ISSN 1725-2474

Publicatieblad

van de Europese Unie

C 122

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Mededelingen en bekendmakingen

50e jaargang
2 juni 2007


Nummer

Inhoud

Bladzijde

 

IV   Informatie

 

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN EN ORGANEN VAN DE EUROPESE UNIE

 

Raad

2007/C 122/01

Besluit van de Raad van 25 mei 2007 tot benoeming van twee Nederlandse leden van het Europees Economisch en Sociaal Comité

1

 

Commissie

2007/C 122/02

Door de Europese Centrale Bank toegepaste rentevoet voor de basisherfinancieringstransacties: 3,82 % per 1 juni 2007 — Wisselkoersen van de euro

2

2007/C 122/03

Verslag van de Commissie over voedseldoorstraling voor het jaar 2005

3

 

V   Bekendmakingen

 

PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID

 

Commissie

2007/C 122/04

Steunmaatregelen van de staten — Italië — Steunmaatregel nr. C 11/07 (ex N 476/06 en NN 14/06) — Misbruik van reddingssteun en verenigbaarheid van herstructureringssteun aan Ottana — Italië — Uitnodiging overeenkomstig artikel 88, lid 2, van het EG-Verdrag om opmerkingen te maken ( 1 )

22

2007/C 122/05

Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak nr. COMP/M.4657 — Salzgitter/KW/RSE) — Zaak die in aanmerking kan komen voor een vereenvoudigde procedure ( 1 )

28

2007/C 122/06

Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak nr. COMP/M.4693 — Veolia/Sulo) — Zaak die in aanmerking kan komen voor een vereenvoudigde procedure ( 1 )

29

2007/C 122/07

Mededeling van de Franse regering in verband met Richtlijn 94/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 1994 betreffende de voorwaarden voor het verlenen en het gebruik maken van vergunningen voor de prospectie, de exploratie en de productie van koolwaterstoffen (Bericht betreffende de aanvraag voor een exclusieve opsporingsvergunning voor vloeibare of gasvormige koolwaterstoffen genaamd Permis de Sancerre)  ( 1 )

30

2007/C 122/08

Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak nr. COMP/M.4700 — Deutsche Bank/AIG/Pushkino Logistics Park JV) — Zaak die in aanmerking kan komen voor een vereenvoudigde procedure ( 1 )

31

2007/C 122/09

Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak nr. COMP/M.4699 — Allianz/Selecta) — Zaak die in aanmerking kan komen voor een vereenvoudigde procedure ( 1 )

32

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

 


IV Informatie

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN EN ORGANEN VAN DE EUROPESE UNIE

Raad

2.6.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 122/1


BESLUIT VAN DE RAAD

van 25 mei 2007

tot benoeming van twee Nederlandse leden van het Europees Economisch en Sociaal Comité

(2007/C 122/01)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 259,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name op artikel 167,

Gelet op Besluit 2006/651/EG, Euratom van de Raad van 15 september 2006 tot benoeming van de Belgische, Griekse, Ierse, Cypriotische, Nederlandse, Poolse, Portugese, Finse, Zweedse en Britse leden en van twee Italiaanse leden van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1) voor de periode van 21 september 2006 tot en met 20 september 2010,

Gezien de voordrachten van de Nederlandse regering,

Gezien het advies van de Commissie,

Overwegende dat in het Europees Economisch en Sociaal Comité twee vacatures voor een Nederlands lid zijn ontstaan wegens het aftreden van de heer SLOOTWEG en de heer ETTY,

BESLUIT:

Artikel 1

De heer MEIJER en mevrouw VAN WEZEL worden benoemd tot lid van het Europees Economisch en Sociaal Comité, ter vervanging van de heer SLOOTWEG en de heer ETTY, voor de verdere duur van de ambtstermijn, dat wil zeggen tot en met 20 september 2010.

Artikel 2

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Het wordt van kracht op de datum waarop het wordt aangenomen.

Gedaan te Brussel, 25 mei 2007.

Voor de Raad

De voorzitter

A. SCHAVAN


(1)  PB L 269 van 28.9.2006, blz. 13.


Commissie

2.6.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 122/2


Door de Europese Centrale Bank toegepaste rentevoet voor de basisherfinancieringstransacties (1):

3,82 % per 1 juni 2007

Wisselkoersen van de euro (2)

1 juni 2007

(2007/C 122/02)

1 euro=

 

Munteenheid

Koers

USD

US-dollar

1,3436

JPY

Japanse yen

163,81

DKK

Deense kroon

7,449

GBP

Pond sterling

0,67925

SEK

Zweedse kroon

9,316

CHF

Zwitserse frank

1,6514

ISK

IJslandse kroon

82,5

NOK

Noorse kroon

8,111

BGN

Bulgaarse lev

1,9558

CYP

Cypriotische pond

0,5832

CZK

Tsjechische koruna

28,285

EEK

Estlandse kroon

15,6466

HUF

Hongaarse forint

250,32

LTL

Litouwse litas

3,4528

LVL

Letlandse lat

0,6961

MTL

Maltese lira

0,4293

PLN

Poolse zloty

3,815

RON

Roemeense leu

3,2646

SKK

Slowaakse koruna

33,863

TRY

Turkse lira

1,7638

AUD

Australische dollar

1,6214

CAD

Canadese dollar

1,4335

HKD

Hongkongse dollar

10,4926

NZD

Nieuw-Zeelandse dollar

1,8163

SGD

Singaporese dollar

2,0548

KRW

Zuid-Koreaanse won

1 247,4

ZAR

Zuid-Afrikaanse rand

9,5686

CNY

Chinese yuan renminbi

10,2749

HRK

Kroatische kuna

7,3119

IDR

Indonesische roepia

11 859,96

MYR

Maleisische ringgit

4,5669

PHP

Filipijnse peso

62,007

RUB

Russische roebel

34,807

THB

Thaise baht

44,213


(1)  

Rentevoet die is toegepast op de laatst uitgevoerde transactie vóór de opgegeven dag. In geval van een tender met variabele rente, verwijst deze rentevoet naar de marginale interestvoet.

(2)  Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.


2.6.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 122/3


Verslag van de Commissie over voedseldoorstraling voor het jaar 2005

(2007/C 122/03)

SAMENVATTING

Op grond van artikel 7, lid 3, van Richtlijn 1999/2/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 februari 1999 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake de behandeling van voedsel en voedselingrediënten met ioniserende straling (1) zendt elke lidstaat de Commissie jaarlijks:

de resultaten van de controles in doorstralingsinstallaties, met name voor wat betreft de categorieën en hoeveelheden behandelde producten en de daarbij toegepaste doses, en

de resultaten van de controles op producten in de handel en de gebruikte analysemethoden voor de detectie van doorstraalde levensmiddelen.

In 2005 waren er in tien lidstaten erkende doorstralingsinstallaties. Acht lidstaten hebben de gevraagde informatie over de categorieën behandelde levensmiddelen, hoeveelheden of doses verstrekt. De precieze hoeveelheid voedsel die in 2005 in de EU is doorstraald, is daardoor niet bekend.

Zeventien lidstaten hebben gemeld in 2005 controles op in de handel verkrijgbare levensmiddelen te hebben verricht. In totaal werden 7 011 levensmiddelenmonsters onderzocht. Ongeveer 4 % van de producten in de handel bleek illegaal doorstraald en/of niet correct geëtiketteerd te zijn. Vooral monsters uit Azië voldeden niet aan de eisen. Slechts zes van de 287 doorstraalde monsters voldeden aan de verordening.

De verschillen tussen de controleresultaten van de lidstaten kunnen gedeeltelijk worden toegeschreven aan de keuze van de monsters en de nauwkeurigheid van de gebruikte analysemethoden.

1.   RECHTSGRONDSLAG EN ACHTERGROND

Op grond van artikel 7, lid 3, van Richtlijn 1999/2/EG zendt elke lidstaat de Commissie jaarlijks:

de resultaten van de controles in doorstralingsinstallaties, met name voor wat betreft de categorieën en hoeveelheden behandelde producten en de daarbij toegepaste doses,en

de resultaten van de controles op producten in de handel en de gebruikte analysemethoden voor de detectie van doorstraalde levensmiddelen.

De Commissie neemt de resultaten op in jaarverslagen die zij in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendmaakt.

Dit verslag betreft de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2005.

Op de website van het directoraat-generaal Gezondheid en consumentenbescherming (2) van de Europese Commissie is algemene informatie over de doorstraling van levensmiddelen te vinden.

1.1.   Doorstralingsinstallaties

Volgens artikel 3, lid 2, van Richtlijn 1999/2/EG mogen levensmiddelen alleen in erkende doorstralingsinstallaties worden doorstraald. De installaties in de EU worden erkend door de bevoegde instanties van de lidstaten. De lidstaten moeten de door hen erkende doorstralingsinstallaties aan de Commissie melden (artikel 7, lid 1).

De Commissie heeft de lijst van erkende installaties in de lidstaten gepubliceerd (3).

1.2.   Doorstraalde levensmiddelen

De doorstraling van gedroogde aromatische kruiden, specerijen en plantaardige kruiderijen is in de EU toegestaan (Richtlijn 1999/3/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 februari 1999 inzake de vaststelling van een communautaire lijst van voedsel en voedselingrediënten die mogen worden behandeld met ioniserende straling (4)). Daarnaast hebben zes lidstaten meegedeeld dat zij nationale vergunningen voor bepaalde levensmiddelen overeenkomstig artikel 4, lid 4, van Richtlijn 1999/2/EG handhaven. De Commissie heeft de lijst van nationale vergunningen gepubliceerd (5).

Volgens artikel 6 van Richtlijn 1999/2/EG moet op het etiket van levensmiddelen die doorstraald zijn of doorstraalde ingrediënten bevatten, een van de vermeldingen „doorstraald”, „door straling behandeld ”of „met ioniserende straling behandeld ”worden aangebracht.

Het Europees Comité voor Normalisatie (CEN) heeft ingevolge een mandaat van de Europese Commissie een aantal analysemethoden gestandaardiseerd om te kunnen nagaan of producten correct geëtiketteerd zijn en producten op te sporen die niet doorstraald hadden mogen worden.

2.   RESULTATEN VAN DE CONTROLES IN DOORSTRALINGSINSTALLATIES

Op de volgende website van de Commissie zijn de gegevens van de installaties in de lidstaten te vinden:

http://europa.eu.int/comm/food/food/biosafety/irradiation/approved_facilities_en.pdf

De lidstaten hebben de volgende informatie verstrekt:

2.1.   België

Bij inspecties in 2005 hebben de bevoegde instanties vastgesteld dat de doorstralingsinstallatie IBA Mediris S.A. aan Richtlijn 1999/2/EG voldeed. De onderneming werd evenwel verzocht een procedure in te stellen om te waarborgen en te bewijzen dat levensmiddelen die in België niet mogen worden doorstraald, worden uitgevoerd.

Onderstaande tabel vermeldt de categorieën en hoeveelheden levensmiddelen die in 2005 in deze installatie zijn doorstraald.

Levensmiddelen

Hoeveelheid

(t) (6)

Gemiddelde geabsorbeerde dosis

(kGy)

Diepzeegarnaal

541,4

5

Kikkerbilletjes

3 225,7

5

Kruiden, specerijen en plantaardige kruiderijen

217,8

6-9

Diepvriesgroenten

56,1

3

Eieren

665,1

2-3

Gevogelte/wild

883,9

3-5

Vlees

213,7

3-5

Vis

118,2

3-7

Gedroogde vruchten

0,5

6-9

Zetmeel

93,0

3

Plasma

46,4

6-9

Kant-en-klaarmaaltijden

75,3

3

Gedroogde groenten

112,8

6-9

Arabische gom

0,5

5

Andere

931,2

2-25

Totaal

7 279,2

 

2.2.   Tsjechië

Bij inspecties in 2005 hebben de bevoegde instanties vastgesteld dat de doorstralingsinstallatie Artim spol.s.r.o. aan Richtlijn 1999/2/EG voldeed.

Onderstaande tabel vermeldt de categorieën en hoeveelheden levensmiddelen die in 2005 in deze installatie zijn doorstraald.

Levensmiddelen

Hoeveelheid

(t)

Totale gemiddelde geabsorbeerde straling

(kGy)

Gedroogde aromatische kruiden, specerijen en plantaardige kruiderijen

85,3

4-7

Totaal

85,3

 

2.3.   Duitsland

Tijdens de verslagperiode waren er in Duitsland vier erkende doorstralingsinstallaties:

a)   Gamma Service Produktbestrahlung GmbH, Radeberg

Bij inspecties in 2005 hebben de bevoegde instanties vastgesteld dat de doorstralingsinstallatie aan Richtlijn 1999/2/EG voldeed.

Onderstaande tabel vermeldt de categorieën en hoeveelheden levensmiddelen die in 2005 in deze installatie zijn doorstraald.

Levensmiddelen

Hoeveelheid

(t)

Gemiddelde geabsorbeerde dosis

(kGy)

Gedroogde groenten

50,9

< 10

Kruiden en kruiderijen

169,0

< 10

Overige levensmiddelen (guaranazaad)

0,1

< 0

Totaal

220,0

 

101,5 ton van de doorstraalde levensmiddelen is naar derde landen uitgevoerd.

b)   Beta-Gamma Service GmbH&Co. KG, Wiehl

Bij inspecties in 2005 hebben de bevoegde instanties vastgesteld dat de doorstralingsinstallatie aan Richtlijn 1999/2/EG voldeed.

Onderstaande tabel vermeldt de categorieën en hoeveelheden levensmiddelen die in 2005 in deze installatie zijn doorstraald.

Levensmiddelen

Hoeveelheid

(t)

Gemiddelde geabsorbeerde dosis

(kGy)

Plantaardige grondstoffen (dille, selderij, paprika)

6,46

4-10

Gedroogde groenten

27,83

6-8

Totaal

34,29

 

Alle doorstraalde levensmiddelen zijn naar derde landen uitgevoerd.

c)   Isotron Deutschland GmbH, Allershausen

Bij inspecties in 2005 hebben de bevoegde instanties vastgesteld dat de doorstralingsinstallatie aan Richtlijn 1999/2/EG voldeed.

Onderstaande tabel vermeldt de categorieën en hoeveelheden levensmiddelen die in 2005 in deze installatie zijn doorstraald.

Levensmiddelen

Hoeveelheid

(t)

Gemiddelde geabsorbeerde dosis

(kGy)

Kruiden

180,4

7-9

Specerijen

37,07

7-9

Totaal

217,47

 

Alle doorstraalde levensmiddelen zijn naar derde landen uitgevoerd.

d)   Gamma-Service GmbH&Co KG, Bruchsal

In 2005 zijn in deze installatie geen levensmiddelen doorstraald.

2.4.   Spanje

In Spanje zijn er twee erkende doorstralingsinstallaties voor levensmiddelen.

Deze lidstaat heeft geen informatie verstrekt over de resultaten van in deze installaties uitgevoerde controles.

2.5.   Frankrijk

In Frankrijk zijn er zes erkende doorstralingsinstallaties voor levensmiddelen. Bij inspecties in 2005 hebben de bevoegde instanties vastgesteld dat de doorstralingsinstallaties aan Richtlijn 1999/2/EG voldeden.

Onderstaande tabel vermeldt de categorieën en hoeveelheden levensmiddelen die in 2005 in deze installaties zijn doorstraald.

Levensmiddelen

Hoeveelheid

(t)

Gemiddelde geabsorbeerde dosis

(kGy)

Kruiden, specerijen en gedroogde groenten

134,3

10

Arabische gom

133,7

3

Caseïne

43,5

6

Gevogelte

1 849,2

5

Diepgevroren kikkerbilletjes

939,8

5

Diepzeegarnaal

10,5

5

Totaal

3 111

 

2.6.   Hongarije

In Hongarije is er één erkende doorstralingsinstallatie voor levensmiddelen. Bij een inspectie heeft de bevoegde instantie vastgesteld dat aan de voorschriften van Richtlijn 1999/2/EG werd voldaan.

Onderstaande tabel vermeldt de categorieën en hoeveelheden levensmiddelen die in 2005 in deze installatie zijn doorstraald.

Levensmiddelen

Hoeveelheid

(t)

Gemiddelde geabsorbeerde dosis

(kGy)

Specerijen

34,6

4-8

Gedroogde groenten en fruit

11,3

3-6

Kruiden

64,9

3-8

Totaal

110,8

 

2.7.   Italië

In Italië is er één erkende doorstralingsinstallatie voor levensmiddelen.

Deze lidstaat heeft geen informatie verstrekt over de resultaten van in deze installatie uitgevoerde controles.

2.8.   Nederland

In 2005 zijn in de twee Nederlandse installaties geen officiële controles uitgevoerd. Onderstaande tabel vermeldt de categorieën en hoeveelheden levensmiddelen die in 2005 in de twee installaties zijn doorstraald.

Producten in 2005

Hoeveelheid

(t) (7)

Kruiden en specerijen

1 141,1

Gedehydrateerde groenten

880,8

Vlees van gevogelte (diepvries)

52,8

Garnalen (gekoeld)

36

Garnalen (diepvries)

32,8

Kikkerbilletjes

124

Eiwit (gekoeld)

0,8

Levensmiddelen (8)

698,4

Levensmiddelenmonsters

32

Totaal

3 299,2

2.9.   Polen

In Polen zijn er twee erkende doorstralingsinstallaties voor levensmiddelen.

Onderstaande tabellen vermelden de categorieën en hoeveelheden levensmiddelen die in 2005 in deze installaties zijn doorstraald.

a)   Instituut voor nucleaire chemie en technologie, Warschau

Levensmiddelen

Hoeveelheid

(t)

Gemiddelde geabsorbeerde dosis

(kGy)

Kruiden, gedroogde groenten

584,0

7-10

Gedroogde paddenstoelen

79,6

5-10

Totaal

663,6

 

b)   Instituut voor toegepaste stralingschemie van de technische universiteit van Łódź

Levensmiddelen

Hoeveelheid

(t)

Gemiddelde geabsorbeerde dosis

(kGy)

Kruiden

23,4

7

Totaal

23,4

 

2.10.   Verenigd Koninkrijk

In het Verenigd Koninkrijk is er één erkende doorstralingsinstallatie voor levensmiddelen.

De installatie heeft in 2005 overeenkomstig haar toelating geen levensmiddelen doorstraald en is in 2005 niet geïnspecteerd.

2.11.   Samenvatting voor de EU

In tien lidstaten zijn er installaties die overeenkomstig artikel 7, lid 2, van Richtlijn 1999/2/EG zijn erkend.

Acht lidstaten hebben de Commissie de resultaten van de controles in doorstralingsinstallaties gezonden.

De precieze hoeveelheid levensmiddelen die in de EU is doorstraald, kan daardoor niet worden vastgesteld.

3.   RESULTATEN VAN DE CONTROLES OP PRODUCTEN IN DE HANDEL EN GEBRUIKTE ANALYSEMETHODEN VOOR DE DETECTIE VAN DOORSTRAALDE LEVENSMIDDELEN

De lidstaten hebben de volgende informatie verstrekt:

3.1.   Oostenrijk

Er werden 115 monsters gecontroleerd op behandeling met ioniserende straling. Geen van de levensmiddelen bleek te zijn doorstraald.

Geanalyseerde levensmiddelen

Aantal geanalyseerde monsters: 115

Gebruikte CEN-methode

Resultaat: niet doorstraald

Resultaat: doorstraald, niet correct geëtiketteerd

Basilicum

3

0

EN 1788

EN 13751

Chilipeper

1

0

EN 1788

EN 13751

Kerrie

1

0

EN 1788

EN 13751

Kurkuma

1

0

EN 1788

EN 13751

Marjolein

2

0

EN 1788

EN 13751

Oregano

3

0

EN 1788

EN 13751

Paprika

7

0

EN 1788

EN 13751

Peper

6

0

EN 1788

EN 13751

Rozemarijn

2

0

EN 1788

EN 13751

Tijm

4

0

EN 1788

EN 13751

Kaneel

1

0

EN 1788

EN 13751

Kruidenthee

47

0

EN 1788

EN 13751

Kip

13

0

EN 1786

Eend

15

0

EN 1786

Gans

9

0

EN 1786

Totaal

115

0

 

Totaal in percentage van de geanalyseerde monsters

100

0

 

3.2.   België

In totaal werden 148 monsters geanalyseerd. Geen van de levensmiddelen bleek te zijn doorstraald.

Geanalyseerde levensmiddelen

Aantal geanalyseerde monsters: 148

Gebruikte CEN-methode

Resultaat: niet doorstraald

Resultaat: doorstraald, niet correct geëtiketteerd (oorsprong)

Diepgevroren gepelde van de kop ontdane garnalen

15

0

EN 1785 of EN 1788

Gedroogde kruiden en specerijen

5

0

EN 1785 of EN 1788

Kikkerbilletjes

14

0

EN 1785 of EN 1788

Verse aardbeien

14

0

EN 1785 of EN 1788

Geraspte kaas

100

0

EN 1785 of EN 1788

Totaal

148

0

 

Totaal in percentage van de geanalyseerde monsters

100

0

 

3.3.   Cyprus

In 2005 zijn geen analyses verricht.

3.4.   Tsjechië

In totaal werden 78 monsters geanalyseerd. Acht monsters bleken te zijn doorstraald en waren niet correct geëtiketteerd.

Geanalyseerde levensmiddelen

Aantal geanalyseerde monsters: 78

Gebruikte CEN-methode

Resultaat: niet doorstraald

Resultaat: doorstraald, niet correct geëtiketteerd

Specerijen

28

2

EN 1788

Kruidentheeproducten

20

3

EN 1788

Voedingssupplementen

7

3

EN 1788

Kant-en-klare noedels

2

0

EN 1788

Verse vruchten

9

0

EN 1788

Gevogelte

2

0

EN 1788

Cacaopoeder

2

0

EN 1788

Totaal

70

8

 

Totaal in percentage van de geanalyseerde monsters

90

10

 

3.5.   Duitsland

Er zijn 3 945 levensmiddelenmonsters onderzocht. Daarvan voldeden er 141 (3,6 %) niet aan de eisen: 93 monsters waren niet correct geëtiketteerd en 48 monster bleken illegaal te zijn doorstraald.

Twee monsters waren legaal doorstraald en correct geëtiketteerd.

De overtredingen zijn zeer ongelijk verdeeld over de productcategorieën. In de categorie „Aziatische noedelsnacks, partysnacks, pizza, tv-snacks ”waren 42 van de 113 monsters (37 %) illegaal doorstraald en niet correct geëtiketteerd. Dit gold ook voor 32 % van de soepen en sauzen.

Opgemerkt moet worden dat vooral monsters van producten uit Azië niet aan de eisen voldeden.

Geanalyseerde levensmiddelen

Aantal geanalyseerde monsters: 3945

Gebruikte CEN-methode

Resultaat: niet doorstraald

Resultaat: doorstraald, maar doorstraling ongeautoriseerd en/of niet correct geëtiketteerd

Melk en melkproducten

52

0

EN 1788

EN 1787

Kruidenkaas

56

0

EN 1788

EN 1784

EN 1787

EN 13751

Kruidenboter

32

0

EN 1787

EN 1788

EN 1788 gew.

Eieren en eiproducten

5

0

EN 1784 gew.

Vlees (incl. diepgevroren vlees, maar excl. gevogelte en wild)

23

0

EN 1784 gew.

EN 1786

Vleesproducten (m.u.v. worst)

39

0

EN 1784

EN 1784 gew.

EN 1786

Worst

65

0

EN 1786

EN 1788

EN 1787

Gevogelte

151

0

EN 1786

Wild

6

0

EN 1786

EN 1784

Vis en visserijproducten

133

9

EN 1786

EN 1788

Schaal- en schelpdieren, mosselen en andere waterdieren en producten daarvan

225

6

EN 1786

EN 1788.L 12.01-1

Peulvruchten

27

0

EN 1788

Soepen en sauzen

96

47

EN 1375

EN 1787

EN 1788

EN 13751

Granen en graanproducten

54

 

EN 1787

EN 1788

Oliezaden

103

0

EN 1787

EN 1788

Noten

148

0

EN 1375

EN 1784

EN 1787

EN 1788

Aardappelen, delen van zetmeelrijke planten

19

0

EN 1787

EN 1788

Verse groenten en sla

53

0

EN 1787

EN 1788

EN 13751

Gedroogde groenten, plantaardige producten

70

0

EN 1375

EN 1787

EN 1788

EN 13751 (screening)

L 00.00-42 ESR

Verse paddenstoelen

20

0

EN 1788

EN 1375

Gedroogde paddenstoelen of producten van paddenstoelen

173

2

EN 1375

EN 1787

EN 1788

EN 13751 (screening)

Verse vruchten

169

0

EN 1787;

EN 1788; PSL

Gedroogde vruchten of producten daarvan

101

0

EN 1787

EN 13708

Cacaopoeder

24

0

 

Thee en theeachtige producten

161

8

EN 1788

EN 1787

EN 13751

EN 13751 (screening)

Kant-en-klaarmaaltijden

35

4

EN 1786

EN 1787

EN 1788

EN 13751 (screening)

Specerijen, inclusief bereidingen en kruidenzout

1 385

8

EN 1784

EN 1787

EN 1788

EN 1375

EN 13751 (screening)

EN 13788

Kruiden

133

0

EN 1787

EN 1788

Gedroogde kant-en-klaarmaaltijden

52

3

EN 1787

EN 1788

Aziatische noedelsnacks, partysnacks, pizza, tv-snacks

71

42

EN 1787

EN 1788

Voedingssupplementen

99

9

EN 1375

EN 1787

EN 1788

EN 13751

EN 13751 + EN 1788

Overige

18

3

EN 1787

EN 1788

Totaal

3 798

141

 

Totaal in percentage van de geanalyseerde monsters

96,4

3,6

 

3.6.   Denemarken

In 2005 zijn geen analyses verricht.

3.7.   Estland

In 2005 zijn geen analyses verricht.

3.8.   Griekenland

In totaal werden 54 monsters geanalyseerd. Geen van de levensmiddelen bleek te zijn doorstraald.

Geanalyseerde levensmiddelen

Aantal geanalyseerde monsters: 54

Gebruikte CEN-methode

Resultaat: niet doorstraald

Resultaat: doorstraald

Kruiden en specerijen

32

0

 

Thee

12

0

 

Vis en weekdieren

10

0

 

Totaal

54

0

 

Totaal in percentage van de geanalyseerde monsters

100

0

 

3.9.   Spanje

Deze lidstaat heeft geen informatie verstrekt over de resultaten van de uitgevoerde controles op producten in de handel.

3.10.   Finland

In totaal werden 274 monsters geanalyseerd. In totaal werden 246 monsters van gedroogde specerijen en kruiden geanalyseerd. Hierbij werd in zes monsters doorstraald materiaal aangetroffen. Er werden 21 voedingssupplementen geanalyseerd, waarvan er zeven doorstraald bleken te zijn.

Geen van de doorstraalde monsters was correct geëtiketteerd en de doorstralingsinstallaties waren niet door de EU erkend.

Geanalyseerde levensmiddelen

Aantal geanalyseerde monsters: 274

Gebruikte CEN-methode

Resultaat: niet doorstraald

Resultaat: doorstraald, niet correct geëtiketteerd

Gedroogde specerijen en kruiden

240

6

EN 13751

EN 1788

Voedingssupplementen

14

7

EN 13751

EN 1788

Vruchten en bessen

7

0

 

Totaal

261

13

 

Totaal in percentage van de geanalyseerde monsters

95

5

 

3.11.   Frankrijk

In totaal werden 86 monsters geanalyseerd. Zes monsters bleken te zijn doorstraald en waren niet correct geëtiketteerd.

Geanalyseerde levensmiddelen

Aantal geanalyseerde monsters: 86

Gebruikte CEN-methode

Resultaat: niet doorstraald

Resultaat: doorstraald

Kruiden en specerijen

22

0

 

Voedingssupplementen

21

0

 

Thee en kruidenthee

11

0

 

Gedroogde paddenstoelen

9

1

 

Diepzeegarnaal

10

0

 

Groenten en fruit

7

0

 

Kikkerbilletjes

5

5

 

Totaal

80

6

 

Totaal in percentage van de geanalyseerde monsters

93

7

 

De monsters werden onderzocht op abnormaal lage microbiologische besmetting en in voorkomend geval met CEN-methode 1788 geanalyseerd.

3.12.   Hongarije

In totaal werden 141 monsters geanalyseerd. Zeven kruidenmonsters bleken te zijn doorstraald, waarvan er vier niet correct geëtiketteerd waren.

Geanalyseerde levensmiddelen

Aantal geanalyseerde monsters: 141

Gebruikte CEN-methode

Resultaat: niet doorstraald

Resultaat: doorstraald, niet correct geëtiketteerd

Kruiden

38

0

EN 1788

Thee

96

3

EN 1788

Totaal

134

3

 

Totaal in percentage van de geanalyseerde monsters

95

2

 

3.13.   Ierland

In 2005 werden 459 monsters geanalyseerd. 20 Monsters bleken te zijn doorstraald en waren niet correct geëtiketteerd.

Geanalyseerde levensmiddelen

Aantal geanalyseerde monsters: 459

Gebruikte CEN-methode

Resultaat: niet doorstraald

Resultaat: doorstraald, niet correct geëtiketteerd

Noedels

61

14

EN13751 voor screening, bevestiging volgens EN1788

Garnalen

4

0

Sauzen, mosterd en soepen

28

3

Kruiderijen/bouillon

22

1

Verse vruchten

13

0

Kruiden en specerijen

169

2

Koffie en thee (inclusief kruidenthee)

41

0

Zaden

29

0

Gedroogde vruchten en groenten

6

0

Aroma's

9

0

Voedingssupplementen

44

0

Diversen

13

0

Totaal

439

20

Totaal in percentage van de geanalyseerde monsters

96

4

 

3.14.   Italië

In totaal werden 112 monsters geanalyseerd. Vijf monsters bleken te zijn doorstraald en waren niet correct geëtiketteerd.

Geanalyseerde levensmiddelen

Aantal geanalyseerde monsters: 112

Gebruikte CEN-methode

Resultaat: niet doorstraald

Resultaat: doorstraald, niet correct geëtiketteerd

Specerijen, kruiden en groente-extracten

107

5

EN 13784/2002

EN 13751

EN 1788

Totaal

107

5

 

Totaal in percentage van de geanalyseerde monsters

100

5

 

3.15.   Letland

In 2005 zijn geen analyses verricht.

3.16.   Litouwen

In totaal zijn 12 monsters geanalyseerd, die niet doorstraald bleken te zijn.

Geanalyseerde levensmiddelen

Aantal geanalyseerde monsters: 40

Gebruikte methode

Resultaat: niet doorstraald

Resultaat: doorstraald

Kruiden en specerijen

5

0

LST EN 13783:2004

Thee

7

0

LST EN 13783:2004

Totaal

12

0

 

Totaal in percentage van de geanalyseerde monsters

100

0

 

3.17.   Luxemburg

In totaal zijn 40 monsters geanalyseerd, die niet doorstraald bleken te zijn.

Geanalyseerde levensmiddelen

Aantal geanalyseerde monsters: 40

Gebruikte CEN-methode

Resultaat: niet doorstraald

Resultaat: doorstraald

Specerijen

10

0

EN 1788

Aardappelen

10

0

EN 1788

Thee

10

0

EN 1788

Uien

10

0

EN 1788

Totaal

40

0

 

Totaal in percentage van de geanalyseerde monsters

100

0

 

3.18.   Malta

In 2005 zijn geen analyses verricht.

3.19.   Nederland

In totaal zijn 792 monsters geanalyseerd, waarvan er 31 doorstraald bleken te zijn. Geen van de doorstraalde monsters was correct als zodanig geëtiketteerd.

Geanalyseerde levensmiddelen

Aantal geanalyseerde monsters: 792

Gebruikte CEN-methode

Resultaat: niet doorstraald

Resultaat: doorstraald

Graanproducten

72

0

EN 13751

EN 1788

Gedroogde groenten

53

0

EN 13751

EN 1788

Gedroogde peulvruchten

43

0

EN 13751

EN 1788

Gedroogde vruchten

215

0

EN 13751

EN 1788

Zaden

5

0

EN 13751

EN 1788

Diepzeegarnaal

54

0

EN 13751

EN 1788

Gemengde kruiden

20

2

EN 13751

EN 1788

Kruiden en specerijen

199

3

EN 13751

EN 1788

Voedingssupplementen

100

26

EN 13751

EN 1788

Totaal

761

31

 

Totaal in percentage van de geanalyseerde monsters

96

4

 

3.20.   Polen

In totaal werden 120 monsters geanalyseerd. Vier monsters bleken te zijn doorstraald; geen daarvan was correct geëtiketteerd.

Geanalyseerde levensmiddelen

Aantal geanalyseerde monsters: 120

Gebruikte CEN-methode

Resultaat: niet doorstraald

Resultaat: doorstraald, niet correct geëtiketteerd

Gedroogde kruiden, specerijen en plantaardige kruiderijen

48

4

EN 1788

Aardappelen

10

0

EN 1788

Uien en knoflook

16

0

EN 1788

Gevogelte

4

0

EN 1788

Gepelde noten

25

0

EN 1788

Garnalen, vis

13

0

EN 1788

Totaal

116

4

 

Totaal in percentage van de geanalyseerde monsters

97

3

 

3.21.   Portugal

In 2005 zijn geen analyses verricht.

3.22.   Zweden

In 2005 zijn zes monsters genomen, vooral van gevogelte. De gebruikte analysemethode was in overeenstemming met EN 1784.

De zes geanalyseerde monsters waren niet doorstraald.

3.23.   Slowakije

In totaal zijn 56 monsters geanalyseerd, die niet doorstraald bleken te zijn.

Geanalyseerde levensmiddelen

Aantal geanalyseerde monsters: 40

Gebruikte methode

Resultaat: niet doorstraald

Resultaat: doorstraald

Pistache, verschillende soorten noten

43

0

GC

Kaas

9

0

GC

Eend

4

0

GC

Totaal

56

0

 

Totaal in percentage van de geanalyseerde monsters

100

0

 

3.24.   Slovenië

In 2005 zijn tien monsters van kruiden en specerijen geanalyseerd, die niet doorstraald bleken te zijn.

3.25.   Verenigd Koninkrijk

Volgens de gegevens van het Food Standards Agency zijn in 2005 door de plaatselijke keuringsdiensten in het Verenigd Koninkrijk 657 producten bemonsterd en volgens genormaliseerde methoden voor het aantonen van doorstraalde levensmiddelen geanalyseerd. Van deze 657 monsters bleken er 42 (6 %) te zijn doorstraald. Voor 101 monsters werd aangegeven dat geen slotconclusie kon worden getrokken omdat de test volgens CEN-methode EN 13751:2002 het resultaat „twijfelachtig ”opleverde en geen nader onderzoek is verricht of omdat het monsters met „lage gevoeligheid ”waren waarvan de minerale korrelfractie te klein was voor een nauwkeurige analyse.

Geanalyseerde levensmiddelen

Aantal geanalyseerde monsters: 657

Gebruikte CEN-methode

Resultaat: niet door-straald

Resultaat: geen slot-conclusie

Resultaat: door-straald

Gedroogde kruiden, specerijen en plantaardige kruiderijen

267

36

20

EN 13751:2002;

EN 1778:2001

Couscous met gedroogde kruiderijen

3

0

0

EN 13751:2002;

EN 1778:2001

Gedroogde soepmixen

23

2

0

EN 13751:2002

Noedels met gedroogde kruiderijen A

84

9

10

EN 13751:2002;

EN 1778:2001

Rijst met gedroogde kruiderijen

2

0

0

EN 13751:2002

Pasta met gedroogde kruiderijen

2

0

0

EN 13751:2002;

EN 1778:2001

Paddenstoelen (gedroogd en vers)

4

0

0

EN 13751:2002;

EN 1778:2001

Gedroogde vruchten

16

0

0

EN 13751:2002

Verse vruchten

22

1

0

EN 13751:2002

Groenten, inclusief uien

19

3

1

EN 13751:2002

Kruidenthee

5

0

2

EN 13751:2002;

EN 1778:2001

Schelpdieren, garnalen en vis

16

11

3

EN 13751:2002;

EN 1778:2001

Gedroogde voedselingrediënten

28

12

1

EN 13751:2002

Noten

1

0

0

EN 13751:2002

Voedings-supplementen

18

27

5

EN 13751:2002;

EN 1778:2001

Diversen B

4

0

0

EN 13751:2002;

EN 1778:2001

Totaal

514

101

42

 

Totaal in percentage van de geanalyseerde monsters

78

16

6

 

3.26.   Samenvatting voor de EU

In onderstaande tabel zijn de resultaten voor de hele EU samengevat.

Lidstaat

Aantal niet doorstraalde monsters

Aantal doorstraalde monsters

Percentage doorstraalde, niet correct geëtiketteerde monsters

AT

115

0

0

BE

148

0

0

CY

GA

GA

GA

CZ

70

8

10

DE

3 798

143 (9)

3,6

DK

GA

GA

GA

EE

GA

GA

GA

EL

54

0

0

ES

GI

GI

GI

FI

264

13

5

FR

80

6

7

HU

134

7 (*)

2

IE

439

20

4

IT

107

5

5

LV

GA

GA

GA

LT

12

0

0

LU

40

0

0

MT

GA

GA

GA

NL

761

31

4

PL

116

6

4

PT

GA

GA

GA

SE

6

0

0

SK

56

0

0

SI

10

0

0

UK

514 (10)

42

6

Total

6 724

281

4,0

GI

:

Geen informatie verstrekt door de lidstaat.

GA

:

In 2005 zijn geen analyses verricht.

4.   CONCLUSIES

4.1.   Resultaten van de controles in doorstralingsinstallaties

Richtlijn 1999/2/EG verplicht de lidstaten om de Commissie op de hoogte te stellen van de resultaten van controles in de doorstralingsinstallaties, de categorieën en hoeveelheden doorstraalde levensmiddelen en de gebruikte gemiddelde doses.

In 2005 waren er in tien lidstaten erkende doorstralingsinstallaties.

Acht van de tien lidstaten hebben de vereiste informatie over de behandelde categorieën levensmiddelen verstrekt.

Doordat de rapportage niet compleet was, is niet bekend hoeveel voedsel in 2005 in de EU precies is doorstraald.

4.2.   Resultaten van controles op producten in de handel

In 2005 hebben zestien lidstaten controles uitgevoerd en de vereiste gegevens verstrekt. Vier lidstaten hebben de Commissie meegedeeld tijdens de verslagperiode geen analyses te hebben verricht.

Uit de verstrekte informatie blijkt dat 4 % van de monsters in 2005 illegaal was doorstraald en/of niet correct geëtiketteerd. Van de 287 monsters die doorstraald bleken te zijn, waren er slechts zes legaal doorstraald en correct geëtiketteerd.

De overtredingen zijn ongelijk verdeeld over de productcategorieën. Het betreft met name producten die uit Azië zijn ingevoerd, zoals Aziatische noedels en voedingssupplementen. Bovendien moet worden opgemerkt dat er in 2004 in Azië geen door de Europese Gemeenschap erkende installaties waren.

De Commissie verwacht dat de lidstaten de controles op deze producten blijven toespitsen en dat de lidstaten passende maatregelen zullen nemen.

De verschillen tussen de controleresultaten van de lidstaten kunnen gedeeltelijk worden toegeschreven aan de keuze van de monsters en de nauwkeurigheid van de gebruikte analysemethoden.

4.3.   Termijn voor de indiening van de resultaten voor het verslag over 2006

De resultaten van de in 2006 uitgevoerde controles moeten overeenkomstig artikel 7, lid 3, van Richtlijn 1999/2/EG uiterlijk op 30 april 2007 bij de Commissie worden ingediend.


(1)  PB L 66 van 13.3.1999, blz. 16. Richtlijn gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1.)

(2)  http://europa.eu.int/comm/food/food/biosafety/irradiation/index_en.htm.

(3)  PB C 187 van 7.8.2003, blz. 13.

(4)  PB L 66 van 13.3.1999, blz. 24.

(5)  PB C 112 van 12.5.2006, blz. 6.

(6)  Hoeveelheid opgegeven in kg.

(7)  De hoeveelheden zijn opgegeven in „laadborden ”met een gemiddeld gewicht van 800 kg per bord.

(8)  Producten bestemd voor uitvoer naar derde landen.

(9)  In Duitsland en Hongarije bleken respectievelijk twee en vier monsters legaal te zijn doorstraald en correct te zijn geëtiketteerd.

(10)  Het Verenigd Koninkrijk heeft 101 monsters als twijfelachtig geclassificeerd.


V Bekendmakingen

PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID

Commissie

2.6.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 122/22


STEUNMAATREGELEN VAN DE STATEN — ITALIË

Steunmaatregel nr. C 11/07 (ex N 476/06 en NN 14/06) — Misbruik van reddingssteun en verenigbaarheid van herstructureringssteun aan Ottana — Italië

Uitnodiging overeenkomstig artikel 88, lid 2, van het EG-Verdrag om opmerkingen te maken

(Voor de EER relevante tekst)

(2007/C 122/04)

De Commissie heeft Italië bij schrijven van 4 april 2007, dat na deze samenvatting in de authentieke taal is weergegeven, in kennis gesteld van haar besluit tot inleiding van de procedure van artikel 88, lid 2, van het EG-Verdrag ten aanzien van de bovengenoemde steunmaatregel.

Belanghebbenden kunnen hun opmerkingen over de betrokken steunmaatregel ten aanzien waarvan de Commissie de procedure inleidt, kenbaar maken door deze binnen één maand vanaf de datum van bekendmaking van deze samenvatting en de volgende brief te zenden aan:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Concurrentie

Griffie Staatssteun

Kamer: SPA3, 6/5

B-1049 Brussel

Fax: (32-2) 296 12 42

Deze opmerkingen zullen ter kennis van Italië worden gebracht. Een belanghebbende die opmerkingen maakt, kan, met opgave van redenen, schriftelijk verzoeken om vertrouwelijke behandeling van zijn identiteit.

SAMENVATTING

I.   PROCEDURE

1.

Op 23 februari 2006 hebben de Italiaanse autoriteiten bij de Commissie reddingssteun aan Ottana Energia Srl (Ottana) aangemeld, die in 2005 was verleend. In juli 2006 deden de Italiaanse autoriteiten aanvullende gegevens over een herstructureringsproject van de onderneming aan de Commissie toekomen. Tot dusverre zijn alleen delen van de vragen van de Commissie over de herstructureringssteun beantwoord.

2.

Op 6 december 2006 gaf de Commissie in besluit C(2006)5829 aan dat zij geen bezwaar had tegen de reddingssteun maar dat zij verlenging van de reddingssteun tot na de periode van zes maanden wegens de slechte kwaliteit van het herstructureringsplan niet kon aanvaarden. Normaal gesproken zou de garantie in januari 2007 aflopen. Italië beëindigde de reddingssteun echter niet.

II.   DE FEITEN

3.

Ottana Energia Srl is een plaatselijke energieleverancier in Sardinië. Eind 2005 kreeg de onderneming een leningsgarantie van 5 miljoen EUR, die staatssteun is (1).

4.

Het herstructureringsproject van de onderneming omvat een technische herstructurering en een herstructurering van het werknemersbestand. De technische herstructurering houdt hoofdzakelijk in dat van het gebruik van de brandstof BTZ op biobrandstof wordt overgestapt. De kosten worden geraamd op circa 50 miljoen EUR, en er zal geen aanvullende staatssteun worden verleend met uitzondering van een verlenging van de terugbetaling van de reddingssteun over een periode van 12 jaar.

III.   BEOORDELING

5.

De Commissie merkt op dat de reddingssteun niet is beëindigd zoals in besluit C(2006)5829 was vereist. De Commissie is daarom verplicht de procedure van punt 27 van de richtsnoeren inzake reddings- en herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden (2) in te leiden.

6.

De Commissie begrijpt evenmin op welke wijze de onwettige verlenging van de reddingssteun verenigbare herstructureringssteun zou kunnen zijn aangezien in het herstructureringsplan tot nog toe fundamentele elementen ontbreken die aangeven op welke wijze de onderneming de levensvatbaarheid op de lange termijn zou herstellen. Daarenboven is het twijfelachtig of verlenging van de reddingssteun met 12 jaar noodzakelijk is.

7.

Daarenboven is er geen concrete informatie verstrekt waarin de herstructureringsstrategie wordt verduidelijkt en waarmee geloofwaardige prognoses van de toekomstige resultaten van de onderneming worden aangegeduid en het bestaan van een aanzienlijke eigen bijdrage en compenserende maatregelen wordt aangetoond. Hiertoe gelast de Commissie Italië de eerder door haar gestelde vragen te beantwoorden.

TEKST VAN DE BRIEF

„La Commissione intende informare l'Italia che, dopo aver esaminato le informazioni fornite dalle autorità italiane in merito all'aiuto in oggetto, ha deciso di avviare il procedimento di cui all'articolo 88, paragrafo 2, del trattato CE.

I.   PROCEDIMENTO

(1)

Il 23 febbraio 2006 le autorità italiane hanno notificato alla Commissione un aiuto al salvataggio a favore di Ottana Energia Srl (Ottana) registrato con il numero NN 14/06, cui era stata data esecuzione il 29 dicembre 2005, ossia prima della notifica.

(2)

Con notificazione del 14 luglio 2006, registrata il 17 luglio con il numero N 476/06, le autorità italiane hanno notificato alla Commissione ulteriori informazioni sulla misura, incluso un piano di ristrutturazione.

(3)

Con lettera del 31 agosto 2006 la Commissione ha chiesto all'Italia ulteriori informazioni sul piano di ristrutturazione del caso N 476/06, senza tuttavia ricevere alcuna risposta entro il termine prestabilito.

(4)

Il 6 dicembre 2006 la Commissione, nella sua decisione C(2006) 5829 (in prosieguo “la decisione di salvataggio”) ha indicato che non formulava obiezioni all'aiuto al salvataggio. Nella decisione si legge: “la Commissione conclude che l'aiuto in esame soddisfa i criteri ai fini della compatibilità con il trattato CE e pertanto non solleva alcuna obiezione nei confronti dell'aiuto stesso. La Commissione non può tuttavia concedere una proroga dell'aiuto per il salvataggio oltre ai sei mesi previsti a seguito della presentazione di un piano di ristrutturazione, in quanto tale piano non giustifica la suddetta proroga. La Commissione chiede quindi alle autorità italiane di revocare la garanzia a beneficio di Ottana Energia Srl entro 15 giorni dalla data di ricevimento della presente lettera”.

(5)

In una riunione svoltasi il 18 dicembre 2006 la Commissione ha posto ulteriori domande alle quali le autorità italiane finora non hanno risposto. Tuttavia l'Italia, con posta elettronica del 20 dicembre 2006 ha risposto alle domande formulate il 31 agosto 2006. Il 19 gennaio la Commissione ha ricevuto i verbali di un accordo concluso il 9 gennaio tra Ottana e le autorità italiane concernente la futura ristrutturazione dell'impresa.

(6)

Con lettera del 20 febbraio 2006 le autorità italiane sono state invitate a confermare la mancata revoca della garanzia che avevano indicato nella riunione del 18 dicembre. Nella lettera si sottolineava che, in tal caso, la Commissione sarebbe stata costretta ad avviare il procedimento di cui all'articolo 88, paragrafo 2, del trattato. Con lettera dell'8 marzo 2006 l'Italia ha confermato che la garanzia per il prestito non era stata revocata.

II.   DESCRIZIONE DETTAGLIATA DELL'AIUTO

1.   Il beneficiario

(7)

Ottana è una società di servizi pubblici locali situata nella provincia di Nuoro in Sardegna. L'impresa produce energia elettrica e fornisce pressione di vapore d'acqua, acqua, nitrogeno e aria compressa. Ottana detiene il 2 % del mercato sardo dell'elettricità.

(8)

Ottana conta circa 115 dipendenti e nella decisione di salvataggio si era stabilito che può essere considerata una PMI (3). Tuttavia, dato che ha più di 50 dipendenti, Ottana non può essere considerata una piccola impresa.

(9)

La centrale elettrica di Ottana, che è stata costruita nel 1970, è stata rilevata da una controllata della società energetica internazionale AES Inc. nel 2001, ma nonostante un vasto programma d'investimento, non ha ottenuto i risultati previsti, in quanto un suo cliente fondamentale, Montefibre Spa, ha chiuso nel 2003. Nel 2005 la società è stata ceduta da AES alla holding SAE srl che ne ha acquistato le azioni.

(10)

La centrale, dal 1970, non è stata sottoposta a nessun importante processo di ammodernamento. La centrale comprende essenzialmente due caldaie identiche per la produzione di pressione di vapore d'acqua e due turbine per la produzione di energia elettrica e vapore a due diversi livelli di pressione.

(11)

La società sostiene che il sistema di controllo della centrale è in buone condizioni, ma è alquanto arcaico per cui necessita di un numero molto elevato di addetti onde assicurarne il funzionamento e la manutenzione in maniera adeguata. Inoltre è stato affermato che varie iniziative di manutenzione sono state rinviate per mancanza di fondi.

(12)

Attualmente la centrale è alimentata ad olio combustibile a basso tenore di zolfo (indicato come BTZ) che rappresenta l'85 % dei costi della società. Pertanto Ottana si trova esposta a cambiamenti del prezzo del petrolio. Infatti, a causa dell'aumento di detti prezzi nel 2005 e nel 2006, la società non è più in grado di recuperare i costi. Dato che il sito è abbastanza remoto, il combustibile è trasportato per autocisterne.

(13)

Le autorità italiane sostengono che la liquidazione della società avrebbe gravi ricadute sul funzionamento di altre imprese localizzate nella zona industriale di Ottana, in quanto cesserebbero di essere erogati loro elettricità e vapore. Il fallimento della società comporterebbe il collasso dell'intero sito industriale di Ottana. Ciò equivarrebbe alla perdita di circa 800 posti di lavoro esistenti nel sito e di circa 200 nell'indotto.

2.   L'aiuto al salvataggio

(14)

La misura di salvataggio prevedeva la concessione, da parte del ministero per lo Sviluppo economico, di una garanzia su un prestito di 5 milioni di EUR (4). La garanzia doveva cessare 15 giorni lavorativi dopo la notifica della decisione di salvataggio, ossia al più tardi l'8 gennaio 2007.

3.   Il piano di ristrutturazione

(15)

Il piano di ristrutturazione dell'impresa si prefigge di mantenere le attuali risorse umane e le infrastrutture esistenti. Esso individua come principale motivo del fallimento la dipendenza della società dall'olio combustibile e la sua incapacità di trasferire gli incrementi di prezzo dell'olio combustibile sul prezzo dell'elettricità. La riserva sarda di energia elettrica è infatti costituita da centrali a carbone che registrano costi minori. Pertanto Ottana mira a ridurre i costi diretti, in particolare quelli connessi con il combustibile e con il trasporto. La società ha preparato un piano di conversione per la centrale elettrica.

(16)

Le autorità italiane hanno infatti trasmesso alla Commissione un quadro dello sviluppo futuro dell'impresa che indica tre potenziali fasi di ristrutturazione. La fase uno consisterebbe nel ripotenziamento di una caldaia della centrale in modo che possa utilizzare carbone fluido, mentre l'altra continua a funzionare con olio combustibile. Tuttavia, questo progetto, nel frattempo, sarebbe stato abbandonato in quanto nell'ultimo piano non figurano altri fondi all'uopo destinati.

(17)

La fase due consisterebbe nella conversione del secondo generatore dall'olio combustibile all'olio vegetale. In tal modo si prevede una riduzione delle emissioni che può essere utilizzata per acquistare e vendere “certificati verdi”. Ciò sembra indispensabile per garantire il successo del piano in modo da compensare i prezzi più elevati dei biocombustibili rispetto a quelli dei combustibili fossili che, almeno per il momento, non possono essere portati allo stesso livello mediante una riduzione dell'accisa, in quanto a questo proposito non è stata ottenuta alcuna autorizzazione. La ristrutturazione tecnica prevede l'installazione di un nuovo impianto nella centrale elettrica in modo da consentire la produzione di energia elettrica mediante l'impiego di oli vegetali. I costi d'investimento sono stimati pari a 49 milioni di EUR.

(18)

La fase tre consisterebbe nell'utilizzazione, in futuro, del gas naturale mediante il cosiddetto gasdotto GALSI che collegherà l'Algeria all'Italia attraverso la Sardegna (il cui completamento non è previsto prima del 2009). Dato che non sono stati decisi i tempi della costruzione, questa fase è ipotetica e in ogni caso sarà attuata soltanto dopo che la realizzazione della fase due dovesse non risultare economicamente redditizia.

(19)

In seguito alla presentazione, per approvazione, del suo piano alla Regione Sardegna e ai sindacati, la società ha concluso un accordo con la Regione, il quale prevede il rilascio imminente da parte della Regione delle necessarie autorizzazioni per “la fase due”.

(20)

Inoltre, il piano prevede una diminuzione dei costi fissi attraverso una ristrutturazione dell'organico, destinata a ridurre 45 posti di lavoro. Si prevede di ricorrere ad un piano di prepensionamento. Tuttavia non sono stati forniti chiarimenti al riguardo.

(21)

Il piano di ristrutturazione individua un fabbisogno finanziario di 44,6 milioni di EUR che sarà probabilmente finanziato mediante prestiti post-financing a lungo termine (32 milioni di EUR) nonché prestiti a breve (6 milioni) ed equity (6,6 milioni di EUR). Il capitale proprio, apparentemente, sarà finanziato da contributi del socio di maggioranza e dell'ingresso di nuovi soci. La struttura finanziaria avrà un rapporto debito/capitale proprio pari a 85/15. Il piano non fornisce altri chiarimenti al riguardo.

(22)

Inoltre, il piano indica che l'unico aiuto accordato dovrebbe consistere in una proroga dell'aiuto al salvataggio di 5 milioni di EUR, il cui rimborso sarà effettuato mediante i flussi di cassa generati dalla nuova iniziativa nell'arco di 12 anni dall'avviamento del nuovo impianto. Non è stato fornito alcun ragguaglio su altre misure di aiuto fornite dallo Stato. Come si è già detto, l'accordo con la Regione prevede unicamente che quest'ultima rilasci le necessarie autorizzazioni.

(23)

Non sono state fornite informazioni sullo sviluppo futuro dei mercati in cui opererà l'impresa. Le proiezioni finanziarie non forniscono nessun quadro di ipotesi ottimistiche/pessimistiche. Tuttavia, secondo le proiezioni finanziarie, la società registrerà un utile al netto delle tasse di circa 5 milioni di EUR a partire dal 2008 (fino al 2020) e le vendite dovrebbero ammontare a quasi 15 milioni di EUR per l'elettricità e a 27,5 milioni di EUR per i certificati verdi. Non sono state fornite informazioni dettagliate sulle vendite di certificati verdi, eccetto che si baseranno su 176 000 tonnellate di emissioni di CO2 evitate all'anno.

(24)

Non sono state fornite informazioni sulle misure compensative.

(25)

Non vi sono indicazioni che l'Italia abbia approvato il piano di ristrutturazione di Ottana.

III.   VALUTAZIONE

1.   Attuazione abusiva dell'aiuto

(26)

La valutazione deve essere effettuata in base ai punti 25-27 degli orientamenti comunitari sugli aiuti di Stato per il salvataggio e la ristrutturazione di imprese in difficoltà (5) (in prosieguo “gli orientamenti”) per le seguenti ragioni.

(27)

Secondo la decisione di salvataggio, il periodo di sei mesi stabilito al punto 25, lettera a), degli orientamenti per l'aiuto al salvataggio è scaduto. Benché l'Italia abbia effettivamente presentato un piano di ristrutturazione, che potenzialmente avrebbe potuto consentire di prorogare l'aiuto al salvataggio conformemente al punto 26 degli orientamenti, la Commissione ha posto fine alla potenziale proroga mediante la succitata decisione di salvataggio del 6 dicembre 2006 (6).

(28)

Malgrado la decisione suddetta, l'Italia non vi si è conformata né ha revocato la garanzia nonostante dovesse cessare 15 giorni lavorativi dopo la notifica, ossia entro l'8 gennaio 2007.

(29)

Di conseguenza si deve avviare il procedimento di cui al punto 27 degli orientamenti. Il punto 27 prevede l'avvio di un procedimento formale in quanto stabilisce che la Commissione “avvia il procedimento ”se all'aiuto al salvataggio non è posta fine entro il termine stabilito.

2.   Compatibilità a titolo di aiuto alla ristrutturazione

(30)

In caso di attuazione in modo abusivo dell'aiuto, la Commissione deve anche valutarne la compatibilità in base a tutti gli altri eventuali criteri. Il punto 20 degli orientamenti limita i criteri a quelli stabiliti negli orientamenti sugli aiuti di Stato per il salvataggio e la ristrutturazione. L'aiuto al salvataggio potrebbe quindi essere autorizzato a titolo di aiuto alla ristrutturazione.

(31)

La Commissione riconosce, nella decisione di salvataggio, che Ottana può essere ammessa a beneficiare di aiuti alla ristrutturazione. Ciò implica che l'impresa, conformemente al punto 33 degli orientamenti, sia un'impresa in difficoltà. Tale caso si verifica quando un'impresa “non è in grado, con le proprie risorse o con le risorse che può ottenere dai proprietari/azionisti o dai creditori, di contenere perdite che, in assenza di un intervento esterno delle autorità pubbliche, la condurrebbero certamente al collasso economico, nel breve o nel medio periodo ”(punto 9 degli orientamenti). Considerato il fatto affermato al punto 22 indicante che l'impresa apparentemente ora è in grado di ottenere prestiti per finanziare la sua ristrutturazione, la Commissione si chiede se Ottana continui ad essere un'impresa in difficoltà ai sensi degli orientamenti.

(32)

Inoltre, la Commissione dubita che il piano di ristrutturazione sia compatibile con gli orientamenti, ossia che il piano permetta di ripristinare la redditività a lungo termine dell'impresa (punti 34-37), che l'aiuto di Stato sia limitato al minimo, incluso un contributo reale e significativo dell'impresa beneficiaria (punti 43-45), nonché della prevenzione di indebita distorsione della concorrenza indotta dall'aiuto (punti 38-42).

(33)

In particolare, non è chiaro in che modo il piano di ristrutturazione permetterà alla società di ripristinare la redditività nel lungo periodo, dato che non contiene una strategia coerente per il futuro. Invece di compiere un'analisi economica dei mercati e delle opportunità future, il piano si limita ad elencare una serie di soluzioni alternative, alcune delle quali sembrano mettere già in discussione le misure previste nel piano. Un piano così vago rende estremamente difficile qualsiasi valutazione del ripristino della redditività nel lungo periodo.

(34)

In secondo luogo, il piano non individua misure interne precise atte a riorientare l'attività dell'impresa. Ad esempio, non è chiaro se interverrà una ristrutturazione dell'organico. Benché prevista nel piano originario, l'accordo tra l'impresa e le autorità italiane del 9 gennaio 2007 sembra ora indicare che Ottana nel frattempo ha abbandonato la ristrutturazione dell'organico. Infatti, fintantoché il sistema arcaico di controllo della centrale continuerà ad operare sembra effettivamente che richieda un numero alquanto elevato di addetti. D'altro canto ciò conferma il fatto che i miglioramenti qualitativi della produzione possono difficilmente essere conseguiti senza ammodernamento del sistema di controllo della centrale che, apparentemente, non è previsto. Quantomeno non sono state comunicate alla Commissione informazioni in proposito.

(35)

In terzo luogo, non sono state fornite proiezioni attendibili indicanti il ripristino della redditività. Ad esempio, non sono stati forniti altri chiarimenti a sostegno dell'aspettativa che la vendita di certificati verdi per 27,5 milioni di EUR nel 2008, quale indicata nel piano, sia realistica. Inoltre, non è chiaro in che modo Ottana sarà già redditizia nel 2008. Secondo la Commissione, questi dati di solito sono corroborati da una serie esauriente di ipotesi ottimistiche/pessimistiche. Del pari, la struttura finanziaria del progetto non sembra sostenibile con un rapporto debito/capitale proprio di 85/15.

(36)

Infine, non è chiaro se l'Italia abbia approvato il piano di ristrutturazione, conformemente al punto 59 degli orientamenti.

(37)

In aggiunta, il piano mette in discussione il fatto che l'aiuto si limiti al minimo necessario. Se la società, secondo le sue proprie previsioni, a prescindere dal fatto che possano essere piuttosto ottimistiche, sarà redditizia nel 2008, la Commissione non vede per quale motivo la garanzia dovrebbe essere rimborsata nell'arco di 12 anni.

(38)

Inoltre, la Commissione dubita che il beneficiario abbia effettivamente apportato un suo proprio contributo significativo. Il piano e le spiegazioni fornite dall'Italia indicano semplicemente che la società contribuirà alla ristrutturazione con i suoi mezzi propri, senza specificare dettagliatamente in che modo tali fondi siano generati. Quanto al conferimento di capitale da parte dell'azionista di maggioranza, non vi è indicato alcun impegno né in termini di tempo né di importo. Altrettanto dicasi per eventuali contributi di nuovi azionisti o per altri finanziamenti esterni. In altri termini, la Commissione ai fini della sua valutazione del contributo proprio in generale e per rispettare in particolare la soglia indicata al punto 44 degli orientamenti, richiede informazioni più concrete su finanziamenti esterni, di qualsiasi tipo, al piano ristrutturazione.

(39)

Alla Commissione non è neppure chiaro in che modo il piano fornisca adeguate misure compensative, conformemente al punto 38 in combinato disposto con il punto 41 degli orientamenti, dato che nel piano non sono indicate misure a tal fine.

(40)

Concludendo, la Commissione continua a dubitare della compatibilità del piano di ristrutturazione con gli orientamenti (7).

3.   Altri motivi di compatibilità

(41)

Se una misura non può essere autorizzata in virtù delle deroghe di cui all'articolo 87, paragrafo 2, e dell'articolo 87, paragrafo 3, del trattato CE, può comunque essere compatibile con il trattato CE ai sensi dell'articolo 86, paragrafo 2, del trattato CE qualora sia necessaria per l'adempimento di un servizio d'interesse economico generale. Apparentemente Ottana svolge una funzione essenziale giacché fornisce vapore ad altre società situate nel sito industriale di Ottana. Tuttavia la Commissione attualmente non dispone di informazioni che le consentano di affermare che i criteri stabiliti nella giurisprudenza e Altmark siano soddisfatti (8).

IV.   CONCLUSIONE

(42)

La presente decisione è da considerarsi come una decisione di avvio del procedimento formale di indagine ai sensi dell'articolo 88, paragrafo 2, del trattato CE e del regolamento (CE) n. 59/1999 del Consiglio. La Commissione, nell'ambito del procedimento di cui all'articolo 88, paragrafo 2, del trattato CE, invita l'Italia a inviare le sue osservazioni e a fornire qualsiasi informazione utile ai fini della valutazione dell'aiuto, entro il termine di un mese dalla data di ricezione della presente. Considerate le scarse risposte fornite alle precedenti richieste di informazioni della Commissione, la Commissione ingiunge l'Italia di fornire le seguenti informazioni:

Per il ripristino della redditività a lungo termine

(a)

un'analisi dettagliata dei mercati potenziali;

(b)

una decisione chiara su una strategia di ristrutturazione che discuta i vantaggi e gli svantaggi della soluzione prevista;

(c)

una descrizione più dettagliata della ristrutturazione (ad esempio: sono rinnovati anche i sistemi di controllo della centrale?);

(d)

la conferma che il gasdotto GALSI sarà costruito nonché informazioni sulla tempistica della costruzione;

(e)

una descrizione più dettagliata dei costi di ristrutturazione (i costi di ristrutturazione non corrispondono al finanziamento indicato);

(f)

previsioni esatte dei costi di produzione dell'energia elettrica qualora sia attuata la fase due (i calcoli dovrebbero precisare le misure di aiuto di Stato applicabili in Italia per i combustibili alternativi);

(g)

una spiegazione più approfondita dei ricavi generati dai certificati verdi e in particolare qualsiasi elemento di prova a sostegno delle ipotesi formulate;

(h)

dati finanziari concreti che comprendano le differenti ipotesi di situazione futura dell'impresa in modo da comprovare il ripristino della redditività nel lungo periodo; in assenza di siffatte previsioni concrete, comprendenti informazioni dettagliate sul calcolo dei ricavi delle vendite (indicazione del prezzo dell'elettricità e dei certificati verdi), la Commissione deve supporre che il piano non consenta all'impresa di ripristinare la propria redditività;

(i)

una spiegazione della ristrutturazione dell'organico nonché del relativo finanziamento.

Per l'aiuto limitato al minimo

(j)

l'indicazione precisa e concreta delle fonti di finanziamento e di qualsiasi misura di aiuto prevista; in assenza di siffatte spiegazioni, alla Commissione non è chiaro che il beneficiario abbia fornito un contributo proprio significativo;

(k)

la spiegazione tanto dei motivi per i quali sia necessaria la proroga di 12 anni dell'aiuto al salvataggio quanto dei motivi per cui l'aiuto non possa essere rimborsato prima, tenuto conto degli utili previsti; in mancanza di un'informazione plausibile, la Commissione deve supporre che l'aiuto alla ristrutturazione vada oltre il minimo necessario.

Per ridurre al minimo gli effetti distorsivi della concorrenza

(l)

informazioni sull'esistenza di misure compensative.

Per l'esistenza di un servizio di interesse economico generale

(m)

altre informazioni ed elementi di prova a sostegno della tesi secondo cui Ottana fornisce un servizio di interesse economico generale conformemente alla normativa esistente; in assenza di siffatta informazione la Commissione deve supporre che tale non sia il caso.

(43)

La Commissione invita l'Italia a trasmettere immediatamente copia della presente a Ottana Energia.

(44)

La Commissione fa presente all'Italia che l'articolo 88, paragrafo 3, del trattato CE ha effetto sospensivo e richiama l'attenzione del governo italiano sull'articolo 14 del regolamento (CE) n. 659/1999 del Consiglio il quale dispone il recupero di qualsiasi aiuto illegale presso il beneficiario.

(45)

La Commissione avverte l'Italia che informerà gli interessati mediante pubblicazione della presente lettera e di una sintesi della medesima nella Gazzetta ufficiale dell'Unione europea. Inoltre informerà gli interessati nei paesi EFTA firmatari dell'accordo SEE mediante pubblicazione di una comunicazione nel supplemento SEE della Gazzetta ufficiale dell'Unione europea nonché l'autorità di vigilanza EFTA mediante invio di copia della presente. Tutti gli interessati suddetti saranno invitati a presentare osservazioni entro un mese dalla data di siffatta pubblicazione.”


(1)  Zie voor meer bijzonderheden besluit C(2006)5829, gepubliceerd op de website van de Commissie:

http://ec.europa.eu/comm/competition/state_aid/register/ii/by_case_nr_nn2006_000.html#14.

(2)  PB C 244 van 1.10.2004, blz. 2.

(3)  Alla luce dell'articolo 2, paragrafo 1, in coordinato disposto con l'articolo 4, paragrafo 3, dell'allegato alla raccomandazione 2003/361/CE della Commissione, del 6 maggio 2003, relativa alla definizione di microimprese, piccole e medie imprese (GU L 124 del 20.5.2003, pag. 36).

(4)  Per maggiori chiarimenti cfr. la decisione C(2006) 5829, pubblicata sul sito della Commissione al seguente indirizzo:

http://ec.europa.eu/comm/competition/state_aid/register/ii/by_case_nr_nn2006_000.html#14.

(5)  GU C 244 dell'1.10.2004, pag. 2.

(6)  Nella decisione di salvataggio, la Commissione ha dichiarato che il piano non può essere tuttavia qualificato come piano di ristrutturazione in quanto mancano vari elementi essenziali, tra cui un'analisi dettagliata del mercato, una descrizione particolareggiata dei costi di ristrutturazione, delle fonti di finanziamento e delle misure d'aiuto previste, nonché dati finanziari concreti, tra cui varie proiezioni della futura situazione della società al fine di dimostrare il ripristino della sua redditività nel lungo termine.

(7)  Nella decisione di salvataggio la Commissione aveva già dichiarato che il piano non poteva essere qualificato come piano di ristrutturazione (cfr. nota 4 a piè di pagina).

(8)  Sentenza del 24.7.2003 nella causa C-280/00, Altmark trans Gmbh, Regierungsprasidium Magdeburg and Nahverkehrsgesellschaft Altmark Gmbh, Raccolta 2003, pag. I-7747.


2.6.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 122/28


Voorafgaande aanmelding van een concentratie

(Zaak nr. COMP/M.4657 — Salzgitter/KW/RSE)

Zaak die in aanmerking kan komen voor een vereenvoudigde procedure

(Voor de EER relevante tekst)

(2007/C 122/05)

1.

Op 21 mei 2007 ontving de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 (1) van de Raad waarin wordt medegedeeld dat de onderneming Salzgitter AG („Salzgitter ”Duitsland) in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), van genoemde verordening volledig zeggenschap verkrijgt over de ondernemingen Klöckner-Werke AG („KW ”Duitsland) en RSE Grundbesitz und Beteiligungs AG („RSE ”Duitsland) door de aankoop van aandelen.

2.

De bedrijfswerkzaamheden van de betrokken ondernemingen zijn:

voor Salzgitter: productie en distributie van verschillende staalproducten, zoals platte staalproducten en stalen buizen en levering van aanverwante diensten;

voor KW: productie en distributie van industriële machines zoals machines voor het vullen en verpakken;

voor RSE: vastgoedholding.

3.

Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde concentratie binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 139/2004 kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden. In het licht van de Mededeling van de Commissie betreffende een vereenvoudigde procedure voor de behandeling van bepaalde concentraties krachtens Verordening (EG) nr. 139/2004 (2) van de Raad wordt vermeld dat deze zaak in aanmerking kan komen voor deze procedure.

4.

De Commissie verzoekt belanghebbende derden hun eventuele opmerkingen ten aanzien van de voorgenomen concentratie kenbaar te maken aan de Commissie.

Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk 10 dagen na dagtekening van deze bekendmaking hebben bereikt. Zij kunnen per fax (nummer (32-2) 296 43 01 of 296 72 44) of per post, onder vermelding van referentienummer COMP/M.4657 — Salzgitter/KW/RSE, aan onderstaand adres worden toegezonden:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Concurrentie

Griffie voor concentraties

J-70

B-1049 Brussel


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.

(2)  PB C 56 van 5.3.2005, blz. 32.


2.6.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 122/29


Voorafgaande aanmelding van een concentratie

(Zaak nr. COMP/M.4693 — Veolia/Sulo)

Zaak die in aanmerking kan komen voor een vereenvoudigde procedure

(Voor de EER relevante tekst)

(2007/C 122/06)

1.

Op 22 mei 2007 ontving de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1) waarin wordt meegedeeld dat de onderneming Veolia Propreté, die onder zeggenschap staat van Veolia Environnement S.A. („Veolia”; Frankrijk), in de zin van artikel 3, lid 1), sub b), van genoemde verordening volledig zeggenschap verkrijgt over de onderneming SULO Verwaltungsgesellschaft mbH („Sulo”; Duitsland) door de aankoop van aandelen.

2.

De bedrijfswerkzaamheden van de betrokken ondernemingen zijn:

voor Veolia: verzameling, vernietiging en reclyclen van afval voor de publieke en private sector;

voor Sulo: diensten voor het beheer van afval.

3.

Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde transactie binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 139/2004 kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden. In het licht van de Mededeling van de Commissie betreffende een vereenvoudigde procedure voor de behandeling van bepaalde concentraties krachtens Verordening (EG) nr. 139/2004 (2) van de Raad wordt vermeld dat deze zaak in aanmerking kan komen voor deze procedure.

4.

De Commissie verzoekt belanghebbende derden hun eventuele opmerkingen ten aanzien van de voorgenomen concentratie kenbaar te maken aan de Commissie.

Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk tien dagen na dagtekening van deze bekendmaking hebben bereikt. Zij kunnen per fax (nummer (32-2) 296 43 01 of 296 72 44) of per post, onder vermelding van referentienummer COMP/M.4693 — Veolia/Sulo, aan onderstaand adres worden toegezonden:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Concurrentie

Griffie voor concentraties

J-70

B-1049 Brussel


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.

(2)  PB C 56 van 5.3.2005, blz. 32.


2.6.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 122/30


Mededeling van de Franse regering in verband met Richtlijn 94/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 1994 betreffende de voorwaarden voor het verlenen en het gebruik maken van vergunningen voor de prospectie, de exploratie en de productie van koolwaterstoffen (1)

(Bericht betreffende de aanvraag voor een exclusieve opsporingsvergunning voor vloeibare of gasvormige koolwaterstoffen genaamd „Permis de Sancerre”)

(Voor de EER relevante tekst)

(2007/C 122/07)

Bij verzoek van 31 oktober 2006 heeft de onderneming Thermopyles SAS waarvan de hoofdzetel gevestigd is te 190, rue de Fontenay, F-94300 Vincennes, Frankrijk, voor een duur van vijf jaar een exclusieve vergunning aangevraagd voor de opsporing van vloeibare of gasvormige koolwaterstoffen, genaamd „Permis de Sancerre”, met een oppervlakte van ongeveer 545 km2, gelegen in een deel van de departementen van de Cher en de Nièvre.

De gevraagde vergunning heeft betrekking op een gebied waarvan de omtrek wordt gevormd door de meridianen en breedtecirkels die de hoekpunten met de volgende geografische coördinaten met elkaar verbinden, uitgaande van de meridiaan van Parijs.

Hoekpunten

Lengte

Breedte

A

0,70 °O

52,70 °N

B

0,50 °O

52,70 °N

C

0,50 °O

52,40 °N

D

0,80 °O

52,40 °N

E

0,80 °O

52,60 °N

F

0,70 °O

52,60 °N

Indiening van aanvragen

De indieners van de oorspronkelijke aanvraag en ondernemingen die aanvragen om eveneens in aanmerking te komen moeten voldoen aan de voorwaarden als omschreven in de artikelen 4, 5 en 6 van Besluit 2006-648 van 2 juni 2006 inzake mijnbouwtitels en vergunningen voor ondergrondse opslag (Staatsblad van de Franse Republiek van 22 april 1995).

Geïnteresseerde bedrijven kunnen binnen een termijn van negentig dagen na de publicatie van deze mededeling verzoeken eveneens in aanmerking te komen voor deze vergunning, waarbij de procedure dient te worden gevolgd die is vermeld in de „Mededeling inzake het verkrijgen van mijnbouwtitels voor koolwaterstoffen in Frankrijk”, gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen C 374 van 30.12.1994, blz. 11, en vastgesteld bij Besluit 2006-648 van 2 juni 2006 inzake mijnbouwtitels en vergunningen voor ondergrondse opslag. De aanvragen om eveneens in aanmerking te komen moeten worden gericht aan de minister belast met het mijnwezen op het onderstaande adres. Besluiten inzake de oorspronkelijke aanvraag en de aanvragen om eveneens in aanmerking te komen worden genomen binnen een termijn van twee jaar vanaf de datum van ontvangst van de oorspronkelijke aanvraag door de Franse autoriteiten, dat wil zeggen uiterlijk op 7 november 2008.

Voorwaarden en eisen betreffende de uitoefening en beëindiging van de opsporingsactiviteit

De aandacht van ondernemingen met belangstelling wordt gevestigd op de artikelen 79 en 79.1 van de mijnbouwcode en op Besluit 2006-649 van 2 juni 2006 betreffende de uitoefening van mijnbouwwerkzaamheden en werkzaamheden voor ondergrondse opslag en de politie voor mijnbouw en ondergrondse opslag (Staatsblad van de Franse Republiek van 3 juni 2006).

Nadere informatie kan worden verkregen op het volgende adres: Ministère de l'économie, des finances et de l'industrie (Direction générale de l'énergie et des matières premières, direction des ressources énergétiques et minérales, bureau de la législation minière), 61, boulevard Vincent Auriol, Télédoc 133, F-75703 Parijs Cedex 13 (tel.: (33) 144 97 23 02, fax: (33) 144 97 05 70).

Alle bovengenoemde wettelijke en administratieve bepalingen kunnen worden geraadpleegd op de Légifrance-website:

http://www.legifrance.gouv.fr


(1)  PB L 164 van 30.6.1994, blz. 3.


2.6.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 122/31


Voorafgaande aanmelding van een concentratie

(Zaak nr. COMP/M.4700 — Deutsche Bank/AIG/Pushkino Logistics Park JV)

Zaak die in aanmerking kan komen voor een vereenvoudigde procedure

(Voor de EER relevante tekst)

(2007/C 122/08)

1.

Op 25 mei 2007 ontving de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 (1) van de Raad waarin wordt medegedeeld dat de ondernemingen Deutsche Bank AG („Deutsche Bank”, Duitsland) en American International Group Inc. („AIG”, Verenigde Staten) in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), van genoemde verordening gezamenlijk zeggenschap verkrijgen over gebouwen en grond voor logistiek in Moskou beter bekend als Pushkino Logistics Park 1 („PLP 1”), Pushkino Logistics Park 2 („PLP 2”) en Domodedovo Logistics Park („DLP”) door de aankoop van aandelen van een nieuw gestichte vennootschap die een gezamenlijke onderneming is.

2.

De bedrijfswerkzaamheden van de betrokken ondernemingen zijn:

voor Deutsche Bank: depositowerving en kredietverlening, beheer van activa, investeringsbankieren en financiële diensten;

voor AIG: verlening van verzekeringsdiensten en financiële diensten;

voor PLP1, PLP2, DLP: gebouwen en grond voor logistiek in Moskou.

3.

Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde concentratie binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 139/2004 kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden. In het licht van de Mededeling van de Commissie betreffende een vereenvoudigde procedure voor de behandeling van bepaalde concentraties krachtens Verordening (EG) nr. 139/2004 (2) van de Raad wordt vermeld dat deze zaak in aanmerking kan komen voor deze procedure.

4.

De Commissie verzoekt belanghebbende derden hun eventuele opmerkingen ten aanzien van de voorgenomen concentratie kenbaar te maken aan de Commissie.

Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk 10 dagen na dagtekening van deze bekendmaking hebben bereikt. Zij kunnen per fax (nummer (32-2) 296 43 01 of 296 72 44) of per post, onder vermelding van referentienummer COMP/M.4700 — Deutsche Bank/AIG/Pushkino Logistics Park JV, aan onderstaand adres worden toegezonden :

Europese Commissie

Directoraat-generaal Concurrentie

Griffie voor concentraties

J-70

B-1049 Brussel


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.

(2)  PB C 56 van 5.3.2005, blz. 32.


2.6.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 122/32


Voorafgaande aanmelding van een concentratie

(Zaak nr. COMP/M.4699 — Allianz/Selecta)

Zaak die in aanmerking kan komen voor een vereenvoudigde procedure

(Voor de EER relevante tekst)

(2007/C 122/09)

1.

Op 16 mei 2007 ontving de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 (1) van de Raad waarin wordt medegedeeld dat de onderneming Allianz SE („Allianz”, Duitsland) via ACP Vermögensverwaltung GmbH & Co. KG Nr. 4 d, („ACP”, Duitsland) in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), van genoemde verordening volledig zeggenschap verkrijgt over de onderneming Selecta AG en dochterondernemingen („Selecta”, Zwitserland) door de aankoop van aandelen.

2.

De bedrijfswerkzaamheden van de betrokken ondernemingen zijn:

voor Allianz: internationale verzekeraar en financiële dienstverlener, actief in levensverzekering, eigendomsverzekering, beheer van activa en bankdiensten;

voor Selecta: verlening van diensten m.b.t. drank- en snoepautomaten waarmee een breed gamma aan warme en koude dranken, snacks en snoep wordt aangeboden; verkoop van automaten en onderdelen.

3.

Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde concentratie binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 139/2004 kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden. In het licht van de Mededeling van de Commissie betreffende een vereenvoudigde procedure voor de behandeling van bepaalde concentraties krachtens Verordening (EG) nr. 139/2004 (2) van de Raad wordt vermeld dat deze zaak in aanmerking kan komen voor deze procedure.

4.

De Commissie verzoekt belanghebbende derden hun eventuele opmerkingen ten aanzien van de voorgenomen concentratie kenbaar te maken aan de Commissie.

Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk 10 dagen na dagtekening van deze bekendmaking hebben bereikt. Zij kunnen per fax (nummer (32-2) 296 43 01 of 296 72 44) of per post, onder vermelding van referentienummer COMP/M.4699 — Allianz/Selecta, aan onderstaand adres worden toegezonden:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Concurrentie

Griffie voor concentraties

J-70

B-1049 Brussel


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.

(2)  PB C 56 van 5.3.2005, blz. 32.