ISSN 1725-2474

Publicatieblad

van de Europese Unie

C 332

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Mededelingen en bekendmakingen

49e jaargang
30 december 2006


Nummer

Inhoud

Bladzijde

 

I   Mededelingen

 

Commissie

2006/C 332/1

Wisselkoersen van de euro

1

2006/C 332/2

Publicatie van de besluiten van de lidstaten waarbij exploitatievergunningen worden verleend of ingetrokken, in overeenstemming met artikel 13, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 2407/92 van de Raad betreffende de verlening van exploitatievergunningen aan luchtvaartmaatschappijen ( 1 )

2

2006/C 332/3

Mededeling van de Franse regering in verband met Richtlijn 94/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 1994 betreffende de voorwaarden voor het verlenen en het gebruik maken van vergunningen voor de prospectie, de exploratie en de productie van koolwaterstoffen (Bericht betreffende de aanvraag voor een mijnbouwconcessie voor de winning van vloeibare of gasvormige koolwaterstoffen genaamd Concession de Muehlweg) ( 1 )

3

2006/C 332/4

Bekendmaking van een wijzigingsverzoek overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen

4

2006/C 332/5

Uniforme toepassing van de Gecombineerde Nomenclatuur (GN) (Indeling van de goederen)

7

2006/C 332/6

Aankondiging betreffende een verzoek uit hoofde van artikel 30 van Richtlijn 2004/17/EG — Verlenging van de termijn

10

2006/C 332/7

Steunmaatregelen van de staten — Oostenrijk — Steunmaatregel nr. C 50/2006 (ex NN 68/2006) — Staatsgarantie voor BAWAG PSK — Uitnodiging overeenkomstig artikel 88, lid 2, van het EG-Verdrag om opmerkingen te maken ( 1 )

11

2006/C 332/8

Mededeling van de Commissie in het kader van de uitvoering van Richtlijn 96/48/EG van de Raad van 23 juli 1996 betreffende de interoperabiliteit van het transeuropees hoge-snelheidsspoorwegsysteem ( 1 )

30

2006/C 332/9

Kennisgeving van benamingen voor titels op het gebied van architectuur ( 1 )

35

2006/C 332/0

Door de Commissie aangenomen COM-documenten, andere dan wetsvoorstellen

42

 

Europese Investeringsbank

2006/C 332/1

EIB-beleid inzake openbaarmaking van informatie — Beginselen, regels en procedures

45

 

II   Voorbereidende besluiten

 

Commissie

2006/C 332/2

Door de Commissie aangenomen wetsvoorstellen

61

 

III   Bekendmakingen

 

Commissie

2006/C 332/3

Laatste publicatie van door de Commissie aangenomen COM-documenten, andere dan wetsvoorstellen
PB C 317 van 23.12.2006

67

 

2006/C 332/4

Bericht aan de lezer

s3

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

 


I Mededelingen

Commissie

30.12.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 332/1


Wisselkoersen van de euro (1)

29 december 2006

(2006/C 332/01)

1 euro=

 

Munteenheid

Koers

USD

US-dollar

1,3170

JPY

Japanse yen

156,93

DKK

Deense kroon

7,4560

GBP

Pond sterling

0,67150

SEK

Zweedse kroon

9,0404

CHF

Zwitserse frank

1,6069

ISK

IJslandse kroon

93,13

NOK

Noorse kroon

8,2380

BGN

Bulgaarse lev

1,9558

CYP

Cypriotische pond

0,5782

CZK

Tsjechische koruna

27,485

EEK

Estlandse kroon

15,6466

HUF

Hongaarse forint

251,77

LTL

Litouwse litas

3,4528

LVL

Letlandse lat

0,6972

MTL

Maltese lira

0,4293

PLN

Poolse zloty

3,8310

RON

Roemeense leu

3,3835

SIT

Sloveense tolar

239,64

SKK

Slowaakse koruna

34,435

TRY

Turkse lira

1,8640

AUD

Australische dollar

1,6691

CAD

Canadese dollar

1,5281

HKD

Hongkongse dollar

10,2409

NZD

Nieuw-Zeelandse dollar

1,8725

SGD

Singaporese dollar

2,0202

KRW

Zuid-Koreaanse won

1 224,81

ZAR

Zuid-Afrikaanse rand

9,2124

CNY

Chinese yuan renminbi

10,2793

HRK

Kroatische kuna

7,3504

IDR

Indonesische roepia

11 844,44

MYR

Maleisische ringgit

4,6490

PHP

Filipijnse peso

64,546

RUB

Russische roebel

34,6800

THB

Thaise baht

46,770


(1)  

Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.


30.12.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 332/2


Publicatie van de besluiten van de lidstaten waarbij exploitatievergunningen worden verleend of ingetrokken, in overeenstemming met artikel 13, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 2407/92 van de Raad betreffende de verlening van exploitatievergunningen aan luchtvaartmaatschappijen (1)  (2)

(Voor de EER relevante tekst)

(2006/C 332/02)

OOSTENRIJK

Verleende exploitatievergunningen

Categorie B:   Exploitatievergunningen afgegeven aan luchtvaartmaatschappijen die voldoen aan de criteria van artikel 5, lid 7, a), van Verordening (EEG) nr. 2407/92

Naam van de luchtvaartmaatschappij

Adres van de luchtvaartmaatschappij

Vergunning voor het vervoer van

Besluit geldig sedert

AVAG AIR GmbH für Luftfahrt

A-5035 Salzburg — Flughafen

Innsbrucker Bundesstr. 111

passagiers, post, vracht

2.11.2006


(1)  PB L 240 van 24.8.1992, blz. 1.

(2)  Gecommuniceerd aan de Europese Commissie vóór 31.8.2005.


30.12.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 332/3


Mededeling van de Franse regering in verband met Richtlijn 94/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 1994 betreffende de voorwaarden voor het verlenen en het gebruik maken van vergunningen voor de prospectie, de exploratie en de productie van koolwaterstoffen (1)

(Bericht betreffende de aanvraag voor een mijnbouwconcessie voor de winning van vloeibare of gasvormige koolwaterstoffen genaamd „Concession de Muehlweg”)

(Voor de EER relevante tekst)

(2006/C 332/03)

Bij verzoek van 15 mei 2006 heeft de onderneming Oelweg, waarvan de hoofdzetel gevestigd is te 6 rue du 19 mars, F-67630 Scheibenhard (Frankrijk), voor een duur van vijfentwintig jaar een mijnbouwconcessie aangevraagd voor de winning van vloeibare of gasvormige koolwaterstoffen, genaamd „Concession de Muehlweg”, met een oppervlakte van ongeveer 5,3 km2, gelegen in een deel van het departement Bas-Rhin.

De gevraagde vergunning heeft betrekking op een gebied waarvan de omtrek wordt gevormd door de meridianen en breedtecirkels die de hoekpunten met de volgende geografische coördinaten met elkaar verbinden, uitgaande van de meridiaan van Parijs.

Hoekpunten

Lengte

Breedte

A

6,40° O

54,40° N

B

6,36° O

54,40° N

C

6,36° O

54,38° N

D

6,40° O

54,38° N

Indiening van aanvragen en criteria voor de toekenning van de titel

De indieners van de oorspronkelijke aanvraag en ondernemingen die aanvragen om eveneens in aanmerking te komen moeten voldoen aan de voorwaarden als omschreven in de artikelen 3 en 4 van Besluit 95-427 van 19 april 1995 inzake mijnbouwtitels, als gewijzigd (Staatsblad van de Franse Republiek van 22 april 1995), bekrachtigd bij artikel 63 van Besluit 2006-648 van 2 juni 2006 inzake mijnbouwtitels en vergunningen voor ondergrondse opslag.

Geïnteresseerde bedrijven kunnen binnen een termijn van negentig dagen na de publicatie van deze mededeling verzoeken eveneens in aanmerking te komen voor deze vergunning, waarbij de procedure dient te worden gevolgd die is vermeld in de „Mededeling inzake het verkrijgen van mijnbouwtitels voor koolwaterstoffen in Frankrijk”, gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen C 374 van 30 december 1994, blz. 11, en vastgesteld bij Besluit 95-427 van 19 april 1995, als gewijzigd, inzake mijnbouwtitels. Aanvragen om eveneens in aanmerking te komen moeten worden gericht aan de minister voor mijnbouw op het onderstaande adres.

Besluiten inzake de oorspronkelijke aanvraag en de aanvragen om eveneens in aanmerking te komen worden genomen overeenkomstig de criteria voor de toekenning van mijnbouwtitels als omschreven in artikel 5 van het bovengenoemde besluit en dit binnen een termijn van drie jaar vanaf de datum van ontvangst van de oorspronkelijke aanvraag door de Franse autoriteiten, dat wil zeggen uiterlijk op 16 mei 2009.

Voorwaarden en eisen betreffende de uitoefening en beëindiging van de opsporingsactiviteit

De aandacht van ondernemingen met belangstelling wordt gevestigd op de artikelen 79 en 79.1 van de mijnbouwcode en op Besluit 95-696 van 9 mei 1995, als gewijzigd, betreffende de uitoefening van mijnbouwwerkzaamheden en de mijnpolitie (Staatsblad van de Franse Republiek van 11 mei 1995).

Nadere informatie kan worden verkregen op het volgende adres: Ministère de l'économie, des finances et de l'industrie (Direction générale de l'énergie et des matières premières, direction des ressources énergétiques et minérales, bureau de la législation minière), 61, boulevard Vincent Auriol, Télédoc 133, F-75703 Parijs Cedex 13 (tel.: (33) 144 97 23 02, fax: (33) 144 97 05 70).

Alle bovengenoemde wettelijke en administratieve bepalingen kunnen worden geraadpleegd op de website

http://www.legifrance.gouv.fr


(1)  PB L 164 van 30.6.1994.


30.12.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 332/4


Bekendmaking van een wijzigingsverzoek overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen

(2006/C 332/04)

Deze bekendmaking verleent het recht om op grond van artikel 7 van Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad bezwaar aan te tekenen tegen het wijzigingsverzoek. Bezwaarschriften moeten de Commissie bereiken binnen zes maanden te rekenen vanaf de datum van deze bekendmaking.

WIJZIGINGSVERZOEK

VERORDENING (EG) Nr. 510/2006 VAN DE RAAD

Wijzigingsverzoek als bedoeld in artikel 9 en artikel 17, lid 2

„SIERRA MÁGINA”

EG-nummer: ES/PDO/105/0054

BOB ( X ) BGA ( )

Gevraagde wijziging(en)

Rubriek(en) van het productdossier:

Image

Naam van het product

Image

Beschrijving van het product

X

Geografisch gebied

Image

Bewijs van de oorsprong

Image

Werkwijze voor het verkrijgen van het product

Image

Verband

Image

Etikettering

Image

Nationale eisen

Wijziging(en):

Geografisch gebied

De gemeente La Guardia de Jaén wordt opgenomen in het geografische gebied omdat zij, met betrekking tot de fysieke kenmerken, de gebruikte variëteiten, de teelttechnieken en -praktijken, de plantdichtheid, de chemische en organoleptische kenmerken van de verkregen olie, en de bewerkings- en verpakkingsmethoden, één geheel vormt met de rest van de oorsprongsbenaming „Sierra Mágina”.

In het onderdeel „De productie” wordt de zin: „Het productiegebied van de olijfolie met de beschermde oorsprongsbenaming” Sierra Mágina „omvat de olijfgaarden in de volgende gemeenten: Albánchez de Úbeda, Bédmar-Garcíez, Bélmez de la Moraleda, Cabra del Santo Cristo, Cambil, Huelma, Solera, Jimena, Jódar, Torres, Mancha Real, Campillo de Arenas, Pegalajar, Larva y Cárcheles (Cárchel y Carchelejo)”

aangevuld met: „La Guardia de Jaén”.

BIJGEWERKTE SAMENVATTING

VERORDENING (EG) Nr. 510/2006 VAN DE RAAD

„SIERRA MÁGINA”

EG-nummer: ES/PDO/105/0054

BOB ( X ) BGA ( )

Deze samenvatting is uitsluitend ter informatie opgesteld. Belangstellenden wordt verzocht om voor volledige informatie kennis te nemen van de volledige versie van het productdossier, die verkrijgbaar is bij de in punt 1 genoemde nationale autoriteiten of bij de Europese Commissie (1).

1.   Bevoegde dienst van de lidstaat:

Naam:

Subdirección General de Calidad y Promoción Agroalimentaria. Dirección General de Industria Agroalimentaria y Alimentación. Secretaría General de Agricultura y Alimentación. Ministerio de Agricultura, Pesca y Alimentación

Adres:

Infanta Isabel 1o E-20871 Madrid

Tel.:

(34) 913 47 53 94

Fax:

(34) 913 47 54 10

E-mail:

sgcaproagro@mapya.es

2.   Groepering:

Naam:

Consejo Regulador de la Denominación de Origen «Sierra de Mágina».

Adres:

Ctra. Mancha Real-Cazorla, s/n

E-23537 Bedmar (Jaén)

Tel.:

(34) 953 77 20 90

Fax:

(34) 953 77 22 72

E-mail:

D.O.sierra-magina@swin.net

Samenstelling:

Producenten/verwerkers ( X ) Andere samenstelling ( )

3.   Productcategorie:

Categorie 1.5 — Oliën en vetten (boter, margarine, spijsolie, enz.)

4.   Overzicht van het productdossier (samenvatting van de in artikel 4, lid 2, voorgeschreven gegevens)

4.1   Naam: „Sierra Mágina”

4.2   Beschrijving: Extra olijfolie van eerste persing, verkregen uit olijven van olijfbomen (Olea europea, L) van de rassen Picual en Manzanillo de Jaén.

Van de beschermde rassen wordt Picual als het belangrijkste beschouwd.

Deze olie heeft de volgende eigenschappen: zuurgraad van niet meer dan 0,5°; extinctiecoëfficiënt ten hoogste 18.K270 en peroxidegetal ten hoogste 0,20; vocht en onzuiverheden niet meer dan 0,1 %.

De olijven leveren een zeer stabiele olie met een sterk fruitige en licht bittere smaak op. De kleur varieert van diepgroen tot goudgeel naar gelang van de periode waarin is geoogst en van de ligging van de betrokken olijfgaard in het productiegebied.

De beschermde olijfolie wordt voor ten minste 90 % uit olijven van het ras Picual bereid.

4.3   Geografisch gebied: Ligging en begrenzing van het productiegebied: Het productiegebied ligt in het natuurpark waaraan de oorsprongsbenaming is ontleend. Het ligt centraal in het zuidelijke deel van de provincie Jaén en omvat het grondgebied van 16 gemeenten met een totale oppervlakte olijfgaarden van 64 009 ha, die er 84 % van de oppervlakte cultuurgrond uitmaakt.

Betrokken gemeenten: Het gaat om de volgende 16 gemeenten in de provincie Jaén: Albánchez de Úbeda, Bedmar-Garcíez, Bélmez de la Moraleda, Cabra del Santo Cristo, Cambil, Campillo de Arenas, Cárcheles (Cárchel y Carchelejo), Huelma, Jimena, Jódar, La Guardia de Jaén, Larva, Mancha Real, Pegalajar, Solera y Torres.

4.4   Bewijs van de oorsprong: De olijven die in de oliefabrieken worden verwerkt, behoren tot de erkende rassen en zijn afkomstig van in de registers van de Raad ingeschreven olijfgaarden. De olie wordt gewonnen in geregistreerde oliefabrieken in het productiegebied onder toezicht van inspecteurs van de Raad en wordt opgeslagen in geregistreerde oliefabrieken of verpakkingsbedrijven. Het verkregen product wordt fysisch-chemisch en organoleptisch geanalyseerd en alleen de olie die aan alle controle-eisen voldoet, wordt verpakt en op de markt gebracht onder de beschermde oorsprongsbenaming en met het genummerde rugetiket van de Regelgevende Raad.

4.5   Werkwijze voor het verkrijgen van het product: De olijven van de erkende rassen die worden geteeld in ingeschreven olijfgaarden, worden zodra ze rijp zijn met de grootste zorg geplukt, waarbij ervoor wordt gezorgd dat de op de grond gevallen olijven gescheiden blijven van de olijven die rechtstreeks van de boom zijn geplukt. Na de pluk worden de olijven naar de oliefabriek gebracht op de voorgeschreven wijze om beschadiging van de vruchten te voorkomen. De vruchten worden gereinigd en gewassen om bladeren, takjes, grond en onzuiverheden te verwijderen. Vervolgens worden de olijven vermalen om de olie te extraheren. Heel dit proces moet binnen 48 uur tot een goed einde worden gebracht. Voor de oliewinning worden passende technieken gebruikt die door de Regelgevende Raad zijn toegestaan en worden gecontroleerd. De na bezinking afgegoten kwaliteitsolie wordt geanalyseerd en geclassificeerd. Uitsluitend de extra olijfolie van eerste persing krijgt de beschermde oorsprongsbenaming.

4.6   Verband: De Sierra Mágina is een langwerpig maar niet erg lang bergmassief dat zich uitstrekt van het noordoosten naar het zuidwesten. Het massief wordt omringd door lagere gebergtes. De olijfgaarden liggen in het zacht glooiende landschap rond het bergmassief vanaf 850 m hoogte. Een en ander lijkt dan ook op een eiland omgeven door een zee van olijfbomen. De meest voorkomende bodemsoorten in dit gebied zijn lithosol, kalkhoudende regosol, cambrisol en chroomhoudende luvisol. Het klimaat varieert van subtropisch mediterraan tot gematigd mediterraan met een gemiddelde jaartemperatuur van 13 tot 17° C en een gemiddelde jaarlijkse neerslag van 400 tot 800 mm. De traditionele of gedeeltelijke grondbewerking, de snoei en de bestrijding van ziekten en plagen dragen bij tot de geschikte omstandigheden voor de olijfteelt. Dit levert gezonde vruchten op waaruit olie wordt verkregen met typische kenmerken die nauw verband houden met het geografische milieu.

4.7   Controle-instantie:

Naam:

Consejo Regulador de la Denominación de Origen «Sierra de Mágina».

Adres:

Ctra. Mancha Real-Cazorla, s/n

E-23537 Bedmar

Tel.:

(34) 953 77 20 90

Fax:

(34) 953 77 22 72

E-mail:

D.O.sierra-magina@swin.net

De controlestructuur voldoet aan norm 45-011.

4.8   Etikettering: De benaming „Sierra Mágina” moet op de etiketten worden vermeld. Deze etiketten worden door de Regelgevende Raad goedgekeurd. De genummerde rugetiketten worden door de Raad verstrekt.

4.9   Nationale eisen:

Wet nr. 25/1970 van 2 december 1970 houdende voorschriften inzake wijngaarden, wijn en alcohol.

Decreet van 25 februari 1997 tot bekrachtiging van de regeling betreffende de oorsprongsbenaming „Sierra Mágina”.


(1)  Europese Commissie, Directoraat-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling, Eenheid Kwaliteitsbeleid voor landbouwproducten, B-1049 Brussel.


30.12.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 332/7


UNIFORME TOEPASSING VAN DE GECOMBINEERDE NOMENCLATUUR (GN)

(Indeling van de goederen)

(2006/C 332/05)

Toelichtingen, goedgekeurd in overeenstemming met de procedure van artikel 10, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (1)

De Toelichtingen op de Gecombineerde Nomenclatuur van de Europese Gemeenschappen (2) worden als volgt gewijzigd:

Op bladzijde 324 wordt de volgende tekst ingevoegd:

„8471 60 80

Andere

Monitors van deze onderverdeling werken met verschillende weergavetechnologieën zoals kathodestraalbuizen en vloeibarekristallen (LCD).

Overeenkomstig aantekening 5 (E) op hoofdstuk 84 zijn zij van de soort die uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt in een automatisch gegegensverwerkend systeem.

De eigenschappen van monitors van deze onderverdeling maken het mogelijk gedurende langere periode op korte afstand te kijken.

Monitors van deze onderverdeling hebben de volgende eigenschappen:

zij zijn slechts in staat om een signaal van de centrale verwerkingseenheid van een automatische gegegensverwerkende machine van post 8471 te ontvangen;

zij hebben over het algemeen een beeldverhouding van 4:3 of 5:4;

zij zijn vaak voorzien van kantel- en draaimechanismen en ontspiegelde oppervlakken;

zij kunnen zijn voorzien van maximaal twee luidsprekers.

Monitors met een kathodestraalbuis van deze onderverdeling, hebben de volgende aanvullende eigenschappen:

zij zijn uitgerust met bijzondere aansluitingen zoals SUB-D-aansluitingen;

de puntgrootte van het schermbeeld begint bij 0,41 mm voor gemiddelde resolutie en wordt kleiner naargelang de resolutie toeneemt.

Monitors andere dan die met een kathodestraalbuis (bijvoorbeeld LCD) van deze onderverdeling, hebben de volgende aanvullende eigenschap, namelijk over het algemeen een beeldschermdiagonaal van 48,5 cm (19″) of minder.

Monitors van deze onderverdeling kunnen niet:

worden aangesloten op een videobron zoals een DVD-opname- of -weergavetoestel, een camera of een videocamerarecorder, een satellietontvanger of een toestel voor videospellen;

voorzien zijn van componenten (bijvoorbeeld een kleurendecoder, een Y/C-scheidingsschakeling) waarmee de monitor een beeld kan weergeven van een samengesteld videobasisbandsignaal (CVBS) of een samengesteld videosignaal (waarvan de golfvorm overeenstemt met een televisie-uitzendnorm zoals NTSC, SECAM, PAL of D-MAC) of een S-videosignaal of, wanneer zij een beeld kunnen reproduceren, door signalen zoals composietvideo (b.v. YUV, YCBCR of YPBPR), seriële digitale interface (SDI), hogedefinitie-SDI (HD-SDI) en digitale video „DV” (bijvoorbeeld MPEG1, MPEG2 of MPEG4) te ontvangen;

zijn uitgerust met een infraroodontvanger voor de ontvangst van de signalen van een infraroodafstandsbediening;

zijn voorzien van een op/neer-knop voor programmakanalen;

zijn voorzien van koppeleenheden (interfaces) zoals DVI-D, DVI-I en High-Definition Multimedia Interface (HDMI), zelfs als deze koppeleenheden (interfaces) geen encryptie van het type Highband Digital Content Protection (HDCP) ondersteunen;

zijn uitgerust met koppeleenheden (interfaces) voor slot-in modules of voor andere apparaten waarmee zij op een videobron kunnen worden aangesloten of televisiesignalen kunnen ontvangen;

worden gebruikt in andere systemen dan automatische gegegensverwerkende systemen (bijvoorbeeld huisbioscoopsystemen, video-editingsystemen, systemen voor medische beeldverwerking of systemen van drukkerijen of de grafische industrie voor pre-press kleurenproeven).

Deze onderverdeling omvat niet:

(a)

ontvangtoestellen voor televisie (post 8528);

(b)

videomonitors van post 8528;

(c)

signaalborden van post 8531.”

Bladzijde 339:

8528 21 14 tot 8528 21 90

voor kleurenweergave

De bestaande tekst wordt vervangen door de volgende:

„Videomonitors ongeacht de toegepaste weergavetechnologie zoals kathodestraalbuizen, vloeibarekristallen (LCD), organische luminescentiedioden (OLED) of plasma vallen binnen deze onderverdelingen tenzij kan worden aangetoond dat zij van de soort zijn die uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt in een automatisch gegegensverwerkend systeem.

De eigenschappen van monitors van deze onderverdeling maken het mogelijk gedurende langere periode op afstand te kijken, bijvoorbeeld bij tentoonstellingen en in huisbioscoopsystemen, televisiestudio's en videobewakingssystemen.

Sommige monitors maken het mogelijk op korte afstand te kijken, bijvoorbeeld voor meten, controleren of medische toepassingen, achteruitkijkcamera's voor voertuigen of hulpapparaten voor radionavigatie.

Bepaalde monitors zijn uitgerust met aansluitingen of koppeleenheden (interfaces) zoals Cinch/RCA, BNC, SCART, Mini DIN 4-pinnen/Hosiden, DVI-D, DVI-I en High-Definition Multimedia Interface (HDMI). Deze aansluitingen of koppeleenheden (interfaces) maken de ontvangst mogelijk van een signaal van een een videobron zoals een DVD-opname- of -weergavetoestel, een camera of een videocamerarecorder, een satellietontvanger of een toestel voor videospellen. Deze monitors kunnen ook worden uitgerust met koppeleenheden(interfaces) voor automatische gegegensverwerkende machines van post 8471.

Sommige monitors kunnen zijn uitgerust met koppeleenheden (interfaces) voor de ontvangst van signalen van bronnen zoals een kasregister, een geldautomaat, een apparaat voor radionavigatie, een numeriek besturingspaneel of een programmeerbaar geheugencontroletoestel, of apparaten voor het meten, het controleren of medische toepassingen van hoofdstuk 90.

Zij kunnen aparte ingangen hebben voor rood (R), groen (G) en blauw (B) of zijn voorzien van componenten (bijvoorbeeld een kleurendecoder, een Y/C-scheidingsschakeling) waarmee de monitor een beeld kan weergeven van een samengesteld videobasisbandsignaal (CVBS) of een composiet videosignaal (waarvan de golfvorm overeenstemt met een uitzendnorm zoals NTSC, SECAM, PAL of D-MAC) of een S-videosignaal of wanneer zij een beeld kunnen weergeven door signalen te ontvangen zoals composietvideo (b.v. YUV, YCBCR of YPBPR), seriële digitale interface (SDI), hogedefinitie-SDI (HD-SDI) en digitale video „DV” (bijvoorbeeld MPEG1, MPEG2 of MPEG4).

Zij kunnen zijn voorzien van aansluitingen voor de ontvangst van audiosignalen.

Voor andere monitors dan die met een kathodestraalbuis (bijvoorbeeld LCD en plasma) is de beeldverhouding vaak 16:9 of 16:10.

Deze onderverdelingen omvatten niet:

(a)

monitors van de soort die uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt in een automatisch gegegensverwerkend systeem (onderverdeling 8471 60 80);

(b)

videofoontoestellen (onderverdeling 8517 19 10);

(c)

signaalborden van post 8531.”


(1)  PB L 256 van 7.9.1987, blz.1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1549/2006 van de Commissie (PB L 301 van 31.10.2006, blz. 1).

(2)  PB C 50 van 28.2.2006, blz. 1.


30.12.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 332/10


Aankondiging betreffende een verzoek uit hoofde van artikel 30 van Richtlijn 2004/17/EG — Verlenging van de termijn

(2006/C 332/06)

Verzoek van een lidstaat

Op 20 november 2006 heeft de Commissie een verzoek ontvangen uit hoofde van artikel 30, lid 4, van Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad (1).

Dit verzoek van Denemarken betreft postpakketdiensten in dat land. In PB C 298 van 8 december 2006, blz. 13 is een aankondiging betreffende dit verzoek gepubliceerd. De oorspronkelijke termijn loopt af op 21 februari 2007.

Aangezien de diensten van de Commissie aanvullende informatie nodig hebben en moeten bestuderen, wordt de termijn waarover de Commissie beschikt om een besluit over dit verzoek te nemen, overeenkomstig artikel 30, lid 6, derde zin, met een maand verlengd.

De definitieve termijn loopt dus af op 22 maart 2007.


(1)  PB L 134 van 30.4.2004, blz. 1. Richtlijn gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1874/2004 van de Commissie (PB L 326 van 29.10.2004, blz. 17).


30.12.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 332/11


STEUNMAATREGELEN VAN DE STATEN — OOSTENRIJK

Steunmaatregel nr. C 50/2006 (ex NN 68/2006)

Staatsgarantie voor BAWAG PSK

Uitnodiging overeenkomstig artikel 88, lid 2, van het EG-Verdrag om opmerkingen te maken

(Voor de EER relevante tekst)

(2006/C 332/07)

De Commissie heeft Oostenrijk bij schrijven van 22 november 2006, dat na deze samenvatting in de authentieke taal is weergegeven, in kennis gesteld van haar besluit tot inleiding van de procedure van artikel 88, lid 2, van het EG-Verdrag ten aanzien van de bovengenoemde steunmaatregel.

De Commissie heeft besloten geen bezwaar te maken tegen bepaalde andere steunmaatregelen die in de op deze samenvatting volgende brief zijn beschreven.

Belanghebbenden kunnen hun opmerkingen over de betrokken steunmaatregel ten aanzien waarvan de Commissie de procedure inleidt, maken door deze binnen één maand vanaf de datum van deze bekendmaking te zenden aan:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Concurrentie

Directoraat Staatssteun II

Griffie Staatssteun

B-1049 Brussel

Faxnummer: (32-2) 296 12 42

Deze opmerkingen zullen ter kennis van Oostenrijk worden gebracht. Een belanghebbende die opmerkingen maakt, kan, met opgave van redenen, schriftelijk verzoeken om vertrouwelijke behandeling van zijn identiteit.

TEKST VAN DE SAMENVATTING

(1)

BAWAG PSK is een niet-beursgenoteerd financieel en bankconcern dat actief is op alle domeinen van de financiële dienstverlening in Oostenrijk en daarbuiten.

1.   DE TE BEOORDELEN MAATREGEL

(2)

De maatregel die in dit besluit beoordeeld wordt, is de staatsgarantie van 900 miljoen EUR die op 8 mei 2006 door een wet, de BAWAG P.S.K. Sicherungsgesetz (hierna „de wet” genoemd), aan BAWAG PSK toegekend werd.

1.1.   De rechtstreekse oorzaken van de problemen bij BAWAG PSK

(3)

Volgens Oostenrijk zijn de economische problemen bij BAWAG PSK hoofdzakelijk het resultaat van twee specifieke transacties die enkele leden van het vroegere management uitgevoerd hebben, de „Caraïbische transacties” en „Refco”. Deze bijzondere transacties waren mogelijk door een ontoereikende risicobeheersing en het opzettelijk omzeilen van bestaande controle-instanties door de betrokkenen.

(4)

Door deze gebeurtenissen waren waardeaanpassingen nodig waarvoor in de balans van 2005 een bedrag van […] (1) miljoen EUR opzij moest worden gezet. BAWAG PSK kon hiervan maar […] miljoen EUR dekken door voorzieningen en netto-jaarwinst.

(5)

Na alarmerende berichten in de pers hebben de rekeninghouders eind april-begin mei 2006 massaal geld van hun lopende en spaarrekeningen opgenomen.

1.2.   De staatsgarantie

(6)

Zonder de staatsgarantie had BAWAG PSK niet kunnen voldoen aan de voorwaarden die de Oostenrijkse bankwet („BWG”) op het vlak van solvabiliteit en eigen vermogen stelt, en bijgevolg de jaarrekening voor 2005 niet kunnen afsluiten.

(7)

Volgens Oostenrijk heeft de garantie als doel:

de positie van BAWAG PSK te stabiliseren en te versterken;

het mogelijk te maken de balans voor 2005 op te stellen;

het mogelijk te maken de verkopen aan te vangen of voort te zetten;

de toekomstgerichte werking van BAWAG PSK te behouden;

het vertrouwen van de investeerders in de Oostenrijkse financiële markt te versterken.

(8)

De garantie loopt af 60 dagen nadat BAWAG PSK verkocht is en in beginsel niet later dan 1 juli 2007. Onder bepaalde voorwaarden is verlenging echter mogelijk.

(9)

De vergoeding die BAWAG PSK moet betalen bedraagt 0,2 % per jaar voor de periode tot en met 30 juni 2007 en 1,2 % daarna.

1.3.   Het herstructureringsplan

(10)

Oostenrijk merkt op dat het hoofddoel van de herstructureringsmaatregelen het verkleinen van de operationele risico's en het verhogen van de rentabiliteit is.

1.4.   Corrigerende maatregelen

(11)

Oostenrijk is van mening dat diverse elementen aantonen dat buitensporige vervalsing van de mededinging die door de steun veroorzaakt wordt, vermeden zal worden.

1.5.   Het verkoopproces

(12)

De aandeelhouders van BAWAG PSK hebben besloten om tot 100 % van hun belang in de bank te verkopen. Het verkoopproces is gestart met de steun van een investeringbank.

2.   BEOORDELING

(13)

BAWAG PSK was een onderneming in moeilijkheden volgens de richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden (2) (hierna „de richtsnoeren” genoemd). De garantie voor BAWAG PSK, dat een onderneming in moeilijkheden is, zou staatssteun zijn. De steun zou dus onrechtmatig zijn aangezien hij niet was aangemeld vóór hij ten uitvoer werd gelegd.

2.1.   De steunbedragen

(14)

De Commissie betwijfelt of de analyse die Oostenrijk heeft uitgevoerd betreffende het steunelement in de garantie adequaat is.

2.2.   Mogelijke grondslagen voor verenigbaarheid van de onrechtmatige steun

(15)

De enige theoretische grondslagen om de garantie, in het kader van de richtsnoeren, op haar verenigbaarheid te beoordelen, zijn i) artikel 87, lid 3, onder b), en ii) artikel 87, lid 3, onder c).

2.2.1   Artikel 87, lid 3, onder b)

(16)

Het valt te betwijfelen of de ernstige liquiditeitscrisis van BAWAG PSK verstrekkende gevolgen voor het Oostenrijkse financieel systeem en, meer in het algemeen, voor de gehele Oostenrijkse economie zou hebben gehad.

2.2.2   Reddingssteun

(17)

Het valt te betwijfelen of de garantie als reddingssteun verenigbaar kan worden verklaard.

2.2.3   Herstructureringssteun

(18)

De richtsnoeren stellen de voorwaarden vast waaraan herstructureringssteun moet voldoen om verenigbaar te zijn.

Levensvatbaarheid op lange termijn/herstructureringsplan

(19)

De maatregelen die in het herstructureringsplan overwogen worden, zijn misschien onvoldoende om de levensvatbaarheid van BAWAG PSK op lange termijn te herstellen.

Voorkoming van buitensporige vervalsing van de mededinging

(20)

Het valt te betwijfelen dat de afstotingen die BAWAG PSK reeds uitgevoerd of gepland heeft, voldoende zijn om buitensporige vervalsing van de mededinging te voorkomen.

Beperking van de steun tot het minimum

(21)

De Commissie heeft nadere informatie nodig om na te gaan of de bijdrage van BAWAG PSK 50 % van de herstructureringskosten bedraagt.

Bijzondere voorwaarden voor de goedkeuring van steun

(22)

De Commissie herinnert eraan dat zij, naast de maatregelen die genomen werden om buitensporige vervalsing van de mededinging te voorkomen, de voorwaarden kan opleggen die zij nodig acht om te voorkomen dat de mededinging door de steun zodanig wordt verstoord dat het gemeenschappelijk belang wordt geschaad.

3.   CONCLUSIE

De Commissie verzoekt Oostenrijk in het kader van de procedure van artikel 88, lid 2, van het EG-Verdrag binnen één maand vanaf de datum van ontvangst van dit schrijven zijn opmerkingen te maken en alle dienstige inlichtingen te verstrekken voor de beoordeling van de staatgarantie voor BAWAG PSK.

Volgens artikel 14 van Verordening (EG) nr. 659/1999 kan alle onrechtmatige steun van de begunstigde worden teruggevorderd.

TEKST VAN DE BRIEF

„Die Kommission teilt Österreich mit, dass sie nach Prüfung der von den österreichischen Behörden zur vorerwähnten Maßnahme übermittelten Angaben beschlossen hat, das Verfahren nach Artikel 88 Absatz 2 EG-Vertrag einzuleiten.

1.   VERFAHREN

(1)

Nach dem Erscheinen von Presseberichten zu finanziellen Schwierigkeiten der Bank für Arbeit und Wirtschaft und Österreichische Postsparkasse Aktiengesellschaft (nachfolgend ‚BAWAG P.S.K.‘ genannt) hat die Kommission am 5. Mai 2006 ein Auskunftsersuchen an Österreich gerichtet.

(2)

Am selben Tag erhielt die Kommission ein Schreiben der österreichischen Behörden mit Informationen zu einer Haftungsübernahme des Bundes zugunsten der BAWAG P.S.K. und möglichen Gründen für deren Vereinbarkeit mit dem EU Recht.

(3)

Mit Schreiben vom 30. Mai 2006 richtete die Kommission Fragen bezüglich der wirtschaftlichen Situation der BAWAG P.S.K. und deren Muttergesellschaft Österreichischer Gewerkschaftsbund (nachfolgend ‚ÖGB‘ genannt), den Vertragsbedingungen der Haftungsübernahme und deren Vereinbarkeit mit dem gemeinsamen Markt an Österreich.

(4)

Am 27. Juni 2006 fand ein Treffen mit Österreich und Vertretern der BAWAG P.S.K. statt. Im Anschluss an das Treffen übermittelte Österreich mit Schreiben vom 18 Juli 2006, registriert am 19 Juli 2006, zusätzliche Informationen. Mit Schreiben vom 21. September 2006, registriert am 22. September 2006 übermittelte Österreich einen Umstrukturierungsplan

2.   HINTERGRUND

2.1.   Beschreibung der BAWAG P.S.K.

(5)

Die BAWAG P.S.K. ist ein nicht-börsennotierter Bank- und Finanzkonzern mit Aktivitäten in allen Bereichen der Finanzdienstleistungen in Österreich und außerhalb Österreichs. Sie betreibt das größte zentral geleitete inländische Zweigstellen-Netzwerk, sie hat 1,2 Mio. private und mehr als 60 000 Geschäftskunden. Am 31. Dezember 2005 betrug die Bilanzsumme 53 Mrd. EUR.; die eingelegten Sparguthaben beliefen sich auf ca. 18 Mrd. EUR, der größte Umfang von Sparguthaben in Österreich.

(6)

Die folgende Tabelle gibt eine Übersicht über die wichtigsten Kennzahlen der BAWAG P.S.K. im Zeitraum 2004/2005 (3):

BAWAG P.S.K.

Bilanzsumme

(Mrd. EUR)

Anzahl der Mitarbeiter zum Bilanzstichtag

Anzahl der Outlets

Operatives Ergebnis

(Mio. EUR)

Jahresüberschuss

(Mio. EUR)

2004

56,3

6.275

1.847

280

138,3

2005

57,9

6.632

1.571

217

3,6

(7)

Die Geschichte der Bank geht zurück bis ins Jahr 1922 als die ‚Arbeiterbank‘ gegründet wurde, um Guthaben der Gewerkschaften und Konsumgenossenschaften zu verwalten. Die Bank wurde von den österreichischen Gewerkschaften nach dem zweiten Weltkrieg wiedereröffnet. Die meisten Regierungsüberweisungen und Gehaltszahlungen an Bedienstete im öffentlichen Dienst werden über die Bank ausgeführt.

(8)

Aktuelle Eigentümerstruktur der BAWAG P.S.K:

Image

(9)

Die Gesellschaft Anteilsverwaltung BAWAG P.S.K. Aktiengesellschaft (nachfolgend ‚AVB‘ genannt) ist die alleinige Eigentümerin der BAWAG P.S.K. und hält 100 % der Geschäftsanteile.

(10)

Die Österreichische Gewerkschaftliche Solidarität Privatstiftung (nachfolgend ‚ÖGSP‘ genannt) hält 49 % der Anteile an der AVB. Der ÖGB ist Stifter der ÖGSP und stellt und benennt die Mitglieder des Begünstigtenrates/Solidaritätsvermögen. Ihm gehören der Präsident des ÖGB und zwei weitere vom Präsidium des ÖGB namhaft gemachte Personen an. […] (4)

(11)

Auf der Grundlage der Anlagevermögen mit Stand September 2005 hat die Österreichische National Bank (nachfolgend ‚OeNB‘ genannt) eine Rangfolge der zehn größten österreichischen Banken, die zusammen einen Marktanteil von 57 % halten, erstellt:

Rang

Name der Bank

1

Bank Austria Creditanstalt AG

2

Erste Bank AG

3

Raiffeisen Zentralbank AG

4

BAWAG (5)

5

Österreichische Kontrollbank AG

6

ÖVAG

7

RLB Oberösterreich AG

8

Postsparkasse (PSK) (5)

9

Kommunalkredit Austria AG

10

RLB Niederösterreich-Wien AG

(12)

Die Marktanteile der BAWAG P.S.K. in Österreich gegliedert nach Produkten waren im Jahr 2005 wie folgt:

Geschäftsbereiche

Marktanteil

Einlagengeschäft mit inländischen Kunden

Privatkunden

[…]

 

Kommerzkunden

[…]

Kreditgeschäft mit inländischen Kunden inkl. Hypothekarkrediten

Privatkunden

[…]

 

Kommerzkunden

[…]

Kreditgeschäft mit der öffentlichen Hand

 

[…]

Kreditkartengeschäft

Debitkartengeschäft

[…]

 

Kreditkarten

[…]

Leasinggeschäft

 

[…]

(13)

Kürzliche Aktivitäten der Bank schließen internationale Expansionen ein. Der Anteil des Vermögens ausländischer Zweigstellen ist von ca. […] im Jahr 1995 auf ca. […] und auf etwas mehr als […] wenn Tochtergesellschaften eingeschlossen sind im Jahr 2004 gewachsen. Gegenwärtig verfügt die Bank über Tochtergesellschaften in Tschechien, der Slowakei, Slowenien, Ungarn, Malta und Lybien. […]

(14)

Die Marktanteile der BAWAG P.S.K. in den neuen osteuropäischen Mitgliedstaaten sind gering.

3.   BESCHREIBUNG DER ZU BEURTEILENDEN MASSNAHME

(15)

In der vorliegenden Entscheidung zu beurteilende Maßnahme handelt es sich um eine durch Gesetz geregelte Haftungsübernahme des Bundes für die BAWAG P.S.K., dem BAWAG P.S.K.-Sicherungsgesetz (nachfolgend ‚ BAWAG P.S.K-Gesetz‘ genannt), verabschiedet am 8 Mai 2006.

3.1.   Der Ausgangspunkt für die Schwierigkeiten der BAWAG P.S.K.

(16)

Entsprechend Informationen von Österreich sind die wirtschaftlichen Schwierigkeiten der BAWAG P.S.K. hauptsächlich auf zwei Sondergeschäfte, die ‚Karibikgeschäfte‘ und ‚Refco‘, die durch einige Mitglieder des früheren Managements durchgeführt wurden, zurückzuführen. Möglich waren diese Sondergeschäfte durch ein unzureichendes Risikocontrolling und die bewusste Umgehung bestehender Kontrollinstanzen durch die Beteiligten.

‚Karibikgeschäfte‘

(17)

Die ‚Karibikgeschäfte‘ wurden im Wesentlichen zwischen 1995 und 2001 getätigt. Von 1995 bis 1998 wurden in vorerst drei Tranchen insgesamt […] über die BAWAG International Finance, Dublin, an Gesellschaften mit Sitz auf den Cayman Islands überwiesen. Im Jahr 1998 wurde noch ein weiterer Kredit in Höhe von […] vergeben. Im September 1998 stellte sich das Engagement so dar, dass die BAWAG P.S.K. über ihre Tochtergesellschaft in Dublin insgesamt […] an vier Gesellschaften zum Zweck diverser Investments kreditiert hatte. Diese Beträge wurden verwendet, um in die Kursentwicklung des Yen gegen den US-Dollar zu spekulieren. Die als Deckung fungierende von dritter Seite aufgebrachte Eigenkapitaltranche und die Mittel aus den Senior-Deposit-Agreements wurden als Margin für die Spekulationen sukzessive verbraucht, weil die erwartete Kursentwicklung nicht eingetreten war. Bezüglich der bis 1998 erfolgten Finanzierungen trat auf diese Weise ein Totalverlust in Höhe der […] ein.

(18)

Bis Jahresende 1998 wurden weitere Finanzierungen über insgesamt […] vorgenommen und 1999 Kreditengagements über ca. […] eingegangen, die sich abermals als nicht werthaltig erwiesen. Wieder war eine erwartete Yen-Kursentwicklung nicht eingetreten; Optionen, die im Zeitverlauf deutlich gefallen waren, wurden mit sehr großem Verlust verkauft. Das Obligo per Ende 1999 betrug […], wobei die starke Obligoausweitung zu einem großen Teil auch auf starke Verschiebungen im Wechselkursgefüge zurückzuführen war.

(19)

Ende 1999/Anfang 2000 wurde ein weiterer, letzter Versuch unternommen, die bis dahin erlittenen Verluste aus diesen Geschäften doch noch zu kompensieren. Es wurden weitere […] gemeinsam mit den aus vorherigen Optionen verbliebenen […] in Fonds veranlagt. Die Investitionen wurden wiederum in Yen-Swaps-Spekulationen unternommen und dadurch neuerlich ein Totalverlust der investierten Mittel verursacht. Ende 2000 bestand aufgrund dieser Geschäfte ein Obligo von […]. Ab 2001 wurden die Verluste häufig umstrukturiert und durch teilweise Abschreibungen schließlich per Oktober 2005 auf […] reduziert.

‚Refco‘

(20)

Die Geschäftsbeziehung der BAWAG zu Refco Group Ltd. LLC (nachfolgend ‚Refco‘ genannt) (6) begann im Jahr 1998 und dauerte bis Oktober 2005. Schwerpunkte dieser Geschäftsbeziehung waren:

eine Beteiligung der BAWAG P.S.K. an Refco im Zeitraum 1999 bis 2004,

Finanzierungen im Rahmen eines Proceeds-Participation-Agreement,

eine Kooperation zwischen der BAWAG P.S.K. und Refco auf mehreren Gebieten des täglichen Bank- und Wertpapiergeschäfts.

Kreditgewährungen der BAWAG P.S.K. an Refco, beginnend mit einem Kredit im Jahr 1998, der im Zusammenhang mit der Beendigung der Beteiligung der BAWAG P.S.K. an Refco im Jahr 2004 rückgeführt worden war, bis zur Kreditgewährung über 350 Mio. EUR im Oktober 2005. Dazwischen gab es immer wieder Kreditgewährungen an Refco oder Refco-Gesellschaften, u. a. auch mehrere sehr kurzfristige Kredite über den Bilanzstichtag von Refco (sog. ‚Year-End Transactions‘).

(21)

Der BAWAG P.S.K. war nicht bekannt, dass in den geprüften Finanzberichten und Bilanzen von Refco wesentliche Mängel enthalten waren, die schon in die 1990er Jahre zurückreichten, und zwar insbesondere Mängel, die diese Forderung von […] betrafen, welche dem CEO von Refco, Phillip Bennett, und Gesellschaften unter seiner Kontrolle zuzuordnen war. Bennett war aufgrund dieser Mängel in den Bilanzen am 6.10.2005 von seinen Funktionen bei Refco suspendiert worden. Kurz nach der Suspendierung stellte Refco den Insolvenzantrag.

(22)

Im April 2006 wurden in den USA seitens Refco, des Creditors Committee (Ausschuss der unbesicherten Refco-Gläubiger), des Department of Justice (US-Justizministerium) und der Securities and Exchange Commission (SEC, US-Börsenaufsicht) gegen die BAWAG P.S.K. Klagen angestrengt. Im Rahmen dieser Verfahren war ein Betrag von rund […] durch gerichtliche Verfügung gesperrt worden.

(23)

Aus der Beziehung mit Refco ergab sich folgende Belastung für die BAWAG P.S.K. per Ende 2005:

 

350 Mio. EUR Wertberichtigungsbedarf aus einer Kreditvergabe

 

[…] Verlust aus Gold-Swaps

 

[…] Verlust aus dem Verkauf von Senior Secured Loans

 

[…] Wertberichtigungen sonstiger Engagements sowie

 

entsprechende Rechtskosten

 

und führten zusammen zu einem Aufwand von […].

(24)

Diesem Komplex hinzuzurechnen ist die Rückstellung in Höhe von […], die Anfang Mai 2006 rückwirkend für den Vergleich mit den Refco-Gläubigern gebildet werden musste. Daraus ergibt sich ein noch ausstehender Fehlbetrag aus Refco-Geschäften in Höhe von 1,0045 Mrd. EUR.

Auswirkungen der ‚Karibikgeschäfte‘ und ‚Refco‘

(25)

Im Jahr 2004 wurden Forderungen aus dem Karibikkomplex im Ausmaß von rd. […] abgeschrieben.

(26)

Zur Bewältigung der Verluste der Karibikgeschäfte in 2005 wurden liquide Mittel in Höhe von […], Abschreibungen im Zuge der Umgründung in 2005 in Höhe von 534 Mio. EUR und weitere Wertberichtigungen im Anschluss an 2005 in Höhe von […]. Der noch verbleibende Betrag in Höhe von […]. EUR ist voll wertberichtigt und in die Liste der bundesverbürgbaren Forderungen aufgenommen.

(27)

Im Jahr 2005 führte Refco zu Aufwendungen in Höhe von 1.004,5 Mio. EUR. Hierin enthalten ist zum einen die vollständige Wertberichtigung des im Oktober 2005 gewährten Kredits in Höhe von 350 Mio. EUR samt weiteren Wertberichtigungen und Verlusten in Höhe von insgesamt […] sowie eine Rückstellung für Verpflichtungen aus dem Settlement in den USA, möglichem Wertberichtigungsbedarf von Veranlagungen in Fonds mit Refco-Bezug, weiteren Rechtsrisiken und hierfür anfallenden Rechtsanwaltskosten in Höhe von […]. Des Weiteren wurden Forderungen […] im Ausmaß von […] wertberichtigt.

(28)

Im Oktober 2005 wurde der BAWAG P.S.K. durch die Refco-Insolvenz getroffen und zur gleichen Zeit wurden die Verluste aus den Karibikgeschäften bekannt.

(29)

Diese Ereignisse führten zu Wertberichtigungen von […] in der Bilanz des […]. Die BAWAG P.S.K. konnte nur […] durch Auflösung von Rückstellungen und das Jahresergebnis abdecken.

(30)

Gewarnt durch die Presse zogen Kunden in großem Umfang Ende April/Anfang Mai 2006 Geld von den Girokonten und Sparkonten ab. Insgesamt wurden […], während die Einlagen auf den Sparkonten um […] reduziert wurden. Die Marktanteile der BAWAG P.S.K. verringerten sich dementsprechend.

(31)

Gemäß Informationen Österreichs gehen die wirtschaftlichen Schwierigkeiten der BAWAG P.S.K. ausschließlich auf Sondergeschäfte (Karibikgeschäfte und Refco) und vom üblichen Bankgeschäft getrennte Geschäfte zurück, die durch zwei Mitglieder des früheren Managements der BAWAG P.S.K. in aktiver Form mit nicht immer vorheriger Unterrichtung der weiteren Vorstandsmitglieder unter weitgehender Umgehung der damals bestehenden aufsichtsrechtlichen Kontrollen durchgeführt wurden. Diese folgenschweren Sondergeschäfte waren Geschäfte, die nicht zum Treasury- oder Kapitalmarktgeschäft der Bank gehörten Das Risikocontrolling der Bank war unzureichend.

3.2.   Die Haftungsübernahme des Bundes

(32)

Ohne eine Haftungsübernahme des Bundes hätte die BAWAG P.S.K. die Solvabilitäts- und Eigenmittelbestimmungen des Österreichischen Bankwesengesetzes (nachfolgend ‚BWG‘ genannt) nicht einhalten und die Bilanz 2005 nicht schließen können.

(33)

Die Haftungsübernahme in Höhe von 900 Mio. EUR (7) wurde am 6. Juni 2006 mit Rückwirkung zum 31. Dezember 2005 finalisiert.

Die Zielsetzungen der Haftungsübernahme

(34)

Gemäß Informationen Österreichs zielt die Haftung auf Folgendes ab:

Stabilisierung und Stärkung der Lage der BAWAG P.S.K.;

Ermöglichung der Bilanzerstellung 2005;

Ermöglichung des Beginns bzw. der Fortsetzung der Verkaufsmaßnahmen;

Aufrechterhaltung der zukunftsorientierten Funktionsfähigkeit der BAWAG P.S.K.;

Stärkung des Vertrauens der Anleger in den österreichischen Finanzplatz.

(35)

Österreich ist der Auffassung, dass die Haftungsübernahme als eine Beihilfe zur Behebung einer beträchtlichen Störung im Wirtschaftsleben eines Mitgliedstaates notifiziert wurde. Die Insolvenz der BAWAG P.S.K. hätte Konsequenzen haben können, die weit über die Folgen bei einer anderen Bank dieser Größenordnung hinausgegangen wären. Eine Insolvenz hätte neben dem Österreichischen Gewerkschaftsbund als Eigentümer insbesondere auch den Bund betroffen

als Träger der Staatsaufgabe Finanzmarktstabilität;

als Kunden, sowie

aufgrund seiner früheren Stellung als Eigentümer und Haftungsträger der Österreichischen Postsparkasse.

(36)

Darüber hinaus hätte die Insolvenz der BAWAG P.S.K. auch Auswirkungen auf den Zahlungsverkehr und auf die Bundesbediensteten der Österreichischen Postsparkasse haben und Strukturprobleme des ländlichen Raums hervorrufen können.

(37)

Österreich ist der Ansicht, dass es kaum möglich ist, eine quantitative Abschätzung eventueller Konsequenzen einer Insolvenz der Bank auf die Gesamtwirtschaft vorzunehmen. Ungeachtet dessen steht jedoch zweifellos fest, dass eine Insolvenz der BAWAG P.S.K. die Stabilität des Finanzplatzes Österreich gefährdet hätte. Die Schaffung von zwei Sondergesellschaften (siehe unten) würde ebenfalls die eindeutige Unterstützung der BAWAG P.S.K. von Seiten der größten Marktteilnehmer im österreichischen Finanzmarkt veranschaulichen, die bereit seien, die Stabilität des Finanzmarkts in Österreich zu sichern.

Die mit der Haftung verbundenen Bedingungen

(38)

Die Haftung erlischt 60 Tage nach Veräußerung der BAWAG P.S.K., aber grundsätzlich nicht später als zum 1. Juli 2007. Eine Verlängerung unter bestimmten Bedingungen ist jedoch möglich.

(39)

Das von der BAWAG P.S.K. zu zahlende Entgelt beträgt für den Zeitraum bis 30. Juni 2007 jährlich 0,2 % und anschließend 1,2 %.

(40)

Die Haftung der Republik Österreich kann nur in Anspruch genommen werden, wenn kumulativ

noch kein Verkauf der BAWAG P.S.K. stattgefunden hat,

die BAWAG P.S.K. ihre direkten und indirekten Gesellschafter zur Zahlung sowie zur Offenlegung ihrer aktuellen Vermögensverhältnisse aufgefordert hat und

die wirtschaftliche Bedrohung der Bank (Unterschreitung der gesetzlichen Eigenmittelerfordernisse) nach wie vor gegeben ist und

eine Insolvenz der BAWAG P.S.K. (Zahlungsunfähigkeit durch Überschuldung) droht oder bereits eingetreten ist.

(41)

Die Inanspruchnahme der Bürgschaft ist auch dann gestattet, wenn eine Insolvenz nur deshalb droht, weil die Bürgschaft zum 01.07.2007 ausläuft; Österreich kann durch Verlängerung der Bürgschaft die Inanspruchnahme abwehren. Allerdings ist dafür ein Beschluss der Bundesregierung erforderlich.

(42)

Die Haftung deckt nur Forderungen ab, die in die Bemessungsgrundlage nach § 22 Abs. 2 BWG einzurechnen sind und die gemäß der Verordnung der Finanzmarktaufsichtsbehörde (nachfolgend ‚FMA‘ genannt) über die Anlage zum Prüfungsbericht (8) eingestuft sind.

(43)

Die Haftung des Bundes gemäß dieser Haftungsvereinbarung, ausgenommen aus bereits erfolgten Haftungsinanspruchnahmen, erlischt mit dem Eigentumsübergang (direkt oder indirekt) der Anteile an der BAWAG P.S.K. an Dritte im Sinne des § 3 Abs. 1 BAWAG P.S.K.-Gesetz, spätestens jedoch am 01.07.2007. Die BAWAG P.S.K. hat jeden solchen Eigentumsübergang dem Bund unverzüglich unter Vorlage entsprechender Nachweise schriftlich mitzuteilen, sofern sie davon Kenntnis erhält. Wenn dies für die Durchführung des Verkaufs der Anteile an Dritte im Sinne des § 3 Abs. 1 BAWAG P.S.K.-Gesetz erforderlich ist, wird Österreich über begründetes Ersuchen der BAWAG P.S.K. die Haftung bis zu 60 Tagen nach dem Eigentumsübergang verlängern, längstens aber bis zum 30. Juni 2007.

(44)

Österreich kann durch den Bundesminister für Finanzen (mit Zustimmung der Bundesregierung) die in dieser Vereinbarung übernommene Haftung prolongieren, falls die Voraussetzungen von § 1 Abs. 2 BAWAG P.S.K.-Gesetz vorliegen. Österreich wird eine solche Verlängerung insbesondere dann erwägen, wenn aufgrund eines Erlöschens der Haftung die nachhaltige Sanierung der BAWAG P.S.K. oder deren Verkauf gefährdet wäre. Die BAWAG P.S.K. wird an Österreich, sobald sie eine Verlängerung anstrebt, möglichst aber bis 31. März 2007, ein entsprechendes Ansuchen richten, in dem das Vorliegen der Voraussetzungen für eine Prolongierung zu begründen und zu dokumentieren ist. Sofern eine Haftungsinanspruchnahme auf eine drohende Insolvenz gestützt wird, die auf einen künftigen Wegfall der Bundeshaftung zurückzuführen ist, kann Österreich eine solche Haftungsinanspruchnahme dadurch abwenden, dass er die Haftung vor deren Ablauf prolongiert. In diesem Fall treten die Folgen einer Haftungsinanspruchnahme nicht ein.

(45)

Eine weitere mit der Haftungsübernahme verbundene Bedingung gibt der BAWAG P.S.K. und ÖGB auf, ihre Anteile an der Österreichischen Nationalbank (‚OeNB‘) zu verkaufen. Unter Berücksichtigung der Besonderheiten einer solchen Vorgangs stellt Österreich fest, dass ein Marktpreis für diese Anteile um […] über dem Nennwert der Aktien liegt. Mit dieser Schätzung gelangt man zu einem ‚Marktpreis‘ zwischen […]. Der endgültige Verkaufspreis an die österreichischen Behörden beträgt […] ([…] für die BAWAG P.S.K.). Mit dem Verkauf waren sowohl der Verzicht auf das Nominierungsrecht eines Generalrats als auch auf die Mitwirkung des gemeinsam mit der B & C Beteiligungsmanagement GmbH und der Wiener Städtische Allgemeine Versicherung AG zu nominierenden Generalsrats verbunden. Pro 1 Mio. EUR Grundkapital steht das Recht zu, einen Generalrat vorzuschlagen (§ 18 NBG). Mit dem Verkauf verzichtet die BAWAG P.S.K. auf alle Nominierungsrechte und damit auf den Zugang zu Informationen. Da gemäß § 69 NBG 90 % des Reingewinns Österreich zustehen, ist der Wert der Beteiligung neben der für die Aktionäre verbleibenden 10 %igen Rendite im Wesentlichen im Wert des Zugangs zur Information, zum direkten Zugang zum Direktorium und zum Meinungsaustausch zu sehen. Der Verkaufserlös entsprach dem Buchwert der Beteiligung.

Das Beihilfeelement der Haftungsübernahme

(46)

Österreich legt dar, dass das Beihilfeelement der Haftungsübernahme anhand der Mitteilung der Kommission über die Anwendung der Artikel 87 und 88 EG-Vertrag auf Staatliche Beihilfen in Form von Haftungsverpflichtungen und Bürgschaften (9) (nachfolgend ‚Mitteilung‘ genannt) ermittelt werden muss. Die Mitteilung verleihe der Kommission einen weiten Ermessensspielraum hinsichtlich der Bestimmung der Höhe der Beihilfe. Verbindlich festgelegt werde lediglich, dass das Beihilfeelement in Bezug auf die Einzelheiten der Haftungsübernahme zu beurteilen sei.

(47)

Österreich zufolge lässt sich aus der Tatsache, dass die BAWAG P.S.K. zum Zeitpunkt der Beihilfegewährung als Unternehmen in finanziellen Schwierigkeiten einzustufen war, nicht folgern, dass das Beihilfeelement dem garantierten Betrag von 900 Mio. EUR entspricht. Vielmehr stünde der Kommission in einem solchen Fall ein Ermessensspielraum hinsichtlich der Bestimmung der Höhe der Beihilfe zu, die sie unter Beachtung der Besonderheiten und Einzelheiten der Bürgschaftsvereinbarung, insbesondere des ermittelten Risikofaktors, auszuüben habe. Die Höhe der Beihilfe sollte daher anhand der Ausfallwahrscheinlichkeit der Bürgschaft berechnet werden. Die Entscheidung der Kommission im Fall Crédit Foncier de France (nachfolgend: ‚CFF‘ genannt) (10) würde dies veranschaulichen.

(48)

In diesem Zusammenhang nimmt Österreich wie folgt Stellung:

Die kurze Laufzeit der Bürgschaft und die Unwahrscheinlichkeit einer Prolongierung derselben würden das Risiko einer Inanspruchnahme stark einschränken. Insbesondere sei nach derzeitiger Planung mit hoher Wahrscheinlichkeit davon auszugehen, dass der Verkauf der BAWAG P.S.K. bis Anfang 2007 vollzogen sein werde. Die Dauer der wirtschaftlichen Wirkung der Bürgschaft werde damit tatsächlich nicht länger als acht Monate sein (von Mai bis Dezember 2006). Selbst wenn man auf die Rückwirkung zum 1. Januar 2006 abstellen würde, betrüge die Laufzeit nicht mehr als ein Jahr. Die Bürgschaft sei daher in ihrer Dauer auf das absolut erforderliche Maß begrenzt.

Die Wahrscheinlichkeit einer Inanspruchnahme würde durch die spezifischen Modalitäten der Bürgschaft ebenfalls begrenzt. Besonders würde sich auch der Umstand, dass die Bürgschaft lediglich eine Ausfallbürgschaft sei, Risiko mindernd auswirken. Die Haftung Österreichs käme lediglich im Falle der (drohenden) Insolvenz der BAWAG P.S.K. in Frage. Eine solche Insolvenz sei aber gerade wegen und nach Gewährung der Haftungsübernahme sehr unwahrscheinlich.

Das allgemeine Ausfallrisiko der BAWAG P.S.K. wird als gering eingestuft, da die Marktentwicklung für den Sektor Banken in Österreich positiv eingeschätzt wird. Damit sind die wirtschaftlichen Außenbedingungen für eine Weiterexistenz der BAWAG P.S.K. gut und lassen einen Liquiditätszuwachs erwarten. Darüber hinaus habe eine deutliche Verbesserung im Hinblick auf die Kontrollmaßnahmen der Bank stattgefunden.

(49)

Österreich hält fest, dass das Rating ‚Financial Strength Rating‘ (‚FSR‘) (11) von Moody's ein geeigneter Indikator für die finanzielle Situation der BAWAG P.S.K. sei, da das FSR ausschließlich auf die finanzielle Leistungsfähigkeit des Unternehmens selbst ohne externe Unterstützung abstelle. Das FSR von ‚E+‘ der BAWAG P.S.K. entspricht einem ‚Baseline Rating‘ von B1 bis B3. Letztere Rating würde eine Ausfallwahrscheinlichkeit innerhalb eines Jahres zwischen 3,2 % und 10,5 % bedeuten.

(50)

Aufgrund der Risikomindernden Gründe und der zeitlichen Begrenzung wegen des zu erwartenden Verkaufs der Bank in naher Zukunft erscheine die Ausfallwahrscheinlichkeit von B2 als realistisch und fair. Das Beihilfeelement der Haftungsübernahme würde daher 49,1 Mio. EUR betragen. (12).

(51)

Unter Berücksichtigung des Haftungsentgelts von 0,2 % im ersten Jahr würde das Beihilfeelement netto 47,3 Mio. EUR betragen (13).

3.3.   Der Umstrukturierungsplan

(52)

Österreich nimmt zur Kenntnis, dass der Hauptzweck der Umstrukturierungsmaßnahmen die Reduzierung der Betriebsrisiken und die Erhöhung der Rentabilität des Geschäftes ist. Die Strategie der BAWAG P.S.K. beinhaltet folgende wesentliche Punkte:

Wiederherstellung des Kundenvertrauens in die Bank und ihr Management

Rückbesinnung auf das Kerngeschäft der Bank

Beibehaltung und Ausbau standardisierter kostengünstiger Veranlagungs- und Kreditprodukte für das Retail-Privat- und Retail-KMU-Geschäft in Österreich und durch die Tochterbanken im benachbarten Ausland mit dem Ziel der Kundenrückgewinnung

Ausbau der Zielmärkte in Zentral- und Osteuropa durch stärkere Marktpräsenz in diesen Ländern (Slowakei, Tschechische Republik, Slowenien)

Verbesserung der Cross-Selling-Rate sowohl im Retail- als auch im Corporate-Segment

Nutzung des neuen Kernbanksystems, welches ab November 2006 erstmals die Servicierung ehemaliger BAWAG- und ehemaliger P.S.K.-Kunden auf einer Plattform ermöglicht, zur Intensivierung der Geschäftsverbindung mit bestehenden Kunden (Know your customer)

Verstärkte Pflege des Images der Bank als Preisführer und Festigung des Images der Bank als die österreichische Kundenbank

(53)

Die risikobezogene Umstrukturierung wird durch drei Maßnahmen auf Gesamtbankebene adressiert: i) Einführung eines Corporate-Governance-Kodex und einer neuen Geschäftsordnung für den Vorstand, ii) Änderungen im Risikocontrolling und Installation eines Risikovorstands und iii) Verbesserung von Rechnungsanweisungsprozessen (14) aus Risikosicht.

(54)

Die Steigerung der Profitabilität wird durch Maßnahmen auf Ebene der einzelnen Geschäftsfelder umgesetzt. Es sind im Wesentlichen Personaleinsparungen. Sie resultieren aus dem Abschluss von Großprojekten [allegro (15), Basel II], Einsparungen durch ein verbessertes Kernbankensystem, Reduktion des Overheads im Bereich der Zentrale und weiteren strukturellen Maßnahmen mit dem Ziel der Kostenreduktion.

(55)

Die Annahmen für die Marktentwicklung lauten wie folgt (in %):

 

2001

2002

2003

2004

2005

Φ 2001-2005

2006

Φ 2006–2010

Privatkredite (y-o-y)

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

Unternehmenskredite (y-o-y)

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

Kundeneinlagen (y-o-y)

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

Sichteinlagen (y-o-y )

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

Spareinlagen (y-o-y)

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

Geldvermögensbildung der privaten Haushalte (Mrd. EUR)

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

(56)

Für den öffentlichen Sektor könnten die Kredite an Länder und Gemeinden im Prognosezeitraum durchschnittlich um […] p. a. zunehmen. Beim Kapitalmarktgeschäft kann von einem jährlichen Volumen zwischen […] und […] für das Privatkunden-Neugeschäft ausgegangen werden (Nettokäufe, ohne Bewertungseffekte). Die sonstigen Wertpapiertransaktionen (festverzinsliche Schuldverschreibungen, Aktien) und damit die Dienstleistungserträge dürften in der Tendenz ebenfalls zunehmen. Schließlich wird in Osteuropa ein dynamisches Wirtschaftswachstum von rund 4,5 % p. a. erwarten; damit ist eine entsprechende Ausweitung der Bankgeschäfte verbunden.

(57)

Das Base-Case-Szenario lautet wie folgt:

Gewinn und Verlustrechnung nach Handelsgesetzbuch (in Mio. EUR)

 

2006

2007

2008

2009

2010

2011

Nettozinsertrag

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

Beteiligungserträge

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

Provisionserträge

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

Finanzergebnis

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

Sonstige betriebliche Erträge

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

Betriebserträge

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

Personalaufwand

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

Sachaufwand

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

Abschreibungen

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

Sonstiger betrieblicher Aufwand

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

Betriebsergebnis

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

Risikovorsorge und Bewertung Wertpapiere

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

Bewertung Finanzanlagen

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

Ergebnis der gewöhnlichen Geschäftstätigkeit

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

Steuern

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

Jahresüberschuss

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

RoE

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

(58)

Das Base-Case-Szenario beinhaltet folgende wesentliche Annahmen:

Going Concern

Geschäftsbetrieb ‚as usual‘ im 2. Halbjahr 2006, keine negative Beeinflussung des Geschäftsgangs durch Pressemeldungen; Maßnahmen zur Kunden- und Geschäftsrückgewinnung werden nicht konterkariert

Kein Liquiditätsengpass, das heißt, das Vertrauen in die BAWAG P.S.K. ist durch Übernahme durch einen entsprechend gearteten Erwerber wiederhergestellt.

Die Bundesbürgschaft wird nicht in Anspruch genommen. Ein Erwerber leistet einen eigenkapitalwirksamen Zuschuss in Höhe der durch die Bundesbürgschaft aufgelösten Wertberichtigungen. Diese Wertberichtigungsdotierung ist nicht gezeigt, da davon ausgegangen wird, dass der Erwerber einen Zuschuss in die nicht gebundene Kapitalrücklage leistet, die entsprechend der Wertberichtigungsbildung aufgelöst wird, womit sich der Jahresüberschuss nicht verändert.

Als Zielkernkapitalquote der BAWAG P.S.K. wird […] angesetzt, hierfür nicht benötigte Teile des Jahresergebnisses werden ausgeschüttet.

Hybrid- und sonstiges Tier–I-Kapital steht dem Unternehmen weiterhin in voller Höhe zur Verfügung. Die Änderung im Ausweis aufgrund von IAS 32 restated 2005 führt zu keiner Änderung der Solvabilitäts- und Eigenmittelvorschriften nach BWG.

Die Änderung des Anstiegs der Zinskurve (vor allem am langen Ende) führte im ersten Halbjahr 2006 zu einem signifikanten Abwertungsbedarf. Hedgingstrategien sollten weitere Zinsänderungen im Wesentlichen neutralisieren. Es wird davon ausgegangen, dass auslaufende Papiere hinkünftig ausschließlich zu Marktkonditionen erworben werden.

Umsetzung von Maßnahmen, die Personalkosten verringern.

(59)

Österreich erinnert daran, dass zwei Special Purpose Vehicles (nachfolgend ‚SPV‘ genannt) von privaten Banken einerseits und Versicherungsgesellschaften andererseits gegründet worden sind, um die bankrechtliche Kernkapitalquote der BAWAG P.S.K. abzusichern. Im Rahmen der Vereinbarung haben die vier Kreditinstitute Bank Austria Creditanstalt (nachfolgend ‚BA-CA‘ genannt), Erste Bank, Österreichische Volksbanken AG (nachfolgend ‚ÖVAG‘ genannt) und Raiffeisen Zentralbank Österreich AG (nachfolgend ‚RZB‘ genannt) und die vier Versicherungsgesellschaften Allianz, Generali, Uniqa und Wiener Städtische zwei SPV gegründet, um die BAWAG P.S.K. zu unterstützen. Während BA-CA, Erste Bank und RZB jeweils […] und ÖVAG […] in Kapital zu einem SPV beitragen werden, werden jede der vier Versicherungsgesellschaften […] zur zweiten Gesellschaft beitragen. Der BAWAG P.S.K. kommt die Funktion des Kontrollgesellschafters mit […] in beiden SPV zu. Diese Vereinbarung ermöglicht es der BAWAG P.S.K. ihr anrechenbares Kapital (Tier-I-Kapital) um 450 Mio. EUR zu erhöhen. Als Gruppe erreicht die BAWAG P.S.K. somit wieder eine angemessene Kapitalquote. Um das Risiko für die teilnehmenden Banken und Versicherungsgesellschaften soviel wie möglich zu begrenzen, können die zur Verfügung gestellten Geldmittel ausschließlich in höchst eingestufte Euro-Staatsanleihen investiert werden. Österreich bestätigt, dass diesen SPV keine Staatsgarantie gewährt wird.

(60)

Schließlich wurde eine Lösung mit den Behörden der Vereinigten Staaten und mit Refco-Gläubigern verhandelt. Das mit dem U.S. Department of Justice abgeschlossene ‚Non-Prosecution Agreement‘ jedoch verweist auf einen Transaktionswert, dessen Wert noch einen Rechtsstreit in den USA auslösen kann.

3.4.   Gegenleistungen

(61)

Österreich ist der Ansicht, dass verschiedene Elemente zeigen, dass unzumutbare Wettbewerbsverfälschungen, die durch die Beihilfe verursacht werden, vermieden werden. Insbesondere haben, zusätzlich zum Verkauf der Anteile, die von der Bank in der OeNB gehalten wurden, andere Divestments vor kurzem stattgefunden:

Bank des Frick & Co. Aktiengesellschaft (16) (Liechtenstein): Der […] Kapitalanteil an dieser vor allem für sehr gehobene Privatkunden tätigen Bank […] veräußert.

Verkauf einer Wiener Liegenschaft mit […].

(62)

Zusätzlich zu oben genannten Divestments beschloss die BAWAG P.S.K., ein Immobilieneigentum in Polen zu veräußern.

(63)

Der erzeugte Reingewinn und freie Cashflow der Divestments tragen bei, das Umstrukturierungsprogramm der Bank zu finanzieren.

(64)

Österreich ist der Ansicht, dass der ‚Bank-run‘ im Frühjahr 2006 auch eine Auswirkung auf die Bankoperationen gehabt hat. Als solches gesehen wäre dieser Bank-run, der zu verringerten Marktanteilen für die BAWAG P.S.K. führt, ähnlich wie eine Gegenleistung.

(65)

Schließlich wird behauptet, dass die Hilfe für vereinbar erklärt werden sollte, weil ohne sie aufgrund des Zusammenbruchs der BAWAG P.S.K. ein stärkeres Oligopol auf dem österreichischen Bankenmarkt entstanden wäre.

3.5.   Der Verkaufsprozess

(66)

Die Aktionäre der BAWAG P.S.K. haben beschlossen, bis zu 100 % ihrer Anteile in der Bank zu verkaufen. Der Verkaufsprozess fing mit der Unterstützung eines Investmentbankers an.

(67)

Ende September 2006 haben Bewerber genauere Daten über die Bank sammeln dürfen, um ihr Angebot Mitte November vorzulegen. Österreich erwartet, dass das Closing des Verkaufs deshalb spätestens Ende 2006/Anfang 2007 stattfinden könnte.

(68)

Die Verkaufsszenarien würden wie folgt lauten:

Übersicht Verkaufsszenarien (in Mio. EUR)

Verkaufserlös

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

Verbleibender Verkaufserlös ÖGB

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

Verbleibende Forderungen an Eigentümer

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

Auflösung Wertberichtigung

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

Erforderlicher Eigenkapitalzuschuss

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

Gesamtinvestition des Käufers

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

(69)

Die obige Tabelle zeigt, dass:

bei einem Verkaufspreis von […] muss der Käufer die gesamten […] EUR als Zuschuss leisten. Trotzdem verbleiben (zusätzlich zu den […] Einzelwertberichtigung aus 2005) weitere […] (17) als Forderungen an den ehemaligen Eigentümer . Insgesamt kommt auf den Käufer ein Gesamtinvestment von […] zu.

erst bei einem Gesamtinvestment des Käufers von […] können der ÖGB und seine verbundenen Unternehmen alle bei der BAWAG P.S.K. aushaftenden Kredite tilgen.

(70)

Für Österreich hängt das Gelingen der Sanierung und die Weiterführung der Bank entscheidend von einem hohen Verkaufspreis und von der Bereitwilligkeit des Käufers ab, in zusätzliches Eigenkapital zu investieren. Jede Reduzierung der Gesamtinvestition des Käufers unter ungefähr […] würde die Auslösung der Garantie zur Folge haben.

(71)

Der Verkauf der BAWAG P.S.K. könnte schwieriger sein, solange keine Rechtssicherheit hinsichtlich der Vereinbarkeit der Haftung erzielt wird.

4.   WÜRDIGUNG DER MASSNAHME

4.1.   Die BAWAG P.S.K. ist ein Unternehmen in Schwierigkeiten gewesen

(72)

Gemäß den Leitlinien der Gemeinschaft für staatliche Beihilfen zur Rettung und Umstrukturierung von Unternehmen in Schwierigkeiten (18) (nachfolgend ‚Leitlinien‘ genannt) befindet sich ein Unternehmen in Schwierigkeiten, wenn es nicht in der Lage ist, mit eigenen finanziellen Mitteln oder Fremdmitteln, die ihm von seinen Eigentümern/ Anteilseignern oder Gläubigern zur Verfügung gestellt werden, Verluste aufzufangen, die das Unternehmen auf kurze oder mittlere Sicht so gut wie sicher in den wirtschaftlichen Untergang treiben werden, wenn der Staat nicht eingreift.

(73)

Wenngleich der Gouverneur der OeNB am 28. April 2006 insbesondere erklärte, die BAWAG P.S.K. sei solvent und verfüge über ausreichende Eigenmittel zur Deckung der Risiken, ist es nach Auffassung der Kommission höchst unwahrscheinlich, dass die Bank den Abzug von Spareinlagen im Wert von […] ohne die Bürgschaft noch viel länger überstanden hätte.

(74)

Ohne eine Haftungsübernahme des Bundes hätte die BAWAG P.S.K. die Solvabilitäts- und Eigenmittelbestimmungen des Österreichischen Bankwesengesetzes (nachfolgend ‚BWG‘ genannt) nicht einhalten und die Bilanz 2005 nicht schließen können.

(75)

Ohne die Bürgschaft hätten die Prüfer auch dem Jahresabschluss der BAWAG P.S.K. keinen uneingeschränkten Bestätigungsvermerk hinsichtlich des Grundsatzes der Unternehmensfortführung geben können.

(76)

Folglich wäre die BAWAG P.S.K. ohne die Bürgschaft mit einer ernsten Liquiditätskrise konfrontiert worden.

(77)

Ferner wäre der ÖGB nach Auffassung der Kommission ohne Unterstützung nicht in der Lage gewesen, die Schwierigkeiten seiner Tochtergesellschaft zu bewältigen. Dass die BAWAG P.S.K. Forderungen gegen ihre Eigentümer in Höhe von […] wertberichtigen musste, würde diese Auffassung bestätigen.

(78)

Daraus ergibt sich, dass die BAWAG P.S.K. ein Unternehmen in Schwierigkeiten im Sinne der Leitlinien war (19).

(79)

Die österreichischen Behörden scheinen diese Auffassung zu teilen.

(80)

Die Investitionen von Privatbanken und Versicherungsgesellschaften in die beiden oben genannten SPV zur Stärkung der Kapitalquoten der BAWAG P.S.K. erfolgten nicht auf einer ähnlichen Grundlage wie die staatliche Bürgschaft (20), sondern dürften schlicht Ausdruck des Bestrebens von Privatunternehmen gewesen sein, gemeinsam der ernsten Liquiditätskrise der BAWAG P.S.K. entgegenzuwirken. Die Investitionen von privater Seite dürften daher nicht im Widerspruch zu der Tatsache stehen, dass sich die BAWAG P.S.K. in Schwierigkeiten befand.

4.2.   Vorliegen einer staatlichen Beihilfe

(81)

Um zu beurteilen, ob eine Maßnahme eine staatliche Beihilfe im Sinne von Artikel 87 Absatz 1 darstellt, muss die Kommission prüfen, ob sie

vom Staat oder aus staatlichen Mitteln finanziert wird,

einen wirtschaftlichen Vorteil verschafft,

durch selektive Begünstigung bestimmter Unternehmen oder Produktionszweige den Wettbewerb verfälschen könnte und ob sie

den Handel zwischen Mitgliedstaaten beeinträchtigt.

Verwendung staatlicher Mittel

(82)

Um als staatliche Beihilfe zu gelten, müssen die finanziellen Mittel dem Staat zurechenbar sein und direkt oder indirekt aus staatlichen Mitteln gewährt werden.

(83)

Im anstehenden Fall erfüllt die staatliche Bürgschaft, die auf der Grundlage des Bundesgesetzes gewährt wurde, diese beiden kumulativen Bedingungen.

Selektivität

(84)

Artikel 87 Absatz 1 verbietet Beihilfen, die bestimmte Unternehmen oder Produktionszweige begünstigen, d. h. selektive Beihilfen.

(85)

Durch die Bürgschaft wird unmittelbar lediglich die BAWAG P.S.K. begünstigt. Demnach ist sie als selektiv einzustufen.

Auswirkungen auf den Handel zwischen Mitgliedstaaten und Wettbewerbsverfälschung

(86)

Artikel 87 Absatz 1 verbietet Beihilfen, die den Handel zwischen Mitgliedstaaten beeinträchtigen und den Wettbewerb verfälschen oder zu verfälschen drohen.

(87)

Die Kommission ist im Rahmen ihrer rechtlichen Würdigung nicht zum Nachweis einer tatsächlichen Auswirkung von Beihilfen auf den Handel zwischen den Mitgliedstaaten und einer tatsächlichen Wettbewerbsverzerrung verpflichtet, sondern hat lediglich nachzuweisen, ob Beihilfen geeignet sind, diesen Handel zu beeinträchtigen und den Wettbewerb zu verfälschen (21). Stärkt die Beihilfe eines Mitgliedstaats die Stellung eines Unternehmens gegenüber anderen Wettbewerbern im innergemeinschaftlichen Handel, muss deren Wettbewerbsfähigkeit als durch die Beihilfe beeinträchtigt angesehen werden.

(88)

Die Kommission erinnert daran, dass der Bankensektor seit vielen Jahren für den Wettbewerb geöffnet ist. Der Wettbewerb, der unter Umständen bereits aufgrund des im EG-Vertrag vorgesehenen freien Kapitalverkehr bestand, hat sich durch fortschreitende Liberalisierung verbessert.

(89)

Die BAWAG P.S.K. verfügt über Zweigstellen bzw. Tochtergesellschaften in verschiedenen Mitgliedstaaten, insbesondere der Tschechischen Republik, der Slowakei, Slowenien, Ungarn und Malta. Umgekehrt sind auch Banken aus anderen Mitgliedstaaten in Österreich tätig, entweder direkt über Zweigstellen bzw. Vertretungen oder indirekt durch die Kontrolle über in Österreich ansässige Banken und Finanzinstitute.

(90)

Schließlich findet im Bankensektor Handel zwischen Mitgliedstaaten statt. Die Bürgschaft stärkt die BAWAG P.S.K. gegenüber anderen Bankunternehmen, mit denen sie im innergemeinschaftlichen Handel im Wettbewerb steht. Die Bürgschaft ist daher geeignet, den Handel zwischen Mitgliedstaaten zu beeinträchtigen und den Wettbewerb zu verfälschen.

Vorliegen eines wirtschaftlichen Vorteils

(91)

Eine staatliche Beihilfe liegt dann vor, wenn eine Maßnahme den Begünstigten einen Vorteil verschafft.

(92)

Gemäß Abschnitt 4.2 der genannten Mitteilung über staatliche Beihilfen in Form von Haftungsverpflichtungen und Bürgschaften stellt eine Garantie dann keine staatliche Beihilfe dar, wenn die folgenden vier Voraussetzungen erfüllt sind: a) Der Kreditnehmer ist nicht in finanziellen Schwierigkeiten; b) der Kreditnehmer wäre grundsätzlich in der Lage, ohne Eingreifen des Staates auf den Finanzmärkten Gelder zu Marktbedingungen aufzunehmen; c) die Garantie ist an eine bestimmte Finanztransaktion geknüpft und auf einen festen Höchstbetrag beschränkt, deckt höchstens 80 % des ausstehenden Kreditbetrages oder der sonstigen finanziellen Verpflichtungen und ist von begrenzter Laufzeit; d) es wird eine marktübliche Prämie für die Garantie gezahlt.

(93)

Nach Auffassung der Kommission ist die Voraussetzung a) im anstehenden Fall nicht erfüllt, da es sich bei der BAWAG P.S.K. um ein Unternehmen in Schwierigkeiten handelte.

(94)

Die Bürgschaft dürfte der BAWAG P.S.K. einen wirtschaftlichen Vorteil verschafft haben, da ihr kein Privatinvestor eine vergleichbare Bürgschaft verkauft hätte.

(95)

Darüber hinaus bezweifelt die Kommission, dass die Voraussetzungen b) und d) erfüllt sind.

Schlussfolgerung

(96)

Die Kommission ist daher der Auffassung, dass es sich bei der Bürgschaft für die BAWAG P.S.K. als einem Unternehmen in Schwierigkeiten um eine staatliche Beihilfe handeln dürfte.

(97)

Die österreichischen Behörden scheinen ebenfalls dieser Auffassung zu sein.

4.3.   Rechtswidrigkeit einer staatlichen Beihilfe

(98)

Die Beihilfe wurde von Österreich am 8. Mai 2006 mit Rückwirkung ab dem 31. Dezember 2005 beschlossen, d. h. vor einer Entscheidung der Kommission über ihre Vereinbarkeit mit dem Gemeinsamen Markt. Aufgrund der Nichteinhaltung der Notifizierungspflicht würde es sich unbeschadet der Vereinbarkeit mit dem Gemeinsamen Markt um eine gesetzeswidrige Beihilfe handeln, da die Maßnahme mit Verstoß gegen Artikel 88 Absatz 3 EG-Vertrag durchgeführt wurde.

4.4.   Beihilfebetrag

(99)

Die Kommission bezweifelt, dass die von Österreich vorgenommene Analyse des in der Bürgschaft enthaltenen Beihilfeelements angemessen ist.

(100)

Erstens wurde die Entscheidung in der Sache CFF erlassen, bevor die Mitteilung über Haftungsverpflichtungen und Bürgschaften in Kraft trat. Zweitens kann laut dieser Mitteilung der Wert der Garantie genauso hoch sein wie der durch die Garantie effektiv gedeckte Betrag, wenn es bei Übernahme der Garantie sehr wahrscheinlich ist, dass der Kreditnehmer seinen Verpflichtungen nicht wird nachkommen können, z. B. weil er in finanziellen Schwierigkeiten ist.

(101)

Die Kommission erinnert daran, dass die BAWAG P.S.K. ohne die Bürgschaft mit einer ernsten Liquiditätskrise konfrontiert worden wäre und das Risiko der Nichterfüllung der Verpflichtungen daher mit 100 % angenommen werden kann.

(102)

Schließlich bezweifelt die Kommission, dass das von Österreich angeführte FSR ein angemessenes Bild der finanziellen Leistungsfähigkeit der BAWAG P.S-K. vermittelt; dieses Rating stellt ausschließlich auf die Leistungsfähigkeit des Unternehmens selbst ohne externe Unterstützung ab, die BAWAG P.S.K. wäre ohne staatliche Unterstützung jedoch schlicht mit einer ernsten Liquiditätskrise konfrontiert worden. Das in der Bürgschaft enthaltene Beihilfeelement würde folglich den von Österreich angegebenen Betrag übertreffen, mit dem Nominalwert als Maximum im pessimistischen Szenario.

4.5.   Mögliche Grundlagen für die Vereinbarkeit der rechtswidrigen Beihilfe mit dem Gemeinsamen Markt

(103)

Nach Auffassung der Kommission kommen beim derzeitigen Stand als theoretische Grundlagen für die Beurteilung der Vereinbarkeit der Bürgschaft mit dem Gemeinsamen Markt nur i) Artikel 87 Absatz 3 Buchstabe b und ii) Artikel 87 Absatz 3 Buchstabe c im Zusammenhang mit den Leitlinien in Frage.

4.5.1.   Artikel 87 Absatz 3 Buchstabe b

(104)

Nach Auffassung der Kommission hat Österreich nicht dargelegt, dass die ernste Liquiditätskrise der BAWAG P.S.K. systemische Auswirkungen auf das österreichische Finanzsystem und, in weiterem Sinne, auf die gesamte österreichische Volkswirtschaft gehabt hätte.

(105)

Beispielsweise dürften nach Ansicht der Kommission die Einlagen auf mindestens 95 % der Sparkonten weniger als 20 000 EUR betragen haben und wären somit im Fall der Krise der BAWAG P.S.K. über die gesetzliche Einlagensicherung abgedeckt gewesen.

(106)

Im Juni 2006 erklärte die OeNB, das österreichische Bankensystem habe sich im Verlauf des Jahres 2005 trotz der Probleme der BAWAG P.S.K. und der Hypo Alpe-Adria Bank positiv entwickelt. Die Krisenresistenz der österreichischen Banken spiegele sich besonders in der hohen Eigenmittelausstattung (12,7 %) im ersten Quartal 2006 wieder. Auch zeigten Belastungstests die hohe Schockresistenz des Bankensystems. Allgemein sei das österreichische Bankensystem zurzeit in gutem Zustand.

(107)

Die Kommission hat Artikel 87 Absatz 3 Buchstabe b immer sehr restriktiv angewandt. Letztmals wurde er in den 80er Jahren angewandt, als die griechische Volkswirtschaft nach dem EU-Beitritt mit ernsthaften Ungleichgewichten kämpfte und die Gemeinschaft selbst zur Behebung der Probleme spezielle Ausnahmemaßnahmen genehmigt hatte (22).

(108)

Die Kommission ist im Prinzip der Auffassung, dass Beihilfen mit nur einem Begünstigten nicht geeignet sind, Situationen zu beheben, auf die der zweite Teil von Artikel 87 Absatz 3 Buchstabe b ausgerichtet ist. Im Fall Crédit Lyonnais  (23) , als die Beihilfemaßnahmen einen Wert von rund 20 Mrd. EUR hatten (24), handelte es sich der Kommission zufolge nicht ‚um eine Beihilfe zur Behebung einer schwerwiegenden wirtschaftlichen Störung, da die Beihilfe darauf abzielt[e], die Schwierigkeiten eines einzigen Begünstigten, des Crédit Lyonnais, und nicht des gesamten Wirtschaftszweigs zu beheben.‘ Die Beihilfe wurde entsprechend nicht nach Artikel 87 Absatz 3 Buchstabe b, sondern auf der Grundlage von Artikel 87 Absatz 3 Buchstabe c als Umstrukturierungsbeihilfe genehmigt, die mit dem Gemeinsamen Markt vereinbar ist.

(109)

Die Kommission bezweifelt aus diesen Gründen, dass Artikel 87 Absatz 3 Buchstabe b auf den anstehenden Fall angewendet werden kann.

4.5.2.   Rettungsbeihilfen

(110)

Den Leitlinien zufolge ist eine Rettungsbeihilfe ihrem Wesen nach eine vorübergehende, reversible Unterstützungsmaßnahme, die das Unternehmen so lange über Wasser halten soll, bis ein Umstrukturierungs- oder Liquidationsplan erstellt worden ist. Nach Randnummer 15 der Leitlinien darf die Laufzeit sechs Monate nicht übersteigen.

(111)

Zwar wurde die Bürgschaft am 8. Mai 2006 eingeräumt (und läuft im Prinzip bis zum Verkauf der BAWAG P.S.K. bzw. bis Juli 2007), doch ist sie nach Auffassung der Kommission effektiv und rückwirkend am 31. Dezember 2005 in Kraft getreten. Ihre Laufzeit überschreitet bereits den in den Leitlinien festgesetzten Höchstzeitraum von sechs Monaten.

(112)

Die Kommission bezweifelt daher, dass die Bürgschaft gemäß den Leitlinien als Rettungsbeihilfe und mit dem Gemeinsamen Markt vereinbar angesehen werden kann.

4.5.3.   Umstrukturierungsbeihilfen

(113)

Die Leitlinien geben die Voraussetzungen vor, die Umstrukturierungsbeihilfen erfüllen müssen, um mit dem Gemeinsamen Markt vereinbar zu sein:

Wiederherstellung der langfristigen Rentabilität/Umstrukturierungsplan (Randnummern 34 bis 37 der Leitlinien)

(114)

Die Kommission muss detailliert prüfen ob die im Umstrukturierungsplan erwogenen Maßnahmen ausreichen würden, um die langfristige Rentabilität der BAWAG P.S.K. wieder herzustellen.

(115)

Erstens geht aus dem Umstrukturierungsplan eindeutig hervor, dass das Gelingen der Sanierung und die Weiterführung der Bank entscheidend von einem hohen Verkaufspreis abhängen. Wie die oben beschriebenen Verkaufsszenarien zeigen, müsste der potenzielle Erwerber insgesamt mindestens rund […] investieren, um die langfristige Rentabilität der Bank ohne weitere staatliche Unterstützung wieder herzustellen. Laut Umstrukturierungsplan würde es ein Gesamtinvestment unterhalb dieses Schwellenwerts dem ÖGB und seinen verbundenen Unternehmen (25) nicht gestatten, die Kredite zu tilgen; auch wäre der Erwerber in diesem Fall nicht in der Lage, die erforderlichen Eigenkapitalerhöhungen durchzuführen. Die Kommission bezweifelt, dass der für die BAWAG P.S.K. erzielbare Verkaufspreis diese von Österreich ermittelte Mindesthöhe erreichen würde.

(116)

Zweitens können der BAWAG P.S.K. aufgrund des massiven Abzugs von Spareinlagen im Frühjahr und der Verschlechterung ihres Ratings (26) und somit höheren Refinanzierungskosten noch weitere Schwierigkeiten entstehen. Diese Aspekte würden sich erst auf den Jahresabschluss 2006 auswirken. Werbekampagnen neueren Datums, die z. B. auf hohen Erträgen für Sparbücher aufbauen, könnten die Rentabilität der Bank ebenfalls beeinflussen. Für 2006 könnten daraus zu verbuchende Verluste entstehen. Aus kürzlich erschienenen Presseberichten geht hervor, dass die BAWAG P.S.K. 2006 Verluste in Höhe von 20 Mio. EUR erleiden könnte.

(117)

Den Leitlinien zufolge muss der Umstrukturierungsplan verschiedene Szenarien enthalten, die eine optimistische, eine pessimistische und eine mittlere Hypothese widerspiegeln. Von den österreichischen Behörden wurde jedoch lediglich ein Base-Case-Szenario vorgelegt, das den Angaben entspricht, die Morgan Stanley im Informationsmemorandum den potenziellen Interessenten offen legte. Diese Businessplanung wurde im Hinblick auf den Verkauf der Bank erstellt. Die Kommission ist gegenwärtig nicht vollständig überzeugt, dass die der Businessplanung zugrunde liegenden Annahmen die Voraussetzungen des Base-Case-Szenarios in einem Umstrukturierungsplan erfüllen. Beispielsweise steigen die Nettozinseinnahmen im Zeitraum 2006-2011 um […], während die Risikovorsorge im gleichen Zeitraum um […] abnimmt und die Personalkosten um nur […] steigen. Bisher hat Österreich keine Sensitivitätsanalysen vorgelegt. Die Kommission erwartet, dass zwei noch vorzulegende Szenarien, von denen eines einer optimistischen Hypothese und das andere einer pessimistischen Hypothese entspricht, die Stabilität und Durchführbarkeit des Umstrukturierungsplans belegen werden.

(118)

Drittens wurden einige Risiken im Businessplan nicht berücksichtigt, insbesondere:

Klagen in den USA: Nach derzeitigem Stand ist nicht davon auszugehen, dass weitere angedrohte Klagen (mit teilweise substanziellen Forderungen) von Seiten der Kläger Erfolg versprechend geführt werden können. Für gewisse Unsicherheiten (Vergleiche im Vorfeld einer möglichen Klageführung) wurde im Rahmen der Rückstellung für Refco im Jahresabschluss 2005 vorgesorgt. Es ist auch nicht ausgeschlossen, dass einzelne Geschädigte keine Zahlungen aus den durch den Vergleich mit dem Gläubigerausschuss zur Verfügung stehenden Mitteln erhalten wollen. In diesem Fall könnten solche Geschädigte gegen die BAWAG P.S.K. klagen, der Gläubigerausschuss hätte die anteiligen Gelder an die BAWAG P.S.K. zu refundieren, jedoch kann nicht ausgeschlossen werden, dass die effektiv zu leistende Zahlung den Refundierungsbetrag übersteigt.

Nichterfüllung der Verpflichtungen der Aktionäre der BAWAG P.S.K. gegenüber den US-Gläubigern — hier trifft die BAWAG P.S.K. eine Subsidiaritätshaftung.

Nach Auffassung der Kommission müssten zur Aufstellung eines umfassenden Umstrukturierungsplans auch diese Risiken bewertet werden.

(119)

Ein weiteres spezifisches Risiko, das mit dem österreichischen Bankensektor allgemein zusammenhängt, wie das in den Informationen der BAWAG P.S.K. zum Jahresabschluss 2005 erwähnte Gerichtsurteil zu den Zinsgleitklauseln, könnte sich für die geschwächte BAWAG P.S.K. nachteilig auswirken. Dieses Risiko scheint jedoch keinen Eingang in den Businessplan gefunden zu haben.

Vermeidung unzumutbarer Wettbewerbsverfälschungen (Randnummern 38 bis 42 der Leitlinien)

(120)

Die Kommission bezweifelt, dass die von der BAWAG P.S.K. bereits durchgeführten oder geplanten Desinvestitionen ausreichen könnten, um unzumutbare Wettbewerbsverfälschungen zu vermeiden.

(121)

Im Kerngeschäft der Bank, wo es durch die Bürgschaft zur Verfälschung des Wettbewerbs gekommen ist, wurden keine Ausgleichsmaßnahmen vorgeschlagen. Die Kommission bezweifelt, dass weitere Ausgleichsmaßnahmen den Gesamtwert der BAWAG P.S.K. und damit auch die Chance, den zur Schuldenbedienung erforderlichen Kaufpreis zu erzielen, verringern würden. Vielmehr würde der erforderliche Kaufpreis durch die Veräußerung weiterer Vermögenswerte schlicht um die erzielten Veräußerungserlöse sinken. Die Ausgleichsmaßnahmen müssen im Verhältnis zum Beihilfebetrag stehen und werden daher stark von der Analyse des in der Bürgschaft enthaltenen Beihilfeelements abhängen.

(122)

Ferner ist der ‚Bank-Run‘ vom Frühjahr 2006 nicht unbedingt mit einer Ausgleichsmaßnahme im Sinne der Leitlinien vergleichbar.

(123)

Schließlich bezweifelt die Kommission, dass die ernste Liquiditätskrise der BAWAG P.S.K. zu einem engeren Oligopol auf den österreichischen Bankenmärkten geführt hätte, nicht zuletzt da die Aktivitäten der Bank von einem neuen Akteur auf diesen Märkten übernommen werden hätten können.

Begrenzung der Beihilfe auf das erforderliche Mindestmaß (Randnummern 43 bis 45 der Leitlinien)

(124)

Für große Unternehmen wie die BAWAG P.S.K. sollte der Eigenbeitrag des Unternehmens den Leitlinien zufolge 50 % der Umstrukturierungskosten erreichen.

(125)

Von Österreich vorgelegten Informationen zufolge belaufen sich die Umstrukturierungskosten auf […] und werden zu 100 % von der BAWAG P.S.K. selbst sowie den derzeitigen und künftigen Eigentümern getragen. Nach Auffassung der Kommission wäre der Wert der Bürgschaft bis zum Verkaufsdatum zu berücksichtigen. Ferner würde sich der Beitrag des Staates bedeutend erhöhen, läge der Kaufpreis unterhalb von […] (und somit die Bürgschaft in Anspruch genommen).

(126)

Um zu beurteilen, ob der Beitrag der BAWAG P.S.K. 50 % der Umstrukturierungskosten erreicht, benötigt die Kommission weitere Informationen.

Besondere Bedingungen, an die die Genehmigung einer Beihilfe geknüpft wird (Randnummer 46 der Leitlinien)

(127)

Die Kommission erinnert daran, dass sie — zusätzlich zu den Maßnahmen zur Vermeidung unzumutbarer Wettbewerbsverfälschungen — die Bedingungen und Auflagen vorschreiben kann, die sie für notwendig hält, damit der Wettbewerb nicht in einer dem gemeinsamen Interesse zuwiderlaufenden Weise verfälscht wird.

5.   SCHLUSSFOLGERUNGEN

Auf der Grundlage der vorangehenden Würdigung der Maßnahme fordert die Kommission Österreich im Rahmen des Verfahrens nach Artikel 88 Absatz 2 EG-Vertrag auf, innerhalb eines Monats nach Eingang dieses Schreibens seine Stellungnahme abzugeben und alle für die Würdigung der Haftungsübernahme des Bundes zugunsten der BAWAG P.S.K. sachdienlichen Informationen zu übermitteln

Die österreichischen Behörden werden gebeten, dem Beihilfeempfänger unmittelbar eine Kopie dieses Schreibens zuzuleiten.

Die Kommission teilt Österreich mit, dass sie interessierte Parteien durch die Veröffentlichung des vorliegenden Schreibens und einer aussagekräftigen Zusammenfassung im Amtsblatt der Europäischen Gemeinschaften von der Beihilfe in Kenntnis setzen wird. Außerdem wird sie Interessierte in den EFTA-Staaten, die das EWR-Abkommen unterzeichnet haben, durch die Veröffentlichung einer Bekanntmachung in der EWR-Beilage zum Amtsblatt und die EFTA-Überwachungsbehörde durch die Übermittlung einer Kopie dieses Schreibens von dem Vorgang in Kenntnis setzen. Alle interessierten Parteien werden aufgefordert, innerhalb eines Monats nach dem Datum dieser Veröffentlichung ihre Stellungnahme abzugeben.”


(1)  Zakengeheim

(2)  PB C 244 van 1.10.2004, blz. 2.

(3)  

Quelle: Informationsbroschüre über den Jahresabschluss 2005 der BAWAG P.S.K. Gruppe

(4)  Betriebsgeheimnis

(5)  BAWAG. und P.S.K. fusionierten im Oktober 2005

(6)  Größten Termin- und Rohstoffhändler der USA

(7)  Exklusive Stundungszinsen im Fall der Haftungsinanspruchnahme

(8)  BGBl. II Nr. 305/2005, in Teil IV Z 14 lit. c und lit. d.

(9)  ABl. C 71 vom 11.03.2000, S. 14.

(10)  2001/89/EC Entscheidung der Kommission vom 23. Juni 1999 in Verbindung zu Bank Crédit Foncier de France (ABl. L 34 vom 03.2.2001, S. 36).

(11)  Das Rating FSR stellt Moody's Auffassung über die intrinsische Sicherheit und Bonität der Bank ab, die von sich aus gewisse externe Kreditrisiken und Kredit-Unterstützungselemente ausschließen, die von Moody's Rating von Bankeinlagen erfasst werden.

(12)  900 Mio. EUR x 5,457 % = 49,1 Mio. EUR

(13)  49,1Mio.EUR — (900x0,2 %) = 47,3 Mio. EUR

(14)  Prozesse, die dazu führen, dass Rechnungen bezahlt werden.

(15)  allegro war ein Projekt zur Einführung eines neuen Kernbankensystems. Unter Kernbankensystem wird das IT-System verstanden, auf dem eine Vielzahl von Bankapplikationen laufen.

(16)  Bilanzsumme von rd. CHF 425 Mio.; Reingewinn in Höhe von rd. CHF 3,7 Mio. (2005).

(17)  Weder wertberichtigt noch durch Garantie abgedeckt.

(18)  ABl. C 244 vom 1.10.2004, S. 2.

(19)  Die Schwierigkeiten der BAWAG P.S.K. waren zu umfassend, als dass sie von der Gruppe, der die BAWAG P.S.K. angehört, bewältigt werden hätten können. Weder der ÖGB noch die AVB wären ohne staatliche Unterstützung in der Lage gewesen, die BAWAG P.S.K. umzustrukturieren.

(20)  Insbesondere tragen die Investoren ein geringeres Risiko als der Staat durch seine Bürgschaft.

(21)  Siehe u. a. Urteil des Gerichtshofs in der Rechtssache C-372/97 Italien/Kommission, Slg. 2004, S. I-3679, Randnr. 44.

(22)  Entscheidung der Kommission vom 7. Oktober 1987 betreffend das Gesetz 1386/1983 über Industriebeihilfen der griechischen Regierung (ABl. L 76 vom 22.3.1988, S. 18).

(23)  Entscheidung 98/490/EG der Kommission vom 20.5.1998 (ABl. L 221 vom 8.8.1998, S. 28).

(24)  Im Jahr 1995 genehmigte die Kommission erste staatliche Beihilfen, die auf einen Höchstbetrag von 8 Mrd. EUR geschätzt werden (Entscheidung 95/547/EG der Kommission vom 26. Juli 1995, ABl. L 308 vom 21.12.1995, S. 92). 1996 wurden Beihilfen in Höhe von 0,6 Mrd. EUR genehmigt (Entscheidung der Kommission in der Sache N 692/96, ABl. C 390 vom 24.12.1996, S. 7). Schließlich wurden 1998 weitere Beihilfen genehmigt, mit einem Wert von zwischen 8 und 15 Mrd. EUR (Entscheidung 98/490/EG der Kommission vom 20. Mai 1998, ABl. L 221 vom 8.8.1998, S. 92).

(25)  Ausgenommen die nicht von der ÖGSP und der ÖVV aufgenommenen Kredite.

(26)  Das Rating der BAWAG P.S.K. durch Moody verschlechterte sich für alle kurz- und langfristigen Einlagen und Forderungen von A2 auf A3, das Financial Strength Rating auf E+.


30.12.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 332/30


Mededeling van de Commissie in het kader van de uitvoering van Richtlijn 96/48/EG van de Raad van 23 juli 1996 betreffende de interoperabiliteit van het transeuropees hoge-snelheidsspoorwegsysteem

(Voor de EER relevante tekst)

(Bekendmaking van titels en referentienummers van geharmoniseerde normen in het kader van de richtlijn)

(2006/C 332/08)

ENO (1)

Referentienummer en titel van de norm

(en referentie document)

Referentienummer van de vervangen norm

Datum waarop het vermoeden van overeenstemming ten aanzien van de vervangen norm vervalt

Noot 1

CEN

EN ISO 3095:2005

Railverkeer — Akoestiek — Meting van geluid uitgestraald door railgebonden voertuigen (ISO 3095:2005)

 

CEN

EN ISO 3381:2005

Railverkeer — Akoestiek — Meting van geluid binnen railgebonden voertuigen (ISO 3381:2005)

 

CEN

EN 12663:2000

Railtoepassingen — Sterkte-eisen voor de opbouw van railvoertuigen

 

CEN

EN 13129-1:2002

Railtoepassingen — Air conditioning voor rollend materieel voor de lange afstand — Deel 1: Comfortparameters

 

CEN

EN 13129-2:2004

Railtoepassingen — Air conditioning voor rollend materieel voor de lange afstand — Deel 2: Typebeproevingen

 

CEN

EN 13230-1:2002

Railtoepassingen — Bovenbouw — Dwarsliggers en dragers — Deel 1: Algemene eisen

 

CEN

EN 13232-4:2005

Railtoepassingen — Bovenbouw — Wissels en kruisingen — Deel 4: Bediening, vergrendeling en detectie

 

CEN

EN 13232-5:2005

Railtoepassingen; Bovenbouw; Wissels en kruisingen; Deel 5: Wissels

 

CEN

EN 13232-6:2005

Railtoepassingen — Bovenbouw — Wissels en kruisingen — Deel 6: Vaste algemene kruisingen en kruisstukken

 

CEN

EN 13232-7:2006

Railtoepassingen — Spoor — Wissels en kruisingen — Deel 7: Kruisingen met beweegbare delen

 

CEN

EN 13232-9:2006

Railtoepassingen; Spoor; Bovenbouw — Wissels en kruisingen — Deel 9: Overzichtsplan

 

CEN

EN 13260:2003

Railtoepassingen — Wielstellen en draaistellen — Wielstellen — Producteisen

 

CEN

EN 13262:2004

Railtoepassingen — Wielen en draaistellen — Wielen — Producteisen

 

CEN

EN 13272:2001

Railtoepassingen — Elektrische verlichting in railvoertuigen voor het openbaar vervoer

 

CEN

EN 13481-1:2002

Railtoepassingen — Bovenbouw — Prestatie-eisen voorbevestigingssystemen — Deel 1: Definities

 

EN 13481-1:2002/A1:2006

Noot 3

28.2.2007

CEN

EN 13481-2:2002

Railtoepassingen — Bovenbouw — Prestatie-eisen voorbevestigingssystemen — Deel 2: Bevestigingssystemen voordwarsliggers van beton

 

EN 13481-2:2002/A1:2006

Noot 3

28.2.2007

CEN

EN 13481-5:2002

Railverkeer — Bovenbouw — Prestatie-eisen voor bevestigingssystemen — Deel 5: Bevestigingssystemen voor ballastloos spoor

 

EN 13481-5:2002/A1:2006

Noot 3

28.2.2007

CEN

EN 13674-1:2003

Railtoepassingen — Bovenbouw — Rail — Deel 1: Vignole spoorwegrails 46 kg/m en daarboven

 

CEN

EN 13674-2:2006

Railtoepassingen — Bovenbouw — Spoorstaven — Deel 2: Spoorstaven voor wissels en kruisingen die in combinatie met Vinole rails 46 kg/m en hoger worden gebruikt

 

CEN

EN 13674-3:2006

Railtoepassingen — Bovenbouw — Spoorstaven — Deel 3: Strijkregels

 

CEN

EN 13715:2006

Railtoepassingen; Wielen en draaistellen; Wielen; Velgprofielen

 

CEN

EN 13848-1:2003

Railtoepassingen — Bovenbouw — Geometrische kwaliteit van het spoor — Deel 1: Beschrijving van de spoorgeometrie

 

CEN

EN 14067-4:2005

Railtoepassingen — Aerodynamica — Deel 4: Eisen en beproevingsprocedures voor aerodynamica op open spoor

 

CEN

EN 14067-5:2006

Railverkeer — Aerodynamica — Deel 5: Eisen en beproevingsprocedures voor aerodynamica in tunnels

 

CEN

EN 14363:2005

Railtoepassingen — Afnameproeven voor de loopkarakteristieken van railvoertuigen — Beproeving van het loopgedrag en stationaire beproevingen

 

CEN

EN 14531-1:2005

Railtoepassingen — Methodes voor de berekening van remafstanden voor stoppen en vertragen en voor de berekening van de parkeerrem

 

CEN

EN 14535-1:2005

Railtoepassingen — Remschijven voor rollendmaterieel — Deel 1: Remschijven geperst of gekrompen op de as of aandrijfas, afmetingen en kwaliteitseisen

 

CEN

EN 14601:2005

Railtoepassingen — Rechte en gehoekte eindkranen voor rempijp en hoofdreservoirpijp

 

CEN

EN 14752:2005

Spoorwegen en soortgelijk geleid vervoer — Deursystemen voor rollend materieel

 

CEN

EN 14813-1:2006

Railtoepassingen — Klimaatregeling voor stuurcabines — Deel 1: Comfortparameters

 

CEN

EN 14813-2:2006

Railtoepassingen — Klimaatregeling voor stuurcabines — Deel 2: Typekeuringen

 

CENELEC

EN 50119:2001

Spoorwegtoepassingen — Vaste opstellingen — Bovenleidingen voor elektrische tractie

GEEN

 

CENELEC

EN 50121-1:2000

Spoorwegtoepassingen — Elektromagnetische compatibiliteit — Deel 1: Algemeen

GEEN

 

CENELEC

EN 50121-2:2000

Spoorwegtoepassingen — Elektromagnetische compatibiliteit — Deel 2: Emissie van het gehele railsysteem naar buiten

GEEN

 

CENELEC

EN 50121-3-1:2000

Spoorwegtoepassingen — Elektromagnetische compatibiliteit — Deel 3-1: Rollend materieel — Trein en compleet voertuig

GEEN

 

CENELEC

EN 50121-3-2:2000

Spoorwegtoepassingen — Elektromagnetische compatibiliteit — Deel 3-2: Rollend materieel — Apparatuur

GEEN

 

CENELEC

EN 50121-4:2000

Spoorwegtoepassingen — Elektromagnetische compatibiliteit — Deel 4: Emissie en immuniteit van signalerings- en telecommunicatie-apparatuur

GEEN

 

CENELEC

EN 50121-5:2000

Spoorwegtoepassingen — Elektromagnetische compatibiliteit — Deel 5: Voedingsinstallaties en apparatuur voor vaste opstellingen

GEEN

 

CENELEC

EN 50122-1:1997

Railtoepassingen — Vaste opstellingen — Deel 1: Beschermende maatregelen in verband met elektrische veiligheid en aarding

GEEN

 

CENELEC

EN 50124-1:2001

Spoorwegtoepassingen — Isolatie-cordinatie — Deel 1: Basiseisen — Slagwijdten en kruipwegen voor alle elektrische en elektronische uitrusting

GEEN

 

Wijzigingsblad A1:2003 bij EN 50124-1:2001

Noot 3

Datum verstreken

(1.10.2006)

Wijzigingsblad A2:2005 bij EN 50124-1:2001

Noot 3

1.5.2008

CENELEC

EN 50124-2:2001

Spoorwegtoepassingen — Isolatie-cordinatie — Deel 2: Overspanningen en bijbehorende bescherming

GEEN

 

CENELEC

EN 50125-1:1999

Spoorwegtoepassingen — Omgevingsomstandigheden voor uitrusting — Deel 1: Uitrusting in rollend materieel

GEEN

 

CENELEC

EN 50125-3:2003

Railtoepassingen — Omgevingsomstandigheden voor uitrusting — Deel 3: Uitrusting voor signalering en telecommunicatie

GEEN

 

CENELEC

EN 50126-1:1999

Spoorwegtoepassingen — De specificatie en het bewijs van de bruikbaarheid, beschikbaarheid, onderhoudbaarheid en veiligheid

GEEN

 

CENELEC

EN 50128:2001

Spoorwegtoepassingen — Communicatie-, signalerings- en processystemen — Programmatuur voor besturings- en beveiligingssystemen

GEEN

 

CENELEC

EN 50129:2003

Spoorwegtoepassingen — Communicatie, signalering en processystemen — Elektronische signaleringssystemen met betrekking tot veiligheid

GEEN

 

CENELEC

EN 50149:2001

Spoorwegtoepassingen — Vaste opstellingen — Elektrische tractie — Gegroefde rijdraden van koper of van gelegeerd koper

GEEN

 

CENELEC

EN 50155:2001

Railtoepassingen — Elektronische inrichtingen voor rollend materieel

GEEN

 

Wijzigingsblad A1:2002 bij EN 50155:2001

Noot 3

Datum verstreken

(1.9.2005)

CENELEC

EN 50159-1:2001

Spoorwegtoepassingen — Communicatiesignalerings- en afhandelingssystemen — Deel 1: Veiligheidseisen voor communicatie in gesloten transmissiesystemen

GEEN

 

CENELEC

EN 50159-2:2001

Spoorwegtoepassingen — Communicatie-, signalerings- en processystemen — Deel 2: Veiligheidseisen voor communicatie in open transmissiesystemen

GEEN

 

CENELEC

EN 50163:2004

Railtoepassingen — Voedingsspanningen van tractiesystemen

GEEN

 

CENELEC

EN 50206-1:1998

Railtoepassingen — Rollend materieel — Deel 1: Pantografen voor voertuigen voor hoofdbaanvakken — Eigenschappen en beproevingen

GEEN

 

CENELEC

EN 50238:2003

Railtoepassingen — Compatibiliteit tussen rollend materieel en trein detectiesystemen

GEEN

 

CENELEC

EN 50317:2002

Railtoepassingen — Stroomafnamesystemen — Eisen voor en validatie van metingen van de dynamische interactie tussen pantografen en de bovenleiding

GEEN

 

Wijzigingsblad A1:2004 bij EN 50317:2002

Noot 3

1.10.2007

CENELEC

EN 50367:2006

Spoorwegen en soortgelijk geleid vervoer — Stroomafnamesystemen — Technische criteria voor de interactie tussen pantograaf en bovenleiding (voor een vrije toegang tot het spoorwegnet)

GEEN

 

CENELEC

EN 50388:2005

Railtoepassingen — Energievoorziening en rollend materieel — Technische criteria voor de cordinatie tussen energievoorziening (substation) en rollend materieel om interoperabiliteit te bereiken

GEEN

 

Noot 1

In het algemeen is de datum waarop het vermoeden van overeenstemming ten aanzien van de vervangen norm vervalt, de door de Europese normalisatie-instituten vastgestelde datum van intrekking, maar gebruikers van de norm worden erop gewezen dat dit in bepaalde uitzonderlijke gevallen anders kan zijn.

Noot 3

In het geval van wijzigingsbladen is de norm waarnaar verwezen wordt EN CCCCC:YYYY, de voorafgaande wijzigingsbladen, indien die er zijn, en het nieuw genoemde wijzigingsblad. De vervangen norm (kolom 4) bestaat daarom uit EN CCCCC:YYYY en de voorafgaande wijzigingsbladen, indien die er zijn, maar zonder het nieuw genoemde wijzigingsblad. Op genoemde datum eindigt het vermoeden van overeenstemming met de essentiële eisen van de richtlijn van de vervangen norm.

WAARSCHUWING:

Iedere informatie betreffende de beschikbaarheid van de normen kan verkregen worden ofwel bij de Europese normalisatie-instellingen ofwel bij de nationale normalisatie-instellingen waarvan de lijst een bijlage is bij de Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad 98/34/EG (2) gewijzigd door Richtlijn 98/48/EG (3).

De publicatie van de referenties in het Publicatieblad van de Europese Unie houdt niet in dat de normen beschikbaar zijn in alle talen van de Gemeenschap.

Deze lijst vervangt de vorige lijsten die in het Publicatieblad van de Europese Unie gepubliceerd werden. De Commissie zal er zorg voor dragen dat de huidige lijst regelmatig wordt bijgewerkt.

Meer informatie kunt u vinden op Europa:

http://europa.eu.int/comm/enterprise/newapproach/standardization/harmstds/


(1)  ESO: Europese Normalisatie Organisatie:

CEN: rue de Stassart 36, B-1050 Brussel, Tel. (32-2) 550 08 11; fax (32-2) 550 08 19 (http://www.cenorm.be)

CENELEC: rue de Stassart 35, B-1050 Brussel, Tel. (32-2) 519 68 71; fax (32-2) 519 69 19 (http://www.cenelec.org)

ETSI: 650, route des Lucioles, F-06921 Sophia Antipolis, Tel. (33) 492 94 42 00; fax (33) 493 65 47 16 (http://www.etsi.org)

(2)  PB L 204 van 21.7.1998, blz. 37.

(3)  PB L 217 van 5.8.1998, blz. 18.


30.12.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 332/35


Kennisgeving van benamingen voor titels op het gebied van architectuur

(Voor de EER relevante tekst)

(2006/C 332/09)

Richtlijn 85/384/EEG van de Raad van 10 juni 1985 inzake de onderlinge erkenning van de diploma's, certificaten en andere titels op het gebied van de architectuur, tevens houdende maatregelen tot vergemakkelijking van de daadwerkelijke uitoefening van het recht van vestiging en vrij verrichten van diensten, en in het bijzonder artikel 7, alsmede Richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties, en in het bijzonder artikel 21, lid 7, schrijven voor dat de lidstaten de Commissie in kennis stellen van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die zij met betrekking tot de afgifte van opleidingstitels op het door deze richtlijnen bestreken gebied vaststellen. De Commissie doet hiervan mededeling in het Publicatieblad van de Europese Unie onder vermelding van de benamingen die door de lidstaten werden vastgesteld voor de diploma's, certificaten en andere titels en in voorkomend geval voor de beroepstitel.

Portugal heeft kennisgeving gedaan van een nieuwe benaming die dient toegevoegd te worden aan de lijst van diploma's, certificaten en andere titels op het gebied van architectuur als uiteengezet in Richtlijn 85/384/EEG en in bijlage V.7.1. bij Richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties.

Mededeling 2005/C 135/05 overeenkomstig artikel 7 van Richtlijn 85/384/EEG (1) en bijlage V.7.1. bij Richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties worden hierbij als volgt gewijzigd:

 

de volgende benaming wordt toegevoegd aan de lijst van benamingen van diploma's en de entiteiten die dergelijke diploma's voor Portugal afgeven:

Portugal: „Carta de Curso de Licenciatura em Arquitectura e Urbanismo” — Instituto Superior Técnico da Universidade Técnica de Lisboa

De desbetreffende tabellen in bijlage V.7.1. van Richtlijn 2005/36/EG luiden derhalve als volgt:

5.7.1.   Opleidingstitels van architecten die zijn erkend overeenkomstig artikel 46

Land

Opleidingstitel

Uitreikende instelling

Certificaat bij de opleidingstitel

Referentie-academiejaar

België/Belgique/Belgien

1.

Architect/Architecte

1.

Nationale hogescholen voor architectuur

 

1988/1989

2.

Architect/Architecte

2.

Hogere-architectuur-instituten

3.

Architect

3.

Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur te Hasselt

4.

Architect/Architecte

4.

Koninklijke Academies voor Schone Kunsten

5.

Architect/Architecte

5.

Sint-Lucasscholen

6.

Burgelijke ingenieur-architect

6.

Faculteiten Toegepaste Wetenschappen van de Universiteiten

6.

„Faculté Polytechnique” van Mons

1.

Architecte/Architect

1.

Écoles nationales supérieures d'architecture

2.

Architecte/Architect

2.

Instituts supérieurs d'architecture

3.

Architect

3.

École provinciale supérieure d'architecture de Hasselt

4.

Architecte/Architect

4.

Académies royales des Beaux-Arts

5.

Architecte/Architect

5.

Écoles Saint-Luc

6.

Ingénieur-civil–architecte

6.

Facultés des sciences appliquées des universités

6.

Faculté polytechnique de Mons

Danmark

Arkitekt cand. arch.

Kunstakademiets Arkitektskole i København

Arkitektskolen i Århus

 

1988/1989

Deutschland

Diplom-Ingenieur,

Diplom-Ingenieur Univ.

Universitäten (Architektur/Hochbau)

Technische Hochschulen (Architektur/Hochbau)

Technische Universitäten (Architektur/Hochbau)

Universitäten-Gesamthochschulen (Architektur/Hochbau)

Hochschulen für bildende Künste

Hochschulen für Künste

 

1988/1989

Diplom-Ingenieur,

Diplom-Ingenieur FH

Fachhochschulen (Architektur/Hochbau) (2)

Universitäten-Gesamthochschulen (Architektur/Hochbau) bei entsprechenden Fachhochschulstudiengängen

Eλλάς

Δίπλωμα Αρχιτέκτονα — Μηχανικού

Εθνικό Μετσόβιο Πολυτεχνείο (ΕΜΠ), τμήμα αρχιτεκτόνων — μηχανικών

Αριστοτέλειο Πανεπιστήμιο Θεσσαλονίκης (ΑΠΘ), τμήμα αρχιτεκτόνων — μηχανικών της Πολυτεχνικής σχολής

Βεβαίωση που χορηγεί το Τεχνικό Επιμελητήριο Ελλάδας (ΤΕΕ) και η οποία επιτρέπει την άσκηση δραστηριοτήτων στον τομέα της αρχιτεκτονικής

1988/1989

Δίπλωμα Αρχιτέκτονα — Μηχανικού

Πανεπιστήμιο Πατρών, τμήμα αρχιτεκτόνων — μηχανικών της Πολυτεχνικής σχολής

2003/2004

España

Título oficial de arquitecto

Rectores de las universidades enumeradas a continuación:

Universidad politécnica de Cataluña, escuelas técnicas superiores de arquitectura de Barcelona o del Vallès;

Universidad politécnica de Madrid, escuela técnica superior de arquitectura de Madrid;

Universidad politécnica de Las Palmas, escuela técnica superior de arquitectura de Las Palmas;

Universidad politécnica de Valencia, escuela técnica superior de arquitectura de Valencia;

Universidad de Sevilla, escuela técnica superior de arquitectura de Sevilla;

Universidad de Valladolid, escuela técnica superior de arquitectura de Valladolid;

Universidad de Santiago de Compostela, escuela técnica superior de arquitectura de La Coruña;

Universidad del País Vasco, escuela técnica superior de arquitectura de San Sebastián;

Universidad de Navarra, escuela técnica superior de arquitectura de Pamplona;

 

1988/1989

Universidad de Alcalá de Henares, escuela politécnica de Alcalá de Henares;

 

1999/2000

Universidad Alfonso X El Sabio, centro politécnico superior de Villanueva de la Cañada;

 

1999/2000

Universidad de Alicante, escuela politécnica superior de Alicante;

 

1997/1998

Universidad Europea de Madrid;

 

1998/1999

Universidad de Cataluña, escuela técnica superior de arquitectura de Barcelona;

 

1999/2000

Universidad Ramón Llull, escuela técnica superior de arquitectura de La Salle;

 

1998/1999

Universidad S.E.K. de Segovia, centro de estudios integrados de arquitectura de Segovia.

 

1999/2000

Universidad de Granada, Escuela Técnica Superior de Arquitectura de Granada

 

1994/1995

France

1.

Diplôme d'architecte DPLG, y compris dans le cadre de la formation professionnelle continue et de la promotion sociale

1.

Le ministre chargé de l'architecture

 

1988/1989

2.

Diplôme d'architecte ESA

2.

École spéciale d'architecture de Paris

3.

Diplôme d'architecte ENSAIS

3.

École nationale supérieure des arts et industries de Strasbourg, section architecture

Ireland

1.

Degree of Bachelor of Architecture (B.Arch. NUI)

1.

National University of Ireland to architecture graduates of University College Dublin

 

1988/1989

2.

Degree of Bachelor of Architecture (B.Arch.)

2.

Dublin Institute of Technology, Bolton Street, Dublin

(Previously, until 2002 — Degree standard diploma in architecture (Dip. Arch)

(College of Technology, Bolton Street, Dublin)

3.

Certificate of associateship (ARIAI)

3.

Royal Institute of Architects of Ireland

4.

Certificate of membership (MRIAI)

4.

Royal Institute of Architects of Ireland

Italia

Laurea in architettura

Università di Camerino

Università di Catania — Sede di Siracusa

Università di Chieti

Università di Ferrara

Università di Firenze

Università di Genova

Università di Napoli Federico II

Università di Napoli II

Università di Palermo

Università di Parma

Università di Reggio Calabria

Università di Roma „La Sapienza”

Universtià di Roma III

Università di Trieste

Politecnico di Bari

Politecnico di Milano

Politecnico di Torino

Istituto universitario di architettura di Venezia

Diploma di abilitazione all'esercizo indipendente della professione che viene rilasciato dal ministero della Pubblica istruzione dopo che il candidato ha sostenuto con esito positivo l'esame di Stato davanti ad una commissione competente

1988/1989

Laurea in ingegneria edile — architettura

Università dell'Aquilla

Università di Pavia

Università di Roma „La Sapienza”

Diploma di abilitazione all'esercizo indipendente della professione che viene rilasciato dal ministero della Pubblica istruzione dopo che il candidato ha sostenuto con esito positivo l'esame di Stato davanti ad una commissione competente

1998/1999

Laurea specialistica in ingegneria edile — architettura

Università dell'Aquilla

Università di Pavia

Università di Roma „La Sapienza”

Università di Ancona

Università di Basilicata — Potenza

Università di Pisa

Università di Bologna

Università di Catania

Università di Genova

Università di Palermo

Università di Napoli Federico II

Università di Roma — Tor Vergata

Università di Trento

Politecnico di Bari

Politecnico di Milano

Diploma di abilitazione all'esercizo indipendente della professione che viene rilasciato dal ministero della Pubblica istruzione dopo che il candidato ha sostenuto con esito positivo l'esame di Stato davanti ad una commissione competente

2003/2004

Laurea specialistica quinquennale in Architettura

Prima Facoltà di Architettura dell'Università di Roma „La Sapienza”

Diploma di abilitazione all'esercizio indipendente della professione che viene rilasciato dal ministero della Pubblica istruzione dopo che il candidato ha sostenuto con esito positivo l'esame di Stato davanti ad una commissione competente

1998/1999

Laurea specialistica quinquennale in Architettura

Università di Ferrara

Università di Genova

Università di Palermo

Politecnico di Milano

Politecnico di Bari

1999/2000

Laurea specialistica quinquennale in Architettura

Università di Roma III

Diploma di abilitazione all'esercizio indipendente della professione che viene rilasciato dal ministero della Pubblica istruzione dopo che il candidato ha sostenuto con esito positivo l'esame di Stato davanti ad una commissione competente

2003/2004

Laurea specialistica in Architettura

Università di Firenze

Università di Napoli II

Politecnico di Milano II

Università di Napoli Federico II

2004/2005

Nederland

1.

Het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegde doctoraal examen van de studierichting bouwkunde, afstudeerrichting architectuur

1.

Technische Universiteit te Delft

Verklaring van de Stichting Bureau Architectenregister die bevestigt dat de opleiding voldoet aan de normen van artikel 46

1988/1989

2.

Het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegde doctoraal examen van de studierichting bouwkunde, differentiatie architectuur en urbanistiek

2.

Technische Universiteit te Eindhoven

3.

Het getuigschrift hoger beroepsonderwijs, op grond van het met goed gevolg afgelegde examen verbonden aan de opleiding van de tweede fase voor beroepen op het terrein van de architectuur, afgegeven door de betrokken examencommissies van respectievelijk:

de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten te Amsterdam

de Hogeschool Rotterdam en omstreken te Rotterdam

de Hogeschool Katholieke Leergangen te Tilburg

de Hogeschool voor de Kunsten te Arnhem

de Rijkshogeschool Groningen te Groningen

de Hogeschool Maastricht te Maastricht

 

Österreich

1.

Diplom-Ingenieur, Dipl.-Ing.

1.

Technische Universität Graz (Erzherzog-Johann-Universität Graz)

 

1998/1999

2.

Dilplom-Ingenieur, Dipl.-Ing.

2.

Technische Universität Wien

3.

Diplom-Ingenieur, Dipl.-Ing.

3.

Universität Innsbruck (Leopold-Franzens-Universität Innsbruck)

4.

Magister der Architektur, Magister architecturae, Mag. Arch.

4.

Hochschule für Angewandte Kunst in Wien

5.

Magister der Architektur, Magister architecturae, Mag. Arch.

5.

Akademie der Bildenden Künste in Wien

6.

Magister der Architektur, Magister architecturae, Mag. Arch.

6.

Hochschule für künstlerishe und industrielle Gestaltung in Linz

Portugal

Carta de curso de licenciatura em Arquitectura

Para os cursos iniciados a partir do ano académico de 1991/1992

Faculdade de arquitectura da Universidade técnica de Lisboa

Faculdade de arquitectura da Universidade do Porto

Escola Superior Artística do Porto

Faculdade de Arquitectura e Artes da Universidade Lusíada do Porto

 

1988/1989

1991/1992

Carta de Curso de Licenciatura em Arquitectura

Universidade Lusíada de Lisboa

1991/1992

Carta de Curso de Licenciatura em Arquitectura e Urbanismo

Escola Superior Gallaecia

Instituto Superior Técnico da Universidade Técnica de Lisboa

2002/2003

1998/1999

Suomi/Finland

Arkkitehdin tutkinto/Arkitektexamen

Teknillinen korkeakoulu/Tekniska högskolan (Helsinki)

Tampereen teknillinen korkeakoulu/Tammerfors tekniska högskola

Oulun yliopisto/Uleåborgs universitet

 

1998/1999

Sverige

Arkitektexamen

Chalmers Tekniska Högskola AB

Kungliga Tekniska Högskolan

Lunds Universitet

 

1998/1999

United Kingdom

1.

Diplomas in architecture

1.

Universities

Colleges of Art

Schools of Art

Certificate of architectural education, issued by the Architects Registration Board

The diploma and degree courses in architecture of the universities, schools and colleges of art should have met the requisite threshold standards as laid down in Article 46 of this Directive and in Criteria for validation published by the Validation Panel of the Royal Institute of British Architects and the Architects Registration Board

EU nationals who possess the Royal Institute of British Architects Part I and Part II certificates, which are recognised by ARB as the competent authority, are eligible. Also EU nationals who do not possess the ARB-recognised Part I and Part II certificates will be eligible for the Certificate of Architectural Education if they can satisfy the Board that their standard and length of education has met the requisite threshold standards of Article 46 of this Directive and of the Criteria for validation

1988/1989

2.

Degrees in architecture

2.

Universities

3.

Final examination

3.

Architectural Association

4.

Examination in architecture

4.

Royal College of Art

5.

Examination Part II

5.

Royal Institute of British Architects


(1)  Mededeling van de Commissie 2005/C 135/05 van 2 juni 2005, PB C 135 van 2 juni 2005, blz. 5, gewijzigd bij de mededelingen van 6 januari 2006 (2006/C 3/12) en 24 juni 2006 (2006/C 148/11).

(2)  Diese Diplome sind je nach Dauer der durch sie abgeschlossenen Ausbildung gemäß Artikel 47 Absatz 1 anzuerkennen.


30.12.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 332/42


Door de Commissie aangenomen COM-documenten, andere dan wetsvoorstellen

(2006/C 332/10)

Document

Deel

Datum

Titel

COM(2006) 389

 

14.7.2006

Mededeling van de commissie actieprogramma ter bevordering van onderzoek en analyse op het gebied van de Europese Economische en Monetaire Unie

COM(2006) 400

 

17.7.2006

Groenboek over collisieregels op het gebied van huwelijksvermogensstelsels, met inbegrip van de kwestie van de rechterlijke bevoegdheid en van de wederzijdse erkenning

COM(2006) 474

 

1.9.2006

Groenboek over opsporingstechnologieën bij de werkzaamheden van wetshandhavings-, douane- en andere veiligheidsdiensten

COM(2006) 490

 

13.9.2006

Mededeling van de commissie Jaarverslag van de zes Europese coördinatoren over de vorderingen bij bepaalde projecten van het trans-Europees vervoersnetwerk

COM(2006) 519

 

20.9.2006

Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement Betere opleidingen voor veiliger voedsel

COM(2006) 231

 

22.9.2006

Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's Thematische strategie voor bodembescherming

COM(2006) 550

 

25.9.2006

Verslag van de Commissie aan de Raad: antidumpingprocedure betreffende de invoer van opneembare compact discs (cd-r's) uit de Volksrepubliek China, Hongkong en Maleisië

COM(2006) 551

 

25.9.2006

Mededeling van de commissie Jaarverslag over de tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 866/2004 van de Raad van 29 april 2004 en over de situatie die het gevolg is van de toepassing van deze verordening

COM(2006) 549

 

26.9.2006

Mededeling van de commissie Monitoringverslag inzake de stand van de voorbereidingen van Bulgarije en Roemenië op het EU-lidmaatschap

COM(2006) 552

 

26.9.2006

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de Internationale Gezondheidsregeling

COM(2006) 558

 

29.9.2006

Verslag van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over de tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijproducten en producten van de aquacultuur

COM(2006) 568

 

3.10.2006

Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad betreffende de handhaving, door bepaalde derde landen, van situaties van niet-wederkerigheid op het gebied van visumvrijstelling overeenkomstig artikel 1, lid 5, van Verordening (EG) nr. 539/2001 van de Raad tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld, als gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 851/2005, wat betreft het wederkerigheidsmechanisme

COM(2006) 567

 

4.10.2006

Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's Europa als wereldspeler: wereldwijd concurreren

COM(2006) 583

 

6.10.2006

Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement Publieke en particuliere middelen mobiliseren voor een wereldwijde toegang tot klimaatvriendelijke, betaalbare en zekere energiediensten: het wereldfonds voor energie-efficiency en hernieuwbare energie

COM(2006) 563

 

12.10.2006

Mededeling van de Commissie Verslag over het Internationaal Fonds voor Ierland op grond van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 177/2005 van de Raad

COM(2006) 574

 

12.10.2006

Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement Houdbaarheid van de openbare financiën op lange termijn in de EU

COM(2006) 589

 

12.10.2006

Mededeling van de Commissie aan de Europese Raad (informele bijeenkomst in Lahti — Finland, 20 oktober 2006) Een innovatiegezind, modern Europa

COM(2006) 590

 

12.10.2006

Mededeling van de Commissie aan de Europese Raad Externe betrekkingen op energiegebied — beginselen en acties

COM(2006) 593

 

16.10.2006

Verslag van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over de bevordering door de lidstaten van vrijwillige, onbetaalde weefsel- en celdonatie

COM(2006) 592

 

17.10.2006

Mededeling van de Commissie aan de Raad Beoordeling van de Europees-mediterrane investerings- en partnerschapsfaciliteit (FEMIP) en opties voor de toekomst

COM(2006) 597

 

17.10.2006

Verslag van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over de leningactiviteit van de Europese Gemeenschappen in 2005

COM(2006) 595

 

18.10.2006

Verslag van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over de toepassing van de Postrichtlijn (Richtlijn 97/67/EG als gewijzigd bij Richtlijn 2002/39/EG)

COM(2006) 596

 

18.10.2006

Verslag van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement Verkennende studie over de gevolgen van de volledige voltooiing van de interne postmarkt in 2009 voor de universele dienst

COM(2006) 612

 

18.10.2006

Mededeling van de Commissie Europees Ontwikkelingsfonds (EOF): Raming van de vastleggingen, betalingen en door de lidstaten te storten bijdragen voor de begrotingsjaren 2006 en 2007, en Raming van de vastleggingen en betalingen voor de periode 2008 2011

COM(2006) 601

 

20.10.2006

Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement Strategie voor Afrika: een regionaal politiek EU-partnerschap voor vrede, veiligheid en ontwikkeling in de Hoorn van Afrika

COM(2006) 614

 

23.10.2006

Mededeling van de Commissie Volwasseneneducatie: een mens is nooit te oud om te leren

COM(2006) 611

 

24.10.2006

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad. Beoordeling van de uitvoering van het IDABC-programma

COM(2006) 617

 

24.10.2006

Aanbeveling van de Commissie aan de Raad betreffende de goedkeuring van een Overeenkomst voor samenwerking op het gebied van het vreedzame gebruik van kernenergie tussen de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom) en de Regering van de Republiek Kazachstan

COM(2006) 618

 

24.10.2006

Groenboek over een efficiëntere tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen in de Europese Unie Beslag op bankrekeningen

COM(2006) 625

 

24.10.2006

Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's Een EU-strategie ter ondersteuning van de lidstaten bij het beperken van aan alcohol gerelateerde schade

COM(2006) 629

 

24.10.2006

Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's Wetgevings- en werkprogramma van de Commissie voor 2007

COM(2006) 626

 

25.10.2006

Verslag van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders

COM(2006) 638

 

27.10.2006

Verslag van de Commissie 17de jaarverslag over de uitvoering van de Structuurfondsen (2005)

COM(2006) 639

 

27.10.2006

Verslag van de Commissie verband tussen de SMB-richtlijn en de communautaire fondsen

COM(2006) 648

 

27.10.2006

Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement de Europese Unie, Hongkong en Macau: mogelijkheden tot samenwerking 2007-2013

COM(2006) 660

 

6.11.2006

Verslag van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement Voortgangsverslag 2000 — 2005 over de tenuitvoerlegging van de interoperabiliteitsrichtlijnen (96/48/EG betreffende het hogesnelheidsspoorwegsysteem en 2001/16/EG betreffende het conventionele spoorwegsysteem)

COM(2006) 661

 

6.11.2006

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's Mededeling over de uitvoering van het communautair meerjarenprogramma ter bevordering van een veiliger gebruik van het internet en nieuwe online-technologieën (Safer Internet plus)

COM(2006) 663

 

6.11.2006

Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's Slotevaluatie van de uitvoering van het communautair meerjarenactieplan ter bevordering van een veiliger gebruik van internet door het bestrijden van illegale en schadelijke inhoud op mondiale netwerken

Deze teksten zijn beschikbaar op EUR-Lex: http://eur-lex.europa.eu


Europese Investeringsbank

30.12.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 332/45


EIB-BELEID INZAKE OPENBAARMAKING VAN INFORMATIE

Beginselen, regels en procedures

(2006/C 332/11)

INLEIDING

Het EIB-beleid inzake openbaarmaking van informatie

1.

De Europese Investeringsbank (EIB) hecht grote waarde aan openheid en transparantie, zoals beschreven in het document over haar transparantiebeleid dat in juni 2004 werd gepubliceerd. (http://www.eib.org/publications/publication.asp?publ=152).

2.

In aansluiting op een publieke inspraakprocedure is het huidige EIB-beleid inzake openbaarmaking van informatie op 28 maart 2006 door de Raad van bewind van de EIB goedgekeurd en in het Publicatieblad van de Europese Unie  (1) gepubliceerd. Dit beleid komt in de plaats van het voorgaande voorlichtingsbeleid van de Bank dat in 2002 werd gepubliceerd onder de naam „Toegang van het publiek tot informatie” en de bijbehorende „Regels inzake de toegang van het publiek tot documenten”. Het EIB-beleid inzake openbaarmaking van informatie is in alle officiële talen van de Europese Unie beschikbaar, zowel op de website van de EIB als in gedrukte vorm.

3.

De Bank ziet haar beleid inzake openbaarmaking van informatie als een flexibel instrument dat continu in ontwikkeling is, voortdurend wordt onderworpen aan interne evaluatie en kwaliteitsmetingen en rekening houdt met de publieke opinie. Iedere drie jaar wordt het beleid inzake openbaarmaking van informatie herzien. De EIB heeft op haar website ook een speciale mailbox (infopol@eib.org) waar het gehele jaar door opmerkingen naar toe kunnen worden gezonden.

4.

Verder volgt de EIB voortdurend de wet- en regelgeving betreffende openbaarmaking die op de internationale kapitaalmarkten van toepassing is, evenals de gevolgen daarvan voor het beleid inzake openbaarmaking van informatie.

5.

Het beleid inzake openbaarmaking van informatie is één vant de beleidslijnen en codes die van toepassing zijn op alle aspecten van de activiteiten van de EIB. Het beleid inzake openbaarmaking heeft met name betrekking op transparantie, milieu, maatschappelijke kwesties, verantwoord ondernemen en bestuur, waaronder het tegengaan van corruptie en fraude. Aan al deze onderwerpen wordt aandacht besteed op de website van de EIB.

Het beleidskader

6.

De EIB is een orgaan van de Europese Unie. In de statuten van de EIB worden de rol van de Bank, de reikwijdte van haar activiteiten en haar organisatiestructuur omschreven; zij zijn als protocol gehecht aan het Verdrag van Rome tot oprichting van de Europese Gemeenschap. De statuten geven aan dat de aandelen van de EIB in handen zijn van de EU-lidstaten. De lidstaten dragen kandidaten voor voor de belangrijkste besluitvormingsorganen van de Bank, te weten de Raad van gouverneurs, de Raad van bewind en de Directie. Via de regeringen van de EU-lidstaten legt de Bank verantwoording af aan de burgers van de Unie.

7.

De Bank heeft een uitgebreide structuur voor controles en financiële verslaggeving, met een onafhankelijk Comité voor de controle van de boekhouding dat door de Raad van gouverneurs wordt benoemd en hieraan rechtstreeks verantwoording aflegt. Daarnaast zijn er internationale externe accountants alsmede interne audit- en evaluatiefuncties, onder leiding van de inspecteur-generaal. Het hoofd Compliance van de EIB-groep ziet toe op de interne naleving van de statutaire bepalingen van de Bank en van de toepasselijke regels, gedragscodes en vaktechnische normen, teneinde risico's te vermijden die bij de taakuitoefening zouden kunnen ontstaan door tekortkomingen van de Bank, haar besluitvormingsorganen of haar medewerkers (2).

8.

De EIB is een beleidsgestuurde instelling. De Europese Raad van staatshoofden en regeringsleiders en de EU-Raad van ministers doen veelvuldig een beroep op de Bank om nieuwe beleidslijnen en initiatieven van de EU te ondersteunen. De Raad van gouverneurs van de Bank past het kredietbeleid van de EIB aan door nieuwe kredietrichtlijnen op te stellen waarmee de activiteiten van de Bank zodanig worden uitgebreid dat de bevordering van het EU-beleid wordt gediend.

9.

De EIB onderhoudt nauwe institutionele en operationele banden met de Europese Commissie. Op grond van de statuten van de EIB wordt éen lid van de Raad van bewind door de Commissie voorgedragen. Alle kredietaanvragen worden voorgelegd aan de Commissie, die haar standpunt geeft omtrent de verenigbaarheid van de investering met het EU-beleid voordat de Raad van bewind zijn goedkeuring kan verlenen aan de financiering.

10.

De Bank onderhoudt eveneens nauwe betrekkingen met de overige EU-instellingen. Zij is regelmatige in dialoog met het Europees Parlement omtrent de activiteiten die zij ontplooit ter ondersteuning van de EU-doelstellingen. De dialoog bestaat onder meer uit het toespreken van plenaire sessies en briefings van commissies en afzonderlijke parlementsleden.

11.

Verder intensiveert de Bank haar banden met het Economisch en Sociaal Comité van de EU, dat optreedt als schakel tussen de EU-instellingen en de burgermaatschappij. Als onderdeel van het institutioneel kader van de EU valt de Bank onder de jurisdictie van het Europese Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen en onderzoekt de Rekenkamer het gebruik van EU-middelen die door de Bank worden beheerd. De EIB heeft een overeenkomst met OLAF (Europees Bureau voor Fraudebestrijding) en valt onder de bevoegdheid van de Europese Ombudsman.

12.

Het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en de statuten van de EIB geven de Bank de operationele en financiële autonomie waarmee zij als financiële instelling effectief kan optreden. De EIB is een belangrijke partner in de financiële sector, met name door haar inleenactiviteit op de kapitaalmarkten en de projecten die zij financiert. Zij werkt nauw samen met internationale financiële instellingen en multilaterale ontwikkelingsbanken, in het bijzonder wanneer zij opereert in het kader van het ontwikkelings- en samenwerkingsbeleid van de EU.

13.

De Bank ziet erop toe dat haar activiteiten in overeenstemming zijn met de wet- en regelgeving van de EU. In de landen waar deze niet van toepassing is, hanteert de Bank de wet- en regelgeving van de EU als meest geschikt uitgangspunt voor de uitvoering van haar activiteiten. Bij haar dagelijkse bedrijfsvoering neemt de Bank ook de normen en praktijken die binnen de bancaire en financiële wereld gelden in acht, vooral op terreinen die niet rechtstreeks onder het EU-recht vallen.

HET BELEID

Beleidsdoelstellingen en juridisch kader

Transparantie

14.

Verbetering van de transparantie van haar instellingen en organen is een uiterst belangrijk onderdeel van het beleid van de Europese Unie, dat erop gericht is de instellingen en organen dichter bij het publiek te brengen dat zij ten dienste staan en tevens hun bijdrage aan de sociale en economische cohesie en duurzame ontwikkeling in Europa voor het voetlicht te brengen.

15.

Als EU-orgaan streeft de EIB ernaar al haar activiteiten zo transparant mogelijk uit te voeren. Het beleid inzake openbaarmaking van informatie vormt een fundamenteel ijkpunt bij de uitvoering van het transparantiebeleid. Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (3) vormt een belangrijke grondslag voor het beleid inzake openbaarmaking van informatie van de Bank (4).

16.

De EIB is van mening dat haar geloofwaardigheid en verantwoordelijkheid als publieke instelling jegens de burgers van Europa sterker wordt wanneer zij openheid en transparantie betracht in haar besluitvorming, haar activiteiten en haar uitvoering van het EU-beleid.

17.

Openheid en transparantie dragen ook bij aan verbetering van de doelmatigheid en het duurzame karakter van de verrichtingen van de Bank, afname van het risico van corruptie en versterking van de verhouding tussen EIB-medewerkers en externe stakeholders.

Openbaarmaking van informatie

18.

Uit haar beleid inzake openbaarmaking van informatie blijkt hoeveel belang de Bank hecht aan de naleving van het EU-beleid inzake transparantie en de openbaarmaking van informatie.

19.

Het beleid inzake openbaarmaking van informatie functioneert tevens binnen het EU-kader voor mensenrechten, democratie en de rechtsorde in de landen en regio's waar de Bank actief is. Bij milieukwesties wordt zij geleid door de communautaire wet- en regelgeving, onder andere bij het beoordelen van de mate waarin de door haar gesteunde projecten bijdragen aan de uitdaging om duurzame ontwikkeling tot stand te brengen. Bij haar financieringsactiviteiten houdt de Bank rekening met de rechten, belangen en verantwoordelijkheden van de stakeholders om duurzame resultaten te bereiken.

20.

De EIB zal zich ook houden aan de strekking, doelstellingen en bepalingen van de Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toepassing van de bepalingen van het Verdrag van Aarhus aangaande toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden op EU-instellingen en -organisaties (de Aarhus-verordening).

21.

De EIB streeft ernaar ten opzichte van de kapitaalmarkten volledig transparant te zijn. De op het gebied van openbaarmaking geldende verplichtingen en beperkingen zijn afhankelijk van de wet- en regelgeving welke van toepassing is op de markten waar de schuldtitels van de Bank worden aangeboden. De EIB vermijdt selectieve openbaarmaking, opdat alle betrokkenen in gelijke mate toegang hebben tot informatie over de Bank.

Beleidsoverwegingen

Openbaarmaking als beginsel

22.

Het beleid inzake openbaarmaking van informatie van de EIB is gebaseerd op het beginsel dat gegevens publiek worden gemaakt, in overeenstemming met de wetgeving van de EU, de lidstaten en internationaal aanvaarde beginselen. Alle door de Bank gehouden gegevens zijn op verzoek toegankelijk, tenzij hiertegen gegronde bezwaren bestaan. Gelet op het feit dat de EIB functioneert als bank, dient zij bepaalde beperkingen in acht te nemen bij het openbaar maken van gegevens (zie: „Beperkingen”, paragraaf 25 e.v.).

23.

Iedere persoon heeft het recht informatie van de EIB op te vragen en te ontvangen. Bij de behandeling van een verzoek om informatie dient de Bank zich te onthouden van discriminatie of het verlenen van speciale toegang tot informatie. Zij past een beleid van gelijke behandeling toe bij verzoeken van het publiek, ongeacht of het natuurlijke personen, rechtspersonen of speciale belangengroepen betreft.

24.

Ter bevordering van de toegankelijkheid van informatie hanteert de Bank een taalregime dat inspeelt op de behoeften van het publiek. De statutaire documenten van de EIB zijn in alle officiële EU-talen beschikbaar. Overige kerndocumenten die van bijzonder belang zijn voor het publiek, zoals gedragscodes, worden eveneens in alle officiële EU-talen gepubliceerd, terwijl de overige documenten in ten minste het Engels, Frans en Duits beschikbaar worden gesteld. Vertaling in andere talen kan worden overwogen ingeval er voor een bepaald document in brede kring belangstelling is ontstaan. De EIB verlangt van haar medewerkers dat zij, voor zover mogelijk, burgers die de Bank in een van de EU-talen aanschrijven, in diezelfde taal antwoorden.

Beperkingen

25.

Hoewel de Bank uitgaat van het beginsel van openbaarmaking en transparantie, heeft zij zich ook te houden aan een beroepsgeheim, in overeenstemming met de Europese wetgeving, met name artikel 287 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (5), en wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens. Nationale regelgeving en normen met betrekking tot zakelijke overeenkomsten en marktactiviteiten in de bancaire sector kunnen ook op de EIB van toepassing zijn. Om deze reden gelden er bepaalde beperkingen bij het openbaar maken van informatie.

26.

Toegang wordt geweigerd wanneer openbaarmaking een bedreiging zou vormen voor de bescherming van:

het openbaar belang, waar het de internationale betrekkingen, het financieel, monetair of economisch beleid van de EU en haar instellingen en organen, of een lidstaat betreft;

de persoonlijke levenssfeer en de integriteit van het individu, in het bijzonder gelet op de EU-wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens.

27.

Tenzij een hoger publiek belang openbaarmaking gebiedt, wordt de toegang tot informatie eveneens geweigerd ingeval de openbaarmaking een bedreiging zou vormen voor de bescherming van:

gerechtelijke procedures en juridisch advies;

het doel van inspecties, onderzoeken en audits;

de commerciële belangen van een natuurlijk- of rechtspersoon, met inbegrip van intellectueel eigendom;

de integriteit van het interne besluitvormingsproces van de Bank.

28.

Tot de informatie die gewoonlijk deel uitmaakt van de vertrouwelijke relatie tussen de Bank en haar zakenpartners worden gerekend: een financieringsaanvraag door de opdrachtgever van een project, gegevens over rentetarieven en het financieringscontract. De Bank heeft geen bezwaar tegen het beschikbaar stellen van informatie, door projectopdrachtgevers, geldnemers of andere bevoegde partijen, over hun betrekkingen en afspraken met de EIB.

29.

Zakenpartners worden in een vroeg stadium van de onderhandelingen op de hoogte gesteld van het beleid inzake openbaarmaking van informatie van de EIB.

30.

De aanbeveling voor de financiering van een project, van de Directie aan de Raad van bewind, wordt pas vrijgegeven nadat de Raad van bewind hieraan haar goedkeuring heeft verleend.

In geval van overheidsprojecten wordt de aanbeveling van de Directie op verzoek openbaar gemaakt. In geval van projecten die commercieel gevoelig zijn, kan de Raad ertoe besluiten een aanbeveling voor de financiering van het project niet openbaar te maken.

Informatie die door zakelijke partners van de Bank uit de particuliere sector als vertrouwelijk wordt bestempeld, kan niet openbaar worden gemaakt.

31.

Ieder overheidsproject wordt op de projectlijst van de EIB-website vermeld voordat de Raad haar goedkeuring verleent; dit geldt eveneens voor projecten in de particuliere sector waarvoor in het Publicatieblad van de Europese Unie een internationale aanbesteding is gepubliceerd en/of een milieueffectbeoordeling is uitgevoerd.

Ter bescherming van gerechtvaardigde commerciële belangen worden in sommige gevallen projecten in de particuliere sector echter eerst gepubliceerd na goedkeuring door de Raad of na ondertekening van de lening.

32.

Beperkingen gelden ook voor informatie over financiering die door lokale banken, in het kader van globale kredietafspraken met de EIB, wordt toegekend ten behoeve van door hun eigen klanten gedane investeringen. Deze informatie valt onder de bevoegdheid van de bemiddelende bank en maakt deel uit van de normale zakelijke relatie tussen een bank en haar klanten (6). De EIB heeft er echter geen bezwaar tegen als de bemiddelende bank informatie over haar relatie met de EIB openbaar maakt.

33.

Met betrekking tot het inleenbeleid wordt om redenen van vertrouwelijkheid de publiciteit omtrent onderhandse emissies beperkt. De Bank maakt bepaalde verzamelde gegevens openbaar over de betrokkenheid van beleggers en de secondaire markt. Vertrouwelijke informatie betreffende afzonderlijke beleggers of banken wordt niet openbaar gemaakt. De Bank streeft er bij haar emissies echter wel naar om, waar mogelijk, de transparantie te bevorderen.

34.

Ter zake van documenten betreffende derde partijen overlegt de Bank met de desbetreffende partij of zich in het document vertrouwelijke informatie bevindt, tenzij bij voorbaat duidelijk is dat een document (niet) openbaar zal worden gemaakt.

35.

Beperkingen ten behoeve van bescherming van de integriteit van het interne besluitvormingsproces van de Bank worden opgelegd om een eerlijke en open interne uitwisseling van meningen en evaluaties mogelijk te maken. Documenten met standpunten voor intern gebruik in het kader van beraadslagingen en voorafgaand overleg, zoals de eerste informatienota (7), de aanbeveling tot beoordeling van een project, het verzoek aan de Europese Commissie of de EU-lidstaten om een standpunt te geven en het voorstel tot onderhandeling over een krediet worden niet openbaar gemaakt. Dit geldt eveneens voor de notulen van de Directie, de Raad van bewind en de Raad van gouverneurs.

36.

Indien het gevraagde document slechts ten dele onder de beperkingen valt, wordt informatie uit de overige gedeelten wel vrijgegeven.

37.

De beperkingen zijn slechts van toepassing gedurende de periode waarin op grond van de inhoud van het document bescherming gerechtvaardigd is. De uitzonderingen gelden voor ten hoogste 30 jaar. Voor documenten die vallen onder de beperkingen inzake de persoonlijke levenssfeer, commerciële belangen of de integriteit van het interne besluitvormingsproces van de Bank, geldt dat de uitzonderingen zo nodig na afloop van deze periode gehandhaafd kunnen blijven.

Europees Investeringsfonds

38.

De algemene beginselen van het beleid inzake openbaarmaking van informatie gelden voor de gehele EIB-groep. Deze omvat de EIB en het Europees Investeringsfonds (EIF) (www.eif.org). Het EIF is binnen de groep de instelling die zich richt op risicokapitaal en garanties ten behoeve van het midden- en kleinbedrijf. De specifieke regels betreffende de toegang van het publiek tot EIF-documenten worden afzonderlijk opgesteld en gepubliceerd.

Verantwoording, uitvoering en evaluatie

39.

Het beleid inzake openbaarmaking van informatie wordt onder leiding van de Directie van de Bank voortdurend onderworpen aan interne evaluatie en kwaliteitsmetingen.

40.

Aangezien een geslaagde uitvoering van het beleid inzake openbaarmaking van informatie niet mogelijk is zonder de steun en inzet van de medewerkers, organiseert de Bank bijeenkomsten voor haar personeel, waarin aandacht wordt besteed aan zaken als transparantie en de openbaarmaking van informatie, de dialoog met de stakeholders en maatschappelijk verantwoord ondernemen.

41.

Een formele herziening van het beleid inzake openbaarmaking van informatie vindt eens in de drie jaar plaats. De EIB heeft een speciale mailbox op haar website (infopol@eib.org) geplaatst, waar gedurende het gehele jaar opmerkingen naar toe kunnen worden gezonden.

42.

Het publiek kan de mate waarin de EIB haar doelstellingen op gebieden als transparantie en openbaarmaking realiseert, volgen via het strategisch Activiteitenplan (http://www.eib.org/about/objective/) of via andere belangrijke documenten zoals het Jaarverslag van de EIB en vooral het jaarlijkse Maatschappelijk Verslag.

43.

De Bank heeft een klachtenprocedure ingesteld; deze is omschreven in de paragrafen 106-108, „Klachtenregeling”.

44.

De Bank onderhoudt nauwe banden met andere EU- en internationale instellingen en organen om op de hoogte te blijven van nieuwe ontwikkelingen op het gebied van openbaarmaking, in beleid en in de praktijk, en daarover van gedachten te wisselen. De Bank behandelt kwesties op het gebied van transparantie en openbaarmaking eveneens via haar voortdurende dialoog met de burgermaatschappij.

Verspreiding en openbaarmaking van informatie

45.

In dit hoofdstuk wordt informatie over drie aspecten van de activiteiten van de Bank behandeld, te weten:

beleidslijnen, strategieën en besluitvormingsprocessen,

kredietverlening,

het inleenbeleid.

46.

In de gedeelten over kredietverlening en het inleenbeleid wordt onderscheid gemaakt tussen routinematige verspreiding van informatie en openbaarmaking op verzoek. Het gedeelte over beleidslijnen, strategieën en het besluitvormingsproces bevat een overzicht van de belangrijkste documenten die routinematig openbaar worden gemaakt, alsmede een toelichting op het beleid dat de Bank volgt inzake publieke inspraak bij bepaalde aspecten van het beleid.

Informatie over beleidslijnen, strategieën en besluitvormingsprocessen

Statutaire en overige sleuteldocumenten

Beleidslijnen en strategieën

47.

De statuten van de EIB (EIB Statute) — hierin zijn de institutionele, juridische en bestuurlijke kaders voor de activiteiten van de Bank vastgelegd.

48.

Reglement van orde (Rules of Procedure) — geldt voor de besluitvormingsorganen van de Bank, het Comité ter controle van de boekhouding en de medewerkers.

49.

Jaarverslag van de EIB-groep (EIB Group Annual Report) — omvat drie aparte delen:

Financieel Verslag van de EIB-groep (EIB Group Financial Report) — bevat de jaarrekeningen van de EIB-groep, de EIB, de Investeringsfaciliteit van Cotonou, het FEMIP-Trustfonds en het EIF, met de bijbehorende toelichtingen (8);

Overzicht van activiteiten van de EIB-groep (EIB Group Activity Report) — geeft een beeld van de belangrijkste activiteiten van de groep gedurende het verslagjaar en de vooruitzichten voor de toekomst;

Statistisch overzicht (Statistical Report) — bevat een overzicht van de gefinancierde projecten en opgenomen leningen van de EIB en een lijst van projecten van het EIF. Daarnaast bevat het overzichtstabellen voor het verslagjaar en de vijf laatste jaren.

50.

Activiteitenplan (Corporate Operational Plan) — hierin worden de operationele prioriteiten vastgesteld en het beleid voor de middellange termijn geformuleerd, zulks in het kader van de doelstellingen die aan de Bank door haar gouverneurs zijn toegewezen. Ieder jaar wordt het Activiteitenplan voor een periode van drie jaar vastgesteld; aanpassingen worden gedaan naar aanleiding van nieuwe mandaten, gewijzigde EU-beleidsoriëntaties en ontwikkelingen in het economisch klimaat. Het Activiteitenplan verschaft een referentie waaraan de resultaten die in de jaarverslagen van de EIB worden gepubliceerd, kunnen worden getoetst.

51.

Naar een nieuwe strategie voor de EIB-groep (Towards a New Strategy for the EIB Group) — dit document, dat in juni 2005 door de Raad van gouverneurs werd goedgekeurd, geeft een overzicht van de algemene oriëntaties van de toekomstige strategie van de EIB-groep. Besluiten om elementen van de strategie in te voeren zijn opgenomen in het doorlopende Activiteitenplan.

52.

EIB-Mededelingen (EIB Information) — geeft drie- à viermaal per jaar een toelichting op nieuwe ontwikkelingen bij de EIB.

Transparantie, bestuur en verantwoord ondernemen

53.

Transparantiebeleid (Transparency Policy) — in verband met de rol van de EIB als de beleidsgestuurde bank van de EU is transparantie een van de belangrijkste strategische doelstellingen van de Bank. Het beleid ter zake is uiteengezet in het document „Transparantie — verslag en aanbevelingen” (juni 2004), en omvat onderwerpen als de organisatiestructuur, ethiek en beloning, financiële verslaggeving, controle en evaluatie alsmede bancaire activiteiten.

54.

Verklaring over het bestuur van de EIB (Statement on Governance) — verklaart de richtsnoeren voor het bestuur van de Bank. Onderwerpen die behandeld worden, zijn: de besluitvorming en toezichthoudende organen; expertise, ethiek en belangenverstrengeling; beloning en andere vergoedingen; externe toezichthouders; de jaarrekening en informatie betreffende risicobeheersing; het beheren van de controleprocedures; de naleving van wet- en regelgeving; het kader voor interne audit en controle; implementatie van de strategie en toezicht op de uitvoering ervan; transparantie.

55.

Verklaring inzake maatschappelijk verantwoord ondernemen (Statement on Corporate Social Responsibility) — hierin worden de algemene beginselen van verantwoord ondernemen vastgelegd alsmede de wijze waarop hieraan uitvoering wordt gegeven. De verklaring vormt de basis voor de vaststelling van gedetailleerde richtlijnen en voor toekomstige rapportage. Verder wordt in de verklaring een omschrijving gegeven van de beginselen die de EIB volgt bij het integreren van sociale en milieuaspecten in haar activiteiten (zie ook Maatschappelijk Verslag, paragraaf 56).

56.

Maatschappelijk Verslag (Corporate Responsibility Report) — in de eerste editie (2006) worden onderwerpen behandeld als ethiek en bestuur, transparantie en verantwoordelijkheid, verantwoord financieren en de „ecologische voetafdruk” van de Bank. Er zijn ook gegevens omtrent de milieuactiviteiten van de Bank in opgenomen die voordien in het Milieuverslag van de Bank werden gepresenteerd.

57.

Beleid inzake openbaarmaking van informatie (Public Disclosure Policy) — het huidige beleid (2006) geeft een kader voor de beginselen en regels inzake het openbaar maken van informatie. Het beleid is gebaseerd op het beginsel dat informatie openbaar wordt gemaakt, tenzij er gegronde redenen zijn om dit niet te doen. Onder het beleid vallen ook de procedures voor de behandeling van verzoeken om informatie, evenals de beroepsprocedure voor aanvragers.

58.

Richtlijnen voor het tegengaan van corruptie en fraude (Guidelines on Fighting Corruption and Fraud) — hierin worden de belangrijkste elementen van de huidige aanpak van de Bank samengebracht. De richtlijnen vinden hun grondslag in de gedragscodes van de Bank, de aanbestedingsgids en de reglementen en handvesten, met inbegrip van de voorwaarden die in haar financieringscontracten worden gesteld.

Duurzame ontwikkeling

59.

Milieu- en sociaal beleid, strategieën en procedures — de „Milieuverklaring” (Environmental Statement) en de „Milieuprocedures” (Environmental Procedures) hebben betrekking op het beleid en de interne richtlijnen, normen, procedures en de organisatie op het gebied van milieu. Er wordt omschreven hoe de EIB de milieu- en sociale aspecten toetst bij alle projecten die voor financiering in aanmerking komen. Ook wordt het toegepaste juridisch kader beschreven — afhankelijk van de locatie van het project — evenals de verantwoordelijkheden die de projectopdrachtgevers hebben op het gebied van milieu en natuurbehoud.

60.

Toetsing van de sociale aspecten van projecten in ontwikkelingslanden: de aanpak van de Europese Investeringsbank (The Social Assessment of Projects in Developing Countries: The Approach of the European Investment Bank) — geeft een beschrijving van de bestaande EIB-praktijk om de sociale aspecten van projecten in ontwikkelingslanden te toetsen, opdat een duurzame ontwikkeling wordt bevorderd. Het document is tot stand gekomen naar aanleiding van het toenemend belang dat wordt gehecht aan sociale zaken in deze context. Hierin wordt weergegeven hoezeer het de Bank eraan gelegen is zich gaandeweg proactiever op te stellen op het gebied van maatschappelijk welzijn, waarbij in eerste instantie aandacht aan ontwikkelingslanden zal worden besteed.

61.

Toetsing van de invloed van de Investeringsfaciliteit op ontwikkeling (Development Impact Assessment Framework of Investment Facility Projects) — hierin worden methoden beschreven voor een betere toetsing van de mate waarin projecten in het kader van de Investeringsfaciliteit (9) bijdragen aan de doelstellingen van de tussen de EU en de ACS-landen afgesloten Partnerschapsovereenkomst van Cotonou. Aandacht wordt besteed aan de financiële, economische, sociale, ecologische en bestuurlijke bijdrage die een project levert aan de strategie van de Faciliteit en aan de millenniumontwikkelingsdoelstellingen, op basis waarvan de bijdrage van afzonderlijke projecten aan de ontwikkeling kan worden geëvalueerd.

Besluitvormingsproces

Gedragscodes

62.

De Bank publiceert op haar website de gedragscodes die gelden voor de Raad van bewind, de Directie, het Comité ter controle van de boekhouding en alle medewerkers van de EIB:

Gedragscode voor de leden van het Comité ter controle van de boekhouding

Gedragscode voor de leden van de Directie van de EIB

Gedragscode voor de leden van de Raad van bewind van de EIB

Gedragscode voor de medewerkers.

63.

Verder maakt de Bank gedetailleerde gegevens bekend over de beloning en andere vergoedingen van leden van de besluitvormingsorganen, de toezichthoudende organen en van de medewerkers.

64.

Daarnaast worden onderstaande documenten gepubliceerd:

Jaarkalender van vergaderingen van de Raad van bewind

Persoonlijke verklaringen van de leden van de Raad van bewind: de leden van de Raad van bewind ondertekenen een persoonlijke verklaring waarin de door hen vervulde nevenfuncties en -posities worden bekendgemaakt. Ook bijzonderheden over stemonthoudingen in geval van belangenverstrengeling worden openbaar gemaakt.

Persoonlijke verklaringen van de leden van de Directie: de leden van de Directie ondertekenen een verklaring inzake hun financiële belangen die vergelijkbaar is met de door de leden van de Europese Commissie ondertekende verklaring.

Toespraken en verklaringen van hoge functionarissen van de Bank.

Publieke inspraakprocedures bij de beleidsvorming.

65.

De EIB zal voor bepaalde aspecten van haar beleid publieke inspraakprocedures mogelijk maken, met name via haar website (Transparantiebeleid, juni 2004).

Informatie over de kredietactiviteit

Routinematige verspreiding

Publicaties over de projectcyclus

66.

Selectiecriteria voor projecten (Eligibility Guidelines) — verklaren de juridische basis voor de financiering door de EIB van projecten in de EU-lidstaten. De kredietverlening buiten de EU wordt uitgevoerd uit hoofde van aparte mandaten, welke door de EU worden verleend en deel uitmaken van het externe ontwikkelings- en samenwerkingsbeleid van de Unie.

67.

Projectcyclus bij de EIB (Project Cycle at the EIB) — geeft een toelichting op de besluitvormingsmechanismen binnen de Bank met betrekking tot de door haar gefinancierde projecten. Tevens wordt een overzicht gegeven van de standaardprocedures voor beoordeling en controle, die worden afgestemd op de specifieke kenmerken van elk project waarvoor een lening is aangevraagd.

68.

Aanbestedingsgids (Guide to Procurement) — voorziet opdrachtgevers en hun leveranciers van informatie over het beleid van de EIB, het toepasselijke juridisch kader en de afspraken die moeten worden gemaakt bij de aanbesteding van werken en de inkoop van zaken en diensten voor projecten die door de Bank worden gefinancierd. Ook worden de rollen vastgelegd van de EIB en van de opdrachtgevers van de desbetreffende projecten.

69.

Statistisch overzicht (Statistical Report) — wordt gepubliceerd als onderdeel van het Jaarverslag van de EIB (deel III), en geeft een volledig overzicht van de door de Bank gefinancierde projecten, inclusief een lijst met ondertekende financieringscontracten per land en statistische analysen van de kredietverlening per land, regio, EU-doelstelling en sector.

Projectlijst (nog niet ondertekende leningen)

70.

Op haar website plaatst de Bank voorinformatie over projecten die in aanmerking worden genomen voor financiering; zij worden vermeld op een projectlijst met bijbehorende projectsamenvattingen. Projecten worden op deze lijst gezet voordat zij aan de Raad van bewind worden voorgelegd, tenzij er zwaarwegende redenen zijn die een latere bekendmaking rechtvaardigen (zie ook het hoofdstuk „Beperkingen”, paragraaf 25 t/m 37).

71.

Een projectsamenvatting wordt op de website geplaatst op het moment dat de Bank de betrokken lidsta(a)t(en) en de Europese Commissie verzoekt hun mening te geven, zoals voorgeschreven in artikel 21 van de statuten van de EIB. Dit wordt gezien als het meest geschikte moment om publiekelijk bekend te maken dat de Bank zodanige vorderingen heeft gemaakt bij de onderhandelingen met een projectopdrachtgever dat er redelijkerwijs op mag worden vertrouwd dat een aanbeveling voor de financiering van het project aan de Raad van bewind zal worden voorgelegd.

Projectsamenvattingen

72.

Projectsamenvattingen behelzen de naam van het project, de projectopdrachtgever of de bemiddelende financiële instelling (bij globale kredieten), de locatie van het project, de betrokken sector, een omschrijving van het project, de doelstelling(en), de milieu- en eventuele sociale aspecten, aanbestedingsgegevens, de voorgestelde financiering door de EIB, de totale kosten van het project en de status van het project, waarbij vermeld wordt of het in de beoordelingsfase verkeert dan wel goedgekeurd of ondertekend is. Indien van toepassing worden links opgenomen naar de milieueffectbeoordeling en de aankondiging van aanbesteding.

73.

Indien van toepassing, is er in de projectsamenvatting een elektronisch versie beschikbaar van, dan wel een link naar de niet-technische samenvatting (NTS) van een milieueffectbeoordeling en, buiten de EU, het equivalent van de NTS samen met de milieueffectverklaring. EIB-medewerkers streven ernaar tegemoet te komen aan specifieke verzoeken om informatie over onderwerpen en documenten die verband houden met de milieueffectbeoordeling of -verklaring. De EIB moedigt opdrachtgevers aan op hun eigen websites informatie te verschaffen.

74.

Na ondertekening blijven projecten op de lijst staan tot publicatie in het Jaarverslag van de Bank.

Milieueffectbeoordeling van projecten

Het beleid van de EIB ten aanzien van het formele proces van een milieueffectbeoordeling is samengevat in de Milieuverklaring (2004).

De Bank verlangt dat alle projecten, ongeacht de locatie, voldoen aan de bepalingen (beginselen en praktijken) van de EU-richtlijn milieueffectrapportage (Richtlijn 85/337/EEG van de Raad, gewijzigd door de Richtlijnen 97/11/EG van de Raad en 2003/35/EG van het Europees Parlement en de Raad), met betrekking tot de voorwaarden voor en de vorm en inhoud van een formeel milieueffectrapport.

De Richtlijn milieueffectrapportage geeft aan voor welke projectcategorieën een milieueffectbeoordeling dient te worden uitgevoerd, welke procedure moet worden gevolgd en wat de beoordeling inhoudt. Op grond van artikel 5, lid 1 van de richtlijn is de projectopdrachtgever verplicht de bevoegde autoriteiten te voorzien van informatie over de milieueffecten van het project. De te verstrekken informatie is in bijlage IV van de richtlijn gespecificeerd; zij omvat onder andere een niet-technische samenvatting (NTS). Ingevolge de artikelen 6 en 9 van de Richtlijn dienen het gastland en de aldaar bevoegde autoriteiten erop toe te zien dat het betroffen publiek op de hoogte wordt gesteld van het voorgestelde project en daarin inspraak heeft. De medewerkers van de Bank controleren of aan deze eisen is voldaan en vatten hun bevindingen samen in een verslag dat gericht is aan de Raad van bewind van de EIB.

Voor ieder project waarvoor een milieueffectbeoordeling dient te worden uitgevoerd wordt de NTS (of de links naar de plek waar deze kan worden ingezien) op de projectlijst vermeld. In geval van projecten buiten de EU en de toetredings- en toetredende landen, wordt een milieueffectverklaring op de website geplaatst. De Bank controleert deze documenten om na te gaan of er voldoende aandacht wordt besteed aan de waarschijnlijke milieugevolgen en of de voorgestelde maatregelen om nadelige gevolgen te beperken en schade te vergoeden, en de daarmee samenhangende plannen voor milieubeheer, aan de eisen van de Bank voldoen.

Door adequaat overleg met de opdrachtgever en overige partijen en door erop toe te zien dat het project aan de milieueisen van de EIB voldoet, bevordert de Bank een goede toepassing van milieueffectreportage.

Globale kredieten

75.

Globale kredieten worden in de projectlijst op de website van de Bank gepubliceerd. Daarnaast verstrekt de Bank op verzoek algemene informatie over de globale kredietverlening, inclusief een indeling naar land en sector.

Evaluatierapportage

76.

De evaluatieactiviteiten worden uitgevoerd door een afzonderlijk team „Evaluatie van de activiteiten”, binnen de afdeling van de inspecteur-generaal, geheel onafhankelijk van de operationele directoraten. Het team voert ex-postevaluaties van de EIB-financieringsactiviteiten uit, naar thema, sector, regio en land, en plaatst deze op de website na overleg met de Raad van bewind. Ieder jaar wordt eveneens een overzichtsrapport van uitgevoerde evaluaties gepubliceerd.

Actuele projectinformatie

77.

Voor projecten die een grote publieke belangstelling genieten, publiceert de EIB actuele projectinformatie op de website.

Persberichten

78.

De EIB geeft persberichten uit over projecten met nieuwswaarde, meestal gelijktijdig met de ondertekening van de lening.

Openbaarmaking op verzoek

79.

Naast de routinematig gepubliceerde projectsamenvattingen verschaft de Bank ook andere informatie over projecten:

De aanbeveling van de Directie aan de Raad van bewind voor de financiering van een project:

in geval van overheidsprojecten wordt de aanbeveling openbaar gemaakt, tenzij de Raad besluit om deze bij projecten die commercieel gevoelig zijn niet openbaar te maken;

in geval van projecten in de particuliere sector kan informatie, die niet door de particuliere zakelijke partners van de Bank als vertrouwelijk is bestempeld, openbaar worden gemaakt.

Informatie uit verslagen van de Bank inzake milieu en sociale effecten.

Informatie uit verslagen van dienstreizen van de Bank.

Projectdocumentatie

Ieder project genereert een unieke verzameling documentatie en communicatie. De belangrijkste stadia in de projectcyclus gaan samen met de productie van kerndocumenten waarin de op dat punt beschikbare informatie wordt verzameld en geëvalueerd.

Bij het beoordelingsproces van de Bank kunnen onderstaande documenten, die een belangrijke rol spelen bij het interne besluitvormingsproces, tot stand komen:

eerste informatienota;

aanbeveling tot beoordeling van een project;

verzoek aan de Europese Commissie en de lidsta(a)t(en) om een mening te geven;

mening van de Europese Commissie;

mening van de lidsta(a)t(en);

voorstel tot onderhandeling over een krediet, inclusief standpunten van diverse diensten van de EIB;

aanbeveling van de Directie aan de Raad van bewind voor de financiering van een project;

formeel financieringsverzoek van de projectopdrachtgever;

financieringscontract.

Informatie over inleenactiviteiten

Routinematige verspreiding

80.

Informatie over de inleenactiviteiten van de Bank is opgenomen in het Activiteitenplan; hierin wordt eveneens een schatting gegeven van de verwachte omvang van de opgenomen middelen.

81.

In de markten waar de EIB haar schuldtitels aanbiedt, dient zij zich te houden aan de wetgeving. In de rechtsgebieden waarbinnen de EIB opereert, is het niet toegestaan om zodanig onderscheid te maken bij het openbaar maken van informatie over financiële activiteiten dat één partij hierdoor een onbillijk concurrentievoordeel zou genieten. In het algemeen waarborgt de EIB dat dergelijke gegevens gelijktijdig worden vrijgegeven via de daartoe geëigende en goedgekeurde officiële kanalen en via haar website. Ook door de bemiddelende financiële instellingen wordt routinematig informatie over de inleenactiviteiten van de EIB beschikbaar gesteld.

82.

Informatie betreffende inleenactiviteiten wordt hoofdzakelijk bekendgemaakt via:

de belangrijkste financiële nieuwsdiensten, met name Bloomberg en Reuters, de website van de Bank en officiële informatiediensten van de toezichthoudende instanties, die uitgebreide informatie over de verrichtingen van de EIB op de kapitaalmarkten beschikbaar stellen;

de rubriek over kapitaalmarkten op de website van de Bank; deze bevat een profiel van de EIB als geldnemer, evenals gegevens die betrekking hebben op de belangrijkste aspecten van de inleenactiviteiten, inclusief emissietabellen en links naar prospectussen en emissieprogramma's;

officiële registers die voor het publiek toegankelijk zijn;

het Jaarverslag van de EIB-groep, met daarin het Financieel Verslag; hierin wordt een jaarlijks overzicht gegeven van de inleen- en treasuryactiviteiten alsmede het liquiditeitenbeheer. Bij het Jaarverslag behoort het Statistisch Verslag, waarin een lijst is opgenomen met de op de kapitaalmarkten geplaatste obligaties;

presentatiedocumenten;

periodieke nieuwsbrieven voor beleggers;

persberichten betreffende inleenactiviteiten die een bijzondere nieuwswaarde hebben of die volgens de wet openbaar moeten worden gemaakt;

overige specialistische gegevens over de activiteiten van de Bank op de kapitaalmarkten.

83.

Rechtstreeks contact tussen de EIB en beleggers is ook mogelijk tijdens bijeenkomsten (zoals roadshows en (tele)conferenties).

84.

Vragen over de activiteiten van de Bank op de kapitaalmarkten dienen te worden gericht aan divisie Relaties met de beleggers (investor.relations@eib.org).

Openbaarmaking op verzoek

85.

Documentatie (prospectussen en/of programma's) betreffende openbare obligatie-emissies is op verzoek verkrijgbaar.

Procedures voor de behandeling van verzoeken om informatie

86.

De procedures voor de behandeling van verzoeken om informatie door het publiek zijn als volgt.

Verzoeken

87.

Verzoeken om toegang kunnen in elke schriftelijke vorm dan wel mondeling worden gedaan. Zij dienen te worden gericht aan de afdeling Communicatie en voorlichting of aan info@eib.org. Ook kunnen zij worden gericht aan de externe bureaus van de Bank, die deze verzoeken doorsturen naar de afdeling Communicatie en voorlichting op het hoofdkantoor in Luxemburg.

88.

De verzoeker is niet verplicht de redenen voor het verzoek te vermelden.

De behandeling van verzoeken

89.

Verzoeken worden normaliter door de Infodesk van de EIB behandeld die ze onmiddellijk, en in ieder geval binnen 20 werkdagen na ontvangst, beantwoord.

90.

Is een verzoek niet nauwkeurig genoeg of kan het document of de informatie niet worden getraceerd, dan vragen de EIB-medewerkers aan de aanvrager om het verzoek nader te preciseren.

91.

Indien een verzoek bij de verkeerde persoon binnen de Bank is terechtgekomen, dan stuurt de desbetreffende medewerker het verzoek onverwijld door naar de juiste afdeling.

92.

Indien een mondeling verzoek om informatie te ingewikkeld is om in behandeling te nemen, dan vraagt de medewerker aan de aanvrager om het verzoek schriftelijk te formuleren.

93.

Ingeval de informatie reeds eerder is vrijgegeven, door de Bank of een derde, stelt de medewerker de aanvrager waar gevraagde informatie kan worden gevonden.

94.

Indien in verband met de complexiteit van het/de gevraagde onderwerp(en) een antwoord niet binnen de voorgeschreven termijn kan worden gegeven, brengt de medewerker de verzoeker hiervan onverwijld, en in ieder geval binnen 10 werkdagen na ontvangst van het verzoek, op de hoogte. Het bericht bevat de naam van de afdeling en de medewerker die het verzoek in behandeling heeft.

95.

Op een ingewikkeld verzoek wordt uiterlijk 40 dagen na ontvangst antwoord gegeven.

96.

Indien de medewerkers om redenen van vertrouwelijkheid de opgevraagde informatie niet geheel of gedeeltelijk mogen vrijgeven, dan geven zij de redenen waarom de informatie niet mag worden verstrekt en wijzen zij de verzoeker op diens recht om een bevestigend verzoek in te dienen (zie hieronder).

97.

Informatie wordt verstrekt in een bestaande versie en vorm, of, indien mogelijk, in een vorm die voldoet aan de specifieke wensen van de aanvrager.

98.

De EIB-medewerkers streven ernaar burgers die in één van de officiële EU-talen een schriftelijk verzoek aan de Bank richten, in dezelfde taal te antwoorden.

99.

De kosten verbonden aan het vrijgeven van de opgevraagde documenten kunnen aan de aanvrager in rekening worden gebracht.

100.

De EIB-medewerkers sturen geen correspondentie aan andere externe partijen, tenzij de desbetreffende persoon hierover is ingelicht.

101.

De Bank is bevoegd een overduidelijk onredelijk verzoek af te wijzen.

Bevestigende verzoeken

102.

In geval van volledige dan wel gedeeltelijke afwijzing, of indien de Bank niet binnen de voorgeschreven termijn op een verzoek antwoord geeft, kan de verzoeker binnen 20 werkdagen na ontvangst van het antwoord van de Bank een bevestigend verzoek indienen.

103.

De Bank behandelt een bevestigend verzoek zo snel mogelijk, in ieder geval binnen 15 werkdagen na ontvangst. In uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld een verzoek om zeer gecompliceerde documentatie of informatie, kan de termijn met nog eens 15 werkdagen worden verlengd, mits de aanvrager daarvan tevoren in kennis wordt gesteld met vermelding van de redenen.

Klachten

104.

In geval van een volledige of gedeeltelijke afwijzing van een bevestigend verzoek, stelt de Bank de verzoeker op de hoogte van de beroepsprocedure, hieronder omschreven in het hoofdstuk „Klachtenregeling”.

105.

De klachtenregeling is ook van toepassing indien de Bank niet binnen de voorgeschreven termijn een antwoord geeft of indien de aanvrager het antwoord niet toereikend vindt.

Beleid inzake klachten

106.

Burgers die van mening zijn dat EIB-medewerkers een verzoek om informatie niet volgens de normen en procedures van de Bank hebben behandeld, kunnen een formele klacht indienen bij de secretaris-generaal van de EIB. De klacht dient binnen 20 werkdagen na de dagtekening van het bericht waarop de klacht betrekking heeft, schriftelijk te worden ingediend. De Bank bevestigt onverwijld de ontvangst van de klacht; het antwoord van de secretaris-generaal wordt binnen 20 werkdagen na ontvangst van de klacht gegeven.

107.

Ingevolge artikel 195 van het EU-Verdrag mogen EU-burgers of enige natuurlijke dan wel rechtspersoon die in een EU-lidstaat woonachtig of statutair gevestigd is, ook een klacht indienen bij de Europese Ombudsman (10). De ombudsman is ingesteld om klachten betreffende wanbestuur bij de verrichtingen van EU-instellingen en -organen te behandelen en brengt verslag uit aan het Europees Parlement.

108.

Burgers en ingezetenen uit landen buiten de EU die een klacht wensen in te dienen tegen het niet openbaar maken van informatie door de EIB, en wier klacht niet door de Europese Ombudsman in behandeling wordt genomen, kunnen een klacht indienen bij de inspecteur-generaal van de Bank (11). Bij de uitvoering van zijn taak handelt de inspecteur-generaal onafhankelijk van de Directie van de Bank. Zijn verslagen worden gelijktijdig naar zowel het onafhankelijke Comité ter controle van de boekhouding van de EIB als de Directie verstuurd.

Image

Informatiebronnen

109.

EIB-documenten uit het publieke domein kunnen vrijelijk worden gereproduceerd indien:

de bron en de datum van de publicatie worden vermeld

de informatie niet is gewijzigd

de informatie niet wordt aangewend voor commerciële doeleinden (hiertoe dient de EIB haar toestemming te verlenen)

de intellectuele eigendomsrechten van derden in acht worden genomen.

110.

Bepaalde statutaire documenten en besluiten van de Bank worden in het Publicatieblad van de Europese Unie gepubliceerd.

Website

111.

De website van de EIB is het belangrijkste platform om het publiek te informeren over de rol en activiteiten van de Bank. Het is een uiterst gezaghebbende bron van informatie over de Bank.

112.

Alle door de EIB gepubliceerde documenten worden op de website geplaatst dan wel vermeld. Op de website is alle informatie te vinden over de organisatiestructuur van de Bank, transparantie, de besluitvormingsstructuur, alsmede informatie over de gefinancierde projecten en opgenomen middelen.

113.

De Bank zet zich in om de inhoud en faciliteiten van de website voordurend te verbeteren, zodat sneller en eenvoudiger toegang tot informatie wordt verkregen. De website is momenteel beschikbaar in het Engels, het Frans en het Duits.

114.

Specifieke onderdelen van de website van de Bank zijn gericht op bepaalde aspecten van het in- en uitleenbeleid en op andere activiteiten van de EIB. Voorbeelden zijn:

toetredingslanden;

partnerlanden in het Middellandse-Zeegebied;

de landen in Afrika, het Caraïbisch gebied en de Stille Oceaan;

economische en sociale cohesie;

Jaspers;

het Initiatief Innovatie 2010;

menselijk kapitaal;

TEN's;

milieu;

kapitaalmarkten;

vacatures binnen de EIB;

economische en financiële studies — inclusief toegang tot onderzoeksdocumentatie.

115.

De website van de EIB is eveneens toegankelijk via de portaalsite van de Europese Unie (http://www.europa.eu) en is te vinden op vele publieke websites waar EU-aangelegenheden worden behandeld, evenals via de belangrijkste zoekmachines op internet.

Infodesk

116.

De Infodesk (info@eib.org) behandelt alle verzoeken om informatie en documenten en alle andere vragen over de rol en activiteiten van de EIB. Het team van de Infodesk kan ook telefonisch worden bereikt — zie de contactgegevens aan het einde van dit document.

Betrekkingen met de pers en andere nieuwsmedia

117.

In het algemeen behandelt de divisie Relaties met de Media, binnen de hoofdafdeling Communicatie & Voorlichting, de betrekkingen met de nieuwsmedia. De divisie Relaties met Beleggers, binnen de hoofdafdeling Kapitaalmarkten, onderhoudt de betrekkingen met de in de kapitaalmarkt gespecialiseerde pers.

118.

Persactiviteiten richten zich op:

persconferenties: voorbeelden zijn de jaarlijkse persconferentie in Luxemburg en Brussel (in februari) waarin de resultaten van het afgelopen boekjaar worden gepresenteerd en, indien relevant, de persconferentie na de jaarvergadering van de Raad van gouverneurs (in juni);

perscontacten: variërend van briefings en interviews tot bijeenkomsten waarin achtergrondinformatie wordt gegeven;

persberichten: betreffen vooral de ondertekening van kredieten met nieuwswaarde. Andere onderwerpen zijn inleentransacties met een hoog profiel, nieuwe beleidsinitiatieven van de EU waarbij de EIB betrokken is, en benoemingen bij de besluitvormingsorganen en het hoger kader van de EIB. Persberichten worden op de website van de EIB geplaatst en verstuurd aan degenen die op de desbetreffende verzendlijsten staan;

artikelen: specialistische publicaties;

op het bedrijfsleven en de markt gerichte advertenties: in beperkte mate.

Betrekkingen met de burgermaatschappij

119.

De onderafdeling Maatschappelijke relaties in de hoofdafdeling Communicatie en voorlichting beheert de betrekkingen met het brede publiek, waaronder contacten met niet-gouvernementele organisaties (ngo's) en andere maatschappelijke organisaties. Deze eenheid is het aanspreekpunt voor de burgermaatschappij en is vooral betrokken bij de coördinatie van antwoorden en verzoeken om informatie en het organiseren van bijeenkomsten en workshops met belangstellende organisaties. Tot de werkzaamheden behoren:

120.

Periodieke workshops: de EIB houdt workshops voor maatschappelijke organisaties over onderwerpen van gemeenschappelijk belang; deze vinden in principe tweemaal per jaar plaats en worden hoofdzakelijk regionaal georganiseerd, binnen en buiten de EU. De workshops worden onder de aandacht van maatschappelijke organisaties gebracht door vermelding op de website van de Bank en via gerichte kennisgevingen. De agenda voor deze workshops wordt opgesteld in samenwerking met de belangstellende maatschappelijke organisaties.

121.

Lokale en regionale contacten: medewerkers van de Bank corresponderen en discussiëren met lokale maatschappelijke organisaties, vooral wanneer een project dat door de EIB wordt gefinancierd van bijzonder belang is voor de lokale bevolking. Bij gelegenheid worden deze bijeenkomsten ook bijgewoond door operationele medewerkers, waarbij de onderafdeling Maatschappelijke relaties een coördinerende en faciliterende rol vervult.

122.

Overige evenementen: EIB-medewerkers nemen ook deel aan evenementen die door de maatschappelijke organisaties zelf worden georganiseerd.

Conferenties en tentoonstellingen

123.

De belangrijkste activiteiten zijn onder andere:

toespraken en verklaringen van hoge functionarissen worden op de website van de EIB gepubliceerd;

de Bank organiseert een aantal externe conferenties en evenementen en neemt ook deel aan conferenties en evenementen die door derden worden georganiseerd;

bij het jaarlijkse EIB-Forum en andere incidentele conferenties komen deskundigen bijeen om zich over belangrijke Europese onderwerpen te buigen;

de EIB houdt seminars, rondetafelconferenties en workshops met stakeholders over gemeenschappelijke onderwerpen, met name voor de zakenpartners;

EIB-medewerkers nemen deel aan externe evenementen ter bevordering van de vakinhoudelijke discussie over onderwerpen die voor de Bank relevant zijn;

EIB-medewerkers houden presentaties voor bezoekersgroepen die om politieke, vaktechnische of academische redenen geïnteresseerd zijn in de activiteiten van de Bank;

de EIB is vaak tegenwoordig bij grote conferenties, beurzen en tentoonstellingen die voor haar van belang zijn, met name wanneer deze gericht zijn op het opzetten en uitbreiden van de betrekkingen met bijvoorbeeld de bancaire sector, publieke en particuliere economische acteurs, de burgermaatschappij en de media. Ook is zij aanwezig op banenbeurzen om in contact te komen met potentiële medewerkers.

Audiovisueel materiaal en bibliotheekfaciliteiten

124.

De Bank stelt onderstaande materialen en faciliteiten ter beschikking:

videofilms: hierin worden de rol en de activiteiten van de EIB toegelicht; zij zijn gratis verkrijgbaar op VHS PAL-standaard, en BETACAM-standaard voor professioneel gebruik;

de EIB beschikt over een kleine filmbibliotheek voor professioneel gebruik. Deze bevat „dossiers” met filmmateriaal waarin aandacht wordt geschonken aan aspecten van de activiteiten van de EIB en haar besluitvormingsorganen;

de EIB beschikt over een kleine fotobibliotheek met informatie over de EIB-activiteiten en de personen die bij de Bank betrokken zijn; deze kan op verzoek door derden worden geraadpleegd;

de toegang tot de bibliotheekfaciliteiten van de EIB is hoofdzakelijk beperkt tot het overzicht van officiële EIB-teksten en een bibliografische selectie van werken over de EIB. Het gebruik van de bibliotheek is alleen mogelijk op afspraak en indien er EIB-medewerkers beschikbaar zijn.

Historische archieven van de EIB

125.

De EIB is bezig met het formuleren van een beleid voor het vrijgeven van vertrouwelijke documenten. Documenten met historische waarde zullen geleidelijk aan worden vrijgegeven uit de archieven van de Bank en beschikbaar worden gesteld aan belangstellenden. De historische archieven van de Bank worden, evenals de archieven van de overige EU-instellingen en -lichamen, door het Universitaire Instituut van Florence gehouden.

Contactgegevens

Website

Tel. (352) 43 79 31 19

Fax (352) 43 79 31 88

E-mail: webmaster@eib.org

Infodesk

Tel. (352) 43 79 31 00

Fax (352) 43 79 31 99

E-mail: info@eib.org

Mailbox voor communicatie en openbaarmaking van informatie

E-mail: infopol@eib.org

Relaties met beleggers

Tel. (352) 43 79 62 59

Fax (352) 43 79 62 97

E-mail: investor.relations@eib.org

Mediadesk

Tel. (352) 43 79 21 00

Fax (352) 43 79 21 99

E-mail: press@eib.org

Onderafdeling Maatschappelijke relaties

Tel. (352) 43 79 31 35

Fax (352) 43 79 31 91

E-mail: info@eib.org

Contactgegevens van de externe bureaus van de Bank zijn op de website vermeld.


(1)  PB C 332 van 30.12.2006, blz. 45.

(2)  Het hoofd Compliance behandelt geen klachten van het publiek. Zie voor het beleid inzake klachten de paragrafen 106 tot en met 108.

(3)  PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43.

(4)  De drie wetgevende instellingen van de EU hebben een beroep gedaan op de overige instellingen en organen van de Unie om regels in te voeren inzake de toegang van het publiek tot documenten, waarbij de beginselen en beperkingen van de Verordening in acht worden genomen.

(5)  Artikel 287: „De leden van de instellingen van de Gemeenschap, de leden van de comités, alsmede de ambtenaren en personeelsleden van de Gemeenschap zijn gehouden, zelfs na afloop van hun functie, de inlichtingen die naar hun aard vallen onder de geheimhoudingsplicht en met name de inlichtingen betreffende ondernemingen en hun handelsbetrekkingen of de bestanddelen van hun kostprijzen, niet openbaar te maken”.

(6)  De EIB heeft geen contractuele relaties met de uiteindelijke begunstigden van globale kredieten. De bemiddelende bank is de zakenpartner van de begunstigde; zij draagt de commerciële risico's van het project en ondertekent het financieringscontract.

(7)  De eerste informatienota is een beknopt document waarmee de Directie en de diensten van de Bank in een vroeg stadium op de hoogte worden gesteld van een mogelijke nieuwe transactie.

(8)  De geconsolideerde jaarrekeningen van de EIB en de EIB-groep zijn opgenomen in het Financieel Verslag van de EIB-groep. De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld overeenkomstig de internationale standaard voor jaarrekeningen (IFRS). De niet-geconsolideerde jaarrekening van de EIB is opgesteld overeenkomstig de algemene beginselen van Richtlijn 86/635/EEG inzake de jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen van banken en andere financiële instellingen.

Het Financieel Verslag van de EIB bevat uitgebreide informatie omtrent het operationeel beheer en het krediet- en risicobeheer.

De Bank publiceert eveneens halfjaarlijkse geconsolideerde rekeningen (niet-gecontroleerd).

(9)  De Investeringsfaciliteit is een zeer belangrijk financieel instrument van de Partnerschapsovereenkomst van Cotonou. De faciliteit werd op 2 juni 2003 operationeel; zij is voor alle economische sectoren beschikbaar en ondersteunt de investeringen die door particuliere ondernemingen en commercieel opererende overheidsinstellingen worden gedaan, inclusief de economische en technologische infrastructuur die van essentieel belang is voor een rendabele particuliere sector.

(10)  De ombudsman beveelt het publiek aan eerst alle bestaande procedures van een EU-instelling of -orgaan te doorlopen alvorens bij hem een klacht in te dienen.

(11)  Zoals vermeld in de verklaring over het bestuur van de EIB, biedt de inspecteur-generaal een onafhankelijke mogelijkheid om klachten te behandelen waarvoor de Europese Ombudsman zich niet bevoegd acht. Momenteel wordt de klachtenprocedure bij de inspecteur-generaal uitgewerkt.


II Voorbereidende besluiten

Commissie

30.12.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 332/61


Door de Commissie aangenomen wetsvoorstellen

(2006/C 332/12)

Document

Deel

Datum

Titel

COM(2006) 479

 

5.9.2006

Tenuitvoerlegging van het communautaire Lissabonprogramma Voorstel voor een Aanbeveling van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een Europees kwalificatiekader voor een leven lang leren

COM(2006) 507

 

12.9.2006

Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 92/49/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2002/83/EG, 2004/39/EG, 2005/68/EG and 2006/48/EG wat betreft procedureregels en evaluatiecriteria voor de prudentiële beoordeling van verwervingen en vergrotingen van deelnemingen in de financiële sector

COM(2006) 493

 

13.9.2006

Voorstel voor een Besluit van de Raad betreffende een voorstel tot wijziging van bijlage I van het VN/ECE-Verdrag inzake de grensoverschrijdende gevolgen van industriële ongevallen

COM(2006) 505

 

18.9.2006

Voorstel voor een Besluit van de Raad betreffende de sluiting van de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling inzake de voorlopige toepassing van de partnerschapsovereenkomst in de visserijsector tussen de Europese Gemeenschap en de Islamitische Republiek Mauritanië inzake de visserij in de visserijzones van Mauritanië en van het Protocol tot va ststelling, voor de periode van 1 augustus 2006 tot en met 31 juli 2008, van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie

COM(2006) 506

 

18.9.2006

Voorstel voor een Verordening van de Raad betreffende de sluiting van een partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Islamitische Republiek Mauritanië

COM(2006) 489

 

20.9.2006

Voorstel voor een Verordening van de Raad tot wijziging van de Verordeningen (EEG) nr. 404/93, (EG) nr. 1782/2003 en (EG) nr. 247/2006 wat de sector bananen betreft

COM(2006) 232

 

22.9.2006

Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader voor de bescherming van de bodem en tot wijziging van Richtlijn 2004/35/EG

COM(2006) 553

 

25.9.2006

Voorstel voor een Besluit van de Raad betreffende de sluiting van de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen over aanpassingen van de handelspreferenties voor kaas op grond van artikel 19 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte

COM(2006) 554

 

28.9.2006

Voorstel voor een Verordening van de Raad tot vaststelling, voor 2007 en 2008, van de vangstmogelijkheden voor vaartuigen van de Gemeenschap voor bepaalde bestanden van diepzeevissen

COM(2006) 555

 

28.9.2006

Voorstel voor een Beschikking van de Raad waarbij het Verenigd Koninkrijk wordt gemachtigd een bijzondere maatregel toe te passen die afwijkt van artikel 21, lid 1, onder a), van Richtlijn 77/388/EEG betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting

COM(2006) 556

 

28.9.2006

Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de identificatie van bedieningsorganen, verklikkerlichten en meters van motorvoertuigen op twee of drie wielen

COM(2006) 560

 

28.9.2006

Voorstel voor een Verordening van de Raad tot instelling van definitieve antidumpingrechten op de invoer van ethanolamine uit de Verenigde Staten van Amerika

COM(2006) 557

 

29.9.2006

Voorstel voor een Beschikking van het Europees Parlement en de Raad tot intrekking van Richtlijn 68/89/EEG betreffende de aanpassing van de wetgevingen der lidstaten ten aanzien van de indeling van onbewerkt hout

COM(2006) 565

 

2.10.2006

Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 577/98 van de Raad betreffende de organisatie van een steekproefenquête naar de arbeidskrachten in de Gemeenschap

COM(2006) 569

 

5.10.2006

Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende het veiligheidsbeheer van wegeninfrastructuur

COM(2006) 570

 

5.10.2006

Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de installatie van spiegels op bestaande in de Gemeenschap geregistreerde vrachtwagens

COM(2006) 573

 

5.10.2006

Voorstel voor een Besluit van de Raad inzake de sluiting van bilaterale overeenkomsten tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Bulgarije en tussen de Europese Gemeenschap en Roemenië voor een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende diensten van de informatiemaatschappij

COM(2006) 580

 

5.10.2006

Voorstel voor een Besluit van de Raad betreffende de sluiting van de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek IJsland over handelspreferenties voor landbouwproducten op grond van artikel 19 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte

COM(2006) 581

 

5.10.2006

Voorstel voor een Besluit van de Raad betreffende de sluiting van de Overeenkomst tussen de regering van de Verenigde Staten van Amerika en de Europese Gemeenschap over de coördinatie van programma's voor energie-efficiëntie-etikettering voor kantoorapparatuur

COM(2006) 577

 

6.10.2006

Voorstel voor een Besluit van de Raad tot wijziging van Besluit 2004/793/EG houdende afsluiting van het overleg met de Republiek Togo krachtens artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou

COM(2006) 578

 

6.10.2006

Voorstel voor een Besluit van de Raad betreffende de sluiting door de Commissie van een Overeenkomst inzake samenwerking tussen de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie vertegenwoordigd door de Commissie en de regering van de Republiek Korea bij onderzoek op het gebied van fusie-energie

COM(2006) 586

 

6.10.2006

Voorstel voor een Besluit van de Raad betreffende de sluiting door de Commissie van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de regering van Japan voor de gezamenlijke uitvoering van de bredere aanpak-activiteiten op het gebied van onderzoek inzake fusie-energie

COM(2006) 509

 

9.10.2006

Voorstel voor een Beschikking van de Raad betreffende het voorlopig verbod op het gebruik en de verkoop in Oostenrijk van genetisch gemodificeerde maïs (Zea mays L., lijn MON 810) uit hoofde van Richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad (Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek)

COM(2006) 510

 

9.10.2006

Voorstel voor een Beschikking van de Raad betreffende het voorlopig verbod op het gebruik en de verkoop in Oostenrijk van genetisch gemodificeerde maïs (Zea mays L., lijn T25) uit hoofde van Richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad (Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek)

COM(2006) 579

 

9.10.2006

Voorstel voor een Besluit van de Raad tot toekenning van communautaire macrofinanciële bijstand aan Moldavië

COM(2006) 582

 

9.10.2006

Voorstel voor een Verordening van de Raad tot uitbreiding van het bij Verordening (EG) nr. 769/2002 ingestelde definitieve antidumpingrecht op de invoer van cumarine uit de Volksrepubliek China tot de invoer van uit Indonesië of Maleisië verzonden cumarine, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Indonesië of Maleisië

COM(2006) 585

 

10.10.2006

Voorstel voor een Verordening van de Raad tot beëindiging van de procedure, ten behoeve van een nieuwe exporteur, voor de herziening van Verordening (EG) nr. 428/2005 van de Raad tot instelling van definitieve antidumpingrechten op synthetische stapelvezels van polyesters uit, onder meer, de Volksrepubliek China

COM(2006) 584

 

11.10.2006

Voorstel voor een Verordening van de Raad tot beëindiging van het gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek naar de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op de invoer van rijwielen uit de Volksrepubliek China

COM(2006) 564

 

12.10.2006

Voorstel voor een Verordening van de Raad betreffende financiële bijdragen van de Gemeenschap aan het Internationaal Fonds voor Ierland (2007 2010)

COM(2006) 587

 

13.10.2006

Voorstel voor een Verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2371/2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid

COM(2006) 607

 

13.10.2006

Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. …/… inzake voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen

COM(2006) 598

 

17.10.2006

Voorstel voor Verordening van de Raad betreffende de invoer van bepaalde ijzer- en staalproducten uit Oekraïne

COM(2006) 602

 

17.10.2006

Voorstel voor een Besluit van de Raad tot vaststelling van het standpunt dat de Europese Gemeenschap moet innemen met betrekking tot een voorstel tot wijziging van het Protocol van Kyoto bij het raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering

COM(2006) 594

 

18.10.2006

Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 97/67/EG met betrekking tot de volledige voltooiing van de interne markt voor postdiensten in de Gemeenschap

COM(2006) 599

 

18.10.2006

Voorstel voor een Besluit van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van de Europese Adviescommissie voor statistische governance

COM(2006) 604

 

18.10.2006

Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van het Europees Technologie-Instituut

COM(2006) 605

 

19.10.2006

Voorstel voor een Richtlijn van de Raad betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit bepaalde bijdragen, rechten en belastingen, alsmede uit andere maatregelen

COM(2006) 608

 

20.10.2006

Voorstel voor Beschikking van de Raad inzake het standpunt van de Gemeenschap betreffende Besluit nr. 1/2006 van het Gemengd Veterinair Comité, ingesteld bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten, tot wijziging van de aanhangsels 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 10 van bijlage 11

COM(2006) 609

 

23.10.2006

Voorstel voor een Verordening van de Raad tot vaststelling van instandhoudings- en handhavingsmaatregelen in het gereglementeerde gebied van de Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan

COM(2006) 613

 

24.10.2006

Voorstel voor een Besluit van de Raad betreffende de sluiting van een protocol bij de Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten enerzijds, en de Republiek Azerbeidzjan anderzijds, tot uitbreiding van de bepalingen van de Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tot bilaterale handel in textiel naar aanleiding van het verstrijken van de bilaterale textielovereenkomst

COM(2006) 615

 

24.10.2006

Voorstel voor een Besluit van de Raad betreffende de sluiting van een protocol bij de Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten enerzijds, en de Republiek Kazachstan anderzijds, tot uitbreiding van de bepalingen van de Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tot bilaterale handel in textiel naar aanleiding van het verstrijken van de bilaterale textielovereenkomst

COM(2006) 616

 

24.10.2006

Voorstel voor een Verordening van de Raad betreffende vrijstelling van rechten voor bepaalde farmaceutische werkzame bestanddelen met een „internationale generieke benaming” („international nonproprietary name”, INN) van de Wereldgezondheidsorganisatie en voor bepaalde producten die gebruikt worden voor de vervaardiging van farmaceutische eindproducten, en tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87

COM(2006) 621

 

24.10.2006

Voorstel voor een Besluit van de Raad inzake de deelneming van de Gemeenschap in de kapitaalverhoging bij het Europees Investeringsfonds

COM(2006) 623

 

24.10.2006

Voorstel voor een Besluit van de Raad betreffende het door de Gemeenschappen en hun lidstaten in te nemen standpunt in de Samenwerkingsraad die is ingesteld bij de Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst waarbij een partnerschap tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en Georgie, anderzijds, inzake de goedkeuring van een aanbeveling voor de tenuitvoerlegging van het Actieplan EU-Georgië

COM(2006) 640

 

24.10.2006

Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. xxx/2006 betreffende geneesmiddelen voor pediatrisch gebruik en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1768/92, Richtlijn 2001/20/EG, Richtlijn 2001/83/EG en Verordening (EG) nr. 726/2004

COM(2006) 645

 

24.10.2006

Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3922/91 inzake de harmonisatie van technische voorschriften en administratieve procedures op het gebied van de burgerluchtvaart

COM(2006) 646

 

24.10.2006

Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake wijziging van Richtlijn 2006/…/EG inzake vaststelling van de technische voorschriften voor binnenvaartschepen

COM(2006) 619

1

25.10.2006

Voorstel voor een Besluit van de Raad inzake de ondertekening en de voorlopige toepassing van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de regering van Maleisië inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten

COM(2006) 619

2

25.10.2006

Voorstel voor een Besluit van de Raad inzake de sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de regering van Maleisië inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten

COM(2006) 622

 

25.10.2006

Voorstel voor Verordening van de Raad betreffende de handel in bepaalde ijzer- en staalproducten tussen de Gemeenschap en Oekraïne

COM(2006) 624

 

25.10.2006

Voorstel voor een Verordening van de Raad betreffende de handel in bepaalde ijzer- en staalproducten tussen de Gemeenschap en de Republiek Kazachstan

COM(2006) 627

 

25.10.2006

Voorstel voor een Besluit van de Raad betreffende het door de Gemeenschappen en hun lidstaten in te nemen standpunt in de Samenwerkingsraad die is ingesteld bij de Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst waarbij een partnerschap tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en Armenië, anderzijds, inzake de goedkeuring van een aanbeveling voor de tenuitvoerlegging van het Actieplan EU-Armenië

COM(2006) 630

 

25.10.2006

Voorstel voor een Verordening van de Raad betreffende de handel in bepaalde ijzer- en staalproducten tussen de Gemeenschap en de Russische Federatie

COM(2006) 634

 

26.10.2006

Voorstel voor een Verordening van de Raad tot beëindiging van het gedeeltelijk tussentijds onderzoek naar de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op de invoer van silicium uit de Russische Federatie

COM(2006) 636

 

26.10.2006

Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake het verbod op de uitvoer voor en de veilige opslag van metallisch kwik

COM(2006) 637

 

26.10.2006

Voorstel voor een Besluit van de Raad betreffende het door de Gemeenschappen en hun lidstaten in te nemen standpunt in de Samenwerkingsraad die is ingesteld bij de Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst waarbij een partnerschap tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en Azerbeidzjan, anderzijds, inzake de goedkeuring van een aanbeveling voor de tenuitvoerlegging van het Actieplan EU-Azerbeidzjan

COM(2006) 650

 

27.10.2006

Voorstel voor een Verordening van de Raad inzake de uitvoering van het tiende Europees ontwikkelingsfonds

COM(2006) 659

 

27.10.2006

Voorstel voor een Besluit van de Raad tot vaststelling van het standpunt van de Gemeenschap in de Algemene Raad van de Wereldhandelsorganisatie over de toetreding van de Socialistische Republiek Vietnam tot de Wereldhandelsorganisatie

COM(2006) 644

 

31.10.2006

Voorstel voor een Beschikking van de Raad betreffende een standpunt van de Gemeenschap over het besluit van de Algemene Raad van de WTO om het transparantiemechanisme voor regionale handelsovereenkomsten voorlopig toe te passen

COM(2006) 647

 

31.10.2006

Voorstel voor een Verordening (EG, Euratom) van de Raad tot aanpassing, met ingang van 1 januari 2007, van de vergoeding van dienstreizen in Bulgarije en Roemenië voor ambtenaren en andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen

COM(2006) 656

 

31.10.2006

Voorstel voor een Besluit van de Raad inzake de benoeming van de speciale coördinator voor het Stabiliteitspact voor Zuidoost Europa

COM(2006) 651

 

3.11.2006

Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende het zichtveld en de ruitenwissers van landbouw- of bosbouwtrekkers op wielen (gecodificeerde versie)

COM(2006) 652

 

3.11.2006

Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid bij het gebruik door werknemers van arbeidsmiddelen op de arbeidsplaats

COM(2006) 657

 

6.11.2006

Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van de werknemers bij insolventie van de werkgever (gecodificeerde versie)

COM(2006) 662

 

6.11.2006

Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde onderdelen en eigenschappen van landbouw- of bosbouwtrekkers op wielen

COM(2006) 665

 

8.11.2006

Voorstel voor een Beschikking van de Raad betreffende de sluiting namens de Europese Gemeenschap van een Kaderverdrag inzake een multilateraal nucleair milieuprogramma in de Russische Federatie en van het Protocol inzake vorderingen, gerechtelijke procedures en vrijwaring bij het Kaderverdrag inzake een multilateraal nucleair milieuprogramma in de Russische Federatie

COM(2006) 667

 

8.11.2006

Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de door de constructie bepaalde maximumsnelheid en de laadplatforms van landbouw- of bosbouwtrekkers op wielen (gecodificeerde versie)

COM(2006) 668

 

8.11.2006

Voorstel voor een Verordening (EG, Euratom) van de Raad houdende aanpassing met ingang van 1 juli 2006 van de bezoldigingen en de pensioenen van de ambtenaren en de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen, alsmede van de aanpassingscoëfficiënten welke van toepassing zijn op deze bezoldigingen en pensioenen

COM(2006) 669

 

8.11.2006

Voorstel voor een Richtlijn van de Raad tot vaststelling van minimumnormen ter bescherming van varkens (gecodificeerde versie)

COM(2006) 677

 

8.11.2006

Voorstel voor een Verordening van de Raad houdende aanpassing van Verordening (EG) nr. 1782/2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers, Verordening (EG) nr. 318/2006 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker en Verordening (EG) nr. 320/2006 tot instelling van een tijdelijke regeling voor de herstructurering van de suikerindustrie in de Europese Gemeenschap, wegens de toetreding van Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie

COM(2006) 680

 

8.11.2006

Voorstel voor een Verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 234/2004 betreffende bepaalde beperkende maatregelen ten aanzien van Liberia en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1030/2003

Deze teksten zijn beschikbaar op: http://eur-lex.europa.eu


III Bekendmakingen

Commissie

30.12.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 332/67


Laatste publicatie van door de Commissie aangenomen COM-documenten, andere dan wetsvoorstellen

(2006/C 332/13)

PB C 317 van 23.12.2006

Historiek van eerdere publicaties:

PB C 303 van 13.12.2006

PB C 225 van 19.9.2006

PB C 184 van 8.8.2006

PB C 176 van 28.7.2006

PB C 151 van 29.6.2006

PB C 130 van 3.6.2006


30.12.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 332/s3


BERICHT AAN DE LEZER

Vanaf 1 januari 2007 wordt de structuur van het Publicatieblad aangepast. De gepubliceerde wetten worden duidelijker onderverdeeld waarbij de noodzakelijke continuïteit niettemin blijft behouden.

De nieuwe structuur en voorbeelden van hoe wetten worden onderverdeeld, kunt u bekijken op de EUR-Lex website:

http://eur-lex.europa.eu/nl/index.htm