ISSN 1725-2474

Publicatieblad

van de Europese Unie

C 292

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Mededelingen en bekendmakingen

50e jaargang
5 december 2007


Nummer

Inhoud

Bladzijde

 

IV   Informatie

 

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN EN ORGANEN VAN DE EUROPESE UNIE

 

Rekenkamer

2007/C 292/01

Accountantsverslag over de rekeningen van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2006

1

NL

 


IV Informatie

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN EN ORGANEN VAN DE EUROPESE UNIE

Rekenkamer

5.12.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 292/1


ACCOUNTANTSVERSLAG OVER DE REKENINGEN VAN DE REKENKAMER VOOR HET BEGROTINGSJAAR 2006

(2007/C 292/01)

BERICHT AAN DE LEZER

Onverminderd de bepalingen van artikel 248 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap waarin de verantwoordelijkheid voor de controle van alle ontvangsten en uitgaven van de Gemeenschap bij de Rekenkamer wordt gelegd, en de bepalingen van artikel 276 van voornoemd Verdrag betreffende de kwijtingverlening, laat de Rekenkamer sinds de afsluiting van het begrotingsjaar 1987 jaarlijks de rekeningen betreffende haar intern administratief beheer door een externe accountant controleren.

De verslagen die de externe accountant heeft opgesteld over de rekeningen van de Rekenkamer voor de begrotingsjaren 1987-1991 werden alleen ter kennis gebracht van de voorzitter van de Commissie begrotingscontrole van het Europees Parlement.

Overeenkomstig het besluit van het college van de Rekenkamer op haar vergadering van 8 juli 1993 worden de verslagen van de externe accountant sinds het begrotingsjaar 1992 in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt.

Voor de Rekenkamer

Michel HERVÉ

Secretaris-generaal van de Europese Rekenkamer


 

INHOUD

Verklaring betreffende de juistheid en getrouwheid van de jaarrekening per 31 december 2006

De administratieve en boekhoudkundige procedures, de kwaliteit van het financieel beheer en het internecontrolesysteem

Jaarrekening per 31 december 2006

Verklaring betreffende de juistheid en getrouwheid van de jaarrekening per 31 december 2006

Aan de leden

van de Europese Rekenkamer

Overeenkomstig de door de Europese Rekenkamer gegeven opdracht hebben wij bijgaande jaarrekening van de Europese Rekenkamer gecontroleerd, welke de balans per 31 december 2006, de economische resultatenrekening voor het per die datum afgesloten begrotingsjaar en het kasstroomoverzicht bevat, alsmede het mutatieoverzicht van de netto activa en de bijlage met een samenvatting van de belangrijkste boekhoudkundige beginselen en andere toelichtingen.

Verantwoordelijkheid van de leden van de Europese Rekenkamer bij de opstelling en de presentatie van de jaarrekening

De leden van de Europese Rekenkamer zijn verantwoordelijk voor de opstelling en getrouwe presentatie van deze jaarrekening, overeenkomstig Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002, de uitvoeringsvoorschriften daarbij, de algemeen aanvaarde boekhoudkundige beginselen en de Interne regels van de Europese Rekenkamer. Deze verantwoordelijkheid houdt in dat de opzet, uitvoering en follow-up van de interne controle met betrekking tot de opstelling en getrouwe presentatie van de jaarrekening geen significante onregelmatigheden bevat, ongeacht of deze voortvloeien uit fraude of fouten, de keuze en de toepassing van deugdelijke boekhoudkundige beginselen en methoden, alsmede de vaststelling van — gelet op de omstandigheden — redelijke boekhoudkundige schattingen.

Verantwoordelijkheid van de accountant

Onze verantwoordelijkheid is het afgeven van een oordeel over deze jaarrekening op basis van onze controle. Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens de internationale controlenormen, zoals vastgesteld door het instituut van accountants. Op grond van deze normen dienen wij ons te houden aan de regels inzake ethiek en het plannen en realiseren van de controle om een redelijke zekerheid te verkrijgen dat de jaarrekening geen significante fouten bevat.

Een controle houdt in dat procedures ten uitvoer worden gelegd met het doel bewijsmiddelen te vergaren met betrekking tot de bedragen en de in de jaarrekening verstrekte informatie. De keuze van de procedures wordt bepaald door de accountant, evenals de inschatting van het risico dat de jaarrekening significante fouten bevat, ongeacht of deze het gevolg zijn van fraude of fouten. Bij deze risicobeoordelingen houdt de accountant rekening met de in de entiteit geldende interne controle met betrekking tot de opstelling en getrouwe presentatie van de jaarrekening om — gelet op de omstandigheden — passende controleprocedures vast te stellen, en niet met het oogmerk een oordeel over de doeltreffendheid ervan uit te spreken. Een controle houdt tevens een beoordeling in van de geschiktheid van de gevolgde boekhoudmethoden en de redelijkheid van de boekhoudkundige schattingen door de leden van de Europese Rekenkamer, evenals de beoordeling van de presentatie van de jaarrekening als geheel. Wij achten de verzamelde bewijsmiddelen toereikend en deugdelijk ter onderbouwing van ons oordeel.

Oordeel

De jaarrekening geeft naar ons oordeel een getrouw beeld van de financiële situatie van de Europese Rekenkamer per 31 december 2006 en van het resultaat van de verrichtingen over het op die datum afgesloten begrotingsjaar overeenkomstig Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002, de uitvoeringsvoorschriften daarbij, de algemeen aanvaarde boekhoudkundige beginselen en de Interne regels van de Europese Rekenkamer.

Luxemburg, 28 september 2007.

KPMG Audit Sàrl

Accountants

P. WIES

De administratieve en boekhoudkundige procedures, de kwaliteit van het financieel beheer en het internecontrolesysteem

Aan de leden

van de Europese Rekenkamer

Overeenkomstig de van de Europese Rekenkamer ontvangen opdracht hebben wij de administratieve en boekhoudkundige procedures, het financieel beheer en de interne controle onderzocht voor het per 31 december 2006 afgesloten begrotingsjaar. Met dit onderzoek wilden wij bevestigd zien of de verschillende afdelingen van de Europese Rekenkamer met redelijke zekerheid kunnen stellen dat:

—

het financieel beheer van de Rekenkamer wordt gevoerd overeenkomstig de geldende verordeningen;

—

het internecontrolesysteem het mogelijk maakt, een betrouwbare jaarrekening op te stellen alsmede de regelgeving na te leven.

De geldende verordeningen zijn:

—

Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen,

—

Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie van 23 december 2002 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen,

—

de Interne regels van de Europese Rekenkamer voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie, vastgesteld bij Besluit nr. 80-2003 van de Rekenkamer, genomen op haar vergadering van 17 en 18 december 2003.

Wij hebben de controleomgeving, de risico-evaluatie, de controlesystemen en -activiteiten, alsmede de beheerscontrolesystemen onderzocht. Onze werkzaamheden bestonden uit een evaluatie van de administratieve en boekhoudkundige procedures, het beheer, steekproefsgewijze tests van bewijsstukken en hoor en wederhoor van het personeel. Aard en omvang van de tests werden bepaald op basis van ons oordeel over de controleomgeving. Wij zijn van mening dat onze conclusies over de procedures, het financieel beheer en de interne controle van de Europese Rekenkamer door onze werkzaamheden behoorlijk zijn onderbouwd.

Op basis van de hierboven beschreven procedures hebben onze werkzaamheden geen feiten aan het licht gebracht die twijfels doen rijzen over de deugdelijkheid van de administratieve en boekhoudkundige procedures en van de interne controle, of over de conformiteit van het financieel beheer met de geldende regelgeving.

Luxemburg, 28 september 2007.

KPMG Audit Sàrl

Accountants

P. WIES

Jaarrekening per 31 december 2006

Balans per 31 december 2006 en 2005

(in 1000 euro)

 

Toelichting

2006

2005

Niet-vlottende activa

 

36 212

38 532

Immateriële vaste activa

2

592

537

Materiële vaste activa

2

35 620

37 995

Vlottende activa

 

3 800

5 623

Vorderingen op korte termijn

3

1 993

2 777

Kas en secundaire liquiditeiten

 

1 807

2 846

Totaal activa

 

40 012

44 155

Niet-vlottende passiva

 

44 349

47 869

Personeelsbeloningen

4

44 147

47 694

Andere schulden op lange termijn

 

202

175

Vlottende passiva

 

7 081

7 736

Voorzieningen voor risico's en lasten

 

2 008

2 031

Crediteuren

5

5 073

5 705

Totaal passiva

 

51 430

55 605

Netto activa

6

(11 418)

(11 450)

Overdracht uit voorgaande jaren

 

(11 450)

5 370

Economisch resultaat van het begrotingsjaar

 

32

(16 820)

De bijgevoegde toelichtingen vormen een bestanddeel van deze jaarrekening.


Economische resultatenrekening per 31 december 2006 en 2005

(in 1000 euro)

 

Toelichting

2006

2005

Operationele ontvangsten

Door de Commissie aan andere instellingen overgedragen middelen

 

82 297

70 787

Ontvangsten uit administratief beheer

7

16 263

16 163

 

 

98 560

86 950

Operationele uitgaven

Administratieve uitgaven

Personeelsuitgaven

 

(78 718)

(74 686)

Uitgaven in verband met vaste activa

 

(3 637)

(4 396)

Pensioenen

4

1 274

(6 033)

Andere administratieve uitgaven

8

(17 512)

(18 761)

 

 

(98 593)

(103 876)

Exploitatieresultaat

 

(33)

(16 926)

Activiteiten buiten de exploitatie om

Ontvangsten uit investeringsverrichtingen

 

—

53

Ontvangsten uit financiële verrichtingen

 

80

68

Uitgaven voor financiële verrichtingen

 

(15)

(15)

 

 

65

106

Economisch resultaat van het begrotingsjaar

 

32

(16 820)

De bijgevoegde toelichtingen vormen een bestanddeel van deze jaarrekening.


Kasstroomoverzicht over het begrotingsjaar 2006 en 2005

(in 1000 euro)

 

2006

2005

Kasstroom uit gewone activiteiten

Resultaat van de activiteiten van het begrotingsjaar

32

(16 820)

Aanpassingen betreffende de activiteiten:

 

—

Toewijzingen voor afschrijvingen (immateriële vaste activa) +

268

311

 

—

Toewijzingen voor afschrijvingen (materiële vaste activa) +

2 440

3 522

 

—

Toename (afname) van de voorzieningen voor risico's en lasten

(23)

397

 

—

Toename (afname) van de personeelsbeloningen

(3 547)

4 004

 

—

Toename (afname) van de voorfinanciering op korte termijn

—

3 514

 

—

Toename (afname) van de vorderingen op korte termijn

769

(889)

 

—

Toename (afname) van de vorderingen op de communautaire organen

16

21

 

—

Toename (afname) van de schulden op lange termijn

27

(19)

 

—

Toename (afname) van de leveranciers en andere crediteuren

378

348

 

—

Toename (afname) van de schulden aan de communautaire organen

(1 011)

393

 

—

Winst (verlies) op verkopen van roerende goederen

—

571

 

—

Uitzonderlijke posten

—

61

Kasstroom uit gewone activiteiten

(651)

(4 586)

Kasstroom uit investeringsactiviteiten

 

Aankoop van materiële en immateriële activa

(1 314)

(1 680)

 

Overdracht van materiële en immateriële activa

926

2 004

Kasstroom uit investeringsactiviteiten

(388)

324

Netto toename (afname) van de kas en secundaire liquiditeiten

(1 039)

(4 262)

Kas en secundaire liquiditeiten aan het begin van het begrotingsjaar

2 846

7 108

Kas en secundaire liquiditeiten aan het eind van het begrotingsjaar

1 807

2 846


Mutatieoverzicht van de netto activa voor 2006

(in 1000 euro)

 

Gecumuleerde resultaten

Economisch resultaat van het begrotingsjaar

Netto activa (totaal)

Saldo per 31 december 2005

5 370

(16 820)

(11 450)

Bestemming van het economisch resultaat van het voorgaande begrotingsjaar

(16 820)

16 820

—

Economisch resultaat van het begrotingsjaar

—

32

32

Saldo per 31 december 2006

(11 450)

32

(11 418)

TOELICHTINGEN BIJ DE JAARREKENING PER 31 DECEMBER 2006

1.   Boekhoudkundige beginselen

1.1.   Regelgeving en presentatie van de boekhouding

De boekhouding van de Europese Rekenkamer (hierna: „Rekenkamer”) wordt gevoerd en de jaarrekening wordt opgesteld overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen en Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie van 23 december 2002 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften bij voornoemd Financieel Reglement.

1.2.   Immateriële en materiële vaste activa

De immateriële en materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de aanschaffingswaarde, verminderd met de gecumuleerde afschrijvingen en waardevermindering.

De toewijzing aan de afschrijvingen wordt gewaardeerd volgens de methode van lineaire afschrijving op de geraamde bruikbaarheidsduur, en wel als volgt:

Programmatuur

4 jaar

Gebouwen

25 jaar

Installaties, machines en uitrusting

4, 8 jaar

Meubilair en wagenpark

4, 8, 10 jaar

Computerapparatuur

4 jaar

Specifieke inrichting van de gehuurde gebouwen

duur van de huur

1.3.   Voorfinancieringen

Voorfinanciering is een betaling bedoeld om de begunstigde een voorschot te verstrekken, bijvoorbeeld een kasmiddelenfonds. Ze kan in meerdere betalingen worden gesplitst over een in de desbetreffende voorfinancieringsovereenkomst bepaalde periode. Het kasmiddelenfonds (of voorschot) wordt terugbetaald of gebruikt voor het doel waarvoor het werd verstrekt gedurende de in de overeenkomst bepaalde periode.

Aan het eind van het jaar worden de lopende voorfinancieringen gewaardeerd op het (de) aanvankelijk betaalde bedrag(en) verminderd met: de terugbetaalde bedragen, de afgewikkelde subsidiabele uitgaven, de geraamde aan het eind van het jaar nog af te wikkelen subsidiabele uitgaven en de waardeverminderingen.

1.4.   Vorderingen

De vorderingen zijn gewaardeerd op de nominale waarde, eventueel verminderd met de afschrijvingen wegens waardevermindering.

1.5.   Crediteuren

De schulden worden in de balans opgenomen tegen hun nominale waarde.

1.6.   Verplichtingen uit hoofde van de pensioenregeling voor de leden

Overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 2290/77 van de Raad van 18 oktober 1977 tot vaststelling van de geldelijke regeling van de leden van de Rekenkamer (PB L 268 van 20.10.1977, blz. 1), vormt de betaling van de uitkeringen als voorzien in de pensioenregeling een last voor de begroting van de Gemeenschappen en garanderen de lidstaten gezamenlijk de uitbetaling van voornoemde uitkeringen.

De door de lidstaten gegarandeerde bedragen komen tot stand op basis van enerzijds boekhoudregel nr. 12 „Personeelsbeloningen”, vastgesteld bij een besluit van 28 december 2004 van de rekenplichtige van de Commissie overeenkomstig artikel 133 van het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen, en anderzijds een actuariële beoordeling verricht door de deskundigen van de gespecialiseerde eenheid PMO van de Commissie.

Sinds het begrotingsjaar 2006 wordt de pensioenvoorziening berekend exclusief bij de betaling van de pensioenen ingehouden belastingen, aangezien deze belastingen voor de begroting van de Rekenkamer ontvangsten vormen (zie punt 4 van de toelichtingen). In 2005 waren deze belastingen bij de pensioenvoorziening inbegrepen. Indien de Rekenkamer deze beginselen in 2005 had toegepast, zou het bedrag van de voorziening per 31 december 200541 779 878 euro hebben bedragen. De vergelijkende cijfers zijn niet aangepast.

2.   Immateriële en materiële vaste activa

(in 1000 euro)

 

2006

2005

Af te schrijven waarde

Gecumuleerde afschrijvingen

Netto boekwaarde

Netto boekwaarde

Immateriële vaste activa

1 945

(1 353)

592

537

Materiële vaste activa

—

Terreinen

777

—

777

777

—

Gebouwen

52 075

(19 735)

32 340

34 198

—

Installaties, machines en uitrusting

1 199

(856)

343

358

—

Meubilair en wagenpark

1 845

(1 260)

585

630

—

Computerapparatuur

3 867

(2 926)

941

1 398

—

Overige materiële vaste activa

1 044

(609)

435

609

—

Vaste activa in aanbouw

199

—

199

25

Subtotaal

61 006

(25 386)

35 620

37 995

Totaal

62 951

(26 739)

36 212

38 532

3.   Vorderingen op korte termijn

De vorderingen op korte termijn komen grotendeels overeen met de vastgestelde en nog in te vorderen rechten, waarvan 841 528 euro (2005: 1 392 326 euro) uit hoofde van de inkoop van nationale pensioenrechten door de personeelsleden van de instelling.

Het saldo betreft voornamelijk voorschotten op de kosten van reeds gemaakte maar nog niet verrekende dienstreizen van de leden en het personeel van de Rekenkamer, alsmede geconstateerde uitgestelde lasten.

4.   Personeelsbeloningen

De personeelsbeloningen omvatten de toekomstige pensioenrechten van de leden van de Rekenkamer.

Het bedrag „personeelsbeloningen” van 2006 wordt exclusief belastingen uitgedrukt (zie toelichting bij punt 1.6).

5.   Crediteuren

De crediteuren betreffen de schulden aan leveranciers, de kosten voor dienstreizen die door de creditcardorganisatie nog gefactureerd moeten worden en de schulden aan diverse begunstigden.

Verder omvat deze post de schulden aan het personeel voor verworven statutaire rechten en nog af te wikkelen kosten voor dienstreizen.

6.   Netto activa

De mutaties van de netto activa in 2006 zijn als volgt:

(in 1000 euro)

Saldo per 31 december 2005

(11 450)

Economisch resultaat van het begrotingsjaar

32

Netto activa per 31 december 2006

(11 418)

7.   Ontvangsten uit administratief beheer

De post omvat voornamelijk de belastingen op en sociale bijdragen aan de salarissen van de leden en het personeel.

8.   Andere administratieve uitgaven

Deze post omvat voornamelijk de huur van de gebouwen en de daarmee samenhangende kosten, de kosten voor dienstreizen voor het personeel en de leden, de informaticakosten, alsmede de kosten voor de beroepsopleiding.

9.   Niet in de balanstelling opgenomen verbintenissen

Krachtens het op 15 december 1999 gesloten kadercontract voor de bouw van een of meerdere uitbreidingen van het gebouw van de Europese Rekenkamer zijn de contractanten het volgende overeengekomen.

De Luxemburgse staat verbindt zich ertoe de Rekenkamer op het voor de eerste uitbreiding bestemde terrein opstalrecht te verlenen tegen de prijs van 1 (één) euro en voor een tijdvak van maximaal 49 (negenenveertig) jaar. Eventueel opstalrecht op andere terreinen die nodig zijn voor de andere uitbreidingen mag niet worden verleend tot een datum vallend na het verstrijken van het opstalrecht dat is verleend voor de eerste uitbreiding.

De Rekenkamer heeft besloten over te gaan tot een tweede uitbreiding (K3-gebouw) en wegens verschillende uitvoeringsvoorwaarden zijn de Luxemburgse staat en de Rekenkamer overeengekomen een nieuw kadercontract te sluiten dat in 2007 zou moeten worden ondertekend.

De volgende bankgaranties zijn door derden/leveranciers vastgesteld ter rechtmatige uitvoering van de contracten inzake:

(in 1000 euro)

 

2006

2005

—

Dienstverlening door het reisbureau

51

20

—

Huur op lange termijn van dienstauto's

75

75

—

Restauratiediensten

28

28

Totaal

154

123

Voor vier lopende huurcontracten voor gebouwen bedragen de bestaande huurverplichtingen 7 960 550 euro (2005: 9 951 290 euro), volgens onderstaande gegevens:

(in 1000 euro)

 

2006

2005

—

Gebouwen

7 833

9 758

—

Bijkantoor te Brussel

110

144

—

Parkeergelegenheid

17

50

Totaal

7 960

9 952


(in 1000 euro)

 

2006

Voor de operationele leasecontracten van materieel en andere uitrusting bedragen de nog lopende huurverplichtingen:

363

Nog af te wikkelen begrotingsverplichtingen:

3 150

Totaal

3 513