|
ISSN 1725-2474 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 304 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Mededelingen en bekendmakingen |
48e jaargang |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst |
|
NL |
|
I Mededelingen
Raad
|
1.12.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 304/1 |
Conclusies van de Raad inzake de versterking van de Europese vermogens op het gebied van civiele bescherming
(2005/C 304/01)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
|
1. |
GEZIEN:
|
|
2. |
INDACHTIG HET FEIT dat de financiële implicaties van de voorgestelde verbeteringen en in het bijzonder van het voorstel tot instelling van een instrument voor snelle respons en paraatheid bij ernstige noodsituaties moeten passen binnen het financiële kader voor de periode 2007-2013 en in overeenstemming moeten zijn met het subsidiariteitsbeginsel. |
|
3. |
BEVESTIGT de noodzaak om een „snelle-reactievermogen van de Europese Unie” te ontwikkelen om te kunnen reageren op natuurlijke of door mensenhand veroorzaakte rampen binnen of buiten de Unie, dat steunt op nationale middelen en op teams die getraind zijn om samen te werken. |
|
4. |
IS VERHEUGD OVER de algemene strekking van de mededeling van de Commissie „Verbetering van het communautair mechanisme voor civiele bescherming”, waarin voor de korte en middellange termijn voorstellen worden gedaan om de Europese samenwerking in het kader van het mechanisme voor civiele bescherming te versterken. |
|
5. |
VERZOEKT de Commissie om, samen met de lidstaten en binnen de eigen bevoegdheden, de Europese samenwerking bij civiele bescherming te verbeteren en daarbij het mechanisme voor civiele bescherming van de Gemeenschap te versterken, om te waarborgen dat de Europese Unie bij alle soorten noodsituaties binnen en buiten de Unie snel en doeltreffend bijstand kan verstrekken op het gebied van civiele bescherming. |
|
6. |
BENADRUKT de algemene rol en verantwoordelijkheid van de Verenigde Naties bij het coördineren, in voorkomend geval, van internationale hulp bij civiele bescherming in derde landen. De EU moet de vermogens van de VN bij het coördineren van acties op het gebied van civiele bescherming in derde landen ondersteunen. In dat opzicht zou het snelle-reactievermogen van de Europese Unie ertoe kunnen bijdragen dat de VN over meer capaciteit beschikt om snel actie te ondernemen wanneer zich humanitaire rampen voordoen. |
|
7. |
SPOORT de Commissie aan om, samen met de lidstaten en binnen de eigen bevoegdheden, verder te werken aan een modulaire aanpak middels een programma met scenario's, vermogensevaluatie, operationele plannen, opleiding en oefeningen en gemeenschappelijke methoden voor risicobeoordeling, gebundeld in een alle risico's omvattende aanpak, die zowel natuurlijke als door mensenhand veroorzaakte rampen, met inbegrip van terrorisme, bestrijkt. Dit programma moet aanzetten tot actie op basis van het subsidiariteits- en complementariteitsbeginsel en het beginsel van optreden onder de nationale verantwoordelijkheid. De aangegeven modules voor civiele bescherming maken deel uit van een reeks sterke troeven in het snelle-reactievermogen van de EU en zullen onafhankelijk of samen met of ter ondersteuning van andere organen van de EU of internationale instellingen kunnen functioneren. |
|
8. |
BENADRUKT dat evaluaties, waarin risicobeoordelingen worden verwerkt, analyses van de tekortkomingen en de in noodsituaties opgedane ervaringen, de basis vormen voor besluiten over de verbetering van het reactievermogen van de EU. |
|
9. |
MOEDIGT de Commissie en de lidstaten AAN om op korte termijn voort te werken aan de volgende prioritaire terreinen:
|
|
10. |
NEEMT MET BELANGSTELLING KENNIS van het aanbod van de Commissie om het waarnemings- en informatiecentrum (WIC) beschikbaar te stellen voor de Europese consulaire samenwerking met het oog op bijstand aan EU-burgers die in derde landen slachtoffer van rampen zijn geworden. |
|
11. |
VERZOEKT de Commissie zo spoedig mogelijk meer uitgewerkte voorstellen in te dienen over versterking van het preventief optreden, en zich daarbij te laten inspireren door het Actieprogramma civiele bescherming (10), het Actiekader van Hyogo 2005-2016 (11) en het Actieplan van de Europese Unie met betrekking tot de zeebeving en de tsunami in de Indische Oceaan (12), en verbetering van de systemen voor opsporing en vroegtijdige waarschuwing, in het bijzonder met betrekking tot de Middellandse Zee en de Atlantische Oceaan. |
|
12. |
VERZOEKT de Commissie zo spoedig mogelijk en uiterlijk in oktober 2005 verdere wetgevingsvoorstellen in te dienen voor de verbetering van de samenwerking bij civiele bescherming, met inbegrip van het communautair mechanisme, waarin met bovenstaande conclusies rekening wordt gehouden. |
|
13. |
KOMT vóór eind 2005 terug op het hele vraagstuk van het snelle-reactievermogen van de Europese Unie. |
(1) 5187/05.
(2) 5788/05.
(3) 11549/04.
(4) 15232/04.
(5) 8430/05 - COM(2005) 137 def.
(6) 8382/05 - COM(2005) 153 def.
(7) 8204/05.
(8) 8961/1/05 REV 1.
(9) 10255/05.
(10) Beschikking 1999/847/EG van de Raad van 9 december 1999 betreffende een communautair actieprogramma voor civiele bescherming (PB L 327 van 21.12.1999, blz. 53), gewijzigd bij Beschikking 2005/12/EG van de Raad van 20 december 2004 (PB L 6 van 8.1.2005).
(11) Resolutie over het Actiekader van Hyogo 2005-2015: Voortbouwend op de veerkracht van naties en gemeenschappen na rampen, op 22 januari 2005 aangenomen door de Wereld-conferentie voor rampenpreventie (A.CONF.206/6).
(12) 5788/05.
Commissie
|
1.12.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 304/3 |
Wisselkoersen van de euro (1)
30 november 2005
(2005/C 304/02)
1 euro=
|
|
Munteenheid |
Koers |
|
USD |
US-dollar |
1,1769 |
|
JPY |
Japanse yen |
140,8 |
|
DKK |
Deense kroon |
7,4537 |
|
GBP |
Pond sterling |
0,68215 |
|
SEK |
Zweedse kroon |
9,5272 |
|
CHF |
Zwitserse frank |
1,5485 |
|
ISK |
IJslandse kroon |
74,39 |
|
NOK |
Noorse kroon |
7,9715 |
|
BGN |
Bulgaarse lev |
1,9558 |
|
CYP |
Cypriotische pond |
0,5735 |
|
CZK |
Tsjechische koruna |
28,933 |
|
EEK |
Estlandse kroon |
15,6466 |
|
HUF |
Hongaarse forint |
252,67 |
|
LTL |
Litouwse litas |
3,4528 |
|
LVL |
Letlandse lat |
0,6963 |
|
MTL |
Maltese lira |
0,4293 |
|
PLN |
Poolse zloty |
3,9085 |
|
RON |
Roemeense leu |
3,6598 |
|
SIT |
Sloveense tolar |
239,5 |
|
SKK |
Slowaakse koruna |
37,893 |
|
TRY |
Turkse lira |
1,5986 |
|
AUD |
Australische dollar |
1,5925 |
|
CAD |
Canadese dollar |
1,3741 |
|
HKD |
Hongkongse dollar |
9,1263 |
|
NZD |
Nieuw-Zeelandse dollar |
1,6737 |
|
SGD |
Singaporese dollar |
1,9925 |
|
KRW |
Zuid-Koreaanse won |
1 216,33 |
|
ZAR |
Zuid-Afrikaanse rand |
7,6332 |
|
CNY |
Chinese yuan renminbi |
9,5098 |
|
HRK |
Kroatische kuna |
7,383 |
|
IDR |
Indonesische roepia |
11 810,19 |
|
MYR |
Maleisische ringgit |
4,4457 |
|
PHP |
Filipijnse peso |
63,682 |
|
RUB |
Russische roebel |
33,918 |
|
THB |
Thaise baht |
48,522 |
Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.
|
1.12.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 304/4 |
Bericht van inleiding van een herziening n.a.v. het vervallen van de compenserende maatregelen die van toepassing zijn bij de invoer van polyethyleentereftalaat uit onder andere India
(2005/C 304/03)
Na de publicatie van het bericht van het naderend vervallen (1) van de compenserende maatregelen die gelden bij de invoer van polyethyleentereftalaat uit onder andere India (hierna „het betrokken land” genoemd), heeft de Commissie een verzoek om een herziening ontvangen, overeenkomstig artikel 18 van Verordening (EG) nr. 2026/97 van de Raad betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (hierna „de basisverordening” genoemd) (2), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 461/2004 van de Raad (3).
1. Verzoek
Het verzoek werd op 30 augustus 2005 ingediend door het Polyethylene Terephtalate (PET) Committee of Plastics Europe (hierna „de indiener” genoemd), namens producenten die een groot deel, in dit geval meer dan 90 %, vertegenwoordigen van de totale productie van polyethyleentereftalaat in de Gemeenschap.
2. Product
Het verzoek heeft betrekking op polyethyleentereftalaat („PET”) met een viscositeitscoëfficient van 78 ml/g of meer volgens de DIN-norm (Deutsche Industrienorm) 53728, ingedeeld onder GN-code 3907 60 20 („het betrokken product”) van oorsprong uit India. De GN-code wordt slechts ter informatie vermeld.
3. Thans geldende maatregelen
Momenteel gelden definitieve compenserende rechten die werden ingesteld bij Verordening (EG) nr. 2603/2000 van de Raad (4), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1645/2005 van de Raad (5) alsmede verbintenissen die werden aanvaard bij Besluit 2000/745/EG van de Commissie (6), laatstelijk gewijzigd bij Besluit 2005/697/EG van de Commissie (7).
4. Motivering
De indiener verstrekt bewijzen dat het vervallen van de maatregelen zou leiden tot een voortzetting dan wel herhaling van de subsidiëring en schade.
Er wordt aangevoerd dat de producenten van het betrokken product door de Indiase overheid een aantal subsidies werden verleend en verder zullen worden verleend. Deze subsidies zouden verleend worden in het kader van de volgende regelingen: bedrijven in speciale economische zones/exportgerichte bedrijven, voorafgaande vergunningen, duty entitlement passbook, vrijstelling van vennootschapsbelasting, kapitaalgoederen-exportbevordering, exportkrediet, stimuleringsmaatregelen van de overheid van Maharashtra, stimuleringsmaatregelomzetbelasting in Gujarat, vrijstelling van de elektriciteitsheffing in Gujarat en stimuleringsmaatregelen in West-Bengalen.
De subsidiemarge is naar raming aanzienlijk.
Naar verluidt zijn de vorengenoemde regelingen subsidies omdat het in al deze gevallen gaat om een financiële bijdrage van de Indiase overheid of andere regionale overheden die de ontvangers, namelijk de exporteurs/producenten van polyethyleentereftalaat, een voordeel oplevert. Deze subsidies zouden van exportprestaties afhankelijk zijn en daarom specifiek zijn, dan wel anderszins specifiek zijn, en in beide gevallen aanleiding geven tot compenserende maatregelen.
De indiener van het verzoek beweert voorts dat door de subsidiëring waarschijnlijk weer schade zal ontstaan. In dit verband legt hij bewijzen voor waaruit blijkt dat de huidige invoer van het betrokken product bij een intrekking van de maatregelen waarschijnlijk zou stijgen aangezien het betrokken land beschikt over onbenutte capaciteit en recentelijk in capaciteit heeft geïnvesteerd.
Bovendien beweert de indiener van het verzoek dat de EG-producenten hoofdzakelijk door de maatregelen geen schade meer lijden. Indien deze maatregelen vervallen en het betrokken product weer in aanzienlijke hoeveelheden tegen gesubsidieerde prijzen uit het betrokken land wordt ingevoerd, zal de bedrijfstak van de Gemeenschap waarschijnlijk opnieuw schade lijden.
5. Procedure
Na overleg in het Raadgevend Comité is de Commissie tot de conclusie gekomen dat er voldoende bewijsmateriaal is om een herzieningsprocedure n.a.v. het vervallen van de maatregelen in te leiden en opent zij hierbij een onderzoek overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening.
5.1. Procedure om vast te stellen of het waarschijnlijk is dat subsidiëring en schade opnieuw zullen optreden
Bij het onderzoek zal worden vastgesteld of het al dan niet waarschijnlijk is dat de subsidiëring en schade aanhouden of zich opnieuw voordoen indien de maatregelen vervallen.
a) Steekproeven
Daar kennelijk een groot aantal bedrijven bij deze procedure is betrokken, kan de Commissie gebruik maken van steekproeven overeenkomstig artikel 27 van de basisverordening.
i) Steekproef voor het onderzoek naar subsidiëring in India
Om te kunnen beoordelen of het noodzakelijk is van een steekproef gebruik te maken en, indien dit het geval is, deze te kunnen samenstellen, verzoekt de Commissie alle producenten/exporteurs, of hun vertegenwoordigers, binnen de onder punt 6 b) i) vermelde termijn en op de onder punt 7 vermelde wijze contact met haar op te nemen en haar de volgende gegevens over hun bedrijf of bedrijven te verstrekken:
|
— |
naam, adres, e-mailadres, telefoon- en faxnummer en naam van een contactpersoon; |
|
— |
de hoeveelheden in ton van het betrokken product die in de periode van 1 oktober 2004 tot en met 30 september 2005 naar de EU en naar andere landen (separaat) werden uitgevoerd en de waarde van deze export in plaatselijke valuta; |
|
— |
de hoeveelheid in ton van het betrokken product die in de periode van 1 oktober 2004 tot en met 30 september 2005 op de binnenlandse markt is verkocht en de waarde van die verkoop in plaatselijke valuta; |
|
— |
of om de vaststelling van een individuele subsidiemarge zal worden verzocht (alleen producenten kunnen dit aanvragen (8)); |
|
— |
een nauwkeurige omschrijving van de activiteiten van de onderneming in verband met de vervaardiging van het betrokken product met opgave van de desbetreffende productie in ton, de productiecapaciteit en de investeringen in productiecapaciteit in de periode van 1 oktober 2004 tot en met 30 september 2005; |
|
— |
de namen en een nauwkeurige omschrijving van de activiteiten van alle verbonden bedrijven (9) die betrokken zijn bij de productie en/of verkoop (in binnen- en buitenland) van het betrokken product; |
|
— |
de vermelding of het bedrijf als exportgericht bedrijf is erkend; |
|
— |
de vermelding of het bedrijf in een speciale economische zone gevestigd is; |
|
— |
alle andere inlichtingen die de Commissie bij het samenstellen van de steekproef van nut kunnen zijn; |
|
— |
door het verstrekken van deze gegevens, geeft het bedrijf te kennen bereid te zijn in de steekproef te worden opgenomen. Indien het bedrijf in de steekproef wordt opgenomen, betekent dit dat het een vragenlijst moet beantwoorden en dat de antwoorden ter plaatse zullen worden gecontroleerd. Indien het bedrijf zich niet bereid verklaart in de steekproef te worden opgenomen, wordt het geacht geen medewerking te verlenen aan het onderzoek. De gevolgen van het niet-verlenen van medewerking zijn vermeld onder punt 8. |
Om de informatie te verkrijgen die zij voor het samenstellen van de steekproef van producenten/exporteurs nodig acht, zal de Commissie bovendien contact opnemen met de autoriteiten van het exporterende land en de haar bekende organisaties van producenten/exporteurs.
ii) Steekproef van importeurs
Om te kunnen beoordelen of het noodzakelijk is van een steekproef gebruik te maken en, indien dit het geval is, deze te kunnen samenstellen, verzoekt de Commissie alle importeurs, of hun vertegenwoordigers, binnen de onder punt 6 b) i) vermelde termijn en op de onder punt 7 vermelde wijze contact met haar op te nemen en haar de volgende gegevens over hun bedrijf of bedrijven te verstrekken:
|
— |
naam, adres, e-mailadres, telefoon- en faxnummer en naam van een contactpersoon; |
|
— |
de totale omzet van het bedrijf, in euro, in de periode van 1 oktober 2004 tot en met 30 september 2005; |
|
— |
het totale aantal werknemers; |
|
— |
een nauwkeurige omschrijving van de activiteiten van het bedrijf in verband met het betrokken product; |
|
— |
de hoeveelheid in ton van het betrokken product uit India die in de periode van 1 oktober tot en met 30 september 2005 in de Gemeenschap is ingevoerd en doorverkocht en de waarde van die verkoop in euro; |
|
— |
de namen en een nauwkeurige omschrijving van de activiteiten van alle verbonden bedrijven (10) die betrokken zijn bij de productie en/of verkoop van het betrokken product; |
|
— |
alle andere inlichtingen die de Commissie bij het samenstellen van de steekproef van nut kunnen zijn; |
|
— |
door het verstrekken van deze gegevens, geeft het bedrijf te kennen bereid te zijn in de steekproef te worden opgenomen. Indien het bedrijf in de steekproef wordt opgenomen, betekent dit dat het een vragenlijst moet beantwoorden en dat de antwoorden ter plaatse zullen worden gecontroleerd. Indien het bedrijf zich niet bereid verklaart in de steekproef te worden opgenomen, wordt het geacht geen medewerking te verlenen aan het onderzoek. De gevolgen van het niet-verlenen van medewerking zijn vermeld onder punt 8. |
Om de informatie te verkrijgen die zij voor het samenstellen van de steekproef van importeurs nodig heeft, zal de Commissie bovendien contact opnemen met de haar bekende organisaties van importeurs.
iii) Steekproef van EU-producenten
Gezien het grote aantal EU-producenten dat het verzoek steunt, is de Commissie voornemens bij het onderzoek naar de schade gebruik te maken van een steekproef.
In verband hiermee verzoekt de Commissie de EU-producenten haar binnen de onder punt 6 b) i) vermelde termijn de volgende gegevens over hun bedrijf of bedrijven te doen toekomen:
|
— |
naam, adres, e-mailadres, telefoon- en faxnummer en naam van een contactpersoon; |
|
— |
de totale omzet van het bedrijf, in euro, in de periode van 1 oktober 2004 tot en met 30 september 2005; |
|
— |
een nauwkeurige beschrijving van de activiteiten van het bedrijf in verband met de productie van het betrokken product en de hoeveelheid in ton van het betrokken product in de periode van 1 oktober 2004 tot en met 30 september 2005, |
|
— |
de waarde (in euro) van de verkoop van het betrokken product in de EU in de periode van 1 oktober 2004 tot en met 30 september 2005; |
|
— |
de hoeveelheid in ton van het betrokken product die in de periode van 1 oktober 2004 tot en met 30 september 2005 in de EU is verkocht; |
|
— |
de hoeveelheid in ton van het betrokken product die in de periode van 1 oktober 2004 tot 30 september 2005 werd geproduceerd; |
|
— |
de namen en een nauwkeurige omschrijving van de activiteiten van alle verbonden bedrijven (11) die betrokken zijn bij de productie en/of verkoop van het betrokken product; |
|
— |
alle andere inlichtingen die de Commissie bij het samenstellen van de steekproef van nut kunnen zijn; |
|
— |
door het verstrekken van deze gegevens, geeft het bedrijf te kennen bereid te zijn in de steekproef te worden opgenomen. Indien het bedrijf in de steekproef wordt opgenomen, betekent dit dat het een vragenlijst moet beantwoorden en dat de antwoorden ter plaatse zullen worden gecontroleerd. Indien het bedrijf zich niet bereid verklaart in de steekproef te worden opgenomen, wordt het geacht geen medewerking te verlenen aan het onderzoek. De gevolgen van het niet-verlenen van medewerking zijn vermeld onder punt 8. |
iv) Definitieve samenstelling van de steekproeven
Op- of aanmerkingen over het samenstellen van de steekproeven moeten binnen de in punt 6 b) ii) vermelde termijn worden toegezonden.
De Commissie zal de steekproeven definitief samenstellen na de bedrijven te hebben geraadpleegd die zich bereid hebben verklaard daarin te worden opgenomen.
De in de steekproef opgenomen bedrijven moeten een vragenlijst beantwoorden binnen de in punt 6 b) iii) vermelde termijn en medewerking verlenen bij het onderzoek.
Indien onvoldoende medewerking wordt verleend, kan de Commissie haar bevindingen, overeenkomstig artikel 27, lid 4, en artikel 28 van de basisverordening, op de beschikbare gegevens baseren. Op de beschikbare gegevens gebaseerde bevindingen kunnen voor de betrokkene minder gunstig zijn (zie ook punt 8).
b) Vragenlijsten
Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek nodig heeft, zal de Commissie de volgende partijen die in het verzoek zijn genoemd of medewerking hebben verleend aan het onderzoek dat heeft geleid tot de thans geldende maatregelen vragenlijsten toezenden: de producenten van de Gemeenschap die in de steekproef zijn opgenomen en organisaties van producenten van de Gemeenschap, de Indiase exporteurs/producenten die in de steekproef zijn opgenomen en organisaties van exporteurs/producenten, de importeurs die in de steekproef zijn opgenomen en organisaties van importeurs, de autoriteiten van het land van uitvoer.
c) Het schriftelijk en mondeling verstrekken van inlichtingen
Alle belanghebbenden worden verzocht hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten en de Commissie andere gegevens dan de antwoorden op de vragenlijst alsmede bewijsmateriaal toe te zenden. Deze gegevens en het bewijsmateriaal moeten binnen de in punt 6 a) ii) genoemde termijn door de Commissie zijn ontvangen.
Verder zal de Commissie de partijen horen die hierom verzoeken De desbetreffende verzoeken moeten binnen de in punt 6 a) iii) genoemde termijn worden ingediend.
5.2. Procedure voor de beoordeling van het belang van de EU
Indien wordt bevestigd dat de subsidiëring en schade zullen worden voortgezet of zich zullen herhalen, zal overeenkomstig artikel 31 van de basisverordening worden nagegaan of de handhaving dan wel intrekking van de compenserende maatregelen niet tegen het belang van de Gemeenschap indruist. Derhalve kunnen de producenten van de bedrijfstak van de Gemeenschap, de importeurs en representatieve organisaties van de producenten en importeurs, representatieve verwerkende bedrijven en representatieve consumentenverenigingen die kunnen aantonen dat er een objectieve band is tussen hun activiteiten en het betrokken product, binnen de in punt 6 a) ii), genoemde algemene termijn contact opnemen met de Commissie en inlichtingen verstrekken. Deze partijen kunnen binnen de onder punt 6 a) iii) vermelde termijn om een mondeling onderhoud verzoeken onder opgave van de redenen waarom zij gehoord willen worden. Met informatie die op grond van artikel 31 wordt verstrekt wordt slechts rekening gehouden indien daarbij, op het moment dat deze wordt verstrekt, het nodige bewijsmateriaal is gevoegd.
6. Termijnen
a) Algemene termijnen
i) Om een vragenlijst aan te vragen
Belanghebbenden die geen medewerking hebben verleend aan het onderzoek dat tot de maatregelen heeft geleid die thans worden herzien, dienen zo spoedig mogelijk en uiterlijk 15 dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie, een vragenlijst aan te vragen.
ii) Om contact op te nemen en de Commissie antwoorden op de vragenlijst en andere gegevens toe te zenden
Belanghebbenden die wensen dat bij het onderzoek met hun opmerkingen rekening wordt gehouden, moeten binnen 40 dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie, tenzij anders vermeld, contact met de Commissie opnemen, hun standpunt uiteenzetten en de Commissie de antwoorden op de vragenlijst en eventuele andere gegevens doen toekomen. Er wordt op gewezen dat de partijen de meeste in de basisverordening vermelde procedurele rechten slechts kunnen uitoefenen indien zij zich binnen de genoemde termijn bij de Commissie aanmelden.
De in de steekproef opgenomen bedrijven moeten de Commissie de antwoorden op de vragenlijst binnen de in punt 6 b iii) vermelde termijn doen toekomen.
iii) Om een mondeling onderhoud aan te vragen
Binnen dezelfde termijn van 40 dagen kunnen belanghebbenden ook verzoeken door de Commissie te worden gehoord.
b) Bijzondere termijn voor het samenstellen van de steekproef
|
i) |
De in punt 5.1 a) i), ii) en iii) bedoelde gegevens dienen door de Commissie te zijn ontvangen uiterlijk 15 dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie, daar de Commissie voornemens is de bedrijven die zich bereid hebben verklaard in de steekproef te worden opgenomen binnen 21 dagen na de bekendmakingvan dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie te raadplegen over de definitieve samenstelling van de steekproef. |
|
ii) |
Alle andere gegevens die voor het samenstellen van de steekproef van nut kunnen zijn, als bedoeld in punt 5.1 a) iv), moeten door de Commissie zijn ontvangen binnen 21 dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie. |
|
iii) |
De antwoorden op de vragenlijst van de in de steekproef opgenomen bedrijven moeten binnen 37 dagen nadat deze bedrijven van hun opname in de steekproef in kennis werden gesteld door de Commissie zijn ontvangen. |
7. Schriftelijke opmerkingen, antwoorden op de vragenlijst en andere correspondentie
Alle opmerkingen en verzoeken moeten schriftelijk worden ingediend (niet elektronisch, tenzij anders vermeld) onder opgave van naam, adres, e-mailadres, telefoon- en faxnummer van de belanghebbende. Alle schriftelijke gegevens — met inbegrip van de gegevens waarom in dit bericht wordt verzocht — of antwoorden op de vragenlijst en correspondentie die vertrouwelijk zijn, moeten als „Limited” (12) gemerkt worden en overeenkomstig artikel 29, lid 2, van de basisverordening, vergezeld gaan van een niet-vertrouwelijke versie waarop is vermeld „FOR INSPECTION BY INTERESTED PARTIES”.
Correspondentieadres van de Commissie
|
Europese Commissie |
|
Directoraat-generaal Handel |
|
Directoraat B |
|
Kantooradres: J-79 5/16 |
|
BE-1049 Brussel |
|
Fax: (32-2) 295 65 05 |
8. Niet-medewerking
Indien belanghebbenden geen toegang verlenen tot de nodige gegevens, deze niet binnen de gestelde termijn verstrekken of het onderzoek ernstig belemmeren kunnen, overeenkomstig artikel 28 van de basisverordening, positieve of negatieve conclusies worden getrokken op grond van de beschikbare gegevens.
De Commissie kan door belanghebbenden verstrekte gegevens, indien deze onjuist of misleidend blijken te zijn, buiten beschouwing laten en van de beschikbare gegevens gebruik maken. Indien een belanghebbende geen — of slechts gedeeltelijk — medewerking verleent, en de bevindingen daarom op de beschikbare gegevens worden gebaseerd overeenkomstig artikel 28 van de basisverordening, kan het resultaat voor die belanghebbende ongunstiger zijn dan wanneer hij wel medewerking had verleend.
9. Tijdschema van het onderzoek
Het onderzoek zal overeenkomstig artikel 22, lid 1, van de basisverordening binnen 15 maanden na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie worden beëindigd.
(1) PB C 52 van 2.3.2005, blz. 2.
(2) PB L 288 van 21.10.1997, blz. 1.
(3) PB L 77 van 13.3.2004, blz. 12.
(4) PB L 301 van 30.11.2000, blz. 1.
(5) PB L 266 van 11.10.2005, blz. 1.
(6) PB L 301 van 30.11.2000, blz. 88.
(7) PB L 266 van 11.10.2005, blz. 62.
(8) Niet in de steekproef opgenomen ondernemingen kunnen om de vaststelling van een individuele marge verzoeken op grond van artikel 27, lid 3, van de basisverordening.
(9) Voor de betekenis van het begrip „verbonden bedrijf” zie artikel 143 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie tot vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van het Communautair Douanewetboek, zoals gewijzigd (PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1).
(10) Voor de betekenis van het begrip „verbonden bedrijf” zie artikel 143 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie tot vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van het communautair douanewetboek, zoals gewijzigd (PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1).
(11) Voor de betekenis van het begrip „verbonden bedrijf” zie artikel 143 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie tot vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van het communautair douanewetboek, zoals gewijzigd (PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1).
(12) Dit betekent dat de documenten slechts voor intern gebruik zijn bestemd. De inhoud ervan is beschermd overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement en de Raad (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43). Deze documenten zijn vertrouwelijk in de zin van artikel 29 van de basisverordening en artikel 12 van de WTO-Overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen.
|
1.12.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 304/9 |
Bericht van inleiding van een tussentijdse herziening naar aanleiding van het vervallen van de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn bij de invoer van polyethyleentereftalaat uit India, Indonesië, de Republiek Korea, Maleisië, Taiwan en Thailand en van een gedeeltelijke tussentijdse herziening van de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn bij de invoer van polyethyleentereftalaat uit de Republiek Korea en Taiwan
(2005/C 304/04)
Na de publicatie van het bericht van het naderend vervallen (1) van de antidumpingmaatregelen die gelden bij de invoer van polyethyleentereftalaat uit India, Indonesië, de Republiek Korea, Maleisië, Taiwan en Thailand (hierna „de betrokken landen” genoemd), heeft de Commissie een verzoek om een herziening ontvangen overeenkomstig artikel 11, lid 2 en artikel 11, lid 3, van Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (hierna „de basisverordening” genoemd) (2), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 461/2004 van de Raad (3).
1. Verzoek
Het verzoek werd op 30 augustus 2005 ingediend door het Polyethylene Terephthalate (PET) Committee of PlasticsEurope (hierna „de indiener” genoemd) namens producenten die een groot deel, in dit geval meer dan 90 %, vertegenwoordigen van de totale productie van polyethyleentereftalaat in de Gemeenschap.
2. Product
Het verzoek heeft betrekking op polyethyleentereftalaat (PET) met een viscositeitscoëfficiënt van 78 ml/g of meer volgens de DIN-norm (Deutsche Industrienorm) 53728, ingedeeld onder GN-code 3907 60 20 uit India, Indonesië, de Republiek Korea, Maleisië, Taiwan en Thailand („het betrokken product”). De GN-code wordt slechts ter informatie vermeld.
3. Geldende maatregelen
Momenteel gelden een definitief antidumpingrecht dat werd ingesteld bij Verordening (EG) nr. 2604/2000 van de Raad (4), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1646/2005 van de Raad (5), alsmede verbintenissen die werden aanvaard bij Besluit 2000/745/EG van de Commissie (6), laatstelijk gewijzigd bij Besluit 2005/697/EG van de Commissie (7).
4. Motivering van de herzieningen
4.1. De herziening naar aanleiding van het vervallen van de maatregelen
Het verzoek is gebaseerd op het feit dat het vervallen van de maatregelen waarschijnlijk zou resulteren in een voortzetting dan wel herhaling van de dumping en schade voor de bedrijfstak van de Gemeenschap.
Voor de Republiek Korea en voor Taiwan is de bewering dat de dumping zou worden voortgezet gebaseerd op de vergelijking van een berekende normale waarde met de prijzen van het betrokken product bij uitvoer naar de Gemeenschap.
Op deze basis zijn de voor de Republiek Korea en Taiwan berekende dumpingmarges aanzienlijk.
Om aan te tonen dat de dumping zich waarschijnlijk zou herhalen, heeft de indiener voor India gebruik gemaakt van de prijzen bij uitvoer naar Turkije, Roemenië, de Verenigde Arabische Emiraten, Israël, Algerije, en de Verenigde Staten van Amerika omdat momenteel geen grote hoeveelheden uit India in de EU worden ingevoerd.
Voor Indonesië heeft de indiener gebruik gemaakt van de prijzen bij uitvoer naar Japan, de Verenigde Staten van Amerika, Maleisië, Australië en Turkije om aan te tonen dat de dumping zich waarschijnlijk zou herhalen, omdat momenteel geen grote hoeveelheden uit Indonesië in de EU worden ingevoerd.
Voor Maleisië heeft de indiener gebruik gemaakt van de prijzen bij uitvoer naar Iran om aan te tonen dat de dumping zich waarschijnlijk zou herhalen, omdat momenteel geen grote hoeveelheden uit Maleisië in de EU worden ingevoerd.
Voor Thailand heeft de indiener gebruik gemaakt van de prijzen bij uitvoer naar Japan en de Verenigde Staten van Amerika om aan te tonen dat de dumping zich waarschijnlijk zou herhalen, omdat momenteel geen grote hoeveelheden uit Thailand in de EU worden ingevoerd.
Voor India, Indonesië, Maleisië en Thailand is de bewering dat de dumping zich zou herhalen gebaseerd op de vergelijking van een berekende normale waarde met de prijzen van het betrokken product bij uitvoer naar de vorengenoemde derde landen.
Op basis van deze vergelijkingen van de normale waarden met uitvoerprijzen, waaruit dumping blijkt voor India, Indonesië, Maleisië en Thailand, voert de indiener aan dat de dumping zich waarschijnlijk zal herhalen.
Voorts voert de indiener aan dat deze dumping verder schade zal berokkenen. In dat verband legt hij bewijzen voor waaruit blijkt dat de huidige invoer van het betrokken product waarschijnlijk zal toenemen indien de maatregelen worden ingetrokken omdat de betrokken landen over overtollige capaciteit beschikken en recentelijk in productiecapaciteit hebben geïnvesteerd.
Hij voert tevens aan dat de invoer van het betrokken product waarschijnlijk ook zal toenemen doordat maatregelen gelden wanneer soortgelijke producten door de betrokken landen in andere landen dan de Europese Unie, die deze producten ook van oudsher afnemen zoals de Volksrepubliek China, worden ingevoerd. Dit zou ertoe kunnen leiden dat de handelsstromen worden verlegd van andere derde landen naar de Gemeenschap.
De indiener beweert ook dat de hoeveelheden van het product die uit de Republiek Korea en Taiwan worden ingevoerd verder negatieve gevolgen bleven hebben voor onder meer het marktaandeel van de indiener hetgeen op zijn beurt aanzienlijke negatieve gevolgen had voor de financiële situatie van de bedrijfstak van de Gemeenschap en de door de bedrijfstak verschafte werkgelegenheid.
Bovendien beweert de indiener dat de EG-producenten vooral dank zij de antidumpingmaatregelen geen schade meer lijden. Indien de maatregelen vervallen en het betrokken product weer in aanzienlijke hoeveelheden tegen dumpingprijzen uit de betrokken landen wordt ingevoerd, zal de bedrijfstak van de Gemeenschap waarschijnlijk opnieuw schade lijden.
4.2. De gedeeltelijke tussentijdse herziening
De indiener heeft gegevens verstrekt waaruit blijkt dat de hoogte van het recht niet langer toereikend is om een einde te maken aan de schadelijke dumping bij invoer van het betrokken product uit Taiwan en bij invoer door drie Koreaanse exporteurs/producenten, nl. Daehan Synthetic Fiber Co. Ltd, SK Chemicals Co. Ltd en KP Chemical Corp.
5. Procedure
Na overleg in het Raadgevend Comité is de Commissie tot de conclusie gekomen dat er voldoende bewijsmateriaal is om een herziening naar aanleiding van het vervallen van de maatregelen alsmede een gedeeltelijke tussentijdse herziening — die tot het aspect dumping en tot de invoer uit Taiwan en door de drie vorengenoemde Koreaanse exporteurs/producenten is beperkt — in te leiden. Deze herzieningen worden hierbij overeenkomstig artikel 11, lid 2 en artikel 11, lid 3 van de basisverordening ingeleid.
5.1. Procedure om de dumping vast te stellen en om vast te stellen of het waarschijnlijk is dat dumping en schade opnieuw zullen optreden
In het kader van de herziening naar aanleiding van het vervallen van de maatregelen zal worden vastgesteld of het al dan niet waarschijnlijk is dat de dumping en schade zullen aanhouden of zich opnieuw zullen voordoen indien de maatregelen vervallen. In het kader van de tussentijdse herziening zal worden vastgesteld of het recht hoog genoeg is om een einde te maken aan de schadelijke dumping bij de invoer van het betrokken product uit Taiwan en door de drie vorengenoemde Koreaanse exporteurs/producenten.
a) Steekproeven
Daar kennelijk een groot aantal bedrijven bij deze procedure is betrokken, kan de Commissie gebruik maken van steekproeven overeenkomstig artikel 17 van de basisverordening.
i) Steekproef van Indiase, Indonesische, Koreaanse en Taiwanese exporteurs/producenten
Om te kunnen beoordelen of het noodzakelijk is van een steekproef gebruik te maken en, indien dit het geval is, deze te kunnen samenstellen, verzoekt de Commissie alle producenten/exporteurs, of hun vertegenwoordigers, binnen de onder punt 6 b) i) vermelde termijn en op de onder punt 7 vermelde wijze contact met haar op te nemen en haar de volgende gegevens over hun bedrijf of bedrijven te verstrekken:
|
— |
naam, adres, e-mailadres, telefoon- en faxnummer en naam van een contactpersoon; |
|
— |
de hoeveelheden in ton van het betrokken product die in de periode van 1 oktober 2004 tot en met 30 september 2005 naar de EU en naar andere landen (separaat) werden uitgevoerd en de waarde van deze export in plaatselijke valuta; |
|
— |
de hoeveelheid in ton van het betrokken product die in de periode van 1 oktober 2004 tot en met 30 september 2005 op de binnenlandse markt werd verkocht en de waarde van deze verkoop in plaatselijke valuta; |
|
— |
de hoeveelheden in ton van het betrokken product die in de periode van 1 oktober 2004 tot en met 30 september 2005 naar andere derde landen werden uitgevoerd en de waarde van die verkoop in plaatselijke valuta; |
|
— |
of om de vaststelling van een individuele dumpingmarge zal worden verzocht (alleen producenten kunnen dit aanvragen (8)); |
|
— |
een nauwkeurige omschrijving van de activiteiten van de onderneming in verband met de vervaardiging van het betrokken product met opgave van de desbetreffende productie in ton, de productiecapaciteit en de investeringen in productiecapaciteit in de periode van 1 oktober 2004 tot en met 30 september 2005; |
|
— |
de namen en een nauwkeurige omschrijving van de activiteiten van alle verbonden bedrijven (9) die betrokken zijn bij de productie en/of verkoop (in binnen- en buitenland) van het betrokken product; |
|
— |
alle andere inlichtingen die de Commissie bij het samenstellen van de steekproef van nut kunnen zijn; |
|
— |
door het verstrekken van deze gegevens, geeft het bedrijf te kennen bereid te zijn in de steekproef te worden opgenomen. Indien het bedrijf in de steekproef wordt opgenomen, betekent dit dat het een vragenlijst moet beantwoorden en dat de antwoorden ter plaatse zullen worden gecontroleerd. Indien het bedrijf zich niet bereid verklaart in de steekproef te worden opgenomen, wordt het geacht geen medewerking te verlenen aan het onderzoek. De gevolgen van het niet-verlenen van medewerking zijn vermeld onder punt 8. |
Om de informatie te verkrijgen die zij voor het samenstellen van de steekproef van Indiase, Indonesische, Koreaanse en Taiwanese exporteurs/producenten nodig heeft, zal de Commissie bovendien contact opnemen met de autoriteiten van deze exporterende landen en met de haar bekende organisaties van exporteurs/producenten.
ii) Steekproef van importeurs
Om te kunnen beoordelen of het noodzakelijk is van een steekproef gebruik te maken en, indien dit het geval is, deze te kunnen samenstellen, verzoekt de Commissie alle importeurs, of hun vertegenwoordigers, binnen de onder punt 6 b) i) vermelde termijn en op de onder punt 7 vermelde wijze contact met haar op te nemen en haar de volgende gegevens over hun bedrijf of bedrijven te verstrekken:
|
— |
naam, adres, e-mailadres, telefoon- en faxnummer en naam van een contactpersoon; |
|
— |
de totale omzet van het bedrijf, in euro, in de periode van 1 oktober 2004 tot en met 30 september 2005; |
|
— |
het totale aantal werknemers; |
|
— |
een nauwkeurige omschrijving van de activiteiten van het bedrijf in verband met het betrokken product; |
|
— |
de hoeveelheid in ton van het betrokken product uit India, Indonesië, de Republiek Korea, Maleisië, Taiwan en Thailand die in de periode van 1 oktober 2004 tot en met 30 september 2005 in de Gemeenschap is ingevoerd en doorverkocht en de waarde van die verkoop in euro; |
|
— |
de namen en een nauwkeurige omschrijving van de activiteiten van alle verbonden bedrijven (10) die betrokken zijn bij de productie en/of verkoop van het betrokken product; |
|
— |
alle andere inlichtingen die de Commissie bij het samenstellen van de steekproef van nut kunnen zijn; |
|
— |
door het verstrekken van deze gegevens, geeft het bedrijf te kennen bereid te zijn in de steekproef te worden opgenomen. Indien het bedrijf in de steekproef wordt opgenomen, betekent dit dat het een vragenlijst moet beantwoorden en dat de antwoorden ter plaatse zullen worden gecontroleerd. Indien het bedrijf zich niet bereid verklaart in de steekproef te worden opgenomen, wordt het geacht geen medewerking te verlenen aan het onderzoek. De gevolgen van het niet-verlenen van medewerking zijn vermeld onder punt 8. |
Om de informatie te verkrijgen die zij voor het samenstellen van de steekproef van importeurs nodig heeft, zal de Commissie bovendien contact opnemen met de haar bekende organisaties van importeurs.
iii) Steekproef van EU-producenten
Gezien het grote aantal EU-producenten dat het verzoek steunt, is de Commissie voornemens bij het onderzoek naar de schade gebruik te maken van een steekproef.
In verband hiermee verzoekt de Commissie de EU-producenten haar binnen de onder punt 6 b) i) vermelde termijn de volgende gegevens over hun bedrijf of bedrijven te doen toekomen:
|
— |
naam, adres, e-mailadres, telefoon- en faxnummer en naam van een contactpersoon; |
|
— |
de totale omzet van het bedrijf, in euro, in de periode van 1 oktober 2004 tot en met 30 september 2005; |
|
— |
een nauwkeurige beschrijving van de activiteiten van het bedrijf in verband met de productie van het betrokken product en de hoeveelheid in ton van het betrokken product in de periode van 1 oktober 2004 tot en met 30 september 2005, |
|
— |
de waarde (in euro) van de verkoop van het betrokken product in de EU in de periode van 1 oktober 2004 tot en met 30 september 2005; |
|
— |
de hoeveelheid in ton van het betrokken product die in de periode van 1 oktober 2004 tot en met 30 september 2005 in de EU is verkocht; |
|
— |
de hoeveelheid in ton van het betrokken product die in de periode van 1 oktober 2004 tot 30 september 2005 werd geproduceerd; |
|
— |
de namen en een nauwkeurige omschrijving van de activiteiten van alle verbonden bedrijven (11) die betrokken zijn bij de productie en/of verkoop van het betrokken product; |
|
— |
alle andere inlichtingen die de Commissie bij het samenstellen van de steekproef van nut kunnen zijn; |
|
— |
door het verstrekken van deze gegevens, geeft het bedrijf te kennen bereid te zijn in de steekproef te worden opgenomen. Indien het bedrijf in de steekproef wordt opgenomen, betekent dit dat het een vragenlijst moet beantwoorden en dat de antwoorden ter plaatse zullen worden gecontroleerd. Indien het bedrijf zich niet bereid verklaart in de steekproef te worden opgenomen, wordt het geacht geen medewerking te verlenen aan het onderzoek. De gevolgen van het niet-verlenen van medewerking zijn vermeld onder punt 8. |
iv) Definitieve samenstelling van de steekproeven
Op- of aanmerkingen over het samenstellen van de steekproeven moeten de Commissie binnen de in punt 6 b) ii) vermelde termijn worden toegezonden.
De Commissie zal de steekproeven definitief samenstellen na de bedrijven te hebben geraadpleegd die zich bereid hebben verklaard daarin te worden opgenomen.
De in de steekproef opgenomen bedrijven moeten een vragenlijst beantwoorden binnen de in punt 6 b) iii) vermelde termijn en medewerking verlenen bij het onderzoek.
Indien onvoldoende medewerking wordt verleend, kan de Commissie haar bevindingen, overeenkomstig artikel 17, lid 4, en artikel 18 van de basisverordening, op de beschikbare gegevens baseren. Op de beschikbare gegevens gebaseerde bevindingen kunnen voor de betrokkene minder gunstig zijn (zie ook punt 8).
b) Vragenlijsten
Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek nodig heeft, zal de Commissie vragenlijsten toezenden aan de in de steekproef opgenomen producenten in de Gemeenschap, organisaties van producenten in de Gemeenschap, aan de in de steekproef opogenomen producenten/exporteurs in India, Indonesië, de Republiek Korea en Taiwan, aan de producenten/exporteurs in Maleisië en Thailand, aan organisaties van producenten/exporteurs, aan de in de steekproef opgenomen importeurs, aan organisaties van importeurs die in het verzoek zijn genoemd of die medewerking hebben verleend aan het onderzoek dat tot de thans geldende maatregelen heeft geleid alsook aan de autoriteiten van de betrokken exportlanden.
c) Het schriftelijk en mondeling verstrekken van inlichtingen
Alle belanghebbenden worden verzocht hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten en de Commissie andere gegevens dan de antwoorden op de vragenlijst alsmede bewijsmateriaal toe te zenden. Deze gegevens en het bewijsmateriaal moeten binnen de in punt 6 a) ii) genoemde termijn door de Commissie zijn ontvangen.
Verder zal de Commissie de partijen horen die hierom verzoeken mits deze partijen kunnen aantonen dat er bijzondere redenen zijn om hun te horen. De desbetreffende verzoeken moeten binnen de in punt 6 a) iii) genoemde termijn worden ingediend.
5.2. Procedure voor de beoordeling van het belang van de EU
Indien wordt bevestigd dat de subsidiëring en schade waarschijnlijk zullen worden voortgezet of zich opnieuw voordoen, zal overeenkomstig artikel 21 van de basisverordening worden nagegaan of de handhaving dan wel intrekking van de antidumpingmaatregelen niet tegen het belang van de Gemeenschap indruist. Derhalve kunnen de producenten van de bedrijfstak van de Gemeenschap, de importeurs en representatieve organisaties van de producenten en importeurs, representatieve verwerkende bedrijven en representatieve consumentenverenigingen die kunnen aantonen dat er een objectieve band is tussen hun activiteiten en het betrokken product, binnen de in punt 6 a) ii), genoemde algemene termijn contact opnemen met de Commissie en inlichtingen verstrekken. Deze partijen kunnen binnen de onder punt 6 a) iii) vermelde termijn om een mondeling onderhoud verzoeken onder opgave van de redenen waarom zij gehoord willen worden. Met informatie die op grond van artikel 21 wordt verstrekt wordt slechts rekening gehouden indien daarbij, op het moment dat deze wordt verstrekt, het nodige bewijsmateriaal is gevoegd.
6. Termijnen
a) Algemene termijnen
i) Om een vragenlijst aan te vragen
Belanghebbenden die geen medewerking hebben verleend aan het onderzoek dat tot de maatregelen heeft geleid die thans worden herzien, dienen zo spoedig mogelijk en uiterlijk 15 dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie, een vragenlijst aan te vragen.
ii) Om contact op te nemen en de Commissie antwoorden op de vragenlijst en andere gegevens toe te zenden
Belanghebbenden die wensen dat bij het onderzoek met hun opmerkingen rekening wordt gehouden, moeten binnen 40 dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie, tenzij anders vermeld, contact met de Commissie opnemen, hun standpunt uiteenzetten en de Commissie de antwoorden op de vragenlijst en eventuele andere gegevens doen toekomen. Er wordt op gewezen dat de partijen de meeste in de basisverordening vermelde procedurele rechten slechts kunnen uitoefenen indien zij zich binnen de genoemde termijn bij de Commissie aanmelden.
De in de steekproef opgenomen bedrijven moeten de Commissie de antwoorden op de vragenlijst binnen de in punt 6 b iii) vermelde termijn doen toekomen.
iii) Om een mondeling onderhoud aan te vragen
Binnen dezelfde termijn van 40 dagen kunnen belanghebbenden ook verzoeken door de Commissie te worden gehoord.
b) Bijzondere termijn voor het samenstellen van de steekproef
|
i) |
De in punt 5.1 a) i), ii) en iii) bedoelde gegevens dienen door de Commissie te zijn ontvangen uiterlijk 15 dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie, daar de Commissie voornemens is de bedrijven die zich bereid hebben verklaard in de steekproef te worden opgenomen binnen 21 dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie te raadplegen over de definitieve samenstelling van de steekproef. |
|
ii) |
Alle andere gegevens die voor het samenstellen van de steekproef van nut kunnen zijn, als bedoeld in punt 5.1 a) iv), moeten door de Commissie zijn ontvangen binnen 21 dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie. |
|
iii) |
De antwoorden op de vragenlijst van de in de steekproef opgenomen bedrijven moeten binnen 37 dagen nadat deze bedrijven van hun opname in de steekproef in kennis werden gesteld door de Commissie zijn ontvangen. |
7. Schriftelijke opmerkingen, antwoorden op de vragenlijst en andere correspondentie
Alle opmerkingen en verzoeken moeten schriftelijk worden ingediend (niet elektronisch, tenzij anders vermeld) onder opgave van naam, adres, e-mailadres, telefoon- en faxnummer van de belanghebbende. Alle schriftelijke gegevens — met inbegrip van de gegevens waarom in dit bericht wordt verzocht — of antwoorden op de vragenlijst en correspondentie die vertrouwelijk zijn, moeten als „Limited” (12) gemerkt worden en overeenkomstig artikel 19, lid 2, van de basisverordening, vergezeld gaan van een niet-vertrouwelijke versie waarop is vermeld „FOR INSPECTION BY INTERESTED PARTIES”.
Correspondentieadres van de Commissie
|
Europese Commissie |
|
Directoraat-generaal Handel |
|
Directoraat B |
|
Kantooradres: J-79 5/16 |
|
BE-1049 Brussel |
|
Fax (32-2) 295 65 05 |
8. Niet-medewerking
Indien belanghebbenden geen toegang verlenen tot de nodige gegevens, deze niet binnen de gestelde termijn verstrekken of het onderzoek ernstig belemmeren kunnen, overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening, positieve of negatieve conclusies worden getrokken op grond van de beschikbare gegevens.
De Commissie kan door belanghebbenden verstrekte gegevens, indien deze onjuist of misleidend blijken te zijn, buiten beschouwing laten en van de beschikbare gegevens gebruik maken. Indien een belanghebbende geen — of slechts gedeeltelijk — medewerking verleent, en de bevindingen daarom op de beschikbare gegevens worden gebaseerd overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening, kan het resultaat voor die belanghebbende ongunstiger zijn dan wanneer hij wel medewerking had verleend.
9. Tijdschema van het onderzoek
Het onderzoek zal overeenkomstig artikel 11, lid 5, van de basisverordening binnen 15 maanden na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie worden beëindigd.
(1) PB C 52 van 2.3.2005, blz. 2.
(2) PB L 56 van 6.4.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 461/2004 (PB L 77 van 13.3.2004, blz. 12).
(3) PB L 77 van 13.3.2004, blz. 12.
(4) PB L 301 van 30.11.2000, blz. 21.
(5) PB L 266 van 11.10.2005, blz. 10.
(6) PB L 301 van 30.11.2000, blz. 88.
(7) PB L 266 van 11.10.2005, blz. 62.
(8) Niet in de steekproef opgenomen ondernemingen kunnen om de vaststelling van een individuele dumpingmarge verzoeken op grond van artikel 27, lid 3, van de basisverordening.
(9) Voor de betekenis van het begrip „verbonden bedrijf” zie artikel 143 van Verordening (EEG) nr. 2454/93, zoals gewijzigd, van de Commissie tot vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van het communautair douanewetboek (PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1).
(10) Voor de betekenis van het begrip „verbonden bedrijf” zie artikel 143 van Verordening (EEG) nr. 2454/93, zoals gewijzigd, van de Commissie tot vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van het communautair douanewetboek (PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1).
(11) Voor de betekenis van het begrip „verbonden bedrijf” zie artikel 143 van Verordening (EEG) nr. 2454/93, zoals gewijzigd, van de Commissie tot vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1).
(12) Dit betekent dat de documenten slechts voor intern gebruik zijn bestemd. De inhoud ervan is beschermd overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43). Deze documenten zijn vertrouwelijk in de zin van artikel 19 van de basisverordening en artikel 6 van de WTO-Overeenkomst betreffende de toepassing van artikel VI van de GATT 1994 (antidumpingovereenkomst).
|
1.12.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 304/14 |
Voorafgaande aanmelding van een concentratie
(Zaak nr. COMP/M.4054 — Koch Industries/Georgia-Pacific)
(2005/C 304/05)
(Voor de EER relevante tekst)
|
1. |
Op 18 november 2005 ontving de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1) waarin wordt meegedeeld dat de onderneming Koch Industries („Koch”, V.S.) in de zin van artikel 3, lid 1), sub b), van genoemde verordening volledig zeggenschap verkrijgt over de onderneming Georgia-Pacific Corporation („Georgia-Pacific”, V.S.) door een openbaar aanbod, openbaar gemaakt op 13 november 2005. |
|
2. |
De bedrijfswerkzaamheden van de betrokken ondernemingen zijn:
|
|
3. |
Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde transactie binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 139/2004 kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden. |
|
4. |
De Commissie verzoekt belanghebbende derden hun eventuele opmerkingen ten aanzien van de voorgenomen concentratie kenbaar te maken aan de Commissie. Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk tien dagen na dagtekening van deze bekendmaking hebben bereikt. Zij kunnen per fax (nummer (32-2) 296 43 01 of 296 72 44) of per post, onder vermelding van referentienummer COMP/M.4054 — Koch Industries/Georgia-Pacific, aan onderstaand adres worden toegezonden:
|
(1) PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.
|
1.12.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 304/15 |
Mededeling van de Commissie in het kader van de procedure van artikel 4, lid 1, punt a), van Verordening (EEG) nr. 2408/92 van de Raad
Gewijzigde verplichting tot openbare dienstverlening voor bepaalde geregelde luchtdiensten in Portugal
(2005/C 304/06)
(Voor de EER relevante tekst)
|
1. |
In toepassing van artikel 4, lid 1, punt a), van Verordening (EEG) nr. 2408/92 van 23 juli 1992 heeft de Portugese regering besloten om met ingang van 1 januari 2006 een gewijzigde verplichting tot openbare dienstverlening op te leggen voor geregelde luchtdiensten op de routes:
|
|
2. |
De openbaredienstverplichtingen zijn de volgende: Capaciteit en continuïteit van de dienstverlening:
Punctualiteit:
Categorie ingezette vliegtuigen en exploitatievoorwaarden:
Minimumfrequentie:
Als de door de luchtvaartmaatschappij(en) ingediende dienstregeling voorziet in meerdere vluchten per dag, moeten die plaatsvinden tussen 6.30 u plaatselijke tijd op de plaats van vertrek en 00.30 u plaatselijke tijd op de plaats van aankomst. Er moet ten minste één frequentie per dag zijn tussen 8.00 u en 21.00 u en op ten minste drie dagen per week moet één van de vluchten plaatsvinden vóór 14.00 u. Op voorwaarde dat zij voldoen aan de in de mededeling van de Commissie bekendgemaakte minimumfrequentie en –capaciteit mogen luchtvaartmaatschappijen ook vluchten inleggen buiten het hierboven genoemde schema. Daarbij zijn die maatschappijen onderworpen aan de wettelijk vastgelegde exploitatiebeperkingen voor nationale luchthavens. Als de door de luchtvaartmaatschappij(en) ingediende dienstregelingen voor de routes Funchal-Ponta Delgada-Funchal, Lissabon-Santa Maria-Lissabon en Lissabon-Pico-Lissabon voorzien in meer dan één frequentie per week, moeten die op verschillende dagen plaatsvinden. Op de routes Lissabon-Terceira-Lissabon, Lissabon-Horta-Lissabon en Porto-Ponta Delgada-Porto moeten de diensten evenwichtig worden gespreid over de week. Als het totale aantal diensten van alle maatschappijen samen meer dan 6 (zes) bedraagt, moet er ten minste één dienst per dag worden aangeboden. Tarieven:
Commercialisering van de vluchten: De vluchten moeten kunnen worden geboekt via ten minste één geautomatiseerd boekingssysteem. Overstapvoorwaarden: Indien de genoemde verbindingen door verschillende maatschappijen worden geëxploiteerd, sluiten deze onderlinge overeenkomsten op basis waarvan inwoners en studenten die reizen naar of vanuit een willekeurig vliegveld in de Autonome Regio der Azoren voor de verschillende trajecten van hun reis verschillende maatschappijen kunnen kiezen. Vrachtvervoer en postdiensten: Er moet per vlucht ten minste twee ton vracht, post inbegrepen, kunnen worden vervoerd. De door de luchtvaartmaatschappij aangeboden capaciteit moet evenwichtig worden gespreid over de week, met de volgende minimumeisen:
Op de route Lissabon-Pico-Lissabon moet wekelijks 2 ton vracht en post per retourvlucht worden vervoerd. De vracht- en postcapaciteit op elke vlucht wordt bepaald aan de hand van de volgende formule: C = W — (0,75 × S × 97) waarin: C de op een vlucht aangeboden vracht- en postcapaciteit in kg; W het totale gewicht (in kg) van passagiers, vracht en post dat kan worden vervoerd in een vliegtuig in een bepaalde sector („allowed traffic load”) en dat wordt verkregen door het operationele gewicht (vliegtuig, bemanning, brandstof, catering en andere operationele items) af te trekken van het gecertificeerde maximumgewicht bij vertrek; S het aantal zitplaatsen van het vliegtuig; 0,75 de coëfficiënt die wordt gebruikt voor een bezettingsgraad van 75 %; 97 het standaardgewicht van passagier+bagage voor een volwassen passagier met zijn/haar bagage (84kg+13kg) overeenkomstig JAR-OPS 1.620. |
|
3. |
Gelet op het belang en het specifieke karakter van de betrokken verbindingen en de buitengewone eisen die aan de continuïteit van de dienstverlening worden gesteld, worden de luchtvaartmaatschappijen uit de Gemeenschap geattendeerd op het volgende:
|
BIJLAGE I
Minimale totale passagierscapaciteit (zitplaatsen)
|
Route |
IATA-zomerseizoen |
IATA-winterseizoen |
|
Lissabon-Ponta Delgada-Lissabon |
240 000 |
111 900 |
|
Lissabon-S. Maria-Lissabon |
8 100 |
5 500 |
|
Lissabon-Terceira-Lissabon |
140 000 |
64 600 |
|
Lissabon-Horta-Lissabon |
60 000 |
28 000 |
|
Lissabon-Pico-Lissabon |
8 100 |
5 500 |
|
Porto-Ponta Delgada-Porto |
55 000 |
22 500 |
|
P. Delgada-Funchal-P. Delgada |
17 000 |
5 600 |
Minimale totale vrachtcapaciteit (ton)
|
Route |
IATA-zomerseizoen |
IATA-winterseizoen |
Aanvullende capaciteit in het hoogseizoen |
|
Lissabon-Ponta Delgada-Lissabon |
14 000 |
7 500 |
|
|
Lissabon-S. Maria-Lissabon |
|
|
|
|
Lissabon-Terceira-Lissabon |
8 000 |
4 400 |
|
|
Lissabon-Horta-Lissabon |
1 000 |
500 |
40 |
|
Lissabon-Pico-Lissabon |
30 |
20 |
|
|
Porto-Ponta Delgada-Porto |
|
|
|
|
P. Delgada-Funchal-P. Delgada |
|
|
|
BIJLAGE II
Maximumtarieven voor vracht (euro)
|
|
Lissabon en Porto — Azoren |
Funchal — Azoren |
|
Minimum |
8,44 EUR |
8,44 EUR |
|
Normaal |
1,01 EUR/Kg |
0,82 EUR/Kg |
|
Bulk |
0,90 EUR/Kg |
0,62 EUR/Kg |
|
Bederfelijke waar in bulk |
0,63 EUR/Kg |
0,53 EUR/Kg |
|
Bijzondere producten |
0,80 EUR/Kg |
0,58 EUR/Kg |
|
Bijzondere producten in bulk |
0,73 EUR/Kg |
|
|
1.12.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 304/21 |
Voorafgaande aanmelding van een concentratie
(Zaak nr. COMP/M.4007 — Reckitt Benckiser/Boots Healthcare International)
(2005/C 304/07)
(Voor de EER relevante tekst)
|
1. |
Op 25 november 2005 ontving de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1) waarin wordt meegedeeld dat de onderneming Reckitt Benckiser plc („Reckitt Benckiser”, Verenigd Koninkrijk) in de zin van artikel 3, lid 1), sub b), van genoemde verordening volledig zeggenschap verkrijgt over de onderneming Boots Healthcare International („BHI”, Verenigd Koninkrijk) door de aankoop van aandelen. |
|
2. |
De bedrijfswerkzaamheden van de betrokken ondernemingen zijn:
|
|
3. |
Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde transactie binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 139/2004 kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden. |
|
4. |
De Commissie verzoekt belanghebbende derden hun eventuele opmerkingen ten aanzien van de voorgenomen concentratie kenbaar te maken aan de Commissie. Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk tien dagen na dagtekening van deze bekendmaking hebben bereikt. Zij kunnen per fax (nummer (32-2) 296 43 01 of 296 72 44) of per post, onder vermelding van referentienummer COMP/M.4007 — Reckitt Benckiser/Boots Healthcare International, aan onderstaand adres worden toegezonden:
|
(1) PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.
|
1.12.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 304/22 |
Besluit om geen bezwaar aan te tekenen tegen een aangemelde concentratie
(Zaak nr. COMP/M.3864 — FIMAG/Züblin)
(2005/C 304/08)
(Voor de EER relevante tekst)
Op 14 oktober 2005 heeft de Commissie besloten geen bezwaar aan te tekenen tegen bovenvermelde aangemelde concentratie en deze verenigbaar met de gemeenschappelijke markt te verklaren. Deze beschikking is gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad. De volledige tekst van de beschikking is slechts beschikbaar in het Duits en zal openbaar worden gemaakt na verwijdering van eventuele bedrijfsgeheimen. De tekst is beschikbaar:
|
— |
op de website „concurrentie” van de Europese Commissie (http://europa.eu.int/comm/competition/mergers/cases/). Deze website biedt verschillende mogelijkheden om individuele concentratiebeschikkingen op te zoeken, onder meer op bedrijfsnaam, nummer van de zaak, datum en sector; |
|
— |
in elektronische vorm op de EUR-Lex website onder documentnummer 32005M3864. EUR-Lex is het geïnformatiseerde documentatiesysteem voor de communautaire wetgeving. (http://europa.eu.int/eur-lex/lex) |
|
1.12.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 304/23 |
Mededeling in verband met het vervallen van bepaalde compenserende maatregelen
(2005/C 304/09)
Na de publicatie van een bericht dat de maatregelen op het punt stonden te vervallen (1) werd geen verzoek om een nieuw onderzoek ingediend. Derhalve deelt de Commissie mede dat de hierna vermelde compenserende maatregelen weldra zullen vervallen.
Deze mededeling wordt gepubliceerd overeenkomstig artikel 18, lid 4 van Verordening (EG) nr. 2026/97 (2) van de Raad van 6 oktober 1997 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap.
|
Product |
Land(en) van oorsprong of van uitvoer |
Maatregel |
Referentie |
Vervaldatum |
|
PET (polyethyleen-tereftalaat) |
Maleisië Thailand |
Compenserend recht |
Verordening (EG) nr. 2603/2000 van de Raad (PB L 301 van 30.11.2000, blz. 1) laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1645/2005 (PB L 266 van 11.10.2005, blz. 1) |
1.12.2005 |
(1) PB C 52 van 2.3.2005, blz. 2
(2) PB L 288 van 21.10.1997, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 461/2004 van de Raad (PB L 77 van 13.3.2004, blz. 12).
EUROPESE ECONOMISCHE RUIMTE
Toezichthoudende Autoriteit van de EVA
|
1.12.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 304/24 |
Wijzigingen in de overeenkomst tussen de EVA-Staten betreffende de oprichting van een Toezichthoudende Autoriteit en een Hof van Justitie
(2005/C 304/10)
De overeenkomsten tot wijziging van Protocol 4 bij de Overeenkomst tussen de EVA-Staten betreffende de oprichting van een Toezichthoudende Autoriteit en een Hof van Justitie die op 4 juni 2004 en 24 september 2004 te Brussel zijn ondertekend, zijn op 20 mei 2005 in werking getreden. De overeenkomst tot wijziging van Protocol 4 bij de Overeenkomst tussen de EVA-Staten betreffende de oprichting van een Toezichthoudende Autoriteit en een Hof van Justitie waarbij de nieuwe artikelen 13 en 22 worden ingevoegd in hoofdstuk XIII van deel III die op 4 juni 2004 te Brussel is ondertekend en de overeenkomst tot wijziging van Protocol 4 bij de Overeenkomst tussen de EVA-Staten betreffende de oprichting van een Toezichthoudende Autoriteit en een Hof van Justitie van 3 december 2004 zijn op 1 juli 2005 in werking getreden.
Deze overeenkomsten en de bijgewerkte geconsolideerde versie van de overeenkomst tussen de EVA-Staten betreffende de oprichting van een Toezichthoudende Autoriteit en een Hof van Justitie zijn inmiddels op de website van het EVA-secretatiaat gepubliceerd.
Zij zijn via volgende links te vinden:
http://secretariat.efta.int/Web/legaldocuments/ESAAndEFTACourtAgreement/Amendments
en http://secretariat.efta.int/Web/legaldocuments/ESAAndEFTACourtAgreement/Documents/
|
1.12.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 304/25 |
Beknopte informatie van de EVA-staten betreffende overheidssteun die wordt verleend krachtens het in punt 1 d) van bijlage XV bij de EER-Overeenkomst genoemde besluit (Verordening (EG) nr. 68/2001 van de Commissie betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op opleidingssteun)
(2005/C 304/11)
|
Nummer van de steunmaatregel |
Opleidingssteun 2/2005 |
|
|
EVA-staat |
Noorwegen |
|
|
Regio |
Troms |
|
|
Benaming van de steunregeling |
Actieplan voor bedrijfsontwikkeling in Troms 2004-2007 (Handlingsplan for næringsrettede utviklingstiltak i Troms 2004-2007) Regionaal ontwikkelingsprogramma voor Troms 2004-2007 (Regionalt utviklingsprogram for Troms 2004-2007) |
|
|
Rechtsgrondslag |
Transfers to Troms fylkeskommune over the State Budget (St. prp. No 1 2004-2005), post No 551.61 and 551.60 |
|
|
Voorziene jaarlijkse uitgaven krachtens de regeling |
Totaal jaarlijks bedrag: 15 miljoen EUR |
|
|
Maximale steunintensiteit |
In overeenstemming met artikel 4, leden 2 tot en met 7, van de verordening |
|
|
Datum van tenuitvoerlegging |
15 november 2004 |
|
|
Duur van de regeling |
Tot 31 december 2007 |
|
|
Doelstelling van de steun |
Algemene opleiding Specifieke opleiding |
|
|
Economische sectoren |
Alle sectoren komen in aanmerking voor opleidingssteun |
|
|
Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent |
Naam: Troms fylkeskommune |
|
|
Adres:
|
||
|
Individuele verlening van aanzienlijke steun |
Overeenkomstig artikel 5 van de verordening |
|
Nummer van de steunmaatregel |
Opleidingssteun 3/2005 |
|
|
EVA-staat |
Noorwegen |
|
|
Regio |
Nordland/Helgeland |
|
|
Benaming van de steunregeling |
Actieplan voor bedrijfsontwikkeling in Nordland 2005-2007 (Handlingsplan for næringsrettede utviklingstiltak i Nordland 2005-2007) Beheerd door RDA-styret Helgeland Regionråd, Org. nr. 987 732 881 |
|
|
Rechtsgrondslag |
State Budget (St. prp. No 1 2004-2005) post No 551.61 |
|
|
Voorziene jaarlijkse uitgaven krachtens de regeling |
Totaal jaarlijks bedrag: 2,5 miljoen EUR |
|
|
Maximale steunintensiteit |
In overeenstemming met artikel 4, leden 2 tot en met 7, van de verordening |
|
|
Datum van tenuitvoerlegging |
1 januari 2005 |
|
|
Duur van de regeling |
Tot 31 december 2007 |
|
|
Doelstelling van de steun |
Algemene opleiding Specifieke opleiding |
|
|
Economische sectoren |
Alle sectoren komen in aanmerking voor opleidingssteun |
|
|
Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent |
Naam: RDA-styret Helgeland Regionråd IKS |
|
|
Adres:
|
||
|
Individuele verlening van aanzienlijke steun |
Overeenkomstig artikel 5 van de verordening |
|
Nummer van de steunmaatregel |
Opleidingssteun 4/2005 |
|
|
EVA-staat |
Noorwegen |
|
|
Regio |
Nordland/Lofoten |
|
|
Benaming van de steunregeling |
Actieplan voor bedrijfsontwikkeling in Nordland 2005-2007 (Handlingsplan for næringsrettede utviklingstiltak i Nordland 2005-2007) Beheerd door Lofotrådet, Org. nr. 971 396 679 |
|
|
Rechtsgrondslag |
State Budget (St. prp. No 1 2004-2005) post No 551.61 |
|
|
Voorziene jaarlijkse uitgaven krachtens de regeling |
Totaal jaarlijks bedrag: 1,5 miljoen EUR |
|
|
Maximale steunintensiteit |
In overeenstemming met artikel 4, leden 2 tot en met 7, van de verordening |
|
|
Datum van tenuitvoerlegging |
1 januari 2005 |
|
|
Duur van de regeling |
Tot 31 december 2007 |
|
|
Doelstelling van de steun |
Algemene opleiding Specifieke opleiding |
|
|
Economische sectoren |
Alle sectoren komen in aanmerking voor opleidingssteun |
|
|
Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent |
Naam: Lofotrådet |
|
|
Adres:
|
||
|
Individuele verlening van aanzienlijke steun |
Overeenkomstig artikel 5 van de verordening |
|
Nummer van de steunmaatregel |
Opleidingssteun 5/2005 |
|
|
EVA-staat |
Noorwegen |
|
|
Regio |
Nordland/Ofoten |
|
|
Benaming van de steunregeling |
Actieplan voor bedrijfsontwikkeling in Nordland 2005-2007 (Handlingsplan for næringsrettede utviklingstiltak i Nordland 2005-2007) Beheerd door Ofotsamvirke, Org. nr. 926 251 560 |
|
|
Rechtsgrondslag |
State Budget (St. prp. No 1 2004-2005) post No 551.61 |
|
|
Voorziene jaarlijkse uitgaven krachtens de regeling |
Totaal jaarlijks bedrag: 2 miljoen EUR |
|
|
Maximale steunintensiteit |
In overeenstemming met artikel 4, leden 2 tot en met 7, van de verordening |
|
|
Datum van tenuitvoerlegging |
1 januari 2005 |
|
|
Duur van de regeling |
Tot 31 december 2007 |
|
|
Doelstelling van de steun |
Algemene opleiding Specifieke opleiding |
|
|
Economische sectoren |
Alle sectoren komen in aanmerking voor opleidingssteun |
|
|
Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent |
Naam: Ofotsamvirke |
|
|
Adres:
|
||
|
Individuele verlening van aanzienlijke steun |
Overeenkomstig artikel 5 van de verordening |
|
Nummer van de steunmaatregel |
Opleidingssteun 6/2005 |
|
|
EVA-staat |
Noorwegen |
|
|
Regio |
Nordland/Salten |
|
|
Benaming van de steunregeling |
Actieplan voor bedrijfsontwikkeling in Nordland 2005-2007 (Handlingsplan for næringsrettede utviklingstiltak i Nordland 2005-2007) Beheerd door Salten Regionråd, Org. nr. 976 821 963 |
|
|
Rechtsgrondslag |
State Budget (St. prp. No 1 2004-2005) post No 551.61 |
|
|
Voorziene jaarlijkse uitgaven krachtens de regeling |
Totaal jaarlijks bedrag: 3 miljoen EUR |
|
|
Maximale steunintensiteit |
In overeenstemming met artikel 4, leden 2 tot en met 7, van de verordening |
|
|
Datum van tenuitvoerlegging |
1 november 2004 |
|
|
Duur van de regeling |
Tot 31 december 2007 |
|
|
Doelstelling van de steun |
Algemene opleiding Specifieke opleiding |
|
|
Economische sectoren |
Alle sectoren komen in aanmerking voor opleidingssteun |
|
|
Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent |
Naam: Salten Regionråd |
|
|
Adres:
|
||
|
Individuele verlening van aanzienlijke steun |
Overeenkomstig artikel 5 van de verordening |
|
Nummer van de steunmaatregel |
Opleidingssteun 7/2005 |
|
|
EVA-staat |
Noorwegen |
|
|
Regio |
Nordland/Sør Helgeland |
|
|
Benaming van de steunregeling |
Actieplan voor bedrijfsontwikkeling in Nordland 2005-2007 (Handlingsplan for næringsrettede utviklingstiltak i Nordland 2005-2007) Beheerd door Sør-Helgeland Regionråd, Org. nr. 974 789 353 |
|
|
Rechtsgrondslag |
State Budget (St. prp. No 1 2004-2005) post No 551.61 |
|
|
Voorziene jaarlijkse uitgaven krachtens de regeling |
Totaal jaarlijks bedrag: 1,5 miljoen EUR |
|
|
Maximale steunintensiteit |
In overeenstemming met artikel 4, leden 2 tot en met 7, van de verordening |
|
|
Datum van tenuitvoerlegging |
1 januari 2005 |
|
|
Duur van de regeling |
Tot 31 december 2007 |
|
|
Doelstelling van de steun |
Algemene opleiding Specifieke opleiding |
|
|
Economische sectoren |
Alle sectoren komen in aanmerking voor opleidingssteun |
|
|
Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent |
Naam: Sør-Helgeland Regionråd |
|
|
Adres:
|
||
|
Individuele verlening van aanzienlijke steun |
Overeenkomstig artikel 5 van de verordening |
|
Nummer van de steunmaatregel |
Opleidingssteun 8/2005 |
|
|
EVA-staat |
Noorwegen |
|
|
Regio |
Nordland/Vesterålen |
|
|
Benaming van de steunregeling |
Actieplan voor bedrijfsontwikkeling in Nordland 2005-2007 (Handlingsplan for næringsrettede utviklingstiltak i Nordland 2005-2007) Beheerd door Vesterålen Regionråd, Org. nr. 974 790 653 |
|
|
Rechtsgrondslag |
State Budget (St. prp. No 1 2004-2005) post No 551.61 |
|
|
Voorziene jaarlijkse uitgaven krachtens de regeling |
Totaal jaarlijks bedrag: 2,5 miljoen EUR |
|
|
Maximale steunintensiteit |
In overeenstemming met artikel 4, leden 2 tot en met 7, van de verordening |
|
|
Datum van tenuitvoerlegging |
1 januari 2005 |
|
|
Duur van de regeling |
Tot 31 december 2007 |
|
|
Doelstelling van de steun |
Algemene opleiding Specifieke opleiding |
|
|
Economische sectoren |
Alle sectoren komen in aanmerking voor opleidingssteun |
|
|
Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent |
Naam: Vesterålen Regionråd |
|
|
Adres:
|
||
|
Individuele verlening van aanzienlijke steun |
Overeenkomstig artikel 5 van de verordening |
|
Nummer van de steunmaatregel |
Opleidingssteun 9/2005 |
|
|
EVA-staat |
Noorwegen |
|
|
Regio |
Nordland/Indre Helgeland |
|
|
Benaming van de steunregeling |
Actieplan voor bedrijfsontwikkeling in Nordland 2005-2007 (Handlingsplan for næringsrettede utviklingstiltak i Nordland 2005-2007) Beheerd door Indre Helgeland Regionråd, Org. nr. 988 348 546 |
|
|
Rechtsgrondslag |
State Budget (St. prp. No 1 2004-2005) post No 551.61 |
|
|
Voorziene jaarlijkse uitgaven krachtens de regeling |
Totaal jaarlijks bedrag: 3 miljoen EUR |
|
|
Maximale steunintensiteit |
In overeenstemming met artikel 4, leden 2 tot en met 7, van de verordening |
|
|
Datum van tenuitvoerlegging |
1 januari 2005 |
|
|
Duur van de regeling |
Tot 31 december 2007 |
|
|
Doelstelling van de steun |
Algemene opleiding Specifieke opleiding |
|
|
Economische sectoren |
Alle sectoren komen in aanmerking voor opleidingssteun |
|
|
Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent |
Naam: Indre Helgeland Regionråd |
|
|
Adres:
|
||
|
Individuele verlening van aanzienlijke steun |
Overeenkomstig artikel 5 van de verordening |
|
1.12.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 304/30 |
Informatie van de EVA-staten betreffende overheidssteun die wordt verleend krachtens het besluit, zoals bedoeld in bijlage XV, punt 1f, van de EER-Overeenkomst (Verordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen)
(2005/C 304/12)
|
Nummer van de steunmaatregel |
Steun aan kleine en middelgrote ondernemingen 2/2005 |
|
|
EVA-staat |
Noorwegen |
|
|
Regio |
Troms |
|
|
Benaming van de steunregeling |
Actieplan voor bedrijfsontwikkeling in Troms 2004-2007 (Handlingsplan for næringsrettede utviklingstiltak i Troms 2004-2007) Regionaal ontwikkelingsprogramma voor Troms 2004-2007 (Regionalt utviklingsprogram for Troms 2004-2007) |
|
|
Rechtsgrond |
Transfers to Troms fylkeskommune, the State Budget (St. prp. No 1 2004-2005), post No 551.61 and 551.60 |
|
|
Geplande jaarlijkse uitgaven krachtens de regeling |
Totaal jaarlijks bedrag: 10 miljoen EUR |
|
|
Maximale steunintensiteit |
Overeenkomstig artikel 4, leden 2 tot en met 6, en artikel 5 van de verordening |
|
|
Datum van tenuitvoerlegging |
15 november 2004 |
|
|
Duur van de steunregeling |
Tot 31 december 2007 |
|
|
Doelstelling van de steun |
Steun aan KMO's: Investeringssteun: gebouwen, constructies, machines, basisinvesteringen, verlenen van octrooien, licenties, technische knowhow, nieuwe investeringen |
|
|
Economische sectoren |
Alle sectoren komen in aanmerking voor KMO-steun |
|
|
Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent |
Naam: Troms fylkeskommune |
|
|
Adres:
|
||
|
Individuele verlening van aanzienlijke steun |
Overeenkomstig artikel 6 van de verordening |
|
Nummer van de steunmaatregel |
Steun aan kleine en middelgrote ondernemingen 3/2005 |
|
|
EVA-staat |
Noorwegen |
|
|
Regio |
Nordland/Helgeland |
|
|
Benaming van de steunregeling |
Actieplan voor bedrijfsontwikkeling in Nordland 2005-2007 (Handlingsplan for næringsrettede utviklingstiltak i Nordland 2005-2007) Beheerd door RDA-styret Helgeland Regionråd, Org. nr. 987 732 881 |
|
|
Rechtsgrond |
State Budget (St. prp. No 1 2004-2005) post No 551.61 |
|
|
Geplande jaarlijkse uitgaven krachtens de regeling |
Totaal jaarlijks bedrag: 2 miljoen EUR |
|
|
Maximale steunintensiteit |
Overeenkomstig artikel 4, leden 2 tot en met 6, en artikel 5 van de verordening |
|
|
Datum van tenuitvoerlegging |
1 januari 2005 |
|
|
Duur van de steunregeling |
Tot 31 december 2007 |
|
|
Doelstelling van de steun |
Steun aan KMO's |
|
|
Economische sectoren |
Alle sectoren komen in aanmerking voor KMO-steun |
|
|
Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent |
Naam: RDA-styret Helgeland Regionråd IKS |
|
|
Adres:
|
||
|
Individuele verlening van aanzienlijke steun |
Overeenkomstig artikel 6 van de verordening |
|
Nummer van de steunmaatregel |
Steun aan kleine en middelgrote ondernemingen 4/2005 |
|
|
EVA-staat |
Noorwegen |
|
|
Regio |
Nordland/Lofoten |
|
|
Benaming van de steunregeling |
Actieplan voor bedrijfsontwikkeling in Nordland 2005-2007 (Handlingsplan for næringsrettede utviklingstiltak i Nordland 2005-2007) Beheerd door Lofotrådet, Org. nr. 971 396 679 |
|
|
Rechtsgrond |
State Budget (St. prp. No 1 2004-2005) post No 551.61 |
|
|
Geplande jaarlijkse uitgaven krachtens de regeling |
Totaal jaarlijks bedrag: 3 miljoen EUR |
|
|
Maximale steunintensiteit |
Overeenkomstig artikel 4, leden 2 tot en met 6, en artikel 5 van de verordening |
|
|
Datum van tenuitvoerlegging |
1 januari 2005 |
|
|
Duur van de steunregeling |
Tot 31 december 2007 |
|
|
Doelstelling van de steun |
Steun aan KMO's |
|
|
Economische sectoren |
Alle sectoren komen in aanmerking voor KMO-steun |
|
|
Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent |
Naam: Lofotrådet |
|
|
Adres:
|
||
|
Individuele verlening van aanzienlijke steun |
Overeenkomstig artikel 6 van de verordening |
|
Nummer van de steunmaatregel |
Steun aan kleine en middelgrote ondernemingen 5/2005 |
|
|
EVA-staat |
Noorwegen |
|
|
Regio |
Nordland/Ofoten |
|
|
Benaming van de steunregeling |
Actieplan voor bedrijfsontwikkeling in Nordland 2005-2007 (Handlingsplan for næringsrettede utviklingstiltak i Nordland 2005-2007) Beheerd door Ofotsamvirke, Org. nr. 926 251 560 |
|
|
Rechtsgrond |
State Budget (St. prp. No 1 2004-2005) post No 551.61 |
|
|
Geplande jaarlijkse uitgaven krachtens de regeling |
Totaal jaarlijks bedrag: 2 miljoen EUR |
|
|
Maximale steunintensiteit |
Overeenkomstig artikel 4, leden 2 tot en met 6, en artikel 5 van de verordening |
|
|
Datum van tenuitvoerlegging |
1 januari 2005 |
|
|
Duur van de steunregeling |
Tot 31 december 2007 |
|
|
Doelstelling van de steun |
Steun aan KMO's |
|
|
Economische sectoren |
Alle sectoren komen in aanmerking voor KMO-steun |
|
|
Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent |
Naam: Ofotsamvirke |
|
|
Adres:
|
||
|
Individuele verlening van aanzienlijke steun |
Overeenkomstig artikel 6 van de verordening |
|
Nummer van de steunmaatregel |
Steun aan kleine en middelgrote ondernemingen 6/2005 |
|
|
EVA-staat |
Noorwegen |
|
|
Regio |
Nordland/Salten |
|
|
Benaming van de steunregeling |
Actieplan voor bedrijfsontwikkeling in Nordland 2005-2007 (Handlingsplan for næringsrettede utviklingstiltak i Nordland 2005-2007) Beheerd door Salten Regionråd, Org. nr. 976 821 963 |
|
|
Rechtsgrond |
State Budget (St. prp. No 1 2004-2005) post No 551.61 |
|
|
Geplande jaarlijkse uitgaven krachtens de regeling |
Totaal jaarlijks bedrag: 5 miljoen EUR |
|
|
Maximale steunintensiteit |
Overeenkomstig artikel 4, leden 2 tot en met 6, en artikel 5 van de verordening |
|
|
Datum van tenuitvoerlegging |
1 november 2004 |
|
|
Duur van de steunregeling |
Tot 31 december 2007 |
|
|
Doelstelling van de steun |
Steun aan KMO's |
|
|
Economische sectoren |
Alle sectoren komen in aanmerking voor KMO-steun |
|
|
Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent |
Naam: Salten Regionråd |
|
|
Adres:
|
||
|
Individuele verlening van aanzienlijke steun |
Overeenkomstig artikel 6 van de verordening |
|
Nummer van de steunmaatregel |
Steun aan kleine en middelgrote ondernemingen 7/2005 |
|
|
EVA-staat |
Noorwegen |
|
|
Regio |
Nordland/Sør Helgeland |
|
|
Benaming van de steunregeling |
Actieplan voor bedrijfsontwikkeling in Nordland 2005-2007 (Handlingsplan for næringsrettede utviklingstiltak i Nordland 2005-2007) Beheerd door Sør-Helgeland Regionråd, Org. nr. 974 789 353 |
|
|
Rechtsgrond |
State Budget (St. prp. No 1 2004-2005) post No 551.61 |
|
|
Geplande jaarlijkse uitgaven krachtens de regeling |
Totaal jaarlijks bedrag: 1,5 miljoen EUR |
|
|
Maximale steunintensiteit |
Overeenkomstig artikel 4, leden 2 tot en met 6, en artikel 5 van de verordening |
|
|
Datum van tenuitvoerlegging |
1 april 2005 |
|
|
Duur van de steunregeling |
Tot 31 december 2007 |
|
|
Doelstelling van de steun |
Steun aan KMO's |
|
|
Economische sectoren |
Alle sectoren komen in aanmerking voor KMO-steun |
|
|
Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent |
Naam: Sør-Helgeland Regionråd |
|
|
Adres:
|
||
|
Individuele verlening van aanzienlijke steun |
Overeenkomstig artikel 6 van de verordening |
|
Nummer van de steunmaatregel |
Steun aan kleine en middelgrote ondernemingen 8/2005 |
|
|
EVA-staat |
Noorwegen |
|
|
Regio |
Nordland/Vesterålen |
|
|
Benaming van de steunregeling |
Actieplan voor bedrijfsontwikkeling in Nordland 2005-2007 (Handlingsplan for næringsrettede utviklingstiltak i Nordland 2005-2007) Beheerd door Vesterålen Regionråd, Org. nr. 974 790 653 |
|
|
Rechtsgrond |
State Budget (St. prp. No 1 2004-2005) post No 551.61 |
|
|
Gepalnde jaarlijkse uitgaven krachtens de regeling |
Totaal jaarlijks bedrag: 3 miljoen EUR |
|
|
Maximale steunintensiteit |
Overeenkomstig artikel 4, leden 2 tot en met 6, en artikel 5 van de verordening |
|
|
Datum van tenuitvoerlegging |
1 februari 2005 |
|
|
Duur van de steunregeling |
Tot 31 december 2005 |
|
|
Doelstelling van de steun |
Steun aan KMO's |
|
|
Economische sectoren |
Alle sectoren komen in aanmerking voor KMO-steun |
|
|
Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent |
Naam: Vesterålen Regionråd |
|
|
Adres:
|
||
|
Individuele verlening van aanzienlijke steun |
Overeenkomstig artikel 6 van de verordening |
|
Nummer van de steunmaatregel |
Steun aan kleine en middelgrote ondernemingen 9/2005 |
|
|
EVA-staat |
Noorwegen |
|
|
Regio |
Nordland/Indre Helgeland |
|
|
Benaming van de steunregeling |
Actieplan voor bedrijfsontwikkeling in Nordland 2005-2007 (Handlingsplan for næringsrettede utviklingstiltak i Nordland 2005-2007) Beheerd door Indre Helgeland Regionråd, Org. nr. 988 348 546 |
|
|
Rechtsgrond |
State Budget (St. prp. No 1 2004-2005) post No 551.61 |
|
|
Geplande jaarlijkse uitgaven krachtens de regeling |
Totaal jaarlijks bedrag: 3 miljoen EUR |
|
|
Maximale steunintensiteit |
Overeenkomstig artikel 4, leden 2 tot en met 6, en artikel 5 van de verordening |
|
|
Datum van tenuitvoerlegging |
1 januari 2005 |
|
|
Duur van de steunregeling |
Tot 31 december 2007 |
|
|
Doelstelling van de steun |
Steun aan KMO's |
|
|
Economische sectoren |
Alle sectoren komen in aanmerking voor KMO-steun |
|
|
Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent |
Naam: Indre Helgeland Regionråd |
|
|
Adres:
|
||
|
Individuele verlening van aanzienlijke steun |
Overeenkomstig artikel 6 van de verordening |
|
1.12.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 304/35 |
Beknopte informatie van de EVA-staten betreffende overheidssteun die wordt verleend onder Bijlage XV, punt 1g van de EER-Overeenkomst (Verordening (EG) nr. 2204/2002 van de Commissie, betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor werkgelegenheid)
(2005/C 304/13)
|
Nummer van de steunmaatregel |
Werkgelegenheidssteun 1/2005 — Noorwegen |
||||||||
|
EVA-staat |
Noorwegen |
||||||||
|
Regio |
Troms |
||||||||
|
Benaming van de steunregeling |
Actieplan voor bedrijfsontwikkeling in Troms 2004-2007 (Handlingsplan for næringsrettede utviklingstiltak i Troms 2004-2007) Regionaal ontwikkelingsprogramma voor Troms 2004-2007 (Regionalt utviklingsprogram for Troms 2004-2007) |
||||||||
|
Rechtsgrond |
Transfers to Troms fylkeskommune, the State Budget (St. prp. No 1 2004-2005), post No 551.61 and 551.60 |
||||||||
|
Voorziene jaarlijkse uitgaven krachtens de regeling |
Totaal jaarlijks bedrag: 5 miljoen EUR |
||||||||
|
Maximale steunintensiteit |
In overeenstemming met artikel 4, leden 2 tot en met 5, en de artikelen 5 en 6 van de verordening |
||||||||
|
Datum van tenuitvoerlegging |
15 november 2004 |
||||||||
|
Duur van de regeling |
Tot 31 december 2007 |
||||||||
|
Doelstelling van de steun |
Schepping van werkgelegenheid, indienstneming van benadeelde en gehandicapte werknemers en tewerkstelling van gehandicapte werknemers |
||||||||
|
Economische sectoren |
|
||||||||
|
Naam en adres van de autoriteit die de steun verleent |
Naam: Troms fylkeskommune |
||||||||
|
Adres:
|
|||||||||
|
Individuele verlening van aanzienlijke steun |
Overeenkomstig artikel 9 van de verordening |
(1) Met uitzondering van de scheepsbouwsector, en andere sectoren waarvoor in verordeningen en richtlijnen bijzondere regels betreffende alle staatssteun in de sector zijn vastgesteld.
|
1.12.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 304/36 |
Goedkeuring van steunmaatregelen van de Staten overeenkomstig artikel 61 van de EER-Overeenkomst en artikel 1, lid 3, van Protocol 3 bij de Overeenkomst tussen de EVA-Staten betreffende de oprichting van een Toezichthoudende Autoriteit en een Hof van Justitie
Besluit van de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA om geen bezwaar te maken
(2005/C 304/14)
Datum waarop het besluit is genomen:
EVA-staat: Noorwegen
Nummer van de steunmaatregel: Zaak 56573
Benaming: Steunregeling voor de vermindering van stikstofoxide-emissies van schepen in het Noorse scheepsregister
Doelstelling: De regeling is vooral gericht op milieubescherming door vermindering van de stikstofoxide-uitstoot van schepen. Het is de bedoeling de financiering te vergemakkelijken van maatregelen ter vermindering van stikstofoxide-emissies, met inbegrip van de aankoop van nieuwe motoren voor schepen
Rechtsgrondslag: Parliament decision nr 124 of 9 December 2003 (in case nr 2, published in the Parliament journal (Stortingstidende) page 1046-1053, 1071-1073), proposed by The Standing Committee on Business and Industry 3 December 2003 (Proposed decision IV of Innst.S.nr.71 (2003-2004))
Begrotingsmiddelen/Looptijd: 500 miljoen NOK voor leningen en 75 miljoen NOK voor rentesubsidies. De regeling loopt tot 31 december 2005
De tekst van de beschikking in de authentieke ta(a)l(en), waaruit de vertrouwelijke gegevens zijn geschrapt, is beschikbaar op site:
http://www.eftasurv.int/fieldsofwork/fieldstateaid/stateaidregister
|
1.12.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 304/37 |
Mededeling van Noorwegen in verband met Richtlijn 94/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 1994 betreffende de voorwaarden voor het verlenen en het gebruik maken van vergunningen voor de prospectie, de exploratie en de productie van koolwaterstoffen
Bekendmaking van een uitnodiging tot het indienen van aanvragen voor vergunningen voor oliewinning op het Noors continentaal plat — negentiende gunningsronde
(2005/C 304/15)
Het Noorse ministerie van Olie en Energie maakt bij deze — overeenkomstig artikel 3, lid 2, onder a), van Richtlijn 94/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 1994 betreffende de voorwaarden voor het verlenen en het gebruik maken van vergunningen voor de prospectie, de exploratie en de productie van koolwaterstoffen — een uitnodiging bekend tot het indienen van aanvragen voor vergunningen voor oliewinning op het Noors continentaal plat.
Aanvragen voor vergunningen voor oliewinning moeten worden ingediend bij:
|
Ministerie van Olie en Energie |
|
P.O. Box 8148 Dep. |
|
N-0033 Oslo |
vóór 15 november 2005 om twaalf uur 's middags of uiterlijk negentig dagen na publicatie van deze bekendmaking in het Publicatieblad, indien dat tijdstip later valt.
De toewijzing van vergunningen voor oliewinning op het Noorse continentaal plat in het kader van de negentiende gunningsronde zal naar verwachting in het eerste kwartaal van 2006 plaatsvinden.
Nadere inlichtingen zijn te verkrijgen bij het ministerie van Olie en Energie, op volgend telefoonnummer: (47) 22 24 63 33.
EVA-Hof
|
1.12.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 304/38 |
Verzoek om een advies van het EVA-Hof door Héraðsdómur Reykjavíkur bij beschikking van die rechtbank van 4 mei 2005 in de zaak HOB-vín ehf/de IJslandse Staat en het IJslands staatsbedrijf voor alcohol en tabak
(Zaak E-4/05)
(2005/C 304/16)
Bij beschikking van 4 mei 2005, ter griffie van het Hof ontvangen op 17 juni 2005, heeft Héraðsdómur Reykjavíkur (arrondissementsrechtbank Reykjavik), IJsland, verzocht om een advies in de zaak HOB-vín ehf./de IJslandse Staat en het IJslands staatsbedrijf voor alcohol en tabak, betreffende de volgende vragen:
|
1. |
Staan de artikelen 11 en 16 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte er aan in de weg dat een staatsbedrijf, dat het uitsluitend recht bezit op de detailverkoop van alcoholische dranken, van zijn leveranciers eist dat zij deze onderneming alcoholische dranken voor detailverkoop op een specifiek type pallet (EUR pallet) leveren en dat de prijs van het pallet bovendien in de prijs van het product is inbegrepen? |
|
2. |
Staat artikel 59 van de Overeenkomst aan dergelijke vereisten in de weg? |