Richtlijn (EU) 2024/1788 maakt deel uit van een pakket dat is ontworpen om de decarbonisatie van de energiesystemen van de Europese Unie (EU) te vergemakkelijken door de integratie van hernieuwbare en koolstofarme gassen, in het bijzonder waterstof, met een focus op:
de totstandbrenging van volledig operationele en geïntegreerde interne markten voor aardgas en waterstof;
ondersteuning van de klimaatdoelstellingen van de EU, met name klimaatneutraliteit tegen 2050;
versterking van de rechten en de bescherming van de consument op de gasmarkt;
waarborgen dat met name kwetsbare consumenten en mensen die het slachtoffer zijn van energiearmoede1 zijn beschermd, ook tijdens de energietransitie.
KERNPUNTEN
De richtlijn, die een herschikking is van Richtlijn 2009/73/EG (deel van het derde energiepakket), maakt deel uit van een bredere inspanning, die ook de bijbehorende Verordening (EU) 2024/1789, om de energiesystemen van de EU te decarboniseren, omvat, waarbij de nadruk ligt op de markten voor aardgas en waterstof. Het is een essentieel onderdeel van het Fit for 55-pakket, dat tot doel heeft de koolstofemissies tegen 2030 met 55 % te verminderen en uiteindelijk tegen 2050 klimaatneutraliteit te bereiken.
Decarbonisatie
Het decarbonisatiekader dat met de richtlijn is ingevoerd, moet bijdragen aan de klimaat- en energiedoelstellingen van de EU door:
de integratie van hernieuwbare en koolstofarme gassen in het energiesysteem te vergemakkelijken;
gemeenschappelijke regels voor het vervoer, de levering en de opslag van aardgas en waterstof vast te stellen, waarmee wordt bijgedragen tot de totstandbrenging van een functionerende waterstofmarkt;
regels op te stellen die de transitie van een op aardgas gebaseerd systeem naar een systeem op basis van hernieuwbare en koolstofarme gassen vergemakkelijken.
Marktgebaseerde aanbiedingsprijzen
Leveranciers kunnen de prijs voor aardgas en waterstof vrij bepalen.
EU-lidstaten zijn verantwoordelijk voor het waarborgen van daadwerkelijke mededinging tussen leveranciers om de prijzen eerlijk te houden voor eindgebruikers.
De lidstaten moeten zorgen voor de bescherming van kwetsbare consumenten en personen die te maken hebben met energiearmoede. De nieuwe regels leggen duidelijke criteria vast voor wanneer de lidstaten mogen ingrijpen in de prijsstelling voor aardgas.
Beheer van aardgasprijscrises
Wanneer er sprake is van een aanzienlijke prijsstijging op de aardgasmarkten, kan de Raad van de Europese Unie onder de volgende voorwaarden een regionale of EU-brede aardgasprijscrisis uitroepen:
de gemiddelde prijzen op de groothandelsmarkten voor aardgas moeten ten minste 2,5 maal de gemiddelde prijs in de afgelopen vijf jaar en ten minste €180/MWh bedragen, waarbij de verwachting is dat dit ten minste zes maanden zal aanhouden;
De consumptieprijzen van aardgas moeten met ongeveer 70 % zijn gestegen en naar verwachting ten minste drie maanden hoog blijven.
Zodra een crisis is uitgeroepen en aan bepaalde voorwaarden is voldaan, kunnen tijdelijke, gerichte overheidsinterventies in de prijsstelling voor de levering van aardgas worden uitgevoerd voor kleine en middelgrote ondernemingen, huishoudens en essentiële sociale diensten.
Consumentenrechten en -bescherming
De richtlijn introduceert een aantal maatregelen om de consumentenrechten en -beschermingop de gasmarkt te waarborgen door deze in overeenstemming te brengen met die op de elektriciteitsmarkt.
Vrije keuze van leverancier. Alle afnemers hebben het recht om hun aardgas- en waterstofleveranciers te kiezen, ongeacht waar de leverancier zich binnen de EU bevindt. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat er in laatste instantie een regeling is ingesteld om de continuïteit van de voorziening ten minste voor huishoudelijke afnemers te waarborgen.
Betere informatie voor consumenten. Alle klanten zullen betere informatie ontvangen over aanbiedingen, in contracten en facturen. Zij kunnen dankzij betrouwbare vergelijkingsinstrumenten de beste deal kiezen voor hen en gemakkelijk van leveranciers kunnen wisselen. Ze krijgen meer controle over hun gasverbruik via slimme metersystemen.
Betere bescherming in geval van een geschil met een energieleverancier. Alle klanten kunnen een beroep doen op buitengerechtelijke geschillenbeslechtingsmechanismen, zoals een energieombudsman, ook wanneer er problemen zijn met producten of diensten die verbonden zijn aan of gebundeld zijn met de levering van gas.
De focus is vooral gericht op kwetsbare consumenten en mensen die te maken hebben met energiearmoede. Kwetsbare afnemers en personen die te maken hebben met energiearmoede, worden met name beschermd tegen onderbrekingen van de gasvoorziening, ook tijdens de geplande uitfasering van fossiel gas.
Ontwikkeling van het netwerk en planning
De richtlijn bevat maatregelen voor de ontwikkeling en coördinatie van energienetwerken, waaronder:
waarborgen van meer gespecialiseerde taken en de ontwikkeling van waterstofinfrastructuur door het scheiden van transmissiesysteembeheerders en distributiesysteembeheerders die specifiek bestemd zijn voor waterstof;
voorspellen van vraag en aanbod in de zogenaamde gemeenschappelijke scenario’s die zijn ontwikkeld door de relevante infrastructuurbeheerders van ten minste aardgas, waterstof en elektriciteit;
beheerders van gas- en waterstoftransmissiesystemen die om de twee jaar een tienjarig ontwikkelingsplan voor het elektriciteitsnet indienen, zodat de juiste infrastructuur kan worden opgezet om tegemoet te komen aan de toekomstige vraag en aanbod die op basis van de gemeenschappelijke scenario’s worden verwacht;
beheerders van waterstofdistributienetwerken die een vierjarig infrastructuurplan indienen waarin de toekomstige ontwikkeling van het netwerk wordt beschreven;
distributiesysteembeheerders die ontmantelingsplannen ontwikkelen wanneer de vraag naar aardgas naar verwachting zal afnemen en delen van het aardgasdistributienetwerk of het hele systeem voor waterstof moeten worden gesloten of opnieuw moeten worden gebruikt.
VANAF WANNEER TREDEN DE REGELS IN WERKING?
De richtlijn moet uiterlijk op in nationaal recht zijn omgezet. De regels in de richtlijn moeten vanaf dezelfde datum van toepassing zijn.
Energiearmoede. Het gebrek aan toegang van een huishouden tot essentiële energiediensten die zorgen voor een basisniveau en een fatsoenlijk niveau van leven en gezondheid (bijvoorbeeld verwarming, heet water, verlichting enz.), ten gevolge van factoren als niet-beschikbaarheid, ontoereikende inkomsten, hoge energie-uitgaven en slechte energie-efficiëntie van gebouwen.
BELANGRIJKSTE DOCUMENT
Richtlijn (EU) 2024/1788 van het Europees Parlement en de Raad van betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markten voor hernieuwbaar gas, aardgas en waterstof, tot wijziging van Richtlijn (EU) 2023/1791 en tot intrekking van Richtlijn 2009/73/EG (herschikking) (PB L, 2024/1788, ).
GERELATEERDE DOCUMENTEN
Verordening (EU) 2024/1787 van het Europees Parlement en de Raad van inzake de vermindering van methaanemissies in de energiesector en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/942 (PB L, 2024/1787, ).
Verordening (EU) 2024/1789 van het Europees Parlement en de Raad van inzake de interne markten voor hernieuwbaar gas, aardgas en waterstof, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1227/2011, (EU) 2017/1938, (EU) 2019/942 en (EU) 2022/869 en Besluit (EU) 2017/684, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 715/2009 (herschikking) (PB L, 2024/1789, ).
Richtlijn (EU) 2023/1791 van het Europees Parlement en de Raad van betreffende energie-efficiëntie en tot wijziging van Verordening (EU) 2023/955 (herschikking) (PB L 231 van , blz. 1-111).
Aanbeveling (EU) 2023/2407 van de Commissie van over energiearmoede (PB L, 2023/2407, ).
Verordening (EU) 2021/240 van het Europees Parlement en de Raad van tot vaststelling van een instrument voor technische ondersteuning (PB L 57 van , blz. 1-16).
Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad van tot vaststelling van een kader voor de verwezenlijking van klimaatneutraliteit, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 401/2009 en Verordening (EU) 2018/1999 (Europese klimaatwet) (PB L 243 van , blz. 1-17).
Aanbeveling (EU) 2020/1563 van de Commissie van over energiearmoede (PB L 357 van , blz. 35-41).
Verordening (EU) 2019/942 van het Europees Parlement en de Raad van tot oprichting van een Agentschap van de Europese Unie voor de samenwerking tussen energieregulators (herschikking) (PB L 158 van , blz. 22-53).
Achtereenvolgende wijzigingen aan Verordening (EU) 2019/942 werden in de basistekst opgenomen. Deze geconsolideerde versie is enkel van documentaire waarde.
Verordening (EU) 2018/1999 van het Europees Parlement en de Raad van inzake de governance van de energie-unie en van de klimaatactie, tot wijziging van Richtlijn 94/22/EG, Richtlijn 98/70/EG, Richtlijn 2009/31/EG, Verordening (EG) nr. 663/2009, Verordening (EG) nr. 715/2009, Richtlijn 2009/73/EG, Richtlijn 2009/119/EG van de Raad, Richtlijn 2010/31/EU, Richtlijn 2012/27/EU, Richtlijn 2013/30/EU en Richtlijn (EU) 2015/652 van de Raad, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 525/2013 (PB L 328 van , blz. 1-77).
Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (herschikking) (PB L 328 van , blz. 82-209).
Richtlijn (EU) 2018/2002 van het Europees Parlement en de Raad van houdende wijziging van Richtlijn 2012/27/EU betreffende energie-efficiëntie (PB L 328 van , blz. 210-230).
Richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van Richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van de Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG (PB L 315 van , blz. 1-56).
Verordening (EU) nr. 1227/2011 van het Europees Parlement en de Raad van betreffende de integriteit en transparantie van de groothandelsmarkt voor energie (PB L 326 van , blz. 1-16).
Richtlijn 2010/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van betreffende de energieprestatie van gebouwen (herschikking) (PB L 153 van , blz. 13-35).