richting van actieve arbeidsmarktmaatregelen om de integratie in de primaire arbeidsmarkt te bevorderen, en de efficiëntie en de dekking van de sociale bijstand en de werkloosheidsuitkeringen verbeteren.

5.

De deelname van achtergestelde groepen, met name Roma, aan regulier onderwijs voor iedereen vergroten, en de steun die aan deze groepen wordt verleend verbeteren door gerichte training van de leerkrachten; de maatregelen versterken die zijn bedoeld om de overgang tussen verschillende onderwijsstadia en de arbeidsmarkt te vergemakkelijken, en het onderwijs van belangrijke competenties verbeteren.

Gedaan te Brussel, 14 juli 2015.

Voor de Raad

De voorzitter

P. GRAMEGNA


(1)  PB L 209 van 2.8.1997, blz. 1.

(2)  PB L 306 van 23.11.2011, blz. 25.

(3)  Gehandhaafd bij Besluit 2014/322/EU van de Raad van 6 mei 2014 betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten voor 2014 (PB L 165 van 4.6.2014, blz. 49).

(4)  Aanbeveling van de Raad van 8 juli 2014 over het nationale hervormingsprogramma 2014 van Hongarije, met een advies van de Raad over het convergentieprogramma 2014 van Hongarije (PB C 247 van 29.7.2014, blz. 77).

(5)  Het structurele saldo zoals de Commissie dat op basis van de informatie in het convergentieprogramma heeft herberekend volgens een algemeen aanvaarde methode.

(6)  Uit hoofde van artikel 9, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1466/97.


18.8.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 272/80


AANBEVELING VAN DE RAAD

van 14 juli 2015

over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Malta, met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2015 van Malta

(2015/C 272/21)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121, lid 2, en artikel 148, lid 4,

Gezien Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid (1), en met name artikel 5, lid 2,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Gezien de resoluties van het Europees Parlement,

Gezien de conclusies van de Europese Raad,

Gezien het advies van het Comité voor de werkgelegenheid,

Gezien het advies van het Economisch en Financieel Comité,

Gezien het advies van het Comité voor sociale bescherming,

Gezien het advies van het Comité voor de economische politiek,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 26 maart 2010 heeft de Europese Raad zijn goedkeuring gehecht aan het voorstel van de Commissie voor een nieuwe groei- en werkgelegenheidsstrategie; deze Europa 2020-strategie berust op een versterkte coördinatie van het economische beleid. De strategie spitst zich toe op de sleutelgebieden waarop Europa's potentieel voor duurzame groei en concurrentievermogen een krachtige impuls nodig heeft.

(2)

Op voorstel van de Commissie heeft de Raad op 14 juli 2015 een aanbeveling inzake de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en de Unie vastgesteld, en op 21 oktober 2010 heeft hij een besluit betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten (2) vastgesteld, die samen de „geïntegreerde richtsnoeren” vormen. De lidstaten werd verzocht in hun nationaal economisch en werkgelegenheidsbeleid met de geïntegreerde richtsnoeren rekening te houden.

(3)

Op 8 juli 2014 heeft de Raad een aanbeveling (3) over het nationale hervormingsprogramma voor 2014 van Malta vastgesteld en een advies over het geactualiseerde stabiliteitsprogramma van Malta voor 2014 uitgebracht. In overeenstemming met Verordening (EU) nr. 473/2013 van het Europees Parlement en de Raad (4) heeft de Commissie op 28 november 2014 haar advies over het ontwerpbegrotingsplan voor 2015 van Malta gepresenteerd.

(4)

Op 28 november 2014 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan de jaarlijkse groeianalyse en daarmee de aanzet gegeven tot het Europees semester 2015 voor coördinatie van het economisch beleid. Tevens heeft de Commissie op die datum op grond van Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad (5) het waarschuwingsmechanismeverslag aangenomen, waarin Malta niet werd genoemd als een van de lidstaten die aan een diepgaande evaluatie zouden worden onderworpen.

(5)

Op 18 december 2014 heeft de Europese Raad de volgende prioriteiten goedgekeurd: stimuleren van investeringen, intensiveren van structurele hervormingen en nastreven van een verantwoorde, groeivriendelijke begrotingsconsolidatie.

(6)

Op 26 februari 2015 heeft de Commissie haar landenverslag 2015 voor Malta gepubliceerd. In het landenverslag worden de vorderingen beoordeeld die Malta bij de tenuitvoerlegging van de op 8 juli 2014 vastgestelde landenspecifieke aanbevelingen heeft gemaakt.

(7)

Op 17 april 2015 heeft Malta zijn nationale hervormingsprogramma 2015 ingediend en op 30 april 2015 zijn stabiliteitsprogramma 2015. Om met de onderlinge verbanden tussen beide programma's rekening te houden, zijn deze tegelijkertijd geëvalueerd.

(8)

Malta is momenteel aan het preventieve deel van het stabiliteits- en groeipact onderworpen na de beëindiging van de buitensporigtekortprocedure in juni 2015 (6). Volgens het stabiliteitsprogramma 2015 is de regering van plan het nominale tekort geleidelijk terug te dringen naar 1,6 % van het bbp in 2015 en verder tot 0,2 % van het bbp in 2018. Op basis van de voorjaarsprognose 2015 van de Commissie, kan het buitensporig tekort als in 2014 gecorrigeerd worden beschouwd. Volgens het stabiliteitsprogramma is de regering van plan tegen 2019, één jaar na de programmaperiode, aan de middellangetermijndoelstelling — een begroting die structureel in evenwicht is — te voldoen. Volgens het stabiliteitsprogramma zal de overheidsschuldquote naar verwachting geleidelijk dalen tot 61,2 % in 2018. Het macro-economische scenario dat aan deze begrotingsprognoses ten grondslag ligt, is plausibel. Er blijkt een risico te bestaan op enige afwijking van de vereiste aanpassing van 0,6 % van het bbp in de richting van de middellangetermijndoelstelling, in zowel 2015 als 2016. In 2015 zal de verbetering van het structurele saldo naar verwachting 0,1 % van het bbp minder bedragen dan is voorgeschreven. Hoewel de aanpassing die voor 2016 is gepland aan het vereiste voldoet, bestaat het risico dat er over de jaren 2015 en 2016 samen sprake zal zijn van een lichte afwijking. De maatregelen om vanaf 2016 de geplande tekortdoelstellingen te ondersteunen zijn nog niet voldoende gespecificeerd. Daarom zijn in 2015 en 2016 verdere maatregelen nodig. Op basis van zijn beoordeling van het stabiliteitsprogramma en rekening houdend met de voorjaarsprognoses 2015 van de Commissie is de Raad van mening dat Malta naar verwachting goeddeels aan de bepalingen van het stabiliteits- en groeipact zal voldoen.

(9)

De houdbaarheid van Malta's overheidsfinanciën loopt op de lange termijn gevaar, met name met het oog op de verwachte toename aan uitgaven in verband met de vergrijzing. In de pensioenwetgeving wordt de toename van de wettelijke pensioenleeftijd zeer langzaam geïntroduceerd en er is geen specifieke band tussen de wettelijke pensioenleeftijd en de levensverwachting. Malta heeft de uitdagingen van zijn pensioenstelsel aangepakt door middel van arbeidsmarktmaatregelen en de introductie van pensioenen in de derde pijler, en heeft in zijn nationale hervormingsprogramma verdere beleidsaankondigingen gedaan, maar maatregelen die gericht zijn op een aanzienlijke verbetering van de houdbaarheid en toereikendheid van het systeem moeten nog worden aangekondigd en uitgevoerd. De uitvoering van de nationale gezondheidszorgstrategie van 2014 is van start gegaan, met het doel de efficiëntie van het zorgstelsel te maximaliseren en ondertussen te streven naar financiële duurzaamheid. Deze strategie moet worden gecontroleerd.

(10)

Malta heeft maatregelen uitgevoerd om zijn bevolking te helpen werk en gezinsleven in evenwicht te brengen, met name via financiële stimuleringsmaatregelen, door het blijven verstrekken van gratis kinderopvang en de introductie van flexibele werkregelingen. Tegelijkertijd weerhoudt de toegenomen vraag naar informele langetermijnzorg en een gebrek aan passende vaardigheden oudere vrouwen er wellicht van om werk te zoeken op de arbeidsmarkt. In juni 2014 zijn een nationale alfabetiseringsstrategie en een strategie betreffende vroegtijdig schoolverlaten bekendgemaakt. Ook wordt gewerkt aan het afstemmen van de onderwijsresultaten op de marktbehoeften, hoewel er nog geen tastbare resultaten zijn bereikt.

(11)

Er zijn inspanningen verricht om een kader te verstrekken voor het gebruik van durfkapitaalfondsen en om de toegang tot kapitaalmarkten te vergemakkelijken, met name via de herziening van de start-upregeling Malta Enterprise en het aangekondigde programma voor de verstrekking van startkapitaal. Ook wordt gewerkt aan het opzetten van een ontwikkelingsbank. Deze strategie moet worden gecontroleerd.

(12)

Malta's inspanningen om belastingontduiking te bestrijden en om naleving van de belastingwetgeving na te leven door een gestroomlijnd belastinginningskader te volgen, gaan in de goede richting. Hoewel eraan wordt gewerkt, is er behoefte aan concrete maatregelen om de invoering van elektronische betalingen te versnellen.

(13)

De duur van openbare aanbestedingen is aanzienlijk bekort via de introductie van verplichte e-aanbesteding en de versterking van de betrokken overheidsdepartementen. Deze zal nog verder worden bekort door de invoering van aangekondigde maatregelen, met name de aanwerving van extra personeel en de introductie van een traceringssysteem. De vervoerskosten spelen een belangrijke rol in de Maltese economie. Er is reeds een vervoershervorming in gang gezet, maar de regering moet nog een algemene vervoersstrategie presenteren.

(14)

Het nationale hervormingsprogramma specificeert maatregelen om het rechtssysteem nog verder te hervormen dan op de punten die in het landenverslag aan de orde zijn gesteld. Als gevolg hiervan heeft Malta enige voortgang geboekt bij de aanpak van de landspecifieke aanbeveling van 2014 inzake het vergroten van de efficiëntie van het gerechtelijk apparaat. Ook wordt de laatste hand gelegd aan een ontwerpwet. Wanneer deze wet is geworden en wordt uitgevoerd, wordt verwacht dat de efficiëntie van het rechtsstelsel nog verder zal verbeteren, met name via de digitalisering van de gerechtelijke procedures en de bevordering van alternatieve geschillenbeslechtingsmechanismen.

(15)

In de context van het Europees semester heeft de Commissie een brede analyse van het economische beleid van Malta verricht. Deze analyse is gepubliceerd in het landenverslag 2015. Voorts heeft de Commissie zowel het nationale hervormingsprogramma als het stabiliteitsprogramma doorgelicht en onderzocht welk gevolg is gegeven aan de aanbevelingen die in eerdere jaren tot Malta zijn gericht. Daarbij heeft zij niet alleen gekeken naar de relevantie ervan voor een houdbaar budgettair en sociaaleconomisch beleid in Malta, maar is zij ook nagegaan of de EU-regels en -richtsnoeren in acht zijn genomen, gezien de noodzaak de algehele economische governance van de Unie te versterken door middel van een inbreng op EU-niveau in toekomstige nationale besluiten. De aanbevelingen in het kader van het Europees semester worden in de onderstaande aanbevelingen 1 tot en met 4 weergegeven.

(16)

In het licht van deze beoordeling heeft de Raad het stabiliteitsprogramma onderzocht en zijn advies (7) daarover is met name in de onderstaande aanbeveling 1 weergegeven.

(17)

In de context van het Europees semester heeft de Commissie tevens een analyse van het economische beleid van de eurozone als geheel verricht. Op basis hiervan heeft de Raad specifieke aanbevelingen gericht tot de lidstaten die de euro als munt hebben (8). Als land dat de euro als munt heeft, dient Malta er ook voor te zorgen dat aan deze aanbevelingen volledig en tijdig uitvoering wordt gegeven,

BEVEELT AAN dat Malta in de periode 2015 en 2016 de volgende actie onderneemt:

1.

In 2015 en 2016 de correctie van het buitensporig tekort voortzetten en een budgettaire aanpassing van 0,6 % van het bbp in de richting van de begrotingsdoelstelling voor de middellange termijn.

2.

Maatregelen nemen om de basisvaardigheden te verbeteren en vroegtijdig schoolverlaten te voorkomen door de voortdurende professionele ontwikkeling van leerkrachten.

3.

Zorgen voor houdbare overheidsfinanciën voor de lange termijn, de lopende pensioenshervorming voortzetten door de reeds uitgevoerde verhoging van de pensioensleeftijd te versnellen en deze vervolgens te koppelen aan de levensverwachting.

4.

De toegang van micro-ondernemingen tot financiering verbeteren, met name via niet-bancaire instrumenten.

Gedaan te Brussel, 14 juli 2015.

Voor de Raad

De voorzitter

P. GRAMEGNA


(1)  PB L 209 van 2.8.1997, blz. 1.

(2)  Gehandhaafd bij Besluit 2014/322/EU van de Raad van 6 mei 2014 betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten voor 2014 (PB L 165 van 4.6.2014, blz. 49).

(3)  Aanbeveling van de Raad van 8 juli 2014 over het nationale hervormingsprogramma 2014 van Malta, met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2014 van Malta (PB C 247 van 29.7.2014, blz. 83).

(4)  Verordening (EU) nr. 473/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende gemeenschappelijke voorschriften voor het monitoren en beoordelen van ontwerpbegrotingsplannen en voor het garanderen van de correctie van buitensporige tekorten van de lidstaten van de eurozone (PB L 140 van 27.5.2013, blz. 11).

(5)  Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden (PB L 306 van 23.11.2011, blz. 25).

(6)  Besluit (EU) 2015/2025 van de Raad van 19 juni 2015 tot intrekking van Besluit 2013/319/EU betreffende het bestaan van een buitensporig tekort op Malta (PB L 163 van 30.6.2015, blz. 35).

(7)  Uit hoofde van artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1466/97.

(8)  PB C 272 van 18.8.2015, blz. 98


18.8.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 272/83


AANBEVELING VAN DE RAAD

van 14 juli 2015

over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Nederland en met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2015 van Nederland

(2015/C 272/22)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121, lid 2, en artikel 148, lid 4,

Gezien Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid (1), en met name artikel 5, lid 2,

Gezien Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden (2), en met name artikel 6, lid 1,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Gezien de resoluties van het Europees Parlement,

Gezien de conclusies van de Europese Raad,

Gezien het advies van het Comité voor de werkgelegenheid,

Gezien het advies van het Economisch en Financieel Comité,

Gezien het advies van het Comité voor sociale bescherming,

Gezien het advies van het Comité voor de economische politiek,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 26 maart 2010 heeft de Europese Raad zijn goedkeuring gehecht aan het voorstel van de Commissie voor een nieuwe groei- en werkgelegenheidsstrategie; deze Europa 2020-strategie berust op een versterkte coördinatie van het economische beleid en spitst zich toe op de sleutelgebieden waarop Europa's potentieel voor duurzame groei en concurrentievermogen een krachtige impuls nodig heeft.

(2)

De Raad heeft op 14 juli 2015 op voorstel van de Commissie een aanbeveling inzake de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en de Unie vastgesteld, en op 21 oktober 2010 een besluit betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten (3). Deze vormen samen de „geïntegreerde richtsnoeren” en de lidstaten werd verzocht in hun nationaal economisch en werkgelegenheidsbeleid rekening daarmee te houden.

(3)

Op 8 juli 2014 heeft de Raad een aanbeveling (4) over het nationale hervormingsprogramma voor 2014 van Nederland vastgesteld en een advies over het geactualiseerde stabiliteitsprogramma voor 2014 van Nederland uitgebracht. In overeenstemming met Verordening (EU) nr. 473/2013 van het Europees Parlement en de Raad (5) heeft de Commissie op 28 november 2014 haar advies over het ontwerpbegrotingsplan voor 2015 van Nederland gepresenteerd.

(4)

Op 28 november 2014 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan de jaarlijkse groeianalyse en daarmee de aanzet gegeven tot het Europees semester 2015 voor coördinatie van het economisch beleid. Tevens heeft de Commissie op die datum op grond van Verordening (EU) nr. 1176/2011 het waarschuwingsmechanismeverslag aangenomen, waarin Nederland werd genoemd als een van de lidstaten die aan een diepgaande evaluatie zouden worden onderworpen.

(5)

Op 18 december 2014 heeft de Europese Raad de volgende prioriteiten goedgekeurd: stimuleren van investeringen, vaart zetten achter structurele hervormingen en nastreven van een verantwoorde, groeivriendelijke begrotingsconsolidatie.

(6)

Op 26 februari 2015 heeft de Commissie haar landenverslag 2015 voor Nederland bekendgemaakt. Daarin worden de vorderingen beoordeeld die Nederland met de tenuitvoerlegging van de op 8 juli 2014 aangenomen landenspecifieke aanbevelingen heeft gemaakt. Het landenverslag bevat ook de resultaten van de diepgaande evaluatie die op grond van artikel 5 van Verordening (EU) nr. 1176/2011 is uitgevoerd. Op basis van haar analyse concludeert de Commissie dat Nederland wordt geconfronteerd met macro-economische onevenwichtigheden die om monitoring en beleidsmaatregelen vragen. De risico's die uit de hoge particuliere schuldenlast voortvloeien, blijven bestaan en verdienen aandacht, al zijn er onlangs maatregelen genomen om het herstel op de huizenmarkt te ondersteunen en de hypotheekgroei af te remmen. Het hoge overschot op de lopende rekening van Nederland is deels het gevolg van structurele kenmerken van de economie, maar de structuur van het belasting- en het pensioenstelsel kan potentieel een bron zijn van inefficiënte kapitaalallocatie.

(7)

Op 30 april 2015 heeft Nederland zijn nationale hervormingsprogramma 2015 en zijn stabiliteitsprogramma 2015 ingediend. Om met de onderlinge verbanden tussen beide programma's rekening te houden, zijn deze tegelijkertijd geëvalueerd.

(8)

Nederland is momenteel onderworpen aan het preventieve deel van het stabiliteits- en groeipact en aan de overgangsregeling voor de schuld. In zijn stabiliteitsprogramma 2015 plant de regering een geleidelijke verbetering van het nominale tekort tot 1,8 % van het bbp in 2015 en krimpt dit tekort steeds verder om in 2018 uit te komen op 0,7 % van het bbp. De regering wil gedurende de gehele programmaperiode voldoen aan de middellangetermijndoelstelling: een structureel tekort van 0,5 % van het bbp. Volgens het stabiliteitsprogramma bereikt de overheidsschuldquote in 2015 een piek van 68,8 % en loopt deze daarna geleidelijk terug tot 66,1 % in 2018. Het macro-economische scenario dat aan deze budgettaire projecties ten grondslag ligt, is aannemelijk. In de voorjaarsprognoses 2015 van de Commissie wordt ervan uitgegaan dat het structureel saldo aan de middellangetermijndoelstelling zal voldoen en in 2015 op — 0,3 % van het bbp en in 2016 op — 0,4 % van het bbp zal uitkomen. Op basis van zijn beoordeling van het stabiliteitsprogramma en rekening houdend met de voorjaarsprognoses 2015 van de Commissie is de Raad van oordeel dat Nederland naar verwachting aan de bepalingen van het stabiliteits- en groeipact zal voldoen. Gelet op het opleidingsniveau, het niveau van de onderwijsprestaties en het niveau van economische ontwikkeling zijn de overheidsuitgaven aan onderzoek en ontwikkeling met 0,84 % van het bbp laag. De overheidsuitgaven op dit gebied vertonen sinds 2014 een neerwaartse trend, terwijl de particuliere O&O-uitgaven laag blijven. Een verschuiving van de overheidsuitgaven naar innovatie en onderzoek, en met name fundamenteel onderzoek, en het verbeteren van de randvoorwaarden om particuliere investeringen in O&O te mobiliseren, zouden leiden tot een versterking van het groeipotentieel van de Nederlandse economie op lange termijn.

(9)

Een belangrijk probleem is de huizenmarkt, waar in de afgelopen tientallen jaren steeds meer starheden en verstorende prikkels zijn ontstaan die hun stempel hebben gedrukt op de woningfinancierings- en sectorale besparingspatronen. De neiging van huishoudens om steeds meer brutohypotheekschulden aan te gaan voor een eigen woning, hangt voor een groot deel samen met langdurige fiscale prikkels, in het bijzonder de volledige fiscale aftrekbaarheid van de hypotheekrente. Sinds 2012 is een reeks maatregelen ten uitvoer gelegd waarmee deze prikkels deels worden weggenomen. Bij een aantal daarvan gaat het om aanpassingen in de fiscale behandeling van de woningfinanciering. De geleidelijke beperking van de hypotheekrenteaftrek en versterking van de prikkel om af te lossen, is gerechtvaardigd. Niettemin zou deze maatregel sneller kunnen worden ingevoerd om het aflosgedrag meer te beïnvloeden. Voorlopig blijft er een sterke fiscale prikkel bestaan om in improductieve activa te investeren. De loan-to-value ratio van 100 %, die in 2018 zou moeten worden bereikt, is nog altijd hoog. De huurmarkt wordt ingeperkt door regulering en het bestaan van een zeer grote socialewoningsector die ook met lange wachtlijsten te kampen heeft. De invoering van een meer op het inkomen gebaseerde huurdifferentiatie in de socialewoningsector is een stap in de goede richting, maar het effect ervan is beperkt. In het kader van een nieuwe wet zullen de woningbouwcorporaties activiteiten van algemeen economisch belang (d.w.z. sociale huisvesting) moeten scheiden van de overige activiteiten. Afgewacht moet worden of dit tot de beoogde heroriëntatie van de sociale huisvesting op de hulpbehoevenden leidt en ervoor zorgt dat sociale woningen beschikbaar blijven voor kansarmen die geen huisvesting tegen marktvoorwaarden kunnen vinden.

(10)

Het pensioenstelsel is op lange termijn beter houdbaar geworden. Naast de geleidelijke verhoging van de aow-leeftijd van 65 jaar in 2012 naar 67 jaar in 2023 en de koppeling ervan aan de levensverwachting in de jaren daarna, heeft Nederland ingrijpende hervormingen in de particulier gefinancierde pijler van het pensioenstelsel en in de langdurige zorg doorgevoerd. Het financieel toezicht op de pensioenfondsen is verbeterd en het systeem kan financiële schokken beter opvangen. Daarnaast zijn succesvolle hervormingen doorgevoerd om oudere werknemers te stimuleren langer te blijven werken. Bij de hervormingen van de langdurige zorg zijn taken naar de gemeenten verschoven, waarbij het de bedoeling is om de totale uitgaven terug te dringen, en nadruk is gelegd op efficiëntiewinsten. De kwaliteit en toegankelijkheid van de langdurige zorg moet worden gemonitord.

(11)

Een van de resterende uitdagingen is een passende intra- en intergenerationele verdeling van de kosten en risico's die verder gaat dan de aangenomen regelgeving inzake de indexatie en financiële buffers (financieel toetsingskader), waarbij met name wordt gedacht aan een verlaging van de bijdragen van de mensen die aan het begin van hun loopbaan staan. Een verbetering van de actuariële billijkheid van de bijdragen aan de tweede pensioenpijler zou de huishoudens helpen om hun financiële middelen op een meer groeivriendelijke wijze te besteden.

(12)

De brede hervorming van de wetgeving op het gebied van werkgelegenheidsbescherming die in 2014 heeft plaatsgevonden, heeft ten doel de arbeidsmarktparticipatie en de arbeidsmobiliteit te verhogen. Negatieve fiscale arbeidsprikkels zijn verminderd. Het parlement heeft wetgeving aangenomen die voorziet in de mogelijkheid om quota vast te stellen indien werkgevers zich niet aan hun belofte houden om extra banen te creëren voor mensen met een beperking. Het effect van deze maatregelen kan pas volledig worden beoordeeld na de invoering ervan. Er zijn verdere maatregelen nodig om de integratie van mensen aan de rand van de arbeidsmarkt, met inbegrip van mensen met een migrantenachtergrond, te verbeteren.

(13)

De verplichte niet-fiscale afdrachten in ogenschouw nemend ligt de belastingwig in Nederland significant boven het EU-gemiddelde, en er is ruimte om de belastingheffing te verschuiven naar factoren die minder schadelijk zijn voor de groei. De beoogde belastinghervorming zou bijdragen tot een verhoging van de arbeidsmarktparticipatie. Na de goedkeuring van de hervorming moet het effect ervan nauwlettend worden gemonitord.

(14)

In de context van het Europees semester heeft de Commissie een brede analyse van het economische beleid van Nederland verricht. Deze analyse is gepubliceerd in het landenverslag 2015. Voorts heeft de Commissie zowel het stabiliteitsprogramma als het nationale hervormingsprogramma doorgelicht en onderzocht welk gevolg is gegeven aan de aanbevelingen die in eerdere jaren tot Nederland zijn gericht. Daarbij heeft zij niet alleen gekeken naar de relevantie ervan voor een houdbaar budgettair en sociaaleconomisch beleid in Nederland, maar is zij ook nagegaan of de EU-regels en richtsnoeren in acht zijn genomen, gezien de noodzaak de algehele economische governance van de Unie te versterken door middel van een inbreng op EU-niveau in toekomstige nationale besluiten. De aanbevelingen in het kader van het Europees semester worden in de onderstaande aanbevelingen 1 tot en met 3 weergegeven.

(15)

In het licht van deze beoordeling heeft de Raad het stabiliteitsprogramma van Nederland onderzocht en is hij van oordeel (6) dat Nederland aan het stabiliteits- en groeipact voldoet.

(16)

In het licht van de diepgaande evaluatie van de Commissie en deze beoordeling heeft de Raad het nationale hervormingsprogramma en het stabiliteitsprogramma onderzocht. Zijn aanbevelingen op grond van artikel 6 van Verordening (EU) nr. 1176/2011 zijn in de onderstaande aanbevelingen 1 tot en met 3 weergegeven.

(17)

In de context van het Europees semester heeft de Commissie tevens een analyse van het economische beleid van de eurozone als geheel verricht. Op basis hiervan heeft de Raad specifieke aanbevelingen gericht tot de lidstaten die de euro als munt hebben (7). Als land dat de euro als munt heeft, dient Nederland er ook voor te zorgen dat aan die aanbevelingen volledig en tijdig uitvoering wordt gegeven,

BEVEELT AAN dat Nederland in de periode 2015-2016 de volgende actie onderneemt:

1.

Overheidsuitgaven verschuiven naar de ondersteuning van investeringen in O&O en werken aan randvoorwaarden voor de verbetering van particuliere O&O-uitgaven, teneinde de neerwaartse trend in de publieke O&O-uitgaven te keren en het potentieel voor economische groei te vergroten.

2.

In geval van versterking van het economisch herstel inzetten op een snellere verlaging van de hypotheekrenteaftrek, zodat fiscale prikkels om in improductieve activa te investeren, worden verminderd. Een meer marktgericht prijsmechanisme op de huurwoningenmarkt realiseren en de huren in de socialewoningsector in verdere mate koppelen aan de inkomens van huishoudens.

3.

De omvang van de bijdragen aan de tweede pijler van het pensioenstelsel verlagen voor mensen in de eerste jaren van hun loopbaan.

Gedaan te Brussel, 14 juli 2015.

Voor de Raad

De voorzitter

P. GRAMEGNA


(1)  PB L 209 van 2.8.1997, blz. 1.

(2)  PB L 306 van 23.11.2011, blz. 25.

(3)  Gehandhaafd bij Besluit 2014/322/EU van de Raad van 6 mei 2014 betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten voor 2014 (PB L 165 van 4.6.2014, blz. 49).

(4)  Aanbeveling van de Raad van 8 juli 2014 over het nationale hervormingsprogramma 2014 van Nederland en met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2014 van Nederland (PB C 247 van 29.7.2014, blz. 88).

(5)  Verordening (EU) nr. 473/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende gemeenschappelijke voorschriften voor het monitoren en beoordelen van ontwerpbegrotingsplannen en voor het garanderen van de correctie van buitensporige tekorten van de lidstaten van de eurozone (PB L 140 van 27.5.2013, blz. 11).

(6)  Op grond van artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1466/97.

(7)  PB C 272 van 18.8.2015, blz. 98


18.8.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 272/87


AANBEVELING VAN DE RAAD

van 14 juli 2015

over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Oostenrijk, met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2015 van Oostenrijk

(2015/C 272/23)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121, lid 2, en artikel 148, lid 4,

Gezien Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid (1), en met name artikel 5, lid 2,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Gezien de resoluties van het Europees Parlement,

Gezien de conclusies van de Europese Raad,

Gezien het advies van het Comité voor de werkgelegenheid,

Gezien het advies van het Economisch en Financieel Comité,

Gezien het advies van het Comité voor sociale bescherming,

Gezien het advies van het Comité voor de economische politiek,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 26 maart 2010 heeft de Europese Raad zijn goedkeuring gehecht aan het voorstel van de Commissie voor een nieuwe groei- en werkgelegenheidsstrategie; deze Europa 2020-strategie berust op een versterkte coördinatie van het economische beleid. De strategie spitst zich toe op de sleutelgebieden waarop Europa's potentieel voor duurzame groei en concurrentievermogen een krachtige impuls nodig heeft.

(2)

De Raad heeft op 14 juli 2015 op voorstel van de Commissie een aanbeveling inzake de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en de Unie vastgesteld, en op 21 oktober 2010 een besluit betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten (2). Deze vormen samen de „geïntegreerde richtsnoeren” en de lidstaten werd verzocht in hun nationaal economisch en werkgelegenheidsbeleid rekening daarmee te houden.

(3)

Op 8 juli 2014 heeft de Raad een aanbeveling (3) over het nationale hervormingsprogramma voor 2014 van Oostenrijk vastgesteld en een advies over het geactualiseerde stabiliteitsprogramma voor 2014 van Oostenrijk uitgebracht. In overeenstemming met Verordening (EU) nr. 473/2013 van het Europees Parlement en de Raad (4) heeft de Commissie op 28 november 2014 haar advies over het ontwerpbegrotingsplan voor 2015 van Oostenrijk gepresenteerd.

(4)

Op 28 november 2014 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan de jaarlijkse groeianalyse en daarmee de aanzet gegeven tot het Europees semester 2015 voor coördinatie van het economisch beleid. Tevens heeft de Commissie op die datum op grond van Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad (5) het waarschuwingsmechanismeverslag aangenomen, waarin Oostenrijk niet werd genoemd als een van de lidstaten die aan een diepgaande evaluatie zouden worden onderworpen.

(5)

Op 18 december 2014 heeft de Europese Raad de volgende prioriteiten goedgekeurd: stimuleren van investeringen, intensiveren van structurele hervormingen en nastreven van een verantwoorde, groeivriendelijke begrotingsconsolidatie.

(6)

Op 26 februari 2015 heeft de Commissie haar landenverslag 2015 voor Oostenrijk gepubliceerd. In dit landenverslag worden de vorderingen beoordeeld die Oostenrijk bij de tenuitvoerlegging van de op 8 juli 2014 vastgestelde landenspecifieke aanbevelingen heeft gemaakt.

(7)

Op 21 april 2015 heeft Oostenrijk zijn nationale hervormingsprogramma 2015 en zijn stabiliteitsprogramma 2015 ingediend. Om hun onderlinge verbanden in aanmerking te kunnen nemen, zijn beide programma's tegelijkertijd geëvalueerd.

(8)

Oostenrijk is momenteel onderworpen aan het preventieve deel van het stabiliteits- en groeipact en aan de overgangsregelingen met betrekking tot de schuldregel voor de periode 2014-2016. In haar stabiliteitsprogramma 2015 neemt de regering zich voor het nominale tekort geleidelijk te verbeteren tot 2,2 % van het bbp in 2015 en verder tot 0,5 % van het bbp in 2019. Volgens het stabiliteitsprogramma is de middellangetermijndoelstelling — een structureel tekort van niet meer dan 0,45 % van het bbp — bereikt in 2014, en de regering is voornemens om gedurende de gehele programmaperiode de middellangetermijndoelstelling te halen. Het herberekende structurele saldo geeft vanaf 2015 echter een afwijking van de middellangetermijndoelstelling te zien. De overheidsschuldquote zal in 2015 naar verwachting pieken op 86,8 % en geleidelijk afnemen tot 79,7 % in 2019. Het aan de begrotingsprognoses van het stabiliteitsprogramma ten grondslag liggende macro-economische scenario is plausibel. De maatregelen om vanaf 2016 de geplande tekortdoelstellingen te ondersteunen zijn echter nog niet voldoende gepreciseerd. Op basis van de voorjaarsprognoses 2015 van de Commissie wordt verwacht dat het structurele saldo in 2015 met 0,4 % van het bbp van de middellangetermijndoelstelling zal afwijken. De afwijking wordt significant in 2016 omdat het structurele saldo naar verwachting met 0,6 % van het bbp zal dalen, terwijl een structurele aanpassing van 0,3 % van het bbp vereist is om de middellangetermijndoelstelling te bereiken. Hierdoor zou de afwijking van de vereiste van het stabiliteits- en groeipact ongeveer 0,9 % van het bbp bedragen. Derhalve zullen verdere maatregelen nodig zijn. Volgens het stabiliteitsprogramma en de voorjaarsprognoses 2015 van de Commissie zal de brutoschuld in 2015 en 2016 in overeenstemming met de overgangsregel voor de schuld een neerwaartse trend blijven volgen. Op basis van zijn beoordeling van het stabiliteitsprogramma en rekening houdend met de voorjaarsprognoses 2015 van de Commissie is er volgens de Raad kans dat Oostenrijk niet aan de bepalingen van het stabiliteits- en groeipact zal voldoen.

(9)

De betrekkingen tussen de verschillende bestuurslagen blijven complex en zorgen voor efficiëntieverlies in cruciale sectoren van het openbaar bestuur. Oostenrijk blijft een van de landen met de laagste niveaus aan subnationale eigen belastingen als percentage van het bbp. Ondanks deze geringe mate van belastingautonomie hebben subnationale overheden tal van uitgaven- en bestuursbevoegdheden. De zeer complexe, slecht afgestemde bevoegdheden op het gebied van inkomsten en uitgaven zijn niet bevorderlijk voor de uitvoering van brede beleidshervormingen.

(10)

De budgettaire houdbaarheid op de lange termijn van het Oostenrijkse pensioenstelsel heeft nog steeds te lijden onder structurele gebreken. De hervormingen die Oostenrijk tot dusverre heeft doorgevoerd, lijken niet te volstaan om de budgettaire houdbaarheid op de lange termijn van het stelsel te waarborgen. Ten eerste is de werkelijke pensioenleeftijd nog steeds aanzienlijk lager dan de wettelijke pensioenleeftijd. Ten tweede is de wettelijke pensioenleeftijd van vrouwen ruimschoots lager dan die van mannen en zal deze tot 2024 niet worden verhoogd. Ten derde stijgt de wettelijke pensioenleeftijd nog steeds niet mee met de levensverwachting. Oostenrijk heeft enkele maatregelen genomen ter verhoging van de werkelijke pensioenleeftijd, die momenteel 59,7 jaar (2014) bedraagt, maar onder het EU-gemiddelde van 63,1 jaar (2013) blijft. Er zijn maatregelen genomen om de toegang tot regelingen voor vervroegd pensioen en invaliditeit te beperken en aldus de loopbanen te verlengen. Tevens zijn de korting per jaar dat vroeger met pensioen wordt gegaan en het aantal pensioenjaren dat vereist is om voor zulke regelingen in aanmerking te komen, verhoogd. Het blijft onduidelijk of deze maatregelen de verhoopte positieve budgettaire gevolgen zullen hebben.

(11)

De Oostenrijkse uitgaven voor gezondheidszorg behoren tot de hoogste in de EU. De lopende hervorming van de gezondheidszorg (2013-2016) is erop gericht deze uitgaven als percentage van het bbp te stabiliseren vanaf 2016. Zelfs als de hervormingen slagen, kent het gezondheidszorgstelsel echter nog steeds structurele problemen inzake budgettaire houdbaarheid en efficiëntie. Er zouden nu maatregelen moeten worden genomen voor de periode na 2016. Zo zouden meer patiënten moeten worden behandeld via multidisciplinaire ambulante eerstelijnszorg en zou de gemiddelde duur van intramurale zorg verder moeten worden verkort.

(12)

De beschikbaarheid op lange termijn van voldoende gekwalificeerde arbeidskrachten waarborgen, blijft een uitdaging voor Oostenrijk. Met ongeveer 5,6 % is het werkloosheidscijfer bij de laagste in de Unie, maar het arbeidsmarktpotentieel van bepaalde delen van de beroepsbevolking wordt onvoldoende benut. Oostenrijk heeft bepaalde maatregelen genomen om de loopbanen te verlengen, de arbeidsmarktparticipatie van vrouwen beter te faciliteren en het arbeidsmarktpotentieel van arbeidsmarktparticipanten met een migratieachtergrond beter te benutten, onder meer door betere erkenning van hun kwalificaties. De recente hervormingen moeten echter nauwlettend worden gemonitord en er zijn meer maatregelen nodig om het arbeidsmarktpotentieel van deze groepen ten volle te exploiteren.

(13)

Op 13 maart 2015 heeft Oostenrijk een algemene belastinghervorming voorgesteld waarmee een aanpassing van de belastingschijven en de tarieven van de personenbelasting wordt beoogd, met name door het tarief in de eerste schijf van de personenbelasting te verlagen van 36,5 % tot 25 %. De lastenverlichting zal naar verwachting 4,9 miljard EUR bedragen, terwijl 300 miljoen EUR extra uitgaven zijn gepland ter ondersteuning van het gezinsbeleid en onderzoeksactiviteiten. Volgens het voorstel wordt de belastingverschuiving deels gefinancierd door belastingontduiking tegen te gaan, de publieke uitgaven te verminderen, de verlaagde btw-tarieven voor bepaalde categorieën op te trekken tot 13 % en de belasting op vermogenswinst te verhogen van 25 % tot 27,5 %. Deze hervormingsplannen zijn in het algemeen in overeenstemming met de aanbevelingen van de Raad van 2014. Waarschijnlijk zullen ze mensen met een laag inkomenspotentieel en tweede verdieners meer prikkels geven om te werken, en het beschikbare inkomen op peil houden. De hervorming zou echter op een begrotingsneutrale wijze moeten worden doorgevoerd.

(14)

Het Oostenrijkse schoolsysteem wordt gekenmerkt door een schooluitval die ruim onder het EU-gemiddelde ligt. Een sterk en goed functionerend systeem van beroepsonderwijs en -opleiding zorgt voor een groot aanbod aan hooggekwalificeerde arbeidskrachten. Het verbeteren van de leerresultaten en dus van de inzetbaarheid van jongeren met een lage sociaaleconomische status, met name die met een migratieachtergrond, blijft een uitdaging. De evaluatie van de implementatie van een nieuw stelsel voor secundair onderwijs (Neue Mittelschule) heeft zwakke punten aan het licht gebracht die nog moeten worden aangepakt.

(15)

In het kader van het Europees semester heeft de Raad consequent aanbevolen dat Oostenrijk de concurrentie in de dienstensector zou verbeteren en bevorderen, maar de beleidsreactie is tot dusverre beperkt gebleven. Voor verscheidene beroepen gelden nog steeds vereisten inzake rechtsvorm, aandeelhouderschap en tariefvoorschriften, die regelgevende belemmeringen voor de markttoegang opwerpen en verhinderen dat beroepsbeoefenaars of ondernemingen uit andere lidstaten zich in Oostenrijk vestigen. In het kader van de wederzijdse evaluatie is Oostenrijk zijn regels inzake de toegang tot beroepen en de uitoefening van professionele activiteiten aan het toetsen om te beoordelen of ze proportioneel zijn en het algemeen belang dienen. Vergeleken bij mededingingsautoriteiten in andere lidstaten heeft de federale mededingingsautoriteit weinig middelen en dit belemmert doeltreffender actie.

(16)

De Oostenrijkse bankensector bleef veerkrachtig, maar wordt nog steeds met een aantal uitdagingen geconfronteerd, zowel in eigen land als wat betreft kwetsbare buitenlandse uitzettingen. De kapitalisatie van de bankensector is in 2014 verder verbeterd, maar de winstgevendheid van de Oostenrijkse banken staat nog steeds onder druk. Van de zes grootste Oostenrijkse kredietinstellingen slaagde in 2014 enkel Österreichische Volksbanken (ÖVAG) niet voor de integrale beoordeling door de ECB. Oostenrijk heeft aanzienlijke vorderingen gemaakt met de herstructurering van ÖVAG en Hypo Group Alpe Adria (HGAA).

(17)

In de context van het Europees semester heeft de Commissie een brede analyse van het economische beleid van Oostenrijk verricht. Deze analyse is gepubliceerd in het landenverslag 2015. Voorts heeft de Commissie zowel het nationale hervormingsprogramma als het stabiliteitsprogramma doorgelicht en onderzocht welk gevolg is gegeven aan de aanbevelingen die in eerdere jaren tot Oostenrijk zijn gericht. Daarbij heeft zij niet alleen gekeken naar de relevantie ervan voor een houdbaar budgettair en sociaaleconomisch beleid in Oostenrijk, maar is zij ook nagegaan of de EU-regels en -richtsnoeren in acht zijn genomen, gezien de noodzaak de algehele economische governance van de Unie te versterken door middel van een inbreng op EU-niveau in toekomstige nationale besluiten. De aanbevelingen in het kader van het Europees semester worden in de onderstaande aanbevelingen 1 tot en met 4 weergegeven.

(18)

In het licht van deze beoordeling heeft de Raad het stabiliteitsprogramma onderzocht en zijn advies daarover (6) is met name in de onderstaande aanbeveling 1 weergegeven.

(19)

In de context van het Europees semester heeft de Commissie tevens een analyse van het economische beleid van de eurozone als geheel verricht. Op basis van deze analyse heeft de Raad specifieke aanbevelingen gericht tot de lidstaten die de euro als munt hebben (7). Als land dat de euro als munt heeft, dient Oostenrijk er ook voor te zorgen dat aan die aanbevelingen volledig en tijdig uitvoering wordt gegeven,

BEVEELT AAN dat Oostenrijk in de periode 2015-2016 de volgende actie onderneemt:

1.

Vermijden dat in 2015 en 2016 van de begrotingsdoelstelling op middellange termijn wordt afgeweken. Ervoor zorgen dat de belastinghervorming budgettair neutraal is, ter verlichting van de belastingdruk op arbeid. De slechte afstemming van de bevoegdheden op het gebied van inkomsten en uitgaven van de verschillende bestuurslagen corrigeren. Maatregelen nemen om de betaalbaarheid van het pensioenstelsel op lange termijn te waarborgen, onder meer door vervroegde harmonisatie van de wettelijke pensioenleeftijd van mannen en vrouwen en door de pensioenleeftijd te laten meestijgen met de levensverwachting.

2.

Maatregelen ter verhoging van de arbeidsparticipatie van ouderen en vrouwen versterken, onder meer door betere kinderopvang en betere langdurige zorg. Maatregelen nemen om de onderwijsresultaten van achterstandsjongeren te verbeteren.

3.

De onevenredige obstakels voor dienstverleners en de hinderpalen voor het oprichten van interdisciplinaire ondernemingen uit de weg ruimen.

4.

Mogelijke kwetsbare punten van de financiële sector op het gebied van buitenlandse uitzettingen en activa van te lage kwaliteit aanpakken.

Gedaan te Brussel, 14 juli 2015.

Voor de Raad

De voorzitter

P. GRAMEGNA


(1)  PB L 209 van 2.8.1997, blz. 1.

(2)  Gehandhaafd bij Besluit 2014/322/EU van de Raad van 6 mei 2014 betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten voor 2014 (PB L 165 van 4.6.2014, blz. 49).

(3)  Aanbeveling van de Raad van 8 juli 2014 over het nationale hervormingsprogramma 2014 van Oostenrijk en met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma van Oostenrijk voor 2014 (PB C 247 van 29.7.2014, blz. 92).

(4)  Verordening (EU) nr. 473/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende gemeenschappelijke voorschriften voor het monitoren en beoordelen van ontwerpbegrotingsplannen en voor het garanderen van de correctie van buitensporige tekorten van de lidstaten van de eurozone (PB L 140 van 27.5.2013, blz. 11).

(5)  Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden (PB L 306 van 23.11.2011, blz. 25).

(6)  Uit hoofde van artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1466/97.

(7)  PB C 272 van 18.8.2015, blz. 98


18.8.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 272/91


AANBEVELING VAN DE RAAD

van 14 juli 2015

over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Polen, met een advies van de Raad over het convergentieprogramma 2015 van Polen

(2015/C 272/24)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121, lid 2, en artikel 148, lid 4,

Gezien Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid (1), en met name artikel 9, lid 2,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Gezien de resoluties van het Europees Parlement,

Gezien de conclusies van de Europese Raad,

Gezien het advies van het Comité voor de werkgelegenheid,

Gezien het advies van het Economisch en Financieel Comité,

Gezien het advies van het Comité voor sociale bescherming,

Gezien het advies van het Comité voor de economische politiek,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 26 maart 2010 heeft de Europese Raad zijn goedkeuring gehecht aan het voorstel van de Commissie voor een nieuwe groei- en werkgelegenheidsstrategie; deze Europa 2020-strategie berust op een versterkte coördinatie van het economische beleid. De strategie spitst zich toe op de sleutelgebieden waarop Europa's potentieel voor duurzame groei en concurrentievermogen een krachtige impuls nodig heeft.

(2)

De Raad heeft op 14 juli 2015 op voorstel van de Commissie een aanbeveling inzake de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en de Unie vastgesteld, en op 21 oktober 2010 een besluit betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten (2). Deze vormen samen de „geïntegreerde richtsnoeren” en de lidstaten werd verzocht in hun nationaal economisch en werkgelegenheidsbeleid rekening daarmee te houden.

(3)

Op 8 juli 2014 heeft de Raad een aanbeveling (3) over het nationale hervormingsprogramma voor 2014 van Polen vastgesteld en een advies over het geactualiseerde convergentieprogramma voor 2014 van Polen uitgebracht.

(4)

Op 28 november 2014 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan de jaarlijkse groeianalyse en daarmee de aanzet gegeven tot het Europees semester 2015 voor coördinatie van het economisch beleid. Tevens heeft de Commissie op die datum op grond van Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad (4) het waarschuwingsmechanismeverslag aangenomen, waarin Polen niet werd genoemd als een van de lidstaten die aan een diepgaande evaluatie zouden worden onderworpen.

(5)

Op 18 december 2014 heeft de Europese Raad de volgende prioriteiten goedgekeurd: stimuleren van investeringen, intensiveren van structurele hervormingen en nastreven van een verantwoorde, groeivriendelijke begrotingsconsolidatie.

(6)

Op 26 februari 2015 heeft de Commissie haar landenverslag 2015 voor Polen gepubliceerd. In het landenverslag werden de vorderingen beoordeeld die Polen bij de tenuitvoerlegging van de op 8 juli 2014 vastgestelde landspecifieke aanbevelingen heeft gemaakt.

(7)

Op 29 april 2015 heeft Polen zijn nationale hervormingsprogramma 2015 en op 30 april zijn convergentieprogramma 2015 ingediend. Om met de onderlinge verbanden tussen beide programma's rekening te houden, zijn deze tegelijkertijd geëvalueerd.

(8)

Polen is momenteel aan het preventieve deel van het stabiliteits- en groeipact onderworpen na de beëindiging van de buitensporigtekortprocedure in juni 2015 (5). Volgens haar convergentieprogramma 2015 is de regering van plan het nominale tekort geleidelijk terug te dringen van 3,2 % van het bbp tot 2,7 % van het bbp in 2015 en dan verder tot 1,2 % van het bbp in 2018. Op grond van de voorjaarsprognoses 2015 van de Commissie kan het buitensporig tekort worden geacht al in 2014 te zijn gecorrigeerd, één jaar eerder dan de vastgestelde termijn, in aanmerking nemende dat de overschrijding van de referentiewaarde van 3 % van het bbp verklaard wordt door de netto begrotingskosten van de hervorming van het pensioenstelsel. Volgens het convergentieprogramma is de regering van plan om de middellangetermijndoelstelling — een structureel tekort van 1 % van het bbp — in 2019 te bereiken. De regering is voornemens om de overheidsschuldquote, nadat deze in 2015 met 51,7 % een hoogtepunt heeft bereikt, in 2018 terug te dringen tot 49,1 %. Het macro-economische scenario dat aan deze begrotingsprognoses ten grondslag ligt is voor 2015 plausibel en voor 2016 optimistisch. Op basis van een algehele evaluatie zal Polen naar verwachting voldoen aan de vereiste aanpassing in de richting van de middellangetermijndoelstelling in 2015 aangezien de netto-uitgavengroei onder de benchmark blijft. De maatregelen om vanaf 2016 de geplande tekortdoelstellingen te ondersteunen zijn nog niet voldoende gespecificeerd. In het licht van de voorjaarsprognoses 2015 van de Commissie bestaat het gevaar dat enigszins wordt afgeweken van de voorgeschreven aanpassing in 2016 aangezien de structurele aanpassing achterblijft bij dat wat is vereist. Daarom zullen in 2016 meer maatregelen nodig zijn. Op basis van zijn beoordeling van het convergentieprogramma en rekening houdend met de voorjaarsprognoses 2015 van de Commissie is de Raad van mening dat Polen waarschijnlijk grotendeels aan de bepalingen van het stabiliteits- en groeipact zal voldoen. De belastinginkomsten zouden vergroot kunnen worden door het ruime gebruik dat thans van lagere btw-tarieven wordt gemaakt, terug te schroeven en door de efficiëntie van de belastingsdienst te vergroten.

(9)

Het zou het begrotingskader van Polen ten goede komen wanneer er een onafhankelijk orgaan, als zelfstandige instelling of binnen een bestaande instelling, werd opgericht met als taak zowel voor- als achteraf de inachtneming van de begrotingsregels te beoordelen, macro-economische en begrotingsprognoses te evalueren en de duurzaamheid op langere termijn van de openbare financiën te analyseren.

(10)

Polen heeft de hervorming van het pensioenstelsel van 1999 eind 2013 teruggedraaid. Hoewel het terugdraaien van de hervorming van het pensioenstelsel van 1999 op korte termijn de begroting enigszins ontlast, verbetert dit de houdbaarheid van de overheidsfinanciën op de lange termijn niet, aangezien de voordelen op korte termijn van hogere sociale bijdragen en lagere rentebetalingen teniet zullen worden gedaan door de hogere pensioenuitkeringen uit de publieke pensioenpijler in de toekomst. Al met al houdt het terugdraaien van de hervorming van het pensioenstelsel van 1999 op de lange termijn een aantal gevaren voor de Poolse overheidsfinanciën in.

(11)

De privileges op het gebied van de sociale zekerheid die mijnwerkers en landbouwers genieten, blijven de beroepsmobiliteit belemmeren en brengen aanzienlijke kosten met zich mee voor de overheidsfinanciën. Deze preferentiële regelingen weerhouden mensen ervan naar productievere sectoren over te stappen, veroorzaken verborgen werkloosheid en worden, vanwege de lage bijdragen, door de belastingplichtigen zwaar gesubsidieerd. In 2014 was 11,5 % van de beroepsbevolking werkzaam in de Poolse landbouwsector, meer dan twee keer zoveel als het EU-gemiddelde, terwijl deze sector maar goed is voor 3,3 % van de nationale bruto toegevoegde waarde. Overheidssubsidies voor het socialezekerheidsstelsel voor landbouwers bedragen bijna 1 % van het bbp en die voor de pensioenen van mijnwerkers 0,5 % van het bbp. De koppeling tussen bijdragen en uitkeringen is zwak en bijdragen zijn over het algemeen gebaseerd op een vast tarief. Landbouwers met hoge inkomsten kunnen niet systematisch van het stelsel worden uitgesloten, zodat het stelsel vatbaar is voor misbruik. De invoering van een systeem voor de registratie en evaluatie van de inkomsten van landbouwers zou een onmisbare eerste stap vormen op de weg naar een hervorming van het socialezekerheidsstelsel voor landbouwers.

(12)

Er is nog steeds sprake van segmentatie van de landbouwmarkt in Polen. Het aantal tijdelijke contracten is het hoogste van de Unie, terwijl het overgangspercentage van tijdelijk naar vast werk laag is en de loonkloof nergens in de Unie hoger is. Rigide ontslagregels, lange gerechtelijke procedures alsook andere verplichtingen voor werkgevers werken het gebruik van arbeidscontracten voor bepaalde tijd en atypische arbeidscontracten in de hand. Verder leiden de als hoog ervaren kosten van onder de arbeidswetgeving vallende contracten tot een buitensporig gebruik van civielrechtelijke contracten (umowy cywilnoprawne), die aantrekkelijk voor werkgevers zijn omdat daarvoor lagere socialezekerheidsbijdragen gelden. Het hoge percentage contracten van dit type, dat wil zeggen contracten waarvoor lagere bijdragen gelden, kan echter de kwaliteit van de werkgelegenheid verminderen, vooral voor jonge werknemers. De jeugdwerkloosheid is hoog, deels vanwege de discrepantie tussen de kwalificaties en de vaardigheden van kandidaten enerzijds en de behoeften van de arbeidsmarkt anderzijds. Er zou dus gestreefd moeten blijven worden naar een hervorming van het stelsel van beroepsonderwijs en -opleiding en naar een toename van de thans geringe deelname aan een leven lang leren. De participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt blijft laag. Om daaraan iets te doen, heeft Polen de mogelijkheden voor voorschools onderwijs vergroot, maar het behoort nog steeds tot de lidstaten die het slechtst presteren wat de beschikbaarheid van opvang voor de jongste kinderen betreft.

(13)

De spoorwegsector gaat gebukt onder hoge toegangsheffingen en ontoereikende nationale financiering. Procedures voor het ontwikkelen en uitvoeren van projecten zijn vaak lang en omslachtig als gevolg van het regelgevings- en administratief klimaat. De recente wetswijzigingen kunnen weliswaar een positief effect op het spoorwegvervoer hebben, maar zij hebben waarschijnlijk geen invloed op de investeringsprojecten die in de programmeringsperiode 2007-2013 zijn gestart. In de periode 2014-2020 zal de EU-financiering voor de spoorwegsector echter aanzienlijk worden verhoogd.

(14)

In de context van het Europees semester heeft de Commissie een brede analyse van het economische beleid van Polen verricht. Deze analyse is gepubliceerd in het landenverslag 2015. Voorts heeft de Commissie zowel het convergentieprogramma als het nationale hervormingsprogramma doorgelicht en onderzocht welk gevolg is gegeven aan de aanbevelingen die in eerdere jaren tot Polen zijn gericht. Daarbij heeft zij niet alleen gekeken naar de relevantie ervan voor een houdbaar budgettair en sociaaleconomisch beleid in Polen, maar is zij ook nagegaan of de EU-regels en -richtsnoeren in acht zijn genomen, gezien de noodzaak de algehele economische governance van de Unie te versterken door middel van een inbreng op EU-niveau in toekomstige nationale besluiten. De aanbevelingen in het kader van het Europees semester worden in de onderstaande aanbevelingen 1 tot en met 4 weergegeven.

(15)

In het licht van deze beoordeling heeft de Raad het convergentieprogramma onderzocht en zijn advies (6) daarover is met name in onderstaande aanbeveling 1 weergegeven,

BEVEELT AAN dat Polen in 2015 en 2016 de volgende actie onderneemt:

1.

Zowel in 2015 als in 2016 de correctie van het buitensporig tekort voortzetten en een budgettaire aanpassing van 0,5 % van het bbp in de richting van de begrotingsdoelstelling voor de middellange termijn. Een onafhankelijke begrotingsraad op te richten. De belastinggrondslag verbreden, met name door het gebruik van het wijdverbreid stelsel van verlaagde btw-tarieven in te perken.

2.

Een begin maken met het proces van gelijkschakeling van de pensioenregelingen voor landbouwers en mijnwerkers met die voor andere werknemers en een tijdspad vaststellen voor de geleidelijke volledige gelijkschakeling; een systeem invoeren voor de evaluatie en registratie van de inkomens van landbouwers.

3.

Maatregelen nemen om het buitensporig gebruik van tijdelijke en civielrechtelijke contracten op de arbeidsmarkt terug te dringen.

4.

Belemmeringen voor investeringen in spoorwegprojecten wegnemen.

Gedaan te Brussel, 14 juli 2015.

Voor de Raad

De voorzitter

P. GRAMEGNA


(1)  PB L 209 van 2.8.1997, blz. 1.

(2)  Gehandhaafd bij Besluit 2014/322/EU van de Raad van 6 mei 2014 betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten voor 2014 (PB L 165 van 4.6.2014, blz. 49).

(3)  Aanbeveling van de Raad van 8 juli 2014 over het nationale hervormingsprogramma 2014 van Polen, met een advies van de Raad over het convergentieprogramma 2014 van Polen (PB C 247 van 29.7.2014, blz. 97).

(4)  Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden (PB L 306 van 23.11.2011, blz. 25).

(5)  Besluit 2015/1026/EU van de Raad van 19 juni 2015 tot intrekking van Besluit 2009/589/EU betreffende het bestaan van een buitensporig tekort in Polen (PB L 163 van 30.6.2015, blz. 37).

(6)  Uit hoofde van artikel 9, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1466/97.


18.8.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 272/94


AANBEVELING VAN DE RAAD

van 14 juli 2015

over het nationale hervormingsprogramma 2015 van Portugal en met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2015 van Portugal

(2015/C 272/25)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121, lid 2, en artikel 148, lid 4,

Gezien Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid (1), en met name artikel 5, lid 2,

Gezien Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden (2), en met name artikel 6, lid 1,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Gezien de resoluties van het Europees Parlement,

Gezien de conclusies van de Europese Raad,

Gezien het advies van het Comité voor de werkgelegenheid,

Gezien het advies van het Economisch en Financieel Comité,

Gezien het advies van het Comité voor sociale bescherming,

Gezien het advies van het Comité voor de economische politiek,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 26 maart 2010 heeft de Europese Raad zijn goedkeuring gehecht aan het voorstel van de Commissie voor een nieuwe groei- en werkgelegenheidsstrategie, Europa 2020, die voor betere coördinatie van het economisch beleid moet zorgen. Deze Europa 2020-strategie berust op een versterkte coördinatie van het economische beleid en spitst zich toe op de sleutelgebieden waarop Europa's potentieel voor duurzame groei en concurrentievermogen een krachtige impuls nodig heeft.

(2)

Op voorstel van de Commissie heeft de Raad op 14 juli 2015 een aanbeveling inzake de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en de Unie vastgesteld, en op 21 oktober 2010 heeft hij een besluit betreffende de richtsnoeren voor werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten vastgesteld, die samen de „geïntegreerde richtsnoeren” vormen (3). De lidstaten werd verzocht in hun nationaal economisch en werkgelegenheidsbeleid met de geïntegreerde richtsnoeren rekening te houden.

(3)

Op 8 juli 2014 heeft de Raad een aanbeveling (4) over het nationale hervormingsprogramma voor 2014 van Portugal vastgesteld en een advies over het geactualiseerde stabiliteitsprogramma van Portugal voor 2014 uitgebracht. In overeenstemming met Verordening (EU) nr. 473/2013 van het Europees Parlement en de Raad (5) heeft de Commissie op 28 november 2014 haar advies over het ontwerpbegrotingsplan voor 2015 van Portugal gepresenteerd.

(4)

Op 28 november 2014 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan de jaarlijkse groeianalyse en daarmee de aanzet gegeven tot het Europees semester 2015 voor coördinatie van het economisch beleid. Tevens heeft de Commissie op die datum op grond van Verordening (EU) nr. 1176/2011 het waarschuwingsmechanismeverslag aangenomen, waarin Portugal werd genoemd als een van de lidstaten die aan een diepgaande evaluatie zouden worden onderworpen.

(5)

Op 18 december 2014 heeft de Europese Raad de volgende prioriteiten goedgekeurd: stimuleren van investeringen, intensiveren van structurele hervormingen en nastreven van een verantwoorde, groeivriendelijke begrotingsconsolidatie.

(6)

Op 26 februari 2015 heeft de Commissie haar landenverslag 2015 voor Portugal gepubliceerd. In het landenverslag worden de vorderingen beoordeeld die Portugal bij de tenuitvoerlegging van de op 8 juli 2014 vastgestelde landenspecifieke aanbevelingen heeft gemaakt. Het landenverslag bevat ook de resultaten van de diepgaande evaluatie die op grond van artikel 5 van Verordening (EU) nr. 1176/2011 is uitgevoerd. Op basis van haar analyse concludeert de Commissie dat Portugal buitensporige macro-economische onevenwichtigheden ondervindt die krachtig beleid en specifieke monitoring vereisen. Het is juist dat in het kader van het aanpassingsprogramma op het gebied van zowel de economische aanpassing als het economische beleid aanzienlijke vooruitgang is geboekt. Ondanks de inspanningen inzake schuldafbouw die in de huishoudens en de sector van de niet-financiële ondernemingen konden worden geconstateerd, blijven echter nog belangrijke risico's bestaan die verband houden met de hoge schuldenlast, zowel intern en extern als in diverse sectoren; deze risico's verdienen bijzondere aandacht. Ook is er in een situatie van lage groei, geringe inflatie en hoge werkloosheid sterke druk om de schulden af te bouwen.

(7)

Op 28 april 2015 heeft Portugal zijn nationale hervormingsprogramma 2015 en zijn stabiliteitsprogramma 2015 ingediend. Om recht te doen aan de onderlinge verbanden tussen beide programma's, zijn deze tegelijkertijd geëvalueerd.

(8)

Portugal valt momenteel onder het corrigerende deel van het stabiliteits- en groeipact. Volgens haar stabiliteitsprogramma 2015 is de regering van plan om het buitensporig tekort uiterlijk in 2015 te corrigeren, volgens de door de Raad vastgestelde termijn. De regering is van plan om het nominale tekort terug te dringen tot 2,7 % van het bbp in 2015 en geleidelijk verder te reduceren tot 0,6 % van het bbp in 2018. Volgens het stabiliteitsprogramma is de regering voornemens om de middellangetermijndoelstelling — een structureel tekort van 0,5 % van het bbp — in 2016 te bereiken. De overheidsschuldquote zal naar verwachting dalen tot 124,2 % in 2015 en vervolgens verder afnemen tot ongeveer 112,1 % in 2018. Het macro-economische scenario dat aan deze begrotingsprognoses ten grondslag ligt, is plausibel voor 2015 en 2016, maar tamelijk optimistisch voor 2017 en 2018, waarbij met betrekking tot deze laatste jaren de Portugese raad voor de overheidsfinanciën ook enkele risico's heeft vastgesteld. Op basis van de voorjaarsprognoses 2015 van de Commissie is een tijdige en duurzame correctie van het buitensporig tekort tegen 2015 nog niet gegarandeerd, maar wel haalbaar. Tegelijkertijd is de begrotingsinspanning geringer dan door de Raad aanbevolen. Uitgaande van een correctie van het buitensporig tekort zal Portugal vanaf 2016 aan het preventieve deel van het pact zijn onderworpen. Maatregelen ter verbetering van het begrotingssaldo om de vanaf 2016 geplande tekortdoelstellingen te onderbouwen, zijn onvoldoende gespecificeerd en lijken niet ver genoeg te gaan. Er lijkt daarom een gevaar te bestaan dat aanzienlijk zal worden afgeweken van de voorgeschreven aanpassing in de richting van de middellangetermijndoelstelling voor 2016. Bijgevolg zullen extra structurele maatregelen nodig zijn. Op basis van zijn beoordeling van het stabiliteitsprogramma en rekening houdend met de voorjaarsprognoses 2015 van de Commissie is er volgens de Raad kans dat Portugal niet aan de bepalingen van het stabiliteits- en groeipact zal voldoen.

(9)

De begrotingsconsolidatie moet worden geschraagd door de efficiëntie en de kwaliteit van de overheidsuitgaven op alle overheidsniveaus te vergroten en het beheer van overheidsmiddelen verder te hervormen. In het bijzonder moeten er verdere inspanningen worden geleverd om te zorgen voor een strikte controle op de uitgaven door de hand te houden aan de wet op de beheersing van de verplichtingen en door de verantwoordingsplicht te versterken. De wet op de gemeenschappelijke loonschaal is in september 2014 gepubliceerd en is sinds januari 2015 van kracht; de uitvoering van het wetsbesluit over de gemeenschappelijke schaal voor loonaanvullingen wordt voorbereid. De herstructurering van de overheidsbedrijven is nog niet voltooid. Er is beperkte vooruitgang geboekt bij de ontwikkeling van nieuwe alomvattende maatregelen als onderdeel van de lopende pensioenhervorming na de uitspraken van het Grondwettelijk Hof van augustus 2014. In de afgelopen twee jaar is het Portugese belastingstelsel grondig hervormd, waarbij de aandacht is toegespitst op de vennootschapsbelasting, de personenbelasting en de milieubelastingen. Het totale effect van deze hervorming moet worden geëvalueerd. Er kunnen nog veel hervormingen worden doorgevoerd met het oog op een modernisering van het ontvangstenbeheer en een betere naleving door de belastingplichtigen.

(10)

Recentelijk is het systeem van collectieve onderhandelingen op verscheidene punten hervormd. Niet alle hervormingen bevorderen evenwel de afstemming van lonen op de productiviteit op sectoraal en/of ondernemingsniveau. Cruciaal is dat het systeem ondernemingen in staat stelt zich aan specifieke omstandigheden aan te passen. Hierbij gaat het onder meer over het doeltreffend gebruik van bestaande bepalingen die ondernemingen in staat stellen om in specifieke omstandigheden af te wijken van sectorale collectieve overeenkomsten. Ondanks de loonstop van de voorbije jaren is het minimumloon sinds 2008 aanzienlijk sneller gestegen dan het gemiddelde nominale loon, en het percentage werknemers dat onder het minimumloon valt is gestegen van 5 % in 2005 tot 12,9 % in 2014.

(11)

Er is aanzienlijke vooruitgang geboekt bij de uitvoering van een actief arbeidsmarktbeleid en de hervorming van de openbare diensten voor arbeidsvoorziening. Het bereiken van jongeren die geen onderwijs of opleiding volgen of geen baan hebben, blijft echter een probleem. De digitalisering van de diensten die belast zijn met het laten aansluiten van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt moet worden versneld. Het waarborgen van een adequate dekking van de sociale bijstand, met name de minimuminkomensregeling, blijft ook nog steeds een cruciale uitdaging. Er is enige vooruitgang geboekt bij de verhoging van de kwaliteit en de arbeidsmarktrelevantie van het onderwijs. Om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren, heeft Portugal de leerplannen en het lerarenstatuut hervormd. Met het gebruik van het monitoringinstrument en de diversificatie van de programma's voor beroepsonderwijs en de beroepsopleiding, kan schooluitval worden tegengegaan en kunnen de onderwijsprestaties worden verbeterd. De recente hervormingen zijn bedoeld om het beroepsonderwijs en het opleidingssysteem op te waarderen, maar het blijft zaak het beroepsonderwijs aantrekkelijker te maken voor studenten. Ook de bevordering van kennisoverdracht tussen hoger onderwijs, het bedrijfsleven en onderzoeksinstellingen is een punt van zorg.

(12)

De hoge schuldgraad van de Portugese ondernemingen schaadt nog steeds hun prestaties en verhindert nieuwe investeringen. De huishoudens zijn erin geslaagd hun schulden aanzienlijk te verminderen. Naar aanleiding van de integrale beoordeling heeft de centrale bank het toezicht op de liquiditeits- en kapitaalpositie van de banken aangescherpt en heeft zij ook de herstelplannen van de banken beoordeeld. Het percentage niet-renderende bedrijfsleningen blijft hoog (meer dan 18 %) en drukt op de bankbalansen. Met de hervorming van de vennootschapsbelasting die in 2014 in gang is gezet, wordt de aftrekbaarheid van netto financiële uitgaven beperkt, maar er kan meer worden gedaan aan de grote bevoordeling van schulden in de vennootschapsbelasting. De platformen en processen voor bedrijfsherstructureringen PER en SIREVE worden op een nieuwe leest geschoeid: er wordt nu meer naar gestreefd levensvatbare bedrijven in stand te houden en niet failliet te laten gaan. Uit de gegevens over de schuldafbouw voor 2014 blijkt dat aanzienlijke vooruitgang is geboekt bij de uitvoering van maatregelen om de hoge schuldenlast van het bedrijfsleven terug te dringen. Het in mei 2014 bekendgemaakte strategisch plan voor de schuldherstructurering van bedrijven wordt door middel van verschillende maatregelen geleidelijk in wetgeving omgezet. Daarnaast is er vooruitgang geboekt bij de verbreding van de alternatieve financiering waarop niet-financiële ondernemingen een beroep kunnen doen door deelname in het aandelenkapitaal te stimuleren. De in september 2014 opgerichte instelling voor ontwikkelingsfinanciering heeft tot doel marktverstoringen aan te pakken die de toegang van het mkb tot financiering belemmeren.

(13)

De maatregelen om zowel de efficiëntie als de kwaliteit van het justitieel stelsel te verbeteren kunnen nog worden aangescherpt, in het bijzonder met betrekking tot de evaluatie van de activiteiten van de rechterlijke instanties en het gebruik van online-instrumenten, en er kunnen enquêtes worden gehouden onder gebruikers van rechtbanken of juridische professionals. Volgens het EU-scorebord voor justitie 2015 blijven procedures in civiele en handelszaken lang aanslepen (386 dagen). Het aantal handhavingszaken daalt nog steeds licht, terwijl de dispositietijd lang blijft (1 045 dagen in 2014). Hervormingen met betrekking tot de belasting- en bestuursrechtbanken verlopen langzamer dan de andere justitiële hervormingen. De stijging van het aantal insolventiezaken geeft aan dat op dit terrein meer middelen en betere opleidingen voor de rechtbanken van eerste aanleg noodzakelijk zijn. De liquiditeitspositie van ondernemingen verslechtert nog steeds door de grote betalingsachterstanden, in het bijzonder bij de betalingen door overheidsdiensten. Er zijn geen nieuwe maatregelen genomen of toezeggingen gedaan om deze betalingsachterstanden aan te pakken. Er is onvoldoende transparantie met betrekking tot zowel de publiek-private partnerschappen op het niveau van de lokale en regionale besturen als de concessies op alle niveaus. Het voorkomen van corruptie wordt gehinderd door de ondoeltreffende toepassing van het bestaande juridisch kader, waarbij voor verbetering moet worden gezorgd op het vlak van toezicht, uitvoering en toepassing van sancties.

(14)

De nieuwe regulerende instantie voor transport is nog niet operationeel. De liberalisering van havenconcessies, spoorwegen en openbaar vervoer in grootstedelijke gebieden verloopt traag, waardoor het ontbreekt aan investeringsstimulansen. Er is beperkte vooruitgang geboekt bij de uitvoering van het vervoersplan voor de lange termijn en van het tijdschema voor de hervorming voor de havensector. Bij de vervoersconcessies voor de grootstedelijke gebieden van Lissabon en Porto is er vertraging opgelopen. Voorts is er geringe vooruitgang geboekt bij de heronderhandelingen over de havenconcessies en in de spoorwegsector. De fusie tussen de spoorweginfrastructuurbeheerders (REFER) en de wegbeheerder (EP) die tot doel had de financiële levensvatbaarheid te verbeteren van het nieuwe orgaan dat verantwoordelijk is voor de weg- en spoorweginfrastructuur, is nog niet afgerond. Bij de overheidsbedrijven in de transportsector is het personeelsbestand ingekrompen.

(15)

In de context van het Europees semester heeft de Commissie een brede analyse van het economische beleid van Portugal verricht. Deze analyse is gepubliceerd in het landenverslag 2015. Voorts heeft de Commissie zowel het nationale hervormingsprogramma als het stabiliteitsprogramma doorgelicht en onderzocht welk gevolg is gegeven aan de aanbevelingen die in eerdere jaren tot Portugal zijn gericht. Daarbij heeft zij niet alleen gekeken naar de relevantie ervan voor een houdbaar budgettair en sociaaleconomisch beleid in Portugal, maar is zij ook nagegaan of de EU-regels en -richtsnoeren in acht zijn genomen, gezien de noodzaak de algehele economische governance van de Unie te versterken door middel van een inbreng op EU-niveau in toekomstige nationale besluiten. De aanbevelingen in het kader van het Europees semester worden in de onderstaande aanbevelingen 1 tot en met 5 weergegeven.

(16)

In het licht van deze beoordeling heeft de Raad het stabiliteitsprogramma onderzocht en zijn advies daarover (6) is met name in de onderstaande aanbeveling 1 weergegeven.

(17)

In het licht van de diepgaande evaluatie van de Commissie en deze beoordeling heeft de Raad het nationale hervormingsprogramma en het stabiliteitsprogramma onderzocht. Zijn aanbevelingen op grond van artikel 6 van Verordening (EU) nr. 1176/2011 zijn in de onderstaande aanbevelingen 1 tot en met 4 weergegeven.

(18)

In de context van het Europees semester heeft de Commissie tevens een analyse van het economische beleid van de eurozone als geheel verricht. Op basis van deze analyse heeft de Raad specifieke aanbevelingen gericht tot de lidstaten die de euro als munt hebben (7). Als land dat de euro als munt heeft, dient Portugal er ook voor te zorgen dat die aanbevelingen volledig en tijdig uitvoering worden opgevolgd,

BEVEELT AAN dat Portugal in 2015 en 2016 de volgende actie onderneemt:

1.

In 2015 een duurzame correctie van het buitensporig tekort bewerkstelligen door de hiervoor vereiste maatregelen te nemen. In 2016 een budgettaire herziening van 0,6 % van het bbp in de richting van de begrotingsdoelstelling op middellange termijn bereiken. Meevallers gebruiken om het tekort en de schuld sneller te reduceren. De hand houden aan de wet op de beheersing van de verplichtingen om de uitgaven beter in de hand te houden. De betaalbaarheid op middellange termijn van het pensioenstelsel verbeteren. De financiële levensvatbaarheid van de overheidsbedrijven waarborgen. De naleving van de belastingwetgeving en de efficiëntie van de belastingdiensten verder verbeteren.

2.

Bevorderen dat de lonen meebewegen met de productiviteit, in overleg met de sociale partners en overeenkomstig de nationale praktijken, rekening houdend met verschillen in vaardigheden en plaatselijke arbeidsmarktomstandigheden evenals met de uiteenlopende economische prestaties van regio's, sectoren en ondernemingen. Ervoor zorgen dat de ontwikkeling van het minimumloon de doelen bevordering van de werkgelegenheid en het concurrentievermogen dienen.

3.

De doeltreffendheid van de openbare diensten voor arbeidsvoorziening verbeteren, in het bijzonder door ervoor te zorgen dat niet-geregistreerde jongeren beter worden bereikt. Zorgen voor een doeltreffende activering van de uitkeringsgerechtigden en een adequate dekking van de sociale bijstand, met name de minimuminkomensregeling.

4.

Verdere maatregelen nemen om de hoge schuldenlast van het bedrijfsleven te verminderen, het percentage niet-renderende bedrijfsleningen bij banken aan te pakken en de beleidsvoorkeur voor vreemd vermogen in de fiscale wetgeving te verminderen. De efficiëntie van de instrumenten voor de herstructurering van schulden versterken voor levensvatbare ondernemingen, door banken en debiteuren ertoe aan te zetten in een vroeg stadium te beginnen met herstructureringsprocessen.

5.

Vaart zetten achter maatregelen en de transparantie verhogen op het vlak van concessies, onder meer in de transportsector, en publiek-private partnerschappen op lokaal en regionaal niveau.

Gedaan te Brussel, 14 juli 2015.

Voor de Raad

De voorzitter

P. GRAMEGNA


(1)  PB L 209 van 2.8.1997, blz. 1.

(2)  PB L 306 van 23.11.2011, blz. 25.

(3)  Gehandhaafd bij Besluit 2014/322/EU van de Raad van 6 mei 2014 betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten voor 2014 (PB L 165 van 4.6.2014, blz. 49).

(4)  Aanbeveling van de Raad van 8 juli 2014 over het nationale hervormingsprogramma 2014 van Portugal en met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2014 van Portugal (PB C 247 van 29.7.2014, blz. 102).

(5)  Verordening (EU) nr. 473/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende gemeenschappelijke voorschriften voor het monitoren en beoordelen van ontwerpbegrotingsplannen en voor het garanderen van de correctie van buitensporige tekorten van de lidstaten van de eurozone (PB L 140 van 27.5.2013, blz. 11).

(6)  Uit hoofde van artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1466/97.

(7)  PB C 272 van 18.8.2015, blz. 98


18.8.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 272/98


AANBEVELING VAN DE RAAD

van 14 juli 2015

inzake de uitvoering van de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten die de euro als munt hebben

(2015/C 272/26)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 136, juncto artikel 121, lid 2,

Gezien Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid (1), en met name artikel 5, lid 2,

Gezien Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden (2), en met name artikel 6, lid 1,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Gezien de conclusies van de Europese Raad,

Gezien het advies van het Economisch en Financieel Comité,

Gezien het advies van het Comité voor de economische politiek,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Om de ontwikkeling van de eurozone gaande te houden en kracht bij te zetten zijn volgehouden beleidsinspanningen nodig die een evenwichtige aanpassing in de particuliere en de publieke sector ondersteunen en het groeipotentieel van de economie op middellange tot lange termijn vergroten. De eurozone is zich economisch aan het herstellen, maar dat herstel wordt afgeremd door de nasleep van de jongste financiële en economische crises — onder meer het aan de gang zijnde herstel van het externe evenwicht, de hoge publieke en particuliere schuldenlast en de druk om de schulden af te bouwen, de hardnekkige structurele starheid op de nationale arbeids- en productmarkten, de hoge werkloosheid en het broze vertrouwen — en een chronisch investeringstekort. Tot dusver is de uitvoering van de in de landenspecifieke aanbevelingen vastgestelde hervormingen nog niet voldoende ambitieus.

(2)

De eurozone is meer dan alleen de som van haar leden. De economieën van de eurozone zijn onderling sterk verweven, waardoor het nodig is om het begrotings-, het financieel en het structureel beleid van de lidstaten van de eurozone nauwer te coördineren. De voor de eurozone gevolgde beleidskoers moet groei en banen stimuleren, en moet er ook voor zorgen dat de vooruitgang die wordt geboekt met het evenwichtsherstel, gehandhaafd blijft en gestimuleerd wordt. De lidstaten van de eurozone hebben een specifieke verantwoordelijkheid om het governancekader, dat de voorbije jaren aanzienlijk is versterkt, doeltreffend ten uitvoer te leggen. Dit vraagt om meer groepsdruk om het doorvoeren van nationale hervormingen en een prudent begrotingsbeleid te ondersteunen. Dit vraagt ook om een ruimere beoordeling van nationale hervormingen vanuit het oogpunt van de eurozone, waarbij potentiële overloopeffecten worden geïnternaliseerd en beleid dat van bijzonder belang is voor een goed functionerende EMU wordt gestimuleerd.

(3)

In de eurozone is nog onvoldoende werk gemaakt van de tenuitvoerlegging van ambitieuze structurele hervormingen om de economieën te moderniseren en het concurrentievermogen en het groeipotentieel te bevorderen. De omvang van de vóór de crisis bestaande onevenwichtigheden, de positie in de conjunctuurcyclus en de aanwezige budgettaire ruimte variëren sterk per lidstaat. De arbeidsmarkt trekt aan en er is enige vooruitgang geboekt met hervormingen om de arbeidsmarkten veerkrachtiger te maken, maar de werkloosheid blijft hoog en de kans neemt toe dat de langdurige werkloosheid hardnekkig wordt, waardoor de sociale situatie in de meest kwetsbare landen verder achteruitgaat. Het herstel van het externe evenwicht is volop aan de gang, maar de vooruitgang verloopt ongelijk en in enkele lidstaten zijn nog steeds hoge overschotten op de lopende rekening. Ambitieuze structurele hervormingen van de arbeids- en de productmarkten zouden de noodzakelijke economische aanpassingen in de eurozone vergemakkelijken en de groei stimuleren in de landen die ze doorvoeren. Door meer werkgelegenheid te creëren en voor lagere consumentenprijzen te zorgen, dragen de hervormingen ook bij aan meer sociale insluiting. Als structurele hervormingen in alle lidstaten tegelijk worden uitgevoerd, zal de eurozone als geheel daarvan profiteren door positieve overloopeffecten via de handels- en financiële kanalen. Dit zou ook de rest van de eurozone ertoe aansporen de juiste beleidskeuzen te maken. De thematische besprekingen van de Eurogroep kunnen aan dit proces bijdragen doordat de hervormingen en hun effect op de eurozone als geheel worden beoordeeld en vergeleken. Dit kan gebeuren door uit beste praktijken te leren, gemeenschappelijke beginselen voor goede hervormingen overeen te komen en groepsdruk te gebruiken. In het licht van het aanpassingsproces op nationaal niveau en derhalve de werking van de eurozone is regelmatige monitoring van de vooruitgang met de hervormingen in lidstaten van de eurozone met buitensporige onevenwichtigheden en met onevenwichtigheden waarvoor forse maatregelen nodig zijn, van bijzonder belang.

(4)

Een van de belangrijkste uitdagingen voor de eurozone is de vermindering van de overheidsschuld door naar budgettaire verantwoordelijkheid te streven. Dankzij de consolidatie-inspanningen van de voorbije jaren is de begrotingssituatie in de eurozone verbeterd, maar de coördinatie van het begrotingsbeleid blijft verre van optimaal. Een aantal lidstaten van de eurozone moet de begrotingsaanpassingen nog voortzetten om de erg hoge schuldquotes te doen dalen. Andere landen hebben meer manoeuvreerruimte en zouden die kunnen benutten om de binnenlandse vraag aan te zwengelen, met bijzondere nadruk op investeringen; dit zou de binnenlandse groei en de eurozone als geheel ondersteunen. Door de in de regels van het stabiliteits- en groeipact ingebouwde flexibiliteit kunnen de lidstaten structurele hervormingen en investeringen faciliteren, terwijl ze de gezamenlijk overeengekomen regels volgen. De begrotingsstrategieën zijn nog niet groeivriendelijk genoeg. Aan de ontvangstenzijde is er ondanks de intensievere coördinatie in de Eurogroep nog ruimte om de belastingstelsels efficiënter te maken en de belastingwig voor arbeid te verminderen. Aan de uitgavenzijde moet meer aandacht uitgaan naar op een goede kosten-batenanalyse gebaseerde overheidsinvesteringen en andere overheidsuitgaven met krachtige en positieve groei-effecten. Uit evaluaties van de uitgaven is naar voren gekomen dat efficiëntieverbetering in de overheidsdiensten noodzakelijk is. Goed werkende nationale begrotingskaders zullen dit proces schragen.

(5)

De omstandigheden op de financiële markten in de eurozone zijn aan het verbeteren, maar de kredietverlening aan de particuliere sector blijft moeizaam en de financiële markten zijn nog altijd versnipperd. Dit zet een rem op de investeringen in de eurozone. Daardoor is een brede investeringskloof ontstaan, terwijl er zowel materiële als immateriële investeringen nodig zijn. Het EU-investeringsplan biedt mogelijkheden om investeringen aan te trekken en voor productieve doeleinden te gebruiken. Het investeringsplan en het uitgebreide programma van de ECB voor de aankoop van activa zullen echter een groter effect hebben wanneer zij gepaard gaan met maatregelen in de financiële sector in brede zin om de kredietstromen te herstellen, de kapitaalmarkten te verdiepen en de langetermijnfinanciering van de economie te stimuleren. De voltooiing van de bankenunie is aan de gang en zal worden ondersteund door de toepassing van het gemeenschappelijke rulebook en een samenhangende reguleringsaanpak. Met beter geïntegreerde en efficiëntere kapitaalmarkten zou meer financiering voor investeringen losgemaakt kunnen worden. Dat zou de Europese economie minder afhankelijk maken van banken en haar financiële structuren evenwichtiger en stabieler maken.

(6)

Bij het versterken van de EMU-structuur zijn onlangs weliswaar resultaten geboekt, maar vanwege de huidige problemen is vooruitgang nodig bij het voltooien ervan. De EMU zal verder stapsgewijs moeten worden ontwikkeld. Dat vergt zowel discipline als solidariteit. De voorzitter van de Commissie zal samen met de voorzitters van de Europese Raad, het Europees Parlement, de Europese Centrale Bank en de Eurogroep de volgende stappen voorbereiden voor betere economische governance in de eurozone,

BEVEELT AAN dat de lidstaten van de eurozone in de periode 2015-2016 binnen de Eurogroep de volgende actie ondernemen:

1.

Groepsdruk aanwenden om structurele hervormingen te bevorderen die het wegwerken van grote interne en externe schulden faciliteren en investeringen ondersteunen. Regelmatig de uitvoering van hervormingen evalueren in de lidstaten die specifieke monitoring vereisen in het kader van de procedure voor macro-economische onevenwichtigheden. De regelmatige thematische beoordeling van structurele hervormingen voortzetten. Uiterlijk in het voorjaar van 2016 besluiten nemen over de follow-up van de coördinatie-exercitie om de hoge belastingwig voor arbeid te verminderen en de dienstenmarkten te hervormen.

2.

Het begrotingsbeleid coördineren om ervoor te zorgen dat de gezamenlijke begrotingskoers van de eurozone afgestemd is op de duurzaamheidsrisico's en de conjuncturele omstandigheden. Dit laat de naleving van de voorschriften van het stabiliteits- en groeipact onverlet. Uiterlijk voorjaar 2016 thematische besprekingen houden over verbeteringen in de kwaliteit en de houdbaarheid van de overheidsfinanciën, waarbij vooral wordt gekeken naar manieren om materiële en immateriële investeringen op nationaal niveau en op EU-niveau prioriteit te geven, en om belastingstelsels groeivriendelijker te maken. Nagaan of de onlangs aangescherpte nationale begrotingskaders doeltreffend werken.

3.

Ervoor zorgen dat de follow-up van de uitgebreide beoordeling door de Europese Centrale Bank tijdig wordt voltooid, dat Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad (3) (herstel en afwikkeling van banken) ten uitvoer wordt gelegd, dat de ratificatie van de intergouvernementele overeenkomst over het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds wordt voltooid en dat het fonds vanaf januari 2016 volledig operationeel is. Maatregelen bevorderen om meer marktfinanciering los te krijgen, het mkb betere toegang tot financiering te geven en alternatieve financieringsbronnen te ontwikkelen. Verdere hervormingen van de nationale insolventiekaders aanmoedigen.

4.

Verder werken aan de verdieping van de economische en monetaire unie en bijdragen aan het kader voor economisch toezicht in de context van het verslag over de volgende stappen voor betere economische governance in de eurozone, dat door de voorzitter van de Europese Commissie, Jean-Claude Juncker, in nauwe samenwerking met de voorzitter van de Europese Raad, Donald Tusk, de voorzitter van het Europees Parlement, Martin Schulz, de voorzitter van de Europese Centrale Bank, Mario Draghi, en de voorzitter van de Eurogroep, Jeroen Dijsselbloem, is opgesteld, en de follow-up daarvan.

Gedaan te Brussel, 14 juli 2015.

Voor de Raad

De voorzitter

P. GRAMEGNA


(1)  PB L 209 van 2.8.1997, blz. 1.

(2)  PB L 306 van 23.11.2011, blz. 25.

(3)  Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 190).