ISSN 1725-2474

Publicatieblad

van de Europese Unie

C 230

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Mededelingen en bekendmakingen

50e jaargang
2 oktober 2007


Nummer

Inhoud

Bladzijde

 

II   Mededelingen

 

MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN EN ORGANEN VAN DE EUROPESE UNIE

 

Commissie

2007/C 230/01

Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak COMP/M.4709 — APAX Partners/Telenor Satellite Services) ( 1 )

1

2007/C 230/02

Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak COMP/M.4796 — Candover/Stork) ( 1 )

1

 

IV   Informatie

 

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN EN ORGANEN VAN DE EUROPESE UNIE

 

Commissie

2007/C 230/03

Wisselkoersen van de euro

2

 

V   Bekendmakingen

 

BESTUURLIJKE PROCEDURES

 

Commissie

2007/C 230/04

Uitnodiging tot het indienen van voorstellen in het kader van het werkprogramma Capaciteiten van het zevende kaderprogramma van de EG voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie

3

2007/C 230/05

Programma Een leven lang leren — Oproep tot het indienen van voorstellen 2008 (DG EAC/30/07)

4

 

PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE HANDELSPOLITIEK

 

Commissie

2007/C 230/06

Bericht van opening van een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek van de compenserende maatregelen die van toepassing zijn op katoenhoudend beddenlinnen van oorsprong uit India

5

2007/C 230/07

Bericht van opening van een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek van de compenserende maatregelen die van toepassing zijn op bepaalde grafietelektrodesystemen van oorsprong uit India

9

 

PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID

 

Commissie

2007/C 230/08

Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak COMP/M.4731 — Google/DoubleClick) ( 1 )

12

2007/C 230/09

Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak COMP/M.4848 — Basell/Lyondell) ( 1 )

13

 

Rectificaties

2007/C 230/10

Rectificatie van Cultuur (2007-2013) — Oproep tot het indienen van voorstellen — EACEA/21/07 — Speciale acties voor culturele samenwerking met en in derde landen (PB C 180 van 2.8.2007)

14

2007/C 230/11

Rectificatie van het Programma Cultuur (2007-2013) — Oproep tot het indienen van voorstellen — EACEA/26/07 — Totstandbrenging van netwerken van organisaties die evaluatie- of effectbeoordelingsactiviteiten op het gebied van cultuurbeleid uitvoeren — Netwerken (deel 3.2) (PB C 184 van 7.8.2007)

15

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

 


II Mededelingen

MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN EN ORGANEN VAN DE EUROPESE UNIE

Commissie

2.10.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 230/1


Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie

(Zaak COMP/M.4709 — APAX Partners/Telenor Satellite Services)

(Voor de EER relevante tekst)

(2007/C 230/01)

Op 20 augustus 2007 heeft de Commissie besloten geen bezwaar aan te tekenen tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de gemeenschappelijke markt te verklaren. Deze beschikking is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad. De volledige tekst van de beschikking is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:

op de website „concurrentie” van de Europese Commissie (http://ec.europa.eu/comm/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende mogelijkheden om individuele concentratiebeschikkingen op te zoeken, onder meer op bedrijfsnaam, nummer van de zaak, datum en sector;

in elektronische vorm op de EUR-Lex website onder documentnummer 32007M4709. EUR-Lex is het geïnformatiseerde documentatiesysteem voor de communautaire wetgeving. (http://eur-lex.europa.eu)


2.10.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 230/1


Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie

(Zaak COMP/M.4796 — Candover/Stork)

(Voor de EER relevante tekst)

(2007/C 230/02)

Op 20 augustus 2007 heeft de Commissie besloten geen bezwaar aan te tekenen tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de gemeenschappelijke markt te verklaren. Deze beschikking is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad. De volledige tekst van de beschikking is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:

op de website „concurrentie” van de Europese Commissie (http://ec.europa.eu/comm/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende mogelijkheden om individuele concentratiebeschikkingen op te zoeken, onder meer op bedrijfsnaam, nummer van de zaak, datum en sector;

in elektronische vorm op de EUR-Lex website onder documentnummer 32007M4796. EUR-Lex is het geïnformatiseerde documentatiesysteem voor de communautaire wetgeving. (http://eur-lex.europa.eu)


IV Informatie

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN EN ORGANEN VAN DE EUROPESE UNIE

Commissie

2.10.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 230/2


Wisselkoersen van de euro (1)

1 oktober 2007

(2007/C 230/03)

1 euro=

 

Munteenheid

Koers

USD

US-dollar

1,4232

JPY

Japanse yen

164,76

DKK

Deense kroon

7,4549

GBP

Pond sterling

0,69735

SEK

Zweedse kroon

9,1940

CHF

Zwitserse frank

1,6603

ISK

IJslandse kroon

88,10

NOK

Noorse kroon

7,6875

BGN

Bulgaarse lev

1,9558

CYP

Cypriotische pond

0,5842

CZK

Tsjechische koruna

27,538

EEK

Estlandse kroon

15,6466

HUF

Hongaarse forint

251,42

LTL

Litouwse litas

3,4528

LVL

Letlandse lat

0,7040

MTL

Maltese lira

0,4293

PLN

Poolse zloty

3,7700

RON

Roemeense leu

3,3565

SKK

Slowaakse koruna

33,923

TRY

Turkse lira

1,7180

AUD

Australische dollar

1,6022

CAD

Canadese dollar

1,4142

HKD

Hongkongse dollar

11,0576

NZD

Nieuw-Zeelandse dollar

1,8666

SGD

Singaporese dollar

2,1056

KRW

Zuid-Koreaanse won

1 300,45

ZAR

Zuid-Afrikaanse rand

9,7958

CNY

Chinese yuan renminbi

10,6827

HRK

Kroatische kuna

7,3114

IDR

Indonesische roepia

12 929,77

MYR

Maleisische ringgit

4,8318

PHP

Filipijnse peso

63,781

RUB

Russische roebel

35,4000

THB

Thaise baht

45,300


(1)  

Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.


V Bekendmakingen

BESTUURLIJKE PROCEDURES

Commissie

2.10.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 230/3


Uitnodiging tot het indienen van voorstellen in het kader van het werkprogramma „Capaciteiten” van het zevende kaderprogramma van de EG voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie

(2007/C 230/04)

Hierbij wordt kennis gegeven van de publicatie van een uitnodiging tot het indienen van voorstellen in het kader van het werkprogramma „Capaciteiten” van het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007 tot 2013).

Er worden voorstellen ingewacht voor de volgende uitnodiging.

Specifiek programma „Capaciteiten”:

Deel: Internationale samenwerkingsactiviteiten

Identificatiecode van de uitnodiging: FP7-INCO-2007-3

Deze uitnodiging tot het indienen van voorstellen heeft betrekking op het bij Commissiebesluit C(2007) 2464 van 14 juni 2007 aangenomen werkprogramma.

Informatie over de financiële middelen, termijnen en uitvoeringsregels betreffende de uitnodiging, het werkprogramma en de leidraad voor de indiening van voorstellen is beschikbaar via de CORDIS-website:

http://cordis.europa.eu/fp7/calls/


2.10.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 230/4


Programma „Een leven lang leren” — Oproep tot het indienen van voorstellen 2008

(DG EAC/30/07)

(2007/C 230/05)

1.   Doelstellingen en beschrijving

Deze oproep tot het indienen van voorstellen is gebaseerd op het besluit tot vaststelling van het programma Een Leven Lang Leren, dat op 15 november 2006 door het Europees Parlement en de Raad is goedgekeurd (Besluit nr. 1720/2006/EG) (1). Dit programma bestrijkt de periode 2007-2013. De specifieke doelstellingen van het programma Een Leven Lang Leren worden opgesomd in artikel 1, lid 3, van het besluit.

2.   In aanmerking komende aanvragers

Het programma Een Leven Lang Leren is van toepassing op alle typen en niveaus van onderwijs, beroepsonderwijs en -opleiding en is toegankelijk voor alle entiteiten die in artikel 4 van het besluit worden genoemd.

De aanvragers moeten in een van de volgende landen gevestigd zijn (2):

de 27 lidstaten van de Europese Unie (vanaf 1 januari 2007);

de EVA/EER-landen: IJsland, Liechtenstein en Noorwegen;

de kandidaat-lidstaat: Turkije.

3.   Begroting en duur van de projecten

Het totale budget dat voor deze oproep is uitgetrokken, wordt geraamd op 901 miljoen EUR.

De hoogte van de toegekende subsidies en de duur van de projecten varieert, afhankelijk van factoren als het type project en het aantal betrokken landen.

4.   Termijn voor de indiening van de aanvragen

De belangrijkste uiterste data zijn:

Erasmus University Charter

30 november 2007

Comenius, Grundtvig: Mobiliteit

31 januari 2008

Leonardo da Vinci: Mobiliteit

8 februari 2008

Comenius, Leonardo da Vinci, Grundtvig: Partnerschappen

15 februari 2008

Jean Monnetprogramma

15 februari 2008

Comenius, Erasmus, Leonardo da Vinci, Grundtvig: Multilaterale projecten; netwerken en flankerende maatregelen

29 februari 2008

Erasmus: Mobiliteit

14 maart 2008

Leonardo da Vinci: Multilaterale projecten voor de overdracht van vernieuwingen

14 maart 2008

Transversaal programma

31 maart 2008

5.   Volledige informatie

De volledige tekst van de oproep tot het indienen van voorstellen, de aanvraagformulieren en de Leidraad voor aanvragers kunnen worden geraadpleegd op het volgende internetadres:

http://ec.europa.eu/llp

De aanvragen moeten in overeenstemming zijn met alle bepalingen van de integrale tekst van de oproep en worden ingediend aan de hand van het daartoe bestemde formulier.


(1)  PB L 327 van 24.11.2006, blz. 45.

(2)  Behalve voor het Jean Monnetprogramma, dat voor hogeronderwijsinstellingen uit de hele wereld openstaat.


PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE HANDELSPOLITIEK

Commissie

2.10.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 230/5


Bericht van opening van een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek van de compenserende maatregelen die van toepassing zijn op katoenhoudend beddenlinnen van oorsprong uit India

(2007/C 230/06)

De Commissie heeft op grond van artikel 19 van Verordening (EG) nr. 2026/97 van de Raad betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1) („de basisverordening”) besloten op eigen initiatief een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek te openen, dat uitsluitend betrekking heeft op de mate van subsidiëring voor bepaalde Indiase producenten/exporteurs.

1.   Product

Het onderzoek heeft betrekking op beddenlinnen van katoenvezels, zuiver of gemengd met kunstmatige vezels of met vlas (waarbij vlas niet mag overheersen), gebleekt, geverfd of bedrukt, van oorsprong uit India („het betrokken product”), momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 6302 21 00, ex 6302 22 90, ex 6302 31 00 en ex 6302 32 90. Deze GN-codes worden slechts ter informatie vermeld.

2.   Bestaande maatregelen

Momenteel is op katoenhoudend beddenlinnen van oorsprong uit India een definitief compenserend recht van toepassing, dat is ingesteld bij Verordening (EG) nr. 74/2004 van de Raad (2).

3.   Motivering van het nieuwe onderzoek

De Commissie beschikt over voldoende voorlopig bewijsmateriaal dat de omstandigheden met betrekking tot subsidiëring op grond waarvan maatregelen werden vastgesteld, zijn gewijzigd en dat deze wijziging van blijvende aard is.

De voordelen uit twee subsidieregelingen (het Duty Entitlement Passbook Scheme (DEPBS) en de Income Tax Exemption under Section 80 HHC of the Income Tax Act (ITES)) lijken namelijk aanzienlijk kleiner geworden te zijn. Dit komt doordat de Indiase wetgeving waarop die regelingen gebaseerd zijn, is gewijzigd.

Als gevolg hiervan is de mate van subsidiëring waarschijnlijk gedaald voor de ondernemingen ten aanzien waarvan de maatregelen geheel of gedeeltelijk gebaseerd zijn op voordelen die zij uit een of beide bovengenoemde subsidieregelingen hebben verkregen in het tijdvak dat in aanmerking werd genomen voor het onderzoek op grond waarvan de hoogte van de huidige maatregelen is vastgesteld.

Dat betekent dat de in de vorige alinea genoemde maatregelen op de invoer van het betrokken product mogelijk niet langer op hun huidige niveau gehandhaafd hoeven te blijven om de subsidiëring te compenseren. Voor de ondernemingen in kwestie moeten die maatregelen dan ook opnieuw worden onderzocht.

Dit betreft de in de bijlage vermelde ondernemingen en andere producenten van het betrokken product die binnen de in punt 5, onder b) i), genoemde termijn contact met de Commissie opnemen en binnen die termijn ook aantonen 1) dat zij in het desbetreffende onderzoektijdvak (1 oktober 2001-30 september 2002) van een of beide bovengenoemde subsidieregelingen voordeel verkregen hebben en 2) dat dit voordeel als gevolg van de structurele wijzigingen in die regelingen inmiddels kleiner geworden is.

Als bovendien uit het nieuwe onderzoek blijkt of als belanghebbenden binnen de in punt 5, onder a) i), genoemde termijn voldoende voorlopig bewijsmateriaal verstrekken dat exporteurs van het betrokken product die bij dit nieuwe onderzoek betrokken zijn, profijt trekken van andere dan de bovengenoemde subsidieregelingen, kunnen die regelingen in het kader van dit nieuwe onderzoek ook worden onderzocht.

Voor zover de gewijzigde subsidiemarges die in dit onderzoek worden vastgesteld van invloed zijn op de maatregelen die gelden voor ondernemingen die hebben meegewerkt aan het onderzoek dat tot de vaststelling van de hoogte van de maatregelen heeft geleid, en/of op de residuele maatregel die geldt voor alle andere ondernemingen, kunnen de desbetreffende maatregelen dienovereenkomstig worden herzien.

Voor ondernemingen ten aanzien waarvan zowel antidumpingmaatregelen als compenserende maatregelen zijn genomen, kan bij wijziging van de compenserende maatregel de antidumpingmaatregel dienovereenkomstig worden aangepast.

4.   Procedure

Daar de Commissie na overleg in het Raadgevend Comité tot de conclusie is gekomen dat er voldoende bewijsmateriaal is om ambtshalve een procedure voor een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek in te leiden, opent zij hierbij overeenkomstig artikel 19 van de basisverordening een onderzoek.

Bij dit onderzoek zal worden nagegaan of de huidige maatregelen ten aanzien van ondernemingen die van een of beide bovengenoemde subsidieregelingen voordeel hebben verkregen, moeten worden gehandhaafd, ingetrokken of gewijzigd, en of er voldoende bewijsmateriaal is verstrekt, als bedoeld in punt 3, zesde alinea, dat er andere regelingen zijn waarvan die ondernemingen voordeel hebben verkregen. Afhankelijk van de bevindingen van het huidige onderzoek zal ook worden nagegaan of de maatregelen die gelden voor andere ondernemingen die hebben meegewerkt aan het onderzoek op grond waarvan de huidige maatregelen zijn vastgesteld, en/of op de residuele maatregel die geldt voor alle overige ondernemingen, moeten worden herzien.

a)   Steekproeven

Daar kennelijk een groot aantal partijen bij deze procedure betrokken is, kan de Commissie gebruikmaken van steekproeven overeenkomstig artikel 27 van de basisverordening.

i)   Steekproef van producenten/exporteurs

Om de Commissie in staat te stellen te beslissen of een steekproef noodzakelijk is en, zo ja, deze samen te stellen, wordt alle producenten/exporteurs, of hun vertegenwoordigers, verzocht binnen de in punt 5, onder b) i), genoemde termijn contact met de Commissie op te nemen en haar op de in punt 6 vermelde wijze de volgende gegevens over hun onderneming of ondernemingen te verstrekken:

naam, adres, e-mailadres, telefoonnummer, faxnummer en contactpersoon;

de hoeveelheid (in ton) van het betrokken product die in de periode van 1 april 2006 tot en met 31 maart 2007 naar de Gemeenschap is uitgevoerd en de waarde van deze uitvoer in plaatselijke valuta;

de hoeveelheid (in ton) van het betrokken product die in de periode van 1 april 2006 tot en met 31 maart 2007 op de binnenlandse markt is verkocht en de waarde van deze verkoop in plaatselijke valuta;

of de onderneming van plan is om een individueel subsidiepercentage te verzoeken (alleen voor producenten) (3);

een nauwkeurige beschrijving van de activiteiten van de onderneming in verband met de productie van het betrokken product, de geproduceerde hoeveelheid (in ton) van het betrokken product, de productiecapaciteit en de investeringen in productiecapaciteit in de periode van 1 april 2006 tot en met 31 maart 2007;

de namen en een nauwkeurige beschrijving van de activiteiten van alle verbonden ondernemingen (4) die betrokken zijn bij de productie en/of verkoop (uitvoer en/of binnenlandse verkoop) van het betrokken product;

of de onderneming voordelen heeft verkregen uit hoofde van het DEPBS en/of de ITES gedurende i) het tijdvak dat in aanmerking werd genomen voor het onderzoek op grond waarvan de hoogte van de huidige maatregelen is vastgesteld (1 oktober 2001-30 september 2002) en/of ii) de periode 1 april 2006 tot en met 31 maart 2007;

alle andere informatie die de Commissie bij het samenstellen van de steekproef van nut kan zijn.

Door het verstrekken van de hierboven gevraagde informatie geeft de onderneming te kennen bereid te zijn in de steekproef te worden opgenomen. Selectie voor de steekproef houdt in dat een vragenlijst moet worden beantwoord en dat de antwoorden ter plaatse worden gecontroleerd. Ondernemingen die verklaren niet in de steekproef te willen worden opgenomen, worden geacht niet aan het onderzoek te hebben meegewerkt. De gevolgen van niet-medewerking zijn vermeld in punt 7.

Om de informatie te verkrijgen die zij voor het samenstellen van de steekproef van producenten/exporteurs nodig acht, zal de Commissie bovendien contact opnemen met de autoriteiten van het land van uitvoer en met alle bekende verenigingen van producenten/exporteurs.

ii)   Definitieve samenstelling van de steekproef

Alle informatie die voor de samenstelling van de steekproef van nut kan zijn, moet binnen de in punt 5, onder b) ii), vermelde termijn worden ingediend.

De Commissie zal de steekproef pas definitief samenstellen na raadpleging van alle partijen die zich bereid hebben verklaard om in de steekproef te worden opgenomen.

De in de steekproef opgenomen ondernemingen moeten binnen de in punt 5, onder b) iii), vermelde termijn een vragenlijst beantwoorden en medewerking bij het onderzoek verlenen.

Indien onvoldoende medewerking wordt verleend, kan de Commissie haar bevindingen overeenkomstig artikel 27, lid 4, en artikel 28 van de basisverordening op de beschikbare gegevens baseren. Op de beschikbare gegevens gebaseerde bevindingen kunnen voor de betrokkene minder gunstig zijn (zie punt 7).

b)   Vragenlijsten

Om de informatie te verkrijgen die zij voor het onderzoek nodig acht, zal de Commissie de in de steekproef opgenomen ondernemingen en de autoriteiten van het betrokken land van uitvoer een vragenlijst toezenden.

c)   Het schriftelijk en mondeling verstrekken van informatie

Alle belanghebbenden wordt verzocht hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten en andere informatie dan de antwoorden op de vragenlijst, alsmede bewijsmateriaal te verstrekken. De Commissie moet deze informatie en het bewijsmateriaal binnen de in punt 5, onder a) i), genoemde termijn ontvangen.

Bovendien kan de Commissie belanghebbenden horen die hierom verzoeken en die kunnen aantonen dat er bijzondere redenen zijn om hen te horen. Dit verzoek moet binnen de in punt 5, onder a) ii), vermelde termijn worden ingediend.

5.   Termijnen

a)   Algemene termijnen

i)   Om zich aan te melden en antwoorden op de vragenlijst en andere informatie toe te zenden

Belanghebbenden die wensen dat bij het onderzoek met hun opmerkingen rekening wordt gehouden, moeten, tenzij anders vermeld, binnen 40 dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie contact met de Commissie opnemen, hun standpunt uiteenzetten en hun antwoorden op de vragenlijst indienen, wat met name geldt voor de autoriteiten van het betrokken land van uitvoer, of andere informatie verstrekken, met inbegrip van de in punt 3, zesde alinea, bedoelde informatie. De aandacht wordt erop gevestigd dat de meeste in de basisverordening vermelde procedurele rechten slechts kunnen worden uitgeoefend indien de betrokkene zich binnen de genoemde termijn bij de Commissie kenbaar maakt.

ii)   Om een mondeling onderhoud aan te vragen

Binnen dezelfde termijn van 40 dagen kunnen belanghebbenden ook vragen door de Commissie te worden gehoord.

b)   Bijzondere termijn voor de samenstelling van de steekproef

i)

De Commissie moet de in punt 4, onder a) i), bedoelde informatie uiterlijk 15 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie hebben ontvangen, daar zij de ondernemingen die zich bereid hebben verklaard in de steekproef te worden opgenomen, binnen 21 dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie over de definitieve samenstelling van de steekproef wil raadplegen.

ii)

Alle andere informatie die voor het samenstellen van de steekproef van nut kan zijn, als bedoeld in punt 4, onder a) ii), moet uiterlijk 21 dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie door de Commissie zijn ontvangen.

iii)

De antwoorden op de vragenlijst van de in de steekproef opgenomen ondernemingen moeten uiterlijk 37 dagen nadat hun is medegedeeld dat zij in de steekproef zijn opgenomen, door de Commissie zijn ontvangen.

6.   Schriftelijke opmerkingen, antwoorden op vragenlijsten en correspondentie

Alle opmerkingen en verzoeken moeten schriftelijk (niet elektronisch, tenzij anders vermeld) worden toegezonden onder opgave van naam, adres, e-mailadres, telefoon- en faxnummer van de belanghebbende. Alle schriftelijke opmerkingen, met inbegrip van de in dit bericht gevraagde informatie, antwoorden op de vragenlijst en correspondentie die op vertrouwelijke basis worden verstrekt, moeten van het opschrift „Limited (5) zijn voorzien en moeten overeenkomstig artikel 29, lid 2, van de basisverordening vergezeld gaan van een niet-vertrouwelijke versie met de vermelding „FOR INSPECTION BY INTERESTED PARTIES”.

Correspondentieadres van de Commissie:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Handel

Directoraat H

Kamer: J-79 4/23

B-1049 Brussel

Fax (32-2) 292 19 48

7.   Niet-medewerking

Indien een belanghebbende binnen de vastgestelde termijnen toegang tot de nodige gegevens weigert, deze niet verstrekt of het onderzoek aanmerkelijk belemmert, kunnen overeenkomstig artikel 28 van de basisverordening aan de hand van de beschikbare gegevens conclusies worden getrokken, zowel in positieve als in negatieve zin.

Wanneer blijkt dat een belanghebbende onjuiste of misleidende informatie heeft verstrekt, wordt deze informatie buiten beschouwing gelaten en kan overeenkomstig artikel 28 van de basisverordening gebruik worden gemaakt van de beschikbare gegevens. Indien een belanghebbende geen of slechts gedeeltelijk medewerking verleent en gebruik wordt gemaakt van de beschikbare gegevens, kunnen de resultaten voor deze belanghebbende minder gunstig zijn dan wanneer hij wel medewerking had verleend.

8.   Tijdschema voor het onderzoek

Het onderzoek zal overeenkomstig artikel 22, lid 1, van de basisverordening binnen 15 maanden na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie worden afgesloten.

9.   Andere tussentijdse nieuwe onderzoeken op grond van artikel 19 van de basisverordening

In punt 4 is beschreven wat dit nieuwe onderzoek omvat. Indien betrokken partijen om andere redenen om een nieuw onderzoek willen verzoeken, kunnen zij dit doen overeenkomstig artikel 19 van de basisverordening.

10.   Verwerking van persoonsgegevens

Persoonsgegevens die in het kader van dit onderzoek worden verzameld, zullen worden behandeld in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (6).


(1)  PB L 288 van 21.10.1997, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 461/2004 (PB L 77 van 13.3.2004, blz. 12).

(2)  PB L 12 van 17.1.2004, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1840/2006 (PB L 355 van 15.12.2006, blz. 4).

(3)  Niet in de steekproef opgenomen ondernemingen kunnen om de vaststelling van een individueel subsidiepercentage verzoeken op grond van artikel 27, lid 3, van de basisverordening.

(4)  Voor de betekenis van het begrip „verbonden onderneming”, zie artikel 143 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1).

(5)  Dit betekent dat het document uitsluitend voor intern gebruik bestemd is. Het document is beschermd krachtens artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43). Het document is vertrouwelijk in de zin van artikel 29 van de basisverordening en artikel 12 van de WTO-overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen.

(6)  PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1.


BIJLAGE

The Bombay Dyeing and Manufacturing Co., Mumbai

N.W. Exports Limited, Mumbai

Nowrosjee Wadia & Sons Limited, Mumbai

Brijmohan Purusottamdas, Mumbai

Divya Textiles, Mumbai

Texcellence Overseas, Mumbai

Jindal Worldwide Ltd, Ahmedabad

Mahalaxmi Exports, Ahmedabad

Prakash Cotton Mills Pvt. Ltd, Mumbai

Vigneshwara Exports Ltd, Mumbai


2.10.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 230/9


Bericht van opening van een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek van de compenserende maatregelen die van toepassing zijn op bepaalde grafietelektrodesystemen van oorsprong uit India

(2007/C 230/07)

De Commissie heeft op grond van artikel 19 van Verordening (EG) nr. 2026/97 van de Raad betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1) („de basisverordening”) besloten op eigen initiatief een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek te openen, dat uitsluitend betrekking heeft op de mate van subsidiëring voor bepaalde Indiase producenten/exporteurs.

1.   Product

Het onderzoek heeft betrekking op grafietelektroden van de soort die voor elektrische ovens worden gebruikt, met een schijnbare dichtheid van 1,65 g/cm3 of meer en een elektrische weerstand van 6,0 μΩ.m of minder, vallende onder GN-code ex 8545 11 00, en nippels voor deze elektroden, vallende onder GN-code ex 8545 90 90, tezamen of afzonderlijk ingevoerd, van oorsprong uit India („het betrokken product”). Deze GN-codes worden slechts ter informatie vermeld.

2.   Bestaande maatregelen

Momenteel is op bepaalde grafietelektrodesystemen van oorsprong uit India een definitief compenserend recht van toepassing, dat is ingesteld bij Verordening (EG) nr. 1628/2004 van de Raad (2).

3.   Motivering van het nieuwe onderzoek

De Commissie beschikt over voldoende voorlopig bewijsmateriaal dat de omstandigheden met betrekking tot subsidiëring op grond waarvan maatregelen werden vastgesteld, zijn gewijzigd en dat deze wijziging van blijvende aard is.

De voordelen uit twee subsidieregelingen (het Duty Entitlement Passbook Scheme (DEPBS) en de Income Tax Exemption under Section 80 HHC of the Income Tax Act (ITES)) lijken namelijk aanzienlijk kleiner geworden te zijn. Dit komt doordat de Indiase wetgeving waarop die regelingen gebaseerd zijn, is gewijzigd.

Als gevolg hiervan is de mate van subsidiëring waarschijnlijk gedaald voor de ondernemingen ten aanzien waarvan de maatregelen geheel of gedeeltelijk gebaseerd zijn op voordelen die zij uit een of beide bovengenoemde subsidieregelingen hebben verkregen in het tijdvak dat in aanmerking werd genomen voor het onderzoek op grond waarvan de hoogte van de huidige maatregelen is vastgesteld.

Dat betekent dat de in de vorige alinea genoemde maatregelen op de invoer van het betrokken product mogelijk niet langer op hun huidige niveau gehandhaafd hoeven te blijven om de subsidiëring te compenseren. Voor de ondernemingen in kwestie moeten die maatregelen dan ook opnieuw worden onderzocht.

Dit betreft de in de bijlage vermelde ondernemingen en andere producenten van het betrokken product die binnen de in punt 5, onder a), genoemde termijn contact met de Commissie opnemen en binnen die termijn ook aantonen 1) dat zij in het desbetreffende onderzoektijdvak (1 april 2002-31 maart 2003) van een of beide bovengenoemde subsidieregelingen voordeel verkregen hebben en 2) dat dit voordeel als gevolg van de structurele wijzigingen in die regelingen inmiddels kleiner geworden is.

Als bovendien uit het nieuwe onderzoek blijkt of als belanghebbenden binnen de in punt 5, onder a), genoemde termijn voldoende voorlopig bewijsmateriaal verstrekken dat exporteurs van het betrokken product die bij dit nieuwe onderzoek betrokken zijn, profijt trekken van andere dan de bovengenoemde subsidieregelingen, kunnen die regelingen in het kader van dit nieuwe onderzoek ook worden onderzocht.

Voor zover de gewijzigde subsidiemarges die in dit onderzoek worden vastgesteld van invloed zijn op de maatregelen die gelden voor ondernemingen die hebben meegewerkt aan het onderzoek dat tot de vaststelling van de hoogte van de maatregelen heeft geleid, en/of op de residuele maatregel die geldt voor alle andere ondernemingen, kunnen de desbetreffende maatregelen dienovereenkomstig worden herzien.

Voor ondernemingen ten aanzien waarvan zowel antidumpingmaatregelen als compenserende maatregelen zijn genomen, kan bij wijziging van de compenserende maatregel de antidumpingmaatregel dienovereenkomstig worden aangepast.

4.   Procedure

Daar de Commissie na overleg in het Raadgevend Comité tot de conclusie is gekomen dat er voldoende bewijsmateriaal is om ambtshalve een procedure voor een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek in te leiden, opent zij hierbij overeenkomstig artikel 19 van de basisverordening een onderzoek.

Bij dit onderzoek zal worden nagegaan of de huidige maatregelen ten aanzien van ondernemingen die van een of beide bovengenoemde subsidieregelingen voordeel hebben verkregen, moeten worden gehandhaafd, ingetrokken of gewijzigd, en of er voldoende bewijsmateriaal is verstrekt, als bedoeld in punt 3, zesde alinea, dat er andere regelingen zijn waarvan die ondernemingen voordeel hebben verkregen. Afhankelijk van de bevindingen van het huidige onderzoek zal ook worden nagegaan of de maatregelen die gelden voor andere ondernemingen die hebben meegewerkt aan het onderzoek op grond waarvan de huidige maatregelen zijn vastgesteld, en/of op de residuele maatregel die geldt voor alle overige ondernemingen, moeten worden herzien.

a)   Vragenlijsten

Om de informatie te verkrijgen die zij voor het onderzoek nodig acht, zal de Commissie de in de bijlage vermelde ondernemingen en de autoriteiten van het betrokken land van uitvoer een vragenlijst toezenden.

b)   Het schriftelijk en mondeling verstrekken van informatie

Alle belanghebbenden wordt verzocht hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten en andere informatie dan de antwoorden op de vragenlijst, alsmede bewijsmateriaal te verstrekken. De Commissie moet deze informatie en het bewijsmateriaal binnen de in punt 5, onder a), genoemde termijn ontvangen.

Bovendien kan de Commissie belanghebbenden horen die hierom verzoeken en die kunnen aantonen dat er bijzondere redenen zijn om hen te horen. Dit verzoek moet binnen de in punt 5, onder b), vermelde termijn worden ingediend.

5.   Termijnen

a)   Om zich aan te melden en antwoorden op de vragenlijst en andere informatie toe te zenden

Belanghebbenden die wensen dat bij het onderzoek met hun opmerkingen rekening wordt gehouden, moeten, tenzij anders vermeld, binnen 40 dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie contact met de Commissie opnemen, hun standpunt uiteenzetten en hun antwoorden op de vragenlijst of andere informatie, met inbegrip van de in punt 3, zesde alinea, bedoelde informatie, verstrekken. De aandacht wordt erop gevestigd dat de meeste in de basisverordening vermelde procedurele rechten slechts kunnen worden uitgeoefend indien de betrokkene zich binnen de genoemde termijn bij de Commissie kenbaar maakt.

b)   Om een mondeling onderhoud aan te vragen

Binnen dezelfde termijn van 40 dagen kunnen belanghebbenden ook vragen door de Commissie te worden gehoord.

6.   Schriftelijke opmerkingen, antwoorden op vragenlijsten en correspondentie

Alle opmerkingen en verzoeken moeten schriftelijk (niet elektronisch, tenzij anders vermeld) worden toegezonden onder opgave van naam, adres, e-mailadres, telefoon- en faxnummer van de belanghebbende. Alle schriftelijke opmerkingen, met inbegrip van de in dit bericht gevraagde informatie, antwoorden op de vragenlijst en correspondentie die op vertrouwelijke basis worden verstrekt, moeten van het opschrift „Limited (3) zijn voorzien en moeten overeenkomstig artikel 29, lid 2, van de basisverordening vergezeld gaan van een niet-vertrouwelijke versie met de vermelding „FOR INSPECTION BY INTERESTED PARTIES”.

Correspondentieadres van de Commissie:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Handel

Directoraat H

Kamer: J-79 4/23

B-1049 Brussel

Fax (3-2) 295 65 05.

7.   Niet-medewerking

Indien een belanghebbende binnen de vastgestelde termijnen toegang tot de nodige gegevens weigert, deze niet verstrekt of het onderzoek aanmerkelijk belemmert, kunnen overeenkomstig artikel 28 van de basisverordening aan de hand van de beschikbare gegevens conclusies worden getrokken, zowel in positieve als in negatieve zin.

Wanneer blijkt dat een belanghebbende onjuiste of misleidende informatie heeft verstrekt, wordt deze informatie buiten beschouwing gelaten en kan overeenkomstig artikel 28 van de basisverordening gebruik worden gemaakt van de beschikbare gegevens. Indien een belanghebbende geen of slechts gedeeltelijk medewerking verleent en gebruik wordt gemaakt van de beschikbare gegevens, kunnen de resultaten voor deze belanghebbende minder gunstig zijn dan wanneer hij wel medewerking had verleend.

8.   Tijdschema voor het onderzoek

Het onderzoek zal overeenkomstig artikel 22, lid 1, van de basisverordening binnen 15 maanden na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie worden afgesloten.

9.   Andere tussentijdse nieuwe onderzoeken op grond van artikel 19 van de basisverordening

In punt 4 is beschreven wat dit nieuwe onderzoek omvat. Indien betrokken partijen om andere redenen om een nieuw onderzoek willen verzoeken, kunnen zij dit doen overeenkomstig artikel 19 van de basisverordening.

10.   Verwerking van persoonsgegevens

Persoonsgegevens die in het kader van dit onderzoek worden verzameld, zullen worden behandeld in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (4).


(1)  PB L 288 van 21.10.1997, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 461/2004 (PB L 77 van 13.3.2004, blz. 12).

(2)  PB L 295 van 18.9.2004, blz. 4.

(3)  Dit betekent dat het document uitsluitend voor intern gebruik bestemd is. Het document is beschermd krachtens artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43). Het document is vertrouwelijk in de zin van artikel 29 van de basisverordening en artikel 12 van de WTO-overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen.

(4)  PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1.


BIJLAGE

Graphite India Limited (GIL), 31 Chowringhee Road, Kolkatta — 700016 West Bengal

Hindustan Electro Graphite (HEG) Limited, Bhilwara Towers, A-12, Sector-1, Noida — 201301, Uttar Pradesh


PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID

Commissie

2.10.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 230/12


Voorafgaande aanmelding van een concentratie

(Zaak COMP/M.4731 — Google/DoubleClick)

(Voor de EER relevante tekst)

(2007/C 230/08)

1.

Op 21 september 2007 heeft de Commissie, na een verwijzing overeenkomstig artikel 4, lid 5, van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1), een aanmelding ontvangen van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van genoemde verordening. Hierin is medegedeeld dat Google Inc. („Google”, VSA) in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), van genoemde verordening de volledige zeggenschap verkrijgt over DoubleClick Inc. („DoubleClick”, VSA) door de verwerving van aandelen.

2.

De bedrijfswerkzaamheden van de betrokken ondernemingen zijn:

voor Google: internetzoekmachine en onlinereclame;

voor DoubleClick: adserving management en reportingdiensten.

3.

Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde concentratie binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden.

4.

De Commissie verzoekt belanghebbenden haar hun eventuele opmerkingen ten aanzien van deze voorgenomen concentratie kenbaar te maken.

Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk tien dagen na dagtekening van deze bekendmaking hebben bereikt. Zij kunnen de Commissie per fax (nummer (32-2) 296 43 01 of 296 72 44) of per post, onder vermelding van zaaknummer COMP/M.4731 — Google/DoubleClick, aan onderstaand adres worden gezonden:

Europese Commissie

DG Concurrentie

Griffie Concentraties

Kamer J-70

B-1049 Brussel


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.


2.10.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 230/13


Voorafgaande aanmelding van een concentratie

(Zaak COMP/M.4848 — Basell/Lyondell)

(Voor de EER relevante tekst)

(2007/C 230/09)

1.

Op 21 september 2007 ontving de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 (1) van de Raad waarin is medegedeeld dat de onderneming Basell AF S.C.A. („Basell”, Luxemburg), die onder zeggenschap staat van de Access Group, in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), van genoemde verordening de volledige zeggenschap verkrijgt over de onderneming Lyondell Chemical Company („Lyondell”, Verenigde Staten) door de aankoop van aandelen.

2.

De bedrijfswerkzaamheden van de betrokken ondernemingen zijn:

voor Basell: productie en verkoop van polyolefinen en polyolefineverbindingen; ontwikkeling en licentieverlening van polyolefinetechnologieën;

voor Access: groep van houdstermaatschappijen met belangen in de olie-, steenkool-, aluminium-, elektriciteits-, vastgoed- en telecommunicatiesectoren;

voor Lyondell: raffinage, productie en verkoop van ethyleen, nevenproducten en derivaten; productie en verkoop van propyleenoxide, nevenproducten en derivaten.

3.

Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde concentratie binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 139/2004 kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden.

4.

De Commissie verzoekt belanghebbende derden hun eventuele opmerkingen ten aanzien van de voorgenomen concentratie aan haar kenbaar te maken.

Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk 10 dagen na dagtekening van deze bekendmaking hebben bereikt. Zij kunnen per fax (nummer (32-2) 296 43 01 of 296 72 44) of per post, onder vermelding van referentienummer COMP/M.4848 — Basell/Lyondell, aan onderstaand adres worden toegezonden:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Concurrentie

Griffie Fusiezaken

J-70

B-1049 Brussel


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.


Rectificaties

2.10.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 230/14


Rectificatie van Cultuur (2007-2013) — Oproep tot het indienen van voorstellen — EACEA/21/07 — Speciale acties voor culturele samenwerking met en in derde landen

( Publicatieblad van de Europese Unie C 180 van 2 augustus 2007 )

(2007/C 230/10)

Bladzijde 19, punt 7:

in plaats van:

„1 oktober 2007”,

te lezen:

„15 oktober 2007”.


2.10.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 230/15


Rectificatie van het Programma Cultuur (2007-2013) — Oproep tot het indienen van voorstellen — EACEA/26/07 — Totstandbrenging van netwerken van organisaties die evaluatie- of effectbeoordelingsactiviteiten op het gebied van cultuurbeleid uitvoeren — Netwerken (deel 3.2)

( Publicatieblad van de Europese Unie C 184 van 7 augustus 2007 )

(2007/C 230/11)

Bladzijde 8, punt 7:

in plaats van:

„1 oktober 2007”,

te lezen:

„15 oktober 2007”.