Richtlijnen van de Europese Unie

 

SAMENVATTING VAN:

Artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) — richtlijnen

WAT IS HET DOEL VAN HET ARTIKEL?

In dit artikel worden de verschillende soorten rechtshandelingen gedefinieerd die de EU kan aannemen, waaronder richtlijnen.

KERNPUNTEN

Richtlijnen maken deel uit van het afgeleid recht van de EU. Daarom worden ze door de EU-instellingen aangenomen in overeenstemming met de oprichtings verdragen. Zodra ze op EU-niveau zijn aangenomen, worden ze door de EU-landen opgenomen, of omgezet, in de nationale wetgeving.

Zo staan er bijvoorbeeld in de richtlijn inzake de organisatie van de arbeidstijd verplichte rusttijden en een beperking van de in de EU toegestane wekelijkse arbeidstijd.

Maar ieder land mag zelf bepalen hoe ze hun eigen wetten ontwerpen om te bepalen hoe deze regels worden toegepast.

Een bindende handeling voor algemene toepassing

In artikel 288 VWEU staat dat een richtlijn bindend is voor landen waarvoor de richtlijn is bestemd (één, meerdere of alle landen) ten aanzien van het te bereiken resultaat, waarbij de nationale autoriteiten de bevoegdheid houden over vorm en middelen.

Richtlijnen wijken echter af van verordeningen of besluiten:

Adoptie

Richtlijnen worden volgens een wetgevingsprocedure aangenomen. Het zijn wetgevingshandelingen die door de Raad en het Parlement worden aangenomen volgens de gewone wetgevingsprocedure of alleen door de raad volgens de bijzondere wetgevingsprocedure. In het laatste geval moet het Parlement instemming geven of worden geraadpleegd.

Verplichte omzetting

Voordat richtlijnen op nationaal niveau van kracht worden moeten EU-landen een wet aannemen om ze in nationaal recht om te zetten. Nationale maatregelen moeten de in richtlijnen vastgestelde doelstellingen bereiken. Nationale overheden moeten deze maatregelen aan de Europese Commissie meedelen.

Omzetting moet plaatsvinden binnen de termijn die bij het aannemen van de richtlijn is vastgesteld (meestal binnen twee jaar).

Als een land een richtlijn niet omzet, kan de Commissie een inbreukprocedure starten en een procedure bij het Hof van Justitie van de EU tegen het land opstarten (in dit geval kan de niettenuitvoerlegging van de beslissing leiden tot een nieuwe veroordeling met eventuele geldboetes als gevolg).

Maximale en minimale harmonisatie

Het is belangrijk om bij richtlijnen onderscheid te maken tussen maximale (of volledige) en minimale harmonisatie vereisten.

In het geval van minimale harmonisatie stelt een richtlijn minimumnormen vast, vaak als erkenning van het feit dat de rechtsstelsels in sommige EU-landen al hogere normen hebben. In dit geval hebben EU-landen het recht om hogere normen vast te stellen dan die in de richtlijn.

In het geval van maximale harmonisatie mogen EU-landen geen regels invoeren die strenger zijn dan die in de richtlijn.

Bescherming van personen in geval van onjuiste omzetting van richtlijnen

In principe is een richtlijn pas van kracht na omzetting in nationaal recht. Het Hof is echter van mening dat een richtlijn die nog niet is omgezet, direct al bepaalde gevolgen kan hebben wanneer:

Onder deze voorwaarden kunnen personen voor een rechter een beroep doen op de richtlijn tegen een EU-land. Zolang een richtlijn nog niet is omgezet, kunnen personen zich niet beroepen op een vordering tegen een andere persoon in verband met het rechtstreeks effect van een verordening (zie Arrest in de zaak C-91/92 Paola Faccini Dori tegen Recreb Srl).

Ook biedt het Hof van Justitie personen onder bepaalde voorwaarden de mogelijkheid op eventuele vergoeding voor richtlijnen die slecht of traag zijn omgezet (Arrest in de Zaken C-6/90 en C-6/90 Francovich en Bonifaci).

Bestrijden van vertragingen in de omzetting

Late omzetting van richtlijnen door EU-landen blijft een hardnekkig probleem waardoor burgers en bedrijven niet kunnen profiteren van de tastbare voordelen van EU-wetgeving.

De EU heeft tot doel gesteld de omzettingsachterstand tot 1 % terug te brengen. Uit de omzettingstabel van richtlijnen inzake de interne markt, die in december 2016 door de Commissie is gepubliceerd, blijkt dat twintig landen dit doel niet wisten te bereiken en dat slechts één land een omzettingsachterstand had van minder dan de 0,5% die in de Akte voor de interne markt van april 2011 is voorgesteld.

ACHTERGROND

Voor meer informatie zie:

BELANGRIJKSTE DOCUMENT

Geconsolideerde versie van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie — Zesde deel — Institutionele en financiële bepalingen — Titel I — Institutionele bepalingen — Hoofdstuk 2 — Rechtshandelingen van de Unie, vaststellingsprocedures en overige bepalingen — Eerste afdeling — Rechtshandelingen van de Unie — Artikel 288 (oud artikel 249 VEG) (PB C 202 van 7.6.2016, blz. 171-172)

Laatste bijwerking 11.07.2018