|
ISSN 1725-2474 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 207 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Mededelingen en bekendmakingen |
47e jaargang |
|
Nummer |
Inhoud |
Bladzijde |
|
|
I Mededelingen |
|
|
|
Commissie |
|
|
2004/C 207/1 |
||
|
2004/C 207/2 |
||
|
2004/C 207/3 |
Voorafgaande aanmelding van een concentratie (Zaak nr. COMP/M.3532 – CVC/FP/Hynix System IC Business (JV) — Zaak die in aanmerking kan komen voor een vereenvoudigde procedure ( 1 ) |
|
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst |
|
NL |
|
I Mededelingen
Commissie
|
17.8.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 207/1 |
Wisselkoersen van de euro (1)
16 augustus 2004
(2004/C 207/01)
1 euro=
|
|
Munteenheid |
Koers |
|
USD |
US-dollar |
1,2337 |
|
JPY |
Japanse yen |
136,66 |
|
DKK |
Deense kroon |
7,4379 |
|
GBP |
Pond sterling |
0,67020 |
|
SEK |
Zweedse kroon |
9,2389 |
|
CHF |
Zwitserse frank |
1,5325 |
|
ISK |
IJslandse kroon |
86,96 |
|
NOK |
Noorse kroon |
8,2800 |
|
BGN |
Bulgaarse lev |
1,9559 |
|
CYP |
Cypriotische pond |
0,57790 |
|
CZK |
Tsjechische koruna |
31,461 |
|
EEK |
Estlandse kroon |
15,6466 |
|
HUF |
Hongaarse forint |
248,15 |
|
LTL |
Litouwse litas |
3,4528 |
|
LVL |
Letlandse lat |
0,6632 |
|
MTL |
Maltese lira |
0,4267 |
|
PLN |
Poolse zloty |
4,4403 |
|
ROL |
Roemeense leu |
41 044 |
|
SIT |
Sloveense tolar |
239,9900 |
|
SKK |
Slovaakse koruna |
40,240 |
|
TRL |
Turkse lira |
1 798 700 |
|
AUD |
Australische dollar |
1,7207 |
|
CAD |
Canadese dollar |
1,6176 |
|
HKD |
Hongkongse dollar |
9,6221 |
|
NZD |
Nieuw-Zeelandse dollar |
1,8564 |
|
SGD |
Singaporese dollar |
2,1174 |
|
KRW |
Zuid-Koreaanse won |
1 430,04 |
|
ZAR |
Zuid-Afrikaanse rand |
8,0133 |
Bron: door de Europese Centrale Bank gepubliceerde referentiekoers.
|
17.8.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 207/2 |
Inleiding van een herzieningsprocedure bij het vervallen van de antidumpingmaatregelen ten aanzien van stalen kabels uit de Volksrepubliek China, India, Zuid-Afrika en Oekraïne
(2004/C 207/02)
Na de publicatie van het bericht dat de antidumpingmaatregelen ten aanzien van stalen kabels uit de Volksrepubliek China, India, Zuid-Afrika en Oekraïne binnenkort zouden vervallen (1), heeft de Commissie het verzoek ontvangen opnieuw een onderzoek in te stellen naar de invoer van deze producten op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad (2) (hierna „de basisverordening” genoemd).
1. Indiener van het verzoek
Het verzoek werd op 17 mei 2004 ingediend door het „Liaison Committee of European Union Wire Rope Industries” namens producenten die een groot deel, in dit geval meer dan 50 % van de productie van stalen kabels in de Gemeenschap vertegenwoordigen.
2. Product
Het verzoek heeft betrekking op stalen kabels, ingedeeld onder de GN-codes ex 7312 10 82 (Taric-code 7312108210), ex 7312 10 84 (Taric-code 7312108410), ex 7312 10 86 (Taric-code 7312108610), ex 7312 10 88 (Taric-code 7312108810) en ex 7312 10 99 (Taric code 7312109910) (hierna „het betrokken product” genoemd) uit de Volksrepubliek China, India, Zuid-Afrika en Oekraïne. Deze GN-codes worden slechts ter informatie vermeld.
3. Thans geldende maatregelen
Op het betrokken product zijn momenteel definitieve antidumpingrechten van toepassing die werden ingesteld bij Verordening (EG) nr. 1796/1999 van de Raad (3).
4. Motivering van het verzoek
Het verzoek is ingediend omdat het vervallen van de maatregelen waarschijnlijk zal leiden tot een voortzetting of herhaling van dumping en schade voor de bedrijfstak van de Gemeenschap.
Gelet op artikel 2, lid 7, van de basisverordening heeft de indiener van het verzoek de normale waarde voor de Volksrepubliek China en Oekraïne vastgesteld aan de hand van de prijs in het in punt 5.1, onder d), genoemde derde land met een markteconomie. De bewering dat opnieuw dumping zal optreden, is gebaseerd op de vergelijking van de aldus vastgestelde normale waarde met de prijzen bij uitvoer naar de Verenigde Staten, wat de Volksrepubliek China betreft, en met de prijzen bij uitvoer naar Rusland, wat Oekraïne betreft.
De bewering dat het betrokken product weer met dumping uit Zuid-Afrika zal worden ingevoerd is gebaseerd op een vergelijking van de binnenlandse prijzen in Zuid-Afrika met de prijzen bij uitvoer naar de Verenigde Staten.
Daar uit bovengenoemde vergelijkingen van de normale waarden met de exportprijzen blijkt dat er sprake is van dumping, is het volgens de indiener van het verzoek waarschijnlijk dat het betrokken product opnieuw met dumping in de Gemeenschap zal worden ingevoerd.
De bewering dat het betrokken product uit India nog steeds met dumping wordt ingevoerd, is gebaseerd op een vergelijking van de binnenlandse prijzen in India met de prijzen bij uitvoer naar de Gemeenschap.
De aldus vastgestelde dumpingmarges zijn aanzienlijk. De indiener van het verzoek beweert voorts dat het waarschijnlijk is dat de schadeveroorzakende dumping zal worden voortgezet. Hij heeft bewijsmateriaal verstrekt waaruit blijkt dat de invoer van het betrokken product waarschijnlijk zal stijgen indien de maatregelen vervallen gezien de onbenutte productiecapaciteit in de betrokken landen.
Ten slotte voert de indiener van het verzoek aan dat de reeds precaire situatie van de EG-producenten nog zal verslechteren indien de antidumpingmaatregelen vervallen. Indien weer grote hoeveelheden tegen dumpingprijzen uit de betrokken landen worden ingevoerd, zullen de EG-producenten waarschijnlijk weer schade lijden.
5. Procedure
Na overleg in het Raadgevend Comité is de Commissie tot de conclusie gekomen dat er voldoende bewijsmateriaal is om een herzieningsprocedure bij het vervallen van de maatregelen in te leiden en opent zij hierbij een onderzoek overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening.
5.1 Procedure voor het vaststellen van de waarschijnlijkheid van dumping en schade
Bij het onderzoek zal worden vastgesteld of het waarschijnlijk is dat de invoer met dumping zal worden voortgezet of zich opnieuw zal voordoen en of hierdoor schade zal ontstaan.
a) Steekproef
Daar kennelijk een groot aantal bedrijven bij deze procedure is betrokken, kan de Commissie, overeenkomstig artikel 17 van de basisverordening, besluiten van steekproeven gebruik te maken.
i) Steekproef van producenten/exporteurs in de Volksrepubliek China
Om te kunnen beoordelen of het noodzakelijk is van een steekproef gebruik te maken en, indien dit het geval is, deze te kunnen samenstellen, verzoekt de Commissie alle producenten/exporteurs, of hun vertegenwoordigers, binnen de in punt 6, onder b) i), vermelde termijn en op de in punt 7 vermelde wijze contact met haar op te nemen en haar de volgende gegevens over hun bedrijf of bedrijven te verstrekken:
|
— |
naam, adres, e-mailadres, telefoon-, fax- en/of telexnummer en naam van een contactpersoon; |
|
— |
de hoeveelheid (in ton) van het betrokken product die in de periode van 1 juli 2003 tot en met 30 juni 2004 naar de Gemeenschap werd uitgevoerd en de waarde van deze export in plaatselijke valuta; |
|
— |
de hoeveelheid (in ton) van het betrokken product die in de periode van 1 juli 2003 tot en met 30 juni 2004 (op deze periode zal het onderzoek betrekking hebben) op de binnenlandse markt is verkocht en de waarde van die verkoop in plaatselijke valuta; |
|
— |
een nauwkeurige omschrijving van de activiteiten van het bedrijf in verband met de productie van het betrokken product; |
|
— |
de namen en een nauwkeurige omschrijving van de activiteiten van alle verbonden bedrijven (4) die betrokken zijn bij de productie en/of verkoop (in binnen- en buitenland) van het betrokken product; |
|
— |
alle andere inlichtingen die de Commissie bij het samenstellen van de steekproef van nut kunnen zijn; |
|
— |
of het bedrijf bereid is in de steekproef te worden opgenomen, hetgeen betekent dat een vragenlijst moet worden beantwoord en dat de antwoorden ter plaatse zullen worden gecontroleerd. |
Om de informatie te verkrijgen die zij voor het samenstellen van de steekproef van producenten/exporteurs nodig heeft, zal de Commissie bovendien contact opnemen met de Chinese autoriteiten en met de haar bekende organisaties van producenten/exporteurs in de Volksrepubliek China.
ii) Steekproef van importeurs
Om te kunnen beoordelen of het noodzakelijk is van een steekproef gebruik te maken en, indien dit het geval is, deze te kunnen samenstellen, verzoekt de Commissie alle importeurs, of hun vertegenwoordigers, binnen de in punt 6, onder b) i), vermelde termijn en op de in punt 7 vermelde wijze contact met haar op te nemen en haar de volgende gegevens over hun bedrijf of bedrijven te verstrekken:
|
— |
naam, adres, e-mailadres, telefoon-, fax- en/of telexnummer en naam van een contactpersoon; |
|
— |
de totale omzet van het bedrijf in EUR in de periode van 1 juli 2003 tot en met 30 juni 2004; |
|
— |
het aantal werknemers; |
|
— |
een nauwkeurige omschrijving van de activiteiten van het bedrijf in verband met het betrokken product, |
|
— |
de hoeveelheid (in ton) van het betrokken product die in de periode van 1 juli 2003 tot en met 30 juni 2004 uit de Volksrepubliek China, India, Zuid-Afrika en Oekraïne in de Gemeenschap is ingevoerd en verkocht en de waarde van die verkoop in EUR; |
|
— |
de namen en een nauwkeurige omschrijving van de activiteiten van alle verbonden bedrijven die betrokken zijn bij de productie en/of verkoop van het betrokken product; |
|
— |
alle andere inlichtingen die de Commissie bij het samenstellen van de steekproef van nut kunnen zijn; |
|
— |
of het bedrijf bereid is in de steekproef te worden opgenomen, hetgeen betekent dat een vragenlijst moet worden beantwoord en dat de antwoorden ter plaatse zullen worden gecontroleerd. |
Om de informatie te verkrijgen die zij voor het samenstellen van de steekproef van importeurs nodig heeft, zal de Commissie bovendien contact opnemen met de haar bekende organisaties van importeurs.
iii) Steekproef van EG-producenten
Daar een groot aantal EG-producenten het verzoek steunt, is de Commissie voornemens aan de hand van een steekproef te onderzoeken of deze producenten schade hebben geleden.
Om de steekproef te kunnen samenstellen, verzoekt de Commissie alle belanghebbende EG-producenten binnen de in punt 6, onder b) i), vermelde termijn wijze contact met haar op te nemen en haar de volgende gegevens over hun bedrijf of bedrijven te verstrekken:
|
— |
naam, adres, e-mailadres, telefoon-, fax- en/of telexnummer en naam van een contactpersoon; |
|
— |
de totale omzet van het bedrijf in EUR in de periode van 1 juli 2003 tot en met 30 juni 2004; |
|
— |
een nauwkeurige omschrijving van de activiteiten van het bedrijf in verband met de productie van het betrokken product; |
|
— |
de waarde van de verkoop van het betrokken product in EUR in de Gemeenschap in de periode van 1 juli 2003 tot en met 30 juni 2004; |
|
— |
de hoeveelheid (in ton) van het betrokken product die in de periode van 1 juli 2003 tot en met 30 juni 2004 in de Gemeenschap werd verkocht; |
|
— |
de hoeveelheid (in ton) van het betrokken product die in de periode van 1 juli 2003 tot en met 30 juni 2004 werd geproduceerd; |
|
— |
de namen en een nauwkeurige omschrijving van de activiteiten van alle verbonden bedrijven die betrokken zijn bij de productie en/of verkoop van het betrokken product; |
|
— |
alle andere inlichtingen die de Commissie bij het samenstellen van de steekproef van nut kunnen zijn; |
|
— |
of het bedrijf bereid is in de steekproef te worden opgenomen, hetgeen betekent dat een vragenlijst moet worden beantwoord en dat de antwoorden ter plaatse zullen worden gecontroleerd. |
iv) Definitieve samenstelling van de steekproef
Op- of aanmerkingen over het samenstellen van de steekproef moeten binnen de in punt 6, onder punt b) ii) vermelde termijn worden toegezonden.
Alvorens de steekproef definitief samen te stellen zal de Commissie de bedrijven raadplegen die zich bereid hebben verklaard daarin te worden opgenomen.
De in de steekproef opgenomen bedrijven moeten binnen de in punt 6, onder b) iii), vermelde termijn een vragenlijst beantwoorden en medewerking verlenen bij het onderzoek.
Indien geen voldoende medewerking wordt verleend, zal de Commissie haar bevindingen, overeenkomstig artikel 17, lid 4, en artikel 18 van de basisverordening, op de beschikbare gegevens baseren. Zoals vermeld in punt 8 van dit bericht kunnen op beschikbare gegevens gebaseerde bevindingen voor de betrokkene minder gunstig zijn.
b) Vragenlijsten
Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek nodig heeft, zal de Commissie vragenlijsten toezenden aan de in de steekproef opgenomen EG-producenten, organisaties van EG-producenten, de in de steekproef opgenomen producenten/exporteurs in de Volksrepubliek China, producenten/exporteurs in India, Zuid-Afrika en Oekraïne, organisaties van producenten/exporteurs in de Volksrepubliek China, India, Zuid-Afrika en Oekraïne, de in de steekproef opgenomen importeurs en organisaties van importeurs die in het verzoek zijn genoemd en aan de autoriteiten van de betrokken landen.
c) Het schriftelijk en mondeling verstrekken van informatie
Alle belanghebbenden worden hierbij uitgenodigd hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten en andere gegevens dan de antwoorden op de vragenlijst en het nodige bewijsmateriaal toe te zenden. Deze informatie en het bewijsmateriaal moeten binnen de in punt 6, onder a) ii), genoemde termijn door de Commissie zijn ontvangen.
Bovendien kan de Commissie de belanghebbenden horen die hierom schriftelijk verzoeken indien zij kunnen aantonen dat er bijzondere redenen zijn om hen te horen. Dit verzoek moet binnen de in punt 6, onder a) iii), vermelde termijn zijn ingediend.
d) Selectie van een derde land met markteconomie
Bij het vorige onderzoek werd India gekozen als vergelijkbaar derde land met markteconomie voor het vaststellen van de normale waarde voor de Volksrepubliek China en Oekraïne. De indiener van het verzoek heeft nu voorgesteld de Verenigde Staten te kiezen als vergelijkbaar derde land met markteconomie. Op- of aanmerkingen over de keuze van dit land dienen binnen de in punt 6, onder c), vermelde termijn te worden toegezonden.
5.2. Procedure voor het beoordelen van het belang van de Gemeenschap
Overeenkomstig artikel 21 van de basisverordening zal worden onderzocht of het niet tegen het belang van de Gemeenschap is de antidumpingmaatregelen te handhaven indien wordt vastgesteld dat het waarschijnlijk is dat de invoer met dumping zal worden voorgezet en dat hierdoor schade zal ontstaan. Producenten in de Gemeenschap, importeurs en representatieve organisaties van producenten, importeurs, verwerkende bedrijven en de consument die aantonen dat er een objectieve band is tussen hun activiteiten en het betrokken product, kunnen binnen de in punt 6, onder a) ii), genoemde termijn, contact met de Commissie opnemen en inlichtingen verstrekken. Deze partijen kunnen, binnen de in punt 6, onder a) iii) vermelde termijn, ook verzoeken te worden gehoord. Met informatie die op grond van artikel 21 wordt verstrekt, wordt slechts rekening gehouden indien daarbij, op het moment dat deze wordt verstrekt, het nodige bewijsmateriaal is gevoegd.
6. Termijnen
a) Algemene termijn
i) Om een vragenlijst aan te vragen
Belanghebbenden die geen medewerking hebben verleend aan het onderzoek dat tot de thans geldende maatregelen heeft geleid dienen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 15 dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen, een vragenlijst aan te vragen.
ii) Om zich aan te melden en antwoorden op de vragenlijst en andere gegevens toe te zenden
Belanghebbenden die wensen dat bij het onderzoek met hun opmerkingen rekening wordt gehouden, dienen binnen 40 dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen, tenzij anders vermeld, hun standpunt uiteen te zetten en de antwoorden op de vragenlijst en eventuele andere gegevens te doen toekomen. Er wordt op gewezen dat de meeste in de basisverordening vermelde procedurerechten slechts kunnen worden uitgeoefend indien de betrokkene zich binnen de genoemde termijn bij de Commissie aanmeldt.
De in de steekproef opgenomen bedrijven moeten de antwoorden op de vragenlijst binnen de in punt 6, onder b) iii), vermelde termijn indienen.
iii) Om een mondeling onderhoud aan te vragen
Binnen dezelfde termijn van 40 dagen kunnen belanghebbenden ook vragen door de Commissie te worden gehoord.
b) Bijzondere termijn voor het samenstellen van de steekproef
|
i) |
De in punt 5.1, onder a) i), ii) en iii), bedoelde gegevens dienen door de Commissie te zijn ontvangen uiterlijk 15 dagen na publicatie van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie, daar de Commissie voornemens is de bedrijven die zich bereid hebben verklaard in desteekproef te worden opgenomen binnen 21 dagen na publicatie van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie te raadplegen over de definitieve samenstelling van de steekproef. |
|
ii) |
Alle andere gegevens die voor het samenstellen van de steekproef van nut kunnen zijn, als bedoeld in punt 5.1, onder a) iv), moeten de Commissie bereiken binnen 21 dagen na de publicatie van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie. |
|
iii) |
De antwoorden op de vragenlijst van de in de steekproef opgenomen bedrijven moeten binnen 37 dagen nadat deze bedrijven is medegedeeld dat zij in de steekproef zijn opgenomen, door de Commissie zijn ontvangen. |
c) Bijzondere termijn voor de keuze van het derde land met markteconomie
Op- of aanmerkingen over het voornemen van de Commissie, zoals in punt 5.1, onder d), vermeld, de Verenigde Staten te kiezen als vergelijkbaar derde land met markteconomie voor het vaststellen van de normale waarde voor de Volksrepubliek China en Oekraïne, dienen binnen 10 dagen na publicatie van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie te worden ingediend.
7. Schriftelijke opmerkingen, antwoorden op de vragenlijst en andere correspondentie
Alle opmerkingen en verzoeken moeten schriftelijk worden ingediend (niet elektronisch, tenzij anders vermeld) onder opgave van naam, adres, e-mailadres, telefoon-, fax- en/of telexnummer van de betrokkene. Alle schriftelijke opmerkingen, met inbegrip van de in dit bericht gevraagde informatie, antwoorden op de vragenlijst en correspondentie die op vertrouwelijke basis worden verstrekt, moeten van het opschrift „Limited” (5) zijn voorzien en moeten, overeenkomstig artikel 19, lid 2, van de basisverordening, vergezeld gaan van een niet-vertrouwelijke versie waarop is vermeld „For inspection by interested parties”.
Correspondentieadres van de Commissie
|
Europese Commissie |
|
Directoraat-generaal Handel |
|
Directoraat B |
|
Kamer: J-79 5/16 |
|
B-1049 Brussel |
|
Fax (32 2) 295 65 05 |
|
Telex COMEU B 21877. |
8. Medewerking
Indien belanghebbenden de nodige gegevens niet binnen de gestelde termijnen verstrekken, geen toegang daartoe geven of het onderzoek ernstig belemmeren, kunnen, overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening, op grond van de beschikbare gegevens conclusies worden getrokken, zowel in positieve als in negatieve zin.
De Commissie kan de verstrekte informatie, indien deze onjuist of misleidend blijkt, buiten beschouwing laten en van beschikbare gegevens gebruik maken. Indien een belanghebbende geen of slechts gedeeltelijk medewerking verleent, en de bevindingen daarom op de beschikbare gegevens worden gebaseerd overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening, kan het resultaat voor hem ongunstiger zijn dan wanneer hij wel medewerking had verleend.
9. Tijdschema
Het onderzoek zal overeenkomstig artikel 11, lid 5, van de basisverordening binnen 15 maanden na de publicatie van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie worden afgesloten.
(1) PB C 272 van 13.11.2003, blz. 2.
(2) PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 461/2004 (PB L 77 van 13.3.2004, blz. 12).
(3) PB L 217 van 17.8.1999, blz. 1.
(4) Voor de betekenis van het begrip „verbonden bedrijf” zie artikel 143 van Verordening (EG) nr. 2454/93 van de Commissie houdende bepalingen ter uitvoering van het communautaire douanewetboek (PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1).
(5) Dit betekent dat de documenten slechts voor intern gebruik zijn bestemd en beschermd zijn in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en van de Raad (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43). Deze documenten zijn vertrouwelijk op grond van artikel 19 van Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad (PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1) en artikel 6 van de WTO-overeenkomst inzake de tenuitvoerlegging van Artikel VI van de GATT 1994 (Antidumpingovereenkomst).
|
17.8.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 207/6 |
Voorafgaande aanmelding van een concentratie
(Zaak nr. COMP/M.3532 – CVC/FP/Hynix System IC Business (JV)
Zaak die in aanmerking kan komen voor een vereenvoudigde procedure
(2004/C 207/03)
(Voor de EER relevante tekst)
|
1. |
Op 30 juli 2004 ontving de Commissie een aanmelding van een voorgenomen concentratie in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1) waarin wordt meegedeeld dat de ondernemingen Citicorp Venture Capital („CVC”, VS), die onder zeggenschap staat van Citigroup, Inc., en Francisco Partners („FP”, VS) in de zin van artikel 3, lid 1), sub b), van genoemde verordening volledig zeggenschap verkrijgen over de Zuid-Koreaanse onderneming System IC Business van Hynix Semiconductor, Inc. door de aankoop van aandelen. |
|
2. |
De bedrijfswerkzaamheden van de betrokken ondernemingen zijn:
|
|
3. |
Op grond van een voorlopig onderzoek is de Commissie van oordeel dat de aangemelde transactie binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 139/2004 kan vallen. Ten aanzien van dit punt wordt de definitieve beslissing echter aangehouden. In het licht van de Mededeling van de Commissie betreffende een vereenvoudigde procedure voor de behandeling van bepaalde concentraties krachtens Verordening (EEG) nr. 4064/89 van de Raad (2) wordt vermeld dat deze zaak in aanmerking kan komen voor deze procedure. |
|
4. |
De Commissie verzoekt belanghebbende derden hun eventuele opmerkingen ten aanzien van de voorgenomen concentratie kenbaar te maken aan de Commissie. Deze opmerkingen moeten de Commissie uiterlijk tien dagen na dagtekening van deze bekendmaking hebben bereikt. Zij kunnen per fax (nummer (32-2) 296 43 01 of 296 72 44) of per post, onder vermelding van referentienummer COMP/M.3532 – CVC/FP/Hynix System IC Business (JV), aan onderstaand adres worden toegezonden:
|
(1) PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.
(2) PB C 217 van 29.7.2000, blz. 32 (Verordening (EEG) nr. 4064/89 van de Raad is vervangen door Verordening (EG) nr. 139/2004).