ISSN 1725-2474

Publicatieblad

van de Europese Unie

C 89

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Mededelingen en bekendmakingen

50e jaargang
24 april 2007


Nummer

Inhoud

Bladzijde

 

I   Resoluties, aanbevelingen, richtsnoeren en adviezen

 

AANBEVELINGEN

 

Raad

2007/C 089/01

Aanbeveling nr. 1/2007 van de Associatieraad EU-Libanon van 19 januari 2007 inzake de uitvoering van het actieplan EU-Libanon

1

 

ADVIEZEN

 

Raad

2007/C 089/02

Advies van de Raad van 27 maart 2007 over het geactualiseerde stabiliteitsprogramma van België voor de periode 2006-2010

2

2007/C 089/03

Advies van de Raad van 27 maart 2007 over het geactualiseerde stabiliteitsprogramma van Spanje voor de periode 2006-2009

7

2007/C 089/04

Advies van de Raad van 27 maart 2007 over het convergentieprogramma van Bulgarije voor de periode 2006-2009

11

2007/C 089/05

Advies van de Raad van 27 maart 2007 over het geactualiseerde convergentieprogramma van Letland voor de periode 2006-2009

15

2007/C 089/06

Advies van de Raad van 27 maart 2007 over het convergentieprogramma van Roemenië voor de periode 2006-2009

19

 

II   Mededelingen

 

MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN EN ORGANEN VAN DE EUROPESE UNIE

 

Commissie

2007/C 089/07

Bekendmaking van een aanvraag overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen

23

2007/C 089/08

Bekendmaking van een wijzigingsverzoek overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen

26

2007/C 089/09

Goedkeuring van de steunmaatregelen van de staten in het kader van de bepalingen van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag — Gevallen waartegen de Commissie geen bezwaar maakt

30

2007/C 089/10

Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak nr. COMP/M.4566 — Carrefour-Marinopoulos/Credicom/CMCC) ( 1 )

37

 

IV   Informatie

 

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN EN ORGANEN VAN DE EUROPESE UNIE

 

Commissie

2007/C 089/11

Wisselkoersen van de euro

38

 

INITIATIEVEN VAN DE LIDSTATEN

2007/C 089/12

Autoriteiten bevoegd voor de registratie van de teeltcontracten voor tabak

39

 

V   Bekendmakingen

 

PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID

 

Commissie

2007/C 089/13

Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak nr. COMP/M.4564 — Bridgestone/Bandag) ( 1 )

42

2007/C 089/14

Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak nr. COMP/M.4665 — The Apollo Group/Claire's Stores) — Zaak die in aanmerking kan komen voor een vereenvoudigde procedure ( 1 )

43

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

 


I Resoluties, aanbevelingen, richtsnoeren en adviezen

AANBEVELINGEN

Raad

24.4.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 89/1


AANBEVELING Nr. 1/2007 VAN DE ASSOCIATIERAAD EU-LIBANON

van 19 januari 2007

inzake de uitvoering van het actieplan EU-Libanon

(2007/C 89/01)

DE ASSOCIATIERAAD EU-LIBANON,

Gelet op de Europees-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Libanon, anderzijds, (hierna „de Europees-mediterrane overeenkomst ”genoemd), en met name op artikel 76, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Artikel 76 van de Europees-mediterrane overeenkomst geeft de Associatieraad de bevoegdheid passende aanbevelingen te doen om de doelstellingen van de overeenkomst te bereiken.

(2)

Overeenkomstig artikel 86 van de Europees-mediterrane overeenkomst treffen de partijen alle algemene en bijzondere maatregelen die vereist zijn om aan hun verplichtingen krachtens de overeenkomst te voldoen en zien zij erop toe dat de in de overeenkomst aangegeven doelstellingen worden bereikt.

(3)

De partijen bij de Europees-mediterrane overeenkomst zijn tot overeenstemming gekomen over de tekst van het actieplan EU-Libanon.

(4)

Het actieplan EU-Libanon strekt tot ondersteuning van de uitvoering van de Europees-mediterrane overeenkomst door de partijen door uitwerking van en overeenstemming over concrete stappen die een praktische leidraad bieden voor die uitvoering.

(5)

Het actieplan dient een tweeledig doel: enerzijds worden concrete stappen gezet ter bevordering van de verwezenlijking van de verbintenissen die de partijen bij de Europees-mediterrane overeenkomst zijn aangegaan, en anderzijds wordt een breder kader geboden voor verdere versterking van de betrekkingen tussen de EU en Libanon, inclusief een aanzienlijke mate van economische integratie en verdieping van de politieke samenwerking, overeenkomstig de algemene doelstellingen van de Europees-mediterrane overeenkomst,

HEEFT DE VOLGENDE AANBEVELING VASTGESTELD:

Enig artikel

De Associatieraad beveelt de partijen aan het actieplan EU-Libanon (1) uit te voeren, voorzover die uitvoering bijdraagt tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europees-mediterrane overeenkomst.

Gedaan te Brussel, 19 januari 2007

Voor de Associatieraad

De voorzitter

F.-W. STEINMEIER


(1)  http://register.consilium.europa.eu


ADVIEZEN

Raad

24.4.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 89/2


ADVIES VAN DE RAAD

van 27 maart 2007

over het geactualiseerde stabiliteitsprogramma van België voor de periode 2006-2010

(2007/C 89/02)

De RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid (1), en met name op artikel 5, lid 3,

Gezien de aanbeveling van de Commissie,

Na raadpleging van het Economisch en Financieel Comité,

BRENGT HET VOLGENDE ADVIES UIT:

(1)

Op 27 maart 2007 heeft de Raad het geactualiseerde stabiliteitsprogramma van België voor de periode 2006-2010 behandeld (2).

(2)

Volgens het macro-economische scenario dat aan het programma ten grondslag ligt, zal de reële BBP-groei vertragen van 2,7 % in 2006 tot gemiddeld 2,2 % gedurende de rest van de programmaperiode. Afgaande op de thans beschikbare informatie lijkt dit scenario van plausibele groeiverwachtingen uit te gaan. Ook de inflatieprognoses van het programma lijken realistisch.

(3)

In dit geactualiseerde stabiliteitsprogramma wordt uitgegaan van een begrotingsevenwicht in 2006. Deze veronderstelling lijkt door de meest recente gegevens grotendeels bevestigd te worden, terwijl de Commissiediensten in hun najaarsprognoses nog spraken van een tekort van 0,2 % van het BBP. Hoewel het conjunctuurklimaat in 2006 veel gunstiger uitviel dan in de vorige actualisering werd aangenomen en de uitgaven zich algemeen genomen overeenkomstig de verwachtingen ontwikkelden, waren de ontvangsten lager dan voorspeld (met name omdat het effect van de laatste fase van de hervorming van de directe belastingen in 2001, die de belastingwig moest verkleinen, was onderschat). Deze tegenvaller is gedeeltelijk gecompenseerd door het feit dat de geplande eenmalige maatregelen meer hebben opgebracht dan verwacht en door een aantal eenmalige maatregelen van beperkte omvang. Het structurele saldo (d.w.z. het conjunctuurgezuiverde begrotingssaldo, ongerekend eenmalige en andere tijdelijke maatregelen) is er in 2006 dan ook aanzienlijk op achteruitgegaan, vooral door maatregelen die de ontvangsten hebben verlaagd.

(4)

De begrotingsstrategie op middellange termijn die in het programma gevolgd wordt, is er vooral op gericht de nog steeds hoge schuldquote (bijna 90 % in 2006) gestaag terug te dringen tot minder dan 75 % van het BBP in 2010, zulks door geleidelijk nominale begrotingsoverschotten op te bouwen (van 0,3 % van het BBP in 2007 tot 0,9 % in 2010) om op de toekomstige schok van de vergrijzing voorbereid te zijn. Verwacht wordt dat het primaire overschot, dat sinds 2001 (toen het 7 % van het BBP bedroeg) alsmaar is afgenomen, zich rond de 4,1 % van het BBP zal stabiliseren. De algemene aanpassing is bijna volledig toe te schrijven aan een vermindering van de uitgaven (met 1

Formula

 procentpunt van het BBP tussen 2006 en 2010). De uitgavenvermindering is toe te schrijven aan een daling van de rente-uitgaven (

Formula

 procentpunt) als gevolg van de gestage schuldreductie, en aan een verlaging van de primaire uitgaven (met

Formula

 procentpunt). De vermindering is gedeeltelijk tenietgedaan door een daling van de overheidsontvangsten (met

Formula

 procentpunt). Na 2007 stemmen de programmaprognoses grotendeels overeen met de voorspellingen bij ongewijzigd beleid, al lijkt het programma (impliciet) ook uit te gaan van verdere eenmalige maatregelen om de begrotingsdoelstellingen te bereiken. Deze strategie vertoont veel gelijkenis met die van het vorige geactualiseerde stabiliteitsprogramma, terwijl ook het macro-economisch scenario vrijwel ongewijzigd blijft.

(5)

Aangezien in het programma niets wordt vermeld over eenmalige en andere tijdelijke maatregelen na 2007, is het niet mogelijk het structurele saldo van 2008 en latere jaren te berekenen op basis van de in het programma voorkomende informatie. Ervan uitgaande dat het relatieve effect van de eenmalige maatregelen na 2007 ongewijzigd blijft, zou het volgens de algemeen aanvaarde methode berekende structurele saldo verbeteren van ongeveer -0,4 % van het BBP in 2006 tot 0,7 % aan het einde van de programmaperiode. Evenals in de vorige actualisering van het stabiliteitsprogramma wordt in het nieuwe programma als middellangetermijndoelstelling (MTD) voor de begrotingssituatie een structureel overschot van 0,5 % van het BBP gehanteerd, dat volgens het programma in 2008 bereikt zal zijn. Dat is een jaar later dan in de vorige actualisering werd voorspeld. Aangezien de MTD ambitieuzer is dan de minimumbenchmark (geraamd op een tekort van circa 1

Formula

% van het BBP), mag worden aangenomen dat de verwezenlijking ervan een veiligheidsmarge biedt die ruim genoeg is om een buitensporig tekort te voorkomen. De MTD ligt binnen de marge die in het stabiliteits- en groeipact en in de gedragscode is vastgesteld voor de lidstaten die tot het eurogebied en het WKM II behoren, en is ambitieuzer dan in het licht van de schuldquote en de gemiddelde potentiële productiegroei op lange termijn noodzakelijk is.

(6)

De begrotingsresultaten zouden iets slechter kunnen uitvallen dan in het programma wordt voorspeld. Dit is met name het geval voor 2007, vooral omdat de begroting enigszins aan de optimistische kant lijkt en soms onvoldoende bijzonderheden bevat over de voorgenomen maatregelen (zoals onder meer de eenmalige maatregelen op het gebied van de verkoop van onroerende goederen of de overname van pensioenverplichtingen van overheidsbedrijven, welke niet nader zijn gespecificeerd). België heeft algemeen genomen een goede staat van dienst als het gaat om de verwezenlijking van de nominale begrotingsdoelstellingen, maar, net als de afgelopen jaren, zal om de doelstelling voor 2007 te halen streng toezicht nodig blijven. Uit de komende begrotingscontrole zal moeten blijken of er aanvullende maatregelen nodig zijn. Een tegenvallend begrotingsresultaat in 2007 zou ook in de daaropvolgende jaren kunnen doorwerken. Vanaf 2008 bestaat voorts het risico dat eenmalige maatregelen waarvan het effect is uitgewerkt, niet door structurele maatregelen worden vervangen.

(7)

In het licht van deze risicobeoordeling is het niet uitgesloten dat de in het programma uitgestippelde begrotingsstrategie ontoereikend is om de MTD uiterlijk in 2008 te verwezenlijken zoals met het programma wordt beoogd. Zoals hierboven reeds is aangegeven, is de MTD evenwel ambitieuzer dan noodzakelijk is in het licht van de schuldquote en de gemiddelde potentiële productiegroei op lange termijn. De begrotingsstrategie lijkt dan ook te volstaan om vanaf 2008 een structurele begrotingssituatie te bewerkstelligen die in het kader van het pact als passend kan worden aangemerkt. De begrotingsstrategie van het programma lijkt bovendien een veiligheidsmarge te verschaffen die ruim genoeg is om gedurende de gehele programmaperiode te voorkomen dat het tekort bij normale macro-economische fluctuaties de drempel van 3 % van het BBP overschrijdt. Het volgens het programma beoogde aanpassingstempo richting de MTD dient zodanig te worden opgevoerd dat het strookt met het stabiliteits- en groeipact, volgens welk pact de lidstaten die tot het eurogebied en het WKM II behoren, een jaarlijkse verbetering van het structurele saldo met 0,5 % van het BBP als benchmark moeten nastreven, waarbij in goede economische tijden een grotere aanpassing moet worden bewerkstelligd, en in slechte economische tijden een minder zware inspanning toelaatbaar is. Indien met de risico's rekening wordt gehouden, is het met name niet uitgesloten dat het aanpassingstempo in 2007 minder bedraagt dan de benchmark, en daarna vertraagt.

(8)

In het programma wordt voor 2006 melding gemaakt van een schuld van 87,7 % van het BBP, maar in dat cijfer is geen rekening gehouden met de overname in 2005 van een deel van de schuld van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS), waardoor de overheidsschuld volgens Eurostat in dat jaar 1,7 % van het BBP hoger is uitgekomen. Om die reden ramen de diensten van de Commissie de bruto overheidsschuld in 2006 op 89,4 % van het BBP, hetgeen nog steeds veel hoger is dan de in het Verdrag vastgelegde referentiewaarde van 60 % van het BBP, al moet daaraan worden toegevoegd dat de schuldquote de laatste jaren sterk is gedaald. Volgens het programma zal de schuldquote gedurende de programmaperiode snel teruglopen, namelijk met circa 15 procentpunt. In het licht van de risicobeoordeling, en met name de bovenbeschreven risico's die aan de begrotingsdoelstellingen verbonden zijn, zal de schuldquote zich vermoedelijk iets minder gunstig ontwikkelen dan in het programma wordt voorspeld. Over de gehele programmaperiode bezien lijkt de schuldquote evenwel nog steeds in voldoende mate af te nemen in de richting van de referentiewaarde.

(9)

Van de vergrijzing gaat in België een groter langetermijneffect op de begroting uit dan gemiddeld in de EU het geval is. Dit komt met name doordat de pensioenuitgaven als percentage van het BBP in de komende decennia een forse stijging te zien zullen geven. De budgettaire uitgangspositie, die wordt gekenmerkt door een groot primair overschot (dat evenwel kleiner is dan in 2005), kan de verwachte budgettaire gevolgen van de vergrijzing op lange termijn deels afzwakken, maar kan de forse uitgavenstijging toch niet volledig opvangen. Bovendien blijft de overheidsschuld, ook al vertoont deze een daling, nog altijd ver boven de in het Verdrag vastgelegde referentiewaarde. Om een gestage reductie van de schuldquote te bewerkstelligen, moeten gedurende lange tijd grote primaire overschotten worden geboekt, die de risico's voor de houdbaarheid van de openbare financiën zouden kunnen verminderen. Al met al lijkt België een middelgroot risico te lopen wat de houdbaarheid van de openbare financiën betreft.

(10)

Het stabiliteitsprogramma bevat geen kwalitatieve beoordeling van de algemene gevolgen die het verslag van oktober 2006 over de uitvoering van het nationale hervormingsprogramma gehad heeft voor de begrotingsstrategie op middellange termijn. Evenmin verschaft het systematisch informatie over de rechtstreekse voor- en nadelen voor de begroting van de voornaamste hervormingen waarin het nationale hervormingsprogramma voorziet, maar in de begrotingsprognoses van het programma lijkt wel rekening te worden gehouden met de gevolgen van de in het nationale hervormingsprogramma geschetste maatregelen voor de openbare financiën. De in het stabiliteitsprogramma opgenomen maatregelen op het gebied van de openbare financiën lijken aan te sluiten bij de in het kader van het nationale hervormingsprogramma voorgenomen acties. Met name is het volgens beide programma's de bedoeling dat het „generatiepact ”(een veelomvattend plan om de werkgelegenheid te verhogen en de sociale zekerheid te versterken) geleidelijk ten uitvoer wordt gelegd, dat de belastingdruk op arbeid gaandeweg verder wordt verlicht, en dat maatregelen worden genomen om onderzoek en ondernemerschap te stimuleren.

(11)

De in het programma uitgestippelde begrotingsstrategie is over het algemeen in overeenstemming met de globale richtsnoeren voor het economisch beleid die in de geïntegreerde richtsnoeren voor de periode 2005-2008 zijn opgenomen.

(12)

Wat de in de gedragscode voor stabiliteits- en convergentieprogramma's gespecificeerde gegevensvereisten betreft, vertoont het programma enige lacunes in de verplichte en facultatieve gegevens (3).

De Raad meent dat de strategie van een gestage reductie van de nog steeds hoge schuld een goed voorbeeld vormt van een begrotingsbeleid dat strookt met het pact. Hoewel in het programma wordt aangenomen dat vanuit een uitgangspositie van een nominaal begrotingsevenwicht geleidelijk overschotten zullen worden opgebouwd (met name als gevolg van lagere rente-uitgaven), is de verwezenlijking van de begrotingsdoelstellingen evenwel aan enige risico's onderhevig. Dit neemt echter niet weg dat de middellangetermijndoelstelling naar verwachting in de loop van de programmaperiode zal worden gehaald.

In het licht van de bovenstaande verzoekt de Raad België om:

i)

de begrotingsdoelstelling voor 2007 te verwezenlijken en daarna het aanpassingstempo richting de MTD op te voeren, onder meer door minder vaak van eenmalige maatregelen gebruik te maken;

ii)

gezien de hoge schuld en de verwachte toename van de leeftijdsgebonden uitgaven beter voor de houdbaarheid van de openbare financiën op lange termijn zorg te dragen door ten minste de MTD te realiseren en hervormingen door te voeren.

Vergelijking van de belangrijkste macro-economische en budgettaire prognoses

 

 

2005

2006

2007

2008

2009

2010

Reëel BBP

(Verandering in %)

SP dec 2006

1,2

2,7

2,2

2,1

2,2

2,2

COM nov 2006

1,1

2,7

2,3

2,2

n.v.t.

n.v.t.

SP dec 2005

1,4

2,2

2,1

2,3

2,2

n.v.t.

HICP-inflatie

(%)

SP dec 2006

2,5

2,4

1,9

1,8

1,8

1,9

COM nov 2006

2,5

2,4

1,8

1,7

n.v.t.

n.v.t.

SP dec 2005

2,9

2,8

2,0

1,9

1,7

n.v.t.

Output gap

(% van het potentiële BBP)

SP dec 2006  (4)

– 0,8

– 0,3

– 0,4

– 0,4

– 0,4

– 0,3

COM nov 2006 (8)

– 1,0

– 0,6

– 0,6

– 0,7

n.v.t.

n.v.t.

SP dec 2005  (4)

– 0,8

– 0,6

– 0,6

– 0,5

– 0,4

n.v.t.

Overheidssaldo

(% van het BBP)

SP dec 2006

0,1

– 2,3  (9)

0,0

0,3

0,5

0,7

0,9

COM nov 2006

– 2,3

– 0,2

– 0,5

– 0,5

n.v.t.

n.v.t.

SP dec 2005

0,0

0,0

0,3

0,5

0,7

n.v.t.

Primair saldo

(% van het BBP)

SP dec 2006

4,3

1,9  (9)

4,1

4,2

4,1

4,1

4,2

COM nov 2006

1,9

3,9

3,4

3,2

n.v.t.

n.v.t.

SP dec 2005

4,3

4,1

4,2

4,1

4,1

n.v.t.

Conjunctuurgezuiverd saldo

(% van het BBP)

SP dec 2006  (4)

0,8

– 1,6  (9)

0,2

0,5

0,7

0,9

1,1

COM nov 2006

– 1,7

0,1

– 0,1

– 0,1

n.v.t.

n.v.t.

SP dec 2005  (4)

0,4

0,3

0,6

0,8

0,9

n.v.t.

Structureel saldo (5)

(% van het BBP)

SP dec 2006  (6)

n.v.t.

– 0,4

0,1

n.d.

n.v.t.

n.v.t.

COM nov 2006 (7)

0,2

– 0,7

– 0,2

– 0,1

n.v.t.

n.v.t.

SP dec 2005

0,0

– 0,3

0,4

0,7

0,9

n.v.t.

Bruto overheidsschuld

(% van het BBP)

SP dec 2006

91,5

93,2  (9)

87,7

89,4  (9)

83,9

85,6  (9)

80,4

82,1  (9)

76,6

78,3  (9)

72,6

74,3  (9)

COM nov 2006

93,2

89,4

86,3

83,2

n.v.t.

n.v.t.

SP dec 2005

94,3

90,7

87,0

83,0

79,1

n.v.t.

Stabiliteitsprogramma (SP); economische najaarsprognoses 2006 van de diensten van de Commissie (COM); berekeningen van de diensten van de Commissie.


(1)  PB L 209 van 2.8.1997, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1055/2005 (PB L 174 van 7.7.2005, blz. 1). Alle documenten waarnaar in deze tekst wordt verwezen, kunnen worden geraadpleegd op:

http://europa.eu.int/comm/economy_finance/about/activities/sgp/main_en.htm.

(2)  De actualisering is bijna twee weken na de in de gedragscode vastgestelde uiterste datum van 1 december ingediend.

(3)  In de in het programma opgenomen prognoses voor het overheidstekort en de overheidsschuld wordt, anders dan Eurostat op 23 oktober 2006 heeft beslist, geen rekening gehouden met het effect van de overname in 2005 van een deel van de schuld van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS). Bovendien bevat het programma geen informatie over eenmalige en andere tijdelijke maatregelen in de periode 2008-2010.

(4)  Berekeningen van de diensten van de Commissie op basis van de in het programma voorkomende informatie.

(5)  Conjunctuurgezuiverd saldo (zoals in de vorige rijen), ongerekend eenmalige en andere tijdelijke maatregelen.

(6)  Eenmalige en andere tijdelijke maatregelen uit het programma (0,6 % van het BBP in 2006 en 0,4 % in 2007, alle met een tekortverminderend effect). In het programma worden geen gegevens verstrekt over eenmalige maatregelen in andere jaren.

(7)  Eenmalige en andere tijdelijke maatregelen uit de najaarsprognoses 2006 van de diensten van de Commissie (2,0 % van het BBP in 2005, met een tekortverhogend effect; 0,8 % in 2006 en 0,1 % in 2007, beide met een tekortverminderend effect).

(8)  Op basis van een geraamde potentiële groei van achtereenvolgens 2,2 %, 2,3 %, 2,3 % en 2,2 % in de periode 2005-2008.

(9)  De in het programma voorkomende tekort- en schuldcijfers voor 2005 komen van het Belgisch Instituut voor de Nationale Rekeningen. Op 23 oktober 2006 heeft Eurostat de door België meegedeelde gegevens over het tekort en de schuld gewijzigd aangezien ze niet in overeenstemming waren met het ESR 95, in het bijzonder ten aanzien van de overname in 2005 door de overheid (Fonds voor spoorweginfrastructuur — FSI) van 7,4 miljard EUR (2,5 % van het BBP) van de schuld van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS) (zie Eurostat News Release nr. 139/2006). Volgens de regels van het ESR 95 is er sprake van een even groot effect op het overheidstekort van 2005. Het effect op de overheidsschuld aan het einde van 2005 bedraagt 5,2 miljard EUR (1,7 % van het BBP, aangezien in dat jaar een gedeeltelijke aflossing plaatsvond). De door Eurostat gewijzigde gegevens voor 2005 zijn gemarkeerd met een asterisk. De met een asterisk gemarkeerde gegevens over de overheidsschuld voor de jaren 2006 tot en met 2010 zijn „mechanisch ”aangepast door de diensten van de Commissie om deze in overeenstemming te brengen met het ESR 95. Bij deze aanpassing van de schuldcijfers is uitgegaan van de technische aanname dat de omvang van de FSI-schulden ongewijzigd blijft. In december 2006 heeft de Belgische regering de wijziging van de Belgische gegevens door Eurostat voor het Europese Gerecht van eerste aanleg aangevochten.

Bron:

Stabiliteitsprogramma (SP); economische najaarsprognoses 2006 van de diensten van de Commissie (COM); berekeningen van de diensten van de Commissie.


24.4.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 89/7


ADVIES VAN DE RAAD

van 27 maart 2007

over het geactualiseerde stabiliteitsprogramma van Spanje voor de periode 2006-2009

(2007/C 89/03)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid (1), en met name op artikel 5, lid 3,

Gezien de aanbeveling van de Commissie,

Na raadpleging van het Economisch en Financieel Comité,

BRENGT HET VOLGENDE ADVIES UIT:

(1)

Op 27 maart 2007 heeft de Raad het geactualiseerde stabiliteitsprogramma van Spanje voor de periode 2006-2009 behandeld (2).

(2)

In het macro-economische scenario dat aan het programma ten grondslag ligt, wordt ervan uitgegaan dat de reële BBP-groei zal vertragen van 3,8 % in 2006 tot gemiddeld 3,3 % gedurende de rest van de programmaperiode. Afgaande op de thans beschikbare informatie lijkt dit scenario van plausibele groeihypothesen uit te gaan. De inflatieprognoses van het programma lijken eveneens realistisch. Het voorspelde inflatieverschil ten opzichte van het eurogebied neemt weliswaar af, maar is toch nog aanzienlijk. Hoewel er op korte termijn enige opwaartse risico's aan dit scenario kleven, kunnen er zich op middellange termijn ook neerwaartse risico's voordoen die verband houden met de onevenwichtigheden in de economie, en met name de stijgende schuldenlast van de huishoudens, het toenemende tekort op de lopende rekening en de mogelijkheid dat er sneller dan in het programma wordt verwacht een einde zou komen aan de reeds geruime tijd aanhoudende sterke expansie in de woningbouw.

(3)

Het overheidsoverschot voor 2006 wordt in de najaarsprognoses 2006 van de diensten van de Commissie op 1,5 % van het BBP geschat, hetgeen volledig in overeenstemming is met de raming in het geactualiseerde stabiliteitsprogramma maar gunstig afsteekt bij de doelstelling van 0,9 % van het BBP die in de vorige actualisering van het stabiliteitsprogramma was opgenomen. Dit positieve resultaat is toe te schrijven aan hoger dan verwachte ontvangsten als gevolg van een aanzienlijke schepping van arbeidsplaatsen en forse bedrijfswinsten, die ertoe zouden hebben geleid dat de ontvangsten uit hoofde van de directe belastingen veel sterker zijn gestegen dan het nominale BBP.

(4)

In de actualisering wordt ernaar gestreefd (i) de macro-economische en budgettaire stabiliteit te handhaven, en (ii) de productiviteit te bevorderen door de infrastructuur en het menselijk en technologisch kapitaal te verbeteren. Aangenomen wordt dat het overheidsoverschot zal teruglopen van 1,4 % van het BBP in 2006 tot ongeveer 1 % in 2009. Het primaire overschot vertoont een vergelijkbaar tijdsprofiel: het zou teruglopen van 3 % van het BBP in 2006 tot 2

Formula

% in 2009. De ontvangsten zouden tijdens de programmaperiode met 0,2 % van het BBP afnemen, terwijl de primaire uitgaven met circa 0,5 % zouden toenemen, een stijging die gedeeltelijk ongedaan zou worden gemaakt door een vermindering van de rentelasten. In de vorige actualisering werden geringere overschotten voorspeld bij algemeen genomen vergelijkbare macro-economische vooruitzichten. Het verschil tussen beide actualiseringen is terug te voeren op het feit dat het feitelijke overschot in 2006 veel beter uitviel dan een jaar eerder werd verwacht, hetgeen naar verwachting positieve overloopeffecten zal hebben tijdens de programmaperiode.

(5)

Volgens de plannen zou het structurele saldo (d.w.z. het conjunctuurgezuiverde begrotingssaldo, ongerekend eenmalige en andere tijdelijke maatregelen), berekend overeenkomstig de algemeen aanvaarde methode, iets teruglopen, namelijk van ongeveer 1

Formula

% van het BBP in 2006 tot 1

Formula

% aan het einde van de programmaperiode. Evenals in de vorige actualisering van het stabiliteitsprogramma wordt in het programma als middellangetermijndoelstelling (MTD) voor de begrotingssituatie een structureel sluitende begrotingsituatie gehanteerd, die volgens het programma gedurende de gehele programmaperiode ruimschoots zou worden vastgehouden. Aangezien de MTD ambitieuzer is dan de minimumbenchmark (geraamd op een tekort van circa 1

Formula

% van het BBP), mag worden aangenomen dat de verwezenlijking ervan een veiligheidsmarge biedt die ruim genoeg is om het ontstaan van een buitensporig tekort te voorkomen. De MTD van het programma ligt binnen de marge die in het stabiliteits- en groeipact en in de gedragscode is vastgesteld voor de lidstaten die tot het eurogebied en het WKM II behoren, en is ambitieuzer dan in het licht van de schuldquote en de gemiddelde potentiële productiegroei op lange termijn noodzakelijk is.

(6)

De risico's voor de begrotingsprognoses van het programma lijken over het algemeen in evenwicht te zijn. Het macro-economische scenario dat aan de actualisering ten grondslag ligt, is aannemelijk en de prognoses voor de ontvangsten lijken op voorzichtige hypothesen te zijn gebaseerd. Aan de uitgavenzijde bestaat er enig risico op uitgavenoverschrijdingen (op het niveau van de regionale autoriteiten), mochten de zich in het verleden aftekenende tendensen in het onderwijs en de gezondheidszorg doorzetten.

(7)

In het licht van deze risicobeoordeling lijkt de begrotingsstrategie toereikend om de MTD gedurende de gehele programmaperiode vast te houden, zoals ook in het programma wordt aangenomen. Bovendien verschaft deze strategie een veiligheidsmarge die ruim genoeg is om elk programmajaar te voorkomen dat het tekort bij normale macro-economische fluctuaties de drempel van 3 % van het BBP overschrijdt. De budgettaire beleidskoers die uit het programma blijkt, strookt volledig met het stabiliteits- en groeipact.

(8)

Volgens de ramingen is de bruto overheidsschuld in 2006 gedaald tot onder de 40 % van het BBP, ruim onder de in het Verdrag vastgelegde referentiewaarde van 60 % van het BBP. In de actualisering wordt ervan uitgegaan dat de schuldquote in de programmaperiode met nog eens 8 procentpunt zal dalen.

(9)

In Spanje gaat van de vergrijzing een veel groter langetermijneffect op de begroting uit dan gemiddeld in de EU het geval is. Dit komt met name doordat de pensioenuitgaven als percentage van het BBP de komende decennia een vrij forse stijging zullen vertonen. Met een budgettaire uitgangspositie die ten opzichte van 2005 is verbeterd, kunnen de verwachte budgettaire gevolgen van de vergrijzing op lange termijn, en met name de forse stijging van de uitgaven, voor een deel, maar niet volledig worden opgevangen. Mede door de primaire overschotten op middellange termijn op een hoog niveau te houden en door verdere maatregelen te nemen om de forse stijging van de leeftijdsgerelateerde uitgaven te beteugelen, kunnen de risico's voor de houdbaarheid van de openbare financiën worden ingedamd. Al met al lijkt Spanje een middelgroot risico te lopen wat de houdbaarheid van de openbare financiën betreft.

(10)

Het stabiliteitsprogramma bevat een kwalitatieve beoordeling van de algemene gevolgen van het uitvoeringsverslag van oktober 2006 van het nationale hervormingsprogramma binnen het kader van de begrotingsstrategie op middellange termijn. Het verschaft, zij het niet systematisch, enige informatie over de rechtstreekse budgettaire kosten of besparingen van de voornaamste hervormingen waarin het nationale hervormingsprogramma voorziet, en in de begrotingsprognoses lijkt wel rekening te worden gehouden met de gevolgen van de in het nationale hervormingsprogramma geschetste maatregelen voor de openbare financiën. De in het stabiliteitsprogramma opgenomen maatregelen op het gebied van de openbare financiën lijken aan te sluiten bij de in het kader van het nationale hervormingsprogramma voorgenomen acties. In beide programma's wordt met name uitgegaan van een geleidelijke toename van de overheidsuitgaven voor O&O en van de investeringen in infrastructuur.

(11)

De in het programma uitgestippelde begrotingsstrategie is grotendeels in overeenstemming met de globale richtsnoeren voor het economisch beleid die in de geïntegreerde richtsnoeren voor de periode 2005-2008 zijn opgenomen.

(12)

Wat de in de gedragscode voor stabiliteits- en convergentieprogramma's gespecificeerde gegevensvereisten betreft, worden alle verplichte en de meeste facultatieve gegevens in het programma vermeld (3).

De Raad is van oordeel dat de begrotingssituatie op middellange termijn deugdelijk is en dat de begrotingsstrategie een goed voorbeeld vormt van een begrotingsbeleid dat strookt met het stabiliteits- en groeipact. Het handhaven van een solide begrotingssituatie, waarbij dus een expansieve budgettaire beleidskoers wordt vermeden, is belangrijk gezien de grote en toenemende externe onevenwichtigheden en het bestaande inflatieverschil ten opzichte van het eurogebied.

In het licht van de bovenstaande evaluatie, en met name de verwachte toename van de leeftijdsgerelateerde uitgaven, verzoekt de Raad Spanje de houdbaarheid van de openbare financiën op lange termijn verder te verbeteren door aanvullende maatregelen te nemen om de toekomstige gevolgen van de vergrijzing voor de uitgavenprogramma's te beperken.

Vergelijking van de belangrijkste macro-economische en budgettaire prognoses

 

2005

2006

2007

2008

2009

Reëel BBP

(verandering in %)

SP dec. 2006

3,5

3,8

3,4

3,3

3,3

COM nov. 2006 (10)

3,5

3,8

3,4

3,3

n.b.

SP dec. 2005

3,4

3,3

3,2

3,2

n.b.

HICP-inflatie  (9)(%)

SP dec. 2006  (9)

3,4

3,5

2,7

2,6

2,5

COM nov. 2006

3,4

3,6

2,8

2,7

n.b.

SP dec. 2005  (9)

4,2

3,5

3,3

3,2

n.b.

Output gap

(% van het potentiële BBP)

SP dec. 2006  (4)

0,9

0,9

1,2

1,5

1,6

COM nov. 2006 (8)

0,8

0,9

1,1

1,3

n.b.

SP dec. 2005  (4)

0,5

0,8

1,1

0,7

n.b.

Overheidssaldo

(% van het BBP)

SP dec. 2006

1,1

1,4

1,0

0,9

0,9

COM nov. 2006

1,1

1,5

1,1

0,9

n.b.

SP dec. 2005

1,0

0,9

0,7

0,6

n.b.

Primair saldo

(% van het BBP)

SP dec. 2006

2,9

3,0

2,5

2,3

2,2

COM nov. 2006

2,9

3,1

2,7

2,3

n.b.

SP dec. 2005

2,8

2,6

2,2

2,0

n.b.

Conjunctuurgezuiverd saldo

(% van het BBP)

SP dec. 2006  (4)

1,5

1,8

1,5

1,6

1,6

COM nov. 2006

1,5

1,9

1,6

1,4

n.b.

SP dec. 2005  (4)

1,2

1,2

1,2

0,9

n.b.

Structureel saldo (5)

(% van het BBP)

SP dec. 2006  (6)

1,5

1,8

1,5

1,6

1,6

COM nov. 2006 (7)

1,5

1,9

1,6

1,4

n.b.

SP dec. 2005

1,2

1,2

1,2

0,9

n.b.

Bruto overheidsschuld

(% van het BBP)

SP dec. 2006

43,1

39,7

36,6

34,3

32,2

COM nov. 2006

43,1

39,7

37,0

34,7

n.b.

SP dec. 2005

43,1

40,3

38,0

36,0

n.b.

Stabiliteitsprogramma (SP); economische najaarsprognoses 2006 van de diensten van de Commissie (COM); berekeningen van de diensten van de Commissie.


(1)  PB L 209 van 2.8.1997, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1055/2005 (PB L 174 van 7.7.2005, blz. 1). Alle documenten waarnaar in deze tekst wordt verwezen, kunnen worden geraadpleegd op:

http://europa.eu.int/comm/economy_finance/about/activities/sgp/main_en.htm.

(2)  De actualisering werd drie weken na de in de gedragscode vastgestelde uiterste datum van 1 december ingediend.

(3)  Er werden met name geen gegevens verstrekt over de HICP en de overheidsuitgaven naar functie.

(4)  Berekeningen van de diensten van de Commissie op basis van de in het programma voorkomende informatie.

(5)  Conjunctuurgezuiverd saldo (zoals in de voorgaande rijen), ongerekend eenmalige operaties en andere tijdelijke maatregelen.

(6)  Eenmalige en andere tijdelijke maatregelen uit het programma.

(7)  Eenmalige en andere tijdelijke maatregelen uit de najaarsprognoses 2006 van de diensten van de Commissie.

(8)  Op basis van een geraamde potentiële groei van respectievelijk 3,9 %, 3,8 %, 3,6 % en 3,6 % in de periode 2005-2008.

(9)  Deflator van de particuliere consumptie in plaats van HICP.

(10)  Volgens de eerste ramingen zou de groei in 2006 op 3,9 % zijn uitgekomen. Volgens de tussentijdse prognoses van de diensten van de Commissie van 16 februari 2007 zou de groei in 2007 3,7 % bedragen.

Bronnen:

Stabiliteitsprogramma (SP); economische najaarsprognoses 2006 van de diensten van de Commissie (COM); berekeningen van de diensten van de Commissie.


24.4.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 89/11


ADVIES VAN DE RAAD

van 27 maart 2007

over het convergentieprogramma van Bulgarije voor de periode 2006-2009

(2007/C 89/04)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid (1), en met name op artikel 9, lid 1,

Gezien de aanbeveling van de Commissie,

Na raadpleging van het Economisch en Financieel Comité,

BRENGT HET VOLGENDE ADVIES UIT:

(1)

Op 27 maart 2007 heeft de Raad het convergentieprogramma van Bulgarije voor de periode 2006-2009 behandeld.

(2)

Bulgarije is er mede dankzij gezonde overheidsfinanciën in geslaagd een zeer stabiel macro-economisch klimaat te scheppen. Er is sprake geweest van een krachtige, stabiele economische groei die in de afgelopen jaren is opgelopen tot circa 5

Formula

%. Wel blijft het BBP per hoofd van de bevolking (in KKP) met 32,9 % van het EU25-gemiddelde van 2005 op een laag niveau. Bulgarije heeft dus nog een behoorlijke achterstand in te lopen. Dit is voor het land de grootste uitdaging op middellange en lange termijn. Na de invoering van de currency board in 1997 is de inflatie in 1999 teruggevallen tot onder de 10 %. Wel is het desinflatieproces in de afgelopen jaren gestokt en is de CPI-inflatie in 2006 uitgekomen op 7,3 %.

(3)

Volgens het macro-economische scenario van het programma zal de reële BBP-groei hoog blijven en zelfs nog iets oplopen van 5,9 % in 2006 naar gemiddeld 6,1 % in de resterende programmaperiode. Afgaande op de thans beschikbare informatie lijkt dit scenario uit te gaan van plausibele groeihypothesen. Wel blijven de grote externe onevenwichtigheden een risicofactor voor de middellange termijn, met name nu het externe tekort in 2006 16 % van het BBP bedroeg. Wel is het tekort volledig gedekt uit de instroom van BDI. De in het programma gehanteerde inflatieprognoses lijken realistisch.

(4)

In de najaarsprognoses 2006 van de diensten van de Commissie wordt het overheidsoverschot over 2006 geraamd op 3,3 % van het BBP, terwijl in het pretoetredingsprogramma (PEP) van december 2005 nog werd gemikt op een sluitende begroting en in het convergentieprogramma wordt gerekend op een overschot van 3,2 % van het BBP. Het veel betere budgettaire resultaat is voornamelijk het gevolg van het feit dat de ontvangsten dankzij de voorzichtige PEP-ontvangstenramingen, de hogere productiegroei en de verbeterde belastinginning hoger uitvallen dan verwacht. Ook vallen de uitgaven in vergelijking met de PEP-projecties 1 % van het BBP lager uit. Dit komt vooral door lagere lopende uitgaven.

(5)

De budgettaire middellangetermijnstrategie van het convergentieprogramma is erop gericht het overheidsoverschot op 0,8 à 1,5 % van het BBP te houden om de macro-economische stabiliteit en de houdbaarheid van de overheidsfinanciën te waarborgen. In 2007 worden de budgettaire teugels behoorlijk gevierd: het begrotingsoverschot komt in dat jaar uit op 0,8 % van het BBP, tegen 3,2 % van het BBP in 2006. In 2008 en 2009 zal het overschot weer stijgen en zich stabiliseren op een niveau van 1,5 % van het BBP. Hoewel de rente-uitgaven in de programmaperiode met circa

Formula

% van het BBP dalen, loopt het primaire overschot van 4

Formula

% van het BBP in 2006 terug tot 2

Formula

% van het BBP in 2007 om daarna weer te stijgen tot circa 2

Formula

% van het BBP in 2008 en 2009. De budgettaire versoepeling in 2007 vindt bijna uitsluitend plaats aan de uitgavenzijde. De uitgaven vertonen in dat jaar namelijk een stijging van 2

Formula

% van het BBP, die in 2008 slechts gedeeltelijk teniet wordt gedaan (ongeveer

Formula

% van het BBP). De verwachte stijging van de uitgaven in 2007 vindt voornamelijk plaats bij de „overige uitgaven ”(+2

Formula

% van het BBP) en subsidies (+

Formula

% van het BBP). De stijging bij de „overige uitgaven ”hangt samen met de Bulgaarse EU-bijdrage (1

Formula

% van het BBP), met hogere uitgaven aan EU-structuurfondsprojecten (

Formula

% van het BBP), die geheel worden gedekt uit hogere EU-subsidies, en met hogere „overige lopende uitgaven ”(1 % van het BBP). De beoogde verlaging van de vennootschaps- en de inkomstenbelasting wordt bijna geheel goedgemaakt door een betere naleving van de fiscale regelgeving en een betere belastinginning. Daardoor zullen de totale ontvangsten (als percentage van het BBP) in de programmaperiode vrijwel gelijk blijven. Ook wordt in het programma erop gewezen dat in de begroting van 2007 wordt gerekend op een overheidsoverschot van 0,8 % van het BBP, maar dat bij de uitvoering van de begroting eigenlijk wordt gemikt op een hoger overschot (2 %), aangezien de begrotingswet bepaalt dat 10 % van de begrote lopende primaire uitgaven alleen mag worden verricht als het externe tekort niet verder oploopt. Dankzij aanzienlijke ontvangstenmeevallers in 2006 die doorwerken naar de daaropvolgende jaren, en dankzij iets gunstigere vooruitzichten voor de productiegroei zijn de budgettaire doelstellingen in vergelijking met het PEP van 2005 fors naar boven bijgesteld.

(6)

Aangenomen wordt dat het overeenkomstig de algemeen aanvaarde methode berekende structurele saldo (d.w.z. het conjunctuurgezuiverde saldo, ongerekend eenmalige en tijdelijke maatregelen), zal teruglopen van circa 3

Formula

% van het BBP in 2006 naar 1 % in 2007 en daarna weer zal stijgen tot rond de 2 % van het BBP in 2008 en 2009. Als bij de uitvoering van de begroting in 2007 een hoger nominaal overschot van 2 % van het BBP wordt behaald, hetgeen in het programma als een van de doelstellingen wordt aangemerkt, verloopt het aanpassingstraject gelijkmatiger. De in het programma gepresenteerde middellangetermijndoelstelling (MTD) voor de begrotingssituatie is een in de gehele programmaperiode ruimschoots vast te houden structureel budgettair evenwicht. Aangezien de MTD ambitieuzer is dan de minimumbenchmark (geraamd op een tekort van circa 1

Formula

% van het BBP), mag worden aangenomen dat de verwezenlijking ervan een veiligheidsmarge biedt die ruim genoeg is om een buitensporig tekort te voorkomen. De MTD is ambitieuzer dan in het licht van de schuldquote en de gemiddelde potentiële productiegroei op lange termijn noodzakelijk is.

(7)

Het uiteindelijke budgettaire resultaat over 2007 kan beter uitvallen dan waarop in het programma wordt gerekend, en de risico's met betrekking tot de budgettaire prognoses van 2008 en 2009 lijken elkaar min of meer in evenwicht te houden. Gelet op de goede staat van dienst als het gaat om de verwezenlijking van budgettaire doelstellingen, en gelet op de begrotingswet 2007 die voorziet in een uitgavenbeperking bij de uitvoering van de begroting, lijkt een hoger overschot over 2007 realistisch, hoewel aan de ontvangstenprognoses voor 2007 bepaalde neerwaartse risico's verbonden zijn, aangezien de lagere belastingontvangsten mogelijk niet volledig worden goedgemaakt door een betere naleving van de fiscale regelgeving en een betere belastinginning. Hoewel geen bijzonderheden worden verstrekt over de aanpassingsstrategie vanaf 2008, lijken de budgettaire doelstellingen tot het eind van de programmaperiode in grote lijnen plausibel, mits over 2007 een beter budgettair resultaat wordt behaald dan waarop momenteel wordt gerekend.

(8)

Uit de begrotingskoers van het programma blijkt dus dat de MTD in de gehele programmaperiode ruimschoots wordt vastgehouden. Bovendien verschaft deze koers een veiligheidsmarge die in de gehele programmaperiode ruim genoeg is om te voorkomen dat het tekort bij normale macro-economische fluctuaties de drempel van 3 % van het BBP overschrijdt. Het programma gaat uit van een expansief begrotingsbeleid in 2007, hetgeen in een economisch goed jaar procyclisch zou kunnen uitpakken. Dit zou niet volledig stroken met het stabiliteits- en groeipact. Met name loopt het structurele saldo ondanks de voor 2007 verwachte gunstige conjunctuur volgens het programma met circa 2

Formula

% van het BBP en volgens de najaarsprognoses 2006 van de diensten van de Commissie met 1

Formula

% terug.

(9)

Volgens de ramingen is de bruto overheidsschuld in 2006 uitgekomen op 25

Formula

% van het BBP, ruim onder de in het Verdrag vastgelegde referentiewaarde van 60 % van het BBP. In het programma wordt een daling van de schuldquote in de programmaperiode van 4 procentpunten verwacht.

(10)

Aangezien het EPC/de Commissie voor de andere lidstaten wel, maar voor Bulgarije geen langetermijnprojecties van leeftijdsgerelateerde uitgaven op basis van de gemeenschappelijke macro-economische hypothesen hebben opgesteld, is geen vergelijkbare, grondige beoordeling mogelijk van de gevolgen van de vergrijzing in Bulgarije. Gezien de huidige demografische opbouw kan echter niet worden uitgesloten dat de gevolgen ervan voor de uitgaven aanzienlijk zijn. Dankzij de budgettaire uitgangspositie met een fors structureel overschot kan de schuld in elk geval sterk worden gestabiliseerd, zelfs als geen rekening wordt gehouden met de langetermijngevolgen van de vergrijzing voor de begroting. Door de primaire overschotten op middellange termijn op een hoog niveau te houden, zouden de risico's voor de houdbaarheid van de overheidsfinanciën deels kunnen worden ondervangen.

(11)

De in het programma uitgestippelde begrotingsstrategie is gedeeltelijk in overeenstemming met de globale richtsnoeren voor het economisch beleid die in de geïntegreerde richtsnoeren voor de periode 2005-2008 zijn opgenomen. Op basis van dat programma wordt in 2007 een expansief begrotingsbeleid gevoerd, hetgeen in een economisch goede jaar procyclisch zou kunnen uitpakken, waardoor het toch al hoge externe tekort nog verder dreigt op te lopen. Daar komt nog bij dat hoewel er stappen zijn gezet om de houdbaarheid van het pensioenstelsel op lange termijn te verbeteren, maar zeer weinig concrete maatregelen worden gepresenteerd om de doelmatigheid van de overheidsuitgaven te vergroten. Dit geldt met name voor de gezondheidszorg waar de bewaking en beheersing van de uitgaven en de kwaliteit van de dienstverlening telkens weer ter discussie staan.

(12)

Wat de in de gedragscode voor stabiliteits- en convergentieprogramma's gespecificeerde gegevensvereisten betreft, vertoont het programma enkele lacunes in de verplichte en facultatieve gegevens (2).

De Raad is van oordeel dat er sprake is van een solide budgettaire middellangetermijnsituatie en dat de begrotingsstrategie een goed voorbeeld is van een begrotingsbeleid waarbij het stabiliteits- en groeipact in acht wordt genomen. Wel zou de beoogde verlaging van het begrotingsoverschot in het economisch goede jaar 2007 procyclisch kunnen uitpakken, waardoor de bestaande externe onevenwichtigheden zouden kunnen toenemen. Het bereiken van een hoger overschot van 2 % van het BBP tijdens de uitvoering van de begroting zou dat risico aanzienlijk verkleinen.

In het licht van de bovenstaande evaluatie verzoekt de Raad Bulgarije om:

i)

met het oog op de bevordering van de macro-economische stabiliteit en een indamming van het hoge externe tekort in 2007 een hoger budgettair overschot te realiseren dan momenteel in het programma gepland is, en er daarna voor te zorgen dat er sprake blijft van een solide situatie;

ii)

de doelmatigheid van de overheidsuitgaven met name via hervormingen in de gezondheidszorg verder te vergroten.

Vergelijking van de belangrijkste macro-economische en budgettaire prognoses (3)

 

 

2005

2006

2007

2008

2009

Reëel BBP

(Verandering in %)

CP jan 2007

5,5

5,9

5,9

6,2

6,1

COM nov 2006

5,5

6,0

6,0

6,2

n.b.

PEP dec 2005

5,7

5,7

5,9

5,9

n.b.

HICP-inflatie

(%)

CP jan 2007

5,0

7,4

4,0

3,0

3,0

COM nov 2006

5,0

7,0

3,5

3,8

n.b.

PEP dec 2005

4,9

6,7

3,1

2,8

n.b.

Output gap

(% van het potentiële BBP)

CP jan 2007 (4)

0,5

0,1

– 0,4

– 0,8

– 1,0

COM nov 2006 (8)

0,5

0,3

– 0,1

– 0,5

n.b.

PEP dec 2005

n.b.

n.b.

n.b.

n.b.

n.b.

Overheidssaldo

(% van het BBP)

CP jan 2007

2,4

3,2

0,8

1,5

1,5

COM nov 2006

2,4

3,3

1,8

1,7

n.b.

PEP dec 2005

1,8

0,0

– 0,2

– 0,7

n.b.

Primair saldo

(% van het BBP)

CP jan 2007

3,9

4,6

2,2

2,8

2,7

COM nov 2006

3,9

4,7

2,9

2,7

n.b.

PEP dec 2005

3,4

1,5

1,2

0,5

n.b.

Conjunctuurgezuiverd saldo

(% van het BBP)

CP jan 2007 (4)

2,1

3,2

1,0

1,9

2,0

COM nov 2006

2,1

3,2

1,8

1,9

n.b.

PEP dec 2005

n.b.

n.b.

n.b.

n.b.

n.b.

Structureel saldo (5)

(% van het BBP)

CP jan 2007 (6)

2,1

3,2

1,0

1,9

2,0

COM nov 2006 (7)

2,1

3,2

1,8

1,9

n.b.

PEP dec 2005

n.b.

n.b.

n.b.

n.b.

n.b.

Bruto overheidsschuld

(% van het BBP)

CP jan 2007

29,8

25,3

22,7

22,3

21,1

COM nov 2006

29,8

25,8

21,8

17,9

n.b.

PEP dec 2005

31,3

26,3

23,9

22,7

n.b.

Bronnen:

Convergentieprogramma (CP); economisch pretoetredingsprogramma (PEP); economische najaarsprognoses 2006 van de diensten van de Commissie (COM); berekeningen van de diensten van de Commissie.


(1)  PB L 209 van 2.8.1997, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1055/2005 (PB L 174 van 7.7.2005, blz. 1). Alle documenten waarnaar in deze tekst wordt verwezen, zijn te vinden op:

http://europa.eu.int/comm/economy_finance/about/activities/sgp/main_en.htm.

(2)  Met name ontbreken de arbeidsmarktgegevens over de gewerkte uren en informatie over de houdbaarheid op lange termijn.

(3)  Eurostat heeft de overheidsrekeningen van Bulgarije nog niet officieel aan een volledige kwaliteitsanalyse onderworpen. Kort na de gegevensmelding van 1 april 2007 zal het de cijfers over het overheidssaldo en de schuld valideren en bekendmaken.

(4)  Berekeningen van de diensten van de Commissie op basis van de in het programma voorkomende informatie.

(5)  Conjunctuurgezuiverd saldo (zoals in de voorgaande rijen), ongerekend eenmalige en tijdelijke maatregelen.

(6)  Er zijn geen eenmalige en tijdelijke maatregelen in het programma opgenomen.

(7)  Er zijn geen eenmalige en tijdelijke maatregelen in de najaarsprognoses 2006 van de diensten van de Commissie opgenomen.

(8)  Op basis van een geraamde potentiële groei van achtereenvolgens 5,8 %, 6,3 %, 6,4 % en 6,7 % in de periode 2005-2008.

Bronnen:

Convergentieprogramma (CP); economisch pretoetredingsprogramma (PEP); economische najaarsprognoses 2006 van de diensten van de Commissie (COM); berekeningen van de diensten van de Commissie.


24.4.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 89/15


ADVIES VAN DE RAAD

van 27 maart 2007

over het geactualiseerde convergentieprogramma van Letland voor de periode 2006-2009

(2007/C 89/05)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid (1), en met name op artikel 9, lid 3,

Gezien de aanbeveling van de Commissie,

Na raadpleging van het Economisch en Financieel Comité,

BRENGT HET VOLGENDE ADVIES UIT:

(1)

Op 27 maart 2007 heeft de Raad het geactualiseerde convergentieprogramma van Letland voor de periode 2006-2009 behandeld (2). De Letse regering heeft op 6 maart 2007 een plan ter bestrijding van de inflatie aangekondigd. Dat plan behelst een herziening van de begrotingsdoelstellingen, een begroting in evenwicht in 2007 en 2008 en een overschot vanaf 2009. Onderhavig advies van de Raad is evenwel gebaseerd op het convergentieprogramma.

(2)

Volgens het macro-economische scenario van het programma zal de economie een zachte landing maken met een reële BBP-groei die vertraagt van 11,5 % in 2006 tot gemiddeld 8,0 % in de resterende programmaperiode. Afgaande op de thans beschikbare informatie lijkt dit scenario uit te gaan van plausibele groeihypothesen. Niettemin is er gezien de grote externe onevenwichtigheden, de hoge inflatie en de toenemende aanwijzingen van een oververhitting van de Letse economie, een groot risico dat de macro-economische ontwikkelingen minder gunstig verlopen. De inflatieprognoses van het programma lijken enigSzins aan de optimistische kant.

(3)

Het overheidstekort over 2006 wordt in de najaarsprognoses 2006 van de diensten van de Commissie geraamd op 1,0 % van het BBP, tegen een streefcijfer van 1,5 % van het BBP in de vorige actualisering van het convergentieprogramma. In het geactualiseerde programma wordt uitgegaan van een tekort van 0,4 % van het BBP, dat gezien de meevallende ontvangsten als plausibel kan worden aangemerkt, ondanks de gevolgen van de budgettaire wijzigingen van oktober 2006 waarbij de uitgaven met naar schatting 1,5 % van het BBP zijn opgevoerd.

(4)

Het voornaamste doel van de budgettaire middellangetermijnstrategie is een geleidelijke verbetering van de budgettaire vooruitzichten en een sluitende begroting in 2010. Daartoe zal een omvangrijke consolidatie-inspanning nodig zijn gezien de verslechtering in 2006 en 2007 met bijna 1,5 procentpunt van het BBP. In 2008 en 2009 worden het nominale en het primaire saldo beide met 0,4 en 0,5 procentpunt van het BBP aangepast. In vergelijking met de vorige actualisering zijn de budgettaire doelstellingen aangescherpt, maar blijft het zwaartepunt van de aanpassing ondanks een gunstiger macro-economisch scenario op de laatste jaren van het programma liggen. Na de forse versoepeling van de uitgavenquote in 2007 wordt de begroting in 2008 en 2009 geconsolideerd door een verhoging van de ontvangstenquote met jaarlijks 0,4 procentpunt, terwijl de uitgavenquote op hetzelfde niveau wordt gehouden. De ontvangstenquote stijgt hoofdzakelijk dankzij de hogere „overige ”ontvangsten, ofwel een grotere instroom van EU-middelen. De uitgavenquote bij de bruto-investeringen in vaste activa vertoont een navenante stijging, die na 2007 vrijwel teniet wordt gedaan door een daling bij de „overige ”uitgaven (die in het programma deels betrekking hebben op consumptieve bestedingen) van 0,75 procentpunt in 2008 en bij de sociale overdrachten van een 0,5 procentpunt in 2009.

(5)

Het volgens de algemeen aanvaarde methode berekende structurele saldo (d.w.z. het conjunctuurgezuiverde saldo, ongerekend eenmalige en tijdelijke maatregelen) verslechtert van -1 % van het BBP in 2006 naar -1,75 % van het BBP in 2007 om daarna te verbeteren tot + 0,25 % in 2009. In het programma wordt als middellangetermijndoelstelling (MTD) voor de begrotingssituatie een structureel tekort van 1 % van het BBP gehanteerd, waarbij evenals in de vorige actualisering ernaar wordt gestreefd om deze doelstelling rond 2008 te bereiken. Aangezien de MTD ambitieuzer is dan de minimumbenchmark (geraamd op een tekort van circa 2 % van het BBP), mag worden aangenomen dat de verwezenlijking ervan een veiligheidsmarge tegen het ontstaan van een buitensporig tekort zal bieden. De MTD ligt binnen de marge die in het stabiliteits- en groeipact en in de gedragscode is vastgesteld voor de lidstaten die tot het eurogebied en het WKM II behoren, en houdt afdoende rekening met de schuldquote en de gemiddelde potentiële productiegroei op lange termijn.

(6)

De aan de begrotingsprognoses in het programma verbonden risico's lijken elkaar voor 2007 min of meer in evenwicht te houden, maar vanaf 2008 kunnen de begrotingsresultaten door de risico's van het macro-economische scenario slechter uitvallen dan waarop in het programma wordt gerekend. De begrotingsstrategie berust op een stijging van de ontvangstenquote en op een daling van de quote van de sociale overdrachten en de „overige ”uitgaven (die in het programma deels betrekking hebben op consumptieve bestedingen), die beter onderbouwd had mogen worden aangezien een formeel middellangetermijnkader voor de planning en beheersing van de overheidsfinanciën volgens de actualisering pas vanaf 2008 wordt ingevoerd.

(7)

In het licht van deze risicobeoordeling is het niet uitgesloten dat de begrotingsstrategie van het programma niet volstaat om de MTD in 2008 te verwezenlijken, zoals in het programma wordt aangenomen. Toch lijkt deze een veiligheidsmarge te verschaffen die ruim genoeg is om gedurende de gehele programmaperiode te voorkomen dat het tekort bij normale macro-economische fluctuaties de drempel van 3 % van het BBP overschrijdt. Behalve voor 2007 strookt het uit het programma blijkende tempo van de aanpassing richting de MTD in grote lijnen met het stabiliteits- en groeipact, dat voorschrijft dat in goede economische tijden een grotere aanpassing moet worden bewerkstelligd, terwijl in slechte economische tijden een minder zware inspanning toelaatbaar is. In het economisch gunstige jaar 2007 komt de MTD echter duidelijk verder weg te liggen, hetgeen niet strookt met het stabiliteits- en groeipact. Om een stabiel macro-economisch convergentieproces in de hand te werken en de risico's op een onevenwichtige economische groei te verkleinen, zou de structurele aanpassing in de programmaperiode juist naar voren moeten worden geschoven.

(8)

Overeenkomstig het stabiliteits- en groeipact moeten „grote structurele hervormingen ”met een verifieerbare positieve invloed op de houdbaarheid van de overheidsfinanciën op lange termijn in aanmerking worden genomen bij de vaststelling van het aanpassingstraject richting de MTD. De in het programma geschetste budgettaire middellangetermijnstrategie behelst een tijdelijke afwijking van het aanpassingstraject richting de MTD in 2007. In het programma wordt erop gewezen dat het aandeel van de sociale premies in het overheidssaldo door de lopende pensioenhervormingen geleidelijk zal dalen en dat de bijdrage aan de pensioenregeling die deel uitmaakt van de tweede pijler, zal oplopen van 0,4 % van het BBP in 2006 naar 1,7 % van het BBP in 2009. Gecorrigeerd voor de gevolgen van de gefaseerde invoering van de pensioenhervormingen zou het structurele saldo voor 2007 met 0,5 % van het BBP verslechteren, en in 2008 met 1,5 % en in 2009 met 1,25 % van het BBP verbeteren. Ook al mag bij de beoordeling van het aanpassingstraject richting de MTD rekening worden gehouden met de nettokosten van de pensioenhervormingen, toch strookt de aanpassing in 2007 niet met het pact, zelfs als deze kosten in aanmerking worden genomen. Voorts kunnen de in het programma vermelde hervormingen in de gezondheidszorg en publieke investeringsprojecten niet worden betiteld als structurele hervormingen waarop een tijdelijke afwijking kan worden gebaseerd, aangezien deze maatregelen onvoldoende zijn uitgewerkt en in het programma niet wordt aangetoond dat daarmee de houdbaarheid van de overheidsfinanciën op lange termijn duidelijk gunstig wordt beïnvloed.

(9)

Volgens de ramingen is de bruto overheidsschuld in 2006 uitgekomen op 10,7 % van het BBP, ruim onder de in het Verdrag vastgelegde referentiewaarde van 60 % van het BBP. De schuldquote daalt in de programmaperiode met 1,3 procentpunt en komt uit op 9,4 % in 2009.

(10)

Van de vergrijzing gaat in Letland een geringer langetermijneffect op de begroting uit dan gemiddeld in de EU het geval is, omdat verwacht wordt dat de leeftijdsgerelateerde uitgaven als percentage van het BBP in de komende decennia onder invloed van het uitgavenbeperkende effect van de hervormingen in het pensioenstelsel zullen teruglopen. De huidige brutoschuld ligt in Letland op een zeer laag niveau en met de in het convergentieprogramma beoogde verbetering van de structurele begrotingssituatie zouden de risico's voor de houdbaarheid van de overheidsfinanciën op lange termijn deels kunnen worden ondervangen. Al met al lijkt Letland weinig risico te lopen wat de houdbaarheid van de overheidsfinanciën betreft.

(11)

Het convergentieprogramma bevat een kwalitatieve beoordeling van de algemene gevolgen van het verslag van oktober 2006 over de uitvoering van het nationale hervormingsprogramma binnen het kader van de begrotingsstrategie op middellange termijn. Daarnaast verschaft het informatie over de rechtstreekse budgettaire kosten of besparingen van de voornaamste hervormingen waarin het nationale hervormingsprogramma voorziet, en wordt in de begrotingsprognoses expliciet rekening gehouden met de gevolgen van de in het nationale hervormingsprogramma geschetste maatregelen voor de overheidsfinanciën. De in het convergentieprogramma opgenomen maatregelen op het gebied van de overheidsfinanciën lijken aan te sluiten bij de in het kader van het nationale hervormingsprogramma voorgenomen acties. Met name wordt in beide programma's melding gemaakt van een duidelijke stijging van de publieke investeringen en bevat het convergentieprogramma een toelichting op de te nemen maatregelen om de institutionele kenmerken van de overheidsfinanciën te verbeteren, waaronder de invoering van het meerjarig begrotingskader.

(12)

De begrotingsstrategie van het programma is slechts gedeeltelijk in overeenstemming met de globale richtsnoeren voor het economisch beleid die in de geïntegreerde richtsnoeren voor de periode 2005-2008 zijn opgenomen. Met name wordt met de beoogde begrotingskoers de houdbaarheid van de externe rekening onvoldoende bevorderd.

(13)

Wat de in de gedragscode voor stabiliteits- en convergentieprogramma's gespecificeerde gegevensvereisten betreft, bevat het programma alle verplichte en de meeste facultatieve gegevens (3). Wel bevat standaardtabel 2 een aantal inconsistenties.

De Raad is van oordeel dat de verslechtering van de begrotingssituatie in 2007 niet strookt met een voorzichtig, op een duurzame convergentie gericht begrotingsbeleid waarmee onder meer de externe onevenwichtigheden en de inflatie worden ingedamd. In de jaren daarna wordt in verband met de vooruitzichten op een krachtige groei gerekend op vooruitgang richting de MTD, maar de budgettaire doelstellingen zijn niet ambitieus en er bestaat gevaar dat ze vanaf 2008 niet worden gehaald.

Gezien de bovenstaande evaluatie verzoekt de Raad Letland om:

(i)

de risico's op macro-economische instabiliteit te verkleinen door een strikte uitvoering, als onderdeel van een bredere hervormingsstrategie, van de maatregelen om voor 2007 een duidelijk beter budgettair resultaat te bereiken dan in het programma is voorzien. Voortbouwend hierop, dienen ook zo spoedig mogelijk maatregelen te worden getroffen om in de daaropvolgende jaren een consolidatie te realiseren die verder gaat dan de MTD;

(ii)

een duidelijker en bindender middellangetermijnkader voor de planning en beheersing van de overheidsfinanciën vast te stellen.

Als het op 6 maart 2007 aangekondigde plan volledig wordt uitgevoerd, zou dat een belangrijke stap in de goede richting zijn.

Vergelijking van de belangrijkste macro-economische en budgettaire prognoses

 

2005

2006

2007

2008

2009

Reëel BBP

(Verandering in %)

CP jan 2007

10,2

11,5

9,0

7,5

7,5

COM nov 2006

10,2

11,0

8,9

8,0

n.b.

CP nov 2005

8,4

7,5

7,0

7,0

n.b.

HICP-inflatie

(%)

CP jan 2007

6,9

6,6

6,4

5,2

4,2

COM nov 2006

6,9

6,7

5,8

5,4

n.b.

CP nov 2005

6,9

5,6

4,3

3,5

n.b.

Output gap

(% van het potentiële BBP)

CP jan 2007  (4)

0,0

1,8

1,3

– 0,5

– 2,0

COM nov 2006 (8)

– 0,2

1,1

0,4

– 1,0

n.b.

CP nov 2005 (4)

0,8

0,4

– 0,5

– 1,1

n.b.

Overheidssaldo (9)

(% van het BBP)

CP jan 2007

0,1

– 0,4

– 1,3

– 0,9

– 0,4

COM nov 2006

0,1

– 1,0

– 1,2

– 1,2

n.b.

CP nov 2005

– 1,5

– 1,5

– 1,4

– 1,3

n.b.

Primair saldo (9)

(% van het BBP)

CP jan 2007

0,7

0,2

– 0,8

– 0,4

0,1

COM nov 2006

0,7

– 0,4

– 0,7

– 0,7

n.b.

CP nov 2005

– 0,7

– 0,8

– 0,6

– 0,6

n.b.

Conjunctuurgezuiverd saldo (9)

(% van het BBP)

CP jan 2007  (4)

0,1

– 0,9

– 1,7

– 0,8

0,2

COM nov 2006

0,2

– 1,3

– 1,3

– 0,9

n.b.

CP nov 2005  (4)

– 1,7

– 1,6

– 1,3

– 1,0

n.b.

Structureel saldo (5)  (9)

(% van het BBP)

CP jan 2007  (6)

0,1

– 0,9

– 1,7

– 0,8

0,2

COM nov 2006 (7)

0,2

– 1,3

– 1,3

– 0,9

n.b.

CP nov 2005

– 1,7

– 1,6

– 1,3

– 1,0

n.b.

Bruto overheidsschuld

(% van het BBP)

CP jan 2007

12,1

10,7

10,5

10,6

9,4

COM nov 2006

12,1

11,1

10,6

10,3

n.b.

CP nov 2005

13,1

14,9

13,6

14,7

n.b.

Convergentieprogramma (CP); economische najaarsprognoses 2006 van de diensten van de Commissie (COM); berekeningen van de diensten van de Commissie.


(1)  PB L 209 van 2.8.1997, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1055/2005 (PB L 174 van 7.7.2005, blz. 1). Alle documenten waarnaar in deze tekst wordt verwezen, zijn te vinden op:

http://europa.eu.int/comm/economy_finance/about/activities/sgp/main_en.htm.

(2)  Door de formatie van een nieuwe regering in november 2006 na de algemene verkiezingen in oktober is de actualisering zes weken na de in de gedragscode gestelde termijn van 1 december ingediend.

(3)  Met name ontbreken de subcomponenten van de stock-flow adjustment en een aantal gegevens over de houdbaarheid van de overheidsfinanciën op lange termijn.

(4)  Berekeningen van de diensten van de Commissie op basis van de in het programma voorkomende informatie.

(5)  Conjunctuurgezuiverd saldo (zoals in de vorige rijen), ongerekend eenmalige en tijdelijke maatregelen.

(6)  Er zijn geen eenmalige en tijdelijke maatregelen in het programma opgenomen.

(7)  Er zijn geen eenmalige en tijdelijke maatregelen in de najaarsprognoses 2006 van de diensten van de Commissie opgenomen.

(8)  Op basis van een geraamde potentiële groei van achtereenvolgens 9,3 %, 9,6 %, 9,6 % en 9,5 % in de periode 2005-2008.

(9)  In het tekort is rekening gehouden met de nettokosten van de lopende pensioenhervormingen (invoering van een tweede pijler). De kosten worden geraamd op 0,3 % van het BBP in 2005, 0,4 % van het BBP in 2006, 0,6 % van het BBP in 2007, 1,3 % van het BBP in 2008 en 1,5 % van het BBP in 2009. Gecorrigeerd voor de gevolgen van de gefaseerde invoering van de pensioenhervormingen verslechtert het structurele saldo volgens het programma in 2007 met 0,6 % van het BBP en verbetert het in 2008 met 1,6 % en in 2009 met 1,2 %.

Bronnen:

Convergentieprogramma (CP); economische najaarsprognoses 2006 van de diensten van de Commissie (COM); berekeningen van de diensten van de Commissie.


24.4.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 89/19


ADVIES VAN DE RAAD

van 27 maart 2007

over het convergentieprogramma van Roemenië voor de periode 2006-2009

(2007/C 89/06)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid (1), en met name op artikel 9, lid 1,

Gezien de aanbeveling van de Commissie,

Na raadpleging van het Economisch en Financieel Comité,

BRENGT HET VOLGENDE ADVIES UIT:

(1)

Op 27 maart 2007 heeft de Raad het convergentieprogramma van Roemenië voor de periode 2006-2009 behandeld.

(2)

De voorbije vijf jaar heeft Roemenië een krachtige economische groei doorgemaakt, maar het BBP per hoofd (uitgedrukt in KKS) is er met 34 % van het gemiddelde van de EU-25 in 2005 nog steeds laag. Er dient bijgevolg nog een grote inhaalbeweging te worden gemaakt, en dit is dan ook verreweg de voornaamste uitdaging waar Roemenië op middellange en lange termijn voor staat. In 2001-2005 was er sprake van een verbetering van de macro-economische stabiliteit, hetgeen tot uiting kwam in een scherpe en aanhoudende daling van de inflatie en in de consolidatie van de openbare financiën. In 2006 bedroeg de gemiddelde inflatie 6,6 %.

(3)

Volgens het macro-economische scenario dat aan het programma ten grondslag ligt, zal de reële BBP-groei geleidelijk teruglopen van ruim boven het potentiële groeicijfer van 8 % in 2006 tot een nog steeds hoog cijfer van 5,9 % in 2009. Afgaande op de thans beschikbare informatie lijkt dit scenario van plausibele groeihypothesen uit te gaan. De programmaprognoses voor de inflatie lijken aan de lage kant, aangezien wordt aangenomen dat er zich een gestage vertraging van de kredietgroei en van de toename van de particuliere consumptie zal voordoen, een ontwikkeling die kan uitblijven. Anders dan in het programma wordt in de najaarsprognoses 2006 van de diensten van de Commissie uitgegaan van een verdere stijging van het externe tekort in 2007 en 2008 omdat de invoer sneller blijft toenemen dan de uitvoer als gevolg van de krachtige particuliere consumptie en investeringsactiviteit.

(4)

In de najaarsprognoses 2006 van de diensten van de Commissie werd het overheidstekort voor 2006 op 1,4 % van het BBP geraamd, terwijl in het economisch pretoetredingsprogramma van december 2005 van een tekortdoelstelling van 0,7 % van het BBP werd uitgegaan. In het convergentieprogramma wordt het tekort thans op 2,3 % van het BBP geschat. De ontsporing ten opzichte van de oorspronkelijke doelstelling is het gevolg van aanzienlijke extra uitgaven (met name lopende bestedingen wegens een reallocatie van niet-verrichte investeringsuitgaven), die de sterker dan verwachte groei van de ontvangsten ruimschoots neutraliseerden.

(5)

De voornaamste doelstelling van het programma bestaat erin de begrotingsconsolidatie voort te zetten zodat de middellange termijndoelstelling van een structureel tekort (d.w.z. het conjunctuurgezuiverde tekort, ongerekend eenmalige en andere tijdelijke maatregelen) van 0,9 % van het BBP in 2011, dus na afloop van de programmaperiode, wordt gehaald. Het programma mikt op een kleine reductie van het overheidstekort van 2,3 % van het BBP in 2006 tot 2 % van het BBP in 2009, na een toename van het tekort tot 2,7 % van het BBP in 2007. Verwacht wordt dat het primaire tekort eenzelfde ontwikkeling te zien zal geven en aan het einde van de programmaperiode 1 % van het BBP zal bedragen.

(6)

De aan het einde van de programmaperiode plaatsvindende, marginale aanpassing wordt gerealiseerd doordat de ontvangstenquote iets sterker stijgt dan de uitgavenquote (bijna 4 procentpunt tegen 3

Formula

procentpunt). De stijging van de ontvangstenquote is grotendeels toe te schrijven aan de belastingen (vooral in 2007) en aan de „andere ontvangsten ”(vermoedelijk in verband met de instroom van EU-middelen). De toename van de uitgavenquote is in belangrijke mate terug te voeren op een zeer forse stijging van de overheidsinvesteringen, die volgens de plannen ruimschoots zouden verdubbelen als percentage van het BBP ten gevolge van een verwachte aanzienlijke toename van de besteding van EU-middelen. De begrotingsdoelstellingen zijn veel minder ambitieus in vergelijking met het economische pretoetredingsprogramma van december 2005, ondanks het feit dat er sprake is van vergelijkbare onderliggende groeihypothesen.

(7)

Het volgens de algemeen aanvaarde methode berekende structurele tekort (d.w.z. het conjunctuurgezuiverde tekort, ongerekend eenmalige en andere tijdelijke maatregelen) zou verder verslechteren van 3 % van het BBP in 2006 tot circa 3

Formula

% van het BBP in 2007 en vervolgens wederom verbeteren tot 2

Formula

% van het BBP in 2009. Zoals gezegd, wordt in het programma als middellange termijndoelstelling (MTD) voor de begrotingssituatie een structureel tekort van 0,9 % van het BBP gehanteerd, dat volgens het programma in 2011, dus na afloop van de programmaperiode, zou worden gerealiseerd. Aangezien de MTD ambitieuzer is dan de minimumbenchmark (geraamd op een tekort van 1

Formula

% van het BBP), mag worden aangenomen dat de verwezenlijking ervan een veiligheidsmarge tegen het ontstaan van een buitensporig tekort zal bieden. De MTD houdt afdoende rekening met de schuldquote en de gemiddelde potentiële productiegroei op lange termijn.

(8)

De aan de begrotingsprognoses in het programma verbonden risico's lijken elkaar in 2007 min of meer in evenwicht te houden, maar daarna kunnen de begrotingsresultaten slechter uitvallen dan waarop in het programma wordt gerekend. In 2007 kunnen zowel de uitgaven als de ontvangsten lager uitkomen dan gepland: de uitgaven omdat de investeringsplannen van de overheid naar alle waarschijnlijkheid niet zullen worden verwezenlijkt, en de ontvangsten omdat de economische activiteit fiscaal minder intensief is geweest dan volgens de optimistische inschatting, die overigens tot op zekere hoogte lijkt te berusten op de maatregelen tot hervorming van het belastingstelsel die onlangs zijn doorgevoerd. Vanaf 2008 is de begrotingsstrategie onvoldoende gepreciseerd, waarbij er in 2009 sprake is van een volatiele ontwikkeling van diverse uitgavenposten en niet nader omschreven bezuinigingen. De ontsporingen van de uitgaven in de afgelopen jaren als gevolg van veelvuldige begrotingswijzigingen, de onzekerheid omtrent het totale bedrag van de vergoeding die de overheid aan burgers zal moeten betalen omdat ten tijde van het communistische regime genationaliseerde eigendommen niet zijn teruggegeven, en de mogelijke kwijtschelding van onafgeloste schulden van staatsbedrijven aan de overheid houden een risico van uitgavenoverschrijdingen in, ook al zullen de geplande investeringsuitgaven wellicht niet volledig worden gerealiseerd. Bovendien is het niet uitgesloten dat, zoals in het verleden al is gebeurd, het teveel aan begrotingsmiddelen dat voor investeringen is uitgetrokken, voor consumptieve doeleinden wordt aangewend, met alle negatieve gevolgen van dien voor de kwaliteit van de overheidsuitgaven.

(9)

In het licht van deze risicobeoordeling lijkt de in het programma uitgestippelde begrotingsstrategie niet te volstaan om de MTD binnen de programmaperiode te verwezenlijken, zoals ook in het programma wordt aangenomen. Bovendien lijkt deze strategie geen veiligheidsmarge te verschaffen die ruim genoeg is om gedurende de gehele programmaperiode te voorkomen dat het tekort bij normale macro-economische fluctuaties de drempel van 3 % van het BBP overschrijdt. Het uit het programma blijkende aanpassingstempo richting de MTD is ontoereikend en dient sterk te worden opgevoerd om te stroken met het stabiliteits- en groeipact, dat voorschrijft dat in goede economische tijden een grotere aanpassing moet worden bewerkstelligd, terwijl in slechte economische tijden een minder zware inspanning toelaatbaar is. Meer in het bijzonder is er in een context van goede tijden sprake van een volledig aan het einde van de programmaperiode plaatsvindende, marginale structurele verbetering waarbij er zich in 2007 een verslechtering voordoet, terwijl de geplande aanpassing met name in 2009 niet door concrete maatregelen wordt onderbouwd.

(10)

De bruto overheidsschuld zou in 2006 op ongeveer 13 % van het BBP zijn uitgekomen en is daarmee ruim onder de in het Verdrag vastgelegde referentiewaarde van 60 % van het BBP gebleven. Volgens het programma zal de schuldquote gedurende de programmaperiode met circa 1 procentpunt van het BBP dalen.

(11)

Bij gebreke van de langetermijnprognoses van de leeftijdsgebonden uitgaven op grond van de gemeenschappelijke macro-economische voorspellingen uitgevoerd door het EPC/de Commissie, is het niet mogelijk om het effect van de vergrijzing in Roemenië op een vergelijkbare en solide basis te berekenen zoals thans wordt gedaan voor de andere lidstaten, waarvoor de prognoses op deze grondslag wel beschikbaar zijn. Gezien de huidige demografische structuur valt evenwel niet uit te sluiten dat van de vergrijzing een aanzienlijk effect op de uitgaven zal uitgaan. De door een groot structureel tekort gekenmerkte budgettaire uitgangspositie volstaat niet om de schuld te stabiliseren, nog afgezien van de budgettaire gevolgen op lange termijn van de vergrijzing. Een verbetering van de structurele begrotingssituatie op middellange termijn zou de risico's voor de houdbaarheid van de openbare financiën kunnen helpen beperken.

(12)

De in het programma uitgestippelde begrotingsstrategie is gedeeltelijk in overeenstemming met de globale richtsnoeren voor het economisch beleid die in de geïntegreerde richtsnoeren voor de periode 2005-2008 zijn opgenomen. Met name de begrotingsaanpassing richting de MTD is ontoereikend en moet tijdens de programmaperiode aanzienlijk worden geïntensiveerd. Bovendien dragen de in het programma geschetste begrotingsstrategie, en met name het feit dat de budgettaire teugels tot 2007 worden gevierd, en de beperkte begrotingsconsolidatie in de periode daarna, bij tot meer problemen inzake beheersing, onder meer die in verband met de noodzaak van aanhoudend hoge groei, om de inflatiedaling te ondersteunen en de groei van het externe tekort, dat in 2006 naar schatting tot 10,3 % van het BBP zou zijn opgelopen, te beteugelen.

(13)

Wat de in de gedragscode voor stabiliteits- en convergentieprogramma's gespecificeerde gegevensvereisten betreft, vertoont het programma enkele lacunes in de verplichte en facultatieve gegevens (2).

De Raad is van oordeel dat in het programma tegen de achtergrond van bijzonder gunstige groeivooruitzichten en een toenemend extern tekort wordt uitgegaan van een procyclische beleidsversoepeling in 2007. De vorderingen richting de MTD zijn ontoereikend en vinden aan het eind van de programmaperiode plaats, pas vanaf 2009, en de MTD zou volgens de plannen overigens pas na afloop van de programmaperiode worden gehaald. Vanaf 2008 is de verwezenlijking van de begrotingsdoelstellingen bovendien aan risico's onderhevig. In het licht van de bovenstaande evaluatie verzoekt de Raad Roemenië om:

i)

de goede tijden te benutten om het aanpassingstempo richting de MTD aanzienlijk op te voeren door in 2007 en de daaropvolgende jaren ambitieuzere begrotingsdoelstellingen na te streven; Een verbetering van de structurele begrotingssituatie op middellange termijn zou de risico's voor de houdbaarheid van de openbare financiën kunnen helpen beperken;

ii)

de voorgenomen sterke verhoging van de overheidsuitgaven in de hand te houden en de samenstelling ervan te herzien teneinde het groeipotentieel te bevorderen, alsook de planning en uitvoering van de overheidsuitgaven binnen een bindend middellange termijnkader te verbeteren.

Vergelijking van de belangrijkste macro-economische en budgettaire prognoses (3)

 

2005

2006

2007

2008

2009

Reëel BBP

(Verandering in %)

CP jan. 2007

4,1

8,0

6,5

6,3

5,9

COM nov. 2006

4,1

7,2

5,8

5,6

n.b.

PEP dec. 2005

5,7

6,0

6,3

6,5

n.b.

HICP-inflatie

(%)

CP jan. 2007

9,1

6,6

4,5

4,3

3,2

COM nov 2006

9,1

6,8

5,1

4,6

n.b.

PEP dec. 2005

9,0

7,0

5,0

3,6

n.b.

Output gap

(% van het potentiële BBP)

CP jan. 2007 (4)

0,2

2,1

2,2

1,9

1,1

COM nov. 2006 (8)

0,4

1,9

1,5

1,0

n.b.

PEP dec. 2005

n.b.

n.b.

n.b.

n.b.

n.b.

Overheidssaldo

(% van het BBP)

CP jan. 2007

– 1,5

– 2,3

– 2,7

– 2,6

– 2,0

COM nov. 2006

– 1,5

– 1,4

– 2,6

– 2,6

n.b.

PEP dec. 2005

– 0,4

– 0,7

– 1,0

– 1,6

n.b.

Primair saldo

(% van het BBP)

CP jan. 2007

– 0,4

– 1,2

– 1,6

– 1,5

– 1,0

COM nov. 2006

– 0,3

– 0,4

– 1,7

– 1,7

n.b.

PEP dec. 2005

0,8

0,4

0,0

– 0,6

n.b.

Conjunctuurgezuiverd saldo

(% van het BBP)

CP jan. 2007 (4)

– 1,5

– 3,0

– 3,4

– 3,2

– 2,3

COM nov. 2006

– 1,6

– 2,0

– 3,1

– 2,9

n.b.

PEP dec. 2005

n.b.

n.b.

n.b.

n.b.

n.b.

Structureel saldo (5)

(% van het BBP)

CP jan. 2007 (6)

– 1,5

– 3,0

– 3,4

– 3,2

– 2,3

COM nov. 2006 (7)

– 1,6

– 2,0

– 3,1

– 2,9

n.b.

PEP dec. 2005

n.b.

n.b.

n.b.

n.b.

n.b.

Bruto overheidsschuld

(% van het BBP)

CP jan. 2007

15,9

12,8

13,5

12,6

11,7

COM nov. 2006

15,9

13,7

13,9

14,4

n.b.

PEP dec. 2005

17,1

15,1

14,6

14,6

n.b.

Bronnen:

Convergentieprogramma (CP); economisch pretoetredingsprogramma (PEP); economische najaarsprognoses 2006 van de diensten van de Commissie (COM); berekeningen van de diensten van de Commissie.


(1)  PB L 209 van 2.8.1997, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1055/2005 (PB L 174 van 7.7.2005, blz. 1). Alle documenten waarnaar in deze tekst wordt verwezen, kunnen worden geraadpleegd op:

http://europa.eu.int/comm/economy_finance/about/activities/sgp/main_en.htm.

(2)  Met name de gegevens over de subcomponenten van de stock-flow adjustment en de bijdragen van arbeid, kapitaal en de totale factorproductiviteit tot de potentiële BBP-groei ontbreken.

(3)  Eurostat heeft de overheidsrekeningen van Roemenië officieel nog niet aan een volledige kwaliteitsbeoordeling onderworpen. Kort na de kennisgeving van 1 april 2007 zal Eurostat de gegevens over het overheidssaldo en de overheidsschuld bekendmaken en valideren.

(4)  Berekeningen van de diensten van de Commissie op basis van de in het programma voorkomende informatie.

(5)  Voor de conjunctuur gecorrigeerd saldo (zoals in de vorige rijen), ongerekend eenmalige en andere tijdelijke maatregelen.

(6)  Er zijn geen eenmalige en andere tijdelijke maatregelen in het programma opgenomen.

(7)  Er zijn geen eenmalige en andere tijdelijke maatregelen in de najaarsprognoses 2006 van de diensten van de Commissie opgenomen.

(8)  Op basis van een geraamde potentiële groei van achtereenvolgens 5,6 %, 5,7 %, 6,1 % en 6,2 % in de periode 2005-2008.

Bronnen:

Convergentieprogramma (CP); economisch pretoetredingsprogramma (PEP); economische najaarsprognoses 2006 van de diensten van de Commissie (COM); berekeningen van de diensten van de Commissie.


II Mededelingen

MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN EN ORGANEN VAN DE EUROPESE UNIE

Commissie

24.4.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 89/23


Bekendmaking van een aanvraag overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen

(2007/C 89/07)

Deze bekendmaking verleent het recht om op grond van artikel 7 van Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad (1) bezwaar aan te tekenen tegen de aanvraag. Bezwaarschriften moeten de Commissie bereiken binnen zes maanden te rekenen vanaf de datum van deze bekendmaking.

SAMENVATTING

VERORDENING (EG) Nr. 510/2006 VAN DE RAAD

„CARNE DE BÍSARO TRANSMONTANO ”of „CARNE DE PORCO TRANSMONTANO”

EG-nummer: PT/PDO/005/0457/20.04.2005

BOB ( X ) BGA ( )

Deze samenvatting bevat de belangrijkste gegevens uit het productdossier ter informatie.

1.   Bevoegde dienst van de lidstaat:

Naam:

Instituto de Desenvolvimento Rural e Hidráulica

Adres:

Av. Afonso Costa, n.o3

P-1949-002 Lisboa

Tel.:

(351) 21 844 22 00

Fax:

(351) 21 844 22 02

E-mail:

idrha@idrha.min-agricultura.pt

2.   Groepering:

Naam:

ANCSUB — Associação Nacional de Criadores de Suínos de Raça Bísara

Adres:

Edifício da Casa do Povo

Largo do Toural

P-5320-311 Vinhais

Tel.:

(351) 273 771 340

Fax:

(351) 273 770 048

E-mail:

ancsub@bisaro.info

Samenstelling:

Producenten/verwerkers ( X ) Andere samenstelling ( )

3.   Productcategorie:

Categorie 1.1 — Vers vlees (en verse slachtafvallen)

4.   Productdossier:

(Samenvatting van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 510/2006 voorgeschreven gegevens)

4.1.   Naam: „Carne de Bísaro Transmontano ”of „Carne de Porco Transmontano ”

4.2.   Beschrijving: Vlees dat verkregen wordt bij het slachten van biggen of bij het uitsnijden van karkassen van biggen van het ras Bísaro, die zijn gehouden in een traditioneel, semi-extensief systeem en zijn gevoed met producten en bijproducten van de plaatselijke landbouw. De karkassen van dieren die worden geslacht vóór ze 45 dagen oud zijn (speenvarkens), wegen maximaal 12 kg. Het vlees van de dieren is licht gemarmerd, sappig en zacht, het heeft een witte en harmonieuze structuur, het is consistent, niet te vet en toch zacht. De karkassen van dieren die worden geslacht zodra zij acht maanden oud zijn (gecastreerde mannelijke dieren of vrouwelijke dieren), hebben een gewicht van ten minste 60 kg, en worden ingedeeld in klasse R, O of P. De spierkleur is lichtrood, het vet roze. Het vlees is niet te vet, gestreept, zeer sappig en zacht en heeft een vaste textuur. Bij het grillen heeft het vlees een kenmerkende smaak als gevolg van de productiemethode en het soort diervoeder.

4.3.   Geografisch gebied: In verband met de traditionele productiemethode, de knowhow op het gebied van de voeding van de dieren, de samenstelling van de grond en de bodem- en klimaatomstandigheden is het productiegebied (waar de varkens worden geboren, opgefokt, gemest, geslacht en waar het vlees uiteindelijk wordt versneden en verpakt) van „carne de porco transmontano ”beperkt tot de gemeenten Alfândega da Fé, Bragança, Carrazeda de Anciães, Freixo de Espada à Cinta, Macedo de Cavaleiros, Miranda do Douro, Mirandela, Mogadouro, Torre de Moncorvo, Vila Flor, Vimioso en Vinhais in het district Bragança en de gemeenten Alijó, Boticas, Chaves, Mesão Frio, Mondim de Basto, Montalegre, Murça, Régua, Ribeira de Pena, Sabrosa, Santa Marta de Penaguião, Valpaços, Vila Pouca de Aguiar en Vila Real in het district Vila Real. Het diervoeder is afkomstig uit het betrokken geografische gebied, met uitzondering van een deel van het complete mengvoeder dat uitsluitend wordt gebruikt voor het voederen van fokzeugen en dat normaal maximaal 5 % uitmaakt van de jaarlijkse voederopname.

4.4.   Bewijs van oorsprong: De varkens, de slachthuizen, de verwerkingsbedrijven, de uitsnijderijen en de verpakkingsbedrijven moeten zijn gecertificeerd en erkend door de groepering na advies van de controle-instantie, en moeten gelegen zijn in het betrokken gebied. Het volledige productieproces, van het bedrijf waar de grondstoffen worden vervaardigd, tot de bedrijven waar de producten worden verkocht, worden streng gecontroleerd om volledige traceerbaarheid van het product te garanderen. Het certificeringsmerk dat op elk karkas en elk stuk vlees wordt aangebracht, heeft een nummer, teneinde volledige traceerbaarheid naar het bedrijf van oorsprong te garanderen. De oorsprong van het product moet in elk stadium van de productieketen worden gegarandeerd door middel van het volgnummer, dat deel uitmaakt van het certificeringsmerk.

4.5.   Werkwijze voor het verkrijgen van het product: De houderijmethode is gebaseerd op oude en traditionele productiemethoden die in het gebied worden toegepast en die van generatie op generatie zijn doorgegeven. De bedrijven beschikken over voldoende grond om het voeder voor de dieren te produceren of de dieren te laten weiden. Alleen in de winter worden de dieren op stal gezet. In oktober en november worden de dieren naar de kastanjebossen gebracht waar zij zich kunnen voeden met de afgevallen kastanje. Het voeder is zeer gevarieerd en hangt af van de jaarlijkse oogsten. Het is gebaseerd op een mengsel van granen (normaal tarwe, maïs, rogge en haver) dat het hele jaar door wordt verstrekt maar dat wordt aangevuld met pompoenen, rapen, aardappelen, beetwortels, diverse soorten fruit, suikermaïs, kool, gedroogd voeder, groenvoeder en kastanjes. Na het slachten worden de karkassen gedurende ten minste 24 uur bewaard bij 7 °C (+/-1°C) en vervolgens geleidelijk gekoeld tot 2 °C. De karkassen mogen niet worden bevroren totdat zij aan de consument worden verkocht. De pH van het vlees bedraagt 5,95 tot 45 minuten na het slachten en 5,56 na 24 uur. Het vlees wordt, ongeacht de leeftijd waarop de dieren zijn geslacht, op twee manieren in de handel aangeboden:

als gemerkte en geïdentificeerde karkassen of halve karkassen, voorzien van een fraudebestendige en onuitwisbare vermelding van de oorsprongsbenaming en van het certificeringsmerk;

in al dan niet uitgesneden delen, verpakt in materiaal dat speciaal bestemd is voor normale verpakking of CA-verpakking, of in vacuümverpakking, voorzien van een etiket en van een fraudebestendig en onuitwisbaar certificeringsmerk.

Het slachten, het verdelen in voeten, het versnijden en het verpakken mogen uitsluitend plaatsvinden in daartoe erkende installaties in het productiegebied, aangezien de varkens groter zijn en anders zijn gebouwd dan andere varkens, waardoor de voorzieningen in het slachthuis ook groter moeten zijn dan normaal en de geslachte dieren kunnen worden geschroeid in plaats van gewoon gebrand. Wegens de bijzondere aard van de karkassen moeten het verdelen in voeten en het uitsnijden worden verricht door gespecialiseerde vaklui die uit commercieel oogpunt optimaal werk leveren en deelstukken produceren die de kenmerkende marmering van het vet in het vlees vertonen en terzelfder tijd weinig oppervlakkig vet hebben. In verband met de geproduceerde hoeveelheden zijn de in dergelijke karkassen gespecialiseerde slagers uitsluitend te vinden in het oorsprongsgebied.

Na het verdelen in voeten en het uitsnijden, wordt het vlees onmiddellijk verpakt om te voorkomen dat het ranzig wordt of andere chemische — vooral als gevolg van het vetgehalte — of microbiologische wijzigingen ondergaat wanneer het niet onmiddellijk zou worden beschermd en naar behoren gekoeld, of dat de pH, die hoger is dan normaal, zou worden gewijzigd.

Om evenwel de fysieke en sensorische kenmerken te garanderen, wordt „carne de porco transmontano ”systematisch gecontroleerd door specialisten voordat het wordt verpakt voor de eindconsument, waarbij vooral aandacht wordt besteed aan de versheid en de marmering van het product; een product dat niet aan de eisen voldoet, wordt niet op de markt gebracht.

4.6.   Verband: Dat de varkenshouderij in het gebied reeds lang bestaat en zeer belangrijk is, blijkt uit het bestaan van diverse standbeelden van dieren en verwijzingen in diverse stadsregisters naar de varkenshouderij en de producten daarvan. Het fokken van Bísarovarkens is van zeer groot belang voor de instandhouding van zowel de traditionele productiesystemen als de kleine familiebedrijven. De dieren worden gehouden in een extensief systeem dat zeer goed is afgestemd op de plattelandssituatie, het harde klimaat en de plaatselijke voedermiddelen. De bevleesdheid van het karkas, de hoeveelheid en de verdeling van het vet en de smaak en het aroma van het vlees houden rechtstreeks verband met de wijze waarop de dieren worden gehouden en gevoederd, met name met het vervoederen van kastanjes. Het verband tussen het product en de regio komt voort uit het inheemse ras, de bestaande bodem- en klimaatomstandigheden, de veehouderijmethode en de lokale producten waarmee de dieren worden gevoederd, aangezien het vlees door de combinatie daarvan zijn specifieke organoleptische kenmerken krijgt.

4.7.   Controlestructuur:

Naam:

Tradição e Qualidade — Associação Interprofissional para Produtos Agro-Alimentares de Trás-os-Montes

Adres:

Av. 25 de Abril, 273 S/L

P-5370-202 Mirandela

Tel.:

(351) 278 261 410

Fax:

(351) 278 261 410

E-mail:

tradição-qualidade@clix.pt

De traditie en de kwaliteit zijn in overeenstemming met de eisen van norm 45011:2001

4.8.   Etikettering: Ongeacht de wijze waarop het vlees wordt aangeboden of verpakt, moet elk stuk vlees of elk karkas de onderstaande vermelding dragen, bovenop de vermelding die verplicht is op grond van de algemene wetgeving „Carne de Bísaro Transmontano — Denominação de Origem Protegida ”of „Carne de Porco Transmontano — Denominação de Origem Protegida”. Wanneer het vlees is verpakt, moet het ook voorzien zijn van het communautaire logo en het specifieke logo voor producten uit Vinhais (zie de onderstaande afbeelding). In de etikettering moet ook het certificeringsmerk voorkomen, met de naam van het product en de desbetreffende vermelding, de inspectiedienst en het volgnummer.


(1)  PB L 93 van 31.3.2006, blz. 12.


24.4.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 89/26


Bekendmaking van een wijzigingsverzoek overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen

(2007/C 89/08)

Deze bekendmaking verleent het recht om op grond van artikel 7 van Verordening (EG) nr. 510/2006 (1) bezwaar aan te tekenen tegen de aanvraag. Bezwaren moeten de Commissie binnen zes maanden na deze bekendmaking bereiken.

WIJZIGINGSVERZOEK

VERORDENING (EG) Nr. 510/2006 VAN DE RAAD

Verzoek tot wijziging overeenkomstig artikel 9 en artikel 17, lid 2

„OLIVES NOIRES DE NYONS”

EG-nummer: FR/PDO/117/0374/04.11.2003

BOB ( X ) BGA ( )

Gevraagde wijziging(en):

Rubriek(en) van het productdossier:

Image

Naam van het product

Image

Beschrijving

X

Geografisch gebied

Image

Bewijs van oorsprong

Image

Werkwijze voor het verkrijgen van het product

Image

Verband

Image

Etikettering

X

Nationale eisen

Wijziging(en):

Geografisch gebied

De zin „Het productiegebied bestrijkt een deel van de departementen Drôme en Vaucluse „moet worden vervangen door ”Het gebied waar de olijven worden geteeld en verwerkt, bestrijkt de volgende gemeenten:

departement Drôme:

kanton Nyons: Arpavon, Aubres, Châteauneuf-de-Bordette, Condorcet, Curnier, Eyroles, Mirabel-aux-Baronnies, Montaulieu, Nyons, Le Pègue, Piégon, Les Pilles, Rousset-les-Vignes, Saint-Ferréol-Trente-Pas, Saint-Maurice-sur-Eygues, Saint-Pantaléon-les-Vignes, Venterol, Vinsobres.

kanton Buis-les-Baronnies: Beauvoisin, Benivay-Ollon, Buis-les-Baronnies, Eygaliers, Mérindol-les-Oliviers, Mollans-sur-Ouvèze, La Penne-sur-l'Ouvèze, Pierrelongue, Plaisians, Propiac, La Roche-sur-le-Buis, Vercoiran.

kanton Remuzat: Montréal-les-Sources, Saint-May, Sahune, Villeperdrix.

kanton Saint-Paul-Trois-Châteaux: Tulette.

departement Vaucluse:

kanton Malaucène: Brantes, Entrechaux, Malaucène (sectie AI).

kanton Vaison-la-Romaine: Buisson, Cairanne, Crestet, Faucon, Puymeras, Rasteau, Roaix, Séguret, Saint-Marcellin-lès-Vaison, Saint-Romain-en-Viennois, Saint-Roman-de-Malegarde, Vaison-la-Romaine, Villedieu.

kanton Valréas: Valréas, Visan.”

Met deze wijziging wordt het voor de benaming afgebakende productiegebied verkleind door schrapping van zes gemeenten van het departement Drôme (Bouchet, Montbrison-sur-Lez, Montbrun-les-bains, Reilhanette, Rochebrune en Sainte-Jalle) en twee gemeenten van het departement Vaucluse (Saint-Léger-du-Ventoux en Savoillan). Deze wijziging wordt voorgesteld omdat de juiste landbouwpraktijken niet voorhanden zijn en de lokale bodem- en klimaatomstandigheden niet geschikt zijn voor de productie van de olijven waarvoor de benaming zou gelden.

Nationale eisen:

De tekst „Décret du 10 janvier 1994”moet worden vervangen door „Décret relatif à l'appellation d'origine contrôlée ”„Olives Noires de Nyons (decreet inzake de gecontroleerde oorsprongsbenaming „Olives Noires de Nyons””).

SAMENVATTING

VERORDENING (EG) Nr. 510/2006 VAN DE RAAD

„OLIVES NOIRES DE NYONS”

EG-nummer: FR/PDO/117/0374/04.11.2003

BOB ( X ) BGA ( )

Deze samenvatting bevat de belangrijkste gegevens uit het productdossier ter informatie.

1.   Bevoegde dienst van de lidstaat:

Naam:

Institut National des Appellations d'Origine

Adres:

51, rue d'Anjou

F-75008 Paris

Tel.:

(33) 1 53 89 80 00

Fax:

(33) 01 42 25 57 97

E-mail:

info@inao.gouv.fr

2.   Groepering:

Naam:

Syndicat Interprofessionnel de l'Olive de Nyons et des Baronnies

Adres:

B.P. no 9

F-26110 Nyons

Tel.:

(33) 04 75 26 95 00

Fax:

(33) 04 75 26 23 16

E-mail:

syndicat.tanche@wanadoo.fr

Samenstelling:

Producenten/verwerkers ( X ) andere ( )

3.   Productcategorie:

Categorie 1.6 — Fruit

4.   Productdossier

(Samenvatting van de bij artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 510/2006 voorgeschreven gegevens)

4.1   Naam: „Olives Noires de Nyons”

4.2   Beschrijving: Deze licht gerimpelde olijven van ten minste 14 mm hebben een typische donkere kleur, die plaatselijk „monnikspijkleur ”wordt genoemd.

Vijf procent van de olijven mogen een grootte van ten minste 13 mm hebben.

4.3   Geografisch gebied: Het productie- en verwerkingsgebied van de olijven bestaat uit de onderstaande gemeenten van de departementen Drôme en Vaucluse.

Departement Drôme:

Kanton Nyons: Arpavon, Aubres, Châteauneuf-de-Bordette, Condorcet, Curnier, Eyroles, Mirabel-aux-Baronnies, Montaulieu, Nyons, Le Pègue, Piégon, Les Pilles, Rousset-les-Vignes, Saint-Ferréol-Trente-Pas, Saint-Maurice-sur-Eygues, Saint-Pantaléon-les-Vignes, Venterol, Vinsobres.

Kanton Buis-les-Baronnies: Beauvoisin, Benivay-Ollon, Buis-les-Baronnies, Eygaliers, Mérindol-les-Oliviers, Mollans-sur-Ouvèze, La Penne-sur-l'Ouvèze, Pierrelongue, Plaisians, Propiac, La Roche-sur-le-Buis, Vercoiran.

Kanton Remuzat: Montréal-les-Sources, Saint-May, Sahune, Villeperdrix.

Kanton Saint-Paul-Trois-Châteaux: Tulette.

Departement Vaucluse:

Kanton Malaucène: Brantes, Entrechaux, Malaucène (sectie AI).

Kanton Vaison-la-Romaine: Buisson, Cairanne, Crestet, Faucon, Puymeras, Rasteau, Roaix, Séguret, Saint-Marcellin-lès-Vaison, Saint-Romain-en-Viennois, Saint-Roman-de-Malegarde, Vaison-la-Romaine, Villedieu.

Kanton Valréas: Valréas, Visan.

4.4   Bewijs van oorsprong: Enkel olijven waarvoor het Institut national des appellation d'origine (Nationaal Instituut tot Bescherming van de Oorsprongsbenamingen — INAO) een erkenning heeft verleend overeenkomstig de nationale regelgeving voor de erkenning van olijventeeltproducten die in aanmerking komen voor een gecontroleerde oorsprongsbenaming, mogen onder de gecontroleerde oorsprongsbenaming „Olives Noires de Nyons ”in de handel worden gebracht.

Elke handeling voor de vervaardiging van de grondstof en de verwerking van de olijven moet worden uitgevoerd binnen het afgebakende geografische grondgebied.

Voor de productie van de grondstof geldt de volgende procedure:

identificatie van een perceel aan de hand van een lijst van percelen die, op basis van criteria met betrekking tot de inplanting van de olijfbomen en de productieomstandigheden, geschikt zijn bevonden voor de productie van de „Olives Noires de Nyons”,

een jaarlijks door de producent opgestelde oogstaangifte, met opgave van het productieareaal, de geoogste hoeveelheid olijven (binnen de vastgestelde maximumopbrengst) en de bestemming van de olijven (olieslagerij, plaats van verwerking).

De procedure voor de verwerking verloopt als volgt:

indiening van een productieaangifte, waarin jaarlijks de totale hoeveelheid verwerkt product wordt aangegeven,

indiening van een aanvraag voor een erkenning aan de hand waarvan kan worden nagegaan op welke plaats en in welke recipiënten de betrokken producten zijn opgeslagen.

Met het oog op de vaststelling van de kwaliteit en de typische kenmerken van de olijven wordt aan het einde van de procedure op elke partij een analytisch en organoleptisch onderzoek verricht.

Ten slotte moeten alle handelaren die een erkenning hebben gekregen, jaarlijks een voorraadaangifte indienen.

4.5   Werkwijze voor het verkrijgen van het product: Deze olijven zijn van de variëteit „Tanche ”en worden geteeld op percelen die geschikt zijn voor de olijventeelt. Na de pluk in november en december worden de olijven op grootte gesorteerd. De kleinste zijn bestemd voor de productie van olijfolie. Het ontbitteren van de olijven vindt aan de hand van de traditionele methoden plaats in de binnen het geografisch gebied gelegen verwerkingsbedrijven.

4.6   Verband:

De olijventeelt in deze regio gaat terug tot de verre oudheid en was tot het begin van de twintigste eeuw een zeer bedrijvige nijverheidstak. Vooral de concurrentie van uit graan geproduceerde olie heeft deze activiteit tot een bijverdienste herleid. Na de strenge vorst in de winter van 1956 hebben de telers de krachten gebundeld om de verdwijning van deze branche en van het erfgoed dat ermee gepaard gaat, een halt toe te roepen. In 1968 werd Olive Noire de Nyons door de rechtbank van Valence als oorsprongsbenaming erkend.

De Tanche-olijf is typisch voor deze streek en gedijt bijzonder goed in de zeer wisselende lokale klimaatomstandigheden. Dankzij de vakkennis en het doorzettingsvermogen van de telers kon deze traditionele productietak behouden blijven.

4.7.   Controlestructuur:

Naam:

Institut National des Appellations d'Origine

Adres:

51, rue d'Anjou

F-75008 Paris

Tel.:

(33) 01 53 89 80 00

Fax:

(33) 01 42 25 57 97

E-mail:

info@inao.gouv.fr


Naam:

D.G.C.C.R.F.

Adres:

59, Bd V. Auriol

F-75703 Paris Cedex 13

Tel.:

(33) 01 44 97 29 60

Fax:

(33) 01 44 97 30 37

E-mail:

C3@dgccrf.finances.gouv.fr

4.8   Etikettering: De etiketten op de verpakking van de olijven met de beschermde oorsprongsbenaming „Olives Noires de Nyons ”moeten, naast de voor voedingsmiddelen voorgeschreven vermeldingen, het volgende vermelden:

de vermelding „Olives noires de Nyons”;

de vermelding „Appellation d'origine contrôlée ”of „AOC”. Mocht er op het etiket, afgezien van het adres, een andere firmanaam of merknaam voorkomen, dan moet die naam worden herhaald tussen de woorden „appellation ”en „contrôlée”.

De bovenstaande vermeldingen moeten duidelijk bij elkaar op hetzelfde etiket worden geplaatst.

Zij moeten worden aangebracht in duidelijk leesbare, onuitwisbare en voldoende grote letters opdat zij goed uitkomen tegen de achtergrond waarop zij zijn gedrukt en duidelijk kunnen worden onderscheiden van de andere aanduidingen en tekeningen.


(1)  PB L 93 van 31.3.2006, blz. 12.


24.4.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 89/30


Goedkeuring van de steunmaatregelen van de staten in het kader van de bepalingen van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag

Gevallen waartegen de Commissie geen bezwaar maakt

(2007/C 89/09)

Datum waarop het besluit is genomen

22.3.2007

Nummer van de steunmaatregel

N 379/05 en N 211/06

Lidstaat

Spanje

Regio

Alle regio's (N 379/2005) en Andalucia (N 211/2006)

Benaming (en/of naam van de begunstigde)

Medidas urgentes para paliar los daños provocados en el sector agrario por la sequía y otras adversidades climáticas

Rechtsgrond

„Real Decreto Ley 10/2005, de 20 de junio, por el que se adoptan medidas urgentes para paliar los daños producidos en el sector agrario por la sequía y otras adversidades climáticas”, y „Orden de 9 de septiembre de 2005, de la Consejería de Agricultura y Pesca por la que se establecen normas para la aplicación de las medidas para paliar los daños producidos en el sector agrario por la sequía, en el desarrollo de las normas que citan”

Aard van de maatregel

Regeling

Doelstelling

Vergoeding van de schade aan de landbouwproductie ten gevolge van de droogte in 2005

Vorm waarin de steun wordt verleend

Verlichting van de fiscale en sociale lasten, begrotingslijnen voor preferentieel krediet, vrijstelling van de heffing op het waterverbruik voor het begrotingsjaar 2005

Begrotingsmiddelen

Steunmaatregel N 379/2005: 750 miljoen EUR (68,8 miljoen EUR subsidie-equivalent). Steunmaatregel N 211/2006: 15 miljoen EUR

Steunintensiteit

Maximum 100 % van de geleden verliezen

Looptijd

Afhankelijk van de looptijd van de leningen

Betrokken economische sector(en)

Landbouw

Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent

Ministerio de Agricultura, Pesca y Alimentación

Paseo Infanta Isabel 1

E-28014 Madrid

Consejería de Agricultura y Pesca

Junta de Andalucía

C/ Tabladilla, s/n

E-41071 Sevilla

Andere informatie

De tekst van de beschikking in de authentieke ta(a)l(en), waaruit de vertrouwelijke gegevens zijn geschrapt, is beschikbaar op site:

http://ec.europa.eu/community_law/state_aids/

Datum waarop het besluit is genomen

22.3.2007

Nummer van de steunmaatregel

N 71/06

Lidstaat

Italië

Regio

Emilia-Romagna

Benaming (en/of naam van de begunstigde)

Piano operativo regionale per l'attuazione di interventi finalizzati alla prevenzione ed al sostegno del settore ovino colpito da encefalopatie spongiformi trasmissibili — TSE (scrapie ovina).

Rechtsgrond

Legge 27 dicembre 2002, n. 289 (Disposizioni per la formazione del bilancio annuale e pluriannuale dello Stato — Legge finanziaria 2003), art. 68, comma 4.

Deliberazione n. 1786 della Giunta regionale del 7 novembre 2005

Aard van de maatregel

Regeling

Doelstelling

Investeringen in landbouwbedrijven; dierziekten

Vorm waarin de steun wordt verleend

Subsidies

Begrotingsmiddelen

580 036,87 EUR

Steunintensiteit

Variabele bedragen of percentages van 40 tot 60 %

Looptijd

Tot eind 2011

Betrokken economische sector(en)

Landbouw

Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent

Regione Emilia-Romagna

Direzione generale Agricoltura

Servizio Produzioni animali

Andere informatie

De tekst van de beschikking in de authentieke ta(a)l(en), waaruit de vertrouwelijke gegevens zijn geschrapt, is beschikbaar op site:

http://ec.europa.eu/community_law/state_aids/

Datum waarop het besluit is genomen

5.3.2007

Nummer van de steunmaatregel

N 161/06

Lidstaat

Letland

Regio

Benaming (en/of naam van de begunstigde)

„Atbalsts kartupeļu gaišās gredzenpuves ierobežošanai un apakarošanai”

Rechtsgrond

Ministru kabineta 2006. gada 3. janvāra noteikumi Nr. 21 „Noteikumi par valsts atbalstu lauksaimniecībai 2006. gadā un tā piešķiršanas kārtība”(Publicēts: Latvijas Vēstnesis Nr. 14; 24.01.2005.)

Lauksaimniecības un lauku attīstības likums (24.04.2004.) (Publicēts: Latvijas Vēstnesis Nr. 64; 23.04.2004.)

Ministru kabineta 2005. gada 26. jūlija noteikumi Nr. 569 „Kartupeļu gaišās gredzenpuves apakarošanas un izplatības ierobežošanas kārtība”

Ministru kabineta 2003. gada 12. augusta noteikumi Nr. 446 „Kartupeļu sēklaudzēšanas un sēklas kartupeļu tirdzniecības noteikumi”

Aard van de maatregel

Steunregeling

Doelstelling

Ringrot bij aardappelen bestrijden en uitroeien

Vorm waarin de steun wordt verleend

Steun ter bestrijding van plantenziekten

Begrotingsmiddelen

Totale begroting: 2 529 000 LVL

Steunintensiteit

50 %-100 %

Looptijd

tot eind 2008

Betrokken economische sector(en)

Landbouw

Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent

Lauku atbalsta dienests

Republikas laukums 2

LV-1981, Rīga

Andere informatie

De tekst van de beschikking in de authentieke ta(a)l(en), waaruit de vertrouwelijke gegevens zijn geschrapt, is beschikbaar op site:

http://ec.europa.eu/community_law/state_aids/

Datum waarop het besluit is genomen

14.3.2007

Nummer van de steunmaatregel

N 164/06

Lidstaat

Spanje

Regio

Benaming (en/of naam van de begunstigde)

Ayudas a las organizaciones interprofesionales del sector alimentario

Rechtsgrond

Real Decreto 1225/2005, de 13 de octubre, por el que se establecen las bases reguladoras par la concesión de las subvenciones a las organizaciones interprofesionales agroalimentarias.

Proyecto de Orden de 2007 por la que hace pública, para el ejercicio 2007, la convocatoria de ayudas destinadas a las organizaciones interprofesionales agroalimentarias.

Aard van de maatregel

Regeling

Doelstelling

De ontwikkeling van activiteiten inzake technische steunverlening en van promotieactiviteiten door interprofessionele organisaties

Vorm waarin de steun wordt verleend

Rechtstreekse subsidie

Begrotingsmiddelen

2 500 000 EUR in 2007

Steunintensiteit

Variabel

Looptijd

2007-2013

Betrokken economische sector(en)

Landbouw

Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent

Secretario General de Agricultura y Alimentación

Ministerio de Agricultura, Pesca y Alimentación

Paseo Infanta Isabel, 1

E-28071 Madrid

Andere informatie

De tekst van de beschikking in de authentieke ta(a)l(en), waaruit de vertrouwelijke gegevens zijn geschrapt, is beschikbaar op site:

http://ec.europa.eu/community_law/state_aids/

Datum waarop het besluit is genomen

22.3.2007

Nummer van de steunmaatregel

N 260/06

Lidstaat

Spanje

Regio

Cantabria

Benaming (en/of naam van de begunstigde)

Ayudas compensatorias de los daños provocados por la sequía en el sector agrícola en Cantabria en 2005.

Rechtsgrond

Proyecto de Orden de la Consejería de Ganadería, Agricultura y Pesca por la que se establecen las base reguladoras y la convocatoria para 2006, de las ayudas por pérdidas en la agricultura ocasionadas por la sequía en Cantabria en 2005

Aard van de maatregel

Regeling

Doelstelling

Steun ter vergoeding van de verliezen die de landbouwers ten gevolge van ongunstige weersomstandigheden hebben geleden

Vorm waarin de steun wordt verleend

Rechtstreekse subsidie

Begrotingsmiddelen

9 507 872 EUR

Steunintensiteit

Variabel

Looptijd

1 jaar

Betrokken economische sector(en)

Landbouw

Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent

Consejería de Ganadería, Agricultura y Pesca del Gobierno de Cantabria

C/ Gutiérrez Solana, s/n.

E-39011 Santander (Cantabria)

Andere informatie

De tekst van de beschikking in de authentieke ta(a)l(en), waaruit de vertrouwelijke gegevens zijn geschrapt, is beschikbaar op site:

http://ec.europa.eu/community_law/state_aids/

Datum waarop het besluit is genomen

5.3.2007

Nummer van de steunmaatregel

N 313/06

Lidstaat

Tsjechië

Regio

Regio Královéhradecký

Benaming (en/of naam van de begunstigde)

Závazná pravidla Královéhradeckého kraje pro poskytování finančních příspěvků na hospodaření v lesích a způsobu kontroly jejich využití

Rechtsgrond

Zákon č. 289/1995 Sb., o lesích a o změně a doplnění některých zákonů § 46, odst. 1–5 a § 47 odst. 5

Závazná pravidla Královehradeckého kraje pro poskytování finančních příspěvků na hospodaření v lesích a způsobu kontroly jejich využití

Aard van de maatregel

Steunregeling

Doelstelling

Steun voor de bosbouw

Vorm waarin de steun wordt verleend

Rechtstreekse subsidie

Begrotingsmiddelen

Totaal: 155 000 000 CZK (ongeveer 5 721 390 EUR)

Steunintensiteit

Tot 100 %

Looptijd

1.1.2007-31.12.2013

Betrokken economische sector(en)

Landbouw (Bosbouw)

Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent

Královéhradecký kraj

Česká republika

Andere informatie

De tekst van de beschikking in de authentieke ta(a)l(en), waaruit de vertrouwelijke gegevens zijn geschrapt, is beschikbaar op site:

http://ec.europa.eu/community_law/state_aids/

Datum waarop het besluit is genomen

14.3.2007

Nummer van de steunmaatregel

N 436/06

Lidstaat

Litouwen

Regio

Benaming (en/of naam van de begunstigde)

Pagalba biodyzelino gamybos plėtojimui

Rechtsgrond

Lietuvos Respublikos biokuro ir bioalyvų įstatymas (Žin., 2000, Nr. 64-1940; 2004, Nr. 28-870)

Biokuro gamybos ir naudojimo skatinimo 2004-2010 metais programa, patvirtinta Lietuvos Respublikos Vyriausybės 2004 m. rugpjūčio 26 d. nutarimu Nr. 1056 (Žin., 2004 Nr. 133-4786)

Aard van de maatregel

Steunregeling

Doelstelling

Het gebruik van milieuvriendelijke brandstof bevorderen

Vorm waarin de steun wordt verleend

Rechtstreekse subsidie

Begrotingsmiddelen

Totale begroting: 118 290 000 LTL

Steunintensiteit

Tot 100 %

Looptijd

Zes jaar na goedkeuring door de Commissie

Betrokken economische sector(en)

Landbouw

Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent

Lietuvos Respublikos žemės ūkio ministerija,

Gedimino pr. 19,

LT-01103 Vilnius

Andere informatie

De tekst van de beschikking in de authentieke ta(a)l(en), waaruit de vertrouwelijke gegevens zijn geschrapt, is beschikbaar op site:

http://ec.europa.eu/community_law/state_aids/

Datum waarop het besluit is genomen

22.3.2007

Nummer van de steunmaatregel

N 36/07

Lidstaat

Spanje

Regio

Benaming (en/of naam van de begunstigde)

Ayudas para la renovación del parque nacional de tractores

Rechtsgrond

Proyecto de Real Decreto

Aard van de maatregel

Regeling

Doelstelling

De technische hulpmiddelen voor het landbouwbedrijf verbeteren

Vorm waarin de steun wordt verleend

Rechtstreekse subsidie

Begrotingsmiddelen

8 000 000 EUR per jaar

Steunintensiteit

Variabel

Looptijd

Tot eind 2009

Betrokken economische sector(en)

Landbouw

Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent

Ministerio de Agricultura, Pesca y Alimentación

Paseo Infanta Isabel, 1

E-28071 Madrid

Andere informatie

De tekst van de beschikking in de authentieke ta(a)l(en), waaruit de vertrouwelijke gegevens zijn geschrapt, is beschikbaar op site:

http://ec.europa.eu/community_law/state_aids/

Datum waarop het besluit is genomen

14.3.2007

Nummer van de steunmaatregel

N 53/07

Lidstaat

Italië

Regio

Friuli Venezia Giulia

Benaming (en/of naam van de begunstigde)

Interventi nelle zone agricole colpite da calamità naturali (venti impetuosi del 29 giugno 2006 nella provincia di Pordenone)

Rechtsgrond

Decreto legislativo n. 102/2004

Aard van de maatregel

Regeling

Doelstelling

Ongunstige weersomstandigheden

Vorm waarin de steun wordt verleend

Subsidies

Begrotingsmiddelen

Er wordt verwezen naar regeling NN 54/A/04

Steunintensiteit

Tot 100 %

Looptijd

Tot alle betalingen zijn verricht

Betrokken economische sector(en)

Landbouw

Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent

Andere informatie

De tekst van de beschikking in de authentieke ta(a)l(en), waaruit de vertrouwelijke gegevens zijn geschrapt, is beschikbaar op site:

http://ec.europa.eu/community_law/state_aids/

Datum waarop het besluit is genomen

14.3.2007

Nummer van de steunmaatregel

N 54/07

Lidstaat

Italië

Regio

Friuli Venezia Giulia

Benaming (en/of naam van de begunstigde)

Interventi nelle zone agricole danneggiate (siccità dal 7 giugno 2006 al 3 agosto 2006)

Rechtsgrond

Decreto legislativo n. 102/2004

Aard van de maatregel

Steunregeling

Doelstelling

Vergoeding van de schade aan de landbouwvoorzieningen ten gevolge van ongunstige weersomstandigheden

Vorm waarin de steun wordt verleend

Rechtstreekse subsidie

Begrotingsmiddelen

Er wordt verwezen naar de goedgekeurde regeling (NN 54/A/04)

Steunintensiteit

Tot 80 %

Looptijd

Tot alle betalingen zijn verricht

Betrokken economische sector(en)

Landbouw

Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent

Ministero delle Politiche agricole, alimentari e forestali

Via XX settembre, 20

I-00187 Roma

Andere informatie

Maatregel ter uitvoering van de door de Commissie in het kader van staatssteundossier NN 54/A/04 goedgekeurde regeling (Brief van de Commissie C(2005)1622 def. van 7 juni 2005)

De tekst van de beschikking in de authentieke ta(a)l(en), waaruit de vertrouwelijke gegevens zijn geschrapt, is beschikbaar op site:

http://ec.europa.eu/community_law/state_aids/


24.4.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 89/37


Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie

(Zaak nr. COMP/M.4566 — Carrefour-Marinopoulos/Credicom/CMCC)

(Voor de EER relevante tekst)

(2007/C 89/10)

Op 22 februari 2007 heeft de Commissie besloten geen bezwaar aan te tekenen tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de gemeenschappelijke markt te verklaren. Deze beschikking is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad. De volledige tekst van de beschikking is slechts beschikbaar in het Engels en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:

op de website „concurrentie ”van de Europese Commissie (http://ec.europa.eu/comm/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende mogelijkheden om individuele concentratiebeschikkingen op te zoeken, onder meer op bedrijfsnaam, nummer van de zaak, datum en sector;

in elektronische vorm op de EUR-Lex website onder documentnummer 32007M4566. EUR-Lex is het geïnformatiseerde documentatiesysteem voor de communautaire wetgeving. (http://eur-lex.europa.eu)


IV Informatie

INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN EN ORGANEN VAN DE EUROPESE UNIE

Commissie

24.4.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 89/38


Wisselkoersen van de euro (1)

23 april 2007

(2007/C 89/11)

1 euro=

 

Munteenheid

Koers

USD

US-dollar

1,3557

JPY

Japanse yen

160,91

DKK

Deense kroon

7,4521

GBP

Pond sterling

0,67800

SEK

Zweedse kroon

9,1979

CHF

Zwitserse frank

1,6423

ISK

IJslandse kroon

87,58

NOK

Noorse kroon

8,1070

BGN

Bulgaarse lev

1,9558

CYP

Cypriotische pond

0,5817

CZK

Tsjechische koruna

28,026

EEK

Estlandse kroon

15,6466

HUF

Hongaarse forint

245,13

LTL

Litouwse litas

3,4528

LVL

Letlandse lat

0,7016

MTL

Maltese lira

0,4293

PLN

Poolse zloty

3,7798

RON

Roemeense leu

3,3382

SKK

Slowaakse koruna

33,533

TRY

Turkse lira

1,8205

AUD

Australische dollar

1,6277

CAD

Canadese dollar

1,5225

HKD

Hongkongse dollar

10,5946

NZD

Nieuw-Zeelandse dollar

1,8210

SGD

Singaporese dollar

2,0514

KRW

Zuid-Koreaanse won

1 255,58

ZAR

Zuid-Afrikaanse rand

9,5538

CNY

Chinese yuan renminbi

10,4722

HRK

Kroatische kuna

7,4000

IDR

Indonesische roepia

12 322,64

MYR

Maleisische ringgit

4,6392

PHP

Filipijnse peso

64,464

RUB

Russische roebel

34,9550

THB

Thaise baht

43,983


(1)  

Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.


INITIATIEVEN VAN DE LIDSTATEN

24.4.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 89/39


AUTORITEITEN BEVOEGD VOOR DE REGISTRATIE VAN DE TEELTCONTRACTEN VOOR TABAK

(2007/C 89/12)

Publicatie van de lijst als bedoeld in artikel 171 quater sexdecies van Verordening (EG) nr. 1973/2004 van de Commissie van 29 oktober 2004 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad, wat de steunregeling voor tabak betreft.

BULGARIJE

1.

Tobacco Fund Regional Unit

ul. Balgariya 14, ofis 504

Smolyan District

BG-4700 Smolyan

2.

Tobacco Fund Regional Unit

ul. Vasil Levski 67, et. 1, st. 9

Razgrad District

BG-7400 Isperih

3.

Tobacco Fund Regional Unit

ul. Petar Beron 2

Burgas District

BG-8500 Aytos

4.

Tobacco Fund Regional Unit

ul. Tsar Osvoboditel 4, ofis 2

Haskovo District

BG-6300 Haskovo

5.

Tobacco Fund Regional Unit

ul. Hristo Botev 15

Blagoevgrad District

BG-2900 Gotse Delchev

6.

Tobacco Fund Regional Unit

ul. Dr G. M. Dimitrov 28

Plovdiv District

BG-4000 Plovdiv

7.

Tobacco Fund Regional Unit

ul. Tsar Boris III 24

Blagoevgrad District

BG-2850 Petrich

8.

Tobacco Fund Regional Unit

ul. Minyorska 1

Kardzhali District

BG-6600 Kardzhali

DUITSLAND

Hauptzollamt Hamburg-Jonas

Süderstraße 63

D-20097 Hamburg

OOSTENRIJK

Hauptzollamt Hamburg-Jonas

Süderstraße 63

D-20097 Hamburg

BELGIË

1.

Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap

Administratie Landbouwproductiebeheer

Dienst Akkerbouw

WTC III — 14de verdieping

Simon Bolivarlaan 30

B-1000 Brussel

2.

Ministère de la Région Wallonne

Direction Générale de l'Agriculture

Division des aides à l'agriculture

Direction du secteur végétal

Chaussée de Louvain, 14

B-5000 Namur

SPANJE

1.

Junta de Andalucía

Consejería de Agricultura y Pesca

Fondo Andaluz de Garantía Agraria (FAGA)

C/ Tabladilla, s/n

E-41071 Sevilla

2.

Junta de Castilla — La Mancha

Consejería de Agricultura y Medio Ambiente

Dirección General de Producción Agropecuaria

C/ Pintor Matías Moreno, 4

E-45002 Toledo

3.

Junta de Castilla y León

Consejería de Agricultura y Ganadería

Dirección General de Política Agraria Comunitaria

C/ Rigoberto Cortejoso, 14

E-47014 Valladolid

4.

Junta de Extremadura

Consejería de Agricultura y Medio Ambiente

Dirección General de Politíca Agraria Comunitaria

Avenida de Portugal, s/n

E-68800 Mérida (Badajoz)

5.

Diputación Foral de Navarra

Departamento de Agricultura, Ganadería y Alimentación

Dirección General de Agricultura y Ganadería

C/ Tudela, 20

E-31002 Pamplona

FRANKRIJK

ONIFLHOR

164, rue de Javel

F-75739 Paris Cedex 15

Tél. (33-1) 44 25 36 77

Fax (33-1) 44 54 31 69

ITALIË

AGEA

Via Torino, 45

I-00184 Roma

AVEPA

Centro Tommaseo

Via N. Tommaseo, 67 C

I-35131 Padova

ARTEA

Via San Donato, 42/1

I-50127 Firenze

POLEN

Agencja Rynku Rolnego

ul. Nowy Świat 6/12

PL-00-400 Warszawa

Tel. (48-22) 661-72-72

Fax (48-22) 628-93-53

PORTUGAL

IFADAP/INGA

Instituto de Financiamento e Apoio ao Desenvolvimento da Agricoltura e Pescas/

Instituto Nacional de Intervenção e Garantia Agrícola

Rua Fernando Curado Ribeiro, n.o 4 G

P-1600 Lisboa

Tel. (351-21) 751 85 00

Fax (351-21) 751 86 11/2

SLOWAKIJE

Pôdohospodárska platobná agentúra

Dobrovičova 12

SK-815 26 Bratislava


V Bekendmakingen

PROCEDURES IN VERBAND MET DE UITVOERING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK MEDEDINGINGSBELEID

Commissie

24.4.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 89/42


Voorafgaande aanmelding van een concentratie

(Zaak nr. COMP/M.4564 — Bridgestone/Bandag)

(Voor de EER relevante tekst)

(2007/C 89/13)

1.

Op 17 april 2007 ontving de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 en volgend op een verwijzing in het kader van artikel 4, lid 5, van Verordening (EG) nr. 139/2004 (1) van de Raad waarin wordt medegedeeld dat Bridgestone Americas Holding Inc („Bridgestone”, Verenigde Staten) in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), van genoemde verordening zeggenschap verkrijgt over Bandag Incorporated („Bandag”, Verenigde Staten), door de aankoop van aandelen.

2.

De bedrijfswerkzaamheden van de betrokken ondernemingen zijn:

Bridgestone: productie van motorvoertuigbanden, bandendistributie en bandencentrales;

Bandag: productie van materialen en uitrusting om motorvoertuigbanden van een nieuw loopvlak te voorzien, gebruikte banden van een nieuw loopvlak voorzien en klantenservice.

3.

Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde concentratie binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 139/2004 kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden.

4.

De Commissie verzoekt belanghebbende derden hun eventuele opmerkingen ten aanzien van de voorgenomen concentratie kenbaar te maken aan de Commissie.

Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk tien dagen na dagtekening van deze bekendmaking hebben bereikt. Zij kunnen per fax (nummer (32-2) 296 43 01 of 296 72 44) of per post, onder vermelding van referentienummer COMP/M.4564 — Bridgestone/Bandag, aan onderstaand adres worden toegezonden.

Europese Commissie

Directoraat-generaal Concurrentie

Griffie voor concentraties

J-70

B-1049 Brussel


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.


24.4.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 89/43


Voorafgaande aanmelding van een concentratie

(Zaak nr. COMP/M.4665 — The Apollo Group/Claire's Stores)

Zaak die in aanmerking kan komen voor een vereenvoudigde procedure

(Voor de EER relevante tekst)

(2007/C 89/14)

1.

Op 17 april 2007 ontving de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1) waarin wordt meegedeeld dat de onderneming The Apollo Group ( „Apollo”, VS) in de zin van artikel 3, lid 1), sub b), van genoemde verordening volledig zeggenschap verkrijgt over de onderneming Claire's Stores, Inc („Claire's”, VS), door de aankoop van aandelen.

2.

De bedrijfswerkzaamheden van de betrokken ondernemingen zijn:

voor Apollo: portfoliodeelnemingen;

voor Claire's: detailhandel in kleine sierraden, mode accessoires en kleurcosmetica, voornamelijk in de VS.

3.

Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde transactie binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 139/2004 kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden. In het licht van de Mededeling van de Commissie betreffende een vereenvoudigde procedure voor de behandeling van bepaalde concentraties krachtens Verordening (EG) nr. 139/2004 (2) van de Raad wordt vermeld dat deze zaak in aanmerking kan komen voor deze procedure.

4.

De Commissie verzoekt belanghebbende derden hun eventuele opmerkingen ten aanzien van de voorgenomen concentratie kenbaar te maken aan de Commissie.

Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk tien dagen na dagtekening van deze bekendmaking hebben bereikt. Zij kunnen per fax (nummer (32-2) 296 43 01 of 296 72 44) of per post, onder vermelding van referentienummer COMP/M.4665 — The Apollo Group/Claire's Stores, aan onderstaand adres worden toegezonden:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Concurrentie

Griffie voor concentraties

J-70

B-1049 Brussel


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.

(2)  PB C 56 van 5.3.2005, blz. 32.