ISSN 1725-2474

doi:10.3000/17252474.C_2011.124.nld

Publicatieblad

van de Europese Unie

C 124

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Mededelingen en bekendmakingen

54e jaargang
27 april 2011


Nummer

Inhoud

Bladzijde

 

II   Mededelingen

 

MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

 

Europese Commissie

2011/C 124/01

Goedkeuring van de steunmaatregelen van de staten krachtens de artikelen 107 en 108 VWEU — Gevallen waartegen de Commissie geen bezwaar maakt ( 1 )

1

2011/C 124/02

Goedkeuring van de steunmaatregelen van de staten krachtens de artikelen 107 en 108 VWEU — Gevallen waartegen de Commissie geen bezwaar maakt ( 2 )

4

 

IV   Informatie

 

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

 

Europese Commissie

2011/C 124/03

Wisselkoersen van de euro

7

2011/C 124/04

Wisselkoersen van de euro

8

 

Rekenkamer

2011/C 124/05

Speciaal verslag nr. 2/2011 Follow-up van Speciaal verslag nr. 1/2005 over het beheer van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF)

9

 

V   Adviezen

 

BESTUURLIJKE PROCEDURES

 

Eurojust

2011/C 124/06

Berichtgeving van vacature voor Administratief Directeur (graad AD 14) bij Eurojust — Den Haag (Nederland) — 11/EJ/08

10

 

PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID

 

Europese Commissie

2011/C 124/07

Mededeling van de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van het Koninkrijk der Nederlanden op grond van artikel 3, lid 2, van Richtlijn 94/22/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de voorwaarden voor het verlenen en het gebruik maken van vergunningen voor de prospectie, de exploratie en de productie van koolwaterstoffen

11

2011/C 124/08

Mededeling van de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van het Koninkrijk der Nederlanden op grond van artikel 3, lid 2, van Richtlijn 94/22/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de voorwaarden voor het verlenen en het gebruik maken van vergunningen voor de prospectie, de exploratie en de productie van koolwaterstoffen

12

2011/C 124/09

Mededeling van de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van het Koninkrijk der Nederlanden op grond van artikel 3, lid 2, van Richtlijn 94/22/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de voorwaarden voor het verlenen en het gebruik maken van vergunningen voor de prospectie, de exploratie en de productie van koolwaterstoffen

13

2011/C 124/10

Mededeling van de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van het Koninkrijk der Nederlanden op grond van artikel 3, lid 2, van Richtlijn 94/22/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de voorwaarden voor het verlenen en het gebruik maken van vergunningen voor de prospectie, de exploratie en de productie van koolwaterstoffen

14

2011/C 124/11

Kennisgeving van de Hongaarse regering overeenkomstig Richtlijn 94/22/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de voorwaarden voor het verlenen en gebruik maken van vergunningen voor de prospectie, de exploratie en de productie van koolwaterstoffen ( 2 )

15

 

ANDERE HANDELINGEN

 

Europese Commissie

2011/C 124/12

Bekendmaking van een aanvraag overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen

16

2011/C 124/13

Bekendmaking van een aanvraag overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen

20

 

Rectificaties

2011/C 124/14

Rectificatie van MEDIA 2007 — Oproep tot het indienen van voorstellen — EACEA/05/11 — Steun voor de uitvoering van proefprojecten (PB C 121 van 19.4.2011)

24

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst, behalve voor de producten die onder bijlage I van het Verdrag vallen

 

(2)   Voor de EER relevante tekst

NL

 


II Mededelingen

MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

Europese Commissie

27.4.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 124/1


Goedkeuring van de steunmaatregelen van de staten krachtens de artikelen 107 en 108 VWEU

Gevallen waartegen de Commissie geen bezwaar maakt

(Voor de EER relevante tekst, behalve voor de producten die onder bijlage I van het Verdrag vallen)

2011/C 124/01

Datum waarop het besluit is genomen

31.1.2011

Referentienummer staatssteun

N 545/09

Lidstaat

Nederland

Regio

Benaming van de steunregeling en/of naam van de begunstigde

Natuur- en Landschapsbeheer

Rechtsgrondslag

Model-Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer

Type maatregel

Regeling

Doelstelling

Agromilieuverbintenissen, Bosbouw, Technische ondersteuning (AGRI)

Vorm van de steun

Rechtstreekse subsidie, Gesubsidieerde diensten

Begrotingsmiddelen

Totaalbudget: 27,77 EUR (in miljoen)

Jaarbudget: 9,26 EUR (in miljoen)

Maximale steunintensiteit

100 %

Looptijd (periode)

1.1.2011-31.12.2013

Economische sectoren

Landbouw, bosbouw en visserij

Naam en adres van de steunverlenende autoriteit

Gedeputeerde Staten van de Provincies

Andere informatie

De tekst van de beschikking in de authentieke ta(a)l(en), waaruit de vertrouwelijke gegevens zijn geschrapt, is beschikbaar op site:

http://ec.europa.eu/community_law/state_aids/state_aids_texts_nl.htm

Datum waarop het besluit is genomen

16.3.2011

Referentienummer staatssteun

NN 54/10

Lidstaat

Tsjechië

Regio

Meerdere regio’s

Benaming van de steunregeling en/of naam van de begunstigde

Náhrady poskytované podle § 37 zákona o lesích – Náklady na činnost odborného lesního hospodáře

Rechtsgrondslag

1)

Zákon č. 289/1995 Sb., o lesích a o změně a doplnění některých zákonů (lesní zákon) – § 37 zákona

2)

Vyhláška č. 219/1998 Sb., o způsobu výpočtu nákladů na činnost odborného lesního hospodáře

Type maatregel

Regeling

Doelstelling

Milieubescherming, sectorele ontwikkeling

Vorm van de steun

Gesubsidieerde diensten

Begrotingsmiddelen

Jaarlijks: 174 miljoen CZK

Totaal bedrag: 1 556 miljoen CZK

Maximale steunintensiteit

100 %

Looptijd (periode)

1.5.2004-31.12.2013

Economische sectoren

Landbouw, bosbouw en visserij

Naam en adres van de steunverlenende autoriteit

Ministerstvo zemědělství České republiky

Těšnov 17

117 05 Praha 1

ČESKÁ REPUBLIKA

Andere informatie

De tekst van de beschikking in de authentieke ta(a)l(en), waaruit de vertrouwelijke gegevens zijn geschrapt, is beschikbaar op site:

http://ec.europa.eu/community_law/state_aids/state_aids_texts_nl.htm

Datum waarop het besluit is genomen

21.3.2011

Referentienummer staatssteun

SA.32622 (2011/N)

Lidstaat

Nederland

Regio

Benaming van de steunregeling en/of naam van de begunstigde

Wijziging van de steunregeling „Natuur- en landschapsbeheer (land- en bosbouwaspecten)”

Rechtsgrondslag

Model-Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer

Type maatregel

Regeling

Doelstelling

Agromilieuverbintenissen, Bosbouw, Technische ondersteuning (AGRI)

Vorm van de steun

Gesubsidieerde diensten, Rechtstreekse subsidie

Begrotingsmiddelen

Totaalbudget: 27,77 EUR (in miljoen)

Jaarbudget: 9,26 EUR (in miljoen)

Maximale steunintensiteit

100 %

Looptijd (periode)

31.12.2013

Economische sectoren

Landbouw, bosbouw en visserij

Naam en adres van de steunverlenende autoriteit

Gedeputeerde Staten van de Provincies

Andere informatie

De tekst van de beschikking in de authentieke ta(a)l(en), waaruit de vertrouwelijke gegevens zijn geschrapt, is beschikbaar op site:

http://ec.europa.eu/community_law/state_aids/state_aids_texts_nl.htm


27.4.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 124/4


Goedkeuring van de steunmaatregelen van de staten krachtens de artikelen 107 en 108 VWEU

Gevallen waartegen de Commissie geen bezwaar maakt

(Voor de EER relevante tekst)

2011/C 124/02

Datum waarop het besluit is genomen

23.3.2011

Referentienummer staatssteun

N 365/10

Lidstaat

Duitsland

Regio

Sachsen

Benaming van de steunregeling en/of naam van de begunstigde

Solar Factory GmbH

Rechtsgrondslag

1.

Gemeinschaftsaufgabe „Verbesserung der regionalen Wirtschaftsstruktur“ (GA); 36. Rahmenplan: Teil II A — Gewerbliche Wirtschaft;

2.

Investitionszulagengesetz 2010 vom 7. Dezember 2008 (BGBl. I S. 2350)

Type maatregel

Individuele steun

Doelstelling

Regionale ontwikkeling

Vorm van de steun

Directe subsidie

Begrotingsmiddelen

Totaal van de voorziene steun 18,75 mln EUR

Maximale steunintensiteit

23,83 %

Looptijd (periode)

Tot 2012

Economische sectoren

Beperkt tot de be- en verwerkende industrie

Naam en adres van de steunverlenende autoriteit

1.

Sächsische Aufbaubank — Förderbank (SAB)

Pirnaische Straße 9

01069 Dresden

DEUTSCHLAND

2.

Finanzamt Freiberg

Brückenstr. 1

09599 Freiberg

DEUTSCHLAND

Andere informatie

De tekst van de beschikking in de authentieke ta(a)l(en), waaruit de vertrouwelijke gegevens zijn geschrapt, is beschikbaar op site:

http://ec.europa.eu/community_law/state_aids/state_aids_texts_nl.htm

Datum waarop het besluit is genomen

21.10.2010

Referentienummer staatssteun

N 406/10

Lidstaat

Spanje

Regio

País Vasco

Benaming van de steunregeling en/of naam van de begunstigde

Ayudas a la creación, desarrollo y producción audiovisual

Rechtsgrondslag

Orden de 14 de julio de 2010, de la Consejera de Cultura, por la que se convoca la concesión de ayudas a la creación, desarrollo y producción audiovisual

Type maatregel

Steunregeling

Doelstelling

Cultuurbevordering

Vorm van de steun

Directe subsidie

Begrotingsmiddelen

 

Voorziene jaarlijkse uitgaven 3,225 mln EUR

 

Totaal van de voorziene steun 3,225 mln EUR

Maximale steunintensiteit

50 %

Looptijd (periode)

Tot 31.3.2011

Economische sectoren

Beperkt tot de media

Naam en adres van de steunverlenende autoriteit

Dirección de Promoción de la Cultura

Departamento de Cultura

Gobierno Vasco

C/ Donostia-San Sebastián, 1

01010 Vitoria-Gasteiz

ESPAÑA

Andere informatie

De tekst van de beschikking in de authentieke ta(a)l(en), waaruit de vertrouwelijke gegevens zijn geschrapt, is beschikbaar op site:

http://ec.europa.eu/community_law/state_aids/state_aids_texts_nl.htm

Datum waarop het besluit is genomen

23.2.2011

Referentienummer staatssteun

N 446/10

Lidstaat

Frankrijk

Regio

Benaming van de steunregeling en/of naam van de begunstigde

Aide aux projets pour les nouveaux médias

Rechtsgrondslag

Articles L 111.2 et L 311.1 du code du cinéma et de l'image animée

Type maatregel

Steunregeling

Doelstelling

Cultuurbevordering

Vorm van de steun

Directe subsidie

Begrotingsmiddelen

 

Voorziene jaarlijkse uitgaven 5 mln EUR

 

Totaal van de voorziene steun 26 mln EUR

Maximale steunintensiteit

50 %

Looptijd (periode)

Tot 31.12.2016

Economische sectoren

Beperkt tot de media

Naam en adres van de steunverlenende autoriteit

Centre national du cinéma et de l'image animée

12 rue de Lübeck

75016 Paris

FRANCE

Andere informatie

De tekst van de beschikking in de authentieke ta(a)l(en), waaruit de vertrouwelijke gegevens zijn geschrapt, is beschikbaar op site:

http://ec.europa.eu/community_law/state_aids/state_aids_texts_nl.htm

Datum waarop het besluit is genomen

6.4.2011

Referentienummer staatssteun

SA.32664 (2011/N)

Lidstaat

Tsjechië

Regio

Benaming van de steunregeling en/of naam van de begunstigde

Prolongation of Czech limited amounts of compatible aid scheme (N 236/09)

Rechtsgrondslag

Zákon č. 218/2000 Sb., o rozpočtových pravidlech a o změně některých souvisejících zákonů (rozpočtová pravidla) usnesení vlády České republiky č. 50 ze dne 17. ledna 2007; Zákon č. 47/2002 Sb., o podpoře malého a středního podnikání ve znění pozdějších předpisů; Zákon č. 659/2004 Sb., o podmínkách obchodování s povolenkami na emise skleníkových plynů ve znění pozdějších předpisů

Type maatregel

Steunregeling

Doelstelling

Opheffing van een ernstige verstoring van de economie

Vorm van de steun

Directe subsidie

Begrotingsmiddelen

Totaal van de voorziene steun 1 000 mln CZK

Maximale steunintensiteit

Looptijd (periode)

Tot 31.12.2011

Economische sectoren

Alle sectoren

Naam en adres van de steunverlenende autoriteit

Úřad pro ochranu hospodářské soutěže

třída Kpt. Jaroše 7

604 55 Brno

ČESKÁ REPUBLIKA

Andere informatie

De tekst van de beschikking in de authentieke ta(a)l(en), waaruit de vertrouwelijke gegevens zijn geschrapt, is beschikbaar op site:

http://ec.europa.eu/community_law/state_aids/state_aids_texts_nl.htm


IV Informatie

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

Europese Commissie

27.4.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 124/7


Wisselkoersen van de euro (1)

21 april 2011

2011/C 124/03

1 euro =


 

Munteenheid

Koers

USD

US-dollar

1,4584

JPY

Japanse yen

119,52

DKK

Deense kroon

7,4573

GBP

Pond sterling

0,8813

SEK

Zweedse kroon

8,8885

CHF

Zwitserse frank

1,2851

ISK

IJslandse kroon

 

NOK

Noorse kroon

7,7842

BGN

Bulgaarse lev

1,9558

CZK

Tsjechische koruna

24,18

HUF

Hongaarse forint

263,8

LTL

Litouwse litas

3,4528

LVL

Letlandse lat

0,7093

PLN

Poolse zloty

3,9493

RON

Roemeense leu

4,0868

TRY

Turkse lira

2,2102

AUD

Australische dollar

1,3562

CAD

Canadese dollar

1,3826

HKD

Hongkongse dollar

11,3313

NZD

Nieuw-Zeelandse dollar

1,82

SGD

Singaporese dollar

1,8019

KRW

Zuid-Koreaanse won

1 578,34

ZAR

Zuid-Afrikaanse rand

9,8383

CNY

Chinese yuan renminbi

9,4708

HRK

Kroatische kuna

7,3588

IDR

Indonesische roepia

12 584,5

MYR

Maleisische ringgit

4,3861

PHP

Filipijnse peso

62,912

RUB

Russische roebel

40,7395

THB

Thaise baht

43,621

BRL

Braziliaanse real

2,2823

MXN

Mexicaanse peso

16,936

INR

Indiase roepie

64,706


(1)  Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.


27.4.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 124/8


Wisselkoersen van de euro (1)

26 april 2011

2011/C 124/04

1 euro =


 

Munteenheid

Koers

USD

US-dollar

1,4617

JPY

Japanse yen

119,43

DKK

Deense kroon

7,4566

GBP

Pond sterling

0,88715

SEK

Zweedse kroon

8,9257

CHF

Zwitserse frank

1,2830

ISK

IJslandse kroon

 

NOK

Noorse kroon

7,7800

BGN

Bulgaarse lev

1,9558

CZK

Tsjechische koruna

24,100

HUF

Hongaarse forint

264,48

LTL

Litouwse litas

3,4528

LVL

Letlandse lat

0,7093

PLN

Poolse zloty

3,9340

RON

Roemeense leu

4,0725

TRY

Turkse lira

2,2289

AUD

Australische dollar

1,3591

CAD

Canadese dollar

1,3929

HKD

Hongkongse dollar

11,3605

NZD

Nieuw-Zeelandse dollar

1,8169

SGD

Singaporese dollar

1,8037

KRW

Zuid-Koreaanse won

1 584,89

ZAR

Zuid-Afrikaanse rand

9,8036

CNY

Chinese yuan renminbi

9,5418

HRK

Kroatische kuna

7,3553

IDR

Indonesische roepia

12 639,62

MYR

Maleisische ringgit

4,3668

PHP

Filipijnse peso

63,231

RUB

Russische roebel

40,6750

THB

Thaise baht

43,822

BRL

Braziliaanse real

2,2882

MXN

Mexicaanse peso

16,9521

INR

Indiase roepie

65,0750


(1)  Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.


Rekenkamer

27.4.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 124/9


Speciaal verslag nr. 2/2011 „Follow-up van Speciaal verslag nr. 1/2005 over het beheer van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF)”

2011/C 124/05

De Europese Rekenkamer deelt u mede dat haar Speciaal verslag nr. 2/2011 „Follow-up van Speciaal verslag nr. 1/2005 over het beheer van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF)” zojuist gepubliceerd is.

Het verslag kan worden ingezien op of gedownload van de website van de Europese Rekenkamer: http://www.eca.europa.eu

Het verslag is op aanvraag gratis in papieren vorm verkrijgbaar bij de Rekenkamer:

Europese Rekenkamer

Eenheid „Communicatie en verslagen”

12, rue Alcide De Gasperi

1615 Luxemburg

LUXEMBURG

Tel. +352 4398-1

E-mail: euraud@eca.europa.eu

of door het invullen van een elektronische bestelbon bij EU-Bookshop.


V Adviezen

BESTUURLIJKE PROCEDURES

Eurojust

27.4.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 124/10


Berichtgeving van vacature voor Administratief Directeur (graad AD 14) bij Eurojust — Den Haag (Nederland) — 11/EJ/08

2011/C 124/06

Eurojust nodigt geïnteresseerden in de positie van Administratief Directeur bij Eurojust uit te solliciteren. Eurojust werd in 2002 opgericht om de doeltreffendheid te verhogen van de bevoegde instanties van de lidstaten bij het bestrijden van ernstige grensoverschrijdende en georganiseerde misdaad. Eurojust bestaat uit officieren van justitie/procureurs, rechters en politie-officieren die verantwoordelijk zijn voor de organisatie en werking ervan. De Administratief Directeur staat aan het hoofd van het College secretariaat van Eurojust. Onder supervisie van de voorzitter van het College, is de Administratief Directeur verantwoordelijk voor de dagelijkse administratie en het personeelsmanagement. Wij verwijzen graag naar onze website voor de gedetailleerde vacature en sollicitatieprocedure:

http://www.eurojust.europa.eu/recr_vacancies.htm

De deadline voor het inzenden van de sollicitatiebrief is middernacht (CET) 25 mei 2011.


PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID

Europese Commissie

27.4.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 124/11


Mededeling van de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van het Koninkrijk der Nederlanden op grond van artikel 3, lid 2, van Richtlijn 94/22/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de voorwaarden voor het verlenen en het gebruik maken van vergunningen voor de prospectie, de exploratie en de productie van koolwaterstoffen

2011/C 124/07

De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie deelt mee dat een aanvraag voor een opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen is ontvangen voor het blok M2, zoals is aangegeven op de kaart, die als bijlage 3 is gevoegd bij de Mijnbouwregeling (Staatscourant 2002, nr. 245).

De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie nodigt hierbij eenieder uit tot het indienen van een concurrerende aanvraag voor een opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen voor het blok M2 van het Nederlands continentaal plat, onder verwijzing naar de in de aanhef genoemde richtlijn en artikel 15 van de Mijnbouwwet (Staatsblad 2002, 542).

De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie is voor de verlening van de vergunning bevoegd gezag. De criteria, voorwaarden en eisen, genoemd in de artikelen 5.1, 5.2 en 6.2 van de hierboven genoemde richtlijn, zijn uitgewerkt in de Mijnbouwwet (Staatsblad 2002, 542).

Aanvragen kunnen worden ingediend gedurende 13 weken na de publicatie van deze uitnodiging in het Publicatieblad van de Europese Unie en dienen gericht te zijn aan:

De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie

ter attentie van de heer P. Jongerius, directie Energiemarkt

ALP A/562

Bezuidenhoutseweg 30

Postbus 20101

2500 EC Den Haag

NEDERLAND

Aanvragen die na afloop van deze termijn zijn ontvangen, zullen niet in behandeling worden genomen.

De beslissing op de aanvragen wordt uiterlijk twaalf maanden na afloop van deze termijn genomen.

Nadere informatie is verkrijgbaar bij de heer P. C. de Regt, onder telefoonnummer: +31 703797382.


27.4.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 124/12


Mededeling van de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van het Koninkrijk der Nederlanden op grond van artikel 3, lid 2, van Richtlijn 94/22/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de voorwaarden voor het verlenen en het gebruik maken van vergunningen voor de prospectie, de exploratie en de productie van koolwaterstoffen

2011/C 124/08

De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie deelt mee dat een aanvraag voor een opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen is ontvangen voor het blok F9, zoals is aangegeven op de kaart, die als bijlage 3 is gevoegd bij de Mijnbouwregeling (Staatscourant 2002, nr. 245).

De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie nodigt hierbij eenieder uit tot het indienen van een concurrerende aanvraag voor een opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen voor het blok F9 van het Nederlands continentaal plat, onder verwijzing naar de in de aanhef genoemde Richtlijn en artikel 15 van de Mijnbouwwet (Staatsblad 2002, nr. 542).

De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie is voor de verlening van de vergunning bevoegd gezag. De criteria, voorwaarden en eisen, genoemd in de artikelen 5.1, 5.2 en 6.2 van de hierboven genoemde Richtlijn, zijn uitgewerkt in de Mijnbouwwet (Staatsblad 2002, nr. 542).

Aanvragen kunnen worden ingediend gedurende 13 weken na de publicatie van deze uitnodiging in het Publicatieblad van de Europese Unie en dienen gericht te zijn aan:

De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie

ter attentie van de heer P. Jongerius, directie Energiemarkt

ALP A/562

Bezuidenhoutseweg 30

Postbus 20101

2500 EC Den Haag

NEDERLAND

Aanvragen die na afloop van deze termijn zijn ontvangen, zullen niet in behandeling worden genomen.

De beslissing op de aanvragen wordt uiterlijk twaalf maanden na afloop van deze termijn genomen.

Nadere informatie is verkrijgbaar bij de heer P. C. de Regt, onder telefoonnummer: +31 703797382.


27.4.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 124/13


Mededeling van de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van het Koninkrijk der Nederlanden op grond van artikel 3, lid 2, van Richtlijn 94/22/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de voorwaarden voor het verlenen en het gebruik maken van vergunningen voor de prospectie, de exploratie en de productie van koolwaterstoffen

2011/C 124/09

De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie deelt mee dat een aanvraag voor een opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen is ontvangen voor het blok F1, zoals is aangegeven op de kaart, die als bijlage 3 is gevoegd bij de Mijnbouwregeling (Staatscourant 2002, nr. 245).

De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie nodigt hierbij eenieder uit tot het indienen van een concurrerende aanvraag voor een opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen voor het blok F1 van het Nederlands continentaal plat, onder verwijzing naar de in de aanhef genoemde Richtlijn en artikel 15 van de Mijnbouwwet (Staatscourant 2002, nr. 542).

De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie is voor de verlening van de vergunning bevoegd gezag. De criteria, voorwaarden en eisen, genoemd in de artikelen 5.1, 5.2 en 6.2 van de hierboven genoemde Richtlijn, zijn uitgewerkt in de Mijnbouwwet (Staatscourant 2002, nr. 542).

Aanvragen kunnen worden ingediend gedurende 13 weken na de publicatie van deze uitnodiging in het Publicatieblad van de Europese Unie en dienen gericht te zijn aan:

De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie

ter attentie van de heer P. Jongerius, directie Energiemarkt

ALP A/562

Bezuidenhoutseweg 30

Postbus 20101

2500 EC Den Haag

NEDERLAND

Aanvragen die na afloop van deze termijn zijn ontvangen, zullen niet in behandeling worden genomen.

De beslissing op de aanvragen wordt uiterlijk twaalf maanden na afloop van deze termijn genomen.

Nadere informatie is verkrijgbaar bij de heer P.C. de Regt, onder telefoonnummer: +31 703797382.


27.4.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 124/14


Mededeling van de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van het Koninkrijk der Nederlanden op grond van artikel 3, lid 2, van Richtlijn 94/22/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de voorwaarden voor het verlenen en het gebruik maken van vergunningen voor de prospectie, de exploratie en de productie van koolwaterstoffen

2011/C 124/10

De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie deelt mee dat een aanvraag voor een opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen is ontvangen voor het blok E3, zoals is aangegeven op de kaart, die als bijlage 3 is gevoegd bij de Mijnbouwregeling (Staatscourant 2002, nr. 245).

De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie nodigt hierbij eenieder uit tot het indienen van een concurrerende aanvraag voor een opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen voor het blok E3 van het Nederlands continentaal plat, onder verwijzing naar de in de aanhef genoemde richtlijn en artikel 15 van de Mijnbouwwet (Staatsblad 2002, nr. 542).

De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie is voor de verlening van de vergunning bevoegd gezag. De criteria, voorwaarden en eisen, genoemd in de artikelen 5.1, 5.2 en 6.2 van de hierboven genoemde richtlijn, zijn uitgewerkt in de Mijnbouwwet (Staatsblad 2002, nr. 542).

Aanvragen kunnen worden ingediend gedurende 13 weken na de publicatie van deze uitnodiging in het Publicatieblad van de Europese Unie en dienen gericht te zijn aan:

De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie

ter attentie van de heer P. Jongerius, directie Energiemarkt

ALP A/562

Bezuidenhoutseweg 30

Postbus 20101

2500 EC Den Haag

NEDERLAND

Aanvragen die na afloop van deze termijn zijn ontvangen, zullen niet in behandeling worden genomen.

De beslissing op de aanvragen wordt uiterlijk twaalf maanden na afloop van deze termijn genomen.

Nadere informatie is verkrijgbaar bij de heer P.C. de Regt, onder telefoonnummer: +31 703797382.


27.4.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 124/15


Kennisgeving van de Hongaarse regering overeenkomstig Richtlijn 94/22/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de voorwaarden voor het verlenen en gebruik maken van vergunningen voor de prospectie, de exploratie en de productie van koolwaterstoffen

(Voor de EER relevante tekst)

2011/C 124/11

Overeenkomstig de artikelen 2 en 3 van Richtlijn 94/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 1994 betreffende de voorwaarden voor het verlenen en gebruik maken van vergunningen voor de prospectie, de exploratie en de productie van koolwaterstoffen (1) (hierna „de richtlijn” genoemd) stelt de Hongaarse regering de Commissie hierbij in kennis van het volgende.

In een mededeling betreffende de toewijzing van gesloten gebieden, gepubliceerd in de Officiële Aankondigingen, toegevoegd aan het Hongaarse Staatsblad (Magyar Közlöny) nr. 91 van 22 oktober 2010 (hierna „de mededeling” genoemd), heeft het Hongaarse Bureau voor Mijnbouw en Geologie (Magyar Bányászati és Földtani Hivatal — hierna „het MBFH”) het hele grondgebied van Hongarije ingedeeld als gesloten gebied wat koolwaterstoffen, kooldioxide, kolenlaagmethaangas, steenkool en ertsen (inclusief bauxiet) betreft, dit in overeenstemming met hoofdstuk 50, sub (5), van Besluit XLVIII betreffende mijnbouw van 1993.

Mededeling nr. 2040/1999 (Staatscourant Mijnbouw nr. 3) van het Hongaarse Mijnbouwbureau betreffende de toewijzing van gesloten gebieden is ingetrokken door het MBFH op de datum van publicatie van de mededeling.

Ontginningsrechten die voorafgaand aan de publicatie van de mededeling zijn verworven, en procedures met betrekking tot het verwerven van ontginningsrechten die op het tijdstip van publicatie lopende waren, worden niet aangetast door het bepaalde in de mededeling.

De kennisgeving van de Hongaarse regering, als bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie onder het nr. 2007/C 100/11 (hierna „de kennisgeving”), vanaf alinea 6, en de kennisgeving van de Hongaarse regering, als bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie onder het nr. 2008/C 232/09, zijn ingetrokken bij de publicatie van de mededeling.

Het bepaalde in de kennisgeving betreffende de aanwijzing van de Hongaarse autoriteit die belast is met de tenuitvoerlegging van artikel 3 van de richtlijn en betreffende de procedure voor de aanbesteding met betrekking tot de concessie, blijft van kracht.


(1)  PB L 164 van 30.6.1994, blz. 3.


ANDERE HANDELINGEN

Europese Commissie

27.4.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 124/16


Bekendmaking van een aanvraag overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen

2011/C 124/12

Deze bekendmaking verleent het recht om op grond van artikel 7 van Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad (1) bezwaar aan te tekenen tegen de aanvraag. Bezwaarschriften moeten de Commissie bereiken binnen zes maanden te rekenen vanaf de datum van deze bekendmaking.

ENIG DOCUMENT

VERORDENING (EG) Nr. 510/2006 VAN DE RAAD

„MONGETA DEL GANXET”

EG-nummer: ES-PDO-005-0636-27.07.2007

BGA ( ) BOB ( X )

1.   Naam:

„Mongeta del Ganxet”

2.   Lidstaat of derde land:

Spanje

3.   Beschrijving van het landbouwproduct of levensmiddel:

3.1.   Productcategorie:

Categorie 1.6 —

Groenten, fruit en granen, in ongewijzigde staat of verwerkt

3.2.   Beschrijving van het product waarvoor de in punt 1 vermelde naam van toepassing is:

De BOB „Mongeta del Ganxet” is van toepassing op de zaden van de autochtone variëteit „Ganxet” van de bonensoort Phaseolus vulgaris L., gedroogd, of gekookt en ingemaakt.

De bonen waarop de BOB van toepassing is, behoren tot de handelsklasse „Extra” en vertonen de volgende kenmerken:

Op morfologisch vlak vertonen de gedroogde bonen de volgende kenmerken: de bonen zijn wit, ietwat glanzend, afgeplat en sterk niervormig („ganxet” betekent „haakje” in het Catalaans) met een kromminggraad van 2 tot 3 op een schaal van 0 tot 3 voor de bonensoort Phaseolus vulgaris L. als geheel. Het gemiddelde gewicht van 100 zaden bedraagt 40 à 50 g.

Op chemisch vlak vertonen de gedroogde bonen de volgende kenmerken:

a)

vochtgehalte: minder dan 15 %;

b)

eiwitgehalte: hoger dan of gelijk aan 27 %. Hoog eiwitgehalte;

c)

zetmeel: lager dan of gelijk aan 25 %. Lage amyloseconcentratie;

d)

vezels: hoger dan of gelijk aan 21 %.

De organoleptische kenmerken van de gekookte bonen — ongeacht of ze thuis bij de consument dan wel in een verwerkingsbedrijf worden gekookt — zijn:

a)

een ietwat oneffen en nauwelijks waarneembare huid, tussen 0 en 2 op een schaal van 0 tot 10;

b)

een sterke en aanhoudende romigheid;

c)

een zachte smaak, intensiteit 3 op een schaal van 0 tot 10.

3.3.   Grondstoffen (alleen voor verwerkte producten):

De BOB is van toepassing op de bonen die in gedroogde vorm, of in gekookte vorm als ingemaakte groente, worden aangeboden. Voor de ingemaakte bonen waarvoor de BOB geldt, wordt uitsluitend gebruik gemaakt van bonen van de variëteit „Ganxet” die onder de BOB vallen, van water en van zout. Er mag geen gebruik worden gemaakt van een additief of bewaarmiddel.

3.4.   Diervoeders (alleen voor producten van dierlijke oorsprong):

3.5.   Specifieke onderdelen van het productieproces die in het afgebakende geografische gebied moeten plaatsvinden:

De teelt van de bonen met de BOB „Mongeta del Ganxet” moet plaatsvinden in het afgebakende geografische gebied.

Nadat de peulen met de hand zijn geplukt, moet alle vuil worden verwijderd en moeten de bonen tegen kevers worden behandeld. Vervolgens worden de bonen opgeslagen totdat ze als droge bonen worden verpakt voor de verkoop, of worden gekookt en verwerkt tot ingemaakte groente.

3.6.   Specifieke voorschriften betreffende het in plakken snijden, het raspen, het verpakken, enz.:

Het koken en de verwerking tot ingemaakte groente moeten plaatsvinden in het afgebakende teeltgebied teneinde de kwaliteit van het eindproduct te garanderen. Het koken van de bonen die als ingemaakte groente worden aangeboden, gebeurt rechtstreeks in de bokaal waarin ze uiteindelijk in de handel worden gebracht. De opslag, het verpakken en het koken van de bonen moet plaatsvinden in frisse ruimten met een lage luchtvochtigheid om verharding of snelle veroudering van de bonen tegen te gaan.

Het is toegestaan de gedroogde bonen te verpakken in zakken van paklinnen of van paklinnen en kunststof (venster) met een inhoud van maximaal 15 kilo en in met krimpfolie overtrokken bakjes met een inhoud van maximaal 1 kilo. Jute zakken met een maximale inhoud van 25 kilo zijn slechts toegestaan bij verkoop aan restaurants.

De bokalen met ingemaakte bonen hebben een maximale inhoud van 1,5 kilo uitgelekt gewicht.

3.7.   Specifieke voorschriften betreffende de etikettering:

Behalve de gegevens die in het algemeen bij wet verplicht zijn, moeten ook de vermelding „Denominación de Origen Protegida Mongeta del Ganxet”, het specifieke logo van de BOB en het logo van de EU duidelijk zichtbaar op de verpakking worden aangebracht.

Zwart-wit reproductie van het logo van de BOB:

Image

Pantone-kleuren van het logo van de BOB: 2 kleuren: zwart en groen. Het groen is de Pantone-kleur 383 met de volgende CMGZ: 23 CYAAN — 0 MAGENTA — 100 GEEL — 17 ZWART

4.   Beknopte omschrijving van de afbakening van het geografische gebied:

Het geografische gebied waar de bonen met de BOB worden geteeld en verwerkt omvat alle gemeenten van het oostelijk en westelijk gedeelte van de regio Vallès, de gemeenten Malgrat de Mar, Palafolls, Tordera, San Cebriá de Vallalta, Sant Iscle de Vallalta, Arenys de Munt, Dosrius, Argentona en Orrius van de regio El Maresme en de gemeenten Blanes, Fogars de Tordera, Massanet de la Selva en Hostalric van de regio La Selva.

5.   Verband met het geografische gebied:

5.1.   Specificiteit van het geografische gebied:

Het afgebakende geografische teeltgebied omvat de vallei van Vallès en de vallei en de delta van Tordera. Deze zacht glooiende vlakte grenst aan de Serralada Prelitoral Catalana in het noordwesten, aan de Serralada Litoral Catalana in het noordoosten en aan de rivier Llobregat in het zuiden. De vallei is hoofdzakelijk gevuld met afzettingen uit het Mioceen, gevormd door roodkleurige klei en leem waarin zich ook arkosische zandsteen en conglomeraten van alluviale en fluviale oorsprong uit het Quartair bevinden.

De teelt van de bonen vindt hoofdzakelijk plaats op leemgronden met een licht alkalische pH en een hoog gehalte aan uitwisselbaar Ca++ (zie punt 5.3) en met een textuur die varieert van kleiig, ziltig tot zanderig.

Het klimaat is gematigd mediterraan en droog, met een gemiddelde jaarneerslag van 500 à 700 l/m2 die ongelijkmatig over het jaar is verspreid en hoofdzakelijk in het voorjaar en in het najaar valt; in de zomermaanden, en ook de wintermaanden, valt de minste regen.

Destijds werd de boon „del Ganxet” geteeld in wisselbouw met wintergranen. Aangezien de granen eerst moeten worden geoogst, werden de bonen in juli gezaaid zodat de bloei eind augustus plaatsvond en ze eind september en eind oktober rijp waren. Tijdens deze niet zeer warme periode van het jaar bleek de rijping zeer traag te verlopen hetgeen bevorderlijk was voor de vorming van de nauwelijks waarneembare huid en de romigere textuur van de bonen. Het fenomeen was de telers niet ontgaan en heden ten dage zaaien zij steeds half juli, ook wanneer de bonen niet in wisselbouw met granen worden geteeld.

De uit Centraal-Amerika afkomstige boon waaruit de „Mongeta del Ganxet” is ontstaan, werd in de loop van de XIXste eeuw in Catalonië geïntroduceerd. Dankzij de decennialange teelt van de boon en de arbeid en kennis van de landbouwers konden de betere planten en die welke zich aan het teeltseizoen juli-november aanpasten, worden geselecteerd. Parallel met dit selectieproces, kwamen teelttechnieken tot ontwikkeling die het mogelijk maakten de bonen te telen met een minimum aan productiemiddelen en met een maximaal respect voor het product. Bij de voorbereiding van de grond, het zaaien, het bepalen van de dichtheid en de oriëntering van de velden zodat een optimale ventilatie gegarandeerd is, de controle van de irrigatie, de oogst en de behandeling van het product na de oogst totdat het bij de consument belandt, worden traditionele methoden gehanteerd die de landbouwers van de streek zich generatie na generatie eigen hebben gemaakt. Het resultaat is een autochtone bonenvariëteit met specifieke organoleptische kenmerken die andere variëteiten die voordien in de regio werden geteeld, bijna compleet heeft verdrongen. Momenteel is de boon „Mongeta del Ganxet” het belangrijkste ingrediënt in talrijke traditionele lokale gerechten: „mongetes amb butifarra”, „empedrat de bacallà”, „truita de mongetes”, „mongetes amb cloïsses”, enz. en prijkt ze overal op de kaart, zowel in de traditionele als in de meest prestigieuze restaurants die de streek en het overige deel van Catalonië rijk is.

5.2.   Specificiteit van het product:

Deze boon heeft een nauwelijks waarneembare huid en is zeer smeuïg.

Deze autochtone bonenvariëteit heeft een hoog eiwitgehalte — hoger dan of gelijk aan 27 % — en een lage zetmeelconcentratie — lager dan of gelijk aan 25 % — kenmerken die bepalend zijn voor de grote smeuïgheid van het eindproduct.

5.3.   Causaal verband tussen het geografische gebied en de kwaliteit of de kenmerken van het product (voor een BOB) dan wel van een bepaalde hoedanigheid, de faam of een ander kenmerk van het product (voor een BGA):

De milieufactoren die bijdragen aan de uitmuntendheid van het product (dunne huid en grote smeuïgheid) zijn:

het klimaat waardoor een teeltcyclus van juli tot november mogelijk is en de zachte temperaturen tijdens het seizoen waarin de zaden tot rijping komen, twee elementen waaraan de bonen hun nauwelijks waarneembare huid en hun romige textuur danken;

de in de grond aanwezige Ca++ -concentraties die nodig zijn voor deze variëteit opdat de bonen tijdens het koken niet zouden breken en ze hun fijne, op de tong nauwelijks waarneembare huid, zouden behouden.

Het gedurende generaties telen en selecteren van de boon „del Ganxet” in het afgebakende geografische gebied, heeft geleid tot het ontstaan van een variëteit die volledig is aangepast aan de plaatselijke omstandigheden en waarvan de kwaliteit door de gastronomische traditie wordt bewezen.

Verwijzing naar de bekendmaking van het productdossier:

http://www.gencat.cat/dar/pliego-mongeta-ganxet


(1)  PB L 93 van 31.3.2006, blz. 12.


27.4.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 124/20


Bekendmaking van een aanvraag overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen

2011/C 124/13

Deze bekendmaking verleent het recht om op grond van artikel 7 van Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad (1) bezwaar aan te tekenen tegen de aanvraag. Bezwaarschriften moeten de Commissie bereiken binnen zes maanden te rekenen vanaf de datum van deze bekendmaking.

ENIG DOCUMENT

VERORDENING (EG) Nr. 510/2006 VAN DE RAAD

„SALVA CREMASCO”

EG-nummer: IT-PDO-0005-0639-30.07.2007

BGA ( ) BOB ( X )

1.   Naam:

„Salva Cremasco”

2.   Lidstaat of derde land:

Italië

3.   Beschrijving van het landbouwproduct of levensmiddel:

3.1.   Productcategorie:

Categorie 1.3:

Kaas

3.2.   Beschrijving van het product waarvoor de in punt 1 vermelde naam van toepassing is:

De BOB „Salva Cremasco” is een niet-gekookte zachte boterhamkaas die uitsluitend geproduceerd is op basis van rauwe volle koemelk. De korst wordt gewassen en de kaas ondergaat een rijpingsproces van minimaal 75 dagen. Op het moment dat hij ter consumptie wordt aangeboden, beschikt de kaas „Salva Cremasco” over de volgende fysieke en organoleptische eigenschappen: hij heeft de vorm van een balk met een afgeplatte bovenzijde, waarvan de zijde tussen 11 en 13 cm of tussen 17 en 19 cm meet; de opstaande zijde is recht en tussen 9 en 15 cm hoog; het gewicht varieert tussen 1,3 en 1,9 kg of tussen 3 en 5 kg, waarbij een afwijking van maximaal 10 % naar boven of naar beneden toegestaan is; de dunne korst is glad, soms beschimmeld, heeft een middelmatige consistentie en draagt karakteristieke microflora; de kaas heeft een gering aantal ongelijkmatig verdeelde gaten, is voornamelijk compact, kruimelig, maar smeuïger vlak onder de korst door de typische rijping van buiten naar binnen; hij is wit van kleur en evolueert richting strogeel naar het einde van de rijping toe door de proteolyseverschijnselen in de onderkorst. De kaas heeft een geparfumeerde en sterke smaak, met meer uitgesproken noten naarmate de rijping vordert. De smaak van de kaas BOB „Salva Cremasco” hangt samen met de rijping en wordt gekenmerkt door een gezouten gevoel dat echter op de achtergrond blijft en vooral door een licht bittere smaak nabij de korst, die doet denken aan gras. Op het moment dat hij ter consumptie wordt aangeboden, beschikt de kaas BOB „Salva Cremasco” over de volgende chemische eigenschappen:

vetgehalte in de droge stof min. 48 %;

droge stof min. 53 %;

furosinegehalte max. 14 mg/100 g proteïnes.

De intense en scherpe geur heeft nochtans delicate noten en doet vooral denken aan citrusvruchten en gekookte boter met een vleugje zure melk. Het aroma is nog sterker dan de geur. Door de hoge zuurgraad reageert de kaas „Salva Cremasco” niet elastisch wanneer hij wordt samengedrukt met de vingers. Hij blijkt brokkelig en zelfs een beetje melig.

3.3.   Grondstoffen (alleen voor verwerkte producten):

De BOB „Salva Cremasco” wordt geproduceerd op basis van rauwe volle koemelk die afkomstig is van runderrassen die worden geteeld in het desbetreffende geografische gebied, met name de Frisona Italiana en de Bruna Alpina.

3.4.   Diervoeders (alleen voor producten van dierlijke oorsprong):

De koeien worden voor minimaal 50 % gevoederd met voeders die geteeld zijn op het bedrijf of binnen het productiegebied van de „Salva Cremasco”.

Minstens 60 % van de droge stof van de voedergewassen van het dagelijkse rantsoen moet afkomstig zijn van voedergewassen die geproduceerd zijn in het afgebakende geografische gebied. Tot de toegestane voedergewassen behoren verse voedergewassen en/of verse voedergewassen van blijvende graslanden of kunstweiden, voederplanten, hooi, stro en kuilvoer. De volgende voedergewassen zijn het best geschikt: gras van veelsoortig blijvend grasland, luzerne, klaver; gewone of gemengde weidelanden met raaigras, rogge, haver, gerst, voedermaïs, tarwe, sorgho als nagewas, korrelmaïs, gierst, kropaar, zwenkgras, doddegras, hanenkammetjes, erwten, wikke en veldbonen. Het hooi wordt verkregen door droging ter plaatse, door middel van droging door ventilatie of ook door dehydratatie van voedergewassen die kunnen dienen als groenvoedergewassen. De toegestane strosoorten zijn stro op basis van granen als tarwe, gerst, haver, rogge en triticale. De volgende voedermiddelen zijn toegestaan als aanvulling op de voedergewassen: graangewassen en afgeleide producten daarvan, zoals maïs, gerst, tarwe, sorgho, haver, rogge, triticale, maïskoeken; oliehoudende zaden en afgeleide producten daarvan, zoals sojabonen, katoen, zonnebloempitten, lijnzaad; wortel- en knolgewassen en producten daarvan, zoals de aardappel en daarvan afgeleide producten; gedroogde voedergewassen; afgeleide producten van de suikerindustrie, zoals uitgeperste droge pulp, droge pulp, droge pulp van zoete voederbieten, gemelasseerde pulp en melasse en/of gelijkwaardige afgeleide producten tot een percentage van maximaal 2,5 % van de droge stof van het dagelijkse rantsoen; zaden van peulvruchten, zoals voedererwten, tuinbonen en veldbonen in de vorm van korrels, meel en afgeleide producten; gedroogd johannesbrood en afgeleide producten. Vetten van plantaardige oorsprong met een joodgetal van 70 of minder en vetzuren van plantaardige oliën met gesalificeerde of ongewijzigde vetzuren zijn ook toegestaan. Visoliën zijn toegestaan als drager voor „additieven” en „voormengsels”. Het is ook toegestaan minerale zouten toe te voegen die zijn toegelaten door de vigerende wetgeving en additieven als vitaminen, oligo-elementen, aminozuren, smaakstoffen, antioxidanten die zijn toegelaten door de vigerende wetgeving (maar alleen natuurlijke of natuuridentieke antioxidanten en smaakstoffen zijn toegestaan).

3.5.   Specifieke onderdelen van het productieproces die in het afgebakende geografische gebied moeten plaatsvinden:

Specifieke onderdelen van het productieproces die in het afgebakende geografische gebied moeten plaatsvinden: melkproductie, melkverwerking en rijping.

3.6.   Specifieke voorschriften betreffende het in plakken snijden, het raspen, het verpakken, enz.:

Het in porties snijden en vervolgens verpakken van de „Salva Cremasco” moet plaatsvinden in het afgebakende geografische gebied teneinde de kwaliteit en de authenticiteit van het product te garanderen aan de consument. Het is belangrijk dat het in porties snijden en verpakken van de „Salva Cremasco” plaatsvindt in een geschikte ruimte die grenst aan de rijpingsomgeving en dat er papier wordt gebruikt dat geschikt is voor levensmiddelen, en dat erop wordt gelet dat dit goed hecht aan het gesneden vlak teneinde initiële vochtigheid te vermijden, de dunne korst te beschermen en de ontwikkeling van niet-autochtone micro-organismen te voorkomen. Bovendien moeten er bepaalde beperkingen in acht genomen worden met betrekking tot de verpakking, aangezien de ter identificatie aangebrachte markering uitsluitend op een vlakke zijde van het product gedrukt is en dit, als het eenmaal in porties versneden is, verward kan worden met een soortgelijk product. Het zou bijgevolg moeilijk zijn de kaas in porties correct te identificeren, aangezien deze porties geen teken zouden dragen op basis waarvan het oorspronkelijke merk kan worden herkend en de traceerbaarheid van het product zou bijgevolg onmogelijk kunnen worden gegarandeerd.

3.7.   Specifieke voorschriften betreffende de etikettering:

De kaas BOB „Salva Cremasco” kan in zijn geheel of in porties worden verkocht.

Op het moment dat de kaas wordt aangeboden ter consumptie moeten alle verpakkingen voorzien zijn van een etiket dat de vermelding „Salva Cremasco” BOB bevat alsmede het EU-logo en het vierkante logo van de oorsprongsbenaming met daarin de volgende tekst:

Image

De vermelding „Salva Cremasco” BOB moet gedrukt zijn in lettertekens die duidelijk veel groter zijn dan de andere vermeldingen.

4.   Beknopte omschrijving van de afbakening van het geografische gebied:

Het productiegebied van de BOB „Salva Cremasco” dekt heel het grondgebied van de provincies: Bergamo, Brescia, Cremona, Lecco, Lodi, Milaan.

5.   Verband met het geografische gebied:

5.1.   Specificiteit van het geografische gebied:

De elementen die de specificiteit van het geografische gebied van oorsprong bewijzen, houden voornamelijk verband met de gevoeligheid en de historische cultuur van de kaasproductie door de kaasmakers, de speciale omstandigheden van de zouting, de rijpingstechniek en, niet te vergeten, de geografische eigenschappen van de streek die altijd al gunstig zijn geweest voor de ontwikkeling van de veehouderij en de melkproductie. Het productiegebied van de BOB „Salva Cremasco” beslaat een deel van de Povlakte, waar de Italiaanse kaas- en melkproductie sinds het einde van de Middeleeuwen geconcentreerd is en die zelfs diende als winterse weideplaats voor de kuddes. De bodems worden gebruikt, vanuit landbouwkundig oogpunt, voor graanteelt, gespecialiseerde intensieve teelt en een overvloedige kaasproductie, die mogelijk is dankzij de sanerings- en kanalisatiewerken die in het verleden zijn uitgevoerd. De natuurlijke factoren hebben altijd al gezorgd voor een rendabele houderij van plaatselijke runderrassen (Frisona Italiana en Bruna Alpina) die een voor de kaasmakerij zeer geschikte melk produceren dankzij het voederen van de runderen met groenvoeder in combinatie met aanvullende voeders.

De rijpingsomgeving is een andere belangrijke factor die verband houdt met het gebied. De rijping vindt plaats in bijzondere omgevingen die rijk zijn aan besmettelijke schimmels die belangrijk zijn voor de microbiologische ontwikkeling van de „Salva Cremasco”. Het specifieke karakter van deze omgevingen houdt verband met de kazen die geleidelijk aan worden geproduceerd en vervolgens in rijpingsruimten worden geplaatst. Zo kunnen de verse kazen besmet worden door de rijpere kazen, die de schimmels die zich tijdens rijping op natuurlijke wijze ontwikkeld hebben, overdragen en op deze manier zelf bijdragen aan het specifieke karakter van de omgeving. Het ecosysteem dat bepalend is voor de genoemde eigenschappen van de rijpingsomgeving is niet verplaatsbaar en de schimmels vormen er een onmisbaar element van dat bijdraagt aan de intrinsieke kenmerken van het eindproduct.

De kaascultuur van de bedrijven uit de sector neemt een belangrijke plaats in. Immers, de kaasmakers hebben in de loop van de eeuwen, van generatie op generatie, de kaasmaaktechnieken ontwikkeld en geperfectioneerd, en daarbij de delicate productiefasen optimaal beheerd en gebruik gemaakt van traditionele materialen, zoals hout, dat ook vandaag nog wordt gebruikt in de rijpingsfase. Dankzij dit materiaal kan de „Salva Cremasco” ademen en het overtollige lactoserum uitstoten, wat garant staat voor een regelmatige rijping en trage verfijning van de kaas.

De ervaring en de bekwaamheid van de kaasmakers zijn bovendien van essentieel belang voor de controle en evaluatie van het goede verloop van de rijping, en voor de vorming van de karakteristieke korst. De kaasmakers moeten immers, tijdens de rijpingsfase, de korst van iedere kaas „Salva Cremasco” op een specifieke manier wassen en borstelen. Het wassen is bijzonder belangrijk en wordt zorgvuldig uitgevoerd, met water en zout of met behulp van eetbare olie, draf van druiven en aromatische kruiden. Deze bijzondere vaardigheden, die zijn doorgegeven van generatie op generatie, komen tot uiting in de praktische beheersing van de productie van de „Salva Cremasco”, die door de kaasmakers is geperfectioneerd met inachtneming van de traditie. In dit opzicht willen we erop wijzen dat de kleine kazen „Salva Cremasco” reeds zijn afgebeeld op fresco's uit de 17e en 18e eeuw (gruppo Antropologico tavola ieri e oggi, 2001).

5.2.   Specificiteit van het product:

De BOB „Salva Cremasco” is een kaas waarvan de karakteristieke eigenschappen als smaak, kleur en uiterlijk voorkomen nauw samenhangen met de rijpingsfase. De minimale rijpingsperiode van 75 dagen zorgt ervoor dat de smaak en de kleur geleidelijk aan verfijnen. De smaak wordt geleidelijk aan meer geparfumeerd en sterker terwijl de kleur beetje bij beetje verandert van wit in strogeel. Kenmerkend voor „Salva Cremasco” is de aanwezigheid van een dunne korst, bestaande uit microflora die aan de oppervlakte leeft en waarop zich tijdens de rijping andere autochtone microbiële vormen met een specifieke lipolytische en proteolytische werking afzetten. Ook de blokvorm van de „Salva Cremasco” is een element waardoor hij zich onderscheidt van Italiaanse en Lombardische kazen.

5.3.   Causaal verband tussen het geografische gebied en de kwaliteit of de kenmerken van het product (voor een BOB) dan wel een bepaalde hoedanigheid, de faam of een ander kenmerk van het product (voor een BGA):

De bijzondere omstandigheden in de kaasmakerijen in het geografische gebied waar de „Salva Cremasco” geproduceerd wordt, hangen samen met de aanwezigheid van specifieke besmettelijke schimmels die belangrijk zijn voor de microbiologische ontwikkeling van de „Salva Cremasco”. De omgeving waarin de „Salva Cremasco” rijpt, een onmisbaar element voor de karakteristieke ontwikkeling op het gebied van smaak, kleur en uiterlijk voorkomen van het product. De rijpingsomgevingen zijn besmet met een natuurlijk micro-organisme dat daar al vele jaren leeft en bijdraagt aan de vorming van een dunne korst; deze wordt op zijn beurt de voedingsbodem voor talrijke autochtone micro-organismen die integrerend deel uitmaken van de „Salva Cremasco” en bepalend zijn voor het goede verloop van de rijping en de ontwikkeling van de hierboven beschreven kwalitatieve eigenschappen.

De afmetingen en verschillende gewichten zijn niet alleen een onderscheidend element, maar tonen ook aan dat de oude productiemethodes van de „Salva Cremasco” in acht worden genomen, waarbij rechthoekige vormen worden gebruikt voor de wrongel.

Een ander belangrijk aspect dat moet worden benadrukt, is de bijdrage van de mens aan de productie van de „Salva Cremasco”, met name in de fasen van het zouten en het rijpen. Het zouten is een delicate bewerking waarvan het succes van de „Salva Cremasco” grotendeels afhangt. De rijping van buiten naar binnen is afhankelijk van het goede evenwicht tussen de verdeling van het zout en de ontwikkeling van de microflora aan de oppervlakte. Deze bewerking vergt een grote bedrevenheid en een zekere ervaring van de kaasmaker, net zoals het wassen en het borstelen die het mogelijk maken door een visuele en tactiele controle van de kazen tijdens de rijping de elasticiteit van de oppervlakte te bewaren en de ontwikkeling van schimmeldraden in bedwang te houden, om te voorkomen dat hun buitensporige groei de eigenschappen van de korst zou veranderen en het goede verloop van de rijping in het gedrang zou brengen.

Tot slot is het belangrijk erop te wijzen dat de naam van de kaas herinnert aan de nauwe band tussen de productie van de „Salva Cremasco” en de vroegere levenswijze van de lokale bevolking. De naam gaat terug op de gewoonte, die vroeger gangbaar was in de productiestreek, de „Salva Cremasco” te produceren met de overgebleven melk en aldus de melkoverschotten te „redden” (salvare).

Verwijzing naar de bekendmaking van het productdossier:

(artikel 5, lid 7, van Verordening (EG) nr. 510/2006)

De bevoegde instantie heeft de nationale procedure voor de indiening van bezwaarschriften ingeleid met de bekendmaking van het voorstel tot erkenning van de beschermde oorsprongsbenaming „Salva Cremasco” in de „Gazzetta Ufficiale” (het staatsblad) van de Italiaanse Republiek nr. 145 van 27 juni 2007.

De geconsolideerde tekst van het productdossier kan worden geraadpleegd op het internet:

 

http://www.politicheagricole.it/DocumentiPubblicazioni/Search_Documenti_Elenco.htm?txtTipoDocumento=Disciplinare%20in%20esame%20UE&txtDocArgomento=Prodotti%20di%20Qualit%E0>Prodotti%20Dop,%20Igp%20e%20Stg

of

 

door rechtstreeks de homepage van de website van het Italiaanse ministerie van Landbouw, voeding en bosbouw (http://www.politicheagricole.it) te openen en te klikken op „Prodotti di Qualità” (kwaliteitsproducten) (links op het scherm) en vervolgens op „Disciplinari di Produzione all’esame dell’UE [regolamento (CE) n. 510/2006)” (bij de EU ingediende productdossiers (Verordening (EG) nr. 510/2006)].


(1)  PB L 93 van 31.3.2006, blz. 12.


Rectificaties

27.4.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 124/24


Rectificatie van MEDIA 2007 — Oproep tot het indienen van voorstellen — EACEA/05/11 — Steun voor de uitvoering van proefprojecten

( Publicatieblad van de Europese Unie C 121 van 19 april 2011 )

2011/C 124/14

Op bladzijde 65 wordt in punt 5 „Begroting” de laatste alinea „Bij indiening van de voorstellen kunnen aanvragers kiezen voor een overeenkomst voor een jaar dan wel een kader-partnerschapsovereenkomst voor drie jaar.” geschrapt.