|
ISSN 1977-0995 doi:10.3000/19770995.C_2013.286.nld |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 286 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Mededelingen en bekendmakingen |
56e jaargang |
|
Nummer |
Inhoud |
Bladzijde |
|
|
IV Informatie |
|
|
|
INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE |
|
|
|
Europese Commissie |
|
|
2013/C 286/01 |
||
|
|
INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE LIDSTATEN |
|
|
2013/C 286/02 |
Door de lidstaten meegedeelde informatie betreffende sluiting van de visserij |
|
|
|
V Adviezen |
|
|
|
ANDERE HANDELINGEN |
|
|
|
Europese Commissie |
|
|
2013/C 286/03 |
||
|
2013/C 286/04 |
||
|
2013/C 286/05 |
||
|
NL |
|
IV Informatie
INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE
Europese Commissie
|
2.10.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 286/1 |
Door de Europese Centrale Bank toegepaste rentevoet voor de basisherfinancieringstransacties (1):
0,50 % per 1 oktober 2013
Wisselkoersen van de euro (2)
1 oktober 2013
2013/C 286/01
1 euro =
|
|
Munteenheid |
Koers |
|
USD |
US-dollar |
1,3554 |
|
JPY |
Japanse yen |
132,60 |
|
DKK |
Deense kroon |
7,4582 |
|
GBP |
Pond sterling |
0,83450 |
|
SEK |
Zweedse kroon |
8,6329 |
|
CHF |
Zwitserse frank |
1,2253 |
|
ISK |
IJslandse kroon |
|
|
NOK |
Noorse kroon |
8,1310 |
|
BGN |
Bulgaarse lev |
1,9558 |
|
CZK |
Tsjechische koruna |
25,647 |
|
HUF |
Hongaarse forint |
296,07 |
|
LTL |
Litouwse litas |
3,4528 |
|
LVL |
Letlandse lat |
0,7027 |
|
PLN |
Poolse zloty |
4,2308 |
|
RON |
Roemeense leu |
4,4485 |
|
TRY |
Turkse lira |
2,7270 |
|
AUD |
Australische dollar |
1,4388 |
|
CAD |
Canadese dollar |
1,3962 |
|
HKD |
Hongkongse dollar |
10,5113 |
|
NZD |
Nieuw-Zeelandse dollar |
1,6363 |
|
SGD |
Singaporese dollar |
1,6970 |
|
KRW |
Zuid-Koreaanse won |
1 456,51 |
|
ZAR |
Zuid-Afrikaanse rand |
13,6385 |
|
CNY |
Chinese yuan renminbi |
8,2972 |
|
HRK |
Kroatische kuna |
7,6158 |
|
IDR |
Indonesische roepia |
15 390,11 |
|
MYR |
Maleisische ringgit |
4,3855 |
|
PHP |
Filipijnse peso |
58,692 |
|
RUB |
Russische roebel |
43,6540 |
|
THB |
Thaise baht |
42,234 |
|
BRL |
Braziliaanse real |
3,0107 |
|
MXN |
Mexicaanse peso |
17,8057 |
|
INR |
Indiase roepie |
84,8790 |
(1) Rentevoet die is toegepast op de laatst uitgevoerde transactie voor de opgegeven dag. In geval van een tender met variabele rente, verwijst deze rentevoet naar de marginale interestvoet.
(2) Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.
INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE LIDSTATEN
|
2.10.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 286/2 |
Door de lidstaten meegedeelde informatie betreffende sluiting van de visserij
2013/C 286/02
Krachtens artikel 35, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (1) is besloten de visserij te sluiten overeenkomstig de bepalingen in de onderstaande tabel:
|
Datum en tijdstip van sluiting |
8.9.2013 |
|
Duur |
8.9.2013-31.12.2013 |
|
Lidstaat |
Portugal |
|
Bestand of groep bestanden |
MAC/8C3411 |
|
Soort |
Makreel (Scomber scombrus) |
|
Gebied |
VIIIc, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1 |
|
Vissersvaartuigtype(s) |
— |
|
Referentienummer |
49/TQ40 |
(1) PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1.
V Adviezen
ANDERE HANDELINGEN
Europese Commissie
|
2.10.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 286/3 |
Bekendmaking van een aanvraag overeenkomstig artikel 50, lid 2, onder a), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen
2013/C 286/03
Deze bekendmaking verleent het recht om op grond van artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad bezwaar aan te tekenen tegen de aanvraag (1).
ENIG DOCUMENT
VERORDENING (EG) Nr. 510/2006 VAN DE RAAD
inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen (2)
„LAMMEFJORDSKARTOFLER”
EG-nummer: DK-PGI-0005-0952-16.02.2012
BGA ( X ) BOB ( )
1. Naam
„Lammefjordskartofler”
2. Lidstaat of derde land
Denemarken
3. Beschrijving van het landbouwproduct of levensmiddel
3.1. Productcategorie
|
Categorie 1.6. |
Groenten, fruit en granen, in ongewijzigde staat of verwerkt |
3.2. Beschrijving van het product waarvoor de in punt 1 vermelde naam van toepassing is
De „Lammefjordskartoffel” of aardappel van Lammefjord wordt gekenmerkt door een dunne schil die er veel gladder en witter uitziet dan de schil van elders geteelde aardappelen. Door de dunne schil onderscheidt de aardappel van Lammefjord zich van andere consumptieaardappelen aangezien hij met de schil kan worden gegeten. De dunne schil zorgt er bovendien voor dat het vruchtvlees de lichte kleur behoudt als de aardappel wordt opgeslagen, terwijl de buitenkant van in andere bodemsoorten geteelde aardappelen geleidelijk donker wordt en hun vruchtvlees geliger. Dit specifieke kenmerk van de schil is te danken aan de unieke bodem van Lammefjord die ervoor zorgt dat de schil tijdens de groei en de oogst niet wordt beschadigd.
De aardappel van Lammefjord is een gerijpte aardappel en dus geen primeuraardappel. De oogst vindt pas rond 1 september plaats aangezien de aardappel volledig in de aarde rijpt.
De aardappel van Lammefjord wordt gewassen.
Hij is het hele seizoen vastkokend.
De aardappel van Lammefjord moet voldoen aan de kwaliteitsnormen die van toepassing zijn op consumptieaardappelen van categorie 1, overeenkomstig bijlage XIII bij Besluit nr. 450 van 16 mei 2011 inzake de teelt, enz. van aardappelen of overeenkomstig de vereisten die van toepassing zijn op de in de UN/ECE-norm betreffende consumptieaardappelen (FFV-52) omschreven aardappelen.
Het oppervlak van een aardappel van Lammefjord mag evenwel voor maximaal 5 % zijn bedekt met schurft, poederschurft, netschurft of lakschurft. In een partij aardappelen van Lammefjord mogen deze gebreken slechts bij maximaal 8 % (gewichtsprocent) van de knollen voorkomen.
Bij aardappelen in eenzelfde verpakking mag het verschil in omtrek tussen de grootste en de kleinste aardappel niet meer dan 15 mm bedragen teneinde aan de consument een product van uniforme grootte te leveren.
3.3. Grondstoffen (alleen voor verwerkte producten)
—
3.4. Diervoeders (alleen voor producten van dierlijke oorsprong)
—
3.5. Specifieke onderdelen van het productieproces die in het afgebakende geografische gebied moeten plaatsvinden
De „Lammefjordskartofler” BGA moeten worden geteeld overeenkomstig de normen van het Internationaal Partnerschap voor Goede Landbouwpraktijken (Global GAP — Global Partnership for Good Agricultural Practises). De aardappelen van Lammefjord moeten worden geteeld zonder slib te gebruiken.
De oogst van de aardappelen van Lammefjord begint rond 1 september zodat zij voldoende rijp en bijgevolg geschikt voor opslag zijn. De oogst moet half oktober zijn voltooid omdat de temperaturen dan dalen.
De aardappelen van Lammefjord worden opgeslagen in kleine houten kisten en dus niet in bulk in containers of silo's. Aardappelen van Lammefjord worden bewaard bij een maximumtemperatuur van 5 °C en vóór verpakking opnieuw verwarmd. Zo wordt het risico op schade aan de aardappelen tot een minimum beperkt.
3.6. Specifieke voorschriften betreffende het in plakken snijden, het raspen, het verpakken enz.
Om te voldoen aan de specifieke bepalingen op het gebied van schurft, poederschurft, netschurft of lakschurft vereist de selectie van de aardappelen van Lammefjord specifieke deskundigheid en bijzondere aandacht. Deze selectie wordt dan ook uitgevoerd door erkende verpakkingsbedrijven in Lammefjord.
De bedrijven die de aardappelen van Lammefjord verpakken, zijn onderworpen aan de normen van het Global GAP.
De aardappelen van Lammefjord mogen aan de eindgebruiker worden aangeboden in verpakkingen van 1 tot 15 kg.
3.7. Specifieke voorschriften betreffende de etikettering
Zowel bij voorverpakte aardappelen als bij open verpakkingen moet op de verpakking een etiket worden aangebracht met de volgende informatie:
|
a) |
identificatie: „Lammefjordskartofler”. De naam en het adres van de verpakker, |
|
b) |
logo van „Lammefjordens Grøntsagslaug”,
|
|
c) |
consumptieaardappelen, |
|
d) |
sortering naar maat, zoals uiteengezet in het productdossier, |
|
e) |
variëteit. |
4. Beknopte beschrijving van het afgebakende geografische gebied
De streek Lammefjord bestaat uit vier gekanaliseerde zones in Odsherred, in Seeland (Denemarken):
|
— |
het gekanaliseerde deel van Lammefjord dat wordt afgebakend door het Ringkanal en de dam van Audebo; |
|
— |
Svinninge Vejle, dat in het zuiden, westen en noorden wordt afgebakend door het Ringkanal en in het oosten door de spoorlijn tussen Svinninge en Hørve; |
|
— |
de Sidinge Fjord, die wordt afgebakend door de dam van Sidinge en door een afwateringskanaal; |
|
— |
Klintsø, dat is omringd door afwateringskanalen. |
5. Verband met het geografische gebied
5.1. Specificiteit van het geografische gebied
De aardappelen van Lammefjord worden geteeld op de slibachtige ingedijkte zeebodem (fjordbodem). De Sidinge Fjord is de eerste drooggelegde zone in de streek van Lammefjord (sinds 1841). Svinninge Vejle is daarna drooggelegd en de kanalisering van de grootste zone, Lammefjord, is begonnen in 1873. Klintsø is als laatste drooggelegd.
De onderlaag van de bodem bestaat uit leem en mergel of uit leem en met slib vermengd zand. De bovenlaag bevat een sliblaag van meerdere meters, die is samengesteld uit plantaardige en dierlijke materie. In een groot deel van Lammefjord zijn er praktisch geen stenen, maar door de talrijke schelpen van weekdieren en oesters heeft de bodem een hoog kalkgehalte.
Het klimaat van Lammefjord is ideaal om aardappelen te telen: zachte winters en koele zomers met gelijkmatig over het jaar verdeelde neerslag. Het regent vrij weinig in Odsherred maar dankzij de afwateringskanalen beschikt de streek van Lammefjord over goede irrigatiemogelijkheden. Op deze manier controleren de producenten van deze regio in zekere mate zelf de hoeveelheid water die de aardappelen krijgen. Aangezien de natuurlijke neerslag doorgaans niet toereikend is, kunnen de producenten zelf de groeiomstandigheden optimaliseren — in tegenstelling tot andere streken waar overmatige neerslag een negatief effect kan hebben op de aardappeloogst.
5.2. Specificiteit van het product
Aardappelen uit de streek van Lammefjord verschillen duidelijk van aardappelen die in andere streken zijn geteeld omdat zij, zelfs bij opslag, hun typische lichte buitenkant behouden. Zij behouden hun kleur omdat het zand van de zandbodem glad is en bestaat uit een veel zachtere en meer afgeronde korrel dan in andere soortgelijke bodems. Dit wil zeggen dat de aardappelen niet worden geschaafd tijdens de inzameling. De aardappelen van Lammefjord kunnen bijgevolg gedurende het hele jaar in koelkamers worden bewaard en worden gehanteerd zonder het risico dat hun kleur verandert. De geschaafde buitenkant van een aardappel wordt donkerder tijdens de opslag.
In tegenstelling tot andere rijpe consumptieaardappelen kunnen aardappelen van Lammefjord worden geconsumeerd zonder ze vooraf te schillen.
5.3. Causaal verband tussen het geografische gebied en de kwaliteit of de kenmerken van het product (voor een BOB) dan wel een bepaalde hoedanigheid, de faam of een ander kenmerk van het product (voor een BGA)
Door de teeltomstandigheden in de oude bodem van de fjord hebben de aardappelen van Lammefjord een uniek karakter. Deze specifieke bodem maakt het mogelijk om de aardappelen voorzichtig te hanteren en hun typische gladde buitenkant te behouden. Dankzij de zandbodem en de afgeronde zandkorrels worden de aardappelen niet geschaafd tijdens de oogst en kunnen ze bijgevolg worden opgeslagen met behoud van hun gladde buitenkant. Een aardappel met een gladde buitenkant is minder vatbaar voor schurft dan een aardappel die is geteeld in een bodem die meer steen- en zanddeeltjes bevat aangezien deze tijdens de groei en de oogst voor krassen kunnen zorgen. De aardappelen van Lammefjord zijn bijgevolg geschikt voor opslag.
De naam „Lammefjordskartoffel” is in heel Denemarken bekend. Talrijke voedingswinkels verkopen deze aardappelen in verpakkingen met daarop de vermelding „Lammefjordskartofler”. De vrachtwagens die de aardappelen van Lammefjord dagelijks vervoeren naar levensmiddelenopslagplaatsen in de hoofdstad en in Jutland zijn uitgerust met grote „Lammefjordskartofler”-logo's en dragen bij aan een grotere naambekendheid van de streek van Lammefjord.
De aardappelen van Lammefjord zorgen er tevens voor dat Lammefjord wordt geassocieerd met groenten van hoge kwaliteit, vooral aardappelen. Lammefjord wordt als volgt beschreven in de grote Deense encyclopedie: „De bodem van de drooggelegde fjord biedt plaats aan een rijke plantaardige productie: granen, zaden en groenten. Lammefjord staat bekend voor zijn wortelen en aardappelen. Vóór 1980 stond Lammefjord tevens bekend voor zijn bloembollen en asperges”.
Deense en buitenlandse media hebben het vaak over Lammefjord als zij praten over het succes dat Deense restaurants de laatste jaren hebben door menu's voor te stellen op basis van Scandinavische ingrediënten.
Verwijzing naar de bekendmaking van het productdossier
(artikel 5, lid 7, van Verordening (EG) nr. 510/2006 (3))
http://www.foedevarestyrelsen.dk/SiteCollectionDocuments/Fødevarekvalitet/Varespecifikation%20-%20Lammefjordskartofler%20(2012%2012%2010).pdf
(1) PB L 343 van 14.12.2012, blz. 1.
(2) PB L 93 van 31.3.2006, blz. 12. Vervangen door Verordening (EU) nr. 1151/2012.
(3) Vgl. voetnoot 2.
|
2.10.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 286/7 |
Bekendmaking van een aanvraag overeenkomstig artikel 50, lid 2, onder a), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen
2013/C 286/04
Deze bekendmaking verleent het recht om op grond van artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad (1) bezwaar aan te tekenen tegen de aanvraag.
WIJZIGINGSAANVRAAG
VERORDENING (EG) Nr. 510/2006 VAN DE RAAD
inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen (2)
WIJZIGINGSAANVRAAG OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 9
„NOCCIOLA DI GIFFONI”
EG-nummer: IT-PGI-0217-0999-15.05.2012
BGA ( X ) BOB ( )
1. Rubriek van het productdossier waarop de wijziging betrekking heeft
|
— |
|
Naam van het product |
|
— |
☒ |
Beschrijving van het product |
|
— |
|
Geografisch gebied |
|
— |
☒ |
Bewijs van de oorsprong |
|
— |
☒ |
Werkwijze voor het verkrijgen van het product |
|
— |
|
Verband |
|
— |
☒ |
Etikettering |
|
— |
|
Nationale eisen |
|
— |
|
Overige |
2. Aard van de wijziging(en)
|
— |
☒ |
Wijziging van het enige document of de samenvatting |
|
— |
|
Wijziging van het productdossier voor een geregistreerde BOB of BGA waarvoor geen enig document en evenmin een samenvatting zijn bekendgemaakt |
|
— |
|
Wijziging van het productdossier die geen wijzigingen van het bekendgemaakte enige document omvat (artikel 9, lid 3, van Verordening (EG) nr. 510/2006) |
|
— |
|
Tijdelijke wijziging van het productdossier als gevolg van een verplichte gezondheids- of fytosanitaire maatregel die door de overheid is opgelegd (artikel 9, lid 4, van Verordening (EG) nr. 510/2006) |
3. Wijziging(en)
3.1. Beschrijving van het product
|
— |
Artikel 1 van het productdossier is gewijzigd. De nieuwe formulering verduidelijkt dat de naam tevens betrekking heeft op gepelde hazelnoten en op gebrande (in dop of gepeld) en ontvelde hazelnoten. Er is duidelijk gemaakt dat de naam „Nocciola di Giffoni” tevens van toepassing is op gepelde hazelnoten. Dit staat niet duidelijk vermeld in het huidige productdossier, hoewel artikel 7 van dit dossier in specifieke regels voor de verpakking van het gepelde product voorziet. De toevoeging van gebrande en ontvelde hazelnoten is gerechtvaardigd door de vraag van de markt, die op zoek is naar gebruiksklare hazelnoten voor de banketbakkers- en suikerwarensector. Het branden moet niet enkel een sterkere smaak van de hazelnoot opleveren, maar zorgt er ook voor dat het perisperm loskomt, waardoor de gepelde hazelnoot kan worden ontveld. Aangezien de „Nocciola di Giffoni” ervoor bekendstaat dat zij gemakkelijk kan worden ontveld, vragen de exploitanten van de sector de hazelnoot in gebrande vorm (in dop of gepeld); |
|
— |
Artikel 6 van het productdossier zet voortaan de commerciële kenmerken van de „Nocciola di Giffoni” uiteen in alle mogelijke situaties waarin het gebruik van de geregistreerde naam als gevolg van de bovenstaande wijziging is toegestaan; |
|
— |
Er is verduidelijkt dat vruchtkernen die minder dan 13 mm groot zijn en voortkomen uit het pellen van noten waarvan de dopvrucht minstens 18 mm groot is, enkel mogen worden gebruikt voor de vervaardiging van samengestelde, verwerkte of getransformeerde producten waarvoor geen volledige vruchtkernen nodig zijn; |
|
— |
Er wordt aan toegevoegd dat de vermelde pelbaarheid overeenstemt met het gemiddelde van het onderzochte monster. |
3.2. Bewijs van de oorsprong
|
— |
Artikel 5 is gewijzigd. De vermelding van het bestaan van een register en de bewaring ervan bij de gemeenten van het productiegebied is vervangen door een preciezere bepaling die voorziet in een register waarin alle producenten en alle hazelaarsbossen die voor de productie van de „Nocciola di Giffoni” zijn bestemd, zijn opgenomen. In plaats van bewaard te worden bij de gemeenten wordt dit register beheerd en bijgewerkt door de controle-instantie die de naleving van het productdossier controleert op basis van de geldende wetgeving. De gegevens van de controle-instantie zijn dan ook vermeld in het productdossier. |
3.3. Werkwijze voor het verkrijgen van het product
|
— |
Artikel 4 bevat voortaan twee nieuwe alinea's. De eerste alinea beoogt de opname van verschillende hazelaarsbossen met een grotere beplantingsdichtheid van ten hoogste 2 000 struiken per hectare op voorwaarde dat zij zich bevinden op terrasgewijs aangelegde terreinen of terreinen waarvan de hellingsgraad groter is dan 15 %. In deze streken, die reeds deel uitmaken van het geografische gebied, speelt de teelt een vooraanstaande rol op het gebied van bodembescherming en -behoud. De hoge beplantingsdichtheid, die vaak voorkomt in sterk hellende bergstreken, is het gevolg van factoren die eigen zijn aan bodembescherming en –behoud, waaraan de mens al eeuwen heeft bijgedragen via de dichte beplanting met fruitbomen. De tweede alinea voorziet in een maximale dichtheid van 1 800 struiken per hectare, enkel voor beplantingen die vóór de registratie van de naam „Nocciola di Giffoni” zijn aangelegd. Het gaat om beplantingen die aan het einde van hun levenscyclus zijn gekomen en waarvoor tijdelijk een grotere dichtheid van bomen per hectare wordt toegestaan, voor zover op natuurlijke wijze, door de sterfte onder de bomen, aan de normaal vereiste bepalingen zal worden voldaan. |
3.4. Etikettering
|
— |
Artikel 7 verduidelijkt dat, om de traceerbaarheid van het product te waarborgen, de hazelnoten voortaan enkel tijdens de transactie tussen de landbouwexploitant of de inzamelcentra (coöperatieve verenigingen) en de eerste koper-eigenaar van de transformatie- en/of verpakkingsinstallatie mogen worden afgezet in bulk, in een geschikte verpakking; |
|
— |
In artikel 8 van het productdossier is vermeld dat het gepelde product mag worden verpakt als dusdanig dan wel gebrand en ontveld overeenkomstig punt 1 („beschrijving van het product”) van deze wijzigingsaanvraag; |
|
— |
Het kenmerkende logo van de naam is gewijzigd. Het Europese grafische symbool dat op oneigenlijke wijze in het logo werd gebruikt, is geschrapt. |
ENIG DOCUMENT
VERORDENING (EG) Nr. 510/2006 VAN DE RAAD
inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen (3)
„NOCCIOLA DI GIFFONI”
EG-nummer: IT-PGI-0217-0999-15.05.2012
BGA ( X ) BOB ( )
1. Naam
„Nocciola di Giffoni”
2. Lidstaat of derde land
Italië
3. Beschrijving van het landbouwproduct of levensmiddel
3.1. Productcategorie
|
Categorie 1.6.: |
Groenten, fruit en granen, in ongewijzigde staat of verwerkt |
3.2. Beschrijving van het product waarvoor de in punt 1 vermelde naam van toepassing is
De aanduiding „Nocciola di Giffoni” heeft uitsluitend betrekking op vruchten van het biotype van de hazelaarcultivar „Tonda di Giffoni”, geproduceerd in het in punt 4 hieronder gedefinieerde geografische gebied.
De „Nocciola di Giffoni” moet over de volgende commerciële kenmerken beschikken:
|
— |
volledige hazelnoot in dop: hazelnoten zoals zij in de velden zijn geoogst, na een reinigings- en verwerkingsproces om vreemde bestanddelen en lege doppen te verwijderen en na droging die ervoor zorgt dat zij langer kunnen worden bewaard; |
|
— |
gepelde hazelnoot: noten zonder dop waarvan het perisperm intact is. |
Het is mogelijk deze twee categorieën hazelnoten te branden om het perisperm te laten loskomen en het aroma en de organoleptische kenmerken te versterken.
De „Nocciola di Giffoni” kan bijgevolg de volgende vormen aannemen:
|
— |
volledige hazelnoot in dop; |
|
— |
gebrande volledige hazelnoot in dop; |
|
— |
gepelde hazelnoot; |
|
— |
gebrande en ontvelde gepelde hazelnoot. |
Op het ogenblik dat de „Nocciola di Giffoni” ter consumptie wordt aangeboden, moet zij over de volgende kenmerken beschikken:
|
|
vorm van de dopvrucht: afgeplat bolvormig; |
|
|
afmetingen van de dopvrucht: gemiddeld, met een grootte van minstens 18 mm; |
|
|
dop: gemiddelde dikte (1,11 tot 1,25 mm), min of meer uitgesproken hazelnootbruin van kleur, met strepen donkerkastanjebruin; |
|
|
vruchtkern: afgeplat bolvormig, zelden vezelig, met een grootte van minstens 13 mm. Vruchtkernen die minder dan 13 mm groot zijn en voortkomen uit het pellen van hazelnoten die een dop, een vorm en een dopvrucht hebben waarvan de afmetingen met dit punt overeenstemmen, mogen niet ter consumptie worden aangeboden. Zij mogen enkel worden gebruikt voor de vervaardiging van samengestelde, verwerkte of getransformeerde producten waarvoor geen volledige vruchtkernen nodig zijn; |
|
|
pelbaarheid: optimaal, minstens 85 % (gemiddelde van het onderzochte monster); |
|
|
vruchtvlees: wit, stevig en met een aangenaam aroma; |
|
|
opbrengst bij het pellen: minstens 43 %; |
|
|
relatieve vochtigheid van de vruchtkern na droging: maximaal 6 %. |
3.3. Grondstoffen (alleen voor verwerkte producten)
—
3.4. Diervoeders (alleen voor producten van dierlijke oorsprong)
—
3.5. Specifieke onderdelen van het productieproces die in het afgebakende geografische gebied moeten plaatsvinden
De „Nocciola di Giffoni” moet worden geteeld en geoogst in het geografische productiegebied. De sortering gebeurt vlak na de oogst om aarde, steentjes en andere vreemde bestanddelen te verwijderen. Vervolgens worden de hazelnoten gedroogd.
3.6. Specifieke voorschriften betreffende het in plakken snijden, het raspen, het verpakken enz.
De hazelnoten moeten als volgt worden verpakt:
|
a) |
voor noten in dop: in zakken van stof en/of van een ander aangepast materiaal; |
|
b) |
voor noten die enkel zijn gepeld dan wel zijn gepeld, gebrand en ontveld: in zakken van papier of stof, dozen van karton of van een ander aangepast materiaal. |
3.7. Specifieke voorschriften betreffende de etikettering
De naam „Nocciola di Giffoni” moet, gevolgd door de vermelding „Beschermde geografische aanduiding” en/of het Europese symbool, in tekens van dezelfde grootte op de verpakking worden vermeld.
Het kenmerkende logo van de beschermde geografische aanduiding moet op het etiket worden geplaatst.
4. Beknopte beschrijving van het afgebakende geografische gebied
Het productiegebied bestrijkt het volledige grondgebied van de volgende gemeenten in de provincie Salerno: Giffoni Valle Piana, Giffoni Sei Casali, San Cipriano Picentino, Fisciano, Calvanico, Castiglione del Genovesi, Montecorvino Rovella, alsook de streken met gemiddelde en sterke bergvorming in de volgende gemeenten: Baronissi, Montecorvino Pugliano, Olevano Sul Tusciano, San Mango Piemonte, Acerno.
5. Verband met het geografische gebied
5.1. Specificiteit van het geografische gebied
Het volledige grondgebied van de gemeenten dat voor de kweek van de „Nocciola di Giffoni” wordt gebruikt, vormt een ononderbroken zone in een streek met gemiddelde tot sterke bergvorming, waar de hazelaar de meest gekweekte soort is. In het dal van Picentino en Irno behoort de hazelaar tot de cultivar „Tonda di Giffoni”, die in dit gebied de optimale bodemkundige en klimaatkenmerken heeft gevonden om te bloeien.
De klimaatomstandigheden en de geologische aard van de bodems zijn te danken aan de aanwezigheid van het massief van de bergen Picentini en enkele opvallendere reliëfs, in het bijzonder Monte Polveracchio, Acellica en Monte Mai. De bodem van vulkanische oorsprong is uiterst vruchtbaar, waardoor voldoende minerale elementen worden aangevoerd. Het klimaat van het gebied wordt gekenmerkt door een goede hoeveelheid neerslag (meer dan 1 000 mm/jaar), voornamelijk in de herfst en de lente, die in principe voldoende is om de hazelaar te telen zonder irrigatie. In de winter duiken de minimumtemperaturen zelden onder 0 °C, terwijl in de zomer de matigende invloed van de zeewind ervoor zorgt dat de temperatuur doorgaans onder 30 °C blijft. Het zachte klimaat tijdens de wintermaanden is van essentieel belang voor de delicate bloeifase van de hazelaar, die net tijdens deze periode plaatsvindt.
5.2. Specificiteit van het product
De „Nocciola di Giffoni” is de vrucht van de inheemse cultivar „Tonda di Giffoni”, die in de loop der tijd de hazelaarteelt in het dal van Picentino en Irno is gaan overheersen. Een kenmerk van de „Nocciola di Giffoni” is de aanwezigheid van een dun perisperm, dat na branding gemakkelijk kan worden verwijderd. Door deze eigenschap is de „Nocciola di Giffoni” een uiterst gewaardeerd product in de banketbakkers- en suikerwarensector van Campanië.
5.3. Causaal verband tussen het geografische gebied en de kwaliteit of de kenmerken van het product (voor een BOB) dan wel een bepaalde hoedanigheid, de faam of een ander kenmerk van het product (voor een BGA)
Zoals blijkt uit historische bronnen, wordt de „Nocciola di Giffoni” al eeuwen op prijs gesteld, niet enkel in het productiegebied maar ook in de rest van Italië en daarbuiten. Dit product heeft een nauwe band met zijn productieomgeving aangezien het afkomstig is van een inheemse cultivar. De cultivar „Tonda di Giffoni” die in de Valle del Picentino en Irmo wordt geproduceerd, heeft specifieke kenmerken waardoor de „Nocciola di Giffoni” reeds lange tijd wordt gewaardeerd door een markt die er een hogere prijs aan toekent dan aan andere hazelnoten.
In de twintigste eeuw heeft deze teelt zich uitgebreid door de sterke vraag van de banketbakkers- en suikerwarensector, die de „Nocciola di Giffoni” waardeerde omdat deze dankzij het dunne perisperm gemakkelijk te ontvellen is. Vandaag is de vraag van de verwerkingsindustrie naar „Nocciola di Giffoni” nog steeds groot. Deze sector gebruikt de hazelnoten als grondstof voor de vermaarde banketbakkersproducten.
De teelt van de „Nocciola di Giffoni” in dit gebied maakt het mogelijk de kenmerken ervan optimaal tot hun recht te laten komen, zoals Vincenzo De Caro reeds aangaf aan het eind van de negentiende eeuw. Deze historicus uit Salerno benadrukte, met betrekking tot de ontwikkeling van de teelt op het grondgebied van Giffoni, het productiepotentieel van de gronden in de streek waarop de hazelaar werd geteeld. De gronden in de bergen Picentini en het dal van Irno zijn trouwens van nature geschikt voor de teelt van de hazelaar, aangezien deze struik altijd al spontaan aanwezig was in de streek. Bovendien is de bodem van vulkanische oorsprong uiterst vruchtbaar. Over het algemeen zijn de kwalitatieve eigenschappen van de „Nocciola di Giffoni” het resultaat van de gunstige combinatie van omgevings-, natuurlijke en menselijke factoren die het productiegebied kenmerken.
Verwijzing naar de bekendmaking van het productdossier
(artikel 5, lid 7, van Verordening (EG) nr. 510/2006 (4))
De administratie heeft de nationale bezwaarprocedure gelanceerd door bekendmaking van het voorstel voor erkenning van de BGA „Nocciola di Giffoni” in het Staatsblad van de Italiaanse Republiek nr. 75 van 29 maart 2012.
De geconsolideerde tekst van het productdossier kan worden geraadpleegd op de website:
http://www.politicheagricole.it/flex/cm/pages/ServeBLOB.php/L/IT/IDPagina/3335
of
door rechtstreeks te surfen naar de welkomstpagina van de website van het ministerie van Landbouw-, Levensmiddelen- en Bosbouwbeleid (http://www.politicheagricole.it) en te klikken op „Qualità e sicurezza” (kwaliteit en veiligheid) (bovenaan, rechts op het scherm) en op „Disciplinari di Produzione all’esame dell’UE”.
(1) PB L 343 van 14.12.2012, blz. 1.
(2) PB L 93 van 31.3.2006, blz. 12. Vervangen door Verordening (EU) nr. 1151/2012.
(3) Vgl. voetnoot 2.
(4) Vgl. voetnoot 2.
|
2.10.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 286/12 |
Bekendmaking van een aanvraag overeenkomstig artikel 50, lid 2, onder a), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen
2013/C 286/05
Deze bekendmaking verleent het recht om op grond van artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad (1) bezwaar aan te tekenen tegen de aanvraag.
ENIG DOCUMENT
VERORDENING (EG) Nr. 510/2006 VAN DE RAAD
inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen (2)
„BORNHEIMER SPARGEL”/„SPARGEL AUS DEM ANBAUGEBIET BORNHEIM”
EG-nummer: DE-PGI-0005-0803-17.03.2010
BGA ( X ) BOB ( )
1. Naam
„Bornheimer Spargel”/„Spargel aus dem Anbaugebiet Bornheim”
2. Lidstaat of derde land
Duitsland
3. Beschrijving van het landbouwproduct of levensmiddel
3.1. Productcategorie
|
Categorie 1.6. — |
Groenten, fruit en granen, in ongewijzigde staat of verwerkt |
3.2. Beschrijving van het product waarvoor de in punt 1 vermelde naam van toepassing is
„Bornheimer Spargel”/„Spargel aus dem Anbaugebiet Bornheim” — hierna gewoon „Bornheimer Spargel” genoemd — behoort tot de soort Asparagus officinalis. De asperge uit het Bornheimgebied wordt meestal afgesneden na vier tot tien groeiseizoenen. De „Bornheimer Spargel” wordt zowel geschild als ongeschild in de handel gebracht. De asperges worden handmatig of met een aspergeschilmachine geschild. De witte en groene aspergestengels mogen niet meer dan 22 cm en niet minder dan 16 cm lang zijn. Asperges met de BGA „Bornheimer Spargel” moeten goedgevormd zijn (rechte stengels — hoewel enige kromming is toegestaan —, intact en met een vaste kop). De asperge moet ook mals zijn. De asperge mag geen vreemde geuren of smaken hebben, niet zijn beschadigd door knaagdieren of insecten en moet vrij zijn van grond of andere onzuiverheden. De asperge wordt bereid volgens de UNECE-norm FFV04 (Asparagus), zelfs wanneer de producent de asperge rechtstreeks aan de consument verkoopt.
Kenmerkend voor de „Bornheimer Spargel” is de sterke, kruidige smaak en de versheid, in combinatie met de malsheid ervan.
3.3. Grondstoffen (alleen voor verwerkte producten)
—
3.4. Diervoeders (alleen voor producten van dierlijke oorsprong)
—
3.5. Specifieke onderdelen van het productieproces die in het afgebakende geografische gebied moeten plaatsvinden
De „Bornheimer Spargel” moet, van het planten tot het oogsten, worden geproduceerd in het afgebakende geografische gebied.
3.6. Specifieke voorschriften betreffende het in plakken snijden, het raspen, het verpakken enz.
Om de stengels vers en zacht te houden, worden ze, onmiddellijk nadat ze zijn afgesneden, gekoeld in ijswater. Vervolgens worden ze gesorteerd op basis van hun lengte en kwaliteit en opgeslagen in een vochtige omgeving met een temperatuur van 1 tot 2 °C. Ze mogen niet langer dan zes uur in het water worden gelegd.
De producent mag de koudeketen niet doorbreken. Elke bundel moet dezelfde inhoud hebben en mag dus uitsluitend Bornheim-asperges van dezelfde kwaliteit, kleurgroep en grootte bevatten. Het zichtbare gedeelte van de bundel moet bovendien representatief zijn voor de hele inhoud ervan.
3.7. Specifieke voorschriften betreffende de etikettering
—
4. Beknopte beschrijving van het afgebakende geografische gebied
De asperge wordt geteeld in Kölner Bucht, een gebied op de lagere en centrale terrassen langs de historische loop van de Rijn waar een gunstig klimaat heerst. Het gebied ligt op de westelijke Rijnoever, ten noorden van Bonn en ten zuiden van Keulen, in het dal tussen het Rijnlands leisteenplateau op de oostelijke rivieroever en de heuvels van Kottenforst-Ville op westelijke oever. Het omvat de gemeente Bornheim en delen van de naburige gemeente Alfter, van de steden Brühl, Wesseling en Bonn. De grenzen van het gebied zijn als volgt:
In het noorden loopt het productiegebied tot aan het kasteelpark in Brühl, van waar de grens de hoofdbaan tussen Brühl en Wesseling-Berzdorf volgt en daarna de Rodenkirchenerstraat naar Wesseling-Keldenich. De grens loopt vervolgens rond het landgoed Eichholz en dan oostwaarts langs de brandstofraffinaderij van Shell naar de Wesseling-Urfeldweide. De oostelijke grens loopt dan van die weide langs de Rijn naar de streek van Bonn tot de scheidingslijn tussen Bonn-Graurheindorf en Bonn zelf. In het zuiden loopt de grens langs de stadsdorpsgrenzen van Bonn-Graurheindorf, Bonn-Buschdorf, Bonn-Tannenbusch, Bonn-Dransdorf en Bonn-Messdorf (die alle tot het productiegebied behoren) tot Bonn-Lessenich en Alfter-Oedekoven, en draait dan westwaarts. In het westen wordt het productiegebied begrensd door de Alfterer Straße, Gielsdorfer Weg, Pelzstraße, Kronenstraße en Roisdorfer Weg. Aan het einde van de Roisdorfer Weg volgt de grens van het geografische gebied de stadsgrenzen van Bornheim, eerst naar het westen en dan naar het noorden tot de scheidingslijn tussen de steden Bornheim en Brühl. De grens loopt dan langs deze lijn naar het oosten naar de Walberberger Straße (ook de L 183 genoemd op de officiële wegenkaart) en volgt dan deze straat tot aan het kruispunt met de Pingsdorfer Straße, om deze dan te volgen in noordoostelijke richting naar het kasteel van Brühl.
5. Verband met het geografische gebied
5.1. Specificiteit van het geografische gebied
Klimaat: Bornheim ligt in een gebied tussen Keulen en Bonn met een zeer gunstig klimaat. Ten zuiden van Bonn opent de Rijnvallei zich nadat de rivier het Rijnlands leisteenplateau heeft verlaten en stroomt hij in de Keulse Bocht. De riviervlakte wordt in het oosten begrensd door het Zevengebergte en het centrale deel van het Bergische Land, en in het westen door de heuvels van Kottenforst-Ville. Aangezien de Rijnvlakte in het oosten en het westen tussen heuvels ligt, is ze bijzonder goed beschermd. De klimaatomstandigheden in die vlakte zijn bijgevolg bijzonder gunstig voor tuinbouw, namelijk relatief hoge gemiddelde jaartemperaturen en voldoende neerslag. Dit impliceert dat het groeiseizoen hier heel wat vroeger start en later eindigt dan in de omliggende streken.
Bodem: De „Bornheimer Spargel” wordt geteeld op een unieke locatie op de lagere en centrale terrassen langs de historische loop van de Rijn. De bodem rond de oude loop van de Rijn is zanderig en is licht vermengd met klei uit de onderliggende laag. Het vele zand doet de bodem snel opwarmen en de leemachtige klei is een goede voedingsbron voor de asperge.
Menselijke factoren: Het specifieke karakter en de roem van de „Bornheimer Spargel” zijn te danken aan de traditionele deskundigheid van de lokale telers. Deze deskundigheid werd al in 1943 benadrukt in een artikel in de Westdeutscher Beobachter. Daarin stond dat een kenner gemakkelijk de „Bornheimer Spargel” kon onderscheiden omdat destijds in Bornheim een oudere teeltmethode werd toegepast waarbij de asperge niet zo diep werd afgesneden als met de meer recente „Mainz-techniek” en daarom minder houtig was. Deze deskundigheid wordt nog steeds ingezet, samen met moderne teelttechnieken. Zo baseren de telers zich op de oude traditie om de stukken grond in het gebied te bepalen die bijzonder geschikt zijn voor het telen van de asperge.
5.2. Specificiteit van het product
Door de gunstige ligging van het geografische gebied in de Keulse Bocht groeien de scheuten in de lente snel. Deze groeispurt is bepalend voor de malsheid en de sappigheid van de stengels.
Het product geniet bijzondere waardering dankzij zijn lange geschiedenis, zoals uit verschillende hedendaagse bronnen blijkt.
Zelfs al in de Romeinse tijd was Bornheim de fruit- en groentetuin voor de lokale nederzettingen Colonia bonnensis (Bonn) en Colonia agrippina (Keulen). Het waren de Romeinen die de asperge eigenlijk in het gebied rond de Rijn hebben geïntroduceerd, alsook de kennis over aspergeteelt.
„Bornheimer Spargel” zelf heeft een traditie van bijna 300 jaar oud. In oude documenten is er sprake van kloosterzusters die reeds voor 1719 asperges teelden in een kuil achter het Sint-Annaklooster in Alfter. De heren van Dyck kochten in 1769 de productie van het hele Bornheimgebied op en zorgden ervoor dat de asperges werden geleverd aan hun Kasteel Dyck en hun verblijfplaats in Keulen. In 1840 gingen enkele honderden „marktgangers” regelmatig van Bornheim en de omliggende dorpen naar Keulen om er hun groenten, met name asperges, op de markt te verkopen.
De aspergeteelt in en rond Bornheim breidde zich in het begin van de 20e eeuw aanzienlijk uit, nadat de lokale wijnsector, die tot dan overheersend was, was ingestort door de verspreiding van wijnluis.
De Seeheimer Kreis, een groep binnen de Duitse sociaaldemocratische partij (SPD) met een lange traditie, heeft een artikel op zijn website gepubliceerd met als titel „Mit der MS Beethoven nach Unkel”, waarin staat dat de asperges van Bornheim traditioneel werden gegeten tijdens de uitstappen van de groep. Ook hieruit blijkt dat de „Bornheimer Spargel” al in 1988 een enorme faam genoot in de nationale politieke kringen.
Het seizoen van de „Bornheimer Spargel” wordt elk jaar onder grote belangstelling van de pers en het publiek in gang getrapt met het Bornheim Aspergefestival en de kroning van de aspergekoningin. In een artikel in de Bonner Rundschau van 11 mei 2010 met als kop „Aspergefestival: straatfeest in de Königstrasse in Bornheim” staat dat „de „Bornheimer Spargel” een heel bijzonder product is”. Ook wordt er verwezen naar de lof van de burgemeester voor de asperge- en gezondheidsdag werd weergegeven: „Een gezondheidsdag heeft veel gemeen met een aspergefestival! Een gezonde, smakelijke regionale specialiteit kan veel bijdragen aan uw gezondheid en aan het algemene welzijn”.
In een artikel in de Bonner Generalanzeiger Online van 14 mei 2007 met als titel „„Bornheimer Spargel” verkoopt als zoete broodjes” staat dat op het festival, dat niet alleen asperges, maar ook Europa centraal stelde, naast de burgemeester ook Ruth Hieronymi, lid van het Europees Parlement, en de consul van verschillende Europese landen aanwezig waren. Het onderschrift van de foto luidt: „Europa en asperges: een aantrekkelijke combinatie”. Uit de link tussen het product en het continent blijkt hoe belangrijk de „Bornheimer Spargel” voor de regio is.
Volgens een krantenartikel van 2008 („Een feest voor de ogen en de tong”) promootten de aan elkaar grenzende steden Brühl en Bornheim hun regio als een toeristische bestemming met de slogan „Brühl und Bornheim — immer eine Spargellänge voraus (Brühl en Bornheim — altijd een aspergestengel voorsprong)”. Dit toont aan dat zelfs de twee gemeenten gebruikmaken van de faam van het product om zichzelf te promoten. De „Bonner Burgenrunde”, een lokale fietsgids, gebruikt dezelfde slogan.
Op 19 mei 2006 werd een krantenartikel gepubliceerd met als kop: „Brühl-Bornheim-asperges — een uitstekend product”.
In een ander artikel over de plus- en minpunten van Bornheim wordt gezegd dat de stad „met de asperge een lokale specialiteit heeft”. In de publicatie „Regionale delicatessen van Brühl en Bornheim (2009)” van het Natuurpark Rijnland wordt de „Bornheimer Spargel” beschreven als „het best gekende product van de Rijnvlakte”, dat door kenners van ver buiten de regio wordt geprezen.
Op 14 maart 2012 werd een krantenartikel gepubliceerd over het voornemen van de stad Bornheim om de officiële naam „Bornheim — Die Spargelstadt” („Bornheim — de aspergestad”) aan te nemen. Dit toont aan hoe groot de waarde van de „Bornheimer Spargel” is voor de gemeente.
De waarde van het product wordt bevestigd door prijsvergelijkingen waaruit blijkt dat tijdens de oogstperioden van 2009 tot en met 2011 (april-juni) de „Bornheimer Spargel” steeds werd verkocht voor ruim 10 % meer dan de asperges die gewoon als „Duitse asperge” in de handel werden gebracht.
5.3. Causaal verband tussen het geografische gebied en de kwaliteit of de kenmerken van het product (voor een BOB) dan wel een bepaalde hoedanigheid, de faam of een ander kenmerk van het product (voor een BGA)
De speciale, uitgesproken sterke, kruidige smaak is te danken aan de bijzondere bodem en klimaatomstandigheden waarin het product wordt geteeld. De zandbodem zorgt voor een gelijkmatige groei. De kleiachtige ondergrond geeft mineralen af. De bijzondere versheid en zachtheid van de stengels zijn het product van de bodem in het geografische gebied, die bijzonder geschikt is voor asperges, en van de manier waarop ze worden verwerkt na het afsnijden, waarbij ze maximaal zes uur in het water liggen.
De bijzonder goede smaakeigenschappen, de deskundigheid van de lokale telers die is gebaseerd op traditie, en de lange geschiedenis van het product zijn factoren die ervoor zorgen dat de „Bornheimer Spargel” erg gewaardeerd blijft.
Verwijzing naar de bekendmaking van het productdossier
(Artikel 5, lid 7, van Verordening (EG) nr. 510/2006 (3))
Markenblatt, Vol. 27 van 3 juli 2009, deel 7a-aa, blz. 12.
http://register.dpma.de/DPMAregister/geo/detail.pdfdownload/6200
(1) PB L 343 van 14.12.2012, blz. 1.
(2) PB L 93 van 31.3.2006, blz. 12. Vervangen door Verordening (EU) nr. 1151/2012.
(3) Vgl. voetnoot 2.