|
ISSN 1977-0995 doi:10.3000/19770995.C_2011.309.nld |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 309 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Mededelingen en bekendmakingen |
54e jaargang |
|
Nummer |
Inhoud |
Bladzijde |
|
|
II Mededelingen |
|
|
|
MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE |
|
|
|
Europese Commissie |
|
|
2011/C 309/01 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak COMP/M.6141 — China National Agrochemical Corporation/Koor Industries/Makhteshim Agan Industries) ( 1 ) |
|
|
2011/C 309/02 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak COMP/M.6296 — Triton/Compo) ( 1 ) |
|
|
2011/C 309/03 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak COMP/M.6373 — Sungwoo/Mitsubishi/Sungwoo CZ/Sungwoo SK) ( 1 ) |
|
|
|
IV Informatie |
|
|
|
INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE |
|
|
|
Raad |
|
|
2011/C 309/04 |
||
|
2011/C 309/05 |
||
|
|
Europese Commissie |
|
|
2011/C 309/06 |
||
|
|
INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE LIDSTATEN |
|
|
2011/C 309/07 |
Kennisgeving op grond van artikel 114, lid 5, van het VWEU — Verzoek om toestemming voor de invoering van nationale wetgeving die stringenter is dan de bepalingen van een EU-harmonisatiemaatregel ( 1 ) |
|
|
|
V Adviezen |
|
|
|
BESTUURLIJKE PROCEDURES |
|
|
|
Europees Parlement |
|
|
2011/C 309/08 |
||
|
|
Europese Commissie |
|
|
2011/C 309/09 |
||
|
|
ANDERE HANDELINGEN |
|
|
|
Europese Commissie |
|
|
2011/C 309/10 |
||
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst |
|
NL |
|
II Mededelingen
MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE
Europese Commissie
|
21.10.2011 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 309/1 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie
(Zaak COMP/M.6141 — China National Agrochemical Corporation/Koor Industries/Makhteshim Agan Industries)
(Voor de EER relevante tekst)
2011/C 309/01
Op 3 oktober 2011 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de gemeenschappelijke markt te verklaren. Deze beschikking is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad. De volledige tekst van de beschikking is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:
|
— |
op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebeschikkingen op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector, |
|
— |
in elektronische vorm op de EUR-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/en/index.htm) onder documentnummer 32011M6141. EUR-Lex biedt online-toegang tot de communautaire wetgeving. |
|
21.10.2011 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 309/1 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie
(Zaak COMP/M.6296 — Triton/Compo)
(Voor de EER relevante tekst)
2011/C 309/02
Op 23 september 2011 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de gemeenschappelijke markt te verklaren. Deze beschikking is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad. De volledige tekst van de beschikking is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:
|
— |
op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebeschikkingen op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector, |
|
— |
in elektronische vorm op de EUR-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/en/index.htm) onder documentnummer 32011M6296. EUR-Lex biedt online-toegang tot de communautaire wetgeving. |
|
21.10.2011 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 309/2 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie
(Zaak COMP/M.6373 — Sungwoo/Mitsubishi/Sungwoo CZ/Sungwoo SK)
(Voor de EER relevante tekst)
2011/C 309/03
Op 17 oktober 2011 heeft de Commissie besloten zich niet te verzetten tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de gemeenschappelijke markt te verklaren. Deze beschikking is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad. De volledige tekst van de beschikking is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:
|
— |
op de website Concurrentie van de Commissie, afdeling fusies (http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende hulpmiddelen om individuele concentratiebeschikkingen op te zoeken, onder meer op: naam van de onderneming, nummer van de zaak, datum en sector, |
|
— |
in elektronische vorm op de EUR-Lex-website (http://eur-lex.europa.eu/en/index.htm) onder documentnummer 32011M6373. EUR-Lex biedt online-toegang tot de communautaire wetgeving. |
IV Informatie
INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE
Raad
|
21.10.2011 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 309/3 |
Kennisgeving ter attentie van de personen en entiteiten waarop de beperkende maatregelen van Besluit 2010/788/GBVB van de Raad als uitgevoerd bij Uitvoeringsbesluit 2011/699/GBVB van de Raad van toepassing zijn
2011/C 309/04
RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
De volgende informatie wordt ter kennis gebracht van de personen en entiteiten die voorkomen in de bijlage bij Besluit 2010/788/GBVB van de Raad als uitgevoerd bij Uitvoeringsbesluit 2011/699/GBVB (1) van de Raad.
De VN-Veiligheidsraad heeft de personen en entiteiten aangewezen die moeten worden opgenomen op de lijst van personen en entiteiten die onder de maatregelen vallen die zijn opgelegd bij de punten 13 en 15 van Resolutie 1596 (2005) van de VN-Veiligheidsraad, en zijn bevestigd bij punt 3 van Resolutie 1952 (2010) van de VN-Veiligheidsraad.
De betrokken personen en entiteiten kunnen te allen tijde, onder overlegging van bewijsstukken, het VN-Comité dat bij punt 8 van Resolutie 1533 (2004) van de VN-Veiligheidsraad is ingesteld verzoeken het besluit om hen op bovengenoemde lijst te plaatsen, te heroverwegen. Dit verzoek dient aan het volgende adres te worden gericht:
|
United Nations — Focal point for delisting |
|
Security Council Subsidiary Organs Branch |
|
Room S-3055 E |
|
New York, NY 10017 |
|
UNITED STATES OF AMERICA |
Zie voor meer informatie: http://www.un.org/sc/committees/751/comguide.shtml
Naar aanleiding van het besluit van de VN heeft de Raad van de Europese Unie bepaald dat de personen en entiteiten die in bovengenoemde bijlage worden vermeld, moeten worden opgenomen op de lijst van personen en entiteiten waarvoor de beperkende maatregelen in Besluit 2010/788/GBVB van de Raad als uitgevoerd bij Uitvoeringsbesluit 2011/699/GBVB van de Raad gelden. De redenen voor de aanwijzing van de betrokken personen en entiteiten staan in de desbetreffende vermeldingen in de bijlage bij het besluit van de Raad.
De betrokken personen en entiteiten worden erop geattendeerd dat zij een verzoek tot de bevoegde instanties van de desbetreffende lidstaat of lidstaten, als vermeld op de websites in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1183/2005, kunnen richten om een machtiging tot gebruik van bevroren tegoeden voor basisbehoeften of specifieke betalingen te verkrijgen (zie artikel 3 van de verordening).
De betrokken personen en entiteiten kunnen, onder overlegging van bewijsstukken, op het bovenstaande adres een verzoek aan de Raad indienen om het besluit om hen op bovengenoemde lijsten te plaatsen, te heroverwegen.
Tevens worden de betrokken personen en entiteiten erop geattendeerd dat zij tegen het besluit van de Raad beroep kunnen instellen voor het Gerecht van de Europese Unie, overeenkomstig de voorwaarden als gesteld in artikel 275, tweede alinea, en in artikel 263, vierde en zesde alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
(1) PB L 276 van 21.10.2011, blz. 50.
|
21.10.2011 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 309/5 |
Kennisgeving aan de personen op wie de beperkende maatregelen van Besluit 2011/486/GBVB van de Raad, als uitgevoerd bij Uitvoeringsbesluit 2011/698/GBVB van de Raad, en van Verordening (EU) nr. 753/2011, als uitgevoerd bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1049/2011 van de Raad, betreffende beperkende maatregelen in verband met de situatie in Afghanistan van toepassing zijn
2011/C 309/05
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE
De volgende informatie wordt ter kennis gebracht van de personen die worden genoemd in de bijlage bij Besluit 2011/486/GBVB van de Raad, als uitgevoerd bij Uitvoeringsbesluit 2011/698/GBVB (1) van de Raad, en in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 753/2011 van de Raad, als uitgevoerd bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1049/2011 (2) van de Raad, betreffende beperkende maatregelen in verband met de situatie in Afghanistan.
De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft Resolutie 1988 (2011) aangenomen, waarbij beperkende maatregelen worden opgelegd aan de vóór de datum van aanneming van deze resolutie aangewezen personen en entiteiten, zoals de Taliban, en andere personen, groepen, ondernemingen en entiteiten die banden hebben met de Taliban, zoals nader bepaald in rubriek A („Individuals associated with the Taliban”) en rubriek B („Entities and other groups and undertaking associated with the Taliban”) van de geconsolideerde lijst van het comité ingesteld krachtens Resolutie 1267 (1999) en Resolutie 1333 (2000), alsook aan andere individuen, groepen, ondernemingen en entiteiten die banden hebben met de Taliban.
De betrokken personen kunnen te allen tijde, onder overlegging van bewijsstukken, het VN-Comité dat bij punt 30 van Resolutie 1988 (2011) van de VN-Veiligheidsraad is ingesteld, verzoeken het besluit om hen op de VN-lijst te plaatsen, te heroverwegen. Dit verzoek dient aan het volgende adres te worden gericht:
|
United Nations — Focal point for delisting |
|
Security Council Subsidiary Organs Branch |
|
Room S-3055 E |
|
New York, NY 10017 |
|
UNITED STATES OF AMERICA |
Zie voor meer informatie: http://www.un.org/sc/committees/751/comguide.shtml
Naar aanleiding van het besluit van de VN heeft de Raad van de Europese Unie bepaald dat de personen die in bovengenoemde Resolutie worden vermeld, moeten worden opgenomen op de lijsten van personen, groepen, ondernemingen en entiteiten waarvoor de beperkende maatregelen in Besluit 2011/486/GBVB en Verordening (EU) nr. 753/2011 gelden. De redenen voor de opneming op de lijst van de betrokken personen staan in de desbetreffende vermeldingen in de bijlage bij het besluit van de Raad en in bijlage I bij de Verordening van de Raad.
De betrokken personen worden erop geattendeerd dat zij een verzoek kunnen richten tot de bevoegde instanties van de betrokken lidstaat (lidstaten), als vermeld op de websites in bijlage II bij Verordening (EU) nr. 753/2011, om toestemming te verkrijgen voor het gebruik van bevroren tegoeden voor basisbehoeften of specifieke betalingen (zie artikel 5 van de verordening).
De betrokken personen kunnen, onder overlegging van bewijsstukken, op onderstaand adres een verzoek tot heroverweging van het besluit om hen op bovengenoemde lijsten te plaatsen, bij de Raad indienen.
|
Raad van de Europese Unie |
|
Secretariaat-generaal |
|
DG K Coördinatie |
|
Wetstraat 175 |
|
1048 Brussel |
|
BELGIË |
Tevens worden de betrokken personen erop geattendeerd dat zij tegen het besluit van de Raad beroep kunnen instellen bij het Gerecht van de Europese Unie, overeenkomstig de voorwaarden die zijn neergelegd in artikel 275, tweede alinea, en artikel 263, vierde en zesde alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
(1) PB L 276 van 21.10.2011, blz. 47.
(2) PB L 276 van 21.10.2011, blz. 2.
Europese Commissie
|
21.10.2011 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 309/7 |
Wisselkoersen van de euro (1)
20 oktober 2011
2011/C 309/06
1 euro =
|
|
Munteenheid |
Koers |
|
USD |
US-dollar |
1,3807 |
|
JPY |
Japanse yen |
106,07 |
|
DKK |
Deense kroon |
7,4450 |
|
GBP |
Pond sterling |
0,87500 |
|
SEK |
Zweedse kroon |
9,0978 |
|
CHF |
Zwitserse frank |
1,2362 |
|
ISK |
IJslandse kroon |
|
|
NOK |
Noorse kroon |
7,7085 |
|
BGN |
Bulgaarse lev |
1,9558 |
|
CZK |
Tsjechische koruna |
24,903 |
|
HUF |
Hongaarse forint |
296,24 |
|
LTL |
Litouwse litas |
3,4528 |
|
LVL |
Letlandse lat |
0,7053 |
|
PLN |
Poolse zloty |
4,3515 |
|
RON |
Roemeense leu |
4,3331 |
|
TRY |
Turkse lira |
2,5696 |
|
AUD |
Australische dollar |
1,3449 |
|
CAD |
Canadese dollar |
1,4015 |
|
HKD |
Hongkongse dollar |
10,7412 |
|
NZD |
Nieuw-Zeelandse dollar |
1,7310 |
|
SGD |
Singaporese dollar |
1,7499 |
|
KRW |
Zuid-Koreaanse won |
1 577,16 |
|
ZAR |
Zuid-Afrikaanse rand |
11,1584 |
|
CNY |
Chinese yuan renminbi |
8,8147 |
|
HRK |
Kroatische kuna |
7,4738 |
|
IDR |
Indonesische roepia |
12 181,59 |
|
MYR |
Maleisische ringgit |
4,3130 |
|
PHP |
Filipijnse peso |
59,852 |
|
RUB |
Russische roebel |
43,1730 |
|
THB |
Thaise baht |
42,760 |
|
BRL |
Braziliaanse real |
2,4417 |
|
MXN |
Mexicaanse peso |
18,5178 |
|
INR |
Indiase roepie |
68,7690 |
(1) Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.
INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE LIDSTATEN
|
21.10.2011 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 309/8 |
Kennisgeving op grond van artikel 114, lid 5, van het VWEU — Verzoek om toestemming voor de invoering van nationale wetgeving die stringenter is dan de bepalingen van een EU-harmonisatiemaatregel
(Voor de EER relevante tekst)
2011/C 309/07
|
1. |
Op 17 mei 2011 heeft het Koninkrijk Zweden kennisgeving gedaan van een verzoek om nationale wetgeving inzake het in de handel brengen van meststoffen die cadmium bevatten, in te voeren. Het Koninkrijk Zweden heeft reeds een afwijking gekregen van de bepalingen van Verordening (EG) nr. 2003/2003 inzake meststoffen (1), waardoor de Zweedse autoriteiten het in de handel brengen van meststoffen met een cadmiumconcentratie van meer dan 100 gram per ton fosfor kunnen verbieden. De kennisgeving van de Zweedse autoriteiten strekt tot het verkrijgen van toestemming om nationale maatregelen in te voeren waardoor het toegestane cadmiumgehalte in fosfaatmeststoffen zou worden verlaagd tot maximum 46 gram per ton fosfor. |
|
2. |
Toen het Koninkrijk Zweden begin 1995 tot de Europese Unie toetrad, had het land wettelijk bindende grenswaarden voor de cadmiumconcentratie in minerale meststoffen. Artikel 112 van en punt 4 van bijlage XII bij de Akte van Toetreding van het Koninkrijk Zweden bepalen dat artikel 7 van Richtlijn 76/116/EEG (2), wat het cadmiumgehalte van meststoffen betreft, voor 1 januari 1999 niet van toepassing is op het Koninkrijk Zweden. Richtlijn 76/116/EEG is later gewijzigd bij Richtlijn 98/97/EG (3) ten aanzien van het in het verkeer brengen in Oostenrijk, Finland en Zweden van meststoffen die cadmium bevatten. Hierbij werd het onder meer het Koninkrijk Zweden toegestaan te verbieden dat op zijn grondgebied meststoffen in het verkeer worden gebracht die hogere concentraties cadmium bevatten dan die welke op de datum van toetreding nationaal waren vastgesteld. Deze afwijking gold voor de periode van 1 januari 1999 tot en met 31 december 2001. |
|
3. |
Op 7 december 2001 heeft het Koninkrijk Zweden de Commissie in kennis gesteld van bestaande nationale wetgeving die afwijkt van de bepalingen van Richtlijn 76/116/EEG betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake meststoffen. Bij Beschikking 2002/399/EG van 24 mei 2002 betreffende de kennisgeving ingevolge artikel 95, lid 4, van het EG-Verdrag door het Koninkrijk Zweden van de nationale bepalingen inzake het maximaal toelaatbare cadmiumgehalte van meststoffen (4) heeft de Commissie na zorgvuldige afweging toestemming gegeven voor een verlenging van de afwijking op Richtlijn 76/116/EEG tot en met 31 december 2005. |
|
4. |
Op 29 juni 2005 verzocht het Koninkrijk Zweden opnieuw om de nationale bepalingen die afwijken van Verordening (EG) nr. 2003/2003 inzake meststoffen te mogen handhaven. Beschikking 2006/347/EG van de Commissie van 3 januari 2006 (5) staat de Zweedse autoriteiten toe de nationale maatregelen te handhaven totdat op het niveau van de EU geharmoniseerde maatregelen over cadmium in meststoffen worden toegepast. Hoewel de werkzaamheden vorderen, heeft de vaststelling van wetgeving op het niveau van de EU vertraging opgelopen. |
|
5. |
De nationale wetgeving verbiedt om meststoffen die onder de codes 25.10, 28.09, 28.35, 31.03 en 31.05 van het douanetarief vallen en die meer dan 100 gram cadmium per ton fosfor bevatten, op het grondgebied van het Koninkrijk Zweden in de handel te brengen of over te dragen. Zweden verzoekt om die concentratie te verlagen tot 46 gram per ton fosfor (het equivalent van 20 mg Cd/kg P2O5). |
|
6. |
Artikel 114, lid 5, VWEU bepaalt dat wanneer een lidstaat het, nadat door de Raad of de Commissie een harmonisatiemaatregel is genomen, noodzakelijk acht nationale bepalingen te treffen die gebaseerd zijn op nieuwe wetenschappelijke gegevens die verband houden met de bescherming van het milieu of het arbeidsmilieu vanwege een specifiek probleem dat zich in die lidstaat heeft aangediend nadat de harmonisatiemaatregel is genomen, hij de Commissie in kennis stelt van de voorgenomen bepalingen en de redenen voor het vaststellen ervan. |
|
7. |
Binnen zes maanden na de kennisgeving keurt de Commissie de betrokken nationale bepalingen goed of wijst die af, nadat zij heeft nagegaan of zij al dan niet een middel tot willekeurige discriminatie, een verkapte beperking van de handel tussen de lidstaten, of een hinderpaal voor de werking van de interne markt vormen. |
|
8. |
De Zweedse autoriteit rechtvaardigt haar verzoek door te verwijzen naar een nieuwe risicobeoordeling door Zweden. Die beoordeling houdt rekening met de algemene risicobeoordeling van cadmium en cadmiumoxide door de EU, die is verricht overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad (6) en met het wetenschappelijk advies van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid over cadmium in levensmiddelen (7). De Zweedse risicobeoordeling is bekendgemaakt op het volgende internetadres: http://ec.europa.eu/enterprise/sectors/chemicals/documents/specific-chemicals/fertilisers/cadmium/risk-assessment_en.htm |
|
9. |
Volgens de autoriteiten blijkt uit de nieuwe risicobeoordeling dat om de gezondheid van de Zweedse bevolking te beschermen, de blootstelling aan cadmium moet worden beperkt. De blootstelling hangt af van de opname van cadmium via levensmiddelen, vooral van plantaardige oorsprong, en het is daarom noodzakelijk het risico van een hoog cadmiumgehalte in gewassen te verminderen. Landbouwgronden zijn in Zweden doorgaans zuurder dan in Centraal-Europa, en door die specifieke situatie is cadmium voor planten gemakkelijker beschikbaar. |
|
10. |
Verlaging van de nationale grens van 100 gram cadmium per ton fosfor tot 46 gram cadmium per ton fosfor is een maatregel om de accumulatie van cadmium in de bodem, de opname ervan door gewassen en uiteindelijk het risico van blootstelling van de mens aan cadmium via de voeding te verminderen. |
|
11. |
Het Koninkrijk Zweden acht het daarom noodzakelijk in de zin van artikel 114, lid 5, VWEU om nationale maatregelen te treffen om het cadmiumgehalte in meststoffen te verlagen. |
|
12. |
Deze kennisgeving zal worden beoordeeld in het licht van Verordening (EG) nr. 2003/2003/EG en overeenkomstig artikel 114, lid 5, VWEU. De Commissie heeft zes maanden de tijd om de maatregelen waarvan kennis is gegeven goed te keuren of af te wijzen. Binnen deze termijn zal zij nagaan of deze maatregelen geen middel tot willekeurige discriminatie, verkapte handelsbeperking of onnodige en onevenredige belemmering voor de werking van de interne markt vormen. |
|
13. |
Reacties op deze kennisgeving moeten binnen 30 dagen na publicatie van deze mededeling worden toegezonden aan de Commissie. Met reacties die na die periode zijn verzonden, wordt geen rekening gehouden. |
|
14. |
Nadere informatie over de Zweedse kennisgeving kan worden verkregen bij:
|
(1) PB L 304 van 21.11.2003, blz. 1.
(2) Vervangen door artikel 5 van Verordening (EG) nr. 2003/2003.
(3) PB L 18 van 23.1.1999, blz. 60.
(4) PB L 138 van 28.5.2002, blz. 24.
(5) PB L 129 van 17.5.2006, blz. 24.
(6) EU RAR, ECB 2007: European Union Risk Assessment Report on cadmium oxide and cadmium metal, Volume 72, Europese Commissie, Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek, Instituut voor de gezondheid en de veiligheid van de consument.
(7) EFSA (2009): Scientific Opinion of the Panel on Contaminants in the Food Chain on a request from the European Commission on cadmium in food. The EFSA Journal (2009) 980, blz. 1-139.
V Adviezen
BESTUURLIJKE PROCEDURES
Europees Parlement
|
21.10.2011 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 309/11 |
Aankondiging van aanwerving PE/141/S
2011/C 309/08
Het Europees Parlement organiseert selectieprocedure:
|
— |
PE/141/S — Tijdelijk functionaris administrateur (AD 5) — Ingenieur gebouwen |
Voor deze selectieprocedure is een opleiding vereist van een niveau dat overeenkomt met een volledige universitaire studie van ten minste drie jaar die is afgesloten met een officieel erkend diploma van architect of ingenieur met betrekking tot de sector gebouwen.
Er wordt geen beroepservaring verlangd.
Deze aankondiging van aanwerving wordt alleen in het Duits, Engels en Frans gepubliceerd. De volledige tekst is in deze talen te vinden in Publicatieblad C 309 A.
Europese Commissie
|
21.10.2011 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 309/12 |
Uitnodiging tot het indienen van voorstellen voor modal-shiftacties, katalysatoracties, snelwegen op zee-actie, verkeersvermijdingsactie en gemeenschappelijke leeracties in het kader van het tweede Marco Polo-programma
(Verordening (EG) nr. 1692/2006 van de Raad en het Parlement — PB L 328 van 24.11.2006, blz. 1)
2011/C 309/09
De Europese Commissie publiceert hierbij een uitnodiging tot het indienen van voorstellen voor de selectieprocedure 2011 in het kader van het tweede Marco Polo-programma. De sluitingsdatum van deze uitnodiging is 16 januari 2012.
Informatie over de voorwaarden van de uitnodiging en instructies voor de indiening van projecten is te vinden op de volgende website
http://ec.europa.eu/transport/marcopolo/getting-funds/call-for-proposals/2011/index_en.htm
De helpdesk van het Marco Polo-programma is bereikbaar via e-mail op het volgende adres: eaci-marco-polo-helpdesk@ec.europa.eu en via fax op het nummer +32 22979506.
ANDERE HANDELINGEN
Europese Commissie
|
21.10.2011 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 309/13 |
Bekendmaking van een wijzigingsaanvraag overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen
2011/C 309/10
Deze bekendmaking verleent het recht om op grond van artikel 7 van Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad (1) bezwaar aan te tekenen tegen de wijzigingsaanvraag. Bezwaarschriften moeten de Commissie bereiken binnen zes maanden te rekenen vanaf de datum van deze bekendmaking.
ENIG DOCUMENT
VERORDENING (EG) Nr. 510/2006 VAN DE RAAD
„KRAŠKI ZAŠINK”
EG-nummer: SI-PGI-0005-0824-29.09.2010
BGA ( X ) BOB ( )
1. Naam:
„Kraški zašink”
2. Lidstaat of derde land:
Slovenië
3. Beschrijving van het landbouwproduct of levensmiddel:
3.1. Productcategorie:
|
Categorie 1.2. |
Vleesproducten (verhit, gepekeld, gerookt, enz.) |
3.2. Beschrijving van het product waarvoor de in punt 1 vermelde naam van toepassing is:
Kraški zašink is een traditioneel gedroogd vleesproduct uit de Karstregio dat wordt vervaardigd van het nekvlees van varkens. Het product heeft een kenmerkende cilindrische vorm en zit in natuurdarm waarover een elastisch net wordt aangebracht. Het minimumgewicht van het eindproduct bedraagt 0,90 kg. Het oppervlak van Kraški zašink is stevig maar soepel en lichtjes gerimpeld aan de uiteinden. Het volle aroma van het vlees en van het vet dat er omheen zit, komt tot ontwikkeling tijdens het droog- en rijpingsproces. Kraški zašink heeft een karakteristieke, lichtzoute smaak. Het zoutgehalte moet minder dan 6 % bedragen; de bereikte droogtegraad moet minstens 36 % bedragen, de aw-waarde minder dan 0,92 % en het eiwitgehalte minstens 24 %.
Plakken Kraški zašink hebben een rood-roze kleur en zijn wat donkerder aan de rand. Het vet is wit van kleur. Op de tong is de textuur van het vlees en vet zacht; het product smelt vlug weg.
3.3. Grondstoffen (alleen voor verwerkte producten):
Voor de productie van Kraški zašink wordt gebruik gemaakt van rassen van vleesvarkens. Het gedeelte van de nek dat wordt gebruikt, omvat alle nekwervels tot en met de vijfde ruggenwervel. Het vlees bevat geen zichtbaar vet, bot of kraakbeen, is goed leeggebloed en vertoont geen insnijdingen of kneuzingen. Het minimumgewicht van een verse nek bedraagt 1,5 kg.
3.4. Diervoeders (alleen voor producten van dierlijke oorsprong):
—
3.5. Specifieke onderdelen van het productieproces die in het afgebakende geografische gebied moeten plaatsvinden:
|
— |
De temperatuur van de verse varkensnek, gemeten vlak voor het zouten, moet tussen + 1 °C en + 4 °C liggen. |
|
— |
Er wordt genoteerd wanneer met het zouten wordt gestart en de partij wordt geëtiketteerd — dag, maand en jaar. |
|
— |
Er wordt gezouten met zeezout. De hoeveelheid zout is afhankelijk van het gewicht. Er wordt suiker, peper en knoflook toegevoegd. |
|
— |
Het zouten neemt 7 tot 12 dagen in beslag bij een temperatuur van + 1 °C en + 6 °C. |
|
— |
Het overblijvende zout wordt verwijderd en het nekvlees wordt in natuurdarm gestopt, die op zijn beurt met een elastisch net wordt omwikkeld. |
|
— |
Het product wordt eerst koud gedroogd gedurende 7 dagen bij een temperatuur van + 1 °C tot + 6 °C. |
|
— |
Daarna wordt het gedroogd bij een temperatuur van 20 °C tot 22 °C gedurende minstens 12 uur. |
|
— |
Het droogt/rijpt bij een temperatuur van 10 °C tot 16 °C. De totale productieperiode neemt 12 weken in beslag en wordt met de nodige tijd verlengd bij zwaardere varkensnekken. |
|
— |
De bereikte droogtegraad wordt gemeten en moet minstens 36 % bedragen; de aw-waarde moet minder dan 0,92 bedragen, het zoutgehalte minder dan 6 % en het minimumgewicht van het eindproduct 0,90 kg. |
|
— |
Er vindt een sensorische test plaats; het zoutgehalte wordt geanalyseerd en de aw-waarde wordt gemeten. |
|
— |
De gerijpte producten worden opgeslagen bij een temperatuur van + 8 °C. |
|
— |
Er wordt gezorgd voor de traceerbaarheid; de documenten worden geverifieerd; de documenten, de begeleidende diergeneeskundige bewijsstukken, de door de producent geregistreerde gegevens (technische fiche) worden opgeslagen. |
|
— |
Kraški zašink kan in zijn geheel en omhuld met het net, als vacuüm verpakte delen of als vacuüm dan wel onder gewijzigde atmosfeer verpakte plakken op de markt worden gebracht. |
3.6. Specifieke voorschriften betreffende het in plakken snijden, het raspen, het verpakken enz.:
Om het authentieke karakter van het product, zijn typische eigenschappen en zijn organoleptische kenmerken te bewaren en tevens zijn microbiologische veiligheid te waarborgen, moet de verpakking van het product — vacuüm of onder gemodificeerde atmosfeer — plaatsvinden in bedrijven die voor de productie van Kraški zašink over een vergunning beschikken. Het is van vitaal belang dat bij de verpakking gebruik wordt gemaakt van de speciale kennis, ervaring en deskundigheid die de producenten van Kraški zašink in de loop van de talrijke jaren dat zij zich op de productie van dit product hebben toegelegd, hebben vergaard. Ongeschikt materiaal, blootstelling aan de lucht of de foute temperatuur of luchtvochtigheid kunnen ertoe leiden dat de typische kenmerken van het product snel teloorgaan waardoor het ook vanuit microbiologisch oogpunt ongeschikt kan zijn voor consumptie. Alle bovengenoemde fasen van de productie worden gecontroleerd door gekwalificeerd personeel dat met de kenmerken van Kraški zašink vertrouwd is. Dankzij deze handelwijze zijn continue controle, volledige traceerbaarheid en handhaving van de door de consument gewaardeerde en gegeerde typische kenmerken van Kraški zašink gegarandeerd.
3.7. Specifieke voorschriften betreffende de etikettering:
Op het etiket van nekvlees Kraški zašink dat is vervaardigd overeenkomstig het productdossier en waarvoor een certificaat is afgegeven, mogen de benaming Kraški zašink, het Kraški zašink-logo, de vermelding „beschermde geografische aanduiding” en het nationale kwaliteitssymbool worden aangebracht. Het logo bestaat uit een gestileerde varkensnek en de woorden „Kraški zašink” en is voor alle producenten hetzelfde. Het registratienummer van de desbetreffende producent wordt naast het logo aangebracht. Het gebruik van het logo is verplicht voor alle geproduceerde aanbiedingsvormen van Kraški zašink die in de handel worden gebracht.
4. Beknopte beschrijving van het afgebakende geografische gebied:
De grenslijn van het productiegebied van Kraški zašink loopt van Kostanjevica na Krasu naar Opatje selo en vandaar naar de grens tussen Slovenië en Italië; dan langs die grens naar de grensovergang in Lipica en vandaar langs de weg naar Lokev; vervolgens langs de weg naar Divača, vandaar in rechte lijn naar het dorp Vrabče en vandaar naar Štjak, Selo, Krtinovica, Kobdilj; vervolgens in rechte lijn door Mali Dol naar Škrbina, verder naar Lipa en Temnica en terug naar Kostanjevica na Krasu. Alle bovengenoemde dorpen maken deel uit van het geografische gebied.
5. Verband met het geografische gebied:
5.1. Specificiteit van het geografische gebied:
De Karst (Kras) is één van de meest weide landschappen in Slovenië, dat zich sterk onderscheidt van de naburige landschappen. Het is een golvend kalksteenplateau met een typisch karstterrein en met een hoogte die van het zuidoosten naar het noordwesten afloopt. De befaamde Karst terra rossa werd gevormd op een kalkstenen substraat. Er is weinig teelaarde aan de oppervlakte die hoofdzakelijk rotsachtig is, hoewel grassen, struiken of magere bossen op sommige plekken wel een kans krijgen. De nabijheid van de zee oefent een overwegende invloed uit op het klimaat in de Karstregio. Hier komen het milde mediterrane klimaat en de koude continentale lucht samen. Temperatuurschommelingen zijn niet ongewoon in de Karstregio en zijn het gevolg van de instroom in dit mediterrane gebied van koude continentale lucht in de vorm van de borawind van de karst. De nabijheid van de zee zorgt ervoor dat de temperatuur in de winter, na dagen van ijskoude borawind, plots sterk kan stijgen. Als er al sneeuw valt, smelt deze meteen weg. De nabijheid van de zee heeft ook in de zomer belangrijke gevolgen: warm, helder weer overheerst. Door het geaccidenteerde terrein van het Karstplateau en de onmiddellijke nabijheid van de zee waait er altijd wel een wind of een bries, hetgeen bevorderlijk is voor een vrij lage relatieve luchtvochtigheid. De natuurlijke omstandigheden in het geografische gebied zorgen voor een gunstig microklimaat voor het drogen van vlees en daarvan wordt door de lokale bevolking sinds mensenheugenis dankbaar gebruik gemaakt. De plaatselijke ambachtslui creëren het juiste evenwicht tussen temperatuur en luchtvochtigheid door in de huizen in de Karst, die met dikke muren zijn gebouwd, gebruik te maken van verschillende kamers. De landbouwers brengen pršut (ham), panceta (vet spek), vratovina (varkensnek), worst en andere producten van de ene naar de andere kamer en zijn hierbij constant op zoek naar de juiste combinatie van vochtigheidsgraad en temperatuur voor de verschillende technologische stadia van het rijpingsproces. In de loop der tijden zijn de technische vaardigheden en praktische kennis, samen met de ervaring, dan ook geëvolueerd en nu onder de plaatselijke bevolking voor altijd gemeengoed geworden.
5.2. Specificiteit van het product:
Kraški zašink is een traditioneel gedroogd vleesproduct uit de Karstregio.
Een van de specifieke kenmerken van Kraški zašink is de zorgvuldige selectie van de grondstof (nekvlees van varkens), die alle nekwervels tot en met de vijfde ruggenwervel omvat en geen zichtbaar vet, bot of kraakbeen bevat. Wat Kraški zašink eveneens van andere soortgelijke producten onderscheidt, is het technologische productieproces. In het kader van dat proces wordt het traditionele, manuele droogzouten toegepast. Hierbij wordt een matige hoeveelheid zeezout met de hand in het vlees van iedere varkensnek gewreven. Eveneens specifiek voor het product is het droog/rijpingsproces waaraan geen hittebehandeling te pas komt en dat plaatsvindt bij een temperatuur van minder dan 16 °C. De eiwitten kunnen derhalve niet door hitte worden aangetast en de stevigheid van het vetweefsel wordt gehandhaafd.
Het droogzouten en de voldoende lange rijpingstijd bij een lage temperatuur oefenen een belangrijke invloed uit op de typische organoleptische kenmerken van Kraški zašink. Het enigszins stevige, gerijpte spierweefsel en vet zijn waarneembaar op de tong. Het krachtige aroma en de sterke smaak, zonder enige nasmaak van kruiden, is typisch. Een plak Kraški zašink heeft de typische, gelijkmatige, rozerode kleur van het spierweefsel en de witte kleur van het intramusculaire vet.
5.3. Causaal verband tussen het geografische gebied en de kwaliteit of de kenmerken van het product (voor een BOB) dan wel van een bepaalde hoedanigheid, de faam of een ander kenmerk van het product (voor een BGA):
De huidige faam en ontwikkeling van de nekvleesproductie in de Karst zijn te danken aan de traditionele, eigen technieken van de landbouwers.
Door het geaccidenteerde terrein van het Karstplateau en de onmiddellijke nabijheid van de zee waait er altijd wel een wind of een bries en de relatieve vochtigheid is in het geografische gebied betrekkelijk laag. Hieraan dankt de plaatselijke bevolking van oudsher het voor het drogen van vlees gunstige microklimaat. Het drogen van stukken vlees wordt waarschijnlijk al toegepast sinds de tijd dat de eerste mensen zich in de Karst vestigden. In verslagen over de eetgewoonten van de bevolking in de Karst daterend van 1820, wordt melding gemaakt van gedroogde vleesproducten in het gebruikelijke dieet van de landbouwer. Onder meer Anton Melik beschreef in zijn boek „Slovensko Primorje” (1960) de hoge vlucht die de varkenshouderij in de Karstregio heeft genomen. Verschillende auteurs hebben uitvoerig over de faam van Kraški zašink bericht. Dat geldt onder meer voor Dr. Stanko Renčelj in de volgende boeken: „Suhe mesnine narodne posebnosti” (Gedroogde vleesproducten — nationale specialiteiten (1991), „Kraška kuhinja” (Karstkeuken) (1999), „Suhe mesnine na Slovenskem” (Sloveense gedroogde vleesproducten) (2009), „Okusi Krasa” (Smaken uit de Karst) (2009) en „Kras, zvestoba tradiciji” (De Karst, trouw aan traditie) (Anny Rechberger Pečar, Umberto Pillizon, 2006) en in toeristische gidsen zoals „Dobrote Krasa in Brkinov” (Delicatessen uit de Karst- en de Brkini regio) (TIC Sežana, 2010).
In de loop der tijden heeft de bevolking onschatbare ervaring en praktische kennis opgedaan die ze bij de uitbouw van de traditionele technologie voor de productie van Kraški zašink heeft ingezet. In tegenstelling tot andere Sloveense regio's heeft de bevolking van de Karst steeds droogzouten toegepast en slechts een gematigde hoeveelheid zout gebruikt voor de productie van gedroogde vleesproducten. In andere regio's van Slovenië wordt nat gezouten of worden nat zouten en droogzouten gecombineerd. Het zouten gebeurt manueel en met gebruikmaking van een kleine hoeveelheid zeezout die met de hand in het vlees van de varkensnek wordt gewreven. De plaatselijke bevolking in de Karst is ook trots op de traditie van het drogen van het nekvlees van varkens. Oorspronkelijk werd varkensnek in zijn geheel gedroogd, samen met de wervels, maar het product droogde te zeer uit en werd aan de buitenzijde hard en droog waardoor het vaak barstte. Gezien de nadelen van het samen met de wervels drogen van de varkensnek, stapte de plaatselijke bevolking van deze methode af en ontwikkelde ze een productieproces waarbij het nekvlees, ontdaan van de wervels, in natuurlijk worstvel wordt gedroogd. Het gezouten nekvlees werd vóór het drogen in natuurlijk worstvel gestopt. Aanvankelijk was dat een varkensblaas; nadien werd op aarsdarm overgeschakeld. Het was een typische gewoonte om koord rond het product te winden waardoor het er bijzonder aantrekkelijk ging uitzien. Het is een gevestigde traditie om het droog-/rijpingsproces zonder hittebehandeling te laten plaatsvinden. Dankzij de vrij lage temperaturen worden de eiwitten niet door hitte aangetast. Het droogzouten en de voldoende lange rijpingstijd bij vrij lage temperaturen oefenen een belangrijke invloed uit op de typische organoleptische kenmerken van Kraški zašink.
De ervaringsrijkdom werd van generatie op generatie overgeleverd en mondde uiteindelijk uit in een traditie. Vanuit technologisch oogpunt vergt de productie van Kraški zašink een zeer hoog niveau van praktische vaardigheden, vakmanschap en ervaring. Hieraan dankt het product zijn karakteristieke organoleptische kenmerken die het tot een gevestigde gastronomische en culinaire specialiteit hebben gemaakt.
Verwijzing naar de bekendmaking van het productdossier:
(Artikel 5, lid 7, van Verordening (EG) nr. 510/2006)
http://www.mkgp.gov.si/fileadmin/mkgp.gov.si/pageuploads/Varna_hrana/KRASKI_ZASINK_splet_10611.pdf
(1) PB L 93 van 31.3.2006, blz. 12.