ISSN 1725-2474

doi:10.3000/17252474.C_2010.064.nld

Publicatieblad

van de Europese Unie

C 64

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Mededelingen en bekendmakingen

53e jaargang
16 maart 2010


Nummer

Inhoud

Bladzijde

 

IV   Informatie

 

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

 

Europese Commissie

2010/C 064/01

Wisselkoersen van de euro

1

 

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE LIDSTATEN

2010/C 064/02

Uittreksel uit de beslissing ten aanzien van Landsbanki Luxemburg S.A. uit hoofde van Richtlijn 2001/24/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de sanering en de liquidatie van kredietinstellingen

2

2010/C 064/03

Uittreksel uit de beslissing ten aanzien van Landsbanki Luxemburg S.A. uit hoofde van Richtlijn 2001/24/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de sanering en de liquidatie van kredietinstellingen

3

 

V   Adviezen

 

BESTUURLIJKE PROCEDURES

 

Europese Commissie

2010/C 064/04

Oproep tot het indienen van voorstellen — EACEA/11/10 — Programma Jeugd in Actie — Actie 3.2. — Jeugd voor de Wereld: Samenwerking met niet-buurlanden van de Europese Unie

4

2010/C 064/05

Oproep tot het indienen van voorstellen — Voorbereidende actie betreffende een snelle-reactievermogen van de EU

8

 

Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO)

2010/C 064/06

Aankondiging van algemeen vergelijkend onderzoek EPSO/AD/177/10

9

 

PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE HANDELSPOLITIEK

 

Europese Commissie

2010/C 064/07

Bericht van opening van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op de invoer van stapelvezels van polyesters van oorsprong uit de Volksrepubliek China

10

 

PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID

 

Europese Commissie

2010/C 064/08

Steunmaatregelen van de staten — Hongarije — Steunmaatregel C 31/09 (ex N 113/09) — Steun aan Audi Hungaria Motor Kft. — Uitnodiging overeenkomstig artikel 88, lid 2, van het EG-Verdrag om opmerkingen te maken ( 1 )

15

 

ANDERE HANDELINGEN

 

Europese Commissie

2010/C 064/09

Bekendmaking van een wijzigingsaanvraag overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen

32

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

 


IV Informatie

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE

Europese Commissie

16.3.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 64/1


Wisselkoersen van de euro (1)

15 maart 2010

2010/C 64/01

1 euro =


 

Munteenheid

Koers

USD

US-dollar

1,3705

JPY

Japanse yen

124,30

DKK

Deense kroon

7,4414

GBP

Pond sterling

0,91050

SEK

Zweedse kroon

9,7143

CHF

Zwitserse frank

1,4527

ISK

IJslandse kroon

 

NOK

Noorse kroon

8,0155

BGN

Bulgaarse lev

1,9558

CZK

Tsjechische koruna

25,490

EEK

Estlandse kroon

15,6466

HUF

Hongaarse forint

264,60

LTL

Litouwse litas

3,4528

LVL

Letlandse lat

0,7076

PLN

Poolse zloty

3,8950

RON

Roemeense leu

4,0880

TRY

Turkse lira

2,0922

AUD

Australische dollar

1,5022

CAD

Canadese dollar

1,3972

HKD

Hongkongse dollar

10,6338

NZD

Nieuw-Zeelandse dollar

1,9567

SGD

Singaporese dollar

1,9146

KRW

Zuid-Koreaanse won

1 555,38

ZAR

Zuid-Afrikaanse rand

10,1427

CNY

Chinese yuan renminbi

9,3550

HRK

Kroatische kuna

7,2500

IDR

Indonesische roepia

12 566,08

MYR

Maleisische ringgit

4,5507

PHP

Filipijnse peso

62,655

RUB

Russische roebel

40,2696

THB

Thaise baht

44,670

BRL

Braziliaanse real

2,4180

MXN

Mexicaanse peso

17,2053

INR

Indiase roepie

62,4850


(1)  Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.


INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE LIDSTATEN

16.3.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 64/2


Uittreksel uit de beslissing ten aanzien van Landsbanki Luxemburg S.A. uit hoofde van Richtlijn 2001/24/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de sanering en de liquidatie van kredietinstellingen

2010/C 64/02

Landsbanki Luxembourg S.A.

2-4, rue Beck

1222 Luxembourg

LUXEMBOURG

No RC B78804

Bij beschikking van 24 februari 2010 heeft de vijftiende kamer van de arrondissementsrechtbank van en te Luxemburg, rechtdoende in handelszaken, het bevel tot liquidatie van de naamloze vennootschap Landsbanki Luxembourg S.A. met statutaire zetel te 2-4, rue Beck, 1222 Luxembourg, LUXEMBOURG, als volgt gewijzigd wat de wijze van liquidatie betreft:

De uiterste datum waarop bevoorrechte en niet-bevoorrechte schuldeisers aangifte van hun schuldvordering moeten doen om uitdelingen van Landsbanki Luxembourg S.A. in liquidatie te ontvangen, is formeel vastgesteld op 14 mei 2010, mits ten minste 45 dagen vóór deze datum in de in de beschikking bepaalde nationale en internationale dagbladen een waarschuwing wordt gepubliceerd die gericht is aan alle op de dag van de opening van de liquidatieprocedure bestaande schuldeisers van Landsbanki Luxembourg S.A. in liquidatie die nog geen aangifte van hun schuldvordering hebben gedaan, dat zij hun aangifte moeten indienen omdat zij anders niet in de opbrengst van de liquidatie deelnemen en van alle rechten in de liquidatie worden uitgesloten.

De toepasselijkheid van de volgende zinsnede van artikel 508 van het handelswetboek wordt uitgesloten: „zij kunnen hun aangifte van schuldvordering evenwel tot de laatste uitdeling indienen”.

De lijsten van de aanvaardbaar verklaarde schuldvorderingen worden tijdens de eerste tien dagen van februari, april, juni, september, oktober en november neergelegd bij de rechtbank, waar de schuldeisers er inzage van kunnen nemen en tegen de aanvaarding ervan bezwaren kunnen inbrengen, zoals bepaald bij het bevel tot liquidatie van 12 december 2008.

De voorlopige uitvoering van de beschikking vindt plaats niettegenstaande mogelijk beroep en zonder waarborg.

Deze beschikking wordt uiterlijk acht dagen te rekenen vanaf de datum van de beschikking bij uittreksel bekendgemaakt in Mémorial C, receuil des sociétés et associations, in het Publicatieblad van de Europese Unie en in de dagbladen Luxemburger Wort, Tageblatt, Financial Times, Le Monde, El Pais en Morgan Blaðið, zoals voorgeschreven bij artikel 61, lid 2, van de gewijzigde wet op de financiële sector.

Dit uittreksel is een vertaling van de beschikking die in de Franse taal is gegeven; in geval van verschillen tussen de Nederlandse tekst en de Franse tekst, prevaleert de Franse tekst.

Namens Landsbanki Luxembourg S.A. in gerechtelijke liquidatie

Yvette HAMILIUS


16.3.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 64/3


Uittreksel uit de beslissing ten aanzien van Landsbanki Luxemburg S.A. uit hoofde van Richtlijn 2001/24/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de sanering en de liquidatie van kredietinstellingen

2010/C 64/03

Landsbanki Luxembourg S.A.

2-4, rue Beck

1222 Luxembourg

LUXEMBOURG

No RC B78804

Uiterste datum voor de indiening van schuldvorderingen

In het kader van de liquidatie van Landsbanki Luxembourg S.A. zijn formele stappen ondernomen om een uiterste datum voor de indiening van schuldvorderingen vast te stellen.

Uiterste datum voor de indiening van schuldvorderingen: 14 mei 2010

De uiterste datum waarop schuldeisers aangifte van hun schuldvordering moeten doen om uitdelingen van Landsbanki Luxembourg S.A. in liquidatie te ontvangen, is formeel vastgesteld op 14 mei 2010. Schuldeisers die hun schuldvorderingen niet uiterlijk op deze datum indienen, zullen worden uitgesloten van het recht om uitdelingen te ontvangen.

Indien u een schuldvordering wenst in te dienen, dient u deze zo spoedig mogelijk, samen met alle bewijsstukken ter ondersteuning van de schuldvordering, te zenden naar het volgende adres:

Tribunal d’arrondissement de Luxembourg, XVème chambre

Cité judiciaire — Bâtiment Commerce

7, rue du St-Esprit

2080 Luxembourg

LUXEMBOURG

Aanbevolen wordt om uw schuldvordering per aangetekend schrijven in te dienen opdat de ontvangst ervan vóór deze uiterste datum kan worden geverifieerd.

Ingediende schuldvorderingen

Indien u een schuldvordering hebt ingediend en de liquidateur u tot dusver de ontvangst van deze schuldvordering nog niet heeft bevestigd, dient u onmiddellijk met hem contact op te nemen door gebruik te maken van de contactgegevens die aan het einde van dit bericht zijn vermeld.

Liquidatiekosten/Diensten met betrekking tot de liquidatie

Elke partij die diensten met betrekking tot de liquidatie heeft geleverd of die anderszins een vordering tot betaling heeft die als last in het kader van deze liquidatie geldt en die nog niet is betaald, dient onmiddellijk met de liquidateur contact op te nemen door gebruik te maken van de contactgegevens die aan het einde van dit bericht zijn vermeld.

Toekomstige uitvoering van de liquidatie

De liquidateur blijft diverse inningen uitvoeren en zal niet tot de definitieve afsluiting overgaan zolang deze inningsactiviteiten niet zijn afgerond.

Landsbanki Luxembourg S.A. in liquidatie

2-4, rue Beck

1222 Luxembourg

LUXEMBOURG

Tel. +352 2619291

Fax +352 26192929

E-mail: customerrelations@landsbanki.lu


V Adviezen

BESTUURLIJKE PROCEDURES

Europese Commissie

16.3.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 64/4


OPROEP TOT HET INDIENEN VAN VOORSTELLEN — EACEA/11/10

Programma Jeugd in Actie

Actie 3.2. — „Jeugd voor de Wereld”: Samenwerking met niet-buurlanden van de Europese Unie

2010/C 64/04

1.   DOELSTELLINGEN EN BESCHRIJVING

Deze oproep tot het indienen van voorstellen heeft tot doel projecten te ondersteunen die de samenwerking in de jeugdsector moeten bevorderen tussen de landen die deelnemen aan het programma Jeugd in actie en andere partnerlanden dan de EU-buurlanden (landen die met de Europese Unie een overeenkomst op jeugdgebied hebben getekend). Deze oproep wordt gelanceerd om subsidies te verlenen aan projecten.

De doelstellingen van de oproep tot het indienen van voorstellen zijn als volgt:

verbeteren van de mobiliteit van jonge mensen en jonge werknemers;

bevorderen van de zelfredzaamheid en actieve participatie van jongeren;

stimuleren van capaciteitsopbouw in jongerenorganisaties en -structuren om bij te dragen aan de ontwikkeling van een maatschappelijk middenveld;

stimuleren van de samenwerking en uitwisseling van ervaringen en goede praktijken op het gebied van jeugdzaken en niet-formeel onderwijs;

bijdragen tot de ontwikkeling van jeugdbeleidsinitiatieven, jongerenwerk en vrijwilligerswerk; en

ontwikkelen van duurzame partnerschappen en netwerken tussen jongerenorganisaties.

Er zal voorrang worden gegeven aan projecten die de permanente prioriteiten van het programma Jeugd in actie het beste weerspiegelen:

participatie van jongeren;

culturele diversiteit;

Europees burgerschap;

integratie van jongeren met minder kansen.

Daarnaast zal er voorrang worden gegeven aan projecten die de volgende jaarlijkse prioriteiten van de oproep tot het indienen van voorstellen weerspiegelen:

mondiale vraagstukken die jongeren aangaan, zoals klimaatverandering, duurzame ontwikkeling, migratie en de millenniumontwikkelingsdoelen (1);

bestrijding van armoede en sociale uitsluiting (2);

versterking van de Euro-Afrikaanse dialoog, uitwisseling en samenwerking op het gebied van jeugd (3).

Geografische reikwijdte

In de gemeenschappelijke verklaring naar aanleiding van de 12de topbijeenkomst tussen China en de EU in Nanjing op 30 november 2009 (4) werd 2011 aangekondigd als het Europees-Chinees Jaar van de jeugd. Daarom zal, binnen de in punt 5.2 gestelde geografische grenzen en naast de voornoemde prioriteiten, bij deze oproep tot het indienen van voorstellen bijzondere aandacht uitgaan naar projecten die gericht zijn op bevordering van de dialoog en de samenwerking op het gebied van jeugd tussen de EU en China om zo bij te dragen aan het Europees-Chinees Jaar van de jeugd in 2011.

2.   ORGANISATIES DIE VOOR SUBSIDIE IN AANMERKING KOMEN

De voorstellen moeten worden ingediend door organisaties zonder winstoogmerk:

niet-gouvernementele organisaties (ngo’s),

overheidsorganen op regionaal of plaatselijk niveau; of

nationale jeugdraden.

Hetzelfde geldt voor de partnerorganisaties.

Aanvragers moeten — op de gespecificeerde uiterste datum voor het indienen van hun aanvraag — ten minste twee (2) jaar wettelijk staan ingeschreven in een van de programmalanden:

de lidstaten van de Europese Unie: Oostenrijk, België, Bulgarije, Cyprus, Tsjechië, Denemarken, Estland, Finland, Frankrijk, Duitsland, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Polen, Portugal, Roemenië, Slowakije, Slovenië, Spanje, Zweden en het Verenigd Koninkrijk (5);

de landen van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA-landen) die deel uitmaken van de Europese Economische Ruimte (EER): IJsland, Liechtenstein en Noorwegen;

kandidaat-lidstaten waarvoor een pretoetredingsstrategie is aangenomen, in overeenstemming met de algemene beginselen en voorwaarden die zijn vastgelegd in de kaderovereenkomsten die met deze landen zijn gesloten voor hun deelname aan communautaire programma’s: Turkije.

Bij de projecten dienen partnerorganisaties te zijn betrokken uit ten minste vier verschillende landen (met inbegrip van het land waar de aanvrager is gevestigd), waaronder ten minste twee programmalanden, waarvan er ten minste één lidstaat van de Europese Unie is, en twee partnerlanden.

3.   ACTIES EN VOORSTELLEN DIE VOOR SUBSIDIE IN AANMERKING KOMEN

Het project moet activiteiten zonder winstoogmerk op het gebied van jeugd en niet-formeel onderwijs omvatten.

De projecten moeten tussen 1 november 2010 en 31 december 2010 van start gaan en een looptijd van minimaal zes en maximaal twaalf maanden hebben.

Alleen getypte voorstellen die in één pakket en als een enkel document (het origineel) worden ingediend in een van de officiële talen van de EU met behulp van het officiële aanvraagformulier, volledig ingevuld en gezonden binnen de gespecificeerde uiterste termijn (17 mei 2010), zullen in behandeling worden genomen. De aanvraag moet zijn gedateerd en ondertekend (originele handtekeningen vereist) door de persoon die gemachtigd is om namens de aanvragende organisatie wettelijk bindende verplichtingen aan te gaan.

Het aanvraagformulier moet vergezeld gaan van een officiële brief van de aanvragende organisatie, documenten ter staving van de financiële draagkracht en de operationele capaciteit van de aanvragende organisatie en alle overige documenten waarnaar in het aanvraagformulier wordt verwezen.

De aanvragers moeten een sluitende begroting indienen en moeten de maximale communautaire medefinanciering eerbiedigen, die is vastgesteld op 80 % van de totale subsidiabele projectkosten, met een maximumsubsidiebedrag van 100 000 EUR.

4.   GUNNINGSCRITERIA

Aanvragen die in aanmerking voor subsidie komen zullen worden beoordeeld op basis van de volgende criteria:

Kwalitatieve criteria

Deze criteria vertegenwoordigen 80 % van de in het kader van de beoordelingsprocedure toe te kennen punten (coëfficiënt 4).

—   Relevantie van het project ten opzichte van de doelstellingen en de prioriteiten van de oproep tot het indienen van voorstellen

In dit verband worden de volgende aspecten beoordeeld:

a)

het project beantwoordt aan de algemene doelstellingen van het programma Jeugd in actie;

b)

het project is in overeenstemming met de doelstellingen en de prioriteiten (geografisch doelgebied inbegrepen) van deze oproep tot het indienen van voorstellen.

—   Kwaliteit van het project en van de in het kader daarvan gebruikte werkmethoden

In dit verband worden de volgende aspecten beoordeeld:

a)

de reikwijdte van het project; met ander woorden het multipliereffect daarvan, en met name de duurzame uitwerking en de levensvatbaarheid op lange termijn;

b)

de hoge kwaliteit van het werkprogramma qua inhoud, methodologie, duidelijkheid en consistentie;

c)

de actieve betrokkenheid van jongeren in het project;

d)

de zichtbaarheid van het project als kwaliteit van maatregelen om de resultaten van het project te verspreiden en te exploiteren;

e)

de kwaliteit van het partnerschap, en met name de duidelijkheid van de taken, de beschrijving van de huidige rol van de partners in de samenwerking, de ervaring en de motivatie van de partners om het project op te zetten;

f)

een begroting die in overeenstemming is met de in het werkprogramma geplande activiteiten.

Kwantitatieve criteria

Deze criteria vertegenwoordigen 20 % van de in het kader van de beoordelingsprocedure toe te kennen punten (coëfficiënt 1).

—   Profiel en aantal deelnemers aan het project en hierbij betrokken partners

a)

het evenwicht van het partnerschap, dat tweeledig moet zijn: de projecten moeten enerzijds in de programmalanden en in de partnerlanden een vergelijkbaar aantal organisaties omvatten, en anderzijds een eerlijke vertegenwoordiging van nationale groepen waarborgen;

b)

het aantal partners dat betrokken is bij het project en het aantal landen dat het partnerschap omspant;

c)

het aantal jongeren en jongerenwerkers dat direct bij het project betrokken is.

5.   BEGROTING

De totale begroting voor de medefinanciering van projecten in het kader van deze oproep wordt geraamd op 2 600 000 EUR.

De financiële steun van het Agentschap beslaat niet meer dan 80 % van de totale subsidiabele kosten van het project. De maximumsubsidie bedraagt 100 000 EUR.

Het Agentschap behoudt zich het recht voor om niet alle beschikbare middelen toe te kennen.

6.   UITERSTE TERMIJN VOOR HET INDIENEN VAN AANVRAGEN

Aanvragen moeten uiterlijk op 17 mei 2010 naar het volgende adres worden verzonden:

Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur

Programma Jeugd in actie — EACEA/11/10

BOUR 4/029

Bourgetlaan 1

1140 Brussel

BELGIË

per post (het poststempel dient als bewijs van de datum),

via een koeriersbedrijf, waarbij de datum van het ontvangstbewijs van het koeriersbedrijf als bewijs van de datum van verzending geldt (een kopie van het oorspronkelijke ontvangstbewijs moet bij het aanvraagformulier worden gevoegd).

Aanvragen die per fax of per e-mail worden verzonden zullen niet in behandeling worden genomen.

7.   AANVULLENDE INFORMATIE

Gedetailleerde richtsnoeren voor aanvragers en aanvraagformulieren zijn te vinden op het volgende internetadres:

http://eacea.ec.europa.eu/youth/funding/2010/call_action_3_2_en.php

De aanvragen moeten worden ingediend met behulp van het speciaal hiertoe bestemde aanvraagformulier en moeten alle gevraagde bijlagen en informatie bevatten.


(1)  Meer informatie is te vinden op: http://www.undp.org/mdg/basics.shtml

(2)  In overeenstemming met Besluit nr. 1098/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad inzake het Europees Jaar van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting (2010).

(3)  Meer informatie is te vinden op: http://ec.europa.eu/development/geographical/regionscountries/euafrica_en.cfm

(4)  De verklaring is beschikbaar op: http://www.consilium.europa.eu/uedocs/cms_data/docs/pressdata/en/er/111567.pdf

(5)  Personen uit de landen en gebieden overzee (LGO’s), en waar van toepassing de relevante publieke en/of particuliere instellingen en organen in een LGO, komen in aanmerking voor steun uit hoofde van het programma Jeugd in actie, afhankelijk van de voorschriften van het programma en de regelingen die gelden in de lidstaat waarmee zij verbonden zijn. De desbetreffende LGO’s staan vermeld in bijlage 1A van het Besluit 2001/822/EG van de Raad van 27 november 2001 betreffende de associatie van de LGO met de Europese Gemeenschap („LGO-besluit”) PB L 314 van 30.11.2001: http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=CONSLEG:2001D0822:20011202:NL:PDF


16.3.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 64/8


Oproep tot het indienen van voorstellen — Voorbereidende actie betreffende een snelle-reactievermogen van de EU

2010/C 64/05

1.

De Eenheid civiele bescherming — rampenbestrijding van het directoraat-generaal dat met civiele bescherming is belast, lanceert namens de Europese Commissie een oproep tot het indienen van voorstellen met het doel projecten met betrekking tot een snelle-reactievermogen van de EU op het gebied van civiele bescherming te identificeren die voor financiële steun in aanmerking kunnen komen. De financiële ondersteuning zal worden verleend in de vorm van subsidies.

2.

De desbetreffende gebieden, de aard en inhoud van de acties alsmede de financieringsvoorwaarden worden toegelicht in de documentatie betreffende de subsidieaanvragen, die eveneens gedetailleerde instructies bevat over waar en wanneer voorstellen kunnen worden ingediend. De documentatie en de formulieren voor de subsidieaanvragen zijn beschikbaar op de Europawebsite op: http://ec.europa.eu/echo/civil_protection/civil/prote/calls.htm

3.

Voorstellen moeten bij de Commissie op het in de documentatie vermelde adres worden ingediend tegen 15 april 2010. Voorstellen moeten uiterlijk 15 april 2010 per post of particuliere koerierdienst worden ingediend (als bewijs geldt de datum van verzending, het poststempel of de datum van het reçu). Zij mogen ook, uiterlijk 15 april 2010 om 17.00 uur (als bewijs geldt de door de verantwoordelijke ambtenaar gedateerde en ondertekende ontvangstbevestiging), persoonlijk worden overhandigd op het specifieke adres dat is vermeld in de documentatie betreffende de uitnodiging tot het indienen van voorstellen.

Per fax of elektronische post ingediende voorstellen, onvolledige aanvragen of in verschillende delen gezonden aanvragen worden niet aanvaard.

4.

De procedure voor de toekenning van de subsidies verloopt als volgt:

ontvangst, registratie en ontvangstbevestiging door de Commissie;

beoordeling van de voorstellen door de Commissie;

toekenningsbesluit en kennisgeving van het resultaat aan de aanvragers.

De begunstigden zullen binnen de grenzen van het beschikbare budget worden geselecteerd op basis van de criteria die zijn vastgesteld in de in punt 1.2 vermelde documentatie.

Bij goedkeuring door de Commissie wordt tussen de Commissie en de partij die het voorstel indient een (in euro luidende) subsidieovereenkomst gesloten.

De procedure is strikt vertrouwelijk.


Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO)

16.3.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 64/9


AANKONDIGING VAN ALGEMEEN VERGELIJKEND ONDERZOEK EPSO/AD/177/10

2010/C 64/06

Het Europees Bureau voor Personeelsselectie (EPSO) organiseert het algemeen vergelijkend onderzoek EPSO/AD/177/10 — ADMINISTRATEURS (AD 5) op de volgende vakgebieden:

1.

Europees Openbaar Bestuur

2.

Recht

3.

Economie

4.

Boekhoudkundige Controle

5.

Informatie- en Communicatietechnologieën (ICT)

De aankondiging van het vergelijkend onderzoek wordt bekendgemaakt in Publicatieblad C 64 A van 16 maart 2010.

Aanvullende informatie is beschikbaar op de website van EPSO: http://eu-careers.eu


PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE HANDELSPOLITIEK

Europese Commissie

16.3.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 64/10


Bericht van opening van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op de invoer van stapelvezels van polyesters van oorsprong uit de Volksrepubliek China

2010/C 64/07

Na de bekendmaking van een bericht dat de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op stapelvezels van polyesters van oorsprong uit onder meer de Volksrepubliek China („het betrokken land”) op korte termijn zouden vervallen (1), heeft de Commissie op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (2) („de basisverordening”) een verzoek om een nieuw onderzoek ontvangen.

1.   Verzoek om een nieuw onderzoek

Dit verzoek werd op 14 december 2009 ingediend door de European Man-made Fibres Association (CIRFS) („de indiener van het verzoek”) namens producenten die samen een groot deel, in dit geval meer dan 25 %, van de totale productie van stapelvezels van polyesters in de Unie voor hun rekening nemen.

2.   Product

Het verzoek heeft betrekking op synthetische stapelvezels van polyesters, niet gekaard, niet gekamd, noch op andere wijze bewerkt met het oog op het spinnen, momenteel ingedeeld onder GN-code 5503 20 00 („het betrokken product”) van oorsprong uit de Volksrepubliek China.

3.   Geldende maatregelen

Momenteel geldt een definitief antidumpingrecht dat werd ingesteld bij Verordening (EG) nr. 428/2005 van de Raad (3), gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 412/2009 van de Raad (4).

4.   Motivering van het nieuwe onderzoek

Het verzoek is ingediend omdat het waarschijnlijk werd geacht dat het vervallen van de maatregelen zal leiden tot herhaling van dumping en herhaling van schade voor de bedrijfstak van de Unie.

Gelet op artikel 2, lid 7, van de basisverordening heeft de indiener van het verzoek de normale waarde voor de producenten-exporteurs in de Volksrepubliek China aan wie tijdens het onderzoek dat tot de geldende maatregelen heeft geleid, geen behandeling als marktgerichte onderneming werd toegekend, vastgesteld aan de hand van de berekende normale waarde in het in punt 5.1, onder d), genoemde land met een markteconomie. Voor de bedrijven waaraan tijdens het onderzoek een behandeling als marktgerichte onderneming werd toegekend, is de normale waarde vastgesteld aan de hand van een berekende normale waarde in de Volksrepubliek China. De bewering dat de dumping zal worden herhaald, is gebaseerd op een vergelijking van de normale waarde, als bedoeld in de vorige zinnen, met de prijzen bij uitvoer van het betrokken product wanneer het verkocht wordt voor uitvoer naar andere derde landen, zoals Mexico, Pakistan en Vietnam, omdat er thans nauwelijks invoer uit de Volksrepubliek China in de EU plaatsvindt.

De aldus vastgestelde dumpingmarges zijn aanzienlijk.

Volgens de indiener van het verzoek zal waarschijnlijk opnieuw schade veroorzakende dumping plaatsvinden. In dit verband heeft hij bewijsmateriaal voorgelegd waaruit blijkt dat de invoer van het betrokken product bij het vervallen van de maatregelen waarschijnlijk in omvang zal toenemen gezien de onbenutte productiecapaciteit in het betrokken land.

Hij voert ook aan dat de invoer van het betrokken product waarschijnlijk eveneens zal toenemen vanwege de recente antidumpingmaatregelen die op een traditionele afzetmarkt buiten de EU, namelijk de Verenigde Staten van Amerika en Turkije, van toepassing zijn bij invoer van soortgelijke producten. Dit kan ertoe leiden dat de uitvoer wordt verlegd van de Verenigde Staten van Amerika en Turkije naar de Unie.

Volgens de indiener van het verzoek is het vooral dankzij de antidumpingmaatregelen dat de bedrijfstak van de Unie geen schade als gevolg van invoer uit het betrokken land lijdt. Indien de maatregelen vervallen en het betrokken product weer in grote hoeveelheden tegen dumpingprijzen uit het betrokken land wordt ingevoerd, zal de bedrijfstak van de Unie waarschijnlijk opnieuw schade lijden.

5.   Procedure

Daar de Commissie na overleg in het Raadgevend Comité tot de conclusie is gekomen dat er voldoende bewijsmateriaal is om een procedure voor een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen in te leiden, opent zij hierbij overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening nieuwe onderzoeken.

5.1.    Procedure voor de vaststelling van dumping en schade

Bij het onderzoek zal worden vastgesteld of herhaling van dumping en schade bij het vervallen van de maatregelen waarschijnlijk is of niet.

a)   Steekproeven

Daar kennelijk een groot aantal partijen bij deze procedure betrokken is, kan de Commissie overeenkomstig artikel 17 van de basisverordening gebruikmaken van steekproeven.

i)   Steekproef van producenten-exporteurs in de Volksrepubliek China

Om de Commissie in staat te stellen te beslissen of een steekproef noodzakelijk is en, zo ja, deze samen te stellen, wordt alle producenten/exporteurs, of hun vertegenwoordigers, verzocht binnen de in punt 6, onder b) i), genoemde termijn contact met de Commissie op te nemen en haar op de in punt 7 vermelde wijze de volgende gegevens over hun onderneming of ondernemingen te verstrekken:

naam, adres, e-mailadres, telefoon- en faxnummer en contactpersoon;

de hoeveelheid (in ton) van het betrokken product die in de periode van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009 naar de Unie is uitgevoerd en de waarde van deze uitvoer in plaatselijke valuta, voor elk van de 27 lidstaten afzonderlijk en in totaal;

de hoeveelheid (in ton) van het betrokken product die in de periode van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009 op de binnenlandse markt is verkocht en de waarde van die verkoop in plaatselijke valuta;

de hoeveelheid (in ton) van het betrokken product die in de periode van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009 naar derde landen is uitgevoerd en de waarde van deze uitvoer in plaatselijke valuta;

een nauwkeurige beschrijving van de wereldwijde activiteiten van de onderneming met betrekking tot het betrokken product;

de namen en een nauwkeurige beschrijving van de activiteiten van alle verbonden ondernemingen (5) die betrokken zijn bij de productie en/of verkoop (uitvoer en/of binnenlandse verkoop) van het betrokken product;

alle andere informatie die de Commissie bij het samenstellen van de steekproef van nut kan zijn.

Door de hierboven gevraagde informatie te verstrekken, geeft de onderneming te kennen bereid te zijn in de steekproef te worden opgenomen. Selectie voor de steekproef houdt in dat een vragenlijst moet worden beantwoord en dat aanvaard wordt dat de antwoorden ter plaatse worden gecontroleerd. Ondernemingen die verklaren niet in de steekproef te willen worden opgenomen, worden geacht niet aan het onderzoek te hebben meegewerkt. De gevolgen van niet-medewerking zijn vermeld in punt 8.

Om de informatie te verkrijgen die zij voor het samenstellen van de steekproef van producenten-exporteurs nodig heeft, zal de Commissie bovendien contact opnemen met de autoriteiten van de Volksrepubliek China en met alle bekende verenigingen van producenten-exporteurs.

ii)   Steekproef van importeurs

Om de Commissie in staat te stellen te beslissen of een steekproef noodzakelijk is en, zo ja, deze samen te stellen, wordt alle importeurs, of hun vertegenwoordigers, verzocht contact met de Commissie op te nemen en haar binnen de in punt 6, onder b) i), vermelde termijn en op de in punt 7 vermelde wijze de volgende gegevens over hun onderneming of ondernemingen te verstrekken:

naam, adres, e-mailadres, telefoon- en faxnummer en contactpersoon;

een nauwkeurige beschrijving van de activiteiten van de onderneming met betrekking tot het betrokken product;

de hoeveelheid (in ton) van het betrokken product van oorsprong uit de Volksrepubliek China die in de periode van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009 in de Unie is ingevoerd en verkocht en de waarde van deze invoer en verkoop in euro's;

de namen en een nauwkeurige beschrijving van de activiteiten van alle verbonden ondernemingen (6) die betrokken zijn bij de productie en/of verkoop van het betrokken product;

alle andere informatie die de Commissie bij het samenstellen van de steekproef van nut kan zijn.

Door de hierboven gevraagde informatie te verstrekken, geeft de onderneming te kennen bereid te zijn in de steekproef te worden opgenomen. Selectie voor de steekproef houdt in dat een vragenlijst moet worden beantwoord en dat aanvaard wordt dat de antwoorden ter plaatse worden gecontroleerd. Ondernemingen die verklaren niet in de steekproef te willen worden opgenomen, worden geacht niet aan het onderzoek te hebben meegewerkt. De gevolgen van niet-medewerking zijn vermeld in punt 8.

Om de informatie te verkrijgen die zij voor het samenstellen van de steekproef van importeurs nodig acht, zal de Commissie bovendien contact opnemen met alle haar bekende verenigingen van importeurs.

iii)   Steekproef van EU-producenten

Aangezien een groot aantal EU-producenten het verzoek steunt, is de Commissie voornemens bij het onderzoek naar de schade van de bedrijfstak van de Unie gebruik te maken van een steekproef.

Om de Commissie in staat te stellen te beslissen of een steekproef noodzakelijk is en, zo ja, deze samen te stellen, wordt alle EU-producenten, of hun vertegenwoordigers, verzocht contact met de Commissie op te nemen en haar binnen de in punt 6, onder b) i), vermelde termijn en op de in punt 7 vermelde wijze de volgende gegevens over hun onderneming of ondernemingen te verstrekken:

naam, adres, e-mailadres, telefoon- en faxnummer en contactpersoon;

een nauwkeurige beschrijving van de activiteiten van de onderneming met betrekking tot het soortgelijke product;

de waarde (in euro′s) van de verkoop van het soortgelijk product in de Unie in de periode van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009;

de hoeveelheid (in ton) van de verkoop van het soortgelijke product in de Unie in de periode van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009;

de hoeveelheid (in ton) van het soortgelijk product die in de periode van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009 is vervaardigd;

indien van toepassing, de hoeveelheid (in ton) van het in de Volksrepubliek China geproduceerde betrokken product die in de periode van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009 in de Unie is ingevoerd;

de namen en een nauwkeurige beschrijving van de activiteiten van alle verbonden ondernemingen (7) die betrokken zijn bij de productie en/of verkoop van het soortgelijke of het betrokken product (geproduceerd in respectievelijk de Unie en de Volksrepubliek China);

alle andere informatie die de Commissie bij het samenstellen van de steekproef van nut kan zijn.

Door de hierboven gevraagde informatie te verstrekken, geeft de onderneming te kennen bereid te zijn in de steekproef te worden opgenomen. Selectie voor de steekproef houdt in dat een vragenlijst moet worden beantwoord en dat aanvaard wordt dat de antwoorden ter plaatse worden gecontroleerd. Ondernemingen die verklaren niet in de steekproef te willen worden opgenomen, worden geacht niet aan het onderzoek te hebben meegewerkt. De gevolgen van niet-medewerking zijn vermeld in punt 8.

Om de informatie te verkrijgen die zij voor het samenstellen van de steekproef van EU-producenten nodig acht, zal de Commissie bovendien contact op ne men met alle haar bekende verenigingen van EUproducenten.

iv)   Definitieve samenstelling van de steekproeven

Alle informatie die voor de samenstelling van de steekproeven van nut kan zijn, moet binnen de in punt 6, onder b) ii), vermelde termijn worden ingediend.

De Commissie zal de steekproeven pas definitief samenstellen na raadpleging van alle partijen die zich bereid hebben verklaard om in de steekproeven te worden opgenomen.

De in de steekproeven opgenomen ondernemingen moeten binnen de in punt 6, onder b) iii), vermelde termijn een vragenlijst beantwoorden en moeten medewerking aan het onderzoek verlenen.

Indien onvoldoende medewerking wordt verleend, kan de Commissie haar bevindingen overeenkomstig artikel 17, lid 4, en artikel 18 van de basisverordening op de beschikbare gegevens baseren. Op de beschikbare gegevens gebaseerde bevindingen kunnen voor de betrokken partij minder gunstig zijn (zie punt 8).

b)   Vragenlijsten

Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek nodig heeft, zal de Commissie vragenlijsten toezenden aan de in de steekproef opgenomen bedrijfstak van de Unie, aan alle bekende verenigingen van producenten in de Unie, aan de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs in de Volksrepubliek China, aan alle bekende verenigingen van producenten-exporteurs, aan de in de steekproef opgenomen importeurs, aan alle bekende verenigingen van importeurs, en aan de autoriteiten van het betrokken land van uitvoer.

c)   Schriftelijk en mondeling verstrekken van informatie

Alle belanghebbenden wordt verzocht hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten en ook andere informatie dan de antwoorden op de vragenlijst, alsmede bewijsmateriaal te verstrekken. De Commissie moet deze informatie en het bewijsmateriaal binnen de in punt 6, onder a) ii), vermelde termijn ontvangen.

Bovendien kan de Commissie belanghebbenden horen indien zij hierom verzoeken en kunnen aantonen dat er bijzondere redenen zijn om hen te horen. Dit verzoek moet binnen de in punt 6, onder a) iii), genoemde termijn worden ingediend.

d)   Selectie van het land met een markteconomie

Bij het vorige onderzoek werden de Verenigde Staten van Amerika als geschikt land met een markteconomie gebruikt om de normale waarde voor de Volksrepubliek China vast te stellen. De Commissie is voornemens de Verenigde Staten van Amerika opnieuw hiervoor te gebruiken. Opmerkingen over de selectie van dit land moeten binnen de in punt 6, onder c), vermelde bijzondere termijn worden toegezonden.

5.2.    Procedure voor het beoordelen van het belang van de Unie

Indien wordt vastgesteld dat het waarschijnlijk is dat de invoer met dumping zal worden voortgezet of herhaald en dat hierdoor schade zal ontstaan, zal overeenkomstig artikel 21 van de basisverordening worden onderzocht of het niet tegen het belang van de Unie is de antidumpingmaatregelen te handhaven. Daarom kan de Commissie vragenlijsten toesturen aan de haar bekende EU-producenten, importeurs, hun representatieve verenigingen, representatieve gebruikers en representatieve consumentenorganisaties. Deze partijen, en ook die welke de Commissie niet bekend zijn indien zij aantonen dat er een objectieve band is tussen hun activiteiten en het betrokken product, kunnen binnen de in punt 6, onder a) ii), vermelde algemene termijn contact met de Commissie opnemen en inlichtingen verstrekken. Zij kunnen binnen de in punt 6, onder a) iii), vermelde termijn ook om een mondeling onderhoud verzoeken, onder opgave van de redenen waarom zij gehoord willen worden. Met informatie die op grond van artikel 21 van de basisverordening wordt verstrekt, wordt slechts rekening gehouden indien daarbij, op het moment dat deze wordt verstrekt, het nodige bewijsmateriaal is gevoegd.

6.   Termijnen

a)   Algemene termijnen

 

Aanvragen van een vragenlijst

Belanghebbenden die geen medewerking hebben verleend aan het onderzoek dat heeft geleid tot de maatregelen waarop het nieuwe onderzoek betrekking heeft, moeten zo spoedig mogelijk en uiterlijk 15 dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie een vragenlijst of andere formulieren aanvragen.

 

Om zich aan te melden en antwoorden op de vragenlijst en andere gegevens toe te zenden

Belanghebbenden die wensen dat bij het onderzoek met hun opmerkingen rekening wordt gehouden, moeten, tenzij anders vermeld, binnen 37 dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie contact met de Commissie opnemen, hun standpunt uiteenzetten en hun antwoorden op de vragenlijst en andere informatie verstrekken. De aandacht wordt erop gevestigd dat de meeste in de basisverordening vermelde procedurele rechten slechts kunnen worden uitgeoefend indien de betrokkene zich binnen de genoemde termijn bij de Commissie kenbaar maakt.

Ondernemingen die in een steekproef zijn opgenomen, moeten de vragenlijst binnen de in punt 6, onder b) iii), vermelde termijn ingevuld terugsturen.

 

Hearings

Binnen dezelfde termijn van 37 dagen kunnen belanghebbenden ook vragen door de Commissie te worden gehoord.

b)   Bijzondere termijn voor de samenstelling van de steekproef

De Commissie moet de in punt 5.1, onder a) i), ii) en iii), bedoelde informatie uiterlijk 15 dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie hebben ontvangen, daar zij de ondernemingen die zich bereid hebben verklaard in de steekproef te worden opgenomen, binnen 21 dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie over de definitieve samenstelling van de steekproef wil raadplegen.

Alle andere informatie die voor het samenstellen van de steekproef van nut kan zijn, als bedoeld in punt 5.1, onder a) iv), moet uiterlijk 21 dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie door de Commissie zijn ontvangen.

De antwoorden op de vragenlijst van de in de steekproef opgenomen partijen moeten, tenzij anders vermeld, uiterlijk 37 dagen nadat hun is medegedeeld dat zij in de steekproef zijn opgenomen, door de Commissie zijn ontvangen.

c)   Bijzondere termijn voor de selectie van het land met een markteconomie

De bij het onderzoek betrokken partijen kunnen opmerkingen maken over de selectie van de Verenigde Staten van Amerika als geschikt land met een markteconomie om de normale waarde voor de Volksrepubliek China vast te stellen (zie punt 5.1, onder d)). Deze opmerkingen moeten uiterlijk tien dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie door de Commissie zijn ontvangen.

7.   Schriftelijke opmerkingen, antwoorden op de vragenlijst en correspondentie

Alle opmerkingen en verzoeken moeten schriftelijk (niet elektronisch, tenzij anders vermeld) worden toegezonden onder opgave van naam, adres, e-mailadres, telefoon- en faxnummer van de belanghebbende. Alle schriftelijke opmerkingen, met inbegrip van de in dit bericht gevraagde informatie, antwoorden op de vragenlijst en correspondentie die op vertrouwelijke basis worden verstrekt, moeten van het opschrift „Limited” (8) zijn voorzien en moeten overeenkomstig artikel 19, lid 2, van de basisverordening vergezeld gaan van een niet-vertrouwelijke versie met de vermelding „For inspection by interested parties”.

Correspondentieadres van de Commissie:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Handel

Directoraat H

Kamer: N-105 04/92

1049 Brussel

BELGIË

Fax +32 22956505

8.   Niet-medewerking

Indien een belanghebbende toegang tot de nodige gegevens weigert of deze niet binnen de vastgestelde termijnen verstrekt, dan wel het onderzoek aanmerkelijk belemmert, kunnen overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening aan de hand van de beschikbare gegevens conclusies worden getrokken, zowel in positieve als in negatieve zin.

Wanneer blijkt dat een belanghebbende onjuiste of misleidende informatie heeft verstrekt, wordt deze buiten beschouwing gelaten en kan overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening gebruik worden gemaakt van de beschikbare gegevens. Indien een belanghebbende geen of slechts gedeeltelijk medewerking verleent en gebruik wordt gemaakt van de beschikbare gegevens, kunnen de resultaten voor deze belanghebbende minder gunstig zijn dan wanneer hij wel medewerking had verleend.

9.   Tijdschema voor het onderzoek

Het onderzoek zal overeenkomstig artikel 11, lid 5, van de basisverordening binnen 15 maanden na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie worden afgesloten.

10.   Verzoek om een nieuw onderzoek op grond van artikel 11, lid 3, van de basisverordening

Dit nieuwe onderzoek bij het vervallen van de maatregelen wordt geopend overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening. Overeenkomstig artikel 11, lid 6, van de basisverordening kunnen de bestaande maatregelen naar aanleiding van de bevindingen van het onderzoek worden ingetrokken of gehandhaafd, maar niet worden gewijzigd.

Belanghebbenden die van oordeel zijn dat het niveau van de maatregelen opnieuw moet worden onderzocht zodat het kan worden gewijzigd (d.w.z. verhoogd of verlaagd), kunnen een verzoek om een nieuw onderzoek indienen op grond van artikel 11, lid 3, van de basisverordening.

Zij moeten daartoe contact opnemen met de Commissie op het bovenstaande adres. Een dergelijk onderzoek zal onafhankelijk van het in dit bericht aangekondigde onderzoek worden uitgevoerd.

11.   Verwerking van persoonsgegevens

Persoonsgegevens die in het kader van dit onderzoek worden verzameld, zullen worden behandeld in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (9).

12.   Hoorder

Indien belanghebbenden van mening zijn dat zij bij de uitoefening van hun recht van verweer moeilijkheden ondervinden, kunnen zij vragen dat de hoorder van DG Handel wordt ingeschakeld. Hij fungeert als tussenpersoon tussen de belanghebbenden en de diensten van de Commissie en kan zo nodig aanbieden te bemiddelen in procedurele kwesties aangaande de bescherming van de belangen van de belanghebbenden tijdens de procedure, met name voor kwesties inzake toegang tot het dossier, vertrouwelijkheid, verlenging van termijnen en behandeling van schriftelijke en/of mondelinge opmerkingen. Belanghebbenden die contact willen opnemen, vinden de nodige gegevens en nadere informatie op de webpagina's van de voor de hearing bevoegde ambtenaar op de website van DG Handel (http://ec.europa.eu/trade).


(1)  PB C 249 van 17.10.2009, blz. 19.

(2)  PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51.

(3)  PB L 71 van 17.3.2005, blz. 1.

(4)  PB L 125 van 21.5.2009, blz. 1.

(5)  Voor de betekenis van het begrip „verbonden onderneming”, zie artikel 143 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1).

(6)  Zie voetnoot 5.

(7)  Zie voetnoot 5.

(8)  Dit betekent dat het document uitsluitend voor intern gebruik bestemd is. Het document is beschermd krachtens artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43). Het document is vertrouwelijk in de zin van artikel 19 van de basisverordening en artikel 6 van de WTOovereenkomst betreffende de toepassing van artikel VI van de GATT 1994 (antidumpingovereenkomst).

(9)  PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1.


PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID

Europese Commissie

16.3.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 64/15


STEUNMAATREGELEN VAN DE STATEN — HONGARIJE

Steunmaatregel C 31/09 (ex N 113/09) — Steun aan Audi Hungaria Motor Kft.

Uitnodiging overeenkomstig artikel 88, lid 2, van het EG-Verdrag om opmerkingen te maken

(Voor de EER relevante tekst)

2010/C 64/08

De Commissie heeft Hongarije bij schrijven van 28 oktober 2009, dat na deze samenvatting in de authentieke taal is weergegeven, in kennis gesteld van haar besluit tot inleiding van de procedure van artikel 88, lid 2, van het EG-Verdrag ten aanzien van de bovengenoemde steunmaatregel.

Belanghebbenden kunnen hun opmerkingen over de betrokken steunmaatregel ten aanzien waarvan de Commissie de procedure inleidt, maken door deze binnen een maand vanaf de datum van deze bekendmaking te zenden aan:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Concurrentie

Griffie Staatssteun

1049 Brussel

BELGIЁ

Fax +32 22961242

Deze opmerkingen zullen ter kennis van Hongarije worden gebracht. Een belanghebbende die opmerkingen maakt, kan, met opgave van redenen, schriftelijk verzoeken om vertrouwelijke behandeling van zijn identiteit.

TEKST VAN DE SAMENVATTING

BESCHRIJVING VAN DE MAATREGEL EN HET INVESTERINGSPROJECT

Op 26 februari 2009 hebben de Hongaarse autoriteiten hun voornemen aangemeld om, overeenkomstig de richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen (hierna „de richtsnoeren” genoemd) (1), regionale steun te verlenen aan Audi Hungaria Motor Kft. voor haar investeringsproject in Győr, in de regio West-Transdanubië (Nyugat-Dunántúl), een steungebied in de zin van artikel 87, lid 3, onder a), van het EG-Verdrag, waar een standaard regionalesteunplafond (in bruto subsidie-equivalent) voor grote ondernemingen geldt van 30 %.

Het project heeft betrekking op de bestaande fabriek van Audi in Győr, waar nieuwe productielijnen voor hightech motoren zullen worden geïnstalleerd. Door het investeringsproject zal een nieuwe generatie motoren en motoronderdelen worden geproduceerd voor een breed scala van modellen personenauto's van de Volkswagen-Porsche-groep. De investering ging in 2006 van start en zou volgens plan in 2011 worden voltooid.

De in aanmerking komende investeringskosten van het project bedragen in contante waarde 153,4 miljard HUF (511,3 miljoen EUR). De voorgenomen steun bedraagt 14,9 miljard HUF (49,5 miljoen EUR) in contante waarde, hetgeen een steunintensiteit van 9,69 % vertegenwoordigt, en voldoet dus aan de toepasselijke maximum steunintensiteit.

De steun bestaat uit een rechtstreekse subsidie op basis van de bestaande vrijgestelde regionalesteunregeling XR 47/07 en een belastingaftrek op basis van het goedgekeurde schema N 651/06.

BEOORDELING VAN DE VERENIGBAARHEID VAN DE STEUNMAATREGEL

De Commissie betwijfelt of kan worden ingestemd met de door Hongarije voorgestelde marktafbakening, en of de Volkswagen-Porsche groep niet meer dan 25 % van de verkoop van het desbetreffende product op de desbetreffende markt vertegenwoordigt en of de door het project gecreëerde productiecapaciteit niet meer dan 5 % bedraagt in het geval van een achterblijvende markt (punt 68 van de richtsnoeren).

De gesteunde investering moet worden beoordeeld op het niveau van de personenauto's, d.w.z. downstreammarkt van automotoren. De Commissie stelt vast dat zij van mening verschilt met de Hongaarse autoriteiten over de afbakening van de relevante productmarkt voor personenauto's. In deze fase betwijfelt de Commissie of bepaalde segmenten, in tegenstelling tot afzonderlijke segmenten van personenauto's uit de POLK-classificatie, kunnen worden beschouwd als de relevante productmarkt voor de toepassing van punt 68, onder a) en b), van de richtsnoeren. Indien rekening wordt gehouden met afzonderlijke segmenten, is de marktaandeeldrempel van 25 % overschreden. Voorts heeft de Commissie in deze fase ook twijfel of personenwagens en lichte bedrijfsvoertuigen als één geheel moeten worden behandeld.

Indien op basis van de tijdens de formele onderzoekprocedure verstrekte informatie niet bevestigd kan worden dat de maxima die zijn vastgesteld in punt 68, onder a), van de richtsnoeren in acht zijn genomen, moet de Commissie ook onderzoeken of de steun noodzakelijk is om een stimulerend effect op de investering te hebben en of de voordelen van de steunmaatregel opwegen tegen de daaruit voortvloeiende verstoring van de concurrentie en het effect op het handelsverkeer tussen lidstaten. Deze diepgaande beoordeling moet worden verricht op basis van de mededeling van de Commissie betreffende de criteria voor een diepgaande beoordeling van regionale steun voor grote investeringsprojecten (2).

Met het oog op deze diepgaande beoordeling wordt alle belanghebbenden verzocht om met name alle informatie te verstrekken die noodzakelijk is om het stimulerende effect op de economie van de steun vast te stellen, d.w.z. om te beoordelen of (1) de steun een prikkel is om een positieve investeringsbeslissing te nemen, doordat een investering die anders niet rendabel zou zijn voor de onderneming waar dan ook, in de steunregio kan worden gedaan hetzij (2) de steun een prikkel is om een investeringsproject in de regio in kwestie en niet ergens anders uit te voeren, doordat zij de nettohandicaps en de kosten die voortvloeien uit de vestiging in de steunregio compenseert. De vraag of scenario (1) dan wel (2) van toepassing is, bepaalt welk nulscenario (d.w.z. de situatie indien geen steun wordt verleend) speelt en dus welke de mogelijke verstoring van de concurrentie en het handelsverkeer als gevolg van de steun is.

TEKST VAN DE BRIEF

„A Bizottság tájékoztatni kívánja Magyarországot, hogy – a fent említett támogatási intézkedéssel kapcsolatban a magyar hatóságok által rendelkezésre bocsátott információk vizsgálatát követően – határozatot hozott az EK-Szerződés 88. cikkének (2) bekezdése szerinti eljárás megindításáról.

1.   ELJÁRÁS

(1)

A Bizottságnál 2009. február 26-án iktatott elektronikus bejelentésükben (SANI 2334) a magyar hatóságok bejelentették azon szándékukat, hogy a nemzeti regionális támogatásokra vonatkozó iránymutatás (a továbbiakban: RTI) (3) alapján regionális támogatást nyújtanak az Audi Hungaria Motor Kft. részére, annak Magyarország Nyugat-Dunántúl régiójában, Győrben tervezett beruházási projektjéhez.

(2)

A 2009. április 21-én (D/51611) és a 2009. augusztus 21-én (D/53595) kelt levelében a Bizottság kiegészítő tájékoztatást kért a bejelentett támogatási intézkedésről. A magyar hatóságok a Bizottságnál 2009. június 29-én (A/15528) és 2009. szeptember 17-én (A/20041) iktatott levelükben bocsátották rendelkezésre a kért kiegészítő információkat.

2.   A PROJEKT ÉS A TÁMOGATÁSI INTÉZKEDÉS LEÍRÁSA

(3)

A magyar hatóságok a régió fejlődésének előmozdítása céljából közvetlen támogatás és társaságiadó-kedvezmény formájában regionális támogatást kívánnak nyújtani az Audi Hungaria Motor Kft. (a továbbiakban: Audi Hungaria) részére, új generációs motorokat gyártó létesítmények létrehozására Győrben.

2.1.   A kedvezményezett

(4)

A támogatás kedvezményezettje az Audi Hungaria, a Volkswagen-csoport (a továbbiakban: VW-csoport) részét képező, németországi székhelyű Audi AG leányvállalata. A wolfsburgi székhelyű VW-csoport üzleti tevékenysége két divízióra bomlik: a gépjárműipari divízióra és a pénzügyi szolgáltatási divízióra. A gépjárműipari divízió különböző autómárkák gyártásával foglalkozik, míg a pénzügyi szolgáltatási divízióhoz a járműfinanszírozás és gépjármű-biztosítás tartozik.

(5)

A VW-csoporthoz a következő autómárkák tartoznak: Audi, Bentley, Bugatti, Lamborghini, Seat, Skoda, Volkswagen és Scania. Minden egyes márka önálló egységként, leányvállalati formában van jelen a piacon. A VW-csoport kiskategóriájú autóktól kezdve luxuskategóriás autókig és haszongépjárművekig gyárt autókat.

(6)

A vállalatcsoport összesen 44 gyárat üzemeltet 12 európai és hat amerikai, ázsiai és afrikai országban. 2008-ban 6,44 millió gépjárművet gyártottak, és 369 928 embert foglalkoztattak; teljes bevételük 113 808 millió EUR volt.

(7)

A VW-csoport mintegy […] (4), gyártással és/vagy értékesítéssel foglalkozó közös vállalkozás létrehozásáról szóló megállapodással rendelkezik. A saját értékesítésen és a közös vállalkozásokon keresztül történő értékesítésen kívül a VW-csoport az értékesítések egy korlátozott részét harmadik felekhez szervezi ki. Ennek keretében a VW-csoport […] marketing-, illetve kereskedelmi megállapodást kötött harmadik felekkel. A magyar hatóságok megerősítik, hogy a piaci részesedésre vonatkozóan átadott adatok a közös vállalkozás, kiszervezés vagy kereskedelmi megállapodás keretében gyártott és/vagy értékesített valamennyi gépjárművet magukban foglalják.

(8)

A Volkswagen AG és a Porsche SE felügyelő bizottsága a közelmúltban megállapodást kötött egy integrált személygépjármű-ipari vállalatcsoport megalapításáról (a továbbiakban: VW-PO-csoport) (5). Az összefonódásra, amelyhez mindkét vállalkozás részvényeseinek jóváhagyása szükséges, várhatóan 2011-ben kerül majd sor. Ezt a piaci részesedésre vonatkozó adatok számításakor figyelembe vették, ahogy az alább látható.

(9)

Az Audi Hungariát Győrben hozták létre 1993-ban, az Audi AG 100 %-os tulajdonában lévő leányvállalatként, amely azóta az Audi AG egyik, stratégiai szempontból legfontosabb létesítményévé vált. 2008-ban 5 879 embert foglalkoztatott, teljes bevétele 5 607 millió EUR volt. Az Audi Hungaria fő termékei a szinte kizárólag a VW-csoporton belül értékesített személygépjárművekhez gyártott motoralkatrészek és motorok. Az üzemben négy és tíz közötti hengerszámú Otto- és dízelmotorokat gyártanak a VW-csoport márkáihoz tartozó szinte valamennyi modellhez.

2.2.   A beruházási projekt

(10)

Az Audi Hungaria új generációs, 4–12 hengeres benzin- és dízelmotorokat fog gyártani. A motorokban olyan fontos újításokat fognak bevezetni, mint például az Audi új szelepemelő rendszere (AVS), a közvetlen dízel befecskendezés, a kisebb belső súrlódás, a kisebb üzemanyag-fogyasztás és az alacsonyabb kibocsátás. Az itt gyártott motorokat a POLK (6) által meghatározott piacfelosztási rendszer alapján az A00, A0, A, B, C, D és E piaci szegmensbe tartozó személygépjárművekbe fogják beépíteni.

(11)

A beruházások eredményeképpen az Audi Hungaria olyan új motoralkatrészek […] gyártását kezdi meg, amelyekkel ezelőtt még nem foglalkozott. Ezeket az alkatrészeket korábban külső beszállítóktól vagy a VW-csoporton belüli egyéb beszállítóktól szerezték be.

(12)

Mindemellett a beruházás eredményeképpen a győri üzem termelési kapacitása megközelítőleg évi [100 000 – 250 000] új motorral fog bővülni. Különösen a négy- és hathengeres […] motorok termelési kapacitása bővül majd.Ezen túlmenően bevezetik a négy- és hathengeres […] motorok, valamint a nyolc- és tízhengeres […] motorok új generációját is, bár e motortípusok teljes termelési kapacitása nem fog bővülni.

I.   Táblázat

Kapacitásbővülés

Motor

Napi kapacitás

2 006

2 012

 

[…] négyhengeres […] motorok

[…]

[…]

[…] négyhengeres […] motorok

[…]

[…]

V6-hengeres […]motorok

[…]

[…]

V6-hengeres […]motorok

[…]

[…]

V8/V10-hengeres […] motoro

[…]

[…]

V12-hengeres motorok

[…]

[…]

 

Teljes kapacitás

[…]

[…]

(13)

Az Audi Hungaria ezenkívül műszaki szempontból újításnak minősülő alkatrészek gyártását is megkezdi. A műszakilag új alkatrészek tekintetében a legfontosabb és leginnovatívabb újítás az AVS-vezérműtengelyek bevezetése. Ez az első olyan rendszer, amely a teljes szelepemelő mechanizmust a forgó és statikus szelepvezérlő alkatrészekbe integrálja. Az AVS stratégiai jelentőségű újítás, az egyedi technológia hatással lesz az Audi Hungaria által készített valamennyi benzinmotor gyártására. A technológia eredményeképpen 7 %-kal csökken az üzemanyag-fogyasztás, és alacsonyabb lesz a károsanyag-kibocsátás is. Mindezeken kívül, e beruházás keretében az Audi Hungaria megkezdi a V12-hengeres dízelmotorok gyártását is.

(14)

Amíg a termelési paletta a fent leírtaknak megfelelően tovább bővül, a meglévő alkatrészgyártásban olyan új, gépesített megmunkálási technológiákat vezetnek be, amelyek teljesen új tulajdonságokkal rendelkező alkatrészek gyártását teszik lehetővé. […]

(15)

A projekt keretében olyan földterületet, épületeket, gépeket, berendezéseket és gépjárműveket érintő beruházásokat eszközöltek, amelyek lehetővé teszik az új motoralkatrészek és motorok gyártását. A gépeket illetően új gyártósorokat fognak beszerezni, és a meglévő gyártósorokat új szerszámokkal fogják felszerelni, amely alapjában megváltoztatja e gyártósorok tulajdonságát, és garantálja az itt készített alkatrészek új jellegzetességeit. Magyarország megerősítette, hogy használt vagy meglévő berendezés nem tartozik az elszámolható költségek hatálya alá. A földterületet magánszemélyektől vásárolták piaci áron, és ez nem minősül állami támogatásnak.

(16)

A magyar hatóságok szerint a beruházást két alprojektre lehet osztani: ezek közül az első […] tartott, amely során beszerelték az újgenerációs 1[…] négyhengeres, a […] hathengeres benzinmotorokhoz, valamint a […] hathengeres dízelmotorokhoz szükséges gyártósorokat. […] A magyar hatóságoknak ezért az az álláspontja, hogy az 1. alprojekt tekinthető egyfajta kísérleti projektnek, amely során alkalom nyílik a szükséges tapasztalatok és know-how megszerzésére a második, nagyobb volumenű projekt megkezdése előtt.

(17)

A […] tartó második alprojekt keretében a komplexebb és/vagy nagyobb teljesítményű motorok gyártásához szükséges gyártósorokat fogják beépíteni. […]

(18)

A magyar hatóságok úgy tekintik, hogy a két alprojekt az RTI értelmében vett egyetlen beruházási projektnek a részét képezi.

(19)

A teljes beruházási projekt – amely az 1. és 2. alprojektből áll – végrehajtását 2006 szeptemberében kezdték meg. A befejezés tervezett időpontja 2011 decembere. A projekt által célzott teljes termelési kapacitás várhatóan 2012-re valósul meg. Ezt az ütemtervet mutatja az alábbi táblázat.

II.   Táblázat

A beruházási projekt ütemterve

 

Projekt kezdete

Projekt vége

Teljes termelési kapacitás

Projekt

2006.9.17.

2011.12.31.

2012

1.

alprojekt

[…]

[…]

 

2.

alprojekt

[…]

[…]

 

(20)

Az Audi Hungaria 2006. szeptember 15-én, vagyis két nappal az 1. alprojekt szerinti beruházás megkezdése előtt tájékoztatta beruházási terveiről a magyar kormányt egy támogatás iránti általános kérelemben. 2006. szeptember 26-i levelükben a magyar hatóságok megerősítették, hogy az Audi Hungaria elvben jogosult közvetlen támogatásra és a beruházások megvalósításának ösztönzéseképpen társaságiadó-kedvezményre.

(21)

Hosszas tárgyalások után a magyar hatóságok a kedvezményezettel 2008. december 17-én megkötött támogatási megállapodás alapján döntöttek a közvetlen támogatásról. Az adókedvezmény iránti kérelmet a kedvezményezett 2007. október 31-én nyújtotta be a magyar hatóságokhoz. Az adókedvezményre vonatkozó döntés folyamatban van, a Bizottság engedélyét várják.

2.3.   A beruházási projekt költségei

(22)

A projekt teljes becsült beruházási költsége névértéken […] millió forint ([…] millió EUR (7). A projekt összes elszámolható beruházási költsége névértéken 154 092 millió forint (513,61 millió EUR). Jelenértéken (8) ez az összeg 153 396 millió forint (511,28 millió EUR). A III. táblázat a projekt és az alprojektek összes elszámolható költségének évek és kategóriák szerinti bontását tartalmazza.

III.   táblázat

Elszámolható beruházási költségek (millió forint)

Az elszámolható költségek részletes bontása névértéken (millió forint)

 

1.

alprojekt

2.

alprojekt

ÖSSZESEN

2006

2007

Összesen

2007

2008

2009

2010

2011

Összesen

 

Földterület

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

Épület

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

Gépek

Berendezések

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

Gépjárművek

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

Összesen

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

154,092

(23)

A magyar hatóságok megerősítik, hogy használt berendezésekre nem fognak támogatást kérni, és hogy ilyen berendezés nem szerepel a projekt keretében elszámolható kiadások között. E tekintetben meg kell jegyezni, hogy az új gyártósorok részegységei a győri létesítmény meglévő gyártósoraira fognak épülni. A jelen ügyben azonban csak a műszaki átalakítás költségei és a felújítási költségek (például az új kiegészítő részegységek költsége) szerepelnek az elszámolható költségek között, az ismételten felhasznált gyártósor-elemek költségei nem.

(24)

A magyar hatóságok jelzik, hogy immateriális eszközök nem szerepelnek az elszámolható költségek között.

(25)

Mind a közvetlen támogatás, mind az adókedvezmény esetében a támogatásnyújtás feltétele, hogy a kedvezményezett a beruházási projekt befejezését követően legalább öt éven keresztül fenntartja a beruházást a támogatott régióban.

2.4.   A beruházás finanszírozása

(26)

A magyar hatóságok megerősítik, hogy a kedvezményezett saját, minden állami támogatástól mentes hozzájárulása meghaladja az elszámolható költségek 25 %-át.

2.5.   Regionális támogatás felső határa

(27)

Győr a Nyugat-Dunántúl régióban található, amely az EK-Szerződés 87. cikke (3) bekezdésének a) pontja alapján támogatott terület. A nagyvállalkozásokra vonatkozó normál regionális támogatás felső határa 30 % bruttó támogatástartalom (GGE), a 2007–2013 közötti időszakra vonatkozó magyar regionális támogatási térképpel (9) összhangban.

2.6.   Jogalap

(28)

A meglévő támogatási programok alapján az Audi Hungaria részére a pénzügyi támogatás nyújtása a következő nemzeti jogalapra tekintettel történik:

a)

A Nemzeti Fejlesztési és Gazdasági Minisztérium az XR 47/2007 támogatási program (10) (elődje: HU 1/2003 támogatási program) alapján nyújtja majd a támogatást, amely az 1628/2006/EK bizottsági rendelet (11) (a továbbiakban: RTI BER) alapján mentesítést élvez. E program jogalapját a Kormány egyedi döntésével megítélhető támogatások nyújtásának szabályairól szóló 8/2007. (I. 24.) GKM rendelet képezi.

b)

A Pénzügyminisztérium az N 651/06 »fejlesztési adókedvezmény« támogatási program (elődje: HU 3/2004 támogatási program) (12) alapján nyújtja majd az adókedvezményt. E programot a társasági adóról és az osztalékadóról szóló 1996. évi LXXXI. törvény és a fejlesztési adókedvezményről szóló 206/2006. (X.16.) Korm. rendelet hozta létre.

2.7.   A támogatás összege

(29)

Az Audi Hungaria részére a támogatást a következők szerint nyújtják:

a közvetlen támogatást éves részletekben fizetik ki 2009 és 2013 között;

a társaságiadó-kedvezmény (azaz a fejlesztési adókedvezmény) a tervek szerint 2012-ben kerül alkalmazásra.

(30)

A támogatás teljes összege névértéken 18 107,66 millió forint (60,35 millió EUR). A magyar hatóságok azt tervezik, hogy a projekttámogatást 2009 és 2013 között fizetik ki. Ennek eredményeképpen a támogatás összege jelenértéken 14 858,15 millió forintnak (49,52 millió EUR-nak) felel meg. A IV. táblázat a támogatás összegét tartalmazza a támogatási eszközök szerinti bontásban, név- és jelenértéken.

IV.   Táblázat

A támogatás összege név- és jelenértéken (millió forint)

Támogatási eszközök

Névérték

Jelenérték

Közvetlen támogatás

9 009,00

8 207,09

Fejlesztési adókedvezmény

9 098,66

6 651,06

Összesen

18 107,66

14 858,15

(31)

A magyar hatóságok megerősítik, hogy az állami támogatás jelenértéken számolt összegét arányosan csökkentik, amennyiben az elszámolható költségek jelenérték szerinti, forintban kifejezett összege az előre jelzett összegnél alacsonyabb.

(32)

A magyar hatóságok azt is megerősítik, hogy a projekthez nyújtott támogatás nem kumulálható az azonos elszámolható költségekre más helyi, regionális, nemzeti vagy közösségi forrásból kapott támogatással.

(33)

Az Audi Hungaria a Győrben 2003 előtt megkezdett beruházási tevékenységeihez már részesült beruházási támogatásban.

2.8.   Hozzájárulás a régió fejlődéséhez

(34)

A magyar hatóságok jelezték, hogy a beruházási projekt közvetlen következményeként 150 új munkahely fog létesülni.

(35)

A technológiai fejlesztés várhatóan a magyar beszállítói hálózat technológiai felszereltségi szintjének fejlődéséhez és bővüléséhez is hozzá fog járulni. Emellett, a szinergiákat kiaknázva, a meglévő gépjárműipari klaszter várhatóan tovább bővül a régióban, és további beszállítók mellett más vállalkozásokat is bevon a termelési folyamatba, amelyek csak közvetett módon kapcsolódnak a győri Audi Hungaria termeléséhez.

(36)

A magyar hatóságok azt is jelezték, hogy a beruházási projekt kapcsán szerzett ismereteknek és tapasztalatoknak a győri egyetemmel és a budapesti műszaki egyetemekkel meglévő együttműködés révén történő hasznosításával a beruházás a régió és a főváros felsőoktatásának minőségi fejlődéséhez és műszaki orientáltságának javításához is hozzájárul.

2.9.   Általános rendelkezések

(37)

A magyar hatóságok kötelezettséget vállaltak arra, hogy benyújtják a Bizottsághoz a következőket:

a támogatás odaítélését követő két hónapon belül az adott támogatási intézkedésre vonatkozó jogi aktusok,

a támogatás Bizottság általi jóváhagyásától számítva ötévenként időközi jelentés (amelynek részét képezik a kifizetett támogatási összegre, a támogatási szerződés teljesítésére, valamint az ugyanazon létesítményben/üzemben indított minden más beruházási projektre vonatkozó információk),

a támogatás utolsó részletének a bejelentett kifizetési ütemterven alapuló kifizetését követő hat hónapon belül részletes záró beszámoló.

3.   A TÁMOGATÁSI INTÉZKEDÉS ÉRTÉKELÉSE ÉS ÖSSZEEGYEZTETHETŐSÉGE

3.1.   Támogatás fennállása

(38)

Az Audi Hungaria részére a pénzügyi támogatást a magyar hatóságok nyújtják (közvetlen támogatás és társaságiadó-kedvezmény formájában), és az állam általános költségvetéséből finanszírozzák. A támogatás ezért az EK-Szerződés 87. cikkének (1) bekezdése értelmében tagállam által, állami forrásból nyújtott támogatásnak tekinthető.

(39)

Mivel a támogatást egyetlen vállalat, az Audi Hungaria részére nyújtják, az intézkedés szelektív jellegű.

(40)

Az Audi Hungaria részére közvetlen támogatás és társaságiadó-kedvezmény formájában nyújtott pénzügyi támogatás révén a vállalkozás mentesül azon költségek terhe alól, amelyeket normál körülmények között saját forrásból kellett volna viselnie, ezáltal gazdasági előnyhöz jut versenytársaival szemben.

(41)

A magyar hatóságok által közvetlen támogatás és társaságiadó-kedvezmény formájában nyújtott pénzügyi támogatásban olyan beruházás részesül, amely gépjármű-motorok gyártását célozza. Mivel az említett termék tekintetében intenzív kereskedelem folyik a tagállamok között, a szóban forgó támogatás valószínűleg befolyásolja a tagállamok közötti kereskedelmet.

(42)

Az Audi Hungaria és az általa végzett termelési tevékenység magyar hatóságok általi előnyben részesítése torzítja a versenyt, vagy azzal fenyeget.

(43)

Mindezek alapján a Bizottság úgy ítéli meg, hogy az Audi Hungaria részére közvetlen támogatás és társaságiadó-kedvezmény formájában nyújtott támogatás az EK-Szerződés 87. cikkének (1) bekezdése értelmében állami támogatásnak minősül.

3.2.   A támogatási intézkedés jogszerűsége és összeegyeztethetősége

(44)

Azáltal, hogy a tervezett támogatási intézkedést annak végrehajtása előtt bejelentették, a magyar hatóságok eleget tettek az EK-Szerződés 88. cikkének (3) bekezdése szerinti kötelességüknek.

(45)

Mivel az intézkedés regionális beruházási támogatásra vonatkozik, a Bizottság az RTI alapján végezte az értékelést. Az intézkedést olyan támogatásként jelentették be, amely meghaladja az RTI 64. és 67. pontjában meghatározott határértékeket. A Bizottság ezért figyelembe vette az RTI rendelkezéseit, különösen az RTI nagyberuházási projektekre vonatkozó 4.3. szakaszának rendelkezéseit.

3.3.   Az RTI általános rendelkezéseivel való összeegyeztethetőség

(46)

Nincs arra utaló jel, hogy általában a VW-csoport, vagy különösen az Audi Hungaria nehéz pénzügyi helyzetben lenne, mivel nem felel meg a nehéz helyzetben lévő vállalkozások megmentéséhez és szerkezetátalakításához nyújtott állami támogatásokról szóló közösségi iránymutatásban (13) meghatározott feltételeknek. Következésképpen a támogatás kedvezményezettje jogosult regionális támogatásra.

(47)

A támogatást egy csoportmentességi támogatási program (támogatás az XR 47/2007 támogatási program alapján), és egy jóváhagyott támogatási program (adókedvezmény az N 651/06 támogatási program alapján) alkalmazásában nyújtják, amelyek eleget tesznek az RTI általános megfelelőségi követelményeinek.

(48)

A projekt az RTI 34. pontja értelmében vett induló beruházás. Tekintettel a beruházás előtt nem gyártott új motoralkatrészek gyártására és néhány motortípus esetében a gyártási kapacitás növelésére, a beruházás meglévő létesítmény bővítésének minősül. Az RTI 34. pontja értelmében a műszaki szempontból új alkatrészek gyártása (mint például az új AVS-vezérműtengely bevezetése) a létesítmény termelésének további, új termékekkel történő diverzifikációjának minősül, az új gépi megmunkálási technológiáknak a meglévő alkatrészek gyártásában történő bevezetése pedig a meglévő létesítmény teljes termelési folyamatának alapvető megváltoztatását eredményezi.

(49)

A beruházási támogatás keretében elszámolható költségek (lásd a fenti III. táblázatot) meghatározása az RTI-vel összhangban, a támogatáshalmozódás szabályainak betartásával történt.

(50)

Az Audi Hungariának ugyancsak kötelezettsége, hogy a projekt befejezését követően legalább öt évig fenntartsa a beruházást a régióban. A kedvezményezett az elszámolható költségek legalább 25 %-át minden állami támogatástól mentes forrásból biztosítja.

(51)

Mivel a támogatást regionális támogatási program keretében nyújtják, a vizsgálat jelen szakaszában nem releváns az RTI 10. pontja, amely az ad hoc támogatás értékeléséhez további elemek figyelembevételét is előírja.

3.3.1.   Ösztönző hatás

(52)

A kedvezményezett 2006. szeptember 15-én, vagyis két nappal a beruházás megkezdése előtt adta be általános támogatás iránti kérelmét, de a magyar hatóságok csak a 2006. szeptember 26-i levélben erősítették meg, hogy az Audi Hungaria – a beruházás megvalósításának ösztönzése céljából – elvben jogosult közvetlen támogatásra és egy nem számszerűsített, közvetett adókedvezményre.

(53)

A közvetlen támogatást illetően a kedvezményezett a kérelem benyújtásának idején hatályos előző támogatási program, a »HU 1/2003 – Beruházásösztönzési célelőirányzat« (14) alapján nyújtotta be a támogatás iránti kérelmét, amely program az 1998 és 2006 közötti időszakra vonatkozó nemzeti regionális támogatásokról szóló iránymutatással (15) összhangban csak annyit írt elő, hogy a támogatás iránti kérelmet a beruházás megkezdése előtt kell benyújtani.

(54)

Az RTI 107. pontjával összhangban a Bizottság 2006. március 6-i levelében megfelelő intézkedéseket javasolt, és felkérte a tagállamokat, hogy valamennyi meglévő regionális támogatási program alkalmazását időben a 2006. december 31-ig megítélt támogatásokra korlátozzák. Miután Magyarország elfogadta a megfelelő intézkedéseket, a HU 1/2003 program 2006 végén hatályát vesztette, és 2007 januárjától XR 47/2007 néven indult meg újra.

(55)

Mivel a közvetlen támogatást feltételesen csak 2008. december 17-én nyújtották, és 2009. február 26-án jelentették be, a 2007–2013 közötti időszakra szóló RTI (16), az RTI BER és Magyarország 2007–2013-ra szóló regionális támogatási térképe (17) alkalmazandó.

(56)

Az RTI BER 5. cikke úgy rendelkezik, hogy a 2007. január 1-je után benyújtott kérelmek vonatkozásában a programot kezelő hatóságnak még a projektmunkálatok megkezdése előtt írásban meg kell erősítenie, hogy a – további részletes vizsgálat tárgyát képező – projekt elvben megfelel a programban meghatározott jogosultsági feltételeknek.

(57)

Meg kell vizsgálni, hogy teljesül-e az ösztönző hatásra vonatkozó feltétel az XR 47/2007 (korábbi HU 1/2003) csoportmentességi támogatási program alapján nyújtott közvetlen támogatás tekintetében.

(58)

Az RTI BER 5. cikke (1) bekezdése kimondja, hogy csak a 2007. január 1-je után benyújtott kérelmek esetében van szükség a jogosultság írásos megerősítésére a beruházás megkezdése előtt. Ezt a Bizottság 2006. június 12-i, a tagállamokhoz intézett levele (18) is megerősítette. Mivel a kedvezményezett a kérelem benyújtásának idején hatályos előző támogatási program, a »HU-1/2003 – Beruházásösztönzési célelőirányzat« alapján kérelmezte a támogatást, és az említett program végrehajtása folyamatosan, megszakítás nélkül zajlott, a Bizottságnak a 2006. december 31. előtt megkezdett projektekre vonatkozó bevett gyakorlata alapján elegendőnek kell tekinteni, ha a kedvezményezett a munkálatok megkezdése előtt benyújtotta a kérelmet.

(59)

Az RTI 38. pontja úgy rendelkezik, hogy a programot kezelő hatóságnak még a projektmunkálatok megkezdése előtt írásban meg kell erősítenie, hogy a – további részletes vizsgálat tárgyát képező – projekt elvben megfelel a programban meghatározott jogosultsági feltételeknek. E rendelkezés azonban nem vonatkozik azokra a támogatási programokra, amelyek esetében automatikusan adókedvezményt nyújtanak az elszámolható költségekre (19).

(60)

E tekintetben meg kell jegyezni, hogy az N 651/06 támogatási program – amely az N 504/04-gyel módosított HU 3/2004 program (20) utódja – automatikus adóintézkedés, ezért a fent leírt ösztönző hatásra vonatkozó feltételnek az Audi Hungaria részére nyújtott fejlesztési adókedvezmény esetében nem kell teljesülnie.

3.3.2.   Átláthatóság

(61)

A támogatások átláthatóságára vonatkozó szabályok tekintetében az RTI BER 8. cikkének (5) bekezdése és az RTI 108. pontja úgy rendelkezik, hogy a tagállamoknak közzé kell tenniük a regionális támogatási programok teljes szövegét, és kizárja azokat a projekteket, amelyek esetében a támogatási program közzététele előtt merültek fel költségek. Mivel az alkalmazott XR 47/2007 program jogalapját hivatalosan csak 2007. január 24-én fogadták el, és a Bizottság az N 651/06 támogatási programot csak 2007. május 10-én hagyta jóvá, első látásra úgy tűnik, hogy e feltétel nem teljesült.

(62)

A jelen ügyben azonban az átláthatósági követelmény teljesítettnek tekinthető, mivel a kérelem időpontjában már közzétették a regionális támogatási elődprogramokat – HU 1/2003 és HU 3/2004 –, azaz a lehetséges kedvezményezettek és érdekelt felek ismerhették a tartalmukat, az új programokat pedig kifejezetten a meglévő programok utódjaként határozták meg.

(63)

A Bizottság ezenfelül úgy ítéli meg, hogy az RTI BER 5. cikkének (1) bekezdésében és a tagállamoknak szóló 2006. június 12-i levélben foglalt, a 2007 előtt beadott támogatási kérelmek esetében a jogosultság megerősítésének a munkálatok megkezdése előtt történő benyújtására vonatkozó kötelezettség alóli mentesítést célzó átmeneti szabályok a kérelem pillanatában mentesítenek az utódprogram közzétételére vonatkozó követelmény alól is. Bármely egyéb értelmezés szerint hatástalan lenne az ösztönző hatásra vonatkozó átmeneti szabály.

3.3.3.   Következtetés

(64)

E megfontolások tükrében a Bizottság az ügy jelen szakaszában úgy véli, hogy az általános megfelelőségi követelmények teljesülnek.

3.4.   A nagyberuházási projekteknek nyújtott támogatásokra vonatkozó rendelkezésekkel való összeegyeztethetőség

3.4.1.   Egyetlen beruházási projekt (az RTI 60. pontja)

(65)

A magyar hatóságokkal egyetértésben a Bizottság az 1. és 2. alprojektet egyetlen beruházási projektnek tekinti.

(66)

A kedvezményezett 2003 előtt, vagyis az egyetlen beruházási projekt meghatározásában szereplő hároméves időszakon kívül, Győrben megkezdett beruházási tevékenységhez kapott támogatást.

3.4.2.   A támogatás intenzitása (az RTI 67. pontja)

(67)

A projekt jelenértéken tervezett összes elszámolható költsége 153 396 millió forint (511,28 millió EUR). Az RTI 67. pontjában meghatározott csökkentési mechanizmus alkalmazása után a projekt maximálisan megengedhető támogatási intenzitása 12,61 % GGE (bruttó támogatástartalom).

(68)

Mivel a javasolt támogatás intenzitása (9,69 % GGE) nem haladja meg a maximálisan megengedhető támogatási intenzitást (12,61 % GGE), a projekt tervezett támogatási intenzitása megfelel az RTI-nek.

3.4.3.   Az RTI 68. pontjának a) és b) alpontjában rögzített szabályokkal való összeegyeztethetőség

(69)

A Bizottság azon határozata, amellyel az RTI 68. pontja alá tartozó nagyberuházási projektek számára regionális támogatás nyújtását engedélyezi, a kedvezményezettnek a beruházás előtti és utáni piaci erejétől, és a beruházás által teremtett kapacitástól függ. Az RTI 68. pontjának a) és b) alpontjában foglalt megfelelő tesztek elvégzése érdekében a Bizottságnak először meg kell határoznia az érintett termék- és földrajzi piacot.

Érintett termék

(70)

A beruházás eredményeképpen az Audi Hungaria a POLK által meghatározott szegmentálási rendszer szerinti A00, A0, A, B, C, D és E szegmensekhez tartozó gépkocsikba beépítendő motoralkatrészeket és motorokat fog gyártani.

(71)

Ezenkívül, bár a beruházási projekt személygépkocsikba szánt motoralkatrészek és motorok gyártását célozza, az Audi Hungaria kis mennyiségben jachtokhoz is gyárt motorokat a VW-csoport hajózási részlege (Volkswagen Marine) számára. Az Audi Hungaria gyártja a motorok alapját, amelyből a Volkswagen Marine elkészíti a hajómotorokat. A hajókba szánt alapmotorokat ugyanazon a gyártósoron készítik, ahol a V6-os és V8-as dízelmotorokat gyártják a személygépkocsik számára. A hajómotorokat a Volkswagen Marine Salzgitterben (Németország) található üzemében fejezik be és szerelik össze.

(72)

Az RTI 69. pontja szerint az érintett termék rendszerint az a termék, amely a beruházási projekt tárgyát képezi. Ha azonban a projekt közbenső termékre vonatkozik, és a termelés jelentős része nem kerül piaci értékesítésre, az érintett termék lehet a másodlagos termék. A 2002/781/EK határozatban a Bizottság úgy ítélte meg, hogy »a járműgyártó által készített motorok érintett piaca az a piac, amely számára a motort gyártják« (21). Ezt a megközelítést követi a 2003/647/EK bizottsági határozat (22), és a legújabb 2008/1613/EK határozat (23) is. A szóban forgó ügyben az Audi Hungaria által készített motorok több mint [90-100]%-a a VW-PO-csoporton belül kerül értékesítésre. Majdnem az összes motoralkatrészt közvetlenül autómotorokba építik be. A maradék elhanyagolható mennyiséget a továbbiakban garanciális cserealkatrészként fogják használni, és csak egy nagyon kis részük kerül értékesítésre a VW-PO-csoporton kívül.

(73)

Következésképpen a Bizottság az RTI 69. pontjának alkalmazásában úgy ítéli meg, hogy e határozatban a gépjárművek (személygépkocsik) jelentik az érintett terméket.

(74)

A hajók számára készített alapmotorokat nem a piacon értékesítik, hanem a Salzgitterben található Volkswagen-üzemnek adják el, ahol olyan speciális szerelési műveleteket és kezeléseket végeznek rajtuk, amelyek után azokat a Volkswagen Marine hajómotorként tudja értékesíteni a piacon. Következésképpen az Audi Hungaria üzemében készített termékek közbenső termékek, és a másodlagos terméket, azaz a kész hajómotorokat, amelyek számára az Audi Hungaria biztosítja az alapmotort, kell érintett terméknek tekinteni.

Érintett termékpiac

(75)

Az RTI 69. pontja úgy rendelkezik, hogy az érintett termékpiac magában foglalja az érintett terméket és az azt helyettesítő termékeket, amelyeket vagy a fogyasztó (a termék tulajdonságai, ára és felhasználhatósága alapján), vagy az előállító (a gyártóberendezések rugalmassága miatt) annak tekint.

(76)

Összefonódásra vonatkozó határozataiban a Bizottság elismerte, hogy bár a gépjárműpiac néhány objektív kritérium, például a motor mérete vagy az autó hossza alapján hagyományosan szegmentált, a szegmensek közötti határvonalat egyéb tényezők elmossák. Ilyen tényező többek között az ár, a termék megítélése és az extra felszerelések száma. A Bizottság ezért, egészen mostanáig, összefonódásokkal kapcsolatos valamennyi határozatában nyitva hagyta azt a kérdést, hogy a versenyhelyzet elemzése céljából a személygépjárművek piaci szegmensét egy termékpiacnak kell-e tekinteni, vagy további részekre kell bontani.

(77)

A Bizottság megjegyzi, hogy a Prodcom-kódok (24) ebben az esetben nem alkalmazhatók a piac további felosztására, többek között azért, mert túl sok az átfedés, és mert az osztályozást az iparág nem alkalmazza általánosságban a piacok felmérésére.

(78)

Több másik, például az Európai Gépjárműgyártók Szövetsége (ACEA), az európai újautó-értékelési program (NCAP), az USA energiaügyi minisztériuma és nagy autógyártók által internetes oldalukon használt osztályozási rendszert is lehetne alkalmazni.

(79)

Tekintettel a különböző célú alkalmazásra (például töréstesztekre), a földrajzi különbségekre (az USA piacán inkább a nagy autók dominálnak) és egy általánosan elfogadott osztályozási rendszer hiányára, az osztályozási rendszerek eltérnek egymástól.

(80)

Számos szolgáltató foglalkozik a gépjárműpiac elemzésével. Ezek közül a legismertebb és legelismertebb a Global Insight és a POLK. A Global Insight, egy előrejelzésekkel foglalkozó nagy tanácsadó cég, a személygépjármű-piac szűk felosztását javasolja (27 szegmens). A POLK a gépjárműpiacot A000, A00, A0, A, B, C, D és E szegmensek szerint osztja fel, amelyek közül az A000 szegmens a kiskategóriás autókat, míg az E szegmens a luxuskategória felső szintjét takarja. Az A000 szegmenstől az E szegmens felé haladva fokozatosan emelkedik a személygépjárművek átlagára, mérete és átlagos motorteljesítménye.

(81)

A magyar hatóságok a támogatás bejelentésében a POLK által alkalmazott rendszert választották, […]. A Bizottság az ügy jelen szakaszában úgy ítéli meg, hogy a POLK piaci osztályozása megfelelő és kielégítően részletes referenciarendszernek tekinthető, és a szóban forgó projekt értékeléséhez ezt a felosztást alkalmazza.

(82)

A személygépjárművek és a könnyű haszongépjárművek külön szegmensekbe történő további felosztását illetően a magyar hatóságok véleménye az, hogy az ilyen piaci felosztás nincs egyértelműen meghatározva, és ezért nem meggyőző. Így azonos felszereltségű gépjárműveket (például a VW Touareg) az egyik tagállamban a személygépjárművek, a másikban a könnyű haszongépjárművek kategóriába sorolják.

(83)

Ráadásul, az autógyártók bizonyos felszereltséggel ellátott modellváltozatokat kínálnak, amely lehetővé teszi a vásárló számára, hogy válasszon az adott tagállamban érvényes meghatározás szerinti személygépjármű vagy könnyű haszongépjármű változat közül. A gyártók a gyártósorokat úgy alakítják ki, hogy azok alkalmasak legyenek különböző, országok szerint eltérő felszereltségű személygépjármű és könnyű haszongépjármű változatok készítésére is.

(84)

A fenti kontextus ellenére ebben a határozatban a személygépjárműveket és könnyű haszongépjárműveket nem külön, hanem egységesen kezelve a megfelelő A00, A0, A, B, C, D és E szegmensbe sorolják. A Bizottság felkéri a harmadik feleket, hogy nyújtsák be ezzel kapcsolatos észrevételeiket.

(85)

A Bizottság megjegyzi, hogy a keresleti oldalon van bizonyos fokú helyettesíthetőség a szegmensek hátárán, például az A szegmensbe és a B szegmensbe tartozó autók, vagy a luxuskategóriás szegmensek között. A Bizottság megvizsgálta a keresleti oldalról való helyettesítési láncok lehetőségét (25) a különböző szegmensek között. Mindazonáltal nehéz a gépjárművek helyettesíthetősége mellett érvelni a lehetséges szegmensek végein, mivel például a legolcsóbb személygépjárművek nem helyettesíthetők közvetlenül drágább személygépjárművekkel.

(86)

A személygépjárművek gyártói általában több szegmensben is jelen vannak. A gyártók válthatnak a különböző személygépjármű-típusok között, mivel sok autó ugyanarra az alapra épül. A személygépjárművek szegmensei átfedik egymást.

(87)

Az ügy jelen szakaszában a Bizottság nyitva hagyja az érintett termékpiac pontos meghatározását, és minden elfogadható alternatív piaci meghatározást meg fog vizsgálni (beleértve azt a legszűkebb piaci felosztást is, amelyre vonatkozóan még adatok állnak rendelkezésre). Ez a megközelítés összhangban van a Bizottság N 767/07 (Ford Craiova) (26), N 635/08 (Fiat Szicília) (27) és N 473/08 (Ford Espana) (28) állami támogatásokkal kapcsolatos határozataiban foglaltakkal.

(88)

Mivel az Audi Hungaria az A00, A0, A, B, C, D és E szegmensbe tartozó gépjárművekbe szánt motoralkatrészeket és motorokat fog gyártani, a Bizottság az ügy jelen szakaszában az említett szegmenseket és az egész személygépjármű-piacot (beleértve a könnyű haszongépjárműveket) tekinti érintett piacnak.

(89)

Meg kell azonban jegyezni, hogy az ügy jelen szakaszában Magyarország és a Bizottság véleménye eltér az érintett piacok meghatározását illetően. A magyar hatóságok azzal érveltek, hogy egy meghatározott motortípust – bizonyos technikai korlátokhoz mérten – több modellbe és szegmensbe is be lehet építeni. A különböző gépjárműmodellek iránti piaci kereslettől függ, hogy az elkészített motorokat végül melyik szegmensbe építik be. Alapvetően az egyes motorokban lévő hengerek száma határozza meg azt, hogy melyik gépjárműtípusba lehet beépíteni az adott motort, vagyis, hogy a gyártás melyik szegmenst érinti. Emellett a magyar hatóságok közölték, hogy az Audi Hungaria üzemeiben a gyártási folyamat során a motorokat elsősorban a hengerek száma szerint különböztetik meg. Ezért minden egyes motortípus (pl. négyhengeres, hathengeres stb.) külön gyártósoron, helyiségben és akár külön szervezeti részlegben készül.

(90)

A magyar hatóságok szerint az egyes szegmensek helyett a következő szegmenscsoportokat kell figyelembe venni:

a négyhengeres motorokat az A00–C szegmensekbe építik be,

a hathengeres motorokat a B–D szegmensekbe építik be,

a nyolchengeres motorokat a B–E szegmensekbe építik be,

a tíz-tizenkéthengeres motorokat a C–D szegmensekbe építik be.

(91)

A hajómotorok tekintetében, mivel az Audi Hungaria csak dízel alapmotorokat készít, a Volkswagen Marine csak dízel hajómotorok gyártásával és értékesítésével foglalkozik, a dízel hajómotorok piaca tekintendő érintett termékpiacnak.

Érintett földrajzi piac

(92)

Az RTI 70. pontja előírja, hogy az RTI 68. pontja szerinti tesztek elvégzése céljából a piacokat rendszerint EGT-szinten kell meghatározni.

(93)

Közelmúltban elfogadott határozataival összhangban a Bizottságnak az a véleménye, hogy kínálati oldalról nézve a gépjárműipari ágazatban legalább EGT-szintű, de még inkább globális szintű termelés folyik. Figyelembe véve azt a megállapítást, hogy a nagyobb gépjárműgyártók világpiaci szereplők, akik különböző kontinenseken és országokban rendelkeznek gyártóüzemekkel és elosztórendszerrel, a VW-PO-csoport legalább európai piaci szereplőnek számít. A VW-csoport által az EGT-n belül gyártott gépjárművek átlagosan több mint [15–30] %-át exportálják.

(94)

Fogyasztói szempontból a versenyfeltételek jelentős mértékben javultak az Európai Unióban, különösen a technikai akadályok és elosztórendszerek tekintetében, bár az árkülönbségek és az adórendszerek közötti eltérések továbbra is akadályt jelentenek, és a főbb versenytársak piaci behatolási arányai különbözőek az egyes tagállamok és különösen a kontinensek szerint. Az alacsony szállítási költségek, illetve az, hogy a főbb gyártók szinte valamennyi tagállamban és a világ legnagyobb országaiban jelen vannak, EGT-szintű vagy még inkább világméretű piac meglétére utalnak.

(95)

A gyártólétesítmények részére nyújtott támogatásokra vonatkozó állami támogatási határozatokban, amelyek a támogatásoknak a gyártók közötti verseny torzulására, illetve a tagállamok közötti kereskedelemre gyakorolt hatásait értékelik, a gyártási szempontok meghatározóak.

(96)

A magyar hatóságok véleménye szerint a VW-PO-csoport esetében az érintett földrajzi piac világméretű, mivel a nagy, nemzetközi szinten tevékeny gépjárműgyártók világszinten versenyeznek. Az EGT- és az észak-amerikai piac telített. Ennek ellenére 2005 és 2013 között durván 64 %-os növekedést értek el az ázsiai, dél-amerikai, orosz és afrikai, globálisan növekvő piacokon. Ez a fejlődés vagy a piacok további integrációjához és a gépjárműpiac globalizációjához fog vezetni, vagy a gyártás növekvő piacokra történő áttelepülését fogja eredményezni.

(97)

A magyar hatóságok különösen a következő érvekkel igazolták álláspontjukat:

A VW-csoport gyártóüzemei és értékesítési területei megtalálhatók Európában, Észak-Amerikában, Dél-Amerikában, Afrikában és Ázsiában.

Az EGT az egyetlen régió, ahol valamennyi (A00, A0, B, C, D és E) szegmenshez gyártanak gépjárműveket.

A VW-csoport B szegmensbe tartozó gépjárműveket szinte kizárólag az EGT területén gyárt. 2008-ban a VW-csoport […]B szegmensbe tartozó gépjárművet készített, ebből […]darabot az EGT területén. Ezek az autók az EGT-n belül ([…]) és az EGT-n kívül kerültek forgalomba. A legyártott autók teljes mennyiségéhez viszonyítva az export aránya [25–35] %.

A VW-csoport D és E szegmensbe tartozó gépjárműveket kizárólag az EGT területén gyárt. A 2008-ban a VW-csoport által az e szegmensekben gyártott […] gépjármű több mint [45–60] %-át exportálták Észak-Amerikába, Dél-Amerikába, Afrikába és Ázsiába.

Mivel az egyes régiókban a termelés és az értékesítés mértéke nem egyenlő arányban oszlik meg, a gépjárműveket a gyártó létesítményekből az értékesítő területekre szállítják a világ minden pontján.

(98)

A magyar hatóságok közölték továbbá, hogy az autóalkatrészeket gyártó új üzemek létesítésére/bővítésére az egész csoporton belül pályázatot írnak ki, amelyen a világ minden pontjáról vesznek részt gépjárműgyártók.

(99)

A fentiek alapján a Bizottság a szóban forgó ügy értékelése során úgy ítéli meg, hogy az érintett termékek érintett földrajzi piaca legalább EGT-szintű. A gépjármű-szegmensek piaci részesedését EGT-szinten és világszinten is meghatározzák.

(100)

Magyarország szerint a hajómotorok érintett földrajzi piaca világméretűnek tekinthető, mivel a dízel hajómotorok piacán sok versenytárs van jelen világszinten. A Volkswagen Marine világviszonylatban is értékesíti dízel hajómotorjait, bár az aktuális statisztikai adatok szerint az eladások legnagyobb része az EGT területén valósul meg. Következésképpen a dízel hajómotorok érintett földrajzi piaca legalább EGT-szintű, ha nem világméretű. Az alábbi táblázat a VW-csoport piaci részesedésének elemzésére szolgáló adatokat tartalmazza, világviszonylatban és EGT-szinten.

Piaci részesedés

Személygépjárművek

(101)

Annak vizsgálata érdekében, hogy a projekt megfelel-e az RTI 68. pontja a) alpontjának, a Bizottságnak elemeznie kell a támogatás kedvezményezettjének beruházás előtti és utáni piaci részesedését, és ellenőriznie kell, hogy a piaci részesedés meghaladja-e a 25 %-ot.

(102)

A kedvezményezett piaci részesedését vállalatcsoporti szinten mérik fel az érintett termék- és földrajzi piacokon. Mivel az Audi Hungaria új beruházási projektje 2006-ban indult és a teljes gyártáskapacitást előreláthatóan 2012-re érik el, a Bizottság a 2005 és 2013 közötti időszakra vonatkozóan fogja megvizsgálni a VW-PO-csoport (beleértve a vállalatcsoporthoz tartozó összes márka) piaci részesedését az érintett piacokon.

(103)

A magyar hatóságok megerősítették, hogy a benyújtott adatok figyelembe veszik a VW-csoport és más vállalkozások között létrejött, gépkocsik gyártására és értékesítésére vonatkozó kereskedelmi és marketing-megállapodásokat.

(104)

Figyelembe véve a termelési költségekben, illetve a különböző személygépjárművek árában mutatkozó jelentős különbségeket, valamint a megbízható árbecslések elérhetőségének nehézségeit, a piacok és a piac alakulásának meghatározásához az ágazatban általában mennyiségi adatokat használnak. A magyar hatóságok a piaci részesedésre vonatkozóan a következő adatokat nyújtották be:

V.   Táblázat

A VW-csoport/VW-PO-csoport piaci részesedése a személygépkocsikra (a könnyű haszongépjárművekkel együtt) vonatkozó egyes szegmensek alapján

A00

szegmens

VW-csoport

VW-PO-csoport

 

2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

EGT

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

Világviszonylatban

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

A0

szegmens

 

 

 

2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

EGT

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

Világviszonylatban

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

A

szegmens

 

 

 

2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

EGT

[< 25]%

[< 25]%

[< 25]%

[< 25]%

[< 25]%

[< 25]%

[< 25]%

[< 25]%

[< 25]%

Világviszonylatban

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

B

szegmens

 

 

 

2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

EGT

[< 25]%

[< 25]%

[< 25]%

[> 25]%

[> 25]%

[> 25]%

[> 25]%

[< 25]%

[< 25]%

Világviszonylatban

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

C

szegmens

 

 

 

2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

EGT

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

Világviszonylatban

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

D

szegmens

 

 

 

2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

EGT

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[> 25]%

[> 25]%

[> 25]%

[> 25]%

[> 25]%

Világviszonylatban

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

E

szegmens

 

 

 

2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

EGT

[> 25]%

[< 25]%

[> 25]%

[> 25]%

[< 25]%

[< 20]%

[> 25]%

[> 25]%

[> 25]%

Világviszonylatban

[> 25]%

[> 25]%

[> 25]%

[> 25]%

[> 25]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

Valamennyi szegmens

 

 

 

2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

EGT

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 25]%

[< 25]%

Világviszonylatban

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

(105)

A fenti számadatok alapján a piaci részesedés meghaladja a 25 %-os határértéket. Ez nem csak az EGT-szintre vonatkozó számadatok esetében (a B szegmensre vonatkozóan 2008, 2009, 2010 és 2011, a D szegmensre vonatkozóan 2009, 2010, 2011, 2012 és 2013, az E szegmensre vonatkozóan 2005, 2007, 2008, 2011, 2012 és 2013 tekintetében), hanem a világviszonylatban mért számadatok esetében (az E szegmensre vonatkozóan 2005, 2006, 2007, 2008 és 2009 tekintetében) is igaz.

(106)

A fentiek értelmében tehát a magyar hatóságok azt javasolják, hogy a piaci részesedést szegmenskombinációk szintjén kellene kiszámítani. Így az alábbi eredményre jutunk:

VI.   Táblázat

A VW-csoport/VW-PO-csoport piaci részesedése szegmenskombinációk alapján

A00–C

szegmens

VW-csoport

VW-PO-csoport

 

2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

EGT

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 25]%

[< 25]%

[< 25]%

Világviszonylatban

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

B–D

szegmens

 

 

 

2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

EGT

[< 20]%

[< 25]%

[< 25]%

[< 25]%

[< 25]%

[< 25]%

[< 25]%

[< 25]%

[< 25]%

Világviszonylatban

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

B–E

szegmens

 

 

 

2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

EGT

[< 20]%

[< 25]%

[< 25]%

[< 25]%

[< 25]%

[< 25]%

[< 25]%

[< 25]%

[< 25]%

Világviszonylatban

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

C–D

szegmens

 

 

 

2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

EGT

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

Világviszonylatban

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

(107)

A fenti számadatok alapján a piaci részesedés nem haladná meg a 25 %-os határértéket.

(108)

A Bizottság nincs meggyőződve arról, hogy a piaci részesedés pusztán szegmenskombinációk alapján történő meghatározása igazolható lenne. A Bizottság gyakorlata az, hogy a piac minden elfogadható alternatív meghatározását (beleértve a legszűkebb felosztást is, amelyre vonatkozóan még adatok állnak rendelkezésre) megvizsgálja, amelyet a Bizottságnak a közelmúltban az állami támogatásokkal kapcsolatban elfogadott határozatai (N 767/07 Ford Craiova (29), N 635/08 Fiat Szicília (30) és N 473/08 Ford Espana (31) is megerősítenek. E határozatokban a vizsgált projekttel kapcsolatban még a legszűkebb elfogadható piac esetében sem merültek fel problémák, így a piac pontos meghatározását nyitva lehetett hagyni (még akkor is, ha – ahogy azt a határozatokban el is ismerték – a különböző szegmensek között bizonyos fokú helyettesíthetőség állt fenn).

(109)

A Bizottság az ügy jelen szakaszában úgy ítéli meg, hogy a támogatott projekt az egyedi (legszűkebb) szegmensek tekintetében hatással lehet a Volkswagen-csoport piaci pozíciójára, ezért lehetségesnek és indokoltnak tűnik, hogy a piaci részesedés meghatározása e legszűkebb szegmensekre, és ne a különböző motortípusok szerint meghatározott szegmenscsoportokra történjen.

(110)

Úgy tűnik, a támogatás kedvezményezettjének részesedése az érintett termék(ek) »legrosszabb forgatókönyvnek« tekintett legszűkebb elfogadható piacon történő értékesítéséből több mint 25 % (lásd az V. táblázatot). Következésképpen úgy tekintjük, hogy e szakaszban nem teljesül az RTI 68. pontjának a) alpontjában meghatározott követelmény.

(111)

Magyarország úgy véli, hogy a kérelmező piaci pozíciójának a beruházást megelőzően egy évvel és a beruházást követően egy évvel történő meghatározása a személygépkocsi-ipar esetében torz eredményre vezet.

(112)

A személygépkocsik piacát nagymértékben befolyásolja az új modellek megjelenése és a meglévő modellek módosítása. Egy új modell bejelentésének hatására az aktuális modell értékesítési adatai azonnal csökkennek, mivel az új modell megjelenése negatív módon befolyásolja a meglévő modell viszonteladási értékét. Másrészről az új modell megjelenésének évében az értékesítési adatok hirtelen felszöknek. Emellett egy másik autógyártó új modelljének megjelenése negatív hatással lehet az értékesítési adatokra.

(113)

Az E szegmensben például a VW-PO-csoport piaci részesedése világviszonylatban 2010-től jelentős mértékben csökkenni fog a POLK előrejelzése szerint. A piaci részesedés csökkenése az új […] modell megjelenésének tulajdonítható a POLK előrejelzése szerint.

(114)

Ezért Magyarország úgy véli, hogy egy gépjárműgyártó tényleges piaci részesedésének meghatározásához nem egy pontszerű, hanem egy időszak-orientált módszer lenne megfelelő. Magyarország véleménye szerint egy ötéves vizsgálati időszak megfelelő lenne egy meggyőző átlagolt érték meghatározásához.

(115)

A következő táblázat a VW-/VW-PO-csoport szegmensek szerinti részesedését tartalmazza ötéves vizsgálati periódus átlaga szerint:

VII.   Táblázat

A VW-csoport/VW-PO-csoport szegmensek szerinti részesedése világviszonylatban 5 év átlaga alapján

 

2005-2009

2006-2010

2007-2011

2008-2012

2009-2013

A00

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

A0

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

A

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

B

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

C

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

D

[< 20]%

[20-25]%

[20-25]%

[< 20]%

[< 20]%

E

[> 25]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

Egyéb

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

[< 20]%

(116)

Amint látható, legalább az E szegmensben még az öt év átlaga alapján számolt piaci részesedés is (ami ellentétes az RTI 68. pontja a) alpontjának bevett bizottsági értelmezésével, amelyet számos, a személygépjármű-piacra vonatkozó állami támogatási határozat (32) is követ) meghaladja a 25 %-ot világszinten. Az EGT szintjén még több szegmens esetében jutnánk ugyanilyen eredményre.

Hajómotorok

(117)

A magyar hatóságok megjegyzik, hogy a hajómotorok piacát illetően még nem állnak rendelkezésre a gépjárműiparéhoz hasonlóan kidolgozott hivatalos adatok és bevezetett módszerek. A következő adatok a hajózási termékekkel foglalkozó nemzetközi szövetség (IMPA) által rendelkezésre bocsátott számadatok és számítások, valamint a VW-csoport becslései alapján kerültek meghatározásra.

VIII.   Táblázat

A VW-csoport piaci részesedése a dízel hajómotorok világpiacán (mennyiség alapján)

 

2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

Összes gyártó értékesítései a világpiacon

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

A Volkswagen-csoport értékesítései a világpiacon

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

A Volkswagen-csoport világpiaci részesedése (%)

[< 2,5] %

[< 2,5] %

[< 2,5] %

[< 2,5] %

[< 2,5] %

[< 2,5] %

[< 2,5] %

[< 2,5] %

[2,5–5] %


IX.   Táblázat

A VW-csoport piaci részesedése a dízel hajómotorok EGT-szintű piacán (mennyiség alapján)

 

2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

Összes gyártó értékesítései az EGT-piacon

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

A Volkswagen-csoport értékesítései az EGT-piacont

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

A Volkswagen-csoport EGT-piaci részesedése (%)

[< 2,5] %

[< 2,5] %

[< 2,5] %

[< 2,5] %

[< 2,5] %

[2,5–5] %

[2,5–5] %

[2,5–5] %

[2,5–5] %

(118)

A fenti adatok azt mutatják, hogy a Volkswagen-csoport piaci részesedése az EGT területén és világviszonylatban nem haladja meg az 5 %-ot. Ennek megfelelően a piaci részesedés a hajómotorok esetében nem haladja meg az RTI 68. pontjának a) alpontjában meghatározott 25 %-os határértéket.

Termelési kapacitás

Személygépjárművek

(119)

A Bizottságnak azt is meg kell vizsgálnia, hogy a beruházási projekt megfelel-e az RTI 68. pontjának b) alpontjában foglaltaknak. Ellenőriznie kell, hogy a projekt által létrehozott termelési kapacitás az érintett termék megnyilvánuló fogyasztási adatok alapján számított piaca méretének kevesebb mint 5 %-át teszi-e ki, kivéve ha a legutóbbi öt év átlagában a termék megnyilvánuló fogyasztásának növekedése az EGT GDP-jének átlagos évi növekedését meghaladta.

(120)

A Bizottságnak ezért először azt kell megvizsgálnia, hogy a piac az EGT területén, az érintett termék megnyilvánuló fogyasztásának átlagos évi növekedése alapján alulteljesít-e. Magyarország csak a teljes személygépjármű-piacon a 2002 és 2007 közötti időszakban megnyilvánuló fogyasztásra vonatkozóan nyújtott be adatokat (vagyis azokra az évekre vonatkozóan, amelyekre a bejelentés időpontjában rendelkezésre álltak adatok). Ezek alapján az átlagos évi növekedés 1,18 % volt, azaz elmaradt a 27-tagú EU GDP-jének azonos időszakra vonatkozó átlagos évi növekedésétől (3,97 %).

(121)

A létrehozott termelési kapacitás mértékét illetően emlékeztetni kell arra, hogy a gyártósorok (azaz a létrehozott kapacitás) az egyes motortípusok (pl. négyhengeres, hathengeres stb.) szerint kerültek kialakításra. Arra is emlékeztetni kell, hogy egy adott motortípust több, különböző szegmensbe tartozó modellbe lehet és fognak beépíteni, és – a magyar hatóságok szerint – nem lehet a létrehozott kapacitást előre elosztani az egyes személygépjármű-szegmensek között.

(122)

E vonatkozásban a Bizottság megjegyzi, hogy az N 767/07 – Románia – LIP – Ford Craiova ügyben meg lehetett becsülni, hogy a támogatott üzemben gyártott motorokat milyen arányban fogják beépíteni a különböző egyedi szegmensekben. Ezenfelül a piacmeghatározásnak alapesetben azonosnak kell lennie az RTI 68. pontja a) és b) alpontjának alkalmazásában. Ezért a Bizottság felkéri az érdekelt feleket, hogy nyújtsák be észrevételeiket a Magyarország által javasolt megközelítés megfelelőségével kapcsolatban.

(123)

Meg kell jegyezni, hogy a beruházás a meglévő győri üzemben valósul meg, itt gyártották a bejelentett beruházásban érintett motortípusok előző modelljeit. Következésképpen csak a beruházás által létrehozott nettó kapacitásbővítést kell figyelembe venni.

(124)

Az Audi Hungaria beruházása által létrehozott teljes nettó kiegészítő kapacitás mennyiségi szempontból megközelítőleg [100 000–250 000] motort, azaz az EGT teljes személygépjármű-piacának [0,5–2,5] %-át teszi ki (33).

(125)

A különböző motortípusok és a megfelelő szegmenscsoportok tekintetében a számadatok a következők:

X.   Táblázat

Helyi nettó kiegészítő kapacitás a teljes személygépkocsi-piac eredményének százalékában az érintett szegmenskombinációkban (könnyű haszongépjárművek nélkül)

Négyhengeres motorok

2005

2013

A00 – C

szegmensek

[…]

[…]

Kapacitásbővülés

[…]

Kapacitás aránya

[0–2,5]%

[0–2,5]%


Hathengeres motorok

2005

2013

B-D

szegmensek

[…]

[…]

Kapacitásbővülés

[…]

Kapacitás aránya

[0–2,5]%

[0–2,5]%


Tizenkéthengeres motorok

2005

2013

C-D

szegmensek

[…]

[…]

Kapacitásbővülés

[…]

Kapacitás aránya

[0–2,5]%

[0–2,5]%

(126)

A beruházás a nyolc- és tízhengeres motorok gyártásában nem eredményez nettó kapacitásbővülést. Így az erre vonatkozó adatok nem szerepelnek a fenti táblázatban.

(127)

A Magyarország által javasolt piacmeghatározás (azaz az egyedi szegmensek helyett szegmenskombinációk) alapján nem haladják meg az RTI 68. pontjának b) alpontjában meghatározott 5 %-os határértéket.

Hajómotorok

(128)

A hajómotorok tekintetében emlékeztetni kell arra, hogy az Audi Hungaria kizárólag alapmotorok gyártásával foglalkozik, amelyek a hajómotorok »nyersanyagaként« szolgálnak. Az alapmotorokat ugyanazon a gyártósoron készítik, ahol a V6-os és V8-as személygépkocsi-motorokat gyártják. A hajók számára készített alapmotorokon csak (1) a motoralkatrészekhez hasonló gépi megmunkálásokat és (2) bizonyos alapvető szerelési műveleteket […] végeznek el. A kész motorok legalább […] olyan motoralkatrészt és elemet tartalmaznak, amelyeket nem az Audi Hungaria szerel össze. Következésképpen, ezeken a hajómotor-alapokon nem végzik el a személygépjárművek esetében alkalmazott gyártási műveleteket.

(129)

További fontos különbség a hajómotor-alapok és a személygépjármű-motorok között az, hogy amíg a személygépjármű-motorok teljesen készre összeszerelve és használatra készen hagyják el az Audi Hungaria üzemét, a hajómotor-alapok nem működőképes motorok, és azokat a gyártási folyamat e szakaszában még nem lehet hajókba vagy jachtokba beépíteni. Ezért ezeket az alapmotorokat a Volkswagen Marine üzemébe szállítják, ahol speciális kezelés alá vonják őket az úgynevezett »hajóépítési eljárás« keretében. Az Audi Hungariának jelentős eszköz-, know-how és humántőke-beruházásokat kellene végrehajtania, valamint a gyártósorokat nagymértékben át kellene alakítania, ha úgy döntene, hogy bevezeti a kész hajómotorok gyártására szolgáló eljárásokat. Mindemellett az Audi Hungaria által gyártott alapmotor különleges műszaki paraméterei miatt a hajómotor megépítését a VW-csoporton kívüli gyártó nem tudná elvégezni további jelentős beruházások nélkül.

(130)

A különleges eljárások miatt a hajómotor-építést a Volkswagen Marine Salzgitterben található gyárában kell elvégezni, amelyet speciálisan e célra szolgáló eszközökkel szereltek fel. Megközelítőleg hetente […] hajómotort tud a Volkswagen Marine elkészíteni, vagyis a maximális éves termelési kapacitása […] darab között van. Ezért, még ha az Audi Hungaria bővítené is a hajómotor-alap gyártására szolgáló kapacitását, a Volkswagen Marine nem lenne képes kezelni a megnövekedett termelési igényt, mivel termelési kapacitása korlátozott, és azt nem érinti a szóban forgó beruházási projekt. A kapacitás bővülését csak Salzgitterben eszközölt további jelentős beruházásokkal lehetne elérni, amely nem képezi a jelen bejelentés tárgyát.

(131)

A bejelentett projekt hatására tehát nem bővül a termelési kapacitás a készre gyártott hajómotorok tekintetében (a kapacitásbővülés nulla).

(132)

Az ügy jelen szakaszában úgy tűnik, hogy a projekt minden érintett piac tekintetében összhangban van az RTI 68. pontjának b) alpontjával.

3.5.   Aggályok és az eljárás megindításához vezető okok

(133)

A fent ismertetett okok miatt a Bizottság az intézkedés előzetes értékelése után nincs meggyőződve arról, hogy a bejelentett támogatás összeegyeztethető-e az RTI 68. pontjával.

(134)

E tekintetben a Bizottság megismétli az e határozatban kifejtett aggályait, hogy elfogadható-e a Magyarország által javasolt piaci felosztás, és hogy a kedvezményezett részesedése az érintett termék érintett piacon történő értékesítéséből kevesebb-e mint 25 % (lásd a (68) és az azt követő bekezdéseket), valamint hogy az érintett piac alulteljesítése esetén a létrehozott kapacitás nem haladja-e meg az 5 %-ot.

(135)

A Bizottság jelzi, hogy nem ért egyet a magyar hatóságokkal a személygépjárművek érintett termékpiacának meghatározása tekintetében. Az ügy jelen szakaszában a Bizottság nincs meggyőződve arról, hogy a POLK által meghatározott osztályozás szerinti egyedi személygépjármű-szegmensek helyett tekinthetők-e egyes szegmenscsoportok érintett termékpiacnak az RTI 68. pontjának a) és b) alpontja alkalmazásában. Az ügy jelen szakaszában a Bizottság emellett a személygépjárművek és a könnyű haszongépjárművek együttes kezelésének helyességéről sincs meggyőződve. Emlékeztetünk arra, hogy az RTI 70. pontja szerint a tagállamra hárul a bizonyítási teher azokban az esetekben, amelyekre nem vonatkozik az RTI 68. pontjának a) és b) alpontja.

(136)

Következésképpen a Bizottságnak kötelessége minden szükséges konzultációs eljárást elvégezni, és ennek keretében megindítani az EK-Szerződés 88. cikkének (2) bekezdése szerinti eljárást, ha a kezdeti vizsgálat nem teszi lehetővé a Bizottság számára annak megállapítását, hogy az intézkedés összhangban van-e az RTI 68. pontjával. Ez lehetőséget teremt arra, hogy azok a harmadik felek, akiknek érdekeit a támogatás odaítélése érinti, észrevételeket tegyenek az intézkedéssel kapcsolatban. Az érintett tagállam által bejelentett és bármely harmadik fél által közölt információk alapján a Bizottság értékelni fogja az intézkedést, és meghozza végleges határozatát.

(137)

Abban az esetben, ha a hivatalos vizsgálati eljárás során közölt információk nem teszik lehetővé annak megerősítését, hogy az RTI 68. pontjában meghatározott határértékeket betartják, a Bizottságnak azt is meg kell vizsgálnia, hogy a támogatás szükséges-e a beruházás ösztönzéséhez, és hogy a támogatás előnyei meghaladják-e a versenytorzítás és a tagállamok közötti kereskedelemre gyakorolt hatás mértékét. A Bizottság ezért felkéri a tagállamot és a harmadik feleket, hogy nyújtsák be azokat a rendelkezésre álló bizonyítékokat, amelyek lehetővé teszik a Bizottság számára, hogy alátámassza az intézkedésre vonatkozó értékelését.

(138)

Az RTI 63. lábjegyzetében a Bizottság bejelentette, hogy »további útmutatásokat dolgoz ki azon kritériumokról, amelyeket ezen értékelés során figyelembe fog venni«. A bejelentésben foglaltak megvalósultak a nagyberuházási projektekhez nyújtott regionális támogatások részletes vizsgálatának kritériumairól szóló bizottsági közlemény (34) elfogadásával, amely a részletes vizsgálat alapjául fog szolgálni. Különösen a következő kritériumokat fogják vizsgálni: a támogatás célja, a támogatási eszköz megfelelősége, az ösztönző hatás, a támogatás arányossága, a magánbefektetések kiszorítása és a kereskedelemre gyakorolt hatások. Az ügy jelen szakaszában úgy tűnik, hogy a verseny különösen azokban a szegmensekben torzulhat, amelyekben a kedvezményezett piaci részesedése meghaladja a 25 %-ot.

(139)

A részletes vizsgálat tekintetében a Bizottság felhívja az érdekelt feleket, hogy minden szükséges információt nyújtsanak be annak érdekében, hogy értékelhessük a támogatás gazdasági ösztönző hatását, azaz hogy 1. a támogatás kedvező beruházási döntéshez vezet-e, mivel a vállalkozás számára egyébként sehol nem nyereséges beruházás a támogatott régióban valósul meg, és 2. a támogatás arra ösztönöz-e, hogy a tervezett beruházást más régió helyett az adott régióban valósítsák meg, mivel ellensúlyozza a támogatott régióban választott helyszín nettó hiányosságait és az ahhoz kapcsolódó költségeket. Az a tény, hogy az 1. vagy a 2. forgatókönyv alkalmazandó-e, határozza meg az alternatív helyzetet (azaz hogy mi történne támogatás nélkül), ezáltal pedig a támogatás esetleges verseny- és kereskedelemtorzító hatását.

(140)

A fenti kérdésekre vonatkozóan benyújtott bizonyítékok alapján a Bizottság mérlegeli a támogatás negatív és pozitív hatásait, átfogó értékelést készít a támogatás valamennyi érintett piacra gyakorolt hatásáról oly módon, hogy az lehetővé tegye a Bizottság számára a hivatalos vizsgálati eljárás lezárását.

4.   HATÁROZAT

(141)

A fenti megfontolásokra figyelemmel a Bizottság – az EK-Szerződés 88. cikkének (2) bekezdése szerinti eljárás értelmében – felkéri Magyarországot, hogy e levél kézhezvételétől számított egy hónapon belül nyújtsa be észrevételeit, és bocsássa rendelkezésre mindazon információkat, amelyek a támogatási intézkedés további értékeléséhez hozzájárulnak. A Bizottság kéri a magyar hatóságokat, hogy e levél másolatát haladéktalanul továbbítsák a támogatás lehetséges kedvezményezettje részére.

(142)

A Bizottság emlékeztetni kívánja Magyarországot, hogy az EK-Szerződés 88. cikkének (3) bekezdése halasztó hatályú, és szeretné felhívni figyelmét a 659/1999/EK tanácsi rendelet 14. cikkére, amely úgy rendelkezik, hogy a jogellenes támogatást a kedvezményezettektől vissza lehet követelni.

(143)

A Bizottság figyelmezteti Magyarországot, hogy tájékoztatni fogja az érdekelt feleket e levélnek és az érdemi összefoglalónak az Európai Unió Hivatalos Lapjában történő közzétételével. Az Európai Unió Hivatalos Lapjának EGT-kiegészítésében való közzététel útján tájékoztatni fogja továbbá az EGT-megállapodást aláíró EFTA-országok érdekelt feleit, valamint e levél másolatának megküldésével az EFTA Felügyeleti Hatóságot is. A Bizottság felhívást intéz minden érdekelt félhez, hogy a közzététel időpontjától számított egy hónapon belül nyújtsa be észrevételeit.”


(1)  PB C 54 van 4.3.2006, blz. 13.

(2)  Mededeling van de Commissie betreffende de criteria voor een diepgaande beoordeling van regionale steun voor grote investeringsprojecten, PB C 223 van 16.9.2009, blz. 3.

(3)  HL C 54., 2006.3.4., 13. o.

(4)  Üzleti titok.

(5)  A hivatalos közleményt lásd a következő internetes oldalon: http://www.porsche-se.com/pho/en/investrorelations/adhocreleases/

(6)  A POLK – a Global Insight mellett – az egyik legnagyobb olyan szolgáltató, amely a személygépjármű-piac elemzésével foglalkozik.

(7)  Az e határozatban megadott, EUR-ban kifejezett számadatok alapjául szolgáló, a bejelentés időpontjában érvényes átváltási árfolyam 300,02 HUF/EUR.

(8)  E határozatban a jelenértékeket a bejelentés időpontjában érvényes 11,01 %-os diszkontráta alapján számították ki. A diszkontráta tekintetében a 2009. év, vagyis a bejelentés éve a bázisév.

(9)  A Bizottság 2006. szeptember 13-i határozata – N 487/2006 állami támogatás – Magyarország – A 2007–2013 közötti időszakra vonatkozó regionális támogatási térkép; HL C 256., 2006.10.24., 7. o.

(10)  Az XR 47/2007 támogatási programra (A Kormány egyedi döntésével megítélhető támogatás) vonatkozó összefoglaló tájékoztató adatlapot közzétették a Hivatalos Lapban: HL C 180., 2007.8.2., 6. o.

(11)  A Bizottság 1628/2006/EK rendelete (2006. október 24.) a Szerződés 87. és 88. cikkének a nemzeti regionális beruházási támogatásokra való alkalmazásáról, HL L 302., 2006.11.1., 29. o.

(12)  A fejlesztési adókedvezményre vonatkozó N 651/06 ügyben (az N 504/04 módosítása) hozott 2007. május 10-i bizottsági határozat, HL C 152., 2007.7.6., 2. o.

(13)  HL C 244., 2004.10.1., 2. o. A megmentésről és szerkezetátalakításról szóló iránymutatás 10. pontjában meghatározott következő feltételek nem teljesülnek: a) korlátolt felelősségi alapon működő társaság esetén törzstőkéjének több mint a fele nincs meg, és annak több mint egynegyede az előző 12 hónap során veszett el; c) a hazai jog szerint az adott vállalkozás – függetlenül a vállalkozási formától – megfelel a kollektív fizetésképtelenségi eljárás kritériumainak.

(14)  A HU1/2003 – Beruházásösztönzési célelőirányzatot az interim eljárás keretében nyújtották be, és a Bizottság elfogadta azt, mint a Cseh Köztársaságnak, Észtországnak, Ciprusnak, Lettországnak, Litvániának, Magyarországnak, Máltának, Lengyelországnak, Szlovéniának és Szlovákiának az Európai Unióhoz történő csatlakozásáról szóló szerződés IV. melléklete 3. fejezete (1) bekezdésének c) pontja szerinti (a 22. cikk alapján) létező támogatást.

(15)  Iránymutatás a nemzeti regionális támogatásokról, HL C 74., 1998.3.10., 9. o., 4.2. pont.

(16)  Lásd az RTI 63. pontját.

(17)  Lásd az RTI 106. pontját.

(18)  A tagállamokhoz 2006. június 12-én intézett, D/54908. sz. levél.

(19)  Lásd az RTI 41. lábjegyzetét.

(20)  A HU 3/2004 – »Fejlesztési adókedvezmény« támogatási programot az interim eljárás keretében nyújtották be, és a Bizottság elfogadta azt mint a Cseh Köztársaságnak, Észtországnak, Ciprusnak, Lettországnak, Litvániának, Magyarországnak, Máltának, Lengyelországnak, Szlovéniának és Szlovákiának az Európai Unióhoz történő csatlakozásáról szóló szerződés IV. melléklete 3. fejezete (1) bekezdésének c) pontja szerinti (a 22. cikk alapján) létező támogatást, majd az N 504/2004 állami támogatás – Magyarország – »A fejlesztési adókedvezmény módosítása« szerint módosították, HL C 131., 2005.5.28., 12. o.

(21)  A Bizottság 2001. december 20-i határozata a Németország által a Daimler Chrysler AG (Kölleda) részére nyújtani tervezett állami támogatásról, HL L 282., 2002.10.19., 23. o., (35) preambulumbekezdés.

(22)  A Bizottság 2003. május 27-i határozata az Ausztria által a BMW Motoren GmbH (Steyr) részére nyújtani tervezett állami támogatásról, HL L 229., 2003.9.13., 23. o., (61) preambulumbekezdés.

(23)  Az N 767/2007 Ford Craiova ügyben hozott 2008. április 30-i határozat (C(2008) 1613), HL C 238., 2008.9.17., 4. o., (76)–(77) preambulumbekezdés.

(24)  34.10.12.00, 34.10.13.00, 34.30.11.00 és 34.30.12.00

(25)  Lásd a közösségi versenyjog alkalmazásában az érintett piac meghatározásáról szóló bizottsági közlemény 57–58. pontját, HL C 372., 1997.12.9., 5. o.

(26)  Az N 767/07 ügyben hozott 2008. április 30-i határozat (C(2008) 1613), HL C 238., 2008.9.17., 4. o.

(27)  Az N 635/08 ügyben hozott 2009. április 29-i határozat (C(2009) 3051), a Hivatalos Lapban még nem tették közzé.

(28)  Az N 473/08 ügyben hozott 2009. június 17-i határozat (C(2009) 4530), a Hivatalos Lapban még nem tették közzé.

(29)  Az N 767/07 ügyben hozott 2008. április 30-i határozat (C(2008) 1613), HL C 238., 2008.9.17., 4. o.

(30)  Az N 635/08 ügyben hozott 2009. április 29-i határozat (C(2009) 3051), a Hivatalos Lapban még nem tették közzé.

(31)  Az N 473/08 ügyben hozott 2009. június 17-i határozat (C(2009) 4530), a Hivatalos Lapban még nem tették közzé.

(32)  Az N 671/08 ügyben (Mercedes-Benz Magyarország) hozott 2009. június 18-i határozat (C(2009) 5533), a Hivatalos Lapban még nem tették közzé; az N 767/07 (Ford Craiova) ügyben hozott 2008. április 30-i határozat (C(2008) 1613), HL C 238., 2008.9.17., 4. o.; az N 635/08 (Fiat Szicília) ügyben hozott 2009. április 29-i határozat (C(2009) 3051), a Hivatalos Lapban még nem tették közzé; az N 473/08 (Ford Espana) ügyben hozott 2009. június 17-i határozat (C(2009) 4530), a Hivatalos Lapban még nem tették közzé.

(33)  Egyes szegmenscsoportok esetén a bruttó kapacitásbővülés meghaladja az 5 %-ot.

(34)  A Bizottság közleménye a nagyberuházási projektekhez nyújtott támogatások részletes vizsgálatának kritériumairól, HL C 223., 2009.9.16., 3. o.


ANDERE HANDELINGEN

Europese Commissie

16.3.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 64/32


Bekendmaking van een wijzigingsaanvraag overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen

2010/C 64/09

Deze bekendmaking verleent het recht om op grond van artikel 7 van Verordening (EG) nr. 510/2006 (1) van de Raad bezwaar aan te tekenen tegen de wijzigingsaanvraag. Bezwaarschriften moeten de Commissie bereiken binnen zes maanden te rekenen vanaf de datum van deze bekendmaking

WIJZIGINGSAANVRAAG

VERORDENING (EG) Nr. 510/2006 VAN DE RAAD

Wijzigingsaanvraag overeenkomstig artikel 9

„PANCETTA PIACENTINA”

EG-nummer: IT-PDO-0117-1497-31.10.2001

BGA ( ) BOB ( X )

1.   Rubriek van het productdossier waarop de wijziging betrekking heeft:

Naam van het product

Image

Beschrijving van het product

Geografisch gebied

Bewijs van de oorsprong

Image

Werkwijze voor het verkrijgen van het product

Image

Verband

Image

Etikettering

Nationale eisen

Image

Overige — controlesysteem

2.   Aard van de wijziging:

Wijziging van het enige document of de samenvatting

Image

Wijziging van het productdossier voor een geregistreerde BOB of BGA waarvoor geen enig document en ook geen samenvatting is bekendgemaakt

Wijziging van het productdossier waarbij geen wijziging van het bekendgemaakte enige document nodig is (artikel 9, lid 3, van Verordening (EG) nr. 510/2006)

Tijdelijke wijziging van het productdossier als gevolg van een verplichte gezondheids- of fytosanitaire maatregel die door de overheid is opgelegd (artikel 9, lid 4, van Verordening (EG) nr. 510/2006)

3.   Wijziging(en):

1.

In artikel 2, lid 1:

„Pancetta Piacentina is een product dat uit varkensbeslagen in de regio’s Lombardije en Emilia Romagna voortkomt.”,

wordt vervangen door:

„Varkensbeslagen die voor de productie van Pancetta Piacentina bestemd zijn, moeten zich in de regio’s Lombardije en Emilia Romagna bevinden.”. (1)

2.

In artikel 2, lid 4:

„De varkens moeten ten minste 160 kg wegen, met een tolerantiemarge van 10 %,”,

wordt vervangen door:

„De varkens moeten 160 kg wegen, met een tolerantiemarge van ± 10 %,”. (2)

3.

In artikel 2, lid 6:

„Het certificaat van het slachthuis”,

wordt vervangen door:

„De verklaring van het slachthuis”. (3)

4.

In artikel 3, lid 1,

„Voor de vervaardiging …”,

wordt vervangen door:

„Voor de productie …”. (4)

5.

In artikel 3, lid 3 en lid 4:

„Na het zouten moeten de pancette gedurende ten minste 24 uur in een koelcel worden bewaard totdat zij een inwendige temperatuur van 0 °C tot 2 °C bereiken.

Indien de pancette naar een verwerkingsbedrijf worden gebracht, moet dit binnen 24 uur en met gebruikmaking van koelwagens gebeuren.”,

wordt vervangen door:

„De pancette moeten binnen 72 uur met gebruikmaking van koelwagens naar een verwerkingsbedrijf worden gebracht.

De gevormde en schoongemaakte pancette moeten in koelcellen worden bewaard totdat zij worden gezouten.”. (5)

6.

In artikel 4, lid 1:

„zeezout

:

27 % tot 30 %

natriumnitraat

:

tot 150 ppm

zwarte peper

:

40 g tot 50 g per 100 kg

kruidnagel

:

30 g tot 40 g per 100 kg

suikers

:

1,5 %

ascorbaat E301

:

0,2 %.”,

wordt vervangen door:

„Hoeveelheden per 100 kg vers vlees:

—   natriumchloride: min. 1,5 kg; max. 3,5 kg

—   natrium- en kaliumnitraat: max. 15 g

—   zwarte en/of witte peperkorrels en/of gemalen zwarte en/of witte peper: min. 30 g; max. 50 g

—   kruidnagel: max. 40 g

—   suikers: max. 1,5 kg

—   natrium-L-ascorbaat (E301): max. 200 g.”.

(6)

7.

In artikel 4, lid 3:

„relatieve vochtigheid van 70-80 % gedurende een vijftiental dagen.”,

wordt vervangen door:

„relatieve vochtigheid van 70-90 % gedurende ten minste tien dagen.”. (7)

8.

In artikel 4, lid 5:

„Na het zouten en schoonmaken worden de pancette gerold; eventueel wordt er mager vlees overeenkomstig de in artikel 2 vermelde vereisten aan toegevoegd. Ten slotte worden onbedekte delen van het zwoerd aan de buitenranden met stukken varkensblaas bedekt en in de lengte met vellen papier van plantaardige oorsprong om zo tijdens het rijpingsproces een natuurlijke bescherming te bieden.”,

wordt vervangen door:

„Na het zouten en schoonmaken worden de pancette gerold; eventueel wordt er mager vlees van varkens die aan de in artikel 2 vermelde vereisten voldoen, aan toegevoegd. Ten slotte worden de onbedekte uiteinden van het zwoerd met stukken varkensblaas, buikwand of ingewanden bedekt. De zijnaad wordt met delen varkensbuikwand of -ingewanden of vellen papier van plantaardige oorsprong bedekt om zo tijdens het rijpingsproces een natuurlijke bescherming te bieden. De pancette worden vervolgens met slagerstouw dichtgebonden.”.

(8)

9.

In artikel 4, lid 7:

„… bij een temperatuur van ongeveer 20 °C …,”

wordt vervangen door:

„… bij een temperatuur tussen 15 °C en 25 °C …”. (9)

10.

In artikel 5, lid 1:

„Zodra het product droog is, begint de rijpingsfase, die ten minste twee maanden moet duren.”,

wordt vervangen door:

„Vanaf de datum van het zouten, moet de rijpingsfase ten minste drie maanden duren.”. (10)

11.

In artikel 5, lid 2:

„… relatieve vochtigheid van 70-80 %.”,

wordt vervangen door:

„… relatieve vochtigheid van 70-90 %.”. (11)

12.

In artikel 6, lid 1:

„Op het moment dat Pancetta Piacentina aan de consument wordt geleverd, heeft het de volgende organoleptische, chemische, fysisch-chemische en microbiologische kenmerken:”,

wordt vervangen door:

„Op het moment dat Pancetta Piacentina aan de consument wordt geleverd, heeft het de volgende organoleptische en fysisch-chemische kenmerken:”. (12)

13.

In de eerste alinea van artikel 6, lid 1:

„Gewicht

:

van 5 tot 8 kg”,

wordt vervangen door:

„Gewicht

:

van 4 tot 8 kg”.

(13)

14.

De tweede alinea van artikel 6, lid 1, (zie hieronder) wordt geschrapt:

„Microbiologische kenmerken:

Totale bacteriologische belasting

= 9,3 107

Micrococcaceae

= 1,5 104

Coagulasepositieve

 

stafylokokken

< 30

Melkzuurbacteriën

= 3,0 107

Enterobacteriën

< 3.”.

(14)

15.

In de derde alinea van artikel 6, lid 1:

„Vocht (%)

= 37,31

Eiwit (N x 6,25)

= 15,81

Vetgehalte (%)

= 41,42

As (%)

= 4,84

Cholesterol (mg/100 g)

= 63

pH

= 5,60.”,

wordt vervangen door:

 

„MIN.

MAX.

Vocht (%)

25

41

Eiwit (%)

9

16,5

Vetgehalte (%)

38

63

As (%)

2

5,5

pH

5

6.”.

(15)

16.

Artikel 7 wordt als volgt gelezen:

„De vereisten van „Pancetta Piacentina” hangen af van milieuomstandigheden en natuurlijke en menselijke factoren. De eigenschappen van de grondstoffen in het bijzonder zijn nauw verbonden met het geografische gebied. In het in artikel 2 bedoelde gebied waar de grondstoffen vandaan komen, is de ontwikkeling van de veehouderij verbonden met de wijdverbreide graanteelt en met werkmethoden in de zeer gespecialiseerde zuivelsector die het gebied bijzonder geschikt maken voor de varkenshouderij.

De plaatselijke verwerking van „Pancetta Piacentina” is gerechtvaardigd door de in punt 4.3. bedoelde omstandigheden in het gebied. De omgevingsfactoren hangen nauw samen met de kenmerken van het productiegebied, waar sprake is van frisse en groene valleien en bosrijke heuvels die een doorslaggevende invloed op het klimaat en op de kenmerken van het eindproduct hebben.

De combinatie van „grondstof — product — benaming” is met de sociaaleconomische ontwikkeling van het gebied verbonden en heeft connotaties die elders niet kunnen worden herschapen.”. (16)

17.

In artikel 8:

„Onverminderd de bij wet aan de officiële dierenarts (USL) toegewezen verantwoordelijkheden voor de oprichting — die, op grond van sectie IV „Toezicht op de productie” van Wetsbesluit nr. 537 van 30 december 1992, garandeert en door middel van gepaste inspecties controleert of vleesproducten aan de door de producent vastgestelde productiecriteria voldoen en met name of de samenstelling van het product in werkelijkheid overeenstemt met wat op het etiket is vermeld; die in het bijzonder voor deze taak de verantwoordelijkheid draagt wanneer de handelsnaamregelgeving in de zin van Sectie V(4) van bovengenoemd Wetsbesluit (handelsnaam gevolgd door een verwijzing naar de nationale wetgeving die het gebruik ervan toestaat) van toepassing is — het toezicht op de tenuitvoerlegging van dit productdossier zal door het ministerie van Landbouw, Voedselvoorziening en Bosbeheer worden uitgeoefend, dat voor het toezicht op en de controle van de productie en de handel een beroep kan doen op de diensten van het producentenconsortium of een andere door producenten voor hetzelfde doel overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EEG) nr. 2081/92 opgerichte rechtspersoon.”.

wordt vervangen door:

„Het toezicht op de tenuitvoerlegging van dit productdossier zal overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EG) nr. 510 van 20 maart 2006 door een privaatrechtelijke instantie worden uitgeoefend.”.

(17)

18.

In artikel 9, lid 1:

„… Gecontroleerde Oorsprongsbenaming.”,

wordt vervangen door:

„… Beschermde Oorsprongsbenaming.”. (18)

AANVRAAG TOT WIJZIGING VAN HET PRODUCTDOSSIER VOOR BOB „PANCETTA PIACENTINA”

TOELICHTING BIJ DE WIJZIGINGEN IN DE SAMENVATTING

(1)

Dit is een uitsluitend formele wijziging die de zin betreffende de locatie van de varkensbeslagen moet verduidelijken. De locatie zelf blijft ongewijzigd.

(2)

Deze wijziging dient om een fout in het vorige dossier met betrekking tot het minimumgewicht van de varkens te verbeteren. De verwijzing naar „ten minste” hield in dat er aan twee verschillende vereisten voldaan diende te zijn; de verwijzing wordt aangepast zodat het gewicht van de varkens binnen een marge ten opzichte van één bepaalde waarde (160 kg) moet vallen.

(3)

Dit is een eenvoudige vervanging van het woord „certificaat” in het vorige dossier door het meer gepaste „verklaring”.

(4)

Dit is een zuiver formele wijziging waarbij het woord „vervaardiging” door het meer gepaste „productie” wordt vervangen.

(5)

Deze wijziging zorgt ervoor dat het brengen van de pancette naar een verwerkingsbedrijf niet enkel meer als een mogelijkheid wordt omschreven en er wordt tevens bepaald dat dit binnen 72 uur na het slachten met gebruik van koelwagens dient te gebeuren.

De vereiste dat de pancette gedurende ten minste 24 uur in een koelcel worden bewaard totdat zij een inwendige temperatuur van 0 °C tot 2 °C bereiken, wordt geschrapt aangezien de bereikte temperatuur belangrijker is dan de tijdsduur. Het is eveneens belangrijk dat de pancette bij een geschikte temperatuur in het verwerkingsbedrijf aankomen, zoals boven vermeld.

(6)

Voor de mix van natuurlijke zouten en kruiden werden minimum- en/of maximumhoeveelheden van individuele ingrediënten ingevoerd of meer gepreciseerd zodat elke producent het recept een persoonlijke toets kan geven, weliswaar rekening houdend met het feit dat het hier om een traditioneel product gaat.

(7)

Deze wijziging verhoogt de maximumwaarde voor de relatieve vochtigheid (van 70-80 % tot 70-90 %) en vermindert de minimumduur voor het bewaren van de pancette in een koelkast na het zouten van 15 tot 10 dagen. Het eerbiedigen van deze geherdefinieerde parameters garandeert dat het product nog steeds zijn specifieke kenmerken zal verkrijgen.

(8)

Deze wijziging corrigeert een onnauwkeurigheid in het vorige dossier: de verwijzing naar de vereisten van artikel 2 (voor toegevoegd vlees) was ongepast aangezien bij artikel 2 het productiegebied is bepaald, en niet de kenmerken van de grondstoffen. Er wordt eveneens duidelijk gemaakt dat de onbedekte buitenranden van het zwoerd niet enkel met stukken varkensblaas kunnen worden bedekt, maar dat ook andere soorten ingewanden (zolang zij maar van varkens afkomstig zijn) gebruikt mogen worden om het product te beschermen. Het dossier wordt dan ook dienovereenkomstig herzien. Om de lengte te bedekken, is het gebruik van vellen papier van plantaardige oorsprong niet verplicht; het is ook mogelijk om natuurlijke ingewanden te gebruiken, zolang deze ingewanden maar van varkens afkomstig zijn. Ten slotte wordt ook melding gemaakt van het dichtbinden met slagerstouw, wat in het vorige dossier was weggelaten.

(9)

Voor de drogingsfase wordt een meer precieze temperatuur gegeven, waarbij „rond 20 °C” door een specifieke minimum- en maximumtemperatuur (tussen 15 °C en 25 °C) wordt vervangen.

(10)

Deze wijziging voorziet in een langere rijpingsfase (ten minste drie maanden vanaf de datum van het zouten) aangezien dit de kenmerken van het product versterkt.

(11)

Deze wijziging vloeit voort uit de vorige wijziging: een langere rijpingsfase vereist een hoger vochtgehalte (tot 90 %) zodat het product regelmatig en trager vocht verliest.

(12)

Dit is enkel een formele wijziging betreffende het schrappen van „microbiologische kenmerken” om de hieronder in noot 15 aangegeven redenen en van de verwijzing naar „chemische kenmerken” aangezien zij overbodig is, daar deze reeds in „fysisch-chemische kenmerken” is vervat.

(13)

Deze wijziging vermindert het minimumgewicht van de pancette tot 4 kg gezien de eigenlijke technische, productie- en traditionele vereisten.

(14)

De overbodige verwijzing naar microbiologische kenmerken wordt geschrapt aangezien de relevante parameters en grenswaarden in elk geval op grond van de geldende hygiënevoorschriften van toepassing zijn.

(15)

Deze wijziging betreffende de fysisch-chemische kenmerken is nodig om sommige fouten in het vorige dossier met betrekking tot de minimum- en maximumwaarden voor bepaalde parameters te corrigeren. Sommige parameters worden ook weggelaten aangezien zij niet nodig zijn om te kunnen vaststellen of een product al dan niet geschikt is. Ten slotte worden sommige minimum- en maximumwaarden die de eigenlijke kenmerken van het gerijpt product niet weergeven (zie de bij dit document gevoegde statistische samenvatting van de onderzoeken), terecht herzien en gewijzigd.

(16)

De voorgestelde wijziging betreft het opnemen in het productdossier van een artikel over de band die er bestaat tussen enerzijds de benaming en anderzijds het productiegebied. Dit is vereist om het productdossier in overeenstemming met artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 510/2006 te brengen.

(17)

Deze wijziging inzake de controles is noodzakelijk aangezien artikel 7 van het vorige productdossier strijdig was met artikel 10 van Verordening (EG) nr. 510/2006 en met de ter zake relevante nationale uitvoeringsbepalingen.

(18)

De vorige verwijzing naar „Geregistreerde Oorsprongsbenaming” was onjuist en moest daarom door „Beschermde Oorsprongsbenaming” worden vervangen.

SAMENVATTING

VERORDENING (EG) Nr. 510/2006 VAN DE RAAD

„PANCETTA PIACENTINA”

EG-nummer: IT-PDO-0117-1497-31.10.2001

BOB ( X ) BGA ( )

Deze samenvatting bevat de belangrijkste gegevens uit het productdossier ter informatie.

1.   Bevoegde dienst van de lidstaat:

Naam:

Ministero delle politiche agricole alimentari e forestali

Adres:

Via XX Settembre 20

00187 Roma RM

ITALIA

Tel.

+39 0646655104

Fax

+39 0646655306

E-mail:

saco7@politicheagricole.gov.it

2.   Groepering:

Naam:

Consorzio della Coppa Piacentina, del Salame Piacentino, della Pancetta Piacentina a Denominazione di Origine Protetta

Adres:

Via Colombo 35

29100 Piacenza PC

ITALIA

Tel.

+39 0523591260

Fax

+39 0523608714

E-mail:

salumi.piacentini@libero.it

Samenstelling:

Producenten/verwerkers ( X ) Andere ( )

3.   Productcategorie:

Categorie 1.2 —

Vleesproducten

4.   Productdossier:

(samenvatting van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 510/2006 voorgeschreven gegevens)

4.1.   Naam:

„Pancetta Piacentina”

4.2.   Beschrijving:

„Pancetta Piacentina” is een gezouten, natuurlijk gerijpt product, dat niet mag worden gekookt. Het wordt vervaardigd van de vetlaag die de streek rond de maag van het halve geslachte dier van achter het borstbeen tot de liesstreek bedekt, en van het buikspierweefsel.

Het eindproduct is cilindervormig en weegt tussen de 4 kg en 8 kg. De kleur is felrood doorweven met helderwit van de vetbestanddelen. Het vlees heeft een aangename zachte geur en een hartige smaak.

„Pancetta Piacentina” is afkomstig van varkens die in Emilia Romagna en Lombardije zijn geboren, opgekweekt en geslacht.

4.3.   Geografisch gebied:

Het productiegebied omvat het hele grondgebied van de provincie Piacenza, maar wel slechts die delen ervan die minder dan 900 meter boven de zeespiegel gelegen zijn, omdat daar specifieke klimatologische omstandigheden heersen.

4.4.   Bewijs van de oorsprong:

Iedere fase van het productieproces wordt gecontroleerd en iedere input en output wordt geregistreerd. Daarnaast worden ook specifieke, door het controleorgaan beheerde registers van de kwekers, slagers, producenten en rijpingsbedrijven bijgehouden en worden de geproduceerde hoeveelheden te gepasten tijde aan het controleorgaan medegedeeld zodat de traceerbaarheid van het product gegarandeerd is. Alle in de desbetreffende registers opgenomen natuurlijke of rechtspersonen worden door het controleorgaan gecontroleerd.

4.5.   Werkwijze voor het verkrijgen van het product:

De productie van „Pancetta Piacentina” omvat de volgende fasen: schoonmaken; droogzouten; dichtbinden; drogen en rijpen.

Wanneer het zouten aanvangt, begint het rijpingsproces, dat ten minste drie maanden moet duren.

4.6.   Verband:

De vereisten van „Pancetta Piacentina” hangen af van milieuomstandigheden en natuurlijke en menselijke factoren. De eigenschappen van de grondstoffen in het bijzonder zijn nauw verbonden met het geografische gebied. In het in punt 4.2 bedoelde gebied waar de grondstoffen vandaan komen, is de ontwikkeling van de veehouderij verbonden met de wijdverbreide graanteelt en met de werkmethoden in de zeer gespecialiseerde zuivelsector die het gebied bijzonder geschikt maken voor de varkenshouderij.

De plaatselijke verwerking van „Pancetta Piacentina” is gerechtvaardigd door de in punt 4.3. bedoelde omstandigheden in het gebied. De omgevingsfactoren hangen nauw samen met de kenmerken van het productiegebied, waar sprake is van frisse en groene valleien en bosrijke heuvels die een doorslaggevende invloed op het klimaat en op de kenmerken van het eindproduct hebben.

De combinatie van „grondstof — product — benaming” is met de sociaaleconomische ontwikkeling van het gebied verbonden en heeft connotaties die elders niet kunnen worden herschapen.

4.7.   Controlestructuur:

Naam:

E.CE.PA. — Ente Certificazione Prodotti Agroalimentari

Adres:

Strada dell’Anselma 5

29100 Piacenza PC

ITALIA

Tel.

+39 0523609662

Fax

+39 0523644447

E-mail:

amministrazione@ecepa.it

4.8.   Etikettering:

Op het moment dat het product aan de consument wordt geleverd, moet het de vermelding „Pancetta Piacentina” dragen.

Het etiket moet de benaming „Pancetta Piacentina” bevatten in duidelijke, onuitwisbare letters die goed te onderscheiden zijn van alle andere vermeldingen, onmiddellijk gevolgd door de vermelding „Denominazione di Origine Protetta” (Beschermde Oorsprongsbenaming).

Iedere andere beschrijving die niet uitdrukkelijk is toegestaan, is verboden, met inbegrip van de woorden: categorie, smaak, gebruik, geselecteerd en dergelijke.

Het gebruik van aanduidingen die naar namen, bedrijfsnamen en particuliere handelsmerken verwijzen is echter toegestaan, op voorwaarde dat zij niet lovend van aard zijn en de consument niet kunnen misleiden, zoals namen van varkenshouderijen waarvan het product afkomstig is.


(1)  PB L 93 van 31.3.2006, blz. 12.