|
ISSN 1725-2474 doi:10.3000/17252474.C_2011.066.nld |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 66 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Mededelingen en bekendmakingen |
54e jaargang |
|
Nummer |
Inhoud |
Bladzijde |
|
|
III Voorbereidende handelingen |
|
|
|
Rekenkamer |
|
|
2011/C 066/01 |
||
|
NL |
|
III Voorbereidende handelingen
Rekenkamer
|
1.3.2011 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 66/1 |
ADVIES Nr. 1/2011
over een voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 215/2008 inzake het Financieel Reglement van toepassing op het 10e Europees Ontwikkelingsfonds, voor wat betreft de Europese Dienst voor extern optreden
(uitgebracht krachtens artikel 287, lid 4 van het VWEU)
(Voor de EER relevante tekst)
DE REKENKAMER VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met name artikel 287, lid 4,
Gezien de Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000 (1) en herzien te Luxemburg op 25 juni 2005 (2), hierna de „ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst” genoemd,
Gezien Besluit 2001/822/EG van de Raad van 27 november 2001 betreffende de associatie van de landen en gebieden overzee met de Europese Gemeenschap (3), gewijzigd bij Besluit 2007/249/EG van de Raad van 19 maart 2007 (4),
Gezien het Intern Akkoord tussen de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, betreffende de financiering van de steun van de Gemeenschap binnen het meerjarig financieel kader voor 2008-2013 voor de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst en de toewijzing van financiële bijstand ten behoeve van de landen en gebieden overzee waarop de bepalingen van deel vier van het EG-Verdrag van toepassing is, hierna het „Intern Akkoord” genoemd, met name artikel 10, lid 2 (5),
Gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1081/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot wijziging van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen, voor wat betreft de Europese Dienst voor extern optreden (6),
Gezien Advies nr. 4/2010 van de Rekenkamer over een voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen, voor wat betreft de Europese Dienst voor extern optreden (7),
Gezien het voorstel van de Commissie voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 215/2008 inzake het Financieel Reglement van toepassing op het 10e Europees Ontwikkelingsfonds, voor wat betreft de Europese Dienst voor extern optreden van 20 december 2010 (8),
Gezien het op 14 januari 2011 bij de Rekenkamer ingekomen verzoek van de Raad om advies over voornoemd voorstel,
BRENGT HET VOLGENDE ADVIES UIT:
Algemene opmerkingen
|
1. |
Het voorstel voor een verordening van de Raad waarover het advies van de Rekenkamer wordt gevraagd, beoogt wijzigingen aan te brengen in het Financieel Reglement van toepassing op het tiende Europees Ontwikkelingsfonds (hierna het „EOF” genoemd) teneinde de bepalingen ervan aan te passen aan de specifieke aard van de Europese Dienst voor extern optreden, waarin wordt voorzien in artikel 27, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, zoals gewijzigd bij het op 1 december 2009 in werking getreden Verdrag van Lissabon. |
|
2. |
De door de Commissie voorgestelde wijzigingen houden rekening met de specifieke kenmerken van het EOF, maar zijn afgestemd op de wijzigingen die met hetzelfde doel in het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting zijn aangebracht bij Verordening (EU, Euratom) nr. 1081/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot wijziging van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen, voor wat betreft de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO). |
|
3. |
De nieuwe structuur van de EDEO en de functies van het hoofd van de delegaties van de Unie houden in dat hij verantwoording verschuldigd is aan twee verschillende instanties. Evenals in haar Advies nr. 4/2010 wijst de Rekenkamer erop dat er bij het beheer van de nieuwe structuur onder meer op moet worden gelet dat prioriteitsconflicten worden voorkomen. Evenzo maakt de Rekenkamer zich zorgen in verband met a) de aanzienlijke afwijkingen van het Financieel Reglement van toepassing op het tiende EOF, aangezien Commissiebevoegdheden ter uitvoering van het EOF worden gesubdelegeerd aan ordonnateurs (delegatiehoofden) die niet langer tot de diensten van de Commissie behoren; b) de grotere complexiteit van de taken en operaties inzake financieel beheer en verantwoording van de delegaties; c) de grote onzekerheid over de wijze waarop de delegaties van de Unie omgaan met de middelen die krachtens artikel 6 van het Intern Akkoord bestemd zijn voor steunuitgaven in verband met het EOF, welk vraagstuk in het voorstel niet wordt verduidelijkt. |
Specifieke opmerkingen
|
4. |
Teneinde de afstemming op de bepalingen van het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting te verzekeren, zou aan de voorgestelde slotalinea van artikel 17 de volgende zin moeten worden toegevoegd: „Deze regelingen bevatten geen afwijkingen van de bepalingen van het Financieel Reglement”. |
|
5. |
Met betrekking tot de alinea die de Commissie wil toevoegen aan artikel 39, lid 1, wijst de Rekenkamer op het risico van dubbelzinnigheid in de uitdrukking „de volledige uitvoering van de middelen van het EOF” waar het gaat om het deel van de EOF-middelen dat wordt beheerd door de Europese Investeringsbank. |
Dit advies werd door kamer III onder voorzitterschap van de heer Jan KINŠT, lid van de Rekenkamer, te Luxemburg vastgesteld op haar vergadering van 1 februari 2011.
Voor de Rekenkamer
Vítor Manuel da SILVA CALDEIRA
President
(1) PB L 317 van 15.12.2000, blz. 3.
(2) PB L 287 van 28.10.2005, blz. 4.
(3) PB L 314 van 30.11.2001, blz. 1 en PB L 324 van 7.12.2001, blz. 1.
(4) PB L 109 van 26.4.2007, blz. 33.
(5) PB L 247 van 9.9.2006, blz. 32.
(6) PB L 311 van 26.11.2010, blz. 9.
(7) PB C 145 van 3.6.2010, blz. 4.
(8) COM(2010) 795 definitief.