|
ISSN 1725-2474 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 6 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Mededelingen en bekendmakingen |
49e jaargang |
|
Nummer |
Inhoud |
Bladzijde |
|
|
I Mededelingen |
|
|
|
Commissie |
|
|
2006/C 006/1 |
||
|
2006/C 006/2 |
||
|
2006/C 006/3 |
Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak nr. COMP/M.3946 — Renolit/Solvay) ( 1 ) |
|
|
2006/C 006/4 |
Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak nr. COMP/M.4090 — West LB/Odewald/ASH) — Zaak die in aanmerking kan komen voor een vereenvoudigde procedure ( 1 ) |
|
|
2006/C 006/5 |
Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak nr. COMP/M.4082 — Cargill/Pagnan II) ( 1 ) |
|
|
2006/C 006/6 |
Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak nr. COMP/M.3985 — EADS/BAES/FNM/NLFK) ( 1 ) |
|
|
2006/C 006/7 |
Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak nr. COMP/M.3787 — Heinemann/HDS Retail) — Zaak die in aanmerking kan komen voor een vereenvoudigde procedure ( 1 ) |
|
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst |
|
NL |
|
I Mededelingen
Commissie
|
11.1.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 6/1 |
Wisselkoersen van de euro (1)
10 januari 2006
(2006/C 6/01)
1 euro=
|
|
Munteenheid |
Koers |
|
USD |
US-dollar |
1,2064 |
|
JPY |
Japanse yen |
138,12 |
|
DKK |
Deense kroon |
7,4585 |
|
GBP |
Pond sterling |
0,68330 |
|
SEK |
Zweedse kroon |
9,3530 |
|
CHF |
Zwitserse frank |
1,5437 |
|
ISK |
IJslandse kroon |
73,92 |
|
NOK |
Noorse kroon |
7,9810 |
|
BGN |
Bulgaarse lev |
1,9559 |
|
CYP |
Cypriotische pond |
0,5737 |
|
CZK |
Tsjechische koruna |
28,800 |
|
EEK |
Estlandse kroon |
15,6466 |
|
HUF |
Hongaarse forint |
250,60 |
|
LTL |
Litouwse litas |
3,4528 |
|
LVL |
Letlandse lat |
0,6961 |
|
MTL |
Maltese lira |
0,4293 |
|
PLN |
Poolse zloty |
3,7868 |
|
RON |
Roemeense leu |
3,6485 |
|
SIT |
Sloveense tolar |
239,49 |
|
SKK |
Slowaakse koruna |
37,465 |
|
TRY |
Turkse lira |
1,6307 |
|
AUD |
Australische dollar |
1,6045 |
|
CAD |
Canadese dollar |
1,4092 |
|
HKD |
Hongkongse dollar |
9,3512 |
|
NZD |
Nieuw-Zeelandse dollar |
1,7408 |
|
SGD |
Singaporese dollar |
1,9715 |
|
KRW |
Zuid-Koreaanse won |
1 184,75 |
|
ZAR |
Zuid-Afrikaanse rand |
7,3593 |
|
CNY |
Chinese yuan renminbi |
9,7346 |
|
HRK |
Kroatische kuna |
7,3820 |
|
IDR |
Indonesische roepia |
11 406,51 |
|
MYR |
Maleisische ringgit |
4,522 |
|
PHP |
Filipijnse peso |
63,523 |
|
RUB |
Russische roebel |
34,3800 |
|
THB |
Thaise baht |
48,025 |
Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.
|
11.1.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 6/2 |
Inleiding van een antidumpingprocedure betreffende de invoer van kathodestraalbuizen voor kleurentelevisietoestellen uit de Volksrepubliek China, de Republiek Korea, Maleisië en Thailand
(2006/C 6/02)
De Commissie heeft een klacht ontvangen op grond van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad betreffende bescherming tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap („de basisverordening”) (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2117/2005 (2). Volgens deze klacht lijden producenten in de EU aanmerkelijke schade door de invoer met dumping van kathodestraalbuizen voor kleurentelevisietoestellen uit de Volksrepubliek China, de Republiek Korea, Maleisië en Thailand.
1. Indiener van de klacht
De klacht werd op 29 november 2005 ingediend door de „Taskforce against unfair business in Europe (TUBE)” namens producenten die goed zijn voor een groot deel, namelijk meer dan 50 %, van de productie van kathodestraalbuizen voor kleurentelevisietoestellen in de EU.
2. Product
De klacht heeft betrekking op kathodestraalbuizen voor kleurentelevisietoestellen, videomonitors, van alle groottes, doorgaans aangegeven onder de GN-codes 8540 11 11, 8540 11 13, 8540 11 15, 8540 11 19, 8540 11 91 en 8540 11 99 („het betrokken product”), uit de Volksrepubliek China, de Republiek Korea, Maleisië en Thailand. De GN-codes zijn slechts ter informatie vermeld.
3. Dumping
De bewering dat het betrokken product met dumping uit de Republiek Korea en Thailand wordt ingevoerd, is gebaseerd op een vergelijking van de geconstrueerde normale waarde van dit product en de prijzen bij uitvoer naar de EU.
Gelet op artikel 2, lid 7, van de basisverordening heeft de indiener van de klacht de normale waarde voor de Volksrepubliek China vastgesteld aan de hand van de geconstrueerde normale waarde in het in punt 5.1 d) genoemde derde land met een markteconomie. De bewering dat het betrokken product uit de Volksrepubliek China met dumping wordt ingevoerd is gebaseerd op de vergelijking van de aldus vastgestelde normale waarde met de prijzen bij uitvoer naar de EU.
De aldus vastgestelde dumpingmarges zijn aanzienlijk voor alle genoemde exportlanden.
4. Schade
De indiener van de klacht heeft bewijsmateriaal voorgelegd waaruit bleek dat de invoer van het betrokken product uit de Volksrepubliek China, de Republiek Korea, Maleisië en Thailand zowel absoluut als in termen van marktaandeel is gestegen.
De hoeveelheden waarin en de prijzen waartegen het betrokken product uit deze landen wordt ingevoerd zouden onder meer een ongunstige invloed hebben gehad op de prijzen en het verkoopvolume van de producenten in EU, waardoor de bedrijfsresultaten en de financiële situatie van deze producenten aanzienlijk zijn verslechterd.
5. Procedure
Na overleg in het Raadgevend Comité is de Commissie tot de conclusie gekomen dat de klacht door of namens de EU-producenten is ingediend en dat er voldoende bewijsmateriaal is om een procedure in te leiden. De Commissie opent derhalve een onderzoek overeenkomstig artikel 5 van de basisverordening.
5.1. Procedure voor de vaststelling van dumping en schade
Bij het onderzoek zal worden vastgesteld of het betrokken product uit Volksrepubliek China, de Republiek Korea, Maleisië en Thailand met dumping wordt ingevoerd en of hierdoor schade is ontstaan.
a) Steekproef
Daar kennelijk een groot aantal bedrijven bij deze procedure betrokken is, kan de Commissie, overeenkomstig artikel 17 van de basisverordening, van steekproeven gebruik maken.
i) Steekproef van producenten/exporteurs in de Volksrepubliek China
Om te kunnen beoordelen of het noodzakelijk is van een steekproef gebruik te maken en, indien dit het geval is, deze te kunnen samenstellen, verzoekt de Commissie alle producenten/exporteurs, of hun vertegenwoordigers, binnen de onder punt 6 b) i) vermelde termijn en op de onder punt 7 vermelde wijze contact met haar op te nemen en haar de volgende gegevens over hun bedrijf of bedrijven te vestrekken:
|
— |
naam, adres, e-mailadres, telefoon- en faxnummer en naam van een contactpersoon; |
|
— |
de hoeveelheid (stuks) van het betrokken product die in de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2005 naar de EU werd uitgevoerd en de waarde van deze export in plaatselijke valuta; |
|
— |
de hoeveelheid (stuks) van het betrokken product die in de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2005 op de binnenlandse markt is verkocht en de waarde van die verkoop in plaatselijke valuta, |
|
— |
of om de vaststelling van een individuele dumpingmarge zal worden verzocht (alleen voor producenten) (3); |
|
— |
een nauwkeurige omschrijving van de activiteiten van het bedrijf in verband met de productie van het betrokken product, |
|
— |
de namen en een nauwkeurige omschrijving van de activiteiten van alle verbonden bedrijven (4) die betrokken zijn bij de productie en/of verkoop (in binnen- en buitenland) van het betrokken product; |
|
— |
alle andere informatie die de Commissie bij het samenstellen van de steekproef van nut zou kunnen zijn; |
|
— |
door het verstrekken van de hierboven gevraagde informatie geeft het bedrijf te kennen bereid te zijn in de steekproef te worden opgenomen. Indien het bedrijf in de steekproef wordt opgenomen, betekent dit dat een vragenlijst moet worden beantwoord en dat de antwoorden ter plaatse zullen worden gecontroleerd. Indien een bedrijf laat weten dat het niet in de steekproef wenst te worden opgenomen, wordt het geacht geen medewerking te verlenen aan het onderzoek. De gevolgen van het niet-verlenen van medewerking zijn vermeld onder punt 8. |
Om de informatie te verkrijgen die zij voor het samenstellen van de steekproef van producenten/exporteurs nodig heeft, zal de Commissie bovendien contact opnemen met de Chinese autoriteiten en met de haar bekende organisaties van producenten/exporteurs in de Volksrepubliek China.
ii) Definitieve samenstelling van de steekproef
Op- of aanmerkingen over de samenstelling van de steekproef moeten binnen de onder punt 6 b) ii) vermelde termijn worden toegezonden.
De Commissie zal de steekproef eerst definitief samenstellen nadat zij de bedrijven heeft geraadpleegd die zich bereid hebben verklaard in de steekproef te worden opgenomen.
De in de steekproef opgenomen bedrijven moeten binnen de onder punt 6 b) iii) vermelde termijnen een vragenlijst beantwoorden en medewerking verlenen bij het onderzoek.
Indien geen voldoende medewerking wordt verleend, zal de Commissie haar bevindingen, overeenkomstig artikel 17, lid 4, en artikel 18 van de basisverordening, op de beschikbare gegevens baseren. Zoals vermeld onder punt 8 kunnen op de beschikbare gegevens gebaseerde bevindingen voor de betrokkene minder gunstig zijn.
b) Vragenlijsten
Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek nodig heeft, zal de Commissie een vragenlijst toezenden aan de EU-producenten, organisaties van EU-producenten, aan de in de steekproef opgenomen producenten/exporteurs in de Volksrepubliek China, aan de producenten/exporteurs in de Republiek Korea, Maleisië en Thailand, aan organisaties van producenten/exporteurs in die landen, aan importeurs en organisaties van importeurs die in de klacht zijn genoemd en aan de autoriteiten van de betrokken exportlanden.
i) Exporteurs/producenten in de Republiek Korea, Maleisië en Thailand en importeurs
Al deze partijen dienen zo spoedig mogelijk, en in ieder geval binnen de in punt 6 a) i) vermelde termijn, per fax contact op te nemen met de Commissie om te vernemen of zij in de klacht zijn genoemd, zodat zij zo nodig een vragenlijst kunnen aanvragen. Er wordt op gewezen dat de in punt 6 a) ii) vermelde termijn op al deze partijen van toepassing is.
ii) Producenten/exporteurs in de Volksrepubliek China die om de vaststelling van een individuele dumpingmarge verzoeken
Producenten/exporteurs in de Volksrepubliek China die, met het oog op de toepassing van artikel 17, lid 3, en artikel 9, lid 6, van de basisverordening, om de vaststelling van een individuele dumpingmarge verzoeken, moeten binnen de onder punt 6 a) ii) vermelde termijn een volledig ingevulde vragenlijst inzenden. Deze vragenlijst moet binnen de onder punt 6 a) i) vermelde termijn worden aangevraagd. Indien de Commissie van een steekproef van producenten/exporteurs gebruik maakt, kan zij evenwel besluiten geen individuele dumpingmarges te berekenen omdat individuele onderzoeken bij een groot aantal producenten/exporteurs een zo grote werklast kunnen vormen dat zij een tijdige voltooiing van het onderzoek in de weg staan.
c) Het schriftelijk en mondeling verstrekken van informatie
Alle belanghebbenden wordt verzocht hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten, andere informatie dan de antwoorden op de vragenlijst en bewijsmateriaal toe te zenden. Deze informatie en het bewijsmateriaal moeten binnen de onder punt 6 a) ii) vermelde termijn door de Commissie zijn ontvangen.
Verder zal de Commissie de partijen horen die hierom verzoeken en die kunnen aantonen dat er bijzondere redenen zijn om hen te horen. Deze aanvraag moet binnen de onder punt 6 a) iii) vermelde termijn worden ingediend.
d) Selectie van een derde land met markteconomie
Overwogen wordt Maleisië te kiezen als vergelijkbaar derde land met markteconomie voor het vaststellen van de normale waarde voor de Volksrepubliek China overeenkomstig artikel 2, lid 7, onder a) van de basisverordening. Eventuele op- of aanmerkingen over de keuze van dit land dienen binnen de onder punt 6 c) vermelde termijn te worden toegezonden.
e) Status van marktgericht bedrijf
Voor producenten/exporteurs in de Volksrepubliek China die kunnen aantonen dat zij op marktvoorwaarden werken, dat wil zeggen dat zij aan de criteria van artikel 2, lid 7, onder c), van de basisverordening voldoen, zal de normale waarde, op hun verzoek, overeenkomstig artikel 2, lid 7, onder b), van de basisverordening worden vastgesteld. Dergelijke aanvragen, van bewijsmateriaal vergezeld, moeten binnen de onder 6 d) vermelde termijn worden ingediend. De Commissie zal aanvraagformulieren toezenden aan de in de klacht genoemde producenten/exporteurs van het betrokken product in de Volksrepubliek China, organisaties van producenten/exporteurs van het betrokken product in de Volksrepubliek China en aan de Chinese autoriteiten.
5.2. Procedure voor het beoordelen van het belang van de EU
Overeenkomstig artikel 21 van de basisverordening zal worden onderzocht of het niet tegen het belang van de EU is antidumpingmaatregelen te nemen indien dumping en schade worden aangetoond. EU-producenten, importeurs en organisaties van producenten, importeurs, verwerkende bedrijven en consumenten die aantonen dat er een objectieve band is tussen hun activiteiten en het betrokken product, kunnen binnen de onder punt 6 a) ii) genoemde termijn contact met de Commissie opnemen en inlichtingen verstrekken. Deze partijen kunnen binnen de onder punt 6 a) iii) vermelde termijn ook om een mondeling onderhoud verzoeken, onder opgave van de bijzondere redenen waarom zij gehoord willen worden. Met informatie die op grond van artikel 21 wordt verstrekt, wordt slechts rekening gehouden indien daarbij, op het moment dat deze wordt verstrekt, het nodige bewijsmateriaal is gevoegd.
6. Termijnen
a) Algemene termijn
i) Om een vragenlijst en andere formulieren aan te vragen
Vragenlijsten en andere formulieren dienen zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval binnen 10 dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie, te worden aangevraagd.
ii) Om zich aan te melden, antwoorden op de vragenlijst en andere informatie toe te zenden
Belanghebbenden die wensen dat bij het onderzoek met hun opmerkingen rekening wordt gehouden, dienen binnen 40 dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie, tenzij anders vermeld, contact met de Commissie op te nemen, hun standpunt uiteen te zetten en de antwoorden op de vragenlijst en eventuele andere gegevens te doen toekomen. Er wordt op gewezen dat de meeste in de basisverordening vermelde procedurerechten slechts kunnen worden uitgeoefend indien de betrokkene zich binnen de genoemde termijn bij de Commissie aanmeldt.
De in de steekproef opgenomen bedrijven moeten de antwoorden op de vragenlijst doen toekomen binnen de onder punt 6 b) iii) vermelde termijn.
iii) Mondeling onderhoud
Binnen dezelfde termijn van 40 dagen kunnen belanghebbenden ook verzoeken door de Commissie te worden gehoord.
b) Bijzondere termijn voor het samenstellen van de steekproef
|
i) |
De in punt 5.1 a) i) bedoelde gegevens dienen door de Commissie te zijn ontvangen uiterlijk 15 dagen na publicatie van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie, aangezien de Commissie voornemens is de bedrijven die zich bereid hebben verklaard in de steekproef te worden opgenomen binnen 21 dagen na publicatie van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie te raadplegen over de definitieve samenstelling van de steekproef. |
|
ii) |
Alle andere gegevens die voor het samenstellen van de steekproef van nut kunnen zijn, als bedoeld in punt 5.1 a) ii), moeten de Commissie bereiken binnen 21 dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie. |
|
iii) |
De antwoorden op de vragenlijst van de in de steekproef opgenomen bedrijven moeten binnen 37 dagen nadat deze bedrijven is medegedeeld dat zij in de steekproef zijn opgenomen, door de Commissie zijn ontvangen. |
c) Bijzondere termijn voor de keuze van het derde land met markteconomie
Opmerkingen over het voornemen van de Commissie, als in punt 5 1 d) genoemd, Maleisië te kiezen als vergelijkbaar derde land met markteconomie voor het vaststellen van de normale waarde voor de Volksrepubliek China, moeten door de Commissie zijn ontvangen binnen tien dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie.
d) Bijzondere termijn voor het indienen van aanvragen om als marktgericht bedrijf te worden behandeld/een individuele behandeling te verkrijgen
De in punt 5.1 e) bedoelde aanvragen om als marktgericht bedrijf te worden behandeld en/of aanvragen voor een individuele behandeling op grond van artikel 9, lid 5, van de basisverordening, moeten, met voldoende bewijsmateriaal, binnen 15 dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie door de Commissie zijn ontvangen.
7. Schriftelijke opmerkingen, antwoorden op de vragenlijst en andere correspondentie
Alle opmerkingen en verzoeken moeten schriftelijk worden toegezonden (niet elektronisch, tenzij anders vermeld) onder opgave van naam, adres, e-mailadres, telefoon- en faxnummer van de betrokkene. Alle schriftelijke opmerkingen, met inbegrip van de in dit bericht gevraagde informatie, antwoorden op de vragenlijst en correspondentie die op vertrouwelijke basis worden verstrekt, moeten van het opschrift „Limited” (5) zijn voorzien en moeten, overeenkomstig artikel 19, lid 2, van de basisverordening, vergezeld gaan van een niet-vertrouwelijke versie waarop is vermeld „For inspection by interested parties”.
Correspondentieadres van de Commissie:
|
Europese Commissie |
|
Directoraat-generaal Handel |
|
Directoraat B |
|
Kantooradres: J-79 5/16 |
|
B-1049 Brussel |
|
Fax (32-2) 295 65 05 |
8. Medewerking
Indien belanghebbenden de nodige gegevens niet binnen de gestelde termijnen verstrekken, geen toegang daartoe geven of het onderzoek ernstig belemmeren, kunnen, overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening, op grond van de beschikbare gegevens voorlopige of definitieve conclusies worden getrokken, zowel in positieve als in negatieve zin.
De Commissie kan de verstrekte informatie, indien deze onjuist of misleidend blijkt, buiten beschouwing laten en van de beschikbare gegevens gebruikmaken. Indien een belanghebbende geen of slechts gedeeltelijk medewerking verleent, en de bevindingen daarom op de beschikbare gegevens worden gebaseerd overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening, kan het resultaat voor hem ongunstiger zijn dan wanneer hij wel medewerking had verleend.
9. Tijdschema
Het onderzoek zal overeenkomstig artikel 6, lid 9, van de basisverordening binnen 15 maanden na de publicatie van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie worden afgesloten. Overeenkomstig artikel 7, lid 1, van de basisverordening kunnen uiterlijk negen maanden na de publicatie van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie voorlopige maatregelen worden genomen.
(1) PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1.
(2) PB L 340 van 23.12.2005, blz. 17.
(3) Niet in de steekproef opgenomen ondernemingen kunnen om de vaststelling van een individuele dumpingmarge verzoeken op grond van artikel 17, lid 3, van de basisverordening. Verzoeken om een individuele behandeling moeten worden gebaseerd op artikel 9, lid 5, van de basisverordening en verzoeken om een behandeling als marktgericht bedrijf op artikel 2, lid 7, onder b) van de basisverordening.
(4) Voor de betekenis van het begrip „verbonden bedrijf” zie artikel 143 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie houdende bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1).
(5) Dit betekent dat de documenten slechts voor intern gebruik zijn bestemd en beschermd zijn in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad inzake de toegang van het publiek tot de documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43). Deze documenten zijn vertrouwelijk op grond van artikel 19 van de basisverordening en artikel 6 van de WTO-overeenkomst inzake de tenuitvoerlegging van artikel VI van de GATT 1994 (Antidumpingovereenkomst).
|
11.1.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 6/6 |
Voorafgaande aanmelding van een concentratie
(Zaak nr. COMP/M.3946 — Renolit/Solvay)
(2006/C 6/03)
(Voor de EER relevante tekst)
|
1. |
Op 4 januari 2006 ontving de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 en volgend op een verwijzing in het kader van Artikel 4(5) van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1) waarin wordt meegedeeld dat de onderneming Renolit AG („Renolit”, Duitsland) die onder zeggenschap staat van JM Gesellschaft für industrielle Beteiligingen mbH & Co. KGaA in de zin van artikel 3, lid 1), sub b), van genoemde verordening volledig zeggenschap verkrijgt over de industriële folie activiteiten van Solvay S.A. („industriële folie Solvay”, België) door de aankoop van aandelen en activa. |
|
2. |
De bedrijfswerkzaamheden van de betrokken ondernemingen zijn:
|
|
3. |
Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde transactie binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 139/2004 kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden. |
|
4. |
De Commissie verzoekt belanghebbende derden hun eventuele opmerkingen ten aanzien van de voorgenomen concentratie kenbaar te maken aan de Commissie. Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk tien dagen na dagtekening van deze bekendmaking hebben bereikt. Zij kunnen per fax ((32-2) 296 43 01 of 296 72 44) of per post, onder vermelding van referentienummer COMP/M.3946 — Renolit/Solvay, aan onderstaand adres worden toegezonden:
|
(1) PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.
|
11.1.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 6/7 |
Voorafgaande aanmelding van een concentratie
(Zaak nr. COMP/M.4090 — West LB/Odewald/ASH)
Zaak die in aanmerking kan komen voor een vereenvoudigde procedure
(2006/C 6/04)
(Voor de EER relevante tekst)
|
1. |
Op 3 januari 2006 ontving de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1) waarin wordt meegedeeld dat de ondernemingen WestLB AG („WestLB”, Duitsland) en Odewald & Compagnie Gesellschaft für Beteiligungen mbH („Odewald”, Duitsland) in de zin van artikel 3, lid 1), sub b), van genoemde verordening gezamenlijk zeggenschap verkrijgen over de onderneming ASH Automotive Systems Holding GmbH („ASH”, Duitsland), houdstermaatschappij van het Westfalia-concern, door de aankoop van aandelen van een nieuw gestichte vennootschap die een gezamenlijke onderneming is. |
|
2. |
De bedrijfswerkzaamheden van de betrokken ondernemingen zijn:
|
|
3. |
Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde transactie binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 139/2004 kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden. In het licht van de Mededeling van de Commissie betreffende een vereenvoudigde procedure voor de behandeling van bepaalde concentraties krachtens Verordening (EG) No139/2004 (2) van de Raad wordt vermeld dat deze zaak in aanmerking kan komen voor deze procedure. |
|
4. |
De Commissie verzoekt belanghebbende derden hun eventuele opmerkingen ten aanzien van de voorgenomen concentratie kenbaar te maken aan de Commissie. Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk tien dagen na dagtekening van deze bekendmaking hebben bereikt. Zij kunnen per fax ((32-2) 296 43 01 of 296 72 44) of per post, onder vermelding van referentienummer COMP/M. M.4090 — West LB/Odewald/ASH, aan onderstaand adres worden toegezonden:
|
(1) PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.
(2) PB C 56 van 5.3.2005, blz. 32.
|
11.1.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 6/8 |
Voorafgaande aanmelding van een concentratie
(Zaak nr. COMP/M.4082 — Cargill/Pagnan II)
(2006/C 6/05)
(Voor de EER relevante tekst)
|
1. |
Op 3 januari 2006 ontving de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1) waarin is medegedeeld dat de onderneming Cargill International S.A. („Cargill”, VS) in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), van genoemde verordening van de Raad gedeeltelijk zeggenschap verkrijgt over de onderneming Pagnan S.p.A. („Pagnan”, Italië) door de aankoop van activa. |
|
2. |
De bedrijfswerkzaamheden van de betrokken ondernemingen zijn:
|
|
3. |
Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde concentratie binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 139/2004 kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden. |
|
4. |
De Commissie verzoekt belanghebbende derden hun eventuele opmerkingen ten aanzien van de voorgenomen concentratie aan haar kenbaar te maken. Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk tien dagen na dagtekening van deze bekendmaking hebben bereikt. Zij kunnen de Commissie per fax ((32-2) 296 43 01 of 296 72 44) of per post, onder vermelding van referentie nummer COMP/M.4082 — Cargill/Pagnan II, aan onderstaand adres worden toegezonden:
|
(1) PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.
|
11.1.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 6/9 |
Voorafgaande aanmelding van een concentratie
(Zaak nr. COMP/M.3985 — EADS/BAES/FNM/NLFK)
(2006/C 6/06)
(Voor de EER relevante tekst)
|
1. |
Op 3 januari 2006 ontving de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1) waarin wordt meegedeeld dat de Franse onderneming MBDA, die onder zeggenschap staat van EADS, BAE Systems („BAES”, Verenigd Koninkrijk) en Finmeccanica („FNM”, Italië) in de zin van artikel 3, lid 1), sub b), van genoemde verordening zeggenschap verkrijgt over de onderneming LFK — Lenkflugkörpersysteme GmbH — TDW („NLFK”, Duitsland) door de aankoop van aandelen. |
|
2. |
De bedrijfswerkzaamheden van de betrokken ondernemingen zijn:
|
|
3. |
Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde transactie binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 139/2004 kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden. |
|
4. |
De Commissie verzoekt belanghebbende derden hun eventuele opmerkingen ten aanzien van de voorgenomen concentratie kenbaar te maken aan de Commissie. Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk tien dagen na dagtekening van deze bekendmaking hebben bereikt. Zij kunnen per fax ((32-2) 296 43 01 of 296 72 44) of per post, onder vermelding van referentienummer COMP/M.3985 — EADS/BAES/FNM/NLFK, aan onderstaand adres worden toegezonden:
|
(1) PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.
|
11.1.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 6/10 |
Voorafgaande aanmelding van een concentratie
(Zaak nr. COMP/M.3787 — Heinemann/HDS Retail)
Zaak die in aanmerking kan komen voor een vereenvoudigde procedure
(2006/C 6/07)
(Voor de EER relevante tekst)
|
1. |
Op 4 januari 2006 ontving de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1) waarin wordt meegedeeld dat de ondernemingen Gebr. Heinemann („Heinemann”, Duitsland) en HDS Retail Deutschland GmbH („HDS Retail”, Duitsland), die onder zeggenschap staan van Lagardère SCA („Lagardère”, Frankrijk), in de zin van artikel 3, lid 1, sub b), van genoemde verordening gezamenlijk zeggenschap verkrijgen over de onderneming FERS Flughafeneinzelhandelsgesellschaft Relay Services GmbH („FERS”, Duitsland) door de aankoop van aandelen van een nieuw gestichte vennootschap die een gezamenlijke onderneming is. |
|
2. |
De bedrijfswerkzaamheden van de betrokken ondernemingen zijn:
|
|
3. |
Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde concentratie binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 139/2004 kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden. In het licht van de Mededeling van de Commissie betreffende een vereenvoudigde procedure voor de behandeling van bepaalde concentraties krachtens Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (2) wordt vermeld dat deze zaak in aanmerking kan komen voor deze procedure. |
|
4. |
De Commissie verzoekt belanghebbende derden hun eventuele opmerkingen ten aanzien van de voorgenomen concentratie kenbaar te maken aan de Commissie. Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk tien dagen na dagtekening van deze bekendmaking hebben bereikt. Zij kunnen per fax ((32-2) 296 43 01 of 296 72 44) of per post, onder vermelding van referentienummer COMP/M.3787 — Heinemann/HDS Retail, aan onderstaand adres worden toegezonden:
|
(1) PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.
(2) PB C 56 van 5.3.2005, blz. 32.
III Bekendmakingen
Commissie
|
11.1.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 6/11 |
F-Lorient: Exploitatie van geregelde luchtdiensten
Aanbesteding door Frankrijk overeenkomstig artikel 4, lid 1, punt d), van Verordening (EEG) nr. 2408/92 van de Raad voor de exploitatie van geregelde luchtdiensten op de route Lorient-Lyon
(2006/C 6/08)
1. Inleiding: Overeenkomstig lid 1, punt a), van artikel 4 van Verordening (EEG) nr. 2408/92 van 23.7.1992 betreffende de toegang van communautaire luchtvaartmaatschappijen tot intracommunautaire luchtroutes heeft Frankrijk besloten een verplichting tot openbare dienstverlening op te leggen voor de geregelde luchtdiensten op de route Lorient (Lann-Bihoué) – Lyon (Saint-Exupéry). De voor deze verplichting tot openbare dienstverlening gestelde normen werden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie C 5 van 10.1.2006.
Voorzover geen enkele luchtvaartmaatschappij op 1.6.2006 geregelde luchtdiensten tussen de luchthavens van Lorient (Lann-Bihoué) en Lyon (Saint-Exupéry) exploiteert of op het punt staat te exploiteren, in overeenstemming met de verplichtingen tot openbare dienstverlening en zonder om financiële compensatie te vragen, heeft Frankrijk besloten om in het kader van de procedure van artikel 4, lid 1, punt d), van diezelfde verordening de toegang tot één enkele luchtvaartmaatschappij te beperken en het recht om deze diensten met ingang van 1.7.2006 te exploiteren, bij openbare aanbesteding aan te bieden.
2. Betreft: Levering, met ingang van 1.7.2006, van geregelde luchtdiensten tussen Lorient (Lann-Bihoué) en Lyon (Saint-Exupéry), overeenkomstig de voor deze verbinding opgelegde verplichtingen tot openbare dienstverlening die zijn bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie C 5 van 10.1.2006.
3. Deelneming aan de aanbesteding: De aanbesteding staat open voor alle maatschappijen die in het bezit zijn van een geldige exploitatievergunning, afgegeven door een lidstaat overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2407/92 van de Raad van 23.7.1992 betreffende de verlening van exploitatievergunningen aan luchtvaartmaatschappijen.
4. Aanbestedingsprocedure: Deze aanbesteding valt onder de bepalingen van de punten d), e), f), g), h) en i) van artikel 4, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2408/92.
5. Dossier voor de aanbesteding: Het volledige dossier voor de aanbesteding, omvattende het bijzonder reglement van de aanbesteding en de overeenkomst inzake uitbesteding van een openbare dienst met de technische bijlage daarvan (tekst van de verplichtingen tot openbare dienstverlening verschenen in het Publicatieblad van de Europese Unie) kan gratis worden verkregen op het onderstaande adres:
Chambre de commerce et d'industrie du Morbihan, direction des équipements, 3, boulevard de la Rade, F-56100 Lorient. Tel.: (33) 2 97 87 76 00. Fax: (33) 2 97 37 22 19.
6. Financiële compensaties: Gegadigden dienen in hun offerte expliciet aan te geven welk bedrag wordt gevraagd als compensatie voor het uitvoeren van de gevraagde dienst gedurende drie jaar vanaf de voorgenomen aanvangsdatum (per jaar gespecificeerd). Het werkelijke bedrag van de uitgekeerde compensatie wordt elk jaar achteraf vastgesteld op grond van de werkelijke uitgaven en inkomsten, doch zal nooit meer kunnen bedragen dan het in de offerte vermelde bedrag. Dit maximumbedrag kan slechts in geval van onvoorziene wijziging van de exploitatievoorwaarden worden herzien.
De jaarlijkse betalingen geschieden in de vorm van voorschotten en van een eindafrekening. Het saldo van de eindafrekening wordt pas betaald na goedkeuring van de rekeningen van de vervoermaatschappij voor de betrokken verbinding en nadat is vastgesteld dat de dienst overeenkomstig de bepalingen van punt 8 van deze aanbesteding is uitgevoerd.
Indien de overeenkomst vóór de normale vervaldag wordt opgezegd, wordt het bepaalde van punt 8 zo snel mogelijk ten uitvoer gelegd teneinde aan de vervoermaatschappij het saldo van de haar verschuldigde financiële compensatie te kunnen uitbetalen waarbij het in de eerste alinea bedoelde maximumbedrag in voorkomend geval evenredig met de werkelijke exploitatieduur wordt verminderd.
7. Looptijd van de overeenkomst: De looptijd van de overeenkomst (overeenkomst betreffende de uitbesteding van een openbare dienst) bedraagt drie jaar, gerekend vanaf de voorgenomen datum van aanvang van de exploitatie van de luchtdiensten zoals vermeld in punt 2 van deze aanbesteding.
8. Controle op de uitvoering van het contract en nazicht van de rekeningen van de luchtvaartmaatschappij: De uitvoering van het contract en de analytische boekhouding van de vervoermaatschappij voor de betrokken verbinding zullen ten minste eenmaal per jaar aan een controle in samenwerking met de vervoermaatschappij worden onderworpen.
9. Beëindiging en opzegtermijn: De ondertekenende partijen kunnen de overeenkomst vóór het einde van de normale duur ervan slechts beëindigen na het verstrijken van een opzegtermijn van zes maanden. Wanneer de luchtvaartmaatschappij niet voldoet aan één van de verplichtingen tot openbare dienstverlening, wordt zij geacht de overeenkomst zonder opzegtermijn te hebben beëindigd tenzij zij de dienst binnen een termijn van één maand na ingebrekestelling opnieuw in overeenstemming brengt met de verplichtingen tot openbare dienstverlening.
10. Vermindering van de financiële compensatie: Wanneer de luchtvaartmaatschappij de in punt 9 bedoelde opzegtermijn niet nakomt, wordt hetzij een administratieve boete opgelegd, overeenkomstig artikel R.330-20 van de burgerluchtvaartcode, hetzij een boete die wordt berekend uitgaande van het aantal ontbrekende maanden en van het daadwerkelijke tekort op de verbinding in het relevante jaar, beperkt tot de maximale financiële compensatie als bedoeld in punt 6.
In het geval van tekortkomingen die beperkt blijven tot het vervullen van de openbare dienstverplichtingen, wordt de in punt 6 bedoelde maximale financiële compensatie verminderd met inachtneming van de bepalingen van artikel R.330-20 van de burgerluchtvaartcode. Bij de bepaling van deze vermindering wordt, in voorkomend geval, uitgegaan van het aantal om aan de maatschappij toe te schrijven redenen geannuleerde vluchten, het aantal vluchten dat is uitgevoerd met een kleinere dan de vereiste capaciteit, het aantal vluchten dat is uitgevoerd zonder dat de openbare dienstverplichtingen op het gebied van tussenlandingen is nagekomen en/of het aantal dagen dat de openbare dienstverplichtingen niet zijn nagekomen wat de verblijfsduur op de plaats van bestemming en/of het gebruik van een reserveringssysteem per computer betreft.
11. Indiening van de offertes: De offertes dienen per aangetekend schrijven met ontvangstbewijs (de datum van het poststempel wordt als de datum van indiening beschouwd) te worden opgestuurd of ter plaatse tegen ontvangstbewijs te worden afgegeven op het volgende adres:
Chambre de commerce et d'industrie du Morbihan, direction des équipements, 3, boulevard de la Rade, F-56100 Lorient,
en wel uiterlijk zes weken na de datum van bekendmaking van deze aanbesteding in het Publicatieblad van de Europese Unie, vóór 17:00 plaatselijke tijd.
12. Geldigheid van de aanbesteding: Overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, lid 1, punt d), eerste zin, van Verordening (EEG) nr. 2408/92 is deze aanbesteding slechts geldig indien geen enkele communautaire luchtvaartmaatschappij vóór 1.6.2006 een programma heeft ingediend om deze verbinding met ingang van 1.7.2006 te exploiteren in overeenstemming met de opgelegde verplichtingen van openbare dienstverlening, zonder daarvoor een financiële compensatie te ontvangen.
|
11.1.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 6/13 |
S-Sundsvall: Exploitatie van geregelde luchtdiensten
Aanbestedingen door de Nationale Dienst voor openbaar vervoer (Rikstrafiken) van Zweden overeenkomstig artikel 4, lid 1, sub d), van Verordening (EEG) nr. 2408/92 van de Raad voor de exploitatie van geregelde luchtdiensten op de volgende route:
Östersund — Umeå
(2006/C 6/09)
(Voor de EER relevante tekst)
1. Inleiding: Overeenkomstig artikel 4, lid 1, sub a), van Verordening (EEG) nr. 2408/92 van de Raad van 23.7.1992 betreffende de toegang van communautaire luchtvaartmaatschappijen tot intracommunautaire luchtroutes heeft Zweden besloten om openbare dienstverplichtingen op te leggen voor de geregelde luchtdiensten op bovengenoemde route. Nadere gegevens over de openbare dienstverplichtingen zijn bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen C 64 van 2.3.1994.
Voorzover geen enkele luchtvaartmaatschappij uiterlijk 60 dagen na publicatie van deze kennisgeving geregelde luchtdiensten op de bovengenoemde route exploiteert of op het punt staat te exploiteren, in overeenstemming met de opgelegde openbare dienstverplichtingen en zonder om financiële compensatie te verzoeken, heeft Zweden besloten om in het kader van de procedure van artikel 4, lid 1, sub a) van bovengenoemde verordening de toegang tot één enkele luchtvaartmaatschappij te beperken en het recht om deze diensten met ingang van 29.10.2006 te exploiteren bij openbare aanbesteding aan te bieden.
2. Betreft: Levering, met ingang van 29.10.2006, van geregelde luchtdiensten op bovengenoemde route overeenkomstig de voor deze route opgelegde verplichtingen tot openbare dienstverlening als bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen C 64 van 2.3.1994.
Offertes kunnen uitsluitend worden ingediend voor de route
Östersund - Umeå.
3. Deelneming aan de aanbesteding: De aanbesteding staat open voor alle maatschappijen die in het bezit zijn van een geldige exploitatievergunning voor luchtvervoer, afgegeven door een lidstaat overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2407/92 van de Raad van 23.7.1992 betreffende de verlening van exploitatievergunningen aan luchtvaartmaatschappijen.
4. Aanbestedingsprocedure: Deze aanbesteding valt onder de bepalingen van artikel 4, lid 1, sub d) t/m i), van Verordening (EEG) nr. 2408/92.
De offerte is voor de inschrijver bindend tot 29.10.2006.
5. Dossier voor de aanbesteding: Het volledige dossier voor de aanbesteding, omvattende het bijzonder reglement van de aanbesteding, het contract, de openbare dienstverplichtingen, de marktvoorwaarden enz., kan gratis worden verkregen op het onderstaande adres:
Rikstrafiken, Box 473, S-851 06 Sundsvall,
of bij registrator@rikstrafiken.se.
Tel.: (46) 60 67 82 50. Fax: (46) 60 67 82 51.
6. Financiële compensatie: Alle compensaties in het kader van het contract worden in SEK betaald. In de offerte moet duidelijk het bedrag in SEK (met een jaarlijkse uitsplitsing) zijn aangegeven dat nodig is om de diensten gedurende twee jaar, met ingang van 29.10.2006, te leveren. Het aangegeven compensatiebedrag moet gebaseerd zijn op een raming van de kosten en de baten met betrekking tot de activiteiten die samenhangen met de opgelegde openbare dienstverplichtingen en het contract.
7. Tarieven: In de offerte moeten de verschillende aspecten van het tariefsysteem en de organisatie worden gespecificeerd die de basis zullen vormen voor de evaluatie van de adequaatheid van de dienstverlening en de daarop gebaseerde selectie tussen de kandidaten.
8. Looptijd van het contract: De contracttermijn bestrijkt de periode vanaf de ondertekening van het contract door beide partijen tot 1.3.2009 op welke datum de luchtvaartmaatschappij, overeenkomstig de eisen van het contract zijn eindverslag heeft ingediend.
De geregelde luchtdiensten op de route beginnen op 29.10.2006 en eindigen op 25.10.2008.
9. Wijziging en opzegging van het contract: Het contract kan alleen worden gewijzigd als de wijzigingen in overeenstemming zijn met de openbare dienstverplichtingen als bekendgemaakt in Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen C 64 van 2.3.1994. Alle wijzigingen in het contract moeten schriftelijk worden medegedeeld. Een partij kan het contract slechts opzeggen als de andere partij de contractuele verplichtingen niet nakomt en, ondanks een schriftelijke aanmaning nalaat onverwijld verbeteringen in te voeren. Dit is onverminderd het recht om het contract in bijzondere gevallen om zwaarwichtige redenen te beëindigen.
10. Sancties bij niet-nakoming van de overeenkomst: De luchtvaartmaatschappij is aansprakelijk voor de nakoming van haar contractuele verplichtingen. Wanneer het contract door eigen toedoen van de luchtvaartmaatschappij niet of niet volledig wordt nagekomen, kan Rikstrafiken het compensatiebedrag proportioneel verlagen of volledig inhouden totdat verbeteringen zijn ingevoerd. Rikstrafiken behoudt zich het recht voor een schadevergoeding te eisen.
11. Indiening van de offertes: De uiterste datum voor de indiening van de offertes is 60 kalenderdagen na de bekendmaking van deze aankondiging in het Publicatieblad van de Europese Unie. Op de offertes moet de vermelding „Tender for air services, Rt 2005-190/32” staan, alsmede de naam van de inschrijver. Zij kunnen per post of per koerier worden verzonden of persoonlijk worden afgegeven aan de Nationale Dienst voor het openbaar vervoer (Rikstrafiken) op het volgende adres:
Rikstrafiken, Esplanaden 11, Box 473, S-851 06 Sundsvall.
De Nationale Dienst voor het openbaar vervoer is open van maandag tot vrijdag van 8.00 tot 16.00.
De offerte en alle documentatie moeten in Zweeds of het Engels zijn gesteld en worden ingediend als één origineel en twee afschriften, alsook op een cd-rom.
Per fax, telegram, telex of e-mail verzonden offertes worden niet aanvaard.
12. Geldigheid van de aanbesteding: Overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, lid 1, sub d), eerste zin, van Verordening (EEG) nr. 2408/92 is deze aanbesteding slechts geldig indien geen enkele communautaire luchtvaartmaatschappij uiterlijk 60 kalenderdagen na publicatie van deze kennisgeving een programma heeft ingediend om deze verbinding met ingang van 29.10.2006 te exploiteren in overeenstemming met de opgelegde openbare dienstverplichtingen, zonder exclusiviteitsrechten en zonder een financiële compensatie te verlangen.