ISSN 1725-2474

Publicatieblad

van de Europese Unie

C 304

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Mededelingen en bekendmakingen

48e jaargang
1 december 2005


Nummer

Inhoud

Bladzijde

 

I   Mededelingen

 

Raad

2005/C 304/1

Conclusies van de Raad inzake de versterking van de Europese vermogens op het gebied van civiele bescherming

1

 

Commissie

2005/C 304/2

Wisselkoersen van de euro

3

2005/C 304/3

Bericht van inleiding van een herziening n.a.v. het vervallen van de compenserende maatregelen die van toepassing zijn bij de invoer van polyethyleentereftalaat uit onder andere India

4

2005/C 304/4

Bericht van inleiding van een tussentijdse herziening naar aanleiding van het vervallen van de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn bij de invoer van polyethyleentereftalaat uit India, Indonesië, de Republiek Korea, Maleisië, Taiwan en Thailand en van een gedeeltelijke tussentijdse herziening van de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn bij de invoer van polyethyleentereftalaat uit de Republiek Korea en Taiwan

9

2005/C 304/5

Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak nr. COMP/M.4054 — Koch Industries/Georgia-Pacific) ( 1 )

14

2005/C 304/6

Mededeling van de Commissie in het kader van de procedure van artikel 4, lid 1, punt a), van Verordening (EEG) nr. 2408/92 van de Raad — Gewijzigde verplichting tot openbare dienstverlening voor bepaalde geregelde luchtdiensten in Portugal ( 1 )

15

2005/C 304/7

Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak nr. COMP/M.4007 — Reckitt Benckiser/Boots Healthcare International) ( 1 )

21

2005/C 304/8

Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie (Zaak nr. COMP/M.3864 — FIMAG/Züblin) ( 1 )

22

2005/C 304/9

Mededeling in verband met het vervallen van bepaalde compenserende maatregelen

23

 

EUROPESE ECONOMISCHE RUIMTE

 

Toezichthoudende Autoriteit van de EVA

2005/C 304/0

Wijzigingen in de overeenkomst tussen de EVA-Staten betreffende de oprichting van een Toezichthoudende Autoriteit en een Hof van Justitie

24

2005/C 304/1

Beknopte informatie van de EVA-staten betreffende overheidssteun die wordt verleend krachtens het in punt 1 d) van bijlage XV bij de EER-Overeenkomst genoemde besluit (Verordening (EG) nr. 68/2001 van de Commissie betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op opleidingssteun)

25

2005/C 304/2

Informatie van de EVA-staten betreffende overheidssteun die wordt verleend krachtens het besluit, zoals bedoeld in bijlage XV, punt 1f, van de EER-Overeenkomst (Verordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen)

30

2005/C 304/3

Beknopte informatie van de EVA-staten betreffende overheidssteun die wordt verleend onder Bijlage XV, punt 1g van de EER-Overeenkomst (Verordening (EG) nr. 2204/2002 van de Commissie, betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor werkgelegenheid)

35

2005/C 304/4

Goedkeuring van steunmaatregelen van de Staten overeenkomstig artikel 61 van de EER-Overeenkomst en artikel 1, lid 3, van Protocol 3 bij de Overeenkomst tussen de EVA-Staten betreffende de oprichting van een Toezichthoudende Autoriteit en een Hof van Justitie — Besluit van de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA om geen bezwaar te maken

36

2005/C 304/5

Mededeling van Noorwegen in verband met Richtlijn 94/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 1994 betreffende de voorwaarden voor het verlenen en het gebruik maken van vergunningen voor de prospectie, de exploratie en de productie van koolwaterstoffen — Bekendmaking van een uitnodiging tot het indienen van aanvragen voor vergunningen voor oliewinning op het Noors continentaal plat — negentiende gunningsronde

37

 

EVA-Hof

2005/C 304/6

Verzoek om een advies van het EVA-Hof door Héraðsdómur Reykjavíkur bij beschikking van die rechtbank van 4 mei 2005 in de zaak HOB-vín ehf/de IJslandse Staat en het IJslands staatsbedrijf voor alcohol en tabak (Zaak E-4/05)

38

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

 


I Mededelingen

Raad

1.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 304/1


Conclusies van de Raad inzake de versterking van de Europese vermogens op het gebied van civiele bescherming

(2005/C 304/01)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

1.

GEZIEN:

—

de conclusies van de Raad van 7 januari 2005 over de zeebeving en tsunami in de Indische Oceaan (1);

—

het actieplan van de Europese Unie van 31 januari 2005 naar aanleiding van de zeebeving en tsunami in de Indische Oceaan (2);

—

de conclusies van de Raad van 4 oktober 2004 over de versterking van de algemene capaciteit op het gebied van civiele bescherming in de Europese Unie (3);

—

de conclusies van de Raad van 25 november 2004 inzake preventie, paraatheid en reactie op terroristische aanslagen (4);

—

de mededeling van de Commissie van 20 april 2005„Verbetering van het communautair mechanisme voor civiele bescherming” (5);

—

de mededeling van de Commissie van 20 april 2005„Het reactievermogen van de EU op rampen en crisissituaties in derde landen versterken” (6);

—

de nota van de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger van 20 april 2005 over de follow-up van het actieplan van de EU naar aanleiding van de zeebeving en de tsunami's in de Indische Oceaan (7);

—

de nota van het voorzitterschap van 20 mei over de follow-up van het actieplan van de Europese Unie naar aanleiding van de zeebeving en de tsunami's in de Indische Oceaan (8);

—

de conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad van Brussel van 16 en 17 juni 2005, volgens welke in het tweede halfjaar van 2005 prioriteit moet worden gegeven aan de versterking van de vermogens op het gebied van civiele bescherming, met name wat betreft de beschikbare medische middelen om het hoofd te bieden aan een biologische terreuraanval, en aan de ontwikkeling van een snelle-reactiecapaciteit op basis van de modules voor civiele bescherming van de lidstaten (9).

2.

INDACHTIG HET FEIT dat de financiële implicaties van de voorgestelde verbeteringen en in het bijzonder van het voorstel tot instelling van een instrument voor snelle respons en paraatheid bij ernstige noodsituaties moeten passen binnen het financiële kader voor de periode 2007-2013 en in overeenstemming moeten zijn met het subsidiariteitsbeginsel.

3.

BEVESTIGT de noodzaak om een „snelle-reactievermogen van de Europese Unie” te ontwikkelen om te kunnen reageren op natuurlijke of door mensenhand veroorzaakte rampen binnen of buiten de Unie, dat steunt op nationale middelen en op teams die getraind zijn om samen te werken.

4.

IS VERHEUGD OVER de algemene strekking van de mededeling van de Commissie „Verbetering van het communautair mechanisme voor civiele bescherming”, waarin voor de korte en middellange termijn voorstellen worden gedaan om de Europese samenwerking in het kader van het mechanisme voor civiele bescherming te versterken.

5.

VERZOEKT de Commissie om, samen met de lidstaten en binnen de eigen bevoegdheden, de Europese samenwerking bij civiele bescherming te verbeteren en daarbij het mechanisme voor civiele bescherming van de Gemeenschap te versterken, om te waarborgen dat de Europese Unie bij alle soorten noodsituaties binnen en buiten de Unie snel en doeltreffend bijstand kan verstrekken op het gebied van civiele bescherming.

6.

BENADRUKT de algemene rol en verantwoordelijkheid van de Verenigde Naties bij het coördineren, in voorkomend geval, van internationale hulp bij civiele bescherming in derde landen. De EU moet de vermogens van de VN bij het coördineren van acties op het gebied van civiele bescherming in derde landen ondersteunen. In dat opzicht zou het snelle-reactievermogen van de Europese Unie ertoe kunnen bijdragen dat de VN over meer capaciteit beschikt om snel actie te ondernemen wanneer zich humanitaire rampen voordoen.

7.

SPOORT de Commissie aan om, samen met de lidstaten en binnen de eigen bevoegdheden, verder te werken aan een modulaire aanpak middels een programma met scenario's, vermogensevaluatie, operationele plannen, opleiding en oefeningen en gemeenschappelijke methoden voor risicobeoordeling, gebundeld in een alle risico's omvattende aanpak, die zowel natuurlijke als door mensenhand veroorzaakte rampen, met inbegrip van terrorisme, bestrijkt. Dit programma moet aanzetten tot actie op basis van het subsidiariteits- en complementariteitsbeginsel en het beginsel van optreden onder de nationale verantwoordelijkheid. De aangegeven modules voor civiele bescherming maken deel uit van een reeks sterke troeven in het snelle-reactievermogen van de EU en zullen onafhankelijk of samen met of ter ondersteuning van andere organen van de EU of internationale instellingen kunnen functioneren.

8.

BENADRUKT dat evaluaties, waarin risicobeoordelingen worden verwerkt, analyses van de tekortkomingen en de in noodsituaties opgedane ervaringen, de basis vormen voor besluiten over de verbetering van het reactievermogen van de EU.

9.

MOEDIGT de Commissie en de lidstaten AAN om op korte termijn voort te werken aan de volgende prioritaire terreinen:

a)

voor alle categorieën grote rampen nader inventariseren welke civiele-beschermingsvermogens de lidstaten aan elkaar ter beschikking kunnen stellen;

b)

een snelle-reactievermogen ontwikkelen op basis van de civiele-beschermingsmodules van de lidstaten en met dat doel een programma samenstellen op basis van het subsidiariteits- en het complementariteitsbeginsel, waarbij de modules als onafhankelijke autonome eenheden onder nationale verantwoordelijkheid opereren en afzonderlijk of samen met andere bijdragen kunnen worden ingezet;

c)

opleidingsactiviteiten, oefeningen en uitwisseling van deskundigen verder ontwikkelen teneinde het vermogen tot samenwerking te stimuleren en interoperabiliteit te bevorderen;

d)

uiterlijk 31 december 2005 voor personeel dat aan interventies en evaluaties/coördinatie ter plaatse deelneemt naast de nationale onderscheidingstekens gemeenschappelijke EU-onderscheidingstekens ontwikkelen;

e)

de civiel-militaire samenwerking met de militaire staf van de EU, in het bijzonder de civiel-militaire cel, uitbreiden;

f)

de behoeftenevaluatie ter plaatse verbeteren door gemeenschappelijke beoordelingsmethoden, waar mogelijk op basis van bestaande internationaal overeengekomen methoden, te ontwikkelen en de evaluatiecapaciteit te vergroten;

g)

de capaciteit versterken om zowel ter plaatse als in het hoofdkwartier de coördinatie te vergemakkelijken, zowel in EU-verband als met de betrokken internationale organisaties;

h)

de banden tussen het mechanisme en de systemen voor vroegtijdige waarschuwing op EU- en VN-niveau versterken;

i)

het vervoer van middelen voor bijstandsverlening op het gebied van civiele bescherming verder vergemakkelijken.

10.

NEEMT MET BELANGSTELLING KENNIS van het aanbod van de Commissie om het waarnemings- en informatiecentrum (WIC) beschikbaar te stellen voor de Europese consulaire samenwerking met het oog op bijstand aan EU-burgers die in derde landen slachtoffer van rampen zijn geworden.

11.

VERZOEKT de Commissie zo spoedig mogelijk meer uitgewerkte voorstellen in te dienen over versterking van het preventief optreden, en zich daarbij te laten inspireren door het Actieprogramma civiele bescherming (10), het Actiekader van Hyogo 2005-2016 (11) en het Actieplan van de Europese Unie met betrekking tot de zeebeving en de tsunami in de Indische Oceaan (12), en verbetering van de systemen voor opsporing en vroegtijdige waarschuwing, in het bijzonder met betrekking tot de Middellandse Zee en de Atlantische Oceaan.

12.

VERZOEKT de Commissie zo spoedig mogelijk en uiterlijk in oktober 2005 verdere wetgevingsvoorstellen in te dienen voor de verbetering van de samenwerking bij civiele bescherming, met inbegrip van het communautair mechanisme, waarin met bovenstaande conclusies rekening wordt gehouden.

13.

KOMT vóór eind 2005 terug op het hele vraagstuk van het snelle-reactievermogen van de Europese Unie.


(1)  5187/05.

(2)  5788/05.

(3)  11549/04.

(4)  15232/04.

(5)  8430/05 - COM(2005) 137 def.

(6)  8382/05 - COM(2005) 153 def.

(7)  8204/05.

(8)  8961/1/05 REV 1.

(9)  10255/05.

(10)  Beschikking 1999/847/EG van de Raad van 9 december 1999 betreffende een communautair actieprogramma voor civiele bescherming (PB L 327 van 21.12.1999, blz. 53), gewijzigd bij Beschikking 2005/12/EG van de Raad van 20 december 2004 (PB L 6 van 8.1.2005).

(11)  Resolutie over het Actiekader van Hyogo 2005-2015: Voortbouwend op de veerkracht van naties en gemeenschappen na rampen, op 22 januari 2005 aangenomen door de Wereld-conferentie voor rampenpreventie (A.CONF.206/6).

(12)  5788/05.


Commissie

1.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 304/3


Wisselkoersen van de euro (1)

30 november 2005

(2005/C 304/02)

1 euro=

 

Munteenheid

Koers

USD

US-dollar

1,1769

JPY

Japanse yen

140,8

DKK

Deense kroon

7,4537

GBP

Pond sterling

0,68215

SEK

Zweedse kroon

9,5272

CHF

Zwitserse frank

1,5485

ISK

IJslandse kroon

74,39

NOK

Noorse kroon

7,9715

BGN

Bulgaarse lev

1,9558

CYP

Cypriotische pond

0,5735

CZK

Tsjechische koruna

28,933

EEK

Estlandse kroon

15,6466

HUF

Hongaarse forint

252,67

LTL

Litouwse litas

3,4528

LVL

Letlandse lat

0,6963

MTL

Maltese lira

0,4293

PLN

Poolse zloty

3,9085

RON

Roemeense leu

3,6598

SIT

Sloveense tolar

239,5

SKK

Slowaakse koruna

37,893

TRY

Turkse lira

1,5986

AUD

Australische dollar

1,5925

CAD

Canadese dollar

1,3741

HKD

Hongkongse dollar

9,1263

NZD

Nieuw-Zeelandse dollar

1,6737

SGD

Singaporese dollar

1,9925

KRW

Zuid-Koreaanse won

1 216,33

ZAR

Zuid-Afrikaanse rand

7,6332

CNY

Chinese yuan renminbi

9,5098

HRK

Kroatische kuna

7,383

IDR

Indonesische roepia

11 810,19

MYR

Maleisische ringgit

4,4457

PHP

Filipijnse peso

63,682

RUB

Russische roebel

33,918

THB

Thaise baht

48,522


(1)  

Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.


1.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 304/4


Bericht van inleiding van een herziening n.a.v. het vervallen van de compenserende maatregelen die van toepassing zijn bij de invoer van polyethyleentereftalaat uit onder andere India

(2005/C 304/03)

Na de publicatie van het bericht van het naderend vervallen (1) van de compenserende maatregelen die gelden bij de invoer van polyethyleentereftalaat uit onder andere India (hierna „het betrokken land” genoemd), heeft de Commissie een verzoek om een herziening ontvangen, overeenkomstig artikel 18 van Verordening (EG) nr. 2026/97 van de Raad betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (hierna „de basisverordening” genoemd) (2), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 461/2004 van de Raad (3).

1.   Verzoek

Het verzoek werd op 30 augustus 2005 ingediend door het Polyethylene Terephtalate (PET) Committee of Plastics Europe (hierna „de indiener” genoemd), namens producenten die een groot deel, in dit geval meer dan 90 %, vertegenwoordigen van de totale productie van polyethyleentereftalaat in de Gemeenschap.

2.   Product

Het verzoek heeft betrekking op polyethyleentereftalaat („PET”) met een viscositeitscoëfficient van 78 ml/g of meer volgens de DIN-norm (Deutsche Industrienorm) 53728, ingedeeld onder GN-code 3907 60 20 („het betrokken product”) van oorsprong uit India. De GN-code wordt slechts ter informatie vermeld.

3.   Thans geldende maatregelen

Momenteel gelden definitieve compenserende rechten die werden ingesteld bij Verordening (EG) nr. 2603/2000 van de Raad (4), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1645/2005 van de Raad (5) alsmede verbintenissen die werden aanvaard bij Besluit 2000/745/EG van de Commissie (6), laatstelijk gewijzigd bij Besluit 2005/697/EG van de Commissie (7).

4.   Motivering

De indiener verstrekt bewijzen dat het vervallen van de maatregelen zou leiden tot een voortzetting dan wel herhaling van de subsidiëring en schade.

Er wordt aangevoerd dat de producenten van het betrokken product door de Indiase overheid een aantal subsidies werden verleend en verder zullen worden verleend. Deze subsidies zouden verleend worden in het kader van de volgende regelingen: bedrijven in speciale economische zones/exportgerichte bedrijven, voorafgaande vergunningen, duty entitlement passbook, vrijstelling van vennootschapsbelasting, kapitaalgoederen-exportbevordering, exportkrediet, stimuleringsmaatregelen van de overheid van Maharashtra, stimuleringsmaatregelomzetbelasting in Gujarat, vrijstelling van de elektriciteitsheffing in Gujarat en stimuleringsmaatregelen in West-Bengalen.

De subsidiemarge is naar raming aanzienlijk.

Naar verluidt zijn de vorengenoemde regelingen subsidies omdat het in al deze gevallen gaat om een financiële bijdrage van de Indiase overheid of andere regionale overheden die de ontvangers, namelijk de exporteurs/producenten van polyethyleentereftalaat, een voordeel oplevert. Deze subsidies zouden van exportprestaties afhankelijk zijn en daarom specifiek zijn, dan wel anderszins specifiek zijn, en in beide gevallen aanleiding geven tot compenserende maatregelen.

De indiener van het verzoek beweert voorts dat door de subsidiëring waarschijnlijk weer schade zal ontstaan. In dit verband legt hij bewijzen voor waaruit blijkt dat de huidige invoer van het betrokken product bij een intrekking van de maatregelen waarschijnlijk zou stijgen aangezien het betrokken land beschikt over onbenutte capaciteit en recentelijk in capaciteit heeft geïnvesteerd.

Bovendien beweert de indiener van het verzoek dat de EG-producenten hoofdzakelijk door de maatregelen geen schade meer lijden. Indien deze maatregelen vervallen en het betrokken product weer in aanzienlijke hoeveelheden tegen gesubsidieerde prijzen uit het betrokken land wordt ingevoerd, zal de bedrijfstak van de Gemeenschap waarschijnlijk opnieuw schade lijden.

5.   Procedure

Na overleg in het Raadgevend Comité is de Commissie tot de conclusie gekomen dat er voldoende bewijsmateriaal is om een herzieningsprocedure n.a.v. het vervallen van de maatregelen in te leiden en opent zij hierbij een onderzoek overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening.

5.1.   Procedure om vast te stellen of het waarschijnlijk is dat subsidiëring en schade opnieuw zullen optreden

Bij het onderzoek zal worden vastgesteld of het al dan niet waarschijnlijk is dat de subsidiëring en schade aanhouden of zich opnieuw voordoen indien de maatregelen vervallen.

a)   Steekproeven

Daar kennelijk een groot aantal bedrijven bij deze procedure is betrokken, kan de Commissie gebruik maken van steekproeven overeenkomstig artikel 27 van de basisverordening.

i)   Steekproef voor het onderzoek naar subsidiëring in India

Om te kunnen beoordelen of het noodzakelijk is van een steekproef gebruik te maken en, indien dit het geval is, deze te kunnen samenstellen, verzoekt de Commissie alle producenten/exporteurs, of hun vertegenwoordigers, binnen de onder punt 6 b) i) vermelde termijn en op de onder punt 7 vermelde wijze contact met haar op te nemen en haar de volgende gegevens over hun bedrijf of bedrijven te verstrekken:

—

naam, adres, e-mailadres, telefoon- en faxnummer en naam van een contactpersoon;

—

de hoeveelheden in ton van het betrokken product die in de periode van 1 oktober 2004 tot en met 30 september 2005 naar de EU en naar andere landen (separaat) werden uitgevoerd en de waarde van deze export in plaatselijke valuta;

—

de hoeveelheid in ton van het betrokken product die in de periode van 1 oktober 2004 tot en met 30 september 2005 op de binnenlandse markt is verkocht en de waarde van die verkoop in plaatselijke valuta;

—

of om de vaststelling van een individuele subsidiemarge zal worden verzocht (alleen producenten kunnen dit aanvragen (8));

—

een nauwkeurige omschrijving van de activiteiten van de onderneming in verband met de vervaardiging van het betrokken product met opgave van de desbetreffende productie in ton, de productiecapaciteit en de investeringen in productiecapaciteit in de periode van 1 oktober 2004 tot en met 30 september 2005;

—

de namen en een nauwkeurige omschrijving van de activiteiten van alle verbonden bedrijven (9) die betrokken zijn bij de productie en/of verkoop (in binnen- en buitenland) van het betrokken product;

—

de vermelding of het bedrijf als exportgericht bedrijf is erkend;

—

de vermelding of het bedrijf in een speciale economische zone gevestigd is;

—

alle andere inlichtingen die de Commissie bij het samenstellen van de steekproef van nut kunnen zijn;

—

door het verstrekken van deze gegevens, geeft het bedrijf te kennen bereid te zijn in de steekproef te worden opgenomen. Indien het bedrijf in de steekproef wordt opgenomen, betekent dit dat het een vragenlijst moet beantwoorden en dat de antwoorden ter plaatse zullen worden gecontroleerd. Indien het bedrijf zich niet bereid verklaart in de steekproef te worden opgenomen, wordt het geacht geen medewerking te verlenen aan het onderzoek. De gevolgen van het niet-verlenen van medewerking zijn vermeld onder punt 8.

Om de informatie te verkrijgen die zij voor het samenstellen van de steekproef van producenten/exporteurs nodig acht, zal de Commissie bovendien contact opnemen met de autoriteiten van het exporterende land en de haar bekende organisaties van producenten/exporteurs.

ii)   Steekproef van importeurs

Om te kunnen beoordelen of het noodzakelijk is van een steekproef gebruik te maken en, indien dit het geval is, deze te kunnen samenstellen, verzoekt de Commissie alle importeurs, of hun vertegenwoordigers, binnen de onder punt 6 b) i) vermelde termijn en op de onder punt 7 vermelde wijze contact met haar op te nemen en haar de volgende gegevens over hun bedrijf of bedrijven te verstrekken:

—

naam, adres, e-mailadres, telefoon- en faxnummer en naam van een contactpersoon;

—

de totale omzet van het bedrijf, in euro, in de periode van 1 oktober 2004 tot en met 30 september 2005;

—

het totale aantal werknemers;

—

een nauwkeurige omschrijving van de activiteiten van het bedrijf in verband met het betrokken product;

—

de hoeveelheid in ton van het betrokken product uit India die in de periode van 1 oktober tot en met 30 september 2005 in de Gemeenschap is ingevoerd en doorverkocht en de waarde van die verkoop in euro;

—

de namen en een nauwkeurige omschrijving van de activiteiten van alle verbonden bedrijven (10) die betrokken zijn bij de productie en/of verkoop van het betrokken product;

—

alle andere inlichtingen die de Commissie bij het samenstellen van de steekproef van nut kunnen zijn;

—

door het verstrekken van deze gegevens, geeft het bedrijf te kennen bereid te zijn in de steekproef te worden opgenomen. Indien het bedrijf in de steekproef wordt opgenomen, betekent dit dat het een vragenlijst moet beantwoorden en dat de antwoorden ter plaatse zullen worden gecontroleerd. Indien het bedrijf zich niet bereid verklaart in de steekproef te worden opgenomen, wordt het geacht geen medewerking te verlenen aan het onderzoek. De gevolgen van het niet-verlenen van medewerking zijn vermeld onder punt 8.

Om de informatie te verkrijgen die zij voor het samenstellen van de steekproef van importeurs nodig heeft, zal de Commissie bovendien contact opnemen met de haar bekende organisaties van importeurs.

iii)   Steekproef van EU-producenten

Gezien het grote aantal EU-producenten dat het verzoek steunt, is de Commissie voornemens bij het onderzoek naar de schade gebruik te maken van een steekproef.

In verband hiermee verzoekt de Commissie de EU-producenten haar binnen de onder punt 6 b) i) vermelde termijn de volgende gegevens over hun bedrijf of bedrijven te doen toekomen:

—

naam, adres, e-mailadres, telefoon- en faxnummer en naam van een contactpersoon;

—

de totale omzet van het bedrijf, in euro, in de periode van 1 oktober 2004 tot en met 30 september 2005;

—

een nauwkeurige beschrijving van de activiteiten van het bedrijf in verband met de productie van het betrokken product en de hoeveelheid in ton van het betrokken product in de periode van 1 oktober 2004 tot en met 30 september 2005,

—

de waarde (in euro) van de verkoop van het betrokken product in de EU in de periode van 1 oktober 2004 tot en met 30 september 2005;

—

de hoeveelheid in ton van het betrokken product die in de periode van 1 oktober 2004 tot en met 30 september 2005 in de EU is verkocht;

—

de hoeveelheid in ton van het betrokken product die in de periode van 1 oktober 2004 tot 30 september 2005 werd geproduceerd;

—

de namen en een nauwkeurige omschrijving van de activiteiten van alle verbonden bedrijven (11) die betrokken zijn bij de productie en/of verkoop van het betrokken product;

—

alle andere inlichtingen die de Commissie bij het samenstellen van de steekproef van nut kunnen zijn;

—

door het verstrekken van deze gegevens, geeft het bedrijf te kennen bereid te zijn in de steekproef te worden opgenomen. Indien het bedrijf in de steekproef wordt opgenomen, betekent dit dat het een vragenlijst moet beantwoorden en dat de antwoorden ter plaatse zullen worden gecontroleerd. Indien het bedrijf zich niet bereid verklaart in de steekproef te worden opgenomen, wordt het geacht geen medewerking te verlenen aan het onderzoek. De gevolgen van het niet-verlenen van medewerking zijn vermeld onder punt 8.

iv)   Definitieve samenstelling van de steekproeven

Op- of aanmerkingen over het samenstellen van de steekproeven moeten binnen de in punt 6 b) ii) vermelde termijn worden toegezonden.

De Commissie zal de steekproeven definitief samenstellen na de bedrijven te hebben geraadpleegd die zich bereid hebben verklaard daarin te worden opgenomen.

De in de steekproef opgenomen bedrijven moeten een vragenlijst beantwoorden binnen de in punt 6 b) iii) vermelde termijn en medewerking verlenen bij het onderzoek.

Indien onvoldoende medewerking wordt verleend, kan de Commissie haar bevindingen, overeenkomstig artikel 27, lid 4, en artikel 28 van de basisverordening, op de beschikbare gegevens baseren. Op de beschikbare gegevens gebaseerde bevindingen kunnen voor de betrokkene minder gunstig zijn (zie ook punt 8).

b)   Vragenlijsten

Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek nodig heeft, zal de Commissie de volgende partijen die in het verzoek zijn genoemd of medewerking hebben verleend aan het onderzoek dat heeft geleid tot de thans geldende maatregelen vragenlijsten toezenden: de producenten van de Gemeenschap die in de steekproef zijn opgenomen en organisaties van producenten van de Gemeenschap, de Indiase exporteurs/producenten die in de steekproef zijn opgenomen en organisaties van exporteurs/producenten, de importeurs die in de steekproef zijn opgenomen en organisaties van importeurs, de autoriteiten van het land van uitvoer.

c)   Het schriftelijk en mondeling verstrekken van inlichtingen

Alle belanghebbenden worden verzocht hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten en de Commissie andere gegevens dan de antwoorden op de vragenlijst alsmede bewijsmateriaal toe te zenden. Deze gegevens en het bewijsmateriaal moeten binnen de in punt 6 a) ii) genoemde termijn door de Commissie zijn ontvangen.

Verder zal de Commissie de partijen horen die hierom verzoeken De desbetreffende verzoeken moeten binnen de in punt 6 a) iii) genoemde termijn worden ingediend.

5.2.   Procedure voor de beoordeling van het belang van de EU

Indien wordt bevestigd dat de subsidiëring en schade zullen worden voortgezet of zich zullen herhalen, zal overeenkomstig artikel 31 van de basisverordening worden nagegaan of de handhaving dan wel intrekking van de compenserende maatregelen niet tegen het belang van de Gemeenschap indruist. Derhalve kunnen de producenten van de bedrijfstak van de Gemeenschap, de importeurs en representatieve organisaties van de producenten en importeurs, representatieve verwerkende bedrijven en representatieve consumentenverenigingen die kunnen aantonen dat er een objectieve band is tussen hun activiteiten en het betrokken product, binnen de in punt 6 a) ii), genoemde algemene termijn contact opnemen met de Commissie en inlichtingen verstrekken. Deze partijen kunnen binnen de onder punt 6 a) iii) vermelde termijn om een mondeling onderhoud verzoeken onder opgave van de redenen waarom zij gehoord willen worden. Met informatie die op grond van artikel 31 wordt verstrekt wordt slechts rekening gehouden indien daarbij, op het moment dat deze wordt verstrekt, het nodige bewijsmateriaal is gevoegd.

6.   Termijnen

a)   Algemene termijnen

i)   Om een vragenlijst aan te vragen

Belanghebbenden die geen medewerking hebben verleend aan het onderzoek dat tot de maatregelen heeft geleid die thans worden herzien, dienen zo spoedig mogelijk en uiterlijk 15 dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie, een vragenlijst aan te vragen.

ii)   Om contact op te nemen en de Commissie antwoorden op de vragenlijst en andere gegevens toe te zenden

Belanghebbenden die wensen dat bij het onderzoek met hun opmerkingen rekening wordt gehouden, moeten binnen 40 dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie, tenzij anders vermeld, contact met de Commissie opnemen, hun standpunt uiteenzetten en de Commissie de antwoorden op de vragenlijst en eventuele andere gegevens doen toekomen. Er wordt op gewezen dat de partijen de meeste in de basisverordening vermelde procedurele rechten slechts kunnen uitoefenen indien zij zich binnen de genoemde termijn bij de Commissie aanmelden.

De in de steekproef opgenomen bedrijven moeten de Commissie de antwoorden op de vragenlijst binnen de in punt 6 b iii) vermelde termijn doen toekomen.

iii)   Om een mondeling onderhoud aan te vragen

Binnen dezelfde termijn van 40 dagen kunnen belanghebbenden ook verzoeken door de Commissie te worden gehoord.

b)   Bijzondere termijn voor het samenstellen van de steekproef

i)

De in punt 5.1 a) i), ii) en iii) bedoelde gegevens dienen door de Commissie te zijn ontvangen uiterlijk 15 dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie, daar de Commissie voornemens is de bedrijven die zich bereid hebben verklaard in de steekproef te worden opgenomen binnen 21 dagen na de bekendmakingvan dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie te raadplegen over de definitieve samenstelling van de steekproef.

ii)

Alle andere gegevens die voor het samenstellen van de steekproef van nut kunnen zijn, als bedoeld in punt 5.1 a) iv), moeten door de Commissie zijn ontvangen binnen 21 dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie.

iii)

De antwoorden op de vragenlijst van de in de steekproef opgenomen bedrijven moeten binnen 37 dagen nadat deze bedrijven van hun opname in de steekproef in kennis werden gesteld door de Commissie zijn ontvangen.

7.   Schriftelijke opmerkingen, antwoorden op de vragenlijst en andere correspondentie

Alle opmerkingen en verzoeken moeten schriftelijk worden ingediend (niet elektronisch, tenzij anders vermeld) onder opgave van naam, adres, e-mailadres, telefoon- en faxnummer van de belanghebbende. Alle schriftelijke gegevens — met inbegrip van de gegevens waarom in dit bericht wordt verzocht — of antwoorden op de vragenlijst en correspondentie die vertrouwelijk zijn, moeten als „Limited” (12) gemerkt worden en overeenkomstig artikel 29, lid 2, van de basisverordening, vergezeld gaan van een niet-vertrouwelijke versie waarop is vermeld „FOR INSPECTION BY INTERESTED PARTIES”.

Correspondentieadres van de Commissie

Europese Commissie

Directoraat-generaal Handel

Directoraat B

Kantooradres: J-79 5/16

BE-1049 Brussel

Fax: (32-2) 295 65 05

8.   Niet-medewerking

Indien belanghebbenden geen toegang verlenen tot de nodige gegevens, deze niet binnen de gestelde termijn verstrekken of het onderzoek ernstig belemmeren kunnen, overeenkomstig artikel 28 van de basisverordening, positieve of negatieve conclusies worden getrokken op grond van de beschikbare gegevens.

De Commissie kan door belanghebbenden verstrekte gegevens, indien deze onjuist of misleidend blijken te zijn, buiten beschouwing laten en van de beschikbare gegevens gebruik maken. Indien een belanghebbende geen — of slechts gedeeltelijk — medewerking verleent, en de bevindingen daarom op de beschikbare gegevens worden gebaseerd overeenkomstig artikel 28 van de basisverordening, kan het resultaat voor die belanghebbende ongunstiger zijn dan wanneer hij wel medewerking had verleend.

9.   Tijdschema van het onderzoek

Het onderzoek zal overeenkomstig artikel 22, lid 1, van de basisverordening binnen 15 maanden na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie worden beëindigd.


(1)  PB C 52 van 2.3.2005, blz. 2.

(2)  PB L 288 van 21.10.1997, blz. 1.

(3)  PB L 77 van 13.3.2004, blz. 12.

(4)  PB L 301 van 30.11.2000, blz. 1.

(5)  PB L 266 van 11.10.2005, blz. 1.

(6)  PB L 301 van 30.11.2000, blz. 88.

(7)  PB L 266 van 11.10.2005, blz. 62.

(8)  Niet in de steekproef opgenomen ondernemingen kunnen om de vaststelling van een individuele marge verzoeken op grond van artikel 27, lid 3, van de basisverordening.

(9)  Voor de betekenis van het begrip „verbonden bedrijf” zie artikel 143 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie tot vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van het Communautair Douanewetboek, zoals gewijzigd (PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1).

(10)  Voor de betekenis van het begrip „verbonden bedrijf” zie artikel 143 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie tot vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van het communautair douanewetboek, zoals gewijzigd (PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1).

(11)  Voor de betekenis van het begrip „verbonden bedrijf” zie artikel 143 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie tot vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van het communautair douanewetboek, zoals gewijzigd (PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1).

(12)  Dit betekent dat de documenten slechts voor intern gebruik zijn bestemd. De inhoud ervan is beschermd overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement en de Raad (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43). Deze documenten zijn vertrouwelijk in de zin van artikel 29 van de basisverordening en artikel 12 van de WTO-Overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen.


1.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 304/9


Bericht van inleiding van een tussentijdse herziening naar aanleiding van het vervallen van de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn bij de invoer van polyethyleentereftalaat uit India, Indonesië, de Republiek Korea, Maleisië, Taiwan en Thailand en van een gedeeltelijke tussentijdse herziening van de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn bij de invoer van polyethyleentereftalaat uit de Republiek Korea en Taiwan

(2005/C 304/04)

Na de publicatie van het bericht van het naderend vervallen (1) van de antidumpingmaatregelen die gelden bij de invoer van polyethyleentereftalaat uit India, Indonesië, de Republiek Korea, Maleisië, Taiwan en Thailand (hierna „de betrokken landen” genoemd), heeft de Commissie een verzoek om een herziening ontvangen overeenkomstig artikel 11, lid 2 en artikel 11, lid 3, van Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (hierna „de basisverordening” genoemd) (2), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 461/2004 van de Raad (3).

1.   Verzoek

Het verzoek werd op 30 augustus 2005 ingediend door het Polyethylene Terephthalate (PET) Committee of PlasticsEurope (hierna „de indiener” genoemd) namens producenten die een groot deel, in dit geval meer dan 90 %, vertegenwoordigen van de totale productie van polyethyleentereftalaat in de Gemeenschap.

2.   Product

Het verzoek heeft betrekking op polyethyleentereftalaat (PET) met een viscositeitscoëfficiënt van 78 ml/g of meer volgens de DIN-norm (Deutsche Industrienorm) 53728, ingedeeld onder GN-code 3907 60 20 uit India, Indonesië, de Republiek Korea, Maleisië, Taiwan en Thailand („het betrokken product”). De GN-code wordt slechts ter informatie vermeld.

3.   Geldende maatregelen

Momenteel gelden een definitief antidumpingrecht dat werd ingesteld bij Verordening (EG) nr. 2604/2000 van de Raad (4), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1646/2005 van de Raad (5), alsmede verbintenissen die werden aanvaard bij Besluit 2000/745/EG van de Commissie (6), laatstelijk gewijzigd bij Besluit 2005/697/EG van de Commissie (7).

4.   Motivering van de herzieningen

4.1.   De herziening naar aanleiding van het vervallen van de maatregelen

Het verzoek is gebaseerd op het feit dat het vervallen van de maatregelen waarschijnlijk zou resulteren in een voortzetting dan wel herhaling van de dumping en schade voor de bedrijfstak van de Gemeenschap.

Voor de Republiek Korea en voor Taiwan is de bewering dat de dumping zou worden voortgezet gebaseerd op de vergelijking van een berekende normale waarde met de prijzen van het betrokken product bij uitvoer naar de Gemeenschap.

Op deze basis zijn de voor de Republiek Korea en Taiwan berekende dumpingmarges aanzienlijk.

Om aan te tonen dat de dumping zich waarschijnlijk zou herhalen, heeft de indiener voor India gebruik gemaakt van de prijzen bij uitvoer naar Turkije, Roemenië, de Verenigde Arabische Emiraten, Israël, Algerije, en de Verenigde Staten van Amerika omdat momenteel geen grote hoeveelheden uit India in de EU worden ingevoerd.

Voor Indonesië heeft de indiener gebruik gemaakt van de prijzen bij uitvoer naar Japan, de Verenigde Staten van Amerika, Maleisië, Australië en Turkije om aan te tonen dat de dumping zich waarschijnlijk zou herhalen, omdat momenteel geen grote hoeveelheden uit Indonesië in de EU worden ingevoerd.

Voor Maleisië heeft de indiener gebruik gemaakt van de prijzen bij uitvoer naar Iran om aan te tonen dat de dumping zich waarschijnlijk zou herhalen, omdat momenteel geen grote hoeveelheden uit Maleisië in de EU worden ingevoerd.

Voor Thailand heeft de indiener gebruik gemaakt van de prijzen bij uitvoer naar Japan en de Verenigde Staten van Amerika om aan te tonen dat de dumping zich waarschijnlijk zou herhalen, omdat momenteel geen grote hoeveelheden uit Thailand in de EU worden ingevoerd.

Voor India, Indonesië, Maleisië en Thailand is de bewering dat de dumping zich zou herhalen gebaseerd op de vergelijking van een berekende normale waarde met de prijzen van het betrokken product bij uitvoer naar de vorengenoemde derde landen.

Op basis van deze vergelijkingen van de normale waarden met uitvoerprijzen, waaruit dumping blijkt voor India, Indonesië, Maleisië en Thailand, voert de indiener aan dat de dumping zich waarschijnlijk zal herhalen.

Voorts voert de indiener aan dat deze dumping verder schade zal berokkenen. In dat verband legt hij bewijzen voor waaruit blijkt dat de huidige invoer van het betrokken product waarschijnlijk zal toenemen indien de maatregelen worden ingetrokken omdat de betrokken landen over overtollige capaciteit beschikken en recentelijk in productiecapaciteit hebben geïnvesteerd.

Hij voert tevens aan dat de invoer van het betrokken product waarschijnlijk ook zal toenemen doordat maatregelen gelden wanneer soortgelijke producten door de betrokken landen in andere landen dan de Europese Unie, die deze producten ook van oudsher afnemen zoals de Volksrepubliek China, worden ingevoerd. Dit zou ertoe kunnen leiden dat de handelsstromen worden verlegd van andere derde landen naar de Gemeenschap.

De indiener beweert ook dat de hoeveelheden van het product die uit de Republiek Korea en Taiwan worden ingevoerd verder negatieve gevolgen bleven hebben voor onder meer het marktaandeel van de indiener hetgeen op zijn beurt aanzienlijke negatieve gevolgen had voor de financiële situatie van de bedrijfstak van de Gemeenschap en de door de bedrijfstak verschafte werkgelegenheid.

Bovendien beweert de indiener dat de EG-producenten vooral dank zij de antidumpingmaatregelen geen schade meer lijden. Indien de maatregelen vervallen en het betrokken product weer in aanzienlijke hoeveelheden tegen dumpingprijzen uit de betrokken landen wordt ingevoerd, zal de bedrijfstak van de Gemeenschap waarschijnlijk opnieuw schade lijden.

4.2.   De gedeeltelijke tussentijdse herziening

De indiener heeft gegevens verstrekt waaruit blijkt dat de hoogte van het recht niet langer toereikend is om een einde te maken aan de schadelijke dumping bij invoer van het betrokken product uit Taiwan en bij invoer door drie Koreaanse exporteurs/producenten, nl. Daehan Synthetic Fiber Co. Ltd, SK Chemicals Co. Ltd en KP Chemical Corp.

5.   Procedure

Na overleg in het Raadgevend Comité is de Commissie tot de conclusie gekomen dat er voldoende bewijsmateriaal is om een herziening naar aanleiding van het vervallen van de maatregelen alsmede een gedeeltelijke tussentijdse herziening — die tot het aspect dumping en tot de invoer uit Taiwan en door de drie vorengenoemde Koreaanse exporteurs/producenten is beperkt — in te leiden. Deze herzieningen worden hierbij overeenkomstig artikel 11, lid 2 en artikel 11, lid 3 van de basisverordening ingeleid.

5.1.   Procedure om de dumping vast te stellen en om vast te stellen of het waarschijnlijk is dat dumping en schade opnieuw zullen optreden

In het kader van de herziening naar aanleiding van het vervallen van de maatregelen zal worden vastgesteld of het al dan niet waarschijnlijk is dat de dumping en schade zullen aanhouden of zich opnieuw zullen voordoen indien de maatregelen vervallen. In het kader van de tussentijdse herziening zal worden vastgesteld of het recht hoog genoeg is om een einde te maken aan de schadelijke dumping bij de invoer van het betrokken product uit Taiwan en door de drie vorengenoemde Koreaanse exporteurs/producenten.

a)   Steekproeven

Daar kennelijk een groot aantal bedrijven bij deze procedure is betrokken, kan de Commissie gebruik maken van steekproeven overeenkomstig artikel 17 van de basisverordening.

i)   Steekproef van Indiase, Indonesische, Koreaanse en Taiwanese exporteurs/producenten

Om te kunnen beoordelen of het noodzakelijk is van een steekproef gebruik te maken en, indien dit het geval is, deze te kunnen samenstellen, verzoekt de Commissie alle producenten/exporteurs, of hun vertegenwoordigers, binnen de onder punt 6 b) i) vermelde termijn en op de onder punt 7 vermelde wijze contact met haar op te nemen en haar de volgende gegevens over hun bedrijf of bedrijven te verstrekken:

—

naam, adres, e-mailadres, telefoon- en faxnummer en naam van een contactpersoon;

—

de hoeveelheden in ton van het betrokken product die in de periode van 1 oktober 2004 tot en met 30 september 2005 naar de EU en naar andere landen (separaat) werden uitgevoerd en de waarde van deze export in plaatselijke valuta;

—

de hoeveelheid in ton van het betrokken product die in de periode van 1 oktober 2004 tot en met 30 september 2005 op de binnenlandse markt werd verkocht en de waarde van deze verkoop in plaatselijke valuta;

—

de hoeveelheden in ton van het betrokken product die in de periode van 1 oktober 2004 tot en met 30 september 2005 naar andere derde landen werden uitgevoerd en de waarde van die verkoop in plaatselijke valuta;

—

of om de vaststelling van een individuele dumpingmarge zal worden verzocht (alleen producenten kunnen dit aanvragen (8));

—

een nauwkeurige omschrijving van de activiteiten van de onderneming in verband met de vervaardiging van het betrokken product met opgave van de desbetreffende productie in ton, de productiecapaciteit en de investeringen in productiecapaciteit in de periode van 1 oktober 2004 tot en met 30 september 2005;

—

de namen en een nauwkeurige omschrijving van de activiteiten van alle verbonden bedrijven (9) die betrokken zijn bij de productie en/of verkoop (in binnen- en buitenland) van het betrokken product;

—

alle andere inlichtingen die de Commissie bij het samenstellen van de steekproef van nut kunnen zijn;

—

door het verstrekken van deze gegevens, geeft het bedrijf te kennen bereid te zijn in de steekproef te worden opgenomen. Indien het bedrijf in de steekproef wordt opgenomen, betekent dit dat het een vragenlijst moet beantwoorden en dat de antwoorden ter plaatse zullen worden gecontroleerd. Indien het bedrijf zich niet bereid verklaart in de steekproef te worden opgenomen, wordt het geacht geen medewerking te verlenen aan het onderzoek. De gevolgen van het niet-verlenen van medewerking zijn vermeld onder punt 8.

Om de informatie te verkrijgen die zij voor het samenstellen van de steekproef van Indiase, Indonesische, Koreaanse en Taiwanese exporteurs/producenten nodig heeft, zal de Commissie bovendien contact opnemen met de autoriteiten van deze exporterende landen en met de haar bekende organisaties van exporteurs/producenten.

ii)   Steekproef van importeurs

Om te kunnen beoordelen of het noodzakelijk is van een steekproef gebruik te maken en, indien dit het geval is, deze te kunnen samenstellen, verzoekt de Commissie alle importeurs, of hun vertegenwoordigers, binnen de onder punt 6 b) i) vermelde termijn en op de onder punt 7 vermelde wijze contact met haar op te nemen en haar de volgende gegevens over hun bedrijf of bedrijven te verstrekken:

—

naam, adres, e-mailadres, telefoon- en faxnummer en naam van een contactpersoon;

—

de totale omzet van het bedrijf, in euro, in de periode van 1 oktober 2004 tot en met 30 september 2005;

—

het totale aantal werknemers;

—

een nauwkeurige omschrijving van de activiteiten van het bedrijf in verband met het betrokken product;

—

de hoeveelheid in ton van het betrokken product uit India, Indonesië, de Republiek Korea, Maleisië, Taiwan en Thailand die in de periode van 1 oktober 2004 tot en met 30 september 2005 in de Gemeenschap is ingevoerd en doorverkocht en de waarde van die verkoop in euro;

—

de namen en een nauwkeurige omschrijving van de activiteiten van alle verbonden bedrijven (10) die betrokken zijn bij de productie en/of verkoop van het betrokken product;

—

alle andere inlichtingen die de Commissie bij het samenstellen van de steekproef van nut kunnen zijn;

—

door het verstrekken van deze gegevens, geeft het bedrijf te kennen bereid te zijn in de steekproef te worden opgenomen. Indien het bedrijf in de steekproef wordt opgenomen, betekent dit dat het een vragenlijst moet beantwoorden en dat de antwoorden ter plaatse zullen worden gecontroleerd. Indien het bedrijf zich niet bereid verklaart in de steekproef te worden opgenomen, wordt het geacht geen medewerking te verlenen aan het onderzoek. De gevolgen van het niet-verlenen van medewerking zijn vermeld onder punt 8.

Om de informatie te verkrijgen die zij voor het samenstellen van de steekproef van importeurs nodig heeft, zal de Commissie bovendien contact opnemen met de haar bekende organisaties van importeurs.

iii)   Steekproef van EU-producenten

Gezien het grote aantal EU-producenten dat het verzoek steunt, is de Commissie voornemens bij het onderzoek naar de schade gebruik te maken van een steekproef.

In verband hiermee verzoekt de Commissie de EU-producenten haar binnen de onder punt 6 b) i) vermelde termijn de volgende gegevens over hun bedrijf of bedrijven te doen toekomen:

—

naam, adres, e-mailadres, telefoon- en faxnummer en naam van een contactpersoon;

—

de totale omzet van het bedrijf, in euro, in de periode van 1 oktober 2004 tot en met 30 september 2005;

—

een nauwkeurige beschrijving van de activiteiten van het bedrijf in verband met de productie van het betrokken product en de hoeveelheid in ton van het betrokken product in de periode van 1 oktober 2004 tot en met 30 september 2005,

—

de waarde (in euro) van de verkoop van het betrokken product in de EU in de periode van 1 oktober 2004 tot en met 30 september 2005;

—

de hoeveelheid in ton van het betrokken product die in de periode van 1 oktober 2004 tot en met 30 september 2005 in de EU is verkocht;

—

de hoeveelheid in ton van het betrokken product die in de periode van 1 oktober 2004 tot 30 september 2005 werd geproduceerd;

—

de namen en een nauwkeurige omschrijving van de activiteiten van alle verbonden bedrijven (11) die betrokken zijn bij de productie en/of verkoop van het betrokken product;

—

alle andere inlichtingen die de Commissie bij het samenstellen van de steekproef van nut kunnen zijn;

—

door het verstrekken van deze gegevens, geeft het bedrijf te kennen bereid te zijn in de steekproef te worden opgenomen. Indien het bedrijf in de steekproef wordt opgenomen, betekent dit dat het een vragenlijst moet beantwoorden en dat de antwoorden ter plaatse zullen worden gecontroleerd. Indien het bedrijf zich niet bereid verklaart in de steekproef te worden opgenomen, wordt het geacht geen medewerking te verlenen aan het onderzoek. De gevolgen van het niet-verlenen van medewerking zijn vermeld onder punt 8.

iv)   Definitieve samenstelling van de steekproeven

Op- of aanmerkingen over het samenstellen van de steekproeven moeten de Commissie binnen de in punt 6 b) ii) vermelde termijn worden toegezonden.

De Commissie zal de steekproeven definitief samenstellen na de bedrijven te hebben geraadpleegd die zich bereid hebben verklaard daarin te worden opgenomen.

De in de steekproef opgenomen bedrijven moeten een vragenlijst beantwoorden binnen de in punt 6 b) iii) vermelde termijn en medewerking verlenen bij het onderzoek.

Indien onvoldoende medewerking wordt verleend, kan de Commissie haar bevindingen, overeenkomstig artikel 17, lid 4, en artikel 18 van de basisverordening, op de beschikbare gegevens baseren. Op de beschikbare gegevens gebaseerde bevindingen kunnen voor de betrokkene minder gunstig zijn (zie ook punt 8).

b)   Vragenlijsten

Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek nodig heeft, zal de Commissie vragenlijsten toezenden aan de in de steekproef opgenomen producenten in de Gemeenschap, organisaties van producenten in de Gemeenschap, aan de in de steekproef opogenomen producenten/exporteurs in India, Indonesië, de Republiek Korea en Taiwan, aan de producenten/exporteurs in Maleisië en Thailand, aan organisaties van producenten/exporteurs, aan de in de steekproef opgenomen importeurs, aan organisaties van importeurs die in het verzoek zijn genoemd of die medewerking hebben verleend aan het onderzoek dat tot de thans geldende maatregelen heeft geleid alsook aan de autoriteiten van de betrokken exportlanden.

c)   Het schriftelijk en mondeling verstrekken van inlichtingen

Alle belanghebbenden worden verzocht hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten en de Commissie andere gegevens dan de antwoorden op de vragenlijst alsmede bewijsmateriaal toe te zenden. Deze gegevens en het bewijsmateriaal moeten binnen de in punt 6 a) ii) genoemde termijn door de Commissie zijn ontvangen.

Verder zal de Commissie de partijen horen die hierom verzoeken mits deze partijen kunnen aantonen dat er bijzondere redenen zijn om hun te horen. De desbetreffende verzoeken moeten binnen de in punt 6 a) iii) genoemde termijn worden ingediend.

5.2.   Procedure voor de beoordeling van het belang van de EU

Indien wordt bevestigd dat de subsidiëring en schade waarschijnlijk zullen worden voortgezet of zich opnieuw voordoen, zal overeenkomstig artikel 21 van de basisverordening worden nagegaan of de handhaving dan wel intrekking van de antidumpingmaatregelen niet tegen het belang van de Gemeenschap indruist. Derhalve kunnen de producenten van de bedrijfstak van de Gemeenschap, de importeurs en representatieve organisaties van de producenten en importeurs, representatieve verwerkende bedrijven en representatieve consumentenverenigingen die kunnen aantonen dat er een objectieve band is tussen hun activiteiten en het betrokken product, binnen de in punt 6 a) ii), genoemde algemene termijn contact opnemen met de Commissie en inlichtingen verstrekken. Deze partijen kunnen binnen de onder punt 6 a) iii) vermelde termijn om een mondeling onderhoud verzoeken onder opgave van de redenen waarom zij gehoord willen worden. Met informatie die op grond van artikel 21 wordt verstrekt wordt slechts rekening gehouden indien daarbij, op het moment dat deze wordt verstrekt, het nodige bewijsmateriaal is gevoegd.

6.   Termijnen

a)   Algemene termijnen

i)   Om een vragenlijst aan te vragen

Belanghebbenden die geen medewerking hebben verleend aan het onderzoek dat tot de maatregelen heeft geleid die thans worden herzien, dienen zo spoedig mogelijk en uiterlijk 15 dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie, een vragenlijst aan te vragen.

ii)   Om contact op te nemen en de Commissie antwoorden op de vragenlijst en andere gegevens toe te zenden

Belanghebbenden die wensen dat bij het onderzoek met hun opmerkingen rekening wordt gehouden, moeten binnen 40 dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie, tenzij anders vermeld, contact met de Commissie opnemen, hun standpunt uiteenzetten en de Commissie de antwoorden op de vragenlijst en eventuele andere gegevens doen toekomen. Er wordt op gewezen dat de partijen de meeste in de basisverordening vermelde procedurele rechten slechts kunnen uitoefenen indien zij zich binnen de genoemde termijn bij de Commissie aanmelden.

De in de steekproef opgenomen bedrijven moeten de Commissie de antwoorden op de vragenlijst binnen de in punt 6 b iii) vermelde termijn doen toekomen.

iii)   Om een mondeling onderhoud aan te vragen

Binnen dezelfde termijn van 40 dagen kunnen belanghebbenden ook verzoeken door de Commissie te worden gehoord.

b)   Bijzondere termijn voor het samenstellen van de steekproef

i)

De in punt 5.1 a) i), ii) en iii) bedoelde gegevens dienen door de Commissie te zijn ontvangen uiterlijk 15 dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie, daar de Commissie voornemens is de bedrijven die zich bereid hebben verklaard in de steekproef te worden opgenomen binnen 21 dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie te raadplegen over de definitieve samenstelling van de steekproef.

ii)

Alle andere gegevens die voor het samenstellen van de steekproef van nut kunnen zijn, als bedoeld in punt 5.1 a) iv), moeten door de Commissie zijn ontvangen binnen 21 dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie.

iii)

De antwoorden op de vragenlijst van de in de steekproef opgenomen bedrijven moeten binnen 37 dagen nadat deze bedrijven van hun opname in de steekproef in kennis werden gesteld door de Commissie zijn ontvangen.

7.   Schriftelijke opmerkingen, antwoorden op de vragenlijst en andere correspondentie

Alle opmerkingen en verzoeken moeten schriftelijk worden ingediend (niet elektronisch, tenzij anders vermeld) onder opgave van naam, adres, e-mailadres, telefoon- en faxnummer van de belanghebbende. Alle schriftelijke gegevens — met inbegrip van de gegevens waarom in dit bericht wordt verzocht — of antwoorden op de vragenlijst en correspondentie die vertrouwelijk zijn, moeten als „Limited” (12) gemerkt worden en overeenkomstig artikel 19, lid 2, van de basisverordening, vergezeld gaan van een niet-vertrouwelijke versie waarop is vermeld „FOR INSPECTION BY INTERESTED PARTIES”.

Correspondentieadres van de Commissie

Europese Commissie

Directoraat-generaal Handel

Directoraat B

Kantooradres: J-79 5/16

BE-1049 Brussel

Fax (32-2) 295 65 05

8.   Niet-medewerking

Indien belanghebbenden geen toegang verlenen tot de nodige gegevens, deze niet binnen de gestelde termijn verstrekken of het onderzoek ernstig belemmeren kunnen, overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening, positieve of negatieve conclusies worden getrokken op grond van de beschikbare gegevens.

De Commissie kan door belanghebbenden verstrekte gegevens, indien deze onjuist of misleidend blijken te zijn, buiten beschouwing laten en van de beschikbare gegevens gebruik maken. Indien een belanghebbende geen — of slechts gedeeltelijk — medewerking verleent, en de bevindingen daarom op de beschikbare gegevens worden gebaseerd overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening, kan het resultaat voor die belanghebbende ongunstiger zijn dan wanneer hij wel medewerking had verleend.

9.   Tijdschema van het onderzoek

Het onderzoek zal overeenkomstig artikel 11, lid 5, van de basisverordening binnen 15 maanden na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie worden beëindigd.


(1)  PB C 52 van 2.3.2005, blz. 2.

(2)  PB L 56 van 6.4.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 461/2004 (PB L 77 van 13.3.2004, blz. 12).

(3)  PB L 77 van 13.3.2004, blz. 12.

(4)  PB L 301 van 30.11.2000, blz. 21.

(5)  PB L 266 van 11.10.2005, blz. 10.

(6)  PB L 301 van 30.11.2000, blz. 88.

(7)  PB L 266 van 11.10.2005, blz. 62.

(8)  Niet in de steekproef opgenomen ondernemingen kunnen om de vaststelling van een individuele dumpingmarge verzoeken op grond van artikel 27, lid 3, van de basisverordening.

(9)  Voor de betekenis van het begrip „verbonden bedrijf” zie artikel 143 van Verordening (EEG) nr. 2454/93, zoals gewijzigd, van de Commissie tot vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van het communautair douanewetboek (PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1).

(10)  Voor de betekenis van het begrip „verbonden bedrijf” zie artikel 143 van Verordening (EEG) nr. 2454/93, zoals gewijzigd, van de Commissie tot vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van het communautair douanewetboek (PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1).

(11)  Voor de betekenis van het begrip „verbonden bedrijf” zie artikel 143 van Verordening (EEG) nr. 2454/93, zoals gewijzigd, van de Commissie tot vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1).

(12)  Dit betekent dat de documenten slechts voor intern gebruik zijn bestemd. De inhoud ervan is beschermd overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43). Deze documenten zijn vertrouwelijk in de zin van artikel 19 van de basisverordening en artikel 6 van de WTO-Overeenkomst betreffende de toepassing van artikel VI van de GATT 1994 (antidumpingovereenkomst).


1.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 304/14


Voorafgaande aanmelding van een concentratie

(Zaak nr. COMP/M.4054 — Koch Industries/Georgia-Pacific)

(2005/C 304/05)

(Voor de EER relevante tekst)

1.

Op 18 november 2005 ontving de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1) waarin wordt meegedeeld dat de onderneming Koch Industries („Koch”, V.S.) in de zin van artikel 3, lid 1), sub b), van genoemde verordening volledig zeggenschap verkrijgt over de onderneming Georgia-Pacific Corporation („Georgia-Pacific”, V.S.) door een openbaar aanbod, openbaar gemaakt op 13 november 2005.

2.

De bedrijfswerkzaamheden van de betrokken ondernemingen zijn:

—

voor Koch: handel in, productie en marketing van energiehandelsgoederen, petrochemische producten, mineralen en pulp;

—

voor Georgia-Pacific: productie en marketing van toiletpapier, bouwmaterialen, verpakkingen en papier.

3.

Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde transactie binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 139/2004 kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden.

4.

De Commissie verzoekt belanghebbende derden hun eventuele opmerkingen ten aanzien van de voorgenomen concentratie kenbaar te maken aan de Commissie.

Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk tien dagen na dagtekening van deze bekendmaking hebben bereikt. Zij kunnen per fax (nummer (32-2) 296 43 01 of 296 72 44) of per post, onder vermelding van referentienummer COMP/M.4054 — Koch Industries/Georgia-Pacific, aan onderstaand adres worden toegezonden:

Europese Commissie

DG Concurrentie

Merger Registry

J-70

BE-1049 Brussel


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.


1.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 304/15


Mededeling van de Commissie in het kader van de procedure van artikel 4, lid 1, punt a), van Verordening (EEG) nr. 2408/92 van de Raad

Gewijzigde verplichting tot openbare dienstverlening voor bepaalde geregelde luchtdiensten in Portugal

(2005/C 304/06)

(Voor de EER relevante tekst)

1.

In toepassing van artikel 4, lid 1, punt a), van Verordening (EEG) nr. 2408/92 van 23 juli 1992 heeft de Portugese regering besloten om met ingang van 1 januari 2006 een gewijzigde verplichting tot openbare dienstverlening op te leggen voor geregelde luchtdiensten op de routes:

—

Lissabon — Ponta Delgada — Lissabon

—

Lissabon — Terceira — Lissabon

—

Lissabon — Horta — Lissabon

—

Funchal — Ponta Delgada — Funchal

—

Porto — Ponta Delgada — Porto

—

Lissabon — Santa Maria — Lissabon

—

Lissabon — Pico — Lissabon

2.

De openbaredienstverplichtingen zijn de volgende:

Capaciteit en continuïteit van de dienstverlening:

 

Op elke route moet de capaciteit van het geregelde passagiers- en vrachtvervoer dat door de verschillende luchtvaartmaatschappijen samen wordt aangeboden ten minste gelijkwaardig zijn met de in bijlage I gespecificeerde capaciteit.

 

De geplande diensten moeten gegarandeerd zijn gedurende ten minste een kalenderjaar en mogen, behoudens de hierna genoemde uitzondering, alleen worden gestaakt na een opzegtermijn van zes maanden.

 

Deze capaciteit mag slechts worden verminderd na voorafgaande toestemming van het Portugese Burgerluchtvaartinstituut (Instituto Nacional de Aviação Civil) en een dergelijke vermindering mag niet gedurende zes maanden worden toegepast als de totale capaciteit daardoor terugvalt tot onder de in de eerste alinea bedoelde drempel. Het Portugese Burgerluchtvaartinstituut moet de exploitant een antwoord geven binnen dertig dagen na de kennisgeving.

 

Behalve in geval van overmacht mag het aantal door rechtstreeks toedoen van de luchtvaartmaatschappij geannuleerde vluchten niet meer bedragen dan 2 % van het voor het relevante seizoen geplande aantal vluchten; met „annulering” wordt bedoeld dat een geplande vlucht waarvoor ten minste één zitplaats was geboekt niet plaatsvindt.

 

Ingeval de dienst wordt opgeschort op grond van onvoorziene omstandigheden, overmacht of andere redenen, dient de geplande capaciteit met tenminste 60 % te worden verhoogd vanaf het moment dat de dienstverlening kan worden hervat totdat de gehele vervoersachterstand die tijdens de onderbreking van de dienst is ontstaan, is ingelopen.

Punctualiteit:

 

Behalve in geval van overmacht mag bij niet meer dan 15 % van de vluchten een vertraging om direct aan de luchtvaartmaatschappij toe te schrijven redenen ontstaan van meer dan 15 minuten.

Categorie ingezette vliegtuigen en exploitatievoorwaarden:

 

De verbinding moet worden onderhouden met geschikte, gecertificeerde straalvliegtuigen met een capaciteit van ten minste 90 zitplaatsen, waarbij de vervoersmaatschappijen op de luchthavens van Horta en Pico de in de Aeronautical Information of Portugal (AIP) gepubliceerde voorwaarden in acht dienen te nemen.

Minimumfrequentie:

—

Op de route Lissabon-Ponta Delgada-Lissabon ten minste één retourvlucht per dag, tussen 8.00 u en 21.00 u, gedurende het gehele jaar; één frequentie per week mag worden gecombineerd met de route Lissabon-Santa Maria-Lissabon;

—

Op de route Lissabon-Terceira-Lissabon, ten minste vier retourvluchten per week, op verschillende dagen, tussen 8.00 u en 21.00 u, gedurende het gehele jaar, waarvan één frequentie per week mag worden gecombineerd met de route Lissabon-Pico-Lissabon;

—

Op de route Lissabon-Horta-Lissabon, ten minste drie retourvluchten per week, tussen 8.00 u en 21.00 u, gedurende het gehele jaar, op elkaar niet opvolgende dagen;

—

Op de route Funchal-Ponta Delgada-Funchal, ten minste één retourvlucht per week, gedurende het gehele jaar;

—

Op de route Porto-Ponta Delgada-Porto, ten minste twee retourvluchten per week, gedurende het gehele jaar, waarvan één mag worden gecombineerd met een vlucht op Lissabon, in de periode oktober tot en met juni;

—

Op de route Lissabon-Santa Maria-Lissabon, ten minste één retourvlucht per week, die mag worden gecombineerd met de route Lissabon-Ponta Delgada-Lissabon;

—

Op de route Lissabon-Pico-Lissabon, ten minste één retourvlucht per week, gedurende het gehele jaar, die mag worden gecombineerd met de route Lissabon-Terceira-Lissabon.

Als de door de luchtvaartmaatschappij(en) ingediende dienstregeling voorziet in meerdere vluchten per dag, moeten die plaatsvinden tussen 6.30 u plaatselijke tijd op de plaats van vertrek en 00.30 u plaatselijke tijd op de plaats van aankomst. Er moet ten minste één frequentie per dag zijn tussen 8.00 u en 21.00 u en op ten minste drie dagen per week moet één van de vluchten plaatsvinden vóór 14.00 u.

Op voorwaarde dat zij voldoen aan de in de mededeling van de Commissie bekendgemaakte minimumfrequentie en –capaciteit mogen luchtvaartmaatschappijen ook vluchten inleggen buiten het hierboven genoemde schema. Daarbij zijn die maatschappijen onderworpen aan de wettelijk vastgelegde exploitatiebeperkingen voor nationale luchthavens.

Als de door de luchtvaartmaatschappij(en) ingediende dienstregelingen voor de routes Funchal-Ponta Delgada-Funchal, Lissabon-Santa Maria-Lissabon en Lissabon-Pico-Lissabon voorzien in meer dan één frequentie per week, moeten die op verschillende dagen plaatsvinden. Op de routes Lissabon-Terceira-Lissabon, Lissabon-Horta-Lissabon en Porto-Ponta Delgada-Porto moeten de diensten evenwichtig worden gespreid over de week. Als het totale aantal diensten van alle maatschappijen samen meer dan 6 (zes) bedraagt, moet er ten minste één dienst per dag worden aangeboden.

Tarieven:

1.

De tariefstructuur moet zijn opgebouwd uit:

a)

een referentietarief „economy class” zonder beperkingen, met tarieven en voorwaarden die zijn aangepast aan de diverse vraagsegmenten (toerisme, zaken, algemene vracht en bijzondere producten, enz.);

b)

een PEX-tarief voor een retourvlucht tussen de Azoren en het Portugese vasteland van 221 EUR en een PEX-tarief voor een retourvlucht tussen de Azoren en Funchal van 162 EUR;

c)

personen die gedurende ten minste zes maanden hebben verbleven in de Autonome Regio der Azoren op eilanden met een directe verbinding met het Portugese vasteland of Funchal, en inwoners van de Autonome Regio Madeira hebben recht op een reductie van 33 % op het referentietarief „economy class” zonder beperkingen;

d)

studenten met een leeftijd van ten hoogste 26 jaar, met woonplaats of onderwijsinstelling in de Autonome Regio der Azoren en die elders op het nationale grondgebied lessen bijwonen, dan wel verblijven, hebben recht op een reductie van 40 % op het referentietarief „economy class” zonder beperkingen;

e)

op dagen dat er geen directe verbinding is op de route Funchal-Ponta Delgada-Funchal kunnen studenten met een leeftijd van ten hoogste 26 jaar die reizen vanuit of naar de Autonome Regio der Azoren vliegen via Lissabon op voorwaarde dat zij dezelfde luchtvaartmaatschappij gebruiken op alle etappes van hun reis. Het gekozen traject mag geen oponthoud in Lissabon mogelijk maken;

f)

de maximale vrachttarieven zijn opgenomen in bijlage II.

Elke luchtvaartmaatschappij moet dezelfde tariefstructuur hanteren voor alle in punt 1 gespecificeerde routes, ongeacht of de plaats van vertrek of bestemming Lissabon dan wel Porto is, en moet die zonder discriminatie toepassen. Op gezette tijden mogen er echter promotieacties voor punt-tot-punt-vluchten worden gevoerd.

De tariefstructuur moet publiek worden bekendgemaakt, zowel in de verkooppunten als aan de check-in-balies.

2.

Na aftrek van de in punt 1, sub c) en d), gespecificeerde reducties betalen inwoners en studenten de volgende nettobedragen:

a)

184 EUR voor inwoners van de Autonome Regio der Azoren, voor retourvluchten naar het Portugese vasteland;

b)

160 EUR voor inwoners van de Autonome Regio der Azoren en de Autonome Regio Madeira, voor retourvluchten tussen de Azoren en Funchal;

c)

143 EUR voor studenten, voor retourvluchten tussen de Azoren en het Portugese vasteland, en 101 EUR voor studenten, voor retourvluchten tussen de Azoren en Funchal.

De in punt 1, sub b) en f), en in punt 2, sub a), b) en c), gespecificeerde tarieven worden jaarlijks, beginnend bij het jaar 2006, op 1 april gewijzigd op basis van het inflatiecijfer voor het afgelopen jaar, zoals gepubliceerd in het GOP (Grandes Opções do Plano). De nieuwe tarieven worden uiterlijk op 28 februari van het voorafgaande jaar door het Portugese Burgerluchtvaartinstituut INAC aan de exploitanten van de betrokken verbindingen medegedeeld.

De luchtvaartmaatschappijen mogen ter compensatie van de verhoging van de brandstofprijzen een aanvullende heffing (AH) in rekening brengen, die driemaandelijks wordt herzien. Daarvoor wordt de volgende formule gebruikt, met afronding naar gehele getallen:

AH = k × (b — 50,00)

waarin:

AH aanvullende kost brandstof OW

K 0.684862 × de gemiddelde USD/Euro-wisselkoers in het afgelopen kwartaal

B de gemiddelde olieprijs per vat in USD in het afgelopen kwartaal.

Voor reserveringsdiensten via hun directe verkooppunten of via een callcenter mogen de luchtvaartmaatschappijen tevens een heffing opleggen van maximaal 16 EUR, respectievelijk 4 EUR.

3.

De Staat zal de reizen van inwoners en studenten onder wettelijk vast te leggen voorwaarden subsidiëren op voorwaarde dat de in de punten 1 en 2 genoemde criteria en tarieven worden gehanteerd. In 2006 zal de subsidie 87 EUR per retourvlucht bedragen.

De tarieven voor passagiers en voor vracht met als herkomst of bestemming een willekeurig vliegveld in de Autonome Regio der Azoren zonder geregelde rechtstreekse verbinding met het Portugese vasteland of met Funchal, zijn gelijk aan de in de vorige punten genoemde tarieven, waarbij voor de verbinding tussen het Portugese vasteland en de Autonome Regio der Azoren of tussen de autonome regio's onderling maximaal twee vluchtcoupons, één in elke richting, mogen worden gebruikt en voor de verbindingen binnen de Autonome Regio der Azoren maximaal:

—

twee vluchtcoupons voor niet-inwoners,

—

drie vluchtcoupons voor inwoners en studenten,

—

behalve voor Corvo, waarvoor één vluchtcoupon extra wordt toegestaan wanneer er geen dagelijkse vlucht is.

Op dagen dat er rechtstreekse geen verbinding is tussen een eiland en het Portugese vasteland of Funchal, kunnen inwoners en studenten via een andere route worden vervoerd.

Afgezien van bovengenoemde subsidie betaalt de staat ook de vervoerskosten voor passagiers die reizen naar of van eilanden zonder rechtstreekse verbinding met het Portugese vasteland of Funchal. Bij de berekening van de vervoerskosten wordt rekening gehouden met de tarieven die zijn goedgekeurd door de regionale regering van de Azoren voor diensten binnen de Autonome Regio der Azoren.

In geval van „no show” mag een boete worden opgelegd die niet hoger is dan 10 % van het betrokken referentietarief voor „economy class”.

Deze openbaredienstverplichtingen vormen in geen enkel opzicht een belemmering voor het bestaan van „interline”-overeenkomsten inzake tarieven met andere maatschappijen voor diensten met als herkomst of bestemming een andere luchthaven dan Lissabon, Porto of Funchal.

Luchtvaartdiensten mogen luchtdiensten combineren en dezelfde vluchtnummers gebruiken op voorwaarde dat daarvoor toestemming is gegeven door het Portugese Burgerluchtvaartinstituut.

Commercialisering van de vluchten:

De vluchten moeten kunnen worden geboekt via ten minste één geautomatiseerd boekingssysteem.

Overstapvoorwaarden:

Indien de genoemde verbindingen door verschillende maatschappijen worden geëxploiteerd, sluiten deze onderlinge overeenkomsten op basis waarvan inwoners en studenten die reizen naar of vanuit een willekeurig vliegveld in de Autonome Regio der Azoren voor de verschillende trajecten van hun reis verschillende maatschappijen kunnen kiezen.

Vrachtvervoer en postdiensten:

Er moet per vlucht ten minste twee ton vracht, post inbegrepen, kunnen worden vervoerd. De door de luchtvaartmaatschappij aangeboden capaciteit moet evenwichtig worden gespreid over de week, met de volgende minimumeisen:

—

30 ton per dag op de route Lissabon-Ponta Delgada-Lissabon;

—

25 ton per dag wanneer de minimumfrequentie wordt aangeboden op de route Lissabon-Terceira-Lissabon.

Op de route Lissabon-Pico-Lissabon moet wekelijks 2 ton vracht en post per retourvlucht worden vervoerd.

De vracht- en postcapaciteit op elke vlucht wordt bepaald aan de hand van de volgende formule:

C = W — (0,75 × S × 97)

waarin:

C de op een vlucht aangeboden vracht- en postcapaciteit in kg;

W het totale gewicht (in kg) van passagiers, vracht en post dat kan worden vervoerd in een vliegtuig in een bepaalde sector („allowed traffic load”) en dat wordt verkregen door het operationele gewicht (vliegtuig, bemanning, brandstof, catering en andere operationele items) af te trekken van het gecertificeerde maximumgewicht bij vertrek;

S het aantal zitplaatsen van het vliegtuig;

0,75 de coëfficiënt die wordt gebruikt voor een bezettingsgraad van 75 %;

97 het standaardgewicht van passagier+bagage voor een volwassen passagier met zijn/haar bagage (84kg+13kg) overeenkomstig JAR-OPS 1.620.

3.

Gelet op het belang en het specifieke karakter van de betrokken verbindingen en de buitengewone eisen die aan de continuïteit van de dienstverlening worden gesteld, worden de luchtvaartmaatschappijen uit de Gemeenschap geattendeerd op het volgende:

—

luchtvaartmaatschappijen die voornemens zijn al deze verbindingen te exploiteren, moeten hun exploitatieplan voor periode van een jaar, overeenkomstig de openbaredienstverplichtingen, indienen binnen 30 dagen na de publicatie van deze aankondiging;

—

vluchtschema's die geen betrekking hebben op alle in punt 1 genoemde routes worden niet aanvaard, tenzij zij geformuleerd worden in het kader van regelingen voor „code sharing”; in dat geval wordt nagegaan of de openbaredienstverplichtingen met betrekking tot de minimumfrequenties worden nagekomen door het geheel van de in het kader van de „code sharing” aangeboden vluchten. In dergelijke gevallen moet aan de volgende eisen worden voldaan:

a)

maatschappijen die een vluchtschema aanbieden voor één of meer routes in het kader van een regeling voor „code sharing” zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van dit schema tot het einde van het kalenderjaar;

b)

maatschappijen die een overeenkomst voor „code sharing” ondertekenen, moeten uitdrukkelijk verklaren dat zij gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de naleving van de openbaredienstverplichtingen en aansprakelijk zijn voor de gevolgen, inclusief administratieve boetes, bij niet-naleving ervan;

c)

wanneer de dienstverlening in het kader van „code sharing” verloopt, moeten de luchtvaartmaatschappijen de passagiers bij de reservatie, uitreiking of verkoop van de biljetten en de check-in op de luchthaven mededelen welke maatschappij daadwerkelijk vliegt in elke etappe van de reis;

—

binnen 30 dagen na ontvangst van de vluchtschema's en na raadpleging van de luchtvaartmaatschappijen stelt het Portugese Burgerluchtvaartinstituut de maatschappijen in kennis van zijn eindbesluit over de ingediende schema's;

—

wanneer een maatschappij aankondigt dat zij voornemens is zich terug te trekken uit een voorgesteld vluchtschema of dit schema te wijzigen, stelt het Portugese Burgerluchtvaartinstituut de andere maatschappijen daarvan in kennis zodat zij binnen de daarop volgende 2 weken hun vluchtschema's kunnen aanpassen;

—

alle luchtvaartmaatschappijen die in het bezit zijn van een geldige exploitatievergunning, afgegeven door een lidstaat in toepassing van Verordening (EEG) nr. 2407/92 van de Raad betreffende de verlening van exploitatievergunningen aan luchtvaartmaatschappijen, en van een passend exploitatiecertificaat komen in aanmerking voor deze dienstverlening;

—

alle luchtvaartmaatschappijen met een geldige exploitatievergunning en een passend exploitatiecertificaat, als gespecificeerd in de bovenstaande alinea, en die voorts voldoen aan de volgende eisen, komen in aanmerking voor deze dienstverlening:

a)

zij hebben aan alle door de Portugese staat opgelegde belastingsverplichtingen voldaan;

b)

zij hebben al hun socialezekerheidsbijdragen betaald in Portugal of in het land waarvan zij burger zijn of waarin zij gevestigd zijn;

—

gezien het specifieke karakter van de verbindingen dienen de luchtvaartmaatschappijen aan te tonen dat het cabinepersoneel op de genoemde verbindingen in meerderheid Portugees spreekt en begrijpt;

—

het is de luchtvaartmaatschappijen toegestaan om in overeenstemming met de geldende wetgeving en verordeningen bij andere luchtvaartmaatschappijen extra capaciteit in te huren om aan de eisen van het vluchtschema te voldoen, maar zij blijven verantwoordelijk voor de naleving van hun verplichtingen en van het vluchtschema;

—

binnen de vastgestelde termijnen en onafhankelijk van de vluchtschema's voor andere diensten dienen de luchtvaartmaatschappijen bij het Portugese Burgerluchtvaartinstituut het vluchtschema in voor elke dienst waarvoor de openbaredienstverplichtingen gelden, met daarbij de volgende informatie:

a)

de route in kwestie;

b)

de desbetreffende IATA-seizoenen;

c)

het vluchtidentificatienummer;

d)

de tijdschema's;

e)

de aangeboden capaciteit (per maand, hetzij in termen van frequentie, hetzij in termen van zitplaatsen);

f)

de exploitatieperiode en -dagen;

g)

het vliegtuigtype/het aantal zitplaatsen/de vrachtcapaciteit;

h)

de indeling van de passagiersruimte;

i)

een schriftelijke bevestiging van kennis en aanvaarding van de voorwaarden inzake continuïteit van de dienstverlening overeenkomstig de opgelegde openbaredienstverplichtingen;

j)

de lopende of toekomstige verzekeringscontracten.

Voorts moeten de maatschappijen schriftelijk nadere gegevens verstrekken over al hun tarieven en de daarmee verband houdende voorwaarden.

Tenslotte moeten zij een samenvatting van hun economisch en financieel plan toezenden, waarin ten minste een gedetailleerde raming van de exploitatiekosten is opgenomen, op basis waarvan de exploitatiegarantie in de vorm van een bankwaarborg kan worden berekend;

—

wanneer de dienstverlening op de routes in kwestie wordt gestaakt zonder de in de dienstverplichting bedoelde termijn in acht te nemen of wanneer de openbaredienstverplichtingen niet worden nagekomen, wordt een administratieve boete opgelegd;

—

indien de ingediende vluchtschema's 60 dagen na publicatie van deze kennisgeving globaal niet overeenstemmen met een volume van geregelde luchtdiensten dat ten minste gelijkwaardig is met de in bijlage I gespecificeerde capaciteit, of indien op gelijk welk moment het aanbod onder bovengenoemde drempel duikt zonder dat dit wordt gerechtvaardigd door een afname van de vraag, heeft de Portugese regering het recht nieuwe openbaredienstverplichtingen op te leggen in overeenstemming met de wetgeving;

—

luchtvaartmaatschappijen uit de Gemeenschap worden erop gewezen dat het Portugese Burgerluchtvaartinstituut zal nagaan of de opgelegde openbaredienstverplichtingen worden nageleefd.


BIJLAGE I

Minimale totale passagierscapaciteit (zitplaatsen)

Route

IATA-zomerseizoen

IATA-winterseizoen

Lissabon-Ponta Delgada-Lissabon

240 000

111 900

Lissabon-S. Maria-Lissabon

8 100

5 500

Lissabon-Terceira-Lissabon

140 000

64 600

Lissabon-Horta-Lissabon

60 000

28 000

Lissabon-Pico-Lissabon

8 100

5 500

Porto-Ponta Delgada-Porto

55 000

22 500

P. Delgada-Funchal-P. Delgada

17 000

5 600

Minimale totale vrachtcapaciteit (ton)

Route

IATA-zomerseizoen

IATA-winterseizoen

Aanvullende capaciteit in het hoogseizoen

Lissabon-Ponta Delgada-Lissabon

14 000

7 500

 

Lissabon-S. Maria-Lissabon

 

 

 

Lissabon-Terceira-Lissabon

8 000

4 400

 

Lissabon-Horta-Lissabon

1 000

500

40

Lissabon-Pico-Lissabon

30

20

 

Porto-Ponta Delgada-Porto

 

 

 

P. Delgada-Funchal-P. Delgada

 

 

 


BIJLAGE II

Maximumtarieven voor vracht (euro)

 

Lissabon en Porto — Azoren

Funchal — Azoren

Minimum

8,44 EUR

8,44 EUR

Normaal

1,01 EUR/Kg

0,82 EUR/Kg

Bulk

0,90 EUR/Kg

0,62 EUR/Kg

Bederfelijke waar in bulk

0,63 EUR/Kg

0,53 EUR/Kg

Bijzondere producten

0,80 EUR/Kg

0,58 EUR/Kg

Bijzondere producten in bulk

0,73 EUR/Kg

 


1.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 304/21


Voorafgaande aanmelding van een concentratie

(Zaak nr. COMP/M.4007 — Reckitt Benckiser/Boots Healthcare International)

(2005/C 304/07)

(Voor de EER relevante tekst)

1.

Op 25 november 2005 ontving de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1) waarin wordt meegedeeld dat de onderneming Reckitt Benckiser plc („Reckitt Benckiser”, Verenigd Koninkrijk) in de zin van artikel 3, lid 1), sub b), van genoemde verordening volledig zeggenschap verkrijgt over de onderneming Boots Healthcare International („BHI”, Verenigd Koninkrijk) door de aankoop van aandelen.

2.

De bedrijfswerkzaamheden van de betrokken ondernemingen zijn:

—

voor Reckitt Benkiser: productie en verkoop van huishoudelijke producten, gezondheids- en verzorgingsproducten en eetwaren;

—

voor BHI: productie en verkoop van voornamelijk zonder voorschrift te verkrijgen farmaceutische producten.

3.

Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde transactie binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 139/2004 kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden.

4.

De Commissie verzoekt belanghebbende derden hun eventuele opmerkingen ten aanzien van de voorgenomen concentratie kenbaar te maken aan de Commissie.

Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk tien dagen na dagtekening van deze bekendmaking hebben bereikt. Zij kunnen per fax (nummer (32-2) 296 43 01 of 296 72 44) of per post, onder vermelding van referentienummer COMP/M.4007 — Reckitt Benckiser/Boots Healthcare International, aan onderstaand adres worden toegezonden:

Europese Commissie

DG Concurrentie

Merger Registry

J-70

BE-1049 Brussel


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.


1.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 304/22


Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie

(Zaak nr. COMP/M.3864 — FIMAG/Züblin)

(2005/C 304/08)

(Voor de EER relevante tekst)

Op 14 oktober 2005 heeft de Commissie besloten geen bezwaar aan te tekenen tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de gemeenschappelijke markt te verklaren. Deze beschikking is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad. De volledige tekst van de beschikking is slechts beschikbaar in het Duits en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:

—

op de website „concurrentie” van de Europese Commissie (http://europa.eu.int/comm/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende mogelijkheden om individuele concentratiebeschikkingen op te zoeken, onder meer op bedrijfsnaam, nummer van de zaak, datum en sector;

—

in elektronische vorm op de EUR-Lex website onder documentnummer 32005M3864. EUR-Lex is het geïnformatiseerde documentatiesysteem voor de communautaire wetgeving. (http://europa.eu.int/eur-lex/lex)


1.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 304/23


Mededeling in verband met het vervallen van bepaalde compenserende maatregelen

(2005/C 304/09)

Na de publicatie van een bericht dat de maatregelen op het punt stonden te vervallen (1) werd geen verzoek om een nieuw onderzoek ingediend. Derhalve deelt de Commissie mede dat de hierna vermelde compenserende maatregelen weldra zullen vervallen.

Deze mededeling wordt gepubliceerd overeenkomstig artikel 18, lid 4 van Verordening (EG) nr. 2026/97 (2) van de Raad van 6 oktober 1997 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap.

Product

Land(en) van oorsprong of van uitvoer

Maatregel

Referentie

Vervaldatum

PET

(polyethyleen-tereftalaat)

Maleisië

Thailand

Compenserend recht

Verordening (EG) nr. 2603/2000 van de Raad (PB L 301 van 30.11.2000, blz. 1) laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1645/2005 (PB L 266 van 11.10.2005, blz. 1)

1.12.2005


(1)  PB C 52 van 2.3.2005, blz. 2

(2)  PB L 288 van 21.10.1997, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 461/2004 van de Raad (PB L 77 van 13.3.2004, blz. 12).


EUROPESE ECONOMISCHE RUIMTE

Toezichthoudende Autoriteit van de EVA

1.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 304/24


Wijzigingen in de overeenkomst tussen de EVA-Staten betreffende de oprichting van een Toezichthoudende Autoriteit en een Hof van Justitie

(2005/C 304/10)

De overeenkomsten tot wijziging van Protocol 4 bij de Overeenkomst tussen de EVA-Staten betreffende de oprichting van een Toezichthoudende Autoriteit en een Hof van Justitie die op 4 juni 2004 en 24 september 2004 te Brussel zijn ondertekend, zijn op 20 mei 2005 in werking getreden. De overeenkomst tot wijziging van Protocol 4 bij de Overeenkomst tussen de EVA-Staten betreffende de oprichting van een Toezichthoudende Autoriteit en een Hof van Justitie waarbij de nieuwe artikelen 13 en 22 worden ingevoegd in hoofdstuk XIII van deel III die op 4 juni 2004 te Brussel is ondertekend en de overeenkomst tot wijziging van Protocol 4 bij de Overeenkomst tussen de EVA-Staten betreffende de oprichting van een Toezichthoudende Autoriteit en een Hof van Justitie van 3 december 2004 zijn op 1 juli 2005 in werking getreden.

Deze overeenkomsten en de bijgewerkte geconsolideerde versie van de overeenkomst tussen de EVA-Staten betreffende de oprichting van een Toezichthoudende Autoriteit en een Hof van Justitie zijn inmiddels op de website van het EVA-secretatiaat gepubliceerd.

Zij zijn via volgende links te vinden:

http://secretariat.efta.int/Web/legaldocuments/ESAAndEFTACourtAgreement/Amendments

en http://secretariat.efta.int/Web/legaldocuments/ESAAndEFTACourtAgreement/Documents/


1.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 304/25


Beknopte informatie van de EVA-staten betreffende overheidssteun die wordt verleend krachtens het in punt 1 d) van bijlage XV bij de EER-Overeenkomst genoemde besluit (Verordening (EG) nr. 68/2001 van de Commissie betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op opleidingssteun)

(2005/C 304/11)

Nummer van de steunmaatregel

Opleidingssteun 2/2005

EVA-staat

Noorwegen

Regio

Troms

Benaming van de steunregeling

Actieplan voor bedrijfsontwikkeling in Troms 2004-2007 (Handlingsplan for næringsrettede utviklingstiltak i Troms 2004-2007)

Regionaal ontwikkelingsprogramma voor Troms 2004-2007 (Regionalt utviklingsprogram for Troms 2004-2007)

Rechtsgrondslag

Transfers to Troms fylkeskommune over the State Budget (St. prp. No 1 2004-2005), post No 551.61 and 551.60

Voorziene jaarlijkse uitgaven krachtens de regeling

Totaal jaarlijks bedrag: 15 miljoen EUR

Maximale steunintensiteit

In overeenstemming met artikel 4, leden 2 tot en met 7, van de verordening

Datum van tenuitvoerlegging

15 november 2004

Duur van de regeling

Tot 31 december 2007

Doelstelling van de steun

Algemene opleiding

Specifieke opleiding

Economische sectoren

Alle sectoren komen in aanmerking voor opleidingssteun

Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent

Naam:

Troms fylkeskommune

Adres:

Postboks 6600

9296 Tromsø

Individuele verlening van aanzienlijke steun

Overeenkomstig artikel 5 van de verordening


Nummer van de steunmaatregel

Opleidingssteun 3/2005

EVA-staat

Noorwegen

Regio

Nordland/Helgeland

Benaming van de steunregeling

Actieplan voor bedrijfsontwikkeling in Nordland 2005-2007 (Handlingsplan for næringsrettede utviklingstiltak i Nordland 2005-2007)

Beheerd door RDA-styret Helgeland Regionråd, Org. nr. 987 732 881

Rechtsgrondslag

State Budget (St. prp. No 1 2004-2005) post No 551.61

Voorziene jaarlijkse uitgaven krachtens de regeling

Totaal jaarlijks bedrag: 2,5 miljoen EUR

Maximale steunintensiteit

In overeenstemming met artikel 4, leden 2 tot en met 7, van de verordening

Datum van tenuitvoerlegging

1 januari 2005

Duur van de regeling

Tot 31 december 2007

Doelstelling van de steun

Algemene opleiding

Specifieke opleiding

Economische sectoren

Alle sectoren komen in aanmerking voor opleidingssteun

Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent

Naam:

RDA-styret Helgeland Regionråd IKS

Adres:

Postboks 405

8801 Sandnessjøen

Individuele verlening van aanzienlijke steun

Overeenkomstig artikel 5 van de verordening


Nummer van de steunmaatregel

Opleidingssteun 4/2005

EVA-staat

Noorwegen

Regio

Nordland/Lofoten

Benaming van de steunregeling

Actieplan voor bedrijfsontwikkeling in Nordland 2005-2007 (Handlingsplan for næringsrettede utviklingstiltak i Nordland 2005-2007)

Beheerd door Lofotrådet, Org. nr. 971 396 679

Rechtsgrondslag

State Budget (St. prp. No 1 2004-2005) post No 551.61

Voorziene jaarlijkse uitgaven krachtens de regeling

Totaal jaarlijks bedrag: 1,5 miljoen EUR

Maximale steunintensiteit

In overeenstemming met artikel 4, leden 2 tot en met 7, van de verordening

Datum van tenuitvoerlegging

1 januari 2005

Duur van de regeling

Tot 31 december 2007

Doelstelling van de steun

Algemene opleiding

Specifieke opleiding

Economische sectoren

Alle sectoren komen in aanmerking voor opleidingssteun

Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent

Naam:

Lofotrådet

Adres:

Postboks 406

8376 Leknes

Individuele verlening van aanzienlijke steun

Overeenkomstig artikel 5 van de verordening


Nummer van de steunmaatregel

Opleidingssteun 5/2005

EVA-staat

Noorwegen

Regio

Nordland/Ofoten

Benaming van de steunregeling

Actieplan voor bedrijfsontwikkeling in Nordland 2005-2007 (Handlingsplan for næringsrettede utviklingstiltak i Nordland 2005-2007)

Beheerd door Ofotsamvirke, Org. nr. 926 251 560

Rechtsgrondslag

State Budget (St. prp. No 1 2004-2005) post No 551.61

Voorziene jaarlijkse uitgaven krachtens de regeling

Totaal jaarlijks bedrag: 2 miljoen EUR

Maximale steunintensiteit

In overeenstemming met artikel 4, leden 2 tot en met 7, van de verordening

Datum van tenuitvoerlegging

1 januari 2005

Duur van de regeling

Tot 31 december 2007

Doelstelling van de steun

Algemene opleiding

Specifieke opleiding

Economische sectoren

Alle sectoren komen in aanmerking voor opleidingssteun

Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent

Naam:

Ofotsamvirke

Adres:

Postboks 64

8501 Narvik

Individuele verlening van aanzienlijke steun

Overeenkomstig artikel 5 van de verordening


Nummer van de steunmaatregel

Opleidingssteun 6/2005

EVA-staat

Noorwegen

Regio

Nordland/Salten

Benaming van de steunregeling

Actieplan voor bedrijfsontwikkeling in Nordland 2005-2007 (Handlingsplan for næringsrettede utviklingstiltak i Nordland 2005-2007)

Beheerd door Salten Regionråd, Org. nr. 976 821 963

Rechtsgrondslag

State Budget (St. prp. No 1 2004-2005) post No 551.61

Voorziene jaarlijkse uitgaven krachtens de regeling

Totaal jaarlijks bedrag: 3 miljoen EUR

Maximale steunintensiteit

In overeenstemming met artikel 4, leden 2 tot en met 7, van de verordening

Datum van tenuitvoerlegging

1 november 2004

Duur van de regeling

Tot 31 december 2007

Doelstelling van de steun

Algemene opleiding

Specifieke opleiding

Economische sectoren

Alle sectoren komen in aanmerking voor opleidingssteun

Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent

Naam:

Salten Regionråd

Adres:

Prinsens gate 113 A

8001 Bodø

Individuele verlening van aanzienlijke steun

Overeenkomstig artikel 5 van de verordening


Nummer van de steunmaatregel

Opleidingssteun 7/2005

EVA-staat

Noorwegen

Regio

Nordland/Sør Helgeland

Benaming van de steunregeling

Actieplan voor bedrijfsontwikkeling in Nordland 2005-2007 (Handlingsplan for næringsrettede utviklingstiltak i Nordland 2005-2007)

Beheerd door Sør-Helgeland Regionråd, Org. nr. 974 789 353

Rechtsgrondslag

State Budget (St. prp. No 1 2004-2005) post No 551.61

Voorziene jaarlijkse uitgaven krachtens de regeling

Totaal jaarlijks bedrag: 1,5 miljoen EUR

Maximale steunintensiteit

In overeenstemming met artikel 4, leden 2 tot en met 7, van de verordening

Datum van tenuitvoerlegging

1 januari 2005

Duur van de regeling

Tot 31 december 2007

Doelstelling van de steun

Algemene opleiding

Specifieke opleiding

Economische sectoren

Alle sectoren komen in aanmerking voor opleidingssteun

Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent

Naam:

Sør-Helgeland Regionråd

Adres:

Postboks 473

8900 Brønnøysund

Individuele verlening van aanzienlijke steun

Overeenkomstig artikel 5 van de verordening


Nummer van de steunmaatregel

Opleidingssteun 8/2005

EVA-staat

Noorwegen

Regio

Nordland/Vesterålen

Benaming van de steunregeling

Actieplan voor bedrijfsontwikkeling in Nordland 2005-2007 (Handlingsplan for næringsrettede utviklingstiltak i Nordland 2005-2007)

Beheerd door Vesterålen Regionråd, Org. nr. 974 790 653

Rechtsgrondslag

State Budget (St. prp. No 1 2004-2005) post No 551.61

Voorziene jaarlijkse uitgaven krachtens de regeling

Totaal jaarlijks bedrag: 2,5 miljoen EUR

Maximale steunintensiteit

In overeenstemming met artikel 4, leden 2 tot en met 7, van de verordening

Datum van tenuitvoerlegging

1 januari 2005

Duur van de regeling

Tot 31 december 2007

Doelstelling van de steun

Algemene opleiding

Specifieke opleiding

Economische sectoren

Alle sectoren komen in aanmerking voor opleidingssteun

Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent

Naam:

Vesterålen Regionråd

Adres:

Postboks 243

8401 Sortland

Individuele verlening van aanzienlijke steun

Overeenkomstig artikel 5 van de verordening


Nummer van de steunmaatregel

Opleidingssteun 9/2005

EVA-staat

Noorwegen

Regio

Nordland/Indre Helgeland

Benaming van de steunregeling

Actieplan voor bedrijfsontwikkeling in Nordland 2005-2007 (Handlingsplan for næringsrettede utviklingstiltak i Nordland 2005-2007)

Beheerd door Indre Helgeland Regionråd, Org. nr. 988 348 546

Rechtsgrondslag

State Budget (St. prp. No 1 2004-2005) post No 551.61

Voorziene jaarlijkse uitgaven krachtens de regeling

Totaal jaarlijks bedrag: 3 miljoen EUR

Maximale steunintensiteit

In overeenstemming met artikel 4, leden 2 tot en met 7, van de verordening

Datum van tenuitvoerlegging

1 januari 2005

Duur van de regeling

Tot 31 december 2007

Doelstelling van de steun

Algemene opleiding

Specifieke opleiding

Economische sectoren

Alle sectoren komen in aanmerking voor opleidingssteun

Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent

Naam:

Indre Helgeland Regionråd

Adres:

Postboks 10

8648 Korgen

Individuele verlening van aanzienlijke steun

Overeenkomstig artikel 5 van de verordening


1.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 304/30


Informatie van de EVA-staten betreffende overheidssteun die wordt verleend krachtens het besluit, zoals bedoeld in bijlage XV, punt 1f, van de EER-Overeenkomst (Verordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen)

(2005/C 304/12)

Nummer van de steunmaatregel

Steun aan kleine en middelgrote ondernemingen 2/2005

EVA-staat

Noorwegen

Regio

Troms

Benaming van de steunregeling

Actieplan voor bedrijfsontwikkeling in Troms 2004-2007 (Handlingsplan for næringsrettede utviklingstiltak i Troms 2004-2007)

Regionaal ontwikkelingsprogramma voor Troms 2004-2007 (Regionalt utviklingsprogram for Troms 2004-2007)

Rechtsgrond

Transfers to Troms fylkeskommune, the State Budget (St. prp. No 1 2004-2005), post No 551.61 and 551.60

Geplande jaarlijkse uitgaven krachtens de regeling

Totaal jaarlijks bedrag: 10 miljoen EUR

Maximale steunintensiteit

Overeenkomstig artikel 4, leden 2 tot en met 6, en artikel 5 van de verordening

Datum van tenuitvoerlegging

15 november 2004

Duur van de steunregeling

Tot 31 december 2007

Doelstelling van de steun

Steun aan KMO's:

Investeringssteun: gebouwen, constructies, machines, basisinvesteringen, verlenen van octrooien, licenties, technische knowhow, nieuwe investeringen

Economische sectoren

Alle sectoren komen in aanmerking voor KMO-steun

Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent

Naam:

Troms fylkeskommune

Adres:

Postboks 6600

9296 Tromsø

Individuele verlening van aanzienlijke steun

Overeenkomstig artikel 6 van de verordening


Nummer van de steunmaatregel

Steun aan kleine en middelgrote ondernemingen 3/2005

EVA-staat

Noorwegen

Regio

Nordland/Helgeland

Benaming van de steunregeling

Actieplan voor bedrijfsontwikkeling in Nordland 2005-2007 (Handlingsplan for næringsrettede utviklingstiltak i Nordland 2005-2007)

Beheerd door RDA-styret Helgeland Regionråd, Org. nr. 987 732 881

Rechtsgrond

State Budget (St. prp. No 1 2004-2005) post No 551.61

Geplande jaarlijkse uitgaven krachtens de regeling

Totaal jaarlijks bedrag: 2 miljoen EUR

Maximale steunintensiteit

Overeenkomstig artikel 4, leden 2 tot en met 6, en artikel 5 van de verordening

Datum van tenuitvoerlegging

1 januari 2005

Duur van de steunregeling

Tot 31 december 2007

Doelstelling van de steun

Steun aan KMO's

Economische sectoren

Alle sectoren komen in aanmerking voor KMO-steun

Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent

Naam:

RDA-styret Helgeland Regionråd IKS

Adres:

Postboks 405

8801 Sandnessjøen

Individuele verlening van aanzienlijke steun

Overeenkomstig artikel 6 van de verordening


Nummer van de steunmaatregel

Steun aan kleine en middelgrote ondernemingen 4/2005

EVA-staat

Noorwegen

Regio

Nordland/Lofoten

Benaming van de steunregeling

Actieplan voor bedrijfsontwikkeling in Nordland 2005-2007 (Handlingsplan for næringsrettede utviklingstiltak i Nordland 2005-2007)

Beheerd door Lofotrådet, Org. nr. 971 396 679

Rechtsgrond

State Budget (St. prp. No 1 2004-2005) post No 551.61

Geplande jaarlijkse uitgaven krachtens de regeling

Totaal jaarlijks bedrag: 3 miljoen EUR

Maximale steunintensiteit

Overeenkomstig artikel 4, leden 2 tot en met 6, en artikel 5 van de verordening

Datum van tenuitvoerlegging

1 januari 2005

Duur van de steunregeling

Tot 31 december 2007

Doelstelling van de steun

Steun aan KMO's

Economische sectoren

Alle sectoren komen in aanmerking voor KMO-steun

Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent

Naam:

Lofotrådet

Adres:

Postboks 406

8376 Leknes

Individuele verlening van aanzienlijke steun

Overeenkomstig artikel 6 van de verordening


Nummer van de steunmaatregel

Steun aan kleine en middelgrote ondernemingen 5/2005

EVA-staat

Noorwegen

Regio

Nordland/Ofoten

Benaming van de steunregeling

Actieplan voor bedrijfsontwikkeling in Nordland 2005-2007 (Handlingsplan for næringsrettede utviklingstiltak i Nordland 2005-2007)

Beheerd door Ofotsamvirke, Org. nr. 926 251 560

Rechtsgrond

State Budget (St. prp. No 1 2004-2005) post No 551.61

Geplande jaarlijkse uitgaven krachtens de regeling

Totaal jaarlijks bedrag: 2 miljoen EUR

Maximale steunintensiteit

Overeenkomstig artikel 4, leden 2 tot en met 6, en artikel 5 van de verordening

Datum van tenuitvoerlegging

1 januari 2005

Duur van de steunregeling

Tot 31 december 2007

Doelstelling van de steun

Steun aan KMO's

Economische sectoren

Alle sectoren komen in aanmerking voor KMO-steun

Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent

Naam:

Ofotsamvirke

Adres:

Postboks 64

8501 Narvik

Individuele verlening van aanzienlijke steun

Overeenkomstig artikel 6 van de verordening


Nummer van de steunmaatregel

Steun aan kleine en middelgrote ondernemingen 6/2005

EVA-staat

Noorwegen

Regio

Nordland/Salten

Benaming van de steunregeling

Actieplan voor bedrijfsontwikkeling in Nordland 2005-2007 (Handlingsplan for næringsrettede utviklingstiltak i Nordland 2005-2007)

Beheerd door Salten Regionråd, Org. nr. 976 821 963

Rechtsgrond

State Budget (St. prp. No 1 2004-2005) post No 551.61

Geplande jaarlijkse uitgaven krachtens de regeling

Totaal jaarlijks bedrag: 5 miljoen EUR

Maximale steunintensiteit

Overeenkomstig artikel 4, leden 2 tot en met 6, en artikel 5 van de verordening

Datum van tenuitvoerlegging

1 november 2004

Duur van de steunregeling

Tot 31 december 2007

Doelstelling van de steun

Steun aan KMO's

Economische sectoren

Alle sectoren komen in aanmerking voor KMO-steun

Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent

Naam:

Salten Regionråd

Adres:

Prinsens gate 113 A

8001 Bodø

Individuele verlening van aanzienlijke steun

Overeenkomstig artikel 6 van de verordening


Nummer van de steunmaatregel

Steun aan kleine en middelgrote ondernemingen 7/2005

EVA-staat

Noorwegen

Regio

Nordland/Sør Helgeland

Benaming van de steunregeling

Actieplan voor bedrijfsontwikkeling in Nordland 2005-2007 (Handlingsplan for næringsrettede utviklingstiltak i Nordland 2005-2007)

Beheerd door Sør-Helgeland Regionråd, Org. nr. 974 789 353

Rechtsgrond

State Budget (St. prp. No 1 2004-2005) post No 551.61

Geplande jaarlijkse uitgaven krachtens de regeling

Totaal jaarlijks bedrag: 1,5 miljoen EUR

Maximale steunintensiteit

Overeenkomstig artikel 4, leden 2 tot en met 6, en artikel 5 van de verordening

Datum van tenuitvoerlegging

1 april 2005

Duur van de steunregeling

Tot 31 december 2007

Doelstelling van de steun

Steun aan KMO's

Economische sectoren

Alle sectoren komen in aanmerking voor KMO-steun

Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent

Naam:

Sør-Helgeland Regionråd

Adres:

Postboks 473

8900 Brønnøysund

Individuele verlening van aanzienlijke steun

Overeenkomstig artikel 6 van de verordening


Nummer van de steunmaatregel

Steun aan kleine en middelgrote ondernemingen 8/2005

EVA-staat

Noorwegen

Regio

Nordland/Vesterålen

Benaming van de steunregeling

Actieplan voor bedrijfsontwikkeling in Nordland 2005-2007 (Handlingsplan for næringsrettede utviklingstiltak i Nordland 2005-2007)

Beheerd door Vesterålen Regionråd, Org. nr. 974 790 653

Rechtsgrond

State Budget (St. prp. No 1 2004-2005) post No 551.61

Gepalnde jaarlijkse uitgaven krachtens de regeling

Totaal jaarlijks bedrag: 3 miljoen EUR

Maximale steunintensiteit

Overeenkomstig artikel 4, leden 2 tot en met 6, en artikel 5 van de verordening

Datum van tenuitvoerlegging

1 februari 2005

Duur van de steunregeling

Tot 31 december 2005

Doelstelling van de steun

Steun aan KMO's

Economische sectoren

Alle sectoren komen in aanmerking voor KMO-steun

Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent

Naam:

Vesterålen Regionråd

Adres:

Postboks 243

8401 Sortland

Individuele verlening van aanzienlijke steun

Overeenkomstig artikel 6 van de verordening


Nummer van de steunmaatregel

Steun aan kleine en middelgrote ondernemingen 9/2005

EVA-staat

Noorwegen

Regio

Nordland/Indre Helgeland

Benaming van de steunregeling

Actieplan voor bedrijfsontwikkeling in Nordland 2005-2007 (Handlingsplan for næringsrettede utviklingstiltak i Nordland 2005-2007)

Beheerd door Indre Helgeland Regionråd, Org. nr. 988 348 546

Rechtsgrond

State Budget (St. prp. No 1 2004-2005) post No 551.61

Geplande jaarlijkse uitgaven krachtens de regeling

Totaal jaarlijks bedrag: 3 miljoen EUR

Maximale steunintensiteit

Overeenkomstig artikel 4, leden 2 tot en met 6, en artikel 5 van de verordening

Datum van tenuitvoerlegging

1 januari 2005

Duur van de steunregeling

Tot 31 december 2007

Doelstelling van de steun

Steun aan KMO's

Economische sectoren

Alle sectoren komen in aanmerking voor KMO-steun

Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent

Naam:

Indre Helgeland Regionråd

Adres:

Postboks 10

8648 Korgen

Individuele verlening van aanzienlijke steun

Overeenkomstig artikel 6 van de verordening


1.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 304/35


Beknopte informatie van de EVA-staten betreffende overheidssteun die wordt verleend onder Bijlage XV, punt 1g van de EER-Overeenkomst (Verordening (EG) nr. 2204/2002 van de Commissie, betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor werkgelegenheid)

(2005/C 304/13)

Nummer van de steunmaatregel

Werkgelegenheidssteun 1/2005 — Noorwegen

EVA-staat

Noorwegen

Regio

Troms

Benaming van de steunregeling

Actieplan voor bedrijfsontwikkeling in Troms 2004-2007 (Handlingsplan for næringsrettede utviklingstiltak i Troms 2004-2007)

Regionaal ontwikkelingsprogramma voor Troms 2004-2007 (Regionalt utviklingsprogram for Troms 2004-2007)

Rechtsgrond

Transfers to Troms fylkeskommune, the State Budget (St. prp. No 1 2004-2005), post No 551.61 and 551.60

Voorziene jaarlijkse uitgaven krachtens de regeling

Totaal jaarlijks bedrag: 5 miljoen EUR

Maximale steunintensiteit

In overeenstemming met artikel 4, leden 2 tot en met 5, en de artikelen 5 en 6 van de verordening

Datum van tenuitvoerlegging

15 november 2004

Duur van de regeling

Tot 31 december 2007

Doelstelling van de steun

Schepping van werkgelegenheid, indienstneming van benadeelde en gehandicapte werknemers en tewerkstelling van gehandicapte werknemers

Economische sectoren

—

Alle sectoren van de Gemeenschap (1) komen in aanmerking voor werkgelegenheidssteun

—

Alle be- en verwerkende industrie (1)

—

Alle diensten (1)

—

Andere

Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent

Naam:

Troms fylkeskommune

Adres:

Postboks 6600

9296 Tromsø

Individuele verlening van aanzienlijke steun

Overeenkomstig artikel 9 van de verordening


(1)  Met uitzondering van de scheepsbouwsector, en andere sectoren waarvoor in verordeningen en richtlijnen bijzondere regels betreffende alle staatssteun in de sector zijn vastgesteld.


1.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 304/36


Goedkeuring van steunmaatregelen van de Staten overeenkomstig artikel 61 van de EER-Overeenkomst en artikel 1, lid 3, van Protocol 3 bij de Overeenkomst tussen de EVA-Staten betreffende de oprichting van een Toezichthoudende Autoriteit en een Hof van Justitie

Besluit van de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA om geen bezwaar te maken

(2005/C 304/14)

Datum waarop het besluit is genomen:

EVA-staat: Noorwegen

Nummer van de steunmaatregel: Zaak 56573

Benaming: Steunregeling voor de vermindering van stikstofoxide-emissies van schepen in het Noorse scheepsregister

Doelstelling: De regeling is vooral gericht op milieubescherming door vermindering van de stikstofoxide-uitstoot van schepen. Het is de bedoeling de financiering te vergemakkelijken van maatregelen ter vermindering van stikstofoxide-emissies, met inbegrip van de aankoop van nieuwe motoren voor schepen

Rechtsgrondslag: Parliament decision nr 124 of 9 December 2003 (in case nr 2, published in the Parliament journal (Stortingstidende) page 1046-1053, 1071-1073), proposed by The Standing Committee on Business and Industry 3 December 2003 (Proposed decision IV of Innst.S.nr.71 (2003-2004))

Begrotingsmiddelen/Looptijd: 500 miljoen NOK voor leningen en 75 miljoen NOK voor rentesubsidies. De regeling loopt tot 31 december 2005

De tekst van de beschikking in de authentieke ta(a)l(en), waaruit de vertrouwelijke gegevens zijn geschrapt, is beschikbaar op site:

http://www.eftasurv.int/fieldsofwork/fieldstateaid/stateaidregister


1.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 304/37


Mededeling van Noorwegen in verband met Richtlijn 94/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 1994 betreffende de voorwaarden voor het verlenen en het gebruik maken van vergunningen voor de prospectie, de exploratie en de productie van koolwaterstoffen

Bekendmaking van een uitnodiging tot het indienen van aanvragen voor vergunningen voor oliewinning op het Noors continentaal plat — negentiende gunningsronde

(2005/C 304/15)

Het Noorse ministerie van Olie en Energie maakt bij deze — overeenkomstig artikel 3, lid 2, onder a), van Richtlijn 94/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 1994 betreffende de voorwaarden voor het verlenen en het gebruik maken van vergunningen voor de prospectie, de exploratie en de productie van koolwaterstoffen — een uitnodiging bekend tot het indienen van aanvragen voor vergunningen voor oliewinning op het Noors continentaal plat.

Aanvragen voor vergunningen voor oliewinning moeten worden ingediend bij:

Ministerie van Olie en Energie

P.O. Box 8148 Dep.

N-0033 Oslo

vóór 15 november 2005 om twaalf uur 's middags of uiterlijk negentig dagen na publicatie van deze bekendmaking in het Publicatieblad, indien dat tijdstip later valt.

De toewijzing van vergunningen voor oliewinning op het Noorse continentaal plat in het kader van de negentiende gunningsronde zal naar verwachting in het eerste kwartaal van 2006 plaatsvinden.

Nadere inlichtingen zijn te verkrijgen bij het ministerie van Olie en Energie, op volgend telefoonnummer: (47) 22 24 63 33.


EVA-Hof

1.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 304/38


Verzoek om een advies van het EVA-Hof door Héraðsdómur Reykjavíkur bij beschikking van die rechtbank van 4 mei 2005 in de zaak HOB-vín ehf/de IJslandse Staat en het IJslands staatsbedrijf voor alcohol en tabak

(Zaak E-4/05)

(2005/C 304/16)

Bij beschikking van 4 mei 2005, ter griffie van het Hof ontvangen op 17 juni 2005, heeft Héraðsdómur Reykjavíkur (arrondissementsrechtbank Reykjavik), IJsland, verzocht om een advies in de zaak HOB-vín ehf./de IJslandse Staat en het IJslands staatsbedrijf voor alcohol en tabak, betreffende de volgende vragen:

1.

Staan de artikelen 11 en 16 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte er aan in de weg dat een staatsbedrijf, dat het uitsluitend recht bezit op de detailverkoop van alcoholische dranken, van zijn leveranciers eist dat zij deze onderneming alcoholische dranken voor detailverkoop op een specifiek type pallet (EUR pallet) leveren en dat de prijs van het pallet bovendien in de prijs van het product is inbegrepen?

2.

Staat artikel 59 van de Overeenkomst aan dergelijke vereisten in de weg?