Strategie voor een toekomstig beleid voor chemische stoffen

1) DOELSTELLING

Uitwerking van een strategie voor een toekomstig, naar duurzame ontwikkeling strevend beleid van de Gemeenschap op het gebied van chemische stoffen.

2) MAATREGEL

Witboek van de Commissie van 27 februari 2001 - Strategie voor een toekomstig beleid voor chemische stoffen [COM(2001) 88 def. - Niet verschenen in het Publicatieblad].

3) SAMENVATTING

Context Hoewel bepaalde gevaarlijke chemische stoffen (bijvoorbeeld asbest) reeds verboden zijn uit hoofde van de communautaire wetgeving, bestaan er nog leemten in de communautaire wetgeving inzake bestaande chemische stoffen. Het ontbreekt aan kennis over de effecten van talrijke bestaande stoffen die in de handel zijn gebracht vóór 1981, het jaar waarin de verplichting om nieuwe stoffen te testen en aan te melden is ingevoerd. Deze stoffen zijn goed voor 99% van het totaalvolume van in de handel gebrachte stoffen. De Commissie heeft weliswaar een evaluatieprogramma (es de en fr) voor die stoffen opgezet, maar dit betreft een werk van lange adem en bovendien worden de bestaande stoffen niet aan dezelfde strenge testeisen onderworpen als gelden voor nieuwe stoffen. Gezien de groeiende bezorgdheid inzake de schadelijke effecten van chemische stoffen op de gezondheid van de mens en het milieu is de Commissie van mening dat er moet gewerkt worden aan een strategie met het oog op de bescherming van de volksgezondheid en het milieu in een context van duurzame ontwikkeling.

Het witboek heeft betrekking op vier belangrijke rechtsinstrumenten voor chemische stoffen in de Gemeenschap: de bestaande wetgeving betreffende het in de handel brengen en het gebruik van gevaarlijke stoffen en preparaten, betreffende de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen en preparaten en betreffende de evaluatie van en het toezicht op de risico's (es de en fr) van bestaande stoffen.

Doelstellingen en kernpunten De doelstellingen passen in het ruimere kader van het streven naar duurzame ontwikkeling. Het is de bedoeling dat de chemische industrie een grotere verantwoordelijkheid opneemt bij de toepassing van het voorzorgsbeginsel, zonder daarbij afbreuk te doen aan de interne markt en het concurrentievermogen van de Europese industrie. De voornaamste doelstellingen zijn:

Bescherming van de gezondheid van de mens en bevordering van een schoon milieu Om een betere bescherming te garanderen, stelt de Commissie voor om één coherent systeem tot stand te brengen voor zowel nieuwe als bestaande stoffen. Wat de risico-evaluatie betreft, zal de hoogste prioriteit worden gegeven aan stoffen waaraan de blootstelling hoog is of die aanleiding geven tot bijzondere zorg vanwege hun gevaarlijke eigenschappen. Zodra dit mogelijk is zal de vervanging van gevaarlijke door minder gevaarlijke stoffen worden bevorderd.

Naleven van het voorzorgbeginsel Dit beginsel zal gelden, ook wanneer er nog wetenschappelijke onzekerheid bestaat over de exacte aard van de risico's.

Behoud en verbetering van het concurrentievermogen van de chemische industrie van de EU Het is cruciaal dat de beoogde strategie het concurrentievermogen van de chemische industrie van de EU niet in het gedrang brengt, maar integendeel versterkt. In die zin wenst de Commissie de concurrentie te bevorderen, met name via regelgeving en door het uitwerken van meer veilige chemische stoffen te bevorderen.

Versnippering van de interne markt voorkomen Voorts mag de strategie de goede werking van de interne markt niet belemmeren. Zij moet dus gebaseerd zijn op een volledige harmonisatie op het niveau van de Gemeenschap.

Meer doorzichtigheid Deze maatregelen moeten ervoor zorgen dat de consument volledig geïnformeerd wordt zodat hij zelf bewuste keuzes kan maken. Daarom moet er één transparant systeem voor alle chemische stoffen worden ingevoerd. Commercieel gevoelige informatie zal echter afdoende worden beschermd.

Integratie met internationale aspecten De voorgestelde maatregelen moeten passen in de initiatieven die op internationaal niveau worden genomen om een wereldwijd veilig gebruik van chemische stoffen te bevorderen. Er bestaan in dat verband verschillende internationale organisaties (zoals het Intergouvernementele Forum voor de veiligheid van chemische stoffen (IFCS) (EN)) en er zijn op dit gebied talrijke internationale overeenkomsten gesloten, zoals het OSPAR-Verdrag ter bescherming van het mariene milieu in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan en het Verdrag van Rotterdam inzake voorafgaande geïnformeerde toestemming (PIC) bij de uitvoer van chemicaliën.

Er moet ook worden gezorgd voor de erkenning van de talrijke buiten de Europese Unie (EU) uitgevoerde testresultaten waardoor leemten in de Europese gegevens kunnen worden opgevuld en dubbel werk kan worden vermeden.

Bevordering van tests waarbij geen dieren worden gebruikt Het is de bedoeling de testprogramma's waarbij dieren worden gebruikt zoveel mogelijk te beperken en het gebruik van nieuwe, niet op dierproeven gebaseerde methoden te bevorderen.

Voldoen aan de internationale verplichtingen van de EU in het kader van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) Aangezien de EU-landen lid zijn van de WTO, mag de communautaire wetgeving met betrekking tot chemische stoffen geen directe of indirecte belemmering voor de handel met derde landen vormen.

Het REACH-systeem Het REACH-systeem is één coherent systeem voor bestaande en nieuwe chemische stoffen waarin alle fasen van de procedure zijn verenigd. Er is voorzien in een overgangsperiode van elf jaar tijdens dewelke de bestaande stoffen in het nieuwe systeem kunnen worden opgenomen. Daartoe wordt voorgesteld een taskforce op te richten die de bestaande gegevens overeenkomstig een bepaald tijdschema zou moeten evalueren.

Registratie Registratie is verplicht voor alle stoffen die in een hoeveelheid van meer dan één ton worden geproduceerd. Het algemene toezicht dat door de autoriteiten in het bestaande systeem werd uitgeoefend, wordt vervangen door spotchecks en door een geïnformatiseerde analyse.

Evaluatie Het is de industrie die de stoffen moet beproeven en de risico's moet evalueren. Welke proeven verplicht worden gesteld hangt af van verschillende criteria, zoals de van de stof geproduceerde hoeveelheid, het blootstellingsniveau, enz. Stoffen die worden geproduceerd in hoeveelheden van meer dan 100 ton, of in geval van twijfel in kleinere hoeveelheden, worden evenwel onderworpen aan een risico-evaluatie van de nationale bevoegde instanties overeenkomstig beproevingscriteria die specifiek zijn aangepast aan de desbetreffende stof en zijn gericht op de effecten van langdurige blootstelling. Wat de aanvullende tests betreft, zal in wezen de huidige aanpak voor nieuwe stoffen worden gevolgd.

Vergunningverlening Voor de handel in bepaalde stoffen die aanleiding geven tot zeer veel zorg moeten de instanties een specifieke toestemming geven. De vergunning wordt verleend voor een bepaalde specifieke toepassing, ongeacht de geproduceerde hoeveelheid. Deze procedure geldt voor:

Er kunnen afwijkingen worden toegestaan voor toepassingen waarover geen enkele bezorgdheid bestaat. Voorts kunnen er voorwaardelijke vergunning worden verleend wanneer sociaal-economische voordelen het gebruik van de stof rechtvaardigen.

Er zal een systeem van versneld risicobeheer worden gebruikt voor alle andere stoffen die aanleiding geven tot zorg. Dit systeem omvat een versnelde risicobeoordeling en een versnelde invoering van de relevante wetgeving.

Er is aanvullend onderzoek nodig alvorens een besluit kan worden genomen inzake de definitieve aanpak voor PBT-stoffen (persistente, bioaccumulerende en toxische stoffen) en VPVB-stoffen (zeer persistente en sterk bioaccumulerende stoffen) die niet tot de POP's behoren (persistente organische verontreinigende stoffen).

Wat onderzoek en ontwikkeling betreft, zullen de uitzonderingsbepalingen voor chemische stoffen die voor onderzoek en ontwikkeling worden gebruikt, worden gewijzigd teneinde het onderzoek te vergemakkelijken.

Er wordt een specifiek onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma opgezet voor het uitwerken van methoden ter vervanging van dierproeven.

Om te komen tot een besluit inzake stoffen die in de handel worden gebracht als bestanddeel van andere producten (zoals speelgoed) die niet onderworpen zijn aan de eisen van de overige communautaire wetgeving, is verder onderzoek vereist.

De rol, de rechten en de plichten van de industrie Zoals reeds onderstreept, worden er wat de beproeving en de risicobeoordeling van chemische stoffen betreft verantwoordelijkheden overgedragen van de bevoegde instanties naar de industrie, d.w.z. naar de fabrikanten, de importeurs en de downstream-gebruikers.

In het kader van de registratie van een stof zal de industrie aan de bevoegde instanties bepaalde gegevens moeten verstrekken. Voor de voorlichting van de gebruikers blijven de veiligheidsinformatiebladen en het etiket op de verpakking de voornaamste informatiedragers. Om beide instrumenten echter doeltreffende te maken, worden bepaalde wijzigingen voorgesteld.

In verband met de eigendomsrechten op testgegevens is het nieuwe systeem er, net als de huidige wetgeving, op gericht om de herhaling van proeven op dieren, in het bijzonder op gewervelde dieren, te voorkomen. Bovendien is het de bedoeling een eerlijke mededinging te waarborgen. De invoering van testverplichtingen op grond van blootstelling en de nieuwe testverplichtingen voor downstream-gebruikers kunnen leiden tot concurrentiedistorsies. Sommige bedrijven zouden immers met tests kunnen wachten in de hoop dat concurrenten die dezelfde stof produceren, verplicht worden deze vóór hen uit te voeren en de volledige kosten te dragen. In het nieuwe systeem moet iedereen die gegevens uit een vorige test gebruikt, een vergoeding betalen aan degene van wie de gegevens afkomstig zijn.

Indeling en etikettering Gezien de enorme hoeveelheid nog niet ingedeelde stoffen is de Commissie van mening dat de opstelling van een volledige geharmoniseerde lijst geen haalbare kaart is. Zij stelt voor om de geharmoniseerde indeling te beperken tot de meest relevante eigenschappen en de industrie te vragen een lijst te verstrekken met uitgebreide informatie over de indeling en etikettering van alle gevaarlijke stoffen die in de handel zijn. Deze lijst moet voor iedereen toegankelijk zijn.

De Commissie stelt ook voor het huidige communautaire etiketteringsysteem te integreren in een mondiaal geharmoniseerd systeem (waarover momenteel wordt onderhandeld) dat een vereenvoudiging moet inhouden.

Beheer van het systeem De autoriteiten van de lidstaten zouden de meeste van hun huidige verantoordelijkheden behouden, dat wil zeggen dat zij in het algemeen belast blijven met de registratie en de evaluatie van stoffen. De Commissie overweegt echter om voor het beheer van bepaalde algemene aspecten van het systeem een centrale instantie op te richten (een uitgebreid Europees Bureau voor chemische stoffen), die zorgt voor coördinatie van en samenhang tussen de verschillende bij de werking van het nieuwe systeem betrokken instanties. Die centrale instantie levert het operationele kader voor het vergunningensysteem, bouwt een centrale databank voor alle geregistreerde chemische stoffen op stelt die open voor het publiek, verzamelt de registratiedossiers en biedt de nationale autoriteiten wetenschappelijk en technische ondersteuning.

De voornaamste taken binnen het systeem zullen worden verdeeld tussen de Gemeenschap en de nationale autoriteiten. De hoofdbeslissing betreffende de vergunningverlening voor de handel in en het gebruik van een bepaalde stof zal op communautair niveau worden genomen. Binnen het kader van het door de Gemeenschap genomen besluit worden de lidstaten bevoegd voor de vergunningverlening voor andere, meer specifieke toepassingen. Alle besluiten in het kader van het systeem voor versnelde risicobeoordeling worden op communautair niveau genomen.

Tenuitvoerlegging De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de naleving van de wetgeving op hun grondgebied. Het is passend bepaalde bestaande maatregelen, die bedoeld zijn om de naleving van de wetgeving en de coherentie tussen de lidstaten te waarborgen, te herzien. De Commissie stelt voor om zich opnieuw over de strategie te buigen nadat de nieuwe wetgeving in voege is getreden.

4) toepassingsmaatregelen

5) verdere werkzaamheden

Laatste wijziging: 19.07.2005