Luchtvaartovereenkomsten tussen de EU en de VS

 

SAMENVATTING VAN:

Besluit 2007/339/EG betreffende de Overeenkomst inzake luchtvervoer tussen de EU en de EU-landen, enerzijds, en de Verenigde Staten van Amerika, anderzijds

WAT DOET DIT BESLUIT?

KERNPUNTEN

Toegang tot de markt: verkeersrechten en aangelegenheden in verband met commercie/exploitatie

Toegang tot de markt: eigendom en controle

Samenwerking op het gebied van regelgeving

Met de overeenkomst wordt tevens de samenwerking tussen de twee partijen op de volgende gebieden versterkt.

De overeenkomst omvat tevens een heldere routekaart met een niet-uitputtende lijst „punten die van prioritair belang zijn” voor de onderhandelingen over een tweedefaseovereenkomst.

Tweedefaseovereenkomst

In 2008 werden nieuwe onderhandelingen gestart tussen de EU en de VS. Deze onderhandelingen resulteerden in de ondertekening van een tweedefaseovereenkomst in 2010. Dit protocol bouwt voort op de eerste overeenkomst en bestrijkt aanvullende mogelijkheden voor investering en toegang tot de markt. Het verstevigt tevens het kader voor samenwerking op regelgevingsgebieden als veiligheid, beveiliging, sociale aspecten en, in het bijzonder, het milieu, waarbij beide partijen een speciale gezamenlijke verklaring omtrent het milieu zijn overeengekomen.

Noorwegen en IJsland zijn in 2011 toegetreden tot de overeenkomst.

VANAF WANNEER IS HET BESLUIT VAN TOEPASSING?

Het besluit is sinds 25 april 2007 van toepassing. Uit artikel 25 van de Overeenkomst inzake luchtvervoer betreffende voorlopige toepassing blijkt dat de beide partijen zijn overeengekomen om het besluit vanaf 30 maart 2008 toe te passen.

ACHTERGROND

Voor de overeenkomst van 2007 werden relaties met de VS op het gebied van luchtvervoer beheerst door bilaterale overeenkomsten tussen EU-landen en de VS. 16 EU-landen hanteerden al „open skies” -overeenkomsten. Deze gefragmenteerde aanpak bleek echter een obstakel te vormen om tot een waarlijk eengemaakte markt te komen.

In 2002 oordeelde het Hof van Justitie van de Europese Unie in zaken die waren voorgelegd door de Europese Commissie (C-466/98, C-467/98, C468/98, C-469/98, C-472/98, C-475/98 en C-476/98). Hierin werd de verdeling van de externe bevoegdheden tussen de EU en EU-landen verhelderd en werden bepaalde vraagstukken betreffende vrijheid van vestiging verklaard.

Als gevolg hiervan kreeg de Commissie toestemming met de VS te onderhandelen over een luchtverkeersovereenkomst die voor de EU als geheel van toepassing zou zijn.

Voor meer informatie zie:

* KERNBEGRIPPEN

Derde recht van vrijheid: met betrekking tot geregelde internationale luchtvaartdiensten, het recht of voorrecht, verleend door het ene land aan het andere, om op het grondgebied van het eerste land verkeer af te zetten dat afkomstig is uit het thuisland van de luchtvaartmaatschappij.

Vierde recht van vrijheid: met betrekking tot geregelde internationale luchtvaartdiensten, het recht of voorrecht, verleend door het ene land aan het andere, om op het grondgebied van het eerste land verkeer aan boord te nemen met als bestemming het thuisland van de luchtvaartmaatschappij.

Vijfde recht van vrijheid: met betrekking tot geregelde internationale luchtvaartdiensten, het recht of voorrecht, verleend door het ene land aan het andere, om op het grondgebied van het eerste land verkeer af te zetten en aan boord te nemen dat afkomstig is uit of als bestemming heeft een niet-EU-land.

Zevende recht van vrijheid: met betrekking tot geregelde internationale luchtvaartdiensten, het recht of voorrecht, verleend door het ene land aan het andere, om verkeer te vervoeren tussen het grondgebied van het verlenende land en elk niet-EU-land. Het is hiervoor niet vereist dat de dienst aansluit op of een verlenging is van enige dienst naar/vanuit het thuisland van de luchtvaartmaatschappij.

Europese gemeenschappelijke luchtvaartruimte: omvat de EU-landen Albanië, Bosnië en Herzegovina, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, IJsland, Montenegro, Noorwegen, Servië en het interim-bestuur van de Verenigde Naties in Kosovo.

BELANGRIJKSTE DOCUMENT

Besluit 2007/339/EG van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten van de Europese Unie, in het kader van de raad bijeen van 25 april 2007 inzake de ondertekening en voorlopige toepassing van de Overeenkomst inzake luchtvervoer tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Verenigde Staten van Amerika, anderzijds (PB L 134, 25.5.2007, blz. 1-3)

GERELATEERDE DOCUMENTEN

Besluit 2010/465/EU van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten van de Europese Unie, in het kader van de raad bijeen van 24 juni 2010 inzake de ondertekening en voorlopige toepassing van het Protocol tot wijziging van de luchtvervoersovereenkomst tussen de Verenigde Staten van Amerika, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds (PB L 223, 25.8.2010, blz. 1-2)

Protocol tot wijziging van de luchtvervoersovereenkomst tussen de Verenigde Staten van Amerika en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, ondertekend op 25 en 30 april 2007 (PB L 223, 25.8.2010, blz. 3-19)

Besluit 2011/708/EU van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten van de Europese Unie, in het kader van de raad bijeen van 16 juni 2011 inzake de ondertekening, namens de Unie, en voorlopige toepassing van de Overeenkomst inzake luchtvervoer tussen ten eerste, de Verenigde Staten van Amerika, ten tweede, de Europese Unie en haar lidstaten, ten derde, IJsland en ten vierde, het Koninkrijk Noorwegen; en inzake de ondertekening, namens de Unie, en voorlopige toepassing van de Aanvullende Overeenkomst tussen ten eerste, de Europese Unie en haar lidstaten, ten tweede, IJsland en ten derde, het Koninkrijk Noorwegen betreffende de toepassing van de Overeenkomst inzake luchtvervoer tussen ten eerste, de Verenigde Staten van Amerika, ten tweede, de Europese Unie en haar lidstaten, ten derde, IJsland en ten vierde, het Koninkrijk Noorwegen (PB L 283, 29.10.2011, blz. 1-2)

Laatste bijwerking 18.12.2016