Blootstelling aan kankerverwekkende en mutagene stoffen

 

SAMENVATTING VAN:

Richtlijn 2004/37/EG — Bescherming tegen de risico’s van blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia op het werk

Rectificatie

WAT IS HET DOEL VAN DE RICHTLIJN?

De richtlijn bevat de minimumvoorschriften voor de bescherming van werknemers tegen gevaren voor hun veiligheid en gezondheid die zich voordoen of kunnen voordoen door blootstelling aan carcinogene* en mutagene stoffen* op het werk. Om de risico’s van een dergelijke blootstelling voor de veiligheid en gezondheid van werknemers te verminderen, bevat de richtlijn preventieve en beschermende maatregelen, en grenswaarden voor blootstelling.

KERNPUNTEN

Toepassingsgebied

De richtlijn is van toepassing op stoffen of mengsels die voldoen aan de criteria om als kankerverwekkende stof van categorie 1A of 1B, of als in geslachtscellen mutagene stof van categorie 1A of 1B te worden ingedeeld zoals bepaald in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1272/2008 (indeling, verpakking en etikettering van chemische stoffen en mengsels van die stoffen). Daarnaast is de richtlijn van toepassing op kankerverwekkende stoffen, mengsels of processen zoals vermeld in bijlage I van de richtlijn, en op stoffen of mengsels die vrijkomen bij een in die bijlage bedoeld proces. Ingevolge de wijziging van de richtlijn in 2017 bevat deze bijlage zes vermeldingen:

Deze richtlijn is niet van toepassing op werknemers die uitsluitend blootstaan aan stralingen waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie van toepassing is.

Deze richtlijn is van toepassing op werknemers die worden blootgesteld aan asbest, indien de bepalingen ervan gunstiger zijn voor de veiligheid en gezondheid op het werk dan die van Richtlijn 2009/148/EG (de bescherming van werknemers tegen blootstelling aan asbest).

Richtlijn 89/391/EEG (Veiligheid en gezondheid op het werk — Algemene regels) is volledig van toepassing, onverminderd dwingendere en/of specifiekere voorschriften in deze richtlijn.

Vaststelling van de blootstelling en beoordeling van de risico’s

Voor alle werkzaamheden waarbij zich het risico van blootstelling aan kankerverwekkende of mutagene stoffen kan voordoen, moeten regelmatig de aard, de mate en de duur van blootstelling van de werknemers worden bepaald om alle risico’s voor de veiligheid of de gezondheid van de werknemers te kunnen beoordelen en te kunnen vaststellen welke maatregelen moeten worden genomen. Er moet rekening worden gehouden met alle manieren van blootstelling, waaronder absorptie in en/of via de huid. Er moet bijzondere aandacht worden besteed aan werknemers die een hoger risico lopen.

Door Richtlijn 2014/27/EU wordt Richtlijn 2004/37/EG aangepast aan Verordening (EG) nr. 1272/2008, waarin een nieuw systeem wordt vastgesteld voor de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels in de EU, op basis van het mondiaal geharmoniseerde classificatie- en etiketteringssysteem voor chemische stoffen (GHS) op internationaal niveau.

Richtlijn (EU) 2017/2398 houdt een actualisering in van Richtlijn 2004/37/EG door:

VERPLICHTINGEN VAN DE WERKGEVERS

Vermindering en vervanging

De werkgever moet het gebruik van een kankerverwekkende of mutagene stof verminderen, met name door de stof, voor zover dat technisch uitvoerbaar is, te vervangen door een stof, mengsel of proces dat niet of minder gevaarlijk is.

Maatregelen ter voorkoming of vermindering van blootstelling

Indien het niet mogelijk is om de kankerverwekkende of mutagene stof te vervangen, moet de werkgever ervoor zorgen dat de productie en het gebruik van de kankerverwekkende of mutagene stof plaatsvinden in een gesloten systeem. Indien dit niet technisch uitvoerbaar is, moet de werkgever ervoor zorgen dat blootstelling wordt beperkt tot een zo laag mogelijk niveau als technisch uitvoerbaar is.

De blootstelling mag de grenswaarden in bijlage III niet overschrijden.

Wanneer een kankerverwekkende of mutagene stof wordt gebruikt, moet de werkgever verschillende maatregelen toepassen.

Informatie ten behoeve van de bevoegde instantie

De werkgever moet de bevoegde instantie desgevraagd informatie verstrekken over bijvoorbeeld de redenen voor het gebruik van kankerverwekkende of mutagene stoffen, de getroffen preventieve maatregelen of het aantal blootgestelde werknemers.

Onvoorziene blootstelling

Bij onvoorziene voorvallen of ongevallen die tot abnormale blootstelling van de werknemers kunnen leiden, moet de werkgever zijn werknemers inlichten. Er moeten beschermende kleding en individuele ademhalingsapparatuur worden gedragen, de blootstelling moet tot het strikt noodzakelijke worden beperkt en uitsluitend werknemers die onmisbaar zijn voor de werkzaamheden, mogen in de betrokken zone werken.

Voorziene blootstelling

Indien een aanzienlijke toename van de blootstelling kan worden voorzien, bijvoorbeeld tijdens onderhoudswerkzaamheden, en nadat alle andere preventieve maatregelen zijn getroffen, moet de werkgever de nodige maatregelen vaststellen om de duur van de blootstelling van de werknemers zo veel mogelijk te beperken en om hen tijdens deze werkzaamheden te beschermen. Er moeten beschermende kleding en individuele ademhalingsapparatuur worden gedragen, en de blootstelling moet tot het strikt noodzakelijke worden beperkt. Bovendien moeten de zones waar deze werkzaamheden worden uitgevoerd, duidelijk worden afgebakend en aangegeven.

Toegang tot de gevaarlijke zones

De werkgever moet de toegang tot gevaarlijke zones beperken tot de werknemers die deze zones vanwege hun werk of functie moeten betreden.

Maatregelen op het gebied van de hygiëne en individuele beschermingsmaatregelen

Voor alle werkzaamheden waarbij een kans op besmetting bestaat, is de werkgever verplicht de volgende maatregelen op het gebied van hygiëne en individuele bescherming te treffen:

De kosten van deze maatregelen mogen niet op de werknemers worden verhaald.

Voorlichting, opleiding en raadpleging van de werknemers

De werkgever moet passende maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de werknemers en/of hun vertegenwoordigers een voldoende en geschikte opleiding krijgen over:

De werkgever moet ervoor zorgen dat alle containers, verpakkingen en installaties die kankerverwekkende of mutagene stoffen bevatten, duidelijk leesbaar worden gekenmerkt en dat er duidelijk zichtbare gevarensignalen worden aangebracht.

Er moeten passende maatregelen worden getroffen om ervoor te zorgen dat de werknemers kunnen controleren of de richtlijn correct wordt toegepast. Ze moeten zo snel mogelijk in kennis worden gesteld van abnormale blootstellingen.

De werkgever moet een bijgewerkte lijst bijhouden van werknemers die werkzaamheden uitvoeren die een risico voor hun veiligheid en gezondheid opleveren wat betreft de blootstelling aan kankerverwekkende en mutagene stoffen.

De werknemers en/of hun vertegenwoordigers moeten worden geraadpleegd over en betrokken bij alle zaken in verband met de blootstelling aan kankerverwekkende en mutagene stoffen.

DIVERSE MAATREGELEN

Medische controle

De EU-landen moeten maatregelen treffen voor de controle van de gezondheid van de werknemers zodat, indien nodig, hun gezondheid op passende wijze voor en vervolgens met regelmatige tussenpozen na blootstelling wordt gecontroleerd. Deze maatregelen moeten zodanig zijn dat individuele en werkgerelateerde gezondheidsmaatregelen kunnen worden toegepast. Als de gezondheid van een werknemer wordt gecontroleerd, moet er een persoonlijk dossier worden aangemaakt.

Ingevolge de wijziging van Richtlijn 2004/37/EG door Richtlijn (EU) 2017/2398 kan de medische controle, op advies van een arts of een instantie die verantwoordelijk is voor de medische controle van werknemers, na beëindiging van de blootstelling worden voortgezet zolang dit nodig wordt geacht om de gezondheid van de betrokken werknemer te waarborgen.

Praktische aanbevelingen voor de medische controle van de werknemers zijn opgenomen in bijlage II.

Alle gevallen van kanker die zijn herkend als een gevolg van blootstelling op het werk, moeten aan de verantwoordelijke instantie worden gemeld. De EU-landen moeten met deze informatie rekening houden in de verslagen die ze krachtens Richtlijn 89/391/EEG bij de Europese Commissie indienen.

Evaluatie

Krachtens Richtlijn (EU) 2017/2398 dient de Commissie, als onderdeel van de volgende evaluatie van de uitvoering van Richtlijn 2004/37/EG, te bekijken of het nodig is de grenswaarde voor respirabel kristallijn silicastof te wijzigen.

Bovendien moet de Commissie zich uiterlijk in het eerste kwartaal van 2019, in het licht van de laatste wetenschappelijke ontwikkelingen, buigen over de vraag of het toepassingsgebied van deze richtlijn moet worden uitgebreid tot reprotoxische stoffen*.

Bewaring van dossiers

De actuele lijst van blootgestelde werknemers, die de werkgever verplicht is bij te houden, en persoonlijke medische dossiers moeten ten minste veertig jaar na beëindiging van de blootstelling worden bewaard.

Grenswaarden

Ingevolge de wijziging van de richtlijn in 2017 bevat bijlage III de grenswaarden voor de volgende stoffen:

Voor vinylchloride-monomeer en stof van hardhout behelst Richtlijn (EU) 2017/2398 een herziening van de grenswaarden in het licht van wetenschappelijke gegevens van recentere datum. Voor elf nieuwe kankerverwekkende stoffen zijn grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling ingevoerd.

VANAF WANNEER IS DE RICHTLIJN VAN TOEPASSING?

De richtlijn is van toepassing sinds 20 mei 2004. Richtlijn 2004/37/EG is een codificeert en vervangt Richtlijn 90/394/EEG en de achtereenvolgende wijzigingen ervan, alsook de Richtlijnen 97/42/EC en 1999/38/EC. De termijnen voor de omzetting van deze richtlijnen in nationaal recht (uiterlijk 29 april 2003) bleven van toepassing.

De EU-landen moeten de bij Richtlijn (EU) 2017/2398 ingevoerde maatregelen vóór 17 januari 2020 in nationaal recht omzetten.

ACHTERGROND

Zie voor meer informatie:

KERNBEGRIPPEN

Carcinogene stoffen: stoffen die kanker kunnen veroorzaken in een organisme.
Mutagene stoffen: stoffen die het genetisch materiaal van een organisme veranderen.
Reprotoxische stoffen: stoffen die de voortplanting verstoren.

BELANGRIJKSTE DOCUMENT

Richtlijn 2004/37/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico’s van blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia op het werk (zesde bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG van de Raad) (gecodificeerde versie) (PB L 158 van 30.4.2004, blz. 50-76). Tekst gepubliceerd in rectificatie (PB L 229 van 29.6.2004, blz. 23-34)

Achtereenvolgende wijzigingen aan Richtlijn 2004/37/EG zijn opgenomen in de originele tekst. Deze geconsolideerde versie is enkel van documentaire waarde.

GERELATEERDE DOCUMENTEN

Richtlijn (EU) 2017/2398 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 tot wijziging van Richtlijn 2004/37/EG betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico’s van blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia op het werk (PB L 345 van 27.12.2017, blz. 87-95)

Richtlijn 2009/148/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 betreffende de bescherming van werknemers tegen de risico’s van blootstelling aan asbest op het werk (PB L 330 van 16.12.2009, blz. 28-36)

Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 (PB L 353 van 31.12.2008, blz. 1-1355)

Zie geconsolideerde versie.

Richtlijn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk (PB L 183 van 29.6.1989, blz. 1-8)

Zie geconsolideerde versie.

Laatste bijwerking 20.04.2018