ISSN 1725-2474

Publicatieblad

van de Europese Unie

C 85

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Mededelingen en bekendmakingen

48e jaargang
7 april 2005


Nummer

Inhoud

Bladzijde

 

I   Mededelingen

 

Raad

2005/C 085/1

Conclusies van de Raad van 21 februari 2005 over onderwijs en opleiding in het kader van de tussentijdse evaluatie van de strategie van Lissabon

1

2005/C 085/2

Conclusies van de Raad van 21 februari 2005 over jongeren in het kader van de tussentijdse evaluatie van de strategie van Lissabon

5

 

Commissie

2005/C 085/3

Wisselkoersen van de euro

7

2005/C 085/4

Lijst van passende vaarbevoegdheidsbewijzen die zijn erkend krachtens de procedure van artikel 18, lid 3, van Richtlijn 2001/25/EG inzake het minimumopleidingsniveau van zeevarenden (Situatie op 31 december 2004) ( 1 )

8

2005/C 085/5

Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak nr. COMP/M.3773 — Lehman Brothers/Europe Realty/IHG Portfolio) — Zaak die in aanmerking kan komen voor een vereenvoudigde procedure ( 1 )

19

 

Rectificaties

2005/C 085/6

Rectificatie op de uitnodiging tot het indienen van voorstellen voor OTO-werkzaamheden onder contract in het kader van het specifiek programma voor onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie Structurering van de Europese onderzoeksruimte (PB C 63 van 15.3.2005)

20

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

 


I Mededelingen

Raad

7.4.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 85/1


CONCLUSIES VAN DE RAAD

van 21 februari 2005

over onderwijs en opleiding in het kader van de tussentijdse evaluatie van de strategie van Lissabon

(2005/C 85/01)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

gezien

1.

de nieuwe door de Europese Raad van Lissabon van 23 en 24 maart 2000 voor de Europese Unie vastgestelde en door de Europese Raad van Stockholm van 23 en 24 maart 2001 bevestigde strategische doelstelling om „de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie van de wereld te worden die in staat is tot duurzame economische groei met meer en betere banen en een hechtere sociale samenhang”;

2.

de substantiële bijdrage van levenslang leren, dat alle vormen van leren en alle niveaus en aspecten van onderwijs en opleiding bestrijkt, tot de verwezenlijking van al deze doelstellingen en de totstandbrenging van duurzame ontwikkeling, zoals door de Europese Raad van Lissabon zelf is erkend;

3.

het feit dat circa 33 miljoen mensen in de Europese Unie niet aan het arbeidsproces deelnemen; dat de beroepsbevolking in Europa vergrijst en 32 % van de bevolking in de werkende leeftijd (78 miljoen) laag opgeleid is. Daartegenover staat dat in de komende vijf jaar slechts 15 % van de nieuw geschapen banen zal openstaan voor mensen met een basisopleiding, terwijl voor 50 % van de nieuw geschapen banen hoog opgeleid personeel nodig is;

4.

de vorderingen die, met name op nationaal en Europees niveau in de context van het werkprogramma „Onderwijs en Opleiding 2010” zijn gemaakt;

5.

de mededeling van de Commissie voor de voorjaarsbijeenkomst 2005 van de Europese Raad („Samenwerken aan groei en werkgelegenheid. Een nieuwe impuls voor de strategie van Lissabon”) en de noodzaak om terreinen te bepalen waarop de Europese Raad verdere vooruitgang kan ondersteunen;

BEKLEMTOONT HET VOLGENDE:

6.

De kennismaatschappij is van cruciale betekenis voor de strategie van Lissabon. De bijdrage van onderwijs en opleiding is dan ook van essentieel belang, omdat zij de noodzakelijke basisvaardigheden en creatief potentieel bieden.

De Lissabon-doelstellingen concurrentievermogen en economische groei zijn uitsluitend te verwezenlijken als jongeren die hun intrede doen op de arbeidsmarkt terdege zijn toegerust met scholing en opleiding van hoge kwaliteit die stroken met de ontwikkeling van de maatschappij.

Doeltreffender investeringen in onderwijs en opleiding leiden over het algemeen tot een aanzienlijke toename van het nationaal product van een land en dragen bij tot het toekomstige inkomen van de lerenden.

Onderwijs en opleiding van betere kwaliteit alsook een betere toegang en een grotere participatie stellen niet alleen een toenemend aantal mensen in staat zich te ontplooien, maar dragen ook bij tot duurzame economische groei, sociale samenhang en meer en betere banen.

Meer participatie en een groter percentage geslaagden in initiële opleiding en scholing zullen ten goede komen aan de kwaliteit van de beroepsbevolking, de inzetbaarheid van de mensen verbeteren en derhalve de overheidsuitgaven beperken.

De sector hoger onderwijs bevindt zich op het kruispunt van onderzoek, onderwijs en innovatie en is daarom cruciaal voor het concurrentievermogen van de Europese Unie.

Een geavanceerde economie kan niet overleven zonder voortdurende verbetering van de vaardigheden van mensen, ongeacht hun leeftijd. Levenslang leren is derhalve van essentieel belang en moet in alle lidstaten worden aangemoedigd. Het vergroot de algemene capaciteiten van de werkende bevolking, waardoor mensen zich aan de snel veranderende behoeften van de arbeidsmarkt en aan nieuwe technologieën kunnen aanpassen en er gunstiger voorwaarden voor beroeps- en geografische mobiliteit worden geschapen. In dit opzicht is een basisopleiding in ICT (digitale geletterdheid) voor iedereen van essentieel belang.

7.

Wat het punt duurzame groei en „meer en betere banen” betreft, vormen onderwijs en opleiding de basis waarop banen van betere kwaliteit kunnen worden gecreëerd en groei kan worden bestendigd. Dit geldt des te meer in kennismaatschappijen en -economieën.

Meer banen kunnen alleen voortkomen uit een betere en arbeidsintensievere economische groei. Dit vereist dat de beroepsbevolking over de door ondernemers en bedrijven gevraagde kennis en vaardigheden beschikt.

Banen van betere kwaliteit impliceren een hoog bekwaamheidsniveau van de werknemer. Dit vergt verdere individuele ontwikkeling op alle onderwijs- en opleidingsniveaus en levenslang, in het licht van de demografische verandering. Onderwijs en opleiding, alsook niet-formeel en informeel leren, vormen middelen om dit te verwezenlijken.

Onderwijs en opleiding maken jongeren bewust van het milieuaspect en helpen hen in te zien dat duurzame economische groei weliswaar tegemoet moet komen aan de behoeften van de huidige generaties, maar niet ten koste van toekomstige generaties mag gaan.

8.

Wat het punt „hechtere sociale samenhang” betreft, bevorderen onderwijs en opleiding inzicht en tolerantie. Bovendien bieden ze een rechtvaardigere start in het leven voor iedereen.

Onderwijs op jonge leeftijd biedt de beste kans om bij kinderen sociale vaardigheden te ontwikkelen en hen voor te bereiden op de in toenemende mate multiculturele wereld waarin wij leven, en met name om kansarme kinderen beter voor te bereiden op de school.

Burgerschapsonderwijs in de ruimste betekenis, die ook inhoudt dat kansen op participatie in de civiele samenleving worden geboden, is een aanvullende manier om culturele en sociale uitsluiting te bestrijden en de maatschappelijke integratie van jongeren en mensen met bijzondere behoeften te vergemakkelijken.

MEMOREERT HET VOLGENDE:

9.

In overeenstemming met de conclusies van Lissabon is de Raad een samenhangend en geïntegreerd werkprogramma overeengekomen, dat thans „Onderwijs en opleiding 2010” wordt genoemd. De Raad en de Commissie hebben in hun in februari 2004 aangenomen Gezamenlijk tussentijds verslag aan de Europese Raad drie prioritaire gebieden voor onverwijld optreden aangewezen:

Hervormingen en investeringen toespitsen op de prioritaire gebieden voor de kennismaatschappij.

Concreet vorm geven aan levenslang leren.

Een Europa van onderwijs en opleiding tot stand brengen.

10.

Er is overeenstemming bereikt over Europass, alsook over andere belangrijke punten, zoals de identificatie en validatie van niet-formeel en informeel leren, kwaliteitsborging in beroepsonderwijs en -opleiding, en levenslange begeleiding. Thans zou voorrang moeten worden gegeven aan de uitvoering van deze afspraken op nationaal niveau. De toekomstige prioriteiten voor hervormingen en investeringen in beroepsonderwijs en -opleiding zijn gedefinieerd in de Raadsconclusies van 15 november 2004, die de basis vormden voor het op 14 december 2004 aangenomen communiqué van Maastricht.

11.

Onder impuls van het proces van Bologna is er vooruitgang geboekt bij het stimuleren van curriculumvernieuwing in het hoger onderwijs in heel Europa. Voorts is in december 2003 het programma Erasmus Mundus aangenomen om de Europese Unie als topcentrum op het gebied van leren in de hele wereld te promoten. Meer maatregelen en steun van de Europese Unie zouden de hogeronderwijsinstellingen echter beter in staat stellen om hun essentiële rol bij het verwezenlijken van de doelstellingen van Lissabon te vervullen.

12.

Voor de voortgangsbewaking in het werkprogramma heeft de Raad in mei 2003 een aantal benchmarks voor de Europese Unie als geheel vastgesteld. Deze zijn van het grootste belang voor de strategie van Lissabon en moeten daarom vóór 2010 worden bereikt.

13.

Op nationaal niveau is de modernisering van de onderwijs- en opleidingsstelsels aan de gang, maar er moet nog veel werk worden verricht om de noodzakelijke hervormingen door te voeren.

BEVEELT HET VOLGENDE AAN:

14.

Ter voorbereiding van het volgende gezamenlijke verslag van de Raad en de Commissie aan de Europese Raad in 2006 moeten er, rekening houdend met de tussentijdse evaluatie van Lissabon, verdere maatregelen op Europees en nationaal niveau worden genomen volgens de, in het gezamenlijk tussentijds verslag van 2004 vermelde, prioritaire hefbomen van „Onderwijs en opleiding 2010”, met name wat maatregelen voor de ontwikkeling van het menselijk kapitaal betreft:

Hervormingen en investeringen toespitsen op de prioritaire gebieden voor de kennismaatschappij

Verwezenlijken van de Lissabon-doelstelling, namelijk publieke en private investeringen in onderwijs en opleiding fors uitbreiden en efficiënt gebruiken.

Ontwikkelen van een kwaliteitscultuur en van beoordelingsstelsels om ervoor te zorgen dat de onderwijs- en opleidingsstelsels van de Europese Unie tot een wereldwijde kwaliteitsreferentie uitgroeien.

Verbeteren van het beleid op nationaal niveau door alle belanghebbenden, ook de sociale partners, in te schakelen en door de coördinatie tussen de betrokken overheidsinstanties te verbeteren.

Versterken van de synergieën en de complementariteit tussen onderwijs en andere beleidsgebieden als werkgelegenheid, onderzoek en innovatie, en macro-economisch beleid.

Concreet vorm geven aan levenslang leren

De nationale strategieën voor levenslang leren moeten erop gericht zijn dat alle burgers de essentiële bekwaamheden verwerven die zij in een kennismaatschappij nodig hebben en dat een open, aantrekkelijke en toegankelijke leeromgeving tot stand wordt gebracht. Onder andere de volgende maatregelen kunnen ertoe bijdragen deze doelstellingen te verwezenlijken:

Verruimen van de toegang tot levenslang leren, bijvoorbeeld door middel van afstandsonderwijs, vooral door het gebruik van ICT.

Stimuleren van de vraag naar levenslang leren door middel van maatregelen om werk en gezinsleven te combineren.

Opstellen van kostendelingsmodellen voor bij- en nascholing (werkgevers, werknemers en openbare dienst).

Ontwikkelen van nationale strategieën, onder meer om de huidige kloof in toegangsmogelijkheden tot levenslang leren tussen grote en kleine ondernemingen en tussen hoog- en laaggeschoolden te dichten.

Aannemen van het toekomstige geïntegreerde actieprogramma op het gebied van levenslang leren.

Een Europa van onderwijs en opleiding tot stand brengen

Versterken van de open coördinatiemethode, bijvoorbeeld door:

in „peer learning”-groepen te werken, zodat lidstaten zich op hun eigen prioritaire gebieden kunnen toespitsen;

het bereik, de nauwkeurigheid en de betrouwbaarheid van onderwijs- en opleidingsstatistieken te verbeteren;

op nieuwe gebieden indicatoren vast te stellen en operationeel te maken, zoals bedoeld in het Gezamenlijk tussentijds verslag, waaronder de door de Europese Raad van Barcelona van maart 2002 gevraagde vaardigheidsindicator voor vreemde talen.

Op Europees niveau gemeenschappelijke referentiepunten kiezen op gebieden als kernvaardigheden en de opleiding van leerkrachten en docenten.

Versterken van de rol van hogeronderwijsinstellingen in de Lissabon-strategie en verbetering van de kwaliteit van het hoger onderwijs om de internationale aantrekkingskracht ervan te vergroten, en de mobiliteit van studenten en stafleden.

Versterken van de synergie en de complementariteit tussen hoger onderwijs en onderzoek ter stimulering van innovatie en werkgelegenheid door de mobiliteit van jonge onderzoekers en aaneensluiting in netwerken van topcentra.

Ontwikkelen vóór eind 2006 van een Europees kader voor kwalificaties als een gemeenschappelijke referentie voor zowel beroepsonderwijs en -opleiding als het algemene onderwijs (secundair en hoger), dat gebaseerd is op bekwaamheden en leerresultaten.

VERZOEKT DE EUROPESE RAAD:

15.

nogmaals te bevestigen dat levenslang leren een conditio sine qua non is en zal blijven voor de verwezenlijking van de Lissabon-doelstellingen. In dat verband is een geslaagde uitvoering van het werkprogramma „Onderwijs en opleiding 2010” essentieel voor zowel het ontwikkelen van kennis en innovatie als het scheppen van meer en betere banen;

16.

het elan van de tussentijdse evaluatie te baat te nemen en prioriteit te geven aan:

de bepaling van coherente totaalstrategieën voor levenslang leren in de lidstaten tegen 2006, waarbij alle niveaus en dimensies van onderwijs en opleiding worden bestreken om de benodigde kennis en vaardigheden te ontwikkelen, en waarbij alle belanghebbenden worden betrokken;

bevordering van de topkwaliteit op alle niveaus van onderwijs- en opleidingsstelsels ter ondersteuning van werkgelegenheid, groei en sociale samenhang;

uitvoering in de lidstaten van het werkprogramma „Onderwijs en opleiding 2010”, met inbegrip van de noodzakelijke toename en het efficiëntere gebruik van investeringen in onderwijs en opleiding.

intensievere Europese samenwerking op onderwijs- en opleidingsgebied om hervormingen te stimuleren en te ondersteunen, met name door middel van

„peer learning”, met meer relevantie voor de behoeften van de lidstaten;

betere kwaliteit van de voortgangsbewaking;

vergroting van de bijdrage van beroepsonderwijs en -opleiding, hoger onderwijs en onderzoek aan de Lissabon-strategie;

ontwikkeling en uitvoering van een Europees kader voor kwalificaties;

17.

de Raad (Onderwijs/Jeugdzaken/Cultuur) op te roepen om in het kader van de rapportagemechanismen van de strategie van Lissabon bij te dragen tot de bewaking van de aspecten die onder zijn bevoegdheid vallen, te weten onderwijs en opleiding.

18.

het initiatief betreffende een Europees pact voor de jeugd op te nemen in de tussentijdse evaluatie van de strategie van Lissabon, teneinde te bevorderen dat een generatie jonge Europeanen ontstaat met banen van hoge kwaliteit en een hoger onderwijsniveau, die verdere opleidingen volgen om hun aanpassingsvermogen te verbeteren, en hiertoe richtsnoeren voor concrete maatregelen te formuleren in het kader van „Onderwijs en opleiding 2010” en bestaande programma's.


7.4.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 85/5


CONCLUSIES VAN DE RAAD

van 21 februari 2005

over jongeren in het kader van de tussentijdse evaluatie van de strategie van Lissabon

(2005/C 85/02)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Rekening houdend met

1.

het door de Europese Raad tijdens zijn bijeenkomst van Lissabon van 23 en 24 maart 2000 gestelde en tijdens zijn bijeenkomst van Stockholm van 23 en 24 maart 2001 bevestigde doel van de Europese Unie, namelijk „de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie van de wereld te worden die in staat is tot duurzame economische groei met meer en betere banen en een hechtere sociale samenhang”;

2.

het door de Commissie op 21 november 2001 aangenomen witboek „Een nieuw elan voor Europa's jeugd”, waarin het volgende wordt gesteld: „Deze strategie omvat nieuwe doelstellingen op diverse beleidsterreinen die nauw met jeugd samenhangen, zoals onderwijs, werkgelegenheid, sociale integratie, informatie en de burgermaatschappij”;

3.

de resolutie van de Raad van 27 juni 2002 waarin, op basis van bovengenoemd witboek, de open coördinatiemethode als nieuw kader voor de samenwerking in jeugdzaken wordt gekozen en voorgesteld wordt de jeugddimensie op te nemen in andere beleidsvormen en programma's;

4.

de conclusies van de Europese Raad van 4 en 5 november 2004 waarin nota wordt genomen van de brief van de staatshoofden en regeringsleiders van Frankrijk, Duitsland, Spanje en Zweden waarin wordt gewezen op het belang van demografische factoren bij de vormgeving van de toekomstige economische en sociale ontwikkeling van Europa en wordt aangedrongen op de uitwerking van een „Europees pact voor de jeugd”;

5.

de mededeling van de Commissie voor de voorjaarsbijeenkomst van de Europese Raad van 2005 („Samenwerken aan groei en werkgelegenheid — Een nieuwe impuls voor de strategie van Lissabon”) over de tussentijdse evaluatie van de strategie van Lissabon waarin wordt geconstateerd dat „wij een visie op de samenleving moeten scheppen waarin ouderen en jongeren kunnen worden geïntegreerd” en wordt gewezen op „de noodzaak van onmiddellijk optreden”.

BENADRUKT

6.

het belang van het jongerenperspectief in de strategie van Lissabon, gezien de demografische, economische, sociale en politieke ontwikkeling van de Europese Unie, met name de vergrijzing van de bevolking;

7.

de bijdrage die het innovatievermogen, de zin voor initiatief en de ondernemingsgeest, de mobiliteit en het vermogen tot multiculturele integratie van jongeren voor concurrentievermogen, duurzame groei en sociale samenhang inhoudt;

8.

het belang van een overeengekomen, samenhangend en sectoroverschrijdend beleid dat gericht is op jongeren;

9.

in dit verband het belang van het Witboek over jeugd, vooral van de open coördinatiemethode en het opnemen van de jeugddimensie in andere beleidsvormen, en de noodzaak om de synergie en complementariteit van de verschillende beleidsvormen en programma's die met jongeren te maken hebben, te versterken;

10.

dat een beter begrip van jongeren en hun levensomstandigheden een voorwaarde is om effectieve maatregelen te kunnen vaststellen die jongeren aanmoedigen hun mogelijkheden optimaal te benutten;

11.

dat de steun van jongeren voor de strategie van Lissabon nodig is om het welslagen ervan te garanderen.

DEELT

12.

in dit verband de door de Commissie geformuleerde overtuiging dat de strategie van Lissabon „ervoor moet zorgen dat de voorgestelde hervormingen ertoe bijdragen jongeren een eerste kans te geven en hun de vaardigheden bij te brengen die zij gedurende hun hele leven nodig zullen hebben”;

13.

het door de Commissie in haar mededeling voor de voorjaarsbijeenkomst van de Europese Raad van 2005 uitgesproken streven zich in het bijzonder op jongeren te richten op bepaalde hoofdterreinen zoals werkgelegenheid, combinatie van gezins- en beroepsleven, investeringen in menselijk kapitaal en onderzoek en ontwikkeling.

IS VAN OORDEEL DAT

14.

een dergelijke op jongeren gerichte aanpak op basis van de bestaande instrumenten en mechanismen daadwerkelijk moet worden geïntegreerd in de onder de strategie van Lissabon vallende beleidsterreinen;

15.

bij de specifieke inspanningen ten gunste van jongeren de gelijke behandeling van mannen en vrouwen in acht moet worden genomen en ook moet worden gekeken naar jongeren met minder kansen, met name op de terreinen onderwijs, werkgelegenheid, sociale integratie en mobiliteit;

16.

de actieve deelname van jongeren aan de samenleving tegelijkertijd een doel en een middel is dat de betrokkenheid van de Europese burgers bij de doelstellingen van Lissabon waarborgt en bijdraagt tot de persoonlijke ontplooiing van jongeren, hun sociale integratie en de sociale samenhang in het algemeen. Zij vormt derhalve een bijkomende factor voor het welslagen van de strategie van Lissabon.

VERZOEKT DE EUROPESE RAAD

17.

in het kader van de tussentijdse evaluatie van de strategie van Lissabon en van de bespreking van de mededeling van de Commissie voor de voorjaarsbijeenkomst van de Europese Raad van 2005, het initiatief van een Europees pact voor de jeugd op te nemen en daarin met name aandacht te besteden aan werkgelegenheid, sociale samenhang, onderwijs, opleiding, mobiliteit en de combinatie van gezins- en beroepsleven;

18.

richtsnoeren vast te stellen voor de concrete maatregelen die nodig zijn om dit initiatief uit te voeren in alle betrokken sectoren;

19.

nota te nemen van het voornemen van de Commissie om een mededeling aan te nemen over dit initiatief;

20.

aan de Commissie en de lidstaten de taak toe te vertrouwen jongeren en jongerenorganisaties volledig bij deze aanpak te betrekken, onder andere via „het Europees Jeugdforum”;

21.

te zorgen voor de follow-up van de uitvoering van het Europees pact voor jongeren via de rapportagemechanismen van de strategie van Lissabon, en de Raad (Onderwijs/Jeugdzaken/Cultuur) op te roepen bij te dragen aan de follow-up van de aspecten die onder zijn bevoegdheid vallen.


Commissie

7.4.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 85/7


Wisselkoersen van de euro (1)

6 april 2005

(2005/C 85/03)

1 euro=

 

Munteenheid

Koers

USD

US-dollar

1,2860

JPY

Japanse yen

139,75

DKK

Deense kroon

7,4500

GBP

Pond sterling

0,68505

SEK

Zweedse kroon

9,1612

CHF

Zwitserse frank

1,5508

ISK

IJslandse kroon

78,76

NOK

Noorse kroon

8,1670

BGN

Bulgaarse lev

1,9558

CYP

Cypriotische pond

0,5842

CZK

Tsjechische koruna

29,956

EEK

Estlandse kroon

15,6466

HUF

Hongaarse forint

247,23

LTL

Litouwse litas

3,4528

LVL

Letlandse lat

0,6961

MTL

Maltese lira

0,4298

PLN

Poolse zloty

4,1273

ROL

Roemeense leu

36 492

SIT

Sloveense tolar

239,68

SKK

Slowaakse koruna

38,915

TRY

Turkse lira

1,7462

AUD

Australische dollar

1,6804

CAD

Canadese dollar

1,5708

HKD

Hongkongse dollar

10,0302

NZD

Nieuw-Zeelandse dollar

1,8092

SGD

Singaporese dollar

2,1378

KRW

Zuid-Koreaanse won

1 303,23

ZAR

Zuid-Afrikaanse rand

7,8774

CNY

Chinese yuan renminbi

10,6436

HRK

Kroatische kuna

7,4150

IDR

Indonesische roepia

12 191,28

MYR

Maleisische ringgit

4,887

PHP

Filipijnse peso

70,376

RUB

Russische roebel

35,8450

THB

Thaise baht

50,872


(1)  

Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.


7.4.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 85/8


Lijst van passende vaarbevoegdheidsbewijzen die zijn erkend krachtens de procedure van artikel 18, lid 3, van Richtlijn 2001/25/EG inzake het minimumopleidingsniveau van zeevarenden (1)

(Situatie op 31 december 2004)

(2005/C 85/04)

(Voor de EER relevante tekst)

Lidstaat

Derde land

Passend vaarbevoegdheidsbewijs

EL

Indonesië

Kapitein, schepen ≥ 500 GT, Reg. II/2

Eerste stuurman, schepen ≥ 500 GT, Reg. II/2

Officier belast met de wacht, schepen ≥ 500 GT voortstuwingsvermogen, Reg. II/2

Hoofdwerktuigkundige, schepen ≥ 3 000 kW voortstuwingsvermogen, Reg. III/3

Tweede werktuigkundige, schepen ≥ 3 000 kW voortstuwingsvermogen, Reg. III/2

Officier belast met de wacht, schepen ≥ 750 kW voortstuwingsvermogen, Reg. III/1

Radio-operator, Reg. IV/2

UK

Korea

Dekofficier, klasse 1 (Kapitein)

Dekofficier, klasse 2

Dekofficier, klasse 3

Dekofficier, klasse 4 (Kapitein grote kustvaart)

Dekofficier, klasse 5

Dekofficier, klasse 6

IT

Australië

Dekofficieren:

Kapitein, klasse I, Reg. II/2

Eerste stuurman, klasse I, Reg. II/2

Kapitein, klasse II, Reg. II/2

Eerste stuurman, klasse II, Reg. II/2

Tweede stuurman, klasse I, Reg. II/1

Tweede stuurman, klasse II, Reg. II/3

Werktuigkundigen:

Werktuigkundige, klasse I, Reg. III/2

Werktuigkundige, klasse II, Reg. III/3

Officier belast met de machinekamerwacht, klasse III, Reg. III/1

BE

Australië

Tweede stuurman, klasse 1, Reg. II/1

Tweede stuurman, klasse 2, Reg. II/1

Eerste stuurman, klasse 1, Reg. II/2

Eerste stuurman, klasse 2, V/ls < 3 000 GT u/l, Reg. II/2

Kapitein, klasse 1, Reg. II/2

Kapitein, klasse 2, beperking V/ls < 3 000 GT u/l, Reg. II/2

Officier belast met de machinekamerwacht — stoom/motor of gecombineerd (onbeperkt), Reg. III/1

Tweede werktuigkundige — stoom/motor of gecombineerd (onbeperkt), Reg. III/2

Hoofdwerktuigkundige — stoom/motor of gecombineerd (onbeperkt), Reg. III/2

BE

Republiek Kroatië

Officier belast met de brugwacht, schepen ≥ 500 GT

Eerste stuurman, schepen ≥ 3 000 GT

Eerste stuurman, schepen < 3 000 GT

Kapitein, schepen ≥ 3 000 GT

Kapitein, schepen < 3 000 GT

Officier belast met de brugwacht, schepen < 500 GT, vaargebied 3

Kapitein belast met de brugwacht, schepen < 500 GT, vaargebied 3

Officier belast met de machinekamerwacht, schepen ≥ 750 kW hoofdvoortstuwingsvermogen

Tweede werktuigkundige, schepen ≥ 750 kW hoofdvoortstuwingsvermogen

Hoofdwerktuigkundige, schepen ≥ 750 kW hoofdvoortstuwingsvermogen

Hoofdwerktuigkundige, schepen 750 tot 3 000 kW hoofdvoortstuwingsvermogen

BE

Filippijnen

Derde stuurman

Tweede stuurman

Eerste stuurman

Kapitein

Vierde werktuigkundige

Derde werktuigkundige

Tweede werktuigkundige

Hoofdwerktuigkundige

BE

Indonesië

Dekofficier, klasse I

Dekofficier, klasse II

Dekofficier, klasse III

Dekofficier, klasse IV

Werktuigkundige, klasse I

Werktuigkundige, klasse II

Werktuigkundige, klasse III

BE

Rusland

Kapitein

Eerste stuurman

Officier belast met de brugwacht

Kapitein, schepen < 500 GT, reizen nabij de kust

Officier belast met de brugwacht, schepen < 500 GT, reizen nabij de kust

Werktuigkundige, klasse 1

Werktuigkundige/B, klasse 2

Werktuigkundige/A, klasse 2

Werktuigkundige/B, klasse 3

Werktuigkundige/A, klasse 3

L

Argentinië

Vaarbevoegdheidsbewijzen dekofficieren:

Tweede stuurman grote vaart, Reg. II/1

Eerste stuurman grote vaart, Reg. II/2

Kapitein grote vaart, Reg. II/2

Vaarbevoegdheidsbewijzen werktuigkundigen:

Werktuigkundige, Reg. III/1

Eerste werktuigkundige, Reg. III/2

Hoofdwerktuigkundige, Reg. III/2

L

Australië

Vaarbevoegdheidsbewijzen dekofficieren:

Tweede stuurman, klasse 1, Reg. II/1

Eerste stuurman, klasse 1, Reg. II/2

Kapitein, klasse 1, Reg. II/2

Vaarbevoegdheidsbewijzen werktuigkundigen:

Officier belast met de machinekamerwacht, Reg. III/1

Werktuigkundige, klasse 2, Reg. III/2

Werktuigkundige, klasse 1, Reg. III/2

L

Bulgarije

Vaarbevoegdheidsbewijzen dekofficieren:

Derde stuurman, Reg. II/1

Tweede stuurman, Reg. II/1

Eerste stuurman, Reg. II/2

Kapitein, Reg. II/2

Vaarbevoegdheidsbewijzen werktuigkundigen:

Vierde werktuigkundige, Reg. III/1

Derde werktuigkundige, Reg. III/1

Tweede werktuigkundige, Reg. III/2

Hoofdwerktuigkundige, Reg. III/2

L

Canada

Vaarbevoegdheidsbewijzen dekofficieren:

Stuurman belast met de brugwacht, onbeperkt, Reg. II/1

Eerste stuurman, reizen nabij de kust, Reg. II/1

Eerste stuurman, beperkt vaargebied, Reg. II/1

Kapitein, reizen nabij de kust, Reg. II/1

Kapitein, beperkt vaargebied, Reg. II/2

Kapitein, internationale reizen, Reg. II/2

Kapitein, Reg. II/2

Vaarbevoegdheidsbewijzen werktuigkundigen:

Werktuigkundige, klasse 4, Reg. III/1

Werktuigkundige, klasse 3, Reg. III/1

Werktuigkundige, klasse 2, Reg. III/2

Werktuigkundige, klasse 1, Reg. III/2

L

Kroatië

Vaarbevoegdheidsbewijzen dekofficieren:

Officier belast met de brugwacht, schepen ≥ 500 GT, Reg. II/1

Eerste stuurman, schepen ≥ 3 000 GT, Reg. II/2

Eerste stuurman, schepen < 3 000 GT, Reg. II/2

Kapitein, schepen < 3 000 GT, Reg. II/2

Kapitein, schepen ≥ 3 000 GT, Reg. II/2

Vaarbevoegdheidsbewijzen werktuigkundigen:

Officier belast met de machinekamerwacht, schepen ≥ 750 kW, Reg.  III/1

Tweede werktuigkundige, schepen ≥ 3 000 kW hoofdvoortstuwingsvermogen, Reg. III/2

Hoofdwerktuigkundige, schepen ≥ 3 000 kW hoofdvoortstuwingsvermogen, Reg. III/2

Hoofdwerktuigkundige, schepen 750 kW tot 3 000 kW hoofdvoortstuwingsvermogen, Reg. III/3

L

Estland

Vaarbevoegdheidsbewijzen dekofficieren:

Officier belast met de brugwacht, schepen ≥ 500 GT, Reg. II/1

Eerste stuurman, schepen < 3 000 GT, Reg. II/2

Eerste stuurman, schepen ≥ 3 000 GT, Reg. II/2

Kapitein, schepen < 3 000 GT, Reg. II/2

Kapitein, schepen ≥ 3 000 GT, Reg. II/2

Vaarbevoegdheidsbewijzen werktuigkundigen:

Officier belast met de machinekamerwacht, schepen met dieselmotoren ≥ 750 kW hoofdvoortstuwingsvermogen, Reg.  III/1

Tweede werktuigkundige, schepen met dieselmotoren < 3 000 kW hoofdvoortstuwingsvermogen, Reg. III/3

Hoofdwerktuigkundige, schepen met dieselmotoren < 3 000 kW hoofdvoortstuwingsvermogen, Reg. III/3

Tweede werktuigkundige, schepen met dieselmotoren ≥ 3 000 kW hoofdvoortstuwingsvermogen, Reg. III/2

Hoofdwerktuigkundige, schepen met dieselmotoren ≥ 3 000 kW hoofdvoortstuwingsvermogen, Reg. III/2

L

India

Vaarbevoegdheidsbewijzen dekofficieren:

Kapitein, onbeperkt vaargebied, vaarbevoegdheidsbewijs dekofficier, klasse 1, Reg. II/2 (kapitein)

Eerste stuurman, onbeperkt vaargebied, vaarbevoegdheidsbewijs dekofficier, klasse 2, Reg. II/2 (eerste stuurman)

Tweede stuurman, onbeperkt vaargebied, vaarbevoegdheidsbewijs dekofficier, klasse 3, Reg. II/1 (officier belast met de brugwacht)

Vaarbevoegdheidsbewijzen werktuigkundigen:

Werktuigkundige, vaarbevoegdheidsbewijs MEO-1, klasse 1 (hoofdwerktuigkundige), Reg. III/2

Werktuigkundige, vaarbevoegdheidsbewijs MEO-2, klasse 2 (tweede werktuigkundige), Reg. III/2

Werktuigkundige, vaarbevoegdheidsbewijs EOOW-IV, klasse 4 (officier belast met de machinekamerwacht), Reg. III/1

L

Indonesië

Vaarbevoegdheidsbewijzen dekofficieren:

Dekofficier, klasse I (kapitein), Reg. II/2

Dekofficier, klasse I, Reg. II/2

Dekofficier, klasse III, Reg. II/1, II/2.4.1, II/3.5

Dekofficier, klasse IV, Reg. II/1, II/3

Vaarbevoegdheidsbewijzen werktuigkundigen:

Werktuigkundige, klasse I, Reg. III/2

Werktuigkundige, klasse II, Reg. III/2

Werktuigkundige, klasse III, Reg. III/1, III/3

Werktuigkundige, klasse IV, Reg. III/1, III/3

L

Letland

Vaarbevoegdheidsbewijzen dekofficieren:

Officier belast met de brugwacht, schepen ≥ 500 GT, Reg. II/1

Eerste stuurman, schepen < 3 000 GT, Reg. II/2

Kapitein, schepen < 3 000 GT, Reg. II/2

Eerste stuurman, schepen ≥ 3 000 GT, onbeperkt, Reg. II/2

Kapitein, schepen < 3 000 GT, onbeperkt, Reg. II/2

Vaarbevoegdheidsbewijzen werktuigkundigen:

Officier belast met de machinekamerwacht, schepen ≥ 750 kW hoofdvoortstuwingsvermogen, Reg. III/1

Hoofdwerktuigkundige, schepen < 750 kW hoofdvoortstuwingsvermogen, Reg. III/2

Tweede werktuigkundige, schepen ≥ 3 000 kW hoofdvoortstuwingsvermogen, Reg. III/2

Hoofdwerktuigkundige, schepen ≥ 3 000 kW hoofdvoortstuwingsvermogen, Reg. III/2

L

Litouwen

Kapitein, schepen ≥ 3 000 GT, Reg. II/2

Eerste stuurman, schepen ≥ 3 000 GT, Reg. II/2

Kapitein, schepen 500 tot 3 000 GT, Reg. II/2

Eerste stuurman, schepen 500 tot 3 000 GT, Reg. II/2

Officier belast met de brugwacht, schepen ≥ 500 GT, Reg. II/1

Kapitein, schepen 500 GT, Reg. II/3

Officier belast met de brugwacht, schepen < 500 GT, Reg. II/3

Hoofdwerktuigkundige, schepen ≥ 3 000 kW voortstuwingsvermogen, Reg. III/2

Tweede werktuigkundige, schepen ≥ 3 000 kW voortstuwingsvermogen, Reg. III/2

Hoofdwerktuigkundige, schepen 750 tot 3 000 kW voortstuwingsvermogen, Reg. III/2

Tweede werktuigkundige, schepen 750 tot 3 000 kW voortstuwingsvermogen, Reg. III/2

Officier belast met de machinekamerwacht, schepen ≥ 750 kW voortstuwingsvermogen, Reg. III/1

Hoofdwerktuigkundige, schepen < 750 kW voortstuwingsvermogen, Reg. III/3

Officier belast met de machinekamerwacht, schepen < 750 kW voortstuwingsvermogen, Reg. III/3

L

Madagaskar

Dekofficieren

Tweede stuurman, klasse 1 (onbeperkt), Reg. II/2

Tweede stuurman, klasse 2 (< 3 000 GT), Reg. II/2

Kapitein, reizen nabij de kust (< 500 GT, < 200 zeemijl uit de kust), Reg. II/3

Officier belast met de brugwacht (onbeperkt), Reg. II/1

Werktuigkundigen

Tweede werktuigkundige, klasse 1 (onbeperkt), Reg. III/2

Tweede werktuigkundige, klasse 2 (< 3 000 kW), Reg. III/3

Officier belast met de machinekamerwacht (onbeperkt), Reg. III/4L

L

Filippijnen

Vaarbevoegdheidsbewijzen dekofficieren:

D1 — Kapitein, Reg. II/2

D2 — Eerste stuurman, Reg. II/2

D3 — Tweede stuurman, Reg. II/1

D3 — Derde stuurman, Reg. II/1

Vaarbevoegdheidsbewijzen werktuigkundigen:

E1 — Hoofdwerktuigkundige, Reg. III/2

E3 — Tweede werktuigkundige, Reg. III/2

E3 — Derde werktuigkundige, Reg. III/1

E4 — Vierde werktuigkundige, Reg. III/1

L

Polen

Vaarbevoegdheidsbewijzen dekofficieren:

Officier belast met de brugwacht, schepen ≥ 500 GT, Reg. II/1

Eerste stuurman, schepen 500 tot 3 000 GT, Reg. II/2

Eerste stuurman, schepen < 3 000 GT, Reg. II/2

Kapitein, schepen 500 tot 3 000 GT, Reg. II/2

Kapitein, schepen ≥ 3 000 GT, Reg. II/2

Officier belast met de brugwacht, reizen nabij de kust, Reg. II/3

Kapitein, reizen nabij de kust, Reg. II/3

Vaarbevoegdheidsbewijzen werktuigkundigen:

Officier belast met de machinekamerwacht, schepen < 750 kW hoofdvoortstuwingsvermogen, Reg.  III/1

Officier belast met de machinekamerwacht, schepen ≥ 750 kW hoofdvoortstuwingsvermogen, Reg.  III/1

Tweede werktuigkundige, schepen 750 tot 3 000 kW hoofdvoortstuwingsvermogen, Reg. III/3

Tweede werktuigkundige, schepen ≥ 3 000 kW hoofdvoortstuwingsvermogen, Reg. III/2

Hoofdwerktuigkundige, schepen 750 kW tot 3 000 kW hoofdvoortstuwingsvermogen, Reg. III/3

Hoofdwerktuigkundige, schepen ≥ 3 000 kW hoofdvoortstuwingsvermogen, Reg. III/2

L

Roemenië

Vaarbevoegdheidsbewijzen dekofficieren:

Kapitein, schepen ≥ 3 000 GT, Reg. II/2

Eerste stuurman, schepen ≥ 3 000 GT, Reg. II/2

Officier belast met de brugwacht, schepen ≥ 500 GT, Reg. II/1

Kapitein, schepen < 200 GT, reizen nabij de kust, Reg. II/3

Vaarbevoegdheidsbewijzen werktuigkundigen:

Hoofdwerktuigkundige, schepen ≥ 3 000 kW hoofdvoortstuwingsvermogen, Reg. III/2

Tweede werktuigkundige, schepen ≥ 3 000 kW hoofdvoortstuwingsvermogen, Reg. III/2

Officier belast met de machinekamerwacht, schepen ≥ 750 kW hoofdvoortstuwingsvermogen, Reg.  III/1

L

Rusland

Vaarbevoegdheidsbewijzen dekofficieren:

Kapitein, Reg. II/2

Eerste stuurman, Reg. II/2

Officier belast met de brugwacht, Reg. II/1

Kapitein, schepen < 500 GT, reizen nabij de kust, Reg. II/3

Officier belast met de brugwacht, schepen < 500 GT, reizen nabij de kust, Reg. II/3

Vaarbevoegdheidsbewijzen werktuigkundigen:

Werktuigkundige, klasse 1, Reg. III/2

Werktuigkundige/B, klasse 2, Reg. III/3

Werktuigkundige/A, klasse 2, Reg. III/2

Werktuigkundige/B, klasse 3, Reg. III/3

Werktuigkundige/A, klasse 3, Reg. III/1

L

Senegal

Dekofficieren:

Kapitein, schepen ≥ 3 000 GT, Reg. II/2

Eerste stuurman, schepen ≥ 3 000 GT, Reg. II/2

Kapitein, schepen 500 tot 3 000 GT, Reg. II/2

Tweede stuurman, schepen 500 tot 3 000 GT, Reg. II/2

Officier belast met de brugwacht, schepen ≥ 500 GT, Reg. II/1

Werktuigkundigen:

Hoofdwerktuigkundige, schepen ≥ 3 000 kW hoofdvoortstuwingsvermogen, Reg. III/2

Tweede werktuigkundige, schepen ≥ 3 000 kW hoofdvoortstuwingsvermogen, Reg. III/2

Hoofdwerktuigkundige, schepen 750 kW tot 3 000 kW hoofdvoortstuwingsvermogen, Reg. III/2

Tweede werktuigkundige, schepen 750 kW tot 3 000 kW hoofdvoortstuwingsvermogen, Reg. III/2

Officier belast met de machinekamerwacht, schepen ≥ 750 kW hoofdvoortstuwingsvermogen, Reg. III/1

L

Oekraïne

Vaarbevoegdheidsbewijzen dekofficieren:

Stuurman, reizen nabij de kust, Reg. II/1

Stuurman, onbeperkt, Reg. II/2.2.1.1

Kapitein, reizen nabij de kust, Reg. II/3.5

Kapitein, onbeperkt, Reg. II/2.2.1.2

Vaarbevoegdheidsbewijzen werktuigkundigen:

Werktuigkundige, klasse 3, Reg. III/1

Werktuigkundige, klasse 2, Reg. III/2.2.1.1

Werktuigkundige, klasse 1, Reg. III/2.2.1.2

IT

Tsjechië

Dekofficieren:

Kapitein, Reg. II/2

Eerste stuurman, Reg. II/2

Officier belast met de brugwacht, Reg. II/1

Werktuigkundigen:

Hoofdwerktuigkundige, Reg. III/2

Tweede werktuigkundige, Reg. III/2

Officier belast met de machinekamerwacht, Reg. III/1

UK

Maleisië

Officier belast met de brugwacht (onbeperkt)

Eerste stuurman (onbeperkt)

Kapitein (onbeperkt)

Eerste stuurman, schepen < 3 000 GT, reizen nabij de kust

Kapitein, schepen < 3 000 GT, reizen nabij de kust

Eerste stuurman, schepen ≥ 3 000 GT, reizen nabij de kust

Kapitein, schepen ≥ 3 000 GT, reizen nabij de kust

Officier belast met de brugwacht, schepen < 500 GT, reizen nabij de kust

Kapitein, schepen < 500 GT, reizen nabij de kust

EL

China

Kapitein, schepen ≥ 500 GT, Reg. II/2

Eerste stuurman, schepen ≥ 500 GT, Reg. II/2

Officier belast met de wacht, schepen ≥ 500 GT voortstuwingsvermogen, Reg. II/1

Hoofdwerktuigkundige, schepen ≥ 3 000 kW voortstuwingsvermogen, Reg. III/2

Tweede werktuigkundige, schepen ≥ 3 000 kW voortstuwingsvermogen, Reg. III/2

Officier belast met de machinekamerwacht, schepen ≥ 750 kW voortstuwingsvermogen, Reg. III/1

Radio-operator, Reg. IV/2

EL

Australië

Kapitein, schepen ≥ 500 GT, Reg. II/2

Eerste stuurman, schepen ≥ 500 GT, Reg. II/2

Officier belast met de brugwacht, schepen ≥ 500 GT, Reg. II/1

Hoofdwerktuigkundige, schepen ≥ 3 000 kW voortstuwingsvermogen, Reg. III/2

Tweede werktuigkundige, schepen ≥ 3 000 kW voortstuwingsvermogen, Reg. III/2

Officier belast met de machinekamerwacht, schepen ≥ 750 kW voortstuwingsvermogen, Reg. III/1

Radio-operator, Reg. IV/2

EL

Canada

Kapitein, schepen ≥ 500 GT, Reg. II/2

Eerste stuurman, schepen ≥ 500 GT, Reg. II/2

Officier belast met de brugwacht, schepen ≥ 500 GT, Reg. II/1

Hoofdwerktuigkundige, schepen ≥ 3 000 kW voortstuwingsvermogen, Reg. III/2

Tweede werktuigkundige, schepen ≥ 3 000 kW voortstuwingsvermogen, Reg. III/2

Officier belast met de machinekamerwacht, schepen ≥ 750 kW voortstuwingsvermogen, Reg. III/1

Radio-operator, Reg. IV/2

EL

Georgië

Kapitein, schepen ≥ 500 GT, Reg. II/2

Eerste stuurman, schepen ≥ 500 GT, Reg. II/2

Officier belast met de brugwacht, schepen ≥ 500 GT, Reg. II/1

Hoofdwerktuigkundige, schepen ≥ 3 000 kW voortstuwingsvermogen, Reg. III/2

Tweede werktuigkundige, schepen ≥ 3 000 kW voortstuwingsvermogen, Reg. III/2

Officier belast met de machinekamerwacht, schepen ≥ 750 kW voortstuwingsvermogen, Reg. III/1

Radio-operator, Reg. IV/2

UK

Iran

Officier belast met de brugwacht (OOW onbeperkt), Reg. II/1

Eerste stuurman (onbeperkt), Reg. II/2

Kapitein, Reg. II/2

Officier belast met de machinekamerwacht, klasse 3 (OOW-Nil), Reg. III/1

Werktuigkundige, klasse 2 (hoofdwerktuigkundige < 3 000 kW, 2nd Eng. Nil), Reg. III/2 en 3

Hoofdwerktuigkundige (Ch. Eng. Nil), Reg. III/2

L

Turkije

Dekofficieren:

Officier belast met de brugwacht, beperkt, Reg. II/3

Kapitein, beperkt, Reg. II/3

Officier belast met de brugwacht, schepen 500 tot 3 000 GT, Reg. II/1

Eerste stuurman, schepen 500 tot 3 000 GT, Reg. II/2

Kapitein, schepen 500 tot 3 000 GT, Reg. II/2

Officier belast met de brugwacht, onbeperkt, Reg. II/1

Eerste stuurman, onbeperkt, Reg. II/2

Kapitein, onbeperkt, Reg. II/2

Werktuigkundigen:

Werktuigkundige, schepen 750 tot 3 000 kW, Reg. III/1

Tweede werktuigkundige, schepen 750 tot 3 000 kW, Reg. III/3

Hoofdwerktuigkundige, schepen 750 tot 3 000 kW, Reg. III/3

Werktuigkundige, onbeperkt, Reg. III/1

Tweede werktuigkundige, onbeperkt, Reg. III/2

Hoofdwerktuigkundige, onbeperkt, Reg. III/2

Radio-operator, algemeen bevoegdheidsbewijs, Reg. IV/2

Radio-operator, beperkt bevoegdheidsbewijs, Reg. IV/2

L

Slovenië

Dekofficieren, onbeperkt vaargebied, schepen ≥ 3 000 GT:

Kapitein, Reg. II/2

Eerste stuurman, Reg. II/2

Dekofficieren, onbeperkt vaargebied, schepen 500 tot 3 000 GT:

Kapitein, Reg. II/2

Eerste stuurman, Reg. II/2

Officier belast met de brugwacht, schepen ≥ 500 GT, Reg. II/1

Officieren, onbeperkt vaargebied, schepen < 500 GT:

Kapitein, Reg. II/3

Officier belast met de brugwacht, Reg. II/3

Specialist radio-elektronica, klasse 1, Reg. IV/2

Specialist radio-elektronica, klasse 2, Reg. IV/2

Radio-operator, algemeen bevoegdheidsbewijs, Reg. IV/2

Radio-operator, beperkt bevoegdheidsbewijs, Reg. IV/2

Schepen ≥ 3 000 kW:

Hoofdwerktuigkundige, Reg. III/2

Tweede werktuigkundige, Reg. III/2

Schepen 750 tot 3 000 kW:

Hoofdwerktuigkundige, Reg. III/3

Tweede werktuigkundige, Reg. III/3

Schepen ≥ 750 kW:

Officier belast met de machinekamerwacht, Reg. III/1

EL

Pakistan

Kapitein, schepen ≥ 500 GT, Reg. II/2

Eerste stuurman, schepen ≥ 500 GT, Reg. II/2

Officier belast met de brugwacht, schepen ≥ 500 GT, Reg. II/1

Kapitein en officier belast met de brugwacht, schepen < 500 GT, Reg. II/3

Hoofdwerktuigkundige, schepen ≥ 3 000 kW voortstuwingsvermogen, Reg. III/2

Officier belast met de machinekamerwacht, schepen ≥ 750 kW voortstuwingsvermogen, Reg. III/1

Hoofdwerktuigkundige en tweede werktuigkundige, schepen 750 tot 3 000 kW voortstuwingsvermogen, Reg. III/3

Radio-operator GMDSS, Reg. IV/2

Speciale opleiding voor kapiteins en officieren van tankers, Reg. V/1

UK

Servië en Montenegro

Officier belast met de brugwacht (OOW onbeperkt), schepen ≥ 3 000 GT

Eerste stuurman (onbeperkt), schepen ≥ 3 000 GT

Kapitein (onbeperkt), schepen ≥ 3 000 GT

Eerste stuurman, schepen < 3 000 GT

Kapitein, schepen < 3 000 GT

Officier belast met de brugwacht (eerste stuurman), schepen < 500 GT

Kapitein, schepen < 500 GT, reizen nabij de kust

Officier belast met de machinekamerwacht (onbeperkt)

Tweede werktuigkundige (onbeperkt)

Hoofdwerktuigkundige (onbeperkt)

Tweede werktuigkundige, schepen 750 tot 3 000 kW, reizen nabij de kust

Hoofdwerktuigkundige, schepen 750 tot 3 000 kW, reizen nabij de kust

PO

Turkije

Kapitein, schepen ≥ 3 000 GT

Eerste stuurman, schepen ≥ 3 000 GT

Eerste stuurman, schepen 500 GT tot 3 000 GT

Dekofficier, schepen ≥ 500 GT

Hoofdwerktuigkundige, schepen ≥ 3 000 kW

Hoofdwerktuigkundige, schepen 750 tot 3 000 kW

Tweede werktuigkundige, schepen ≥ 3 000 kW

Tweede officier, schepen 750  tot 3 000 kW

Werktuigkundige, schepen ≥ 750 kW

Radio-operator, algemeen bevoegdheidsbewijs

Radio-operator, beperkt bevoegdheidsbewijs


(1)  Nederland en het Verenigd Koninkrijk erkennen momenteel geen individuele maritieme onderwijs- en opleidingsinstellingen, maar geven de voorkeur aan een erkenning van alle door de betreffende derde landen goedgekeurde maritieme onderwijs- en opleidingsinstellingen.


7.4.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 85/19


Voorafgaande aanmelding van een concentratie

(Zaak nr. COMP/M.3773 — Lehman Brothers/Europe Realty/IHG Portfolio)

Zaak die in aanmerking kan komen voor een vereenvoudigde procedure

(2005/C 85/05)

(Voor de EER relevante tekst)

1.

Op 1 april 2005 ontving de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1) waarin wordt meegedeeld dat de onderneming Lehman Brothers Real Estate Partners Group („LBREP II”, VS) behorende tot de Lehman Brothers Group („Lehman Brothers”, VS) en Europe Realty Holdings Pte. Ltd („Europe Realty”, Singapore) in de zin van artikel 3, lid 1), sub b), van genoemde verordening gezamenlijk zeggenschap verkrijgen over IHG Portfolio („IHG Portfolio”, VK) door de aankoop van aandelen van een nieuw gestichte vennootschap die een gezamenlijke onderneming is.

2.

De bedrijfswerkzaamheden van de betrokken ondernemingen zijn:

voor LBREP II: investeringsfonds;

voor Europe Realty: houdstermaatschappij actief in investeringen in onroerend goed in Europa namens de regering van Singapore;

voor IHG Portfolio: vier ondernemingen die de activa bezitten van een groep van 73 hotels in het VK.

3.

Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde transactie binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 139/2004 kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden. In het licht van de Mededeling van de Commissie betreffende een vereenvoudigde procedure voor de behandeling van bepaalde concentraties krachtens Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (2) wordt vermeld dat deze zaak in aanmerking kan komen voor deze procedure.

4.

De Commissie verzoekt belanghebbende derden hun eventuele opmerkingen ten aanzien van de voorgenomen concentratie kenbaar te maken aan de Commissie.

Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk tien dagen na dagtekening van deze bekendmaking hebben bereikt. Zij kunnen per fax (nummer (32-2) 296 43 01 of 296 72 44) of per post, onder vermelding van referentienummer COMP/M.3773 — Lehman Brothers/Europe Realty/IHG Portfolio, aan onderstaand adres worden toegezonden:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Concurrentie

Griffie voor concentraties

J-70

B-1049 Brussel.


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.

(2)  Beschikbaar op de DG COMP website:

http://europa.eu.int/comm/competition/mergers/legislation/consultation/simplified_tru.pdf.


Rectificaties

7.4.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 85/20


Rectificatie op de uitnodiging tot het indienen van voorstellen voor OTO-werkzaamheden onder contract in het kader van het specifiek programma voor onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie „Structurering van de Europese onderzoeksruimte”

( Publicatieblad van de Europese Unie C 63 van 15 maart 2005 )

(2005/C 85/06)

Op bladzijde 15, in de bijlage, punt 8, in de tabel, eerste kolom:

in plaats van:

„1.2.4.2.2”

te lezen:

„1.2.3.3”;

Op bladzijde 16, in de bijlage, punt 13, in de tabel, laatste kolom, eerste regel:

in plaats van:

„1.2.4.2.1”

te lezen:

„1.2.3.3”.