|
ISSN 1977-0995 doi:10.3000/19770995.C_2013.297.nld |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 297 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Mededelingen en bekendmakingen |
56e jaargang |
|
Nummer |
Inhoud |
Bladzijde |
|
|
IV Informatie |
|
|
|
INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE |
|
|
|
Europese Commissie |
|
|
2013/C 297/01 |
Mededeling van de Commissie in het kader van de uitvoering van Richtlijn 1999/5/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 1999 betreffende radioapparatuur en telecommunicatie-eindapparatuur en de wederzijdse erkenning van hun conformiteit (Bekendmaking van titels en referentienummers van geharmoniseerde normen in het kader van de harmonisatiewetgeving van de Unie) ( 1 ) |
|
|
|
INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE LIDSTATEN |
|
|
2013/C 297/02 |
||
|
2013/C 297/03 |
Beknopte informatie van de lidstaten betreffende overheidssteun die wordt verleend krachtens Verordening (EG) nr. 800/2008 van de Commissie waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard (de algemene groepsvrijstellingsverordening) ( 1 ) |
|
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst |
|
NL |
|
IV Informatie
INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE
Europese Commissie
|
12.10.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 297/1 |
Mededeling van de Commissie in het kader van de uitvoering van Richtlijn 1999/5/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 1999 betreffende radioapparatuur en telecommunicatie-eindapparatuur en de wederzijdse erkenning van hun conformiteit
(Bekendmaking van titels en referentienummers van geharmoniseerde normen in het kader van de harmonisatiewetgeving van de Unie)
(Voor de EER relevante tekst)
2013/C 297/01
|
ENO (1) |
Referentienummer en titel van de norm (en referentie document) |
Referentie-nummer van de vervangen norm |
Datum waarop het vermoeden van overeenstemming ten aanzien van de vervangen norm vervalt Noot 1 |
Richtlijn 1999/5/EG |
|
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
|
Cenelec |
EN 41003:2008 Specifieke veiligheidseisen voor apparatuur die op telecommunicatienetten kan worden aangesloten en/of een kabel distributiesysteem |
EN 41003:1998 Noot 2.1 |
Datum verstreken (1.7.2011) |
Artikel 3.1.a (& Artikel 2 2006/95/EG) |
|
Cenelec |
EN 50360:2001 Productnorm om de overeenstemming aan te tonen van mobiele telefoons met de maximumnormen voor de blootstelling van het menselijk lichaam aan elektromagnetische velden (300 MHz-3 GHz) |
|
|
Artikel 3.1.a |
|
EN 50360:2001/A1:2012 |
Noot 3 |
13.2.2015 |
|
|
|
EN 50360:2001/AC:2006 |
|
|
|
|
|
Cenelec |
EN 50364:2010 Beperking van de blootstelling van het menselijk lichaam aan elektromagnetische velden afkomstig van toestellen die werken in het frequentiegebied 0 Hz tot 10 GHz, gebruikt in Elektronische Artikel Bewaking (EAB), Radio Frequency Identification (RFID) en soortgelijke toepassingen |
EN 50364:2001 Noot 2.1 |
Datum verstreken (1.11.2012) |
Artikel 3.1.a (& Artikel 2 2006/95/EG) |
|
Cenelec |
EN 50371:2002 Generieke norm voor het aantonen dat elektronische en elektrische apparatuur met laag vermogen voldoet aan de basisbeperkingen met betrekking tot de blootstelling van de mens aan elektromagnetische velden (10 MHz - 300 GHz) - Algemeen publiek |
|
|
Artikel 3.1.a (& Artikel 2 2006/95/EG) |
|
Cenelec |
EN 50385:2002 Productnorm om de overeenstemming aan te tonen van radio basisstations en vaste eindstations voor draadloze telecommunicatiesystemen met de basiseisen of referentieniveau's voor blootstelling van de mens aan radiofrequente elektromagnetische velden (110 MHz - 40 GHz) - Algemeen publiek |
|
|
Artikel 3.1.a |
|
Cenelec |
EN 50401:2006 Productnormen om de overeenstemming aan te tonen vaste installaties voor radiotransmissie (110 MHz-40 GHz) bedoeld voor het gebruik in draadloze telecommunicatienetwerken met de basiseisen of referentieniveaus met betrekking tot blootstelling van het algemeen publiek aan radiofequente elektromagnetische velden |
|
|
Artikel 3.1.a |
|
EN 50401:2006/A1:2011 |
Noot 3 |
29.8.2014 |
|
|
|
Cenelec |
EN 50566:2013 Productnormen om de overeenstemming aan te tonen van radiofrequente velden van draagbare en op het lichaam gedragen draadloze communicatietoestellen (30MHz - 6 HGz) |
|
|
Artikel 3.1.a |
|
Cenelec |
EN 55022:2006 Gegevensverwerkende apparatuur - Radiostoringskenmerken - Grenswaarden en meetmethoden CISPR 22:2005 (Gewijzigd) |
EN 55022:1998 + A1:2000 + A2:2003 Noot 2.1 |
Datum verstreken (1.10.2011) |
Artikel 3.1.b |
|
EN 55022:2006/A1:2007 CISPR 22:2005/A1:2005 |
Noot 3 |
Datum verstreken (1.10.2011) |
|
|
|
Cenelec |
EN 55022:2010 Gegevensverwerkende apparatuur - Radiostoringskenmerken - Grenswaarden en meetmethode CISPR 22:2008 (Gewijzigd) |
EN 55022:2006 en zijn wijzigingsbladen Noot 2.1 |
1.12.2013 |
Artikel 3.1.b |
|
EN 55022:2010/AC:2011 |
|
|
|
|
|
Cenelec |
EN 55024:1998 Gegevensverwerkende apparatuur – Immuniteitskenmerken - Grenswaarden en meetmethoden CISPR 24:1997 (Gewijzigd) |
Relevante generieke norm(en) Noot 2.1 |
Datum verstreken (1.7.2001) |
Artikel 3.1.b |
|
EN 55024:1998/A1:2001 CISPR 24:1997/A1:2001 |
Noot 3 |
Datum verstreken (1.10.2004) |
|
|
|
EN 55024:1998/A2:2003 CISPR 24:1997/A2:2002 |
Noot 3 |
Datum verstreken (1.12.2005) |
|
|
|
Cenelec |
EN 55024:2010 Gegevensverwerkende apparatuur - Immuniteitskenmerken - Grenswaarden en meetmethoden CISPR 24:2010 |
EN 55024:1998 en zijn wijzigingsbladen Noot 2.1 |
1.12.2013 |
Artikel 3.1.b |
|
Cenelec |
EN 55032:2012 Elektromagnetische compatibiliteit van multimedia-apparatuur - Emissie-eisen CISPR 32:2012 |
|
|
Artikel 3.1.b |
|
EN 55032:2012/AC:2012 |
|
|
|
|
|
Cenelec |
EN 60065:2002 Audio-, video- en soortgelijke elektronische toestellen - Veiligheidseisen IEC 60065:2001 (Gewijzigd) |
EN 60065:1998 Noot 2.1 |
Datum verstreken (1.3.2007) |
Artikel 3.1.a (& Artikel 2 2006/95/EG) |
|
EN 60065:2002/A1:2006 IEC 60065:2001/A1:2005 (Gewijzigd) |
Noot 3 |
Datum verstreken (1.12.2008) |
|
|
|
EN 60065:2002/A11:2008 |
Noot 3 |
Datum verstreken (1.7.2010) |
|
|
|
EN 60065:2002/A12:2011 |
Noot 3 |
Datum verstreken (24.1.2013) |
|
|
|
EN 60065:2002/A2:2010 IEC 60065:2001/A2:2010 (Gewijzigd) |
Noot 3 |
Datum verstreken (1.10.2013) |
|
|
|
EN 60065:2002/AC:2007 |
|
|
|
|
|
EN 60065:2002/AC:2006 |
|
|
|
|
|
Cenelec |
EN 60215:1989 Veiligheidseisen voor radiozendapparatuur IEC 60215:1987 |
|
|
Artikel 3.1.a (& Artikel 2 2006/95/EG) |
|
EN 60215:1989/A1:1992 IEC 60215:1987/A1:1990 |
Noot 3 |
Datum verstreken (1.6.1993) |
|
|
|
EN 60215:1989/A2:1994 IEC 60215:1987/A2:1993 |
Noot 3 |
Datum verstreken (15.7.1995) |
|
|
|
Cenelec |
EN 60730-1:2011 Automatische elektrische regelaars voor huishoudelijk en soortgelijk gebruik - Deel 1: Algemene eisen IEC 60730-1:2010 (Gewijzigd) |
|
|
Artikel 3.1.a (& Artikel 2 2006/95/EG) + Artikel 3.1.b |
|
Cenelec |
EN 60825-1:2007 Veiligheid van laserproducten - Deel 1: Apparatuurclassificatie en eisen IEC 60825-1:2007 |
EN 60825-1:1994 + A1:2002 + A2:2001 |
Datum verstreken (1.9.2010) |
Artikel 3.1.a (& Artikel 2 2006/95/EG) |
|
Cenelec |
EN 60825-2:2004 Veiligheid van laserproducten – Deel 2: Veiligheid van communicatiesystemen met optische vezels (OFCS) IEC 60825-2:2004 |
EN 60825-2:2000 Noot 2.1 |
Datum verstreken (1.9.2007) |
Artikel 3.1.a (& Artikel 2 2006/95/EG) |
|
EN 60825-2:2004/A1:2007 IEC 60825-2:2004/A1:2006 |
Noot 3 |
Datum verstreken (1.2.2010) |
|
|
|
EN 60825-2:2004/A2:2010 IEC 60825-2:2004/A2:2010 |
Noot 3 |
Datum verstreken (1.10.2013) |
|
|
|
Cenelec |
EN 60825-4:2006 Veiligheid van laserproducten - Deel 4: Laserafschermingen (IEC 60825-4:1997) IEC 60825-4:2006 |
EN 60825-4:1997 + A1:2002 + A2:2003 Noot 2.1 |
Datum verstreken (1.10.2009) |
Artikel 3.1.a (& Artikel 2 2006/95/EG) |
|
EN 60825-4:2006/A1:2008 IEC 60825-4:2006/A1:2008 |
Noot 3 |
Datum verstreken (1.9.2011) |
|
|
|
EN 60825-4:2006/A2:2011 IEC 60825-4:2006/A2:2011 |
Noot 3 |
3.5.2014 |
|
|
|
Cenelec |
EN 60825-12:2004 Veiligheid van laserproducten - Deel 12: Veiligheid van vrije ruimte optische communicatiesystemen gebruikt voor informatie-overdracht IEC 60825-12:2004 |
|
|
Artikel 3.1.a (& Artikel 2 2006/95/EG) |
|
Cenelec |
EN 60950-1:2006 Apparatuur voor informatietechniek - Veiligheid - Deel 1: Algemene eisen IEC 60950-1:2005 (Gewijzigd) |
EN 60950-1:2001 + A11:2004 Noot 2.1 |
Datum verstreken (1.12.2010) |
Artikel 3.1.a (& Artikel 2 2006/95/EG) |
|
EN 60950-1:2006/A11:2009 |
Noot 3 |
Datum verstreken (1.12.2010) |
|
|
|
EN 60950-1:2006/A12:2011 |
Noot 3 |
Datum verstreken (24.1.2013) |
|
|
|
EN 60950-1:2006/A1:2010 IEC 60950-1:2005/A1:2009 (Gewijzigd) |
Noot 3 |
Datum verstreken (1.3.2013) |
|
|
|
EN 60950-1:2006/AC:2011 |
|
|
|
|
|
Cenelec |
EN 60950-22:2006 Apparatuur voor informatietechniek - Veiligheid - Deel 22: Apparatuur voor installatie buitenshuis IEC 60950-22:2005 (Gewijzigd) |
|
|
Artikel 3.1.a (& Artikel 2 2006/95/EG) |
|
EN 60950-22:2006/AC:2008 |
|
|
|
|
|
Cenelec |
EN 60950-23:2006 Apparatuur voor informatietechniek - Veiligheid - Deel 23: Opslagapparatuur voor omvangrijke gegevens IEC 60950-23:2005 |
|
|
Artikel 3.1.a (& Artikel 2 2006/95/EG) |
|
EN 60950-23:2006/AC:2008 |
|
|
|
|
|
Cenelec |
EN 61000-3-2:2006 Elektromagnetische compatibiliteit (EMC) - Deel 3-2: Limietwaarden - Limietwaarden voor de emissie van harmonische stromen (ingangsstroom van de toestellen <kleiner=> 16 A per fase) IEC 61000-3-2:2005 |
EN 61000-3-2:2000 + A2:2005 Noot 2.1 |
Datum verstreken (1.2.2009) |
Artikel 3.1.b |
|
EN 61000-3-2:2006/A1:2009 IEC 61000-3-2:2005/A1:2008 |
Noot 3 |
Datum verstreken (1.7.2012) |
|
|
|
EN 61000-3-2:2006/A2:2009 IEC 61000-3-2:2005/A2:2009 |
Noot 3 |
Datum verstreken (1.7.2012) |
|
|
|
Cenelec |
EN 61000-3-3:2008 lektromagnetische compatibiliteit (EMC) - Deel 3-3: Limietwaarden voor spanningswisselingen, spanningsschommelingen en flikkering in openbare laagspanningsnetten voor apparatuur met een ingangsstroom 16 A per fase en zonder voorwaardelijke aansluiting IEC 61000-3-3:2008 |
EN 61000-3-3:1995 + A1:2001 Noot 2.1 |
Datum verstreken (1.9.2011) |
Artikel 3.1.b |
|
Cenelec |
EN 61000-3-11:2000 Elektromagnetische compatibiliteit (EMC) - Deel 3-11: Limietwaarden - Limietwaarden voor spanningswisselingen, spanningsschommelingen en flikkering in laagspanningsnetten voor apparatuur met een ingangsstroom tot 75 A en met voorwaardelijke aansluiting IEC 61000-3-11:2000 |
Relevante generieke norm(en) Noot 2.1 |
Datum verstreken (1.11.2003) |
Artikel 3.1.b |
|
Cenelec |
EN 61000-3-12:2005 Elektromagnetische compatibiliteit (EMC) - Deel 3-12: Limietwaarden - Limietwaarden voor harmonische stromen geproduceerd door materieel aangesloten op het openbare laagspanningsnet met ingangsstroom groter dan 16A en kleiner dan 75A per fase IEC 61000-3-12:2004 |
Relevante generieke norm(en) Noot 2.1 |
Datum verstreken (1.7.2004) |
Artikel 3.1.b |
|
Cenelec |
EN 61000-3-12:2011 Elektromagnetische compatibiliteit (EMC) - Deel 3-12: Limietwaarden - Limietwaarden voor harmonische stromen geproduceerd door materieel aangesloten op het openbare laagspanningsnet met ingangsstroom > 16A en ≤ 75 A per fase IEC 61000-3-12:2011 + IS1:2012 |
EN 61000-3-12:2005 Noot 2.1 |
16.6.2014 |
Artikel 3.1.b |
|
Cenelec |
EN 61000-6-1:2007 Elektromagnetische compatibiliteit (EMC) - Deel 6-1: Generieke normen - Immuniteit voor huishoudelijke, handels- en lichtindustriële omgevingen IEC 61000-6-1:2005 |
EN 61000-6-1:2001 Noot 2.1 |
Datum verstreken (1.12.2009) |
Artikel 3.1.b |
|
Cenelec |
EN 61000-6-2:2005 Elektromagnetische compatibiliteit (EMC) - Deel 6-2: Algemene normen - Immuniteit voor industriële omgevingen IEC 61000-6-2:2005 |
EN 61000-6-2:2001 Noot 2.1 |
Datum verstreken (1.6.2008) |
Artikel 3.1.b |
|
EN 61000-6-2:2005/AC:2005 |
|
|
|
|
|
Cenelec |
EN 61000-6-3:2007 Elektromagnetische compatibiliteit (EMC) - Deel 6-3: Algemene normen - Emissienormen voor huishoudelijke, handels- en lichtindustriële omgevingen IEC 61000-6-3:2006 |
EN 61000-6-3:2001 + A11:2004 Noot 2.1 |
Datum verstreken (1.12.2009) |
Artikel 3.1.b |
|
EN 61000-6-3:2007/A1:2011 IEC 61000-6-3:2006/A1:2010 |
Noot 3 |
12.1.2014 |
|
|
|
EN 61000-6-3:2007/A1:2011/AC:2012 |
|
|
|
|
|
Cenelec |
EN 61000-6-4:2007 Elektromagnetische compatibiliteit (EMC) - Deel 6-4: Algemene normen - Emissienorm voor industriële omgevingen IEC 61000-6-4:2006 |
EN 61000-6-4:2001 Noot 2.1 |
Datum verstreken (1.12.2009) |
Artikel 3.1.b |
|
EN 61000-6-4:2007/A1:2011 IEC 61000-6-4:2006/A1:2010 |
Noot 3 |
12.1.2014 |
|
|
|
Cenelec |
EN 62311:2008 Beoordeling van elektrische en elektronische apparatuur blootgesteld aan het menselijk lichaam aan elektromagnetische velden (0 Hz-300 GHz) IEC 62311:2007 (Gewijzigd) |
|
|
Artikel 3.1.a (& Artikel 2 2006/95/EG) |
|
Cenelec |
EN 62479:2010 Beoordeling van de bestendigheid van laag vermogen elektronische en elektrische apparatuur met de standaard beperkingen in verband met blootstelling van het menselijk lichaam aan elektromagnetische velden (10 MHz to 300 GHz) IEC 62479:2010 (Gewijzigd) |
EN 50371:2002 Noot 2.1 |
Datum verstreken (1.9.2013) |
Artikel 3.1.a (& Artikel 2 2006/95/EG) |
|
ETSI |
EN 300 065-2 V1.2.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumaangelegenheden (ERM) - Smalband telegrafie apparatuur voor direct printen, voor het ontvangen van meteorologische of navigatie informatie (NAVTEX) - Deel 2: Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
EN 300 065-2 V1.1.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.4.2011) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 300 065-3 V1.2.1 Electromagnetische compatibiliteit en radiospectrumaangelegenheden (ERM) – Smalband telegrafie apparatuur voor direct printen, voor het ontvangen van meteorologische of navigatie informatie (NAVTEX) - Deel 3: Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.3 (e) van de R&TTE richtlijn |
EN 300 065-3 V1.1.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (28.2.2011) |
Artikel 3.3 |
|
ETSI |
EN 300 086-2 V1.2.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Landmobiele dienst; Radioapparatuur met een interne of externe RF-connector, primair bedoeld voor analoge spraak; Deel 2: Geharmoniseerde EN die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
EN 300 086-2 V1.1.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.6.2010) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 300 086-2 V1.3.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumaangelegenheden (ERM) - Landmobiele dienst - Radioapparatuur met een interne of externe RF-connector, primair bedoeld voor analoge spraak - Deel 2: Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
EN 300 086-2 V1.2.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (31.3.2012) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 300 113-2 V1.5.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumaangelegenheden (ERM) - Landmobiele dienst - Radioapparatuur voor de transmissie van data (en/of spraak) bij constante of niet-constante 'enveloppe' modulatie en met een antenne connector - Deel 2: Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
EN 300 113-2 V1.4.2 Noot 2.1 |
Datum verstreken (31.8.2013) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 300 135-2 V1.2.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Landmobiele dienst 27 MC-band (CB) radioapparatuur; Hoekgemoduleerde 27MC-band radioapparatuur (PR 27 radioapparatuur) Deel 2: Geharmoniseerde EN die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
EN 300 135-2 V1.1.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.11.2009) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 300 152-2 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrum zaken (ERM); Maritieme Emergency Position Indicating Radio Beacons (EPIRBs) bedoeld voor gebruik op 121,5 MHz of 121,5 MHz en 243 MHz tbv het lokaliseren van schepen nood; Deel 2: Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de wezenlijke vereisten, neergelegd in artikel 3.2 va de R&TTE Directive |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 300 152-3 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrum zaken (ERM); Maritieme Emergency Position Indicating Radio Beacons (EPIRBs) bedoeld voor gebruik op 121,5 MHz of 121,5 MHz en 243 MHz tbv het lokaliseren van schepen nood; Deel 3: Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de wezenlijke vereisten, neergelegd in artikel 3.3e va de R&TTE Directive |
|
|
Artikel 3.3 |
|
ETSI |
EN 300 219-2 V1.1.1 Electromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Landmobiele dienst; Radioapparatuur die signalen uitzendt om een specifieke reactie in de ontvanger op te wekken; Deel 2: Geharmoniseerde EN die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 300 220-2 V2.3.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumaangelegenheden (ERM) - Kort bereik apparatuur (SRD) - Radioapparatuur te gebruiken in het 25 MHz tot 1 000 MHz frequentiebereik met vermogen tot 500 mW - Deel 2: Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen man artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
EN 300 220-2 V2.1.2 Noot 2.1 |
Datum verstreken (31.5.2013) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 300 220-2 V2.4.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Kortbereikapparatuur (SRD); Radioapparatuur te gebruiken in de frequentieband van 25 MHz tot 1 000 MHz en werkend met een vermogen tot hoogstens 500 mW; Deel 2: Geharmoniseerde EN die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
EN 300 220-2 V2.3.1 Noot 2.1 |
28.2.2014 |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 300 224-2 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Personenoproepdienst op eigen terrein; Deel 2: Geharmoniseerde EN krachtens artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 300 296-2 V1.2.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumaangelegenheden (ERM) - Landmobiele dienst - Radioapparatuur die gebruik maakt van integrale antennes primair bedoeld voor analoge spraak - Deel 2: Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
EN 300 296-2 V1.1.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.11.2010) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 300 296-2 V1.3.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumaangelegenheden (ERM) - Landmobiele dienst - Radioapparatuur die gebruik maakt van integrale antennes primair bedoeld voor analoge spraak - Deel 2: Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
EN 300 296-2 V1.2.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (31.3.2012) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 300 296-2 V1.4.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumaangelegenheden (ERM) - Landmobiele dienst - Radioapparatuur die gebruik maakt van integrale antennes primair bedoeld voor analoge spraak - Deel 2: Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
EN 300 296-2 V1.3.1 Noot 2.1 |
31.5.2015 |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 300 328 V1.7.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Breedbandtransmissiesystemen; Datatransmissieapparatuur werkend in de 2,4 GHz ISM-band die gebruikmaakt van breedbandmodulatietechnieken; Geharmoniseerde EN die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
EN 300 328 V1.6.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.6.2008) |
Artikel 3.2 |
|
Deze versie van de norm vestigt een vermoeden van conformiteit met de eisen van artikel 3, lid 2, van Richtlijn 1999/5/EG, mits aan de volgende voorwaarde is voldaan: de apparatuur moet werken met een geschikt systeem voor gedeeld spectrumgebruik, bv. LBT (Listen Before Talk), DAA (Detect And Avoid), enz., om te voldoen aan de eis in punt 4.3.5 van deze norm. Dat systeem moet gezamenlijk gebruik van de verschillende nu bestaande technologieën en toepassingen vergemakkelijken, waarbij gelijke toegang voor de gebruikers in geval van congestie gegarandeerd is (met degradatie van de dienstverlening aan alle gebruikers). De efficiëntie van de verschillende systemen voor gedeeld gebruik kan aan de hand van de desbetreffende punten van norm EN 300 328, versie 1.8., worden bepaald. |
||||
|
ETSI |
EN 300 328 V1.8.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumaangelegenheden (ERM) - Breedband transmissiesystemen - Datatransmissie apparatuur werkend in de 2,4 GHz ISM band die gebruik maakt van breedband modulatie technieken - Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
EN 300 328 V1.7.1 Noot 2.1 |
31.12.2014 |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 300 330-2 V1.5.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumaangelegenheden (ERM) - Kort bereik apparatuur (SRD) - Radioapparatuur in het frequentiegebied van 9 kHz tot 25 MHz en systemen met een inductieve lus in het frequentiegebied van 9 kHz tot 30 MHz - deel 2: Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
EN 300 330-2 V1.3.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.11.2011) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 300 341-2 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Landmobiele dienst (RP 02); Radioapparatuur gebruikmakend van een geïntegreerde antenne, die signalen uitzendt om een specifieke reactie in de ontvanger op te wekken; Deel 2: Geharmoniseerde EN krachtens artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 300 373-2 V1.2.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumaangelegenheden (ERM) - Maritieme mobiele zenders en ontvangers voor gebruik in de MF en HF band - Deel 2: Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
EN 300 373-2 V1.1.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.9.2011) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 300 373-3 V1.2.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumaangelegenheden (ERM); Maritieme mobiele zenders en ontvangers voor gebruik in de MF en HF band - Deel 3: Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.3 van de R&TTE richtlijn - Apparatuur met geïntegreerde of geassociëerde apparatuur voor klasse E Digital Selective Calling (DSC) |
EN 300 373-3 V1.1.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.9.2011) |
Artikel 3.3 |
|
ETSI |
EN 300 390-2 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Landmobiele dienst; radioapparatuur bedoeld voor het verzenden van data (en spraak), met geïntegreerde antenne; Deel 2: Geharmoniseerde EN die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
ETS 300 390/A1 ED.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.4.2001) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 300 422-2 V1.3.1 Elektromagnetische compatibiliteit radiospectrumaangelegenheden (ERM) - Draadloze microfoons werkend in de 25 MHz tot 3 GHz frequentie-band - Deel 2: Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
EN 300 422-2 V1.2.2 Noot 2.1 |
Datum verstreken (31.5.2013) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 300 433-2 V1.3.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrum zaken (ERM) - Landmobiele dienst - CB radio apparatuur - Deel 2: Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE-richtlijn |
EN 300 433-2 V1.1.2 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.3.2013) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 300 440-2 V1.4.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumaangelegenheden (ERM) - Kort bereik apparatuur - Radioapparatuur voor gebruik in het 1 GHz tot 40 GHz frequentiegebied - Deel 2: Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
EN 300 440-2 V1.3.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (31.5.2012) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 300 454-2 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Breedbandaudioverbindingen; Deel 2: Geharmoniseerde EN die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 300 471-2 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Landmobiele dienst; Regels voor Toegang en het Delen van gezamenlijk gebruikte kanalen door apparatuur die voldoet aan EN 300 113; Deel 2: Geharmoniseerde EN die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 300 609-4 V9.2.1 Wereldwijd systeem voor mobiele communicatie (GSM) - Deel 4: Geharmoniseerde EN voor GSM tussenversterkers welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 300 609-4 V10.2.1 Wereldwijd systeem voor mobiele communicatie (GSM) - Deel 4: Geharmoniseerde EN voor GSM tussenversterkers welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
EN 300 609-4 V9.2.1 Noot 2.1 |
31.8.2014 |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 300 674-2-1 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Telematica voor wegvervoer en -verkeer (RTTT); Specifieke zendapparatuur voor korteafstandcommunicatie (DSRC) (500 kbit/s / 250 kbit/s) werkend in de 5,8 GHz industriële en medische (ISM) band; Deel 2: Geharmoniseerde EN krachtens artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn; Subdeel 1: Eisen voor wegbermapparaten |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 300 674-2-2 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Telematica voor wegvervoer en -verkeer (RTTT); Specifieke zendapparatuur voor korteafstandcommunicatie (DSRC) (500 kbit/s / 250 kbit/s) werkend in de 5,8 GHz industriële en medische (ISM) band; Deel 2: Geharmoniseerde EN krachtens artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn; Subdeel 2: Eisen voor voertuigapparaten |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 300 676-2 V1.5.1 Handset, mobiele en vaste VHF zenders voor grondgebruik, voor mobiele diensten voor de luchtvaart, gebruik makend van AM modulatie - Deel 2: Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
EN 300 676-2 V1.4.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (31.5.2013) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 300 698-2 V1.2.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrum zaken (ERM); Radiotelefonie zenders en ontvangers tbv de maritieme mobiele dienst werkend in de VHF banden en te gebruiken in de binnenvaart; Deel 2: Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de wezenlijke vereisten, neergelegd in artikel 3.2 va de R&TTE Directive |
EN 300 698-2 V1.1.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (31.8.2010) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 300 698-3 V1.2.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrum zaken (ERM); Radiotelefonie zenders en ontvangers tbv de maritieme mobiele dienst werkend in de VHF banden en te gebruiken in de binnenvaart; Deel 3: Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de wezenlijke vereisten, neergelegd in artikel 3.3e va de R&TTE Directive |
EN 300 698-3 V1.1.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (31.8.2010) |
Artikel 3.3 |
|
ETSI |
EN 300 718-2 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Lawinebakens; Zend-ontvangsystemen; Deel 2: Geharmoniseerde EN die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 300 718-3 V1.2.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Lawinebakens; Zend-ontvangsystemen; Deel 3: Geharmoniseerde EN die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 3, onder e), van de R&TTE-richtlijn |
EN 300 718-3 V1.1.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.11.2005) |
Artikel 3.3 |
|
ETSI |
EN 300 720-2 V1.2.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Communicatiesystemen en uitrusting aan boord van schepen met ultrahoge frequentie (UHF); Deel 2: Geharmoniseerde EN krachtens artikel 3, lid 2, van de R&TTE richtlijn |
EN 300 720-2 V1.1.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (31.7.2009) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 300 761-2 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Kortbereikapparatuur (SRD); Automatische voertuigidentificatie (AVI) voor spoorwegen, werkend in het 2,45 GHz-frequentiegebied; Deel 2: Geharmoniseerde EN die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 025-2 V1.4.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumaangelegenheden (ERM) - VHF radiotelefonie-apparatuur voor algemene communicatie en aanverwante apparatuur voor Klasse D Digital Selective Calling (DSC) - Deel 2: Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
EN 300 162-2 V1.2.1 EN 301 025-2 V1.3.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (31.5.2012) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 025-3 V1.4.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumaangelegenheden (ERM) - VHF radiotelefonie-apparatuur voor algemene communicatie en aanverwante apparatuur voor Klasse D Digital Selective Calling (DSC) - Deel 3: Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.3 (e) van de R&TTE richtlijn |
EN 301 025-3 V1.3.1 EN 300 162-3 V1.2.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (31.5.2012) |
Artikel 3.3 |
|
ETSI |
EN 301 091-2 V1.3.2 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Kort bereik apparatuur; Telematica voor wegvervoer- en verkeer (RTTT); Radarapparatuur werkend in de frequentieband van 76 GHz tot 77 GHz; Deel 2: Geharmoniseerde EN die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
EN 301 091-2 V1.2.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.6.2008) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 166-2 V1.2.3 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Landmobiele dienst; Radioapparatuur voor analoge en/of digitale communicatie (spraak en/of data) werkend op smalbandkanalen en met een antenneconnector; Deel 2: Geharmoniseerde EN die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
EN 301 166-2 V1.2.2 Noot 2.1 |
Datum verstreken (31.8.2011) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 178-2 V1.2.2 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Draagbare VHF-radiotelefonieapparatuur t.b.v. de maritieme mobiele dienst werkend in de VHF-banden (uitsluitend t.b.v. van niet-GMDSS-toepassingen); Deel 2: Geharmoniseerde EN die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
EN 301 178-2 V1.1.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (31.10.2008) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 357-2 V1.4.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Draadloze audioapparatuur in het gebied van 25 MHz tot 2 000 MHz; Deel 2: Geharmoniseerde EN die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
EN 301 357-2 V1.3.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (31.8.2010) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 360 V1.2.1 Satellietgrondstations en –systemen (SES); Geharmoniseerde EN voor Satellite Interactive Terminals (SIT) en Satellite User Terminals (SUT) die zenden naar satellieten in een geostationaire baan in de frequentiebanden van 27,5 GHz tot 29,5 GHz, die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
EN 301 360 V1.1.3 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.11.2007) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 406 V2.1.1 Digitaal verbeterde draadloze telecommunicatie (DECT) - Geharmoniseerde EN voor digitaal verbeterde draadloze telecommunicatie (DECT) welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn - Algemene radio |
EN 301 406 V1.5.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.4.2011) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 423 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Geharmoniseerde norm voor het Terrestrial Flight Telecommunications System, krachtens artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
TBR 023 ED.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.9.2002) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 426 V1.2.1 Satelliet grondstations en systemen (SES); Geharmonizeerde EN voor Land mobiele satelliet grondstations (LMES) en Maritieme mobiele satelliet grondstations (MMES) niet bedoeld voor nood en veiligheidsverkeer werkend in de 1,5/1,6 GHz frequentiebanden, welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE Richtlijn |
EN 301 426 V1.1.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.6.2002) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 427 V1.2.1 Satellietgrondstations en -systemen (SES); Geharmoniseerde EN voor mobiele satellietgrondstations (MES), met uitzondering van mobiele satellietgrondstations aan boord van vliegtuigen, t.b.v. lage bitsnelheden, werkend in de 11/12/14 GHz-banden die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
EN 301 427 V1.1.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (31.8.2003) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 428 V1.3.1 Satellietgrondstations en -systemen (SES); Geharmoniseerde EN voor terminals met zeer kleine openingshoek (VSAT); Zend-, zend/ontvang- of ontvangsatellietgrondstations die in de 11/12/14 GHz-banden werken die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
EN 301 428 V1.2.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.6.2007) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 430 V1.1.1 Satellietgrondstations en -systemen (SES); Geharmoniseerde EN voor verplaatsbare satellietgrondstations ten behoeve van reportageverbindingen (SNG TES), werkend in de frequentiebanden 11-12/13-14 GHz die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
TBR 030 ED.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (31.1.2001) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 441 V1.1.1 Satellietgrondstations en -systemen (SES); Geharmoniseerde EN voor mobiele grondstations (MES), inclusief handsets voor Satellite Personal Communications Networks (S-PCN) in de banden 1,6/2,4 GHz als onderdeel van de mobiele satellietdienst (MSS) die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
TBR 041 ED.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (31.1.2001) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 442 V1.2.1 Satellietgrondstations en -systemen (SES) - Geharmoniseerde EN voor mobiele grondstations (MESs), waaronder draagbare grondstations voor persoonlijke satellietcommunicatienetwerken (S-PCN) in de 2.0 GHz banden onder de mobiele satellietdienst (MMS) welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
EN 301 442 V1.1.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (31.5.2012) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 443 V1.3.1 Satellietgrondstations en -systemen (SES); Geharmoniseerde EN voor terminals met zeer kleine openingshoek (VSAT); Zend-, ontvang-, of zend/ontvangapparatuur in satellietgrondstations, werkend in de frequentiebanden 4 en 6 GHz die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
EN 301 443 V1.2.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.11.2007) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 444 V1.1.1 Satellietgrondstations en -systemen (SES); Geharmoniseerde EN voor landmobiele satellietgrondstations (LMES) ten behoeve van spraak en/of datacommunicatie werkend in de 1,5 en 1,6 GHz-banden die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
TBR 044 ED.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (31.1.2001) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 444 V1.2.1 Satellietgrondstations en -systemen (SES); Geharmoniseerde EN voor landmobiele satellietgrondstations (LMES) ten behoeve van spraak en/of datacommunicatie werkend in de 1,5 en 1,6 GHz-banden die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
EN 301 444 V1.1.1 Noot 2.1 |
30.4.2015 |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 444 V1.2.2 Satellietgrondstations en -systemen (SES); Geharmoniseerde EN voor landmobiele satellietgrondstations (LMES) ten behoeve van spraak en/of datacommunicatie werkend in de 1,5 en 1,6 GHz-banden die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
EN 301 444 V1.2.1 Noot 2.1 |
30.9.2016 |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 447 V1.1.1 Satellietgrondstations en -systemen (SES); Geharmoniseerde EN voor satellietgrondstations aan boord van schepen (ESVs) in de 4/6 GHz-frequentiebanden toegewezen aan de vaste satellietdienst (FSS) die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 449 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Geharmoniseerde EN voor CDMA spread spectrum basisstations werkend in de 450 MHz cellulaire band (CDMA 450) en de 410, 450 en 870 MHz PAMR-banden (CDMA-PAMR) die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 459 V1.4.1 Satellietgrondstations en -systemen (SES); Geharmoniseerde EN voor voor Satellite Interactieve Terminals (SIT) en Satellite User Terminals (SUT) die zenden naar satellieten in een geostationaire baan, werkend in de 29,5 tot 30,0 GHz-band, die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
EN 301 459 V1.3.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (31.3.2009) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 489-1 V1.9.2 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); EMC-norm voor radioapparatuur en radiodiensten; Deel 1: Algemene technische vereisten |
EN 301 489-1 V1.8.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.6.2013) |
Artikel 3.1.b |
|
ETSI |
EN 301 489-10 V1.3.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); EMC-norm voor radioapparatuur en radiodiensten; Deel 10: Specifieke voorwaarden voor eerste (CT1 en CT1+) en tweede generatie (CT2) draadloze telefoonapparatuur |
EN 301 489-10 V1.2.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.11.2005) |
Artikel 3.1.b |
|
ETSI |
EN 301 489-11 V1.3.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); EMC-norm voor radioapparatuur en radiodiensten; Deel 11: Specifieke voorwaarden voor aardse radio-omroepzenders |
EN 301 489-11 V1.2.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.11.2007) |
Artikel 3.1.b |
|
ETSI |
EN 301 489-12 V2.2.2 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM): EMC-norm voor radioapparatuur en radiodiensten: Deel 12: Specifieke voorwaarden voor terminals met zeer kleine openingshoek (VSAT), interactieve satellietgrondstations werkend in het frequentiebereik tussen 4 GHz en 30 GHz in de vaste satellietdienst (FSS) |
EN 301 489-12 V1.2.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.6.2010) |
Artikel 3.1.b |
|
ETSI |
EN 301 489-13 V1.2.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); EMC-norm voor radioapparatuur en radiodiensten; Deel 13: Specifieke voorwaarden voor 27 MHz CB radio- en aanverwante apparatuur (spraak en niet-spraak) |
EN 301 489-13 V1.1.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.11.2005) |
Artikel 3.1.b |
|
ETSI |
EN 301 489-14 V1.2.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); EMC-norm voor radioapparatuur en radiodiensten; Deel 14: Specifieke voorwaarden voor analoge en digitale aardse TV-omroepzenders |
EN 301 489-14 V1.1.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (31.7.2006) |
Artikel 3.1.b |
|
ETSI |
EN 301 489-15 V1.2.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); EMC-norm voor radioapparatuur en radiodiensten; Deel 15: Specifieke voorwaarden voor in de handel verkrijgbare apparatuur voor radiozendamateurs |
EN 301 489-15 V1.1.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.11.2005) |
Artikel 3.1.b |
|
ETSI |
EN 301 489-16 V1.2.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); EMC-norm voor radioapparatuur en radiodiensten; Deel 16: Specifieke voorwaarden voor analoge cellulaire radiocommunicatieapparatuur, mobiel en draagbaar |
EN 301 489-16 V1.1.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.11.2005) |
Artikel 3.1.b |
|
ETSI |
EN 301 489-17 V2.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radio spectrum aangelegenheden (ERM); Elektromagnetische compatibiliteits (EMC) norm voor radio apparatuur; Deel 17: Specifieke voorwaarden voor breedband data zendsystemen |
EN 301 489-17 V1.3.2 Noot 2.1 |
Datum verstreken (1.10.2011) |
Artikel 3.1.b |
|
ETSI |
EN 301 489-17 V2.2.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radio spectrum aangelegenheden (ERM); Elektromagnetische compatibiliteits (EMC) norm voor radio apparatuur; Deel 17: Specifieke voorwaarden voor breedband data zendsystemen |
EN 301 489-17 V2.1.1 Noot 2.1 |
31.5.2014 |
Artikel 3.1.b |
|
ETSI |
EN 301 489-18 V1.3.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); EMC-norm voor radioapparatuur en radiodiensten; Deel 18: Specifieke voorwaarden voor Terrestrial Trunked Radio (TETRA) apparatuur |
EN 301 489-18 V1.2.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.11.2005) |
Artikel 3.1.b |
|
ETSI |
EN 301 489-19 V1.2.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); EMC-norm voor radioapparatuur en radiodiensten; Deel 19: Specifieke voorwaarden voor mobiele grondstations voor alleen ontvangst, ROMES) voor datacommunicatie, werkend in de 1,5 GHz-band |
EN 301 489-19 V1.1.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.11.2005) |
Artikel 3.1.b |
|
ETSI |
EN 301 489-2 V1.3.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); EMC-norm voor radioapparatuur en radiodiensten; Deel 2: Specifieke voorwaarden voor personenoproepsystemen |
EN 301 489-2 V1.2.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.11.2005) |
Artikel 3.1.b |
|
ETSI |
EN 301 489-20 V1.2.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); EMC-norm voor radioapparatuur en radiodiensten; Deel 20: Specifieke voorwaarden voor mobiele grondstations (MES) voor gebruik in de mobiele satellietdienst (MSS) |
EN 301 489-20 V1.1.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.11.2005) |
Artikel 3.1.b |
|
ETSI |
EN 301 489-22 V1.3.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); EMC-norm voor radioapparatuur en radiodiensten; Deel 22: Specifieke eisen voor vaste en mobiele VHF-grondapparatuur voor de luchtvaart |
EN 301 489-22 V1.2.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (28.2.2007) |
Artikel 3.1.b |
|
ETSI |
EN 301 489-23 V1.5.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumaangelegenheden (ERM); Elektromagnetische compatibiliteit (EMC) norm voor radio apparatuur en diensten - Deel 23: Specifieke condities voor IMT-2000 CDMA Direct Spread (UTRA en E-UTRA) Basis station (BS) radio, versterker en bijbehorende apparatuur |
EN 301 489-23 V1.4.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (31.8.2013) |
Artikel 3.1.b |
|
ETSI |
EN 301 489-24 V1.5.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumaangelegenheden (ERM); Elektromagnetische compatibiliteit (EMC) norm voor radio apparatuur en diensten; Deel 24: Specifieke condities voor IMT-2000 CDMA Direct Spread (UTRA en E-UTRA) voor mobiele en draagbare (UE) radio en bijbehorende apparatuur |
EN 301 489-24 V1.4.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (31.7.2012) |
Artikel 3.1.b |
|
ETSI |
EN 301 489-25 V2.3.2 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); EMC-norm voor radioapparatuur en radiodiensten; Deel 25: Specifieke voorwaarden voor CDMA 1x Spread Spectrum mobiele stations en hulpapparatuur |
EN 301 489-25 V2.2.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.4.2007) |
Artikel 3.1.b |
|
ETSI |
EN 301 489-26 V2.3.2 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); EMC-norm voor radioapparatuur en radiodiensten; Deel 26: Specifieke voorwaarden voor CDMA 1x Spread Spectrum basisstations, versterkers en hulpapparatuur |
EN 301 489-26 V2.2.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.4.2007) |
Artikel 3.1.b |
|
ETSI |
EN 301 489-27 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); EMC-norm voor radioapparatuur en radiodiensten; Deel 27: Specifieke voorwaarden voor actieve medische implantaten met ultralaag vermogen (ULP-AMI) en gerelateerde randapparatuur (ULP-AMI-P) |
|
|
Artikel 3.1.b |
|
ETSI |
EN 301 489-28 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); EMC-norm voor radioapparatuur en radiodiensten; Deel 28: Specifieke voorwaarden voor draadloze digitale videoverbindingen |
|
|
Artikel 3.1.b |
|
ETSI |
EN 301 489-29 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); EMC-norm voor radioapparatuur en radiodiensten; Deel 29: Specifieke voorwaarden voor 'Medical Data Service Devices' (MEDS) werkend binnen de 401 MHz- tot 402 MHz- en 405 MHz- tot 406 MHz-banden |
|
|
Artikel 3.1.b |
|
ETSI |
EN 301 489-3 V1.4.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); EMC-norm voor radioapparatuur en radiodiensten; Deel 3: Specifieke voorwaarden voor kortbereikapparatuur (SRD), werkend op frequenties tussen 9 kHz en 40 GHz |
EN 301 489-3 V1.3.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.11.2005) |
Artikel 3.1.b |
|
ETSI |
EN 301 489-3 V1.6.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrum zaken (ERM) - ElectroMagnetic Compatibility (EMC) norm voor radio apparatuur en radiodiensten - Deel 3: Specifieke vereisten voor apparatuur t.b.v. korte afstand communicatie, werkend op frequenties tussen 9 kHz en 246 GHz |
EN 301 489-3 V1.4.1 Noot 2.1 |
31.5.2015 |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 489-31 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); EMC-norm voor radioapparatuur en radiodiensten; Deel 31: Specifieke voorwaarden voor apparatuur in de 9 kHz tot 315 kHz-band voor actieve medische implantaten (ULP-AMI) met ultralaag vermogen en gerelateerde randapparatuur (ULP-AMI-P) |
|
|
Artikel 3.1.b |
|
ETSI |
EN 301 489-32 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); EMC-norm voor radioapparatuur en radiodiensten; Deel 32: Specifieke voorwaarden voor Radartoepassingen voor bodem- en wandsondering |
|
|
Artikel 3.1.b |
|
ETSI |
EN 301 489-33 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); EMC-norm voor radioapparatuur en radiodiensten; Deel 33: Specifieke voorwaarden voor Ultra Wide Band (UWB) communicatiemiddelen |
|
|
Artikel 3.1.b |
|
ETSI |
EN 301 489-34 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrum zaken (ERM) - Electromagnetische Compatibiliteit (EMC) norm voor radio apparatuur en radiodiensten - Deel 34: Specifieke voorwaarden voor externe voedingen (EPS) voor mobiele telefoons |
|
|
Artikel 3.1.b |
|
ETSI |
EN 301 489-34 V1.3.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrum zaken (ERM) - Electromagnetische Compatibiliteit (EMC) norm voor radio apparatuur en radiodiensten - Deel 34: Specifieke voorwaarden voor externe voedingen (EPS) voor mobiele telefoons |
EN 301 489-34 V1.1.1 Noot 2.1 |
28.2.2014 |
Artikel 3.1.b |
|
ETSI |
EN 301 489-34 V1.4.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrum zaken (ERM) - Electromagnetische Compatibiliteit (EMC) norm voor radioapparatuur en radiodiensten - Deel 34: Specifieke voorwaarden voor externe voedingen (EPS) voor mobiele telefoons |
EN 301 489-34 V1.3.1 Noot 2.1 |
28.2.2015 |
Artikel 3.1.b |
|
ETSI |
EN 301 489-4 V1.4.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radio spectrum aangelegenheden (ERM); Elektromagnetische compatibiliteits (EMC) norm voor radio apparatuur en diensten; Deel 4: Specifieke voorwaarden voor vaste radio verbindingen, basis stations voor breedband data zendsystemen, aanvullende apparatuur en diensten |
EN 301 489-4 V1.3.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (31.1.2011) |
Artikel 3.1.b |
|
ETSI |
EN 301 489-4 V2.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radio spectrum aangelegenheden (ERM) - Elektromagnetische compatibiliteits (EMC) norm voor radio apparatuur en diensten - Deel 4: Specifieke voorwaarden voor vaste radio verbindingen en aanvullende apparatuur |
EN 301 489-4 V1.4.1 Noot 2.1 |
31.8.2014 |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 489-5 V1.3.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); EMC-norm voor radioapparatuur en radiodiensten; Deel 5: Specifieke voorwaarden voor besloten landmobiele radiosystemen (PMR) en aanverwante apparatuur (spraak en niet-spraak) |
EN 301 489-5 V1.2.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.11.2005) |
Artikel 3.1.b |
|
ETSI |
EN 301 489-50 V1.2.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrum zaken (ERM) - Electromagnetische Compatibiliteit (EMC) norm voor radioapparatuur en radiodiensten - Deel 50: Speciale voorwaarden voor Cellulair communicatie basisstation (BS), tussenversterker en bijbehorende apparatuur |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 489-6 V1.3.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); EMC-norm voor radioapparatuur en radiodiensten; Deel 6: Specifieke voorwaarden voor Digital Enhanced Cordless Telecommunications (DECT) apparatuur |
EN 301 489-6 V1.2.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (31.5.2010) |
Artikel 3.1.b |
|
ETSI |
EN 301 489-7 V1.3.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); EMC-norm voor radioapparatuur en radiodiensten; Deel 7: Specifieke voorwaarden voor mobiele en draagbare radio- en aanvullende apparatuur van digitale cellulaire radiotelecommunicatiesystemen (GSM en DCS) |
EN 301 489-7 V1.2.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (31.1.2009) |
Artikel 3.1.b |
|
ETSI |
EN 301 489-8 V1.2.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); EMC-norm voor radioapparatuur en radiodiensten; Deel 8: Specifieke voorwaarden voor GSM-basisstations |
EN 301 489-8 V1.1.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.11.2005) |
Artikel 3.1.b |
|
ETSI |
EN 301 489-9 V1.4.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); EMC-norm voor radioapparatuur en radiodiensten; Deel 9: Specifieke voorwaarden voor draadloze microfoons en overeenkomstige radiofrequente (RF) audioverbindingsapparatuur, draadloze audio- en in-het-oormonitoringapparatuur |
EN 301 489-9 V1.3.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (31.8.2009) |
Artikel 3.1.b |
|
ETSI |
EN 301 502 V10.2.1 Wereldwijd systeem voor mobiele communicatie (GSM) - Geharmoniseerde EN voor basisstation apparatuur welke invulling geeft aan de essentiele eisen van artikel 3.2. van de R&TTE richtlijn |
EN 301 502 V9.2.1 Noot 2.1 |
31.8.2014 |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 502 V9.2.1 Wereldwijd systeem voor mobiele communicatie (GSM) - Geharmoniseerde EN voor basisstation apparatuur welke invulling geeft aan de essentiele eisen van artikel 3.2. van de R&TTE richtlijn |
EN 301 502 V8.1.2 Noot 2.1 |
Datum verstreken (31.7.2012) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 511 V9.0.2 Wereldwijd systeem voor mobiele communicatie (GSM); Geharmoniseerde EN voor mobiele apparatuur in de GSM 900- en GSM 1800-frequentiebanden die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
EN 301 511 V7.0.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.6.2004) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 526 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Geharmoniseerde EN voor CDMA spread spectrum mobiele stations werkend in de 450 MHz cellulaire band (CDMA 450) en de 410, 450 en 870 MHz PAMR-banden (CSMA-PAMR) die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 559-2 V1.1.2 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumaangelegenheden (ERM) -Kort bereik apparatuur (SRD) - Laag vermogen actieve medische implantaten (LP-AM) werkend in de frequentiebanden van 2 483,5 MHz tot 2 500 MHz - Deel 2: Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 681 V1.4.1 Satelliet grondstations en systemen (SES) - Geharmoniseerde EN voor Mobiele grondstations (MESs) van geostationaire mobiele satellietsystemen, inclusief handsets voor Persoonlijke Communicatie Netwerken via Satelliet (S-PCN) in de banden 1,5/1,6 GHz als onderdeel van de mobiele satellietdienst (MSS) welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
EN 301 681 V1.3.2 Noot 2.1 |
Datum verstreken (31.8.2013) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 721 V1.2.1 Satellietgrondstations en -systemen (SES); Geharmoniseerde EN ten behoeve van mobiele grondstations (MES) voor communicatie met lage bitsnelheid (LBRDC), gebruikmakend van Low Earth Orbit (LEO) satellieten, werkend op frequenties lager dan 1 GHz die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
EN 301 721 V1.1.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (31.3.2002) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 783-2 V1.2.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumaangelegenheden (ERM) - Land mobiele diensten - Commercieel beschikbare amateur radio-apparatuur - Deel 2: Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
EN 301 783-2 V1.1.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.9.2011) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 796 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Geharmoniseerde EN voor CT1 en CT1+ draadloze telefoonapparatuur die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 797 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Geharmoniseerde EN voor CT2 draadloze telefoonapparatuur die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 839-2 V1.3.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumaangelegenheden (ERM) - Kort bereik apparatuur (SRD) - Actieve medische implantaten met ultra-laag vermogen (ULP-AMI) en randapparatuur (ULP-AMI-P) in het frequentiegebied 402 MHz tot 405 MHz - Deel 2: Geharmonizeerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
EN 301 839-2 V1.2.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.6.2011) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 840-2 V1.1.1 Electromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Digitale radiomicrofoons werkend in de door de CEPT geharmoniseerde frequentieband van 1 785 MHz tot 1 800 MHz; Deel 2: Geharmoniseerde EN krachtens artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 841-3 V1.1.1 VHF lucht-grond Digital Link (VDL) Mode 2 - Technische eigenschappen en meetmethodes voor grondapparatuur - Deel 3: Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 843-1 V1.2.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); EMC-norm voor maritieme radioapparatuur en radiodiensten; Deel 1 Algemene technische vereisten |
EN 301 843-1 V1.1.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (31.3.2006) |
Artikel 3.1.b |
|
ETSI |
EN 301 843-1 V1.3.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); EMC-norm voor maritieme radioapparatuur en radiodiensten; Deel 1 Algemene technische vereisten |
EN 301 843-1 V1.2.1 Noot 2.1 |
31.5.2014 |
Artikel 3.1.b |
|
ETSI |
EN 301 843-2 V1.2.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); EMC-norm voor maritieme radioapparatuur en radiodiensten; Deel 2: Specifieke voorwaarden voor VHF radiotelefoon zend- en ontvangstapparatuur |
EN 301 843-2 V1.1.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (31.3.2006) |
Artikel 3.1.b |
|
ETSI |
EN 301 843-4 V1.2.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); EMC-norm voor maritieme radioapparatuur en radiodiensten; Deel 4: Specifieke voorwaarden voor Narrow-Band Direct-Printing (NBDP) NAVTEX-ontvangers |
EN 301 843-4 V1.1.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (31.3.2006) |
Artikel 3.1.b |
|
ETSI |
EN 301 843-5 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); EMC-norm voor maritieme radioapparatuur en radiodiensten; Deel 5: Specifieke voorwaarden voor MF/HF-radiotelefonie zend- en ontvangstapparatuur |
|
|
Artikel 3.1.b |
|
ETSI |
EN 301 843-6 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); EMC-norm voor maritieme radioapparatuur en radiodiensten; Deel 6: Specifieke voorwaarden voor grondstations aan boord van schepen werkend in frequentiebanden boven 3 GHz |
|
|
Artikel 3.1.b |
|
ETSI |
EN 301 893 V1.6.1 Breedbandradiotoegangsnetwerken (BRAN); 5 Ghz high performance RLAN; Geharmoniseerde EN die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
EN 301 893 V1.5.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (31.12.2012) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 893 V1.7.1 Breedbandradiotoegangsnetwerken (BRAN); 5 Ghz high performance RLAN; Geharmoniseerde EN die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
EN 301 893 V1.6.1 Noot 2.1 |
31.12.2014 |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 908-1 V5.2.1 IMT cellulaire netwerken - Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn - Deel 1: Introductie en algemene eisen |
EN 301 908-1 V4.2.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (31.1.2013) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 908-1 V6.2.1 IMT cellulaire netwerken - Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn - Deel 1: Introductie en algemene eisen |
EN 301 908-1 V5.2.1 Noot 2.1 |
31.1.2015 |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 908-10 V4.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumaangelegenheden (ERM) - Basisstations (BS) en gebruikersapparatuur (UE) voor IMT-2000 derde generatie cellulaire netwerken - Deel 10: Geharmoniseerde EN voor IMT-2000, FDMA/TDMA (DECT) welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
EN 301 908-10 V2.1.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.4.2011) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 908-11 V5.2.1 IMT cellulaire netwerken - Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn - Deel 11: CDMA Direct Spread (UTRA FDD) (tussenversterkers) |
EN 301 908-11 V4.2.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.4.2013) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 908-12 V4.2.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumaangelegenheden (ERM) - Basis stations (BS), tussenversterkers en gebruikersapparatuur (UE) voor IMT-2000 derde generatie cellulaire netwerken - Deel 12: Geharmoniseerde EN voor IMT-2000, CDMA multi-carrier (cdma2000) (tussenversterker) welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
EN 301 908-12 V3.1.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.11.2011) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 908-13 V5.2.1 IMT cellulaire netwerken - Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn - Deel 13: gebruikersapparatuur (UE) voor Geëvolueerde Universele Aardse Radio Toegang (E-UTRA) |
EN 301 908-13 V4.2.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (31.1.2013) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 908-14 V5.2.1 IMT cellulaire netwerken - Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn - Deel 14: Geëvolueerde Universele Aardse Radio Toegang (E-UTRA) - basis stations (BS) |
EN 301 908-14 V4.2.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (31.1.2013) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 908-15 V5.2.1 IMT cellulaire netwerken - Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn - Deel 15: Geëvolueerde Universele Aardse Radio Toegang (E-UTRA FDD) (tussenversterkers) |
EN 301 908-15 V4.2.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.4.2013) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 908-16 V4.2.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumaangelegenheden (ERM) - Basisstations (BS), tussenversterkers en gebruikersapparatuur (UE) voor IMT-2000 derde generatie cellulaire netwerken - Deel 16: Geharmoniseerde EN voor IMT-2000, Geëvolueerde CDMA Multi-Carrier Ultra Mobiele Breedband (UMB) (UE) welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 908-17 V4.2.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumaangelegenheden (ERM) - Basisstations (BS), tussenversterkers en gebruikersapparatuur (UE) voor IMT-2000 derde generatie cellulaire netwerken - Deel 17: Geharmoniseerde EN voor IMT-2000, Geëvolueerde CDMA Multi-Carrier Ultra Mobiele Breedband (UMB) (BS) welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 908-18 V5.2.1 IMT cellulaire netwerken - Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn - Deel 18: E-UTRA, UTRA en GSM/EDGE Multi-Standaard Radio (MSR) basis station (BS) |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 908-18 V6.2.1 IMT cellulaire netwerken - Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn - Deel 18: E-UTRA, UTRA en GSM/EDGE Multi-Standaard Radio (MSR) basis station (BS) |
EN 301 908-18 V5.2.1 Noot 2.1 |
31.8.2014 |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 908-19 V5.2.1 IMT cellulaire netwerken - Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn - Deel 19: OFDMA TDD WMAN (Mobile WiMAX) TDD gebruikersapparatuur (UE) |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 908-19 V6.2.1 IMTcellulaire netwerken - Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn - Deel 19: OFDMA TDD WMAN (Mobile WiMAX) TDD gebruikersapparatuur (UE) |
EN 301 908-19 V5.2.1 Noot 2.1 |
31.3.2015 |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 908-2 V5.2.1 IMT cellulaire netwerken - Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn - Deel 2: CDMA Direct Spread (UTRA FDD) gebruikersapparatuur (UE) |
EN 301 908-2 V4.2.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.4.2013) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 908-2 V5.4.1 IMT cellulaire netwerken - Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn - Deel 2: CDMA Direct Spread (UTRA FDD) gebruikersapparatuur (UE) |
EN 301 908-2 V5.2.1 Noot 2.1 |
30.9.2014 |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 908-20 V5.2.1 IMT cellulaire netwerken - Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn - Deel 20: OFDMA TDD WMAN (WiMAX) FDD gebruikersapparatuur (BS) |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 908-20 V6.2.1 IMT cellulaire netwerken - Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn - Deel 20: OFDMA TDD WMAN (WiMAX) TDD basis stations (BS) |
EN 301 908-20 V5.2.1 Noot 2.1 |
30.9.2014 |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 908-21 V5.2.1 IMT cellulaire netwerken - Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn - Deel 20: OFDMA TDD WMAN (WiMAX) FDD gebruikersapparatuur (UE) |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 908-22 V5.2.1 IMT cellulaire netwerken - Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn - Deel 22: OFDMA TDD WMAN (WiMAX) basisstations (BS) |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 908-3 V5.2.1 IMT cellulaire netwerken - Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn - Deel 3: CDMA Direct Spread (UTRA FDD) basisstations (BS) |
EN 301 908-3 V4.2.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.4.2013) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 908-4 V5.2.1 IMTcellulaire netwerken - Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn - Deel 4: CDMA Multi-Carrier (cdma2000) gebruikersapparatuur (UE) |
EN 301 908-4 V4.2.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.6.2013) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 908-4 V6.2.1 IMTcellulaire netwerken - Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn - Deel 4: CDMA Multi-Carrier (cdma2000) gebruikersapparatuur (UE) |
EN 301 908-4 V5.2.1 Noot 2.1 |
31.3.2015 |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 908-5 V5.2.1 IMTcellulaire netwerken - Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn - Deel 5: CDMA Multi-Carrier (cdma2000) basisstations (BS) |
EN 301 908-5 V4.2.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.6.2013) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 908-6 V5.2.1 IMT cellulaire netwerken - Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn - Deel 6: CDMA TDD (UTRA TDD) gebruikersapparatuur (UE) |
EN 301 908-6 V4.2.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.4.2013) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 908-7 V5.2.1 IMT cellulaire netwerken - Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn - Deel 7: CDMA TDD (UTRA TDD) basisstations (BS) |
EN 301 908-7 V4.2.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.4.2013) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 908-8 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Basisstations (BS) en gebruikersapparatuur (UE) voor IMT-2000 derde generatie cellulaire netwerken; Deel 8: Geharmoniseerde EN voor IMT-2000, TDMA Single-Carrier (UWC 136) (UE), die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 908-9 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Basisstations (BS) en gebruikersapparatuur (UE) voor IMT-2000 derde generatie cellulaire netwerken; Deel 9: Geharmoniseerde EN voor IMT-2000, TDMA Single-Carrier (UWC 136) (BS), die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 929-2 V1.2.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); VHF-zenders en -ontvangers gebruikt als kuststations voor GMDSS en andere toepassingen in de maritieme mobiele dienst; Deel 2: Geharmoniseerde EN krachtens artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
EN 301 929-2 V1.1.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.11.2008) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 301 997-2 V1.1.1 Transmissie en multiplexing (TM); Multipoortapparatuur; Radioapparatuur voor gebruik in draadloze multimediasystemen (MWS) in de frequentieband van 40,5 GHz tot 43,5 GHz; Deel 2: Geharmoniseerde EN die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 017-2 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Zendapparatuur voor amplitudemodulatie (AM) radio-omroepzenders; Deel 2: Geharmoniseerde EN die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 018-2 V1.2.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Zendapparatuur voor frequentiegemoduleerde radio-omroepzenders (FM); Deel 2: Geharmoniseerde EN krachtens artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
EN 302 018-2 V1.1.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.11.2007) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 054-2 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Meteorologische hulpmiddelen (Met Aids); Radiosondes voor gebruik in de frequentieband van 400,15 MHz tot 406 MHz en werkend met een maximaal zendvermogen van 200 mW; Deel 2: Geharmoniseerde EN die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 064-2 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Draadloze videoverbindingen (WVL) in de 1,3 GHz- tot 50 GHz-frequentieband; Deel 2: Geharmoniseerde EN krachtens artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 065 V1.2.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumaangelegenheden (ERM) - Ultra-breedband technologie voor communicatie doelen - Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
EN 302 065 V1.1.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.6.2012) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 066-2 V1.2.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Radartoepassingen voor bodem- en wandsondering (GPR/WPR); Deel 2: Geharmoniseerde EN die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
EN 302 066-2 V1.1.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.11.2009) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 077-2 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Zendapparatuur voor aardse digitale radio omroep (T-DAB); Deel 2: Geharmoniseerde EN krachtens artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 186 V1.1.1 Satellietgrondstations en -systemen (SES); Geharmoniseerde EN voor mobiele satellietgrondstations aan boord van vliegtuigen (AESs) werkend in de frequentiebanden 11/12/14 GHz die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 194-2 V1.1.2 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Navigatieradar voor gebruik op binnenwateren; Deel 2: Geharmoniseerde EN die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 195-2 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Radioapparatuur in het frequentiegebied van 9 kHz tot 315 kHz voor actieve medische implantaten met ultralaag vermogen (ULP-AMI) en toebehoren; Deel 2: Geharmoniseerde EN die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 208-2 V1.4.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumaangelegenheden (ERM) - Radiofrequentie identificatie apparatuur die in de 865 MHz tot 868 MHz band werkt, met vermogens tot 2 W - Deel 2: Geharmoniseerde EN welke invulling geeft de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
EN 302 208-2 V1.3.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (31.8.2013) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 217-2-2 V1.3.1 Vaste radiosystemen - Eigenschappen en eisen voor één op één apparatuur en antennes - Deel 2-2: Digitale systemen opererend in frequentiebanden waar frequentie co-ordinatie is toegepast - Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
EN 302 217-2-2 V1.2.3 Noot 2.1 |
Datum verstreken (31.1.2011) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 217-2-2 V1.4.1 Vaste radiosystemen - Eigenschappen en eisen voor één op één apparatuur en antennes - Deel 2-2: Digitale systemen opererend in frequentiebanden waar frequentie co-ordinatie is toegepast - Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
EN 302 217-2-2 V1.3.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.9.2012) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 217-2-2 V2.1.1 Vaste radiosystemen - Eigenschappen en eisen voor één op één apparatuur en antennes - Deel 2-2: Digitale systemen opererend in frequentiebanden waar frequentie co-ordinatie is toegepast - Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
EN 302 217-2-2 V1.4.1 Noot 2.1 |
31.3.2015 |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 217-3 V1.3.1 Vaste radiosystemen - Eigenschappen en eisen voor één op één apparatuur en antennes - Deel 3: Apparatuur opererend in frequentiebanden waar zowel frequentie-gecoördineerd als frequentie-ongecoördineerd bedrijf zijn toegepast - Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
EN 302 217-3 V1.2.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.4.2011) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 217-3 V2.1.1 Vaste radiosystemen - Eigenschappen en eisen voor één op één apparatuur en antennes - Deel 3: Apparatuur werkend in frequentiebanden waar zowel frequentie-gecoördineerd als frequentie-ongecoördineerd bedrijf kunnen worden toegepast - Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
EN 302 217-3 V1.3.1 Noot 2.1 |
31.3.2015 |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 217-4-2 V1.5.1 Vaste radiosystemen - Eigenschappen en eisen voor één op één apparatuur en antennes - Deel 4-2: Antennes - Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
EN 302 217-4-2 V1.4.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (31.10.2011) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 245-2 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Radiozendapparatuur voor de digitale mondiale radio-omroep (DRM); Deel 2: Geharmoniseerde EN krachtens artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 248 V1.1.2 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Navigatieradar voor gebruik op 'non-SOLAS'-schepen; Geharmoniseerde EN die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 264-2 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumaangelegenheden (ERM) - Kort bereik apparatuur - Telematica voor wegvervoer en -verkeer (RTTT) - Kort bereik radar installaties werkend in de 77 GHz tot 81 GHz band - Deel 2: Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 288-2 V1.3.2 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Kortbereikapparatuur; Telematica voor wegvervoer en -verkeer (RTTT); Radarapparatuur met kort bereik, werkend in de 24 GHz-band; Deel 2: Geharmoniseerde EN die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
EN 302 288-2 V1.2.2 Noot 2.1 |
Datum verstreken (31.10.2010) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 288-2 V1.6.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Kortbereikapparatuur; Telematica voor wegvervoer en -verkeer (RTTT); Radarapparatuur met kort bereik, werkend in de 24 GHz-band; Deel 2: Geharmoniseerde EN die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
EN 302 288-2 V1.3.2 Noot 2.1 |
31.12.2013 |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 291-2 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Kortbereikapparatuur (SRD); Inductieve datacommunicatie apparatuur met kort bereik werkend op 13,56 MHz; Deel 2: Geharmoniseerde EN krachtens artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 296-2 V1.2.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumaangelegenheden (ERM) - Zendapparatuur voor de aardse digitale televisie omroep (DVB-T) - Deel 2: Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
EN 302 296 V1.1.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (28.2.2013) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 297 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Zendapparatuur voor de analoge televisieomroep; Geharmoniseerde EN krachtens artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 326-2 V1.2.2 Vaste radiosystemen; Uitrusting en antennes met meerdere poorten; Deel 2 Geharmoniseerde EN die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn voor digitale radioapparatuur met meerdere poorten |
EN 302 326-2 V1.1.2 Noot 2.1 |
Datum verstreken (31.3.2009) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 326-3 V1.3.1 Vaste radiosystemen; Uitrusting en antennes met meerdere poorten; Deel 3: Geharmoniseerde EN die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn voor radioantennes met meerdere poorten |
EN 302 326-3 V1.2.2 Noot 2.1 |
Datum verstreken (31.10.2009) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 340 V1.1.1 Satellietgrondstations en -systemen (SES); Geharmoniseerde EN voor satellietgrondstations aan boord van schepen (ESVs) in de 11/12/14 GHz-frequentiebanden toegewezen aan de vaste satellietdienst (FSS) die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 372-2 V1.2.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumaangelegenheden (ERM) - Kort bereik apparatuur (SRD) - Apparatuur voor detectie en beweging - Tankniveau-sondering radar (TLPR) werkend in de frequentie banden 5,8 GHz, 10 GHz, 25 GHz, 61 GHz en 77 GHz - Deel 2: Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE Directive |
EN 302 372-2 V1.1.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.11.2012) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 426 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Geharmoniseerde EN voor CDMA spread spectrum versterkers werkend in de 450 MHz cellulaire band (CDMA450) en de 410, 450 en 870 MHz PAMR-banden (CDMA PAMR) die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 435-2 V1.3.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM) - Apparatuur voor kort bereik (SRD) - Technische kenmerken voor SRD apparatuur die gebruik maakt van ultra breedband technologie (UWB) - Bouwstofanalyse en apparatuur voor classificatie toepassingen werkend in de frequentiebanden van 2,2 GHz tot 8,5 GHz - Deel 2: Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
EN 302 435-2 V1.2.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.9.2011) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 448 V1.1.1 Satellietgrondstations en -systemen (SES); Geharmonizeerde EN voor het volgen van grondstations op treinen (ESTs), werkend in de 14/12 GHz-frequentiebanden, die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 454-2 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Meteorologische hulpmiddelen (Met Aids); Radiosondes voor gebruik in de 1 668,4 MHz- tot 1 690 MHz-frequentiebanden; Deel 2: Geharmoniseerde EN die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 480 V1.1.2 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Geharmoniseerde EN voor het GSM-boordsysteem in de luchtvaart die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 498-2 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumaangelegenheden (ERM) - Kort bereik apparatuur (SRD) - Technische eigenschappen voor SRD apparatuur die gebruik maakt van ultra wideband technologie (UWB) - Object herkenning en karakteriseringstoepassingen voor elektrisch gereedschap werkend in de frequentieband van 2.2 GHz tot 8,5 GHz -Deel 2: Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 500-2 V2.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM) - Kort bereik apparatuur (SRD) die gebruik maakt van ultrabreedbandtechnologie (UWB) -Positievolgapparatuur werkend in het frequentiegebied van 6 GHz tot 9 GHz - Deel 2: Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
EN 302 500-2 V1.2.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (31.7.2012) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 502 V1.2.1 Breedbandradionetwerken (BRAN); Vaste breedbandsystemen voor dataoverdracht in de 5,8 GHz-band; Geharmoniseerde EN die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
EN 302 502 V1.1.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (31.3.2010) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 510-2 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Radioapparatuur in het frequentiegebied van 30 MHz tot 37,5 MHz, voor actieve medische membraanimplantaten en toebehoren met ultralaag vermogen; Deel 2: Geharmoniseerde EN die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 536-2 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Kortbereikapparatuur (SRD); Radioapparatuur in het frequentiegebied van 315 kHz tot 600 kHz; Deel 2: Geharmoniseerde EN die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 537-2 V1.1.2 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Kortbereikapparatuur (SRD); Systemen voor medische gegevensdiensten met ultralaag vermogen in het frequentiegebied 401 MHz tot 402 MHz en 405 MHz tot 406 MHz; Deel 2: Geharmoniseerde EN die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 544-1 V1.1.2 Breedband gegevenstransmissiesystemen werkend in de 2 500 MHz tot 2 690 MHz freguentieband - Deel 1: TDD basisstations - Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
EN 302 544-1 V1.1.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.9.2011) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 544-2 V1.1.1 Breedbandgegevenstransmissiesystemen werkend in de 2 500 MHz- tot 2 690 MHz-frequentieband; Deel 2: TDD-gebruikersapparatuurstations; Geharmoniseerde EN die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 561 V1.2.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumaangelegenheden (ERM) - Landmobiele dienst - Radioapparatuur die gebruik maakt van constante of niet-constante enveloppe modulatie die werkt in een kanaal bandbreedte van 25 kHz, 50 kHz, 100 kHz of 150 kHz - Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
EN 302 561 V1.1.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (31.8.2011) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 567 V1.1.1 Breedband radiotoegangsnetwerken (BRAN);60 GHz multiple-gigabit WAS/RLAN systemen; Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 567 V1.2.1 Breedband radiotoegangsnetwerken (BRAN);60 GHz multiple-gigabit WAS/RLAN systemen; Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
EN 302 567 V1.1.1 Noot 2.1 |
31.10.2013 |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 571 V1.1.1 Intelligente transportsystemen (ITS); Radiocommunicatie apparatuur werkend in de 5 855 MHz- tot 5 925 MHz-frequentieband; Geharmoniseerde EN die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 574-1 V1.1.1 Satellietgrondstations en -systemen (SES) - Geharmoniseerde norm voor satellietgrondstations voor MSS werkend in de 1 980 MHz tot 2 010 MHz (grond naar ruimte) en 2 170 MHz tot 2 200 MHz (ruimte naar grond) frequentiebanden - Deel 1: complementaire aardecomponent (CGC) voor Wideband systemen - Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 574-2 V1.1.1 Satellietgrondstations en -systemen (SES) - Geharmoniseerde norm voor satellietgrondstations voor MSS werkend in de 1 980 MHz tot 2 010 MHz (grond naar ruimte) en 2 170 MHz tot 2 200 MHz (ruimte naar grond) frequentiebanden - Deel 2: Gebruikersapparatuur (UE) voor Wideband systemen - Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 574-3 V1.1.1 Satellietgrondstations en -systemen (SES) - Geharmoniseerde norm voor satellietgrondstations voor MSS werkend in de 1 980 MHz tot 2 010 MHz (grond naar ruimte) en 2 170 MHz tot 2 200 MHz (ruimte naar grond) frequentiebanden - Deel 3: Gebruikersapparatuur (UE) voor smalbandsystemen - Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 608 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Kortbereikapparatuur (SRD); Radioapparatuur voor Eurobaken spoorwegsystemen; Geharmoniseerde EN die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 609 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM); Kortbereikapparatuur (SRD); Radioapparatuur voor Euroloop spoorwegsystemen; Geharmoniseerde EN die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 617-2 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumaangelegenheden (ERM) -UHF radio zenders, ontvangers en zend-ontvangers voor gebruik op land, voor de UHF luchtmobiele dienst die gebruik maakt van amplitude modulatie - Deel 2: Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 623 V1.1.1 Draadloze breedbandtoegangssystemen (BWA) in de 3 400 MHz- tot 3 800 MHz-frequentieband; Mobiele eindstations; Geharmoniseerde EN die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 625 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumaangelegenheden (ERM) - 5 GHz breedband rampen bestrijdingstoepassingen (BBDR) - Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 645 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumaangelegenheden (ERM) - Kort bereik apparatuur - Tussenversterkers voor wereldwijde navigatie satelliet systemen (GNSS) - Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 686 V1.1.1 Intelligente transportsystemen (ITS) - Radiocommunicatie-apparatuur werkend in de 63 GHz tot 64 GHz frequentie-band - Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 729-2 V1.1.2 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumkwesties (ERM) - Kort bereik apparatuur (SRD) - Niveau peilradar (LPR) werkend in het frequentiegebied van 6 GHz tot 8,5 GHz, 24,05 GHz tot 26,5 GHz, 57 GHz tot 64 GHz, 75 GHz tot 85 GHz - Deel 2: Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 752 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumaangelegenheden (ERM) - Actieve radar doelvergroters - Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 774 V1.1.1 Draadloze breedband toegangssystemen (BWA) in de 3 400 MHz tot 3 800 MHz frequentieband - Basisstations - Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 774 V1.2.1 Draadloze breedband toegangssystemen (BWA) in de 3 400 MHz tot 3 800 MHz frequentieband - Basisstations - Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
EN 302 774 V1.1.1 Noot 2.1 |
31.12.2013 |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 858-2 V1.2.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumaangelegenheden (ERM) - Telematica voor wegvervoer en -verkeer (RTTT) - Kort bereik radarapparatuur werkend in de frequentieband 24,05 GHz tot 24,25 GHz voor toepassing in automobielen - Deel 2: Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 885-2 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumaangelegenheden (ERM) - Draagbare VHF radiotelefonie apparatuur voor de maritieme mobiele dienst werkend in de VHF banden met geintegreerde handset klasse D DSC - Deel 2: Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 885-3 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumaangelegenheden (ERM) - Draagbare VHF radiotelefonie apparatuur voor de maritieme mobiele dienst werkend in de VHF banden met geintegreerde handset klasse D DSC - Deel 3: Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.3(e) van de R&TTE richtlijn |
|
|
Artikel 3.3 |
|
ETSI |
EN 302 961-2 V1.2.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumaangelegenheden (ERM) - Maritiem persoonlijk noodbaken bedoeld voor gebruik op 121,5 MHz voor zoek- en reddingsdoeleinden - Deel 2: Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 977 V1.1.2 Satellietgrondstations en -systemen (SES) - Geharmoniseerde EN voor vaste grondstations werkend in de 12/14 GHz frequentie band welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 998-1 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumaangelegenheden (ERM) - Zendapparatuur voor aardse mobile TV voor multimedia en multicast diensten - Deel 1: Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 302 998-2 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumaangelegenheden (ERM) - Zendapparatuur voor aardse mobiele TV voor multimedia en multicast diensten - Deel 2: Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn, test opstellingen voor zenders die gebruik maken van OFDM technologie |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 303 035-1 V1.2.1 Terrestrial Trunked Radio (TETRA); Geharmoniseerde EN voor TETRA-apparatuur die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn; Deel 1: Voice en Data (V+D) |
EN 303 035-1 V1.1.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (30.9.2003) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 303 035-2 V1.2.2 Terrestrial Trunked Radio (TETRA); Geharmoniseerde EN voor TETRA-apparatuur die de essentiële eisen dekt van artikel 3, lid 2, van de R&TTE-richtlijn; Deel 2: Directe Mode Operation (DMO) |
EN 303 035-2 V1.2.1 Noot 2.1 |
Datum verstreken (31.10.2004) |
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 303 084 V1.1.1 Grond gebonden augmentatiesysteem (GBAS) VHF grond-lucht Data Omroep (VDB) - Technische eigenschappen en meetmethoden voor grond gebonden apparatuur - Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 303 213-6-1 V1.1.1 Geavanceerd begeleiding en controle system voor verplaatsingsen over land (A-SMGCS) - Deel 6: Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn voor opgestelde radarsensoren voor verplaatsingen over land - Sub-deel 1: Sensoren die gebruik maken van pulssignalen en een zendvermogen tot 100kW |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 303 978 V1.1.2 Satellietgrondstations en -systemen (SES) - Geharmoniseerde EN voor grondstations op mobiele platforms (ESOMP) voor het zenden naar satellieten in een geostationaire baan in de 27,5 tot 30,0 GHz frequentiebanden welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
EN 305 550-2 V1.1.1 Elektromagnetische compatibiliteit en radiospectrumaangelegenheden (ERM) - Kort bereik apparatuur (SRD) - Radioapparatuur te gebruiken in het 40 GHz tot 246 GHz frequentiegebied - Deel 2: Geharmoniseerde EN welke invulling geeft aan de essentiële eisen van artikel 3.2 van de R&TTE richtlijn |
|
|
Artikel 3.2 |
|
ETSI |
ETS 300 487/A1 ED.1 Satellietgrondstations en systemen (SES); Mobiele grondstations voor alleen ontvangst (ROMES) werkend op de 1,5 GHz-frequentieband voor datacommunicatie; Radiofrequentie (RF) specificaties |
|
|
Artikel 3.2 |
|
Noot 1: |
In het algemeen is de datum waarop het vermoeden van overeenstemming ten aanzien van de vervangen norm vervalt, de door de Europese normalisatieorganisaties vastgestelde datum van intrekking, maar gebruikers van de norm worden erop gewezen dat dit in bepaalde uitzonderlijke gevallen anders kan zijn. |
|
Noot 2.1: |
De nieuwe (of gewijzigde) norm heeft dezelfde werkingssfeer als de vervangen norm. Op de aangegeven datum vervalt het ten aanzien van de vervangen norm bestaande vermoeden van overeenstemming met de essentiële of andere eisen van de desbetreffende EU-wetgeving. |
|
Noot 2.2: |
De nieuwe norm heeft een ruimere werkingssfeer dan de vervangen norm. Op de aangegeven datum vervalt het ten aanzien van de vervangen norm bestaande vermoeden van overeenstemming met de essentiële of andere eisen van de desbetreffende EU-wetgeving. |
|
Noot 2.3: |
De nieuwe norm heeft een beperktere werkingssfeer dan de vervangen norm. Op de aangegeven datum vervalt het ten aanzien van de (gedeeltelijk) vervangen norm bestaande vermoeden van overeenstemming met de essentiële of andere eisen van de desbetreffende EU-wetgeving voor de producten of diensten die binnen de werkingssfeer van de nieuwe norm vallen. Het vermoeden van overeenstemming met de essentiële of andere eisen van de desbetreffende EU-wetgeving voor producten en diensten die binnen de werkingssfeer van de (gedeeltelijk) vervangen norm vallen maar niet binnen de werkingssfeer van de nieuwe norm vallen, blijft bestaan. |
|
Noot 3: |
In het geval van wijzigingsbladen is de norm waarnaar verwezen wordt EN CCCCC:YYYY, de voorafgaande wijzigingsbladen, indien die er zijn, en het nieuw genoemde wijzigingsblad. De vervangen norm bestaat daarom uit EN CCCCC:YYYY en de voorafgaande wijzigingsbladen, indien die er zijn, maar zonder het nieuw genoemde wijzigingsblad. Op de aangegeven datum vervalt het vermoeden van overeenstemming met de essentiële of andere eisen van de desbetreffende EU-wetgeving. |
NOOT:
|
— |
Verder kunnen normen die gepubliceerd zijn volgens richtlijnen 2006/95/EG, 2004/108/EG, 90/385/EEG en 93/42/EEG gebruikt worden om de overeenstemming met artikel 3, lid 1, onder a), en b) van richtlijn 1999/5/EG aan te tonen. |
|
— |
Producten worden verondersteld in overeenstemming met de richtlijn te zijn, als zij voldoen aan de eisen voor het gebruik waarvoor zij zijn bestemd. |
|
— |
Iedere informatie betreffende de beschikbaarheid van de normen kan verkregen worden ofwel bij de Europese normalisatieorganisaties ofwel bij de nationale normalisatie-instellingen, waarvan overeenkomstig artikel 27 van Verordening (EU) nr. 1025/2012 een lijst in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt bekendgemaakt. |
|
— |
Normen worden door de Europese normalisatieorganisaties vastgesteld in het Engels (CEN en Cenelec publiceren ook in het Frans en Duits). Vervolgens vertalen de nationale normalisatie-instellingen de titels van de normen in alle andere officiële talen van de Europese Unie. De Europese Commissie is niet verantwoordelijk voor de juistheid van de titels die ter publicatie in het Publicatieblad worden aangeboden. |
|
— |
Verwijzingen naar corrigenda "…/AC:YYYY" worden alleen ter informatie bekendgemaakt. Een corrigendum verwijdert druk-, taal- en vergelijkbare fouten uit de tekst van een norm en kan een of meerdere taalversies (Engels, Frans en/of Duits) van een norm betreffen, zoals aangenomen door een Europese normalistieorganisatie. |
|
— |
De publicatie van de verwijzingen in het Publicatieblad van de Europese Unie houdt niet in dat de normen beschikbaar zijn in alle officiële talen van de Europese Unie. |
|
— |
Deze lijst vervangt de vorige lijsten die in het Publicatieblad van de Europese Unie gepubliceerd werden. De Europese Commissie zal er zorg voor dragen dat de huidige lijst regelmatig wordt bijgewerkt. |
|
— |
Meer informatie over geharmoniseerde en andere Europese normen kunt u vinden op de Europa-site: http://ec.europa.eu/enterprise/policies/european-standards/harmonised-standards/index_en.htm |
(1) ENO: Europese normalisatieorganisatie:
|
— |
CEN: Avenue Marnix 17, 1000 Bruxelles/Brussel, BELGIQUE/BELGIË, Tel. +32 25500811; fax +32 25500819 (http://www.cen.eu) |
|
— |
Cenelec: Avenue Marnix 17, 1000 Bruxelles/Brussel, BELGIQUE/BELGIË, Tel. +32 25196871; fax +32 25196919 (http://www.cenelec.eu) |
|
— |
ETSI: 650 route des Lucioles, 06921 Sophia Antipolis, FRANCE, Tel. +33 492944200; fax +33 493654716 (http://www.etsi.eu) |
INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE LIDSTATEN
|
12.10.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 297/32 |
Door de lidstaten meegedeelde informatie over staatssteun die wordt verleend overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1857/2006 van de Commissie betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen die landbouwproducten produceren, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 70/2001
2013/C 297/02
Steun nr.: SA.35540 (12/XA)
Lidstaat: Italië
Regio: PIEMONTE
Benaming van de steunregeling of naam van de onderneming die individuele steun ontvangt: D.g.r.: «Programma degli interventi previsti dall'art. 4 a decorrere dall'anno 2012 a favore delle società cooperative a mutualità prevalente e dei loro consorzi operanti nel settore della produzione primaria di prodotti agricoli o che realizzano gli investimenti finalizzati alla produzione primaria di prodotti agricoli di cui all'All. I del Trattato rientranti tra le PMI.»
Rechtsgrondslag:
|
— |
Legge regionale 23/2004 e s.m.i. art. 6. |
|
— |
DGR n. 18 — 4597 del 24 settembre 2012. |
Voorziene jaarlijkse uitgaven krachtens de regeling of totaalbedrag van de aan de onderneming verleende individuele steun: Totale geplande jaarbudget in het kader van de regeling: EUR 1,6 (in miljoen)
Maximale steunintensiteit: 40,0000 %
Duur van de regeling of van de individuele steunverlening: 19.9.2013-31.3.2014
Doelstelling van de steun: Investeringen in landbouwbedrijven (art. 4 van Verord. (EG) nr. 1857/2006)
Betrokken economische sector(en): LANDBOUW, BOSBOUW EN VISSERIJ
Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent:
|
Regione Piemonte Direzione Lavoro |
|
Via Magenta, 12 10128 Torino |
Website: http://www.regione.piemonte.it/lavoro/imprendi/coopera/index.htm
Andere informatie: —
Steun nr.: SA.37093 (13/XA)
Lidstaat: Nederland
Regio: NOORD-LIMBURG, MIDDEN-LIMBURG
Benaming van de steunregeling of naam van de onderneming die individuele steun ontvangt: Herstructurering concentratiegebieden glastuinbouw Noord- en Midden-Limburg (paragraaf 1.5 van de Subsidieverordening inrichting landelijk gebied Limburg)
Rechtsgrondslag: Subsidieverordening inrichting landelijk gebied Limburg
http://www.limburg.nl/Beleid/Europa/Kennisgevingen_staatssteun
Voorziene jaarlijkse uitgaven krachtens de regeling of totaalbedrag van de aan de onderneming verleende individuele steun: Totale geplande jaarbudget in het kader van de regeling: EUR 1 500 000
Maximale steunintensiteit: 45 %
Duur van de regeling of van de individuele steunverlening: 21.9.2013-31.12.2015
Doelstelling van de steun: Investeringen in landbouwbedrijven (art. 4 van Verord. (EG) nr. 1857/2006), Ruilverkavelingen (art. 13 van Verord. (EG) nr. 1857/2006), Technische ondersteuning (art. 15 van Verord. (EG) nr. 1857/2006), Verplaatsing landbouwbedrijfsgebouwen in het algemeen belang (art. 6 van Verord. (EG) nr. 1857/2006)
Betrokken economische sector(en): Teelt van gewassen, veeteelt, jacht en diensten in verband met deze activiteiten
Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent:
|
Provincie Limburg |
|
Postbus 5700 |
|
6201 MA Maastricht |
Website: http://www.limburg.nl/Beleid/Europa/Kennisgevingen_staatssteun
Andere informatie: —
Steun nr.: SA.37094 (13/XA)
Lidstaat: Nederland
Regio: LIMBURG (NL)
Benaming van de steunregeling of naam van de onderneming die individuele steun ontvangt: Verplaatsen grondgebonden landbouwbedrijven met grondverwerving (paragraaf 1.9 van de Subsidieverordening inrichting landelijk gebid Limburg)
Rechtsgrondslag: Subsidieverordening inrichting landelijk gebied Limburg
http://www.limburg.nl/Beleid/Europa/Kennisgevingen_staatssteun
Voorziene jaarlijkse uitgaven krachtens de regeling of totaalbedrag van de aan de onderneming verleende individuele steun: Totale geplande jaarbudget in het kader van de regeling: EUR 900 000
Maximale steunintensiteit: 100 %
Duur van de regeling of van de individuele steunverlening: 21.9.2013-31.12.2015
Doelstelling van de steun: Investeringen in landbouwbedrijven (art. 4 van Verord. (EG) nr. 1857/2006), Verplaatsing landbouwbedrijfsgebouwen in het algemeen belang (art. 6 van Verord. (EG) nr. 1857/2006)
Betrokken economische sector(en): Teelt van gewassen, veeteelt, jacht en diensten in verband met deze activiteiten
Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent:
|
Provincie Limburg |
|
Postbus 5700 |
|
6201 MA Maastricht |
Website: http://www.limburg.nl/Beleid/Europa/Kennisgevingen_staatssteun
Andere informatie: —
Steun nr.: SA.37095 (13/XA)
Lidstaat: Nederland
Regio: LIMBURG (NL)
Benaming van de steunregeling of naam van de onderneming die individuele steun ontvangt: Innovatie-advies (paragraaf 1.3 van de Subsidieverordening inrichting landelijk gebied Limburg)
Rechtsgrondslag: Subsidieverordening inrichting landelijk gebied Limburg
http://www.limburg.nl/Beleid/Europa/Kennisgevingen_staatssteun
Voorziene jaarlijkse uitgaven krachtens de regeling of totaalbedrag van de aan de onderneming verleende individuele steun: Totale geplande jaarbudget in het kader van de regeling: EUR 300 000
Maximale steunintensiteit: 75 %
Duur van de regeling of van de individuele steunverlening: 21.9.2013-31.12.2015
Doelstelling van de steun: Technische ondersteuning (art. 15 van Verord. (EG) nr. 1857/2006)
Betrokken economische sector(en): Teelt van gewassen, veeteelt, jacht en diensten in verband met deze activiteiten
Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent:
|
Provincie Limburg |
|
Postbus 5700 |
|
6201 MA Maastricht |
Website: http://www.limburg.nl/Beleid/Europa/Kennisgevingen_staatssteun
Andere informatie: —
Steun nr.: SA.37096 (13/XA)
Lidstaat: Nederland
Regio: LIMBURG (NL)
Benaming van de steunregeling of naam van de onderneming die individuele steun ontvangt: Sociale contracten (paragraaf 1.7 van de Subsidieverordening inrichting landelijk gebied Limburg)
Rechtsgrondslag: Subsidieverordening inrichting landelijk gebied Limburg
http://www.limburg.nl/Beleid/Europa/Kennisgevingen_staatssteun
Voorziene jaarlijkse uitgaven krachtens de regeling of totaalbedrag van de aan de onderneming verleende individuele steun: Totale geplande jaarbudget in het kader van de regeling: EUR 150 000
Maximale steunintensiteit: 40 %
Duur van de regeling of van de individuele steunverlening: 21.9.2013-31.12.2015
Doelstelling van de steun: Technische ondersteuning (art. 15 van Verord. (EG) nr. 1857/2006)
Betrokken economische sector(en): Teelt van gewassen, veeteelt, jacht en diensten in verband met deze activiteiten
Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent:
|
Provincie Limburg |
|
Postbus 5700 |
|
6201 MA Maastricht |
Website: http://www.limburg.nl/Beleid/Europa/Kennisgevingen_staatssteun
Andere informatie: —
Steun nr.: SA.37351 (13/XA)
Lidstaat: Duitsland
Regio: DEUTSCHLAND
Benaming van de steunregeling of naam van de onderneming die individuele steun ontvangt: Bund: Richtlinie über die Förderung der Beratung landwirtschaftlicher Unternehmen vor und während einer Umstellung des Betriebes auf ökologischen Landbau
Rechtsgrondslag: Bundeshaushaltsordnung (BHO) (§§ 23, 44, 91, 100),
Allgemeine Verwaltungsvorschriften zu § 23, 44 BHO,
Verwaltungsverfahrensgesetz /VwVfG) (§§ 48 bis 49 a),
Bund: Richtlinie über die Förderung der Beratung landwirtschaftlicher Unternehmen vor und während einer Umstellung des Betriebes auf ökologischen Landbau
Voorziene jaarlijkse uitgaven krachtens de regeling of totaalbedrag van de aan de onderneming verleende individuele steun: Totale geplande jaarbudget in het kader van de regeling: EUR 0,5 (in miljoen)
Maximale steunintensiteit: 50,0000 %
Duur van de regeling of van de individuele steunverlening: 23.9.2013-30.6.2014
Doelstelling van de steun: Technische ondersteuning (art. 15 van Verord. (EG) nr. 1857/2006)
Betrokken economische sector(en): Teelt van gewassen, veeteelt, jacht en diensten in verband met deze activiteiten
Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent:
|
Bundesanstalt für Landwirtschaft und Ernährung |
|
Deichmanns Aue 29 |
|
53168 Bonn |
Website: http://www.bundesprogramm.de/fileadmin/sites/default/files/foerderrichtlinien/RL_Beratung_2010_2013_EV_201007.pdf
Andere informatie: —
Steun nr.: SA.37395 (13/XA)
Lidstaat: Italië
Regio: TRENTO
Benaming van de steunregeling of naam van de onderneming die individuele steun ontvangt: Disciplina relativa alla concessione degli indennizzi per i danni alle imprese agricole colpite da Pseudomonas syringae pv. actinidiae (P.s.a.).
Rechtsgrondslag:
|
— |
Legge provinciale 28 marzo 2003, n. 4 (Legge provinciale in materia di agricoltura), art. 52 (Altri eventi naturali); |
|
— |
Deliberazione della Giunta provinciale n. 1830 del 30 agosto 2013 avente per oggetto: «Disciplina relativa alla concessione degli indennizzi per i danni alle imprese agricole colpite da Pseudomonas syringae pv. actinidiae (P.s.a.).». |
Voorziene jaarlijkse uitgaven krachtens de regeling of totaalbedrag van de aan de onderneming verleende individuele steun: Totale geplande jaarbudget in het kader van de regeling: EUR 300 000
Maximale steunintensiteit: 100 %
Duur van de regeling of van de individuele steunverlening: 26.9.2013-30.6.2014
Doelstelling van de steun: Plantenziekten en plagen (art. 10 van Verord. (EG) nr. 1857/2006)
Betrokken economische sector(en): LANDBOUW, BOSBOUW EN VISSERIJ, Teelt van andere boomvruchten, kleinfruit en noten
Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent:
|
Provincia Autonoma di Trento |
|
Servizio Agricoltura |
|
Via G.B. Trener, n. 3 |
|
38121 TRENTO — ITALY |
Website:
|
|
http://www.consiglio.provincia.tn.it |
|
|
http://www.delibere.provincia.tn.it |
Andere informatie: —
|
12.10.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 297/35 |
Beknopte informatie van de lidstaten betreffende overheidssteun die wordt verleend krachtens Verordening (EG) nr. 800/2008 van de Commissie waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard (de algemene groepsvrijstellingsverordening)
(Voor de EER relevante tekst)
2013/C 297/03
|
Referentienummer staatssteun |
SA.36028 (13/X) |
|||||
|
Lidstaat |
Italië |
|||||
|
Referentie lidstaat |
— |
|||||
|
Naam van de regio (NUTS) |
PIEMONTE Gemengd |
|||||
|
Steunverlenende autoriteit |
|
|||||
|
Benaming van de steunmaatregel |
Linea d'azione I.2 — Agevolazione alla diffusione, sul territorio piemontese, di impianti termici alimentati a fonte rinnovabile |
|||||
|
Nationale rechtsgrondslag (Referentie desbetreffende nationale officiële publicatie) |
|
|||||
|
Soort steun |
Regeling |
|||||
|
Aanpassing bestaande steunmaatregel |
— |
|||||
|
Looptijd |
14.12.2012-30.6.2014 |
|||||
|
Betrokken economische sector(en) |
Alle economische sectoren komen voor steun in aanmerking |
|||||
|
Soort begunstigde |
KMO's,Grote onderneming |
|||||
|
Totale geplande jaarbudget in het kader van de regeling |
EUR 4 (in miljoen) |
|||||
|
Voor garanties |
— |
|||||
|
Steuninstrument (artikel 5) |
Zachte lening, Rechtstreekse subsidie |
|||||
|
Referentie besluit van de Commissie |
— |
|||||
|
Bij cofinanciering uit communautaire fondsen |
POR/FESR CRO Piemonte 2007-2013 — EUR 1,40 (in miljoen) |
|||||
|
Doelstellingen |
Maximum steunintensiteit (in %) of maximum steunbedrag (in nationale munteenheid) |
Kmo-verhogingen (in %) |
||||
|
Milieu-investeringssteun ter stimulering van energie uit hernieuwbare energiebronnen (art. 23) |
45,0000 % |
20 % |
||||
|
Regionale steun — regeling (art. 13) |
10,0000 % |
20 % |
||||
|
Kmo-steun voor investeringen en werkgelegenheid (art.15) |
20,0000 % |
— |
||||
Weblink naar de volledige tekst van de steunmaatregel:
http://www.regione.piemonte.it/innovazione/
|
Referentienummer staatssteun |
SA.36030 (13/X) |
|||||
|
Lidstaat |
Italië |
|||||
|
Referentie lidstaat |
— |
|||||
|
Naam van de regio (NUTS) |
PIEMONTE Gemengd |
|||||
|
Steunverlenende autoriteit |
|
|||||
|
Benaming van de steunmaatregel |
Linea di Azione I.I — Agevolazione alla diffusione, sul territorio piemontese, di sistemi di valorizzazione dell'energia termica prodotta da impianti alimentati da biomasse provenienti dalla filiera forestale. |
|||||
|
Nationale rechtsgrondslag (Referentie desbetreffende nationale officiële publicatie) |
|
|||||
|
Soort steun |
Regeling |
|||||
|
Aanpassing bestaande steunmaatregel |
— |
|||||
|
Looptijd |
14.12.2012-30.6.2014 |
|||||
|
Betrokken economische sector(en) |
Alle economische sectoren komen voor steun in aanmerking |
|||||
|
Soort begunstigde |
KMO's,Grote onderneming |
|||||
|
Totale geplande jaarbudget in het kader van de regeling |
EUR 5 (in miljoen) |
|||||
|
Voor garanties |
— |
|||||
|
Steuninstrument (artikel 5) |
Zachte lening, Rechtstreekse subsidie |
|||||
|
Referentie besluit van de Commissie |
— |
|||||
|
Bij cofinanciering uit communautaire fondsen |
POR/FESR CRO Piemonte 2007-2013 — EUR 1,98 (in miljoen) |
|||||
|
Doelstellingen |
Maximum steunintensiteit (in %) of maximum steunbedrag (in nationale munteenheid) |
Kmo-verhogingen (in %) |
||||
|
Milieu-investeringssteun ter stimulering van energie uit hernieuwbare energiebronnen (art. 23) |
45,0000 % |
20 % |
||||
|
Regionale steun — regeling (art. 13) |
10,0000 % |
20 % |
||||
|
Kmo-steun voor investeringen en werkgelegenheid (art.15) |
10,0000 % |
— |
||||
Weblink naar de volledige tekst van de steunmaatregel:
http://www.regione.piemonte.it/innovazione/
|
Referentienummer staatssteun |
SA.36328 (13/X) |
|||||
|
Lidstaat |
Duitsland |
|||||
|
Referentie lidstaat |
— |
|||||
|
Naam van de regio (NUTS) |
HESSEN Artikel 107, lid 3, onder c) |
|||||
|
Steunverlenende autoriteit |
|
|||||
|
Benaming van de steunmaatregel |
Bürgschaft der Stadt Alsfeld für die BürgerEnergie Lingelbach eG |
|||||
|
Nationale rechtsgrondslag (Referentie desbetreffende nationale officiële publicatie) |
§ 104 Absatz 2 Hessische Gemeindeordnung (HGO) in der Fassung der Bekanntmachung vom 7. März 2005 (Gesetz- und Verordnungsblatt für das Land Hessen I, 2005, S. 142 ff. |
|||||
|
Soort steun |
ad-hoc steun |
|||||
|
Aanpassing bestaande steunmaatregel |
— |
|||||
|
Datum steunverlening |
vanaf 1.3.2013 |
|||||
|
Betrokken economische sector(en) |
PRODUCTIE EN DISTRIBUTIE VAN ELEKTRICITEIT, GAS, STOOM EN GEKOELDE LUCHT |
|||||
|
Soort begunstigde |
KMO's — BürgerEnergie Lingelbach eG |
|||||
|
Totale aan de onderneming verleende ad-hoc steun |
EUR 0,85 |
|||||
|
Voor garanties |
— |
|||||
|
Steuninstrument (artikel 5) |
Garantie |
|||||
|
Referentie besluit van de Commissie |
— |
|||||
|
Bij cofinanciering uit communautaire fondsen |
— |
|||||
|
Doelstellingen |
Maximum steunintensiteit (in %) of maximum steunbedrag (in nationale munteenheid) |
Kmo-verhogingen (in %) |
||||
|
Milieu-investeringssteun ter stimulering van energie uit hernieuwbare energiebronnen (art. 23) |
45,0000 % |
20 % |
||||
Weblink naar de volledige tekst van de steunmaatregel:
http://alsfeld.de/upload/s/430/files/BuergerEnergie%20Lingelbach.pdf
|
Referentienummer staatssteun |
SA.36478 (13/X) |
||||
|
Lidstaat |
Italië |
||||
|
Referentie lidstaat |
— |
||||
|
Naam van de regio (NUTS) |
VENETO Artikel 107, lid 3, onder c) |
||||
|
Steunverlenende autoriteit |
|
||||
|
Benaming van de steunmaatregel |
PIANI INTEGRATI A SUPPORTO DELLE IMPRESE VENETE PER LA VALORIZZAZIONE DELL'ECCELLENZA E DEI SETTORI STRATEGICI — LINEA TRE — IV FASE |
||||
|
Nationale rechtsgrondslag (Referentie desbetreffende nationale officiële publicatie) |
LR 10/90 «ORDINAMENTO SISTEMA DI FORMAZIONE PROFESSIONALE E ORGANIZZAZIONE DELLE POLITICHE REGIONALI DEL LAVORO». DGR N. 1566 DEL 26.5.2009: «POLITICHE ATTIVE PER IL CONTRASTO ALLA CRISI OCCUPAZIONALE». DGR N. 2335 DEL 20.11.2012 E DDR N. 106 DEL 6.2.2013 |
||||
|
Soort steun |
Regeling |
||||
|
Aanpassing bestaande steunmaatregel |
— |
||||
|
Looptijd |
6.2.2013-31.12.2013 |
||||
|
Betrokken economische sector(en) |
Alle economische sectoren komen voor steun in aanmerking |
||||
|
Soort begunstigde |
KMO's,Grote onderneming |
||||
|
Totale geplande jaarbudget in het kader van de regeling |
EUR 1,08 |
||||
|
Voor garanties |
EUR 1,08 (in miljoen) |
||||
|
Steuninstrument (artikel 5) |
Rechtstreekse subsidie |
||||
|
Referentie besluit van de Commissie |
— |
||||
|
Bij cofinanciering uit communautaire fondsen |
DGR N. 2335 DEL 20.11.2012 — EUR 1,08 (in miljoen) |
||||
|
Doelstellingen |
Maximum steunintensiteit (in %) of maximum steunbedrag (in nationale munteenheid) |
Kmo-verhogingen (in %) |
|||
|
Algemene opleiding (art. 38, lid 2) |
80,0000 % |
0 % |
|||
Weblink naar de volledige tekst van de steunmaatregel:
http://www.regione.veneto.it/web/formazione/moduli-fse
Piani integrati a supporto imprese venete — Linea 3 — IV Fase
|
Referentienummer staatssteun |
SA.36739 (13/X) |
|||||
|
Lidstaat |
Letland |
|||||
|
Referentie lidstaat |
— |
|||||
|
Naam van de regio (NUTS) |
Latvia Artikel 107, lid 3, onder a) |
|||||
|
Steunverlenende autoriteit |
|
|||||
|
Benaming van de steunmaatregel |
Atbalsts uzņēmumu radīšanai un attīstībai |
|||||
|
Nationale rechtsgrondslag (Referentie desbetreffende nationale officiële publicatie) |
Ministru kabineta 2010.gada 9.februāra noteikumi Nr.132 “Kārtība, kādā piešķir valsts un Eiropas Savienības atbalstu atklātu projektu iesniegumu konkursu veidā pasākumam “Atbalsts uzņēmumu radīšanai un attīstībai (ietverot ar lauksaimniecību nesaistītu darbību dažādošanu)”” (Publicēts: Latvijas Vēstnesis Nr. 37: 5.3.2010.) |
|||||
|
Soort steun |
Regeling |
|||||
|
Aanpassing bestaande steunmaatregel |
— |
|||||
|
Looptijd |
26.4.2013-31.12.2013 |
|||||
|
Betrokken economische sector(en) |
Vervaardiging van lijm, Vervaardiging van etherische oliën, Vervaardiging van andere chemische producten, n.e.g., Vervaardiging van farmaceutische grondstoffen en producten, Vervaardiging van producten van rubber of kunststof, Vervaardiging van meubelen, Overige industrie, Reparatie en installatie van machines en apparaten, Winning, behandeling en distributie van water, Afvalwaterafvoer, Overige detailhandel in nieuwe artikelen in gespecialiseerde winkels, Restaurants en mobiele eetgelegenheden, Bouw van gebouwen, Weg- en waterbouw, Gespecialiseerde bouwwerkzaamheden, Vervaardiging van zeep, wasmiddelen, poets- en reinigingsmiddelen, parfums en toiletartikelen, Oppervlaktebehandeling van metalen; verspanend bewerken van metalen, Vervaardiging van informaticaproducten en van elektronische en optische producten, Onderhoud en reparatie van auto's, Handel in en onderhoud en reparatie van motorfietsen en delen en toebehoren van motorfietsen, Vervaardiging van elektrische apparatuur, Vervaardiging van auto's, aanhangwagens en opleggers, Bouw van plezier- en sportvaartuigen, Vervaardiging van rollend materieel voor spoorwegen, Vervaardiging van lucht- en ruimtevaartuigen en van toestellen in verband daarmee, Vervaardiging van militaire gevechtsvoertuigen, Vervaardiging van transportmiddelen, n.e.g., Vervaardiging van scharen, messen, bestekken, gereedschap en ijzerwaren, Vervaardiging van textiel, Smeden, persen, stampen en profielwalsen van metaal; poedermetallurgie, Bosbouw, Vervaardiging van machines, apparaten en werktuigen, n.e.g., Reparatie van computers en consumentenartikelen, Uitgeverijen, Praktijken van artsen en tandartsen, Wassen en (chemisch) reinigen van textiel en bontproducten, Haar- en schoonheidsverzorging, Begrafeniswezen, Overige menselijke gezondheidszorg, Maken van geluidsopnamen en uitgeverijen van muziekopnamen, Speur- en ontwikkelingswerk op natuurwetenschappelijk gebied, Architecten en ingenieurs; technische testen en toetsen, Gespecialiseerde designers, Veterinaire diensten, Diensten in verband met beveiligingssystemen, Diensten in verband met gebouwen; landschapsverzorging, Vervaardiging van metalen constructiewerken, Vervaardiging van andere niet-metaalhoudende minerale producten, Vervaardiging van tanks, reservoirs en bergingsmiddelen, van metaal, Vervaardiging van stoomketels, exclusief warmwaterketels voor centrale verwarming, Vervaardiging van andere producten van metaal, Ondersteunende diensten in verband met de bosbouw, Vervaardiging van dranken, Ondersteunende activiteiten in verband met de mijnbouw, Vervaardiging van voedingsmiddelen, Overige winning van delfstoffen, Vervaardiging van kleding, Vervaardiging van papier en papierwaren, Drukkerijen, reproductie van opgenomen media, Vervaardiging van chemische basisproducten, kunstmeststoffen en stikstofverbindingen en van kunststoffen en synthetische rubber in primaire vormen, Vervaardiging van leer en van producten van leer, Houtindustrie en vervaardiging van artikelen van hout en van kurk, exclusief meubelen; vervaardiging van artikelen van riet en van vlechtwerk, Vervaardiging van verdelgingsmiddelen en van andere chemische producten voor de landbouw, Vervaardiging van verf, vernis e.d., drukinkt en mastiek |
|||||
|
Soort begunstigde |
KMO's |
|||||
|
Totale geplande jaarbudget in het kader van de regeling |
LVL 20 |
|||||
|
Voor garanties |
— |
|||||
|
Steuninstrument (artikel 5) |
Rechtstreekse subsidie |
|||||
|
Referentie besluit van de Commissie |
— |
|||||
|
Bij cofinanciering uit communautaire fondsen |
http://www.zm.gov.lv/doc_upl/LAP_11_versija_091112.pdf — LVL 55,95 (in miljoen) |
|||||
|
Doelstellingen |
Maximum steunintensiteit (in %) of maximum steunbedrag (in nationale munteenheid) |
Kmo-verhogingen (in %) |
||||
|
Regionale steun — regeling (art. 13) |
50,0000 % |
0 % |
||||
|
Kmo-steun ten behoeve van consultancy (art. 26) |
8,0000 % |
— |
||||
Weblink naar de volledige tekst van de steunmaatregel:
http://www.likumi.lv/doc.php?id=206103
|
Referentienummer staatssteun |
SA.36741 (13/X) |
|||||
|
Lidstaat |
Spanje |
|||||
|
Referentie lidstaat |
— |
|||||
|
Naam van de regio (NUTS) |
ASTURIAS Artikel 107, lid 3, onder c) |
|||||
|
Steunverlenende autoriteit |
|
|||||
|
Benaming van de steunmaatregel |
Financiación de proyectos I+D en cooperación internacional en el marco de las redes Era-Net |
|||||
|
Nationale rechtsgrondslag (Referentie desbetreffende nationale officiële publicatie) |
Resolución de 25 de abril de 2013, de la Consejería de Economía y Empleo (BOPA no 99, de 30.4.2013) y Resolución de 6 de mayo de 2013, de la Consejería de Economía y Empleo, por la que se rectifica la de 25 de abril (BOPA no 108, de 11.5.2013). |
|||||
|
Soort steun |
Regeling |
|||||
|
Aanpassing bestaande steunmaatregel |
— |
|||||
|
Looptijd |
11.5.2013-31.12.2013 |
|||||
|
Betrokken economische sector(en) |
Alle economische sectoren komen voor steun in aanmerking |
|||||
|
Soort begunstigde |
KMO's,Grote onderneming |
|||||
|
Totale geplande jaarbudget in het kader van de regeling |
EUR 400 000 |
|||||
|
Voor garanties |
— |
|||||
|
Steuninstrument (artikel 5) |
Rechtstreekse subsidie |
|||||
|
Referentie besluit van de Commissie |
— |
|||||
|
Bij cofinanciering uit communautaire fondsen |
80 % con cargo al Fondo Europeo de Desarrollo Regional (FEDER) — EUR 0,32 (in miljoen) |
|||||
|
Doelstellingen |
Maximum steunintensiteit (in %) of maximum steunbedrag (in nationale munteenheid) |
Kmo-verhogingen (in %) |
||||
|
Industrieel onderzoek (art. 31, lid 2, onder b) |
65,0000 % |
15 % |
||||
|
Experimentele ontwikkeling (art. 31, lid 2, onder c) |
40,0000 % |
20 % |
||||
Weblink naar de volledige tekst van de steunmaatregel:
|
|
https://sede.asturias.es/bopa/2013/04/30/2013-07906.pdf |
|
|
https://sede.asturias.es/bopa/2013/05/11/2013-08763.pdf |
|
Referentienummer staatssteun |
SA.36757 (13/X) |
|||||
|
Lidstaat |
Nederland |
|||||
|
Referentie lidstaat |
— |
|||||
|
Naam van de regio (NUTS) |
NOORD-NEDERLAND Gemengd |
|||||
|
Steunverlenende autoriteit |
|
|||||
|
Benaming van de steunmaatregel |
Noordelijke Innovatie Ondersteuningsfaciliteit 2013 |
|||||
|
Nationale rechtsgrondslag (Referentie desbetreffende nationale officiële publicatie) |
Verordening van 17 april 2013 en 24 april 2013 houdende regels betreffende de subsidiëring van activiteiten op het terrein van strategische activiteiten van bepaalde categorieën ondernemingen uit het midden- en kleinbedrijf in de provincies Drenthe, Fryslân, Groningen op grond van artikel 145 van de Provinciewet. |
|||||
|
Soort steun |
Regeling |
|||||
|
Aanpassing bestaande steunmaatregel |
— |
|||||
|
Looptijd |
1.6.2013-31.12.2013 |
|||||
|
Betrokken economische sector(en) |
Alle economische sectoren komen voor steun in aanmerking |
|||||
|
Soort begunstigde |
KMO's |
|||||
|
Totale geplande jaarbudget in het kader van de regeling |
EUR 9,14 |
|||||
|
Voor garanties |
— |
|||||
|
Steuninstrument (artikel 5) |
Rechtstreekse subsidie |
|||||
|
Referentie besluit van de Commissie |
— |
|||||
|
Bij cofinanciering uit communautaire fondsen |
— |
|||||
|
Doelstellingen |
Maximum steunintensiteit (in %) of maximum steunbedrag (in nationale munteenheid) |
Kmo-verhogingen (in %) |
||||
|
Experimentele ontwikkeling (art. 31, lid 2, onder c) |
25,0000 % |
10 % |
||||
|
Kmo-steun ten behoeve van consultancy (art. 26) |
50,0000 % |
— |
||||
|
Kmo-steun ten behoeve van deelneming aan beurzen (art. 27) |
50,0000 % |
— |
||||
Weblink naar de volledige tekst van de steunmaatregel:
http://www.snn.eu/subsidies/subsidieregelingen-ondernemers/innovatie-niof-2013/regeling-toelichting/
Vervolgens op het icoontje voor „verordening NIOF 2013” klikken
|
Referentienummer staatssteun |
SA.36769 (13/X) |
|||||||
|
Lidstaat |
Nederland |
|||||||
|
Referentie lidstaat |
— |
|||||||
|
Naam van de regio (NUTS) |
Niet-steungebieden |
|||||||
|
Steunverlenende autoriteit |
|
|||||||
|
Benaming van de steunmaatregel |
Young Experts in Water |
|||||||
|
Nationale rechtsgrondslag (Referentie desbetreffende nationale officiële publicatie) |
Artikel 2 van de Kaderwet subsidies Ministerie van Buitenlandse Zaken, het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken en artikel 10.1-10.4 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006. |
|||||||
|
Soort steun |
Regeling |
|||||||
|
Aanpassing bestaande steunmaatregel |
— |
|||||||
|
Looptijd |
7.5.2013-31.12.2017 |
|||||||
|
Betrokken economische sector(en) |
Alle economische sectoren komen voor steun in aanmerking |
|||||||
|
Soort begunstigde |
KMO's,Grote onderneming |
|||||||
|
Totale geplande jaarbudget in het kader van de regeling |
EUR 8,6 |
|||||||
|
Voor garanties |
— |
|||||||
|
Steuninstrument (artikel 5) |
Rechtstreekse subsidie |
|||||||
|
Referentie besluit van de Commissie |
— |
|||||||
|
Bij cofinanciering uit communautaire fondsen |
— |
|||||||
|
Doelstellingen |
Maximum steunintensiteit (in %) of maximum steunbedrag (in nationale munteenheid) |
Kmo-verhogingen (in %) |
||||||
|
Algemene opleiding (art. 38, lid 2) |
50,0000 % |
0 % |
||||||
Weblink naar de volledige tekst van de steunmaatregel:
http://www.yepwater.nl/nl/waarom-wat/waarom-wat-2
|
Referentienummer staatssteun |
SA.36816 (13/X) |
||||||
|
Lidstaat |
Nederland |
||||||
|
Referentie lidstaat |
NLD |
||||||
|
Naam van de regio (NUTS) |
NOORD-HOLLAND Niet-steungebieden |
||||||
|
Steunverlenende autoriteit |
|
||||||
|
Benaming van de steunmaatregel |
uitvoeringsregeling subsidie waterbewust Noord-Holland 2013 |
||||||
|
Nationale rechtsgrondslag (Referentie desbetreffende nationale officiële publicatie) |
Algemene subsidieverordening Noord-Holland 2011 |
||||||
|
Soort steun |
Regeling |
||||||
|
Aanpassing bestaande steunmaatregel |
— |
||||||
|
Looptijd |
11.5.2013-31.12.2015 |
||||||
|
Betrokken economische sector(en) |
Alle economische sectoren komen voor steun in aanmerking |
||||||
|
Soort begunstigde |
KMO's |
||||||
|
Totale geplande jaarbudget in het kader van de regeling |
EUR 1 (in miljoen) |
||||||
|
Voor garanties |
— |
||||||
|
Steuninstrument (artikel 5) |
Rechtstreekse subsidie |
||||||
|
Referentie besluit van de Commissie |
— |
||||||
|
Bij cofinanciering uit communautaire fondsen |
— |
||||||
|
Doelstellingen |
Maximum steunintensiteit (in %) of maximum steunbedrag (in nationale munteenheid) |
Kmo-verhogingen (in %) |
|||||
|
Investeringssteun die ondernemingen in staat stelt verder te gaan dan communautaire normen inzake milieubescherming of, bij ontstentenis van communautaire normen, het niveau van milieubescherming te doen toenemen (art. 18) |
35,0000 % |
20 % |
|||||
Weblink naar de volledige tekst van de steunmaatregel:
http://www.noord-holland.nl/psstukken/openbaar/AVV/AVV-PB2013-45.pdf
|
Referentienummer staatssteun |
SA.36913 (13/X) |
|||||
|
Lidstaat |
Spanje |
|||||
|
Referentie lidstaat |
— |
|||||
|
Naam van de regio (NUTS) |
GALICIA Artikel 107, lid 3, onder a) |
|||||
|
Steunverlenende autoriteit |
|
|||||
|
Benaming van de steunmaatregel |
Proyectos de creación de pymes o de realización de inversiones en pymes nuevas promovidas por nuevos emprendedores |
|||||
|
Nationale rechtsgrondslag (Referentie desbetreffende nationale officiële publicatie) |
Resolución de 20 de mayo de 2013 por la que se da publicidad al acuerdo del Consejo de Dirección del Igape, que aprueba las bases reguladoras de las ayudas del Igape a los proyectos de creación de pequeñas y medianas empresas o de realización de inversiones en pequeñas y medianas empresas nuevas promovidas por nuevos emprendedores, cofinanciadas por el Fondo Europeo de Desarrollo Regional, en el marco del Programa Operativo Feder Galicia 2007-2013, y se procede a su convocatoria. |
|||||
|
Soort steun |
Regeling |
|||||
|
Aanpassing bestaande steunmaatregel |
— |
|||||
|
Looptijd |
31.5.2013-31.12.2014 |
|||||
|
Betrokken economische sector(en) |
Alle economische sectoren komen voor steun in aanmerking |
|||||
|
Soort begunstigde |
KMO's |
|||||
|
Totale geplande jaarbudget in het kader van de regeling |
EUR 0,7 |
|||||
|
Voor garanties |
— |
|||||
|
Steuninstrument (artikel 5) |
Rechtstreekse subsidie |
|||||
|
Referentie besluit van de Commissie |
— |
|||||
|
Bij cofinanciering uit communautaire fondsen |
Feder 2007-2013 — EUR 1,12 (in miljoen) |
|||||
|
Doelstellingen |
Maximum steunintensiteit (in %) of maximum steunbedrag (in nationale munteenheid) |
Kmo-verhogingen (in %) |
||||
|
Kmo-steun voor investeringen en werkgelegenheid (art.15) |
50,0000 % |
— |
||||
|
Kmo-steun ten behoeve van consultancy (art. 26) |
50,0000 % |
— |
||||
|
Regionale steun — regeling (art. 13) |
50,0000 % |
20 % |
||||
|
Steun voor nieuw opgerichte kleine ondernemingen (art.14) |
35,0000 % |
— |
||||
Weblink naar de volledige tekst van de steunmaatregel:
http://www.xunta.es/dog/Publicados/2013/20130530/AnuncioO92-210513-0001_es.pdf
|
Referentienummer staatssteun |
SA.36954 (13/X) |
|||||
|
Lidstaat |
Spanje |
|||||
|
Referentie lidstaat |
RGE 16/2013 |
|||||
|
Naam van de regio (NUTS) |
COMUNIDAD VALENCIANA Gemengd |
|||||
|
Steunverlenende autoriteit |
|
|||||
|
Benaming van de steunmaatregel |
Fomento del empleo para personas con discapacidad 2013 |
|||||
|
Nationale rechtsgrondslag (Referentie desbetreffende nationale officiële publicatie) |
ORDEN 13/2013, DE 21 DE MAYO, DE LA CONSELLERIA DE ECONOMIA, INDUSTRIA, TURISMO Y EMPLEO, POR LA QUE SE CONVOCA Y REGULA LA CONCESIÓN DE SUBVENCIONES PÚBLICAS DESTINADAS AL FOMENTO DEL EMPLEO PARA PERSONAS CON DISCAPACIDAD EN EL EJERCICIO 2013 (DOCV DE 31 DE MAYO DE 2013) |
|||||
|
Soort steun |
Regeling |
|||||
|
Aanpassing bestaande steunmaatregel |
— |
|||||
|
Looptijd |
1.1.2013-31.12.2013 |
|||||
|
Betrokken economische sector(en) |
Alle economische sectoren komen voor steun in aanmerking |
|||||
|
Soort begunstigde |
KMO's,Grote onderneming |
|||||
|
Totale geplande jaarbudget in het kader van de regeling |
EUR 17 (in miljoen) |
|||||
|
Voor garanties |
— |
|||||
|
Steuninstrument (artikel 5) |
Rechtstreekse subsidie |
|||||
|
Referentie besluit van de Commissie |
— |
|||||
|
Bij cofinanciering uit communautaire fondsen |
— |
|||||
|
Doelstellingen |
Maximum steunintensiteit (in %) of maximum steunbedrag (in nationale munteenheid) |
Kmo-verhogingen (in %) |
||||
|
Werkgelegenheidssteun in de vorm van loonsubsidies ten behoeve van gehandicapte werknemers (art. 41) |
75,0000 % |
— |
||||
|
Steun ter compensatie van de bijkomende kosten voor het in dienst hebben van gehandicapte werknemers (art. 42) |
100,0000 % |
— |
||||
Weblink naar de volledige tekst van de steunmaatregel:
http://www.docv.gva.es/datos/2013/05/31/pdf/2013_5665.pdf
|
Referentienummer staatssteun |
SA.37016 (13/X) |
|||||
|
Lidstaat |
Duitsland |
|||||
|
Referentie lidstaat |
— |
|||||
|
Naam van de regio (NUTS) |
HESSEN Niet-steungebieden |
|||||
|
Steunverlenende autoriteit |
|
|||||
|
Benaming van de steunmaatregel |
Förderung der regionalen Entwicklung — Betriebliche Investitionen |
|||||
|
Nationale rechtsgrondslag (Referentie desbetreffende nationale officiële publicatie) |
Richtlinien des Landes Hessen zur Förderung der regionalen Entwicklung (Staatsanzeiger 16/2013 vom 15. April 2013 S. 534) |
|||||
|
Soort steun |
Regeling |
|||||
|
Aanpassing bestaande steunmaatregel |
Verlenging X 27/2008 |
|||||
|
Looptijd |
1.7.2013-31.12.2014 |
|||||
|
Betrokken economische sector(en) |
Alle economische sectoren komen voor steun in aanmerking |
|||||
|
Soort begunstigde |
KMO's |
|||||
|
Totale geplande jaarbudget in het kader van de regeling |
EUR 20 900 000 |
|||||
|
Voor garanties |
— |
|||||
|
Steuninstrument (artikel 5) |
Zachte lening, Rechtstreekse subsidie, Overige — Darlehen mit Zinsvergünstigung |
|||||
|
Referentie besluit van de Commissie |
— |
|||||
|
Bij cofinanciering uit communautaire fondsen |
CCI2007 DE 16 2 PO 005 — EUR 5,00 (in miljoen) |
|||||
|
Doelstellingen |
Maximum steunintensiteit (in %) of maximum steunbedrag (in nationale munteenheid) |
Kmo-verhogingen (in %) |
||||
|
Kmo-steun voor investeringen en werkgelegenheid (art.15) |
20,0000 % |
— |
||||
Weblink naar de volledige tekst van de steunmaatregel:
http://verwaltung.hessen.de/irj/HMWVL_Internet?cid=615142dab9f20c614f1d0f4fecad40a3
|
Referentienummer staatssteun |
SA.37089 (13/X) |
||||
|
Lidstaat |
Polen |
||||
|
Referentie lidstaat |
PL |
||||
|
Naam van de regio (NUTS) |
Poland Artikel 107, lid 3, onder a) |
||||
|
Steunverlenende autoriteit |
|
||||
|
Benaming van de steunmaatregel |
Rozporządzenie Ministra Rozwoju Regionalnego z dnia 2 kwietnia 2012 r. w sprawie udzielania przez Polską Agencję Rozwoju Przedsiębiorczości pomocy finansowej w ramach Programu Operacyjnego Innowacyjna Gospodarka, 2007-2013 (Dz. U. 2013, poz. 691) |
||||
|
Nationale rechtsgrondslag (Referentie desbetreffende nationale officiële publicatie) |
Załącznik 1 |
||||
|
Soort steun |
Regeling |
||||
|
Aanpassing bestaande steunmaatregel |
Aanpassing SA.35010 |
||||
|
Looptijd |
18.6.2013-30.6.2014 |
||||
|
Betrokken economische sector(en) |
Alle economische sectoren komen voor steun in aanmerking |
||||
|
Soort begunstigde |
KMO's,Grote onderneming |
||||
|
Totale geplande jaarbudget in het kader van de regeling |
PLN 1.080 (in miljoen) |
||||
|
Voor garanties |
— |
||||
|
Steuninstrument (artikel 5) |
Rechtstreekse subsidie |
||||
|
Referentie besluit van de Commissie |
— |
||||
|
Bij cofinanciering uit communautaire fondsen |
Kwota pochodząca z funduszy wspólnotowych — 228,3 mln EUR — PLN 917,72 (in miljoen) |
||||
|
Doelstellingen |
Maximum steunintensiteit (in %) of maximum steunbedrag (in nationale munteenheid) |
Kmo-verhogingen (in %) |
|||
|
Industrieel onderzoek (art. 31, lid 2, onder b) |
65,0000 % |
20 % |
|||
|
Experimentele ontwikkeling (art. 31, lid 2, onder c) |
40,0000 % |
20 % |
|||
|
Steun voor kmo's ten behoeve van de kosten voor industriële-eigendomsrechten (art. 33) |
70,0000 % |
— |
|||
|
Specifieke opleiding (art. 38, lid 1) |
35,0000 % |
20 % |
|||
|
Regionale steun — regeling (art. 13) |
50,0000 % |
20 % |
|||
|
Kmo-steun ten behoeve van consultancy (art. 26) |
50,0000 % |
— |
|||
Weblink naar de volledige tekst van de steunmaatregel:
http://dokumenty.rcl.gov.pl/DU/rok/2013/pozycja/691
|
Referentienummer staatssteun |
SA.37099 (13/X) |
||||
|
Lidstaat |
Duitsland |
||||
|
Referentie lidstaat |
— |
||||
|
Naam van de regio (NUTS) |
DEUTSCHLAND Artikel 107, lid 3, onder a),Artikel 107, lid 3, onder c),Niet-steungebieden,Gemengd |
||||
|
Steunverlenende autoriteit |
|
||||
|
Benaming van de steunmaatregel |
Förderung von Vorhaben im Bereich der Elektromobilität |
||||
|
Nationale rechtsgrondslag (Referentie desbetreffende nationale officiële publicatie) |
Bundesanzeiger Amtlicher Teil 25.6.2013 B8 |
||||
|
Soort steun |
Regeling |
||||
|
Aanpassing bestaande steunmaatregel |
Verlenging SA.35237 |
||||
|
Looptijd |
25.6.2013-31.12.2016 |
||||
|
Betrokken economische sector(en) |
Alle economische sectoren komen voor steun in aanmerking |
||||
|
Soort begunstigde |
KMO's,Grote onderneming |
||||
|
Totale geplande jaarbudget in het kader van de regeling |
EUR 7 (in miljoen) |
||||
|
Voor garanties |
— |
||||
|
Steuninstrument (artikel 5) |
Rechtstreekse subsidie |
||||
|
Referentie besluit van de Commissie |
— |
||||
|
Bij cofinanciering uit communautaire fondsen |
— |
||||
|
Doelstellingen |
Maximum steunintensiteit (in %) of maximum steunbedrag (in nationale munteenheid) |
Kmo-verhogingen (in %) |
|||
|
Experimentele ontwikkeling (art. 31, lid 2, onder c) |
25,0000 % |
20 % |
|||
|
Steun voor de aanschaf van nieuwe vervoersmiddelen die verder gaan dan communautaire normen of die, bij ontstentenis van communautaire normen, het niveau van milieubescherming doen toenemen (art. 19) |
35,0000 % |
20 % |
|||
|
Industrieel onderzoek (art. 31, lid 2, onder b) |
50,0000 % |
20 % |
|||
Weblink naar de volledige tekst van de steunmaatregel:
http://www.erneuerbar-mobil.de/foerderprogramm/foerderung-im-bereich-der-elektromobilitaet-ab-2013/foerderbekanntmachung-2013-ba.pdf
|
Referentienummer staatssteun |
SA.37102 (13/X) |
||||||
|
Lidstaat |
Italië |
||||||
|
Referentie lidstaat |
— |
||||||
|
Naam van de regio (NUTS) |
PIEMONTE Artikel 107, lid 3, onder c) |
||||||
|
Steunverlenende autoriteit |
|
||||||
|
Benaming van de steunmaatregel |
Agevolazioni per progetti di ricerca industriale e sviluppo sperimentale e progetti di innovazione riservate ai soggetti aggregati ai poli di innovazione (Sezione 2, paragrafo 2.1 e 2.2 del disciplinare) |
||||||
|
Nationale rechtsgrondslag (Referentie desbetreffende nationale officiële publicatie) |
PAR FSC 2007-2013- Asse I «Linea di intervento 1.3.c Interventi di sostegno per la realizzazione di poli di innovazione». Approvazione del «Bando per l'accesso alle agevolazioni per progetti di ricerca industriale e sviluppo sperimentale e progetti di innovazione riservate ai soggetti aggregati ai poli di innovazione» connesso al Quarto Programma Annuale dei Poli di Innovazione. |
||||||
|
Soort steun |
Regeling |
||||||
|
Aanpassing bestaande steunmaatregel |
— |
||||||
|
Looptijd |
15.7.2013-30.6.2014 |
||||||
|
Betrokken economische sector(en) |
Alle economische sectoren komen voor steun in aanmerking |
||||||
|
Soort begunstigde |
KMO's,Grote onderneming |
||||||
|
Totale geplande jaarbudget in het kader van de regeling |
EUR 10 (in miljoen) |
||||||
|
Voor garanties |
— |
||||||
|
Steuninstrument (artikel 5) |
Zachte lening, Rechtstreekse subsidie |
||||||
|
Referentie besluit van de Commissie |
— |
||||||
|
Bij cofinanciering uit communautaire fondsen |
DGR n. 36-7053 dell’8 ottobre 2007 e s.m.i. — EUR 3,96 (in miljoen) |
||||||
|
Doelstellingen |
Maximum steunintensiteit (in %) of maximum steunbedrag (in nationale munteenheid) |
Kmo-verhogingen (in %) |
|||||
|
Kmo-steun ten behoeve van consultancy (art. 26) |
50,0000 % |
— |
|||||
|
Industrieel onderzoek (art. 31, lid 2, onder b) |
65,0000 % |
20 % |
|||||
|
Experimentele ontwikkeling (art. 31, lid 2, onder c) |
40,0000 % |
20 % |
|||||
|
Regionale steun — regeling (art. 13) |
10,0000 % |
20 % |
|||||
|
Kmo-steun voor investeringen en werkgelegenheid (art.15) |
20,0000 % |
— |
|||||
Weblink naar de volledige tekst van de steunmaatregel:
|
|
http://www.regione.piemonte.it/governo/bollettino/abbonati/2013/27/suppo1/00000001.htm cliccare su «Testo del documento» |
|
|
http://www.regione.piemonte.it/governo/bollettino/abbonati/2013/27/suppo1/00000002.htm cliccare su «Testo del documento» |
|
Referentienummer staatssteun |
SA.37115 (13/X) |
|||||
|
Lidstaat |
Nederland |
|||||
|
Referentie lidstaat |
NL |
|||||
|
Naam van de regio (NUTS) |
OVERIJSSEL Niet-steungebieden |
|||||
|
Steunverlenende autoriteit |
|
|||||
|
Benaming van de steunmaatregel |
subsidieregeling Duurzame energieopwekking en energiebesparing |
|||||
|
Nationale rechtsgrondslag (Referentie desbetreffende nationale officiële publicatie) |
Paragraaf 8.1 Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2011 |
|||||
|
Soort steun |
Regeling |
|||||
|
Aanpassing bestaande steunmaatregel |
— |
|||||
|
Looptijd |
15.7.2013-31.12.2015 |
|||||
|
Betrokken economische sector(en) |
Alle economische sectoren komen voor steun in aanmerking |
|||||
|
Soort begunstigde |
KMO's,Grote onderneming |
|||||
|
Totale geplande jaarbudget in het kader van de regeling |
EUR 1 (in miljoen) |
|||||
|
Voor garanties |
— |
|||||
|
Steuninstrument (artikel 5) |
Rechtstreekse subsidie |
|||||
|
Referentie besluit van de Commissie |
— |
|||||
|
Bij cofinanciering uit communautaire fondsen |
— |
|||||
|
Doelstellingen |
Maximum steunintensiteit (in %) of maximum steunbedrag (in nationale munteenheid) |
Kmo-verhogingen (in %) |
||||
|
Milieu-investeringssteun ten behoeve van energiebesparende maatregelen (art. 21) |
50,0000 % |
0 % |
||||
|
Milieu-investeringssteun ter stimulering van energie uit hernieuwbare energiebronnen (art. 23) |
50,0000 % |
0 % |
||||
Weblink naar de volledige tekst van de steunmaatregel:
|
|
http://www.overijssel.nl/loket/provinciale/uitvoeringsbesluit_subsidies_overijssel_2011 |
|
|
ga naar www.overijssel.nl, kies loket, kies subsidie, kies wet-en regelgeving, kies uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel, selecteer paragraaf 8.1 |
|
Referentienummer staatssteun |
SA.37123 (13/X) |
|||||
|
Lidstaat |
Nederland |
|||||
|
Referentie lidstaat |
— |
|||||
|
Naam van de regio (NUTS) |
TWENTE Niet-steungebieden |
|||||
|
Steunverlenende autoriteit |
|
|||||
|
Benaming van de steunmaatregel |
subsidieregeling Gebiedsontwikkeling Noordoost Twente- Herbestemming agrarische bebouwing |
|||||
|
Nationale rechtsgrondslag (Referentie desbetreffende nationale officiële publicatie) |
subparagraaf 5.9.3 Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2011 |
|||||
|
Soort steun |
Regeling |
|||||
|
Aanpassing bestaande steunmaatregel |
— |
|||||
|
Looptijd |
15.7.2013-31.12.2015 |
|||||
|
Betrokken economische sector(en) |
Teelt van gewassen, veeteelt, jacht en diensten in verband met deze activiteiten |
|||||
|
Soort begunstigde |
KMO's |
|||||
|
Totale geplande jaarbudget in het kader van de regeling |
EUR 1 (in miljoen) |
|||||
|
Voor garanties |
— |
|||||
|
Steuninstrument (artikel 5) |
Rechtstreekse subsidie |
|||||
|
Referentie besluit van de Commissie |
— |
|||||
|
Bij cofinanciering uit communautaire fondsen |
— |
|||||
|
Doelstellingen |
Maximum steunintensiteit (in %) of maximum steunbedrag (in nationale munteenheid) |
Kmo-verhogingen (in %) |
||||
|
Kmo-steun voor investeringen en werkgelegenheid (art.15) |
20,0000 % |
— |
||||
Weblink naar de volledige tekst van de steunmaatregel:
|
|
http://www.overijssel.nl/loket/provinciale/uitvoeringsbesluit_subsidies_overijssel_2011 |
|
|
www.overijssel.nl, kies loket, kies subsidie, kies wet en regelgeving, kies uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2011, kies paragraaf 5.9.3 |
|
Referentienummer staatssteun |
SA.37134 (13/X) |
|||||||||
|
Lidstaat |
Slovenië |
|||||||||
|
Referentie lidstaat |
SI |
|||||||||
|
Naam van de regio (NUTS) |
Pomurska Artikel 107, lid 3, onder a) |
|||||||||
|
Steunverlenende autoriteit |
|
|||||||||
|
Benaming van de steunmaatregel |
„Garancijska shema za Pomurje 2“ |
|||||||||
|
Nationale rechtsgrondslag (Referentie desbetreffende nationale officiële publicatie) |
|
|||||||||
|
Soort steun |
Regeling |
|||||||||
|
Aanpassing bestaande steunmaatregel |
Aanpassing X 301/2010 |
|||||||||
|
Looptijd |
24.7.2013-31.12.2013 |
|||||||||
|
Betrokken economische sector(en) |
Alle economische sectoren komen voor steun in aanmerking |
|||||||||
|
Soort begunstigde |
KMO's |
|||||||||
|
Totale geplande jaarbudget in het kader van de regeling |
EUR 1 320 000 |
|||||||||
|
Voor garanties |
EUR 1,32 (in miljoen) |
|||||||||
|
Steuninstrument (artikel 5) |
Garantie, Zachte lening |
|||||||||
|
Referentie besluit van de Commissie |
— |
|||||||||
|
Bij cofinanciering uit communautaire fondsen |
Dogovor o nadaljnji rabi sredstev Phare kot obnovljivih sredstev (ARR-46/2002/81 z dne 6.11.2012) — EUR 0,32 (in miljoen) |
|||||||||
|
Doelstellingen |
Maximum steunintensiteit (in %) of maximum steunbedrag (in nationale munteenheid) |
Kmo-verhogingen (in %) |
||||||||
|
Regionale steun — regeling (art. 13) |
30,0000 % |
20 % |
||||||||
Weblink naar de volledige tekst van de steunmaatregel:
http://web.rra-mura.com/prenosi/SPLOSNI%20POGOJI%20DELOVANJA%20GSP%202.pdf
|
Referentienummer staatssteun |
SA.37139 (13/X) |
|||||
|
Lidstaat |
Spanje |
|||||
|
Referentie lidstaat |
ES51 |
|||||
|
Naam van de regio (NUTS) |
CATALUNA Gemengd |
|||||
|
Steunverlenende autoriteit |
|
|||||
|
Benaming van de steunmaatregel |
Ayudas para proyectos de Innovación Tecnológica transnacionales para investigación y desarrollo experimental con componente internacional. |
|||||
|
Nationale rechtsgrondslag (Referentie desbetreffende nationale officiële publicatie) |
|
|||||
|
Soort steun |
Regeling |
|||||
|
Aanpassing bestaande steunmaatregel |
— |
|||||
|
Looptijd |
29.6.2013-31.12.2013 |
|||||
|
Betrokken economische sector(en) |
Alle economische sectoren komen voor steun in aanmerking |
|||||
|
Soort begunstigde |
KMO's,Grote onderneming |
|||||
|
Totale geplande jaarbudget in het kader van de regeling |
EUR 1 600 000 |
|||||
|
Voor garanties |
— |
|||||
|
Steuninstrument (artikel 5) |
Rechtstreekse subsidie |
|||||
|
Referentie besluit van de Commissie |
— |
|||||
|
Bij cofinanciering uit communautaire fondsen |
7o Programa Marco (FP7/2007-2013) para el programa Biophotonics+ — EUR 0,50 (in miljoen) |
|||||
|
Doelstellingen |
Maximum steunintensiteit (in %) of maximum steunbedrag (in nationale munteenheid) |
Kmo-verhogingen (in %) |
||||
|
Steun voor kmo's ten behoeve van de kosten voor industriële-eigendomsrechten (art. 33) |
70,0000 % |
— |
||||
|
Industrieel onderzoek (art. 31, lid 2, onder b) |
65,0000 % |
20 % |
||||
|
Experimentele ontwikkeling (art. 31, lid 2, onder c) |
40,0000 % |
20 % |
||||
Weblink naar de volledige tekst van de steunmaatregel:
|
|
http://portaldogc.gencat.cat/utilsEADOP/PDF/6406/1307133.pdf |
|
|
http://portaldogc.gencat.cat/utilsEADOP/PDF/6059/1222367.pdf |
|
Referentienummer staatssteun |
SA.37140 (13/X) |
||||
|
Lidstaat |
Spanje |
||||
|
Referentie lidstaat |
ES |
||||
|
Naam van de regio (NUTS) |
CANTABRIA Artikel 107, lid 3, onder c) |
||||
|
Steunverlenende autoriteit |
|
||||
|
Benaming van de steunmaatregel |
Bases reguladoras y convocatoria del Programa de Ayudas dirigidas a Agrupaciones Empresariales Innovadoras |
||||
|
Nationale rechtsgrondslag (Referentie desbetreffende nationale officiële publicatie) |
Boletín Oficial de Cantabria no 121 el miércoles, 26 de junio de 2013. |
||||
|
Soort steun |
Regeling |
||||
|
Aanpassing bestaande steunmaatregel |
— |
||||
|
Looptijd |
16.6.2013-12.1.2014 |
||||
|
Betrokken economische sector(en) |
Alle economische sectoren komen voor steun in aanmerking |
||||
|
Soort begunstigde |
KMO's,Grote onderneming |
||||
|
Totale geplande jaarbudget in het kader van de regeling |
EUR 130 000 |
||||
|
Voor garanties |
— |
||||
|
Steuninstrument (artikel 5) |
Rechtstreekse subsidie |
||||
|
Referentie besluit van de Commissie |
— |
||||
|
Bij cofinanciering uit communautaire fondsen |
— |
||||
|
Doelstellingen |
Maximum steunintensiteit (in %) of maximum steunbedrag (in nationale munteenheid) |
Kmo-verhogingen (in %) |
|||
|
Industrieel onderzoek (art. 31, lid 2, onder b) |
50,0000 % |
10 % |
|||
|
Algemene opleiding (art. 38, lid 2) |
60,0000 % |
0 % |
|||
Weblink naar de volledige tekst van de steunmaatregel:
|
|
http://boc.cantabria.es/boces/verAnuncioAction.do?idAnuBlob=250473 |
|
|
http://www.gruposodercan.es/enlaces/apost_innov/ampliar.php?Id=728 |
|
Referentienummer staatssteun |
SA.37143 (13/X) |
|||||
|
Lidstaat |
Duitsland |
|||||
|
Referentie lidstaat |
— |
|||||
|
Naam van de regio (NUTS) |
SAARLAND Gemengd |
|||||
|
Steunverlenende autoriteit |
|
|||||
|
Benaming van de steunmaatregel |
Gründungs- und Wachstumsfinanzierung — Saarland — (GuW — Saarland) vom 1.1.2009, in der Fassung der Änderung vom 30.6.2013 |
|||||
|
Nationale rechtsgrondslag (Referentie desbetreffende nationale officiële publicatie) |
|
|||||
|
Soort steun |
Regeling |
|||||
|
Aanpassing bestaande steunmaatregel |
Aanpassing SA.32921 |
|||||
|
Looptijd |
1.7.2013-30.6.2014 |
|||||
|
Betrokken economische sector(en) |
Alle economische sectoren komen voor steun in aanmerking |
|||||
|
Soort begunstigde |
KMO's |
|||||
|
Totale geplande jaarbudget in het kader van de regeling |
EUR 2 600 000 |
|||||
|
Voor garanties |
— |
|||||
|
Steuninstrument (artikel 5) |
Rentesubsidie |
|||||
|
Referentie besluit van de Commissie |
— |
|||||
|
Bij cofinanciering uit communautaire fondsen |
— |
|||||
|
Doelstellingen |
Maximum steunintensiteit (in %) of maximum steunbedrag (in nationale munteenheid) |
Kmo-verhogingen (in %) |
||||
|
Kmo-steun voor investeringen en werkgelegenheid (art.15) |
20,0000 % |
— |
||||
|
Kmo-steun ten behoeve van consultancy (art. 26) |
50,0000 % |
— |
||||
|
Kmo-steun ten behoeve van deelneming aan beurzen (art. 27) |
50,0000 % |
— |
||||
Weblink naar de volledige tekst van de steunmaatregel:
http://www.vorschriften.saarland.de/vorschriften_suche.htm?id=2142
|
Referentienummer staatssteun |
SA.37145 (13/X) |
|||||||
|
Lidstaat |
Verenigd Koninkrijk |
|||||||
|
Referentie lidstaat |
— |
|||||||
|
Naam van de regio (NUTS) |
NORTHERN IRELAND Artikel 107, lid 3, onder c) |
|||||||
|
Steunverlenende autoriteit |
|
|||||||
|
Benaming van de steunmaatregel |
Design Manager Resource Scheme |
|||||||
|
Nationale rechtsgrondslag (Referentie desbetreffende nationale officiële publicatie) |
|
|||||||
|
Soort steun |
Regeling |
|||||||
|
Aanpassing bestaande steunmaatregel |
— |
|||||||
|
Looptijd |
1.8.2013-30.4.2017 |
|||||||
|
Betrokken economische sector(en) |
Alle economische sectoren komen voor steun in aanmerking |
|||||||
|
Soort begunstigde |
KMO's |
|||||||
|
Totale geplande jaarbudget in het kader van de regeling |
GBP 270 000 |
|||||||
|
Voor garanties |
GBP 0,00 (in miljoen) |
|||||||
|
Steuninstrument (artikel 5) |
Rechtstreekse subsidie |
|||||||
|
Referentie besluit van de Commissie |
— |
|||||||
|
Bij cofinanciering uit communautaire fondsen |
The European Sustainable Competitiveness Programme for Northern Ireland 2007-2013 CCI: 2007UK162PO003 European Regional Development Fund — GBP 0,53 (in miljoen) |
|||||||
|
Doelstellingen |
Maximum steunintensiteit (in %) of maximum steunbedrag (in nationale munteenheid) |
Kmo-verhogingen (in %) |
||||||
|
Kmo-steun ten behoeve van consultancy (art. 26) |
50,0000 % |
— |
||||||
Weblink naar de volledige tekst van de steunmaatregel:
http://www.investni.com/index/publications.htm?filter=D
Design Manager Resource scheme is found in the Invest NI A-Z under D
|
Referentienummer staatssteun |
SA.37157 (13/X) |
|||||
|
Lidstaat |
Spanje |
|||||
|
Referentie lidstaat |
RGE 29/2013 |
|||||
|
Naam van de regio (NUTS) |
COMUNIDAD VALENCIANA Gemengd |
|||||
|
Steunverlenende autoriteit |
|
|||||
|
Benaming van de steunmaatregel |
Subvenciones públicas destinadas al fomento del empleo para personas con discapacidad, mediante la concesión de subvenciones públicas destinadas a la creación y/o mantenimiento de las unidades de apoyo a la actividad profesional para el ejercicio 2013. |
|||||
|
Nationale rechtsgrondslag (Referentie desbetreffende nationale officiële publicatie) |
ORDEN 24/2013, de 26 de junio, de la Consellería de Economía, Industria, Turismo y Empleo, por la que se convoca y regula la concesión de subvenciones públicas destinadas a la creación o mantenimiento de las unidades de apoyo a la actividad profesional, como medida de fomento del empleo para personas con discapacidad en centros especiales de empleo en el ejercicio 2013. |
|||||
|
Soort steun |
Regeling |
|||||
|
Aanpassing bestaande steunmaatregel |
— |
|||||
|
Looptijd |
1.1.2013-31.12.2013 |
|||||
|
Betrokken economische sector(en) |
Alle economische sectoren komen voor steun in aanmerking |
|||||
|
Soort begunstigde |
KMO's,Grote onderneming |
|||||
|
Totale geplande jaarbudget in het kader van de regeling |
EUR 500 000 |
|||||
|
Voor garanties |
— |
|||||
|
Steuninstrument (artikel 5) |
Rechtstreekse subsidie |
|||||
|
Referentie besluit van de Commissie |
— |
|||||
|
Bij cofinanciering uit communautaire fondsen |
— |
|||||
|
Doelstellingen |
Maximum steunintensiteit (in %) of maximum steunbedrag (in nationale munteenheid) |
Kmo-verhogingen (in %) |
||||
|
Steun ter compensatie van de bijkomende kosten voor het in dienst hebben van gehandicapte werknemers (art. 42) |
100,0000 % |
— |
||||
Weblink naar de volledige tekst van de steunmaatregel:
http://www.docv.gva.es/datos/2013/07/03/pdf/2013_6955.pdf
|
Referentienummer staatssteun |
SA.37170 (13/X) |
||||
|
Lidstaat |
Italië |
||||
|
Referentie lidstaat |
— |
||||
|
Naam van de regio (NUTS) |
VENETO Artikel 107, lid 3, onder c) |
||||
|
Steunverlenende autoriteit |
|
||||
|
Benaming van de steunmaatregel |
RILANCIARE L'IMPRESA VENETA — Progetti di innovazione e di sviluppo — Modalità a sportello — anno 2013 |
||||
|
Nationale rechtsgrondslag (Referentie desbetreffende nationale officiële publicatie) |
LR 10/90 «ORDINAMENTO SISTEMA DI FORMAZIONE PROFESSIONALE E ORGANIZZAZIONE DELLE POLITICHE REGIONALI DEL LAVORO. DGR N. 1566/2009 “POLITICHE ATTIVE PER IL CONTRASTO ALLA CRISI OCCUPAZIONALE”. DGR 1675/2011 “PIANO DELLE POLITICHE ATTIVE PER IL CONTRASTO ALLA CRISI VALORIZZAZIONE DEL CAPITALE UMANO — POLITICHE PER L'OCCUPAZIONE E L'OCCUPABILITA”» — DGR 896 DEL 4.6.2013 — DDR N. 673 DEL 15.7.2013 — 1° SPORTELLO |
||||
|
Soort steun |
Regeling |
||||
|
Aanpassing bestaande steunmaatregel |
— |
||||
|
Looptijd |
15.7.2013-31.12.2013 |
||||
|
Betrokken economische sector(en) |
Alle economische sectoren komen voor steun in aanmerking |
||||
|
Soort begunstigde |
Grote onderneming |
||||
|
Totale geplande jaarbudget in het kader van de regeling |
EUR 20 000 |
||||
|
Voor garanties |
EUR 0,02 (in miljoen) |
||||
|
Steuninstrument (artikel 5) |
Rechtstreekse subsidie |
||||
|
Referentie besluit van de Commissie |
— |
||||
|
Bij cofinanciering uit communautaire fondsen |
DGR 896 DEL 4.6.2013 — DDR N. 673 DEL 15.7.2013 — 1° SPORTELLO — EUR 0,02 (in miljoen) |
||||
|
Doelstellingen |
Maximum steunintensiteit (in %) of maximum steunbedrag (in nationale munteenheid) |
Kmo-verhogingen (in %) |
|||
|
Algemene opleiding (art. 38, lid 2) |
60,0000 % |
0 % |
|||
Weblink naar de volledige tekst van de steunmaatregel:
http://www.regione.veneto.it/web/formazione/moduli-fse
Rilanciare l'impresa veneta — Progetti innovazione e sviluppo
|
Referentienummer staatssteun |
SA.37187 (13/X) |
|||||
|
Lidstaat |
Nederland |
|||||
|
Referentie lidstaat |
— |
|||||
|
Naam van de regio (NUTS) |
LIMBURG (NL) Niet-steungebieden |
|||||
|
Steunverlenende autoriteit |
|
|||||
|
Benaming van de steunmaatregel |
Excellent produceren (paragraaf 1.4 van de Subsidieverordening inrichting landelijk gebied Limburg) |
|||||
|
Nationale rechtsgrondslag (Referentie desbetreffende nationale officiële publicatie) |
|
|||||
|
Soort steun |
Regeling |
|||||
|
Aanpassing bestaande steunmaatregel |
— |
|||||
|
Looptijd |
26.7.2013-31.12.2015 |
|||||
|
Betrokken economische sector(en) |
LANDBOUW, BOSBOUW EN VISSERIJ |
|||||
|
Soort begunstigde |
KMO's |
|||||
|
Totale geplande jaarbudget in het kader van de regeling |
EUR 3 000 000 |
|||||
|
Voor garanties |
— |
|||||
|
Steuninstrument (artikel 5) |
Rechtstreekse subsidie |
|||||
|
Referentie besluit van de Commissie |
— |
|||||
|
Bij cofinanciering uit communautaire fondsen |
co-financiering zal naar alle waarschijnlijkheid plaatsvinden uit het Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020(POP3) — EUR 1,50 (in miljoen) |
|||||
|
Doelstellingen |
Maximum steunintensiteit (in %) of maximum steunbedrag (in nationale munteenheid) |
Kmo-verhogingen (in %) |
||||
|
Steun voor onderzoek en ontwikkeling in de landbouw en visserij (art. 34) |
40,0000 % |
— |
||||
Weblink naar de volledige tekst van de steunmaatregel:
|
|
http://www.limburg.nl/e_Loket/Subsidies/Actuele_Subsidieregelingen/Natuur_en_Landschap/Subsidieverordening_Inrichting_Landelijk_Gebied_ILG |
|
|
www.subsidies.nl/subsidies>actuele regelingen>Natuur en landschap>subsidieverordening inrichting landelijk gebied |
|
|
http://www.limburg.nl/Beleid/Europa/Kennisgevingen_staatssteun |
|
|
www.limburg.nl/beleid>europa>kennisgevingen staatssteun |
|
Referentienummer staatssteun |
SA.37192 (13/X) |
||||||
|
Lidstaat |
Oostenrijk |
||||||
|
Referentie lidstaat |
— |
||||||
|
Naam van de regio (NUTS) |
PINZGAU-PONGAU Niet-steungebieden |
||||||
|
Steunverlenende autoriteit |
|
||||||
|
Benaming van de steunmaatregel |
Angebotsspezialisierung und Qualitätsverbesserung der Alois Burgschwaiger GmbH, Hotel Übergossene Alm in Dienten, Salzburg |
||||||
|
Nationale rechtsgrondslag (Referentie desbetreffende nationale officiële publicatie) |
Grundsatzbeschluss der Salzburger Landesregierung vom 22.6.2009 zum Investitions- und Wachstumprogramm 2009 — 2014 |
||||||
|
Soort steun |
ad-hoc steun |
||||||
|
Aanpassing bestaande steunmaatregel |
— |
||||||
|
Datum steunverlening |
vanaf 25.7.2013 |
||||||
|
Betrokken economische sector(en) |
Verschaffen van accommodatie |
||||||
|
Soort begunstigde |
KMO's — Firma Alois Burgschwaiger GmbH, Hotel Übergossene Alm |
||||||
|
Totale aan de onderneming verleende ad-hoc steun |
EUR 320 000 |
||||||
|
Voor garanties |
— |
||||||
|
Steuninstrument (artikel 5) |
Rentesubsidie |
||||||
|
Referentie besluit van de Commissie |
— |
||||||
|
Bij cofinanciering uit communautaire fondsen |
— |
||||||
|
Doelstellingen |
Maximum steunintensiteit (in %) of maximum steunbedrag (in nationale munteenheid) |
Kmo-verhogingen (in %) |
|||||
|
Kmo-steun voor investeringen en werkgelegenheid (art.15) |
6,1600 % |
— |
|||||
Weblink naar de volledige tekst van de steunmaatregel:
http://www.salzburg.gv.at/wirtschaftsfoerderung2007
Ad-hoc-Beihilfen
|
Referentienummer staatssteun |
SA.37266 (13/X) |
||||
|
Lidstaat |
Roemenië |
||||
|
Referentie lidstaat |
— |
||||
|
Naam van de regio (NUTS) |
Romania Artikel 107, lid 3, onder a) |
||||
|
Steunverlenende autoriteit |
|
||||
|
Benaming van de steunmaatregel |
Finantarea proiectelor CDI din fondul „European Economic Area Financial Mechanism 2009-2014” |
||||
|
Nationale rechtsgrondslag (Referentie desbetreffende nationale officiële publicatie) |
Ordinul 4370MD/31.7.2013 privind aprobarea schemei de ajutor de stat pentru „Finantarea proiectelor CDI din Programul Cercetare in Domenii Prioritare din cadrul Mecanismului Financiar SEE 2009-2014” |
||||
|
Soort steun |
Regeling |
||||
|
Aanpassing bestaande steunmaatregel |
— |
||||
|
Looptijd |
31.7.2013-30.6.2014 |
||||
|
Betrokken economische sector(en) |
Alle economische sectoren komen voor steun in aanmerking |
||||
|
Soort begunstigde |
KMO's,Grote onderneming |
||||
|
Totale geplande jaarbudget in het kader van de regeling |
RON 100 (in miljoen) |
||||
|
Voor garanties |
— |
||||
|
Steuninstrument (artikel 5) |
Rechtstreekse subsidie |
||||
|
Referentie besluit van de Commissie |
— |
||||
|
Bij cofinanciering uit communautaire fondsen |
— |
||||
|
Doelstellingen |
Maximum steunintensiteit (in %) of maximum steunbedrag (in nationale munteenheid) |
Kmo-verhogingen (in %) |
|||
|
Experimentele ontwikkeling (art. 31, lid 2, onder c) |
25,0000 % |
20 % |
|||
|
Fundamenteel onderzoek (art. 31, lid 2, onder a) |
100,0000 % |
— |
|||
|
Industrieel onderzoek (art. 31, lid 2, onder b) |
50,0000 % |
20 % |
|||
Weblink naar de volledige tekst van de steunmaatregel:
http://uefiscdi.gov.ro/userfiles/file/cooperare%20internationala/Norvegia/Schema_Ajutor_Stat_2014.pdf
V Adviezen
PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID
Europese Commissie
|
12.10.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 297/63 |
STEUNMAATREGELEN VAN DE STATEN — SPANJE
Steunmaatregel SA.34998 (2013/C) (ex 2012/N) — LIP — Steun aan Ford España
Uitnodiging om, overeenkomstig artikel 108, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, opmerkingen te maken
(Voor de EER relevante tekst)
2013/C 297/04
De Commissie heeft Spanje bij schrijven van 15 mei 2013, dat na deze samenvatting in de authentieke taal is weergegeven, in kennis gesteld van haar besluit tot inleiding van de procedure van artikel 108, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie ten aanzien van de bovengenoemde steunmaatregel.
Belanghebbenden kunnen hun opmerkingen over de betrokken steunmaatregel ten aanzien waarvan de Commissie de procedure inleidt, maken door deze binnen één maand vanaf de datum van de bekendmaking van deze samenvatting en de onderstaande brief te zenden aan:
|
Europese Commissie |
|
Directoraat-generaal Concurrentie |
|
Griffie Staatssteun |
|
1049 Bruxelles/Brussel |
|
BELGIQUE/BELGIË |
|
Fax +32 22961242 |
Deze opmerkingen zullen ter kennis van Spanje worden gebracht. Een belanghebbende die opmerkingen maakt, kan, met opgave van redenen, schriftelijk verzoeken om vertrouwelijke behandeling van zijn identiteit.
TEKST VAN DE SAMENVATTING
BESCHRIJVING VAN DE MAATREGEL EN HET INVESTERINGSPROJECT
Op 18 juni 2012 hebben de Spaanse autoriteiten hun voornemen aangemeld om, overeenkomstig de richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen (hierna "de richtsnoeren" genoemd) (1), regionale steun te verlenen aan Ford España S.L. voor het investeringsproject in Almussafes (Valencia), een steungebied in de zin van artikel 107, lid 3, onder c), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna "VWEU" genoemd), waar voor grote ondernemingen een standaard regionalesteunplafond (in brutosubsidie-equivalent) van 15 % geldt.
Het investeringsproject betreft de renovatie van de productie-installatie van Ford España in Almussafes (Valencia) voor de productie van een nieuw model, dat vanaf 2013 zal worden gebouwd. Dit nieuwe model vervangt een model dat momenteel in de Ford-fabrieken in Roemenië en Turkije wordt geproduceerd. Het is een geheel nieuw model voor de Spaanse vestiging en behoort tot een ander voertuigsegment dan de voertuigen die er momenteel worden geproduceerd. Het nieuwe model (V408 (Ford Transit Connect)) behoort tot het CDV-segment.
De in aanmerking komende investeringskosten van het project bedragen nominaal 419,9 miljoen EUR. De voorgenomen steun bedraagt 25,2 miljoen EUR, hetgeen een steunintensiteit van 5,83% brutosubsidie-equivalent vertegenwoordigt, en voldoet dus aan de toepasselijke maximale steunintensiteit. De steun wordt verleend in de vorm van een rechtstreekse subsidie als individuele steun in het kader van de bestaande steunregeling XR 57/07 (Incentivos Regionales).
BEOORDELING VAN DE VERENIGBAARHEID VAN DE STEUNMAATREGEL
De Commissie is van oordeel dat de aangemelde maatregel staatssteun aan Ford España S.L. vormt in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU, die in overeenstemming is met de in de richtsnoeren vastgelegde algemene verenigbaarheidscriteria. Onverminderd het voorgaande twijfelt de Commissie of de drempels van punt 68 van de richtsnoeren niet worden overschreden.
Meer in het bijzonder betwijfelt de Commissie of de door Spanje voorgestelde berekeningsmethode voor de – netto – capaciteitsverhoging kan worden aanvaard en of de gecreëerde capaciteit niet meer dan 5% bedraagt in het geval de betrokken markt een achterblijvende markt is.
De Commissie merkt ook op dat zij van mening verschilt met de Spaanse autoriteiten over het soort gegevens dat moet worden gebruikt voor het berekenen van de groei op de relevante markt voor de toepassing van punt 68, onder b), van de richtsnoeren. In dit stadium betwijfelt de Commissie dat het in de onderhavige zaak voldoende is alleen gebruik te maken van waardecijfers, in de plaats van zowel volume- als waardecijfers. Bovendien heeft de Commissie twijfels over het voornemen om voor de in punt 68, onder b), van de richtsnoeren bedoelde berekening van de bbp-groei de EU25-bbp-gegevens als alternatieve maatstaf te gebruiken in de plaats van de beschikbare gegevens over het bbp in de EER.
Indien rekening zou worden gehouden met de brutocapaciteitstoename en de gegevens over het bbp in de EER zouden worden gebruikt voor de berekening van de groei van het bbp in de betrokken periode, zou de drempel van punt 68, onder b), van de richtsnoeren worden overschreden.
Indien op basis van de tijdens de formele onderzoekprocedure verstrekte informatie niet kan worden bevestigd dat de maxima die zijn vastgesteld in punt 68, onder a), van de richtsnoeren in acht zijn genomen, moet de Commissie ook onderzoeken of de steun noodzakelijk is om een stimulerend effect op de investering te hebben en of de voordelen van de steunmaatregel opwegen tegen de daaruit voortvloeiende verstoring van de concurrentie en de nadelige gevolgen voor het handelsverkeer tussen lidstaten. Deze diepgaande beoordeling moet worden verricht op basis van de mededeling van de Commissie betreffende de criteria voor een diepgaande beoordeling van regionale steun voor grote investeringsprojecten (2).
Met het oog op deze diepgaande beoordeling wordt de betrokken partijen met name verzocht alle informatie te verstrekken die nodig is om het economisch stimulerende effect van de steun vast te stellen, d.w.z. of (1) de steun een prikkel is om een positieve investeringsbeslissing te nemen, doordat een investering die anders voor de onderneming waar dan ook niet rendabel zou zijn, in de steunregio kan worden gedaan, of (2) de steun een prikkel geeft om een gepland investeringsproject in de betrokken regio en niet ergens anders uit te voeren, doordat hij de nettohandicaps en de kosten die voortvloeien uit de vestiging in de steunregio compenseert. De vraag of scenario (1) dan wel (2) van toepassing is, bepaalt welk nulscenario (d.w.z. de situatie indien geen steun wordt verleend) speelt en dus welke de mogelijke verstoring van de concurrentie en het handelsverkeer als gevolg van de steun is.
TEKST VAN DE BRIEF
„La Comisión desea informar a España de que, habiendo examinado la información suministrada por sus autoridades en la medida de ayuda arriba indicada, ha decidido iniciar el procedimiento establecido en el artículo 108(2) del Tratado para el Funcionamiento de la Unión Europea (TFUE).
1. PROCEDIMIENTO
|
(1) |
Mediante notificación electrónica registrada el 18 de junio de 2012 por la Comisión, las autoridades españolas notificaron su intención de otorgar a Ford España S.L. (en lo sucesivo, «Ford España») una ayuda regional con arreglo a las Directrices sobre las ayudas de Estado de finalidad regional (en lo sucesivo, DAR) (3) para un proyecto de inversión en Almussafes (Comunidad Valenciana). |
|
(2) |
La Comisión solicitó información adicional por carta de 7 de agosto de 2012 (2012/084535), información que las autoridades españolas (4) facilitaron por carta de 2 de octubre de 2012 (2012/104585). |
|
(3) |
La Comisión remitió una solicitud adicional de información el 23 de noviembre de 2012 (2012/125401). Mediante carta de 26 de noviembre de 2012 (2012/127006), las autoridades españolas solicitaron una ampliación del plazo para presentar su respuesta, que la Comisión concedió mediante carta de 28 de noviembre de 2012 (2012/127707). Mediante carta de 17 de enero de 2013 (2013/005249), las autoridades españolas presentaron la información solicitada. |
|
(4) |
El 8 de marzo de 2013 (2013/022995), la Comisión solicitó información adicional, que las autoridades españolas remitieron, tras una prórroga del plazo, el 27 de marzo de 2013 (2013/031547). |
2. DESCRIPCIÓN DE LA MEDIDA DE AYUDA
|
(5) |
Las autoridades españolas pretenden fomentar el desarrollo regional mediante la concesión a Ford España S.L. de una ayuda regional al amparo del régimen de ayudas existente XR 57/2007 (Incentivos Regionales) para un proyecto de inversión en Almussafes (Valencia). |
2.1. Beneficiario
|
(6) |
Ford España es una empresa dependiente participada en un 99,9 % por Ford Motor Company y en un 0,1 % por Ford International Capital Corporation. |
|
(7) |
Ford Motor Company (en lo sucesivo, «Ford») es la empresa matriz del Grupo Ford, cuya sede estatutaria se encuentra en Dearborn, Michigan, EE.UU. La principal actividad de Ford es la fabricación y venta de vehículos de clase turismo y comerciales, motores y otros componentes. En 2010, el volumen de negocios de Ford ascendió a 89 300 millones EUR y la empresa fabricó alrededor de 5,5 millones de vehículos. En 2010 Ford tenía 164 000 trabajadores en todo el mundo de los cuales 49 000 trabajaban en el EEE y 6 332 en España. |
|
(8) |
Ford España es la empresa matriz de un grupo de empresas («Grupo Ford España») (5), cuya principal actividad es la importación y distribución de vehículos. Ford España tiene su fábrica en Almussafes (Valencia) y su residencia fiscal en Madrid. |
|
(9) |
Las autoridades españolas confirmaron que Ford España no es una empresa en crisis al no cumplir las condiciones establecidas en las Directrices comunitarias sobre ayudas estatales de salvamento y de reestructuración de empresas en crisis (6). |
2.2. El proyecto de inversión
2.2.1. El proyecto notificado
|
(10) |
La inversión se lleva a cabo entre 2011 y 2014 en la factoría de Almussafes ya existente y consiste en la diversificación de la producción con el fin de fabricar un nuevo modelo que vendrá a sumarse a los que ya se fabrican actualmente en la factoría. Se trata de un modelo completamente nuevo (V408), que se comercializará con el nombre «Ford Transit Connect» y que pertenece al segmento CDV (Car Derived Van – furgoneta derivada de turismo) (7) según la segmentación de mercado de IHS Automotive (8). Este modelo estará disponible en dos estilos: furgoneta […] (9) y combi, así como en hasta […] variantes del vehículo. |
|
(11) |
Ford nunca ha fabricado en Almussafes un vehículo de las características de este nuevo modelo ni perteneciente al mismo segmento (CDV). Además, la factoría de Almussafes será la única que fabricará este modelo para el mercado europeo y norteamericano. En consecuencia, este será un paso importante para la factoría como fabricante para el mercado norteamericano. El nuevo V408 Ford Transit Connect sustituirá al modelo V227 que actualmente se fabrica en Kocaeli (Turquía) y Craiova (Rumanía). |
|
(12) |
Ford fabrica actualmente en Almussafes:
|
|
(13) |
España hace hincapié en que la introducción de un vehículo comercial presenta características y particularidades específicas de fabricación que hacen necesaria una inversión importante para efectuar transformaciones fundamentales en las líneas de producción. |
|
(14) |
En concreto, el objetivo del proyecto es incorporar a la actual producción de la factoría un nuevo concepto de vehículo que es completamente diferente de los que se fabrican actualmente y que tiene mayores dimensiones. Asimismo, la plataforma, los componentes y los materiales tendrán unas características de solidez, fiabilidad y tamaño único diseñados para resistir cargas pesadas y permitir un mayor espacio interior. |
|
(15) |
Las inversiones utilizarán los últimos avances tecnológicos que incrementarán la flexibilidad y eficiencia de la factoría. El mayor reto del proyecto es la posibilidad de fabricar al mismo tiempo y utilizando las mismas instalaciones varios modelos completamente diferentes. Según las autoridades españolas, la inversión supone la diversificación de la producción del establecimiento para atender a mercados de productos nuevos y adicionales y, como tal, constituye una inversión inicial. |
|
(16) |
A este respecto, España especificó que la inversión incluye la construcción de nuevos edificios (para la pintura) y la introducción de nueva maquinaria y equipos. Se utilizarán nuevos equipos para las prensas (una línea de prensa completamente nueva, así como nuevos juegos de matrices específicas para el nuevo modelo de vehículo), la carrocería (p. ej. nuevos robots, nuevas estaciones para fabricar los subjuegos de plataforma y chasis, exclusivos para el nuevo modelo), el montaje (p. ej. nueva maquinaria para la fabricación de asientos, subensamblaje del panel de instrumentos, nueva estación para la instalación de ventanas, equipos para que los vehículos se atengan a las normas norteamericanas (EOLT), etc.) y la planta de pinturas (nuevas líneas de fosfatación y cataforesis, nuevas plataformas para sellado automático y manual, nuevo sistema de impresión, pintura y barnizado, nuevos hornos más eficientes, nuevo sistema de encerado, equipo de transporte, etc.), así como en las áreas de tecnologías de la información y de calibración y control de calidad. Por último, la inversión cubrirá también el utillaje de los proveedores (vendor tooling) y las tareas vinculadas a la planificación, ingeniería y gestión del proyecto. |
|
(17) |
Una parte de los gastos subvencionables […] incluye el utillaje de los proveedores, es decir, el utillaje que se encuentra en los locales de los proveedores y que se utiliza para fabricar componentes para el nuevo Ford Transit Connect. Los proveedores a los que afecte la cuestión del utillaje estarán situados en la Comunidad Valenciana, en las siguientes localidades:
|
|
(18) |
Todos estos activos correspondientes al utillaje de los proveedores son propiedad del beneficiario en su totalidad y figuran como activos en su balance. No se transfieren derechos de propiedad a los proveedores o a otras entidades en relación con estos activos y la empresa tiene derecho a reclamarlos y asignarlos a otras instalaciones en caso necesario. |
|
(19) |
Las autoridades españolas han indicado que no tienen noticia de la existencia de ningún proyecto o proyectos de inversión concomitantes que se estén llevando a cabo o esté previsto que se lleven a cabo en las instalaciones de cualquiera de los proveedores que utilizará los activos del mencionado utillaje. Las autoridades españolas han indicado también que no se ha concedido ayuda, ni está previsto que se conceda, a dichos proveedores. |
|
(20) |
Según España, el proyecto de inversión no crea capacidad adicional en la factoría de Almussafes ya que la fabricación de Ford Focus y Fiesta B299 (fabricados antes del proyecto, en 2011) finalizará y será sustituida por Ford Kuga (fabricado desde 2013) y el nuevo modelo V408 Transit Connect. La capacidad de producción máxima anual de este nuevo modelo V408 será de [160 000-190 000] unidades. El volumen total de producción máximo de Almussafes se limitará a 1 915 vehículos diarios (si hay tres turnos) o de 1 400 vehículos diarios si hay dos turnos, como actualmente. La inversión no solo mantendrá la actual plantilla de la fábrica sino que, además, creará aproximadamente 200 empleos indirectos: 50 subcontratistas, 100 trabajadores a tiempo parcial y 50 proveedores de servicios de ingeniería y de otro tipo. En consecuencia, se espera que el proyecto genere más inversión en los proveedores, lo que incrementará el desarrollo sostenible de la región. Para resaltar la importancia de la fábrica para la región, las autoridades españolas indicaron que la empresa representa el […] % del PIB de la Comunidad Valenciana y la exportación de vehículos constituye el […]% de la actividad del Puerto de Valencia. Además, las inversiones en la planta representan aproximadamente el […] % de las inversiones totales efectuadas en todos los sectores económicos de la Comunidad Valenciana. |
|
(21) |
Según las autoridades españolas, está previsto que aproximadamente el [> 40] % de los vehículos V408 fabricados en la planta de Almussafes (cuya capacidad de producción máxima se estima en [160 000-190 000] unidades) se venda fuera del mercado de la EU19 (10). |
2.2.2. Proyectos anteriores en las mismas instalaciones
|
(22) |
Otros proyectos de inversión anteriores en la factoría de Almussafes también recibieron ayudas. |
|
(23) |
El 17 de junio de 2009, la Comisión autorizó una ayuda a Ford España (N473/2008) para la factoría de vehículos ubicada en las instalaciones de la empresa en Almussafes. La financiación estaba destinada a la fabricación de tres nuevos vehículos, el nuevo Ford Fiesta, el nuevo Ford Focus y el nuevo C-Max, que exigía una modificación radical de la factoría existente. El proyecto se inició el 3 de enero de 2008 y finalizó en 2012, con un gasto subvencionable de 514 698 000 EUR. Por último, tras la adopción de la Decisión de la Comisión, Ford abandonó la producción de uno de esos modelos, el nuevo Ford Focus, reduciendo el gasto subvencionable de la inversión a 379 411 000 EUR y la subvención nominal a 41 735 210 EUR. Se respetaron la intensidad máxima de la ayuda y el importe máximo de la misma en valor actualizado aprobado en la Decisión de la Comisión. |
|
(24) |
Además, el 7 de diciembre de 2011, la Comisión autorizó una ayuda a la planta de Almussafes de Ford España [SA.32076 (2010/N)]. La ayuda por un importe de 24,8 millones EUR, se concedió para la fabricación del Ford Kuga (C520), cuyos costes subvencionables ascendieron a 155 millones EUR. |
2.2.3. Calendario del nuevo proyecto de inversión
|
(25) |
El proyecto de inversión se ejecutará entre 2011 y el 31 de diciembre de 2014. Está previsto que la producción del Transit Connect V408 se inicie en julio de 2013 y que la plena producción se alcance en octubre de 2013. |
|
(26) |
La ayuda se concede con la condición de que el beneficiario mantenga la inversión en la región asistida durante un periodo mínimo de cinco años tras su finalización. |
2.3. Base jurídica
|
(27) |
La ayuda se concederá con arreglo al régimen existente XR 57/07 (Incentivos Regionales). La base jurídica nacional es la siguiente:
|
2.4. Costes subvencionables
|
(28) |
Los costes de inversión totales de los proyectos ascienden a 807,49 millones EUR. Los costes subvencionables ascienden a 419 930 752 EUR en términos nominales (418 436 786 EUR en valor actualizado (11)), de los cuales […] EUR se refieren al utillaje de los proveedores. Los costes subvencionables se plantearán como sigue: Cuadro 1: Costes subvencionables
|
|
(29) |
Las autoridades españolas confirmaron que toda la maquinaria y equipos incluidos en los gastos subvencionables son nuevos. |
|
(30) |
Los costes subvencionables no incluyen los activos inmateriales. |
2.5. Financiación de la inversión
|
(31) |
El proyecto se financiará de la siguiente forma: un […] % mediante recursos propios y un […]% por medio de esta solicitud de ayuda. Las autoridades españolas confirmaron que la decisión por la que se concede la ayuda incluirá la condición de que se pruebe un determinado nivel de recursos propios. |
|
(32) |
La ayuda se pagará en tramos anualmente una vez se haya verificado que la inversión anual se ha efectuado y que la empresa haya presentado pruebas del nivel de recursos propios requerido. |
2.6. Límite máximo de ayuda regional
|
(33) |
Almussafes se encuentra en la Comunidad Valenciana, que es una región asistida con arreglo al artículo 107, apartado 3, letra c), del TFUE (región de desarrollo económico) con un límite máximo de ayuda regional normal para grandes empresas del 15% en equivalente de subvención bruto (ESB) hasta finales de 2013 de conformidad con el Mapa español de ayuda regional (12). |
|
(34) |
La localidad de Nules, en la que se ubicará parte del utillaje de los proveedores, está situada en la provincia de Castellón, en la que el límite máximo aplicable de ayuda regional es del 10 % ESB. Las autoridades españolas confirman que no se superará este límite máximo aplicable inferior en el caso de los costes subvencionables que se generen en Nules. |
2.7. Importe de la ayuda
|
(35) |
Las autoridades españolas han previsto conceder la ayuda en forma de una subvención por un importe de 25 195 845,12 EUR en términos nominales que corresponde a 24 387 444,13 EUR en valor actualizado. La ayuda se pagará en plazos anuales según el siguiente calendario: Cuadro 2: Ayuda
|
|
(36) |
Las autoridades españolas señalaron que el Fondo Europeo de Desarrollo Regional (FEDER) podría cofinanciar la ayuda. Para ello, deberá dirigirse una solicitud al FEDER para que cofinancie este proyecto. |
|
(37) |
Las autoridades españolas confirmaron que Ford España presentó (el 8 de abril de 2011) la solicitud de ayuda antes de empezar los trabajos del proyecto (el 27 de julio de 2011) y respondieron que, en espera de una verificación detallada, el proyecto cumple en principio las condiciones de elegibilidad establecidas en el régimen X 57/2007. |
2.8. Disposiciones generales
|
(38) |
Las autoridades españolas se han comprometido a presentar a la Comisión:
|
3. EVALUACIÓN DE LA MEDIDA DE AYUDA Y COMPATIBILIDAD
3.1. Existencia de ayuda
|
(39) |
El apoyo financiero a Ford España lo concederán las autoridades españolas, consistirá en una subvención directa y se financiará con cargo a los presupuestos del Estado. Por consiguiente, puede considerarse que esta ayuda la concede el Estado miembro mediante fondos estatales a tenor de lo dispuesto en el artículo 107, apartado 1, del TFUE. |
|
(40) |
Como la ayuda se concede a una sola empresa, Ford España, la medida es selectiva. |
|
(41) |
El apoyo financiero concedido a Ford España liberará a la empresa de costes que normalmente hubieran estado a su cargo y, por lo tanto, la empresa se beneficia de una ventaja económica frente a sus competidores. |
|
(42) |
El apoyo financiero de las autoridades españolas se concederá para inversiones que tendrán como resultado la fabricación de vehículos. En consecuencia, es probable que la medida afecte al comercio entre Estados miembros ya que se aplica en un sector donde existe dicho comercio. |
|
(43) |
El hecho de que las autoridades españolas favorezcan a Ford España y su producción, significa que se falsea, o puede verse falseada, la competencia (13). |
|
(44) |
En consecuencia, la Comisión considera que la medida notificada constituye una ayuda estatal a Ford España en el sentido del artículo 107, apartado 1, del TFUE. |
3.2. Legalidad de la medida de ayuda
|
(45) |
Al notificar la medida de ayuda prevista antes de llevarla a la práctica, las autoridades españolas han cumplido la obligación que impone el artículo 108, apartado 3, del TFUE, y han respetado el requisito de notificación individual establecido en el artículo 7(1) del Reglamento de exención a las ayudas regionales a la inversión (14), en el artículo 6(2) del Reglamento General de Exención por Categorías (15) y en el apartado 64 de las DAR. |
|
(46) |
La medida sólo se aplicará tras su aprobación por la Comisión. |
3.3. Compatibilidad de la medida de ayuda
|
(47) |
Habiéndose acreditado que la medida notificada constituye una ayuda estatal con arreglo al artículo 107, apartado 1, del TFUE, se ha de examinar si la medida es compatible con el mercado interior. |
|
(48) |
Como el objetivo de la medida es fomentar el desarrollo regional en una zona designada con arreglo al artículo 107, apartado 3, letra c), del TFUE la compatibilidad de la medida con el mercado interior puede evaluarse sobre la base de las DAR. |
|
(49) |
De conformidad con el apartado 60 de las DAR, este proyecto de inversión constituye un gran proyecto de inversión, ya que sus gastos subvencionables superan los 50 millones EUR, calculados a los precios y tipos de cambio correspondientes a la fecha de notificación. |
|
(50) |
En consecuencia, la medida de ayuda se ha evaluado de acuerdo con las disposiciones aplicables de las DAR, en particular con las normas relativas a las ayudas a la inversión regional destinadas a grandes proyectos de inversión. |
3.3.1. Compatibilidad con las disposiciones generales de las DAR
|
(51) |
La Comisión ha verificado que el proyecto incluye inversión inicial conforme a lo dispuesto en las DAR y que no hay inversiones de sustitución de la maquinaria existente. |
|
(52) |
En el apartado 34 de las DAR se define como inversión inicial una inversión en activos materiales e inmateriales relativos a la creación de un nuevo establecimiento; la ampliación de un establecimiento existente; la diversificación de la producción de un establecimiento para atender a mercados de productos nuevos y adicionales o una transformación fundamental en el proceso global de producción de un establecimiento existente. |
|
(53) |
La Comisión reconoce que la naturaleza de la industria del automóvil es dinámica, con productos que se actualizan ligeramente todos los años y que sufren una actualización más importante cada tres años, aproximadamente, a partir de su salida al mercado y con un vehículo totalmente nuevo tras unos siete años, todo ello con inversiones adicionales. |
|
(54) |
Si bien los pasos básicos en la fabricación de automóviles son similares – estampado de las chapas metálicas para formar las partes de la carrocería, línea de carrocería en la que se montan y sueldan las partes de la carrocería, línea de pintura, montaje del automóvil (instalación del cableado, la transmisión, etc.), tapizado final y montaje y verificación –, las autoridades españolas argumentan que cada uno los actuales procesos de producción aplicados en las diferentes partes de la factoría o «líneas» sufrirá cambios fundamentales en el curso de la inversión prevista. España ha presentado información detallada de estos cambios [véanse los considerandos (13) a (16)]. |
|
(55) |
La Comisión toma nota también de que el modelo CDV que se va a fabricar es un modelo nuevo. El nuevo V408 es un modelo cuyo predecesor - el actual V227 - no se ha fabricado en la factoría de Almussafes, sino en las de Kocaeli (Turquía) y Craiova (Rumanía). |
|
(56) |
La Comisión considera, por lo tanto, que el proyecto notificado constituye una inversión inicial conforme a lo dispuesto en el apartado 34 de las DAR ya que se refiere a una diversificación de la producción del establecimiento para atender a mercados de productos nuevos y adicionales. |
|
(57) |
Los costes subvencionables para la ayuda a la inversión (véase el cuadro 1) se definen con arreglo a los epígrafes 4.1 y 4.2 de las DAR, respetándose las normas sobre acumulación, de conformidad con los apartados 71 a 75 de las DAR. |
|
(58) |
Además, Ford España solicitó la ayuda el 8 de abril de 2011, es decir, antes de empezar los trabajos del proyecto (el 27 de julio de 2011) y las autoridades españolas estuvieron de acuerdo en conceder la ayuda una vez que fuera autorizada por la Comisión el 11 de abril de 2011, tal como se señala en el considerando 37. Esto asegura que la ayuda regional tiene prima facie efecto incentivador de conformidad con el apartado 38 de las DAR. |
|
(59) |
Ford España tiene también la obligación de mantener la inversión en la región un mínimo de cinco años tras la finalización del proyecto, de conformidad con el apartado 40 de las DAR. |
|
(60) |
La contribución financiera del beneficiario será como mínimo del 25 % de los costes subvencionables y estará exenta de cualquier tipo de ayuda pública, lo que se atiene a lo dispuesto en el apartado 39 de las DAR. |
|
(61) |
Ford España no es una empresa en crisis con arreglo a lo dispuesto en las Directrices de salvamento y de reestructuración. Financia el […] % del proyecto con recursos propios. Por ello, la empresa no está excluida, de conformidad con el apartado 9 de las DAR, del ámbito de aplicación de estas Directrices. |
|
(62) |
De conformidad con el apartado 41 de las DAR, la intensidad de la ayuda en equivalente de subvención bruto debe actualizarse a su valor en la fecha de la notificación y expresarse en porcentaje del valor actual de los costes subvencionables. |
|
(63) |
La Comisión considera, por consiguiente, que la ayuda se atiene a los criterios generales de compatibilidad establecidos en las DAR. |
3.3.2. Compatibilidad con las disposiciones relativas a las ayudas a grandes proyectos de inversión
3.3.2.1. Proyecto de inversión único (apartado 60 de las DAR)
|
(64) |
El apartado 60 de las DAR establece que, a fin de evitar que un gran proyecto de inversión se divida artificialmente en subproyectos para eludir que se le aplique lo dispuesto en dichas Directrices (16), se considerará que dicho proyecto es un proyecto de inversión único cuando la inversión inicial se realice a lo largo de un período de tres años y consista en activos fijos combinados de modo económicamente indivisible. |
|
(65) |
El beneficiario ha recibido ayuda para otra inversión en el mismo establecimiento, a saber, el Ford Kuga (aprobada el 7 de diciembre de 2011 mediante la Decisión de la Comisión sobre el asunto SA.32076) y han transcurrido menos de tres años entre el inicio de los dos proyectos. Sin embargo, los dos proyectos muestran diferencias técnicas y funcionales tal y como se describe en la sección 2.2.2 y la decisión de ubicar la producción en Almussafes se tomó independientemente en uno y otro caso. En consecuencia, las dos inversiones no constituyen un proyecto de inversión único a tenor del apartado 60 de las DAR. |
3.3.2.2. Intensidad de la ayuda (apartado 67 de las DAR)
|
(66) |
De conformidad con el apartado 67 de las DAR, las ayudas a la inversión regional destinadas a grandes proyectos de inversión están sujetas a un límite máximo ajustado de ayuda regional previsto en esta misma disposición. |
|
(67) |
El gasto total subvencionable previsto en valor actualizado es de 418 436 786 EUR. En consecuencia, la intensidad máxima de la ayuda autorizada es del 6,57 % ESB. |
|
(68) |
El importe total de la ayuda previsto en valor actualizado es de 24 387 444,13 EUR. En consecuencia, la intensidad de la ayuda notificada es del 5,83 % ESB. Como la intensidad de la ayuda para el proyecto es inferior a la intensidad de la ayuda máxima autorizada, la intensidad de la ayuda propuesta para el proyecto se atiene a las DAR. |
|
(69) |
Las autoridades españolas confirmaron que el beneficiario no ha solicitado ayuda adicional en relación con la inversión prevista. |
3.3.2.3. Aplicación de los límites máximos para la evaluación detallada contemplados en el apartado 68, letras a) y b), de las DAR
|
(70) |
Para determinar si los límites fijados en el apartado 68, letras a) y b), de las DAR se superan, deben definirse en primer lugar el mercado o mercados de producto de referencia y el mercado geográfico de referencia del producto o productos afectados por el proyecto de inversión. |
— Productos del proyecto de inversión
Producto de referencia
|
(71) |
Según el apartado 69 de las DAR, el producto de referencia es, por regla general, el contemplado en el proyecto de inversión. Sin embargo, cuando el proyecto se refiere a un producto intermedio y una parte considerable de la producción no se vende en el mercado, cabe considerar que el producto de referencia es un producto de una fase posterior en la cadena de producción. |
|
(72) |
En el asunto de que se trata, la inversión se refiere exclusivamente a la producción de un nuevo vehículo, no viéndose afectados productos intermedios ni componentes. Por ello la Comisión considera que, a efectos de la presente Decisión, el producto de referencia son los vehículos de motor. |
Segmentación del mercado de referencia
|
(73) |
El apartado 70 de las DAR establece que a los efectos de la aplicación del apartado 68, letras a) y b), de las DAR, las ventas y el consumo aparente (17) se definirán al nivel adecuado de la clasificación Prodcom, en principio en el EEE o, si no se dispusiera de información o esta no fuera pertinente, mediante cualquier otra segmentación del mercado que goce de aceptación general y respecto de la cual se disponga de datos estadísticos. |
|
(74) |
En la clasificación Prodcom, bajo el código 29.10 «Fabricación de vehículos de motor», los vehículos de clase turismo se diferencian fundamentalmente por el tipo de motor (motor de encendido por chispa, motor de ignición por compresión) y por su cilindrada. No obstante, cabe considerar que la clasificación Prodcom no es pertinente a efectos de dividir el mercado de los turismos en segmentos que puedan constituir mercados de productos distintos, ya que las características anteriormente mencionadas no permiten definir un mercado de producto, importante desde un punto de vista económico, menor que el mercado general de los vehículos de clase turismo, dado que, al menos desde la óptica de la demanda, las preferencias de los consumidores están determinadas fundamentalmente por parámetros como la marca, el tamaño, el equipamiento y el precio. |
|
(75) |
Por el contrario, el mercado de vehículos de clase turismo se segmenta en general sobre la base de características técnicas como la potencia y la cilindrada del motor, la longitud, el diseño, la tracción (delantera, trasera o a las cuatro ruedas.), el estilo de la carrocería (berlina, cupé, familiar, etc.), o en función de combinaciones de esas características, así como de acuerdo con la gama de precios (18). |
|
(76) |
A efectos de la verificación de los límites establecidos en el apartado 68, letras a) y b), de las DAR, las autoridades españolas proporcionaron información basada en la segmentación establecida por la empresa de estudios de mercado IHS Automotive. |
|
(77) |
IHS Automotive, una importante consultora de prospectiva, propone una segmentación limitada de los vehículos de clase turismo (27 segmentos) que se utiliza como referencia común en el sector. Distribuye los vehículos en diferentes segmentos basándose en una combinación híbrida de todos los factores: dimensiones interiores y exteriores, precio, modelos competidores, marca, etc. |
|
(78) |
Los datos resultantes de la segmentación efectuada por IHS Automotive se han utilizado en diversas decisiones sobre ayudas estatales adoptadas de acuerdo con las DAR y referidas a las ayudas a la inversión regional destinadas a grandes proyectos de inversión en el sector de la fabricación de vehículos de motor (19). La Comisión considera, en consecuencia, que esta clasificación del mercado puede considerarse una referencia apropiada y suficientemente detallada y aplica esta segmentación para evaluar el proyecto de ayuda de que se trata. |
— Mercado de productos de referencia
|
(79) |
El apartado 69 de las DAR establece que en el mercado de los productos de referencia se incluyen el producto de referencia y los productos considerados sustitutivos, bien por el consumidor (debido a sus características, precio y uso previsto), bien por el productor (debido a la flexibilidad de las instalaciones de producción) (20). |
|
(80) |
El producto contemplado en el proyecto de inversión, el modelo V408 Ford Transit Connect pertenece a un segmento específico denominado por Ford «ISV» - Integrated Style Van. Las autoridades españolas han indicado que este segmento corresponde al segmento CDV «Car derived Van», según IHS. |
|
(81) |
Por consiguiente, a efectos de las valoraciones, el análisis mercadotécnico y el posicionamiento estratégico del producto efectuados por la empresa, se consideró que los principales productos alternativos son los siguientes: Volkswagen Caddy, Citröen Berlingo/Partner, Renault Kangoo, Fiat Doblo, Opel Combo y Nissan NV 200. |
Intercambiabilidad desde el punto de vista de la demanda
|
(82) |
La Comisión toma nota de que existe cierta posibilidad de intercambiabilidad desde el punto de vista de la demanda en los márgenes de cada uno de los tipos de vehículos de clase turismo. Sin embargo, la Comisión considera en esta fase que no parece muy probable para vehículos del segmento CDV. En concreto, además del precio, los principales factores que llevan a los consumidores a optar por el modelo V408 son, probablemente, características técnicas como el estilo de la carrocería y el equipamiento. |
Intercambiabilidad desde el punto de vista de la oferta
|
(83) |
Por lo que a la oferta se refiere, la Comisión observa que los fabricantes de los vehículos de clase turismo, incluyendo los del segmento CDV están presentes, por lo general, en muchos de los segmentos. Los fabricantes pueden pasar de un tipo a otro de estos vehículos de clase turismo ya que muchos de los vehículos se basan en la misma plataforma. |
|
(84) |
Sin embargo, aunque el nuevo modelo se fabrique en la misma plataforma, su producción requerirá una inversión adicional, lo que pone de manifiesto que la flexibilidad de la oferta para cambiar de un modelo a otro sin incurrir en costes adicionales es limitada. |
|
(85) |
A tenor de la información facilitada por las autoridades españolas, en la factoría de Almussafes se fabrican en la actualidad vehículos de clase turismo de los segmentos MPV-C y SUV-C [véase el considerando (12)]. Sin embargo, la nueva inversión se llevará a cabo en una plataforma completamente diferente, por lo que la fabricación de vehículos de los segmentos MPV-C y SUV-C no se verá afectada. La Comisión observa, de acuerdo con lo enviado por las autoridades españolas que, de todas maneras, en Almussafes no se pueden fabricar otros productos, incluidos otros tipos de vehículos de motor, utilizando los gastos subvencionables del proyecto de inversión de que se trata sin incurrir en cuantiosos costes adicionales. Asimismo consideran que cualquier producto intermedio, semiacabado o subproducto fabricados en Almussafes utilizando los gastos subvencionables de este proyecto de inversión en concreto no pueden comercializarse por separado. |
Conclusión
|
(86) |
Teniendo en cuenta lo anteriormente expuesto, cabe concluir que, a los efectos de la presente Decisión, el mercado de producto de referencia es el mercado de vehículos de clase turismo del segmento CDV. |
— Mercado geográfico de referencia
|
(87) |
La Comisión necesita definir también el mercado geográfico de referencia para evaluar el proyecto con arreglo al apartado 68, letra a), de las DAR. |
|
(88) |
El apartado 70 de las DAR 2007-13 establece que, para efectuar las pruebas contempladas en el apartado 68 de las DAR, los mercados deben definirse, por lo general, a nivel del EEE. |
|
(89) |
Desde la perspectiva de la oferta, la producción del sector del automóvil es como mínimo de ámbito EEE o incluso mundial. Los principales fabricantes de automóviles, Ford incluido, son empresas mundiales. Disponen de fábricas en diferentes países y continentes. A mayor abundamiento, la tendencia hacia la globalización ha crecido aún más en estos últimos años. |
|
(90) |
Por lo general, Ford considera que su mercado europeo se compone de los 19 países del EEE (21), Rusia y Turquía. Según las autoridades españolas, el modelo V408 que se fabricará en la fábrica de Almussafes se comercializará en el EEE ([> 50] %), Norteamérica ([20-40] %) y Rusia, Turquía y el resto del mundo ([10-30] %). En comparación con el modelo V227, fabricado actualmente en Rumanía y Turquía, la exportación hacia Norteamérica del modelo V408 se incrementará (a partir de un [10-25] %), mientras que las ventas en el EEE (actualmente [> 55] %) y en el resto del mundo ([20-40] %) se reducirán ligeramente. |
|
(91) |
Desde la perspectiva de la demanda, las condiciones de competencia han mejorado significativamente en la UE, en particular por lo que respecta a las barreras técnicas y los sistemas de distribución, si bien las diferencias de precio y de fiscalidad siguen siendo factores de limitación. Los bajos costes de transporte y la presencia de todos los grandes fabricantes en casi todos los Estados miembros y en los mayores países del mundo son indicadores de un mercado EEE o incluso mundial. |
|
(92) |
A los efectos de las decisiones sobre ayudas estatales destinadas a instalaciones de producción, que evalúan los efectos de la ayuda en el falseamiento de la competencia entre los fabricantes y en el comercio entre Estados miembros, los aspectos de la fabricación son decisivos. |
|
(93) |
Por ello, dado que la ayuda notificada se refiere a la fabricación de vehículos de clase turismo, la Comisión considera que para evaluar el presente asunto el mercado geográfico de referencia de los productos de que se trata debe ser, como mínimo, el EEE. Las cuotas de mercado se calculan tanto a nivel del EEE como mundial. |
— Límite establecido en el apartado 68, letra a), de las DAR
Cuotas de mercado
|
(94) |
De conformidad con el apartado 68, letra a), de las DAR, la Comisión debe analizar si la cuota de mercado del beneficiario de la ayuda, tanto antes como después de la inversión, supera el 25 %. |
|
(95) |
La cuota de mercado del beneficiario se valora a nivel del grupo en los mercados del producto y geográfico de referencia. Como el nuevo proyecto de inversión de Ford España se inició en julio de 2011 y está previsto alcanzar la producción plena en octubre de 2013, la Comisión examinará la cuota de mercado de Ford a nivel de grupo en el mercado de referencia entre 2010 y 2014. |
|
(96) |
Teniendo en cuenta las importantes diferencias entre los costes de producción y los precios de los diferentes vehículos de clase turismo y la dificultad de obtener estimaciones de precios fiables, normalmente se usan en el sector los datos del volumen para definir los mercados y su evolución. Las autoridades españolas suministraron datos sobre cuotas de mercado a nivel del EEE y mundial (22) en el segmento CDV en volumen y valor procedentes de IHS. Son los siguientes: Cuadro 3: Cuotas de mercado de Ford
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
(97) |
Sobre la base de estas cifras, las cuotas de mercado de Ford en el mercado de vehículos del segmento CDV se sitúan sensiblemente por debajo del límite del 25 %, tanto en el EEE como a nivel mundial. |
|
(98) |
Por consiguiente, el proyecto se atiene al apartado 68, letra a), de las DAR. |
— Límite establecido en el apartado 68, letra b), de las DAR
|
(99) |
De conformidad con el apartado 68, letra b), de las DAR, la Comisión debe asimismo verificar si la capacidad creada por el proyecto representa menos del 5 % del volumen del mercado calculado en términos de consumo aparente del producto de referencia en el EEE, salvo que la tasa media de crecimiento anual de su consumo aparente en los últimos cinco años se sitúe por encima de la tasa media de crecimiento anual del PIB del EEE. |
Capacidad creada por el proyecto de inversión
|
(100) |
Tal como se indica en el considerando (25), el proyecto de inversión comenzó en 2011; consiguientemente, el año que debe tomarse como referencia para verificar si la capacidad creada por el proyecto de inversión supera el 5 % del mercado en el EEE es 2010. |
|
(101) |
Las autoridades españolas arguyeron que la capacidad de producción total de vehículos de la factoría de Almussafes [véase el considerando (20)] no se incrementará como resultado de la inversión ya que el proyecto se refiere a la diversificación de las capacidades existentes sin crear capacidades adicionales. La capacidad de producción máxima de este nuevo modelo será de [160 000-190 000] unidades por año. La capacidad máxima de la fábrica fue de 1 915 unidades/día el año anterior al inicio de la inversión para la que se pidió la subvención (2011) y seguirá siendo de 1 915 unidades/día en el año siguiente a la finalización de la mencionada inversión (2014). Sin embargo, los vehículos cuya producción va a interrumpirse pertenecen a segmentos diferentes del mercado, a saber, al B (Ford Fiesta) y al C (Ford Focus). |
|
(102) |
Además de lo expuesto, España aboga por que solo se utilice el incremento de capacidad neta para los cálculos del apartado 68, letra b), de las DAR. Las plantas de Rumanía y Turquía dejarán de fabricar el antiguo modelo Ford Transit (V227) tan pronto como el nuevo (V408) llegue al mercado. En consecuencia, la actual capacidad de [140 000-160 000] unidades se sustituirá por una nueva capacidad de [160 000-190 000] unidades, lo que conduce a un incremento de capacidad neta de [0-50 000] unidades. En una de sus anteriores decisiones (23), la Comisión arguyó que solo se podía considerar el incremento de capacidad neta si la reducción de capacidad en cualquier otro sitio formaba parte del proyecto notificado y estaba relacionada con la ayuda. En el presente asunto, el hecho de que el Ford Transit ya no se fabrique en las actuales factorías (en Rumanía y Turquía) parece estar más relacionado con una decisión política de Ford y no que forme parte realmente del proyecto, ya que parece dudoso que una empresa mantenga un modelo de vehículo anticuado en el mercado. Además, la capacidad liberada en Rumanía/Turquía todavía podrá seguir usándose. En consecuencia, la Comisión duda en esta fase de que el incremento de capacidad neta, en oposición al incremento de la capacidad bruta, deba usarse para los cálculos del apartado 68, letra b), de las DAR. |
|
(103) |
La capacidad de producción bruta resultante del proyecto de inversión en el mercado EEE en volumen es del [> 20] % (24), si se considera que toda la capacidad se vende en el mercado EEE. Sin embargo, España ha indicado que solo el [> 50] % de la producción atenderá el mercado EEE, destinándose el resto a Norteamérica, Turquía, Rusia y el resto del mundo. Aun teniendo solo en cuenta el [> 50] % de la capacidad bruta, el incremento de la capacidad bruta en el mercado EEE llegaría al [> 10] %. En consecuencia, el incremento de la capacidad bruta supera en cualquier caso el 5 %. La Comisión constata que si se utiliza la capacidad neta (25), el incremento de capacidad será inferior al 5 %, el [< 5] % y el [< 2.5] % respectivamente (toda la capacidad de producción en el mercado EEE, o solo el [> 50] %). |
Crecimiento en el mercado de referencia en relación con el crecimiento del PIB del EEE
|
(104) |
Considerando que el incremento de la capacidad bruta supera el 5 %, y las dudas que tiene la Comisión respecto al uso de las cifras del incremento de capacidad neta, se hace necesario calcular el crecimiento del consumo aparente en los cinco últimos años en el mercado CDV, con el fin de verificar si supera la tasa media de crecimiento anual del PIB del EEE. |
|
(105) |
Teniendo en cuenta el hecho de que los trabajos del proyecto se iniciaron en 2011, la Comisión debe tener en cuenta el índice de crecimiento anual compuesto (ICAC) de los mercados del producto de referencia en el EEE y el PIB del EEE en el periodo 2005-2010. |
|
(106) |
A este respecto, España alega que para este cálculo solo deben usarse cifras de valor (nominal) ya que reflejan mejor la realidad del mercado en el sector del automóvil. Debe señalarse, sin embargo, que en los formularios de notificación se pide siempre a los Estados miembros que indiquen tanto las cifras de valor como las de volumen (términos reales). En su práctica decisoria (26), la Comisión ha utilizado en algunas ocasiones ambos conjuntos de datos. Si en los casos de mercados con grandes economías de escala y exceso de capacidad, como el mercado del automóvil, se ha utilizado solo un tipo de datos, los que se han tenido en cuenta normalmente han sido las cifras de volumen (27). En consecuencia, la Comisión duda en esta fase de que en el asunto en cuestión sea suficiente utilizar solo cifras de valor (nominal) para calcular el ICAC. |
|
(107) |
El ICAC del consumo aparente (medido como ventas) del segmento CDV en el EEE durante el periodo 2005-2010 fue del -0,39 % en volumen y del 2,07 % en valor (ver cuadro 4). Cuadro 4: Ventas en el EEE
|
||||||||||||||||
|
(108) |
El ICAC del PIB del EEE en el período 2005-2010 fue del 0,90 % en volumen y del 2,15 % en valor (datos de Eurostat, ver cuadro 5). Cabe señalar que el ICAC del PIB de la EU-25 en valor fue del 1,99 % en el mismo periodo, según la información facilitada por España. España no facilitó cifras de volumen para el ICAC del PIB de la EU-25. Cuadro 5: Crecimiento del PIB
|
||||||||||||||||||||
|
(109) |
Como el índice de crecimiento anual medio del segmento CDV fue inferior al índice de crecimiento anual medio del PIB del EEE, tanto en volumen como en valor, en el período quinquenal de referencia, cabe concluir que no se cumple la condición establecida en el apartado 68, letra b), segunda parte, de las DAR. |
|
(110) |
España argumenta que debe permitirse utilizar datos de la EU-25, en vez de datos del EEE, para calcular el ICAC del PIB en el periodo en cuestión, y se llegaría a una conclusión diferente. A saber, que el índice de crecimiento anual medio del mercado de vehículos de clase turismo en el segmento CDV fue superior al índice de crecimiento anual medio del PIB de la EU-25 en el período quinquenal de referencia. En consecuencia, si se tuvieran en cuenta solo las cifras del PIB de la EU-25, se cumpliría la condición establecida en el apartado 68, letra b), segunda parte. |
|
(111) |
Para apoyar su reclamación, España cita la nota a pie de página 2 del apartado 4.4.3 de la parte III.5: Ficha de información complementaria sobre las ayudas de Estado de finalidad regional para grandes proyectos de inversión (28) aneja al Reglamento (CE) 1627/2006 de la Comisión en cuanto al impreso de notificación de ayudas. En esta nota a pie de página se señala que «en este contexto, puede utilizarse la EU-25 como equivalente al EEE». |
|
(112) |
La Comisión no está segura de que la interpretación española sea correcta. La posibilidad de utilizar los datos del PIB de la EU-25 como equivalente tenía sentido para ayudar a solucionar los problemas de la recopilación de datos cuando se introdujeron las DAR 2007-2013. Actualmente se pueden obtener las cifras del PIB del EEE para el periodo en cuestión (2005-2010) sin mayores problemas. Además, en el presente asunto, el uso del equivalente cifras del PIB de la EU-25 en vez de las cifras del PIB del EEE parece llevar a un resultado diferente, por lo menos en lo que se refiere a los datos de valor. Habida cuenta de lo expuesto, la Comisión duda de que deban usarse los datos del PIB de la EU-25 en vez de los del EEE para calcular el índice de crecimiento del PIB. |
|
(113) |
De estas consideraciones, y sobre la base de los datos del PIB del EEE, parece desprenderse que se supera el límite máximo del apartado 68, letra b), de las DAR y que la Comisión, por consiguiente, debe efectuar una evaluación pormenorizada de la medida de ayuda notificada. |
3.3.3. Conclusión sobre la compatibilidad con las disposiciones de las DAR relativas a las ayudas destinadas a grandes proyectos de inversión
|
(114) |
Teniendo en cuenta las conclusiones expuestas, la Comisión duda de que la medida de ayuda notificada cumpla plenamente las disposiciones de las DAR sobre grandes proyectos de inversión y más concretamente con el apartado 68, letra b), de las mismas. |
3.4. Dudas y motivos para la incoación
|
(115) |
Por las razones expuestas, la Comisión, tras una evaluación preliminar de la medida, duda de si se supera el límite máximo del apartado 68, letra b), de las DAR. |
|
(116) |
A este respecto, la Comisión recuerda las dudas que expresó en la presente Decisión de si puede aceptarse el cálculo del incremento de la capacidad, neta, propuesto por España y si la capacidad creada no supera el 5 % en caso de que el mercado de referencia tenga bajo rendimiento. |
|
(117) |
La Comisión señala su desacuerdo con las autoridades españolas respecto a los tipos de datos que deben usarse para calcular el crecimiento del mercado de referencia a efectos de la aplicación del apartado 68, letra b), de las DAR. En esta fase, la Comisión duda de si usar solamente cifras de valor, en vez de cifras de volumen y valor, sería suficiente en el presente caso. |
|
(118) |
La Comisión, además, tiene dudas sobre la propuesta de utilizar el equivalente datos del PIB de la EU-25, en vez de los datos disponibles del PIB del EEE para calcular el crecimiento del PIB de conformidad con el apartado 68, letra b), de las DAR. |
|
(119) |
Se recuerda también que, a tenor del apartado 70 de las DAR, la carga de la prueba de que no concurren las circunstancias a que se refiere el apartado 68, letras a) y b), de las DAR, recaerá en el Estado miembro. |
|
(120) |
Por consiguiente, la Comisión tiene la obligación de efectuar todas las consultas necesarias y, por tanto, de incoar el procedimiento a tenor del artículo 108, apartado 2, del TFUE, si la investigación inicial no permite a la Comisión establecer que la medida se atiene al apartado 68 de las DAR. Ello dará la oportunidad a aquellos terceros cuyos intereses puedan verse afectados por la concesión de la ayuda a presentar sus observaciones al respecto. A la vista tanto de la información notificada por España como de la presentada por terceros, la Comisión evaluará la medida y adoptará su decisión definitiva. |
|
(121) |
En el caso de que la información proporcionada en el curso del procedimiento formal de investigación no permita confirmar que se respetan los umbrales previstos en el apartado 68 de las DAR, la Comisión tiene que investigar asimismo si la ayuda es necesaria para proporcionar un efecto de incentivo a la inversión y si los beneficios de la medida de ayuda sobrepasan la distorsión resultante de la competencia y el efecto sobre el comercio entre los Estados miembros. Por tanto, la Comisión pide a España y a los terceros que aporten las pruebas de que dispongan que permitan a la Comisión motivar su evaluación de la medida. |
|
(122) |
En la nota a pie de página 63 de las DAR, la Comisión anunció su intención de publicar «nuevas orientaciones sobre los criterios que tomará en consideración a efectos de esta evaluación». Este anuncio se ha materializado mediante la adopción de la Comunicación de la Comisión sobre los criterios para la evaluación pormenorizada de la ayuda regional para grandes proyectos de inversión (29) que servirá de base para la evaluación pormenorizada. En concreto, es preciso tomar en consideración los criterios siguientes: objetivo de la ayuda, idoneidad del instrumento de ayuda, efecto incentivador, proporcionalidad de la ayuda, exclusión de la inversión privada y efecto sobre el comercio. En esta fase, parece que la competencia puede falsearse especialmente en el segmento de mercado en el que el incremento de la capacidad bruta generado por el proyecto supera el 5 %. |
|
(123) |
Con vistas a esta evaluación pormenorizada, se invita a las partes interesadas a facilitar toda la información necesaria para establecer el efecto económico incentivador de la ayuda, es decir, si 1) la ayuda ofrece un incentivo para adoptar una decisión de inversión positiva puesto que puede efectuarse en la región asistida una inversión que de otro modo no sería rentable para la empresa en ninguna ubicación o 2) la ayuda ofrece un incentivo para decidir realizar una inversión prevista en la región en cuestión y no en otro lugar porque compensa las desventajas netas y los costes relativos a su situación en la región asistida. |
|
(124) |
Sobre la base de las pruebas presentadas en relación con las cuestiones antes citadas, la Comisión llevará a cabo un ejercicio de ponderación sobre los efectos positivos y negativos de la ayuda, realizando una evaluación general del impacto de la ayuda en cada uno de los mercados afectados, de forma que la Comisión adopte una decisión final y pueda concluir el procedimiento de investigación formal. |
4. DECISIÓN
|
(125) |
Habida cuenta de las consideraciones expuestas, la Comisión, en el marco del procedimiento del artículo 108, apartado 2, del Tratado de Funcionamiento de la Unión Europea, insta a España para que presente sus observaciones y facilite toda la información pertinente para la evaluación de la ayuda/medida en un plazo de un mes a partir de la fecha de recepción de la presente. La Comisión insta a las autoridades españolas para que transmitan inmediatamente una copia de la presente carta al beneficiario potencial de la ayuda. |
|
(126) |
La Comisión desea recordar a España el efecto suspensivo del artículo 108, apartado 3, del Tratado de Funcionamiento de la Unión Europea y llama su atención sobre el artículo 14 del Reglamento (CE) no 659/1999 del Consejo, que prevé que toda ayuda concedida ilegalmente podrá recuperarse de su beneficiario. |
|
(127) |
Por la presente, la Comisión comunica a España que informará a los interesados mediante la publicación de la presente carta y de un resumen significativo en el Diario Oficial de la Unión Europea. Asimismo, informará a los interesados en los Estados miembros de la AELC signatarios del Acuerdo EEE mediante la publicación de una comunicación en el suplemento EEE del citado Diario Oficial y al Órgano de Vigilancia de la AELC mediante copia de la presente. Se invitará a todos los interesados mencionados a presentar sus observaciones en un plazo de un mes a partir de la fecha de publicación de la presente.” |
(1) PB C 54 van 4.3.2006, blz. 13.
(2) Mededeling van de Commissie betreffende de criteria voor een diepgaande beoordeling van regionale steun voor grote investeringsprojecten, PB C 223 van 16.9.2009, blz. 3.
(3) DO C 54 de 4.3.2006, p. 13.
(4) A petición de las autoridades españolas, carta de 3 de septiembre de 2012 (2012/093034), la Comisión concedió, mediante carta de 4 de septiembre de 2012 (2012/093212) una prórroga del plazo inicial para presentar la información solicitada.
(5) El Grupo Ford España comprende Ford España (la empresa matriz), el subgrupo Groupe FMC France SAS y Ford Italia S.p.A.
(6) DO C 244 de 1.10.2004, p. 2. En particular no se cumplen las siguientes circunstancias establecidas en el apartado 10 de las Directrices comunitarias sobre ayudas estatales de salvamento y de reestructuración: a) tratándose de una sociedad de responsabilidad limitada, ha desaparecido más de la mitad de su capital suscrito y se ha perdido más de una cuarta parte del mismo en los últimos 12 meses; c) para todas las formas de empresas, reúne las condiciones establecidas en el Derecho interno para someterse a un procedimiento de quiebra o insolvencia.
(7) A nivel interno, Ford considera que este vehículo pertenece al segmento ISV (Integrated Style Van – furgoneta de estilo integrado).
(8) IHS Automotive, anteriormente denominada Global Insight, es una importante empresa consultora de prospectiva.
(9) Datos confidenciales
(10) Las autoridades españolas definen la EU19 como Reino Unido, Alemania, Francia, Italia, España, Austria, Belgica, República Checa, Dinamarca, Finlandia, Grecia, Hungría, Irlanda, Países Bajos, Noruega, Polonia, Portugal, Suecia y Suiza.
(11) De acuerdo con el apartado 41 de las DAR: «En el caso de las ayudas notificadas individualmente a la Comisión, el equivalente de subvención bruto se calculará en el momento de realizarse la notificación». El tipo de referencia/actualización aplicable en el momento de la notificación (18 de junio de 2010) era el tipo básico (1,67 %) incrementado en 100 puntos básicos (es decir, un 2,67 %)
(12) Ayuda estatal N 626/2006 – España – Mapa español de ayuda regional 2007-2013 (DO C 125 de 17.2.2006, p. 4).
(13) Según la jurisprudencia del Tribunal Europeo de Justicia, la mejora de la posición competitiva de una empresa debido a una ayuda estatal implica, por lo general, un falseamiento de la competencia respecto a las empresas competidoras que no hayan recibido esa ayuda (Asunto C-730/79, Rec. 1980 p. 2671, considerandos 11 y 12).
(14) Reglamento (CE) no 1628/2006 de la Comisión, de 24 de octubre de 2006, relativo a la aplicación de los artículos 87 y 88 del Tratado a las ayudas regionales a la inversión, DO L 302, 1.11.2006, p.29.
(15) Reglamento (CE) no 800/2008 de la Comisión, de 6 de agosto de 2008, por el que se declaran determinadas categorías de ayuda compatibles con el mercado común en aplicación de los artículos 87 y 88 del Tratado (Reglamento general de exención por categorías), DO L 114, 9.8.2008, p.3.
(16) Los Estados miembros podrían inclinarse por notificar dos proyectos distintos porque, tratados por separado en vez de como un proyecto de inversión único, se suele permitir una mayor intensidad máxima de ayuda, dado que de esta manera se evita la aplicación del mecanismo automático de reducción del apartado 67 de las DAR.
(17) El consumo aparente es igual a la producción más las importaciones menos las exportaciones.
(18) Por ejemplo, el informe anual de la Comisión sobre el precio de los vehículos de clase turismo en la Unión Europea utiliza la segmentación siguiente: A: modelos «mini»; B: coches pequeños; C: coches medianos; D: coches grandes; E: modelos de gama alta; F: coches de lujo; G: monovolúmenes y vehículos utilitarios deportivos.
(19) Asuntos SA.24773 (N 671/08) Ford Romania (DO C 238 de 17.9.2008, p. 4), SA.27199 (N 635/08) Fiat Group Automobiles (DO C 219 de 12.9.2009, p. 3), SA.26598 (N 473/08) Ford España (DO C 19 de 26.1.2010, p. 5), SA.27308 (N 671/08) Mercedes-Benz Manufacturing Hungary (DO C 28 de 4.2.2010, p. 2), SA.27276 (N 674/08), SA.30283 (N 27/10) Fiat Powertrain Technologies (DO C 333 de 10.12.2010, p. 2), SA.30340 (2011/C) Fiat Powertrain Technologies Poland (DO C 151 de 21.5.2011, p. 5).
(20) Véase el punto 7 de la Comunicación de la Comisión relativa a la definición de mercado de referencia a efectos de la normativa comunitaria en materia de competencia (DO C 372 de 9.12.1997, p. 5).
(21) Reino Unido, Alemania, Francia, Italia, España, Austria, Bélgica, República Checa, Dinamarca, Finlandia, Grecia, Hungría, Irlanda, Países Bajos, Noruega, Polonia, Portugal, Suecia y Suiza.
(22) Basados en estadísticas de ventas.
(23) C 46/2008 Ayuda a Dell Poland, DO L 29 de 2.2.2010.
(24) La cifra de la capacidad bruta ha sido calculada por la Comisión en base a la información facilitada por España. Se calculó dividiendo la capacidad máxima generada por el proyecto, es decir, [160 000-190 000] unidades, entre el número de vehículos CDV vendidos en el mercado del EEE en el año anterior al proyecto, es decir 735 091 unidades.
(25) La cifra de la capacidad neta ha sido calculada por la Comisión en base a la información facilitada por España. Se calculó dividiendo la capacidad neta generada por el proyecto, es decir [0-50 000] unidades (resultado de restar a [160 000-190 000] las [140 000-160 000] unidades actualmente producidas) entre el número de vehículos CDV vendidos en el mercado del EEE en el año anterior al proyecto, es decir 735 091 unidades.
(26) C 46/2008 Ayuda a Dell Poland, DO L 29 de 2.2.2010, C 34/2009 Petróleos de Portugal – Petrogal, S.A., DO L 220 de 17.8.2012, N 237/2010 Ayuda a Sovello 3 en Thalheim, DO C 105 de 5.4.2011, SA.33152 (2011/C) Linamar Powertrain GmbH, DO C 56 de 26.2.2013.
(27) N 113/2009 Ayuda a Audi Hungaria Motor Ltd., DO C 64 de 16.3.2010, SA.32169 (2010/N) Volkswagen Sachsen GmbH, DO C 361 de 10.12.2011.
(28) Anexo al Reglamento (CE) no 1627/2006 de la Comisión, de 24 de octubre de 2006, por el que se modifica el Reglamento (CE) no 794/2004 en cuanto al impreso de notificación de ayudas, DO L 302 de 1.11.2006.
(29) Comunicación de la Comisión — Criterios para la evaluación pormenorizada de la ayuda regional para grandes proyectos de inversión, DO C 223 de 16.9.2009, p. 3.
|
12.10.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 297/76 |
STEUNMAATREGELEN VAN DE STATEN — DUITSLAND
Steunmaatregel SA.34881 (2013/C) (ex 2013/NN) (ex 2012/CP) — Vermeende steun aan Duitse farmaceutische ondernemingen in financiële moeilijkheden door de vrijstelling van verplichte kortingen
Uitnodiging om, overeenkomstig artikel 108, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, opmerkingen te maken
(Voor de EER relevante tekst)
2013/C 297/05
De Commissie heeft Duitsland bij schrijven van 24 juli 2013, dat na deze samenvatting in de authentieke taal is weergegeven, in kennis gesteld van haar besluit tot inleiding van de procedure van artikel 108, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie ten aanzien van bovengenoemde steunmaatregel.
Belanghebbenden kunnen hun opmerkingen over de betrokken steunmaatregel ten aanzien waarvan de Commissie de procedure inleidt, maken door deze binnen een maand vanaf de datum van de bekendmaking van deze samenvatting en van onderstaande brief te zenden aan:
|
Europese Commissie |
|
Directoraat-generaal Concurrentie |
|
Griffie Staatssteun |
|
1049 Brussel |
|
BELGIË |
|
Fax +32 22961242 |
|
E-mail: stateaidgreffe@ec.europa.eu |
Deze opmerkingen zullen ter kennis van Duitsland worden gebracht. Een belanghebbende die opmerkingen maakt, kan, met opgave van redenen, schriftelijk verzoeken om vertrouwelijke behandeling van zijn identiteit.
TEKST VAN DE SAMENVATTING
PROCEDURE
Op 24 mei 2012 heeft de Commissie een klacht ontvangen van een Duitse farmaceutische onderneming die beweert dat de vrijstelling van de verplichte fabrikantenkorting voor farmaceutische producten die haar concurrenten naar Duits recht krijgen, als staatssteun moet worden aangemerkt.
Op 8 juni 2012 heeft de Commissie de klacht aan de Duitse autoriteiten gezonden, om opmerkingen erover verzocht en nadere inlichtingen gevraagd. Hierop hebben de Duitse autoriteiten op 27 juli 2012 geantwoord.
Na ontvangst van het antwoord van Duitsland op 24 augustus 2012 bleef de klager bij brief van 26 september 2012 bij zijn beweringen en maakte hij opmerkingen over de argumenten van Duitsland. Op 21 november 2012 zond de Commissie het antwoord naar Duitsland, waarop de Duitse autoriteiten bij brief van 13 december 2012 hebben gereageerd. Op 6 december 2012 had een bijeenkomst met de klager plaats.
BESCHRIJVING VAN DE STEUNMAATREGEL TEN AANZIEN WAARVAN DE COMMISSIE DE PROCEDURE INLEIDT
Uit hoofde van artikel 4 van Richtlijn 89/105/EEG van de Raad mogen de lidstaten een prijsblokkering invoeren voor geneesmiddelen. In uitzonderingsgevallen kan een farmaceutische onderneming "verzoeken om een afwijking van een prijsblokkering, indien dit door bijzondere redenen gerechtvaardigd wordt" (artikel 4, lid 2, van Richtlijn 89/105/EEG).
Duitsland voerde een verplichte fabrikantenkorting van 16% in die producenten van bepaalde receptplichtige geneesmiddelen van 1 augustus 2010 tot en met 31 december 2013 aan openbare ziekenfondsen en particuliere ziekteverzekeraars moesten toekennen.
De toepasselijke Duitse wetgeving voorziet in een afwijking van deze verplichte korting in gevallen waarin de korting door een bijzondere marktsituatie de financiële draagkracht van de onderneming en haar meerderheidsaandeelhouder in gevaar kan brengen. Op basis hiervan heeft de bevoegde federale dienst een aantal afwijkingen toegestaan.
BEOORDELING VAN DE MAATREGEL
De vrijstelling van de fabrikantenkorting heeft een effect op staatsmiddelen, aangezien door de vrijstelling de werkelijke prijzen stijgen die de Duitse openbare ziekenfondsen voor de vrijgestelde producten betalen. De openbare ziekenfondsen ontvangen hun middelen voornamelijk van een centraal fonds voor de gezondheidszorg dat gedeeltelijk met belastingsubsidies wordt gefinancierd.
Hoewel in artikel 4, lid 2, van Richtlijn 89/105/EEG wordt bepaald dat een afwijking van een prijsblokkering mogelijk is, is de directe rechtsgrondslag voor de vrijstellingen een nationale bepaling en worden deze per geval door een nationale autoriteit verleend. Voorts laat het begrip "bijzondere redenen" in artikel 4, lid 2, van Richtlijn 89/105/EEG de lidstaat vrij beslissen en is dit daarom niet rechtstreeks toepasselijk. De Commissie is daarom van mening dat deze maatregel aan Duitsland kan worden toegerekend.
De vrijstelling van de korting vormt bovendien een selectief voordeel ten gunste van bepaalde farmaceutische ondernemingen, die de mededinging vervalst of dreigt te vervalsen door de begunstiging van bepaalde ondernemingen en de productie van bepaalde goederen voor zover deze steun het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig kan beïnvloeden.
Tegen deze achtergrond komt de Commissie in dit stadium tot de slotsom dat de maatregel staatssteun vormt.
Wat de mogelijke verenigbaarheid met de interne markt betreft, merkt de Commissie op dat het – vanwege de definitie van "bijzondere redenen" naar Duits recht – zeer waarschijnlijk is dat alle betrokken begunstigden ondernemingen in moeilijkheden zijn in de zin van de richtsnoeren inzake reddings- en herstructureringssteun (1), die bijgevolg de enige rechtsgrondslag voor de beoordeling van de verenigbaarheid vormen. Vooralsnog betwijfelt de Commissie dat de maatregel voldoet aan de juridische vereisten van deze richtsnoeren.
In dit verband heeft de Commissie besloten de procedure van artikel 108, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie in te leiden.
Overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad kan alle onrechtmatig verleende steun van de begunstigde worden teruggevorderd.
TEKST VAN DE BRIEF
„Die Kommission beehrt sich, Deutschland hiermit mitzuteilen, dass sie nach Prüfung der von Ihren Behörden vorgelegten Informationen beschlossen hat, bezüglich der vorgenannten Maßnahmen das Verfahren nach Artikel 108 Absatz 2 des Vertrags über die Arbeitsweise der Europäischen Union (im Folgenden „AEUV“) einzuleiten.
1. VERFAHREN
|
(1) |
Am 24. Mai 2012 ging der Kommission eine Beschwerde eines deutschen Pharmaunternehmens zu, der zufolge die Befreiung von Herstellerabschlägen für Arzneimittel, die seinen Wettbewerbern gewährt wurde, eine staatliche Beihilfe darstellte. |
|
(2) |
Am 8. Juni 2012 legte die Kommission eine nicht vertrauliche Fassung der Beschwerde Deutschland vor und bat dazu um Stellungnahme und um weitere Auskünfte. In diesem Schreiben wurden die deutschen Behörden ausdrücklich darum gebeten, für den Fall, dass es sich nach ihrer Auffassung bei der Sache nicht um eine rechtswidrige Beihilfe handle, ihre eigene Zusammenfassung des Sachverhalts sowie die Gründe dafür vorzulegen, warum sie die besagte Maßnahme nicht als rechtswidrige Beihilfe betrachteten. |
|
(3) |
Mit Schreiben vom 27. Juli 2012 übermittelte Deutschland Anmerkungen zur Beschwerde und die erbetenen zusätzlichen Informationen. Am 24. August 2012 übersandte die Kommission der Beschwerdeführerin eine nicht vertrauliche Fassung dieser Antwort mit der Bitte mitzuteilen, ob die Beschwerdeführerin die Sache in Anbetracht der von deutscher Seite beigebrachten Erklärungen weiterführen wollte. |
|
(4) |
Die Beschwerdeführerin hielt ihre Behauptungen aufrecht. Mit Schreiben vom 26. September 2012 übermittelte sie Bemerkungen zu den deutschen Argumenten. Am 21. November 2012 leitete die Kommission die Antwort der Beschwerdeführerin an Deutschland weiter. Die deutschen Behörden nahmen dazu in einem Schreiben vom 13. Dezember 2012 Stellung. |
|
(5) |
Eine Zusammenkunft mit der Beschwerdeführerin fand am 6. Dezember 2012 statt. |
2. DIE BESCHWERDE
|
(6) |
[…] (2) |
|
(7) |
Die Beschwerdeführerin behauptet, dass die Befreiung vom Herstellerabschlag für Arzneimittel, die ihren Wettbewerbern nach § 130a Buch V des deutschen Sozialgesetzbuches gewährt wird, eine staatliche Beihilfe darstellt. |
|
(8) |
Darüber hinaus behauptet die Beschwerdeführerin, dass die Begünstigten der Befreiung Unternehmen in Schwierigkeiten seien. Der Beschwerdeführerin zufolge ist die Maßnahme als illegale Betriebsbeihilfe anzusehen, da sie die rechtlichen Anforderungen der Leitlinien der Gemeinschaft für staatliche Beihilfen zur Rettung und Umstrukturierung von Unternehmen in Schwierigkeiten (3) (im Folgenden „die Leitlinien“) nicht erfüllt. |
3. BESCHREIBUNG DER MASSNAHME
|
(9) |
Bei der in Rede stehenden Maßnahme handelt es sich um ein deutsches System für die Befreiung von Herstellerabschlägen für Arzneimittel. |
3.1 Deutsches Krankenversicherungssystem
|
(10) |
Das deutsche Krankenversicherungssystem unterteilt sich in gesetzliche und private Krankenversicherungen. |
|
(11) |
Gesetzliche Krankenversicherung: 85 %-90 % der Bevölkerung haben eine gesetzliche Krankenversicherung. Grundsätzlich müssen alle Beschäftigten krankenversichert sein. Lediglich Beamte, Selbstständige und Beschäftigte mit hohen Einkommen können sich für ein privates System entscheiden. Im öffentlichen System wird die Prämie vom Gesundheitsministerium bestimmt und richtet sich nach einer Reihe festgelegter Dienstleistungen, so wie sie im deutschen Sozialrecht beschrieben sind, das diese Leistungen auf „wirtschaftlich tragfähige, ausreichende, erforderliche und sinnvolle Leistungen“ beschränkt. Die Prämie hängt nicht vom Gesundheitszustand einer Person ab. Allerdings ist ein gewisser Prozentsatz (derzeit 15,5 %) des Einkommens als Beitragssatz zu entrichten. Die gesetzlichen Krankenkassen werden vor allem aus dem öffentlichen Gesundheitsfonds gespeist, der wiederum vom Bundesversicherungsamt verwaltet wird. Der Gesundheitsfonds wird im Wesentlichen durch die Pflichtbeiträge der Arbeitnehmer finanziert. Allerdings gewährt der Bund auch eine zusätzliche Subvention aus dem Bundeshaushalt. Dieser Betrag lag 2013 bei 11,5 Mrd. EUR. Nach deutschem Recht müssen die gesetzlichen Krankenkassen ihre Kosten durch ihre Eigenmittel abdecken, wie die Mitgliederbeiträge und sonstige Einkommen in Form staatlicher Zuwendungen. Die Aufnahme von Fremdmitteln ist nicht gestattet. Die Höhe der Versicherungsprämien hat sich nach den Finanzierungsanforderungen der gesetzlichen Krankenkassen zu richten. |
|
(12) |
Private Krankenversicherung: 10 %-15 % der Bevölkerung entscheidet sich für eine private Krankenversicherung. Dieses private System finanziert sich ausschließlich aus Prämien seiner Mitglieder, die in Einzelverträgen mit der Versicherung festgelegt sind. Diese legen auch die abgedeckten Dienstleistungen und den Deckungsgrad fest, der sich nach dem Betrag der gewählten Leistungen sowie dem Risiko und dem Alter der Person beim Eintritt in die private Versicherung richtet. Überdies werden die Prämien zum Aufbau von Rücklagen für die steigenden Versicherungskosten im höheren Alter verwendet, so wie dies gesetzlich vorgeschrieben ist. |
3.2 Rechtsgrundlage für die Befreiung in der Richtlinie 89/105/EWG des Rates
|
(13) |
Nach Artikel 4 der Richtlinie 89/105/EWG des Rates vom 21. Dezember 1988 betreffend die Transparenz von Maßnahmen zur Regelung der Preisfestsetzung bei Arzneimitteln für den menschlichen Gebrauch und ihre Einbeziehung in die staatlichen Krankenversicherungssysteme (4) stellen die Mitgliedstaaten sicher, dass alle einzelstaatlichen Maßnahmen in Form von Rechts - oder Verwaltungsvorschriften zur Kontrolle der Preise von Arzneimitteln für den menschlichen Gebrauch oder zur Einschränkung der unter ihre staatlichen Krankenversicherungssysteme fallenden Arzneimittel die Anforderungen dieser Richtlinie erfüllen. |
|
(14) |
Artikel 4 Absatz 1 der Richtlinie 89/105/EWG gestattet den Mitgliedstaaten, einen Preisstopp für alle Arzneimittel oder für bestimmte Arzneimittelkategorien zu verfügen. |
|
(15) |
In Artikel 4 Absatz 2 der Richtlinie 89/105/EWG heißt es: „In Ausnahmefällen kann eine Person, die Inhaber einer Genehmigung für das Inverkehrbringen eines Arzneimittels ist, eine Abweichung von einem Preisstopp beantragen, wenn dies durch besondere Gründe gerechtfertigt ist.“ |
3.3 Befreiung vom Herstellerabschlag für Arzneimittel nach deutschem Recht
|
(16) |
Im Allgemeinen sind Pharmaunternehmen verpflichtet, Abschläge von bis zu 16 % des Preises für verschreibungspflichtige Arzneimittel an alle Anbieter von Krankenversicherungen zu gewähren, d. h. sowohl gesetzliche Krankenkassen wie private Versicherer. Um Einsparungen durch Kostensenkungen zu erreichen, hat der deutsche Gesetzgeber 2010 ein Preismoratorium zusammen mit einer spürbaren Anhebung des Herstellerabschlags eingeführt (siehe § 130a SGB V (5)). So müssen die Preise von Arzneimitteln für den menschlichen Gebrauch bis zum 31. Dezember 2013 auf dem Stand vom 1. August 2009 bleiben. |
|
(17) |
Das deutsche Recht sieht eine Ausnahme von dieser Rabattverpflichtung im Sinne des Artikels 4 Absatz 2 der Richtlinie 89/105/EWG vor (§ 130a, Absatz 4 SGB V). |
|
(18) |
Die Befreiungen werden vom Bundesamt für Wirtschaft und Ausfuhrkontrolle, (BAFA) auf Einzelfallbasis gewährt. |
|
(19) |
Einem BAFA-Informationsblatt für Unternehmen zufolge, die die Rabattverpflichtung in Anspruch nehmen möchten, sind „besondere Gründe“ im Sinne des Artikels 4 Absatz 2 der Richtlinie 89/105/EWG gegeben, wenn die Rabattverpflichtung dem betreffenden Unternehmen oder seiner Unternehmensgruppe (sofern das besagte Unternehmen einer solchen Gruppe angehört) eine unangemessene finanzielle Belastung aufbürdet. Von einer unangemessenen finanziellen Belastung wird ausgegangen, wenn das besagte Unternehmen nicht in der Lage ist, Zahlungsunfähigkeit durch Eigenmittel, Beiträge seiner Anteilseigner oder sonstige Maßnahmen zu vermeiden. |
|
(20) |
Darüber hinaus muss ein Unternehmen, das einen Antrag auf Befreiung von der Rabattverpflichtung stellt, eine Erklärung abgeben, in der es erklärt, ein Unternehmen in Schwierigkeiten im Sinne der Leitlinien zu sein. |
|
(21) |
Am 26. April 2013 wurden zehn Pharmaunternehmen Befreiungen gewährt (6), unter anderem auch direkten Wettbewerbern der Beschwerdeführerin. In der nachfolgenden Tabelle sind sowohl vorläufige als auch endgültige Beschlüsse zur Gewährung von Befreiungen von der Rabattverpflichtung aufgelistet: Der vorläufige Beschluss wird auf der Grundlage der aktuellen Daten gefasst, die den Zeitraum ab Antragstellung bis zum Ende des laufenden Geschäftsjahres zuzüglich maximal 180 Tage abdecken. Der endgültige Beschluss wird rückwirkend nach Vorlage der von einem Wirtschaftsprüfer geprüften Daten für das abgeschlossene Geschäftsjahr gefasst. […] |
|
(22) |
In ihrer Antwort vom 27. Juli 2012 nahmen die deutschen Behörden eine Berechnung der einigen Begünstigten gewährten Befreiungen vor, zu denen auch direkte Wettbewerber der Beschwerdeführerin zählten: […] Diese Beträge gelten lediglich für die Zeiträume, in denen das BAFA bis zum 27. Juli 2012 einen endgültigen Beschluss erlassen hatte. |
|
(23) |
Die Beschwerdeführerin behauptet, dass der Gesamtbetrag der derzeit gewährten Befreiungen (einschließlich vorläufiger Befreiungen) beträchtlich höher liege […] |
|
(24) |
Vor diesem Hintergrund werden die deutschen Behörden aufgefordert, für alle Begünstigten die tatsächlichen Gesamtbeträge der gewährten Befreiungen zu berechnen (sowohl nach Maßgabe des endgültigen als auch des vorläufigen Beschlusses). |
4. STELLUNGNAHME DER DEUTSCHEN BEHÖRDEN
|
(25) |
Den deutschen Behörden zufolge enthält die besagte Maßnahme keine staatliche Beihilfe. |
|
(26) |
Deutschland zufolge sind keine staatlichen Mittel involviert, da den Unternehmen, die von der Befreiung profitieren, keine Finanzmittel gezahlt werden. Lediglich das Preisniveau für Arzneimittel, d. h. die den gesetzlichen und den privaten Krankenversicherern in Rechnung gestellten Kosten sind reguliert. Aufgrund des Herstellerabschlags sparen die gesetzlichen und die privaten Krankenversicherer einen Teil der Arzneimittelkosten ein. Keinesfalls wird aber auf die Mitgliederbeiträge für die Krankenkassen oder die Zuwendungen des Bundes zum Gesundheitsfonds zurückgegriffen. Die deutschen Behörden betonen, dass die Maßnahme sowohl in Bezug auf die gesetzlichen als auch die privaten Krankenversicherer diskriminierungsfrei ist. |
|
(27) |
Darüber hinaus machen die deutschen Behörden geltend, dass die besagte Maßnahme nicht dem Staat zuzurechnen ist, da die Befreiung mit der Umsetzung des Artikels 4 Absatz 2 der Richtlinie 89/105/EWG im Zusammenhang steht. Deutschland habe keinen Ermessensspielraum. Folglich sei die Maßnahme nicht dem Staat zuzurechnen. |
|
(28) |
Ferner macht Deutschland geltend, dass die Maßnahme als Dienstleistung von allgemeinem wirtschaftlichem Interesse anzusehen sei und deshalb keine staatliche Beihilfe darstelle. |
|
(29) |
Deutschland behauptet zudem, dass der Wettbewerb angesichts der geringen involvierten Beträge nicht verzerrt werde. |
5. WÜRDIGUNG
5.1 Vorliegen einer staatlichen Beihilfe
|
(30) |
Nach Artikel 107 Absatz 1 AEUV „sind staatliche oder aus staatlichen Mitteln gewährte Beihilfen gleich welcher Art, die durch die Begünstigung bestimmter Unternehmen oder Produktionszweige den Wettbewerb verfälschen oder zu verfälschen drohen, mit dem Binnenmarkt unvereinbar, soweit sie den Handel zwischen Mitgliedstaaten beeinträchtigen“. |
Verwendung staatlicher Mittel
|
(31) |
Vorteile sind nur dann als Beihilfen im Sinne des Artikels 107 AEUV einzustufen, wenn sie unmittelbar oder mittelbar aus staatlichen Mitteln gewährt werden. Das bedeutet, dass sowohl Vorteile, die unmittelbar vom Staat gewährt werden, als auch Vorteile, die über eine vom Staat benannte oder errichtete öffentliche oder private Einrichtung gewährt werden, unter den Beihilfebegriff nach Artikel 107 Absatz 1 AEUV (7) fallen. Artikel 107 Absatz 1 AEUV erfasst in diesem Sinne außerdem sämtliche Geldmittel, die die öffentlichen Stellen tatsächlich zur Unterstützung der Unternehmen verwenden können, ohne dass es darauf ankommt, dass diese Mittel dauerhaft zum Vermögen des Staates (8) gehören. |
|
(32) |
Infolgedessen reicht die Tatsache, dass der Vorteil nicht unmittelbar aus dem Staatshaushalt finanziert wird, allein nicht aus, um auszuschließen, dass staatliche Mittel zum Einsatz kommen. Aus der ständigen Rechtsprechung ergibt sich sogar, dass von einer staatlichen Beihilfe im Sinne des Artikels 107 Absatz 1 AEUV (9) ausgegangen werden kann, ohne dass in jedem Fall aufgezeigt werden muss, dass bei einem Vorteil, der einem oder mehreren Unternehmen gewährt worden ist, staatliche Mittel geflossen sind. |
|
(33) |
Ferner schließt eine zunächst private Herkunft von Mitteln deren Einstufung als staatliche Mittel im Sinne des Artikels 107 Absatz 1 AEUV (10) nicht aus. Damit genügt der Umstand allein, dass eine Subventionsregelung, die einigen Wirtschaftsteilnehmern eines bestimmten Sektors zugute kommt, ganz oder teilweise durch Beiträge finanziert wird, die von Staats wegen von den betreffenden Unternehmen erhoben werden, nicht, um dieser Regelung den Charakter einer staatlichen Beihilfe im Sinne des Artikels 107 Absatz 1 AEUV (11) zu nehmen. |
|
(34) |
In diesem Zusammenhang stellte der Gerichtshof in der Rechtssache Steinike, in der es um einen Fonds zur Absatzförderung der deutschen Land-, Forst- und Ernährungswirtschaft geht, der unter anderem durch Beiträge von Betrieben der Land-, Forst- und Ernährungswirtschaft finanziert wird, Folgendes fest: „Das in Artikel 92 Absatz 1 enthaltene Verbot erfasst sämtliche staatlichen oder aus staatlichen Mitteln gewährten Beihilfen, ohne dass danach zu unterscheiden ist, ob die Beihilfe unmittelbar durch den Staat oder durch von ihm zur Durchführung der Beihilferegelung errichtete oder beauftragte öffentliche oder private Einrichtungen gewährt wird.“ |
|
(35) |
Dieser Tenor der Rechtsprechung rührt aus einer alten italienischen Rechtsache (12) her. Dabei ging es um Arbeitgeberbeiträge zu Arbeitslosen- und Familienzulagenfonds; Italien hatte argumentiert, dass keine staatlichen Mittel zum Einsatz gekommen seien, da die Beiträge nicht von der Gemeinschaft getragen worden seien. Der Gerichtshof entschied Folgendes: „Da die fraglichen Fonds nach innerstaatlichen Rechtsvorschriften durch Zwangsbeiträge gespeist werden und, wie der vorliegende Fall zeigt, gemäß diesen Rechtsvorschriften verwaltet und verteilt werden, sind sie als staatliche Mittel im Sinne des Artikels 92 zu betrachten, selbst wenn ihre Verwaltung nichtstaatlichen Organen anvertraut wäre.“ |
|
(36) |
Der Gerichtshof hatte die Übertragung staatlicher Mittel nur unter sehr spezifischen Umständen ausgeschlossen: In der Rechtssache PreussenElektra (13) stellte der Gerichtshof z. B. fest, dass das Stromeinspeisungsgesetz in der Fassung von 1998 keine zur Durchführung der Beihilferegelung errichtete oder beauftragte Einrichtung vorsieht. Diese Schlussfolgerung beruht auf der Feststellung, dass das Stromeinspeisungsgesetz eine Regelung vorsieht, die darauf beschränkt war, Elektrizitätsversorgungsunternehmen und Betreiber der vorgelagerten Stromnetze direkt zu verpflichten, Strom aus erneuerbaren Energiequellen zu einem festgesetzten Preis abzunehmen, ohne eine für die Zahlungsabwicklung zuständige Stelle zu benennen. |
|
(37) |
Unter Zugrundelegung dieser Grundsätze stellt die Kommission fest, dass die einschlägigen deutschen Rechtsvorschriften (mittels des Preismoratoriums und des Herstellerabschlags) den Preis festlegen, die Krankenversicherer (ob nun gesetzlich oder privat) den Pharmaunternehmen zahlen müssen. Durch die Gewährung der besagten Befreiungen stellt das BAFA sicher, dass die Krankenversicherer einen höheren Preis für die besagten Arzneimittel entrichten, d. h. die Arzneimittel der sich angeblich in hinreichend finanziellen Schwierigkeiten befindenden Unternehmen rechtfertigen eine Befreiung vom allgemein anwendbaren Listenpreis. |
|
(38) |
Die von den Krankenversicherern zur Bezahlung der Arzneimittel verwendeten Gelder werden deshalb infolge der spezifischen staatlichen Einflussnahme an die Unternehmen weitergeleitet, die von der staatlichen Intervention profitieren. Wie bereits weiter oben erwähnt reicht die Tatsache, dass einige dieser Stellen privater Natur sind, nicht aus, um diese Schlussfolgerung zu ändern. |
|
(39) |
Darüber hinaus stellt die Kommission fest, dass diese Stellen entweder in erster Linie aus einem von einer staatlichen Behörde verwalteten öffentlichen Gesundheitsfonds und nicht nur durch die Pflichtbeiträge der Mitglieder, sondern in spürbarem Maße auch durch staatliche Zuwendungen (öffentlicher Gesundheitsfonds) oder aber ausschließlich durch Mitgliederprämien (private Versicherer) finanziert werden. Im letzteren Fall ist nicht davon auszugehen, dass die durch die besagte Maßnahme verursachten Kosten (Befreiung von der Rabattverpflichtung) nicht in Form erhöhter Prämien weitergegeben wird. Im Falle der gesetzlichen Krankenversicherung legt der Staat die Prämie fest und in Anbetracht der gesetzlichen Pflicht zur Selbstfinanzierung muss angenommen werden, dass der Staat erforderlichenfalls die Prämie zur Deckung der erhöhten Kosten anheben wird. |
|
(40) |
Ferner stellt die Kommission fest, dass 85 %-90 % der deutschen Bevölkerung eine gesetzliche Krankenversicherung hat, deren Mittel aufgrund der Tatsache, dass sie im öffentlichen Besitz sind, staatliche Mittel darstellen. Der Gesetzgeber wusste bei der Einführung der besagten Maßnahme, dass die große Mehrheit der Krankenkassen, für die die Kosten steigen würden, im öffentlichen Eigentum stehe. Die Situation im vorliegenden Fall unterscheidet sich folglich von den Umständen in der Sache PreussenElektra, in der die Mehrheit der Unternehmen, die die Maßnahme zu finanzieren hatten, privater Natur war (14). |
|
(41) |
Im Gegensatz zum Tatbestand in der Sache C-222/07 UTECA stellt die Kommission fest, dass ein System, das die Möglichkeit einer auf Einzelfallbasis durch eine staatliche Behörde vorzunehmenden Befreiung vorsieht, nicht mit einer allgemeinen Maßnahme verglichen werden kann, die ein Ziel des öffentlichen Interesses verfolgt (15). |
|
(42) |
Deshalb kommt die Kommission in diesem Stadium zu dem Schluss, dass die Maßnahme staatliche Mittel umfasst. |
Zurechenbarkeit
|
(43) |
Um in den Anwendungsbereich des in Artikel 107 Absatz 1 AEUV genannten Verbots zu fallen, muss die Regelung dem Mitgliedstaat zurechenbar sein (16). |
|
(44) |
Das Gericht hat in der Vergangenheit geurteilt, dass die Mitgliedstaaten mit der Umsetzung einer auf EU-Recht basierenden Befreiung in einzelstaatliches Recht lediglich Bestimmungen des Unionsrechts umsetzen, so wie dies dem AEUV zufolge vorgesehen ist. Schreiben diese Bestimmungen eine hinreichend klare und präzise Verpflichtung fest, ist die in Rede stehende einzelstaatliche Vorschrift daher nicht dem deutschen Staat zuzurechnen, sondern auf einen Rechtsakt des EU-Gesetzgebers zurückzuführen (17). |
|
(45) |
Ferner hat das Gericht festgestellt, dass „der Grundsatz der Rechtssicherheit ferner [verlangt], dass die Unionsorgane Widersprüche, die durch die Durchführung verschiedener Bestimmungen des Unionsrechts entstehen können, grundsätzlich vermeiden, ganz besonders dann, wenn mit diesen Vorschriften dasselbe Ziel verfolgt wird, z. B. das eines unverfälschten Wettbewerbs innerhalb des Gemeinsamen Marktes.“ (18) |
|
(46) |
Deshalb kam das Gericht zu dem Schluss, dass für den Fall, dass eine Richtlinie des Rates eine Befreiung vorsieht, die europäischen Institutionen zuvor bereits geprüft haben, dass diese Befreiung den Wettbewerb nicht verzerrt, so dass für eine anschließende, gesonderte Würdigung im Rahmen der Vorschriften für staatliche Beihilfen kein Raum besteht. (19) Die Kommission verweist jedoch darauf, dass sie gegen dieses Urteil in Berufung gegangen ist. (20). |
|
(47) |
Im vorliegenden Fall bildet eine Bestimmung des deutschen Rechts (§ 130a SGB V) die Rechtsgrundlage für die Befreiung. Die Befreiungen werden vom BAFA auf Einzelfallbasis erteilt. |
|
(48) |
In der Richtlinie 89/105/EWG sind lediglich die Verfahrensvorschriften festgelegt. Sie beabsichtigt nicht, in den erheblichen Ermessensspielraum der Mitgliedstaaten bei der Definition der in Artikel 4 Absatz 2 genannten „besonderen Gründe“ einzugreifen. |
|
(49) |
Der Gerichtshof stellte Folgendes fest: „Zur allgemeinen Systematik der Richtlinie 89/105 ist festzustellen, dass nach deren sechstem Erwägungsgrund die sich aus der Richtlinie ergebenden Anforderungen die Politik der Mitgliedstaaten für die Festsetzung der Arzneimittelpreise und die einzelstaatliche Politik in Bezug auf die Preisfestsetzung und das Sozialversicherungssystem nur in dem Maße beeinflussen, in dem dies für die Transparenz im Sinne der Richtlinie notwendig ist. Zum anderen ist die Richtlinie 89/105 vom Gedanken eines minimalen Einwirkens auf die mitgliedstaatliche Organisation der internen Sozialversicherungspolitiken getragen.“ (21) |
|
(50) |
Darüber hinaus verweist die Kommission darauf, dass in dem in Erwägungsgrund 44 genannten Urteil festgestellt wurde, dass die Bestimmung des Unionsrechts eine klare und präzise Verpflichtung enthalten muss. Da Richtlinien für jeden Mitgliedstaat, an den sie gerichtet sind, hinsichtlich des zu erreichenden Ziels zudem verbindlich sind, den innerstaatlichen Stellen jedoch die Wahl der Form und der Mittel überlassen (Artikel 288 AEUV), enthalten Richtlinienbestimmungen nicht unbedingt eine solche Verpflichtung. |
|
(51) |
Die Formulierung „besondere Gründe“ in Artikel 4 Absatz 2 der Richtlinie 89/105/EWG ist nicht so hinreichend klar und präzise, als dass die gleiche Schlussfolgerung wie in der Sache Deutsche Bahn gezogen werden könnte, d. h. mit der einzelstaatlichen Maßnahme wird lediglich die durch den Unionsgesetzgeber vorgesehene Verpflichtung in einzelstaatliches Recht umgesetzt. Es obliegt dem Mitgliedstaat nicht nur, die Möglichkeit einer Befreiung vorzusehen oder nicht; die Formulierung „besondere Gründe“ ist eher weit gefasst und ist im einzelstaatlichen Recht auszulegen. Folglich haben der einzelstaatliche Gesetzgeber und die einzelstaatliche Exekutivbehörde einen gewissen Ermessensspielraum bei der Definition des Begriffs. |
|
(52) |
Die Kommission kommt deshalb zu dem Schluss, dass die Befreiungsregelung in diesem Stadium dem Mitgliedstaat zuzurechnen ist. |
Selektiver Vorteil, Dienstleistung von allgemeinem wirtschaftlichem Interesse
|
(53) |
Deutschland macht geltend, dass die Maßnahme als Dienstleistung von allgemeinem wirtschaftlichem Interesse anzusehen ist und deshalb keine staatliche Beihilfe darstellt. |
|
(54) |
Dem Urteil des Gerichthofs in der Sache Altmark (22) zufolge stellt ein Ausgleich für die Erbringung einer Dienstleistung von allgemeinem wirtschaftlichem Interesse keinen ungerechtfertigte Vorteil dar, wenn alle vier nachfolgend genannten Bedingungen insgesamt erfüllt sind: 1) Der Begünstigte muss mit der Erfüllung klar definierter, gemeinwirtschaftlicher Verpflichtungen betraut sein. 2) Die Parameter, anhand derer der Ausgleich berechnet wird, müssen zuvor objektiv und transparent aufgestellt werden. 3) Der Ausgleich darf nicht über die Kosten hinausgehen, die bei der Erfüllung der gemeinwirtschaftlichen Verpflichtungen anfallen, abzüglich der dabei erzielten Einnahmen (der Ausgleich kann jedoch einen angemessenen Gewinn einschließen). 4) Der Begünstigte wird im Zuge einer öffentlichen Ausschreibung ausgewählt oder der Ausgleich übersteigt nicht die Kosten eines gut geführten Unternehmens, das angemessen mit den Mitteln ausgestattet ist, um die öffentliche Dienstleistung zu erbringen. |
|
(55) |
Unabhängig davon, ob die Herstellung von Arzneimitteln unter gewissen Umständen als eine Dienstleistung von allgemeinem wirtschaftlichem Interesse angesehen werden könnte, gibt es hinsichtlich der zur Rede stehenden Befreiung von Herstellerabschlägen keine Betrauungsakte für jeden Empfänger, mit denen den Empfängerunternehmen gemeinschaftliche Aufgaben übertragen worden wären. Deshalb hält die Kommission dieses Argument für unbegründet und kommt zu dem Schluss, dass die Befreiungsregelung zu einem selektiven Vorteil für bestimmte Pharmaunternehmen führt, die auf dem Gebiet der Herstellung bestimmter Arzneimittel tätig sind. |
Verzerrung des Wettbewerbs und Auswirkung auf den Handel
|
(56) |
Zudem ist es wahrscheinlich, dass diese Maßnahme den Wettbewerb verzerrt und den Handel zwischen Mitgliedstaaten beeinträchtigt. Die betreffenden Arzneimittel werden in großer Stückzahl in verschiedenen Mitgliedstaaten hergestellt und verkauft. Unter den Marktteilnehmern herrscht ein intensiver Wettbewerb. |
|
(57) |
Deutschlands Argument, die geringen Beträge schlössen eine Wettbewerbsverzerrung aus, hält die Kommission entgegen, dass es in Anbetracht der von Deutschland vorgelegten Daten nicht ausgeschlossen ist, dass die Beihilfebeträge, die sich aus zumindest einigen Befreiungen ermitteln, beträchtlich über dem Schwellenwert liegen, der in der Verordnung (EG) Nr. 1998/2006 über "De Minimis"-Beihilfen festgelegt ist. […] Ferner weist die Kommission darauf hin, dass Unternehmen in finanziellen Schwierigkeiten nicht unter die Verordnung (EG) Nr. 1998/2006 fallen. Vielmehr zeitigt die Gewährung eines Vorteils an ein Unternehmen in Schwierigkeiten, das den Markt ohne die Maßnahme wahrscheinlich verlassen müsste, eine erhebliche Auswirkung auf den Wettbewerb. Vor diesem Hintergrund vertritt die Kommission bei derzeitigem Verfahrensstand die Auffassung, dass die Maßnahme den Wettbewerb zumindest zu verzerren droht. |
Schlussfolgerung
|
(58) |
Infolgedessen stellt die deutsche Befreiungsregelung nach Auffassung der Kommission in diesem Stadium eine staatliche Beihilfe dar. |
5.2 Vereinbarkeit mit dem Binnenmarkt
|
(59) |
Eine Befreiung von der Rabattverpflichtung wird nach deutschem Recht gewährt, wenn ein Unternehmen durch eben diese Verpflichtung eine unangemessene finanzielle Belastung erfährt, von der ausgegangen wird, wenn das Unternehmen eine Zahlungsunfähigkeit durch Eigenmittel, Beiträge seiner Anteilseigner oder sonstige Maßnahmen nicht vermeiden kann. |
|
(60) |
Die Kommission stellt fest, dass dieses Konzept der Definition von Unternehmen in Schwierigkeiten nach den Leitlinien der Gemeinschaft für staatliche Beihilfen zur Rettung und Umstrukturierung von Unternehmen in Schwierigkeiten sehr ähnlich ist. |
|
(61) |
Die Kommission hält fest, dass ein Unternehmen in Schwierigkeiten wie folgt definiert wird: „wenn es nicht in der Lage ist, mit eigenen finanziellen Mitteln oder Fremdmitteln, die ihm von seinen Eigentümern/Anteilseignern oder Gläubigern zur Verfügung gestellt werden, Verluste aufzufangen, die das Unternehmen auf kurze oder mittlere Sicht so gut wie sicher in den wirtschaftlichen Untergang treiben werden, wenn der Staat nicht eingreift“ (Randnr. 9 der Leitlinien). |
|
(62) |
Darüber hinaus muss ein Unternehmen, das einen Antrag auf Befreiung von der Rabattverpflichtung stellt, eine Erklärung abgeben, in der es erklärt, ein Unternehmen in Schwierigkeiten im Sinne der Leitlinien zu sein. |
|
(63) |
Vor diesem Hintergrund kann die Kommission annehmen, dass alle Begünstigten der Regelung als Unternehmen in Schwierigkeiten im Sinne der Leitlinien anzusehen sind, was folglich die einzige Rechtsgrundlage für eine Vereinbarkeit mit dem Binnenmarkt wäre. Folglich ist trotz der Behauptungen, dass es sich bei der Maßnahme um eine Dienstleistung von allgemeinem wirtschaftlichem Interesse handle, nicht zu prüfen, ob die Bedingungen des Rahmens für derlei Dienstleistungen eingehalten werden (23). |
|
(64) |
Derzeit kann die Kommission nicht erkennen, wie die gewährten Befreiungen die rechtlichen Anforderungen für eine Rettungsbeihilfe im Sinne der Leitlinien erfüllen würden. Abschnitt 3. 1 dieser Leitlinien zufolge ist eine Rettungsbeihilfe entweder nach sechs Monaten zurückzuzahlen oder unter Vorlage eines Umstrukturierungsplans innerhalb dieses Zeitraums zu befolgen. Dies trifft auf die gewährten Befreiungen nicht zu. |
|
(65) |
Auch scheinen die Befreiungen die rechtlichen Anforderungen für eine Umstrukturierungsbeihilfe im Sinne der Leitlinien nicht zu erfüllen. Die Kommission erinnert daran, dass Abschnitt 3.2 dieser Leitlinien zufolge eine Umstrukturierungsbeihilfe die Anmeldung eines Umstrukturierungsplans erfordert, der die langfristige Rentabilität, Ausgleichsmaßnahmen zur Vermeidung von Wettbewerbsverfälschungen sowie einen konkreten und tatsächlichen Eigenbeitrag und die Einhaltung des Grundsatzes der einmaligen Beihilfe gewährleistet. Deutschland hat keinerlei Informationen beigebracht, die darauf schließen lassen, dass diese Anforderungen im vorliegenden Fall erfüllt sind. |
|
(66) |
Vor diesem Hintergrund kommt die Kommission zu dem Schluss, dass derzeit keine Gründe für die Feststellung bestehen, dass die gewährten Befreiungen mit dem Binnenmarkt vereinbar sind. |
6. SCHLUSSFOLGERUNG
|
(67) |
Aus den oben genannten Erwägungen kommt die Kommission zu dem Schluss, dass die in Rede stehende Maßnahme eine staatliche Beihilfe darstellt. Ferner zweifelt sie an der Vereinbarkeit der Maßnahme mit dem Binnenmarkt. |
In Anbetracht der vorstehenden Ausführungen fordert die Kommission Deutschland im Rahmen des Verfahrens nach Artikel 108 Absatz 2 des Vertrags über die Arbeitsweise der Europäischen Union auf, innerhalb eines Monats nach Erhalt dieses Schreibens Stellung zu nehmen und alle sachdienlichen Angaben für die beihilferechtliche Würdigung der Maßnahme zu übermitteln. Deutschland wird aufgefordert, unverzüglich eine Kopie dieses Schreibens an die potenziellen Beihilfeempfänger weiterzuleiten.
Die Kommission erinnert die Bundesregierung an die aufschiebende Wirkung von Artikel 108 Absatz 3 AEUV und verweist auf Artikel 14 der Verordnung (EG) Nr. 659/1999 des Rates, wonach alle rechtswidrigen Beihilfen unter Umständen vom Empfänger zurückzufordern sind.
Die Kommission weist Deutschland darauf hin, dass sie die Beteiligten durch Veröffentlichung des vorliegenden Schreibens und einer aussagekräftigen Zusammenfassung dieses Schreibens im Amtsblatt der Europäischen Union von der Beihilfesache in Kenntnis setzen wird. Ferner wird sie die Beteiligten in den EFTA-Staaten, die das EWR-Abkommen unterzeichnet haben, durch Veröffentlichung einer Bekanntmachung in der EWR-Beilage zum Amtsblatt der Europäischen Union und die EFTA-Überwachungsbehörde durch Übermittlung einer Kopie dieses Schreibens von dem Vorgang in Kenntnis setzen. Alle Beteiligten werden aufgefordert, innerhalb eines Monats ab dem Datum dieser Veröffentlichung Stellung zu nehmen.”
(1) Communautaire richtsnoeren inzake reddings- en herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden, PB C 244 van 1.10.2004, blz. 2.
(2) Geschäftsgeheimnis
(3) ABl. C 244 vom 1.10.2004, S. 2. Die Leitlinien galten ursprünglich bis zum 9. Oktober 2009. Die Kommission beschloss jedoch, ihre Gültigkeit zunächst bis zum 9. Oktober 2012 zu verlängern (Mitteilung der Kommission über die Verlängerung der Leitlinien der Gemeinschaft für staatliche Beihilfen zur Rettung und Umstrukturierung von Unternehmen in Schwierigkeiten, ABl. C 156 vom 9.7.2009, S. 3). Anschließend wurden die Leitlinien im Rahmen der Initiative zur Modernisierung der staatlichen Beihilfen (SAM) solange verlängert, bis sie durch neue Vorschriften für die Rettung und Umstrukturierung von Unternehmen in Schwierigkeiten ersetzt werden (Mitteilung der Kommission betreffend die Verlängerung der Anwendbarkeit der Leitlinien der Gemeinschaft vom 1. Oktober 2004 für staatliche Beihilfen zur Rettung und Umstrukturierung von Unternehmen in Schwierigkeiten, ABl. C 296 vom 2.10.2012, S. 3).
(4) ABl. L 40 vom 11.2.1989, S. 8.
(5) Siehe http://www.gesetze-im-internet.de/sgb_5/__130a.html.
(6) Siehe Auflistung der gewährten Befreiungen auf der BAFA-Website: http://www.bafa.de/bafa/de/weitere_aufgaben/herstellerabschlaege/bescheide/ausnahmegenehmigung.pdf.
(7) Urteil des Gerichtshofs vom 22. März 1977, Steinike & Weinlig/Deutschland, 78/76, Slg. 1977, 595, Randnr. 21; Urteil des Gerichtshofs vom 13. März 2001, PreussenElektra, 379/98, Slg. 2001, I-2099, Randnr. 58.
(8) Urteil des Gerichtshofes vom 30. Mai 2013, Doux Elevage, noch nicht in der Sammlung veröffentlicht, Randnr. 35; Urteil des Gerichts vom 27. September 2012, Französische Republik gegen Europäische Kommission, T-139/09, noch nicht in der Sammlung veröffentlicht, Randnr. 60.
(9) Doux Elevage, C-677/11, zitiert in Fußnote 6, Randnr. 34; Urteil des Gerichtshofes vom 19. März 2013, verbundene Rechtssachen Bouygues Telecom/Kommission, C-399/10 P und C-401/10 P, noch nicht in der Sammlung veröffentlicht, Randnr. 100.
(10) Frankreich/Kommission, T-139/09, zitiert in Fußnote 6, Randnr. 60; Urteil des Gerichts vom 12. Dezember 1996, Air France/Kommission, T-358/94, Slg. 1996, I-2109, Randnrn. 63 bis 65.
(11) Siemens/Kommission, T-139/09, zitiert in Fußnote 6, Randnr. 61.
(12) Urteil des Gerichtshofs vom 2. Juli 1974, Italien/Kommission, 173/73, Slg. 1974, 709, Randnr. 16.
(13) PreussenElektra, C-379/98, zitiert in Fußnote 5.
(14) PreussenElektra, C-379/98, zitiert in Fußnote 5. Siehe in diesem Sinne die Stellungnahme von Generalanwalt Jacobs in dieser Sache, Randnr. 175; siehe auch die Schlussanträge von Generalanwalt Kokott in der Sache C-222/07 UTECA, Slg. 2009, I-1407, Randnr. 134; Entscheidung der Kommission in der Sache NN 53/2005, Staatliche Beihilfe an die ungarische Kohleindustrie, (ABl. C 90 vom 25.4.2007, S. 10), Erwägungsgrund 43.
(15) UTECA, C-222/07, zitiert in Fußnote 14, Randnr. 45.
(16) Doux Elevage, C-677/11, zitiert in Fußnote 8, Randnr. 27; Frankreich/ Kommission, T-139/09, zitiert in Fußnote 8, Randnr. 58.
(17) Rechtssache T-351/02, Deutsche Bahn/Kommission, Slg. 2006, II-1052, Rdnr. 102.
(18) Urteil des Gerichts vom 21. März 2012, verbundene Rechtssachen T-50/06 RENV, T-56/06 RENV, T-60/06 RENV, T-62/06 RENV und T-69/06 RENV, Irland/Kommission, Frankreich/Kommission, Italien/Kommission, Euralluminia SpA/Kommission, Aughinish Ltd/Kommission, noch nicht in der Sammlung veröffentlicht, Randnr. 62
(19) Urteil des Gerichts vom 21. März 2012, verbundene Rechtssachen T-50/06 RENV, T-56/06 RENV, T-60/06 RENV, T-62/06 RENV und T-69/06 RENV, Irland/Kommission, Frankreich/Kommission, Italien/Kommission, Euralluminia SpA/Kommission, Aughinish Ltd/Kommission, zuvor zitiert in Fußnote 16, Randnr. 84
(20) Berufung vom 1. Juni 2012 durch die Kommission gegen das Urteil vom 21. März 2012 in den verbundenen Rechtssachen T-50/06 RENV, T-56/06 RENV, T-60/06 RENV, T-62/06 RENV und T-69/06 RENV, Irland und andere/Kommission (C-272/12 P).
(21) Verbundene Rechtssachen C-352/07 bis C-356/07, C-365/07 bis C-367/07 und C-400/07, A. Menarini und andere/ Italien, Slg. 2009, I-2495, Randnr. 35-26.
(22) Urteil des Gerichtshofs vom 24. Juli 2003, Altmark Trans GmbH und Regierungspräsidium Magdeburg/Nahverkehrsgesellschaft Altmark GmbH, C-280/00, Randnr. 87 ff.
(23) Die Kommission erinnert jedenfalls daran, dass – wie zuvor in Erwägungsgrund 55 ausgeführt – Betrauungsakte für jeden Empfänger, mit denen den Empfängerunternehmen gemeinschaftliche Aufgaben übertragen werden, fehlen.
|
12.10.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 297/85 |
STEUNMAATREGELEN VAN DE STATEN — SLOWAKIJE
Steunmaatregel SA.33797 (2013/C) (ex 2013/NN) — Vermeende steun aan NCHZ
Uitnodiging om, overeenkomstig artikel 108, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, opmerkingen te maken
(Voor de EER relevante tekst)
2013/C 297/06
De Commissie heeft Slowakije bij schrijven van 2 juli 2013, dat na deze samenvatting in de authentieke taal is weergegeven, in kennis gesteld van haar besluit tot inleiding van de procedure van artikel 108, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie ten aanzien van bovengenoemde steunmaatregel.
Belanghebbenden kunnen hun opmerkingen over de betrokken steunmaatregel ten aanzien waarvan de Commissie de procedure inleidt, maken door deze binnen een maand vanaf de datum van deze bekendmaking van deze samenvatting en van onderstaande brief te zenden aan:
|
Europese Commissie |
|
Directoraat-generaal Concurrentie |
|
Griffie Staatssteun |
|
1049 Brussel |
|
BELGIË |
|
Fax +32 22961242 |
|
E-mail: stateaidgreffe@ec.europa.eu |
Deze opmerkingen zullen ter kennis van Slowakije worden gebracht. Een belanghebbende die opmerkingen maakt, kan, met opgave van redenen, schriftelijk verzoeken om vertrouwelijke behandeling van zijn identiteit.
[TEKST VAN DE SAMENVATTING]
PROCEDURE
Op 13 oktober 2011 heeft de Commissie per e-mail een klacht ontvangen over vermeende onrechtmatige steun ten gunste van Novácké chemické závody, a.s. v konkurze (hierna "NCHZ" genoemd). De Commissie heeft de klacht op 17 oktober 2011 aan Slowakije doorgezonden, samen met een verzoek om inlichtingen. Vervolgens is meermaals informatie uitgewisseld tussen de Commissie, de klager en Slowakije.
ACHTERGROND / BESCHRIJVING VAN DE MAATREGELEN
NCHZ was een in Slowakije gevestigde chemische fabriek met ongeveer 2 000 werknemers. In 2009 heeft de Commissie NCHZ een boete van 19,6 miljoen EUR opgelegd voor deelname aan het calciumcarbidekartel, waarna de onderneming het faillissement aanvroeg.
Een maand nadat de faillissementsprocedure tegen de onderneming was ingeleid, nam Slowakije een wet aan inzake strategische ondernemingen, waardoor de staat een recht van voorkoop krijgt om strategische ondernemingen in staat van faillissement over te nemen en waarbij de curator de continuïteit van de strategische onderneming tijdens de procedure moet verzekeren (hierna de "wet" genoemd). Op 2 december 2009 besliste de overheid dat NCHZ op basis van de wet een strategische onderneming was. De wet liep af in december 2010. NCHZ was de enige onderneming waarop de wet werd toegepast.
Nadat de wet was vervallen, hebben de gezamenlijke schuldeisers en dus ook de crediteuren met pandrecht besloten de activiteiten van NCHZ voort te zetten ondanks het feit dat de inkomsten van de onderneming de exploitatiekosten niet dekten.
In 2012 werd NCHZ via een biedprocedure aan het Tsjechische Via Chem verkocht.
BEOORDELING VAN DE MAATREGELEN
Tijdens de faillissementsprocedure betaalde NCHZ geen socialezekerheidsbijdragen voor zijn werknemers en loste het geen andere schulden bij diverse overheidsinstanties af. In de periode 2009-2011 bedroeg de schuld bij de overheid 12,1 miljoen EUR. Op basis van de financiële moeilijkheden van NCHZ in de aanloop naar de faillissementsaanvraag, lijkt het duidelijk te zijn geweest dat de overheid, doordat zij het voor NCHZ mogelijk maakte te blijven functioneren, een reëel risico liep dat de verplichtingen van NCHZ tegenover de overheid zouden aangroeien, zonder dat de onderneming deze zou kunnen nakomen. De niet-betaalde schuld had dus vermeden of in ieder geval aanzienlijk verminderd kunnen worden door de activiteiten van NCHZ tijdens de faillissementsprocedure stop te zetten.
Er zijn ook sterke aanwijzingen dat de beslissing van de schuldeisers om de activiteiten van NCHZ voort te zetten nadat de wet was vervallen, aan de staat toe te rekenen is en de onderneming hierdoor een onrechtmatig, selectief economisch voordeel werd verleend.
De Commissie is derhalve voorlopig van oordeel dat NCHZ ten opzichte van zijn concurrenten een voordeel heeft gekregen dat het onder normale marktvoorwaarden niet zou hebben verkregen, omdat het zijn werkzaamheden en marktactiviteiten gedurende langere tijd mocht voortzetten zonder socialezekerheidsbijdragen en andere schulden bij de overheid te moeten betalen.
De Commissie betwijfelt daarnaast ook dat de biedprocedure waarmee NCHZ werd verkocht onvoorwaardelijk was, aangezien sommige bieders in een later stadium, wanneer alle biedingen reeds waren uitgebracht, hun bod konden verhogen. Derhalve twijfelt de Commissie of de door de uiteindelijk geselecteerde bieder betaalde prijs voor de activa van de onderneming een marktprijs was die waarborgde dat de inkomsten werden gemaximaliseerd om de schuldeisers, met inbegrip van de staat, te betalen. Bovendien zijn er sterke aanwijzingen dat de economische continuïteit tussen NCHZ en de nieuwe onderneming niet is onderbroken.
Daarom heeft de Commissie besloten de procedure van artikel 108, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie in te leiden.
Overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad kan alle onrechtmatig verleende steun van de begunstigde worden teruggevorderd.
[TEKST VAN DE BRIEF]
„Komisia chce informovať Slovensko, že po preskúmaní informácií poskytnutých Vašimi orgánmi o uvedenom opatrení rozhodla o začatí konania stanoveného v článku 108 ods. 2 Zmluvy o fungovaní Európskej únie.
1. POSTUP
|
(1) |
E-mailom z 13. októbra 2011 bola Komisii doručená sťažnosť, ktorá sa týkala údajnej neoprávnenej pomoci poskytnutej Nováckym chemickým závodom, a.s. v konkurze (ďalej len „NCHZ“). |
|
(2) |
Komisia zaslala sťažnosť Slovensku 17. októbra 2011 spolu so žiadosťou o informácie. Slovenské orgány požiadali o slovenskú verziu dokumentov, ktorá im bola zaslaná e-mailom 16. januára 2012. |
|
(3) |
Slovenské orgány predložili vyžiadané informácie 17. februára 2012. Ďalšie žiadosti o informácie zaslala Komisia 22. marca 2012 a 21. júna 2012. Slovensko odpovedalo 23. apríla 2012 a 11. septembra 2012. |
|
(4) |
Navrhovateľ doplnil svoju sťažnosť 14. júna 2012. Na žiadosť navrhovateľa sa 24. januára 2013 uskutočnilo stretnutie Komisie a navrhovateľa. Navrhovateľ poslal e-mailami z 8. a 22. marca 2013 doplňujúce informácie. |
2. SÚVISLOSTI
2.1. Príjemca
|
(5) |
NCHZ (činnosti ktorých v súčasnosti vykonáva spoločnosť Fortischem, a.s.) sú výrobcom chemických látok, ktorý má svoj podnik organizovaný v troch divíziách. Hlavným predmetom činnosti spoločnosti je výroba karbidu vápnika a technických plynov, výroba polyvinylchloridu (PVC) a produktov jeho spracovania a rastúci podiel základných a špeciálnych nízkotonážnych chemických látok. |
|
(6) |
NCHZ boli chemickým závodom (založeným v roku 1940), ktorý sa nachádza v Trenčianskom kraji na západnom Slovensku [v regióne oprávnenom na pomoc podľa článku 107 ods. 3 písm. a) ZFEÚ]. Mali približne 2 000 zamestnancov. Spoločnosť, ktorá sa javí ako v súkromnom vlastníctve (1), vstúpila do konkurzného konania 8. októbra 2009 a vyhlásila, že nie je schopná udržať svoju prevádzku z dôvodu pokuty vo výške 19,6 milióna EUR uloženej Komisiou za jej účasť na kartelovej dohode týkajúcej sa karbidu vápnika. (2) Komisia však konštatuje, že pokuta nepredstavovala jediný veľký záväzok NCHZ a že NCHZ podali návrh na vyhlásenie konkurzu pred splatnosťou pokuty za kartel. |
|
(7) |
Jeden mesiac po vyhlásení konkurzu NCHZ Slovensko prijalo zákon č. 493/2009 Z. z. z 5. novembra 2009 o niektorých opatreniach týkajúcich sa strategických spoločností (ďalej len „zákon“), ktorým sa štátu poskytuje prednostné právo na kúpu strategických spoločností v konkurznom konaní a od správcu konkurznej podstaty sa vyžaduje, aby počas konania zabezpečil pokračovanie prevádzky strategickej spoločnosti. NCHZ boli vyhlásené za strategickú spoločnosť podľa zákona 2. decembra 2009. |
|
(8) |
Podnik spoločnosti NCHZ bol predaný vo verejnom obstarávaní českej spoločnosti Via Chem Slovakia 16. januára 2012. Podnik NCHZ pokračoval v prevádzke počas celého konkurzného konania a bol prevedený na Via Chem Slovakia ako fungujúci podnik. Nový subjekt, ktorý pokračuje v podnikaní NCHZ s novým vlastníkom, sa volá Fortischem, a.s. |
2.2. Predaj NCHZ
|
(9) |
Počas konkurzného konania boli zorganizované dve verejné súťaže na predaj podniku NCHZ. Jedna bola neúspešná, pretože v poslednej fáze sa zúčastnil len jeden uchádzač a správca odmietol jeho ponuku. Podnik bol predaný v druhej verejnej súťaži v januári 2012. |
|
(10) |
Predaj bol verejne oznámený v miestnych, ako aj medzinárodných médiách. Ponuku predložilo päť uchádzačov. Jeden z uvedených piatich uchádzačov nesplnil formálne podmienky účasti vo verejnej súťaži. Dvaja uchádzači sa klasifikovali do poslednej fázy (3), jeden ponúkol 2,046 milióna EUR a druhý 2,2 milióna EUR. Vybraná bola najvyššia ponuka. Verejnú súťaž vyhral Via Chem Slovakia, spoločnosť zaregistrovaná v Českej republike. |
|
(11) |
Podľa podmienok verejnej súťaže mali potenciálni uchádzači dve možnosti: mohli predložiť ponuku s prevzatím „záväzkov nadobúdateľa“ špecifikovaných v článku 1.7 podmienok verejnej súťaže (ďalej len „záväzky“), resp. mohli predložiť ponuku bez prevzatia záväzkov. Záväzky obsahovali podmienky, že
|
|
(12) |
V pravidlách verejnej súťaže sa stanovovalo, že ak bude najvyššia ponuka od uchádzača, ktorý neprevezme záväzky, uchádzač s najvyššou ponukou, ktorý ich prevezme, má možnosť dorovnať najvyššiu ponuku. Podľa informácií, ktoré má Komisia k dispozícii, sa zdá, že podnik NCHZ bol predaný uchádzačovi, ktorý neprevzal záväzky. |
|
(13) |
Všetok majetok spoločnosti bol predaný en bloc úspešnému uchádzačovi – Via Chem Slovakia. Zdá sa, že všetci zamestnanci boli prevzatí a kupujúci na seba prevzal aspoň časť súčasných záväzkov. NCHZ ako subjekt teda evidentne zostal bez akýchkoľvek podnikateľských činností a je naďalej v konkurznom konaní, v ktorom sa použijú výnosy z predaja chemického podniku NCHZ na uspokojenie veriteľov v možnom rozsahu. Podnik NCHZ, ktorý nadobudla Via Chem Slovakia, sa v súčasnosti prevádzkuje pod názvom spoločnosti Fortischem, a.s. |
3. OPIS OPATRENÍ
|
(14) |
Na základe informácií, ktoré poskytol sťažovateľ a slovenské orgány v kontexte predmetnej veci, sa zdá, že NCHZ mohli mať prospech z niekoľkých opatrení, ktoré môžu predstavovať štátnu pomoc. |
|
(15) |
Listom z 23. apríla 2012 Slovensko informovalo Komisiu o tom, že NCHZ dlžia rôznym štátnym subjektom alebo štátnym spoločnostiam 12 094 340,74 EUR. Tieto záväzky predstavujú len záväzky, ktoré vznikli počas konkurzného konania (nepredstavujú celkovú výšku záväzkov voči štátu). Tieto záväzky sú vymedzené v § 87 slovenského zákona o konkurze (4) (ďalej len „slovenský zákon o konkurze“) ako „pohľadávky proti podstate“. Zahŕňajú okrem iného pohľadávky, ktoré vzniknú po vyhlásení konkurzu v súvislosti so správou a speňažovaním majetku v konkurze, a pohľadávky, ktoré vzniknú po vyhlásení konkurzu, ako sú dane, poplatky, clá, poistné na zdravotné poistenie, poistné na sociálne poistenie, mzdy alebo platy zamestnancov spoločnosti v konkurze. Akékoľvek záväzky, ktoré vzniknú z dôvodu pokračovania prevádzky spoločnosti počas konkurzného konania a nemôžu byť uhradené z výnosov z tohto pokračovania prevádzky, sa takisto posudzujú ako pohľadávky voči podstate. |
|
(16) |
Verejné záväzky NCHZ, ktoré vznikli počas konkurzného konania, sú uvedené v tabuľke 1. Tabuľka 1 Záväzky NCHZ voči štátu alebo štátnym spoločnostiam, ktoré vznikli počas konkurzného konania (stav k aprílu 2012)
|
|
(17) |
Podľa § 88 ods. 5 slovenského zákona o konkurze správca uspokojuje záväzky vznikajúce v dôsledku prevádzky podniku z výťažkov danej prevádzky v poradí, v ktorom nadobúdajú splatnosť. |
|
(18) |
Z informácií, ktoré má Komisia k dispozícii, sa zdá, že aspoň určité štátne inštitúcie sa snažili vymôcť pohľadávky v rámci konkurzného konania. Pokračovanie prevádzky NCHZ však neprinieslo dostatočné výnosy na pokrytie všetkých prevádzkových nákladov vrátane príspevkov na sociálne zabezpečenie a ostatných pohľadávok štátu, ktoré vznikli počas konkurzného konania. Zdá sa, že výnosy sa použili najmä na pokrytie nákladov priamo súvisiacich s prevádzkou podniku (zásobovanie surovinami, energia atď.) s cieľom udržať si obchodnú činnosť, zatiaľ čo záväzky voči štátu neboli uhradené a počas pokračovania prevádzky NCHZ v konkurze ďalej rástli. |
|
(19) |
Pokračovanie prevádzky NCHZ, ktoré bolo hlavnou príčinou týchto akumulovaných záväzkov, bolo založené na dvoch rôznych opatreniach počas konkurzného konania: na zákone (od decembra 2009 do decembra 2010), a na uznesení veriteľov (od januára 2011). |
3.1. Prevádzka podľa zákona
|
(20) |
Od nadobudnutia účinnosti zákona dňa 1. decembra 2009 a rozhodnutia vlády z 2. decembra 2009 do uplynutia účinnosti zákona 31. decembra 2010 NCHZ využívali výhody spojené so statusom „strategickej spoločnosti“. V zmysle zákona bol správca konkurznej podstaty povinný zabezpečiť pokračovanie prevádzky strategickej spoločnosti, aj keby jej výnosy plne nepokrývali jej prevádzkové náklady vrátane daní a príspevkov na sociálne zabezpečenie. |
|
(21) |
Zákon sa mal vzťahovať na obchodné spoločnosti strategického významu, ktoré sú predmetom konkurzného konania. Účelom zákona bolo udržať prevádzku uvedených podnikov, ktoré sú v konkurze, ale ktoré slovenská vláda vyhlásila za strategické. Okrem toho, zákonom sa slovenskej vláde poskytovalo prednostné právo na kúpu strategických spoločností, ktoré sa dostali do konkurzu. |
|
(22) |
Na to, aby spoločnosť patrila do rozsahu pôsobnosti zákona, museli byť splnené všetky tieto požiadavky:
|
|
(23) |
NCHZ bola jedinou spoločnosťou, ktorá mala prospech z tohto zákona. Zákon bol prijatý 5. novembra 2009 a nadobudol účinnosť 1. decembra 2009. Vláda vyhlásila vo svojom rozhodnutí č. 534/2009 2. decembra 2009 NCHZ za strategickú spoločnosť. |
|
(24) |
Pri rozhodovaní o strategickom význame NCHZ slovenská vláda poukázala na skutočnosť, že konkurz spoločnosti by mohol viesť k strate viac ako 1 700 priamych pracovných miest a ohroziť ďalších 5 000 pracovných miest u dodávateľov NCHZ na Slovensku. Uviedla tiež, že ukončenie výroby v NCHZ by negatívne ovplyvnilo výkonnosť a konkurencieschopnosť chemického priemyslu na Slovensku, čím by sa výrazne zhoršila pozícia celej slovenskej ekonomiky. (6) |
3.2. Prevádzka na základe uznesenia veriteľského výboru
|
(25) |
Po uplynutí účinnosti zákona 31. decembra 2010 správca konkurznej podstaty, ktorý bol viazaný pokynmi veriteľského výboru, rozhodol o pokračovaní prevádzky NCHZ v súlade s ustanoveniami slovenského zákona o konkurze. |
|
(26) |
Podľa slovenského zákona o konkurze si veritelia všetkých nezabezpečených pohľadávok prihlásených v konkurznom konaní volia veriteľský výbor na účely výkonu svojich práv v konkurze. Výbor má právomoc vydávať záväzné pokyny správcovi konkurznej podstaty za okolností, ktoré sú výslovne stanovené v slovenskom zákone o konkurze, okrem iného v situácii, keď náklady na prevádzku podniku v konkurze presiahnu výnosy z jeho prevádzky. V takej situácii si správca vyžiada pokyny týkajúce sa rozsahu, v ktorom sa má pokračovať v prevádzke spoločnosti (§ 88 slovenského zákona o konkurze). Pokyny musia byť schválené zabezpečenými veriteľmi a potom konkurzným súdom. Každý zabezpečený veriteľ má právo využiť na rozhodnutia výboru veto. |
|
(27) |
V prípade konkurzného konania NCHZ bol výbor zložený z 5 subjektov, z ktorých štyri sa javia ako subjekty v súkromnom vlastníctve (7). Verejným členom výboru bol Fond národného majetku. Okrem toho, podľa informácií, ktoré má Komisia k dispozícii, NCHZ mal sedem zabezpečených veriteľov. Štyria z týchto zabezpečených veriteľov boli štátnymi podnikmi – Fond národného majetku, Environmentálny fond, Slovenská záručná a rozvojová banka, a.s., a mesto Nováky. |
|
(28) |
Správca v súlade so svojou povinnosťou podľa slovenského zákona o konkurze informoval zabezpečených aj nezabezpečených veriteľov o tom, že náklady na prevádzku podniku NCHZ sú vyššie ako výnosy z prevádzky. Nezabezpečení veritelia rozhodli o pokračovaní prevádzky spoločnosti. Uvedené uznesenie nevetoval žiadny zo zabezpečených veriteľov. Uznesenie neskôr schválil súd v uznesení z 23. februára 2011. |
|
(29) |
Pokračovanie prevádzky NCHZ viedlo k rastúcemu verejnému dlhu (zvyšujúce sa ďalšie neuhradené príspevky na sociálne poistenie a iné dane), pričom podľa sťažovateľa pokračovanie prevádzky nezvyšovalo výšku záväzkov voči súkromným členom veriteľského výboru. |
4. PRIPOMIENKY SLOVENSKA
|
(30) |
Slovensko tvrdí, že správca konkurzného konania NCHZ bol povinný pokračovať v prevádzke spoločnosti na základe zákona o strategických spoločnostiach do 31. decembra 2010. |
|
(31) |
Následne správca požiadal veriteľský výbor o pokyny v súvislosti s pokračovaním prevádzky spoločnosti. Výbor súhlasil a toto uznesenie potvrdil súd v Trenčíne. (8) Spoločnosť teda pokračovala v prevádzke do jej predaja dňa 16. januára 2012. Slovensko neposkytlo plán reštrukturalizácie, na základe ktorého výbor rozhodol o prevádzke spoločnosti. |
|
(32) |
Slovensko tvrdí, že v rámci riadenia a vymáhania pohľadávok voči NCHZ hlavný veriteľ, ktorým je Sociálna poisťovňa (9), postupovala v súlade so zákonom č. 461/2003 Z. z. o sociálnom zabezpečení v znení neskorších predpisov (ďalej len „zákon o sociálnom poistení“) a v súlade so slovenským zákonom o konkurze. Sociálna poisťovňa vyčerpala všetky zákonné dostupné nápravné opatrenia. Neakceptovala neplatenie poistného a riadne zaevidovala svoju pohľadávku u správcu. |
|
(33) |
Sociálna poisťovňa nemala záznam o žiadnych pohľadávkach voči NCHZ, ktoré vznikli pred vyhlásením konkurzu, ktoré by bolo potrebné prihlásiť v konkurznom konaní v súlade s § 28 slovenského zákona o konkurze. |
|
(34) |
Z toho dôvodu bola jediným dostupným spôsobom zabezpečenia jej pohľadávok registrácia v prebiehajúcom konkurznom konaní ako pohľadávok proti podstate. Sociálna poisťovňa (10) (prostredníctvom pobočky v Prievidzi) tak konala priebežne, v súlade s § 87 a 88 slovenského zákona o konkurze (podrobnosti sú uvedené v tabuľke 2). |
|
(35) |
Podľa § 87 ods. 3 slovenského zákona o konkurze pohľadávky proti podstate uspokojuje správca z výťažku zo speňaženia majetku dotknutej podstaty podľa poradia ich splatnosti. Správca zodpovedá veriteľovi pohľadávky proti podstate za škodu, ktorá mu vznikne tým, že jeho pohľadávka proti podstate nebola riadne a včas uspokojená v súlade s týmto ustanovením, ibaže preukáže, že postupoval s odbornou starostlivosťou. V pobočke v Prievidzi sa 24. augusta 2011 uskutočnilo zasadnutie zástupcov Sociálnej poisťovne a NCHZ. Na zasadnutí správca informoval zástupcov Sociálnej poisťovne, že nebude schopný uspokojiť pohľadávky proti podstate, pretože musí uprednostniť pokračovanie prevádzky podniku, aby mohla byť spoločnosť predaná za čo najlepšiu cenu. |
|
(36) |
Podľa § 47 ods. 1 slovenského zákona o konkurze vyhlásením konkurzu sa prerušujú všetky súdne a iné konania, ktoré sa týkajú majetku podliehajúceho konkurzu patriaceho úpadcovi. Časové lehoty určené alebo stanovené v týchto konaniach počas obdobia prerušenia neplynú. |
|
(37) |
Podľa § 47 slovenského zákona o konkurze Sociálna poisťovňa nesmie uplatniť pohľadávku rozhodnutím podľa zákona o sociálnom poistení ani následne vymáhať pohľadávku v rámci začatia exekučného konania (pozri § 48 slovenského zákona o konkurze). |
|
(38) |
Pobočka Sociálnej poisťovne v Prievidzi však 15. novembra 2011 podala na Okresnú prokuratúru v Prievidzi sťažnosť na osoby oprávnené konať v mene NCHZ s tým, že sa údajne v období od júna 2011 do septembra 2011 dopustili trestného činu neodvedenia poistného a neplatenia poistného podľa § 277 a 278 zákona č. 300/2005 Z. z. („trestný zákon“) v znení neskorších predpisov. Vyšetrovateľ Okresného riaditeľstva Policajného zboru 7. februára 2012 zastavil trestné konanie, pretože nebolo možné zistiť skutočnosti, ktoré by umožňovali trestné stíhanie dotknutých osôb. Tabuľka 2 Výška pohľadávok prihlásených v konkurznom konaní v tisícoch EUR (11) Sociálnou poisťovňou v období od 09/2009 do 01/2012
|
|
(39) |
Pokiaľ ide o predaj NCHZ, Slovensko tvrdilo, že predaj sa uskutočnil otvoreným, transparentným a bezpodmienečným spôsobom a že vo verejnej súťaži bol riadne vybraný uchádzač s najvyššou ponukou. Pokiaľ ide o druh predaja, Slovensko tvrdí, že tento prípad by sa mal vnímať ako osobitný prípad majetkového obchodu, v ktorom sa prevádza celý majetok spolu s právami a určitými záväzkami spojenými s týmto majetkom. |
|
(40) |
Slovensko potvrdilo, že všetky nepeňažné záväzky týkajúce sa zmlúv so zamestnancami boli takisto prevedené na nového kupujúceho. Slovensko takisto objasnilo, že sa nevykonalo ocenenie, v ktorom by sa vyhodnotil súčet majetku alebo spoločnosti ako fungujúceho podniku. Nakoniec Slovensko potvrdilo, že všetky záväzky voči štátu, ktoré vznikli počas konkurzného konania, zostali v NCHZ a budú vyrovnané z výťažku z predaja. |
5. POSÚDENIE
5.1. Existencia štátnej pomoci
|
(41) |
V zmysle článku 107 ods. 1 ZFEÚ ak nie je zmluvami ustanovené inak, pomoc poskytovaná v akejkoľvek forme členským štátom alebo zo štátnych prostriedkov, ktorá narúša hospodársku súťaž alebo hrozí narušením hospodárskej súťaže tým, že zvýhodňuje určitých podnikateľov alebo výrobu určitých druhov tovaru, je nezlučiteľná s vnútorným trhom, pokiaľ ovplyvňuje obchod medzi členskými štátmi. |
|
(42) |
S cieľom dospieť k záveru o existencii štátnej pomoci sa musí posúdiť, či sú v tomto prípade splnené kumulatívne kritériá uvedené v zozname v článku 107 ods. 1 ZFEÚ (t. j. prevod štátnych prostriedkov, selektívna výhoda, možné narušenie hospodárskej súťaže a vplyv na obchod v rámci EÚ), konkrétne v súvislosti s neplatením príspevkov na sociálne zabezpečenie a iných záväzkov voči štátu počas pokračovania prevádzky NCHZ v konkurze i) v zmysle uplatnenia zákona na základe rozhodnutia vlády, ktorým vyhlásila NCHZ za strategickú spoločnosť v zmysle zákona (pozri časť 5.2); a ii) pokračovaním prevádzky na základe rozhodnutia veriteľského výboru so súhlasom verejných veriteľov (pozri časť 5.3.). |
|
(43) |
So zreteľom na finančné ťažkosti NCHZ, ktoré predchádzali požiadaniu o vyhlásenie konkurzu, sa zdá, že bolo jasné, že vyhlásením NCHZ za strategickú spoločnosť vláda podstúpila skutočné riziko akumulovania verejných záväzkov, ktoré NCHZ nemôže byť schopná splniť. Z informácií, ktoré má Komisia k dispozícii, vyplýva, že existovalo podstatné riziko, že pokračovanie prevádzky NCHZ počas konkurzného konania by neprinieslo dostatočné výnosy na pokrytie všetkých prevádzkových nákladov vrátane príspevkov na sociálne zabezpečenie a iných štátnych pohľadávok a že by pribúdajúce záväzky voči štátu neboli riadne uhradené. Keďže tento scenár sa počas roka 2010 naozaj naplnil, riziko ďalšieho pribúdania neuhradených záväzkov voči štátu bolo na konci roka 2011 ešte zreteľnejšie, keď veriteľský výbor po uplynutí účinnosti zákona rozhodol o pokračovaní prevádzky NCHZ. Veritelia NCHZ boli vlastne osobitne upozornení na túto záležitosť správcom. |
|
(44) |
Z informácií doručených Slovenskom nie je jasné, či počas konkurzného konania neboli uhradené len verejné záväzky a či je takéto odlišné zaobchádzanie s rôznymi záväzkami počas konkurzného konania v súlade so slovenským zákonom o konkurze. Komisia preto vyzýva Slovensko, aby poskytlo viac informácií a dôkazy v tomto smere. Napriek tomu je zo skutočností, ktoré má Komisia k dispozícii, jasné, že pokračovanie prevádzky spoločnosti v konkurze viedlo k pribúdaniu verejného dlhu. Výška neuhradeného verejného dlhu akumulovaného počas obdobia konkurzného konania (roky 2009 – 2012) dosahuje celkovo viac ako 12 miliónov EUR. |
|
(45) |
Takisto sa upozorňuje, že je nepravdepodobné, že by sa akumulované záväzky (dosahujúce viac ako 12 miliónov EUR) získali znovu z výťažku z predaja podniku NCHZ (2,2 milióna EUR). Ako sa uvádza ďalej, Komisia má takisto pochybnosti o tom, či bolo cieľom verejnej súťaže týkajúcej sa predaja podniku NCHZ maximalizovanie výťažku z predaja. |
5.2. Uplatňovanie zákona na NCHZ
|
(46) |
Počas 13 mesiacov (od nadobudnutia účinnosti zákona 1. decembra 2009 do jej uplynutia 31. decembra 2010) zákon poskytoval základ pre pokračovanie prevádzky NCHZ napriek tomu, že náklady na prevádzku podniku boli stále vyššie ako výnosy z nej získané, a preto viedli k pribúdaniu dlhu. |
|
(47) |
V súlade s § 5 písm. a) zákona je správca konkurznej podstaty povinný zabezpečiť prevádzku spoločnosti, ktorú vláda vyhlásila za strategicky dôležitú. Správca vo svojej odpovedi na žiadosť o informácie uviedol, že pokračovanie prevádzky spoločnosti v konkurze bolo nevyhnutným následkom dodržiavania jeho povinností vyplývajúcich priamo zo zákona a dodržiavaním súladu s nimi. Z toho dôvodu napriek tomu, že bol v situácii, v ktorej by správca normálne zastavil prevádzku a zrušil podnik (pretože nebol schopný uhradiť všetky svoje dlhy), NCHZ mohli pokračovať v prevádzke a udržať si svoje obchodné vzťahy. |
5.2.1. Poskytnutie štátnych prostriedkov
|
(48) |
Ako sa uviedlo, Slovensko prijalo zákon a vyhlásilo NCHZ za strategickú spoločnosť na základe uvedeného zákona. Správca bol preto povinný z dôvodu uplatňovania zákona pokračovať v prevádzke NCHZ počas konkurzného konania. |
|
(49) |
V zmysle uvedeného vyhlásenia bola prevádzka spoločnosti udržaná napriek existencii jasného rizika (ktoré sa aj naplnilo), že výnosy nebudú stačiť na pokrytie nákladov na prevádzku počas konkurzu vrátane odvodov na sociálne zabezpečenie a ostatných záväzkov voči štátu. Jedinou istotou týkajúcou sa pokračovania prevádzky obchodnej činnosti je skutočne vytváranie dlhov voči štátu, aspoň vo forme odvodov na sociálne zabezpečenie. |
|
(50) |
Z toho vyplýva, že štát mohol zabrániť predvídateľnému riziku akumulovania nesplatených záväzkov voči štátu tak, že by nepriznal NCHZ status strategickej spoločnosti, ktorý v skutočnosti znamenal uloženie povinnosti správcovi zo strany vlády, aby pokračoval v prevádzke podniku NCHZ počas konkurzného konania. |
|
(51) |
Komisia sa preto v tejto fáze domnieva, že vyhlásenie NCHZ za strategickú spoločnosť viedlo k poskytnutiu štátnych prostriedkov v zmysle článku 107 ods. 1 ZFEÚ. Toto poskytnutie malo formu vzdania sa výnosov z príspevkov na sociálne zabezpečenie a iných verejných pohľadávok, ktoré NCHZ neuspokojili počas konkurzného konania. |
5.2.2. Hospodárska výhoda
|
(52) |
NCHZ neplatili príspevky na sociálne zabezpečenie za svojich zamestnancov ani neboli schopné plniť si iné záväzky, ktoré vznikli voči rôznym štátnym subjektom počas konkurzného konania. Napriek tomu, že pohľadávky boli prihlásené v konkurznom konaní, nevyrovnané pohľadávky neboli vybrané od októbra 2009. Správca bol podľa zákona povinný pokračovať v prevádzke spoločnosti. Komisia to chápe ako povinnosť zachovať existenciu spoločnosti bez prepustenia zamestnancov. Je jasné, že byť schopný pokračovať v prevádzke napríklad bez platenia príspevkov na sociálne zabezpečenie predstavuje pre NCHZ hospodársku výhodu. |
|
(53) |
Prevádzka NCHZ bola stále stratová a výška dlhu voči štátu sa zvyšovala každý mesiac od vyhlásenia konkurzu. Súkromný veriteľ v pozícii štátu by sa snažil maximalizovať sumu, ktorú môže účinne získať od NCHZ, a minimalizovať ďalšiu expozíciu voči pribúdajúcemu dlhu. Z toho dôvodu Komisia nemôže vylúčiť, že by takýto súkromný veriteľ nepodporil vyhlásenie NCHZ za strategickú spoločnosť a z toho vyplývajúce pokračovanie prevádzky v konkurze. Neuhradenému dlhu sa mohlo predísť alebo sa mohol aspoň výrazne znížiť ukončením prevádzky NCHZ pri začatí konkurzného konania alebo kedykoľvek počas neho. |
|
(54) |
Okrem toho, na základe informácií, ktoré má Komisia k dispozícii, sa zdá, že len Sociálna poisťovňa proaktívne prihlásila a snažila sa vymôcť svoje pohľadávky voči NCHZ. Komisia má pochybnosti v súvislosti s tým, či ostatní štátom ovládaní veritelia vymáhali svoje pohľadávky proti podstate spôsobom, ktorým by ich vymáhal súkromný veriteľ. Komisia vyzýva Slovensko, aby v tejto veci predložilo dôkazy. |
|
(55) |
Podľa predbežného posúdenia Komisie tým, že NCHZ mohli pokračovať v prevádzke v zmysle zákona napriek tomu, že neboli schopné platiť príspevky na sociálne zabezpečenie a ostatné verejné záväzky počas značne dlhého časového obdobia, požívali výhodu voči svojim konkurentom, ktorú by za normálnych trhových podmienok nezískali. |
|
(56) |
Okrem toho, uplatňovanie zákona na NCHZ nebolo založené len na úvahách, ktoré by zohľadnil súkromný veriteľ v podobnej situácii, ale zahŕňali aj iné politické úvahy. V odôvodnení rozhodnutia vlády z 2. decembra 2009, ktorým sa NCHZ vyhlásila za strategickú spoločnosť v zmysle zákona, sa uvádza hrozba straty 1 700 pracovných miest priamo v NCHZ a ďalších 5 000 pracovných miest u dodávateľov NCHZ v prípade ich likvidácie. Uvádza sa v ňom aj to, že ukončenie výroby v NCHZ by negatívne ovplyvnilo výkonnosť a konkurencieschopnosť celého chemického priemyslu na Slovensku, čím by sa výrazne zhoršila pozícia celej slovenskej ekonomiky. |
|
(57) |
Zdá sa teda, že uplatnením zákona na NCHZ sa poskytla výhoda spoločnosti tým, že bola ochránená pred výsledkami štandardného konkurzného konania. Ak by sa zákon na NCHZ neuplatnil, veritelia spoločnosti mohli dokonca požiadať o okamžité ukončenie prevádzky namiesto pokračovania prevádzky spoločnosti, ktorým sa ďalej prehlbovali straty spoločnosti. |
5.2.3. Selektívnosť opatrení
|
(58) |
Pokiaľ ide o pokračovanie prevádzky NCHZ na základe zákona, podľa ustálenej judikatúry súdov EÚ skutočnosť, že zákon bol všeobecným opatrením, nevylučuje skutočnosť, že sa ním priznáva selektívna výhoda konkrétnemu subjektu. Napriek tomu, že zákon bol všeobecným legislatívnym opatrením, okolnosti prípadu naznačujú, že bol v skutočnosti zameraný konkrétne na NCHZ. Najmä, bolo na slovenskej vláde, aby rozhodla o tom, či obchodná spoločnosť môže byť považovaná za spoločnosť so strategickým významom. Zákon sa teda nevzťahoval automaticky na každý podnik, ktorý spĺňal kritériá stanovené v článku 1 § 2 zákona. Kritériá, na základe ktorých vláda mala vyhlásiť podnik za strategicky dôležitý, boli zostavené tak, že poskytovali štátu širokú voľnosť pri prijímaní rozhodnutia. |
|
(59) |
Zdá sa, že toto zistenie potvrdzuje aj skutočnosť, že zákon bol prijatý jeden mesiac po vyhlásení konkurzu spoločnosti a že NCHZ sú zrejme jedinou spoločnosťou, na ktorú sa zákon uplatnil. Ak to tak nie je, Komisia vyzýva slovenské orgány, aby uviedli iné spoločnosti, na ktoré sa zákon uplatnil, a aby opísali okolnosti každého prípadu. |
|
(60) |
Komisia sa z toho dôvodu domnieva, že opatrenia umožňujúce akumulovanie neuhradených záväzkov NCHZ voči štátu predstavujú selektívne opatrenia v zmysle článku 107 ods. 1 ZFEÚ. |
5.2.4. Narušenie hospodárskej súťaže a vplyv na obchod medzi členskými štátmi
|
(61) |
Pokračovanie prevádzky NCHZ v zmysle zákona malo vplyv na zníženie nákladov, ktoré by inak NCHZ museli znášať. Prevádzka NCHZ nepriniesla dostatočné výnosy na pokrytie všetkých prevádzkových nákladov vrátane príspevkov na sociálne zabezpečenie a ostatných pohľadávok štátu, ktoré vznikli počas konkurzného konania. Napriek neschopnosti NCHZ plniť si všetky záväzky a najmä záväzky voči štátu (ktoré zostali neuhradené 13 mesiacov, počas ktorých bol zákon účinný), zostali NCHZ aktívne na trhu, ponúkali svoje výrobky a konkurovali iným európskym výrobcom chemických látok. |
|
(62) |
Okrem toho, zákonom sa pravdepodobne výrazne znížilo riziko straty zákazníkov a dodávateľov počas konkurzného konania. Skutočnosť, že spoločnosť bola podľa zákona povinná pokračovať v prevádzke, podnietila obchodných partnerov NCHZ, aby si udržali svoj vzťah so spoločnosťou. Bezpečnosť dodávok pre zákazníkov NCHZ, osobitne dôležitá v chemickom priemysle, bola zabezpečená pokračovaním prevádzky podniku, ako sa ustanovilo zákonom. V prípade neexistencie zákona by bolo pravdepodobnejšie, že by zákazníci NCHZ hľadali alternatívne zdroje dodávok z obáv pred náhlym prerušením prevádzky z dôvodu zhoršujúcej sa finančnej a ekonomickej situácie spoločnosti v konkurze. |
|
(63) |
Zníženie nákladov jedného podniku predstavuje prevádzkovú pomoc a tak narúša hospodársku súťaž, keďže konkurenti NCHZ museli znášať uvedené náklady alebo dôsledky platobnej neschopnosti. Ďalej, opatrenia mohli narušiť hospodársku súťaž tým, že umelo udržali NCHZ na trhu karbidu vápnika a na iných trhoch, na ktorých boli aktívne. Okrem toho sťažovateľ tvrdí, že počas tohto obdobia NCHZ výrazne podhodnocovali trhovú cenu. |
|
(64) |
Keďže v EÚ je len obmedzený počet výrobcov karbidu vápnika a s výrobkami sa obchoduje v rámci celej Európy, predmetné opatrenie takisto zjavne ovplyvňuje obchod medzi členskými štátmi. |
5.2.5. Záver o existencii štátnej pomoci
|
(65) |
Na základe uvedeného sa Komisia v tejto fáze domnieva, že vyhlásenie NCHZ za strategickú spoločnosť predstavuje selektívnu výhodu v prospech danej spoločnosti, bolo pripísateľné štátu a spôsobilo používanie štátnych zdrojov na narušenie hospodárskej súťaže na trhu otvorenom pre obchodovanie medzi členskými štátmi. Uvedené opatrenie preto predstavuje štátnu pomoc v zmysle článku 107 ods. 1 ZFEÚ. |
5.3. Pokračovanie prevádzky na základe uznesenia veriteľského výboru
|
(66) |
Po uplynutí účinnosti zákona už správca nebol zo zákona povinný pokračovať v prevádzke spoločnosti. Informoval veriteľov (zabezpečených aj nezabezpečených), že straty NCHZ sa priebežne zvyšovali od vyhlásenia konkurzného konania a že náklady na prevádzku podniku boli vyššie ako výnosy z jeho prevádzky. Napriek tomu, že veriteľský výbor si bol vedomý zlého stavu spoločnosti, všetci veritelia sa na veriteľskom výbore dohodli, že NCHZ by sa mali naďalej prevádzkovať. Uvedené rozhodnutie predstavovalo pre správcu záväzný pokyn. Následne ho potvrdil konkurzný súd v súlade so slovenským zákonom o konkurze. |
|
(67) |
Slovensko neposkytlo plán reštrukturalizácie, na základe ktorého výbor rozhodol o prevádzke spoločnosti. Ak takýto dokument existuje, Komisia žiada Slovensko, aby ho poskytlo. |
5.3.1. Poskytnutie štátnych prostriedkov
|
(68) |
Počas konkurzného konania NCHZ sa poskytli tejto spoločnosti štátne prostriedky, a to formou vzdania sa príjmov z príspevkov na sociálne zabezpečenie a iných akumulovaných záväzkov dlžných štátu. Neuhradenému dlhu sa však mohlo predísť alebo sa mohol aspoň výrazne znížiť ukončením prevádzky NCHZ počas konkurzného konania. Prevádzka spoločnosti bola udržaná napriek tomu, že správca objasnil, že výnosy nebudú stačiť na pokrytie nákladov na prevádzku počas konkurzu vrátane príspevkov na sociálne zabezpečenie a ostatných záväzkov voči štátu. Štát si bol jasne vedomý vysokého rizika ďalšieho akumulovania neuhradených verejných záväzkov, ktoré mohli vyplynúť z pokračovania prevádzky NCHZ. |
|
(69) |
Veriteľský výbor je v zásade zastupiteľský orgán nezabezpečených veriteľov, ktorý sa v prípade NCHZ skladal z väčšiny subjektov, ktoré sú zrejme v súkromnom vlastníctve. NCHZ však mali aj niekoľko zabezpečených veriteľov. Podľa slovenského zákona o konkurze môžu zabezpečení veritelia vetovať uznesenia prijaté veriteľským výborom v určitých záležitostiach, okrem iného v pokračovaní prevádzky spoločnosti napriek pretrvávajúcej stratovosti. Keďže sa štyri štátne subjekty zahrnuté medzi zabezpečených veriteľov rozhodli neuplatniť svoje veto na uznesenie o pokračovaní prevádzky, v tejto fáze Komisia nemôže vylúčiť možnosť, že pokračovanie prevádzky NCHZ možno pričítať štátu. Inými slovami, aj keď sa zdalo, že štát mohol prostredníctvom jedného z verejných zabezpečených veriteľov blokovať pokračovanie prevádzky NCHZ, neurobil tak. |
|
(70) |
Z toho dôvodu sa Komisia v tejto fáze domnieva, že riziko ďalšieho pribúdania verejných dlhov z dôvodu pokračovania prevádzky NCHZ možno pričítať tomu, že verejní zabezpečení veritelia neuplatnili svoje právo veta a táto situácia viedla k poskytnutiu štátnych prostriedkov v zmysle článku 107 ods. 1 ZFEÚ. Komisia zároveň vyzýva slovenské orgány, aby poskytli podrobnejšie informácie o príslušnom legislatívnom rámci, ktorým sa riadi voľba a úloha veriteľského výboru a práva zabezpečených veriteľov, a jeho uplatnení v prípade NCHZ (napr. pokiaľ ide o členov veriteľského výboru a ich hlasovanie v súvislosti s pokračovaním prevádzky NCHZ, zapojenie zabezpečených veriteľov počas konkurzu NCHZ, činnosti zabezpečených a nezabezpečených verejných veriteľov zamerané na maximalizovanie uspokojenia ich jednotlivých pohľadávok, ako aj celkový neuhradený verejný dlh NCHZ atď.). |
5.3.2. Hospodárska výhoda
|
(71) |
Prevádzka NCHZ bola stále stratová a výška dlhu voči štátu sa zvyšovala každý mesiac od vyhlásenia konkurzu. Súkromný veriteľ v pozícii štátu by sa snažil maximalizovať sumu, ktorú môže účinne získať od NCHZ, a minimalizovať ďalšiu expozíciu vyplývajúcu z pribúdania dlhov. Komisia preto nemôže vylúčiť, že takýto súkromný investor by nepodporil pokračovanie prevádzky spoločnosti po uplynutí účinnosti zákona. Neboli dokonca poskytnuté žiadne dôkazy o tom, že pretrvávanie situácie sa umožnilo, aby sa podnik lepšie zotavil v neskoršej fáze. |
|
(72) |
Podľa predbežného posúdenia Komisie tým, že NCHZ mohli pokračovať v prevádzke napriek tomu, že neboli schopné platiť príspevky na sociálne zabezpečenie a ostatné verejné záväzky počas značne dlhého časového obdobia, požívali výhodu voči svojim konkurentom, ktorú by za normálnych trhových podmienok nezískali. |
|
(73) |
To, že veriteľský výbor pozostávajúci z väčšiny evidentne súkromných veriteľov schválil pokračovanie prevádzky, neumožnilo Komisii zbaviť sa pochybností o tom, či rozhodnutie pokračovať v prevádzke je v súlade s zásadou veriteľa v trhovom hospodárstve. Pokračovanie prevádzky NCHZ viedlo k zvyšujúcemu sa verejnému dlhu (zvyšujúce sa ďalšie neuhradené príspevky na sociálne zabezpečenie a iné dane), pričom podľa sťažovateľa pokračovanie prevádzky nezvyšovalo výšku záväzkov voči (súkromným) členom veriteľského výboru. Niektorí súkromní veritelia mohli byť dokonca v lepšej pozícii, keďže správca má povinnosť udržať prevádzku spoločnosti, čo sa premieta do pokračovania vyplácania len tých veriteľov, ktorí sú pre prežitie spoločnosti nevyhnutní (ako sú dodávatelia surovín). Väčšina týchto dodávateľov je zrejme súkromná. |
|
(74) |
Z toho dôvodu bola pozícia štátu podstatne odlišná od pozície ostatných veriteľov. Súkromný veriteľ v rovnakej pozícii ako štát by oveľa výraznejšie uprednostnil neumožnenie pokračovania prevádzky NCHZ ako väčšina existujúcich veriteľov NCHZ (najmä tých, ktorí boli zastúpení vo veriteľskom výbore). |
|
(75) |
Okrem toho sťažovateľ tvrdí, že existujú náznaky, že členovia veriteľského výboru boli rôznymi spôsobmi napojení na vlastníka NCHZ. Komisia vyzýva Slovensko, aby poskytlo viac informácií o týchto údajných majetkových prepojeniach. Ak by sa potvrdili, mohli by vzniknúť ďalšie pochybnosti v súvislosti s tým, že rozhodnutie veriteľského výboru bol ovplyvnené inými úvahami, ako je maximalizovanie vymoženia dlhu. |
|
(76) |
Komisia sa domnieva, že štát a štátom ovládané subjekty s pohľadávkami voči NCHZ by sa mali prvotne posúdiť ako jeden jediný subjekt tak, že rozhodnutie o neuplatnení práva veta na uznesenie veriteľského výboru je, ako také, krok pripísateľný štátu, ktorý by vykonal súkromný veriteľ v rovnakej pozícii ako štát (to znamená s podstatnými pohľadávkami proti podstate a možnosťou zastaviť prevádzku). |
|
(77) |
Aj v prípade zvažovania situácie každého verejného veriteľa jednotlivo má však Komisia pochybnosti o tom, či by konanie v súvislosti s pokračovaním prevádzky NCHZ na základe uznesenia veriteľského výboru bolo v súlade so zásadou veriteľa v trhovom hospodárstve. Aspoň jeden z verejných veriteľov, ktorého pohľadávky voči NCHZ sa počas konkurzného konania zvyšovali (Environmentálny fond), bol takisto zabezpečeným veriteľom s právom veta na uznesenie veriteľského výboru. Súkromný investor v pozícii takéhoto veriteľa by pravdepodobne uprednostnil zastavenie pokračovania prevádzky NCHZ s cieľom zabrániť akumulovaniu ďalších dlhov. |
|
(78) |
Okrem toho, na základe informácií, ktoré má Komisia k dispozícii, sa zdá, že len Sociálna poisťovňa proaktívne prihlásila a snažila sa vymôcť svoje pohľadávky voči NCHZ. Komisia má preto pochybnosti v súvislosti s tým, či ostatní štátom ovládaní veritelia vymáhajú svoje pohľadávky proti podstate spôsobom, ktorým by ich vymáhal súkromný veriteľ. Komisia vyzýva Slovensko, aby v tejto veci predložilo dôkazy. |
|
(79) |
V tejto fáze zastáva Komisia názor, že pokračovanie prevádzky NCHZ po uvedenom uplynutí účinnosti predstavovalo výhodu, ktorú by spoločnosť za normálnych trhových podmienok nemala k dispozícii. |
|
(80) |
Z toho dôvodu sa Komisia v tejto fáze domnieva, že aj po uplynutí účinnosti zákona štát konal tak, aby poskytol hospodársku výhodu NCHZ v zmysle článku 107 ods. 1 ZFEÚ. |
5.3.3. Selektívnosť opatrení
|
(81) |
Pokiaľ ide o rozhodnutie verejných zabezpečených veriteľov neuplatniť veto na pokračovanie prevádzky NCHZ po uplynutí účinnosti zákona, uvedené opatrenie je zjavne selektívne, pretože sa týka správania štátu alebo štátom ovládaných subjektov voči NCHZ. |
|
(82) |
Komisia sa z toho dôvodu domnieva, že pokračovanie prevádzky na základe uznesenia veriteľského výboru umožňujúce akumulovanie neuhradených záväzkov NCHZ voči štátu predstavuje selektívne opatrenie v zmysle článku 107 ods. 1 ZFEÚ. |
5.3.4. Narušenie hospodárskej súťaže a vplyv na obchod medzi členskými štátmi
|
(83) |
Pokračovanie prevádzky NCHZ na základe uznesenia ich veriteľov malo za následok zmiernenie tých nákladov, ktoré by inak NCHZ museli znášať, od januára 2011 do predaja podniku. Prevádzka NCHZ nepriniesla dostatočné výnosy na pokrytie všetkých prevádzkových nákladov vrátane príspevkov na sociálne zabezpečenie a ostatných pohľadávok štátu, ktoré vznikli počas konkurzného konania. Napriek neschopnosti NCHZ plniť si všetky záväzky a najmä záväzky voči štátu (ktoré zostali neuhradené 12 mesiacov od uplynutia účinnosti zákona do predaja podniku), zostali NCHZ aktívne na trhu, ponúkali svoje výrobky a konkurovali iným európskym výrobcom chemických látok. |
|
(84) |
Zníženie nákladov jedného podniku predstavuje prevádzkovú pomoc a tak narúša hospodársku súťaž, keďže konkurenti NCHZ museli znášať uvedené náklady alebo dôsledky platobnej neschopnosti. Ďalej, opatrenia mohli narušiť hospodársku súťaž tým, že umelo udržali NCHZ na trhu karbidu vápnika a na iných trhoch, na ktorých boli aktívne. Okrem toho sťažovateľ tvrdí, že počas tohto obdobia NCHZ výrazne podhodnocovali trhovú cenu. |
|
(85) |
Keďže v EÚ je len obmedzený počet výrobcov karbidu vápnika a s výrobkami sa obchoduje v rámci celej Európy, predmetné opatrenia takisto zjavne ovplyvňuje obchod medzi členskými štátmi. |
5.3.5. Záver o existencii štátnej pomoci
|
(86) |
N základe uvedeného sa Komisia v tejto fáze domnieva, že neuplatnením práva veta, ktoré mali zabezpečení veritelia, bola NCHZ poskytnutá selektívna výhoda pripísateľná štátu a spôsobujúca používanie štátnych zdrojov na narušenie hospodárskej súťaže na trhu otvorenom pre obchodovanie medzi členskými štátmi. Uvedené opatrenie predstavuje štátnu pomoc v zmysle článku 107 ods. 1 ZFEÚ. |
5.4. Neoprávnená pomoc
|
(87) |
Komisia konštatuje, že ak by sa o identifikovaných opatreniach skutočne zistilo, že predstavujú štátnu pomoc, boli by udelené v rozpore s oznamovacou povinnosťou a povinnosťou zdržať sa, ktoré sú stanovené v článku 108 ods. 3 ZFEÚ. Komisia sa preto v tejto fáze domnieva, že opatrenia poskytnuté v prospech NCHZ zrejme predstavujú neoprávnenú štátnu pomoc. |
5.5. Zlučiteľnosť opatrení s vnútorným trhom
|
(88) |
Pokiaľ uvedené opatrenia predstavujú štátnu pomoc v zmysle článku 107 ods. 1 ZFEÚ, ich zlučiteľnosť sa musí posúdiť v súvislosti s výnimkami stanovenými v odsekoch 2 a 3 uvedeného článku. |
|
(89) |
Podľa judikatúry Súdneho dvora je úlohou členských štátov uviesť možné dôvody na zlučiteľnosť s vnútorným trhom a preukázať, že podmienky tejto zlučiteľnosti sú splnené. (12) Slovenské orgány sa domnievajú, že opatrenia nepredstavujú štátnu pomoc a neuviedli žiadne možné dôvody, na základe ktorých možno posúdiť zlučiteľnosť. |
|
(90) |
Komisia napriek tomu hodnotila, či by sa na posudzované opatrenia prima facie vzťahovali akékoľvek z dôvodov stanovených v ZFEÚ. |
|
(91) |
Vzhľadom na to, že NCHZ boli predmetom konkurzného konania v čase udelenia opatrení, boli jasne podnikom v ťažkostiach v zmysle usmernení Spoločenstva o poskytovaní štátnej pomoci na záchranu a reštrukturalizáciu podnikov v ťažkostiach (13) (ďalej len „usmernenia o záchrane a reštrukturalizácii“). |
|
(92) |
Z toho dôvodu by sa akékoľvek posúdenie zlučiteľnosti štátnej pomoci s vnútorným trhom malo v zásade vykonať na základe kritérií stanovených v uvedených usmerneniach. |
|
(93) |
Komisia konštatuje, že sa zdá, že podmienky poskytovania pomoci na záchranu stanovené v časti 3.1 usmernení o záchrane a reštrukturalizácii neboli splnené: opatrenia najmä nepozostávajú z podpory likvidity vo forme záruk na pôžičku alebo vo forme pôžičiek a neboli doložené záväzkom Slovenska oznámiť plán reštrukturalizácie alebo plán likvidácie atď. |
|
(94) |
V súvislosti s pomocou na reštrukturalizáciu, ktorá je vymedzená v časti 3.2 usmernení o záchrane a reštrukturalizácii, Komisia konštatuje, že Slovensko neoznámilo žiadne z uvedených opatrení ako pomoc na reštrukturalizáciu, a preto nepreukázalo, že sú prítomné akékoľvek z potrebných prvkov, ktoré by sa mali zvážiť ako také (plán reštrukturalizácie, vlastný príspevok, kompenzačné opatrenia atď.). |
|
(95) |
V bode 34 usmernení o záchrane a reštrukturalizácii sa vyžaduje, aby bola pomoc podmienená implementáciou plánu na reštrukturalizáciu, ktorý musí Komisia schváliť pre všetky prípady individuálnej pomoci. Ak by mali identifikované opatrenia predstavovať štátnu pomoc, potom by sa zdalo, že boli udelené bez dôveryhodného plánu na reštrukturalizáciu, ktorý by spĺňal podmienky stanovené v usmerneniach o záchrane a reštrukturalizácii. Táto okolnosť samotná by bola dostatočná na vylúčenie zlučiteľnosti opatrenia s vnútorným trhom. |
|
(96) |
Komisia okrem toho konštatuje, že Slovensko neupozornilo Komisiu na žiadne prvky zabezpečujúce súlad s potrebnými požiadavkami, aby bolo možné dospieť k záveru, že pomoc na reštrukturalizáciu je zlučiteľná: obnovenie dlhodobej životaschopnosti NCHZ, prijateľné úrovne vlastného príspevku, náležité kompenzačné opatrenia atď. |
|
(97) |
Komisii preto chýbajú dôkazy na to, aby dospela k záveru o tom, či by mohli byť uvedené opatrenia považované za zlučiteľné na základe usmernení o záchrane a reštrukturalizácii. |
|
(98) |
V tejto fáze má Komisia pochybnosti o zlučiteľnosti opatrení udelených v prospech NCHZ s vnútorným trhom. |
5.6. Predmet verejnej súťaže na maximalizovanie výnosov z predaja
|
(99) |
Komisia má takisto pochybnosti, či cena 2,2 milióna EUR uhradená za majetok spoločnosti úspešným uchádzačom verejnej súťaže predstavuje trhovú cenu zabezpečujúcu maximalizovanie výnosov určených na uspokojenie veriteľov vrátane štátu. |
|
(100) |
Verejná súťaž sa uskutočnila s priloženými podmienkami, o ktorých je pravdepodobné, že znížili hodnotu majetku. Podľa podmienok verejnej súťaže sa mohli potenciálni uchádzači rozhodnúť, či predložia svoju ponuku s prevzatím „záväzkov nadobúdateľa“ alebo bez ich prevzatia (podrobnosti sú uvedené v bodoch 12 – 14). |
|
(101) |
Skutočnosť, že v pravidlách verejnej súťaže sa stanovovalo, že ak bude najvyššia ponuka od uchádzača, ktorý neprevezme záväzky, uchádzač s najvyššou ponukou, ktorý ich prevezme, má možnosť dorovnať najvyššiu ponuku. Sťažovateľ tvrdí, že táto podmienka spôsobuje, že vo verejnej súťaži nie je možné zaručiť, že sa v dôsledku postupu verejnej súťaže dosiahne najvyššia cena. V tejto fáze Komisia nemôže vylúčiť, že táto možnosť pre jedného uchádzača, aby zvýšil svoju ponuku po predložení všetkých ponúk, pravdepodobne odradila potenciálnych účastníkov a/alebo mala negatívny vplyv na ponuky, ktoré boli predložené. |
|
(102) |
Jedným z prvkov, ktorým sa zabezpečuje dosiahnutie najvyššej ceny vo verejnej súťaži, je neistota, pokiaľ ide o ceny ponúknuté ostatnými uchádzačmi. Ak uchádzač, ktorý predloží ponuku s prevzatím záväzkov, vie, že je potrebné, aby jeho ponuka bola len najvyššia spomedzi ponúk s prevzatím záväzkov a že bude môcť dorovnať svoju ponuku na úroveň najvyššieho uchádzača s ponukou bez prevzatia záväzkov, jeho ponuka je potenciálne nižšia než keby v podmienkach verejnej súťaže táto možnosť dorovnania stanovená nebola. |
|
(103) |
Okrem toho by táto podmienka mohla odradiť uchádzačov, ktorí nechcú prevziať záväzky, pretože vedia, že aj keby ich ponuka bola najvyššia, ich ponuka môže byť odmietnutá, pretože iný kupujúci, ktorý je pripravený záväzky prevziať, môže svoju ponuku zvýšiť. Okrem toho sa zdá, že ak by sa to stalo, uchádzač s ponukou bez prevzatia záväzkov by nedostal príležitosť predložiť novú ponuku a ponúknuť vyššiu kúpnu cenu. |
|
(104) |
Nakoniec sa zdá, že podmienkami verejnej súťaže sa uprednostňovali uchádzači preberajúci záväzky, keďže sa zdá, že v prípade, že dvaja uchádzači ponúknu rovnakú cenu, jeden s prevzatím záväzkov a druhý bez, ponuka so s prevzatím sa uprednostní pred tou druhou. Toto by sa javilo ako jasný náznak, že cena, ktorá by sa dosiahla bez prevzatia záväzkov, by mohla byť vyššia ako cena, ktorú ponúkol úspešný uchádzač. Možno sa odôvodnene domnievať, že povinnosť splniť preberané záväzky má finančné dôsledky pre kupujúceho, ktoré zohľadňuje pri podávaní ponuky. Bez prevzatia záväzkov by cena ponúknutá uvedeným kupujúcim bola preto pravdepodobne vyššia. V tomto smere Komisia konštatuje, že v konečnej fáze verejnej súťaže sa zúčastnili len dvaja uchádzači a že z informácií, ktoré má k dispozícii, sa zdá, že podnik bol predaný uchádzačovi, ktorý neprevzal žiadne záväzky. |
|
(105) |
Zdá sa teda, že tieto podmienky neumožňujú zahrnutie najvyššieho možného počtu uchádzačov, ktorí by navzájom súťažili so svojim najlepšími ponukami, čo je predpokladom predaja za čo najvyššiu trhovú cenu. |
|
(106) |
Zdá sa preto pravdepodobné, že majetok NCHZ nebol predaný spôsobom, ktorým by sa zabezpečilo maximalizovanie výnosov pre podstatu v konkurze. Nízka cena skutočne uhradená za podnik nadobúdateľom dokonca podstatne znižuje možnosť, aby štát získal späť nevyrovnané príspevky na sociálne zabezpečenie a z konkurzného konania. |
5.7. Hospodárska kontinuita medzi NCHZ a Fortischem
|
(107) |
Komisia má pochybnosti o tom, či predaj podniku možno považovať za ukončenie výhody poskytnutej pre hospodársku činnosť NCHZ. |
|
(108) |
Podľa judikatúry Súdneho dvora za predpokladu zriadenia nových spoločností na účely pokračovania v časti činností podniku, ktorému bola poskytnutá pomoc, keď sa dostal do konkurzu, uvedené spoločnosti môžu byť aj povinné vrátiť predmetnú pomoc, ak ju naďalej využívajú. Súdny dvor takisto zdôraznil, že to tak môže byť napríklad v prípade, okrem iného, že pokračujúce spoločnosti neplatia za majetok trhovú cenu. (14) Komisia odkazuje na predchádzajúcu časť a má pochybnosti týkajúce sa ceny uhradenej za podnik. |
|
(109) |
Je záležitosťou ustálenej praxe rozhodovania Komisie, že majetok predaný v celku tretej spoločnosti sa považuje za oslobodený od predtým udelenej štátnej pomoci len v prípade, ak bol prevedený po otvorenej, transparentnej a bezpodmienečnej verejnej súťaži, inak pretrváva narušenie hospodárskej súťaže (15). |
|
(110) |
V každom prípade z predbežnej analýzy z hľadiska predaja vyplýva, že napriek tomu, že Slovensko tvrdí, že predaj bol prevodom aktív, v skutočnosti bola spoločnosť predaná ako podnik nepretržite pokračujúci v činnosti. Ako sa uvádza v bode 13, všetok majetok a aspoň časť prevoditeľných záväzkov bola predaná novému vlastníkovi. Rozsah činnosti zostáva rovnaký a všetci zamestnanci NCHZ očividne pokračujú v práci pre nový subjekt, Fortischem. |
|
(111) |
Dokonca sa zdá, že jedinými zmenami sú názov spoločnosti a právnickej osoby, ktorej patrí. V článku 1.2 súťažných podmienok sa stanovuje, že zámerom bolo predať NCHZ v celku ako súbor hmotného a nehmotného majetku spolu s jeho personálom. V článku 3.1 kúpnej zmluvy medzi Via Chem Slovakia a NCHZ zo 16. januára 2012 sa uvádza, že podnik nepretržite pokračujúci v činnosti, ktorý sa prevádza podľa tejto zmluvy, zahŕňa všetok nehnuteľný majetok, hnuteľný majetok, ostatné práva a majetkové hodnoty, ktoré i) slúžia na nepretržité pokračovanie v činnosti alebo podľa svojej povahy musí na taký účel slúžiť; a ii) od rozhodného dátumu patrí predávajúcemu. Podľa sťažovateľa je Fortischem v súčasnosti rovnakým subjektom ako NCHZ pred konkurzným konaním a počas neho, fungujúcim s rovnakými zamestnancami a s rovnakým portfóliom výrobkov na rovnakých výrobkových a geografických trhoch. Hlavným rozdielom je, že Fortischem je oslobodený od záväzkov voči štátu, ktoré zostali v pôvodnom právnom subjekte NCHZ. |
|
(112) |
V dôsledku uvedeného sa Komisia predbežne domnieva, že v prípade že Slovensko poskytlo výhodu NCHZ, ktorá predstavuje neoprávnenú štátnu pomoc, vymáhanie neoprávnenej štátnej pomoci udelenej NCHZ by sa mohlo nárokovať od nového majiteľa spoločnosti namiesto „prázdnej škrupiny“ NCHZ, ktorá sa pravdepodobne zlikviduje ukončením konkurzného konania. |
6. ROZHODNUTIE
Na základe uvedených úvah Komisia konajúca podľa postupu stanoveného v článku 108 ods. 2 Zmluvy o fungovaní Európskej únie žiada Slovensko, aby do jedného mesiaca od doručenia tohto listu predložilo svoje pripomienky a poskytlo všetky informácie, ktoré môžu pomôcť pri posudzovaní opatrení. Komisia žiada Vaše orgány, aby bezodkladne poslali kópiu tohto listu potenciálnym príjemcom pomoci.
Komisia si dovoľuje upozorniť na článok 14 nariadenia Rady (ES) č. 659/1999, v ktorom sa ustanovuje, že akúkoľvek neoprávnenú pomoc možno od príjemcov vymáhať.
Komisia upozorňuje Slovenskú republiku, že bude informovať zainteresované strany uverejnením tohto listu a jeho zmysluplného zhrnutia v Úradnom vestníku Európskej únie. Komisia bude informovať aj zainteresované strany v krajinách EZVO, ktoré sú signatármi dohody o EHP, a to uverejnením oznamu v dodatku EHP k Úradnému vestníku Európskej únie, ako aj Dozorný úrad EZVO, a to zaslaním kópie tohto listu. Všetky tieto zainteresované strany Komisia vyzve, aby predložili svoje pripomienky do jedného mesiaca od dátumu uverejnenia týchto informácií.”
(1) Vlastníkom spoločnosti bola Disor Holdings Limited, spoločnosť bez vykazovanej podnikateľskej činnosti registrovaná na Cypre.
(2) Pokuta bola uložená rozhodnutím Komisie z 22.7.2009 vo veci COMP(39.396 – Reagenty na báze acetylidu vápenatého a horčíka pre oceliarsky a plynárenský priemysel (Ú. v. EÚ C 301, 11.12.2009, s. 18).
(3) Ostatní dvaja neboli schopní predložiť dostatočný depozit/záruku za sumu 1 milión EUR.
(4) Zákon č. 7/2005 Z. z. z 9. decembra 2004 o konkurze a reštrukturalizácii a o zmene a doplnení niektorých zákonov.
(5) Dôverné informácie
(6) Odôvodnenie rozhodnutia vlády č. 534/2009 z 2. decembra 2009 o vyhlásení NCHZ za strategickú spoločnosť.
(7) Súkromnými členmi veriteľského výboru boli INVEST – KREDIT, s.r.o. (vo vlastníctve DISOR HOLDINGS LIMITED, jediného akcionára NCHZ); Novácka Energetika, a.s. (pôvodne dcérska spoločnosť NCHZ, väčšinovým vlastníkom je od januára 2011 STUPEFY HOLDINGS LIMITED); M-ENERGO, s.r.o. (väčšinový akcionár STUPEFY HOLDINGS LIMITED) a DAK KABIA, s.r.o.
(8) Ú. v. č. 37, B, 23.02.2011.
(9) Odpovede Slovenska obsahovali odôvodnenie najmä so zreteľom na najväčšieho veriteľa – Sociálnu poisťovňu.
(10) Zdá sa, že Sociálna poisťovňa nie je zabezpečeným veriteľom, pretože väčšina záväzkov voči nej vznikla po začatí konkurzného konania.
(11) Všetky číselné údaje sú zaokrúhlené.
(12) Vec C-364/90, Taliansko/Komisia, Zb. 1993, s. I-2097, bod 20.
(13) Ú. v. EÚ C 244, 1.10.2004, s. 2.
(14) Vec C-227/72, Nemecko/Komisia, Zb. 2004, s. I -3925, bod 86.
(15) Rozhodnutie Komisie z 2.6.1999 vo veci C 46/1994 Seleco, Ú. v. ES L 227, 7.9.2000, s. 24,
Rozhodnutie Komisie z 8.7.1999, vo veci C 43/1997 Groeditzer Stahlwerke, Ú. v. ES L 292, 13.11.1999, s. 27,
Rozhodnutie Komisie z 21.6.2000, vo veci C 42/1998 CDA, Ú. v. ES L 18, 16.12.2000, s. 62,
Rozhodnutie Komisie z 30.10.2001, vo veci C 36/2000 Graf von Henneberg, Ú. v. ES L 307, 8.11.2002, s. 1.