ISSN 1725-2474

Publicatieblad

van de Europese Unie

C 271

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Mededelingen en bekendmakingen

51e jaargang
25 oktober 2008


Nummer

Inhoud

Bladzijde

 

IV   Informatie

 

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN EN ORGANEN VAN DE EUROPESE UNIE

 

Paritaire Parlementaire Vergadering van de Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds
De 15e bijeenkomst werd gehouden in Ljubljana (Slovenië) van 17 t/m 20 maart 2008.

2008/C 271/01

Notulen van de vergadering van maandag 17 maart 2008

1

Officiële opening

Zitting van de Paritaire Parlementaire Vergadering

Samenstelling van de Paritaire Parlementaire Vergadering

Accreditering van niet-parlementaire vertegenwoordigers

Plaatsvervangers

Aanneming van de ontwerpagenda (ACS-EU/100.210)

Goedkeuring van de notulen van de 14e bijeenkomst van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU (PB C 58 van 1.3.2008)

Mededelingen van de covoorzitter, met inbegrip van de op de vergadering van het Bureau van 16 maart genomen besluiten

Stand van zaken van de EPO-onderhandelingen en de follow-up van de Verklaring van Kigali: debat zonder resolutie

Standpunten van de ACS-parlementen ten aanzien van het tiende EOF en de strategiedocumenten voor de ACS-landen: debat zonder resolutie

Het Internationaal Strafhof: debat zonder resolutie

Commissie economische ontwikkeling, financiën en handel (APP-EU/100.205/08/fin.) over voedselveiligheid in de ACS-landen en de rol van de samenwerking ACS-EU

2008/C 271/02

Notulen van de vergadering van dinsdag 18 maart 2008

4

Plaatsvervangers

Verklaring van de heer Louis Michel, commissaris voor Ontwikkeling en humanitaire hulp

Vragenuur (vragen aan de Commissie)

Door de Commissie gegeven uitvoering aan de resoluties die op de 14e bijeenkomst van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU in Kigali (Rwanda) zijn aangenomen

Debat met de Commissie

Verklaring van de heer Ibrahim Abdi, voorzitter van de Oost-Afrikaanse wetgevende vergadering

Dringend onderwerp nr. 1: de situatie in Kenia

De EU-Caribische strategie

Goedkeuring van de notulen van maandag 17 maart

Verklaring van de heer Andrej Šter, staatssecretaris van Ontwikkeling (Slovenië), fungerend voorzitter van de EU-Raad

Verklaring van de heer Ali Farah Assoweh, minister van Economische Zaken, Financiën en Ruimtelijke Ordening, verantwoordelijk voor privatisering (Djibouti), fungerend voorzitter van de ACS-Raad

Vragenuur (vragen aan de Raad)

Debat met de Raad

Presentatie door het UNFPA, mevrouw Safiye Cagar, directeur van de afdeling Voorlichting en Externe Betrekkingen — debat zonder resolutie

2008/C 271/03

Notulen van de vergadering van woensdag 19 maart 2008

7

Verklaring van de covoorzitter

Commissie politieke zaken (ACS-EU/100.203/08/fin.) over ervaringen met het Europees regionaal integratieproces die relevant zijn voor de ACS-landen

Goedkeuring van de notulen van de vergadering van dinsdag 18 maart 2008

Verslag van de economische en sociale partners — De economische partnerschapsovereenkomsten: wat zijn de vooruitzichten en welke rol moet het maatschappelijk middenveld spelen?

Dringend onderwerp nr. 2: de situatie in Tsjaad

Commissie sociale zaken en milieu (ACS-EU/100.202/08/fin.) over de sociale gevolgen en gevolgen op milieuvlak van structurele aanpassingsprogramma's

Presentatie door de heer Johann Koss, voorzitter van de internationale werkgroep Sport voor Ontwikkeling en Vrede, en de heer Philip O'Brian (UNICEF) — debat zonder resolutie

Vragenuur (vragen aan de Raad)

2008/C 271/04

Notulen van de vergadering van donderdag 20 maart 2008

8

Plaatsvervangers

Goedkeuring van de notulen van dinsdagmiddag, 18 maart, en van woensdagochtend, 19 maart 2008

Migratie: debat zonder resolutie

De sociale en milieugevolgen van de klimaatverandering in de ACS-landen: debat zonder resolutie

Beknopte verslagen van de workshops

Stemming over de ontwerpresoluties in de verslagen van de drie vaste commissies

Stemming over dringende ontwerpresoluties

Diversen

Datum en plaats van de 16e bijeenkomst van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU

Bijlage I   Alfabetische lijst van de leden van de Paritaire Parlementaire Vergadering

10

Bijlage II   Presentielijst van de bijeenkomst van 17 t/m 20 maart 2008 in Ljubljana (Slovenië)

14

Bijlage III   Bijlage bij de vergadering van maandag 17 maart 2008

19

Bijlage IV   Mededeling aan de leden

20

—   Resolutie over de sociale en milieugevolgen van programma's voor structurele aanpassing

20

—   Resolutie over de ervaringen met het Europese regionale integratieproces die van belang kunnen zijn voor de ACS-landen

27

—   Resolutie over kwesties in verband met de voedselzekerheid in de ACS-landen en de rol van de samenwerking ACS-EU

32

—   Resolutie over de situatie in Kenia

37

NL

 


IV Informatie

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN EN ORGANEN VAN DE EUROPESE UNIE

Paritaire Parlementaire Vergadering van de Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds De 15e bijeenkomst werd gehouden in Ljubljana (Slovenië) van 17 t/m 20 maart 2008.

25.10.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 271/1


NOTULEN VAN DE VERGADERING VAN MAANDAG 17 MAART 2008

(2008/C 271/01)

(De vergadering wordt om 11.05 uur geopend)

Officiële opening

De volgende sprekers voeren het woord:

De heer France Cukjati, voorzitter van het Sloveense parlement, de heer Janez Janša, premier van Slovenië, de heer Wilkie Rasmussen, covoorzitter van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU, de heer Hans-Gert Pöttering, Voorzitter van het Europees Parlement (videoboodschap) en mevrouw Glenys Kinnock, covoorzitter van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU.

(De vergadering wordt om 12.05 uur onderbroken en om 15.15 uur hervat)

VOORZITTER: mevrouw Glenys KINNOCK

Covoorzitter

Zitting van de Paritaire Parlementaire Vergadering

De covoorzitter heet alle deelnemers welkom.

1.   Samenstelling van de Paritaire Parlementaire Vergadering

De covoorzitter deelt mee dat de ledenlijst van de Paritaire Parlementaire Vergadering, zoals toegezonden door de autoriteiten van de ACS-landen en de Voorzitter van het Europees Parlement, als bijlage bij de notulen zal worden gevoegd.

2.   Accreditering van niet-parlementaire vertegenwoordigers

De covoorzitter deelt mee dat zij van de autoriteiten van de ACS-landen een lijst van niet-parlementaire vertegenwoordigers heeft ontvangen. Overeenkomstig artikel 17, lid 1, van de Partnerschapsovereenkomst en artikel 1 van het Reglement van orde van de Paritaire Parlementaire Vergadering stelt zij voor deze vertegenwoordigers goed te keuren en hun namen als bijlage bij de notulen te voegen.

De Paritaire Parlementaire Vergadering stemt hiermee in.

3.   Plaatsvervangers

De covoorzitter deelt mee dat de volgende plaatsvervangers aan de Vergadering deelnemen: Gill (vervangt Jöns), Hutchinson (vervangt Ferreira), Isler Beguin (vervangt Irujo Amezaga), Leinen (vervangt Gröner), Maldeikis (vervangt Zaborska), Mauro (vervangt Coelho), Peterle (vervangt Ventre) en Yáñez-Barnuevo (vervangt Gurmai).

4.   Aanneming van de ontwerpagenda (ACS-EU/100.210)

Sprekers: Deva, Martens, Martínez Martínez, covoorzitter Kinnock, covoorzitter Rasmussen en Polisi (Rwanda).

De ontwerpagenda wordt aangenomen zoals weergegeven in deze notulen.

5.   Goedkeuring van de notulen van de 14e bijeenkomst van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU (PB C 58 van 1.3.2008)

De notulen worden goedgekeurd.

6.   Mededelingen van de covoorzitter, met inbegrip van de op de vergadering van het Bureau van 16 maart genomen besluiten

De covoorzitter zet de besluiten uiteen die tijdens de vergadering van het Bureau van 16 maart zijn genomen:

bij stemming is besloten het tweede dringende onderwerp, namelijk de situatie in Tsjaad, te behandelen in een debat zonder resolutie;

de vaste commissies toestemming te verlenen om de volgende verslagen op te stellen:

Commissie politieke zaken: uitdagingen van een democratische verzoenende benadering van de etnische, culturele en religieuze verscheidenheid in de ACS-landen en de EU-lidstaten;

Commissie economische ontwikkeling, financiën en handel: stand van zaken van de economische partnerschapsovereenkomsten en mogelijke gevolgen voor de ACS-landen;

Commissie sociale zaken en milieu: sociale en milieugevolgen van de klimaatverandering;

de covoorzitters toestemming te verlenen om namens de PPV bijeenkomsten op hoog niveau bij te wonen en hierover op een van de volgende vergaderingen van het Bureau een definitieve tekst aan te nemen;

op 5 en 6 september 2008 een waarnemingsmissie van de PPV naar de verkiezingen in Angola te sturen mits de EU wordt uitgenodigd om een verkiezingswaarnemingsmissie te sturen;

de eerste regionale bijeenkomst van de PPV te laten doorgaan in Windhoek, met financiële steun van het Europees Parlement (niet van het EOF);

het aanbod van Vanuatu aan te nemen om aldaar vlak na de 16e bijeenkomst in Port Moresby een regionale bijeenkomst te houden;

een brief aan de president van Burundi en de voorzitter van de Nationale Vergadering te doen toekomen waarin de PPV de recente aanvallen tegen oppositieleden veroordeelt en eist dat hun veiligheid wordt gewaarborgd;

de juridische diensten van het EP en de ACS-landen te verzoeken juridische adviezen voor te leggen met betrekking tot de vraag of het mogelijk is opnieuw te onderhandelen over reeds op gang gebrachte EPO's;

een brief aan commissaris Mandelson te schrijven waarin de PPV betreurt dat de commissaris geregeld afwezig is bij de debatten die binnen de PPV over de EPO's worden gevoerd en een afschrift van de brief te doen toekomen aan voorzitter Barroso.

De covoorzitter deelt mee welke workshops op 19 maart zullen plaatsvinden, heet de waarnemers van de Oost-Afrikaanse wetgevende vergadering welkom, maakt de voor deze bijeenkomst vastgestelde termijnen voor indiening van amendementen bekend en legt de procedure voor de toekenning van de spreektijd uit.

Sprekers: Ribeiro e Castro en Gomes.

7.   Stand van zaken van de EPO-onderhandelingen en de follow-up van de Verklaring van Kigali: debat zonder resolutie

De covoorzitter leidt het onderwerp kort in en betreurt het dat de commissaris voor Handel niet bij het debat aanwezig is.

Sprekers: Maertens (Europese Commissie), Humphrey (Barbados), Dombrovskis, Dalrymple-Philibert (Jamaica), Hutchinson, Ali (Ethiopië), Cavuilati (Fiji), Hall, Sithole (Zuid-Afrika), Lahai (Sierra Leone), Zimmer, Baldeh (Gambia), Diallo (Guinee), Schmidt, Deerpalsing (Mauritius), Martens, Assarid (Mali), Borrell Fontelles, William (Seychellen), Dekuek (Sudan), Schnellhardt, Absullahi (Nigeria), en Seck (Senegal).

De heer Maertens (Europese Commissie) reageert op het debat.

8.   Standpunten van de ACS-parlementen ten aanzien van het tiende EOF en de strategiedocumenten voor de ACS-landen: debat zonder resolutie

De covoorzitter leidt het onderwerp in.

Mevrouw Lahai (Sierra Leone) en de heer Assarid (Mali) brengen verslag uit over de beraadslagingen die in hun nationale parlementen hebben plaatsgevonden.

Sprekers: Talagi (Niue), Baldeh (Gambia), Baum (Europese Commissie) en Oumarou (Niger).

9.   Het Internationaal Strafhof: debat zonder resolutie

De covoorzitter leidt het onderwerp in.

Sprekers: Swaak-Goldman (bureau van de aanklager van het Internationaal Strafhof), Donat Cattin (Parliamentarians for Global Action), Mayer, Leinen, Straker (Saint Vincent en de Grenadines), Dekuek (Sudan), Deva, Assarid (Mali), Jiménez (Dominicaanse Republiek), Gomes, Lahai (Sierra Leone), Martínez Martínez en Awudu Mbaya (Kameroen).

10.   Verslag van de heer Mohamed Ali (Ethiopië) en de heer Alain Hutchinson

De heer Hutchinson en de heer Ali (Ethiopië) lichten het verslag toe.

Sprekers: Njobvu (Zambia), Mugambe (Uganda), Bowis, Borrell Fontelles, Ernesto (Mozambique), Aubert, Assarid (Mali), Novak, William (Seychellen), Schnellhardt, Danata (Kameroen), Baum (Europese Commissie), Fernandes en Diallo (Guinee).

De heer Ali (Ethiopië) en de heer Hutchinson sluiten het debat af.

(De vergadering wordt om 19.20 uur gesloten)

Wilkie RASMUSSEN en

Glenys KINNOCK

Covoorzitters

Sir John KAPUTIN en

Dietmar NICKEL

Cosecretarissen-generaal


25.10.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 271/4


NOTULEN VAN DE VERGADERING VAN DINSDAG 18 MAART 2008

(2008/C 271/02)

(De vergadering wordt om 9.10 uur geopend)

VOORZITTER: mevrouw KINNOCK

Covoorzitter

De covoorzitter deelt mee dat het niet tijdens de vergadering van maandag behandelde agendapunt over de Overeenkomst van Cotonou als laatste punt aan de agenda van dinsdag 18 maart zal worden toegevoegd. De verklaring van de heer Abdi, voorzitter van de Oost-Afrikaanse wetgevende vergadering, zal onmiddellijk na het debat met de Commissie plaatsvinden.

1.   Plaatsvervangers

De covoorzitter deelt mee dat de volgende plaatsvervangers aan de Vergadering deelnemen: Attard-Montalto (vervangt Grabowska), Gill (vervangt Jöns), Hutchinson (vervangt Ferreira), Isler Béguin (vervangt Irujo Amezaga), Klaß (vervangt López-Istúriz White), Leinen (vervangt Gröner), Maldeikis (vervangt Zaborska), Mauro (vervangt Coelho), Peterle (vervangt Ventre), Virrankoski (vervangt Lehideux) en Yáñez-Barnuevo (vervangt Gurmai).

2.   Verklaring van de heer Louis Michel, commissaris voor Ontwikkeling en humanitaire hulp

Commissaris Michel legt een verklaring af namens de Europese Commissie.

3.   Vragenuur (vragen aan de Commissie)

De heer Lutundula (Democratische Republiek Congo) informeert naar de procedure die van toepassing is op het vragenuur voor vragen aan de Commissie. De covoorzitter legt uit dat tijdens het vragenuur uitsluitend leden die vragen hebben voorgelegd aan de Commissie het woord mogen voeren. Tijdens het debat met de Commissie (punt 14) is de „catch the eye”-procedure van toepassing.

In totaal zijn er vijfentwintig vragen aan de Commissie gesteld.

De Commissie heeft de vragen schriftelijk beantwoord. De heer Michel geeft mondelinge toelichtingen bij de aanvullende vragen van de volgende vraagstellers:

Vraag nr. 10 van mevrouw Hall over gelijke toegang tot gezondheidszorg;

Vraag nr. 11 van de heer F. Schmidt over EPO's;

Vraag nr. 13 van de heer William (Seychellen) over EPO's en interimovereenkomsten;

Vraag nr. 14 van de heer Assarid (Mali) over EPO's en interimovereenkomsten;

Vraag nr. 15 van mevrouw Deerpalsing (Mauritius) over EPO's en interimovereenkomsten;

Vraag nr. 18 van de heer Yáñez-Barnuevo over handelsovereenkomsten;

Vraag nr. 25 van de heer O. Schmidt over staatsinvesteringsfondsen in Afrika;

Vraag nr. 3 van de heer Jardim Fernandes over de financiering van de strategie EU-Afrika;

Vraag nr. 20 van de heer Hutchinson over de situatie in Noord-Kivu;

Vraag nr. 21 van de heer Van Hecke over Oost-Congo;

Vraag nr. 23 van mevrouw Aubert over de vervuiling van de Niger-delta.

De indieners van de vragen nrs. 6, 8, 12 en 16 zijn niet aanwezig.

Mevrouw Zimmer stelt een aanvullende mondelinge vraag.

4.   Door de Commissie gegeven uitvoering aan de resoluties die op de 14e bijeenkomst van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU in Kigali (Rwanda) zijn aangenomen

Commissaris Michel verwijst naar het eerder rondgedeelde document (APP100.273) over de door de Commissie gegeven uitvoering aan de in Kigali (Rwanda) aangenomen resoluties.

5.   Debat met de Commissie

Sprekers: Jouye de Grandmaison, Deerpalsing (Mauritius), Martínez Martínez, Bowis, Cavuilati (Fiji), Manirakiza (Burundi), Isler Béguin, Oumarou (Niger), Gahler, Kgathi (Botswana), Gomes, Dalrymple-Philibert (Jamaica), Hutchinson, William (Seychellen), Cashman, Klassou (Togo), Seck (Senegal), Tiheli (Lesotho), Borrell Fontelles, Baldeh (Gambia), Jiménez (Dominicaanse Republiek), Kollie (Liberia), Humphrey (Barbados), Lahai (Sierra Leone), Diallo (Guinee) en Ngema Owono (Equatoriaal-Guinea).

Commissaris Michel antwoordt op de punten die tijdens het debat aan de orde worden gesteld.

De covoorzitter verzoekt de Vergadering te beslissen of de waarnemer van Cuba, zoals gevraagd, gedurende één minuut het woord mag voeren. Aangezien er geen bezwaren zijn, legt de heer Marichal zijn verklaring af.

De heer Lutundula (Democratische Republiek Congo) verklaart, in een motie van orde, dat sommige landen waarvan de situatie tijdens het debat besproken is geen gelegenheid hebben gekregen om het woord te voeren of niet aanwezig waren bij het debat. De covoorzitter legt uit dat alle aanwezige leden tijdens dit debat overeenkomstig de „catch the eye”-procedure de gelegenheid hadden om het woord te vragen.

6.   Verklaring van de heer Ibrahim Abdi, voorzitter van de Oost-Afrikaanse wetgevende vergadering

De heer Abdi legt een verklaring af namens de Oost-Afrikaanse wetgevende vergadering.

7.   Dringend onderwerp nr. 1: de situatie in Kenia

Sprekers: Dombrovskis, Mushelenga (Namibië), William (Seychellen), Assarid (Mali), Hutchinson, Lutundula (Democratische Republiek Congo), Said (Djibouti), Van Hecke, Diallo (Guinee), Isler Béguin, Amon-Ago (Ivoorkust), Zimmer, Naib (Eritrea), Straker (Saint Vincent en de Grenadines), Berend, Ogwal (Uganda), Toga (Ethiopië), Gomes, Dekuek (Sudan), Dalrymple-Philibert (Jamaica), Kgathi (Botswana) en Kamar (Kenia).

Commissaris Michel antwoordt op de punten die tijdens het debat aan de orde worden gesteld.

8.   De EU-Caribische strategie

Debat (zonder resolutie)

Sprekers: Humphrey (Barbados), Wieland, Jouye de Grandmaison, Dalrymple Philibert (Jamaica), Straker (Saint Vincent en de Grenadines) en Ribeiro e Castro.

Commissaris Michel sluit het debat af.

(De vergadering wordt om 13.20 uur onderbroken en om 15.20 uur hervat)

VOORZITTER: de heer RASMUSSEN

Covoorzitter

9.   Goedkeuring van de notulen van maandag 17 maart

De notulen worden goedgekeurd.

10.   Verklaring van de heer Andrej Šter, staatssecretaris van Ontwikkeling (Slovenië), fungerend voorzitter van de EU-Raad

De heer Šter legt een verklaring af namens de EU-Raad.

11.   Verklaring van de heer Ali Farah Assoweh, minister van Economische Zaken, Financiën en Ruimtelijke Ordening, verantwoordelijk voor privatisering (Djibouti), fungerend voorzitter van de ACS-Raad

De heer Farah Assoweh legt een verklaring af namens de ACS-Raad.

12.   Vragenuur (vragen aan de Raad)

Er zijn twee vragen aan de ACS-Raad gesteld.

De heer Farah Assoweh beantwoordt de volgende vragen, waarvan de eerste gevolgd wordt door een aanvullende vraag:

Vraag nr. 1 van de heer William (Seychellen) over de ratificatie van de herziene Overeenkomst van Cotonou;

Vraag nr. 2 van mevrouw Scheele (i.p.v. mevrouw Carlotti) over de ratificatie van de herziene Overeenkomst van Cotonou.

Er zijn negentien vragen aan de EU-Raad gesteld.

De heer Šter beantwoordt de volgende vragen en aanvullende vragen:

Vraag nr. 3 van de heer Jardim Fernandes over de doeltreffendheid van steun;

Vraag nr. 4 van de heer William (Seychellen) over criteria inzake BBP per hoofd van de bevolking;

Vraag nr. 5 van mevrouw Jouye de Grandmaison (i.p.v. de heer Agnoletto) over EPO/Uitvoersubsidies;

Vraag nr. 6 van de heer F. Schmidt over de herziening van voorlopige EPO's voordat tot de ondertekening en kennisgeving wordt overgegaan;

Vraag nr. 7 van de heer Assarid (Mali) over EPO's;

Vraag nr. 11 van mevrouw Aubert over uranium;

Vraag nr. 12 van de heer Hutchinson (i.p.v. mevrouw Ferreira) over de situatie in Noord-Kivu;

Vraag nr. 14 van de heer Schnellhardt over de missie naar Darfur;

Vraag nr. 16 van de heer Van Hecke over de toenemende spanningen in Somalië;

Vraag nr. 17 van mevrouw Gomes over de EVDB-missie naar Guinee-Bissau;

Vraag nr. 21 van de heer O. Schmidt over de gevangenneming van de Zweedse journalist Dawit Isaak;

Vraag nr. 19 van mevrouw Zimmer over legale migratie naar de EU voor ACS-burgers.

De volgende vragen worden niet gevolgd door aanvullende vragen:

Vraag nr. 15 van mevrouw Jouye de Grandmaison (i.p.v. mevrouw Carlotti) over de situatie in Somalië;

Vraag nr. 18 van de heer Leinen (i.p.v. mevrouw Gröner) over de klimaatverandering.

De indieners van de vragen nrs. 8, 9, 10, 13 en 20 zijn niet aanwezig.

13.   Debat met de Raad

Sprekers: Hutchinson, Deerpalsing (Mauritius), Martínez Martínez, Diallo (Guinee), Isler Béguin, Said (Djibouti), Ribeiro e Castro, William (Seychellen), Farah Assoweh (ACS-Raad) en Šter (EU-Raad).

14.   Moedersterfte en de vijfde millenniumontwikkelingsdoelstelling

Mevrouw Cagar legt een verklaring af namens het UNFPA.

Sprekers: Mitchell, William (Seychellen), covoorzitter Kinnock, O. Schmidt, Sithole (Mozambique), Aubert, Zimmer, Amon-Ago (Ivoorkust), Klaß, Lahai (Sierra Leone), Gill, Ogwal (Uganda), Dekuek (Sudan) en Manservisi (Europese Commissie).

De covoorzitter deelt mee dat het punt „Ervaringen met het Europees regionaal integratieproces die relevant zijn voor de ACS-landen” (covoorzitters: de heer Bornito De Sousa (Angola) en de heer Filip Kaczmarek, Commissie politieke zaken) de volgende ochtend zal worden behandeld.

Er wordt tevens meegedeeld dat de punten inzake migratie en klimaatverandering aan de agenda van donderdagochtend zullen worden toegevoegd.

Het punt betreffende de herziene Overeenkomst van Cotonou (debat zonder resolutie) komt te vervallen aangezien deze kwestie is behandeld tijdens de debatten met de Raad en de Commissie.

(De vergadering wordt om 19.20 uur gesloten)

Wilkie RASMUSSEN en

Glenys KINNOCK

Covoorzitters

Sir John KAPUTIN en

Dietmar NICKEL

Cosecretarissen-generaal


25.10.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 271/7


NOTULEN VAN DE VERGADERING VAN WOENSDAG 19 MAART 2008

(2008/C 271/03)

(De vergadering wordt geopend om 9.08 uur)

VOORZITTER: de heer RASMUSSEN

Covoorzitter

1.   Verklaring van de covoorzitter

De covoorzitter maakt de wijzigingen bekend die in de agenda van woensdag 19 maart zijn aangebracht. Het eerste punt dat behandeld zal worden, is het verslag van de Commissie politieke zaken.

2.   Verslag van de heer Bornito De Sousa (Angola) en de heer Filip Kaczmarek

De heer De Sousa (Angola) en de heer Kaczmarek leiden het verslag in.

Sprekers: Gahler, Leinen, Assarid (Mali), Zimmer, Wieland en Yáñez-Barnuevo.

De heer Manservisi (Europese Commissie) antwoordt op de vragen.

De heer Kaczmarek en de heer De Sousa (Angola) sluiten het debat af.

3.   Goedkeuring van de notulen van de vergadering van dinsdag 18 maart 2008

De notulen worden goedgekeurd.

4.   Verslag van de economische en sociale partners — De economische partnerschapsovereenkomsten: wat zijn de vooruitzichten en welke rol moet het maatschappelijk middenveld spelen?

De heer Dantin, voorzitter van het Follow-up Comité ACS-EU, presenteert het ontwerpverslag „De economische partnerschapsovereenkomsten: wat zijn de vooruitzichten en welke rol moet het maatschappelijk middenveld spelen?”.

Sprekers: Dalrymple-Philibert (Jamaica), William (Seychellen), Sithole (Mozambique), Seck (Senegal), Borrell Fontelles, Jouye de Grandmaison en Amon-Ago (Ivoorkust).

De heer Dantin antwoordt.

5.   Dringend onderwerp nr. 2: de situatie in Tsjaad

De heer Manservisi (Europese Commissie) leidt het onderwerp in.

Sprekers: Schröder, Dekuek (Sudan), Gomes, Saïd (Djibouti), Hall, Aubert, Kaczmarek, Bounkoulou (Congo), Toga (Ethiopië), Abdullahi (Nigeria), Berend, Seck (Senegal) en Lutundula (Democratische Republiek Congo).

6.   Verslag van de heer Alma Oumarou (Niger) en de heer Gay Mitchell

De heer Oumarou (Niger) en de heer Mitchell leiden het verslag in.

Sprekers: Seck (Senegal), Novak, Borrell Fontelles, Danata (Kameroen), O. Schmidt, Sithole (Mozambique), Deerpalsing (Mauritius), Aubert, Assarid (Mali), Jouye de Grandmaison, William (Seychellen) en Mporogomyi (Tanzania).

De heer Baum (Europese Commissie) antwoordt.

De heer Oumarou (Niger) en de heer Mitchell sluiten het debat af.

7.   Sport voor ontwikkeling en vrede

De heer Koss en de heer O'Brien leiden het onderwerp in.

Sprekers: Kgathi (Botswana), Isler Béguin, Toga (Ethiopië), Martens, Lahai (Sierra Leone), Callanan, Assarid (Mali), Sturdy, William (Seychellen), Cheron (Haïti) en De Sousa (Angola).

De heer Baum (Europese Commissie) beantwoordt de vragen.

De heer O'Brien en de heer Koss sluiten het debat af.

8.   Vragenuur (vragen aan de Raad)

Spreker: de heer Naib (Eritrea) over vraag nr. 21 (Artikel 14 van het Reglement van orde).

(De vergadering wordt gesloten om 13.10 uur)

Wilkie RASMUSSEN en

Glenys KINNOCK

Covoorzitters

Sir John KAPUTIN en

Dietmar NICKEL

Cosecretarissen-generaal


25.10.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 271/8


NOTULEN VAN DE VERGADERING VAN DONDERDAG 20 MAART 2008

(2008/C 271/04)

(De vergadering wordt om 9.10 uur geopend)

VOORZITTER: mevrouw KINNOCK

Covoorzitter

1.   Plaatsvervangers

De covoorzitter deelt mee dat de volgende plaatsvervangers aan de Vergadering deelnemen: Attard-Montalto (vervangt Grabowska), Bushill-Matthews (vervangt Langendries), Gill (vervangt Jöns), Hutchinson (vervangt Ferreira), Isler Béguin (vervangt Irujo Amezaga), Klaß (vervangt López-Istúriz White), Leinen (vervangt Gröner), Maldeikis (vervangt Zaborska), Mauro (vervangt Coelho), Peterle (vervangt Ventre), Virrankoski (vervangt Lehideux), Yáñez-Barnuevo (vervangt Gurmai) en Zaleski (vervangt Herranz García).

2.   Goedkeuring van de notulen van dinsdagmiddag, 18 maart, en van woensdagochtend, 19 maart 2008

De notulen worden goedgekeurd.

De covoorzitters betuigen namens de Vergadering hun deelneming met het onverwachte overlijden van dr. Chosani Njobvu op 19 maart en brengen hun condoleances over aan de familie van de overledene en aan zijn collega's van het Zambiaanse parlement.

3.   Migratie: debat zonder resolutie

De covoorzitter leidt het onderwerp in.

Sprekers: Attard-Montalto, Kaboré (Burkina Faso), Zaleski, Assarid (Mali), Borrell Fontelles, Cavuilati (Fiji), Isler Béguin, Cire Sall (Senegal), Hutchinson, Diallo (Guinee), Kgathi (Botswana), Yáñez-Barnuevo, Naib (Eritrea), William (Seychellen), Gomes, Humphrey (Barbados) en Baum (Europese Commissie).

4.   De sociale en milieugevolgen van de klimaatverandering in de ACS-landen: debat zonder resolutie

De covoorzitter leidt het onderwerp in.

Sprekers: Bowis, Milebou Aubussou (Gabon), Peterle, Deerpalsing (Mauritius), Dekuek (Sudan), Isler Béguin, Klassou (Togo), De Sousa (Angola), Lahai (Sierra Leone), Sithole (Mozambique), Mahazaka (Madagaskar), William (Seychellen) en Baum (Europese Commissie).

5.   Beknopte verslagen van de workshops

Mevrouw Ludmjlla Novak over de revalidatie van gehandicapten in Slovenië;

Mevrouw Bernadette Lahai (Sierra Leone) over plattelandstoerisme in Slovenië;

De heer Olle Schmidt over het Sloveense minderhedenbeleid.

6.   Stemming over de ontwerpresoluties in de verslagen van de drie vaste commissies

Verslag over ervaringen met het Europees regionaal integratieproces die relevant zijn voor de ACS-landen (ACS-EU/100.203/08/fin.) — Commissie politieke zaken. Corapporteurs: de heer Bornito De Sousa (Angola) en de heer Filip Kaczmarek

Amendement 1 wordt aangenomen.

De aldus gewijzigde resolutie wordt met algemene stemmen aangenomen.

Verslag over voedselveiligheid in de ACS-landen en de rol van de samenwerking ACS-EU (ACS-EU/100.205/08/fin.) — Commissie economische ontwikkeling, financiën en handel. Corapporteurs: de heer Mohamed Ali (Ethiopië) en de heer Alain Hutchinson

De amendementen 1, 2, 3 en 4 worden aangenomen.

De aldus gewijzigde resolutie wordt aangenomen, met één stem tegen.

Verslag over de sociale gevolgen en gevolgen op milieuvlak van structurele aanpassingsprogramma's (ACS-EU/100.202/08/fin.) — Commissie sociale zaken en milieu. Corapporteurs: de heer Alma Oumarou (Niger) en de heer Gay Mitchell

De ALDE-Fractie dient een mondeling amendement op amendement 3 in. Het mondelinge amendement wordt aangenomen.

De ALDE-Fractie verzoekt om een stemming in onderdelen over amendement 5. De drie onderdelen worden aangenomen.

De PPE-DE-Fractie verzoekt om een aparte stemming over Overweging D. Het verzoek wordt verworpen.

De PPE-DE-Fractie verzoekt om een stemming in onderdelen over Overweging N. Het eerste onderdeel wordt aangenomen en het tweede onderdeel wordt verworpen.

Amendement 2 wordt verworpen.

De amendementen 1 en 4 worden aangenomen.

De aldus gewijzigde resolutie wordt met algemene stemmen aangenomen.

7.   Stemming over dringende ontwerpresoluties

Dringende ontwerpresolutie over de situatie in Kenia (ACS-EU/100.269/08/comp.)

De heer Van Hecke dient een mondeling amendement op paragraaf 13 in. Het mondelinge amendement wordt aangenomen.

De Ugandese delegatie dient een mondeling amendement op amendement 2 in. Het mondelinge amendement wordt aangenomen.

De amendementen 1, 3 en 4 worden aangenomen.

De aldus gewijzigde resolutie wordt met algemene stemmen aangenomen.

Dringende ontwerpresolutie over de situatie in Tsjaad (ACS-EU/100.270/08/comp.)

Er wordt verzocht om een gescheiden stemming over de resolutie in haar geheel.

De resolutie wordt verworpen (ACS: 14 voor, 24 tegen bij 3 onthoudingen; EU: unaniem voor).

Sprekers: Gahler, Assarid (Mali), Aubert, Martínez Martínez, Amon-Ago (Ivoorkust), Gomes, Zaleski, Dekuek (Sudan), Leinen, Wieland, Oumarou (Niger) en Schröder.

Mevrouw Lulling legt een verklaring af over de stemming betreffende de resolutie over voedselveiligheid.

8.   Diversen

De heer O. Schmidt dient schriftelijk een motie van orde in over de verklaringen van een Eritrees ACS-lid met betrekking tot de gevangengenomen Zweedse journalist Dawit Isaak.

De covoorzitter dankt de Sloveense autoriteiten voor hun gastvrijheid en inspanningen bij de organisatie van de 15e bijeenkomst van de Paritaire Parlementaire Vergadering in Ljubljana en de sociale nevenactiviteiten.

De covoorzitter kondigt de aanstaande pensionering aan van mevrouw Annick Lefèvre, van het EU-secretariaat, die zich gedurende 34 jaar heeft ingespannen voor de Paritaire Parlementaire Vergadering.

9.   Datum en plaats van de 16e bijeenkomst van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU

De 16e bijeenkomst van de PPV zal plaatsvinden van 23 t/m 28 november 2008 in Port Moresby (Papoea-Nieuw-Guinea).

(De vergadering wordt om 11.45 uur gesloten)

Wilkie RASMUSSEN en

Glenys KINNOCK

Covoorzitters

Sir John KAPUTIN en

Dietmar NICKEL

Cosecretarissen-generaal


BIJLAGE I

ALFABETISCHE LIJST VAN DE LEDEN VAN DE PARITAIRE PARLEMENTAIRE VERGADERING

ACS-vertegenwoordigers

EP-vertegenwoordigers

RASMUSSEN (COOKEILANDEN), covoorzitter

KINNOCK, covoorzitter

ANGOLA (ondervoorzitter)

GAHLER (ondervoorzitter)

BURKINA FASO (ondervoorzitter)

MANTOVANI (ondervoorzitter)

CONGO Republiek (ondervoorzitter)

JOUYE DE GRANDMAISON (ondervoorzitter)

CONGO Democratische Republiek (ondervoorzitter)

CARLOTTI (ondervoorzitter)

ETHIOPIË (ondervoorzitter)

MITCHELL (ondervoorzitter)

GAMBIA (ondervoorzitter)

AUBERT (ondervoorzitter)

GUYANA (ondervoorzitter)

LULLING (ondervoorzitter)

PAPOEA-NIEUW-GUINEA (ondervoorzitter)

BIELAN (ondervoorzitter)

RWANDA (ondervoorzitter)

POLFER (ondervoorzitter)

SALOMONSEILANDEN (ondervoorzitter)

MARTÍNEZ MARTÍNEZ (ondervoorzitter)

SURINAME (ondervoorzitter)

BOWIS (ondervoorzitter)

ZIMBABWE (ondervoorzitter)

GOUDIN (ondervoorzitter)

ANTIGUA EN BARBUDA

AGNOLETTO

BAHAMA'S

ALLISTER

BARBADOS

ARIF

BELIZE

AYLWARD

BENIN

BEREND

BOTSWANA

BORRELL FONTELLES

BURUNDI

BULLMAN

KAMEROEN

BUSK

KAAPVERDIË

CALLANAN

CENTRAAL-AFRIKAANSE REPUBLIEK

CASHMAN

TSJAAD

COELHO

COMOREN

CORNILLET

COOKEILANDEN

DEVA

IVOORKUST

DILLEN

DJIBOUTI

DOMBROVSKIS

DOMINICA

FERNANDES

DOMINICAANSE REPUBLIEK

FERREIRA

EQUATORIAAL-GUINEA

GAUBERT

ERITREA

GOMES

FIJI

GRABOWSKA

GABON

GRÖNER

GHANA

GURMAI

GRENADA

HALL

GUINEE

HAUG

GUINEE-BISSAU

HERRANZ GARCĺA

JAMAICA

HOLM

HAÏTI

IRUJO AMEZAGA

KENIA

JÖNS

KIRIBATI

KACZMAREK

LESOTHO

KORHOLA

LIBERIA

KOZLIK

MADAGASKAR

LANGENDRIES

MALAWI

LEHIDEUX

MALI

LÓPEZ-ISTÚRIZ WHITE

MARSHALLEILANDEN (Republiek der)

LOUIS

MAURITANIË

McAVAN

MAURITIUS

MARTENS

MICRONESIA (Federale Staten van)

MAYER

MOZAMBIQUE

MORILLON

NAMIBIË

NOVAK

NAURU (Republiek)

PLEGUEZUELOS AGUILAR

NIGER

RIBEIRO E CASTRO

NIGERIA

ROITHOVÁ

NIUE

ROSATI

PALAU

SBARBATI

SAINT KITTS EN NEVIS

SCHEELE

SAINT LUCIA

SCHLYTER

SAINT VINCENT EN DE GRENADINES

SCHMIDT F.

SAMOA

SCHMIDT O.

SAO TOMÉ EN PRINCIPE

SCHNELLHARDT

SENEGAL

SCHRÖDER

SEYCHELLEN

SORNOSA MARTÍNEZ

SIERRA LEONE

SPERONI

SOMALIË

STURDY

ZUID-AFRIKA

VAN HECKE

SUDAN

VAN LANCKER

SWAZILAND

VENETO

TANZANIA

VENTRE

OOST-TIMOR

de VILLIERS

TOGO

WIELAND

TONGA

WIJKMAN

TRINIDAD EN TOBAGO

ZÁBORSKÁ

TUVALU

ZANI

UGANDA

ZĪLE

VANUATU

ZIMMER

ZAMBIA

 

COMMISSIE POLITIEKE ZAKEN

ACS-leden

EP-leden

IBOVI (REPUBLIEK CONGO), covoorzitter

CALLANAN, covoorzitter

CHERON (HAÏTI), ondervoorzitter

JÖNS, ondervoorzitter

AIMO (PAPOEA-NIEUW-GUINEA), ondervoorzitter

POLFER, ondervoorzitter

DE SOUSA (ANGOLA)

BIELAN

BELIZE

CARLOTTI

DAYORI (BENIN)

COELHO

CENTRAAL-AFRIKAANSE REPUBLIEK

DILLEN

COOKEILANDEN

GAHLER

AMON-AGO (IVOORKUST)

GAUBERT

MUSA NAIB (ERITREA)

GOMES

TOGA (ETHIOPIË)

GRABOWSKA

CAVUILATI (FIJI)

GRÖNER

MILEBOU-AUBUSSON (GABON)

GURMAI

KUMI (GHANA)

KACZMAREK

GRENADA

LÓPEZ ISTÚRIZ

GUYANA

LOUIS

KAMAR (KENIA)

MARTÍNEZ MARTÍNEZ

KOLLIE (LIBERIA)

MORILLON

NIUE

SANZ PALACIO

STRAKER (SAINT VINCENT EN DE GRENADINES)

SCHMIDT F.

ZUID-AFRIKA

VAN HECKE

MPOROGOMYI (TANZANIA)

VENTRE

KLASSOU (TOGO)

WIELAND

TUVALU

ZANI

MANDIZHA (ZIMBABWE)

ZIMMER

COMMISSIE ECONOMISCHE ONTWIKKELING, FINANCIËN EN HANDEL

ACS-leden

EP-leden

KGATHI (BOTSWANA), covoorzitter

SCHLYTER, covoorzitter

KUTEKALA (DEMOCRATISCHE REPUBLIEK CONGO), ondervoorzitter

DOMBROVSKIS, ondervoorzitter

WAZIRI (NIGERIA), ondervoorzitter

RIBEIRO E CASTRO, ondervoorzitter

BARBADOS

AGNOLETTO

MANIRAKIZA (BURUNDI)

BEREND

EQUATORIAAL-GUINEA

BULLMANN

ALI (ETHIOPIË)

 

DALRYMPLE-PHILIBERT (JAMAICA)

BUSK

TIHELI (LESOTHO)

CORNILLET

ASSARID (MALI)

DEVA

GUELAYE (MAURITANIË)

FERREIRA

MICRONESIA (Federale Staten van)

IRUJO AMEZAGA

MUSHELENGA (NAMIBIË)

KINNOCK

PALAU

KOZLÍK

POLISI (RWANDA)

LANGENDRIES

SAMOA

LEHIDEUX

SAO TOMÉ EN PRINCIPE

LULLING

SECK (SENEGAL)

MAYER

WILLIAM (SEYCHELLEN)

McAVAN

LAHAI (SIERRA LEONE)

PLEGUEZUELOS AGUILAR

SAINT KITT EN NEVIS

ROSATI

SAINT LUCIA

SCHRÖDER

DEKUEK (SUDAN)

SPERONI

TONGA

STURDY

TRINIDAD EN TOBAGO

VAN LANCKER

MUGAMBE (UGANDA)

de VILLIERS

NJOBVU (ZAMBIA)

ZĪLE

COMMISSIE SOCIALE ZAKEN EN MILIEU

ACS-leden

EP-leden

BUTULSO (VANUATU), covoorzitter

SCHEELE, covoorzitter

SITHOLE (MOZAMBIQUE), ondervoorzitter

NOVAK, ondervoorzitter

DEERPALSING (MAURITIUS), ondervoorzitter

ARIF, ondervoorzitter

ANTIGUA EN BARBUDA

ALLISTER

BAHAMA'S

AUBERT

TAPSOBA (BURKINA FASO)

AYLWARD

DANATA (KAMEROEN)

BORRELL FONTELLES

KAAPVERDIË

BOWIS

TSJAAD

CASHMAN

COMOREN

CANTON

SAID (DJIBOUTI)

CIANI

DOMINICA

FERNANDES

JIMENEZ (DOMINICAANSE REPUBLIEK)

FRAILE

BALDEH (GAMBIA)

GOUDIN

GUINEE-BISSAU

HALL

KIRIBATI

HAUG

MADAGASKAR

HOLM

MALAWI

JOUYE DE GRANDMAISON

MARSHALLEILANDEN

KORHOLA

NAURU (Republiek)

MARTENS

OUMAROU (NIGER)

MITCHELL

SALOMONSEILANDEN

ROITHOVA

SOMALIË

SCHMIDT O.

RATHPAL (SURINAME)

SCHNELLHARDT

THWALA (SWAZILAND)

VENETO

OOST-TIMOR

WIJKMAN

 

ZÁBORSKÁ


BIJLAGE II

PRESENTIELIJST VAN DE BIJEENKOMST VAN 17 T/M 20 MAART 2008 IN LJUBLJANA (SLOVENIË)

RASMUSSEN (Cookeilanden), covoorzitter

KINNOCK, covoorzitter

DE SOUSA (Angola) (ondervoorzitter)

ATTARD-MONTALTO (vervangt GRABOWSKA) (3)  (4)  (5)

HUMPHREY (Barbados) (1)

AYLWARD

DAYORI (Benin)

AUBERT (ondervoorzitter)

KGATHI (Botswana)

BEREND

KABORE (Burkina Faso) (ondervoorzitter)

BUSHILL (vervangt LANGENDRIES) (5)

MANIRAKIZA (Burundi)

BORRELL

DANATA (Kameroen)

BOWIS (ondervoorzitter)

ALMADA (Kaapverdië)

 

SORONGUPE (Centraal-Afrikaanse Republiek)

 

IBOVI (Congo, Republiek) (ondervoorzitter)

CALLANAN

LUTUNDULA (Congo, Democratische Republiek) (ondervoorzitter)

CASHMAN (2)  (3)

MITCHELL (Cookeilanden)

CORNILLET (3)  (4)

AMON-AGO (Ivoorkust)

DEVA

ABDI SAID (Djibouti)

DILLEN (2)  (3)

KNIGHTS (Dominica)

DOMBROVSKIS

JIMENEZ (Dominicaanse Republiek)

FERNANDES

NGUEMA (Equatoriaal-Guinea)

GAHLER (ondervoorzitter)

NAIB (Eritrea)

GILL (vervangt Jöns)

TOGA (Ethiopië) (ondervoorzitter)

GOMES

CAVUILATI (Fiji) (1)

GOUDIN (ondervoorzitter) (2)  (3)

MILEBOU AUBUSSON (Gabon)

HALL (2)  (3)  (4)

BALDEH (Gambia) (ondervoorzitter)

HAUG

BEMAIKUMI (Ghana) (1)

HUTCHINSON (vervangt FERREIRA)

DIALLO (Guinea)

ISLER BEGUIN (vervangt IRUJO AMEZAGA)

CHERON (Haïti)

JOUYE DE GRANDMAISON (ondervoorzitter)

PHILIBERT (Jamaica)

KACZMAREK

KAMAR(Kenia)

KLASS (vervangt LÓPEZ ISTÚRIZ WHITE) (3)  (4)  (5)

TIHELI (Lesotho) (1)

LEINEN (vervangt Gröner)

KOLLIE (Liberia)

LULLING (ondervoorzitter)

MAHAZAKA (Madagaskar)

MALDEIKIS (vervangt ZABORSKA)

MATOLA (Malawi)

MANTOVANI (ondervoorzitter) (3)  (4)

ASSARID (Mali)

MARTENS

OULD GUELAY (Mauritanië)

MARTÍNEZ MARTÍNEZ (ondervoorzitter)

DEERPALSING (Mauritius)

MAURO (vervangt Coelho)

SITHOLE (Mozambique)

MAYER

MUSHELENGA (Namibië)

MITCHELL (ondervoorzitter) (3)  (4)  (5)

OUMAROU (Niger)

NOVAK

TAMBUWAL (Nigeria)

PETERLE (vervangt VENDRE)

TALAGI (Niue)

RIBEIRO CASTRO

AIMO (Papoea-Nieuw-Guinea) (ondervoorzitter)

SCHEELE (2)  (3)  (4)

POLISI (Rwanda) (ondervoorzitter)

SCHMIDT F.

STRAKER (Saint Vincent en de Grenadines)

SCHMIDT O.

SECK MAMADOU (Senegal)

SCHNELLHARDT (2)  (3)  (4)

WILLIAM (Seychellen)

SCHRÖDER

LAHAI (Sierra Leone)

SPERONI (3)  (4)  (5)

CHAN (Salomonseilanden) (ondervoorzitter)

STURDY (4)  (5)

SITHOLE (Zuid-Afrika)

VAN HECKE

DEKUEK (Sudan)

VENETO (2)  (3)  (5)

RATHIPAL (Suriname) (ondervoorzitter)

VIRRANKOSKI (vervangt LEHIDEUX) (3)  (4)  (5)

THWALA (Swaziland)

WIELAND

MPOROGOMYI (Tanzania)

YANEZ BARNUEVO (vervangt GURMAI)

KLASSOU (Togo)

ZALESKI (vervangt HERRANZ GARCÍA) (5)

MUGAMBE (Uganda)

ZANI (3)  (4)  (5)

BUTULSO (Vanuatu)

ZILE (2)

NJOBVU (Zambia)

ZIMMER

MANDIZHA (Zimbabwe) (ondervoorzitter) (1)

 

Eveneens aanwezig:

ANGOLA

VALENTE

NZUANGA

SILVA

ANDRE

BARBADOS

GODDARD

BENIN

ALIA

SEIDOUADAMBI

DURAND-ADJAHI

BOTSWANA

BATLHOKI

BURKINA FASO

OUEDRAOGO

YERBANGA

TABSOBA

BURUNDI

KAVAKURE

KWIZERA

RIVUZUMWAMI

KAMEROEN

BAH OUMAROU

SANDA

BOBBO

CENTRAAL-AFRIKAANSE REPUBLIEK

YNI FOLO

CONGO (Republiek)

BOUNKOULOU

EDJIAKA

ZOULA

CONGO (Democratische Republiek)

MBUKULAKA

MOLEKOMOLIWA

GOYA KILEMGE

MBAYAGIZI AMINE

KUZUNDA

IVOORKUST

AMANI

MOLE MOLE

ERITREA

NEGASIKASSA

ETHIOPIË

ALI

AHMEDIN

CHRISTOS

KEBEDE

ZENEBE

 

 

GABON

MABENDE

MAKONGO

RISSONGA

HERVO AKENDENZUE

GAMBIA

NYAN ALABOSON

GHANA

OPPONG-NTIRI

GUINEE

DIARSO

EQUATORIAAL-GUINEA

NKA OBIANG

HAÏTI

FEQUIERE

JAMAICA

REID

KENIA

KABANDO

KAHENDE

LIBERIA

TELEWODA

MALI

TRAORE

BA

DIALLO

MAURITANIË

AHMEDOU

MAURITIUS

GUNESSEE

NAMIBIË

DE WAAL

HAKWNYE

NDADI

NIGER

ABDOURHAMANE

ISSSOUFOU

BAKO

NIGERIA

AKWASHIKI

USMAN

ABDULLAHI

ADEYANJU

ADEFIRE

UKESI

PAPOEA-NIEUW-GUINEA

DEKENA

BALAGETUNA

ABURU

RWANDA

CYITATIRE

SENEGAL

DIAGNE

DIOP

SALL

N'DOYE

N'DIAYE

SEYCHELLEN

FAURE

SIERRA LEONE

KABBA

SALOMONSEILANDEN

MA'AHANUA

ZUID-AFRIKA

SOOKAL

DANIELS

MAGAU

SUDAN

MUSTAFA

ALLOBA

BEDRI

JERVASE YAK

TAHA

SURINAME

HIWAT

ESAJAS

SWAZILAND

DLAMINI

MASUKU

TOGO

LAWSON

GBONE

TOBA

UGANDA

ATIM-OGWAL

DOMBO

KATENKA

APULI

ZAMBIA

MULENGA

 

 

CUBA — Marichal

RAAD ACS-EU

ŠTER

(staatssecretaris voor Ontwikkeling (Slovenië), fungerend voorzitter van de EU-Raad)

ASSOWEH

(minister van Economische Zaken, Financiën en Ruimtelijke Ordening, verantwoordelijk voor privatisering (Djibouti), fungerend voorzitter van de ACS-Raad)

EUROPESE COMMISSIE

MICHEL

Commissaris voor Ontwikkeling en Humanitaire Hulp

EESC

DANTIN

TCL

NEUN

BURGUET

BOTO

ECOWAS

DIAKITE

NHAMAJO

GARBA

MIFOUTAOU

VN-HABITAT

BAKOLE

FAO

BAKURAMUTSA

EALA

ABDI

OGALO

OBATRE

COMESA

WALLAB

INTERNATIONAAL STRAFHOF

SWAAK GOLOMAN

DONAT CATTIN

UNFPA

CAGAR

RIGHT TO PLAY

KOSS

UNICEF

O'BRIAN

ACS-SECRETARIAAT

KAPUTIN, cosecretaris-generaal

EU-SECRETARIAAT

NICKEL, cosecretaris-generaal


(1)  Landen vertegenwoordigd door niet-parlementaire vertegenwoordigers.

(2)  Aanwezig op 17 maart 2008.

(3)  Aanwezig op 18 maart 2008.

(4)  Aanwezig op 19 maart 2008.

(5)  Aanwezig op 20 maart 2008.


BIJLAGE III

BIJLAGE BIJ DE VERGADERING VAN MAANDAG 17 MAART 2008

Accreditering van niet-parlementaire vertegenwoordigers

BARBADOS

Z.E. de heer Errol HUMPHREY,

Ambassadeur, Ambassade van Barbados, Brussel

COOKEILANDEN

De heer Michael C. MITCHELL,

Secretaris, Ministerie van Buitenlandse Zaken en Immigratie, Regering van de Cookeilanden

FIJI

Z.E. de heer Ratu Seremaia Tuinausori CAVUILATI,

Ambassadeur, Ambassade van Fiji, Brussel

GHANA

H.E. mevrouw Nana BEMA KUMI,

Ambassadeur, Ambassade van Ghana, Brussel

LESOTHO

H.E. mevrouw Mamoruti A. TIHELI,

Ambassadeur, Ambassade van Lesotho, Brussel

ZIMBABWE

De heer Leonard MANDIZHA,

Ambassaderaad, Ambassade van Zimbabwe, Brussel


BIJLAGE IV

MEDEDELING AAN DE LEDEN

over de sociale en milieugevolgen van programma's voor structurele aanpassing (ACS-EU/100.202/08/def.);

over de ervaringen met het Europese regionale integratieproces die van belang kunnen zijn voor de ACS-landen (ACS-EU/100.203/08/def.);

over kwesties in verband met de voedselzekerheid in de ACS-landen en de rol van de samenwerking ACS-EU (ACS EU/100.205/08/def.);

over de situatie in Kenia (ACS-EU/100.269/08/def.).

RESOLUTIE  (1)

over de sociale en milieugevolgen van programma's voor structurele aanpassing

De Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU,

in vergadering bijeen in Ljubljana (Slovenië) van 17 tot en met 20 maart 2008,

gelet op artikel 17, lid 1 van haar Reglement,

gelet op artikel 177, 178, 179, 180, 181 en 181A van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

onder verwijzing naar de resolutie van het Europees Parlement inzake meer en beter samenwerking: het pakket 2006 inzake de doeltreffendheid van de bijstand van de EU (2006/2208(INI) (2),

onder verwijzing naar de resolutie van het Europees Parlement inzake de strategische herziening van het Internationaal Monetair Fonds (2005/2121(INI) (3),

gezien de aanpak van strategiedocumenten voor armoedebestrijding (PRSP), aangevangen door het IMF en de Wereldbank in 1999,

gezien de Millenniumverklaring van 8 september 2000, waarin de millenniumontwikkelingsdoelstellingen (MOD's) worden uiteengezet, de criteria die de internationale gemeenschap gezamenlijk heeft vastgesteld voor het uitbannen van armoede,

gezien de Monterrey-consensus inzake ontwikkelingsfinanciering van 22 maart 2002,

gezien de Washington-consensus,

gezien de Verklaring van Rome over harmonisatie, aangenomen op 25 februari 2003, en de Verklaring van Parijs over de doeltreffendheid van ontwikkelingshulp, aangenomen op 2 maart 2005 na afloop van het High Level Forum over de harmonisatie en onderlinge afstemming van hulp (hierna genoemd „Verklaring van Parijs”),

gezien het initiatief ten gunste van arme landen met een zware schuldenlast (HIPC-initiatief) dat in 1996 is gestart door het IMF en de Wereldbank teneinde ervoor te zorgen dat arme landen geen schuldenlast hebben die ze niet kunnen dragen,

gezien het door de G8 in juni 2005 gelanceerde multilaterale initiatief voor schuldvermindering,

gezien de regeling van de Wereldbank en het IMF voor de houdbaarheid van de schuldenlast, 2005,

gezien het verslag van het onafhankelijk evaluatiebureau van het IMF (Independent Evaluation Office) getiteld „The IMF and Aid to Sub-Saharan Africa” (2007) (4),

gezien de herziening van de conditionaliteit van de Wereldbank in 2005 (5),

gezien de Gids van het IMF inzake de transparantie van inkomsten uit natuurlijke hulpbronnen (6), die in juni 2005 is goedgekeurd,

gezien het in opdracht van de Wereldbank opgestelde verslag over winningsindustrieën (Extractive Industries Review) van 2004,

gezien het evaluatiekader van het programma voor overheidsuitgaven en financiële verantwoording (Public Expenditure and Financial Accountability Programme, PEFA) van juni 2005,

gezien het verslag van de Commissie sociale zaken en milieu (ACP-EU/100.202/08),

A.

overwegende dat het bevorderen van duurzame economische groei het voornaamste doel is van een programma voor structurele aanpassing, en dat in deze programma's de voorwaarden, de technische steun en het beleidsadvies voor een ontwikkelingsland globaal zijn vastgelegd, veelal als onderdeel van het leningsprogramma,

B.

overwegende dat de programma's voor structurele aanpassing in de landen waar deze ten uitvoer zijn gelegd, veelal op een fiasco zijn uitgelopen, vanwege al te beperkende voorwaarden van de kant van de crediteur; overwegende dat de Wereldbank haar structurele aanpassingsprogramma's in 2004 heeft vervangen door een nieuw financieringsinstrument voor ontwikkelingsbeleid (Development Policy Lending instrument, DPL),

C.

overwegende dat macro-economische voorwaarden, verbeterde overheidsuitgaven, een gezonde begrotingsplanning en schuldenbeheer, een doeltreffend beheer van de overheidsfinanciën en de begrotingssystemen, marktconforme rentetarieven en wisselkoersen fundamenteel zijn voor groei en ontwikkeling,

D.

overwegende dat met de programma's voor structurele aanpassing wordt beoogd begrotingstekorten van regeringen te verminderen, wat in veel gevallen leidt tot inkrimping van de begroting voor de sociale sectoren, ondanks het feit dat maatschappelijke investeringen op onder meer het gebied van onderwijs en gezondheidszorg onontbeerlijk zijn voor duurzame economische groei,

E.

overwegende dat de instellingen van Bretton Woods de programma's voor structurele aanpassing in veel gevallen ten uitvoer leggen zonder rekening te houden met bijzondere nationale omstandigheden; overwegende dat dergelijke programma's moeten worden afgestemd op de specifieke behoeften van de desbetreffende landen,

F.

overwegende dat de landen na tenuitvoerlegging van de programma's voor structurele aanpassing vaak slechter af zijn dan daarvoor en dat in gevallen waar er weliswaar sprake is van verbetering op macro-economisch niveau, de negatieve uitwerkingen op micro-economisch niveau vaak worden verzwegen,

G.

overwegende dat de instellingen van Bretton Woods de laatste drie decennia een leidinggevende rol hebben gespeeld in structurele aanpassing; overwegende dat de instellingen van Bretton Woods een grote invloed hebben op leningen en ontwikkelingshulp, daar de meeste donors en financiële instellingen zich beroepen op de subsidiabiliteitsvoorwaarden van deze instellingen,

H.

overwegende dat de inkrimping van het overheidspersoneel en salarisverminderingen in de overheidssector in de ACS-landen en bezuinigingen op de middelen voor het functioneren van het openbaar bestuur in deze landen hebben geleid tot een bestuurlijk tekort en tot een afnemende effectiviteit van hun bestuursapparaten,

I.

overwegende dat donors en verstrekkers van leningen, gezien hun plicht en legitiem belang ervoor te zorgen dat het verstrekte geld deugdelijk wordt beheerd en wordt gebruikt voor de doeleinden waarvoor het is bestemd, zich baseren op conditionaliteit,

J.

overwegende dat de conditionaliteit van het economisch beleid er vaak toe heeft geleid dat leningen en subsidies van het IMF en de Wereldbank zijn geblokkeerd, wat een beleid tot gevolg kan hebben dat niet aansluit bij de nationale omstandigheden, en dat zelfs indruist tegen de verwezenlijking van de MOD's,

K.

overwegende dat de opheffing van landbouwsubsidies in de ACS-landen in het kader van structurele aanpassingsprogramma's heeft geresulteerd in lagere opbrengsten en een verlaging van de landbouwproductie, met negatieve gevolgen voor de onafhankelijke voedselvoorziening en de voedselzekerheid, en in een daling van de export van landbouwgewassen, alsmede tot een drastische verlaging van de gegarandeerde prijs voor suiker uit ACS-landen op de EU-markt, wat tot een preferentie-erosie en een verslechtering van de handelsbalans in de ACS-landen leidt,

L.

overwegende dat het IMF en de Wereldbank verschillende prioriteiten hebben,

M.

overwegende dat de bezuinigingsmaatregelen die in de programma's voor structurele aanpassing worden opgelegd gevolgen hebben gehad voor het sociale klimaat en soms politieke instabiliteit tot gevolg hebben gehad,

N.

overwegende dat privatisering en liberalisering van de economieën op ideologische wijze zijn doorgevoerd door het IMF en de Wereldbank; overwegende dat de Wereldbank met betrekking tot de financiering van ontwikkelingsbeleid heeft verklaard dat „gezien de wisselende resultaten van aanpassingsleningen, beleidsvoorschriften — zoals richtsnoeren betreffende maatregelen voor privatisering en liberalisering van de handel — niet langer onderdeel vormen van het financieringsbeleid” (7),

O.

overwegende dat het bezuinigingsbeleid dat in het kader van de programma's voor structurele aanpassing wordt gevoerd de vraag heeft teruggedrongen, groei heeft ondermijnd en de werkloosheid heeft doen toenemen, met name werkloosheid onder jonge afgestudeerden,

P.

overwegende dat meer mensen door de toename van de werkloosheid het platteland zijn ontvlucht en dat de migratiestromen van de ACS-landen naar de rijke landen hierdoor zijn toegenomen,

Q.

overwegende dat de aandacht in de programma's voor structurele aanpassing uitgaat naar de symptomen van ontwikkelingsachterstand en niet naar de onderliggende oorzaken, d.w.z. ongelijke handel, schuldenlast en dominantie van multinationals, en dat er ondanks de toename van openbare ontwikkelingssteun een negatieve nettokapitaalstroom voor ACS-landen ontstaat omdat deze oorzaken niet worden weggenomen,

R.

overwegende dat economisch wanbeheer en politiek wanbestuur (democratisch tekort) een belemmering vormen voor sociaal-economische ontwikkeling,

S.

overwegende dat het IMF streeft naar het bevorderen van internationale monetaire samenwerking, het vergemakkelijken van expansie en evenwichtige groei van de internationale handel, het bijdragen aan het bevorderen en behouden van een hoog niveau van werkgelegenheid en van reëel inkomen, het bevorderen van wisselkoersstabiliteit, het terugdringen van de onevenwichtigheid in internationale betalingsbalansen, en naar het voorzien in financiële steun teneinde aanpassingen in de betalingsbalans te vergemakkelijken,

T.

overwegende dat de Wereldbank uitdrukkelijk streeft naar het overal ter wereld terugdringen van de armoede en het verhogen van de levensstandaard door middel van twee ontwikkelingsinstanties: de Internationale Bank voor Herstel en Ontwikkeling (IBHO), gericht op middeninkomenslanden en kredietwaardige landen met lage inkomens, en de Internationale Ontwikkelingsassociatie, die werkt met landen met lage inkomens,

U.

overwegende dat internationale financiële instellingen een positieve rol kunnen spelen voor een eerlijkere globalisering, maar dat hiervoor gedifferentieerde en niet-conditionele, op zeggenschap van de betrokken landen gebaseerde en op hun specifieke nationale omstandigheden afgestemde benaderingen vereist zijn van kwesties zoals liberalisering van de handel, privatisering en deregulering van de arbeidsmarkt,

V.

overwegende dat de ACS-landen in de raden van bestuur van het IMF en de Wereldbank marginaal zijn vertegenwoordigd,

W.

overwegende dat duurzame ontwikkeling voorziet in onze hedendaagse behoeften zonder dat het toekomstige generaties moeilijker wordt gemaakt om in hun behoeften te voorzien,

X.

overwegende dat ontwikkelingsstrategieën waarin geen rekening wordt gehouden met de maatschappelijke realiteit van de desbetreffende landen en hun situatie met betrekking tot natuurlijke hulpbronnen, die van fundamenteel belang zijn voor hun nationale economie, kunnen leiden tot toename van de armoede, massale werkloosheid, verlaging van de productiviteit en een daling van de invoerinkomsten,

Y.

overwegende dat de tenuitvoerlegging van programma's voor structurele aanpassing schadelijk is gebleken voor de overheidsinvesteringen in maatschappelijke dienstverlening, met name op het gebied van gezondheidszorg en onderwijs, voor de salarissen en inkomsten van gezinnen, voor de werkgelegenheid en de levensomstandigheden van de bevolking; overwegende dat regeringen er tevens toe worden aangespoord of gedwongen minder te interveniëren in een groot aantal economische sectoren, door privatisering van overheidsondernemingen, liberalisering en openstelling van markten voor concurrentie uit het buitenland, met name op het gebied van gezondheidszorg en onderwijs,

Z.

overwegende dat de negatieve impact van de programma's voor structurele aanpassing in de post-Washington-consensusbenadering wordt erkend, waarin voorts wordt voorgestaan meer investeringen op maatschappelijk terrein mogelijk te maken,

1.

beveelt het IMF en de Wereldbank aan de negatieve voorwaarden van de programma's voor structurele aanpassing te schrappen en het probleem van ongelijke handel met de Wereldhandelsorganisatie aan te pakken, zich te buigen over de schuldenlast en een kader te creëren voor het optreden van multinationals in de ACS-landen; is van oordeel dat onderwijs (inclusief hoger onderwijs en onderzoek), gezondheid, water, landbouw (met het oog op uitroeiing van honger) en het milieu de prioriteiten van alle programma's dienen te zijn, in lijn met de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling;

2.

verzoekt de Wereldbankgroep en het IMF in dit verband bij de verstrekking van leningen af te zien van conditionaliteiten inzake het te voeren economisch beleid, om de transparantie op het vlak van conditionaliteit te vergroten, om het beginsel van eigen verantwoordelijkheid concreet in te vullen door ervoor te zorgen dat hun beleidsmaatregelen op de specifieke landen zijn afgestemd en om zich in hun programma's toe te leggen op een effectieve, op armoedebestrijding gerichte conditionaliteit;

3.

is van oordeel dat er eerlijkere handel moet plaatsvinden tussen de ACS-landen en de rijke landen en dat de zwakkere economieën door liberalisering van de markten niet ten prooi mogen vallen aan de rijkere;

4.

is van oordeel dat de inspanningen voor kwijtschelding of verlichting van de schuldenlast niet moeten worden beperkt tot de landen met lage inkomsten maar gericht moeten zijn op alle ACS-landen met een te zware schuldenlast, waar gepast met inbegrip van middeninkomenslanden;

5.

is van oordeel dat er een kader moet worden gecreëerd voor het optreden van multinationals in de ACS-landen; is met name van mening dat lidstaten door de oprichting van gemengde ondernemingen meer controle kunnen uitoefenen op de exploitatie van hun nationale hulpbronnen;

6.

is in dit verband verheugd over de ondersteuning door de Wereldbankgroep, het IMF en de Afrikaanse Ontwikkelingsbank van het Initiatief voor transparantie in de winningsindustrie (EITI) dat „mondiale normen vaststelt met betrekking tot de openbaarmaking van betalingen door bedrijven aan regeringen en van regeringsinkomsten”; verzoekt hen het EITI te blijven ondersteunen en roept de openbare en particuliere bedrijven in de winningsindustrie op de EITI-regels na te leven;

7.

is van oordeel dat het IMF de ACS-landen moet helpen een economisch groeibeleid te voeren in overeenstemming met zijn aanvankelijke mandaat; is van oordeel dat de Wereldbank bij haar aanvankelijke mandaat moet terugkomen, namelijk ervoor zorgen dat er voorwaarden voor ontwikkeling worden gecreëerd en armoede zo kan worden uitgeroeid; is van oordeel dat het IMF en de Wereldbank zich los van ideologische overwegingen dienen te buigen over zaken als privatisering, liberalisering en landbouwsteun in de ACS-landen;

8.

is verheugd dat het IMF van armoedebestrijding een prioriteit in zijn programma's maakt en dat armoedebestrijding de overkoepelende doelstelling van de Wereldbank is;

9.

is van mening dat onhoudbare schulden, slechte macro-economische planning en zwakke beleidsvoering de ontwikkeling van een land ernstig schaden en dat financiële instabiliteit nadelige gevolgen kan hebben voor de economie en daarmee de groei, werkgelegenheid en economisch en sociaal welzijn kan aantasten;

10.

in acht nemend dat de strategiedocumenten voor armoedebestrijding (PRSP) bedoeld zijn als strategieën die zijn aangepast aan de specifieke ontwikkelingsbehoeften van elk land, is absoluut van mening dat nationale zeggenschap belangrijke verantwoordelijkheden schept voor regeringen wat betreft het deugdelijk gebruiken van hulp, behoorlijk bestuur en grote inspanningen voor een ontwikkelingsagenda;

11.

is verheugd over de recente positieve economische prestaties van veel ontwikkelingslanden, waaronder Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara, waaraan tal van factoren hebben bijgedragen, namelijk schuldenverlichting, multilaterale ontwikkelingshulp, door donors ingevoerde verbeteringen en bovenal het door de ontwikkelingslanden gevoerde beleid;

12.

is verheugd dat de Wereldbank constateert dat landen die middels het HIPC-initiatief (schuldenverlichting voor arme landen met de zwaarste schuldenlast) verlichting hebben gekregen, in de periode 1999-2005 meer dan twee keer zo veel middelen hebben besteed aan plannen voor terugdringing van armoede; wijst erop dat ten minste zestig landen alleen een kans hebben de millenniumdoelstellingen ook maar enigszins te verwezenlijken als hun schuldenlast volledig wordt opgeheven, en dat er een nog groter aantal landen is wier schuldenlast sterker moet worden verlicht;

13.

benadrukt dat economische groei weliswaar zeer belangrijk is maar niet automatisch leidt tot armoedevermindering, en onderstreept het belang van een billijk ontwikkelingsbeleid en groeistrategieën ten behoeve van de armen die leiden tot sociale en economische voordelen voor de samenleving in haar geheel, en met name van strategieën die gericht zijn op het realiseren van de millenniumontwikkelingsdoelstellingen;

14.

wijst op de noodzaak van volledige politieke en operationele samenwerking met de instellingen van de Verenigde Naties, in het bijzonder met de IAO, om de werkelijke gevolgen van de programma's voor structurele aanpassing te beoordelen en tot een mogelijke oplossing te komen;

15.

is van mening dat bij hervorming duurzame ontwikkeling een hoofdprioriteit moet zijn en dat duurzame ontwikkeling tevens betrekking heeft op goed bestuur, mensenrechten en milieuaspecten; wijst erop dat macro-economische hervormingen alleen een duurzaam effect kunnen hebben als de doelstellingen van menselijke en maatschappelijke ontwikkeling hierin worden verankerd;

16.

erkent dat er onmiddellijk maatregelen dienen te worden genomen om de milieuproblemen het hoofd te kunnen bieden; onderstreept dat de verantwoordelijkheid voor de strijd tegen klimaatverandering niet mag worden verlegd naar de ontwikkelingslanden; stelt zich met name op het standpunt dat de groeiende vraag naar biobrandstoffen in de ontwikkelde landen moet worden getemperd om de voedselvoorziening niet in gevaar te brengen en de ontbossing in de ontwikkelingslanden niet te verergeren;

17.

merkt op dat het IMF, wat betreft de drempels voor reserves en inflatiedoelstellingen, strenge macro-economische regels hanteert die zijn richtsnoeren voor het gebruik van steun bepalen; betreurt dat het IMF het gebruik van voor Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara beschikbare hulp in sommige gevallen heeft geblokkeerd; moedigt het IMF aan minder restrictief te zijn in situaties die een ambitieuze ontwikkelingsstrategie toelaten, en alle beschikbare middelen, met name hulp, in acht te nemen; stelt vast dat de beperkingen die door het begrotingsbeleid worden opgelegd voor deze programma's tot problemen kunnen leiden voor het aannemen van personeel in de gezondheidszorg en het onderwijs;

18.

betreurt dat het potentieel van hulp in de internationaal gesteunde nationale programma's niet ten volle benut is;

19.

erkent de aanzienlijke Europese steun aan de ACS-landen die erop is gericht de schadelijke gevolgen van de overgangsfase en negatieve voorwaarden in het kader van programma's voor structurele aanpassing te beperken en waaruit blijkt dat de EU zich er daadwerkelijk voor inzet deze landen te helpen; stelt zich op het standpunt dat Europa en de rijke landen in het algemeen deze steun echter moeten trachten te verhogen naar 0,71 procent van het BNP; is van mening dat de ACS-landen en de EU een solide partnerschapsakkoord moeten sluiten ter bevordering van echte ontwikkeling in de ACS-landen;

20.

roept de lidstaten van de EU en de Europese Commissie op rekening te houden met de autonome economische hervormingsprogramma's die in het kader van de hulpverlening via hun respectievelijke handelsgerelateerde bijstandsprogramma's door de ACS-landen worden uitgevoerd, teneinde de desbetreffende ACS-landen in staat te stellen de kosten te dekken die aan de nodige aanpassingen, ook in de context van economische partnerschapsovereenkomsten (EPO's) of bredere liberaliseringsprogramma's, verbonden zijn;

21.

verwelkomt het HIPC-initiatief van het IMF en de Wereldbank; is van mening dat zware schuldenlasten landen hebben belemmerd in hun ontwikkeling, maar roept het IMF en de Wereldbank op samen met ontwikkelingslanden nieuwe situaties met onhoudbare schulden te voorkomen; benadrukt dat schuldenverlichting alleen een belangrijke uitwerking kan hebben als het land dat de schuld draagt beleid voert waarmee wordt voorkomen dat zich opnieuw een situatie met een onhoudbare schuld voordoet;

22.

is van mening dat een gezond beheer van de overheidsfinanciën bij hervormingen onmisbaar is en roept op tot meer steun voor hoge controle-instanties; verwelkomt het internationale evaluatiekader PEFA voor de evaluatie van het beheer van de overheidsfinanciën van een land en verzoekt de instellingen van Bretton Woods en andere donors het kader nauwgezet toe te passen;

23.

is bezorgd over de situatie in fragiele landen, landen die zich in een conflictsituatie bevinden of een conflict achter de rug hebben en onderstreept dat de eerbiediging van de rechtsstaat, een democratisch politiek stelsel en in het bijzonder het respecteren van verkiezingsuitslagen alsmede een vreedzaam klimaat en politieke stabiliteit noodzakelijk zijn voor een land om een positief ontwikkelingspad in te slaan;

24.

is bezorgd over de bevindingen van het onafhankelijke evaluatiebureau van het IMF dat er onder de leden van de raad van bestuur verschillende visies bestaan over de rol van het IMF en de beleidsvoering in landen met lage inkomens; is dan ook van oordeel dat het IMF dient te worden hervormd ten behoeve van een democratischer functioneren, met name door een betere vertegenwoordiging van de ACS-landen in de raad van bestuur;

25.

is teleurgesteld over de bevinding dat de aspiraties van het IMF wat betreft de faciliteit voor armoedebestrijding en groei in de praktijk niet zijn verwezenlijkt en dat er een kloof bestaat tussen de initiatieven voor armoedebestrijding en de daadwerkelijke uitvoering van het beleid;

26.

is bezorgd over de operationele tekortkomingen van het IMF en met name over de verspreiding en uitvoering van het beleid en van de institutionele cohesie;

27.

pleit voor een zo groot mogelijke samenwerking tussen de Wereldbank, het IMF, de WTO, de VN en andere multinationale en bilaterale donors, zodat zij ACS-landen waar structurele aanpassingsprogramma's worden uitgevoerd, beter begrijpen en sterker ondersteunen en hen helpen de millenniumontwikkelingsdoelstellingen te verwezenlijken;

28.

is van mening dat maximale nationale zeggenschap in en maximale inzet voor de beleidshervormingen fundamenteel zijn voor het succes hiervan; onderstreept dat er een geïntegreerde benadering voor waardig werk (werkgelegenheid, sociale bescherming, sociale dialoog, rechten op het werk en gender mainstreaming) nodig is voor effectief werkgelegenheids- en sociaal beleid op nationaal niveau;

29.

verzoekt de bevoegde internationale organisaties ervoor te zorgen dat ervaringen kunnen worden uitgewisseld via mechanismen die als instrument kunnen dienen voor landen waar het proces van economische hervorming niet is geslaagd of waar wordt getracht een dergelijk proces in gang te zetten;

30.

spoort landen waar economische hervormingsprogramma's worden doorgevoerd ertoe aan periodiek verslag aan deze Vergadering uit te brengen over het functioneren en de voortgang van deze programma's alsmede over overeenkomsten die hiermee verband houden, zodat de andere leden gebruik kunnen maken van de beste praktijken;

31.

acht het essentieel dat regeringen verantwoording afleggen aan hun burgers voor wat betreft het beheer van overheidsinkomsten en -uitgaven, met name uit winningsindustrieën verworven inkomsten, en roept de Wereldbank, het IMF, de EU en andere donors op te verlangen dat overheidsinkomsten op transparante wijze worden beheerd; acht het van essentieel belang dat de democratie en de rechtsstaat in de ACS-landen worden versterkt; acht het voorts van vitaal belang dat het staatsapparaat wordt versterkt met aanzienlijke personele en financiële middelen; benadrukt dat er een verantwoordelijkheidscultuur moet worden gecreëerd waarbij parlementen en auditinstellingen volledig worden betrokken;

32.

is van oordeel dat door dictators verduisterd geld moet terugkeren naar de ACS-landen; meent dat de EU hiertoe al haar invloed moet gebruiken bij banken waar dit geld is ondergebracht; is in dit verband verheugd over het op 17 september 2007 door de VN en de Wereldbank gezamenlijk in het leven geroepen Stolen Asset Recovery Initiative, dat erop is gericht vermogensdiefstal te voorkomen door een versterking van de verantwoordingsstructuur en de desbetreffende instellingen in de ontwikkelingslanden;

33.

betreurt de bevinding van het onafhankelijk evaluatiebureau van het IMF dat vertegenwoordigers van het IMF in landen waar het IMF werkzaam is, overbelast zijn en zich niet voldoende bezighouden met lokale betrokkenen;

34.

is van mening dat hervormingsprogramma's dusdanig dienen te worden opgesteld en ten uitvoer gelegd dat de democratische legitimiteit wordt vergroot door middel van zowel betrokkenheid van de nationale parlementen als overleg met andere actoren, zoals de sociale partners en het maatschappelijk middenveld, in het bijzonder werkgevers- en werknemersorganisaties;

35.

onderstreept het feit dat beleidsvoering die de groei van de particuliere sector bevordert, waaronder het stimuleren van buitenlandse directe investeringen, goed functionerende en transparante financiële diensten, economische diversificatie, het voeden van een ondernemingsgeest en het aanmoedigen van particulier grondeigendom, een voorwaarde is voor economische ontwikkeling en dat deze in de programma's tot uitdrukking dient te komen; stimuleert in dit verband publiek-privaat partnerschap;

36.

is van oordeel dat de staat een rol heeft te vervullen, onder meer bij het bieden van een economisch kader, en in alle sectoren waar het particulier initiatief tekortschiet; is tegelijkertijd van mening dat de particuliere sector een rol heeft te vervullen in sectoren waar de overheid tekortschiet, maar dat deze rol goed moet worden gereguleerd teneinde de duurzame ontwikkeling van het land, de bestrijding van armoede en een maximale toegang voor een zo groot mogelijk deel van de bevolking te bevorderen;

37.

is bezorgd over de afhankelijkheid van sommige ACS-landen van één belangrijk exportproduct, veelal een grondstof, en is in dit verband van mening dat het bevorderen van industriële ontwikkeling en strategieën voor economische diversificatie cruciaal zijn voor duurzame groei;

38.

is van oordeel dat, opdat ontwikkeling van duurzame aard is, op internationaal niveau (onder meer via de WTO) normen voor eerlijke handel dienen te worden bevorderd, prijzen dienen te worden vastgelegd voor producten die afkomstig zijn uit ontwikkelingslanden die voldoende inkomsten bieden waarmee een voor werknemers waardige en respectvolle beloning kan worden gewaarborgd, het recht op voedselzekerheid voor iedereen dient te worden gewaarborgd en de schuld van de ontwikkelingslanden dient te worden kwijtgescholden wanneer aannemelijk is dat de levensomstandigheden van de bevolking van deze landen hierdoor aanzienlijk kunnen worden verbeterd, en niet alleen die van hun leiders;

39.

is van mening dat vóór iedere privatisering in de economische sectoren objectief en onpartijdig in elk geval moet worden onderzocht welke economische en sociale gevolgen deze zal hebben, dat privatisering op basis hiervan alleen mag worden doorgevoerd als de levensomstandigheden van de gehele bevolking worden verbeterd, dat dwingende internationale regelgeving noodzakelijk is, met name om de activiteiten van lokale en buitenlandse ondernemingen te controleren met betrekking tot de naleving van acceptabele sociale en milieunormen;

40.

is van mening dat privatisering als leningsvoorwaarde geen doeltreffende manier is om verandering door te voeren en dat landen maximale zeggenschap moeten hebben in deze cruciale beleidsbeslissingen;

41.

is verheugd dat de Wereldbank zich niet langer toespitst op privatisering en liberalisering, maar een bredere visie hanteert betreffende institutionele hervorming en aanvullende beleidsmaatregelen;

42.

verwelkomt de meer toegespitste en pragmatische beleidsaanpak van de Wereldbank, die een grotere flexibiliteit voor met name hervormingen op middellange termijn toelaat;

43.

verwelkomt de herziening van conditionaliteit door het IMF en roept op tot de onmiddellijke uitvoering van de conclusies waarin meer aandacht wordt besteed aan nationale zeggenschap, de sectoroverschrijdende harmonisatie van beleid, raadpleging van belanghebbende partijen, de uitvoering van essentiële maatregelen, op maat gemaakte beleidsvoering en voorspelbaarheid en transparantie; benadrukt dat conditionaliteit de nationale autonomie en onafhankelijkheid bij het uitstippelen van beleid niet mag ondermijnen, dat de voorwaarden zich ertoe moeten beperken ervoor te zorgen dat de steun voor het beoogde doel wordt gebruikt, zoals de bestrijding van corruptie, en te verhinderen dat regeringen die de mensenrechten en democratische rechten niet respecteren en nationale inspanningen voor verwezenlijking van de millenniumontwikkelingsdoelstellingen ondermijnen, steun ontvangen;

44.

is verheugd over de vergrote nationale zeggenschap in programma's, maar wijst er nogmaals op dat grote inspanningen voor de noodzakelijke ontwikkeling hiervoor een vereiste zijn;

45.

roept donors op de coördinatie van hun activiteiten te intensiveren maar is bezorgd over de mogelijke gevolgen daarvan voor nationaal zeggenschap, en acht het cruciaal dat nationaal zeggenschap in het beleid te allen tijde wordt gewaarborgd en dat ontwikkelingslanden hun ontwikkelingsstrategieën zelf kunnen uitstippelen;

46.

benadrukt dat milieubehoud en -bescherming niet alleen een zaak van de regering kunnen zijn; dringt aan op de ontwikkeling van partnerschappen met lokale en buitenlandse organisaties (Wereldbank/IMF, organen van de VN, het Wereld Natuur Fonds en universiteiten);

47.

roept de vertegenwoordigers van de Europese Unie en de ACS-landen op hun posities in het bestuur van de Wereldbank en van het IMF beter te coördineren en op één lijn te brengen met de ontwikkelingsdoelstellingen van de Europese Unie en de ACS-landen en ervoor te zorgen dat EU-middelen uitsluitend voor deze doelstellingen worden gebruikt;

48.

is verheugd over de onlangs, in het voordeel van sommige landen, aangepaste stemquota, maar roept het IMF en de Wereldbank op om, in het belang van hun eigen legitimiteit, de besluitvormingsmechanismen verder te verbeteren en transparanter te maken zodat ontwikkelingslanden een passend gewicht in de schaal kunnen leggen;

49.

verzoekt haar covoorzitters deze resolutie te doen toekomen aan de Raad ACS-EU, de Europese Commissie, de Afrikaanse Unie, de Wereldbank en het IMF.


(1)  Op 20 maart 2008 te Ljubljana (Slovenië) door de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU goedgekeurd.

(2)  PB C 306 E van 15.12.2006, blz. 373-380.

(3)  PB C 291 E van 30.11.2006, blz. 118-122.

(4)  http://www.imf.org/external/np/ieo/2007/ssa/eng/pdf/report.pdf

(5)  http://siteresources.worldbank.org/DEVCOMMINT/Documentation/20651860/DC2005-0013(E)-Conditionality.pdf

(6)  http://www.imf.org/external/pubs/ft/grrt/eng/060705.pdf

(7)  „Development Policy Lending Retrospective”, World Bank, 7 juli 2006, blz. 3.

RESOLUTIE  (1)

over de ervaringen met het Europese regionale integratieproces die van belang kunnen zijn voor de ACS-landen

De Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU,

in vergadering bijeen van 17 t/m 20 maart 2008 te Ljubljana (Slovenië),

gelet op artikel 17, lid 1 van haar Reglement,

gelet op de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst, ondertekend in Cotonou op 23 juni 2000 en gewijzigd in Luxemburg op 25 juni 2005, en met name op de artikelen 1, 11 en 28 t/m 30,

gelet op het Handvest van de Verenigde Naties, met name hoofdstuk VIII over regionale akkoorden,

gezien de Gemeenschappelijke verklaring van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten, bijeengekomen in het kader van de Raad, het Europees Parlement en de Commissie, betreffende het ontwikkelingsbeleid van de Europese Unie: „De Europese consensus over ontwikkeling” van 20 december 2005, en met name de artikelen 72 t/m 74 daarvan,

gezien de in Berlijn op 25 mei 2007 goedgekeurde verklaring ter gelegenheid van de viering van het 50-jarig bestaan van de Verdragen van Rome,

gelet op het Verdrag van Lissabon tot wijziging van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, ondertekend op 13 december 2007,

gezien de verklaring van Kigali over economische partnerschapsovereenkomsten (EPO's), zoals aangenomen door de Paritaire Parlementaire Vergadering, bijeen van 19 t/m 22 november 2007 te Kigali (Rwanda),

onder verwijzing naar haar resolutie over de rol van regionale integratie bij de bevordering van vrede en veiligheid, zoals aangenomen door de Paritaire Parlementaire Vergadering, bijeen van 19 t/m 22 juni 2006 te Wenen (Oostenrijk),

gezien het verslag van het ACS-Comité van Ambassadeurs over de toekomst van de ACS, zoals aangenomen tijdens de 86e zitting van de ACS-Raad van ministers, gehouden van 10 t/m 14 december 2007 in Brussel,

gezien het voornemen van het ACS-secretariaat om indicatoren te ontwikkelen teneinde de voortgang van de regionale integratieprocessen in de zes ACS-regio's te kunnen meten en controleren,

gezien het verslag van de Commissie politieke zaken (ACS-EU/100.203/08/fin.),

A.

overwegende dat de ACS-regio's in sterke mate zijn gekenmerkt door regionale integratie, aangezien alle ACS-landen lid zijn van ten minste één regionale organisatie en de verschillende ACS-landen partij zijn bij rond 20 regionale integratieakkoorden (2),

B.

overwegende dat de gemeenschappelijke uitoefening van soevereiniteit in het kader van regionale samenwerkingsverbanden niet zozeer een verlies aan soevereiniteit betekent, maar de regeringen veeleer in staat stelt de belangen van hun burgers beter te behartigen,

C.

overwegende dat er ook moet worden op gelet dat regionale integratie niet leidt tot een verlies van transparantie en democratische verantwoording in de besluitvorming of tot een toename van de criminaliteit door de afschaffing van grenscontroles en dat negatieve sociale gevolgen van snelle liberalisering en loonconcurrentie moeten worden voorkomen,

D.

overwegende dat de ACS-landen in de afgelopen jaren grote vooruitgang hebben geboekt op het gebied van regionale economische en politieke integratie en dat regionale organisaties een steeds belangrijker rol spelen bij conflictpreventie en vredeshandhaving; in overweging van het feit dat de armoedebestrijding en inspanningen voor duurzame ontwikkeling in de meeste ACS-landen een centrale doelstelling van regionale integratie waren en blijven,

E.

overwegende dat een sterke politieke wil van alle partners om gemeenschappelijke doelstellingen en projecten uit te werken en uit te voeren, de basis is voor een geslaagde integratie,

F.

overwegende dat een aantal regionale organisaties waarvan ACS-landen deel uitmaken een douane-unie tot stand hebben gebracht of voornemens zijn dit in de komende jaren te doen, en dat sommige regionale samenwerkingsverbanden reeds monetaire unies hebben opgericht; overwegende dat een aantal regionale organisaties solidariteitsmechanismen hebben ingevoerd teneinde ongelijkheden te verminderen of uit de handelsliberalisering in de regio voortvloeiende tegenstellingen af te zwakken,

G.

overwegende dat vele regionale organisaties van de ACS indirect verkozen parlementaire instellingen hebben die, parallel aan de uitdieping van integratie, democratische toezichtfuncties en wetgevingsbevoegdheid kunnen ontwikkelen,

H.

overwegende dat regionale initiatieven als NEPAD of het plan voor de Stille Oceaan de regionale samenwerking verder zou kunnen versterken waar het erom gaat de uitdagingen van het ontwikkelingsbeleid en goed bestuur aan te pakken,

I.

overwegende dat overlappend lidmaatschap van verschillende organisaties met soortgelijke functionele doelstellingen in Afrika een ernstig probleem vormt, dat is erkend door de Afrikaanse Unie op haar 7e topconferentie in juli 2006 te Banjul,

J.

overwegende dat het gebrek aan grensoverschrijdende infrastructuur, bijvoorbeeld verkeerswegen, de regionale integratie bemoeilijkt,

K.

overwegende dat een aantal ACS-subregio's en landen interim-EPO's heeft gesloten die tot scheuringen in regionale economische organisaties van de ACS-landen zouden kunnen leiden en hun integratieproces zouden kunnen ondermijnen,

L.

overwegende dat alle integratieprocessen moeten kunnen worden gevolgd door de betrokken bevolking en onderworpen moeten zijn aan een democratische controle van alle deelnemende politieke niveaus bij wege van medewerking van parlementaire commissies en geïnstitutionaliseerde betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld,

M.

overwegende dat het ontwikkelingsbeleid een centraal onderdeel dient te vormen van de EPO's, teneinde ervoor te zorgen dat de ACS-landen concurrerend kunnen worden op handelsgebied en soepel en geleidelijk kunnen worden geïntegreerd in de wereldeconomie,

N.

overwegende dat er weliswaar geen model voor regionale integratie kan worden vastgelegd, aangezien elke integratiestrategie afzonderlijk moet worden aangepast aan de specifieke belangen en omstandigheden, maar dat wel algemene aspecten kunnen worden aangewezen die nadelig of bevorderlijk zijn voor het integratieproces; overwegende dat het in verband met de regionale integratieprocessen van de ACS-staten leerzaam kan zijn naar de Europese ervaringen op dit gebied te kijken en dat dit ook voor de EU nieuwe inzichten kan opleveren,

O.

overwegende dat de dynamiek van de Europese integratie ten dele is toe te schrijven aan het bestaan van sterke gemeenschappelijke instellingen, met name de Europese Commissie, die over een aanzienlijke mate van autonomie en over het recht van initiatief beschikt, evenals aan het bestaan van een Europees Parlement dat rechtstreeks door de burgers wordt gekozen en dat steeds ruimere bevoegdheden heeft,

P.

overwegende dat in het geval van Europa solidariteit tussen de verschillende landen en samenlevingen een van de belangrijkste factoren is voor succesvolle integratie, aangezien zowel de armere als de rijkere landen profiteren van het interne ontwikkelings- en cohesiebeleid,

Q.

overwegende dat het Europese integratieproces, met name in de begintijd, heeft geprofiteerd van territoriale continuïteit en nabijheid, een voordeel dat noch de eilandstaten in het Caribisch Gebied en de Stille Oceaan noch het Afrikaanse continent met zijn uitgestrekte grondgebied bezitten,

R.

overwegende dat de economische ontwikkeling en wederopbouw in Europa na de oorlog sterk heeft geprofiteerd van externe hulp, met name van het door de Verenigde Staten gefinancierde European Recovery Program (Marshallplan),

S.

overwegende dat het economische integratieproces van Europa niet alleen is gebaseerd op economische liberalisering, maar wordt geflankeerd door reguleringsbeleid ter ondersteuning en bescherming van bepaalde sectoren en samenwerking ter bevordering van duurzame ontwikkeling,

T.

overwegende dat de naleving van gemeenschappelijke beginselen op het gebied van democratie, mensenrechten en de rechtsstaat doorslaggevend is voor de succesvolle integratie in Europa en dat de EU de centrale rol ervan heeft erkend door een mechanisme in te voeren voor de schorsing van lidmaatschapsrechten in het geval van ernstige schendingen van die beginselen,

U.

overwegende dat gebleken is dat een vergelijkbaar niveau van ontwikkeling en welvaart van de lidstaten geen noodzakelijke voorwaarde is voor regionale integratie in Europa en de ervaring leert dat regionale organisaties een efficiënt kader kunnen vormen voor de terugdringing van economische en sociale ongelijkheden; constaterende dat er niettemin aanzienlijke inkomensverschillen blijven bestaan, zowel tussen als binnen de EU-lidstaten,

V.

overwegende dat de Europese Gemeenschap/Europese Unie ook crises en moeilijke situaties heeft doorgemaakt als gevolg van uiteenlopende belangen van de lidstaten en bedenkingen van delen van de bevolking met betrekking tot onder meer het tempo en de mate van regionale integratie; overwegende dat deze crises altijd konden worden overwonnen door de bereidheid van alle partijen om compromissen te aanvaarden, en de politieke wil om de algemene doelstelling van Europese integratie te steunen,

W.

overwegende dat integratie in Europa het uit elkaar vallen van afscheidingsbewegingen en de afbraak van separatistische tendensen niet heeft verhinderd, maar heeft geholpen om gewelddadige conflicten te voorkomen of te beperken,

X.

overwegende dat de groei van het aantal lidstaten van de EU tot flexibelere integratiemechanismen heeft geleid, waarbij enkele lidstaten nauwere samenwerkingsverbanden aangaan; benadrukkend dat dergelijke vernieuwende overeenkomsten altijd niet-exclusief zijn, openstaan voor alle andere lidstaten en geen kerngebieden van het integratieproces betreffen,

Verenigingproces en conflictpreventie

1.

onderstreept dat de stabilisering van de vrede en de institutionalisering van vreedzame instrumenten voor conflictoplossing, die het resultaat zijn van de lessen die men in Europa heeft getrokken uit vernietigende oorlogen, tot de belangrijkste verworvenheden van het Europese integratieproces behoren;

2.

is verheugd over het feit dat regionale en subregionale ACS-organisaties een steeds belangrijker rol spelen bij conflictbeheersing, vredeshandhaving en vredesopbouw en dat de ACS-landen belangrijke partners van de Verenigde Naties zijn bij de bevordering van de internationale vrede en veiligheid; is ingenomen met de oprichting van regionale waarschuwings- en snelle responsmechanismen, zoals in het kader van de ECOWAS en de IGAD, en verzoekt om een verdere versterking van dergelijke mechanismen; roept de internationale gemeenschap op tot ondersteuning van de opbouw van capaciteiten van regionale organisaties op het gebied van vrede en veiligheid, met name met betrekking tot conflictpreventie, -beheersing en oplossing;

3.

meent dat regionale organisaties een belangrijke rol kunnen spelen bij de bestrijding van de diepere oorzaken van conflicten in en tussen lidstaten; is van oordeel dat de bevordering en de bescherming van de mensenrechten op regionaal niveau en de gezamenlijke bestrijding van straffeloosheid een belangrijke stap vormen in de richting van conflictpreventie en een mogelijke verzoening tussen de conflictpartijen;

4.

roept, in het besef dat educatie een belangrijke rol speelt in de totstandbrenging van tolerantie en verstandhouding, op tot de vorming van regionale commissies om leerplannen voor scholen en universiteiten overeen te komen die leiden tot het afbreken van vijandbeelden, wederzijds respect en de opheffing van discriminatie; beschouwt gemeenschappelijke bijeenkomsten van onderwijzend personeel, leerlingen en studenten als belangrijke instrumenten om mensen van conflictgebieden nader tot elkaar te brengen als buren;

5.

stelt vast dat vrouwen en kinderen doorgaans sterker te lijden hebben onder oorlogen, conflicten, geweld, honger en verdrijving; acht het derhalve nodig vrouwen adequaat te betrekken bij alle ontwikkelings- en besluitvormingsprocessen;

6.

roept de ACS-landen op regionale acties op het gebied van gemeenschappelijke exploratie en gemeenschappelijk beheer van en gemeenschappelijke controle over natuurlijke hulpbronnen te versterken ter bevordering van het verenigingsproces en de interdependentie;

Instellingen en agenda's voor integratie in de ACS-regio's

7.

onderstreept dat er sterke gemeenschappelijke instellingen die regionale in plaats van nationale belangen behartigen nodig zijn om het integratieproces te stimuleren en de naleving van gezamenlijk overeengekomen normen te waarborgen; verzoekt de regionale organisatie ACS zorg te dragen voor de nodige autonomie, de adequate financiering en de selectie van gekwalificeerd personeel voor gemeenschappelijke instellingen; verzoekt de Commissie steun te verlenen aan de opbouw van capaciteiten voor regionale instellingen, zowel met knowhow als met de nodige financiering;

8.

benadrukt dat het noodzakelijk is de machtsverschillen die tussen de lidstaten bestaan, binnen de regionale instellingen te beperken;

9.

roept de regionale organisaties op prioriteiten, realistische gemeenschappelijke doelstellingen en duidelijke referentiewaarden te definiëren opdat de gemeenschappelijke instellingen, de regeringen, parlementen en maatschappelijke organisaties de vooruitgang en de behaalde successen kunnen meten;

10.

verzoekt de regeringen van de ACS-landen in te stemmen met de gemeenschappelijke uitoefening van soevereiniteit op bepaalde gebieden waar sprake is van gemeenschappelijke langetermijnbelangen en waar antwoorden moeten worden gevonden op grensoverschrijdende uitdagingen;

11.

onderstreept dat regionale integratieprocessen moeten worden gebaseerd op tolerantie en wederzijds respect voor nationale en culturele verschillen;

12.

moedigt het ACS-secretariaat aan vaart te zetten achter de ontwikkeling van het voorgestelde monitoringsysteem voor regionale integratie en verzoekt de Europese Commissie de nodige financiële en technische bijstand te verlenen voor de tenuitvoerlegging van dit systeem ten behoeve van de ACS-organisaties voor regionale integratie;

Interregionale samenwerking

13.

verzoekt de Afrikaanse Unie om daar waar sprake is van concurrerende agenda's voor integratie steun en sturing te geven aan een rationaliseringsproces van de regionale organisatiestructuren in Afrika; merkt op dat het Europese voorbeeld aantoont dat elkaar overlappende lidmaatschappen geen al te grote belemmering vormen wanneer wordt gezorgd voor een nauwe coördinatie en samenwerking tussen de regionale organisaties, of wanneer overeenkomst wordt bereikt over een functionele differentiatie;

14.

verzoekt de ACS om in overweging te nemen de bestaande periodieke vergaderingen van het ACS-secretariaat met de hoofden van de regionale organisaties met steun van de EU om te vormen tot een geïnstitutionaliseerd coördinatieforum, teneinde de dialoog, samenwerking en coördinatie te vergemakkelijken; verzoekt de regionale organisaties van de ACS hun standpunten in internationale onderhandelingen met elkaar te coördineren, teneinde hun positie te versterken en hun invloed te vergroten;

15.

is verheugd over het feit dat de organisatie van bijeenkomsten van de Paritaire Parlementaire Vergadering op regionaal of subregionaal niveau overeenkomstig artikel 17, lid 3 van de Overeenkomst van Cotonou nu in de actieve uitvoeringsfase is beland en is benieuwd naar de resultaten van de eerste regionale PPV-bijeenkomst, die van 28 tot 30 april 2008 zal plaatsvinden in Windhoek (Namibië);

Democratie en goed bestuur

16.

onderstreept dat een cultuur van vrijheid, openheid en inclusie in de lidstaten van regionale organisaties een noodzakelijke voorwaarde is voor een succesvolle regionale integratie; verzoekt alle regionale organisaties in de ACS-regio's, voor zover zij dit nog niet hebben gedaan, duidelijke criteria voor het lidmaatschap te definiëren die zijn gebaseerd op de mensenrechten, democratie, de rechtsstaat en goed bestuur, en constructieve mechanismen te ontwikkelen om de lidstaten bij de naleving van deze criteria te helpen; verzoekt de ACS-landen in overweging te nemen doeltreffende mechanismen in te voeren voor de schorsing van lidmaatschapsrechten in het geval van ernstige schendingen van deze beginselen;

17.

roept de EU op steun te verlenen aan regionale initiatieven ter bevordering van de democratie, de mensenrechten en goed bestuur, zoals het Afrikaanse peer review-mechanisme (APRM) en regionale mechanismen voor verkiezingswaarneming, en haar initiatieven voor goed bestuur aan te laten sluiten op de bestaande regionale mechanismen;

18.

roept de EU en de ACS-groep op hun steun voor de parlementaire structuren van regionale organisaties te versterken; benadrukt dat de rechtstreekse verkiezing van vertegenwoordigers van de lidstaten in regionale parlementaire vergaderingen in grote mate bijdraagt tot de legitimiteit van het integratieproces en een voorwaarde zijn voor de waarborging van de duurzaamheid ervan;

19.

meent dat maatschappelijke organisaties — met name hun transnationale activiteiten — een belangrijke rol spelen bij de stimulering van regionale integratieprocessen en de waarborging van de democratische verantwoording van regionale instellingen;

20.

verzoekt de EU en de ACS-landen ervoor zorg te dragen dat de parlementaire organen van de regionale organisaties worden geraadpleegd over de regionale strategiedocumenten voor het EOF en de tenuitvoerlegging daarvan;

Economie en handel

21.

verzoekt de EU en de ACS-landen ervoor te zorgen dat de EPO's stroken met en bijdragen tot de versterking van ACS-initiatieven voor regionale integratie; merkt op dat tal van ACS-landen vrezen dat het huidige verloop van de EPO-onderhandelingen en de afsluiting van overeenkomsten door subregio's de inspanningen ten behoeve van regionale integratie kunnen ondermijnen; wijst er met klem op dat alle door subregio's gesloten overeenkomsten open dienen te staan voor andere leden van de desbetreffende regionale organisatie;

22.

benadrukt dat handelsbelemmeringen tussen de ACS-regio's moeten worden afgebouwd teneinde de zuid-zuidhandel te versterken en pleit ervoor om door middel van een harmoniseringsbeleid te zorgen voor een gelijk speelveld voor grensoverschrijdende handelsactiviteiten;

23.

roept de regionale organisaties van de ACS op regionale cohesiemechanismen en solidariteitsfondsen te ontwikkelen of te bevorderen, teneinde zwakkere lidstaten te helpen de kosten van aanpassingen met het oog op liberalisering van de handel te dragen en een goede financiering te waarborgen; is van oordeel dat de EU deze mechanismen met adviezen en financiële middelen dient te ondersteunen; herinnert aan de ervaring van de EU dat er sterke en onafhankelijke fraudebestrijdingsmechanismen dienen te worden ontwikkeld om het risico van misbruik van structuurmiddelen en solidariteitsfondsen te beperken;

24.

verzoekt de EU en de ACS-landen de gerichte investeringen in regionale infrastructuurnetwerken te verhogen teneinde de nodige voorwaarden te scheppen voor grensoverschrijdende economische activiteiten;

Functionele samenwerking

25.

onderstreept dat de liberalisering van de handel op zichzelf niet volstaat om een goede regionale verstandhouding en een dynamisch regionaal integratieproces te garanderen, en dat de economische samenwerking vergezeld moet gaan van regionale programma's en projecten op geselecteerde prioritaire gebieden;

26.

is verheugd over de vele inspanningen ten behoeve van functionele samenwerking in de ACS-regio's; verzoekt de ACS-landen de regionale en subregionale samenwerking op gebieden als gezondheidszorg en onderwijs, voedselzekerheid, infrastructuur, milieu en migratie te intensiveren en voor een adequate financiering daarvan te zorgen; wijst erop dat de EU-begroting voor gemeenschappelijk beleid is samengesteld uit inkomsten uit externe handel en rechtstreekse bijdragen uit de begrotingen van de lidstaten;

27.

onderstreept dat de regionale strategiedocumenten voor het EOF niet alleen aandacht dienen te besteden aan liberalisering van de handel en integratie in de wereldmarkt, maar meer nadruk moeten leggen op regionale institutionele opbouw, opbouw van capaciteiten en ontwikkeling van human resources op het gebied van regionale integratie, functionele samenwerking en steun voor de vorming van het herverdelings- en regelgevingsbeleid in de regio's;

28.

beveelt aan uitwisselingsprogramma's voor scholen, universiteiten en onderzoeksinstellingen in de ACS-regio's uit te breiden, teneinde de transnationale verstandhouding te verbeteren en een transnationale burgermaatschappij tot stand te brengen;

29.

verzoekt haar covoorzitters deze resolutie te doen toekomen aan de Raad van Ministers ACS-EU, de Europese Commissie, het voorzitterschap van de Raad en de regionale organisaties van de ACS.


(1)  Op 20 maart 2008 te Ljubljana (Slovenië) door de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU goedgekeurd.

(2)  Tot de organisaties voor regionale integratie waarvan ACS-landen deel uitmaken behoren onder meer de Afrikaanse Unie (AU), de Associatie van Caribische Staten (ACS), de Economische en Monetaire Gemeenschap van Centraal-Afrika (CEMAC), de Gemeenschap van Sahel- en Saharastaten (CEN-SAD), de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten (ECOWAS), de West-Afrikaanse Economische en Monetaire Unie (UEMOA), de Zuid-Afrikaanse Ontwikkelingsgemeenschap (SADC), de Douane-Unie van Zuidelijk Afrika (SACU), Gemeenschappelijke Markt voor Oostelijk en Zuidelijk Afrika (COMESA), de Intergouvernementele Autoriteit inzake Ontwikkeling (IGAD), de Oost-Afrikaanse Gemeenschap (EAC), Economische Gemeenschap van Centraal-Afrikaanse Staten (ECCAS/CEEAC), de Economische Gemeenschap van het Grote-Merengebied (CEPGL), de Caribische Gemeenschap (CARICOM), het Forum van Caribische ACS-landen (CARIFORUM), de Organisatie van oostelijke Caribische staten (OECS), het Forum van eilanden van de Stille Oceaan (PIF), de Commissie voor de Indische Oceaan (COI) en de Melanesian Spearhead Group (MSG).

RESOLUTIE  (1)

over kwesties in verband met de voedselzekerheid in de ACS-landen en de rol van de samenwerking ACS-EU

De Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU,

te Ljubljana (Slovenië) bijeen van 17 t/m 20 maart 2008,

gelet op artikel 17, lid 1 van haar Reglement,

gezien de conclusies van de wereldtop over voedsel in 1996 en de doelstelling om het aantal mensen in de wereld die honger lijden voor 2015 tot de helft terug te brengen,

gezien de verklaring inzake de millenniumontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties en hun verbintenis om het aantal mensen die honger lijden en die van minder dan één Amerikaanse dollar moeten leven, tot de helft terug te dringen,

gezien de doelstellingen van de partnerschapsovereenkomsten ACS-EU over de ontwikkeling en de handel die in Lomé en vervolgens in Cotonou zijn ondertekend,

gezien het rapport van de VN van 25 oktober 2007 dat is opgesteld door de speciaal rapporteur van de VN voor voedsel,

gezien de Verklaring van Kigali van 22 november 2007over ontwikkelingsgerichte economische partnerschapsovereenkomsten,

gezien de conclusies van de top EU-Afrika van december 2007 en het eerste actieplan,

gezien de conclusies van het rapport 2007 over de millenniumevaluatie van het ecosysteem,

gezien het verslag van de Commissie economische ontwikkeling, financiën en handel (ACS-EU/100.205/08/fin.),

Het belang van de landbouw voor de economie van de ACS-landen

A.

overwegende dat de internationale gemeenschap (overeenkomstig de eerste millenniumontwikkelingsdoelstelling) zich ertoe heeft verplicht de extreme armoede en de honger in de wereld voor 2015 met de helft terug te brengen, en dat bijna een derde van de bevolking van de ACS-landen wordt getroffen door voedselonzekerheid,

B.

overwegende dat de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) sinds 1996 voedselzekerheid heeft omschreven als zijnde de toegang, voor iedereen en op elk moment, tot voldoende, veilig en voedzaam voedsel teneinde een gezond en actief leven te kunnen leiden,

C.

overwegende dat de gevolgen van honger groter zijn in de plattelandsgebieden, waar tot 60 % van de bevolking woont die direct van de landbouw afhankelijk is of van plattelandsactiviteiten die met de landbouw verband houden, en overwegende dat de landbouw de belangrijkste economische sector is in de ACS-landen (20 % van het BBP en twee derde van de werkgelegenheid),

D.

overwegende dat ondanks het duidelijke belang van de landbouw voor de ACS-landen noch de nationale regeringen noch het beleid inzake ontwikkelingsamenwerking van de EU voorrang verlenen aan deze essentiële sector en dat bovendien de kleine landbouwers steeds meer in de verdrukking komen,

De samenwerking ACS-EU en de voedselzekerheid

E.

overwegende dat de in de overeenkomsten van Lomé en Cotonou opgenomen doelstelling om de integratie van de ACS-landen in de wereldeconomie te bevorderen niet is verwezenlijkt, en overwegende dat ondanks de geprivilegieerde toegang tot de Europese markt voor de producten uit de ACS-landen hun aandeel in de invoer van de EU is blijven dalen,

F.

overwegende dat een overhaaste opening van de markten van de ACS-landen voor de Europese export de economie van deze landen aan grote omwentelingen zou blootstellen en zou verzwakken,

G.

overwegende dat in het kader van het negende EOF slechts 4 van de 78 ACS-landen van de landbouw een prioritaire sector hebben gemaakt en dat 15 onder hen voor plattelandsontwikkeling hebben gekozen, en overwegende dat slechts 7 % van de begroting van het negende EOF bestemd is voor plattelandsontwikkeling en 1,1 % voor activiteiten die expliciet met de landbouw te maken hebben,

H.

overwegende dat de Europese Unie zich door het subsidiëren van de uitvoer van haar landbouwproducten schuldig maakt aan dumping op de markten van de ACS-landen, wat dramatische gevolgen heeft voor de plaatselijke producenten, die niet in staat zijn om met de Europese producten te concurreren, die soms tegen een derde van de prijs van hun eigen producten worden verkocht,

De uitdagingen in verband met de voedselzekerheid in de ACS-landen

I.

overwegende dat 60 % van de ecosystemen in de wereld, met inbegrip van de voorraden aan zoetwater en vissen, beschadigd zijn of slecht worden gebruikt, en dat de armsten hiervan de eerste slachtoffers zullen zijn; overwegende dat de grootste risico's verband houden met water, landbouw, volksgezondheid, biodiversiteit en de verhoging van de zeespiegel zijn,

J.

overwegende dat de opvoering van de voedselproductie een belangrijke sleutel is tot vermindering van de voedselonzekerheid, in die zin dat daardoor enerzijds de voedselprijzen dalen en anderzijds het inkomen van de producenten toeneemt,

K.

overwegende dat de irrigatie de duurzaamheid van de landbouwproductie in aanzienlijke mate kan verhogen en waarborgen,

L

overwegende dat drinkwater belangrijk is voor de voedselzekerheid en in de ACS-landen moeilijk toegankelijk is, met alle gezondheidsproblemen van dien,

M.

overwegende dat het voor de ACS-landen absoluut noodzakelijk is dat zij over efficiënte overheidsdiensten beschikken, in het bijzonder voor wat betreft de toegang tot water, dat een centrale rol speelt in de voedselzekerheid,

N.

gezien de voordelen van agrobrandstoffen, maar wijzende op het feit dat de productie daarvan uitdagingen met zich meebrengt wat betreft de beschikbaarheid van akkerland, voedselprijzen en de uitbanning van honger in het kader van de millenniumontwikkelingsdoelstellingen,

O.

overwegende dat zich in de landbouwsector vele rampzalige situaties voordoen en dat dit nog eens gepaard gaat met een verlaging van de voor voedselhulp uitgetrokken middelen voor en na deze rampen in de ACS-landen,

P.

overwegende dat de ACS-landen afhankelijk zijn van de uitvoer van basisproducten, die goed is voor meer dan 50 % van hun deviezeninkomsten,

Q.

overwegende dat de rol van de vrouw in de ACS-landen van essentieel belang is voor de ontwikkeling, met name ten aanzien van de voedselzekerheid en de volksgezondheid, en overwegende dat ongelijkheid tussen de seksen ertoe leidt dat vrouwen deze rol slechts in mindere mate kunnen vervullen,

R.

overwegende dat er een rechtstreeks verband bestaat tussen de toegang van vrouwen tot en hun controle over de middelen van bestaan van een gezin enerzijds en de verbetering van het niveau van voedselzekerheid van dat gezin anderzijds,

S.

overwegende dat volgens ramingen van de FAO sedert 1985 7 miljoen boeren en werknemers in de landbouw aan HIV/AIDS zijn gestorven en dat de pandemie in de komende twintig jaar waarschijnlijk nog eens 16 miljoen levens zal vergen in de 25 meest getroffen Afrikaanse landen,

T.

overwegende dat HIV/AIDS vooral de productieve arbeidskrachten treft waardoor niet alleen de hoeveelheid verricht werk terugloopt, maar ook de kwaliteit van het werk,

Antwoorden op de uitdagingen voor de voedselzekerheid in de ACS-landen

U.

overwegende dat een grotere toegang tot de moderne informatietechnologieën van essentieel belang is voor de versterking van de capaciteiten en voor een betere voorlichting van de boeren over praktijken, prijzen en toegang tot de productiefactoren,

1.

benadrukt het wezenlijke karakter van het recht op voedsel; herinnert de EU en de ACS-landen eraan dat zij hebben toegezegd eraan te zullen bijdragen dat voor 2015 het aantal mensen dat honger lijdt tot de helft terug wordt gebracht; verzoekt de Commissie, de Raad van de EU alsmede de ACS-landen de nodige maatregelen te nemen — en hiervoor de gepaste financiële middelen vrij te maken — om deze toezegging gestand te doen;

2.

verzoekt erom bij het nastreven van de doelstellingen inzake voedselzekerheid het belang van het verband dat bestaat tussen onderzoek, voorlichtingsdiensten en de landbouwondernemers, naar behoren te onderkennen; onderstreept dat het noodzakelijk is dat de ACS-landen gebruik gaan maken van betaalbare technologieën die op innovatieve wijze hun doeltreffendheid hebben bewezen bij het bereiken van voedselzekerheid;

3.

constateert dat het, om de voedselzekerheid in de ACS-landen te schragen, in de eerste plaats nodig is vast te stellen wat de meest efficiënte methode van duurzame exploitatie van landbouwgrond is, en vervolgens een beleid te voeren waarin de toepassing van die methode wordt aangemoedigd;

4.

acht het onontbeerlijk om het partnerschap EU-ACS nieuw leven in te blazen door te onderhandelen over billijke en evenwichtige economische partnerschapsovereenkomsten die daadwerkelijk zijn gericht op ontwikkeling en niet beperkt zijn tot louter commerciële overwegingen;

5.

is van mening dat het opleggen aan de ACS-landen van de liberalisering van de diensten een negatieve invloed heeft op de ontwikkeling van nieuwe en veelbelovende sectoren en dat de overheid in deze landen het vermogen wordt ontnomen om de essentiële openbare diensten meer te beheren in overeenstemming met de reële omstandigheden in de desbetreffende samenlevingen;

6.

onderstreept dat het onontbeerlijk is dat in de debatten over de tenuitvoerlegging van het tiende EOF veel beter dan voorheen rekening wordt gehouden met de behoeften van de bevolking ten aanzien van voor de voedselproductie bestemde landbouw;

7.

verzoekt de EU om in haar tiende EOF een specifiek programma op te nemen dat vooral is bestemd voor de landbouwontwikkeling in elk van de ACS-landen en dringt erop aan dit programma uit te rusten met duidelijke en ambitieuze doelstellingen, alsmede met concrete maatregelen die binnen precieze termijnen moeten worden bereikt en toegepast, een en ander in nauwe samenwerking met de organisaties van boeren en het maatschappelijk middenveld;

8.

verzoekt de Commissie en de Raad van de EU om in nauw overleg met de ACS-landen voorrang te verlenen aan de kwestie van de weerslag op de ACS-landen van de Europese subsidies voor de uitvoer van landbouwproducten uit Europa, en zich ertoe te verbinden om concrete oplossingen te bieden om dumping te voorkomen onder naleving van de toezeggingen die zijn gedaan in het kader van de verwezenlijking van de millenniumontwikkelingsdoeleinden;

9.

dringt er bij de EU-lidstaten en de internationale gemeenschap op aan om het Wereldvoedselprogramma in de strijd tegen honger te steunen opdat het de uitdagingen het hoofd kan bieden die zich voordoen in verband met stijgende voedsel- en olieprijzen, de steeds dramatischer wordende, deels aan de klimaatverandering te wijten weerrampen en de afnemende mondiale voedselvoorraad;

10.

dringt aan op een doelmatige planning van de watervoorziening ten behoeve van irrigatie in de ACS-landen teneinde een aanzienlijke verhoging van de landbouwproductie mogelijk te maken; benadrukt dat water en de daarmee samenhangende diensten — die voor voedselzekerheid onontbeerlijk zijn — niet als handelswaar of als verhandelbare diensten kunnen worden beschouwd en pleit voor formele erkenning door de Europese Unie en de ACS-landen van het recht op water als zijnde een iedereen toekomend universeel, ondeelbaar, onvervreemdbaar en onaantastbaar mensenrecht dat voortvloeit uit het recht op leven;

11.

verzoekt de Europese Unie en de ACS-landen een verregaande mobilisering van middelen ten behoeve van programma's voor publiek-private partnerschappen tussen en vanuit lokale overheden (noord-zuid, zuid-zuid en noord-noord) op het gebied van toegang tot water te ondersteunen;

12.

verzoekt de EU om in haar ontwikkelingsbeleid rekening te houden met de behoeften en problemen op de korte termijn van de mannen en vrouwen op het platteland, zowel op sociaal, economisch, juridisch als op technologisch gebied, teneinde het welslagen van de projecten en programma's voor landbouw- en plattelandsontwikkeling in het algemeen te waarborgen, alsmede meer in het bijzonder de programma's die met voedselzekerheid verband houden; benadrukt in dit verband dat het van belang is te investeren in educatieve programma's voor iedereen die op het platteland leeft;

13.

dringt erop aan dat de ACS-landen en de Europese Unie de nadruk leggen op de gelijkheid van mannen en vrouwen en dat zij de meervoudige rol van de vrouwen bij het bereiken van de nagestreefde voedselzekerheid erkennen en bevorderen, met name op het gebied van de toegang tot en aankoop van grond, teneinde een duurzame groei in deze sector mogelijk te maken;

14.

verzoekt de ACS-landen en de Europese Unie te erkennen dat vrouwen een essentiële economische rol spelen in de landbouwsector en dat het van belang is om de productiviteit van vrouwen en hun bijdrage tot voedselsystemen te vergroten; verzoekt de Europese Unie en de ACS-landen om in hun beleid en in hun voedselzekerheidprogramma's in het bijzonder aandacht te besteden aan het rechtstreekse verband dat bestaat tussen de toegang van vrouwen tot en hun controle over de middelen van bestaan voor het gezin enerzijds en de verbetering van het niveau van voedselzekerheid van dat gezin anderzijds; verzoekt de Commissie, de Raad en de ACS-landen erop toe te zien dat programma's voor microkrediet toegankelijk worden voor vrouwen op het platteland

15.

dringt erop aan dat de ACS-landen en de Europese Unie de aanvullende middelen vrijgeven die zij hebben toegezegd om de millenniumontwikkelingsdoelstellingen te kunnen bereiken, met name de derde doelstelling daarvan (indien mogelijk uiterlijk 2005 de ongelijkheid tussen de seksen in het primaire en secondaire onderwijs elimineren en uiterlijk 2015 op alle onderwijsniveaus), aangezien voor goede voeding hele gezinnen vaak grotendeels afhankelijk zijn van de vrouw;

16.

is verontrust over het feit dat HIV/AIDS een risico voor de economische en sociale ontwikkeling van de ACS-landen vormt vanwege de afname van de werkende bevolking, maar ook van kwaliteit van het verrichte werk, en dringt erop aan dat de kwestie van HIV/AIDS tevens in acht wordt genomen in het kader van het vraagstuk van de voedselzekerheid en de invloed ervan op de voeding;

17.

verzoekt de Europese Unie en de regeringen van de ACS-landen met klem zich bezig te houden met het probleem rondom de voorwaarden voor grondbezit voor door HIV/AIDS getroffen huishoudens en personen in gebieden waar grondschaarste heerst of er druk op grondbezit bestaat, en verzoekt hen gevolgen van de veranderingen die HIV/AIDS met zich meebrengen voor wat betreft het grondbezit (onder andere eigendomsverhoudingen, erfenis, toegang en rechten) aan te pakken, waarbij bijzondere aandacht aan vrouwen en kinderen dient te worden besteed;

18.

stelt voor om de landbouw- en plattelandsontwikkeling te bevorderen en investeringen te doen die in de eerste plaats resulteren in mogelijkheden voor de armsten om hun bestaansmiddelen te verbeteren;

19.

dringt erop aan dat meer wordt geïnvesteerd in ICT, teneinde de capaciteit te vergroten, de landbouwondernemers beter te informeren over de productiefactoren en de toegang tot de markt te vergemakkelijken; is van mening dat er bijzondere inzet nodig is om ervoor te zorgen dat de armste bevolking in de ACS-landen toegang kan krijgen tot ICT, wat inhoudt dat er beleid moet worden opgesteld gericht op het bestrijden van informatica-analfabetisme, de hoge kosten van informaticavoorzieningen en de ontoegankelijkheid daarvan;

20.

stelt voor om met het oog op de onmiddellijke toegang van de armen tot voedsel steun te bieden aan opleiding, uitwisseling en de ontwikkeling en toepassing van goede praktijken op het gebied van landbouw in de ACS-landen; verzoekt de Raad en de Commissie van de EU alsmede elk van de lidstaten het onderzoek te ondersteunen naar biobrandstoffen die worden geproduceerd op basis van afval van gewassen en biobrandstoffen die worden gemaakt van oneetbare planten die worden verbouwd op droge of onvruchtbare grond;

21.

verzoekt de ACS-landen en de EU zich ervoor in te zetten dat de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties een moratorium aanneemt op de teelt van gewassen voor de productie van biobrandstoffen;

22.

onderstreept dat de EU en de ACS-landen doeltreffende en goed doordachte noodplannen gereed moeten hebben om te kunnen reageren op noodsituaties ten gevolge van rampen in de landbouwsector;

23.

beveelt aan studies te verrichten naar milieuproblemen, zoals de aantasting van de bodem, de schade aan de biodiversiteit in landbouwgebieden en de gevolgen van de klimaatverandering voor de landbouw, en op dat gebied maatregelen te nemen die leiden tot een juist beheer van de milieuhulpbronnen (bijvoorbeeld ten behoeve van het herstel en het behoud van de bodem);

24.

dringt er bij de ACS-landen op aan om de overheidsprocedures inzake de uitvoering en het beheer van de begroting te versterken, in het bijzonder om de financiering van alle acties en concrete maatregelen gericht op bestrijding van de voedselonzekerheid te vergemakkelijken;

25.

roept de EU-lidstaten en de Europese Commissie op de officiële ontwikkelingshulp te verhogen, met name voor de minst ontwikkelde ACS-landen en de netto-importeurs van levensmiddelen onder de ACS-landen, teneinde hen in staat te stellen de door hen ondervonden nadelige gevolgen te beperken van de aanzienlijke stijging van de voedselprijzen die tot een toenemende verergering van hun betalingsbalansproblemen leidt;

26.

betreurt de ontoereikende coördinatie van de inspanningen in het kader van de programma's, met name op nationaal niveau maar ook binnen de internationale ontwikkelingsgemeenschap, waardoor een belasting ontstaat voor de personele en financiële middelen;

27.

dringt erop aan de terreinen af te bakenen waarop een nijpend gebrek bestaat aan de integratie van de beleidsmaatregelen, en de middelen te ontwikkelen om deze integratie op alle niveaus te vergemakkelijken;

28.

verzoekt haar covoorzitters deze resolutie te doen toekomen aan de Raad ACS-EU en de Europese Commissie.


(1)  Op 20 maart 2008 te Ljubljana (Slovenië) door de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU goedgekeurd.

RESOLUTIE  (1)

over de situatie in Kenia

De Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU,

in vergadering bijeen in Ljubljana (Slovenië) van 17 tot en met 20 maart 2008,

gelet op artikel 17, lid 1 van haar Reglement,

gezien de waardevolle rol die Kenia speelt bij de bevordering van vrede in de regio,

gelet op de in het Afrikaanse Handvest van de rechten van de mens en de volkeren vervatte richtsnoeren met betrekking tot de doorvoering van democratische verkiezingen,

gezien de verklaring van de Afrikaanse Unie inzake de beginselen met betrekking tot democratische verkiezingen in Afrika (2002),

gezien het besluit van de Conferentie van de Afrikaanse Unie over de situatie in Kenia na de presidentsverkiezingen van 27 december 2007, genomen tijdens haar 10e gewone vergadering van 31 januari t/m 2 februari te Addis Abeba,

gezien het Pact voor veiligheid, stabiliteit en ontwikkeling in het Grote-Merengebied dat op 16 december 2006 in Nairobi (Kenia) werd ondertekend door de staatshoofden en regeringsleiders in het Grote-Merengebied,

gezien de Verklaring van beginselen voor internationale waarneming van verkiezingen en de Gedragscode voor internationale verkiezingswaarnemers, die op 27 oktober 2005 bij de Verenigde Naties zijn opgesteld,

gezien de voorlopige verklaring van de verkiezingswaarnemingsmissie van de Europese Unie (EU EOM) in Kenia van 1 januari 2008 en onder verwijzing naar de resolutie van het Europees Parlement van 17 januari 2008over Kenia,

gelet op de Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000 (de „Overeenkomst van Cotonou”), zoals gewijzigd in Luxemburg op 25 juni 2005, in het bijzonder de artikelen 8 en 9,

gezien de waardevolle inspanningen die door de Verenigde Naties zijn ondernomen om een oplossing voor de crisis te vinden,

A.

overwegende dat de burgers van Kenia op 27 december 2007 in uitoefening van hun democratische rechten in groten getale hun stem hebben uitgebracht bij presidents-, parlements- en gemeenteraadsverkiezingen, waaraan presidentskandidaten uit negen partijen hebben deelgenomen, waaronder president Kibaki van de Partij van Nationale Eenheid (PNU) en Raila Odinga van de Democratische Beweging van de Sinaasappels (ODM),

B.

overwegende dat de gehele verkiezingscampagne en de verkiezingen rustig zijn verlopen en dat de vrijheid van vereniging, de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vergadering op grote schaal werden gerespecteerd; overwegende dat de verkiezingscampagne evenwel ook door etnisch-politieke tegenstellingen werd gekenmerkt, die tot de explosieve situatie in de aanloop naar de verkiezingen hebben bijgedragen,

C.

overwegende dat de twee grootste partijen, de PNU en de ODM, en de daarbij aangesloten partijen respectievelijk 103 en 104 van de 210 zetels in het nationale parlement hebben gewonnen,

D.

overwegende dat internationale en lokale waarnemers tot de slotsom zijn gekomen dat het verkiezingsproces over het algemeen dat het verkiezingsproces tot aan de telling over het algemeen goed werd beheerd en dat de parlementsverkiezingen grotendeels als geslaagd konden worden beschouwd, maar dat het de stemmentelling van de presidentsverkiezingen aan geloofwaardigheid ontbrak, zodat zij twijfels hebben geuit over de juistheid van de uitslag,

E.

overwegende dat de Keniaanse verkiezingscommissie het verkiezingsproces over het algemeen goed heeft beheerd, maar bij de telling van de presidentsverkiezingen niet de nodige onpartijdigheid, transparantie en vertrouwelijkheid en vooral niet de vereiste autonomie voor de organisatie van geloofwaardige verkiezingen aan de dag heeft gelegd,

F.

overwegende dat de daaruit resulterende gespannen situatie na de verkondiging van de uitslag van de presidentsverkiezingen etnisch geïnspireerde gewelddaden en brandstichtingen teweeg heeft gebracht waarbij 1 000 doden vielen, 300 000 personen in eigen land op de vlucht werden gejaagd en 10 000 mensen naar Oeganda zijn uitgeweken, waardoor een enorme humanitaire crisis is ontstaan;

G.

overwegende dat het geweld in sommige gebieden zeer ernstige vormen heeft aangenomen, waardoor niet alleen de veiligheid van duizenden Kenianen werd bedreigd, maar ook vele aspecten van het dagelijks leven, waaronder het bedrijfsleven, het onderwijs en de gezondheidszorg, in het gedrang kwamen,

H.

overwegende dat de periode van beroering in Kenia de economische activiteiten in de regio heeft belemmerd, met verwoestende gevolgen voor de door land ingesloten buurlanden; overwegende dat de prijzen voor levensnoodzakelijke producten stijgen en dat vele werknemers hun baan verloren hebben,

I.

overwegende dat de inspanningen van de toenmalige voorzitter van de Afrikaanse Unie, de Ghanese president John Kufuor, de weg heeft bereid voor de door de vroegere secretaris-generaal van de VN, Kofi Annan, geleide en door Graça Machel en de voormalige president Benjamin Mkapa ondersteunde bemiddelingspogingen ten behoeve van een dialoog over een oplossing van het geschil,

J.

overwegende dat de regering van Kenia en de Democratische Beweging van de Sinaasappels, onder bemiddeling van Kofi Annan, een Keniaanse nationale dialoog en verzoeningsgesprekken hebben gestart die hebben geresulteerd in een nationaal akkoord over de vorming van een grote regeringscoalitie,

1.

juicht toe dat de bevolking van Kenia 27 December 2007 de rijpheid heeft getoond om de democratie te aanvaarden, zoals is gebleken uit de vreedzame verkiezingen van 27 december 2007;

2.

betreurt ten zeerste de dood van onschuldige mensen en de kritieke humanitaire situatie als gevolg van het na de verkiezingen uitgebroken geweld;

3.

veroordeelt alle gewelddadigheden die hebben plaatsgevonden en meent dat deze niet straffeloos mogen blijven; onderstreept de noodzaak om de mensenrechten overal in Kenia te beschermen, de schendingen van de mensenrechten en het gendergerelateerde geweld te beëindigen en de eerbiediging van het internationale recht te waarborgen;

4.

rouwt om Melitus Were en David Kimutai Too, twee omgekomen leden van het nieuw gekozen parlement, en condoleert de Keniaanse parlementsleden met de dood van hun collega's;

5.

roept ertoe op een onmiddellijk en grondig onderzoek in te stellen naar alle gewelddadigheden, met gepaste middelen en op een wijze die het vertrouwen van de Keniaanse bevolking in de democratie helpt herstellen;

6.

roept de Keniaanse regering tevens op te waarborgen dat vergrijpen tegen de verkiezingswetgeving onpartijdig en nauwlettend worden onderzocht en dat de daders ter verantwoording worden geroepen, en beveelt in dit verband aan een onderzoekscommissie inzake de verkiezingen in het leven te roepen;

7.

roept de Keniaanse autoriteiten voorts op voor een adequate bescherming en ondersteuning van alle vluchtelingen te zorgen, ongeacht hun verblijfplaats en zonder etnische discriminatie, en aan hun verplichtingen te voldoen met betrekking tot de sociale en economische rechten van die vluchtelingen (toegang tot voedsel, gezondheidszorg en onderwijs) alsmede hervestiging en landconflicten;

8.

roept alle partijen op om een reeks vertrouwen scheppende maatregelen in te voeren en te bevorderen, teneinde de veilige terugkeer en hervestiging van de vluchtelingen en de binnenlandse ontheemden te stimuleren;

9.

is uiterst bezorgd over de weerslag van de politieke crisis, de nadelige effecten ervan voor de sociaaleconomische ontwikkeling van het land en de economische gevolgen voor buurlanden die voor een groot deel afhankelijk zijn van de Keniaanse infrastructuur en waar de humanitaire situatie door de crisis wordt ondermijnd;

10.

veroordeelt ten stelligste de toename van seksueel geweld als gevolg van de politieke beroering en is vooral bezorgd over het lot van vrouwen en meisjes in vluchtelingenkampen; roept de Keniaanse autoriteiten in dit verband op een adequate medische zorg voor slachtoffers te waarborgen en verzoekt de politie slachtoffers aan te moedigen misdaden aan te geven en alle meldingen van seksueel geweld serieus te nemen;

11.

prijst de Keniaanse regering en de Democratische Beweging van de Sinaasappels vanwege het feit dat zij naar een vreedzame oplossing zoeken voor de politieke crisis die het gevolg is van de presidentsverkiezingen van 27 december 2007;

12.

is verheugd over het nationaal akkoord tussen de regering en de Democratische Beweging van de Sinaasappels over een deling van de macht; spreekt zich uit voor de voortzetting van de uitvoering van dit akkoord en roept op tot een bespoediging van bijstandsverlening ten behoeve van de consolidering van vrede en veiligheid;

13.

spreekt haar steun uit aan het parlement van Kenia voor het feit dat het de aanzet heeft gegeven tot de noodzakelijke wettelijke en grondwettelijke instrumenten voor de uitvoering van het akkoord; feliciteert het parlement met het feit dat het op 18 maart 2008 de wet tot wijziging van de grondwet en de wet betreffende het nationaal akkoord heeft aangenomen teneinde de overeenkomst over de machtsdeling ten uitvoer te leggen;

14.

constateert dat beide partijen zich ervoor inspannen de normaliteit in het land te herstellen middels de eerbiediging van de rechtsstaat, wat nodig is om de rust en de veiligheid, alsmede het respect voor het menselijk leven en privé-eigendom in alle delen van het land te kunnen waarborgen;

15.

prijst de internationale gemeenschap, en met name de ACS-EU-instellingen, de EU, de Afrikaanse Unie, de Intergouvernementele Ontwikkelingsautoriteit (IGAD), de Oost-Afrikaanse Gemeenschap (EAC) en het panel van vooraanstaande Afrikaanse persoonlijkheden, waaronder voormalige staatshoofden, voor hun grote betrokkenheid en de positieve bijdrage die zij hebben geleverd bij het zoeken naar een vreedzame oplossing;

16.

benadrukt dat hun reactie een uiting is van het internationaal aanvaarde en fundamentele beginsel van beschermingsverantwoordelijkheid;

17.

is verheugd over de door de internationale gemeenschap verstrekte humanitaire hulp;

18.

prijst de regering, de bevolking en de president van Oeganda, Yoweri Museveni, voor het feit dat zij de Keniaanse vluchtelingen welkom hebben geheten en hun een veilig onderkomen en humanitaire hulp hebben geboden; is tevens ingenomen met de inspanningen van Yoweri Museveni in zijn hoedanigheid als voorzitter van de top van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap en van de bijeenkomst van de regeringsleiders van het Gemenebest;

19.

verwelkomt de inspanningen die Kofi Annan en het panel van vooraanstaande Afrikaanse persoonlijkheden hebben ondernomen om Kenia te helpen het politieke geschil op te lossen; spreekt tevens haar waardering uit voor het cruciale ingrijpen door de voorzitter van de Afrikaanse Unie, de president van de Verenigde Republiek Tanzania, Jakaya M. Kikwete;

20.

verzoekt om concrete maatregelen ten behoeve van de oprichting van een onpartijdige verkiezingscommissie die in de toekomst beter in staat is om vrije en eerlijke verkiezingen te organiseren, en ten behoeve van de invoering van de nodige justitiële, grondwettelijke en institutionele hervormingen;

21.

dringt erop aan dat in het gehele herzieningsproces van de nationale wetgeving aandacht wordt besteed aan de periode voor, tijdens en na de verkiezingen, om tot geloofwaardige en doeltreffende mechanismen te komen voor de behandeling van klachten in verband met de verkiezingen;

22.

is bezorgd over de tendens van politiek pluralisme naar etnische verdeeldheid in democratiseringsprocessen, en roept ertoe op deze ontwikkeling grondig te onderzoeken;

23.

dringt er voorts bij alle partijen op aan om hun verantwoordelijkheden na te komen door zich constructief en met alle macht voor het verzoeningsproces in te zetten, om in het kader van een dialoog gezamenlijk aan alle geschilpunten te werken, met inbegrip van hervormingen op het gebied van verkiezingen, de grondwet en gendergerelateerde vraagstukken, en om een overeenkomst te bereiken over een duurzame en consensuele politieke oplossing van de crisis;

24.

roept de maatschappelijke en religieuze organisaties in Kenia en de Keniaanse bevolking op het verzoeningsproces te steunen en te bevorderen;

25.

verzoekt de internationale gemeenschap adequate bijstand te verlenen voor de wederopbouw van de getroffen gebieden, ook voor de spoedige hervestiging van vluchtelingen, met bijzonder aandacht voor het platteland en sloppenwijken;

26.

dringt er bij de Keniaanse autoriteiten op aan de economische tegenstellingen tussen arm en rijk tegen te gaan, om de weg te bereiden voor een evenwichtiger verdeling van rijkdom in het land; dringt er tevens bij hen op aan om de onderliggende factoren, zoals grondeigendom, die het bestuur van het land hebben ondermijnd, aan te pakken;

27.

verzoekt haar covoorzitters deze resolutie te doen toekomen aan de Raad ACS-EU, de Europese Commissie, de Afrikaanse Unie, het Pan-Afrikaanse Parlement, de Intergouvernementele Ontwikkelingsautoriteit (IGAD), de Oost-Afrikaanse Gemeenschap (EAC), wetgevende vergadering van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap alsmede de regering en het parlement van Kenia.


(1)  Op 20 maart 2008 te Ljubljana (Slovenië) door de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU goedgekeurd.